Nederlandsch-Indisch plakaatboek, 1602-1811
This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project to make the world's books discoverable online.
It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover.
Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the publisher to a library and finally to you.
Usage guidelines
Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying.
We also ask that you:
Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for personal, non-commercial purposes.
Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the use of public domain materials for these purposes and may be able to help.
Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find additional materials through Google Book Search. Please do not remove it.
Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe.
About Google Book Search
Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web
at|http : //books . google . com/
Over dit boek
Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.
Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.
Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.
Richtlijnen voor gebruik
Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op automatisch zoeken.
Verder vragen we u het volgende:
Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden.
Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien hiermee van dienst zijn.
Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.
Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.
Informatie over Zoeken naar boeken met Google
Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en uitgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken
op het web via http: //books .google . com
r
NEDERLANDSCH-INDISCH
PLAKAATBOEK,
1602—1811,
DOOR
Mr. J. A. VAN DER CHIdS. ZESTIENDE DEEL.
, ••• ' •
Uitgegeven door het Batavlaasch Genootschap van Kunsten
en Wetenschappen nnet nnedewerking van de
Nederlandsch-Indische Regering.
BATAVIA
'sUAGË
LANDSDRUKKERIJ.
181
M. NIJHOFF
THE NEW YORK
PUBLIC UBRARY
399144
A8"'«^. l FNOX AND TfLBtN i' J vOAllONS.
R 1: L
H. •^. DA^ElSIJDHiiS-
3 Louwmaaod. Instructie voor den kommies van het miiUair kleeding- en equipemenl'magazijn te Samarang,
Art. 1. HIJ zal onmiddeltjk ondergeschikt z^n aan den commissaris-ordonnateur en bij deszelfs absentie aan den commissaris van oorlog van 't arrondissement Semarang, aan welken bij alleen verantwoordelijk is wegens directie en administratie van dit magazijn.
Art. S. Hij zal van de goederen in zijne administratie houden een pakhuisboek, op den voet, zooals in de differente ciriele administratien geintrodnceerd is.
Art. S. Hij zal maabddl)lte • a^n\ J6b^<^h^z&is^ uateur in duplo inzenden ^e * tabelle, 'alatftödnende hetgeen onder primo van ieder maaiM'isi*fe64^t geweest en gedurende den loop dezer maand weder iR'ontvahgeh^en verstrekt, van welke tabellen eene, door den^coiintaissRrmordonnateur geve- rifieerd, zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal aangeboden en de andere op het bureau van gemelden commissaris-ordonnateur bewaard zal moeten worden.
Art. 4. Hij zal geene verstrekkingen doen dan op daartoe verleende ordonnantien door den commissaris van oorlog van het arrondissement.
Art B. Alle drie maanden zal hij gehouden zijn aan de generale rekenkamer in te dienen eene rolle en daarbij annexeeren de ordonnantien, waarop gedurende dezen tijd de verstrekking of ontvangst geschied is.
Art. 6. Hy zal geene goederen, van elders naar herwaarts gezonden, ontvangen dan ten overstaan eener militaire com- missie, welke hij van den commandeerenden officier moet
PUIAAT-BOBI DEKL X¥I. 1
% 1810. H. W. OAENOEL8.
TOTZoeken : desgelyks zalien aÜA goederen, dewelke door de leveraiiciers a%eleYerd worden, voor de ontvangst door eeoe dergelyke commissie worden geëxamineerd en door gemeUa conomissie schriftelijke opgave van hunne bevinding aan* he&i, commis, worden gedaan.
Art 7. Indien gedagte commissiên de van elders aange- hrachle of ter aflevering gepresenteerde goederen goed en deugdzaam hebben verklaard, voorwelke verklaring zij respon - sabel zullen zijn, zal de commis met de ontvangst voortgaan, doch, daaraan eenige defecten en gebreken opgegeven zijnde, deswegens vooraf de orders vragen van den commissaris- ordonnateur of, zoo hij niet in loco is, van den commissaris van oorlog, sub poene van verantwoordelijk te zullen zyn voor alle schadens, die uit eene contrarie handelwijze kunnen resulteeren.
Art. 8. Van alle goederen, die door de leveranciers der monteerings-slukken, équipement, rijd-equipages of lij waden afgeleverd worden, zal hij na gedane examinatie en goed- keuring een -bdwj^s-.ajgevpit v^^* ^^ behoorlijke ontvangst, alsmede aan 'deb: can^issiro .JÜL : oorlog daarvan opgave doen, opdat door |^eiftel44():}xnim]issaris van oorlog eene be- hoorlijke ordonnadtie -tot-^* ontvangst kan opgemaakt en verleend worden.V >: :,\ >:>••: •
Art. 9 Indien êemgearliteren'van lijwaden, laakens, casi- mieren, etc, in het magazijn voorhanden, voor den civielen dienst van het gouvernement moglen worden gerequireerd, moet de aanvrage schriftelijk geschieden door den hoofd- administraleur alhier en voor de afgave door den commissaris- ordonnaleur of commissaris van oorlog worden geteekend.
Art. 10. Hij, commis, zal alle Maandagen aan den com- missaris van oorlog opgeven, welke goederen gedurende de verloopen week in het magazijn zijn ontvangen, hetzij van de leveranciers of van elders, en daarentegen op de daartoe verleende ordonnanties verstrekt, met bekendstelling der re- gimenten of corpsen, aan wie de aflevering geschied is.
Art. 11. Bij de verzending van goederen naar plaatsen.
- H. W. OACNOELS. 3
baiteo Scmarang gelegen, zal bQ, inmediaat na de ordonnantiên daartoe Tan den commisaaria van oorlog te hebben ontvangen, opgave van gemelde goederen doen aan hel finantie-kantoor ten einde de cognossementen kunnen worden opgemaakt en verzonden, sollende alle erreuren of nadeelen, die uit eenig verzuim in deze mogten ontstaan, voor rekening blyven vtin hem, conmiis.
Art. 12. Stroo-matten, cadjang-matten, rottings of kisten, tot al^akking dezer goederen benoodigd, zullen door hem schriftelijk by den conuniasaris van oorlog aangevraagd worden, dewelke hem eene ordonnantie tot de ontvang op 'sLands magazijn zal verleenen; en moet bQ iedere verzending het gebruikte getal mede op *l finantie-kantoor opgegeven worden om van anderen op het memorie-cognossement, gelyk gebruik is, te kunnen worden bekend gesteld.
Art. 1 3. Hij zal zorgen, dat alle de onder zijne administratie gestelde goederen met oplettendheid worden gade geslagen, van tijd tot tyd gelucht en door het aanwenden van aUe andere, daartoe dienstige middelen van bederf bevrijd, hetgeen inzon- derheid moet worden geobserveerd omtrent goederen, die nieuwlings worden aangebracht en, uit vaartuigen komende, dikwtfls nat of vochtig zijn, sub poene van verantwoordelijk te zullen worden gehouden voor alle nadeelen, dewelke door nalatigheid of negligentie in dezen mochten ontstaan.
Art. 14. Hij zal mede zorgen, dat de onder zijne admini- stratie gestelde monteerings-stukken, équipement, rijd-equipages, etc. voor ieder regiment of corps a&onderlijk gesorteerd worden en dat by de verstrekkingen of verzendingen geene verruilingen plaats vinden, maar ieder regiment of corps de voor hem gedestineerde kleedingstukken en équipementen behooriijk ontvangt.
Art IS. Hem zullen gegeven worden 10 coelies of battors, dewelke dageUjks in het magazyn moeten zyn om de werk- zaamheden met den vereischten spoed te verrichten ; gemelde 10 battors zullen door den regent geleverd worden op den voet, geUjk bQ het 40'^'' artikel by de organisatie voor hiel
4 1810. H. W. OACNOELS.
best aar van Java's Noord-Oostkast bepaald is en io de emele magaztfneii plaats vindt.
Art. 16. Hij zal een jaarlijks tractement genieten van ryksdaaklers twaalf honderd, zilver geld, en tot assistentie hebben een klerk op een jaarwedde van twee honderd veertig gelijke mant.
Zie ook 6 Wintermaand 1809.
5 Louwmaand. Bepaling nopens tamboers en pijpers.
Uit hoofde van de prejudicie, welke den slaven-handelaars wordt toegebracht door hun voor de aankomende mansslaven, die voor tamboers en pijpers worden geèmploijeerd, slechts de helit van den bepaalden prijs voor de groote toe te staan, alzoo zij voor de kleine ten minste zooveel als voor de groote kannen maken, is bevolen, dal geen kleine jongens meer zullen worden geaccepteerd, maar voor tamboers en pijpers geömploijeerd inboorlingen van dit eiland, die van Madoera, Sumanap en elders worden getrokken.
5 Louwmaand. Bepaling nopens mondelinge aulorisatiên.
Is goedgevonden en verstaan de rekenkamer te infor- meeren, dat geen simpel beroep op autorisatien mag worden erkend, tenzij daarvan schriftelijk en bij handteekening blijke, alzoo zijne excellentie dezelve nimmer anders dan op de aan- gegevene wijze verleent of als kracht van wet hebbende wil hebben aangezien, wijl alle mondelinge explicatiëUt aan de generale directie gegeven, gecenseerd moeten worden als een particuliere opinie in zaken, die blootelijk en alleen van hare competentie zijn, doch in poincten van decisie, die het gouvernement raken en waarop men zou wenschen te ageeren, eene schriftelijke autorisatie in alle gevallen noodig is.
-y- Louwmaand. Last op gevolmachtigden van uitlan^ digen de onder hen berustende^ ledig liggende gelden in ^slands kas over te brengen,
Alzoo op den 5**" dezer lopende maand in Rade van Indien
- H. W. 0AENDEL8. 5
besloten is om, ten ge? olge fan het gereserveerde bij publicatie van den 14'" yan Wijnmaand anno passato en als een minst bezwarende maatregel tot styying van 'sLands kas bij de tegenwoordige stremming van onzen handel, de gevolmagtigdens van uitlandige personen en executeuren of curatoren in boedels, waanran de er4[enamen desgelijks uitlandig zijn, te gelasten, zooals dezelve hiertoe worden gelast bij dezen, om de inge- v(rfge opgemelde publicatie of die van den 14'*' van Herfst- maand bevorens als ledig liggende gelden opg^even sommen, zoo in specie, als in papieren van credit, alsnu, zoowel hier, als op Java's Nooi^-Oostkust, in 's Lands kas over te brengen tegen recepissen, te verleenen te Batavia door de generale directie en op Samarang en Sourabalja door de prefecten en hoofil-administrateurs aldaar, mitsgaders op denzelfden voet, als ten aanzien der contanten ingevolge publicatie van den -^ van Zomermaand 1808 heeft plaats gehad; met last wyders aan voormelde gevolmagtigdens, executeuren of curatoren om van alle gelden, welke na de jongst door hun gedane opgave mogten wezen ingekomen, mede, zoo in specie, als in papiere munt, en bij de afkondiging dezes niet zijn uitgezet, dan wel bij vervolg van tijd nog staan in te komen, aan de generale directie aangave te doen, met verbod om over deze gelden buiten speciale toestemming dezer regering te beschikken;
zoo is het, dat een iegelijk, die bet zoude mogen aangaan, hiervan tot naricht en observantie wordt kennis gegeven.
En zal deze tot dat einde, zoo te Batavia, als op Java's Noord-Oostkust worden gepubliceert en geaiBgeert ter plaatse, waar men gewoon is publicatie en afBctien te doen.
Aangezien de buiten-bezittingen geen aanvoer van geld voor liet jaar 1810 noodig zouden hebben, had Daendels eene begrooting der inkomsten en uitgaven in de departe- menten Batavia, Samarang en Soerabaija voor 1810 »op vrij zekere gronden" opgemaakt, waaruit hij tniie^ zonder
6 1810. H. W. DAENDEL8.
ontroering" had bespeurd, dat Batavia vermoedelijk een deficit Tan 3424,315: — : 15 rijksdaalders, papieren gdd, zoude op- leveren. Ook te Samarang en te Soerabalja zoude een tekort zijn, maar van minder aanbelang en betrekkelijk gemakkel^k te dekken.
Tot geruststelling van de Regering deelde Daendels aan haar mede, dat hij ^genoegzame redmiddelen om aan het gedachte tekort te suppleeren in den boezem van deze kolonie had gevonden, welke het thans noch nuttig, noch noodig of staatkundig zou zijn alle te detailleeren en consecutieve, na mate dat de omstandigheden dit vorderen, door zijne excellentie ter dezer hooge tafel zouden worden voorgedragen ; alleenlijk daaromtrent observeerende, dat deze middelen ver- moedelijk zouden kunnen worden geadhibeerd zonder daartoe te disponeeren over de capitalen van uitlandige personen, welke alhier onder de gemeente waren uitgezet, of zonder eene nieuwe quotisatie uit te schrijven, welke twee resources ons mitsdien nog overblijven, indien* de presente, ongriukkige tijdsomstandigheden ook na het einde van dit loopende jaar nog mochten voortduren en de noodzakelijkheid kwam te gebieden daarvan alsdan gebruik te moeten maken" (*).
Voorloopig bepaalde Daendels zich tot het in hoofde dezer aangegeven middel, ten gevolge waarvan op S7 Herfstmaand 1810 in 's Lands kas waren gestort:
1,102,799 : 18 : 8 rijksdaalders, papieren geld 62,294:567, • zilver
Zie ook 14 September en 14 October 1809, 24Hooimaand 1810 en ~- Grasmaand 1811.
4- Louwmaand. Voorschrift nopens arahrvaten.
Nadien ons is te voren gekomen, dat bet verbod, voorko-
(') De bewoste begrooting liei Daendels pubHoeeren io de BaUviasehe Kolo- niale GoqraoC fan i9 Loowmaand iSlO.
- H. W. OAENDCLS. 7
mende bij placcaat dezer regering Tan den 18**" van Zomermaand 1798 en bij nadere pnblicaiie tan den 9^ fan Grasmaand 1799, tegen het debiteren van arak in onge(^ikt vaatwerk meerendeels boiten observantie is geraakt» zoo is, ten einde hierin te voorsten, op den 6*^ dezer nciaand in Rade van Indien besloten te bepalen, gelt|k bepaald wordt bij dezen: dat de araksbranders de arak in geen ander vaatwerk zullen mogen debiteren dan in heele leggers van 388 en van 360 kannen en halve leggers van 194 en 180 kannen, mitsgaders in heele en halve amen van 90 kannen de heele en 45 kannen de halve aam, ieder kan gerekend op tien muisjes, mits deze bede en halve leggers en heele en halve amen alvorens door den gezworen eikmeester geêikl en gebrand worden met een distinctief merk, ten blijke, dat zij de bepaalde maalhoudeUy op poene eener boete van honderd zilvere ducatons, de helft ten behoeve van de stads kas en de andere helft ten behoeve van den officier of dengeenen, die de calange zal doen, voor iedere heele of halve l^ger of heele of halve aam, die na verkoop en aflevering uit de eene of andere branderij be- vonden zal worden ongeêikt te zijn, boven de confiscatie van zoodanig ongeêikt vaatwerk met of zonder arak, ten voor- deele van en te verdeelen als boven.
Wordende de respective officieren van justitie en speciaal de havenmeester en sabandhaar en licentmeester alhier gelast op de executie dezes naauwkeurig te letten en tegen de con- traventeors te procederen tot de gestatueerde boete, zonder eenige conniventie of gratie.
£n ten einde hiervan een iegelijk kennis erlange, zal deze worden afgekondigd, mitsgaders zoo in de Hollandsche, als inlandsche en Ghineesche talen worden aangeplakt der plaatse gebruikelijk.
6 Louwmaand. Voorschrift nopens verantwoordingen van houtwerken.
Is besloten te bepalen, dat bij de jaariijksche verantwoor-
8 1810. H. W. DAENDEL8.
dingen der houtwerken, die in de verschillende departementen ten dienste yan den Lande zijn verbruikt, distinct zal moeten worden aangewezen het emplooi, *dat daarvan gemaakt is, met autorisatie op de generale rekenkamer met vergoeding te belasten de zulken, welke door een roekeloos misbruik eene blijkbare schade aan den Lande hebben toegebracht.
6 Louwmaand. Strafbepalingen op het verbergen van militaire deserteurs.
Ztjne excellentie, ofschoon hebbende moeten afkeuren het emaneeren door den prefect van Java*s Oosthoek van een billet, houdende bepaling van onderscheidene, crimineele straffen tegen het ophouden en niet oyerleveren van militaire deserteurs, de dato 24 van Slachtmaand jongstleden, als een onbevoegde daad zynde, welke alleen is van de competentie van het gouvernement, nogtans aan de andere zijde considereerende, dat eene openbare improbatie en eene verplichting in dit geval voor den prefect om het gedachte, reeds gepromulgeerde billet wederom in te trekken hem in 't oog van zijne ondei^e- schikten ten hoogste zoude compromitteeren en van een na- deeligen invloed zou kunnen zijn op de uitoefening van het hem aanbetrouwde gezag;
heeft besloten, om de aangehaalde redenen, in het arresteeren en afkondigen yan het voorschreven billet te berusten en hem te libereren van alle actie dien aangaande, met permissie Toor den prefect om hetzelve billet voor eerst in werking te hiten, mits daaromtrent de noodige moderatie gebruikende.
Het Soerabaijasche stuk is niet aangetroffen.
8 Louwmaand. Wijziging der instructie voor de i^com^ ^missarissen ter maand'* uit het coUegie van Schepenen.
Dit collegie bepaalde:
Art« 1. De yisitatien van de burger boeyen, blokhuis van
- H. W. DAENDEL8. 9
den heer bailliiw, stedelijk hospitaal, vleesch-hal, bruggen, beschoeijingen, wegen en gragten in de stad, Zoider Toorstad, Cbinesche campong en de stads environs, voor zooverre de jurisdictie van Schepenen zich uitstrekt, item de praauwen-' buisjes zuUen door dezelve eens ter maand geschieden en door bun Edelens» ter eerster vergadering na het eindigen vao de maand hunner commissie, van hunne bevinding en aan welke defecten de voormelde gebouwen laboreren, zoomcde wal hun bij die visitatie verder van opmerking is voorge- komen, distinct rapport gedaan worden bij een geschrift, hetwelk zal moeten onderteekend zijn door een der gezworen klerken, van welke hun Edelens zich bij die visitatien zullen doen adjungeren en waartoe ook een der geregts-bodens hun zal moeten ten dienste staan.
Art. 2. De visitatie bij de gezamentlijke broodbakkers ter onderzoek, of het brood het bepaalde gewigt houdt en tegen geen hooger dan den vastgestelden prijs wordt verkogt, zal door hen, met en benevens den heer bailluw, len minsten eens ter maand geschieden, op zoodanigen dag, als door dien officier met convenientie van hun Edelens zal worden bepaald, en van hunne bevinding na het volbrengen derzelve aan den heer president mondeling rapport wojden gedaan.
Art. 3. De criminele commissien, welke des avonds na 10 uren mochten noodig zijn, zullen mede gedurende den loop dier maand bij hen waargenomen worden, gelijk ook de heer officier, die in dezelve fungeert^ zich aan hun Edelens , zal adresseren ter obtenue van de nodige provisien, om welke te verleenen zij, commissarissen, bij dezen worden geautoriseert, mits daarvan des anderen daags morgens, met en benevens den heer officier en adjunct, aan den heer president rapport worde gedaan, om verder te beraamen hetgeene dat nodig is.
En zullen ten dien einde de gemelde beeren gecommit- teerdens gedurende de maand van hunne beurt nabij de stad dienen te vemagten, dan -wel zorgen, dat zulks, in hunne plaats, door andere der beeren leden geschiede, dewelke in zulkm gevalle, na voorgaande kennisgave aan den beer
10 IdlO. H. W. OAENDELd.
president, daartoe, iiiYoegen voorz, insgelijks zullen zijn ge- autoriseert; de recollementen in ci?ile zaken, de commissien ten fine van accoord or onderzoek, zooveele als er in de maand ?an hunne beurt zijn gedecerneert, zullen door hen gezonden (sw) worden, waartoe hun Edelens vier maal 's maands of ieder Vrijdag ten sladhuise zullen vaceren.
Art. 4. Het passeren van scheepen-kennissen, koop- en emancipalie-brieven zal mede ten hunnen overslaan geschieden, waaromtrend hun Edeleüs zich stiptelijk dienen te regu- leren na de resolutie hunner hoog Edelheden van den S5^° Maart 1708, item de resolutien van dit coUegie van den a9«° Augustus 1672, 15 Mei 1675, 10 September 1777, 12 item, 26 JanuariJ en 9 Maart 1778, zoomede van den 9*° April 1781, waarvan een stel autentieke copias aan dezen zijn geannexeerd.
Art. 5. De heeren commissarissen, in wier maand zulks invalt, zullen voorts tweemaal 'sjaars ten gewone ure op het stadhuis vaceren bij het eiken van maten en gewigten, item eens 'sjaars bij het eiken van 'sLands gewiglen, het monsteren der praauwen, den opneem van het secretariaat, zoomede de examinalie der door den secretaris gehouden wordende boeken, zoo omtrent stads-cassa, als de insolvente boedels, item tweemaal nog de boeken van den post-roeester volgens instructie en alle andere, gewoonlijk voorvallende zaken, gelijk vendutien, civile execulien, het examineren der onkost-rekeningen of declaratien en wat dies meer zij, te weten, indien daaromtrent geene speciale benoeming van aparte commissarissen geschiedt. ,
8 Louwmaand. Vervallen verklaring van een Soloschen rijhbesiierder van zijne waardigheid, *voor zoo ver y>hel BoUandsche gouvernement betreft**.
Het merkwaardige besluit van Daendels ter zake luidt, als volgt: Zijne excellentie, bij eene missive van den prefect van
- H. W. OAENDÉL8. 11
Paecalongang in dato 96 van Wljnmaand anno passato geïn- formeerd zijnde geworden, dat ingevolge van de order, welke liij, prefeet, gegeven had, dat geene gewapende lH>ven- landers zijn prefectnre zouden mogen passeeren, vier inlanders uit hel Solosche district Dalimaas, gewapend met pieken, krissen, geweeren en andere wapenen, eigen aan landroovers en brandstichters, in het Batangsche district waren opgevat en een van deze vier suspecte personen, die zich feitelijk had te weer gesteld, was nedergelegd, en dat de ingebei van gedacht district Dalimaas, in name Djaing Patti), herhaalde reizen de gedachte opgevatte personen hebbende gereclameerd, hij, prefect, om de hooge toon, waarop de recbme was geschied, geoordeeld had daaraan niet te moeten defereeren, welke weigering de ingebei zoodanig scheen te hebben verbitterd, dat hij zich niet ontzien had eene order te geven aan de zijnen om de Batangsche tirapangers of wachters op de grensscheidingen om het leven te brengen, met gevolg, dat btj, ingebei, een derzclver door geweld in zijn macht gekregen en over de grenzen had laten vervoeren, alwaar dezelve op eene gruwelijke wijze, als het ware, was geslacht en het lijk verscheidene dagen bewaakt, op dat hetzelve niet zoude worden weggehaald en begraven ;
op welke informatie zijne excellentie aan den minister aan het hof van den keizer te Souracarta de last gegeven heeft om te zorgen, dat meermelde ingebei uit zijne dessa werd gelicht, de dessa zelve verbrand en de rljksbestierder aan voorschreven hof, onder te kennengave van het hoogst onge- noegen van zijne excellentie, zoo over het bedrijf van dien ingebei, als over de herhaalde hostiliteiten der Solosche onderdanen op 's gouveméments territoir, verder verant- woordelijk gesteld, dat de grenzen van dergerlijke, slechte hoofden werden gezuiverd; en daarna op het ontvangen rapport van wehuelden minister in dato 27 van Slachtmaand jongstleden, dat meermelde* ingebei op last van den Keizer geapprehendeerd en naar Solo in hechtenis was overgebracht, hem, minister, heeft geautoriseerd om als plichtmatige vol-
IS 1810. H. W. OAENDELS.
doening van het Hollandsche gouvernement over den euvelmoed, door gedachten ingebei bedreven, bij den Keizer op de dood* straffe van denzelve aan te dringen en den rijksbestierder verantwoordelijk te houden voor het ecbaperen van den ingebei, ofschoon zijn broeder zijnde en door het huwelijk aan een der voornaamste regenten van Soerakarta verwant;
welke aanschrijving sedert is gevolgd door eene nadere ken- nisgave van den minister te Soerakarta bij brief van den 6''" van Wintermaand, houdende, dat de Keizer geen oogen- blik geaarseld had om aan den eisch van zijne exceUentie te voldoen en dadelijk het besluit had genomen om den ingebei Djaing Patty met ballingschap naar het landschap AJie te straffen, hetwelk de leuze was van het doodvonnis tegen alle misdadigers, die uithoofde van hooge geboorte of afkomst niet openlijk werden terecht gesteld, als wordende in zoodanig geval onderweg naar gemeld landschap gewurgd of gesteenigd, waarin door zijne excellentie is berust, mits de executie door den secretaris of iemand van zijnentwege werd bijgewoond;
en alsnu door zijne excellentie ontvangen zijnde eene missive van meerroelden Minister aan 's Keizershof dd. 5 dezer, houdende aanbieding van en referte tot een daarbij overgelegd extract uit een aan hem geschreven brief door zijnen secre- taris, Servatius, blijkens hetwelke hij, secretaris, aan den rijksbestuurder te Soerakarta, ingevolge het verlangen van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Geueraal, gecommuniceerd hebbende, dat de luitenant adjudant Dezentje de commissie zoude vergezellen, die door Zijne Hoogheid den Keizer tot de uitvoering der doodstraf aan den ingebei van Dalimaas, Djaing Pattij, zoude worden afgezonden, daarop de verzekering van den rijksbestierder had erlangd, dat hij hem van den tijd van het vertrek der gedachte commisie zoude prevenieren, dan dat, in stede van deze zijne verplichting en belofle na te komen, gemelde secretaris kort daarna tot zijne uitei^le bevreemding van Zijne Hoogheid den Keizer had vernomen, dat de voorschreven commisie bereeds eenige dagen
ISIO. H. W. OAENOCLfi. 15
was TerlrokkeD, op welk berigt hij zijne verwondering aan den vorst had te kennen gegeven over het in dezen door den rtfksbestierder gehouden, strafwaardig gedrag en met genoemden vorst veas overeengekomen den adjudant Üezentje alsnog ten eerste te doen vertrekken ten einde, des mogelijk, de commisie in te halen en aan de hem opgedragen last te kannen beantwoorden, waartoe hij door Zijne Hoogheid den Keizer was gemunieerd geworden met een open brief van geleide aan den hoofd regent van het' district, werwaarts de commissie vertrokken was, houdende last om, bij aldien de executie van den ingebei Djaing Pattij bij aankomst van gedachten adjudant nog niet was volbracht, dezelve alsdan in zijne presentie te laten ten uitvoer brengen en in contrarie geval aanwyzing te doen van de plaats, waar de strafoefening was geschied, gelijk mede van de personen, die het vt)nnis uitgevoerd, en van degeenen, die daarbij als getuigen waren t^enwoordig geweest, mitsgaders van de plaats, alwaar gedachte ingebei was begraven;
overwegende, dat, hoewel het gouvernement alle reden heeft van tevreden te zijn over de conduite, in dezen door Zijne Hoogheid den Keizer gehouden, en door de laatstelijk genomen maatregel zich misschien nog zekerheid zal kunnen verschaffen, dat aan hare vordering na behooren is voldaan, nogtans het gedrag van den rijksbestuurder zoo allezins slecht, misleidend en trouwloos is en zoovele blijken draagt van onverschilligheid en ontrouw voor de belangen van Zijne Majesteit den Koning van Holland, onaangezien hij, als rijksbestuurder, tot hoogst denzelve in een gelijke betrekking staat als tot Zijne Hoogheid den Keizer en bij plechtigen eede zich tot trouw en ge- hoorzaamheid aan het gouvernement verbonden heeft, dat hij zich geheel onwaardig en ongeschikt heeft gemaakt om een oogenhiik langer zijne functien als rijksbestuurder van wegens dit gouvernement te kunnen bekleeden of verder admissibel is om de interprete te zijn van den Keizer bij bet gou- vernement;
heeft liesloten voormelden rijksbestuurder vervallen te ver-
14 1810. H. W. OAENOEL8.
klaren Tan zyoe waardigheid, voor zoorer het Hoilandflche gouTemement betreft, met verbod aan den minister te Soer»> karta om hem daarin verder te erkennen en met last om van deze dispositie aan Zijne Hoogheid den Keizer kennis te geven» zoowel als dat zijne excellentie van hoog genoemden vorst vertrouwt, dat hij volkomen de billijkheid en nood- zakelijkheid van dezen maatregel zal toestemmen en met geeo minder indignatie als zijne excellentie over de schandelyke conduite van weimeiden rijksbestuurder zal zijn vervuld eii, gevoelende, dat het gouvernement gedachten rijksbestierder niet meer iu deze zyne qualiteit kan admitteeren, zelfs niet als interprete van den vorst, mede van zyne zyde tot het ontslag van den meergedacbten ryksbestuurder zal coopereren en een ander, vigUanl regent tot rijksbestuurder aan zyne excellentie zal voordragen, die zoowel het vertrouwen van hoogst denzelve als van Zyne Hoogheid waardig is.
9 Louwmaand. Bepaling^ dal aan alle^ van LanJbh wegen gesalarieerde rapporl^gangers, in plaats van 1^1^, 10 rijksdaalders^ papieren geld, 'smaands zouden uilbetaald warden.
Zulks geschiedde, »uit consideratie van de toegenomene •duurte van alle behoeften, waar door zy, van hun tegens- »woordig tractement niet kunnende bestaan, van tyd tot tyd «verzoekende waren om hun ontslag*'.
12 Louwmaand. Gelijkslelling van de inlandsche christen officieren bij het tweede gamizoens-regimenl, wal hunne Iractemenlen betrof, met de Europeesche officieren.
13 Louwiuaaiid. Uitroeijing van peper-ranken in koffij* tuinen, enz.
Is besloten alle zoodanige peper-ranken, welke geen voor» deel meer aan den Lande afwerpen en tot nadeel der koffij-
- H. W. OACNDCLS. 1$
culture strekken, te laten uitroeien, mitsgaders de peper4uineo, welke, oüsciiooo daarin geene koiBj-boomen geplant staan, in* gelijks geene Toordeelen meer geven, te doen omkappen en de gronden aan de gemeene Javanen Ie dislribueeren ten einde tot rijstvelden or andere cullures te worden ge- emploijeerd.
13 Louwmaand. Voorschrift nopens den aanplant van koffij.
b besloten den inspecteur-generaal over de koffij-cultuor, uithoofde van gebrek aan gronden in sommige districten, welke tot de kotfij-culture geschikt zijn, te qualificeeren om in zoo- danige districten voor het vervolg tusschenplantingen te laten doen en wel in ieder nieuw aangelegde plantagie in de diepte tusschen de koffijplantjes, die op 8 voeten staan, nog een koffij-boom» waardoor de koffij-boomen alsdan in de diepte op 4 en in de lengte op 8 voelen te staan komen, hetwelk volgens verklaring van gemelden inspecteur-generaal geen nadeel aan de overige koffij-boomen oï de leverantie van dat product zal veroorzaken, gelijk in het regentschap Tjie-andjoer door de ondervinding bewezen vras.
13 Loawmaand. Oprichting van kleine koffij-pakhuizen over geheel Java.
Is besloten te bepalen, dat kleine pakhuizen op het geheele eiland Java, welke tot faciliteit van den inlander en van den inzaam der koffij op verre afgelegene plaatsen zijn aangelegd of nog zullen worden aangelegd, voorzien zullen moeten zijn van schalen en gewichten, de gewichten van koper of bij gebrek van dien van lood of steen, in welk laatst geval dezelve een merk van den prefect zullen moeten hebben, hetwelk de zwaarte daarvan aanduidt.
15 Louwmaand. Voorschrift nopens eischen in regten. Te meermaaleu en uu wederom onder het houden der rolle
16 1810. H. W. OAENOEL6.
door den heer president [van Schepenen] opgemerkt zijnde het misYeretand, dat zou kunnen ontstaan uit het ingesioopeD verzaim van de practisljns om, wanneer zij door delay om een of ander oorzaak iemand voor de tweede maal rauwelyks ter roUe brengen, slegls denzelven citeeren om zig op den ingedienden eisch te verklaaren, sonder aanhaling van de materie, waarover, nog de datum van den regtdag, wanneer zoodanige eisch is gediend, zoo wierde conform zijn WelEdelens voorslel goedgevonden en verstaan de gezamentlijke prac- tisljns te injungeeren om voortaan, met bekendstéUing vau den datum van den eeraten regtdag, wanneer de zaak ter rolle gebragt is, agter de woorden : om zig op de ingediende eijsch te verklaaren^ te herhaalen: en dienvolgende als nog te hooren concludeeren, dat enz.
16 Louwmaand. Voorziening in recruten voor het leger.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat de inlandsche regenten bij hunne aanstelling als zodanig thans bevrijd zijn van alle eontributiên en fournissementen, waardoor zij bevorens gedrukt werden, het in de tegenwoordige omstandigheden van oorlog allezins pligliglljk en met het belang van den Lande, zowel als met dat van de inlandsche regenten zehe overeenkomstig is, dat de nieuw. aangesteld wordende regenten aan den Lande een hommage doen van recruten, te meer gansch Java actueel met geen andere recrutering is belast, als voor zoover nodig is tot completering der twee guarni- zoens-regimcnten te Sourabalja en ie Samarang en van de twee bataillons artillerie aldaar;
heeft besloten, dat voortaan en gedurende den presenten oorlog de Sultans van Cheribon en de regenten van de prefectures van Java's Noord-Oostkust, zoo mede die der Cheribonsche Preanger regentschappen, bij hunne aanstelling als zoodanig, bij wege van hommage aan den Lande zullen leveren uit de regentschappen, die eene bevolking hebbeo van vijftig duizend zielen en daar boven« twee hondert en
- H. W. DAENOEL8. 17
uit de F^ntsehappeD^ beneden de vijftig duizend zielen gepopnieert, een honderd recruten, allen jong en kloek Tolk, welke door gedachte Sultans of regenten voor den tijd Tan ▼ier jaren vrijwillig zullen moeten worden getagageerd, terwijl de kosten en risico van den overvoer naar de hooldplaats zullen worden gedragen door den Sultan of regent, die de bezorging incumbeert.
17 Louwmaand. Reglement voor het labaratarium te Samarang,
Art 1 . Het laboratorium staat onmiddelijk onder de directie van den kommandant der artillerie.
Art. % Wanneer er werkzaamheden voor het laboratorium zijn, zal dagelijks een kundig oiBcier der artillerie gekomman- deerd worden om het opzicht over deze werken te hebben.
Art. 3. Er zuUen voor de ordinaire werkzaamheden aan bet laboratorium een Europeesch bombardier en twee Euro- peesche kannoniers geattacheerd zijn, doch, ingeval van vele en extra-ordinaire werkzaamheden, zal men daartoe dagelijks manschappen uit de aanwezige artillerie kommandeeren, welke boven hunne ordinaire gage zullen genieten aan toelaag:
een bombardier 's daags rd* 16 stuivers koper geld,
een kannonier • . • 6 » •
Art. 4. De werkzaamheden in het laboratorium bestaan in het aanmaken van alle ammunitie, zoo voor de artillerie, ab infanterie, als ook het aanmaken der ernst- en andere vuurwerken; dit geschied onder opzicht van den kommandant der artillerie; en de kapitein, gechargeerd met de administratie, beeft daarmede niet verder te doen als dezelve, na de aan- making in het magazijn, bij zijne boeken in te nemen en vervolgens de behoorlijke zorge voor derzelver onderhoud te dragen.
Art. S. De benoodigdheden tot aanmaak van het in 't vorige artikel genoemde zullen door den kommandant der artillerie, op last of qualificatie van den chef der divisie, uit de arlillerie-
PLlftAlT-fiOfil DUL XVI. 2
18 1810. H. W. DAÊNOCLS.
magazijnen ontvangen en door hun zoodbnig verantwoord worden; zullende de kommandant der artillerie voorts ver- pligt zijn van alle de in deze administratie verwerkte en aangemaakte goederen behoorlijk boek te houden om, even als vao alle andere administratiên, aan de visitatie der generale rekenkamer te worden onderworpen.
Art. 6. De kommandant der artillerie zal, zoodra er werkzaamheden in het laboratorium zijn, dagelijks van het geen den vorigen dag verrigt is rapport maken aan den kommandant der divisie en op het einde der maand eene opgave van zijne verrigtingen en restanten aan het bureau van genie, artillerie en militaire mouvementen inzenden.
Art. 7. Alle uitgeleverde ammunitie uit bet laboratorium zal moeten gemerkt worden met het jaargetal, wanneer hetzelve is aangemaakt, en den naam van den bewerker, terwyl de kapitein, gechargeerd met de directie over de artillerie, aUe gelaboureerde ammunitie en emst-vuurwerken open zal ontvangen en voor het caliber na den ontvangst alleen ver- antwoordelyk zQn.
Een ongedagteekend reglement voor het laboratorium te Weltevreden is opgenomen in Daendels, staal der Ned. 0. 1. bezitt., Bijlagen III, militaire zaken, armee te lande, n®. 4'2.
17 Louwmaand. Reglement voor de bom- en kogeUgieicrij te Samarang.
Art. 1. Het personeri van de bom- en kogel-gieterij zal
bestaan uit: een directenr, die, behalven bet tractement, aan zijnen
rang verknogd, tot nader ordre genieten zal een daggeld
van vier rd* zilver, een baas, 's maands rd* 40 half zilver en half koper, een meesterknegt • W • • • • » aefat smids, ieder 's maands rdMO koper,
een loera, • » » ^Vi ■
honderd battoors, » » » 6 •
- H. W. OACNOÊLd. 10
Art. a. Het loon Toor 't gieten yao kogels en bomben blijft bepaald volgens besluit van zijne excellentie den Maarscbalk en (jouverneur Generaal van den O""" Maart 1809 tot op twee en een half rd', koper geld, voor honderd ponden ijzer aan ge- goten kogels en drie rd"* voor honderd ponden Qzer aan ge- goten bommen.
Art 3. Zonder de tegenswoordige werkzaamheden daarom oit te stellen of te vertragen zal men dadelijk een begin maken om in de gieterij smelt-ovens of fornuizen met over- hangende gafiUb op te riglen, van zoodanige grootte en con- stmctie, dat in ieder derzelve 56 a 40 kroesen staan kannen, welke ovens met een goede, Ëuropeesche blaasbalk aan weers- kanten zullen voorzien zijn, instede van de gebrekkige, Javaanache blaasbalken, ten einde den gloed zoodanig te vermeerderen, dat men, zonder veel meer kolen daartoe noodig te hebben, zelfs het oud kanon ijzer tweemaal daags zal kunnen smelten.
Art. 4. De directeur zal byzonder letten op het maken der vormen, zullende de boute klossen voor 't kalibw der bomben by derzelver aanmaken ten nauwkeurigste gevormd en van tyd tot tyd op nieuw worden geverifieerd, ter voor- koming, dat met de minste onnauwkeurigheid in dezelve op het kaliber influenceere en de metale vormen met kleine gietmonden voorzien zyn en goed op eikanderen sluiten, zoodat de kogels niet scheef of baardig, maar geheel rond en glad worden, ten einde daardoor den tyd te besparen, welke aoderzins met het aCsnyden dezer baarden en te breede sleelen en vooral met het effenen der kogels van klein kaliber verloren gaat.
Art. K. De regenten van Galiwongo en Kandal zullen verpligt zyn aan de gieterij te leveren zes en twintig pikol houtskoolen tegens twintig stuivers, koper geld, de pikol van 18B S.
Art. 6. Het oud yzer geschut, 't welk aan de kogel-gieterij wordt afgeleverd, zal by de boeken der artillerie stuksgewyze a%escbreven, maar uit de artillerie aan de gieterij wel stoksgevrijze, doch met specificatie van elks gewigt worden uitgereiki; en zal hiervan door den commandant der artillerie
20 1810. H. W. OAENOËL8.
en den directeur der kogel-gieterij aan den commandant der divisie rapport gemaakt en aan den boofd-adminislrateur kennis gegeven worden.
Art. 7. Daar de ondervinding geleerd heeft, dat er bij het smelten van het oud ijzer geschut een aanmerkelijk verlies plaats heeri, zoo wordt aan den directeur eene korting of tarra van veertig percent daarop toegestaan, dewelke in rekening zal mogen worden geleden, alsmede eene spillage van vijf en twintig percent voor het verwerken van ander Ijzer tot kernstangen, ooren voor bomben en bet noodige gereedschap voor de gieterij, waarvoor het ijzer door den directeur aan den commandant der divisie gevraagd en bij zijne rapporten behoorlijk zal worden verantwoord.
Art. 8. De directeur zal verpligtzijn alle de verbeteringen, waarvoor hij zal bevinden, dat dit etablissement vatbaar is, aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal voor te dragen.
Art. 9. De directeur ontvangt geene andere orders als van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal, bet bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen en van den .chef der divisie.
Art. 10. Wanneer een zekere kwantiteit kogels, bomben, etc. gegoten zijn, doet hij daarvan rapport aan den chef der divisie, die den commandant der artillerie gelast om dezelve onder zijn opzicht door eene commissie van twee officieren te doen examineeren, die van hunne bevinding schriftelijk rapport doen, waarna de kapitein, met de administratie der artillerie belast, dezelve onder zyne behering zal overnemen en, de gegotene kogels en bomben goed en conform bevindende aan het rapport der voorschreven officieren, daarvoor verant- woordelijk zijn en de order geven zal om de gegotene en goed bevonden kogels en bomben te ontvangen.
Art. 11. De directeur van de kogel- en bomben-gieterij zal zijne boeken en administatie inrigten na de nieuwe b^ palingen en bovendien weekelljks rapport doen van het gedane werk aan den chef der divisie en maaudelyks eene opgave
1810 H. W. DAENDCL8. 21
Yan zijne restanten en van z^ne verrigtingen inzenden aan bet bureau iran de genie, artillerie en militaire monvementen, zoo- mede om de drie maanden aan de generale rekenkamer en den hoofd-administateur te Samarang, navolgens bet gestatuêerde voor alle comptabelen.,
17 Louwmaand. Reglement voor de adminislratie der artillerie- en wapen-kamer te Samarang.
Art. 1. Een kapitein der artillerie uil bet guamisoen te Samarang zal aldaar de directie hebben over de artillerie- magazljnen, wapenkamer en administratie-goederen, welke directie zig voorts zal uitstrekken over de forten en buiten- posten, onder de militaire divisie van Samarang gehoorende.
Art. 2. Zijne werkzaambeden zullen zijn te verantwoorden en te onderhouden alles, wat. tot de artillerie, wapenkamer en ammunitiofoederen behoort; op de forten en batterijen in en buiten Samarang zal hij zich door de aldaar komman- deerende officieren een exacte inventaris en maandelijks een berigt van den staat der artillerie, ammunitie en magazijn- goederen laten geven, waarna hij dezelve bij zijne boeken zal innemen en met welke berigten hij zich verantwoorden zal.
Art. 3. Tot onderhoud en conservatie der goederen, onder zijne directe administratie gesteld, zal hij, kapitein, zorgen, dal de ijzere kanons, mortieren, bomben, enz. van. het roest gezuiverd en daartoe de noodige instrumenten, voor zoover dezelve niet aanbanden zijn, aangemaakt worden; dat voorts al het IJzer geschut behoorlijk met ollj worde ingewreven, de affuiten met een mengsel van djarak-ollj en gebrande bamboes aangestreken en dat vervolgens van drie tot drie maanden alle goederen worden nagezien, gezuiverd en, zoo dikwerf noodig, met olij bestreken.
Art. 4. Zoodra er eenige hoeveelheid onbekwame goederen bijeen verzameld zal zijn, zal hij, kapitein, verpligt zijn bij den kommandant der divisie te verzoeken om een commissie van artillerie-officieren tot viisitalie van c|ezelve, welk ver-
32 1810. H. W. DAENDElS.
zoek dóór den kommandant der divisie zal worden gesteld in banden van den kommandant der artiQerie, met last de voorschreven commissie te benoemen onder zijne surveillance ; bet schriftelijk rapport van welke commisie door den komman- dant der artillerie wederom overgebragt zijnde aan den chef der divisie, zal hetzelve door laatstgemelden aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal worden aangeboden ter verdere dispositie.
Art. 6. Alle zes maanden zal de kommandant der artillerie eene generale inspectie doen over alles, wat lot de artillerie behoort, en van zijne bevinding rapport doen aan het bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen.
Art. 6. In voorschreven zijne werkzaambeden zal hij, kapitein, independent zijn van den kommandant der artillerie en uit dien hoofde ook personeel voor zijne administratie verantwoordelijk zijn; doch zal gemelde kommandant het regt van inspectie daarover hebben en bij, kapitein, verpligt zijn hem den toegang tot alles, zijne administratie betreffende, en alle de gevraagde elucidatiên te geven, ten einde na be- vinding van zaken de rapporten of voorstellen daarover aan den kommandant der divisie of bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen te kunnen doen.
Art. 7. Het vei-vaardigen van gevulde en scherpe cardoesen, ernst- en andere vuurwerken in het laboratorium moetende geschieden, zal de kommandant der artillerie zulks laten verrigten en hij, kapitein, na de aanmaking in het magazijn dezelve bij zijne boeken innemen en vervolgens de behoorlijke zoi^e voor derzelver onderhoud dragen.
Art. 8. Hij, kapitein, zal de boeken der artillerie zelf houden en zoodanig inrigten, als bij besluit van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal van den 21"^ December 1808 is bepaald, en maandelijks eene opgave van zijne restanten inzenden aan het bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen.
Art. 9. Uitgenomen op directe order van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal, ém ebef van den
- H. W. OAENOEL8. S5
generalen staf ed deo konmaDdfliit der divisie, zal hij, kapitein, geene verstrekl&ingeo of aanmakingen van goederen mogen doen, van wat natuur dezelve ook mogten wezen.
Art. 10. Alle afschepen van arüUerie- en ammaaitie-goe- deren naar Batavia, den Oosthoek, de Molaccos of elders zullen geschieden in presentie van twee, daartoe door den kommandant der divisie benoemde oflBcieren, waaronder ten minsten een officier der artillerie, die aan gameiden kommandant een schriftelijk rapport zullen indienen van den staat, in welken deze goederen zyn afgescheept.
Art. 11. Wanoeer daarentegen de artillerie- en ammitnitie- goederen van elders worden aangebragt en de staal, waarin zij zich bevinden, niet overeenkomt met die, welke in de geleide-brief, factuur of andersints vernield staat, aal hij, kapitein, dezelve niet mogen ontvangen, als na daarvan aan den komniandeerenden officier rapport gedaan te hebben, die als dan twee officieren der artillerie zal committeeren om den slaat van deze goederen te verifieeren en daarvan schriftelijk aan liem rapport te dóen, van welk rapport mede een afschrift aan den hoofd-administrateur zal worden overgelegd, welke, de zaak onderzogt hebbende, daarvan een proces-verbaal formeert, waarvan extracten, zoowel aan de generale directie, als aan liet bureau van degenie, artillerieën militaire mouve- menten en aan den afzender zullen worden gezonden.
Art. 12. Alle tarieven nopens te doene verstrekkingen en gepermitteerde afschrijringen worden bij dezen verklaard te zijn vervallen, zullende voortaan bij aanmaking of reparatie van goederen geene andere spillagiên of afschri]vingen worden geaccordeerd, dan voor hetgeen werkelijk verbruikt of verspilt is en ten dien einde, bij aanmakingen of reparatie van eenig belang, de benoodigde materialen en ijzerwerken daartoe worden verstrekt ten overstaan van twee gecommitteerde oiBcieren der artillerie, door den kommandant der divisie daartoe te benoemen, en ten overstaan van dezelfde commissie wederom worden vertoond en ter schale gelegd^ nadat dezelve bewerkt en gereed zijn om in eikanderen ie worden gezel,
24 1810. H. W. DAENDELS.
wanneer na de bevinding dezer commissie de afschrijvingen der geledene spillagie en verbruikte materialen door hem, kapitein, bij de boeken zal worden gedaan op grond van het rapport der voornoemde gecommitteerden, gefiatteerd door den kommandant der divisie, waarvan het dubbeld onder hem, kapitein, tot zijne verantwoording zal blijven berusten en nevens zijn boeken tot justificatie aan de generale reken- kamer zal worden overgelegd.
Art. 13. Tot het houden der boeken en het waarnemen van het verder noodige schrijfwerk zal aan hem, kapitein, een kleric worden toegestaan.
Art. 14. Het personeel in deze administratie en de tracte- menten, aan hem toegelegd, zullen bepaald zijn, als volgd:
de kapitein, boven zijn vast tractement, tot tegemoed- koming voor de extra onkosten van rijtuig als andersints, 's maands rd* 100
de klerk • 50
een Europeesch bombardier • SO
drie smids » 10
vijf timmerlieden » 10
tien battoors » K
half zilver en half papier voor de twee eersten, half zilver en half koper voor den bombardier en geheel koper voor de overigen.
De Europeesche bombardier zal voorts genieten 40 firyst, drie kan arak, drie ft zout en twee kan klappus-oly 's maands.
Art. 15. De jaarlijksche verstrekkingen voor hem, kapitein, worden bepaald, als volgd:
twee riem klein formaat schryf papier,
drie bossen penneschagten,
vijf en twintig kan lamp-olij of klappus-olij voor de smid^ werken,
twee vaten of tonnen Javasche talk tot onderhoud der afliiit-assen,
twee honderd kannen djarak-olij tot smering der affuiten, tweemaal 'sjaars.
- H. W. OAENOEL8. SB
een agste vat harpais tot het soldeeren der blikkegereed- schappen, het inwendig voorzien van bomben, grenaten» enz.»
twaalf verfkwasten,
twaalf rotting-manden in soort,
negen bossen bezems voor het magazijn.
ArI. 16. Alle vorige reglementen, tarieven en bepalingen betrekkelijk de artillerie worden hiermede voor vervallen verklaard, reserveerende zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal aan zich om hierin zoodanige alteratiên en ampliatiên te maken, als zal worden bevonden te behooren.
Een dergelijk, maar ongedagteekend reglement voor Batavia is te vinden in Daendels, staat der Ned. O. I. bezit t., Bijlagen UI, militaire zaken, armee te lande, n^. 40. — Zie echter deel XV, bladz. 746—750.
17 Louwmaand. Reglement voor den buskruit-molen te Samarang.
Art. 1. Het personeel van de kruit-molen zal beslaan in: 1 baas, die genieten eal 's roaands rd' 60
half zilver en half papier, 1 meesterknegt « 25
half zQver en half koper, 1 schrijver, welke tevens het werk in het atelier
van reparatie waarnemend aldaar wordt betaald, 14 kruitmakers, ieder » 20
koper, 'smaands, 3 inlandsche kuipers, één a » 10
ea twee a » 8
koper, 'smaands,
1 loera » 7
14 battoors, ieder a » 5
koper, *smaands. Art. 2. Bovengenoemde 3 kuipers zullen worden geêm-
eerd, behalven aan de reparatie,jlevens tot den aanmaak der
26 ^ÖlO. H. W. DAËNOELê.
noodige kruitvaten a 50 IS, waartoe de daigen door den haas der kruit-moleiis bij den commandant der divisie schriftelijk moeten worden aangevraagd met voorkennis van den inspecteur der kruit-molens, die vervolgens op de verwerking en het ge- bruik derzelver letten zal.
Art. 3. Voor de kruit-molen zal alle maanden de volgende verstrekkingen geschieden^ als: 10 kannen lamp-olij,
1 S katoen,
5 bossen bindrottings voor de emmers, putsen, enz., 15 S Javaansche talk of smeer,
4 vadem brandhout van 5 voet hoog en 6 voet lang tol het stoken van de kachel in de kruitstoof.
Alle andere, tot hiertoe gebruikelijke verstrekkingen zullen voortaan cesseeren, zullende de reparatiön door den baas van den kommandant der divisie woi*den aangevraagd, die deswegens orders aan den officier van de genie zal geven.
Art. 4. Wanneer de salpeter gerafineerd wordt, zal de order daartoe tevens een autorisatie behelzen om het noodige hout volgens eene vaste proportie, nader te bepalen, daarvoor te eischen; en als hel een of ander instrument onbruikbaar is geworden, zal de verstrekking of aanmaak van nieuwe bij het niaandelijksche rapport moeien gevraagd worden.
Art. 5. Bij het fabriceeren van buskruit zal de baas van de kruit-molen de volgende proportiën in acht nemen, als:
voor ieder satz van 36 ponden, 27 V4 S salpeter,
3Vi » swavel.
57* * houtskolen.
Art. 6. De ondervinding bewezen hebbende, dat bij de verwerking der ingrediënten tot kruit een verlies plaats vind, zoo wordt voor hetzelve 7 percent toegestaan en bepaald, hetwelk de baas voor laan zal mogen in rekening brengen, mits het mindere ten voordeele van den Lande imiemende.
Art. 7. Dan, zoodra zijn kruit de proeve niet houd of dat de kwaliteit daarvan door vermenging van meerdere
- H. W. DAENDEL8. S7
hoaldLoleii of anderainls yerminderd beToaden wordt, zal de baas, als aau kwade trouw schuldig, ten rigoereusten tot afschrik van aDderen gestraft worden.
Art. 8. De kruitproeve zal geschieden in presentie van de kommaodanten van de artillerie en van den kapitein, ge- ckargeerd met de administratie, en bestaan om met een mortier van 6 d"^. en een lading van 6 lood kruit met een elevatie van 45 graden een Ijzare kogel van 29 pond te werpen;
mft het kanon-kruit op een distantie van ten minsten twintig roeden Rhljnlands,
met het fijne kruit op een distantie van ten minsten zeven en twintig roeden Rhijnlands.
Art. 9. Het kuipen van het kruit in de vaten en het wegen zal geschieden ia presentie van den kapitein, met de administratie gechargeerd, welke dadelijk na den ontvangst voor deszelfs gewigt en voor de qualiteit zal moeten instaan.
Art. 10. Wanneer er ruwe salpeter of zwavel wordt aan- gebragt, zal de commandeerende officier der divisie twee officieren der artillerie benoemen om met den commandant der artillerie de geheele quantiteit of zoodanig gedeelte, als benoodigd zal worden geoordeeld, in hunne presentie door den baas der kruit-molens te laten rafineeren, zullende de sleutels van het rafineer-huis gedurende de christalisatie bij den kommandant der artillerie blijven gedeponeerd.
Art. 11. Men zal de loog den behoorlijken tijd geven om volkomen te christaUseeren en dezelve nog voor de tweede maal opkooken om ze geheel uit te putten, waarna de baas der kruit-molens de gerafineerde salpeter in presentie van den commandant der artillerie en de gecommitteerde otTicieren afweegt en vervolgens bij zijne restanten inneemt.
ArL 12. Van het resultaat hunner commissie geven de commandant der artillerie en de gecommitteerde oQicieren een schriftelgk rapport in duplo aan den chef der divisie, die daarvan een onder zig behoud en het andere overzend aan het bureau van de genie, artillerie en militaire mouve- menten.
98 ^BIO. H. W. DAENOEL8.
Art. 13. Tot het rafineeren yan duizend ponden salpeter wordt toegestaan:
agt vijf en twintigste gedeelte van een pond potasch,
vier en twintig vijf en twintigste gedeelte van een pond aluin,
zes vijf en twintigste gedeelte van een pond Spaanseh groen en een kan wijn-azijn;
tot het rafineeren van vijf honderd ponden ruwe zwavel wordt toegestaan agt kannen klappus-oUj.
Voorts zal ieder vaam kruithout van zes voet hoog en 13 voet lang voor S50 ponden kolen gerekend worden, waarvoor zal worden gevalideerd per vaam vijf rd% zoo als hetzelve tot dusverre geleverd is.
Art. 14. De commandant der artillerie zal inspecteur zijn der werken aan de kruit-molens en maandelijks rapport doen aan den commandant der divisie.
Art. 15. De baas van de kruit-raolen zal zijne administratie inrigten en maandelijks eene opgave van zijne restanten en van zijne verrigtingen inzenden aan het bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen, alsmede aan den hoofd- administrateur en aan de generale rekenkamer om de drie maanden, ingevolge het gestatueerde voor alle comptabelen.
Een dergelijk, ongedagteekend reglement voor de kruit- molens te Batavia is te vinden in Daendels, staat der Ned. O. I. bezitt., Bijlagen III, militaire zaken, armee te lande, n**. SI.
17 Louwmaand. Reglement voor hel reparalie-atelier ie Samarang.
Art. 1. Het atelier van reparatie staat onder de directie van den commandant der artillerie, die gehouden is voor de goede order en de behoorlijke nakoming van dit reglement te zorgen. Art. 2. Het personeel in het atelier zal bestaan, als volgd : een baas op een roaandelljksch tractement van vijftig rd", half zilver en half koper,
- H. W. DAENDEL8. 99
een schrijver dertig rd' 's maands ab voren, die tevens het schrijfwerk op de kruit-molen asal waarnemen,
twee Europeesche geweermakers a twintig rd*, koper, 'smaands,
agt inlandsehe geweermakers.
De twee Europeesen genieten daarenboven veertig ft rijst, drie kan arak, drie ft zout en twee kan klappus-olij.
Art. 3. De schrijver zal onder toezigt en directie van den haas de boeken houden; de Imas van het atelier doet da- gelijksch rapport van zijne verrigtingen van den vorigen dag aan den commandant der artillerie en deze wekelijks aan den chef der divisie; de chef van de divisie voormeld zend maandelijks van dezelfde verrigtingen een rapport in aan het bnrean van de genie, artillerie en militaire mouvementen.
Art. 4. De wapenen der korpsen, welke, hier [Samarang] in gamisoen zijnde, ter reparatie aan het atelier worden af- gegeven, zullen voortaan niet meer bij de boeken van de wapenkamer worden ingenomen, maar op een afzonderlijk boek bekend gesleld worden, ;&oodat tusschen deze wapenen en die, welke in de wapenkamer behooren, geene confusie kan ontstaan.
Art. 5. Alle wapenen, welke door de korpsen ter reparatie worden gegeven, zullen een brieQe op de kolf vast gehecht hebben, op het welke hunne defecten bekend gesteld zijn; de baas blijft verantwoordelijk, dat deze briefjes gedurende de reparatie er niet afgenomen worden.
Art. 6. Wanneer zoodanig wapen-stuk weder terug ge- haald wordt, zal degeene, die daarmede gechargeerd is, de briefes moeten nazien en zich moeten overtuigen, dat de daarop vermelde defecten waarlijk en geheel en al ver- holpen ZlJD.
Art 7. Op gelijke wijze zal worden gehandeld met de wapenen, welke van het magazijn der artillerie ter reparatie aan bet atelier worden afgegeven, zullende de kommies van het artillerio-magazijn verpligt zijn om, zoowel op de terug- ontvangst, als de goede reparatie dier wapen-stukkeu te letten
SO 1810. H. W. DAENDEL8.
en overigens van de directie van het atelier van reparatie geheel zijn afgescheiden.
Art. 8. In aanmerking nemende, dat de aan te makene stukken in zoodanig atelier zoo klein zijn, dat op het ver- werken der materialen een aanmerkeiyk grooter verlies valt, als bij het verwerken van groote stukken plaats vind« zoo wordt de spillagie op het verwerken der metalen bij dezelve bepaald, als volgd:
dertig percent op het nieuw ijzer,
veertig percent op het oud ijser,
vijf en twintig percent op het staal,
vijf en twintig percent op het rood plaat koper en
dertig percent op het geel plaat koper;
echter met dien verstande, dat de baas van bet atelier gehouden zal zijn aUe de metalen, welke hy mogte over- winnen, eerlijk aan het gouvernement te verantwoorden en niet doen strekken tot deszelb particulier voordeel.
Omdat zulks in dit reglement verzuimd was, is op 3 Lentemaand 1810 aan de inlandsche geweermakers der eerste klasse toegekend een tractement van 10 en aan die der tweede klasse van 8'/^ rijksdaalders 'smaands, koper geld.
Een ongedagteekend reglement voor het reparatie-atelier te Batavia treft men aan in Daendels, slaat der Ned. O. I. bezin.. Bijlagen UI, militaire zaken, armee Ie lande, n®. 41. Zie echter deel XV, bladz. 750—752.
19 Louwmaand. Verkoop van een gededie van liet regent* schap Krawang.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : den verkoop van dat gedeelte van het gewezen r^entschap Grawang, 't welk onder de Bataviasche ommelanden is gevoegd, te laten gevolg hebben in zes perceelen, als:
eerste perceel : Oedjong Grawang, gelegen aan den hoek van Grawang, belend enz.;
H. W OAENDEL8 SI
tweede perceel: Tjawaog BoeDgien, gelegen io het Zuid- Oosten Tan het eerste perceel en belend enz.;
derde perceel: Tjikarang, gelegen ten Zuiden van het tweede perceel, en wordt bepaald enz.;
Tierde perceel: Tjibaroessa, gelegen ten Zuiden vaii het derde perceel; en wordt bepaald enz.;
vijfde perceel: Sumadangan, gelegen ten Oosten van het 4'' perceel en bepaald enz. ;
zesde perceel: Waro, gelegen ten Zuiden van het 4® en 5* perceel; en wordt bepaald enz
Ten tweede: te bepalen, dat onder de conditiên van ver- koop ook zal moeten worden gestipuleerd:
dal deze landen zuUen blijven bezwaard niet alle daarop liggende servituten ten bate van het gouvernement, uitge- zonderd de ko(Bj4eelt, en dus ook speciaal, dat de koopers zullen zoi^en, dat 's Lands vaartuigen of dezulke, die met producten of goederen voor gouvernements rekening zijn beladen, in de rivieren, welke door of langs hunne landen loopen, passeeren, dezelve hulpe en bijstand erlangen, als zulks tot heden heeft plaats gehad;
dat de daarover en langs loopende rivieren onbelast moeten opengelaten en nergens eenige thol, onder wat benaming, gebeft worden;
dat de koopers zullen gehouden zijn de publieke wegen, bruggen en sassakken in behoorlijke orde te houden, terwijl de weg na Tanjong-poura langs het noordelijk gedeelte van het 4* perceel, TJibaroessa, alleen door den kooper zal moeten worden onderhouden;
dat van het evengemelde 4<^ perceel één honderd vierkante roeden land zulten onverkocht blyven ter etablisseering van een verblijf voor een onderschout; en dat wel ter plaatse, daar deze thans reeds gezeten is;
dat de koopers, in wier land vuursteenen gevonden worden, dezelve alleen aan het gouvernement zullen mogen leveren, op poene als bij de wet tegen het ter sluik verkoopen van ammunitie of buskruit is bepaald, terwijl het ten allen tyde
52 IdlO. H. W. DAENOEL6.
het gouvernement zal blijven vrijstaan, zonder eenige be- taling aan den eigenaar te doen, vuursteenen naar welgevalleD te laten kappen en graven;
dat onder de twéé perceelen Oedjong Grawang en Tjawang Boengien mede zullen worden verkocht de gerechtigheid der visscherijen, madat-kitten, houlhossen en zoutpannen navolgens de daaromtrent bestaande cónditiên, zooals dezelve in ieder van deze perceelen gelegen zijn; en dat de verkoop dezer perceelen aan de bekrachtiging van den heere Gouverneur Generaal onderworpen zal wezen; en eindelijk
dat deze verkoop, nevens de te ontwerpen condiliên» door de generale directie twee maanden voor den verkoop zullen moeten worden bekend gemaakt ten einde een ieder in de gelegenheid te stellen om de noodige ervaring te kunnen erlangen, mitsgaders dat deze verkoop door de generale directie bij den opslag zal moeten geschieden (').
Ten derden: den heere directeur-generaal en den drossaard over de Bataviasche ommelanden, ieder in het bijzonder, te injungeeren de voorschreven perceelen, de prijs der verpachte domeinen daaronder begrepen, te waardeeren en te zorgen, dal het rapport hiervan aan zijne excellentie den Heere Maarschalk en Gouverneur Generaal voor den verkoop wordt aangeboden.
Op 1 Bloeimaand 1810 is ter zake nader bepaald: Zijne excellentie, de Naarschalk en Gouverneur Generaal, ter kennis gekomen zijnde, dat bij sommigen twijfel is ont- staan over het ware verstand en de bedoeling van eenige artikelen der geannonceerde conditiên, waarop den 19^^ van deze loopende maand, volgens besluit der hooge regeerisg van den lO^'' van Louwmaand jongstleden, 's morgens ten 9 ure in het Heeren-logement op Jaccatra, ten overstaan van den administrateur-genei'aal, door vendumeesteren zullen
[^) Met gerioge arw^ kingen en aanvullingen z^n deze voorwaarden gepobliceerd 'n de Bataviasche koloniale courant.
- H. W. 0AEN0CL8. 33
worden Yerkocht de tot het gewezen regentschap Crawang behoorende zes perceelen, als : Oedjong Crawang, Tjawang Boen- gien, Tjikarang, Tjiberoessa, Suniadangang en Waroe, en alle onzekeriieid hieromtrent willende wegnemen, heeft besloten, dat, bij wege van explicatie van de voorschreven geannon- ceerde conditiên, aan de gemeente of die het zoude mogen aangaan, door de generale directie zal worden kennelijk ge- maakt :
Eerstelljk: dat de publieke verkooping der gemelde zes perceelen zal geschieden bij den opslag, instede van bij den afslag, gelijk andersins gebruikelijk is.
Ten tweede: dal de gegadigdens, welke begeren te worden ingelicht over den aard der servituten, waarmede volgens art. 1 en volgende van de conditiên de voornoemde zes perceelen bezwaard zullen blijven ten bate van het gouver- nement, zich deswegens kunnen adresseeren aan den landdrost der Bataviasche ommelanden.
Ten derden: dat voor de hulp en bijstand, die de aanstaande eigenaren van de onderwerpelijke perceelen ingevolge art. 2 verplicht zijn te verleenen lot het optrekken van 'sLands vaartuigen, welke, met producten en goederen voor gouver- nements rekening beladen, de rivieren door of langs de ge- melde perceelen passeeren, zal worden gevalideerd de betaling, die daarvoor bij publicatie der hooge regeering van ~- van Herfstmaand 1809 is bepaald tot twaalf stuivers daags per kop voor de ingezetenen, die hiertoe worden gebruikt.
Ten vierden: dat tot woningen voor de onderschouten in het eerste perceel Oedjong Crawang en niet in het perceel Tjawang Boengien, mitsgaders in het vierde perceel Tjibaroessa, aan den lande in eigendom zullen verblijven honderd roeden vierkant in elk perceel, dat is honderd roeden lang en honderd roeden breed> met dien verstande, dat, wanneer dit terrein in der tijd niet meer tot een verblijf voor de schouten dienen mogt, hetzelve vervallen zal aan den tijdelijken eigenaar van het perceel, waarin bet gelegen is.
Ten vijfde: dat, bij aldien de eigenaren der meermelde
»LAIAAT«»»OU OSIL XTI. 3
34 1810. H. W. DAENOCLS.
perceelen in der tijd gebruik zouden willen maken van de vrijheid, die aan hen volgens art. 6 van de conditiën is gegeven om de vuursteenen, die op hunde landen gevonden worden, aan het gouvernement te leveren, daarvoor bij acceptatie eene billijke betaling zal worden toegestaan; terwijl door de blJ hetzelfde artikel aan het gouvernement gereserveerde bevoegdheid om, zonder betaling aan den eigenaar te doen, na welgevallen vuursteenen te laten kappen en graven niet anders kan worden verstaan als eene conservatie ten over- vloede van het recht, 't welk het gouverneïnent stilzwijgende omtrent alle mijnen, onder haar gebied gelegen, waar ook en aan wien toebehoorende, competeert.
Ten zesden : dat tot het graven van het bij art. 7 der con- ditiên bedoelde kanaal (*) geen bijzondere hulp van de eigenaren der gedachte perceelen zal worden gevergd, alzoo daartoe Cheribonders zullen worden gebruikt; behoudens noglans, dat de opgezetenen tot dezelfde, gewone assistentie verplicht blijven als in alle andere gedeelten van de Bataviascbe ommelanden, terwijl tevens zal worden in het oog gehouden om aan dit kanaal zoodanige leiding te geven, dat hetzelve boven zout- pannen heenloopt, ten einde bet zeewater niet belet worde deze pannen te overstroomen.
Ten zevende: dat do pachtschat van de zoutpannen en een madat-kit te Pakkies, welke 5850 rd^ 'sjaars afwerpt, door een schrijffout bij art. 8 van de conditiên is opgegeven maar S550 rd* te bedragen.
Ten achtste: dat de 'pachtschat van de zes uiadat-kitten, waarvan er drie in ieder der perceelen Oedjong Crawang en Tjawang Boengien zijn gelegen, ten bedrage van rd' 6700 'sjaars door den pachter aan de eigenaren van die twee per- ceelen zal moeten worden uitgekeerd in evenredigheid van het verschil in de revenuen, die de voornoemde kitten voor bet perceel van Oedjong Crawang en Tjawang Boengien aan den
(') Dit artikel laidt: dat de koopers dezer perceelen. waooeer hel Gonver- nement eenig kanaal voor gouvernements rekening door or langs dezeWe begeert te doen graven, zulks ten allen tfjde zullen nsoeieo gedoogen.
- H. W. OAENDÊLê. S^
pagter afwerpeo, waaromtrent nadere informatien van den landdrost der Bataviasche ommelanden kunnen worden gevraagd.
Ten negende: dat de pachtschat van de houtbosschen ten bedrage van rd' Ö2B0 's jaars inzelver voegen aan de eigenaars dezer twee perceelen zal moeten worden uitgekeerd, in even- redigheid van de voordeelen, die de pachter van ieder derzelve geniet, waarover de eigenaars zich na den koop zullen moeten verstaan of daarin door scheidsmannen» van beide kanten Ie kiezen, kunnen laten decideren, dan wel zich daarin submitteren aan de uitspraak van den landdrost der Bataviasche ommelanden.
Ten tiende: dat de aankoop van het brandhout in voor- noemde beide perceelen volgens de conditiên, waarop het recht hiertoe verpacht is, zal geschieden op aanwijzing van den schout te Oedjong Grawang, ter voorkoming van beschadiging der houtbosschen en, zooveel mogelijk, in proportie van de rerennen, welke de pachter van den houtkap in ieder perceel geniet» terwijl alle verschillen, die hierover tusschen de eige- naren dezer twee perceelen onderling of met den pachter mochten ontstaan, aan de decisie van den landdrost der Bataviasche ommelanden zullen onderworpen zijn.
Ten elfden: dat aan den pachter van de houtbosschen zal worden gelaten het terrein, 't welk hij tegenwoordig voor zyne kongsie en pancallangs occupeert, en bij eene noodige aanleg van nieuwe stapelplaatsen voor het gekapte hout hem daartoe de grond zal moeten worden afgestaan; gelijk mede de pachter van de visscherijen in het vrije bezit moet blijven van zijne opstallen, beide gedurende het pachttermijn, zonder dat daarvoor iets van hen boven de pachtschat zal mogen worden gevorderd.
Ten twaalfde : dat de pachtschat van de verschillende, onder de twee perceelen Oedjong Grawang en Tjawang Boengien ver- pachte gerechtigheden ten faveure van de koopers komen zal van den dag der gehoudene verkooping en dat de tot dien tijd toe ingezamelde producten zullen blijven ten voordeele van den Lande.
36 1810. H. W. 0AEN0EL6.
Ten dertiende: dat de reserve blJ art. 9. der conditiên, Yolgens welke de verkoop dezer zes perceelen aan de be- krachtiging van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal is onderworpen, ten oogmerk heeft om voor te komen, dat gedachte perceelen niet beneden de waarde loopen, en dat, bij aldien van deze reserve al mogl worden gebruik gemaakt, de koopers preferent zullen zijn, wanneer de aange- houden perceelen daarna op nieuw uit de hand wierden verkocht.
Ten veertiende : dat de voorwaarden en bepalingen, die noodig zullen worden geoordeeld om de zoutpannen te Pakkies in stand te houden en in het debiet van het daarvan prove- nierende zout een gewenschte concurrentie Ie behouden nader en vóór de te houdene verkooping aan de gemeente ter kennis zullen worden gebracht.
Ten vijftiende: dat het jatihout 't welke in alle de zes perceelen gevonden wordt, niet door het gouvernement aan zich getrokken, maar aan de eigenaren dezer perceelen vrijheid zal worden gelalen daarmede na welgevallen te handelen, onder zoodanige precautien en bepalingen, als nader zullen worden vastgesteld.
Ten zestiende: dat de koopers der voornoemde perceelen twee derde gedeelte van den koopschat zullen kunnen beleenen bij het coUegie van Weesmeesteren te Batavia tegen de gewone renten van zes ten honderd 'sjaars.
Deze landen zijn op 19 Bloeimaand 1810 publiek ver- kocht en wel:
Oedjoêng Krawang voor 70,800 rd*
Tjawang-boengin » 217,000 ■
Tji-karang » 39,800 »
Tji-baroesa » 141,000 »
Soemadangau > 03,000 »
Waroe » 230,000 .
791,000 rd- Zie ook 8 Bloeimaand 1810.
- H. W. DAEN0EL8. 37
-^ Louwmaand. Intrekking van hel bepaalde op 19 December 1800 nopens langanan^s van visschers.
Is goedgeyondeo en verstaan de yisschers het gebruik van langanangs wederom te vergunnen, doch met last aan Schepenen om te zorgen, dat de visschers van deze langanangs niet worden gedrukt of hunne schulden aan dezelve niet wederom zoo enorm stijgen, als zulks in 1800 heeft plaats gehad ; mitsgaders, dat zij tot dat einde zich eenmaal 's maands zullen moeien doen opgeven eene specifieke aantooning der voorgeschoten gelden, met bekendmaking aan de langanangs, dat dezelve geen regt of betaling zullen erlangen dan eenlijk op voorschotten, welke door hun invoegen voormeld aan Schepenen zullen zQn opgegeven.
Voorts om van de voorschreven permissie bij billet aan de gemeente kennis te geven.
De intrekking geschiedde >op grond van gebrek en duurte •van alle benodigheden en uithoofde van de tegenwoordige
ti)ds-omstandigheden".
Zie ook 21 Slachtmaand 1810.
19 Louwmaand. Wijziging der imtrtêctie voor de ge' committeerden over de suiker-cultuur.
In die instructie was niet voorgeschreven, dat de gecom- mitteerden de orders van de generale directie moesten op- volgen, hoewel zij, evenals «andere dienaren, tot het financiële, •commerciële en administratie-wezen behorende", zulks ver- plicht waren te doen.
Zij werden alsnu gelast «voortaan hunne rapporten, instede van aan deze regeering, aan de generale directie in te dienen, om door haar in originali bij deze vergadering te worden overgebracht".
38 1810. H. W. OAENOELS.
19 Louwmaand. Bepalingen nopens hel collegie van Boedel- meesteren te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: tot instandhouding van het Ghineesche hos- pitaal en tot voorkoming, dat der pupillen-gelden, welke aan Boedelmeesteren worden toebetrouwd, niet meer tot onderhoud van hetzelve worden geêmploijeerd, het collegie van Boedd- meesteren, hetwelk, zooals tot hiertoe heeft plaats gehad, met het oppertoezicht over het Ghineesche hospitaal en de ad- ministratie der middelen van dat godshuis belast blijft, te autoriseeren, zooals dezelve daartoe worden geautoriseerd bij deze, met den aanvang van dit jaar de kas van het gemelde hospitaal apart en geheel afgescheiden van die der inlandsche weeskamer te doen houden en om op de kassa rekening van dat gesticht niet alleen in te nemen de gelden, welke door de Ghineesche kapiteins en luitenants bereeds ten behoeve van hetzelve en nog zullen worden gefourneerd, maar ook bel inkomende, als:
a. wegens verleend wordende trouwbrieven aan Ghineezen en voor het gebruik van wagens bij hunne huwelyken;
b. van boeten voor het vrijgeven van lijfeigenen door de Ghineezen en Mahomedanen;
c. van boeten, zoowel die, welke door deze regeering ten behoeve van het Ghineesche hospitaal worden opgelegd, als die, welke door de leden van Boedelmeesteren voor verzuim van het bijwonen der comparitiên als andersinis worden verbeurd;
d. van milde giften en legaten ten behoeve van het gemelde hospitaal;
e. van de boeten, op buitengewone begravenisplechtigheden bepaald, zoomede op het vergrooten der Ghineesche be- graafplaatsen ;
f. voor het vervoeren van Ghineesche lijken van hier naar andere plaatsen navolgens de daarvan zijnde bepaling;
g. voor de coUaterale gerechtigheid inzelver voegen, als door
1810 H. W. DAENOEL8. 59
de Earopeanen en Christenen ten behoeve van den Lande wordt betaald, doch daarentegen te doen cesseeren de boete van 5 procent, welke tot hiertoe geheven is geworden van legaten, die aan personen, in China zijnde, vermaakt worden; en eindeltik al, hetgeen door Boedelmeesteren voor het hos- pitaal zal worden ontvangen.
Ten tweeden: alle de voorschreven gelden, nadat vooraf bij de rekening van het hospitaal afgeschreven en bij de kas van de inlandsche weeskamer overgebracht en ingenomen zal zijn, hetgeen de laatste onder ultimo van Wintermaand jongatleden in voorschot of ten agteren is geweest, te laten strekken om de kosten en lasten van hetzelve goed te maken.
Ten derden: te bepalen, dat de zoodanige der in het hos- pitaal gelogeerd en gedefroijeerd wordende lieden, hetzij vrije of slaven, wier naastbestaanden of lijf heeren daartoe vermogend rijn, aan het hospitaal zullen moeten restitueeren, hetgeen zoo voor hun onderhoud als anderzints is bekostigd.
Ten vierden: aan Boedelmeesteren welmeld tot eene com- pensatie voor derzelver verantwoordelijkheid en werkzaam- heden, inzelver voegen als omtrend den president en leden van de Europeesche weeskamer is bepaald, met intrekking van alles, wat dezelve tot hiertoe hebben genoten, zoowel wegens mantelgeld, als de leges, welke laatste ten voordeele der kassa ingenomen moeten worden, uit de kamer-gelden en overgewonnen renten toe te leggen, als:
aan den president rd" 1000
aan de Europeesche, inlandsche en Chineesche
leden » 500
ieder, 'sjaars, aan papieren van credit;
met autorisatie aan Boedelmeesteren welmeld om, bij aldien de kamergelden en overgewonnen renten niet mogten toe- reiken om daaruit president en leden en verdere geêm- pbyeerden van hun collegie te betalen, het deficieerende als dan te suppleeren uit de inkomsten van het coliateraal
40 1810. H. W. OAENDEL8.
en hetzelye dus voor zoover uit de kas van het Gbineesche hospitaal te ligten.
Ten vijfden: het tractement van den eersten klerk bij dit coUegie te verboogen met rd* 5 en hetzdve mitsdien te be- palen op rd' IK ter maand.
Ten zesden : Boedelmeesteren te qualificeeren om bet getal hunner klerken, 't welk meer dan toereikende voor de werk- zaambeden geoordeekl wordt^ na convenance te verminderen en aan de overblijvenden pro rato eenige vermeerdering van tractement te accordeeren, ten einde hunne kas niet boven noodzakelijkheid worde bezwaard.
Ten zevende : bet appoinctement der twee bodens van Boedel- meesteren ieder met rd" 5 ter maand te verboogen en hetzelve dienvolgende te bepalen, als voor den eersten op rd' 40 en voor den tweeden op rd' 55 ter maand.
Ten achtsten: Boedelmeestereu voormeld te recomman* deeren om de ordinaire en extra-ordinaire ongelden der kamer door het betrachten eener gepaste en thans zoo hoog noodige zuinigheid te doen verminderen om door dien weg in staat te zijn met de gewone inkomsten van bet coUegie de lasten te kunnen bestrijden.
19 Louwmaand. Regeling van het r>finanlieel bestaan" van den Gouvemetir-Generaal.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : te noteeren dat door zijne excellentie den heere Maarschalk en Gouverneur Generaal aan Zijne Majesteit, den Koning, en aan zijne excellentie den Minister van koop- handel en koloniën is voorgedragen, dat, vermits de luister en het aanzien van een Gouverneur Generaal zeer aanzienlijke depences vorderen, zoodal de gewone inkomsten, voor die eminente waardigheid bepaald, daarmede meerendeels zouden worden geabsorbeerd, indien de revenuen van de goederen Weltevreden en Buitenzorg niet werden gecompenseerd door aan een Gouverneur Generaal te laten de helft der pacht
1810 H. W DACNOEL8. 41
Tan de in de yorstenlanden den Soesoehoenang en Sulüian vallende Yogelnestjes, dewelke door die vorsten aan de Minisiers aan hunne hoven in pacht worden afgestaan en waarvan de opgemelde helft bevorens door den gouverneur op Java werd genoten en waardoor de Gouverneur Generaal meer als schadeloos zoude worden gesteld voor het gemis van opgeindde revenuen van Buitenzorg en Weltevreden en in staat gesteld alle reiskosten, geschenken, festiviteiten, etc. buiten eenig bezwaar van den Lande te bestrijden, ten welken einde de tegenwoordige Gouverneur Generaal de voormelde pagt zal blijven aanhouden, in middens dat de finale dispositie van Zijne Majesteit daarop wordt afgewacht.
Ten tweeden: het huis van Buitenzorg met dat gedeelte van Boloeboer, 't welk tusschen de rivier Tjidanie en de groole rivier boven het huis en tusschen de groote rivier en de slokkan beneden hetzelve gelegen is, met uitzondering van een kleine strook gronds boven de passer, gelegen tusschen den groeten weg en de groote rivier, hetwelk is afgestaan aan [van Braam ?], over te nemen voor den Lande en zulks voor de somma, welke de verbeteringen, navolgens daarvan over te leggene rekening, aan de nieuwe gebouwen en reparatiên aan de oude zullen komen te kosten, gecalculeerd cc. op rijksdaalders lÖOOOO, onder notitie, dat voor den hiervoren genoemden grond, ofschoon ffleer als rd' 50000 waardig geschat, zoomin als voor oude gebouwen iets wordt gepretendeerd.
Ten derden : inzelver voege voor den Lande over te nemen de vaste huismeubelen van Buitenzorg en Bodjong, na de daarvan geformeerde inventaris en over te gevene bewijzen, waarvan hel bedragen wordt gecalculeerd op cc. rd" 100000.
Ten vierden: ahnede de bazaar of markt van gemeld landgoed voor den Lande over te nemen voor rd' 200000, zoo omdat dezelve in het gedachte domein van Buitenzorg gelegen is, als omdat de inkomsten, welke van die markt thans bereeds getrokken worden ('), ruim toereiken ter dedomage-
(') 18.000 rtMaaldm, half koper, half zilver geld.
43 1810 H. W. OAENOELS.
ment voor het onderhoud van voornoemde gebouwen eu de renten van het kapitaal; onder notitie voorts, dat door zijoe excellentie den heere Maarschalk en Gouverneur Generaal is aangeboden om gedurende Hoogstdeszelvs aanvirezen in deze kolonie de gebouv^en van Buitenzorg zonder bezwaar van den Lande te onderhouden en wijders om van opgemeUe 400000 rd* de somma van rd"* 300000, zonder eenig hypotheek, a 7i percent 'smaands en de overige rd' 100000 te laten voortloopen zonder interest, tot tijd en wijle het zijne excellentie zal conveniören om de aan Hoogstdenzelve bij besluit van den 1K*° Lentemaand 1808 voorgeschoten rd' 50000, zilver, aan den Lande te restitueeren ; en
Ten vijfden: de revenuen van de rijstvelden, behooreude tol het hiervoren gemelde gedeelte van het landgoed Buitenzorg, dewelke bereeds meer dan 12000 akkers of petaks bedragen, te laten strekken tot een permanent inkomen voor den in- landschen regent van dat district zonder daarvoor iets te betalen of uit te keeren, trekkende integendeel van de velden der gemeene Javanen in dit gedeelte van Buitenzorg, hetgeen anders de eigenaar zoude hebben genoten.
Volgens Daendels zoude door het bepaalde sub 4^ «'sLands •kassa met eene somma van circum circa rd" 400,000 kunnen •worden gestijfd, als deze penningen onder eene grootere •somma op hypotheek van de Weeskamer werden opgenomen'*.
Het bepaalde sub 5^ was eene «navolging van de in Europa •bij alle Gouvernementen aangenomen cynosure" en dat sub 5^ werd vastgesteld, om reden •het zoowel voor de veiligheid van Buitenzorg zelve, als dies omliggende landen van belang was, dat daarin gevonden wordt een regent, die door een ruim middel van bestaan te eerder in staat gesteld wordt aan zijne verplichtingen, waaraan hij, voornamelijk met opzicht tot de koiBj-culture, aan het gouvernement verbonden was, te voldoen en waaraan deszelfs belang verbonden zoude worden".
- H. W. DAENDELS. 45
Op 24 LeDtemaaDd is dientengevolge besloten 'sLands domeinen bij de Weeskamer te Batavia te verhypothekeren Yoor 1,000,000 rijksdaalders, papieren geld, t. w.:
Simpang, geschat op een waarde van rd* 40,000
Bodjong » 60,000
Boitenzorg en bazaar » 500,000
de bazaar Meester-cornelis » 100,000
de domeinen te Bantam a 8 percent re- venuen » 500,000
de tuin Weltevreden met de rijst pakhuizen,
artillerie-park, etc » 60,000
bet kamp Weltevreden met alle de gebouwen . . » 300,000
bet gouvernements huis en bijgebouwen » 60,000
de gebouwen op Rijswijk » 60,000
drie tuinen voor casernes » 100,000
alle magazijnen in de stad » 800,000
te zamen geschat op rd" 1780,000
19 Louwmaand. Splitsing der betrekkingen van hoofd- administrateur in den Oosthoek en van pakhuismeester te Soerabaija.
Voor één persoon waren die betrekkingen te zwaar ge- worden; ook was gebleken, dat de hoofd-administrateur niet bij de pakhuizen moest zijn geïnteresseerd.
De tractementen werden gelijk gesteld aan die van de gelijknamige betrekkingen te Samarang, t. w. 6000 en 9000 rijksdaalders, zilver geld, 'sjaars.
Aan de betrekking van hoofd-administrateur werd tevens die van president van den Raad van justitie in den Oosthoek verbonden.
19 Louwmaand. Bepaling nopens de pacht of ^huur- ^penningen** van de pasar te Meesier-Cornelis.
Is goedgevonden en verstaan voortaan de perceptie daarvan
44 1810. H. W. DAENDEL8.
te demandeeren aan den ontvanger generaal, mitsgaders jaarlijks een gelijk montant, als de pagt-penningen dezer bazaar be- dragen, uit 'sLands kas te laten uitkeeren ten Yoordeelevan het fonds, waaruit de uiilitaireweduwen worden onderhouden, als tot hiertoe daarvoor zijnde geaffecteerd geweest*'.
—-- Louwmaand. Vernieuwde machliging op liet college van Weesmeesleren tot liet aanmaken van credü-brieven.
Alzoo op den 19*^ dezer in Rade van Indifi besloten is het collegie van Weesmeesteren te Batavia op nieuw te autoriseren tot het creëren van nog twaalf maal honderd duizend rijksdaalders aan credit-brieven van één duizend rijks- daalders ieder, onder bepaling, dat dezelve door Weesmeesteren niet zullen mogen worden uitgegeven dan onder beleeniug van vastigheden, doch, uitgegeven zijnde, zoowel door elk en een iegelijk als door 'sLands kassa-houders, evenals de credit-brieven van het gouvernement, in betaling zullen moeten worden geaccepteerd;
zoo is bet, dat de voorschreven aan te maken credit-brieven bij dezen worden gangbaar verklaard, met last aan allen en eenen iegelijk aan derzelver cours geenen den minsten hinder of empechement toe te brengen of te veroorzaken.
Zullende wijders de opgemeide, nieuw aantemaken credit papieren alle gedagteekend zijn den 19*'" van Louwmaand 1810 en genommerd van 1201 tot 2400, mitsgaders onderteekend wezen ter zijde, voor gezien door de heeren Raden ordinair van Indie, de ridders Mr. W. van Hoescn en Mr. H. A. Parvé, en onder de credit-brieven zelve door den president van Weesmeesteren, B. Smissaert, de leden G. S. Ronge en P. Mijer, en den secretaris van welmeld collegie, J. A. Steljn Parvé.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo te Batavia, als op Java's Noord- Oostkust, Cheribon en Bantam, worden gepubliceerd en boven- dien in de Hollandsche, inlandsche en Chinesche talen ter gewone plaatse worden geaffigeerd.
- H. W. OAENOCLd. 4K
Deze aanmaak behoorde tot «de middeleo", welke dienen moesten om hel deficit in de uitgaven voor dat jaar [1810] »te Tinden".
20 Louwmaand. Verhooging van 10 tot 15 rijksdaal- ders 'smaands van het loon der Chineesche kodVs, werkzaam in de artillerie'magazijnen,
20 Louwmaand. Reglement voor de ^flottiUe prauwen*\
Art 1. Dezelve zullen onder de generale directie van den commissaris-generaal der marine en onder de orders der respectieve havenmeesters in volgender voegen worden verdeeld en gestationneerd, als:
te Batavia twaalf, waarvan een gedeelte voor Bantam en een ander gedeelte voor de Marakbaai,
te Cheribon zes, welke in de Oost-mousson op Indramajoe zullen moeten stationeeren,
te Tagal twee en
te Paccalongang twee, welke op Samarang moeten worden uitgerust en betaald,
te Samarang zes,
te Japara twee,
te Rembang en Joana vier, onder de orders van den havenmeester te Rembang, en
te Soorabaija en dies ressorten zes.
Art. 2. Gedachte prauwen zullen dienen lol bedwang der zeeroovers en tot convooi langs de kust van het eene station naar het andere, doch niet dan in de hoogste noodzakelijkheid zich buiten hun district begeven.
Art. 5. De matrozen ter bemanning dezer prauwen zullen bestaan uit inlanders, welke door de respectieve havenmeesters zullen worden ingehuurd a zes rijksdaalders, koper geld, 's maand», inslede van rd' acht, zooals bij besluit van den 8^^ van Sprokkelmaand 1808 bepaald is; hiertoe zullen bij pre- ferentie Boegineezen en Maleiers worden geëngageerd, doch.
46 1810. H. W. DAÉN0ÉL6.
indien men geen volk mogt kunnen bekomen of niet in genoegzaam getal, zullen de regenten daaraan moeien suppleeren met Javanen, onder bet genot van bovengemeld maandgeld.
Art. 4. De commissaris-generaal der marine zal, zoodra de zes onderbanden zijnde panjajaps in gereedbeid zijn, dezelve over de differente stations verdeelen en daarvoor een gelijk getal prauvi^en intrekken en, bij aldien deze panjajaps op den duur aan de intentie beantwoorden, nader voordracht doen om met den aanbouw daarvan te conlinueereu en de tegen- woordige flotille prauwen gebeel door dezelve te doen ver- vangen.
Art. 5. De commissaris-generaal der marine zal de brik, de Bescbulter, van een goed officier voorzien, benevens de schoener, de Brak, de gewapende paduakang, thans nog bij de flotille geêmploijeerd, de kanonneer boot, die van bet oud lid der boutadministratie, van Bronckborst, is overgenomen, en een a twee panjajaps gestadig langs de kust laten kruisen om van tijd tot tijd de eilanden van Carimon Java, de Boompjes eilanden, de vuile bocht en verdere, bekende schuilboeken van de zeeroovers aan te doen, zullende deze vaartuigen tot het overbrengen van lading niet mogen worden geêmploijeerd dan bij de allerhoogste noodzakelijkheid.
Op 6*^^ Grasmaand 1810 werd ter zake nader bepaald: Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in overweging genomen hebbende, dat bij artikel 3 van bet besluit van den 20^ van Louwmaand jongstleden eenelyk gezien wordt op zoodanige, inlandsche matrozen, als in den vervolge door de havenmeesters voor de kleine vaartuigen ingehuurd dan wel door de regenten geleverd zullen worden, wanneer dezelve op de bepaalde stations zouden zijn, en dat .in geenen deele daarmede verstaan is om die op de flotille prauwen dienen, in gage te verminderen;
heeft besloten te bepalen, gelijk geschied mits dezen, dat aan de Boegineesche zeevarende zal worden gelaten de gage
1Ö1Ó. H. W. DAENOÊLd 47
ran acht rd* koper per maand, doch dat, wanneer deflotille prauwen, welke om de Oost van Batavia gestationeerd moeten zijn, hunne destinalie zullen hebben bereikt, als dan de Boeginee zm, welke daarop dienen, successievelijk van de boolen zullen worden afgenomen en door inlanders, door den havenmeester ingehuurd of door de regenten geleverd, geremplaceerd zullen worden en de gedachte Boegineezen op grootere vaartuigen worden bescheiden. '
21 Louwmaand. Voorschrift nopens geheime seinen.
Is besloten den commissaris-generaal der marine te ge- lasten om het project der secreete seinen voor de scheepen en vaartuigen, varende langs Java, tegen uUirao van Slachtmaand van ieder jaar het gouvernement ter approbatie aan te bieden.
23 Louwmaand. Zamensidling van een ^generaal re* •cuetl" der organisatiè'n, vastgesteld sedert de komst in Indie van den Gouverneur Generaal Daendels.
Het die zamenstelling werd eene commissie, uit drie leden bestaande, belast (*) en wel naar aanleiding van het na- volgende schrijven van Daendels.
De verschillende organisatiën, sedert mijne komst in deze kolonie, zoo door Uw Hoog Edelheden op mijne voordracht, als door mij alleen gearresteerd, als bij voorbeeld die van Java's Noord-Oostkust, Cheribon en de Cheribonscbe Preanger- regentschappen, die van de houtbosschen en koffij-culture, die van de generale directie, van den hoogen Raad van justitie, van de groote Oost, van het postwezen en posterijen, van het geneeskundig vak, enz., zijn eikanderen van tijd tot tijd opgevolgd en, ofschoon in vele opzichten onderling staande in een nauw verband, nog niet gebracht tot een zoodanig samenstel of geheel, dat het overzicht daarvan voor een elk ambtenaar gemakkelijk is.
(') De Raden ordinair eo extra-ordinair, van Hoesen en Romswinckel, en de preaideiil Tan den Hoogen Raad van jnstilie, Mr. H. W. Mnnlinghe.
48 1810. H. W. OAENOÉLd.
Dan bovendien zijn, sedert het arresteeren van de gemelde organtsatiên, in deze en gene der daarbij gemaakte bepalingen veranderingen of ampliatién noodzakelijk geworden, welke bij dezelve niet aangeteekend zijn en dus alleen in latere wellen of besluilen gevonden worden, waaruit somwijlen moet voortvloeien, gelijk door voorbeelden reeds bewezen is, dat sommige van die veranderingen en amplialiên niet worden opgemerkt en nagevolgd en daardoor aanleiding gegeven tot misslagen, die dikwijls naderhand niet dan met moeite kunnen worden geredresseerd.
Ik boude het derhalve voor een zaak van het hoogste nut, dat, eensdeels tol gemak en rigtsnoer voor alle ambtenaren en ten andere tot voorkoming van abuizen, alle de diflerenle organisaliën, zooals zij elkandereii in een behoorlijke order dienen op Ie volgen, worden gecolligeerd en gebracht tot een generaal recueil, met bijvoeging in den text van de veranderingen en ampliatiên, die sedert in eenige dealen of artikelen van dezelve zijn gemaakt.
De uilvoering van deze in zijne gevolgen zeer belangrijke taak heb ik niet kunnen opdragen aan de geêmploljeerden ter mijner generale secretarlj, wijl zij te zeer aan andere dagelljksche en menigvuldige occupatiên gebonden zyn om zich hiermede onledig te houden en daaraan al die attentie te besteden, welke een zoodanig werk ongetwijfelt vordert.
Eene andere reden, welke mij bewogen heeft te prefereren Uwe Hoog Edelheden voor te stellen daartoe eene commissie of twee leden dezer vergadering te decerneeren, ligt in de overtuiging, dat de spoed, waarmede vele van die organisatiên zyn tot stand gebracht en voor het belang der kolonie tot stand gebracht zyn moeten worden, kan hebben veroorzaakt, dat sommige der daarin voorkomende bepalingen met geen genoegzame nauwkeurigheid of omschryving zyn uitgedrukt en daardoor bolzingen kunnen zyn ontstaan of verkeerde explic^tiön, die nog zouden dienen te worden verholpen; en dat mitsgaders eene commissie uit deze vergadering tevens zou kunnen worden gechargeerd hare aandacht daarover
18l6. H. W. DAENDEL8. 49
te laten gaan en daaromlrent de noodige verbeteringen te proponeeren.
Ik stel Uwe Hoog Edelheden derhalve op de aangegeven gronden voor om de leden dezer liooge tafel, van Hoesen en Romswinckel te verzoeken en te committeeren, niet alleen om te Tormeeren een generaal recueil van de verschillende organi- saliên, die sedert mijne komst in deze kolonie, zoo door Uwe Hoog Edelheden op mijn voordracht, als door mij alleen zijn gearresteerd, met aanwijzing in den text van de ver- anderingen en ampliatién, die daarin successive zijn gemaaki . maar ook om hunne aandacht te laten gaan over de ver beteringen, waarvoor deze organisati^n uithoofde van mogelijk iugeslopcne onnauwkeurigheden, botsingen of verkeerde expli- eatiên in de extensie susceptibel mochten zijn, en daartoe eene voordracht aan deze vergadering te doen; met verder verzoek aan gedachte heeren om, nademaal aan den eenen kant hiertoe een bekwame tijd moet worden gelaten, doch ook aan de andere zijde eene vaardige voltrekking dezer gewichtige com- missie van het meeste belang is, daaraan te willen voldoen binnen een termijn van drie maanden, gerekend van heden af, zullende de president van den hoogen Raad van justitie van HoUandsch Indiön, Muntinghe, die in zijne voormalige qoaliteit van secretaris-generaal een groot gedeelte dezer organi- satiên heeft geredigeerd en van alle met de redenen en motieven der daarin vervatte l)epalingen bekend is, zich niet onttrekken om, door de commissie daartoe verzocht wordende, met haar in de uitvoering daarvan- werkzaam te wezen en zelfs de redactie van het te formeeren recueil op zich te nemen.
Op 26 Hooimaand 1810 diende de commissie het «recueir* in, ten gevolge waarvan op 4 Herfstmaand 1810 is besloten "het gedachte recueil te verklaren voor het zamenstel der organieke wetten, welke sints het begin van 1808 door zijne excellentie, den ïlaarschalk en Gouverneur Generaal, of op
PIAIAAT-BOU DKIU. ZT|. 4
KO IdlO. H. W. OAENDËLè.
Hoogstdeszelfs propositiên door deze vergadering zijn gearres- teerd; voorts hetzelve door den druk ter kennisse van bet algemeen te brengen".
Het recueil is den S"'""" Bloeiniaand 1811 ongedrukt aan Daendels op diens verzoek naar Nederland medegegeven, die zulks beeft opgenomen in zijn werk: Staat der Ned. O. I. bezittingen, bijlagen III, organique wetten, n** 1.
23 Louwmaand. Afschaffing van den ^eed vanpurge*\
Zulks geschiedde naar aanleiding van bet onderstaande voorstel van Daendels aan de Hooge Regering.
Het doen van den eed van purge door alle gequalificeerde ambtenaren bij de aanvaarding hunner bedieningen vindt nog plaats ten gevolge van eene usantie onder het vorige gouvernement ; dan daar het mij voorkomt, dat daardoor wordt te kort gedaan aan de waardigheid van den chef van het gouvernement, zoowel als aan hei vertrouwen, 't welk men in hem stellen moet, dat bij hot begeven der ambten, 't geen op zijne voordracht geschiedt, geene andere consideratien, als die 's Lands helangen dicteeren, worden in 't oog gehouden en insinuaticn van een oppositen aard geen ingang vinden, zoo heb ik geoordeeld Uwe Hoog Edelheden de afschailing voor te dragen van het opgemelde gebruik, waarmede men in vorige tijd, alleen voor het bewind in het moederland, heeft willen aan den dag leggen eene scrupuleuse voorzorg tegen corruptie, die ongelukkiglijk destijds maar al te veel veld gewonnen had.
25 Louwmaand. Toekenning eener toelage aan de min- dere milüairen, gedetacheerd Ie Tjukadoe.
Is besloten aan de Europeesche, Ambonneesche en inlandscbe onder-ofBcieren en soldaten, uitmakende het detachement te Tji-kadoe, uithoofde van de aldaar heerschende schaarsheid
lèlO. H. W. OAeNDELS. SI
eo danrte Yan levensmiddelen, boven hunne gage maanddijks toe te leggen, aan de Europeezeo en Ambonneezen een rijks- daalder en twaalf stuivers, aan de inlanders een ryksdaalder, koper geld, ingaande met primo dezer maand.
Dei^elijke toelagen zijn aan detacbementen meer verleend.
27 Louwmaand. Machtiging lot hel aanhouden te Maka- sar van eene sloep, benevens een kwarliermeesler en de noodige inlandsclie matrozen, ten dienste vanjusticiélc commissién, alsmede van een voorlezer en Maleischen leermeester.
Deze waren vergeten bij de reorganisatie.
De voorlezer diende om de weeskinderen te onderwijzen en de leermeester om de inlandsche kinderen » in de waarheden •van de godsdienst te onderrigten'*. Zij behielden hunne vroegere tractemenlen ad f 24. — en 10 rijksdaalders 's maands.
27 Louwmaand. Bepalingen nopens hei collegie van Wees- en Boedelmeesteren te Samarang.
b goedgevonden en verstaan te bepalen:
a. dat voortaan in dit collegie, in plaats van vier, maar drie Europeescbe leden zitting zullen hebben en mitsdien het jongste ontslagen werd;
b. dat commissarissen uit dit collegie, nevens den secretaris en boden, in commissie zijnde buiten de stad, doch evenwei onder het resort van dezelve, en tot het transporteeren naar de sterfhuizen rijtuig noodig gehad hebbende, de wagenvracht ten laste van den boedel zullen moge decla- reeren ;
r. dat, wanneer er commissiên naar Soeracarta, Djok Jakarta, Japara, Paccalongan, Tagal of Rembang gaan, commissarissen, die in dezelve benoemd zijn, en de secretaris zullen mogen declareeren drie rijksdaalders zilver geld voor ieder,
t$2 1810. M. W. OAENDÈLd.
daags, en de bode IV4 rijksdaalder gelijke munt zonder meer, uitgezonderd de transport-gelden, welke mede ge- declareerd mogen worden;
d. dat \oor het invenlariseeren en andere commissiên aan de hoven en in de prefeclures van Tagal, Paccalongan. Japara en Rembang een daggeld van drie rijksdaalders zilver geld mag gerekend worden voor diegeenen, welke door den minister en de prefecten tot de aanvaarding van boedels worden geauthoriseerd, mits dat evenwel gezorgd wordt, dat deze commissiên niet langer aanhouden, dan volstrekt noodig is, komende alle deze ougelden ten laste van den boedel, waarin deze commissiên werkzaam zijn geweest;
e. dat de secretaris van dit coUegie 4 procent ten zynen behoeve zal mogen rekenen op de gelden, welke voort- gesproten zijn uit de vendutiên van losse goederen, door hem gehouden, en drie procent op de vaste goederen: doch daarentegen komen dan ook voor zijne rekening alle nadeeleu, welke door wanbetaling van de kopers mogten plaats hebben, waarmede hij nimmer de boedels zal mogen belastep;
f. dat de boekhouder het '/« procent van de inkomende gelden voor hel inboeken voortaan zal genieten, aheoo hij het werk verricht, waarvoor hetzelve wordt in rekening gebracht;
g. dat te Samarang zal opgericht worden een Ghineesch of onchristen-hospitaal, wanneer daarvoor een genoegzaam fonds aanbanden zal zijn, welk fonds voort zal moeten komen, fsedeeltelijk uit hetgeen als een gevolg der bij het 1 10''« en andere articulen van de gedachte instructie ( ') bepaalde boeten en fournissementen zal opgebracht worden, en ten anderen, dat er een zeker hoeveelheid gronds op en bezijden de Pattljsberg achter Semarang, waarover de Ghineezen willekeurig beschikt hebben om hunne dooden
(*) Zie deel XV, bladz. 334 vlg.
18Y0. H. W. OAENDEL8. 53
te begraven, aan den kapitein en luitenants-Chinees zal afgestaan worden tegen iVa rijksdaalder, zilver geld, de vierkante roede, om dezelve bij overlijden van Chineezen voor dienzelfden prijs aan de familie of andere, met de begrafenis belaste personen te verknopen, waarvan betgeen zulks afwerpt, mede ten voordeele van bet gedaebte fonds zal komen, over welk geslicbt, evenals ter dezer boofdplaatse, bet oppertoezicbt en de administratie der middelen aan bet coUegie van Boedelmeesteren wordt opgedragen ; A. dat de president, vice-president en de leden voortaan zullen genieten een tractement, te weten:
voor den president, van rd' 1200
voor den vice-president en de EJuropeesche
leden, ieder » 600
voor de inlandscbe en Gbineescbe leden, die eenlijk als Boedelmeesteren dienst doen, ieder . . » 400 zilver geld, in bet jaar, ongerekend betgeen de leden, welke tot commissiên buiten bet ressort van Samarang en Damak worden geémploijeerd, navolgens bet biervoren bepaalde zullen genieten; «
t. dat deze inkomsten zullen moeten gevonden worden, voor den president, vice-president en de Europeescbe leden voor twee derde uit de kamer gelden van de weeskamer en een derde van de boedelkamer, en voor de inlandscbe en Gbineescbe leden geheel uit de kamer-gelden van Boedel- meesteren, voor zooverre die fondsen dit zullen toelaten; en het mankeerende zal moeten gesuppleerd worden uit de overgewonnen renten der beide kamers; j, om den gezworen klerk tevens Jpt boekhouder van dat ooUegie aan te stellen met eene verbooging van tractement tot rijksdaalders 7tS, zilver.
Te gelijker tyd is vastgesteld de instructie, waarvan melding is gemaakt op bladz. 234 en vlg. van het XV^^ deel van dit Plakaatboek.
B4 1810. H. W. DAENDEL8.
30 Loawmaand. Benoeming van een oud4uitenant der Chinezen te Samarang.
Naar bet Bataviasche voorbeeld kostte die benoeming den benoemde ^000 rijksdaalders, papieren geld, >ten behoeve •van bet te Samarang op te rigten Gbinescbe hospitaar'.
30 Louwmaand. Verkoop van rijst te Batavia van Re- geringmege.
Is besloten den verkoop van rijst door president en Schepenen van Batavia aan de gemeente tegen den bepaalden prijs van honderd rijksdaalders, papieren geld, de koijang,. buiten de onkosten voor het koelieloon, te doen vermeerderen met nog tien koijangs 's weeks en aan president en Schepenen vrij te laten de rijst in nog kleinere gedeelten van een koijang te debiteeren, als tot hiertoe was bepaald, ten einde door dit middel alle gelegenheid tot monopolie voor te komen; met last verder om na verloop van veertien dagen aan zijne excellentie op te geven, in hoeverre de alsnu tot den verkoop geassigneerde hoeveelheid rijst al of niet tot voorziening van de gemeente sufficieerende is bevonden.
31 Louwmaand. Aanmaak van laad-schonxven door in- landsche Regenten.
Is besloten aan de regenten van den Oosthoek tot het aanmaken van vier nieuwe laad-schouwen, in plaats van vier andere, welke successive onbruikbaar zijn geraakt, het be- noodigde hout gratis uit 'sLands voorraad te laten afgeven en alleen de materialen van ijzer, enz., tot deze vaartuigen benoodigd, volgens de tegenswoordige prijzen, mitsgaders het arbeidsloon, ten hunnen laste te laten brengen.
2 Sprokkelmaand. Aanmaak en inwisseling van kleine brieven van credit.
Nademaal de bij publicatie van den 14^° van Hooimaand,
- H. W. OAENOEL8. 58
anno passato, gangbaar verklaarde kleine brieven van credit van 3, 2 en t rijksdaalder niet toereikende worden geoordeeld ter inniiling van de zich nog in omwandeling bevindende oude kleine credit-brieven van gelijke waarde en mede nog eene groote navraag is na kleine credit-brieven onder de gemeente; zoo is in Rade van Indie besloten, tot voorkoming van het ongerief, welke het gemis van kleine credit-brieven veroorzaakt, op nieuw voor een bedragen van twee maal honderd duizend rijksdaalders aan kleine credit-brieven te laten aanmaken, te weten lOSOOO van 1 rijksdaalder, 2B000 van 2 rijksdaalders en 15000 van 3 rijksdaalders, alle ge- dateerd op heden, welke zullen gemerkt en geteekend zijn, als :
die van rijksdaalder één met lett. A, van n^. 1 tot 50000, door het opper-hoofd van het generale tractements-kantoor J. F. Zhoetzcklj, den oud-Schepen en Vendumeester A. Iges, den administrateur van hel kleden-pakhuis J. van Reenen, en voor gezien door den heer Raad ordinair Mr. H. A. Parvé, en van n^ 51000 tot 105000, door den president van Boedel- meesteren G. Drost, den administrateur van de westzljdsche negotie-pakhuizen J. H. de Hoogh en den secretaris van huwelt|ksche en kleine gerigtszaken J. L. Overvest Hofman» en voor gezien door den heer Raad extra-ordinair Mr. W. A. Senn van Basel;
die van twee rijksdaalders lett B, van n^ 1 lot 26000, door den sabandhaar en licentmeester J. M. van Beusechem, den eersten administrateur in de westzljdsche negotie-pak- huizen P. W. H. van Riemsdijk, den boekhouder van de bank van leening G. G. Prediger, en voor gezien door den heer Raad extra-ordinair W. Wardenaar;
die van drie rijksdaalders met lett. C, van n^. 1 tot 15000, door het lid in den hoogen Raad van justitie J. H. van Ysseldijk, den tweeden gecommitteerde over de suiker- culture D. Goetbloed, den administrateur in het provisie- magazijn 6. G. van Rijck, en voor gezien door den heer Raad extra-ordinair A. Hartsinck;
wordende de voorschreven papieren van credit bij dezen
56 1810. H. W. OAENOEL8.
gangbaar verklaard tot de daarop gestelde waarde, zoo Ier dezer hoordplaatse en dies ressort, als op Java, Gheribon en Bantam,, en een ieder gelast dezelve in betaling aan te nemeo zonder aan derzelver cours en circulatie eenige verhinderiiig of stremming te veroorzaken ;
door welke twee maal honderd duizend rijksdaalders aan papieren van credit de massa van het papieren geld niet zal vermeerdert, maar in tegendeel van dezelve gebruik ge- maakt worden om de oude credit-brieven van een, twee eo drie rijksdaalders, die gestempeld zijn met het merk van de voormalige Oost-Indische Compagnie, daarvoor te doen inwis- selen en vernietigen, voor zoover het bereeds aangemaakte montant van kleine credit-brieven van voorschreven waarde daartoe niet kan toereiken, terwijl voor het resterende bedragen der gemelde nieuw aan te maken credit-brieven, waar- voor -geen oude ingewisseld zijn, groote van tien duizend rijksdaalders ter concurrente waarde almede ter vernietiging zullen worden afgezonderd;
en ten einde een ieder gelegenheid te geven zich van gemelde oude credit-brieven van rijksdaalders een, twee en drie te ontdoen, is in Rade van Indie besloten de op president en Schepenen van Batavia gedecerneerde conmiissie tot inwis- seling van dezelve op den voet, zooals bij besluit dezer regering van den IS^ van Oogstmaand en billet van den SO""" van Slagtniaand, anno passato is bepaald, nog voor zes maanden of tot ultimo van Oogstmaand aanstaande te continueren;
uiet waarschouwing aan een ieder, dat van dien tijd af aan gedachte oude credit-brieven van een, twee en drie rijksdaalders zullen wezen billioen en niet meer in circuhtie zullen worden aangenomen, op dat een ieder zich voor schade zoude kunnen wachten;
en ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdplaatse en dies ressort, als op Java, Cheribon en Bantam worden gepubliceerd en, behalve in de HoUandsche, ook in de gewone inlandsche en Cliinesrhe talen worden geafBgeerd, ter plaatse gebruikelijk.
Y810. H. W. OAENOEL8. t^7
Op -^ LeDtemaand 1810 werd de naar Bantam vertrokken prefect, G. E. Prediger, vervangen door den administrateur van het ijzer-magazijn, J. J. H. van Riemsdijk, van welke ver- andering bij billet aan het publiek mededeeling is gedaan.
2 Sprokkelmaand. Afstand aan de Rowmch-katlwlijke gemeente Ie Batavia van de kapel op Weltevreden.
Is goedgevonden en verstaan van den Roomsch-katholieken kerkenraad weder over te laten nemen het onlangs aan denzelven om daarop een kerk te bouwen afgestane stukje grond, genaamd Lubeek:
voorts aan de Roomsch-katholieke gemeente voor niets af te staan de kapel op Weltevreden met vier of zes roeden grond, ten einde in dezelve hunne religie uit te oefenen^ en te vergunnen aan dezelve zoodanige verandering te maken en op dien grond zulke gebouwen op te richten, als daartoe noodig zal wezen, terwijl hun verder toegestaan werd om het bout, hetwelk daartoe noodig zal zijn, uit 's Lands voor- raad te mogen ontvangen, met een afslag van 25 procent beneden den marktprijs.
Eene over geheel Java gehoudene collecte tot den bouw eener kerk en pastoors-woning had nicl meer dan ± 20,000 rijks- daalders opgebracht, terwijl voor dien bouw 72,771:41 rijksdaalders noodig werden geacht.
De bedoelde kapel werd reeds als kerk gebruikt.
zie ook 21 Maart 1809.
2 Sprokkelmaand. Bepaling^ dat de suiker» fabrikanten rondom Batavia maandelijks % pet. intrest moesten betalen van het door hen uit *s Lands kas genoten, maar niet terugbetaalde voorschot.
De waarde van de suiker, wegens plaatsgebrek in *s Lands
58 1810. H. W. OAENOEL8.
magazijn, opgeschuurd id de TabriekeD, mocbl fan bet voor- schol afgetrokken worden.
Op eene veiling, gebonden den SS*^ Louwmaand 1810, bad de suiker opgebracbt:
r soort rd' 7 : 24, papieren geld, per pikol
a* . . 5:24a»:36 • ...
3* . . 4:12a4:i4 » ...
welke suiker aan de Regering bad gekost:
1= soort td K'/s P**" P*kol
2« . • 6V, • »
5** • , . 4i — • •
buiten rekening latende, dat bet voorscbot in zilver geld gedurende ruim 8 maanden niet was gerestitueerd en dat aan de koopers een credit van 6 maanden was verleend.
2 Sprokkelmaand. Bepalvu/en nopens hei transport van kruidnagelen van Ambon naar Makasar.
Is goedgevonden en verstaan, dat te Ambon de nagelen boven de maatregelen, bij instructie voorgescbreven, boedanig dezelve aan land bebandeld moeten worden, aan boord ten overstaan van eene commissie van justitie bruto ontvangen moeten worden en, dies mogelijk, bet ruim te verzegelen;
den prefect van Ambon te gelasten aan den commandant van Makasser in duplo bet diendwegen ingekomen justitieel bericbt te zenden, benevens een bewijs, boeveel nagelen en van wat soort in bet vaartuig zijn geladen, mitsgaders door welken anacboda of schipper dezelve teruggevoerd worden, alsmede een bewijs van den schipper of anacboda, voor de ontvangst geteekend, en den prefect vau Ambon te bevelen om de schippers of anachoda's van vaartuigen, waarin spe- cerijen geladen zijn en die geen andere destinatie hebben of van gouvernemenls wegen vergund zijn, te verbieden om eenige andere haven aan te doen als Makasser, alwaar ze thuis behooren, on om aan alle dengenen, welke bij den Lande tiuotisatic-penniugen en daarop verloopen renten te
- H. W. DAENOEL8. 59
goed bebben, bij aanvrage toe Ie staan op boven bepaalde restrictién mede nagelen van Ambon af Ie mogen halen, wordende de commandant van Makasser en de prefect van Ambon hiertoe gequalificeerd, met last aan eerstgemelden dit Iiesluit onder de gemeente hekend te maken.
2 Sprokkelmaand. Vergunning voor een suiker- fabrikant zijne fabriek Ie sluilen^ ^tol lijd en xvijle de Regering ^daaromtrent nader zoude disponerend
De vergunning werd yerleend, •uithoorde de geimpendeerde •kosten niet aan de daar mede gevoede verwagting be- •antwoord hadden".
2 Sprokkelniaand. Bepalingen nopens het transport van koffij.
Is goedgevonden en verstaan:
ten eersten : de afvoer-ongelden op de koflij, die van Tjicau herwaarts gebracht werd, te bepalen te^en 19 Vs stuivers, zilver geld, de picol van 128 'S; voor die van Tjiandjoer en Buitenzorg over Linkong alhier komen op lO'/i stuivei*s, koper, de picol mede van 128 pond, te weten:
van Buitenzorg naar Linkong voor karre-Ioon . 1 1 stuivers
voor het opdragen der zakken 7a *
• prauwloon van Linkong herwaarts ... 8 •
of Ie zamen . . . 19^1 »
en voor die, welke van Linkong van gelijke zwaarte aange- bracht worden, op acht stuivers, koper geld;
ten tweeden : om aan den uitbetaler van de koilij te Tjicau toe te leggen 4 stuivei*s,ziivergeld, van ieder picol van 128 i^:
ten derden: om de karrevoerders van de koflBj een halve stuiver voor het opdragen van de zakken te laten betalen.
2 Sprokkelmaand. Oprichting van de sociëteit, de Har- moniCf te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan de weeskamer alhier te qualili- ceereu om tot het opbouwen van een socieleit-huis ten Oosten
60 1810. H. W. OA£NOeL8.
van den weg, loopende van Rijswijk naar Taoab-abang, een som van vijf en zeventig a tachtig duizend rijksdaalders aan papieren van crediet voor te schieten en van tijd tot tyd zooveel op quitantiên van den kassier van gemelde sociëteit, door den lijdelijken president van dirigeerende leden en door den major Schultze voor gezien geteekend, af te geven, als de commissie» welke de directie over het opbouwen dezer sociëteit heeft, zal benoodigd zijn om het stuk grond, waarop dezelve gebouwd zal worden, te betalen, als ook om dengeene, die de opbouwing van dezelve aangenomen heeft, eenige voorschotten te kunnen doen ; dat voor dit kapitaal van 75 a 80000 rijksdaalders of zooveel, als de weeskamer voorge- schoten heeft, het opgemelde, nieuw op te bouwen societeit- buis en de grond bij dezelve zal moeten verbonden worden en van de ontvangen geldsomme uit de kas der sociëteit intrest betaald werden tegen G procent 'sjaars.
Het voorstel van den Gouverneur Generaal Daendels ter zake luidt, als volgt:
Onder de middelen, die ik van tijd tot tijd aanwend om de ingezetenen dezer hoofdplaats te engageeren de bewoning der stad Batavia en de nabijheid van dezelve te verlaten en zich meer en meer op een bekwamen aGstand daarvan te etabUsseeren, waar men een gezonde lucht inademt en den invloed der pestiale, eigenlijk gezegd Bataviasche lucht niet te vrezen heeft, is mij mede dienstig voorgekomen de ver- plaatsing van de sociëteit, welke om de wille van deszelfs tegens- woordige, lugubre en in de besmetting van den Bataviaschen dampkring doelende situatie maar door weinige van de eerste ambtenaren wordt bezocht en voor degeenen, die nog daar- van leden zijn, een gevaarlijk verblijf voor hunne gezondheid oplevert.
Ik heb hierover met de leden van de gemelde sociëteit breedvoerig doen spreken en het resultaat daarvan is geweest, dat een plan is goedgekeurd en aangenomen, volgens hetwelk eene nieuwe sociëteit zal worden opgebouwd ten Oosten van
IdlÖ. H. W. ÓAËNDÉLè. 61
den weg, loopende van Rijswijk naar Tanali-Abang, waarvan de kosten calculatief begroot zijn op vijf en zeventig è tachtig duizend rijksdaalders, papieren geld; dan vermits liiertoe geen fonds voorlianden is en de aanbouw der voormelde sociëteit nogtans het gansche publiek interesseert, zoowel als de voor- deelige uitwerking, die hiervan weder ter begunstiging van het plan om de stad Batavia te abandonuecren kan worden gemaakt, proponeer ik Uw Hoog Ëdelheden aan gemelde sociëteit het faveur te bewijzen om de weeskamer te qualiflceeren de oi^eraelde, benoodigde somma aan dezelve voor te schieten onder de gewone renten en onder verband van het nieuw op te richten gebouw en hel erf, daarbij geburende, hetgeen buiten bezwaar van de weeskamer kan geschieden, uithoofde van de aanzienlijke inkomsten, die zij van de door haar ge- creëerde rijksdaalders 2400000 aan papieren van credit ge- niet, terwijl de onvoorziene schade, die op deze beleening in het onverhoopt geval van brand als anderzins in der tijd t^en verwachting zou kunnen worden geleden, niet van groot belang kan zijn, altoos niet in vergelijk aan de groote voordeden, die de weeskamer door gemelde inkomsten geniet.
Op 4 Grasmaand 1810 heeft Daendels »tot soulagement in de groote kosten der aanbouw van een nieuwe sociëteit aan dirigeerende leden, volgens bun daartoe gedaan ver- zoek, geaccordeerd de tot den voorschreven opbouw benoodigde kraalsteenen gratis uit den afbraak der stadsmuren te mogen hebben, mits van wegens de sociëteit wordende uitge- broken en weggehaald en de baksteenen, welke bij uitsluiting voor het gouvernement moeten verblijven, zorgvuldig sor- teerende en aan den Lande latende zonder betaling van het werkloon".
2 Sprokkelmaand. Regeling van hel loezichi op de gouver* nemenis gebouwen ie Bodjong (Samarang) en ie Bui- tmzarg.
h goedgevonden en verstaan tot intendanle van den huize
èi 1Ö10. H. W. OAENDÊLè.
Bodjong Ie Semarang aan te stellen inevrouw van Teylingen, met een tractement van rijksdaalders twee duixend, zilveren munl, en tot intendant vao den huize Buitenzorg de Villeneave met een inkomen van twee duizend rijksdaalders, half zilver, half papieren van credit, en met den rang van kapitein.
-^ Sprokkel maand. Maatregelen tegen ontvreemding van Latids gelden^ goederen of producten.
Aangezien ons voorgekomen is, dat de vergoeding raejt zekere avancen, zooals dezelve thans bepaald en gebmikelyk is, als geene evenredige poenaliteit kan worden beschouwd tegen de vervreemding van 's Lands goederen, en mitsdien ook niet als een algemeene regel kan worden aangenomen om daar naar te boeten de tekortkomingen vnn gelden of goederen iu 's gouvernements administratiên, waarvan geene voldoende redenen kunnen worden gegeven, nadien de gedachte tekortkomingen niet alleen kunnen veroorzaakt zijn door opzellelijke ontrouw, maar ook zonder rcgtstrecksch voor- nemen, door merkelijke schuld, door eene zeer verre gaande of zelfs mindere graad van onachtzaamheid en onvoorzigtig- hoid, die in eene zoo tedere zaak, als is de trouw en nauw- gezetle beheering van 's Lands goederen en magazijnen, niet anders als misdadig behooron Ie worden aangemerkt; en daarbij overwogen hebbende, dat zelfs eene doorgaande, on- trouwe en onachizame administratie van 's Lands goederen, gelden en producten, van die gevolgen kan zijn, dat daar- door het geheele beslaan en alle de hulpmiddelen van de kolonie zouden ondermijnd kunnen worden,'en deze misdaad derhalve verdiend, dat zij onder de zwaarste wonit gerang- schikt, en dat zij, bedreven zijnde met den hoogsten trap van moedwil en bedrog en vergezeld gaande met een dadelijk en noemenswaardig verlies voor den Lande, met den dood moet worden gestraft: dat nogtans de gronden van lijf- slralTelijke wetgeving vorderen, dat deze straffe des doods, naar male van den minderen moedwil en verzuim of van
- K W. OAËNDELft. 63
hel geringe nadeel, 't welk daardoor is feroorzaakt, trapswijse worde gelenigd, eu dal hel, zoowel Toor de administratie van de justitie, als tot bevordering van de goede trouw en nauwg^etheid in de beheering van 'sLands goederen en producten, van het grootste belang is, dat aan de bepaling der wet ten dezen aanzien de meest mogelijke duidelijkheid worde gegeven; zoo is het, dat wij op den Si^*" dezer in Rade van Indifin goedgev<mden hebben te ordonneeren en te statueren, gelijk wij ordonneeren en statueeren bij dezen :
Ten eersten: dat ambtenaren, aan welke de beheering, bewaring of eenig opper-toezicht over 's Lands gelden, goederen of producten is toevertrouwd, zich schuldig makende aan ontvreemding of verduistering derzelve en zulks op eene wijze, dat daaruit de hoogste graad van opzettelijke ontrouw kan worden afgeleid en dat het werkelijk nadeel, daardoor aan den Lande veroorzaakt, niet minder bedraagt dan eene waarde van 30000 rijksdaalders aan zilver munt, zullen ge- straft worden met den dood.
Ten tweeden: dat de voornoemde ambtenaren, met dezelfde hoogste trap van opzettelijke ontrouw een minder nadeel van ten minsten 15000 gelijke rijksdaalders of met eene mindere trap van opzettelijke ontrouw hetzelfde nadeel van rijksdaalders 30000, zilver geld aan den Lande toebrengende, daarvoor zullen gestraft worden met de straffe naast den dood.
Ten derden: dat dezelfde ambtenaren, in bunne adminis- tratiên den Lande door opzettelijke ontrouw wel niet zoo- verre, als by het 1* en ^^ poinct omschreven is, doch echter voor eene noemenswaardige som benadeelende, naar exigenüe van zaken en omstandigbeden en ter arbitrage van den regier zuilen gestraft worden met langdurige gevangenis, niet te bovengaande den lijd van 12 jaren, bannissement voor altoos uit deze kolonién, eerloos verklaring of deportement van ambt en qualiteit.
Ten vierden: dat de gedachte ambtenaren, met opzet den Lande in hunne administratiön ccn nadeel toebrengende, hetwelk
64 ^ÖIO. H. W. ÖAEi^DCLÓ.
op zichzelvoD niet noemoDswaardig is en niet te boyen gaat de somma van 5 rijksdaalders, zilver geld, voor de eerste maal met eene tien dubbelde restitutie of arbitraire geld- boete, doch bij herhaling derzelfde misdaad met suspensie voor ' een tijd of deportement yan ambt en qualiteit zuUen worden gestraft.
Ten vijfden: dal de misdrijven der comptabele ambtenaren, hiervoren uitgedrukt, gepaard gaande met duidelijke en voor- bedachte schending van den gedanen ambtseed, mede als zoodanig zullen beoordeeld en gestraft worden.
Ten zesden : dat de meermelde, comptabele ambtenaren, zonder opzellelijke ontrouw, door merkelijke schuld en verregaande onachtzaamheid oorzaak wordende vau schade, door den Lande bij hunne administratie of directie te lijden, zullen gestraft worden met deportement van ambt en qualiteit of met de verklaring van onbekwaamheid om immer den Lande in eene diergelijke betrekking wederom te kunnen dienen.
Teu zevenden: dat even dezelve ambtenaren, door een minder buitengewoon en. verregaand verzuim oorzaak tot schade gevende in hunne administratie of directie, zullen worden gestraft met eene suspensie van ambt en tractement voor den tijd van een of twee jaar of met eene evenredige geldboete ter arbitrage van den rechter.
Ten achtsten: dat in alle de voorschrevene gevallen de schuldigen noglhans, boven de bepaalde straffen, zullen verwezen worden in de vergoeding der schade, welke hel gouvernement door hunne ontrouw of onachtzaamheid beeft geleden.
Ten negenden : dat deze vergoeding, moetende inhouden een herstel der wezenlijk bij den Lande te lijdene schade, nimmer naar de inkoops-, maar altijd naar de uitkoopsprljzen zal worden berekend.
Ten tienden: dat de comptabele ambtenaren, welke door eene zeer geringe en nauwelijks te vermtjdene onvoorzichtig- heid of door eene zoogenaamde culpa levissima oorzaak worden, dat het gouvernement bij hunne administratie schade lijdt, in geen geval verder dan in de vergoeding dier schade zullen
• 1810. H. W. ÓACNOÈLè. 6B
wordea verwezen en ook, naar aanleiding van zaken en omstandigheden, daarvan zullen mogen worden vrijgesproken ; en voorts om bij placcaat hiervan aan de gemeente kennis te geven.
3 Sprokkeimaand. Voorschrifl nopens j>zwalpen*\
b besloten, dat voortaan geene zwalpen of Tinkamsobe planken, wdke bij uitsluiting alleen voor het gebruik van ▼aartuigen bewaard moeten blijven, zullen mogen gevraagd of tnt andere dan de voorschreven eindens gebezigd worden, behalven alleen ten behoeve van de constructie winkel te Souraba^a, tot zoolang er geen gezaagd hout voorhanden zal ztjn ; met last, zoo aan den prefect van den Oosthoek, als die het verder aangaat, om daartoe alle middelen in het werk te stellen.
3 Sprokkelmaand. Voarschrifï nopens hel kappen van boomen in 's hands hosschen.
Is besloten, dat ingevolge de intentie van de wet, doch waarvan somwyien is afgeweken, de inspecteur-generaal der houtbosschen geene orders zal mogen geven tol den aankap van boomen uit 'sLands bosschen, dan nadat hij daartoe aulliorisatie van zijne excellentie den Maarschalk en Gouver- neur Generaal gevraagd en bekomen zal hebben.
Op 22 Zomermaand 1810 is het vorenstaande aldus ge- wijzigd.
Is goedgevonden te bepalen, dat de commissaris-generaal, der marine in extra-ordinaire en pressante gevallen bevoegd zal zijn tot het doen van aanvragen van houtwerken aan doi inspecteur-generaal der houtbosschen of het lid van het coliegie van administratie der houtbosschen ter plaatse, alwaar het gevraagde hout op dat .oogenblik noodig is, welke in zoodanige gevallen geaulhoriseerd zullen zijn dadelijk den
rUlAAT-lOU DEEL XVI. 5
6Ü 1810. H. W. DA£NDeL& «
aankap te doen gevolg nemen, mits daarvan ten eerste wordt kennis gegeven aau zijne excellentie en in het laatste geval, behalve aan hoogstdenzelve, ook aan den iospectenr-generaal en aan het coliegie van administratie der houtbosschen ; en wijders de redenen van zoodanige, extra-ordinaire aanvragen behoorlgk aan zijne excellentie werden gedetailleerd ten eÏDde daarop vervolgens hoogst deszelfs approbatie te eriangen.
5 Sprokkelmaaod. Uübreiding vam hei beipaalde op 20 Mei 1808 M ondeT'Officierem e» gemecnen, zcomUüaireH, als zeevarenden.
Zulks had ook betrekking >tot die enkelde gevallen, waarin •dezelve den zeerovers in handen mogten komen*'.
5 Sprokkeimaand. Verhoaging van hel traclement van den binnen-regenl van het Chineesche hotapüaal ie Batama van 12 iei 50 rijksdaalders^ papieren geld^^s maande.
Er werden toenmaals in dat godshuis 151 Chinezen &Bk inlanders verpleegd.
5 Sprokkelmaand. Verdeeling van hei */• ^ onidekie ^erreuren\ bedoeld bij arl. 59 der insiruciie voor de generale rekenkamer.
Is goedgevonden en verstaan toe te kennen aan den president een vijfde gedeelte, aan de leden te zamen twee vijfde gedeeltens, aan den secretaris en adjunct-secretaris een vijfde gedeelte en het overige een vijfde gedeelte te laten ter dispositie van de rekenkamer, om onder de gezamentlijke suppoosten na merite te worden verdeeld.
Zie ook 19 December 1808.
5 Sprokkelmaand. Nadere regding van den vorm der correspondentie mei IM Opperbesiuur w Nederland.
De Hooge Regering vereenigde zich met het navolgende
- H. W. DAENDEL8. 6Ï
rapport ter zake van hare leden, H. A. Parvé en I. C. Romswinckel.
Op den 12^ van Wintermaand des verloopen jaars heeft hel Uw Hoog Ëdelhedens goedgedacht in handen van de onder- geleekenden te stellen een scbrifteiyk vooratel van zyne excdleotie den Maarschalk en Gouverneur Generaal, daarbij, om in hel breede geallegeerde redenen, voorstellende bet decemeeren eener commissie ten einde de form te arresleeren, waarop in het vervolg de brieven, door deie regeering aan den Minister van koophandel en koloniën af te vaardigen, zouden dienen te worden ingericht
Aan dit gevenereerd besluit thans zullende voldoen, kunnen wy niet af zyn by deze de voordragt van zyne excellentie over te nemen en als zeer geschikt om te dienen tot een ietroduetie voor den eersten te concipieeren brief als zoodanig voor te dragen, hierin bestaande, dat toen zyne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal in Lentemaand des vorigen jaars 1809 en daarop genomen besluit Uwer Hoog- Edethedens om, als een gevolg van de afscbalBng. van den post van geheimschryver van den Gouverneur Generaal, het coneipieeren van alle rapporten en missives van wegens het lichaam dezer regeering aan zyne excellentie den Minister van Zijne Majesteit tot de zaken van koloniën, 't geen anderzins den secretaris dezer vergadering zou hebben geiucunibeerd, over te laten aan een van hoogstdeszelfs secretarissen-generaal, welke by het reglement voor dezelve van den 29^° van Bloeimaand daaraan vervolgens ook met deze werkzaamheid is belast geworden, zyne excellentie daarmede ten doel had gehad om in die rapporten en missives een beter ensemble te onderhouden, daar het voor den secretaris der regeering des tyds zeer moeyeiyk zou zyn geweest een aaneenge* schakeld verslag aan den Minister Ie cmtwerpen, wijl eensdeels de organisatiên van het voormalige Javasche gouvernement en van Gheribon nog niet waren geconsolideerd en ten andere de generale directie niet gebragt op den presenten voet, waardoor de tegenswoordige, regelmatige behandeling van zaken
68 1810. H. W. DAENDËLd.
bij deze yergadering voor als toen geen plaats kon hebben en hare rapporten aan den Minister derhalve, wanneer tevens niet uit andere bronnen kon worden geput, niet alleen aan onvolledigheid, maar ook aan onnauwkeurigheid zouden hebben moeten laboreeren, behalve de herhalingen, waarin deze re- geering zoude kunnen zijn vervallen door met zijne excellentie te schrijven over dezelfde zaken, hetgeen niet wel te ver- mijden was, zoolange de opgemelde organisatiên van Java en Cheribon en die van de generale directie hun volkomen beslag niet hadden erlangd en zijne excellentie daardoor in de noodzakelijkheid wierd gebragt zich op alle details te expliceeren, dan dat zedert de meermelde organisatiên compleet zijn ingevoerd en alle zaken van wetgeving, finantien, ad- iniiiistratie, aanstelling, enz. door hoogst denzelven ter de- liberatie worden gebragt van deze vergadering niet alleen, maar zelfs de maandelljkscbe en drie maandelijksche rapporten van den staat der 6nantiên, magazijnen, producten en in één woord van den ganschen omvang der generale directie door den directeur-generaal bij dezelve worden ingediend en daardoor de registers dezer regeering een volkomen geheel opleveren, de eerst aangevoerde redenen, die tegen het con- cipieeren der rapporten en missives van deze vergadering door den secretaris dezer regeering aan den Minister pleitende waren, alsnu ten volle waren gecasseerd, daar niet alleen thans door gemelden secretaris een volledig verslag uit de resolutiên kan worden getrokken, maar ook een verslag, hetgeen geene redites zou bevatten van rapporten van zijne excellentie, die van nu af alleenlijk zouden rouleeren over militaire en marine zaken en die de inwendige veiligheid en rust, zoomede de generale situatie en het politieke beataan der kolonie in het algemeen regardeerden, waarbij hoogstdezelve zorge zoude dragen, dat van hetgeen door deze regeering bedeeld wierdt, door zijne excellentie geen aanhaling zoude worden gedaan;
terwijl zijne excellentie zich tevens flatteerde, dat dit een middel wezen zou om de impressie krachteloos te maken
- H. W. OAENDEL8. 69
Tao aQe verkeerde iDsiniiatien, die de vijanden van de tegen- woordige, verbeterde orde en inrigtingen over den waren staat en toedragt van zaken in deze kolonie zouden kunnen verspreiden ;
proponeerende hoogstdenzelven mitsdien op deze gronden om, gerekend van den eersten van Louwmaand aanstaande, onder ultimo van iedere maand door den secretaris dezer vergadering te doen ontwerpen een behoorliyk verslag aan den Minister van hetgeen in den loop dier maand is voor- gevallen, getrokken uit de communicatien en voordragten van zijne excellentie, zoomede van de rapporten van den directeur- generaal, die ter veigadering inkomen, en van de besluiten, die daarop werden genomen, nadat echter de form van op- gemelde brieven vooraf zou wezen gearresteerd.
Ingevolge hiervan is het uwe commissie voorgekomen het meest aan de intentie te zullen voldoen met voor te stellen, gelyk zij zoo vrij is bij deze te doen, eene verdeeling, als volgt, in hoofddoelen als:
1*^ brieven,
V wetgeving,
3« justitie,
4^ administratie,
5* flnantie,
^ magazynen,
l"" prodncten,
8« kerkelijke sUat,
9* wegen en posterijen, lO*" buiten comptoiren, 11" bedienden;
moetende van dit alles een zeer kort en succinct schema bij wijze van een brief in de korist mogelijke bewoordingen en op de kortst mogelijke wijze, echter duidelijk en klaar ter neder gesteld, door den secretaris dezer vergadering alle maanden, van de vorige maand af te rekenen, vervaardigd worden, getrokken, zoo uit de communicatien en voordragten van zijne excellentie, als uit de resolutiön van Uw Hoog
70 1810. H. W. DAENDEL8.
Edelhedens en ait het maandelijkscb rapport van den directeur- generaal, gelijk mede ook uit de drie maandelijksche rap- porten over de magazijnen van de leden der hooge regeering respective en uit de verder ingekomen stukken, terwijl als bijlagen, genommerd met cijfers of letters, zouden moeten dienen de volstrekt noodige copij extracten en besluiten of communi- catiên, etc, van welke het bij de brief gezegde en geëxtraheerde of niet voldoende is of te omslagtig zoude worden; daar, waar geen besluiten op gevallen waren of geene extracten als bijlagen gevoegd konden worden, zoude des noodig een weinig circumstantieelder moeten gehandeld worden, in alles echter altoos de meest mogelijke kortheid, duidelijkheid en klaarheid in het oog houdende.
Deze wijze is de commissie voorgekomen de kortste en eenvoudigste te zijn, terwijl de Minister, verder of meerder elucidatie begeerende, als in het schema voorkomt, de belagen kan consulteeren en hierdoor vermijd wordt een al Ie omshtgtig verhaal van de dikwijls niet veel beduidende en daardoor veelal vervelende beschrijvingen te lezen, terwijl zulk een voorgesteld maandelijkscb rapport of brief, in dezer voege ingericht, onzes inziens tevens een ensemble of geheel bevatten en uitmaken zal; kunnende omtrent die hoofddeelen, waar omtrent in de te beschrijven maand niets bijzonders is voor- gevallen, eenvoudig gesteld worden, dat van dat of die hoofd- deelen in de verloopen maand niets is voorgevallen.
5 Sprokkelmaand. Ontheffing van het collegie van Sche- penen te Batavia van de directie over wegen^ bruggen, enz.
Is goedgevonden en verstaan president en Schepenen van Batavia te ontslaan van de onmiddelijke directie over de wegen, bruggen, waterloopen, beschoeljingen, enz., voor zoo- verre zich de regterlijke Jurisdictie van dat collegie uitstrekt blijvende daarvan alleen aan hun overgelaten de süperin tendentie, alsmede van het opzigt over het onderhouden van den Oosterweg naar Buitenzorg, en ten andere met de bepaalde directie
- H. W. DAENOCLS. 71
en verantwoordelijkheid tan deze, van president en Schepenen algezonderde werkzaamheden te belasten den major en directeur der genie van het departement Batavia, Schultze, benevens den architekt, Jongkind, aan hem ondergeschikt, te weten, dat alle bestekken en conditiên van aanbesteding in den vervolge alleen door hem, major Schultze, zullen geformeerd en over de executie het toezigt gehouden worden, waaronder mede begrepen zi|n de werken, die in daghunr mogten worden verrigt, enz.; en gedachten major voor deze vermeerdering van zijne bezigheden en verantwoording toe te leggen een som van twee duizend rijksdaalders 'sjaars, te betalen in half zilver en half papieren geld, uit stads kassa, gerekend van den eerste dezer, tot zoo lange hij met dit bestier zal belast zyn, tot welke uitbetaling president en Schepenen by deze gequaliflceerd werden.
De reden voor deze ontheffing was de slechte directie, welke Schepenen hadden gevoerd.
6 Sprokkelmaand. Accusaiie van ontvangen bevelen, enz.
ZQne excellentie, tot hoogst deszelfs groot ongenoegen bij herhaling ondervindende, dat de uitvoering zijner besluiten, orders en aanschrijvingen door velen verzuimd wordt te accoseeren, 't geen niet alleen irregulier is en strijdig met eene behoorlyke pligtsbetrachting, maar daarenboven het gouver- nement in de uiterste onzekerheid laat nopens bet effect harer genomen mesores, waardoor, zoo ooit, vooral in de tegens- woordige omstandigheden van oorlog de onherstelbaarste na- deden aan deze kdonie kunnen worden toegebragt;
heeft besloten alle civile en militaire ambtenaren te gelasten, dal voortaan, niet alleen de receptie van hoogst deszelfs besluiten, orders en aanschrijvingen met de aller eerste gelegenheid zal moeten worden eitend, maar ook, dat, bijaldien de bevelen, daarin vervat, zijn van zoodanigeu aard, dat dezelve niet dadelijk kunnen worden uitgevoerd, van de executie derzelve
7S 1810. H. W. OAENDEL8.
nader het verschtddigde berigt zal moeteo worden ingeaconden, sub poene van arbitraire en strenge correctie voor degeeneo, die hierin nalatig blljTen.
7 Sprokkelmaand. Verdubbeling der iraclemenien van de irUandsche klerken en van den boekbinder bij de griffie van den Gouverneur Generaal te Buitenzorg,
Zijne excelleDtie, in aanmerking nemende, dat de inlandsche klerken Tan hoogst deszeirs griffie meestal hunne huishoudingen hebben te Batavia en gedurende den lyd, dat zij hunne dienst hier [Buitenzorg] prestoeren, de beheering en directie daanran aan anderen moeten overlaten, hetgeen hun geneert uitho(tfde van het overleg, hetgeen er noodig is om in dezen duren tijd met hunne veelal geringe tractementen rond te schieten, zoodat geen van de inlandsche klerken te Batavia uit eigene inclinatie zich op gemelde zijne excellentie griffie wenschen geêmploljeerd te zien;
en consideerende, dat de hieruit resulteerende moeljelijkheden om het noodige getal klerken voor de griffie bij een te honden, mitsgaders de verzoeken om wederom naar Batavia te worden verplaatst geen einde zullen nemen, indien gemelde klerken door geen extra-ordinaire voordeden aan hunne tegenwoordige plaatsing worden geattacheerd;
heeft besloten, dat de inlandsche klerken, als ook de boekbinder, gedurende hun emplooi op de grillie van zijne excellentie te Buitenzorg, doch ook niet langer, zullen genieten het dubbelde van hunne tegenwoordige tractementen, op den voet, zooals gemelde tractementen thans worden uitbetaald.
10 Sprokkelmaand. Toekenning aan de blandong's van gelden tot hel tweemaal *sjaars vieren eener »nationak i^vrolijklieid^\
Het collegie van administratie der houtbosschen voorge- dragen hebbende het montant in gelde, hetwelk zou kunnen worden geaccordeerd voor het geven van eeu nationale vroiyk-
- H. W. 0AEN0EL8. 73
beid aao de blandongs-volkeren in het begin en tegen het einde van de werkzaandieden in de bosechen;
is bedelen, dien conforoiy zoo na, ab voor het vervolg, daarvoor te aeeordeeren twintig rijksdaalders, zilver geld, voor iedere blandong, telken reize, dat is eens met het begin en eens met einde van den kaptyd in de bosschen, bedragende ▼oor het tegenwoordige getal van elf blandoncps, als die van den Oosthoek, Tooban, Lassnm, Rembang, Joana en Patti, Demak, Japara, Samarang, daaronder begrepende Caliewoengoe en Candal, Paccalongan, Tagal en Cberibon, eene somma van twee honderd en twintig rijksdaalders, zilver munt.
Op 7 Slachtmaand 1810 is zulks ook toegepast op de nieuwe blamdong's, Pamanoekan en Tji-ascra. Er bestonden toenmaals twaalf blaudong's. •
10 Sprokkel manndl. Vervallen verklaring aan den Lande van altct in 1809 door een ambtenaar verdiende maand*
Zulks geschiedde «lot een geringe compensatie van de • nadeden, die den Lande door de onverschilligheid en mis- » leiding [van dien ambtenaar] zijn toegebracht".
Die ambtenaar werd bovendien met >deportement en in- •famie" bedreigd, indien hlJ zijn plicht bleef verzaken.
10 Sprokkelmaand. Bemoeijing der Regering mei de schulden van een Soloschen pangeran.
Zijne eicellentie, legaal ter kennis gekomen zijnde, dat de Javaansche Prins te Souracarta, Ario Praboe Prang Wedono, door het ontbonden aan denzelven van een groot gedeelte der erfenis van wijlen zijnen in 1795 overleden groot vader, den pangeran adipattlj Amangcoe Negoro, en door de verpligting om zijnen staat op te houden over- eenkomstig met deszelfs geboorte en met de betrekking^
74 1610. H. W. DAENDEL8.
waarin hij zich geplaatst vindt, genooddrongen geworden is, buiten de schulden, die hij reeds voor het jaar 1795 had gemaakt, nog nadere te contracteren, welke successite zoodanig zijn opgeklommen en vermeerdert, dat dezelve hem geworden zijn tot een ondragelijke last uithoofde van het misbruik, 't geen de geldschieters van zijne situatie hebben gemaakt, door zeer ongehoorde renten te bedingen, die voormelde Prins het vooruitzicht afsnijden om immer uit voormelde zijne schulden te geraken;
en in aanmerking nemende, dat de crediteuren van voor- noemden Javaansclien Prins alle zijn onderdanen van dit gouver- nement, aan wien het volgens de wetten dezer kolonie niet vergunt is eene hogere interest te nemen als uiteriyk van negen ten honderd 'sjaars; dat dienvolgende diezelfde wetten hun tot eene teruggave van gedachte, te hoog berekende interessen zouden verpligten van den tijd af aan, dat dezelve by hen genoten zyn, indien de Prins Ario Praboe Prang Wedono verkoos zyn regt daar omtrent tegen hun te doen gelden ; dan dat, ofschoon zg hier tegen een waarborg vinden in de eerlyke sentimenten van voornoemden Prins, nogtans de onmogelykheid, waartoe dezelve gebragt is om, by voort- during van deze hooge renten, zyne gedachte schulden te verevenen, geUjk anders zyn ernstig verlangen is, het gouver- nement niet onverschillig kan doen aanzien de gedelabreerde situatie, waartoe gemelde Prins door eene allezins wraakbare winzucht zyner crediteuren in zyne finantiele omstandig- heden is vervallen, te minder, daar die Prins zich altyd door een opregt attacbement voor het Hollandsche gouver- nement heeft onderscheiden en daarom ook steeds, sedert de komst van zyne excellentie in deze kolonie, de hand is boven het hoofd gehouden, mitsgaders de tusschenkomst van het gouvernement voor hem het eenige redmiddel is tot zyn behoud en om niet nog dieper onder zyne schulden bedolven te worden ; trouwens dat, onverminderd dese oon- sideratiên, de verklaarde afkeer van het gouvernement tegen alle vexatiên van den inlander en de principes van biliykheid
- H. W. OAENDEL8. 75
en regtvaardigheid uit zich' zelfs de verpligting doen ontstaaD om de woeker yan gewetenloje geldschieters te bedwingen en de wetten te doen spreken, waar zij door onvcrzadelijke hebzucht en door uit nood en onkunde verkregen toegevenhetd tot zwijgen waren gebragt;
heeft besloten alle de crediteuren van den Prins Ario Praboe Prang Wedono te gelasten hunne pretensiên, zoo aan kapitaal, als achterstallige renten, op te geven aan den minister te Souracarta binnen den ttjd van een maand, nadat dit besluit te Souracarta zdl wezen bekend gemaakt, onder over- l^gïng ▼an de schuldbrieven, sub poene van nulliteit voor zoodanige pretensién, welke niet in den loop van dit termijn op den voorschreven voet zullen wezen aangegeven;
dat wgders op deze pretensiên, zoo voor de nog achter- stallige renten, als Toor het vervolg, geen hooger interest zal worden gevalideert als van zes ten honderd 'sjaars, zifnde de ordinaire rente, welke gewoonlijk wordt genomen ;
dat bet montant van negen en dertig duizend acht honderd Spaansche matten, zilver geld, hetgeen de gevolmagtigdens der executeuren van wijlen den gewezen Java's gouTerneur en voormaligen eersten resident te Souracarta, van Reede tot de Psarkeler, bij de besluiten van den 51*'' van Louw- maand 1809 en den 30^ van Louwmaand jongstleden gelast zyn, als het wettig erfdeel van den Prins Ario Praboe Prang VVedoDo, in 's Lands kas te storten, zal worden aange- houden om daaruit proportionele afbetalingen aan zijne crediteuren te assigneren; dat wijders aan welmelde cre- diteuren nieuwe schuldbrieven zullen worden afgegeven, te weten ten laste van het Land, voor zoover het voorschreven erfdeel en de hem daaruit toegedachte proportionele afbe- talingen betreft, en ten laste van den pangerang Ario Praboe Prang Wedono voor het montant, hetgeen zijne crediteuren meerder op hem te pretenderen hebben, rentende zes ten honderd 'sjaars, welke schuldbewijzen ten laste van het Land verevend zullen worden, zoodra de staat der kas de aflossing daarvan zal gedogen;
76 1810. H. W. DAENOEL8.
en dal wtfders de minister te Souracarta, onder de nadere approbatie van zijne exceileiitiCy de noodige schikkingen zal maken omtrent de dan nog overblijvende scliulden van gemelden Prins, ten dien effecte, dat dezelve binnen den tyd van vijftien jaren finaal zijn geliquideert, waartoe zijne revenuen voldoende zijn geoordeelt.
14 Sprokkelmaand. Heffingen van inlanders indeBatO' viasche Ommelanden,
De drossaard dier ommelanden deelde aan de Regering mede, »dat, vermits aan zijnen post de werkzaamheden, welke bevorens aan den gecommitteerde over den inlander behoorden, zijn vervallen, door hem in navolging van het gdiruik eenige kleine voordeden, daaraan verbonden, voor het verieenen van passen* en licentie-briefjeiB, als om in de rivieren Crawang en Tjidanie te mogen varen, hetzij om te handden, danwd om zout, etc. te koopen, tot het houden van warongs, tot het spden van ronggengs, voor bet merken van geweren, enz., waren gecolligeerd tot circa rd' KOO 'sjaars, doch dat, sedert een gedeelte van het Crawangsche aan de ouundanden was gevoegd, deze voordeden 'sjaars tot rd* 1000 waren gestegen; dal hij deze gelden niet voor zich had behouden, maar daarvan de ongelden voor het kantoor, douceur voor den boekbinder, voor het afnemen van eeden, etc. en het overige onder zijne drie klerken had doen verdeden, met verzoek, dat hiermede mogt worden gecontinueerd op de voor- sclireven wijze om daaruit te vinden de hier bovengemdde kleine uitgaven dan wel, ingeval hieromtrent anders mogt worden gedisponeerd, aan hem de kanalen werden aangewezen, waaruit hij de vooi-schreven, aan zijn ambt verknogte ongelden konde goedmaken, en aan zijne drie klerken, welke tezamen rd' 100 's maands genoten, een vermeerdering van tractement werde loegelegd; mede te kennen gevende, dat bevorens, waimeer de opgezetenen der ommelanden onder den gecommit- teerde over den inlander sorteerden, dezdve door de inlaindsche
idlO. H. W. DAËNO&LÓ. 7*7
komma ndanten te Batavia wierden getrouwd ; dat hij hiermede, olsehooii de ommelanden van de jurisdictie van Batavia afge- scheiden waren en de kommandantcn dus niet meer met dezelve Ie doen hebben, had laten continueeren op den ouden voet tot in den aanvang van dit jaar, wanneer in de gewone trouwmaand der inlanders de vcele verzoeken om gedispenceerd te wezen om te trouwen bij de kommandanten, aan hem gedaan, vermits de inlanders gedrukt werden door de willekeurige afvorderiogen der gedagle kommandanten, hem, drossaard, dit had gedefereerd doen laten aan deszelfs secretaris en schout en aan deze volgens art. 33 der instructie voor Boedel- meesteren gepermitteerd voor ieder gehuwd paar rd' 5 të deelareeren, ingeval dit konde worden betaald, en anders om niet, waarvoor man en vrouw ieder een acte wierd verleend, geschreven op een zegel van '6 stuivers, en met welke schik- king de inlanders zeer tevreden schenen te wezen en hem verzegt hadden, dat de schouten, ieder in hun district, daartoe mogten worden geauthoriseerd ; gevende de drossaard wijders in consideratie, of het niet nuttig en noodig zoude wezen, dat de getrouwde heden werden ingeschreven om daardoor alle qnestiën voor te komen en, dit geadopteerd wordende, de schouten, ieder in zijn kwartier, ouder het genot van een gering salaris daarmede werden belast".
Voorloopig bepaalde de Regering zich tot het stellen van dit schrijven in handen van de commissie, benoemd op 23 Louwmaand 1810.
14 Sprokkelmaand. Verhooging van Z tot Ü stuivers daags der toelage aan 12 koelVs bij het magazijn van *,len.
-^ Sprokkelmaand. Belasting ten behoeve van den Ooster rijweg van Batavia naar Builenzorg.
Aangezien de ondervinding geleerd heeft, dal het in orde
1^8 IdiÓ. H. W. DAËNDËL6.
brengen van den Ooster rijweg naar Buitenzorgdoor deeige» naren van de bnderyen, in de omn^elanden van Batavia gelegen» niet aan de verwachting beantwoordt, maar daarover een bepaald opzicht van gouvernements wege diend te worden gehouden; en in aanmerking nemende, dat de kosten, die bierloe worden vereisebt, een te groot bezwaar voor de stads kas opleveren, zoomede dat de particuliere landen byoa niets tot de algemeene lasten bijdragen, nogtans de uitgaven aanzienlijk zyn, welke den Lande reeds voor den gemelden Oosterweg heeft besteed en verder zal moeten besteden, alsmede die van het bestuur over gemelde ommelanden, waar- door de veiligheid van de bezittingen der landeigenaren en de inwendige rust thans in gemelde ommelanden wordt gewaarborgt; zoo is op den 14*" dezer in Rade van Indiê goedgevonden te ordonneren en te statueren, geiyk geor- donneerd en gestatuecrd wordt by dezen, dat alle eigenaren der particuliere landeryen, in de ommelanden van Batavia gelden, zonder onderscheid van Europezen, inhndsche christenen, inlanders, Mooren of Chinezen, tot soutien van voornoemde uitgaven en andere voorkomende nuttige eindens, jaariyks voor den laatsten van Zomermaand aan stads kassa zullen moeien opbrengen een half percent van de actuele waarde dier landerijen, even als zulks omtrent de huizen, tuinen en erven, binnen de limiten van de regteriyke jurisdictie van president en Schepenen van Batavia gelegen, reeds is ingevoerd, welke acluele waarde zal worden berekend volgens de taxatie, die de taxateurs der vaste goederen jaarUJks van voornoemde landerijen zullen doen, sub poene, dat degenen, welke nalatig zyn deze belasting op den voormelden tyd te voldoen, in de dubbelde betaling daarvan zullen vervallen; met autorisatie voor het collegie van president en Schepenen dezelve in te vorderen by parate executie, indien dë voldoening binnen twee maanden na den laatsten van Zomermaand niet ge- presteerd is;
zullende daarentegen gemelde landeigenaren vanhetonde^ houd van den Ooster ry weg zyn ontheven, doch niettemin voor-
IdiO H. W. DAËNOCLfi. 79
eerst Teq>ligt wezeo om zooveel werklieden, karren en buffels daartoe te fourneren, als van ben len voorschreven einde door den majoor» directeur der genie van het departement Batavia, J. C. Schultze, tot bepaalde pryzen zullen worden gerequireerd, en verder hun incumberen de gehoutlenisse om den Westerweg naar Buitenzoq;, de wegen naar Tjikauw en Tangerang en alle andere, publieke w^en, die thans in gemelde ommelanden in gebruik zyn of nog moeten worden aangelat, evenals bevorens te onderhouden;
wordende president en Schepenen van Batavia, de drossaard der Bataviascbe ommelanden, de majoor, directeur van de genie, Scholtze, en die het verder zoude mogen aangaan, gelast te zorgen, dat hieraan stiptdijk wordt voldaan.
En ten einde niemand hiervan ignorantie zoude kunnen pretenderen*, zal deze gepubliceerd en in de HoUandsche, inlandsche en Gbinesche talen worden geaiBgeerd, ter plaatse gebruikelijk.
Op 18 Grasmaand 1810 is nader besloten >den Oosterweg naar Buitenzorg niet voor primo van Zomermaand aanstaande te doen beryden, ten einde daardoor eene meerdere vastig- heid te geven aan dien weg, met autorisatie op den drossaard der Bataviasche ommelanden om de landeigenaren, welke in het foumissement van volk en pedatti's tot het maken van gemelden weg hebben gedeelt, mede tol zoo lange te laten continueren in de leverantie van één holiderd en vyftig pedatli's lot het aanbrengen van steentjes voor gedachten weg en het leveren van tien man per paal tot het verder perfectioneren van denzelven, tegen de betaling, daarvoor by besluit van de Hooge Regering van den 14'° van Sprokkelniaand laatstleden geaccordeert.
Zie ook 3/16 Slachtmaand 1810.
-^ Sprokkelmaand. PrijS'bepaling van het varkens- tleeech.
Alzoo in Rade van Indië op den 14'" dezer besloten is
80 1^10. H. W. DAÉNDËLè.
den prijs van het varkensyleesch, nithoofde van de toegenomene duurte der varkens, voortaan te bepalen op twaalf en een halve stuivers, papieren van credit of koperen munt, het Icatje, zoo wordt daarvan aan de gemeente kennis gegeven, met last op president en Schepenen om voor de naarkoming hiervan te waken, op verbeurte van het vleesch en arbitraire correctie voor de overtreders;
en opdat niemand hiervan eenige ignoralie zoude kunnen pretenderen, zal deze worden geaffigeerd in de Hollandsche en Ghineesche talen, ter plaatse gebruikelijk.
lü Sprokkel maand. Tegemoelkoming aan de regcnlsdiajjpen Lasem en Reti^ang.
Achlervolgens de reserve, voorkomende bij art. 49 van het generale reglement voor de herbergen en posterijen, om door den Oosthoek aan Rembang te laten fourneren de noodige paarden en hetgeen verder voor hel onderhoud der herbergen, postwagens en relaisen in dat gansche district wordt vereischt, volgens de bepaling, daaromtrent nader door het gouver- nement te maken;
en in aanmerking nemende, dat de regentschappen van Rembang en Lassum weinig of geen rijstlanden hebben, noch eenige andere resources opleveren om de lasten van de herberg te Bantjar en van de .postwagens en relaisen, zoomede van de postpaarden en postkarretjes voor het transport der brieven te kunnen dragen en dat daarentegen de regentschappen in den Oosthoek, niel alleen groote voordeelen aan de regenten geven, maar zelfs geene der regentschappen van den Oosthoek, beoosten Sourabaija gelegen, daaronder de verpagte districten Panaroekan en Besoekie gerekend, herbergen, postwagens of paarden te onderhouden hebben;
is besloten, dat de regentschappen van I^issum en Rem- bang door de regentschappen van Java's Oosthoek, beoosten Sourabaija gelegen, compleet zullen worden voorzien van een herberg te Bantjar, zoomede van hetgeen ' daartoe verder
- H. W. DA^NOELS. gl
Torens hel post-reglement wordt vereischt, alsmede van de nodige paarden en postwagens, item van postpaarden en postkarretjes voor het transport der brieven; met last aan den prefect van Java's Oosthoek daarover te concerteren met bet lid van de hout administratie te Rembang, die de directie en surveillance zal hebben over de uitvoering, zorgende, dat binnen den lijd, bij het voorschreven reglement bepaald, alles in werking is gebragt;
terwijl wijders nog, uithoofde van de opgemelde armoede der regenlschappen in het district Rembang, besloten is dezelve te ontheffen van het onderhoud der djajang sekars en dit onderhoud te nemen voor reReoing van den Lande, mits daarin tevens voor een gedeelte wordt gedragen door de Europeesche ingezetenen van Rembang, wordende bel lid in de houtadministralie gelast deswegens een voordragt te doen» alsmede van het getal, waarop de djajang sekars voor Rembang, na de aCscheiding van hetzelve van bet regent- schap Toeban en van geheel Joana, zouden kunnen worden bepaald.
20 Sprokkelmaand. Toekenning aan den scherprechler van 50 realen voor hei levend verbranden van delinquenten.
In het tarief voor den scherprechler was deze straf vergeten. Voor radbraken kreeg hij 40 en voor ophangen, enz. 16 realen.
26 Sprokkel maand. Reglement voor het laboratorium ie Soerabaija.
Dit reglement is woordelijk hetzelfde, als dat voor Samarang, vastgesteld op 17 Louwmaand 1810
26 Sprokkelmaand. Reglement voor de administratie der artillerie in Java*8 Oosthoek.
ArL 1. Er zal te Soerabaya zijn een kapitein-commies
§& 1810. H. W. ÖAENÓCLé.
der artillerie-magazijnen, die als supernumerair bij het batailion artillerie aldaar zal worden gevoerd, en wijden onder zljoe administratie hebben zal de wapenkamer en ammunitie* goederen ; zullende zijne directie zich uitstrekkra oter de forten en buiten-posten, onder de militaire divisie van Soerabaya behorende.
Art. 2 t/m 11. Deze zijn gelijkluidend aan de overeenstem- mende artikelen van het reglement voor Samarang, vastgesteld op 17 Louwmaand 1810.
Art. 12. Alle aanmakingen van artillerie-goederen zullen geschieden in het atelier van constructie; viranneer er repa- ratiên van affuitage/ laad-gereedschappen, enz. noodig zijn, zal hij, commies, zich daartoe schriltelijk adresseren aan den commandant der divisie, met specifieke opgave van hetgeen dient gerepareert te worden, waartoe gemelde commandant eene schrihelljke autorisatie ter reparatie van die goederen in het atelier van constructie zal afgeven.
Art. 13. De reparatiên aan het klein geweer zullen ins- gelijks geschieden in H atelier van constructie; de corpsen, die reparable wapenen hebben, zuilen, na bekomen toestemming van den commandant der divisie tot de afgave derzelve in voorschreven atelier, ieder dezer wapenstokken voorzien met een briefje, waarop de defecten aan dezelve zijn bekend gesteld, en welke briefjes zij, voor het terugnemen van die wapenen na de reparatie, zullen nazien en zich over- tuigen, dat de daarop vermelde defecten waarlijk en geheel zijn verholpen.
Art. 14. Op gelijke wijze zal de commies handelen met de reserve wapenkamer goederen, over welke hij de directie heeft en die reparatie vereischen.
Art. IS. Tot bet waarnemen van het noodige schrijfwerk wordt aan hem, commies, een klerk toegestaan.
Art. 16. Het personeel in deze administratie en de tractementen, aan hun toegelegd, zullen bepaald zijn, als volgt:
de commies een maandelijksche toelage van één honderd r^ks-
\6\Ó. H. W. DAENDEL8. 83
daalders, zUr^ geld, behalve zyn gewoon tractement ab kapitein der artillerie;
de klerk, *smaands, dertig rijksdaalders,
een Eoropeesdi bombardier, 's maands, twintig rijksdaalders, op de in den Oosthoek gebrnikelyke voet van betaling,
twintig battoors, ieder a drie rijksdaalders 's maands, zilver.
De Europeesche bombardier zal voorts genieten veertig ponden rijst, drie kan arak, drie pond zont en twee kan klappns oUe, 's maands.
Art. 17. De jaarltjksehe verstrekkingen voor hem, commies, worden bepaald op:
drie riem klein formaat papier,
drie bossen pennenschachten,
twee vaten Javasche talk tot onderhoud der affuit-assen,
vijf honderd kannen djarak-olij tot smeering der affuitage, twee maal 'sjaars,
een kwart vat harpuis tot het inwendig voorzien der bomben en grenaten,
vQf honderd verf kwasten,
rier en twintig rotting-manden in soort,
twaalf bossen bezems voor het magazijn.
Art. 18. Gelijkluidend aan het Samarangsehe artikel 18.
Op 6 Bloeimaand is art. K aldus geamplieerd, »dat de generale inspectién over 'sLands artillerie en wapenkamer goederen, welke volgens dat artikel om de zes maanden aan den commandant der artillerie incombeeren, zullen moeten worden gedaan onder ultimo van Zomer- en onder ultimo van Wintermaand van elk jaar en dat van de generale inspectie en opneem onder ultimo van Wintermaand telkens een be- hoorlijk geteekend rapport door den commandant der artillerie en de oCBcieren, welke daarbij hebben geassisteerd, aan de generale rekenkamer zal moeten worden ingezonden, alsmede van het laboratorium, ten einde daarvan de restanten tegen de boeken te kunnen confronteeren".
84 IdiO. H. W. OACNOELÖ.
3 Leotemaand. Regeling van sdirijf-behoeflen.
De schrijf-behoeften bestondeu toenmaals uit: post-papier, schrijf-papier, kardoes-papier, Ghineesch of Macaosch papier, bord-papier, Javaansch papier [plat geklopte boombast], pennen- schachten, zegel lak, boekbinders-garen, hoorn-perkament, was en vermillioen [voor het stempelen der brevetten], scharen, boekbinders-naalden, linialen, inktkokers, vloei-papier, smeer- kaarsen, leijen en griffels [voor de Generale Rekenkamer], zandkokers, potlooden, inkt, rood-aarde, O. I. inkt, verwstoffen, penseelen, gomelastiek.
De bureaux, enz., waaraan die schrijfbehoeften, alle of eenige daarvan, werden verstrekt, waren:
de secretarie van zijne excellentie, den Maarschalk en Gouverneur Generaal, en het bureau van de genie, artillerie en militaire mouvementen,
de president der hooge regering,
de directeur-generaal,
de leden der hooge regering,
de secretarie hunner Hoog Edelheden,
de secretaris van de hooge regering,
de generale directie,
het bureau van den administrateur-generaal,
het bureau van den hoofd-administrateur van Batavia,
het bureau van den hoofd-administratear van de groote Oost,
de respective pakhuizen, als de Waterpoort, Westzyde, bet kleeden-, amfioen- en zuiker-pakhuis, het provisie-, graan- en ijzer-magazijn,
het finantie-kantoor,
de ontvanger-generaal,
het tractements kantoor,
de generale rekenkamer,
de architekt Jongkind,
de translateur in de Maleische taal,
de translateur in de Javaansche taal,
de hooge Raad van justitie.
- H. W. OAENOEL8 SS
het bareaa van den drossaard, het collegie van eoratoren en schobrchen, het militaire departement, het bureau van oorlog, het bureau van de immobile divisie, de commissaris van oorlog der immobile divisie, het atelier van reparatie,
de commies van het militaire kleedings* en equipements- magazijn, de plaatselijke staf, de commies der artillerie-magazijnen, het 5^ bataillon y regiment infanterie van linie, het 2* gamizoens regiment, de artillerie immobile, de kavallerie immobile, bet depot,
het hospitaal te Weltevreden, het magazijn van geneesmiddelen, de vier cantonnements hospitalen, de hooge militaire vierschaar, het bureau van de mobile divisie,
het bureau van den commissaris van oorlog der mobile divisie, het 1"^ regiment infanterie van linie, het ^^^ regiment infanterie van linie, het regiment jagers, het esquadron dragonder lijfwagt, de rijdende artillerie, het ¥^ esquadron kavallerie, de 2* kompagnie artillerie te voet, de commissarissen van oorlog, het departement der genie te dezer hoofdplaatse, het departement der marine, het bureau van den kommandant der haven, de opzichter van de magazijnen der marine, bet kantoor van den boekhouder, het kantoor van den bootsman.
86 1810. H. W. OAENOEL8.
de Koninklijke marine.
liet burean van den commissaris-generaal der marine,
bet kantoor der Rembangscbe scbeeps-timmerwerf,
3 korrelten van 100 koppen en verdere kleine vaartuigen,
de bout-stapelplaatsen van Sourabaija, Rembang en Sama- rang,
de hout-stapelplaatsen van Grissee, Joana, Tagal, Cheribon en Indramaijoe,
de hout-administratie op Java,
èe inspecteur-generaal der houtbosschen,
het collegie van administratie der houtbosschen op Java.
de commissaris der houtweiien op Java,
de préfecture Samarang,
de aldaar zijnde bureaux en schrijf-kantoren, zoo civiele, als militaire en marine,
het departement der genie,
het hospitaal te Samarang,
de prefectures van Tagal, Paccalongan, Rembang, Japara en de kantoren te Djocjocarta en Souracarta,
de prefecture Sourabaya, voor de aldaar zijnde bureaux en schrijf-kantooren,
het departement der genie in den Oosthoek,
het hospitaal te Sourabaija,
de prefecture Grissee,
de onder-prefectures Sumanap, Banjoewangi, Passourouang en Bancaliang,
Panaroekan en de Baviaan,
de prefecture Cheribon,
de prefecture der Gheribonsche en Preangcr-regenlschappen,
de préfecture der Jaccatrasche en Preanger-bovenlanden,
Tjikauw, Karang Samboeng en Indramaijoe,
de prefecture Bantam,
de Groote Oost,
de hoofd-prefecture Amboina,
de prefecture Banda,
het konomandement Ternateo,
- K W. OAENOBL8. 87
Manado ra GonmtalOy
Timor,
het departement der genie op Amboina,
het kommandement Maecasser,
de residentie Palembang,
de Japansefae handel.
Zie ook 9 Louwmaand 1811.
3 Lentemaand. Bdasting op legaten en coUaterak wo» ce89iên van Chinezen, Mooren, Ma/unnedanen en andere inlanders, geene Javanen zijnde, ten behoeven van de onehrislen hospitalen.
Art. 1. De SO^ penning zal geheven worden op een egale Yoet yan alle gelden en goederen, roerende en onroerende, geene hoegenaamd aitgezondert, die iemand bij testament, codicil, legaat of gifte onder de loTenden, dan wel ah intestalo in de opklimmende en zlj-liniên zal komen te erven ofte ▼erkr^en en rijksdaalders 200 of daarboven waardig zijn, daaronder ook gerekend halve broeders en zusters, wel te verstaan, vranneer dezelve van één vader ofmoeder zijn geteeld.
Doch, wanneer de gelden of goederen blJ institutie, fide commia, I^aat of andere making, boe ook genaamd, aankomen aan vreemden, zal worden betaald dubbeld of de tiende penning van alle dezelve gelden of goederen, zonder onder- sdieid, uitgezondert alleen, wanneer die goederen geen rijks- daalders 100 vaaardig zyn, mitsgaders hetgeen man en vrouw van eikanderen komen te acquireren, welke in alle gevallen met de betaling van de 20* penning zullen volstaan.
Zullende ingeval van onzekerheid, of de goederen aankomen aan vreemden, dan wel zodanige personen, die aan den donateur of teatateur vermaagschapt zijn, het dubbeld of de tiende penning moeten worden betaald, tot de verkrijger zijn ver- maagachap aan den donateur of testateur zal hebben bewezen, wanneer aan hem het meerder betaalde dan de 30* penning zal worden gweatitueerd.
gg 1810. H. W. DAENOELS.
Art. % Van de Toorgaande bepaling zullen echter uitge- zondert zijn godshuizen en diaconen onder het ressort van het Hollandsche gouvernement in Indien, welke, ervende of verkrijgende, insgelijks met de 20^ penning zullen volstaan, terwijl de legaten en donatiên, aan de inlandsche hospitalen voormeld vermaakt wordende, geheel vrij van deze belasting zullen wezen.
Art. 3. Dit middel zal geheven worden van alle Chinezen, Mooren en inlanders, geene Javanen zijnde, die legaten of erffenissen van andere onchristenen verkrijgen, uitgezondert de vrijdom van slaven.
Art. 4. Dit middel zal ook moeten betaald worden bij diegeenen, <Ue goederen, ffde commissubject, komen teerven, except alleen de fide commissen, die in de nederdalende linie van den laatsten bezitter overgaan; en zal hetzelve direct moeten voldaan worden, telkens bij de overgang der goederen op de verdere, gesubstitueerde, fide comroissaire erf- genamen, getaxeerd na de waarde bij den overgang.
Art. 5. En, dewijl dit middel een reêele last is, waarmede de goederen zijn bezwaard, zoo zal derhalven, iemand eenige goederen, met fide commis belast, verkrijgende, hetzelve niet uit den privé beurse van den gegraveerden erfgenaam, maar uit de fide commissaire goederen zelve moeten worden voldaan.
Art. 6. De lijftogt aan iemand vermaakt en de eigendom aan een ander, den overledenen bestaande in de opgaande graad of van bezijden, of aan een vreemde gelaten zijnde, zal de lijflogter dit middel van die goederen moeten betalen, zoo van de goederen zelve, als van de somma, waarop de lijftogt in capitaal getaxeerd zal worden op den voet van lijfrenten, in acht nemende, zoowel omtrent de goederen, als omtrent den lijftogt, of de daarmede gebeneficeerde per- sonen aan den testateur al of niet zijn vermaagschapt, ingevolge waarvan de 20^ dan wel het dubbeld of de lO"" penning zal moeten worden betaald volgens het 1'* art. dezer ordonnantie; des zullen de erfgenamen niet gehouden wezen de goederen te laten volgen aan degenen, waaraf de eigendom gemaakt
1810 H. W. OAENOEL8. 89
is, Toordat het in voege Toorschreven betaalde van de goederen han vergoed of van die goederen gekort en gevalideerd zal zttn.
Art. 7. Degeene, waaraan de eigendom der goederen vermaakt is, voor den lijflogter stervende en den eigendom nalatende aan iemand, die hem in de opgaande graad ofte. van bezijden bestaat, dan wel aan een vreemde, zal dezelve niet volstaan met het remboursement van hetgeen door den lyriogter reeds voor de goederen betaald zal zyn volgens het voorgaande 6^ art. maar bovendien gebonden wezen ter expiratie van den lijftogt nog te betalen de 40 i^enning, indien bij aan den nalater is vermaagschapt, en de 20? penning, wanneer hij aan denzelven vreemd is.
Art. 8. En om alle dispuien te preveniêren worden de respective notarissen en andere beambtschrijvers, die tot het maken van actens gequalificeerd zijn, gelast om in beide de voorschreven gevallen den lestateur of testatrice af te vragen, door wien het collateraal zal moeten worden voldaan, op verbeorte van eene som, gelijkstandig aan het bedragen daarvan, ten profijte van de hospitalen, waarvoor dit middel wordt geheven, welke boete alhier bepaald wordt op rijks- daalders 500, wanneer het collateraal meer mogt be- dragen.
Art. 9. Het regt van de collaterale successie zal mede moeten worden betaald van boedels, die onder beneficie van inventaris aanvaard worden, en hetzelve regt scbnldig zijn uiterlijk twee jaren na het sterfgeval, ten ware dezelve boedels voor dien tijd kwamen geabandonneerd te worden.
Art. 10. Iemand bij zijn leven van zijn boedel afstand doende, onder voorwaarde, dat de verkrijger hem tot z^n dood zal moeten onderhouden, zal dit middel aanstonds moeien worden betaald.
Art. 11. Van hetgeen uit boedels en nalatenschappen na elders moet worden overgemaakt, zonder onderscheid, zal provisioneel de 10*" penning voor het collateraal worden ge- heven; en zal aan de geregtigdens worden gerestitueerd helgeen
90 1810. H. W. 0AEN0EL8.
ly bewijsen lullen meer gefourneerd te ztjn, als wegens dit middel had moeten betaald worden.
Art. 13. Het collateraal zal geheyen worden ter plaatse, waar het sterfhuis yalt, en niet ter plaatse, waar de goederen gelegen zijn, met in het oog houding, dat helzelve zal worden berekend, niet na de wetten ter plaatse, alwaar de goederen gelegen zljn^ maar na de hier vigerende orders, op dit stok bereeds gemaakt of nog te maken.
Art. IS. Na gedane afbetaling der schulden, waarmede een boedel deugdelijk is belast geweest, en dus alleen Tan hetgeen zuiver op de erfgenamen devoWeert, zal het collateraal geheven worden.
Art. 14. Binnen den tijd van zes maanden, gerekend van het overlijden desgeenen, wiens goederen geêrft of ver- kregen worden en het collateraal subject zyn, zuUm de goederMi door de executeurs of boedelreddenaars by een specifieke-Ujst of korten staat, onder presentatie van eede, met bijvoeging van de acten van taxatie, mitsgaders die der publiek gevenduceerde goederen, aan den eoUecteur moeten worden aangegeven, op poene van arbitrale correctie, zelb aan den iQve, na exigentie van zaken, en daarenboven de dubbelde betaling van het collateraal, door de contraventeurs uit hunne privé beurse te betalen.
Art. 15. Doch, wanneer eenig persoon komt te overlijden, niets ofte zoo weinig nalatende, dat daarvan geen coUateraal behoefd te worden betaald, gelijk meermalen omtrent kinderen voorvalt, zoo zullen de ouders, voogden, executeuren, lyk- aanvaarders ofte die zulks anders imcumbeert, verpligt zijn zulks binnen zes weken na het overiljden aan te geven als voren en daarbij schriftelijk, onder presentatie van eede, ver- klaren, dat de overledene geene goederen hoegenaamd heeft nagelaten, waarvan, ingevolge deze ordonnantie, het middel van het coBateraal zoude moeten worden betaald, op poene als voren.
Binnen drie maanden na het doen van de vooisehreven aangifte zal het middel moeten worden betaaU ten kantore
- H. W. OAENDCLS. 91
Tan den eolleetenr» waarvoor de executeurs gehouden zoDen z^n zorge te dragen.
Art. 16. Voor zooTerre de goederen, aan dit middel subject, mogten gelegen zijn op andere plaatsen, als waar het sterfhuis Talt, zal de waarde daanran zoo na mogelijk, na beste kennis en wetenschap, bij de voorschreTen lijsten van aangifte moeten worden bekend gesteld en het middel van het collateraal proTisioneel daarna moeten worden betaald, doch zullen de executeurs of boedelredderaars gehouden zijn, zoo spoedig mogelijk ofte wel uiterlijk binnen * een jaar, wanneer de goederen op dit eiland, én drie jaren, wanneer dezelve elders gelegen zijn, gerekend van het overlijden van den laatsten bezitter daarvan, aan den coQecteur over te geven een naderen, specifieken staat, insgelijks onder presentatie van eede, waarna vervolgens de betaling van dit middel binnen drie maanden daarna zal moeten worden gesuppleerd, dan wel het te veel betaalde worden gerestitueerd, zooals bevonden zal worden te behooren, alles op de poenaliteiten, bij art. 14 bepaald.
Art 17. En zal niemand eenige goederen, dezen impost subject, aanvaarden, nog eenige renten, huren of vruchten daarvan mogen genieten, voor dat de aangifte en betaling van het coDateraal, na den inhoud dezer ordonnantie, behoorlijk is geschied, op de boete van 200 ryksdaalders, boven de ver- beurte van het dubbeld collateraal.
Art. 18. En zullen op gelijke wijze dezelve goederen niet mogen worden veraliêneerd of getransporteerd, voor dat dit middel alvorens daarvan zal zijn betaald, ten ware eenige redenen daartoe viraren, in welk geval hetzelve met kennis en consent van den Raad van justitie zal kunnen geschieden ; des zullen degeene, welke begeeren te profiteren van den vollen tijd van negen maanden, voor de betaling van dit middel gesteld, verstaan worden daardoor niet te incurreren de poenali- teiten, op welke de overschrijvingen of transporten der vaste goederen anderzints bevolen zijn te moeten geschieden binnen zes maanden.
Art. 19. Wanneer de eerststervende der ouders den langst-
92 1810. H. W. DACNOEL8.
levende maakt boedelhouder of boedelhoudster, met last de goederen Ie blijven bezitten, de kinderen op te voeden en te obderhouden tot hunne mondige dagen en de goederen als dan uit te keeren, zal dit middel niet betaald worden van de portifin, die door versterf van eenige der kinderen in himne onmondige jaren aan anderen zullen te beurt vallen.
Art. 20. Geiyk mede niet, wanneer man en vrouw, uit hetzelve huwelijk geprocreêerde, gemeene kinderen nalatende, malkander beneficeren met lijftogt, erffenis of legaten.
Art. 21. Ook zullen de boedels en nalatenschappen van vreemdelingen ofl^ andere personen, geene iogezelenen van dit eiland zijnde, deze impost niet subject zijn.
Art. 22. Doch alle de kinderen zonder descendenten voor den langstlevende komende te overlijden, zal als dan de langst- levende gehouden zijn het regt van de collaterale successie van alle goederen en effecten, hiervoren gespecificeerd, die de langstlevende van den eerst overledene, hetzij uithoofde van huwelijkse voorwaarde, testament of gifte onder den levenden ofte ter zake des doods heeft bekomen, te vol- doen.
Art. 23. Dit middel, voor zooverre de Chinezen, Hooren en inlanders betreft, geheven wordende ten behoeven van het Ghinesche hospitaal te Batavia en het onchristen of inlandsch hospitaal, 't welk te Samarang opgericht zal worden, ten einde hierdoor de meer of min vermogenden onder hen ook te doen bijdragen tot onderhoud van die godshuizen, waar hunne gebrekkige en zieke geloofsgenoten worden opge- nomen en verzorgd, moet hetgeen deze impost zal opbrengen, voor zooverre Batavia en dies ressort aangaat, komen ten profijte van het Ghinesche hospitaal te Batavia, en hetgeen te Samarang en dies onderhorigheden gecolligeerd zal worden, komen ten voordeele van het te Samarang op te richten hospitaal, over welke godshuizen de collegien van Boedelmeesteren te Batavia en Samarang respective het oppertoezicht en de administratie der middelen van dezelve is aanbevolen.
Art. 24. Dien volgens worden tot coUecteurs van dit middel
- H. W. OAENDELS. 9^
te Batavia en te Samarang aangesteld de secretarissen van Boedelmeesteren yoonneld, welke voor den Raad van justitie moeten presteren den eed van getrouwe behandeling na bet formulier daarvan, agler deze ordonnantie gevoegd.
Art. 25. Gemelde coUecteurs zullen gehouden zijn cautie te stellen, ten genoegen van Boedelmeeslereo, ter somma van rijksdaalders 2000 ieder.
Art. S6. Voor hun salaris en verantwoording genieten ztf de 20* penning van hetgeen door hun wegens deze impost gecoUigeerd wordt.
Art 27. Üe voormelde coUecteurs zullen behoorlijke boeken hunner administratie moeten houden, welke jaarlijks ter exami- natie en visitatie aan de generale rekenkamer van Indien zullen moeten worden overgegeven en ingezonden.
Art. 28. ZIJ zullen aansprekelijk zijn voor alle de schaden en nadeden, welke door liun verzuim of nalatigheid zouden mogen worden of zijn veroorzaakt, en daarom verplicht wezen een tiende uit de hun bij art. ^6 toegelegde 5 percent van dit middel bij het coUegie van Boedclmeesteren, waartoe zij geboren, over te brengen, ten einde die schaden daaruit in der tijd te kunnen recouvreren, zoowel als hetgeen komt te blijken, dat door hun oneigen is genoten, welk Vio« °^ ^^^ zt| uit hun officie zullen getreden of, zoo zij staande het waarnemen van dit hun ambt komen te sterven, na hun overlijden 15 jaren bij het collegie gedeponeerd zal nioeleu blijven om vervolgens, hetzij geheel, dan wel, zoo daaruit remboursementen gedaan zijn moeten worden, na aftrek van dezelve te worden afgelegd aan hun of hunne executeuren of erfgenamen; en zal van het bedragen van dit '/j^ jaarlijks na het sluiten der boeken opgave moeten geschieden.
Art. 29. Ook zullen zij verplicht en gehouden zijn aan een iegelijk, des gevraagd wordende, de noodige onderriglingen ten aanzien van de heffing der impost te geven en pertinente registers van de overledene personen te houden, brengende ieder derzelve onder een apart hoofddeel, met bekendslelling van hetgeen de hospitalen wegens dit middel uil de aangegeveq
94 1810. H. W. OAENOëLè.
boedels al of niet mogte competeren en van hetgeen Ter- volgens daarop is betaald geworden.
ArL 30. Üe collecteurs zullen niet alleen .?erplichi zyn ten allen tijde, wanneer zulks zal worden begeerd, aan de goI- legiên fan Boedelmeesteren respeotive, alsmede aan de generale rekenkamer, des gerequireerd wordende, ouverture en zelfs visie van de boeken en papieren te geven, tot de collecte van dit middel specterende, maar ook daarenboven, na verloop van dke twee maanden, ieder aan hun collegie en de generale rekenkamer overgeven en inzenden een accuraat rapport van alle de sommatiên, die zy hebben gedaan, zoo mede van alle boedels, waarvan binnen dien tijd betaling van het collateraal is gepresteerd, ais ook van alle de zulken, waarvan de tijd van opgave en belaling is geöxpireerd; met recommandatie verder, dat alle nadeelen, die door inattentie of verzuim in dezen mogten voorvallen, zonder form van proces op hunne rekeningen zullen worden gesteld.
Art. 31. De coliecteurs zullen dit middel moeten innen binnen den tijd van negen maanden, gerekend van den dag van bet overlijden van den testateur of testatrice ofte wanneer de donatiën inter vivos zullen wezen geschied.
Art. 32. Alle taxatiên van vaste goederen zullen geschieden door den gezworen taxateur en van meubilaire of losse goederen en slaven door den afslager van het vendukantoor of de bodens van Boedelmeesteren ; en zullen alvorens in functie te treden de bodens van Boedelmeesteren bij hunne, collegita moeten afleggen den eed agtervolgens het formulier, agter deze ordonnantie geinsereerd.
Art. 33. Voor het doen der voorschreven taxatita, regis- treren en uitleveren der autentieke extracten zal betaald worden een half percent van de waarde der gelaxeerde goederen, te verdeelen tusschen de taxateurs en de secretarissen van Boedelmeesteren, ieder voor de helft, zonder verder iele hoegenaamd in rekening te mogen brengen, hetzij daggelden, wagenvragten ofte eenige andere ongelden, welke die wik vonden mogen wezen.
\éiÓ. H. W. OAENOELt. Öl(
Art 34. De lijfrenten zullen op gelijke wijze getaxeerd worden en zal daarbij regard geslagen moeten worden op den ouderdom der personen, waarop zij zijn geconstitueerd, en zulks volgens de mede hier agterrolgende taxatie-lijst.
Art. 3K. Een der collecteurs, oordedende, dat de taxatie beneden de waarde gedaan is, zal het perceel en zoo ook de losse goederen mogen overnemen, mits de taxatie ver- hoogende tot een zesde en betalende 'sLands geregtigheid van de vaste goederen, ten ware de erfgenamen of andere verkrijgers liever verkozen zelve het regt van het collateraal te suppleren na de verhooging van den collecteur, wanneer zij voor denzelven zullen blijven geprefereerd; en zal de collecteur, die van de voorschreven faculteit begeert gebruik te maken, gehouden zijn zich daarop te verklaren binnen den tijd van zes weken, nadat zoodanige taxatie ter zijner kennis zal zijn gekomen, en bij foute van dien, de gemelde termijn géêxpireerd zijnde, daarvan zijn verstoken.
Art. 36. Geene notarissen, beambtschrijvers of andere per* sonen, tot het passeren van actens gequalificeerd, zidlen mogen staan over scheidingen, deelingen, transporten of alie- natiën van boedels of goederen, dit middel subject, tenzy bun alvorens bij quitantie van den collecleur gebleken zij, dat de betaling van dit middel geschied is, op poene, van contrarie- doende, aansprekelijk te zijn voor het bedragen van dien en daarenboven te verbeuren voor de eerste maal een hondeiil rijksdaalders, voor de tweede maal twee honderd rijksdaalders en voor de derde maal drie honderd rijksdaalders en bovendien een arbitraire correctie.
Art. 37. Vermits, navolgens het voorkomende bij de in- structiên voor de collegiên van Boedelmeesteren te Batavia en te Samarang, niet alleen alle testamenten ter registrering en inserering aan dezelven geproduceerd, maar bovendien van alle onder de Chinezen en onchristenen plaats hebbende sterfgevallen kennis gegeven moet worden, zullen de collecteurs daarvan het noodige gebruik ten aanzien van de heffing van dezen impost kunnen maken.
96 1810. H W. OAENDELé.
Art. 38. Zoodra een der collecteurs kennis bekomt, dat een boedel onder zijn district gevallen is, dit middel subject, zal liij een billet of sommatie cedul aan het sterfhuis moeten zenden, zonder dat men echter de aangeving voorschreven zal mogen uilstellen, al ware het dat de coUecteur zulks verzuimde.
Art. 39. Om alle wijdlopige procedures te vermijden zullen de respective coUegién van justitie te Batavia en te Samarang geautoriseerd zijn ter eerster instantie en, ten aanzien van de hoofdplaats, met voorbijgang van den anderzints dagelijk- schen en competenten regter, kennisse Ie nemen van alle questien, welke omtrent de heffing van dit middel en de bij deze ordonnantie bepaalde boeten en breuken zouden mogen ontstaan, en gehouden zijn daarin op korte en peremptoire termijnen regt te doen, zonder dat van al zulke gewijsdeos appel of revisie zal worden geadmitteerd ; zullende zy, die onwillig zijn te betalen, nadat zij bij den regter over deze hunne onwilligheid gehoord en de redenen daarvan niet voldoende bevonden zullen zijn, buiten form van proces, bij parate executie tot de betaUng genoodzaakt worden, doch zich dan nog bezwaard vindende, zullen zij na gedane con- signaüe in oppositie ontvangen worden.
Art. 40. In gevalle de bepaalde termynen, binnen dewelke de opgaven en betaling van het collateraal moeten worden gedaan, door voorkomende, niet te voorziene beletselen of verhinderingen, van wat natuur ook, niet toereikende mogten wezen, zullen degeeuen, die zich in zoodanig geval bevinden, vrijheid hebben prolongatie daarvan te verzoeken, met opgave der redenen, waarom dat uitstel wordt verzegt.
Art. 41. En vermits verscheide fraudes omtrent dil middel zouden kunnen worden gepleegd met het maken van frauduleuse coulraclen of transporten, zoo onder rtnversalen als anderzints^ zullen alle goederen en effecten, die op eenige frauduleuse manieren, om dit middel te ontgaan, zullen zijn verzwegen of gediverteerd, dan wel de waarde van dien, ten behoeven van het hospitaal voor de eene en den aanbrenger voor de
IdiÓ. H. W. DAENOELS. ^^
andere helft z^n verbeurt, en daarenboven impuniteit, indien hij aan de gepleegde fraudes mogt medepliglig zijn, en zal deszelfs naam worden gesecreteerd.
Art. 42. De overige boetens, bij deze ordonnantie ver- mdd, zullen genoten worden voor ^z, bij dengeene, die de calange doet, en het resterende '/j door het hospitaal, waaraan het behoord; en worden tot de calange van dit middel ge- quaüficeerd de respeclive officieren van justitie en de col- lecteurs, alle bij preventie, welke calanges binnen den tijd van zes jaren na de aangifte der boedels of giften onder den levenden zuDen kunnen worden gedaan.
Eed ffoar de eoUecteurs.
Ik belove en zwere, dat ik mij in de aan mij toevertrouwde post, als coUectenr van het middel van het collateraal ten behoeven van het onchrislen hospitaal, conscientieuselijk, vroom en oprechtelijk, na mijn beste kennis en vermogen zal gedragen, de belangen van het gedachte hospitaal in allen deele getrouwelijk behartigen; ook van dengeene, van wien ik dit middel heffen zal, niets meer vorderen zal, dan mij bij de ordonnantie op deze belasting is voorgeschreven ; en mij wijders stiptelijk en zonder afwijking zal gedragen na den inhoud van de voorschreven ordonnantie.
Zoo waarlitk helpe mij God almagtig.
Eed voor de taxateurs.
Ik belove en zwere, dat ik de goederen, die mij ter taxatie zullen worden aangewezen of vooi^elegd, volgens mijn beste kennis en wetenschap en zonder aanzien van personen, na hare regte viraarde zal taxeren; dat ik een iegelijk, wie hij ook zyn moge, die mijne dienst als taxateur zal verlangen, met alle ijver en vigilantie zal bedienen zonder voor mijne aan te wenden moeite iets meer af te vorderen, dan mij wettiglijk is toegdegd; voorts mij in alles te zullen gedragen, als een eerlijk en vroom taxateur gehouden is ie doen.
Zoo waarlijk helpè mij God almagtig.
PLAIAAT-BORK DESL ITI. ^
06 1810. H. W. 0AENDËL6.
Fwrmutier van sommatie cedulleit.
De erfgenamen of het bewind hebbende van den boedel,
nagelaten bij
worden bij dezen gesommeerd binnen zes maanden na het
overlijden van geraelden
aan den coUecteur van den impost op het collaleraal te leveren een specifieke lijst of korten staat van alle de goederen, eflecten en bezittingen, bij den overledene nagelaten, hel voorschreven middel van het collateraal subject, verzeld van de taxatie- lijsten, nevens de extracten der publiek gevenduceerde goe- deren, volgens het eerste en veertiende artikel van de ordon- nantie, daarop gemaakt, of, wanneer door den overledene zoodanige goederen en bezittingen niet zijn nagelaten, zulks binnen zes weken na deszelfs overlijden aan te geven als voren en daarbij schriftelijk onder presentatie van eede te verklaren, dat de overledene geene goederen hoegenaamd heeft nagelaten, waarvan ingevolge de voormelde ordonnantie het middel van het collaleraal zoude moeten worden voldaan, alles op poene, bij het veertiende art. der geamplieerde ordonnantie om- schreven.
Lijst van de taxatie der lijfrenten.
Van 1 tot 20 jaren op 10 jaren levens,
• 9 » • » 3 ■ " . 7 .
» 5 » •
• 4 o • •*■ 5 » »
• 2 » • boven de 75 op een jaar levens.
Voorts te doen vervallen de heffing van de 20^ penning van alle legaten en eriTenissen die naar andere plaat^n worden overgemaakt, die zoowel voor deze hoofdplaats» als
20
30 .
30
40 .
40
60 •
50
55 >
&5
60 •
60
65 »
6i>
70 .
70
75 .
- H. W. DAEN0EL8. 99
Toor Saiuarang bepaald zijn en waartoe bet oollegie van Boedelmeesteren aldaar volgens deszelfs instructie gequali- ficeerd was.
Nog werd goedgevonden: de invordering dezer beding te laten gescbieden door den secretaris van Boedelmeesteren alhier en door de secretarissen van Wees- en Boedelmeesteren te Samarang, en gemelde ordonnantie te amplieren met deze befling uit te strekken over en daaronder te brengen alle andere Chinezen, welke op een der prefectures op bet eiland Java of andere possessien van bet HoUandsche gouvernement woonachtig zijn.
Zie ook 2 Wijnmaand en 16 Slachtmaand 1810
3 Lentemaand. Voorschrift voor den ontvanger-generaal.
Is goedgevonden en verstaan den ontvanger-generaal tege- lasten zijne kassa rekening te brengen onder hoofddoelen en op vaste respecten, in maniere als gebruikelijk was, voordat daarin door den gewezen administrateur-generaal, Goldman, in het begin van 1809 eene verandering is geordonneerd; met overiating om, wanneer bij hiertoe assistentie noodig heeft, zich dan nader te mogen adresseeren, doch ten aanzien van de overbrenging derzelve bij de generale rekenkamer hem, ontvanger, te laten volslaan zijne kassa rekeningen, op voor- schreven wijze ingerigt, in duplo, door hem geteekend, over te leggen, benevens de daarbij gehoorende ordonnantiên in originali, ten einde beide deze rekeningen door de generale rekenkamer tegen elkander en tegen de ordonnantiên worden vergeleken; met last aan de rekenkamer voornoemd na deze volbragte confrontatie en bij accoord bevinding der stukken een dezer rekeningen terug te geven en aan den voet der- zelve tot decharge van den ontvanger-generaal te verklaren, dat dezelve overeenkomt met degeene, die wordt aangehouden, en met de ordonnantiên, daarin vermeld, welke rekening en ordonnantiên bij gedagte rekenkamer moeten blijven berusten ter visitatie.
SIM)/ 44
100
H. W. DAENOCLê
3 Lfentemaand. Tarief voor de zegeU en het expeditie' geld van aden van aanstelling ten behoeve van civiele ambtenaren.
ZegeL
Bipaditle.
President van den hoogen Raad van jus- titie
Prefect van Amboina
» » Sourabalja
• » Samarang en Damak
Minister aan het bof te Sourakarta
» • » » » Djocjocarta
Prefect van de Jaccatrasche en Preanger-
bovenlanden
Inspecteur-generaal vandehoutbosschen..
» » • koffij-culture. .
Administrateur-generaal
President van Schepenen
Drossaard der Bataviasche ommelanden . . Vice-president van den hoogen Raad van
justitie
Commissaris-generaal der marine
Secretaris van de booge regeering
Ordinair lid van den hoogen Raad van
justitie
Advocaat-Bscaal van Indiê
Bailluw
Hoofd-administrateur van Batavia . . . . President van het coilegie der hout-ad- ministratie
Prefect van Gheribon
• Tegal
» • Paecalongang
» ■ Japara
» • Banda
Opperhoofd van den Japanschen handel . .
rd» 180 rd-75
U5
60
100
50
- H. W. DAENDEL8.
101
Onlvanger^ eoeraal
Hoofd-administrateur voor de groote Oost. .
Sabandhaar te Batavia
Hoofd-administrateur te Samarang . ...
• w ' 9 Somrabaija . . . .
Prefect van Grissee
Eerste gecommiteerde over de suiker- culture
President van de generale rekenkamer.. » • * weeskamer te Batavia..
Prefect van Bantam
Opperhoofd van bet generale tractements- kantoor »
Architekt te Batavia
Griffier van den hoogen Raad van justitie. .
Secretaris van Schepenen
Commissaris over het vendukantoor te Batavia
Predikant te Batavia
Lid van het collegie der hout-administratie.
Commissaris der wegen en posterijen . .
Eerste Resident van Palembang
Prefect van de Cheribonsche en Preanger- regentschappen
Prefect van de Lampongs
• • Menado
Eerate gezworen klerk ter generale secre-
larij
Vendumeester te Batavia
Kassier en boekhouder van het vendu- kantoor te Batavia
Secretaris van de generale rekenkamer. . Administrateur van de Waterpoort ....
■ • » Westzijde
> suikerpakhuizen.
Zegel
rd« 80 rd*40
60
30
BO
2»
102
- H. W. DAENDEL8.
Zogel.
Expeditie.
Administrateur van het graan-magazijn .
Pakhuisnieester te Sourabaija
» » Saniarang
Administrateur te Amboina
» » Banda
Gezworen klerk bij den hoogen Raad
van justitie
» > » het koUegie van Schepenen
Extra-ordinair lid van den hoogen Raad van justitie
Lid van de generale rekenkamer
Commissaris van de bank van leening..
Finantie-boekhouder
Equipage-boekhouder
Administrateur van het provisie-magazijn . » » » ijzer- •
Kassier, boekhouder en pandbewaarder van de bank van leening
Secretaris van den drossaard der Bata- viasche ommelanden
Tweede gecommitteerde over de suiker- culture
Notarissen
Fiscaal te Samarang
Sabandhaar te Samarang
Onder-prefect van Sumanap
Opziender over de salpeter-makerijen te Sourabaija
Generaal perk-opziener te Banda
Onder-prefect van Timor
Pakbuismeester op Japan
Stads docter
Stads chirurgijn
Stads apotheker
rd- 50 rd'25
40
15
50
10
- H. W. OAENOEL8.
105
z«g«i.
Ezpeditto.
Gezworen landmeter Ie Batavia
Procureur, gesalarieerd
Eerste suppoost op 't kantoor van de
generale directie
» over de stamboeken van het iK)litiek departement
Opziener der werken te Batavia
Boekhouder van de artillerie-magazijnen. .
Adjunct gezworen klerk bij den hoogen Raad van justitie »
Adjunct gezworen klerk bij Schepenen .
Secretaris van Boedelmeesteren te Batavia.
Schout
Doodgraver
Secretaris van den prefect der Jacca- Irasche bovenlanden
Secretaris van het collegie der hout-ad- ministratie
Secretaris en fiscaal van den inspecteur- generaal van de houtbosschen
Fiscaal te Sourabalja
Negotie boekhouder te Sourabalja
Gezworen translateur » • ....
Essaljeuren en tuunlmeester te Sourabalja.
Onder-prefect van Passourouang
Secretaris van Wees- en Boedelmeesteren te Samarang
Negotie boekhouder te Samarang ....
Gezworen translatear » > ....
Fiscaal te Amboina
Collectrice van het klein zegel
President van de hooge militaire vier- schaar
Adjunct eerste gezworen klerk ter generale secretarij
rd« 30 rdMO
as
104
H. W. OAENOEL8,
Zegel
EipedlM
Adjunct secretaris van de generale reken- kamer
Gezworen klerk van de weeskamer te
Batavia ...
Translateur in de Maleische taal te Ba- tavia ;
Scriba bij den administrateur-generaal.. Eerste deurwaarder van den boogen Raad
van justitie
Eerste bode van Scbepenen..
» » van de weeskamer te Ba- tavia
Secretaris van den commissaris-generaal
der marine
Scriba te Sourabaija
» ■ Samarang
Secretaris te Souracarta
• > Djocjacarta
Predikant te Amboina
Administrateur te Macasser
Lid van Schepenen
» » Weesmeesteren te Batavia
Eerste suppoost over de stamboeken van
het militair departement
Eerste commies op de generale reken- kamer
Translateur in de Javaansche taal te Ba- tavia
Auditeur militair te Batavia
Eerste commies bij den administrateur- generaal
• » bij den hoofd-admini- strateur voor Batavia.. » » bij den hoofd-administra- teur voor de groote Oost
rd' Ï8 rd* 8
20
H. W. OAENDEL8
105
Zegel.
Ezpeditif*.
Eerste commies op hetfinantie-kantoor..
Procureur te Batavia en elders
Afslager van 't vendukantoor te Batavia . .
Substituut te Batavia
Cipier » •
Secretaris van den inspecteur-generaal over de koffij-culture
Secretaris van justitie te Samarang
Pakhuis boekhouder » » ....
Landmeter » » ...
Vendumeester » » ....
Pakhuis-boekhouder te Sourabaija
Secretaris van den prefect te Amboina . .
Fiscaal te Banda
Onder-prefect van Bima
» » Saparoea
Secretaris van den kommandant te Ter- nate
Fiscaal van de hooge militaire vier- schaar
Griffier van de hooge militaire vierschaar.
Registerhouder ter generale secretarij . .
Archivaris en collationist »
Gezvroren klerk »
Tweede commies bij de generale reken- kamer
Tweede suppoost over de stamboeken van het politiek departe- ment
» op het kantoor van de generale directie
commies bij den hoofd-administra- teur voor Batavia
Boekhouder bij den hoofd-administrateur voor Batavia
rd' 20 rd» 6
20
15
106
H. W. DAENOELS.
Zegd.
ExprditM.
Tweede commies bij den boord-administra-
leur voor de groote Oosl
Tweede suppoost op hel finanlie-kantoor. .
Afslager van de vischmarkt
Taxateur bij de bank van leening
Boekhouder van bet provisie-magazijn . . » graan- »
de Waterpoort.
» Westzyde
het kleeden-pakhuis . . . • suiker- ■
Schepenen
Kastelijn van bet gouvemements buis..
Opziener te Karang Samboeng
» » Tjicauw
in de bovenlanden
over de hout-stapelplaatsen, win- nende rd» lÜOO
President van Wees- eii Boedelmeesteren
te Samarang
Secretaris van justitie te Sourabaija . . .
Negotie-overdrager (e Samarang
Commissaris der werken te Samarang. . Onder-prefect .van Bancallang
I de Baviaan . .
» Banjoewangie
► Boeloecomba
• Saleijer
. Hüa
• Poelo Aij
Scriba te Tegal
• » Japara
» » Cheribon
» » Bantam
Architekt te Banda
rd« 15 rd- 4
- H. W. DAENOEL8.
107
Zc«el.
Expeditie.
Beambtschrijver te Macasser
Fiscaal Ie Ternate
President van Boedelmeesteren te Batavia..
Translateur van de Engelsche en Fransche talen
Boekhouder van het ijzer-magaztjn .....
Baas boekdrukker en binder van het gou- vernement
Koster
Gezworen klerk van Boedehneesteren te Batavia
Bedienster der sterfhuisen
Verhuurster der rouwmantels
Confrontisten en boekhouders, winnende rd» 80 ter maand
Kamerbewaarder van de hooge regeering. .
Tweede deurwaarder van den boegen Raad van justitie
Tweede bode van Schepenen
» > » Weesmeesteren te Ba- tavia . . . .
Tractements boekhouder te Sourabaija..
Negotie-overdrager te Sourabaija
Gezworen klerk en boekhouder van Wees- en Boedelmeesteren te Samarang
Gezworen klerk van justitie te Samarang. .
Scriba te Paccalongang
» » Grissee
Boschganger
Secretaris van justitie te Amboina
Finantie-boekhouder te Banda
Secretaris van justitie • >
Opziener der pakhuizen » »
Onder^prefeot van Haroukoe
» » • Larike
rd' 15 rd- 4
n
108
H. W. OAENOELS.
Zegel.
ËzpadiUe.
Lid van Boedelmeesteren te Batayia —
Secretaris van huwelijksche zaken
Tweede adjunct gezworen klerk bij Sche- penen
Adjunct gezworen klerk bij de wees- kamer
Onderschout
Klerken, winnende rd* 60 ter maand . .
Bode van de hooge regeering
» > » hooge militaire vierschaar. . » » • generale rekenkamer
Eerste bode van Boedelmeesteren te Ba- tavia
Bottelier van 't provisie-magazijn
Keurder van goud en zilver
IJkmeester van maten en gewichten . . .
Taxateurs der vaste goederen .
Rooimeester
Keurder van het beestiaal
Waagmeester
Stads vroedmeester of vrouw
Binnen-moeder van het wees- en vrouwen tugthuis
Binnen-regent van bet armhuis
» • » » Chineesche hospi- taal
Ck)mmissaris van 't prauwenveer
Keurder van kalk en steen
Adjunct afslager van 't vendukantoor . .
Lid van Wees- en Boedelmeesteren te Samarang
Eerste suppoost bij den hoofd-administra- teur te Samarang
» » bij den hoofd-administra- teur te Sourabaija
rd« 10 rd« S
- H. W. OAENDCLd.
Deurwaarder bij den Raad van justitie te Sourabaija
Deurwaarder bij den Raad Tan justitie te Samarang
Opziener van de hout-stapelplaatsen, win* nende r* 600 's jaars
Scriba te Sumanap
» • Baviaan
• • Banjoewangie
» • Passourouang
Finantie-boekhouder te Amboina
Beambtschrijver en vendumeesler te Am- boina en Banda
Onder-prefect van Boeroe
Gezworen klerk op Amboina
Adjunct generaal perk-opziender te Banda
Onder-prefect van de Zuidwester ei- landen
Sabandbaar te Maccasser
Oppertolk » »
Scriba op Japan
Boekhouder en tweede resident van Pa-
lembang
■ • scriba van Timor
Onder-prefect van Gorontalo
Scriba van Bancallang
Klerken, winnende rd* 40 ter maand . .
Tweede bode van Boedelmeesteren te Batavia • *
Bode van curatoren en scbolarchen . . .
» Wees- en Boedelmeesteren te
Samarang
Cipier te Samarang en Sourabaija
Vendu-schrijver te Samarang
Z<ig«l.
109
Kxpeilitif.
rd« 11) rd- 2
iVa
110
H. W. OAENDELé.
Zeg«L Expeditie.
rd» 6 rd* 1
V4
I
V.
Vendu-afslager te Samaraug
Gezworen translateur te Amboina
» » » Ternate
Onderprefect te Manipa
Scriba te Manado
Klerken, winnende rd* 30 ter maand .
Aansprekei's
Krankbezoeker te Amboina en Banda .
Notenkalker te Banda
Boschwagters* winnende rd* 50 ter maand
Klerken, winnende rd« 25 ter maand .
Boscbwagters te Banda, winnende rd" 25. .
Klerken, winnende rd* 20 ter maand .
Boscbwagters, winnende rd« 20 ter maand .
Tolk te Manado
Klerken, winnende rd* 16 'smaands...
Leermeesters
Schoolmeesters
Onder-koster
Klerken en anderen, winnende rd*13en 12 ter maand
Voorts zal men ten aanzien van zodanige ambten en be- dieningen, welke bij dezen niet speciaal vermeld zijn ofte nader nog gecreëerd mogten worden, zich in het gebruik der zegels en in het bereekenen van het expeditie-geld moeten ge- dragen na de inkomsten, waarop dezelve zijn of worden bepaald, te welen:
van rd" 20000 en daar boven rd'
» 15000 > » • tot rd« 20000
» 12000 * > » » » 15000
» • 9000 » - » » » t2000
» » 6000 • » . » . 9000
• 5000 » » ... 6000
B » 4000 » » > » » 5000
2
1
V*
Zi«d.
Eiprditi*.
d'lKO
ld» 75
. 125
. 60
. 100
. 50
80
40
» 60
. 30
50
. 35
40
15
- H. W. DAENDELÓ
111
Zegel.
4000 rd- 30
Expeditie.
rdMO 8
vao rd' 3000 en daar boven lot rd'
» ^400 • > » » » 3000 > 25 » 1800 • • ... 2400 • 20 . 1200 » . ... 1800 . 15 » 800 • • ... 1200 » 12 . 500 . » . . » 800 . 10 . 400 • » > • . 500-8 • 350 - » . » . 400 • 6 500 « » . > » 350 * 5 . 250 » » » . » 500 . 4 . 200 . » . . » 250 • 3 150 - - . » » 20Q • 2 100 » » • » > 150 » 1 en beneden de één honderd rd^ opbrengende
en wijl het voor de commiezen, boekhouders en klerken en voor degeene, welke daarmede gelijk staan, Ie drukkend zoude weezen om, bij optreeding op hetzelfde kantoor, telkens hel biervoren bepaalde zegel- en expedilie-geld te betalen, zal men in die gevallen, tot commiezen en die daarmede gelijk- standig zijn inclusive, het een en ander bereekenen, na hetgeen dezelve in traclement zijn verhoogd, volgens bovenstaande ling.
6 4 3 2
1
%
h
Wijders werd bepaald:
' dat ambtenaren op Java, Cheribon en Bantam het zegel- en expeditie-geld voor hunne actens van aanstelling, evenals die van Batavia, zullen voldoen in papieren van credit en dat daarvoor op gemelde plaatsen, zoo min als o[) de overige etablissementen, niets meer in rekening zal mogen worden gebragt, als de aanrekening van Batavia bedraagt;
^ aan den president van den hoogen Raad van justitie, de officieren der justitie ter dezer hoordplaatse, aan de res- pective prefecten van hel eiland Java, de ministers aan de hoven van den Keijser en Sulthan, de prefecten van Ambon
112 1810. H. W. DAENOELS.
en Banda» hel opperhoofd van den Japanschen handel en den eersten resident te Palembang opene commissie brieven uit te reiken.
3 Lentemaand. Overname voor rekening van den Lande van den post- dienst iussclien Balavia en Buitenzarg.
Vroeger was het vervoer van reizigers en brieven uitl)esieed, maar deze manier Ideek te kostbaar te zijn.
Op 28 Grasmaand 1810 is hieraan toegevoegd de post- dienst lusschen Batavia en Tji-kandi.
3 Lentemaand. Aanstelling van een luitenanl-Chinees voor de Jakairasche en Preanger-bovenlanden.
Zulks was een gevolg van de afscheiding dier prefectuur van Batavia.
De luitenant werd belast met »de huishoudelijke directie*' van de Chinezen, in bedoelde bovenlanden wonende.
3 Lentemaand. Vrijstelling van cultuur' en andere dien- sten der Javaansclie ambaclUslieden^ werkende in gouver- nements dienst.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking genomen hebbende, dat het noodzakelijk is, dat de Javaansche ambachtslieden, op 's Lands werven en ateliers, enz. permanent geêmploijeerd wordende, tot geene andere diensten of negorij-lasten door de regenten genoodzaakt worden, waardoor zij veeltijds van hun werk worden afge- trokken ;
heeft besloten vast te stellen, gelijk geschied bij dezen, dat de Javaansche ambachtslieden, welke op 's Lands werven, ateliers van constructie, enz. permanent geOmploijeerd worden, voortaan bevrijd zullen zijn van alle andere lasten, zoo koiBj planten, als verdere lands- en negorij's diensten, hun voor heen door de regenten opgelegd.
- H. W. DAËNDELS. 113
4 Lenlemaand. Uitbesteding van het af breken der stads" muren van Batavia»
Er mocht nier meer afgebroken worden, dan «waanran de •afkomende materialen presumptiyelijk weder dadelijk zullen •kunnen werden geêmploijeerd'*.
5 Lentemaand. Openstelling van de vaart en handd van Makasar op Atjeh en vice versa.
De hooge regeering dezer Landen, tot opbeuring yan den particulieren yaart en handel, als mede om den uitYoer yan producten en den inyoer yan lijnwaden en amfioen tebeyor^ deren, besloten hebbende de particuliere yaart en handel van Macasser naar Atchin en yan daar, vice versa, mitsgaders yao Macasser over Atchin naar Batavia, Samarang en Souraba^a open te stellen, zoo wordt van deze gunstige concessie aan elk en een iegelijk kennis gegeven, gelijk ook dat, behalve aan de gewone restricti^^n, orders en poenaliteiten op den vrijen vaart en handel en tegen den smokkelhandel, foornamdyk in specerijen en amfloen, geêmaneerd, voor zoover zij tot de nu opengestelde vaart en handel kunnen worden betrekkelijk gemaakt, de voorschrevene concessie nog nader aan de vol- gende liepalingen zal onderworpen zijn, als:
Ten eerste: dat de vaartuigen, welke ingevolge de jongst daartoe door de hooge regeering verleende licentie specerijen voor eigen rekening van Ambon op Macasser aanbrengen, niet van daar naar Atchin mogen vertrekken zonder vooraf op Macasser te hebben gelost en dat deze ontlossing, zoowel als de belading der vaartuigen, welke van Macasser den wil naar Atchin hebben, zal moeten geschieden ten overstaan en ten bijwezen van eene justitiële commissie, geassisteerd door den fiscaal, welke commissie verpligt zal zijn van hare verrig- tingen bij een behoorlijk verbaal te doen consteren.
Ten tweede : dat bij ontdekking, dat eenig schip of vaar- tuig, op Ambon volgens licentie voor eigen rekening specerijen hebbende ingeladen, naar Atchin mogt wezen doorgezeild
PUUUAI^BOn MOEL XTI. 8
114 1810. H. W DAENOÊLë.
zonder bevorens Nacassor te hebben aangedaan lot bet hier boven beschreven einde, de schipper of anachoda van zoo* danig schip of vaartuig aan den lijve zal worden gestraft en het schip of vaartuig zelve, benevens de lading, waar en wanneer dezelve mogten worden achterhaald, verbeurd ver- klaard, twee derde ten behoeve van dengenen, die de calange zal doen, en een derde ten voordeele van den aanbrenger.
Ten derde; dat bij terugkomst van Alchin de gedachte schepen of vaartuigen gene andere havens dan die van Batavia, Samarang, Sourabaija en Macasser zullen mogen aandoen, onder dezelfde poenalileiten, als in het vorige artikel zijn uitgedrukt; en
Ten vierde: dat de schippers of anachodas der van Atchin terug komenende vaartuigen Ier plaatse, waar zij op de reede komen, dadelijk van de inhebbende lading en vooral naauw- keuriglijk van de amfloen, indien zij die mede geladen hebben, opgave zullen moeten doen;, terwijl, indien gemelde schippers of anachodas met hunne vaartuigen en ladingen van de eene haven naar de andere willen stevenen, de ingeladen goederen vooraf ter plaatse van hunne eerste aankomst specifiek op hunne passen zullen moeten doen notereu, almede, bij nalatigheid in een of beide dezer gevallen, op verlteurte van vaartuig en lading, te verdeelen als boven.
Wordende de respectieve officieren van justitie, de pre- fecten van Javasoh Oosthoek en Samarang, de commandant civiel en militair van Macasser, de onderscheidene haven- meesters en sabandhaars en die het verder maar eenigzins zoude mogen concerneren, ten serieuste aanbevolen voor de prompte nakoming dezer te waken en te doen waken, op poene van arbitraire correctie.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zonde kunnen voorwenden, zal deze, zoo op de hoofdplaats Batavia, als op alle overige etablissementen van Zijne Majesteit den Koning van Holland in Indien gepubliceerd en mede in de tnlandsche talen worden geaffigeerd, ter plaatse ge- bruikelijk.
181Ö. H. W OAèNOÈLÓ. UK
6 Lentemaand. Aantnaak nm bruggen.
Uit twee besluiten van dezen datum blijkt, dat voor dit doel aan regenten in de prefectuur Japara tegen contante betaling ijzer en hout uit 'sLands voorraad zijn verstrekt.
6 Lentemaand. Vergunning voor een JavaaMch regent zijnen naam te veranderen.
Dit is hel eerste, van dien aard aangetroffen voorbeeld.
6 Lentemaand. Bepalingen nopens naar Europa varende, nUandiche matrozen.
Is besloten vast te stellen, gelyk vastgesteld wordt bij dezen, dat de inlandsche raatrozen, bescheiden op scheepen of vaar- tuigen, naar Europa gedestineerd, genieten zullen de gage van rd' vijf, zilver, 's maands, en gedurende de reis dezelfde rand- soenen als de Europezen, uitgenomen het spek en reusel.
-^ Lentemaand. Toepassing van het bepaalde op 19 (^• tober 1809 op Chineesche officieren in den Oosthoek^ enz.
Is bedoten het door zijne excellentie op den 19^ van Wijomaand anno passato genomen besluit, waarbij is vastge- steld, dat enz , als nu mede van applicatie te doen zijn op de
prefectures van den Oosthoek, JaVa's Noord-Oostkust, Ghe- ribon. Bantam, Jaccatrasche en Preanger-regentschappen en de overige plaatsen, op dit eiland gelegen, alwaar gedagte ofBcieren reeds zijn of nog zullen worden aangesteld ; met dien verstande noglans, dat het voorschreven tantum bij de aanstelling der Chineesche officieren alleen in zijn geheel zal moeten worden voldaan door zodanige Chineesche kapiteinen en officieren, welke te Batavia, Sourabaija en Samarang zullen worden benoemd, ten behoeve van de Chineesche hospitalen aldaar, doch dat voor de overige prefectures en plaatsen in den Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, Cberibon, Bantam
116 1810. H. W. DACNOELS.
en Jaccatrasche en Preanger-regentschappen eenlijk de helft van gedagte fournissement zal behoeven te worden opgebragt, als door een kapitein der Chinezen vljr duizend rd% door een oud-kapitein der Chinezen drie duizend rd% door een luitenant der Chinezen vijftien honderd rd' en door een oud-luitenant der Chinezen een duizend rd% aUes papieren van credit; en met bepaling wijders, dat de voorschreven opbrengst zal ge- schieden :
op de prefectures en plaatsen, sorteerende onder Batavia, ten behoeve van het Chineesche hospitaal aldaar;
op de prerectures en plaatsen, sorteerende onder den Oost- hoek, ten behoeve van het op te richten Chineesch hospitaal te Sourabaija; en
op de prerectures en plaatsen, onder Java 's Noord-Oostkust gelegen, ten behoeve van het Chineesche hospitaal te Sainarang.
Zie ook IK Jolij 1811.
7 Lentemaand. AamlelUng van een kapüein'Chinees Ie Buüenzarg.
Is besloten tot kapitein der Ghineezen te Buitenzoi^ aan te stellen den potia van de bazaar aldaar, Tjoa Kauko, met bepaling, dat hij, Tjoa Kauko, van dezelfde voorrechten en prerogaliven zal jouisseeren, als die, welke aan den kapitein der Chinezen te Batavia worden toegestaan, voor zooverre met de plaatselijke situatie aldaar zal overeenkomen.
10 Lentemaand. Voarschrifl voor tractement-boekhouders.
Is goedgevonden en verstaan als een permanente order te bepalen, dat voorlaan het opperhoofd van het generaal trac- tements-kantoor en alle andere fractements-boekhouders op de respective prefectures bij de tractemcnts kassa-rekeningen de zilvere en kopere muntspeciën, zoo wel als de papieren van credit, van elkander gesepareerd in aparte rubrieken moeten verhandelen, te weten : zilvere munt, kopere munt en papieren van credit, met weglating van de bij die boeken ingevoerde
H. W, DAENDELS. 117
colommen onder benaming: te zamen; en om Yoortaan specifiek te doen blijken de gelden, waarop de agio wordt berekend.
10 Lentemaand. Aanstelling van een protO'notaris te Batavia.
De benoemde was tevens gezworen klerk bij het coUegie van Schepenen.
10 Lentemaand. Vereeniging van het regerUschap GUmg- gong met dat van Pati {Japard).
Eerstgenoemd regentschap was ta klein om zonder bezwaar voor de inwoners een regent behoorlijk te onderhouden.
10 Lentemaand. Instructie voor den ontvanger^generaal.
Art. 1. De ontvanger-generaal, als houder van 'sLands groote geld-cassa, zal moeten stellen cautie suflScient tot een somma van rd' SOOO.
Art. 3. Hij zal een jaarlijksch tractement genieten van rd' 8960, waarvan Vs zilver geld of met de agio.
Art. 3. Hij zal alle morgen van Maandag, Dingsdag, Don- derdag en Vrijdag van agt tot half elf uren in de geld-cas present moeten zijn ter afbetaling of ontvangst van de ten dien einde aan hem gepresenteerd wordende ordonnantiën en tot ontvangst der door de respective pagters en huurders van 's Lands domeinen ingebragt wordende pagt- en huur-penningen en verdere ordonnantiën ten behoeve van het gouvernement, onyermindert dat hij op de andere dagen van de week, den dienst zulks vorderende, mede gehouden blijft ten fine voor- schreren in de cas te vaceeren.
Art. 4. Hij moet alle ordonnantiën van ontvangst en uit- gave, die door den heer directeur-generaal op hem verleend worden, op de generale rekenkamer gecontrasigneerd en ten finantie comptoire geboekt zijn, respecteeren, dog geen andere, tenzij bij indespositie of absentie van den heer directeur-
118 1810. H. W. OACNOCLS.
generaal, wanneer hij de handteekening zal respecteeren van dengeene, die tot het yerleenen van ordonnantien door de hooge regeering ambtshalve is gequalificeerd.
Art. 5. De ontvanger-generaal zal niet gehouden zijn de gelden, die hij moet ontvangen of uitgeven, in persoon te gaan of te laten halen of brengen by of van de houders der ordonnantien, maar zal ten dien einde in den bij artikel S vermelden tijd in 'sLands cas moeten vaceeren
Hiervan blijft echter uitgezondert het geld, dat hij uit de groote geldkamer zal ontvangen, hetgeen hij .van daar zal moeten halen of laten halen, gelijk de administrateur-generaal en hoofd-administrateur over het departement van Batavia daarentegen verpligt zullen zijn om, indien er uit de groote geldkas contanten of papiere geld na de groote geldkamer worden overgebragt, dezelve in de geldkas te ontvangen of te doen ontvangen.
Art. 6. Bij de ontvangst van ordonnantien tot inkas- telling zal de ontvanger-generaal moeten aceepteeren alle zodanige muntspetiën en brieven van credit, als bij het gouver- nement als gangbaar verklaard en bij de successive verleende ordonnantien zijn bepaald, dan wel in den aanstaande nader zuUen bepaald en voorgeschreven worden.
Art. 7. Met even zodanige muntspetiën en credit-brieven zal bij kunnen volstaan in de afbetaling van ordonnantien, zich houdende aan de muntspetiën, bij de ordonnantie, door den heer directeur-generaal onderteekend, uitgedrukt.
Art. 8. De ontvanger-generaal zal moeten houden een korte cassa-rekening, waarin hij in den debet bij de ont- vangst zal moeten aanteekenen, van wien en waarvoor het geld ontvangen is, wijl hij de ordonnantien geciuiteerd moet terug geven, terwijl hij in den credit bij afbetaling alleen zal hebben te noteeren, aan wien de afbetaling is geschied, met bekendstelling, niet alleen van den datum van alle de ordonnantien, maar ook van de letter en het nummer, dat ten comptoire van de generale directie op dezelve bij de inboeking van dien gesteld wordt, en welke cassa-rekening
- H. W. OAENOeLS. 119
▼oorzien moet zijn van vier colommen om bij de laatste in te vullen de volle som, die ontvangen of betaald wordt, en de drie anderen te houden, een voor bet zilver» een voor het koper en een voor het papiere geld, ten einde men altijd zal kunnen zien, in welke speciën of munt de ontvangst en afgave wordt gedaan.
Art. 9. Ook zal de ontvanger-generaal gehouden zijn boven het nummer, dat ten comptoire van de generale directie op de ordonnantiên van de afbetaling wordt gesteld, alle de ordonnantién mede te nummereeren na vervolg van derzelver afbetaling en die nummers almede bij zijn cassa-rekening bekend te stellen, beginnende telkens met den eersten van de maand met nummer een en stellende op de ordonnantiên den datum van de afbetaling.
Art. 10. Te half elf uren zal de ontvanger-generaal ver- mogen op te houden met de afbetaling of ontvangst, ten einde tijd te hebben het ontvangent; en afbetaalde op te tellen en te confronteeren en vervolgens zijne cassa-rekening af te sluiten.
Art. 11. De ontvanger-generaal zal van hetgeen hij ont- Tangt en afbetaald maandelijks een rapport moeten overgeven aan den heer Gouverneur Generaal, waarbij specificq wordt aangetoont, van wien en waarvoor ontvangen en aan wien en waarvoor betaald is ; ook zal hij een dagelijkscli kort rapport, meldende alleen, van wien hij ontvangt en aan wien hij betaald, moeten overgeven aan den heer directeur-generaal, te weelen : van Maandag en Dingsdag des Donderdags en van Donderdag en Vrijdag des Maandags daaraan; moetende vervolgens uit een afschrift van gemeld laatste rapport in het contra cassa- boek ten comptoire van de generale directie worden genoteerd de datum, wanneer de ordonnantiên uit of in cassa zijn betaald.
Art. 12. Bij het einde van elke maand zal de ontvanger- generaal zijn dagelijksche cas.sa-rekening moeten afsluiten en, ten blijke, dat het saldo ter zijner verantwoording blijft, onder- teekeuen ; voorts dezelve cassa-rekening brengen onder hoofd-
130 1810. H. W. DAENOEL8.
(leelen en op yaste respecten, waarvan hem dopr de'generale rekenkamer een model zal worden ter hand gesteld, waarna hij dezelve zal moeten inrigten.
Art. 13. Gemelde cassa-rekening, op voormelde wijze inge- rigt, zal hij in duplo, door hem geteekend, by de' generale rekenkamer overleggen, benevens de daartoe gehoorende ordon- nantién in origiuali, ten einde . beide gemelde rekeningen door gemelde kamer tegen den anderen en tegen de ordon- nantiên worden vergeleeken; en zal de generale rekenkamer gehouden zijn om, na deze volbragte confrontatie en bij accoord- bevinding der stukken, het duplicaat der rekening aan den ontvanger-generaal terug te geven, aan de voet derzelvedoor haar gecertificeerd, dat dezelve overeenkomt met degeene, die wordt aangehouden, en met de ordonnantiën, daarin vermeld, welke origineele rekening en origineeie ordonnantiën by de generale rekenkamer moeten bUjven berusten ter vbitatie.
Art. 14. By de afgave der gemelde cassa-rekening en be- taalde ordonnantiën aan de generale rekenkamer zullen telkens de laatste tegen de eerst volgende nummers moeten worden nagezien, geconfronteerd en opgeteld, ten einde by het weg- raken van een of meer ordonnantiën te kunnen weeten, aan wien zulks geimputeerd moet worden.
Art. 15. De ontvanger-generaal zal ook onder zijne admi- nistratie hebben alle de instrument-zegels, die op order van hel gouvernement van tyd tot tijd worden aangestem- peld, welke zegels by volgens een door den commissaris van het klein zegel by ieder stempeliug aan hem over te geven notitie van de parapheerders zal moeten ontvangen en ieder soort afzonderlyk bewaren om vervolgens aan niemand anders afgegeven of verstrekt te worden als aan den coUecteur ol collectrice van het klein zegel.
Art. 16. Hy zal van deze, door hem geadministreerd wor- dende zegels een restantboek moeten houden, ten einde daaruit dagelyks te kunnen ontwaren, hoeveel zegels van iedere soort zich ten zynen comptoire bevinden.
Art. 17. De ontvanger-generaal zal bovendien nog twee
- H. W. OAENOEL8. 121
aparte boeken moeten houden, als een yan de ontvangene zegels van de parapheerders en eea van de verstrekte zegels aan den coUecteur of colleclrice.
Art. 18. De ontvanger-generaal zal alle maanden moeten opmaken en aan de generale rekenkamer bezorgen een zegel* rekening, waarbij daidelijk aaugetoonl wordt, hoeveel zegels bij bet einde der vorige maand, zoowei ten zijnen comptoire, ais bij den collecteur of colleetricc^ per restant zijn geweest, boeveel zedert van de parapheerders ontvangen ^ijn, hoeveel door den collecteur of pollectrice verkogt en verzonden en eindelyk hoeveel zegels in het geheel onder ultimo der maand per restant gebleven zijn, zullende de coUecteur of collectrice van het klein zegel verpligt zijn alle maanden in tijds te bargen eene rekening van zoodanige zegels, als door hem of haar in die maand is verdebiteerd geworden, ten einde daarmede den ontvanger-generaal in het formeeren van ge- melde zegel rekening te faciliteeren.
Art. 19. Hij z^l ook moeten houden een apart cassa-boek van de pagt- en huurpenningen van 'sLands verpagte en verhuurde domeinen, van de door den secretaris van het col- legie van Schepenen ingepalmd wordende 'sHeeren geregtig- heid der verkogt wordende huizen en erven, van de door de respective collecteurs geincasseerd wordende impost op alle lekten en collaterale successiên en van het gecoUigeerde door den coUecteur of collectrice van het klein zegel, waarbij in afzonderlijke colommen zullen worden gedebiteerd het door hem ontvangen wordende credit-papier, zilver en koper geld, uit welk cassaboek bij bet einde van ieder maand een extract of cassa-rekening aan de generale i'ekenkamer afgegeven zal worden.
Art. 30. Hij zal ook uit evengemeld cassaboek bij het einde van ieder maand van aUe het ontvangene een cassa ordonnantie opmaken en aan den heer directeur-generaal ter leekening presenteeren, ten einde als dan bij de cassareke- ning van 's Lands groote geld cassa ingenomen en verhandeld te worden.
IM 1810. H. W. DAENOELS.
Ar(. 21. Insgelijks zal de ontvanger-generaal moeten houden een groot- or rekeningboek, waarby de respective pagtersen huurders van *s Lands domeinen, ieder op eene afzonderilijke rekening, moeien gedebiteerd en gecrediteerd worden, ten einde men roet een opslag van het oog kan gewaar worden, hoe- veel ieder pagler of huurder nog schuldig of ten agteren is.
Hij zal bij gemeld groot- of rekening-boek op afzonderlijke rekeningen ook innemen het geincasseerde aan *sReereii geregtigheid der verkogte huizen en erven, den ontvangen impost op alle legaten en collnterale successic^n en hetgecol- ligeerde door den coUectcur of collectrice van het klein zegel, ten einde op eene gemakkelijke wijze te kunnen ontwaren, hoeveel ten faveure van elk der gemelde rekeningen is in- gekomen.
Art. 22. Ue ontvanger-generaal is ook gehouden om alle maanden, zoowel aan den heer directeur-generaal, als aan de generale rekenkamer, te bezorgen speciticque lijsten van alle de agterstallige pagt- en huurpenningen, zoowel in koper, als papier geld, ten einde de nodige maatregelen in tijds kunnen worden genomen om de respective pagters tot betaling te noodzaken.
Art. 23. (^m den ontvanger-generaal in zijne voormelde werkzaamheden, die door eenige der opgemelde articnlen aan- merkelijk vermeerdert zijn, behulpzaam te zijn wordt aan hem de vrijheid gelaten om zich bij het gouvernement te adresseeren ter verkrijging van de nodige adsistentie.
Arl. 24. Hij zal alle schriftelijke orders, rakende zijn ambt, dewelke hQ van de hooge regeering zal ontvangen, in een aparie bundel doen binden, welke orders zullen moeten dienen tot ampliatie of alteratie van deze zijne instructie.
Art. 2S. Laatstelijk zal de ontvanger-generaal bij de aan- vaarding van zijn ambt doen den navolgenden eed:
ik l)eloove en zweere Zijne Majesteit den Koning van Holland als onzen hoogen en doorluchtigen souverain, den beere Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gebouw en trouw te zullen zijn:
- H. W. OAENOElS 125
dat ik het ambt van ontvanger-generaal ter dezer hoord- jilaatse met alle mogelijke vlijt, naarstigheid en oplettendheid waarnemen en zorgen zal, dat de arliculen, mij bij opgemelde instructie voorgeschreven, na behoorcn werden geobserveerd ; dat de werkzaamheden, zoowel door mij« als door myne onder- hoorigeu, met alle nauwkeurigheid verrigt zullen worden en ik mij steeds beijveren zal om zorgvuldig te beantwoorden aan hel oogmerk, waarloe mijn ambt is ingerigt; dal ik zorgen zal, 4^t, zoowel de uitbetaald, als ontvangen wordende ordonnanti^n (en spoedigste worden verellent na de orders, daartoe leggende, en den Lande, voor zooverre mijn ambt betreft, op geenerlei wijze benadeelt worde; dat ik de gelden, die onder mij berusten,' tol geen andere eindens als tot de ontvangst en uitgave voor 'sLands rekening emploijeeren zal zonder mij daarmede op eenigerlei wijze te bevoordeelen ; en dat ik mij voorts in 'dien post in allen deele zal gedragen, gelijk een vroom en getrouw ontvanger-generaal toeslaat en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mij God almachtig!
10 Lentemaand. Toekenning van renten voor gelden van uillandige personen, welke in *8 Lands kas waren of zouden worden gestort.
Is goedgevonden en verstaan om op de gelden, die in 1808 en tot in dit jaar voor uillandige personen zijn in 's Lands kas geteld ter somnie van rd» 411875:43:8 zilver, of nog geteld zullen worden, zoo in zilver geld, als in papieren van credit, eene rente te valideeren van zes ten honderd *sjaars, beide in papieren van credit, op hel zilver zonder agio, ingaande voor de reeds gelelde gelden met den dag van heden en die nog geteld zullen worden mei den dag der telling; zullende deze rente jaarlijks alleen ten voordeele der credi- teuren op eene afzonderlijke rekening worden geboekt, tot dat de betaling en verevening der kapitalen zal plaats vinden.
Zie ook 5/9 Louwmaand 1810.
124 1810. H. W. OACNOELS.
10 Lentemaaud. Vergunning tol hel houden eener pasar op liet land Tjampea.
Is goedgevonden en verstaan aan den oud Raad van Indien, W. V. H. van Riemsdijk, te vergunnen op zijn landgoed, mei name Tjampea, te mogen oprigten een markt of bazaar aan de overvaart bij de rivier Tjidanie en een marktdag *s weeks, des Zondags, te mogen houden, onder deze speciale bepaling, dat de potia van de bazaar te Buitenzorg het recht word toegestaan om van zijnentwegen personen te stellen, die al de suiker, welke aldaar te koop gebragt werd, tegens de be- paalde prijzen opkoopen en weder verkoopen, zonder dat daarvoor eenige tol behoeft betaald te worden; en verder onder zoodanige restrictien en bepalingen, als successivelijk door het gouvernement voor de bazaars gemaakt zijn.
Aan bedoelden potia was de uitsluitende handel in suiker
11 Lentemaand Bepaling nopens van Samarang deser' terende militairen.
In aanmerking nemende, dal deserliön bij een goed toe- zicht en waakzaamheid van de inlandsche regenten en hoofden niet uitvoerUjk zijn, daar zelfs Ie Batavia, alwaar de aard van het bestuur en de politie over den inlander minder voor zoodanig toezicht vatbaar is, de deserteurs altijd worden opgevat, waartoe het de regenten vooral aan geene middelen ontbreekt, die door de samenstelling van hel inlandsche be- stuur altijd kunnen en behooren te welen, welke personen, tot één man toe, bij de onderhoorigen van hun district huis- vesting vinden, speciaal voor zoover de hoofd-negorijen en aangrenzende campongs betreft;
dat het daarbij genoegzaam bewezen is, dat de inlandsche militairen, die met uniform en wapens doorgaan, zich niet buiten de plaats van hun guarnisoen verwijderen uit vreeze
- N. W. OAENOeLS. 125
▼an te worden herkend en geapprehendeerd, maar zich in de hoofd-negorijen verschuilen en ophouden om daardoor alle oavorsehingen te eludeeren, en dat by gevolg de desertie Tan zekere twee inlandsche soldaten niet anders kan worden toegeschreven als aan de inaclive en slappe directie vanden regent van Samarang, gelijk onder anderen in het voorieden jaar omtrent honderd andere, inlandsche soldaten ten evidentste is geeonsteerd, welke mede waren gedeserteerd en waarvan op de ernstige en personele voorhouding van zijne excellentie aan den regent van Samarang terstond een dertigtal uit de ^hoofd-negorij gehaald en overgeleverd zijn geworden;
is besloten te bepalen, dat bij desertie van eenige in- Jandsche deserteurs, die te Samarang en niet op verwijderde posten l)eschciden zijn, dezelve binnen veertien dagen door den regent van Samarang zullen moeten worden terug bezorgd of geremplaceerd, zoomede de wapenen, die zij niogten hebben medegevoerd, waarvan hem anderzius de vergoeding ten duurste zal worden aangerekend.
Bij besluit van 21 Lentemaand 1810 is betzelfde op de regenten van Soerabaija en Grissee toegepast ; maar bij besluit van 10 Lentemaand I8i1, wat den regent van Samarang betreft, ingetrokken wegens diens «vigilantie in bet doen
opvatten der deserteurs*^ behoudens het bepaalde op S Sprok- kelmaand 1811.
11 Lentemaand. Bepaling^ dat Schepens-boeijen te Ba- tavia ook zouden dienen tot bettaarplaats van gevangenen van den drossaard der Bataviasche ommelanden.
Zijne excellentie, ontvangen hebbende een adres van den drossaard der Bataviasche ommelanden, daarbij vertoonende, dat het blokhuis in de Zuider voorstad geene genoegzame niimte bevatte, noch de zoo nodige zekerheid opleverde, om de gevangenen van het drost-ambt, die, onaangezieu de spoed, waarmede de zaken by het land-geregt wierden getermineerd,
126 ^ÓlÖ. H. W. OAÈNDËLé.
dikwijls een groot getal uitmaakten, na bebooren en zonder beducliting voor bedenkelijke gevolgen langer in bewaring te houden, vooral na de uitbreiding, die de jurisdictie van het drost-ambl had verkregen door de vereeniging met hetzelve van een gedeelte der geconquesteerde Bantamsche landen, het gewezen regentschap Tangerang en een gedeelte van het gewezen regentschap Crawang, met verzoek mitsdien om de gevangenen van het drost-ambt voortaan te mogen doen custodiêren in de boeijen van president en Schepenen van Batavia, als zeer spatieus en geenzins aan de door lieni aangehaalde inconvenienten onderworpen zijnde, zoodanig, dat, de slads-boeijen tot de gewoone bewaarplaats voor de ge- vangenen van het drost-ambt verstrekkende, tevens ook hel presente blokhuis in de Zuider voorstad wierd aangehouden om te dienen tot een provisioneele cnstodie voor deserteurs en persoonen, die wegens kleine excessen voor een korten lijd behoorden te worden gesecureerd, of voor dezulken, dewelke in staat van verzekering wierden aangebragt en ia wiens zaak nog onderzoek moest worden gehouden;
en in aanmerking nemende, dat de zwarigheden door hem, drossaard, omtrent de tegenwoordige bewaarplaats zijner ge> vangenen aangevoerd, allezins gegrond zijn, mitsgaders dat volgens het verder voorkomende bij zijn gedachte adres mede aan president en Schepenen en den bailluw van Batavia is toegeschenen, dat de custodie der gevangenen van het drost-ambt in de boeijen van president en Schepenen zonder eenige ongelegenheid kan worden ingevoerd:
heeft besloten de boeijen van president en Schepenen voortaan almede te doen dienen tot een bewaarphials voor de gevangenen van het drost-ambt en den cipier van gemdde boeijen, ten aanzien van die gevangenen, even zoo zeer ver- antwoordelijk te stellen aan de orders en bevelen van den drossaard, als hij omtrent de gevangenen van president en Schepenen aan dat collegie ondergeschikt is; met injunctie aan president en Schepenen en hem, drossaard, om met onder- ling overleg de noodige bepalingen tot afscheiding, zooveel
181Ö. H. W. OACNÖELÓ. ül
iDOgelyk, Tan deze twee admini8tratiên aan zijne excellentie Toor te vragen;
terwQl laatstelijk aan hem, drossaard, wordt toegestaan het blokhiiis in de Zuider Toorslad aan te houden tot een pro- Tisioneele coslodie voor zoodanige gevangenen van het drost- ambt, die wegens kleine excessen voor een korten tijd behooren te worden gearresteerd or voor dezulken, dewelke in staat van verzekering worden aangebragt en in wier zaak nog onderzoek moet worden gehouden.
Zie ook 27 Lentemaand 1810.
13 Lentemaand. Voorschrifl nopens hel bewaren van het goutfemement*8 geheim archief.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat de kast, waarin de secrete archiven van het gou vernemen l berusten, door eeoc stilzwijgende voorldurinsr van de daaromtrent onder het vorige goQvemement geëtablisseerde inrichting tol hier toe verbleven is onder de bewaring van den secretaris van de hooge regeering, terwijl uogtans na de tegenwoordige form van het gouvernement deze secrete kast niet meer onder gemelden secretaris kan worden gelaten, maar bij den Gouverneur Generaal onder de speciale zorg van hoogstdeszelfs eersten secretaris-generaal behoort te worden gedeponeerd;
beert besloten den secretaris van de hooge regeering van de bewaring der secrete kast te ontlasten en daarmede te belasten hoogstdeszelfs eersten secretaris-generaal, met last aan den gedagten secretaris van de hooge regeering daarvan over- gifte aan weimeiden secretaris-generaal te doen onder nauw- keurige inventaris,
13 Lentemaand Bepaling nopens het begrinten van den groeten ioeg door Ae( regentschap Buitenzorg.
Is besloten den groeten Heerenweg door het regentschap Buitenzorg, gerekend van het einde van den Ooster-Hjweg bi] Tjiloar in de Bataviasclie ommelanden, te doen begrinten, waarin de Chineezen van Buitenzorg zullen deelen ter lengte
IM lÖlO. H. W. OA£NDEL6
van een groole paal aan weerzijde van de bazaar van Buitenzorg.
14 Lentemaand. Vergunning voor den eigenaar van zeker huis te Samarang dat huis als zijn eigendom te beschouwen^ wevenals een vrij, allodiaal goed*'.
Op bedoeld huis rustte namelijk hel servituut, dat daarin •logement of herberg" moest worden gehouden.
15 Lentemaand. Bepalingen der hoeveelheid buskruit, benoodigd voor de lading van caronades, enz.
Zijne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dat bij hoogstdeszeiïs besluit van den G"*^" van Wintermaand 1808, houdende bepaling der lading voor de kanons, geen gewag gemaakt is van de lading voor de caronades, noch van de vulling en de ladingen voor het werp-geschut, voor zoo verre zich dit laatste laat bepalen;
heeft, na ingenomen consideratiën en berigt van den kolonel der artillerie, Wienrich, besloten, in ampliatie van hoogst- deszelfs besluit van den 6'^" van Wintermaand 1808, de quantiteit buskruit voor de nagenoemde ammunitie te be- palen, als volgt:
voor de cardoezen der caronades een twaalfde gedeelte der kogelzwaarte, zoowel voor de scherpe, als losse schoten ;
voor de cardoezen der houwitsers a zes duim een en een half pond kruit en a vier duim twintig lood kruit;
en wijders de vulling der bomben en granaten van de volgende calibers vast te stellen, als:
een bombe van twaalf duim met vier S kruit,
» » tien 1
• » drie » ■
» » acht >
» twee » ■
» » zes >
1 • een » »
» « vier
• • een kwart » »
» » drie «
• » een achtste » »
en zal hiervan worden kennis gegeven, zoo alhier ter hoofdplaatse, als naar alle andere etablissementen in Indien,
H. W. OAEi^DËLd. 129
aan eeo ieder, die hei aangaat, om te strekken tot narigt en informatie.
16 Lentemaand. Tijdelijke slmting van zekeren weg.
Van wegens zijne excellenliey den Maarschalk en Gouver- neur Generaal, wordt de gemeente bekend gemaakt, dat de groote Ooster rijweg van Rustenburg lot Tjieloar tot nader aanzeggens (oe voor allerlei soorten van rijtuigen, wagens, chaisen en karren is gesloten, onder bepaling voorts, dat tegen degenen, welke bevonden zal worden in coniraventie deoeer order den gedachten weg te passeren, naar exigenlie van zaken zal worden geprocedeert.
En opdat een iegelijk hiervan kennis erlange zal deze in de HoUandsche, Chineesche en inlandsehe talen worden aan- geplakt, ter plaatse gebruikelijk.
17 Lentemaand. Regeling van dag*gelden voor civiele ambtenaren.
Is goedgevonden en verstaan te bepalen, dat alle civiele ambtenaren, die van 'sgouvernements wege in commissiên worden gesteld naar andere plaatsen, als alwaar ze bescheiden zyn, dagelijks zullen mogen declareeren overeenkomstig hunnen rang, zooveel, als blJ besluit van zijne excellentie den Maar- schalk en Gouverneur Generaal van den 16^° van Herrslmaand 1808 is to^felegd aan de oflicieren, die in buitengewone commissiên geêmpioijeerd zijn, en dat geen minder dag-geld zal worden getrokken als 2 rd% zilver, al ware bet ook, dat de in commissie gestelde persoon een minderen rang had als van lieutenanL
17 Lentemaand. Beschikbaarstelling ten behoeve van den Gouverneur-Generaal van twee credielen^ ieder groot 150 rijksdaalders^ zilver geldt 'smaands, om te Sa- marang en te Soerabaija als onderstand aan civiele en militaire weduwen te worden uitgededd.
Vroeger onderhield de Gouverneur van Java's N. 0. kust
130 ^^^Ó. H. W. OAENOËLé.
bedoelde weduwen te Samarang; na de «mortiBcatie'* van dit ambt had Daendelfl zulks > vrij willig*' op zich genomen, hoewel hij van dat »bezwaar bij zijne instructie uitdrukkelijk ■was gereleveert**.
Voor Soerabaija schijnt geene regeling ter zake beslaan te hebben, want Daendels schrijft, dat de bewuste weduwen aldaar »in de grootste armoede'" waren »gedonipelt".
Te Batavia was reeds eene regeling ingevoerd.
17 Lentemaand. Tarief voor de verstrekkingen aan de gezanten van inlandsclie Vorsten tijdens hun verUtff te Batavia.
Is goedgevonden te bepalen, dat aan de gezanten van inlandsche vorsten en dezulken, welke met hun in rang gelijk slaan, bij hun verblijf alhier maandelijks tot defroyement en bij hun vertrek het volgende zal worden toegelegd, Ie weten :
aan de gezanten van den Koning van Bantam:
15 rd* contanten tot inkoop van nooddruftigheden,
16 > voor huishuur, 6 S zwarte peper,
10 kannen klappus-olij, i bos kaarsen, 400 stuks gedroogde visscheii, Vi pikol tammerinde, ', » bruine suiker, 1 last rijst, 7, e ■ W)Ut, 3 vadems brandhout,
en bij de terugreize voor een mnandelijkscbe verstrek- king als boven;
aan de gezanten van den Koning van Bioia : 10 rd" contant tot inkoop van benoodigheden, 16 • voor huishuur, 8 kannen larap-olij.
lèio. H. W. OAÊNDCLé. IJl
100 stuks gedroogde Tisscben,
1 maat zout, IBO gantang rijst,
Vi Tadem brandhout; en voor de coosumtie op de thuisreize een maandelyksche ▼enslrekking als boven;
aan de gezanten van den Koning van BoniJ en Soping, met 100 koppen: IV4 iaat rijst, 60 bossen padij, 100 stuks gedroogde visschen, 30 kannen lamp-oUj, 40 » tuak-azijn,
2 pikols bruine suiker, 4 maten zout,
3 bossen kaarsen,
4 t£ specerijen in soort, \± » zwarte peper,
4 vadems brandhout, 50 nl"" contant tot inkoop van benoodigdbeden, 20 » voor huishuur;
aan de gezanten van Palembang met 100 koppen: 50 rd' contant tot inkoop van benoodigdbeden, 2 pond specerijen in soort, 1 bos kaarsen, V) pond cattoen, 14 » gesuikerde tammerinde, 30 kannen lamp-olij, 30 « witte suiker, 400 stuks gedroogde visschen, l'/s maat zout, VU iast rijst, 4 vadem brandhout;
aan de gezanten van den Sousouhounang en Sulthan van Sonracarta en Djocjocarla : 150 rd* in gelde.
ISS 1810. H. W. ÖAENDELd.
6 ft specerijen in soort, 1000 stuks gedroogde vissclieu, 5 bossen kaarsen, 2V, last rijst, 9 Tadeni brandlioat;
?oor haar thuisreize een maandelijksche verstrekking; aan de brief brengers van den Sousoubounang en Sullhan van Sourakarta en Djocjokarta met 60 koppen :
2S
rd« contant,
1
ft specerijen in soort,
480 .
stuks gedroogde visschcn,
1
bos kaarsen,
1'/.
vadem brandhout;
voor de thuis reize 7a maandelijksche
verstrekking;
aan de gezanten van Banjenuassing :
10
rd» in gelde,
.1
S specerijen in soort,
1
» zwarte peper,
5'/,
kannen lamp-olij,
V,
maat zout.
4
bossen kaarsen,
lt>0
stuks gedroogde visschen,
25
& poeder suiker.
IS
• (ammerinde.
V.
last rijst.
'/,
vadem brandhout;
voor
hare lehuisreize een maandelijksche
verstrekking:
en eindelyk
aan de gezanten van den
Koning van
1 Goa met 90
koppen :
25
rd' contant.
2
S specerijen in soort,
6
• zwarte peper,
1
last rijst.
30
bossen padij.
300
stuks gedroogde vissrheu.
- H. w.
OAENOEL8
30 SO
3
kannen lamp-olij,
• touak-azyn, maten zont.
17 Lenlemaand. Openstel
Una van de v
133
Is goedgevonden van tt|d tot tt|d, wanneer de gelegenheid zulks toe cal laten^ op eene der Fransehe harens commercieele oxpediliên te doen, ten einde daardoor, zooveel mogelijk, in de behoeftens van deze kolonie te voorzien; en om de risico voor het gouvernement niet te groot te maken de vaartuigen slechts voor een gedeelte voor rekening van hetzelve te beladen en aan particulieren te vergunnen in suppletie van het andere gedeelte producten op vragt te mogen verzenden, g^^kend de vragt Tan de kofBj tegen twee stuivers Hollands per pond en van de andere producten na rato, welke vragt zal moeten worden betaald bij behouden reis ; doch om, wanneer er geen speculateurs zijn, die hierin deelen, de belading in dat geval geheel voor rekening van den Lande te laten ge- schieden.
Yei^^ning tot het ondernemen van dergelijke expeditiên was noch uil Nederland, noch uit Frankrijk verkregen; maar de nood drong.
17 Lentemaand. Verdeding van zeker aandeel in de betaling der koffij ander de hoefden in de Jakalrasche en Preanger-regentschappen.
Is besloten omtrent het genot der twaalf stuivers, die van de aan de regenten geaccordeerde betaling van een rd', zilver geld, voor ieder kleine pikol koflij van 126 of 128 Ü ten favenre moeten komen van de hoofden over gemelde prefecture, de volgende verdeeling te arresteeren, als:
1 stuiver voor de pepattie's voor de geheele leverantie van het regentschap,
1 stuiver voor de twee ingebei's op de balie-bandong.
134 ^810, H, W. DAENOELS.
onder hun gelijkelijk te verdeelen, mede over de geheele leverantie van het regentschap,
4 stuiyers voor ieder tjoetak of districts hoofd, over de leverantie van elke tjoetak,
5 stuivers voor de twee gecommitteerdens over de planta- gito in ieder district, onder hun gelijkelijk teverdeelen, over de leverantie van elke tjoetak,
S stuivers voor de mandadoors der tjoetak over de leve' rantie van ieder tjoetak, ouder bun allen in geiyke poriien te verdeden,
1 stuiver voor den tjamat over de leverantie uit zifne tjoetak,
Vs stuiver voor den schrijver over de leverantie over het geheele regentschap,
Vs stuiver voor den lengser, mede voor de leverantie van het geheele regentschap.
17 Lentemaand. Regdingen nopens de djajang-tekar^s te Rembang en Ie Lasem.
Is besloten het corps djajang-sekar's voor Rembang en Lassum te bepalen op: een kapitein, » eersten lieutenant, » lieutenant, twee wagtmeesters, vier korporaals en vier en twintig gemeenen; welke, na de gemaakte berekening van het vrij genot der voor hun blJ de organisatie van Java's Noord-Oostkust be- paalde jonken rijstland a twintig rd« per jonk, in gelde 'sjaars zullen genieten, als:
een kapitein a 18 jonken rd' 500
een eerste lieutenant a 10 » » 300
een lieutenant a 8 > » 160
twee wagtmeesters a 10 ■ • aoo
Transporleere Td» 86Ö
H. W. OAENOELS. 135
Per transport rd* 860
vier korporaals a 16 jonken > 320
vier en twintig gemeene a 139 > » 2640
of te zamen, zilver munt, rd' 3820 en vast te stellen, dat bet onderhoud van dit corps djajang- sekar*8 zal worden gedragen^ half door den Lande en half door de Ëuropeesche en christen ingezetenen en de Chineezen Ie Renibang en Lassum, als strekkende tot hunne beveiliging, eo daarentegen gemelde ingezetenen te verschoonea van alle opbrengst ten behoeve van de burger krygskas te Samarang.
Op 12 Oogstmaand 1810 is het vorenstaande aldus gewijzigd : Zyne excellentie, nopens hoogstdeszelfs besluit van den 17^ van Lentemaand jongstleden in aanmerking hebbende genomen, dat, uithoofde van de bij besluit van den 19^'^ van Zomermaand daaraan volgende aan de djajang-sekars ge- accordeerde vrije monteering van 's Lanils wege, de billijkheid mede brengt, dat het gouTernement van het verder onderhoud voor een gedeelte worde ontlast, en considereerende tevens de door de christen en Chineesche ingezetenen ingebragte bezwaren om het voorschreven onderhoud voor de helft te dragen, mitsgaders dat de regenten van Rembang en Lassum, ofschoon geen voordeelige regentschappen hebbende, nogtans geene lasten lioegenaamd dragen, zijnde onder anderen bij besluit van den 16"" van Sprokkelmaand 1810 ontheven van iets tot de oprigting, aankoop en onderhoud der herbergen, post wagens, postpaarden en relais te coniribueeren ;
heeft besloten met alteratie van het besluit van den 17"^° van Lentemaand 1810 te bepalen, dat het onderhoud in rijst* velden of de afgave van een equivalent in gelde op den voet, zoo als dit bij het voorschreven besluit bepaald is, ten behoeve van het corps djajang-sekar's te Rembang zal worden ge- dragen voor een vierde door het gouvernement, voor dé helft door de regenten en voor een vierde door de Ëuropeesche en christen ingezetenen, mitsgaders de Chineezen te Rembang eu te Lassum.
136
H. W. DAENDEL8.
18 Lentemaand. Machtiging op den drossaard der Balaviasche ommelanden wijkmeeslers binnen zijn gdfied te benoemen en te ontslaan.'
Zie ook as Winlermaand 1809.
21 Lentemaand. Regeling der blandong*s in de prefec- tuur Cheribon.
Is besloten tot een vaste blandong voor de boscbwerk-
laamheden in de prefecture van Cheribon de ondervolgende
hoofdeampongs met de daaronder sorleerende negorijen, hoisge-
zinnen, jonken rijstvelden en buffels te doen afscbeiden, Ie vreten :
In het district van Radja Galoe ander Sultan Anum.
Hoofd en mindere dessa's.
Huis* gezinnen.
Jonken ryslfelden.
Bufiels.
Genting
Ampel
Bondang
Pamongang
Sindaag
Banaagem
Wanaaalam
Sattewangie
Handapa
Barozool
Ijiparee
Passier
Bessi
Klinüng
Tjiesambeng
Babakan
Gondo
Genting
Ligoen
Boentoe
Bantarwaroe
Soesoekan ,
Boentar
Barangajar
Te zamen,
52 42 40 05 16 67 46 40 20 30 12 53 15 10 18 25 40 65 43 20 67 148 62 60
1044
22 7 8
47 4
41
10 15 22
6 12 12
9 75 16 10 36 85 37 52 39 10 22
596
45
26 36 68 20 92 22 97 12 40 15 40 29 23 19 20 24 19 12 48 84 69 34 45
- H. W. DAENOetS.
137
Sn in het diitriet Benauwang Wetan en Koelen,- onder SulUm Cheribon.
üooÊA en mindere desaa's.
Uuis- gezinnen
Jonken rijslvelden.
Buffels.
Kadangong.
Nambo
Babakan....
Panjalin
Baojaran
Panjinkerang —
Gentong.
Baringen
Gala Samba
Oe^joog Gabang.. Oedjoag Anom..
Jallg Paoea
Tra Sana
Bangoedoea
Ra^ja Singa
Te
124 60 97 56 10 33
112 50 49 18 35 54 52
117
156
100
20 17 12 14 1
75 25 41 16 14 25 12 31 50
1143 I 453
107 40 92 35 45 30 76 41 39 86 30 29 60 19 64
942
zoodat de vaste blandoog voor de prefecture Cheribon zal bestaan nit:
Hoold dessa's en mindere dessa's.
Huis- gezinnen.
Jonken r^stTeMen.
BuOels.
In betdistrictRa^iaGaloe. • • • Benauwang.
10 8
18
14
7
1044 1143
596 453
999 942
Te zamen...
21
2187
1049
1941
mei bepaling wijders, dat aan het ?olk uit het district van Kandang Auwer zal biyven gedemandeerd hel conslrueeren en bezorgen der houtvlotten te ludramaijoe, als daaraan sedert jareu gewoon zynde, waartoe dezelve als dan ook eeniyk en tot geene andere diensten zullen mogen worden gerequi- reerd.
158 1810. H. W. OAENOÊL8.
24 Lentemaand. Verkoop van zitplaatsen op de pasar te Buitenzorg.
Is besloten aan den kapitein der Chineezen van de prefec- ture der Jacatrasche en Preanger-regentscliappen en potia te Builenzorg ie accordecren om de negen stuks bazaar-hiiizen of pedakken, op de verlegde markt te Builenzorg opgebouwd voor rd* 5753 : 12, koper geld of papieren van credit (zijnde het bedragen, waarvoor deze pedakken opgebouwd ziju) aan de 108 personen, die dezelve thans gehuurd hebben, te mogen verkoopen, met het recht, dat deze eigenaren bij overlijden, verhuizing of, des goedvindende, bij wegen van afstand of verkoop tegens dcnzelfden prijs^ als waarvoor hun elke plaats te staan zal komen, en geen hooger prijzen daar- over te kunnen disponeeren.
24 Lentemaand. Vermeerdering van het aantal Uerhen ter generale secretarie van 14 tot 22.
b goedgevonden en verslaan het getal Uerfcen ter secretarie dezer regeering met nog acht te vermeerderen, als:
2 a rd* 60 'smaands,
2 • • 40
2 » • 30 »
2 » • 20 met recommandatie aan den secretaris der regeering om, wanneer het buitengewoon schrijfwerk weder zal oesseren, een reductie van het getal scribenten voor te dragen.
24 Lentemaand. Zamensmelting van het regentschap Goemoelak met dal van Samarang.
Is goedgevonden en verstaan aan den ingebei van Goemoelak op verzoek deszelfs ontslag te verlcenen en hetgeen van Grogol eo Goemoelak beoosten de Damaksche rivier gelegen is, met het regentschap Daroak te doen vereenigen, doch overigens geen nieuwen ingebei over Goemoelak aan te stellen.
1810 H. W. DACNOELS. 139
maar dit district en Grogol, als reeds tol het regentschap ▼an Samarang behoorende, door den regent (e doen bestuuren.
Goemoelak was te klein om zonder bezwaar voor de in- woners een regent te onderhouden.
24 Lentemaand. Afstand van een sluk grond ie Sa- marang aan de Chineezen aldaar voor ccne begraafplaats.
Is goedgevonden en vei*slaan acht duizend negen honderd en vijr en tachtig quadraat roeden, gedeslineei^d voor een kerkhof der Chineezen op Samarang, en twee honderd en ▼ijf en twintig gelijke roeden, dienende tot een weg naar hetzelve, aan de Chineezen te zamen af te staan tegen een halven rd"^ zilver, de quadraat roede, betaalbaar in zes termijnen van drie maanden.
24 Lentemaand. Regeling der grensscheiding tusschen de prefecturen Samarang- Demak en Japara.
Is goedgevonden en verelaau om hetgeen aan de westkant der Damaksche rivier gelegen is te vereenigen met Grogol en Goemoelak en de onmiddelijke executie daarvan te deman- deeren aan den prefect van Samarang en Damak; voorts nopens de grensscheiding tusschen de prefecture van Samarang en Damak en Japara te bepalen, dat al, wat beoosten de rivier Tangoelangie van het regentschap Damak gelegen is, aan Japara en daar en tegen helgeen westelijk van dezelve ligt en dus niet alleen het land Tjangkring, maar ook dat gedeelte van Japara, hetwelk na gissing 10 uuren gaans langs die rivier loopt, aan Damak zal verbonden worden, doch de invoering hiervan uit te stellen tot het einde van dit jaar; onder bepaling, dat de overgave der districten, die van de eene prefecture aan de andere moeten komen, als dan door eene gecombineerde commissie van wegens de prefecten zal moeten gevolg nemen.
140 18)0. H. W. DAENOELS.
24 Lentemaand. Toekenning van pensioen aan een tijddij k inactief ambtenaar.
Hieruit blijkt, dat men in 1810 eene andere beteekenis dan tegenwoordig aan het woord pensioen hechtte.
De betrokkene kreeg bijna 7i ^^ ^1)° vroeger tractement.
24 Lentemaand. Toekenning eener toelage aan de boden der Ilooge Regering,
Is verslaan aan ieder der bodens dezer vergadering vyf rd' aan papieren van credit 'smaands boven hun thans winnend tractement toe te leggen lot het onderhouden van een paard.
24 Lentemaand. Regtement op de brandspuiten te Batavia.
Art. 1. Binnen de stad zullen vier brandspuiten zijn met de daartoe benoodigde gereedschappen en geplaatst worden op de volgende wijze.
Art. 2. De spuit n^ 1, slaande in het artillerie-magazijn binnen het kasteel, heeft lol brandmeesler Gerrit Hobein en
tol adsistenlie Pielersze, en zal het daartoe benoodigde
volk requireren uit het tweede district, beginnende bij de Amslerdamsche gracht, Westwaards tol aan de groole rivier. Oostwaarts tot aan de stads grachten en Zuidwaarts tot aan de Leeuwinne gracht.
Art. 3. De spuit n^ 2, slaande op de werf, heeft tot brandmeester J. Janssen en tot adsistenlie den broodbakker L. de Yienne, en zal hel daartoe benoodigde volk requireren uit het derde en vierde district, beginnende ten Noorden met de stads gracht, gaande Westwaards langs gemelde gracht, Oostwaards langs de groole rivier en eindigende ten Zuiden langs de Utrechlsche straat.
Art. 4. De spuit n^. 3, slaande op de groote passer, heeft tot brandmeesler den wljkmeesler derzelve en zal bediend worden door het volk van gemelde passer.
IdlO. H. W. 0AENDEL8 141
Art. K. De spuit n^ 4, staande in het annenhais» beeft tot brandmeester den notaris F. M. Kilian en tot adsistentie den archivaris en collalionist ter secretarie Tan hunne Hoog Edelbeden C. 6. Greering, en zal het daartoe benoodigde volk reqoireren uit het vierde en vijfde disirict, beginnende van de Utrechtsche straal, West- en Zuidwaards langs de stads binnen gracht» ten Oosten met de Kaaljmansgracht en ten Noorden met de Leeuwinne gracht tot aan de niiddeipuntsbrug.
Art. 6. Buiten de stad zullen zijn tien brandspuiten met de verdere, daartoe benoodigde gereedschappen, die geplaatst zullen zijn op de volgende wijze.
Art. 7. De spuit, gemerkt n^. 1, staande in de Zuider voorstad blJ den substitut van den bailluw, heeft tot brand- meester den oudsten substitut en deszelfs adsislent, den burger Jobannes de Jongh.
Art. 8. De spuit n°. % staande in het gouvernements huis op Molenvliet, heeft tot brandmeester den kamerbewaarder van bet gouvernement Pieter PoviJ en tot adsistentie vaii dezelve den kastelein van het gouvernement Voesterzons.
Art. 9. De spuit n^ 3, slaande in het huisje op den Molenvlietsehen dijk bij de campong Grocot, heeft tot brand- meester den kommandant der Baliêrs, Mochamad Pridan Toisalelte Babandam, rn zal de eerstgemelde spuit n^. 2 zijn benoodigd volk requireren van onchristen ingezetenen van de Manga bezaar of Princelaan, en die van n^ 3, staande in de campong Grocot, uil deze en naburige caropongs.
Art. 10. De spuit n^. 4, {^taande op Rijswijk in de dragonder-wagt heeft tol brandmeester den afslager van de vis- markt Brugman met adsislentie van
en zal het benoodigde volk door hem daarvoor worden ge- requireerd van de daar in den omtrek wonende personen.
Art 11. De spuit n^ 5, slaande btj de hoofd-wagt op Weltevreden, beeft tot brandmeester den wagen-verbuurder J. B. Zimmer met adsistenlie van
Art. 12. De spuit n^ 6 in den tuin op Weltevreden heeft lot brandmeester den tweeden laborant, de Groot, met adsis-
i4s isio. H. W. bAÉ<4DÊLé.
tentie van den inlandschen kapitein Dul Jabbar, en zullen deze beiden het daartoe benoodigde volk requireren uil de onchristen bewoners rondom Weltevreden.
Art. 13. De spuit n^ 7, staande op Jaccafra bij de loge la Vertuense, heeft tot brandmeester den commandant der Oosizijdse Javanen, Achraat Soeta Wangsa Poerba Nagara, met adsistentie van den commandant der Boeginesen op Jac- catra, zullende uit de campongs Mangadoea, Jaccatra en Pisang Batoe bet benoodigde volk requireren.
Art. 14. De spuit n^ 8, staande in de papangers-wagt bij de Jassembrug, heeft tot brandmeester den adjunct-afslager van vendumeesteren Goze, met adsistentie van den doodgraver der gereformeerde kerk aldaar Jansen.
Art. 15. De spuit n^ 9, staande in het huisje bij de Limakeppings brug ter zijde vau de inlandsche burger-wagt, en de spuit n°. lU, slaande in bet huisje in de Chinesche camp bij de militaire wagt, hebben tot brandmeester den oudslen luitenant der Chinezen met adsistentie van den tweeden luitenant derzelve, en zullen deze bij de spuiten door bel volk van de Chinesche camp bediend worden.
Art. 16. Over de spuilen n^ 1 en S binnen de stad is tot opperbrandmeester gesteld de kapitein ter zee en tweede liavenmeesler, de Veer.
ArI. 17. Over de spuilen u^. 3 en 4 is als opperbrand- meester het lid van Weesmeesteren Ronge.
Art. 18. Over de spuilen n^ 1 en n^ 8 buiten de stad als opperbrandmeester den burger en wagen verhuurder Maar- schalk.
Art. 19. Over de spuiten n''. 3 en 5 buiten de stad als opperbrandmeester den administrateur in de Westzijdsche negotie-pakhuizen, Petrus Wilhelmus Helvetius van Riemsdijk.
Art. 30. Over de spuit n®. 4 als opperbrandmeester de oud binncn-regent van het binncu hospitaal Decker.
Art. 31. Over de spuiten n®. 5 en 6 tot opperbrand meester den oud kapitein ter zee Baggers.
Art. 33. Over de spuit n*. 7 als opperbrandmeester hel
lélO. H. W. DAËNDËLS. 14$
lid in hel collegie van hawelijksche en kleine gereglszaken ZeewoU.
Art. 23. Over de spuiten n^ 9 eu 10 als opperbrnnd- meeste den kapitein der Ghineezen.
Art. S4. Tot generalen brandmeester over alle de brand- spuiten is aangesteld de architect van 's Ijands civile gebouwen Jongkind, die lot zijn adstslenlie hcell den opziender van Raaijen.
Art. 25. AUe de hiervoren gemelde brandnieesler-generaal, opper-brandmeesteren en brandraeesleren zullen onder het hooger gezag van den president van Schepenen, bij deszelfs absentie van den baillaw en bij afwezigheid van beiden, van het oudste lid van Schepenen gesteld zijn, welke het generaal bestier, zoo over de brandspuiten, als anderaints hebben.
Art. SC. Van hel volk, dat de brandspuiten moot be- dienen, zal, zooveel de opperbrandmeesters oordeeleu noodig Ie hebben^ door de wijkroeestcrs een repartitie geformeert en daarna aan dezelve de armbanden ter verkenning uilge- dedt worden, die de opperbrandmeesters kunnen bekomen ten kantore van den secretaris -van Schepenen.
Art. 27. Zoo ras er eenige brand ontstaat, zal het volk zich terstond na hunne spuiten bleven en zullen zich met alle spoed bij den brand vervoegen, met dien verstande, dat geen derzelve brandspuiten, zonder ifpeciale order van den brandmeester-generaal, verder zullen mogen woi*den gelrans- sporteerd, als de hiervoren bepaalde districten.
Art. 28. De spuit, die het eerste by den brand is, zal tot een premie genieten rd' 100 en de tweede rd* 50 uit stads-kassa om op ordonnantie van den president van Sche- penen verstrekt en onder het volk van de respeclive spuiten verdeelt te worden door den brandmeester.
Art. 29. Eo zal hiervan een exemplaar aan de respeclive opper-brandmeesters en brandmeesteren worden argegevcn tot hunlieder informatie, mitsgadei*s op de onderscheiden berg- plaatsen van de brandspuiten worden gealTigeerd,
144 1810. H. W. DAENDELd.
25 Lentemaand. Viihetaling van Chinee^cke anAadUs* lieden, enz. bij 's Lands arlülerie-magazijn te Batavia.
Is besloten de Chineesclie timmerlieden, smids en koelies, alsmede 's gouvernements lljfeigeneny werkende in 's Lands arlillerie-magazijn te Batavia, weder als voorheen in kopere munt te laten uitbetalen, uithoofde van het nog voortdurende gebrek aan kleine papieren van credit.
25 Lentemaand. Toevoeging van een onder-commissaris aan den commissaris-generaal der marine.
In aanmerking nemende de veele bezigheden van den commissaris^eneraal der marine, welke het noodzakelijk maken, dat aan denzelven een persoon worde toegevoegd om onder zijne orders het opzicht over de houtstapelplaatsen te voeren en zich zoo dikwijb derwaarts te begeven, als lot een prompte executie van 's gouvernements orders wordt vereischt ;
is besloten den secretaris van den commissaris^eneraal der marine. Roos, op zijn tegenwoordig tractemcnt aan Ie stellen tot onder-commissaris der marine, in welke hoedanigheid hem voornamelijk zal incumbeeren het houden van boek van de houtwerken op de diiTerenle stapelplaatsen aan handen, zoomede het opzicht over de stapelplaatsen, werwaarts hij zich zoo dikwijls zal kunnen begeven, als zijne presentie aldaar vereischt of door den commissaris-generaal der marine noodig geoordeeld zal worden, waartoe aan hem door de respective prefecten telkens zoovele baltoors en paarden zullen worden verstrekt, als bij hel tarief aan een kapitein- militair zijn toegestaan.
Zie ook 1 Bloeimaand 1810.
27 Lentemaand. Bepalingen nopens gevangenen van het coUegie van Schepenen en van den drossaard der Bataviasche ommdanden.
Ingevolge van het besluit van zijne excellentie van den
- H. W. DAENDËLS 145
il^° dezer» waarbij bepaald is, dal de zoogenaamde stads- of bargerboetjen voortaan mede tol een bewaarplaats zullen dienen van de gevangenen van het drosl-ambl, is besloten: 1^ dat de gevangenen van president en Schepenen en van den drossaard, ieder in een bijzonder locaal geplaatst en dus van den anderen gesepareerd zijnde, deze afscheiding in allen deele zal worden gevolgd en in bel oog gehouden, mei autorisatie op president en Schepenen welmeld om de voorgestelde veranderingen in de communicatie tot de gevangenen-hokken voor slads rekening Ie laten effectueeren, 2^ dat voor de gevangenen van den drossaard een apart boek zal worden gehouden en van alles, wat dezelve regardeert» aan hem, drossaard, rapport worde gedaan; en 5^ dat de cipier van de gevangenen van den drossaard aan den Lande helzelfde zal mogen declareeren, als hem bij besluit der hooge r^eeriug van den 23*^° van Slaglmaand jongst- leden voor de gevangenen van sladswege is toegestaan.
31 Lentemaand. Aanstelling van boschgangers voor elk der bland(mg*8 van Lasem en Toeban.
Vroeger werden die door één boschganger beheerd, maar deze regeling bleek onhoudbaar te zijn.
31 Lentemaand. Voorschriften nopens liet beheer van *8 hands gelden op Java.
Aan zijne excellentie, Ie voren gekomen zijnde het ver- keerde begrip, waarin sommige prefecten van Java's Noord- oostkust staan, als of zij op hunne prefeclures eigene kassen zonden hebben, daar nogthans volgens de gemaakle finanlieele inrigtingen voor geheel Java's Noord-Oostkust maar ééne kas bestaat, welke beheerd en geadministreerd wordt door den prefect en hoofdadministrateur te Samarang, en dat dien tengevolge aan de requisilen, die door wehnelden prefect en hoofdadministrateur van Samarang worden gedaan tot de overzending van gelden van Tagal, Paccalongang, Japara en Rembang, die zij oordeelen aldaar boven de benoodigdheid
FLAEAAT-BoeC ÜEEL XVI. 10
146 1810. H. W. DAEflDELfl.
aati handen t6 zijn, niet met die ph)m{)litude eo voltaar- digheid wordt beantwoord, welke bet gewiehl der zake tordert, waardoor eenige ministers eo prefecten in een aan- zienlijk voorschot zijn en anderen weder naaniwaardige feommen aan banden hebben» zonder dat van gemelde voor schotten eene liquidatie kan plaats hebben, hetgeen in de administratie der finautiên niet anders dan groote confusie kan veroorzaken;
heeft besloten, bij renovatie en ampliatie der daaromtrend vigeerende orders, den prefect en hoofdadministrateur van Samarang te gelasten om over de inkomende penningen op de prefectures van Tegal, Paccalongang en Japara, mitsgaders ook te Rembang en aan de beide lioven, zoo dikwyis te beschikken, ais zij dit,, hetzij uithoofde van de naamwaardig* beid der sommen, hetzy om daarmede andere uitgaven te dddien of andere prefectures tegemoet te komen, zullen noodig oordeelen, sub poene van demissie uit hunne posten, wanneer eenige tractementen van civiele of militaire ambte- naren dan wel andere uitgaven onbetaald blijven, zoolang nog een penning op vorengenoemde prefectures of aan de hoven aan handen is, waarover zij zouden hebben kunnen disponeeren ;
voorts te verklaren, dat de prefecten van Java's Noord*0o6t- kust en ministers van de hoven, welke van nu voortaan niet op de eerste requisite van den prefect en den hoofdadmini- strateur van Samarang zullen gehoorzamen aan de opeisching der penningen, die volgens hunne kassa-rekeningen bij hem aan handen moeten wezen, daarvan uitgezonderd het bedragen, die hun voor de amfioen wordt ten laste gebragl^ ahoo daarmede, otschoon zij dezelve terstond in gelde moeten in- nemen, eenige inscbikkelykheid kan worden gebruikt, de facto zullen vervallen wezen van hunne posten, onverkort de actie, die de advocaat-fiscaal tegen hun zal vermeenen te moeten instilueeren, aangezien zy, wanneer hunne kassen niet in orde zijn, moeten worden beschouwd op een wille- keurige en ongequalificeerde wys over 'sLands gelden te hebben geilisponeerd.
- H. W. DAEfüDCLé. 147
1 Grasmaand. Regeling van hel toezicht op de wegen van Tangerang naar Tji'kandi en van Buitenxorg naar Tangerang,
Zijne exceDentie, in aanmerking genomen hebbende de ver afgelegenheid der w^en van Tangerang naar Tjicandie en Tan Buitenzorg naar Tangerang» waardoor het voor president en Schepenen van Batavia ten uiterste moeieiyk is daarover oobepaald toezicht te houden, en dat dit toezicht om dezelfde reden en om de menigvuldige werkzaamheden van den majoor en directeur der genie van het departement Batavia, Schultze, insgelijks niet aan denzelven kan worden opgedragen, ten ware daarvoor afzonderlijke personen wierden benoemd^ 't geen niet zonder kosten en bezwaar voor stadskas zoude kunnen geschieden ;
en consideerende, dat de schouten van den drossaard der Bataviascbe ommelanden, welke in de opgemelde contrijen hao verblijf houden, gevoeglijk en buiten het voorschreven bezwaar met het gedagte toezicht onder de surveillance van den drossaard kunnen worden belast, waartegen de drossaard, onaangezicn zijne overige, vele ambtbezigheden, verklaard heeft, uithoofde van de bij hem erkende noodzakelijkheid en het nut van dezen maatregel voor *sLand8 dienst, geen be- denkingen of zwarigheden te hebben ;
heeft besloten president en Schepenen van Batavia van iict toezicht en de directie o^er de wegen van Tangerang naar Tjicandie en van Buitenzorg naar Tangerang te ontlasten met alle de aankleven van dien en over gemelde wegen van nu voortaan een bepaald en permanent opzicht te doen houden door de schouten van den drossaard der Bataviascbe omme- landen, welke iu die contrijen hun verblijf houden, onderde directie en surveillance van weimeiden drossaard.
Zie ook 3 Oogstmaand 1810.
1 Grasmaand. Verdeeling der wegen in de jurisdictie van het coUegie van Schepetien in vijf districten.
Is besloten:
148 1810. H. W. DAEND£Lè«
Ten eersten: dat de wegen, onder de jurisdictie Yan president en Schepenen gehorende, zullen zijn Yerdeeld in yyf districten, te weten enz. ;
Ten tweeden: dat het onderhoud der wegen en bruggen in de voorsz. districten successive zal worden aanbesteed, na mate de tegenwoordige bestekken zullen expireren, daarran noglhans uitgezonderd de wegen, die, ingevolge de daartoe door zijne excellentie reeds gegeven last« alvorens in complete orde moeten worden gebragt en dezulken, welke door par- ticulieren moeten worden onderhouden, alsmede de bruggen, welke eene onmiddelijke vernieuwing of zware reparatie vereischen.
Ten derden: dat de reparatien aan de steene beschoei- ingen onder het voorsz. onderhoud zullen worden begrepen, doch daarentegen niet de houte beschoeiingen, waarvoor in ieder district een Chineesche ambachtsman zal worden aangenomen, die op het eerste ontbod van de hier na te meidene district-opzienders de voorkomende kleine' defecten in daghuur zal moeten verhelpen, terwijl voornoemde opzien- ders het opgraven en weder dicht maken van gedachte houte beschoeiingen, op order van den inspecteur en directeur der wegen, almede in daghuur door koelies zullen moeten laten verrigten.
Ten vierden: dat het legen der vuilnisbakken te gelijker tijd onder de aanbesteding van het onderhoud der wegen in ieder district zal worden begrepen.
Ten vijfden: dat ieder der voorsz. vijf districten zal worden gesteld onder het opzicht van een daartoe geschikt persoon als opziender.
Zie ook 6 Sprokkelmaand 1810.
1 Grasmaand. Organisatie van hel deparlemenl der tregeti en bruggen onder de super-intendenlie van liet collegie van Schepenen.
Een inspecteur en directeur op een tractement van twee
- H. W. OAENOEL8. 149
duizend rd', half zilver en half papiere gdd of in papieren van credit, bezwaard met de tegenwoordige agio van 100
percent 's jaars rd' 3000
een adjunct » ....
» dessinateur » • . • •
adjunct-dessinateur a zestig rd' 's maands, waarvan de helft voor de stadskas a dertig i-d*
*8 maaudsy in het jaar bedraagd » 560
een schrijver a rd' honderd 'smaands, waarvan de helft voor de stadskas a vijftig rd' 'smaands,
bedraagd 's jaars • 600
vijf districtopzienders, als:
een a honderd rd* 's maands of 's jaars » ISOO
twee » zestig » » » » » 1440
een » veertig » » » » » 480
drie opzienders voor den Oosterweg a drie honderd rd* 'sjaarsy benevens vrije wooning en een paard len kosten van de stads kas, gerekend voor ieder opziender tegen vijftien rd" 's maands of in alles
's jaars » 1440
voor schrijfbehoeftens 's jaars circa > 200
ordonnancen en rapport-gangers 's jaars circa .. • 800 onkosten van het onderhoud der wegen, bmggen
en steene beschoeiingen calculatief 's jaars » 40000
en eindelijk tot onderhoud van den Oosterweg . » 4000
somma 's jaars rd* 53520
Op 12 Julij 1811 is bepaald, dat zekere hoeveelheid schrijf- behoeften ten dienste van het departement der wegen, en bruggen voor het aan den Lande kostende uit 's gouvemements voorraad ten laste van de stads kas kon verkregen worden, omdat wegens de schaarsheid dier artikelen deze niet voor de toegestane som van 200 rijksdaalders, papieren geld, aange- kocht konden worden.
150 ^8^0. H. W. DAENDEUS.
1 Grasmaand. Instructie voor den inspeclmr en directeur der wegen en bruggen in het ressort van Batavia^ als' mede voor diens adjunct.
Art. 1. De inspecteur en directeur der wegen en bruggen is verantwoord^jk, dat alle wegen, bruggen, sluizen, over- tomen, kaaimuren, beschoeijingen, waterleidingen, dijken, be- kribbingen, enz., welke onder zijn opzicht zijn gesteld, in een goeden staat onderhouden worden.
Art. 3. Hij moet derhalve over alle deze voorwerpen be* stendig en nauwkeurig toezicht houden en door zijne onder- geschikte opzichters doen houden, ten einde de onderlinge communicatie, zoo langs de wegen, ab rivieren, lu*ekra en andere waterloopen, niet gestremd worde en dezelve zich ait^d in een zindelijken, rijd- eo bevaarbaren staat bevinden.
Art. 3. Hij moet steeds met oplettendheid waarnemen de veranderingen, welke zich van tijd tot tijd in de rivieren en andere waterloopen van zya departement opdoen, derzelver voor of nadeelen met opzicht tot de bevaarbaarheid daarvan in acht nemen en, zoo noodig, deswegens de noodige bemer- kingen maken aan president en Schepenen van Batavia, knet bijvoeging zijner consideratiën en van bepaalde voordragten der verbeteringen, welke aan zoodanige rivieren en waterloopen na zyn oordeel zouden kunnen en behooren te worden toe- gebragt, met vryheid om, indien dezelve van grootbelangen van een considerabelen invloed op de gesteldheid des lands zyn, zQne observantien en voorstellen regtstreeks te brengen onder het oog van het gouvernement.
Art. 4. Uy moet alle objecten, die daarvoor vatbaar zijn, in oüderhouds bestekken brengen, welke voor een jaar of langoren tijd, nadat zulks ten meesten voordeele van de stads kassa zal bevonden worden te behooren, aan den minst eischende zullen worden aanbesteed.
Art. 6. Alle nieuwe werken moeten by aanbesteding worden verrigt; doch, indien zich daartegen zwarigheden opdoen of de inspecteur oi' directeur oordeeleu mogt, dat dezelve met
- H. W. DAENOEL8. 151
minder kosten in daghuur konden worden vervaardigd, ssal bij daarloe een bepaalde voordragt doen aan het coUegie van president en Schepenen van Batavia.
Art 6. Hij moet alle drie maanden eene generale inspectie honden in zijn departement en van zijne bevinding een succint rapport doen aan den Gouvemear Generaal, mitsgaders aan president en Schepenen, met bijvoeging van zoodanige voor- stellen ter vernieuviring en reparatie, als hij zal oordeelen in de volgende drie maanden te moeten worden geëffectueerd.
Art. 7. Hij zorgt, dat de aannemers, zoowel als de parti- culieren, aan wien het onderhoud van eenige wegen, enz. ioearabeerl, zich stipteiyk van hunne verpligting kwijten en de beveelra van het gouvernement, zoowel als de ordonnantifin van president en Schepenen van Batavia, ten oprechte worden achtervolgd, t^en de nalatige aannemers procedeerende over- emkomstig de bepalingen, bij hunne respective contracten gemaakt, en de particulieren aan president en Schepenen denonceerende, na alvorens hen tot het n^omen hunner ver- pHgtingen nogmaals in der minne te hebben vermaand of doen vermanen.
Art. 8. De inspecteur en directeur, en bij deszeUs absentie of ziekte zijn adjunct, doet aUe rapporten en voordragten, de wegen en mindere werken van dat departement betreffende, aan president en Schepenen, welke, hetzij dal zy oordeelen om de geringheid der geproponeerde verbetering geaulhoriseerd te zt|n daartoe uit zich zelve qualificatie Ie verleenen, dan wel, dat zij vermenen in de aan hun gedane propositiên om de wille der kosten of om andere redenen te moeten difficul- teeren, voor hunne decisie alleen verantwoordelijk zijn, zul- lende het echter aan den inspecteur en directeur vrijstaan bij vernieuwingen van groot belang zijne voordragten onmid- deliyk in te rigten aan den Gouverneur Generaal.
^rL 9. De inspecteur en directeur zal president en Sche- penen over vernieuwingen, reparatiên of verbeteringen aan de voorwerpen, waarover zy de super-intendentie uitoefenen, zoo dikwyis dienen van zQne gedachten en consideratiön, als
159 1810. H. W. DAENDEL8.
hij hiertoe door welmeld coUegie zal worden verzocht, .doch niet door den president en eommissariissen ten hunnen woon- huize of op andere plaatsen kunnen worden ontboden, waarin zijn adjunct nogtans aan president en Schepenen ten dienste zal moeten staan; zullende hij, inspecteur en directeur, met alle egards door president en Schepenen worden behandeld en wederkeerig aan dezelven de differentie bewijzen, welke hij aan zoodanig gedistingueert collegie verschuldigd is; en alle zaken over en weder bij beslotene brieven worden ver- handeld.
Art. 10. Doch in de uitvoering is hij, inspecteur en directeur, aan geene bepalingen of voorschriften van president en Schepenen onderworpen en daarvoor alleen responsabel, met dien verstande evenwel, dat de commissarissen van president en Schepenen, meenende, dat deze of geene zaak op eene andere of voordeeltgere wijze zoude kunnen worden geëxecuteerd, daarover hunne reflectien aan den inspecteur en directeur zullea mogen roededeelcn en, indien hij weigert daaraan gehoor te geven, verpligt zullen zijn daarvan rapport te maken aan president en Schepenen, die de zaak ter kennisse van den Gouverneur Generaal zullen brengen.
Art. 11. De inspecteur en directeur zal zijne voorsteDeii tot het vernieuwen of het construeeren van nieuwe werken, zoo veel noodig, door bijgevoegde teekeningen ophelderen ea expliceercn, welke teekeningen, geapprobeerd zijnde, den aan- nemers vervolgens tot rigtsnoer zullen dienen; voorts zal hij bij zijne voorstellen moeten voegen de begrootingen der materialen en arbeidsloonen, die tot de executie daarvan worden vereischt.
Art. 12. HQ zorgt dat zijne ondergeschikten in alles hunne pligt betragten en is daarvoor, zoowel als voor derzelver goed gedrag verantwoordelijk; bij vacatures draagt hij de voorwerpen, welke hem tdt vervulling der opengevallen posten geschikt voorkomen, aan den Gouverneur Generaal voor en bij pligtverzuim van een geringen aard of niet door een ontrouwe handelwijs vergezeld, straft hij dezelve met arrest.
- H. W. DAENDEL8. 1»3
doch niet langer als voor agl dagen, terwijl hij daarentegen gebonden is ran alle feiten van meer aanbelang rapport te maken.
Arl. 13. Hij verifieert de. lijsten van werkloonen en ma- terialens welke bij werken in dagbuur worden geimpen- deerdy en is daarvoor verantwoordelijk, zullende geene betaling daarop mogen geschieden dan ingevolge de voorschreven verificatie, terwijl noch hij, noch zijne onderhoorigen, zich daarentegen met de betaling zullen mogen bemoeijen.
Art. 14. Indien tot eenig aanbesteed werk de materialen van 'sLands wege worden geleverd, zal hij gehouden zijn, telkens na voltooiing van zoodanig werk, bij zijn rapport daarvan, dan wel bij zijne drie-maandelijksche rapporten, indien dusdanige werken van langen duur zijn, eene specificatie over te leggen van de ontvangene en verbruikte materialen in duplo, ter aanbieding aan den Gouvemeor Generaal, viraarvan na exaroinatie de eene aan president en Schepenen zal worden teruggezonden, voorzien met de approbatie van den Gouverneur Generaal, voor zooverre de expenditure der materialen be- treft, om te dienen tot decharge bij de generale rekenkamer*
Art. 15. Alle aanbestedingen zullen geschieden door den inspecteur en directeur ten overslaan van eene commissie nit president en Schepenen, welke daartoe zullen vaceeren op het bureau van het departement ; de aanbesteding volbragt zijnde, zal de commissie twee origineele bestekken daarvan presenteeren aan den president en Schepenen en vervolgens die beide bestekken door president en Schepenen ter appro- batie worden aangeboden aan den Gouverneur Generaal, met vrijheid daarbij, des noodig oordeelende, hunne consideratiên te voegen; zullende wijders na terug ontvangst van een dezer origineele bestekken met de approbatie of improbatiên van den Gouverneur Generaal hetzelve aan den inspecteur en directeur worden teruggezonden en in geval van approbatie daarvan op last van hem, inspecteur en directeur, worden geformeerd de kopijen, die hij zal authentiseeren en afgeven, als een aan president en Schepenen en aan de generale
154 1B10. H. W. DAENOEL8.
rekenkamer en een aan den opziender, tot wiens departement het werk behoort.
Art. 16. Met het einde ?an ieder jaar zullen deze origi- neele bestekken, zoowel als diverse papieren, het departement spectecrende, vooioiamelljk alle orders en besluiten der hooge regeering, memorien, berigten en voorstellen van den in- specteur en directeur, de regisiers der afgegeven certificaten ter betaling ten kosten van stads kassa zindelyk worden ingebonden en in het archief van het departement gede- poneerd.
Art. 17. Aan den Gouverneur Generaal en aan president en Schepenen zal mede met het einde van ieder jaar btf het rapport over de laatste drie-maandeiyksche inspectie moeten worden aangeboden een lijst der in het afgeloopen jaar bij het departement gemaakte kosten en eene rawe begrooting van degenen, welke voor het volgende jaar zullen vereischt worden.
Art. 18. De inspecteur en directeur der wegen en bruu^en zal zoo spoedig mogelijk doen opmaken een figurative kaart van zijn departement op een groole schaal, waarop duidelgk alle wegen, bruggen en sluizen van hetzelve moeten zijn aangewezen en degenen, welke door particulieren moeten worden onderhouden, met ecne onderscheidene kleur worden afgezet.
Art. 19. Van deze kaart zal bij altijd eene zinddyke en exacte-kopy op het bureau van zyn departement moeten hebben, gelyk zulks van alle andere plans, profils en kaarten der werken, onder zyn opzicht specteerende, mede moet worden geobserveerd en waarvoor hy den dessinateur of deszelfs adjunct verantwoordelyk moet houden.
Art. 20. De inspecteur en directeur der wegen en bruf^n of deszelfs adjunct, de laatstgenoemde aan den eerste onder- geschikt, zullen beiden geUjkeUjk aan den inhoud dezer in- structie verbonden zyn, doch de adjunct geen verantwoording hebben als voor zyne handelingen, die hy by absentie of ziekte van den directeur zonder deszelfis kennis verrigL
TSIO. H. W. OAENDEL8. 16$
Art. 31. Zij zullen op deze instructie aan handen tan den Gouverneur Generaal aflei^n den navolgenden eed:
Ik beloof en zweer Zijne Majesteit den Koning van UoUand als mijnen hoogen en doorluchtigen souverain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien» gehouw en getrouw te zijn; mijno pligt en dienslverrigtingen over- eenkomstig den inhoud myner instructie na mijn uiterste vermogen te behartigen; geene geschenken, giften of gaven aan te nemen of door mijne aanhoorigen te doen aannemen, hoe ook genaamd en van welken aard ook» van aannemers of pwsonen» welke in dit departement van mij afhankelijk zijn, ooch ook te participeeren in eenige aanneming van 'sLands werken onder mijne directie, maar daarentegen in allen opzidite 'sLands meeste voordeden in alle handelingen te betrachten; en voorts alles te doen en verrigten» wat een getrouw en Ijverig inspecteur en directeur of adjunct toe- staat en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mij God almachtig.
1 Grasmaand. Instructie voor de opzieners der wcgefè^ bruggen en water-werken in hel ressort van Batavia.
Art. 1. De opzienders moeten een ieder, zoo verre zijn district betreft, waken, dat de acinnemers van het onderhoud der wegen stiptelijk aan den inhoud van hunne contracten voldoen, dezelven niet te min beleefdelijk en met bescheiden- heid behandelende, en, ingevalle hunne vermaningen en aan- sporingen buiten effect blijven, daarvan rapport doen aan den inspecteur en directeur of zQn adjunct, ten einde gemelde aannemers na behooren kunnen worden gecorrigeert.
Art. 3. Zt| zullen verpligt zijn drie malen 's weeks alle de wegen, bruj^n, beschoeiingen, sluizen, walerlozingen, enz. in hunne respective districten te visileeren, de aannemers dadelyk tot het herstellen van ligt te verhelpene gebreken aanhouden en de genen, welke van aanbelang zijn of wel de aannemers in het geheel niet regardeeren, onverwijld brengen
156 1810. H. W. OAENDEL8.
ter kennis van den inspecteur en directeur of deszeUsadjonct, tevens alle weken en wel des Zaterdags ochtends ten kantore van het departement in persoon^ dan wel de geenen, wdke over den Oosterweg gesteld zijn, wegens de afgelegenheid hunner woonplaatsen, schriftelijk rapport makende van de bevinding hunner gedane visitatita.
Art. 3. Wanneer door eenige reparaties aan de voor- werpen, over welke hun het opzicht is toevertrouwd, de publieke communicatie belet mogt worden, zullen zg de aan- nemers niet permitteeren dezelve te entameeren, alvorens daarover de orders van den inspecteur en directeur of des- zelfs adjunct Ie hebben gevraagd.
Art. 4. Omtrent alle in daghuur verrigt wordende werken zullen zij dagelijks nauwkeurige en getrouwe aanteekeningen houden van het daarbij geêmploijeerde werkvolk en materialen en daarvan alle Zaterdagen accurate en door hun geteekende lijsten ten kantore van het departement indienen, tevens zorgende, dat het werkvolk het onderhanden hebbende dag- werk behoorlijk verrigt, ten dien einde zoodanige werken daags meermalen en op onverwagte uren inspeeteerende.
Art. 5. Bij het inheien van palen, waar het ook zijn moge, het leggen van fundamenten en over het geheel alle werken onder den grond of in het water bullen zij onafgebroken gedurende de werkuren present zyn, ten einde daarin d(M>r de aannemers geene ontrouw kan gepleegt worden.
Art. 6. Wanneer particulieren, aan wie het onderiioud van eenige bruggen, wegen of waterlozingen incumbeert, daarin nalatig zijn, zullen zij dezelven in tijds in der minne daaraan herinneren en, ingevalle daaraan alsdan niet voldaan wordt, daarvan daddijk of op den eerstkomenden rapport-dag, nadat de zaak presteert of niet, aan den inspecteur en directeur of deszelfs adjunct rapport maken.
Art. 7. Van aUe contracten van aanbesteding zullen de opzienders, een ieder voor zoover zijn district aangaat, authen- tieke copljen worden ter hand gesteld, welke door hen zorg- vuldig moeten worden bewaard om bij het verlaten hunner
lèlÖ H. W. DAEl^DELS. 1K7
bediening aan hnnne opv^dgers te kunnen worden oyergegeven, teo welken einde zij Terpligt z^n daarvan, zoowel als van alle acbrifteiyke orders of andere papieren, welke hunne werkzaamheden befreffen, een nauwkeurig recueil te houden ; en, blJ aldien bij eene visitatie der papieren of wel bij het ontslaan of overlijden van een opziender kwam te blijken, dat er stukken van dien aard mankeerden of in een slordigen staat bevonden wierden, zullen de ontbrekende, defectueuse of bemorste ten koste van hun of hunne boedels worden gecopieerd en geen opziender zijn ontslag ontvangen, voor en aJ eer zijne papieren aan zijnen opvolger in goeden staat zijn overg^even.
Art. 8. De opzienders wordt ten strengste verboden van de onder hun opzicht werkende aannemers, bazen of mandadoors eenige presenten, hoegenaamd, te ontvangen, noch ook eenige ooglulking met dezelve te gebruiken in het opgeven van het geèuiploijeerde werkvolk en materialen bij werken, welke in daghuur verrigt worden, of wel toe te laten, dat dezelveu daaiby slechte en onvoldoende materialen emploijeeren, veel min daaromtrend met hun eenige transactiën aan te gaan om zich te verrijken, sub poene van als mijneedige en on- trouwe 's Lands dienaren overeenkomstig op dit stuk bereeds bestaande of nog te makene wetten en ordonnantiên en exigentie van zaken, zelfs aan den lijve, te worden gestraft.
Art. 9. De opzienders zullen hunne meerderen de behoorlijke reverentie bewijzen en in alles, wat door dezelve hun ten dienste van den Lande wordt bevolen, stiptelijk gehoorzamen, zich steeds nochteren en bekwaam in hunne dienstver- rigtingen gedragen en in een woord alles doen en verrigten, wat men van geschikte, ijverige en getrouwe 's Lands dienaren kan vorderen, terwijl zij, daaraan in gebreke blijvende, na merite van zaken met verlating van hunne posten of andere correctiên zullen worden gestraft.
Art. 10. Eindeiyk zullen de opzienders bij den aanvang hunner bedieningen aan handen van den inspecteur en directeur afleggen den volgenden eed:
lt$8 1810. H. W. ÖAÈNÖÉLS.
ik beloof co zweer Zijne Majesteit den Koning van Hoiland ak mijnen hoogen en doorluehtigen souyerain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gebouw en getrouw te zijn ; mijnen dienst al^ opziender over de bruggen en wegen met alle naarstigheid en overeenkomstig den inbond der voor mijne bediening gearresteerde instructie waar te nemen en overal na mijn uiterste vermogen 's Lands voordeel te bébarligen.
Zoo waarlijk beipe mij God almagtig.
3 Grasmaand. Toepassing op de officieren van de zee- maclu van liet bepaalde op 7 Januari en 1 Maari 1809 nopens nalalensclmppen.
Zijne excellentie, de Maarscbalk en Gouverneur Generaal, in overweging genomen bobbende, dat hoogst deszelfs be- sluiten van den 7"^" van Louwmaand en den 1*" van Lentemaand 1809 nopens de bebering der nalatenschappen van oflSeieren, welke ab inteslalo in Indien komen te overlijden, alleen relatie hebben tot de oflScieren van de land-armée, terwifl nogtaus de redenen, welke lot het nemen van deze besluiten grond gegeven hebben, van eene gelijke applicatie zijn op de officieren der Koninklijke en koloniale marine in Indien;
beeft goedgevonden te arresteren, gelijk geschiedt bt| dezen,* dat de besluiten van den 7^° van Louwmaand en van den 1*" van Lentemaand 1809 verstaan zullen worden van gelijke applicatie te zijn op de arniée te lande en te water, en mitsdien : 1° dat voorlaan bij het overltjden ab intestato van officieren der Koninklijke marine, hier geëmploijeerd, en van koloniale zee-officieren derzelver nalatenschappen, voor zooverre dezelve, volgens de gesubsisteerd hebbende wetten, ander- zins aan de bebering van den curator ad lites zonden zijn vervallen, zullen worden gesteld onder de administratie van twee zee-officieren, daartoe expresselijk door den commissaris-generaal der marine of der respective haven- meesters te benoemen;
1810 H. W. OAËNDeLS. \M
i^ dat gedagte gecommitteerden gequaltficeerd zolleo zijn de boedeb onder hunne administratie te vereyenen en tot liquiditeit te brengen ; 3^ dat dezdve, na uitbetaling der alhier in Indien zich be- vindende crediteuren een batig saMo in den boedel bevin- dende, verpligt zullen zijn hetzelve, na vooraf gegevene kennis en opening aan den commissaris-generaal der marine, over te brengen bijde weeskamer ter hoofdplaatse Batavia; 4* dat de voornoemde gecommitteerden, na zulks te hebben gedaan, van hunne verrigtingen vervolgens kennis zullen moeten geven aan de overledene erfgenamen of naast- bestaandeo in Europa, wanneer dezelve bekend zijn, of anterzins door den commissaris-generaal der marine aan zijne excellentie, den Minister van koloniën en marine, met aanwijzing tevens der somma, welke ter dispositie der regthebbende door hen bij het coUegie van Wees- meesteren te Batavia is overgebragt;
met intrekking tevens van alle wetten en usantiên, hier tegen aanloopende, voor zooverre de marine in Indien betreft.
En zal extract dezes worden uitgereikt aan den directeur- generaal, de generale rekenkamer, den brigadier en chef van den generalen staf der Koninklijke en koloniale marine, den commissaris-generaal der marine, het coUegie van Weesmees- leren te Batavia, de onderscheidene havenmeesters en verder circulair aan een iegelijk, wien het zoude mogen aangaan, respective om te strekken tot informatie en narigt.
4 Grasmaand. Wijziging van de inslruclie voor de generale Rekenkamer.
De heer president heeft namens zijne excellentie, den heere Naarschalk en Gouverneur Generaal de volgende stukken ter tafel van hun hoog Edelhedcn overgelegd en daarop voorge- steld, als:
op een adres van president en leden van de generale
l60 1810. H. W. DAENDELS.
rekenkamer van Indien, daarbij zich beklagende wegens het nog maar gedeeltelijk inzenden aan hunne kamer door de respeclive coUegiên, administratiên en andere comptabelen ter hoofdplaats Batavia van de boeken, rekeningen of staten van het afgelopen jaar 1809, met verzoek, dat ten dien aanzien, evenals zulks bij art. 25 van de instructie voor de generale rekenkamer voor de builen*kantoren bepaald is, een zekere tijd worde vastgesteld, binnen welke de voor- schreven collegiên, administratiên en comptabelen hunne boeken en staten aan de generale rekenkamer zouden moeten inzenden, op eene voor de nalatigen te bepalen amende;
om bij wege van anipliatie der instructie voor de generale rekenkamer te bepalen, dat de boeken, staten, enz. door de respective collegiên, administratiên en andere comptabelen ter hoofdplaats Batavia in elk afgelopen jaar aan de gemelde rekenkamer zullen moeten wezen ingezonden voor primo van Lentemaand van het volgende jaar en de boeken en staten van de generale directie twee maanden later of voor den eersten van Bloeimaand daaraan volgende, sub poene, dat degeene, die hierin nalatig blijven, dezelfde boete zullen in- cuireren, welke op het niet tijdig inzenden der boeken en staten van de buiten-kantoren bij art. t6 der evengedaehte instructie is vastgesteld, edoch voor dit loopende jaar uit eene bijzondere consideratie het opgemeld termijn te pro- longeren voor het indienen der boeken en staten door de respective collegiên, administratiên en verdere comptabelen ter hoofdplaats Batavia van het gepasseerde jaar 1809 tot den laatsten van Bloeimaand aanstaande en voor de boeken en rekeningen van de generale directie twee maanden later; zoo is, conform dit vooi*stel, goedgevonden en verstaan: ten eerste: de instructie voor de generale rekenkamer van Indien te ampliêren met deze bepaling, dat de boeken, staten, rekeningen, enz. door de respective collegiên, ad- ministratiên en andere comptabelen ter dezer hoofdpbats van elk afgeloopen jaar aan de rekenkamer zullen moeten ingezonden zyn voor primo van Lentemaand en de boeken.
18i0. H. W. OAËNDCLS. 161
staten, rekoiingen, enz. van de generale directie voor den eersten van Bloeimaand van het volgende jaar, sub poene, dat degeenen, die hierin nalatig blijven, zullen betalen eene boete van twee honderd geeartelde dncatws, ten ware dat dezdve bij valabele redenen, ten genoegen van de rekenkamer, konden aantonen, dat toevallige of andere omstandigheden, welke niet door hun veranderd konden worden, zulks ver^ oorzaakt badden;
ten tweede : het bovengemelde termijn te prolongeren voor het indienen van de boekeni staten, enz. der respective coUegiên, administratiën eo vei*dere comptabelen alhier van het ge- passeerde jaar 1809 tot den laatsten van Bloeimaand aanstaande en voor de boeken en rekeningen van de generale directie twee maanden later.
4 Grasmaand. Regeling nopens* liet müüaire wetboek
ZQne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking genomen hebbende, dat bij hoogstdeszelfs besluit van den 29^° van Grasmaand 1808 wel geconstitueerd is een hooge militaire vierschaar voor Indië en dat, hoezeer van het oogmerk om die regtbank te doen oordeelen, zoowel over militaire delicten, door het volk van oorlog te water, als door dat te lande begaan, genoegzaam blijkt door de benoeming, onder anderen, ook van zee-oflBcieren tot leden van gedagte hooge militaire vierschaar, nogtans in het voor- schreven besluit niet is uitgedrukt, na welke wetten en bepalingen welmelde vierschaar zich ten aanzien van het volk van oorlog te water zoude moeten rigten, waarvoor eenelQk is voorgeschreven om te volgen het wetboek voor de militie van den staat van den 26*" van Zomermaand 1799, hetwelk eenelyk tot de militie te lande betrekkelijk is, waar- door meermelde vierschaar zich bezwaaitl heeft moeten achten om kennis te nemen van delicten, door het volk van oorlog te water gepleegd;
en overwegende, dat bij het 19* artikel zijner inBtructie de gouverneur generaal in het algemeen verbonden wordt
puiut-mh 0UIp XTi. il
16^ 181Ó. M. W. OAÊNDCtè.
soiig te dragen voor eene goede en geregelde administratie der militaire justitie voor alle militaire delicten en dat mits- dien ter pligtschuldige opvolging van dezen last en het nut, daarin gek^gen, de noodzakelijkheid vordert, dat de rogterii)ke magt, aan welroelde vierschaar toegekend, als nog tot de beoordeeling over delicten, door het volk van oorlog te water begaan, navolgens het voorbeeld van bet Koningrijk Holland worde geêxtendeerd ;
heeft besloten vast te stellen, gelijk vastgesteld wordt bij dezen, zoolang er geen algemeen, militair wetboek voor het Koningrijk Holland, zoo voor de land-, als zeemacht gearres- resteerd en in Indien bekend zal zijn, de hoogc militaire vierschaar van Indie, zonder verder beroep, kennis zal nenaen' van alle militaire delicten, niet alleen door het vdk van oorlog te lande, maar ^k door dat te water begaan, en zich ten opzichte der laatsigemelde zal reguleeren na den artikel-brief of instiuctie, rakende den oorlog ter zee, in dato 26'" van Zomermaand 1795, mitsgaders na den inhoud der resolutie van de voormalige staten-generaal der vereenigde Nederlanden van deu 20° Oclober 1703, welke mitsdien voor alsnog zullen moeten worden nagekomen en van volle kragt zijn, voor zoo verre dezelve met de tegenswoordige orde van zaken en met de locale situatie alhier niet strijden.
4 Grasmaand. Oplieffing der betrekking van commissaris der werken Ie Soerabaija,
Is verstaan de post van commissaris der werken teSoura- balja in te trekken- en aan den prefect over Java's Oosthoek te accordeeren twee Europeesche of inlandscbe kinderen a twintig rd', zilver geld, ieder, onder de benaming van op- zichters om, zoo tot hel surveilleeren der cultures, de werken aan de wegen, als anderzints te worden geêmployeerd.
5 Grasmaand. Bepaling van hel Iraclemenl der luLtet^ meesters te Grissee^ Besoeki en Soemenep op 100 rijksdaalders, zilver geld, 'smaands.
telO. H. W. 0AENDEL6. 16J)
6 Gresmaaod. AamMediging van vkichers naar Batavia ter markt te komeik
Uithoofde van de groote schaarsheid aan Tisch op de bazaar is besloten de prefecten tan Gheribon, Tagal en Paecalongang aan te schrijren en te anioriseeren om de vissdiers hunner prefeclares lot de overkomst naar deie hoofdplaats te enga- geeren» zonder nogtans daartoe eenige andere middelen als die ▼an minnelijke overreding en persuasie te gebruiken, tot dat einde aan hen doende opmeiiien» dat ztj gedurende hun verblijf te Batavia met meer geêxponeerd behoeven te zijn aan de ongezonde en geinfecteerde lucht buiten den boom, noch aan de mishandelingen of knevelarijen van den pachter, devrljl liieromtreud tegenwoordig betere inrigtingen z^n daargesteld en zij thans kunnen huisvesten op de groote Maronda, van waar de galg weggenomen is en deze plaats weder hersteld wordt» evenals voor het jaar 1800.
7 Grasmaand. Maatregelen tot het voltallig houden van hel leger.
ZQne excellentie, in aanmerking nemende de noodzakelijkheid, dat de armee in Indiê met de goede mousson gecompleteerd zij en dat in de leverantie van recruten, hiertoe benoodigd, bet eiland Madura een aanzienlijk aantal drage, te meer uithoofde van de getrouwheid en manmoedigheid harer onder- danen en derzelver geschiktheid voor den militairen dienst,
heeft besloten: 1^ dat de Pangerang van Madura en de Tommongong van Pamacassang zullen moeten leveren vijf honderd man recruten voor de hoofdplaats, welke ten spoedigsten zullen moeten worden geêmbarqueerd ; V dat door gedagten Pangerang en Tommongong bovendien zullen moeten worden compleet gehouden de twee batail- lons van het derde regiment infanterie van ligne, ver- langende» dat het tweede bataiUon van gedagt regiment
i64 idiO. H. W. OAENOÊLé.
niet verder mei BaliêrB of andere gekochte daven worde aangevuld ;
3° don prefect van Java*8 Oosthoek te gelasten om nit de verdere regentschappen van den Oosthoek te completeeren en te doen compleet honden het derde guarnizoens- regiment en het derde bataillon artillerie aldaar; met last verder voor den chef van de divisie van d&k Oosthoek om het tweede bataillon van het derde regiment van ligne, 't welke uit Baliërs is gecompöseerd, verder met Madureezen te completeeren en zelfs, zoo noodig, een gedeelte Madureezen van het eerste bataillon tegen Baltêrs van het tweede bataillon te changeeren;
4° dat uit de regentschappen van Java's Noord-Oostkust het 4* guarnisoens-regiment en het tweede bataillon artillerie zal moeten voltallig gehouden worden.
9 Grasmaand. Indienstneming van Chinezen als soldalen.
Is besloten het achtergelaten detachement te Cheribon en Indramaijoe te completeeren uit parnakken Chineezen tot een halve compagnie van 73 man, primo plan, te weten: 1 Europeesch officier,
3 » sergeants a 10rd'zilvergeld,ieder,'sroaand8,
3 inlandsche » , ieder a 5 rd' *s maands, 6 » korporaals, » a 4 » •
60 gemeene, k 3 rd'. 's maands, alles zilver geld, behalve nog eene verstrekking van ryst in natura tot veertig ponden voor de korporaals en gemeeaen en vijftig ponden voor de seiigeants per hoofd, 's maands: en dat deze halve compagnie geheel zal staan ter dispositie van den prefect, zoo om daaruit detachementen te leggen op Karang Sambong en Indramaijoe, als anderzins, mitsgaders van hetzelve geene andere rapporten als om de drie maanden zullen worden gezonden aan den chef van den generalen staf, noch aan den chef van het guarnizoens-regiment te Batavia, doch dat hetzelve uieltemin als bet vaste guamizoen van
H. W. 0AeNDEL8. 165
CheriboD bij gemeld regiment in de trmée zal worden bekend gesteld, ten einde den officier by zijn rang en avancement te conser?eeren.
10 Grasmaand. Slraf-bedreiging voor inlandsche regenten.
Zifne excellentie, tot hoogsideszelfs grootste verontwaardiging gebleken zijnde, dat sommige inlandsche regenten de beloften niet bonden, dewelke door hen aan de inlandscbe recruten voor de armee zijn toegezegd en dat hierin de oorzaak van de desertie is gelegen:
heeft besloten de onderscheidene prefecten van Java en Gheribon te gelasten om de onder hun sorteerende regenten te prevenieeren, dat, wanneer op nieuw klagten inkomen, dat aan de geleverde recruten niet zijn gerealiseerd de hun gedane beloften, al was zulks van een enkeld man, en deze klagten worden bewaarheid gevonden, de regent, welke zich aan ontrouw in dezen zal hebben schuldig gemaakt, zonder consideratie zal worden gedeniitteerd van zijnen post en levenslang naar Banda verbannen ; met last om de regenten aan te kondigen binnen drie dagen na ontvangst dezes de gedane beloften gestand te doen.
11 Grasmaand. Last op den havenmeester te Batavia, tot nader order^ alle kettinggangcrs naar de Merak- baai {Bantam) te zenden.
12 Grasmaand. Prijs-bepaling van naamhoekjes {Rege- rings^almanakken).
Is besloten, uit aanmerking van de presente duurte van het papier en de verdere artikelen, die voor de voorschreven naamboekjes benoodigd zijn, de prijzen, waarvoor dezelve dit jaar zuUen worden verkocht, vasl te stellen, als volgt: op schrijfpapier:
in leer gebonden en verguld, het pees rd" 8 : —
• |>erkament gebonden en doorschoten, hel pees » 5 : 24 » • » » oudoorschoten, » > » 8 : —
166 1810. H. W. DAENDEL8.
op drukpapier:
in chits papier, doorschoten, bet pees rd' 5 : —
» > » ondoorschoteD, • • » ♦: —
papiere geld.
14 Grasmaand. Oprichting eener schuUerij te Soemenep.
De prefect van Java's Oosthoek voorgedragen hebbende, dat, uithoofde te Sumauap, builen den poslbouder, geene andere militairen lagen dan twee oude onderofficieren, een tamboer en een pijper, de aldaar zynde burgei^s, die nog al talrijk waren, lot een corps getrokken en onder een hoofd gesteld mogten worden ten einde in cas van nooddewagtea op het fort en elders te kunnen betrekken, terwijl de Pangerang van Soemenep, ingeval dit plan wordt gegouteerd, had aan- genomen de voormelde burgers van de noodige wapentoe- rusting te voorzien, en dat tot hoofd van dit corps moet worden benoemd de burger, H. Munter, met rang van luitenant der bui^erij, als daartoe het geschiktst zijnde;
is dien conform besloten te Sumanap te doen oprigten een burger corps ten einde in cas van nood de wagten op het lort en elders te kunnen betrekken; en tot luitenant en hoofd over dezelve aan te stellen den burger aldaar, H. Munter.
16 Grasmaand. Regeling van wagen-huur te Sasnarang,
Is goedgevonden aan den wagenverhuurder te Samaraog, Chaussat, te vergunnen om voor een dag wagenhnur te mogen declareeren twee ducalons of drie rd* en zestien stuivers zilvergeld en voor een halven dag een ducaton.
16 Grasmaand. Opheffing der betrekking van derden suppoost bij het generale tractements-kantoor te Batavia.
Is verstaan de po«?l van derden suppoost op het generale tractements kantoor provisioneel in te trekken en het voor die post bepaalde Iractemenl van rd"* 100 toe te wijzen aan
laiO. H. W. 0AEN0EL8. 167
(wee op gedagt kantoor dienstdoende klerken, als de eene rd* 60 en de andere rd' 40 ter maand, met uitrekking van hun tegenwoordig genot.
16 Grasmaand. Traciemetits^verhooging der officieren van gezondheid^ enz. bij de voornaamste hospitalen.
Op een ingekomen adres van den chirurgijn en chef» hou- dende Toordragt om aan de officieren van gezondheid der hoofd-hospilalen, uithoofde van hunne' moeielijke en veelvuldige diensten in vergelijk van die der chirurgiJn-majooi*s bij de regimenten en corpsen, eene verhooging van tractement te aecordeeren, in aanmerking nemende, dat deze geproponeerde verliooging van inkomsten allezins op de l)ilUjkheid rust en wel voornamelijk (en aanzien van de officieren van gezond- heid in de hospiialeu van Weltevreden en Sourakaija, alwaar uiihoofde van de sterkte der divisien van Batavia en den Oost- hoek de dienst zwaarder als in andere hospitalen is;
is conform de gedane voordragt, met ampliatie van het bepaalde bij art. 1 van de V afdeeling I^ hoofdstuk der regeling van den geneeskundigen dienst, besloten : 1^ de (oelagen der geneesheeren en chirurgijn-majoors of de zulken van deze klasse, welke in de hospitalen van Weltevreden en Sourabaija zijn geëmploijeerd, eene ver- hooging te accordeeren van dertig rd% zilver geld, 's maands, ieder, boven hunne tegenwoordige inkomsten; V de apothecars der V klasse bij de hospitalen van Welte- vreden en Sourabaija in tractement te vermeerderen met zes honderd rd% ieder, 'sjaars, op den gewonen voet van be- taling der armee, boven hunne tegenwoordige inkomsten ; 3* de chirurgijns of apothecars van de 2^ klasse der drie hoofd- hospitalen van Weltevreden, Sourabaija en Samarang of de zulken van deze klasse, welke in dezelve zijn geém- ploijeerd, in tractement te verhoogen met drie honderd rd*, 'sjaars, ieder, op de voorschreven voet vau betaling, boven hunne presente inkomsten;
168 1B10. H. W. DAENOELS,
4® de apothecar van de %^ klasse in het laboraioriiun, uit aanmerking van de kennis, die dezelve van de scheikundige bereiding der geneesoiiddelen moet bezitten en derhalre de meerdere bekwaamheid, die in hem boven de gewone artsenijmengkmide wordt gerequireerd, in traclemenl te verhoogen met zes honderd rd' 'sjaars op de gewone voet en betaling, boven zijn tegenwoordig appoinctement; en
5^ de chirurgijns of apothecars van de 3* klasse der drie hoofd-hospitalen van Weltevreden, Sourabaija en Samarang of die van deze klasse in dezelve zijn geêmploijeerd, be- nevens de apothecar van de 3® klasse in het laboratorium, in inkomen te verhoogen met twee honderd rd' 'sjaars, ieder op den gewonen voet van betaling.
17 Grasmaand. Voorschrift nopens goederen, aan board bedorven bevonden.
Is besloten aan de scheeps-overheden te recommanderen om voortaan, wanneer eenige der door hun ingeladen arti- kelen bedorven raken, dezelve niet in zee te werpen, maar afzonderlijk aan boord te doen beiden en op de eerste plaats van hunne aankomst af te leveren, ten einde aldaar te worden onderzocht, welk emplooi daarvan nog Ie maken is, ten ware het bederf was van zoodanige notoriteit en evidentie, dat de aanhouding voor de gezondheid aan boord schadelijk kon worden gerekend, mils in dat geval daarvan doende consta- teren bij behoorlijk proces-verbaal.
21 Grasmaand. Bepaling nopens de manier vari procederen, voor de Hooge mililaire vierschaar.
Zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal, in overweging genomen hebbende, dat het wetboek voor de militie van den staat van den 26^° van Zomermaand 1799, het welke aan de hooge militaire vierschaar voor Indien by hare oprigting tot een voorschrift is gegeven, wel bepaald de wijze van procedeeren voor de guamisoens krygwaden.
- H. W. DAENOCL8. 169
dodi niet yoor de hooge militaire viersGfaaar zelve, en dat mede de artikel-brief en instructie, rakende den oorlog ter zee, van den 36^ van Zomermaand 1795, waarna de hooge miUlaire vierschaar gelast is zich in bet kennis nemen van zaken van marine te reguleren, geen melding maakt van de manier van procederen in zaken, de marine regardeerende: dat ook de voorschreven manier van procedeeren bij bet wet* boek van den 26' van Zomermaand 1799 voor de guamisoens krijgsraden te onvolledig is om te worden gevolgd door een regtbank, die, gelijk de hooge militaire vierschaar, wijst bij arrest en zonder verder beroep, nademaal, deze bepaling onge- twijfeld zijnde in bezwaar van de beklaagden, die ter eerster instantie voor de hooge militaire vierschaar worden belrokken, de voorzorge van de zijde des wetgevers ook te grooter moet zijn om aan hun de gelegenheid tot eene volkomene defensie te Torzekeren ; dat echter de zwarigheid wegens het gemis eener manier van procedeeren voor de hooge militaire vierschaar van Indien tot hiertoe niet is gevoeld, wijl nog geene zaken ter eoster instantie voor die reglbank z^n geventileerd, dan dal de beoordeeling in de zaak van den gepensioneerden kapitein der dragonders, van der Wall, welke aan de hooge militaire vier- schaar ter eerster instantie is gedemandeerd, thans eene voor* ziening in dezen noodzakelijk maakt;
en considerende, dat hij de instructie voor de hooge mili* taire vierschaar van het Koningrijk Holland van den 25^ van Zomermaand 1803 eene manier van procedeeren is voorge- schreven in zaken, bij gemelde regtbank ter eerster instantie competeerende, zoowel de zee- als iand-dienst betreffende, welke zonder de langwijligheid van de ordinaire practijk te bezitten aan de beklaagden eene volkomen defensie overlaat en dal mitsdien door hel volgen van bovengemelde manier van pro- cedeeren door de hooge militaire vierschaar hier te lande, zoolang dezelve met geen spiciale instructie deswegens zal zijn gemunieerd, de bovengemelde ongelegenheid zal kunnen worden weggenomen en verholpen ; *
heeft besloten, dat, zoo lange geen algemeen militair wetboek
170 1810. H. W. OACNOELS.
Yoor het KoDtngrt)k Holland, zoo Toor de land-, ak zeemagi gearresteerd en in Indien bekend zal wexen of wel de hooge militaire vierschaar van Indien niet voorzien zal zijn van eene speciale instructie, houdende de manier van procedeeren voor dezelve, gedagte hooge militaire vierschaar zich desw^ens rigten zal na hetgeen deswegens is vooif;escbreven'in de instructie voor de hooge militaire vierschaar van het Koningryk Holland van den 28«° van Zomermaand 1802, voor zooverre hier te Lande van applicatie zijn kan. Zie ook 28 Oogstmaand 1810.
23 Grasmaand. Voorziening in hei verstrekken van gra^ aan de postpaarden tusschen Batavia en Bnitenzorg.
Is besloten de leverantie van het noodige gras voor de paarden op de stations van het postrid van Batavia naar Bnitenzorg te demandeeren aan de eigenaren van de daar- omtrend liggende landerijen, als:
voor de paarden op het eerste station door den eigenaar van het land Gampong Malayoe,
voor de paarden op het tweede station door den eigenaar van het land Tanjong-oost,
voor de paarden op het derde station door den eigenaar van het land Tjiemangies,
voor de paarden op het vierde station door den eigenaar van het land Tjiebinong,
voor de paarden op het vijfde slation door den eigenaar van het hmd Tjiloar;
met bepaling, dat het gras des namiddags om vijf aren zal moeten worden gefourneerd en voor ieder paard bij het uiteinde van de maand door den |H)stmeester zal worden betaald drie rd*, koper geld in de maand, gerekend op vijf en zeventig bossen voor ieder paard 's daags; wordende de postmeester gelast in tljds aan gemelde landeigenaren op te geven, voor hoeveel paarden dit fournisseraent zal moeten worden gedaan.
- H. W. OAENOCLS. 171
Op SS Hoeimaaiid 1810 is eene dergelijke regding getroffen Toor de posipaarden tuMchen Batavia en Tji-kandi.
24 Grasmaand. Voorschrift Mpens ophouding ifan be- ttUing bij de marine.
Is besloten den commissaris-generaal van de marine te gelasten, gelijk dezelve gelast wordt bij dezen, om te zorgen, dat alle, naar Europa vertrekkende 's Lands gearmeerde vaar- tuigen voorzien worden van een nominative afrekening in forma, ten einde bij bet ministerie van de marine in Holland kan Gonsleren, tot hoe lang de officieren, onder-ofBcieren en verdere manscbappen, tot de equipage behorende, in Indien zijn uitbetaald geworden, als mede tot boe lang de officieren hunne tafelgelden hebben genoten ; moetende buiten zoodanigeu generalen staat van afrekening, welke aan den commanderenden officier der bodem wordt mede gegeven, ieder man in bet bijzonder van een bewijs van afrekening voorzien zijn.
S8 Grasmaand. Voorschrift nopens scheeps-passen
De beere oud directeur-generaal, mits absentie van den heere president ter tafel presiderende, heeft namens zijne excellentie, den heere Maarschalk en Gouverneur Generaal, de volgende stukken geproduceerd en daarop voorgesteld, als:
op een rapport van de heeren Raden ordinair en extra ordinair van Hoesen en Wardenaar, daarbij voordragende eene veranderde cynosufe in het formulier en het teekenen der passen;
om conform te besluiten :
zoo is goedgevonden en verstaan overeenkomstig dit voorstel te bepalen, dat het formulier van de groote pas voor schepen en vaartuigen zoodanig zal moeten zijn, als het concept, hierbij gevoegd en geteekend door den heere Gouverneur Generaal;
dat voorlaan van deze groote pas voorzien zullen moeten worden alle schepen, die naar Europa, Amerika, Isle de France,
173 1810. H. W. 0AENDCL8.
de Manillas, de West van Indiê, China, Ambon, Banda, Macasser en Ternalen, als ook die yaartuigen, welke naar plaatsen, onder het ressort van Zijne Majesteit bezittingen in Indien gelegen, of naar den overwal zullen zeilen, doch dan eenlyk geteekend door den havenmeester in den naam van den heere Gouverneur Generaal;
dat het formulier van de kleine pas zal blijven, zooals het tot heden toe gebruikt is, doch geteekend zal moeten worden door den havenmeester, mede in naam van den heere Gou- verneur Generaal, en op alle plaatsen, alwaar geen havenmeester tegenwoordig mogte zijn, door de prefecten op elke prefecture;
dat deze kleine passen zullen dienen voor vaartuigen, varende van de eene haven van het eiland Java naar de andere, zoo ook naar Balij, als mede van de eene plaats in de Molukkes naar de andere ; en moet daarbij telkens distinct worden omschreven, van waar zij komen en werwaarts zi} stevenen willen.
28 Grasmaand. Vervanging der benamingen: prefect^ ondeT'prcfect^ prefectuur en onder-prefecluur door die van landdrost^ droste landdrost-ambt en dronUambL
Zulks was het gevolg van een last uit Nederland, waar men aan purisme in de taal deed. Zie ook 18 Augustus 1808.
28 Grasmaand. Verhooging der Iraciemenlcn van pre- sidcfU en leden der generale rekenkamer lol 10,000 en 6,000 rijksdaalders^ zilver geld. *8Jaars,
Zulks geschiedde, > vermits dezelve honorabele en tevens zeer laborieuse posten bekleeden, doch geen evenredige be- taling genieten met andere ambtenaren, welkers Iractementen nogthans na mate van hunne werkzaamheden en rangen niet te hoog gesteld zijn".
i8l0. H. W. OAËfiOEL6. tU
28 Grasmaand, Toevoegmg van een adjunct aan den drasêoard der Bataviatche ommdanden.
Aangezien de uitgeslrdilheid der ommelaoden den drossaard de waarneming van zijn ambt op den presenten voet ie moeijel^k maakt en hij door de verpligliog om zich met alle delaib te bemoeljen op den daur achterlQk zou moeten bleven in de venruUing van hetgeen hem volgens zyn be- diening incnmbeert tot nadeel van den Lande, is goedge- vonden den drowssaard een adjunct toe te voegen; en den drosBaard te noemen landdrost der Balaviasche ommelanden, mitsgaders zijn adjunct drost der Bataviasche ommelanden, de laatste op een tractement van rd* 636 'smaands, op den gewonen voet van betalingen, den rang gd^kstandig met den sabandhaar en lioentmeester na ouderdom van aanstelling*
28 Grasmaand. V oorschrift voor tractements-boekhouders.
Is goedgevonden en verstaan het opperhoofd over het generaal tractements-kantoor te qualificeeren om de tracte- ments-boekbouders der respective prefectures aan te schrijven bij de maandelljksche specificatiên, voor zoover zij die indienen, te doen blijken de gelden, waarop de agio door bun is berekend conform besluit dezer regeering van den 10*<> van Lentemaand laatstleden; en hem wijders te permitteeren om, met alteratie van het daaromtrend be- paalde bij voornoemd besluit, voort te gaan met zijne kassa- rekeningen maandelijks te sluiten.
S8 Owwaa^ 2S Eoinerni«aiMl*
Regeling van hel salaris van voogden^ execih leuren en gevolmachligdcn,
Aizoo de berekening van salaris voor voogden, executeuren en gevolmagligdens tot belooning van hun bewind, bij gebreke ▼an vaste bepalingen daaromtrent, te meermalen is geweest een onderwerp van verschil tusschen voogdeu en pupillen, executeuren eu ordenamen, gevohnagtigdens eu lastgevers'
174 1610. H. W. OAÈNÓÉLé.
en bij de booge regering dezer landen in aanmerking is genomen de noodzakeiykbaid om hierin te voorzien, is op den ^8^ Tan Grasmaand jongstleden in Rade van Indifin besloten te bepalen, gelijk bepaald wordt bij dezen, dat Toor salaris zal mogen worden gerekend, als:
door een voogd of executeur of zoo er meer voogden of executeuren over eene administratie zijn, door hun te samen :
S'/i percent van gereede gelden, die in een boedd worden gevonden,
aoomede van de hoofdsom der effecten, welke volgens de aan de voogden of executeuren geblekcm wil niet mogen worden ingevorderd, maar of onverkocht of uitstaande moeten blijven ter winning van renten, terwijl nogtaus bij de aflos- sing van die eflecten in der tijd op nieuw !&Vi percent van den ontvangst zal mogen worden gedeclareerd,
- percent van roerende en onroerende goederen, welke onverkocht onder de behering van voogden of executeuren verblijven, gerekend na de getaxeerde waarde, mitsgaders nog 2^2 percent, wanneer die goederen in der tijd worden verkocht, gerekend van het provenu; met dien verstande, dat, wanneer het bewind van voogden of executeuren door hun vertrek uit deze kolonie, door overlijden of door andere redenen in geheel andere handen overgaat, de aankomende voogd of executeur, dan wel voogden of executeuren, de novo zullen mogen declareren 27^ percent van de gereede gelden, die hun worden overgegeven, item van de effecten en onverkochte roerende en onroerende goederen, in maniere als hierboven is bepaald, doch niet, wanneer, een of meer der voogden of executeuren aanblijvende, slechts een of meer anderen nevens zich benoemen, alzoo in dat geval de aankomende voogden of executeuren zich zullen moeten te- vreden houden met hun aandeel in het salaris, hetgeen na dato van hunne benoeming voor de gezamelijke voogden of executeuren zai kunnen worden in rekening gebracht;
voorts 5 percent van de ontvangst, te weten:
van het provenu van roerende en onroerende goederen
- H. W. DA£N0e.L8. iü
bg verkoop, Toor zoover daaromtrent bier vorep geen uit- zoadering is gemaakt;
Yin ingekomen capitaleo en interessen en van rerennen fan landerijen, hnisra en enren, die door de voogden of executeuren worden beheerd; zullende een executeur eobler geen salaris mogen berekenen, indien hem door den testateur bepaaldelijk voor de moeite van zijn executeursehap een zekere somme by wi|ie van legaat of anderzins is toege- wezen, waarmede by zich dan, in plaats van salaris, moet tevreden houden;
door gevolmagtigdens van personen, zich onthoudende buiten de bezittingen van Zyne Majesteit den Koning van Holland iu Indien, Japan en China daaronder begrepen,
SVs percent ?an de gereede gelden, welke zy van hunne prioeipalen ter bewaring of administratie overnemen, zoo mede van de hoofdsom der aan bun agtergelaten wordende effecten, die moeten bUjven uitstaan, en van de getaxeerde waarde van roerende en onroei-ende goederen, welke hun ter behering wcnrden overgegeven, evenzoo als hiervoren ten aanzien van voogden en executeuren is gestipuleerd, terwyl betgeen daarby bepaald is omtrent den overgang van het bewind van voogden of execuleuren in geheel andere handen, almede moet worden verstaan ten voordeele van gevolmag- tigdens, onder dezelfde omstandigheden, toepasselyk te wezen ;
5 percent van alle inkomende gelden, zoo van verkochte koopmanschappen, roerende en onroerende goederen, afjgelegde capitalen en interessen, als anderzins, met in het ooghouding van de bepalingen, deswegens by het voorgaande artikel
door gevolmagtigdens van personen, zich in een der pos- sessiên van 2yne Majesteit den Koning van Holland in Indien bevindende,
^Vs percent van alle gelden, die overgenomen en inge- vorderd worden, zoo mede van bet provenu van verkochte koopmanschappen en van het inkoops bedragen van koop- manschappen en benoodigheden, doch niets van de uitgaaf;
1^6 181Ö. H. W. OAENOÊLÖ.
onder bepaling wijders in het algemeen, dat bQ buitengewone moeite en arbeid in de verevening van boedels of admini- stratiön nog bovendien eene beiooning voor tydvenuim en vacatita zal mogen worden gevorderd» waarvan de begrootiog, in geval van verschil, aan den plaatselljken regter bij oit- spraak zonder form van proces en zonder hooger beroep zal zijn gedefereerd;
terwijl eindelijk nog zoodanige executeuren of gevofanag- tigdens, welke de hun aanbetrouwde gelden buiten autorisatie mogten uitzetten of beleenen ten hunnen pericule, nogtans gehouden zullen zijn daarvan vier ten honderd te verant- woorden aan de boedels of principalen, aan wien die gelden toebehoren.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetenheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdplaalse, als op Java*s Noordoost-kust, Gheribon en Bantam worden gepubliceerd en in de Hollandsche, Ghinesche en inlandsche talen geafligeerd, ter plaatse gebruikelijk.
Zie ook 4-^~ï^ 1810 en Staatsblad 1821, n* t.
1 Bloeimaand. Imtruclie voor den onder-ammssaris der marine.
Art. 1. Hij staat onder de directe bevelen van den com- missaris-generaal van de marine, obedieerende geene orders of requtsiten van landdrosten, havenmeester of wie het zoude zijn, ten ware zy mogten kunnen aantoonen daartoe be- hoorlijk geautoriseerd te wezen.
Art. % Hy zal zorgen, dat het generale boek der stapel- plaatsen, dat bij den commissaris-generaal gehouden wordt, in orde zij, en tot dat einde alle rapporten van de stapel- plaatsen suppediteeren en zelf het register van lijd tot tijd nazien en tegen zijne aanteekeningen confronteeren.
Art. 3. Zoo dikwerf hij daartoe door den commissaris- generaal gelast wordt, zal hij. onder-commissaris, zich op reis bleven, hetzij tot het inspecteeren der werven, hout- stapelplaatsen, enz., dan wel tot het nazien en in orde brengen
lÖiO. H. W. OAENOELS. 177
der boeken fan gedane stapelplaatsen, hetgeen een zijner voornaamste Terpligtingen zal zijn; en, ingevalle hy ontwaard, dat voormelde boeken niet conform de daar leggende orders gehouden worden, zal hij daarin voorzien en van zijne be- vinding rapport doen aan den commissaris-generaal.
Art. 4. Zoo dikwerf hij zich op een der hout-stapelplaatsen bevind, zal hij zich nauwkeurig doen informeeren, of een ieder behoorlijk betaald wordt en of behoorlijke quitantiftn gegeven worden van de ontvangene houtwerken enrescontre van ie geleide-briefjes van de boschgangers of van bet lid der administratie, moetende bij deze quitantie behoorlijk bekend gesteld worden het getal, lengte en dikte der hout- werken.
Art. 5. Hij zorgt voorts, dat alle houtwerken soort bij soort gestapeld worden ; dat onbekwame, gescheurde of kalk" agtige houtwerken mede a^ezonderd worden ; dat alle hout- werken behoorlijk met 'sLands merk en het contra-merk der stapelplaatsen gestempeld zijn en in het algemeen, dat alles, wat tot deze administratie gehoord, accuraat en zooals in een goede directie moet gedirigeerd worde.
Art. 6. Hij zal zijn verblijf provisioneel te Sourabaya honden en, aldaar present zijnde, zich dageUjks op het bureau van den commissaris-generaal vervoegen ten einde hem te assisteeren in alle zoodanige werkzaamheden, als hem door gemelden commissaris-generaal zullen worden opgedragen.
Art. 7. Eindeiyk zal hy, in commissie zynde, van alles behoorlijk verslag doen aan den commissaris-generaal van de marine en zich voorts gedragen na de reeds gegeven orders van zyne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal ; speciaal zal hp niet vermogen eenige houtwerken te verkoopen, zich zelve toe te eigenen, weg te schenken of te permitteeren en aan te zien, dat zulks door anderen of onderhoorigen gedaan worde, zullende iii alle deze gevallen gerekend worden de misdaad zelve geperpetreerd te hebben en zonder eenige conniventie, anderen ten afschrik, worden gestraft.
Zie ook 25 Lentemaand 1810.
HAtlAT-MU VUL X?I. t2
178 1^0. H. W. OAENOCLft.
1 Bloeimaand. Toekenning aan de onder-officieren en soldaten {Portugeesche inlandsche chrisleneti) bij hei 2**' garnizoens-regimenl van dezelfde traciemenlen en rantsoenen als aan de Europeesclie onder-officieren efi soldaten.
Zie ook 12 Louwmaand 1810.
3 Bloeimaand. Voorziemng in koelVs, benoodigd bif de werken aan de Merak-baai.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking nemende hel belang, dat er in gelegen is, dat de werken der genie in de Merak-baai gedurende de legenswoordige raousson met de meest mogelijke kracht worden voortgezet;
hed't besloten te bepalen, gelyk bepaald wordt by deze, dat het getal der werklieden tot de werkzaamheden in de Merak-baai voor deze eerstkomende maanden zal gebragt worden op 1500, de gouvernements-lijfeigenen, kettinggangers en zeevarende daaronder niet begrepen, waartoe de landdrost- ambten van Bantam, Cherilion en Saniarang ieder 500 man zullen moeten Tourneeren; en worden mitadien de landdrost van Bantam* van Gberibon en van Samarang by deze op hunne personeele verantwoordelijkheid gelast om te zorgen, dat de voorschreven manschappen met de noodige hoorden zich uiteriyk binnen veertien dagen na ontvangst dezes in de Merak-baai bevinden en over drie maanden behoorUjk worden afgelost en verwisseld.
Op 12 Oogstmaand 1810 is bepaald, dat aan zieke koeli*s één in plaats van een half kati ryst per dag zoude werden verstrekt, lerwyl op 17 Oogstmaand 1810 de land-drosi van Bantam is gemachtigd «om met den meest mogelyken spoed hel getarder werklieden uil dit landdrost ambt, in de Merak- baai geêmployeert, ie C4)niplelereii q> duizend man, daaronder
18Ï0. H. W. DA£»éO£LS. \1^
begrepen twintig metselaars en twintig timiuerlieden, beneveiis hondert man, welke met vaartuigeii kunnen omgaan; aan welke manschappen, even gelijk aan de o?erigen» zal worden verstrekt een katje rgst en drie stuivers, koper geld, daag», voor ieder, uitgezonderd de anibachts-timmerlieden en met- zelaars, welke, gelijk de overige ambachtslieden, zullen genieten It stuivers, zilver geld, en een katje rijst ieder; en voorts up zijne verantwoordelykheid dat getal steeds compleet te houden tot wederopzeggens toe".
5 Bloeimaand. Voorwaarden voor den verkoop van zout» pannen m Krawang.
Nademaal omtrent de zoutpannen van Pakkies, gelegen in het perceel Tjawang Boengien, [twelk met nog vijf andere percelen, behorende tol het gewezen regentschap Grawang, op den 19^ dezer staat verkocht te worden, bij de hooge regering dezer landen in aanmerking is gekomen de nood- zakelijkheid om de voorzorgen, welke bij de onlangs plaats gehad hebbende verpagting der gedachte zoutpannen zijn gebruikt om eene monopolie in het zout, 't geen aldaar wordt aangemaakt, tegen te gaan en te geUjker tijd de zoutpannen te conserveren, ook na het uiteinde van hel pagl termyif, 'l welke onder ultimo van Wintermaand 1812 expireert, te doen voortduren, uithoofde van de inconveoienten, die daaromtrent, nog kort voor de gemelde verpagting, bij ont- stentenisse der bedoelde voorzorgen zijn ondervonden;
zoo is op heden in Rade van Indiê goedgevonden als een additioneel artikel der conditien, waaronder de aanstaande verkoop van het voorschreven perceel Tjawang Boengien zal geschicMien, te bepalen, zooals bepaald wordt bij dezen, dat de tijdelijke eigenaar van hel perceel Tjawang Boengien, waarin de zoutpannen van Pakkies zijn gelegen, ook na de expiratie van het termijn, waarvoor deze pannen actueel zijn verpagt, gehouden zal wezen de zoutpannen in wezen te laten en niet te verminderen of te destrueren; dat de ingezetenen,
180 IdlÖ. H. W. DAENDCLS.
die het zout bereiden, daarin door den eigenaar niet zullen mogen worden verhinderd of gestoord; dat de handel in zout en de afhaal van hetzelve van Pakkies voor een ieder zal zijn opengesteld, 'Igeen de eigenaar in geenen deele zal mogen beletten, maar in tegendeel aan de in- en opgezetenen aldaar volkomen vrijheid zal moeten laten om het door hun bereide zout te verkoopen, aan virien zij verkiezen, zonder hun te verpligten hetzelve aan hem, eigenaar, of de zijnen te leveren; dat de eigenaar tot eene billijke schatting en impositie van de in- en opgezetenen zal mogen heffen een vyftiende gedeelte van het ingezamelde zout in natura of van iedere koijang zout van twee honderd en veertig gantangs zestien gantangs en bij den uitvoer van de koopers of ver- voerders nog daarenboven eeu tiende gedeelte van hel uitge- voerd wordende zout, mede in natura, of van iedere koifang van twee honderd en veertig gantangs voor uitgaande reglen vier en twintig gantangs ; en eindelijk, dat bet zout zal moeten worden in-* en uitgemeten met geviroone gantangs, die op Batavia zullen moeten wezen geêikt ; voorts niet in de gantang zal mogen worden gestampt of gedrukt, nog de maal opge- hoopt, maar daarin los geworpen en met de rand afgestreken : zullende de eigenaar wijders, onder wat benaming ook, niel meer van de in- en opgezetenen, die zich mei den zoul- handel te Pakkies ernereu, mogen vorderen, als hem hier boven is toegewezen, sub poene van telkens te vervallen in eene boete van duizend rijksdaalders, een derde voor den aanbrenger en twee derde voor den landdrost der Ba- taviasche ommelanden, behoudens de actie^ welke de mishan- delde ingezetenen tegen den eigenaar zouden mogen oom- peteren ;
en opdat niemand hiervan eenige onwetenheid zoude kunnen voorwenden, zal deze worden gepubliceerd en, be- halven in de HoUandsche, ook in de inlandsche en in de Ghinesche talen worden geaffigeerd, ter plaatse gebrui- keUjk.
Zie ook 19 Louwmaand 1810.
- H. W. DAENOEL8. . 181
5 Bloeimaand. Verbod tegen hel lossen van slaven elders dan te Batavia.
b besloten, dal alle yaartuigen, welke met slaven in eene andere haven in dit eiland als Batavia zullen aankomen, tot wederopzeggens toe zonder last te breken of het anker uit te werpen, ten ware alleen ingeval van hooge noodzakelijkheid of door gebrek aan drinkwater, naar Batavia zullen moeten worden gerenvoijeerd, op poene van demissie van hunne posten voor alle Europeesche dienaren en incarceratie tot aan den vrede ▼oor degenen, dien hiertegen mogten handelen; zullende op plaatsen, alwaar zich militaire commandanten bevinden, wanneer aldaar vaartuigen met slaven arriveeren, daarvan aan gedagte commandanten moeten worden kennis gegeven om te waken tegen het lossen derzelvra.
Op 1 Hooimaand 1810 is bovenstaand besluit aldus ge- wijzigd:
Aangezien de onveiligheid van het vaarwater door het aanwezen van vijandelijke schepen op deze kust, is besloten tot nader order te surcheren de executie van het besluit van den 5^° van Bloeimaand jongstleden, medebrengende, dat alle vaartuigen, welke met slaven in eene andere haven van dit eiland als Batavia aankomen, zonder last te breken of het anker uit te werpen naar Batavia zullen moeten worden ge- renvoijeert, en te bepalen, dat de slaven, die te Samarang zullen worden aangebragt, aldaar door de eigenaren, nevens hunne verdere ladingen, zullen kunnen worden verkocht, behalve nogtans zoodanige slaven, als directelljk voor rekening van het gouvernement worden aangevoerd, welke bij het regiment aUaar zullen worden aangehouden, gekleed en geêxerceert, totdat er gelegenheid ter verzending van dezelve naar Batavia zijn zal; gelQk voorts almede zullen mogen worden ver- kocht de aangebragt wordende slaven en hidingen te Grissee en Sourabaija, voor zoover de Balische slaven betreft, doch dat daarentegen de Maccassaarsche slaven bl) eeueu aanvoer
18i 1610. H. W. OAENOEL8.
daarvan np beide laatstgenoemde plaatsen, zoowel voor re- kening van het gouvernement, als van particulieren, voor den Lande zullen worden aangehouden lot zoodanig een getal, als noodig zijn zal om de grenadier-compagniên van het 3*guar nizoens regiment te Sourahaija tot vijf en zeventig man ieder en de rijdende arthillerie aldaar volledig te completeeren.
6 BloelmMnd
Vemieliging en aanmaak van brieven van credü.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: op nieuw te laten aanmaken een bedragen van drie maal honderd duizend rd' aan credit-papieren, aan stiikken van twee honderd, een honderd, vijftig en vljr en twintig rd', te weten:
375 van rd» 200 rd** 75,000
750 » » 100 - 75,000
1500 » » 60 . 75,000
3000 . . 25 > 75,000
of te zamen rd» 300,000
Ten anderen: tot het teekenen daarvan te verzoeken en te committeereu, als tot die van 200 rd, gemerkt met litt. A. n^. 1 tot 375, en die van 25 rd% gemerkt litt. A. van n^. 1 tot 3000, den raad ordinair, mr. W. van Hoesen en den raad extra-ordinair van Indiê, A. Hartsinck, en tot die van 100 rd», gemerkt litt. B. van n". 1 t/m 750, en die van rd 50, gemerkt litt. C. van n®. 1 t/m 1500, de raden extra- ordinair van Indië, W. Wardenaar en W. A. Senn van Basel, mitsgaders alle voor gezien door den directeur-generaal van 's Konings finanlifin en domeinen en wijders nog onderteekend door den administrateur-generaal en den ontvanger-generaal.
Ten derden: voor de nieuw aangemaakte brieven van credil ter som van rd' 300,000 ter vernietiging af te zonderen 30 pees credit-brieven van rd* 10,000 ieder; en
Ten laatsten: van dit besluit bij publicatie aan de gemeente kennis te geven.
Zie ook 26 Hooimaand 1810.
- H. W. OAENOEL8. (83
6 Bloei niaaod. Bepaling, dal naar de generak reken^ kamer gezonden moest worden een dupUeaai van alle rapporten betreffende %de sloojnng van artillerie' en ^wapenkamer- of' andere militaire goederen, zonder ^onderscheid**.
8 Bloetmaand. Bepaling, dat mandamenten van citatie, enz. van jtistüieele collegién door de landdrosten, ent. moesten worden ter executie gelegd.
Ontvangea een miasiTe vaD den Raad van justitie te Sa- marang, gesebreven aldaar den 1(5'" jongstleden, daarl^ te kennen gevende, dat bij gameiden Raad op nieuw difScol* teiten waren ondervonden van de zijde van den landdrost van Japara in het exploiteren van des Raads mandamenten van citatie in het voorschreven landdrost-ambt;
en in aanmerking nemende, dat het tot groote verachtering zonde strekken van de jus^tie» wanneer de landrosten van de landdrost-ambten zich kwamen te ontrekken aan het doen exploiteren of het ter executie leggen van mandamenten, civiele sententiên of andere provisifin van justitie, rakende zaken en personen, onder bun gebied sorterende, waartoe ban de verplichting van ouds heeft geincumbeert en door geen zwarigheden kan worden opgeheven;
is besloten, zoo tot bevordering en conservatie van de justitie, ak bij vernieuwing der daaromtrent subsisterende orders, te bepalen, dat de mandamenten van citatie, civiele seatentiön of andere provisien der coUegifin van justitie, regarderende zaken of personen, buiten de plaats van hare residentie gelegen, door of van wegens de landdrosten of onder welke benaming het plaatselijke gezag mogt worden uitgeoefent, zullen moeten worden geëxploiteerd of ter executie gelegt, daartoe behoorlijk verzocht zijnde met in acht neming van den form en stijl, des wegens na regten wordende ge- requireert;
onder deze bepaling uogtans ten aanzien van dediU'erente
184 1610. H, W. OAENOEL8.
landdrost-ambten op het eiland Java, dat op plaatseo, waar de landdrosten zich niet in persoon bevinden, de koffij-opzien- ders en, daar geen koffij-opzienders zyn, de boschgangers, als met de surveillance vau de politie belast, honne diensten aan de landdrosten ten voorschreven einde niet zullen mogen weigeren.
En zal hiervan by extract dezes worden kennis gegeven aan den hoogen Raad van justitie van HoUandsch Indien, het collegie van Schepenen te Batavia, den landdrost der Bataviasche ommelanden, de cotlegiSn van justitie te Samarang en te Sourabaija, de onderscheidene landgeregten en deland- drosten van de Jaccatrasche en Preanger-bovenlanden, Cheribon, de Gberibonsche Preanger-landen en Bantam, zoomede die van Java*s Oosthoek en Java's Noord-Oostkust, item de ministers aan de hoven van Souracarta en Djocjocarta, tot narigt en informatie.
8 Bloeimaand. Gralificalièn voor opgevischle ankers.
b besloten, dat de volgende gratificatien gi^even zullen worden aan diogeenen, die ankers zullen opvisschen en weder op 'sLands werven terug brengen, te weten:
voor een anker van 3000 of 1500 tt rd'50 zilver,
» 1000 » 500 » » 25 •
» • 500 » 300 » » 15 •
» ankers van mindere zwaarte > 10 »
zullende deze geklen op een bewijs van den commissaris- generaal of havenmeester door de administrateurs worden voldaan.
11 Bloeimaand. Inslrudie voor den kapüein, construc- leur van de Koninklijke scheeps-timmerwerf ie Rembang.
Art. 1. Hij staat onder de directe bevelen van den com- missaris-generaal der marine, obediêerende geene requisiten van landdrosten, havenmeesters of wie het zoude mogen zijn, lot
- H. W. OAENOEL8. 18S
het aaDbouwen en repareeren van vaartuigen als anderzins, teu ware zij niogten kunnen aantoonen daartoe behoorlijk geautoriseerd te wezen.
Art. 3. Hij heeft het generale op- en toezidit over de werf en magazijnen en is, gezamelijk met den boekhouder, voor alle tekortkomingen verantwoordelijk; hij mag geen handel drijven in t)zer, spijkers, houtwerken of andere goederen, ODder zijn administralie gehoorende, veel min voor iemand, wie het ook zij, vaartuigen, van wat benaming ook, particulier opbouwen, dan wel plans, mallen of teekeningen afgeven als met speciale voorkennis en toestemming van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal.
Art. 3. Hij vervaardigd de plans en teekeningen van alle nieuwe vaartuigen, die moeten worden aangebouwd, en zend dezelve aan den commissaris-generaal; wanneer de plans goed- gekeurd zQn en tot den opbouw besloten is, formeert hij een begrooting van de houtwerken en materialen, daartoe benoodigd, en zend tlezelve almede in aan den commissaris- generaal, aan wien het incumbeert te zorgen, dat het be- Doodigde in tijds aangebragt wordt, ten welken einde de mallen door den kapitein constructeur insgelijks in tljds moeten worden vervaardigd en afgegeven aan het lid van de hontadministratie te Rembang; zoodra de materialen, hetzij gededtelijk of geheel, aan handen zijn wordt de aanbouw begonnen en met alle spoed voortgezet.
Art. 4. Bij benoodigdheid van houtskolen op de werf zal de kapitein constructeur daarvan opgave doen aan het lid van de houtadministratie te Rembang, welke de noodige ar- rangementen zal maken, dat dezelve door de boschvolkeren, zooals van ouds, tegen een billijken prijs en in genoegzame quantiteit geleverd worden, terwijl de betaling zal geschieden door den boekhouder.
Art. B. De constructeur geeft dagelijks op het werk, 'l welk er moet gedaan worden ; Iaat de timmerlieden verdeelen aan de op stapel staande vaartuigen, zoodanig, dat zij zonder beletselen daaraan kunnen arbeiden, en zorgt overigens, dat
186
- H. W. OAENOEL8.
de constructie der vaartaigen goed, hecht, sterk en aan de in- tentie voldoende geschied.
Art. 6. De baas smid vervaardigd de benoodigde, goed gesroede ijzerwerken voor de vaartuigen, waartoe hy hel onverwerkte ijzer na rato der henoodigdheid van den boek- houder uit de magazijnen ontvangt, verantwoordende ver- volgens het daarvan aangemaakte bij het gewigt, met opgave van het smeed-verlies en de verbruikte houtskolen, welke, zoo hij daarin niet is gegaan buiten de bepaling, door den boekhouder ten lasten worden gebragt van het vaartuig, waaraan het aangesmede ijzer verbruikt is.
Art. 7. Het volgende smeed verlies en niet meer zal op het verwerkt wordende nieuw ijzer in rekening worden ge- bragt;
voor yzerwerk voor schepen en vaartuigen 30 a 36 percent en voor ijzerwerk voor kust-ailiiiten 30 a 35 percent en op het verwerkt wordende oud ijzer 40 a 50 percent.
Art. 8. Spijkers moetende aangemaakt worden» zullen dezelve te Rembang aanbesteed worden tegens de navolgende prijzen, zijnde de inkoop der houtskolen voor rekening van den aannemer, als:
smee^verlies
rd' 7:34 zilver voor een pikol las-ijzer 50 ' pet.
6:13 5: — 4:33 .3:36 3:36 3:31 3:36
met dien verstande nochtans, dat de voorschreven verliesen eenlijk geleden worden om uit te komen, moelende al, hetgeene door minder verlies gewonnen wordt, ten faveure van den Lande komen.
Wordende al wijders verstaan, dat de voorschreven be- palingen eeniyk zijn vastgesteld voor zoo lang, als de schaarsheid
drieling
44a 46 «
enkelde
3Ka36 •
dikke dubbelde.
2Öa30 >
5 duimen . . . .
338 33 •
6 .
31a3S *
7 .
30a31 >
8 . ...
18a 19 -
- H. W. OAENOEL8. 187
van de diflerenie soorten van i)zer zal aanbooden en men das in de onmogelijkheid is om in het gebruik die kwaliteit te kannen eiscfaen, welke het geschikiste zoude zQn voor het werk, dat gemaakt moet worden.
Art. 9. De liaas blokkemaker zal hebben te vervaardigen de blokken en juffers naar het voorschrift van den baas coDstructeur en bij verstrekking opgave moeten worden ge- daan aan den boekhouder, voor weike vaartuigen dezelve
Art. 10. Hij, kapitein-Gonstructeur, zorgt, dat de Ëuro- peesehe timmeiüeden 's morgens om zes uren en 's middags ten één uur precies op de werf present zijn : dat zij gedurig een wakend oog op de Javaansche timmerlieden en calvaters houden, dezelve behoorlijk verdeelen aan de vaartuigen en alles, wat aan dezelve aangebragt en verstrekt wordt, hetzij Tao bout, ijzer, spijkers of andere materialen, aan de schrijvers opgegeven en niet eerder van de werf gaan als op het ge- zette uur of met consent van den baas en dat zij in het aanbrengen van hout of ijzerwerken alle oplettendheid ge- bruiken, dat zulks na de bouworde geschiedt, doende, indien zij in hunne pligten mankeeren, daarvan rapport aan den commissaris-generaal, die hen na bevinding van zaken en gedaan onderzoek zoodanig zal corrigeeren, als zal worden Itevonden te behooreu, dan wel de zaak ter kennis brengen van ztjne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal.
Art. 11. Tot afwering van dieven en kwaad volk zuUen *s nachts tien a twaalf man op de werf wachthouden, ge- wapend met pieken en houwers, bij beurten uit de zoo- genaamde vaste, iavaansche timmerlieden te kiesen.
Art. 12. Indien er eenig vaartuig gereed en voltooid is om afgezet te worden, zal de kapitein-constructeur daarvan in Ujds kennis moeten geven aan den commissaris-generaal, met opgave van het getal der benoodigde baltoors tol het afwinden» ten einde dezelve 'sLands wege van de regenten tegen be- taling Ie kunnen vragen, waarbij hem de havenmeester tot hel brengen op het vlot water met prauwen en al, hetgeen
Igg 1810. H. W. DAENDELS.
bij van zijn departement kan fourneeren, moet assisteeren, gevende de constructeur het vaartuig vervolgens over aan voormelden havenmeester ter verdere bezoi^ging naar de plaats, waarvoor hetzelve bestemd is, tegen behoorlijke quitantie, om bij de papieren van de werf bewaard te worden.
Art. 13. Indien van de werven om de Oost van Rembang weder tot het aanbouwen van vaartuigen wordt g^mik gemaakt, zullen dezelve onder zijne orders worden gesteld, met vrijheid om, vermits hij niet allijd in persoon op deze werven tegenwoordig zijn kan, het opzicht ovw dezelve ten genoegen van den commissaris-generaal aan een vertrouwd persoon te demandeeren, nemende echter zoo dikwijls inspectie van dezelve en van het werk, als noodig is, waartoe hem door het lid van de bout-administratie te Rembang van 'sLands wege op zijne aanvragen ieder keer vier battoors en een paard zullen verstrekt worden, zonder betaling.
Art. 14. Hij zal een vast tractement genieten van drie duizend rijksdaalders, zilver geld, 'sjaars en geassisteerd worden in zijne werkzaamheden door:
twee timmerlieden ieder a » rd' 80
» onder-timmerlieden • > '• M>
een baas smid » 7S
baas blokkemaker » 60
mede in zilver geld, 'smaands.
Art. IS. Hem wordt voor het schryfwerk geaccordeerd een klerk, van 'sLands wege genietende vQf en twintig rijksdaalders, zilver geld, 'smaands.
Art. 16. Bij de aanvaarding van zyue bediening zal hy aan handen van den commissaris-generaal der marine afleggen den navolgenden eed:
ik beloof en zweer Zyne Majesteit den Koning van Holland als myn boegen en doorluchtigen souverain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien, gebouw en getrouw te zijn;
dat ik, zoowel in de directie van 'sLands werven en ma- gazynen, als in de constructie der vaartuigen, alles zal aan-
laiO H. W. OAËNOtLS. 189
weodeiiy wat tot voordeel en profijt tan den Lande kan strekken en tan een getrouw en eerlijk constructeur en administrateur kan of mag verwacht worden zonder mij direct of indirect op eenigerlei wijze ten prejudice van liet gouvernement te bevoordeelen of verrQken ter vermeerdering van de inkomsten, die mij wettiglijk zijn toegelegd of nog toegelegd zuQen worden;
dat ik ook stiptelijk zal nakomen en observeeren van het gesldd verbod om voor niemand, wie het ook zij, particuliere vaartuigen te bouwen dan wel plans, mallen of teekeningen te uiaken om deze aan particulieren, hetzij voor betaling of gratis, af te geven;
dat ik hoegenaamd geen handel zal drijven in yzer, spijkers, lioutwerkeD of andere goederen, tot mijn administratie ge- hoorenda, betzij door iemand van mij of wel door anderen voor mij, en dat ik zorgen zal, dat alles, wat in de administratie door een goede directie over mogt worden lievonden, behoorlijk aan den Lande verantwoord worde:
dat ik nauwlettend zal toezien, dat niemand bij de betaling der hem van 's Lands wege toegelegde daggelden worde verkort, en tegen alle excessen en kwade practljken zal waken en mij voorts in alles zoodanig in de mij aanver- trouwde post aal gedragen, als een vroom en getrouw con- stniGteur en administrateur toestaat en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mt| God almachtig.
11 Bloeimaand. Instructie voor den boekhotider mn de Koninklijke sclieeps'limmerwerf te Rembang.
Art. 1. De boekhouder is onmiddelijk ondergeschikt aan de orders van den commissaris-generaal der marine en aan denzehren verantwoording schuldig in alles, wat zijn post betreft.
Art. 2. H^ zal een goed en oplettend toezicht houden over de magazijnen en administratiên, aan hem en den ka- pitein constructeur aanbetrouwd ; hy ontvangt alle materialen van yzer, spykers en wat dies meer is in de magazynen
190 18i0. H. W. DACNDELè.
bij aanbreng, zorgt dat dezelve goed bewaard worden en verleend daarvan behooriyk qaitantiês, door hem en den constructeur geleekend, doende niets dan met goedkeuring en toestemming van gemelden constructeur.
Art. 3. Hij ontvangt van den opzichter der stapelplaats het voor de werf uit 's Lands bosschen aangebrachte hout in presentie van een Europeeschen timmerman, door wien bij laat examineeren, of de houtwerken bekwaam en naar de uitgegeven mallen aangekapt zyu, waarna hij de behooii^ke quitanties aan den opzichter verleend en den constructeur van iedere ontvangst kennis geeft*
Art. 4. Hij formeert en houdt de volgende boeken: a. eem kassa-boek van alle aan hem afgegeven en door hem
betaalde gelden; h, een administratie-boek van alle materialen, van wat natuur of benaming dezeive ook mogen zijn, gereedschappen en wat tol de inventaris der werf behoord, waarbij alle ontvangen en verstrekte houtwerken onder hare ware benaming na lengte en dikte gespeciHceerd staan, moetende alle artikelen, van dewelke geen ontvangst of afgave beeft plaats gehad, bij wijze van nota daarbij pro memorie gesteld worden, zendende alle maanden een uit deze twee I)oeken getrokken en door hem en den kapitein-constructeur geteekende kassa- en administratie-rekening aan den com- missaris-generaal in, in duplo, waarby duideUjk en ezacl moet zyn bekend gesteld, aan en waarvoor het verstrekte en verbruikte is;
c. een werfboek, waarin alle op stapel staande vaartuigen, ieder afzonderUjk, bekend gesteld zyn en elk charter apart genommerd, moetende hierin dageUjks worden aangetee- kend, wat aan ieder derzelve besteed is, zoowel ten aanzien van het getal der werklieden, die daaraan gewerkt hebben, als de gedane verstrekking van spykers, ijzerwerken en wat dies meer is:
d, een l>etaaI-boek der werklieden, waarin iiy rubrieken in de debet zijde moet worden gcnoleei'd, hoeveel en vvrlke
- H. W. OAENOELft. 1^1
werklieden ieder dag, zoo tiinraerlteden, smids, als calfaters, aan de gezamelijke vaarluigen gewerkt hebben en wal zy winnen, terwijl bij ieder afbetaling deze rekening moet worden afgesloten mei in de credit zijde dezelve te noteeren en vervolgens worden geconfronteerd, of de betaling accordeert met de betalingen, op ieder vaartuig dagdyks gedaan; e. een joomaal of dag-register van alle gedenkwaardige zaken, op de werf voorvallende, als de ontvangst van eischen, goederen en houtwerken, het afzenden van plans en lee- klingen van faartuigen, het o|i- en afzetten van dezelve en wat dies meer is.
Art. 5. Ieder avond, als het werk gedaan is, zal hij volgens de lijsten der schrijvers de ambachtslieden laten optreden en aan dezelve een bontje afgeven, voorzien met het cachet van den commissarisgeneraal, waardoor hel verdiende daggeld zal worden uitgedrukt; deze houtjes zullen verschillend gemerkt zyn voor de difTerenle daggelden, - die de amhachlslieden winnen.
Art. 6. Alle veertien dagen en, indien er tot een getal van 5 a 600 man daags op de werf werken, alle acht dagen zal hij des Zondags voormiddags, precies om 7 uren, op 's Lands werf, in presentie van den kapitein constructeur en van de Javaansche opper-bazen, belaling houden van de verschenen daggelden volgens zijne weekelijksche aanteekeningen, ver- geleken met de afgegeven houtjes en tegen teruggave van dezelve.
Art. 7. Zoodra de betaling gehouden is, moet de daarvan geformeerde generale lijst, geteekend door hem en den kapi- tdn-constructear, aan den commissaris-generaal worden inge- zonden, benevens een opgave van den staat der kas.
Art. 8. Bij benoodigdheden van houtskoolen op de werf zal de kapitein-constructeur daarvan opgave doen* aan het lid van de hontadminislratie Ie Rembang, welke de noodige arrangementen zal maken, dat dezelve door de boschvolkeren, zooals van ouds, tegen een billijken prijs en in een genoeg-
IM 1810. H. W. OAENOeLft.
zame qoantiteit geleverd worden, terwijl de betaling zal geschieden door den boekhouder.
Art. 9. Desgelijks zal hij zorgen, dat de jarak-olie, tot het dompel der vaartuigen benoodigd, in den goedkoopen lyd worde ingekocht, zoomede de bast voor inlandsch touwwerk om gebruikt te worden bijzonder bij het afzetten van vaartuigen, waartoe ander touwwerk te kostbaar zoude zijn, zullende daarvoor door den Lande worden gevalideerd, als voor de jarak-olie 10 a 12 stuivers de kan en voor de bast 40 a 48 stuivers de 12K % beiden zilver geld, dan wel zoodanige mindere prijzen, als waarvoor deze artikelen te verkrijgen zullen zijn.
Art. 10. Hij zal geen handel mogen drijven in ijzer, spykers, equipage*goederen, houtwerken of andere goederea, die eenigzins kunnen worden gerekend onder de administratie der goederen .van de werf te behooren, hetzij direct of in- direct, door zich zelfs of door iemand anders van zynent- wegen.
Art. 11. Speciaal zal hij geen ontvangst in, noch uitgave of verstrekking uit de kas of magazijnen doen, als met voorkennis en goedkeuring van den kapitein-construcleur, ais gezamelijk met hem daarvoor verantwoordelijk zynde.
Art. 12. Wanneer de vaartuigen op vlot water gebragl en aan den havenmeester afgeleverd zijn, zal hij de specificatie derzelve opmaken uit zijne gehoudene boeken, zoo van het bedragen van het loon der ambachtslieden, als van de mate* rialen, als mede een inventaris van de losse goederen, die aan zoodanige vaartuigen worden mede gegeven, de ijzer- werken gerekend bij het gewigt; latende deze inventaris door den havenmeester of ontvanger der vaartuigen behooriijk voor de ontvangst teekenen, terwijl hij daarvan authentieke afschriften in duplo, door hem en den kapitein-constructeur geteekend, benevens de specificatie moet inzenden aan den commissaris^eneraal en de originele, voor den ontvangst ge* toekende inventaris bij de papieren van de werf bewaren.
Art. 13. Hij zal genieten een traclemenl van een honderd
16^0. KW. OAENOCL8
19S
rd% adlTér gdd, 'Binaands, en geaasiitaerd worden door een eersten klerk k rd' 50 en twee klerken a rd« S5, mede zilrer geld, 'smaands.
Art 14. De boekhouder zal zorgen, dat deze kleiAeB zich 'sDoorgens om zee uren UJ beurten of, zoo het groot getal werklieden dit Tereischt, alle gezamdljk naar de werf begeven om te noteeren de Tordeeling, die de Europeesehe timmer- lieden van de ambachtslieden aan de vaartuigen doen, en dat een of meer van deze klerken gedurig op de werf present zfjD ter opschrijving, wat voor ieder vaartuig aan spijkers, yzOT en andere materialen verbruikt wordt, waarvan hy zich 's middags en 's avonds rapport zal moeten laten doen ter inbodüng, recommandeerende gedagte klerken vooral waak- zaam te zyn, dat er niets gesUdrai of absent gebragt wordt, en om, bij ontdekking van het contrarie, daarvan direct kennis te geven aan den kapitein-constructeur, overigens dezelve aanhoudende tot een viytig en naarstig gedrag.
Art IK. Het volgmde smee-verlies en niet meer zal op bet verwerkt wordende, nieuwe ijzer in rekening mogen worden gebragt:
voor Ijzerwork vow sehepen en vaartuigen . . 30 i SK pet; » • > ku8t*affuiten 30 a 3B »
en op het verwerkt wordende oud yzer . . . 40 i itO »
Art 16. Spykers moelende aangemaakt winrdende, zullen- dezelve te Rembang aanbesteed worden tegens de navolgende prijzen, zynde de inkoop der boutskolen voor rekening van den aannemer, als:
rd* 7: 24 zilver voor een pikol las*yzer 50 pet.
6:13 ö: — 4:33 3:36 3:36 3:31 5: 6
drieUng 44è46
enkdde 35&56
dikke dubbelde. 38è30 K duimen 33A33
6 w 31i33
7 . 30431
8 • 18èl9
met dien verstande nochtans, dat de voorschreven veriiesen
VLAlAiT-fOB :
in.
«5
194 1^0. K. W. OAètoÉLè.
eenlljk geleden worden om ait te komen, moetende al, hetgeene door minder f erlies gewonnen wordt, ten favenre van den Lande komen.
Wofdende al wQdere Terstaan, dat de ▼oorschreren be- palingen eenelyk zijn vastgesteld voor zoolang, als de schaarsbeid van de difiérente soorten van yier aal aanhouden en men dus in de onmogelijkheid is om in het gebruik die kwaliteit te kunnen eisehen, welke het gesehiktste zoude zijn voor het weric, dat gemaakt moet vrorden.
Art. 17. By de aanvaarding van zijne bediening zal hij in handen van den commissaris-generaal afleggen den nau volgendan eed:
ik beloof en zweer Zijne Majesteit den Koning van Ifailland als mijnen hoogen en doorlochtigen souverain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indita gehouw en getrouw te zijn;
dat ik in de aan mij en den kapiteiiFoonsImcteur aanver- trouwde admiBistratie alks* zal aanwenden ten profijte van het gouvernement, wat men van een getrouw e» eerlyk administrateur kan of mag verwachten, zonder my, direct of indirect, op eenigerhande wijze tot prajuditie van 't gouver- nement te bevoordeelen of te verrijken, ter vermeerdering van myne inkomsten, die my wettiglyk zyn toegelegd of nog toegelegd zullen worden;
dat ik ook süpteli^ zal nakomen en observeeren het geeteld verbod van geen handel te drijven in yzer, spykers, houtwerken of goederen, die onder de administratie der werf kunnen gerekend worden te behooren, hetzy door iemand van my of wel door anderen ; en dat ik zorgen zal, dat alles, wat in de gedagte administratie door een goede directie over mogte bevonden worden, behooriyk by de bodien inge- nomen en aan den Lande verantwoord worde;
dat ik niemand by de betalingen der hem van 'sLands wege toegelegde daggelden zal te kort doen, nodi ook by inkoopen van houtskolen, oUj, bast, enz., onder wat benaming zulks ook mogte wezen, aan den Lande iets meer in rekening
IdlO. H. W. OAE^OELÓ. 19S
zal brengen, als daarvoor wezenlijk aan de leveranciers is voldaan, maar in tegendeel zal waken tegen alle excessen en kwade practyken van anderen;
dat ik niet alleen de boeken van de werr en administratie, in mijne instructie vermeld, na de order zal houden en zorgen, dat dezelve dagelijks effen zijn, maar ook alle andere papieren, tot de werf behoorende, zal vervaardigen en op zijn tijd ia gereedheid brengen;
en dat ik wijders, zooveel in mijn vermogen is, zoif[Vuldig zal toezien en waken, dat de mij aanvertrouwde goederen niet ontvreemd of den Lande op eenighande wijze te kort gedaan wordt, door wie het ook zij, en voorts in allen ge- gevallen mij zoodanig gedragen en mQn post waarnemen zal, als een getrouw ambtenaar behoort en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mij God almagtig.
11 Bloeimaand. Instructie voor de c&mmissarissen'direC' teur^ de inspecteurs^ den directeur en den boekhouder van het constructie-atelier te Soerabaija.
EERSTE AFDEEUN6. WerkMoamkeden der commissarissen-directeur.
Art. 1. De opper-directie zal berusten bij den brigadier, chef der militaire divisie te Soerabaia, en den landdrost van Java's Oosthoek.
Art. 2. Zij hebben de bevoegdheid om, gezamentlijk of ieder afzonderlijk, zoodanige orders aan den directeur van het atelier te geven, als waartoe zij door zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal zijn gelast, alsmede tot zoodanige reparatiön, met welke de constructie-winkel in het generaal gechargeerd is, mits dezelve niet strijden t^en de door zijne excellentie gegevene orders.
Art. 5. Zij zullen speciaal surveilleeren de werkzaamheden op bet atelier en gadeslaan, dat dezelve met den meesten spoed steeds worden doorgezet en overeenkomstig de orders
Id6 ïd^Ö. H. W. OACNDËLÓ.
worden voltooid, en laten toezien, dat er geen andere werk- zaamheden verricht worden, als voor den Lande en die ge- ordonneerd zijn.
Art. 4. Zij zullen maandelijks bij beurt-verwisseling ge- chargeerd zijn met het oppertoezicht over de huishoadelljke directie in het atelier, bet ontvangen van rapporten en bet stellen van orders in zoodanige zaken, welke eene onmiddelijke voorziening vereischen en geen uitstel kunnen leiden, tol dat daar over door eene gezamentlijke bijeenkomst wordt besUst.
Art. 5. Geene verstrekkingen, aanmakingen, reparatién of vemiilingen van goederen zullen in of uit het atelier van constructie mogen geschieden als op eene schriftelyke ordon- nantie, door den landdrost van Java's Oosthoek onderteekend, en waartoe door de onderscheidene departement» aanvrage zal moeten worden gedaan, terwijl alle deze ordonnantiên by den finantie-boekhouder ingeboekt worden en kopij daarvan met de originele aanvrage op het bureau van den hoofdadmini- strateur bUjven berusten.
Art. 6. De commissarissen-directeur zullen geene afschrij- vingen, hoe ook genaamd, mogen tolereeren of permitteeren, dan die, welke bereeds door zyne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal by besluit of ordonnantie zyn of nog op derzelver speciale voordracht door hoogstdenzelven zullen worden geaccordeerd.
Art. 7. Zy zorgen, zoowel gezamentUjk, als een ieder af- zonderUjk, dat alle reglementaire orders, wetten, enz., zoo wel op het houden eener behoorUjke administratie, als op het emplooi van materialen en het bepaalde verlies op bel gebruik derzelve, stipteUjk worden achtervolgd.
TWEEDE AFDEELING.
Vm de impeclewTs.
Art. 1. De commandant van de artillerie te Soerabaija, de plaatselyke commandant aldaar en de scriba van hel
- H. W. OAENOEL8. 197
landdrost-ainbl zullen belast zijn met de dagelijksche inspeGfién in het atelier.
Art 2. De commandant der artillerie zal speciaal het opzicht houden over de aanmaking der affuitagie en al, wat ▼erder de artillerie aangaat ; en* indien hij ontwaarde, dat die artikelen niet naair de order wierden aangemaakt, zal hij daaroTor zijne bedenkingen aan den directeur van het atelier mogen maken en tevens verpligt zijn daarvan rapport te doen aan den brigadier, chef der divisie.
Art. 3. De plaatselijke commandant heeft het toezicht over de aanmaking en reparatie der wapenkamer-goederen, daarop lettende, dat geene wapens in het atelier ter reparatie worden gegeven, zonder dat daaraan behoorlijk gehecht zij een brieQe, waarin het defecte gedetailleerd is; zullende hij mede toezien, dat alle nieuw gemaakte of gerepareerde wapens deugdzaam en goed werden afgeleverd, en bespeurende, dat er ten dezen nalatigheid plaats had, zal hij daarvan rapport maken aan den brigadier, chef der divisie.
Art. 4. De scriba zal de inspectie hebben over alle de bijwerken, welke op het atelier verricht worden, zoowel voor de duiten-munterij, salpetermakerlj, als andere; h(j zorgt tevens, dat de boeken effen gehouden, de wekelijksche rap- porten, maandelijksche specificatien en drie-maandelijksche papieren voor de rekenkamer ten behoorlijken tijde ingezonden en naar de order ingerigt worden, zullende hij tevens zoi^ dragen, dat de werkvolkeren op hun tijd en behoorlijk worden uitbetaald; en, ingevalle hg mogt bespeuren, dat aan een of meer dezer artikelen niet behoorlijk wierd voldaan, daarvan onmiddelyk rapport doen aan den landdrost van Ja va's Oosthoek. Art. 5. De inspecteurs zullen wekelijks bij beurlverwis- seling met de inspectie gechargeerd zijn en toezien, dat er geene meerdere of mindere ambachtslieden en andere werk- volkeren geémploijeerd worden, als benoodigd zijn, en ook, dat er aan geen ander dan het geordonneerde werk gearbeid worde; zullende deze inspecteur alle avonden aan den com- missaris-directeur, die de maand heeft, zoovirel daar over, als
198 1810. H. W. 0AENDEL8.
over hetgeen verder van belang mogt zijn vooiigevallen, een Bchriflelijk rapport inzenden.
Art. 6. De inspecteur, die de week heeft, zal ook daarop letten, dat geene der ambachtslieden of andere werkvolkeren tot particuliere diensten of werken geêmploijeerd worden.
Art. 7. Hij waakt mede voor de goede behandeling der werkvolkeren, zoo Europeesche als inlanders, en zorgl, dat geen derzelver door iemand mishandeld of in zijn verdiensten verkort worde; zulks onverhoopt ondervindende, zal hi) daarvan rapport maken aan den commissaris-directeur van de maand.
Art. 8. Alle aanvrage van benoodigdheden, door den di- redteur van het atelier gedaan wordende, moeten voorgezien geteekend worden door den inspecteur, tot wiens departement, hetgeen daarmede aangemaakt moet worden, behoord en daarna aan gedagten directeur ter indiening aan den landd^t terug gegeven worden.
Art. 9. Het Ijzer, koper, staal, enz., tot de aanmaking der kust- en veld-afluiten of andere werkzaamheden, hoe ook ge- naamd, benoodigd, zal voor het smeeden en smelten, zoowel als na dat het gereed zal zijn, ten overstaan van den inspecteur der week gewogen moeten worden, ten einde na te gaan. hoeveel van hetzelve voor ieder stuk of assortiment verbruikt en wat het smee-verlies daarop is, om het ware kostende aan den Lande daarvan exact te kunnen berekenen.
Art. 10. De inspecteur-conmiandant der artillerie zal spe- ciaal nagaan, hoeveele en welke soort van houtwerken voor ieder der kust- en veld-affuiten benoodigd zijn en verbruikt zijn geworden, op dat daaruit almede kunne worden opge- maakt, op wat de houtwerken voor soortgelijke artikelen aan den Lande komen te staan.
Art. 11. De inspecteur der week zal ook oplettend acht geven, dat alle materialen als hout, spijkers, ijzer, staal, enz. behoorlijk gebruikt en niet onnoodig verspilt worden of daarmede willekeurig gehandeld, dan wel tot andere eindens als ten dienste der Lande gebruikt worden.
Art. 12. Hij zal mede zijne attentie daarop vestigen, dat
- H. W. OACN06L8. tW
Taa de hoatakokn een manageiu gebruik worde genaakt ea mei desdve niet ont erachiUig ef roekeióea te werk wovêe
ArI. 13. Zy lien geoaneBlI^ en ieder afaondorit|k toe, dal door dea directeur tan liet atelier gtone terbeawiagen, aflMrekingen of TeraBdenagen aan hetaelve woriea bewerk- stelUgd, hetzij om watredenofToorwendael, hoe ook genaamd.
AtL 14. In hel algemeen anifen zy, tnapeoteora, wyders hebben gade te alaaa, dat door een ieder zQn pVgt betragt en den Lande niet door pBgt verauim en onagtzaamheid benadeeld worde, maar in tegendeel alle onderimadea zQnde werken met den meesten speed beslag erlangen.
DERDE AFDEELING.
Vm den directeur van hei atdkr van canilruede.
Art. 1. De directenr van het atelier aal in die deelen
hebben na te komen en agterrolgen de orders, welke hem
' dadelijk door zijne excellentie den Maarschalk en Goayemeiir
Generaal of door de eoomiiaBartasen-directeur znllen worden
gegeten.
Art. a. Daarentegen zijn onmiddelijk aan zijne orders geanbmitteerd de tweede oonstmeteor, de boekhouder, de Eoropeesche bazen en andere werktolkeren, onterndaderd hun reehl om, ziek oter het een of ander bezwaard rekenende, deewegens bij den commissaria-directeur der maand of inspee* leor der w%A gepaste redamss te mogen doen.
Art. S. Geene aamnaking, teratrekkingen of reparatiên tan goederen zullen door den direeteur tan het atelier gedaan mogen worden dan op speciale autorisatie tan de eom- misBarissaHlirecteQr of op ordoanantiên tan den landdrost.
ArL 4. Alle, door hem, directeur, te doene aantragen tan materialen zullen, betorensdezehre aan den landdrost ingediend worden, ter viaeering aan den inspecteur, tot ttiens departe- ment, hetgeen daarmede aangenmikt moet worden, behoort, zyn aangeboden.
900 f810. H. W. DAENOELS.
Art. 5. Hy zal in de aaomakiDg, zoowd der kust- en v<id- affuiten, als van alle andere artikelen^ de meeste zuinigleid betragten en toezien, dat er geen hout, IJzer, staal, koper, h«al8- kolen, ena. noodeloos worden verbruikt of verspild, alsmede alle attentie vestigen, dat *s Lands gereedschappen in behooiiijken staat gehofiden en daarvan niets verloren of vermist gemaakt worde.
Art. 6. Hy zorgt, dat nodi van 's Lands materialen, noch van de door den Lande betaald wordende arbeids volkeren eenig byzonder emplooi worde gemaakt en op hel atelier geen partkdier werk wordt verrigt, als het msken van messen, scharen, het repereeren van rijtuigen, enz.
Art. 7. Hy zal geene andere ambachtslieden of werkvol- keren in het atelier mogen hebben of engageeren, dan die werkeUjk voor de hem opgedragen werkzaamheden lenoodigd zullen wezen en dezelve ook tot geen andere eiodens em- ployeeren» zooals gras snijden, paarden oppasseui elc.; enby vereischte vermeerdering van ambachtslieden zal bj dezelve aan den commiflBaris-dunecteur der maand vragm.
Art. 8. Alle de aan hem opgedragen werkzaamheden zal hy met den meesten spoed en op de voor den Lande voor* dedigste wyze doen voltooyen.
Art. 9. Hy houdt annotatie van de ambicbtiKeden en andere werkvolkeren, die aan ieder kust* of veld-iffuit dan wel ander kapitaal werk geömploljeerd worden en zulks van den beginne af tot de complete afïnaking toe, ten einde daardoor een juiste aantooning der arbeids loonen te hebben, om, gevoegd by de opgave van de gebruikte materialen, het gehede bedragen der onkosten spoedig en gemakkeiyk te kunnen weten.
Art. 10. Alle materialen, gelijk hout, yzer, spykers, koper, staal, enz. zorgt hy, dat behoorUjk hy zijne maandéiyknche specificatie worden verantwoord, met aantooning van hetgeen daarvan onder ieder maand nog restant is, en let vooral daarop, dat de boekhouder van het atelier syn pligt na- volgens het hierna te bepalene behoorUjk betngt
- H. W. OAENDCLS. «iOl
Art. 11. HQ is verpligt atte Maandagen een weekelijksch rapport ter inzending aan zijne exeeilentieden Maanehailc en GonTerneor Generaal aan den landdrost te ovwhandigen.
Art. 13. HQ zal geen verandering, verbeleriiig of dbraak, enz. aan het ateliar f ermogen te doen, om welke redaran ook, maar, zniks vermeenende noodzakelijk te wezen, hienran opgave doen aan de commissariaaen^directeur, die, dit noodig agtende, znlka z^ne excellentie den Maanchalk en Gouverneur Generaal voordragen dan wel dadelijk afkeuren, terwijl, wan- Deer een of ander verbetering aan het atelier geaccordeenl wordt, de uitvoering daarvan aan den directeur der genie van het departement zal worden opgedragen.
Art 13. De volgende en geen meerdere smoo- en smelt- verKesen zullen op het ijzer in rekening mogen wonlen gebragt, te weten:
op het nieuw yzer voor zware ijzei*werkün, voor munt- machines en soortgelijke 3S a 40 percent,
voor het grove ijzerwerk der kust-affuiten, enz 30 a SB »
en voor mindere ijzerwerken SO a 2B •
en op het versmeeden van oud ijzer.. . 40 a 50 »
moetende de a&chrljving van het ijzer en alle "andere ma- terialen, om bet veiiies behoorlijk te kunnen zien, op de volgende vrtjie geschieden, by voorbeeld :
1000 S ruw yzer: schoon ruw
Bloeimaand 6 p' 17 bouten 9 170 326Vt
IB . 1 as. • 80 106*/,
• ■ » cranssen » 5(K) 400
per aansmeding . . . « 5ÏÏÖ 733'/,
ultuno per restant ...» 866V4
of te zamen f£ 1000
met dien verstande nogthans, dat voorschrevene verliesen eeneiyk geleden worden om uit te komen, moetende al, het geene door minder verlies gewonnen wordt, ten faveure van den Lande komen en zich ten dien einde gedragen na het 10 artikel der tweede afdeeling;
SOS 1010. H. W. DAENOCLS.
wordende al verder Yerstaati, dat de TOorschreTen bepa- lingen eenelijk zijn vastgesteld voor loolang, als de schaars- heid van de differente soorten van IJzer zal aanhouden en men dus verstooken is oiu in het gebruik die ({oaiileit teeisehen, wdke iiet geschiktste zoude zyn voor het werk, dat gemaakt moet worden.
Het geêmploijeerde hout zal op gelijke wijze met de voet* eo dvims-mate aan de rekenkamer worden verantwoord.
VIERDE AFDEELIN6.
Werkzaamheden van den boekhouder.
Art. 1. De boekhouder van het atelier van constructie zal alle orders stipteltjk hebben te agtervolgen, dewelke hem door de commissarissen-directeur en den directeur van het atelier zullen worden gegeven, voor zooverre dezdve niet tegens de voorschriften en weiten strijden, welke hem de wijze van zijne administratie te verantwoorden bepaald.
Art. 3. Hij zal verplicht wezen alle openingen van zaken te geven aan den inspecteur der week en speciaal aan den inspecteur scriba van den Oosthoek en deze zijne orders moeten eerbiedigen.
Art. S. Zijn eerste plicht is de boeken en papieren van het atelier effen en in behoorlQke orde te houden.
Art. 4. Hij zal geene afschrijvingen van afgeleverd wor- dende goederen mogen bewerkstelligen, zonder dat de orAon- nantién, voor den ontvangst derzelve geteekend, bij hem zullen zijn ingekomen.
Art. 5. Hy zorgt, dat het wekelQksch rapport voor zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal op den behoorlijken tijd gereed zt|, alsmede dat den 6"^ van iedere maand de maandelijksche specificatie en den 8*^ van Louw- maand, Grasmaand, Hooijmaand en Wijnmaand de drie maan- delijksche papieren voor de generale rekenkamer gereed lyn.
Art. 6. Ook zal hij met den S7** van iedere auand de tractements-rolle voor de Eun^ieesehe ambacbtaUedeo eaaiie
- H. W. DAENDEL8. 203
Zatordagen die Toor de inlandiBche ambachtsliedea m andere werkToIkeren aan den landdrost indienen.
Art. 7. De stukken, in de twee voorgaande artikelen Ter- meld, moeten door hem, boekhouder, voor opgemaakt conform aan de boeken onderteekend worden en door den directeur Yan bet atelier TOor geuen.
Art 8. Einddyk zal by zijne ondergescbikten onder be- hooriQk opzicht houden en toezien, dat dezelve hun plicht betragten, terwijl, daaraan niet voldoende, hij zulks ter kennisse Tan den inspectear der week moet brengen, (en einde zoodanig oimllige te kannen doen straffen na bevind van zaken.
Zie ook 9 Juiy 1809.
16 Bloeimaand. Invoering van pedati^s lot het transport van goederen.
In aanmerking nemende, dat de wegen langs het geheele eiland Java zijn gebragt tot zoodanigen staat van perfectie, dat dezelve in alle saizoenen per as te passeeren zijn, en dat mitsdien bet dragen en vervoeren van goederen door battoors» welke daardoor aan de cultures onttrokken worden, behoort te worden afgeschaft, voor zoover dit op sommige plaatsen nog is in gebruik gebleven;
is besloten de onderscheiden landdrosten van de landdrost- ambten op het eiland Java, alwaar^reeds pedattie*s in een genoegzaam getal voor alle]^ transporten in gebruik zijn, te gelasten om van^nu voor laan geen gou vernemen ts goederen, veel min van particulieren, te laten dragen en vervoeren door battoors, welke vatbaar zijn om met karren te worden ge- transporteerd, en de landdrosten der kinddrost-ambten, waar lich nog geene pedattie's of geen genoegzaam aantal tot hel voorschreven oogmerk bevinden, te demandeeren om te zorgen daarvan tegen den eersten van Wijnmaand aanstaande voorzien te wezen, opdat dit besluit van dien tyd af aan in generale werking kan worden gebragt, en intusschen het transport met pedattie's allengskens te introduceeren ; voorts de land- drosten van de Jaccatrasche en Preanger-bovenlandenj Cberibon,
S04 1810. H. W. DAENOEL8.
de GheriboDsche Preanger-regentschappen, JaTascben OosihodL en Java's Noord-Oostkust te gelasten een tarief Toor te dragen van de vrachtloonen, die voor deze pedaltie's zouden kunnen worden geaccordeerd, de vracht van iedere pedattie gerekend op twaalf honderd ponden zwaarte, mede om met primo Wynmaand aanstaande te worden ingevoerd en om inmiddds deswegens een provisioneele schikking daar te stellen en aan zi|ne excellentie ter kennis te brengen.
BIJ een groot aantal besloiten van Daendds is machtiging verleend tot de verstrekking uit 'sLands voorraad tegen be- taling van tjzer, enz. tot den aanmaak van pedati's, welke soort van voertuig vóór dien tijd minder algemeen in gebnuk schijnt te zijn geweest.
Zie ook 31 Slachtmaand 1810.
16 Bloeimaand. Voarschriflen nopens invoer mn opium op Java.
Is besloten de landdrosten van het eiland Java in het generale te gelasten om, by aanbreng van amfioen in hunne landdrost-ambten, welke door de pagters der madat-kitten op bekomen concessiên en onder de bekende restrictien voor eigen rekening van elders afgehaald en ingevoerd wordt, daarvan dadeiyk, immers met de eerst vertrekkende post, kennis te geven aan den hoofd-administrateur van hun depar- tement en van zoodanige amfioen terstond by den aanbreng te heffen de bepaalde recognitie van vyf honderd Spaansche realen per kist ten behoeve van 'sLands kas; zullende de landdrosten, die van nu voortaan in de voorschreven bevolen kennisgaven aan den hoofd-administrateur van hun departement nalatig mogten bUjven, geconsidereerd worden als de &u:to verlaten te zyn van hunne post, onverminderd de regteriljke actie, welke t^en hen zoude kunnen worden geïnstitueerd wegens de verdenking, waaronder zy notoir zouden moeten vallen, van in den smokkelhandel te deden of dezelve te bqSQnstiiSeq.
IMÖ. H. W. DAENDEL6. tOtt
17 Bloeimaand. SpiUage op rysL
h besloten de spillage op overjarige rijst op 50 S per koijang en voorts de te min uitgeleverd wordende ryst door de scheeps overheden te doen vergoeden met 100 rd' papiere geld, per koyang, indien er hoegenaamd geen verdenking van kwade Iroow of verkeerde practyken deswegens is.
17 BIodmaamL Instructie voor den drost der Balaviasche ommdanden.
Art. 1. Hij zal in alle zaken, zijne bediening rakende, aan den landdrost der Bataviasche ommelanden ondergeschikt zijn en zich daarin nauwkeurigüjk volgens zijne bevelen ge- dragen.
Art. 2. Niet te min zal hij, even zoo zeer als de land- drost zelve, gehouden zijn de politie eo de uitvoering en opvolging der wetten in de ommelanden van Batavia te surveilleeren en, vernemende eenige daden, die tegen de goede orde of de rust strijdig waren, den landdrost daarvan moeten verwittigen.
Art. 3. Tot dat einde zal hij geassisteerd zijn door de noodige justitie-dienaren of oppassers, welke, even als die van den landdrost, zullen moeten wezen gemonteerd en hem zoUen worden gefourneerd, of door den landdrost zelven uit het hem geaccordeerde getal, of nader, op een speciale vocnt- dragt van den landdrost, van 'sLandswege; hij zal ter zyner onderscheiding en om zich daarvan bij noodzakelijkheid te bedienen zich steeds ten minste door een van deze oppas- sers laten vergezellen en dezelve verder overal onder de jurisdictie van den landdrost kunnen heenzenden, werwaards hy zulks ambtshalve zal uoodig oordeelen.
Art. 4. Hy is bevoegd in zaken, waarin periculum in mora is, of ingeval van misdry ven, die door hem op heeter daad worden ontdekt, zoodanige dispositie te nemen, als de aard der zake zal vorderen, doch zal verplicht zyn daarvan
i06 1810. H. W. OAENDÈLê.
dadelijk kennis te geven aan den landdrost; in alle andere gevallen zal hem dit regt niet competeeren, maar by ge- houden zijn alle zaken, die hem voorkomen, den landdrost aan te geven, zonder buiten zijn speciale order daarin op eigen gezag iets te verrigten, veel min over eenigen zaken te composeeren, boetens te ontvangen of onder wat benaming ook af te doen.
Art. 5. Nogtans zal de landdrost hem kunnen magUgen om de dagelijks voorvallende, kleine geschillen tnsschen in- landers en Ghineesen, welke anders aan den landdrost direc- teiyk zelve komen, aan te hooren, te onderzoeken en, zoo mogelijk, daarin een minnelijke uitspraak te doen, 't geen echter niet zal mogen verhinderen, dat de twistende partyen, met de decisie van den drost niet tevreden, hun verschil op nieuw aan den landdrost kunnen voorstellen.
Art. 6. Hy zal zyne voordragten en rapporten aan deo landdrost doen in persoon, by monde, dan wel, wanneer dit door den landdrost van hem wordt gereqnireerd, dezelve in geschrifte overleveren.
Art. 7. Hy zal door den landdrost kunnen worden belast um in zynen naam de correspondentie te voeren met de schouten en hun zoodanige orders en instructie te geven, als hy onder approbatie van den landdrost zal noodig oordeelen.
Art. 8. De landdrost vermeenende hem eenig onderzoek in persoon, in welk gedeelte of kwartier van de ommelanden ook, te moeten opdragen, zal hy hier aan pligtschuldig hebben te obtempereeren.
Art. 9. Inzonderheid zal hy gehouden zyn in alle cri- mineele zaken, welke voor het landgeregt der Bataviasche ommelanden moeten worden vervolgd, dezelve te prosequeren en daarin eisch te doen, evenals tot hiertoe aan den landdrost heeft geincumbeerd en volgens de manier van procedeeren, welke in de instructie voor den landdrost is voorgeschreven, waarin vervolgens door den landdrost en zyn assessoren uitspraak zal worden gedaan.
Art. 10. De landdrost zal hem ook kunnen autoriseeren
lélO. H. W. I>ACNDeL6« )07
om ib lifnen nimn de OLecaÜe der orimii^le voimieeeii yan het kmdgeregt der BfttaTiaeche oauoielaiMlra bQ Ie wonen.
Art. 11. Bij ziekte of andere, wettige Terhinderingen van den landdrost zal hy deszelfs persoon kunnen representeeren.
Art. IS. Ook zal hij bij ziekte of wettige verhindering Tan den secretaris van den landdrost deszelfs functie moeten waarnemen en in een gelijk. geval daarin wederkeerig door den secretaris worden geassisteerd.
Art. 13. De schouten, onder-schouten en de cipier» de gevangenen van den landdrost, zullen zijne orders even zoo zeer respecteeren en gehoorzamen, alsof die door den land- drost zelfs gegeven waren.
Art. 14. Van alle zijne verriglingen zal hij pertinente aantedLening houden en dezelve, als gerequireerd worden, den landdrost presenteeren.
Art. 15. Hij zal voor de aanvaarding van zijn ambt in Rade van Indie afleggen den volgenden eeil:
ik beloof en zweer Zijne Majesteit den Koning van Holland als mijnen boogen en doorluchtigen souverain, mitsgaders den Goavemeur Generaal en Raden van Indien gebouw en getrouw te zyn, bet ambt van drost der Bataviasche ommelanden getrouwelijk te bedienen, na vermogen waakzaam te zijn tot onderhouding eener goede politie in gemelde ommelanden tol bewaring van den rust en tot nakoming van 'sLands wetten, mij daarin te houden aan de instructie, voor mijn ambt beraamd of nog te beramen, en aan de bevelen van den landdrost der Bataviasche ommelanden; en eindelijk mij in alles zoodanig te gedragen, als een vroom drost toestaat en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mij God almachligi
19 Bloeimaand. Last tot hel straffen van twee inlandsche soldalen mei y^een roffel op den dood af*.
Deze militairen, die zich op grove wijze aan de discipline hadden vei^repen, werden ook voor onbepaalden tijd tot de ketting veroordeeld.
i06 1810. H. W. DAENDCLS.
Te gelfjker tijd werd eveneens tot de ketting Teroordeeld een inlandsiili officier, die sluikhandel in opiom had gedreren.
20 Bloeimaand. üülooving eener premie op het uitleveren van zekere^ tol de Engdschen overgegane ambtenaren.
Zijne excellentie, de Maarschalk en Gouremeur Geniaal, uit hel door den van Ambon alhier geretourneerded prefect, Levinus Hcukevlugt, overgegeven secreet rapport betrekkel^k die provintie, gebleken zijnde, dat de volgende civiele en militaire ambtenaren, zonder uit "sKonings dienst te z^o ontslagen, in die der Engelschen zijn overgegaan, als:
de onder-prefect van Hila, Johannes Jacobus Bruins,
de secretaris van den prefect, Johan Adolph Knuhl,
de flnanüe-boekhouder, Liesen,
de onder-prefect van Bouro, Willem Schouten,
de onder-prefect van Manipa, Bemard,
de V luitenant, Kellor,
de 1*" luitenant, de Rooija,
de luitenant. Harde,
de luitenant ter zee, Smith, gewezen commandant van de brik, de Eli,
de chirurgijn hospitalier. Uilenbroek, en
de kapitein der burgery, Marlens;
en dat de protectie der Engelschen gekozen hebben de kapiteins Stigler, Bock en RitmuUer;
en in aanmerking genomen zijnde, dal voormelde personen door de voorschreven betoonde ontrouw niet anders kunnen worden gcconsidereerd als overlopers en als verraders van bun vaderland en van de belangens van Zijne Majesteit den Koning, dien zij de eer hadden te dienen;
heeft besloten dezelve te verklaren voor overlopers en verraders van hun vaderland en van de belangens van Zijne Majesteit den Koning van Holland, en een premie uit te loeven van twee duizend Spaansche matten per hoofd voor degenen, die hun zal achterhalen en in handen van de justitie over
18t0. M. W. 0AENO6LÖ. «Od
leverm ; mei lasl Toorts aan den adToeaat-fiscaal om derzeWer namen openlijk aan de galg Ie doen aanslaan, welke daartoe opgericht zal worden bij de hoofdwachten, zoo te Batayia, als Ie Samarang en Ie Sourabaija.
En zal extract dezes gezonden worden aan den advocaal- Piscaal om hieraan te geven de noodige executie, Yoor zoover hem aangaat, en wijders hetzelf e door middel van de courant eu door affictie ter gewoone plaatse ter kennis worden ge- bragf van hel publiek.
21 Bloeimaand. Verbod voor gedaagden in cas civiel numdding in het geëisckte ie consenteren.
In opmerking genomen z^nde de inconvenienten, dewelke zouden kunnen ontstaan daaruit, dat de gedaagdens in cas ciTiel ter rolle Tan deeseu gerechte door den exploicteur bij monde in.' bet geêischte consenteren, 't welk heedeii daags zelvs bij den gemeensten Chinees en inlander een gewoonte schijnd geworden te zijn, zo wierd goed gevonden en verstaan om voortaan geene al zulke scbuldbekentenissea, door de gerechlsbodens voor ende van weegens degeenen, aan wien zij de citatien exploicteeren, gedaan, meer aan te neenien, als zijnde volgens de praclijk een gedaagde in cas civiel, niet verkiezende zelvs ter rolle te compareeren, gehouden iemand zijnent weegen te voorzien en te munieeren met eene behoorlijke procuratie; en dil besluit bij den hlaflert van deesen gerechte bekent te doen stellen tot narigt van dege- zamentlijke practiz^ns en die bet verder aangaat.
21 Bloeimaand. Zammsmelling van de kompagnie Maka- garen te Batavia met die der Boeginezen aldaar»
Aanidding hiertoe gaf het overlijden van den kommandant dor Makasaren. Zie ook S8 Maart 1809.
rLAlAAT*MII MEEL ZTI. 14
SlO 1810. H. W. OA£NOÊLfl.
25 Bloeitnaandi Lasl tal hel in kaarl brengeB vm de Baiamoëche ommdamden.-
Ëen e^-laiidmeter werd biermede belast op een daggeU tan K ryksdaalders, papieren geld.
25 Bloeimaand. Verfdaalgmg van de hoofd-negorijen in de regenliiehiippeH Bandoeng en Prakamoenljang.
De landdrost der Jaccatrasche en Preanger bovenbrnden bij missive hebbende te kennen g^even, dal iicai by lyoe jongste inspectie was te ooren gekomen, dat de boofd-negorijeu van Baiidong en Praccainoentjang te verre van den nieuwen weg afgelegen waren, waardoor de werkzaambedcn aan df postwegen als anderen sterk kw«inien Ie lijden: met voordragl mitsdien om gedagte hoofd-negorijen te doen verplaatsen, als die van Bandong naar Tjikapoendang en die Tan Pracca- moentjang naar Andawadak, welke beide plaatsen aan den grooten weg gelegen en daartoe zeer geschikt waren;
en consideerende, dal, behalve de voor de genoemde ver- plaatsing opgegeven, piausible redenen, daardoor levens on- derscheidene cultures zullen worden l)evorderd, uithoofde van de bijzondere geschiktheid, welke daarvoor de gronden hebl)en, die in de environs van de opgeinelde, tot hoofd- negorijen voi)rgedragen plaatsen gelegen zijn;
is conform de gedane voordragl besloten de boofd-oegorij van Bandong te doen verleggen naar Tjikapoendang en die van Praccamoenljang naar Andawadak, met autorisatie op den gedagten landdrost om hieraan te geven de noodige executie.
2G Bloeimaand. Lasl tol hel in kaart brengen der kust lusschen Batauia eti St^ Nicolaas-hoek.
Zulks werd opgedragen aan een kapitein der genie en een kapitein der artillerie.
1810 H W. OAENOCLè. til
28 BloeiluaiMl. Yoorschrifien voor hel gevaU dal Batavia in daal «m hdeg zoude worden verklaard.
Nademaal, volgens de algemeene gemehten, de Engelschen het voorDemeB souden hebben een aanval op dit eiland te (ioen en one niets meer ter harte gaat ak het behoud der liiarbare kolonie, welke door Zijne Majesteit den Koning aan oDze «Mge is toebetrouwd, wij, uit ervarenisse, datlle voort- gangen des vijands met bet beste effect worden gestuit, wanneer vau denzelve alle middelen van transport verwijderd worden, hebben goedgevonden te ordonneren en te stal neren, gelyk wij ordonneren en statueren bij dezen;
dal, zoodra de hooUphats Batavia door ons of bij onze absentie door den chef van den generalen staf, als oudsten brigadier, zal zijn verklaard in staat van beleg, alle praauwen, voor zoover dezelve tot vervoering van ^s gouvernements gelden en effiscten, item van provisiën, enz. naar Meester ComeKs zulieu noodig zijn, op de gelegenste plaatsen zullen moeten worden verzameld en verdeeld en de overige zioh alle van Batavia en van de stranden zullen moeten verwijderen, gelijk mede de paarden en buffels, zonder onderseheid aan wien dezelve toebehoren, landwaarts in, buiten bereik van den vyand zullen moeten worden gesteld;
dat, ter behoorlijke en reguliere executie biervan, de praaaw-pappangB, die zich bevinden in het Moolenvliet, langs Rijswi)k, laogs Weltevreden, en in de groote rivier langs Goeoong Sabarie, zullen moeten worden verzameld aan en bij het gouvernements huis op Moolenvliet, tot transport van helgem van daar moet worden vervoerd;
dat in zelver voegen alle andere praauwen en vaartuigen, gesebikt tot het transporteren van goederen naar Meester Cornelis, zullen worden verzameld in de groote rivier bij (ie voormalige Üiest- en Nieuw-poorten, om tot transporten van alterlei aard te worden ge6mploijeei*d, volgens de daartoe Ie geven orders, speeiaal om de rijst, provisiën en annnunitie- goederen uit bet kaateel te vervoeren;
212 1810. H. W. OAENDELd.
dat de baiUaw der stad Batavia het noodige Tolk zal re- quireren en bezorgen voor gemelde vaartuigen, waarin hij, des benoodigd, zal worden geassisteerd door de justitie-dienaren van deu advocaat-fiscaal;
dat voorts alle de praauwen en vaartuigen, ongeschikl voor de vaart op de rivieren en die tot geene. transporten zullen worden geêmployeerd» zonder onderscheid zich land- waarts in zullen moeten begeven; en wel de tjunias en andere groote vaartuigen de Mokervaart op tot aan Tangerang en de kleindere vaartuigen zoodanige vaarten of rivieren op. als meest convenabel zal worden bevonden, terwyl de praauwen, die zich aan de stranden of op zee bevinden, mede terstond zullen moeten retireren in de rivieroi Bacaasie en Tjitarum om de Oost en Ankée en Tjidanie om de West;
dal een ieder zyne paarden of die by hem gestalt worden, zes of zooveel meerdere palen, als noodig zal worden ge- oordeeld, van de stad of vau de stranden landwaarts in zal moeten doen vervoeren, te weten:
de paarden uil de stad en de Ghinesche campong den weg op naar Tangerang, Assam, enz.,
de paarden uit de voorstad en langs het Moolenvliet den weg op naar Tanna-abang en
de paarden van Jaccatra, Goenoeng Saharie en Weltevreden den w^ op naar Meester Gomelis, omme dezelve vervolgens zoodanig in de ommelanden te verdelen, als een ieder eigenaar geraden zal oordeelen, waartoe door denzelven van nu af aan de noodige preparatien kunnen worden gemaakt;
en eindelijk, dat alle de buffels op een gelyken afatand als de paarden en op dezelfde wys Yan Batavia en van de stranden landwaarts in zullen moeten worden gedreven;
terwyl degenen,* die hiwaan in de gegeven omstandigliedeo niet mogten voldoen met die vaardigheid en spoed, welke het belang der zaak zoo gebiedend vordert, en daardoor een verregaande onverschilligheid voor het behoud dezer kdonie betoonen, zullen moeten gedogen, dat hunne prauwen, paarden en buffels, op order van hél gouvernement, worden vernield
- H. W. OAENOCLQ. 215
en doodgeschoten, behalve zoodanige verdere dispositie, als zij wegens disobedientie zullen worden bevonden te meriteren.
Lastende en bevelende president en Schepenen van Batavia, den landdrost der Bataviasche ommelanden, den advocaat- fiscaal, den baiUuw der stad, den sabandhaar en licentmeester, den kapitein der Chinezen en die het verder zoude mogen aangaan, om voor de stipte en religieuse executie van den inbond dezes te waken, 't geen wij tot welzijn van deze kolonie en dies goede op- en ingezetenen bevonden hebben alzoo te behooren.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zonde kunnen voorwenden, zal deze ter hoordplaalse Batavia ge- publiceerd, mitsgaders in de Gbinesche en gewone inlandsche talen worden gealSgeerd, ter plaatse gebruikelijk.
Daeodeb begaf zich eerlang voor eenigen t||d naar Soerabaija en Yoorzag daarom, zoowel de hoogste civide, als de hoogste militaire autoriteit te Batavia van uitvoerige voorschriften nopens hetgeen zy gedurende zt)ne afwezigheid te doen hadden.
Als gevolg hiervan vaardigde de kommandant der troepen in West-Java op den 4'^" Zomermaand 1810 de navolgende notificatie uit.
De brigadier des legers, ridder 6. H. von Gutzlaff, chef Tan den generalen staf en in afwezigheid van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal van de hoofdplaats Batavia commandant en chef over de troepen, behoorende tot de divisien van de hoofdplaats en de landdrost-ambten van Bantam en Gberibon;
adverteert hier mede een ieder, dien het mogte aangaan, dat bij de speciale instructie hem, brigadier, door zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal ter hand gesteld, onder anderen is bevolen, dat bij de proclamatie, waarbij ingeval van verschijning van eene vijandelijke vloot de kolonie zal worden verklaard in staat van beleg, zal worden gdast:
2t4 1B10. H. W. DAENDELS.
aan alle hooge en mindere collegiên, aan ciTiele ambtenaren en aan gewezen civiele eii miUlaire geêmpfoljeerden om te retireeren en zich steeds te berinden drie uren achter de armee;
aan Europeesche burgers en ingezetenen om zich gedu- rende het beleg niet buiten hunne woningen te Tertoonen en alle hunne coromissien door slaven te laten verrigten; terwijl zij, op straat of buiten hunne huizen ontdekt wordende, als verraders met den dood zullen worden gestraft; echter met vrijheid voor dezelven om, des verkiezende, benevens de civiele ambtenaren te kunnen retireren, gedragende zich in dit geval naar hetgeen omtrent dezelven hier boven is bepaald;
aan de landdrosten der Bataviasche ommelanden en van de Jakatrasche bovenlanden, aan den advocaat-fiscaal, aan den bailluw en aan den sahandhaar en licentmeester om zich, benevens hunne substituten en oppassers, steeds te bevinden in het hoofdkwartier en in de nabijheid van den comman- derenden officier der troepen tot het presteren van zoodanige diensten, als van hen zullen worden gerequireerd, na vooraf te hebben uitgevoerd de orders, bij placaat van den S8^ van Bloeimaand jongstleedén tot verwijdering van alle mid- delen van transport van den vijand gegeven;
aan de administrateurs om hunne magazijnen te bewaken en daartoe op Batavia achter te blijven.
Wordende dit een en ander den ingezetenen voorloopig bekend gemaakt, ten einde in tijds desw^ens hunne dis- positiên te kunnen nemen.
28 Bloeimaand. Voorschnfl fwpcns dagvaardingen in cos van ramv-aclie.
Om het zo langzamerhand ingeslopen misbruik, dat de practizijns bij het dagvaarden van pcrzoonen in cas van rouw-actie zich niet de moeite geven van het in mindering op de gelieele somma betaalde behoorlijk te subslraheeren eo
- H. W. OAeNDCI.8. 215
alzo bet perlinenle montaDt der eckuld speeiaal bekend te stelleo, 10 is op de daartoe gedaane propositie door den heer president goedgevonden en Yerstaan de respective practisljns aan te tmgm, dat zij in den Terrolge bQ het doen van dagvaardingen in eas van rauw-actie in het oog zullen hebben te honden, dat bQ de dtatién niet aUeen worde bekend gesteld het betaalde in mindering op de geêischte som, maar dies Mragen daarvan werde gesubstraheert, om alzo doMellJk te doen consteeren de som, die zij per slot zijn eisehende; en dit besluit, zowel ter eerstvolgende rolle aan de geza- mentlyke praetizyns te laten voorleezen, als dat hetzelve bij den bhffert zal worden ingeschreven.
29 Bloeimaand. Verstertdng van Meester^Corndis,
Is besloten, dat de aanhoogte van Meester Cornelis in den kortst mogelijken tijd zal worden geretrancheerd door het aani^en. van acht redoutes volgens bestek en aanwijzing, door zyne excellentie op een speciale kaart van dat terrein door hoogst deszelfs handleekening kenbaar gemaakt, waarvan de kosten op tieu doizend drie honderd en tachtig rd' zijn begroot;
dat de majoor en directeur der genie van het departement Batavia, Schultze, welke met de executie biervan wordt be- last, de voorschreven somma successive tot dat einde by gedeel- leng, na mate van de benoodigdheid, zal kunnen toucheeren uit 'sLands kas en verder zal geautoriseerd zyn om door den landdrost der Bataviasche ommelanden van de in die omme- landen gelegen landerijen zooveele batioors tegen betaling van twaair stuivers daags te requireeren, als tot voltooying van bel gedagte werk in drie a vier weken zullen worden ver- eiscfat, in het oog houdende, dat geen boomen en sirie-tninen omgekapt of huizen verplaatst worden, als alleen voor zooverre het terrein aangaat, waarop de redoutes moeten te staan komen, vermits by een apparitie van eene vljandeUjke niagt op deze kust de te benoemen commandant van Meester Cornelis
216 1810. H. W. DACNOeLS.
in Tier en twintig uur het boalgewas en huixeB, die hinder aan de defensie zonden kannen doen, kan doen raseren;
dat wijders ieder redoale met vier stokken a twaalf en Tier a acht 8 zal moeten gemonteerd worden, welke armatnre gereed moet zyn geiyktydig met de Toltooying ran het aarde werk, waartoe de kolonel der artillerie Weinrich op zijn verantwoordelijkheid wordt gehiat;
dat de brigadier en chef ?an de divisie van Batavia, von Lutzow, zal worden aangesteld, geiyk hy aangesteld wordt by dezen, tot commandant van bet alzoo gefortificeerde kamp van Meester Gomelis, met last, van nu af aan de werk- zaamheden van hetzelve dageUjks te surveilleeren.
30 Bloeimaand. AaMldling van post-mamdoers langs den groeten weg lussdien Batavia en Buitenzorg.
Is goedgevonden de by resolutie der hooge regeering van den 14^ van Sprokkelmaand jongstleden bepaalde drie op- zichters over den Oosterweg naar Buitenzorg, als een gevolg van de gedecreteerde administratie van het postrid naarder- waards voor rekening van den Lande, te vermeerderen tot vyf, welke, behalven het opzicht over gemelden weg, tevens met het toezicht over de postpaarden en hetgeen daartoe behoort zullen wezen belast, mitsgaders tot dat einde zuUen moeten bewonen de gebouwen, welke tot plaatsing van de postpaarden op de vyf differente stations zyn opgerigt, genietende een traclement van dertig ryksdaalders, papiere geld, benevens vyflig ponden ryst 's maands en het gebruik van een rypaard ten koste van den Lande.
Op 4 Zomermaand 1810 is de commissaris-ordonnateur gemachtigd voor rekening van de regenten in de Jakatrasche en Preanger-r^entschappen aan te koopen SOO paarden ten dienste van het postwezen, elk paard niet duunier dan 40 ryksdaalders, zilver geld, betalende.
- K W. OACNOELa Si7
1 ZomenMaiML Aatwulling van hel reglement voor de fosleryen, vasigesleU op 12 Wintermaand 1809.
De beere waarnemend president geprodnceerd hebbende de ondenrolgende, schrinetijke propoetUên van zyne excellenüe, deo heere Haanchalk en GouYerneur Generaal, als:
eene, houdende, — onder te kennen gave, dat het zijne ex- eellentie te voren gekomen was, dat bij het op den IV^ yan Wintermaand laatstleden door deze regering gearresteerd gene- raal reglement Yoor het postwezen geen melding was gemaakt vau het genot voor de respectiye postmeesters op de landdrost- ambten en drost-ambten van Gheribon, Bantam, Java's Oosthoek en Java's Noord-Oostkust van het een vijfde gedeelte van bet bij hun inkomende portgeld, terwijl nogtans de intentie niet andera konde zijn geweest, als om dit genot, evenals te Toren, aan de postmeesters te laten verblyven tot compen- satie van de uitgaven en van de vacatiên, waartoe zij in deze betrekking zifn verpligt, — propositie om bij wege van ampliatie nu het voorsehreven generaal reglement voor het postwezen te bepalen, dat door de respective postmeesters der landdrost- ambten en drostrambten van Gheribon, Bantam, iava*s Oosthoek BB Java's Noord-Oostkust bij continuatie zal worden genoten een vQfde gedeelte van de by hun inkomende portgelden, welk genot door de introductie van het gemelde reglement niet zal worden verstaan te hebben gecesseerd, behalve nog- ihans voor den postmeester te Batavia, wiens salaris by een afzonderUjk reglement is bepaald;
zoo is overeenkomstig voofsehreven propositie goedgevonden eo verstaan, bij wege van ampliatie van het op den 13«°van Wintermaand Jongstleden gearresteerd generaal reglement voor bet postwezen, te bepalen, dat door de respective postmeesters der landdrost^mbten en drost-ambten van Gheribon, Bantam, Java's Oosthoek eo Java's Noord-Oostkust by continuatie lal worden genoten een vyfde gedeelte van de by hun in- komende portgelden, welk genot door de introductie van het gemeUe reglement niet zal worden verstaan te hebben ge-
218 t8lO. H. W. DACNDELS.
cesseerd, behalve nogthaiis voor den postmeester te Batavia, wiens salaris btj een afzonderlyk reglement bepaald ia.
1 Zomermaand. Bdmling len behoeve van de déaamie' armen op verzoekeii tol het verkrijgeH van een hoogeren rang.
Is goedgevonden en verstaan :
1^ dat van de verzoeken, welke om verhooging van raog zullen mogen worden gedaan, zal zijn uilgesloten de rang, die bij de ranglijst tot de eerste classe behoord, en dat daartoe niemand zal worden geadmitteerd ;
2® dal voor de vergunning van den rang, welke bij de tweede classe van de ranglijst voorkomt, aan de diaoony-armen door dengene, welke daarmede begunstigd wordt, zal moeten worden gefourneerd eene somma van rd' 2000;
5" dat dezulken, die verzoeken in den derden rang geplaatst te worden, by bet toestaan van bun verzoek als boven zullen betalen eene somma van rd' 1000, en
4^ dat door diegeenen, welke verzoeken en verkrijgen om in de vierde classe geplaatst te worden, als boven zal moeten worden betaald eene somma van rd' 500.
g4Hooi«««.d - Machtiging op het coUegiemn WeesmeeUeren brieven van credit aan te maken.
Vermits, ter voorziening in de finantièn voor bet aanstaande jaar 1811 noodig geoordeelt is eene g^rceerde geld4igting te doen van zestien maal honderd dnisend ryksdaaMers aan papieren van credit, op voorwaarde, dal de tellers voor ieder honderd en zestig ryksdaalders, papieren geld, een honderd rijksdaalders, zilveren munt, -dan wel voor ieder honderd ryka- daalders, papieren geld, twee en zeetig en een halve rijksdaalder in specie zullen terug bekomen, hetzy alhier in prodm^en, welke ten allen Ujden kunnen worden ontvangen, of in specie, dan wel in wissels op Holland, in beide laalsie gevallen betaalbaar binnen vier jaren na de telling, dan
- H. W. DAENDEL8. 219
wel biDiien het jaar na den vrede, indien detebe intusschen en foor de expiratie van liet derde jaar mogt invallen, terwtjl inlosschen zes procent 'sjaars zal verorden te goed gedaan op bet ingebragte kapitaal, invoege voorschreven tot zilver geld gerealiseerd, betaalbaar in papieren van credit niet de by het gouvernement bepaalde agio; zoo is het, dat ingevolge van hetgeen de hooge regeering dezer landen zich bij publi- catie van den 14"° van Wijnmaand jongstleden heeft voor- behouden omtrent de fondsen van uitlaudige personen, welke door hunne gevolmagtigdens alhier op hypotheek of simpele obligatiên zijn uitgezet, dan v^el op nieuw bij hun zijn in- gekomen, welmelde gevolmagtigdens bij dezen worden ge- autoriseerd en gelast om volgens de opgemelde voorwaarden io kas te tellen zoodanige sommen, als zij van hunne prin- eipalen onder hunne behering hebben, tot de bepaalde som van zestien maal honderd duizend rijksdaalders, waarvan de verdeeling door de generale directie zal gemaakt en voorge- schreven WiMfden; terwijl de sommen, die door de gedagte gevoknagtigdens oonforiD de publicatie der hooge regering van den 9^ van Louwmaand jongstleden bereeds in papieren van credit zijn gefourneerd, boven dit gemeld montant van rijksdaalders 1,000,000, zilver geld, mede onder de voorwaarden der tegmwoordige geld-ligting begrepen en mitsdien op den- zelfden voet en conditiön tot zilver geM zullen worden gerekend van den dag der telling, indien de gevolmagtigdens, door wien de telling geschied is, binnen een maand na de af- kondiging dezer zich daartegen niet bij requeste verklaren;
wordende bovendien aan een ieder vrijheid gelatm ook voor ridi zelve in deze geld-ligting voor nog nadere sommen deel te nemen, mits binnen zes weken na dato dezes het montant, dat men daartoe wil inbrengen, aan de generale directie opgevende, onder bepaling, dal de generale telling, zoo door de gevolmagtigdens, als voor eigen rekening, voor primo van Louwmaand aanstaande zal moeten geschieden;
en opdat niemand hiervan ignorantie zal kunnen of mogen preienderen, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als in
aso Y^O. H. W. DAENDEL8.
Java'8 Oosthoek en op Java's Noord-Ooslkost, op de gewone wijze worden gepubliceerd en geaffigeerd, waar zulks behoort en te geschieden gebruikeiyk is.
4 Zomermaand. Voarschrifl nopens epauleilen en chc- vrans van ander'Offideren.
Is op de daartoe door den commissaris-ordonnateur gedane voordragt, uithoofde van de schaarsheid en de hooge prijzen van het zilver en gouddraad, besloten te bepalen, dat van nu af aan en voor zoolang deze schaarsheid zal aanhouden, alle distinctie-tekens der onder-officieren bij Zijner Majesteits armee in Indien, zoowel epaulettes, als chevrons, van geele of witte zijde zullen aangemaakt en verstrekt worden.
8 Zomermaand. Verbod tegen het (mgeautoriseerd ge- bruiken uan onbetaalde heeren-diensten.
ZQne excellentie, in overweging genomen hebbende, dat de importante, nieuwe werken, welke aan wegen, kanalen, ab anderxints op sommige landdrost-ambten van het e^and Java ztjn gemaakt en door hoogst denaelven by gelegenheid van lijne jongste landreize van Buitenzorg naar den Ooethodc bezigt^^, aan den eenen kant wel getuigen van den y ver en goeden wil der landdrosten om de ontwerpen van het gouver- nement uit te voeren, doch dat het aan den anderen kant niet minder zeker is, dat zy in dien yver te ver kunnen gaan door verschillende werken te gelyker tyd en buiten autorisatie Ie ondernemen; dat deze werken, niet behoorende tot het gewone onderhoud of tot werken, die door het gouvernement geordonneerd zyn, het lot van den gemeenen man daardoor van de handelingen der landdrosten zou worden afhankeiyk gemaakt en mitsdien evenzoo zeer deze yver in sommige landdrosten behoort te worden geborneerd, als in anderen de traagheid in de uitvoering van gegeven orders en ambts-verpligtingen op te wekken;
heeft besloten aan alle landdrosten van hel eiland Java te
1810 H. W. DAENOELS S31
Terbieden om in hunne landdrost-ambten buiten qualiRcatie Tan het gouvernement eenige nieuwe wegen aan te leggen, de oude te verleggen, steene muren te doen opmetaelen om negorifen en eampongs te omvatten of tot wat einde ook kanalen te laten graven en doorsnijdingen in rivieren Ie maken, dan wel in één woord eenige werken te ondernemen, waartoe de dienst van den inlander om niet zou worden To^iseht, terwijl nogthans het gewoon onderhoud van alle reeds bestaande wegen en werken ak ook de voltooljing der zoodaoigen, die wel begonnen, doch maar gedeeltelyk geacheveerd en by zyne excellentie den Maarschalk en Gouver- neur Generaal thans bekend zyn, haar voortgang zullen kunnen hebben.
9 Zomermaand. Last tot het oprichten van Chineesche kampong*s bij de hoofd^negorijen in de Jakatrasche, Preanger- en Cheribansche regentschappen.
zyne excellentie, in aanmerking nemende, dat in de land- drost-ambten der Jaccatrasche en Preanger bovenlanden en Cheribonscbe Preangerregentschappen uitgestrekte velden woest en onbebouwd leggen, welke, ofschoon niet voor de koflij- en rijsl-culture geschikt, echter voor andere voortbrèugselen vat- baar zyn, als tabak, indigo, kappas, cadjang, enz.; dan dal, vermits de Javaan eensdeels geen harteUjkheid heeft voor het aankweken van deze producten en ten ander daarin wordt wcderhottden en dat hy zich de middelen niet weet te ver* schaffen om de vruchten van zoodanige nyv«rheid te debiteeren eo aan den man te brengen, als het eenigste middel om de gemdde, onbebouwde streken eindelyk eens gecultiveerd te zien en tot meerder welvaard te brengen, moet worden be- schouwd het aanleggen van Chinesche eampongs in de oabyheid der hoofd-negoryen van de regentschappen in gemelde landdrost-ambten, waartoe de Ghineesen, die door behoefte eo inductie steeds bereid vaardig zyn tot het entameren van alle ondernemingen, die voordeel kunnen beloven, zeer zullen
222 1810. H. W. OAËNOÊLÓ.
iiictineeren ; en consideereode, dat aao den goeden uitslag ?in dat middel in bet onderhavige geval bijkans niet kan worden gelwyfdd» wanneer men ten voorbeelde neemt, dat de Chi- neesen door hunne vestiging in de Kadoe en andere vorsten* landen aldaar een uilgebreiden, binnenlandsehen handd en welvaart hebben verspreid en zelfs de oprigting aldaar van gebed gemetselde steden derzelver bestaan aan hen ver- schuldigd zijn, terwijl tegen de misbruiken, waarom te vooren de Ghineesen uil de regentschappen zijn geweerd, in de tegen- woordige, verbeterde politie en de gestrenge vindicatie van alle excessen eene genoegzame en voldoende waarborg wordt gevonden;
heeft besloten in de nabijheid der hoofd-negorijen van de regentschappen Tjiandjoer, Bandong, Praccamoenljaug en Suma- dang, alsmede van de regentschappen Souca|ioera, lambangang en Galoe, gehoorende de vier eerste onder het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Preanger liovonlanden én de drie laatste onder het landdrost-ambt der Cheribonsche Preanger-regent- schappen, Ghineesche campongs te doen oprigten en den land- drost van de beide gemelde landdrost-ambten met de executie van dit besluit te chargeeren, alsmede Ie proponeeren de voorwaarden, onder dewelke de in die regentschappen zich bevindende, onbebouwde streken aan de Ghineesen, die zich aldaar zullen elablisseeren, ter cultiveering zullen kunnen worden uitgegeven.
Op 30 Zomermaand 1810 is ter zake nader besloten, als volgl.
Tot faciliteit van den gcordonneerden aanleg van Chfneescbe campongs in het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Cheri- bonsche Preanger-regenlschappen, akmede in de Marakbaai, Anjer, Geram, sorteerende onder het landdrosl-ambt van Ba- tavia, is besloten piesident en Scliepenen der stad Batavia, de landdrosten van Javas Oosthoek, Java's Nooiii-Oostkust en Gheribon en het lid der houtadministratie te Kembang, mits- gaders da ministers aan de hoven van den Keizer en Sultan te Suuracarta en Djocjacarta te gelasten om binnen een
laiÖ. H. W. OAÊMOCLd. tii
maand mds het ondrrvolgende aantal Chineeache huisgezinnen Ie stellen tor diaimsitie van den landdrost der Jaccalrasche en Cheribonsche Preanger-regentsehappen en van Bantam, ten einde daaruit de voormelde Chineesche campongs te kunnen eompoeeeren als:
door prendenl en Schepenen van Batavia:
voor de Jaccatrasche en Cheribonsche Preanger-regent- schappen tien huisgezinnen,
voor de Narakbaai tien huisgezinnen,
• Anjer tien huisgezinnen, en Ceram tien huisgezinnen:
voorts voor de Jaccatrasche en Gheril»onsche Preanger- regentschappen door het liiiiddrost-ambt van Java's Oosthoek vijftien huisgezinnen,
door het landdrost-ambt van Samarang en Damak tien huisgezinnen,
door het landdrost-ambt van Tagal zeven huisgezinnen,
• » Japdra zeven •
• » • » • Cheribon vijf •
district Rembang vijf huisgezinnen, en
door de ministers aan de hoven van Souracarta en Djocjo carta, ieder twintig huisgezinnen;
met last aan de ministers voornoemd om bij preferentie hiertoe te nemen tabaksplanters en kervers; en met autori- satie wijders op president en Schepenen welmeld, de gedagte landdrosten en ministers om de opgemelde Chineesche huis- gezinnen de verzekering te geven aan alle mogelijke voordeden en voorregten en een goede behandeling te zullen genieten.
Tegen betaling van GUOQ ryksdaaUenr, papieren geld, aan het Cbineesehe hospitaal te Samarang zijn op it Zomermaand 1810 tteo Japarasche Chinezen vrijgesteld van de verplichting naar de Narak-baai te verhuizen.
10 Zomermaand. Ontslag op verzoek van een procureur, pposiuleermde voor den Wuul vanjunlilie ie 6asnarang*\
2)4 1B10. H. W. DAËNOELd.
15 Zomermaand. Afgifte aan een Europeescken suiker' fabriekant in Japara van buskruit ^tot zifne veiligheid 4egens de rovers, die zig in hel Paiische ophouden^\
15 ZoDiermaand, Voorschriften tot conservatie en lot verbetering der bepalingen nopeiur de kofpJHsuUuur,
Zijne excellentie heelt besloten:
1^ dat alle orders, welke door de landdrosten aan de rqfenlen en opzienders en door dezen aan de gecommitteerdens over de kofBj-culture worden gegeren, schriftelyk, be- hoorlyk geteekend en gedagteekend zullen moeten worden uitgevaardigd, echter, voor zoover de opzienders aan de gecommitteerdens betreft, alleen by het ordonneeren der voornaamste werkzaamheden, geUjk het uitzoeken en bewerken der gronden, nieuwe aanplantingen, bet schoon bonden der thuinen, den inzaam en het transport der koflBj, het estimeeren van het koflij-gewas voor eene volgende leverantie, enz.;
orders, door den inspecteur-generaal op zyne inspectie [gegeven,] zullen moeten worden geëxamineerd, ter beoordeeling of en in hoeverre daardoor aan de geêlablis- seerde inrigtingen voldaan is;
2^ dat, vermits de aanbevolen afzondering van vaste districten, dessa's en huisgezinnen voor de koflij-culture in sommige landdrost-ambten gebrekkig is uitgevoerd, zoodanig, dat dezelve slechts gedeeltelijk voor de kofiij-cuUure en gedeeltelijk tot. andere diensten worden geêmploycerd, 't geen noodzakeUjk verwarring moet doen geboren worden, eene nadere verdeeling van districten, dessa's en huisgezinnen voor de opgemelde culture in de dillereDte landdrost-ambten door de landdrosten met overieg van de regenten en opzienders zal moeten worden daargesteM, waarby dit gebrek wordt weggenomen, ten minste ter concurrentie van zooveel huisgezinnen, als in het jaar 1808 ter afzondering van de knflij-culture bepaald zyn, terwyl by deze verdeeling ook nog zal moeten worden
1S10 H. W. ÖAENOELè. m
hl het oog gebonden, dat elk district onder het gezag Tan een gecommitteerde over de koffij-cultnre wordt gesteld, mitsgaders het district van den eersten ge- committeerde in ieder regentschap, zooveel mogdijk, in het centrnm der andere gelegen zij, ten einde in de werkzaamheden meer samenhang en toezicht te brengen ; met last aan de onderscheidene landdrosten om, nadat de onderwerpelijke verdeeling zal zijn gemaakt, de lijsten daarvan in te zenden aan den inspecteur-generaal der koflSj-collnre om daarop van zijne consideratien te dienen aan het gouvernement bevorens dezelve worden geap- probeerd;
5*^ dat de eerste gecommitteerdens over de koflBj-culture, zoo veel mogelijk, zullen moeten worden gekozen uit de naast- bestaanden der regenten, ten einde door hunnen invloed aan de uitvoering der orders en inrigtingen nopens deze culture des te meer klem bij te zetten;
4^ dat de regenten, bij hel emigreeren van kofBj-planters, dadelijk na de redenen daarvan zullen moeten inquireeren m dezelve opgeven aan de landdrosten, ten einde de oorzaken daarvan uit den weg te ruimen, terwijl tevens, zoowel de landdrosten, als de regenten en opzienders een nauwlettend oog zullen moeten houden op het gedrag van de gecommitteerden over de koffij-culture en niet dulden, dat de gemeene man op eenigerlei wijze door hun wordt gevexeerd;
S® dat echter geene der gecommitteerdens of mindere hoofden over de kolBj-cultnre door de landdrosten of regenten van hunne posten zullen mogen worden ontzet of eenige zware straffen opgelegd, maar dat, v^nneer door wange- drag eene dergdijke voorziening noodzakelijk mogt zijn geworden, daarvan door de landdrosten kennis zal moeten worden gegeven aan den inspecteur-generaal, die als dan verpligt zal zijn deswegens eene voordragt aan zijne excellentie te doen;
6* dat de Europeesche opzienders en de eerste gecommit-
aS6 1810. H. W. OAENOELÖ.
teerdeos in ieder regentschap een koiBj-boek zullen moeten houden volgens het model, hetgeen daarvan door den inspecteur-generaal aan de landdiH>sten zal worden ge- zonden, in welk boek zullen moeten worden vermeld:
a. de districten, ieder in het byzonder, benevens de namen der gecommttteerdens;
b. de tuinen in dezelve;
c. de quantiteit boomen in ieder tuin en het jaar, waarin zy ztjn geplant;
d. de dessa's en huisgezinnnen, by elke tuin gehoorende, nevens de namen der loerahs;
e. item de namen der mandadoors;
f. het bestaan in ryst-velden der district hoofden of gecommitteerdens, als ook dal van de mindere hoofden, met bekendstelling hunner qualiteiten en dal van de dessa's volkeren;
g.^de vermeerdering of vermindering van iedere dessa in huisgezinnen;
h. de leverantie aan kotBj-vruchten, welke jaarlyks uit ieder district geschiedt,
zullende de landdrosten moeten zorgen, alsmede de regenten, voor zoover de gecommitteerdens betreft, dat dit boek steeds effen wordt gehouden en de landdrosten wyders nog gehouden zyn de boeken van de opzienders en de eerste gecommitteerdens io de drie maanden legen elkauderen te doen verge- lijken, inmiddels de opzienders en.de eerste gecom- mitteerdens aansporende, mitsgaders dezelve daartoe houdende, dat zy, voor dat die confrontatie om de drie maanden plaats vind, zich door eigene in- spectiên van de echtheid der aan hen gedane rapporten verzekeren en dus ten minste alle drie maanden eene ronde doen; 7^ dat de gecommitteerdens, wanneer zy zich op de ronde
bevinden of in de voornaamste werkzaamheden zyn,
betzy van nieuwe aanplantingen, hetzy van het schoon-
- H. W. DAEN0£L6. 127
houden der tuioeii. den inzaam en af?oer der koffij- vruchten, ens., elke veertien dagen des Woensdags een schriftelijk, geleekend en gedateerd rapport hunner bevinding en verrigtingen zullen moeten inzenden aan den opziender en den eersten gecommitteerden van het district, waar- onder zij sorteeren;
8* dat de opzimders en eerste gecommitteerdens mede in het tijdstip van de evengemelde werkzaamheden, zoo uit de bij hen inkomende rapporten der gecommitteerdens, als van hunne eigene verrigtingen, insgelijks om de veertien dagen des Zondags een algemeen rapport zullen moeten inzenden, de opzienders aan de landdrosten en de eerste gecommitteerdens aan de regenten;
9® dat de onder art. 7 en 8 vermelde rapporten, na mate dat de werkzaamheden zulks mede brengen, zullen moeten inhouden :
a. de calculative grootte en sitaatie der gekozene gronden voor de nieuwe aanplantingen en het getal planten, welke deze gronden zullen kunnen bevatten;
b. de vorderingen met de werkzaamheden sedert het laatste rapport;
c het getal der huisgezinnen en hoeveel daarvan ver-
loopen, verhuisd of gestorven zyn ; //. den staat der nieuwe en verdere tuinen;
e. den staat van de vrucht en bloeisel;
f. de hoeveelheid koffij, die sedert het laatste rapport naar de pakhuizen is afgevoerd;
g. den staat der droogschuren en passangrahans ;
h. wat verder eenige opmerking omtrent de koffij-culture en hetgeen daaraan verbonden is, verdiend; 10® dat de koffij-opzienders voorts nog zullen moeten houden een journaal van hunne dagelij ksche verrigtingen, zoomede van de daargesteUe orders en van hunne bevindingen ingeval van inspectie, H welk zij alle avonden moeten elfen stelleo, ten einde door den inspecteur-generaal of de landdrosten, wanneer zy hetzelve requireeren, te kunnen
SSd IdIÓ. H. W. ÖAtHOtLÈ.
worden nagegaan; gdQk ook gemelde opzienden ge- houden zullen zyn van de papieren en rapporten, die zij ontvangen, bundeb te houden, die bQ hun ontslag of overlijden aan hunne vervangers zullen moeten OYcr- gaan ;
11® dat de opziendcrs gedurende den afvoer van het koiBj- product naar de kleinere pakhuizen in zoodanige land- drost-ambten, waar deze pakhuizen tot gemak van den inlander ingevoerd zyn moeten worden, stipt zallen moeien letten op de rigtige uitbetaling aan den gemeenen Javaan en vooral, dat dezelve in het gewigt niet worden verkort ;
12® dat de landdrosten zullen moeten zorgen, dat de wegen, die van de koffij-plantagiên naar de hoofd-negonjen leiden, bij hen worden rijbaar gemaakt en in een goeden staal onderhouden, waarvan de uilvoering door de commis- sarissen over de wegen zal moeten worden gesurveilleerd :
15® eindelijk, dat de regenten en opzienders bij het ontdekken van eenige handelingen, die met de gemaakte inriglingen omtrent de kofBj-culture strijden, daarvan onmiddeltjk kennis zullen moeten geven aan de binddrosten en deze weder aan den inspecteur-generaal.
15 Zomermaand. TraclemenlS'Verliooging voor den 1" hospitaalfneester en voor den 1'"* controleur bij het hospitaal te Soerabaija.
Zyne excellentie, in aanmerking nemende, dat volgens hel reglement voor den genees- en heelkundigen dienst in Indien de eerste hospitaalmeester en eerste controleur van het hos- pitaal te Sourabaija slechts in traclement gesteld zijn op rd* 1500 en rd* 900 respective, terwijl te Batavia en Ie Samaran^r het traclement van den eersten liospilaalmeester op rd« 2000 en van den eersten controleur <»prd" 1200 is bepaald geworden uithoofde van de meerdere sterkte van het guarnisoen aldaar als destijds Ie Sourabaija, dan dat sedert door de meoidere
- H. W. DACNOeLS. SSg
extensie teq bet corps troupes, tol de diyisie van den Oost- hoek behoorende, en vooral ook door bet elablissement van de marine aldaar, de werkzaambeden in bet bospitaal Ie Soarabaga zeer toegenomen zijnde, mitsdien de reden van de voormelde distinctie is komen te vervallen;
heeft bestolen, met alteratie van het deswcgens by bet generaal reglement voor den genees- en heelkundigen dienst in Indien vastgestelde, het tractement van den eersten bospi- taaimeester van het hospitaal te Sourabaija, te bepalen op Iwee duizend rd', zilver geld en dat van den eersten con- troleur in gedagte hospitaal op twaalf honderd rd', zilver mant
16 Zomermaand. TractemenlS'Verhooging voor officieren.
Zijne excellentie, de Maarschalk en Gouverneur Generaal, ia aanmerking genomen hebbende de tegenwoordige duurte, zoo der levensmiddelen, als stoffagiën, paarden, equipagiên, Toeragie, enz., gelijk mede dat in de mindere betaling, welke de militairen genieten, in vergelijk der civiele ambtenaren, nog eene groote onevenredigbeid plaats heeft;
heeft besloten de tractementen der officieren bij de armee van Zijne Majesteit in Indien, van kolonel tot luilenant inclusive, te vermeerderen en te bepalen op den volgenden voet, als:
aan de officieren van de staf, genie, kavallerie en rijdende arlillerie: een kolonel 's jaars rd» 9500
• majoor ■ • 8000
• luitenant-kolonel » » 7000
• kapitein • » 5000
eerste luitenant • • 2000
» luilenant • • 1200
aan de officieren van de infanterie, jagers en artillerie: een kolonel 's jaars rd* 9000
• majoor » » 7600
» laitenant-kolonel » » QSOQ
230 ^810. H. W. OAENDEL8.
een kapitein 's jaan rd" 3500
• eerste luitenant » » 1800
» luitenant • • 1000
terwijl de adjudanten en kwartiermeesters zullen worden he- taald evenals de officieren van de kavallerie; onder bepaling verder, dat de betaling der tractementen in de onderscheidene guarnizoenen zal geschieden in dezelfde specie en volgens dezelfde bepaling, als op iedere plaats in hel bijzonder tot beden heeft plaals gevonden, ingaande met den eersten van Hooimaand aanstaande.
En zal hiervan worden kennis gegeven aan den directeur- generaal, generale rekenkamer, generaal tractements-kaotoor, den brigadier en chef van de generale staf, de brigadiers der divisiên te Batavia, Samarang en Sourabaija, den commissaris- ordonnateur, de hoofd-administrateurs van Samarang enSou- rabaija, de commissarissen van ooriog der mobile divisie en der divisiën te Balavia, Samarang en Sourabaija en wijders aan de chefs van alle militaire regimenten en korpsen tot naricht en informatie Zie ook 1 Oogstmaand 1810.
17 Zomermaand. Koninklijk besluit, houdende laH M leruygave van alle, door de Indische Regering in beslag genamen contanten.
Zie 3/10 Grasmaand 1811.
18 Zomermaand. Verandering van hel landdrost-ambi Grissee in een drosl^amht.
Is besloten het landdrost-ambt van Grissee te veranderen in een drost-ambt, aangezien deszelfs flnale dependen tie van het landdrost-ambt van Java's Oosthoek, en het tractement voor den drost te bepalen op acht duizend rd% zilver geld, *sjaars, instede van tien duizend rd", welke de landdrost tol hierloe pleeg Ie genieten.
- H. W. OAENDEL8. 231
18 Zomermaand. Vergunning tot uitvoer van contanten in kleine hoeveelheden langs den Java-wal.
Is bedofen tot gerief lan den smallen handel langs de Jarascbe kiul aan de bandelaan toe te staan om, met dis* pensaiie van de anders gerequireerd wordende formaliteiten, bij kleine gedeellens contanten te mogen uitvoeren, mits niet boven de vtjflig rd* Toor ieder vaartuig en dat lalks in de pas werde bekend gesteld;
terwijl bij retour der vaartuigen het van de uitgevoerde gelden gemaakt emploi zal moeten worden gejustifioeerd door de vertooning van een bewijs, dat bet geld door hun ter bestemder plaatse aangebragt en gebruikt is; zullende door den onderhavenmeester aanteekening moeien worden gehouden van hetgeen op die manier wordt uitgevoerd en weder In- komt, ten einde daarvan van tijd tot tijd rapport te doen aan den landdrost van Java's Oosthoek en den havenmeester.
19 Zomermaand. Organisaiie van het corps djajang sekar.
Zijne excellentie, zeer tevreden over de aan boogstdenzelve gebleken goede houding en geest der onderscheidene compagniên djajang sekars op de verschillende landdrost-ambten van Java en wenschende dit corps nog nuttiger te maken door hetzelve door middel van een generaal opzicht tot meerdere unifor- miteit te brengen;
heeft besloten de ondervolgende, nadere organisatie voor hel corps djajang sekars vast te stellen, gelijk geschiedt bij dezen.
Art. 1. Het getal en de sterkte der compagnie voor ieder landdrost-ambt, voor het district Rembang en voor de drost- ambten van Grissee, Passourouang en Sumanap zal blijven op den voet, zoo als dit thans bepaald is.
Art. 2. De djajang sekars zullen, met behoud der aan bun toegestane rijstvelden, jaarlijks van Landswege een vrije mon- teering ontvangen.
332 1810. H. W. DAENOELS.
Art. 3. Daarentegen zuUen zij hunne paarden en verdfr équipement blijven bekostigen, waartoe door de landdroslen een fonds zal moeten worden opgerigt uit de premiën, die de djajang sekars Toor het opvatten van militaire deserteurs, gedroste slaven en uit kleine boeten genieten/
Art. 4. Zij sullen de uniform dragen van de cavallerie, doch de knoopen en decoratien uit zijde, en voorts, zoo als thans onder hun is ingevoerd, een muts van louton vellen met een zilvere halve maan van voren.
Art. 5. In hunne wapening, welke bestaat uit een geweer, een sabel en twee pistoolen, zal geen verandering worden gemaakt.
Art. 6. By de keuze der djajang sekars zal moeten worden gezorgd, dat dezelve goed bereede manschappen zijn en verder lust hebben zich in het paard rijden te bekwamen, zonder dat er immer eenige excercitien corpsgewijze worden gedaan»
Art. 7. Aan iedere compagnie djajang sekars zal, zonder prejudicie van den inlandschen kapitain, die daarbij is ge- plaatst, een Europees, hetzij kapitein dan wel een minder officier, als commandant gegeven worden, welke den inlandschen kapitain in allen opzichte als zijn gelijke zal moeten behandelen.
Art. 8. De Europeesche commandanten zullen voornamdyk letten, dat de paarden behoorlijk opgepast en in goeden staat onderhouden worden en dat de monteeringnstukken en equipage steeds in goede orde zijn, gelijk dat de manschappen niet door de inlandsche officieren mishandeld of benadeeld worden en in het generaal, dat de goede geest, welke onder dat corps heerscht, onderhouden en vermeerderd worde.
Art. 9. Zy zullen een stamboek houden van de man- schappen en paarden by hunne compagnie, enz. en in dier voegen, als by de armee gebruikeUjk is.
Art. 10. zy zullen onder den laatsten van ieder maand een schrifteUjk rapport van hunne compagnie moeten inzenden aan den onder art. 12 vermelden inspecteur, met aanwysng der veranderingen, sinds het laatste rapport by de compagnie voorgevaiien.
H. W. OAeNDELS. 233
Art. 11. Wanneer er gesirafl moet worden, zullen de Earopeesche oificieren dnarvan aan de landdrosten of drosten kennis geven, welke de soort van slraflï*n zullen bepalen, die geinfligeert moeten worden, en, ingeval van zware misdrijven, daarvan aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur tieneraal zullen moeten kennis geven.
Art. 13. Over de differente compagniên djaijang sekars zal een Europeesch oIBcier als luitenant-kolonel en inspecteur worden aangesteld, welke te Samarang zal verblijf houden.
Art. 13. Hij zal voornamelijk moeten zorgen voor de uni- formiteit onder de differente compagniên en vooral, dat de Ueeding en de equipage in orde is, de paarden goed worden onderhouden en de stambod^en van elke compagnie na het gegeven voorschrift gehouden worden en dat de goede geest onder dit corps niet alleen worde gemaintineerd, maar ook, zooveel mogelijk, vermeerderd door er ambitie in te brengen.
Art. 14. Hij zal uit alle de differente stamboeken een generaal stamboek voor zich formceren en hetzelve steeds effen houden.
Art. 15. Hij zal twee malen 'sjaars een generale inspectie doen van de diflerente compagniên en zich daardoor verzekeren, of en in hoeverre aan de inriglingen voldaan wordt; voorts ook onderzoeken of de gcmeene manschappen in eenig opzicht gedrukt of verkort worden, dan wel andere redenen tot klagen hebben.
Art. IG. Hij zal van zijne bevinding schriftelijk rapport doen aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal
Art. 17. De eerste inspectie zal moeten geschieden drie weken na het in werking brengen van dit besluit.
Art. 18. De inspecteur zal maandelijks aan den chef van den generalen staf een rapport inzenden van het gansche corps djaljang sekars, compagnies gewijze, met aanwijzing der ver- anderingen, daarbij sedert het laatste rapport voorgevallen.
Art. 19. De luitenant-kolonel, inspecteur en de Europeesche oilicieren, welke bij de compagniên djaljang sekai*s zullen
234 1810. H. W. OAENOELS.
worden geplaatst, zullen dezelfde f ractementen Yan den Lande genieten als de officieren bij de cavallerie van hunnen rang. Zie ook 14 Wljnmaand en 3 Wintermaand 1810.
Volgens Daendels, Staat der Ned. O. I. bez., bladz. 46. bestond dit corps (ook »strikrui(ers*' genaamd) aanyankelijk uit 1000 man en is naderhand op 1450 man gebracht. Zij werden onder de zonen van de voornaarasle inlanders gere- cruleerd, hadden den rang van mantri en uit hen werden bij voorkeur vacatures onder demang's en manlri's vervuld. Zij waren gekleed als de kavallerie, met dit verschil, dat hunne uilmonstering wil en die van de Icavallerie geel was.
20 Zomermaand. Vereeniging van de Jakatrasche en Cheribonschs Preanger-regenlschappen.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat van de drie regentschappen, Limbangang, Soekapoera en Galoe, uitmakende het landdrost-ambt der Cheribonsche Preanger-regentschappen, de twee eerstgemelde zoodanig door een en vermengd met de rogentschappen van het landdrostambt der Jaccatrasche* en Preanger-bovenlanden gelegen zijn, dat de tegenswoordige scheidingen niet kunnen worden geconserveerd zonder groote prejudicie van den inlander en van de culturen, en dal mits- dien deze beide tanddrostambten gevoeglijk kunnen worden vereenigd, te meer uithoofde van hunne overeenkomst in de verpligte leverantie van koffij, . 't geen hel eenig product is, hetwelk uit die landdrostanibten voor den Lande wordt getrokken, terwijl hel regentschap Galoe, Hgeen meer af- gelegen is, weinig of geen koffij levert en van weinig aanbelang is,
heeft besloten de landdrost-ambten der Jaccatrasche en Preanger-regentschap|>en te vereenigen onder den naam van landdrost-ambt der Jaccatrasche- en Cheribonsche Preanger- r^entschappen, met intrekking van het traclement van 6000
IdlO. H. W. OAENOEL8. 238
rd% zilTor geld, hetwelke Toor den landdrost der Cheribonsche Preanger-regentsehappen was bepaald, doch met behoud voor den landdrost der gezamentlijke Jaccatrascbe Preanger-regent- sehappen tan de 13 stuivers per ieder kleine pikol kofBj, die uit het gemelde, nu ingetrokken landdrostambt wordt gelcTerd; wordende de landdrost, Teisseire, gelast de Cheribonsche Preanger-regentsehappen over te nemen en vervolgens binnen den korist mogeltjken tijd eenebelioorlijke scheiding van ieder regentschap in het bijzonder aan zijne exellenlie voor Ie dragen.
22 Zomermaand. MatUregelen Ier bevordering van den aanbouw op Java van inlandsche vaartuigen.
Zyne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dat sinds de nieuwe inrichlingen der boschhuishoudiug, waardoor de Torige, wiDekeurige beschikkingen over 's Lands hout- bosscben vervallen en alle houtwerken op een vasten prijs gesteld zyn, allengskens een groot gebrek aan kleine vaar- tuigen onder den inlander is ontstaan, vermits aan dezelve daardoor de weg is afgesneden om het voor de vaartuigen benoodigde hout tegens de oude, lage prijzen te Terkrljgen, terwijl het middel, ter voorziening hierin voorgeslagen, namelijk om de houtwerken alsnog tegen diezelfde lage prijzen ten voorschreven einde aan den inlander af te staan, ondanks alle voorzorgen niel zoude kunnen missen een wijde deur tot misbruiken te openen, behalve nog dat het ontbloten van 's Lands boutbosschen van de zware houtwerken, die tot den aanbouw zelfs van het kleinste vaartuig noodig zijn, het geheele verval dier bosschen zoude moeten na zich depen, en dat mitsdien na rijpe overweging aan zijne excel- lentie als de geschiktste mesure om het voorschreven gebrek aan kleine vaartuigen op een voor den inlander convenable wijze te verhelpen en tevens geene beducbting voor na- deelige practljken of de ruïne Tan 's Lands eigene bout- bosschen over te laten, voorgekomen is den aanbouw van inlandsche vaartuigen van allerlei constructie en grootte aan te moedigen in de vorstenlandeu, zoo aan de rivier van
236 ^810. H. W OAENOEL8.
Solo, als in het districl Tan Grobogang, aan de riyieren van Tangoelangie en Damak, waartoe de houtwerken uit de bosschen van den Keizer en Sultan zelve kunnen wordeu gelrokken, welk plan door de hoven vermoedelijk ten stertsle zal worden bevorderd als ceoe ressource, die het gemis der inkomsten, welke zij Ie voren hadden van den afvoer van gekapte houtwerken naar de stranden, zal kunnen vergoeden. En hierop gehoord hebbende de consideratien van den commissaris-generaal der marine, van den inspecteur-generaal der houtbosschen en van den minister aan het hof van den Keizer te Souracarta, heeft besloten : 1^ de ministers aan de hoven te gelasten om, een ieder in den hare, aan den rijksbestuurder en de regmten voor te stellen het ontwerp om in 's vorsten landen allerlei inlandsche vaartuigen te doen aanbouwen, zoo aan de rivier van Solo, als in het district Grobogang, aan de rivieren van Tangoelangie en Damak, en om met overleg van de gemelde rijksbeslierder en regenten ten spoedigste de plaatsen voor te dragen en op te geven, die voor dezen aanbouw bet geschiktste worden geoordeeld, daarbij in het oog houdende, dat de aanvoer van hout uit de vorsten bosschen naar deze plaatsen gemakkelijk zij en dezelve zich, zoo min mogelijk, in de nabijheid van 's Gouvcrnements eigene bosschen bevinden; 2^ vast te stellen, dat, nadat de plaatsen voor den voorschreven aanbouw zullen wezen gedesigneerd, Chinezen of andere ingezetenen van de stranden vrijheid zullen hebben aldaar inlandsche vaartuigen te bouwen en daartoe de noodige dessa's en houtbosschen van de regenten der vorstenlanden in te huren, mits bij onderling contract, 't geen, zoo door den minister, als den rijksbestuurder, onder wien de ver- huurde dessa's en bosschen gehooren, zal moeten worden geratificeerd; met last wijders voor de beide ministers, een ieder in den hare, om te zorgen, dat de huurders bij hunne contracten, niet alleen worden gemaintineerd» maar ook, dat bij expiratie van dezelve aan hun de
- H. W. OAENDËLd. S$7
gdegenheid niet worde afgesneden dezelve op redeU)ke ▼oorwaarden te kunnen hernieuwen door onderkmiping fan anderen, die zich door voordeeliger aanbiedingen tot haorders « zouden willen opdringen, nadat de eerste huurders vele kosten tot oprichting hunner werven en de aanschaffing van gereedschappen hadden gemaakt, hetgeen in de eerste plaats op de ruïne der eerste huur- ders zoude moeten uitloopen en anders van een nadeeligen invloed zoude moeten worden op den prijs der aangebouwde vaartuigen hy verkoop, lerwljl, om zelfs ingeval van overlijden der huurders of dat er redenen waren een ander de huur over te geven, dezelven van hetrembour- sement hunner eerste uitschotten te verzekeren, de volgende huurders deze uitschotten aan hunne voorgangers zullen moeten vergoeden volgens specificaliên, die daarvan door de primitive huurders opgemaakt en door den minister en ryksbestuurder, die het aangaat, direct na den aanleg der werken geteekend zullen moeten worden;
3^ te bepalen, dat de aanvoer der alzoo aangebouwde vaar* tuigen naar de stranden zonder beletsel van iemand zal mogen geschieden en -dat deze vaartuigen op 's gouver- nements grondgebied of onder 's gouvernements jurisdictie by verkoop voor de eerste maal vry zullen wezen van alle belastingen, hoegenaamd, en na goedvinden aan de ingezetenen zullen mogen worden verkocht, doch niet aan vreemdelingen zonder speciale permissie van het gouvernement; en de ministers aan de hoven te ge- lasten om te bewerken, dal op der vorsten grondgebied mede geen lasten van deze vaartuigen worden geheven;
4^ onverminderd de voorschreven concessie tot den afvoer van reeds aangebouwde en voltooide vaartuigen, echter als voorheen te interdiceeren het afbrengen en verkoopen aan 's gouvernements ingezetenen van losse houtwerken, die uit de gehuurde boaschen in de vorstenlanden zouden mogen WDrden verkregen, waar omtrent de vigeerende wellen bUjven in volle kracht;
i38 1810. H. W. OAENDÉLè;
5^ de ministers aan de hoven te demandeeren om, by eene eventueele oprigting van particuliere werven in de vor- steiiianden, de oprigters in den beginne voornamelijk daartoe te houden, dat zij de preferentie geven aan het aanbouwen van kleine vaartuigen, bij voorbeeld heele, halve en kwart prauw maijangs of wel van zoodanige, andere constructie, als het meest door den inlander aao de stranden worden gebruikt en benoodigd zyn;
6^ te bepalen, dat de timmerlieden van de stranden, die voor den dienst der voorschreven werven zullen worden ge£n- gageerd, bij dep minister, onder wiens ressort zoodanige werven behooren, zullen moeten wezen geênroUeerd, met bckendstelling van hunne namen en woonplaatsen, die zij bij hun vertrek van de stranden de laatste maal gdiad hebben.
22 Zomermaand. Maatregelen tegen desertie onder t»- landsche militairen.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat sedert de laatste recrateering van de caders der differente corpsen, de desertie onder dezelve zoo groot is geworden, dat dezelve bij honderden verloopen zijn, welke zich in de vorstenlanden en in onze eigene regentschappen ophouden, en dat mitsdien daar tegen behoort te worden voorzien door mesnres, krachtig genoeg om aan het gouvernement een waarborg op te leveren, dat geen deserteurs tegen den inhoud der contracten van nu voortaan in de vorstenlanden zullen worden opgehoodea en een schuilplaats vinden, en tevens om de regenten der verschillende landdrost-ambten af te schrikken de deserteurs verder ongemolesteerd in hunne regentschappen te admit- teeren en toe te laten, waardoor zy zich ontrouw maken aan de belangens van hunnen heer denzelven ontneoaende de middelen, die tot verdediging van deze kolonie moeten dienen en de kolonie daardoor in gevaar brengende, mitsgaders andere goede regenten verpligtende om de militaire deserteors, aan wien zy een wljkplaats vergunnen, door anderen te suppleren, heeft besloten:
1810 H. W. OAËNOCLd. 230
|0
de ministers aan de boven te gelasten om yan den Keizer en Sultan te reclameeren hel eiïect der tractaten en schikking, volgens dewelke zij tol de uillevering van alle overloopers en deserleurs it|n verpligt, en mitsdien aan te houden op eene order, dal alle militaire deserleurs' bestaande in Madureezen, Sumaiiappers. Javanen, Mac- cassaren, Boegineezen en Baliers, allen zeer kenbaar aan hunne afgesneden haren, op eenen dag worden opgevat en uitgeleverd, declareerende aan de rtjksbestuurders en aan de regenten, dat, wanneer na den eersten van Oogst- maand aanslaande nog deserleurs in de vorstenlanden worden gevonden, zulks zal worden aangemerkt als een schennis der Iraclaten en als een vijandelijke maatregel om daardoor aan het gouvernement de middelen tot hare veiligheid en verdediging te ontnemen ; en 2° de landdrosten der verschillende landdrost-ambten van Java*s Oosthoek, Java's Noord-Oostkust en Cheribon mede op te dragen de regenten aan Ie kondigen, dat alle de deserteurs, die zich in de regentschappen bevinden, op eenen dag zullen moeten worden gearresteerd en vervolgens overgeleverd, en dat, wanneer na den eersten van Oogst- maand aanslaande nog deserleurs in de regentschappen worden aangetrofTen, de regent van zoodanig regentschap voor ieder deserteur zal verbeuren een boete van twee honderd rd% zilver geld, ten behoeve der djaijang sekars of de oppassers van hel landdrost of drost-ambt, waaronder hij gehoord, wie van deze beiden de opvatting doen: en dat de hoofden van het district, waarin een deserteur is toegelaten en achterhaald wordt, bovendien voor hun leven lang in de ketting zullen worden geklonken om aan de gemeene werken dienst te doen.
22 Zomermaand. Aanstdling ie Soerabatja van een hootgman ter reede, op een tractement van 55 rijks* daalders^ zilver geld, ^smaands.
Zulks geschiedde in navolging van hel Bulaviasche voorbeeld.
24Ö 1B10. H. W. DAENDCLè.
22 Zomermaand. Regeling nopens het verstrekken wm lioulwerken in dringende gevallen.
Zie bij 3 Sprpkkelmaand 1810.
25 Zomermaand. Voortoaarden voor de verpacluing van den invoer en verkoop van opium te Batavia.
Art. 1. De Terpagting zal geschieden door den direcleur- generaal, geassisteerd door den administrateur-generaal, den advocaat-fiscaal, den ontvanger-generaal en den sabandhaar, en dat voor een jaar, in te gaan met den eersten van Louwmaand en eindigende met den laatsten van Wintermaand 1811.
Art. 2. De gemelde pagl zal zich bepalen tot den invoer on verkoop van amfioen in de districten van Batavia, dies onderhoorigheden en ommelanden, het Tangeransche en de geconquesteerde Bantamsche landen hieronder b^repen, item het rijk van Bantam in deszelfs geheele uitgestrektheid.
Art. 3. Het de gemelde pagt zullen ook te gelijker tijd worden verpagt de madal-kitlen (excepto de zes madat-kitten langs de rivier Tjitarom, als niet behoorende onder deie ver- pagling) onder dezelfde conditién, voorwaarden en restrictién, als bij het houden der laatste generale verpagting daaromtrent zijn vastgesteld, wordende dezelve gehouden als in dezen woordelijk geinsereerd.
Art. 4. De pagter zal gehouden zijn telkens een maand vooruit te betalen, inzelver voege en onder dezelfde penali- teiten, als bij art. 3 van de pagt-conditiên der gehoudene generale verpagting is bepaald.
Art. 5. De verpagting zal geschieden voor een derde in koper geld en voor twee derde in papieren van crediet.
Art. 6. De pagter zal vcrpligt zijn aanstonds twee solH- ciente borgen te stellen, ten graoegen van dendirecteur-generaal, den administrateur-generaal en den ontvanger-generaal; en zullen gemelde borgen zich moeten verbinden op dezdfde wijze, verplichtingen en voorwaai*den, als blJ art. S van de algemeene pagt-conditiön zijn bepaald.
- H. W. 0AEN0ÊL6. 241
Art. 7. By aldien de pagter in gebreke blljn inyoege Toormeld behooriyk borg ie stellen of de pagt-fenningeD op de geconditioneerde termynen op te brengen, betzQ ?oor den aanrang of in het begin van de pagt, dan wei daarna, zal die pagt weder opgeveild en andermaal verpagt worden- ten laste Tan den voorschreven, eersten pagter, voor zooverre dezdve minder zal komen te gelden, zonder dat hy echter, indien de gemelde pagt hooger komt te loopen, daarvoor iets zal vermoogen te eischen of pretenderen.
ArL 8. En zal tegen zoodanigen pagter, mitsgaders ook tsgens deszelfs borgen, worden geprocedeerd roet parate exe- cutie, zoo op hunne goederen, als personen, zonder eenige Terdere sommatie of regtspleging dien aangaande te houden, niet tegenstaande eenige appellatie of provocatie en onver- luiodert dezelve, terwyl den Lande len allen tyde in cas Tan insolventie van den pagter en zyne borgen preferent zal wezen boven alle andere crediteuren omtrent haare pre- tentien ten hunnen lasten.
Art. 9. Indien de pagter gedunrende de pagt komt te orerlyden of anderzints absent te geraaken, zal diegeene, die zynen boedel aanvaart of administreert, gehouden wezen dezelve pagt navolgens de conditién te presteren en daarin te continueren, tot dat het pagt-termyn geêxpireerd ofte anders daaromtrent gedisponeerd zal wezen.
Art. 10. De pagt^ zal de vryheid hebben om deamfioen, die hy tot het debiet noodig heeft, met kleine vaartuigen te laten afhalen, van waar hy die krygen kan, waartoe hem echter niet vrij zal staan geld uit te voeren zonder daartoe ▼ooraf permissie vorzocht en verkregen te hebben.
Art. 11. Er zal geene publieke verkooping van amfioen gehouden worden, zoolang deze pagt zal duuren; egter zal het gouvernement aan zich voorbehouden om al de amGoen aan te slaan, die buiten bemoeyenis van den pagter wordt aangebragt, dewelke alleen op Java, Cheribon en in de regent- schappen van Batavia zal worden verdebiteerd.
Art. 19. De pagter zal de vi*yheid hebben de amGoen,
Ui 161Ó. H. W. ÖACflbÈLd.
die door Boeginezen en andere inlanders ofte Chinezen van den overwal buiteulieromogiwordenaangebragt, aan teritan, mita daarvan alvorens kennis gevende aan hei gonvemement, hetwelk alsdan na biliykbeid zal beoordeelen, in hoe verre hetzelve vermeenen zal die amfioen aan den pagter te kunnen overiaten.
Art. 15. Indien de voorraad van amfioen in 'sLands pak- huizen zulks gedoogd en de pagter kan door toevallige om- standigheden daarvan niet genoeg bekoomen tot het debiet. zal ht| de vrijheid hebben zich bt| het gouvernement te adresseren, wanneer hem de benoodigde kisten zullen worden afgestaan voor denzelfden prijs, als waarvoor die op Java door de Unddrosten worden verdebiteerd.
Art 14. Voorts zal de pagter het regt hebben om alle amfioen, die door anderen als door hem met kleine vaartuigen wordt ingevoerd of verkocht en waarvan geen kennis zal gegeven ztjn aan den sabandhaar en licentmeesler, te mogen aanhalen, mits daarvan dadelijk kennis gevende aan den ad- vocaat-fiscaal; en zal de pagter daarvan genieten het volle bedragen, na aftrek van 10 percent voor den officier van justitie, die tot confiscatie procedeert; zullende de officieren van justitie verpligt zijn in deze, niet alleen aan hem alle assistentie te bewijzen, maar ook, ongeacht dezen afatand van den amfioen-handel, in zelver voege tegen den dandeslinen in- voer van amfioen te waken, als bij de wetten bepaald is, terwijl daarentegen alle amfioen, die door ofte van wegens hem buiten de hem voorgeschrevene districten verkocht of vervoerd wordt, zal worden geconfisqiieert onder zodanige penaKteit» als de wetten op den smokkel-handel dicteren.
25 Zomermaand. Voorziening in geldmiddelen voor hei jaar 18H.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: om ter voorziening in de finantiëu voor het aanstaande jaar van de bezittera en houders van capilalen.
lèlO. H. W. DAÈNÖEL6. ^45
zoo Toor huo seWe» ab voor httnne uillandige principalen, een luonUnl rao xeaiieB maal honderd duizend rd' aan papieren munt in 'aLanda kas te accepteerén, op voorwaarde, dat sij voor ieder honderd en zeatig tA\ papieren geld, een honderd rd\ zUvere munt, dan wel voor iedere honderd rd" papieren gdd twee en zestig en een halve rd* in specie zullen terug bekomen, hetxy alhier in producten, welke ten aUen tijde kunnen worden ontvangen, of in epecie, dan wel in wiasela op Holland, in beide laatste gevallen binnen vier jaren na de telling, dan wel binnen het jaar na den vreede, indien dezelve intusschen en voor de expiratie van het derde jaar mogt in- vallen, onder genot inmiddens van zes percent aan renten lot den dag der aflossing van het getelde capitaal, in voege voorschreven tot zilver geld gerealiseerd, betaalbaar in papier vau credit naet de hij het gouvernement bepaalde agio.
Ten tweeden: de eigenaren van het papieren geld, dat ingevolge publicatie van den 0*" van Zomermaand 1809 is geteld, van de voormelde favorable schikking te laten jouisseeren.
Ten derde : bi) publicatie de gevolmagtigdens van uitlandige persoenen te autboriseeren om volgens de voorwaarden dezer operatie in kas te tellen zoodanige sommen, als zy van hunne principalen onder zich en aan de daartoe benoemde commissie dezer regeering opgegeven hebben op simpele obligatién en hypotheek te wezen uitgezet en zulks ter concurrentie van de bepaalde som van zestien maal honderd duizend rd*.
Ten vierden: aan ieder ander vrijheid te laten ook voor ueh zalven in deze telling voor nog nadere somme deel te Demen, mite binnen zes weken het montant opgevende, dat zij daartoe willen inbrengen ; zullende de generale telling moeten geschieden met primo van Louwmaand aanstaande.
Ten vijfde: de uitvoering van dit besluit te demandeeren aan de generale directie.
2S Zomermaand. Regeling der inkomsten van den griffier bij den Hoagen Raad van jmiiiie.
U goedgevonden en verstaan de inkomsten van den griffier
Ui 1610. H. W. DACNOËL8.
van den Iioogen Raad van jnstitie te bepalen op rd* negen duixend aan papieren van credit en door denxdven na het einde van elk jaar, onder presentatie van eede, aan dexe rrgeering op te laten geven, hoeveel bij in het verloopen jaar ontvangen heeft van het salaris van de rol, van het houdoi van vendotiên by verkoop van losse en vaste goederen, van de seqaestratie en genamptisseerde penningen, enz., om, bij aldien dit allea geen negen daizend rd* te zamen bedragen heeft, het mankeerende uit 's Lands kassa daaii)ij te voegen.
26 Zomermaand. Verbod voor den opzichter van *g Lands lijnbaan te Soerabaija voor particulieren touwwerk te laten slaan.
Zijne excellentie, gebleken zijnde, dat volgens eene inrigting onder het vorige gouvernement aan den opzichter van 's Lands lijnbaan te Sourabaija de vrijheid gelaten was voor particalieren touwwerk te slaan en dat deze inrigting, waarvan hoogst- dezelve onkundig is geweest, tot hierloe is blijven voortduren, als niet uitdrukkelijk zijnde afgeschaft;
en considereerende, dat, hoezeer deze vrijheid ook gerestrin- geerd is door de bepaling, dat deze draden door den opzichter zelfs geleverd en het door hem voor particulieren geêmploijeerd wordende volk voor eigen rekening moet worden gesalarieerd, hierin nogtans geen waarborg tegen het misbruik gdegen is, door den occassie voorzien [sic], den opzichter der lijnbaan uithoofd van zijne betrekking gesteld is om 's Lands materialen en arbeid tot deszelfs particulieren dienst te emploijeeren in prejuditie der belangens van het gouvernement;
heeft besloten de gedagte vergunning voor den opzichter van 's gouvernenients lijnbaan te Sourabaija in te trekken en hem te interdiceeren eenig touwweri^ voor particulieren te laten slaan, al ofschoon ook de nuiterialen door hem zelfs gefounieert en het werkvolk voor eigen rekening was betaald geworden ; wordende de lijnbaan, welke tot dus verre onder bet toezicht is verbleven van den landdrost van Java's Oost-
- H. W. OAENOeLS.
«45
hoek, akna gestdd onder de orden en de onmiddelyke directie Tan den commieBarit-genenial der marine.
27 Zomermaand. Bepaling^ dat de grooU weg tuuekm Wdievreden en Tjüloear moest worden onderhouden door de eigenaren van de meest nabij gelegen landen.
Vermits blJ het uitbesteden van dat onderhoud moet|eliJk- heden waren ondenronden, besloot Daendeb »het gemelde onderhoud te demandeeren aan de eigenaren van de landerijen, die het digts gelegen zijn aan gedagten weg, provisioneel Toor een jaar, gereekend van den 1^ van Hooijmaand tot ultimo van Zomermaand 1810, als: door den eigenaar van het land Ginting van de limiet paal tot de
S« paal,
• > » » » Struyawyk van de B* tot de
6^ paal,
• Salemba van de 6"^ tot de 7" paal,
• kampong Melaijoe van de 7^ tot de 9* paal, '
• Tjililitan van de 9« tot de iT paal,
• Pondok Gedé van de W tot de IS"" paal,
» Tanjong Oost van de 13* tot de 19« paal,
• Tjimangies van de 19* tot de W paal,
• Tjikarang Engsoer van de 95* tot de SI'' paal,
» Tjiloar Soekaraja van de 31« paal lot de rivier Tjiloar;
in dier voegen, dat voor het onderhoud van ieder paal alsland twee man dai^ zullen moeten worden gefourneerd tegen betaling van acht stuivers, loopende munt, per dag, en dat voor den aanbreng van steentjes per paal daar boven
246 1810. H. W. DACNOELS.
eens jaarlijks zal worden te goed gedaan Tlir en veertig rd*, zullende de voormelde landeigenaren, een ieder voor loover het hem betreft, verantwoordelijk worden gehouden voor het goede onderhoud van den voormelden weg en verpligt zijn daarvan de aanwijzing te volgen van de opziende» over ge- melden weg, een elk voor zoover zijn district aangaat, waarin dat gedeelte van den weg gelegen is, waarvoor hem het onderhoud incumbeerd". Zie ook 38 Wintermaand 1809.
27 Zomermaand. Regeling der arbeids-loanm hy den con- structie-tvinkel Ie Soerabaija.
Zijne excdlentie, in aanmerking genomen hebbende dr noodzakelijkheid, dat een vaste voet van betaling wenie daargesteld voor de arbeiders, welke in den constructie-winkel te Sourabalja geêmploijeert zijn,
en hierop gerequireerd en ingekomen zijnde de door den landdrost van Java's Oosthoek gedane voordracht, waaruit gebleken is, dat, buiten de personen in gedacht atelier, welke een vast maaudelljksch tractement genieten, nogjn hetzelve dienst doen 719 koppen, werklieden van oiiderscheideur ambachten en verdeeld in zeven verschillende klassen van betaling, en dat bovendien nog in meergedachten constructie^ winkel worden geêmploijeerd drie mandadoors, die over de werkzaamheden het opzicht houden, mitsgaders twee honderd Javanen als battoors,
heeft conform de opgemelde voordragt besloten: 1^ dat, builen de personen, die op vast tractement zyn gesteld, de voormelde 719 werklieden in den constructie-winkel te Sourabaija, bestaande uit tien Europeescbe, een Ghineeschc en zevenhonderd en acht inlanders, hunne legeBwoordige dagloonen zullen blijven genieten, als: 6 koppen a 40 stuivers daags, 13 « • 30 » S5 » » 30 >
H. W.
OAENOEL8
14
koppen
a
IK Stuivers
'•daags,
80
«
»
IS
»
»
ISO
»
»
10
»
m
461
»
8
»
9
S47
719 koppen te onder bepaling, dat de ambachtslieden der les eerste klassen, zoo min in getal vermeerderd, als in betaling verhoogd zullen mogen worden, doch dat integendeel in het getal redactie zal moeten worden gemaakt, zoodra de werkzaamheden dit zonder veraehteriiig van den dienst permitteeren zullen, terwijl de werklieden, onder de zevende klasse begrepen, pro rato van de werkzaamheden zullen mogen worden vermeerdert of vermindert ; 2^ dat, behalve de voorschreven 719 koppen werklieden, nog voor den constructie-winkel zullen worden geaccordeert de daarin thans dienst doende drie mandadoors en twee honderd Javanen als battoors, welke niet zullen mogen worden vermeerderd zonder expresse autorisatie, doch wel gereduceerd na gelang der verminderde werkzaam- heden, onder het navolgende genot: S Europeesche mandadoors a dertig stuivers ieder per dag, 1 inlandsch mandadoor a vijftien stuivers per dag, S4 battoors bij de houtzagers a twee stuivers en een
kalje r^st ieder 's daags, 3S koppen bij de timmerlieden tot het aandragen van hout a een stuiver en een kalje rijst *& daags ieder, S8 koppen bij de metaal- en ijzer-draaibanken a een
stuiver en een katje rijst 's daags ieder, 50 koppen bij de groote en 44 • i • Javaansche blaasbalken a een stuiver
en een katje rijst ieder per dag, 5 koppen bij de geelgieters en koperslagers a een stuiver
en een katje rijst ieder daags, 1 kop in het materiaal pakhuis a een stuiver en een
katje rijst daags, S koppen aan het schoonhouden van den winkel en
S48 ^810. H. W. DAENDCLd.
waterdragen a een stuiTer en een katje rgst ieder per dag, S koppen bij de metselaars a een stuiver en eeo katje
rijst ieder daags, 12 aan het draaien der zware naven voor de vdd- affuitagiên en wielen tot de kust-affoiten a een stuiver ^en een katje ryst ieder per dag,
203 koppen te zamen; 3^ dat de zeven slaven van het gouvernement, zoo mannen, als vrouwen, welke van Batavia uit het voormalig am- bachtskwartier naar Sourabaya zijn gezonden voor het atelier van constructie te Sourabaija, doch voor hetzelve van geen nut zyn, naar de hoofdplaats zullen moeten worden teruggezonden om dezelve aldaar door den onder- equipagemeester publiek te doen verknopen.
Op 4 Wintermaand 1810 is goedgekeurd de aanneming van 219 koeli's boven de reeds toegestane 719, en wel: 82 man a 12 stuivers per dag, 78 • » 10 » » • 59 » * 8 * » »
Op 13 Louwmaand 1811 was het aantal koeli's alweder toegenomen, waarom Daendels op dien datum bepaalde: 1^ dat van nu voor (aan, buiten en behalve de personen, welke op vaste tractementen zQn gesteld, het getal werklieden in H atelier van constructie zal bestaan uit: een duizeod en twee en zeventig koppen, zoo Europeezen, mandadoors, als inlanders, en dezelve hunne tot dus verre genotene daggelden zullen blijven genieten, waaronder de uitbetaling der 130 koppen, meerder, als by de besluiten van 27 Zomermaand en 4 Wintermaand 1810 waren bepaald, begrepen wordt van den dag, zy successive zyn aange- nomen, als:
7 koppen a 40 stuivers daags, 15 • • 30 » 25 n • 20 • »
- H. W. DAENDCLS. 240
IS koppen è 15 stiuTers daags»
186 • • IS •
S49 • • 10 »
575 > > 8 »
107S koppen te zanien;
V dat bovendien de bij besluit vaneden 27^° van Zomennaand 1810 voor dat établissement tot handlangers geaccor- deerde twee hondert koppen mede daarin zullen verblijven onder bet genot van een stuiver aan duiten en een katje rijst per man daags;
5^ dat hoegenaamd het getal der zeven classis werklieden nog vermeerdert, nog in betaling verhoogd zal mogen worden, maar de directeuren nauwkeurig zullen hebben te letten en toe te zien om, zoodra de werkzaamheden dit zonder veragtering van den dienst zullen komen toe te laten, alsdan het getal, zooveel mogeiyk, te verminderen en na dies volbrenging aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal hiervan kennis te geven; terwijl hun echter in de presente werkzaamheden wordt vrijheid gegeven om, bQ desertie van eenige dezer werklieden, zonder daartoe qualificatie te vragen, hen van die plaatsen terug of andere in dies stede te verzoeken, als van waar dezelve geleverd zijn geworden ;
4^ dat, na rato de werkzaamheden afnemen, ook ten opzigte der battoors vermindering phiats zal moeten hebben, zullende in geen geval het bepaalde getal verhoogd, maar in extra ordinaire gevallen voor dien dag of uur, dat be- Qoodigd zijn, de ontbrekende mogen worden toegestaan; met uitdrukkelijk verbod aan den eersten en tweeden constmcleur daarvan zonder speciale autorisatie van direc- teuren gebruik te maken, aan wie eerst de wezentUjke benodigtheid zal moeten blijken, voor dat tot bet ver- kenen daarvan worde overgegaan. Eiodeiyk zal de landdrost over Java's Oosthoek, als de
ordoDQaDtiên op en voor 't atelier verleenende, wel toezien,
dat de eisschen en aanvragen volgens order worden ingerigt.
SSO 1810. H. W. OAENOELS.
30 Zomermaand. Verkoop van Besoeki en PanaroAan.
ZLJne excellentie, uit aanmerking, dat de tegenwoordige gel* deloze lijd en de verbintenis van het gouvernement tot de uitgifte der landen Bezoeki en Panaroekan in pagt aan den kapitein der Chinezen te Sourabaija, Han Tjanpit, weinig verwachting overlaat, dat buiten den gedagten kapitein zelven eenige persoonen tot het koopen van gemelde landen zullen inclineren, te minder nog om de wille der verre afgelegenheid ; mitsgaders hierbij in overweging nemende, dat de tegenwoordige penurie aan contante specie bij bet gouvernement als een effect der stagnatie van allen neutralen handel en de verpligtiog om ter bestrijding van de uilgaven bij voorkeure zoodanige middelen te adhiberen, als voor het gouvernement en voor de ingezetenen het minste bezwarend zijn, het nut ten volle aanwijst om de meermelde landen in het presente tijdstip, tot ondersteuning van finantiCn, te verknopen, waarin boven- dien het voordeel zal zijn gelegen, dat het gouvernement dadelijk ën zonder hel overlijden van den tegenwoordigen gebruiker daartoe Ie verbeiden in het genot zal treden van voordeelen, evenredig aan de waarde der gedagte landschappen* waarop zij anders tot zoo lange geen aanspraak zoude kunnen maken ;
heeft besloten de landen Bezoekie en Panaroekan, gek|[eo in het landdrost-ambt van Java's Oosthoek, te verkoopen en in vollen, vrijen eigendom als een allodiaal goed, evenals de particuliere landerijen in de ommelanden van Batavia, af te staan en te cederen aan den tegenwooi-digen pagter van die landen, den kapitein der Chinezen te Sourabatja, Han Tjanpit, voor eene somme van vier maal honderd duizend Spaansche matten a 64 stuivers ieder, zilver geld, onder de navolgende voorregten en bepalingen:
1 ^ dat den kooper exemptie verleend wordt van alle ongelden, anderzins op de overdragt en overschrijving van vaste goederen vallende; 2® dat in decortatie van de koopschat door den kooper zullen
IftlO. H. W. OAENDCLd 2Kt
wordeD overgenomen alle de scholden, die hel gouverne- ment in hel landdrosl-amht van Java'e Ooelhoek heeft» spruitende, zoo uit gedane en onbelaald gebleven leveran- li^n, als nit de aan den Lande hy wege van quotisatie ge- fourneerde penningen*, geleende gelden, gekoehie huizen, landertfen, luinen, enz., benevens de renlen daarop sedert primo van Hootmaand aanslaande:
3* dal, hetgeen de koopeehat boven deze schulden bedraagt, door hem zal worden belaaht in vi)f termijnen, waarvan verschijnen lal hel eerste op den eersten van Louwmaand 1811, het tweede op den eersten van Bloeimaand 1811, hel derde op den eersten van Herfstmaand 1811, hel vierde op den eersten van Spfokkelmaand 1812 en hel vijfde op den eersten van Hooiraaand daaraanvolgende, zonder intrest, in wissels van zoodanige grootte, als aan bet gouvernement zullen convenieren in bare huishouding te gebruiken;
4® vermits door den inspecteur-generaal der kolUj-culture verklaard is, dat de onderwerpelijke landen geen geeehikte gronden tot aankweking van dit product bezitten, dezelve mitsdien van alle aaoplanling van koffij, als ook van andere verpUgte leveranlièn vrij te kennen;
5® dat nopens de behering en hel gebruik der jatti-hout- bosschen in deze binden zal worden gevolgt de bepaling, die deswegen omtrent alle vrije landen zal worden inge- ?oerd, hierop zullende neder komen, dat de eigenaars van gemelde landen over bet daar vallende jatti-bout naar welgefallen zullen mogen beschikken, onder zoodanige precautiên, als tot voorkoming der misbruiken nodig sullen worden bevonden;
6' den eigenaar dezer landen toe te slaan om door de houders der amfioen-kitten in dezelve voor den afstand van het locaal en de daarbij gehorende gebouwen even zooveel aan zich te doen opbrengen, als die kilten aan pagt afwerpen voor hel gouvernement, mits de gedachte pagt niet minder stj als vo^ht dit looiiende jaar, blyvende de
SKt 1810. H. W. OAENOete.
pagt Tan amfioen en amfioen-kilten ten Toordeele van het goavernement op den tegenwoordigen voet, abmede de in- komende en uitgaande regten; 7^ daarentegen te laten continueren de aan gemelde landachap- pen incumberende verpligtingen tot het onderhond der publieke wegen, het transporteren van gouTememento goe- deren, die over den hindweg worden Yenroerd, en in een woord alle andere lands diensten» evenals in andere vrye landen ; zullende in het opbrengen van nienwe lasten, indien dezelve op de vrije landen mogten gel^t worden, deze hinden niel hoger mogen bezwaard worden, ab de omme- landen van Batavia en die om Sourabaya zullen worden geiegt. Zie ook 5 Hooimaand 1810.
3 Hooimaand. Vergunning tot hel oprichten van pasar* $ in de Bataviasche ommelanden.
Is goedgevonden en verstaan de eigenaren van de jongst van 's gouvernement swege verkogte Crawangse hinden, Snma- dangang en Tagal-Waroe, te permitteeren een bazaar op een daartoe geschikte pbats op de voorschreven landen aan te leggen en daarop 's weeks des Woeosdags openbare markt te mogen houden en hun, snppliauten, te demandeeren deze regeering nader op te geven, op welk gededte van hunne landerijen zij lieden de bazaar geêtablisseerd hebben; en aan Lambertus Zegers Veeckens om op het hem in eigendom toebehoi*ende landgoed Tjabang Boengiu, in stede van de Ie Cadaun geêtablisseerde warong, een effecUve bazaar op te riglen en op dezelve twee maal 's weeks des Maandags en des Vrijdags openbare markt te houden; wordende daaiiiQ lo^estaan alle prerogativen, aan andere, opentlijke bazaars vergund, mits dat de eigenaars zich onderwerpen aan en stipteiijk naarkomen alle de orders en wetten, ten aanzien der markten vigeerende.
3 Hooimaand. Inlijving van Nederland h^ Frankryk.
De Gonverneur Generaal dedde aan de Hooge Regering
lAlö. H. W. OAÉNOfcLft. 1B5
mede. »dat do tijdiDg, dat het Koningrijk Honand bij Frankrijk zoade wesen uigelt|fd, xijne excelientie in de depêches» door hoogst densdve ontvangen, wei niet gemeld was, doch dat men gevonden had in de buitongewone gaielte van lale de Prance van den 21''' April 1810 in een diseours, door Z. ü. den Kener en Koning in liet wetgevende Ughaam geliouden te Parijs den y^ Deeember 1809, onder anderen de volgende passage:
La floUande, plaeée entre rAngleterro et La France, en est egalement froissée. Gependant elle est Ie debooehé des prindpales artères de mon Empire. Des changemensderiendront nécessaires. La séenrité de roes frontières et Tintéret bien entendu des deux pays Texigent imperieusement;
waaruit hoogstdeaelve vermeende, dat men onderstellen moet, dat de inlijving van Holland bij Frankrijk thans reeds geêfleclueerd zonde zijn, welke gebeurtenis men voor het lieve vaderiand en voor deze kolonie als zeer gelukkig moest beschouwen, zoo wegens onze ongelukkige situatie ten aanzien van de finantiên, welke niet toereikende waren om den luister op te houden van eene Kouinglyke regeeriug, nog de immense itttressen van 'sLands schulden te betalen, als wegens de geringe populatie, welke de armee, vloot en koloniën niet van de noodige manschappen koode voorzien m zijdusaltyd een secondaire en afhankdyke natie zou hebben gebleven en het d^halve verkieslijke^ is, dat wij behoorden tot een groote natie, die zich door de gansche wereld beromd gemaakt heeft en weet te doen respecleeren, inviteerende deze veiga- dering ten serieusten om tot heil van deze kolonie, ingevolge van de dure verplichtingen, de handen met hoogst denzelve in een te slaan om de voorschreven gebeurtenis uit dat waarachtig oogpunt aan het publicq te doen beschouwen en daardoor aan de groote oogmerken van onzen nieuwen sou- verein pligtmatig Ie beantwoorden;
zoo is verstaan zijne excellentie den Maarschalk en Gouver* neur Generaal den dank dezer vergadering af te leggen voor de aan dezelve gegevene communicatie van de gevrigtige
1S4 ^BIO. H. W. OAÊMDËLÖ.
slaatsverandering, die waarsetiljnlijk met het KoniDgriJk HM- land heeft plaats gehad, hoogstdenselve avoueerende, dat de ongekikkige situatie, waarin befselte zieh, zoo met opzicht tot de flnantiéo, ab andere, nadeelige gOYoigen van den oorlog bevind, die staatsverandering verkieaelyk maken boTon den staat van een secondaire en afhankelijke natie, die ge- wigtige gebeurtenis met zijne excellentie dus uit hetzelfde oogpunt beschouwende, van hare zijde pligtelyk zal mede werken om het publicq in die gevoelens te brengen of te versterken. *
5 Hootmaand. Verkoop wm de landen Be^oeki e» Pana- roekan voor 400,000 Spaansche mailen in specie aan den Kapitein-Chinees te Soerabaija^ Han Tjan Pii.
Oorzaak van dezen verkoop was nypend gddgebrek in 'sLands kassen te Soerabatja en te Samarang.
De kooper had reeds voor zijn leven de bewuste landen gepacht.
De Hooge Regering betuigde aan Daendels haren dank voor deze transactie, »onder verklaring, dat zij den gemeUmi verkoop beschouwde als een operatie, die in alle. tyden voor de belangens van het gouvernement voordeelig zoude geweest zijn en speciaal in den tegenwoordigen tijd moet worden aangemerkt als een redmiddel len aanzien van den finantieelen staat» waarop niemand hadde mogen rekenen, en als een nieuw Utjk van de steeds even werkzaam blijvende en vin- dingrljke geest van zijne excellentie om de zaken in de kolonie in de steeds voortdurende, ongunstige omstandigheden, in weerwil van de daartegen aandruijschende pogingen des vijands, buiten verwarring te honden en voor de laatste verlegendheid te beveiligen ; onder betuiging verder, dat, zoowd deze boven alle berekening gaande maatregel, als dezulken, die hoogst dezelve met bet beste succes ten aanzien Tin Isie de France hadde bewerkstelligd, met al hetgeene de r^geering uil de successive dntvangene communicalién Tan
I6lö. K W. OAENOÊLS. SKK
het venïgte op Jara gedurende hoogstdeszelfs Terblyf aldaar heeft mogen opmerken» der regeering erkentenis op nieuw opgewekt en baar Tersterkt heeft in hel sleede gemaniieateerd vertrouwen, dat, welke gevolgen de oorlog, ook verier voor de kobnie moge hebben, ly in hoogsIdenzelTe de waarborgen aantreft van nimmer in de laatste verlegenheid gebragt te zallen worden m die dierbare posseaie voor den staat behouden zal Uijven''.
6 Hooimaand. Gangbaar verklaring mn wekere duiten^ hede en halve stuivers.
0
Aangezien het merk van de voormalige Oost-Indische Com- pagnie op de duiten, welke te Sourabaija geslagen worden en bij publicatie der hooge Indische regeering van den 96^ ▼an Sprokkelmaand 1807 zijn gangbaar verklaart, sedert Térvangen is door het cijfer van Zijne Majesteit Louis Napoleon, Koning van Holland, én verder ter order van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal mede in de duitenmunt te Sourabaija tot gerief van de op- en inge- zetenen van het eiland Java geslagen worden heele en halve stuivers, de heele stuivers gekarteld en de halve stuivers gedeelteli|k gekarteld en gedeeltelijk ongekarteld, aan welkers eene ztfde, evenals op de duiten, te lezen is hel woord Java mei het jaargetal en den eersten letter der naam van den muntmeester daaronder, voorts bestempeld aan de om^ niezijde met het cijfer van Zijne Majesteit, den Koning van Holland, en bezijden, hetzelve op de heele stuivers I. S^ en op de halve stuivers Vs S^-» mitsgaders aan beide de kanten daarenboven nog met een zespuntige ster en een getande rand; zoo is bet,- dat de gemelde Javasche duiten, hede eji halve stuivers, in voegen voorschreven te Souraba^a geslagen, zoo te Batavia en dies resorte, als in Java's Oost- hoek en op Java's Noord-Oöstkust gangbaar worden verklaard, de HoUandsehe duiten tegen vier op een stuiver of honderd twee en negentig op een rijksdaalder, de heele sinivers
tK6 tdlO H. W. ÖAêNO£Lft.
tegen acht en Teertig en de halve BtuiTers legen ses en negentig op' een rijksdaalder.
Met hist Toor een ieder de voormelde duiten, hede eo halve stuivers, volgens de daarop gestelde waarde, voor gangbare munt in lietaling te accepteren en aan denelTer cours en circulatie geene stremming of empecheroent toe te hrengen, sub poene, dat degenen, welke tegen dit verbod handelen, voor den tijd van twee jaren aan de gemeene werken ten arbeid gesteld en ook zwaarder gestraft zullen worden, na exigentie van zaken.
Onder bepaling verder, dat degenen, welke zich aan het namaken en vervalschen der voorschreven munt schuldig maken en daarvan worden overtuigd, met den koorde zullen worden gestraft, dat er de jdood na volgt.
Wordende dienvolgende de president en leden van den hoogen Raad van justitie van Hollandsch-Indiê, president en Schepenen der stad Batavia en alle verdere officieren en justicieren gelast den inhoud dezes te achtervolgen en te doen achtervolgen, procederende en doende procederen tegen de cont raven teurs zonder eenige conniventie, gratie, diasi* mutatie of verdrag.
En opdat niemand hiervan onwetendlieid voorwende, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als in Java's Üoathod^ en op Java's Noord-Oosiknst afgekondigd, mitsgaders in de Uollandsche en gewone inlandsche en Ghinesche talen aan- geplakt worden, ter jriaatse gebruikelijk.
6 Hooimaand. Verkoop van landen in de omgeving mn Soerabaija en Samarang.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende de dagelijkscbe aanzoeken van particulieren, zoo te Sourabatja, ah te Sama* rang, om stukken gronds ki eigendom te hebben, en consi- deerende, dat hierdoor het cultiveeren van onderscheidene behoeftens zal worden bevorderd en dat de redenen, dje van den beginne af aangezet hebben om rondom de hooüd*
- H. W. DAENDCL6. 2Üt
plaats Balaria ommdanden te leggen, op Sourabaija en Sama- rang thans yan een gelijke applicatie zijn;
heeft besloten, dat rondsom Sourabaija en Samarang omme- landen worden gelegd en tot dat einde ter yerkooping aan par- ticalieren geassigneert, Ie Sourabaija de landen, welke tussclien de ririeren van Sourabaija en Slower gelegen zijn tot aan (ie vorstenlanden, uitmakende eene streek, die in zich zeiïs wel zeer Trugtbaar is, doch door Tolksverhuizingen sedert eenige jaren voor twee derde gedeelte woest ligt; en te Samarang al het terrain, Hwelk Oostelijk van hetzelve tut aan de rivier van Damak en Westelijk tot aan het regentschap Kalie Woengoe gelegen is, mitsgaders Zuidelijk lot aan de eerste koflij-tuineu ; onder bepaling, dat gemelde landen zullen worden afgedeeld in percelen van niet meer als vijf honderd moi^en, waarbij zal moeten worden in het oog gehouden, dat elk van dezelve aan de rivier gelegen is of. bij aldien dit ten aanzien van sommigen geen plaats kan hebben, aan den groeten weg of aan de zee, ten einde het transport der voortbrengselen, zoo veel mogelijk, aan een ieder te faeilileeren ; met last aan de directeuren der genie te Sourabaija en te Samarang de opgemelde landen in kaart te brengen en daarbij met concurrenlie van de landdrosten van Java's Oosthoek en van Samarang en Damak, een ieder iu den hare, de limietscheidingen af te teekenen, welke ieder land volgens de daarvan geêtablisseerde basis zal moeten hebben, wanneer vervolgens van gedachte landen om de zes maanden zoodanige gedeeltens publiek zullen worden verkocht, als nader op voordragt van welmelde landdrosten 2al worden bepaald ;
▼oorts gedachte landdrosten nog op te dragen om distinct op te geven, hoeveel gemelde landen thans opbrengen.
6 Hooimaand. Voorschriften voor de commissarissen van de wegen en posterijen.
Is besloten aan de commissarissen over de wegen en pos-
ruiAAT-Bon VUL xfi. 17
iK8 iSiO. H. W. DAENDÊLd.
terijen tot het doen van hunne inspeclien een plaats zonder betaling op de ordinaire postwagen te accordeeren» een ieder in hun departement, ofte ook wel een extra post, wanneer zij hun eigen rytuig gebruiken, mits alleen medenemende een bediende en geen tweede peraoon in het rijtuig, aangezien in dat geyal de extra-post zal moeten worden betaald;
wordende de gemelde commissarissen der wegen en posterijen gelast tot de compleete introductie van het postregiement alle maanden en verder op den voet, als bij dat reglemenl is bepaald, inspectiên te doen van de wegen en inzonderiieid van den staat van het postwezen, de relais voor de post- wagens en postpaarden, item de herbergen op de respective landdrost-ambten van hun departement, alsmede te zoiigeu voor de spoedige introductie van het postkarrelje en om daarvan onder iedere maand een distinct rapport aan zijne excellentie in te zenden.
7 Hooimaand. Regeling van het pensioen van sausAuile- nants bij de marine.
Is besloten het pensioen der' sous-luitenanls van de marine te bepalen op drie en twintig rijksdaalders en vijf stuivers 's maands, als zijnde evenredig aan het verschil in tractement tusschen een luitenant bij de armee en een sous-lnitenanl voornoemd.
9 Hoooimaand. Aanstelling van dertig vaste ^battoors'* bij de scheeps'limmenverf te Rembang.
Zij kregen elk 1 stuiver en '/i pond rijst per dag.
9 Hooimaand. Ontginning van gronden ten behoeve van den regent te Banjoetvangi.
Is besloten den landdrost van Java's Oosthoek te gelasten om door de kellinggangers te Banjoewangie, welke niet tol het oppassen der zieken, het schoonhoudep van het forires
- H. W. DAEKOELS. 259
en andere bandiliensten worden geémploijeerd, ledige stukken gronds te doen ontginnen onder toeeigt en ten voordeele van den regent, die daarentegen Toor hun kost en onderhoud zal moeten loi^gen.
13 Hooimaand. Aanstelling van een mandaer bij hel kkeding* en équipement-magazijn te Samarang.
Het tractement van dien roaridoer bedroeg 15 rijksdaalders, koper geld, 's niaands.
14 Hooimaand. Aanstelling van een geweer-sloten-maker bij den consiruclie'winkel te Soerabaija.
Zijn tractement werd bepaald op 100 rijksdaalders, zilver geld, 'smaands. Hij kwam aan hel hoofd van een bijzondjtr atelier en ten zijnen behoeve mocht, zoo noodig, hel aantal arbeiders tot tOO en meer uitgebreid worden.
16 Hooimaand. Voorschriften nopefis recollemenlen, ter- mijtwnt enz.
Nadat de practizijns uit de vergadering waren gegaan, gaf de heer president aan de heeren leeden te kennen, hoe de voor dezen gerechte hangende procednre tusschen de inlandsehe vrouw Njelj en Moorsiet zijn wel Edele hadde gebragt tot de opmerking, dat de respective practizijns zederl eenigen tijd zeer negligent zijn om hnnne schriftouren ira- mediaal naar bebooren ter audiëntie van de rolle te fourneeren en dat gemelde practizijns, wanneer haare schriftunren niet in gereedheid gebragt zyn» als dan aannemen voorschreven, ten agleren zijnde schriftuuren binnen drie maal vier en twinlig uuren ter secrelarlj te zullen dienen, dog dat door ooaglzaamheid der procureurs dikwijls na het expireeren der gestelde termijnen verscheiden regtdagen komen te ver< loopen, zonder dat de parthijen wederom ter ordinaire rolle worden gebragl, waardoor de zaken werden geprolraheert
260 I8t0. H. W. DAÈNÖÉL&
en de cours Tan de justitie merkdyk vertnagi. Waarover gedelibereerl zijnde^ is goedgevonden tot prevenieering van diergelyke kwade pracUJken en disorders, die van tyd tol tijd zijn ingeslopeo, alle de procureurs te ordonneeren ooi hunne schriftuuren» waarvan zij komen te dienen, ter gewone rolle te foumeeren.
En is voorts verstaan, dat, als by parthyen recoUenient werd verzegt, de procureurs volgens styi en practyk, ieder voor 'tzgne, zullen gehouden zyn de stukken te noemen eu te speciflceeren, daarop zy het recollement verzoeken, zullende vervolgens beide de parthyen te geUjk haare getuigen voor heeren commissarissen hebben te dagvaarden en haare ver- klaaringen te recolleeren, en dat binnen den tyd van veertien dagen, na dat de recollementen geordonneerl zullen zyn ; en. by aldien de getuigen, gedagvaart zynde, niet compareeren. van agt dagen tot agt dagen die recollementen wederom ter rolle van heeren commissarissen gepresen teert worden.
Al verder in aanmerking gekomen zynde, dat sommige practizyns al vry Tamih'air de gewoonte hebben aangenomen om. in stede van te voldoen aan de lermynen, veelUjds onder frivole pretexten te verzoeken continuatie van hunne ter rolle gebragte parthyen, zoo is al verder ter afsnyding van zulke onbehoorlyke passen tot protraclie der procedures goed- gevonden voortaan te statueereu, dat zulke verzoeken in 't vervolg niet meer zullen worden geadmit leert, als in buiten- gewoone gevallen en om valabele redenen, door de practizya< daarvoor by te brengen.
19 Hooimaand. Bepaling^ dai in de Jakatrasche en Preanger-regenlschappen geetie goederen mochten worden vervoerd^ bdtalve langs defè grooten weg.
Zulks werd bepaald wegens «den goeden staat van den grooten ryweg door de Jaccatrasche en Preanger bovenlanden voor pedatties met breede wielen, welke de regenten reeds hebben aangeschaft, en omdat het transport van goederen langs den
- H. W. OAENOELS. ^61
weg fan Tjikauw tot Karang Sambong een te groot bezwaar is voor het regentsehap Sumadang''.
19 Hooimaand. Regeling der betaling van de werklieden hij de duilen^muni te Soerabaija.
b bedotra foor de eTengemelde daiten-miint, behalre de daario geêmploijeerdens, die yaate tractementen genieten en beslaan in:
de beide mantmeesten,
twee Buropeescbe mandadoors, winnende dertig rijkadaalders ieder,
een Eoropeeachen mandadoor, winnende twintig rijksdaalders ter maand,
Iwee Jataansche geelgietérs, ais: een van dertig en een van Yjjflien ryksdaalders ter maand, en
een mandadoor over de houtskolen, genietende tien rijks- daalders ter maand, nog' toetestaan de ondervolgende man- schappen tegen de na te meidene daggelden, als: * in de mnnterij:
twee Jataansehe mandadoors a zeven en een halve stuivers ieder,
acht en zeventig koppen om de stempel- en doorsntjder- machines te trekken, bij de kartel-machine en schaal a vijt stuivers ieder;
bij den watermolen:
drie Javaansche mandadoors a zeven en een halve stuivers ieder,
zes koppen om 't koper in de cylinder te steeken a zeven en een halve stuivers ieder,
honderd en acht koppen tot gioeijen, knippen en het werken in den molen a vijf stuivers ieder; by de drie trekmolens:
twee honderd en zeventig koppen tot het trekken der molens, het koper te gioeijen en in de cylinders te steeken a vijf stuivers ieder;
262 1B10. H. W. OAENDEL6.
iu de smelterij:
acht koper-gielers bazen a vijfüen stuivers ieder,
veertig koppen gieters knegls a zeven en een halve stuivers ieder,
drie mandadoors bij de Jiroesen- en vonuen-makers en bij de handlangers a zeven en een halve stuivers ieder, en
honderd vier en twintig kroesen- en vornien-unkers en handlangers, a vijf stuivers ieder» bedragende in het geheel^
8 koppen gieters a vijftien stuivers ieder,
8 mandadoors a zeven en een halve stuivers ieder, 124 koppen » » • • » » » en
698 .» » vijf stuivers ieder;
onder bepaling nogthans, dat dit getal werklieden niet verder zal mogen worden in dienst gehouden, als zoo lange er mei zooveel kragt als tegenswoordig in de umnlerij wordt gewerkt : met recommandatie aan den landdrost van Java's Oosthoek en de beide muntmeeslers om bij vermindering der werkzaam- bedeu, hetzij dooi* gebrek aan ko|)er of aan boutskoleu. At werklieden mede te reduceeren in dier voegen, dal de on- kosten op ieder rd' koper of ieder katje aw duiten steeds egaal blijven ; en de generale rekeukamer aan te beveeleii oiu op de observantie hiervan te lelten.
19 Hooimaand. Voorschrift nopens de verantwoording van zilver geld en duiten bij de kassen in den Oosthoek
Is besloten^ dat voortaan bij de rekeningen van degroote en kleine kassen in den Oosthoek het zilver geld en de duiten onder een hoofd gebragt zullen worden, alzoo dezelve met elkander in evaluatie gelijk staan en indislinct kunnen worden uitgegeven, mits gezorgd worde, dat de soldaat en arbeider in duiten worden betaald.
19 Hooimaand. Voorziening van Batavia van rijst.
Aangezien de toenemende schaarsheid van rijst Ier dezer huofdplaatze en het aanwezen van Engelsche schepen langs
- H. W. DAENOELS. 565
de kust van dit eiland imperieaselijk vordert in het gedagle gebrek door extra ordinaire middelen te Yoorzien ; en in aan- merking nemende, dat het landrosl-ambt Cheribon, actueel te Indramaijoe, niet alleen kan leveren bet contingent van twee duizend koljangs rijst, maar ook het achterstal op dit con- tingent van het verleden jaar en dat zelfs daaraan nog door inkoop kan worden gesuppleerd, zoodat Cheribon alleen aan Batavia kan Tourneeren plus minus drie duizend koijangs rijst :
is besloten den directeur-generaal van 'sKonings finantiên en domeinen te gelasten om, beuevens den brigadier en chef van den generalen staf der Koniugklijke en koloniale marine, de Koek, den havenmeester van Hek, den landdrost van Cheribon, Waterlo en den bailluw Veeris, te zorgen, dat met tjunias en andere, kleine vaartuigen, geschikt om buiten het be- reik van het geschut der vijandelijke schepen en beschermd door 'sLands gewapende prauw-maijangs onder de kust te varen, alsmede met de coffij- en hout-prauwen op de rivier van Tjikauw, voor zoover dezelve kunnen worden gemist, de op- gemelde hoeveelheid rijst van Indramaijoe herwaarts met den allermeesten spoed worde overgevoefd tot een getal van vier a vijf honderd coijangs telken reise en om tot dat ^nde alle vaartuigen, welke aan dit oogmerk dienstbaar kunnen zijn, voor den Lande in requisitie te stellen, goed- willlig of door dwang;
wordende uit aanmerking van 'tgewigt der zake en dat dit besluit bij het nemen van goede en prompte mesures niet kan missen in de executie, gemelde ambtenaren ver- antwoordelijk gesteld, niet alteen voor de uitvoering van hetzelve, maar ook voor het approvisionement van de hoofd- plaats Batavia met rijst.
Op denzelfden datum is, »als een sequele van het op heden genomen besluit ter voorziening van de hoofdplaats Batavia mei rijst door middel van kleine vaartuigen, die geschikt
S64 1810. H. W. OAENDEL8.
zijn buitea bereik van het geschut der vijandelijke schepen en beschermd door 's Lands gewapende prauw-maijangs onder de kust te varen, besloten den directeurgeneraal van 's Konings finantiën en domeinen te gelasten om, benevens den brigadier en chef van den generalen staf der Koningklijke en koloniale marine, de Koek, den havenmeester van Hek en den bailluw Veeris alle tjunia's en andere vaartuigen, welke tot het ge- melde oogmerk kunnen dienen, doch vooraf eene reparatie noodig hebben, ten spoedigste te laten repareeren, te welen de zoodanigen, die geen hout tot hunne herstelling behoeven, te Batavia binnen den tijd van veertien dagen, gerekend van den dag van dit besluit, en dezulken, welke niet zonder hout kunnen worden hersteld, te Tjikauw, mede binoen veertien dagen, gerekend van den dag van derzelver aankomst aldaar, ten welken einde aan laatstgemelde vaartuigen de benoodigde timmerlieden derwaarts moeten worden medegegeven, met autorisatie om daartoe en tot reparatie van de vaartuigen te Batavia alle timmerlieden in rcquisitie te stellen, die te verkrijgen zijn, goedwillig of door dwang, vrij of gekluisterd'*.
20 Ilooimaand. Toekenning aan de onder-majoors van den ülel ^plaatselijke adjadanl** en üan hel Iractement mn een kapitein der kavaUerie.
24 Hooimaand. i> Geforceerde geld-ligting'*.
Vermits ter voorziening in de Gnantién voor het aanstaande jaar 1811 noodig geoordeelt is eene geforceerde geld4igting te doen van zestien maal honderd duizend ryksdaalders aan papieren van credit, op voorwaarde, dat de tellers voor ieder honderd en zestig rijksdaalders papieren geld een honderd rijksdaalders zilveren munt, dan wel voor ieder honderd rijks- daalders papieren geld twee en zestig en een halve rijksdaalder in specie zullen terug bekomen, hetzij alhier in producten, welke ten allen tijden kunnen worden ontvangen, of in specie, dan wel in wissels op Holland, in beide laatste gevallen be-
- H. W. OACNDELS. 268
(aaibaar binnen vier jaren na de telling, dan wel binnen het jaar na den vrede, indien dezelve inlusscben en voor de expiratie van het derde jaar mogt invallen, terwijl intusschen zes procent 'sjaars zal worden te goed gedaan op hel inge- bragte kapitaal, invoege voorschreven tol zilver geld gerealiseerd, betaalbaar in papieren van credit met de bij hel gouvernement bepaalde agio; zoo is het, dat ingevolge van hetgeen de hooge regering dezer landen zich bij publicatie van den 1 i^" van Wrjnmaand jongstleden heeft voorbehouden omtrent de fondsen vao uitlandige personen, welke door hunne gevolmagtigdens alhier op hypotheek of simpele obligatiên zijn nifgezet, dan wel op nieuw bij hun zijn ingekomen, welmelde gevolmag- tigdens bij dezen worden geautoriseerd en gelast om volgens de opgemelde voorwaarden in kas te tellen zoodanige sommen, als zy van hunne principalen onder hunne behering hebben, lol de bepaalde som van zestien maal honderd duizend rijks- daalders, waarvan de verdeeling door de generale directie zal gemaakt en voorgeschreven worden, terwijl de sommen, die door de gedagte gevolmagtigdens conform de publicatie der hooge regering van den 9*° van Louwmaand jongstleden be- reeds in papieren van credit zijn gefourneerd, boven dit [remelde montant van rijksdaalders 1,000,000, zilver geld, mede onder de voorwaarden der tegenwoordige geld-ligling begrepen en mitsdien op denzelfden voet en conditiên tot zilver geld zullen worden gerekend van den dag der lelling,, indien de gevolmagtigdens, door wien de telling geschied is, binnen een maand na de afkondiging dezer zich daartegen niet bij requesle verklaren;
wordende bovendien aan een ieder vrijheid gelaten ook voor zich zelve in deze geld-ligting voor nog nadere sommen deel te nemen, mits binnen zes weken na dato dezes het oiontant, dat men daartoe wil inbrengen, aan de generale directie opgevende, onder bepaling, dat de generale telling, zoo door de gevolmagtigdens, als voor eigen rekening, voor primo van Louwmaand aanstaande zal moeten geschieden;
en opdat niemand hiervan ignorantie zal kunnen of mogen
266 1810. H. W. DAENOEL8.
pretenderen, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, ak in Java's Oosthoek en op Java's Noord-oostkust, op de gewone wijze worden gepubliceerd en geailigeerd, waar zulks behoord en te geschieden gebruikelijk is.
Op 15 Herfstmaand 1810 verklaarde de Regering, »dat het papieren geld, hetwelk door gevoluiagtigdens vain uil- laudige |)ersoiien ingevolge de publicatie van den 9''* van Louwmaand jongstleden bereeds in gouvernemeots kassa ge- teld is, zal werden gerealiseerd na den inhoud van de publicatie van den 24«" vau Hooimaand 1810*'.
Zie ook .r^^*!^ 1810 en 3/10 Grasmaand 1811.
S6 Hooimaand. Machtiging op kei coUegie van Schqienen de mintUen van hoopbrievm, overschrijvingen^ sdiepet^ kennissen eti andere y^schabinale^' acten te gdmuken als slapers en derhalve te staken het gebruik van die minulen op groot fortnaat papier in de protocoUeti over te schrijven^ mits zorg dragetuky dat die minuten behoorlijk ingebondefi en van registers voorzien werden,
26 Hooimaand. Voorschrift nopens Amhonsche credit* brieven.
Nadeniaal er van tijd tot tijd nog Ambonsche credit-brie^-en (er betaling bij het gouvernement gepresenteerd woMeu, zoo is, ter voorkoming, dat geene uitbetaling geschiede o\r dezulke, welke, onaangezien bet daartegen gesteld verbod, van Ambon zijn uitgevoerd, nadat de nieuwe organisatie aldaar bereeds was geintroduceerd, in Rade van Indien goedge- vonden te ordonneren, gelijk geordonneerd wordt bij dezen:
dat de houders van Ambonsche credit-brieven, daarop betaling mecnende te kunnen vragen, zich zullen moeten adresseren aan het gouvernement, onder overlegging van bewijzen, dat zoodanige credit-brieven vau Ambon zijn uitgevoerd ge-
- H. W. OAENDEL8. )67
worden, roordat de organisatie van die kolonie aldaar is geinlroduceerd, wordende daarloe een termijn gelalen van zes weken, gerekend van de publicatie dezes, terwijl na expiratie van dit termijn in het geheel geene Ambousche credit*brieven meer zullen worden aangenomen.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zoude voorwenden, zal deze, zoo te Ralayia en dies ressorte, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust worden ge- publiceerd en mede in de Hollandsche en Chinescbe talen worden geaiBgeerd, ter plaatse gebruikelijk.
26 Ilooimaand. Vernietiging van brieven van credit.
Alzoo op den 1^ van Zomermaand jongstleden in Rade vao Indien besloten is om, in voldoening aan de resolutie dezer regering van den ^5"" van Lentemaand 1809, voor de nieuw aangemaakte brieven van credit van 5, 5, 2 en 1 rd' tot een montant van 300,000 rd", een gelijk bedragen aan oude, ingewisselde papieren van credit en aan groote credit- brieven van rd 10,000 ieder, plegtig te laten verbranden en den dag daartoe te bepalen op den 14^>' van Herfstmaand aanstaande ;
zoo wordt aan alle en een iegelijk daarvan zoowel kennis g^even, als dat de te verbranden brieven van credit bestaan in de volgende, te weten:
in achttien ps. van rd' 10,000, alle van A^ 1796, en gemerkt lett. A. n* 1, 3, 4, 6, 7, 8, 11, 13, 14, 15, 17, 19, 22, 23, 2», 27, 50 en 32;
negen ps. van rd' 1000, alle van A® 1801, en gemerkt letl. A. n« 47, 96, 101, 105, 178, 223, 242, 286 en 399;
vier ps. van rd' 100, als een van A® 1784, gemerkt n^ 462, een van A* 1791, gemerkt n® 869, en twee van A^ 1798, waarvan het merk niet meer te zien is;
drie ps. van rd* 80, van X^ 1798, gemerkt n^ 254, 445, zijnde van de laatste het merk niet te zien;
zes ps. van rd* 28, als twee van A® 1783, n** 384, de
268 18Y0. H. W. OAENDEL6.
tweede zonder merk, een van A^ 1791» eeo van A^ 1795, van welke beide hel merk uiigesleien is, en twee van 1795, gemerkt n^ 3823 en 2139;
drie ps. van rd' 20, als een van A® 17839 n° 898, een van A^ 1784, n^ 2215, en een van A^ 1807, doch waarop mede het merk niet te onderscheiden is;
zeven ps. van rd" 15^ als twee van A^ 1783, zonder merk, en vyr van A"" 1795, gemerkt u^ 2923, 4106, 1407, 2630 en 2867;
acht ps. van rd' 10, alle van A^ 1795, en gemerkt n® 575. 1114, 1823, 1978, 2149, 2210, 3039, en een zonder jaar- getal en merk;
twintig ps. van rd' 5, als een van A® 1784, n^ 17692, een van A® 1793, n" 4983, dertien van A® 1795, gemerkt u° 77, 587, 732, i687, 2362, 5282, 3827, 4153, 4076, 4160, 4309, en twee zonder nommers, voorts vier van 1799, gemelde n" 1311, 1582, 3192, 4572, mitsgaders een van A« 1807, gemerkt n° 337;
en laatstelijk nog voor een somma van 109955 rd' in papieren van 1, 2, 3, 5 en 10 rd% waarvan noch het jaar- getal, noch de nommers, uithoofde dezelve uitgesleten zijn, opgegeven kunnen worden, uitmakende te samen voorschreven som van 300,000 rd*; met inachtneming van de volgende solemniteiten, te weten:
dat deze vernietiging ten dage voorschreven zal plaats hebben voor de putje van den stadhuise, des morgens ten 8 uren, ten overstaan van eene politieke en eene justitiële com> missie, bestaande de eerstgenoemde uit den heere directeur- generaal van 's Konings finantiën en domaineu in Azia P. T. Chassé en de heeren Raden extra-ordinair W. Wardenaar en Mr. W. A. Senn van Basel, en de laatstgemelde uit den president, twee leden en den gril&er van den hoogen Raad van justitie van Hollandsch ludie, geadsisteerd door den deurwaarder;
dat van de te verbranden credit-brieven nauwkeurige lijsten aan de leden van de beide conunissi^n zullen worden ge- distribueerd en de credit-brieven naar den inhoud dezer
181Ö. H. W. ÖAËNDËLè. SÖ9
lijsten door de ledeo geëxamineerd en verrolgens aan den griffier overhandigd zijnde, door denzehre distinct het nommer en de waarde dezer credit-brieYen zal worden opgelezen om daarna dadelijk door het vnur te worden vernietigd.
Eo opdat een ieder hiervan kennis erlange, zal deze worden gepubliceerd te Batavia, dies ressorle, Java*s Oosthoek en Java's Noord-Oostkust en geaOigeerd ter plaatse gebruikelijk, met uitnodiging aan elk en een iegelijk, des verkiesende, bierbij tegenwoordig te zijn.
26 Hooimaand. Regding van den rang en de inkomsten van inlandsche hoofd^gecommilteerden over de koffie' cultuur^ enz.
Is goedgevonden en verstaan te bepalen, dat aan ieder inlandsch hoofd-gecommitteerde over de kotlij-culture in de landdrostamhten toegevoegd zal worden de rang naast den pepattij der hoofdnegorij, aan de ordinaire gecommitteerden de rang van het hoofd van het eerste distriet, waarin hij fungeerd, onder zoodanige benamingen, als in de vei*scbillende laaddrostamhten voor die rangen in gebruik zijn ; en dat voor een middel van bestaan aan de hooldgecommitteerden zal worden toegewezen zooveel aan jonken rijstvelden, als de waarde van 180 Spaansche matten, 'sjaare, bedraagd, aan de ordinaire gecommitteerden aan jonken rijstvelden, zooveel als de waarde van Sp'. 100, en aan de mindere inlandsche geëm- ploijeerden bij de kolIlj-cuUure insgelijks aan jonken rijst- velden, zooveel als de waarde van 50 tot 60 Spaansche matten, 'sjaars, bedraagd; met last aan de landdrosten op Java om dientengevolge de juiste benamingen en de verdeelingen der jonken rijstvelden aan zijn excellentie in te zenden.
26 Mooimaand. Rang-lijst.
Eerste klasse:
de Gouverneur Generaal, de oud Góuve.rneur Generaal,
S90 ^810. H. W. 0AEM0£L6.
de president van de hooge regering,
de oud directeur-generaal van 'sKonings finanden en do- meinen, W. H. van IJssddiJk, volgens besluit der hooge regering van den ^7'" van Louwmaand 1810,
de directeur-generaal van 'sKonings Gnantien en domeinen in Aziè,
de oud directeur-generaal,
de Raden ordinair van Indiê,
de Raden extra-ordinair van Indiê,
de oud Raden van Indiê,
de president van den hoogen Raad van justitie,
de secretarissen generaal van den Gouverneur Generaal,
de landdrost van Amlion en onderhoorigheden,
de brigadier,
dé administrateur-generaal van *s Konings Gnanoien en domeinen,
de inspecteurs generaal van de hout- 1 , .
bosschen en koffij-culture * ! „ M^leffing.
de commissaris generaal der marine, '
de president van de hooge militaire vierschaar,
de president van hel collegie van Schepenen,
de oudste in funclie eerst.
Tweede klasse:
de secretaris van de hooge regering in funclie,
de oud secretaris van de hooge regering,
de president van de generale rekenkamer,
de vice-president van den hoogen Raad van justitie.
de griflier van den Gouverneur Generaal,
de kolonel, daaronder begrepen de chirurgijn en cheT,
de commissaris ordonnateur,
de professor honorair,
de ordinaire leden in den hoogen Raad van justitie,
de extra-ordinaire leden in den hoogen Raad van justilie.
de particuliere secretaris van den Gouverneur Generaal,
181Ó H. W. OAENOEL6. i^l
de landdrost der Bataviasche ommelanden,
de advocaat-fiscaal van Indiê,
de bailluw»
de ontvanger g^araal»
de lioofd-adminislrateur van Batavia.
de hoofd-adminiatrateur van de Groote Oost,
de landdrost van de Jakalrasche en Cheribonsclie Preanger
de landdrost van Cheribon, de landdrost van Bantam, de landdrost van Java's Oosthoek, de landdrost van Samarang en Damak, de ministers aan de hoven van Souracarla en Djocjocarta. de landdrosten van Java, na ouderdom van aanstelling, de president van de administratie der houtbosschen van het eiland Java en van den Raad van justitie te Samarang, de landdrost yan Banda, de president van Weesmeesteren te Batavia, de administrateurs van de houtbosschen op het eiland Java.
Derde klasse.
de majoor,
de hoofd-administrateur te Samarang,
de hoofd-administrateur en president van den Raad van justitie te Soerabaija,
de opperhoofden van den Chinaschen en Japanschen handel,
de leden van de generale rekenkamer,
de flnantie-boekhonder generaal,
de luitenant-kolonel, waaronder de chirurgijn of doctor principaal is begrepen,
de commissaris van oorlog,
het opperhoofd van het generale tractements-kanloor,
de leeraars der godsdienstige gezindheden,
de sabandhaar en licentmeester te Batavia, I na ouderdom van
de commissaris der wegen en posterijen, j aanstelling^
de drost der Bataviasche ommelanden»
2'}a IdlÖ. H. >V. OA£flDËL6.
de griffier van den hoogen Raad ran justitie,
de leden van het collegie Yan Schepenen,
de oud Schepenen,
de secretaris van de generale rekenkamer,
de gecommitleerden over de suiker-culture,
de assessoren van den drossaard der Bataviasche omme- landen^
de hoofd-opziener van de koffij-culture in de Jakatrasche en Cheribonsche Preanger Regentschappen,
de president van Wees- en Boedelmeesteren te Soerabaija en Samarang,
de eerste resident van Palemhang,
de landdrost van Menado,
de archilekt van *sLands civiele gebouwen,
de secretaris van het collegie van Schepenen,
de kapitein, waaronder de geneesheeren, chirurgijn-majoors en apothekers der eerste klasse begrepen zijn,
de advocaat,
de drosten op de drost-ambten van Java, de Groote Dost, Macasser en Timor,
de fiscaal en secretaris van den inspecteur-generaal der houtbosschen,
de secretaris van den inspecteur-generaal der koffij-culture, naar ouderdom
de secretaris van den landdrost van Java*s van aanstelling. Oosthoek,
de secretaris vnn den landdrost der Bataviasche ommehnden.
de secretaris van den landdrost der Jakatrasche en Che- ribonsche Preanger-regentschappen,
de secretaris van het collegie der administratie van de houtbosschen,
de schout,
de constructeur van de scheeps-timmerwerven te Rembang.
de opzieners over de koffij-culture en de houtbosschen van de eerste klasse,
de generaal perk-opziener te Banda,
IdlÖ. H. W. DAENDELè. iÜ
de boschgangers van de eerste klasse, de inspecteur der salpelermakerijen, de eerste eoiumiezen Ier secretarie van den Gouverneur Generaal, de eerste gezworen klerli ter generale secretarie te Batavia^ de auditeur-militair te Batavia, de adjunct commissaris-generaal der marine.
Vierde Maue:
de stads-doctor,
de fiscaals en auditeurs-militair te Samarang en Sourabaija,
de eerste commies van de generale directie,
de administrateurs van het provisie-magazijn, de westzijde, liet ijzermagazijn, de Waterpoort, het kleeden-pakhuis, het graanroagazyn en de suiker-pakhuizen te Batavia,
de commies van het militaire klcedings- en equipements- magazijn te Batavia,
de magazijn-meester in het magazijn van geneesmiddelen Ie Batavia,
de commissarissen van de bank van leen ing,
de scriba van den administrateur-generaal,
de secretaris van den commissaris-generaal der marine,
de adjunct secretaris van de generale rekenkamer,
de opziener van 'sLands werken,
de eerste suppoosten van de generale directie en het generale tractementskantoor,
de translateur te Batavia,
de vendumeesters te Batavia,
de kassier van vendumeeslcren te Batavia,
de umntmeester,
de pakhuismeesters te Sourabaija en Samarang,
de pakhuismeester van Japan,
de surpercargas van China,
de leden van het coUegie van wecsnieesteren te Batavia,
de administrateurs op de builen-kantoren.
de secretaris van de bank van leening, K*u4T-ion mh iyi. 48
274 1810, H. W. OAENOEL^
de secretaris van weesmeesteren te Batayta,
de gezworen landmeler te Batavia.
de postmeester te Batavia,
de eerste luitenant, waaronder de chirurgijn en a|M>tliel(er der tweede klasse zijn begrepen,
de scriba's van Gheribon en Bantam,
de secretarissen van de landdrosten van Saiuarang en Sourabaija,
de tweede resident vati Palembang,
de secretarissen van de ministers te Souracarla en Üjoc- jocarta,
de scriba's op de landdrost-ambten van Java,
de eerste commiezen van de generale rekenkamer en van de hoofdadministrateurs van Batavia en de Groote Oost.
de opzieners over de koflie-cuUure en boscbgangers van de tweede klasse,
de onderschouten,
de secretarissen op de buitenkantoren,
de scriba van den Ja|)anschen handel,
de stads-chirurgijn,
de stads-apotheker,
de notarissen^
de leden van de onderscheiden kerkenraden te Batavia,
de leden van huwelljksche zaken,
de leden van boedelmeestercn te Batavia,
de procureurs,
de vendumeesteren te Samarang en Sourabaija,
de opziener over de duitenmunterij.
Vijfde klasse:
de gezworen klerken ter secretarie van den Gonvernenr Generaal,
de adjunct eerste gezworen klerk ter generale secretarie te Batavia,
de mai^nalist en registerhouder,
de archivaris en coUationist,
- H. W. DAENOELS. ^75
de gezworen klerk ter griflie van den hoogeu raad van
justitie, de gezworen klerk ter griffie van de liooge militaire viersciiaar, de gezworen klerk Ier secretarie van Sche|i۟eu, de Gnantie-boekhouder te Saraarang en Sourabaija, de commiesen van het equipemenls-magazijn te Saiuaraiig.
.en Sourabaija, de scriba's op de drostambten van Java, de Gnaulie-boekhouders op de buitenkan toren, de equipage-boekholider, de tweede suppoosten van de génerale-directie cii bel generale
tractenients-Santoor, de tweede commiezen van de generale rekenkamer en van
de hoordadminislrateurs van Batavia en de Groote Oost, de eerste suppoost bij den Gnantie-boekhouder generaal, de boekhouders in de onderscheiden administratii'n te
Batavia, de gezworen klerken ter generale secretarie te Batavia, de diakenen der hervormde gemeente, de secretaris van huwelijksche zaken, de secretaris van hoedelmeesleren te Batavia, de secretarissen van justitie op Java, de fiscaal op de buiten-kantoren, de gezworen Iranslateurs op Java, de coUecleur of coUectrice van het klein zegel, de secretaris van wees- en boedelmeesteren te Samarang
en Sourabaija, de luitenant, daaronder begrepen de chirurgijn en apotheker
van de derde klasse, de boschgangers van de derde klasse, de gezworen klerk van*" weesmeesteren te Ratavia, de confronlisten en eerste boekhouders van de generale
directie, de generale rekenkamer cu den hoofd-administrateur
te Batavia, de tweede suppoost bij den fmantie-boekhouder generaal, de derde suppoost op het generale tractemeuts kantoor,
9t6 1810. H. W. OAENOEL6.
de ordinaire klerken ter secretarie van den UoaTemeur Generaal en de hooge regering,
de adjunct gezworen klerken van den hoogen raad van justitie, Schepenen eii Weesmeesteren te Batavia,
de eerste klerk en overdrager van Boedebneesleren te Batavia,
de boekhouder van Schepenen,
de adjunct-muntmeester,
de finantie-overdragers te Samarang en Sourabaya,
de eerste klerk en boekhouder van Wee^- en Boedelmeesterea te Samarang en Sourabaija,
de boekhouder in den constructie-winkel en op descheeps- timmerwerven te Rembang,
de contrarolleurs in de hospitalen,
de klerken op de 'schryfkantoren.
Zie ook 8 Augustus 1808.
26 Hooimaand. Opheffing der belrekking vau êcriba te Soerabaija.
De vroegere titularis werd benoemd tot notaris en postmeester te Soerabaya, tevens klein-kassio*, tractements-boekhonder, zegel-bewaarder en coUecteur van 's Heerens gerechtigheid en van het oorgeld der paarden, alles op een traeleroent van IKO ryksdaalders, zilver geld, 'smaands
26 Hooimaand. Voorschriften voor den landdrost der Batavi<ische ommelanden en dies schouten.
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: het gebruik en de voordeelen, welke de land- drost der Bataviasche ommelanden heeft voor het verieenea van een en andere licentie-briefjes, als voor de vaart op de rivieren Grauwang en Tjidanie, hetzy om te handelen of om zout, hout en andere waren te koopen, tot het houden vaii warongs op de landgoederen, tot het spelen van rongengsop de landen, bazaars en suikermolens en voor het merken van
- H. W. DAENOEL8. 977
geweren, als gewettigd door de placateo van deze regeering Ie lalen Yoorlduren en het proYenu daarvan aan hem, land- drost, tot Yerdeeling onder zijne klerken en andere dienaren oTer te laten, mits nogthans jaariijks opgave doende ran hel montant derzelve, opdat, ingevalle zij de gecalculeerde som ?an rd* 1000 verre mogten te boren gaan, daaromtrend eene nadere beschikknig door zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal zoude kunnen wojrden gemaakt;
Ten tweede: om den gemelden landdrost te autoriseeren zijne schouten, in de bijzondere districten der ommelanden wonende, te qualificeeren de inlandsche opgezetenen aldaar, in stede, zooals bevorens gebruikelijk was, door de inlandsche komroandanlen te Batavia, te trouwen en hun te gelasten om van de volbragte huwelijken behoorlt|ke registers en inschrij- vingen te houden en daarvan eene acte te verleenen tegens ontvangst van 24 stuivers.
26 Uooimaand. Wijziging van de ordonnantie op de burgerlijke zamerUemng der Chinezen^ vastgesteld op 29 Julij 1802.
Is goedgevonden en verstaan de rd' 1 : 6, welke volgens hel 37 artikel in de orders op de burgerlijke sameleving der Chinezen van den S9*" van Hooimaand 1802 bepaald was te verdeelen onder den secretaris dezer regeering, den eersten gezworen klerk en adjunct ter secretarie en den bode der Chinezen, provisioneel als eene vergoeding der door hen ambts- halve te impendeeren kosten aan de officieren der Chinezen te Batavia toe te wijzen, met last nogthans om, wanneer de tijdsomstandigheden zulks zullen toelaten, daartoe een ge- schikter middel voor te stellen en met bepaling tevens, dat van nu voortaan ook de bediendens ter generale secretarie van deze regeering van alle werkzaamheden bij den aanbreng van Chinesche nieuwelingen zullen zijn ontlast en dat het fouroeeren der hoofd-briefjes voor dezelve en van het daartoe benoodigde papier alleen door of van wegens de officieren derzelve werden verricht en bekostigd.
278 1Ö10. H. W. DAENOEL6.
26 Hooi maand. Verdeeling van pikol-gelden wegens koffij in Cheribon.
Is goedgevonden en verslaan om ten aanzien van den rijks^ daalder een, welke voor de leverantie van koffij per pikol van 126 en 128 S aan de inlandsche regenten en hoofden op Java en in de Jaccatrasehe en Preanger-i-egentschappen wordt betaald, ten aanzien der Cherilmnsche Sulthans-landeii te bepalen, dat daarvan aan de Sulthans een lialve, aan de districts-tommongongs een quart en aan de inlandsche hoofden 'mede een quart zal worden toegelegd.
26 Hooimaand. Ophefj^ng van hel weeshuis te Cheribon.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : om alle de Cheribonsche weeskinderen, welke fondsen hebben, waaruit zij geheel of gedeeltelijk kunnen onderhouden worden, naar Batavia te doen overbrengen en onder het opzigt en de administratie der weeskamer aldaar te stellen.
Ten tweede: de Cheribonsche weeskinderen, welke geenr middelen hebben, waarvan zij onderhouden kunnen worden en dus uit de gelden van anderen of gecollecteerde penniilgni hun onderhoud moeten hebben, mede derwaarts te doen opkomen en in hel weeshuis te plaatsen.
Ten derde: authorisatie te verieenen om de meubilaii'e goederen van het weeshuis te Cheribon aldaar te laten ver koopen en het provenu daarvan aan het weeshuis te Batavia over te maken en hetzelve te doen strekken tol alimentatie der arme wezen in het generaal.
26 Hooimaand. Bepalingen nopens rij tuigen, ingdfruik bij Chinezen.
Op verzoek van Chineesche officieren te Batavia is besloten, over geheel Java, aan de kapiteins der Chinezen en die deo rang als zoodanig hebben, te accorderen hel gebruik van
- H. W. DAEMDEL8. 279
reilde rijtuigen, mitsgaders aan de luitenants der OuneBen ea aan de Chinesche leden der coliegiên Tan Boedelmeealeren het gebruik van zoogenaamde geschilderde rijtuigen, terwijl alle overige Chinezen, zonder onderscheid, zich van effen ge- verwde rijtuig» zullen moeten bedienra.
2U Hooi maand. Machtiging op hel college van Sdiepenen tot hel hotêden eener aanbesteding voor hel aanleggen eener nieuwe begraafplaats voor Europeanen te BiUavia^
De plaats, waar dit kerkhoCzoude worden aangelegd, wordU niet genoemd; de kosten werden geraamd op 32,61 B: 27 rijbdaalders.
S< HoolmuBd
4 HeSüiSd • Intrekking der hoofd-briefjes voor ingezetenen van de Balaviasche ommelanden, enz.
Nademaal het uitdeden van hoofd-brieQes gouvernements wegen aan de inlandsche op- en ingezetenen der Batavische ommelanden, ingevolge de placaten dezer regering de dato 6 van Sprokkelmaand (') 1795 en SK van Lentemaand (^} 1806, steeds zeer gebrekkig aan het daarmede bedoelde, heilzame oogmerk heeft beantwoord en deze maatr^el daarenboven niet meer uit het vorige oogpunt van noodzakelijkheid kan worden beschouwd door de verbeterde politie en administratie der justitie, welke in gemelde ommelanden is ingevoerd ;
zoo is op den 26''> van Hooimaand jongstleden in Rade van Indien goedgevonden in te trekken, zooals geschied bij dezen, de bepaling, by de bovengemelde placaten gemaakt, volgens welke aan dé ingezetenen der Bataviasche ommelanden jaarlyks hoofd-brieljes moeten worden gedistribueerd;
terwijl al verder rerstaan is de bij placaat van den 6"^ van Sprokkelmaand 1795 en nader gerenoveerd bij dat van den
6 Febraarij
o ^ li..rt.
t80 ^BIO. H. W. OAENOEL6.
SK^ van Lenlemaand 1806 gemaakle bepaling, dat alle eige- naars en beheerden van landeryen onder ullimo van Oogst- maand eene generale en zeer accurate liela-beschryving op hunne landen door de respn^tive campongs-mandadoora inllen moeten laten doen en opnemen het getal mans en vrouwen, 100 getrouwde als ongetrouwde, de kinderen, zoo jongens als meisjes, boeilangers, lijfeigenen, jongens en meisjes, die in de campongs woonachtig zijn, alle zoo na m<^lijk met bekendstelling hunner ouderdom, benevens het getal buffels, dat zich onder die opgezelenen bevind en door wien dezelve bezeten worden, zoomede het getal schiet-geweeren en aan wien dezelve zijn toevertrouwd ; voorts van dien opneem eene naamlt|sC moeten laten formeren en, onderteckend zynde door de eigenaars en beheerders der landerijen, overgegeven moeien worden aan de gecommitteerden lot en over de zaken van den inlander, te ampliercn met de order, dat het bovenge- noemde tabel nog zal moeten inhouden het getal, de naam en ouderdom der Chinezen en hunne vrouwen, eene distinctie van mannetjes en wijfjes buffels, eene opgave der koebeesten, der paarden en der merries, der buffel-karren en aan wieo dezelve behooren, een opgave der zuiker-, der rijst-, der oli- molens en soortelijke tra8eken en wie dezelve bezitten of in huur hebben; wordende alle eigenaren en beheerders van landerijen, in gedagle ommelanden van Batavia gelegen» gelast en bevolen, zooals zulks geschied bij dezen, om de voor- schreven tabellen van hunne landen uiterlijk voor ultimo van Wintermaand aanstaande en voortaan jaarlijks voor ultimo van Herfstmaand aan den landdrost der Bataviasche omme- landen in te zenden, sub poene, dat degeene, die daarin nalatig mogt bevonden worden, verbeuren zal eene boete van vyf honderd rijksdaalders aan papieren van credit, half ten voordeele van den landdrost der Bataviasche ommelanden en lialf ten be- Jioeven van de armen of godshuizen, met autorisatie voor den landrost om tot de voldoening daarvan des noods bij parate executie te procederen ; en opdat niemand hiervan ecnige ignorantie zal kunnen
- H W. DAENDELS. 281
preteadereD, zal deie ter deier hoofdplaats worden gepu- bliceerd en geaffigeerd ter plaatse gebruikelyk en daaren- boven in de inlandsche en Ghineesche talen op de bazaars eo akmme in de bovenlanden worden aangepakt.
"S^ÜÜÜL* Bepalingm mpens particuliere djati-bosschen.
Aangezien de reserTe om nopens het gebruik der jatti- hontbossehen, welke op de landerijen van particulieren, zoo in de ommelanden van Batavia, als op andere plaatsen van het eiland Java gevonden worden en aan de eigenaars van die landen tot eigen voordeel zijn overgelaten, zoodanige bepalingen en restrietien te maken, als tot wering van mis- bmiken zonden worden noodig geoordeelt, is op den S6*° van Hooimaand jongstleden in Rade van Indien besloten daaromtrent (e ordonneren en te statiieren, gelijk geordonneert en gestatneert wordt bij dezen:
dat wel aan alle eigenaren van landerijen, zoo in de Bataviasche ommelanden, als elders op het eiland Java, tot eigen gebruik op hunne landen, hetzij tot bouw-materialen Tan huizen, schepen, of vaartuigen, dan wel lot brandhout, zooder eenige bepaling de vrije beschikking zal zijn gegund over al het gemelde jatti-hout, hetwelk op hunne landen mogt vallen, doch dat de afvoer, vervoer en verkoop van het jatti-hout door de voorschreven landeigenaren, voor zooverre hetzelve op hunne landen valt, niet anders zal m(^en geschieden dan onder de volgende restrietien:
Voor eerst: dat de landeigenaren van alle de door hun ter afvoer, vervoer of verkoop gedestineerde houtwerken volgens derzelver dimensien van lengte, dikte en breedte om het half jaar eene accurate aangave aan den landdrost of den drost, waaronder zij behooren, zullen moeten doen en te gelijker tijd de gedachte houtwerken door hun eigen merk als landeigenaren en door een contra-merk van den landdrost of drosl voornoemd nullen moeten doen branden, welk laatste merk bestaan zal in de eerste letter van hel
282 1810. H. W. OAENDEL8.
landdrost- of drost-anibt, onder welkers ressort zoodanige houtwerken verkregen zijn.
Ten tweede: dat van alle de door de landeigenaren ver- kocht wordende houtwerken aan den Lande zal moetOB worden voldaan 10 percent van den verkotfps-prijs, waarop de hout- werken van gelijke of naastbtjkomende dimensten by ver- koop door den Lande zijn gesteld;
zullende het jatti-hout, hetwelk tegen deze bepaling gevonden zal worden vervoerd te zijn of onder voorwendsel van eigen gebruik verkocht wordt om dus de lietaling van de 10 percent te ontgaan, worden geconfisqueerd en ook alle gepermilleerde houtwerken, welke te gelijker tijd daarmede zullen worden aang^aald, en tevens de vervoerders van zoodanige houtwerken gestraft met kettingslag voor den tijd van twee jaren, tenzij door hun aangetoond werd, op wiens last zy dat hout ver- voerd hebben;
zullende voorts de geconfisqueerde houtwerken publiek worden verkocht en het provenu daarvan verdeeld in een derde voor het gouvernement, een derde voor den aanbrenger of aanhaalder en em derde voor den officier van justitie, die de calange zal doen.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdplaaise en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java*s Noord- oostkust worden gepubliccerti en in de Hollandsche, inlandscbe en Chinesche talen geaffigeerd ter plaatse gebruikeUjk.
Zie ook 21 Slachtmaand 1810 en 5 Sprokkelmaand 181 L
27 Ilooimaand. Aanstelling van een bankier van hd Hollandsche gouvememerU in Indië.
Op het daartoe betoonde verlangen door zyne excellentie, deo * kapitein-generaal van de Fransche bezittingen beoosten de Kaap de Goede Hoop, Decaen, en tot facilitering der expeditie van het Hollandsche gouvernement in Indien op Isle de Pnmee ia besloten den ontvanger-generaal, Jacob Psaulns Bareods,
18T0. H. W. DAENDEL8. «^S
te benoemen en te autoriseeren als bankier van bet HoUandscbe gouTernement in Indien Yoor de zaken van Isie de France, in welke hoedanigheid alle wissels, welke voor inkoopt of andere Iransactiên voor gedacht gouvernement aldaar zullen worden verleend, op hem znllen worden getrokken, betaal- baar in papieren geld met de bij het gouvernement bepaalde agio, in producten of in wissels op Frankrijk of Amerika, dan wel in specie, voor zoover het provenu tot particuliere verkoopen op het eiland Java mocht zijn bestemd; onder het genot voor weimeiden bankier van een percent van het roonlant der gemelde traites en onder verbindtenis van de zijde van het gouvernement van hem in de voorschreven betrekking te zullen indemneren van alle schade.
27 Hooimaand. Speciale bepaling voor den oud-Gouver- neur-GeneraaU J» Siberg, in geval van retraite t;oor den vijand.
Op de requeste van den oud-Gouverneur Generaal, Johannes Siberg, is besloten denzelve, uithoofde van zijne hooge jaren, te excuseren van de order voor alle gewezen ambtenaren om, wanneer bij het verschijnen van den vijand voor de hoofdplaats Batavia de kolonie verklaard wordt in staat van beleg, drie uren te retireren achter de armee, mits zich voor dien lijd niet begevende buiten zijne woning.
Op 5 Oogstmaand 1810 is betzelfde om dezelfde reden toegestaan aan den oud-Baadordinair» W.V.H, van Riemsdijk, later aan meer oude landsdienaren.
28 Hooimaand. Opname van de ofnmdanden van Sa- marang.
Die opname is vóór den 28^ Hooimaand 1810 gelast, maar het daarop betrekkelijke besluit is niet aangetroffen.
284 ^^O. H. W. OAENOELS.
Op genoemdeD datam ilJn aan den laitenant-kolonel der genie, belast met de bewuste opname, toegevoegd twee •jongelieden" uit de artillerie-school te Samarang.
28 Hooimaand. Previlegie, toegekend aan een touwslager te Soerabaija.
Op de requeste van den baas van 'sKonings lijnbaan (e Sourabaija, Otto van Braak, is besloten denzelve uit 's Konings dienst te ontslaan ten einde voor particuliere rekening een lijnbaan op te rigten (e Grissee en zich tol het aanhouden daarvan te verbinden, ten minste gedurende den tijd van vijf jaren, onder het uitsluitend voorregt, dat niemand builen hem te Sourabaija en te Grissee inlandsch touwwerk zal mogen verkopen aan vreerode of niet op Java te huis horende schepen, sub poene van confiscatie der touwwerken, welke tegen dit verbod zullen zijn verkocht, doch met vrijheid voor alle Europeesche ingezetenen, Chinezen en inlanders op gemelde plaatsen het benoodigde inlandsche scheepstouwwerk voor eigen gebruik te vervaardigen of aan vaartuigen, op bet eiland Java te huis horende, te verkoopen.
Wordende aan weimeiden Otto van Braak wijders nog toegestaan een der mandadoors van 's Konings lijnbaan ter zijner assistentie in particulieren dienst te engageren, wanneer dezelve daartoe vrijwillig inclineert.
30 Hooimaand. Voorschrift nopens het verantwoorden van gëinde gelden door de boden van het coUegie van Schepenen.
Schepenen besloten «als eene vaste cynosure te bepalen en vast te stellen, dat de bodens verplicht zullen zijn de aan hun ter recouvrering gegeven wordende dedaratiên van on- kosten, gerekend van den dag, dat zij dezelve zullen ontvangen, uiterlijk een maand na dato gemelde penningen zullen hebben te verantwoordeu, terwijl daarentegen weder hun, bodens. in hunne respective qualiteiten word ovei^elaten om tegeos
- H. W. 0AEN0EL8. SgK
de onwillige betaalden te procederen tot executie dan wel, wanneer de schuldenaar zig fugatief heeft gemaakt of in loco niet present is, in dat geval alsdan daarvan roentie te maken bij het door hun gediend wordende relaas» en de geiworen klerken aanbevolen, dat de declaratiên, niet alleen ter behoorit|ken tijd worden in gereedheid gebragt, maar ook TriM^tJdig aan gemelde bodens ter recouvrering dier gelden worden afgegeven.
31 Hooimaand. Regding van lootS'gelden voor de Merak'
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking genomen hebbende, dat het billijk is, dat Treemde schepen, welke in de Merak-baai door het volk van 'sLands schepen binnen gebotst en geboegzeerd worden, eenig lootsgeld betalen ter gemoetkoming van voorschreven schepelingen, heeft besloten, dat alle particuliere schepen, hetzij onder Hollaudsche, hetzij onder vreemde vlag varende, welke geene lading voor het gouvernement inhebben, wanneer zljlteden tot hel inkomen van de Merak-baai door volk van 'sLands vaartoigen zullen worden geadsisteerd^ betalen zullen de Tolgende lootsgelden:
voor een schip van 100 tot 250 tonnen 12 rd*, zilver, en
» » » 250 • 400 » 30 > » welke gelden door den havenmeester in de Merak-baai even- redig verdeeld zullen worden onder de oflicieren en matrozen van 'sLands vaartuigen, aklaar gestationneerd, moelende voorschreven havenmeester daarvan om de drie maanden be- hoorlijke verantwoording doen aan den havenmeester te Batavia.
31 Hooimaand. AansteUmg van een luüenanl-Chinees Ie Indranugoe.
1 Oogstmaand. Verhooging der traclemenlen van sub- aÜerne zee-officieren.
Zijne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dat
286 ^810. H. W. DAENOE.LS.
uithoofde van de bij hoogstdeszelfs besluil van den 14'' van WljDmaand 1809 gemaakte bepaling, dat de Kooinklyke zee- officieren, welke op koloniale schepen of vaariuigen dienst doen dan wel in eenige commissie in deze kolonie geèm- ploijeerd worden en niet lot de rolle van eenig Europisch schip behooren, alsmede de koloniale zee-officieren, hun trac- tement genieten zullen volgens den rang» dien zij bij de armee bekleden, tot wegncming van alle twij relingen eene explicatie noodig is, in hoe verre de bij besluit van den 16^ van Zomermaand jongstleden geaccordeerde augmentatie in tracle- ment aan de hoofd- en suballerne-officieren der armee van Zijne Majesteit in Indien verstaan moet worden zich tot de officieren van de marine te extenderen;
en overwegende, dat de hoofd-officieren der Koninklykecu koloniale marine, den rang hebbende van kolonel en luilraanl- kolonel, voor den tijd, dat zij buiten emplooi aan de wal zijn, geen aanspraak hebben op de gemelde, jongst geac- cordeerde verhooging in tractement aan de officieren der armee in acliven dienst en voor den tijd, dat zij een comman- dement hebben, door het genot van tafelgelden en de ordinaire rations daarenboven, zoomede door de mindere depenses aan boord, als aan de wal, genoegzaam gecompenseerd wordt, hetgeen deze officieren, ingevolge van de opgemelde, laatst toegestane verhooging aan de officieren der armee, thans minder als dezelve genieten ; dat wijders de opper-luitenants, in rang gelijk staande met een kapitein van de armee, actueel nog vijf honderd rijksdaalders meer als de kapiteins aan tractement genieten, doch dat de tractementen der subalterne officieren van de marine, welke buiten dat geen voordeden hebben, in deze dure tijden niet evenredig zijn aan de uitgaven, die zij moeten doen om als officieren te kunnen bestaan, en mitsdien een verhooging van dezelve I)ehoord plaats te hebben:
heefl besloten de tractementen der kolonels, luitenant- kolonels en opper-luitenants van de Koninklijke en koloniale marine, voor zoover de eerste op koloniale schepen of vaartuigen dienst doen dan wel in eenige commissie in deze kolonie
- H. W. OAENDEtS. 287
geêmploijeerd worden en niet tol de roUe van eenig Enropisch schip bebooren, te laten op den presenten voet, doch daaren- tegen aan de sobalterne-oflicieren de ondervolgeode verbooging op den voet van betaling der armee te accordeeren, als:
aan een eersten luiteuantvandeKoninklyke en een kapitein- luitenant van de koloniale marine van rd' 965 : S4 tot een duizend twee honderd rijksdaalders 'sjaars;
aan een luitenant van de Koninklijke en koloniale marine en een kadet der eerste classe bij gemelde marine, examen als luitenant helibende afgel^t, van rd^ 756 : 24 tot een duizend r^ksdaalders 'sjaars;
aan een sous-luitenant van de koloniale marine van rd" 540 tot zeven honderd en vijftig rijksdaalders 'sjaars, en
aan een kadet, zoo van de Koninklijke, als koloniale marine, van rd^ 340 tot vier honderd en tachtig rijksdaalders 's jaars.
1 Oogstmaand. Traclements-verhooging voor den genees- kundigen dienst.
Zijne excellentie, de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking genomen hebbende, dat de motiven, welke hoogstdenzelve den 16'" van Zomermaand jongstleden hebben doen besluiten de tractementen der hoofd- en subalterne officieren van de armee van Zijne Majesteit in Indien te vermeerderen, ook van applicatie zijn op de ofücieren van gezondheid bij gedachte armee, daarvan uitgezonderd de chirurgijn en chef en de chirurgijns-principaal, de magazijn- meester, de magazijn-boekhouder, en de apothekar der eerste classe in bet laboratorium te Batavia, welkers tractementen in behoorlijke evenredigheid slaan tot hunne rangen en werk- zaamheden, behalve nog de gelegenheid, waarin de chirurgijns- principaal zijn om, zonder prejndutie hunner officie, de particuliere praetijk te exerceren,
heeft, met ampliatie van het bepaalde bij artikel 1 van de tweede afdeeling van het eerste hoofdstuk der regeling van den geneeskundigen dienst en met alteratie van het vastgestelde by bedmt van den W^ van Zomermaand
28g 1810. H. W. OAÉNOEL6.
jongstleden, besloten de tractementen der na te ludden offideren van gezondheid te vermeerderen en mitsdien dertelver jaar- wedden en verdere jaarlijksche toelagen op den voet van betaling der armee te bepalen, als volgt:
voor de geneesheeren en chirurgijn-majoors, dienst doende in de hoofd-hospitalen te Weltevreden en te SourabaQa, op twee duizend en zes honderd rijksdaalders vast tractement en veertien honderd rijksdaalders toelage of te zamen vier duizend rijksdaalders;
voor de apothekers van de eerste kbsse, dienst doende in de hoofd-hospitalen te Weltevreden en te Sourabaifa, op twee duizend en zes honderd rijksdaalders vast tracteraenl en negen honderd rijksdaalders toelage of drie duizend en v^f honderd rijksdaalders;
voor de geneesheeren, chirui^ljn-majoors en de apothekers van de eerste klasse, dienst doende in het boofd-hospitaal te Samarang, op twee duizend en zeshonderd rijksdaalders vast tractement en zeven honderd rijksdaalders toelaag of drie duizend en drie honderd rijksdaalders;
voor een apotheker van de tweede klasse» dienst presterende in het laboratorium te Batavia, op vijftien honderd ryks- daalders vast tractement en zeven honderd ryksdaalders toelaag of te zamen twee duizend en twee honderd rijksdaalders;
voor de chirurgijns en apothekers van de tweede klasse, dienst doende in de hoofd-bospitalen te Weltevreden en te Sourabaia, op vijftien honderd rijksdaalders vast tractement en vijf honderd rijksdaalders toelaag of te zamen twee duizend rijksdaalders;
voor de chirurgijns en apothekers van de tweede Uasse in het hoofd-hospitaal te Samarang op vtjfUen honderd ryks- daalders vast tractement en drie honderd ryksdaalders toelaag of te zamen een duizend en acht honderd ryksdaalders;
voor een apotheker van de derde khisse, dienst doende in het laboratorium te Batavia, op acht honderd rijksdaaiden vast tractement en drie honderd rijksdaalders toelaag of te zamen een duizend een honderd rijksdaalders;
latO. H. W. 0AENDEL6. 289
Toor de chirargt|ns en apothekers yan de d^e klasse, dienst doende in de drie voormelde hospitalen, op acht houderd rijksdaalders vast traetement en twee honderd rijks^ daalders toelaag of te zamen een duizend rijksdaalders;
voor de chirurgtjn-majoors, dienst doende by de regimenten of garnizoenen, op twee duizend en zes hondwd rijksdaalders ▼ast traetement;
voor die van deze klasse extm«ordinalr voor een tijd tot assislentie in een der hoofd-hospitalen geêmpfoijeerd worden, daar en boven een toelage van zes honderd rijksdaalders;
voor de chirurgijns van de tweede klasse op vijftien honderd rijksdaalders vast traetement;
voor die van deze klasse extra^ordinair voor een tijd tot assistentie In een der hoofd-hospitalen geêmploijeerd worden, daarenboven een toelage van drie honderd rijksdaalders;
voor de chirurgijns van de derde klasse op een duizend rijksdaalders vast traetement;
en voor die van deze klasse extra-ordinair voor een tijd lot assistentie in een der hoofd-hospitalen geêmploijeerd worden, daarenboven een toelage van honderd en vijftig rijksdaalders.
Tot redres" van eene »schrijf-fout*' in het vorenstaande is op den 15^^ Oogstmaand 1810 verklaard, »dat het vaste traetement der chirurgijns en apothekers van de derde classe, dieast doende in het laboratorium te Batavia en in de hoofd- hospitalen te Batavia, Sourabaija en Samarang, moet worden verstaan, in plaats van op acht honderd rijksdaalders, bepaald te wezen op duizend rijksdaalders 'sjaars, evenals dat van de chirurgijns der derde classe bij de regimenten ; en hiermede het gedagte besluit, voor zoover noodig, te altereren".
3 Oogstmaand. Regelingen betreffende het onderhoud van de Mookervaarl^ enz.
Is met alteratie van het besluit van den l**" van Grasmaand jongstleden besloten:
«90
IftiO. H. W. DAENDEL6.
Ten eersten : het herstellen en onderhouden van aDe de in de Mokervaart reeds gemaakte of nog te maken houlen bekribbingen tot keering van den stroom van den oever, alsmede het heratellen der besehoeljing van de zesde tot de zevende paal en vervolgens het onderhouden met bamboezen, zoowel van deze, als de overige beschoeljingen, wdke sommige land- eigenaren reeds op eigen kosten hebben gemaakt, te nemen voor stads rekening, met autorisatie voor president en Sche- penen om de voorzieningen, die daaraan actueel noodzakdijk zijn, zoo spoedig mogelijk, publiek bij aanbesteding te hlen effectueren.
Ten tv^eede: daarentegen de ondervolgende landeigenaren te bdasten met het opvullen der beschoeijingen, het verhoogen en verbeteren der kadljken, het verbeterai, ophoogen en verbreden van den weg, waar het noodig is, en het onderhouden van denzelve bestendig in eenen goeden staat, als:
aan de Noord-zijde van de Mokervaart; de eigenaar van het land Ankee,
• • Gapok,
• » Tjankarang, » » Piesing, » • Kalie-dras,
" Cadauwong,
• • Cadauwong en Salie-padjang, » Parang-koeda,
• » Salapadjang, » » Boejaug-ringiet, » « Tolok-naga, » » Campong Meleijoe;
uan de Zuidzijde van gemelde vaart; de eigenaar van iiet land de bazaar Assem Tjantiga, » • » > t Tanna-baroe en Grondong van C.
Bonte, » » • • » Tanna-baroe en Grondong vansecb
Calander, » • » » » Rauwa-boeya,
\é\0. H. W. 0AÊN6ÊL& 'ièl
de eigenaar van bet land campoog Doerie van adjie Miduien,
• > • » t campong-Doerie van den heer Ganter
Visscher,
• ».■»» Poriet,
• » 9 * • AmstelTden^
• » u n • Pising;
aan de Westzijde van de rivier Tjidanie; de eigenaar van het land Paaser-haroe,
• » » » • Gadauwong en Salapadjang,
• • • • m Paeadjangan» en
• • » » Pancalang.
Ten derden : als een gevolg van dien door de voorschreven landeigenaren tot verbetering van den weg op eigen kosten te doen leveren drie lionderd arbeidslieden, voorzien van de nodige hoofden, . gereedschappen en mondkost, veelke over de gebeele uilgestrekheid van gemelden weg verdeelt en gesleld zullen worden ter dispositie van den eersten luitenant der genie, Bachelu, welke bij deese met de directie over de ge- melde verbetering, onder het genot van het gewone daggeld, wordt belast, zullende president en Schepenen van Batavia een verdeeling maken tot de leverantie van gemelde arbeids- lieden volgens de jongst getaxeerde waarde der gemelde landerijen, met overlating aan de eigenaren om voor het landsvolk, 't welk niet van wegen het grassnijden of om andere redenen niet roogt kunnen worden gemist, koelies Ie huuren ; met qualificatie aan president en Schepenen gemelde land- eigenaren van deze dispositie te informeren.
Ten vierde: vermits de overlopen op dezen weg over waterleidingen uit de Mokei*Yaart naar de landerijen aUeen strekken tot particulier nut en het dus eigenaardig is, dat dezelve worden onderhouden door degenen, welke daardoor worden bevoordeelt, president en Schepenen te autoriseren bij een ordonnantie te bepalen :
a. dat alle landeigenaren, welke waterleidingen uitde Moker- vaart naar hunne landerijen over 'sHeeren weg hebben, daarover adtijd goede, sufBciente bruggetjes of overloopen.
293 1810. H. W. 0AENDEL8.
betzij Tan hout of van steen, zullen moeten aanleggen en onderhouden, niet minder dan twintig voeten breed en -van beboorlljke leunings voorzien;
b. dat alle t^enwoordige defecten aan dusdanige overloopen of particuliere bruggen uiteriijk tegen medio van Herisl- maand aanstaande zullen moeten hersteld zijn;
c. enz. ;
d. dat de landeigenaren, een ieder voor zooverre hem aangaat, verantwoordelijk zullen worden gesteld voor de nadeeien of verhinderingen der communicatie, welke uit het ver- zuimen dezer order mogten voortspruiten, en daaraan niet obtempererende, verstoken zullen worden verklaard van het gebruik der waterieidingen, welke alsdan dadelijk voor hunne reekening zullen worden gestopt.
3 Oogstmaand. Verkoop van rijsl van Regeringswege.
Is besloten, voor zoo lang niet door den aanbreng van rijst in eene genoegzame hoeveelheid van Java in de tegenwoordige scliaarlieid van dal graan zal zijn voorzien, in stede van honderd koijangs, slechts vijftig koijangs 's weeks bij de groole maat door president en Schepenen van Batavia uit 'sLands magazijnen te laten verkopen» mitsgaders ie doen cesseren de afgave van twee en vijftig koyangs rij^t ^s maands, welke de suikermolenaren tot hiertoe voor betaling plegen te genieten.
7 Oogstmaand. Overname van zekere vaste goederen door optredende landdrosten^ enz.
Conform de daartoe gedane voordragt is besloten:
Ten eerste: enz.
Ten tweede: te bepalen, dat voortaan in het landdrost- ambt van Paccalongan en in de drost-ambten van Crrisseeen Sumanap de vastigheden ten dienste van den landdrost en de drosten aldaar, bij verwisseling, van den een aan den anderen zullen moeten overgegeven worden voor zoodanig bedragen, als waarvoor de laatste overneem geschied is.
- H. W. DAENOEL8. 293
Ten derde; in te trekken het besluit dezer roering van den n^ yan Herfstmaand 1807, waarbij was rastgesteld, dat er bij de overgaaf van den eenen minister aan den anderen aao het hof te Djocjocarta K procent 'sjaars zoude worden gedecorteerd van het bedragen der reparatiên aan het woon- huis en^de bijgebouwen voor dezelve aldaar.
Ten vierde: te bepalen, dat voortaan aan de beide hoven, de landdrost en drost-ambten 5 procent afgetrokken zal worden van de overnaam der vaste goederen, welke de eene minister, de eene landrost of drost van den anderen ambtshalve moei ofememen, indien degeene, van wien dezelve overgenomen worden, geen twee jaren in die betrekking is geweest, en 10 procent, indien hij langer als twee jaren gefungeerd heeft.
Ten vijfde: tot zekerheid van de weeskamer teSamarang, voor solke ministers, landdrosten en drosten, die verlangen van dat collegie geld op te nemen of daaraan bereeds schuldig zijn, vast te stellen, dat de aankomende minister, landdrost of drost, bij overnaam van hunne ambten, zich als debiteur zuUen moeten stellen voor het bedragen dier vastigbeden, niet aan den afgaande, maar aan de weeskamer zelve, indien er een beleening op geschied is, en lulks na de laatste over- neem m aftrek van de bij artikel 4 bepaalde procento's, welke door den a%aanden minister, landdrost of drost aan de gemelde weeskamer moeten worden betaald.
7 Oogstmaand. Aanstelling van een Roomsch-Kalholijk priegter te Soerabaija.
7 Oogstmaand. Verhaoging van den prijs van hel brood te Batavia van 8 tot 10 stuivers^
Is goedgevonden aan de gesamentlijke houders der brood- bakkerijen te Batavia te accordeeren om, onder de reeds gemaakte restrictiên en zoo lange zij rijksdaalders 40 voor het vat meel aan den Lande moeten betalen, ieder brood van het ordinair gewigt voor tien stuivers te mogen verkoopen.
294 1810. H. W. 0AEN0EL8.
7 Oogstmaand. Bepalingen nopens de postkantoren te Balatna^ Samarang en Soerabaija.
Is besloten de drie jongelingen, welke thans in dienst van den postmeester (e Soerabaija zijn, 's maandelijks uit 's gouvemements kassa te laten genieten 25 rijksdaalders om onder hun drie in gelijke somma's verdeeld te worden ; voortv aan de postmeesters te Batavia, Samarang en Sourabaija een cachet van 'sLands wege toe te staan, mitsgaders aan den postmeester van Batavia 10 ponden zegellak en vier bossen penuenschagten 'sjaars en aan de postmeesters van Samarang en Soerabaija ieder vijr ponden zegellak en twee bossen pennenschagten 'sjaars.
7 Oogstmaand. Oprichting wn post-loodsen langs den groolen weg tusschen Batavia en Buitenzorg,
Fs goedgevonden en verslaan op den grooten weg, voor de wisselplaatsen Tjiawang, Tanjong, Tjimangies, Tjibinong en Tjiloar, te doen plaatsen een bamboesen, met aCap gedekte loods ofte pondok, ten einde gedurende de verspanning der paarden de reizigers voor de hitte der zon en regen te beveiligen.
7 0(Nr«tmmii4 4 Herfstmaand *
Voorschriften nopens tahi madat.
Aangezien de hooge regering dezer Landen te voren gekomen is, dat er misbruik zoude kunnen worden gemaakt van den bij usantie gepermitteerden invoer van zoogenaamde taai-madat of afgekookte amfloen door het daaronder mengen van zuivere amfioen en andere kwade praktijken, en daartegen willende voorzien ;
zoo is op den 7"" van Oogstmaand jongstleden in Rade van Indien goedgevonden te bepalen, zooals bepaald wordt bij dezen:
dat alle taai-madat of afgekookte amfioen bij invoer zal moeten worden gebragt iu 'sLands pakhuizen om aldaar
- H. W. OAEIIDEL8. SQB
door deskundigen geëxamineerd te worden;
dat oa deie examinatie deielve te Batavia door denlando 2al worden overgenomen of aan den pagter der amfioen overgelaten;
dat voorts hetgeen van deze soort van amfioen op Java wordt aangebracht, aan den pagter volgens overeenkomst met den aanbrenger of per .taxatie zal moeten worden over- gelaten, zullende de pachter, ingeval van zoodanigen overneem, daarvan eene recognitie moeten betalen aan den Lande van SSO Spaansche matten per pikol;
dat, wanneer deze taai-madat, noch aan den Lande, noch aan den pachter convenieerl, dezelve wederom uitgevoerd zal moeten worden;
zallende de taai-madat of afkooksel van amfioen, die togen den inhoud van deze publicatie ingevoerd of verkocht wordt, bij achterhaliog worden geconfisqueerd en daar en boven degeene, die daarvan overtuigd wordt, worden gecondemneerd in eene boete van 100 ducatons, een en ander ten behoeve van den aanbaalder of aanbrenger voor een derde en twee derde voor den. officier van justitie, die de calange zal doen.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kannen voorwenden, zal deze, zoo ter hoofdplaatse en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord*Oostkust worden gepubliceerd en in de HoBandsche, inlandsche en Qiitteesche talen geaffigeerd ter plaatse gebruikelijk.
8 Oogstmaand. Bepalingen nopens de viering van ^sKanings verjaardag.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat hetailezins pligtmatig is bt| den op den S^ van Herfstmaand aanstaande invallenden verjaardag van onzen beminden Koning, Zijne Majesteit Louis Napoleon, opentlijke blijken te geven van het devouement, de verknochtheid van deze kolonie aan hoogst- deszetfs dierbare persoon en doorluchtig huis en dat, ofschoon een volstrekt gebrek aan wijn en andere Europeesche pro- visien eene belemmering oplevert tegen het geven van publieke
396 1810. H. W. OAENDEL8.
festiviteiten, nogtans door andere vreogdebedrijven de opge-
melde, heogelQke dag na best vermogen in de presenU
omstandigheden behoort te worden gecdebreert, heeft besloten:
1 ® ten gemdden dage te Batavia, te SoerabaQa en te Samaran{, 's moiigens om acht auren, 's middags om twaalf uuren en 's namiddags om 4 uuren het geschut. te doenlosscot tdkens met vijf en veertig schoten, voorts groote parade te doen houden en de bij ceremoniede gelegenheden ge- bruikelijke vlaggen en wimpels te hiten waaien van xois opgang tot zons ondergang, zoo van den wal, als lan de sdiepen, vraartoe de kapiteins of geza^dibers der vreemde schepen insgeiyks zullen moeten worden gein- viteerd;
9^ in gdyker voegen en op den aangegeven tijd bet getcbul te doen lossen van de landdrostambten van Ghenbon, Bantam, Tagal, Paecalongang, Japara, district Renèang en de drostambten van Grissee, Sumanap, Bancaflang, Passourouang en Banjoewangie, tdken reize met Tyftieo schoten ;
3^ aan de hoven van Souracarta en Djocjocarta den voonehreveo heugeiyken dag te doen aankondigen door een salut van 's Konings fortres van vijf en veertig schoten telkens, in dier voegen, als onder art. 1 vermeld, en wijdeis aan de ministers tot het geven van een festijn, na het voorbeeld van de jaren 1808 en 1809, te accordeeren vijf honderd rijksdaalders, zilver geld, ieder, onder het observeeien van dezelfde ceremoniën en het drinken van dezelile gezondheden, als in gemelde jaren, met zoodanige venn- deringen echter, als de omstandigheden mochten aanwyzn.
4^ aan alle eerste ambtenaren en verdere ingezetenen desr kolonie over te laten welmdden heugeiyken dag na een ieders verkiezing verder te cdebreeren, zonder daarmede aan te dringen op het geven van festijnen, uithoofde van de voorbeelddooze schaarsheid aan alle Europeesche pro- visien, welke daardoor, ongerekend de aanzieniyke depense,
- H. W. OAENOEL8. 207
nog zoude moeten worden venueerderd, Hgeen de goed- keuring fan Zijne Majesteit den Koning ongetwyfeid niet zou kunnen wegdragen; 5* aan de onderofficieren en Europeesche en inlandsche militairen, zoo te Batavia, Sourabaija en te Samarang, ab te Grissee en het fort Lodewyk, een feest te laten geven van karbouwen- of ossenvleesch en arak en daarbij rongingBspeelen te laten voegen.
12 Oogstmaand. Bepaling nopens gelden, door gevoU machtigden in *8 hands kas gestort.
Is besloten de pretensien ten laste van bet gouvernement wegens de te Samarang en te Sourabaija in 'sLands kas getelde penningen door gevolmagtigdens van uitlandige per- sonen of door executeuren in boedels, waarvan de erfgenamen oiüandig zyn, zoo in specie, als in papieren van credit, te laten overschrijven in de boeken te Batavia ten einde, benevens de gelden, die aldaar in zelver voegen geteld zijn, als een generale schold van het gouvernement bij dezelve voort te loepen.
18 Oogstmaand. Bepaling nopens adjoints aan conh missarissen van oorlog.
h besloten, dat de adjointen bij de respectieve commissarissen Yan oorlog, welke worden aangesteld met rang van luitenant, op het dnde van elk jaar en niet eerder zullen kunnen Tragen om vermeerdering van rang tot den rang van kapitein toe, waartoe zij zich zullen moeten adresseeren aan den commissaris-ordonnateur ter verdere voordragt aan zijne excel- lentie, onder overlegging van behooriyke getuigschriften en het appui van den commissaris van oorlog der divisie, bij dewelke zy zijn geemployeerd.
18 Oogstmaand. Voorschrift nopens doodkisten, benoodigd bij de hospitalen te Samarang en te Soerabaija.
Is besloten de doodkisten van de in het hospitaal te Samarang
398 1810. H. W. OAENDEL8.
en te Sourabalja overlijdende militairen voortaan te laten vervaardigen van tonne planken, zijnde de benoodigdheid dezer planken op elf a twaalf voor iedere doodkist bqgroot.
20 Oogstmaand. Last lot hel i^evacttéren en demoHèren" van het fort Speelwijk Ie Bantam.
22 Oogstmaand. Bepaling nopens vivres en fot^rage^ aan troepen, in het Banlamsche agerende, verstrekt.
Zijne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dal de voldoening voor de vivres en de fouragie ten behoeve van de troepen, welke thans in het Bantamsche mobiel zQn, aan vele moeielljkheden subject is en de gemeene man, welke dit een en ander heeft gefourneerd, zeer waarschijnlijk daarvan niet zoude jouisseeren, maar die betaling ecnlijk zoode strekken om eenige weinige hoofden, welke zich van de verleende kans meester weten te maken, eenig voordeel aan te brengen.* geheel strijdig met het hut van zijne excellentie, welke begeert, dat een ieder voor het zijne worde betaald, hetwelk in het onderwerpelijk geval en ten opzichte van een menigte van plaatsen, alwaar de troepen zijn verdeeld geweest en ie vooren nooit zijn bezogt, niet wel doenlijk is om na te gaan ; en bovendien nog geconsidereerd zynde, dat de beweging der troepen in het Bantamsche eenlijk is ten nutte van de ingezetenen en ter verdrijving van de rovers, die hun hd)ben ontrust, welke zig door het laf en strafwaardig gedrag der Bantammers overal hadden genesteld en waarvan zij thans verl(Tst zijnde, deze weldaad vooral hebben eritend door eeoe vrijwillige en blijmoedige aanbreng van vivres en fouragie. zelfs meer dan benoodigd was;
heeft besloten, dat voor de vivres en fouragie ten behoeve van de troepen, welke in het Bantamsche zijn mobiel geweest en als een gevolg der plaats gehad hebbende onlusten aldaar nog mobiel zullen zijn, geen betaling zal worden gevalideerdt ofschoon daarvoor ook bons mogen zijn verleend.
- H. W. DACNOELS. «299
22 Oogstmaand. Aanstelling van een Sultan over de Bantamsche bovenlanden.
b healoten den sultan Nochamat Bien Saltan Mochamat Nochiedien Djaynoen Salicbien in naam van Zijne Majesteit den Koning van Holland op te dragen de regeering en het bestier over de Bantamsche bovenlanden, waarvan de scheidlinie is de Zoidelijke en Oostelijke grenzen van die districten, waar door loopt de groote weg van Tjicandi over Onderandir, Ceram, Tjilegon, Anjer en Tjerita tol aan Tjiringin ingesloten, znlieode hij van bet land, waarvan hem de regeering wordt opgedragen, genieten alle de inkomsten, behalven het debiet en den handel in amfioen, welke het HoUandsche goavernement bij uitsluiting aan zig behoudt ; gelijk hetzelve mede aan zig reserveert om bij eene eventneele vacature op nieuw over de regeering der Bantamsche bovenlanden te beschikken ; terwijl de r^ksbestierder, die blJ den sultan zal worden benoemd, nu en voor altijd met onderlinge concurrentie van het HoUandsche gouvernement en van den sultan welmeld zaK worden aange- steld en, des noodig, op dezelve wijze van zijne bediening worden ontzet; zullende wehnelde sultan bg zijne voorstel- ling in den tempel afleggen den eed van trouw aan het HoUandsche gouvernement en zig daarbij speciaal verbinden geene deserteurs, noch zee- of landrovers op zijn grondgebied te admitteeren, maar die te apprehendeeren en de eersten aan het HoUandsche gouvernement te zullen overleveren en de laatsten na merite te straffen of tegen dezelven de hulp van het HoUandsche gouvernement in te roepen, de wegen en bruggen van het district van Tjeringin over Lantjar tol aan het distriet van Geram te brengen en te houden in een goeden, rljbaren staat, op requisile van het HoUandsche gouver- nement voor de publieke werken, welke tot onderiinge veiligheid aan de Straat Sunda mogen worden aangelegd, de noodige arbeiders tegen betaling te fourneeren en in het b^zonder voor de MarakbaaiJ drie honderd mannen te leveren en compleet te houden, totdat het werk aldaar zal zijn geaeheveerd.
300 IdlO. H. W. OAENOEL8.
22 Oogstmaand, y oorschrift voor passagiers mei post- wagens.
«
Op Yoordragt van den landdrost der Jaecatrasche eo Cheribonsche Preanger-regentachappen ia besloten voormddeD landdrost te authoriseeren door de herbergiers te Buiiemoi^g en Sumadang geene plaatsen aan de passagiers op de post- wagens te doen verleenen, voordat zlJ, betxy foor de heea-, hetzij voor de terugreis in gemeld binddrost-ambt, dan wel tot zoover zij zich in hetzelve landdrost-ambt verlangen te begeven, het volle vragtgeld betaald hebben, zullende voorden ontvangst daarvan aan hen door de evengemelde herbergiers lootjes moeten worden afgegeven, aan de eene zyde voorzien met het zegel van den Staat en aan de andere zyde met bekendstelling, tot welke plaats de betaling geschied in, ra de passagiers verpligt zijn deze lootjes te Beabang en te Tjoeroeg- agong te vertoonen, sub poene van anders te zullen worden
Aanleiding tot dit besluit gaven de navolgende feiten: Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, uit een rapport van den landdrost der Cheribonsche en Jaecatrasche
Preanger-rogentschappen gebleken z^nde, dat de kapitein
en de bu^er bij hunne jongste passage door hel
gemeld landdrost-ambt zich gepermitteerd hebben de door ben geoccupeerde plaatsen op den postwagen te betalen in papieren van credit met honderd percent agio, in afwyking van de wet, welke de betaling in zilver gdd beveelt, aoomede dat het extra-ordinair lid in den boegen Raad van justitie
van Hollandsch Indien, den postwagen niet verder heeft
betaald als in de berbei^ te Tjiceroa en uit de herbergen te Beabang en Sumadang zonder betaling vertrokken is;
en considereerende de herhaalde klagten, welke nu reeds zyn ingekomen over bet misbruik, Hwelk de reizigers van de beschroomdheid der herbergiers mak^, en de noodzakelyk-
- H. W. OAENOEL8. 301
heid om tot instandhoading der iDrichtingeo van het postwezen zulks op een efficatieuse wijze tegen te gaan;
heeft bealotai den yoornoemden raad extra-ordinair in den hoogen Raad van justitie van Hollandsch Indien, den kapitein en den burger voor veertien dagen te doen plaatsen in de provoost by de hoofdwacht te Samamng, noiet authorisatie op den brigadier en chef der divisie van Samarang om, voor zoover den kapitein betreft, en op den landdrost van Samarang en Demak om, voor zoover aangaat het lid in den Raad van jasUtie en den burger, dit besluit ter executie te leggen;
wordende gemeld lid in den Raad van justitie, de kapitein en de burger gelast dien onverminderd . ten spoedigste te zorgen voor de voldoening der nog verschuldigde postgelden, alsmede dat het in papieren geld betaalde worde teruggenomen en daarvoor zilvere munt in de plaats gegeven, sub poene nui nader dispositie.
22 Oogstmaand. Toekenning van kosteloos gebruik van postpaarden aan den commissaris-generaal der nmrine.
Is besloten den commissaris-generaal der marine, instede van de aan deozelve, wanneer hij in oflicio reist, gralis geaccordeerde twintig battoors en vier paarden, toe te staan om zonder be laling gebruik te maken van de benoodigde postpaarden op de differenle relaizen, in zijne te nemene routes gelegen, mits niet anders verzeld dan door zijn secretaris en een bediende, moetende alle postpaarden betaald worden, wanneer slegts iemand anders van het rijtuig profiteerde.
2S Oogstmaand. Splitsing van de Bantamsche beneden- landen in twee regentschappen.
Is besloten de Bantamsche benedenlanden, welke bestaan in de districten, door welke loopt de groote weg van Tjicandie over Onderandir, Geram, Tjilegon, Anjer en Tjerita tot aan Tjiringin ingesloten met al, hetgeen Noord- en Westwaards
iOi 1010. H. W. DACNDELd.
van dien we^ is gelegen» te stellen onder de directe orders en beheering van het gouverneoient en dese benedeii-landen te yerdeelen in twee regentschappen, als dat van Bantam om de Noord en dat van Anjer om de West
25 Oi^tmaand. VergunnifOj voor een Batamaschen burger met zijn eigen schip naar Europa te naren.
Dit is het eerste en eenige voorbeeld van dien aard, helgeeo aangetroffen is.
28 Oogstmaand. Last tol het indienen van liften van processen, dienende of gediend hebbende voor de hooge militaire vierschaar of voor gamizoens-krijgsraden.
Is besloten den fiscaal van de hooge miKtaire viersehaar te gelasten onder, den laalsten van Lentemaand, Zomermaand, Herfstmaand en Wintermaand van ieder jaar aan zijne excel- lentie in te zenden een lijst van alle zaken, v^elke in de drie maanden te voren bij de hooge militaire vierschaar z^n af- gedaan en welke aldaar nog aanhangig zijn, zullende deze lijsten moeten inhouden de namen der beschuldigden, benevens een korte opgave der beschuldiging, of de beschuldigde in arrest is en wanneer hij daarin i» gekomen, wanneer de procedure is begonnen en wanneer dezelve is geeindigt eo hoe verre de nog aanhangige zaken gevordert zijn.
Wijders de auditeurs militair der respective departementen te gelasten, mede onder den laalsten van Lentemaand, Zomer- maand, Herfstmaand en Wintermaand van ieder jaar, dan wel, voor zoover Zijner Majesteils bezittingen buiten het eihod Java betreft, zoo dikwijls als daartoe scheepsgelegenheid zal wezen, een dergelijke lyst van de zaken, die gedurende de drie laatste maanden voor de guaruizoens krijgsraden io hun departement zijn afgedaan en aldaar nog aanhangig zQn, aan zyne excellentie en een wedergade aan den fiseaai van de hooge militaire vierschaar in te zenden ; en voorts aan gemeUeo
IftlO. H. W. DAENOEL*. ^S
fiscaal te iojangeren deze lijsteo te exanrineren en xorg te dragen, dat io de regtspleging btj de garnizoens krygsraden geen onbehoorlijke en nadeelige vertraging plaats hebbe.
28 Oogstmaand. Approbatie van vonnissen, door garnu zoenS'krijgsradén op Java geveld.
Zijne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dat, orschoon volgens hel 49"^ artikel der instructie voordebooge militaire vierschaar in Holbnd van den 25^° van Zomermaand 1802, waarna de booge niilttaire vierschaar van HoUandsch Indien bij besluit van den 21° van Grasmaand 1810 ge- autoriseert is zich te rigten, voor zoover dezelve hier te lande van applicatie zijn kan, alle vonnissen van de guarni zoens krijgsraden aan de hooge militaire vierschaar ter appio- batie moeten worden ingezonden, nogthans de guarnizoens- krijgsraden in deze kolonie, niel bekend met bet aangehaalde 49^ artikel of niet gebist zich daarna te gedragen, in gebreke zouden kunnen blijven zoodanige hunner vonnissen de hooge militaire vierschaar ter herziening aan te bieden, als daarvan na den inhoud van het crimineel wetboek voor de militie van den staat van den ^" van Zomermaand 1799 zijn geeximeerd ;
heeft besloten te bepalen, dat, conform het 49^ artikel van de instructie voor de hooge militaire vierschaar in Holland van den SS^** van Zomermaand 1802, alle vonnissen van de guarnizoens-krijgsraden op het eiland Java ter approbatie aan de hooge militaire vierschaar van HoUandsch Indien zullen moeien worden ingezonden, blijvende daarentegen, ingevolge besluit van zijne excellentie van den 4*'" van Grasmaand 1809, van de herziening door welmdde vierschaar geeximeerd de criminele vonnissen van de guarnizoens-krijgsraden op Zijner Najesteils bezittingen, builen het eiland Java gelegen, met uitzondering alleen, gelyk bij dat besluit is vastgesteld, van diegenen, wdke inhouden capitale of doodslraflen en onver- miaderd bet regt van appel in zaken, waarin na regten termen voor appel te vinden zijn.
SÖ4 IdlO. H. W. DAENOELd.
28 Oogstmaand. Last tot hel doen afslaan tegen taxatie van eene slavin door hare Ujfvrouw.
Ingekomen zijnde een adres van president en Schepenen van Batavia, daarbij te kennen gevende, dat de Chinees, Oen Togoan, aan gemeld collegie bij requeste had vertoond, dat hij nu vijf jaren geleden eene slavinne in name Kamies van zijne tante, de Ghineesehe vrouw Lim Tjannio, tot bijwijf gekregen hebbende, gedachte zyne tante onlangs die slavinne met de twee door hem, suppliant, bij haar verwekte kinderen weder had terug genomen onder bedreiging van de slavinne per vendutie te zullen laten verkoopen en de kinderen voor hare inboorlingen te houden ; met verzoek, dat zij, Lim Tjannio, mogt worden gelast hare gifte gestand te doen en de voor- noemde slavinne of kinderen aan hem, suppliant, by taxatie over te laten;
dat president en Schepenen deze zaak commissoriaal hadden gemaakt, dan dat noch de adhortatiên van Scbepenett-conb missarissen, noch ook de tusschenkomst van den kapitein en officieren der Ghineezen van eenige uilwerking op gemelde Lim Tjannio waren geweest om haar in het verzoek nn haren neef te doen bewilligen;
en dat, vermits de suppliant het voornemen had de ge- melde slavinne te emancipeeren en tot zQn wyf te nemeo en zy zelve de uiterste weerzin betoonde by hare lyfvrouw te bUjven, president en Schepenen de vryheid namen het by requeste gedaan verzoek door den Chinees, Oen Togoan. gunstig aan zyne excellentie voor te dragen.
b, uit consideratie van de biliykheid van het gemelde verzoek, conform de voordragt van president en Schepenen, besloten de meergemelde slavinne Kamies met de by haar verwekte twee kinderen per taxatie door de Ghineesehe vrouw Lim Tjannio te doen afstaan aan den Ghinees Oen Togoan; met last aan president en Schepenen wehneU te zorgen, dat hy het effect van deze dispositie behoorigk geniet.
létO. M. W. DAEMOELft. $0l>
!29 Oogstmaand. Rang-regding van deti particulieren secretaris mn den Gouverneur-Generaal.
Is besloten den particaliereD secretaris van zijne excellentie den Maarschalk en GouYerneur Generaal te geven den rang, Tolgeode op de leden van den hoogen Raad van justitie Ie Batavia.
1 Herrstmaand. Regeling der voeding van zieken in hospiialen.
Voor Europesche en Amboinesche reconvalescenten en zieken van weinig aanbelang, door de officieren van gezondheid gesteld op een heel dieet of hcele portie:
's morgens om 6 uren een kop koffij met een kwart van een broodje of twee oneen,
thee-water, als ordinaire drank, den geheelen dag,
's morgens om 9 uren en 's avonds om 6 uren of na den eeten, telkens een halve portie arak,
's middags om 11 uren soup, met groentens en rijst ge- kookt, van vleesch of hoenders, dan wel kerrij met gekookte rijst,
's avonds om 6 uren groentens met aardappelen of obie, met bouillon van bovengemeld vleesch of hoenders gereed gemaakt, weder met gekookte rijst;
de dagelyksche verdeeling van deze kost zal zijn : Zondags, Dingsdags en Vrijdags soup van vleesch, Maandags en Donder- dags soup van hoenders, ViToensdags en Zaturdags kerrij van vleesch of hoenders;
de officieren zullen op dezelfde uren gespijzigd worden; bovendien zal echter aan dezelve 's morgens bij de koffij hun brood blJ wijze eener boterham toegediend worden ; wijdei^s zal 's middags de halve portie van vleesch of hoenders ge- braden of tot gehakt gemaakt worden, benevens nog eene bijzondere groente, gestoofd met vleesch bouillon;
's avonds hetzelfde, waarbij echter deze bijzondere groente Qiet goede salade, verkrijgbaar zijnde, kan verwisseld worden ;
PUIAIT-BOEI Dm XTI. 30
S06 18i0. H. W. DAENOELd.
voorts 's middags en 's avonds na den eeten, telkens Je helfte van hunne bepaalde brandewijn;
in het algemeen wordt voor een man per dag eene portie vleesch op 16 oneen of een pond, eene portie hoenders op een half volwassen lioen of heele kuiken gerekend ;
de portie gekookte rijst hij het eeten 's middags en 's tvontls is telkens voor ieder man, zoo Europees als Amiioinees. eeii kwart pond droge rijst of wel een half pond per dag;
de portie rijst in de soup is voor ieder man 4 iooddroi^T rijst per dag;
de portie groen lens voor ieder man, zoo Ëuro|)ees als Am- boiuees, per dag wordt gerekend voor twee stuivers;
de portie brandewijn of arak voor ieder man is twee oneen per dag.
Voor inlanders, door de officieren van gezondheid ge^ sfeld op een heel dieet of heele portie:
thee-water voor gewone drank den geheelen dag,
's morgens om 8 uren rijst-boeboer, mei of zonder suiker,
's middags om 11 uren kerrie van karbouwen vleesch of van versche viscb of wel droge visch met groentens, opxijn inlandsch klaar gemaakt, met gekookte rijst,
's avonds om 6 uren hetzelfde; er moet dus 's middags zooveel kerrie gekookt worden, dat er voor 's avonds doorgaans genoeg is, met uilzondering, wanneer er klapper kerrie g^ geven wordt; dezelve moet 's middags en 's avonds telkens verscli gekookt worden;
de dagelijksche verdeeling van deze kost zal zijn : Zondags. Woensdag en Vrijdags kerrie van karbouwen vieescb. Maan- dags en Donderdag kerrie van versche visch. Dinsdags en Zaturdags droge visch met groentens, op zyn inlandsch gereeil gemaakt ; indien er echter geene versche visch te krijgen is. kan dezelve met droge visch en groentens, op zijn iiilanilsch klaar gemaakt, verwisseld worden;
voor «ene portie voor ieder inlander per. dag wordt gerekeinl een half pond karbouwen vleesch of 6 lood droge visch en naar deze geévenredigd de versche visch, volgens den markprijs;
I8i0. H. W. DAÉNOËLd. ^^
(Ie portie gekookte ry$t by het eeten 's middags en 's avonds is telkens voor ieder inkinder een kalf pond droge rijst of wei een pond per dag;
s morgens wordt 4^ rijst tot het maken van boeboervoor ieder inlander gerekend op 6 lood droge rijst;
de portie groentens per dag voor ieder inlander wordt gereltend tegens een kwart stuiver.
Voor Europesen en Amboinesen, aan ziektens van meerder belang in de hospitalen leggende en om deze redenen door de officieren van gezondheid op hair dieet gesteld geworden pf wel halve portie:
thee- en rijst-water den geheelen dag tot ordinaire drank,
's morgens om 8 uren boeboer van ryst, met of zonder suiker,
's middags om 11 uren, soup van enkeld rijst zonder groentens, van vleesch of hoenders gekookt, met gekookte ryst,
's avonds om 6 uren, groentens met aardappelen of obie, met bouillon van vleesch of hoenders gereed gemaakt, weder met gekookte ryst;
de dageUJksche verdeeling van deze kost zal zyn dezelve, als by de heele dieet, behalve dat op kerrie dagen soup van hoendera gegeven word;
de officieren van gezondheid kunnen aan Europesen en Amboinesen zieken, op deze halve dieet gesteld, nog extra Toorschrljven :
's morgens om 6 uren een kop kofflj, met of zonder wilte- broodje van twee oneen;
om 8 uren, instede van rystrboeboer, sago-boeboer of meel-pap wet suiker;
's middags om U uren, instede van soup. goede bouillon oiet of zonder snede brood of wel dat dezelve geroosterd is, benevens een versch, half gaar gekookt ey ;
's avonds om 6 uren, instede van groentens met aardappelen, enkeld gestoofde aardappelen, met vleesch of hoender bouillon gereed gemaakt, benevens eene portie gebraden vleesch of hoenders, met gekookte ryst ;
308 ^^0' H. W. ÖAENOCLS.
wijders nog op twee onderscheidene tijden des daags, belzij 's middags en 's avonds, lelkens de belfte van eene porlie arak of brandewijn, enkeld of met water en suiker;
de porliën Yoor ieder man, zoo Europees als Amboinees, op deze dieet gesteld, is per dag;
de portie rijst tot het maken van boeboer, 's morgens, is 4 lood droge rijst;
de porlie vleesch is 8 oneen of '/i pond:
de portie hoenders is een kwart volwassen boen of halve kuiken;
de portie rijst 's middags en 's avonds bij het eelen is telkens 4 lood droge rijst of V^ pond per dag;
de porlie rijst in de soup is voor ieder man 4 lood droge rijst per dag;
de portie rijst tot het maken van rljst-water, om te dienen lol ordinaire drank, den geheelen dag, is 4 lood droge rijst per man :
de porlie groenlens op S stuivers gerekend;
de portie arak of brandewijn is 2 oneen per dag.
Voor inlanders, door de officieren van gezondheid op een half dieet gesleld of wel halve |)ortie :
thee en rljst-water, den geheelen dag lot drank,
's morgens om 8 uren rtjsl-boeboer, zonder suiker,
's middags om 1 1 uren gebakken versche visch of gedroogde gepofte visch roei gekookte rijst,
's avonds om 6 oren helzelfde;
door de officieren van gezondheid kunnen aan inhnders« op deze halve dieet gesleld, nog exlra voorge9chreven worden :
's morgens, inslede van rljsl-boeboer, om 8 uren sagoboeboer of meel-pap met suiker;
's avonds, inslede van om 6 uren gebakken, versche visch of gepofte droge visch, met gekookte rijst, sago-boeboer of meel-pap mei suiker;
de portie van ieder inlander, op deze halve dieet gesldd, is per dag;
de portie rijst, tot het maken van boeboer, 's morgens, is
lood droge rijst;
- H, W. DACNOetS. 509
de portie rijst, 's middags en 's avonds by den eeten, is telkens 7* P^nd droge ryst of een '/i pond per dag;
de portie rijst, tot het koken van ryst-water, om te dienen voor gewone drank, den geheelen dag, is 4 lood droge rijst per man ; de portie droge visdi is 6 lood en naar deze geëvenredigd de versche visch» volgens den marktprijs.
Voor de Europescn en Amboineseo, dewelke aan zeer
bedenkeiyke ziektens in de hospitalen leggen en om deze
reden door de officieren van gezondheid op een kwart
dieet of wel kwart portie gesteld worden :
thee- en rijst-water tot ordinaire drank, waartoe 4 lood
droge rijst per man kan genomen worden,
's morgens om 8 uren rijst-boeboer, met of zonder suiker, waartoe 4 lood droge rijst per man gerekend wordt;
's middags om 11 uren en 's avonds om 6 uren moet al het ceten, hetgeene aan deze bedenkeUjke zieken mag toege- dieod worden, speciaal door een officier van gezondheid ge- ordonneerd worden, als sago-boeboer met suiker, meel-pap met soiker, melk soup met brood, bestaande uil 8 oneen melk met eene snede brood of 2 a 3 kleine beschuiten,
l)oiiillon met of zonder snede brood of wel dat dezelve geroosterd worde;
een of 2 versche, half gaar gekookte eyeren met 2 a 3 kleine beschuiten;
gestoofde vruchten met een snede brood of 2 a 3 kleine beschuiten ;
wyders tol verkwikking van de zieken eenige vruchten, als I a 2 zoete appelen, eenige stukjes annanas of pompelmoes or wel andere vruchten, naar den lyd van het jaar;
de portie vleesch of hoenders tot het kooken van bouillon is per man Va V^^^ vleesch of halve kuiken, zoo by de halve kwart dieet of wel halve en kwart porlie.
Voor de inlanders, door de officieren van gezondheid op deze kwart dieet of wel kwart portie gesteld: rysl-wat^r den geheelen dag, waartoe 4 lood droge ryst per man, kan genomen worden.
SlO
- H. W. OAENOEL8.
's morgens om 8 uren rijst-boeboer, zonder suiker, waartoe 4 lood dfoge rijst per man, gerekend wordt,
's middags om 1 1 uren sago-boeboer of meel-pap, met suiker,
'saTonds om 6 uren hetzelfde; naar goed?inden van den geneesheer kan de rljst-boeboer 's morgens ook met sago- boeboer of meel-pap met suiker verwisseld worden.
Vermits in de hospitalen de volgende dienaren pennaoeni dienen present te wezen, te weten : de chirurgijn van de wacht, de aide hospitaalmeester en mindere bedienden, als de zieken, vaders, de zieken-oppassers, de portier en de kok, zoo moeten dezelve ook in bet hospitaal gespijzigd worden, de chirurgijn van de wacht en aide hospitaalmeester op de wijze ab de officieren en kunnen op de gewonelijke uren 's middags en 's avonds eeten en 's morgens een kop koffij met een kwart wittebroodje, of 2 oneen, benevens 2 oneen brandewijn, per dag genieten; de mindere bediendens, als ziekenvaders, op- passers, portier en kok, worden het gewone eeten en arak der zieken uitgereikt, alle 's middags en 's avonds, met ge- kookte rijst, waarvan ieder portie telkens 's middags m 's avonds, op Vi poi^d of 1 pond per dag, droog gerekend wordt.
In verband met deze regeling werd den 3'*" Herftsmaand
1810 het navolgende tarief vastgesteld :
een pond rundvleesch rd' —: O
een en een kwart pond of een katje karbouwen-
vleesch • — : 9
eén oud volwasssen hoen * -:S8
een pees kuiken • — : 8
groentens voor de Europesen en Amboinesen :
onder de 300 koppen per dag > — : 3
boven » 300 » » » . — : IV,
groen tens voor de inlanders, per kop en \ier dag » — : ';' i versche tisch voor de inlanders:
onder de 150 koppen per dag » — : 3'/,
boven » 150 • » » »— :5
- H. W. OAENOEL8.
511
eea pond varkensrevsel rd' — : 10
eeo bottel of halve kan Kmoensap » — :S0
eau kranjang aardappelen, volgens den markt- prijs, thans » ^: —
een kranjang obie volgens den marktprys, thans » — T 40 voor 100 koppen 1 groote vadems brandhout,
een groot vadem brandhout » 12 : —
brood volgens den nmitprys van 8 onoen,
zijnde 4 portie • — : 10
versehe boter, volgens den marktprijs van
8 oneen, zijnde 1 S » 3 ; —
sago volgens den marktpri|8, sijnde 10 £.. » I :S4 ei|eren, melk, versehe dapper-olij en vmchteD in soort bebooren onder de kleine uitgaven, volgens reglement; en wordt hiervan met ultimo van iedere mawd eene gespe- ciGeeerde rekenii^f opgemaakt om tot de oitbetaling te kunnen worden gemnlonnanceerd ; naainterlooo: een hemd rd" — :10
• broek • — : 1%
» beddelaken » — : 6
» sarong of Javaansch kleedje • — : 7 Vi
. kabaUa . — :10
» kussen of kussensloop, servet of handdoek • —: t
• ledere kussen om te vullen • — : 3
waschloon :
voor 100 stuks in so(Nrten » 3: —
» 100 » bultiaikken » 4: —
NB. Alles gerekend tegen papieren van crediet; voor de gedane kleine uitgavm aal de helft in kopere munt en de weder helft in papieren van crediet voldaan worden.
Zie ook 16 Slachtmaand 1810.
1 Her&tmaand. AansleUing van een KapUdn^Chinees te Magdang en te Djocjokarta.
Vroeger voerden deaen de titels van hoofd der Chinezen
313 1810. H. W. OAENOEL8.
in de Kadoe en van hoofd der Chinezen te DjokjcAarU. Zij moesten voor hunne aanstellingen tot kapitein aan het Chinesche hospiUal te Samarang betalen 1,000 en 5,000 ryksdaalders, papieren geld.
4 HerEilmaand. Voorschriften nopens hel vervoer van gouvemements goederen.
Conform de daartoe namens zijne excellentie den heere Maarschalk en Gouverneur Generaal gedane propositie is besloten :
Ten eersten: de generale directie te gelasten om telkens, bij verzending van goederen, producten, provisite en diverse andere artikelen, onder de memorie, waarop dezelve vermeld staan en die aan de scheeps-overheden wordt mede gegeven, te noteeren de prijzen, waarvoor demlve verkocht worden, en voor die artikelen, waarin het gouvernement niet handeU. den marktprijs.
Ten tweede : dat navolgens deze gestelde prQsen de scheeps- overheden of anderen, die zulks ten lasten kaa gelegd worden, zullen moeten vei^oeden de goederen, die zij naar Sourabaija of elders over moeten brengen en wdke op hnnoe lading te kort komen, met de by artikel K en 7 van het generale reglement en tarief op den 19^ van Wynmaand des jaars 1809 door deze regering gearresteerde verhooging van twee kapitalen op de equipage-goederen of houtwerken en 50 percent op de andere artikelen.
Ten derde: dat op die goederen, waaraan door venoim bederf is gekomen, boven de door de generale directie ge- stelde prijzen, nog een kapitaal of BO percent door dengene. die daarvan oorzaak is, zal moeten worden betaaM, na gelang dat hel verzuim gepleegd is.
4 Herfstmaand. Voorschriften fiopens het opruimen van materitUen^ afkomstig van binnen Batavia afgebroken woningen.
Art. i. Zoodra president en Schepenen de gewone ver-
- H. W. DAENDEL8. 513
loekschriften lot liet afbreken yan huizen en opstallen, zoo 'm, ab builen de stad, zullen hebben geaccordeerd, zullen de eigeoaars gehouden en verpligt zijn den rooimeesicr be- booriyk te informeren, wanneer en op welken dag zij genegen zijo mei de af brake tan zoodanig huis of opslalling een aan?ang te maken.
Art. 3. De rooimeester, hiervan geïnformeerd zijnde, zal van den dag, waarmede de af brake begonnen is, behoorl^ke aanleekening houden en daarvan mei den laalslen van ieder maand aan den president van Schepenen ter hande sldlen een schriftelijk rapport, met bekendstelling, wanneer met de ▼oorachreven afbrake een aanvang is gemaakt en hoeveel tijd tot het w^oeren en opruimen van de materialen en puinhoopen, gelyk ook tot het applanercn van het ledig gevallen terrein, zal kunnen worden toegestaan, mits voor de grootste gebouwen niel meer als zes en voor de mindere tot twee, drie, vier en vijf maanden, zoo als zulks met de billijkheid en dus naar proportie van de extensie der ge- boawen bevonden zal worden te behooren.
Art. 3. De bepaalde tijd van 6 tot 2 maanden voor het w^voeren en opruimen van de materialen en puinhoopen der gebouwen, die voortaan, zoo in, als buiten de stad, zullen worden opgebroken, geéxpireerd zijnde, zal daarvan door den rooimeester aan den president van Schepenen rapport nioeten worden gedaan, die als dan de noodige order zal stellen, dal zulks door den rooimeester voornoemd ten koslen van de eigenaars van zoodanig gebouw of gebouwen geschiede, en dat op de volgende plaatsen, dat is buiten de voormalige Rotterdammer poort, op de esplanade by heemraden tuin, buiten de voormalige Diest poort, op de esplanade tusschen de Chinesche kamp en de builen gracht van de opgemelde poort, en buiten de Utrechtscbe poort, op de esplanade, wat regis buiten dezelve, dan wel zooveel nader, als hun tot bel dempm van grachten en modder-poelen zal worden aange- wezen. En ten einde hiervan geen ignorantie zal kunnen worden
314 1310. H. W. OAENOEL8.
gepretendeerd, bullen van deze ordonnantie de noodige attlen- tieke afschriflcn worden afgegeven aan het collie van presideot en Schepenen, aan den majoor en inspecteur der wegen en bruggen, aan den architekt, gelijk ook aan den rooimeester dezer stede; en zal zulks wijders bij de kdoniale courant, gelijk ook bij de noodige billetten, tot informatie en naricht van een ieder door president en Schepenen worden be- kend gesteld.
4 Herfstmaand. Inslruclie voor de mjkmeesters te Soe- rahaija.
Art. 1. Ter onderhouding eener goede policie, zo in, als buiten de stadt Sourabaija, zullen er expresse opper eo onder-wijkmeestcrs worden aangesteld, welke zullen bestaan, als de opper-wijkniecsters uit den fungeerenden fiscaal, den fungeerenden president van Wees- en Boedelmeesteren, de Ghineese en Maleidse Boedelmeesteren, de pepattijs der regenten en den fiscaal van den landraad, en zooveel onder-wljkmcesters. als er wijken zullen zijn, jaarlijks bij verkiezing docrr deo landdrost van Java's Oosthoek te benoemen en welke een ieder verpligt en gehouden zijn zal behoorlijke eere en respect te bewijzen en hun teevcns gehoor en adsistentie te ver- leenen, wanneer zij zich in deese hunne quaKteit tot bel een of ander komen te vermaanen, zonder zich te mc^eo onderstaan bun te inj ureeren of eenige smaad aan te doen. sub poene van arbitrale correctie.
Art. 2. Onder het ressort der opper-wykmeesters zal geboren de binnen en buiten stad, de Oiineese en Maleidscbe campongs en alle andere, inlandsche campongs, geleegen binnen den omtrek van een uur gaans rondsom de stadt, hetwelk in zoveel onder-wijkmeesters zal worden verdeeld, als bevonden zal worden nodig te wezen.
Art. 3. De wijken zullen, doorgaande van iett. A af M zoveele er zijn, genonunert worden.
Art. 4. En opdat een iegeiyk zal weeten, waar de ondei-
- H. W. OAENOEL8. 515
wykmeeBter sijns wtjks wone, sullen dezehe verpligt zijn boven at bezijèen de posten Tan hamie huisdeuren te moeten plaatsen een vieriKant schild of plankje, waarop binnen de stad bet n^ van de wQk met een Hollandscbe letter en builen de stad, als in de Gbineese, MaMdsche en Javaanse canipongs, mede in derselver gewoone bnds taal, te gelijk voonien met demalrer namen geteekend staal Jerwijl boven- dien op iedere hoek der straat, voor zooveel de Javaanse campongs betreft, de letter der wijk raet dm naam der campongs, onder ieder letter gehorende, op een bord distinetelijk zal moeten werien beschreven en aan een daartoe expresselijk op te rigtene paal aangeslagen worden
Art. 5. Zodra eenig ongeluk of iels anders, dat bedenking veroorzaakt, in eenige wtfk voorvalt, zal de wijkmeester, in wiens blok zufts gotchied zal zijn, daarvan teu allereerste aan een der opper-wijkmeesters en, voor zooveel de Ghineesen, Ma- leijers en Javaanen betreft, ook aan hunne respectivc hoofden en regenten of by dies absentie aan een der andere officieren of bepattijs kennisse moeten geeven en, deezen ook niet kunnende Tinden, als dan zulks dadelijk aan den landdrost zelven doen, ten einde onverwt|ld de nodige raaalregulen zullen kunnen worden genoomen om alle verdere gevolgen voor te komen ra, zo er eenige feit is begaan, als dan de daders te achterhalen en in hegtenis te neemen, waartoe bij van zijnen kant meedeaHes, wat mogelijk is, zal moeten aanwenden.
Art. 6. Om echter Toor te komen, dat zijn wijk niet zonder opzicht word gelaten, zal deeze kennisgeeving niet door binn, wijkmeester, zelven behoeven te geschieden, maar hij vobtaafn kunnen met een der inwoonders van de wijk dan vrel iemand van ztfn eigen Tolk daartoe te emploijeren en hl) daarenfeegen TerpHgt zt|n geduurig de ronde te moeten doen en te zoi^n, dat een ieder der ingezetenen op de veiligheid van zijne eigene wooning bedacht zij en er voorts geene wasofders kooien voor te vallen; kunnende hij tevens in getal van noodzakeltfkbeid daartoe adsistentie van de naastbij gdeegene wagt verzoeken.
516 1810. H. W. OAENOELS.
Art. 7. Dan, a» wanneer het gebeorde in een anden, nabuurige wyk te huis gehoord en men in de zQne niets te vreezen heeft, zal hy als dan terstond op het daarvan bekomen naricht uit ieder huis, dat in zijne wyk gevondeo word, de derde en, als er zoveel niet zijn, de tweede maa moeten noemen, hetzij dit Europeezen, Ghineezen, dan wd vrije inlanders of slaven zijn, en daarmeede naar de plaats snellen, waar het voorval zich toegedragen heeft, om de noodige adsistentie te bewijsen ; en waartoe ieder deezer manaehapp^, voor zooveel de inlandsche campongs betreft, in cas het ontstane alarm uithoofde van brand is veroonaaktt van een ieedereof boute brandemmer en een lange haak zal moeten zijn voo^ zien om water te bdpen aandragen en ander werk te ver- richten en zonder dat hij, wQkmeester, zal mogen toebaten, dal een eenige van zijn meedegebragt volk zich daaraaa kome * te ontrekken of nutteloos de straten op en needer te dwalen en dus aan anderen hindernis toe te brengen, zoak doorgaans hl) diergelljke geleegenheeden het geval is.
Art. 8. Alvorens nochtans zQn wyk te verhiten zal hij de overige ingezetenen de aller sterkste beveden moeteo geeven om zich stil in hunne huizen te houdra en nauw- keurig op de overvliegende vonken te letten, ten einde» ingevalie dezelve ergens mogten ter needer koomen, ten eersten tot de uitdoving gereed te zQn en dus het verder verepreideo van den brand, zooveel mogeUjk, voor te komm.
Art. 9. De wykmeesters zullen zich in diergeiyke gevallen tot een teeken van haare qualiteit hebben te voorzien van een roode cherp of band over hunne andere kleederen om het midden van haar lichaam gewonden, ten einde daardoor van de toegevloeide meenigte onderscheiden en direct ge- kent en dus ook na behoren geéstimeerd en bygestaan te worden.
Art. 10* In cas van een generaal alarm of wanneer deeze plaats met een vyandeUjken aanval mogt worden bedreigd, zullen de wykmeesters in . het generaal hebben te zoigeo, dat op het dientweege te doene eerste requisit van den knddrost
- H. W. 0AENDCL8 517
zodanige irekpaurden van de diverse ingezetene by den andere gebngi werden, ab by eene aparte lyst bepaald worden zal, terwijl ten aanzien der Ghineesen ab dan terstond eene zelfde ligting Tan manschappen, als hier boven by artieul 7 gemeld is, uit de ingezetenen van hunne wijk gedaan moet worden m daarover de ondste en geschiktste van die manschappen tot hoofd aanstellen en dezelve vervolgens teu spoedigsten naar den eapitein doen brengen, ten einde daarvan de eene beifl direct te zenden naar de bandhary of boom om, des noods, op reqnisitie van den chef der militie geémployeerd te worden tot handhngers by bet gi^schut der batterijen orte ander noodzakelyk werk, en de andere helft te stellen onder de orders van den eersten luitenant, ten einde met denzelve te mareheeren naar al zulke phatsen, als door den landdrost nader zal worden bevolen, en om te worden ge- empbyeerd tot het opwerpen van batteryeii, schanzen en andere diergeUjke werken, dan wel het transporteeren van goederen, waartoe zy door hunnen eapitein zullen moeten worden voorzien van de benodigde bylen, schoppen, houweelen, mandjes, pieobns en wat dies meer b.
Art. 11. De wykmeesters in het generaal zullen moeten letten, dat de gooten of riolen voor de huizen in hunne wyken tot afvoering, zo van het gevallene reegen water^ ab ander- zints, steeds haren behoorlyken afloop biyven behouden in de grachten of rivieren en daartoe van tyd tot tijd door- gespoeld en gezuiverd worden.
Art. 13. Ook zal een der voornaamste zorgen zyn om de ingezetenen aan te spooren, dat de straten schoon gehouden, het gras van dezelve behoorUjk uitgeroeid, de weegen, ab zulks noodig is, opgehoogd, de straten tweemaal des daags, ais des morgens ten half zeven en des middags ten vier aren, geveegd, in de drooge mousson met water begoten en voorts alles aangewend worde om dezelve wyken zuiver, zindelyk en voor het passeeren, zo met rydtuigen, ab te paard en te voet, gemakkelijk te maken, terwyl de daarin nalatig zynde wyk-bewoonders telken rijze, wanneer zy worden be-
Si 8 18t0. H. W. OAENOELS.
keiird, verl)euren zuilen eene boete Tan Iwee en een balve rijksdaaldej» len behoeve der stads kassa.
Art 13. Ter bereiking van dit oogmerk zidien zy ook in geenen doelen permitteeren, dat eenige mest» opveegzeb der straten of huizen, dan wel andere, groTO Tuiligheeden in de rioolen, grachten of rivieren wordra geworpen, dan wei op de wegen liggen blyTen, maar integendeel moeten zorgen, dat alle de vuilnis naar zodanige plaatsen worde gek^t, welke daarvoor zullen aangeweezen worden.
Art. 14. In gevalle er eenige orders zyn gegeeven, die betrekking hebben lot de ingezeetenen deezer plaats, hetzij dat dit bij publicatie-billetten, dan wel bij monde door den landdrost geschied, zullen de onder-wijkmeesters, na hiervan door de opper-wijkmeesters te zijn geinforoMerd, zich verpligt vinden een ieder der ingezeetenen van humie wijk daarvan Ie verwittigen en voorts den inhoud van het gegeven bevel io geschrifte op een bekwame plaats aan de buitenkant honoer huizen aan te plakken en aldaar ten minsten 14 dagen lang te laten, ten einde niemand daarvan eenige ingorantie zal kunnen pretendeeren.
Art 1&. Alle bereeds gelegde of noch te leggene plaatse- lijke belastingen zullen de onder-wijkmeesten verfdicht zQo te moeten invorderen en, bij ontmoeting yan onwiUigen, ten eerste daarvan aan een der opperwijkmeesters kennis geveo om ver- volgens daarvan meede aan den landdrost rapport teknnneo maken en de nodige beveelen te ontvangen, hoedanig daar- omtrent verder zal dienen gehandeld te worden.
Art. 16. Een ieder dor ingezetenen zal gehouden weezen de onder-wijkmeesters van de wijk, waarin hij zich woonachtig bevind, wanneer hy voornemens is van daar te verfanizen, vooraf daarvan kennis te geven en van dezelve een attestatie te requireeren nopens den tijd van zi}n verblijf in de genoemde wijk of campong, item zijne kostwinning en zyn gehoodeo (gedrag, ten einde door hem aan den onder-wykmeester van het blok, werwaards hy verhuizen wil, te vertonen en op fundament van dien vei*zorgt te worden, dat hy zich werkelyl
- H. W. OAENOetS. 319
aldaar aiag koomen ter needa* xellefi, up verbeurte van een boete van drie rykadaaldere ten behoeve van de stads kassa, zo hij in ket een of ander nalatig is gebleeven ; en de onder- wijkmeesters zelve, wanneer zij bieromtreni eenige oogluiking hebbeo gebruikt en niet daarvan terstond aan den opper- wijkmeester, waaronder zy lieden bij de te makene verdeding der wyken komen te sorteeren, kennis gegeven heliben, nieede zullen vervallen in eene boete van 6 rijksdaalders voor ieder keer, dat zy in dier voegen nalatig zyn gebleeven, insgeUjks ten behoeve van gemelde stads kas.
Art. 17. Dat in gelijker voegen ook niemand dQr inge- zeeteneo op reis zal m<^en gaan, betzy over land or over zee, al ware het ook slechts voor een enkelden dach, zonder dit Tooraf aan den onder-wykmeester van het blok, waaronder hij gehoord, bekend gemaakt te hebben en desgelyks verplicht zijn dit by terugkomst meede te doen, zoo wel als, wanneer zich vreemdelingen ten hunne huizen ter erlanging van huis- vesting bevinden, ten einde men altoos zal kunnen weeten, waar een zodanig persoon, wanneer die mogt worden gerequi- reerd, Ie vinden zal zyn, op verbeurte eener boete van een Spaansche mat voor ieder keer, dat hy hierin nalatig zal zyn gebleeven, en twee voor den onder^wykmeester, die dit door de vingeren zal hebben gezien, terwijl voorts van alle aankomende of vertrekkende vreemdeliiigen lederen avond ten zes uure door de onder-wykmeesters aan de opper- en door deeze weeder aan den landdrost in geschrifte kennis zal moeten worden gegeeven.
Art. 18. Dat voorts de onder wykmeeslers verpligt zullen zijn nauwkeurig acht te geven en te letten op den handel en wandel van de persoenen, welke in hare wyk woonachtig zijn, en waarmeede dezelve zich erneeren of hunne kost winnen om, by bevinding, dat er eenige onder zyn, welke, nietteegenstaande zy van haar zeiven geene middelen hebbeu 00) van te kunnen bestaan, zich nochtans niet bevleitigen willen het een of ander by de harid te neemen, waaruit 2ij een eerUjk bestaan zouden kunnen vinden, daarvan ten
390 Idlö. H. W. DAENOËLd.
eerste aan den opper-wljknieester, waaronder zij aorteereii, en, voor zoveel de Chineesen en inlanders betreft, ook aan hunne respective hoofden kennis te geeven, ten einde daarin dan verder na bevinding van zaken zal kunnen worden voonden.
Art. 19. De onder-wijkmeesters zullen ook by nagt en ontijden gehouden zijn te zorgen, dal geene tezamenrot- tingen of bijeenkomsten in hunnne wijken gehouden worden, hetzij om te dobbelen of onder welk ander voorwendsel zulks ook zoude mogen wezen, maar een ieder zich ten behoorleken tijde in huis begeeft en stilkome te houden; en, in gevalle dit eehter geschied en de overtreeders deezer ordre, een en andermaal vermaand zijnde, zich echter des niet bekreuneo, als dan daarvan den opper-wijkmeester, waaronder zij behoren, en, voor zooveel de Ghineesen en inlanders betreft, ook aan hunne respective hoofden rapport moeten doen.
Art. 20. Dat het almeede eene der pligten van deonder- wijkmeeslers der Ghineesen zal moeten uitmaken om toe te zien, dat er geen meerdere huizen met adappe daken in de Chineese campong opgebouwd, maar alle nieuwe gebouwen van panne dakken werden voorzien en dat ten aanzien der stad ook niet werd gepermitteerd, dat iemand eenig met adap gedekt gebouw of loots binnen zijn erf heeft, terwi}! by bevinding, dat hieraan niel word voldaan, daarvan ab dan insgelijks, invoegen voormeld, kennis zal moeten werden gegeven.
Art. 21. Dat de onder-wijkmeeslers meede noch zullen moeten zoi-gen dragen, dat zich geene vreemde inlanders of slaven en vooral niet bij nacht in hunne wijk komen op te houden of op de hoeken der straat tezamenrottcn en konkelen, veel minder aan deeze laatsten door de ingezetenen, voor- namen tlijk in de Chineese, Maleidsche en andere inlandscbe campongs, gelegenheid gegeeven word tot dobbelen, amphioen schuiven en verkopen van gestolene goederen, sub poene, dat, bij bevinding, dat dit echter heeft plaats gehad en de onder* wijkmeester van hel blok, waarin zulks geschied is, daarvan niet direct kennis heeft gegeeven, deeze als dan eene boete
181Ó. H. w. óAenoels. sii
zal verbeuren van 10 Spaansche matten, insgelijks ten behoeven van de stads kas.
Art. 22. De onder-wijkmeesters zullen ook gehouden zijn vao de gezamentlijke huizen of woningen, in hunne wijk slaande, een accuraat regisier te formeeren en daarbij aantekening te houden, wie de eigenaars en bewoners van dezelve zyii, uit hoeveele perzonen en van welke sexe en ouderdom hunne faiDilie bestaat, hoeveele slaven of vrije bediendens dezelve hebben en welke het getal is van de rijd tuigen en paarden, die zij bezitten; en vervolgens daarvan jaarlijks «voor ultimo Februarij aan de opper-wijkmeesters schriftelijke opgave sup- pediteercn, ten einde door hen weder aan den landdrost overgegeven te worden.
Art. 25. Het oppertoezigt over de bruggen, in dit wijk- district geleegen, zal meede hunne bijzondere attentie aanbe* volen zijn en wel inzonderheid van dat der gezamentlijke opper-wijkmeesters.
Art. 24. In zelvervoege zullen zij ook hebben toe te zien en te zorgen, dat de inlandsche wagthuizen in de respeetive campongs en op de weegen in eene goede orde onderhouden en bij nagt en ontijden goede wagl gehouden en van de respeetive wagten ten minste alle half uren eens binnen de respeetive campongs en op de wegen, welke onder dezelve sorteeren, patrouilles werden gedaan en de wagten zelve zich van tijd tot lijd aan eikanderen annonceren door de gewone inlandsche klappen of zogenaamde tontongs.
Art. 25. Zij zullen ook hebben te zorgen, dat alle campongs zuiver en schoon gehouden en binnen dezelve behoorlijke af- leidingen voor het water gemaakt, mitsgaders diegeene, welke door eene al te lage ligging bij de minste opzwelling der rivieren onder water staan, behoorlijk opgehoogd worden en dat voorts langs de groole Sourabaijasche rivier, van Kebraun boven Goenoengsarie af tot aan de stad loe, mitsgaders op zodanige andere plaatsen, als waar zulks nodig zal worden bevonden, kadijken van drie voeten hoog en drie voeten breed gemaakt werden ten einde in de West-mousson hel
rUlAAT-BOII DUL XTI. 31
iiA tdiO. M. W. DAêNÖÊLé.
rivier-waler van de wegen en uit de campongs te knnneo houden.
Art. 26. Zij zullen ook hebben toe te zien en te letten, dat geene lijken op andere plaatsen als de gewoone kerkhoven begraven worden.
Art. 27. Alle maanden of uiterlijk om de twee maanden zullen zi] ook aan den landdrost te Sourabalja hebben op te geeven alle personen, hetzij mans, vrouwen ofte kinderen, welke met de Lazarus ziekte besmet zijn, ten einde daar- om trend zodanige voorziening te kunnen doen, als de aart der zaak zulks zal komen te vorderen.
Art. 28. Onder derzelver orders zullen ook staan de nagl- waglen of klepperlieden, welke, zo ten dienste der stad, als Chineese campong, voor rekening der stads kassa zullen worden aangenoomen en bestaan zullen in vier voor de sfad en vier voor de Chineese campong, ieder onder het genot van vijf rijksdaalders, zilver geld, per maand.
Art. 29. De opper-wijkmeesters zullen een kas van in- komsten en uitgaven houden onder den naam van stads-cassa en daarvan om de ses maanden of onder ultimo van Zomermaand en ultimo van Wintermaand, ieder jaar, aan den landdrost van Java's Oosthoek reekenschap doen, zullende de inkomsten deezer cassa bestaan:
Primo: uit de boeten, welke zommige over nalatigheid ofte andersints door den hinddrost zullen werden opgelegt.
Secundo: uit de boeten, welke by deeze instructie in cas van overtreeding der daarbij voorgeschreevene wetten be- paald zijn.
Tertio: uit de boeten, welke almeede na bevinding van zaken dezulke zullen werden opgelegt, die twist maken of vegten en dus de goede rust storen en hunne buoren hinderlijk zijn.
Quarto: uit het een procent, dat bij verkoop van vaste goederen en vaartuigen, zo hier, te Sourabalja, als op de ondergeschikte drostdijen len voordeele der stads kassa ge- heeveu worden zal.
tèlO. H. W. OAENOCLS. 313
Quinto: van de haWe huishuur, welke de Europeexen en Cbineezen verpligt zuUen sIJb jaariyks ten behoeTe der stads cassa te foumeeren.
Sexto: ym hetgeen de betaling op het oorgeld der paarden en de wagenpagt zal komen af te werpen.
En Yan wdk een en ander door de gezameotiyke opper- wijkmeesters distincte aanteekening zal moeten worden ge- houden, terwyl de kas onder den fiskaal berustende zal zijn.
Art. 30. Er zullen echter geene uitgaTon uit de gemelde cas gedaan mogen worden dan op schriftelijke oi^donnantie van den landdrost, terwijl ook geene vernieuwinge aan de bruggen en andere stads werken dan met zijn Tolle toestemming en na bekomene qualificatie zal mogen geschieden.
Art. 31. Aan de onder- wijkmeesters zal tot een middel Tan bestaan en ter boetere aanmoediging in het waarneemen bonner pligten, ieder een maandelijks douceur van vijf rijks- daalders, zilyer geld, worden toegelegd.
4 Her&taiaand. Reglemeni in cas van brandy zoo binnen^ als buiten de stad Soerabaija.
Art. 1. BIJ of ter zijde van de hoofd wagl, alsmede bij of ter zijde van de zoogenaamde bruggewagt naast het voor- malige gezaghebbers woonhuis, mitsgaders op de constructie- winkel en equipage-werf, zullen ieder een brandspuit met dies gereedschappen aan handen dienen te zijn en zulks in een daartoe expres op te bouwen brandspuithuiqe, waarvan de sleutels bewaard zullen worden, als van de twee eerstgemeMe bij den officier of sergeant der wagt, van de derde bij den eersten coDSiractaor de Fries of dengeene, welke bij absentie van zyn Ed6. in het atdier van constructie aanwezig of woonagtig is, en van de laatste bij den equipagemeesler of bootsman van de werf.
Art. 2. Buiten deeze bovengemelde zullen er noch vier brandspuiten aan handen moeten zijn, als een op de Passeerbaan bij de regenten, een in de Ghineesche, een in de Haleidse
Sd4 )dlO. N. W. bACNDÉLê.
kampong en een bij het nieuwe hospitaal op Sissepang, welke meede met derzelver benoodigde gereedschappen in expres daartoe, het laatste voor rekening van het Land en de overige, zo door de regenten, als hoofden der Ghineesen eo Maleyers, voor derzelver eigene reekening op te boawen brandspuithuisjes, geregeerd [sic] op de inlandsche wijze, als in de stad bij den constructie-winkel, op de equipage-werf en bij het hoofd der bruggewagt staat plaats te vinden, bewaard zullen moeten blijven en waarvan de sleutels onder berusting zullen ztjn, als van de eerste onder den wagt- hebbenden cliwong van den eersten regent, die bij verwisseling denzelven aan zijn vervanger zal moeten overgeven, van de tweede en derde bij de capiteins of dengeene, welke bij hunne afwezigheid het gezag in de campongs heeft, en van het laatste bij den eersten practizijn van het hospitaal.
Art. 3. De brandspuiten zullen geletterd worden Tan letter A tot H.
Art. 4. Er zullen zijn vier opper- en agt onder-brandspuit- meesters, agt sergeanten en agt corporaals, alle Europeeseben.
Art. 5. De opper-braiidspuitmeesters zullen zt|n:
de tijdelijke havenmeester,
de tweede constructeur
en de permanente brandmeesters:
de pakhuis-boekhoader,
de Europeesche baas der wielenmakers,
de baas touwslager,
de baas kuiper,
de pakhuis-opsiender en
de contrarolleur der hospitalen;
terwijl de sergeants en corporaals genomoi luHen worden uit de burgers, den Europeeschen pakhuis-mandadoor en Europeesche ambagtslieden uit de constructie-winkel en op de epuipnge-werf zich bevindende zeevarende, item xiekevaders uit het hospitaal, en welke in deze hoedanigheid alleen aan den landdrost ondergeschikt zyn en van denzelve, ook inzonderheid in cas van brand, alleen orders hebben te pareeren.
1810 H. W. OAENOEL8. 5SK
Art. 6. De opper-brandspuitmeesters zulleo in cas van brand tol een teeken van kenneUjkheid van een ordinaire rotting met een zilvere knop, waarop 's Koning» wapen gegraveerd staat, voorzien zijn, en de onder-brandspuitmeesters daarentegen ieder van een groeten, houten en rood geschilderden stok met een vierkante knop, waarin de letter der brandspuit geschilderd staat, terwyl de sergeants en corporaals ieder een ledere armband, met de letter der brandspuit, waartoe zij gehoren, daarop geschilderd, erlangen zullen.
Art. 7. ledere brandspuit zal buiten deze bediend worden door veertig knappe Javanen als handlangers, waartoe zullen genomen worden, als: voor de brandspuit letter A de volkeren, welke in het pakhuis werken; voor die van letter B die, welke op de los- en laad-boten dienst doen; voor die van letter C de tinmierlieden en wielenmakers uit den con- structie-winkel; voor die vsui letter D de ambagtslieden en handlangers, welke zig op de epuipage-werf en in den con- structie-winkel der marine bevinden : voor die van letter E de ambachtslieden en handlangers, welke in de lijnbaan werken ; voor die van letter F de Chineesche ambachtslieden en die zich bij anderen voor coelies bevinden met hunne slaven en verdere huisgenoten ; voor die van letter 6 de pannacawangs en magangs van de regenten en voor die van letter H de coelies, welke in het hospitaal dienst doen.
Art. 8. BIJ ieder der voormelde brandspuiten zullen steeds aan handen moeten zijn vier brandladders, twaalf brandhaken met hunne kettingen en 80 paar goede, ledere brandemmers ; eo welk een en ander mede in de bij art. 1 en 2 vermelde brandspuitbubjes bewaard zal moeten worden.
Art. 9. In het atelier van constructie, 's Lands equipage- werf, mitsgaders aan alle militaire wagten, op den Passeerbaan, bij de regenten en bij de capiteins der Chineezen en Maleijers zullen mede een genoegzaam getal brandhaken met hunne kettings, benevens eenige brandladders en eenige goeile, ledere brandemmers aan handen moeten zijn.
Art. 10. De voorschrevene brandhaken, brandladders en
526 1810. M. W. OAEflOELS.
brandemmers zullen, voor zoveel de twee brandspuiten in de stad en bet hospitaal, als de benoodigtheid voor t atelier van conslractie, de equipage-werf en de wagten aangaat zoowel als de brandspuiten zelve, voor reekening der stadse cassa aangemaakt en onderhouden worden, terwijl daarentegen het kostende aan diegeenen, welke op den Passeerbaan der regenten en in de Ghineesche en Maleidsche canipong zich bevinden, door de regenten en de capileins der Chineezen en Maleijers, nevens de inwoners dier campongs, gedragen zal moeten woiden.
Art. 11. Buitendien zal ook in iedere voorname, Javaansche campong en in den omtrek der stad Sourabaija mede het hoofd derzelven 2 stuks goede, ledere brandemmers aan handen moeten hebben, waarvan het kostende, zoo van aanmaking. als onderhoud, door de gezamentlijke eampongsvolkereu gedragen zal moeten worden.
Art. 12. Bij ontdekking van brand moeten de opper- brandspuitmeeslers *zich terstond derwaarts begeven, tenvijl de overige, hiervoren aangehaalde personen, zoo ook de brand- spuitmaker van de equipage-werf, zich direct naar hunne spuiten vervoegen en zig daarmede naar den brand begeven om de noodige hulp tot blussing to brengen, zullende de andere brandspuitmeesters voornamelijk hebben toe te zien. dat geene ruwe behandeling in het uithalen der spuiten als anderzins plaats beeft, ter voorkoming dat dezelve oiel defect raken.
Art. 13. De brandspuitmaker zal zich, voordat hij zich naar den brand begeeft, hebben te voorzien van al, hetgeen noodig is om de daaraan komende defecten van weinig belang ten eerste te kunnen verhelpen, ten einde hierdoor geene vertraging in bet werk worde toegebracht; terwijl voorts door de opper- en onder-brandspuitmeesters, zoowel als dmir hen, zal moeten worden gezorgd, dat de spuiten steeds in een goede orde zijn en alle gebreken van aanbelang direct bij ontdekking hersteld worden, opdat dezelve, wanneer daarvan gebruik moet worden gemaakt» in een goeden staat zi|n.
- H. W. OAENOEL8. 327
Art. 14. Bi} ontdekking van brand, betzij bij nacht of bij dag, zullen degeeue, welke zulks zien, dadeli}k aan de digtsbij gelegene wagl, alsmede aan den landdrost en fiscaal kennisse moeten geven of, voor zooveel zulks niet door hun alleen geschieden kan, dt>or een der passanten laten doen, terwijl steeds bij nagt of wel van zes uuren des avonds tot zes uuren des morgens een djaijaug sekar en oppasser der politie, voorzien van hunne paarden, aan de hoofdwagt zullen moeten ' present zijn om in cas van brand ofte anderzints daarvan den landdrost, hoofd-administrateur en fiscaal te kunnen waarschuwen.
Art. IS. Degeene, welke het eerst den brand ontdekt en daarvan aan den prefect en fiscaal of een der opper- en onder-brandspaitmeesters kennisse geeft, zal een premie erlangen van vijf rijksdaalders, HoUandsch zilver geld, te betalen uit de stads cassa, terwijl aan het volk der brandspuit, welke hel eerst op de plaats van den brand aanwezig is, een premie van vijftig en aan de tweede daarop volgende van SS rijks* daalders, HoUandsch zilver geld, zal worden uitgekeerd, mede te betalen uit de stads cassa alhier.
Art. 16. De fiscaal zal buiten de waarneming zijner post van opper-brandspuitmeester, ook in officie gehouden wezen voor alle ongelukken, ongeregeldheden en dieverijen, dewelke op zulke tijden en in dusdanige oogenblikken meer dan te veel plaats vinden, te waken en ten dien einde zorgen, dat de geweldiger zich meede terstond met een behoorlijk getal dienaren van de justitie naar den brand begeeft, terwijl daar* enleegen de cipier met een genoegzaam getal justitie-dienaren in de stad verblijft, zo om op de gevangenen in 'sHeeren boeijen een wakend oog te houden, als om bij een onverhoopt tumult tot hulp te kunnen bijspringen.
Art. 17. De capitein der djaijing sekar zal op de be- koomene annonce van brand zich meede terstond met alle de alhier aanwezig zijnde manschappen van zijn corps, excepto die, welke bij den landdrost dienst doen, na derwaarts begeeven en voor de goede policie waken, doch van niemand eenige '
3S8 1^0. H. W. OAENOEL8.
orders mogen pareeren dan van den landdrost en by desnlfs absentie van den fiscaal.
Art. 18. Het hoofd der ^oppassers van den landdrost zal zich met alle de aanwezig zijnde oppassers, excepto die, welke bij den landdrost in functie zijn, meede terstond naar de phiats van den brand begeven en voor de goede orde en politie hebben te waken.
Art. 19. Wanneer de brand buiten de stad is, zal ook de Javaansclie fiscaal of grool-djaksa van den landraad zig met den onder-djaksa en verdere justitie-dienaren derwaards begeven om meede alle uoodige hulp en bijstand te betoonen en desordens voor te komen, eenelyk bij de blokhulzen der cipiers en blokbewaarders eenige weinige justitie-dienaren tot hel houden van goede wagt by de gevangenen agterlatende.
Art. SO. Wanneer de brand buiten de stad is en de landdrost zulks voor de onderhouding eener goede politie nodig oordeelt, zal door hem van den chef der militaire divisie tot assistentie mogen worden verzegt een detachement militairen, bestaande uit een officier en 26 man gemeenen. met dies onderofficieren, dan wel zoo veel meer, als hy zal noodig oordeelen, en waaraan de officier geduurende dien tyd dan ook gehouden zal zyn aan deszelfs verzoek (en voorschreven einde te voldoen, terwijl voorts door den chef der militaire divisie in cas van brand, zoowel in- als buiten de stad, voor de bewaking van het atelier van constructie, de duitenmunt, equipage-werf en 'sLands magazQu door voldoende militaire wagten gezorgd worden zaL
Art. SI. By eene te ontstane brand, hetzy by nagt of dag, zullen de klokken niet mogen worden geklept dan in de uiterste noodzakeUjkheid.
Art 22. De ratelwagts zullen by ontdekking van brand des nachts, zo binnen als buiten de stad, daarvan terstond kennisse moeten geven aan de naastby gelegene militaire wagt, terwyl de ratelwagts zich daarna ook terstond naar het huis van den fiscaaj zullen moeten begeven om zulks meede aan hem kennelyk te maken, zullende zylieden echter
- H. W. OAENDELS. 329 '
huDoe ratels of kleppen niet Yerkeerd mogen slaan dan op order van dan gemelden flscaal, die dezelve dan ook ter voorkoming van oommotiên niet zal vermogen te laten kleppen dan op speciale order van don landdrost, ten ware bij de uiterste noodzakelijkheid, wanneer de brand in de stad van gevolgen kan zijn.
Art 33. Wanneer in de stad brand ontstaat, zal een ieder der inwoonders verpligt weezen bij nacht voor de deur van zyn hnis een lantaarn met licht te plaatsen.
Art. 24. In cas van brand in de stad zullen de onder- wijkmeesiers, een ieder in zijn wijk, zo veel inwoonders van hetzelve bij den brand trachten te brengen, als doenelijk is, zonder dezelve nogthans daartoe te noodzaken, naardien men vertrouwd, dat een ieder gaarne het zijne zal willen toebrengen om zijn mede-ingezetenen alle hulp en redding te bewijzen en in een diergelijk geval ten dienste te staan, even en in dier voegen als hij zoude verlangen men hem weederkeerig ten dienste stond.
Art S5. De capitein Chinees zal in i»s van brand, zoo binnen als buiten de stad, bijeen moeten laten komen de officieren en boedelmeesteren . der Cbineezen met een ge- noegzaam getal campongsvolk, ten einde in cas van requisitie ten eerste te kunnen verschijnen en adsistentie te bieden, waar zulks noodig is, en voorts de wijkmeesters, ieder in hun wijk, op alles goede orde doen houden en in de campongs gestadig patrouilles laten rondgaan tot voorkoming vanonge* reegeldlieeden, invoege zulks, by de instructie der Ghineesche wykmeesters in het breede beschreven staat.
Art. 26. De regenten zullen in cas van brand te zamen een aantal van 100 koppen campongs- volkeren by den andere moeten brengen en, wanneer de brand buiten de stad is, met den eersten regent aan het hoofd, als moetende de tweede regent in een dusdanig geval tot het houden eener goede orde onder den inlander op de passeerbaan verbUJven, onmiddelijk derwaards gaan om alle mogeUjke adsistentie tot bet blusschen van den brand te bieden ; doch, ingeval de
330 1810. H. W. DAENOeLS.
brand binnen de stad is, moeten zij zoo lange op de passeer- bdan verblijven, tol dat door den landdrost ten yoorsGhreven einde derwaards gerequireerd worden en alsdan de orders van denzelve or bij absentie van den fiscaal observeeren.
Art. 27. De capitein der Naleljers en alle de Javaansche wljkmeesters in den omtrek van SourabaiJa*s boordnegorij zullen meede in cas van brand boiten de stad zich uit honne campongs en wijken met een getal van 18 koppen, voorzien van brandemmers en brandhaken, derwaards begeven, ten einde insgelt|ks alle hulp tot. blussing toe te brengen, mits zorgende, dat bij hunne absentie door den loerah of cabaijang in de differente campongs de goede orde bewaard wordt; terwijl, wanneer de brand binnen de stad is, de Maleijers voor en bij dezelven en de Javanen daarentegen op de passeerbaan moeten vergaderen en blijven, totdat zij van wegens deo landdrost gerequireert worden.
Art. 28. De brandspuitmaker zal, zoodra de spuiten weder thuis gekoomen, gedroogt en geborgen zijn, dezelve exact moeten visiteeren en van zijn bevinding rapport aan de opper-brandspuitmeesters doen, die daarvan kennisse zullen moeten geven aan den landdrost om, by ontdekking van eenige detectie, tot de reparatie qualtficatie te kunnen geven, waarna de brandspuitmaker zonder het minste uitstel de spuiten zal moeten repareeren, vvelke reparatie zal nagegaan worden door de onder-brandspuitmeesters, die de spuiten in cas van brand dirigeeren, en die van hunne bevinding aan de opper-brandspuitmeesters kennis zullen moeten geven, ten- einde bij onverhoopten brand de spuiten weder in staat zyn om gebruikt te kunnen worden.
Art. 29. Voorts zullen de gemelde spuiten, nevens dier gereedschappen en emmers, om de 14 dagen in de oost-mousson of drogen tijd en eens om de maand in de west niousson ol reegentijd, ten overstaan van de op|)er-brandspuitmeesters, moeten worden geëxamineerd om daarna van hunne bevinding, invoegen voormeld, rapport te doen.
Art. 30. De brandspuiten met dies gereedschappen, be-
- H. W. OAeNDELS. 531
DeeYens de brandfaakeD en brandladden, tallen om de drie maanden len overslaan van eene commissie uit den raad van justitie alhier worden geëxamineerd en geprobeerd op de daarloe convenabelste plaatsen, ten einde te ontwaren, of dezelve in cas van nood het behoorlijk effect kunnen toe- brengen; en zullen daarna, nevens de opper-v^ijkmeesters, van hunne bevinding aan den landdrost kennis moeten geven.
4 Herfstmaand, huslruclie voor den ijkmeeatcr te Soe- rabaija.
Art. 1. Daar het een der eerste vcreischteiis is in een geregelden staat, dat door de policie gezorgd word de goede ingezeetenen bij koop of verkoop van goederen in 't meeten en weegen der wharen en koopmanschappen niet verkort werden, zo zal dientengevolgen in Java's Oosthoek, eevenals op andere plaatsen, daaromtrent ook een zodanige, vaste ordening werden gemaakt en daargesteld, waardoor een ieder teegens alle willekeurige handelingen en ontrouw van vuil gewin zoe- kende perzonen gewaarborgd werd en dierhalven werden bepaald en vastgesteld, zoals bepaald en vastgesteld werd bij deeze, dal niemand den andereh iets zal vermogen toe te weegen of meeten, dan met elle maten en gewigten, die op eene deugdelijke wijze van gouvernements weege gekeUrt en behoorlijk geijkt zijn.
Art. 2. Uit dien hoofde zal de fiscaal te Sourabaija, nevens twee gecommitteerden leeden uitdenRaad van justitie, nevens een daartoe expres te benoemen ijkmeester gehouden wezen twee maal in 't jaar of van medio tot ultimo van Sprokkel- maand en van medio tot ultimo van Oogstmaand op het raadhuis te Sourabaija tot den publieken ijk te moeten va- ceeren, waarvan iedereen telkens veertien dagen te voren bij openbaren klok- en bekkenslag, item affectie van billet ten zal werden gepreadventeerd en gewaarschouwt, als wanneer de winkeliers, kalk-, steen- en pannebakkers, mitsgaders gene- ralijk alle, die in hunne ueeringeu maten, gewigten, ellen
552 1810. H. W. OAENOEL8.
ofte Tonnen gebruiken* gehouden zullen wezen Toor deidTe Ie compareeren en hunne maten, ellen, gewigten en Tonnen te laten yken met zodanige letter van het alpbabelh, ak voor die zes maanden door den landdrost van Java's 0o6lboek zal zyn bepaald, mits voor ieder stuk, dat geykt werd, betalende vijf stuivers, Hollands, in koopere duiten.
Art 3. Terwyi diegeene, welke buiten bet voormeld termijn of op extra ordinaire tijden cenige maten, ellen, gewigten of vormen geijkt wil hebbeu, zulks aan den landdrost van Java's Oosthoek zal moeten verzoeken, die alsdan daartoe authorisatie verleend, zullende degeene, die tot eene diergelijke yking verzoek doet, alsdan echter gehouden zQn dubbeld ykgdd te betalen.
Art. 4. Alle kannen en maten, van tin of loot gemaakt, zullen altijd een halve vinger breed hooger moeten zyn, ak geykt zullen wordra, op verbeurte van dezelve.
Art. 5. Alle ryst-verkoopers en andere, die hunne wharen by de ganling uitmoeten, zullen almeede geene andere gantings. Hzy heele, halve of wel mindere maten, mogen gebruiken, als de zodanige, welke niet behoeven opgehoogt te worden, maar geUJkstandig afgeslreeken zynde, hunne behooriyke maten en gewichten van S gantings. in een baly tot 66^, ponden of 66 balies in een last van 3066 ponden; en met welke maten ook het zout zal worden gemoeten, zonder te reflecteeren op hel meerdere gewigl, hetwelk dal zilt komt uit temaken.
Art. 6. De kalk-, steen- en pannebakkers zullen insgelyks gehouden weezen hunne vormen, opdat dezelve niet verkUJnd kunnen worden, rontom aan den kant met een kopere band te doen beleggen, op verbeurte eener boete van 5 rd% koper geld, de helft ten faveure van den officier fiscaal en de weeder helft voor de diaconij-armen der hervormde gemeenlr dezer sleede.
Art. 7. Geen Europeese winkeliers, kramers, bakkers of andere handeldry vende perzonen zullen eenig gewigl vermogen te gebruiken, als het Hollands poudgewigt van 3S loot ofte 16 oneen in een pond trois, en gehouden zyn hun gewigl.
iBiO. H W. OAÈliOÊLè. 33^
2owd ah de andere ingezetenen, telkens op den Ijk te brengen om geijkt te worden.
Art 8. Ook zullen de Chineesche winkeliers, vleesch- en yarkenslagtere or rleescli en spek verkoopers, Toor zooveel dezelfe geene scbale gebruiken, gehouden zijn hunne daatzen met de daaraan hangende gewichten, 't zij klein of groot, telkens op den ijk te brengen en te vertonen.
Art 9. En zal de fiscaal van Soerabaija, nevens gecom- mitteerde leeden van justitie en de ijkmeester, onder anderen wel moeten toezien, dat er geen andere daatzen gebruikt worden als de zodanige, welke in a" 1731 ter voorkoming Tan fourberiên op order der hoge Indiasche regeering zijn iDgevoerd, en door bet oog van dewelke moet vastgeklonken zijn een t|zere of kopere, perpendiculaire bout lot een evenaar met een oog ofte ring aan den bovenkant, waardoor het louw tot hel vasthouden en gebruik van den daats gesplitst; en gemelde evenaar of recht opstaande bout tot meerdere zee- kerfaeid onder en boven met een plaatje van gelijk metaal voorzien moet wezen tot voorkoming van bel agter of voor overdwingen van zodanige bout door het inslaan van een heggetje of houtje, wanneer de opening wat te ruim gevallen eo met de bout niet ter deegen gestopt mogte zijn, mitsgaders diegeene, welke andere meede brengen of onder zich hebben, doen verbeuren de gestelde boete van 2S rd"* met reservalie van de actie, den oflBcier over al zulke fraudes en falsiteiten com* peteerende, van welk verbod echter geëxmineerd zijndeChineese zttikemiolenaars, aan dewelke gepermitteerd werd eengroote daats van 50 S in de molen Ie moogen gebruiken, mits dat daarmeede geene goederen zullen worden verkogt of uitgevoerd.
Art. 10 Een pikel zal niet anders mogen werden gerekend dan op 125 S Hollands of 100 Chinasche catjes van een en een qnart pond ieder.
Art. 11. De heele leggers moeten houden 388 kannen^
de halve le^^rs 194 kannen,
de heele aamen 97 »
de halve • 48'/, »
334 1810. H. W. OAÉNOÊLft.
Art. IS. Insgeigks zullen alle beele en halve leggen en beele en halve aamen, voor reekening van den Lande aaoge- maakt en gebruikt wordende, voor de afleevering or afscheep moeten worden gemerkt of gebrand door den ykmeester, die er geene zal mogen ijken dan waarvan bet hem blijkt dat zij de voorzegde maat houdende zijn.
Art. 13. Echter zal de ijkmeester alle uit het Koninkrijk Holland aangebragt wordend vaatwerk alleen moeten branden, zonder alvorens te peilen, zo als bij omtrent die, welke hier werden aangemaakt, daarenteegen verpligt is te doen, lopende de bezorging van maat en peylstok voor reekening van den hoofd-administrateur van Java's Oosthoek.
Art. 14. En zal deeze branding geschieden door den yk- meester alleen, zonder byweezen van gecommitteerde leeden van justitie, invoege dezelve ook alleen aansprakelijk blyfl voor alle vergrypingen, die er omlrent deeze branding vao 't vaatwerk ontdekt mogten worden.
Art. 15. De winkeliers, kalk-, steen- en pannebakkers en andere moeten ieder zyn eigen gewichten, ellen, maaten eo vormen hebben zonder dezelve eikanderen te mogen leenea, op verbeurte van rd' S boete, koper geki, de helft voor bet officie-fiscaal en de weeder helft voor de diacony-armeo der hervormde gemeente dezer steede.
Art 16. Iemand bevonden wordende in zyne neeringe eenige ongeikte maten, gewigten, ellen of vormen gebruikt ofte iö zyn huis gehad te hebben, zal voor ieder verbeuren zes rd' voor de eerste, twaalf voor de tweede en arbitrale correctie voor de derde reis, mitsgaders in den tyd van drie jaren geen neering mogen doen, de boete te verdeden in- voege by articul 6 en 1( vermeld staat.
Art. 17. En opdat dit een en andere na behoren agtervolgt wordt» zal de fiscaal te Sourabaya gehouden wezen, nevens twee gecommitteerde leden van justitie eo den ykmeester, ten minsten eens in het jaar de ronde te doen en zowel de winkels, herbergen, kalk-, steen- en pannebakkeryen, als ^udere diergelyke te visiteeren.
^610. H. W. OAENDËLè. SSÜ
Art. 18. 'tIJkgdd zal, nadat de onkosten van den IJk alvorens daanran zijn afgetrokken, gedistribueerd worden, de eeoe helft Toor den tjkmeester en de andere helft voor de raadkamers kas van justitie te Sourabaija.
Art. 19. De fiscaal en gecooimitteerde leeden van justitie zullen voorts 's jaarlijks een accuraaten opneem van de gewigten in alle 'sLands administratiên doen en zorg dragen, dat de ijkmeester niets IJke, dat niet bevorens door hun teegens de slapers geconfronteerd zij, en de te ligt bevonden wordende gewiglen niet aanstonds af te keuren, maar door het inslaan van een stukje koper, houdende de zwaarte van 't manqueerende, (e effenen en daarop dan den ijk te zetten; en zal de ijk der gewigten van de ondergeschikte drostdijen en posten door voorschreeven commissie alineede 's jaarlijks, doch hier Ier plaatse moeten geschieden, ten welken einde de gewigten in zulk een tijdstip, ais wanneer aldaar het minste te ver- rigten is, herwaards ovei^ezonden moeten worden.
Art. 20. Wanneer nieuwe stand gewichten van weegens hel gouvernement herwaards worden gezonden, zullen dezelve direct bij aanbreng door den ijkmeester ten overstaan van den fiscaal en gecommitteerde leeden van justitie geëxamineerd en geijkt werden; en zullen gecommitteerde leeden van justitie aan ieder ring van het stand-gewigt bun zegels moeten altacheeren, in diervoegen, dat dezelve niet als met geweld daarvan kunnen werden afgerukt.
Art. 21. Wanneer bij de ijking eenige gewichten, ellen, maten ofte vormen met de slapers zooveel bevonden worden Ie verschillen, dat er omtrent den gebruike eenige bedenking vallen moet, zal degeene, aan wien dezelve zijn toegehorende, voor elk zodanig gebrekkig gewigt, ondeugende elle of mate verbeuren eene boete van vijftig rd', ten behoeve van de diaconij-armen der hervormde gemeente deezer steede.
Art. 22. De Ijkmeester zal bij deszelfs aanstelling op *t stuk van zijn ampt den onderstaanden eed doen :
ik beiove en zweere, dat ik z^ne Majesteit den Koning van Holland als mijn eenigen en wettigen souverain, den heere
§36 IBÏÖ. M. W. èAÉNÖÊL8.
Gouverneur Generaal en de Raden van ludie, uitmakende het gouvernement generaal in deeze gewesten, mitsgaders den landdrost van Java's Oosthoek gehouw en getrouw zal wezeu : dat ik mtj in 't ijken der ellen, maten, gewigten, fusten en vormen oprechtelijk en vromelijk zal gedragen, zonder aanzien van personen ofte gunst; dat ik geene maten, ellen, gewicJiten ofte vormen ijken zal, dan ten overslaan ofte mei kennisse van den fiscaal en gecommitteerde leedeu van justitie, uilge* zondert alleen in gevallen, daar mij zulks expresselijk is of zal worden gelast; dat ik alle mesusen omtrent den yk, uiy voorkomende, den landdrost van Java's Oosthoek, zomeede den fiscaal getrouwelijk aangeven zal, mitsgaders mij voorts in dit ampt zodanig gedragen, als een eerlijk en vroom ambtenaar toestaat en betaamt. Zoo waarlijk heipe mij God Almachtig.
4 Hcrfstuiaand. Inslruciie voor WeeS' en Boedelmeesteren te Soerabaija.
Art. 1. Bij besluit van zijne excellentie den beere Maarschalk en Gouverneur Generaal de dato 1 Hooimaand 1809 is de Oosthoek van Java op zich zelve gesteld en van bet voormalig Java's gouvernement geheel afgescheiden en dienvolgens, evenals te Samarang, te Sourabaija bij besluit van «len o'* daaraanvolgende een collegie van Wees- en Boedelmeesteren opgerigt zijnde, zoo zal door dal collegie onder het ressori van Java's Oosthoek in deze hunne betrekking worden ver- rigt al datgeene, hetwelk bevorens door Wees- en Boedel- meesteren te Samarang is gedaan en betragt geworden, en door de civiele magt daarin zoodanig worden geadsisteerd en gesurveilleerd, als hieronder nader beschreven zal worden.
Art. 2. Het gemelde collegie van Wees- en Boedelmeesteren bestaat uit een president, een vice-presidcnt en vtjf leden; de president, vice-president en twee leden zijn altoos Europeesen of van Ëuropeesche afkomst, twee leden Chineezen en twee Mooreu, Maleiers of andere Mahomedaanscbè natiën, geene
iéi6. aw. óAE^bÈLé. iij
JaTaotin rijade; dit coHegie wordt geadristeerd door een secretaris, een gezworen klerk, die toTens boekhouder ia, en met looveel kleiken, ala tel achrijfwerk zulka in den tijd zal komen te yorderen, en Toorta ook noch bediend door eeo bode.
Art. 3. De belangena Tan Chriatenen en Joden gaan echter by bet coUegie van Weea- en Boedelmeesteren alleen aan den president, vice-president en de eerstgenoemde twee leden, (erwijl die van Chinezen, Nooren en andere Oostersche natiën, geen Javanen zijnde, den president, vice-president en alle de hiervoor genoemde leden aanbevolen zijn; het collegie, in de eerste plaats handelende, doet zulks onder de benaming van Weesmeesteren en in de tv^eede plaats onder die van Boedel- meesteren van Chineezen en andere onchristen sterfhuizen. Art 4. In 't generaal moeten alle boedels van Christenen en Joden, waarvan de erfgenamen onmondig, dan wel uitlandig or absent en welke beweezen zijn suffisant te zijn, door Wees- meesteren, in zooverre dezelve bij testament niet uitgeslooten zijn, aangevaart en geadministreert worden, zoodanig en in dier Toegen, ab zolks steeds bij diergel t|ke, gequalificeerde autoriteiten gepractiseerd word, met dezen verstande nochthans, dat, bijaldien er eeoige hel minste verschil of haesitatie mogt wezen, door wien van beide, Weesmeesteren of den curator ad lites, de boedel moet worden aangevaard. Weesmeesteren dezelve niet onder zich zullen vermogen te nemen al voorens daaromtrent te hebben erlangd de decisie of order van den heer Gouver- neur Generaal, zooals de curator ad lites aan zijne zijde ook verpligt zal zijn te doen, terwijl in afwachting van die decisie de landdrost over Java's Oosthoek, door wien alsdan daarvan dadelijk aan weimeiden heer Gouverneur Generaal kennis gegeven en orders gevraagd zal moeten worden, bevoegd zijn zal de Weeskamer dan wel den curator ad lites tot eene provisioneele aanvaarding te authoriseeren.
Art. 5. Doch in cas van twijffeling omtreind de suffisantie eenes boedeb, tot wdkers administratie Weesmeesteren ge- roepen zijn, zal dezelve, om de reputatie van den overledene
rLAlAAT-BOa BBL XTI. 22
558 1810. H. W. DAENOCLS.
te consorveeren, zoo lapg voor suffisont gebooden worden, totdal het contrarie van dien voldoende komt te blijken^ eo gevol^elijk de eerste aanvaardingi^van dien moeten gpschiedeo door den secretaris van Wqesndeesteren, ter presentie van twee gecommitteerde leden, met voorkennisse en order van den president.
Art. 6. Zullende in dezen gevalle ten eersten alles in bel sterfhuis verzegeld, geïnventariseerd en de zaken van des overledens begravenisse op H menagieuste en zoo 8ober« als immer bet bekleed hebbend caracter van den overieedene dit lyden kan, gesteld moeten worden.
Art. 7. Dit verrigt zijnde, zal de secrelaris, zo ras doenlijk en alvorens tot den verkoop der goederen te procedecren, ge- houden zijn aan het collogie te vorloonen den slaat des boedels, te weeten ; de onkosten der begravenisse en wijdei:s de schulden des boedels, voor zoverre die bekend zullen zifn, en daarin stellen alle de in wezen bevondene effecten, schulden, etc. om alsdan by hetzelve coUegie.gecxamineert te worden, <>) zoodanige boedel, ten gelde gemaakt wordende, tot arbetaling daarvan al of niet toereikende zoude zyn, om in bel eerste geval tqt de verkooping der goederen over te gaan en ile verdere «idmini^tralie daarvan aan zich te houden, en in het laatste geval van de verdere bebeering dadelyk af te zien en denzelven als een notoir insolvenlen boedel aan deo sequester over te geeven.
Art. 8. Dan, in geval het gebeuren mogte, dat zoodani$:i' boedel by Weesmees teren op 'tgan>elde vertoog van haren secretaris voor suflisant aangezien en egter, nadat de vendu c^ering der goederen is geschied, insolvent bevonden wierJ, hetzy door een minder rendement daarvan, als men zich had voorgesteld, of wel dat zig na dato nog ecnige schulden kwamen te openbaai^n, zo zal die boedel almeede aanstonds aan den sequester moeten worden overgegeven, zonder d;it by Weesmeesteren de 40^ penning van de verkogte goederen genoolou, maar, gelrokken zyude^ weeder ten voordeele van den boedel zal uitgekeerd moeten wordea, geUjk dan ooK
- H. W. OAENOELS. 539
de Mcretaris wegens de risico Tan bet invorderen der Teadapesningefl, die hy daarvan onderhevig bl^ft, niet meer zal mogen declareeren dan de eene heirte van 't ordinaire vendu-salaris boven de gevallene kosten, en de wederhelfte daarvan virorden genoten door den sequester, aan welken zodanige, naderband insolvent bevondeoe boedel werd over- gelransporteerd, en dat voor de moeite der te hondene procedures in cas van preferentie en conpurrentie, mitsgaders de distributie, in conformiteit vs^n het daarop te vall^ne vonnis.
Art. 9. In geUjker voege zal moeten worden gehandelt door den seqoester, wanneer een boedel, welke Ier eerster ioslantie insolvent geoordeeld was, na dato suffisant bevonden wierd, alzo die dan, niet alleen meede aanstonds door denzelven aan Wecsmeestereu zal moeten worden overgegeeven, m^r ook, in cas de goederen reeds verk^egt mogten zyn, doorhem, sequester, voor risico en moeite van Hinmaauen der v^ndu;, penningen, niet meer dan bet halve vendu-salaris boven de gevallene onkosten mogen worden gedeclareerd en genooten, en de resteereode heifte aan den secretaris van Weesm^est^ren ii\ werden gecedeert.
Art. 10. AUes nogihans met dien verstande^ dat, zo wanneer liet mogte gebeuren, dat, nadat de gantsche boedel reeds gered en de bekende crediteuren uitbetaald mogten zijn, 'fig onverwagt nog eeoige prelenliên ten laste van denzelven kwamen op te doen en deeze pretenüen grooter mogten wezen dan het overgebleevene restant des boedels, alsdan geen overgifte van dien, hoewel daardoer insolvent bevonden wordende, zal geschieden, maar alleen uitkeering van bet restant aan zoodanigen crediteur of crediteuren behoeven. gedaan te worden, zonder dat dezelve, schoon de oudste, l>ezegelde brieven hebben mogten» bevoegd zijn ofte betregt pretendeeren zouden kunneq van de overige crediteuren, welke hevoorens ter goede trouwe uit den suflisant geoordeelden boedel hunne pretentien genooten hebben, tot eeniigen weeder- uitkeering aan te spreken; onder deeze mits nochtliaus, dat
§40 IdiÓ. H. >V ÓAËflOêLé.
alle bekende en onbeketide crediteuren, zo door het «leliën eener advertentie in de Bataviasche courant, als bt| affixie van bilietten, zo wel in het Nederduitsch, als In 'tMalefdsch en Chineesch, tot het opgeeven hunner pretenliên aangemaand en van de voorschreven te doene volkomene afbetaling der crediteuren zes maanden bevoorens zullen wezen verwittigd, alzo zijlieden in contrarie geval hun guarand houden op diegeenen, welke hierin nalatig zijn geweest.
Art. 11. Iemand aflijvig wordende, hetzij man ot vrouw, en kind ofte kinderen agterlaa lende ofte geen maagen dan wel volgens de wet geregtigden ordenaam alhier hebbende, zal de doodgraver, die het graf voor den aflljvige maakt, gehouden wezen, aleer dezelve begraven wordt, zulks Wees- meesteren ofte haren secretaris aan te brengen, op verbeurte van zijn dienst.
Art. 12. En zullen de namen en woonsteden van den overleedene bij den secretaris aangeteekend worden, mils de doodgraver, zowel als de secretaris, daarvoor genietende elk zes stuivers.
Art. 13. En ten einde zeker te wezen, dat geene erfgenaroen benadeelt of boedels verduisterd worden, zullen van alle testamenten, codicillaire procuratiên of andere actens van uitersten wille ter registratie kennis gegeeven en vertoning moeten worden gedaan aan Weesmeestereir, terwijl ook hel coUegie van justitie gerecommandeert wordt daarop reguard te nemen, indien iemand dienaangaande eenige difficulteilen maaken mogt.
Art. 14. Uit dien hoofde zuUen Weesmecsteren ook geqnali- ficeerd zijn tot het openen van alle beslooten testamenten, ter Weeskamer gebragt wordende of dezelve raakende.
Art. iS. In cas van aflljvigheid van een of ander inge- zetene zullen Weesmeesteren het regt hebben door hunlieder bode den overgebleeyen man ofte vrouw te doen aanz^^n om ter Weeskamer te koomen op al zulken dag, ab bet Weesmeesteren gelieven zal. ten einde van den staat des boedels aan dezelve opening te geeven, waarvoor de botle
leiO. H. W. DAENOetl 341
gemeten lal xes siuiTen, alles te veraehieten by de Weeekamer en te verhaalea aan de goederen van weeskinderen» die ter kamer gebragt worden.
Art 16. Vader ofte moeder, langstlee?ende zijnde, znllen gelmiiden weezen ter Weeskamer te koomen om der wezen goed te bewijzen en ter weesboek te brengen in presentie vao de daarover te roepene naaste vrienden van den afliy vige, zo er eenige zijn, en dat binnen zes weeken na begravinge vao den overledene, op poene van twaalf rd% te verbeuren len behoeve der kamer, en des niet te min gebonden blijven bewys te doen, ten waare aan de bngstleevenden by advies van Weesmeesteren daartoe een langer tyd wierd ver* guod ofle toegestaan, zonder bewys te doen, in den boedel oDgedeelt te verbiyven.
Art. 17. Niemand aal van zyne kinderen scbeiden, voor en al eer hy zal hebben geleeverd staat en inventaris van alle goederen, meubelen, immeubelen, buizen, erven, shiven, paglen, renten, scheepen ofle parten, scheeps^d, bodemery- brieven, actiën, schulden en onschulden, hoe die genaamt ofte van wdken aart die ook mogen wezen, mitsgaders goud, zilver, kleinoodiön, Ueeien en allerbande huisraad, dewelke met den overleedene lea dagen van desaelfs afsterven te zamen gehad en beseelen heeft, en dat gesterkt met eede, die hem by Weesmeesteren, als daartoe geautlioriseerd zynde, nigenoomen zal worden, ten waare dat by Weesmeesteren CD de naaste nienden en voogden van de weezen anders geraaden en geaccordeerd wierd.
Art. 18. By bevimKng, dat eenige goederen verzweegen en oiet in de gezegde inventaris gesteld zyn, zuUen dezelve zooder eenige contradictie koomen en bUjven ten voordeele vao de kinderen van den aflyvige, ten waare degeene, die voorschreven inventaris heeft geleeverd, by eede wilde verklaaren deselve niet willens en weetens vcrzweegen te hebben.
Art. 19. In zoverre iemand voorwende de overieedene geen goederen agtergdaaten te hebben en dat de boedel
S42 1810. H. W. DAENOELS.
meer ten agter ak Ie voeren is, zal deosdve daarmeede aie l mogen volstaan en van hel doen van bewijs vrij zijn, voor en aleer hij inventaris in forma voorschreven met scholden en onsohulden overgeleeverd zal hebben, vraarhtj hetzelve blt{ken mogt, almeede binnen voorscbreeven tijd, ten veaare by Wees- meestereo om reedenen toegestaan wierd, dat er geen inventaris geleeverd zal worden.
Art. 20. BijaUien hel gebeure, dat eenig boedel-lioadcr of boedei-hondster zig wilde behelpen mei eenige leslaraeDlen of «odicilleii, bij den overleedene gemaakt, zo zal daarin niet loegesteml moogén worden, maar de zodanige des niet te min gehouden wezen inventaris te leeveren en bewijs tr doen, ten waare sufBsante cautie konde en wilde steUen en Weesmeesteren daarmeede tevreeden wnarmi.
Art. SI. Vader en moeder beide stervende zonder haare kinderen bewijs gedaan Ie hebben, zullen de oodste en naaste Blagen ter weederzijden gehouden weezen bewtfs te doen van de goederen, bij den overleedene agtergelaaten, geUjkiD voegen hiervoren staat uitgedrukt.
Art. 22. Indien vader en moeder ofte andere boedel- houders bereid vraaren binuen-voorsz. tijd bewijs van goederen te doen en de vrienden van den aflijvige, verzegt zijnde voor Weesmeesteren te compareeren, daartoe niet verstaan wilden, zo zal men zodanige onwilligen tot drie verscheidene reijseo, telkens op zeekeren te bepalen dag, bi| den boode van de kamer doen reepen om te hoeren Hgeene dienaangaande ge- daan zal worden, dog.dezelveegternieleompareerende, zolleo Weeameesteren zonder ben zoodanig bewijs mogen ontvaogeo en de bewijzen daarmede kunnen volstaan.
Art. 2S. De kinderen van de eene zijde beweezen ztjade, zo zullen na 't overlijden van den langstleevende de oudste en naaste maagen van deszelvs zijde der kinderen bewijs doen, meede binnen voorsz. lijd, op verbeurte van zes ni' ten behoeve van de kamer en onvermindert hunne gefaou- denisse om alsnog bewys te doen.
Art. 24. Het voorsz. bewijs zodanig gedaan zijndet znlien
- H. W. DAENOELS. 343
alle de brieven, .sehullkennisseD eo alle andere goederan of gddeo, die beweezen sQn, teraCond op de weeskamer gebn^t worden, al waare het ook, dat anderen daar pari co deel in hadden.
Art. SK. IndieB eenig wees, toL zijne mondige jaaren nog Diet gekoomen aynde, staande in de weesboekea ofle niet, bij instittttie van iemand erfgenaam gemaakt waare, soo zal de boedeUiouder ofte die hem met den boedel bemoeit, ge* houden wezen binnen zes wceken na des testateurs ovecUjdea over te leeveren in banden van Weesmeesteren, ter presentie van de naaste vrienden, behoorlyk inventaris van alle goederen, bij den testatenr agteq[elaten, omme vervolgens deerveniese naar den testamenle te schiften, scheiden en deden en vooral zulk een pari ofte deel, als de kinderen toevallen zal, al ware 'look met anderen gemeen, terstond op de weeskamer te brengen, als vooren op poene van tvraalf rd' ten behoeve ma de kamer.
Art. 26. iBsgeiyks zuilen alle legaaten, donaliftn, giften ofle anderzin ts, hoe hetzelve ook genaam t zoude mogen worden, den weeskinderen bij iemand besproken ofte gelegateerd, by de erfgenamen ofte testateurs, indien er eeuigc zijn, binnen voorn, tyd ter weeskamer gebragt werden, meede op voorsz. poene.
ArL S7. En zullen alle meubilaire goederen, als huis^ sieraad, kleederèn, juweelen, enz., de kindt^reu aanbcslerven oflc bij het doen vau bcwi|s toegevallen, in 't openbaar op- govcild en aan den niecstUedendc verkocht worden en dat in presentie van de naaste maagen, zo er eenige zyn, ten waare de weeskamer bwI advic» der voorsz. naaste maagen om reedenen anders mogle komen goed te vinden.
Art 26. Egter aillen de maagen of ook Weesmeesteren niet vermoogen eenige vaste goederen, renten ofle pagtei> de weeskinderen toekomende, te verknopen, belasten ofte ver* vreemden» als met voorgaande consent van den geregte, zijnde den Raad van justitie ^ Sourabaija^ en zullen die van dea geregte eok daarinne niet conseuteeren als om goede eii
344 1^0. H. W. OAENOCLS.
gegronde reedenen, terwijl in allen gevallen de vèikopiog van zodanige goederen niet ud vermogen te geschiedeD als opentlijk aan den meestbiedende.
Art. 29. Vader ofle moeder, hunne kinderen seekeresonmia geUs bevryaende, zullen gehouden weezen dezelve tersloud op de weeskamer te brengen omme tot profiyt van dezelve kinderen belegt te worden ofte, indien de ouders de penniogeo onder haar begeerden te houden, zullen daarvoor sldien vasle hypotheek en twee suffisante boi^gen ter discretie vaa de weeskamer.
Art. 30. Zo iemand zich onwillig toonde of in gebreeke bleer omtrend 'Igeene hiervooren van Hdoen van bewys ofte aanbrenging der goederen, ervenisse ofte l^gaaien, aan onmondigen vermaakt, geslatueerd is, zal de zodanige daarover gegijselt en in dier voegen gehouden worden tot ten t^d toe, dat bewijs, gdljk hel behoord, gedaan zal hebben.
Art. 31. En zullen des niet te min Weesmeestcren tentood na de expiratie van voorschreven zes weeken mogen gaaa ter woonsteede van den onwiUige en aldaar door den secre- taris ter presentie van de magen van den overleedeaen, zo er eenige zijn, ofte van de naaste gebouren alle de goederen, in den huize weezende, zo meede alle andere goederen, die niogten te vinden ofte ten tijde van de aflijvigheid van den ov«^ leeden geweest zijn, bten inventariseeren.
Art. 3S. Alle aanwas of profijten, 't zij door de negotie ofte bt| besterffenisse als andersints en hoe zulks ook geoaaml mag weezen, 't welk vader ofte moeder aankomen mogte na den voorsz. geprefigeerden tijd van bewys te doen, aal zowd komen ten proAjte van de kinderen, als van den vaderen moeder, zonder dat de kinderen zullen partiapeeren in eenige sdude, die den boedel mogte overkomen, als zullende dezelve alleen gedragen en geleeden worden by die hun onwillig getoond hebben ofte in het doen van bewijs nalatig gevfoest zyn.
Art. 33. Dosgelyks zal ook de bdastingen van renten of anderzints, die op vader ofte moeder voor dato van hoi liewys in eenigerhande manieren gedaan zal worden, alleen komen
- H. W. OAENOEL8. 54S
tot laste TED demlTer goederen, dew^l der kinderen goed allQd loirer en onbezwaard inoet blijven, londer dat vader of moeder der kinderen conditie eenigxinU bezwaaren, ver- korten ofte vereiigeren zal kunnen,
ArL 34. Niemand/tzy man of vrouv7, weezen of onmondige kinderen hebbende, mag weeder buwen, voor en al eer den overgebleevene weezen in maniere voorsz. behooriyk bewezen ofle met de weeekaroer en de naaste maagen dier weegens overeengekomen zijnde, de goederen der kinderen, by dier- gelijken aceoord toegeweezen, ter weeeboek gebragt zal hebben, op poene, indien iemand door biykeiyk verzuimenissen 't con- inirie kwam te handelen, verbeuren zal bet agtste gedeelte zijaer oft harer goederen, ten behoeve van de voorschreven kinderen.
Art. 55. Alle particuliere executeuren van boedels, waarin minderjarige erfgenamen zyn, zullen ingevolge publicatie van de hoge regering van den ^^ 1808 gehouden cu verplicht zyn om binnen den tyd van agt maanden na het aanvaarden van dezelve boedels, van welk termyo evenwel Weesmeesteren om gegronde mötiven zullen vermogen pro- longatie te verleeuen, ter weeskamer over te leveren een staat eo inventaris der roerende en onroerende goederen, schulden, aden, crediten, enz. en wijders het aandeel der onmondige erlgoiamen in de erienis.te bewijzen, met deze modificatie nogtans, dat overeenkomstig den leneur van art. 20 van bet placcaat van den /,^^ 1781 ten opzichten van de langst- leevenden der ouders van onmondige kinderen, zodanige executeuren niet zullen worden begrepen onder de verplichting van de erfportifin van onmondigen ter weeskamer te moeten overbrengen,» ingeval dezelve begeercn die gelden ten (irofijte der minderjarigen in eigen perzoon to administreeren, mits daarvoor stellende vaste hypotheek of sufficiënte borgen, ten genoegen van vo(«ineld collegie en de naaste magen der onmondigen; onder bepaling wydcrs, dat, byaldicn alle de door den testateur nominative benoemde voogden en admini- slrateoren der door hem aan minderjarigen na te laten
546 ^^O- H. W. OAENOEL8.
goederen en dos niet de zodanige, welke door benoemde voogden or executeuren worden gesubstitueerd of geadsumetttl, komen te overlijden alvoorens de onmondigen nieerderjarip komen Ie wezen of lot eenigen anderen, geai)probeerdeii staal mogten zijn gekomen, derzelver gelden en effecten ter wees- kamer zullen moeten worden overgebragt om daar verder te worden beheerd tot hunne meerderjarigheid; terwijl noglans aan Weesmcesleren het recht word toegekead om in bijzondere gevallen, wanneer de voogden van een geabandon- neerd gedrag, verkwistend, voort vlugttg of bankeroet mogten zijn, zig de belangens der pupillen, ongeacht de institutie v» voogden door den testaleur, aan te trekken, mits hunne be- vinding of gronden tot verdenking aan den landdrost over Java's Oosthoek opgeeveude, om aan het oordeel van den heer Gouverneur Generaal ofte der hooge regeering te worden gesubmitteerd.
Art. 36. Alle kinderen, die vader- of moederloos ztjOt worden geconsidereert als weezen en onmondigen en dus niet bekwaam om liaar eigen voogd te weezen, voor dat ztj deo ouderdom van 25 jaren bereikt hebben, invoegen zij tot dien tijd toe moeten blijven onder voogdij en opzigt van Weesmcesleren en haare voogden, ten waare zij in deo huwelijken staat kwamen te treeden ofte bij goedvinden van Weesmeesteren en de naaste maagen van de hoge overheid veniam aetatis erlangden.
Art. 37. Indien nogthans Weesmcesleren met de geraecne vrienden en maagen om deugdelijke reedenen niet geraden vonden alzulke perzoonen, tot gezegde jaaren gekoomen ofte ook gfhuwt zijnde, uit de voogdij te stellen, lo zal men zig dierweegens door middel Tan den landdrost over Java's Oosthoek moeten adresseeren aan den Gouvemeor Generaal en de hoge Indiascbe regeering en derzolver goed- vinden afwagten.
Art. 38. Zo lange de weezen of andere, onder voogdij staande, met haar goederen in 't weesboek bekend staan, sullen zij dezelve niet mogen verkoopen, verzetten, bezwaareD, nog
- H. W. OAENOCi.8. 547
vervreemden in eeniger manieren, ten ^aare Weesmeesicrcn met de naaate maagén en voogden zuHcs geraadeti vonden en expresseiyk daarinue conseuteeren.
Art. 39. Niemand zal OMt eenige weezen ofle andere, onder yoogdij in het weesboek staande pupillen mogen coa- traheeren ofte eenigen handel drijven, hoe ook genaamd, dan wel voorsehietingen en bdeeningen van gelde doen ofte boiigen boiten consent als voren, hoger dan een nl^ zullende zulks ia contFaiie van geener waarde weezen en daarop geen recht mogen * worden gedaan, hoe oud van jaren de weezen ook mogten zijn, terwijl daarenbooven degeenen, die zutke per- zoonen geld geleend, gebof^d of met speelen afgewonnen hebben, artntrairlijk gecorr%eerd zuHen worden.
Art. 40. Der weeskinderen schulden, die te boek gesteld ztjn, mitsgaders al hefgeene bij ervenissen door vader ofte moeder ofte door andere beweezen ofte ten voordeele van de kinderen epgebragt zal weezen, zal men moogen innen met sommeeren, renoveeren en executeren tegens dengecne, die de schuld bekend ofte het voorschrecvene bewijs gedaan heeft, in alle opzigten, eeven en in dier voegen, als of zulks voor het gerecht gepasseerd waare.
Art. 41. Ook zullen alle overeenkomsten en beloften, borg- logten, mitsgaders alle andere acten, die in eenige zaaken der weeskinderen ofte andere, welkers goederen op de wees- kamer berustende z^n, voor Weesmeesleren worden gepasseerd, van getifke kragt zijn.
Art. 42. Alle brieven, weeskinderen toebehoorende en in de weesboeken staande, die van kragt waren, toen dezelve daar aankwaamen, zullen in geenerlei wijze verkeeren, ver- ouderen ofte vergaan, hoe oud van jaren die ook mogten weezen.
Art. 43. Noopens het onderhoud der kinderen wordt ge- staiueerd, dat vader ofte moeder, in loeven blijvende, schnldig zal weesen haare kinderen te onderhouden van de vrugtén van bet bewijs, en zcdks de zoons tot baar agttiende en de dogters tol haar vijftiende jaar toe, hoe sober en klein
548 ^810. H. W. OACNOEtÉ.
dezeWe vrugten ook mogten weezen, zonder te genieten eenige inkomsten ofle prol^t van de kinderen, bij eenige dispositie, lestamentaire gifte^ donatién ofle eenige andere manieren aangekomen ofte nog aan te komen van vader oRe moeders zyde ofte iemand anders, (en waare de maakiog of gifte ten behoeve der kinderen zulks expres in dier YO^geo ver- klaarde ofle bij Weesmeesteren om reedenen anden ver- staan mbgte worden, waarinne als dan, tot discreetie van Weesmeesteren eo bij advies van de naaste vrienden ea voogden, gedaan ofte met de ouders geaccordeerd zal wordeo na bebooren.
Art. 44. De voorschreven tyd van onderhoud geêzpireert wezende zal nogtans vader ofte moeder, die beweezen zoUen hebben, van dat onderhoud egter niet vrij ofte ontlast zyo, voor en al eer zy, bij Weesmeesteren koomende, ter presentie van de vrienden, zo er eenige zQn, verklaaren, dat zy be- geeren van bet onderhoud ontslagen te weezen, waarinne alsdan by Weesmeesteren gedaan zal worden, zo als zij lieden in bilUjkheid bevinden. zullen te bebooren.
Art. 45. Indien bevonden wordt, dal de weesCnderen niet zodanig onderhouden worden, als geconditioneerd is, of dat men niet dienstig en nuttig oordeeU dezelve langer te laten biyven ter plaatse, daar zy besteed of woonagtig zyn, 't zy by de ouders, naaste vrienden ofte andere perzonen, zal men ten allen tyde by advies van Weesmeesteren denlve van daar mogen neenien en ergers elders besteedeo, met dezen verstande nogtans, dal de pupillen onder lieden van dezelfde godsdienst als hunne ouders ter opvoeding moeten besteed en ook daarin opgeleid worden, ten ware zulks om gegronde redenen niet mogte kunnen geschieden.
Art. 46. Byaldien dicgeene, waaronder de pupillen be- vorens besleed zijn geweest, eenige goederen van dezelve onder hun hadden, zoo zullen zy gehouden wezen zodanige goederen binnen een maand na de verhuizing der pupilfen aan Weesmeesteren af te geeven, op poene van zes rd* ten behp^v^ der kamer, te verbooren by degeene, die daarloe
hé\6. k. W. bAskoeLé. ^40
Onwillig of in gebreeke mogteti blijven, onvermindert dat zij erenwel gehouden zullen wezen dezeWe te leeveren.
Art. 47. Inge?al do vrogten of renten van hel bewijs bevonden worden m6rkelt]k meer te bedragen, als tot der kinderen goed onderhoud vereizcht word, zo zullen in dien gevalle de vrienden en voogden met advies van Weesnieesteren deswegens met vader ofte moeder accordeeren en zoodanige schilikingen maken, als na reedenen en billijkheid behooren zal.
Art. 48. De eapitaalen van pupillen, die in haare jonge jaren ter erlanging eener educatie naar Europa of elders verzonden worden, moeten Weesmeesteren alhier aanhouden, tot zo lange haare ouders of voogden derzelver overroakinge requireeren of zij lieden oordeelen zonder prejuditie van ge- dachte pupillen te zullen kunnen geschieden, dog de intressen van zoodanige eapitaalen moeten jaarlijks rigtig en in zijn geheel worden overgemaakt aan degeenen, onder welkers zorge diergelyke kinderen zijn toevertrouwt, ten ware men zulks offl reedenen, als bt) art. 47 venneld staat, anders mogle oordeelen.
Art. 49. Met opzigt tot de voogdijschap over de onmondigen diend noodzakelijk te worden gelet, dal, indien bij testament van den overleedene geen voogden zijn benoemd of aangesteld, — want die anders voor alle andere als de zodanige zullen geconsidereerd en erkend moeten worden, — 't eene van zelve spreekende zaak is, dat de vader van de nagelalen kinderen, een man van een nngter, bekwaam en onbesproken gedrag zijnde, in de eerste plaats competeert de voogdye over zijne kinderen en om goede toezigt over dezelve te neemen, mits- gaders hunne goederen te adminislreeren.
Art. 50. Ten ware hij volgens voorgaande making ofte andere voorwaarden in de goederen van zijne kinderen niet succederen mogte, in welkers gevalle de administratie zal toekomen en bevoelen worden aan 't naaste bloed van de voorschreven kinderen, in zoverre hij erfgenaam, van de mannelijke sexe, een ingezeeten en niet te oud van jaren is ofte om andere reedenen bij Weesmeesteren onbequaam
Ui ^a^<^. H. W. oAè^déLi
elders gcremtlteerd dan wel bij mondige jaren ofte andere geapprobeerde slaalen aan de pupillen uitgekeerd of afbelaald worden.
Art. 60. Weesmeesleren nog de voogden ofle administra- teurs van der weeskinderen goederen zullen derzolver geld niet op renten moogen uitzetten dan op Taste hypotheek en onder twee sufBsante borgen, die zig te zaamen in soüdom en dus den een voor den anderen verbinden.
Art. 61. Uit dien hoofde zuUen Weesmeesteren ook ver- plicht en gehouden zijn jaarlijks alle de bij haar verbondene vastighecden, in het landdrost-ambt Sourabaija gelegm, door eenc kommissie uit hun midden te doen opnemen en nagaan, of dezelve wel onderhouden en de gedane beleeningen, mits- gaders de gestelde borgen, met gerustheid kunnen vrorden aangehouden, invoegen zij van deeze haare bevindingen moeten dienen in scriplis, ten einde het meermelde collegie in staat (e stellen de nodige maatregulen tot voorkoming van nadeelige verliezen te beraamen, terwijl die opneem in de ondergeschikte drost-ambten van Java's Oosthoek door den scriba en een ander, in loco zijnde perzoon, door den landrost van Java*s Oosthoek op verzoek van Weesmeesteren te benoemen, lal moeten geschieden.
Art. 62. Er zal geene hogere beleening op vaste goederen mogen worden gedaan als voor twee derde gedeelte der getaxeerde waarde, terwijl de leeden, beneevens de secretaris en boode van Weesmeesteren, neevens de landmeeter, inge- vallen van commissiên tot het bezigtigen en opneemen van vaste goederen ten voorschreven einde genieten zullen de volgende salarissen, als:
binnen de limiten van Sourabaija, gereekend tot op de lO** paal, voor ieder lid en den secretaris rd' S en den bode rd"" 1, terwijl daarentegen aan den landmeeter zal worden gevalideert, hetgeen hem volgens art. 20 zijner instructie bQ het taxeeren van vastigheeden, het middel op de c<rf]aterale successie subject, is geaccordeert,
buiten de limiten of de voorschreven 10 palen voor ieder
- H. W. DAENOÊLd. SB^
lid, den secretaris rd* i, den bode rd" 1 Vs en den landmeeier, iuvoege yoormdd» terwijl, wanneer tot die commianên met bet heen- en terugreizen een geheele dag Tereischt word, eens zoTeel dan wel meer of minder na billijkheid zal mogen wurden gedeclareerd, te Toldoen bij dengeene, die zodanige beleening verzegt heeft.
Art 63. Aan Weeameeeleren is het regt toegekend, de zaake daarna geconstilaeerd zijnde en wanneer zij lieden zulks voor het belang van haare pupillen nodig oordelen, onvermindert een ieders regt, des verzogt wordende, te mogen cousenteeren in den verkoop der onder haar ofte onder de boedeb onder haar administratie z^nde gehypotheekeerde vaste goederen, als van weegen de eigenaar zetik, 't zij onder de hand of bt| publieke vcndutie door den persoon of perzoonen, daartoe gesteld, ten einde het provenu van dien ofte zoveel zij lieden fiaarvaa competeert, zonder eenige andere detractie ab het ordioaire veoduloon, direct uit handen van de vendumeesteren te ODtiangen^
Art. 64. Wees- en Boedelmeesteren zijn gequaliflceerd en geauthoriseerd om voor twee gecommitteerde ieeden en haren secretaris te mogen laten passeeren schuld-brieven en belee^ Hingen op vaste goederen ten behoeven van het coUegie, welke actens van dezelve kragt en valeur zullen wezen, alsof ae voor
len scriba verleeden waren.
Art. 65. En zal de secretaris gehouden zijn den scriba telkens schriftelijk op te geeven de Wees- of Boedelmeester- keonissen, die invoegen als even gepasseerd zijn, om dezelve in het prothocol der schuld-kennissen te registreeren en te insereeren, moetende die (^pgave binnen den tijd van drie <lagen uiteriijk na bet verleiden der actens geschieden, op poene van bij nalatigheid aanspreekelijk en redevabel te zijn voor de schade, die door déeze, zijne verzuimenisse veroorzaakt inogte worden.
Art. 66. Ook zal de secretaris moeten zorgen, dat bij dier- gelijke hypothecatiCu zulks niet alleen in dorso der origineele koopbrieven of andere actens van eigendom* maar ook in
iU 1810. H. W. OAÈNDCLÖ.
'tprothocol in margine van dezelve koopbrievea genoteerd word, met aanwijzingen Tan den datum en folio, waarop de verbandbrief in 't protbocol der iichuldkennissen geregistreerd staat
Art. 67. En om in deze zeeker te gaan znilen de gecoiih mitteerde leeden geen schnldkennissen mogen tekenen of bezeegelen, voor en aleer dat de secretaris in dorso ?an de adiuldkennissen zal hebben genoteerd, dat het verband ook op den laatsten koopbrief aangeteekend is, die xulks mei zijne handteekening zal moeten bekragtigen.
Art. 68. By het royeo^n van eenige' schuldbrieven zal de secretaris voorts ook mede moeten zorgen, dat die roya telkens, niet alleen op de voorschreven actens in het prothoooi der koop- en andere eijgendomsbrieven, maar ook op de koopbrievea zelfs aangeteekend en genoteerd word, dat, de schuld voldaan zynde, het verband geroijeerd word en daarenboven helzehe telkens ook aan den scriba opgeeven, die zo min voor de vo4»r melde registratiên als deze annotatie iets zal hebben te pre- tendeeren.
Art. 69. Ten opzigte van het aanhouden en administreereo der vaste goederen, dewelke aan de zorge van Weesraeestere n reeds gekomen z^n en bij vervolg nog zouden mogen komen, worden Weesmeesteren geqnalificeerd omtrend het een eo ander zodanig te mogen handelen, als zy voor bef meeste belang der weezen en giNrustheid der kamer of leeden van dien, na voorgaande omzigtige overiegging, inzonderheid uie( behooriyke reflectie omtrent zodanige vaste goederen van weezen, die na verloop van weinig tijdshaare mondige jaarea staan te bereiken, en welkers aanhouding voordeeliger en voor de kamer niet geheel difficiel zoude mogen zyn, zoUen bevindirn dienstig te wezen.
Art. 70. Weesmeesteren moeten by h^ verzenden van obligatiön, door haar gevonden wordende in boedels van ver- sturven perzoonen, naar Nederland telkens voegen eenebeéedigdt* verklaring van de perzoonen» welke in den boedel werda gebruikt of wel anderzints een dedaratoir van Weesmeesten^n
lÖiO. H. W. OACNDÊLÓ. 5Sit
zelveo, houdende, dal bij nauwkeurig examen Tan den slaat des boedek hun in geenerlei wyie gebleeken is, dat zodanige obligatiön geaprooten zijn uit oorzaake van eenig geld of goed op bodemary of op halve winsten meede gegeeveuy directeiyk of indirectelijk.
ArL 71. En worden Weesmeesteren gequalifieeerd om alle volmagtschappen, dewelke in boedels, onder haare admini* slralie komende, gOTonden worden of na het overlijden dor gecoDstalueerdens alhier in derzdver handen mogten geraken, aan de mede gevolmachtigdeos, zoo die er zijn, over te geeven en, deze ontbreekeode, aan te houden, ten einde door hen met de constituanten, over de laaken ter uitvoering gade^ maudeerd, gecorrespoiideert te worden lot advertenlieenook ter verkryging van de nodige instructie, dog intussehen niets anders in zodanige zaaken te verrigten, dan hetgeen zonder prejuditie van de absente conslituaoten geen uitstel lijden kan. Art. 7S. Verpande goederen in boedels vindende, welkers eigenaars absent zijn, gelijk ook in 't generaal alle die, waarop minder als een honderd rd" beleend is, mogen Weesmeesteren na voorafgaande publieke vendutie en dat zig niemand binnen den tyd van zes maanden ter aflossing van dezelve zal hebben aangegeeven, verkopen, ten einde daardoor de betaling van de daarop gemaakte schulden te bekomen en het overschot of meerder rendement ter haare kamer doen verblijven ad opus jus bab«itiam.
Art. 73. Dog met panden van meer als een honderd rds waarvan de eigenaars in loco present en, des noods, wel te vinden, dog niet in staat of geneegen zijn dezelve af te lossen, moeten zy den ordinairen weg van justitie inslaan.
Art. 74. Ten aanzien van de renten, welke door Wees- meesteren ten behoeve van de pupillen der kamer worden te goed gedaan, wordt bepaald, dat aan alle onmondige pupillen, zofider ondenebeid, 't zy dezelve echte dan wel onechte kinderen zyn, zal worden gevalideerd drie agiste procento 's maande tot de somma van rd' 30000 en van het meerder bedragen van een ieders kapitaal een quart gelyke procento, zuUende
4(56 IdlO. H W. DA£NO£l6.
hetgeen van die kapitalen meer aaii renteD word gelrokken, komen ten yoordeelen van de kamer.
Art. 75. Weesmeesteren zullen, zodra de slaatrekening op haare boeken, die onder ultimo. December moeten gesloten worden, zal weezen opgemaakt, dezelve ter examinaUe aan den landdrost over Javas Oosthoek overgeeven om vervolgens een afschrift daarvan door denzelve aan het gouvernement generaal te worden overgezonden, daarbij op een distincle wijze vertoonende het gelieele capitaal, met aanwijzing, in welke munt hetzelve bestaat, dat onder haar administratie b;. en wijders aan de eene zijde, aan welke perzonen en reeke- ningen, als ook hoeveel daarop na het voorwaards gestatueerde moet worden betaald, en aan de andere zijde, hoedanig dat het capitaal is verdeeld, wat daarvan bij diversen is uitgezet, alsmede hoeveel van het een en ander aan in tressen, voor dii loopende jaar vervallen, ieed$ ingekomen of nog te verwaglen zal zijn ; en voorts 't niontant der kamer-ongelden met al. wat daartoe verder gehoord.
Art. 76. Dog op penningen, aan onbekende weezen toel^e hoorende, word in 't geheel geen intrest te goed gedaan.
Art. 77. Insgelijks moogen de gelden der weezen, die. meerderjarig geworden zijnde, dezelve niet komen afbaalen. geen rente doen, alsmeede ook zodanige penningen, die bij overlijden van minderjarige, onmondige, uitlandige erfgenaamen komen te vervallen, invoegen zelvs degelden, die onder Wee^- meesteren berusten en met fideconiniis bezwaart zijn, \u de voorwaarts bepaalde somma niet verder rente zullen doen. dan tot zo lange dezelve minderjarige toekomen en langer niet, terwijl daarenteegen Weesmeesteren ook verpligt en gehouden zullen zijn deeze gelden altoos tot dispositie van de belanghebbende ter afbetaling in gereedheid te hebben.
Art. 78. Penningen, geproflueerd uit een boedel, waarvan de erfgenamen uitlandig, dat is buiten het Koningrijk HoUaod en diea resorte zijn, zullen, zo lange zij absent blijven en geen gemachtigde stellen om de voorschreven penningen van Wees- meesteren te vorderen, van dezelve geen renten mogen pre-
- H. W. DAENOEL8. 387
tendeeren, maar zal hun slegts het bloote capitaal, bij Weesroeesteren bewaart, geregtitueerd worden en meede ten allen tijde ter hunner dis|H)silie gereed moeten zijn.
Art. 79. Als zullende de vrugten ofte renten, die tan dezelve roogten gemaakt zijn, komen en geëmploijeerd worden lol goedmaking van de jaarlijksche lasten van de kamer.
Art. 80. Ondertusschen zijn Weesmeesteren niet gehouden proces te mouveeren over zaaken, absente en uitlandige per* zoenen raakende en waarvan zij geen penningen aan handen hehbeo, maar mogen volstaan en bevoegd zyn met het doen oonelijk van arrest leegen zodanige, onder welke eenige elTecten, de absenten toekomende, berusten, diedan ook gehouden zijn suflisante cautie voor die eflecten te stellen en dezelve zoo lange te prestoeren, tot dat na ontvangen antwoord Tan (Ie absente perzoonen de zaaken hier ten principaalen in reglen betrokken en vonnis daarover gevallen zlJ.
Art. 81. En ingevalle Weesmeesleren officieren in zaaken, waartoe zij geen geld in handen hebben, zoo zullen zij exemt /.ijn van het salaris, de secretarissen van justitie andersints dies weegens competeerende.
Art. Si. De goederen, weeskinderen toebehoorende, zullen gemeen blijven ter tijd toe, dat iemand van hen mondig [reworden zt|, ten waare, dat daaromtrent anders gedisponeerd waare ofte Weesmeesteren met de vrienden en voogden om zonderlinge reedenen anders geraaden agten ofte dat iemand van de kinderen eenige merkelijke schuld boven de andere maakte, zig qualijk gedraagde ofte ter school gehouden worde, ^an wel anderzints merkelijk meer verteerde en benoodigt was; want in zulke gevallen zullen die meerdere ongelden alleen komen ten zijnen laste.
Art. 85. Bij aldien eenig weeskind den tijd van zestien •iglereen volgende jaaren conlinueelijk absent zal geweest zyn, zonder dat men weet e, of zodanig kind nog in loeven 2ij of niet, zo zullen de naaste vrienden, die vermeenen tot fle ei*ffenisse geregtigd te weezen, denzelven bij advies van Weesmeesteren doen indagen ter plaatse, daar de perzoon
5t(8 ^8^0. H. W. OAENDEL8.
H laatste woonagtig is geweest; en iDdien men bevind dezelve overieden te weezen ofte dat men niet kan naspeuren, waar hy zig bevind, zo zal men consenteeren in de deeling van deszelvs nalatenschap ten behoeve van vooi'schrcven vrienden en errgenaamen, mils zlJ, te vooren staande, bij attestatie ofle getuigen alvoorens doceeren en teffens stellen saffisante borgen, elk voor zoveel zijn aandeel bedraagt, omme gerestitueerd (e worden, in cas de uitlandige weeder te voorschijn mogle koomen.
Art. 84. Voorts is, zowel tot securiteit van dit collegie en de leden, waardoor hetzelve wordt bediend, ten opzigle van baare verantwoording, als de secuurstdling van het intrest der pupillen, weezen en andere, welkers goederen door Weesmeesteren geadministreerd worden, nog gesfalueerd. dat Weesmeesteren moeten worden geconsidereerd als een beèedigd collegie van magistratuure over onmondige kinderen, baare middelen en opvoeding item derzelver voogden, mits- gaders over verschelde nalatenschappen, welke dezelve moetea doen bestieren en verevenen.
Art. 85. Oe administratie der groote cassa zal geschieden en ter verantwoording staan van den president en verdere leedeta, zullende dus geene penningen worden uitgegeven, nog beleend, dan na alvoi*ens in de ordinaire vergadering daarover zal zijn gedisponeerd, invoegen tot meerder securiteit voor de groote cas zullen worden aangehouden drie. deutels met differente slooten, de eene onder den president en de twee overige onder berustinge der leeden, die de maandbeorl hebben of op die bij verwisseling dezelve devolveerd.
Art. 86. De kleine kassa daarentegen zal staan ter ver anlwoordinge van den secretaris, onder borgtogt van twee duizend rd', zullende dezelve gehouden en verplicht zijn maandelijks te formeeren een accuraate cassa-reekening van den ontvangst en uitgave om, nadat dezelve door gecom- muteerde Weesmeesteren der maand ter presentie van den boekhouder teegens het contra-cassal)oek en dit weederooo te^gens de gehoudene aanteekeningen omtrent de ingdKomene
- H. W. DAENOetS. 3tf9
peniiiDgen door het afsterreo van luiden of wel door aan- schrijvingen van builenplaataen en verkreegene vonnisBea ofie aoderzinla bijgekoomen, mitsgaders tegen de genomene be- sluiten omtrent de gedaane af betaalinge zal syn geconfronteerd en accordeerende bevonden, ter vergaderinge te worden inge* diend; zullende voorts ten blijke van accoord door meermelde gecommitteerden en den boekhouder gemelde reekening moeten worden geteekend.
Ari. 87. De secretaris zal voor de gehoudrae vendatie en dus voor de geproflueerde vendupenningen direct op eene liijzondere reekening by de boeken worden gedebiteerd en dus ook gehouden en verpligt zyn om de zes maanden voorscfareven penningen (betzy dezelve al of niet ingekomen zijn) by de cassa-reekening te verantwoorden.
Art. 88. Onder den secretaris en dus in de kleine cassa zal niet meer mogen berusten dan eene somma vaa een duizend rd' aan papier van crediet en een duizend rd' aan zilvore munt, dan wel te zamen twee duizend rd% invoege niaaudeiyks na resumtie der voorschreven cassa-reekening liet meerdere bedragen direct in de groote cassa zal worden overgebragt.
Art. 89. Yan de groote cassa daarenteegen zal het dage- lijks aanteekeningsboek berusten en gehouden worden door den president zelEs, waarvan het saldo van dien» maandeUjke afgeslooten, door hem en de gezamentUjke leeden geteekend zal worden, mitsgaders genoteerd by do eerste resolutie van de eerste vei^adering der maand, hetwelk almeede by de maandelyksche verantwoordinge der kleine cassa zal worden geobserveerd.
Art 90. Geene uitbetaalingen uit de kleine cassa zullen geschieden dan met voorkennisse en goedkeuring der ver-
Art. 91. De gecommitteerde leeden zullen gehouden en ▼erfdigt zyn aanteekeniog te houden van de boedels, die geduurende haare maandelyksche commissie aan de kamer zija vervallen, ten einde, nadat de verkopinge zal zyn geschied.
S60 1^0. H. W. OAENOEL8.
de geformeerde invenlarissen te kunnen confronleeren teegens de venda-rollen, terwijl, ingeval de uitstaande penningen of obligatiên, hypotheeken of andere baten zoo direct niet geincasseerd kunnen worden, zij lieden om de drie maanden nader revisie van alles zullen moeten doen en zulks tot de volle liquidatie des boedels, welkers accuraale vereffening dus ter haarer verantwoordingc loopt, in voegen zy telkens, tot decharge van dien, in scriptis haare bevindingen en in welken staat de boedel of boedels, gedunrende baare maand ter kamer gekoomen, zig bevinden, moeten dienen ter eerste vergadering Tan de maand, om na resumptie van dien te formeeren zoodanige besluiten, als Weesmeesteren met bel meeste belang der pupillen overeenkomstig zullen vermeenen te behooren.
Art. 92. Het formeeren der inventarissen zal met alle nauwkeurigbeid moeten geschieden, zoodanig, dat alle actiën, obligatiön, contracten, bodemary-brieveu en dus alle papieren, relatie hebbende tot uitstaande penningen, ten faveure des boedels zullen worden genoteerd invoegen de te vindenr boeken of gehouden aanteekening, aan den boekhouder zuUeo worden overgegceven om direct te worden afgesloten, om daarna almeede op voorschreven inventaris te kunnen noleeren de boekscbulden en al, hetgeen ten faveure des boedels niogle koomen te strekken; zullende gemelde inventaris dan ook dadelijk na geëindigde vacatie direct in het sterfhuis door den secretaris afgesloten en vervolgens door denzelven en de gecommitteerde leeden worden geteekend.
Art. 93. Vermits alles van een gereguleerde schikking en gepaste ordre dependeerl, mitsgaders een exact op- en toezigt omtrend de opvoeding en middelen der weez^ bet vertrouwen en de geruststelling van stervende ouders omtrent het lot van haare na te laten onmondige kinderen diend Ie verzeekeren, zo zal dierhalven het collegie alle de onder haar staande pupillen verdeelen en stellen onder het op- en toezigt van den vice-president en de leeden, die dan ook gehouden en verplicht zullen zijn gemelde weezen in persoon dikmaals
- H W. DAENOEL8. 361
(6 Kesoeken, na liaar gedrag, opvoeding, godsdienstige oefening, onderhoud en verzorging bet nodige onderzoek doen, ten einde baatzttchlige lieden, bij wien pupillen mogten zijn besteed, de zorge, welke zij verpbgt zijn voor derzdver opvoeding en (ijdelijk welzijn te dragen, niet komen te verwaarlozen, maar door zulk een personeel onderzoek en te neemene voonorgen Ie voldoen en te beantwoorden aan de plicht en gehoudraisse, die op hen als gesubstitueerde vaders zijn gedevolveerd, invoege tot meerdere aandrang van dien en Ier bereiking van dit zo heilzame oogmerk door ieder lid voornoemd om de drie maanden aan de vergadering zal worden overgegeven een exact berigt van het getal der onder zijn loezigt staande wezen en nopens derzelver bevindingen bij het gedane huisbezoek en hetgeen verder op ieder van dezelve eenige relatie mogt hebben, om na resuroptie van dien zodanig te besluilen, als met eed en plicht overeenkomstig zal worden geacht.
Art. 94. Bij introductie van een nieuwen president oriid van Weesmeesteren zal aan denzelven transport en aanwijzing worden gedaan van het restant der groote kassa, mitsgaders van de uitgezette gelden en al, hetgeen ter hunner verant- woording strekt, blijvende dus de kleine kas, nevens de tot de kamer en boedels betrekking hebbende papieren en verdere omslag Ier verantwoording van den secretaris, aan wien bij introductie of • aanstelling almeede door eene commissie be- hooriijk transport en overgave zal moeten gedaan worden.
Art. 9S. Wees- en Boedelroeestcren, — uit kragle harer magistratuure en op haren gepresteerden eed besoigneerende en reeolveerende over de persoenen en middelen der wees- kinderen en de redding der boedels, welke onder hare bezorging vervallen en H doen innen en uitkeeren van onschulden en schulden des boedels en 't maken- van buizingen, uitkeeren van erflenissen, legaten, enz., mitsgaders de remisen van gelden na het vaderland of andere plaatsen -^ gereekend moeten borden als mannen van eer en conscientie op haren eed in alle hare besluiten en handelingen te werk te gaan, gevolgelijk
362 1810 H. W. OAENOEL8.
in cas ran eenig erreur of kwaden uitslag daarover niet aan- sprakelijk geagt kannen worden, nog in baare goederen, tra ware in kwaadaardigheid en opzettelijk bedrog ofte nalatigheid gepleegt mogt zijn of wel. direclelijk aangegaan tegen den klaren text der aan baar voorgeschreven orders en byzonderiijk ook tegen bet oelrolj van haar hoogniogenden, de gewezen staten-generaal over de successie ab intestato of zoodanige orders ofte reglementen, als daaromtrent thans reeds in het koninkrijk Holland subsisteeren ofte na dato deezer noch gemaakt mogten worden en meede op deeze kolonie van applicatie kunnen zijn.
Art 96. Wanneer iemand door nalatigheid van dra secre- taris in zijn goed regt te kort gedaan mogt zijn en bet oollegie van Wees- of Boedelmeesteren het nodige geobserveert mogte hebben, zal niemand anders daarvoor aansprakelijk zijn dao de secretaris en zijne borgen en geenzints de gecommit- (^eerdens, nog ook de verdere Wees- of Boedelmeesteren ; dodi, bij aldien door dezelve ofte hare gecommitteerdens mede eenige malversatie of nalatigheid gepleegd mogte wezen, zal degeen, welke zulks begaan mogt hebben, in haar lieder privé redevabd zijn om te betalen, betgeene de benadeelde van den secretaris en zijne borgen niet mogt kunnen consequeren.
Art. 97. Wanneer iemand door Wees^ofBoedelmeestereD vermeent verkort of beleedigt te zijn, dan wd staat en inventaris, mitsgaders boedelreekening met de daartoe be- hoerende charters, documenten begeert te hebben, zal dezelve zich aan het collegie in behooriijke termen moeten adresseereo, zulks te kennen geven en daarom verzoek doen, mitsgaders om redres van de beleedigiog of dat hem mag aangeweeieo worden, bij wien de beleediging veroorzaakt is; en sullen Wees- en Boedelmeesteren, daarover delibereerende, niet alleen vooraf moeten inneemen het advies van deogeene ofte géenen, welke die beleediging gepleegd ofte tot dezelve aanleiding gegeeven hebben en mitsdien daarvoor resp<»ideeren moeten, maar ook vervolgens daarop een behoorlijk berigt geven aan den beleedigde, met aanwijzing van de schuldigen, tot het welke
- H. W. DAENOEL8. S63
zij bij wijgering voor den Raad van justitie gedagvaart zullen mogen worden.
Art. 98. Wanneer op de schuldigen door insolventie, over- lijden zonder errgenaamen ofle effecten in Indiö na te laten, dan wel door derzelver vertrek na elders, mede zonder nalaling van effecten of goederen, niets te verbalen mogt wezen, zullen Wees- of Boedelmeesteren daarvan aan den tljdeltjken landdrost, prefect over Java's Oosthoek, en deeze weeder aan bel gouvmiement-generaal kennisse moeten geven, ten einde daarop te disponeeren na bevinding van zaken en penoonen, omme iielgeen, waarvoor de beleedigde wezentlijk benadeelt is en geoordeelt word denzelven na billijkheid te competeeren, te doen vergoeden uit de kamergelden of het fonds der Wees- of Boedelkamer wegens overgewonnen renten of andere bronnen; en, zoo Wees- of Boedelmeesteren hierin nalatig mogten zijn, zal daarover egter geen proces mogen gemoveerd, maar bij de hoogeregeeriiig gedoleerd moeten worden door degeenen, welke door Wees- of Boedelmeesteren vermeenen benadeelt te weezen.
Art. 99. Iiigevalle iemand aangesproken word, die in de vergoeding behoord te participeeren, zal de beleedigde denzdve eerstelijk in der minne moeten aanspreken en eerst daarna, des noods, kunnen dagvaarden ter vergoeding, ieder voor zijn aandeel, mitsgaders hetgeen er deficieert in het vriendelijke moeten verzoeken van de Wees- of Boedelkamer, welke zulks door middel van den prefect over Java's Oosthoek bij een advies aan de hooge regeering zal moeten voordragen ter vergoeding van hetzelve uit de voormelde fondsen der Wees- of Boedelkamer.
Art. 100. Voorts zal nog het collegie van Wees- of Boedel- meesteren zelf, nog de president of leeden van hetzelve in haare privé perzonen of goederen aangesproken mogen worden voor helgeene anderen verzuimd ofte misdreven hebben.
Art 101. Wees- en Boedelmeesteren zullen de registers van de kamers secreet houden, zonder dezelve aan iemand te vertoonen als bij gemeen consent ofle ter ordonnantie van den regier.
364 1810. H. W. DAENOELS.
Art. lOS. Die om eenige zaken voor Wees- of Boedd- meesteren ontboden wordt, zal geliouden wezen te compareereu ten dage en uure, hem blJ den bode geprefigeerd, ten ware de dienst van den Lande znlks niet toeliet, dan wel hij ode zij eenige andere» wettige vei^scliooning hadde, waarvan alsdan met discretie den bode kennisse zullen hebben te geeven. ten ware zij goedvonden in perzoon of.by billet haar excuus bij den president te komen maken; en zulks op verbeurte voor de eerste reise van een halven rijksdaalder ofte wier en twintig stuivers, de tweede reise een halve ducaton en voor de derde reise een faeele ducaton, waarvan de invordering door den bode op last van den piesident gedaan zal worden ; en zal zodanige, ongehoorzame noncomparant voor de vierde reise bij den regier verklaagd en gecorrigeerd worden na gelegenheid van zaken, terwijl echter geene der ambtenaren ofte pachters van 's Lands domainen in hunne bandara van de ondergeschikte drostambtcn zullen mogen worden opontboden zonder voorkennis en toestemming van den landdrost over Javas Oosthoek, ter voorkoming, dat de dienst van den Lando hierdoor geen nadeel komt te lijden.
Art. 103. En moet de landdrost over Java's Ooslboek. zowel als de Raad van justitie te Sourabaija, door Wees- of Boedelmeesteren daartoe verzegt wordende, dezelven voorslaan en helpen raden, zullende diegeenen, welke tegen Wees- of Boedelmeesteren misdoen, 't zij met woorden of Ie weiden, gestraft worden, evenalsof zij het de justitie zelve gedaan hadden.
Art. 104. Die eenige penningen van de wees- of boedel- kamer moeten ontvangen, zullen zich des Vrydags, nadat Woensdag te voren de afgave bij hel coUegie zal weezen gearresteerd, ten huize van den secretaris zelvs moeten ver- voegen om zulks uit handen van denzelve te ontvangen
Art. 105. Het groot zegel tot gebruik in sterfhuizen en hel verzegelen van juweeien en andere effecten en geschriften, schuldkennissen, enz. zal onder den president moeten berusten en bewaard worden om, wanneer hetzelve gebruikt moet worden door de gecommitteerde leeden, wier maand ofte
lèlÖ. H. W. OAENOetd. 36t)
beurt het is blJ Yooi-yallende zaken en commissien te adsis- teeren, Tan denzehren afgehaald en dadelijk na volbrenging van het werk aan denieWen weeder teruggebragl moeten worden en middelerwijl gedagt zegel onder haar moeten houden, zonder den secretaris bij opschorting van bet werk of scheiding der commissie daarvan meester te laten.
Art. 106. Geene andere collegien als dat van Weesmees- teren, wat de Christenen en. Joden, of Boedelmeesteren, voor zo verre onchristen aangaat, zijn gerechtigd om (e fongeeren als testamentaire executeurs ofte redderaars van nalatenschappen en voogden over minderjarigen, ja zelvs niet tot executeurs van belevenissen.
Art. 107. Het collegie van justitie te Sourabatja moet bij voorkomende testamenten nauw reguard slaan wat lieden, namelijk van wat conditie en suffisantie, tot curators, execu- teurs of codecUlaire gemachtigdens over de boedels, uit dewelke de weeskamer en curator ad liles gesecludeerd zijn, werden gesteld om, bij aldien eenige gefundeerde bedenkingen daar tegen mogten zijn, zodanige boedels aan de weeskamer of curator ad lites te doen overgeven of opdragen ter administratie, mits zulks echter niet doende dan wanneer hetzelve in genioede ten nutte en voordeele der erfgenaamen of belanghebbende personen nodig geoordeelt word en zij lieden daarop de approbatie van het gouvernement generaal hebben erhingt.
Art. 108. De weeskamer zal zich voorts ook hebben te houden aan het ten baren opzichte voorgeschreevene bij de instructie voor de generale rekenkamer in Indien, alsmeede aan alle zodanige voorschriften, als het gouvernement generaal ten aanzien van haare verantwoordelijkheid bij deze instructie reeds heeft vastgesteld en nader nog zal goedvinden te bepalen.
Art. 109. Terwijl ter vermijding van schrijfwerk dezelve geêxaseerd word copij-boekcn van testamenten aan de Bata* viasche weeskamer over te zenden, alzo door de invoering van eene gereegelde post binnen weinig tijdsverloop alle ge- vraagd wordende elucidatien over en weer gesnppediteerd kannen worden.
366 1810. H. W. DAENDËLé.
Art. 110. Wanneer eenig Chinees, Mahomedaan of ander onchristen komt te overladen, zullen de weduwe, magen, lijfeigenen ofte die MJ of omtrend den overieedene gevonden worden, gehouden en verplicht wezen aan den |>re8ident van Boedelmeesteren dadelijk en op staanden voet daarvan kennis te geeven, op verbeurte van vqf en twintig ryksdaaldeni voor ieder vrij persoon en onbepaalde lybtrafle voor ieder lijfeigen, die daaraan in gebreeke blijft, zonder dat iemand, onder wat pretext ook, builen kennis en expres consent van Boedel- meesteren zich met eenig onehrislen sterfhuis zal mogen be- moeien ofte eenige orders, zo aangaande begravenisse, als andersints geeven, op poene, dat zo wie contrarie bel geene voorschreeveu is bevonden zal worden hem een zodaiügen boedel aangetrokken te hebben, verbeuren zal al, bet geene hem uil denzelven boedei, betzij bij uiterste wille, versierfregt, obligalie ofle anders zoude mogen compeleeren, en daaren- boven gehouden zyn, bij aldien de boedel insolvent is, de tekort komende crediteuren uit zyne eigene middelen ie voldoen, mitsgaders nog vervallen in eene amende van een honderd ryksdaalders, welke, zowel als de eerstgemeide boeten, zal komen ten behoeven van het Chinees of onebristen hos- pitaal, 't welk te Sourabaija zal worden opgericht.
Art. 111. En opdat alle nalatigheid daaromtrend lebeier voorgekomen word, zoo worden allen, die zulks incambeeri en eenig gezag voeren, gelast,.^oved doenUjk, behulpzaam te z^n, dat Boedelmeesteren de nalaten8cb^>pen, welke onder hare administratie behoorm, zonder verzuim bekomen.
Art. 112. Terwijl op poene vooi-sz. van alle sterfgevallen onder Chineesen en oncbrisienen te Sourabaya en dies ressort door de hoofden der Chineesen of andere inlanders dadelijk kennisse moet worden gegeeven aan den president van Wees- en Boedelmeesteren, zonder welkers verlof de begrafenis niel zal mogen geschieden.
Art. 113. Gelyk op de ondergeschikte droetambteo en posten, als te Grissee, Bancallang, Sumanap, Passonronang,
ijoewangie, Bawean en Pamanoekan, zonder kenntsgave
- H. W. DAÊNDÊLé. 367
aan en verlof Yaii de drosien of poeihouders geen Cbineesch, Noorseh, Maleitecb ofle tot andere inkodache natiën behorend lijk ter aarde zal mogen worden besteld, ten ware het sterf* geyal op zulken Torren afstand van het domicilium van het gezegde civiel gezag plaats vond» dat men de begravenisse niet wel tot den ontvangst van het gemeld verlof konde uitstellen, in welk geval de. toezending van spoedig bericht zal kannen volstaan^ alles op voorschreven poene» te verbeuren by den overtreder of in gebreke blyvende, terwijl de drost en postbouder van Panaroekan daarvan vervolgens terstond aan den president van Wees- en Boedelmeesteren te Sourabaija kennis zal moeten geeven en orden op de provisioneele aanvaarding des boedels stellen.
Art. 114. Iemand van voorschreven natién, 'te Sourabaija dan wel op een der drostambten voormeld te huis horende, op een todit of reize komende te sterven, zal de anaehoda of gezaghebber van het vaartuig, waarop bet sterfgeval plaats vind, daddyk in presentie van getuigen des overleedens pa- piertti ea goederen doen inventariseeren en in bewaring neemen en zo ras doenlijk na het aandoen eener rbeede aao Boedelmeesteren, het plaatselijk civiel gezag, dan wel aan andere volgens de wetten aangesehreeven executeuren getrou- wdyk ovei^eeven, alles op verbeurte van voorschreven boete.
Art. 115. Zo iemand bevonden wordt eenige goederen verstoken ofte in eeniger maniere de sterfhuizen gespolieerd te hebben, zal boven de voormelde boete naar gelegenheid van zaken aan den lijve worden gestraft.
Art. IIG. Boedelmeesteren, als voorzegd van eenlg sterfge- val verwittigd zynde, zullen in boedels, waarvan de erfgenamen onmondig of absent en waaruit dat coUegie niet uitgesloten is, dadeiyk alle de goederen, effecten, actiën, crediten, enz. doen inventariseeren en in bewaring nemen; doch, wanneer de erfgenaam of er%enamen van den overleeden perzoon onmondig zyn, mitsgaders suffisante cautie kunnen stellen voor de schulden van den boedel, zullen zt| na genomen lH)rglogten de boedels aan dezelve mogen overlalen.
S68 ^^^O. H. W. OAENOËLd.
Art. 117. Maar iiigevalle de overleedene over de admiiii- siratie en beheering zijnes boedels niet gedisponeerd beelt ofte dal de wettige erfgenamen ofte eenige deraelven absent, minderjarig ofte onvermogend zijn deugdelijke cautie te stellen, zullen alsdan gezegde goederen, gdijk voorsz. gün* ventariseerd zijnde, bl] Boedelmeesteren ten overslaan van twee gecommitteerde leeden van Boedelmeesieren en de presente magen van den overleedene, indien daar eenige zijn, in Hopenbaar aan den meestbiedende worden verkogt, ten ware, belangende de vaste of onroerende goederen, raadzaam werde geacht dezelve ofte eenige van dien in den boedel onverkogt te laten. En zal de secretaris, als vcndnmeester zijnde, zodra de gehouden veadutie, 't zij van vaste of losse goederen, uit eene nalatensiphap is afgelopen, ten eerste bij.' de boeken voor hel rendement gedebiteerd en daar eo tegen zodanige boedel gecrediteerd moeten worden, insteede van zulks uit te stellen, totdat de veudupeuningen ingekomeo zijn.
Art. 118. Ghineesche en andere vrije, onchristen kioderea, schoon bij slavinnen geproereêerd, nogte ook derzelver moeder, zullen niet als lijfeigenen verkogl mogen worden, te weeteo. zoveel de moeders aangaat, wanneer de boedel niet ten agteren is, zijnde hieronder egter niet begreepen kinderen. die door onchristenen bij lijfeigenen van een ander geteeld worden.
Art. 119. Dezen uitgezondert, zullen alle andere hjfeijgenen, die de overleedene bij zijn leeven of uiterste wille niet vrij gegeeven of anders daarover gedisponeerd beeft, ten profijte. 20 van de genieeue crediteurs, als de erfgenamen worden verkogl, teu waare Boedelmeesteren goedvonden eenige der- zelven ten diensle van de weezen onverkogt te laten, waarin op de geleegenheid der weezen en den staal des boedels gelet zal worden.
Art. 120. Echter zal het vrljgeeven van lijfeigenen bij testament geen kragl of effect hebben, wanneer de vrygeever insolvent is or door 't vrijgeeveti hem zelven insoivent maakt, nog ook onder den loevende, wanneer niet blijkt, dat de
1Ó1Ö. H. W. OAENOeté ^69
TrijgeeYer ten t^de van de emancipatie voUcomen soWent of in boois geweest en daardoor niet insolvent geworden zij.
Art. 191. De goederen als voormeld zijnde verkogt, moeten Boedelmeesteren van *t geproflueerde, mitsgaders van de geïnde schulden en andere, gereede penningen aan de crediteuren geheel dan wel pro rato betalinge doen, mits sufBsante cautie de restituendo doende stellen, in cas daarna meer crediteuren Ie voorschijn mogten komen.
Art. ISi. Waarna het resteerende onder de daartoe ge- rechtigde erfgenamen verdeelt en gedistribueerd zal worden agtervolgens de wetten, op 't stuk van de successie ab inteslato I
beraamt, mits deze van gelijke gehouden zullen zijn suiBsante i
caatie te stellen, 't geen echter niet gevergd zal worden van erfgenamen ex testamento, tenzij Boedelmeesteren reden hadden om te twtjffelen, of 't wel dezelfde perzoonen zijn, die als erfgenaamen bij het testament bekend staan.
Art. 123. Wel verstaande, dat de bepaling der onmondige pupillen, voor hoedanig gehouden worden al de mansperzonen tot haar een en twintigste jaar en de vrouwsperzoonen, on- gehuwd blijvende, haar leeven lang, onder de administratie van Boedelmeesteren zal blijven; gelyk aldaar mede komen zal al, hetgeen de voorschreven personen bij versterf, testament, legaten ofte anders aankomen en te beurt vallen zal.
ArI. 124. Echter zullen Boedelmeesteren zich niet bemoeien met geschenken of legaten, minder dan 10 rijksdaalders waardig, schoon ook aan minderjarige pupillen gedaan of besproken zijnde, ingevalle de beschonkene of legataris geen reekening bij de boeken der kamer heett, nog ook met na- latenschappen, welke zoveel niet te voorcn staan, latende de administratie daarvan na voorgaande behoorlijke aanteekening H resolutie over aan de naaste vrienden van den overleedene of zodanige onmondigen, als daarbij zijn geinteresseerd.
Art. lts. Anderzints zullen de middelen, bij Boedelmees* teren geadministreerd wordende, belegd worden ten profljte 'er papillen, die daarvan den intrest van ^s procent 's maands itollen genieten, met dit onderscheid echter, dat de vrouwen, tot
^■UT-Mia KIL ITI. 34
370 IdiO. H. W. OAÉNDÊLè.
baar 2B^ jaar, huwelijk ofte anderen, geapprobeerden staal gekomen zijnde, ontvangen zullen de gantsche rente van haare capitaalen, onder Boedelmeesteren berustende, maar minde^ jarige, zo mans, als vrouwen, niet meer, als zy na billijkheid ter discretie van Boedelmeesleren tot baare alimentatie en onderbond nodig bebben.
Art. 126. Boedelmeesteren zullen verplicht zijn zoiige te te dragen, dat de minderjarige kinderen bij goede lieden in de kost besteed en na hunne gelegenheid opgetrokken en groot gemaakt worden.
Art. 1217. De goederen, gelgk voorschreven onder Boedel- meesteren berustende, zullen door de onmondigen zonder expres consent van dezelve niet veraliëneerd mogen worden, maar zullen alle verbanden, schuldkennissen en obligatiên, by gezegde onmondigen gemaakt olte verleeden, voor zoveel de gemelde goederen aangaat, gehouden worden voor nul en van geener waarde.
Art. 128. Boedelmeesteren zulten voor hunne moeite en arbeid bebben den veertigsten penning van alle ontvangen wordende gelden, zonder dat zy, zo min als de secretaris, eenige vacatiegelden tot de inventarisatie van boedeb als anderzints zullen mogen opbrengen, zullende eenUjk by veraf- geleegen commissiên na de drostambten de boognoodige wagenvragt ofte andere transportkosten ten biste des boedels in reekening geleden worden.
Art. 129. Aangaande het beleggen van gelden zullen Boedelmeesteren zich moeien gedragen na hetgeen hiervoren aan Weesmeesteren is voorgeschreven.
Art. 130. Met boedels, welke notoir insolvent of insuffisaol mogten weezen, zullen Boedelmeesteren zich niet benioeieo. maar dezelve ter aanvaarding en administratie overlaten aan den sequester, doch in cas van twyffeling omtrent de suiBsanti' eenes boedels zal al, hetgeen hiervoren aan Weesmecsteren is voorgeschreven, ook voor Boedelmeesteren ten regd strekken.
Art. 1 31 . Boedelmeesteren zullen meede het opzicht hebbea over het Chiueesche hospitaal, Hwelk te Sourabaya zal worden
- H. W. DAENDEL8. 371
opgericht, waarin, behalra zieke, blinde, mismaakte en rer- miokte Chineesen en andere enebristenen van de beide aexen, die nooil in staat xijn bun kost te winnen en langs de straat gaan bedelen, ook zieke en zinneloze lyfeigenen zullen worden opgenomen en verzorgd, mits het onderhoud kostende van de zoodanige, wier naastbesfaande of lijfbeeren of vrouwen daartoe vermogend zyn, door deze aan de kas van bet hospitaal word gerestitueerd, zullende dat Godshuis worden opgericht, zodra het daartoe benodigde fonds aan handen zal wezen; en zallen Boedelmeesteren voorts tot onderbond van dat gesticht genieten en heffen:
1" van alle erffenissen en besterffenissen van Chineesen en andere onchristenen, geene Javanen zijnde, moeten worden betaald zodanige belastingen, als vervat zyn by het door de hoqge Indische regeering op den 3" van Lentemaand 1810 gearresteerde reglement of ordonnantie op de colla- terale successiën; i^ van alle na China vertrekkende of terugkeerende Chineesen, rd' 10000 en daar boven bezittende, 10 percent van haar kapitaal; die minder bezitten tot rd' KOOO inclusive 6 percent; beneeden de 5000 tot 1000 rd 3 percent, terwijl degeene, wier bezitting geen 1000 rd* bedraagd, van die belasting vrij zyn; 5^ voor verleend wordende troowbrieven aan gegoede Chi- neesen rd* 18 en aan minvermogende rd' 10, door den secretaris in te vorderen en maandeUJks te verantwoorden en zulks on vermindert de vry willige giften van 10 lot 25 rd% na rato van ieders iiberalileit; 4^ van ieder Chinees lijk, dat na China word vervoerd, 100 rd' van een vermogende en 50 rd* van een minder gegoede; 5*^ van ieder Ujfeigene, welke door Chineesen en Mahome- daanen, geene Javanen zynde, worden vry gegeeven, 10 rd^: t)"" by alle huwelyks plechtigheden der Chineesen, except de capitains en ofDcieren, de Chineesche leden van Boedel- meesteren en de secretaris der Chineesche vergadering, welke van die boete gelibereerd zijn, te weeten:
ii^ 1810. H. W. OAËNDELÓ.
voor den soon van een capitein, wanneer z^n vader nog leeft, rd* 100 en aftfn vader deod zijnde rd« 50,
voor den zoon van een luitenant, zijn vader leevende, rd' 80 en zijn vader overleeden weezende rd« 40,
voor den zoon van een Boedelmeester, viiens vader nog leeft, rd' 60 en zijn vader overleeden rd* SO,
voor den zoon van een secretaria in het eerst gemelde geval rd' 40 en in bet laatste geval rd' SO, alles papiere geld;
voor ieder ander Chinees weegens het voeren langs 'sHeeren wegen van twee paren zogenaamde teng8,twee paren vlaggen en twee paren trompetten twee zilveren ducatons en voor het gebruik van meerdere sieraaden en statie rd* 80, papiere geld, doch de geene, welke de voor* noemde sieraden binnenshuis ten toon stellen, dan welde tengs en vlaggen buiten, maar de trompetten onder bel dak gebruiken, zijn vrij van de gemelde boeten; 7^ bij alle begravenis-plechtigheden van de Ghineesen, als op het lang boven aarde houden der lijken:
voor een capitein, over de drie maanden boven aarde staande, rd' 75 of na het eindigen van ieder maand rd'SS,
voor een zijner kinderen of naastbestaanden, over de vyf en twintig dagen boven aarde staande» rd* 100,
voor een luitenant, langer als twee maanden boven aarde blijvende, rd* 100 ofte na het eindigen van ieder maand rd' 50,
voor een Boedelmeester, meer als een maand boven aarde gehouden wordende, rd' 1S5,
voor een secretaris als voren rd' 150,
voor ieder ander tijk van een Chinees of Chineesin, langer als vijf en twintig dagen boven aarde slaande. rd* 300, alles papiere geld;
voor de begravenissen met buitengewone statie van de kinderen, zo van den capitein, als van de verdere officieren en Boedelmeesteren, item van ieder ander Chinees of Chineesin, rd' 500, papiere geld, doch de begravenissen
- H, W. OAENOEL8. 575
yan de capiteins en luitenants, 10 meede van de leeden van Boedelmeeateren en den secretaris, kunnen londer betaling van eenige boete zo statieus en plechtig worden gevierd* als na een ieders onistandigheeden convenabel word geoordedl, met dexe bepaling nogtans, dat het voeren van eereteekens aan niemand anders dan aan den kapitein zal worden gepermitteerd.
Art. 13S. Van al, hetgeene van de hiervooren bepaalde boetens en belastingen ofte anderzin ts ten behoeven van het Chineesche hospitaal zal inkomen, zal een aparte reekening geformeerd worden, afgescheiden van die van de wees- of boedelkamer; en wanneer het een en ander tot een toereikend fonds zal aangegroeid wezen om daaruit den opbouw of aankoop van een geschikt locaal tot een oncbristen hospitaal Ie kannen goed maken, zal hetzelve daartoe besteed worden en het daarna verder inkomende tot onderhoud van hetzelve strekken.
Art. 133. Geene slaven of slavinnen van Ghineesen of inlanders zullen buiten voorkennis van hunne respective hoofden, om welke reedenen ook, mogen worden vrijgegeven, zo min bij notarieele, als andere actens; en zullen de kapiteins Tan de Mooren, Ghineesen, Boegineesen, Maleljers, pamakan Chioeesen maandelijks, ieder voor zoveel hun aangaat, aan Boedelmcesteren moeten overgeven een lijst van zodanige slaven en slavinnen, als in elke maand hun vrijdom hebben verworven en waarvan aan hun de gerequireerde kennis is gegeeveo, met bekentstelling hunner naamen en de reedenen, waarom zij hunne vrijheid hebben bekomen, zo ook de namen honner gewezen lijfheeren ofte vrouwen en derzelver woon- plaatsen, sub poene van een boete van rd' vijf en twintig, te verbearen door gemelde kapiteins der Mooren, Ghineesen, ^gineesen, Maleljers en parnakan Ghineesen ten behoeve ^an het Chineesche hospitaal, voor ieder keer, dat zij hierin listig blyven, terwijl van deeze iysten of rapporten mede loaandelyks door ofle ter order van Boedelmeesteren een generale lijst ten prothocol-kantore zal moeten worden bezorgd.
374 1B10. H. W. DAENOEL8.
Art. 134. Boedelmeesteren zullen ook een armbus mogen plaatsen in hunne vergader-kamer ter verzameling vanlieldf^- giften voor hel gedagte hospitaal.
Art. 135. En ten einde aan het voorschreven oogmerk behoorlijk voldaan voorde, zullen alle executeuren in de nalatenschappen van overleeden Gbineezen en alle andere onchristenen, geen Javanen zynde, verplicht zijn om binnen den tijd van zes weeken na 't afsterven van zoodanig perzoon aan Boedelmeesteren ter registratie over te leeveren, niet alleen de testamentaire dispositie van den overleedene, maar ook biimen drie maanden daarna een distincten staat en inventaris van al zulke boedels, die subject znllen vreezen aan de belasting op de collaterale successién, dan v^el voldoende reedenen lo suppediteeren, waarom het laatste binnen het bepaalde tijd- perk niet heeft kunnen effect sorteeren, op poene, dat, vranne<*r gedachte executeurs in dezen opzigte nalatig blijven tot over den geiixeerden tijd van drie maanden na hel afsterven van den teslateur, dezelve alsdan zullen vervallen in een boete van een honderd zilveren ducatons, uit hunne privé bearsrn te voldoen ten behoeve van hel Ghineesche hospitaal, en desniettemin gehouden zijn om alsnog te voldoen aan de gerequireerde productie van staat en inventaris.
Art. 136. De voorschreven, aan Boedelmeesteren gepre- senteerd wordende staat en inventarissen zullen zy behoorlijk laten onderzoeken en daarvan aan het collegie rapport doen; ingeval dezelve in het minst niet suspect, maar deugdelijk bevonden worden, zich daarna omtrend de invordering van het coUateraal reguleeren, behoudens de faculteit van foHrl- meesteren om, ingevalle zodanige erffenissen of legaten de somma van 500 rd* komen te excedeeren en dat de opgave of inventarisatie haar om blijkbare en gegronde reedenen niet voldoende voorkwam, eene andere, doch alleen maar onderhandsche inventarisatie en taxatie te vorderen en dezelve, zo wel in hel een, als ander geval te accepteeren, onder presentatie dan wel prestatie van eede, in haare vergaderini: af te leggen, indien zulks nodig geoordeeld word, kunneodt^
- H. W. DAENDEL8. 37B
zij ia allen getalle mei de presentatie van eede laten vobtaan de executeuren van lioedels, die zij calculeeren minder als 25 rijksdaalders in 't geheel te sullen afwerpen.
Art. 137. Met opzicht tot 't geeue de na China overgaande, Yertnogende Chineezen na het gestataeerde bij art. 131 moeten foumeeren, zullen Boedelmeesteren laten yalideeren de door hen gedaan wordende, Trijwillige opgave, dan namelijk, wanneer dezelve geëxamineerd en, rigtig geoordeeld zijnde, geapprobeért is; en ingevalle Boedelmeesteren dezelve als niet voldoende of niet suffisant mogien suspecteeren, zullen zij de Taculteit hebben een naderen, onderbandschen staat te vorderen, onder presentatie dan wel prestatie van eede na bevind van zaken.
Art. 138. En om hiervan te beter verzeekerd te weezen zullei» de havenmeesters te Sourabatja, Grissee en Sumanap en de drosten, zo van deeze, als de overige ondergeschikte drostambten, geene permissie mogen geeven, 't zt| aan Chineesen om na €hina over te gaan of aan anderen tol het vervoeren van lijken mei vertrekkende jonken of vaartuigen, dan nadat hun alvoorens gebleeken zal zijn, dat door de zoodanige en den overvoerder behoorltjk voldaan is aan de belastingen voormeld.
Art. 139. Het bewijs, dat door den secretaris van Boedel- meesteren te Sourabaija of op de ondergeschikte drostambten door de drosten aan Chineesen, derzelver weduwen, dochters of verlatene vrouwen, die trouwen willen, voor de voldoening der voormelde contributie wordt verleend, zal echter niet afg^eeven worden, alvorens schriftelijk komt te blijken, dat hunne officieren derzelver toestemming tot het voorgenomen huwelijk gegeven hebben, welke toestemming nogtans van die kragt niet wezen zal, dat Boedelmeesteren daardoor de faculteit zoude worden ontnomen om zulks, wanneer daartoe gegronde reedenen zijn, aan haare pupillen te weigeren.
Art. 140. En zullen op de drostambten voormeld de ten behoeve van het Ghineese hospitaal gecolligeerd wordende gelden en boetens alle drie maanden aan Boedelmeesteren te
576 ^810. H. W. OAeNOELS.
Sourabalja worden oTergemaakt om op de reekening vu dal godshuis iagenomen en verantwoord te worden.
Art. 141. Ten aanzien der administratie en beheering der groote eu kleine kassa van Boedelmeesteren zal hetzehrde geobserveerd worden, hetgeen aan Weesmeesteren hicrvoren is voorgeschreven» moetende echter de kas van Boedelmeestereo apart en afgescheiden vau die der weeskamer worden gehouden. Evenals Weesmeesteren zijn ook Boedelmeesteren verant- wooi^elijk aan de generale rekenkamer in Indien en dierhalven verplicht hare boeken ter examinatie by gemelde kamer in te zenden.
Art. 143. Bij de staat-reekening, welke jaarlijks ter exami- natie aan den prefect en vervolgens ter inzending aan de hooge regeering overgezonden wordt, zal bekend gesteld moeten worden het getal der buiten-armen bij dassen en hoeveel ieder van dezelve in het afgelopen jaar en ter maand genoten heeft, gelijk mede waarin de crediten en de inkomsteo voor het Ghineesche hospitaal bestaan en hoeveel die bedragen hebben.
Art. 143. Omtrend alle insolvente boedels van haare debi- teuren moeten Boedelmeesteren, niet alleen hunne pretensito, maar ook daarneevens noteereui wat daarvan blJ den Lande of den sequester berustende is, en in hoeverre zy daarin vermeenen preferent te weezen.
Art. 144. Den landdrost van Java's Oosthoek het opper- toezicht ook over de Wees* en Boedelkamer te Sourabaija aanbevolen zijnde, zoo zullen Wees- en Boedelmeesteren alle de door hem gevraagd wordende elucidatiên moeten sappedi- teeren, alsmeede, wanneer hy nodig mogi oordeelen hunne resolutiên, boeken of charters in te zien, zulks niet vermogen te weigeren, gelyk ook Wees- en Caedelmeesteren alle hunne brieven, adressen of berigten aan het gouvernement-generaal of generale rekenkamer in Indien en de respective drostambten onder cachet volant hem zullen moeten oTergeeven ter verdere verzending, ten ware Wees- of Boedelmeesteren reedenen hadden zig te beklagen over gezegden Linddrost, wanneer z^
- H. W. DAENDEL8. $77
de beYoegdheid zollen hebben zig directelijk te adresseeren aan het gouTernemeDt generaal zullende de bnddroet Tan Java's Oosthoek, in geYalle Wees- of Boedelmeesteren Yan de han Tooi|[e8ehreevene reegek luogten afwijken, hun zulks op eene gepaste, doch discreete wQze onder het oog mogen brengen; en, daarop geen reguard geslagen wordende, zal hij, prefect, de hem foorgekomeo afwijking het gouYemement generaal ter kennisse brengen.
Art. 14S. Alle behandeling, beheering en tooYerzigl, welke Wees- en Boedelmeesteren zijn aanbevolen en welke op de overige ondergeschikte drostamhten Wees- en Boeddmeesteren betrekkelijk dienen in acht genomen te worden, gaan onder hunne ressorts de gezegde drosten aan, in deezer voegen Doglhans, dat zy altoos op autborisatie en in naam van Wees- en Boedelmeesteren handelen, beheeren en toeverzigt houden.
Art 146. Eene nalatenschap aan Wees- of Boedelkamer onder het ressort van gezegde civiele magte komende te vervallen, zullen de drosten in naam van Wees- of Boedel- meesteren te Sourabalja door den scriba van het drostambt, ten overstaan van twee gecommitteerdens, dezelve nalatenschap doen aanvaarden, in gelijker voegen en onder inacbtneeming van al het voorgeschrevene voor Wees- en Boedelmeesteren en hunnen secretaris; echter zal men ter dier plaatse in geene gevallen verder mogen gaan zonder nadere qualificatie van de Wees- of Boedelkamer, ak het ter aarde bestellen van het lijk, waarvan des afgestorvenens nalatenschap aan de Wees- of Boedelkamer behoord te komen, het inventariseeren van al, wat tot die nala(ienscha|) behoord, en het opnoemen van alle vorderingen ea schulden, welke den of de afgestorvenen mogt nagelaten hebben, of wat anderzints ten voordeele of bezwaar der nalatenschap mogt bestaan.
Art. 147. Te geiyker tijd, dat door de gezegde drosten last gegeeven is ter aanvaarding eener voorschreeven na- latenschap, zullen zlJ Wees* of Boedelmeesteren te Sourabalja ▼au bet afsterven der perzoonen, welkers nalatenschap in
578 IBIO. H. W. DAENDELS.
hon naam wordt aaiiTaard, kennisse doen toekoomen, gelijk zij zulks meede zo spoedig mogelijk znlien doen Tan alle sferfgevallen, waarvan de nalatenschap aan Wees- of Boedel- meesteren zoude kunnen komen, ofschoon bij testamentaire dispositie of andersints die collegién van aanvaardiging of andere bemoeijenissen uitgeslooten zijn geworden.
Art. 148. Ook zullen voornoemde drosten zorgen, dat op de spoedigst mogelijke wijze de wees- of boedelkamer ge- worden de testamenten van alle christenen- en onchristen» geen Javanen zijnde, die onder hunne resorte a&terven.
Art. 149. Een aan de wees- of boedelkamer vervallene nalatenschap onder resorte van gezegde drost-ambten geïnven- tariseerd zijnde, zal die inventaris met alle verdere mogelijk te geevene eiucidatiên Wees- of Boedelmeesteren toegezonden en na bekoomen qualiflcatie met dezelve zodanig verder worden gehandeld, als waartoe zij lieden zullen nodig oordeden de drosten te magtigen.
Art. 150. Zulk een nalatenschap voor Wees- of Boedel- meesteren op 'de respective drostambten aanvaard en ten gelde gemaakt zijnde, zal binnen de zes maanden na de ge- hondene publique vendutie het rendement, beneevens zodanige gelden, als In den boedel gevonden of ten behoeve van denzelven geincasseerd zijn, na aftrek nogthans van alle zodanige daarop gevallene lasten of verpligte uitbetalingen, in 's Lands cassa overgebragt worden, ter plaatse alwaar de nalatenschap is aangevaard, ter dispositie van Wees- of Boedelmeesteren, wdke van het zuiver saldo van zodanige aan baar overgemaakt wordende boedels meede genieten den veertigsten penning ten behoeve van de kamer.
Art. 151. Wanneer een der drosten kwam af te sterven en de nalatenschap aan de Sourabaijasche weeskamer vervalt, zal de scriba ter plaatse, waar het sterfhuis legd, eenlijk het lijk ter aarde doen bestellen en den inboedel ten overslaau van gecommitteerdens verzeegelen met de zegels van bem en die der gecommitteerdens, terwijl on verwy ld per expresse, zowel den landdrost over Java's Oosthoek, als de weeskamer
- H. W. DACNDELS. 379
▼an het plaats geyonden sterfgeyal zal moeten kennis gegeeven worden, welke laatstgemelde onmiddelijk na de ontvangst vaa de kennisgave eene commissie uit hun midden naar het sterfhuis zullen moeten zenden om de nalatenschap te aan- vaarden en daarmeede verder te handelen, zo ah de verpKgting van Weesmeesteren meede brengt.
Art. 15S. In geen andere gevallen als in de boven aange- haalde zenden Wees- of Boedelmeesteren gecommitteerdens buiten bet resort van Sourabaija, zonder vooraf door het gouvernement generaal tot het zenden van gecommitteerdens verlof of anthorisatie bekomen te hebben; uit dien hoofde zullen dan ook, Wees- en Boedelmeesteren eenige elucidatie of adsistentie in haare betrekkinge benodigd zijnde, de respeetive drosten op daartoe te doene verzoek die voor haar inwinnen of in haar naam datgeene verrigten, betwelk Wees- of Boedelmeester zullen vermeenen de hun aanvertrouwde be- langens te vorderen; en de gemelde drosten zullen geene verzoeken van de wees* oï boedelkamer mogen afwijzen, ten waare die verzoeken van dien aart waren, dat zij, drosten, aan dezelve niet konden voldoen of wel dat zlJ op goede gronden vermeenden dezelve niet ten uitvoer te moeten brengen, in welke gevallen zij hunne bezwaaren de weeskamer of boedelkamer zullen moeten voordragen ; Wees- of Boedel- meesteren na bet ontvangen van gemelde bezwaaren bij het gedaan verzoek blijvende persisteeren en de drosten dan nog blijvende vermeenen bei meergemelde verzoek te moeten afwijzen, zullen daarvan onder aanhaling der tnotiven aan den prefect van Java's Oosthoek kennis moeten geeven, welke als dan met Wees- en Bóedelmeesteren hierover handelen en dienaangaande de nodige arrangementen met dezelve zal maken moeten; en wanneer deeze het hieromtrend meede niet eens mogten kunnen worden, zullen alle de iri deeze gewisselde stukken ter decisie het gouvernement generaal worden toegezonden door den weimeiden landdrost over Java's OoRihoek, intusschen dat gezegde drosten of civiele magten datgeene ten uitvoer zullen moeten doen brengen voor
S80 . 1810* H. W. OAENDCL8.
reekening en Yerantwoordigiog van Wee»- eu Boedelmeerteren, hetgeen die collegiên zuUeD vermeenen geen uitstel Ie konnra ieidm.
Art. 1S3. Wanneer op een der drost-ambten eene di- latenschap aan Wees- en Boedelmeeeteren is komen Ie fer- vallen, zal met den laatsten van iedere maand gedonrende de bereddering derzelver door de genoemde drosten ten opzigten de staat dier bereddering alle mogeiyke opening de wees- eu boedelkamer moeten toegesonden worden.
Art. 154. Gelijk meede van drie tot drie maanden Wees- en Boedelmeesteren zal moeten geworden door middel van voorschreeve verslag, hoedanig het toeverzigt zy ten aanzien hunner pupillen, ter dier verschillende pbatsen besteed of onder opzigt hunner fomilien aldaar gelaaten.
Art. 155. En ter gelijker tijd verslag doen van het ge- ineasseerde overeenkomstig het veiiiandelde by art. ISl voor Boedelmeesleren.
Art. 166. Alsmeede eenmaal 'sjaars opzigtdyk de ge- steldheid der hypotheeken, aan de wees- of boedelkamer ver- bonden en op de voorschreevene drost-ambten gelagen.
Art. 157. Buiten bet gewone vendu-salaris zal op de ge- melde drosambten voor den scriba en gecommitteerdeos een daggeld van drie rd' zilver, ieder, voor het inventariseeren of andere commissieo, voor Wees- of Boedelmeesteren te doeo, in reekening mogen gebragt worden, dog geene andere on- gelden hoegenaamd meerder, en mits gezoiigd w<nd, dat de commissien niet langer duuren, als volstrekt nodig is, waarop de gemelde drosten hel nodige agt zullen shian, ten einde de boedek mei die daggelden niet oneigen worden bezwaard.
Art. 158. De post van secretaris van Wees- en Boedel- meesteren zal provisioneel moeten worden vraargenomen door den scriba van het hinddrostambt Sourabaija en zulks zonder eenig genot van tractement en alleen voor de voordeden, welke hem in deeze hoedanigheid in onderscheidene zaken en gevallen, zowel by deeze instructie, als by het beduit der hooge Indiasche regeering van den 3**" van Lentemaand jongst-
laiO. H. W. OAENDËLd. $81
leeden, st|D toegekend gewerden, daaronder ook begrepen hel fenda-Balarie van 4 percent bij verkoop van goederen, het genot voor bet opmaken der inventarissen en prothocolleeren der testamenten, terwijl hem het toeéigenen van alle andere inkomsten op verbeurte van zt|n post verboden blijft
Art 159. En daar de foncteen der wees< en boedelkamer ook noch niet toelaten eenig^ vaste tractementen aan der- zelver suppoosten af te geeven, zullen deeze meede provisioneel deeze posten bij hunne andere bediening en op hetzelvde tractement moeten blijven waarneemen, met toevoeging noch- tans aan den gezworen klerk van '/% percent voor het inboeken der verkogte en getaxeerde, zo losse, als vaste goederen, alsmeede der ingekomen vendu-penningen, en aan den bode, boven het meede bereeds bij deeze instructie bepaalde, als vendtt-aMager 1 percent van de gehouden wordende vendutien, waarvoor hij dan ook voor Vs godeelte van het inkomen der vendu-penningen zal moeten instaan en bij de aanvaarding van sf)n ambt een borgtogt ten genoegen van Wees- en Boedehneesteren passeeren, groot een duizend rijksdaalders HoUandsch zilver geld, terwijl de bode bovendien ook, evenals die der justitie, permanent aanspreeker en bezorger der begravenissen zijn zal.
Weesp en Boedelmeesteren, alsmeede de secretaris, gezworen Uerk en bode, zullen by de intreeding van hunne ambten en bedieningim den navolgenden eed afleggen voor den Raad van justitie te Sourabaija:
Eed voor Weeo' m BoedelmeesiereH.
Wij belooven en zweeren, dat wij Zijn Majesteit den Koning ^n Holland, onzen beogen en doorluchtigen souverain, neevens den Gouverneur Generaal en de Raaden van Indien, gebouw en gelrouw zullen weezen, der weduwen en weezen regt, de verder ons aanbevolene belangens getrouwelijk voorstaan en de welvaart van een en ander na ons uiterste vermoogen helpen bevorderen, de secreeten van de kamer aan niemand
^83 IdlO. H. W. OAEMOCL8.
openbaaren ab aan degaenra» die wQ reekeoschap onier administratie schaldig zljo, de ons voorgeschreevene orders poinctueelljk en naar ons uiterste vermogen ondertioiideo, mitsgaders voorts ons in deeze administratie gedragen mllen, als goede» oprechte en getrouwe opzienders van weesen eu weduwen toestaat; dit zuUen wij niet oalaaien om eenige haat ofte gunst, schade ofte profijt ofte eenig ding ter weereld. Zo waarlijk helpe ons God Almachtig I
Eed voor dm seereiaris wn do weeskamer.
Ik beloove en zweere Zijne Majesteit den Koning van Heiland, onzen hogen en doorluchtigen souveraia, neevens den Goaver- neur Generaal en de Raaden van Indien, gebouw en getrouw te weezen eu den president en Wees- en Boedehneenlereo dezer sleede alle respect, trouw en eere te bewijzen, (ht ampt van secretaris van de wees- en boedelkamer getrouw en voigens conscientie eerlijk te bedienen, de secreten der kamers aan niemand te openbaaren, als die ik rekenaehap mijner administratie schuldig ben, der weduwen en weeieo zaaken leu beste, vromelijk, naar vermogen te beyverai en waar te neemen, geen Weesmeesteren-kennissen of eenige papieren, de kamen raakende, uit te geeven, te ontvnaigeo, te passeeren, nog te verleenen, tenalj daartoe alles wettig m met behoorlyke orders der kamer mij voorkomt en aanbe- voolen zij, mitsgaders ook de leeden in de dingen en zaaken, haar raakende, deugdelijk en naar waarheid te helpen en voorts naar de orders van de hooge regeering deezes Lands en van den president van Wees- en Boedelmeesteren mij zdveo prompt te regten, item de zaaken der kamers gedurig buiten veraglering te houden zonder zulks naar te laaten om profijt, schade, gunst of haat of iels anders, maar mij alzinU in dit ambt zodanig na goeder conscientie te kwijten, als een vroom, eerlyk en getrouw secretaris van de weezen-middelen toestaat en betaamt.
Zo waarlijk helpe mij God Almagtig.
ièiO. H. W. DAENDÉLè. 383
&d voor dm e&nkm klerk en haekkowkr.
Ik beloove eu zweere Zijne Majesteit den Koning van Holland, onzen hoogen endoorluchtigensouverain, neevensden Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gehouvr en getrouw te weezen, dit ambt van eersten gezworen klerk en boekhouder der wees- en boedelkamer opregtelijk en volgens coDsciéntie te bedienen, de secreeten van de kamers aan niemand te openbaren, den president en Wees- en Boedelmeesteren te respecteeren en gehoorzamen, zo mede de bevoelen van den secretaris uitvoeren en van dezen dienst vlijtig te agter- Yolgen, item de boeken en zaaken der kamers, voor zo veel zulks van mijn departement is, geduurig buiten veragtering te houden en het authentiseeren en te verdere behandelen der papieren mij trouw, eerlijk en vlijtig te kwijten, de zaaken der weezen, voor zoverre mij is betreffende, ten besten vromeiijk en na vermogen te beijveren en voorts een iegelijk, welke mijnen dienst in de voorschreven functie van nooden zal hebben, deugdelijk en na vermoogen promptelijk te dienen en te helpen, wijders my ^^ ^^'^ ^^ gedragen, als een naarstig en getrouw beëdigd klerk toestaat en betaamt.
Zo waarlijk helpe my God Almagtig.
Eed voor dm bode van wees- en boedelkamer.
Ik beloove en zweere Zijne Majesteit den Koning van Holland, onzen hoogen en doorluchtigen souverain, neevens den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gebouw en getrouw te wezen, alsmede den president en verdere leeden van den kamer deezer steede, daaronder ik gesteld ben, behoorlijk eere en • respect allezints te bewyzen, alle citatifin en orders, die my door haar Ëdeiens zullen worden aanbevolen en geordonneenl, met alle vUjt en getrouweUjk Ie effectueeren en in 't werk te stellen, dQ gelden, my ter incasseering aanbevooien wordende, prompteiyk te innen en Tan nüjn gedoente en verrigtingen behoorUjk rapport, ver- keering en reliqua te doen en de bevoelen van den president.
^84 18^0. M. W. OAËNÖÊLè.
't coll^'e en den secretaris wijders alzints na vermogen te behartigen en mij voorts in dit ambt van bode van de wees^ en boedelkamer zoodanig getrouwelijk en oprechtelijk te gedragen, als de wetten en bevoelen dezer booge magteo komen meede te brengen, mitsgaders een eerlijk bode toestaat en betaamt.
Zo waarlijk belpe mij God Almagtig.
Daarenboven zullen Wees- en Boedelmeesteren en haar secretaris jaarlijks nog voor den Raad van justitie te Souraba^ moeten prestoeren den volgenden
Eed van purge.
Wij verklaaren en zwoeren, dat wij, voor zoverre wij hebbeo kunnen ontdekken of nagaan, ook onze huisvrouwen en kin- deren, dan wel iemand anders, die ons eenigzints zou mogen aangaan, van niemand, die eenige verzoeken aan onscoUegie gedaan ofte doen, dan wel eenige affaires of belangens met hetzelve te verrigten heeft, nog van anderen, ter bevordering hunner zaken direct nog indirect, zelfs niet bij wege van weddingschap, eenige giften of geschenken van geldswaarde ontvangen of bedongen en speciaal, dat wy omtrent bet stuk der huwelijken van pupillen dezer kamers met geen ander oogmerk geadviseerd ofte geconcludeerd hebben, als tot haar eigen welzijn, gelijk dit een en ander vrome voogden toestaat en betaamt.
4 üerftsmaand. Bepalingen nopens den verkoop in hd kldn van koffij en specerijen.
Is goedgevonden en verstaan aan den burger, N. Meijer, ten eerste: instede van 15 S foelij, 25 S en, in plaats
van 40 ^ peper, 100 ft 's maauds tegen den bepaalden prys
ter verkoop af te geven; ten tweede : hem op de koffij, evenals op de specerijen en
den peper, in stede van 10, 20 percent voor den verkoop te
accordeeren, alzoo er weinig koffij verkogt wordt en dezelve
by hem indroogt; en
- H. W. DAENDEL8. 38K
ten derde: tbd het laatste gedeelte aan de gemeente door de generale direelie bij eene notificatie in de courant te doen keoDis geven.
4 HerEstmaand. Yerhooging van den prijs der door Schepenen aan de gemeente verkocht wordende rifst M 150 rijksdaMers de kqjang.
4 Herfetmaand. BepaKng, dat ptMiek verkocht zouden worden de %geconquestreerde*\ Bantamsche landen^ welke aan de Bataviasche ommelanden waren toege- voegd {Djasinga daaronder begrepen)^ de pasar Meester- Comelis en eenige kleine perceelen^ waarvan hel beheer ivas opgedragen aan den ontvanger-generaal.
De opbrengst Tan dien verkoop zoude strekken tot aflossing vau de schuld der Regering aan de Bataviasche Weeskamer (1,000,000 rijksdaalders), maar in de resolutiên der Hooge Regering van 30 Grasmaand 1811 vindt men aangeteekend :
dat de verkoop van de geconquesteerde Bantamsche do- mijoen-landen en van de Imzaar van Meester-Gomelis, op gisteren gevolg gehad hebbende, gerendeerd heeft rijksdaalders 1,473,000 aan papieren van crediet of rijksdaalders 467,000 boven de somma, waarvoor dezelve waren getaxeerd;
dal, vermits het rendement dier landen door deze vergadering bestemd was om daaruit aan de weeskamer alhier af te leggen het bedragen van een mOlioen rijksdaalders, papieren geld, 't welk van dezelve door het gouvernement was beleend onder verband van de voorsz. domeinen-landen en andere eigen- dommen Tan het gouvernement, ztjne excellentie deze regering voordroeg om, onder opheffing van het voorsz. verband, de weeskamer voor het gedagte millioen rijksdaalders te assigneren op de kas van vendumee^teren, met authorisatie voor vendu- meesteren welmeld om aan gedagte kamer het voorsz. montant van een millioen ryksdaalders uit het rendement der meer- melde geconquesteerde Bantamsche landen en bazaar van
MAtAAT-BOei ORL ITI. 25
386 1810. H. W. OAEMDEUft.
MeeBter-Gornelis af te geven, ten einde teyens gedeelte!^ te strekken tot bdeening aan de koopers van twee dmide ge- deelte der koopschat;
zoo is conform dit voorstel goedgevonden en verstaan om, onder opheffing van het verband; waaronder de geconqaesleerde, verkochte Bantamsche landen en andere eigendommen no het gouvernement bij de weeskamer alhier voor een milfioen rijksdaalders verbonden waren, te assigneren op de kas nn vendumeesteren, met authorisatie op vendumeesteren wehneld om gedagte weeskamer het voorsz. montant van een miUioeo rijksdaalders uit het rendement der meermelde verkochte geconquesteerde Bantamsche landen en bazaar van Meester Gomelis af te geven, ten einde tevens gedeeltdyk te doen strekken tot beleening aan de koopers van gedagte landen tan twee derde gedeelte der koopschat.
m
-j- Herfstmaand. Regeling nan de agio op ziher gdd. — Verbod tegen den uüvoer van dat gdd.
Nademaal ons is te voren gekomen, dat noch de verbeteringeo, die wij successive omtrent de flnantiën hebben daaffestekL noeh de zeer aanzienlijke voorraad van de kostbaarste prodneteo in 's gottvernements magazynen, noch de verevening van alle de gouvemenients schulden te Sourabaija en de aanoMrlLelijke vermindering van dezelve te Batavia en te Samarang, noch onze genomene dispositiën, volgens welke voor de io 's Landt kat bij wege van quotisatie getelde gelden producten kannen worden ontvangen en alle betalingen aan 'sLandskaskunneo geschieden in papieren geld met de agio, zooala denlte maandelyks door ons op het zilver geld wordt bepaaUU noch eindeiyk de publiciteit, aan alle stukken van finantie gegeven, waardoor noodwendig een ieder moet zijn overtuigd van de essentiële waarde, die het papiere geld bezit, hdibenkonneo verhoeden, dat door de misdadige practljken van sledite ea baatzuchtige personen de agio onder de gemeente tot eeae ongehoorde hoogte is geklommen, in weerwil van het voorbeeld,
- H. W. DAËNOËLè. 58?
door 0B8 iedere maand in de bepaling van een mindere agio ge- geTen ; soo ia het, dat wij, — in aanmerliing genomen hebbende onze verplichting om eene handelwijze tegen te gaan, welke de ingezetenen deier kolonie als ook de uitlandige personen, die alhier fondsen bezitten in papieren van credit, zoo zigtbaar beaadeelt en ongetwijfeld mede van invloed is op de duurte nü allerlei behoeftens, mitsgaders uit overweging van de ineoDvenienlen, welke het verschil der agio bij het gouver- nemoit en by particulieren dagelijks in alle publieke hande- lingen veroorzaakt, en dat er geene redenen bestaan, die de Toortdoring van dit verschil kunnen wettigen, — goedgevonden hebben te ordonneren en te statueren, gelijk wij ordonneren en statueren bQ dezen :
Eersteiljk: dat op de zilvere muntspeciên bij verrekening, betaling of inwisseling van dezelve voor papieren van credit alhier ter hoofdphiatse en deszelfs ommelanden geen hooger agio zal mogen worden gegeven of ontvangen, als maandelyks door ons op de zilvere muntspeciên zal worden bepaald, gerekend veertien dagen, nadat dit phccaat zal wezen afge- kondigt; en dat mede van dien tijd af aan alle schuldver- bitttenissen, die na dato van dezelve worden aangegaan in zilYor geU, en alle betalingen, die uit kragte van eenige na dien tyd gemaakte engagementen in gedachte munt zouden Dioeten geschieden, zullen kunnen worden voldaan inpapiere geld met de agio, zooals dezelve door ons bepaald is voor die maand, waarin de liquidatie gevolg neemt, sub poene, dal degenen, die een hooger agio geven of ontvangen, opentlijk zullen worden gegeesseld en gebrandmerkt en daar en boven, zoo het Europeesche of Christenen zyn, voor altyd uit deze kolonie zullen worden gebannen, doch inlanders. Chinezen of andere onchristenen wezende, voor tien jaren in de ketting geklonken en publiek aan de gemeene werken ten arbeid zullen worden gesteld.
Ten tweede : dat geen uitvoer van zilver geld van Batavia naar andere plaatsen op hel eiland Java zal mogen geschieden, sub poene, dat degenen, die zich daaraan schuldig maken, in
388 ^^0. H. W. OAENOEL8.
dezdve straffe Terrallen, ah tegens den ait?oeryanooDlanleD gesteld is by onze publicatie yam dea 27*" yan BkeimaaDd [-^Mei] 1806, ten ware wanneer daartoe in enkelde gevallen permissie van den beer Gonverneur Generaal was geobttneerd.
Ten derde: dat daarentegen tot tegemoetkoming der op Java varende bandelaren, aan dezelve voor het bekwp hunner fondsen, 't geen zt) niet in retooren derwaarts hebbeo kannen besteden, uit 'sLands voorraad zal worden afgestaan IJzer in soort, vóór zo verre hetzelve in de huishouding kan worden gemist, tegen zeventig rijksdaalders, papiere geld, het pikol, ter verkryging waarvan gemelde handelaren zich kunnen adresseren aan de generale directie.
Gelasten en beveelen den boogen Raad van justitie van Hollandscb Indien, president en Schepenen van Batavia, den landdrost der Bataviasche ommelanden, den advocaat-fiscaal en den bailluw den inhoud dezes stipteltjk te achtervolgen en te doen achtervolgen, mitsgaders tegen de contraTenteors met alle rigeur te procederen en te doen procederen, nadien wij zulks voor het vvelzyn dezer kolome bevonden hebben alzoo te behooren.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid zoudi^ kunnen voorwenden zal deze in de HoUandsche, inlandscbe en Ghinesche talen worden gepubliceerd en geaffigeerd ter plaatse gebruikeUjk, mitsgaders op alle publieke markten in de ommelanden van Batavia worden aangeslagen en do4»r bekkenslag bekend gemaakt.
Daendels was van oordeel, dat de .»voorbeeIdeloze*' hoogte, waartoe de agio gestegen was, «eenUjk te attribuêren «was" aan
de strafwaardige practyken van eenige weinige menschen, •die aan hunne nadeelige en strafbare woekerzucht geen •palen weten te stellen*'.
Enkele leden der regeering beweerden, dat eene wet tot het dwingen van de agio nutteloos was, omdat zoodanige wet straffeloos door onderhandelingen tusschen twee personen
1610 H. W. OAENOEL8. 389
kon worden overtreden, maar Saendek hield yoI, dat »de •agioteurs, kennende de klem Tan bet Goayernemenl in de •haDdbayiDg zijner bevelen» — zoodra door eene wet een •bepaliiig omtrent de agio zal zijn gemaakt, — het niet •zullen wagen om door het overtreden van dezelve zich in
een zeker verderf ie storten**. Zie ook 25 Herfstmaand 1810.
4 RerftMnaaiid
Kennisgave van hel verloren gaan van een brief van credit.
Alzoo een der papieren van credit» groot een duizend rd% welke volgens publicatie van den 24^ van Hooimaand jongst- leden door het collegia van Weesmeesteren alhier zQn gecreëerd geworden, nadat dezelve geteekend en ter nommering afgegeven was, is vernuft geraakt, zoo wordt hiervan aan de gemeente kennis gegeven, alsmede dat op den 4*° van Herfstmaand joflgstledra in Rade van Indien besloten is om voor dien ver- misten creditbrief een ander te laten aanmaken en denzelven, beoevens de overige ereditbrieven, behoorende tot gemelde aanmaking, behalven door de heeren Raden-ordinair, ridder mr. W. van Hoesen en ridder mr. H. A. Parvé, den president ^n Weesmeesteren B. Smissaert, de leden 6. S. Ronge en P. Franke, en den secretaris van gemeld collegie J. A. Steljn Farvé, ook door het lid van Weesmeesteren P. Mijer te laten leekenen, wordende de vermiste creditbrief, die eenlijk onder- schreven is door genoemde teekenaren zonder het lid van Weesmeesteren MiJer, bij dezen billioen verklaard, met last aan allen en een iegelijk, die gemelden creditbrief bezitten of in banden mogen krijgen, daarvan overgifte te doen aan de generale directie, zullende degene, die bevonden mogt worden dezen creditbrief uitgegeven te hebben, op dezelfde wijze gesürafl worden, als dezulken, die valsche munt uitgeven; wordende voorts de voormelde ereditbrieven op nieuw gangbaar verklaard en een ieder gelast aan derzdver circulatie geen hinder toe te- brengen.
590 18^0. H. W. OAENDEL8.
En opdat niemand hienran eenige onwetendheid Yoorweade, zal deie ter hoofdplaatse en dies ressort, als in Ja^a's Oost- hoek en op Java's Noord-Oostkust worden gepuMioeerd en voorts in de Hollandsche, inlandsche en Ghineeseiie taleD worden geaffigeerd ter plaatse gebruikelyk.
4 RrrfhtmMnd _
Nadere voorschriften omtrent de ^geforceerde i^gdd'l%gt%ng*\ bepaald op 24 Hooimaand 1810.
Nademaal eenige der voornaamste gerohnagtigdeiis van oit- landige personen, — ingevolge van de vrijheid, die hnn gehteo is bQ publicatie van den 24* van Hooimaand jongsIlaedeD om sich binnen een maand na de afkondiging van gedagte publicatie te kunnen verklaren tegens het converteren io nlver geld van de sommen in papieren van credit, welke xij bereeds in hunne voorschrevene qualiteit conform de publicatie van den 9^ van Louwmaand jongstleeden hadden geteld op de voorwaarden der geforceerde geld-ligting van zestien maal honderd duizend rijksdaalders aan papieren van credit, loo als bij meermelde publicatie van den 24^ van Hooimaand is be- paald, — aan de hooge regering dezer hinden hebben te kennas gegeven, dat, ofechoon het voordeel dezer conversie voor hooaa principalen door hun volkomen wierd ingezien, sy tot hunne dekking nogtans verlangende waren met een stdiige lastno het gouvernement tot de voorschreven conversie te worden gemunieerd; zoo is op den 4° van Herfstmaand Jongstieedes in Rade van Indien besloten, dat de sommen in papieren no credit, welke in voldoening aan de publicatie van den 9 van Louwmaand jongstleeden door gevolmagtigdens» eieco- teuren of andere bewindhebbenden in 's gouvemements kaaaa geteld zijn, onder de voorwaarden der voorsehreeven pU- ligting begrepen en mitsdien op denzelfden voet en eonditift tot zilver geld zullen worden gebragt van den dag der teilinf .
Terwyi verder besloten is, dat de genen, welke voor hnn privé in deze gêld-ligting deel nemen, de daarop to^gastaoe renten onder ultimo van Zomermaand en onder ultimo nu
- H. W. OAEMOCL8. 591
WiBtemiaaiid van ieder jaar uit 's Gouyernements kas zuUen kunoeo ontTangen, in tegenoTerstelling, dat de renten op de capitaieB nn aitlandige geintreaaeerden provisioneel niet nit- betaaU, maar liJ daanroor blJ de boeken zullen worden gecrediteerd.
Wordende hienran aan een ieder bij dezen tot narigt kennis gegevwL
6 Her&tDiaand. Bepalingen nopens hel gAruik van tjunia'ê ten dienste van den Lande.
Oyereenkomstig de daartoe namens zijne excellentie, den heere Maarschalk en GouTerneur Generasd gedane voordragt is besloten, dat alle aanvragen en requisiten van tjunia's ten dienste van den Lande niet mondeling, maar voortaan schrif- tdyk van het hoofd der praauvr-voerders zullen moeten worden gedaan ; en dat de differente administrateurs of andere personen, welke de Ijnnia's emploijeren voor 's gonvernements dienst, na gedane dienst-prestatie de juragans zullen moeten muuiéren met een bewijs van den tyd, welken zt| geêmploijeerd ztjn geweest en stil gelegen hebben, welke bewijzen bij de ordon* nantièn van betaling zullen moeten worden overgel^d.
Op 17 Slachtmaand 1810 is besloten >de executie te surcheren van het beshiit der hooge Indische regering dd. 6 van Herfst- maand jongstleden omtrent de contra-bewQzen, welke door de tjonia-voerders van boord der vaartuigen moeten worden teroggebragt ten blQke van de' rigtige ontvangst der over- gevoerde ladingen, ten einde de stilstand voor te komen, welke het vergen van de opgemelde contra-bewijzen van juragans, die niet kunnen schrijven, in de werkzaamheden van het praawen-veer veroorzaakt en zulks tot dat de conmiissie uit hunne hoog Edelheden, aan wien het onderzoek nopens dit poinct is gedemandeerd, deswegeos gediend zal hebben ^D rapport en bij gemelde hunne hoog Edelheden daaromtrent ^w nadere dispositie zal wezen genomen.
Zie ook 5 Sprokkelmaand 1811.
30t 1610. H. W. OACNOEi.8.
6 Herfstmaand. OrganmUie van de godsdienH4earareH,
(hrereenkomatig de daartoe namens zQne excellentie» den heere Maarsebalk en Gouverneur Generaal gedane ?oordragi, is besloten:
Ten eerste : foor de kerkelijke dienst op Java en Ibecasser te bepalen negen Gererormeerde, vier Luthersche predikaaten en zeven pastoors, als:
voor Batavia vier Gereformeerde, twee Luthersche en tvree Roomsche leeraren;
voor Samarang twee Gereformeerde, een Luthersche en twee Roomsche leeraren;
voor Sourabaija twee Gereformeerde, een Luthersche en twee Roomsche leeraren;
voor Macasser een Gereformeerde predikant en een Roomaehe
Ten tweede : dezelve in drie klassen te verdeelen, behooreode
in de eerste klasse de twee oudste Gereformeerde, de oadate
' van de Luthersche predikanten en de oudste van de Roomsche
pastoors te Batavia, mits dat zij ten minsten vijf jaren in
Indien dienst zullen hebben gedaan;
tot de tweede klasse de twee volgende Gereformeerde, de tweede Luthersche predikant en de tweede Roomde priester, onder bepaling, dal de twee Gereformeerde predikanten, die in deze klasse zijn, zich binnen den kortst mogelyken lyd bekwamen om of in het Portugeesch of Maleisch, na gelang der vacature bij hun komst in deze colonie, te kannen prediken en zulks zonder zich daarom aan de Hollandsche dienst te ont- trekken, zoo de omstandigheden zulks mogten vorderen:
en tot de derde klasse de vijf overige Gereformeerde, twee Luthersche en vijf Roomsche leeraren, voor zoolang zg op de landdrost-amblen dienst doen.
Ten derde : voor de leeraren voor Indien de volgende trsc- tementen te bepalen, te weten:
voor die, welke onder de eerste klasse behooren. Tier duizend rd', 'sjaars;
- H. W. OAENDEL8.
ses
foor die, welke tat de tweede UanebehooreD» drie duizeod rd*, *sjaan;
teor die» welke tot de derde klasse bebooren, twee duizend en vier honderd in bet jaar;
te betalen op den voet, zooals de overige ambtenaren ter plaatse, waar bon beroep is, worden voldaan.
Ten vierde: de Gereformeerde eu Lutberscbe predikanten van de eerste en tweede klasse te Batavia een dedomafement van rd' 1300 en aan die op de landdrost-ambten van rd' 600 in bet jaar voor bnisbanr toe te leggen, bij aldien zij geen goavemements-woning occuperen.
Ten vyMe: te bepalen, dat alle leeraars, van welke gezind- heid ook, bij bun aankomst alhier, zoo voor dedomagement, ais traktement, zullen ontvangen rd' iOOO, zonder onderscheid, or dezelve langen of korten tijd op reize berwaards zijn geweest en ongerekend hetgeen voor hunne passagie is betaald of bedongen.
Zie ook 10 aaebtmaand 1810.
7 Her&t maand. Aanmaak van brieven van credit,
Nademaal de van t^ tot tyd aangemaakte kleine brieven van cretit nog niet toereikende zijn om in de schaarsheid van dezelve te voorzien, zoo is op heden in Rade van Indien besfeten om tot gerief van de gemeente nog voor een be- dragen van vijf maal honderd duizend rijksdaalders aan brieven van twee honderd, honderd, vijftig, vijf en twintig, drie, twee en een rijksdaalder en van vier en tvrintig stuivers aan te laten maken, te weten:
500
TOIi 11
1 ^W
. 100
•
1000
w
: — ,
sooo
S5
: — ,
IKOOO
• 3:
— ,
S5000
• S:
— ,
75000
► 1:
— ^
300000
» — • 1
ü;
594 ^^Ö. H. W. OAENOEL8.
en daarentegen Toor een gelijk bedragen tan vfff bmI honderd daiiend aan groote credit-brieTen te doen Temietigai, ten einde door de voorMbreTen nieuwe aanmaking de mana van bet papiere geld niet te Termeerderen,
zullende de opgemelde brieven van eredit alle gedagtekend zQn den 7» van Herbtmaand 1810 en die van MO» 100, 50 en SK rijksdaalders in volgender voege geteekeod, als:
die van 900 rijksdaalders, genieri[t met lett a n* 1 tal n* S«0, en die van SB rijksdaablers, gemerkt met lelt E. n* I tot n* 9000, door den Raad ordinair Mr. Wyoaad van Hoesen en den Raad extra-ordinair van Indien Andriea Harl- sinck, en
die van 100 riJksdaaUen, gemerkt lelt. C n* 1 tot n* MO, en die van M rijksdaalders gemerkt lett. D. n* i tol n® 1000, door de Raden extra-ordinair W. Wardenaar en Mr. W. A. Senn van Basel, milsgadcra alle voor geiien door den directeur-generaal van 'sKonings flnantiên en domaineB , en wyders nog onderteekend door den admimstrateurfeoMraal en den ontvanger-generaal,
terwijl de brieven van drie, twee en een ryksdaaUer ea die van 94 stuivera op JavaVpapier gedrukt zullen vroréen met den stempel in bel midden derzelve en beaehravea met de woorden : goed voor drie rtjksdaalden, twee rljkadaaldera, een ryksdaalder en vier en twintig stuiven, voorts geteekead:
10000 van 3 rtjksdaalden door den conuniasaria van de bank van leening 6. J. Steufbaas en den adminiatrateiir in H kleeden-pakbuis J. van Reenen,
IBOOO van 3 rljksdaaldera door den adminislralear ui de Westzljdscbe pakbuizen J. H. de Hoogb en den eomones van bet militair kleeden-pakbuis, Gadensky,
90000 van 9 rljksdaaldera door den administrateur in de Westzydscbe pakbuizen P. W. B. van Riemadyk, od den tweede commies by den boofd-administrateur over het ie|mr tement van de groote Oost, L. A. van Hek,
5000 van 9 ryksdaalden en IMOO van 1 rykadnaMer door den administrateur in bet proviaieHmagasyn 6. fL van
- H. W. OACNOELS. 39K
R^k en dan geeommitteerdeii in de negotie pakhniien J. & Laal8,
SOOOO ymu 1 ryksdaaMer door den onderkoopman buiten empkoi A. L. P. de Seriere en den ond boekhouder in de pakhuizen nm Onnut, H. A. Vorst,
SOOOO ^n 1 rijksdaalder door den administrateur in het raiker-pakhuis D. van Son en den eerste commies bij den hoofii-admimstrateur over het departement Batavia, P. Velt- fcnigge,
30000 van 1 rijksdaalder door den administrateur in de pakhuisett bezijden de Waterpoort, J. F. TaunaiJ en den boekhouder in het graan-magazljn, A. G. Frobus,
SOOOO Tan 94 stuivers door den tweeden gecommitteerden over de suiker-culture, D. Goetbloed en den oud eersten suppoost op het finantie-kantoor 6. Wiikinson,
SOOOO van 94 stuiven door den president van Boedel- meesteren G. Drost en den medecinae doctor J. F. Leewe,
20000 van 94 stuivers door den gewezen kassier van de bank van leening J. 6. D. Passchen en den gewezen finantie- boekhouder J. P. Bachman,
90000 van 24 stuivers door den sabandhaar en licentmeester J. M. van Beusechem en den oud pakhuismeester te Gheribon L Huizinga van Tadama,
20000 van 94 stuivers door het opper-hoofd over het generale tractemenls kantoor J. F. Zhaetzcky en den eerste suppoost op gemelde kantoor J. Staalhof,
90000 van 94 stuivers door den oommiasaris van bel voidn-kantoor J. Ekenhobu, en den onder-koopman buiten emplooi H. L. van Basel,
SOOOO van 94 stuivers door den gecommitteerden over de suiker-culture 6. W. G. van Motman, en den administrateur in *t ^r^magazijn J. J. H. van Riemsdijk,
SOOOO van 94 stuivers door den hoofd-administrateur J. H. Cox, en den eersten commies bij voornoemden hoofdadmini- strateur D. G. van Blonunenstein,
SOOOO van 94 stuivers door den oud secretaris deier
396 ^810. H. W. OAENDEL8.
regering H. T. Kniithoff en den adrainislrateur in H graaa- magazljn E. H. van Ittersam,
30000 van 24 stuivers door den ontvanger-gweraal J. P. Barends en den secretaris van huweiyksche en kleine ge- regtszaken J. L. Overvest Hoflhian;
wordende de voorschreven papieren van credit by deiea gangbaar verklaard tot de daarop gestelde v^aarde, aoo ter dezer hoofdplaatse en dies ressort, als in Java*8 Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, en een ieder gelast deidve in betaling aan te nmien, zonder aan derzelver cours en circulatie eenige verhindering of stremming te veroomkeo.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid sonde kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdpiaatse en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java*s Noord- oostkust worden gepubliceerd, behalve in de Hollandsche, ook in de gewone inlandsche en Ghinesche talen worden geaffigeerd ter phatse gebruikelijk.
Wijzigingen in de teekenaren van de billetten werden be- kend gemaakt op 5 Sprokkelmaand en 25 Lentemaand 1811. Zie ook 25 Lentemaand 1811.
7 Herfstmaand. Javasche verpachtingen.
De te Saraarang te verpachten middden bleven dezelfde als die, vei*meld in deel XV, bladz. 896 — 899, maar in die, welke te Soeraba^a moesten verpacht worden, werden talrijke, meer of min belangrijke wijzigingen gebracht, zooak blijkt uit het volgende:
Van wegen de hooge regering dezer landen wordt een iegelijk bij dezen geadverteerd, dat op Donderdag, den 1'" van Slagtmaand 1810, des moiigens om acht uren, te Samarang in het stadhuis door den hoofd-administrateur, Pieter Franciscos Overbeek, ten overstaan van eene commissie uit den Raad van justitie aldaar, en op Zaturdag, den 1^ van Wintermaand daaraanvolgende, des morgens ten acht uren, in het voor-
- H. W. OAENOEL8. S9?
malige gezaghebbers huis te Sourabnija, door den landdrost, den ridder J. A. van Middelkoop eu den hoofd-admiuistraleiir K* Heijnis Pz., almede ten overstaan van eene commissie uit den Raad van jostitie aldaar, bij den opslag publiek zullen worden opgeveild en aan den hoogst biedende voor deo tijd van een jaar, ingaande met primo van Louwmaand 1811 en eindigende met ultimo van Wintermaand deszelven jaan, verpagt de volgende Lands domeinen, pagten en tdlen op en langs Java's Noord-Oostkust en in Java's Oosthoek, te weten:
Onder hei res$ari tfon Java's Noard-OostkusL
l. De inkomende en uitgaande reglen, enz.
Onder het ressort van Java's Oosthoek,
De sabandharijen te Sourabaija, Pagieriekan, Kram- bangan, Sememie, Slower, Pelosso, Mejotjo, Tambak, Pepote, Pakendjerran, Panambangan en dies bijhoorende kleine spruitjes, met dertig koppen, soma's.
De uitgevoerd wordende rijst en padij langs gemelde sabandharijen.
De mede in 't district van Sourabaija gelegene saban- dharijen te Sidokarre, Sengek, Tjabean, Bedoro, Tjepe, Tango- langeeng, Permiessan, Remba, Doeko, Tenga, Parbosoan en andere daartoe behoorende kleine rivieren en spruiten, met de aldaar uitgevoerd wordende rijst en padie.
Het hoofdgeld der Chinezen, item de topbanen en hanenvechterljen onder het geheel ressort van Sourabaija.
Het slachten van buffels, rundvee, schapen en geiten, ad idem op dezelfde conditiên als te Batavia, voor zooverre dit met de plaatselijke gesteldheid overeenkomt.
Het slachten van varkens onder het geheele ressort van Sourabaija.
De taphuizen en kroegen buiten de stad of het privi- legie om in de Ghineesche of andere kampongs arak, tjieuw
396 1810. H. W. OAÊMOÉLft.
en andere sterke dranken te mogen tappen m Terkoopeo ia het klein, te weten, bij kelders, kalba^n, potten, flesacbea, bottels en wat dies meer is*
De twee en zeventig geprivüigeerde amfioen-of madat- kitten onder het district van Sourabaija.
De sabandbarijen te PÉssonrouang en daaronder ook de rifier Massangan en verdere onder dit ressori gdq^eao spruiten, item het hoofdgeld der Ghineien, topbanan, baneo- ▼echteryen, slagten van buffels, koebeesten, scliapen, geiten, varkens en wat dies meer is, met lestien koppen aoiiia*a.
De sabandbarijen te Banger of Probolingo, item rivieren en spruiten onder dat regentschap, alsmede het hoofdgeld der Chinezen, topbanen, banenvechterijen, slachten van buffels, koebeesten, schapen, geiten, varkens en wat dies meer ia, met zestien koppen soma's.
De sabandliaryen te Bangil, Kalianjer en verdere onder dat regentschap behoorende rivieren en spruiten, item het hoofdgeld der Chinezen, topbanen, hanenvecbteryen, slachten van buffels, koebeeslen, schapen, geiten en wat dies nseer is, met vier koppen soma's.
De sabandbarijen van Doekoen en Kepoh, leggende opwaarts aan de riyier van Solo, op den Toet, looab die tegenwoordig zijn.
De tien geprivüigeerde amfloen- en madat-kilten oader de districten van Passourouang, Banger, Bangil en Tocgoe.
De sabandharyen te Grissee en op Poeloe meiHure en by al dezelve acht en zeventig koppen soma's, en ook de heiBng Tan tien percent voor de recognitie van al liet klein geschut, dat aMaar gegoten wordt, en voorts als bovea liet hoofdgeld der Chinezen, topbanen, hanenvecbteryen, alaehten van buffels, koebeesten, schapen, geilen, enz.
IK. De sabandharyen te Sidayoe en dies reaiott met dertig koppen soma's en de bazaar te Banjer anjer, nevens het hooldgeld der Chinezen, topbanen, hanenvecbteryen, sladileB van buffels, koebeesten, schapen, geiten, enz.
- De sabandbarijen te Toeban en dies ressort,
I8t0. H. W. DAÊNOËLd. S99
ii'8 of yatjas, muT met de negory Troes en den imaam der fofelneetjes uit de daarbij gelegen drie klippen of boden, Goa-Tjroea genaamd, en de mede-inxaam der Togelneatjes in de Goa-fidonanlie genaamd en de heffing nm hei hoofdgeld der Ghinesen ma.
De nitgeToerd wordende rijet en padie ie Grisaee, SJdafoe en Toeban.
De lien gepriYiUgeerde amfloen- of madai-kitien onder (frinee, Sidaljoe en Lamongang, miisgaders de vijf geiyke Uiten onder Toeban, of te zamen onder Oriasee, Sidaijoe, Lamongang en Toeban Tyfiien kitten.
De in- en verkoop en verTow van aarde potten of zoogenaamde boelJongB te Tonban en Sidayoe.
De enbandbaryen te Sumanap en die op de eilanden Takngoe, Giliang, Giliginting en Qiliradja en by aUe deielve zeTflDlig hniagezinnen en negen antjings padie-velden, nevens de heffing van het hoofdgeld der Chineien, item uitgevoerd wordende rQat en padie, topbanen, hananvecbieryen, alachten fan bnffela» koebeeeien, aebapen, geiten, varkens, enz.
De sabandbarijea op de mede onder Sumanap be- hoorende eilanden Sapoedie, RaAs, Kangian en alle de andere ooder laatatgemekl behoorende mindere eilanden, mede met de aldaar uitgevoerd wordende ryst en padie, item hoofdgeld d«r Cibinezen, topbanen, hanenveebleryen, slachten van haffek, koebeesien, schapen, geiten en varkens, met drie en dertig koppen soma's en vyf antjings padie-velden.
i% De aoogenaarode strand- of passisir-geiden van de aldaar aankomende vaartuigen in zelver voegen, als zulks tot dusverre door den regent genoten is.
De twaalf gepriviligeerde amfloeo- of madat-kiiten onder het district van Sumanap en de daaronder behoorende eilanden.
De sabandharyen te Pamacassang en diens ressort^ met de van ouds daarby behoord hebbende negorij Kappongs, item de bazaars te Tjetjeret en Waranta,^ aoomede een derde van hei zout, dat in de negoryen Boender en Tjandie wordt
400 1810. H. W. DAENDELd.
gemaakl, nevens het hoofdgdd der Chinezen, fopbanen, hanen- Yeehterijen, het slachten yan buffds, koebeesten, sehapen, geiten en Yarkens, en dan nog zes en dertig soma's ol koppen, behoudens de verplichting voor den pachter om aan den regent van dat district tot tegemoetkomii^ voor de leverantie van de benoodigde vaartuigen tot den overbreng van producten voor den Lande naar het drostawbt Grissee jaariyks uit te keeren eene somme van een honderd v^tig Spaansche realen.
De zes gepriviligeerde amfioen- of madat-kitlen in de districten van Madura en Pamakassang.
De sabandharyen te fianjoevrangie en diens resiort, op den ouden voet, met de uitgevoeni wordende ryst en padie, item het hoofdgeld der Chinezen en vrat dies meer is.
De gepriviligeerde iMiifioen- of madat-kit in bet distrkl van Banjoewangie. .
De sabandbarijen te Besoekie en elders in dat district ' te gelijk met de uilgevoerd wordende ryst en padie, item
het hoofdgeld der Chinezen, topbanen, banenvecbleryen, het slachten van buffels, koebeesten, schapen, geiten en varkens.
De sabandharyen te Panaroekan en dies onderboorige landen, mede met de uitgevoerd wordende rijst en padie, item het hoofdgeld der Chinezen, topbanen, hanenvechterijen, slachten van buffels, koebeesten, schapen, geiten en varkens.
De zes gepriviligeerde amfloen- of madat-kitten in de districten van Besoeki ea Panaroekan.
De sabandbarijen en de uitgevoerd wordende ryst en padie ten eilande Baviaan, met het hoofdgeld der Chinewn en wat dies meer is.
De gepriviligeerde amfioen- of madat-kit ten eilande Baviaan.
De in- en uitgevoerd wordende poeder-, pot- en kandij- suiker onder het ressort van den Oosthoek.
De verpachting zoude geschieden » op zoodanige, generaleen speciale conditiên en voorwaarden, als nopens de verpachting
iéió. H. w. oAeMoëls. 401
der boveogenoemde domeinoD, pagten en tollen van het gouyernemeDt zijn . geémaDeerd en gearresteerd, respectue by poblicatiên Tan den 18" van Zomermaand en 19^° Tan Wijnmaand, mitsgaders by billetten ^an den K^ van Hooi- maand, 30*** yan Slachtmaand en 16° van Wintermaand
1808, zoomede bij publicatie van den 30^ vau Herfstmaand
1809, welke alhier worden gehouden voor geinsereerd en dagelijks ten kantore van de respective landdrosten ea drosten eo van de hoofd-administrateurs van Java's Noordoost-kust en Java's Oosthoek voor een ieder te zien zijn; voorts met de volgende, daarin nu nader gemaakte alteratiën en ampliatien :
Eerstelijk : dat de betaling der pagtpenningen te Samarang eo verder op Java's Noord-Oostkust zal moeten geschieden geheel in zilver geld en onder het ressort van Java*s Oost- hoek op den volgenden voet, als:
te Sourabaija, een derde in zilver geld en twee derde in daiten; de duiten gelijkstandig met het zilver geld gerekend ;
te Sumanap, Bancallang en Baviaan, geheel in zilver geld ;
te Grissee, half in zilver geld en half in duiten,
en op de overige plaatsen van den Oosthoek drie vierde io zilver geld en een vierde in duiten.
Ten tweede : dat van de vreemde goederen, die te Samarang eo te Sourabaija worden ingevoerd en voorkomen bij de publicatie nopens de Javasche pagtconditiên van den 18^" van Zomermaand 1808, afdeeling 28, art. 2, 7 en 8, geen andere als de plaatselijke tol zal worden geheven en dus niet de tol van invoer te Batavia daarenboven ten voordeele van de pagters aldaar.
Ten derde: dat de publieke topbanen in geen grooter getal zullen mogen worden gehouden, als nader bepaald en vóór of (en dage der verpagting zal worden aangekondigd; en ook de gem^de topbanen op geene andere plaatsen zullen mogen worden gehouden, als daartoe door de landdrosten aan de pagters zullen worden aangewezen, sub poene, dat, wanneer bevonden zal worden, dat boven het toegestane getal of buiten de aangewezen plaatsen topbuizen zullen
402 1810. H. W. DAÉNDÉLè.
zijn opgerigt, de pagters Yoor ieder derzelve zulleo verbeuren eene boete Yan yijf honderd zilyeren ducatons, twee derde voor dengenen, die de calange zal doen, en een derde ten Yoordeele yan den aanbrenger, en dat het hoofd van lulk een ongepermitteerd tophuis voor den tijd van een jaar in de ketting zal worden geklonken om aan de gemeene werken te arbeiden; wijders, dat de huizen, die daartoe gebruikt zullen worden, aan de landdrosten zullen moeten worden opgegeven ter approbatie, zonder dat vervolgens de topbaneu in andere huizen zullen mogen worden overgebragt als mei speciaal consent van de gemelde landdrosten, zullende dezelve met een kenbaar nommer moeten worden onderscheiden op verbeurte van drie honderd zilvere ducatons, ten behoeve als boven, zoo door den pachter te voldoen, als door hel hoofd van dusdanige, zonder consent verplaatste of niet genommerde topbaan.
Ten vierde: dat degenen, welke buiten de pagters, die daartoe zijn gepriviligeerd, arak, tjieuw en andere sterke dranken tappen en verkoopen in 't klein, behalve de confiscatie van zoodanige dranken, zullen incurreren eene boete fan honderd rijksdaalders, zilver geld, het een en ander ten voordeele van dengenen, die de calange zal doen, van den pagter en van den aanbrenger, ieder voor een derde.
Ten vijfde : dat het varkensvleesch te Samarang niet hooger zal mogen worden verkocht als tegen acht stuivers, zflver geld, het katje, op verbeurte van het vleesch en arbitraire correctie voor de overtreders.
Ten zesde: dat het eiland Madura omtrent den tol op den uilvoer der rijst en andere artikelen met alle plaatsen vso het eiland Java op een gelijken voet zal behandeU wordeo.
Ten zevende: dat de pachters der hanenveehterijeo, der toptafels en van het slachten van buffels, rundvee, schapen, geiten en varkens in de landen van Bezoeki en Panaroekan wel alleen de geregtigheid daarvan zullen mogen heifeo, doch gehouden zullen wezen aan den eigenaar twee derde uit te keeren van het rendement, ten ware de eigenaar
lèlö. N. W. ÖAClVdËLft. 403
zich daaromtrent met de pagters bij wj^ie Yao afkoop of anderzins mogt verdragen, niUende gemelde eigenaar anders moeten toelaten, dat de pagters volk in z^ne landen stellen om de gemelde geregtigheden te colligeren, op veiieurte van eene boete van duizend zilveren ducatons, wanneer de eigenaar (Ie pagters hierin hinderlijk is, een derde voor dengenen, die de calange zal doen, een derde ten behoeve van den pagler, dien het aangaat, en een derde voor den aanbrenger. Ten achtste: dat bij een eventuelen verkoop van het regentschap Banger of Probolingo de verpachting der in het vorige artikel opgenoemde geregtigheden onder dezelfde voor- waarden, restrictiên en poepaliteiten zal geschieden, als bij (lal ariikel zijn vernield.
Ten negende : dat alle vaartuigen, even zowe) van Sumanap, als Yan Sourabaija en Grissee, direct naar den overwal of elders buiten het eiland Java ten handel zullen mogen varen met passen, door den havenmeester van Sourabaija met voorkennis van den landdrost van Java's Oosthoek te verleenen, en dat (lus ook deze vaartuigen aan geen anderen als den plaatselijken lol van uitvoer zullen onderworpen zijn, zonder dat daarop door de pagters van Sourabaija of Grissee op grond van vroegere bepalingen eenige aanspraak zal kunnen worden gemaakt.
Zullende een ieder, die tot het aanslaan van voorschreven pagten mogt genegen wezen, indachtig moeten zijn om volgens het vijfde artikel der generale pagt-conditiën de ver- eisebte borgen te stellen ten genoegen van den hoofd-admi- nigtrateur van Java's Noord-Oostkust en van den landdrost en hoofd-administrateur van Java's Qosthoek, respective.
En wijders deze in do Hollandsche, Chineesche en inlandsche talen worden geaffigeerd en gepubliceerd ter plaatse ge- bruikelijk". Zie ook 10 Wijnmaand 1810.
7 Her&tmaand. Bepalingen nopens den herbergier te Samarang.
Is goedgevonden en verstaan den herbergier te Samarang
404 18^0. H. W. DAÉNDËL6.
te ontheffen van de opbrengst van dertig Spaansche matten 'smaands aan pagtpenningen voor het recht om alleeo eea bakkerij, een wagen-verhuurderij en een lappers-neeriog te mogen houden, doch hem daarentegen te verpligten, dat hg zich blijft belasten met de directie over het afryden der postwagens te Samarang.
8 Herfstmaand. Invordering van recognUie'^dden voor rija.
Is besloten als een sequele van het besluit der luMge Indische regeering van den S8®" van Grasmaand jongsüeedeo, volgens 't welke de passen worden geteekend door de haven- meesters en onder-havenmeesters en door de landdrosten of drosten niet anders, dan in geval zich geen havenmeester of onder-havenmeester op hun landdrost-ambt of drost-anibt bevindt, te bepalen, dat de respective landdrosten en drosten geautoriseerd zullen zijn tot de invordering der recognitie van vijf en dertig rijksdaalders, zilver geld, welke aan bel gouvernement moet worden betaald van ieder koijang rijsl, die niet bij den lande ingekocht is en naar den overwal uitgevoerd wordt, te gebruiken te Samarang en te SourabaQa de onder-havenmeesters en op de overige landdrost-ambtoi van Java de havenmeesters of onder-havenmeesters, welke aldaar geplaatst zijn, doch zonder dat hierdoor eenigzins xal zijn weggenomen de responsabiliteit der respective land- drosten en drosten voor deze gelden, welke zy zullen moeten zorgen, dat telkens dadelijk na den ontvangst aan 'sLands kas worden verantwoord.
10 Herfstmaand. Yerhod voor Javaansche priesters over Java te reizen.
De minister aan het hof van den Keizer te Sourakaria voorgedragen hebbende de klagten van welmelde zyn Hoogheid over de menigte priesters, die bij aanhoudendheid, ouder het voorwendsel van afstammelingen van Mahomet te z^n, zyo
- H. W. OAENDEL8. 405
Hocgheids laDd al bedelende doorkruisten en door hunne schadelijke gesprekken en opruijingen grond gaven hen van kwade oogmerken te verdenken, met verzoek, dat geen priesters zonder pas mogten reizen en dat zelfs aan geen hunner daartoe licentie moge worden verleend, dan voor zoover zulks door de noodzakelijkheid gewettigd wierd en men van hun goed gedrag en inzichten verzekerd was;
en in aanmerking genomen zijnde, dat de voorschreeven kiagten allezins overeenstemmen met de kennis en onder- fioding, welke men sedert des gouvemements eersten zeet in deze gewesten heeft van den schadelijken invloed, die de Maho- metaansche priesters op de ligtgelovige en door onkunde en bijgeloof verblinde Javanen weten uit te oefenen, waarvan de herhaalde inlandsche onlusten op dit eiland bereeds zoo meoigmalen het bewijs hebben opgeleverd;
is besloten, niet alleen het reizen van Javaansche priesters naar de landen van zijn Hoogheid den Keizer te Sourakarta zonder pas te interdicèren, maar ook dit verbod algemeen te maken en te extenderen tot het reizen van gemelde priesters van de eene plaats van het eiland Java naar de andere, met last aan alle de landdrosten van hei eiland Java hiertoe geene passen te verienen als in gevalle van blijkbare noodzakdijkheid en dat het gedrag en de inzichten der priesters, welke zoo- danige passen vragen, bij bun buiten alle verdenking is, zullende van nu voortaan alle priesters, die zonder behoorlijke passen reizen, moeten worden aangehouden tot nadere dis- positie.
Zie ook 16 Herfstmaand 1810.
12 Herfstmaand. Bepalingen nopens haut-bosschen.
Is besloten:
!• enz,
4^ van nu voortaan te interdiceeren de schadelijke usantie om ter verkrijging van de geêischte balken allerwegen aankappen te doen, waar men slechts meent zoodanige balken te kunnen vinden, waardoor het jonge plantsoen bij
406 ^^0. H. W. OAEMOEL8.
het Ydlen der boomen gekwetst en de bosBchen zelve ge- ruïneerd worden, en te ordonneeren, dat de aankappingeo voortaan ia de verschillende departementen "znllen moeteii geschieden bij gehede perceden, welke met het door- komen van de westmousson weder Tan nieuwe aanplan- tingen moeten worden voorzien;
5* voor den vervolge mede te interdiceeren het branden der bosschen tot zuivering van dezelve, aangerien daarvan insgelijks de schadelijkheid gebMen is, sub poene van arbitraire correctie voor dengenen, die tegen deze be- paling mogt komen te handelen;
6^ instede van de tot hiertoe gebruikelijke wijze om de boomen boven den grond om te kappen, waardoor a! bel cmploijabel hout, dat in den wortel voor de scheepsbouw te vinden is, verloren gaat, voortaan de boomen met hunne wortels te doen omvellen ten einde, buiten het voordeel van een zuiveren grond, *i welk door deze wQze van omkappen verkregen wordt, uit die wortels zoodanige dimenaiên van scheepsboutwerken te obtineeren, ab na evenredigheid der lengte en dikte van den wortel en hel gedeelte der stam, welke in die proportie aan den wortel zal worden gelaten, mogelijk zal worden bevonden:
7® door de bosschen, van de sleepwegen af gerekend links eu regts, voetpaden te laten kappen, vermits het bij ontstentenisse van dien, zoo min voor den inspecteur- generaal, als voor de leden der hout-administratie mogelijk is den waren staat daarvan te leeren kennen;
8^ vermits de jatti-boomen in de meeste bosschen te digt op eikanderen zijn geplant, waardoor eene uitkappin^ van een gedeelte derzelve ter bevordering van den wascbdom der overigen hoogst noodzakelijk is, en de ordinaire werkzaamheden der boschgangers niet toelaten, dat iQ zich daarmede belasten, gemelde uitkapping te laten doen onder het opzicht van gecommitteerdens, welke daartoe door de landdrosten, een ieder in den hare, gekozen en benoemd en aan den inspecteur-generaal en het eoUegie
- H. W. OAENOCLS. 407
van administratie der hout-bossehen zullen moeien worden opgegeTca, terwijl ieder lid van gemeld collegie in z||n departement verpligt zal wezen aan gemelde gecommit- teerdens daartoe de noodige initnictiêa te geven en aanwijzingen te doen, doch speciaal met aanbeveling:
a, om de recht opgroeljende boomen, sooyeel mogelijk, te menageeren;
b. de uitkapping te laten doen van de eene plant tot de andere op 1% 15 tot 20 roeten afstand na mate Tan de zwaarte ran bet bont; en
e, de boomen gebeel met den wortel te doen omkappen ten einde nienw oitscbieten voor te komen.
13 BerfatmMod
Voorschrift nopens korte hoedd-stalen.
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: dat zonder afwijking voortaan geene korte iM)edelstaaten door de coUecteurs van de respective execu- tearen znilen worden aangenomen, waarbij de hun compe- teerende provisiepenningen onder de generale sommen der lasten opgebragt zijn, maar dat voorlaan deze post apart zal moeten worden verhandeld, ten einde daardoor de generale rekenkamer in staat te stellen om te kunnen nagaan, of de berekende provisie-penningen conform bet besluit dezer regee- ring van den 28° van Grasmaand jongstleeden opgebragt en verhandeld zijn.
Ten tweede : om alle de bij de boeken onverrekend ge- bleevene posten, van dewelke de impost van het collateraal nog niet is voldaan geworden, bij de nieuw te formeeren boekeo wederom behoorlijk voor te dragen, sub poene van een honderd dacatons te zullen verbeuren ten profljte der generale rekenkamer voor eiken boedel, wanneer zij, collectenrs, zuUen Uyken in de bij deze gestelde beide orders of een derzelve te hebben gemankeerd.
Ten derde : aan de curatoren van insolvente boedds, zoowel die van 'sLands dienaren, als burgers, ter stipte nakoming ^Q te bevelen om aan de coUecteurs van het collaleraal
408 18^0. H. W. DAENDEL8.
maandelijks opgave te doen Tan alle boedels, die aan hun door executeuren opgegeven worden ofte anders onder huDoe beheering komen, ten einde door YoormeUe collecteurs daarvan behoorlijk aanteekening gehouden en deze aanteekeningen door de generale rekenkamer bij het indienen der Yoomoemde boeken geconfronteerd kunnen worden, sub poene almede yan een honderd ducatons ten profijte der generale reken- kamer, te verbeuren bij dengeenen, die zal consteeren de oorzaak van dit verzuim Ie zijn; en hiervan, zoover noodig, de gemeente te informeereu.
14 Her&lmaand. Bepalingen nopens h^ stedel^ke hos- pUaal te Batavia.
Is op fundament der inconveuienteu, welke gelegen zgn in het verstrekken der rations vivres door de cipiers van 'sLands en stads boeijen voor de in het stedelijke hoapiUal verpleegd wordende zieke gevangenen, beslotm gemelde verstrekkingen in te trekken en mitsdien in zooverre te altereeren het daaromtrend bepaalde bij het op den 14*" van Grasmaand 1809 gearresteerde reglement voor den sUds docter of stads chirurgijn, onder art. S der huishoudelijkf bepalingen voor het stedelijke hospitaal.
Voorts te bepalen, dat aan den ziekenvader in compensatie van het gemis dezes vivres, gelijk hem reeds by besluit van den 19*" van Slagtmaand 1809 is geaccordeerd voor de g^ kwetsten, even en in dier voegen voor de gevangenen een derde meer In reekening zal worden geleden, als hier voor hunne verzorging bij het voorschreven artikel aan koatgeld was toegestaan; mitsgaders nog, uit aanmerking, dat men gedagten ziekenvader geen hooger tractemeni als de ziekeo- vaders in de hoofd-hospitalen kan toeleggen, ofschoon dezelve hospitaalswege gespijzigd worden, hetgeen in het stedelijke hospitaal geen plaats kan hebben, gemelden ziekenvader mei een derde in tractement te verhoogen of tot twintig rijks- daalders 'smaands.
- H. W. OAENOEL8. 409
15 Her&tmaand. Voorschrift nopens de behandeling der traelementen van Europeesche officieren bij hel corps djajang'sekar.
h besloten te bepalen, dat de tractementen tan de Euro- peesche officieren bij de onderscheidene corps djajang-sekars zulleo worden opgebragt en uitbelaald bij de politieke depar- tementen, doch op den voet van betaling der militairen, zoo als ter plaatze, alwaar zij bescheiden zijn, gebruikelijk is.
16 Herfetmaand. Verbod voor onderdanen van dmi Soesoehoenan en van den SnUan van Djokjokarta, alsmede voor andere^ vreemde inlanders, langs Java*s stranden zonder pas te reizen.
Zijne excellentie ter kennis gekomen zijnde, dal onder deu schijn van reizigers uit der Vorsten landen veel slecht volk bij aanhoudendheid de groote wegen passeert, welke zich 's nachts in complotten vereeuigen en op roof uitgaan;
en hieruit conslerende de noodzakelijkheid om hel besluit van den 10^" dezer, waarbij aan de Javaansche priesters bet reizen zonder pas geinterdiceert is, uit Ic breiden en te extenderen tot de onderdanen van deu Keizer en Sultan en alle andere, vreemde inlanders in het generaal;
is besloten het reizen van Javanen, gehorende onder het gebied van den Keizer en Sultan, alsmede van andere, vreemde inlanders, langs de stranden zonder pas Ie inlerdiceren; met lasl aan alle de landdrosten van het eiland Java, zoomede aan den bailluw te Batavia, om alle vreemde Javanen of inlanders, welke op 's gouvemements territoir zonder pas zuilen worden achterhaald, in de ketting geklonken, naar de Marak-baai te verzenden.
Wordende de ministers aan de beide hoven geautoriseerd van dezen maatregel aan hunne hoogheden, den Keizer en den Sultan kennis te geven, ten einde zij daarvan hunne onderdanen kunnen waarschouwen.
410 1810. H. W. DACNOELS.
17 Herfstmaand. Instructie voor den kommies hij het militaire kleeding- en equipement'magazijn te Soerabaija.
Art. 1. Hij zal onmiddelijk ondergeschikt zijn aan den coramissaris-ordonnateur en bij deszelfs absentie aan den com- missaris Yan oorlog van 't arrondissement Sourabal|a, aan welken hij alleen verantwoordelijk is wegens de directie en administratie van dit magazijn.
Art. 2. Hy zal van de goederen in zijne administratie houden een pakhuis-boek op den voet, zooals in de differente civiele administratiên geïntroduceerd is.
Art. 3. Hij zal maandelijks aan den commissaris-ordonnateur in duplo inzenden een tabelle, aantoonende hetgeen onder primo van ieder maand is restant geweest en gedurende den loop dezer maand weder is ontvangen en verstrekt» van welke tabellen eene, door den commissaris-ordonnateur geveri- fieerd, zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal aangeboden en de andere op het bureau van gemelden com- missaris-ordonnateur bewaard zal moeten worden.
Art. 4. Hij zal geene verstrekkingen doen dan op daartoe verleende ordonnanti^n door den commissaris van oorlog van het arrondissement.
Art. 5. Alle drie maanden zal hij gehouden zijn aan de generale rekenkamer in te dienen eene roUe, daarbij an- nexeerende de ordonnanti^n, waarop gedurende dezen tijd de verstrekkingen of ontvangst geschied is.
Art. 6. Hij zal geene goederen, van elders naar herwaards gezonden, ontvangen dan ten overstaan eener militaire com- missie, welke hij van den commandeerenden oflBcier moet verzoeken; desgelijks zullen alle goederen, dewelke door de leveranciers afgeleverd worden, vóór de ontvangst door eene diei^elijke commissie worden geëxamineerd en door gemelde commissie schriftelijke opgave van hunne bevinding aan hem, commies, worden gedaan.
Art. 7. Indien gedachte commissie de van elders aange- brachte of^ter aflevering gepresenteerde goederen goed en
- H. W. OACNOELS. 41 1
deugdzaam hebben Terklaard, Yoor welke Yerklaiïng zij res- ponaabel zulieD zt)n, aal de conuniea met de ontvangst voortgaan, doch daarvan eenige defecten en gebreken opgegeven zijnde, deswegens vooraf de orders vragen van den commis- saris-ordonnateur of, zoo hij niet in loco b, van den commissaris van oorlog, sub poene van verantwoordelijk te zyn voor alle schadens, die uit eene contraire handelwijze kunnen resulteeren.
Art. 8. Van alle goederen, die door de leveranciers der monteeringsstttkken, équipementen, rijd-equipages of lljnwaaden afgeleverd worden, zal hij na gedane examinatie en goedkeuring een bewijs afgeven voor de behoorlijke ontvangst, alsmede aan den commissaris van oorlog daarvan opgave doen, opdat door gameiden commissaris van oorlog eene behoorlijke ordon- nantie tot de ontvangst kan opgemaakt en verleend worden.
Art. 9. Indien eenige artikelen van lijnwaden, lakens, casimieren, etc, in het magazijn voorhanden, voor den civielen dienst van 't gouvernement mogten worden gerequireerd, moet de aanvrage schriftelijk geschieden door den boofd- adroinislrateur en voor de afgave door den commissaris- ordonnateur of commissaris van oorlog worden geteekend.
Art. 10. Hij, commies, zal alle Maandagen aan den com- missaris van oorlog opgeven, welke goederen gedurende de verk)open week in 't magazijn zijn ontvangen, hetzij van de leveranciers of van elders, en daarentegen op de daartoe verleende ordonnantien verstrekt, met bekendstelling der regi- menten of corpsen, aan wie de aflevering geschiedt is.
Art. 11. Bij de verzending van goederen na plaatsen, buiten Sourabaija gelegen, zal hij, immediaat na de ordonnantien daartoe van den commissaris van oorlog te hebben ontvangen, opgave van gemelde goederen doen aan het finantie-kantoor, ten einde de cognossementen kunnen worden opgemaakt en verzonden, zullende alle erreuren of nadeelen, die uit eenig venuim in dezen mogten ontstaan, voor reekening blijven van hem, commies.
Art. IS. Stroo-matten, cadjang-matten, rottings of kisten, tot afpakken dezer goederen benoodigd, zullen door hem
410 1810. H. W. DAENOEL8.
17 Herfstmaand. Instructie voor den kommies bij ftd militaire kleeding- en équipement-magazijn te SoerabaijiL
Art. 1. Hij zal onmiddelijk ondergeschikt zi|n aan deo conimissaris-ordonnateur en bij deszselfs absentie aan den com- missaris van oorlog van 't arrondissement Sourabaya, aan welken hij alleen verantwoordelijk is wegens de directie en administratie van dit magazijn.
Art. 2. Hy zal van de goederen in zyne administratie houden een pakhuis-boek op den voet, zooals in de differente civiele administratiên geintroduceerd is.
Art. 3. Hij zal maandelyks aan den commissarifrordonnateur in duplo inzenden een tabelle, aantoonende hetgeen onder primo van ieder maand is restant geweest en gedurende den loop dezer maand weder is ontvangen en verstrekt, van welke tabellen eene, door den commissaris-ordonnatenr gevesri- fieerd, zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal aangeboden en de andere op liet bureau van gemelden cooh missaris-ordonnateur bewaard zal moeten worden.
Art. 4. Hy zal geene verstrekkingen doen dan op daartoe verleende ordonnanti^n door den commissaris van oorlog van het arrondissement.
Art. 5. Alle drie maanden zal hy gehouden zijn aan de generale rekenkamer in te dienen eene roUe, daarby an- nexeerende de ordonnantiên, waarop gedurende dezen i^i de verstrekkingen of ontvangst geschied is.
Art. 6. Hy zal geene goederen, van elders naar herwaards gezonden, ontvangen dan ten overstaan eener militaire coos- missie, welke hy van den commandeerenden oflBcier moei verzoeken ; desgeHjks zullen alle goederen, dewelke door de leveranciers afgeleverd worden, vóór de ontvangst door eeof diergeUjke commissie worden geëxamineerd en door gemeMe commissie schrifteUjke opgave van hunne bevinding aan heoi. commies, worden gedaan.
Art. 7. Indien gedachte commissie de van elders aallg^ brachte of ter aflevering gepresenteerde goederen goed en
- H. W. OACWOELS. 41 1
deugdzaam hebben Terkiaard, voor welke Yerkhring zij rea* |M>inabd zullen zt)n, lal de commiea met de onlvangst Toortgaan, doch daarvan eenige defecten en gebreken opgegeTen lijnde, deswegena yooraf de ordera vragen van den commis- saris-ordonnateur of, zoo hij niet in loco ia, van den comniiaaaris Tan oorlog, aub poene van verantwoordelijk te zijn voor alle schadena, die oit eene contraire handelwijze kunnen reaulteeren.
Art. 8. Van alle goederen, die door de loverancicra der nionteeringaatttkken, équipementen, rijd-equipageaof lljnwaaden afgeleverd worden, zal hij na gedane examinatie en goedkeuring ppn bewijs afgeven voor de behoorlijke ontvangst, alsmede aan den commiaaaris van oorlog daarvan opgave doen, opdat door gameiden commisaaria van oorlog eene behoorlijke ordon- nantie tot de ontvangst kan opgenoaakt en verleend worden.
Art. 9. Indien eenige artikelen van lijnwaden, lakens, rasimieren, etc, in het magazijn voorhanden, voor den civielen dienst van 't gouvernement mogten worden gerequireerd, moet de aanvrage schriftelijk geschieden door den hoofd- adminialrateur en voor de afgave door den commissaris- ordonnateur of commiaaaris van oorlog worden geteekend.
Art. 10. Hij, commies, zal alle Maandagen aan den com- missaris van oorlog opgeven, welke goederen gedurende de Terloopen week in 't magazijn zijn ontvangen, hetzij van de leveranciers of van elders, en daarentegen op de daartoe verleende ordonnantien verstrekt, met bekendstelling der regi- menten of corpaen, aan wie de aflevering geschiedt is.
Art. 11. Bij de verzending van goederen na plaatsen, buiten Sourabaija gelegen, zal hij, immediaat na de ordonnantien daartoe van den commiaaaris van oorlog te hebben ontvangen, opgave van gemelde goederen doen aan het finantie-kantoor, ten einde de cognossementen kunnen worden opgemaakt en verzonden, zullende alle erreuren of nadeelen, die uit eenig venuim in dezen mogten ontstaan, voor reekening blijven van hem, commies.
Art. ia. Stroo-matten, cadjang-matten, rottings of kisten, tot afpakken dezer goederen benoodigd, zullen door hem
412 1810. H. W. DAENDEL8.
schriftelijk bij den commissaris van ooriog aangerraagd wmndoi. dewelke hem eene ordonnantie tot de ontyangst op 'sLaiids magazijn zal verieenen; en moet bij ieder yerzending het verbruikte getal mede op het finantie-kantoor opgegeven worden om van onderen op het memorie-cognossement, gelijk gebruikelijk is, te kunnen worden bekend gesteld.
Arl. 13. Hij zal zorgen, dat alle de onder zijne ad- ministratie gestelde goederen met oplettendheid worden gade geslagen, van tijd tot tijd gelogt en door het aanwenden van alle verdere, daartoe dienstige middelen van bederf be- vrijd, hetgeen inzonderheid moet worden geobserveerd omtrent goederen, die nieuwlings worden aangebragt en, uit vaartuigen komende, dikwijls nat of vogtig zijn, sub poene van verantwoor- delijk te zullen worden gehouden voor alle nadeelen, dewelke door nalatigheid of negligentie in dezen mogten ontstaan.
Art. 14. Hij zal mede zoi^en, dat de onder zyne ad- ministratie gestekte monteeringsstukken, équipement- en rï^i- equipages, etc. voor ieder regiment of corps afzonderlijk gesorteerd worden en dat bij de verstrekkingen of verzendingen geene verruilingen plaats vinden, maar ieder regiment of corps de voor hun gedesUneerde kleedingstukken en equipe* menten behoorlyk ontvangt.
Art. IK. Hem zullen gegeven worden zes koelie*s of bat- toors, dewelke dagelijks in het magazijn moeten zijn om de werkzaamheden mei den vereischten spoed te verrigten en geleverd zullen moeten worden op denzelfden voet, ak toot de civiele magazijnen plaats vind.
Art. 16. Hij zal een jaarlijksch tractement genieten van agl honderd en veertig rijksdaalders, zilver gdd, en tot asostentie hebben een klerk op een jaarwedde van twee hondwd eo veertig ryksdaalders, gelijke munt.
17 Herfstmaand. Verstrekkingen van rijst en lamfhoHj aan den controleur eti aide-controLur bij helhaspilaal te Weltevreden.
Is besloten aan den V^ contrarolleur van het hospitaal op
IdtÓ. H. W. DAÉN0ËL8. 4l3
Weltevreden eene maandeiyksche verstrekking te accordeeren van twee honderd ponden rijst en zes kannen lamp-ollj, alsmede aan den aide-contrarolleur in gedagte hospitaal eene gelijke verstrekking van een honderd ponden rijst en yier kannen lamp-oUj.
19 Her6tmaand. Vergunning tot inwoning nn deze kolonie** voor zekeren, ^uit de West van Indien*' te Batavia aangekomen ^heer**.
Dit is het oudste, van dien aarf aangetroffen voorbeeld. De vergunning werd op verzoek bij besluit van den Gouver- neur Generaal verleend.
22 Herfstmaand. Verbanning van alle ketting-gangers op Java naar de Merak-baai.
Is besloten, dat alle ketting-gangers, van Batavia af tot Banjoewangie toe, zonder uitzondering van een enkel persoon, Dog voor de kentering van de tegenwoordige mousson naar de Marak-baai zullen moeten worden gezonden om aldaar aan 'sLands werken te worden geêmploljeerd.
Nog op 28 Bloeimaand 1811 is een inlandsch soldaat door den Gouverneur Generaal Janssens wegens desertie gestraft met kettinggang voor twee jaren en ten arbeid stelling aan de publieke werken in de Merak-baai.
23 Herfstmaand* Verhooging der maanddijkache todage aan gouvememenls slaven, bij *s Lands arsenaal werkzaam.
Is besloten *s gouvernements lijfeigenen in 's Lands arsenaal, welke actueel, buiten hunne randsoenen en klederen, genieten ^en rijksdaalder koper geld ieder 's maands, uilhoofde van hunne menigvuldige en zware werkzaamheden en ijverig gedrag
414 18^0. H. W. OAÈMDÊLft.
een verhooging toe te staan van dat genot tot drie rykadaaUere en vier en twintig stuivers ter maand, in deseUde nrnnt.
24 Herfstmaand. Opzending van invenlariuen van wa- penen, enz. naar de generale rekenkamer.
Is besloten, in renovatie der daaromtrent van oads ge- subsisteerd bebbende orders, te bepalen, dat onder ultimo van Wintermaand van elk jaar aan de generale rekmkamer zullen moeten worden ingezonden de inventarissen van alk wapenen en wapengoederen, welke zich bij de differenUf militaire corpsen bevinden, alsmede bij de pennisten, burgerij. Papangers, Nooren en Mardijkers, welke inventarissen dour de chefs der divisiên, waaronder deze geboren, door hunne handtekening zullen moeten worden geverifieerd.
25 Herfstmaand. Yoorschrifl nopens het uiileveren tan deserteurs^ gedroste slaven en andere vagdnmden.
Nademaal de desertie onder de inhindsche militairen ter dezer hoofd plaatse nog blijft aanhouden en wij op goede gronden onderstellen, dat niet alleen de militaire deserteurs, maar ook gedroste slaven en andere vagebonden heul en bescherming vinden bij de hoofden der rondsom Batavia ge- legen campongs, welke, overgegeven aan hunne verinakeo. bijzonder aan het dobbelen en amfioen schuiven, zoodanige militaire deserteurs, gedroste slaven en vagebonden daarvan deelgenoten maken, met hun participeren in geroofde goederen en, de oogen sluitende voor hunne verpligting om, ingevolge den teneur van 'sLands wetten en hetgeen een goede polili^ in alle staten vordert, in de onder hun opaicbt gestelde campongs geen vreemde of aldaar niet te Iniia hoerende personen toe te laten, vervolgens aan dezelve de getegenheitl versehafTen tot hunne ontkoming, daar het bij een waakzaam en pligtniatig gedrag van gemelde hoofden anderzins, zin» min voor complotten van twintig, dertig, ja tot zestig deserteura, als voor gedroste shiven en andere slechte voorwerpen megelijk
IftlÓ. H. W. OAENDÊLd. 41 >{
zijD zoude de maatregelen der politie te eludereo, hebben wij, — uit aanmerking van het gevaar, waarin deze kolonie door de Toorschreven ontrouw en pligtverzaking zoude kunnen worden gebragt, niet alleen door aan dezelve te ontnemen de middelen, die tot hare verdediging geschikt zyn, maar ook te begunstigen de euveldaden en molesten, welke de goede op- en ingezetenen dikwerf van de gedeserteerde manschappen, gedroste slaven en andere vagebonden te lijden hebben, en daartegen willende voorzien door maatregelen, waarvan men eene genoegzame indruk kan verwachten om de hoofden der campongs af te schrikken van nu voortaan eenige deserteurs, gedroste slaven of andere vagebonden verder ongemoeid in gemelde campongs te admitteren en een schuilplaats te verleeneu, dan wel ge- dagte hoofden eene straffe te doen incurreren, die zij door hun onverschillig en trouwloos gedrag sedert lange hebben verdiend, — goedgevonden te ordonneren en te statueren, gelijk wij ordonneren en statueren by dezen:
dat alle vreemde personen, hetzy deserteurs, gedroste slaven of anderen, welke zich ophouden in de onderscheidene inlandsche campongs, zoo onder de jurisdictie van presidenten Schepenen van Batavia, als onder die van den landdrost der Bataviasche ommelanden, door de hoofden dier campongs voor den vyf- tienden van Slagtmaand aanstaande zullen moeten worden geapprehendeerd en uitgeleverd, met belofte van impuniteit wegens de ophouding der bedoelde personen, voor zooverre aan deze last binnen het gestelde termyn zal worden voldaan ;
dan, dat wanneer, nadat het onderwerpeUjke termyn zal zijn verstreken, nog deserteurs, gedroste slaven of andere vreemde personen in eenige campongs mogten worden ge- vonden, waartoe zy niet behooren of in dewelke zy niet »|> grond van beboorHjke paspoorten zyn geadmitteerd en waarin zy, des ouaangezien, zich eenige dagen hadden opge- liouden in weerwil van de verpligting voor de hoofden dier campongs om alle vreemde personen dadeUjk te arrestereu en over te leveren, het hoofd der campong, waarin een deserteur, gedroste slaaf of ander vreemd persoon, niet tot zoodanige
416 1Ó1Ö. M. W. OA£NDÊLè.
campong behoorende, is toegdaten en achterhaald wordt, voor zijn leven lang in de ketting zal worden geklonken om aan de gemeene werken te arbeiden voor de kost zonder loon;
ontbieden en bevelen president en leden van den hoogen Raad van justitie van Hollandsch Indien, president en Schepenen van Batavia, den landdrost der Bataviasche ommelanden, den advocaat-fiscaal van Indien, den bailluw van Batavia en die het verder zoude mogen aangaan, doch inzonderheid den landdrost en bailluw voornoemd, dezen onzen placcate te achtervolgen en te doen achtervolgen, nademaal wij zulks tot welzijn van deze kolonie alzoo bevonden hebben te behooren.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zal kunnen voorwenden, zal deze ter gewone plaatse gepubliceerd, ak ook in de HoUandsche, inlandsche en Ghinesche talen g^ afBgeerd, mitsgaders daarenboven op alle bazaars in de omme- landen van Batavia door bekkenslag worden bekend gemaakt
25 Her&tmaand. Vry stelling van den handd in suiker.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : van den exclusiven handel in suiker voor bet gouvernement geheel af te zien en den vrijen handel daarvan aan de suikermolenaren geheel over te laten, onder zoodanige restrictién, als nader zullen worden bepaald.
Ten tweeden : dat de achterstallen van de suikermolenaren zullen moeten worden vereffend met de leverantie van suiker van de in dit jaar gedaan wordende maling, met overlating aan de suikermolenaars hunne molens al of niet werkzaam te houden.
Ten derden : dat de suikermolenaren, welke met de cultnre van suiker blijven continueeren en die zulks noodig hebben, een voorschieting van vijftien duizend rijksdaalders in papiere geld voor iederen werkenden molen zullen kunnen erlangen tegens den intrest van een half percent *s maands, mits dal voor de restitutie daarvan behooriyk cautie worde gesteld
161Ó. H. W. OACNDÉLS. 417
ten genoegen van de generale directie en ter approbatie van den heer GouTemear Generaal.
Ten vierden: dat de gezamentlljke suikermolenaars^ die thans bestaan, znllen verplicht wezen, geltjkelijk onder hun of de molens verdeeld, de restanten suiker van 1807 en 1808, voor zoo verre noodig, te laten drogen, stampen en verknas- seren, in voege zoo als zij daamiede reeds werkzaam zijn.
Ten vijfden: dat het restant van bet sinkend fonds, her- komstig van ^/g rijksdaalder, waarmede het gouvernement, boven den aan de molenaars geaccordeerden prijs, ieder pikol suiker heeft doen debiteeren lot ondersteuing van de suiker- culture in onvoorziene toevallen, beloopende 123:97tt:7 rijksdaalders, zilver geld, of 247:950:14 rijksdaaldera in papieren van credit, als nu tot den lande zal terugkeeren om daaruit de geledene en nog te lijden veriiesen eeniger male goed te maken.
Tem zesden: de gecommitteerdens over de suiker-culture, nadat de leverantie van dit jaar zal afgeloopen zijn, als zoo- dam'g te ontslaan.
De handel in suiker stond nagenoeg geheel stil, terwijl niet minder dan 110,852 pikols, door de Regering betaald met 602,955 : 6 rijksdaalders, zilver geld, in 's Lands pak- huizen in voorraad lagen, afkomstig van de oogsten 1807 l/m 1809.
Zie ook 1 JuliJ 1809.
25 Herfstmaand. Intrekking der boschgangers, 3* klasse.
Is goedgevonden en verstaan de derde classe der bosch- gangers, vnnnende rijksdaalders vijftig 's maands, in te trekken * en de tegenswoordige boschgangers van die classe over te plaatsmi in de tweede classe, onder genot van het daartoe staande tractement van rijksdaalders 75 's maands.
25 Herfstmaand. Instelling van een landraad te Anjer.
Is besloten de uitoefening der crimineele justitie over de
PUUAT-BOU DUL XYI. 27
418 1010. H. W. DAENOELé.
infauidficbe opgezetenen van bet landdrostambl van Anjer lot aan de introductie van eéue finale organisatie voor dat land- drostambt te demandeeren aan een provisioneden landdrasd, te samen gesteld uit:
den landdrost,
den rljksbesluurder,
den booge priester met een adviseerenden slem,
da beide klivirongs,
den scriba;
welke laatste tevens zal moeten fungeeren als secretaris, zullende de benoemde leden in de eerste zitting en vervolgens ieder aankomend lid voor de aanvaarding dezer post moeten doen den volgenden eed:
dat zy in het administreeren der justitie eerlyk en zonder haat of gunst sullen te werk gaan en zich <hiarin zullen gedragen na de Javaansche wetten en» waar die niet kunnen worden gevolgt, naar de placcaten en orders van den Lande en het beschreven r^t»
terwijl wijders aan gedagten landraad tot eene provisioneele instructie zal worden gegeven de instructie voor het geregf over de Jaccatrasche Preaoger^regentschappen» zoomede de latere besluiten, door zijne excellentie over de administratie der justitie door de onderscheidene landraden genomen.
25 Herfstmaand. Wijziging der uniform van genie- officieren.
Is besloten, uithoofde van de tegenwoordige, voorbeddelooze duurte van gouddraad en passementen, de unilorra voor de officieren der genie provisioneel te bepalen op de voegende wijze, als:
een donker blauwe rok a la busarde, van model en knopen evenals die van de adjoints bij den generalen staf, doch met goud kioskoord in plaats van passepoils bezet, een effen blauwe pantelon en wit vest, de laarzen met gond koord en kwastjes overeenkomstig ieders rang, voorts de gewone
IdlO. H. W. OA£NO£L8. 419
hoeden, doeb iMder imnache; met yrijheid Toor gediagte officieren hunne t^enwoordige uniform te mogen afdragen.
25 Her&tmaand. VaststdUng van de agio op züper gM wor Wijnmaand 1810 op i^honderd ten handerd'
J99
Hetzelfde beefl plaats gehad op S7 Wijnmaand 1810 voor Slachtmaand 1810; op 28 Slachtmaand 1810 voor Winter- maand 1810; op 24 Wintermaand 1810 voor Louwmaand 1811; op i Louwmaand 1811 vóor Sprokkelmaand 1811; op ? Grasmaand 1811 voor Grasmaand 1811 ; op PBIöeimaand 1811 voor die maand; op ^, JTuliJ 1811 voor die maand.
Wijziging van de prijs-courant van houtwerken^
vastgesteld op 26 September 1808.
Dit stuk is opgenomen in Daendels, staat der Ned. O. I. bezittingen, bijlagen 1, organieke stukken, houtbosschen, n^. 24, en in de Bataviascbe koloniale courant van 19 Wijn- maand 1810, n^ 42.
Zie ook ^^rr" 1811.
26 Herfstmaand. Voorschrift nopens het verifiëren van zekere opgaven van verbruikte materialen.
Is besloten vast te stellen, dat voortaan de specificatiën der verbruikte materialen in de ateliers tot bet repareeren van geweren en andere wapens zullen moeten worden geverifieerl door de bandteekening van den cb%f der divisie, wièn zulks regardeerd.
26 HeHsImaand. Verstrekking van rijst adn kodVs, werkende aan den groeten weg over den Megamen* 9f enz.
Is besloten aan drie honderd koppen, welke tot bet maken ▼an den weg over de Mechamedong worden geêniploijeêi'U, als-
4^0 18^0. H. W. DA£NOËL&.
mede ook aan twee honderd koppen, welke in de andere regentschappen van dal landdrosiambt mede aan de wegen arbeiden, te doen verstrekken veertig ponden rijst 's maands, per kop,, zoolang de voorschreven werkzaamheden nogzaUeo aanhouden.
28 HerFstroaand. Wijziging der admnislralie tfm de krijg^'kas.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, geconsidereerd hebbende, dat de administratie der militaire krygskas niet behoort tot het departement van den commis- saris van oorlog, heeft besloten denzelven voortaan en wel met het uiteinde dezer maand daarvan te dechargeeren en zulks voor den vervolge op te dragen aan het opperhoofd over het generale tractemenls-kantoor, aan wien dienteo{^ volge met het uiteinde dezer maand behoorlijk transport dier administratie zal moeten worden gedaan, en te bepalen, dat door denzelven maandelijks aan den chef van den generalen staf zal worden ingediend eene lijst der weduwen, welke uit het fonds der krijgskas onderhouden worden.
30 Herfstmaand. Reorganisatie der ordonnamen van den Gouverneur Generaal.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal gezien hebbende het ontoereikende van het aantal ordonnancen, welke bij boogstdenzelve dienst doen, tot veragtering van den publieken dienst en lan den luister van hoogst deszelfs karakter, heeft besloten:
1® dat het getal ordonnancen, aan boogstdeszelfe persoon
verknogt, zal hebben den naam van guides en bestaan uit:
een offlcier met rang en tractement van eersten InitenaDl,
twee wachtmeesters met een tractement van twaalf
rijksdaalders zilver, per maand,
twee brigadiers met een tractement van negen rijb- daalders zilver, per maand.
- H. W: OAENDEL8. 421
vier en twintig guides a xes rljksdaalden zilver, per
maand, boven en behalven alle de randsoenen aan vivrea
60 fourage, welke aan de cavallerie gefourneerd wordt;
2^ zij zullen ieder van twee goede paarden van 'sLands
wegen worden voorzien; 3^ zij zullen van 'sLands wegen gekleed en geëquipeerd worden, als vdgt:
een blauwe rok met blauwe revers en kraag oiet gele passepoils, een blauwe pantalon,
een geel vest, ehacots en laarsen, alles volgens een door den comniissaris-ordonnateur op te geven model. Het overige van de kleeding, als hemden, dassen, etc. evenals de andere troepes; de equipage en wapening zal zijn evenals die der rijdende artillerie.
Op S8 Bloeimaand 1811 is het corps guides door den Gouverneur Generaal Janssens «gedissolveerd".
'f Herrstmaand. Pacht-voorwaarden voor den invoer en verkoop van opium (e Batavia voor het jaar 1811.
Deze pacht-toorwaarden zijn dezelfde als die, vermeld in deel XV, bladz. 1009—1013, behoudens de volgende wijzigingen:
iu art. ^ is geene sprake meer van Buitonzorg, »het Crauwangscbe" en «hetgeen aan de bovenlanden gevoegtis";
art. 13 Inidt: voorts zullen aan den pagter maandelijks twee kisten amfioen door het Gouvernement worden bezorgt en dat voor denzelfden prijs, als waarvoor die op Java door de landdrosten worden verdebiteerl, betaalbaar in papieren geld met de bij het Gouvernement bepaalde agio;
een nieuw artikel 14 luidt: ook zullen door den pachter niet meer behoeven opgebragt te worden de bevorens voor hel pennisten-gestigt en den ontvanger-generaal betaalde een en een half percent, invoegen dit voor den vervolge zal cesseren;
art. 14 is geworden art. 15.
422 1810. H. W. OAENOELS.
1 WiJDmaaeë. Reglement voor de admmislraiie en ver- antwoording van scheeps-behoeften en amumtie-goederen, mitsgaders van de victualie op 's Lands schepen in Indié.
Art. 1. Een Taartuig in diensl gesteld wordende, ontvangt de commandeerende oflBcier een gedetailleerde inyenlaris van alle de goederen, welke zich aan boord bevinden ; deze inven- taris wordt door den eersten havenmeester, volgens veileende en ontvangen ordonnantien uit de diverse administratiên, in dttplo opgemaakt en door denzelven behoorlijk voor hel opmaken geteekend.
Art. 2. De commandeerende officier, den overneem van het vaartuig op dien inventaris gedaan hebbende, teekeod dezelve in triplo voor den ontvangst en geeft twee derzetveD aan den havenmeester terug om een daarvan aan den com- missaris-generaal der marine te doen geworden en de andere onder zijne bewaring te houden om daarmede de gedaoe verstrekkingen uit de magazijnen te kunnen verantwoorden.
Art. 3. De commandeerende officieren zullen zelfs of door een hunner officieren, kadets of onderofficieren present moeten zyn bij het ontvangen van behoeftens uit de magaii(nea, zijnde dezelve na de afsoheping uit het magaz^n ter hooDer verantwoording.
Art. 4. De commandeerende officieren, voor alle scheeps- behoeftens en ammnnitie-goederen verantwoordelt)k zyode, zullen speciaal hebben te zorgen, dat geen onnut gebroik van dezelve worde gemaakt en niet dan met hunne voorkenois worden geémploijeerd.
Art. 5. Dezelve houden nauwkeurig boek van alle verbruikt wordende artikelen, met aantooning waartoe geémploijeerd, ten einde na gedane reis of wanneer zulks anders zal worden gerequireerd, distinct te kunnen aantoonen, wat aan boord is geweest, wat verbruikt en wat nog over is.
Art. 6. Eenig accident van gewicht, hetwelk buitengewone verbruiking van scheeps-behoeftens zoude vorderen, voorral-
leiO. H. W. DAENOEL8. 425
lende, hetzij f erlies van roasteD, zeilen, zware toaweD, ankers, enz., zoHen de eommandeerende officieren daarvan doen dres-' seren een behooriyk proce»-verbaal, waarin hel verlorene en de oorzaak van het verlies duidelijk worden opgegeven en aangetoond: dit proces-verbaal moet door drie officieren, kadelB of scheeps-onderofficieren onderteekend worden, terwijl de eommandeerende officier hetzdve voor gezien teekend.
Art. 7. Eenig zeil, zwaar touw en alle andere artikelen, behoorende tot den inventaris, afgekeurd wordende, dan wel onbekwaam en aan stukken rakende, zullen de overheden verpligt zijn dezelve te bewaren om bij derzelver komst in een der drie hoofd-havens aan den havenmeester af te geven, die hun voor de afgave daarvan een re^u zal passeren, kunnende daarna de afschrijving op hunne scheeps-inventaris geschieden; zoo bet echter, in zee zijnde, mogt gebeuren, dat zi) noodzakelijk, bij gebrek van oud zeildoek of oud touw, van het afgekeurde gebruik moesten maken, dan moeten daarvan zoo veel ellen of vadems genomen worden, als noodig is, waarvan behoorlijk proces-verbaal zal opgemaakt en bif de afgave van het restant overgegeven worden.
Art. 8. De eommandeerende officieren houden mede exacte aanleekening van de ontvangen en verstrekte victualie, ten einde, evenals van de scheeps-behoeftens, na gedane reis of wanneer zolks anders zal worden gerequireerd, distinct te kunnen aantoonen, wat aan boord was, wat verstrekt en wat nog over is.
Art. 9. De havenmeesters geven aan ieder commandeerenden officier een nominatieven staat van alle officieren, kadets, onderofficieren en verdere schepelingen, op zijn bodem be- scheiden, met aanwijzing hunner qualiteilen en te verdienen Iraetementen of gages, waarin bekend zal worden gesteld, tot hoe lang het schip of vaartuig gevictualiêerd is en tot wanneer de iractementen en tafelgelden der officieren en kadets, alsmede de gages aan de onderofficieren en verdeire schepelingen zijn uitbetaald geworden, om bij het invallen in een andere haven aan den havenmeester vertoond te
424 1810. H. W. OAENOELS.
kunnen worden, welke monster-rol door den bavenineesler en monster-commissaris moet zijn opgemaakt en getekend, desgelijks voor de uitl>etaling getekend door den comnuui- deerenden officier van het schip en van den onder-equipage- meester, en waarvan het duplicaat aan den commissaris-generaal der marine dadelijk moet bezorgt worden; zullende zonder .vertooning van deze monster-rol in een andere haven geeo betaling of verstrekkingen van vivres mogen geschieden.
Art. 10. De commandeerende officieren houden exacte aanteekeningen van de veranderingen, in hunne rollen plaats hebbende ; en, op een reede van dit eiland met huune schepen liggende, geven zij dadelijk van de voorgevallen verandering kennis aan den havenmeester, doch op reis voorvallende, informeren zij den havenmeester daarvan by hunne terugkomst
Art. 11. Een vaartuig buiten dienst gesteld wordende, moet de commandeerende officier hetzelve behooriijk aao den havenmeester over geven en zorgen, dat het geene, dal volgens inventaris over is, exact worde uitgeleverd en bel verbruikte nauwkeurig worde verantwoord.
Art. 12. Aan de commandeerende officiereu van een buiten dienst gesteld wordend vaartuig zal geen afbetaling van te goed hebbend tractemeut of tafelgelden worden gedaan, dan nadat de verantwoording door den commissaris^eneraal vao de marine of door den havenmeester zal zijn geapprobeerd.
Art. 13. Speciaal wordt aan ieder commandeerenden officier verboden eenige koopmanschappen, hetzij voor zich, heuy voor particulieren, anders dan op specialen last in zijn onder- hebbenden bodem in te laden of te permitteren, dat zulks door zijne officieren of manschappen gedaan worde.
Art. 14. Zij zullen ook zonder hooge order geen passagiers mogen embarqueren.
Art. 15. Op vaartuigen, door inlanders gevoerd, de hier- voren bepaalde wijze van administratie geen plaats kunnende hebben, zoo worden de havenmeesters gelast bij iedere gelegenheid zelfs de consumtiên na te gaan en te zorgen, dat op dusdanige bodems alles regulier worde verantwoord;
- H. W. OAENOEL8. 4U
geen iniandsch yaartuig, Tan wat charter of groote hetzelve ook moge syn, den Lande toebehoorende, vertrekt zonder voorzieD te zijn van een naamlijst der equipage, waarop, eTonals op de monsler-roUen, bekend staal, wanneer de laatste betaling plaats gehad heeft en tot hoe lang dezelve gevietu- alieerd zijn, zoomede van een invenlaris der zich aan boord bevindende goederen, de eerste geteekend door den haven- meester voor het opmaken en voor de uitbetaling geteekend door den onder-equipagemeester, en de laatste alleen ge- teekend door den havenmeester, moetende zoowel van de gedachte monster-rol als van den inventaris een dubbeld gezonden worden aan den commissaris-generaal door den havenmeester, die het incumbeerd.
1 Wijnmaand. Bepalingen ten aanzien van verschillende marine-aangelegenheden.
Is goedgevonden en iverstaan :
1^ dat ftan de vier Europeesche zeevarenden, waarvan 2 zijn bescheiden bij de seinpost van Oedjong-panka, een bij die van Tandjong-kapalla, gelegen tusschen den hoek van Oedjong-panka en poelo Menara, en een bij die van Patoekan ot den berg Girie agter Grissee, buiten hnnne gewone gagiên, zal worden betaald een qnart rijksdaalder, zilver geld, ieder daags, bij 't 2^* artikel van 't reglement op de tafelgelden van den 9«° van Grasmaand 1808 aan dubbelde randsoens-gasten toegevoegd, cu voorls de gewone zee- randsoenen, zooals die voor de Europeesche zeevarenden bij 't tarief van voormelden datum zijn gefixeerd ;
^^ dat op de scheeps-werven 't navolgend getal Europeesche matroosen zal mogen worden in dienst gehouden om aldaar geêmployeerd. te worden tot 't optuigen en re- pareeren van de tuigage der vaartuigen, die zich in de havens of op de reedens bevinden, tol het aan boord brengen der goederen uit de marine-magazijnen of tot zoodanige andere diensten, als de havenmeesters zullen noodig oor- deelen, te weten:
4S6 ^810. H. W. DAENDELS.
bij het departement Batavia 12 mao,
» » • Soerabaija IS »
• > > Samarang 6 •
aan welke manschappen, huiten de yoor de clasae, waartoe zij behooren, bepaalde gagiên, verstrdLt zal worden iW' dinaire ïee-randsoen ; 3^ dat de Europeesche zeevarenden, welke uit de hospiUlen komen, wanneer zij niet daddtjk op een der in actirefl dienst zijnde schepen kunnen worden geplaatst, op de waglschepen zullen moeten worden bescheiden ; en, wanneer er geene wagtschepen zijn, zullen dezeWen tot hnnne plaatsing op de werven worden aangebonden en ah dan H ordinaire zee randsoen genieten; 4^ dat op de drie hoofd-werven 't na te melden getal Moorsthe of inlandsche zeevarenden zal mogen worden aangehoodeo. zoowel om op de schuiten van de havenmeesters, onder equipage-meesters te varen, als tot andere eindens op de equipage-werf te worden geêm}rfoijeerd, te wéten:
VOCHT Batavia 4S Mooren en SS inlanders, » Samarang 40 inlanders, en » Soerabaija 80 • zullende aan de Moorsche en inlandsche opvarenden buitfii de gewone gage verstrekt worden de randaoenen, bepaald bij bestuit van den S8«" van Sprokkelmaand 1809, met dien verstande nochtans, dat, wanneer eenige der hg dat besluit bepaalde artikelen niet aanbanden zal zyn, hetzelve door een ander na evenredigheid zal worden gerempfamerd, maar nimmer door geld; 5® dat de onder-havenmeesters op de na te meldeoe piutsen voor hunne schuiten zuilen mogen emplotjeeren, ab:
de onder-havenmeester te Rembang 1 juramoedie en 8 matrozen,
de onder-havenmeester te Grissee, idem,
de onder-havenmeester te Sumanap iden; zullende aan deze manschappen buiten de gewone gagiêu verstrekt worden de volgende randsoenen, als:
t8ia H. W. OAENOEL8. 427
SO ponden rt|8t 's maands,
4 » gedroogde visch »
3 » sout »
3 flesschen arak »
100 Tadem brandhoiit »
6® en eindelijk, dat alleen te BalaTia, Sourabaija en Samarang Europeesdie Tiaggelieden bt| de ylaggestok zullen zijn, zoDeode bij de overige vlaggestokken enkdd een inlandscbe vlaggeman mogen worden geêmpioijeerd, onder genot van Y^f ryksdaalders, ziWer, en zestig ponden rt)st 's maands. Zie ook 25 Wintormaand 1810.
2 Wijnmaand. Yerhooging der tractementen van den preindeni en van 4^ leden van de Weeskamer te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan het tractement van den pre- sident, van rijksdaalders 8000, te verhoogen tot rijksdaalders 10000 tot vreder opzeggens toe en dat der leden, van rijks- daalders 2000, tot rijksdaalders 3000 'sjaars, op den voet zoo als hetzelve thans aan hun wordt uitbetaald met een vijfde gedeelte zilver of de agio daarop, zoo als dezelve door het gouvernement maandelijks' wordt bepaald.
2 Wijnmaand. Bepalingen naar aanl^ding van de vast' stelling op 5 Lentemaand 1810 eener belasting op legaten en colluterale snccessièn van Chinezen^ enz.
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: den doodgraver van het nieuwe, Ghineesche kerkhof of begraa^laats te gelasten wekelijks bij het collegie van Boedelmeesteren in te dienen een distinct rapport van de aldaar begraven lijken, met bekendslelling, voor wiens rekening zulks is geschied, in zelver voege als dit bij de Europeesche plaats vind.
Ten tweeden: de wljkmeesters in de stad en dies ressort iiiede te gelasten wekelijks een distincte lijst bij Boedel- meesteren over te brengen van de Chinezen, die in hun
438 1B10. H. W. OAENOELS.
wijk zijn overleden, met bekendstelling, wie de exeeateore» zijn of de lijken hebben aanvaard, met standhoading evenwel van bet bij art. 2 van de instructie voor het coUegie vao Boedelmeesteren geslalueerde, mede brengende, dat, wanneer een Chinees of ander onchristen, geen Javaan zynde, mogte komen te overlijden, de weduwen, magen, lijfeigenen, naaste buren of die zich bij of omtrent de overledenen bevinden, gehouden zijn aan den president van gedagt collegia dadelyk en op staanden voet daarvan kennis te geven.
Ten derden: de eigenaars der landerijen in de Bataviasche ommelanden almede te gelasten om maandelijks aan Boedel- meesteren op te geven, welke Chineesche en Maleidsche in- woonders, de Javanen daarvan uitgezonderd, op bunne landen, hetzij met of zonder testament, zijn komen te overiyden, voor zoo verre dezelve hel middel van het collateraal subject zijn, met bekendstelling tevens, wie de executeuren zyn of de lijken hebben aanvaard, ten einde de sommatien aan de landeigenaars kunnen worden gezonden om dezelve aan de executeurs of aanvaarders der lijken te bezorgen, op verbeurte van rijksdaalders vijfentwintig, zoowei door de landeigenaars, als de doodgiavers en wijkmeesters, wanneer blijkt, dat zij in het doen der gemelde opgave nalatig geweest zijn, de eene helft voor de collecteurs van het gedagte ooUateraal eo de wederhelft ten behoeve van het Chineesche hospitaal.
Ten vierden: de gemeente bij een billet van bovenstaande bepaling kennis te geven.
Ten vijfden : de ordonnantie op het gedagte collateraal in de Chineesche en Maleidsche talen te laten over zetten en afligeeren en daarvan een genoegzaam getal aan de collecteurs te doen afgeven om door de belanghebbende ten honneo kantore te kunnen worden gelezen.
Ten zesden: te bepalen, dat de heffing van het voornaeld collateraal gerekend moet worden te zijn ingegaan mei de» d**" van Lentemaand jougslleden, wanmer de gedagte ordon- nantie is gearresteerd.
Ten zevenden: den gezworen klerk en boekhouder van hei
1Ö1Ó H. W. OAENOELè. 429
collegie yan Boeddmeesteren als tweeden coHecteur ter assis- tentie Tan den secretaris en eersten collecleur te laten fun- geeren, onder bepaling, dal de eerste kassier en de tweede zal zijn belast met het houden der boeken.
Ten agslen : de benoodigde sonimalien op 's gouTernemenls dnikkerij te laten drukken, ten redelijken kosten van het Chioeesch hospitaal.
Zie ook 16 Slachtmaand 1810.
2 Wijnmaand. Bepalingen nopens pensioenen van tveduwen van militairen te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan het saldo van het fonds voor de militaire krljgskas onder ultimo dezer in 's gouvemements kas te laten overbrengen om, benevens het bij het gouver- nement a deposito staande kapitaal van rijksdaalders negen duizend van gemelde krijgskas, ten voordeele van den Lande ingenomen te worden ; voorts aan het besluit dezer vergadering Tan den 19^ van Louwmaand dezes 's jaars zoodanige wijziging te geven, dat voor bel gemis der revenuen van de bazaar Neester Comelis en der renten op het bij het gouvernement a deposito gestaan hebbend kapitaal en overgebragt wordend saldo van dat fonds, tot onderhoud der militaire weduwen te bepalen een som van twaalfduizend rijksdaalders, papieren geld 's jaars, vraarvan door het opper-hoofd van het generale traclements-kanloor, welke voor den vervolge met deze ad- ministratiên door zijne excellentie den Maai^scbalk en Gouver- neur Generaal is gechargeerd, maandelijks uit 's gouvemements kas niet meerder zal ontvangen worden, dan het beloop der door boogstdenzelve bij besluiten geaccordeerde tractemenlen.
De vroeger voor deze pensioenen aangewezen middelen schoten te kort door de plaatsing te Batavia van twee divisifin militairen, zoodat Daendels >uit privé beurs verscheidene «onderstanden" had moeten verleenen.
Zie ook 15 Julij 1811.
430 IdlÖ. H. W. OAEND£Lè.
6 Wijamaand. Regding van hd ira$i9port wm zidie miUtairen van Meegêer^Comelis naar hei ho9piiad te Wdtevredên.
h besloten aan den commandant Yan Heester Gornelis bq continuatie te doen Yerstrekken eene somma Van zes honderd rijksdaalders 'sjaars tot het overbrengen van militaire zieken van Meester Gornelis naar het hospitaal te Weltevreden en deze uitgave te brengen op de onkost-rekening van bel voorschreven hospitaal.
9 Wijnmaand. Regding nopens het briefpart op Java.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: van primo van Siagtmaand aanstaande het brieven-port op Bantam, Gherilion, in de Gheribonsche eo Jakalrasche Preanger-regentschappen, alsmede in Java's Oost- hoek en op Java's Noord-Oostkust te doen invordereo io zilver geld« doch te Batavia vooreerst in papieren van credit of koperen munt met de agio van vijftig peroent; en de gebrokens, welke minder als een stuiver zijn, te laten komen ten voordeele van het poslwezen.
Ten tweede: de verantwoording van- hel port-geld tol ultimo dezes te laten geschieden in de specie of munt, waarin hetzelve is ontvangen.
Ten derde: het por I -geld der brieven van Batavia naar Buitenzorg en vice versa Ie bepalen op vQf stuivers per brief. zonder verbooging van percenlo's.
9 Wijnmaand. Toekenning eener maandelijksche toelage aan de suppoosten en klerken ter generale secretarie.
h goedgevonden en verstaan aan de suppoosten &ï klerken ter generale secrelary, inslede van verhooging van tracteneot. de volgende toelage te accordeeren, als:
1Ó10. H. W. OAENDÊL8. 431
aiB deo adjunct eerst gezworen klerk rd' 100
regislerhouder > 80
• archiyaris en GoUationist
twee gezworen klerken, ieder
zes klerken winnende rd' 60, ieder
• • • »40 »
» » ■ «50 ■
» ■ ■ »S0 »
50 SO 20 20 10 10
lo minder dan tien jaren waren alle letensbehoeften meer dan SOO pet. in prijs gestegen; en nog bleven de prt|zen Yan dag tot dag' stijgende.
10 Wgnmaand. Vaststelling van het maa>imum aanUü tapbanen langs Jam*s Jjoord-Oostkust en in dèn Oosthoek.
Van wegens zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Geoeraal wordt aan elk en een iegelijk bekend gemaakt, dat bet getal der publieke topbanen, welke op Java's Noord- oostkusten in Java's Oosthoek ingevolge publicatie van dehooge regeering dezer Landen in dato 7^ van Herfstmaand 1810 voor het aanslaande jaar 1811, onder de domeinen van Java's Noord- oostkust en Java's Oosthoek vermeld, zullen worden verpacht, Diet zal mogen excederen de hieronder volgende bepaling, als : onder Java*s Noord-Oostkust :
in het landdrost-ambt van Samarang en Demak, twee en dertig,
• « > • Paccalongang, negen,
• • » » Tagal, vier,
• ■ > » Japara, tien, en in het district van Rembang vyf;
en in Java's Oosthoek: te Sonrabalja v^ftig, ■ Grissee achttien,
• Bancallang vier,
op het eiland Baviaan een,
te Sumanap twaalf,
en te Passourouang zeven.
43i 18iÖ H. W. OAËNOÉLè.
En zal dit billet in de Hollandsche, Ghinesche en inlandsche talen worden geaffigeerd, ter plaatse gebruikelijk.
14 Wijnmaand. Zamenslelling in Bantam van eenè kom- paynie djajang'Sekar.
Is besloten in het landdrostambl van Bantam op te richten een compagnie djajang-sekars, beslaande uit ISO koppen, waarvan BO te paard en 100 te Toet, waaronder:
1 kapitein voor het gansche corps,
1 officier voor de cavallerie,
1 ■ » het voetvolk,
1 wachtmeester, 9 sergeanten,
2 corporaals voor de cavailerie, 2 ■ «het voetvolk;
en zulks onder de navolgende bepalingen:
Ten eersten : dat deze manschappen, door een Europeeschen officier gecommandeerd, gekozen zullen worden uit de over- gezondene militairen van het Bandasche garnizoen, yoor zoo verre dezelve toereikende zullen zijn, en voorts uit de zich actueel in het Bantamsche bevindende en aldaar bereeds ge- acclima teerde militairen, die daartoe geschikt zullen worden geoordeeld.
Ten tweede: dat tot onderhoud van deze manschappen een genoegzaam getal rijstvelden zal worden a^ezonderd en gestdd ter dispositie van den landdrost om door hem in volgender voege Ie worden verdeeld, als:
voor den kapitein IS jonken
van 2000 vierkante roeden,
den officier van de cavailerie IS
» • • > » infanterie 10
» • wachtmeester 8
de sergeanten, ieder S
» » gemeene van de cavailerie, ieder 6
» ■ ■ van *t voetvolk, ieder 5
lato. H. w. OACfioeLd. 43$
Ten derde: dat deze, Toor zoo terre de 50 man te paard betreft, gekleed en gewapend zullen zyn even afa die op de landdrost-ambten yan Jafa, zullende de 100 man voetvolk als infanteristen gewapend en als dezelve gekleed zijD, doch, in stede van laarsen, van camassen voorzien worden, en
Ten vierde: dat deze compagnie bij de opriehting ten koste van het gouvernement gekleed, gewapend en van de noodige paarden voorzien zal worden, zullende de man- schappen, even als die op Java, buiten de aan hun toegestane rijstvelden, jaarlyks van 's Lands wegen een vrije monteering ontvangen.
Terwijl voorts de orders en bepalingen, zoo omtrent bet euiplooy, als de huishoudelijke inrichting van het corps djaijang- sekars, bij de oprichting van hetzelve en bij nwier besluit van den 19^ van Zomermaand jongstleden daar gesteld, ook omtrent deze compagnie, als tot het corps behoorende, van de volkomendste applicatie zullen zijn.
17 Wgnmaand. Reglement voor hei prauw- of ijunia' veer te Batavia.
Art. 1. De surveillance over het prauw- of tjunia-veer zal voortaan gedemandeerd zijn aan den bailluw en hoofd- administrateur van het departement van Batavia, aan wien men zich bij alle voorkomende gelegenheden zal moeten adresser^.
Art. S. Het veer zal voorts staan onder een hoofd, aan wien een adjunct zal worden toegevoegd om denzelven in geval van ziekte of anderzints bij afwezigheid te kunnen vervangen.
Art. 5. Behalven het gemelde hoofd en adjunct zullen om de goede directie en toezicht in het huishoudelijke te administreren tien personen als commissarissen worden be- noemd, welke door den bailluw en hoord-administrateur op voordracht van het hoofd zullen worden gekozen en benoemd
rLAiAAT-ioa uu. iTi. 28
4S4 IdlO. H. W. DAÈNOE^Ld.
nit de eigenaars der tjunias, wdke tien of ten mimteo lei tjuniaa bezitten of in admiaistratie hebben.
Art. 4. Twee di^ commissariiisen zullen rerplicbt zijn by beurten een maand lang dagelyks de wacht bij het veer te houden om in voorkomende gebeurtenissen, des noods, te kunnen voorzien, doch van aangelegenheid zyode, dadelyk den baiUuw en boofd-administraleur daarvan kennis te geven.
Art. 5. Insgeiyks zal het hoofd der praauwvoerdeni, dan wel zyn adjunct, verplicht zyn dagelyks aan hel vew te komen om tee te zien, dat de gemelde commissarissen present zijn en hunne aanteekeningen, zoo wel in de prauw-boekjes, ab de registers, behooriyk houden; en zal hy, zoowel als de commissarissen, aansprekelyk zyn voor alle fraudes en disorders, die aan het veer gepleegd worden; zullende niet- temin de commissarissen der maand gehouden zyn weekelyk eene geteekende notitie van alles, wat aan het veer is voor- gevallen, aan hel gemelde hoofd over te geven.
Art. 6. De gezamenUjke tien commissarissen zullen maan- delyks onder het opzicht van hel hoofd een comparitie houden, waarin hel hoofd zal overleggen de by hem viB de twee gevaceerd hebbende commissarissen ingekomen notitién en overigens betrekkelyk hel veer de noodige schikkingen worden beraamd, terwijl de beslissing in allen gevalle aan deo baiHow en hoofd-«dminislraleur gedefereerd biyft, voor zooverre deseh e niet tot de cognitie van den rechter behooren.
Art. 7. Hel hooCd der praauw-voerders zal maawM^k* aan den baiUuw en hoofd-administrateur een schriftd^ rapport moeten inzenden van de praauwen of tjunias, die gevaren hebben, zoo mede van de boetens, die verbeurd i^n.
Art. 8. By hel overUjden van een of meer der eonnBis- sarissen zal door den bailluw en hoofd-administFiteur daartoe een ander, overeenkomstig het biervoren by art. 3 bepaalde benoemd worden.
Art. 9. Ter adsistentie van het veer zullen twee sehryvers worden aangenomen.
IMO. H. W. OAËNOËLè. 43S
Art. 10. Alle degenen, die adeh met prauwvoeren erneren en als prauwroerden bij hei veer geëngageerd zijn, sollen Yerpliehl weien hunne Yaartuigen, onYerBchfllig van wat maaksel en zonder onderscheid of dezelve hun in eigendom loebehooren of dat zij die gehuurd hehben, door de com- missarissen van achter of op de zijde te laten voorzien van een nommer, met bekendateUing van de grootte en het charter Tan bet vaartuig, opdat een ieder kan blijken, hoeveel een zoodanig vaartuig aan lading kan innemen; en geene vaar- tuigen bij het veer mogen dienen als de zoodanigen, die van hel gemelde merk en nommer voorzien zijn.
Art. 11. De prauwvoerders zullen hunne vaartuigen niet mogen verhuren na eigen goeddunken en willekeur, maar zal zolks gedefereerd wezen aan, en een ieder verplicht zijn bij benoodigdheid daartoe scbrifteiyk aanvrage te doen aan de vacerende commissarissen, die niet alleen van de namen der voerders en eigenaars, maar ook van de nommers en grootte der verhuurd wordende vaartuigen pertinente aan- leekening zullen moeten houden.
Art. 13. Tot het houden der voormelde aanteekeningen zulien gedachte commissarissen verpligt zijn dagelijks aan"^ het veer present te zijn van 's morgens zes tot 's avonds zes uren, op verbeurte eener boete van v^ftig rd' voor de eerste en een honderd rd' voor de tweede keer, zullende zij gehouden zijn, ingeval van ziekte of wettige verschooning, daarvan kennis te geven aan bet hoofd, die daarop een ander commissaris in plaats van den zoodanigen zal benoemen, met injanctie aan den ahoo benoemden om dadelijk in functie te treden, op poene als boven.
Art. 13. Geene prauwvoerders zullen hunne vaartuigen op andere plaatsen dan aan het veer vermogen te leggen; en, zoodra dezelve gelost zijn, zich dadelijk wederom met dezelve derwaarts moeten begeven, op poene ieder keer van vijftig rd* en één rd' voor den aanbrenger.
Art. 14. Door het hoofd en de commissarissen van het prauw-veer zal moeten worden gezorgd, dat op aanvrage van
436 1810. H. W. OAENDELd.
prauwen of tjunias dezelve alle beurtelings zonder onderscheid in emplooi worden gesteld.
Art. 18. De praawen of tjunias zullen na geen andere plaats of plaatsen mogen varen, ddn werwaarts dezelTc gedestineerd en door de commissarissen ingeschreven zijn. op verbeurte van tien rd*.
Art. 16. Om zooveel mogelijk voor het behoud en g<tedo overbreng der ladingen te zorgen zal niemand zich als voerder van een prauw of tjunia mogen engageren, dan die bij de commissarissen bekend is daartoe de noodige bekwaamheid te bezitten, en zuilen zij gehouden zijn altijd zelfs te varen, zonder iemand anders in hunne plaats te mogen stellen, ten ware bij ziekte of noodzakelijke absentie met voorkennis van de commissarissen, die in zoodanig geval een ander in deszelfs pliaats moeten stellen: en zullen de commissarissen verpligt ztjn daarop speciaal te letten en in cas van verzuim voor de daaruit voortvloeiende nadeelen verantwoordelijk gehouden worden.
Art. 17. De voerders en opvarende der prauwen of tjunia^ zullen dagelijks, van des morgens zes tot elfen des namiddaffs van drie tot zes uren, aan het veer op hunne praawen present moeten zijn en, hetzij hunne vaartuigen verhuurd zijn of niet, zich niet van daar mogen begeven zonder voor- kennis van de commissarissen, op verbeurte van twee rd* voor de juragans en een rd^ of een gevoelige correctie vcKir de coelies.
Art. 18. De commissarissen een prauw of tjunia verhuurd hebbende, zal de voerder van dezelve niet vermogen eenige tocht of vracht te weigeren, op verbeurte van een iialve maand gage.
Art. 19. De prauw voerders wordt ten nadrukkelijkste geinterdiceert zich te laten overhalen of omkoopen om eenige bij de wetten verboden goederen clandestine te ver- voeren, maar zullen zij verplicht zijn, daartoe aangezodii wordende, de maand hebbende commissarissen en dezen weder het hoofd daarvan te informeren, sub poene van
1810, H. W. OACNOELS. 457
na exigenüe van zaken, zelfs aan den lijve, te zuilen worden gestraft.
Art. 20. Buiten het veer zal het aan niemand vrijstaan een prauw of tjunia, onder wat pretext ook,- geheel of gedeeltelijk te verhuren, doch dezelve wel voor eigen gebruik mogen aanhouden, mits zich behoorlijk maandelijks voorziende van een certificaat van het hoofd der prauwvoerders, hetwelk in het passeren en repasseren van het veer aan de commis- sarissen zal moeten worden vertoond, op verbeurte van vijftig rd* voor de eerste, honderd rd» voor de tweede en het vaartuig voor de derde keer, dat zij zullen worden overtuigd hunne vaartuigen, alzoo ongequali Geëerd verhuurd te hebben, terwijl de vaartuigen, die zonder het bovengemelde certificaat varen, aan het veer zullen worden aangehouden tot tijd en wijlen zij zich behoorlijk daarvan zullen hebben voorzien; dan welk certificaat weder zal worden ingetrokken, zoodra zij zich naderhand bij het veer mochten engageren.
Art. 21. Bij aldien eenige prauwen of tjunias, welke, als gemeld, voor eigen rekening varen op Bantam, Crawang of andei-e plaatsen, voor het gouvernement in requisitie worden gesteld om volk of goederen over te brengen, zal daarvoor hetzelfde vrachtloon gevalideerd worden, alsof zij bij het veer aangenomen waren, mits daarvan aan de commissarissen dadelijk kennis gevende.
Art. 22. Het zal de prauw- of tjunia-voerders niet vrijstaan zooveel geld te bedingen, als hun goeddunkt, maar zullen zij moeten tevreden zijn met een vast vrachtloon, zoodanig, als hetzelve hierachter specifiek wordt aangevvezen.
Art. 23. Ten dien einde zullen de vrachtloonen aan de commissarissen worden betaald voor het afvaren der prauwen of Ijunias van het veer: en zullen deze penningen zoo lang ouder hunne berusting blijven, totdat de vaartuigen weder aan het veer zullen terug gekomen zijn, als wanneer de distributie daarvan zal kunnen geschieden.
Art. 24. De commissarissen zullen lot dat einde verplicht zijn te noteren, aan wieu en voor tioeveel de vaartuigen
438 18^0. H. W. OAENOEL6
Tan dag tot dag worden ▼erhuurd, waarmede aigeladen en werwaarts dezelve vertrokken, als ook wanneer weder terug gekomen 'zijn, eii daarvan mede aanteekening houden in een boekje, H welk tot dat einde in ieder vaartuig moet aau- handen zijn.
Art. 35. En bij akUen bevonden mogte worden, dat deie commissarissen zich daaromtrent te buiten gegaan en den huurder meerder afgenomen of den prauwvoerdw bekort hadden, zoo zuilen dezelve, buiten de restitutie van bet te veel afgenomene of te weinig uitgekeerde, verbeuren voor de eerste maal vijftig rd% voor de tweede maal honderd rd' en voor de derde maal arbitrair worden gecorrigeerd» boteo cassatie uit hunne bedieningen.
Art. 36. Wanneer het gebeurde, datdeprauwenoftjunias in de stad of voorsteden na hunne ladingen moeten wachten of niet ontlost worden, zal daarvan door een van de opvarenden des avonds voor zes en des morgens voor zeven uren aan de commissarissen moeten worden kennis gegeven, door wie alsdan daarvan aanteekening aan het veer, zoowel als in hel op de prauw of tjunia berustende boekje zal worden gehouden, ten einde daarna aan den huurder rivier vracht te kunoeii declareren.
Art. 27. Alle de tot het veer gehoorende prauwen o[ tjunias zullen éénmaal in 't jaar door den bailluw en hooid> administrateur met assumptie van het hoofd en andere deskundige personen moeten worden gemonsterd en by die gelegenheid geëxamineerd, of dezelve oud en afgevaren zijn, ten einde alsdan afgekeurd te worden en niet meer op vracht te laten varen.
Art. 28. Ook zullen de eigenaars der prauwen of tjaoias, wanneer zij ontwaren, dat hunne vaartuigen lek geworden zijn, daarvan terstond moeten kennis geven aan het hoofd der prauwvoerders en verzoeken een geteekend brieQe ten einde hunne vaartuigen van het veer te mogen afnemen en vervoeren na een der plaatsen, alwaar dezelve gerepareerd moeten worden.
- H. W. OACHOELe. 439
Art. S9. Na den ontvangst van het even gezegde bew^a lal de eigenaar direct handen aan het werk slaan en 't vaartuig gebracht moeten worden ter pbatse, daar de reparatie moet geschieden.
Art. 30. Vaartuigen, die een kapitale reparatie noodig hebben, sollen ten langsten in den tijd van één maand gerepareerd, en die een kldne reparatie vereischen, hinnen acht dagen klaar moeten zijn, doch zulks langer dan die lijd durende, zullen zij voor ieder dag vwbeuren twee rd: ook zullen de gebreken aan zeil en pambauwangs binnen den tyd van twee etmalen verholpen moeten wezen, op verbeurte Tan twee rd voor ieder dag langer dan de twee etmalen, tot reparatie van 't zeil en pamhauwang bepaald.
Art. SI. Dan, wanneer een der prauwen of tjunias a^- keurd is of gdieel onbekwaam raakt, zal het hoofd der prauwvoerders dadelijk zorgen, dat een ander in diens |daata worde bezorgd ten einde het bepaalde getal, tot welks aan- houding de conunisaarissen navolgens het 3*** artikel dezer ordonnantie verplicht zyn, steeds voltallig blijve.
Art. 32. Alle materialen, zoo van hout als IJzer, welke tol het aanmaken en equiperen van nieuwe en herstelling van beschadigde prauwen of tjunias noodig zyn, zullen aan de eigenaars uit 's Lands voorraad ter goeder rekening worden afgegeven en door hun maandelijks met tien ten honderd worden betaald tot de volle verevening toe, mits zij zorgen, dat zij dientwegen aan het hoofd der prauwvoerders en commissarissen en deze weder aan den bailluw en hoofd- administrateur aanvrage doen, ten einde de benoodigdheid behoorlek worde geverifieerd, voor en aleer dezelve zal mogen
Art. 33. De eigenaars der tjunias zullen voorts moeten zorgen, dat hunne vaartuigen altijd behoorlijk voorzien zijn van de noodige cadjang-matten, zetstokken, haken, touwen en ankers, op een boete van vijf rijksdaalders.
Art. 34. De juragans en codies der prauwen en tjunias zuilen ieder van een tjap zijn voorzien, geteekend door het
440 ^^0. H. W. DACNOeLS.
hoofd der prauw-Yoerdera of zyn adjunct, waarbij de naam des eigenaars en het nommer van het vaartoig, daar hij op Taart, zoomede in welke canipong hij woonachtig is, lal worden I>ekend gesteld; en zal een met zoodanig Ijap Yoonieoe juragang of coelie door niemand, wie het ook zij, elders kunnen worden gedmpipijeerd.
Art. 35. Ook zullen de juragangs en coeiies niet vermogeD zonder voorkennis van het hoofd der prauw-voerders van de eene prauw op de andere over te gaan, op poene van arbitraire correctie.
Art. S6. De juragangs en cOelies van de in vertimmerinf liggende tjunias zullen allen dagelijks, des morgens ten les uren, aan Hveer tegenwoordig moeten wezen om, vranneer een der juragangs of coeiies van de op vracht varende tjunias onverwacht komt ziek te worden, in deszeUs plaats te kannen worden geêmploijeerd, almede sub poene als boven.
Art. 37. De eigenaars der tjunias een nieuwen juragang of coelie in plaats van een afgeganen of gestorvenen willende aannemen, zal de (lersoon, die zich daartoe aanbied, by bet hoofd der prauw-voerders moeten worden gebragt, waan»p hel hoofd zal moeten onderzoeken, of het met voorkennis is van zijn commandant, dat hij zijn dienst bij het veer komt presteren; en, dit gebleken zijnde, zal alsdan een Ijap aan hem worden afgegeven.
Art. 38. Ingeval de een of ander juragang of coehe niet langer bij het veer begeert te dienen, zal hij verplicht wezen zich bij het hoofd der prauw-voerders te vervoegen en aan denzelven zijn tjap terug geven, onder te kennen ga^e van de redenen, waarom hij niet langer begeert te dienen, waarna het ontslag aan hem zal worden gegeven; doch zich ongequalificeerd absenterende, zal het gemelde hoofd, daarvan verwittigd, zulks den commandant of den zoodanigen, waaronder hij sorteert, moeten ter kennis brengen en hem reclameren.
Art. 39. Aan de juragans en coeiies wordt daarentegen vrijheid verleend zich bij het hoofd der prauwvoerders te
- H. W. OACNOCLS 444
vervoegen, wanneer zij vermeenen biUyke redeaea tot klachten Ie hebben over de eigenaars der tjunias, bijzonder by het onthouden of verkorten hunner ioonen; en zal hel hoofd alsdan gehouden en verplicht wezen een nauwkeurig onder- zoek te doen en, de klagten gegrond vindende, hen behoorlijk regt doen wedervaren.
Art. 40. De juragangs en coelies, alle staande onder het hoofd der prauwvoerders, zullen geene orders van iemand anders, zelfs niet van de eigenaars der tjunias, mogen obediêren, maar alleen gesubmitteerd zijn aan die van het hoofd, zijn adjunct of de vacerende commissarissen.
Art. 41. Tot het vieren van het Mahomedaansche nieuwjaar wordt aan de juragangs en coelies niet langer dan twee dagen permissie verleend om van het veer te blijven, sub poene, als bij art. 16 is bepaald, voor ieder dag, dat zij zich langer als twee dagen absenteren.
Art. 42. Tot voorkoming en tegengang van dieverijen, die binnen boord der tjunias kunnen plaats vinden, wordt bij dezen geslatueerd, dat, ingeval eenige goederen, in presgitie van den juragang en de coelies in het vaartuig afgeladen, bij uitlevering te kort, absent of bedorven bevonden zijn eii overtuigend blijkt, datgeen weer of wind, maar de juragang of de coelies daarvan de oorzaak zijn» de zoodanigen alsdan direct zullen worden overg^even aan den bailluw om tegens hun na rigeur der wet crimineel te procedeeren en tevens voor de schadeloosstelling te zorgen, waarvoor, ingevalle van onvermogen, de eigenaars der tjunias zelfs aansprekelijk zullen worden gehouden; zijnde het coUegie van president en Schepenen de competende regter, voor wien alle zaken, de geèmploijeerden hij het prauw- of tjunia-veer in officio speclerende, ter eerster instantie zullen moeten gebracht worden.
Art. 43. Alle de tot het veer beboorende prauwen en tjunias zullen in vier klassen verdeeld worden en de eigenaars, die daarmede op vracht laten varen, gedurende den tegen- woordigen oorlog of tot weder opzegging toe, zoowel in de
442
- H. W. OACMOCLfe.
kwade als goede raoosson) tevreden moeten zQn met de ondervolgende ealarissen, alle welke, zoowel b^ het goover- nement, als by particulieren verdiend, zullen worden betaald in papieren van credit of koper geld. Art. 44.
§
s
i i
riT
PLAATSEN.
^ i
il
it
|i
3 J
*^ JS
3 ^
-«
3 »-
#, «
A «^
-4-»
Naar de reede
om de West:
• de Fluil/.
• Onrust en de eilanden dair
omtrent
• Tangerang of de Qual
• Katapan, Soengitei ofTan- . jong kalt
om de Ck>st:
• Ansjol
• Tanjong Priok of kleine
M aronde
• Edam of groote Maronde.
rd» , rd« 1:42 I 2:39
rd* rd"
3:427. 6:12
1:42 2:39 3:42V, 6.12
2:39 4:12 3.36 I 6:27
6: 6 , 8:21
1:42
2:39 4:32
2:39
4:12 7:-
Criwing
in de stad:
voor ieder vracht
buiten de stad: om de Oost: van de eerste dwarsbnig van
Ansjol tol aan de drie bruggen,
rivier vracht
en verder van Ansjol tot de tol-
brug, halve reede vracht
van de Kroone gracht en daar
l)oven, rivier vracht
van de brug Pisang Batoe tot
Dwars in den weg aan de Soen-
thar, halve reede vracht
I 5:30 { 7:24 6: 6 I 8:21
'-:30 l-:42
6:12 9:18 9:18 12:24
10:45 15:30
3:427. 6:12
6:12 ' 9:18
9:18 M:»
9:267. M: 3
10:45 U:30
1:12 ' 1:36
— :36 I 1:— 1:22 , 2: 1'. -:46 ' 1:19'/. 1:46'/. 3: 6
— :36 1:— 1:22 2:1'.
-:45 1:19'/.. 1:46'/. 3: «
- H. W. DAENDELS.
445
PLAATSEN.
bc
e
s
A
I
A
'f
f
lic rivier langs de Jaccalrasche w^. Tan de eerste brug tol aan de brug van campong Goenong, rivier vracht
langs de groote rivier achter de Jaccatrasche weg, van Goenong Carong ol de e<»*ste brug over de voorz. rivier of den tuin, thans bewoond door de we- duwe van Haak, rivier Tracht.
langs femelde rivier Terder tot den tuin van den heer van Basd. halve reede Tracht
tol Goenong Saharie en daar boTen tot WelleTreden, halve Onrust vracht
tol Meester Cornelis, halve Tange- rangs of Qoals vracht
lot aan de inlandsehe wacht hij de bmg op Manga Bezaar en daar boven, halve reede vracht.
de rivier achter de kruitmoien, rivier vracht —
naar Rqswyk tot de bmg bij Tanabang, halve Onrust vracht om de West:
lol de tweede brug op den weg naar de Fluit, rivier vracht..
van campong Baroe tot de drie bruggen buiten de voormalige lltrechtsche poort, rivier vracht
verder op, halve reede vracht..
het etude van de Amanus gracht, halve Onrust vracht
langs de rivier Anke tot de twee bruggen, halve reede vracht.
rd« rd« i rd» rd»
:36 1:~ i 1:22 2: 17.
|-:36 1:- . 1:22 2: IV.
!-:45 I 1:197.1 l:457.j 3: 6 1:197,: 2: 6 : 3: 6 I 4:33
1:42 I 3:137.
4:33 I 6:12
~:46 1:197. 1:467,| 3: 6 -:36 . 1:- 1:22 | 2: 17.
1:19V.| 2: 6
-:36 1:-
I
~:36 1:-^
-:45 1:197.
I 1:197,1 2: 6
U:45 1:197.
3: 6 I 4:33
1:22 , 2: 17.
1:22 1:457.
2: 17. 3: 6
3: 6 I 4:33 1:467J 3: 6
444
- H. W. DA£NOEL8.
ca
«8
PLAATSEN.
te
s
&
s
co :S9 ■ es
S 2 \ 'Si
2 3 '^
1X1-
rd-
rd«
ixl-
van (laar tol Anke en verderop tot (Ie (olbrug en van gemelde twee l)ruggen tot Tanjong Gro- gol en verder tol de Ketting, halve Onrust vracht
tot Tjiang Karreeng. Edams vracht
lot de kalkhranderij en langs de rivier Grocot en daar boven, rivier vracht
Patoio en verder op tol achter de post Rijswijk, halve reede vrachl
1:197, 2: 6 i 3: 6 4:33
I 2:167,i 3:24 I 4:33 i 6:12
-:36
1:-
1:22
2: 17.
t
-:45 1:197. 1:45*/, 3: 6
Art. 45. De vrachten naar de Marak-baai, Bantam en verdere afgelegene plaatsen zullen berekend worden voor ieder dag, dat de tjunia op reize is, een reede vracht oa de bovenstaande bepaling, mits zich nergens buiten nood- zakelijkheid ophoudende, op verbeurte van de geheele vrachl.
Art. 46. Een tjunia, te Bantam of elders weder op nieuw lading innemende om die te brengen naar een andere plaats dan Batavia, zal zulks beschouwd en betaald worden, ak of dezelve daartoe op nieuw was ingehuurd, ge£venredigd na den afstand, zullende degenen, door wie zoodanige tjunia op nieuw woidt bevracht, deswegens aan de opvarendeo. buiten een geleide briefje, een bewijs moeten verleenen, ten einde daarop de betaling kan volgen ; en zal de juragang niet vermogen te vertrekken zonder zoodanig bevrijs te vragen ; en, wanneer hij hetzelve niet heeft kunnen bekomen, zal hij terstond na het veer terug mogen keeren en de lading aldaar ten pericule van dengenen, welke geen liewijs van de bevrachting gegeven heeft, tot contrarie order iage
- H. W. DAENOELd. 44K
komen is, blijfen leggeo, terwyl de in gebreken geblevene, buiten de veroorzaakte schade te vergoeden, nog een bonderd rijksdaalders boete zal verbeuren.
Art. 47. Ook zal boven bet salaris in de specificatie vooralsnog balf zooveel vracht woi*den genoten, als een vracht na de reede, de eilanden of elders gevoerd en van daar een nieuwe vracht naar Batavia terug gebragt wordt; en zal zulks in zelver voegen in de stad en de rivieren ook plaats hebben, onder bepaling, dat de huurders, die zoodanige praauwen or tjunias andermaal te werk stellen, daarvan aan de op- varenden bewQs zullen moeten verleenen, op verbeurte van de dobbelde vracht
Art. 48. De bij het gouvernement te goed gemaakte vracht- loonen zullen om de veertien dagen aan het hoofd der praauw- voerders worden uitbetaald, die daarvan als dan distributie onder de geinteresseerden zal doen.
Art. 49, Wanneer de vaartuigen aan de eilanden of op de reede bij de schepen onnoodig en buiten toedoen van de opvarenden worden opgehouden, zoo dat zij des avonds niet vireder binnen de rivier kunnen komen, zal de huurder verpligt zijn de vracht nog eenmaal te voldoen, alsof de verhuring ten tweede maale ware geschied.
Art. 50. Ook zal, wanneer iemand een praauw of tjunia bij den dag gehuurd heeft om goederen te halen of te brengen, hij daarover van 's morgens zes tot 's avonds zes uren kunnen disponeren en de voerder verpligt zijn den huurder zoo lang te dienen en zijn vaartuig zonder des huurders toestemming niet mogen verlaten, op verbeurte van twee rijksdaalders voor de juragans en een rijksdaalder of een gevoelige correctie voor de coelies; en wanneer de gehuurde praauw of tjunia den geheelen dag niet gebruikt en Doglans aangehouden wordt, zal de huurder verpligt wezen na de hoveugemaakte bepalingen rivier vracht te voldoen: dofli, zoo hel vaartuig door den huurder terstond na het veer wordt terug gezonden, zal deze mei de brlaling van de halve rivier-vracht kunnen volstaan.
446 )6)0. H. W. DAÊNOÊLS.
Art. 51. Inwg^ÏB znUen de hiHirden gehooden z^n de praauwen of tjaniM ten spoedigste Ie doen laden* opdat dezeWe Yoor negen uren des morgens en Toor zes nren des avonds buiten de boom kunnen zijn; en, bQ aldien door toedoen fan den huurder (en anders niet) door de paehters of iemand anders bet Taartuig langer wordt opgehouden, lal dezelve boven de gewone vracht nog een stadsvraebt moeten betalen.
Art. 52. Daarentegen zullen alle praauwen eo tjunias, die naar de reede of elders naar buiten goederen moeten brengen en tot dat einde binnen de stad gerequireerd worden om de ladingen in te nemen, des acbtermiddags of voor zes uren des avonds voor de woningen der huurders moeten schieten, zonder dat daarvoor iets kan worden gepretendeerd.
ArI. 55. Bij aldien het mogt gebeuren, dat praauwen, die mcl goederen dan wel om ladingen te halen naar de reede gezonden worden, door harde winden en boog gaande zeeén het niet langer op de zyde der schepen kunnen houden en dus genoodzaakt worden met hunne ladiogea dan wel onbeladen terug keeren, zal in dat geval wel de volle vracht verdiend zijn, mits ook gezorgd wordt, zoodra weer en wind zulks toelaat, dat als nog aan den huor worde beantwoord, zonder dat daarvoor iets meerder in rekening zal mogen worden gebragt.
Art. 54. Alle de in dit reglement bepaalde geldboeten, voor zooverre daaromtrent geene speciale bepalingen zijn gemaakt, zullen komen ten voordeele van het na te melden fonds
Art. 55. Tot goedmaking van de benoodigde oogelden voor hel veer, zoo Ier bezoldiging der bedienden, als voor de dagelQksche kleine reparatiên aan de tjnnias, zal eoi fonds gemaakt en kas geformeerd worden, te vinden uil drie stuivers van ieder rijksdaalder, die van de verdiende vracht- gelden zullen worden ingehouden, alsmede de verbeurde boeten: en zal de administratie van dat fonds aan het hoofd der praauw- of tjunia-voerders worden toebetrouwd, mits hy ten genoegen van den baiUuw en hoofd-administrateur borg
1610 H. W. DAËNOetft. 447
stelle» maandeiyks bebooriyk rekeoiog doe en, des geTergd, de kas teo allen tyde laat firiteren.
Art. S6. Uil bet eTengemelde fonds zal worden betaald:
aan bei boofd der praauw-voerders een derde van de drie stuivers, die, als even gezegd, zullen worden ingebonden,
aan den adjunct van 't hoofd twee vijfde stuiver,
aan de twee scbrljvers te zamen' een vyfde stuiver eu
aas den raandadoor of, zoo er meer dan een noodig mogt zgo, dk vyftien ryksdaaUers 'smaands.
Art 57. Het boofd zal van het inkomende tot voormelde fonds, zoowel als van het daaruit betaald wordende, distinct boek moeten houden en voorts verantwoordeUJk zQn, dat de rekeningen van verdiende vracht-gelden niet buiten de wet, nog booger, dan de bepalingen dicteren, loepen of dat daarby verkeerde opgaven, hoe ook genaamd, gedaan worden.
Art. 58. Boven het aan het hoofd toegelegd salaris zal hy van elk der tot bet veer behoorende praauwen of tjunias jaarlyks genieten uit bet fonds een rijksdaalder lot onder- houd van de ioolsen, die tot berging der zeilen en masten dienen.
Art. 59. Ook zal het hoofd genieten een stuiver van eiken rijksdaalder by verkoop der tot het veer behoorende vaartuigen, door den kooper te betalen; en zal hy daarvoor gehouden zijn van den verkoop pertinente aanteekening te houden CD aan den kooper een bewys moeten verleenen; wordende ten- dien einde, zoowel de kooper, als verkooper, gelast van den koop en verkoop dadehjk kennis te geven, op verbeurte ▼an tien ryksdaalders voor ieder der in gebreke bUjvende.
Art. 60. De noodige boeken en papieren, mitsgaders ver- dere schryfbehoeftens, zullen almede uit het fonds worden bekostigd; en wordt den bailluw en hoofd-administrateur speciaal gedemandeerd te zorgen, dat daaromtrent de meeste zuinigheid worde betracht, zullende het boofd by benoodigtbeid daarvan behoorUJke aanvrage doen.
Art. 61. Het hoofd der praauw-voerders en zyn adjunct zullen by hunne aanstelling aan handen van president eu Schepenen den volgenden eed presteren:
448 ^dtö. H. w. Dac^dclS.
ik beloTe en zweere, dat ik mijn dienst» ab hoofd (of adjunct hoofd) der praauw-voerders met de uiterste naaw- keurigheid zal waarnemen ; mij aan geen kneYebrijeD omlreot het verhuuren der praauwen zal schuldig maken en ook zorgen, dat zulks door mijne onderhoorigen niet geschiede: dat ik stipt zal nakomen en doen nakomen 't reglemf nl, voor het praauw- of tjunra-Teer beraamd of nog te beraoMD; dat ik steeds zal observeren de orders en bevelen, welke mij door den bailluw en lioofd-administrateur in mijn ambt zullen worden gegeven, en mij wijders zal gedragen, als een vroom en getrouw ambtenaar toestaat en betaamd.
Zoo waarlijk heipe mij God Almagfig.
Op 5 Sprokkelmaand 1811 is in dit reglement de na- volgende wijziging gebragt:
In te trekken de order voor het hoofd der praauw-voerders ten aanzien van de schriftelijke bewijzen, welke van boord der schepen en vaartuigen moeten worden gebragt, en hem wegens de naar boord brengst van na den regel der wet in tjunias geladen goederen en gedaane dienstprestering voor den vervolge alleen responsabel te laten, zonder verplirht te wezen een tweede bewijs van de ontlossing te leveren.
17 Wijnmaand. Intrekking van de houl-slapd-fAaalm ie Pepedingkan {Japara), Kanvelaan (Samarang) en Clieribon,
17 Wijnmaand. Rang-regeling van den secretaris iww den minister te Soerakarta.
Deze werd tot de 3**^ klasse van ambtenaren verhoogd en wel op de ranglijst boven de kapiteins en beneden den secretaris van het college van Schepenen.
De reden hiervan was, dat bedoelde secretaris mei den Keizer en andere personen van hoogen rang dagelijks in aanraking kwam.
iélÓ. H. W. ÓACNOELÓ. 449
19 Wqnmaand. Voonchrifi nopens hel verstreUsen van wumteeringen.
Op bet daartoe gedane Yoontel tan den commissaria- ordonnateor om eene vaste bepaling daar te stellen, wanneer de troepen tan Zijne Majesteit den Koning van HoUand in hdite de nieawe monteeringen jaarlijks verstrekt zullen worden ;
is besloten te bepalen en vast te stellen, gelijk gesebiedt by deien, om met primo van Lentemaand van ieder jaar de Tentrekking van monteeringen Toor welmelde troepes te laten gevolg nemen.
20 Wgnmaand. Regeling nopens het baaien van anke^
De landdrost van Tagal bij nussiye van den 1 3"* dezer te kennen hebbende gegeven, dat de juragans van onder- scheidene vaartuigen, welke ter afbaal van rijst aldaar van Batavia waren aangekomen, hun ankeragie-geld niet hadden kunnen betalen uithoofde van den geinterdiceerden uitToer vaD contanten van de hoofdplaats en omdat aan hun de vragtpenningen in papieren geld aldaar betaald wierden, met verzoek, dat in dit inconvenient mogt worden voorzien;
en hierop gevraagd en ingekomen zijnde de consideratiên Tan den directeur-generaal van 's Konings finantiên en domeinen;
is conform het geadriseerde van weimeiden directeur-generaal besloten te bepalen, dat op de cognossementen hunner ladingen zallen kunnen worden bekend gesteld de ongelden van het ankeragie-geld, dewelke de juragans en andere gezagvoerders, welke met hunne vaartuigen ter afhaal van rijst of andere producten van de hoofdplaats Batavia naar de respective landdrost-ambten van Java's Noord Oostkust en naar Java's Oosthoek worden gezonden, verscbuldigt zijn, ten einde van de vragtgelden ter hoofdplaats Batavia in papiere geld met de agio te worden gedecorteerd.
HAUUT-Bon om iTi. 39
4S0 1810. H. W. OAENDELè.
20 Wijnmaand. J/ergunnimg tol het houden tm éaeen.
Op de rekweste van E. R. Vermehr, weduwe Palm, (e Samarang, verzoekende, dat de gedane interdietie aan der rekweatrantes man om geene lijfeigenen te mogen handen ingetrokken en aan de rekwestranle toegestaan moge worden de Boodige slaven te houden; en door den landdrost Goldbacb gegeven zijnde eene allezins favorabele getuigenis van der rekwestrante gedrag, is besloten te verklaren, dat de ioter dictie van slaven te houden, alleen haren overiedenen man specteerende, op de rekwestrante niet applicabel kan worden gemaakt en dat het haar dus vrij staat zich van slateD te voorzien en door dezelve haar te laten dienen.
23 Wijnmaand. Verplegings-kosten van zeelieden in hos- pitalen.
Zijne excellentie, de Maarschalk en Gouverneur Generaal. heeft besloten:
dat van nu voortaan, wanneer zedieden, behorende op 's Lands vaartuigen, in de guarnizoens hospilakn op (k strand kantoren verpleegd worden, aan den menagiemeester te goed zal wordw gedaan: voor een Enropeschen oader- ofiScier drie rijksdaalders en voor. een matroos twee en eeo halve rijksdaalder 's maands, in te houden van hunne ver diende gagie en betaalbaar in zoodanige muntapede, sis waarin zij lieden die gagie ontvangen;
terwyl, evenals bij de armee plaats heeft, van wegw het, gouvernement in rekening zal gdeden worden, voor ieder inlandschen matroos twee stuivers daags, in zoodanige munt, als waarin de tractementen ter plaatse, alwaar bet hospilaal is aangelegd, uitbetaald worden, bebalven nog de gewone rationa van vivrea, die de conunanderende oflBcieren der bodAma, lot welke de schepelingen behooren, znUen moeteo uitkeren.
- H. W. OACHOÉLS 41(1
23 Wfjnmaand. Verhooging van het tractement mn den kommies hij het müHmr kleding^ en équipement-magazijn te Batavia,
Is besloten, uithoofde van de uitbreiding van bet magazijn van militaire kleedingstukken en daaraan verknogte vermeer- derde werkzaamheden, het tractement van den commies van het militaire kleedings- en equipement-magazlJn te Batavia Ie verboogen en te bepalen op twee honderd rijksdaalders, zilver geld, 'smaands.
23 Wijnmaand. Wijziging van post-ritten^ enz.
De commissaris over de wegen en posterijen van het district van Batavia tot Carrang Sambong voorgedragen heb- bende de incouvenienten van het traject van den postwagen in eenen dag van Reabang tot Sumadang, zoo wegens de distantie van 67 paaien, als de ongelijkheid der weg in bet gewezen Grawangsche en de passage der twee capitaale bergen, de Simpang en de Bolla, en dat het project om de herberg van Reabang te verleggen 12 of 14 paaien naar de kant van Sumadang door het gebrek van locaal en levendig water niet heeft kunnen gevonden worden, proponeerende de herberg van Reabang te verleggen naar Tjoeroeg-agang en van Tjieceroa naar Tjiepanas, kunnende, nu de Megamedon berijdbaar is, zeer gemakkelijk geschieden, hetgeen te gemakkelijker zoude kunnen geschieden, om dat de postwagen van Tjiepanas bij retour niet verder rijdt als tot Buitenzorg en eerst den volgenden dag tot Batavia.
Is bestoten: 1^ dat de herberg van Tjieceroa zal moeten worden verplaatst naar Tjiepanas, leggende op de 64« paal, en mitsdien de postwagen, welke des Zondags en Woensdags van de hoofiiplaats naar Tjieceroa afreid, den weg tot Tjiepanas zal moeten afleggen en des Woensdags en Zondags van Tjiepanas naar Buitenzorg;
4Ka 1810. N. W. DACHDELA.
2® dat op dezelfde wyze de herberg van Reabang lalmoeteo worden verzet naar Tjoeroeg-agaog, leggende op de 114* paal, hetgeen een postrid Tan Tjiepanas zal uitmaken van KO palen; en dat de postwagen, instede van Tjieceroa naar Beabang, zooals blJ het reglement bepaald was, na des Maandags en Donderdags van Tjiepanas naar Tjoeroeg- agang zal rijden en des Dingsdags en Zatordags van Tjoeroeg-agang jiaar Tjiepanas ;
3' dat bij gevolg de postwagen des Dingsdags en Vrijdags van Tjoeroeg-agang naar Sumadang zal rijden en des Maan- dags en Vrijdags van Sumadang naar Tjoero^-agiog, hetgeen eene distantie van 42 palen bedraagt;
4® dat de tegenwoordige herbergen te Tjieceroa en te Reabang voortaan zullen moeten dienen tot passangrahangs en rustplaatsen voor de reizende personen, om aldaar des middags het middagmaal te kunnen gebruiken; en
B® dat deze verplaatsing dadelijk zal moeten geschieden «2 alle inrigtingen gemaakt voor den eersten van Wintermaand aanstaande, op welken dag deze bepalingen een aanvang zullen moeten neemen.
24 Wgnmaand. Voorschfifien mpcM hel rdzem over Java per extra-pasl.
Zijne excellentie in aanmerking genomen hebbende, dat de gemaakte bepaling by het centrale r^lement op het post- w^en, volgens welke de postwagen twee malen ts weeks van de differente landdrost-ambten afrijd, het reizen langs bet eiland Java op een genoegzame wijze faciliteert; en dat bel voor als nog onnoodig en voor het postwezen zeer besvrarend is om ten dikste van personen, wdke verkiezen van eztra* posten gebruik te maken, extra-rijtuigen aan te hoodea; en tevens considereerende, dat het gebruik van eigene koetaieif en voorloopers door met extra-post reizende peraonea een misbruik is, waaruit groote ongelukken kunnen resaiienn:
is besloten te bepalen:
18T0. H. W. OAENOEtS. 4SS
Ten eerste: dat geene rijtoigen zoUen worden gefoorneert tot extra-fosteo eo dat alle degenen» welke Terkienn met extra-peet te reiaen, zotten moeten voorzien zQn Tan hunne eigene rytoigen; en
Tea tweede: dat het aan met extra-post reizende personen niet zal zyn gepermitteerd zich yan hun eigene koetsiers en Toorloopers te bedienen.
Op 24 Slachtmaand 1810 is een commissaris oyer de wegen en posterijen, die (volgens Daendels) noodeloos een brief per extra-post ?an Grissee naar Batavia had verzonden, veroordeeld tot hel belalen van 7'/^ stuiver, zilver geld, per paal voor den geheelen, door den brief afgelegden weg.
24 Wijnmaand. Regeling der transport-kosten van eenige producten bij verzending naar Europa.
h besloten de vrachtpenningen der ondervolgende producten, door ingezetenen der kolonie met 'sLands schepen naar Europa verzonden wordende, in evenredigheid van de bereeds bij besluit der hooge r^eering van den 17*^° van Lentemaand jongstleden bepaalde vracht van twéé stuivers voor bet pond koffie, te bepalen op zeven stuivers voor het pond foelij en vijf stuivers voor het pond muscaat-noten en nagelen, zooals dezelve volgens de ordre in proportie afgepakt zijn.
25 Wijnmaand. Bepaling van het maximum gewigt van post'paketten.
In aanmerking genomen zijnde, dat de brieven-posten, met zware en volumineuse pakelten dikwijls wordende gechargeerd, daardoor de route in den ordinairen, bepaalden tijd niet kunnen afleggen, waardoor dezelve vier en twintig uur later als na gewoonte, zooals reeds meermalen gebeurd is, zijn aang^omen, is besloten, dat niemand, hetzij hooge of mindere ambtenaren, met ordinaire brieven-posten paketten zullen mogen mede geven»
4B4 1810. H. W. OACNOCL8.
de zwaarte van vijf ponden excederende; met yeriiod aan de poBtmeesters of post-commiezen dezehe Ier Yenending te accepteeren, met uitzondering eehter fan alle zoodanige paketten, welke aan den Maarschalk en Gonyerneiir Generea) zyn geadresseerd of door de secretarie yan zijne exoeUentie worden geAzpedieord.
27 W^jnmaand. Vernietiging van slechte^ aan hel g(m- vemement geleverde koffij.
Is goedgeyonden en yerstaan te bepalen:
dat de kofiBj-boonen^ welke blJ leyering in 's Lands pak- huizen, uithoofde van derzelyer slechte qualiteit, niet door het gouvernemeDt geaccepteerd kunnen worden, zonder eeuige betaling aan de leyeranciers, ten overstaan van eeiie commissie, zullen worden in zee geworpen; en dat daarvan behooriyke proces-verbalen geformeerd en ingezonden zullen moeleo worden.
27 Wynmaand. Versterking van de armen'middelen te Sannarang.
Is goedgeyonden en verstaan:
Ten eersten : de administrateurs der armen-middelen te autfao* riseeren om ten behoeve van de diaconie-armen te Samaraog twee maal 's jaars bij de dienaren en "verdere ingezetenen eene huiscoüecte te laten doen, zoowel te Samarang, als aao de hoven en op de landdrost-ambten van Tegal, Japara, Pacca- longang en het district Rembang.
Ten tweeden : de helft der tandaks-gelden, welke van Brebes tot Touban worden gecolligeerd, aan de diaeonie-armen voor noemd af te staan ea de gelden, welke daaruit geproOueeri zijn, sedert dat dit afgeschaft is of de introducUe der oi]ga- nisatie van Java's Noord-Oostkust tot den ontvangst van dit besluit, aan de diaconie voormdd voor de helft te doeo uit- keeren.
Ten derden: de boete op het buitentji|ds trouwen, gesteld
- H. W. OACNDELS. 4SK
op v)|f en twintig rDktdaalders^ ¥o«rtaan te Samarang ten behoere van de armen in züver geM te doen heffen.
!27 Wijnmaand. Voarsekrift voor Chinezentbandar^sen huurders vm dem^s in Soorakarla m Djokjekarla.
Is goedgevonden en verstaan te bepalen, dat de Ghineesche tonderR en huurders van dessa's in de landen van den Keizer en Sulthan gehouden zullen zijn alle piagems bij de miDlsters te Souracarta en Djocjocarta behoorlijk te doen registreeren en verifieeren. sub poene, dat alle reclames op ongeregistreerde piagems zullen worden gehouden voor nul en van onwaarde; voorts de voormelde ministers te deman- deeren bij notificatie van dit besluit aan de Ghineesche banders en huurders kennis te geven om hun daarna stiptelijk te
2 Slachtmaand. Wijziging in de blandong*8 van Rembang en Lasem.
Is besloten ' de dessa's Poego en Tatjamman, gehorende onder de blandong van Rembang, te voegen bij de blandong van Lassum, mitsgaders daarentegen de onder deze blandong geboorende dessa's Malagan, Tjatjie, Ledoo, Pomakau. Samarang, Afflpla, Gatilao, Soetjien, Karang Asem en Tjabean te voegen bij de blandong van Rembang.
3 Slachtmaand. Yoorzienittg in den verachlerden staat van hel oude-mannen^huis te Samarang^
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: de van het fonds ledig leggende gelden en ook die daaraan nader zullen inkomen, in 'sLands kas te doen overbrengen in zelver voege, als bereeds een bedragen van rijksdaalders 11500 aan papieren van crediel en rijks- daalders 2500 zilver geld daarin berust, wnarop tot nog toe \ percent is te goed gedaan ; en voortaan op alle deze gelden de intrest van % percent 's niaands te valideeren.
456 1810. H. W. DACNDELS.
Ten tweeden : den voorlezer in het gedachte institant af te schaffen en aan de decisie van de reenten Ie laten, of de verstrekking van conibaarsen en kussens, in stede van alk jaren, om de twee jaren zal moeten geschieden.
Ten derden: de kostpenningen welke de binnen-regeDt van gedacht instituut tot hiertoe genoten heeft k rd' Z% koper geld, met een rijksdaalder te verhoogen ea te bepaleo op rd' 4 Va 9 koper geld, per hoofd, 'smaands.
Ten vierden : aan gedachten binnen-regent uit 's lands-pak- huizen te laten afgeven: %, « koffij, Vie » peper, en
3V« * zout 'smaands, voor ieder der iü het oude mannenhuis gedefroijeerd wor- dende personen.
Ten vijfden: de in dit instituut gealimenteerd wordende personen de helft der pensioenen, welke bij tarief van den 28^° van Bloeimaand 1808 zijn bepaald, toe te l^eo, voor zoo verre betreft de militairen en de politieken na evenredigheid en mitsdien in te trekken en ten faveure van gedacht insti- tuut te brengen al, hetgeen in gelde aan de zich daarin bevindende personen wordt verstrekt; met last voor gedachte renten om, voor zoover betreft de in dat instituut geplaatste personen, welke te voren niet in 's Lsmds dienst zijn geweest, een opgave hunner klassen te doen, ten einde daarna ooIl het pensioen voor deze personen te bepalen; en
Ten zesden : de tandaksgelden, welke voor zooveire den Oosthoek aangaat, bij besluit van den S8^ van Wintermaand 1809 voor een derde aan het oude mannenhuis te Samarang zijn toegelegd en die van Touban tot Brebes, welke bevorais altoos voor een vierde daaraan uitgekeerd, doch sedert eenigen tijd niet meer te goed gedaan zyn, weder aan het voornoemde instituut te laten te goed doen.
Laatstelijk te bepalen, dat, indien de inkomsten van gedacht gesticht niet toereikende zijn de uitgaven te kunnen goed maken, een subsidie van wegens het gouvernement voor bet
- H. W. OAENOetS. 4S7
te kort komende aan regenten zal worden geaccordeerd, nadat ahrorena de boeken en rekeningen behooriljk geêxami- oeerd en gebleken zal zijn, dal alles naar de bepalingen ia behandeld.
-^ Slachtmaand. Wijziging van de hdasiing op den verkoop van hnderyen^ vastgesteld op *^j^^^ 1800.
Nademaal, onaangezien de bij pablicatie van de hooge regering dezer landen van den 20*° van Sprokkelmaand jongst- leden gedecemeerde belasting van een half percent 'sjaars, van de waarde der particnliere lander^en in de ommelanden ▼an Batavia tegen de intentie van welmelde hooge regering is blijven voortduren de beflBng van een percent, welke volgens placcaat van den 4"" van Sprokkelmaand 1800 by verkoop van alle landerl|en, gelegen boven de daar in genoemde limieten, heeft moeten worden voldaan ten behoeve van Heemraden, nu stads kassa, zoo is op den i^ dezer in Rade van Indie goedgevonden, bij wege van interpretatie van gedagte publicatie van den 20" van Sprokkelmaand dezes jaars, te verklaren, zooals verklaard wordt bij dezen, dat de gemelde befBog van een percent bij den verkoop van alle landerijen, in de ommelanden van Batavia gelegen, welke aan de nadere belasting van bet een half percent 'sjaariyks ónderworpen zijn, verstaan moet worden sedert den ge- melden W^^ van Sprokkelmaand te zijn gecesseerd en inge- trokken en dat aan degenen, die het gemelde een percent bereeds contrarie deze onze gemanifesteerde bedoeling hebben betaald, daarvan restitutie zal worden gedaan.
S Slachtmaand. Wijziging in de verpachting der opium* lütten te Soerabaija.
De hmddrost van Java's Oosthoek voorgesteld hebbende om de voor Sourabalja bepaalde twee en zeventig amfioen- kitten io drie partijen te verpaglen, vermits daardoor waar*
4K8 IdlO. H. W. DAENDEL8.
schijnlijk voordeel voor den Lande behaalt en in aUen genl uitgewerkt zoude worden eene concurrentie en mededingiog, die den eenen pachter zoude aansporen op de banddingen van den anderen te letten en tegen sluikhandel waakzaam te wezen;
is dien conform besloten den landdrost en heofd-admtiiis- traleur van Java's Oosthoek te autoriseren de voor Sourabaija bepaalde twee en zeventig amfioen-kitten in drie partijen te verpagten.
10 Slachtmaand. ToeUehting M de op 6 Herfdmaand 1810 vastgeslMe organisatie van de godsdienet^kerarm.
Het oppei^oofd van het generale tractemeots-kaiitoor maakte bezwaar aan de Lutherscke predikanten te Batavia hun traetement uit te betalen, omdat deze >nimnier als dieuana •dezer colonie bij de boeken hadden bekend gestaan en »door haare gemeente altyd uit het vaderiand waren odI- »boodeD'\
Tot wegneming van deie bezwaren bepaalde de Regeriag:
Ten eersten: dal de predikanten der Lutersche gemeeale zullen worden beschouwd als dienaren van het gouvernemeot en als zoodanig by de boeken zuUen worden ingenomeSt evenals de overige kerkeUjke dienaren, en ak een gevolg van dien door het opperho(tfd over het generale tracleneuU kantoor navolgens de gemaakte bepaling zuUen worden uitbe- taald, gerekend van den 6^ van Herfstmaand jongatledeo.
Ten tweeden: dat de kerkenraad der Lutersche gemeente voortaan de onder hunne administratifin zijnde gddea wd zullen blyven adminislreeren ten einde de noodige reparatite aan de kerk en andere gebouwen gelyk bevorens te kttnneo doen, doch dat zy by het einde van elk jaar alle overblijveode renten in 'sgouvernemenls kas zullen moeten overbrengeo en, even gelijk andere comptabelen, voor de goede administratiéD en directie aan het gouvernement door de generale reken- kamer verantwoordelijk zullen zyn.
IdtO H. W. OAENDEL8. 4K9
10 Shebtroaand. Instrw^ie voor den adjunct van den inspecteur-generaal der kofj^j-cultuur.
Art. 1. Hij zal ondergeschikt zijn aan den inspecteur- generaal en alle de bevelen yan denzelve, zijn ambt speeterende^ naarstigUjk uitYoeren.
Art. 9. De inspecteur-generaal zal hem kunnen emploljeren tol hei doeB van iiispectiên, waarin hij zal moeten aehter- Tolgen de generale instmctién en orders, door hei gomrer- Dement aan den inspecteur-generaal gegeven, zoowel als de bijzondere voorschriften voor gedachten inspecteur-generaal.
Art. 3. fiy zal van zijne verrigtingen aan den inspecteur- generaal rapport doen bij monde of in geschrifte, zooals de inspecteur-generaal dit van hem zal verlangen.
Art. 4. Ingeval van ziekte van den inspecteur-generaal zal hy desaelfii post waarnemen en voor dien tijd de verant- woonlelyklieid van den inspecteur-generaal op hem ovei^gaan.
Art B. Wanneer hij de post van den inspecteur-generaal bij ziekte waarneemt of voor denzelve in functie is, zullen de landdrosten ea inlandsehe regenten hem dezelfde assistentie moeten bewl|aen, als aan den inspecteur-generaal.
Art. 6. Hij zal voor de aanvaarding zijner bediening doen den navolgenden eed:
ik beloof en zweere Zijne Majesteit den Koning van Holland als myven hoogen en doorlucbtigen souverain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gebouw en geironw ta zgn;
dat ik de mij opgedragen post naarstig en ijverig zal waarnemen en daarin opvolgen de orders en bevelen, die mij door den inspecteur-generaal zullen worden gegeven;
dat ik ook, voor zooveel van mij zal afhangen, het belang der koGBj-culture zal voorstaan en behartigen en getrouwelijk de misbruiken en afwijkingen zal aangeven, die mij daarin itiogten te voren komen;
en einddljk, dat ik mij stiptelijk zal reguleren naar de voor m^ ambt beraamde of nog te beramen instructien en
460 IdlO. H. W. DA£NO£L8.
inlj TOorts in alles zoodaDig zal gedragen, als een vroom en getrouw ambtenaar toestaat en betaamt. Zoo waarlijk belpe mij God Ahnaehtig.
10 Slachtmaand. Aatdeg van eene publieke u>anddplaat$ te Batavia.
Zijne excellentie in aanmeiiung nemende, dat, gei^ een der Yoomaamste zorgen, welke het gou?emement aan het geluk van een land verschuldigt is, moet zijn de beyordering vaa den goeden staat en het gemak der groote wegmi en poste- rijen, welke thans in deze kolonie tot zodanigeo trap vsd perfectie zijn gebragt als in de beschaa&te ryken van Enropt. evenzeer de aandacht van het gouvernement verdient de hoofdplaats Batavia te voorzien van een openbare wande^daaU, alwaar alle ambtenaren ra ingezeten, nevens hunne vrouwen en familien, zich door het genot van eene firische en gezonde lucht en andere agramenten kunnen veraangenamen, gelQk zulke wandelplaatsen in alle aanzienlijke stedra van Enropi en in alle koloniën van vreemde mogendheden worden aan* getroffen, terwijl het gemis daarvan op de hooidplaats vao HoUandsch Indien noodwendig te kort doet aan het denkbeeld, 't geen men zich moet vormen van den zetel van het HoUandsche gouvernement in Indien;
beeft beslooten tot een openbare wandelplaata voor de hoofdplaats Batavia te designeren en te bepalen era daartoe allezins geschikt terrein, bestaande uit vier en dertig stnkkeo tuin- en zaailand achter Goenorag-saharie bQ de Ghineiebe graven aan de Westzijde van de groote Zoider weg, en de gemelde stukken tuin- en zaailand voor den Lande over te nemen voor de door de gezwooren taxateurs der Taste goedareo getaxeerde waarde van rd* 25338.
Voorts het gemelde terrein onder de direetie van den majoor en directeur der genie van het departement Bataria, Schultze, te doen applaneren, met hist voor gemeldra majoor daarvan en van de verdere amelioraUen, welke aan het voor
- H. W. OACNOELS. 461
schreyai terrein sullen moeten worden toegebragt om lietzel?e aan het oogmerkt en bet nut eener openbare wandelplaats Ie doen beantwoorden, een plan Toor te draagen; wordende de generale directie by deze geautoriseerd dese opgenoemde stukken tuin- en saailanden ?oor rekening van het gouver- oement over te .nemen, transport te ontvangen en de be- talingen te doen gevolg nemen.
Volgens eene >calculative" begrooting zouden de kosten van het in order brengen der wandelplaats bedragen 40,992 : 24 rijksdaalders.
— Slachtmaand. Verbod tegen particuliere vaart en handel op Ceram en de Aroe-eilanden ; beperking van die vaart enz. op Temate en Timor.
Nademaal door de hooge regering dezer landen in overweging genomen is, dat de ongelimiteerde vaart en handel op Ceram, Arouw, Temate en Timor, gedurende dat onze vijanden, de Engelaehen, een gedeelte der Moluccot in bezit houden, na- dedig zoude kunnen zyn voor de ingezetenen dezer kolonie en dat daardoor tevens een deur zou worden open gesteld tot den toevoer aan gemelde onze yyanden op Ambon en Banda van ryst en andere producten van dit eiland;
zoo is op den lO'' dezer in Rade van Indie goedgevonden de particuliere vaart en handel naar Ceram en Arouw geheel te interdiceren en naar Ternaten en Timor te restringeren en te limiteren met de volgende bepalingen: dat degenen, welke genegen zyn naar eerstgenoemde plaats te varen of van daar herwaarts te komen, zich daartoe aan den Gouver- neur Generaal zullen moeten adresseren en te Ternaten aan den conmiandant civiel en militair, aan wien by dezen wordt vrijgelaten daartoe onder de noodige precaulieu permissie te vergunnen, en dat naar Timor handel zal kunnen gedreven- worden onder de restrictie, dat van hier geen grooler quantiteit rijst zal mogen vervoerd worden, als noodig zal zyn voor
46S 1310. H. W. DAÉNOELÖ.
de GODsumtie aan boord gedurende de rehe derwaarts, ten ?elken einde lot den nitvoer van die quantiteft rijst vooraf permiflBie zal moeten verzocht en verkregen worden;
zullende alle schepen en vaartuigen met hunne inhAbeode ladingen, die tegen deze bepaling aan naar een der voor- melde plaatsen stevenen, verbeurd verklaard worden ten behoeve twee derde van den oiBcier van justitie, die de cabnge doen zal, en een derde van den aanbrenger eo daarenboven de voerders derzelve na exigentie van zaken worden gestraft als zoodanigen, welke met den vijand beulen.
En opdat niemand hiervan eenige ignorantie zoude kunnen voorwenden zal deze worden gepubliceerd op Batavia en dies ressort, in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, op Ternaten en Timor, en voorts in de UoUandsche, inlandsche en Chinesche talen worden geaifigeerd, ter plaatse gebruikelijk.
Slachtmaand. Aanmaak van brieven van credit.
Nademaal op den 10*" dezer in Rade van Indiö besfetes is om tot gerief van de gemeente op nieuw voor een bedragen van vijfmaal honderd duizend rd" aan kleiM credit-brieveD van twee honderd, vijftig en vijf en twintig rd' aan te kien maken, te weten:
1000 van aoo rd*
ISOO » 100 »
SOOO » KO >
aOOO • 25 -
en daarentegen voor een gel^k bedragen van vyfinaal honderd duizend rd* aan groote credit-brieven te doen ver nietigen, ten einde door de voonnhreven nieuwe aanmakin; de massa van het papiere geld niet te vmneerderen,
zoo wordt hiervan bij dezen aan elk en een iegetijk kennis gegeven, alsmede dat de opgemelde brieven van credit alle zullen zijn gedagteekend den 10^° van Slachtmaand 1810 en in volgender voege geteekend, als:
die van 100 rd«, gemerkt lett. G. n^ 1 tot n^ 1000, eo
ieiO. H. W. DAENOEL8. 463
die Tan 35 rds gemerkt lett. F. n^ 1 tot n®. SOOO» door dea Raad ordinair» mr. W. ?an Hoesen, en den Raad extra- ordinair van Indië, A. Hartsinck; en
die van 100 rd', gemerkt lett. D. n^ 1 tot n^'. 1500, en die van 50 rds gemerkt lett. E. n^. 1 tot 2000, door de Raden extra-ordinair, W. Wardenaar en mr. W. A. Senn van Basel,
voorts allen Yoor gezien door den direclear-generaal van '8 Konings finantién en domeinen en wijders nog onderteekend door den administrateur-generaal en den ontvanger-generaal.
Wordende de voorschreven papieren van credit bij dezen gangbaar verklaard tot de daarop gestelde waarde, zoo ter dezer hoofdplaats en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, en een ieder gelast dezelve in betaling aan te nemen zonder aan derzelver koers en circulatie eenige verhindering of stremming te veroorzaken.
Terwijl tevens aan de gemeente kennis gegeven wordt, dat door het vertrek van deze hoofdplaats van den fiscaal te Samarang, A. L. P. de Serierre, en van den gecommitteerde in de negotie-pakhuizen, J. C. Laats, welke bij publicatie van den 7^° van Herfstmaand jongstleden gecommitteerd waren tot het mede teekenen, eerstgemelde van 20,000 aan credit- brieven van één rijksdaalder en laatstgenoemde van 5000 aan credit-brieven van twee rd* en 15000 aan credit-brieven van een rd^, daartoe (voor zooverre hier aan nog niet ten volle voldaan is) op nieuw benoemd zijn, voor gedagten A. L. P. de Serierre, de gewezen drost van Bima, mr. J. H. Tobias, en voor gedagten J. G. Laats, de secretaris van Boedelmeesteren, W. van Bercum.
16 Slachtmaand. Tarief van levensmiddelen» enz. voor hH kaepitaal te Samarang.
De conunissaris-ordonnateur aangeboden hebbende een tarief van prijzen, welke voor de levensmiddelen en andere be- nodigdheden in het hospitaal te Samarang volgens de blJ
464
laiO. H. W. 0AENDËL6.
besluit Tan den 1'* yan HerÜBtmaand 1810 yoorgeadirefeD nieuwe dieet zullen kunnen worden geralideerd,
is besloten het gemeld tarief te approberen als het nummnm der prijzen, welke voor de opgemelde leyensmiddelen en benodigdheden in rekening zullen geleden worden, faidieo dezelye tegen geen mindere prijzen te yerkrygen liJn, als:
yoor een pond rundyleesch rd' — : 6
» » » karbouwenyleesch • — : 10
» » yolwassen hoen ■ — : 18
» » half yolwassen hoen • — : 6
» » portie groentens yoor de Europesen en Amboinesen:
onder de 300 koppen.
boyen • 300 »
» » portie groentens voor de inlandera . . » > B yerscbe yisch:
onder de ISO koppen
boyen » 150 •
» » portie droge yisch:
onder de 160 koppen » — : iVj
boyen » IBO » » — : i
» » bottel limoensap » — : Ï4
» • pond yarkensreusel • — : 30
pikol aardappelen, gerekend tegena
drie Bataviasche kranjangs
» » brood yan zes oneen, zijnde drie
portién » — : 8
» 100 koppen twee groote yadems brand- hout 'smaands of, iedere groote yadem gerekend tegens 14 kleine, a iedere
kleine yadem a • — : 40
terwijl yoor yersche boter, eljeren, melk, sago, TÓncbe klapper-olij en yruchlen in soort, behoorende onder de kleine uitgaven volgens reglement, als zijnde daarvoor geeo vaste prijzen te bepalen, onder ultimo van ieder maiod eene gespecificeerde rekening moet worden opgemaakt ten
i
I,
2
télO. H. W. 0A£N5ELè. iét
einde tot de uitbetaling te kannea worden geordoniMui* ceerd:
naai-looii: Toor een broek rd" — : 77,
• beddeiaken • — : B
• nrong off Java's kleedje • — : T^s
• kabaaija > — : 10
» » kuaaen of kuaaensloop, aenret of
handoek > — : 2
» lederen konen om te Tallen » — : 3
wasehJoon:
voor 100 stiiki, groot of klein » 3 : —
alles gerekend in Japanseb koper geld.
16 Slachtmaand, Tarief van levensmiddelen, enz, voor het liosfilaal te Soerabaija.
De commiaaarifl-ordonnateur aangeboden hebbende een tariei van prijzen, welke voor de leyenamiddelen en andere be- Doodigdheden in het hospitaal te Sourabaija volgens de bij besluit van den 1"" van Herbtmaand 1810 voorgeschreYen dieet zuUen kunnen worden gevalideerd,
is besloten het gemeld tarief te approberen als het maximum der prQzen, welke voor de opgemelde levensmiddelen en andere benoödigdbeden in rekening lullen geleden worden, indien dezelve tegen geen mindere prijzen te verkrijgen zijn, als:
Toor een pond mndWeescb rd' — : %*l^
» » > karbonwenvleesch » — : t'/s
» • » varkensrenzd > — : 9'/$
» » kan of twee bottels versche klappei^
oly » — :10
portie groentens voor Enropezen
en Amboinezen • — : ^
» • portie groentens voor de inhmders.. » — : ^/4 » > » visch voor de Europezen of
inlanders » — : 1
»UlAAT-BOU DRL XTI. 30
466 )0)Ö. H. W. OAENOËLd.
Toor «m kranjaog aardappelen rd* — : M
» > portie drooge yisch voor Europezen
of inlanders » — : \
» bottel lioioensap » — : Jü
» honderd koppen twee groote Tademèn brandhout 'smaands, welke daor fael gouvernement zuUen worden verstrekt,
een volwassen boen •• — : 8
• • half volwassen boen » — : 4
terwijl voor de versehe boter» eyeren, melk, sago en
vruchten in soort, behoorende onder de kleine uügaveA volgens reglement, als zijnde daarvoor geeoe vaste pr^sen te bepsko. onder ultimo van iedere maaod een gespecificeerde rekeoiig moet worden opgemaakt ten einde tot de uitbetaling if kunnen worden geordonnanceerd : naai-loon :
voor een broek rd« — : 6
» > beddenlaken » — : 3
• » sarong of Java's kleedje • — : 5
» kussen of kussensloop, servet of
handdoek > -
» » ledere kussen om te vullen • -
» • kabaaya » — : 8
wasch4oon :
voor ieder stuk groot of klein • — : 1
alles gerekend in zilver geld.
16 Slachtmaand. Wijzi^$i^ van hel regkmetU op hd colkUeraal van Chinezen^ Uoorm en MahoÊnedmien,
Al^oo in Rade van Indiê goedgevonden is de op deo ', van Lentemaand jongstleden gearresteerde ordonnantie op Af heffing^ van het collaleraal van Chinezen, Mooren en Mab<^ metanen te amplieren met de volgende bepaling, als:
Ten eerste: dat de doodgraver van hel nieuwe Ghiaesrhc kerkhof of begraafplaats wekelijks bij het coUegie van Boedel-
- H. W. ÖAÈNOÊLft. 46?
meegeren cal moeten indienen een distinet rapport van de aldaar begraven l^en, met bekendatelling, ?oor wiens rekening zulks is geschied;
Ten tweede: dat de wijkmeesters in de stad en derzelver jurisdictie wekelijks een distincte-iyst by Boedelmeesteren zullen moeten overbrengen van Chinezen, die in hun Wijk zijn overleden, met bekendstelling, wie de executeuren zijn of de Ujken hebben aanvaard, met standhouding van het by art. i van de instructie voof het collegie van Boedelmeesteren geslatueerde, mede brengende, dat, wanneer een Chinees of ander onchristen, geen Javaan zynde, mogte komen te over- lijden, de weduwe, magen, Ujfeigenen, naaste buren ot die zich by of omtrent de overledenen bevinden, gehouden zyn aan den president van gedagte collegie dadeUJk en op staande voel daarvan kennis te geven;
Ten derde : dat de eigenaars der landeryen in de Bataviasche ommelaodeh maandeUjks aan Boedelmeesteren mede zullen moeten opgeven, welke Ghinesche en Maleische inwoonders, de Javanen daarvan uitgezonderd, op hunne landen, hetzy met of zonder testament, zijn komen te overUJden, voor zooverre dezelve het middel van het collateraal subject zQn, mei bekendstelling tevens, wie de executeuren zQn of de lijken hebben aanvaard, zullende de sommatièn aan de land- eigenaars worden gezonden om dezelve aan de executeuren of aanvaarders der lijken te bessorgen.terwyi de landeigenaars, de doodgraver der Ghinesche begraafplaats en wijkmeesters, welke in het doen der gemelde opgave nalatig bUjvèn, telken reize zullen verbeuren een boete van 25 ryksdaalders, de eene helft voor den coUecteur van het gedagte colla- leraal en de Weder helft ten behoeve vaii het Chinesche
zoo is het, dat daarvan aan elk en een iegeiyk wordt kennis gegeven; en ten einde hiervan geen onwetendheid te kunnen voorwenden, zal deze worden gepubliceerd en in de Hollandsche, inlandsche en Chinesche talen ter plaatse ge- liraikelijk en in de ommelanden worden geafligeerd.
468 1610. H. W. QAÈNöËuft.
16 SlacbUnaand* Verpadiiing van de yahbandarijek en domeinm te Cheriban en te Indramajoe.
De verpagting zal geschieden by den opslag en ge- dirigeerd worden door den landdrost, met assistentie >ati den scriba.
De verpagting zal te Gheribon gehouden en de domeibeu onderscheiden worden in de Cheribonsche en Indramayoefrlie pagten» bepalende zich de Gberibousche pagten tot de Tdlgendf regentschappen, als:
Lossarie,
Gabang.
Koningang,
Tjicasso,
Telaga,
Pandjaloe,
Linga-djatie,
Radja-galo, en
Sindang-kassie : Toorts over de nieuwe districten:
Loehoeragong,
Randja,
Djapoera en
Bedoelang,
zoomede tol de hoofd-negorlJ van Gheribon, en de pagten van Indramaijoe tot de r^entschappen :
Benauwang'Wetang,
Benauwang-koelong en
Kandang-auwer ; strekkende zich uit van het district van Bedoelang id hri Oosten tot de rivier Sewoe of de grensscheiding van l^ainii* noekan in het Westen.
- De zoutpagt zal niet worden oiigehangen, als in Ik! jaar 1808 verpagt zijnde voor vijf jaren of tot den laabi^n van Wintermaand van het jaar achttien honderd en dertien^'
(^) lie deel XV. btadt. 378, art. 5.
H. W. OAENOEL8. 469
Zoomede niet bet aanmaken yan loode pitjes, welke geregtigheid insgd^ks in Wintermaand 1808 voor de rijf eerst Yolgende jaren is verpagl geworden (').
De bazaars te Cberibon en te Indramaijoe en de visscherijen te IndramaQoe zullen worden verpagt voor den lijd van drie jaren, te weten Tan primo van Louwmaand 1811 lot den laatslen van Wintermaand 1813.
Tot bel mijnen der pagten zuilen toegelaten worden, uiet alleen alle inlanders en Chinezen, welke daartoe genegen zijn, maar ook Europezen en idandsche ebrislenen, mits k'pen ambtenaren wezende, zullende zich niemand, wie hij 7lj, mogen veroorloven door zt|n aanzien, credit of invloed, dao wel door beloften, giHen of op eenige andere wtjze ' anderen af te schrikken of terug te houden om deze ver-' pagting bij te wonen of op de daarbij opgeveild wordende domeinen te bieden, sub poene van arbitraire straffe, na exigentie van zaken.
Zoodra iemand eenige pagt zal hebben gemijnd, zal liij terstond twee sufficiënte borgen moeten stellen tot vol- komen genoegen van den landdrost, die voor hunne deug- delijkheid zal moeten instaan, terwijl deze borgen, na het afloopen der verpagting, zich dadelijk, benevens de pagter, hij een secretariële acte, elk in solidum en onder renuntiatie der benefieten ordinis, divisionis et excussionis, zullen moeten verbinden tot de prompte voldoening der pagtpenningen op de daartoe vastgestelde tijden.
Bij aldien een pagter niet in staat mogt zijn sufficiënte borgen te stellen of in gebreke blijft de pagtpenningen op de overige termijnen te voldoen, zal de door dezelve aan- K^lagen pagt op nieuw worden opgehangen en aan den meest- biedende verpagl ten lasten van den voorschreven, eersten Pagter, indien dezelve minder mogt komen te renderen, als waarvoor dio door hem was aangeslagen, en zonder dat hij, lodieo de pagt hooger kwam te loopen, daarvan iets zal vermogen te eischen of pretenderen, terwijl daarenboven
{') Als yoren, bladz. 388. art. 29.
470 ^B10« K W. OAENDEt8.
tegen de nalatigen in de beitaliDg, zoowd als tf^en honiie borgen zal worden geprocedeerd met parate exeeafie op hunne personen en goederen.
Ingeval een pagter staande het pagt-termyn mogt komen te overladen of zich absent maakt, zullen z^ne eicca- t^uren of naakte erijsenamen ?erpligi wezen de aangeslagen pagt aan te houden en daarin navolgens de conditie te continueren, tot dat de pagt-tyd zal zijn geCxpiraerd of anders daarover zal wezen gedisponeerd.
Het gouverneo^ent zal ten allen tyde, in cas van insolventie van een pagter en zijne borgen, preferent wezen boven alie andere crediteuren wegens de nog onvoldane pgt-
-schaty daarvan echter uitgezonderd de legale verbanden, die op de eigendommen van den pagter en zijne beiden zullen zijn gelegd, voor dat zy pagters of borgen zijn geworden.
De pagter^ of hunne borgen zuilen nimmer om eenige surcheance van betaling der verschuldigde pagtpenniogen. veel min om remissien mogen verzoek doen, op wat foodaiiient dit ook zoude mogen wezen.
De pagtpenningen zullen door de pagters in n^nde realen van 64 stuivers moeten betaald worden, doch zonder bijvoeging van de bevorens plaats gehad hebbende 8 percent voor den lapddrost, item 1 percent tol het onderhoud der kruissers en een kwart percent ten behoeve van den onlvaoger der domeüien en zonder dat de voldoening der pagtscbat. zooals voorheen, vier maanden vooruit zal behoeven te ge- schieden, maar zullen de pagters kunnen volstaan telkens een maand vooruit te betalen, mits op den precisen dag. in dier voege, dat de pagtpenningen van Louwmaand op den eersten van die maand en zoo vervolgens worden voldaan, sub poene van in contrarie geval van de pagt te worden ontziet volgens het hici*voreu bepaalde onder art 7.
De aankomende pagters zullen gehouden wezen, een ieder, voor zoover z^n pagt aangaat» vaji de afgaande pagters over te nemen de zoogenaamde kongsies en alle andere publieke gebouwen en voorraad-schuren, item vaartuigen, ammunitie-
• 1010. M. W. DAENOetS. 471
{(oederM en verdere beDOodigtheden, welke lol de aaageslagen pagteB behooren en niel kunnen worden gerekend een eégendom van den Latnde te zijn, tegen dea prys, waarvoor deselve door de afgaande pagter» zyn oYci^nomen, met een korting erbler van vtjr ten honderd, en voorts deze gebouwen, ena. behoorlek moeien onderhouden ten einde deselve na bet aOoopen van het pagt-teroi^n in denzelfden goeden staat, als waarin zy die hebben ontvangen, aan hunne opvolgers Ie kunnen overgegeven, insgdijks onder reslitulie der daarvoor belaahle waarde «Mt een decorlalie van 6 percent, tot dat gomeide gebouwen, opstallen, enz. geheel aan den Lande zuilen zf^ vervallen, terwijl wgders zoodanige objecten, waarvan nog geen overneem geschied is en welke nogtbaiui bij de p^t bebooreii, voor de eerste maal zullen worden overgenomen t^en een billijke taxatie van deskundigen en door daartoe van weerszijden te beuoemen onpartydige per- sonen, inmiddels dat, wanneer de pagtera zich omtrent de voormelde overneem met den andoren niet mogten kunnen verstaan, zy het geschil zullen moeten laten verbiyven aan de billyke uitspraak van den landdrost.
- De pagters zullen bevryd zyn van de bevorens door hun gedragene lasten eu inzonderheid van het geven van geschenken, hetzij in gelde, dan wel in goederen, levens- middelen, als aaderzina, waarvan het geven en nemen, zoo mr ak na de verpagting, onder wat voorwendsel ook, wel ernstiglijjk wordt verboden, sub poene, dat de overtreders van dit verbod anderen ten exempel rigoureus zullen worden gestraft.
^. Oe pagters zullen zich met geen zaken buiten hunne pagten mogen bemoeijen en gevolgelyk geen aanspraak maken op prefeaeutie (ot den inkoop van goederen, koopmanschappen of producten, veel min om dezelve tegen de hunne te ver* ruilen, dan wel eenigen allcenhandel te dryveu of zich het regt aan te matigen om by uitsluiting van anderen Ie negotiêren en wat dies meer zy« aangezien zy in deze en andere gevallen geene preêminealien hebben boven andere handeldryvende persenen.
472 1810. H. W. OAENDEL8. *
De pagters zullen geen tol mogen prelendflTeii nn goederen, die voor den Lande worden in- of oitgeroerd, van en werwaarts dit ook zonde mogen wezen, tenztj die ait de eerste band yan vreemde of andere schepen ingekocht zijn en waarvan dus nog geen pagt is betaald; doch Tan alle goederen, aan particulieren toebehoorende, zal de bepaaldf tol gebeven worden, zonder dat iemand der ambtenaren, inlandscbe regenten or andere ingezetenen en evenmin hoofden der districten, alwaar de goederen verloUen, onder eenip voorwendsel hoegenaamd, daarvan exemtie zullen mogen pretenderen, met dien verstande nogtans, dat dezulken, welkp zich in 's Konings dienst van de eene plaats naar de andere moeten begeven, van de betaling der pagt vrij zuUen zijn voor de benoodigtheden, die zlJ met zich voeren, mits onder dat pretext geen negotie-goederen mede nemende, ahoo is dat geval de voorschreven concessie als vervallen zal moeten worden aangemerkt.
De pagters zullen aan de rivieren, spruiten en op alle andere plaatsen, waar zLj dit noodig oordeelen, wachters of toezienders mogen stellen, doch onder dat pretext geen lol- poorten mogen houden of tolereren, dat dezelve opgerigt en gehouden worden, noch ook van de aan hunne bandartjen enkel met brieven of ledig passerende prauwen, joekoeags en andere kleine vaartuigen eenige heffingen, hoe genaamd, mogen doen; voorts ook geen meerder tol mogen vorderen, als hun wettig competeerd, of toelaten, dat dit door hunne ondergeschikte bediendens, matta maltas of anderen geschiedt, dan wel dat zij de handelaars vexeren of iets van hun afvergen, hetzij voor ponompo of onder welke andere benamia; dat ook zoude mogen wezen, sub poene, dat bij ontdekking daarvan de pagters strengelljk zullen worden gestrafl, alzoo zij, niet alleen voor hunne eigene handelingen, maar ock voor het gedrag hunner ondergeschikten zullen moeten instaan.
De pagters der sabandbarijen zullen, niet alleen het regt hebben om alle kisten en kasten, pakken en vaatvrerk, die worden in- of uitgevoerd, ter hunner presentie te doen
H. W. DAEMOELS. 473
openea of daartoe iemand van buiuientwegen te stelleD, maar lelfa Terpligl itjn zuil» Ie doen om daardoor te beter (egeo slttikerijen van ongepermitteerde goederen te helpen waken, ten welken einde zij bij hel nazien der particuliere goederen, die de boom passeren, ook zullen moeten doen openslaan de sponsen van bet vaatwerk, zonder onderscheid, of er drooge of natte waren in mogten wezen, zullende de eigenaars van zoodanige goederen gehouden zijn den pagter m tijds van den te doene in- of uitvoer te verwittigen, met overlegging van een Itjst van het getal en de soorten en, wanneer er tol voor moet worden betaald, ook van de waarde (Ier goederen, volgens marktprijs berekend.
In gevalle de opening en visitatie der goederen aan (Ie boom nogtans te moeieltjk mogt zijn, zal de pagter bel regt hebben daarop zijn zegel te zetten om nader in tegen* woordigbeid van hem of van iemand zijnentwegen geopend en gevisiteerd te worden, terwijl alsdan de eigenaar gehouden zal zr)n dea pagter kennis te geven, waar en wanneer de opening zal geschieden; doch, wanneer hij kan verifiëren, dat de pagter op de tweede waarscbouwing niet gekomen is, zal hij geregtigd wezen dadelijk tot de opening over te gaan en wel ter presentie van den beambtschrijver en twee getuigen, ten kosten van den pagter.
Tot voorkoming van disputen zal bel den aanbrenger en uitvoerder, dan wel eigenaar der inkomende en uitgaande goederen, dewelke tol subject zijn, vrijstaan om, ingevalle hy o?er de taxatie met den pagter verschil mogt krijgen, de geregtigheid te voldoen uit de goederen zelfs in natura, dal is, van ieder honderd stukken, ponden of maten zes, lien, twaalf of meerder, na de gestelde bepaling, van wat Koort die goederen dan ook zouden mogen wezen, waarmede de pagter zich zal moeten tevreden houden.
Van de aangebragt wordende goederen, welke de l>oom niet passeren, maar op de reede verkocht en in andere vaartuigen overgescheepl worden ter vervoer naar elders, zal de voUe tol moeten worden betaald, even alsof zij wierden •
476 1810. H. W. DAENOEL8.
eigen producten en verdere goederen en daaronder ook indigo, kardamoni, taDge en staartpeper, yan welke artikelen de vervoer geheel is opengesteld, zal zes percent van de wezentlijke waarde moeten betaald worden.
- De in- en aitvoer van rijst en suiker door particulieren zal gerekend worden te behooren tot de pagt der uitgaande regten of de boom, terwijl nopens de lol dier twee artikelen zal moeten worden geobserveerd, dat de bepaalde tolgeregtig beid alleen op de uitgevoerd wordende rijst tot Tijr rd* per koijang zal gebeven worden, zonder dat daarvan bt) invoer eenige pagl zal mogen worden gevorderd, en dat voortaan ook onder deze pagt zal worden begrepen de padie, waarvan de pagt mede alleen bij uitvoer tol twee en een halve rd' ter zwaarte van een kotjang zal worden geheven en dof twee koijangs aan padie gelijk zullen slaan met een koijaog rijst; terwijl voorts de recognitie, welke daarvoor aan den Lande moet worden betaald, zal zijn vt|f en dertig rd* per koijang, namelijk wanneer dezelve naar den overwal, de eilanden der Baviaan daar alleen speciaal onder begrepen, wordt uit- gevoerd, doch zulks naar eenige plaats op het eiland Java geschiedende, zal daarvan in het geheel geen recognitie aan bet gouvernement behoeven te worden betaald, en
dal bij den uitvoer van iedere pikol, betzij poeder-, pot% kandij- of andere suiker twee rd' aan tol-geregligheid zullen moeten worden betaald.
Hel hoofdgeld der Chinezen zal geheven worden van alle Chinezen, die te Cheribon en Indramaijoe of elders in het landdrost-ambt van Cheribon gezeten zijn, tot een bedragen van vijftien stuivers 'smaands. per hoofd.
En zal dit hoofdgeld moeten worden betaald aan den pagter dezer geregtigheid in hel begin van iedere maand of uiterlijk voor den tienden dag derzelve, op verbeurte van een boete van zes rd' voor dengenen, die in gebreke zal blijven hieraan te voldoen, ten proRjfe de helft van den pagter en de helft van dengenen, die de calange zal doen.
Doch zullen van de betaling van hetzelve hoofdgdd
^ö>t).
H. W. DAENDELS. 475
% ^ ^«xen, waDDcer dezelve hun ter kcnnisse
^^ Urslond den landdrost Ie verwittigen, op
1^^ '^ honderd rd% zilver geld. boven hetgeen
"^ ^ ^mpositie zullen genoten hebben, ten
^^ *^ >ngenen, die de calange zal doen, on
- ^ '^ inbrenger.
^ ^ '^ uilvoer, zoowel van Souratsche,
'^^ 'V' ^5, *- "^Is van Corraandelsche en Ben-
- -%r '^ ^ ^*^ 'he, Ganibodiasche en Siamsche
■ ^^
^he en Japansclie of andere
<»f van den overwol, voor
te Indramaijoe. evenals te
^. en Grissee gepermitteerd zijnde, zoo
^, hielde goederen dezelfde lol geheven voorden als
ae l^L'^tstg9i^<^inde plaatsen, namelijk :
^ vaiK lynwaden, zoowel Souratsehe, Mallabaarscbe en Cei-
lor^^hc, als Cormandelscbe en Bengaalsche, helzij ruw,
\rit, gekleurd of geschilderd, zoomede zijde stoffen, kousen,
katoen en alcativen, bij invoer tien ten honderd, volgens
viarktprijs berekend, doch by uitvoer niets,
van lynwaden van Maceasser en elders uit de groote Oost aangebragt wordende, bij invoer zes ten honderd en bij uitvoer mede in het geheel niets,
van lijnwaden van Balij, China, Cambodja, Siaro of andere plaatsen vijftien ten honderd bg den invoer, doch by den uitvoer niets, en
van lynwaden, op Java geweven, by den uitvoer zoowel ate by den invoer, werwaarts dit ook zoude mogen wezen, vijf ten honderd van de waarde; 2^ van de Chinasche tabak by den invoer tien percent van de waarde en van de Javasche tabak mede by den invoer zes percent; ;><> van andere Chinasche, dan wel Japansche of verdere in deze oqgenoemde vreemde goederen, by aanbreng en zoo ook by den uitvoer, acht percent. 27, Voor de mede in dezen nog ongenoemd gebleven
476 )B1Ö. H. W. ÜIAÊNÖÈL6.
weaen hun de beaoodigde hoeveelheid amfioen te beBEorgen, doch het sal aan de ps^ers, erenals aan die van Jata's Oosthoek en Java'a Noord-Oostkust, aqn vergund zehe dal heulsap op BaliJ en elders in te koopen, onder toodanige reslrictidn, ah daaromtrent zijn gemaakt.
Omtrent de pagt der haneyeehtertjen tullen tot be- vordering der goede rust en orde, mutatis mutandis, deselfde voorwaarden en restrictiên moeien vrorden geobserveerd, als omtrent de amfioen- en dobbelkitten zijn vastgesteld en beraamd.
De visscheryen zullen worden verpagt onder de vol- gende voorwaarden, als:
1^ dat aan den pagter in gebruik zullen worden g^evende vijvers en andere plaatsen, die, zoowd binnen 'shnds. als langs de zeestranden, te voren voor de vissdierijeii dienende waren of hem nader op zijn verzoek zullen worden vei^und, met vryheid de daaruit proflnerrade visch tot zijn meeste profijt te verkoopen;
2® dat hij het regt zal hebben van alle versche visch. gesneden of gekurven, gedroogde, gezoute, gepekelde, traasie of Madjan of wat benaming men daaraan ook zoude kunnen geven, en dus ook van alle soorten van garnalen, te heffen zes percent bij den invoer en uitvoer;
S^ dat bij daarentegen gehouden zal zifn aan het gouver- nement op requisit gedroogde visch te leveren van de volgende soorten en prijzen, waartoe hlJ altijd een bekwamen tijd vooraf zal gewaarechouwd worden, ais: de pikol kaalkop voor rd' 9
• ■ gabos » • 7
» • zee baggers • » 5
• » differente soorten > • 8
waarvan de betaling aan hem uit 's Lands kas te GherilioD zal geschieden in zilver geld.
- Onder de gemelde condiliên zullen ten dage van if verpagting bij publieke opveiling aan de meestbiedenden de volgende domeinen worden afgestaan en overgelaten:
IglO. H. W. DA£NDet6 ie CheribMi
476
de inkomende en uitgaande regten, daaronder begrepen de uitgevoerd wordende ryst en suiker, het hoofdgeld der Chinezen eu het alagten van varkens; de topbanen, te weten: zes in de hoord-negorij van Glieribon, daaronder Pleret, Kalie Tandjong en Tjiepietjong, een in de hoord-negorlj Lossarie, Gabang* LoehoeragoRg, Radja^ of Soebaog. Pandjaioe, Talaga, Koningang, Tjicasso, Lingadjatie, Radja Galo, Sindang Kassie^ bij Pangaringang voor de hoofd-negorij Ojapoera, IQ de negorij Bedoeiang; de amfioen-lcitten, als: zes te Gheribon, daarvan een te Kalie tanjong of daar omstreeks, » • Pleret,
* Tjiepietong, en
drie in de hoofd-negorij,
dertien, en daarvan een in ieder der onder hel lioofdeel der topbanen aangewezen hoofd*oegoryen,
de hane-vechterijen, welke op dezelfde plaatsen als de topbanen en amGoen killen zullen mogen worden gehouden ; de bazaars, als: in de hoofd-negorij van Gheribon: een bij de passeerbaan van Sultan Sappoe, ' B • » • » Anum,
4dÖ 1^10. H. W. &AËMl>ÈLft.
een bij de kampong Kesapieton,
• » Panraksang of kalie Tanjong,
• • Merel ;
iu hei district Bedoelang: een Ie Bedoelang,
• » Astana^
» Garang Anjer mei de otenraart; in bet district Djapoera:
een te Moendoe, » » Djapoera of Pangaringang; in het district Gabaog: een in de hoofd-negorij van Gabang,
• » » kampong Goenong Sarie; in bet district Loehoeragong :
een te Loehoeragong,
• bij Tjieaawie;
in het district Randja: een l)lj Kandja,
• • Soebang ;
iu liet district Lossarie: een in de hoofd-negorij van Lossarie, » bij Tjibimbing, » . Wallet;
in het district Panjaloe: een in de hoofd-negorij van Panjaloe,
bij de passangrahan Qualij,
» > > » Pangaragong;
in het district Telaga: een in de lioofd-negorij van Talaga, » bij de negorij Singkoep,
» » » Lebakwangie; in hel district Koningang:
een in de hoofd-negorij van Koningang, » • » negorij Tjimindie, » • » • Darma; in het district Tjicasso:
léio. H. w. DACNoeta 4ói
een in de hoofd-oegorH l^icasso,
negory Tjüimoes, 9 • 3 • 'HmiMuig;
in het diatriGt Linga Djatie: een in de hoofii-negorij Linga Djatie,
• » negory Sindang Djawa,
» » > Sielieboe;
in het district Radja Galoe: een in de hoofd-negorij yan Radja Oaloe»
bij de Paesangrahan Bongas of bij Limoeding,
» » » • en overvaart te Karang Sambong
in het district Sindang Kassie:
een in de hoofd-negorij, van Sindang Kassie, M » 9 negorij Soeka Sarie, 9 9 9 9 Paningkierang;
zallende buiten deze, over de voormelde veertien districten verdeelde veertig bazaars de pagter nog vrijheid hebben bij iedere bazaar op een behoorlijken afstand twee warougs aan te houden op zoodanige plaatsen, als daartoe het best gelegen zijn en hem door den landdrost zullen worden aangewezen;
terwijl voorts, als van ouds, de houders der warongs en kraamtjes in de Ghinesche campong te Cheribon, Batobia en Karang Anjer de maandelljksche pagt aan den pagter der bazaars zullen moeien opbrengen;
het slagten van buffels en ander hoomvee en van schapen en geiten, enz. op de subsislerende conditiên, nogthans met deze ampliatie, dat de verkoop van dat vee voor de slagteryen in het vervolg niet meer zal mogen plaats vinden in de dessas, maar zal moeten geschieden op de bazaars, hier voren gemeld; zullende op ieder bazaar eenmaal *s weeks buffels, koeijen, paarden en ander vee mogen te koop gebragt worden, op zodanigen dag, als het best zal conveniêren, 't welk over de veertien voormelde districten door den landdrost zoodanig zal moeten worden verdeeld^ dat op elke dag der week in twee districten, die het verste van elkander gelegen zijn, vee bazaar zal worden gehouden.
n^lAAAT-lon DIBL XVI. 31
482 IdlÖ. H. W. OA£NO£L&
Te IndiWimjoB:
de inkomende en uitgaande regten, eyenak te CboiboD, het hoofdgeld der Chinezen,
het slagten van Tarkens, van bnffeb en auto- vee, etMtls voor Cheribon bepaald is en ender dezelfde eonditiêD, de topbanen,
viraarvan er in het distriet van Indrama^, hier v«»ren be- schreven, uitmakende drie regentschappen, negen zuU^i wezeo toegestaan of in ieder regentschap drie en wd by de bazaars hier onder te noemen: de amfloen-kitten,
van dewelke er mede negen of bij iedere bazaar een zal gepermitteerd zyn, de bane-vechterljen,
zullende evenals de amfioen-kitten en fopbanen lot n^gen in getal in de nabijheid der bazaars mogen gebonden worden : de bazaars:
in het district Benauwang Wetang: een in de nieuwe hoofdnegory Gigissik, bij de negorij Tjiepietjong, bij de veldschans te Indramayoe; in het district Benauwang Koelong: een by de negory Djatie Toejoe,
9 » Loebener Koelong, » » Passekan; in het district Kandang Auwer: een in de hoofdnegorij van Kandang Auwer, • negorij Selea, » • Tjelandak ; terwijl by de gemelde bazaars, evenals by die van Gh«iboiu nog zullen mogen worden gehouden twee warongs op eea voldoenden afstand van gedagte bazaars en de houdera der Ghinesche warongs en kraamtjes te Indramayoe almede eene maandelyksche pagt aan den pagter der bazaar uMieteD op- en.
- H. W. DAENOCLS. 48S
Ed opdat niemand bienrao eenige ignorantie xoode kunnen pretenderen, zal deze, loo te Batavia en te Gheribon en Bantam, ais op Jara's Noord-Oostkust en in Java's Oosthoek worden gepubliceerd en in de Hollandsche, inlandsche en Ghinesebe talen worden geftlfigeerd ter plaatse gebruiket^k.
16 Slachtmaand. Bepalingen nopens steenbakkers en kalk* branders.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat de steen- bakkers en kalkbranders hunne vaartuigen en werklieden aanhoudend noodig hebben om aan de aanvragen van kalk en steen ten behoeve van 's gouvemements onder handen zijnde gebouwen en werken zonder interruptie te kunnen Toldoen ;
heeft besloten, dat de vaartuigen en werklieden der steen- bakkers en kalkbranders tot weder opzeggens toe verschoont zullen zijn van alle requisitiën ten dienste van het gouver- Dement, hoe ook genaamd, met strenge last aan een ieder, die het zoude mogen aangaan, om te zorgen en te doen zorgen, dat de steenbakkers en kalkbranders het onbelemmerde effect van deze dispositie genieten; met interdictie aan aDe steenbakkers en kalkbranders om aan niemand, wie hel zij, kalk of steen te verkoopen, zoo lang zij niet aan het gouver- nement hebben geleverd die quantiteit kalk of steen, waarop zij door den majoor-directeur Schultze zullen getaxeert worden.
16 Slachtmaand. Voorschrift nopens inlandsche bedienden van Europeanen ie Buitenzorg.
Is besloten, dat geene der civiele of militaii*e geêmploijeerden te Buitenzorg boejangers als grassnijders of tot andere eindens in dienst zullen mogen hebben tegm eene mindere betaling ah van acht stuivers, koper geld, daags, per hoofd, en dat deze betaling zal moeten geschieden aan de boejangers zelve zonder tusschenkomst van eenige Javaansche of inlandsche hoofde».
484 Id^O. H. W. OAENDÊLS.
17 Slachlmaand. Ymruhtifl nopent hel leoerm wm koeli's door particuliere hnd'^igenaren bij lanJüigvan een vijand Ie Balavia.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende de noodzakdykbeid om zich een prompte executie te yenekeren van hoogst deszelfs orders om bij eene landing van den Ti}and ter hoofdplaatse Batavia met den mecsten spoed de geprojecteerde verstoppingen te maken in de groote rivier langs hei ge- retrancheerde camp te Meester Gomelis en in de slokkan. alsmede te doen uitgraven een gragt van de groote ririer tot aan de slokkan welmeld en eindelijk te laten omver- kappen de boomen en andere ruigtens, welke aan de directie van het vuur der redoutes in it nabijheid van Meester Gomelis hinderlijk zQn;
en considererende, dat het hiertoe benodigde getal vao drie duizend koppen uit de opgezetenen der particuliere landen in den omtrek van Heester Gomelis kan worden gefoaroeert zonder eenig aanmerkelijk bezwaar, uithoofde dat honoe diensten ten voorschreven einde slechts vier a v^f dagen zullen nodig zijn, om niet te spreken van de verpligting voor ieder onderdaan en ingezetenen om op een tijd, dat de kolonie bedreigt wordt, alles voor haar behoud op te zetten; heeft besloten, dat in de aangegeven omstandigheid nn de ondervolgende landerijen zullen moeten worden gefour- neert, als:
van het land Hatraman koppen 300
poelo Gadong » 900
Struiswljk . 300
Tjililitan . 100
Minting • 100
kampong Mahiijoe • 200
Quitang • 100
pondok Bamboe « 100
Salemba . 500
Transporteere koppen ttOO
- H. W. DAENDEL8. 485
Per transport .... koppen SSOO
▼an het land Kaijoe-poetie » 100
• • • Jati-nagara » SOO
• » > Kamang > 300
» » « Tjipinang » 100
• 9 9 imareL* ••••■.••..•.•••••.•• * luu
of te zamen koppen 3000
met last voor de eigenaren van die landen op hanne verantwoordelijkheid om te zorgen, dat een ieder het ?an zyn land gereqnireerde getal manschappen steeds zoodanig gereed honde, dat dezehe ten allen tijde binnen Tier en twintig uren op de post Meester Gomelu vergadert kunnen wezen, voorzien van parangs of goloks, en een mandadoor by iedere vijftig man, om te staan ter dispositie van den oudsten oiBcier van de genie, aldaar aanvirezig; voorts te bepalen, dat de gedagte manschappen voor dien tijd zullen genieten de ordinaire dag-Ioonen der koelie's en "uit den voorraad van den Lande te Meester Gornelis zullen worden gespLjzigt met een katje rijst ieder daags.
19 Slachtmaand. Maatregelen tegen (mmllige inieekenaren op zekere lijst.
Op de door den kerkmeester, 6. M. de Wit, by een adres iogebragte klagten, dat verscheidene personen, welke op de coUecte-lyst voor den opbouw eener gereformeerde kerk hebben ingeteekend, nalatig blijven in het voldoen der four- iiissementen, waarvoor zy hebben ingeschreven;
is besloten gemelden kerkmeester te autoriseren boven- gemelde personen als nog tot de voldoening der gedagte fournissementeu te doen aanmanen en by verdere nalatigheid tegen hen te procederen tot betaling by parate executie.
21 Slachtmaand. Reglement op hel gebruik van pedatVs iusschen de Jakatrasche en Cheribonsche Preanger- regentschappen tot Soerabaija toe.
Art. 1. 'Tot transport, zoo van 's Gouvemements, als van
486 V^O. H. W. OAENDI.L8.
particuliere goederen, gerekend van het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Gheribonscbe Preanger-regentachappen af tol Sourabaya toe, zullen, ofenals in de Bataviasche onundandiw. voortaan worden gebruikt, instede van battoors, pedatüea of buffel-karren.
Art. 2. Deze pedattiea zullen moeten geconstmeerd i^ navolgen» 't model, Hgeen van Sourabalja aan de reapeetive landdrosten gezonden is.
Art. 3. Het getal buffels of trekdieren, voor deze karren benoodigd, zal dow den Gouverneur Generaal, op voordragt van de landdrosten, naar mate van de meerdere of mindere navraag naar dit voertuig worden bepaald.
Art. 4. De eerste uitgaven voor deze pedatties en bollels, zoomede derzelver onderbond, zal geheel zijn voor rekening van de regenten, welke daarentegen zullen gedechargeerd wezen van bet aanhouden en bekostigen der gladdak, welkers manschappen en paarden ten hunne laste waren, en verder zullen genieten de inkomsten, die het gebruik der pedatties zal afwerpen.
Art. 5. In het enkelde geval, dat 'door den Gouverneur Generaal battoors tot transport van goederen zouden mogen worden gepermitteerd, zal aan de regenten een redetykea tyd gelaten worden om dezelve byeen te brengen en aan fami niets hoegenaamd door de regenten behoeven te worden verstrekt, als betaald wordende door degenen, ten wiens dienste zy zyn geaccordeerd.
Art. 6. De pedatties zullen op dezelfde plaatsen verwisseleB als de paarden van de postwagens; en de hinddrosten moeten zorgen, dat by de stations, alwaar nog geen campongs zyn, campongs aan de wegen worden aangelegd voor het volk. die deze buffels in opzicht hebben, ten einde de buffels, wanneer zy tot geen transporten van pedatties worden gebruikt, voor den landbouw te empioyeren.
Art. 7. Voor zoover die campongs in streken zullen wordeo aangelegd, die thans niet behooriyk bebouwd zyn, zullen de landdrosten moeten zorgen, dat, behalve het benoodigde tot
1810 H. W. OACNOELS. 487
oDderiioad voor het ?oIk, 't wdk de buffels in opsigt lüeft, 10 gemelde landdrost-ambten zoodanige voortbrengselen worden aangekweekt, welke den landbouw bevorderlyk kunnen zyn, als bij Toorbeeld katjang tot olie in de Jaccatrascbe en Gheri- bonsehe PreangerHregentscbappen, enz.
Art. 8. De pedatties zullen op bet achterste paneel de namen Toeren van het regentschap, waartoe zij behooren, en genommerd zijn van n^ 1 tot het volle getal der pedatties, in ieder regentschap aanwezig, welk getal steeds zal moeten worden compleet gehouden.
Art. 9. Ieder pedattie zal bespaimen worden met em span bafiels als wel trek-ossen, indien de laatste even goed of sterker als de buffels zijn, en aan Tracht moeten hiden twaalf honderd ponden, ten ware de pedatie met een minder gewigt in ruimte volladen was.
Art. 10. In bergachtige streken echter, waar de wegen door aanhoogtens ongelijk zyn, zullen de pedatties met twee spannen buffels worden bespannen en in dat geval het dub- belde van het hierna te meldene pedattie-loon moeten worden betaald.
Art. 11. Voor een pedattie, beladen met twaalf honderd tot acht honderd ponden of volladen in ruimte met een minder gewigt, zal voor ieder paal van twintig minuten abtand moetmi worden betaald zes stuivers, zilver geld.
Art. 12. Doch een pedattie een minder gewigt inhebbende als van twaalf honderd tot acht honderd ponden of met betzelTe niet volladen zijnde, zal daarvoor per paal proportioneel minder worden betaald, als: ▼an acht honderd tot zes honderd ponden, vijf stuivers, van zes honderd ponden en daar benden, vier stuiTors. Art. 13. Voor vracht van een pedattie, dienende tot trans- port van slaven of andere personen, zal, gerekend per paal, het navolgende in zilver geld moeten worden betaald, als : voor een persoon, vier stuivers, " twee personen, vier en een kwart stuiver, » drie ■ . » » halve »
488 ^B^O. H. W. DAENDCLa
Yoor Tier personen Tijf stnivers, » Yijf 9 • en een kwart staiTer,
• zes > • u • halye »
» zeven > zes stuirers, onverschillig of het volwassenen dan wel kindermi zyn, \ ieder pedattie niet meer als zeven koppen mogen opnenran.
Art. 14. Van het reizen met pedatties zullen geene andere personen gebruik mogen maken als dezulke, aan wieo de wet niet vergunt, dat zij op de postwagens worden toegébilai^ en die niet verkiezen te paard te reizen, waartoe z^ toI- komen vrijheid zullen behouden, moetende de bepalingen, daaromtrent bij het generaal post-reglement gemaakt, verstaan worden te blijven in hare volle kracht.
Art. IK. Iemand, zijn eigen voerwagen gebruikende, Hzl) tot transport van goederen of van personen, en OCTliJk maar verspanningen van buffels vragende, zal voor ieder qan buffels van vieren per paal moeten betalen zes stuivers en voor een enkel span vier stuiVers, mits hun rijtuig niet boven de twaalf honderd ponden geladen heeft of er meer als zeven koppen op zQn opgenomen.
Art. 16. Indien een pedattie onder weg door de huurders op deze of geene plaatsen wordt aangehouden of deseb e, gereed zynde zijn vracht in te nemen, door schuld der hnnrdcn moet wachten, zal daarvoor per uur twee stuivers, zOvm- geld, aan de huurders worden in rekening gebragL
Art. 17. De vrachtloonen der pedatties zullen, evenals van de postwagens, vooruit moeten worden betaald aan degenen, die tot de ontvangst geautoriseerd zullen zijn do<Nr den regent van bet regentschap, tot hetwelke de pedatties behooren.
Art. 18. De benoodigde buffel-karren tot het doen van transporten voor het gouvernement zullen door de daartoe bevoegde administratiên of ambtenaren schrifteltfk, distinctief en, zooveel mogelijk, in tijds van de landdrosten moeten worden aangevraagd, terwijl de landdrosten gehouden zullen weien aan deze aanvrage te voldoen en de transporten van het gouvernement bij benoodigtheid te doen dekken door eenige
- H. W OAENOetS. 469
djatjang sekan, dan wel in het landdrost-ambt der Jaecatrasche en Gheribonsche Preanger-regentschappen door oppaaaen en gewapend volk uit de regentschappen, waaromtrent de bepaling, zoo ten aanzien van de noodzakel^kheid, ak van het getal, aan het doorzigt en de Terantwoordelijkheid der landdrosten wordt orergeiaten.
Art 19. Het Traehtloon Toor de transporten van het gouvernement zal door de landdrosten direct in zilver geld moeten worden betaald en deze betaling bij hunne kassa- rekeningen door overiegging van quitantiên en van de vermelde schriftelyke aanvragen moeten worden geverifieerd.
Art. 20. De pedatties van het eene regentschap zullen op de passeerbaan van het volgende regentschap en zoo vice versa moeten verwisselen en mitsdien ook de goederen uit dezelve aldaar in die van het volgeode regentschap moeten worden getransporteerd, zoodat de pedatties nimmer een langer traject zullen doen als van de hoofd-negorij van het regentschap, waartoe zLJ behooren, tot de hoord-negorij van bet aangrenzende regentschap; gevolgelijk dat de betaling van het vrachtloon telkens bij de verwisseling der pedatties lal moeten geschieden.
Art SI. De landdrosten en de commissarissen der wegen en postert)en zullen de naauwkeurige uitvoering van dit reglement surveilleren en vooral moeten zorgen, dat geen vertraging in het transport van goederen plaats vinde.
Art. 23. Dit reglement zal met den eersten van Bloeimaand 1811 algemeen worden ingevoerd en, zoo te Batavia als dies ■"Mort, en op de differente landdrost-ambten van Java in de HoUandsche en inlandsche talen worden geaflSgeerd ter plaatse gebmikelijk.
Zie ook 16 Bloeimaand 1810 en 21 Louwmaand 1811.
21 Slachtmaand. Vervolg op de bepalingen nopens pa liu culiere djati-hosschen, vastgesteld op i^;;^ 18i0.
k goedgevonden en verstaan te bepalen :
490 1810. H. W. OAEMOELS.
Tra eenten: dat de bQ poMieatie fw dn 4* luBorbt- ■nand joigaÜadcD gaordoBDeeide hraiidiiig vaDlirtjatl9*lKMii twee maal 't jaan eo wd Toor altüno van Lente- eo altiiBo Tan Herfrtmaand zal moeten gesekieden.
Ten tweeden: dal de eigenaren Tan boaBchen, Traarin, of landen, Traarop het jaltij-hoat Talt, TerpKgl nllen lyn toot de helft Tan ieder dezer maanden aan de landdroeten op te geTon, booTod hoot en waar by hun gereed legt om gebraad te moeten worden, znllende by Torznim bierran het jatlQ- hoBt moeten M^Ten oToieggen tot de eerBtTdgende gele- genheid, dat er weder gebrand wordt.
Ten derden: dat de branding Tan wegens den landdroet der BataTiaaebe ommebnden door deazdb schouten en tub w^ens de oTerige landdroeten door een dergeiyk, gequalifieeerd persoon zal kunnen geschieden, mits tebens door de land- drosten daartoe speciaal gequalifieeerd z^nde, onder OTorgaTe Tan de lijsten der houtwwken, die gebrand moeten worden, met interdictie aan de schouten der BataTiasehe ommelanden of andere daartoe in de onderscheidene landdroe!e&«nbten gebruikt wordende personra om geen meer bout te brandoi, als waartoe zQ door de landdrosten gequalifieeerd zyn, sub poene Tan arbitraire correctie.
Ten Tierden: dat de brandyzers Toor de landdrosten aan deaelTo Terstrekt zullen worden.
Ten Tyfden : dat de by Toormelde publicatie bepaalde beflfing Tan 10 percent der uitkoops waarde Tan de gebrande hout- werken door de landdrosten ontTangen en telkens na afloop der branding in 's gouvernements kassa Terantwoord zullea moeten worden.
Ten zesden: dat jaarUjks by het gouTemement door de landdrosten moeten ingezonden worden accurate lysten Tan de houtwerken, die op hun last gebrand zyn, en by hun bewaard bUjTen de schriftelyke aanvrage, die daartoe gedaan worden, en
Ten zevenden: van deze bepalingen by publicatie aan de gemeente kennis te geven.
- H W. DAENDELS. 491
21 Slachtmaand. Rangregeling van den mce^pre^ident mn hel coUegiê van kuwelijksche en Ueine gerechts- zaken.
Ia goedgevonden en verstaan om aan den viee^resident van het collegie van huwelijksche en kleine gerechta-zaken toe te voegen den rang naast die van oud Schepenen en om daarmede de rang-iyst te amplieeren.
21 Slachtmaand. InlreklUng van hel bepaalde op 19/27 Louumaand 1810 nopens langanan's van visschers.
Is goedgevonden en verstaan voor het aanstaande jaar en den vervolge in te trekken en buiten effect te stellen de publicatie van den S?"" van Louwmaand laatstleden, houdende de weder toelating van de langanangs op de vischmarkt, en door den pagter te laten leveren het benoodigde voor de visschers; voorts daarvan bij de pacht-conditiên voor het aanstaande jaar 1811 annonce te laten doen.
21 Slachtmaand. Bepalingen nopens den verkoop van Regeringswege van rijst bij de kleine maat.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: enz.
Ten derden: te bepalen» dat voor ongelden wegens den verkoop van rijst bij de kleine maat zal mogen worden gebragt rijksdaalders 73 : 36 voor ieder IS coijangs, welke door de collegito van huwelijksche en kleine gerechts-aaken en Wees- en Boedehneesteren bereeds zijn en nog zullen worden verdebiteerd.
Ten vierden: aan de leden van huwelijksche en kleine gerechts-zaken en Boedelmeesteren voor hun tijdverzuim toe te leggen een douceur van 100 rijksdaalders 'smaands om door ieder dier collegien onder de leden te worden ver- deeld of om te worden uitgereikt aan de leden, na evenredigheid at| bij den verkoop van rijst zullen hebben geassisteerd.
490
- H. W. OACI«OEL«.
Tei eereten: dat de bij paWicaUe nn den 4-» TanHerfil- maand jongstleden geardonneerde branding Tan liet jatty-houi twee maal '» jaare en wel voor ultimo van Lente- en ultimo Tan HerCstmaand zal moeien geschieden.
Ten tweeden: dat de eigenaren Tan boeschen, waarin, rf landen, waarop bet jatUJ-hout Tall, Torpligt zuUen zijn toot de belft Tan ieder dezer maanden aan de landdrosten op te gOTon, hooTeel bout en waar bij bun gereed legt om gebrand te moeten worden, zuUende bij Torzuim bierTan het jalty- bottt moeten blljTen oTerleggen tot de eeretTolgende gde- genheid, dat er weder gebrand wordt.
Ten derden: dat de branding Tan wegens den landdrost der BataTiasche ommelanden door deszelfs schouten en Tan wegens de oTerige landdrosten door een dergelijk, gequalificeerd persoon zal kunnen geschieden, mits telkens door de land- drosten daartoe speciaal gequalificeerd zijnde, onder oTorgavc Tan de lysten der houtwerken, die gebrand moeten worden, met interdicüe aan de schouten der BataTiasche onunelandeD of andere daartoe in de onderscheidene landdrosten-ambten gebruikt wordende personen om geen meer hout te branden, als waartoe zy door de landdrosten gequalificeerd zyn, sub poene Tan arbitraire correctie.
Ten Tierden: dat de brandyiers Toor de landdrosten aan deselTe Teretrekt sullen worden.
Ten Tyfden : dat de by Toormelde publicatie bepaalde heffing Tan 10 pertent der uitkoops waarde Tan de gebrande hout- werken door de landdrosten ontTangen en telkens na afloop der branding in 's gou?ernement8 kassa Terantwoord zullon moeten worden.
Tett tesden t dat jaariyks by het gouTemement door de liinddrosten tuo^ieii ingezonden worden accurate lysten ^an di^ limttvvcrketi, die op hun last gebrand zyn, en by huo beu^aril bUjTHt 4e sehrinelyke aauTrage, die daartoe gedaan wurdta, en
Ti^t teTend^n van deze bepalingen by publicatie aan de gt^eeute keniib ii^ geTen.
- H W. DAENDELS. 491
21 Slachtmaand. Rangregeling van den vice-preiident van hel coUegiê van kutveiijk^he en kleine gerechts- zaken.
la goedgevondeo en verstaan om aan den viee-preeident ▼an het collegie van huwelijksche en kleine gerechts-zaken toe te voegen den rang naast die van oud Schepenen en om daarmede de rang-iyst te amplieeren.
21 Slachtmaand. Intrekking van hel bepaalde op 19/27 Louwmaand 1810 nopens langanan's van visschers.
Is goedgevonden en verstaan voor het aanstaande jaar en den vervolge in te trekken en buiten effect te stellen de publicatie van den S7^ van LouvirmaaDd laatstleden, houdende de weder toelating van de langanangs op de vischmarkt, en door den pagter te laten leveren het benoodigde voor de visschers; voorts daarvan bij de pacht-conditiên voor het aanstaande jaar 1811 annonce te laten doen.
21 Slachtmaand. Bepalingen nopens den verkoop van Regeringswege van rijst hij de kleine maal.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: enz.
Ten derden: te bepalen, dat voor ongelden wegens den verkoop van rijst bij de kleine maat zal mogen worden gebragt rijksdaalders 73 : 36 voor ieder 1^ coijangs, welke door de coUegien van huwelijksche en kleine gereehts-aaken en Wees- en Boedehneesteren bereeds zijn en nog zullen worden verdebiteerd.
Ten vierden: aan de leden van huwelijksche en kleine gerechts-zaken en Boedelmeesteren voor bun tijdverzuim toe te leggen een douceur van 100 rijksdaalders 'smaands om door ieder dier coUegien onder de leden te worden ver- deeld of om te worden uitgereikt aan de leden, na evenredigheid itj bij den verkoop van rijst zullen hebben geassisteerd.
490 1810. H. W. OAEI«OeL6.
Ten eereten : dat de blJ poblïcatie van den 4* ?aji flerfil- maand jongstleden geordonneerde branding fanketjalt^-hoat twee maal 's jaare en wel voor ultimo van Lente- en oltiina Tan HerCstmaand zal moeten gesehieden.
Ten tweeden: dat de eigenaren Yan boeschmi, waarin» of landen, waarop het jattij-hout valt, verpligt zoUen i^d yoot de helft van ieder dezer maanden aan de landdroBten op te geven, hoeveel hout en waar by hun gereed legtwigelM^iid te moeten worden, zullende by verzuim hiervan het jatt^ hout moeten blijven overleggen tot de eeretvolgande grie- genheid, dat er weder gebrand wordt.
Ten derden: dat de branding van wegens den landdrost der Bataviasche ommelanden door deszelfs scboutoi eo van wegens de overige landdrosten door een dergeiyk, gequalifieeerd persoon zal kunnen geschieden, mits telkens door de land- drosten daartoe speciaal gequalifieeerd zynde, onder overgave van de Ujsten der houtwerken, die gebrand moet» woideo, met interdictie aan de schouten der Bataviasche ommebnden of andere daartoe in de onderscheidene landdrosteB-ambtea gebruikt wordende pmM>nen om geen meer bout te branden, als waartoe zy door de landdrosten gequalifieeerd syn» aiib poene van arbitraire correctie.
Ten vierden: dat de brandyzers voor de landdrosten aan dezelve veretrekt zullen worden.
Ten vyfden : dat de by voormelde publicatie bepaakie befling van 10 percent der uitkoops waarde van de gebrande iiottt- werken door de landdrosten ontvangen en telkens na afloop der branding in 's gouvernements kassa verantwoord znllto moeten worden.
Ten zesden: dat jaarUjks by het gouvernement door de landdrosten moeten ingezonden worden accurate lysten van de houtwerken, die op hun last gebrand zyn, en by hun bewaard bUjven de schrifteUjke aanvrage, die daartoe gedaan worden, en
Ten zevenden: van deze bepalingen by publicatie aan de gemeente kennis te geven.
- H W. DAENDELS. 491
21 Slachtmaand. Rangregeling van den trice-preiident van hel caUegie van kuwelifksche en Ueine gerechtS' zaken.
h goedgevonden en verstaan om aan den viee^reeident van het collegie van huwelljksche en Ueine gerechte-zaken toe te To^en den rang naast die van oud Schepenen en om daarmede de rang-iyst te amplieeren.
21 Slachtmaand. Intrekking van hel bepaalde op 19/27 Louwmaand 1810 nopens langanan's van visschen.
Is goedgevonden en verstaan voor het aanstaande jaar en den vervolge in te trekken en buiten effect te stellen de publicatie van den S7^ van Louwmaand laatstleden, houdende de weder toelating van de laoganangs op de vischmarkt, en door den pagter te laten leveren het benoodigde voor de visschers; voorts daarvan bij de pacht-conditiên voor het aanstaande jaar 1811 annonce te laten doen.
21 Slachtmaand. Bepalingen nopens den verkoop van Regeringswege van rijst bij de kleine maat.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: enz.
Ten derden: te bepalen, dat voor ongelden wegens den verkoop van rijst bij de kleine maat zal mogen worden gebragt rijksdaalders 73 : 36 voor ieder 12 coijangs, welke door de coUegiên van huwelljksche en kleine gerechts-zaken en Wees- en Boedeüneesteren bereeds zijn en nog zullen worden verdebileerd.
Ten vierden: aan de leden van huwelijksche en kleine gerechts-zaken en Boedelmeesteren voor bun tijdverzuim toe te leggen een douceur van 100 rijksdaalders 'smaands om door ieder dier coUegien onder de leden te worden ver- deeld of om te worden uitgereikt aan de leden, na evenredigheid ^ bij den verkoop van ryst zullen hebben geassisteerd.
492 1910. H. W. DAENDEL8.
Ten yyfden: Toor spillage als anderaints aitn ieder der drie coUegiéa rijksdaalders 50 per maand te aocordeeren.
21 Slachtmaand. Vereeniging tfon de regeniMAappen Kendal en KaUwoengoe.
21 Slachtmaand. Machtiging op den Gouvemeur^Generaal jaarlijks twee a drie^ tot zijne huishouding bdioorende gouvemementS'Slaven bij wijze van belooning voor goede diensten te emanciperen.
Daendels deelde ter zake aan de Hooge Roering mede, dat hij sedert zijne komst in Indië zich »als een regd Toorge- schreTcn had jaariijks aan eenige slaven, dewelke boTen hunne kameraden zijne excellentie met trouw en yrer dienden, derzelver vrijheid te scheuken, door welk vooruitzicht alleo tot eene ijverige dienstverrichting werden opgewAt en hoogstdezelve zich doorgaans had kunnen onthouden van het aanwenden dier strenge middelen, welke andere eigenaars van slaven emploijeerden om derzelver lijfeigenen tothanneo plicht te houden, terwQl in het enkelde geval, dat xyne excellentie zich in de verplichting gebracht had gevonden een kwaadwillige, wiens hart en wandel slegt was en wie op het verkrijgen van zijne vrijheid geen prijs scheen te stellen, te straffen met kettingslag, welke strafoeffening niet had kunnen missen een gewenschten indrok voort te brengen en de andere lijfeigenen van wanbedryven en misgedragittgen terug te houden;
dat zyne excellentie de verdere opvolging van dezen regel mitsdien van het grootste nut voor den Gouverneur GenerttJ beschouwde, alzoo daardoor in eene huishouding en omalag van dien aard, als die van een Gouverneur Generaal, bet onderhouden van een goede orde onder de bediendens door het voorschreven vooruitzicht op belooning en de vrees voor straffe op eene gemakkelijke wijze werd gekregen en geeon* serveerd, daar integendeel de noodzakeiykheid om deze om-
IdiÜ. H. W. ÓAENOELé. 49S
slagtige hnisbonding door Treemden te doen besluuren de grootste oadeelen Toor de belangeos van den GouTemeur Generaal met het Teronaehtiamen van gemelden regel zonde moeten doen Terwaehten; dan, nademaal hoogstdezeWe geeoe vrijheid Tond denzelven regel zonder eene authorisatie dezer vergadering verder van applicatie te doen zijn, nadat de lyfeigenen, behoorende by de behuizingen van den Gouverneur Generaal, het eigendom gevirorden waren van den lande, proponeert boogwelmelde zijne excellentie deze regeering den t^delijken Gouverneor Generaal te authoriseeren om jaarlijks van ^sLands lijfeigenen, geattacheerd aan zijnen dienst, twee of drie, wdke hem. door hunne diensten en trouwe het meeste genoegen zouden hebben gegeven, met hunne vrijheid te begiftigen, benevens hunne vrouwen en kinderen, als zij die hadden, behoudens de verplichting om de opgemelde vrij gegevene lyfeigenen door baarsche slaven te suppleeren'*.
~ Slachtmaand. Vergoeding voor ten behoeve van den Lande gerequireerde schepen en vaartuigen.
Aangezien bij de ho(^e regering dezer landen in overweging genomen is de billijkheid om voor schepen en vaartuigen, welke door den Lande in requisitie worden gesteld, eene be- hoorlyke schadevergoeding aan de eigenaren te accorderen, wanneer hunne schepen of vaartuigen als een gevolg van de voorschreven requisitie gedurende hun emplooi in 'sgouver- nements dienst door* den vQand genomen worden, doch tevens is geconsidereerd de noodzakelijkheid om eeiie naauwkeurige bepaling te etablisserén van de gevallen, waarin kan worden geoordeeld, dat al of geene termen tot schadevergoeding voor- banden zijn;
zoo is op den Sl^ dezer in Rade van Indiè goedgevonden te bepalen en vast te stellen, zoo als bepaald en vastgesteld wordt by dezen:
Ten eerste: dat op schadevei^oeding aanspraak zuUom
494 i81Ó. H. W. OAÉNDÉLè.
kuDoen maken de eigenareD vaD zoodanige scbepeo en intr- tuigen, dewelke, in de havens of op de reeden tib dit eihnd afgetakeld leggende en buiten dienst zijnde, op last van het Gouvernement moeten zeilen en op de geordonneerde togten door de Engelsehen genomen virorden, dan wel van zoodanige schepen en vaartuigen, welke door het gouvememeiit aaar plaatsen worden gerequireerd, werwaarts de eigenaars anden niet zouden verkiezen dezelve te laten navigeren, geiyk by voorbeeld het in requisitie stellen van vaartuigen, steeds langs Java varende, op togten naar Temate, Macaaser, Tinor of andere élablissementen.
Ten tweede: dat, ten einde over de waarde der io requisitie gestelde vaartuigen te kunnen oordeden, de bavenmeesten en op plaatsen, waar geen havenmeesters zyn, degenen, die het civiel gezag uitoefenen, geassisteerd met twee deskondigen, de in requisitie gestelde schepen, welke in de tomien ru schadevergoeding vallen, voor derzelver belading zullen noetes visiteren en taxeren en daarvan eene acte coucberen, welke ten kantore van de havenmeesters of het civiel gezag zal moeten bewaard en in kopie authentiek aan de generak directie ingezonden worden.
Ten derde: dat daarentegen geen vordering van schade vergoeding zal kunnen worden gedaan voor bet veriies ni schepen en vaartuigen, welke langs Java varen en door het gouvernement van de eene pbats van dit eiland naar de andere in requisitie worden gesteld, gelijk ook niet tan dezulken, welke naar vreemde phatsen, waarop zy gewoon zijn te navigeren, worden gerequireerd en op deze togteo door de Engelschen genomen worden, terwijl ook geen pre tentie van schadevergoeding zal worden geadmitteerd voor het verlies van schepen en vaartuigen, die, zich van elders op Java bevindende, de mousson moeten afwachten om terug te keeren en inmiddels tot togten langs Java door het goo- vemement in requisitie worden gesteld, vermits het behood of verlies van deze vaartuigen afhangt van de toevallige omstandigheden en risico, waarvoor de scheepvaart in dr
lèlO. H. W. OAÊtlOËLÓ. 49S
presente UfdsomeUndigfaeden Toor een ieder, ook builen alle r»}aiBitie Ynn de zijde lan hei goayernemeni, Terbonden blijft. Eb opdat niemand Uervan eenige ignorantie zoude kunnen Yoorwenden» zal deze worden gepubliceerd op Batavia en dies ressort» in Java's Oostboek en op Java's Noord-Oostkust» op Macasser, Tematen en Timor; en Toorls in de HoUandscbe, inhndselie en Ghinesche talen worden geafiBgeerd, terpbatse gebmikettlk.
23 Slachtmaand. Toekenning van den rang en litel van oud-majoar der Mooren te Batavia aan een <md*kapUein der Mooren aldaar.
Voor deze toekenning moest de begiftigde 3000 rijksdaalders, papieren geld, aan het Chineesche hospitaal te Batavia betalen.
28 Slachtmaand. Verpachting van de T>gemeene middelen itMin het Koningrijk Jaccalra" voor hel jaar 1811.
De voorwaarden waren dezelfde als de in 1797 vastgestelde met de daarin sedert gemaakte wijzigingen, waaraan ditmaal de navolgende werden toegevoegd:
Dat van goederen en koopmanschappen, welke zoo uit Europa en Amerika, als van Isle de France en de West van bdiê worden aangebragt, noch door den pagter van de boom, noeh door den pagter van de waag eenige tol zal mogen worden geheven.
Dat onder de pagt der ingevoerd wordende Westersche lijnwaden mede niet zal worden begrepen het heffen van lol-geregligheid van groote cargazoenen, die direct uit Bengale of andere plaatsen om de West van Indiê worden aangebragt, en mede daarvan door den pagter van de waag geen lol ^ mogen worden gevorderd.
Dat de pagler van de boom gehouden zal zijn onder het opzigt van den sabandhaar en licentmeester bij aanbreng Tan zoodanige goederen, als hierbaven by art. 1 en S zijn ttitgerioten, de pagt der in- en uitgaande regten en van de
496 1^0. M. W. OAENOÊLé.
waag te heffen voor rekening Tan den Lande en het pro- fluerende daanran na aftrek der ongelden maaiidel^ met zijne OTerige pagtpenningen in 'sLands kas over te brengen en te verantwoorden.
- Dat van de Javasche tabak, in plaats van acht nH bet corgie, voortaan» evenals van andere inkomende goederen, zes percent van de waarde voor inkomende regten zal vrorden geheven.
B. Dat de pagters van de boom en de waag de kun competerende geregtigheid, eerstgenoemde op de Javasche tabak en Javasche lijnwaden en laatstgemelde alleen op de Javasche tabak, zullen kannen heffen in koper gdd.
Dat ingetrokken en buiten effect gesteld zynde de publicatie van den 27^ van Louwmaand 1810 betreffende het weder invoeren van langanangs voor de visschers, de pagter van de vischmarkt de visschers weder, evenals bevorens, zal moeten gerieven met de goederen, die zij noodig hebben, als treknetten, prauw joekons, bamboesen zet-stokken, poetjoek en klappns-bladeren, brandhout, linnen baatjes, enz. tegeo zoodanige prijzen, als door het collegie van president ea Schepenen van Batavia onder primo van iedere maand voor de loopende maand zullen worden bepaald; zullende de pagter van zijne verschotten aan de visschers, zoo voor renten, ab commissie-gelden, mogen rekenen twee stuivers van iedere rijksdaalder, even en in diervoege als dit tot hiertoe door de pagters of door de langanangs is genoten, terw^ een of tweemaal 'smaands een commissie van president eo Sehqienen aan de visschers zal moeten afvragen, of zij zich ook over het nemen van hooger prijzen dan wel andere drukkingeo van den pagter te beklagen hebben, op poene van ernstige en arbitraire correctie voor den pagter, wanneer zoodanige klagten gedaan en by onderzoek gq[rond bevonden worden.
Dat, ingevolge de conditien, waarop de domeinen van den Lande op Java's Noord-Oostkust en Java's Oosthoek en te Gheribon zijn verpagt, voorkomende bij puUicatiSn van den 7*" van Herfstmaand en den 16^ van Slagtmaand
^6^Ó. N. W. bAENbELè. 40^
1810» de l^nwaden^ Oiiiiasche^ JapanBche en andere yreemde goederen, welke Tan plaatsen buiten het eiland Java aldaar worden ingevoerd, Toortaan geen tol-geregtigheid ten behoeye Tan de pagters te Batavia xidlen onderhevig zyn.
- Ihit, aangerien het gonvemement van den uitaluitenden handel in suiker heeft a%ezien, het regt van tolheffing van (lU artikel onder de navolgende voorwaarden sal worden verpagt:
a. dat al de suiker, die om de Oost of West op de in de Bataviasehe ommelanden gelegene molens gemaakt wordt, daaronder begrepen de molens, welke onder Bantam en Crawang hebben gesorteerd, te Batavia zal moeten gebragt en van daar alleen zal mogen uitgevoerd worden;
b. dat de voerders van vaartuigen, welke suiker van boven- gemdde molens over zee naar Batavia brengen, zullen moeten voorzien zijn van een briefje van den pagter, waarin bekend gesteld is, hoeveel suiker in hunne vaar- tuigen geladen is, met onderscheiding van gerafineerde of ongerafineerde suiker, sub poene, dat bij achterhaling van vaartuigen, welke van zoodanig briefje niet voorzien zQn of meerder suiker dan wel een andere soort inhebbeu, als uit het voorschreven briefje blijkt, met hunne in- hebbende ladingen zullen worden geconfisqueerd ten be- hoeven voor een vierde van den officier, die de calange zal doen, voor de helft van den pagter en voor een vierde van den aanbrenger;
c. dat de pagter verpligt zal zijn om direct op aanvrage zonder eenige stremming de voormelde brieijes te ver- leenen, terwijl, indien hem kan worden bewezen, dat hij hierin heeft gedilaijeerd en dus de suiker door zijn toedoen niet zoo spoedig, als de molenaars of anderen dit voornemens waren, van de molens vervoerd is, de schade, welke hierdoor geleden mogt worden, door hem zal moeten worden vergoed;
d. dat van de suiker bij uitvoer zal worden geheven een rd* van de pikol ongerafineerde en vier en twintig
PUlAAT-BOn DBBL I?l. 32
49d 1Ó1Ó. H. W. DAENDÈLÖ.
stuiven van de pikol kandij- en gerafine^eaaiker, doch by invoer Diets;
e. dat de pagter zal gehouden zijn voor de verioMe suiker aan den eigenaar of zijnen lasibebbende een qmtaolie te verleenen, alsmede voor de sabandhary eene^taannede overeenkomende notitie, om daarvan gebruik te mailen voor de passan;
f. dat alle suiker, die aglerhaald wordt als uitgevoerd ie zyn, zonder dat daaryan tol betaald is, zal worden gecon- fisqueerd inzelver voege, als by lett. b is bepaald, met dien verstande, dat de tjunias of andere vaartoigen, wanneer dezelve niet aan de eigenaars of v^neoders behooren, niet onder de confiscatie begrepen zullen zijo, maar dat daarentegen de eigenaars of verzenders boveo de geconfisqueerde suiker de dubbelde waarde daarvan zullen moeten betalen, te verdeden als boven;
g. dat van de gemelde pagt zal bUJven uitgezonderd ir suiker, die voor rekening van bet gouvernement wordi afgescheept, zullende de administrateur gehouden zyn een briefje, waarin genoteerd staat, hoeveel en wdke quaiiteit suiker afgescheept is, by elke tjunia of vaartuig, dat suiker aan boord brengt, te voegen en, nadat de gezaghebber van het vaartuig, waarmede de suiker verzonden wordt. mede geteekend zal hebben voor de ontvangst van deze suiker, hetzelve aan den pagter ter hand doen stdleaoDi het te bewaren, ten einde hetzelve met de afscheeps- ordonnantien des noods te kunnen confronteren.
- Üat evenmin in het jaar 1811, als in dit loopeode jaar eenige tol zal mogen worden gevorderd van de over zee ingevoerd wordende rijst en de gewone geregtigheki van dat graan, voor zoover hetzelve van hier naar elders over zee wordt uitgevoerd, mede op den voet van dit jaar do< r den pagter van de rystmarkt zal worden geheven.
Dat de pagtscliat door alle de voorschreven |>agters aan den Lande zal moeten worden opgebragt op den volgenden voet, als:
lèlÖ. H. W. DAÈhDÈLd. 49è
door den pagter tan de boom les dHizend r^, ki^ergeU, 'smoands, en bel overige in papieren van crediet,
door den pagter van de viachmarkt drie duiiend rd% koper geld, 's maande» en bet overige in papieren van erediet,
door den pagter van de waag vijf honderd rd% koper gcM, 'smaands, en bet overige in papieren van erediet,
door den pagter van de pho en topho een derde gedeelte in koper geld, 's maands, en het overige in papieren van credit,
door de pagters der ingevoerd wordende Westersehe iljn* waden, van hel kerven der Ghinasehe tabak en van de uitgevoerd wordende suiker gebeel in papieren van erediet,
en door de paglers van alle de overige pagten geheel in koper geld, met vrijheid voor deselve om de ban volgens de pagt-Gonditién competerende geregtigheid mede geheel in koper geld Ie mogen heffen.
Op S4 Wintermaand 1810 is nog de volgende wijziging in de pacht-voorwaarden gemaakt:
dat voortaan de pagters ontheven zullen zijn van het eeo half percent op het montant hunner pagtschat, 't geen zij lol hiertoe ten behoeve van den ontvanger-generaal hebben moeten foumeeren.
28 Slachtmaand. Verhooging tot 75 rijksdaalders 'smaands van het tradement van den bottelier bij '« Lands provisie-^nagazijn te Batavia.
SUJfi[iDg in prijs van alle levensmiddelen was het motief Toor deze verhooging.
30 Slachtmaand. Vitlooving eener premie op hel opvatten van eenige, op Banda in Engelsclwn dienst overgegane ambtenaren.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, gerequireerd en ontvangen hebbende het rapport van den
KOO 1816. H. W. bAÈNOÊLft.
gewezen landdrost van Banda, Goop ft Groen, wegens het gebonden gedrag door 'sLands cWiele en militaire ambtenaren aldaar, nadat die possessie aan de Britsche magt was over- gegaan; en daaruit gebleken zijnde, dat de volgende civiek en militaire ambtenaren, zonder uit 's Konings dienst Ie si|d ontsbgen, in die der Engelscben zijn overgegaan, ak: de fiscaal, L. W. Ras,
secretaris van den landdrost, A. Ie GerH
adjunct perk-opsichter, S. Samuel, » architect. Kilsdonk,
» kapitein van bet 2^ bataillon regiment artillerie, C F. RomeLJer,
1^ luitenant van het 3* bataillon 1* gamizoens regimeDl F. Arends,
1* luitenant van bet 3* bataillon 1* gamizoens r^ment
- Hoepfner, en
» l"" luitenant-adjudant van bet 3^ bataillon l^gamiioeD» regiment, J. H. Hoeke;
terwyl, almede zonder vooraf verkregen ontslag uit 's Kodidi'h dienst en gevolgdijk mede met verzaking van bunnen eed en trouwe, van d^ vijand hebben verzogl en verworven <lc permissie om op Banda te verblijven:
de gesuspendeerde secretaris van Weesmeesteren, Ambrosii» Linde,
kapitein militair Wend,
» V luitenant-kwartiermeester, J. Soligny»
• luitenant Jansen, en
• doctor van de 1* classe, Ramack;
door welke betoonde ontrouw de voorschreven personen niet anders kunnen worden geconsidereerd als overloopers en als verraders der belangens van Zijne Majesteit den Koniofr. wien zij de eer hadden te dienen;
heeft besloten dezelve te verklaren voor overloopers en verraders van bun vaderland en van de belangen van Zijn* Majesteit den Koning van Holland en een premie uit te loven van twee duizend Spaansche matten per hoofd voor dengenen.
- H. W. OAENOCLS. HOI
die ben zal achterhalen en in handen van de justitie over- leveren; met laat voorts aan den advocaat fiscaal van Hol- landsch Indien om derzdver namen openlijk aan galgen te doen aanslaan bij de hoofdwachten te Batavia, Samarang en Sourabaija.
En zal extract dezes gezonden worden aan den advocaat- fiscaal om hieraan te geven de noodige executie, voor zoover bem aangaat, en wijders hetzelve door middel van de courant en door aflSctie ter gev?one plaatse ter kennis worden gebragt Tan het pnbKek.
3 Wintermaand. Ditgifle van Probolinggo-papieren-geld.
Het voorstel van den Gouverneur Generaal aan de Hooge Regering ter zake van deze belangrijke aangelegenheid luidt, als volgt.
Nadat ik bij mijn jongst aanwezen in den Oosthoek voor het gouvernement had gecontracteerd de verkooping van de landen Besoekie en Panaroekan aan den oud kapitein der Cbincesen van Sourabaija, Han Tjanpil, is vervolgens mede mijne aandacht gevallen op de weinige revenuen van het regentschap Probolinggo, gehorende onder het drostambt van Passourouang, en de meerdere partij, die van dat regentschap op een andere wijze voor de kolonie kan worden getrokken ;
immers, daar het gouvernement van het voormelde regent- schap geene andere inkomsten trekt als twee duizend Spaansche matten aan recognitie penningen, zeventig en twee derde koijangs aan rijst en ruim honderd en veertig Spaansche matten aan pacht voor veertien vogelnestjes klippen 'sjaars, daaronder niet begrepen de winst op de leverantie van de i(offij en het jatti-hout, welke beide artikelen in het regent- schap Probolinggo van geen belang zijn, is het palpabel, dat deze inkomsten noch aan de ongemeene vruchtbaarheid, noch aan de groote van bet gedagte regentschap beantwoorden;
dan, zoo zeker als de voorspoed te berekenen is, waartoe dit regentschap door nijver en industrie kan worden gebragt.
DOS ^810. H. W. OAENOELS.
evenzoo ontwijfelbaar is het, dat de tegenwoordige roet tbii beheering van helselve alle verwaebling daarloe oitdait, aangeiien de precaire staat der regenten en hun gelimiteerd genot van de regentachappen, welke zij besturen, met geeo mogelijkheid eene genoegzame verknochtheid voor deutfe bij hen kan voortbrengen om daaraan die opofferingn te besteden, welke de aarde zijne schatten moet doen tevoor- schijn brengen, zijnde het door de ondervinding bevestig dat groote en wezenlijke verbeteringen in het vak vaii den landbouw alleen van een vrij en onbeperkt eigendom kuooeu worden verwacht;
de overlttigiog hiervan heeft mij geleid tot bet oDtwerp om het regentschap Proboliuggo te verkoopen, als heteenige middel om aan de kolonie die vermeerdering van produdeo te verzekeren, welke dit regentschap onder eene betere ad- ministratie kan opleveren, en tevens om aan het gouvemeDeni in hare momentanele, geringe ressources van finantiên een nieuw en gewichtig soutien aan te brengen, terw^l wijdere uit zoodanige mesure ook bij vervolg van tijd over desz^> nut en noodige applicatie tot andere regentschappen met veiligheid zal kunnen worden besloten;
kunnende tegen eene verkooping van dat regentschap niei opereeren het verlies voor den Lande van de koifij buiten en de houtbosschen, die zich in het evengedagte regeotschai) bevinden, wijl het voordeel daarvan, gelijk I>ereed8 is aange- merkt, van weinig belang is voor het gouvernement eu byzonder het jatti-hout geringe waarde heeft, als zynde van een kalkachtige substantie met gaten en aan barsting ooder herig, zoodat de inspecteur-generaal van de koffij-callurr en van de houtbosschen beiden geen verlangen hebben betoood om de opgemelde koffij-tuinen en houtbosschen voor hunne administratien te behouden;
de uitgestrektheid van het meermelde regentschap eo d>* tot hetzelve in evenredigheid staande groote waarde is mij echter al aanstonds vooi^ekomen een gevrichtig beletsel tegeo een publieke verkooping op te leveren, wijl het voordeel
- H. W. OAENOEL8. 50S
daarvan moei rusten op eene concurrentie, welke mlJ gebleeken is in desen te ontbreken; en, ofeefaoon ik bedacht ben gewent daaraan te remediêeren door eene splitsing van het regent- schap in drie perceelen, ben ik daarvan terug gekomen door bet aanzienlQke bod, 't geen wellicht de een^ste man in den Oosthoek, aan vnen het koopen van dit regentschap kan convenieeren, inmiddels voor hetzelve gedaan heeft, ter somme van zes niaal honderd dnizend Spaansche matten, zilver geld, overtreffende, zoowel de gecalculeerde, presente waarde, als hetgeen by eenige waarschijnlijkheid kan worden verwacht, dat het dikwijls gemelde regentschap hetzij in een of in drie perceelen zoude rendeeren;
dan het gebrek aan contante munt-specie is in den Oosthoek reeds zoo groot geworden, dat, hoezeer deze gegadigde, zijnde de kapitein der Chineesen te Passourooang, Han Tikko, broeder van den oud kapitein der Chineesen van Sourabaija, Han Tjanpit, buiten tegenspraak voor een der gegoedste ingezetemm van weimeiden Oosthoek moet worden gehouden, tot een vermogende familie behoort en daardoor een ge- vestigd credit heeft, dezelve echter verklaard heeft ter zake van de voorschreven penurie niet te kunnen aannemen de voorwaarden, die ik hem tot betaling der door denzelvenge- offereerde koopschat in de volgende gedeeltens heb doen voorstellen, als:
een zesde gedeelte in specie binnen den tijd van zes maanden na den verkoop,
een derde gedeelte met quotisatie billetten van Batavia en
drie zesde gedeelten in assignatiên ten behoeve van het gouvernement, aflosbaar in vijf termijnen, waarvan het laatste ^nnQn zoude verschijnen op den eersten van Hooimaand ^^^% maar daarentegen heeft ^eproponeerd de betaling te doen in tien jaren, op bekwame termijnen ;
ter wegneming van welke zwarigheid en in aanmerking nemeade, dat het voor den verkooper en den kooper het ^oordeeligste zal uitkomen, wanneer de koop gesloten wordt
504 ^dlO. H. W. OAENOELS.
tegen een .millioen ryksdaalders, zilver geld, betaalbaar in tien jaren, bij terniynen van honderd duizaid riJkadaaUers 'sjaars, zonder renten, waarvoor zoowel bet regentschap Probolinggo, als de landen Besoekie en Panaroekan zonden beboren te worden verbonden, en dat wydere voor het voor- schreven millioen rijksdaalders door bet goavemement wordt gecreöert een gelijk montant aan papieren van credit, ge- bypothekeert op voornoemde landen en aflosbaar jaaii^b bij een tiende gedeelte in kleine munt-specie uit deverpligie betaling van honderd duizend rijksdaalders door den kooper van het voornoemde regentschap, van elk soort der aan te maken credit-brieveu in een gelijke proportie en eenlijk met bepaling van de nommers door het lot; zoo heb ik deo president dezer vergadering, van Braam, en den landdront van Java's Oosthoek, Goldbach, met voorschreveo myne ge- dachten bekend gemaakt en om geen tijd te verliezen, waardoor bet aanmaken en in circulatie brengen van het voormelde geprojecteerde papieren geld dadelijk met het aanslaande nieuwe jaar zoude worden verhindert, hun geautoriseert tot de verknoping van het regentschap Probolinggo op de voor- melde conditiên en die verder by den afstand van dehndeD Besoekie en Panaroekan zyn gecontracteert, onder de approbatie van het gouvernement toe te treeden;
sedert heb ik ontvangen het rapport van weimeiden president van Braam en landdrost Goldbach, waarby zy my informeren, dat de kapitein der Ghinesen te Passonrouang heeft ge- accepteerd het voorstel om het regentschap Probolinggo voor de somme van een millioen ryksdaalders, zilver gcdd, over te nemen, onder verband van gemeld regentschap en van de landen Besoekie en Panaroekan, betaidbaar in den Igd van tien jaren, zonder renten, in twintig gelyke termyDeD van vyftig duizend ryksdftalders, zilver gdd, onder ultimo van Zomermaand en onder ultimo van Wintermaand van ieder jaar, proponerende uw hoog Edelheden mitsdien om. met approbatie en agreatie van het in dezen door dan presideat van Braam en den landdrost Goldbach voorlopig verrigte, bel
- H. W. DAENDELS. SOK
regentschap Probolinggo, gelegen in het drost-ambt van Pas- souronang en behorende ondw hei landdrostambt van Java» Oosthoek, te verkoopen en in ToUen, Tryen eigendom als een allodiaal goed, evenals de particaliere landerijen in de omme- landen van Batavia en onder dezelfde voorregten en verplig- tingen, af te slaan en te cederen aan den kapitein der Ghinezm te Pasouronang, Han Tikko, voor eene somme van een miliioen rijksdaalders, zilver geld, op de navolgende cx)nditiên :
1^ dat de koopschat door hem zal worden betaald in tien jaren bij termijnen van vijftig duizend rijksdaalders, silver geld, onder nltimo van Zomermaand en onder ultimo van Wintermaand van ieder jaar, waarvan verschijnen zal het eerste termijn op den laatsten van Zomermaand >811, het tweede termijn op den laatsten van Wintermaand 1811 en zoo vervolgens, zonder betaling van renten; 2^ dat de kooper voor de prompte vervulling hiervan zal moeten verbinden het door hem gekochte land Probolinggo, alsmede zijn broe«ler, de oud kapitein der Chineesen van Sonrabaya, Han Tjanpit, de landen Besoekie en Pana- roekan ; 3*^ dat aan den kooper voor ditmaal exemlie zal worden verleend van alle ongelden, anderzins op den overdragt en overschrijving van vaste goederen vallende; ^^ dat aao den eigenaar het gebruik der jattihout-bosschen, in het land van Probolinggo vallende, tot eigen voordeel zal zijn overgelaten op den voet, zoo als bij publi- catie uwer hoog Edelheden van den tI^^"Ï^^ 1810 is vastgesteld, en dat hij zoowel van alle aanplanting van koOBj als van andere verpligte leverantien zal zijn ont- heven ; ^^ dat daarent^en alle inkomende en uitgaande regten zullen blijven ten voordeele van het gouvernement, alsmede de pagt van de amphioen-kitten op den tegenwoordigen voet, niet te min met vrijheid voor den eigenaar om door de houders der amphioen kitten in hel land Probolinggo voo r
K06 1810. H. W. DAENOEL8.
den aGstaod van het locaal en de daarby gehorende ge- bouwen even zoo veel aan zich ie doen opbrengen^ ak daarvan door het gouvernement aan pagt genoten vrordu mits de gedachte pagt niet minder zij» als dezelve foor dit loopende jaar heeft afgeworpen; 6^ dat bet heffen der geregtigheid van de hanenvecfatenien en de toptafels en het alagten van buffels, schapen» geiten en varkens in het land Probolinggo s gouvemomentswegf zal geschieden onder zoodanige conditiên ten voordeele van den eigenaar, als in de publicatie uwer hoog Eddheden van den 7^" van Herfstmaand 1810 zijn uitgedrukt: 7^ dat de publieke wegen in bet land van Probolinggo door den eigenaar buiten eenig bezwaar voor den Lande lolleD moeten worden onderhouden in een rijbaren staat en hem desgelijks incumberen zal de ver(riigting tot bet kteo transporteren van 's gouvemements goederen, die door het gemelde land moeten passeeren, zonder daarvoor eenige meerdere of andere betaling te kunnen vorderen, als voor 's gouvernements transporten door haare eigene r^geai- schappen is of zal worden bepaald, alsmede alle andere Lands diensten, waartoe de vrt|e landen gehooden zi|B. 8^ dat daarentegen het land Probolinggo in bei opbreopo van nieuwe lasten, indien dezelve by vervolge van tgd op vrije landen mogten worden gelegt, nooit hooger zal worden bezwaard als de ommelanden van Batavia en Soa rabaija ;
met autorisatie op den landdrost en den booïd-administratear van Java's Oosthoek om op de evengemdde conditiêo de overschrijving van het land Probolinggo namens Gouverneur Generaal en Raden, uitmakende het gouvernement van Z^e Majesleits bezittingen in Oost-Indiên, aan den kapitein der Chineesen te Passourouang, Uan Tikko, te doen:
stellende ik als nu tevens aan uwe hoog Edelheden voor. als een middel, vraardoor het dadelijk gebruik der voorBehrefe» koopschat van een raiUioen rijksdaalders, zilver geld, aan bet gouvernement zal worden verzekerd, om voor eeo gelijk
IdlO. H. W. OAENOEL8.
507
fflontant (e doen creèeren brieven van credit van de navol- gende asBorlementen, als:
300 van
rd«
1000 tdd rd*
200000,
500 >
KOO
IKOOOO,
400 »
400
160000,
800 »
500
1»0000,
700 .
200
140000,
1000 >
100
mmina. .
... rd'
1000000;
en om lot de teekening daarvan te conimitteeren de Raden- ordinair en extra-ordinair van Hoesen en Romswinkel, beuevens den adminiHtrateur-generaal en den ontvanger-generaal, mits- gaders den directeur-generaal in margine voor gezien, onder bepaling, dat de opgeroeide credit-brieven gangbaar bullen zijn op Java*s Noord-Oostkust en in Java's Oosthoek en als zilvere specie zullen moeten worden aangenomen zonder eenig rabat, welke op dezelfde poenaliteiten door deze vergadering bij plaecaat van den -^ van Herfstmaand 1810 zijn gestatueerd tegen het geven of ontvangen bij verrekening, betaling of iiiwisseiing van zilvere munt-specifin voor de thans in oni- wandeling ztjnde papieren van credit van eene hoogere agio, als maandelijks door uwe hoog Edelheden op de zilvere munt-speeifin wordt bepaald; en wijders, dat de opgemelde nieuwe credit-brieven in klinkende munt-specie aRosbaar zullen wezen in den tijd van tien jaren bij termijnen van vijftig duizend rijksdaalders alle zes maanden, waarvan het eerste termijn zal verschijnen onder ultimo van Zomermaand 1811; dal als een gevolg van dien, gedurende den evengemelden tijd van tien jaren, jaariijks onder den laatsten van Bloeimaand en onder den laatsten van Slagtmaand een twintigste gedeelte van ieder assortement dezer nieuwe credit-brieven zal worden uitgelost, 't geen geschieden zal door de nommers van ieder assortement na eikanderen door de generale directie in een bus te doen verzamelen en uit dezelve door weesjongens ten overstaan van een commissie dezer vergadering het twin- tigste gedeelte der niimmers te doen trekken, gerekend over
$08 1^10. H. W. OAENOCL8.
het volle aangemaakte gelal, welke nominers aan belpublidi bekend gemaakt zullen worden, met het effeel, dat de houders van de nieuwe credit-brieven, die de uitgeioote Dammers voeren, daarvoor op alle*kantoren van Java, zooeter hoofd- plaatse Batavia directe betaling in specie op vertooning van gedagte credit-brieven zullen kunnen en moeten ontvangen, en dat de ingekomen credit-brieven, welke uitgeloot zijn. vervolgens te Batavia plegtiglijk zullen worden verbrand;
alle welke bepalingen vervat zijn in een concept publicatie, welke ik hierbij overl^ge en uwe boog Edelheden Toordrage zcmder resumtie te arresteeren als ook te approbeeren het dezen verzeilende model van de meermelde, nienw aan te maken brieven van credit.
Uwe hoog Edelheden bereeds geagreêerd hebbende de door mij aan hoogst dezelve geproponeerde middelen om de uitgaven van de hoofdplaats Batavia in papieren van credit voor bel volgende jaar te dekken, zoo heb ik tevens met den verkoop van het regentschap Probolinggo beoogd om, terwijl Soorabaija en Samarang daardoor van contanten op een geDoegame wijze zullen worden voorzien, tevens voor het gouvememcDt weg te nemen de verlegenheid, waarin zij zich in het aanstaande jaar ter hoofdplaalse Batavia zou kunnen bevinden tot afbe- taling der geleverd wordende koffij uit het landdro«t«anibl der Jaccatrasche en Gheribonsche Preanger-regentsebappen. indien geen nieuwe aanvoer van geldspecie te Batavia plaats had, in welke verlegenheid nu zal worden voorzien door maandelijks van den Oosthoek tien duizend rijksdaalders zflver geld en vijftien duizend rijksdaalders duiten en van Samarang tien duizend rijksdaalders zilver geld voor Batavia te trdLkeo, gereekend van primo van Louwmaand aanstaande af, waartoe ik de orders naar Sourabaija en Samarang reeds heb alge- vaardigt.
Naar aanleiding biervan besloot de Hooge Baring: Ten eersten : te approbeeren en ie agreeren het door den beer resident dezer vergadering, J. A/van Braam, en den
- H. W. DAÊMOËLè. M^
landdrost van Soorabaya, P. A. Goldbach, in dezen voorloopig verrigtle.
Ten tweeden : het regentschap Probolinggo, gelegen in het drostambt van Passourouang en behoorende onder het landdrost- ambt van Java*s Oosthoek, te verkoopen en in vollen, vrijen eigendom als een allodiaal goed, evenals de particuliere hin- derijen in de ommelanden van Batavia en onder dezelfde voorregten en verpligtingen, af te staan en te cedeeren aan den kapitein der Chinezen te Passourouang, Han Tikko,voor een som van een miUioen rijksdaalders, zilver geld, onder de navolgende conditiên, als: !• enz. (Zie boven sub 1 — 8).
5 Wintermaand. Üilbrei4ing van liei verbod tegen agio op haper gM.
Nademaal de noodzakelijkheid gebleken is, dat het by publicatie van de Hooge Regering dezer Landen van den 19^^ van Herfstmaand 1809 gestelde verbod tegen het geven of nemen van agio op het koper geld bij inruiling van hetzelve voor papieren van crediet, welk verbod destijds eeniijk betrekkelijk is gemaakt tot de hoofdplaats Batavia en dies ommehinden, als nu worde geéxtendeerd tot alle andere plaatsen van het eiland Java, al^aar de Japansche kopere munt in circulatie is;
zoo is op heden in Rade van Indiê goedgevonden te bepalen, zooals bepaald wordt bij dezen, dat het voorschreven verbod zal worden geéxtendeerd tot alle plaatsen van het eiland Java, alwaar het Japansche koper geld in omloop is, op strafle des doods voor degenen, die in contraventie van dit verbod znllen handelen.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zou kunnen voor- ^eoden, zal deze worden gepubliceerd op Java's Noord- Oostkust, in de Jaccatrasche en Gheribonsche Preaoger- Itegentschappen en te Bantam, mitsgaders worden geaffigeerd ^Q de HoUandsche, inlandsche en Chinesche talen, ter plaatse gebroikeltlk.
i(lO 161Ö. H. W. DA&NOetft.
3 Wintermaand. Voorschriften nopens vuurdeenen.
Zijne excellentie, de Maarschalk en Gouvenieur Genenal. yerlangeDde, dat in den venrolge de grootste spaarzaamheid en nauwkeurigheid omtrent het gebruik der yuursteeneo zal plaats vinden, beeft besloten, dat de troupen in bet generaal namelijk ieder man, niet meer dan van één vuursteen zal voorzien zijn en voor elk man bij ieder bataillon of corps, onder toeverzicht van den chef, een vuursteen in resene zal bewaard worden om bij onverwachte marchering van detachementen als anderzins te kunnen worden verstrekt, 't welk voortaan niet meer zal geschieden als op afgave van de onbruikbare vuursteenen, moetende jaarlijks niet meer dan drie vuursteenen aan ieder militair worden verstrekt, tenzij extra ordinaire voorvallen eene meerdere verstrekkiog noodzakelijk maken, waarvoor de witte vuursteenen, als de beste zijnde, bewaard zullen moeten worden en de zwarte en ongefatsoeneerde voor hel dagelijksche gebruik geftm- ploijeerd.
Wordende voorts de brigadier en chef van den generalen staf, de brigadiers der divisiön te Batavia, Souraliaya eo Samarang, alsmede de chefs der regimenten en commandaoleo der bataillons en corpsen voor de strikte executie van dit besluit verantwoordelijk gesteld.
3 Wintermaand. Examinatie van ménage-boeken.
Is besloten, dat de chefs der corpsen van alle vrapens, liehoorende tot de divisiên te Batavia, Sourabaija en Samarang. op het einde van iedere maand, in persoon, geadsisteerd door den majoor en luitenant-kolonel van het batailloD, ndlefl examineren de menage-lK>eken en, dezelve in orde beviiidende, voor goed gekeurd teekenen, latende de overschietende pen- ningen direct onder de nronschappen uitdeelen; terwijl, vranneer de menage-boeken in tegendeel niet in orde worden bevonden, de kolonel of present hoofd-officier aan den kapiteiii of commandant der compagnie het arrest zal ordonneereD eo
- H. W. OAENÖELd. Kil
de boeken met een behoorlijk schriftelijk rapport inaeiiden aan den brigadier der divisie, wdke mede 's maandelijks rapport zal moeten doen aan den chef van den generalen staf, of de menage-boeken in zijne divisie al of niet in orde zijn bevonden.
ZoUende bij gedetacheerde. compagnieën de menage-boeken geëxamineerd worden door den in loco present zijnden hoofd- officier, al behoorde dezelve tot andere corpsen en wapenen.
3 Wintermaand. Verhaoging van het tractemenl van dm (mtvanger-generaal.
Hij genoot 8960 rd% voor Vs gedeelte in zilver, waarvan hij jaarlijks S22S rd' ter betaling aan verschillende »bediendens" moest missen.
In plaats daarvan werd hem nu een tractement van 1000 tA* 'smaands, voor Vs gedeelte in zilver of «na de tegen- ■woordige cynosure met de bepaalde agio" toegestaan, doch onder voorwaarde, »dat hij het beloonen van zijne bediendens, voor zoo verre die niet bereeds zijn vastgesteld, voor eigen rekening neme zonder verdere beraoeijenisse van het gou- vernement".
3 Wintermaand. Verpachting door het Collegie van Schepenen voor het jaar 1811 ten behoeve van de slads'kas te Batavia van het oorgeld der paarden, de belasting ten behoeve van het begieten der wegen en van de wagenpacht voor Chinezen^ Mooren en andere inlanders.
Art. 1. Aan een iegelijk, niet gehorende onder de Ghineesen, Moren of andere inlanders, blijft toegestaan een of meer ' wagens of chaisen en zooveel trekpaarden te houden, als hij goed vindt, mits in het jaar, onder de benaming van oorgeld, aan pacht betalende:
ui
- H. W. DAËKiOËLè.
10
30
30
40
50
60
75
90
105
120
135
15U
165
180
100
iSO
340
160
180
300
zullende deze belasting voor bet aanstaande jaar 1811 moeien worden opgebragl aan den pachter door een ieder, zonder onderscheid, en zal daarvan niemand wezen geeximeeri hetzij geheel of gedeeltelyk, dan voor zooverre zolkf by dit reglement nader zal worden bepaald.
Art. 2. Alle militairen, zoomede de bodens der hoogs regee- ring en die verder van 's Lands wegen verplicht lijn paarden te houden, gelijk ook de dienaren van de ofBcieroi van jostilie. zullen voor hunne rijpaarden gelibereerd xyn van deze bebstiog. Art. 3. De wagen-verhuurdera worden almede van dr voorschreven algemeene bepaling geöximeerd en zullen kunnen volslaan met de betaling van vyfrd* voor ieder paard, betweil zy aanhouden, blyvende overigens de orders en reg^emenleo omtrent het stuk der wagen-verhuurderyen, inzonderheiil ook omtrent het getal der wagens, die elk denelve mag aanhouden, in zyn geheel.
voor 1 trek- of rypaard
1 > > rypaarden
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 15 14 15 16 17 18 19 10
•
- H. W. DAENOEL8. K13
Art. 4. De voorschreren belasÜDg moet betaald worden van alle paarden, zonder onderscheid, welke aangehouden worden binnen den omtrek der buitenposten ofte ook die aldaar gebruikt worden, al is het, dat- zlJ er niet permanent aangehouden worden; doch alle paarden, welke buiten de roorschreren limiten aangehouden en binnoi dezelve niet gebruikt worden, zullen daarran gefiximeerd zijn.
Art. B. Alle dgenaars Tan landerijen, gelegen boven de Tijftiende paal, gerekend tot aan de landhuizen, zullen m eens moeten betalen rd* SOO en de eigenaars van landerijen boYcn de tiende paal, gerekend als even, rd' 100 'sjaars voor de paarden, die zij boven en benevens de posten g^ braiken, wel verstaande, dat de hoeveelheid der paarden, die zy beneden de limiten van de voorschreven posten zullen aanhouden, in dat geval niet zal mogm excedeeren het bepaalde bij art. 1, dat is voor de eerste boven de 15 en voor de laatste boven de 9 trekpaarden, tenzij de belasting van het meerder getal pro rato de bepaling bij het eerste artikel geschiede.
ArL 6. Een iegelijk zal verplicht zijn voor ultimo van Louwmaand aanstaande aan den pachter opgave te doen van het getal paarden, waarvan hij de voorschreven beiastiDg moei betalen, ter plaatse, door denzelven op te geven, op poene eener boete van vijftig rd, wanneer zulks wordt ver- zuimd, en van eene boete van drie honderd rd, wanneer mogt blijken de voorschreven opgave niet ter goeder trouw te zijn geschied, alles ten faveure van den pachter.
Art. 7. De betaling zal vervolgens moeten geschieden voor ultimo van Sprokkelmaand aan den pachter en tegens schriftelijke quitantie van denzelven om ten allen tijde te kunnen dienen tot bewijs; met macht en autoriteit om tegen de nalatigen of onvnlligen tot parate executie te procedeeren.
Art. 8. Alle paarden, welke iemand vóór het doen der voorschreven opgave aanschaft, zullen deze belasting subject zijn; en zal een ieder gehouden zijn daarvan nader dadelyk opgave en betaling te doen, gerekend naar het getal maanden»
ruiMT-wn DHL in« ''
gi4 ieio. H. W. OAÈNoËLè.
die alsdan ran het jaar nog overig sullen zyn» londer dal de pachter Terplicht zal wazen eenige resliUitie, in wat geval ook, te doen, sub poene, dat de nalatigen of kwaad- willigen in gelijke boelen, als by artikel 6 bepaald, ndleo worden verwezen.
Art. 9. Een wagen- verhnnrderij van eigenaar Yeraoderende. zal de nieuwe eigenaar gehouden zyn deze belastiog Ie betalen, te rekenen van den dag a(^ dat dezeWe aan hem wordt getransporteerd; en zal in dat geval aan de vorige eigenaar ofte dcszelfs erfgenamen restitutie geschieden van het meerder betaalde, gerekend tot den dag Yan het voor melde transport.
Art. 10. Om des te beter den pachter tegen het fraudeereo in dezen te verzekeren zullen wykraeesleren, zoo in, ak buiten de stad, ook 'sjaarUjks by de beschryving behoorlijk moeten opnemen het getal der paarden, by een iegelijk aan banden, en daarvan specificque en door ben ondcrce- teekende Ujsten moeten oreiigeven aan president en Schepeoro van Batavia, die dezelve wederom zullen doen ter han<i stellen aan den pachter. En zal het bovendien aan den pachter vryslaan om, zoo dikwijls hy het noodig oonleeM. mits daarvan telkens valabele redenen kunnende geven en aao den president en Schepenen alvorens daartoe permissie ver- zocht en geobtineerd hebbende, te visiteeren de stallen van alle degenen, welke aan de belasting van bet oorgeld subject zijn, en op te nemen bet getal paarden, zich aldaar bevindende; wordende by dezen wel expresseiyk verboden het stallen van paarden, aan anderen dan den eigenaar der stal oflebij hem inwonende personen gehorende, tenzy daarvan niedf speciflcque opgave of betaling geschiede, op poene van drie honderd rd' voor den pachter voor de contraventeurs, loowe! dengene, die zoodanige paarden gestald heeft, als die dezelve in eigendom toebehooren.
Art. 11. De pachter zal alle dagen (Zon- en feestdafttn uitgezonderd) moeten vaceereu op eene convenabele plaatM; tol den ontvangst van opgave en betaling, zoo voor de paardeo.
ïèlÖ. H. W. bAEfiDÊLè. KIK
als wagens, die znOen worden aangehouden, des Yoormiddags van aeht lol elf uren.
ArL 12. Voorla zal de pachter yan de Chineesen, Mooren
en inlanders, die verkiezen rijtuigen aan te houden, het volgende
roor paehl mogen heffen, als:
van de Chineesen:
een kapitein voor 1 wagen . . . rd* 80
« • » 2 vragens. . . » 160
• luitenant of vaandrig » 1 wagen ... > 100 » » » » «2 wagens. . . ■ 200
• Boedelmeester of secretaris > 1 wagen ... » 125 » » • • • 2 wagens. . . » 2tf0
Chinees van minder aanzien
voor 1 wagen rd* 200
gemeene Chinees voor 1 wagen > 300
van de Mooren:
een majoor of kapitein voor 1 wagen rd* 80
2 wagens » 160
1 wagen » 100
2 wagens • 200
1 i^agen • 12K
2 wagens » 2B0
- min aanzienlijke » 1 wagen » 200
» gemeene • 1 • • 300
inlanders:
een kapitein of coramandant voor 1 wagen rd' 80
» » • » 2 wagens » 160
• min aanzienlijke • 1 wagen > 200
• gemeene » 1 » . . . . » 300 Oad of gewezen officieren der Chineezen, Mooren of inlanders
zullen gelijkelijk, naar hun behouden, vorigen rang, aan deze pagt onderworpen zijn.
Alle andere Chineesen, Mooren of inlanders, die enkelde rijpaarden houden, zullen moeten opbrengen vier ropljen of twee en een halve rijksdaalder voor elk paard, zonder meer.
Art. 13. Alle de door gemelde inlandsche natiën aange-
luitenant of vaandrig Boedelmeester
K16 18t0. H. W. OAËNOÈLS.
houden wordende wagens zullen eens in bei jaar worden gebrand door eene commissie yan president en Schepenen, even en in zelver voegen als die der wagen-veriiuarders, onder de gewone, tot hiertoe plaats gehad hebbende betaling. Art. 14. De pachter zal daarenboven g^^tigd zyn bij het oorgeld der paarden te heffen het by billet van den d*** van Oogstmaand 1803 bepaalde voor het begieten der
wegen, als van diegenen, die 300 rd' betalen rdM5
van degenen, die IS a 16 paarden aanhouden • 1^
voor 13 a 14 paarden • 12
12 . «10
10 4 11 • • 8
8 a 9 » • 6
6 a 7
4 è 5
2 a 3
1 paard » 1
zoomede van ieder wagen-verhuurderij rijksdaalders 25.
Art. 15. En, hoezeer de pachter bij visitatie der stalk. van den president van Schepenen de noodige assistentie zal moeten vragen, zal, des ongeacht, de hooge Raad van jusiiür van Hollandsch-Indiën, naar luid derzelver instructie, geaotbcK riseerd blijven om ter eerster instantie kennisse te nenieo van alle questiên en verschillen, welke dienaangaande loadeo kunnen ontstaan en daarin op korten en peremptoiren termijn regt doen en wijzen bij arrest; en zal de advocaat-fiscaal in alle zoodanige zaken zich blJ den pachter voegen eu daarvoor, zoowel als voor het voeren der procedures genieter de helft der boetens en de wederhelft komen ten voordceie van den pachter.
Art 16. En eindelijk zal de pachter verplicht zyo A* pachtschat op te brengen voor drie quart gedeelte met medit van Lentemaand en het overige een vierde gedeelte vix-r ultimo van Hooimaand aanstaande en voor de nakraiing daamn stellen vier borgen ten genoegen van president en Scb^ penen.
- H. W. OAENOEL8. KI 7
3 Wintermaand. Voanchriften nopens het tegd^recht voor zekere scheeps^paesen.
h goedg6¥(Hiden en verstaan te bepalen :
dat voortaan de passen voor vaartuigen naar Batavia, Sama- rang, Sourabaija, Gheribon en Bantam, dan wel naar plaatsen onder dies ressort, wanneer zij derwaards vertrekken, van eeo der aangegeven plaatsen, die niet tot betzelfde ressort bebooren, sollen moeten zijn geschreven : voor vaartuigen van vijf lasten en daar beneden op een zegel van vier en twintig slaivers tegen betaling van een rijksdaalder, zilver geld ; voor vaartuigen boven de vijf lasten op een zegel van een rijks- daalder tegen betaling van een drie vierde rijksdaalder, zilver geld; en de passen voor vaartuigen, varende langs de kust van de eene plaats naar de andere onder een ressort, te weten van Batavia, Samarang, Souraba^a, Gheribon en Bantam:
voor vaartuigen van een half last op een zegel van zes slai?er8 tegen betaling van vijftien stuivers, zilver geld,
voor vaartuigen van een last op een zegel van zes stuivers legeo betaling van vier en twintig stuivers, zilver geld,
voor vaartuigen van een en een halve last op een zegel van zes stuivers tegen betaling van dertig stuivers, zilver geld,
voor vaartuigen van twee lasten op een zegel van twaalf stuivers tegen betaling van veertig stuivers, zilver geld,
voor vaartuigen boven de twee lasten op een zegel van twaalf stuivers tegen betaling van zestig stuivers, zilver geld;
voorts, dat van de eerst gemelde passen geen verder ge- bruik zal mogen worden gemaakt als voor den enkelden tocht, waarvoor dezelve gevraagd en verleend zijn, en van de laatst genoemde passen niet langer als voor den tijd van zes maanden, waarna dezelve zullen moeten worden vernieuwd, sub poene eener boete van vijf en twintig rijksdaalders, te verbeuren ^y den eigenaar dan wel den schipper of juragan van zoodanig sehip of vaartuig, als van geen behoorlijke pas zal zijn voor- zien, de helft voor dengenen, die de ealange zal doen, en de
iS18 1810. H. W. OAENDEL8.
wederhelft voor den aanbrenger; en de gemeente hienran bij een publicatie te informeeren.
3 Wintermaand. Nadere bepalmgm belreffetide djajang- 8ekar*8.
Zijne excellentie, in aanmerking genomen hebbende, dal, ofschoon van de bij boogstdeszelvs besluit van den 19*" vao Zomermaand 1810 vastgestelde nadere oiiganisatie voor de onderscheidene compagnién djayang sekars op de verschillende landdrost-ambten en drost-ambten van Java en Cheriboo bereeds bet voordeelig effect wordt ondervonden, daaraao nogtbans eenige nadere bepalingen behoren te worden g^ substitueert, zoo ten aanzien eener vermeerdering der sterkte van sommige compagnién, als betreffende hel verschil io inkomsten van de djayang sekars, veroorzaakt door het diP ferente tusschen de jonken rijstland, waaruit zy hun beataafi hebben, en eindeiyk ook omtrend den voet van wapening nu het voorschreven corps;
heeft met alteratie en ampliatie van hoogstdeszells besloii van den 19''' van Zomermaand 1810 besloten: 1' dat de sterkte der compagniên djayang sekars te Sou- rabaija en het landdrost-ambt van Tagal en in het drost- ambt van Grissee zal worden gebragt op honderd koppoi voor ieder van de voorschreven plaatsen en dal vojgens bet daartoe reeds genomen besluit het corps djatjang in het landdrost-ambt van Bantam zal gecomponeerl zynoil vyftig man cavallerie en honderd man infanterie, primo plan; terwyi in hel landdrost-ambt der Jaccatrasche eo Gheribonsche Preanger regentschap|>en almede een coqe djayang sekars zal woi*den opgerigt van honderd luan cavalerie en honderd man infanterie; 2^ dat, aangezien de bepaling van een vast getal ryatveldeo lot onderhoud der djayang sekars door hel verschil iu groote en in vruchtbaarheid tusschen die velden eeu ongelijkheid in hunne inkomsten te weeg brengt, de reqiec-
H. W. 0AENDEL8. Kig
tive landdroslen van Java, de Jaecalrasehe en Gheribonsche Preanger-regenlschappen, Gberibon eu Bautam zullen moeten voordragen de afzondering voor welmelde niansehappen van een zoodanig gelal rijstvelden, waaruit zij, na af- trek van het gewone contingent of tjoekee, 't geen van gedagle velden, evenals van alle anderen, zal moeten worden opgebragt, nog tot een jaarlijks bestaan in zilver geld zuilen overhouden, als:
de djayang sekars te paard:
een kapitein Sp' 375
■ officier » 480
« adjudant > 200
wachtmeester » 125
» brigadier > 100
» gemeene > 75
en de djayang sekara Ie voet: ieder een vierde minder; dat voor iederen djaijang sekar een sikap of battoor zal worden geaccordeert om voor zyn paard het benodigde gras te snijden, onder het genot van een halve jonk rijst- land van duizend vierkante roeden, buiten bezwaar van de djaijang sekars; zullende de djaijang sekars echter zelve hunne paarden moeten reinigen en voeren; dat de landdrosten zullen moeten zorgen voor een spoedige voltooying der campemeiiten en stallen voor de djayang sekars, welke nog niet mogten wezen geacheveert, vermits het verspreide verhUjf dezer manschappen nadeelig is voor de goede orde en voor de uniformiteit; dat alle de uniformen voor de djayang sekars, navolgens het by art. 4 van hel besluit van den 19^° van Zomermaand 1810 gearresleerde model, met primo van Grasmaand aanstaande in gereedheid zullen moeten wezen; dat de wapenen van de djayang sekars te paard zullen bestaan : voor de officieren en wachtmeesters in een sabel en twee pistoplen en voor de brigadiers en gemeenen in een korle karabyn en een sabel ; en in zelver voege voor
SSO ^8^0. H. W. OAENOELS.
de djaijang sekars te Yoet, alleen mei bet ondendieid, dat de korporaals en gemeenen, in stede Tan met een korte karabijn, met een ordinair geweer nillen ifa ge- wapend;
V dat 't bij de organisatie van Java art. 29 bepaald geUl officieren toor iedere compagnie, te weten: een kapilein, een eerste luitenant en een luitenant, niet zal mo^ worden overschreden;
8' dat bij ieder compagnie te paard of ie voet na mate van haare sterkte zich bet volgende getal wachtmeeslen en brigadiers dan wel sergeanten en korporaals zal moeten bevinden, als:
by een compagnie van 100 koppen:
4 v?acbtmeesters of sergeants, 8 brigadiers of korporaals;
en bij een compagnie van W koppen:
5 wachtmeesters of sergeants, 4 brigadiers of korporaals;
9^ dat de wapens der djaijang sekars ten koste van deo Lande zullen worden gerepareerd, als die van Samarai^;, Tagal, Paccalongang, Japara en Rembang te Samaraog; die van Sourabaija, Passourouang, Sumanap en Grissee te Sourabaija en die van Gheribon en Bantam te Batatia in 's gouvernements atelier van reparatie aldaar, terw^ ook de ammunitie voor de djaijang sekars van de opge- melde drie hoofdplaatsen door den landdrost en de drosten onder derzelve ressort zal worden verstrekt
6 Wintermaand. Toevoeging van een adjunct aan den Advocaat-fiscaal van Indiê.
Is goedgevonden en verstaan aan den advocaat-fiseaal tao Indien een adjunct toe te voegen op een tractement nn drie honderd rijksdaalders per maand en den rang, gelykstandif met dien van drost der Bataviasche ommelanden na ouderdom van aanstelling.
Zie ook 2 Louwmaand 1811.
- H. W. DAEN0EL8. 521
10 Winlermaand. Oprichting van een carp$ mUÜairen, gpeckuU voor het landdrost-ambt Cheribon.
h besloten den landdrost van Gheribon te auloriseeren tot het oprigten en de aanwerving in dat landdroslambt ?an een compagnie infanterie van twee honderd man, daar- onder begrepen het presente garnizoen van Gheribon, en tan een halte compagnie artillerie van vijf en zeventig man, ten dienste van dat landdrost-ambt en om uit dat corps te vinden de bezettingen van Indramaljoe en Karang Sambong en een mobiel corps tot instandhouding van de goede rust in de binnen- en bovenlanden van Gheribon, zullende de voet van betaling bij een nader besluit gereguleerd worden.
Op S3 Wintermaand 1810 is ter zake nader besloten: 1^ dat de compagnie infanterie zal bestaan uil:
1 kapitein,
1 eerste luitenant.
Europeesen,
4 sergeanten.
1 inlandsche luitenant.
S » sergeanten.
4 • corporaals.
7S • gemeenen,
2 pamakan sergeanten.
8 » corporaals,
lOS • gemeenen.
200 koppen te zamen.
en de halve compagnie artillerie uit
1 luitenant.
2 sergeanten,
Europeesen,
1 luitenant.
2 sergeanten,
inlanders,
4 corporaals.
6B gemeene,
76 koppen te a
lamen;
522 1810. H. W. DAENOELS.
2® dat de betaling zal geschieden op de volgende wQze: een kapitein 'sinds, rd* 208 : 10
• !••• luitenant. » • 125 : —
luitenant > > 83 : 10
in zilver geld, met decortalie van 25 ten honderd,
een inlandscbe luilenant 'snids, rd* 15 :
• Ëuropeesch sergeant » * 10:
» inlaudsch of parnakan sergeant. • • 5;
• » • • corporaal > > 4: 9 w 9 w gemeene. > » 3:
in zilver, zonder decortatie; 3® dat de Europeesche kapitein, eerste luitenant en IniteoaDt, mitsgaders de Europeesche sergeants, dezelfde verstrekking van vivres, als by de armee bepaald zijn, zullen genieten en dat aan de inlanders bet volgende maandelyks lal virordeu uitgereikt: aan een inlandscben luitenant een honderd S rijst eo twee kannen lamp-olij. » » » of parnakan sergeant vijftig 8 rQst
en vijf fi zout,
• » > parnakan corporaal of gemeene veertig ponden rijst en vijf ft zout;
4^ dat deze compagnie dezelfde montering als de garnizoei»' regimenten zal hebben;
5° dat tot kapitein-commandant van gedagte compagnie infan* terie en halve compagnie artillerie zal wordeu benoemd, gelijk geschied bij dezen, de opziender over de koflSj- culture, J. Meijer;
6^ dat deze compagnie infanterie en halve compagnie artillerie zal staan ter dispositie van den landdrost, zoo om daaruit detachementen te leggen op Garrang Sambong en Indra* maijoe, als anderzints, daar het noodig mogt zijn;
7° dat van de veelmaal gemelde compagnie en halve compagnie alleen een driemaandelijks rapport aan den chef van den generalen staf te Batavia zal voorden gezonden; doch al de kapitein-commandant zorgen, dat de leenings-iysten,
- H. W. OAENOEL8 525
moDterings-lytleD, enz. maandelijks aan den commissaris fan oorlog te Batavia worden gesonden en de compta- biliteit navolgens de exlerende orders en reglementen geschiedde; 8^ dat de landdrost voor het compleet houden der gezegde compagnie infanterie en halve compagnie artillerie zorg zal dragen.
11 Wintermaand. Toevoeging van een adjunct aan den kapitein»con8lrucleur van de Rembangsche Ummerwerf.
Het traclement van dezen adjunct bedroeg IKO rijksdaalders, zilver geld, 'smaands.
13 Wintermaand. Verhoogiug der traclementen van den iccrelaru en van den fiscaal Inj den inspedeur^generaal der houlbosHchen tot SOOO rijksdaalders, zilver geld, 'sjaars.
Het onderhoud» de kleeding en de reiskosten van de onderge- schikten van den fiscaal verslonden ruim '/s van diens vroegere tractement.
Aan den secretaris van den inspecteur-generaal der kofüj- cultuur v?as eene gelijke tractements-verhooging toegekend.
16 Wintermaand. Invoering eener Masting op het ver- voer van koopmanschappen langs den groeten weg over Java.
Zyne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal, in aanmerking genomen hebbende, dat het groole transport van goederen en handelwaren langs den landweg, waarvan geene tholgerechtiglieid betaald wordt, merkelijk ten praejudilie van 'sLands domeinen strekt;
heeft besloten om alle goederen en handelwaren, welke andersints by uitvoer over zee aan tholgerechtigheid subject zyn» voortaan meede by afvoer van eene der plaatsen op
824 1810. H. W. OAENDELS.
Java oter den landweg aan deiehre impost te sobmilteeren, tenzij dezelve aldaar bereeds mochten zyn iBgevoerd geweest en daanran alsdan de tholgerechtigheid betaald, in wdk geval daarvan, evenmin op die plaats, als op eenige der andere, passeerende plaatsen op Java eenige thol zal mogen worden geheeven, doelende deeze tholheflBng alleen op goederen en handelwaren, welke van de plaats zelve worden afgevoerd en aldaar niet bevoorens over zee waaren ingevoerd geworden, waarvan de thol eens betaald zijnde, op de andere passeerende landdrost-ambten meede geen thol zullen onderheevig zijn; zullende op de passen, welke tot het passeeren van zoodanige goederen en handelwaren worden verleend, moeten bekend gesteld worden, of de pagt daarvan volgens de wet is betaald. En zal deeze verpagting op nieuw op Java's Oosthoek voor ultimo deeser moeten worden gebonden 'en op Samarang bij de aanstaande te houdene nieuwe verpagting van de inkomende en uitgaande rechten aldaar en voor de overige plaatsen onder Java's Noord-Oostkust meede noch te Samarang voor ultimo deeses en op Gheribon op de aanstaande te houdene verpagting van 'sLands domeinen aldaar.
16 Wintermaand. Vergunning voor invoer van goederen Ie Samarang en te Soerabaija door weemdeUngeH.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouvemeur Generaal, in aanmerking genomen hebbende bet vooroitsigt, dat er geduurende den loop van het aanslaande jaar weeder als bevorens Americaansche scheepen in deese colonie ten handel zullen komen en dezelve waarschijniyk meede de havens van Samarang en Sourabaija zullen aandoen eo de ver- pachtingen van dies invoer op deese pbatsen merkelyk een invloed op den prijs der inkomende rechten van de boom zal hebben;
heeft besloten om de verpachting van den invoer van aDe vreemde scheepen, zoo te Sourabaija, ahi te Samarang, op nieuw te laten geschieden en wel te Soorabaya voor ultimo
- H. W. OAÊNDEL6. K2K
deeses en te Samarang bij de aanstaande te houdeae nieuwe Terpachting van in- en uitgaande rechten.
19 Wintermaand. Aanstelling van een opzichter over den koffij-aanplant in het regentschap Poeger en Banjoewangi.
20 Wintermaand. Bepdling nopens hd beheer van het' tinggangers.
h bedoten, dat de kettinggangers in de drie administratien van Batavia, Sourabaija en Samarang zullen worden gesteld onder de orders en het toezicht van de havenmeesters aldaar, oDverschiUig in welk gedeelte van het departement zLJ worden geémploijeert.
22 Wintermaand. Regeling van post-rüten.
Is besloten de ordinaire postwagens, welke volgens de bepaling twee malen in de week van Batavia naar Soerabaija rijden, voor de aanstaande Weslmonsson, dan wel zedert primo van Louwmaand tot ultimo van Grasmaand, maar eens in de week te laten ryden, en wel:
in het departement van Batavia : om de Oost: des Zondags van Buitenzorg naar Tjipannas, » Maandags » Tjipannas « Tjoeragagong, » Dingsdags » Tjoeragagong • Sumadang;
om de West: des Maandags van Sumadang naar Tjoeragagong,
» Dingsdags » Tjoeragagong » Woensdags » Tjipannas in het departement Samarang: om de West:
» Tjipannas, » Buitenzorg;
des Donderdags van Samarang » Yrydags • Paccalongang » Zaterdags » Tagal
Zondags > Gheribon
naar Paccalongang, • Tagal, » Gheribon, » Sumadang;
Sie )è)Ö. H. W. ÖAÈNOÉLè.
om de Oost:
des Woensdags van Sumadang naar Cheribon, » Donderdags » Cheribon • Teg^h
» Vrijdags » Tagal » Paccalongang,
• Zaterdags » Paccalongang • Samarang; in het departement Sourabaya:
om de West:
des Zondags van Soerabaija naar Sidaljoe,
• Maandags > Sidaijoe » Bantjar, » Dingsdags » Bantjar • Joana,
» Woensdags » Joana » Samarang;
om de Oost: des Zondags van Samarang naar Joana« » Maandags • Joana » Bantjar,
» Dingsdags » Bantjar • Sidaijoe,
Woensdags » Sidaijoe • Sourabaija; doch daarentegen de extra-posten zoo veel te laten rijden, als daartoe aanvrage zal gedaan worden.
23 Wintermaand. Maatregel ter bevordering wm deu aanvoer van verschc visch Ie Batavia.
Ten einde de vissers van Tagal te animeren ter Tisvangst naar Batavia te vaaren en de viacbmarkt ter hooMiibuits, no veel mogelijk, te voorzien heeft zijne excellentie, de MaarKkalk en Gouverneur Generaal besloten den landdrost van Tagal te kwalificceren om aan ieder der vissers, welke soceesriveiyk ter visvangst vertrekken naar Batavia, uit 'sLands eaasa. tegens behoorlijke bewijzen, voor te schieten eene somma van vijftig rd% zilver geld, welke bewezen aan de generale directie zullen moeten worden ingezonden tea einde door dezelve de voorgescbotene sommen van den pachter der vis- markt van Batavia weder Ie incasseren, die lulks weder met de vissers zal kunnen verrekenen zonder genot van eenige intrest, hoegenaamd ook.
ièlO. H. W. OAÉNDCLft. Ki9
25 Wintermaand. Organisaiie van hel corps koUmiale zee-officieren.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouyerneur Generaal heeft met alieratie van de beslaiten van den 29" tan Win- termaand 1808, 14** van Wljnmaand en 19" van Slagtmaand 1809, mitsgaders 1 tan Wijnmaand 1810 besloten:
Eerstens: het korps koloniale zee-officieren roorlaan te doen bestaan uit de Tolgcnde kwaliteiten, als:
kapiteins van 'de 1* klasse gelijk aan de lieulenant-kolonds bij de armee,
kapiteins van de 2* klasse gelijk aan de kapiteins by de armee,
1* luitenants van de 2* klasse gelijk aan de 1* luitenants bij de armee,
kadets van de 2* klasse gelijk aan de kadets bij de armee.
Twecdens: de tractementen der koloniale zee-officieren te laten, zoo als dezelve bij de boven aangehaalde besluiten voor de respective rangen bepaald zijn.
Derdens: het getal der kapiteins van de eerste klasse provisioneel te hepalen op zes, het getal der kapiteins van de 2« klasse te brengen op agl en het getal der eerste lieu- tenants te brengen op twaalf; zullende de tegenwoordige sous-lieutenants allen de benaming van lieutenant dragen.
Ten vierden: de officieren der koloniale marine, welke te Amboina en Ternaten zijn agiergebleven of van daar nog niet zijn geretourneerd, enkel voor memorie op de naamlijst der koloniale zee-oflicieren bekend te doen stellen.
Ten vijfden: den eersten havenmeester, onder-equipagie- meester en onder-havenmeester te Sourabaija en Samarang, alsmede den directeur van de kogel- en bouiben-gieterlj, aange- zien derzelver veelvuldige werkzaamheden en zware verant- woording van de eersten, toe te leggen het tractement van de officieren van de infanterie van gelijken rang, betaalbaar in dezelfde munlspecie als dezen en daarmede dan ook te
S28 16^0. H. W 0AENDEL8.
doen ophouden de daggelden, tot hiertoe door gemdden directeur der kogel- en bomben-gieteri] genoten.
Ten zesden : aan den onder-commissaris der marine, loowd uit hoofde der meerdere werkzaamheden aan deze post dan wei aan die van secretaris van commissaris-generaal verknogt het veelvuldig reizen van denzelven naar de stapelplaatsen, als mede uit hoofde van zijn goed gedrag, toe te leggen een tractement van ryksdaalders drie honderd, zilver 'smaands, in stede van rd' twee honderd, thans door hem genoten wordende.
Ten zevenden : den bootsman van de werf te Batavia, van der Lee, te bevorderen tot opzigter der werf met rang van lieutenant op een tractement van rijksdaalders honderd, zilver, "smaands, betaalbaar in papier met de bepaalde agio; eo eindelijk
Ten agsten : aan den commissaris-generaal der marine over te laten om een boekhouder voor de werf te Sourabaya tol het houden der administratie-boeken voor te dragen op een tractement van rijksdaalders tagtig, zilver, 's maands, betaalbaar uit de kassa der sabandharij, onder den onder-havenmeester berustende.
25 Wintermaand. Oprichting van een corps djajang- sekar^s in het landdro8t*ambt Tagal.
Is besloten, dat in het landdrost-ambt van Tagal, evenals in de landdrost-ambten van Bantam en de Jaccatrasehe en Gheribonsche Preanger-Regentschappen, zal worden opgerigt een compagnie djaljang-sekars te voet; wordende de landdrost aldaar het oprichten derzelven gedemandeerd, met last om zich stipt te gedragen aan het besluit van den 3"* van Wintermaand jongstleden.
Op 29 Wintermaand 1810 is besloten tot de opriehtiog op dezelfde voorwaarden van eene kompagnie djajang-aduur's te voet, sterk 100 man, te Japara.
H. W. OAENOEL8. 529
2 Loowmaaod. Inslruclie voor den adjunct van den Advocaat-fiscaal van Hollandsch'lndiê.
Art. 1. Zoolang de advocaat-fiscaal van Indidn ia zijn persoon zal blijven belasl met de waarneming der werk- zaamheden, zoowel van het voormalige water-fincalaat, ak van die, aan zijne bediening eigen, zal aan denzelven tot zijne verlichting en tot expeditie van zaken worden toegevoegd een adjunct-fiscaal.
Art. 2. De adjanct-fiscaal, door het gouvernement gesala- rieerd, zal een vast tractement genieten van 3600 rijksd. 's jaars en mei den drost der Bataviascbe ommelanden gelijken rang hebben naar huone anciënniteit van aanstelling.
Art. 3. Hij zal in alle zaken, zijne bediening rakende, aan den advocaat-fiscaal ondergeschikt zijn en verplicht wezen denzelven in alles te kennen, aan zijn advies gehoor te geven en zich volgens zijne bevelen te gedragen.
Art. 4. Niettemin zal hy, even zoozeer als de advocaat- fiscaal, gehouden zt|n de uitvoering en opvolging der wetten te surveilleeren en, vernemende eenige daden, die tegen de goede orde, rust of vigeerende wetten van den Lande strijdig zijn, den advocaat-fiscaal daarvan moeten verwittigen.
Art. 5. Hij zal bevoegd zijn in zaken, waarin periculum in mora is, of in geval van misdrijven, die door hem op heelerdaad worden ontdekt, zoodanige maatregelen te nemen, als de aard der zaak zal vorderen, nochtans ter zijner ver- antwoording en onder verplichting daarvan dadelijk kennis te geven aan den advocaat-fiscaal. In geene andere gevallen zal hem deze bevoegdheid competeeren, maar in tegendeel de verplichting incumberen om van zijne bevinding zonder uitstel den advocaat-fiscaal rapport te doen, zonder buiten zijne speciale order daarin op eigen gezag iets te verrichten, veel min over eenige zaken te composeeren, boeten te ontvangen of onder wat benaming 'ook dezelve af te doen.
PLAIAAT-BOU OKBL XTI. Zi
1^50 IBll. H. W. OACNOÉLé.
Art. 6. In zaken, die bij ontijde of in absentie Tan den adTocaat-fiscaai zouden mogen voorvallen en waaromlrenlhij dus direcl geene bevelen van den advocaat-fiscaal lalkaimen vragen, zal hij gehouden zijn even en in dier voege te handelea. als de advocaat-fiscaal, indien die present ware, zoude ver- plicht geweest zijn te doen, mits ten zijner verantwoordiog van het voorgevallene zoodra mogelijk aan den advocsai- fiscaal kennis te geven.
. Art. 7. Ook zal hij bij indispositie, absentie of andere meer dringende occopatien van den advocaat fiscaal, bij alle crimi- neele commissiên ter enquesten met voorkoiniase en goed- keuring van den president van den hoogen Raad van justitie kunnen en moeten assisteeren en als dan den peraooo ^n den advocaat-fiscaal representeeren.
Art. 8. De zaken, welke de advocaat-fiscaal heeflterrolk van den Raad of van eenig ander r8chterll|k coDegie. waar dezelve mochten aanhangig zijn, zal hy by daszeirs absentie, ziekte of andere redenen tot versehooning insgelijks bevoegd en gehouden zijn door z^nen adjanct te laten vrur- nemen en vervolgen, op gelijke wijze als de adTocaat-fisoal. daarbij tegenwoordig zijnde, zoude gebonden zyn te does: en zal hy in dat geval de zitplaats occupeeren van deo advocaat-fiscaal, dien hy representeert.
Art. 9. Ry bet houden der gewone, crimineele exeentieo zal hy zich steeds bij den advocaat-fiscaal bevinden; duch by parate crimineele execotiên, welke ten overstaan vaii commissarissen uit den hoogen Raad worden gedirigeenl. zal hy, representeerende de persoon vanden adrocaat-fiscaaL ook afzonderUjk door deuzelven daarby kunnen worden ge- committeerd.
Art. 10. Ook zal hy alleen door den advocaat fiscaal en zonder dat daartoe de voorkennis en goedkeuring van den president van den hoogen Raad van justitie zal vereischi worden, kunnen gecommitteerd worden tot het bywooen van alle commissiên, waarby eenige inspectie oculair tot hel schouwen van Ujken of anderszins wordt gwequireerd, nul.«-
len. H. W. OAENDEL8. KSl
gaders tol die, welke op de reede, de eilanden ofopeeBigen abUod van de hoofdplaats moeten worden gefceeateerd of die tel examinatie of naweging van 'sLanda goederen en prodocten in 's gonvernements pakhoisen gebonden en niet dan met groot tt|dverlie8 door den advocaat-fiscaal zelren kunnen worden waargenomen.
En zal hij, adjunct-fiscaal, verpligt zijn in alle deze gevallen pligtschnldig aan den last van den advocaat-fiscaal te obtem- pereeren.
Art. 11. Nog zal hy, adjunct-fiscaal, voor zoover zyne overige bezigheden zulks toelaten en zulks met discretie van hem wordt gerorderd, verpligt zijn den advocaat-fiscaal te assisteeren in het formeeren van allerlei schrifturen, het exteodeeren Tan criminede eischen en conclusién, en gehouden zijn zich in het stelien van dezelven naar het advies van den advocaat-fiscaal te gedragen.
Art. 12. Van alle zijne Terrichtingen zal hij, adjunct-fiscaal, verpligt zyn pertinent aanteekening te houden en zijne rapporten aan den advocaat-fiscaal, des gevorderd, schriftelijk moeten overleveren.
Art. 15. Zoo dïkmaals zulks in oflBcie van hem geMscht wordt, zal hij verplicht zijn in persoon zich bij den advocaat- fiscaal te vervoegen en, wanneer deze het noodig oordeelt, zijne werkzaamheden op het bureau vaii het officie moeten verrichten.
Art. 14. Hij zal geregtigd zyn over de deurwaarders, den cipier van 's hoogen Raads boeijen en de suppoosten van den advocaat-fiscaal te beschikken, dezelve te requireeren en te ordonneeren in alle zaken, waarin hy namens den advocaat- fiscaal of uit kragte van deze instructie derzelver assistentie kan vorderen, doch verder niet.
Art. 15. Hy zal niet vermogen te releveeren de secreten van bet gouvernement, noch van den hoogen Raad van justitie, die hem worden aanbetrouwd, en zal verder gehouden zyn nopens het verbod van niet te mogen zyn pachter, noch medestander van denzelve, van niet te mogen ontvangen eenige
532 ^8n. H. W. DAEMDCtÓ.
gillen, gaYon of geschenken, noch eenige raad ofte advies te mogen geven aan degeene, welke zaken bij den Raad aanbangig hebben of apparentelijk niochlen krijgen, zich te gedragen na al, hetgeene deswegens bij art. 5, 6, 7, 8 en 9 der instructie voor den hoogen Raad van justitie omtrent de Raadsleden is gestatueerd.
, Art. 16. Ten diensteder justitie zullen hem, adjooct- fiscaal, uit de vrachthebbende manschappen van den advo- caat-fiscaal steeds worden toegevoegd twee dienaren om beurtelings door een van dezelve tot een teeken van distinctie te worden gevolgd en om zich daarvan tevens bij voorvallende gelegenheden in zijn officie te kunnen ht^ dienen.
Art: 17. Hij zal voor de aanvaarding van zijn ambt in Rade van Indien afleggen den volgenden eed:
Ik beloove en zweere Zijne Majesteit, den Koning van Holland, als mijnen hoogen en doorluchtigen souverain, mits- gaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indien gebouw en getrouw te zijn, het ambt van adjunct-fiscaal getrouwelijk te bedienen en na vermogen werkzaam te zijo tot onderhouding eener goede politie, tot bewaring van de rust en tot nakoming van 'sLands wetten, mij daarin \t houden aan de instructie, voor mijn ambt beraamd of nog te beramen, en aan de bevelen van den advocaat-fiacaal van Hollandsch-Indiên en eindelijk mij in alles zoodanig te gedragen, als een vroom adjunct-Oscaal toestaat en be- taamt.
Zoo waarlijk helpe mij God Almachtig.
2 Louwmaand. Voorschriften voor den laxaleur run vaste goederen.
Is besloten te bepalen:
Ten eersten: dat, vermits de respeciive bazaars op df tanderyen bereids belast zijn met 5 pet. van de inkomsten, welke door het collegie van Schepenen moeten worden inge-
- H. W. DAENOELS. 5S5
▼orderd, dezelve op zieb zelf en voor dies waarde huiten taxatie luUen moeten blijven en dus alleen de reaieerende jaarltjksche revenuen, na aftrek van gedagLe 5 pet, in de waarde der landerijen zullen kunnen en moeten worden gebracht, terwijl echter de bazaars van Weltevreden, Tangerang en Meester Gornelis, welke weinig meer terrein beslaan, als (ol het houden dier markten wordt vereischt, gelijk ook alle andere bazaars, waarvan de eigenaars kunnen aantoonen met de hare zich in hetzelfde geval te bevinden, daaronder niet begrepen zullen zijn.
Ten tweeden : dat de wet omtrent hel taxeereu der suiker- molens, wagen-verhuurderijen en diverse bakkerijen in zijn geheel blijft, voor zooverre daarmede in der tijd is beoogt alle verschillen uit den weg te ruimen tusschen de taxateurs van vaste en losse goederen over de objecten, lot welke waardeering een ieder van hun in het bijzonder zoude bevoegd wezen, en dat dus onder de belasting wel de landerijen met hunne suiker-molens of andere fabrieken en al hetgeen aard- en nagelvast is, maar in geenen deele roerende of losse goederen kunnen worden betrokken.
Ten derden: dat de slaven, die op de landen gevonden worden, zullen moeten worden gecousidereerd, evenzoo min als de koebeesten, onder de vastiglieden te bebooren, doch dal niettemin de revenuen, daardoor aan de landerijen toege- bracht, zullen moeten worden getaxeerd.
Ten vierden : te verklaren, dat hel geen poinct van bedenking kan zijn, hoedanig hij, taxateur, zich zal hebben te gedragen aangaande landerijen, welke verplicht zijn aan den Lande padij op te brengen, daar dezelve door hunne mindere in- komsten natuurlijk minder waardig zijn als landerijen, waarop een zoodanige last niet ligt.
Ten vijfden: dat ten aanzien van de ongecultiveerd liggende landen hij, taxateur, eenlijk zich zal hebben te gedragen aan de publicatie dezer regeering van den ^r ^" Sprokkelmaand anno passato, welke beveelt om de actueele waarde der landerijen te taxeeren.
834 1^1* H. W. OACNOEL8.
9 Loawmaaiid. Wifziying wmdeapZ Lentemaand 1810 va^gesléde regding van schrijfbdioefkn, voor zeor*cl belrefi de drie müüaire divisiën op Java.
Dit uitToerige stuk is om zijne, naar het voorkomt, geringe waarde niet opgenomen.
13 Loowmaand. TractemenlS'Verhoogmg van hei per- soned bif den canstrudie-winkel te Soerabaija.
Dientengevolge kregen:
de constructie-boekhouder rd« 15<»
assistent van denzelven
twee smitsbazen, ieder
baas tinunerman
baas wielenmaker
baas geweermaker
opzichter in het pakhuis
twee meester-knechts van de gewcermakers,
ieder
meester-knechts der timmerlieden
twee meester-knechts smit, ieder
meester-knecht zadelmaker
alles zilver geld, 's maands.
25 75 75 75
75 60
4.;
45
45 45
Bij een besluit van denzelden datum is bepaald, dat, behalve de vast tractement genietende geémploijeerden, bij dezfn winkel werkzaam mogten zijn 107S man (Europeaneo en inlanders), benevens SOO handlangers.
14 Louwmaand. Bepaling^ dat in dk landdrad- en dro&t'ainbtf •begreepen onder het postwezen'\ aanweój moesten zijn vier karren ter overbrenging van briefen.
Zulks was eene wijziging van het reglement op de posterijen.
14 Louwmaand. Aanwijzing van Pamanoekan als Imi-
stapdplaats. In aanmerking nemende, dat te Pamanoekan eene aanzicnltjl^^
- H. W. OAENOEL8.
»38
imYedheid houtwerkeii aan handen is en dat deaelfe dagelijks sUan ▼ermearderd te worden en aldaar nog onder het op- en toeiieht Tan den boacbganger aljn;
is coDftMtn de voordracht van den commisaaria-geneFaal der marine hedoten te Pamanoekan eene stapel^laata aan te leggen en oyer dezelve aan te stellen een hout-opsiehter, die tOTens de houtvlotten moet constroeeren en gehouden zal lijn om, zoodra aldaar genoegzaam hout voor vlotten aan handen ia, daarvan kennis te geven aan den havenmeeaf er te Batavia tm einde dezelve akdan te doen afhalen.
i SpTokkelmannd
Vemi^iging mn brieven van credit.
Naderaaal op den W^ van Louwmaand jongstleden in Rade van Indié besloten is om, in voldoening aan de readutiên dezer regering van den S'° van Sprokkelmaand en den S** van Bloeimaand 1810, instede van de nieuw aangemaakte brieven van credit van 1, 2 en 3 rijksdaalders tot een montant van IS00,00() rgksdaalders, een gelijk bedragen aan oude, ingewissdde papieren van credit en aan groote eredit-brieven van rd" 10,000 ieder plegtig te laten verbranden en den dag daartoe te bq>alen op den SS^ dezer;
zoo wordt aan allen en een iegelijk daarvan zoowel kennis gegeven, als dat de te verbranden brieven van credit zullen bestaan in de volgende, te weten:
zes en veertig pees van rd" 10000
1000
een
drie
een
twaair
vier
negen
zeven en zestig
een
200
loe
BO 25 20 IB 10 5 2
K36 1811. H. W. OAENDELS.
en laatsteiyk nog in eene somnm ran S8S98 rd'aanoQik. ingewisselde papieren ran 1, 9 en 3 rd*, waarvan noch kt jaargetal, noch de nommers, uit hoofde dezelve nitgesieeD Bljn, opgegeven knnnen worden, uitmakende te zamen vM>r- sebrevon somma van 500000 rd% met in achtneeming van de volgende solemniteiten, te weten:
dat deze vernietiging ten dage voorschreven zal piaals hebben voor de puije van bet stadhuis, des morons ten acht uren, ten overstaan van eene politieke eneenOiiistilièlc commissie, bestaande de eerstgenoemde uit den heere dreeteur- generaal van 's Konings finantién en domeinen in Azië, P. T. Ghassé, en de heeren Raden extra-ordinair A. Hirtsink en Mr. W. A. Senn van Basel, en de laatstgemeHe uit den president, twee leden en den griflSer van den boogen Raad van justitie van HoUandsch Indië, geadsisteenl door den deurwaarder;
dat van de te verbranden credit-brieven nauwkeurige l^len aan de leden van beide commissiên zullen worden gedis- tribueerd en de credit^brieven naar den inhoud dezer lijstea door de leden geëxamineerd en, vervolgens aan den griffier overhandigd zijnde, door denzelve distinct hel nommer en de waarde dezer credit-brieven zal worden opgelezen om daarna dadelijk door het vuur te worden vernietigd.
En opdat een ieder hiervan kennis eriange, zal deze worden gepubliceerd te Batavia, dies ressort, in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, en in de Hollandsche, Chinesche en inlandsche talen geafBgeerd ter plaatse gebruikelijk, met uitnoodiging aan elk en een iegelijk, des verkiezende, hierbij tegenwoordig te zijn.
15 Louwmaand. Maatregelen ten aanzien van zdsere regentS'Woning.
Als een merkwaardig staaltje van de wijze, hoe Daendek soms te werk ging, diene het volgende.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal* in
ten. H. W. DAENDELS, 537
OTerwegiog genomen hebbende het verzoek van den eigenaar ran het landschap Probolingo, houdende, dat de dalm van den gewesen regent van Banger onder den koop van bet gez^de landschap mogt gerekend worden te behooren;
en in aanmerking genomen zijnde, dat wijlen de vader van den gewezen regent van Banger, thans regent te Sidajoe, aldaar als regent is geplaatst gewoi*den op een tijdstip, waarin hetzelve bijna van bewoners ontbloot was en de velden meest woest en braak lagen en dus de door hem zoo ruim en sierlijk gestichte regentswoning niet heeft kunnen laten op- bouwen zonder den handenarbeid te belalen, als zullende, in- dien voorschreven regent zulks gevergd had bij wijze van beerendienst van zijne onderhoorigen, hel regentschap Banger, in slede van een zeer bevolkt en bebouwd land te worden, in zijD eersten staat zijn gebleven;
heeft besloten: 1^ dat de dalm van het regentschap Probollngo zal afgestaan worden aan den legenwoordigen eigenaar, den oud-kapilein der Ghineezen te Passourouang, Han Kitko en zulks voor eene somma van drie duizend Spaansche realen ofte rijksdaalders Hollands vier duizend, zilver geld, waarvan het gouvernement uit bijzondere consideratiên de eene helfte tot rijksdaalders Hollands twee duizend» zilver geld, voor hare rekening zal nemen en de wederhelfte of gelijk twee duizend rijksdaalders door gemelden landeigenaar Han Kitkoy zal worden betaald; 2^ dat deze bedragen door den legenwoordigen regent van Sidajoe zal moeten worden ten koste gelegd aan de voltooiing der dalm in het regentschap Sidajoe.
18 Louwmaand. Bestraffing van een procureur door het Collegie van Schepenen.
Ter roUe van heden gebleken zijnde, dat de procureur van Bercum zich beeft schuldig gemaakt aan vexatiên en ongepermitteerde geld alperzingen ter zake van den voor
S38 1811. H. W. OAENOEL8.
dezen gerechte op heden gedagYaarden Chinees Que Theüng: zo 18 naar rijpe deliberatie goedgOYonden en Terataan gedaglen procureur, van Bercum, over zijn buitenaporig en aHeiuds strafbaar gedrach, het eischen van SO voor 't invorderen van slegts 400 rijksdaalders aan kapitaal, te condemneren in de kosten, ten dezen gevallen, met recommandalte wyders zich voortaan van soortgelijke extravagante draiar^es «Mg* neoselijk te vrachten, sub poene van ernstiger dispositie.
20 Louwmaand. Uübelaling van Iraciemenien aanwuU^ tairen.
Is besloten den commissaris van oorlog te Semarang te gelasten om de troepen van de mobiele divisie te doen uitbetalen voor Wintermaand 1810 en de inlanders voor Louwmaand 1811, op den voet, zooals de troepen te Semarang worden uitbetaald, zullende het tractemeot van de brigadien en kolonels, mitsgaders dat van den majoor van de rijdende artillerie te Batavia worden uitbetaald, mede op den voet van betaling van Semarang, doch in papier met de agio.
Op 26 Louwmaand 1811 is nader besloten »den hoofd- administrateur te Semarang te autoriseeren om de kapiteins van de divisie te Semarang maandelyks te betalen in Japans koper, 't geen hun in Bataviasche crediet-papieren anden wordt uitbetaald*'.
20 Louwmaand. Regeling van een o/j^cieel, militair fe&U.
Zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal bepaald hebbende, dat op morgen aan de troepen te Semarang en te Oenarang en Salatiga een feest zoude worden gegeven, heeft besloten, dat ten voorschreven einde de volgende ver- strekkingen zouden worden gedaan, ak:
voor twee honderd inlanders een karbouw en voorts aan de inlanders een pond koffie voor 10 man, een pond iniker
- H. W. OAENOEL8. K39
▼oor Ttlf man en twee mosjee arak per kop; zullende TOorts bi| ieder corps een troep rongenga^meiden zijn;
de Boropeezen en Amboineezen znllen hebben een en drie kwart pond ossen-vleesch per kop, een pond kofiBj voor ▼ijf man en een pond zuiker Yoor Tier man» voorts drie musjes arak per man.
Op gelijke wt|ze is den 25*^ Louwmaand 1811 eender- gelijk feest te Soerabaija toegestaan, omdat Daendels voldaan was »over bet gedrag der troepes in 't generaal geduurende •de onlusten op Java".
21 Louwmaand. Ampliatie van het reglement op het ge- bruik van pedati^s^ vastgesteld op 21 Slachtmaand 1810.
Is besloten te bepalen:
1^ dat op ieder der bij bet generaal reglement op het post- wezen vermelde poststations bet getal der buffels voor de pedattis of buffelkarren zal wezen vastgesteld op acht stuks en een gelijk getal op Buitenzorg:
2^ dat, wanneer volgens het IZ^ artikel van het voorschreven reglement op het gebruik der pedattis de buffelkarren dienen voor transport van personen, dezelve niet meer zullen innemen dan aan bagage voor ieder persoon tien ponden gewicht of dat anders voor die bagage andere pedattis zullen moeten worden genomen, tenzij de personen en goederw te zamen in gewicht blijven beneden de bepalingen, bij art. 11 van het meergedachte reglement gemaakt, wanneer echter voor het meerder gewicht aan goederen als tien ponden de persoon apart pro rato van het tarief zal moeten worden betaald; en deze bepaling algemeen te maken en tot alle landdrost-ambten te exten- deeren, met authorisatie voor de landdrosten daarvan, een ieder in dra hare, de noodige affictie te doen;
3^ dat, evenals zulks bt) besluit van den SS*° van Oogstmaand, anno passato, ten aanzien van de vrachtloonen voor de
H40 ^B^^. H. w. oaenoels.
postwagens is vaslgesteld, de vrachtloonen voor de pedattis in eens voor de geheele reis te Buitenzorg of te Sanürang zullen worden ingevorderd.
21 Louwmaand. Voorschrift nopens koffij-iuinen.
In aanmerking nemende, dat het belang, zoowel der regeoteo, opzieners]^en inlandsche hoofden, als van de planters» hierdoor aan het kiezen van goede gronden en het beboorlyk gadesliao derzelve ten nauwsten zal worden verbonden,
is besloten in het algemeen te bepalen, dat voortaan van nieuwe koQietuinen, die verwaarloosd of op slechte gronden aangelegd zijn, geene afschrijving zal worden toegestaan, maar dat zoodanige tuinen zullen moeten worden gerempla- ceerd door nieuwe aanplantingen van een gelijk getal boomen als in de afgekeurde tuinen.
21 Louwmaand. Instructie voor de commissarissen ter regeling en tot-stand-brenging van de grens-9chdiing tusschen de Gouvernements- en Vorstenlanden,
Art. 1. Op den 6^"" en lO^"" dezer tusschen het Hollandsch gouvernement en hunne hoogheden den Keizer te Souraearta en den regent van het rijk van Djokdjokarta contracteo gesloten zijnde, waarbij:
1^ door beide vorsten aan het gouvernement afgestaan zijo dat gedeelte van de Cadoe, hetwelk b^na^toi aan bel Noorder-zeestrand loopt, doch niet verder als het gewezen regentschap van Gandal zich ten Zuiden uitstrekt eo wel van de Zuid-Westelijke punt van Gendal in eene paralelle linie met de zee Westwaart aan, totdat denive stuit aan Paccalongang, welke linie de grensscheiding zal uitmaken tusschen 's gouvernemen ts-|^ en^vorsteolandeo : 2° almede door beide de vorsten defstukjes^^vorsteo-grond. gelegen in de regentschappen van^Samarang en Demak. Caliwongo en Gandal, en die, welke mochten ligg^ g^ enclaveerd in de landdrost-ambten over Japara of andere.
1811 H. W OAENDELd. 54l
alsmede de bnden, ^elke zich tusschen de districteD van
Sahtiga en Grobogang mochten bevinden; 3^ door zijne hoogheid den Keizer dat gedeelte van Blora,
hetwelk benoorden de uiterste grenzen van Grobogang
en Djipan ligt; 4® door den regent van Djokdjakarta de districten van Gro- bogang, Wirosarie, Silela, Warong en de landen van
Djipan en Japan; en daarentegen door het HoUandsch gouvernement
gevoegd : 5" aan het rijk van Soerakarta het landschap Malang en
distriet van Antang; 6^ aan het rijk van Djokdjokarta de landen, aan het Hol-
landsch gouvernement onder Boejoelalie behoorende, en
het landschap Galo en district Tjauwer-wetlang, in de
Cheribonsche Preanger-landen gelegen, zoo worden commissarissen voornoemd bij dezen gelast en gecommitteerd de limiten dezer nieuwe landscheidingen te reguleeren en tot stand te brengen en daarvan de behoorlijke overname en overgave te doen uit naam en van wegens zijne Majesteit den Koning van Holland van en aan de daartoe door hunne hoogheden der Keizer te Souracarta en den regent van het rijk van Djokdjokarta te benoemen comroissién, onder verdere observatie.
Art. % Dat door de speciale commissiên, welke zijn benoemd geworden tot den opneem der onder den Oosthoek, Rembang en Semarang vallende, afgestane vorstenlanden, te weten: voor den Oosthoek den drost van Passourouang, Uesselaer, en den commissaris over de wegen en posterijen, van Ligten; voor Rembang de leden van het collegie van administratie der houtbosschen, Halewijn en Lawick van Pabst ; en voor Semarang den kapitein en eersten inforraator in de artillerie school, Gerlach, en den burger Kleijn, van derzdver groole, bevolking, belending, quantiteit rijstvelden, groote en soorten van houtbosschen en het getal der karbouwen^ paarden en koebeesten aan de voorschreven commissarisseti
542 1811. H. W. OAENO£L8
zal moeten worden gedaan een distinct rapport, mei byrooguig yan alle zoodanige verdere consideratien, als aan goncUe commissién mogten voorkomen de attentie van het gouTer- nement te meriteeren.
Art. 5. De commissién zijn ook gechargeerd zich ter opheldering van voorkomende bezvraarmssen aan oommis- sarissen voornoemd te adresseeren en» bij aUien desdvevran dien aard mochten zijn, dat commissarissen daarin niet konden decideeren, zuilen commissarissen zich daaromtrent aan zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal moeten adresseeren.
Art 4. Alhoewel onder het district van Sahtiga de Ampel, aan zijne hoogheid den Keizer toebehoorende, zoude komen te vallen, is het de intentie van zijne excellentie den Maarschalk en Gouverneur Generaal om dit district aan syne hoogheid den Keizer te laten behouden, gelijk mede aan zijn hoogheid den regent te Djokdjokarta dat gededte Tan een ander stuk grond, hetgeen Westwaarts op dezelfde Zuider-breedte als de Ampel gelegen is.
Art. K. De linie der limietscheiding moet verder getrokken worden van hel Zuidelijke van Salatiga, hetwelk aan het HoUandsch gouvernement zal komen^ na het Zuiddykste gedeelte van Grobogang en van daar door Blora en door Djipan naar hel Zuiden van Japan; dan, alzoo Djipan geheel aan het gouvernement is toegekend en zyne hoogheid de Keizer van Blora niet meer heeft gearriveerd [«lir], als belgeen bezuiden een rechte linie van het Zuiden van Grobogang tot het Zuiden van Djipan mochte liggen, wanneer deae link misschien door Madioen zoude komen te loopen, lal deae scheiding in een flauwe circulaire linie na buitenwaarts in dier voegen getrokken worden, dat dezelve beneden Madieeo de rivier van Solo passeere en zich sluite aan het Zuide- lykste gedeelte van Japan.
Commissarissen zullen hierin na bevinding der ligging moeten handden, zijnde het de intentie van zyne excellentie den Maarschalk en Gouverneui* Generaal aan zijne hoogheid
1Ó11. H. W. DAËNDËLd U%
dea Keizer een terrein te latmi op de riTier vui Solo beneden Madioen om aldaar een tolpoort te leggen en om aan zijne hoogheid den regent van Djokdjokarta temg te geren, hetgeen van Djipan Zuidwaarts van deze linie gelegen is.
Commissarissen zullen bij baar rapport een figuratoire kaart van deze linie voegen, met opgave der redenen en gronden, waarom zij dezelve zoodanig en niet anders hebhen getrokken.
Art. 6. De rapporten der voormelde, reeds afgezondene <M>ramis8iên ingekomen zQnde, zullen door commissarissen met de meeste attentie nagegaan en daarna aan zyne excel- leotie den Maarschalk en Gouverneur Generaal de volgende Yoorstellen moeten gedaan worden:
1^ welke gedeelten' der diiferente districten bet geschiktst voor de rijst- en koffie-cultuur zyn en onder welke land- drost-ambten en regenten die navolgens hare ligging bet beste zouden in te deelen zijn, en a^ welke gedeelten derzelver onder blandongs zouden dienen gebracht te worden en onder welke landdrost-ambten die volgeus hare situatie bet best zouden behooren. Art. 7. Nadat aan zijne excellentie den Maarecbalk en Gouverneur Generaal een accuraat en distinct rapport zal zijn ingezonden van de diiferente, geprojecteerde limiten en de verdere, in deze voorkomende poinclen en daarop hoogst derzelver approbatie zal zijn ontvangen, zullen de in deze benoemde commissarissen procedeeren tot de overname en overgave der in deze genoemde, overgenomene en afgestane landen van en aan zoodanige commissiên, als daartoe door hunne hoogheden den Keizer te Souracarta en den regent van het rijk te Djokdjokarta zullen worden benoemd, en alsdan meriipalen van steen of van hout laten stellen tot aanwyzing der limieten tusschen gouvernements- en vorsten- landen ; zullende zijne excellentie de Maarschalk en Gouverneur Generaal alsdan tot gemak van deze commissie de overgave van het landschap Galoe en district van Tjauwer-wettang aan het ryk van Djocdjocarta door den landdrost der Jaccatrasehe
K44 181^. H. W. DAENOÉLé.
en GheribouBclie Preanger-laudeo eu vau het landschap Malang aan bet rijk van Soerakarta door den landdrost yan iavaV Oosthoek laten effectueren.
22 Louwmaand. Aantnaak van bergplaatsen voor pedatis bij de post-stations.
Is besloten de respective landdrosten op geheel Jara aan te schrijyen en te gelasten om bij ieder station der post- paarden te plaatsen eene behoorlijke, overdekte bergplaats voor pedatties, hebbende zijne excellentie de Maarschalk eo Gouverneur-Generaal met ergernis ontwaard, dat hieromtrent geene de minste zorg tot hiertoe was gedragen.
Gelastende de commissarissen der wegen en posteryen om hierop een speciaal regard te slaan en hoogstdenzelve socces- sievelijk te dienen van rapport.
22 Louwmaand. Toekenning van een hoogeren rang aan twee, tijdelijk in Indiè aanwezige luitenants der K(h ninkltjke marine.
Zij kregen voor den tijd vau hun verblijf in Indiê den rang en het tractement van kapiteins der V^ klasse bij it koloniale marine, maar bleven bij de Koninklijke marine in bun actueleu rang.
23 Louwmaand. Pluk-loon van kofpj.
Uit een besluit van dezen datum blijkt, dat dit loon bedroeg Vs van het product voor helpers bij het plukken, afkomslig uit andere districten dan die, waarin de koffij was geoogst.
In het district Adiarsa (Krawang) moest dk huisgezin no acht. bij name genoemde desa's 5900 koQij-boomen onder- houden, maar bleef «vooreerst" van nieuwen aanphint ver- schoond.
23 Louwmaand. Ikpaliug nopens den aanplant van kojjij. Is besloten te bepalen, dat het getal der vruehtdnigeo«lc
- H. W. 0AEN0ËL6.
K4S
koflSjboomen in het landdrost-ambt der Jaceatrasehe m Cheri- bonsche Preanger regentschappen door ieder huisgezin zal moeten worden gcbragt en gebonden op een duizend hoornen en dat jaarlijks door ieder huisgezin eene aanplanting zal moeten geschieden van twee honderd jonge hoornen, tot het volle getal van dnizend Yruchtdragende boomen toe.
23 Louwmaand. Organisatie van het corps djajang* sekar*8 voor geheel Java.
Dag aan dag meer inziende bet nut der korpsen ran de djaljang-sekars tot mainlien der publieke rust, is besloten bet korps der djaijang-sekars over het geheele eiland Java finaal te arresteeren, als volgt:
te Bantam 50 te paard en 100 te voet,
in de Ommelanden van Batavia. 50 • >
• • Jacatrasche en Cheribon-
sclic Preangcr regentschappen.. 100 » » » 100 » »
te Gheribon 100
» Tagal 100 » • » 100
» Paccalongang 60
» Samarang 150
• Japara 100 » » • .100
» Rcmbang 50
» Grissee 100
Sourabaija 100
» Passourouang 100
1 Sumanap 100
te zamen TI 50 te paard en 400 te voet,
iBet last aan de brigadiers der divisiên om te zorgen, dat de wapenen voor dezelve, conform bet besluit van den S*"" van Wintermaand 1810, binnen eene maand aan de gemelde korpsen worden geleverd;
met last aan de respective landdrosten om te zorgen, dat deie corpsen mede biimen eene maand compleet zijn aan inanschappen en dat aan dezelve worden gegeven het effect
HOUT-BOBt OBBL XTl.
35
B46 1311. H. W. OAENOEL8.
van bovengenoemd besluit ten aanzien van derzelver onder- houd; met last aan den commissamordonnaleur om te lorgea, dat de kleeding en equipeering voor dezelve binnen veertia dagen gereed en afgeleverd zijn;
met last aan den luitenant-kolonel-inspeeteur, Bikkes, om aan zyne excellentie alle acht dagen van den voortf^ rapport te doen, en
eindelijk, met last aan den chef van den generakn s(af« von Gutzloir, om door eene continueele correspondenüe de voorkomende zwarigheden w^ te nemen en te zorgen» dat dit besluit in alle zijne deelen worde achtervolgd.
Zie ook 6 Mij 1811.
25 Louwmaand. Voorziening in de behoefte aan slroo- zakken.
In aanmerking nemende het exteerende gebrek aan slroo- zakken voor *sLands koloniale producten en hierin, zooveel mogelijk, willende voorzien, na ingenomen te hebben de con- sideratiên en adviezen van de meeste landdrosten en vao de ervarendste regenten; is besloten:
den landdrost van den Oosthoek, het lid der hout-administratie te Rerabang en de landdrosten van Japara, Samarang, Pac* calongang, Tagal, Gheribon, de Jacatrascbe en Preanger- regentschappen en van Bantam aan te schrijven en te gdaslen : 1^ om in deze kwade mousson te doen aanplanten op alle zoodanige woeste gronden, zoo langs de stranden, als in het interieur, zooveel gebang-boomen, als de locale om- standigheden zulks zal permilteeren, en om met dezeo aanplant in de volgende natte mousson te conlinueereo tot nader order; 2^ op het einde van ieder kwade mousson van dequantiteit der aangeplante boomen in ieder regentschap of distriet aan zijne excellentie een behoorlyk rapport in te zenden; 3^ om ten einde te voorzien in het momentaneel gebn^
- H. W. OAENOEL8. B47
Ie laten aanmaken zooTeel stroo-zakken van de bladen van de bamboe-boeloe, ala zulks met den voorraad van dit gewas en de verdere vrerkzaamheden in ieder laad- droet-ambt en regentschap bestaanbaar zal zijn; en 4^ om van dezen pluk en aanmaak van stroo-zakken maande- lijks rapport te doen, zoo aan zijne excellentie, als aan den directeur-generaal, met qualificatie op genoemde landdrosten om gezegde stroo-zakken bij de leverantie successievelijk Ie betalen volgens den prijs, bij het land bepaald.
26 Louwmaand. Verhypolhekering van een Lands-eigendom.
In aanmerking nemende de zwarigheden in het beleenen van den tuin, de Vrijheid, door de weeskamer alhier en de Raad van justitie, van der Worm, zich hebbende aangeboden het kapitaal van twee en twintig duizend rijksdaalders, zilver geld, op dezelfde voorwaarden en t^n den verminderden intrest van een half percent 'smaands op te schieten, is besloten den landdrost van Samarang en Damak te kwalificeeren voornoemde gelden van het gemelde lid van den Raad van justitie, van der Worm, op den tuin de Vrijheid te mogen opnemen.
De bewuste tuin was bestemd voor de woning van ge* noemden landdrost.
26 Louwmaand. Bepalingen nopens de kommandanlS'^ w(ming te Banjoewangie.
De landdrost van Java's Oosthoek te kennen gegeven heb- bende, dat het commandanls-huis te Banjoewangie door den (egenwoordigen commandant nog niet is overgenomen en dat ook de overname daarvan voor den presenten commandant, die maar een kapitein militair is, te bezwarend zoude wezen, verzoekende hierop de dispositie van zijne excellentie, tot zekerheid van het door de weeskamer te Samarang ge- i^ypothekeerd kapitaal op dat huis;
S48 1811. H. W. OAENOEL8.
is beslotenden landdrost van Java's Oosthoek Ie autorise^ieD om het kapitaal, hetwelk voor het eommandants-hais te Banjoe- wangie bij de weeskamer te Samarang beleend is, ait de kas van Sourabaija af te lossen en gedagte hnis voor r^enlDg van den Lande over te nemen, met bepaling, dat de cooh mandanten voor het vervolg daarin voor niet wonen, doch de reparatiên en het onderhoud voor hunne rekening zullen zijn.
2 Sprokkelmaand. Voorziening in recrtUen.
Is besloten de drie bataillons van het derde regiment infanterie véüQ linie te doen compleeteeren met Madureex^o en Sumanappers binnen den tijd van zes weken, alsmeile binnen den evengemelden tijd het 5^ bataillon artillerie vin den Oosthoek te laten brengen op twee honderd hoofdeii per compagnie en de twee bataillons van het derde guanmoeos regiment aldaar op duizend hoofden ieder, de grenadiers daaronder niet begrepen, moetende deze laatste recrnteerio: geschieden uit de regentschappen van den Oosthoek voigens derzelver populatie, respectieve, terwijl tot faciiiteering van de evengemelde recruteering aan lederen recruut by deszeli^ komst bij zijn corps tien Spaansche matten zullen moeten worden ter hand gesteld, met dien verstande echter, dat de regenten, die de recruten hebben geleverd, voor dezelve eco jaar lang zullen moeten instaan en dat aan de mansehappea welke door deze regenten tot remplaceering van deserleurs worden geleverd, mede zullen gegeven worden tien Spaansche matten per hoofd, doch niet uit 's Lands kas, maar ten kosten van de regenten.
Op denzelfden datum werd een nagenoeg woordelyk gelijk- luidend besluit genomen ten aanzien van het vierde gamizoens- regiment, waartoe de recruten door de regentschappen vao Java's N. 0. kust moesten worden geleverd.
Zie ook SO Sprokkelmaand 1811.
- H. W. OAENOEL8. 549
3 Sprokkelmaand. Regeling van het loon mn inlandsche werklieden in de Jakatrasche en Cheribonsche Preanger" regentschappen.
Is besloten het arbeids-Ioon der inlandsche ambachtslieden, welke aan gouvernements werken in het voormeld landdrost- ambt worden geêmploijeerd, voor nu en in het venrolg daags in koper geld te bepalen:
voor een timmerman op twaalf stuivers
» > mandoor » tien > en
» » koelie of battoor • acht »
Op 3 Juit)' 1811 is hierin de navolgende wijziging ge- bracht :
is besloten aan de battoors, geêmploijeerd aan de werken te Boilenzorg, welke volgens besluit van den S*"" Februari) 1811 ontvangen 8 stuivers daags, voor laan te verstrekken 6 stuivers daags en de twee andere stuivers te doen genieten door den eersten ranga aldaar voor 't leveren van rijst aan gemelde battoors.
5 Sprokkelmaand. Voorschriflen nopens scheeps-passen.
Op dezen datum is afgekondigd de publicatie, bedoeld op bladz. 818, regel 2 v. b.
Sprokkelmaand. Wijziging van het bepaalde op 1810 nopens particuliere djati-bosschen.
16 H»0bM4Ptd 4 Herfttmmamd
Alzoo omtrend den bij publicatie van den 4*° van Herfstmaand jongstleden gearresteerden last, dat al het jatij-hout van par- ticuliere landerijen, hetwelk op dezelve niet tot eigen gebruik aangehouden, maar van daar zoude worden afgevoerd, ver- voerd of verkocht, bij de landdrosten om het half jaar zoude moeten worden aangegeven ter branding, eenige nadere speciale
550 1811. H. W. OAENOEL8.
bepalingen noodig geoordeeld zijn; zoo is in Rade van liidié goedgevonden, tot ampliatie van gedagte publicatie Tan den i^'^ van Herfstmaand jongstleden, de volgende poineten vast te stellen, zooals dezelve vastgesteld worden by dezen :
Ten eerste: dat de bij gedagte publicatie geordoaneerde branding van het jatlj-hout tweemaal 'sjaars en wel voor ultimo van Lentemaand en ultimo van Herfstmaand zal moeten geschieden.
Ten tweeden: dat de eigenaren van de bosscheu, waarin bet jalij-hout valt, verpligt zullen zijn vóór de helft van ieder dezer maanden aan den landdrost van bet lauddro6l-ambt« waarin zoodanige bosschen zijn gelegen, op te geven, hoeved hout en waar hetzelve bij hun gereed legd om gebrand te worden, of bij verzuim hiervan eene eerst volgende gelegenheid tot branding zullen moeten afwachten.
Ten derden: dat de branding van wegens den kinddrost der Bataviasche ommelanden door deszelfs schouten en van wegens de overige landdrosten door dergelijke gequalificeerde personen zal kunnen geschieden, mits telkens door de bad* droslen daartoe speciaal gequalificeerd zijnde, onder overgave van de lijsten der houtwerken, die gebrand moeten worden ; wordende de schouten der Bataviasche ommelanden of andere, daartoe in de onderscheidene landdrost-ambten te benoemen^' personen geinterdiceerd eenige andere of meerder houtwerken te branden, als waartoe zij door de landdrosten expresseiyk gequalificeerd zijn, sub poene van arbitraire correctie.
Ten vierden: dat de bij voormelde publicatie bepaalde heffing van tien percent der uitkoopswaarde van de gebrande houtwerken door de landdrosten ontvangen en het bdoop van dien, telkens na afloop der branding, door bun in gonver- nements kas verantwoord zal moeten worden; en
Ten vijfden : dat jaarlijks bij het gouvernement door de kinddroslen zullen moeten worden ingeleverd accurate lysten van de houtwerken, die op hunnen last gebrand zijn, tnwijl bij hun bewaard zullen moeten blijven de schrifteiyke vragen, die zij tot de branding ontvangen hebben.
- H. W. OACNOEL8. 5(1
En ten einde niemand hienran eenige onwetendheid zou kunnen Yoorwenden, zal deze, zoo ter dezer boofdplaalae en dies ressort, ab in Java's Oosthoek en op Jaya's Noord-Oost- kust worden gepubliceerd en, behalve in de HoUandsche, ook in de gewone inlandscbe en Ghineesche talen worden gc- aiSgeerd ter pbatse gebruikelijk.
5 Sprokkelmaand. Instructie voor dm landmetcr te Soerabaia.
Art. 1. Hij zal buiten bezwaar van den Lande bij bet- gouvernement worden aangesteld en altijd wezen eerste taxateur der vaste goederen, genielende, tol zoo lange zijne inkomsten zullen kunnen worden gerekend aan het gewigt zyner bediening te beantwoorden, eene subsidie uit stads-kas Ie Sourabaija van veertig rijksdaalders 'smaands.
Art. 2. Hij zal in zijne officie staan onder de orders van den landdrost over Java's Oosthoek.
Art. 3. Alle diensten, die van hem in zijn officie van wegen het gouvernement door den landdrost of door den Raad van justitie van Java's Oosthoek gevorderd worden, zal hij presteren met de meeste spoed en accuratesse.
Art. 4. Hij zal den landdrost over Java's Oosthoek en den Raad van justitie te Sourabaija in zaken, zijn ambt betreffende, des gerequireerd wordende, moeten dienen van berigt, consideratiên en advies, zoo dikwijls dit vnn hem zal worden gerequireerd.
Art. K. De scriba van het landdrosl-ambt Sourabaija en drosten der ondergeschikte drost-amblen zullen geen over- schrijving van vaste goederen doen, voordat hun bij een certificaat van den landmeter zal zijn gebleken, dat van den verkoop ten zijnen kantore behoorlijke aanleekening is ge- houden.
Art. 6. Ingevolge van idién zal hij, landmeter, verpligt zijn van den overgang van vaste goederen van den eenen eigenaar op den anderen, terstond na de ontvangen kennis-
S52 1811. H. W. OAENOEL8.
gave, aanteekening te houden bij zijne registers en kaarten en daarvan aan den belanghebbende een certificaat of laad- meters-liennis moeten verleenen.
Art. 7. Wanneer hij daartoe aanvrage ontvangt, zal hg extracten uit deze registers aan de daarin getntresseerde personen uitreiken en verder aan een ieder de noodige ophelderingen geven, die van hem verzocht worden.
Art. 8. Hij zal alle erven, landen, enz. op requisit meten en daarvan meetbrieven verleenen, dan wel, des gevorderd wordende, schetsen formeren, waarbij alle de belendingen behoorlijk zijn afgemeten en navolgens de daarbij geplaatste schaal in figuur gebragt, doch niet kunnen worden verpligt om voor particulieren volledige kaarten te vervaardigen.
Art. 9. Hij zal zorgen, dat de onder zijne berostiiig zijnde kaarten, registers en andere papieren in eene geschikte orde worden bewaard en daarvoor verantwoordelijk xijn. zullende alle drie maanden eene commissie van wegen den landdrost zijne papieren exact nazien en hunne bevinding aan denzelven rapportereu, terwijl bij ontslag of overlijden van den landmeter, ten overstaan van eene even gelijke com- missie, transport van even gedachte kaarten en papieren aan zijnen successeur zal moeten worden gedaan.
Art. 10. De landmeter is mede responsabel voor alle schaden en nadeelen, die door verzuim of onoplettendheid van zijne zijde mogten worden veroorzaakt.
Art. 11. Hij zal, zulks noodig oordeelende, zich van een adjunct mogen voorzien, doch op deszelfs eigen kosten, welke op zijne voordragt aan den landdrost over Java's Oosthoek bij het gouvernement aangesteld en door bet collegie van justitie in den eed zal worden genomen, blijvende hij nogtans alleen .verantwoordelijk voor de handelingen van voormeldeo adjunct.
Art. 12. Als landmeter zal hij voor salaris, zoo aan den Lande, als particulieren, mogen declareren, te weten: a. voor het meten van een erf in de stad en dies environs, gerekend op den afstand van een uur, vier rd', doch, zoo
- H. W. OAENOEL8. 8K5
het erf beneden de honderd rd' waardig is, maar een rijksdaalder ;
b. voor bet meten van een erf boven de voorschreven Umiten onder het ressort van Sourabaija en beneden de tien palen distantie zeven rd' daags, doch bet erf minder dan honderd rd"* waardig zijnde, niet meer dan twee rd';
c. voor het meten van een erf of land, boven de evengemelde limiten gelegen, dan wel in een der ondergeschikte drost- ambten, een tiende rd' percento van de waarde van het gemeten goed, geéstimeerd naar de laatst voorhanden zijnde taxatie of, bij ontstenlennisse van dien, na den laatsten verkoops-prys, ten ware dit geen zeven rd' per dag mogt beloopen, gerekend van den dag, dat hij zich van Sourabaija derwaarts op reis begeeft tot zijn weder retour aldaar, in welk geval de landmeler, in stede van het een liende percent, voornoemd daggeld zal mogen pretenderen ;
zullende de hiervan door den landmeter te verleenen meetbrieven, waarvoor bij niets zal mogen declareren, geschreven moeten zijn op een zegel van zes stuivers;
il. voor een schets van het gemeten land vijf en twintig rd', zoo het perceel vijf en twintig duizend rd' en minder waardig is, doch anders nog een vA^ daar en boven van iedere duizend rd', welke zoodanig land meerder waardig is;
e, voor het verleenen van certificaten wegens den verkoop van vaste goederen, item voor kopijen of extracten uit zijn register één rd^ voor de eerste bladzijde en vier en twintig stuivers voor ieder der volgende bladzijden, mits twintig regels op een bladzijde staan. Deze certificaten, kopijen en extracten moeten geschreven
zijn op een zegel van zes stuivers, welk zegel ten lasten
komt van den requirant. Art. 13. Wanneer de landmeler daggeld declareert, zal hij,
indien zijn werk, de heen- en terugreis hieronder begrepen,
in een dag niet kan afioopen, zes uren per dag werkzaam
moeten zijn.
S54 1811. H. W. OACNOELS.
Art. 14. In comraissién gefimploijeerd wordende zonder eenige werkzaamheden te doen, zal hem echter het yoot- noemde daggeld van vier en zeven rd% invoege als bij art. 12 vermeld, worden te goed gedaan.
Art. 15. Den taxateurs van vaste goederen wordt wel expresselijk verboden eenige taxatie te doen van vastigbedeo, die zij beiden niet hebben geïnspecteerd en waarin zij te zamen over de waarde niet zijn overeengekomen, moetende hierin onpartijdig en eerlijk handelen en in cas van verschil hetzelve aan den landdrost over Java's Oosthoek ter decisie voordragen.
Art. 16. Zij zullen jaarlijks met den eersten van Zomer- maand aan den landdrost over Java's Oosthoek inleveren een accurate en gemoedelijke lijst der actuele waarde van alle huizen, tuinen en erven, die binnen de limieten van Soarabaija gelegen en aan de belasting van het Vs percent huishuur voor de stads-kas subject zijn.
Art. 17. Deze lijst zal bij gedachten landdrost worden geëxamineerd en, geapprobeerd zijnde, ingevolge van dien de collecte van het Vs Percent geschieden, doch de landdrost, op dezelve eenige bedenkingen hebbende en dezelve niet ten zijnen genoegen door den landmeter wordende opgelost of uit den weg geruimd, zal zich deswegens moeten adresseren aan het gouvernement.
Art. 18. De taxateurs zullen na de approbatie van deze jaarlijksche taxatie daarvoor uit de stads-kas genieten een douceur van vijftig rd\
Ait. 19. Zij zullen voor het waardeeren van alle vaslig- heden genieten een rd' percento van de getaxeerde waarde, uitgezonderd in sterfboedels, uit welke het coUaleraal moei worden betaald, zullende voor de taxatie der objecten, aan die belasting onderhevig, slechts een halve rd^ percento mogen declareren; en voor die salarissen tevens verleenen een taxalie-billet of lijst, geschreven op een zegel van twaalf stuivers, mits het evengemelde salaris ten minsten bedraagt vier rd' voor eene taxatie binnen de limieten^ bij art. IS
- H. W. OAENOE4.8. S5K
bepaald, met yrijheid anderzins om het erengeaielde montant in plaats Tan percento's in rekening te brengen.
Art. 20. De salarissen voor de taxateurs zullen onder hun beide gelijk worden Terdeeld.
Art. 21. Voor de diensten, die de landmeter of de taxateurs aan den Lande presteren, zal alle drie maanden een declaratie moeten worden ingegeven aan den landdrost, geverifieerd door degenen, welke hun te werk hebben gesteld, welke declaratie geëxamineerd en na approbatie van den heer Gouverneur Generaal uitbetaald zal worden.
Art. 22. Dezelfde cynosure zal worden gevolgt ter ver- rekening van de diensten, die op requisitie van den landdrost stadswege of van den Raad van justitie zullen worden gepresteerd, met deze verandering alleen, dat de declaratiên daarvan, na door den landdrost of het collegie van justitie te zijn geëxamineerd en goedgekeurd, dadelijk uit de stads- of des Raads-kas, dan wel door die bet incumbeerd, voldaan zullen kunnen worden.
Art 23. Alle questien over de werkzaamheden en het salaris, zoo van den landmeter, als van de taxateurs, zullen (er decisie bij den landdrost gebragt en, zooveel mogelijk, de plano worden beslist.
Art 24. De landmeter en taxateurs zullen geen hoogere salarissen mogen eischen, als hun bij deze instructie zijn toegestaan, op verbeurte van hun ofTicie.
Art 25. Eindelijk zal hij gehouden zijn bij de aanvaarding van zijn ambt voor den Raad van justitie den volgenden eed te presteren:
ik beloof en zweer Zijne Majesteit den Koning als mijnen hoogen en doorluchtigen souverain, mitsgaders den Gouverneur Generaal en de Raden van Indië gebouw en getrouw te zijn ;
dat ik, om tot het ambt van landmeter en taxateur van vaste goederen te geraken, aan niemand iels heb gegeven of te geven beloofd heb;
dat ik mij in de voorschreven belrekkingen vlijtig, getrouw, discreet en onpartijdig kwijlen, zonder aanzien van persoon,
856 1811. H. W. OAENDEL8.
niemand met mijne kennis bevoordeden of te kort doen en geen liooger salaris vorderen zal, als mij bij mijne instmetie is toegelegd;
en dat ik mlJ voorts in alles zal gedragen achlerrolgeitt de instructie en orders^ voor mijne bediening gearresteerd of nog te arresleren, gelijk iemand» in zoodanige publieke dienst gesteld, toeslaat en betaamt.
Zoo waarlijk helpe mij God AlmagligI
Zie ook 19 Wintermaand 1809.
5 Sprokkelmaand. Instructie voor den landmeler te Samarang.
Art. 1. De gezviroren landmeter zal tevens zijn taxateur der vaste goederen.
Art. % Hij zal in dat oflicie staan onder de orders Tan den landdrost van Samarang en Damak en, daarin tegen deie instructie handelende, in de eerste plaats te regt staan voor den Raad van justitie te Samarang.
Art. 3. Alle diensten, welkp van hem van wegen het gouvernement generaal, de landdrosten van Java's Noord- Oostkust, de ministers aan de hoven, den Raad van justitie te Samarang of particulier gevorderd worden, zal hij presteren met de meeste spoed en accuratesse.
Art. 4. Hij zal het gouvernement generaal, de landdrosten van Java's Noord-Oostkust, de ministers aan de hoven en den Raad van justitie te Samarang in zijne ambtsbetrekkingeo moeten dienen van berigt, consideratien en advies, zoo dik- malen dit van hem zal worden gevergd.
Art. 8. De beambtschrijver te Samai^ang zal geen over» schrijving van vaste goederen doen, voor dat hem by een certiGcaat van den laudmeter zal zijn gebleken, dat van den verkoop ten zijnen kantore behoorlijke aanteekening is ge- houden.
Art. 6 t/m 11 = art. 6 t/m 11 van de instructie voor den landmeter te Soerabaija.
1811 H. W. OAENOELS. B57
Art. 13. Als landmeter zal ht| voor salaris, zoo aan den Lande, als particulieren, mogen declareren, te weten:
a. voor het meten van een erf, in de stad gelegen, vier rt|ksdaalders, doch, zoo hel erf beneden de honderd rijks- daalders waardig is, maar een rijksdaalder;
b. voor het meten van een erf binnen de limiten van Kali- Banting, Patjorongang en de laatste Torbaijasche brug zeven rijksdaalders daags, doch, het erf minder dan honderd rijksdaalders waardig zijnde, niet meer dan twee ryks- daalders ;
e. voor het meten van een erf ofland, boven de evengemelde limiten gelegen, een tiende rijksdaalder percento van de waarde van het gemeten goed, geêslimeerd naardelaalsl voorhanden zijnde taxatie of, bij ontstentenisse van dien, na den laatsten verkoopsprljs, ten ware dit geen zeven rijksdaalders per dag mogt beloopen, in welk geval de landmeter, in stede van heleen tiende percent voornoemd, daggeld zal mogen pretendeeren (Verder als art. 12 van de instructie voor den landmeter te Soerabaija). Art. 15 = art. 15 als boven.
Art. 14. In commissien geêmploijeerd wordende zonder eenige werkzaamheden te doen, zal liem echter hel voor- noemde daggeld van vier rijksdaalders binnen en zeven rijks- daalders buiten de limiten van Kalibanting, Paljorongang en de laatste Torbaijasche brug worden te goed gedaan.
Art. 15. De taxateurs van vaste goederen worden wel expresselyk verboden eenige taxatie te doen van vasligheden, die zij beiden niet hebben geïnspecteerd en waarin zij Ie zamen over de waarde niet zijn overeengekomen, moetende hierin onpartijdig en eerlgk handelen en in cas van verschil hetzelve aan den landdrost van Samarang en Damak ter decisie voordragen.
Art. 16. Zij zullen jaarlijks met den eersten van Zomer- maand aan den landdrost van Samarang en Damak inleveren een accurate en gemoedelijke lijst der actuele waarde van alle huizen, tuinen en erven, die beneden Kalibanting, Patjo-
SÜS ^811. H. W. OACNOCLS.
roDgang en binnen de laatste Torbaijasche brug gelegen en aan de belasting yan het Vi percent subject zijn.
Art. 17 en 18 == art. 17 en 18 als boven.
Art. 19. Zij zullen voor het waardeeren van alle vastig- heden genieten een rijksdaalder percento van de getaxeerde viraarde, uitgezonderd in sterfboedels, uit welke het coUateraal moet worden betaald, zullende voor de taxatie der objecten, aan die belasting onderhevig, slechts een halve rijksdaalder percento mogen declareren en voor die salarissen tevens ver- leenen een taxatie-billet of lijst, geschreven op een zegel van twaalf stuivers, mits het evengemelde salaris ten minsten bedraagt vier rijksdaalders, zilver geld, voor een taxatie beneden en zeven rijksdaalders gelijke munt voor een taxatie boven Kalibanting.
Art. W. Van alle taxatien, die zij voor het gouvernement doen, zullen zij genieten een achtste rijksdaalder procento van de waarde.
Art. 21 t/m S6 = arL 30 t/m 25 als boven.
5 Sprokkel maand. Bepalingen nopens de Luthersche ge- meente te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: den voorlezer, organist en koster der Lih thersche kerk te verklaren als gouvemements ambtenaren en in die betrekkingen te laten conlinueeren de thans dienstdoende personen: den voorlezer en koster op hunne tegenwoordig winnende tractementen van rd' 40 in papieren van credit met de bepaalde verhooging op het Vs gedeelte zilver en den organist op een appoinctement van rd' 30 in {lapiiMvn van credit; en het opperhoofd over het generale tractements- kantoor tot dies maandelijksche uilbetalingen te autoriseeren.
Ten tweeden: den kerkenraad der Luthersche gemeente te informeeren om geen jaarlijksche collecte voor de kerk te laten doen en, even gelijk de gereformeerde gemeente, door
- K W. 0AENDEL8. 5B9
hunne diaconen twee malen in het jaar eeniyk voor den armen te doen coUecteeren om het daaruit proflueerende ia de kas der gereformeerde diaconie over te brengen.
5 Sprokkelmaand. Wijziging van het bepaalde op 6 Herfstmaand 1810 nofens het gebruik van ljunia*B.
Is goedgevonden en verslaan in te trekken de order van het hoofd der prauwvoerders ten aanzien van de schriftelijke bewijzen, welke van boord der schepen en vaartuigen moeten worden gebragt, en hem wegens het naar boord brengen van na den regel der wet in tjunia's geladen goederen en gedane dienstpresteering voor den vervolge alleen responsabel te laten, zonder verpligt te wezen een tweede bewijs van de ontlossing te leveren.
S Sprokkeimaand. Toekenning van vrije woning of huis' huur aan Roomsch'Katholijke geestelijken.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : instcde van de door den kerkeraad der Roomsch- Katholieke gemeente verzogte rd' 1200 voor huishuur der Roomsche leeraren alhier, gedagten kerkeraad toe te staan bet benoodigde surplus van rd" 14000, hetgeen zij op het montant eener collecte tol den opbouw van een kerk, pastoors- en kosterswoningen zijn te kort gekomen, en alsnu gedagte kerk en andere gebouwen te verklaren als het eigendom van het gouvernement.
Ten tweeden: aan de pastoors op de landdrost-ambten, even gelijk als aan de gereformeerde en Lulhersche predikanten is geaccordeerd, rd' 600 'sjaars voor huishuur toe te staan en zulks voor zoo lange als zij niet door hel gouvernement zullen zijn gelogeerd.
Ten derden: de Roomsche gemeente, evenals die der ge- reformeerde en Lulhersche, onder de verpligting te stellen jaarlijks behooriijke rekening van hunne gehouden adminis- tratie aan de generale rekenkamer te doen.
S60 1811. H. W. ÖAENOÉL8.
5 Sprokkelmaand. Prijs-vermindering van peper.
De Regering verlaagde haren prys van 1 1 7s tot 8 Sp. matten de pikol wegens »de weinige gewUdheid".
~ Sprokkel maand. Voorschrift nopens T^land'passaC\
De gemeente wordt bij dezen bekend gemaakt, dat yoortaan aan alle reizende personen, die in de termen vallen van zich van passen te moeten voorzien, zonder onderschdd, tot welke klasse van ingezetenen zlJ behooren, op qualificalie van de landdrosten door de respect! ve secretarissen orscriba*» van de landdrost-ambten de noodige land-passen zullen moeten worden geêxpedieerd, voorzien met het wapen van het laod- drost-ambt; en dat tot compensatie van papier, pennen, hi en tijdverzuim voor ieder zoodanige pas niet me^ zal mogeo worden gedeclareerd als zes stuivers voor den scriba en drie stuivers voor den Javaanscben schrijver, welke daaronder de vertaling plaatst; onder bepaling verder, dat gedachte passen niet langer als twee maanden van kracht zullen zijn.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zoude kannen voorwenden, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als io Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust worden g^ pubiceerd en in de Hollandsche, inlandsche en Chinesche talen ter gewone plaalse worden geaiBgeerd.
^ Sprokkelmaand. Machtiging op de Weeskamer (e Batavia tot het aanmaken van brieven van credit.
Alzoo uit een door president en leden van de generale rekenkamer verleend certificaat gebleken is, dat de successive door de weeskamer van Batavia aangemaakte brieven van credit ten bedragen van rd" 5400000, op een saldo tu rd' 26KB0 na, alle op hypotheeken beleend zijn en dat ro die beleeningen de besluiten der hooge regering dezer landeo en de daar leggende orders geobserveerd zijn geworden eo
Idll. H. W. OAENDEL8. B61
de weeskamer te kennen gege?en heeft, dat nog Terscheiden particulieren bij ban kamer aanzoek om gdden op bypotbeek te mogen bebben gedaan hadden; zoo is op den K*» dezer maand in Rade van Indié besloten om tot gerief der gemeente de weeskamer van Batavia te aathoriseren tot bet creöeren van nog zes maal honderd duizend rd% te weten aan papieren ▼an 500 rd' ieder en onder dezelfde bepaling, als de reeds aangemaakte zijn gesteld, namelijk, dat dezelve door Wees- meesteren tol geen ander einde zullen mogen worden uitge- geven als lot beleeningen op vastigbeden, edoch uitgegeven zijnde, zoowel door elk en een iegelyk, als door den ontvanger generaal, administrateur-generaal en mindere kassa-houders van den Lande, evenals de credit-brieven van bet gouvernement, in betaling zullen moeten worden geaccepteerd;
zullende de nieuw aan te maken credit-brieven alle ge- dagteekend zijn den B'" van Sprokkelmaand 1811 en gemerkt van n® 1 tot n^ 1200 en onderteekend wezen ter zijde voor gezien door de beeren Raden ordinair, ridder Mr. W. van Hoesen en ridder Mr. H. A. Parvé, en onder de credit-brieven zelve door den president van Weesmeesteren, B. Smissaert, de leden 6. S. Ronge en P. Mijer, en den secretaris van welmeld collegie, J. A. Steijn Parvé;
wordende de voorschreven aan te maken brieven van credit bij dezen gangbaar verklaard, met last aan allen en een iegelijk aan derzelver cours geenen den minsten hinder en beletsel toe te brengen of te veroorzaken.
En opdat niemand biervan onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, worden ge- publiceerd en in de Hollandsche, inlandsche en Chinesche talen ter gewone plaatse worden geafügeerd.
Op 21 Lentemaand 1811 werd nader bepaald: dat het ^n te maken papieren geld niet de nummers 1 t/m 1200 zoude dragen, maar genummerd zoude worden van n^ 1001 t/m 2200.
B6i 1911* H. W. OAENOELd.
11 Sprokkelmaand. Wyzigmgmn de betaling der ijtgang- 8ekar8 in hel landdro8tambt Bataviagcheammdtmdem.
Zijne exGellentie, in aanmerking genomen hebbende, dal de toewijzing van rijstvelden aan de djajang-sekars, equivaleerende het door hun op den 3®° van Wintermaand jongstleden bepaakl onderhoud in geld, geen plaats kan hebben ten aanzien van het corps djaijang-sekars in het landdrost-ambt der Balaviascbe ommelanden, alwaar alle gronden zijn het eigendom van par> ticulieren ;
heeft besloten te bepalen, dat het onderhoud van het voor> schreven corps djaijang-sekars in de Bataviasche ommelanden zal worden gefourneerd in geld, in stede van in rijstvdden, op den navolgenden voet, als:
voor een kapitein 's jaars rd* 500
officier » • 355 '/j
adjudant • » 266^'s
wachtmeester » » 166^/,
brigadier » » 156
gemeene • » 144
alles zilver geld, betaalbaar in kopere munt met de by het gouvernement maandelijks bepaald wordende agio op de zil- veren muntspeciên; en dat wijders de by het voorschreven besluit van den Z^ van Wintermaand 1810 voor ieder djaljang-sekar geaccordeerde sikap of battoor om voor zyn paard het benoodigde gras te snijden en de stallen schoon te houden door de djayang-sekars van voorschreven corps, aan- gezien het aan hun toegelegde hooger tractement als aan de djayang-sekars op de overige landdrost-ambten, zelve zal moeten worden ingehuurd en bekostigd. Zie ook 6 JuUj 1811.
12 Sprokkelmaand. Spillage van lood hg hei gieien van kogels.
Zijne excellentie, geremarqueerd hebbende, dat nog geeae
- H. W. DAENOELtt. 56S
bepaling is vastgesteld van het smelt-verlies by liet gieten van snapbaankogels ;
heeft besloten, in conformiteit van de daarvan door den kolonel der artillerie, Wienrich, genomen proeven, te be- palen, dat by het gieten van snaphaankogels in rekening zal worden geleden het volgende smelt-verlies, als:
op de 100 ponden schuitjes-lood 7 S
» » » ongesorteerde kogels 8 »
• » » > oud plat4ood 12 •
en dat voorts per ieder duizend ponden lood, waarvan ge- weerkogels gegoten worden, zal worden gevalideerd een half muUje oUJ om daarmede de vormen te bestryken, zynde hel gebruik van harpuis overbodig.
16 Sprokkelmaand. Oprichting eener pasar te Tjikau. — AansleUing van em Chineesch hoofd aldaar.
Is goedgevonden en verstaan te Tjicauw een bazaar op te richten en die te verhuuren aan een Chinees en denzelven Ie gelyk als luitenant en hoofd over alle Ghineezen, die beoosten de rivier Tjitarum wonen, aan te stellen en het opzicht over die Ghineezen, welke hewesten de rivier Tjitarum wonen, op te dragen aan den kapitein der Ghineezen te Boitenzorg; voorts aan de bazaar te Tjicauw en deszelfs potia op te leggen en te accordeercn diezelfde verplichtingen en voorrechten, als opzichteUJk die van Buitenzorg worden geobserveerd.
16 Sprokkelmaand. Oprichting van een prauw-djoek eng- veer te Batavia.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: de prauw-joekongs of prauw-papangs te brengen tot een veer, evenals dat van de tjunias, en hetzelve Ie plaatsen buiten de voormalige Diestpoort, alwaar bevorens het kleine tjunia-veer is geweest.
B64 1811. H. W. OA£NDEL8.
Ten tweeden: dit veer te stellen onder het oppertoencht ▼an den baillaw en over hetzelve wt|ders aan te stdleo een hoofd, geadsiateerd door een adjunct en twee opzienders, met verdere bepaling:
a. dat alle eigenaren van joekongs en prauw-papangs, welke dezelve verhoren, deze vaartuigen, behoorlijk bemand, aan het veer en nergens anders zullen moeten brengen en hten verbiyven, om bij aanvrage op order van het aldaar zijnde hoofd te worden geemploijeerd, op verbeurte van K rd> ten voordeele van het fonds van dit veer, telkeoB als hiertegen zal worden gehanddd;
b. dat alle op dezelve varende personen van 's morgens zes tot 's avonds zes uren aan het veer zullen moeten tegen- woordig zijn;
c. dat de eigenaren zullen moeten zorgen, dat die vaartuigen behoorlijk worden voorzien van de noodige cadjangmatteD tot dekking der lading, zeistokken, riemen en touwen;
d. dat op ieder vaartuig zal moeten wezen een juragan eo een koelie, welke met een tjap zullen worden voorzien, dat door het hoofd van dit veer zal zyn geteekend, onder bekendstelling van de eigenaren, nommer van de pranw en commandant, waaronder de eigenaar sorteert;
e. dat de evengemelde juragans of koelies niet van praawen zullen mogen verwisselen buiten voorkennis van hel hoofd van het veer, op arbitraire correctie;
f. dat de voorschreven juragans en koelies alleen van bet hoofd van het veer, deszelfs adjunct of opziener en mandoor. welke de wacht bij het veer hebben, orders zullen mogen ontvangen, zelfs niet van de eigenaars dier prauwen, en geen eigenaar, juragans, nog koelies eenig recht zullen hebben de vaartuigen na hun goeddunken te verhuren, maar de geene, welke daartoe aanvrage mocht doen, aan het veer brengen, ten einde aldaar worde aangeteekeod de naam van den huurder, de lading, daarvoor gedesti- neerd, mitsgaders de plaatsen, werwaarts dezelve moet worden gebracht;
- H. W. OAENDEL8.
tws
g. dat de eigenaars dezer vaartuigen zich zoUen moeten tevreden houden met de bij het ondervolgend tarief bepaalde vrachtloonen :
Salaris van de prauw jcekangs of pappangs:
i
5>
a
1
H^AATSEN.
I
.*
^
i jC
Jt
^s
JU
1-^
^
CS
c*
«
Id de rivier dienst doende of in de
Rd>
Rd'
Rd>
Rd*
Rd*
sud iets over brengende
1:-
1:12
1:24
1:36
2:-
om de Oost:
van de eerste dwarsbrug van Antjol
tot Pacapoeran, drie bruggen...
1:12
1:24
1:36
2:-
2:12
en verder tot de tolbrug van Antjol
daarenboven tot kampong Baroe.
1:24
1:36
2.-
2:12
2:24
Tandjong Priok en daaromtrent...
1:36
2:-
2:12
2:24
2:36
Bangliauw, Troesan en Tjilintjing..
2:-
2:12
2:24
2:36
3: —
Bantanan, Soengei Kendal en Soengei
Atan. item Bacasie
2:24
2:36
3: —
3:24
4: —
Tandjong Poera
4:24
5:-
5
;24
6:-
6:24
Rrawang
7:-
7:24
8
—
8:24
9:-
Tjikauw
10:-
11:-
12
__
13:-
14:-
van de Kroone gracht en daaren-
boven
1:12
1:24
1:36
2:-
2:12
van de brug van Pisang Batoe tot
aan de gewezen post Dwars in
den weg op Sontbaar
1:24
1:36
2:-
2:12
2:24
de rivier langs de Jaccatrasche weg.
verder tot den grooten tuin met de
valbrug
1:12
1:24
1:36
2:-
2:12
van Sentiong, Goenoeng Sari tot op
Weltevreden
1:24
1:36
2:-
2:12
2:24
de rivier achter de kruitmolens tot
Manga Besaar en daaromtrent. . .
1:-
1:12
1:24
1:36
2:-
na Rijswyk tot aan de brug van
Tana Abang en daaromtrent —
1:24
1:36
2:-
2:12
2:24
Tana Abang en daaromtrent
2:-
2:12
2:36
3:-
3:24
na Meesier Cornelis en daaromtrent
2:12
2:24
3:
12
3:24
4:-
K66
- H. W. OAENOELS.
PLAATSEN.
a
f
e
s
:s»
s
om de West: tol aan de twee bruggen op den weg
naar de Fluit
van Kampong Baroe of Amanus
gracht tot de 3 bruggen builen
de Utrechtsche poort
verder op aan hel einde van de
Amanus gracht
tot de geweien post de Vijfhoek,
verder tot op 2 bruggen van Anke van Soetendaal tot op de post de
Zeven hoek» Tandjong Grogol en
verder op lot de post Ketting... tot Tjinkaring en daaromtrent. . . .
• Batoe Tjeper
• Tangerang
• de kal k-branderijen langs de rivier Krokot en daarenboven
Patojo of achter den tuin van den heer Caulier en daaromtrent
item voor het leeg of stil liggen op iederen dag .... 1
Rd- 1:24
1:12 1:12 1:24
1:36 2:- 2:24 3:~
1:12
1:24
~:12
Rd-
Rd> I Rd- Rd-
1:36 2:-. 2:12 2:24
1:24 1:24 1:36
2:~ 2:12 3:- 3:24
1:24
1:36
-:12
1:36, 2:- 2:12
1:36= 2:-. 2:12
2:- 2:121 2:24
2:12 2:24; 2:36
2:24, 2:36j 3:-
3:24' 4:-, 4:24
4:-! 4:24' 5:-
1:36
2:~
2:- 2:12
2:12. 2:36
-:12.-:12 -:12
alles, wat beneden de 24 stuivers beloopt, te voldoen io koper geld;
dat deze vrachtloonen aan den wachthebbenden opzichter of mandoor zullen worden betaald om bij de lerugver- schijning van die vaartuigen aan het veer te worden gedistribueerd aan de evenaars of hunnen order ter ooi- vangst hebbenden;
dat door het hoofd der prauwvoerders in bet boekje, dal bij ieder prauw zal gehouden worden, van dag tol dag zal moeten worden genoteerd, aan wien dezdve zijn verbuurd, waarmede afgeladen, werwaarts vertrokken ea wanneer teruggekomen zijn.
- H. W. OAENDEL8. K67
k. dat bet de juragans en koelies zal vrijstaan, wanneer zij biliyke redenen tot klagen hebben, betzlj over de man- dadoors of eigenaars der prauwen, yoornamelijk wegens het verkorten van hun loonen, hunne bezwaren bij hei hoofd dezer praawvoerders of zijn adjunct in te brengen, welke verplicht zal wezen, wanneer hij de zaak niet kan afdoen of dat dezelve van aangelegenheid is, den baüluw daarvan kennis te geven ten einde na vereischte vereffend te worden;
/. dat ter voorkoming en tegengang van dieverijen aan goederen, welke in deze vaartuigen worden afgeladen, de juragans en koelies verantwoordelijk zullen wezen tot dezelve gelost zijn en bij tekorlkonist in handen van den bailluw worden gesteld om tegen hun diervoege te procedeeren ;
m. dat het wachthebbende hoofd bij dit veer niet zal vrijstaan na welgevallen prauwen in werking (e stellen, maar dat op aanvrage dezelve beurtelings volgens de nommers zullen moeten worden geömploijeerd ;
n. dat het hoofd, opzienders en mandadoors van ieder te verdienen rd' twee stuivers salaris zullen genieten en dat daaromtrent, evenals wegens de te vervallen boeten en breuken, een verdeeling vastgesteld zal worden, invoege dit omtrent de tjunias is bepaald.
16 Sprokkelmaand. OrganiscUie van hel Uerken- en suppoosten'personeel bij eenige bureaux te Soerabaija.
Is goedgevonden en verstaan het getal der geëmplogeerden
op de ondervolgende bureaux te Sourabaija te bepalen, als volgt, als:
op het bureau van den landdrost : vier klerken :
twee tegen rd' 40, zilver geld, in de maand,
twee » » 30, » » » *■ »
S68
- H. W. OAENOEL8.
op het boofd-coioptoir : eeD 1* suppoost tegen . . rd* 90, zilver geld, in de maand.
2»
60,
en vier klerken:
een klerk tegen
»
80,
een » • ....
«
40,
een » »
»
30,
een » •
»
SK.
op bet finantie-comptoir : een P suppoost tegen., rd" 120, twee suppoosten:
een suppoost tegen » 80,
een * • • 60,
en zes kleiden:
twee klerken • 30,
twee » • 25,
twee » • 20,
bij den tractements boekbouder en klein kassier: yier klerken:
twee klerken tegen rd' 30, zilver geld, in de maand.
twee ■ » » 20, • » » » •
op 't translaat-comptoir :
een klerk tegen » 40, > • • • •
een » » » 2K, » » » » •
by de salpeter fabriek:
een klerk tegen » 60, » » • » •
uitbetaalders aan het arbeidsvolk bij de differente werken:
drie uitbetaalders rd* 38, • • • » •
geêmploijeerden in 'sLands pakbuis en dispens:
een pakbuis-klerk tegen rd' 40, zilver geld, in de maand.
een » -mandadoor » > 30, « • « > •
een dispensklerk > > 40, > > » » •
bij den Raad van justitie:
een gezworen klerk rd* KO, » ...
twee klerken ieder » 20, • » • • •
- H. W. DAENDEL8. K69
16 Sprokkelmaand. Bepaüng nopens puUidie vendutién mm ua^e goederen.
Is goedgevonden en verstaan van nu voortaan alle ver- koopingen van vaste goederen gouvemements wege te laten houden in het gouvemements huis zonder betaling van eenige ongelden hoegenaamd ten laste van de koopers, de belasting van het klein zegel daarvan niet uitgezonderd.
Vroeger betaalde men vendu-salaris, opdracht, '/i V^^- ▼oor den kastelein van het Heeren-logement, enz.
16 Sprokkelmaand. Bepaling nopens apotheken te Batavia
Is goedgevonden en verstaan te bepalen, dat geen apotheek, behalve de stads-apotheek, binnen de stad en limieten van de gewezen forten Jacatra, Noordwljk en Rijswijk zal mogen worden gehouden, doch integendeel, wanneer daartoe aanvrage zal worden gedaan, een tweede apotheek zal mogen worden geêtabliseerd met gelijke voorregten en prerogatieven als voor de apotheek in de stad en met vrijheid voor de eigenaars of beheerders van beide dezelve om hunne geneesmiddelen zonder reserve allerwege te debiteeren.
De stads-apotheek was geprevilegeerd, maar door den dood van den eigenaar was het previlegie iter vrije dispositie" van de Regering gekomen.
18 Sprokkelmaand. Regeling van hel presidium van garnizoens'krijgsraden op de builen-kantoren.
Is besloten, dat voortaan op alle van Zyne Majesteits possessien, buiten het eihind Java gelegen, alwaar de com- Quindaaten-militair tevens het civiele gezag in zich vereenigen, ^^ garnizoens-krijgsraden zullen worden gepresideerd door den oudsten op hen volgenden officier van het garnisoen.
570 1811. H. W. DAENDEL8.
20 Sprokkelmaand. Inlijving van Nederland in hei
Fransche Keizerrijk.
De notulen der vergadering op dezen datum van deHooge Regering, bij uitzondering door den Gouverneur Generaal gepresideerd, luiden^ als volgt:
De vergadering door zijne excellentie den Gouverneur Genei'aal beden voor den middag ten half acht uren buiten- gewoon geconvoceerd zijnde in het gouvemements-huis op Molenvliel, begaf zich hoogst gedachte z^ne excellentie in een koets niet zes paarden bespannen, van 100 dragonders begeleid en van zijne guides omstuwt, tegen acht uren derwaarts, vergezeld door zijne beide secretarissen-geDeraal de brigadiers en chefs der generale staven van de armee te lande en van de marine, hoogst deszelfs gnffier en aides de camp; zijne excellentie, ten gouvernements-buize aangekomen zijnde, wierd aldaar beneden aan den trap ontvangen door den president en leden dezer regering, den president van den hoogen Raad van justitie. Mr. W. H. Muntinghe, welke ter dezer vergadering geappoincteerd was, en den secretaris dezer Regering; begevende zich vervolgens met hunne hoog Edel- heden en de verdere heeren naar de vergaderzaal, alwaar door zijne excellentie aan het hoofd der tafel, door deo president der hooge regering aan hoogst deszelCs regt^^r zijde, door de leden een ieder naar zijnen rang, door den president van den hoogen Raad van justitie naast bet jongste lid en door de secretarissen-generaal, de brigadiers, den secretaris dezer vergadering en den griffier voormeld ter wederzijde van zijne excellentie zitting wierd genomen, terwijl de aides de camp zich posteerden achter den stoel van zQu«' excellentie.
De vergadering na den gebniike met het gebed geopend zijnde, is door zijn excellentie den Gouverneur Generaal aan de leden dezer vergadering kennis gegeven, dat den 17" dezer alhier gearriveerd was de Franseh Keizerlijke en Koninklijke brik, Glaudius Civilis, gecommandeerd wonleode
- H. W. OAENDCLS. 571
door den opper-luitenant der Keizerlijke marine, Pool, gezeild uit Texel den IS*** van Herfslmaand 1810, en hoogst dezelve onder andere depéehes daarmede ontvangen had eene missive vaa zijne exceDentie den minister van marine en koloniën, geschreven te Amsterdam den 1B'° van Hooimaand 1810, welke brief en de daarbij gevoegde stukken zijne excellentie aan deze vergadering overlag en waaruit deze regering ontwaren zoude de gewigtige gebeurtenisse, waardoor het Koninkryk Holland ingevolge van een decreet van Zijne Majesteit den Keizer der Franschen van den 9'° van Hooi- maand 1810 met het Keizerrijk van Frankrijk was vereenigd geworden; alsmede dat hoogstdezelve gelast was daarvan bij eene proclamatie aan de civiele en militaire ambtenaren, aan de ingezetenen dezer kolonie en aan de Javasche vorslen kennis te geven en, nadat hooggemelde zijne excellentie zeKs den eed van getrouwheid aan Zijne Keizerlijke en Konink- lijke Majesteit zoude hebben afgelegd, die ook van alle hooge en lage, civiele en militaire ambtenaren af te nemen; met verder te kennengave van hoogst denzelve, dat zijne excellentie deze vergadering expresselijk geconvoceerd had om deze regering de voorschreven gebeurtenis en de bij hoogst denzelve daartoe betrekkelijk ontvangen last kennelijk te maken en verder met concurrentie dezer vergadering aan gemelde last eene pligtige executie te verleenen, verklaarende zijne excel- lentie dienvolgende zich zelven ontslagen te achten van den eed van trouw, waarmede hoogst dezelve aan Zijne Ma- jesteit, Louis Napoleon, broeder van onzen tegen woord igen souverein, tot hiertoe was verbonden geweest, terwijl zijn excellentie vervolgens op eene plegtige wijze gezworen heeft trouw en gehoorzaamheid aan Zijne Majesteit den Keizer der Franschen, Koning van Italië, beschermer van het Rijn- verbond, bemiddelaar van het Zwitsersche bondgenootschap, waarna zijne excellentie ook de leden en den secretaris dezer vergadering in gelijker voegen van den eed, waarmede een ieder hunner aan Zijne Majesteit Louis Napoleon tot hiertoe verbonden was geweest, ontslagen heeft en tevens
594 18^1- H. W. DAÉNOELd.
het regt uit te oefenen en uit te spreeken in dea naam van Zyn Majesteit den Keizer en Koning.
Ten vierden : instede van de hij de op den 24*" van Sprokkelmaand 1807 gearresteerde order van voorhidding in de respective kerken van Indien vermelde hoogste magtea van hel moederland bij den openbaren eeredienst van alle kerkgenootscliappen hier te lande van nu voortaan te doen voorbidden voor H. H. K. M. den Keizer en Keizerin der Franschen en de verdere keizerlijke familie.
Hierna het coUegie van den hoogen Raad van justitie en van president en Schepenen der stad Batavia met hnnne officieren en secretarissen, welke ten dien einde exprenelyk waren ontboden, door den secretaris dezer regeering binnen de vergaderzaal geleid zijnde, wierd aan dezelve door syiie excellentie den Gouverneur Generaal bekend genaaakt de ontvangene tijding van de vereeniging van Holland mei het Fransche Keizerrijk en dienvolgens ontslagen van den eed van trouw aan Z. M. Louis Napoleon, mitsgaders van een ieder hunner, hoofd voor hoofd, den bovengemelden eed van gehoorzaamheid en trouw aan Z. M. den Keizer der Franscben afgenomen.
Waarna zijne excellentie de Gouverneur Generaal vervo^eiis met het lichaam der hooge regeering, den president vanden hoogen Raad van justitie, de secretarissen-generaal, de briga- diers en chef van de generale staven van de armee te iande en van de marine, den griffier van zijne excellentie en hoogst deszelfs aides de camp en de coUegiên van den hoogen Raad van justitie en van president en Schepenen zich nit de vergaderzaal begeeven hebbende naar het voorplein van bet gou vernemen ts-huis tot het openbaar maken en afkondigen der hiervoren vermelde proclamatie, is, nadat zijne excellentie en de verdere heeren aldaar zitting hadden genomen, de genoemde proclamatie door den secretaris van deze regeering met luider stemme aan den volke voorgelezen en na betzdve een algemeen vreugdegejuich van lang leve Z. M. de Keizer en Koning, lang leve H. M. de Keizerin aangeheven, wordende
- H. W. DAENDEL6. 57K
dexe proclamatie dadeltjk van voor het goavemements-huis rael een aalat van 45 schoten aangekondigd en onder het ophalen der Fransche Keixerlijke vlag van Z. M. forten en sterktens en van de vaartaigen, zoo Keizerlijke, als particu- liere, hier ter reede eii door gemelde forten zoowel als door de vaartuigen een gelijk getal schoten als van het gouver- nemenls-huis gedaan op de order, tot dat einde bepaald.
Voorts door zijne excellentie den Gouverneur Generaal het gedachte gouvernemeuts-huis verlaten zijnde, wierd hoogst dezelve gevolgd door het ligchaam van de hooge regeering, milsgaders de beide collegien van justitie, wanneer onder hel stappen in hunne koetsen algemeen uilgeroepen wierd: lang leve Z. M. de Keizer en Koning; en hoogsldezelve door het voornoemde ligchaam der hooge regeering met de bodens vooruit geconduiseerd naar H. D. woning op Goenoeng Sarie» van welk een en ander verstaan is bij de resolutie aanteekening te houden.
Op denzelfden dag werden ook de volgende pnblicatiên afgekondigd :
In den naam van Zijne Maje$ieil^ den Keizer der Franschen,
Koning van Italiè^ beschermer van hel Rijn Verbond,
bemiddelaar van hei Zwitsersche Bondgenootschap.
Wij, Herman Willem Daendels, groot-kruis van de Unie, groot-officier van het legioen van eer. Gouverneur Generaal van Indiê en opperbevelhebber van Zijne Majesteits land- en zeemagt aldaar, nevens de Raden, uitmakende het gouvernement generaal van het eiland Java en de verdere daaronder ge- hoorende possessifin van hoogstgedagte Zijne Majesteit in Oost ludie, allen dengeenen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluti doen te weten :
dat Zijne Majesteit de Keizer en Koning, nadat de kroon van Holland door hoogstdeszells broeder Louis Napoleon was nedergelegd, overwogen hebbende den staat van zaken
B78 )B11. H. W. OAENOCLft.
deze koopmaDSchappen, wanneer de regten deewegens raBen zijn voldaan, zullen in Frankrijk ingebragt en oyerdegebeeie uitgestrektheid van het rijk vervoerd kunnen worden.
IV. TITEL.
Art 11. Er zal te Amsterdam een b^zonder bestuur qn, door een onzer staatsraden gepresideerd, aan hetwelk het toezigt en de noodige fondsen tot onderhoud van dijken, polders en andere publieke werken zullen worden aaofcr- trouwd.
V.. TITEL.
Art. 12. In den loop dezer maand zal door hel wetgevend ligcbaam van Holland eene commissie worden benoemd» be- staande uit vijftien leden, welke zich naar Partja zal begefeo om een Raad uit te maken, ten oogmerk hebbende om defioi- tivelijk te regelen al, hetgene tot de onderscheiden puUiekf en gemeen tens schulden betrekking heeft, en om de grondbe- ginselen der vereeniging te doen overeenstemmen mei de phatselijke omstandigheden en belangen van het land.
Art. 13. Onze ministers zijn belast met de oitvoerii^ van het tegenwoordig besluit.
(Geteekend) NAPOLEON.
(Onder stond) van wege den Keizer.
De Minister, secretaris van staat.
(Geteekend) H. B. Hbrtog van Bassano.
Dat het provisionele bestuur van Holland opgedragen is geworden aan zijne doorluchtige hoogheid, den Prins aarls- thesaurier van het rijk. Hertog van Plaisance, onder de be- naming van des Keizers algemeenen stedehonder, welk besluar zou voortduren tot ultimo van Wintermaand baCstledeo, wanneer de Fransche administratie zou worden ingevoerd, en dat alles in Holland zich bevindt in de volmaaktste rust;
dat zijne excellentie, de Gouverneur Generaal, bl| mlssife
teil. H. w. bACNOÉLé. ({^d
?an . z^ne exceUeotie, den miiiigter fan marine en koloniën, geschreven te Amsterdam den 15*" van Hooimaand 1810, gelast zijnde deze gewichtige gebeurtenis ter kennis te brengen van de ambtenaren en ingezetenen dezer kolonie en van de Javasche vorsten, wij ons daarvan kwijten met het levendigste gevoel van erkentelijkheid voor de beschermende hand, welke door de opgemeMe vereeniging ons eindelijk onttrokken heeft aan den beklagenswaardigen toestand, waarmede het gewezen gemeenebest en daarna het KoningrQk Holland, na herhaalde rampen, opofferingen en privatién, zoovele jaren achtereen heeft moeten worstelen, als niet alleen ten speelbal verstrekt hebbende van vreemde mogendheden en van eigenbelang be- jagende personen, maar daarbij van eene te ontoereikende bevolking om een armee te lande en^er zee te onderhouden en hare koloniën van het noodige getal Europeêrs te voorzien, terwijl hare schulden zoo hoog geklommen waren, dat de renten door de gewone inkomsten niet langer konden worden gedekt, waaruit eindelijk, gelijk reeds voor tien jaren door het toenmalige lid des wetgevenden ligchaams van Holland, Ruiger Jan Schimmelpenninck, is voorzien en openlijk aange- kondigd geworden, een nationaal banqueroet zou hebben moeten volgen;
dat mitsdien in dezen benarden en akeligen staat van zaken, welke den geheelen ondergang van Holland zou hebben na zich gesleept, als een bijzonder gunstige beschikking des Allerhoogsten, in wiens handen het lot der volken is, moet worden aangemerkt, dat het Zijne Majesteit den Keizer en Koning . goedgunstig behaagt heeft een oog van medelijden op ons land te vestigen en Holland een gedeelte te doen uitmaken van die groote natie, welke een ieder over hare daden in verbaasdheid en verwondering houdt opgetogen, van welk belangrijk evenement wij de heilzaamste gevolgen, zoo voor Holland zelve, als voor deze kolonie, met vertrouwen op de vaderlijke zorge van hoogstgedagte Zijne Majesteit, onzen tegenwoordigen souverein, te gemoet zien, ja zelfs de vruchten daarvan reeds beginnen te genieten door het arrive-
S80 1811. H. W. OAENOEL8.
ment op den 17^° dezer van de nationale oorlogsbik» Qaadias GiviliSy zijnde het eerste vaartuig in acht jaren, hetwelk, uit Europa komende, de nationale vlag in deze wateren heeft vertoond en wel haast, gelijk wij thans met grond mogen hoopen, door alie soort van onderstand zal worden gevolgd;
dat Zijne Majesteit de Keizer en Koning, nog boven dit aUes gelast hebbende de inwoners van Holland de venekering te geven, dat zij de voorwerpen zullen zijn van hoogstdeszeUs zorg en Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit hunne welvaart, evenals die van zijn goede stad Parijs, zal ter harte nemen, daardoor het zegel gedrukt heeft op de voor* deelige prospecten, welke anderzins, ook buiten zoodanige gunstige verzekering, ^an de grootmoedige sentimenten van Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit tot opbeuring en tot herstel der welvaart van Holland mogen worden algeieid;
dat wij voorts, alle hooge en lage civile ambtenaren by dezen ontslaande van den eed, waardoor zij tot hiertoe aan Zijne Majesteit Louis Napoleon zijn verbonden, deudve verder gelasten en bevelen zich van heden af gehouden en verpligt te rekenen aan hooggemelde Zijne Keizerlyke en Koninklyke Majesteit onderworpen en getrouw te zijn, mitsgaders den eed van trouwe aan hooggemelde Zijne Majesteit, welke door ons reeds voor de afkondiging dezes plegtiglijk is afgdegt. almede te presteren volgens dit formulier:
ik zweere trouw en gehoorzaamheid aan Zijne Majesteit, den Keizer der Franschen, Koning van Italië, beschermer van het Rijn verbond, bemiddelaar van het Zwitsenche bondgenootschap.
Zoo waarlijk heipe mij God Almagtig.
Welk formulier door alle de voormelde ambtenaren binnen drie maal vier en twintig uren na de afkondiging dezes, ge- teekend, aan den Gouverneur Generaal zal moeten worden ingezonden.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo op het eiland groot Java^ ab op
- H. W. OAENOEL8. B81
de Terdere» daaronder geboorende possessién ran Zijne Majesteit in Oost-Indiên, worden afgekondigd en aangeplakt ter plaatse, alwaar znlks te geschieden gebrnikelijk is.
In dm naam pan Zijne Majesteit den Keiser der Pransehen,
Koning van ItaKê, beichermer van het Rijn Verband,
.bemiddelaar van het Zwitsersche Bondgenootschap.
Wij, Herman Willem Daendels, groot-kruis van de Unie, groot-officier yan het legioen van eer. Gouverneur Generaal yan Indiê en opperbevelhebber van Zijne Majesteits land- en zeemagt aldaar, allen den genen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
dat, nademaal op den 17^ dezer met de Fransch Keizerlijke en Koninklijke brik, Claudius Civilis, alhier de heugelijke tijding is ontvangen van de vereeniging van Holland met het Fransche Keizerrijk, wij besloten hebben en besluiten, hetgeen hierna volgt:
Art. 1. Nadat de proclamatie van het voorschreven ge- wichtige evenement door Gouverneur Generaal en Raden van Indié op heden van 'sgouvemements-huis zal zijn gepromul- geerd, hetgeen door een salut van 45 schoten van het gedagte gouvernementsbuis zal worden aangekondigd, zal dadelijk op de batterijen en vaartuigen de Fransch Keizerlijke vlag worden opgehaald en van dezelve een gelijk getal schoten als van het gouvernements-huis worden gedaan.
Art. 2. Van dien tijd af aan zal de Fransche Keizerlijke vlag alleen door Zijne Majesteits forten en sterktens en door alle schepen, zoo Keizerlijke, als particuliere, worden gevoerd.
Art. 3. Door de officieren der land- en zeemagt zullen mede van heden af, in plaats van de Hollandsche cocarde, de Fransch Keizerlijke cocarde worden gedragen en door de onder-officieren en soldaten, zoodra dezelve voor hen zal zijn vervaardigd.
Art. 4. De brigadier, chef van den generalen staf der armee
582 1811. H. W. OAENOEL8.
te Lande, zal zich met alle de aanwezige officieren der dirisie van Batavia en van de mobile divisie heden voor den middag ten tien uren bevinden ten onzen haize, ten einde, na bevorens van hunnen gedanen eed aan Zijne Majesteit Louis Napoleon, broeder van Zljoe Majeisteit den Keizer der Franschen, te zijn ontslagen, den ondervolgenden eed aan Zijne Keiieiüjke en Koninklijke Majesteit in onze handen af te leggen:
ik zweere trouw en gehoorzaamheid aan Zijne Majesteit den Keizer der Franschen, Koning van Italië, bescbenner van bet Rijn verbond, bemiddelaar van bet Zwitsersche bondgenootschap. *
Zoo waarlijk heipe mij God Almagtig.
Art. 6. De troepen, genoegzaam alle uit inlanders bestaande en dus geen eed kunnende doen, zullen om die reden niet onder de wapenen worden gebragt.
Art. 6. De brigadier, chef van den generalen staf der marine, zal zich mede met al de aanwezig zynde zee-officieren op het bij. art. 3 vermelde uur ten onzen hnize venroegen tot bet afleggen van den voorschreven eed.
Art. 7. Van het doen van dezen eed door het corps land* en zee-officieren zal behoorlijk proces-verbaal worden opge- maakt.
Art. 8. De commanderende officieren der land- en zeeraagt te Sourabaija, te Samarang en op de overige etablissementen, zoo op het eiland Java, als buiten hetzelve gelegen, zoUen. zoodra de proclamatie der vereeniging van Holland met het Fransche Keizerrijk aldaar zal wezen gepromulgeerd, op alle de forten, batterijen en schepen, zoo Keizerlijke, als particu- liere, de HoUandsche vlag tegen de Fransch Keizerlijke vlag moeten doen verwisselen en te Samarang en Sourabaya een salut van 45 schoten worden gedaan en op de mindere etablissementen een van vyftien schoten.
Art. 9. De officieren van de land- en zeemagt znllen vervolgens dadelijk de Fransche cocarde, instede van de HoUandsche cocarde, aannemen en de onder-offidereo en soldaten, zoodra dezelve voor hen zal zijn vervaardigd*
lail. H. W. OACNDCLS. B8$
Art. 10. De connnaDdereDde officiereo der land- en lee- magt Yoornoemd zallen verYolgens door alle onder hunne orders staande officieren den eed van trouw en gehoorzaam- heid aan Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit doen aflagen naTolgens het formulier, bij art. 4 vermeld.
Art. 11. De meermelde commanderende officieren zullen van deze gedane eeds-prestatie en de verdere uitvoering onzer orders behoorlek proces-verbaal aan ons inzenden, daarnevens voegende den voormelden eed, door hunzdve onder- teekend.
Zie ook 3 Hooimaand 1810.
20 Sprokkelmaand. Wijziging in den tüd van den Gauvemeur'Generaal Daendels.
Zyne excellentie, uit de Koninklijke courant van Holland van den 13'° van Sprokkelmaand 1810 gebleken zijnde, dat bij een besluit van Zijne Majesteit Louis Napoleon, voormaals Koning van Holland, gegeven te Parijs den 4^ van Sprok- kelmaand 1810, de aanstelling der Maarschalken was inge- trokken en vernietigd, met bepaling, dat degenen, die den titel van Maarschalk hebben, voortaan zouden voeren den titel van admiraal of generaal, te weten : de maarschalk van de marine dien van admiraal en die van de land-armée dien van generaal;
en in gehoorzame opvolging van dit besluit afg^I^t hebbende den titel van maarschalk en daarentegen dien van generaal der armee hebbende aangenomen;
heeft besloten een ieder, die het aangaat, te gelasten in alle brieven, adressen, requesten en andere schrifturen, welke aan welmelde zijne excellentie worden ingezonden, zich daarna te rigten.
20 Sprokkelmaand. Wijziging van hel formulier van den eed van trouw.
Is goedgevonden en verstaan uit de formulieren van eeden
K84 1B11. H. W. DAENDEL8.
▼oortaan weg te laten den naam en Toormalige waardig^id ▼an Z. M. Louis Napoleon^ als Koning van Holland, en io stede van dien trouw te doen zwoeren aan Z. M. den Keiier en Koning.
20 Sprokkelmaand. Bepaling^ dal alle collegién van jmlitie recht zouden spreken in naam van Zijne Majesteit den Keizer en Kaning.
20 Sprokkel maand. Wijziging van de order van voot' bidding.
Is goedgevonden en verstaan, in stede van de by de op den 24^° van Sprokkelmaand 1807 gearresteerde order ^n voorbidding in de respective kerken van Indié vermelde hoogste magten in het moederland, bij den openbare eeredienst van alle kerkgenootschappen hier te lande van nu voortaan te doen voorbidden voor H. H. K. K. M. M. den Keizer en Keizerin der Franschen èn de verdere Keizerlijke familie.
20 Sprokkelmaand. Maatregel ter bevordering van hd recruteren van militairen.
Is besloten de respective landdrosten en drosten op bet eiland Java, benevens het lid van de houtadministratie te Rembang, te autoriseeren om, wanneer zij oordeelen, dat zulks bevorderlijk kan wezen aan de hun geordonneerde recm- teering, in afwijking in zoo verre van het besluit van 2 Sprokkelmaand 1811, aan iederen recniut dadelijk bij zijn aanneeming het handgeld uit te reiken, mits daarvan kennis gevende aan den hoofdadministrateur, tot wiens departemenl zij behooren, ter voorkoming van alle dubbele betalingen in dezen.
21 Sprokkelmaand. Uitbreiding van de rijdende artillerie.
Deze werd gebracht, primo plan, op 429 manschappen ea K14 ryd- en trek-paarden^ welke zouden bedienen:
- H. W. OAENOELS. BSS
8 Tdd-hoawiUers, i twaalfponders, 2 aehtponders, 8 sespmiders, 10 caissons.
Reserve-caissons, ten getale van acbt/ zouden door kar- boawen getrokken worden.
22 Sprokkelmaand. Gouvernements-wissèls.
Als eene merkwaardige bijdrage tot de kennis van den wissel in die troebele dagen diene het volgende, ontleend aan de resolatien der Hooge Regering van S2 Sprokkelmaand 1811.
In September 1810 zond Daendels een schip, beladen met indigo en klapper-olij, naar He de France (Mauritius), hoofd- zakelijk met het doel om zekerheid te bekomen nopens geruchten, als zouden de Engelschen dat eiland, alsmede Java, voornemens zijn aan te vallen.
Het schip bereikte zijne bestemming, loste zijne lading en oam eenige goederen, voornamelijk wijn en schrijfbehoeften, als retour-vracht in, maar kon niet ten volle beladen worden, omdat eene Engelsche vloot opdaagde, waaraan het ter nauwer- Dood in allerijl wist te ontsnappen.
Het schip kwam in Februarij 1811 behouden te Batavia terug, maar belast met eene schuld, groot G500 Sp. matten, veroorzaakt door inkoopen der agenten op Mauritius voor de grootendeels (wegens de vlucht van het schip) aldaar achtergelaten retour-lading.
Om deze schuld te betalen gaf Daendels wissels in quadruplo sf op de firma's L. Hovy en zoon en A. van Hemert te Bordeaux, die vermoedelijk gelden in kas hadden wegens door hen verkochte, uit Indie door het gouvernement gezonden producten (^).
Voor het geval die gelden reeds naar Nederland geremitteerd mochten zijn, verzocht Daendels in den advies*brief den Minister
('} Zie boTen bladz. 135.
886 Y811- H. W. DA£ND£LS.
van koloniën de wissels te honoreren; en voor het geval ie Minister hiertegen zwarigheden mocht maken, verzocht Daiendds in een tweeden advies-brief zijne in Nederland vertoevende echfgenoote de wissels te betalen.
22 Sprokkelmaand. Rang-regding mn eenige amblenanm.
Is goedgevonden en verslaan de landdrosten van Javas Oosthoek en van Semarang en Demak te accorderen den jongstea rang in de eerste klasse der ambtenaren en aan de hoofd- administrateurs van Batavia, Semarang en Javas Oosthoek toe te voegen den rang boven de landdrosten van de Bataviaaehe ommelanden van Java, Cheribon, Bantam en de Jacatnsche en Gheribonsche Preanger-regentschappen.
22 Sprokkel maand. Wijziging van den tilel van noia- lissen en beamblschrijvers.
Deze moesten voeren den titel van «Keizerlijke Koninklijke • notarissen en beamblschrijvers, geadmitteerd bij de Ueoge •Regering van Indiê'".
" LTl:::r> wijziging van de prijs^uranl van houl^ werken, vastgesteld op 26 September 1808.
Dit nieuwe tarief is te vinden in de Bataviasche Koloniale Courant van 15 Lentemaand 1811, n^ 11.
35 Herflltinium^ 8 Wi)niiuaiid~
Zie ook "°rrr' 1810.
23 Sprokkelmaand. Gratificaliên aan zee^offideren.
Deze werden uitbetaald in noten-muskaat en waren bestemd voor het état-major van Z. M. brik, Glaudius Civilis, dat •het gewigtige nieuws der incorporatie" van Nederland bQ Frankrijk had overgebracht.
2 Lentemaand. Invoering van het Keizerlijk' Koninklijke wapen als zegel.
Is goedgevonden en verstaan de inspecteurs-generaal der
- H. W. OAENOEL8. B87
koffij-cultore en van de houtboMcheD, de laDddrosten, de collegién van justitie en van de administratie der houtbosschen, de drosten en alle andere coliegiên en ambtenaren op Java en Gheribon, die zich van het voormalige Koninklijke wapen bediend hebben, te gelasten zich binnen den tijd van vier maanden, gerekend van den eersten dezer of zoo veel vroeger als zulks zal kunnen geschieden, te voorzien van het Keizer- lijke en Koninklijke wapen, conform aan het hiernevens gevoegde afdruksel en met de omschrijving, die voor iedere betrekking wordt gereqaireerd.
Bij besluit van 20 Lentemaand 1811 is het vorenstaande ook toegepast op militaire en marine ambtenaren.
2 Lentemaand. Voorschrift nopens de titulatuur van de Indische Regering,
Alzoo de vereeniging van Holland met het Fransche Keizer- rijk noodzakelijk heeft gemaakt, dat de titniature van het goavemement veranderd worde, zoo is op heden in Rade van Indiê op voorstel van zijn excellentie, den Gouverneur Generaal goedgevonden, dat provisioneel en tot dat daaromtrent de intentie van zijne excellentie, den Minister over de zaken der koloniën in Frankrijk verstaan zal wezen, alle stukken, aan het gouvernement geadresseerd, zullen moeten beginnen met het navolgende formulier;
Aan Hunne Hoog Edelheden, Den Heere Gouverneur Generaal en Raden, uitmakende het Gouvernement Kolonial van het eiland Java en de daar onder gehoorende possessién van Zijne Majesteit, den Keizer der Franschen, in Indiê.
Hoog Edele Ueerenl
Waarvan aan allen en een iegelijk tot observantie kennis wordt gegeven.
K88 1B11. H. W. OAENDEL8.
2 Lentemaand. Vervanging van het merk der 0. L Compagnie.
Is goedgeronden en yerstaan bet merk der ToorauHge 0. I. compagnie, hetwelk boven publieke plaatsen staat, te doen vernietigen en de qaalificatie dier plaatsen daarooder in gescbrift te laten designeren met daaraan vooraf te laten gaan de woorden: de Keizerlijke en Koninklyke enz.; e& met de executie biervan te belasten:
de generale directie, voor zoo verre aangaat gebouwen en plaatsen, die in eenige betrekking staan tot de finantién, als batterijen, tolbuizen, magazijnen en betgeen verder als xoo- danig beschouwd kan worden:
president en Schepenen, voor zoo verre betreft de stads gebouwen ;
en de respective landdrosten en ministers aan beide horen, voor zoo verre aangaat de publieke gebouwen en phiatsenin derzelver landdrostambten dan wel aan de hoven voormeld, welke niet behooren tot het departement der generale directie.
2 Lentemaand. Spillage op ijzer.
Is goedgevonden en verstaan aan den administrateur van het ijzermagazijn, evenals zulks bij het reglement van spiBagie van den 15'° Augustus 1752 is bepaald, voor spillage op het ijzer een percent en op ijzer, hetwelk over bet jaar gel^^en heeft, een en een half percent te laten valideeren, gerekeod van den tijd, dat de gemelde, voor hem gepermitteerde spillage door het tarief van den IQ""^ van Wijnmaand 1809 is g^ cesseerd; en hiermede gedagte tarief te amplieéren.
2 Lentemaand. Verkoop-voorwaarden van in Bantam T^geconqiiestreerdé'' landen en van de pasar te Meester- Comdis.
De koopers zullen de gecontracteerde hnuren to( deo uiteinde gestand doen.
H. W. OAENOEL8. 589
a. De haurpeDDingen sulleo tot deo dag der yerkoop xyn Toor het gourernemeDt en van dien tyd af aan Toor de koopers.
AUe ingezetenen gelijk moetende behandelt worden, zijn en büjyen 'a%eschaft alle heffingen van de zoogenaamde wetaugers of oosterlingen en Tan de abdiera of rykaslaven.
De koopers van de perceelen, op welke bazaars zijn of worden toegestaan, zoUen, indien voor den marktdag geen vaste dag bepaald is, deswegens hunne belangens kunnen inbrengen en een vasten, voor bun conveniêerenden dag verzoeken.
Aan de bazaars te Jasinga, Krekel, Tjikadoe, Tanara of te Djengot, Katapang en Meesier Comelis zuUen worden en blyven de voorr^ten, welke aan de andere bazaars in de ommelanden van Batavia zijn verlemd, en speciaal, dat zonder bevnlliging van de eigenaren dier bazaars geen nieuwe previligiên tot oprigling van andere bazaars in dies nabijheid zal worden vergund.
De eigenaren van de bazaars zullen zich met de eigenaren van de op hunnen grond gevestigde huizen over den grondhuur in billijkheid moeten verstaan en dit poinct, des noodig, door den landdrost der Bataviasche ommelanden worden gedecideerd.
Te Jasinga en te Katapang zullen ter etablisseering van huizingen, etc. voor de onderschonten in het 1"** en 10^* perceel worden afgezonderd 100 vierkante roeden, dat is honderd roeden breed, ter plaatse, waar zij thans zijn gezeten.
Wanneer deze onderschouten van de voormelde plaatsen mogten opbreken en het gouvernement den grond niet tot andere eindens zoude willen emploijeeren, zal dezelve in vollen eigendom zonder betaling vervallen aan den eigenaar van het perceel, waarop dezelve gelegen is.
De eigenaars van alle deze perceelen zullen gehouden zijn voor hunne eigen rekening te maken en in een goeden, rydbaren staat te onderhouden de publieke wegen en bruggen, welke over deze landen loepen; blijvende voorts deze landen of perceelen bezwaard met alle de daarop legende servituten ten bate van het gouvernement.
BSO 1B11. H. W. DAENOELé.
Op het perceel n®. 9 zijn geYestigd zes soikermol^s met dies bijgebouwen en inventaris, die den tegenswoordigen huurder der landen» Lim Tjansoeng» in eigendom toebehooren en volgens inventaris een somma van rd' 82121 :S4 stuiven aan papier van credit komen te staan; de kooper, zidi met den eigenaar over deze overnaam kunnende vergelijkeo, kan deze molens cnm annexis overnemen, doch in contrarie geval zal de huurder als eigenaar der zes suikermoleDs de vrijheid hebben dezelve met al de daartoe geboorende bijge- bouwen vóór of met het expireeren van zijnen baurt^ af te breeken en te venroeren.
Wordende bet perceel u^ 12 onder deze voorwaarden verkocht, dat de zich thans daarop bevindende, militairf kazernes binnen het jaar zullen worden verpfaiatsi en dat aldaar in de nabuurschap hoegenaamd geene warongs in prejuditie dezer bazaar zullen mogen gehouden worden.
De verkoop dezer perceelen zal geschieden by den opslag en gesubjecteerd z^u aan de bekrachtiging van zyoe excellentie den Gouverneur Generaal, met dien verstande echter, dat, deze approbatie wegens een te gering rendement achter blijvende, de koopers de preferentie zullen gemeten. indien eenige dier perceelen daarna op nieuw uit de hand mogten worden verkocht.
De koopers der voornoemde perceelen znlIeD twee derde gedeelte van den koopschuld kunnen beleenen by bet coUegie van Weesmeesteren alhier tegens de gevrone renten van zes ten honderd 'sjaars.
De huurcontracten der in deze genoemde binden zulien ter visie leggen op het bureau van den administrateur- generaal, alwaar, geUjk mede'by den landdrost der Bataviasche ommelanden, nader inlichting kan worden gevraagd.
De verkoop bracht op 1,473,000 rijksdaalders, papieren
geld, of 467,000 rijksdaalders boven de gelaxeerde waarde.
Op 3 Grasmaand 1811 werd nader bepaald aom onder
H. W. OAENOELd. 891
opheffing van het yerband, waaronder de geconqueetreerde, verkochte BantamRche landen en andere eigendommen van het gouveraement hij de Weeskamer alhier voor een millioen rd* aan papier van crediet verbonden waren» gedachte wees- kamer voor het meermelde millioen rd* te assigneeren op de kas van vendumeesteren, met authorisatie op vendu- meesteren welmdd om gedachte weeskamer het voorschreven montanl van een millioen rd* uit het rendement der meermelde, verkochte, geconquestreerde Bantamsche landen en bazaar van Meester Cornelis af te geven, ten einde tevens gedeeltelijk te doen strekken tot beleening aan de koopers van gedachte landen voor twee derde gedeelte der koopschat".
2 Lentemaand. Wijziging in de verdeeling van West* Java in landdrosl-amblen.
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: de regentschappen Limbangang en Soekapoera, behoord hebbende tot het . voormalige landdrost-ambt der Gheribonsche Preanger-regeutscliappen, te supprimeeren en iD te deelen bij de regentschappen van het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Gheribonsche Preanger-regentschappen, Tjiandjoer, Bandong, Sumadang en Prakamoentjong.
Ten tweeden: daarentegen van het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Gheribonsche Preanger regentschappen ar te scheiden het benoorden Tjicauw gelegen gedeelte van het voormalige regentschap Grawang, thans behoorende tot het regentschap Sumadang, alsmede de districten Tjiassein en Pamanoekan van hetzelve regentschap met de blandong, daarin gelden, en daarvan met bijvoeging der districten van het latiddrost-ambt Gberibon, welke zich bevinden aan deze zijde van de rivier Tjimanoek, te creêeren een afzonderlijk landdrost-ambt onder de benaming van het landdrost-ambt van Grawang.
Ten derde: het landdrost-ambt der Jaccatrasche en Gheri- bonsche Preanger-regentschappen, met intrekking der tegen-
K9S Idll. H. W. OAENDEL8.
woordige benaming, voortaan te qualificeereo het landdrost- ambt der Balaviasche regentschappen.
Ten Tierde: de scheidingen der regentschappen^ waaruit dit landdrost-ambt volgens het aangegeven plan zal bealaan, op de volgende w^ze te bepalen, als: van Tjiandjoer:
om de Noord: Tjampea, Buitenzorg en de Bataviasche ommelanden ; om de Oost de rivier Tjitamm van de Noordeiyke scheiding Zuidwaarts tot aan de uitmonding van de rivier Tjisoman, van daar tot aan het Simpangschc gebergte, voorts langs dezen keten van bergen tot weder aan de rivier Tjitarum, dan langs dezelve tot aan de uitmonding van de rivier Tjiminjak, deze rivier opwaarts tot deszelfs oorsprong op den berg Boelat, van den top van dezen berg in eeoe rechte lijn tot aan den top van den berg Patoea Noord, gehoorende tot het Kendangsche gebei^te, vervolgens van dit gebei^te Oostwaards op tot aan de ririer Tjipapanijang, de Oostelijke scheiding van het district Tjidammer en langs die rivier tot aan de Zuidzee; om de Zuid: de zee; om èft West: Bantam;
van Bandong:
om de Noord : hetgeen langs de rivier Tjitamm benoorden de rivier Tjisoman ligt tot aan den mond van de rivier Tjikauw» voorts deze rivier opwaarts tot aan het gebergte Goerangrang, dit gebergte langs tot den berg Tankoebang- praauw en van daar Oostwaarts tot aan den berg Boekiet Toengoel, het Noord-Oostelijk scheipunt van Bandong; om de Oost: van den berg Boekiet Toeogoel over den berg Ibngeagen langs de rivier Tjiblissie tot aan de mond van de rivier Tjikroo, voorts deze rivier opwaarts tot aan de uitmonding van de rivier Tjitarik, langs deze rivier tot dezelve in de Tjitarum valt, vervolgens de rivier Tjitarum Zuid-Oostwaarts op tot aan haar oorsprong op den berg Soembing en van daar Oostwaarts dat gebergte langs tot aan de passir Monting, voorts over de toppen van de beiden Drawahe, Mandelawangie, Kaledin en Haroman tot aan de ririer Tjibenda, van daar
- H. W. DAE^IOeLd. K9S
langs deze riTier tot aan de rivier Tfibioek, vervolgens tot de pasdr KesambiejaiJaB en Kiara Sikoan en de rivier Tjiboedoek, deze rivier op tot aan de mond van de rivier Tjikenda en langs dezelve tot aan de rivier Tjijinsing, van daar over de passir Tjitragoena tot aan de rivier Tjibagendiet, over de passir Doemoestjilie tot aan de rivier Tjijaringauw en van dezelve op tot zij in de rivier Tjimonoek valt; voorts deze rivier opwaarts tot aan de monding van de rivier Tjiderinding, deze rivier langs tot deszelfs oorsprong, van daar over de passir Nagara, de bergen Karimbi en fiendoet tot aan de oorsprong en eindelijk deze rivier langs tot zij in de Zaidzee valt; om de Zuid: de zee; om de West: Tjiandjoer; van Prakamoentjang:
om de Noord: van den berg Boekiet Toengoel over de passir Pansawasan tot op den berg PoUa; om de Oost: van de Polla over de bergen Karumbie, Karoengroeman, Sindoelang en Simpaij tot aan bet hoofd van de rivier Tjipitjong, voorts deze rivier langs tot de rivier Tjimanoek, deze weder op tot de mond van de rivier Tjiharoes, de rivier Tjibaroes langs tot dies oorsprong of hoofd op den berg Lengarattoe, van daar op den berg Sepot, alwaar de rivier Tjilosset baar oorsprong neemt, voorts deze rivier af tot daar zij in de rivier Tjitandrij valt, de rivier Tjitandrij langs tot de scheiding van Galoe en eindelijk langs de Westelijke scheiding van Galoe tot aan de zee; om de Zuid: de zee; om de West: Bandong;
van Sumadang:
om de Noord: de Noordelijke scheidingen van de tjoetaks Segalaherang, Batoe Sierap, Depok, MelandangenTjongeang; om de Oost : Gheribon ; om de Zuid : de scheiding met Prakamoen- tjang en Galoe ; om de West : de scheiding met Prakamoentjang.
Ten vijfde: de scheiding van het geprojecteerde landdrost- ambt van Grawang te bepalen op de volgende wijze, als:
om de Noord: door de zee; » > Oost: door de rivier Tjimanoek; » • Zuid: » Bandong en Sumadang;
FLAKAAT*BOU DtU «▼!• 38
594 1811. H. W. OAENDËLé.
om de West: door de ri?ier Tjitanim en bet onder de Bataviascbe ommelanden gehoorende land Tjabang Boeagien. Ten sesden : aan de regenten van Limbangaiig en Soekapoera derzelver ontslag ala sBoodaoig te ?erleenen» met permissie om buiten eenige dienstbetrekking te Limbangang eB Soeka- poera te mogen blijven domiciliëren; en verder aan deidveu toe te voegen een jaarlijks pensioen van vier honderd Spaansche matten ieder ten laste van:
den regent van Tjandjoer voor Sp» 4ü
» • > Samadang voor • 350
> » Bandong voor • 250
» > » Prakamoentjang voor * 180
of te zamen Sp' 800
2 Lentemaand. Verandering der tituUUuur van de Boogt Regering^ enz.
Is goedgevonden en verstaan aan het hoofd van alle publieke gouvemements actens te doen stellen: in naam van Zijne Majesteit den Keizer der Franschen, en in de placcaten eu andere dergelijke stukken, alsmede in de adressen aan bel gouvernement: Gouverneur Generaal en Raden, uitmakeodc het gouvernement-koloniaal van het eiland Java en de daar- onder gehoorende possessiên van Zijne Majesteit den Keizer der Franschen in Oost-Indiftn ; en zal hiervan aan de gemeente worden kennis gegeven.
-^ Lentemaand. Verbod legen hel uilgeven mn zekere vcUsche brieven van credil.
Nademaal aan de hooge regering dezer landen uit een adres van den boogen Raad van justitie gebleken is, dat vuil gewin- zoekende en baatzuchtige personen niet geschroomd hebbeu om de alhier bij onze publicatie van den zevenden van Herist- maand 1810 gangbaar verklaarde papieren van credit van
- H. W. OAENDÊLd. KgK
rtjkfldaalden 3, % 1 en 24 stnivers na te maken en in circulatie te brengen, wdke inzonderheid daaraan kenbaar zijn, dat de dmkletters en stempels Terscbillen van de echte, zoo door de ongelijkheid der letters, als in de grootte tan het stempel, terwijl de handteekeningen met Cbinesche penseelen scbynen gemaakt te wezen ; zoo is het, dat wQ goedgevonden hebben allen en een iegelijk daarvan kennis te geven, ten einde een ieder zich wachte voor schade ; en voorts te infor- meren, dat by een gedaan scrupuleus onderzoek gebleken is, dat geen misbruik met de stempels op 'sLands drukkery heeft plaats gevonden en de ongegrondheid der opgevatte verdenking deswegens ten vollen is geprouveerd; belovende aan degenen, die de daders zullen ontdekken en aanwyzen, zoodanig, dat dezelve in handen van de justitie geraken en van het feit overtuigd worden, eene premie van een duizend ryksdaaMers, papieren van credit, en dat de naam van den aanbrenger, des begeerende, zal worden gesecreteerd;
en opdat de voorschreven valsche papieren van credit niet verder in circulatie worden gebragt, in terdiceren en verbieden wy op het scherpste dezelve op eenigerUj wyze uit te geven of verder te doen circuleren, maar gelasten en bevden daaren- tegen wel expresseUjk, dat degenen, door wie zoodanige valsche papieren ontvangen zyn, dezelve moeten overgeven aan de officieren van justitie, onder wiens jurisdictie zy behooren, die dezelve zullen moeten aanhouden en vervolgens zoo nauwkeurig mogeUjk moeten onderzoeken, van vne zoo- danige valsche papieren van credit afkomstig zyn, ter verdere ontdekking der sdiuldigen aan deze misdaad;
ordonnerende en bevelende de respective officieren van justitie wyders op alles nauwkeurig en met de meest moge- lyke activiteit te inquireren en recherches te doen naar de daders, die zich aan de voorschreven fialsiteit hebben schuldig gemaakt of nog schuldig mogten maken, mitsgaders by ont- dekking en achterhaling tegens . dezelve naar de uiterste gestrengheid der wetten tot de penaUteiten, daarby bepaald, Ie procederen.
K96 1811. H. W. OAENOELd.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid ioode kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdplaatse en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord- oostkust worden gepubliceerd en, behalve in de Hollandsche. ook in de gewone inlandsche en Ghineesche talen wordea geafligeerd, ter plaatse gebruikelyk.
Ten overvloede bepaalde ook de Regering, »dal voortaau bij hel drukken en te gelijk stempelen van papieren van credit een vertrouwd persoon van wegens de generale directie in de drukkerij geplaatst zal moeten worden, die zorg draagt, dat er geen gedrukte papieren van credit worden weg ge- nomen, en die bij het sluiten der drtdikerij, zoowei des middags, als 's avonds, de stempels aan den adininistrateur- generaal of hoofd-administrateur in bewaring zal moeten geven".
4 Lentemaand. Regisiratie^ enz, van Chinee^he timmer- lieden, metsdaars en smeden binnen de jurisdictie van BtUavia.
Is besloten den kapitein en luitenants der Chineezen alhier te gelasten om te formeeren en voor het einde dezer maao^J aan zijne excellentie in te leveren een nauwkeurig register van alle de Ghineesche bazen der timmerlieden, metaelaars en sniits binnen de jurisdictie van fiatayia, alsmede van dt knechts, die door ieder van dezelve worden in dienst gehouden of ook maar de voorschreven ambachten exerceeren, onver- schillig tot welk soort van timmer, metsel- en smitswerk de voormelde bazen en knechts worden geêmployeerd;
met authorisatie verder op gedagte kapitein en loiienaou der Chineezen om de meermelde bazen en knechts bij eeoe notificatie op te roepen om zich binnen den lijd van veertien dagen na de afkondiging van dezelve ter inschryving in bel
- H. W. DAENDELS. K97
voormalde register aan te melden en om bij die notificatie tevens te aononceeren, dat na den eersten van Hodmaand aanstaande geen timmer-, metsel- ofsmitswerken dooreenige andere Chineesche bazen zullen mogen worden aangenomen, als door de zoodanige, welke bij een behoorlijk patent van gouvernements wege daarvoor erkend zullen zyn, en dat tevens na den voorschreven tijd geen Chinezen de voormelde am- bachten als knechts of onder welke anderen titel zullen mogen uitoefenen, wanneer zij niet in het gemelde register zullen wezen ingeschreven ; zullende de kapitein en luitenants der Chinezen het nu meermeid register vervolgens maan- delijks moeten effen houden en onder den laatsten van ieder maand hetzelve in duplo moeten inleveren, ééns aan zijne excellentie en ééns aan den directeur der genie van het departement Batavia.
Terwijl eindelijk nog bij dezen word bepaald, dat gedagte directeur der genie zal voordragen de Ghineezen, aan dewelke als bazen der timmerlieden, metselaars of smits van gouver- nements wege een patent zal kunnen worden verleend; en verder gestatueerd, dat de Chineezen, die na den eersten van Hooijmaand aanstaande de welmelde ambachten exerceeren, hetzij als bazen zonder daartoe patent te hebben, hetzij als knechts zonder in het register te wezen ingeschreven, bij ontdekking en achterhaling zullen worden gestraft met ket- tingslag, de eerstgemelde voor een jaar en de laatstgemelde voor zes maanden; met last aan de respective officieren der Jostitie de uitvoering hiervan ten nauwkeurigste te surveil- leerMi en aan weimeiden kapitein en luitenants der Ghineezen om almede van deze bepalingen bij de door hun te doene notificatie de vereischte melding te maken.
6 Lentemand. Ontbinding van hel corps penniêten.
Doordien de meeste leden van dit corps in 's Lands iimsi waren getreden, bestond het slechts uit een luttel aantal •individus".
598 1811- H. W. OAENOELS.
8 Lentemaand. Kenntsgaue^daldeEngdschemdelfUKcade nan Java en van de Molukken hadde9t opgdieven.
Zulks was geschied btj een order van het Engelsche ad- miraliteits-hof, gedagteekend 12 Grasmaand 1810, waaryan de Indische Regering kennis kreeg bij een schrIjTen nn den kommandant der Britsche zeemacht in Indiê, dd. 18 Louw- maand 1811.
4- Lentemaand. Prtfs^bepaling van vathms-vleesch.
Alzoo in Rade van Indiê op den 8^ dezer besloten is den prijs van het varkens vleesch voortaan te bepalen op achuien stuivens, in plaats van twaalf en een halve stuiver, papieren van credit of koperen munt, het katie, zoo wordt daanran aan de gemeente kennis gegeven, met last op president eo Schepenen en de respective officieren van justitie om voor de naarkoming hiervan te waken, op verbeurte van betzelre vleesch en arbitraire correctie voor de overtreders.
En opdat niemand hiervan eenige ignorantie zoude kunoeo pretenderen, zal deze worden geaffigeerd in de HoDandscbe en Ghinesche talen ter plaatse gebruikelijk.
4- Lentemaand. Nadere regeling van de belasting op huizen.
Alioo de gewone, jaarlijksche behstiog ten voordede der stads kas van een halve maand huishuur van de hmzen, gelegen binnen de stad Batavia, door het af broeken vaa veden derzelve merkeiyk minder afwerpt ala voorheen, terwyl nogtans dezelfde kosten als bevorens moeten worden g^ impendeerd tot hel schoon houden der gemelde stad eo bet onderhouden der wegen, bruggen en beschoeyingen in dezelve, waardoor eene verhooging van die belasting tot dekking der voorschreven onkosten is noodzakeyk geworden, is op het voorstel, daartoe door president en Schepenen gedaan, alsmede
- M. W. DAENOEL8. 599
uit aanmerking, dat er geene redenen zijn, waarom de haizen in de Toorstad en de Ghinesche campong niet even zeer als andere huizen buiten de stad, waarmede ztj in een gelijk aspect komen, zouden deelen in de contributie van een half percent van derzelver waarde, met intrekking der impositie van een halve maand huishuur, welke daarvan tot nu toe is geheven, op den achtste dezer in Rade van Indiê goedge- vonden te ordonneren en te statueren, zoo als geordonneerd en gestatueerd wordt bij dezen:
Ten eerste : dat voortaan van de huizen, stallingen, pedakken en andere getimmertens in de stad, instede van een halve maand huishuur, een geheele maand huishuur zal geheven worden, op geiyke wtjze en onder dezelfde bepalingen en penali leiten, als bevorens omtrent de heffing van een halve maand huishuur zt|n in vigeur geweest.
Ten andere: dat daarentegen de betaling van een halve maand huishuur 'sjaars van de huizen, tuinen, stallen en andere getimmertens in de voorstad en Ghinesche campong ingetrokken en in plaats van dien door president en Schepenen zal worden geheven een half percent van derzelver waarde, onder dezelfde ordonnantiên en restrictien, als nopens deze heffingen voor andere huizen buiten de stad reeds zijn gemaakt, volgens de taxatie, die daarvan zal worden gedaan, met in het ooghottding van de navolgende bepalingen:
a. dat alle huizen, die bewoond worden door lieden, die geen hanteering of handwerk doen, en onder den naam van toehuizen bekend zijn, zullen moeten worden getaxeerd even en in dier voegen als de huizen en tuinen buiten de stad, die te voren reeds onder de belasting van het half percent zijn begrepen geweest, te weten na derzelver actuele waarde en den stand, alwaar dezelve gelegen zijn;
b. dat daarentegen de huizen, waarin warongs of winkels gehouden worden, item smits, timmerlieden of andere ambachts personen wonen, zullen moeten worden getaxeerd na de huishuur, die daarvoor betaald wordt, met dien verstande echter, dat een huis, 't welk duizend ri|ksdaalders
600 18^^ H- ^« DAENDELS.
waardig is en tien a twaalf rijksdaalders aan hoar doet. niet hooger zal mogen worden gewaardeert als Tyftien a zestien honderd rijksdaalders en daarvan zeven en een halve a acht rijksdaalders in de belasting zal moeten worden opgebragt; en zoo verder met alle andere buizen in hetzelfde geval na proportie;
e. dat de te doene taxatie zal moeten geschieden, voor zoo- verre de Chinesche woningen in en buiten de campoug betreft, ten overstaan van twee Chinesche officieren, die de presumtie voor zich hebben hel best over de kost- winningen van de bewoners te kunnen oordeelen; en
d, dat aan president en Schepenen zal zijn ovei^laten het jaarlijks onderzoek, in hoeverre er verandering diend te worden gemaakt in de éénmaal aangenomen taxatie4ysi na mate van de verwisseling der bewoners en de differente hanleeringen, die in de huizen gedreven worden; met qualificatie de taxatie zoodanig te verminderen of te ver- meerderen, als met de billijkheid overeenkomstig zal worden
En zal deze worden gepubliceerd en, zoowel in de Hollandscbe, als in de gewone inlandsche en Chinesche talen worden ge- affigeerd ter plaatse, daar zulks gebruikelyk is.
-^ Lentemaand. Voorschriften nopens Bataviasche apo- iheken, — Salaris-lijst voor de uiloefening van genees- en heelkundige, particuliere pradijk.
Alzoo bij de hooge regering dezer landen in aanmerking is genomen, dat het aanwezen van slechts een apotheek in de stad Batavia tot groot ongerief verstrekt van de bewoonders van Weltevreden en derzelver environs en dat het, zoo ter voorziening daarin, als om eene nuttige mededinging in hel debiet van geneesmiddelen daar te stellen, waaruit eene goedr behandeling der ingezetenen moet voortvloeijen, allezins ver- eischt wordt in dit inconvenient te voorzien, is op den S^ dezer in Rade van Indiê besloten:
Ten eerste: om by de apotheek in de stad nog een apotheek
- H. W. OAENOEU6. 601
op Weltevreden te doen etablisseren onder dezelfde voorregten, prerogatifen en verpligtingen, als voor de apotheek in de stad zyn of hier namaals sullen worden bepaald, en met vrijheid voor de eigenaars of beheerders van beide die apo- theken om hunne geneesmiddelen zonder reserve allerwegen te debiteren.
Ten tweede: dat voortaan om de drie maanden en ook tusschen tijA^, zoo dikwijls, als dit noodig zal worden ge- oordeeld, de apotheken in de stad en op Weltevreden door eeoe geneeskundige commissie zullen worden onderzocht en geëxamineerd.
Ten derde : de apothekers te interdiceren om de rekeningen der door hun geleverde geneesmiddelen in te vorderen, dan oadat die rekeningen door den chirurgijn principaal van het departement Batavia voor geapprobeerd zullen zijn geteekend, terwijl de verificatie van gemelde rekeningen door den chi- rurgijn principaal geen hinder zal kunnen toebrengen aan het wettige regt dergenen, welke zich bij de gedagte rekeningen bezwaard zouden mogen gevoelen.
Ten vierde: de apothekers almede te verbieden eenige genees- of heelkundige diensten te verrigten.
Ten vijfde: te verbieden aan alle doctoren en chirurgijns, uitoefenende de genees- of heelkundige practljk» het behouden van ^zoogenaamde huis-apotheken en het fourneren van medi- cijnen uit dezelve, op poene van arbitraire correctie, buiten en behalve de ongehoudenisse voor een ieder om het daarvoor gedeclareerde te betalen, indien na het in werking brengen van deze bepalingen nog eenige medicijnen door hun mogten worden geleverd.
Ten zesde: de doctoren en chirurgijns te gelasten van de middelen, die zlJ voorschrijven, behoorlijke recepten te ver- leenen, welke in de apotheken zullen moeten worden bewaard.
Ten zevende: de doctoren, chirurgijns en apothekers seri- euselljk te interdiceren eenige overeenkomst met elkandereu te maken ter bezorging van calanten aan de laatsten.
Ten achtste: te arresteren de volgende:
602 1611. H. W. OAENOELS.
SALARIS LIJST voor kef mtoefenen ran de genees- en heelkmdige, partieuUere pracUjk, zoo door de hoofd ofjiderm van gezondheid, do geneetheeren en chirurgijn' majoTi, siadi doctor en slads dnrwrgyn^ de o/peieren van gezondheid der tweede en derde klasse en de stads onder-chirurg^^ ^^ diear alle andere genees- of heelkundigem, nwf de Ueeniie van hei gonxvememmt bogmuiigd mn de genees- of heelkundige praelyk te i
Art. 1. Voor iedere visite bij christenen or onchristeoen, gerekend van de woningen der doctoren en chirurgyns af, als:
van een paal of een derde uur gaans en daar beneden, vier en twintig stuivers, zilver geld,
van meer als een paal tot aan de tweede paal of twee derde van een uur gaans, een rijksdaalder, zilver geld,
van meer als twee palen tot de derde paal of een vol uur gaans, twee rijksdaalders, zilver geld.
Art. 2. Bij nacht of ontljden of van acht uren *s avonds tot vier uren in den morgenstond, eens zooveel, als bier voren bepaald is.
Art. 3. Voor een consult met andere doctoren of chirur- gijns mede eens zooveel, als blJ art. 1 is vastgesteld, en in den nacht het dubbele van dien.
Art. 4. Voor een hoofd-operatie, als het trepaneeren, am- puteren van een arm of been, breuksnijden en diergriyken, vijf en twintig rijksdaalders, zilver geld, en voor de overige verbanden tot de volle genezing toe, telkens voor een visite.
Art. 5. Voor iedere verlossing, welke door middel van instrumenten of het maken der wending van de vrucht dan wel andere kunstmiddelen moet bewerkt worden, vQf en twintig rijksdaalders, zilver geld, en voor iedere veriosaog, die zonder instrumenten door de hulp der natuur wmndt daargesteld, tien rijksdaalders, zilver geld, mit^ders verder voor de visites volgens hetgeen hiervoor bepaald is.
letl. H. W. OAENOELS. 60!^
Art. 6. Voor mindere operatien, als het ampaterén fan een ringer of teen, depanctie by eene buik-waterzucht of wel TOOT operatien, welke roet deze in eene klasse kanoen gebragt worden, alsmede Toor het eerste verband by een fractuur of dislocatie, tien rijksdaalders, zilver gdd.
Art. 7. Voor het aanleggen van Spaausche vliegen met de voile weder genezing, vijf ryksdaaiders, zilver geld.
Art. 8. Voor een nacht waken bij een zieke, vijf rijks- daalden, dlver geld.
Art 9. Voor bet doen eener aderiating, twee rijksdaaldera en vier en twintig stuivers, zilver geld. '
Art. 10. Voor het appliceren van een lavement, een rijks- daalder, zilver geld.
Art. 11. Voor de praktijk bij lijfeigenen, als:
voor iedere visite aan huizen, alwaar van een tot vier zieken zijn, acht stuivers, zilver gdd,
aAn haisen, alwaar van vier (ot acht zieken zijn, zestien staivera» zilver geld,
aan huizen, alwaar van acht tot vijftien zieken zijn, vier en twintig stuivers, zilver geld, en
aan huizen, alwaar boven de vijftien zieken zijn, een rijks- daalder, zilver geld.
Art. 12. Voor alle operatien aan en het verlossen van lijfeigenen de hdft minder, als daarvoor bij art. 4 en 5 be- paald is.
Art. 13. De hiervoren bepaalde salarissen kunnen betaald worden in papieren van credit met de agio, die maandelijks bij bet gouvernement bepaald wordt, gerekend na de maand, waarin gemelde salarissen zijn verdiend.
Ten negende: dat alle de voorschreven bepalingen werken zullen van den eersten van Grasmaand aanstaande.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetenheid zoude kunnen voorwenden, zal deze worden gepubliceerd in de HoUandsche, ook in de gewone inlandsche en Chinesche talen worden geaffigeerd, ter plaatse gebruikelijk.
604 ^811- H. W. OAENDEL6.
~ Lenlemaand. Aanmaak van brieven van crediet.
Ter voorziening in het nog voortdurend gebrek aan kleine papieren van credit op den 8^ dezer in Rade van lodiê besloten zijnde om tot gerief der gemeente voor een bedragra van viermaal honderd duizend rd' aan credit-brieven van twintig, vijrtien, tien, vyf, drie, twee en een rd' en van vier en twintig stuivers te laten aanmaken en daar en tegen, om de massa van het papieren geld door deze aanmaking niet te vermeerderen, voor een gelijk bedragen van viermaal honderd duizend rd* aan groote credit-brieven te laten ver- branden, wordt hiervan by dezen aan elk en een iegetyk kennis gegeven.
ZuUende de opgemelde. brieven van credit allen gedag- teekend zijn den 8^" van Lentemaand 1811 en geteekeod worden, te weten:
S7B0 van rd' 20 door den oud-secretaris van de hooge regering, H. Tielenius Kruithoff, en het oud-opperhoofd over het generale tractements-kantoor, E. S. Smits, mitq;aders voor gezien door den heer Raad extra*ordinair, W. Wardenaar,
3000 van rd' 15 door den oud-secretaris der hooge regering, J. W. Moorrees, en den administrateur in het graan-magaiyn, E. H. van Ittersum, mitsgaders voor gezien door den heer Raad extra-ordinair, J. C. Romswinckel,
SOOO van rd' 10 door den commissaris van de bank van leening, G. J. Sieuf baas, en den eersten suppoost op het kantoor van den hoofd-administrateur, P. Veltbrugge, mitsgaders voor gezien door den heer Raad extra-ordinair, A. Hartsind^
10,000 van rd' 5 door den ontvanger-Generaal, R. Goop 4 Groen, en den administrateur in het Qzer-magazyn, J. J. H. van Riemsdyk, mitsgaders voor gezien ioor den heer Raad extra-ordinair. Mr. W. A. Som van Basel,
10,000 van rd' 3 door den oud landdrost der Jaceatraache en Preanger-bovenlanden, G. W. Casimier van Motman, en den gewezen administrateur in het gnum-magazyn, D. S. Smit,
15,000 van rd' 2 door hel opperhoofd over het generale
- H. W« DAENDELft. 608
tractemeDls-kantoor, J. F. Zhaelxcky, en den commies op bet bureau yao den administratem^generaal, J. Adhiug,
10,000 Yan rd' S door den commissaris van bet Tendu- kantoor. J. Ek^ibolm, eo den eersten suppoost op hel generale tractements-kantoor, J. Staalbofl,
20^000 van rd' 1 door den administrateur in de suiker* pakhuizen, D. vao Son, en den onderkoopman buiten emplooi), M. A. Mossel,
S0,000 van rd' 1 door den sabandhaar en licentmeester, J. M. van Beusechem, en den onderkoopman buiten emplooij, H. L. Senn van Basel,
20,000 van 24 stuivers door den president van Boedel- meesteren, G. Drost en den medicinae doctor J. F. Leeuwe,
20,000 van 24 stuivers door den administrateur in de pakhuizen bezijden de Waterpoort, J. 6. D. Passchen en den gecommitteerde, J. C. Laats,
20,000 vaii 24 stuivers door den eersten suppoost op liet bureau van den administrateur-generaal, J. Scbill jun. en den oud eersten suppoost op het finantie-kantoor, G. WUkinson,
20,000 van 24 stuivers door den administrateur in de Westzydscbe pakhuizen, J. H. de Hoogh en den tweeden suppoost op bet finantie-kantoor, W. J. de Haart,
20,000 van 24 stuivers door den administrateur in het kleeden-pakhttis, J. van Reenen en den oud-boekhouder in de pakhuizen van Onrust, H. A Vorst,
20,000 van 24 stuivers door den administrateur in het provisie-magazijn, 6. C. van Ryck en den secretaris van Boedelmeesteren, W. van Bercum,
20,0J0 van 24 stuivers door den administrateur in de Westzydscbe pakhuizen, P. W. H. van Riemsdyk en den tweeden commies op het bureau van den hoofd-administrateur van Batavia, L. A. van Hek,
20,000 van 24 stuivers door den eersten commies op bet bureau van den hoofd-administrateur van Batavia, D. C. van Blommestein en den tweeden suppoost op het bureau van den administrateur-generaal, J. Rosier;
6Ö6 1811. H. W. DAENOELé.
terwyl wijders de Toorschreven papieren ?an eredit by dezen gangbaar worden verklaard tot de daarop geatdde waarde, zoo ter dezer hoofdplaatae en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, en een ieder gelast dezelve in belaling aan te neemen, zonder aan denetrer cours en circulatie eenige verhindering of stremndog te veroorzaken.
En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo ter dezer hoofdplaalse eo dies ressort, als in Java*8 Oosthoek en op Java's Noord- Oostkust, worden gepubliceerd en, behalven in de HoUandsche, ook in de gewone inlandsche en Chinesche talen worden geaffigeerd, ter plaatse gebruikelijk.
10 Lentemaand. Verbad tegen het ^bruiken van op passers war huiselijke diensten^ enz,
In aanmerking genomen hebbende, dat de respective oflkiereu van justitie, als ook sommige landdrosten, zich op huooe rijdtuigen doen volgen door een of twee dienaren, wdke hun tot bevordering der politie en justitie en van deo pu blieken dienst onder de benaming van oppassers en kaffers zijn geaccordeerd, en ook veelmaals van gemelde dienaren tot de uitvoering van particuliere commissiên en boodschappen en tot buisselijke diensten gebruik maken;
en considerende de noodzakelijkheid om dit meer en meer toenemend misbruik, waardoor de gemelde dienaren tot groole verachtering van den publieken dienst van hunne pligten worden afgetrokken, krachtdadig tegen te gaan:
is besloten de respective officieren van justitie, zoo te Batavia, als op de Noord-Oostkust van Java en in Java's Oosthoek, item de onderscheidene landdrosten en aBeo de genen, aan wien verder eenige dienaren van den Lande in hunne officie, hetzij onder de benaming van oppassers, kaffers, of onder welken titel ook, mogten wezen ofte namaals zuUeo worden geaccordeerd, te interdiceren zich door de gewelde
lèll. H. W. OAENOeLé. 607
dienaren op hunne rijdtnigen Ie doen folgen, dan wel dezelve tot particuliere coniniisaiên of boodschappen, niet rakende hunoe officie, te employeeren of tol haiaetijke diensten te gebruiken, sub poene van arbitraire correctie by overtreding van dit verbod.
Wordende hierdoor niet weggenomen de vrijheid voor de gemelde officieren van justitie, landdrosten en andere civiele ambtenaren, die niet hun mogten verkeereo in hetzelfde geval, om zidi door een of meer van de meermelde dienaren te paard te laten vergezellen, dan wel hunne goederen of die van andere ambtenaren, in officio reizende, door dezelve te doen escortoren.
En zal hiervan bij extract dezes circulair worden kennis gegeven aan een ieder, die het aangaat.
Op 19 Julij 1811 is nader besloten:
In aanmerking nemende, dat bet besluit van den Gouver- neur Generaal in dato 11 Naart 1811, waarbij aan de officieren van justitie en aan de respectieve landdrosten geinterdicecrd is zich door de oppassers, hun van Landswege tot het executeeren hunner amhtspligten toegestaan, op hunne rytnigen te doen volgen of dezelve tot eenige particuliere dienst te bezigen, ofschoon hetzelve alleen ter wering van misbruiken is genomen, daaruit echter inconvenienten geboren worden, aangezien de officieren van justitie dikwijls door de absentie van evengemëlde oppassers in het immediaat aan- wenden van hunne authoriteit merkelijk belemmerd worden, terwijl ook aan de andere zijde deze ontzegging hun veel van hun aanzien by den inlander heeft doen verliezen;
is besloten bovengemeld besluit in te trekken, onder restrictie echter, dat de oppassers, noch de vrouwen der officieren van justitie of landdrosten zuUen vermogen op de rytuigen te vdlgen, noch tot eenige huisselyke bezigheid zullen mogen worden geèmployeerd.
g08 1811. H. W. OAENOELé.
15 Lentemaand. Verstrekking van zout aan blandong's in Cheribon, enz.
Is besloten de verstrekking van zout aan de bosch-yolkeren. bij besluit van zijne excellentie van den l?"*" van BloeiaiaaDd 1809, artikel 31 bepaald, te extendeeren tot de sedert opge- rigte blandongs van Cheribon, Pamanoekan en den Oosüioek en aan dezelve mitsdien op denzelfden voet, als bij bet ge> dagte besluit voor de overige blandongs bepaald is, jaariijks te doen verstrekken, als:
aan de blandong van Cheribon:
een koljang, twee en dertig pikols en een honderd eo zeven ponden zout;
aan de blandong van Pamanoekan:
een koljang zout; en
aan den blandong van den Oosthoek:
een koljang, vijf pikols en zes en veertig ponden zout;
de koljang gerekend tegen vijf en dertig pikols.
17 Lentemaand, üiilooving van premiên voor het op- brengen van Europeesche krijgs-gevangenen.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende, dat volgens de informatiên, welke langs verschillende wegen. zijn ingekomen, bet eiland Java weldra door onze vijanden, de Engehcheo^ staat te worden geattaqueerd;
heeft besloten de ondervolgende premiön uit te loven aan degenen, welke Europeesche krijgsgevangenen opbrengen, ak:
voor een luitenant-kolonel of officier van hoogen rang: op Java vijf honderd rijksdaalders, zilver geld; te Batavia een duizend rijksdaalders, papieren van credit,
voor een kapitein twee honderd en vijftig rijksdaalders, zilver geld, op Java en vijf honderd rijksdaalders, papieren van credit, te Batavia,
voor een luitenant een honderd ryksdaalders, zilver geld. op Java; twee honderd rijksdaalders, papieren van credit, te Batavia,
- H. W. OA£NO£u6. 60d
voor een onder-oflBcier of soldaat en matroos vijr en twintig rijksdaalders, zilver geld, op Java; vijftig rijksdaalders, papieren van credit, te Batavia;
zullende deze premiên op vertooning der bewijzen van de uitlevering der alzoo krygsgevangen gemaakte manschappen moeten worden uitbetaald door den eersten kassa-houder van den Lande, aan wien de houders van zoodanige bewijzen zich tot dat einde zuUeri vervoegen.
Met* autorisatie op den bailluw van Batavia, de respectieve landdrosten, abmede het lid van de hout-administratie te Rem- bang, om te zorgen, dat elk en een iegelijk hiervan de noodige kennis erlange.
18 Lentemaand. Opdrachl der behandeling van civiele zaken aan drie ambtenaren^ indien ten gevolge van een aanval op Java door de Engdschen de Gouverneur- Generaal verhinderd mocht worden.
Zijne excellentie, in aanmerking nemende de noodzakelijkheid om, bijaldien bij een attacque van het eiland Java door onze vijanden, de Engelschen, hoogstdeszelfs presentie elders als te Batavia wordt vereischt, dan wel het beleid der militaire zaken zijne excellentie geen tijd mogt overlaten zich met de directie in het civiele tevens te blijven belasten, in dat geval de maneance van de civiele zaken onder zijne approbatie door anderen worde uitgeoefend;
heeft besloten den president der hooge Indische regering, J. A. van Braam, nevens de secrelarissen-generaal, H. Yeeckens en L. W. Meijer, dan wel twee van hen, welke present mogten wezen, te autoriseren om in het aangegeven geval de maneance van de civiele zaken uit te oefenen, doende dagelijks een succint mondeling of schriftelijk rapport en tevens de approbatie of decisie vragende op zaken, waarin zulks zal noodig zijn.
En zal extract dezes circulair verzonden worden.
KAIAAT-MU DUL Ifl. 39
610 18t1. H. W. OAÊNOCL6.
18 Lenlemaand. Maatregelen in nerband md een etm- tuelen vijandelijken aanval op Batavia.
Is besloten den landdrost der Baiaviasche regentscbappeii ie gelasten om binnen den kortst mogelijken tijd Ie doen aankoopen te Bandong, Prakanioentjang en Limbangao een duizend vette of zeer slagtbare carbouwen en dezelve sQcce»- sievelijk by twee honderden elke week, de eerste zoo spoedig mogelijk, te doen leveren op Buitenzorg om van daar gesondeD en geêmploijeerd te worden, waar dezelve ten dienste van de armee zullen beuoodigd zijn.
Zijne excellentie de Gouverneur Generaal, considereerende, dat het verblijf van de huisvrouwen der militairen Ie Batavia bij eene landing van de Engelschen van het grootste nadeel voor Zijne Majesteit's dienst zoude kunnen zijn, zoowel door de inquietude, dat haar lot aan hare mans zoude geven, ak door de klagten, welke zij hare mans zouden kunnen doen toekomen van mishandelingen, haar door den vijand gedaan.
is besloten, dat bij apparilie van den vijand de vnmweii van alle militairen zich achter de armee zullen moeten retireeren;
wordende de brigadier, chef van den generalen staf, gelasi van nu af aan de noodige arrangementen te maken en aao de chefs der corpsen het noodig locaal voor dezelve aan te wijzen, ten einde de vrouwen, tot ieder corps behoorende* daarin zoo veel mogelijk een geschikte plaats te bezorgen, en voorts, zoo goed als de omstandigheden zullen gedoogen, te zorgen, dat zij van vivres kunnen worden voorsien.
Is besloten den baiUuw der stad Batavia te authoriseeren om op ontvangst van deze order de martavanen of water- potten, welke bij de ingezetenen worden aangehouden tot berging van gezuiverd drinkwater, te doen ledigen tot op twee halve marlavaneu na voor ieder huisgezin, ten einde
- H. W. OAËNOÉL8. 611
daardocMT, by een eyentuele apparitie Tan den yljand, aan denzalyen te beleilen zich van zoodanig gezuiverd drinkwater te Toorzien, en om wijders de ingezetenen te preTeniéeren, dat, wanneer zonder nadere permissie een meerdere hoeveel- heid drinl(water bij hen» hetzy inmartavanen of in vaatwerk, mogt worden ontdekt, de martavanen en het vaatwerk, daartoe gebruikt, zullen worden stuk geslagen.
Is besloten den kolonel en havenmeester, van Hek, te ge- lasten dadelijk de schepen uit te zoeken, die vereischt worden om in de groote rivier op de aangewezen [riaats, even beneden de boom, te laten zinken ten einde het vaarwater voor den vijand onbevaarbaar te maken, zullende de havenmeester, van Hek, zoodanige schepen uitzoeken als diepgaande genoeg zQn om aan het oogmerk te voldoen, en zooveel in getal, dat dezelve in de lengte kunnen liggen en twee rijen agter den anderen.
Zoodra de keuze der schepen zal zijn geschied, zullen dezelve zonder baar inventaris getaxeerd worden en vervolgens dadelijk gelegd worden bij de plaats, waar men dezelve wil laten zinken.
Moetende onverwijld begonnen worden met die schepen met drooge kraalsteenen te beladen en looze gaten gemaakt worden ten einde het doen zinken derzelve op de eerste order kan geschieden; moetende deze order in drie dagen worden uitgevoerd, met autorisatie om daartoe alle de noodige middelen in het werk te stellen. ,
Is besloten het lid in bet coUegie van Weesmeesleren te Bata- via, Pieter Meijer, bij het verklaren van de hoofdplaats Batavia in staat van beleg, aldaar van wegens dat collegie te doen achterblijven om het toezicht te houden over de papieren, welke door bet gemelde collegie in cas van retraite niet kunnen worden mede gevoerd.
612 Idll. H. W. OAENO£LS.
Op 20 Lentemaand 1811 werd »op de requeste van deKeiier- lijke en Koninklijke notarissen ter dezer hoofdplaatse berioten dezelven te authoriseeren om, wanneer de hoofdplaats BaUfia verklaard wordt in staat van beleg en mitsdien de relraile gevolg zal moeten nemen, hunne protocollen op hel stadbois over te brengen om aldaar, nevens de protocollen der overieden en afgegane notarissen, te worden bewaard onder de directie van den proto-notaris".
Twee dagen later is besloten >den landdrost der Bataviucfae regentschappen te gelasten om uit de vier regentschappen van gemeld landdrost-ambt, Sumadang, Prakamoentjang, Ban- dong en Tjiaudjoer, in evenredigheid van derzeiver bevolking, te Buitenzorg te doen leveren duizend der by de regenteo van die regentschappen meest vertrouwde manschappen, gewapend met geweren, voor zoo verre de regenten dexeiten zullen kunnen foumeeren, en wijders met pieken, onder liet genot voor de gemelde manschappen van acht stuivers, kopr geld, en een katje rijst daags, ieder, en voor derzeiver hoofden na proportie, zoo lange zij te Buitenzorg zullen verblijreo. zullende deze manschappen worden geêmploijeerd onderaan voering van hunne eigene hoofden en tot geen ander einde als tot verdediging der Bataviasche regentschappen*' (').
Op denzelfden datum (22 Lentemaand 1811) is nog besloten, •dat, zoodra de hoofdplaats Batavia zal zijn verklaard in staat van beleg, de volgende verstrekkingen aan de troepen aUaar dagelyks zonder betaling zullen worden gedaan, als : aan ieder inlandsch onderofficier of soldaat een ration karbouwenvleesck van ten minsten een half pond, aan ieder Europeesdi eo Amboneesch onderofficier of soldaat een gdyk ratioo kar- bouwen- of rundvleesch.
O By besluit van 19 GrasmMiul 1811 z^o de doizend gewipende maoschArr' afgedankt, omdat iumiddela «reguliere troopes**, fan Sananog ^o SoenU • opoDtboden, te Batavia waren aaufekomen.
- H. W. OAENOCL8. 613
aan ieder officier, vaa welken rang ook, het dubbelde ran zoodanig ration aan rund- of schapenvleesch, aan eiken kapi- tein en minder officier van de cavallerie en rijdende artillerie Iwee rations fourage,
aan alle hoofd-officieren, zonder onderscheid van wapen, drie rationa fourage,
aan alle hoofd-officieren, als in ordinairen tijd geen ver- strekking genietende van rijsl, twee honderd ponden van dat graan 's maande, per hoofd, even geiyk dit door de kapiteins en mindere officieren werd genoten".
Verder besloot Daendels op den 33'*'^" Lentemaand 1811 :
1® den postmeester te Batavia te gelasten om, ingeval van
retraite door de apparitie van den vijand, zich in persoon
met alle postpaarden te voegen by 't hoofdquartier op
Meester Cornelis en hetzelve overal te volgen.
Hy, postmeester, zal zorgen, dat het postrit op Bantam geregeld bUjve gaan, moetende van nu af aan zich be- kwamen om de binnenwegen te leeren kennen en de phiatsen, waar de postpaarden bij' elke verandering van positie zullen moeten worden gesteld; 2^ de generale directie te verleggen naar Buitenzoi^, het bureau van den generalen staf ad idem en dat van den commissaris-ordonnaleur met de militaire kleedingstukken, welke in het magazyn mochten zyn. De landdrost der Bataviasche regentschappen is gequalificeerd voor de localen voor dezelve te doen zorgen.
Te beginnen met den 1"^<^° Grasmaand 1811 werden op 29 Lentemaand van dat jaar de troepen, gecampeerd in den omtrek van Batavia, gebracht op voet van oorlog.
Op 31 Lentemaand 1811 besloot Daendels »door den
614 1811. H. W. OAENOELS.
landdrost der Bataviasche ommelanden aan den Ratoe ! Salee, wonende op Jatinagara, te doen opdragen bet toeogi over de opstoppingen in de rivieren de Sonthar en de Tsicon en de daardoor te verwekken inundatie, met last aan gedagten Ratoe Bagoes Salee om alle twee dagen en zoo dikw^ls daar en bov^n als 4le omstandigbeden dit moglen noodig maken, van de vorderingen met dit werk telkens in pnsoon rapport te doen aan zijne excellentie den beer Goovemeor Generaal in het hoofdquartier op Meester Gornelis.
Voorts om weimeiden Ratoe Bagoes Salee te antboriseerai zoo veel volk van de naby gelegen landen te vragen, ak hg ter uitvoering dezer orders zal noodig bebben, en om biennede de eigenaars der bedoelde landen behoorlijk bekend te maken*^.
Op 9 Grasmaand 1811 is besloten, «den commissaris- ordonnateur te qualificeeren om, nadat de alarmschoten zuUcd zijn gevallen, van de particulieren, die alsdan veriangen mogten hunne paarden te verknopen wegens verlegenheid, waar dezelve te plaatsen, zoodanig getal, als te bekomen eo voor de cavallerie en rijdende artillerie geschikt zal zijn, tegens behoorlijke taxatie voor den Lande over te nemen, met verdere authorisatie op gedachten commissaris-ordonnateor om hiervan de gemeente bij annonce in de courant kennb te doen dragen".
Op 14 Grasmaand is besloten, » dat, zoodra dit departement zal zijn verklaard in staat van beleg, een wagen paric zal worden aangelegd voor het huis van het landgoed TjiliKtang van den oud-kolonel-titilair, Schaeffer, hetgeen bestaan tal uit duizend koelies, vijf honderd pedatties, bespannen met buffels, twee honderd spannen buffels en duizend draag- merries, deze merries niet eerder te fourneeren, voordat het laatste transport der troupes, welke van Sourabatja worden verwacht, zal zijn gearriveerd; en daar omtrent te bepaleo:
- H. W. OAENDCL8. 615
1* dat de koelies zullen moeten wezen voorzien van draag- stokken en bindrottings of bamboezen touwen en de karbouwen van hunne jukken en drttvers;
V dat aan lederen koelie en karbouwendrijver, tot het gemelde park behoorende, zal worden verstrekt een katje rijst daags, mitsgaders aan een koelie zes stuivers en aan een karbouwendrijver bij elk span buflfels zestien stuivers daags, doch, wanneer de pedattie of de trekbuffels gebruikt worden, aan eiken karbouwendrijver vier en twintig stuivers daags, in koper geld of in papieren van crediet, en voor de merrie-paarden zes stuivers daags, als dezelve niet gebruikt worden, en tien stuivers daags, als zij geêmploljeerd worden; zullende de drijvers dier paarden bovendien betaald worden gelijk als de koelies;
3® dat voor* dit park de spannen buffels en pedatties door de ommelanden van Batavia, de draagmerries door het landdrost-ambt der Bataviasche regentschappen en de koelies door het landdrost-ambt der Bataviasche regent- schappen en van Krawang zullen moeten worden geleverd ;
4^ dat de surveillance over dit park zal gedemandeerd zijn aan een wagenmeester en onder-wagenmeester, welke daartoe nader door den commissaris-ordonnateur moeten worden voorgedragen, en daar en boven nog aan een hoofd voor ieder landdrost-ambt, 't welk in het fournisse- ment der koelies, buffels, pedatties en draagmerries voor het gedagte park deelt;
5® dat niemand over de koelies, pedatties, buffels en draag- merries van dit park zal mogen disponeeren zonder speciale authorisatie van zijne excellentie den Gouverneur Gene- nial".
Bij besluit van 4 Zomermaand 1811 heeft de Gouverneur- Generaal Janssens het besluit van 18 Lentemaand 1811, wat betreft de martavanen en waterpotten, geschorst, totdat Batavia in staat van beleg zoude zijn gesteld.
616 1811. H. W. OAENDEL8.
21 Lientemaand. Verpachting mn het recht M hel kappen en leveren van brandhout vil de bosschen bij de Tji- taroem. gelegen in het landdrost-ambt Krawangenaan den Regent van Soemedang gelaten.
De voorwaarden voor deze verpachÜDg waren de volgende.
Art. 1. De verpachting zal geschieden voor drie jaren, gerekend van den 1^° van Grasmaand 1811 tot den laatsten van Louwmaand 1814, en zal zig exlendeeren tot alle de houtbosscheny welke zig in dit landdrost-ambt bevinden, voor zooverre die niet tot de blandong of hout-administratie ge- hooren.
Art. 3. De pagter zal de bosschen perceelsgewijze moeten kappen en daartoe die plaatsen uitkiezen en bezigen, die het meest volwasschen zijn of hem aangewezen zullen worden.
Art. 3. Bij het kappen zal moeten worden geobserveerd, dat de oude en groote boomen het eerste worden geveld: dat de boom, die geveld zal worden, bevorens van zijne takken zal moeten worden ontbloot; dat voorts de stanunen van boomen, die weder kunnen uitloopen, twee en een halve voeten boven de grond worden gekapt en dat de kap derzeWe schuins worden gedaan; zullende van die boomen, wdkers stammen niet meer geschikt zijn om uit te schieten, de ge- heele stam en de wortels moeten worden uitgeroeid.
Art. 4. Na het kappen van het hout zullen de stammen der gekapte boomen mei aarde moeten worden bedekt, bel gekapte hout klein gemaakt en naar de oevers der zee of rivieren worden gevoerd, opgestapeld en gedroogd.
Art. K. Voorts zullen de bosschen ter plaatse, waar ge- kapt is, moeten worden gezuiverd en schoon gemaakt van de ruigte, heestergewasch en afval en hetzelve ter plaatse, alwaar dat gevonden wordt, moeten worden verbrand.
Art. 6. De uitgekaple en andere, ledige of open plaatsen in de bosschen zullen met jong plantsoen, jonge en goede stekken of bekwame pitten, na den aard der gronden, moeten worden aangevuld en beplant en behoorlijk worden gade ge-
H. W. DAENOEL8. 617
slagen; eo in het generaal alles worden bewerkstelligd, wat tot bloei en welstand van de bosschen kan strekken.
Art 7. Wordende wel expresselijk geinlerdiceerd om zonder consent van den landdrost op of in de uitgekapte plaatsen of bestekken padie-velden aan te l^en of andere gewasschen te plaatsen, maar integendeel aanbevolen om de boutbosschen, zooveel mogelijk, uit te breiden.
Art. 8. De pagter zal in allen deele moeien nakomen de orders en bevelen van den landdrost of die, welke in zynen naam worden g^even, voor zooverre die met deze conditiên niet stryden.
Art. 9. De boscbganger te Pamanoekan, belast zijnde met het onmiddelijk opzigt over deze bosschen, zal dezelve ten minsten vier malen in het jaar of zoo dikwijls dit de land- drost hem zal bevelen of hij dit noodig oordeelt, de gemelde bosschen met de pagters of een door hem daartoe gequalificeerd persoon nauwkeurig inspecteeren en toezien, of de pagter in alles aan zijne verpligtingen nopens hel kappen, zuiveren, aanplanten, enz. beantwoord en geexcuteerd heeft de orders, hem bevorens, opgegeven, en hiervan na volbragten opneem telken reise gedetailleerd rapport aan den landdrost inzenden.
Art. 10. Gemelde boschganger zal den pagter van tijd tot tijd aanwijzen, welke perceelen moeten worden uitgekapt en op welke wijze dil moet geschieden, zullende de pagler deze aanwijzing moeten volgen en bij het vellen van zware hoornen dezelve in tijds van hunne zwaarste lakken ontblooten en beneden aan den stam rondom inkappingen doen om hunne sappen te ontlasten en daardoor het vellen, bewerken en drogen te faciliteeren.
Art. 11. De uitgekapte en nieuwe aangeplante bestekken of perceelen zullen den vereischten tijd moeten worden'gegeven om tot behoorlijken wasdom te geraken en 't kappen van jong hout ten ernstigste worden tegen gegaan, zullende alle perceelen geregeld bij afwisseling worden gekapt.
Art. 12. Ingevalle de bosschen te digi bewasschen zijn, zal de pagter ter dier plaatse de jonge hoornen, die den groei
618 1811. H. W. OAENOELS.
van andere belemmeren, moeten oitkappen en daairan op andere ledige plaatsen op nieuw aanplant doen.
Art. 13. De afhaal van brandhout voor een ieder open ge- steld zijnde, zal de pagter zorgen, dat aan de ooTers der zee of van de rivier Tjitarum altijd een genoegzame voorraad van brandhout aan handen is, hetwelk aldaar door den pagter zal moeten worden verkogt en afgeleverd voor agt rijksdaalders, loopende munt, de vadem lang 34 voeten, hoog 6 voeten en diep S voeten.
Art. 14. De pagter zal verpligt zijn maandelt|k8 BOO of in het jaar 6000 groote vadems brandhout aan de oevers der zee of van de rivier Tjitarum gereed te hebben en, wanneer het mogt gebeuren, dat hij hieraan in gebreke Mtjlt en er geen voorraad van brandhout ter afhaal aanbanden is, zal hierin ten koste van den pagter worden voorzien en voor zijne rekening het hout gekapt en aan de oevers afgeleverd worden.
Art. 18. Bt| gebrek van boeiangers wordt aan den pagter vrij gelaten om andere personen te vergunnen om voor hunne eigene rekening en met hun eigen volk brandhoni te kappen en als dan voor ieder groote vadem te nemen eene recognitie of tjoekee tot twee rijksdaalders, loopende munt, blijvende de pagter echter voor de kap en de stipte observantie dezer conditién alleen verantwoorddijk.
Art. 16. De pagter zal de bosschen, hetzij in het geheel of in gedeelten, niet aan anderen mogen verhunren, maar die zelve moeten administreeren.
Art. 17. Degeenen, welke brandhout afhalen om hetxdve te verkoopen, zullen daarvoor te Batavia of elders niet meerdo' mogen eischen of nemen dan twaalf rijksdaalders, loopende munt, de vadem lang 18 voeten^ hoog 6 voeten en düqp t voeten.
Art. 18. Niemand zal buiten voorkennis of permissie io de bosschen hout mogen kappen of in dezelve rondloopen, zullende het den pagter vrijstaan, indien hij in de bosseben inlanders of Ghineesen, die daartoe geene bevoegdheid hebben.
- H. W OAENOELd. 619
aanlreft, die te apprehendeeren en aan den boschganger over ie leveren, wanneer dezelfen na bevinding van zaken zullen worden gestraft.
Art. 19. Aan de Lands in- en opgezetenen wordt vryheid gelaten om voor bun eigen gebruik in de bosschen hout te mogen kappen, mits den pagter of zijnen opzigter daarvan behoorlijk kennis gevende en het hout niet verkogt of ver- handeld wordende, zullende zij, in- en opgezetenen, in contrarie gevallen worden behandeld, als bij artikel 18 is vermeld.
Art. 30. In de bosschen zal geen vee mogen weiden op verbeurte van confiscatie.
Art. SI. Het in deze bosschen gevonden wordende jatij- hout zal buiten de pagt ztfn en de pagter zich daarmede niet mogen bemoeljen, veel min hetzelve kappen.
Art. 22. Hiertegen zal de pagter met ander werkhout en bamboesen na welgevallen mogen handelen, zullende echter de groei en welstand daarvan en vooral de bamboesen stoelen in allen deelen moeten in het oog houden en door alle ge- paste middelen bevorderen.
Art. 23. Den pagter zal vergund zijn houtskolen te mogen branden en te verkoopen.
Art. 24. Deze pagt alleen betrekking hebbende tot het kappen en leveren van brandhout met hetgeen, wat daartoe behoord, zal de pagter zig hiertoe ook alleen moeten bepalen zonder zig met andere zaken, geen betrekking tot zijne pagt hebbende, te mogen bemoeljen.
Art 25. De landdrost zal, zooveel in hem is, den pagter gedurende den loop van dit contract assisteeren en faciliteeren het verkrijgen van boeiangers, waartegen de pagter zig ver- bind dezelve billijk te behandelen en overeenkomstig het met hun aangegaan accoord prompt te betalen, kunnende de pagter niemand tot den houtkap verpligten, alzoo hij daartoe eigen volk moet engageeren en houden.
Art. 26. De pagt zal alle maanden voor de aankomende maand bij den ontvanger-generaal te Batavia vooruit moeten worden betaald in brieven van credit.
620 1811. H. W. OAENOEL8.
Art. 27. Wanneer bevonden wordt, dat eenige dezw eoo- ditien niet na behooreo wordt voldaan, zal de pagter des- wegen gemulcteerd of van zQne pagt ontiet worden eo bovendien gebonden zijn te betalen de schade, door zijn verzuim of slegte directie geleden.
Art. 28. Zullende de pagter wijders bij het anndaan der pagt ten genoegen van de generale directie twee borgen moeten stellen, die zich voor de nakoming dezer oonditiftD door den pagter verbinden.
21 Lentemaand Toekenning aan den adjunci-advocaal- fiscaal van Indiè van een tractement, groot SOO rijks- daalders^ papieren gdd^ 'smaands.
Het tractement werd mitsdien met 200 rd' verhoogd cd zulks wegens »de in alles heerscbende duurte".
22 Lentemaand. Verbod tegen het gebrtiiken van dra- gonders als ordonnansen.
Is besloten van nu af aan te verbieden, op poene van zgner excellentie hoogste ongenoegen, dat geene dragonders zulleo worden gegeven tot ordonnances om brieven over te breogen of goederen te transporteeren, maar dat tot voorscbreveo convoijen de oppassers moeten gebezigd worden, zoo van de landdrosten, als van den fiscaal en bailluw, welke door boven- genoemde ambtenaren, wanneer dezelve door de geqnalificeerde personen worden gevraagd, niet zullen mogen worden ge- weigerd; wordende de chef van den generalen staf en de hoofd- oiBcieren der cavallerie voor de stipte naarkoming van dit besluit verantwoordelijk gesteld, daar het de volstrekte begeerte is van zyne excellentie den Gouverneur Generaal, dat het corps cavallerie in massa te zamen en wel geconserveerd blyve.
23 Lentemaand. Toekenning van eenen rang^ titel en wapen aan zekere Cliineesche land-eigenaren.
Op de door den landdrost van Java's Oosthoek voorgedrageo
lail. H. W. OAENOELS. 6S1
instantie van de oad kapiteins der Ghineesen Ic Sourabalja en te Passourouang, Han Tjiang Pit en Han Kitko, om als eigenaars, de eerste van de landen Besoeki en Panaroekan en de tweede van het land Probolinggo, te mogen worden begunstigd met een rang, naam en distinctif wapen;
en in aanmerking genomen zijnde, dat de gemelde Ghineesen door het bezit van de gedagte aanzienlijke en uitgestrekte landen kunnen worden beschouwd tot de vermogendste en gezetenste ingezetenen dezer kolonie te behooren; dat zij daarenboven zijn inboorlingen van dit eiland en van eene familie, welke steeds met het vertrouwen van het gouvernement is vereerd geweest door het emplooi, hetwelk van dezelve als hoofden over hunue landgenooten is gemaakt ; dat zij beide zich altoos bereidwillig betoond hebben den Lande alle ge- vraagde diensten te presteeren en dat derhalve het gedaan verzoek een gunstig regard verdient;
is besloten aan de gedagte oud kapiteins der Ghineesen te Sourabalja en te Passourouang, Han Tjiang Pit en Han Kitko, te accordeeren den rang gelljkstandig met dien van noajor en den naam, voor den eersten van landheer van Besoeki en Panaroekan en voor den tweeden van landheer van Pro- bolinggo, met permissie voorts om zoodanig wapen te kiezen, als zlJ zullen wenschen te voeren, mits daarop vragende de approbatie van het gouvernement.
23 Lentemaand. Bepalingen nopens djajang-sekar's.
b besloten algemeen te bepalen, dat de compagnien djajang- sekar's, wanneer zlJ buiten de plaats van hunne cantonnementen in expeditiên tegen den vijand worden gebruikt, landswege zullen worden voorzien van vivres en fourage en dezelfde soldij zullen genieten als de inlandsche troepen van den dag af, dat zt} gemarcheerd zijn.
Ten aanzien van de djajang-sekar's in het landdrost-ambt der ttataviasche regentschappen, die niet in het genot waren
esi 1811. H. W. DACMOÊL8.
vao sawah's, is op 1 Grasmaand 1811 bepaald, dat xy loaden «jouisseren van het effect tan het besluit van 23 Leole-
maand jl." boten ban tractement,
25 Lentemaand. Bepaling, dat de inland^che beumers van verkochte of nog te verkoopen landen in den omtrA van de stad Samarang dezelfde heeren-diensten aU vóór den verkoop moesten blijven prekeren.
Ten tijde van Daendels is een groot aantal percedeo, voornamelijk te Samarang en te Soeraba^a, ten behoeve van den Lande verkocht.
Eenige landen, gelegen om en bij de stad Samarang, zijn op 23 Lentemaand 1811 onverkoopbaar verklaard, ak moetende dienen tot verblijfplaatsen der boepati*s en andere inlandscbe hoofden, alsmede tot huisvesting van zendelingen van de Javaansche vorsten.
24 Lentemaand. Toekenning eener toelage aandeBata^ viasche schutterij.
Is besloten aan de burgery gedurende den tijd, dat dezelve bet kasteel en de stads wagten zal betrekken, per dag toe te staan in koper geld:
aan een officier rd' 1 :
• » korporaal....
» • schutter
benevens een katje rijst
20 15 IS
25 Lentemaand. Vemieliging van brieven van crediel.
Deze vernietiging, ten bedrage van 500,000 ryksdaaJden aan papieren van credit ad 10000, 1000, 500 en 200 ryks- daalders, stond in verband met den op 7 Herfstmaand 1810 gelasten aanmaak.
By publicatie werd van de vemieliging aan de gemeente kennis gegeven.
- H. W. DAÊNOCLS. 6i3
2K Lentemaand. Vergunning voor een broodbakker te Batavia zekere soort van brood 2 stuivers duurder dan vroeger te verkoopen.
Zalks geschiedde, omdat de regering geen meel meer in ▼oorraad had en dientengevolge bewuste broodbakker zyne grondstof bij particulieren moest trachten t'e verkrijgen, bet- geen hem duurder te staan kwam.
25 Lentemaand. Regeling van het jaarlijksche ^foumis' sement" van het regentschap Benawang^wetan (Cheribon).
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: bet fournissemeut van bet regentschap Bena- wang-wetan, hetgeen onder de Sultans Suppoe en Anum zal worden verdeeld, jaarlijks te bepalen op drie honderd en vyftig coljangs rijst van 3B00 S ieder en rijksdaalders 7000, zilver geld.
Ten tweeden : Uit opgemelde fournissemeut van rijksdaalders 7000 aan den Sultan Cheribon toe te leggen een pensioen van twee duizend rijksdaalders *sjaars, buiten bezwaar van de andere Sultans.
De regentschappen Kandang-auer en Benawang-koelon, welke onder den Sultan van Cheribon gestaan hadden, waren aan het landdrost-ambt Krawang toegevoegd.
28 Lentemaand. Aanstelling van een brieven-besteller te Buitenzorg.
Deze kreeg een tractement van 10 rijksdaalders, papieren geld, 'smaands.
Den volgenden dag (29 Lentemaand 181 1) bepaalde Daendels te Meester^Cornelis bij besluit, dat de brieven van Bnitenzoi^ dagelijks besteld zouden worden des avonds te 8 uure en die van Batavia op het gewone uur, zynde 9 uur 's morgens.
624 1^11 H W. OA£NOEL6.
1 Grasmaand. Verkoop van gouvernement84anden in de Balaviasche ommdanden.
N^ 1. Jasienga met de op dat laod te Bolang gevestigde bazaar» onder hetzelve ook gerekend een gedeelte van het land Janlappa, voormaals verhuurd voor 280 ^aansche realen. zilver geld, in hèt jaar, hetwelk in Zomermaand jongstleden bij Jasienga is gevoegd ; dit perceel is verhuurd aan de Chinezen, Tan Quiko en Tjoa Kauwko, tot ultimo van Wintermaand 1811 voor 5000 Spaanscbe realen, zilver geld, in het jaar: zijnde hetzelve belend ten Noorden met de landen Pangadagan. Tjikopo, Janlappa en Dago, ten Oosten met de landen Sadeeog van den heer van Riemsdijk, item Sadeeng van 6. W.C. van Motman, ten Zuiden met het gebergte Kendang en den berg Memier en over dezelve met het land Sajira, ten Westen met de landen Pangadagan, Sommang en Sajira en bet Bantamsche territoir.
N^. % Dago, Jaga baija, Krekel, Jaga-bita en Tjelejet, alle nevens den andereu gelegen en nu te zameo getrokken, nevens de te Krekel bij de campong Paroog Panjang gevestigde bazaar; de landen Dago, Jaga-baija, Krekel en Jaga-bita, z^n verhuurd aan den Chinees Tjauwsieuw tot den 31" van Uooimaand 1812 voor rd' 2163, papieren munt, in hetjaar. en het land Tjelejet aan den Chinees Bio Tjauwko tot deo j^en vau Wintermaand 1812 voor rd 50, papieren geld, in hel jaar, of alle vijf te zamen voor rd"* 2203 in het jaar; zijude dit perceel belend ten Zuiden en Zuidwesten met de rivier Dander, de landen Jasienga en Janlappa, ten Westen met de rivieren Tjejantongan en Tjilappa, Tjelejet en Antjol, ten Noorden met de rivier Mentjerie en over dezelve met het land Beton, ten Oosten met de rivier Mentjerie voornoemd.
N^. 3. Janlappa, Tjikopo, Majak en Janlappa, alle nevens den anderen gelegen en nu te zamen gelrokken; het land Janlappa is verhuurd aan den inlander Bantam tot dra 5^ van Hooimaand 1812 voor rd' 473: 16, papieren geld, in bet jaar, en de landen Tjikopo, Majak en Janlappa aan den
lêll. N. W. OAËNÖELft. 6ii
Oiinees Nio Tjaawko tot den 31~ van Wintermaand 181S, te zamen voor rd' 860, papieren geld, of alle vier te zamen Toor rd* 733 : 16 in het jaar; z^nde dit perceel belend ten Zniden met het land Jasienga, ten Westen met de rlTier Tjidoerian of Tjikande, ten Noorden en Oosten met de rivier Pangauer en de landen Tjicadoe, Tjdejet, Jagabalja en Jasienga.
N'. 4. Tjelejet, Antjol, Tjicadoe en Tjikoeija, alle nevens den anderen gelegen en nu te zamen getrokken, nevens het previlegie om blJ de campong Tjicadoe aan de rivier Tjidoerian een bazaar te mogen oprigten; de landen Tjdejet, Antjol en Tjikoeya zyn verhuurd aan den Chinees Tan Lienko tot den 31"" van Hooimaand 1812, te zamen voorrd' 2036:32, papieren geld, in het jaar, en het land Tjicadoe aan den Chinees Nio Tjauwko tot den 31° van Wintermaand 1812 voor rd 370, papieren geld, in het jaar, of alle vier te zamen voor rd* 2406 : 32 in het jaar ; zijnde dit perceel belend ten Zuiden met het land Janlappa, ten Westen met de rivier Tjidoerian, ten Noorden met de landen Solear en Kadoeagan, en ten Oosten met de rivieren Tjipaijhun, Hentjerie, Tjimatok en Tjijantongan, en over dezelve met de landen Kadoeagan, Beton, Jaga Bieta en Tjelejet
N^ 5. Kadoeagan, Martapatti, Pitjoen, Bolan, Solear, Tjilabar, Tjerenang en Tjikande, alle nevens den anderen gelegen en nu te zamen getrokken; de landen Kadoeagan en Martapattie zijn verhuurd aan den Chinees Tan Oeljpak tot den 31" van Hooimaand 1812, te zamen voor rd 861 : 16, papieren geld, in het jaar, de landen Petjoen, Bolan, Tjilabar en Tjerenang aan den Chinees Nio Tjauwko tot den 31" van Wintermaand 1812, te zamen voor rd' 420, papieren geld, in het jaar, het land Solear aan den Chinees Tan Lienko tot den 31° van Hooimaand 1812 voor rd' 370, papieren geld, in het jaar, en het land Tjikande aan den Chinees Oelj Paseeng tot den 31'° van Wintermaand 1812 voor rd' 30, papieren geld, in het jaar, of alle acht te zamen voor rd' 1681 : 16 in het jaar; zijnde dit perceel belend ten Zuiden met de landen Tjikoelja en Anijol, ten Westen met de rivieren
rLAIAlT-BOKI DKBL XTI. 40
626 1^1- H. W. DA&NDËL6
Tjidoerian en Tjipayhun, ten Noorden met heiland Palnaaoa en ten Oosten met de rivieren Menijerie.
N^ 6. Beton en Sampirang. Dit land is Terhourd aan den brigadier von Lulzow tot den 31'° van Hooimaand 1812 voor rd" 5066 : 52, papieren geld, in het jaar; zijnde dit perceel belend len Zuiden en Weslen met de riyier Menijerie, ten Noorden mei de landen Onom, Karet en Sepalan eo. len Oosten met de rivier Sabie en het land Panjerapan.
N^ 7. Patrasana, Tjakong en Tjengaiti, alle nevens deo anderen gelegen en nu te zamen getrokken; de landen Patrasana, Tjakong en Tjingattie zijn verhuurd aan den Chinees Oeij Paseeng tol den 3r" van Wintermaand 1812 voor rd* 1970, papieren geld, in het jaar; het Zuidelyke houiboscli op Pairasana is verhuurd aan den Chinees Lie Tongong voor rd' 820, papieren geld, in het jaar, en het noordelijk bout- bosch aan den Chinees Lim Tianseeng voorrd' &30, papieren geld, in het jaar, beide lot den 31'*' van Hooimaand 1811 of deze drie landen met de daarop zynde houtbosscheo ie zamen voor rd' 3300 in het jaar; zijnde dit perceel beieiMl ten Zuiden met de landen Tjerenang en Tjikande, ten Westen mei de rivier Tjidoerian, ten Noorden met de kalie Tan- goelong en het land Djengot, ten Oosten met de kalie Tjipaije. kalie Tangoelong, rivier Menijerie en kalie Tjipaijhao« ilem het land Djengot.
N^. 8. Onom, Karet, Sepatan, Ketos, Rajak en Gandoe. alle nevens den anderen gelegen en nu te zamen getrokken: de landen Onom, Karet, Sepalan, Ketos, Radjak en Gandoe zijn te zamen verhuurd aan den Chinees Lie Tongong lot den 31^** van Hooimaand 1812 voor rd« 3846:32, papieren geld, in het jaar; zijnde dit perceel belend ten Zuiden mei de rivier Menijerie en hel land Beton, ten Westen met de rivier Men- tjerie^ het land Onom, de Rawa's Takorak en de rivier Tjilelas, ten Noorden met de landen Onom, Mauk en Rawa Kiedang, ilem de rivier Tjirarak, ten Oosten met het land Mauk, de rivieren Mauk en Tjirarak, mitsgaders de landen Salapatjang, Rawa Soelam en Passar Baroe.
lail. H. W. OAËNOÉLd« 6l7
N^ 9. Rawa Kiedang, Rawa Kiedang, Karang Serang, Tan- jong Kait, Kramat en Tanjong Boeroeng, aUe nevens den anderen gelegen en nu Ie zamen gelrokken; de landen Rawa Kiedang, Kramat Tanjong Boeroeog zijn yerhuurd aan den Ghiaees Lim Tianseeng tot den 31° van Hooimaand 1815 voor rd' SSOB : 16, papieren gdd, in het jaar, de landen Rawa Kiedang, Karang Serang en Tanjong Kaii aan evengemelden Lim Tianseeng lol den 31«° van Hooimaand 1812 voor rd 2426: 33, papieren geld, in bet jaar, en bel gehucht Tanjong Boeroeng op bel land van dien naam aan den inlander Mustapha tot den 31° Yan Hooimaand 1812 voor rd" 76, papieren geld, in hel jaar, of deze vijf landen met het daarop zijnde gehucht Tanjong Boerang te zamen voor rd 4808 in het jaar; zijnde dit perceel belend ten Zuiden met de landen Pakajangan, Sepatan, Katapang, item de rivier Tjirarak, ten Westen met de rivieren Tjirarak en Mauk, de Rawa latie, het land Katapang en de zee, ten Noorden met het land Katapang en de zee en ten Oosten met de landen Pakajangan voornoemd.
N^ )0. Onom, Tjelas en Benjawakan, Mauk, Katapang en Tagal Koening, alle nevens den anderen gelegen en nu te zamen getrokken, nevens het previlegie om op* bet land Katapang een bazaar te mogen oprigten; hel land Onom is verhuurd aan den Chinees Lim Tianseeng tot den 31° van Hooimaand 1812 voor rd 820, papieren geld, in hel jaar, hel land Tjilelas en Banjawakan aan evengemelden Lim Tianseeng tot den 31*" van Hooimaand 181S voor rd' 760, papieren geld, in het jaar en de landen Mauk, Katapang en Tagal Koeniog Ie zamen aan den Chinees J. 0. Tjoenko tol den 31'° van Hooimaand 1812 voor rd' 3366:32, papieren geld, in het jaar, of deze vljflanden te zamen voor rd' 4946 : 32 in het jaar; zijnde dit perceel belend ten Zuiden met de landen Onom, Gandoe en Rawa Sidang, item de rivier Tjilelas en Rawa Jatie, ten Westen met de rivieren Mentjerie en Minjawakan en het land Karang Serang, ten Noorden met de zee en het land Karang Serang, ten Oosten met de landen Karang Serang, Rawa Kidang en Gandoe.
628 ^B11. H. W. DAËNDÊLd.
N^ 11. Djengot en Pasilian, nevens den anderen gelegen en nu te zamen getrokken, nevens het prerilegte om de bazaar Tanar aan de Oostzijde van de rivier Tjidoerian op het land Djengot naast de Ghinesehe kamp over te brengea. wordende daardoor de bazaar, welke thans aan deWeslzyde der rivier op hei Bantamsche territoir is gevestigd, Yoor vervallen verklaard. Het land Djengot, nevens de ondn* dat land behooreode districten Hoentjoen en Passar Boenloe, item het land Pasilian, is te zamen verhuurd aan den Oiinees Loa Tamling tot den 31^° van Wintermaand 1812 voor rd* 4500, papieren geld, in het jaar; zynde het houlbosch op het land Djengot verhuurd aan den Chinees Lim Tiaoseeng tot den 31'" van Hooimaand 1812 voor rd* S30, papieren geld, in het jaar, or deze twee landen te zamen met heigene, wat daartoe behoort, voor rd* B030 in het jaar; zynde dit perceel belend ten Zuiden met het land Patrasaiia en de kalie Tangoelong, ten Westen met de kalie Tangoelong, Tjipaije, het land Tjingatti en de rivier Tjidoerian, ten Noorden roet het land Tjingatti, de rivier Tjidoerian en de zee, ten Oosten met de rivieren Mentjerie en Hiujawakan.
N®. 13. De bazaar HeesterGomelis met alle de daanan verbondene previlegien en voorregten. Deze bazaar is ver- huurd aan den Chinees I. 0. Ipko tot ultimo van Wintermaand 1811 voor een maandelijksche huur van rd* 1118: 8, papieren geld; dit perceel is gelegen in het 20' en 21* deel van het blok L. sub h® . . . . en is belend ten Noorden, in een paraleDe linie, twintig roeden van den Heerenweg na Baccassie, ten Oosten met de slokkan en ten Westen met de groote Zuider w^.
CandiiiéH.
De koopers zullen de gecontracteerde hnuren tot den uiteinde gestand doen.
De huur-penningen zullen tot den dag der verkoop zijn voor het gouvernement en van dien tijd af aan voor de koopers.
H. W. 0AEN0EL8. 629
Alle ingezeteDen gdtfk moeiende behandeld worden, üjn en blijven afgeschaft alle heffingen van de zoogenaamde Wetangere of Oosterlingen en van de abdiers of rljksslaven.
De koopers Tan de perceelen, op welke bazaars zQn of worden toegestaan, sullen, indien voor den marktdag geen vaste dag bepaald is, deswegens hunne belangene kunnen inbrengen en een vasten, voor hun convenierenden dag ver- zoeken.
B. Aan de bazaars te Jasienga, Krekel, Tjikadoe, Tanara ofte Djengot, Katapangan en Meester-GomeUs zullen worden en blijven verbonden alle de voorregten, welke aan andere bazaars in de ommelanden van Batavia zijn verleend, en speciaal, dat zonder bewilliging van de eigenaars dier bazaars geen nieuwe previlegien tot oprigting van andere bazaars in dies nabijheid zal worden vergund.
De eigenaren van de bazaars zullen zich met de eigenaars van de op hunnen grond gevestigde huizen over de grond- huur in biimkheid moeten verstaan en dit poinct, des noodig, door den landdrost der Bataviasche ommelanden worden ge- decideerd.
Te Jasienga en te Katapang zullen ier etablissering van huizingen, enz. voor de onder-schouten in het 1* en 10* perceel worden afgezonderd 100 vierkante roeden, dat is, honderd roeden lang en honderd roeden breed, ier plaatse, waar zy thans zijn gezeten.
Wanneer deze onder-schouten van de voonneUe plaatsen mogten opbreken en het gouvernement den grond niet tot andere eindens zoude willen emploijeren, zullen dezelve in vollen eigendom zonder betaling vervallen aan den eigenaar van het perceel, waarop dezelve gelegen zijn.
De eigenaars van alle deze perceden zullen gehouden zijn voor hunne eigen rekening te maken en in een goeden, rtjdbaren staat te onderhouden de publieke wegen en bruggen, welke over deze landen loopen, blijvende voorls deze landen of perceelen bezwaard met alle de daarop leggende servituten ten bate van het gouvernement.
630 Idll- H. W. DAENDELS.
Op bet perceel n. 9 zljii ge?e8tigd zee soiker-mdleiis met dies bijgeboawen en inventaris, die de tegenwoordige huurder der landen, Lim Tjanseeng, in eigendom toebehooren en volgens inventaris een somma van 8S181 rd S4 stuivers aan papieren van credit komen te staan; de kooper, zich met den eigenaar over deze ovemaam kunnende vergelijken, kan dezen molen cum annexis overnemen, doch in contrarie gevil zal de huurder, als eigenaar der zes suiker-molens, de vrijheid hebben dezelve met al de daartoe gehoorende bijgebouwen voor of met het expireren van zijnen huurtijd af te breken en te vervoeren.
Wordende het perceel n*. IS onder deze voorwaarde verkocht, dat de zich thans daarop bevindende militaire casemes binnen het jaar zullen worden verplaatst en dat aldaar in de nabuurschap boe genaamd geene warongs in prejttdicie dezer bazaar zullen mogen gehouden worden.
De verkoop dezer perceelen lal geschieden by den opslag en gesubjecteerd zijn aan de bekragliging van zijne excellentie den Gouverneur Generaal, met dien verslande echter, dat, deze approbatie wegens een te gering rendement achter blijvende, de koopers de praeferentie zullen genieten, indien eenige dier perceelen daarna op nieuw uit de haod mogten worden verkocht.
De koopers der voornoemde perceden zallen twee derde gedeelte van den koopschat kunnen beleenen bij hel collegie van Weesmeesteren alhier tegens de gewone reotea van zes ten honderd, 'sjaars.
De huur-contraèten der in deze genoemde tanden zullen ter visie liggen op het bureau van den administrateiv- generaal, alwaar, gelijk mede bij den landdrost der Bataviasche ommelanden, nadere inlichting kan worden gevraagt.
3 Grasmaand. Aanstelling van een adjund-finande- boekhouder.
Zijn tractement werd bepaald cqp 400 r^ksdaalders, papieren
H. W. OAENOELS. 631
geld, 'smaands, en zijn rang naast dien van den adjnnct- commissaris-geueraal der marine.
3 Grasmaand. Regding der spillage van rijst bij verkoop van Regeringswege.
Is goedgeTonden en verstaan de collegien van Wees- en Boedelineesleren, mitsgaders huwelijkscbe en kleine gerechts- zaken» gechargeerd met den verkoop van ryst by de kleine maat aan de schamele gemeente, te accordeeren om de coyang ryst van 3S00 pond uit 'sLands pakhuizen te mogen ont- vangen en te laten volstaan om dezelve met 3100 pond of rd' 116:24 te verantwoorden; en mitsdien de generale reken- kamer te qualificeeren de voormelde 100 pond per coyang in rekening te valideeren.
3 Grasmaand. Opheffing van hel bureau van den hoofd- administrateur van het departement van de groote Oost.
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten: in te trekken het bureau van den hoofd- administrateur van het departement van de groote Oost en de v^erkzaaniheden daarvan te laten overbrengen op het bureau van den hoofd-administrateur over het departement Batavia, geUjk mede de expeditie.
Ten tweeden : tot adjunct by den hoofd-administrateur over het departement Batavia te benoemen den eersten commies op het bureau van denzelven, D. G. van Blommestein, op een Iractement van vyf honderd ryksdaaldei*s in papieren van credit, 'smaands, met toevoeging van den rang naast die van den drost der Bataviasche ommelanden.
Ten derden: aan het bureau van voormelden hoofd-admini- strateur toe te voegen:
een eersten commies met rd* ISO en
» tweeden » ■ » 100
zilver geld, 'smaands,
632 ^^1* H. W. 0AENDEL8.
twee eerste boekhouders met rd* 100
drie boekhoaders » > 80
vijf klerken > - 60
vier • • » 50
'smaands, in papieren van oredit, met een v^e gedeelte
zilver.
5 Grasmaand. Toekenning aan den coUecleur van het oorgeld te Soerabaija van S pet. der door hemgdnde
De collecteor te Samarang genoot reeds deze inkomst.
~- Grasmaand. Bepalingen nopens in hedag gencmen geiden^ aan uitlandigen toebehoorende.
Alzoo ontvangen is een decreet van Zijne Majesteit, Loais Napoleon, gegeven als Koning van Holland den 17^ van Zomermaand 1810, houdende de bevelen van H. G. Zyne Majesteit omtrent de door deze regering in beslag genonco gdden van uitlandige personen; volgende dit deereet hierna
Kopij den 17^ van Zomermaand 1810. N«. 6.
LODEWIJK NAPOLEON, door de Gratie Gods en de Constitutie des Koningrljks Koning van Holland, Gonnetable van Frankrijk.
Op hel rapport van onzen minister van marine en coloniên van den 2S^ van Bloeimaand 1810 geëxamineerd hebbende de requeste van J. L. Umbgrove, zich beklagende over eene order van den Gouverneur Generaal Daendels, ingevolge van vrelke zijne gemagtigden te Batavia in den jare 1808 verpiigt zyn geworden de van hem onder hunne berusting geweest
- H. W. 0AEN0EL8. 633
zijnde gelden tot een aanzieniyk bedragen van rd' ISO, 437 : 7, ziWer geld, in 'sLands kas aldaar o?er te brengen, zonder eenigen anderen waarborg als dat die gelden zullen worden temg gegeven, zoodra de producten van dat jaar zouden ztjn verkocht; en verzoekende mitsdien om bepaalde voor* zieoing in dezen en voorts in het bijzonder, dat de ver- eischte orders mogen worden gesteld, dat die gelden alhier aan hem, requestrant, worden gerestitueerd tegen zoodanigen büiyken cours, als waarvoor dezelve na eene gemiddelde koopmans-berekening hadden kunnen overgemaakt ztJn ge- worden: .
hebben wij besloten en besluiten:
Art. 1. De Gouverneur Generaal en Raden te Batavia zullen van wegens ons worden gelast om alle de in bedag genomen contanten aan de eigenaren of alle zoodanige per- sonen, als bewijzen zullen daartoe van wegens de eigenaren geregtigd te zijn, ten allen tijde op derzelver eerste aanvraag te restitueren, hetzij in specie, zoo daartoe gelegenheid is, hetzij in producten, deze laalsten tot zoodanige prijzen en in gelijke evenredigheid, ab dezelve tijdens de aanvragen tegen contanten afgestaan zouden worden, mits in dat geval door die personen ten zelfden tijde een gelijk bedragen van contanten aangevoerd en tot betaling van producten in 'sLands kas gestort worde, als zij van de in requisitie genomen gelden zullen verlangen te disponeren, en zulks bij voorkeur boven alle anderen, welke zich lot den afhaal van producten zouden mogen aanbieden, en met dien verstande, dat, het eene product mankerende, een ander niet minder product in plaats worde gegeven en dus bij gebrek van koffij specerijen^ van suiker hout en dergelijken, zonder aan de af te zenden schepen eenig oponthoud te veroor- zaken.
Art. 2. Wij difficulteren wijders om der gevolgen wille iu het verzoek, door hovengemelden requestrant gedaan, om restitutie zijner gelden hier te Lande met de intressen van dien.
634 1611. R. W. OAENOELS.
ArL 3. Onze minister van marine en coloniên is bela«t met de uitvoering van het tegenwoordig besluit.
Gegeven in ons Koninklijk paleis te Amsterdaai den 17"^ van Zomermaand van het jaar 1810 en van onze regering het vijfde.
(get.) LODEWIJK NAPOLEON,
voor kopij conform, de eerste secretaris van het kabinet des Konings.
(get.) A. J. J. U. Vebheijbn,
voor kopij conform, de minister van marine en coloniên,
(get.) Van der Mkim.
Zoo is op den 3^" dezer hij de hooge regering dezer Landen, tot observantie van gedacht decreet, goedgevonden en verstaan, zoo als. goedgevonden en verstaan word bij dezen :
dat alle de contanten, welke in voldoening aan onze puMicatién van den -^ van Zomermaand 1808, -f~ ^^ Louwmaand en 24'" van Hooimaand 1810 door gevolmag- tigdens, executeuren, curatoren of anderen voor uitlandige personen in 's gou vernemen Is Itas overgebragt zijn, daaronder dus ook begrepen het papieren geld, 't welk volgens de laatstgenoemde publicatie van den 24*** van Hooimaand 1810 tot zilver geld is gerealiseerd, beschouwd zal worden als a deposito in 'sLands kas te berusten en dat daarop geene renten zullen gevalideerd worden, met intrekking van de besluiten, daar omtrent bevorens ten contrarie genomen.
Dat alle de voorschreven contanten aan de eigenaren of alle zoodanige personen, als bewijzen zullen daartoe van wegens de eigenaren geregtigd te zijn, op derzdver eerste aanvrage zullen worden gerestitueerd, hetzij in specie, mo daartoe gelegenheid is, hetzij in producten, deze laatsten tot zoodanige prijzen en in gelijke evenredigheid, als dezelve tijdens de aanvrage tegen contanten afgestaan zouden worden,
1811 N. W. OAÊNOELS. 63K
mits in dat geval door die personen ten zelfden tijde een gdljk bedragen van contanten aangevoerd en tot betaling van producten in 'sLanda kas gestort worde, als zij van de in requisitie genomen gelden zullen verlangen te disponeren, en zulks bij voorkeur boven alle anderen, welke zich tot den afhaal van producten zouden mogen aanbieden, en met dien verstande, dat, het eene product mankerende, een ander niet minder gewild product in plaats worden gegeven, en dus bij gebrek van ko(Qj speceMjen, van suiker bout en dei^elljken, zonder aan de af te zenden schepen eenig oponthoud te veroorzaken.
En opdat niemand hiervan ignorantie zal kunnen of mogen pretenderen, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust, op degewoone wtjze worden gepubliceerd en geaflSgeerd, waar zulks behoord en te geschieden gebruikelijk is.
5 Grasmaand. Prijs-bepaling van bamboe en alap.
Is besloten voor alle te leverene bamboezen en atappen tot nadere orde de ondervolgende voet van betaling vast te stellen, als:
te Tangerang: voor de groole of bamboezen betong, zes stuivers het stuk, » • honderd ordinaire bamboezen, vier tot vijf rd', naarmaten van derzelver mindere of meerdere be- noodigdheid, » » duizend attappen tot achttien rd'; te Meester Gornelis: voor de groote of bamboezen betong, acht stuivei*s het stuk, » » ordinaire bamboezen, met het transport daarbij
gerekend, zes rd' de honderd stuks, » » ordinaire bamboezen, zonder het transport, drie
rd' de honderd stuks, » • duizend attappen, twintig rd';
636 1811. H. W. 0AEN0EL8.
te Batavia: voor de groote of bamboezen betong, zes stuivers het stok,
een honderd ordinaire bamboezen, zes rd%
» > duizend attappen, twintig rd% alles in papieren van credit
Zullende mede alle bamboezen en attappen, wdke sedert den 22^ van Louvrmaand jongstleden tot de differente 's Lsods werken zyn geleverd, ingevolge de voorschreven voet las betaling worden gerekend.
8 Grasmaand. Regeling van de schrijf behoeften voor de hout'Opzichlers te Indramajoe en te PtsmanoduuL
Ik besloten qualiBcatie te verleenen tot de afgave van de ondervolgende schrijfbehoeften voor de hout-opzichters Ie Indramatjoe en Pamanoekan, ingevolge de gemaakte b^ing bij besluit der hooge regeering van den 3^ van LenlemaaDd 1810, als voor ieder hout-opzichter:
een quart riem groot formaat papier,
drie > » klein » >
vijf bossen penne^chagten,
een pond zegel-lak, » achtste pond bindgaren en
kan inkt.
10 Grasmaand. Vereeniging van de beide regentgdutppen Japara tol één regentschap onder denzelfden naam. — Vereeniging van het ngabehischap Tjengkalsewoe {districi^ Rembang) mü hel regentschap Pali.
11 Grasmaand. Toekenning van oppassers aan den land- drost van Krawang,
Is besloten aan den landdrost van Krawang te accordeeren twaalf oppassers met een tractement van acht riJksdaaUers,
1811 H. W. DAÊNDELÖ. 6S7
ziher geld, ieder, 'smaands, en eene gralificatie van twintig ryksdaaldere gelijke munt, eenu, voor ieder daarenboTen tot bet aankoopen yan een paard.
Dit een besluit van 14 Bloeinoaand 1811 blijkt, dat in Krawang geen papieren geld «verhandeld'' werd en daarvoor ook geen zilver geld by inwisseling te verkrijgen was, tenzij met enorm verlies.
17 Grasmaand. Verbod tegen het aannemen van gesdienken van den vijand.
Nademaal de zekerheid van een kort op handen zijnden aanval van onze vijanden, de Engelschen, op deze hoofdplaats is bij ons in overweging genomen, hoe dezelve bij dergelijke landingen zich hebben aangematigt beschikkingen over 's Lands magazijnen en goederen door dezelve aan onderdanen en ingezetenen van deze kolonie weg te schenken, vooral ten aanzien van zulke goederen, die zij niet kunnen vervoeren of daartoe van geene genoegzame scheepsruimte voorzien zijn, gelijk het voorbeeld te Grissee in bet jaar 1807 daarvan ten versche geheugenisse strekt, en dat dit zelfde voorbeeld tevens heefl doen zien, dat de verzaking van eed en pligt bij sommige personen zoo ver gaan kan, dat zij niet schromen de wettige eigendommen van het land als een gift en geschenk van den vijand te aanvaarden, zoo is 't, dat wij ter openbare afkeuring van zoodanige schandelijke gedragingen en om een ieder, welke daarvan niet door een besef van pligt en eigen- waarde uit zich zelve wordt terug gehouden, de gevolgen van dien voor oogen te stellen, mitsgaders daardoor eene ver- nieuwing van de opgemelde, onteerende gebeurtenissen voor te komen, goedgevonden hebben te ordonneren en te statueren, gelijk vrtj ordonneren en statueren bij dezen:
dat geene onderdanen, inwoners en ingezetenen van Zijne Majesteit in deze kolonie, hetzij Europezen, inlandsche chris-
63d 1811. H. W. ÓAENOÊLd.
(enen, Mahometanen of Chinezen, gedurende het aanwoen des Tijands op eenige plaatsen van dit eiland van daeiTe, hetzij in geschenk, helzlj in koop, zullen mogen ontvangen of aanvaarden eenige producten, geschut, ammunitie, landerijen of andere van Zijne Majesteits eigendommen, van wat aard die ook zouden mogen wezen;
dat speciaal aan de hoofd-administrateurs der drie departe- menten van Batavia, Samarang en Sourabaija, en aan alle pakhuis-meesters en adminislrateurs in deze kolonie wordt geinterdiceert zich bij het aanwezen van den vijand ten voordeele of op aanvrage van dezelve in te laten met het afschepen of vervoeren van 's gouvernements producten, dit door hunne mandadoers en koelies te doen verrigten of op eenige andere wijze te bevorderen, directelijkofindirectdyk:
dat de genen, die contrarie deze onze uitdrukkelijke be- velen eenige van zijne majesteits eigendommen, van wat aard ook, van den vijand aanvaarden, hetzij als gifte, hetzij als koop, ofte wel hem behulpzaam zijn in het afschepen en vervoeren van 's gouvernements producten, direct of indirect, zonder eenige connivenlie met den dood zullen worden gestraft; zullende bovendien 'sLands goedereu overal, waar dezelve gevonden mochten worden, zonder eenige de minste formaliteit worden teruggenomen en in 's Lands magazijnen overgebragt ;
gelastende bij dezen, zoo wel de officieren van justitie, als alle de civiele en militaire ambtenaren, om alle zoodanige wettige eigendommen van den Lande, waar zij dezelve ook mochten ontdekken, dadelijk aan te houden en in het naaslbij gelegen 's Lands magazijn of pakhuis te doen overbrengen, daarvan een proces-verbaal te formeren en aan zijne excel- lentie den heere Gouverneur Genei-aal in te zenden;
wordende hiervan echter speciaal uitgezonderd de verkoop of distributie van rijst aan de ingezetenen bij de kleine maat, gelijk mede de afscheep en vervoer van dat graan uit *8 gou- vernements magazijnen tot spijziging van het vijandelijk leger en hare esquaders;
waarschouwende mede bij dezen de pagters en verdere
lelt H. W. OAËNOËL&. 639
debiteuren van het gouvernement om geene gelden, welke zij wegens pagt of anderzins verschuldigt zijn, aan den vijand or iemand van zijnent wegen, onder welk pretext ook, af te geven, op poene van eene andermalige betaling.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze, zoo te Batavia en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord Oostkust worden gepu- bliceerd en in de Holiandscbe, inhindsche en Chineesche talen worden geaiBgeerd, ter plaatse gebruikelijk.
17 Grasmaand. Verkoop van specerijen aan Chinezen Ie Batavia.
Dit is het eerste voorbeeld van dien aard, hetgeen is aangetroffen, en een sprekend bewijs voor de stelling, dat •nood leert bidden''.
21 Grasmaand. Last om, in geval van vlucht voor den vijand, zijne verblijfplaats aan den Advocaat' fiscaal op te geven.
Zyne excellentie de Gouverneur Generaal gelast den fiscaal van Indie om alle civiele ambtenaren, benevens de ge- pensioneerde officieren en gewezene geêmploijeerdens, hoogst- deszelfs begeerte te doen kenbaar worden, dat zij na de retraite aan hem, fiscaal, dadelijk moeten opgeven hun ver- blijf, zulks telkens herhalende, wanneer zij van verblijf moglen veranderen, ten einde hij, fiscaal, hun ten allen tijde op liooge order zoude kunnen requireren, op poene, dat diegenen, welke hierin nalatig zijn of eeoe faulieve opgave mogten gedaan hebben, het ongenoegen van zijne excellentie, den Gouverneur Generaal, zullen ondervinden.
23 Grasmaand. Verplaatsing van de hautstapelplaats te Tajoe naar Japara.
Zulks geschiedde, omdat de bosschen, welke Tajoe van hout voorzagen, uitgekapi waren.
640 1811. H. W. DAÈN6ÊL6.
De stapelplaats te Japara kwam onder de beTeleo Tan een Europeeseben opzichter met een maandelijksch tractement rm 60 rijksdaalders, zilver geld.
24 Grasmaand. Verwijderiiig naar Japara van een burger, te Grissee woonachtig.
Is besloten den landdrost ?an Java's Oosthoek te gelasten den te Grissee woonachtigen burger Liepke aan te schrijven zich binnen vier en twintig uuren, nadat de aanschrijving door hem zal wezen ontvangen, naar Japara te liegevm en bij den landdrost aldaar aan te melden;
met last weder aan den landdrost van Japara om na de aankomst van gedagten Liepke kennis te geven aan den land- drost van Java*s Oosthoek en hem, Liepke, voorts te stdlen onder de surveillance van een vertrouwd persoon, doorhem, landdrost, te benoemen, ten einde op zijne gangen te letten en, indien er de minste suspilie op zijn gedrag mogt vallen, denzelve alsdan in het fort te doen opsluiten.
De reden van deze verwijdering biykt niet, — vermoedelijk heulen met den vijand.
30 Grasmaand. Toekenning aan de leden in de Raden van justitie te Samarang en in Java*8 Oosthoek van een daggeld ad 3 rijksdaalders, wanneer zij werden gebruikt tot hel verrichten van commissièn builen hwme standplaatsen.
30 Grasmaand. Beschikkingen ten aanzien van hel regent' schap Buitenzorg.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: de post van regent van Buitenzorg in te trekken en Ie morliGceeren.
- H. W. OACNOCLS. 641
Ten tweeden : te bepalen, dat in degzelfs plaats zullen worden benoemd twee ranga's, waanran de eene belast zal zijn met het op- en toezicht over de diverse werkzaamheden en de andere de directie voeren zal over de koffij-culture in het regentschap Buitenzorg, beiden onder de directe orders en verantwoordelijkheid van den landdrost der Bataviasche regent- schappen.
Ten derden: aan de gemelde ranga's voor inkomsten toe Ie voegen als:
aan den eersten ranga: de rijstvelden van het land Bloeboer van het regentschap Buitenzorg, welke de regent zelf pleeg te laten bewerken, alsmede nog het 1 joekée ot een vijfde gedeelte van het provenu der rijstvelden in het gedagte land Bloeboer, die door de inge- zetenen worden bearbeid, en eindelijk de huur van eenige suikerriet-, kadjang- en tallas-tuinen, mitsgaders de tol van de bruggen in het r^entschap Buitenzorg; en aan den tweeden ranga: twaalf stuivers, zilver geld, voor ieder kleine pikol kofBj van 126 of 128 ponden, welke uit het regentschap Buitenzorg geleverd wordt, wanneer, na aftrek van gelijke twaalf stuivers voor de tjoetaks-hoofden, nog vier en twintig stuivers zullen overblijven van den aan den regent van Buitenzorg en de gemelde tjoetaks-hoofden geaccordeerd geweest zijnden een rijksdaalder, zilver geld, van iedere opgemelde kleine pikol koffij.
Ten vierden: aan den gewezen regent van Buitenzorg te adjudiceeren de inkomsten van de koffij, welke in dit jaar uit bet regentschap Buitenzorg geleverd is van het gewas van het vorige jaar, doch daarentegen te verklaren, dat, nademaal hij als regent van Krawang de volle inkomsten van dit jaar geniet, door hem op die van Buitenzorg sints primo van Louwmaand jongstleden geen aanspraak kan worden gemaakt, daarvan uitgezonderd de rijstvelden, welke hij, regent, zelf beplant heeft, gelegen in het land Bloeboer van het regent- schap Buitenzorg, toebeboorende aan het gouv^ruemenl, en
rLAEAAT-BOU DBIL XYI. 4i
B4i 1811. H. W. OAËNDÉLS.
wadrvan V5 gedeelte van den oogst zal moeten komen aan hét fonds, waarvan nèider btj het zesde artikel zal worden gewag gemaakt.
Tén vlJfHen : de inkomsten van de beide ranga^s op den voet, zoo als zij hiervoren blJ artikel 3 zijn bepaald, te lalen ingaan, als voor den tegenwoordigen ranga, welke tot eerden ranga is gedespicieert» met primo van Louwmaand joogstledeii tot compensatie van de werkzaambeden, waarmede hij na bet ontslag van den regent van Buitenzorg geheel alleen i> belast geweest, en voor den gedespicieerden tweeden ranp sedert primo dezer, van welken tijd af aan hem profisioneel de werkzaamheden, aan zijne nieuwe functien verknocht zijr opgedragen.
Ten zesden: de door den ranga over de koffij-caltuiv minder als door den gewezen regent van Buitenzorg fe ?^ nieten vier en twintig stuivers, zilver geld, per iedere kUnr pikol koffij, die uit liet regentschap Buitenzorg geleverd wonit sedert primo van Louwmaand dezes jaars onder de admini- stratie van dén landdrost der Bataviasche regentschappen ie doen strekken tot een fonds, waaruit alle betalingen en laslen. waarin het regentschap Buitenzorg in evenredigheid tol ilt andere regentschappen van bet landdrost-ambt der Bataviasrfu' regentschappen deelen moet, zullen worden gedaan en gedmiien. onder approbatie van den Gouverneur Generaal, zoovrr ^U- bmpendeerende uitgaven betreft, en verdere verantwooniini: aan de generale rekenkamer.
Ten zevenden: uit aanmerking, dat de afgetreden ret'en: van Buitenzorg de 2396 petaks rijstvelden, gelegen in het b':«< Bloeboer van bet regentschap Buitenzorg, welke alsou aan den eersten ranga zullen komen, gedeeltelijk tegen betalin:: heeft overgenomen van zijnen predecesseur en gedeeltelijk ten zijnen eigen kosten heeft aangelegd; dat voorts de b** huizing van den regent van Buitenzorg met vele bijgebouwen door hem eerst onlangs en almede op zijn eigen kosten geheel zijn vernieuwd; en eindelijk; dat hlJ tot oprigting van bet postwezen in het meermelde regentschap aanzienlijke kosten
mi. H. w. oAe;NoeL8. 64^
heeft moeten doen, om denzelven daardoor blJ w^egQ Tsqi dedoauoagement te accordeeren, als:
a. voor de opgemelde 2596 petaics rijstvelden rd' 2 ieder of Toor allen rd* 4792 aan papieren van credit;
b. voor de door hem geconstrueerde nieuwe woning en bijge- houwen rd* 4000 aan papieren van ccedit;
c. voor de door hem bekostigde uitgaven aan het postw^pn ouder ultimo van Wintermaand anno paseato, rd** 2030, zilver geld, en rd* 1732 aan papieren van credit; yoor.t9 nog rd' 1350 aan papieren van credit of bet beloop van zijn aandeel in het achterstal der regenten van de Bata- viasche regentschappen aan den gewezen landdrost, Teis- seire, mede voor het postwezen, voJgens de verdeeling van de commissie, welke hy de afrekening met de g^|^ regenten in Sprokkelmaand jongstleden heeft gevaceerd, na aftrek noglans van hetgeen het postwezen in het regentschap Buitenzorg voor het voorleden jaar heeft afge- worpen, hetgeen in compensatie komt van deze schadeloos- stelling.
Ten agtslen: de voorschreven dedommagemenlen van den gewezen regent van Buitenzorg uit de kas van het (anddrost- ambt der Bataviasche regentschappen te laten uitbetalen bij wijze van voorschot om te worden gereeouvreerd uit hetgeen, na aftrek der lasten eii ongelden, die het regentschap Buitenzorg verpligl is te dragen, jaarlijks onder ultimo van Wintermaand zal overblijven van de inkomsten van het fonds tot bestrijding van die lasten, hierboven bij artikel 6 bepaald, welke over- schietende inkomsten derhalven jaarlijks tot op de volle liquidatie van het onderwerpelijke voorschol toe in de kas van welmeld landdrost-ambt zullen moeten worden gestort en daarna ter dispositie gesteld van het gouvernement.
Ten negenden: de behuizing van den gewezen regent van Buitenzorg te laten bewonen door den ranga, welke het opzigt over de koffij-culture heeft, en de bijgebouwen der gemelde behuizing te laten dienen tot huisvesting van de regenten en inlandsche grooten, die van tijd tot tijd te
644 1811. H. W. OAENOEL8.
Buitemorg komen, mitsgaders de meermelde behaizing m bygebouwen uit de revenuen van het onder artikel 6 Termelde fonds te laten ondeitouden.
Daendels was van oordeel, dat een regent te Buitenzorg overbodig was, zoowel » omdat het regentschap Buitenzorg grootendeels was het eigendom van particulieren, wier be- langens niet altijd met die van den regent konden worden overeengebragt, maar vooral ook, omdat de landdrost der Bataviasche regentschappen door zijn verblijf te houden in het regentschap Buitenzorg in de gelegenheid was de differente werkzaamheden aldaar meer van naby als in de andere regentschappen van zQn landdrost-ambt te surveilleeren".
• 1 Bloeimaand. Bepaling van het Iractemeni van den kommandant der troepen op Java op 25,000 rijkh- daalders ^sjaars^ half in zilveren^ half in papieren
Deze regeling was slechts voorloopig.
S Bloeimaand. Bepaling, dat zieke kodVs, afkamaig van Samarang en Chetibon, werkzaam bij den opbouw van het gouvememeats huis te Weltevreden, gratis verpleegd zouden worden in het Chineesche hospitaal.
Hun loon zoude gedurende die verpleging stilstaan, maar daarentegen zouden zy dageUjks een stuiver sirib-geld ont- vangen.
5 Bloeimaand. Regeling der tractementen van inlandsche officieren bij het regiment kavaUerie.
Deze officieren waren aangesteld na de invoering van bet tarief voor de betaling van de armee.
- H. W. DAENDCL8. 64K
Zij kregen alsna*:
een 1*^ laitenant BB rijksdaalders» 's maands,
laitenant ...éB » »
8 Bloeimaand. Last op de land^enaren in de Bata- viasche ammeUmden^ ten dienste der armee, aan goede^ slachtbare ifcapaters'' tegen betaling te leveren het tiende gedeelte der door hen bezeten koebeesten.
De landdrost der Bataviascbe ommelanden had eene gespe- cificeerde statistiek van deze dieren opgemaakt, welke lyst niet is aangetroffen.
12 Bloeimaand. Toekenning aan de i^bosch^volkeren** vam den afval van gekapte boomen.
Dien afval, tot brandhout verhakt, mochten zij verkoopen, •mits zulks niet strekke tot prejudicie der v^erkzaamheden
en der bosschen*'.
Onder >afvar' werd verstaan »de takken der omgeveld «wordende boomen, welke den Lande geen voordeel kunnen •aanbrengen".
De boschgangers en de inlandsche bosch-hoofden, onder wier leiding het kappen geschiedde, waren voor de naleving van het vorenstaande verantwoordelijk.
15 Bloeimaand. Verantwoording van den inventaris van hel paleis te Buitenzorg.
Is goedgevonden en verstaan den intendant van den huize Buitenzorg te qualificeeren met de komst van den nieuwen Gouverneur Generaal en vervolgens met het begin van ieder jaar een lijst en inventaris van de goederen der gemelde huize aan de generale directie in te zenden, met justificatie van de afgeschreven, gestorven en gedroste slaven en gebroken, b^orven ofte onbruikbaar geniakt^ goedereUf
é(6 1811. J. W. JANSSENS.
16 Bloeimaand. Oplreding van J. W. Jans^ms ais Gouverneur- Generaal.
Ib eene vetgliderfrtg van de Hooge Regering, den IG*" Blöeiinaand 18tl te Buitenzorg gehouden, legde Daendelshet nhTolgende schrigTen over:
Paris, Ie 24 Novembre 1810.
Monsieur Ie Gouverneur General,
rBmpcreiui^ dans son dernier travail sur les colonies orientait s A*6st fait représemter votre correspondance et nolaninient vos lettres au Roi.
Sa Majesté a éprouvé un sentiment penible en remarquant èÜtÈs votre lettre du 30 Novemln^ de rarmée deraière, que Ie mauvais état de votre santé vous obligeait de 80p|riier Ie Roi de vous nonimer un successeur.
Btte a apprédé Ie zële, qni pèr votre lettre da SI Afril vous ifofsait annoncer, que vous éprouviezquélqiiesoulagenirat, mais elle a pensé, qu'après plusieurs années d^uneadfninistmlion ^èniMe sous Ie climat de Tisle de Java votre en tier rétablis- É^eht Ae pom^rait s'obtdnir qne par queiqM repoe.
l'Ëmpereur en conséquence, dans sa soliicitude poiir sn ïólötofe et ^a bfenveillanee pour vom, a bien votilü agr^r Ie iom, que vous avez exprimé sur votre remplacement, ei, ayant a pourvoir a la nomiAation de vMre sHoeessenr, st Majesté a fixé son choix sur M^ Ie General Jansseos, graad offlbier de la Légion d'honneür, leqoel a été nommé par Décret Impérial du 16 de ce mois Gouverneur General des établissements Francais a Ia cöte de Tlsle de Franco et pounu ën Isa 'Ait'e 'qiialhé de lettk^es pat^nleff én date du 22 du mènie mois, stgriées par 1'Bmperleur, scefléès dn sceau impérial oi conthiisi^nées par les intnistres, seërefaire d'état et de Ia ïnai^e et des c'ólonies, te qAe sa Mëjesté m*a prctoril d'avoir f tibntieur de vous notffier, comme je Vous Ie nolifie p^r riëttè dépêêhe.
TEmpereur nli'a ordontoé de vóns Itfire mvoir, <q«e soa
Wl. J. W. JANSSENS. 9^7
iDieiition est, qu'iiuisédiateiiieDt «prés la r^j^ticm 4f '^ présenle» qui vous sera remise par Ie General lanssens, tqus ie reconnaissiez en sa qualite de Gouverneur Géoei;al et que dans les 24 heures, qui lui succéderont» vous lui eussiez remis Ie gouvernement, et Tayiez fait reconiiaitre paj* Ie couseil suprème et Tarmée en sa susdite qualité.
Le General Jaiissens a ordre de mettre isoimédiatemept a votre disposilion un batiment, bon voillier et bien équipe, peur votre retour en France, ou vous recevrez a volre arrivée les distinclious, mérités par vos honorables services, et les té- moignages de Teslime particuliere, dont l'Empereur vous bonore.
Recevez, monsieur le Gouverneur General, l'assurance de ma haute conaidération.
Le miaistre de la marine et des colon^: (signé) Db Cbéb.
Bij twee prodamatiên, gedagteekend Batavia 18 BloeimaftDd 1811, ontsloeg Daendels alle civiele en müitaire ambtenaren van den eed van froow en getioorzaamheid, aan hem ah Gouverneur^eneraal gedaan, abmede van de verplichting ^eni den heer J. A. van Braam als zynen opvolger te erkennen.
In zijn antwoord op de toespraak van Daendeis zeideo.a. de nieuwe Gouverneur-Generaal, dat op zijne reis over Java (hlJ was te Banjoewangi geland en den 15"° Mei 18il ie Buitenzorg aangekomen) hem niet ontgaan waren de groote werken, welke waren aangelegd, zooals de haven van Soerafanlja, het >8toute*' fort Lodewijk, de schoone wegen, enz., enz., evenmin als, hoe met genoegzaam geene middelen eene armee was tot 'stand gebracht.
Na de overgave van het bestour, toen Daendels de vergadering verlaten had (hij vertrok van Batavia op den 29^ Junij 1811) en nadat aan de aanwezige leden der Hooge Regerkig, hare secretarissen, enz. de eed viras afgenomen, begon Janssens dadelijk de gewone behandeling van zaken door een rekest van zekere Chinezen ter tafel te brengen, evenalsof niets bijzonders ware vooi^vaUen.
648 1811. J. W. JANSSEN8.
Ook Janssens vaardigde een proclamatie uit, gedagteekend Batavia 16 Bloeimaand 1811, waarin, behalve de verzekering, dat alle hooge en mindere ambtenaren op de bestaandp instructiên en lastbrieven in hunne functien zouden cmiti- nueren, ook het volgende voorkomt:
De leden der hooge Indische regeering en alle andere hooge en mindere civiele en militaire ambtenaren, de onderdanen en ingezetenen van zijne majesteit den Keizer en Koning in deze kolonie door zijne excellentie den Gouverneur Generaal Daendeis ontslagen zijnde van den eed van trouw en gehoor- zaamheid, waarmede zij aan zijne excellentie als Gouverneur Generaal van hoogst gedachte Zijne Majesteit verbonden waren, zoo gelasten en ontbieden wy de leden van de hooge Indische regeering, de verdere hooge civiele en militaire ambtenaren, die ter hoofdplaats en omstreken tegenwoordig zijn, zich by ons te vervoegen ten einde in onze handen af te leggen den navolgenden eed:
Ik bdove en zweere gebouw en getrouw te zyn aan mynen wettigen souverein, den Keizer der Franschen« Koning van Italië, beschermer van het Ryn verbond, bemiddebar van het Zwitsersche bondgenootschap, mitsgaders trouw en gehoor- zaamheid aan den generaal, Jan Willrai Janssens, als door hoogst gedachte Zyne Majesteit tot onzen Gouverneur Generaal aangesteld.
Zoo waarUjk helpe my God Almachtig I
Zoodanige ambtenaren als van de hoofdplaats zyn verwyderd en op derzelver aangewezen posten behooren te verbiyven, zullen gehouden zyn dezen eed, eigenhandig geschreven en onderteekend, in den kortst mogeUjken tyd aan ons in te zenden, terWyi de militaire oiBderen denzelven zullen afleggen in handen van de chefe hunner respectieve corpsen, wdke chefs dezen eed, door hun en alle officieren geteekend, ons dadeUjk zullen doen toekomen, om door hun en de onder- officieren en soldaten in massa, zoodra wy de corpsen zullen kunnen komen zien, verbaal hernieuwd te worden.
Het zoude hier te stade komen om u lieden te doen
- J. W. JANS8EN8. 649
opmerken de groote Toordeelen, die bet Taderland in het aigemeen en deze volkplanting in bet btjzonder door de vereeniging met het Keizerrijk genieten en verder te vrachten hebben. De grootste monarch der aarde doet ons deelgenoten zijner groote bestemming zijn; voor deze belangryke volk- planting eene vaderlijke bezorgdheid koesterende, zal zij steeds de uitwerking van Zijner Majesteits weldadige en machtige bescherming ontwaren; de reeds aangekomen magt doet hetgeen wt| te hoopen hebben, voor gevoelen, — dan hier- over behoeft niet te worden uitgewijd, — de Gouverneur Generaal Daendels hieromtrent reeds alles gedaan hebbende, wat de waardigheid van onzen verheven souverein van hoogst deraelFs vertegenwoordiger in Indie vorderde.
20 Bloei maand. Vermeerdering van hel aantal klerken bij de griffie ie Buitenzorg mei vier personen.
21 Bloeimaand. Financiële en andere regelingen voor den Gouverneur-Generaal.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten: aanteekening te houden, dat bij decreet van Zijne Majesteit den Keizer de dato iV^ van Slagtmaand 1810 het tractement van zijne excellentie den Gouverneur Janssens als Gouverneur Generaal van Zijne Majesteits be- zittingen beoosten Isle de Prance bepaald is op vier maal honderd vijf en twintig duizend francs 'sjaars, waarvan vier- maal honderd duizend francs te toucheeren in deze kolonie en vijf en twintig duizend in het rijk, en daarenboven voor eens honderd duizend francs.
Ten tweeden: om provisioneel aan zijne excellentie den Gouverneur Generaal uit 's gouverneroents kas te doen ver- strekken vijftig duizend rijksdaalders, papieren geld, onder den titel van voorschot, om door H. D., zoo haast de cours der munt-specifin van het rijk tot de zulken, welke in deze kolonie nog in omwandeling zyn, zal zijn berekend en daarvan de waarde van H. D. tractement zal wezen vastgesteld, óf gerestitueerd of daarmede verrekend te worden.
648 1811. J. w. ••*-
Ook Ivoa^^ ^ -^ otceHeniiey den generaal
Batavia 1 ^^ ^^^* ^ daarhlj behooreode
dat allr j^ !!^'^ ^ A64t|puYeniöneiil len dienste
mstru' /^ /// ^'''^S^*' ^^^ ^® nemen tegen denzdfden
nuer ^^^^,^P^iHiis en meubelen door gemelde zyne
^ ^ '''^^gf^J^oehi volgens de quilantiêo eo inventaris,
^^ ^'f^^' ^ 0^ «ijnde, alsmede invoegc voorschreven over
^**^,i ^^da»T oaast gelegoD huis van den president
iif'^ijegie ^ao administratie der houlbosschen, Smissaert,
^ ^ ^j0 oï billyke overeenkomst met den eigenaar, eo
f^ ^ 0€g A^ meubelen, welke voor de gemelde beide be-
^'^fZ^i ontbreken, door aankoop te laten suppleeren en
^''^^Icamer van Bolavia te autoriseereu de penningen,
^^ Aoe benoodigd, onder verband van de gemelde tuin eo
jubelen te beleenen uit de renten, die op de door baar ^reéerde brieven van credit zijn overgewonnen ; en verder ie gemelde tuin en meul)elen, de laatste, voor zoover zij niet yoor bet gouvernementaal botel kunnen dienen, met opbef&ug van het voorschreven verband te doen verkoopen, zoodra bet gedagte hotel zal kunnen worden belrokken, mitsgaders het provenu van dien weder te laten komen tol Termeerdering van het beloop der gedagte overgewonnen renten.
Ten vierde: de meubilaire goederen in de gouvernements holels te Samarang en Ie Sourabaija, voor zooverre dezelve nog aan zijne excellentie den generaal Daendels in particulieren eigendom toebehooren. door den Lande te doen overnemen tegen eene gemoedelijke taxatie en de betaling te laten ge- schieden uil de overgewonnen renlen> hiervoren vermeld.
Ten vijfden: bet stuk land, gelegen blJ Buitenzoi^, met name Panaragang, gouvernements wege van den generaal Daendels te doen overnemen tegen taxatie en als voren te laten betalen uit de overgewonnen renten, onder art. 2 vermeld.
21 Bloei maand. Regeling nopens vromven van op marsch zijnde onder-ofjicieren en soldalen.
Is besloten aan de vrouwen der Ëuropeescbe en inlandecfae
\
isii. j. w. jANSGENS. esi
onder-officieren en soldaten, w&nneer sij hare mans op marsch rolgen, gratis de kost te doen verstrekken en daarvoor te aecordeeren een gdt|ke betaling, als voor de mans is to^e* staan, met dezelfde distinctie voor de Europeesehe en inlandsdie vrouwen, als ten aanzien der Europeesche en tnlandiH^he onder- officieren en soldaten in de voorschreven betaling bij bet daaromtrent vastgestelde tarief is gemaakt ; zullende onder de gedagte vronwen nogtans eenlt|k begrepen zijn de getrouwde vrottvren en de chefs of commandanten der marcfaeerende corpsen verantwoordelijk zijn voor de getrouwheid der op* gaven, die daarvan worden gedaan en door bnnne band- teekeningen zullen moeten wezen geverifieerd;
zullende dit besluit gerekend worden te ztjn ingegaan met het begin van den laatsten, groeten doonnarsch der troq^.
S3 Bloeimaand. Bepalingen nopens in Krawnng geteelde koffij.
In aanmerking nemende, dat nog geen bepalingen zijn ge- maakt omtrent de koffijtuinen in bet onlangs gecreëerde landdrost-ambt van Krawang, voor zoover dezelve niet gelegen zijn in de districten Pamanoekan en Tjiassem en, als tot de blandongs geboorende, bij besluit van den S3^ van Louwmaand onder bel opzicht van den boschganger dier blandong zijn gesteld ;
en vallende voorzien in de rnconvenienten, die uit de ontstentenisse van zoodanige bepalingen zouden kunnen resol- teeren, zoo lang de organisatie van het voorschreven landdrost- ambt nog niet zal wezen vastgesteld;
is besloten provisioneel en tot aan de introductie van de voorschreven organisatie omtrent de koffijtuinen in het land- drost-ambt van Krawang te bepalen:
dat de voorschreven koffijtuinen op denzelfden voet als die, welke gehooren tot de blandong, onderhouden zullen moeten wtoréen, zoo lang zij vruchten afwerpen, en de landdroat, kelievens de regent, met het opzicht hierover z«UenBl|nbela^;
WO 19lt» ^ W. J4NS6EN8.
Ton èenlen: het buis vaa ti^ eKcellentie, den genecaal Uaendeb, op Goesoeng Saliarie met de daarbij behooreade meubelen Toor rekening van het gouvernement lea dienste van den GouverMur Generaal over te nemen tegen denzdfdeo prije, waarvoor dit huis en meubelen door gemelde zt^ne excellentie is ingekocht volgens de quitantièn en inventaris, daarvan voorhandmi zijnde, alsmede invoege vooraehrevan over te nemen het daar naast gelegen buis van den presideDt van het collegie van administratie der houtbosschen, Smiasaert, per taxatie of biliyke overeenkomst met den eigenaar, en eindell|k nog de meubelen» wdke voor de genaelde beide be- boizingen ootbveken, door aankoop te laten suppleeren en de weeskamer van Batavia te autoriseereu de pennii^eD, daartoe benoodigd, onder verband van de gemelde tuin en meubelen te beleenen uit de renten, die op de door haar gecreëerde brieven van credit zyn overgewonnen ; en verder de gemelde tuin en meubelen, de laatste, voor soover zij niet voor het gouvernementaal hotel kannen dienen, met opheffing van het voorschreven verband ie doen verkoopen, zoodra bet gedagte hotel zal kunnen worden belrokken, mitsgaders het provenu van dien weder te laten komen tol vermeerdering van het beloop der gedagte overgewonnen renten.
Ten vierde: de meubilaire goederen in de gouvernement» holels te Samarang en te Sourabaya, voor zooverre d^clve nog aan zyne excellentie den generaal Daendels in particulieren eigendom toebehooren. door den Lande te doen overnemen tegen eene gemoedelijke taxatie en de betaling te laten ge- schieden uit de overgewonnen renlen. hiervoren vermeld.
Ten vyfden: het stuk land, gelegen by Buitenzoi^, wet name Panaragang, gouvernements wege van den generaal Daendels te doen overnemen tegen taxatie en ak voren te laten betalen uit de overgewonnen renten, onder art. 2 vermeld.
21 Bloei maand. Regeling nopens vrouwen van op marsch zijnde onder-officieren en soldalen.
Is besloten aan de vrouwen der Ëunepaesche en inlandacfce
ISII. J. W. JANd6EN8. eSl
onder-officieren en soldaten, wnnneer sij hare mans ep marsch Tolgen, gratis de kost te doen verstrekken en daarvoor te aecordeeren een gdtjke betaKng, ak voor de mans is toege- staan, met dezelfde distinctie voor de Europeesehe en inlandscbe vrouwen, als ten aanzien der Europeesche en inlandsche onder^ officieren en soldaten in de voorschreven betaling hij het daaromtrent vastgestelde tarief is gemaakt ; suilende onder de gedagte vronwen nogtans eenlijk begrepen zlju de getrouwde vroQwen en de chefs of commandanten der marcheerende corpsen Terantwoordelijk zijn voor de getrouwheid der op- gaven, die daarvan worden gedaan en door bnnne hand* teekoningen zullen moeten wezen geverifieerd;
zullende dit besluit gerekend worden te ztfn ingegaan met het begin van den laatsten, grooten doomuuwh dnr troepes.
S3 Bloeimaand. Bepalingen nopens in Krawang geteelde koffij.
In aanmerking nemende, dat nog geen bepalingen zijn ge- maakt omtrent de koffijluinen in het onlangs gecreëerde landdrost-ambt van Krawang, voor zoover dezelve niet gel^n zijn in de districten Pamanoekan en Tjiassem en, als tot de blandongs gehoorende, blJ besluit van den K^ van Louwmaand onder het opzicht van den boschganger dier blandong zijn gesteld ;
en vrillende voorzien in de fnconvenienten, die uit de ontstentenisse van zoodanige bepalingen zouden kunnen resnl- teeren, zoo lang de organisatie van het voorschreven landdrost- ambt nog niet zal w«zen vastgesteld;
is besloten provisioneel en tot aan de introductie van de voorschreven organisatie omtrent de koffijtuinen in het land- drost-ambt van Krawang te bepalen:
dat de voorschreven koffijtuinen op denzelfden voet als die, welke gehoorai lot de blandong, onderhouden zullen moeten worden, zoo lang zij vruchten afwerpen, en de landdrost, betasvens de regent, mei het opzicht hierover z«|lenBl|n belast;
6tf2 1811. J. W. JANSSEN8.
dat van de opgemelde» gelerard wordende koffij per ieder kleine pikol van 1S6 of 128 ponden lal worden genoten twaalf gtuivers door den landdrost van Krawang en een rijksdaalder door den regent en door de hoofden van het gemelde landdrost-ambt ;
dat daarentegen tot bet opzicht over de koffijtainen in de districten van de blandong, op voordragt van het colkgie van administratie der houtbosschen, zal worden benoond een afzonderlijk inlandsch hoofd, die van iedere geleverd wordende kleine pikol koffij genieten zal twaalf stnivers, en de hoofden van de koffijtuinen in de blandong mede twaalf stuivers, als ook twaalf stuivers voor den boschganger, volgens besluit van den 21^ van Sprokkelmaand 1811, zullende de vier en twintig stuivers per pikol, die de regenten anders meerder genieten als het te benoemen inlandsch hoofd, veitlyven teo voordeele van het gouvernement;
dat de koffij, zoo uit de districten van de blandong, als uit dezulken, die niet tot de blandong sorteeren, zal moeten worden afgeleverd aan de pakhuizen te Tjikauw en van iedere kleine pikol van 126 of 128 ponden, die in gemelde pakhuizen wordt ontvangen, te accordeeren twaalf stuivers aan den landdrost der Bataviascbe regentschappen en het gewone pikolgeld aan den pakhuismeester te Tjikauw.
En eindeUjk, dat de landdrost der Bataviascbe regentschappen zal zijn geautoriseerd om te betalen en bij zijn rekening op te brengen de koffij, die te Tjikauw uit het landdrost-ambt van Krawang zal worden geleverd, als ook bet inkomen, dat daarop is toegestaan aan den landdrost en den regent van Krawang, gelijk mede aan de boschgangers en de inlandtche hoofden in de blandong van Krawang voornoemd.
24 Bioeimaand. Last tot liel indienen van stam-boeken van ambtenaren.
In aanmerking nemende het nut om in deze kolonie in te voeren de order en de verpligting, waartoe aUeambleoaren in het ryk gehouden zyn, om aan de ministerite, onder
- J. W. JAN88EN8. 6S3
welke z^ behoren ^ in te leveren een staat, inhondende hunne namen» qnaliteiten, signalemenlen wegens hunne ge- boorte plaatsen, religie, afkomst, enz., het montant hunner beaoldigingen, aanwijzing van gepresteerde diensten, enz., ten einde door zoodanige staten, niet alleen met de yoorschreven ambtenaren nauwkeurig bekend te worden, maar daaruit ook hunne verdiensten eenigermate te kunnen afleiden en beoordeelen en wijders, bij derzelver afwezigheid of over- lijden, op aanvrage alle die informatiên te kunnen geven, welke voor bloedverwanten op groote afstanden dikwerf zoo belangrijk zijn;
is besloten door den president en leden der hooge Indische regering en alle andere hooge en mindere civiele ambtenaren in deze kolonie en op de établissementen, onder dezelve resorterende, te laten indienen een staat volgens het model, *tgeen aan dit besluit zal worden geanexeerd, waarvan de wedergade ingevuld zal moeten worden ingezonden aan den Crouvemeur Generaal; nogtans voor de differente landdrost- ambten van het eiland Java en voor de onderhorige etablisse- menten van hetzelve, buiten Java gelegen, onder deze bepaling, dat de staten dergenen, die aan de landdrosten of onder welke andere benaming het civiele gezag op de overige etablissementen mogt worden uitgeoefend, ondergeschikt zijn, door tusschenkomst van de gemelde civiele autoriteiten zullen moeten worden aangeboden;
vertrouwende en verwachtende de Gouverneur Generaal alle getrouwheid en accuratesse in het dresseren van deze staten, in aanmerking nemende, dat het voor diegenen, welke van geringe betrekkingen tot hooge of meer belangrijke ambten zyn opgeklommen, ten hoogste vereerende is deze belooning hunner verdiensten, waardoor zij zich allezins achtingswaardig hebben gemaakt, te hebben weggedragen ; en dat het derhalve een verkeerde terughouding zoude zijn, wanneer zij hunne vroegere relatien zouden willen verzwijgen.
En zal extract dezes gedrukt en circulair verzonden worden aan allen, die het aangaat.
Gmb staal en apgam dm' gepresteerde dien^rn^ ee» hm tV:
Tateo, wolke hij spreekl.
Getrouwd.
Uide.! reo. .
Naam van de
vrouw en van
haren vader,
alsmede des
'laatstens beroep.
In K<*:
\i.
*;
2
w
1
V
O
a
u
^
a
S
J
^
s
4>
C
ö
s
1
0»
e
Wanneer gebo- ren:
den 19«n Sep- tember 1776.
Geboorteplaats :
Utrecht.
Religie :
Gereformeerd.
Ouders:
vader: Jan 'Ja- cob Meger,
moeder: Chris- tina Fasliunn Sch re Ulier.
Beroep van den vailer:
oud preft. der Gcretornieenle gemeente te Batavia.
I
Uollandsch,
Pransch,
lloogduUscli,
Engelsch.
Maleidsch.
llelena Wilhel- j g
2 ;Den :iO'
minaNicoiaas • g
1 1 S^'^'-
Willem Nicülaas. '^
o 1811
Burger.
piaain- '
4eDK'
lUlhff^
njk H.
aetli.:
scheKci
ffrertü: i
f811. J. W. JANBSSKS.
«n
leijer, opgemaakt te Batavia, dm S?" «om Blmmamd iSii.
n dienst.
In iloIlaniIsclicii»<lienst.
SS
•I
il '
<s 5 ,
Aankomst
in de
colonie.
IJ
MoDtant der
bezoldiging, welke
hij thans geniet.
Vast trac- tement.
a
•o
e
-3
Uj i CU
Einohi- menlen.
■s
u ca
1^
I .
» 27<» Augustas 1790 in Hol-
ind aangestehl lot bottelrêrs-
naat;
n 6«n Juni 1791 gechangeenl
ot (Ie pen en op net negotie-
anloor geptoalst;
n 1« September 1792 bevor-
erd tot assistent eO'ectief;
n 20«B November 1793 op hel
antoor der generale directie
cnlaatst *
n 25«» *Augastas 1795 tot
oekhouder aangesteld;
n 4«i> Ju lij 1797 tot onderkoop-
an en eersten suppoost ten kan-
)re van de generale directie;
n 22» JaRuari} 1802 bevorderd
)t koopman;
1 11«B Junij 1805 aangesteld
t visiuteur-generaal;
1 14«> Janoaiij 1808aaDgeste]d
»t eersten secretaris der hoogc
ïgeering;
I 29'" April 1808 als zoodani;,'
ilslagen en in huiten|?eTvone
»mmissie naar Holland gefim-
oijeerd en derwaarts ver-
okken ;
i 7«a September 1810 gere-
urneertl; en
I 12«B daaraan tot secretaris
neraal van z^ne excellentie
n Gouverneur Generaal aan-
steld.
a
È
S
B 2
I
1
•1 ' 2
2
en
5
I
c cc
S
o
1
s
"O
8 I
s
a
I O) ' CS
I I I 2^
2
686 ^811- J- W. JANSSENS.
51 Bloeimaand. Reglement op het procederen in cos van aanhalingen.
Art. 1. Alle zaken, rakende aanhalingen, confiscatien of fraudes, tegens de gemeene middelen gepleegd, zullen, voor en al eer daarin tot een fbrmeel proces worde 0Tergq[aan, worden gemaakt commissoriaal, ten einde te beproeyen, of dezelve in bijzondere gevallen op een summier onderzoek en zonder vorm van proces zouden kunnen worden gelenniiieenL
Art. 2. Voorts zal in alle zaken, rakende de gemeene middelen en waarin tot eene geldboete of confiscatie van schip of goederen wordt geageerd, worden geprocedeert van agt tot agt dagen en verder met zoodanige termijnen, als hierna zullen worden gereguleerd en vastgesteld; en zullen de res- pective regtbanken hier in Indien, eik in haar griffie of secrelarlj, doen houden een aparte roUe of register van alle zaken, de gemeene middelen rakende, welke roUe alle r^- dagen eerst zal worden opgelezen, alvorens de regters eenige andere zaken, van hoedanige natuur dezelve ook zouden mogen wezen, zullen mogen nemen bij de hand.
Art. 3. Diegeen, die iemand in de voorschreven materie met regt wil aanspreken, zal dengeen, dien htj mei regt aanspreken wil, door een deurwaarder, boode of eenig ander persoon, magt hebbende om geregtelijkcitatien Ie doen, jegens den naasten regt-dag drie dagen te vooren doen dagvaarden en aan den gedaagden bij het doen van de dagvaarding beboorlyke copie van dezelve dagvaarding overleveren, met expressie van de articulen van de wet, waaruit de aanlegger zal willen ageren, en zal de deurwaarder of boode daarvan in zi|n relatie mentie moeten maken.
Art. 4. Indien de aanlegger ten gestelden regt-dage niet compareerd, zoo zal aan den gedaagden, zonder dal daartoe eenig verzoek zal behoeven te worden gedaan, moeten wordra verleend comparuit en de gedaagde geabsolveerd van de instantie, mitsgaders de aanlegger gecondemneert in de kosten, welke kosten de aanlegger zal gehouden zijn te betalen.
léll. J. W. JAf^ëSENé. é^i
alTorens hij wegens deiehe zaak een nienwe instantie sal mogen beginnen.
Art. 5. Indien de gedaagde ten geprefigeerden regt-dage niet compareerd, nog gemagtigde tan zljnent wege, zoo zal tegens denzelven moeten worden yerleend het eerste debult en Toor het profijt yan dien de gedaagde verstoken zQn Tan zyile exceptie declinatoir^ en verleend worden een tweede citatie tegen den agsten, daarna Tolgenden dag; en, indien hij, andermaal door een deurwaarder of ander persoon, magt hebbende om citatién te doen, gedagvaard zijnde, niet eom- pareerd of gemagtigde van ztjnent wege, zal tegens hem moeten worden verleend het tweede default en hij uit kragte van dien verstoken van alle exceptién en defensien dilatoir en de eischer vervolgens geadmitteerd om agt dagen daarna te dienen van zijn intendith met de verificatiên, daartoe behorende, om vervolgens daarop regt gedaan te worden als na behooren.
Art. 6. Indien de gedaagden en defaillant vöör het ver- leenen van het tweede defanlt compareert en purge verzoekt van het eerste default, zal hetzelve aan hem worden geaccor- deert, mits blijvende het effect van dien en refanderende de kosten; maar na het tweede default zal geen purge van defaulten verzocht, veel min verleend mogen worden, ten waare, dat de gedaagde aanstonds op een wettige wijze ten genoegen konde doen blQken, dat de citatie buiten zijn toedoen en verzuim niet tol zijn kennisse was gekomen, in welke gevallen hij tot zijne defensie zal worden geadmitteerd.
Art. 7. En byaldien iemand, gedagvaard zijnde omgetui- genisse der waarheid te geven, niet compareert, zal hij uit kragte van het eerste default gecondemneerd worden getui- genisse der waarheid te geven tot z^nen koste, op poene van gijselinge.
Art. 8. En indien de gedaagde ten gestelden regt-dage compareert, zoo zal de aanlegger zijn eisch mondeling ter rolle dicteren of dezelve voor het oplezen der roUe daarin doen registreren met een kort verhaal van het feit, hetwelk
puüUAT-WBi om ivi. 42
éi^è i811« ^' W. JANSSENè.
den verweerder werd ten lasten gelegt, mitsgaders met aan- haaling Tan het articul uit zoodanige wet ofpIacaaU waarop de eisipher zQn genomen concIu»e poogt te funderen.
Art. 9. En dewijl de voorschreeven zaken wel voorna- mentlgk kunnen worden gelrokken in longueur door het doen van veélerlei dilatoire en andere verzoeken, mitggaders door de incidenten, dewelke deswegens worden gemoveail, zoo zullen van nu voortaan in de voorschreven zaken geeoerlei verzoeken of exceptiên gedaan, geproponeert of geadmitteerd mogen worden, uitgezonderd alleen de raceptie declinatoir, anders genaamt de exceptie van incompetentie, litis pendentie of litis Bpitie, daaronder begrepen de exceptie van suhmissie en transactie; en zal voorts, in de voorschreven zaken geant- woord zijnde, geen requeste civiel of eenig relief mogen worden verzegt om daarna eenige van de voorschreven exc^tien te proponeeren of eenige verzoeken te mogen doen.
Art. 10. En zal, voorts, nadat in vo^«i voorzegd zal weezen eisch gedaan, aan den verweerder gegund worden een termijn van agt dagen om alsdan zQn antwoord daar tegn mede ter roUe mondeling of schriftelijk te doen en zoodanige korte Gonclusio op de zaak zelve te nemen, als by te rade worden zal.
Art. 11. En byaldien de advocaat of procureur van den verweerder in gebreke blijft om op den voorschreven, gestelden termyn te antwoorden, zal t^en den gedaagde of verweerder moeten verleend worden verstek van antwoord, zonder dat de verweerder in het zelve geval zal worden geadmiUeerd om bet verleend verstek van antwoord te mogen purgeren, behoudens deszells regres tegens zijn advocaat of procureur, zoo hij zulks te rade zal vinden; en zal de eischer voor bel profijt van dien worden geadmitteerd en gehouden zyn om binnen agt dagen daarna te dienen van zyn intendtth met de stukl^en en verificaties, daartoe behoorende, om i^uen eisch en conclusie te verifioeren; en zal alsdau daarop mede r^ gedaau worden na behoren.
Art. 12, En indien op den voorschrevei^ gestelden tanuyn
iêll. J. W. JAN36E4^è.
geontwoord word^ zal aan deo. eischer (zoo hij zulks begeert) ▼ergond worden een lenn^n tan agt dagen om te repUceeren^ ten ware by het antwoord aonder allegatie van eenige mid- delen waa genomen een eenvoudige contrarie conclusie, in wdk geval de etscher daar tegen aanstonds zal moeten repliceren en de zake ten zelven dage voldongen worden.
Art. 15. Doch, wanneer bij het antwoord en blJ de replicq eenige middden zijn gebruikt, zoo zal aan den Terweerder na het replieeren wederom worden toegestaan een termijn van agt dagen om te dupHceeren, doch, door den eis^cher op een antwoord, waarbij eenige middelen zijn gebruikt, voor ref^f q simpel gepersisteert wordende, zal verweerder gehouden zijn daar Jegens mede aanstonds te dupliceeren, gelijk hij daartoe mede gehouden zal zijn, zoo wanneer de eisscher goedvind om ten dage» dat geantwoord is, daar jegens simpelijk te persisteeren voor replicq.
Art. 14. En indien iemand van de litiganten in gebreke blijft om aan de vo<»r8chreven, gestelde termijnen van re- of daplicq te voldoen, zal tegen denzelve moeten worden verleend verstek van termijn, waaraan voldaan had moeien worden, en voor het pro8jt van dien de zaken worden gehouden voor voldongen; en zullen partijen tot het wisselen van stukken en tot het doen der pleijdoijen verder procedeeren, zooala by artikel IS en 17 is geordonneerd.
Art. Itt. De zaken op de voorzegde; hiervoor gestelde termQnen behoorlijk voldongen zijnde, zoo zullen partijen binnen agt dagen daarna wisselen van alle bare stukken en munimenten onder behoorlijken inventaris, met een korte expressie of designatte agter ieder geproduceerd stuk of maniment, waartoe hetzelve is dienende, en, hetzelve gedaan zQude, de zaken op den eersten regt-dag, daaraan volgende, mondeling deduceren, ten ware men elkanders getuigen wildè doen hoorén, hetwelk alsdan binnen agt dagen zal moeten geschieden ; en indien zij zich daarvan wliien bedienen, zullen zij ztdks moeten doen bQ ampliatie van productie, mede binnen den ti|d van agt dagen; en in cas een van de
6Ö0 18li- «J. W. JANSdENd.
partijen weigerig mocht biyTen te wisselen van inreDliris esk stukken, zoo zal de wederpartij geadmitteerd wordoi te pleiten en deszelfs stukken oyer te leveren, ten einde daarop recht worde gedaan.
Art. 16. En dewijl de Toorschreyen zaken dikwerf wordeu gemaakt zeer opereus door het doen van vele noodekNoe productien en ook bovendien gebragt in een onbetameiyk longueur door het doen van ampliatien van productie, loo werden de respective partijen by deun gelast hun zoisvnl- digiyk te wagten van in de voorschreven zaken te prodoeeroi eenige stukken, dewelke ter materie niet zyn relevant en op het poinct in questie niet zyn van een directe appb'caüe, en voorts de respective regtbanken in Indien aanbevolen om, niet alleen in de voorschreven zaken geen verdere ampliatiêu van productie, dan bovengemeld is, te admitteren, maar ook wel bljzonderiyk om in het visiteren van de proceaseD na te gaan, of in dezetve ook eenige nodeloze productien zyn overgelegd, en, hetzelve bevindende, depractizyns,diedeielve nodeloze productie zullen gedaan hebben, by hun vonnis te inlerdiceeren om wegens dezelve onnodige productien ten lasten van hunne meesters ietwes te mogen declareeren.
Art. 17. Wyders zullen alle termynra, zoo in de voor- gaande, als in de volgende articulen gemdd, wezen peremptoir en daarvan noch door de regters, noch door de wederzydsche partyen, hetzy met consent van hunne meesters, hetxy buiten derzelver kennis, eenige prolongatie worden geaccordeerd, uitgezonderd in de gereguleerde vacantiên.
Art. 18. En by zoo verre, des onaaugezien, by eenige der subalterne regtbanken eenige prolongatie van de hiervooren gestelde termynen zoude mogen worden geaccordeerd, zal de zake, waarin zulks zoude mogen wezen gewhied, de facto devolveren aan den hoogen Raad van justitie te Batavia en aan diegenen van partyen, die zulks verzoekt, op xyue requesle worden toegestaan appoinctemenl van citatie tegens zyn party met de clausule compulsoir tegen de gedachte regtbank of derzelver secretaris of griffier lot overzending
Idll. J. W. JANSSENS. 66(
van het geding, voor sooTerre het voor haar gehouden is, oBi daarop in deielve zaken voor den gemelden hoogen Raad ▼oortgeprocedeerd te worden Tolgena de laatste retroacta.
Art. 19. En in cas partijen aan malkanderen eenige pro* longatie yan de hier voren gefixeerde termijnen zouden mogen komen te accordeeren, in dat geval zullen, zoowel die gene, die het accordeert, als die daarvan zich zal hebben bediend, blJ vonnisse van de regters, die daarop in het visiteren van de processen byzonderlljk zullen moeten acht geven, worden geinterdiceerd in dezelve zaken ietwes te mogen declareren; en zullen dezelve nog daarenboven worden gecondemneerd, ieder in eene amende van twintig rijksdaalders, in papieren van credit, ten behoeve van de armen.
31 Bloeimaand. Vergunning voor den eigenaar van hel land Katapan aldaar des Donderdags pasar te houden.
31 Bloeimaand. Bepalingen nopens branderijen van houts- kolen.
Is goedgevonden en verslaan:
Ten eersten: alle de houtskolen-branderijen in Java's Oost- hoek te doen vernietigen en eenlijk te laten blijven die branderij, welke geêtablisseerd is aan het bovenste gedeelte van de SourabaLjasche rmer.
Ten tweeden: den landdrost van Java*s Oosthoek het opper-gezag en toezigt over deze kolen-branderij op te dragen en den Europeeseben opzigler over dezelve belast te laten met het toezigt onder den landdrost, speciaal om te zorgen, dat de gemeene man een rigtige betaling erlange, waarvan hij behoorlijk notitie zal moeten houden; voorts den tweeden Europeeschen opzigter van dezen dienst te ont- slaan.
Ten derden: tot inlandsch hoofd over deze kolen-branderij aan te stellen den inlander Tirto di Wongso met een inkomen van ryksdaalders dertig 'smaands en met den titel van
66S 1B11 J. W. JANSSENS.
pepattij, n^iti^derfi oog twee mindere hoofden met een inkomeo van vyftien ryksdaalderg 'smaands en dea titel va^ groot mantrie, zullende dezelve belaat zijn niet alle de werk- zaamheden, die tot het kolenbranden» afiMshepen, als nd^rints vereiacht wordeib zonder verdere hemoeienia met de betaling aan den gemeenen man, ak noodig zal wezen, om toe te zien» dat elk het zyne ontvangt.
Ten vierden: voor laan voor de houtskolen, die te Soorabaija geleverd worden, goavemements wqgen te laten betalen vier en een halve stuiver voor de pikol.
Ten vyCden : met alteratie van de order om van bet boscb, 't geen tot het kolenbrandeu afgezonderd en nu daarvoor* met intrekking van aUe andere krien-branderijen, alleea ge- designeerd is, den grond te zuiveren van de wortels en jagon of vrugten te doen planten, toe te staan en te bepalen, dat men de stammen, waarvan het hout gekapt is, weder zal moeten laten aangroeijen, ten einde dit bosch van een donrzaam nut tot het bekomen van hout vocht de kolen-brander^en zijn kan.
31 Bloeimaand. Voorziemng in het bestuur bij af' wezigheid of overlijden van den Gouverneur Generaal Janssem.
Is goedgevonden en. verstaan bij de resolutien van heden aanteekening te houden, dat bij Keizerlijk decreet van den 2B«n van Slaglmaand 1810 bepaald is, dat bij afwezij^eid of afsterven van den Gouverneur Generaal dezer kolonie de functiën van die gewigtige bediening znDen worden vervuki door den generaal der brigade, Jumelle.
31 Bloeimaand. Bepalingen nopens fumt'dotten.
Is goedgevonden en verstaan:
Ten eersten : dat» behalve van Pamanoekan, van alle andere |ilaa,iae«, van dewelke hout-vlotten worden afgezonden, met elk hout-vlot voorlaan zal moeten vertrekken het ondervo^ende
- J. W. JANSSEN8. 663
getal prauw-niat)ang8 of Gobbiaks-prauwen tot het vertoerea van helzelte ns^gr Batavia, te weten :
van Indramaijoe. 6 praowen,
» Tegal 6
» Samarang 7 »
Jeana en Rembang 8 »
» Grissee 8 »
Ten tweeden: dat aan vragt voor ieder dezer cobbiaks- praiiwen zal worden toegestaan in zilver geld, ab:
van Indramaijoe 9 rijtudaaiders,
GheriboD 10
Tegal 15
Paccalongang 13
Samarang 15
Joana en Rembang 18
Grissee. . . 80
Ten derden: dat ieder dezer cobbiaks-prauwen zal moeleii bemand wezen met tien koppen, zeo om op de gemelde prauwen, als op de hout-vlotten, die door dezelve worden Tervoerd, dienst Ie doen, die per hoofd in zilver grid znRen genieten :
van Indrama^ 7 rijksdaaUers,
Gheribon 7
Tegal en Paeealongang 8
Samarang 9
Joana en Rembang 10
Grissee 11
benevens de bepaalde seheeps randsoenen voor een inlandschen matroos tot de aankomst dezer prauwen te Batavia, ah ook, bij weder vertrek. van daar, dezelfde verstrekking van rsnd- soenen tot de terugkomst der meermelde prauwen ter plaatse, alwaar zij te huis hooren.
Ten vierden: dat in zelver voegen aan de opvarenden der hout- vloden, die van Panianoekan verzonden worden, zal wórden geaccordeerd* vijf rijksdaalders, zilver geld, per hoofd, en de gewone seheeps randsoenen tot aan de komst dier
664 1811. J. W. JANSSENS.
Tlotten te Batavia, gelijk ook in het algemeen de hierlofeB Toorgestelde vragt der praowen en de betaling der maa- schappen, waarmede dezelve bemand zyn^ voor de heen- en terugreize berekend is.
Ten TQfden: dat de helft der bepaalde ?ragt fOor de cobbiaks-prauwen zal worden vooroitbetaald op de plaats, alwaar zij zullen worden ingehuurd, en de andere helft, nadat de reize tot Batavia zal wezen volbragt, heizy alda£r of op de plaatsen, waar de gemelde vaartuigen te huis hooren, na verkiezing van de eigenaren.
Ten zi»den : dat insgelijks aan de opvarenden deier fNrauwen en van de hout-vlotten van Pamanoekan een vierde gedeelte van hun salaris zal worden uitbetaald op de plaatsen, hg derzelver terugkomst aldaar, na hunne verkiezing.
Ten zevenden : dat, wanneer de gedagte opvarenden te Batavia worden aangehouden tot het ontlossen. der hout-botten, aan deMlve gedurende dien tijde zal worden geacoordeerd vier en twintig stuivers, kopor geld, en een katje ryst daags, per hoofd.
Ten achtsten: dat, ingeval eenige dezer cobbiaks-praawen op de heen- of terugreize door den vijand dan wel doM* de zeerovers genomen worden of verongelukken, dezdve aan de eigenaren zullen worden vergoed volgens tasatie, wdke voor het vertrek dezer vaartuigen zal moeten worden gedaan door den havenmeester en op plaatsen, alwaar geen haven- meesters zyn, door degenen, die het civiel gezag uitoefenen, vraarvan acte gecoucheerd en ten kantore van de haven-* meesters of het civiel gezag bewaard, mit^ders in kopy autentiek aan de generale directie ingezonden zal moeten worden.
2 Zomermaand. Uülooving eener premie op hel (nUdekken van de dieven van ettelijke stukken uit het geuver- nements archief.
Nademaal in den nacht tusschen den 26^ en den 27"
- J. W. JANSSEN8. 66H
van Bloeimaand jongstleden uit de griiBe van het gouTer- nement generaal deier kolonie te Builrazoi^ ontvreemd zijn de na te meidene, officiële stukken, als enz.;
en wij in aanmerking hebben genomen» dat de veiligheid eener bevraarplaats van 's gouvemements papieren moet ge* waaiiM>rgt 2||n tegen dergelijke aanrandingen en berovingen, die, daar zQ aan 'tgewoone doel van eenen diefstal niet knnnen beantwoorden, uit geen ander oogpunt als van verkeerde oogmerken en slechte inzichten te beschouwen zijn, zoo is het, dat wij, ons ten hoogsten latende gelegen leggen aan de ontdekking van het voorschreven misdrijf, eene premie uitloven van twee duizend rijksdaalders, papiere geld, aan dengenen, die den dader of de daders daarvan zullen weten aan te wijzen, zoodanig, dat hij of zij van het feit zal of zullen kunnen' worden overtuigd; terwijl daarenboven nog impuniteit wordt toegezegt, indien de aangave door een der medefdigtigen geschiedt, en des aanbrengers naam, des boerende, zorg- vuldig zal worden gesecreteert.
En opdat een iegelijk hiervan kennis erlange, zal deze, zoo ter hoofdplaatse Batavia en dies ressort, ab op Java's Noord-Oostkust en in Java's Oosthoek worden geaffigeerd ter plaatse gebruikelijk.
3 Zomermaand. Maatregelen in verband met een ver- wachten aanval van de Engekchen op Batavia.
Zijne excellentie de Gouverneur Generaal, in overweging nemende, dat, hoezeer bet genoegzaam zeker is, dat dit eiland spoedig door den vijand zal worden aangevallen, het tevens ook vraarschijnlijk schijnt, dat zoodanige aanval in de tegenwoordige Oostmousson geen plaats zal hebben, aan- gezien de moéijelijkheid, zoo niet onmogelijkheid, om met een vloot Straat Sunda of Straat Banca op te komen;
overwegende wijders, dat het voort laten werken van het besluit van den 32~ van Lentemaand jongstleden, waarbij de extra verstrekkingen voor de armee zijn bepaald, niet
666 ^^1 ^' V/. JAN8SEN8.
alleen zeer greete onkosten veroorzaakt, maar zelb de midddeB
slijt, waar men, ingeral van attaeque, de armee mede moet
onderhouden ; heeft na genomen consideratién van den commissaris-
ordonMilemr besloten:
1^ om met den 10** dezer maand provisioneel en totdatdesp wegens nadere orders zoUen worden gegeven, te snrcbeeren het vorder effect van de besiiiiten van den tV^ en S9* van Lentemaand en lO'" van Grasmaand en dientengevolge geene verstrekkiiigen aan de armee meer te doen, als die welke door vroegere weiten en reglementen b^aald z^n ;
9° om van den 10*° dezer de fonragering der cavallerij en rijdende artillerie wederom op den ouden voet te doen plaats nemen:
5^ om de opgerichte magazynen te Meester Gomelis, Tandjong Ck>sl, Tjimaagies, TjibinoDg en Buitenzorg, alsmede bet reserve magazijn op Weltevreden op den tegenwoMdigen voet te houden, met autorisatie echter om uit deselve de in de nabijhdd liggende troepen te doen randsiomieeren, mits door de generale directie zorg wwde gedragen, dat hel daaruit verstrekte weder worde gesuppleerd;
4^ om het hospitaal te Tandjong Oeet te brengen naar Weltevreden, zoodra dit laatste in orde zal zijn gebragt, moetende alsdan het transport der zieken langs de rivier of met prauwen geschieden;
5® om de landdrosten der Balaviasche regentschappen en der Bataviasche ommelanden, den baOiuw der stad Batavia, den commissaris-ordonnateur en wie het verder mogte aangaan, te gelasten steeds in het oog te houden, dat onmisbaar door den vijaud een altacque op deze kolonie zal worden gewaagd; dat gevolglyk het surcheeren der lM)ven aangehaalde besluiten en die, welke daaruit voort- gevloeit zijn, eenelijk geschied om de koloniale schatkist eu de voorhanden zynde moyens Ie bezuinigen, doch dat een ieder van hun onopboudeUjk de noodige maatregden moei nemen om op de eersle order alle de voorgaande
181U ü. W. JANSSENS. 661
bedüiteii, enz. weder ten spoedigsteq in werkiog te kunen dom brengen.
5 Junij. Regeling der iüds en unifmnen van eenige offiaeren.
De GouTerneiir Generaal, in oTerweging nemende, dat de
organisatie der armee in faidié, loo na mogelQk, aan die van
bet Ri|k gelijk moet wezen ; heeft besloten:
i^ . te a^iprimeeren, gelQk gesupprisMerd wordt bt| dezen, den tilei en qualiteit van a^jitdant-generaat, zullende de officieren, deze qnaliteit gehad hebbende, in het vervolg genieten het traettment, aan denelver rangen in het wapen, vraarbij zij dienen, geaoerocheerd ;
2^ te bepalen, dat de subalterne ofiBeieren, instede van eerste luitenants en Initenants, den titel van luitenants en sous- htttenanls zullen dragen;
3® dat de decoratién der officieren mede gelijk zullen zijn aan die, welke bij de armee in het rijk worden gedragen, te weten:
een kapitein draagt een epaulet op den linker- en een contra-epaulet op den rechter sjBhooder;
een luitenant draagt dezelfde decoratién als de kapitein, doch heeft een zijden streepje in de epaulet en conlra- epaulet;
een sous*luiteoant draagt dezelfde decoratién als een luitenant, doch heeft twee ^en streepjes in de epaulet en contra-epaulet;
het zal nochtans alle de. oOicieren geoorloofd wezen* om de epauletten, zooals zLJ die thans dragen, te behouden, totdat zij andere zullen moeten aanschaifen, hetgeen uit- hoofde der enorme duurte niet wordt bepaald;
4^ dat de commissaris-ordonnateur, commissaiïsseD van oorlog en commissarissen-adjoinis voortaan mede de uniformen zullen dragen, zoo als die voor derzelver charges in het
668 ^^11. J. W. JANSSENS.
Rijk zijn bepaald, wordende hun echter toegestaan om derzelYor tegenwoordige monteringen te bl^Ten afdragen en de nieuwe niet in te Yoeren, dan wanneer zy Terplieht zullen zyn andere te doen aanmaken;
K® dat de chirurgijn en chef, chiruif^ljn-principaaktchinirgyn- majoors, geneesheeren, apothekers yan de eerste khsae en alle verdere officieren van gezondheid de onibrm zullen dragen, die voor hare charges in het RQk x^n bepaald, onder dezelfde restrictie echter, als by artikel 4 . is vermeld;
6® de commissaris-ordonnatears en verdere geëmploQeerdai by het commissariaat van ooriog, mitsgaders de ehinugyn en chef en overige officieren van gezondheid, zullen in het vervolg alleen voeren den titel, voor honne chaiges vastgesteld, doch niet dien van den militairen rang, waaraan zy geassimileerd zyn;
7® de generaal, commandant der traepen, en de chef 'van den generalen staf worden gdast de oitvoeriog van dit besluit te surveilleeren.
5 Junij. OpriclUing eener kompagtde voUigeurs»
Zyne excellentie de Gouverneur Generaal heeft bedoten uit de officieren en troupen, onlangs in deze kdonie aange- bracht met de fregatten van Zyne Majesteit, de Mednae en Nymphe, en de corvet, de Sapho, te doen organiseeren e^ compagnie voltigeurs, welke het noyau zal uitmaken van eoi te formeeren bataillon infanterie, eenelyk uit EoropeeseD bestaande, na mate dat zulks door het arrivement van meerdere troupen uit Europa mogelijk zal worden; zuOende gedachte compagnie voltigeurs bestaan uit:
een commandant, rang en Iractement van luitenant-kolonel hebbende,
een eersten luitenant,
twee tweede luitenants,
een sergeant-majoor.
tsti. J. w. jansseNs
zes seifMttts,
een fourier,
twaalf corporaab,
twee halTemaaD-blazers»
honderd Tier en twintig Yolligeors» of te samen 150 man, waarby proyisioneel nog Tyf voltigeurs ak OYercompleet zullen worden goYoegd.
6 Junij. ReglemetU voor de jwUcature over de buiten en iifrijzm\ op zee gemaakt.
Art. 1. Wanneer eenig oorlogschip van Zyne Majesteit of eenig schip* by particulieren uitgerust en op bekomen commissie of lettres de marque uitgevaren, eenige schepen of goederen ydA den vyand zal hebben veroYerd in de leeên en Taarwaters beoosten Isie de Franse, zullen zoodanige schepen of goederen, zoo goed mogelyk, moeten worden gesecureerd en ingebragt op de eerste hoofdbezitting van Zyne Majesteit, welke men bezeilen kan.
Art. 2. Wanneer zoodanige Yeroverde schepen of goederen worden ingebragt op eene der hoofdbezittiogen van Zyne Majesteit beoosten Isle de Franse, zal het coUegie tan justitie tan zoodanige bezitting onderwyl de noodige orders stellen, dat de ahoo ingebragte schepen of goederen wel en getrouweiyk wolden bewaard, mitsgadere ten overstaan van gequalifieeerde en bevoegde personen worden gelost, behoorlyk geïnventari- seerd met aantekening van soorten, nommers en merken; mitsgaders dat de goederen, in koffers, vaten of pakken wezende, op de gevoegUjkste wyze worden verzegeld en in een wel verzekwd gebouw overgebragt.
Art. 3. De coUegita van justitie zullen almede door of van wegen den fiskaal, dien het aangaat, in secnre bewaring doen nemen, ten einde in tyd en wyien te dienen, daar en zoo het behoort, alle scheeps-papieren, charterpartyen, brieven en andere stukken of documenten, by de voorschreven pryzen beboorende, .mitsgaders de noodige ioformatifin doen nemen.
69ö ^^- ^ w. JANèsc^iè.
zoo Tan den schipper, als het bootsrolk en passagiers, ten einde naar bevind van zaleen nader worde geprocedeerd ials naar regten.
Art. 4. Zij zullen order stellen, dat de goederen, aan onmiddelijk bederf onderhevig, ten behoeve der regthebbenden dadelijk worden verkoeht, en de daarvan geprovenieerde pen- ningen, op behoorlijke recepis, in 'sLands kas ter plaatse, waar de schepen of goederen zullen zijn ingebragt, worden gedepositeerd odd aldaar te blijven tot het uiteinde van bet proces.
Art. 5. Bijaldien eenige gereede penningen, parelen, ge- steenten, kleinodiën of ander goud of zilver, gemunt uf ongtmont, geiyk ook eenige andere kostbare prijsgoederen worden ingebragt, zullen dezelve niet dan ter presentie van ten minste drie, door het collegie van justitie daartoe gequa- lifioeerde personen mogen worden gelost, door welke aUen de daarvan gemaakte, speciflqne inventaris zal moeten worden geleekend en verzegeld, en de goederen en gelden, almede op behoorlijke recepis, worden gedeponeerd in 'sLands kas om aldaar te blijven, als bij bet vorige artikel is vermeld.
Art. 6. Na gedaan rapport aan het collie van justitie zal door hetzelve of die daartoe gecommitteerd zal of zn9en zijn, geadsisteerd door den secretaris of gezworen Uerk, worden geprocedeerd tot het nemen van nadere en meer volledige inlormatien, het hooren, des noodig, van partyen en bet verder doen instrueren der zaak ; en zal, zoodra zoodanige zaak daartoe is gedisponeerd, ten eersten regtdage de flricaal daar ter plaatse ratione oiBcii, mitsgaders in cas van verove- ringen door schepen van particulieren, met behooriyke com- missie of lettre de marquè voorzien, dezelve fiskaal de feeders, boekhouders ofte denseker geroagtigden ris gevoegden verzoeken autorisatie om bij ediclie te citeren allen en een iegelijk, welke zouden willen komen tot reclame of bescbntte van voot^eegde prijzen en prijsgoederen ; en in geval van eoiitamacie znUen de verdere oitatiétt ten dien einde worden gedaan van veertien tot veertien dagen ; en zal na het verleenen
tètl. J. W. JANSèENé. èfl
▼an hel vierde default ex superaibundanti door bei coBegie van justitie seWe moeten worden gedisponeerd op de overgeleverde ifltendits en verdere sUikken en beacbeideD, daartoe behoorende, wellLe alle in originali voor helzelve zullen moeten worden gebragt; en zuUen alsdan de voorschreven prijzen en prijs- goederen bij sententie defiaitief worden geadjodiceerd, bij aldien des eisscbers aanspraak vrordt bevonden en geoordeeld te weezen gernndcerd, aan die genen, die daartoe zullen blijken geregtigd Ie zijn, terwyi aan de edictale citatiön, zoo veel mogelijk, publiciteit zal moeten worden gegeven naar siyi en usantie.
Art. 7. Het coUegie van justitie zal toezien, dat de voor- zegde prijzen en prijsgoederen, zoo kort nu^elijk na het afloopen der procedures, worden verkocht, onder voorwaard^, dat van dezelve goederen en koopmanschappen alle verschul- digde, phiatsdijke regten, lasten of imposilien promtelijk en naar behooren worden voldaan; doch zullen biervan zijn uitgezonderd opium, allerlei ammunitie van oorlog en andere artikelen, waarvan het gouvernement op die hoofdbezilting, waar de verkoop staat te worden gehouden, hare benoodigd- beid zal hebben te kennen gegeven op de vertooning van eene volledige lijst der prijs-goederen, welke telkens voor den te houdene verkoop aan haar zal worden gedaan, en welke artikelen alsdan, de opium volgens inkoopsprijs en de overige vorens billijke taxatie van drie neutrale personen, door de collegiên van justitie daartoe te benoemen, voor rekening van het gouvernement zullen worden overgenomen ; terwijl de specerijen, noteuniuskaat, kruidnagelen en peper, mitsgaders de koDij en alle andere producten, waarin het gouvernement den uitsluitenden handel aan zich beeft vooi- behouden, zullen worden verkocht m^t dezelfde beneficiön en restrictiên, welke voor particuliere ingezetenen van Zijne Majesteits bezittingen in Indiê, die dezelfde producten uit 'sl^nds pakhuizen verkrijgen, reeds bestaan of nanmals gemaakt zullen worden.
Art. 8. fi^dieu eenige schepen of vaartuigen, ouder
69$ iftii. J. W. JANéSÉNé.
Tijandelijke vlag Tarende, door ZQne Hajesteits adiepen of raarluigen ?an oorlog Techtender band worden VntiTerd ea opgebragt, zal daarop de plano en zonder fignar van proees uitspraak worden gedaan, mterli|k binnen den tyd ran adit dagen na de Toonegde opbrenging, en zolks op condaae tan eisch, door bet offieie-fiskaal bij het eoUegie Tan jnslitie ingediend, met oyeriegging van bebooriyk procea-Terbaal» ter requisitie Tan hetzeke officie ingenomen en opgemaakt ten oTerstaan Tan den eomoiissaris of die daartoe van wegen betzelTO eoUegie zal zyn gequalificeerd, zullende bet gemelde proces-Torbaal door denzelTen ten blijke zyner presentie mede moeten zijn onderteekend en gecontrasigneerd door den secretaris of gezworen klerk Tan bet collie.
Art. 9. Na gevallen condemnatie zal bet ooBegie van justitie den Terkoop Tan zoodanige prijzen en pry^goederen onder dezelfde Toorwaarden, als art. 7 vermeld, onTervryld doen bewerkstelligen en de gelden, daaruit geprofloeerd, dooi afgeTon, Toor zoover pryzen betreft, die door Zyne MajesteiU scbepen van oorlog gemaakt zyn, aan den commissaris-generaal over de marine ten einde, na voorgaande approbatie van den Gouverneur Generaal, de verdeeling der buitgelden aan zyne Majesteits officieren en zeevolk ten spoedigste geschiede en aan een ieder zyn geregt aandeel zonder eenig uitstel worde uitgereikt, en voor zoover aangaat prijzen, welke door commissievaarders zyn veroverd, aan de reeders of andere geïnteresseerden by dezelve.
Art. 10. Ten aanzien van zeerooveryen en dienen, die zich daaraan schuldig maken of daarin medeweriien, mit^ gaders ter zake van alle berooving, uitplundering of dievery, aan scbepen of hidingen in volle zee gepleegd, zullen de boege en mindere collegién van justitie na bebooriyk onderzoek regtspreken en vonnissen op de gronden van het regt der volken en overeenkomstig .bet aangenomen staatsregt in Europa in bet algemeen en dat van het Keizerryk in het byzonder, mitsgaders zoo als volgens 'sLands vastgestelde wetten en wel herbragte usantie zal bevonden worden Ie
^611. J. W. JANSSENS. 673
behooren; belangende schepen en goederen, op zeeroovers TeroYerd, zal generalljk en naar gelang yan zaken door de coUegiên van justitie worden in aeht genomen, hetgeen bier- Toren ten aanzien Tan prezen en prijsgoederen aan dezelve 18 vooif;eschreven.
Art. 11. Van alle yonnissen der mindere eoUegiên van justitie, welke niet in het geval, artikel 8 vermeld, de plano zullen zyn gewezen, vermag te worden geappelleerd aan den hoogen Raad van justitie te Batavia, aan welk col^gie in alle gevallen, zelfs dan, wanneer geen appel valt, alle de genomen informatiên en verdere stukken van het proces, behoorlijk geëvangeliseerd, met de eerste gelegenheden in duplo moeten worden toegezonden tot informatie.
En zal biervan worden kennis gegeven aan den directeur- generaal, den hoogen Raad van justitie, de collegiên van justitie van Java's Noord-Oostkust, Java's Oosthoek en Makasser, den chef van den generalen staf der Keizerlijke en koloniale noarine en den commissaris-generaal der marine tot informatie en narigt.
9 Junij. OpriclUing van een depot van oorlog.
Is besloten:
l^' bet bij besluit van den Sl«° Februari) 1809 gecreëerde bureau van genie, artillerie en militaire mouvementen te mortificeeren en de leden van dat bureau in deze kwaliteit te ontslaan;
3« bet gezegde bureau te doen vervangen door een depot van oorlog, alwaar alle kaarten en plans gedeponeerd zullen zijn;
3® te bepalen, dat aan genoemd depAt zullen worden ge- adresseerd alle de berigien en rapporten, die door de directeuren der genie in de verschillende departementen, de commandeerende officieren der artillerie, den directeur van het atelier van constructie te Sourabaija, dien van de kogelgieterij te Samaraug en in een woord alle, die
rUUUT-IOBl OKU. XTI. 43
674 1811- «i- W. JANSSENè.
eenige relaiiên met geiegde bureau hadden, wierden inge- zonden ;
4^ dat, enz.;
5° dat maandelijks door den directeur van het bureau twee rapporten aan den Gouverneur Generaal zullen worden aangeboden, als een over de werken der genie en een over die der artillerie;
6^ dat echter de directeur der genie van bet departement Batavia over alle zaken, den dienst betreffende, dadelyk de bevelen van zijne excellentie den Gouverneur Generaal zal innemen, doch maanddijks ook een rapport inzenden aan het voornoemd bureau om te dienen bij bet op te maken generale rapport.
10 Junij. Verschillende bepalingen nopens hei leger.
Is besloten de organisatie der armee te doen bestaan, instede van uit drie regimenten van ligne en drie gamisuens regimenten, uit vier regimenten inranterie van ligne en drie gamisoens bataillons en al wijders te bepal^i, dat bet vierde regiment inTanterie van ligne zal worden samenge- steld, uit: een bataillon van het eerste gamisoens regiment ■ ■ » » tweede » • en
» » • • derde • •
de monteering van het vierde regiment zal zijn de tegen- woordige monteering van de gamisoens regimenten en die der drie gamisoens bataillons hetzelfde, uitgezonderd dal de revers van donkerblauw met een ligtblauw paspoil zullen wezen, voorts de kraag en opslagen ligtblauw; de drie bataillons zullen bestaan, als volgt: het eerste, gestationeerd te Batavia, waaruit gefourneerd zullen worden de garaisoenen voor de stad Batavia, voor de Marak-baalj en verdere permanente detachementen in het Bantamsche en voor alle andere posten in het miliuire arrondissement van Batavia; de compagnie infanterie, teGheribon en Indramaijoe leggende, zal bij het gemelde bataillon be-
- J. W. JANdSÉNd. 675
hooren, zullende hetzelve dus sterk zijn 1200 man; de halve compagnie artillerie, mede te Indnraaijoe zijnde, zal gehooren bij het eerste batailion artillerie; doch de betaling, enz. voor deze troepen bl^fl bepaald op den tegenwoordigen voet:
het tweede gamisoens batailion, sterk 800 man, zal gar- nisoen houden op het fort Lodewijk, foumeerendedegarnisoenen voor alle permanente posten in den Oosthoek;
het derde gamisoens batailion, mede sterk 800 man, is te Samarang gestationeerd, fourneerende de bepaalde gami* soeuen aan de hoven, de kleine forten, Rembang en overige strandkantoren onder hel arrondissement van Samarang;
en is al vrijdera besloten te bepalen, dat de mobiele armee van Zijne Majesteit in ludiénzal worden verdeeld in twee brigades;
dat voorts hel eiland Java verdeeld zal worden in drie militaire arrondissementen :
het eerste zal beginnen van Anjer tot en met Cheribon,
bet tweede beginnende van Cheribon lot en met Rembang,
het derde beginnende te Rembang en eindigende te Banjoe- wangie;
de buiten kantoren, gelijk Palembang, Maccasser, Timor, enz., maken geene bijzondere arrondissementen uit, corres* pondeerende de militaire chefs aldaar dadelijk mei den chel d*étal major generaal;
de commandeerende officieren der drie militaire arrondis- sementen hebben onder hunne orders de gamisoens balaillons, de te Samarang en Sourabaija op te richtene legioens en de depot compagniên, mitsgaders de generale directie over de militaire administratiên en ateliers;
te Sourabaija en Samarang zullen twee corpsen opgerigt worden, die genaamd zuUen worden het Sourabaijasche en Samarangsche legioen;
het Sourabaijasche legioen zal bestaan uit twee bataillons en ieder batailion uit vier compagnien, sterk ieder ^50 man ;
het eerste batailion zal geformeerd zijn uil drie compagnien infanterie en een compagnie artillerie en het tweede batailfon uit vier compagnien infanterie;
6)6 ^811. J. W. JANSdENè.
de kolonel, pangerang AdipattiJ Setjo Adiningiat, eo laiioDuil kolonel» radeen Tommongong Mangeoe Adiningral, zuUeo ieder als hoofden van deze bataillons geconsidereerd worden ; yootIs zal ieder der balaillons gecommandeerd wordeo door een Ëuropeesclien kapitein, die vier goede, Europeeeche onder- officieren bij zich zal hebben om ala instructeurs ie worden geémploijeerd;
zullende oYorigens de balaillons en compagnien georgantseert worden als de overige balaillons van de armee, doch eakdd uit inhinders bestaan;
het Samarangsche legioen zal uit vier compagnico in- fanteristen bestaan en gecommandeerd worden door den kolonel, van Franquemont, aan wien dit commandemeot spe- cialijk wordt toevertrouwd, omdat zijne kunde om met den inlander om te gaan bekend is, moetende hy, koloael, deze distinctie dus eenlijk als een Uijk van vertroawen aanmerken ;
de landdrosten van Sourabaija en Samarang zuilen bionen den kortst mogelijken tijd de noodige manschappen voor deie twee legioens leveren, zorgende, dat zooveel doenlijk jongen vertrouwd volk daartoe worde uitgekozen, moetoida voor Sourabaija de landheeren van Besoekie en Probolinggo daai^ mede toe contribueeren ;
de onder-officieren zullen genomen worden uil de inlaoders. bij de garnisoens balaillons te Sourabaija en Samarang zynde, en voor de artillerie uit het bataillon van dat wapen te Sourabaija;
de manschappen voor deze corpsen zullen worden geënga- geerd op voorwaarden, dat zy weder afgedankt zullen worden, zoodra de tijdsomstandigheden zulks zullen toehiten; dat zy by geen andere corpsen zullen worden geplaatst; dat het legioen niet uit het arrondissement zal marcheeren; dat hun van tyd tot tyd kleine verloven geaccordeerd en eindelyk, dat zy eenUjk als hulp- en niet als ligne-troepen zullen worden geconsidereerd;
de benoemde commandanten dezer corpsen zullen met de
- iJ. W. JAN88EN8. 677
landdrosten over alles, wat de organisatie daanran betreft, aboucheeren en lorgen» dat tot kapiteins en verdere officieren geschikte broeders of zoons Tan de regenten worden genomen en dal, zooveel mogelijk, het volk van ieder regentsehap by elkander worde gehouden;
de officieren, bij dat corps geplaatst, zullen dezelfde betaling hebben als de officieren bij de armee:
een sergeant majoor zal daags hebben 6 stuivers,
- sergeant » » » 5 « ' » corporaal « » » 4 •
• tamboer of pijper » > > 3 » » soldaat of artillerist • • « 3 «
alles betaalbaar in dezelfde muntspecie, waarin de troepen van het arrondissement worden betaald;
boven deze betaling zal ieder onder-officier en soldaat 'smaands een rijksdaalder in de bedoelde muntspecie ge- nieten, doch welke in 'sLands kas zal worden gedeponeerd en aan hem niet eerder worden uitbetaald, dan bij zijne afdanking; die, welke zich aan desertie zullen schuldig maken, hebben op die betaling geen aanspraak;
de monteering zal zeer eenvoudig zijn, een blauwe wijde broek, niet te lang en van boven met een band toegebonden, een wit baskat, een effen blauw vest met mouwen en witte ronde knoopen en een doek op het hoofd;
alle jaren zal een vierde gedeelte van het legioen door andere manschappen vervangen worden;
ieder man zal 'smaands genieten:
40 pond rijst,
3 • zout en
4 » drooge visch;
Toorts zullen zij eens in de maand karbouwen vleesch hebben, gerekend op een karbouw voor vier honderd man.
De Gouverneur Generaal, wijders willende verstaan hebben, dat door de respectieve landdrosten gefourneerd ziillen worden de noodige recmten voor de vier regimenten van ligne, de drie gamisoens bataillons en het regiment artillerie ter
678 1B11. J. W. JAN8SENS.
remplaceeriiig Tan de deserleure en oTerledenea» bepaald eindeiyk :
dat te Sourabaya en te Samarang zal lyn een depot, op de eerste plaats van drie en op de tweede van twee com- pagniên, als: ^
te Soerabaya: een oompagnie, gehoorende aan het eerste regiment infanterie van ligne; een dito» gehoorende aan het tweede regiment, en een dito, gehoorende aan het derde;
te Samarang: een compagnie, gehoorende by het vïerde regiment van ligne; een dito ter completeering van het regi- ment artillerie;
dat ieder der voorschreven regimenten een a twee offi- cieren van hetzelve by de compagnie, tot het regiment behoorende, zal detacheeren om die te commandeeren ;
dat ieder van deze compagniên zoo sterk zal moeten wezen als bet getal manschappen, dat mankeert aan het regiment, waarby dezelve behoord; dat de betaling en mndsoening bij deze compagniên dezelfde als by de armee zal wezen:
dat ieder compagnie de monteering zal dragen van het corps, waarby die behoord;
dat de aankomende recruten by de compagniên behoorlijk zullen moeten worden geêxerceerd en niet by de corpsen zallen worden gevoegd als by hooge noodzakeUjkheid en wanneer dezelve genoegzaam gedresseerd zullen wezen.
Als een «sequele" van dit besluit is op 2K July 181 1 bepaald. 1" dat de monteering voor de Europeesche oflicieren van
hel Sourabagasche en Samarangsche legioen zal bestaan
in een donker blauwe frak a la hussarde met donker
blauwe kraag, rabalen en opslagen en witte knoopen,
blauwe pantalon en wit vest; 2^ dat de onder-oIFicieren en soldaten van de voorschreren
legioenen, boven de voor hun bepaalde monteeringst ukken.
nog zullen hebhen een witle pantalon en een geele écharpe
of gordel, ieder jaar.
- J. W. JAN8SEN8. 679
11 Jonq. Vergunnkig wor eene Chifie$9che jank van Samarang naar Ckma te vertrekken zonder Baiavia aan te doen.
Oeze vergunning werd aan den gezagvoerder op diens verzoek verleend wegens »de conlinueeie bekruissingen van •den vijand in de nabijheid van Batavia".
De gezagvoerder uioesl zich vóór zijn vertrek van Samarang verstaan met de pachters van de in- en uitgaande rechteu en van de waag te Batavia, aan welke laatsten vergund werd gemachtigden naar Samarang te zenden of aldaar te benoemen om hunne belangen waar te nemen.
12 Junij. Rang-regeling van marine-ofj^ren.
De Gouverneur Generaal, ten einde botsingen en rang- geschillen voor te komen cene provisioneele bepaling willende daarstellen opzichtelijk de rangen van de officieren van Zijne Majesteits marine, zoo ten aanzien van die, welke dadelijk door den souverein zijn gebreveteerd, als van die, welke in deze kolonie in Zijn Majesteits dienst zyn aangesteld;
heeft besloten provisioneel te bepalen, gelijk bepaald wordt bij dezen, dat, wanneer in een der havens van dit eiland Keizerlijke gewapende schepen tegenwoordig zijn, gecomman- deerd wordende door officieren, dadelijk door Zijne Majesteit gebrevetteerd en den rang hebbende van Tregats kapitein of daar boven, het commando der reede altoos door dezelve zal gevoerd worden, doch van minderen rang zijnde, door den officier, in deze kolonie aangesteld, den rang hebbende van fregats kapitein of daarboven.
14 Junij. Instelling eener zilveren medaille voor i^zeer T^uitstekende daden van dapperheid en devouement** ten behoeve van onder-officieren en soldaten.
Op de eene zijde dezer medaille was de Keizerlyke adelaar en op de andere zijde de naam van den begiftigde binnen
680 ^B11. J. W. JANS8ENS.
hel randschriri: intrépidité et devoaemeDt, gegraveerd. ZQ werd gedragen aan een lint van dezelfde Ueur, als de »reTer8*' van de montering, welke voor de onderscheidooe eorpeen verschillend was.
Op 16 JuliJ 1811 is bepaald, dat de soldij van een gede- coreerde met de helft verhoogd zoude worden en dat hij, gepensioneerd, die halve soldij hoven zijn pensioen zoode behouden.
15 Junij. Voorschriften nopens de voeding en kei hgis van uil Nederland aankomende en van op marsch zijnde troepen.
Is besloten voor den vervolge vast Ie stellen, geli|k vastge- steld wordt bij dezen, den ondervolgenden voet, waarop de uit het ryk in deze kolonie arriveerende troepes en de troepes op marsch zullen worden gespijzigd en gelogeerd, ak : 1® te Sourabalja en te Samarang zullen de officieren der aldaar arriveerende troepes worden gebilletteerd hg de ambtenaren en burgers en de onder-officieren en soldaten gelogeerd in de aldaar zijnde kazernen en geq>yzigd ten kosten van de regenten en inlandsche hoofden voor den volgens de wet bepaalden prijs; ^'^ deze inkwartiering bij de burgers en ambtenaren en de spijziging der onder-officieren en soldalen door de regenten en inlandsche hoofden zal niet langer mogen duren dan drie dagen, na welken tijd de officieren zich eigen kwar- tieren zullen moeten bezorgen en, hierin niet op eene convenable wijze kunnende reusseeren, daarin door den landdrost zal moeien worden voorzien en aan de onder- officieren en soldaten de hun competeerende randsoeneo zullen worden verstrekt en zij verders voor hun onderhoud moeten zorgen; 3® ten einde de gemelde officieren, onder-officieren en soklateo tot het doen van de eerste uitgaven in staat te stellen zal aan hun dadelijk bij hunne aankomst Ier (daatse.
1811 J. W. JANSSENS. 681
waar sey mogten worden ontscheepi, een maand iractement ter goeder rekking worden uitgereikt op den in deie kolonie gebruikelljken voet van uitbetaling; 4® alle troepen op marach zullen op de plaatsen, waar zij verbly ven of rustdag houden, zoo officieren, onder-officieren, als soldaten, zonder uitzondering worden ingekwartierd en gespljzigd bij de regenten, inlandsche hoofden en Gbineezen en voor de kost van ieder officier in de vier en twintig uren mogen worden gedeclareerd een rijks- daalder, zilver geld, terwijl de uitbetaling voor de mond- kost der onder-officieren en soldaten zal moeten geschieden ingevolge de daaromtrent reeds gemaakte bepalingen bij vorige besluiten.
17 Junij. Vergunning voor de eigenaren van het land Tji'kadoe des Zondags pasar te houden.
17 Junij. Vergunning voor den eigenaar van hei land Grinding eiken Donderdag en Zaturdag pasar te houden.
Op dit land werd reeds eenmaal 's weeks passer gehouden.
17 Junq. Vergunning voor den eigenaar van de pasar te Tangerang des Dingsdag en des Vrijdags markt te houden.
Zie boven.
17 Junij. Intrekking vati^ het previlegie, aan het buiten- Heeren-logement te Batavia verleend.
Is besloten om het previlegie van het buiten-heeren<logement om de veranderde tijden en omstandigheden in te trekken en de weeskamer te qualificeeren hetzelve met alles, wat daartoe behoort, publiek te doen verkoopen, zonder eenige bepaling, terwijl aan den kooper vrijheid gelaten word daarin naderhand, te gelQk met andere logementhouders, daarvan op die wijze gebruik te maken.
682 tan. j. w. JANSSENS.
De Weeskamer had eene som yan 32,000 rykoduMers als hypotheek op deze ioriGhiiiig, aan den w^g van Jakatn gelegen, voorgeschoten, welke iDrichtiog schier nieiiiaiid als logement meer wilde gebraiken, omdat op WelteTreden eet gezonder logement aanwezig was.
Zie ook 2 Febraari 1796 en 24 JuniJ 1808.
17 Jonij. Regelingen nopens de opzichters der kofjij' cultuur in hel landdrost-ambt der Batapiasche regent-
Is goedgevonden en verstaan :
Ten eersten : het getal der opzienders te bepalen op negeo, te weten:
voor Buitenzorg: een te Buitenzorg;
voor Tjiandjoer: een Ie Tjiandjoer, • Soekaradja, » > Ronga;
voor Bandong: een te Bandong, » • Trogong;
voor Praccamoentjang : een te Praccamoentjang, • » Soekapoera;
voor Sumadang: een te Sumadang. Ten tweeden: enz.
Ten derden : hel arrondissement voor ieder der opzienders te bepalen, als volgt:
voor de opzienders van Buiteuzolg» Tjiandjoer en Soekaradja op den tegenwoordigen voet, met de verplichting voor een tweeden opziender van Tjiandjoer en, zoolang Galoeh niet aan den regent van Djocjakarta zal zyu overgegeven, bel opnchl daarover te voeren;
Idll. J. W. JANSSENS. 685
Toor den opiiender te Ronga onder Tjiandjoer alle de aan Tjiandjoer nieuw gekomene districten en landen, waaronder Tjihea, een gedeelte van Ronga, Tjidamoier, Baijabang en een gedeelte van Radja Mandala met den weg en de posteryen liisechen de rivier Tjitarum en het Simpangscbe gebergte;
voor den opziender te Bandong zijne tegenswoordige districten, met bijvoeging van die van Bodjong, Ganda, Soekie, een gedeelte van Waniassa, Bandjarang en Tjipootjo;
voor den opziender te Trogoug zijne tegenwoordige districten, mei byvoeging van betgeen aan Bandong van Soekapoera en Pracamoentjang is getrokken;
voor den opziender te Pracamoentjang zijne tegenwoordige districten ;
voor den opziender te Soekapoera onder bet regentscbap Pracamoentjang al, betgeen van Sumadang, Bandong, Lim- bangang en Soekapoera aan dit regentscbap is getrokken;
voor den opziender van Sumadang het geheele regentscbap, zooals bet arrondissement van hetzelve thans is bepaald.
Ten vierden : vermits sotiimige opzienders hunne inkomsten genieten uit de 12 stuivers, hun van ieder kleine pikolkofBj van 126 tot 128 S toegestaan, en twee, als die van Soekapoera en te Galoeb, een vast traclemeut hebben van twee duizend en een duizend vijf honderd ryksdaalders, zilver geld, res- pectieve, mitsgaders de twee opzienders te Pracamoentjang en die te Ronga geen genoegzaam middel van beslaan vinden zouden, wanneer zy alleen uit het inkomen van de koffij wierden bezoldigd, en het inkomen van den opziender te Bandong niet evenredig is in aanmerking van zyne werk- zaambeden tot de inkomsten van andere opzienders, al, hetgeen de opzienders genieten uit de 12 stuivers per kleine pikol koffij te vereenigen tot een fonds en uit hetzelve te betalen aan de opzienders te Tjiandjoer, Soekaradja, Sumadang en Trogong ieder twee duizend ryksdaalders, zilver geld, aan vast inkomen 'sjaars en aan de opzienders van Buitenzorg, Ronga, Bandoeng, Pracamoentjang en Soekapoera ieder een duizend vyf honderd ryksdaalders, zilver geld^ aan vast in-
684 ^811- ^' ^' JANSSENS.
komen in het jaar; voorte om 't geen na aftrek Tan deze bepaalde inkomsten yan het fonda zal oyerscbieten, aan de opzienders ie verdeelen naar eyenredigheid yan de leyeranlie der kofBj uit de regenlschappen, waarin zlJ zijn geemploQeerd» met dien verstande, dat de opziender van Tjiandjoer en Soekaradja, van Bandong en Trogong en van PraeamoeD^ang en Soekapoera respectieve gelijk zullen deelen in het voordeeL hetwelk dat aurplas voor hunne betrckkelQke arroDdissementen zal afwerpen, en dat de opzienders van Baitenzorg, Roaga en Sumadang alleen en geheel dat surplus zuüen genieten voor de leverantie, welke uit hunne districten wordt gedaan. Ten vijfden : alle de gemelde bepalingen te doen ingaan met den eersten Juli aanstaande.
Deze regelingen waren een gevolg van de indeeling der voormalige Cheribonsche Preanger-regentscbappen by die van het landdrost-ambt der Bataviasche regentschappen.
17 Junij. Vereeniging van de koffij4uinen in deregeiU» fichappen Japara^ Koedoes en Paii onder het bekeer van één opzichter.
Het tractement van dien opzichter werd tevens verhoogd van 1000 tot 1400 rijksdaalders 'sjaars.
17 Junij (^). Verhooging van den prijê van hel brood.
Is goedgevonden en verstaan de nog broodbakkende bakken te perroilleeren om, zoo lang door eene nadere aanbreng van tarwe of meel niet in de behoefte wordt voorzien, ieder brood te stellen op 18 stuivers, en president en Schepenen de surveillance op te dragen, dat ieder brood hei gewicht van V) ^ houdt en van enkel, zuiver meel wordt gebakken.
O Mei dezen datum nemeo een einde de resolotiöQ der Hooge Brgaiqg, ia 's Land$ archief te Batavia aanwezig.
tolt. J. W. JANèSENè. tót(
17 Juoy. Naams-terandering en reorgaimsalie van de getierale secretarie,
In aanmerking nemende» dal de secretaris-generaal van het gouvernement, als ook de geêmploljeerdens op 'sgouver- nementa secretarij, benamingen dragen, welkezouden aanduiden, alfl waren zij in byzonderen dienst van den Gouverneur Generaal, terwijl zy nogthans effectievelijk ambtenaren zijn van het Rijk in deze kolonie ; eu willende de misvattingen voorkomen, die uit het behouden van de opgenielde benamingen zouden kunnen resulteeren;
is besloten den secrelaris-generaal, welke den titel voert van secretaris-generaal van den Gouverneur Generaal, voortaan te qualificeeren en te noemen den secretaris-generaal van bet gouvernement-generaal der Fransche bezittingen beoostenisie de France, en in navolging van dien ook de generale secretarij, thans geheten van den Gouverneur Generaal, Ie laten noemen de generale .secretarie van het generale gouvernement; en deze verandering van titel toe te passen en van applicatie te doen zijn op alle de geêmploljeerdens, welke aan den dienst van het voorschreven secretarij zijn verbonden;
voorts, intrekkende de post van tweeden secretaris-generaal, als ook die van griffier, nog te bepalen, dat er zullen zijn twee gouvemements secretarissen, ab:
een gouvemements secretaris blJ Gouverneur Generaal en Raden met rang en inkomsten, zoo als thans aan die post zyn geaccrocheert, en
een gouvemements secretaris, toegevoegd aan den secretaris generaal ter zQner assistentie, met den rang naast dien van kolonel en een tractement van negen duizend ryksdaalders 'sjaars, half in zilver en half in papieren van credit.
17 Junij. Wijziging van de grenzen van Krawang, enz,
In aanmerking nemende, dat by besluit der hooge regeering van den S" Haart 1811, houdende de bepaling der grens scheiding van het landdrost-ambt Krawang, het deszeiïs wil
è6é t8li. J. W. jANSéÉ^è.
eerste artikel der geamplieerde ordonnaiitie op het kolbtenal te verklaren, dat de heOing van dit middd, wanneer in boedek contante speciën gevonden worden, ook in gelQke specie lal moeten geschieden en dat dus voortaan geen papieron fan credit met de hij het gouvernement bepaalde agio daarvoor ontvangen zullen mogen worden.
19 Junij. Regeling nopens de uitbetaling der traclemenUn van zekere ambtenaren.
In aanmerking nemende, dat de betaling in Probolinggofiche papieren van credit aan geëmploijeerdens op Java, welke honderd en twee honderd rijksdaalders 'smaands aan tracte- ment genieten, voor hun zeer bezwarend is, aangezien de moeielijkheid om daarvoor zilver geld te bekomen en de benoodigdheid niettemin van gereed geld voor hunne hnis- houdingen ;
is besloten alle diegenen op Java*s Noord-Oostkust en ui Java's Oosthoek, die honderd of twee honderd rijksdaalden *s maandelijks tractement hebben, ieder een derde te doeo betalen in klinkende munt en wel zóó, dat alle drie maanden zij eenmaal hunne geheele bezoldiging in zilver ontvangen.
21 Junij. Bepalingen nopens pedatVs en karbouwen^ fte- noodigd voor de armee.
In overweging genomen zijnde, dat met primo April jongst- leden aan ieder regiment of corps is afgegeven een zeker getal pedattijs, met karbouwen bespannen en voorzien van derzdver drijvers, mitsgaders losse karbouwen met de noodige dryvers, tot het vervoeren van kruit^karren, amunitie-wagens, enz.;
overwegende, dat het aanhouden van gedagte pedattijs, karbouwen en derzelver drijvers, niet alleen zware ookoateo veroorzaakt, maar tevens de kindeigenaren, die dezelve tot hunne cultures moeten emploljeeren, zeer drukt;
overwegende eindelijk, dat vermits by besluit van dea 3«o dezer alle extra verstrekkingen aan de armee provisioneel
^811. J. W. JANSS£N8. 689
zyn ingelrokkeo, ook bat aanhouden Tan gedagta pedattys,
etc. behoord te ceeaeereD; 18 besloten:
1® het gebruik ?an pedattljs en bttSéls met deneWer dryvers by de respectioTe regimenten en corpsen voor eerst te snpprimeeren;
S® den chef d'état major generaal te autoriseeren om met oTorieg van den commissaris-ordonnateur bet bepaalde by het voorgaand artikel ten spoedigsten effect te doen aorteeren ;
3® den landdrost der Bataviaache ommelanden te qnalificeeren om, verdeeld over de verschillede landeigenaren, altoos een getal van twee honderd pedattys met hare buffris en drijvers, mitsgaders twee honderd span losse buffels met derzelver jukken en dryvers, in gereedheid te do«i houden om in cas van alarm of zulks anders noodig geoordeeld wordende, spoedig te kunnen worden bezorgd^ waar het zal worden gerequireerd; met dien verstande nochtbans, dat inmiddels deze pedattys en buffels door de hindeigenaars kunnen worden geêmployeerd, doch altoos spoedig verkrijgbaar moeten 'zyn.
22 Juny. OtUeifening ten dgemeenm mUte.
Op welke wyze toenmaals deze wyze van eigendoms- Yorkryging werd ten uitvoer gelegd, biykt uif onderstaand besluiL
De landdrost van Samarang en Damak, J. A. van Middelkoop, als gewez^ landdrost van Java's Oosthoek by missive van den 11*^ dezer gediend hebbende het van hem gevorderd berigt, hoedanig het gelden is met de by requeste gedane te kennen gave door den Javaan te Sourahaya, bapa Sabar, dat hy tot heden nog geene schadeloosstelling zoude hebben genoten voor den afstand van het aan denzelven toebehoorend hebbende en by den aanleg van de nieuwe landdrost-woning te Sourahaya in requisitie gesteld zynde stuk grond met
fLAKAAT-BOn WEEL ITU 44
690 ^dïl. J. W. JANéSÉNd.
de daarop gestaan hebbende behuizing, hoezeer een dedem* magement was geaccordeerd aan anderen, die tot hetzelfde einde hunne huizen hadden afgestaan;
en daaruit gebleken wezende, dat de gedagte bapa Sabor aan zich zelren te w^ten heeft, dat hem destyds toot de afstand van gedagte zijne woning geene schadevergoeding is toegevoegd geworden, uithoofde bij zich niet tevreden heeft willen houden met het dedommagement, 't geen hou was toegedacht en waarom alsnu door hem verzocht wordt:
is besloten den landdrost en hoofd-administrateur van Java's Oosthoek te qualiflceeren aan den meermeiden bapa Sabar voor het afstaan van deszelfs voormelde woonhuis een dedom- magement uit 'sLands kas te accordeeren van een honderd vijf en zeventig rijksdaalders en dit bedragen te brengen op de generale onko^trekening van hel voormcdde nieuwe landdrosthuis.
24 Juni]. Verificatie door de generale Rekenkamer van declaratiên ten laste van den Lande.
Overwegende, dat het inleveren van declaratiên voor reis- kosten, daggelden, als anderzins ten laste van het gouvernement, bevorens dat dezehre geëxamineerd en deugdelijk bevonden zijn, den Gouverneur Generaal de moeieiyke verpligting opkgt om zulke declaratiên:
1® tegen de verleende autorisatién te vergelijken; en 2^ na te gaan de erreuren, die in de berekening der geld- sommen kunnen zijn begaan, vraartoe hij uilhoofde van andere, meer aangelegene ambtsverrigtingen altyd de noodige aandacht niet kunnende leenen, daaruit zonde kunnen voortspruiten, dat de abuisen in declaratiên, mei
- zijne handteekening bekragtigd en goedgekeurd, buiten herstel bleven; 18 besloten, dat van nu voortaan alle dedaratièn ten laste van het gouvernement, van welke natuur ook, bevorens dat daarop door den Gouverneur Generaal qualificatie tot uitbe-
iëii. j. w. jANèsËNd. 6di
taling zal woi4en verleend, aan de examinatSe vandegenerde rekenkamer zoNen wezen onderworpen, welke yan de deugde- lijkheid en liquiditeit derzelve declaratiën zal moéten doen consleeren door de signatnre yan het vaoeerende lid van webnelde kamer, ter zijner verantwoordelijkheid, zullende tot dat einde de inkomende declaratiën door den Gouverneur Generaal aan gedagle kamer worden gerenvoijeerd terexami- nalie en liquidatie ; en, om dezelve hiertoe in staat te stellen, daarbt) door de zenders altoos moeten gevoed worden de orders of autorisatiên, waarop dezelve zijn gefundeerd, hetzij door overlegging van besluiten, extracten uit ontvangene aanschrijvingen, gegeven orders of andere, legitime stukken.
25 Junij. Onveiligheid in West- Jam.
Uit een besluit van dezen datum blijkt, dat in gevolge Diachtiging van den Gouvernenr Generaal Daendels de directeur der genie van het departement Batavia mandoer's naar Cheribon had gezonden om aldaar werkvolk aan te werven.
Het gelukte aan die mandoer's iW man by elkaar te brengen, maar in de negorij Tji-awi werden zij door roevers overvallen, welke het aangeworven volk met de mandoer's op de vlucht dreven.
Niet meer dan W koeli's konden later op nieuw verzameld worden.
27 Junij. Verhaoging van het loon der bij 's Lands werken te Batama gebruikt wordende kodVs van 16 tot 20 stuivers per dag.
2 Julij. Voorschriflen nopens prauw-djoekoeng en prauw- papan.
- Alzoo voor de vaart op de rivieren tot het transporteren van goederen en waren geen voldoende kleine tjunia's aan- banden zijn en de zoogenaamde praauw-joekongs of praauw- pappaugs, welke daartoe op vragt verhuurt worden, geheel
é9t laii. J. w. jANöêÈNê.
eo al buiten een regelmatig toezigt en order ^n M groei ongerief der ii^ezetenen en de smalle bandelaren, loo is om bier tegen te voorzien en ook om de eigenaren fan deze schuiten op eene gelijke Toet van de voordeelea derzelve te doen jouisseeren in Rade van Indiê besloten te arreeteeren, zoo als gearresteerd wordt by dezen, de votgoideb^Blingvi:
Ten eerste: dat de prauwjoekongs of praaw-pa|^angi zullen gebragt worden onder een veer, evenals dat van de tjunia's, welk veer geplaatst zal worden buiten de voomialige Diestpoort, alwaar bevorens het kleine tjunia-veer is geweest
Ten tweede: dat dit veer gesteld zal zyn onder bei opper- toezicht van den baiUuw en een commissaris of hoofd* geas- sisteerd door een adjunct en twee opzienders, welke opdenders by preferentie gekozen zullen moeten worden uit de eigenaars der vaartuigen van dit veer.
Ten derde : dat alle degenen, die deze vaartuigen veriioren, dezelve aan dit veer zullen moeten brengen en laten verblyvea om by aanvraage op order van het hoofd of zynen adjunci te worden geêmployeerd ; zullende degenen, die na de in werking brenging hiervan hunne praaow-joekoo^ of pappangs particulier op vragt verhuuren, verbeuren 2K rd* in psquereo van credit voor de eerste, 50 rd' voor de tweede en hun praauw voor de derde reise, de helft ten voordede van hei fonds voor dit veer en de andere helft ten voordeda van den aanbrenger, en by gebrek aan geld, of dat de aange- klaagde geen eigendom aan de praauw heeft, met een lyfEaiyke correctie aan het praauwen^veer.
Ten vierde: dat alle op dezelve varende perzoonen van 's morgens zes tot 's avonds zes uren aan het veer saUen moeten tegenwoordig zyn; en, indien de juragan of kodie niet present is op het oogenblik, dat de pranw moet Tareo. zal het volgende nommer van dat soort van praauwen geém- ployeerd worden en 4e eigenaar van de praauw hei regt hebben om de verzuimde vragtgelden van het loon van deo juragan of koelie af te houden.
Ten vyfde: dat de eigenaren zullen moeten zorgw, dat
- J. W. JAN88EN8. 695
de YÉiartuigen behoorlijk worden voorzien tan de noodige kadjang-maiten tot dekking der lading, zetatokken, riemen en touwen ; ingeval zolks manqueert, zal het volgende nommer worden geêmploijeerd en de eigenaar aangezegd worden daarvoor te loigen.
Ten zeade: dat op ieder vaartuig zal moeten wezen een juragan en een koelie, welke met een brie^e zullen worden voorziM, vraarop bekend zal staan de naam van den eigenaar en het nommer van de prauw, die door den juragan gevoerd wordt, benevens de naam van den commandant, waaronder de eigenaar sorteerd, indien het een inlander is, en geteekend door den commisaaris van dit veer; zullende de genen, die zonder dit brieQe varen, voor de eerste maal met een op- sluiting van 24 uren in het blok gestraft en voor de tweede maal van het veer geweerd worden.
Ten zevende: dat de evengemelde juragans of koelies niet van praauwen zullen mogen verwisselen buiten voorkennis van den commissaris, op gelijke poene als bij artikel 6.
Ten agste: dat de voorschreven juragans en koelies alleen van het hoofd van het veer, deszeUs adjunct of opzienders en mandoor, welke de wagt bij het veer hebben, orders zullen mogen ontvangen en dat geen eigenaars, Juragans, uoch koelies, eenig recht zullen hebben de vaartuigen na bun goeddunken te verhuren, maar dat degenen, die praauw- joekongs of pappangs noodig hebben, zich zullen moeten adresseeren aan den commissaris of ander persoon, die de directie aan het veer voert, zullende degene, die zonder order gevaren heeft, de verdiende vragt-gelden verbeuren ten behoeve van het fonds van het veer en, zoo hij dit meermalen doet, van het veer geweerd worden.
Tea negende: dat ter voorkoming en tegengang van dieve- rijen aan goederen, welke in deze vaartuigen worden afge- laden, de juragans en koelies verantwoordelijk voor dezelve zuUen wezen, totdat dezelve gelost zijn ; en, bij aldien goederen vermist mogten worden, daarvan restitutie door den eigenaar en juragan zal moeten worden gedaan, waartoe by onwil-
694
1811 J. W. JANS8ENS
door den baillow zal moeten worden geproeedeert dan wel, in geval van beslissend onvermogen, tot lySdijke correctie van gemelde joragan en koelies, na exigeotie van zaken.
Ten tiende: dat alle de praauwen by dit veer genommert en na haar groote gedassiflceerd zullen moeten weim^ als die van drie koljangs letter A n^. 1 enz., van twee ea een halve koljangs letter B n®. 1 enz., en dat dke {naaaw op ztjn benrt, te beginnen met n^ 1, zal moeten varen, zonder dat de commissaris, zijn adjunct of de mandadoors na vriUe- keur daarin zullen mogen te werk gaan om zoodanige iwaauwea vragt te geven, als zt| zouden verkiezen.
Ten elfde : dat de eigenaars dezer vaartuigen sullen genieten de vragt-gelden, bepaald bij de ondervolgende
Salaris'Ujst van de praauw^'oekangs of pappang$:
PLAATSEN.
?
S
o
I
In de rivier dienst doende of in de
8lad ieu over brengende
om de Oost:
van de eerste dwarsbrug van Antjol tot Pacapoeran, drie bruggen . . .
en verder op tot de tolbrug van Antjol, daarenboven tot kampong Baroe
Tandjong Priok en daaromtrent. . .
Bangliauwy Troesan en Tjilintjing..
Bantanan, Soengei Rendal en Soengei Atap, item Bacasie
Tandjong Poera
Krawang.
Tjikaaw
van de Kroone gracht en daarenboven
van de brug van Pisang Batoe lot aan de gewezen post Dwars in den weg op Sontbaar
Rd* Rd* Rd> Rd- t Rih l:-i 1:12 1:24 \z» 2:-
1:12| 1:24
I
1:24 1:36
1:36; 2:-
2:-| 2:12
2:24' 2:36
4:24
7:-
10:-
1:12
5:-
7:24
11:-
1:241
1:36 2:- 2:ïi
2.- 2:12 2:24 2:12, 2:24 2:3f; 2:24. 2:36 3:-
•I — ; 3
24{ 6
-| 8 -13 36; 2
4 6 9 -14
- 2
24,
24
12
1:24 1:361 2:-, 2:12* 2:24
- ü. W. JAN88EN8.
69S
PLAATSEN.
de rivier langs de Jaccatrasche weg, vereer tol den grooten loin met de Tdtoig
van Seotiong, Goenoeng Sari tot op Weltevreden . ; . .
de rivier achter de kmitinolen tot Manga Besaar en daaromtrent . .
na R^sw^k tol aan de brug van Tana AlKiog en daaromtrent.. . .
Tana Abang en daaromtrent
na Meester Comelis en daaromtrent om de West:
tol aan de twee bruggen op den weg naar de Fluit
vao Kampong Baroe of Amanus gracht tot de 3 bruggen buiten de voormalige Utrechtsche poort.
verder op aan het einde van de Amanus gracht
tot de gewezen post de Vgf hoek, ver- der op tot de 2 bruggen van Anke
van Soetendaal tot op de post de Zevenhoek, Tandjong Grogol en verder tot de post de Kettmg.. .
tol Tjkikaring en daaromtrent
• Batoe Tjeper
• Tangerang
• de kalk-branderijen langs de rivier Krokot en daarenboven
Patqjo of achter den tuin van den heer Gauüer en daaromtrent. . . .
item voor het leeg of stil liggen op iederen dag
Bd* 1:12
Rd- 1:24
1:24 1:36 1:~| 1:12
1:24
2:- 2:12
1:24|
l:12l 1:12 1:24
1:36 2:12 2:24
Rd<
1:361
2:-
1:24
2:- 2:36 3:12
1:36| 2:
1:24 1:24 1:36
1:36
1:
2:-
Rd*
2:-
2:12
1:36
2:12
3:
3:24
2:12
2:-- 2:- 2:12
1:36
2: —
2:12
1 2:24
2:-
2:12
2:24
2:36
2:24
3:-
3:24
4: —
3: —
3:24
4:-
4:24
1:12
1:24
1:36
2:-
1:24
1:36
2: —
2:12
-:12
-:12
-:12
-:ia
2:12
2:24
2:-
2:24 3:24 4: —
2:24
2:12 2:12 2:24
2:36 3: — 4:24 6: —
2:12
2:36
-:12
alles, wat beneden 24 stuivers is, te Toldoen in koper geld.
Ten twaalfde: dat de vragUoonen aan de wagt hebbende
opsicbter of mandoor by het inhnuren der prauwen zullen
696 ^d11. J. W. JANSSEN8.
moeten worden betaald om by terogvencbyning van de ge- varen hebbende Taartuigen aan het veer te worden afgegeien aan de eigenaars of die Tan honnmtwege order ter onttangit hebben;
Ten dertiende: dat door het hoofd van dit veer in het boekje, dat voor ieder praauw zal gebonden worden» van dag tot dag zal moeten worden genoteerd, aan wien deselre z^n verhuurd en wanneer dezelve teruggekomen zyn.
Ten veertiende : dat alle klagten van wiUekeur of van een anderen aard over den commissaris, den adjunct en opzieoden van dit veer door de eigenaren, joragans of kodies der praauwen aan den bailluw zullen moeten geschieden, die daarin na exigentie van zaken zal moeten handelen, doch dat bet de juragans en koelies zal viijstaan, wanneer zij bill^ke redenen tot klagen hebben over de eigenaars der praaoweo, voornamelijk wegens het verkorten van hun loonen, honne bezwaren bij den commissaris dezer prauw-voerders of s^n adjunct in f e brengen, welke verpligl zal wezen, wanneer hij de zaak niet kan afdoen oi dat dezelve van aangelegenheid is, den bailluw daarvan kennis te geeven ten einde door hem vereffend te worden.
Ten vijftiende: dat tot goedmaking van de bezoldiging der bediendens en andere uitgaven een fonds gemaakt en eeo kas gefourneert zal worden, waarin, behalve bovengemelde boetens, nog komen zullen twee stuivers van ieder rijkadaaldo' der verdiende vragtgelden, over welk fonds de commissaris de directie en verantwoordelijkheid zal hebben en ten dien einde accurate aanteekeningen van de ontvangst en uitgaven zal moeten houden.
Ten zestiende: dat uit dit fonds zal worden betaald:
aan den commissaris of hoofd van dit veer de helft van twee stuivers, die volgens het bovenstaande artikel zullen worden ingehouden,
aan den adjunct van het hoofd, een quart,
aan de opzichters, te zamen ook een quart.
Ten zeventiende: dat het hoofd of commissaris van dit
Itll. J. W. JANSSEN8. 697
yftet en zt|n adjimct btf hunne aansteUing aan handen van president en Sehepenen den vdgenden eed presteeren znlien:
Ik beloTe en zweere, dal ik mijn dienst als commisaaria of adjunct yan het praauw pappangs of joekongs-?eer met de uiterste uaauwkeurigheid uJ waarnemen, my aan geen knevdarijen omtrrnd het verhuuren der praauwen zal sehuUig maken en ook zorgen, dat zulks door m^ne onderhoorigen niet gesehiede; dat ik stipt zal nakomen en doen nakomen de bepalingen, voor het praauw-?eer beraamd of nog te be- ramen; dat ik steeds zal observeeren de orders en berelen, welke piy door den bailluw in myn ambt zullen worden gc^geren; en my wyders zal gedragen, als een vroom en getrouw ambtenaar toestaat en betaamd.
Zoo waarlyk helpe my God AlmaehtigI
En ten .einde niemand hiervan eenige onwetenheid zoude kannen vomwenden, zal deze ter dezer hoofdplaatse en dies ressort worden gepubliceert en, behalven in de Hollandsefae, ook in de gewoone inlandsche en Ghineesche talen worden geaffigeerd ter plaatse gebruikeUjk.
3 Juiy. Bepaling, dat te Batavia een kdling^gangers' ^ kwartier zoude worden opgericht.
De ketting-gangers zouden gebruikt worden tot bet in orde houden en begieten der wegen, alsmede tot het weg- voeren van alle vuilnis binnen en buiten de stad.
3 Julij. Verstrekking aan elk onder'Officier en gewoon soldaat bij de kompagnie voUigeurs van een vest met mouwen^ broek en een paar lialve slopkoussen, alles van blauw linnen.
Die verstrekking geschiedde voor een jaar en moest dienen »ter besparing der Ëuropesche monteering-stukken".
698 1^1- ^' W. JANSSEN8.
4 Julg. Bepalingen nopens rechterlyke vonnieeen, nmanp de Gouverneur Generad fiat executie moest
Overwegende de nuttigheid om te oonserreeren de ge- etablisseerde order in deze kolonie, volgens wdke de arimiiieie vonnissen van de collegiên van justitie en van de landindeD, inhoudende eenige diffameerende straffen, aan dos Gouvemeor Generaal ter approbatie moeten worden ingezonden :
dan tevens in aanmerking nemende, dat aan de sobalterm regtbanken in deze kolonie niet kunnen worden toegekod alle attributen der regterlijke magt mu zich, vooral in ge- oompliqueerde zaken, op de juistbeid harer nitspraken vol- komen te kunnen verlaten, waardoor aan de uitoefening van dit gedeelte van het oppergezag een essentied bezwaar ver- bonden is;
overwegende, dat dit bezwaar op geen andere gesehikte wijze kan worden weg^nomen als door de vonnissen dor subalterne regtbanken, wanneer de Gouverneur Geneimal de zaak daartoe vindt gedisponeerd, aan de herzieDiiig van eene hoogere regtbank te onderwerpen bevorens daarop fiat executie te verleeuen, welke herziening zelf aan de leden der subalterne regtbanken in deze kolonie als een voorzoige tegen alle verkeerde applicatie der wetten, waarin zQ met de beste trouw en inzichten zouden kunnen vervallen, en tot hunne eigene geruststelling niet dan hoogst aangenaam zijn kan;
overwegende eindelijk, dat, daar het ontwerp hiertoe door de locaale omstandigheden ten volle gewettigd wordt, er geene redenen zijn, welke zouden kunnen verhinderen of ontraden hetzelve als een provisioneelen maatregel tot alge- meen welzijn te introduceeren, totdat de wetten van bet rijk alhier zullen wezen ingevoerd en de noodige verbetmngen aan de instellingen van het justitie wezen overeenkomstig die wetten zullen kunnen worden toegebragt;
is besloten, dat van nu voortaan de criminele vouniiKn van alle subalterne collegiên vau justitie in de kolonie, welke
- J. W. JANSSEN8 699
volgens de besluiten van den 1*" Haart en 18^ April 1809 (^) aao het fiat executie van den Gonveniettr Generaal onderworpen zijn, in saken, welke de Gouverneur Generaal daartoe aal vinden gedisponeerd, ter herziening en om daarop te hebhen con- sideratiên en advies zuÜen worden gezonden aan den hoogen Raad van justitie van Indien ;
dat, wanneer de Gouverneur Generaal op grond, hetzij van deze ingewonnen consideratiên, hetzy van eigen bevinding, oordeelen mogt zijn goedkeuring aan eenig vonnis te moeten weigeren, de redenen daarvan aan den regier, dien het aangaat, zuUen worden kennelijk gemaakt, met last daarin andermaal te senteniiéeren dan wel de zaak van nieuw af aan te instrueeren en in dezelve regt te spreken, zooals in goede justitie zal worden bevonden te behooren, ten welken einde de vonnissen altijd zullen moeten worden ingezonden bevorens te wezen gepronuncieert ; en dat, ingeval een vonnis ten tweeden male zoude moeten worden geimprobeert, de Gouver- neur Generaal aan zich voorbehoud, óf om hetzelve andermaal aan den regier, die het vonnis geslagen heeft, terug te zenden, óf om de zaak bij delegatie aan eenen hoogeren regter ter vervolging over te geven;
dat wijders om den hoogen Raad van justitie in staat te stellen de herziening der vonnissen van de subalterne regt- banken na behooren te kunnen doen, bij de vonnissen, die den Gouverneur Generaal ter verkrijging van bet fiat executie zullen worden aangeboden, tevens alle de genomen informatiên en verdere proces-stukken, behoorlijk geëvangeliseerd, zullen moeten worden ingezonden;
eindelijk, dat om de expeditie der justitie op eene meer afgelegene bezitting als Macasser niet buiten hooge nood- zakelijkheid te vertragen de criminele vonnissen van den Raad van justitie aldaar den Gouverneur Generaal niet ter approbatie zoUen behoeven te worden aangeboden, als wanneer
(') Een be^lail vau 18 April 1809, op deze aangelegenheid betrekking hebbende, is niet aangetroffen. Waarschgnlijk is bedoeld bet besluit van 4 April 1809. fermeU in deel XV, bladz. 648 en 649.
700 1B11. J. W. JANSSENS.
dezelve inhouden capiiale of doodstraffen, altijd onymninderd hei regl van appel in zaken, waarvoor na regten termen ▼an appel te vinden zijn, en met qualifieatie mitadien aan gemelden Raad van justitie om in alle overige, criminele zaken te wijzen bt| arrest, mits voor de oitvoering der vonnissen, die eenige diffameerende strafién inbooden, daarop het flat executie verzoekende van den commandant civiel en militair, die, vermenende gegronde reden te hebben om in dezelve te difficulteeren, de executie der vonnissen zal kannen surcheeren met opgave der redenen hiervan by eerste ge- legenheid aan den Gouvernenr Generaal en, onder ovenending der voorschreven vonnissen en de daartoe behoorende stokken, daarop zijne decisie vragende.
6 Julij. Opheffing van de lumpagnie dj^ang^tekar te voéL in het landdrost^ambt der Balama$che regent- schappen.
Met de onder-oiBcieren en manschappen dier kompagnie moesten aangevuld worden de ontbrekende onder-offideren en manschappen bij de kompagnie djajang-sekar te paard in genoemd gewest.
Zie ook 23 Louwmaand, 11 Sprokkelmaand en 16 JuliJ 1811.
7 Jnli). Verhooging van hel dagloon voor Chmeexke timmerlieden, werkzaam op de equipage-werf Ie Batavia,
Een baas kreeg S ryksdaalders, een meesterknecht SVt rijksdaalders, papieren geld, en een kodi 12 stuivers.
8 Julij. Voorschrift voor militaire rechtbanken.
In aanmerking nemende, dat het militaire vretboek der voormalige Bataafsche republiek in dato 26* JunlJ 1799, 't welk aan de militaire regtbanken in deze kidonie tot dos verre nog tot rigtsnoer dient, niet decideert in delicten, wdke volgens dat wetboek aan de beoordeeliog van den burgerlijken regter zijn overgelaten;
1Ml. «I. W. JANèèENè. 9ol
oterwégeode,. dat o?ereenkoniftig de wetten van het r^k over misdaden yan militairen alleen door militaire regtbanken kan wi»den gecognosceerd en dat, ofeeboon de evengenoemde wetten tot nog toe alhier niet zyn ingevoerdt dezeWe nogtans sooToel mogelQk en in dit getal buiten allen twQfel in deze kolonie moeten worden gev(^;.
ia besloten de militaire regtbanken in Indid te antoriseren om proTisioneel en tot zoo lange de wetten van het ryk alhier zullen zijn geïntroduceerd, bij de beoordeeling der misdaden, van militairen, waarin het militaire wetboek der voormelde Bataabche republiek van den 96*» JuniJ 1799 niets beslist, tot riglsnoer te nerom de burgerlijke wetten, in 't oog houdende, dat dezelfde misdaden altyd meer strafbaar sfjn in militairai, welke moeten waken voor de onderhouding der publieke veiligheid en rust, als in eivielen.
En zal hiervan blJ extract dezes worden kennis gegeven aan den gmeraal kommandant der troepen, aan den president en raden van den hoogen Raad van justitie van Indie, aan de hooge militaire vierschaar, den chef d'état major generaal, de Raden van justitie te Samarang, Sourabaija en Makasser, mitsgaders ook aan de respectieve auditeurs militair, om te strekken tot narigt en informatie.
9 Julij. Voorschriften nepens huwelijken van officieren.
De Gouverneur Generaal, overwegende, hoe het over het algemeen genomen voor 's Keizers militairen dienst schadelijk is, dat eeu te groot getal officieren gehuwd en met familien beladen zijn;
overwegende, dat de militaire Iraciementen zoodanig ge* regeld ^n of behooren te wezen, dat daarvan ieder officier in den rang, dien hlJ bekleed, op een bonnette wijze kan bestaan, zonder nogihans van dezelve een huishouden te kunnen maintineeren ;
overwegende, dat kommer en zorg voor eene behoeftige familie een huisvader minder geschikt maken om zonder
7Öi t8^. «i. W. JANèsÉNè.
eenig terugzicht altyd gereed te zijn ricb toot den yao ztjneo gouverein op Ie oiem;
overwegende eindelijk, dat het in de algemeene opioie aan den hoogst vereerenden militairen stand schadelyk is, dat de huisgezinnen van officieren zich, óf in armoede be- vinden, óf behelpen op een^ wt)se, niet convenabd aan den rang, dien zt| in de maatschappij hekleeden;
overwegende derhalve het nut, dat de weiten van hel rifk» welke het trouwen van officieren beperken, mede, voor zooveel mogelijk, op deze kolonie worden toepasselijk gemaakt;
heeft noodig geoordeeld te bepalen en te besluiten, zoook besloten wordt bij dezen.
Art. 1. Geen officier, van welken rang ook, zal zich in het huwelijk mogen begeven zonder schriftdijk consent van den Gouverneur Generaal.
Art. 2. Officieren, den rang van kolonel of daarboven hebbende, kunnen zich ter erlanging van dit consent rechU streeks wenden aan den Gouverneur Generaal, mits vaobim voornemen daartoe vooraf in persoon kennis gevende aan den generaal commandant der troupes.
Art. 3. Officieren bieden den rang van kolonel adresseeren zich mede bij requesle aan den Gouverneur Generaal ter ob tenue van het voorschreven consent, dan zijn verpligt dit request te voren aan den kolonel of opper-officier van den staf, waartoe zij behooren, aan te bieden en een schriftelijk blijk van derzelver toestemming op hetzelve te verzoeken; de kolonel of opper-officier van den staf» waartoe de verzoek doende officier behoord, hieraan defererende, wordt bet ver- zoekschrift door hem ten zelfden einde aan den geoenal commandant der troepes aangeboden.
Art. 4. Noch de generaal commandant der troepes, noch de kolonels, cheï der corpsen, zuUen hunne toestemming tol het doen vai#^ verzoeken van officiereu om in den echt te treden mogen geven, zoo niet de vrouw, welke de oi&der ten huwelijk begeerd, ter goeder naam en faam slaat en van eene fatzoenlijke klasse is.
iètï. J. W. JAN88CNè. i(^
Art B. BoTendien suHen blJ het dom yan verzoek door oificieren om ie huwelijken alleziDs voidoeode bewijzen moeien worden overgelegd, dat de jonge dochter of vroaw, met wie zij zich in hei huwelyk willen begeven, of zy zelven een vermogen hebben, hetgeen 's jaars aan onbezwaarde inkomsten opbrengt, voor een kapitein of minder oiBcier, die in den echt wenscht te treden, eene somma, ten minsten gelijk staande aan het appomtement van een sous luitenant, en voor de stafoflScieren het dubbelde van dien.
Art. 6. Indien de ouders van officieren, die wenschen te huwen, of van degenen, met vne, zij een huwelijk willen aangaan, in leven zijn, zullen dezelve voldoende moeten prouveeren, dat de erfportie, welke de officier of de jonge dochter of vrouw, waarmede hy zich wil verbinden, te wachten beeft, overtreft of ten minsten egaliseert het inkomen, waarvan het bewys by het vorige artikel gevorderd is, en zieh in- tusBchen legaal moeten verpligten 'sjaars aan hunne in het huwdyk tredende zoon of dochter het volle beloop daarvan te verstrekken.
Art. 7. De officieren bUjven tevens onderworpen aan alle bepalingen en restrictiên, die tot het aangaan van een huweUjk vo^eni de burgerUjke instellingen worden vereischt, en ook met name aan het consent van ouders of voogden.
Art. 8. Dan, nocb de toestemming van ouders en voogden, noch bet bewijs van het bepaalde vermogen, noch zelb het bewys, dat bet aantal gehuwde officieren beoeden het vastge* 'stelde maximum is, is voldoende om het consent tot het in het huwelyk treden te kunnen vorderen, reserveerende de Gouverneur Generaal aan zich hetzelve te weigeren zonder daarvan eenige redenen te geven.
Art. 9. De generaal commandant der troepen en kolonels van de corpsen zyu mede by weigering van hunne schrifteUjke toestemmmg onverpligt daarvan redenen aan den verzoek doenden officier te geven^ doch zy zullen die, des gevorderd wordende, aan den Gouverneur Generaal openleggen, hetzy scbnfelyk dan wel verbaal en verlrouweUjk, na omstaodigbed^n^
^o4 ^8^. «t. w. JANéeëNé
Art. 10. Vaa de luitenants «laoufrteitaDantsiunenhoogslflDs maar een achtste gedeelte en van de kapiteins hoogilwieea ▼yfde gedeelte kunnen gehnwd zQn ; ten aanxien van de boofdH>fficieren resenreerd de Gouvemenr Generaal aan ach bet aantal, dat gehnwd sal kannen zyn, na de omstandig- heden te beoordeelen.
Art. 11. Indien het getal gruwde ofBcieren ophettegn- woordige tijdstip het gefixeerde maximnm merkdijk mogi overtreffen, zullen, zoo lang hetzelve daar niet mede gelyk staat en wanneer aan alle de vereischtens van dit bedoil anderzins voldaan was, tot het trouwen bun verzoek doea, een kapitein, v?anneer het getal der gehuwden van sijneo rang met drie, en een luitenant of sous-lnitenant, ak het getal der gehuwden van zijnen rang met vier zal syn ver- minderd, vrillende de Gouverneur Generaal bet huwen der oflBcieren wel bomeeren, maar niet ten eenemak beletten.
Art. 12. De voorsehreven bepalingen omtrent de militaire officieren zQn van ap{riicatie op den eonunissaris-ordonnatenr, de commissarissen van oorlog en de officieren van gezondheid in den rang, waarin zij zQn geassimileerd.
11 Jolij. Wij2ignig mn hel cp i^ Wintermaand 1809 vastgestelde reglement op de posterijen, art. 37.
Aangezien de bepaling van het 37'** artikel van bet post- reglement in dato It December 1809, volgens welke de post van Sourabaya zes uren na het arrivement aldaar van de Samarangsche post zoude moeten afgaan, vele inconventênteD doet geboren worden voor ambtenaren, die door dezen geringeo tijd in bel behoorlijke beantwoorden der ontvangen brieven belemmerd worden, vooral, wanneer de Samarangsche post gelijk dikwijls gebeurd, des nachts aankomt m daardoor de noodige informaties tot het rescribeeren der depêches binnen den aangegeven tijd niet altijd kunnen worden genomen,
is besloten het evengemdde 57"^ artikel in zoo verre te veranderen, dat voortaan van 't arrivement van de Sama*
- J. W. JAN88EN8. 701$
rangsche post te SourabaQa tot het vertrek der post Taa daar eene lusschenruiinle zal worden gelaten vaa twaalf uren.
15 Julij. Oprichting van ee$i militair weduwen en weezen- fonds.
De Gouverneur Generaal, ten nutte van 's Keizers dienst bel huwelijken der officieren, dienende bij de armee in Indiê, hebbende beperkt en te gelijk niet minder nuttig beschouwende, dal het lot der weduwen en weezen van de gemelde officieren verzekerd zij, immers zoodanig, dat zij onafhankelijk kunnen leven en boven de behoeften zijn;
overwegende, dat het fonds, daartoe bij besluit der hooge Indische Regeering van den 2"^" October 1810 geaffecteerd, ongenoegzaam is om het voorschreven heilsaam oogmerk te bereiken en dat de staat van 'sLands kas niet gedoogd hetzelve fonds ten haren laste te augmenteeren;
overwegende, dat het allezins billijk moet geacht worden, dat ieder officier, H zij gehuwd of ongehuwd, eene geringheid van deszelfs appoinctementen bijdrage om daaruit een bestaan aan de weduwen en weezen van zijnen stand te verzekeren ;
overwegende eindelijlc, dat ook de staat moet bijdragen tot een ruimer onderhoud van zoodanige weduwen en weezen, wier echtgenoolen en vaders den eere-dood voor hunnen sou- verein op het slagveld vinden;
heeft noodig geoordeeld te bepalen en te besluiten, gelijk besloten wordt bij dezen:
Art. 1. Er zal in Zijne Majesteil's bezittingen in Indiê ten Oosten van Isie de France voor en door de armee, ahlaar dienende, opgericht worden een fonds voor weduwen en weezen van officieren.
Art. 2. Hiertoe zullen alle officieren, zonder onderscheid van rang, van hunne tractementen contribueeren twee percent
Art. 3. Van alle gratificatién en daggelden, welke aan officieren' worden toegelegd, zal het dubbelde van de appoinc-
PLAIAAT-BOII DBBL XTI« 45
^Ó6 ^811. J. W JANSSENS,
tementen ofle vier percent ten behoeve van het fonds worden ingehouden.
Art. 4. Een officier, in het huwelijk Iredende, foameerl een volle maand appoinctement van zijnen graad lenbehoeTe van het fonds.
Art. 5. De tot sous-luitenant aangesteld wordenden foor neeren bij die benoeming niets, maar bij ieder daarop volgend avancement zoo veel, als voor een maand het onderscheid bedraagt tusschen de appoinct^nenten, die zij in hunnen nieuwen graad bekomen, en die, welke zij reeds genietende waren.
Art. 6. AUe de bijdragen tot gemeld fonds geschieden in die speciën, waarin de officioren in de onderscheidoie gedeeltens dezer bezittingen betaald worden en gevolglyk in papier of zilver of wel gedeeltelijk in het een en ander, eu wel in die evenredigheid, waarin de betaling geschied.
Art. 7. Het militair weduwen- en weezen-fonds zal zonder eenige belooning geadministreerd worden door vijf officieren, den graad van luitenant-kolonel of daar boven bekleedende. De Gouverneur Generaal benoemd dezelve. De commissaris- ordonnateur en commissarissen van oorlog der 1«^ klasse njn mede als leden van de administratie verkiesbaar.
Art. 8. Daar in den beginne het fonds met geene of weinige uitgaven zal ztjn bezwaard, moeten de gelden, die inkomen ter verbetering van hetzelve nuttig worden geêtit- plotjeerd en wel door opschieting tegen behoorlijken intrest aan het gouvernement of op vaste goederen onder behoorlijk verband.
Art. 9. Vermits niet alomme dezelve muntspecie de g^ wone gangbare is, zal de administratie gehouden zyn liet papier uit te zetten daar, waar papiere geld courant is, eo het zilver in die oorden, waar de gewone transacüên in harde specie plaats hebben.
Art. 10. 'sLands ontvangers of wie anders g«ldelijk( administratiên waarnemen, zullen op noodiging van de admi* nistrateurs van het weduwen-fonds gratis ontvangen, bewanM.
tan. ü. W. JANS8ENS. 707
en aitbetalen alle zoodanige gelden, als dit fonds zal komen te vereischen.
Art. 11. Tot bet ontvangen van onderstand uit dit fonds zijn geregtigd zoodanige, militaire ofliciars-weduwen en weezen, als bunne eehtgenooten of Taders na het arresteeren van dit besluit zullen komen te verliezen.
Art. 12. Ten dezen opzichte worden onder de militaire oflicieren gerekend bet commissariaat van oorlog en de offi- cieren van gezondheid; derzelver weduvren en weezen genieten pensioenen gelijk aan die der weduwen en weezen van de officieren, waarmede hunne echtgenoten en vaders in rang geassimileerd waren.
Art. 13. Ter bekoming van pensioen zal de nagelatene vrouw moeten bewijzen, dat zij in wettig huwelijk met den overledene verbonden was, en voor kinderen zal men moeten doen blijken, dat zij in echt geboren zijn.
Art. 14. Ter obtien van onderstand uit het weduwen fonds adresseeren zich de nagelatenen aan de administrateurs van hetzelve en deze, na alle ingenomene informatien en bewijzen met het hier boven voorschreven conform te hebben bevonden, doen het noodige voorstel aan den Gouverneur Generaal.
Art. 15. Een weduwe, meer dan vier kinderen geheel ten haren laste hebbende, geniet voor ieder van. die boven dat getal zijn, een tiende verhooging van het pensioen, haar toegelegd.
Art. 16. Kinderen, die reeds gehuwd of meerderjarig zijn, dan wel een post in 'sLands dienst bekleeden, worden niet gerekend ten laste van de weduwen te zi|n.
Art. 17. Nagelatene kinderen, die ook hunne moeder ver- loren hebben of komen te verliezen, genieten gezaroelijk het pensioen, aan de moeder toegekend; doch, zoo slechts een eenig kind mogt overig zijn, dan de helft van zoodanig pensioen.
Art 18. De pensioenen voor de kinderen houden op bij meerderjarigheid, huwelijk of het bekomen van een post.
)(jè 1811. J. W. JANSSÊNè.
Art. 19. Eene weduwe Terliest het recht op pensioen door het aangaan Tan een nader huwelijk, ook door eTideute onkuische samenwoning.
Art. 20. Een officier gedemitteerd wordende, hetxij op deszelfs verzoek, hetzij op besluit Tan den GouTemeur Generaal dan wel bij rechterlijk Tonnis, zoo TerTalt bierdoor voor zijne Trouw en kinderen alle aanspraak op onderstand uit dit fonds, zonder daarom het recht te hebben hel aan dit fonds gefourneerde terug te kunnen eischen.
Art. 21. De Taste woonplaats te kiezen zal niettcoeeD^ male van de militaire weduwen kunnen afhangen, maar zij zullen ten dien einde de toestemming Tan de adminmtrateoren .Tan het fonds behoeTen, welke de belangens der weduwen zullen toetzen aan die Tan het fonds; in alle geTal zullende weduwen en weezen, daar hun Terblijf houdende, waarharJ geld het eenige courante is, in de nominatÏTe waarde dezditf reductie ondergaan, waaraan de officieren, die in hard geld betaald worden, onderhevig zijn.
Art. 22. De uitdeeling Tan dit fonds wordt proTisioneel bepaald :
voor de weduwe Tan een generaal de brigade 's jaars op rijksdaalders papier twee duizend twee honderd,
de weduwe Tan een brigadier of adjudant-commandanl 's jaars op rijksdaalders papier een duizend agt honderd,
die van een kolonel 's jaars op rijksdaalders papier een duizend vier 'honderd,
die van een majoor 's jaars op rijksdaalders papier eer duizend twee honderd,
die van een Iuitenant*kolonel 's jaars op rijksdaalders papirr een duizend,
die van een kapitein 'sjaara op rijksdaalders papier zever. honderd,
die van een luitenant 's jaars op rijksdaaklers papier vier honderd.
die van een sous-luitenant 's jaars op ryksdaaldera papier drie honderd zestig.
- J. W. JAN68EN8. 700
Art. 15. De betaling zal lelken drie maanden voor een vierde geschieden op quitantien van de weduwen en» voor zoover de weezen aangaat, van hunne moedereu of, die niet hebbende, van hunne voogden.
Art. 24. Deze quitantien suUen door het plaatselijk civiel gezag moeten wezen geteekend, ten blijke, dat de genietenden in leven zijn.
Art. 25. Indien het na verloop van tijden overtuigend mogt blijken, dat het fonds duurzaam hooger uitdeelingén konde gedogen, zullen dezelve procentsgewljze mogen worden verhoogd en in het tegenovergesteld geval mede procents- gewljze worden verminderd, altoos zorgende, dat de ont- vangsten van het fonds deszells uitgaven overtreffen.
Art. 26. Binnen een maand na de oprichting van dit fonds zal de directie van hetzelve zoodanige voorstellen aan den Gouverneur Generaal doen, als dezelve ter rigtige admini- stralie, builen het in dit besluit reeds voorkomende, zal noodig achten, onder anderen, welke 's Lands ontvangers met de ontvangst en uitgaven van de gelden dienen te worden belast en op welke instructie.
Art. 27. De weduwen en weezen, wier echtgenooten of vaders den eere dood op het slagveld door hunnen souverein vinden, genieten, buiten en behalven hetgeen hun volgens dit besluit uit het weduwen fonds toekomt, uit 's gouverne- ments kassa een pensioen, voor die der kapiteins en daar beneden van een derde van de appoinclemenlen, die de echtge- noten of vaders waren genietende, en, van een vierde der appoinc- tementen voor die der officieren boven den rang van kapitein.
Art. 28. Zoodanige officieren, welke binnen zes maanden na bet bekomen van wonden door den vijand aan de ge- volgen daarvan overlijden, worden ten dezen opzichten als op het slagveld gebleven geconsidereerd.
Art. 29. Alle restrictiên en bepalingen, die ten opzichte van het weduwen-fonds voorkomen, zijn mede van applicatie op de pensioenen van militaire o(Bcieren ten bezware van 's Lands kassa.
710 1B11. J. W, JANSSENS.
Art. 50. Voor de weduwen en weezen, die actueel pensioeneii uit de koloniale kassa genieten, biyven dezelregeeonserreerd, maar zij liebben op dit fonds hoegenaamd geene aanspraak: hiertegen zullen ten voordeele van de koloniale kas ver- blijven de negen duizend rijksdaalders, spruitende uit de bij het gouvernement beleend geweest zijnde gelden van de voormalige krljgskas, welke volgens besluit der hooge In&die regeering van den V^ October 1810 is ingetrokken.
Art. 31. De chef d'etat major-geneiteal zal aan de ad- ministrateurs van het weduwen fonds maandelyks opi^ve doen van alle de bij de armee voorvallende veranderingeo, welke buitengewone contributiftn of foumissementol moeten ten gevolge hebben.
Art. 52. De administratie van het weduwen-fonds doet alle drie maanden schrifleltjk verslag van den staat van hetzelve aan den Gouverneur Generaal; de geldelijke ver- antwoording fs aan de examinatie der koloniale rekenkamer onderworpen, evenals die van alle andere comptabelen.
Art. 53. Alhoewel de Gouverneur Generaal in zyne militaire betrekking voor de zijnen niet in eenig voordeel uit liet fonds wil deelen, als hebbende Zijne Majesteit de Keizer het lot van zyne kinderen geregeld, en evenwel een gering offer aan weduwen en weezen van officieren willende doeu. zal hy, zoo lang hy zyne tegenwoordige post zal bekleden, aan dit fonds foumeeren twaalf honderd ryksdaalders 's jaars. hy maandeUjkscbe termynen van honderd ryksdaalders elk in hetzelve te storten, maar verlangd daarentegen, dat alleen ten behoeve van de weduwe van den gesneuvelden kapitein Yentrilion dit besluit een agteruitwerkende kragt zal hebben, terwyl haar daarenboven uit de koloniale kas een pensioen zal worden toegelegd, conform aan art. 17, biervoren vermeld.
Art 34. Tot directeuren van het weduwen-fonds vrorden benoemd :
de brigadiel, ridder F. B. W. von LOtzow, » kolonel, riddefe A. L. van Diermen, » n 9 H. I. Cannaarts,
lail. J. W. JANSSENS. 711
de commissarb^rdoimateur, F. tod Wense, en
• lailenaBt-kolonel, Bauws.
Arl. 35. De tijdelijke GommandanleD van de territoriale diTiaien van Samarang en Sourabaija worden als super- numeraire leden der administratie beschouwd en correspon- deeren als zoodanig met dezelve.
15 Julij. Wijziging van hel bepaalde op 19 Octoher 1809 nopens Chineesche officieren.
Overwegende, dat het foumissemenl, waartoe de Ghineesche oflBcieren volgens besluit van den Gouverneur Generaal in dato 19^° October 1809 bij hunne aanstelling ten behoeve van het Chineesch hospitaal verpligt zijn tot een bedragen, voor de kapiteins van tien duizend rijksdaalders en voor de luitenants van drie duizend rijksdaalders, door geene in- komsten voor de evengemelde ollicieren wordt opgewogen;
overwegende, dat de Ghineesche officieren integendeel on- kosten te dragen hebben tot eene behoorlijke vervulling hunner functien en inzonderheid in de tegenwoordige, moeielljke omstandigheden dikwijls met de grootste aanstrenging werk- zaam moeten wezen om aan de requisiten van het gouvernement te beantwoorden;
is besloten het voorschreven besluit van den 19*° October 1809 in te trekken en van nu voorlaan de Ghineesche officieren bij hunne aanstelling te laten volslaan met de betaling eener acte of commissie van hunne benoeming, voorzien van zoodanig zegel, als bij de aanstaande nieuwe zegel- ordonnantie zal worden bepaald;
doch daarentegen te laten standhouden de bepaalde fournis- sementen voor Ghinezen, die eenlijk den rang van kapitein of van luitenant der Ghinezen verkrijgen, zoo om daardoor de fondsen der Ghineesche hospitalen te bevoordeelen, als omdat bei niet onbillijk kan worden gerekend^ dat Ghineezen, die met een rang begudstigd worden en daardoor ingevolge van bimnen wenscb boven hunne landslieden worden onder-
712 1811. J. W. JANSSENS.
scheiden, tot eene zoodanige, pecuniele bijdrage leo natte van gemelde liunne landslieden worden aangehouden.
16 Julij. Ontbinding van tiet corps djajang-sdcars voor lid landdrost-ambt der Balatdasche ommelanden.
Redenen van deze ontbinding worden niet opgegeven. Zie ook 6 JuUj 1811.
17 Julij. Ophefj^ng der belrekking van president der Hooge Regering.
Overwegende, dat de presentie vanden president der hooge Indische regeering, van Braam, als minisier aan het bof van den Keizer van Sourakarta, tot regeling van eenige zaken noodzakelijk aldaar wordt vereischt,
overwegende, dat de runclien van president van de hooge regeering gevoegelijk door hel oudste lid van de vergadering kunnen worden waargenomen en dat daardoor eene aan- zienlijke uitgave aan appoinctementen van zeven en dertig duizend vijfhonderd rijksdaalders 's jaars voor het gouvernement wordt bespaard,
is besloten den president van de hooge Indische regeering, Jacob Andries van Braam, als zoodanig honorabel te ontslaan met behoud van rang en voorts het ambt van president van de hooge Indische regeering te supprimeeren, gelijk geschied bij dezen.
18 Julij. Bepalingen nopens den kolonel der genie, direc- teur bij de mobile divisie.
Is besloten:
1* enz.;
3® de directeurs in de verschillende departementen te aulori- seeren om, wanneer eenige werkzaamheden onder de orders van den kolonel der genie Starrenburg in derselver departemen ten mogen voorvallen, alsdan op deszelfs aanvrage
- J. W. JANSSENS. 715
de daartoe benoodigde gereedschappen en nialerialen uit den onder hunne directie zich bevindenden voorraad te ver- si rekken of over de spoedige en min kostbare aanschaffing te concerteren; 4® aan den kolonel Starrenburg uit 'sLands magazijnen te doen verstrekken:
6 boeken teeken-papier,
1 riem klein formaat schrijfpapier,
1 > Chinees papier,
2 bosschen sclirijfpennen, en 2 ponden lak.
18 Julij. Staking van de werkzaamheden aan de Merak-
haai.
Overwegende, dat sedert den aanvang van dit etablissement tot dusverre de ongezondheid van hetzelve onafgebroken is bewezen, zoodanig, dat het grootste gedeelte der aldaar geweest zijnde militairen en arbeidslieden er hun graf hebben gevon- den en de overige aan kwijnende en onbersielbare ziektens voortsukkelen, waartegen geene middelen van genezing zijn uit te vinden;
overwegende, dat, hoezeer het van het grootste nut zoude zijn om de West van Batavia eene haven te hebben, waarin de schepen van het Rijk een veilige ligplaats zouden vinden, bet, zoo niet geheel ondoenlijk, ten minsten ten hoogsten moeielljk zoude wezen om de werken in deMerak- baaij volgens de gearresteerde plans te volbrengen, aangezien het gebrek aan werkvolk, dat niet zonder den inlander ten zwaarsten te drukken verkregen zoude kunnen worden;
overwegende, dat de ondervinding bovendien voldoende heeft bewezen, dat de ziektens aan boord van de daar geweest zijnde schepen niet minder hevig dan onder de aan den wal zijnde mili- tairen en werkvolkeren hebben geregeerd;
overwegende, dat, wanneer de geprojecteerde werken al werden volloóid, de Merak-baaiJ nog maar eenelijk als eeue
714 1811. J. W. JAN8SENS.
noodhaven zoude kunnen worden geeonsidereerd, ▼emiits
er geene ruimte zoude zyn om vde schepen te getyk te
bevatten; overwegende eindelijk, dat, al wierden dan ook de aog
vereischte, immense onkosten gespendeerd om de mariüme
werken in de Mcrak-baaij te eindigen, er nog nadere uitgaven
benoodigd zouden wezen om die positie van de famdz^e te
secureeren; is besloten:
1^ dat de Herak-baalj, als niet beantwoordoide aan de by deszelfs etablissement gewenschte oogmerken, zal worden geëvacueerd en gevoIgUjk alle werken ter verdere ait- voering van de gearresteerde plans zuUen worden gestaakt ;
2^ dat, totdal deze evacuatie, die door de onmogelijkheid van dezelve over den landweg, noch over zee te kunnen doen bewerkstelligen, gevolg zal kunnen nemen, het garnizoen zal worden vermeerderd met een compagnie infanterie en vijftig kanonniers;
3^ dat liet hospitaal van de Merak-baaij overgebracht zal worden naar Tjilegon en, des mogelijk, gebruik zal worden gemaakt van een gedeelte der aldaar zijnde kazernes;
4^ dat de kazernes te Merak-baalj zullen worden vernieuwd en hoog uit den grond op steenen fondamenten sullen worden gezet en gevloerd zullen wezen;
5^ dat om de MerakbaalJ van de landz^de eenigzins te secu- reeren met den meesten spoed aangelegd zullen worden twee retranchementen ;
6^ dat aan de Europeescbe officieren, in de Merak*baay in garnizoen zynde, daags zal worden verstrekt een pond versch ossen- dan wel drie quarl pond schapenvleesch of een half pond zoul vleesch, aan ieder Europeeschen onder- officier en soldaat drie maal 's weeks een pond ossen- dan wel een half pond zout vleesch, en aan alle de inlandscbe officieren, onder-officieren en soldaten twee maal *s weeks een pond karboawen-vleesch ;
7^ don commissaris-ordonnateur en den cbirurgyu en chef te
1811 ü. W. JANSSENS. 715
gelasten zorg te dragen, dat het hospitaal te Tjilegon behoorlijk van alles voorzien en de zieken naarbehooren verpleegd worden.
19 Julij. Intrekking der op 28 Maari 1809 aan den Gouverneur- Generaal, enz. toegestane ordonnansen.
20 Julij. Maatregelen ter bevordering van de kennis der Javaansche taal bij civiele ambtenaren.
De Gouverneur Generaal, in overweging genomen hebbende, dat het allernuttigst zoude zijn, dat de Javaansche laai meer en grondig biJ sommige van 'sLands ambtenaren bekend ware en dat hel leeren van talen in gevorderde jaren moeilijk, docb voor de jeugd zeer Taciel is;
overwegende, dat de residenliên van den Sousouhounang en den Sultan als niet ongeschikt om de Javaansche taal te leeren moeien geacht worden;
overwegende, dat de ëlèves, die het gouvernement zoude willen bestemmen lot het leeren van die taal, onder behoorlijk opzicht dienon te zijn en hiertoe als bijzonder geschikt kunnen geacht worden de ministers aan de hoven en hunne secretarissen, maar, dat dan ook de jongelingen tot de fatsoenlijke klasse dienen te behooren, zoowel om bij den minister te kunnen inwonen, als om omgang te kunnen hebben met de jongelingen uit de beide vorstelijke huizen; heeft besloten:
1® ieder der minisiers, zoo te Souracarta, als te Djocjocarla, toe te voegen een of twee jongelingen, onder de be- naming van élèves voor het civiele; 2® om tot élève te kunnen benoemd worden zullen de jongelingen boven de twaalf en beneden de veertien jaren oud moeten zijn, voor het tegenwoordige de Hol- landsche taal moeten kunnen lezen en schrijven, maar over twee jaren niet benoembaar zijn, indien dezelve mede niet de Pranscbe taal maglig zijn;
716 1811. J, W. JANSSENS.
3^ deze civiele élèves zuUen bij de resi>ectiTe minislers gehuisvest zijn en onder dei-zelver onmiddelyke orders en toeverzigl staan en de ministers of hunne secretarissen zullen deze jongelingen niet verder in de Fransche en HoUandsche talen doen werken als tot ooderhoudiog derzelve volstrekt noodig is, terwijl dezelve byzonder zullen trachten de élèves, zooveel doenlijk^ te doen omgaan met jonge Javanen van het vorstelijke geslagt, immen van de 'sLands grooten, ten einde die taal zich eigen te maken, de inlandsche zeden te leeren kennen en de hebbelijkheid te krijgen op eene aangename wyze, maar met bewaring van de Europeesche superioriteit, mei de Javanen om te gaan;
4® telken drie maanden zal de minister een omstandig verslag over de civiele élèves aan den Gouverneur Generaal inzenden, houdende met zijne opinie over derzelver ziels vermogens, hoe de gedragingen dezer jongelingen zijn^ welke vorderingen zy in de drie afgelopene maanden hebben gemaakt, met welke bezighedeu zy gedurende dit tydslip zich hebben onledig gehouden, met welke jonge Javanen zy den meesteu omgang hebben gebad, of zy aankondigen geschiktheid te zullen hebben mei de Javanen om te gaan en invloed op dezelve te bekomen;
5^ zoodra de élèves slechts eenige vorderingen in bet schry ven der Javaansche taal gemaakt hebben, zullen altoos bg het verslag, by articul 4 omschreven, proeven van hun eigen werk ten blijke worden overlegd;
6^ de élèves zullen een costume hebben van eflen laken van de couleur als dat der ministers en alleen op de kraag en opslagen zal een smal borduursel zyn ;
7° de élèves, de eer hebbende van by den minister in te wonen en slechts kleine beboefteos daar te boven kunnende hebben, zuilen aan traclemenl genieten dertig ryks- daalders, zilver geld, 'smaands;
8*^ de ministers, des begeereude, zullende by bet einde van hel jaar eeue declaratie kunueu inzenden vau de geiïnge.
- J. W. jANSèÈNÖ. 717
meerdere uitgaven, die liet onderhoud van de élèves hun zoude mc^en veroorzaken; 9^ de élèves, oppassing door menschen in hunnen bljzonderen dienst behoevende, zullen hiertoe geene lij reigenen mogen hebben, die de Fransche, HoUandsche of Maleidsche taal magtig zijn, maar gehouden zijn vrije Jatanen tehuuren, die niet anders dan hunne eigene taal kunnen spreken; 10^ de élèves, die spoedig aanmerkelijke vorderingen in de Javaansche taal maken, geestvermogens aanduiden en daarbij een goed zedelijk gedrag hebben, zullen ver- meerdering van tractement bekomen en daar te boven eenen rang, argemeten naar hunne verdiensten.
22 Julij. Last lot hei luisterrijk vieren van den geboortedag van Keizer Napoleon.
De t^*^ Augustus aanstaande is de naam- en geboorte- dag van onzen doorluchligen souverein, den grooten Keizer Napoleon.
Door de geheele uitgestrektheid van het magligste en luister- rt|ksle Rijk der aarde wordt deze heugchelijke dag met geestdrift gevierd en geen wonder; iedereen gevoelt, dat bij het vereeren van zijnen souverein hiJ te gelijk hulde doet aan den grootsten der stervelingen.
Het mag Zijne Majesteils onderdanen in deze kolonie voor de eerste maal gebeuren ook dit groote feest mede te vieren.
Wij leven in bedrukte en kommervolle tijden; dan, na geleeden te hebben, wordt voorspoed hel best gevoelt. — Blijft voorspoed onafgewisseld voortduren, zoo is het bijna geene genieting meer; dit was lang het geval onzer voor- ouderen.
Laat ons standvastig zijn; laten wij ons om eenige ont- beringen niet kwellen; — wij zullen de moeijelijke tijden te boven komen en grootheid en welvaart zullen het deel zlJD van dit door den hemel gezegend eiland; maar ook dit geluk, deze voorspoed kunnen alleen door den grooten Napoleon worden daargestdd.
^lè 1811. J. W. JANSSENê.
De oorlog zal niet altijd daren en de trede laX ons geluk yesiigen ; en dat juist in die evenredigheid grooter, ab^JiriJ te meer belangeloos en dus warer blyken van gehechtheid en standvastigheid zullen gegeven hebben.
Dit land behouden, den adelaar ongeschonden bewaard te hebben, zal deze kolonie de gunst van onzen souverehi geheel doen verwerven. Nimmer heeft de wereld een vorst gehad, die grootscher beloonde, die milder zijne weldaden uitstorte; dan ook hij onttrekt zijne weldadige hand Tan hen, die zich onwaardig toonen zijne onderdanen genoemd te worden. Napoleon beert geene andere gunstelingen dan braven.
Het zou in deze dure tijden onvoegelijk zijn door overmaat van praal onzen kommer te vermeerderen; buitendien, zij is niet altijd het kenmerk van ongeveinsde vreogd. Dal de eersten in ie^lere plaats de zoodanigen bij zich vereenigeQ» die ondubbelzinnig en opentlijk willen doen blijken van hunne trouw en aankleving aan den grooten en wettigen souverein dezer landen; dat de lucht weergalme van het gejuich: leve de Keizer; en een feest, zonder veel kosten aangerigt, maar waarin alle harten deelen, zal welgevalliger zijn dan de uitgezochtste pracht zonder opregtheid.
En mogten er nog menschen gevonden worden, die in politieke gevoelens weifelden, laat bet op dezen dag zijn, dat zij hunne dwalingen afleggen en ongeveinsd in de vreogde- bedrijven deel nemen.
Laat ook de inlander van die vreugdebedrLjven niet worden uitgesloten; dat men hem wel beduide, welke deze dag is. Eerbied voor zijne meerderen is hem aangeboren: en hoe zeer zal hij niet van dat gevoel doordrongen worden, zoo men hem den grooten Keizer wel doet kennen.
En om dan aan dezen dag ook uiterlijk al dien luister bij te zetten, welke de omstandigheden gedoogen, en tevens openlijk te doen blijken van onze verknochtheid aan den hoogst dierbaren persoon van Zijne Majesteit, gelasten wy hetgeen hier na volgt:
I8l1. J. W. JANÖSENè tl9
De chefg van de generale staven der armee en marine zaHen de militaire ceremoniën en yreugdebedrljyen voor- scbrijven en in ieder oord zullen de plaataelljke eommandanten met de plaatselijke civiele antoriteit over de uitvoering con- certeren.
In alle kerken van de onderscheidene godsdienstige gezindheden zal de duurzame zegen des Allerhoogsten over den persoon, het doorluchtig huis en de regering van onzen groolen monarch afgesmeekt worden.
Alomme zal de den eersten rang hebbende civiele en militaire fonctiooaris de gelukv^enschingen ontvangen, de eene van alle civiele beambten, de andere van de militaire officieren.
Waar zulks maar kan geschieden, zal van de publieke gebouwen de vlag van zons op- tot zons ondergang waaljen ; en tegens dien dag zal voor de voornaamste derzelve de addaar met de Keizerlijke kroon dan wel de letter N. met de kroon boven dezelve geplaatst worden.
K. Insgelijks zal van 's Keizers schepen de bij ceremonieelc gelegenbeden gebruikelijke vlaggen en wimpels van zons op- tot zons ondergang waaijen. De kapiteins of gezaghebbers van particuliere en vreemde schepen zullen hiertoe mede worden uitgenoodigt.
Aan alle eerste ambtenaren en verdere ingezetenen dezer kolonie wordt overgelaten om dezen heucheiyken dag naar een ieders verkiezing verder te celebreren.
Na de viering van het feest zal door de respective plaatselijke, civiele en militaire autoriteiten aan ons een ver- slag worden ingezonden van de wijze, waarop zulks heeft plaats gehad.
En zal deze circulair worden verzonden, mitsgaders allomme geaiBgeert, waar zulks te geschieden gebruikelijk is.
22 Julij. Generaal pardan voor deserteurs.
Begeerende, dat de eerste, in deze volkplanting te vierene naamdag van den groeten Napoleon, als onzen wettigen
720 1811. »i. W. JANSSÈNS.
souverein en meester, het gelak van het grootst mooglyk aantal menschen bevordere; zoo is het, dat wij bij deien accorderen een generaal pardon aan alle de desertears Tan de armee, die zich aan geene andere misdaad als aan die van desertie zullen hebben schaldlg gemaakt, mits zij zich ten aller spoedigste, immers uiterlijk binnen t¥r^ maanden na dato dezes, zullen hebben gesisteerd, hetzij bij hunne respective corpsen, dan wel bi] de depdts te Samarang of te SourabaLja, en dit, naar mate de plaats van hon tegen- woordig oponthoud van een dezer drie punten het minst zal zijn verwijderd;
de terugkomst dezer manschappen zal de regenten be- vrijden van een ander man in plaats dezer deserteurs te stellen met een handgeld van tien Spaansche matten per kop, zoo als bij besluit van den Gouverneur GeDeraal de dato V^ FebruariJ jongstleden was vastgesteld; terwijl diegenen, die binnen den bepaalden tijd zich niet zullen hebben aangegeven, hetzij bij hun corps, hetzij bij de depots te Samarang en te Sourabaija, als halstarrige misdadigers zullen worden beschouwd en als zoodanig worden achter- volgd en opgespoord, terwijl jde regenten dadelijk na expiratie van den voorschreven lijd voor dezelve andere, geschikte man- schappen zullen gehouden zijn te leveren, op dien voet en op de wijze, als bij het te voren aangehaald besluit is omschreven ;
de respectieve landdrosten zullen de regenten en verdere inlandsche hoofden binnen hunne landdrostdij, niet alleen van deze gunstige dispositie doen kennis dragen, maar hen bij pligt en eigenbelang oproepen en aansporen de in hunne magl zijnde middelen aan te wenden om alle de deserteurs, die zich in hunne districten bevinden, uit te vorscben en aan dezelve de vergifTenis hunner misdaad bij gelegenheid van den naamdag van den Keizer Napoleon bekend te maken, mei aanmaning dadelijk van deze genade gebruik te maken: terwijl diegeenen, die dit kwamen te verwaarlozen, opgeval en overgeleverd moeten worden om naar de gestrengheid der wellen te worden gestraft.
' léll. J. W. JANSSENé. Ui
En opdat niemand hienran onwetendheid zonde kunnen Toorwenden, zal deze, zoo ter hoofdplaatse Balatia en dies ressort, als in Java's Oosthoek en op Java's Noord-Oostkust worden gepubliceert en in de HoUandsche en inlandsche talen worden geafligeert ter plaatse gebruikelijk.
29 Julij. Verzendifig van brieven naar Europa.
De Gouverneur Generaal, aan de ingezetenen dezer kolonie
de gelegenheid willende procureeren tot het verzenden van
brieven naar Europa; heeft besloten:
1* de ingezetenen te Batavia, welke brieven naar Europa willen verzenden, zullen dezelve afgeven op het generale postkantoor aldaar, van waar dezelve zullen worden overge- nomen en door lusschenkomst van het gouvernement geêxpedieerd, zoodra en zoo dikwijls er gelegenheden tot de afzending zullen voorkomen;
2^ de ingezetenen van Samarang; Sourabalja en andere ver- wijderde plaatsen bezorgen hunne brieven naar het post- kantoor te Sourabalja, alwaar met dezelve zal gehandeld worden in gelijker voegen, als bij art. 1 is gemeld;
3° de postmeesters, brieven voor Europa ontvangende, zullen dezelve behoorlijk afzonderen en aanhouden, tot dat dezelve van hen worden opgevraagd ter verzending;
4® de landdrost van Java's Oosthoek, de commies-expediteur van het secretarij van het gouvernement en de postmeesters van Batavia en Sourabalja zullen zorgen voor de executie van dit besluit.
31 Julij. Verpachling van het regt tot het kappen en leveren van brandhout uit Krawangsche bosschen.
Zie boven bladz. 616^620.
1 Augustus. Organisatie van het commissariaat van oorlog. Overwegende, dat de tegenwoordige organisatie van het
K.AIAAT-I0I1 ^MML iVl. 46
I
commissariaat van oorlog, niet alleen zeer ted afwykt lan de organisatie Tan het rijk, maar tevens ook in vele opachten vicieus is;
is besloten vast te stellen, gelijk vastgesteld wordt bij dezen, dat bij de armee in Indië zullen wezen:
een conmiissaris-ordonnateur,
drie commissarissen van oorlog van de 1* klasse,
vier » • » » ■ i« »
» » adjuncts • • !•
zes • » • • J* • 6n
zeventien schrijvers;
de comniissaris-ordonnateur zal jaariyks genieten een trakte- ment van zes dnizend rijksdaalders, zilver, betaalbaar in papier met de bij het gouvernement bepaalde agio;
de commissarissen van oorlog van de eerste klasse ge- nieten een traktement van zeven duizend rijksdaalders, 's jaars;
de commissarissen van oorlog van de tweede klasse genieteo jaarlijks een traktement van vijf dnizend rijksdaalders;
de oommissarissen-adjnnct van de eerste klasse genieten faetzdfde traktement als de kapiteins bij de infanterie;
de commissarissen-adjunct van de tweede klasse genieten bet traktement van een luitenant bij de infanterie;
voor ieder schrijver of klerk zal worden te goed gedaan zeven honderd en tvrintig rijksdaalders 's jaars, wordende het echter aan den commissaris-ordonnateur vrijgelaten de gesegde klerken in klassen te verdeelcn en de voorschreven traktementen daarna te bepalen;
de commissarissen van ooriog, commissarissen-ad[junct eo klerken worden betaald in dezelfde muntspecifin, waarin de officieren van de armee ter plaatse, waar zy zich bevinden, worden uitbetaald.
2 Augustus. Voorschrift nopem maatregden, te in geval eener landing te Batavia van de EngébsckeiL
Nademaal de toenemende magt van Engelsche schepen langs
feil. J. W. JANèSENS. 7iJ
de kusten van dit eiland en de algem^ene geruchten het heogst Termoedelijk maken, de v^and het ?oornenien heeft een aanval op deze kolonie te wagen, hebben wij, om aan denzelven af te snijden alle middelen, waardoor des vijands ondernemingen zouden kunnen begunstigt en de voortgang van deszdis wapenen bevordert worden, goedgevonden te ordonneren en te statueren, gdljk wij ordonneren en statueren bij dezen:
dat» zoodra de hooHplaats Batavia zal zijn verklaard in staat van beleg, alle prauwen, voor zoover dezdve tot ver- voering van 's göuvemements gelden en elfeeten, item van provisiën, enz. naar Meester Comdis zullen noodig ztjn, op de gelegenste pfaiatsen zullen moeten worden verzameld en verdeeld en de overige zich alle van Batavia en van de stranden zullen moeten verwijderen, gelijk mede de paardeü en buCMs, zonder onderscheid aan wien dezelve toebehooren, landwaards in, builen bereik van den vijand, zullen moetéii worden gesteld;
dat ter behoorlijke en reguliere executie hiervan de praauw- pappangs, die zich bevinden in het M olenvliet, langs Rijswijk, langs Weltevreden en in de groote rivier langs Goenoeng Saharie, zullen moeten worden verzameld aan en by het gouveruements-huis op Holen vliet tot transport van hetgeen van daar moet worden vervoerd;
dat in zelver voegen alle andera praanwen en vaartuigen, geschikt tot het transporteren van goederen naar Heester Comelis, zullen worden verzameld in de groote rivier bQ de voormalige Diest- en Nieuw-poorten, om tot transporten van alleriei aart te worden geèmploijeert» volgens de daartoe te geven orders, speciaal om de rijst, provisiën en ammunitie- goederen uit het kasteel te vervoeren;
dat de bailluw der stad Batavia het noodige volk zal requi- reren en bezorgen voor gemelde vaartuigen, waarin hij, des benoodigd, zal worden geassisteert door de justitie-dienaren van den advocaat*&caal;
dat voorts alle de prauwen en vaartuigen, ongeschikt voor
9i4 1311. J. W. JANSSENé.
de vaart op de rivieren en die tot geene transporten zullen worden geêmploljeert, zonder onderscheid zich landwaards in znllen moeten begeven en wel de tjunias en andere groole vaartuigen de Mokervaart op tot aan Tangerang en de kleindere vaartuigen zoodanige vaarten en rivieren op, als meest convenabel zal worden bevonden, terwijl de praauwen, die zich aan de stranden of op zee bevinden, mede terstond zullen moeten retireren in de rivieren Dekassie en Tjilarum om de Oost en Ankée en Tjidanie om de West:
dat een ieder zijne paarden of die bij hem geslalt worden, zes or zooveel meerdere palen, als noodig zal worden geoonleelt, van de stad of van de stranden landwaarts in zal moeten doen vervoeren, te weten:
de paarden uit de stad en de Ghineesche kampong den weg óp naar Tangeran, Assam, enz.,
de paarden uit 4e voorstad en langs het Molenvliet den weg op naar Tanna-abang, en
de paarden van Jaccatra, Goenong-saharie en Weltevreden den weg op naar Meester Cornelis, omme dezelve vervolgens zoodanig in de ommelanden te verdeelen, als een ieder eigenaar geraden zal oordeolon, waartos door denzelve van nu af aan de noodige preparalien kunnen worden gemaakt;
dat alle de buiïels op een gelijken afstand als de paarden en op dezelfde wijze van Batavia en van de stranden bnd- waarts in zullen moeien worden gedreven;
dat de geenen, die hieraan in de gegeven omstandigheden niet mogten voldoen niet die vaardigheid en spoed, welke het belang der zaak zoo gebiedend vordert, en daardoor eene verregaande onverschilligheid voor het behoud dezer kolonie betoonen, zullen moeien gedogen, dat hunne praauwen, paarden en buffels op order van het gouvernement worden vernield en doodgeschoten;
dat de martavanen of walerpotten, welke hij de ingezetenen worden aangehouden tot berging van gezuiverd drinkwater, zullen moeten worden geledigt tot op twee halve martavanen na voor ieder huisgezin;
- J. W. JANSSENS. 7J5
dat alle hooge en mindere collegién, alle civiele ambtenaren en alle gewezen , civiele en militaire geëiiploljeerden zullen moeien retireren en zich steeds bevinden drie uuren achter de armee, behalve de zoodanige, welke daarvan door hooge jaren of om andere redenen bij besluit van den Gouverneur Generaal zijn uitgezondert ;
dat de landdrost der Bataviasche ommelanden, de advocaat- fiscaal, de bailluw en de sabandhaar en licentmeester zich, benevens hunne adjuncten, substituten en oppassers, steeds zullen bevinden in het hoofd kwartier en in de nabijheid van den Gouverneur Generaal tot het presteren van zoodanige diensten, als van hun zullen worden gerequireert, na vooraf te hebben uitgevoerd de orders, hier boven tot verwijdering van alle middelen van tramsport van den vijand gegeven;
dat, de vijand geland zijnde en de hoofdplaats naderende, alle ingezetenen, van welken landaart ook, zich niet buiten hunne wooningen zullen mogen vertoonen en hunne nood- wendige en onvermijdelijke commissien zullen laten verrichten door slaven, echter met vrijheid voor hen om, des verkiezende, benevens de civiele ambtenaren, te retireren, in dat geval zich gedragende naar hetgeen omtrent dezelven hier boven is bepaalt;
dat, wanneer de gelande vijand op de hoofdplaats mogt marcheren en aldaar geene magt ter verdediging was achter- gelaten, alle magazijnen en bergplaatsen van het gouvernement, bijzonder die, waarin 's Lands producten geborgen zijn, zullen moeten worden in brand gesloken, ten welken einde de officier van de genie, directeur van het departement van Batavia, van nu af aan alle toebereidselen maken en de brandstoffen in de gedachte pakhuizen en bergplaatsen brengen zal ; blijvende van deze alleen uitgezonderd de zoodanigen, door welkers verbranding huizen of andere eigendommen van particulieren een evident gevaar van verwoestibg zouden loopen;
d;if de administrateurs zich niet eerder van hunne maga- zijnen zullen mogen verwijderen als op het oogenblik, dat dezelve aan de vlaromen worden opgeoffert, in welk geval
726 W1. il. W. JAN88EN8.
zjy, eTen als alle ambtexiareo» toL ifi relraite xollea ge- houden zijn;
eindeiyk, dat alle de in deien Ycnratte Toondirifteo en bepalingen, voor zoover zy op andere plaatsen van diteOand buiten Batavia van applicatie kunnen vrorden gemaakt, voor dezelve evenzeer tot observantie en religieuse opvolging zullen moeten strekken, gewljzfgt naar ieders locale situatie:
verwachtende en vertrouwende van alle in* en opgezetenen dezer kolonie, d^t zij in de gegeven omstandigheden bijzonder zullen doen blyken van hunne trouw en verkleeftheid aan Zijne Majesteit den Keizer, hunnen wettigen souverein, en dus ook bereidwillig en met de meeste kloekheid geen opofferingen te dierbaar zuUen achten om aan den vi{and afbreuk te doen en zijne aanslagen te verijdelen, mitsgaders zich de vaderlijke welwillendheid en zorge van hoogst gedachte Zijne Majesteit voor deze kolonie waardig te betoonen;
zullende de genen, die onze goede verwachting in deaen onverhooptelijk mogten te leur stellen en in eenigerlei manier van de bevelen kwamen af te wijken, voor eene militaire commissie worden te regt gesteld en alle daden, die de ver- dediging der kolonie schadelijk en den vijand voordeelig mogten zijn, in de daders met den dood gestraft worden;
gelijk mede met. den dood strafbaar zullen si}p allen, die zullen bevonden worden ongunstige tijdingen uitgestrooid, volksverzamelingen veroorzaakt of valsche alarmen gemaakt te hebben.
Lastende en bevelende president en Schepenen van Batavia, den landdrost der Bataviasche ommelanden, den advocaat- fiscaal, den bailluw der stad, den sabandhaar en licntmerster, den kapitein der Chinezen en die het verders zoude mogen aangaan, om voor de stipte en religieuse executie van den inhoud dezes te viraken.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zonde kuunen voorwenden, zal deze gepubliceert, mitsgadws in de Cbineesche en gewoone inlandsche talen worden geaffigeert ter plaatse gebruikelijk.
- J. W. JANS8EKS. ')S7
4 Augustus. In staat van Meg verklaring van Batavia.
Mils de Terschljning van eene TijaDdeliJke vloot, hebben wij goedgevonden het deparlenicnt Batavia te verklaren in staat Tan beleg en dat diénvolgende, dadelijk met de afkondiging dezes, in werking zuUen komen de bepalingen nopens de retraite en de verwijdering van alle middelen van transport, voorschreven bij ons placcaat van den 2^" Augustus 1811;
laslende en bevoelende wij een ieder, die het aangaat, zich daarna stipt en religieuseltjk te gedragen, sub poene van na den teneur van het voorschreven placcaat te zulten worden gestraft;
terwijl aan de officieren van justitie speciaal wordt aanbe- volen voorschreven onze orders met de meeste nauwkeurigheid, kragt en exactitude te executeeren en (e doen executeren.
En opdat niemand hiervan onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze ter hoofdplaatse Batavia gepubliceert, mitsgaders in de Chineesche en gewone inlandsche talen worden geaffigeert ter plaatse gebruikelijk.
4 Augustus. Proclamatie van den Gouverneur Generaal van Britsch'Indie aan de Europeesche ingezetenen van Java.
Zijne excellentie Lord lllinto. Gouverneur Generaal van Brittisch-India, naar Java gekomen zijnde met eene groote armee onder het commando van zijne excellentie, den luitenant generaal, ridder Sanmel Auchmuly, geassisteerd met een sterk esqiiadron van Konings oorlogschepen onder het con)mando van zijne excellentie, den Edelen heer schout bij nagt, Robbert Stopford, vindt goed de redenen van deze uitrusting be- kend te maken;
zijne excellentie de Gouverneur Generaal heeft het ge- noegen (alschoon het onontbeerlijk was een zee- en land- magt te hebben moeten mede Voeren) aan de ingezetenen
7t8 1^^^* ^> W- iJANSSENS.
van Java te verzekeren, dat geene vijandelyke oogmerken ten bunnen opzigte gevoed worden, hetzy t^ens de HoUandsebe ingezetenen of tegens de inboorlingen van bet eiland;
bet oogmerk is eenigUjk (e vernieligen de onregtmalige bezitneeming door de magt der Franseben en het eiland over te neemen onder de bescherming van Groot-Brittanién ;
ten aanzien der Hollandsche ingezetenen, zoo zonde de oorlog, welke ongelukkigiyk plaats heeft tusschen zyne Brit- tische Majesteit en de. vereenigde provintiön, voldoende regtvaardigen den vyandelijken aanval door Brittiscbe wapenen tegens een HoUandsebe eolonie;
edog, overwegende de rampzalige gebeurtenissen, wdke de onafbanglykheid van Holland vernietigd beeft, en de verradelyke en geweldadige wyze, welke die agtcnswaardige republiecq en brave natie gebragt beeft tot den staat van slegts tol een provintie gebragt te zyn ouder de wille- keurige en verdrukkende beerszugt van eene magt, welke de Voorzienigheid toegelaten beeft voor een tydwyi de wereld te beroeren; en daar deze drukkende toestand over- bekend en grievelyk is, zoo ia het, dat zyn excellentie met bet grootste genoden deze tegenwoordige onderneeming doet zonder eenige vyandeUJke oogmerken en zig verheugd in staat te zijn by zig zelfs te kunnen zeggen, dat hg in deze onderneeming de vriend en niet de vyand is van de Hollandsche ingezetenen op Java;
indien het ten voordeele van bet moederland, betzg tot eer of welzyn konde strekken, dat bare colonifin haar zouden volgen in die slaverny en ruine, in dewelke zooveele natiën gedompeld zyn gewordeu, dan mogt zyn excellentie alleen zien op de magt, met dewelke by verzeld is om zyne oogmerken te kunnen volvoeren ; maar door de tezamenvo^ging van Holland tot bet Franscbe ryk, zoo kan zijn excellentie niet twyfelen, of de gevoelens der Engelscheo en Hollanders zyn nu dezelfde en worden gemeen en dus een bepaald afgrysen moeten hebben van de tiranny, welke men in de wereld tragt in te voeren en door beiden gevoeld worden,
- J. W. JAN8SEN6. 726
dierhalTen thans hunne harten bevredigen en hanne belangens wederom vereenigen;
zijne excellentie maakt geen zwarigheid der Hollandschc ingezetenen van Java te herinneren, dat volgens hunne historie de tijdstippen, in dewelke de gezondste staatkunde van hunne regering is beloond geworden met den grootsten voor- spoed, waren deze, in dewelke Engeland en Holland vereenigd waren;
op deze grondstelling moet men het waare bestaan van zekerheid en weivaaren veronderstellen van beide deze groote natiën;
de ondervinding van onze eigene generatie beeft te wd geleerd, dat deze scheuring en afzondering is geweest een tijdperk van moeljelijkheid voor den een en een volstrekte ondergang voor den ander;
zijne excellentie moet ter zelver tijd deze colonie herinneren met een grootschheid, welke ieder man moet gevoelen in de waarde van zijn land, dat «geduurende deze lange en aanhoudende strijding voor de onafhanglijkheid Engeland in alle tijden, somtijds te zamen roet andere mogendheeden, somtijds, gelijk als tegenwoordig, enkeld en alleen, de ver- dediger en beschermer van Europa is; de hoop van dezen, welkers lot nog niet voltooid was, en de troost van den overweldigde; dal Frankrijk getoond heeft in alles te zijn de algemeene vijand van alle natiën;
tussehen deze twee moet gemaakt worden de verkiezing; en op deze is de vraag, of de vernietiging van de metropolis de colonies van Holland niet heeft overgelaten aan hunne verkiezing; haar land is vernietigd; edog de oude wijsheid en deugden van de natie zal stil overblijven bij diegeenen, welke eens dezelve uitgemaakt hebben en welke hunne keuze zullen doen blijken;
indien de gevoelens, welke zijne excellentie van henUeden heeft, hen zoude kunnen doen overgaan met een hartelijk vertrouwen onder de bescherming der Engelschen, zoo biedt hy aan vriendschap en bescherming gedurende den tijd, hetwelk
vso ^11- il- W. JANSSEN8.
noodzakelijk zal zQn te handbaven t^gei» diegeeae, w«lkc de Franschen zouden willen aanhangen; dterbahFen ooi voor te komen de ragehikkige gevolge van den oorlog zeo vraagt hlJ onniiddeiyke aanneming van dit offer en verwittigd, dat omstandigheden niet toelaten eenig uitstel;
van het uur, in dewelke gijlieden zult bekomen Brittincèe onderdanen, zult gij ontslaageu zijn van alle gebrek enoaga* lukken, welke gijlieden zoo lange geleeden hebt, en gijlieden z«lt dezelve veranderen voor de r^gten en voordeden, welke de voorspoedigste der natién van de wereld genietende lya;
na deze verklaring van wegens de Brittische regering, zoo hiat het zijne excellentie aan de HoUandscbe ingetetoBen over, hetzij gezamentlyk of ieder in het bijzonder, voor te wenden zulke voorstellen, als de gele^ndheid en de natiuir der omstandigheden zullen toelaten, herinnerende huolieéea, dat in de tegenwoordige toedragt van zaaken eenige daad van vijandelijkheid henlieden wikkelen zal in de ongeliikidge gevolgen van den oorlog, terwijl eme vro^e en wezenlijke medewerking van ieder individu of van het gehede Ugbaém der HoUandscbe ingezetenen zal erkend en daarna weienlyk in aanmerking genomen worden by de Brittiaehe
Lord Minto bood een exemplaar dezer prodamatie aan den Gouverneur Generaal Janssens aan by het volgende, door de Indische Regering in druk publiek gemaakte sefaryven :
De krygsmagt, welke thans op het diand Java gdand is en welke de zeekust in bezit heeft, is te magtig om eenige wederstand tegen te kunnen maken, dal ik my geregtvaardigd oordeel met aan uwe excellentie voor te slaan om mede te stemmen ter vermyding van bloedstorten en te verwyderen van een onschuldige landstreek de rampen, wdke aan bet voeren van oorlog op deszelfs bodem onderheevig zyn, met het onthouden van een vnigtdooze wederstand te bieden m de toelaating tot bet vestigen van bet Brittische gezag op hel Hollands grondgebied op Java en onderhorige plaatsen.
- i>. W. JANSSEN8. 751
Hei is op deze groodstdling alleen, dat ik aan awe exceUenfie deze ttoodiging ben doende; maar ik moet opreglelijk bekeanea, dat ik met den minaten schroom dezen voorslag ben doende in een Troeg lydstip van onze handelingen wegens bet oprechte en vaste vertrouwen van mijn zelfsgevoel en van een zekere kennis, dat dezelfde gevoelens heerscben in de boezems van de wijste en agtenswaardigste van uwe landgenooten in den tfgenswoordigen, beklagenswaardigen toestand van het moeder- land, ?|smede van hunne volksplantingen in de Oost; het belang en welvaren van de Hollanders op Java is het best in overweging te neemen tot de onmidilel^ke aanneeming van den tegenwoordigen voorslag;
het word daarom aan uwe excellentie aangeboden, dewijl het thans tijd is om voor te komen de groote elende, niet by de opoffering van het behing van die geenen, over welke gij het presidium hebt, maar by bevestiging van hunne bestendige zekerheid en voórdeelen;
'ik ben zoo inwendigiyk overtuigd van de vaste voórdeelen, welke in de tegenwoordige omstandigheden moeten voort- vloeien aan de Hollaudsche ingezetenen van het eiland Java met zig zelfs te stellen onder de magtige bescherming en goedertierende heerschappy van Groot-Brittanniên, en ik ben zoo wel verzekerd van bun harteUJke toestemming in dit vooruitzicht en van hun ernstig begeeren om deze zegeningen te verkrijgen, dat ik my zelfs verpligt heb gevonden tot de vryheid om myne gevoelens onder hunlieden bekend te maken ;
ik zoude eenigen schroom gehad hebben om my tot het volk, afzonderlijk van hunne regeering, te wenden, indien ik ondervonden had, dat het wettigUjke gezag van Holland bestaan- baar was gebleeven in deeze colonie, maar in aanmerking noemende^ dat de byvoeging der vereenigde provinciën by bet Fransche ryk is een wezenlyke overweldiging, dus moet ik beschouwen, dat de overdragt van de Hollandsche colonie van Java aan den nieuwen meester is in betzelfde geval;
deze colonie is gerechteUjk en wezenUJk vrygesteld van het oppei^ezag van hun vaderland door de ontbinding van-
732 'Ö11. J. W. JANSSEN8.
dat eigen land en de vrijheid is gelaten om met vcM>r£]gtigbei<1 en gemoede zig zdfs te voorzien tot hun eigen toekomende zekerheid en welvaren met zulke betrekkingen te aaoTaarden, al8 het hunlieden zal toeschijnen het voordeeligste te zijn tot hunne veiligheid en belang en het best aanneemlykste voor hun tegenwoordigen toestand;
hiervan doordrongen, zoo heb ik niet geaarseld hunlieden aan te bieden, te gelijk met de bescherming van onze magt« een volkomen deelneming in onzen voorspoed onder de Britlische heerschappij ;
dan, ik behoef geen onnodige agterhoudenheid te hebben voor uv^e excellentie en heb dus de eer in te sluiten tot onder- rigting een copij van mijn aanspraak aan de ingezetenen van Java;
ik leg dit document niet aan uwe excellentie over met oogmerk om hetzelve aan te bevoelen, latende den inhoud van hetzelve over aan uwer excellcntie^s eigene overweegingen, als geen regt hebbende mij aan te matigen, wat uwe denk- wijze en gevoelen in dit gewiglige geval zijn;
ik geef dil alleen aan uwe excellentie te kennen, dewijl ik mij geregtigd heb gevonden deze onderhandeling met het volk van Java te houden en opdat het niet zoude schijnen een geheimelijk gedrag te hebben gehouden.
Voor hel overige heb ik alleen getragt te maken die indrukken op het gemoed van uwe excellentie, welke de omstandigheden zullen toeschijnen het beste te zijn aan het opregt en voorzigtig oordeel van uwe excellentie.
Waardig antwoordde hierop de Gouverneur Generaal Jans- sens den 8^**" Augustus 1811 bij het volgende, eveneens ofTicieel publiek gemaakte schrijven:
Ik ontvang de missive, die uwe excellentie mij de eer aangedaan heeft onder dato van heeden te schrijven en waarbij gevoegd is eene proclamatie aan de inwooners van Java.
Ik heb de eer, mij lord, Fransch generaal te zijn. — Do volkplanting heeft haaren eed van trouw aan Z. H. den^Keizer
- J. W. JANSdENê. 73S
en Koning, onzen wettigen souverein, gedaan. — Dit zal a mijn antwoord doen maden.
liet is (e betreuren, dat in de tijden, waarin wij lecven, de gonTemementen en die genen» die in derzelrer naam handelen, dikwerf toevlucht nemen tot fijn gesponnen onder- scheidingen om de getrouwheid der volken te floen wankelen.
Lord Minto kent zoo goed als ik de rampen, die de volken gedrukt hehben als een noodzakelijk gevolg van deze nieuwe en afgrijslljke staatkunde, — en uwe excellentie zelve zoude een' ieder, die slecht genoeg was den eed, aan zijn Land gedaan, -te verbreeken en met de vijanden van zijnen vorst te beulen, diep verachlen.
Het is niet door soortgelijke proclamatiën, mij lord, dat uwe excellentie voordeelig is bekend geworden.
Uwe excellentie kondigd de Britsche magt als ontzagver- wekkend aan. — Die, welke ik de eer heb te coramandeeren, zal haar achting gebieden.
Het lot der wapenen zal dat van de volkplanting beslissen.
Het translaat eener Maleische proclamatie van den Gouver- neur-Generaal van Britsch-Indië luidt, als volgt:
Aan alle Maleidsche, Javaansche en andere natiën, welke zig in de Oost bevinden, wordt bij deze bekend gemaakt door zijne excellentie, Albrecht Lord Minto, Gouverneur Generaal van Bengale, Indostan, Sourate, Kojcraat, Mallebaar en Keling en dies onderhorigheden, thans nret een groote armee op Java gekomen zijnde onder het commando van welmelde zijne excellentie, benevens andere generaals en chefs van land- en zeemagt, zoo boven als beneden winds;
dat zijne excellentie het gezag, zoo van de Hollanders, als Franschen op het geheelc eiland Java en de daaronder ge- horende plaatsen wil doen cesseren en afschaffen, even als te Mauritius plaats heeft gevonden, en daarentegen dat der Engelschen invoeren en bepaaldelijk doen staan grijpen, doordien de onafhankelijkheid van Holland vernietigd en hetzelve misleid is geworden door de Franschen, welke steeds
'7^4 lÓil. J. W. JANèSÊNé.
TjyandeD zijn van de Engebchen en aUe anderen, die goede orders en wetten op den aardbodem yoeren, weshahen de magt der fingelschen alhier is gekomen ten einde tegen te kanten het quaad en trotsheid van allen, die orden van de Franschen op bet eiland Java obediêren, opdat ihardoor de rust, vrede* en goede order verder ni^^ebreid worden, afa ook dat de Engelschen geene vljandeiykheden tegen de Javanen en Maleiers willen of zullen pleegen, maar met deielTO in vrindscbap loeven;
dat uit dien hoofde zyne excellentie hoopt, de komst der Engelschen b^ de Javaanen aangenaam al liJn, en deulven van alle onderdrukkingen te bevrijden, alzo de Bngelsehe Groot Gouverneur Generaal van Bengale gaeiizinlg alhier ge komen is om het land te vernielen of de Maleiers of Javanen te bezwaren, maar wel om hetzelve te doen loreereo en die natie alle voordeelen en genoegen te doen ondervinden, kunnende zijne excellentie in geenen deele todaten bet moorden, steelen en andere quaade dingen meer, welke alle tegens de goede wille en het goed caracter van vrekndde zijne excellentie strijdig zijn, alzo z^ne excdlentie veilangende is, dat alle, die onder de vlag der Engelschen zijn, in goede harmonie zouden leeven;
dat alle diegeene, die goed Engelsch gezind z^n, zig voor- eerst, zoo wel tegen de Hollanders, als Franseben niet zonden verzetten, maar zig geduldiglijk gedragen en aan de wille en bet bestuur van het Opperwezen onderwerpen, tot de zaak nader zou gedecideert wezen; dog, ingevaile er iets billyk mogte voorkomen, zal zijn excellentie hun zelve opont- bieden en blijken van deszelfs genegenheid geeven ; — intusscheo verlangd zijne excellentie, dat alle, die met de Engdscbeo welmeenen, aan dezelve zullen adsisteren met levensmiddeleD, wagens en paarden, als ook met volkeren, welke de EngeischeD volgens bare gewoonte niet voor niet vragen, maar wel t^ns goede, gangbare gouden en zilveren muntspecie betakn soIleD, hetgeen zljlieden dan ook ondervinden en dies aangenaambeid nader smaken zullen. — Terwijl die, welke met de Engebchen
1ÓH. J. W. JANSéENè. ^%i
eensgezind zijn, verzekerd kunnen wezen de protcxlie van welmelde z^ne excellentie te zullen genieten, waarin zij ztg ten spoedigsie begeven zullen, dog in contrarie geval zij van hun waare voorded en genoegen verstooken blijven, — waarom dus zijne excellentie hoopt, dat de Maleijers en Javanen daartoe geanimeerd zullen worden, als kunnende zijlieden de beschouwing van welmelde zijne excellentie op alle plaatsen, die onder de Engelschen sorteeren, zig gerust verzekerd houden ;
voorts verlangd zijne excellentie, dat alle, die hoogst deszelfs bescherming aannemen virillen, geen toevoer van levensmiddelen of iets diergdijks aan de Hollanders of Franschen te brengen en de wegen daartoe af te snijden dog die Ideraan niet voldoen, zullen het ongenoegen van de Engelschen ondervinden en dezelve als hun vijand aangemerkt worden;
ook geeft zijne excellentie bij deze kennis, dat hoogst dezdve met bereidwilligheid afwagten en accepteeren zal de komste van alle vorsten of diegeene, die door hun ge- magtigd zijn, en tevens gehoor verleenen alle klagten van persoenen, die door kueveiarijen en andere ongehoorde dingen door zijne excellentie onderdanen ondergaan zijn geworden zonder noglans haar eigen regt te mogen gebruiken, 't welke adj verzekerd kunnen zijn van zijn excellentie voldoende satisfactie te zullen erlangen, terwijl alle goede order door hoogst denzelven bereeds daartoe gesteld zijn, welke tot welzijn strekken kunnen van land en volk op het eiland Java.
Wyders beveeld zijn excellentie aan alle en een iegelijk, welke zig in de Oost bevinden, gerust te wezen en geenzints voor onaangenaam- of ongeregeldheden bedugt te zijn, dog die, welke ter zijde van der Engelschen vijand zijn, kunnen zig verzekerd houden, dat zij nimmer van het ongenoegen der Engelschen bevrijd blijven zullen.
6 Augustus. Regeling van het bestuur over de stad Bttiapia.
De Gouverneur Genanal^ overwegende, dat alle gewone
?S6 1811. ^' W. JANèSENS.
autoriteiten de hoofdplaats verlaten hebben en voor de goede ingezeten groot belang in de order en rust sleUeiNle, heeft besloten, 200 als hij besluit- bij dezen, tot do lerog- keering van de ordinaire magistraten, aan den nsajoor der burgerij, Hillebrink, op te dragen het gezag binnen de slad Batavia, met aanbeveling de rust en goede orde Ie main- tineren en hierdoor de veiligheid aan de goede ingezetenee te verzeekeren.
En zal hiervan vforden kennis gegeven aan den generaal de brigade, Jumel, den chef van den generalen staf en den voormelden majoor der burgerij, Hillebrink, om te strekkeu tot informatie en narigt respectievelijk.
8 Augustus. Opdracht op den secretaris-generaal van het gouvernenmü^ IL Veeckens^ van het beleid der civiele zaken.
Overwegende, dat het aanwezen des vljands te Batavia den Gouverneur Generaal niet permitteert zich met alle de details van het civiele bestuur en de civiele administratie (e occuperen ;
is besloten den secretaris generaal van het gouverneaient» Veeckens, tot kennelijk wederzeggens toe, te autoriseeren om het beleid uit te oefenen over de civiele zaken, onder approbatie van den Gouverneur Generaal en innemende zijiic orders en bevelen in zaken van eenige importantie.
Eu zal hiervan circulair worden kennis gegeven aan alle civiele aulorileilen van hel eiland Java^ met last om deaan- schrijvingen, die hun kragtens deze autorisatie door den secretaris generaal zullen worden gedaan, te respecteren naar behoren.
8 Augustus. Proclamatie aan hel legeu
De onverzoenlijke vijand van het geluk aller volken beeft den grond van dit eiland betreden; ik heb ulieden in deeze legerplaats blJ eikanderen gebnigt
- ü. W. JANSSENè. 757
in de hoop, dat de rijand ons alhier zal komen opzoeken, dan wel, dat wy gezamentlijk hem daar gaan bevegten, waar wy zulks voor 'tgelak der wapenen het gunstigst zullen oordeelen.
Soldaten I gyiieden dient den Keizer Napoleon ; zyneleegers oTerwinnen alomme den vyand; het waren onze kamaraden, die elders zegerierend gebruikt worden ; laten wy onzen door- luchtigen monarch waardig zyn.
Javanen, Madurezen en andere Indianen I uwe wapen- broeders de Europezen hebben in Europa de Engelschen overwonnen, zoo dikwerf zy tegen hun over stonden. Ik heb vertrouwen in ulieden; geeft my bUjken de achting en liefde, die ik ulieden toedraag, te verdienen en gewis gyiiedcn zult overwinnaars zyn, zowel over de Engelschen zelven, als over de Gipaljen, die onder hunne vaandels dienen.
Soldaten I al die van ulieden mogten verminkt worden, betzy Europezen, Hzy inlanders, zal een pensioen worden toegekend, voldoende om ulieden een aangenaam bestaan te verzekeren. De vrouwen en kinderen van hen, die sneuvelen, zuUen als kinderen van het gouvernement beschouwd eii onderhouden worden.
Alle die uitmunten, van welken rang, van welke natiën zij zyn, zullen door eereteekens, bevordering of verbetering ▼an hunne gages worden beloond. En, als de vyand ver- dreven zal zijn en zyn terugkomst niet meer is te voorzien, zullen aan de corpsen zoodanige standskwarlieren worden aangegeven, als de meesten hunner het naast by den grond hunner geboorte zullen brengen.
Soldaten I neemt u voor te overwinnen en de overwinning is zeker.
Leve de Keizer I
Leve alle braven, die zich zynen dienst toewydenl
Deze proclamatie is ook in de Fransche taal uitgevaardigd. 8 Augustus. Bezetting van Batavia door de Engelschen.
■ITO. 47
liS 18^1. J. W. JANSSENê.
10 Augustus. Regeling van hel bestuur bij onlstentenis van den Gouverneur-Generaal.
De Gouverneur Generaal, in overweging genomen heb- bende en die bet aangaan herinnerende, dat volgens een Keizerlijk decreet bij zijn overlijden of buiten staat bevinding het gezag in de colonie zelf uit. te oeffenen hetzelve met al den aankleve van dien overgaat op den brigade generaals Jumel ;
overwegende, dat het in de mogelijkheid der zaaken is, dat èn hij, Gouverneur Generaal, èn de generaal de brigade, Jumel, beiden buiten staat raken om de regering van Z. M. bezittingen in Indien uit te oeffenen;
heeft ter verzekering van 's Rijks belangens besloten, zo als besluit bij dezen.
Art. 1. Bij tegelijkttjdige buiten staat raking van hem. Gou- verneur Generaal, en van den generaal-major, JumeL de regering dezer landen met al den aankleve van dien zal overgaan op den oudsten in rang zijnden brigadier, H. M. de Koek, en bg onstentenis van denzelven, op den hem in rang volgenden brigadier, G. G. J. Gaupp, en successiveiljk op de overigen, als B. F. W. von Lützow, F. C. P. von Winckelmann en R. Jauffret, enz.
Art. 2. En zal zulks bij extract dezer ter kennis gebragt worden van de hoge regering, de chefs der corpsen en de hoge civiele ambtenaren, die zulks mogten aangaan, ten einde zig hierna te gedragen.
10 Augustus. Proclamalie van den Luitenant-generaai S. Auchmutfff leger-commandant.
Daar men mij berigt gedaan heeft, dat veele der voornaamste inwoonders van Batavia haar huisen hebben veriaten en naar binnen in *t land zijn gevlugt, zoo ordineer ik en beveel bij desen, dat alle zoodanige personen, dewelker gewoonlijke huisvesting is te Batavia, dat dezdve zouder vertoeven
- J. W. JANSèENê. liQ
terugkeeren naar baar huisea, op straffe van confiacatië ▼an haar goederen bij niet geboor geven aan deze order; en, daar het tegen de wetten strijdig is, dat eenig persoon, die hier leeft onder de protectie van het Ëngelsche gouverne- ment, zonde onderhandelingen pleegen of hnlp geven, zo doe ik hier nevens verbieden de inwoonders van Batavia eenig verkeer te hebben met generaal Janssens of deszelfs aan- hangers, op straffe van militaire executie.
10 Augustus. Circulaire aan de Landdrosten.
Men tracht ongerustheid te geven aan diegenen, die aan 'sLands dienst verbonden zijn en, aan den slelligen last van het gouvernement en hunne geheiligste verpligtingen voldoende, het weinig uitgestrekt territoir hebben verhaten, waarvan de vijand meester is.
Deze ongerustheid komt uit de verspreiding voort, dat de vijandelijke generaal zoude gedreigt hebben, dat diegenen, die niet naar derzelver wooningen bij Batavia terugkeeren, hunne aldaar liggende goederen zouden worden geconfisceerd.
Het is mogelijk, mijnheer de landdrost, dat het den Engelschen generaal niet ongevallig is, dat men zulks zegt en geloori.
Ik ben verwagtende, dat de vijand ons al dat nadeel zal tragten toe te brengen, waar de staat van oorlog maar eenigsinds regt toe geeft; dan het zoude eene groove belediging, aan den militairen stand in het algemeen aangedaan, zijn slegts voor een oogenblik te veronderstellen, dat de generaal Auchmuty in staat zoude zijn te willen berooven en mishandelen diegenen, die naarkomen, hetgeen eed en pligt hun gebieden ; en, mogt zulk eene afgrijselijke en veragtelijke zedeleer bestaan, waaraan ik voorwaar geen het minste geloof hegte, dan nog moet een ieder aan den eed, ter naarkoming van welke htj het Opperweezen heeft ingeroepen, getrouw zijn; en het wettige gouvernement zal een dag alle diegeenen, die verliesen door pligtbetragting lijden, ten vollen indem- niseren; mogten er onverlaten gevonden worden, voor wien
740 1811- ^' W- JANèSENS.
deagd, eer, eed en pligt geeae genoegzame waariiorgen wareo, deezen, — ik sweer bet, zoo waar God leeft, — deezen zullen eens de wraak ondenrinden van eene regering, die geen ander doel heeft, geen ander belang stdd als in bet berorderen ▼an het geluk Tan diegeenen, die aan zijne zoi^g zyn aan- bevolen.
Schoon voor dit oogenblik alleen blJ Batavia, konde de inbond dezes ook tijdelijk voor andere punten van applicatie worden en het is daarom, dat dezelve aan alle landdroalen wordt gerigt, met .last er alle mogelyke publiciteit aan te geven, zooals ik buitendien door de drukpers doen zal.
Ik ben in het algemeen over de 'sLands ambtenaren le- vreeden en verlaat mlJ op de onkreukbaarheid hunner Irouw: maar, indien er eedverbreekers mogten bestaan, die na hunne wooningen waaren terug gekeert, zoo noodige ik u mi} dezelve onverwyld te doen kennen.
10 Augustus. Oproeping van inlandsche hulp-iroepen.
De Gouverneur Generaal, in overweging genomen hebbende.
dat de presente omstandigheden allezins vorderen alle die
magt op de been te brengen, die tot verdediging dercolooie
kan dienstig zijn; overwegende, dat zijne hoogheid de Soesoehoenan en zQne
hoogheid de regent bij overeenkomst verpligt zijn bij vijan-
deiyken aanval een zeker aantal troepen ter beschikking van
het coloniaal gouvernement te stellen; heeft besloten, zoo als hy besluit bij dezen:
V den minister, van Braam, aan bet bof van zijne hoogheid den Soesoehoenan en den minister, Engelhard, aan dat van den regent aan te schrijven het op de heen brengen van derzelver troepes contingenten van den Soesoehoenan en van den regent te vorderen en dezelve ter beschikking te stellen van den brigadier, von Winckelmann, in het arron- dissement Samarang conunandeerende;
2® de onderscheidene landdrosten te autoriseeren en te ge-
- J. W. JANS8ENS. 741
lasten na omstandigheden, ieder in deszdfs landdrostdij, geschikte en vertrouwde, gewapende manschappen by den anderen te brengen, onder anderen om daardoor te ver- zekeren de communicatie en correspondentie met de onder- scheidene punten van 'teiland.
12 Augustus. Proclamatie van den Gouverneur-Generaal van Britsch-lndié aan de inheemsche bevolking van Java.
Eene vertaling van dit Maieische stuk luidt, als volgt:
Wordt mits dezen aan alle natiën, item Maleiers en Javanen, die zich om de Oost bevinden, bekent gemaakt als dat zijne excellentie. Lord Minto, Gouverneur Generaal van Bengalen en den ressorte van dien, ook wegens Hindostan, Kling, Khodjrad en de Malabaar, item alle andere hinden, die door hem zijn overwonnen, thans met zijne altoos zeegevierende magt op Java gearriveerd is.
Deze magt, geland zijnde, heeft Batavia en de Marakbaai, mitsgaders de daaronder sorterende phiatsen, dadelijk geattac- queerd en in bezit genomen.
De Fransche armee is geslagen en naar de boschen en wilder- nissen geweken, die zonder tijdverzuim door de magt der Ëngelschen is vervolgd en totaliler geslagen, tot ruïne van Java en de daaronder gehorende plaatsen.
Alle natiën, te weten Maleyers en Javanen, mitsgaders elk en een iegelijk, welke zig op bet eiland Java bevinden, worden voorts nog bekend gemaakt, dat Batavia thans een domain geworden is van de Ëngelschen en dat om die redenen de vaart van alle schepen, brikken en alle soort van andere vaartuigen, zonder onderscheid, bij deze wordt vrij verklaart, kunnende alle natiën dus hier komen en handel drijven, hetzij met negotie-goederen of provisiên; onze oorlogschepen zullen thans niet meer op haarlieden mogen kruissen.
En bet is om voorschreven redenen, dat zijne excellentie den heer Gouverneur Generaal elk en een ieder zal zien en onder- vinden, — nu dat de Engelsehen op het eiland Java of de
742 ^^^^' ^' ^' JANSSENS.
Maleidsche kust gearriveerd zijn, — dat zylieden daard<M)r alle Toordeelen zuUen genieteii en dat een ieder Ihans zal kunnen nagaan en opw^ea ten aanzien der Engelsclie regeering met die van de Hollanders of Franschen.
13 Augustus. Verleening van gratie aan eenige^ door het landgerichi te Rembang veroordeelde Javanen,
De Gouverneur-Generaal ging hiertoe over, •▼erlangende »den naam- en geboorte-dag van den Grooten Napoleon, onzrn «wettigen en geliefden Souverein en Meester, invallende op »den t5^° dezer, ook door eene vrijspraak van ongelukkigen,
die wegens geringe misdaden veroordeeld of aangekhagd «zijn, in dankbare herinnering te brengen**.
Ook aan ketting-gangers, te Buitenzorg van de Merak-baai aangekomen, verieende Janssens op den 15^° Augustus 1811 gratie, daarbij o. a. overwegende, >dat deze lieden meestal derwaarts zijn gerelegeerd om kleine misdaden en dat gerekend kan worden, dat zij het door hen bedreven kwaad genoeg- zaam hebben geCxpieerd, in aanmerking genomen de verpeste dampkring, waarin zij hebben moeten leven, en de groote ellende, welke daarvan het noodzakelijk gevolg is geweest^.
15 Augustus. Toekenning aan de gouvememenls lijf- eigenen te Meester^Cornelis van dezelfde rantsoenen, als aan de inlandsche soldaten werden verstrekt.
18 Augustus. Bepaling, dat aan aUe officieren en ander- officieren, mit het Rijk in Indië aankomende, een i>rang avancemenl** zoude worden gegeven.
Zulks was overeenkomstig »de intentie van Zijne MajestdU »den Keizer".
22 Augustus. Proclamatie tegen door de Engelschen alom verspreide proclamatiën.
Nademaal ons zijn ter kennisse gekomen twee publicati«^n«
- J. W. JANSSENS. 743
uitgegeven op naam van den Gouverneur Generaal van Britsch- Indien, Lord Minto, en op verscheidene plaatsen van het eiland Java in de inlandsche talen aangeslagen gevonden, gedagteekend den 6^° en den 12*° dezer maand, waarbij de getrouwe onderdanen en ingezetenen van zijne Majesteit, onzen geliefden souverein en meester, tot verraad en afvalligheid worden geinduceert, mitsgaders omtrend de door den vijand behaalde, presente voordeelen en de positie van onze dappere armee de leugenachtigste berichten vervat zijn, hebben wij, om alle verkeerde indrukken weg te neemen, die de voor- schreven proclamatien zouden kunnen maken op de gemoederen van zoodanige ingezetenen, die niet van nabij met den stand van zaakei^ bekend zijn, goedgevonden aan alle Z. M. vazallen en onderdanen op het eiland Java ter kennisse te brengen, zooals wij doen bij dezen:
dat wij een billijken afkeer hebben van de middelen, welke eene strekking hebben om niet door het lot der wapenen, maar door oproerige geschriften de trouw van zijne tegen- partij te doen wankelen, te gelijker tijd verwachtende, dat een ieder onderdaan van zijne Majesteit door dezelfde gevoelens zal wezen aangedaan en dus geen gehoor verleenen zal aan de opgemelde, verraderlijke inductien, zelfs al waaren daaruit te wachten de groote voordej^j^en, welke met zooveel ophef bij de meermelde publicatiën worden geannouceerd ;
dan, dat bovendien de beloften, die deswegens worden gedaan, met geen ander inzicht geschieden als ter bevordering van des vljands heerschzuchtig oogmerk om het kostbaar eiland Java te brengen onder hel juk en de dwinglandij van Groot- Brittaniên en genoegzaam aanduiden den wrok, die den vijand door den roem der Fransche wapenen in het hart ge- jaagd is;
dat wijders allomme, waar de vijand in soortgelijke, hevige aanslaagen is gereusseert, de ondervinding tot wroegend naberouw van degenen, die daaraan hebben gehoor gegeven, geleerd heeft, hoe jammerlijk zij door de beloften des vljands misleid en daardoor zijn gebracht geworden onder dezelfde
744 ^^^- ^' W. JANS8ENS.
verachting* en onderdrukking, welke het erfdeel is Tan aDe natiën in Indien, die onder den dwang Tan het Engebdie bestuur geboogen gaan;
dat de opgave des vijands wegens het in beiit neemen van Batavia en de Merak-baai door deszeUs, zoo hij voorgeeft, zegevierende wapenen niet anders is dan eene beklaaglyke, nademaal deze beide plaatsen vrijwillig door onze arm^ verlaten zijn om der ongezondheids wille, waaraan wy hel leven van onze dappere soldaten niet zouden hebben konneo exponeren zonder een groot voordeel te geven aan den vijand, die thans gedwongen is zich in die verpeste streken te bly ven ophouden ;
dat dus ongerijmd en ten eenenmale leugenachtig is de aan- kondiging van den vijand, alsof onze troepen, vervolgt en verslagen, naar de bosschen en struiken geweken waren, daar integendeel de sterke standplaats van onze armee, telkens, dat de vijand het gewaagd heeft zich te vertonen, niet alleen hem groote verliesen heeft doen ondei^aau, maar ook in het vervolg zal noodzaken deze kusten met spijt over hel mislukken van zijne roekelooze onderneming te verlaten;
dat, daar dit tijdstip niet meer ver af kan zijn, wQ alle vasallen en onderdanen van zijne Majesteit den Keizer bij pligt en eigenbelang oproepen en vermanen om te Tolharden in hunne trouw aan hunnen wettigen souverein en om met verachting van de hand te wijzen en te verwerpen alle aaih zoeken, die hun tot verraad en tot verzaking van hunnen eed van 's vijands wege worden gedaan;
dat wij ook bij deze gelegenheid, voor zooveel des noods, hernieuwen de orders, bij ons placcaat van den 2«" dezer maand tot verwijdering van den vijand van alle middden van transport gegeven en insgelijks verbieden eenige levens- middelen naar den vijand toe te voeren ;
en eindelijk, dat, zoo zeer een ieder, welke zich in de presente tijden door trouw en aankleving aan zijne pligten en aan zijnen wettigen souverein zal hebben gedistingueerl daarvoor de erkentenis en onderscheiding van het gouver-
1811 J. W. JANSSENS. 745
Dement te wachten heeft, even zoo zeer trouwelozen en Terraders de geregte wraak van hun wangedrag zal treffen. En ten einde niemand hiervan eenige onwetendheid voor- wende, lal deze in de Hollandsche, inlandsche en Chineesche talen worden afgekondigd en geaffigeert, alomme, waar zulks met eenige vracht zal kunnen worden geëffectueerd, ten dien eifecte, dat daaaraan gegeven worde de meest mogelijke pabliciteit.
22 Augustus. Eerloos verklaring van een lid in den Hoogen Raad van justitie te Batavia.
De Gouverneur Generaal, onderricht zijnde, dat het lid in den hoogen Raad van justitie, Keuchenius, heeft kunnen goedvinden zich te begeven naar het territoir, door den vijand geoccupeerd wordende, en dus zijnen eed heeft gebroken en de honorable post, die hij bekleedde, feitelijk heeft verlaten ;
overwegende, dat zulks eene schandelijke misdaad in ieder ambtenaar is;
overwegende, dat, zoo er onderscheid konde bestaan, de wandaad in hem noch grooter dan in anderen is, daar hij zich gestadig beroemde als van jaren herwaarts met ijver de Pransche belangen toegedaan te zijn geweest en onveranderlijk te zijn gebleven, terwijl hij bij gesprekken en geschriften de eer der braafste rijksdienaren zocht te bezwalken door dezelve als Engelsch-gezinden te willen doen voorkomen;
wijders overwegende, dat de gelegenheid thans niet bestaat aan zijne misdaad regterlijke gevolgen te geven;
heeft besloten, zooals besluit bij dezen:
hem, W. Keuchenius, vervallen te verklaren van zijn post van raad-ordinair van den hoogen Raad van justitie en wijders te verklaren voor verrader, meineedig, eerloos en infaam, terwijl, zoodra de gelegenheid zich daartoe zal opdoen, de advocaat-Oscaal gehouden zal zijn hem crimineel in rechten te vervolgen, ten einde deze booswigt geregtelijk geoordeeld en gestraft mag worden.
748 1B11 J. W. JANSSENS.
winbaar geoordecit ; dog, noch de sterkte der fortificatie-werkflB, de magtige arthillerie, nochte een talrijke armee zyn bestand geweest tegen de onverzaagde dapperheid der Engdsche soldaten en matrooseu en leegens de ervarenheid en Tuuri|^etd der officieren, onder de leiding en onder het oog Tan haren opperbevelhebber geoeffend.
De vijand is uit zijne schuilplaats gejaagd en de Engebehe vlag waaid op de redouten en batterijen van Meester Goroelis.
Ter zelver tijden, dat de Engelsche troepen meerder aanzieo aan de wapenen van haar vaderland hebben gevoegd, haren eigenen roem hebben vermeerdert zonder eenig verlies van belang, is er een ontelbaar getal der vijanden verslagen en gewond in den storm en bij de nazitting van Meester Gomdis verscheidene duizenden krijgsgevangen gemaakt, waaronder officieren van den hoogsten rang; hunne magt aan Euro- peeschen is bijna vernietigd en het overschot daarvan grootdyks verstrooit.
De inwoonders van Java genaaken nu het gelukkig oogen- blik, dat zij aangenomen zullen worden onder de bescherming eener magt, welke de onheilen en ellenden van den oorlog van hare oevers zal verwijderen, en onder de regeering van een rechtvaardig, weldoend gouvernement, wiens grondbeginsd hel is om de belangens van den staat met de zekerheid, het gdok en de welvaart van iederen rang en benaaming van hel volk te verbinden.
Dat dan ook de inwoonders van Java zich deese voordeelen en zeegen waardig toonen door een gevoegelijke vertooiiing van dankbare ijver en gehoorsaamheid.
26 Augustus. Verplaatsing der kas van hei landdrost- ambt Bataviasche regentschappen naar Tjiandjoer.
29 Augustus. Proclamatie van den Gouvemeur^Generaal van Britsch-lndiè.
Alzoo de generaal Janssens tengevolge der door de Engelsche armee ouder bevel van zijne excdleutie, den luitenant-generaal
- J. W. JANSSÈNS. 740
en opperbevelhebber, Samuel Auchmuty, op den S6^" Augustus jongstleden behaalde roemvollc en beslissende OTerwinuing, waarbij de Fransche troepen verdreven zijn uit de sterke verschansing op Meester Cornelis, waarop hunne generaals hun eenigst vertrouwen gesteld hadden, en bij welke gelegenheid hare geheele armee, eenige weinige uitgezonderd, op het slagveld gesneuveld ofte krijgsgevangen gemaakt is, in de grootste wanorde naar Buitenzorg gevlugt is en weelende, dat de overwinnende troepen hem schielijk achtervolgen zouden, ook dien post overijld verlaten en in vertwijfeling zijne vlugl verder gerigt heeft, nadat hij ten tweeden male de uilnoodiging der Engelschen om te treeden in eene onder- handeling voor het welzijn der kolonie, welke hij zouder tegenweer aan haare beschikking en discretie overgelaten heeft, van de hand gewezen beeft;
werd hel Fransche gouvernement hierbij als vervallen en de Engelsche regering op het eiland Java en de daaronder gehoorende bezittingen der Franschen in de Oostersche zeeën alsnu als voikoomen ingesteld en gevestigd verklaard.
Deze proclamatie wordt uitgegeven ter kennisgave aan de getrouwe inwoonders van het eiland Java, ten einde nauwkeurig de pligten van getrouw en gehoorsaamheid aan hunnen vorst, George de Derde, op Ie volgen en te betrachten, dezelve op de zwaarste straffen gebiedende en beveelende zich voortaan te onthouden van alle gemeenschap met ofte hulp of bijstand te verleenen aan de leeden ofte voorstandera van het voormalige Fransche gouvernement, dan wel hunne aanhangers; doch daarentegen met ijver te ondersteunen en blijmoedig te gehoorzamen aan een gezag, met hetwelke zij nu gelukkig vereenigd zijn.
Ér zal oumiddelijk een provisioneele form van regering ingesteld worden en, zoodra zulks geschied is, zal de weldoende en vaderlijke geneegenheid van het Engelsche gouvernement voor de inwoonders van Java blijken door de afkondigingen van zoodanige veranderingen en schikkingen, als successievelijk beraamd zullen worden en gemanifesteerd worden.
7K0 1811. J. W. JANdSÊNd.
1 September. Overbrenging van den zetel van lid gouver- nemeni naar Samarang.
De armee van onzen vijand, de Engelscben, welke zich op den G*'' der verweeken maand Augustus te Balavia heefl ontscheept en gelegerd had voor het retranchemcnl vao de armee van zijne Majesleil den Keizer Ie Meesier Comelis, heeft na eene hevige canonade op den 24®" en SS^" Augustus, des daags daaraan of den 26**° Augustus het voorschreven retran- chement overmeesterd en ingenomen.
Dit evenement heeft tengevolge gehad, dat de retraite onzer armee te Builenzorg niet geëffectueerd is met die vaardigheid en orde, welke noodig w^s om die plaats tegen de onder- nemingen des vljands te verdeedigen.
Onaangezien de voorschreven staat van zaken en de momen- tanele invasie van de hoofdplaatse Batavia door de Engelschea hebben wlJ nog genoegzaame ressources overgehouden, waardoor wij onder den zeegen van God Almachtig deeze kolonie voor onzen wettigen en geliefden souverein en meester zullen kunnen conserveeren en mitsdien beslooten den zetel van bet gouvernement over te brengen naar Samarang en aldaar hel overschot der armee van zijne Majesteit met andere hulp- middelen te vereenigen om den vijand te noodzaken hun voornoemen om het eiland Java onder het juk zijner over- beersching te brengen op te geeven.
Wij dienvolgcnde alle vasallen en onderdanen van Zijne Majesteit, onzen souverein, doch inzonderheid *s Lands ambte- naren, zoo civiele als militaire, oproepen om te volharden in hunne zêle en verpligte trouw aan hunnen souverein en het wettige gouvernement dezer kolonie en hetzelve zodanige assistentie te bewijzen, als een ieder na zijn vermogen kan aanbrengen, om het verjagen van den vijand van deze kusten te bevorderen;
vertrouwende wij, dat een ieder bereidvaardig zijn zal daartoe met ons goed en bloed op te zetten en zich niemand zal laten induceren, noch door vrees wegens de voordeeleu,
- J. W. JANSSÊNS. ÏKt
door den ytjand tot hiertoe behaald, noch door proclamatiên of andere, seditieuse geschrirten, welke de vijand verder zoade mogen verspreiden.
En opdat niemand hiervan eenige onwetendheid zoude kunnen voorwenden, zal deze te Samarang en op alle andere land- drost-ambten van het eiland Java gepubliccert, mitsgaders in de inlandsche en Chineesche talen worden geaffigeerd ter plaatse gebruikelijk.
Gegeven in ons hoofdkwartier te Samarang op het eiland groot- Java, dezen eersten September 1811, onder ons groot zegel.
Dit stuk is op denzelfdeo datum ook in den vorm eener proclamatie, zoowel in de Hollandsche, als in de Fransche taal, afgekondigd.
Janssens is den r° September 1811 te Samarang aange- komen.
3 September. Toekenning van rijst aan de Samarangsche schulierij.
Is besloten aan de onderoiTicieren en schutters van de burgerij alhier, voor zoo lang zij tol het bezetten der wagten zullen worden geêmploijeerd, maandelijks uit 's gouvernemenls pakhuizen toe te leggen, aan de sergeanten vijf en zeventig en aan de corporaals en schutters vijftig ponden rijst ieder; mitsgaders voor de reeds gepresteerde diensten in eens te laten uitreiken, aan de sergeanten drie en aan de korporaals en schutters twee picols elk van die kost.
10 September. In staal van beleg verklaring van Samarang.
Mits de verschyoing van een vyandelijk esquader op de reede van Samarang hebben wy goedgevonden het depar- tement van Samarang Ie verklaren in staat van beleg en dat derhalven van nu af aan dadeUjk in werking moeten komen de orders en bevelen tol het doen der retraite en verwijderen
7Ki ^811 J. W. JANSèËNè.
van alle middelen van transport, zoo by ons plakkaat van den S"^' Augustus jongstleden, als bij latere orders gegiefoi;
ontbiedende den landdrost van Samarang en Damak» deo fiscaal van Java*s Noord-Oostkust en die het verder ion mogen aangaan voor de religieuse opvolging onzer voor- scbrevene orders en bevelen te vraken.
En opdat niemand biervan eenige onwetendheid zoude kooneo voorwenden» zal deze worden gepubliceert en geaflSgeert, y dit te geschieden gebruikelijk is.
Dit stuk draagt geene dagteekening, maar op deo 9" September 1811 was zulks nog niet uitgevaardigd en op den 11*^" September daaraanvolgende bevond de Gouv. Gen. Janssens zich te Oenarang, weshalve het stuk TermoedelQk op den 10^ September is afgekondigd.
Schier onbegrijpelijk is, hoe Janssens gedurende zyn kort verblijf te Samarang, Oenarang en Salatiga, terwyi hy door den vyand achtervolgd werd, oogenschynUjk kalm en bedaard een aantal benoemingen heefl gedaan en evenzoo een niet minder groot aantal besluiten omtrent alleriei alledaagsche zaken heeft kunnen nemen, alsof de grootste geraren hem en Java niet dreigden.
Curieus is ook, hoe RafBes gedurende den overigen loop van het jaar 1811 Hollandsche besluiten nam, geheel op dezelUe wyze, als die, welke zyne voorgangers hadden gevdgd ('].
Behoudens het gevecht bij Meester ComeliB bUjkt de innaioe van Java door de Engelschen een buitengewoon vreedzaam karakter gehad te hebben. Ware Daendels niet vier maandes te voren vertrokken, dan zouden er hoogst waarschynl^k meer splinters zyn gevallen.
18 September. Overgave van Java aan de Engekckm.
(') liel uadste, zoowel in de Engelsche, als ia ds HoUandflche taal opffMOMku beeloit, hetgeen aangetroffen is. draagt de dagteelceninf 7 Febroari 1813.
REGISTER
VAK
PERSONEN-, VOLKS- EN PLAATS-NAMEN.
Adiaraa, 544. Anjer, iii, 223, 399, 301,
Adji, n. 302, 417. 418, 675.
Adlang (J.), 605. Anoin (Sultan), 136, 479,
Amai^oe Negoro (pangecan 623.
adipati), 73. Antang, 541.
Amanuï-graebt te Batavia, 443, Antjol, 442, 666, 624, 625.
666, 696. 694.
Ambaehts-kwartier te Batavia, Arends (F.), 600.
- Annea-huiB te Batavia, 141.
Ambon, 58, 59, 86, 87, 100, Aroe-eilaBden, 461.
102—105, 107, 109, 110, Asem, 212, 724.
113, 172, 208, 266, 270, • -tjantiga, 290.
461, 527. Astana, 480.
Ambonezen, 51, 306—310, Atjeh, 113, 114.
464, 465, 539. Auebmuty (S.), 727, 736, 739,
Amerika, 171, 285, 495. 747, 749.
Ampd, 542.
Amstdveen, 291. '■ Bacbelo, 291.
Amsterdam, 671, 676, 678, > Bacbman (J. P.), 395.
- I Baggers, 142.
Anda-wadak, 210. i Bajabang, 300, 683.
Angké, 212, 290, 566, 695, Bali, 172, 476, 478.
- i > -nezen, 141, 164, 2S9.
(rivier van), 443, 444. | Banda, 86, 100, 102, 105—
1U
ttÈQistER VAN Namen.
107, 109, 110, 165, 171, «71, 272, 461, 499, 500. Bandjaran, 683. Bandjermasin, 1S2. Baodjir-anjer, 398. Bandoeng, 210, 222, 591— 694, 610, 612, 682—684. Banger, 398, 403, 537. Bangil, 398. Bangkalan, 86, 106, 109, 296,
366, 401, 431. Banglioe, 565, 694. Baojoewaogi, 86, 106, 109, 258, 296, 366, 400, 413, 525, 547, 548. 647, 675. Banlam, 43. 45, 56, 86, 101, 106, 111, 115, 130, 178, 217, 223, 240, 271, 274, 296, 298, 299, 302, 430, 432, 437,444,497,517- 520, 528, 545, 546, 586, 588, 592, 613
-men, 296.
BaDtanan, 665, 694. Banljar, 80, 526. Barends (J. P.), 282, 396. Basel (H. L. van), 395. 443. Bassano (H. R. hertog van),
Balobla, 481. Batoe-sirap, 593.
-tjèper, 566, 695. Bawean, 86, 106, 109, 366, ^ 400, 401, 431, 476. i
Bedaelang. 468. 479, 481. I
Bekasi, 442, 565, 628, «94.
(rivier van), 212, 714.
Benawaog-lcoelon, 137. 468.
482, 62S.
■ -wetao, 137, 468.
482, 623. Bengalen, 495, 753, 734, 741. Benjawalcan, 627. Bercum (W. van). 463. 537.
538, 605. Bernard, 208. Besoeki, 80, 162, 260. 264,
400, 402. 601, 604, 60S.
621, 676. Beton, 624—626. BensadMm (J. M. vaa), 53,
395, 605. Bikkes, 546. Bima, 105, 130. Bloek (B.), 672. Bloelwer, 41, 641, 642. Blonimestein (D. G. van). 395.
606, 631. Blora, 641, 642. Bocht (de voile). 46. Bo<^, 208.
Bodjong, 43, 61, 62, 683. Boedjang-ringit, 290. BoegineMn, 45, 47, 142. Su9.
- Boekit-toeagoel, 592, 693. Boelat (berg), 592. Boeloe-komba, 106. Boender, 399. Boerangraog (berg). 692. Boeroe, 109, 206.
RCQIStER VAN NAMeM.
7Ki(
BoeQeD (borger) te Batavia, 8.
BojobH, 541.
Bola (berg), 461.
Bobng, 6S4. 62K.
Bongas, 481.
Boni, 131.
Bonte (C), 290.
Boom (de) te Batavia. 1 63, 446, 49», 496, 499. • » > Samarang, 634.
> ■ Soerabaya, 317,
Boompjes-eilanden, 46.
Bordeaux, 686.
Braak (0. van), 284.
Braam (J. A. van), 41, 604, 608, 609, 647, 712, 740.
Brebes, 464, 466.
Britadi-Indie, 727, 741, 743, 747, 748.
BroneUmrat (van), 46.
Brugman, 141.
Bmins (J. J.), 208.
Buitenzorg, 40—43. 69, 61, 62, 70, 72, 77—79, 112, 116> 124, 127, 138, 147, 170, 216, 294, 300, 421, 430, 461, 483, 626, 639, 640, 649, 663, 692, 610, 612, 613, 623, 640—646, 649, 660, 666, 666, 682, 684, 742, 749, 760.
GadensiLy. 394. Gannaarts (B. I.), 710. Gantei^Viascber, 291.
Gaulier, 666, 696. Ceram, 461. Cerf (A. Ie), 600. Cbassé (P. T.), 268, 636. Cbaussat, 166.
Gheribon, 16, 46, 66, 67, 68, 75, 86, 100, 106, 111,116,136,137, 163 — 166, 178, 203, 217, 221 — 223, 239, 241, 263. 271, 274, 278, 296, 430, 448. 468, 469. 476, 476, 478, 479, 496, 617-621, 624—626, 646, 646, 686, 687, 691, 693. 608, 623, 644, 663,674,676,686, 691.
(Sultan), 137.
China, 39, 172, 176, 273, 371,-nera, 34.
- 476, 679. Chinezen, 38, 62—64, 66, 78.
- 92, 96, 99, 112, 127, 136, 139, 164, 206. 209, 221-223, 236, 242. 277—280, 284, 304, 511, 316-317, 320, 323, 324, 336, 337. 366, 571—376, 387, 397—400, 427, 428, 466, 466, 467, 469. 476, 479, 482, 611, 616, 663. 697, 618, 621, 638, 639. 647, 681.
ii6
AEÓIStER VAN NAMÉN.
Cipayera, 737.
Cbudius Giyilis, 570, S80, 581 , 586.
Constructie-winkel te Soera- baija, 65, 195, 246. 247, 269, 276, 323-325,534.
Coop è Groen (R). 500, 604.
Cox (J. H.), 395.
Dago, 624. Dalimas, 11, 12. Dander (rivier), 624. Dam», 480. Decaen, 282.
Demak, 53, 73, 100, 138, 139, 431, 540. » (rivier van), 158, 139,
223, 336, 257, 271. Depok, 593. Dezentje, 12, 13. Dibbets, (D. J.), 572. Diermen (A. L. van), 710. Diestpoort te Batavia, 211,
313, 663, 692, 723. Djaga-baja, 624, 625.
» -bita, 624, 625. Djaing-Pftti 11—13. Djanlapa, 624, 625. Djapao, 641, 642. Djapoera, 468, 479, 480. Djasinga, 385, 589, 624, 625.
- Djati-negara, 485, 614.
» -toedjoe, 482. Djengot, 589, 626, 628, 629. Djipan, 541—643.
Djoeana, 45, 73, 81, 86, S26,
- Djokjokarta, 86, 100, 104,
131, 132, M2, 223, 271.
274, 295, 296, 311, 31 J.
409, 455, 640—643, G8i.
Doekoen, 598. Drawahe (bei^), 592. Droat (6), 55, 595, 605. Dwars in den weg, 442, S65,
Edam, 442.
Ekenholni (J), 395. 605. Engeland, 729. Engelhard, 740. Engdschen, 208, 211, 4GI.
494, 685, 598,637.608-
610, 665. 722. 728, 72<),
733—755, 737, 741, 741
749, 760, 762. Equipage-werf te Batavia, 7(.Hi • > > Soerabaija.
323—326, 328. Europa, 42, 116. 159. l'l.
349, 463, 460, 495. 721.
729, 737. Europeanen, 59, 51, 78, lil
279, 306—310, 316, 32:..
324, 336, 387. 464. 4C..
469,483,621,534.539.66»
Franke (P.), 389. Frankrijk, 133, 252, 253. 2»: I 578, 586, 687, 729.
REQI8TER VAN NAMEN.
m
FranquemoDt (Tan), 676. Franscheo, 571, 728, 730,
753—73», 7«, 749. Fluit (de), 442, 445, K66,
Fries (de). 323. Frobos (A. C), 393.
Gabang, 468, 479, 480. Galoeb, 234, 341, 343, 593,
682, 683. Ganda, 683. Gaodoe, 626, 627. Gaupp (6. G. J.), 738. Gegënk, 482. Gendoet (berg), 593. Georgië UI, 749. Geriacb, 541. Gilian, 599. Güi-genting, 399.
-radja, 599. Ginting, 245. Gin (berg), 425. GloDggong, 117. Goa, 152.
-Iroes, 399. Goemoelak, 158, 159. Goenoeng (kampong), 443.
^roeng, 443.
-sari, 211, 212,321, 445, 460, 480, 565, 575, 650, 695, 723, 724.
Goetbloed (D.), 55, 395. Goldbacb (P. A.), 450, 504. Goldman, 99. GoronUlo, 87, 109.
Graan*niagazyn te Batavia ,
102, 273. Gracht (Annlerdainsche) te Ba-
taTia, 140. Graven (Cbineescbe) te Batavia,
- Greeving (G. G.), 141. Grinding, 681. Grissee, 86, 101, 107, 125,
162, 181, 230, 231, 284,
292, 296, 297, 366, 375,
398—401, 403, 425, 426,
431, 475, 518, 520, 545,
637, 640, 663. Grobogan, 236, 541, 542. Grogol, 138, 139. Grondong, 290. Groot (de), 141. Groot-Brittannie, 728, 731,
Gülzlaff (6. H. von), 213, 546,
Guserate, 733, 741.
Haak (van), 443. Haart (W. J. de), 605. Balewijn, 541. Hanoman (berg), 592. Han Kitko, 621.
Tikko, 503, 505, 5U6,
509, 557.
. -Tjan-Pil, 250, 254,501, 505, 505, 621. Harde, 208.
Harmonie (de) te Batavia, 59. Uaroekoe, 107.
7tS8 REGISTER VAN NAMEN.
Hartsinck (A.), KK, 182,463, marang, 6S, 64, 118, 116,
836, 604, 687. 233, 319.
(I.), 394. Hospitaal (Ghineesch). te Soe-
Heemraden-luin te Batavia, rabaQa, 116. 366,
- ' 370,373,374,576.
Heeren-logement te Batavia, 31, » (steddyk) te Batavia,
» (buiten) te Ba- Hovy (L.) en zoon, 585. tavia, 681. i Huiainga van Tadama (L.), 59S.
Hek (L. A. van), 363, 264,
394, 603, 611. Iges (A.), KS.
Hemert (A. van), 583. ' He de France, 171, 2S3, 254.
Hesselaer, 541. i 282, 283. 496, 686. 649.
Heukevlugt (L.), 208. 669, 706.
Heynis Pz. (K.), 397. Indramajoe, 46, 86, 137. 164.
Hila, 106. 208. 263, 286, 468, 469. 475.
HiUebrlnk, 736. 476, 482, 621. 622. 636.
Hindostan, 733, 741. 663, 674, 676.
Hobein (6.), 140. Italië, 671.
Hoeke (J. H.). 600. Ittersum (E. H. van), 396,
Hoepfner (6.), 500. 604. Hoesen (W. van), 44, 47, 49,
171, 182. 389, 394, 465, Jakatra, 142, 212, 724.
607, 561, 573, 687. > (fort). 569.
Holland, 728, 729, 731, 733. i > (weg van). 682, 695.
(koninkrijk), 671, Janssen (J.). 140. 573, 676. Janssens (J. W.), 646.
Hollanders, 728, 729. 731, Japan, 102, 109, 176. 273.
733- 735, 742. Japara, 46, 61, 52, 75. 86,
Hoogb (J. H. de), 55, 394; 605. 100, 106, 116, 117, 159.
Hospitaal (Chineesch) te Bata- 146, 146, 183, 223. 224,
via. 38—40. 66, 92, 296, 431, 448, 464. 610.
- 115, 116, 428, 628, 640, 546, 646, 656.
429, 467, 495, 644, 639, 640, 684.
- Jasseuibrog te Batavia, 142.
(Ghineesch) (e Sa- Jauffret (IV.), 738.
REOISTER VAN NAMEN.
759
JaTt. 941. S4S, sn, 450,
453, 494, 618, 519.
JaTa'g Noord-Oostkuat, 5, 16,
41, 47, 56, 67, 66,
115, 1S9, 134, 145,
146, S04, SI 7, aso,
SSS, S39, 397, 401,
403, 430, 431, 449,
454, 465, 478, 496,
507, 524, 548, 556,
606, 687, 76S.
Oosthoek, 8, S3, 45,
54, 65, 73, 80, 81, 86,
115, 162, 164, 166, 195.
202, 204, S17, 920, 222.
223, 289— S31, 339, 244,
246, 249—251, 255, S57, 258, 262, 271, 272, 314, 331, 33S, 334, 337, 346, 352, 356, 363, 376—378, 397, 400, 401, 403, 430, 431, 449, 457, 458, 463, 478, 496, 504—507, 509, 524. 541, 544, 546—548, 551, 552, 554. 586, 606, 608, 620, 640, 661, 675, 687, 791.
Javanen, 15, 42, 46, 87, 88, 142, 221, 228, 239, 246,
247, 315, 325, 330, 337, 371, 374, 378, 405, 409, 428, 467, 716, 717, 734, 735, 737, 741, 742.
Jongb (J. 4le), 141. Jongkind, 71, 84, 143. Jumel, 662, 736, 738.
Kaaimanagraeht te Batavia,
- Kaap de Goede Hoop, 282. Kadoe, 222, 319, 540. Kadoeagan, 695. Kajoe-poetih, 485. Kaledin (bet^), 592. Kali-anjar, 398.
- -banting, 557, 558.
- -deras, 990. » -tandjoeng, 479, 480.
-woengoe, 19, 73, 257, 492, 540. Kamang, 485. Kambodja, 475. Kamp (Ghineesche) te Batavia, 9, 142, 212, 313, 599. 600, 724. » (Ghineesche) te Ghe-
rihon, 481.
(Ghineesche) te Soera-
balja. 314, 315, 320. 322, 393, 396, 397.
balja, 314, 315, 320, 393, 326. Kampong-bahroe, 443, 565, 566, 694, 695.(Mateisebe) te Soera-
-doeri, 291.
-Malajoe, 170. 245. 290, 484.
Kandang-aoer, 137, 468, 482, 693.
Kangean, 399. , Kapok, 990. I Karang-anjar, 480, 481.
760
REGISTER VAN NAMEN.
KaraDg-samboeng, 86, 106, 164, S61, 4S1, 481, 521, sas, 686.
-serang, 627.
Karet, 48K, 6S6.
Karimon-Djawa, 46.
Karoembi (berg), 593.
Karoeng-roeman (berg), 593.
Karwelaftn, 448.
Katapan, 442, 589,627,629, 661.
Kavrali, 480.
Kebraun, 321.
KedawoDg, 252, 290, 291.
KSUng, 733, 741.
KeUer, 208.
Kendal, 19, 73, 492, 540.
Kendang, (berg), 592, 624.
Kepob, 398.
Kesapiton, 480.
Ketoe, 626.
Ketting (post de), 444, 566, 695.
Kettinggaogera-kwartier te Ba- taTia, 697.
Keuchenius (W.), 745.
Kiara-aikoan, 593.
KUian (F. N.), 141.
Kilsdonk, 500.
Kleeden-pakhuts te Batavia, 106, 273.
Kleeding- en équipement maga- zijn te Balavia, 85, 273, 451. • en équipement maga- zijn te Samarang. 1, 269.
Kleediog- ea equipemeot miga-
zyn te Somdiaiya, 410. Kleyii, 541. Koek (H. H. de). 263, 264,
672, 738. Koedoea, 684. Koeoingan, 468, 479, 480. Kramat, 627. Krawang, 30, 33. 126, 179.
421, 457, 442. 497, 565.
- 693, 615, 616, 633.
636, 637, 641, 661, 6Si.
685, 686, 694. 721. Krawang (rifier wn), 76.
- Krekel. 589, 624, 629. Krokot, 444, 666, 695..
(kampong). 141.
Kroonen-gracht te Batavia.
- Kruithoff (H. T.), 396. Kniitmden te Batavia, 443. 666, 695.
Samarang.
26—28. KOhl (J. A.), 208. Kwal (de), 442. j KwiUng, 484.
' Laats (J. C.)^ 395. 463, 605. I LamoDgan. 399. ' Lempong, 101.
Lantjar, 299.
Larike, 107.
Lasem, 73, 80, 134, 135. 145. 255.
REOISTER VAN NAMEN.
761
Uwiek Tan Patel, 541. Lebak-wangi, 480. Lee (van der), KS8. Leeowe (J. F.), 39», 60S, Leeawinneihgracht te BaUTia,
140, 141. Lengaratoe (berg), 593. LengkoDg, 59. Liepke, 640. Liesea, 906. Ligtoi (vao), 541. Lima-kepeng-brag te Batavia,
- Limbaogan, 334, 591, 594,
610, 683. Limoeding, 481. Linde (A.), 500 Lingga-djati, 468, 479, 481. Lobënër>koelon, 482. Lodewyk (fort), 297, 647, 675. Loehoer-agoeng, 468, 479, 480. Losari, 468, 479, 480. Louis Napoleon, 255, 571, 573—575, 580, 582. 632.
. XVI. 746. Labeck, 57. LQtzow (F. B. W. Ton), 21 ,
626, 710, 738.
Madioen, 542—544. Madora, 4, 163, 400, 402. Madureezen, 164, 239, 548,
- Magelang, 311. Mabomed, 404.
Majak, 624.
Makasar, 51, 58, 59, 87, 104, 107, 109, 113, 114, 172, 272, 392, 475, 494, 675,
Hakaaaren, 209, 239.
Malabar, 733, 741.
Malang, 541.
Maleiers, 45, 315, 324—326, 330, 336, 373, 754, 735, 741.
Mandela-wangi, 592.
Mangeagen (berg), 592.
Manggarbeaar, 141. 443, 565, 695.
-doea, 142.
Manila, 172.
Manipa, 110, 208.
Mardyker 414.
Maroenda (groote). 163. 442. (kleine), 442.
Marlens, 208.
Blartheaen (T. P. A.), 572.
Masangan (rivier), 398.
Matraman, 484.
Mauk, 626, 627.
Hauritius, 585, 733.
Meesler-Gomelis, 43, 211,212, 215, 216, 385, 386, 429, 430, 443, 484, 533, 565, 588, 589, 591, 613, 614, 62.'S, 628, 629, 635, 666, 696, 723, 724, 742, 747— 750, 752.
Megamendoeng, 419, 451.
Melandang, 593.
76f
REGISTER VAN NAMEN.
Memir (bwg), 624.
Menado, 87, 101, 110, 373.
Menleng, 484.
Nentjeri (rivier), 634—628.
Merak-baai, 4K, 165, 178, ii%
233, 38S, 399, 409, 413,
444, 674, 713, 714, 741,
742, 744. Mertapati, 635. Meijer (L. W.), 572, 609.
. (N.), 384. Middelkoop (J. A. van), 397,
Middelpunts-brug te Batavia,
Minjawakan, 637, 638. Minto (Lord), 727, 730. 733,
741, 743. Moendoe, 480. Moeotjoeo, 638. MolenvUel. 141, 211, 213,
670, 733, 734. Molukken, 33, 173, 461, 598. MooekMT-Taart, 213,389— 391,
- Mooren, 78, 87, 88, 92,336,
337, 466, 485, 511, 515. Moorrees (J. W.X 604. Mossel (M. A.), 605. Motman (6. W. G. Tan),305,
604, 624. Munter (H.), 166. MunUnghe (H. W.), 47, 49,
Myer (P.). 44, 389. 561,
I Napoleon I. 576, 576. 717- I 730, 737, 743. ' Nederiand, 353, 570.
Nicolaas (S')-hoek. 310.
Nieuwpoort te Batavia, 311, 733.
Noonlwyk (fort). 569.
0edjoeng-krawang,S0,S3— 36.
• -pangka, 436. Oenarang, 538, 753. Oender^ndir, 399, 301. Onom, 636, 637. Onrust (eiland). 395. 442. Oude-mannen-huis te Saaia-
rang, 455. 456. Overbeek (P. F.), 396. Overrest Hoffinan (J. L.), SS.
Pakis, 34, 36. 179. 180. Palembang, 87. 101, 109, 111
131, 373, 374, 675. Pamakaaan. 165. 399, 400. Pamanoekan. 73, 566. 468.
534, 535, 591. 608, 617,
- 651, 663—664. Panaragang, 650. Panaroekan, 80. 86. 350. 2S4.
366, 400, 403, 501. 504.
- Pangadagan, 634. Pangaoer (rivier). 635. Pangkalan, 391. Paningkirang, 481. Panjerapan, 626.
RCOESTER VAN NAMEN.
7Ö3
Papanger, 414.
-wacht te Batavia,
14S. Parang-koeda,. 290. Parré (H. A.), 44, W, 67,
389, 561, 687. Par^ K78, 580. Paaar-babroe, S91.
(land), 636.
• -boeotoe, 698. Paseban te Soeraba^, 3S3,
325, 326, 329, 330. Pasekan, 482. Pasilian, 628. Pasir DooDoestjUi, 593.
■ Kesambiajas, 593. « Moenüng, 592.
Kegara, 593.
« Pansawasan, 593.
■ TjitragoeDa, 593. Pasoeroean. 86, 103. 109, 231,
296, 366, 398, 431, 601, 503—505, 509, 520, 537, 541, 545, 621.
PasKben (J. 6. D.), 395, 605.
Pati, 73, 117 224, 636, 684.
Patib'8-berg, 52.
Patjorongan, 557.
Patoea (berg), 592.
Patoekan, 425.
Patrasana, 626, 628.
Pekadjangan, 291, 627.
Pekalongan. 11, 45, 51, 52, 73, 86, 100, 107, 145, 146, 163, 292, 296, 431,
454, 520, 625, 626. 540
545, 646, 663. Pekapoeran, 666, 694. Pendjaloe, 468, 479, 460. PengaNtgoeng, 480. PengariBgan, 479, 480. Pengraksan, 480. Pennisten-gestieht Ie Batavia,
P«pedingkaD, 448. Pesing, 290, 291. Petodjo, 444, 566, 696. Piaang-batoe, 142, 442, 665,
Pitjoen, 625.
Plaiaanee(bertogvao),676,678. Plèret, 479, 480. Poeger, 525. Poeloe Ai, 106.
• Gadong, 484.
Menare, 398, 425. Pola (bei«), 693. Pondok-bamboe, 484.
-gedé, 245. Pool, 671.
Pons 291.
Povy (P.), 141.
Prakaiiioentjang, 210, 222, JS91, 593, 594, 610. 612, 682—684.
Prang Wedono (Aria Praboe), 73—76.
Preanger. 100, 101, 112, 116, 116, 133, 138, 203. 216, 221—223. 234. 235. 241, 260, 271, 272, 278, 500.
764
REQISTER VAN NAMEN.
450, 485—487, 489, 508. i 518, 519, 528, 541, 544— i 546, 549, 586, 591. i
Pfediger {C C), 55, 57.
Prinsen-laan te Batam, 141.
Probolinggo, 398, 403, 501, 502, 504—606, 508, 509, 537, 631, 676.
Provisie-magazijn te BataTia, 102, 106, 108, 173, 499.
Rafls, .399.
Radja-galoeh, 136, 468, 479,
- Radja-mandala, 683. I
Raffles, 752. Ramack, 500. Rambouillet, 576. Rajak, 626.
Rantja, 468, 479, 480. Ras (L. W.), 600. Rauws, 711. I
Rawa-boeaja, 990.
-djati, 627.'
- -kidang, 626, 627.
» -lati, 627.
» -soelam, 626. Reabang, 451, 452. Reede Batavia, 442, 445, 531.
» (van) tot de Parkeier, 75. Reenen (J. van), 56, 394. 605. Rembang, 45, 51, 52. 73, 80,
81,86, 134, 136, 145.146.
184-186. 188. 191, 193,
222, 223, 231, 258, 272.
'276. 296, 426, 431, 454,
455, 520, 541, S4S, («6. 584, 636, 663. 675, 742. Riemsdtik (J. J. H. van). 57, 395, 604. (P. W. H. van), 55, 142, 394, 606. (W. V. H. v«d). 124, 283. RitmuUer, 208. Rivier (groote), zieTji-liwoei^. Romeijer (G. F.), 500. Romswindcd (J. C), 47, 49,
67, 507, 604, 687. Ronge (G. S.), 44, 389, 561. Rongga, 682—684. Roos, 144. Rooija (de), 208. Rotterdammer poort te Ba- tavia, 313. Rosier (J.), 605. Rastenborg, 129. Rijck (6. G. van), 55. 39S.
- Rijstpakbuis te Batavia. 4.^. Rijswijk, 43, 60, 61, 141. 211, 445. 444, 56!>. 695, 725. (forl), 569.
Sabi (rivier), 626. Sadeeng, 624. Sadjira, 624.
Salapadjang, 290, 291, 626. Salatiga, 538. 541, 542, 751 Saleh (ratoe bagoes), 614. Salemba, 245, 484.
fteóistER VAN Namen.
I9i
Saleljar, 160.
Sali'pandjang, 290.
Samanog, 1, S, 5, 6, Ifr— 18, ai, S6, S8, 43, 4», KI— M, 61, 73, 81, 86, 92, 93, 96, 98, 100—110, 113— 1 IK, 124, 125, 128— 130, 13», 1S8, 159, 14K,
146, 166-168, 178, 181, 183, 209, 223, 228, 233, 284, 2K6, 257, 259,271— 276, 285, 284, 288, 289, 293, 294, 296, 297, 301, 336, 386, 392, 396, 401— 404, 426. 427, 451, 448, 450, 454—456, 465, 475, 501, 505, 508, 510, 517, 520, 524—527, 538, 540, 541, 545—548, 556, 557, 582, 586, 622, 652, 658, 640, 644, 650, 665, 673, 675, 676, 678—680. 711, 72Ö, 721, 740, 750—752.
Sampirang, 626. Samud (S.), 500. Saparoea, 105. Sapoedi, 399. Sehaeffer, 614. SehepeD'böeyen ie Batavia,
- Schill (J.) JUD., 605. Schimmdpenninck (R. J.), 579. Sehoaten (W.), 208. Scholtze (J. C), 60, 71, 79,
147, 215, 460, 483. Segala-berang, 593.
Sdea, 482.
Senn yan Basel (H. L), 605.
» . . (W. A.),55,
182, 268, 594, 465, 556,
604, 687. SeoUong, 565^ 695. Sepatan, 626, 627. Sepoeh (Sultan), 479, 625. Sepot (berg). 595. Serang, 222, 225, 299, 501. Serière (A. L. P. de), 595,
- Servatius, 12.
Serenhoven (J. J. van), 572. Sewoe (rivier), 468. Siam, 476 Sibeig (J.), 285. Sidajoe, 398, 599, 526, 557. SUrla, 641. Siliboe, 481. Simpai (bei^), 595. Simpang, 45.
(berg), 451, 592,
- Sindang-djawa, 481.
» -kasi, 468« 479. 481. ^ndodang (berg), 593. Singkoep, 480. Sisepan, 524.
Slokan (de), 41, 484, 628. Slower, 257. Smissaert (B.), 44, 389. 561,
- Smit (D. S.), 604. Smith, 208. Smits (G. S.), 604.
f66
REélStER VAN NAMËH.
Soebang,479, 480.
Spekapoera, S34, 591, S94, 681-664.
Soekaradja, 683, 684.
Soeka-iari, 481.
Soeki, 683.
SoemadaDgan, 31, 33, 36, 253.
Soembing (berg), 592.
Soeinedangiaa2,26l, 500, 451, 459, 535,526,591,593,594, 612, 616, 683, 684, 686.
Soemenep, 4, 86, 102, 109, 162, 166, 231, 293, 396, 375, 399, 401, 403, 436, 431, 530, 545.
Soemenappers, 339, 548.
Soengi-atap, 565. 694. • -kendal, 565, 694.
Soerabaya, 6, 6, 16, 43, 45, 65, 80—82. 86, 100—105, 107—109, 113-115, 125, 139, 130, 163, 167, 168, 177, 181, 182, 195, 196, 209, 213, 228. 329, 239, 244, 246, 248, 850, 353, 254—257, 269, 261, 273— 276, 284, 288, 289, 393, 294, 296—298, 312, 314, 322, 323, 331, 335, 335, 336, 343, 352, 364-367. 375, 376, 379—381, 384, 586. 592, 596-398, 401, 403, 404. 410, 411, 436, 437, 431, 457, 458, 465, 475, 485, 486, 501, 505, 506, 508-510, 517, 518,
530, 534, 535—528, SS4, 539, 546, 551, 553, 654, 567, 582, 621, 622, 651, 638, 647, 650, 662, 673. 675, 676, 678, 680, 669, 704, 705, 711, 720, 711.
Soerabalfa (rivier), 331, 661.
Soerakarla, 11, 13. 14. SI. 73, 75, 76, 86, 100, 104, 131, 133, 322. 233, 236, 371, 374, 396. 404, 403. 448, 455, 540. 541, 543. 544, 713. 715.
Soerate, 735.
Soesoeboenan, 715, 740.
Solear, 636.
Soligny (J.), 600.
Solo-rivier, 356, 598, 543, 543
Somang, 634.
SoD (D. van). 595. 605.
SooUr, 443. 565, 614. 694.
Sopeng, 151.
Speelwyk (fort), 298.
StaalhofT (J.). 595, 605.
Stadhais te Batavia, 10, 268. 536, 612.
Slarrenbarg. 712, 713.
SleuHwas (6. J.), 584, 604.
SteyaParvé(J.A.).44, 389.661.
Stigler, 308.
Stepford (R.), 727.
Straat Banka, 665.
Soenda, 390, 665.
Struiswljk, 345, 484.
Suiker-pakhoiiwi te Batavia, 101, 106, 273.
f^ÈOIStER VAN NAMEN.
76'?
Tagal,48, KI, KS, 73, 86, 100, 106,145,146,163,395, 296,431, 449,454, 518, 5S0,535,526,5S8.545, 546, 663. » -koening, 627. • •waroe, 252. Tajoe, 639... ,
Takorak i/gfn!^, 626. TanalMÜlwDg, 60, 61, 212, 443, 565, 695, 724.
-bahroe, 290. Tanar, 628. Taoara, 589. Tandjoeng, 294.
'boeroeag, 627.
•grogol, 444, 566, 695.
-kait, 442, 627. » -kapala, 425.
.Oost, 170,245,666.
•poera, 31,565,694.
-prioek, 442, 565,
Tangeraog, 79, 126, 147, 212,
240, 442, 533, 566. 635,
681, 695. 724.
Tangoelangin (rivier), 139,
- Taagoeloeng (riTier), 626, 628. Tankoeban-prahoe, 592. Taunay (J. F.), 395. Teiaseire, 235, 643. Telaga, 468, 479, 480. Teraate, 86, 105, 107, 110, 111, 172, 461, 494, 527.
Texel. 571.
TeylingeB (Tan), 62.
Tiang-Kareng, 444.
TUenias Kruithoff (H.), 604.
Timbang, 481.
rtmor, 87, 102, 109, 272, 461.
494, 675. Tjabang-boeogin, 31—36, 179,
252, 594. Tjakong, 626. Tjanpea, 124. 592. Tjandi, 399. Tjangkring, 139. Tjankarang, 290. Tjarenang, 625, 626. Tjengkal-aewoe, 636. Tjerita, 299, 301. Tji-andjoer, 15, 59. 222, 591-
594, 612, 682—684, 748. Tji^aem, 73, 591, 661. Tji-«uer<wetaii, 541, 543. Tji-^wang, 294. Tji-«wi, 480.
• (negorij), 691. TJi bagendit. 593. Tji-baroeiia, 31, 33, 36. Tji-benda, 592. Tji-bimbing, 480. Tji-binoeng, 170, 294, 666. Tji-bioek, 593. Tji-blisi, 592. Tji-boedoek, 593. TjiHiamar, 592, 683. Tji-dani. 41, 76, 124, 212,
276, 291, 724. Tji-derinding. 593.
m
RÉQISTER VAN MAfttCf^.
Tji-djantoengan, 61^4, 6SB.
Tji-doerian, 6W, 626, 638.
Tji haroes, S93.
Tji-hea, 683.
Tji-jinging, S93.
Tji-kadoe, SO, 589, 6SS. 6S9.
- Tji-kandi, 114, 147,171,299,
301, 62K, 626. Tjikao, K9. 79, 86,106,261,
263, 264, S63, S65, tS9l,
- 652, 694. Tji-kapoendang, 210. Tji-karang, 31, 33, 36.
» Engsoer, 245. Tji-karing, 566. 695. Tji-kaso. 468, 479-481. Tji-kenda. 593. T^i-këroh, 592. Tji-koeja. 625. Tji-kopo, 624. Tji-labar. 625. Tji-landak, 482. Tji-lapa, 624.
Tji-legon, 299, 501,714,715. Tji-leje(, 624. 625. Tji-leles, 626, 027. Tji-lilitan, 245, 484, 614. Tji-limoes, 481. Tji-lintjing, 565, 694. Tji-liwoeng, 140, 211, 443,
484, 611, 723. Tji-loear, 127, 129, 170,245, 294. ■ Soekaradja, 245. Tji-loset, 593.
Tii-iiiaiigU, 170, 245, 294, 666.
Tjinnanoek, B91, 593, 686.
Tji-matok, 625.
Tji-mindi, 480.
IJi-minjak, 592.
Tjingati. 626, 638.
Tjipaji, 626, 628.
Tji-pajoen, 6M, M$.
Tji-panas, 451, 452, 52S.
Tji-papantjang, 592.
Tji-pinang, 485.
Tji-pitjoeng, 479, 482, B93.
Tji-plang, 666.
Tji-poljo. 683.
Tji-rarak, 626, 627.
Tji-riogin, 299, 301. , Tji-seroea, 300, 451.
Tji-soman, 592.
Tji-tandri, 503.
Tji-tarik, 592.
Tji-laroem, 21 2, 240, 563, 593, 594, 616, 618, 683, 7S4.
Tji-tjaringan, 593.
Tjoa Kaako, 116.
Tjoero^-agoeng, 300, 451, 452, 525.
Tjongean, 593.
Tobias (J. H.), 463. ' Toeban, 73, 81, 145. 396. 399, 454, 456.
Toegoe, 398. . Tolok-naga, 290. , Torbaia, 557, 558. . Troea, 399. . TVoesan. 565, 694.
(REGISTER VAN NAMEN.
769
TrogoDg, 683—684. Tsikong (riTier), 614.
Uilenbrodc, 308. ümbgroYe (J. L.), 633. Utrechtscbe poort ie Batavia, 313, 443, 566, 69B.
straat te Batavia,
140, 141.
Veeckens (H.), B72, 609, 736.
(L. Z.), 3S3. Veer (de), 143. Veeris, 363, 364. Veltbrugge (P.), 39S, 604. Vermehr (E. R.), wed. Palm,
- Vertoeuse (loge la), 143. Vienne (L. de), 140. ViUeneuye (L. T. J. de), 63, 573. Voestei-zons, 141. Vorst (H. A.), 395, 605. VrijheM (tuin de), 547. Vljfhoek (de), 566, 695.
Walet, 480. WaU (van der), 169. Wanajasa, 683, Wardenaar (W.), 56, 171, 182, 268, 394, 463 604, 687. Waroe, 31, 33, 36. Waroeng, 541. Walerloo, 363.
Waterpoort te Batavia, 101, 106, 273.
Weg (Jakatrasche), 443.
Weltevreden, 18. 40. 41, 43,
- 85, 141, 143, 167. 168,
311, 313, 245, 388, 412,
413, 430, 443, 533, 665,
I 600, 601, 644, 666, 683,
i 696, 733, 734.
Wend, 600.
Wense (P. von), 711.
Wienrich, 138, 316, 663.
Wilkinson (6.), 395, 605.
Winckelmann (F. G. P. von), 738, 740.
Wirosari, 541.
Wit (6. M. de), 485.
Worm (van der), 547.
(J. H. van), 56. (W. H. van), 370,
IJzer-magazl)n te Batavia, 103, 107, 373, 688.
Zeven-hoek (post de), 666, 696. Zhaetzcky (J. F.), 56, 395, 605. Zimmer (J. B.), 141. Zoetendaal, 566, 695. Zuider voorstad van Batavia, 9, 126—137, 141. » weg (groote), 460, 628. Zuid-Wester eilanden, 109.
-zee, 592, 593.
ruiAAT'
Dm in.
4»
ZAAK-REGISTER.
Aam, 1, 333, 334.
Aanbesleden, 148, 150, 186, 193.
. -ding, 153, 156, 279, 290. Aanbesterven, 343. Aanbouw, 235. 236. Aanbrenger, 96, 114, 180,282,295,
402, 403. 462, 473-475. 497,
518, 665, 692. Aandoen (eene haven), 114, 679. Aandragen (water), 316. Aangifte, 90, 91, Aanhalen, 242, 474.
. -Ier, 282. 295.
» -ling, 656. Aanhoogte, 487. Aankap, 65, 66, 405, 406. Aankweken (tabak, enz.), 221. Aanlegger, 656, 657. Aanmaak, 45, 54. 182. 196, 197.
199, 200. 204, 393, 462, 604,
686, Aanmaken, 477. 560. Aanmanen (iuteekenaren), 485. Aannemer. 151. 152, 155-157, 186,
Aanplakken (buurt-orders). 318. Aanplant, 15. 224, 226, 227, 251,
m. 544-546. Aanplanten. 546, 617. Aanranding, 665. Aanslaan (pacht), 403, 620. Aanspraak, 708, 720.
maken op preferentie,
Aanspreker, 110. 381. AansteUiii;^, 16, 68, 115, 563. 711. Aanstrengmg, 711. Aanvaarden, 89, 337, 377—379.
-ding, 50, 52Aanval fvijandeliike), 316. 609, 610,
665, 723. Aanvoer, 181, 236, 237, 508. 526. Aanwas, 344. Aanwerven, 521, 691.
Aanzien, 40, 469, 607. Aardappelen, 305. 307, 311, 46i
- Aarde, 616.
Aardvast, 533. Aarta-thesaurier. 576, 578. Abandonneren, 61, ^. Abdi, 589, 629.(boven) houden, 372.
Aboucheren met landdrosten. 677 Absent, 241, 337, 355—357. 367,
368, 470. Absenteren (zichl 440, 441.
- -tie, 1, 117, 154. 410, 436, 530,607.
Abuis, 48, 690. Accepteren (voogdy), 351. Accoord, 10, 474. 619.
bevinding, 99, 120. Accuratesse, 653. Accusatie, 71. Achtersul. 263. 416. 643. Achtponder, 5A5.
Acquirereo van man en ttoüw. 87. Acte, 77. 89, 90, 95, 277. 3S3. 354. 373, 494. 664. 711.
(schabinale), 266.
(secretarieele). 469.
van aanstelling, 100. 111.
AcUè, 146, 180, Tk, 341. 345.
360,367. Adelaar, 679, 719. Aderlating, 603. Adioint, 297, 418. Adijudant, 230, 519, 562.
(plaatselijke), 264.
-commandant, 708.
-generaal, 667. Acljudiceren (prijs-goederen), 671. Adjuncl, 149-152, 173, i77. 433.
440, 441, 447, 520.
552, 564, 567, 631.
692-694, 696, 697. 725. • «advocaal-lbcaal, 620.
2AAK-RËQI8TCR.
771
A<iyuna commisaris generaal der mariDe, 273, 631. -dessioateur, 149, 154. ■ !• gezworep klerk, 274.
• -financie-boêkhouder, 630. -6scaah 529-532. gezworen klerk, 276.
^ -muntmeester, 276. -secreUris, 66. 273. Administrateur, 101, 102. 104. 184, 214, 271, 273. 345, 351, 352,391,498, 588. 638,710.725. • -generaal. 32, 84,
100, 104, 118, 182. 240. 270. 273, 394. 463, 507, 561. 590, 596, 630, 687. Administratie, 1, 3, 17,18,20-22, 24, 27, 28, 62-^64. 68, 69. 82, 92. 93. 158, 159, 175-177, 185. 189. 192. 202. 278. 410, 412, 420, 709. 710. (Lands). 335. -boek, 190, 528. » -goederen, 21.
-rekening, 190.
Adminislreren(geldenderLuthersche
gemeente), 458. Admiraal, b83. Admiraliteits-hof. 598. Adresseren (zich), 362, 554. Adsistenlie. 314—316, 328, 329.
. -teren. 188, 619. Adsumeren (▼oogd), 346. Advertentie, 340, 355. Advies, 529, 531. 532.
Advocaat, 272, 658.-brief. 585. 586.
• -fiscaal, 100, 146, 209. 212-214, 240. 242. 271. 416. 501. 516, 520, 529-532, 639, 723, 725, 745.
Aequivalent. 135.
Af beuling, 75, 118, 119.
Afbraak. 61. 201.
Afbreken, 113, 313, 598, 630.
Afdanken (iniandsche soldalen), 676.
. -king, 677. Affixie, 340. Affuit, 21, 24. Aiïuitage, 82, 83, 197. Afloit-as, 24. 83 Aigelegenheid, 156.
Afkeuren (ffewichten), 335. Afkomst, 653. Afkooksel, 295. Afkoop, 403. AQosbaar. 507.
• -sen (koeli's). 178.
. -sing, 75, 174, 243, 356. 385. Aflgvig, 340-342. Afpakking, 3. Afpersing (geld). 537. Afrekening, 171. Afrukken (zegels). 335. Afrijden van postwagens. 404. Afschaffing. 50. Afscheep. 23, 334. 422. Afscheeps-ordonnantie, 498. Afschepen. 498, 638, 662. Afschrikken (gegadigden bij pach- ten), 469. Afschrijving. 23. 24, 196. 201,202,
423, 540. Afslag (bij), 33. Afslager, 94, 105, 106. (adjunct), 108. Afsluiten fcassa-rekening), 119. Afsnijden (baarden van bommen), 19. Afistammeling, 404. Afstand doen, 89. Alisterven, 359. 374. ALstrijken. 180, 332. Afval, 616, 645. Afvoer, 227, 228. 236, 237, 281.
• -ongelden, 59. Afvragen aan langanan's, 496. Afwezigheid, 653, 662 Afwinden (een vaartuiff), 187. Afzetten feen vaartuig). 187, 191, 192. Agent, 5i35.
Agio, 117. 123. 149. 173,219,243, 265, 283.300,386-389.419. 421, 427,430, 449, 507.509. 511, 528, 538,562, 603,688. 747.
• -leur, 389. A^rement, 460. Aide-controieur, 412, 413.
. -de-camp, 570, 572, 574.
-hospitaal-meester, 310. Alarm, 316, 689. . (valsch), 726. -schot, 6L4. Alcatief, 475. Aliënatie, 95. AlimenUtie. 27«. ^70. Alleenhandel, 471.
771
2AAK^ÉQlSteA.
AUegaüe, 669. Allodiaal soed. 250. Almanak (RegeriDgs-), 163. Alphabeth. ^2. Aluin, 28.
Ambacht, 246. 596, 597. Ambachtsman, 179, 191—193, 197. 198, 200, 202, 203,
. 247, 324, 325, 549. 599.
(Chineesch), 144, 148, 325. • (Javaansch), 112.
Ambitie. 233. Ambt, 50. Ambtenaar, 48. 60, 63, 71, 73, 111,
214,460,469,472,^9,
500, 558,586.652,653,
680,688,704,715,725,
726, 745.
jciviel), 100, 129, 229.
(comptabel), 64.
(gequaliflceerd), 50.
(inactief), 140. Ambta-eed, 64. Amelioratie, 460. Amende, 160.
Ammuniüe, 17, 18, 21. 23, 31, 128,
211,470,520.638,671.
-goederen, 82,422, 723.
■ *w3cen 688
Amphioen. 113, 114,' 146,204,241,
242.294,295,299,421,
-handel, 242.
-kit, 251. 252, 398— 400,
457.505,477-479,482.
schuiven, 320, 414. Ampliatie van productie, ^9, 660. Amputeeren, 6Ö2, 603. Anachoda, 58, 114, 367. Ananas, 309. Anciënniteit, 529. Animeren (visschers). 526. Anker, 184, 423, ^^9. Ankerage-gelden, 449.
• -ren, 181. Annexeren (ordonnanüén), 1. Annonce. 327. Annotatie, 354. Antjing, 399. Antwoord, 658, 659. Apotheek, 569. 600, 601. Apotheker. 167. 168, 272,274,275, 287 -289, 601, 668.
Appel 96. 303, 309, 700,
• -latie. 241.
• -leren aan den Raad van justitie te BaUvia, 673.
Applaneren. 313. 460. Applicatie. 660. 698. Appointement, 40. 558, 703. 705.
706, 709. 712.
Tan ciUtie.*660L Apprehenderen (deseneurs. enz.),
- Approbatie, 66, 303. 365, 699. ApproTisionement, 263. AppuL 297.
Arak, 7. 24. 29. 83. 297. 305,306. 308. 310,397,402,427.539
• -brander, 7. . -val. 6.
Arbeid (ten) stellen, 256.
Arbeider, 259. 262. 291. 299, 568.stelling, 413.
- Arbeidsk)on, 54, 152,200,246.549 Arbitrage, 63, 64. Archief, 154.
(gooTemements), 664 . ( . geheiJB;.
Architect, 71. 84, 101, 106, 272.
Archivaris, 105. 274 431. Arm, 602. Armature. 216. Armband. 143, 325. Armee, 158. 163, 165. 167.214.
220, 229. 232, 253, 258. 28:i.
286-288. 450. 522. 527. lui).
- 610, 644, 645, 647.
665-667. 674-678, 688, 703
710, 720. 725, 750. *Armen (de), 280, 559, 661.
- -bus, 374.
-huis, 108.
-middelen. 454. Armoede, 81, 130, 702. Arrangement, 185. 191. 379. 610 Arrest, 152. 169, 302, 357. 510.
516, 700. Arresteren, 127, 239, 415. Arrivement, 704.
Arrondissement, 1. 410, 677, 682- 684. 740. (miliuir), 674. 675. Arsenaal, 413. Artikel-brief. 162, 169.
ZAAK-REQISTER.
775
Artfflerie, 16, 17, 19, 21. 22, 25, 92, 83, 85, 128, 164, 197,210,216,229,521- 523.548,563,67a-«78. rradende), 85, 182, 229, 421,538,584,613,614, 666.
-magazijn, 17, 21, 29, 45, 82. 85, 103, 140, 144.
-officieren, 21, 23, 27. -park, 43. -school, 284.
Artilicrist, 677.
Aitsenymenffkunde, 168.
As (per), 203.
Assessor, 206, 272.
Assignatie, 503.
Assimileeren in rang, 707.
Assortiment, 198.
AUp, 320, 635. 636.
Atelier, 85, 112, 195-202, 246,
248, 249, 259, 323, 325,
326, 328, 419, 520.
van constructie, 82, 673.
reparatie, 25, 28, 30.
Attachement, 74.
AtUcque, 609, 666.
Attaqueren (Java). 608.
Attesutie, 318, 358.
Attribuut, 698.
Audiëntie, 259.
Auditeur militair, 104, 273, 302.
Authentiseren (kopijen van bestek- ken), 153.
Autorisatie (buiten), 220.
(mondelinge), 4.
Avancement, 165. 706, 742.
Baard, 19.
Baas, 18, 25-30, 157, 284, 324.'
(Cbinee-sche), 596, 597.
• (Europeesche), 199.
• -blokmaker, 187. 188.
• -boekdrukker. 107. ' -constructeur, 187.
• -smid, 186, 188. Badjoe, 496.
Bagage* 539.
Bagger, 478.
Baflluw. 9. 100, 126,143,211,213, 214, 263. 264, 271, 409, 416, 433, 434, 438. 439, 441, 446. 447, 564, 567. 610. 620, 666, 692, 594, 696, 723, 725
Bakker, 332, 684.
Bakkerij. 404, 533.
Baksteen, 61.
Bale-badong, 133.
Balie, 332.
Balk, 405.
Ballingschap, 12.
Bamboe, 21, 290, 619, 635, 636.
» -boeloe, 547. Band (koperen), 332. ' Bandar, 364, 455. Bandarij, 317, 472. Bank van leening, 102, 106, 273. Bankier, 282. m. Bankroet, 346, 579. Bannissement, 63. Baskat, 677, Bast, 192. Bataillon, 16, 82, 163, 164, 510,
548, 668, 674^-676. Batoer, 3, 18, 24, 25, 83. 144, 187,
188, 203, 215, 246, 247, 249,
258, 301, 412, 486, 519, 549, 562. Batterij, 21, 317, 588. Bazaar, 41, 43. 44, 116, 124, 128,
163, 252, 276, 290, 385, 386,
399, 429, 469, 477, 479, 481,
482, 532, 533, 563, 589-591,
624, 625, 627-630. Beambtschrijver. 89, 95, 107, 109,
473, 556, 586. Beantwoorden (brieven), 704. Beddelaken. 311. 465, 466. Bedelen, 371, 405. Bederf, 3, 168, 312, 412, 670. Bediende, 69, 258, 301, 321, 492.
-ster van sterfhuizen, 107.
Bedrog. 62, 362. Been, 602. Beestiaal, 108.
Begieten, 317, 511, 516, 697. Begraafplaats, 139, 279, 427.
(t:hine8sche),38,466,
Begrafenis, 53, 338, 341, 365—367.
-plechtigheid, 38, 372. Begraven, 11, 13, 322, 340. Begrinten (grooten weg), 127. B^rooting, 5, 152, IH 176, 185,
Behandeling (getrouwe). 93. Beheer, 63, 145, 525. Beklaagde, 169. Beknbhing, 150. 290.
774
ZAAK-REQISTER
Bekmissing, 679.
Bekwaamheid, 436.
Beladjan, 478.
Belasten, 8. 52, 343. . -ting. 77, 78, 87, 218, 237, 318. 344, 371. 373-375, 427, 457, 511—514, 523, 533, 554, 558, 569, 577, 598-600.
Beleedigen door Wees- of Boedel- meesteren, 362.
Beleenen, 36, 176, 355, 358, 3fö, 547, 548, 590, 591,630, 650.
-ning, 44, 293, 347,352, 353, 560, 561.
Beleg, 214.
Belendint^, 552. Belofte, 165. 347, 469. Belooning, 176, 492. Bemanning, 45.
Beneficeren met lijftocht, enz., 92. . -tie, 671.
van inventaris, 89.
-tium ordinis etc 469.
- S. G. Vellejani, 350. Benoemen (wijkmeesters), 136. Beperken (huwelijken van oflicieren),
Beplanten, 616. 641. Bereddering. 380. Bereiding (scheikundige), 168. Berg, 451.
-plaats, 142, 544, 725, Beroep (hooger), 169, 176. Berooving, 665, 672. Berijden (den Ooslerweg), 79. Beschadiging, 35. Bescheidenheid, 155. Beschermer. 571. Beschoeijing, 9. 70, 148-150, 155,
- Beschroomdheid. 300. Beschrijving, 70.
(jaarlijksche), 514. Beschuit. 309. Beschuhiigde. 302. Beschutte, 670. Besmetting, 60. Besparing. 697. BesUan (eerlijk), 319.
(Gnancieel). 40.
Besteden (v^ecskinderen), 348. Bestek, 71, 148, 150, 153, 154. 215.
fiestdt (uitgekapt), 617. Besterfenia, 344, 351, 371. Bestrading, 537. j Bestrijken (vormen voor kogds), 563.
- Bestuur (civiel), 736. i . (inlandsch), 124. Betaal-boek, 190. Betalen (boediang's), 619. Betaler (onwiliigl, 285. Beuling, 133, 153, 246, 247, 249.
- 355, 386, 387. 409, 425.
- 483, 489, 503.
- 506, 507. 513. 516. 517, 521. 522. 538, 562, 569, 661, 662. 664, 675. I 677. 678, 709
I • (contante), 115.
I . (dubbele), 584.
I Beurt-verwisseling, 196, 197.
Beurs (privé), 88. 90. 374. 429. I Bevaarbaarheid. 150. I Bevel, 71. I Bevinding. 2. I Bevolking, 541. I Bevrachting, 444. i Bewaarplaats. 126, 145. 665. ; Bewaring, 63. : Bewindhebber, 390. ' Bewoner. 321. Bewijs, 231. 342—344. 347, 349. 350, 375, 513, 559, 703. ! Bewijzen, 341. 344. 345. ! Bezegelen (schuldkenoissen), 354. Bezeilen, 669. Bezem. 25. 83. ! Bezetting, 521. 737. Bezoldi^'ng, 653. 696. Bezuinigen, 666. Bezwaard (zich) gevoelen. 601. Bezwaren, 345. 346. 380. Bezwalken (de eer van rijksdie-
naren), 745. Billetteeren (oflicieren), 680. Billioen, 56. 389. Billijkheid, 74. 167. 242. 304. 313.
348, 351. 370. 589. 600, 629. Bindgaren, 636.
• -rotan. 26. 615. Binnenloopeu wegens zee-nood. 474. • -moeder, 108. < -regent. 66. 108. 456. . -weg. 613. Blaasbalg. 19, 247. Bladzijde, 553.
ZAAK-REQISTER.
778
Blaffert, aO».
BlandoDf?. 72. 73, 136, 137. 145.
455, 543. 591, 608, 616, 651,
- Hoccade, 598. Bloed (naaste), 349.
-verwant, 653. Bloei, 227.
Blok, 187, 315, 318. 319, 693.
-bewaarder. 328.
. -huis. 8, 125-127, 328. Blusscben (braDd), 329. Bode, 40. 51. 52, 94. 104, 108, 109, 140, 277, 284. 285.337,340, 342, 352, 353. 364,381.512, 656 . (2«), 107. 109. Bodemarij, 355.
-brief, 341, 360. Boeboer. 306—210. Boedei. 5, 51. 52. 89. 90. 92.94— 97. 157. 159.174.176,241, 297. 337-^341. 343-345. 351, 353-355. 359-361. 374, 375, 378, 380. 407. 408, 688. . (insolvente), 10, 338, 339, 376, 407.
-hoader, 92, 342, 343.
376-381.-kamer. 53, 363, 364, 373,
-meest^en, 38 — 40, 51, 53, 92-94. 99,107-109,274, 276. 279, 314, 329. 337, 353. 361—381, 384, 427- 429, 466, 467. 491, 515, 631.
• -meester-kennis, 353.
• -redderaar, 90, 91.
-rekening, 362.
-staat (korte), 407. Boedjang, 280, 483, 618, 619. Boegseren (vreemd schip), 285. Boei, 126, 327, 408, 531. Boejoeng, 399. Boekbinder, 72, 76. . -hooden, 18, 144. 447
-houder. 52, 53, 85, 101—103, 105-107. 109, 111, 185-187, 189, 190. 192, 193, 199, 200,
- 27C, 276. 337, 358-360, 428, 528. 632, 670.
• -schuld, 360. Boepati, 622. Boete, 38, 52, 89, 319, 322.
Bom, 19—21, 25, 83, 128.
^rdier, 17, 24, 83.
• en kogel-gietery, 18, 20, 527,
- Bon, 298.
Bondgenootschap, 571. Bonis (in), 369. Boodschap. 606, 607. Boom, 65. 215, 406, 407.484, 616,
- Booswicht, 745. Bootsman, 85. 239. 323, 528.
-volk, 670. Bord. 315. Borduursel, 716. Borg, 240, 241. 344. 345.347,352,
358, 362, 403,469,470,516,
• -stellen, 446.
. -tocht 347, 358, 367. 381. Borneeren. 220, 704. Bosch, 65. 73. 190. 235—237,406. 490, 550, 616-619. 626, 628. 639, 645. 662. 721. . -franger. 107. 145. 177. 184. 273—275, 406. 417, 535, 617. 619, 651, 652. ' -hoofd (inlandsch), 645.
• -huishouding, 235. -wachter, 110.
. -volk. 185. 191, 608. 645. -werkzaamheden, 136. Boter, 311, 464, 466.
. -ham, 305. Botsing, 48, 49, 679. Bottel. 398. Bottelier, 108, 499. BouUlon. 305, 307. 309. Bouwen, 57, 59. 60. Bouw-materiaal, 281.
• -orde, 187. Bovenlander, 11. Brand, 61, 316, 324-330. (in) steken, 725.
. -emmer. 316. 325, 326,330. Branden, 7. 281, 334, 406, 490,
- Brandery, 661. Brandewijn, 306, 308, 310. Brand-haak, 325, 330, 331.
-hout. 26, 35, 130-132, 281,
311, 427, 464, 466, 496, 616,
618, 619. 645, 721. Branding. 400. Brand-ladder, 325, 331.
776
ZAAK^EQISTER.
Brand-meester, 140—143.
(geDeraal), 143. . ^puil, 140-143, 323-327, 330.
-huis, 323, 325. • -maker, 326, 330.
-stichter, 11.
• -stof, 725.
• -ijzer, 490. Breake. 96, 474, 567 Breuk-snijden, 602. Brevet, 84, 576.
Breveteeren door den souverein, 679. Brief, 67, 69, 70, 80, 81, 472,477, 497, 498. 534, 721.
- (besloienl 152.
. (bezegelde}, 339. » -brenger, 132.
• -port, 470.
van credit, 54, 55, 182, 218, 267, 389,393,394,462.507. 535, 560, 604,622,650,686.
• van credit (yalsche), 594. Brieven-besteller, 623.
• -post, 453. Brigade, 675.
• -generaal, 738. Brigadier, 195. 197, 211, 213, 216,
263, 264, 270, 301, 420, 510, 519, 520, 538, 545, 562, 570, 572, 574, 581, 582, 610. 708, 710, 738, 740
Brik, 46, 570, 580, 581, 586.
Broeder, 677.
(halve), 87.
Broek, 311, 465, 466, 677, 697.
Brood, 9, 293, 305. 307, 309, 311, 464. 623, 684.
• -bakker, 9, 140, 623.
- -bakkerij, 293.
Brug. 9, 31, 10, 115, 148-150, 164-156, 291, 299, 321, 323, 442, 443, 565, 589, 598, 629, 641, 694, 695. Brujrge-wachl, 323, 324, Buffel. 79, 136, 137. 211,212,280. 397-400, 402, 481, 482, 486-488, 506. 539. 614, 615, 689, 723, 724.
• -kar, 280, 486. 488, 539. Buiten-armen, 376.
-bezitting. 5.
• -gracht, 313.
-kantoor, 69, 160, 273—275, 569, 675.
Bniten-post, 21, 82. Buitgeld, 672. Bultzak, 311. Bundel, 228.
Bureau, 84-86, 177,196,567,630, 631.
• van de genie, enz., 18, 20— 23, 27-29, 84, 673
van oorlog, 85. Burger, 166, 21C 302, 32i, 381
407, 640, 600.
-wacht (inlandsche). 142. Baraerü, 414, 622. 751. Buskruit, 26, 31, 128, 224. Buur, 322, 344.
• (naaste), 428, 467. BQgebouw. 43, 293, 590, 630, 6^-
644
-loof, 405. Biil, 317. Bnlage, 70.
Bijspringen by tumult» 327. Bijwonen van comparitiin, 38. Bijwerk, 197.
Cachemire, 2, 411. Cachet, 191, 294.
• volant, 376. Cadet, 287, 422, 423, 527. Caisson, 585.
Calam^e, 7, 97, 114, 282. 295.402.
403, 462, 474-476, 497, 517. Calculeren (boedels), 375. Caliber, 18. 19. Camasse, 433. Canonnade, 750. Cantonnement, 621. Capater, 645. Cargasoen, 496. Caronade, 128. Cas (in) civiel, 209. Cassatie, 438, Cautie, 93, 117. 342, 357,367,368,
juratoir, 350.
de restilnendo. 369. Celebreren. 296, 719. Centime, 746. 747. Centrum, 225. Ceremonie. 296. 719. CerÜGcaat, 154, 437. 5ol— 553, 566. 560.
• -ceren (dupUkaat-rekeningt, 120.
Chacot, 421.
ZAAK-REGISTER.
777
Chaise, 129, 511.
Charter, 190, 362, 376, 425, 435.
Chef der divisie, 17, 20, 22,27,29. 164, 195, 197, 301, 328. 419. » • militie, 317.
- Tan den generalen staf, 22,
- 211, 213, 233. 263, 264, 420, 511, 522, 546. 610, 620. 668, 675. 689, 710. 719.
Chertepartij, 669. Chevron, 220.
Chinirgyn, 167, 168,274,275,288, 289, 310, 601, 602. en chef, 167, 270, 287, 668, 714.
-majoor, 167, 272, 288. 289, 602, 668. principaal 271,287,601,
Christalisaüe, 27. Christen, 39. 337, 365. 378, 387. (inlandsch), 78. 469. 637. • (Portuffeesch inlandsch)
- Cilinder, 261. Cipier, 105, 109,126,145,207,327,
328, 408. 531. Circulaire, 739.
. -latie, 56. 256, 389. 463, 595,
- Citatie, 183, 209. 215. 656, 657.
Citeeren. 16. 670. Classe. 218.(edictale). 671.
Classificeeren (prauwen), 694. Clausule compulsoir, 660. Cocarde, 572, 581. 582. Codicil, 87. 342. CogniUe. 434. Cognossement. 3, 411, 449. CoHateraal. 38, 39, 89 -91,94-96, 374, 407, 428, 466. 467, 554, 558, 687, 688. • -tionist, 105. 274, 431. Collecte, 57, 94. 554, 558, 559.
' -lijst, 485. CoUeclcur. 90-97, 120-122, 275. 276,407, 408,428,429, 632,
-Irice, 103, 120—122. 275. College administratie houthosschen, 652.
College huweltjkache en kleine ge- rechtszaken, 491, 631.
• van justitie, 96, 183,669— 673, 698.
Colligeren. 48, 93, 403. Commando, 679. Commies, 85.
• -expediteur, 721. Commissariaat van oorlog, 668, 707,
- Commissaris, 51, 108, 152, 692— 694, 696. -adjoint, 667, 722. -directeur, 195—202. -generaal. 184, 185, 187-192.
-generaal der marine, 45—47, 65, 86, 100, 144, 158, 159, 171, 176, 177. 236, 245,
270, 301, 422, 421, 425, 528, 535, 672. der htmtwerken, 86. -ordonnateur, 1, 2, 216, 220, 270, 297. 410, 411, 421, 449. 463. 465, 546,613- 615, 666-668, 689, 704, 706, 711, 714, 722.
van oorlog, 1—3,85,
271, 297. 410-412, 420, 523, 538, 667, 704, 706, 722. prauwen-veer, 433— 439. 441.
' Raad van j ustitie, 530,
vendukantoor, 101. wegen en posterijen, 101. 228, 257, 258, 271, 451, 453. 489, 544
der 'werken, 106, 162.
van het klein zegel,
-.sen ter maand, 8 — 10. Commissie, 9. 10, 12, 13. 20-24, 27. 48, 49, 51—53, 56, 58. 69. 77. 129, 139, 153, 177,214,243.268. 286, 352 353,359.361, 365. 370,380,396,397, 454. 496,507,516,552, 554, 557,572.578,640. (crimineele), 9, 530.
778
ZAAK-REGISTER.
Commissie (geneeskundige), 601.
(msticieele), 51, 113, 536.
(militaire), 1, 2, 410,
-brief, 112.
-geld. 496.
-vaarder, 672. Commissoriaal 656. Commotie, 329.
Communicatie, 150, 156, 292, 741. Compagnie (Oost-Indische), 56,255,
Compareren. 209, 260, 332, 342, 364, 656, 657.
. -riiie, 38, 434.
• -ruit verleenen, 656. Compensatie, 39, 73, 217,408,560.
642, 643. Competentie, 4, 8. Completeren, 164, 182. Complot, 409, 414. Composeren, 206, 474, 529. Compromitteren (een prefect), 8. Comptabel, 21, 28, 160, 458, 710.
-biiileit. 523. Concerteren, 81.
Concessie, 113, 204, 237, 472. Concipieeren, 67, 68. Concluderen, 16,
-sie, 658. 659.
(criminele), 531.
» van eisch, 672. Concurrentie, 36. 243, 257, 299,
339, 458, 503. Condemnatie, 672.
• -neren in de kosten, 656. Conduite, 13.
ConfifM^atie, 7. 242, 284, 402, 474, 477, 619, 656.
• -queren, 282, 295. 497, 498, 739,
Confrontatie, 99, 120, 226.
. -teren, 83. 119. 120, 176, 359, 360, 408. 498.
. -üst, 107, 275. Confusie, 29, 146. Conniventie. 7, 177, 638. Conscientte, 361. Consent, 187, 343, 347, 363, 366,
370, 402, 617, 702, 703. Consenteren, 209, 353. Conservatie, 224. Consignatie, 96.
Consolideren (organtsatiên), 67. Constituant, 355.
Constructeur, 184, 185, 187--18S, 249,272. (1«), 323. (2*), 199, 324. Constructie, 18o.
-boekboadfx, &34« Consult, 602. Consumptie, 424, 462. Contanten. 5, 118, 130-132, 230. 231, 250. 351, 388, 4tö, 503. 508, 633-635. Contenteren (aanbrenger), 474. Contingent, 263. 519, 740. Continuatie, 260.
• -eren (eene pacht), 241. Contrabande. 474.
• -bewijs. 391.
Contract, 151, 155. 156, 236, 238
(frauduleus), 96.
Contra-epaulet, 667.
-cassa-boek, 119, 358.
. -merk, 177, 281.
• -signeren fordonnaoliên). 117.
• -venteur, 7.
-ventie, 474.
Contribueren aan wed.- en wezes- fonds, 705. . -Ue, 16, 375. 599, 7ia Controleur, 228. 229,276,324.412. Contumacie, 670. Converteren in zilver geld, 390. Convooi, 45, 620. Corps (mobiel), 521. Correctie (lijffebjke), 692. 694. Correspondentie, 66, 206. 546,741
-deren, 711. Corrigeren (timmerlieden), 167. Corruptie, 50. Cosiuum, 716. Coucheren. 494, 664. Courant, 209, 314, 340, 386. 501.
- Cours, 56, 256, 561. 649.
van de justitie. 260. Crediet. 118, 129. 345, 367, 469. Credit-brief, 44. 56, 118, 268. 269. 389.391462,501507, 508,535,561,604,686. 687.
(Ambonscbe), 266, 267 Crediteren, 122, 391. . -leur, 74, 75, 159, 241, 339, 340, 366, 368, 369, 470 Credit^papier. 182, 538. Culpa levissima, 64.
ZAAK-REQI8TER.
779
Culdveren, 256. Cultures. 162, 203, 210, 234. Galluur, 416, 688. -dienst, 112. Curator, 5, 365, 407, 634.
ad lites, 158, 337, 365. Custodiêren (gevangenen), 126. Cijfer, 70. 255. Cynosure, 42, 171, 284, 511, 555.
Daad (op heeter), 205, 529.
Dader. 665.
Daggeld, 18, 52, 94, 129, 191,210,
248, 291, 380, 528. 553, 554,
557, 640, 690, 705. Daghuur, 71, 148, 151, 153, 156, 157. Dagloon, 246, 485, 700. Oag-regisler, 191. Dagvaarden, 260, 363. 656. 657.
• -ding, 214, 215. Dagwerk, 156.
Dak, 320 Dalem, 537. Dampkring, 742.
j^Balaviasche). 60. Dapperheid, 679. Das, 421. Datjin, 333. Datum, 16, 118, 119. Debet. 118.
Debiet, 36. 241. 242. 600. Debiteren (pachters), 122. Debiteur, 293. 376, 639. Decharge. 99. 153. 360. Decisie, 35, 206. 700. Declaraüe, 284. 285, 555.690,691, 716.
• -toir, 354.
Declareren. 51. 52. 77, 129, 145,
166, 174, 339, 353, 438, 553.
554, 558. 560. 660, 661, G81. Decoratie, 232. 667. Decortatie, 250, 471, 522,
• -teren (vrachtgelden), 449. Decreet 57 1
Dedoromagemcnl, 41, 393,643,690. Deduceren (mondeling), 659. Deeling, 95.
Deelnemen in geld-lichting, 219. Defaillant, 657. Default, 657, 671. Defect, 2, 9, 29, 82, 148,292, 326.
330, 411. Defensie, 169, 216, 657. dilatoir, 657.
Deficit, 6, 45.
Defroyement, 130.
Dekken (gouvernements transporten), 488.
Dekking. 390.
Delegatie, 699.
Delict, 700.
. (miliuir), 161, 162.
Delinquent, 81.
Deroang, 234.
Demissie, 146, 181.
Dcmitteeren (regent), 165.
Demoliêren (fort Speehvijk), 298.
Dempen (grachten, enz.), 313
Dempoel, 192.
Denonceren (particulieren), 151.
Departement, 5, 8, 118, 196, 198, 199, 201, 204, 258, 302, 406, 407, 426, 433, 525, 584, 631, 638, 673, 674, 712, 751.
(militair), 85. 104. (politiek), 103, 105, 409. der genie, 85 — 87.
• marine, 85.
• wegen en brug- gen, 148. 149.
Depences, 40. Dependentie. 230. Deponeren, 93, 670, 673, 677. Deportemeut, 63. 64, 73. Deposito (é), 429. 634. Depot, 85. 678, 720.
' -kompagnie, 675.
• van oorlog, 673. Depunctie. 603. Desa. 11. 136, 137, 224, 226. 236,
455, 481. Descendent, 92.
Deserteur, 8, 124—126. 232, 239, 299, 414. 415, 548, 678, 719, 720.
. -tie, 124, 125, 165, 238. 249,
413, 414. 677. Designatie, 659. Deskundige. 471, 494. Desonie, 260, 434. Dessinateur, 149, 154. Dcstinalie, 47, 58 Detachement, 50, 51, 164,328,510,
522, 674. Detacheren (otlicieren), 678. Détail, 736.
780
ZAAK-REQI8TER.
Deugddijkheid, 409 Deur, 329.
• -waarder, 104, 109, 268, 531,
536, 656, 657. (2«), 107. Devolveren, 90, 660. Devouement, 295, 679. Diaconie, 559.
. -armen, 218, 332, 334, 335, 454. Diaken, 88, 275, 559. Dicteren (eisch), 657. Dieet. 305--309, 464, 465. Dief, 187. 664.
. -slal. 441, 567,665. Dienaar (Lands), 407.
van de justiüe, 327, 328. Dienst factieve), 426. (civiele), 2. . (Engelsche) 499.
(genees- en heelkundige), 287,
• (huiselijke), 606, 607.
• (kerkelijke), 392. ('s Lands), 456.
. (militaire), 163. 701. (particuliere), 198. Dieverij, 327, 672, 693. Differentie, 152. Ditiiculteit, 340.
• -teren nopens vonnissen, 700. Dikte, 190.
Dilay, 16.
Dimensie, 281, 282. Directeur. 18-20. 249, 527, 528. -generaal, 32, 68—70, 84, 117-119. 121. 122, 182, 240, 263. 264, 270, 394, 449, 463, 507. 536, 547, 687.
van het atelier, 197—199. . der genie, 71,79,147,201, 257, 460. 597, 673, 674, 691. Direcüe. 64, 70, 71. 245, 713.
(generale). 4, 5. 23, 32. 33, 37, 47, 67, 68, 84, 103. 105, 118, 119, 160, 161. 219, 243. 265, 273, 275, 312, 385, 388, 389, 417, 461, 494, 526. 588, 596, 613, 620, 645. 664. 666. Discipline, 207. Discretie, 531. Dislocatie, 603. Disobedientie, 213. Dispens, 568.
Dispens-klerk. 568.
Dispensatie, 231.
Disponeren op inteodits, enz., 671.
Dispositie, 338.
(testamentaire), 374,378. DispuQU 89, 473. DisUntie, 27. Distinctie, 532
-teeken, 220. Distributie, 339.
District, 11, 13, 15, 42, 45. 124. 136, 137. 139-141, 147. 148. 155, 156, 224—227. 2tt 246, 269, 277, 299, 431, 454, 480- 482, 541—544, 546, 591, 592. 651, 652, 683. 684. 720 Districts-hoofd, 134, 226, 239, 472.
» -opziener, 148. 149 Divisie, 167, 229. 297, 414, 511. 545, 582. (immobile), 85. (militaire), 21, 82. 534. (mobile), 85, 538, 712. (territoriale), 711 Diagoeng. 662.
Djajang-sekar, 81. 134, 135. 231- 233, 239. 327, 409, 432, 433. 489, 518-520, 528, 545, 5fi2. 621, 7()0, 712: Djarak-oUj. 21. 24. 83, 192. Djati-boom, 406. . boscb, 251, 281, 549.
(particulier), 489. . -hout, 36, 282, 490, 501. 502. 505, 549, 550, 619. Djoekoeng, 472. Djoeng, 134, 136, 137. 269, 432
518, 519. Djoeragan, 391,439-441.444.445. 449, 517, 564, 567, 692—694. 696. Dioeroe-moedi, 426. Dobbelen, 320, 414. . -kil, 477, 478. Doceren bij attestatie, enz., 358. Dochter, 347, 375, 703. Docler, 601, 602.
principaal. 271. Document, 362 669. Doleren bij de Regering, 363. Domein, 32, 41, 43, 117. 121, 12Z 364, 397,401.431.468- 470, 477, 496, 523. 524 -landen (Bantamscbe). 3i86 Domiciliëren (renten), 594.
2AAK.RÉQI8Y£rt.
IBi
Domiciliuro, 387. I
Donateur, 87. '
• -tie, 88, 343, 348.
• -tio inler tivos, 94, 97. Dood, 52, 89. 256
• -graver, 103, 340. 427, 428, j 466, 467. I
. -kisl, 297, 298. |
schieten, 213, 724. i
. -straf, 12, 62, 63, 303, 509, 1
638, 700, 726. '
• -Tonnu, 12. Doorsnyding, 221.
• -zeilen naar Atjeh, 113. Dorso (in), 353, 354.
Douanier, 577. |
Douceur. 76, 323, 491, 554. l
Draagstok, 615. >
Draaibank, 247.
Draaijen (naven voor wielen), 248. , Dragen door batoer's, 203. Dragonder, 169, 570, 620.
-lijfwacht, 85.
-wacht, 141. Drank (sterke), 398, 402. Dresseren (stamboek), 653. Drieling, 186. 193. Dnnkwater, 181, 610. 611. 724. Droogen, 417, 616.
• -schuur, 227.
Drossaard, 32, 76, 77, 79, 85, 100, ; 136. 144, 145. 147. J73. 272
Drost, 172, 173,205.230,233,271, 272, 281.292,293,367,375, ! 377->380, 401, 404, 520. 529, 551, 584, 587, 631. . -ambl, 125-127, l45, 172, 217, 230, 231, 239, 272, 275, 282, 292, 293, 296, 352, 364, 366, 367, 370, 375—378, 380, 501, 505, 509, 518, 534. 551, 553. I
Drostdij, 322, 335.
Drukken (papier van credit), 596. . -kery (Lands), 429. 595, 596.
• -letter, 595. » -papier, 166.
Drijver, 615, 688, 689.
Duidelijllieid, 63.
Duig, 26.
Duit, 255, 256, 262. 481,746, 747.
Duiten-munt, 255, 261, 328.
-munterij, 197, 274.
Duplicaat, 183.
» -ceren door een verweerder, 659.
Dupliek, 659.
Duplo (in), 673.
Duurte, 14, 37, 51, 80, 165. 229,
387, 418, 620, 667. Dwang, 263. 264. Dwarsbrug, 694. Dijk. 150, 578.
Echarpe, 678.
Echteenoot. 705, 707, 709. Edicue. 670. Educatie, 349.
Eed. 13, 76, 90, 91, 93, 94, 97, 122, 154, 157. 188, 194, 207, 244, 299, 335, 341,361,374, 375, 381. 418, 447.459.532. 552,555,571-574,580,582, 583, 637, 647, 648, 697, 745, • van purge, 50, 384. Eer, 361.
Eerediensi (openbare), 573, 574. 584. . -dood, 705, 709. • -teeken, 373. Eerloos-verklaring, 745. Eerstslervende. 91. Effect, 174, 175, 357,363,364,367. Effenen (gewichten), 335. Effen houden (register), 597. Ei, 309, 311, 464, 466. Eigendom, 88, 89.
-doms-brief. 354. Eisch, 15, 16, 191, 249, 657, 658. (crimineele), 531. doen, 206. Eischen, 187, 194, 202. Eischer, 657-659. 671. El, 331, 332, 334, 335. Elevatie, 27. Elève, 715-717. Ellende, 742. Elucidatie, 22, 70, 365, 376, 378,
- Emancipatie, 369.
-brief, 10.
Emigreren van kotlij-planlers, 225. Emmer, 26.-peren, 304, 492.
Empèchement, 44. 256. Emplooi, 8.
(buiten), 286. Enclaveren, 540. Engageren (manschappen), 676.
? (zich), 436, 437. Enquête, 530. EnroUcren (timmerlieden), 238,
1%i
2AAK-R£QlstEA.
Ensemble, 67, 70. Entameren door ChineKen, 221. EnviroQs, 552. Epaulet, 220. 667. Equipage, 171. 229, 232, 233, 425. . -boekhouder, 102, 275.
-goederen, 192, 312.
-meester, 323.
-werf, 426. E(|uipement, 2, 3, 232. 411, 412.
• -ments-magazijn, 275. Equiperen (prauwen), 439.
• -ring, 546.
Erf, 121, 122, 175, 341, 552—554.
- Erfdeel, 75. Erfenis. 73, 88. 92, 98, 343-345,
347, 351, 357, 361, 371, 374. Erfgenaam. 5. 88, 90, 93. 95. 159,
173, 297. 337, 340, 343. 345,
349, 350, 356, 358, 363, 365,
367-369. 470. Erfportie, 345. 703. Erneeren (zich), 319. Ernst-vuurwerk. 17, 18, 22. Erreur, 3, 66, 362. 411, 690. Erven. 87. 88, 90. Escader, 638. 751. Escadron, 85.
Escorteren door oppassers, 607. Esplanade, 313. Essayeur, 103. Etablissement, 20. 229. 249, 494.
. -seren (zich), 60. 222, Etat-maior, 586 Eten, 305—310. EuveJdaad, 415.
• -moed, 12. Evacueren, 298. 714. Evaluatie. 262. Evangeliseren. 673, 699. Evenaar. 333. Evidentie, 168. Examen, 287. 355. Examinatie, 510, 532. 691, 710.
. -neren, 2, 10. 295, 438, 554,
- Exceptie, 658.
declinatoir. 657. 658. Exces, 222. Excuus, 364. Executeeren, 347. Executeur, 5. 75, 90. 91.93.173—
- 297, 345. 346, 367, 374, 375,
390, 407, 408, 428, 467, 470, 631
Executeor-tesUmentair, 385.
• -schap. 175. Executie, 13, 183. 207.
(civiele), 10 (criminele), 530.
(parate), 7a 96,241.280.
470, 485. 513. Exempüe, 250, 472. Exerceren, 181, 678.
• -ciüe, 232. Ex-landmeter. 210. Expeditie, 282. 621, 631.
• (commercieele), 133. -geld, 100, 110. 111.
Expendituur, 153. Expiraüe, 219. 236. Expireren, 259, 590. Exploiteren (mandament£ii van cita- tie), 183.
• -teur, 209. Expressie, 659. Extract, 552, 553.
(authentiek), 94. Extra-post. 258, 452, 453, 526.
Fabriek, 58, 59, 533. Faciliteit, 15.
• -teren (pachters), 619. Facto (de), 204. Factuur, 23.
FalsiteiU 333. 595. Familie, 380, 460, 701. Faveur, 61. Feest, 297. 538, 539. Festiviteit. 41, 296. Festyn, 296. Fiat executie, 698—700, • -teren (afschrijvingen), 24. Fide-commis, 87, 88, 356. Figuur van proces (zonder). 672. Finantie-boekhouder, 102, 107. 109' 196. 275. (generale} .271. • -kantoor, 3. 84, 105, 106.
117, 411, 412. 568.
-overdrager, 276. Finantién. 68, 69, 250, 253, 254.
264 386 Fiscaal. 102, 103, 105, 107. 113.
272, 273, 275, 302, 303.
314, 323, 327—335, 020.
669, 670, 752.
der houtbosschen, 523. Flesch, 398. FloUilleiNrauw, 45—47.
2AAK-ReQlSt£f^
783
Fodie, 384.453.
Foods, 44, 52, 63, 61, 252. 363. 381, 429, 446, 447. 455, 564. 642, 643, 683. 684, 692, 693. 696. 705-711. (zinkend), 417. Formaliteit, 231. Formulier, 98, 171, 172. 573. 580,
Fonittis, 19. Fort. 21, 82, 166, 258, 296. 640,
Fourage, 229, 298, 421. 613. 621.
-gerinff. 666. Fourberie, 333. Fourier. 669.
Fourneren, 38, 219. 259. 160.299. 706. 710.
- -nissemeol. 16, 52. 116, 170. 485, 615. 623, 710. 711. Fractuur. 603. Fnik, 678. Fraude. 96, 97. 333. 434. 656.
• -deren J[pachten}, 514. Fregat. 668. Fregals-kapttein, 679. Fugatief, 285. Fundament, 156. 714.
Gaboes, 478.
Gaffel 19.
Gage. 17, 46, 51, 115, 423, 425,
426, 450. Galg. 163. 209. 501. Gangbaar, 389, 463. 507.
• verklaren. 44, 55. 56, 606.
verklaring. 255. 746. GanUng, 332. Garde, 576. Garen, 84. Garnaal. 478. Garnizoen. 21. 29, 124. 228, 230,
- 432, 521. 714. Gamizoens-bataillon. 674 -677.
-krijgsraad, 168, 169. 302, 303. 569.
•regiment, 14. 16, 164, 178, 182, 522. 674. Gazelle, 253. Gebang-boom, 546. Gebed, 570. Geboorte (hooge), 12. . Hlag, 717. 742. » -plaats, 653.
Gebouw (gouvemements), 61. Gebrek, 2. 15. 37, 181. 235. 295,
326, 411. 503, 546. 604. Gecommitteerde, 9. 134. 379, 380.
over den inlander.
koUii cultuur. 224-
suiker-cultuur. 37, 101. 102. 272. 417. Gedaagde, 209, 656-658. Gedecoreerde. 680. Geding, 661. Gedrag, 318, 361.
(fnoed). 405.
(onbesproken), 349. Geelgieter. 247, 261. Geestelijke (Roomsch Calholick). 559. Gegadigde. 503. Geheimschryver, 67. Gehoorzaamheid, 13, 572 Gehucht, 627.
Geit. 481. 506. 397—400, 402 Gekwetste. 408. Geld 639.
• (Fransch koper), 746.
• (geind). 284.
• f geleend), 251.
rgouvernements). 211. 723.
• (Japansch koper). 465, 509.
• (koper). 499, 509.
. (Lands), 62. 63, 145.
• (papieren;, 56. 218, 243, 264, 266. 386. 394. 561. 604, 637. 687.
• (Probolinggo papieren). 501.
. (zilver), 219. 262. 386, 387, 419.
-boete, 64, 656.
• -gebrek, ^.
-kamer (groole), 118.
• -kas ('s Lands groote). 117. 118, 121.
-lichüng. 218, 219.
(geforceerde), 264, 265, 390.
• -middelen, 242.
• -schieter. 74. 75. Geleide-brief. 23, 177. 444. Geloofsgenoot. 92, Gelukwensching, 719. Gemachtigde, 657, 670, G79.
(codicillair), 365. Gemak, 228.
1è^
2AAK.f^EQl8tEft.
Gemeente (hervonndel 332, 334, | 335, 658.
(Luthersche), 458. 558. | (Roomsch-Calholieke),57, i
[schamele}. 631. |
Genade. 720.
Geneesheer. 167. 272. 288. 602, 668.
-middel, 77, 168. 273, 569,
600, 601. Generaal, 583. 662, 702, 703, 708.
-majoor, 738. Genezing. 602. 603. i
Genie, 178, 210. 215, 229, 673, ' 674, 712. '
-officier. 418. 485. ,
Genot. 217. <
Gerechtigheid, 32. 35, 402, 403, 469, ' 473. 476. 477, 496, 499, 506. I
rsiIeereD},121.122, i 276. I
TsLands). 95. {
GerechU-bode, 9, 209. Gereedschap. 713. Gerustheid, 354. |
• -stelling, 698. i Geschenk, 41. 369, 471. 532, 637, |
- Geschil, 206. Geschut, 19-21, 263, 264, 296,
317, 398, 638. Gelimmerte. 599.
Getrouwheid, 571. 572. '
Getuige. 13.260.358,367.473,659. ,
• -nis der waarheid. 657. Getuigschrift 297.
Gevaar, 415, 725
Gevangene, 125—127, 144, 145, 207, 327, 328. (ziek), 408. Gevangen-hok. 145. Gevangenis. 63. Gevoegde, 670.
Gevolmachtigde. 4, 5. 173, 175. 176. 219. 243, 265. 266, 297, 355. 356. 390. 634. Geweer. 11. 76. 232, 276, 419, 520, 612. (klein), 82. -kogel, 563. -maker, 29, 30, 534.
• -«loten-maker, 259. Geweld, 11, 335. Geweldiger, 327.
Gewicht, 9, 10. 15,106,228,331-*
335, 684.
(maximum), 453. Gewin (vuil). 331. Gewoonte. 209. Gewijsde, 96. Gezach (civiel), 569, 664.
- (plaatseiyk), 183.
• -hebber. ^, 367. •hebbers woonlmis, 323. -voerder, 4^, 679.
Gezant, 130.
Gezondheid, 168.
Gieten, 19. 398, 477, 562, 563.
Gieterij. 19.
Gietmond, 19.
Gift, 343, 348, 409.
• (milde), 38.
(vrijwillige). 371.
• onder de levenden. 87,92,96. Gladak, 486
Gioegen (koper voor duiten), 261. Godsdienst, 51. 348.
-leeraar. 382. 458. Godshuis, 38, 88, 92. 280. 371, 376. Goed (allodiaal), 128. 505, 509. bedorven), 168.
'geroofd), 414.
^gestolen), 320.
- jouvernementsl 203. 252.
- inds), 62, 63.
W 52, 94, 95, 244. 368.
'-^1, 533
(roeubüair). 278, 343.
(miliuir), 183.
(onbekwaam). 21.
(onroerend). 87. 174, 175. 345
(particulier), 486.
(roerend). 87. 174, 175. 345.
(vast). 52, 7B, 91.94,95. 106,
244, 250, 292. 293, 322, 343.
351-354, 368,381,460,506,
532, 533, 551. 553. 554,556.
- 569, 706.
(verpand), 355. Golok, 485. Gom-elastiek, 84. Goot, 317.
Gordel, 678. Goud, 108, 341, 670. . -dnad, 220, 418. Goavernement-generaal, 665. GottTeraementa ■ccretaria, 686. • -woning, 383.
(Lan
k
ZAAK-REQI8TER.
ISü
GouTerneiir, 41, 129.
-Geneml, 40, 129, 269,
492, 493, 609, 645, 646, 649,
662, 690, 698—700. Graad, 706.
• (opgaande), 88, 89. Gracht, 9. 313, 317, 318, 484. Graf, 340, 713.
Gras, 170, 317, 519, 562.
• snijdeD, 200, 291.
-sDQder, 483. Gratie, 7, 742.
GraUGcatie, 184, 586, 637. 705. Graven, 32, 34. Grenaal, 25, 83, 128. Grenadier, 548.
» 'kompagnie, 182. Grens, 577, Ofe.
• -sclieiding, 11, 139. 468, 540. Griiïel, 84.
-fie, 72, 275, 649, 656, 665.
. .fier, 101, 243, 268-270, 272, 536, 570, 572, 574, 660, 685.
Groen (Spaansch), 28. . ten, 305-308, 310, 464, 465,
Grond (woeste), 546. » (onder den), 156.
-gebied (gouTemements), 237.
-huur, 589, 629.
Grootboek, 122.
• -djaksa, 328.
• -manlri, 662.
• -moeder, 350. . -vader, 73.
Guarand, 340. Guide, 420, 421, 570. Gyzelen, 344.
-luig, 657.
Haak, 316, 439. HaesiUtie, 337. Hair (afgesneden), 239. Halvemaan-blazer, 669. Hand (eerste), 472.
-dienst, 259.
• -doek, 311, 465, 466. Handel, 113, 180, 185, 192, 416,
417, 461, 524. (binnenlandsche^, 222.
(Chineesche en Japansche),
fJaoansche), 87, 100, 112,
(neutrale), 250. (smalle), 231.
rLAiAAT"BOBl OKU. IVl.
Handel (uitsluitende), 497, 671. Handelaar, 231, 388, 472. (smalle), 692. Handel drijven, 276, 347. Handel en wandel, 319. Handebwaar, 524. Handgeld, 584, 720.
-Unger, 249, 262, 317. 325,
» -teekening, 118, 215, 414, 419,
- • -teering, 599, 600.
-werk, 599. Hanenvechterij, 397—400,402,478,
479, 482, 506.
Harpuis, 25, 83, 563.
Hartelijkheid, 221.
Haven, 58, 133, 181, 423-425, 494. 524, 647, 679, 713. -meester, 7, 45—47, 158, 162, 165, 172, 176, 184, 187, 188, 192, 231, 263, 264, 285, 324, 375, 403, 404, 422-426, 494, 525, 527, 535, 611, 664.
Hebbelijkheid, 716.
Hebzucht, 75.
Ueemraden-kas, 457.
Heerèn-dienst, 220, 537, 622.
• -weg, 628.
• (grootel 127. Heester, 616. Heffen, 496, 499, 506. Heffing, 76. 93, 96, 99, 428, 457.
466, 472, 490, 589, 599, 629,
- Hemd, 311, 421. Herberg, 80, 128, 135, 258, 300,
334, 451, 452. Herbergier, 300, 403. Hertrouwen, 350. Herziening, 698, 699. Heul, 414 Heulen, 462, 640. Hindernis, 316. Hitte, 294. Hoed, 419.
Hoen, 305-310,464, 466. Hof van cassatie, 576. Hol, 399. Hommage, 16. Honoreren (wissel), 586. Hoofd (Chineesch), 366, 563.
• Cu^andsch), 133, 483, 540, 622, 680, 681, 720.
• -adrainislraleur, 2, S, 20,21,
50
786
ZAAK-f7EQf8t£R.
- 28, 43, 84, 100, 101, 104- 106, 108, 118, 145, 146. 196. 204.
- 274, 275, 327. 334. 397, 401.
- 433,434.438,439.446, 447, 458. 506, 538, 584, 586, 596, 631, 638, 690. Hoofd-briefie, 277, 279.
-desa, 136, 137.
-doek, 677.
ommitteerde (inlandsch).
-geld, 397—400, 476, 477, 479, 482.
-hospitaa], 288, 289» 408. -kampong, 136. -kwartier, 214, 613,614,725. -negorij, 124, 125, 210, 221, 222, m 269, 479— 482,489. -officier, 286, 511, 613, 620, 704.
van gezondheid, 602. -opziener komj-cullnur, 272. der prauw-voerders , 391 , 434-441, 445—448, 559, 566. 567. -prefectuur, 86. -regent, 13. -som, 174, 175. -wacht, 141, 209, 301, 323, 327, 501. Hoogepriester, 418. Hoorn vee, 481.
Hospitaal, 9, 85, 86, 93, 96. 97, 167, 168, 228, 229, 276, 297, 305, 307, 309. 310, 324-326, 412,413,426, 430. 450, 463. 465, 666, 714, 715.
(onchristen), 87—89, 92. -meesier. 228, 229. Hosliliteit, 11.
Hotel (gouvernemenls), 650. Hout. 26, 35, 54, 57, 65, 115, 187. 190, 198, 200,202,236.247. 264, 276, 292,407,439,490, 550. 616, 617,619,633,639, 662.
-administratie, 81, 86, 101,
- 188, 191,222,406,546, 584, 616.
235, 236. 270—272, 405, 407, 502,541. » -pfcwas, 216, Houtje, 191.-bosch. 32, 35, 47, 72. 100,
Houtkap. 35, 619.
• -opzichter, 535, 636.
• -prauw. 263.
Houukool, 19, 26. 27. 185. 186. 191, 193, 199, 200, 261. 262. 619, 661, 662. HouUUpelplaats. 86, 106. 109. 144. 176. 177. 44a 534. 639. . -vlot, 137. 535, 662—664. . -werk, 7. 8. 65. 144. 177. 185. 190-192.196.235—237, 240, 281, 282. 312, 419. 490, 535, 550. 586.
-zager, 247. Houweel, 317. Houwer, 187. Houwitser, 128. 585.
Huis (gouvernementsl 569. 570. 574, 575. 581. •apotheek, 601.
• -bezoek, 361.
-collecte. 454. -deur, 315,
-genoot, 325.
• -gezin, 136. 137. 224. 226.
- 545,
- (Chineesch). 223.
• -houden. 701.
. -houding, 72, 251. 38a 492. 493 6oo.
-huur, 130, 131. 323. 393,
- 59a 599.
-. -raad, 341. -sieraad, 343. -vader. 701.
• -vesten (vLsschers). 163.
• -vesting, 124, 319. 622. 643.
• -vrouw, 610. Hulp, 329. 330.
-troepen, 676. 740. Huren (desa's, enz.l 236. Husan1e.(é la). 418. Huur. 91. 600, 628. 641.
- -contract. 590. 630.
. -der, 117. 122,236, 237,438,
445, 446, 455. 488, 564. 59ü,
-penningen. 43, 117. 121. 122. 589,62%.
. -tnd, 590. 630. Huwehjk, 12, 38. 92. 277. 35(K
351, 370. 375. 701-703, 706—
- Huwelyka-plecbtigheid. 371.
2AAK-f7EdlSrEr?.
181
Hawen» 345, 346. 705. Hypolhecaüe, 353.
• -theek. 42, 219, 243, 265,344, 345, 352, 360, 380, 560. 561, 682
• -ihekeren, 350, 504.
Iromeubelen, 341.
Impositie, 180. 599, 671.
Impost. 91—93, 95, 121, 122.407,
- Impressie, 68. Impnnileit, 97, 415, 665. Inbinden, 154, 266. Inboeken, 52, 381.
• -king. 118. Inboorling, 4, 304. incarceraiie, 181. Ineasseren, 360, 378, 380, 526. incident, 658.
inclinatie, 72.
Incompetentie, 658.
inconvenient, 179. 209, 387, 408, 449, 451, 600, 607, 651. 704.
Incorporatie, 586.
Indagen (weoskind), 357.
Indemneren van schade, 283.
Indienstneming, 164.
Indignatie, 14.
Indigo. 221, 476, 585.
Indispositie, 117, 530.
Inductie, 221.
Infamie, 73.
Infanterie, 17, 85. 163. 229. 518. 521—523, 527, 548. 668. 674, 675, 714. . -rist, 433.
Informatie, 699.
Ingezeten (Europeesch). 81.
Iniieien (palen), 156.
Inhuren (prauwenj, 695.
Iniureeren (wnkmecsters), 314.
Inlcapping, 617.
In-kas-lelling, 118.
Inkomsten, 243, 351. 683.
Inkoops-prüs, 64, 671.
inkt, 84, m.
-koker, 84.
Inkwartiering. 680, 681.
Inlander, 11, 15. 45, 47, 51, 66» 74. 76-78, 87, 88. 92, 124, 198, 206, 209, 221, 228, 234, 235, 238, 242, 246, 248, 284, 306-310, 316, 320, 329, 366, 373, 387, 409, 424, 426, 464-
466, 409, 511, 515, 521, 522. 534,
538, 582, 607, 618, 676, 693, 713. Iniyving, 252, 253, 570. Inmanen (yenda-penningen), 339. Innen, 94, 347. Inpalmen (*8 lleeren gerechtigheid),
- Inquietnde, 610. Inschrijvinp, 277. Insereren m leker protocol, 353.
-ring, 95. Insinuatie. 50, 69. Inslaan (koper in gewichten), 335. Inspecteren, 156, 176, 617.
. -teur, 26, 28, 197-199, 202, 203, 232, 233, 273. • wc»en en bruggen, 148, 150-153, 155,156,314.
- • -generaal der houtbos-
sclien. 65, 66, 86, 100, 236,270,272,406,502, 523,587.
-generaal der koffij-cul-
Uiur, 15, 100, 224-228, 251, 270, 272, 459, 502, 586. Inspectie, 22, 83, 151, 154, 188, 197,210,224,226,227, 233, 258, 459.
oculair, 530.
Insolvent, 366, 368—370.
• -ventie, 241, 363, 470. instaan voor ondergeschikten, 472. InsUntie, 656, 657.
(!•), 96, 169, 441, 516.
InstituUe, 87, 343, 346.
Instructeur, 676.
Instructie, 648.
adjunct advocaat-fiscaal, 5&.
adiunct-inspecteur koffij- cultuur, 459. Boedeimeesteren, 77. 95, 428, 467.
boekhouder werf Rem- bang, 189.
commissarissen, enz. con- structie-atelier, 195. commissarissen grens- scheiding enz., 540. commissarisschepenen, 8. constructeur, 184. drost Bataviasche omme- landen, 205. • gecommitteerde suiker- cultuur, 37.
788
ZAAK-REGI8TER.
Instructie generale rekenkamer, 66, 159, 160, 365.
gerecht Jakatrasche Pre« anger, 418.
' Gouverneur Géneraal, 130, 161.
inspecteur der wegen, enz., 150.
kommies militair kleeding- magazijn, 1, 410. landdrost, 206. landmeter Samarang, 556.
• Soerabaija,551. militaire vierschaar, 303.
• ondercommissaris der marine, 176.
ontvanger-generaal, 117. opzieners der wegen, enz.,
Raad van justitie, 532.
• Weesm. Samarang, 53. Wees- en Boedelmeeste- ren Soerabaija, 336.
wijkmeesters Soerabaija,
- (Chin.),329.
ykmeesterSoerabaija,331. Instrueren, 670, 699. Instrument, 602.
-z^el, 120. Inteekenaar, 485. Intendant, 645. • -dante, 61,
- -dit, 657. 658, 671. . -lie, 742. Interdiclie, 450.
Interest, 42, 57, 60, 74. 75, 175, 251, 253, 349, 356, 369, 416, 455, 526, 547, 706. Interpres, 13, 14. IntesUto (ab), 87, 158. Inundatie, 614. Invasie. 750.
Invenlaris. 21. 41. 127, 190, 192, 341-343. 345, 360, 362, 374. 381. 414. 422-425. 590, 611. 630. 645, 650. 659, 660, 670. -risalie, 370. . -riseren. 52. 338, 344, 367. 377. 378, 380. 669. Invloed, 469.
Invoer, 113, 204. 240, 294. 401, 421,473.475,476,498,524.
(clantlestine), 242.
Invoeren, 472, 474, 524.
Invorderen, 318, 339.
Inwisselen (oude credit-bne^'eii). 5G.
. -ling, 54, 387, 507. Inwonen van élèves voor de ia%. taal, 716.
• -ning, 413.
Inwrijven (ijzeren geschut). 21. Inzaam, 15, 224. 227.
JaarUl, 18, 255, 268, 536.
. -wedde, 288, 412. Jager, 85, 229. Jongeling, 715. Jongen, 280.
• (kleine), 4. Jonk, 375, 679. Jood, 337, 365. Journaal, 191, 227. Juffer, 187.
Juk, 615. 689.
Jurisdictie, 9, 70, 77. 78, 136. 147.
- 237, 415. 467, 5%
Justificatie, 24. 645. Justitie, 58, 63, 69, 183. 260. 271».
501, 606. 699
• (crimineele). 417. (mUilaire), 162.
Juweel, 343, 364.
Kaaimuur, 150. Kaars. 130-132.
Kaart, 154, 210. 215. 257, 54:;. 552. 673. ! Kabaja, 311. 465, 466.
• -jan, 330. Kachel, 26. Kader, 238. Kadjang, 221.
• -mat, 3, 411.439.564,6113
• -tuin, 641. Kadijk. 290. 321. Kaffer, 606. Kakap, 478. Kalbas, 398. Kalfaler, 187. 191. Kaliber, 128. Kalk, 108. 483.
I . -brander, 332, 334. 483.
-branderij, 334. 444, 566. m^ Kamerbewaarder. 107.
• -gelden, 39, 53. 363.
• -onjorelden, 356. 1 Kamp, 43.
ZAAK-REQISTER.
789
Kamp (gerorlificecnl), 216.
(geretrancheerd), 484. Kampeeren bij Batavia, 613. Kampement, 519. Kampong, 124, 221.280.314-316,
318, 320-322, 326, 329,
330,414-416,440,480,
(Chineesche), 221—223. ■ . -hoofd, 414, 415.
-mandoer, 280.
-volk, 326, 329. Kan, 332.
Kanaal, 34, 220, 221. Kanon, 21, 128. . -krult, 27.
• -neer-boot, 46.
• -nier, 17, 714. Kapas, 221.
Kapel, 57.
KapiUal, 6, 42, 60, 75, 123, 175, 219, 242, 243, 265, 349, 351, 355-357, 370, 371, 391, 429, 547. 548.
Kapitein, 17, 20-24, 27, 62, 134, 169. 184, 185, 187, 189— 193, 210, 229, 230, 264, 272, 286, 296, 297, 327, 432, 515,519-522.527. 538, 547, 562, 608, 613, 667. 676. 677. 703, 704, 709
-Chinees, 38, 53, 115, 116, 138, 143. 213. 250, 254, 278. 304, 311. 317, 325, 326,329,371-373,503- 505. 515. 563, 596, 597, 711, 726.
-Chinees (ond), 621. -commies, 81—83, -constructeur, 523. -oeneraal, 282. -luitenant, 287. -militair, 144. (inlandsch), 232. l
Kappen, 32, 34, 65, 406, 616—619. 645, 662, 721.
Kap-tüd, 73.
Kar, 79, 129, 203, 534.
Karabijn, 519. 520.
Karakter, 338, 420.
Karbouw, 538, 541, 585, 610. 615, 688.
Karbottwen-vleesch, 306, 310, 612. 677. 714.
Kardamom. 476. Kardoes, 22, 128. Kar-looii. 59. Karrevoerder, 59. Kartelen (stuivers). 255. Kartel-machine. 261. Kas. 643, 748.
• (in) tellen, 219.
• (frou vernements), 266, 294, 429. 458, 490. 550.
. (groote), 358, 359, 361. 376.
. (kleine). 358. 359, 361. 376.
. e» Lands), 4-6, 44, 57, 75, 123. 204, 215, 243. 244. 254. 297, 378, 386. 390. 391. 404, 455, 478. 496. 526, 548. 633- 635, 670, «77, 690. 705. 709, 710.
-boek 121 190: Kaserne, 43, 5^. 630, 680, 714. Kas-houder. 44, 561.
(1«), 609.
-ordonnantie, 121. Kas5ia-rekening, 38, 99, 121, 146.
173,190,358,359,
(korte), 118, 119,
- Kassier. 60, 101, 102. 273. 429. Kast, 127. Kastelijn. 106, 569. Kati, 333. Katjang. 487. Katoen, 26. 131. 475. Kavalierie, 85, 229. 230, 232. 234,
264, 421, 432. 518, 613, 614,
- Keizer, 11-14, 111. 222,236,239,
253, 404. 405, 409. 448, 455,
540-643, 571, 573, 674, 584.
712, 726. Keizerin. 573, 574, 584. Keizerrijk rFransch), 570, 571, Kelder, 398. Kentering, 413.
Kerk, 57, 458, 559. 573, 574, 584. 719.
(gereformeerde), 485. Kerkeraad, 274, 458, 558. 559.
(Roomsch Catholieke).57. Kerkgenootschap, 573, 574. 584.
- -hof, 139, 279, 322, 427.
(Chineesch). 466. » -meester, 485.
Kern-stang. 20.
790
ZAAK-REGI$TER«
Kerri, «05—307. j
Keryen (Ghineescbe Uliak), 499. '
Ketüng, 325. i
» (in del 207,208,239,387, I
402, m 416. . ^nger, 185, 178, 258, 413, I
^,742. . -«lag, 282. 492, 597. I
Keurder, 108.
Keuren (maten en gewichten), 331. Kind, 90, 92, 280, 304,322. 340- I 351,358, 308,369,488,493, 707, 708, 710. • (inlandsch), 51, 162. Kindskind, 360. Kist, 411, 472. Klacht, 165, 441, 496, 696. Klagen door diajaDg-sekar, 233. Klant, 601. Klapper^blad, 496. . -kerri, 306,
-man, 322.
• -olü, 24, 28, 29, 83, 130, 311, Mi 465. 585.
Klasse, 392, 393, 441, 448, 456. Kleeden (slaven), 181. Kleederen, 341, 343, 413. Kleeding, 233, 421, 523, 546.
• -stuk, 3. 412. Klem-kassier, 276, 568. Kleinood, 341, 670. Kleppen bij brand, 329.
Klerk. 4, 24, 53, 76, 82,83, 108- 111, 138,166.188,193,276, 277, 337,412,430,431,567, 568, 632, 649, 722. . (1«), 40, 193, 276.
• (gezworen), 9, 102. 104, 105, 107, 109, 117,274,275,285. 337,381,428,568,670,672.
• (adjunct gezworen), 103, 108. . f 1« gezworen), 101,273,277.
• fadjuncl 1' gezworen), 103, 431.
(2« adjunct gezworen), 108,
• (Inlandsche), 72. Kleur, 154.
Klip, 399. Kliwon, 324, 418. Klok, 328.
• en bekken-slag, 331. Klos, 19.
-koord, 418. Knecht, 596. 597. Knevelar\j, 163.
Knippen H^oper). 261. Knoop, 232. 418. Kobiak-prauw, 663, 661 Koe, 280, 481, 533, 541, 645. KoeU, 3. 77, 148. 178.248,291. . 325,412,419.439-441.445. 484. 485,549.564.567.614 615, 638. 691-69i 696 « (Chineesche). 45. 144.
• (zieke), 644. -loon, 54.
Koets, 570. 575. Koetsier, 452. Koffer, 669.
~ 15, 59, 133. 224. 226. 227
- 235,251.278.305.307.
310, 384,453.454.456.501
502.505.508,538.539.544
633, 641,642,651.652.671
683, 684.
-tanplant, 525.
-boek, 226.
-boom. 15, 226. 544. 545
-boon, 454.
-cultuur, 15, 42. 47. m
221, 224,227.228,269.270
272, 274, 459, 543. 641-
643, 682.
• -gewas, 224.
• -opziener, 184, 227. 228.
• -pakhub, 15.
-plantage, 228.
• planten, 112.
• -planter, 225. « -prauw. 263.
• -product, 228.
• -teelt. 31.
. -tuin, 14, 224. 226. 2l7 257, 502. 540. 651. 652, r^4 Kogel, 19, 20, 27, 562.
• -gietenj, 527, 528, 673.
• -zwaarte, 128. Kojang, 54, 694. Kok. 310. Koken, 306, 309. Kolen-brandery, 661, 662. Kolf, 29.
Kolonel, 128. 229, 270, 286. 538. 56:^ 676, 685. 702» 703. 708. 710. 71: Kombaars, 456.
Kommandant, 58. 59. 105, 209, 2:/
430, 461, 515. 5^^
676, 693, 700. 711
(inlandscli), 77. 277
ZAAK-REGiSTER.
791
Kommandant (militaire), 181, 509. ' rplaalselijke) , 196,
der 'artillerie, 17-20, 22, 27—29, 83. 196-198.
divisie, 18, 20— 24, 26-28, 82. • • haveu, 85.
• • troepen op Java, 644, 668. KommaDdants-woniDg, 547, 548.
-clement. 86, 87, 286.
Kommer, 701.
Kommies, 1-3, 29, 111, 275, 410, 411, 451, 631. ;
(l-), 104, 105, 273, 274. . 2«). 105. 106. Kompagnie, 164, 209, 231-233, 432, 433, 518, 520-522, 528, 548, 621, 668, 674-676, 678, 697, 700. 714. Koop, 35, 470. KoDiog, 571.
van Holland, 13. Konkelen met vreemde inlanders,
- Koopbrief, 10, 266, 353, 354. Kooper, 628-630. Koopmanschap, 175, 331, 424,471, 523, 578, 671.
-schal. 36, 260, 251, 386, 503,
505, 506, 591, 630. • -schuld, 500. Koord, 256.
Koper. 15, 30, 198, 200, 261, 262. (Japansch), 538. -gieter. 262. -slager, 247. Kopij-boek, 365. Koraalsleen, 61, 611. Korporaal, 134, 164, 324,325,432,
520-522, 622, 669, 677, 751. Korting, 20, 471.
Korvet, 86, 668. <
Kost, 259. Koster, 107. 558. Kosters-woning, 559. Kostgeld, 408.
• -penningen, 456.
• -winning, 318, 477, 600. Kous, 475.
Kraag, 421, 674, 678, 716. Kraampje, 481, 482. Kracht (achteruitwerkende), 710. \
Kramer, 332.
Krankbezoeker, 110.
Kreek. 150.
Kris, 11.
Kroeg, 397.
Kroes, 19.
Kroezen-maker, 262.
Kroon (keizerlijke), 719.
Kruidnagelen, 58, 59, 671.
Kruissen langs de kust van Java, 46.
• -ser, 470. Kruit, 27, 128.
• -hout, 28.
-kar, 688.
• :maker, 25.
• -proef, 27. » -stoof, 26.
• -vat, 26. Krijgsgevangene, 608, 609.
. -kas, 420, 429, 710. ' (burger), 135.
• -man, 350. Kuiken, 306, 306-310. Kuipen (kruitvaten), 27. Kuiper, 25, 324. Kunstmiddel, 602. Kussen, 311, 456, 465, 466.
. -sloop, 311, 465, 466. Kust. 45, 46, 181, 210, 231, 263, 264, 723, 725. . -affuit, 186, 193, 198. 200, 201, 248. Kwaadaardigheid, 362.
• -willige, 492, 514. Kwartier, 680.
•meester, 51, 230. Kwastje, 418.
KwiUnlie, 65, 95 177, 188, 190, 489, 498, 513, 709.
Laad-boot, 325.
-schouw, 54. Laars, 418, 421, 433. Laboratorium, 17, 18, 22, 81, 83,
- 287-289. Laden (koopmanschappeo), 424. Lading, 27, 46, 114, 128, 181,285.
312, 391, 435, 436, 438, 444,
449, 462, 497, 564, 585,
- Lak, 84, 294, 560, 636, 713. Laken, 2, 411, 716. Ump-oiy, 24, 26, 130—132, 412,
413, 522.
792
ZAAK-REGISTER.
Und, 552, 553.
(goUTernements), 624. (oDgecaltiveerdy 533. . (particatier), 78, 484. (vryX W8.
-bouw, 486, 387, 502. -drost, passim. • -ambt, passim. . -d«, 720, 741.
-woning, 689. -eigenaar, 78. 170, 245, 246, 281, 282, 290- 292,428,467,484, 485,513,614,645, 688,689. (Chineesche), 620. Landerijen, 78, 170, 175. 215,280, 291,428,457,467,532, 533,638.
(particuliere), 250, 252, 281, 505, 609, 549. Land-gerecht, 125, 206, 207, 742. . .goed, 41, 42, 124, 252, 614.
- -heer, 621, 676.
• -huis, 513.
Landing, 484, 610. 637, 722. Landmacht, 162, 170.
. -meter, 103. 105,274,352,353, 551—557.
-meters-kennis, 552.
- -raad, 314, 328. 417, 418,698.
• -reis, 220
» -roover, 11. Lands-taal, 315. Landweg, 523, 524, 714 Langanan, 37, 491, 496. Langsüevende, 92, 341, 342, 345. Lantaarn, 329. Last (regele), 88.
• oreken, 181.
• -brieC 648.
• -gever, 173. Las-ijzer, 186. 193. Lavement, 603. Lazarus-ziekte, 322. Leder, 165.
Ledigen (vuilnisbakken), 148. Leenen (maten, gewichten, enz.), 334. Leenings-lüst, 522. Leeraar, 271. Leermeester, 110.
• (Maleische), 51.
Legaat, 38, 39, 87, t», 92, 98,
121, 122, 175, 343, 344, 351.
361, 369, 374, 427.
LegaUris, 369.
Leger, 163, 674.
Leges, 39.
Lener, 7, 333. 334.
Legioen, 675—678.
L^, 84.
Lengser, 134.
Lengte, 190.
Letter, 70, 118, 255, 281, 315.
325, 332, 719. Letteren (brandspuiten), 324. j Lettre de marque. 669, 670. Leuninff, 292. Levensbehoeften, 431.
. -middden. 51. 229, 463---465,
Leverancier, 2, 410, 411.
-tie, 15, 79, 133, 134, 163.
170, 224, 226, 234, 251. 278.
291, 400. 416, 417, 501. 505.
547, 684. Leveren. 484, 616, 619, 662, 676. 721.
-ring, 454. Liberafiteit, 371. Licentie, 113.
» -briefje, 76, 276. Licentmeester, 7, 173, 213. 214.
242, 271, 495. 725. Lichaam (wetgevendV253. 576. 578 Lid Boedelmeester, j9.
(Ghineesch) Boedehneester, 53.
- (inlandsch) Boedelmeester. 53. Liefde-gift, 374. Ligne-troepen, 676.
Ligplaats, 713.
L&iet, 257, 352, 541-543, 553. 554, 557, 569. -paal, 245. Limiteren (vaart op Teroate en
Timor), 461. Limoensap, 311, 464, 466. Linnen, 697. Liniaal, 84.
Linie (nederdalende), 88. Lint, 680. LiqukiaUe. 146. 360, 387, 643.
» -deren (schulden), 76.
- -ditdt, 159, 691. Litigant, 659. Litis finitie, 658.
• pendentie, 658. Loerah 18, 25. 226, 330. Logement. 128, 682.
ZAAK-PeQISTER.
795
Lo(;etDenlhouder. 681.
Logeren (soldaten), 680.
Logis, 680.
Lonfoieur, 668, 660.
Lood, 15. 332, 562, 563.
Loodje, 330.
Loods, 294, 320, 447.
Loog, 27.
Loon, 19, 45, 192, 441, 567, 644,
691, 692, 696. LootMelden, 285. Lossen, 113, 181. 435, 567, 664,
669, 670, 693. Lot, 504. Looton-vel 232. Lucht (geïnfecteerde), 163.
(gezonde), 60, 460.
Luchten, 3, 412. Luister, 40, 253, 420. Luitenant. 129, 134, 166. 229. 230. 258,297.515,520-522. 527. 544, 608,645,667. 668, 704, 706. (Chinee8che),38,53.112. 116, 279, 285, 372, 373, 515,563,596.597,711. (1«), 134, 274,287,317. 420.
-acyudant, 12. -kolonel, 229, 233, 271. 286, 510. 527. 546. 608, 668, 676, 706,708,711. -kolonel der genie, 284. Lijk, 11, 322, 367, 371, 372, 375. 377, 378.427.428,467.530. • (Ghineesch), 38. -aanvaarder, 90. Lijfeigen, 38, 280. 366, 368, 371. 428, 450, 467, 492, 493, 603, 717. • (ffouvememenls), 144, 178,der genie, 291.
- Lijfheer, 39. 371, 373.
• -rente, 88, 95. 98.
• -straf, 366.
• -tocht, 88, 92.
• -tochter, 88, 89.
. -vrouw, 304, 371. 373.
« -wacht, 576. Lijnbaan, 244, 284, 325.
. -waad, 2. 113, 411, 475, 495, 497, 499. Lyst, 302, 303. Lijve (aan den) straCfen» 157.
Maagschap. 351. Maan (halve). 232. Maandbeurt, 358. ' -geld. 46, 73. • Maarschalk, 583.
, Maat, 7, 10, 108, 180. 331, 332. ' 334, 335.
(bij de kleine), 491, 631, 638.
I Macht (rechterlijke), 698. i Madat-kit. 32, 34, 204, 240, 398-- I 400. 477.
Magang, 325. I Magazyn, 1—3, 17, 43, 68,-70, 77, 185, 186. 189, 214, 410-412,422,588,666, 725.
(Lands). 58, 292, 328. 386, 637, 638. 713. van geneesmiddelen, 85. -boekhouder. 287. -meester. 273, 287. Magen, 342-347. 351, 366, 368,
- Magistraat, 736.
• -tratuur, 358, 361. Nahomedaan, 38, 87,366,371,466,
- Mainteneren (huurders), 236. Majoor, 71. 79, 147. 229,314,460, 510, 515, 538, 621, 708. -directeur. 483. » der burgerij. 736. Making, 348, 349. Mal, 185, 190. Maling. 416. Malversatie, 362.
Man, 77, 87, 92. 280. 322, 340. 369. 370, 651. . (ffoed), 351. Mand. 25.
Mandement, 183. Mandje. 317.(rotan), 83.
Mandoer. 134, 157, 226. 246—248, 259. 261. 262. 284. 447, 485. I 549, 564. 566, 567, 638, 691, I 693-695. I Manëance, 609.
I Manier van procederen, 168—170. 206. Mantelgeld, 39. Mantri. 234.
Marcheren, 317. 676. 725. Marginalist. 274. Margine (in), 354.
794
ZAAK-REGISTER.
Marine, 158, 159, 169, 171, 229, 286, 287. 544, 570, 574, 582. (koninklijke}, 86.
-aangelegenheden, 425. -magazijn, 85, 425. -officier, 679.
Markt, 41, 124, 138. 252, 533. (ter) komen, 163.
• -dag, 124, 589, 629. -prijs, 306, 309, 311, 312,
- Marsch, 650, 651, 680, 681. Hartaraan, 610, 611, 615, 724. Massa, 56, 394, 687.
(in), 648. Mast, 423, 447. Mata-maU, 472. Materialen, 152, 153, 156, 157, 312,
313 419 713 Matroos, 45, 46,' 51, 285, 425,426, 450, 609, 663. (inlandsch), 115. Maximum, 431, 464, 465, 703, 704. MedaiUe, 679. Mededinging, 458. Medestander, 531. Medicijn, 601. Meel, 293, 623, 684.
. -pap, 307-310 Meerderjarig, 346, 356. -heid, 707. Meestbiedende, 343, 344. 469. Meesterknecht, 18, 25, 534. Meetbrief, 552, 553. Meineedig, 157. Meisje, 280. Melk, 311, 464. 466.
- -soep, 309. Memorie (pro), 190.
• -cognossement, 3, 412. Mënage-boek, 510, 511.
-meester, 450. Menageren (boomenl 407. Mengen (taht madal}, 294. Mérite, 66.
Merk, 7, 15, 56, 255. 268, 281, 435, 588. 669. . CsLands), 177. Merken, 76. 276, 334. Merkpaal, 543. Merne, 280, 614, 615. Mes, 200. Mest, 318. Metaal, 30.
Meten, 180, 331, 552, 553. 567. Metselaar, 179, 248.
(Ghineesch}, 596. Metselen (muren), 221. Meubelen, 41, 341, 650. Meubilair, 94. Middagmaal, 452. Middel van bestaan, 42, 269, 323.
Middelen (gemeenel 656. MiliUir, 50, 66, 1^6, 229.297.298. 328, 409, 429, 432. 45e, 510, 512. 521. &3& 581. 610, 701, 713.
(inlandsch), 124, 238, 414h\ek\ 430.Minderjarig, 345, 365. 368, 369. Minister, 11, 12. 14, 52. 75. 76. 100. 111, 222, 223, 236-239, 293, 296. 448, 455. 715.
van koloniën, 67—70, 159
DDarine en kolootên
571, 579, 585, 587. Ministerie, 652.
van marine. 171.
Minne (in der), 151. 156, 363. Minuut, 266. Minvermogend, 371. Misbruik, 8, 74, 214,222.235.251. 281, 300, 452, 595, 606, 607. . -daad, 64, 177, 701, 720, 742 745.
• -dadiger. 12.
. -drijf, 64, 205, 233, 529. . -handelen, 198, 232.
• - -ling, 163, 610. » -leiding, 73.
• -verstand, 16.' Modderpoel, 313. Model, 421, 486. Moderatie, 8.
Moeder, 87. 341, 342. 344. 34^.
347-350, 368, 707, 709. Moedwil, 62. Molest, 415. Monde (bij), 318. Mondig, m, 357. Mondkost, 291, 681. Monopolie, 54, 179. Monster-commissaris, 424. Monsteren, 10, 438. Monster-rol, 424, 425. Montering. 135, 231. 232.433.44!-
522, 668, 674. 677, 678. 680.
ZAAK-REGISTER.
798
llontering-lijst, 523.
-stuk, 2, 3, 411, 412,
678, 697. Moor, 373, 414. 426. Morgra (landmaat), 257. Mortier, 21, 27. Nortificatie, 130.
-ceren, 640, 673. Mouson, 178, 413, 442, 494.
(drooge), 317.
(ffoede), 163.
(kwade), 546.
(Oost), 45, 330, 665.
(West). 321, 330. 406. Mouvemenlen (militaire), 673. Muniment, 659. Munt, 256.
(koperen), 116, 119, 121,144.
(valsche), 389.
(zilveren). 116, 119, 121.Munlenj, 261, 262. Hunt-machine, 201.
-meester, 103, 255, 261, 262,
« -spetie, 118, 649.
(zilveren), 387.Mnscaat-noot, 453.
Muts, 7. 232.
Muur, 221,
Mnn, 34.
Mynen (pachten), 469.
Naat 248.
Naai-loon, 311, 465, 466.
Naald, 84.
Naam, 18, 115, 226, 255, 280,315,
340, 440, 487, 501, 653,
665, 693.
-boekje, 165.
. -dag, 717, 719, 720, 742-
-lijst, 280, 425, 527. Naams-verandering, 685. Nabestaande, 39, 159, 225. Nachtwacht, 322. Nadeel, 52, 63, 93. Nagelen, 453. Nagelvast, 533.
Nalatenschap, 89, 92, 158, 358, 365, 366, 368, 369, 374, 377-380. . -tige, 470, 513, 514. • -tigheid, 3, 93, 322, 353, 362, ' 366, 412, 485. i
Namaken, 256, 595. Namplneren (geld), 244. '
Natie (Maliomedaansche), 336. |
Natura (in), 180, 473. Nauwgezetheid, 63. Navigeren, 494. Na weging, 531. Negoi^, 136, 221, 399.
. -hist, 112. Negotie, 344.
- -boekhouder, 103.
• -goederen, 472.
-overdrager, 106, 107.
Negotièren door pachters, 471. Nering, 331. 334. Nestelen (zich), 296. Ngabehi, 11-13, 133, 138.
-schap, 636. Nieuweling (Cnineesche), 277. Nieuwjaar (Mahomedaansch), 441. Non-comparant, 364. Nood, 331.
• -haven, 714
NoUris, 89. 95, 102, 274, 276, 586,
- Notenkaiker, 110.
- -muskaat, 586, 671. Notoriteit, 168.
Noyau, 668.
Nuchter, 157, 349.
Nulliteit, 75.
Nummer, 118-120, 268, 269, 402,
435, 440, 536, 564, 567, 669,
692, 693. Nummeren, 119, 314, 389, 487,
561, 694. Nyverheid, 221.
Obi, 305, 307, 311.
Obligatie, 219, 243, 265, 354. 355,
m, 366. 370. Obtempereren door den drost der
Bataviasche ommelanden, 206. Octrooi, 362. Oever, 616, 618. Offer, 710.
Officie-fiscaal, 334, 672. Officier, 20, 129 158, 164, 165, 171, 229, 232-234, 285, 305,
328, 409, 432, 519, 520. 562, 569, 576, 582, 613, 622, 667, 672, 677, 678, 680, 681, 701-709, 714, 742.
(Chineesch), 115, 277, 278,
329, 371, 375, 600, 711. (commanderend), 1, 673.
. (inlandsch), 206, 644.
796
ZAAK-REQISTER.
Officier (inlandsch Christen), 14. (miliUir). 648. (Ier wacht, 323.
• van de genie, 26, 725.
• > gezondheid, 167. 267,
288, 306-3(19, 602, 668. 704, 707.
- justitie, 7, 97. 111, 242,
- 295, 462. 512, 595, 597, 598, 606, 607. 638. OHiciêren door Weesmeestercn, 357. Olij, 21, 487. 563.
-molen, 280. Omgeving, 259. Omkappen, 15. 407, 484. Omkoopen (nrauwvoenlers). 436. Onachtzaamheid, 62, 64, 199, 259. Onbebouwd, 221. Onbekwaamheid, 64. Otichristen, 88. 95, 365, 366, 371.
374, 378. :J87, 428, 467. Ouder-brandspuit-meester, 324-327. 330.
• -commissaris der marine. 144, 176. 528.
-djaksa, 328.
• -equipage-meester. 248,424-- 426. 527.
- -havenmeester, 231, 404, 426, 527 528
• -houd, 39. 81, 135, 148, 149. 151, 155. 156, 252.259,289. 347—349, 361, 370,371,432. 470, 486, 487, 518, 523. 562. 680, 705, 717.
• -houd (gewoon), 220, 221.
• -houden, 31. 42, 44, 79,140. 154, 245, 278, 471,598,666
• -koster, 110.
• -kruiping, 237.
• -majoor, 264.
• -mijnen (het bestaan der kolo- nie). 62.
• -officier. 50.66,166,171,178. 220. 297, 328. 422.423,450, 609, 612,650,651.676-681, 697. 700. 714. 742. 751.
. -prefect. 102, 103. 105-107, 109. 110, 172.
• -prefectuur. 86. 172.
. -schout. 31, 33.108,207.274, 589, 629.
• -sund, 429, 707. 708.
• -timmerman, 188.
«vinding, 20, 26.
Onder-wagenmeester, 615.
• -wükmeesler. 314, 318—321. 323. 329.
• -wijzen (weeskinderen K 51.
-zoek. 10.
Onevenredigheid, 229. Ongeldcn. 52, 76, 446, 569. 643. Ongeluk, 315. 327, 452. Ongeregeldheid, 327, 329. Ongerief, 55. 600. Ongezondheid, 713. Onkosten-rekening. 10. 430. Onkunde, 405. Onlusten, 298, 405. 539. Onmondig, 92. 337, 349. 367. 360.
Onnauwkeurifjheid. 49, 67. Onoplettendheid, 552. Onschuld, 341, 342, 361. Ontdekken (dieven). 664. Ontdoen (zich), 56. Onteigening, o89. Ontginning, 258. Ontrouw, 13, 62-64. 156, 165. 208.
415, 500. Ontschepen (militairen). 681. OnUlaan. 136, 157. Ontslag, 14, 223, 228, 440. 552. Ontsnappen aan eene Kngelsschr
vloot, 585. Ontstentenis. 738. Ontvanger, 470, 706, 709.
-generaal, 44, 84, 99. 101.
117-122, 182, 240, 271. 282.
385, 394. 421, 463, 499» 507.
511, 561, 619, 687. Ontvreemden (ofikieele stukken ',
-ding, 62, 63. OnveUigheid, 181, 691. Onvermogen, 694. • -gend. 368. Onverschilligheid. 13, 73. 212. 724. Onvolledigheid, 67. Onvoorzichtigheid, 62, 64. Onwil, 96.
. -lig, 318. 342, 344. 349. 351 Onzekerheid, 87. Oogluiking, 157. Oogst, 642.
Oor van bommen. 20. . -geld, 276. 323, 511, 514, 516.
832 Oorlof, 16. 71, 254. 256. 441. I > .Bchip, 669, 672.
^AAK^EQIStEFt.
191
OoBterÜDg, 589, 629
Opbouw, 644.
Opbrengen (krijgsgevangenen), 608.
Opdracht, 569.
Opdragen (koilij -zakken), 59.
Opening geven van een boedel, 340.
OpensteUinff. 113.
Operatie, 6(i3.
Opgezeten (inlandsch), 277, 279.
Opbangen, 81, 468, 469.
Ophoogen, 317, 321.
Ophouding van betaling, 171.
Opinie (algemeene), 702.
Opium, 204. 208, 240, 421, 671.
• -kit, 457. Opkoken (loog), 27. Oplezen. 656, 667.
Opneem, 10, 280, 283, 284, 335. 352, 617.
Opnemen (geldl 42.
OpolTering. 502.
Oppassen (zieken), 258. . -ser, 205. 214, 239, 327, 328, 489, 606, 607, 620, 636, 725.
Opper-baas, 191.
• -bestuur. 66.
-brandmeester, 142, 143, 324-
327, 330, 331.
• -directie, 195.
-fioofd, 100, 112, 271. » > generaal tractements kantoor, 101, 116, 173. 271, 420, 429, 458, 558.
• -luitenant, 286.
. -toezicht, 38, 63, 92, 321 376
• -tolk, 109.
-ivijkmeester, 314, 415, 318—
- Oppositie, 96. Opruimen, 312, 313. Opruijing, 405. Opschuren (suiker), 58. Opslag, 468, 590, 630.
(by), 32, 33, 397.
van het oog, 122.
Opsluiten (een bui^er). 640. Opstal, 35, 313, 471. OpsUpelen (hout). 616. Opstopping, 614. Optrekken (minderjarigen), 370. Optuigen (vaartuigen), 425. Opus (ad) jus habentium, 355. Opvarende, 438, 444, 445,663,664, Opvatten, 125, 232, 499.
458, 518. 545, 567, 667, 674, 677,
Opveilen, 343, 397. Opvisschen (ankers^ 184. Opvoeden (weezenl 92.
. -ding 348, 351, 358, 360, 361. Opvolger, 157. Opzet, 63.
Opziener 85, 102, 106, 109, 154, 155. 157, 162, 190,224- 228, 244. 246. 272-274. 525, 528, 534, 540. 564. 567, 640, 661, 682-684. 692, 693, 695, 696. der pakhuizen. 107. » werken, 103. Orde, 529, 736. Order (permanente), 116. Onlonnans, 149, 4^, 620, 715. . -nantie. 1—3, 99. 117—120, 143. 157. 196, 199, 202, 249, 323, 391. 410-412, 422. Organisatie. 47—49, 67, 68, 134. 148, 231, 266, 267. 392, 454, 520. 527. 661
721, 722
Java's Noord-Oostk., 3.
Organist, 558. Originali (inl 671. Ossen-vleescb. 714. Ouderdom, 95, 280. 321. 477. Ouders, 90, 91,345.348-350.360,
- Oud-directeur-generaal, 270, 573. ■ -ffouvemeur-ffencraal, 269, 283.
• -kapitein, 4%.
• -kapitein-Chinees, 116,501,503.
• -luitenant-Chinees, 54, 116.
• -majoor, 495. » -schepen, 491.
« -secretaris Hooge Regering, 270. Oven, 19. Overdracht, 250.
» -drager. 276.
. -gave, 293, 752.
. -leden, 88. 340-342, 358, 366, 678.
• -loop. 291, 292.
' -looper, 208, 239, 500.
. -lijden, 53, 90-94. 138, 157.
158, 174, 209, 228. 237, 241.
250, 346. 355. 356, 363, 428,
434, 467. 470, 552, 653. 662,
709, 738.
• -maken (boedels)» 89.
798
ZAAK^EdlSTEf).
Overmaking, 349. » -nachten door comniissartsaen uH
Schepenen, 9. . -name, 292, 293. 295, 422,471,
• -nemen (suikennoleo), 630.
• -reding, 163.
• -schqien, 473, 474.
-schot, 3S5.
-schrüven, 266, 297.
• -schruving, 91, 250, 266, 505, 506, 551. 556.
• -toom, 150.
» -vaart, 124, 480, 481. . -wal, 172, 242, 403, 404, 475, 476.
Paal, 156, 315.
Paard, 80, 81, 140, 144, 149, 170, 188, 211, 212, 216, 229, 232, 233, 276, 280, 294, 301, 321, 323, 327. 421, 433, 481, 486, 488, 511- 516, 519, 541, 562, 614, 637, 723. 724. . (te), 317. 607. Paarden oppassen, 200. Paardreden, 232.
Pacht. 40, 41, 43, 240, 241, 250-
252, 341, 343, 397, 401, 403.
469-^472, 476, 478, 481, 495,
498, 499, 501, 505, 506, 511.
515, 524» 619. 620, 639.
Pachter, 34, 35. 117,122.163.204.
240-242. 250. 295, 364, 400-
- 469-474,
476-478. 481, 491. 495-499,
512-516, 526, 531, 616-620,
Pacht-conditiên. 240. 403,421,491.
- -penningen, 44, 117,121,122.
241, 401, 404,469, 470.496.
. -schau 34. 35, 470, 498, 499.
- -termijn. 35, 179, 241, 470, 471. Padi, 131. 132, 397, 399, 400, 476,
- -veld, 399, 617. Padoeakan, 46. Pak. 472, 669.
Pakhub, 84. 227. 228. 247, 534, 652, 725.
(Lands), 242, 294. 417, 454, 456, 531, 568, 631, 671, 751. -boek, 1, 410.
Pakbuia-boekhoader, 105, 324.
- -klerk, 568. -mandoer, 334. 568.
638,652.-meester, 43, 102» 273,
• -opziener, 324. Paleis, 645.
Pan, 320. Panache, 419. Panakawan, 325. Pand, 355.
» -bewaarder, 162. Paneel 487. Pangeran, 73, 163, 166. Pangkalang. 35. Pannenbakker, 331—334.
- -bakkery. 334. Pantalon. 41& 421, 678.
Papier, 83. 84. 165, 266, 277. 560. 636.
(Javaansch), 394.
. van credit, 5, 56, 60, 61.
- 119, 121.
- 219, 243.
- 264, 265. 267, 297, 300. 387, 389. 499. 504, 509, 594.
- 604, 606. 686-688.
(klein). 144.
Papieren, 611. Parade. 296. Parang, 485. Parapheerder. 120, 112. Pardon, 719, 720. Parel, 670.
Particulier, 133, 148. 151. 154, 156. 182, 203, 244, 256. 257. 387. 424. 442, 472, 476, 552. 557, 562, 614. 623. 644, 669. 670. 725. Participeren, 344. 363, 414. Pas. 76. 114, 171, 172, 231.403- 405, 409. 498, 517, 524. » (land-), 560. Pasanggrahan, 227, 452, 48U 686. Pasar, 41. 43, 124, 138. 140. ^2.
385, 563, 588, 661, 681. Paseban, 479. 489. Pasisir-gelden, 399. Paspoort, 415. Passage, 393.
- -gier, 300, 424, 670. Passant, 327.
2AAK.RËQI8TÊR.
799
PassemeDt, 418.
. -poils, 418. 421. 674. Passmn, 10, 11, 317. 437, 473. Pastoor. 392, 559. Pastoors-woning, 57, 559. Patent, 597.
Patih, 133, 269, 314, 315. Patrouille, 321. 329. Pedak, 138. 599.
Pedati, 79. 203. 204. 260, 485- 489, 539, 540, 544, 614. 615, 688, 689. -loon, 487. Peilen (vaatwerk), 334. Peilstok, 334. Pembawang, 439. Pen. 560. Pencyajap. 46.
Penneschacht. 24, 83. 84, 294. 636, Penning (10-), 87—89.
(20-). 87—89, 93. 98. 40-), 89. 338, 351. 370. 378. Pennist, 414. 597. Penompo, 472. Penseel. 84, 595. Pensioen. 140, 258, 429, 456, 594,
680, 707—710. Penurie, 250, 503. Pepati, 662
Peper. 130-132, 384, 456. 476, 560» 671. -rank. 14.
• -tuin. 15.
Perceel, 30-36. 179. 257, 406.
503, 553. 589. 590, 617. 622,
- Perceptie, 43.
Perfectioneren (den Oosterweg). 79. Periculum in mora. 205. 529. Perkament, 84, 165. Perk-opziener, 102.
• (generaal). 272.
■ (adjunct generaal).
109 Permissie, 237. Persisteren voor repliek, 659. Persoon f neutraal), 671.
• (suspect), 11.
. (nitlandig), 123, 219. 265. 266, 297. Persuasie, 163. Peuk, 42. Pho en topho, 499. Piagem, 4ü5,
I Piek. II, 187, 612. I Pikoelan, 317.
Pikol-gelden, 278. 652.
Pistool, 232, 519.
Pit. 616. i Piti, 469, 477.
Plaatsgebrek, 57. I Plakaat. 658. ! Plan. 154, 185, 191, 673.
I PUno (de). 555, 672, 673. I Plank. 65. 315.(primo), 518, 584.
Plantage, 134.
-ten (diagoeng. enz.), 662. .
-ter. 540. Plantsoen, 405. 616. Pleidooi, 659. Pleiten, 660. Plichlvenaking, 415.
-zuim. 152, 199
Pluk-loon, 544 Poetjoek, 496. Politie, 124. 205, 222, 279, 314,
- 414, 415, 456,
578, 606. Pompelmoes, 309. Pond Troys, 332. Pondok, 294. Poort, 313. Populatie, 253, 548. Portgeld. 217, 430. Porde, 92. 134. 305-310. Portier, 310. Post. 204, 365.
• -dienst, 112.
Posterii. 47. 69, 460, 683, 704.
Postgeld. 301. ! . -houder. 166, 367. ; • -kantoor, 294. 721.
-kommies, 454.
• -loods. 294.
• -kar, 80. 81, 258.
-mandoer, 216.
• -meester. 10. 170.217.218,274. 276. 294, 454, 613. 721.
. -paard. 80. 81, 135. 170, 171.
216, 258. 301, 544. 613. » -paket, 453.
• -papier, 84.
-reglement, 258.
. -rid. 170. 216. 451, 452, 525, 613, 686.
-sUtion. 539, 544. Postuleren voor een Raad van justitie,
goö
2AAK.REÖI6tÉF).
Postwagen, 80, 81, 135, 258, 300. 404, 451, 452, 486, 488, 525, 540. . -weg, 210.
-wezen, 216, 217,258,301,430, 452, 534, 642, 643. Pot, 308, 399. Pousch, 28.
Potia, 116, 124, 138. 563. Potlood 84
Praclizyn, 16, 209, 214, 215, 259. 260,660. (1-), 324. Practijk, 169, 209.
• ff^enees- en heelkundige), 600 — 603. (particuliere), 287. Practijken (kwade). 260, 294.
(misdadige). 386. 388. (nadeelige), 235. Prauw, 10, 45, 46, 187, 211. 212, 434, 436-440, 445-447, 472.
■ 'boek ie 434. -djoekoeng, 496. 564, 565, 691-693.
■ -djoekoeng-veer, 563. Prau wen-huis, 9.
. -veer, 108, 391, 433, 436.
- Prauw-loon, 59.
-majang. 238, 263, 264. 663.
. -papan. 211, 563 -565, 691— 693, 723.
. -voerder, 435—438, 445. Precautie. 251, 461. Predikant, 101, 104. 392, 393, 559.
(Luthersch), 458. Prediken, 392. Preëminentie, 471. Prefect, 5, 8, 10, 15, 52, 58, 59,
65, 81, 100. 101, 105, 111. 139,
144-146, 162-166, 172. 327.
363, 376, 377, 379. Prefectuur. 11, 86. 99. 112, 115,
136-139, 145. 146, 172,
Preferent. 241, 376, 470. Preferentie. 339, 471. 590, 630. Prejuditie, 590. Premie, 143, 208. 232. 327, 499,
500, 595. 608. 609, 664. 665. Prerogatief. 252. 569. 601. Present (geschenk), 157.
President Boedelmeesta*. 39. 53. 107. 366, 367, 42a
coUege hoot-^dministraUe.
Hooge Regeering, 84. 270, 609, 712.
• Doilitaire vierscbaor, 103, 270.
Raad van jusUtie, 43. 100,
111, 268. 270. 271. 530.
- 570, 572.
Rekenkamer, 66. 101. 171
Schepenen, 9, 10. 16, 100.
Weeskamer, 101. 106, 271 . 272, 314, 336-338. 358. 359. 361. 364, 427. Presidium. 569. Pretenderen (lol). 472.
. 'sie. 75, 241, 339. 340. 376. Pretext, 260. 366, 472. Preventie, 97. Prevüegie, 284. 397, 589, 627— 62H.
- Previlegeeren (stads-apotheek). 54>9 Priester (Javaansch), 404, 405, 409.
(Roomsch CalhoHek). 29.i.
Principaal, 175, 176, 219, 265. 390.
(uitiandi^, 243. Prins (Javaansche), 74, 76. Proberen (brandspuiten. enz.V 331. Procederen, 7, 151, 241, 242, 28ü. 285, 470. 485, 513. 567, 595. 656. 65<) 661. 670, 694.
• (crimineel), 441. Procedure. 96, 259. 260, 339, 516
- Proces, 302, 357, 363, 666, 600. 661, 673.
(zonder vorm van), 96, 17C. -stuk, 699.
. -verbaai. 23, 168, 423, 454.
582, 638, 672. l>roclamatie, 213. 571, 572. 574.
575, 581, 582, 647. 648. 727.
- -733. 736, 738, 741. 742.
747, 748. Procuratie, 209.
(codicillaire). 340. Procureur. 103. 105, 223.259,2110.
- 537, 538. 658.
ZAAK-RCdlSTER.
801
Prodocten, 31, 33, 35» 62. 63, 68» 69. 113, 133,218, 221.243, 264, 283, 312, 386, 400, 449, 463, 461, 471. 476, 502, 531, 546, 577, 585. 633-635, 638, 671, 725. -tie (noodelooxe), 660. Proef, 26.
Professor honorair, 270. Profil 154.
Profijt, 344, 348, 657--659. ProloDgaüe, 96, 345, 660. 661.
-geren, 160, 161.
Pronnncieren (vonnissen), 699. ProporUe, 26, 313. Prosequeren (crimineele uken), 206. Protocol, 266, 353, 354, 612. -kantoor, 373. -leren (testamenten), 381. Proto>noUris, 117, 612. ProtracUe, 260.
Protraheren (proceduren), 259. Provenu, 174, 175, 277; 278, 282.
- Provisie-penningen, 407. ProTisifo, 211, 295, 296, 312, 723.
van justitie. 9, 183. Provocatie, 241. Provoost, 301.
Prijs, 9, 54, 235, 293, 312, 385, 421,431,471,496,499,684,
. -bepaling, 79. 165. 598.635. » -courant, 419. 586. -venninderinff, 560. Publicatie-biliet. 318. • -citeit, 386, 671. Poie, 268, 536. Puinhoop. 313.(veroverd schip), 669-673.
Pupil, 173, 346-349, 351—353, 355, 358. 360, 361. 369. 375, 380. » -leujgelden, 38. Purge, 657. Puiveren (verstek van antwoord),
Purisme 172.
Puts 26.
Pijper, 4, 166, 677.
Qualificatie, 221. Quiteren (ordonnantifo), 118. Quotisatie, 6, 251, 386. -billet, 503.
-penningen, 58.
FLAIAlT-iOU OtlL IVI.
Raad van justitie, 47, 84, 91, 93, 102-104, 107, 183, 223» 243, 244, 270, 272, 275.276^300, 301,305,331,343,363,364, 381, 384, 396, 397,416,516, 530, 531, 551. 555,556,568, 574,594,640,660,661,673, 699, 700, 745.
• -huis, 331.
-kamers-kas, 335. Raads-kas, 555. Rabat, 507. Radbraken, 81.
Rafineren (salpeter), 26—28.
Rafineer-huis, 27.
Randschrift, 680.
Rang, 18, 62, 129, 130, 165, 166, 172, 173, 234^ 269, 278, 286, 287, 297, 418. 420, 495. 515, 520, 527-529, 544, 570, 576, 577, 613, 620, 621, 631, 667. 668, 685, 701, 702. 704, 705, 707. 711, 712. 717, 719. 742.
(hoogere), 218. Rangga, 5%, 641—643. Ranggescbü, 679.
. -lyst. 218, 269, 448, 491.
• -regeling, 305. 448,491,586. 679.
Rantsionneren (troepen), 666. » -soen, 115. 178, 413, 421, 426. 663, 680, 742. -gast (dubbele), 425.
- -soening, 67». Rapport-dag, 156.
. -gan^fer, 14, 149. Raseren (huizen, enz.), 216. Ratel, 329.
- -wacht, 328. Ratificeren (huurcontract), 236. Raüon, 286. 408, 450. 612. 613. Ratione ofiicü, 670. Rato (prol 369. Rauw-actie, 214, 215. Reaal (rondel 470. Realiseren (beloften aan recroten),
- Reoepis, 5, 670. Recept, 601. Receptie, 71. Recht (inkomend), 524.
482, 495,505,524,525.679. 51(in- en uitgaand), 252. 479,
80i
ZAAK-REQI8t£A.
Recht (uitgaand), 180.
• -bank, 161, 169, 656, 660,
698, 699. • (militaire). 700, 701. » Hiag, 16. 259, 656, 657, 659, 670. Rechter, 63, 64. 176,351,363,364. 434, 441, 660, 661, 699. (burgerlijke}. 700. (dagelijkfiche), 96. Rechthebbende, 159, 670. Rechtsplenng. 303. Rechtspreken, 573. 574, 584.
• -vaardigheid, 75. Reclame. 11, 199. 455, 477, 670.
» -meren (djoeragan), 440.
Recognitie, 204, 295, 398,476,618. -geld, 404. 501.
RecoUement, 10, 259, 260.
Reconvalescent. 305.
Recouvreren, 93, 643. -ring, 284, 285.
Recruteren (militairen), 584. . -ring, 238.
Recruut, 16, 17.163,165,548,677, 678.
Re9U, 423.
Recueil, 157.
(generaal), 47 — 49.
Redactie, 49.
Redden (boedel). 339.
Redderaar. 365.
Redding, 329.
Rediles, 68.
Redmiddel, 6, 254, 572.
Redoute, 215, 216, 484, 686.
Redres. 362.
Reductie. 138, 247.
Reede, 114, 367, 424, 425, 473, 494, 679, 751.
Reeder. 670, 672.
Reede-vracht, 442—445.
Regen, 294.
- -lijd, 330. » -water, 317.
Regent, 3, 12, 16, 17. 19, 42, 46, 47. 54, 80, 112, 115, 117, 124. 125. 133, 135, 139. 165. 187, 216. 224-228, 236, 238, 239, 258—260, 278. 314. 315, 323- 326, 329. 399. 400. 456, 457, 459, 472. 486, 488. 502, 537, 540, 543, 546, 548, 594, 612, 616, 640—644, 651. 652, 677. 680-682. 686, 720.
Regentschap. 16, 17. 30, 33. 80. 8J, 117, 126. 127, 133-135. 138. 139, 164, 179, 222, 225, 226, 234, 238, 239, 257. 261. 301. 302, 398. 403, 420. 482, 487- 489, 492, 501-504, 506. 509. 525, 540, 546. 548. 591, 592. 612, 623, 636, 640, 642. 644. 677, 683, 684. Regents- woning, 536, 537. Regiment, 2, 3. 85. 163, 16&. 167. 181, 289. 411, 412, 548, 644. 674, 677, 678, 688, 689. Register, 68. 93, 266.277321.363. 552, 553. 596, 597, 656 -houder, 105, 274, 431. Registratie, 340, 354. 374. 596. Registreren, 94. 353, 354,455.657.
■ -ring, 95. Reglement administratie ariillerie. 81 scheepsbe- hoeden, enz., 422. artillerie en wapenkam«r 21.
bom- en kogel-^eterij. 1& brand Soerabaija. 323. brandspuiten Batavu^ 140. buskruit-molen, 25. collateraal Chinezen, eor.. 466.
coUateralesuccessién. 37 1 . flottille prauw, 45. geneeskundige dienst, 22Jii.
herbergen, 80.
1'udicature prezen, 669. aboralorium, 81.
• te SaiD:^
rang, 17.
pedaU's, 485, 539. posterijen, 81, 217, 4^'i. 488, 5;34, 539, 704. prooederen annhalingfr.
reparatie-atelier. 28, 3>) spdlage, 588. slads-docter, 406. tafeleelden, 425. tjunto-veer, 433.
Reinigen (paarden), 519. Reis, 367. 393, 42^-424, 402. M' 553.
- (op) gaan, 319.
- -kosten, 41, 523, G90.
ZAAK-RËGISTER.
803
Reizen, 404. 405, 409, 452. 488. •
528, 607. ,
Reiziger, 112, 294, aOO, 409. :
Rekening, 601. |
(ter goeder), 681.
• I doen, 351. Rekenkamer (generale), 1, 4, 8, 18,
21, 24, 28, 66. 83, 84. 93, 94, 99. 102, 104, 105, 108. 117. 120 -
122, 153, 154, 160, 161. 172. 183, 197, 202, 262. 271, 274. 275, 376, 407, 408, 410. 414, 458, 559, 560. 631, 642. 690. 691, 710.
Rekest civiel. 658.
Relaas, 285.
Relais, 80. 131, 258, 301.
Relevant, 660.
Releveren(gouvernemenls geheimen),
- Relief, 658. Religie, 57, 653. Remboursemeni, 89, 93, 237. Remise. 361. Remissie, 470.
Remitteren (40*^'' penning). 352. Remplacering. 548. 678. Rendement, 338. 368. 378. 385. 386.
402, 590, 591, 630. Renoveren. 347. Renlen, 42, 53. 58. 61, 74. 75, 91,
- 174 243. 251, 343. 344. 349, 351, 352. 355-357. 363. 370, 390, 391, 429. 496, 504. 505, 577, 590. 630. 634. 650.
Renunciatie, 350. 469.
Renversaal, 96.
Reorganisatie, 51. 420, 685.
ReparaUe. 23, 25. 26, 29. 41, 82, 85, 151, 156, 195-197, 199. 264. 293.330.439. 446. 458, 474,520,548.
- (zware). 148. Repareren. 185. 419.425,438,439. Repartitie, 143.
Repasseren (prauwenveer), 437. RepUek, 659
Repliceren door een eischer, 659. Representeren (den advocaat-fiscaal).
- RepuUtie, 337.
Reauireren. 2, 137, 140-142. 227, 531, 723.
• -aiet. 145, 176. 184. 316.391.
478, 711.
RequisiUe. 263, 264, 329, 347. 483^
493-495, 672. Rescontre, 177. Reserve, 36, 510. Resident {h), 101, 112» 272,
. (2e), 109, 274. Residentie, 87. Resource, 80. Respecu 99, 120, 314. Responsabel, 2. 152.
Ressort, 53. 314, 379. 553. Restant, 1. 21, 22, 27, 28,83,200, 410, 417.-biliteit, 404.
• -boek, 120. Restitueren, 42, 633.
. -lie, 64, 416, 457, 471. 514,
- Restrictie, 671.
Retireren, 212. 214, 724, 725. Retour, 231. 388. -vracht 585. Retraite; 283, 611-613, 639, 726,
- 750, 751. Retranchement. 714. 750. Retroacta. 661. Reuzel. 115, 464, 465. Revenu, 34. 35. 40-42. 175, 429.
• -en (jaarlijksche), 533. Reverentie, 157.
Revers, 421, 674, 680.
Revisie, 96, 360.
Richtsnoer, 48, 152, 700.
Ridder, 710.
Riem. 564. 693.
Ring, 333.
Riool, 317. 318.
Risico, 17, 133. 339, 494.
Rivier. 31, 33. 139, 150, 212, 221.
257, 263, 317, 318, 397.
398, 472. 616. 618, 691,
-vracht, 438, 442, 443, 445.
-water, 322. Roest, 21. Roffel. 207. Rok, 418, 421.
Rol. 1, 15. 16. 209, 244, 259, 260, 286. 287, 410, 424, 530. 537. 656-658. Ronde doen, 226, 315, 334. Rondloopen in bosschen, 618. • -schieten met geringe tracte- menten. 72. Ronggeng, 76, 276. 539.
804
ZAAK-ReQlSTEr).
Ronseng^pel, 297.
aood-aarde, 84.
Roof; 409.
Rooimeester, 108, 313, 314.
Roever, 224, 208, 299, 691.
Rotan, 3, 325. 411.
Rouwmantel, 107.
Roya, 354.
Royeren (schaldbrieven), 354.
Robriek, 116.
Ruigte, 484, 616.
Ruim (het), 58.
Ruine, 235. 237.
Rttineeren (bosachen), 406.
Rundvee, 397—400, 402.
. -vleesch, 612, 613. Rust, 68. 78, 205, 521. 529, 545, 701, 736.
• -dag, 681.
-plaats, 452.
Rijdbaar, 228.
Rüd-equipage, 2, 3. 411, 412.
Rijksbesttturder, 10-14, 236, 237, 239, 299, 418.
- -slaaf, 589, 629.
Rijn-verbond, 571.
Rijpaard, 216, 512, 515, 584.
Rijst, 24, 29, 54, 83. 130-132, 164,178,179,205,211,247— 249, 258, 262, 263, 292, 305- 310, 385, 397, 399.400,402, 404, 412, 413, 419,420,427, 449, 461. 462, 476. 479, 485, 491, 498,501, 522,549,612. 613, 615, 622, 623,631,638, 664. 677, 723. 751. -cultuur, 221, 543. -land, 80, 134, 518, 519. -markt, 498. -molen, 280.
-veld, 15, 42, 135-137. 226, 231, 269, 432. 433, 541, 562, 641-643.
• -verkooper. 332.
. -water, 307—309. Rijtuig, 24, 51, 129, 200,258,278. 279, 301. 307, 321, 453, 488, 515, 606, 607.
Sabel, 232, 519. Sagoe, 311, 464, 466.
. -boeboer, 307—310. Salade, 305 Salaris. 77, 93. 173-175,217.218.
244, 351, 352, 357, 442. 445,
447, 552, 554, 555. 557, 558,
565, 567, 603, 664. Salarislijst, 600, 602. 691 Saldo, 378, 429.
. (batig), 159. Salpeter, 26—28.
-makerij, 102. 197. 273, 568. Salut, 296, 575, 581, 582.
Sap, 617.
Sarong, 311. 465, 466.
Sasak, 31.
Sau, 26.
Sawah, 622.
Schaal 15, 261, 333.
Schaap, 397-400, 402, 481, 506
Schaar, 84, 200.
Schaarsheid, 50, 149, 163, 186. 194.
202, 220, 262, 292. 296, 31U
- Schade, 2, 8, 56, 64. 93, 283, 341
- 445, 497, 551
• -stelling. 441, 689.
» -vergoeding, ^3. 494, 690 Schans, 317.
Schapeniieesch, 613, 714. Schatkist. 666.
-ting. 180. Scheeps-behoeften, 422, 423. -bouw, 406.
- -geld, 341. -^egenheid, 302.
-mventaris, 423.
• -overheid. 168, 205, 312.
• -papieren, 669,
- -part, 341.
. -pas, 171, 517, 549.
• -ruimte, 637.
• -timmerwerk 86. 184, 25^'. 272, 276. 425, 426.
Scheiding, 95.
Scheidsman, 35.
Schema, 69, 70.
Schending, 64. • -ken. 177.
SchepeUng, 423, 450.
Schepenen, 8, 9, 37, 54, 56, 'c 71, 78-80. 102-104. 106— lUt. 117, 126, 144, 145, 147. lii' 150-154, 213. 222. 223, ».^ 272, 276. 279. 284, 290-2^^ 304, 312-314. 385, 415, 4U 441. 447, 496, 511, 514. bK 532, 537. 574, 588, 596-l)« 684, 697.
ZAAK-REGISTER
SOK
Schepen-kennis, 10, 266 Sclierprechter, 81. ScheU, 552, 553. Schieten door pnuwen, 446. Schiet-geweer, 280. Schild, 315. Schip, 281.
(Amerikaanscb), 524.
Engelsch), 262,722.
ïuropcttsch). 286, 287. I 'ffereqaireerd), 493.
'koloniaall 286.
tands), 285, 453.
parliculierl 285.
vreemdi &5, 296. 472. I vijandelijk], 181, 263, 264.
Schipper, 58, 114, 517, 670. Schoener, 46. Scholarch, 85, 109. School, 357.
• -meester, 110. Schoonhouden. 224, 226. 247. 258. Schop, 317. Schot. 128, 296. Schouder. 667. Schout, 35. 77. 103, 147. 206. 207,
272, 276, 277, 490, 550, Schouwen (lijken). 530. Schriftuur, 259, 260, 531. Schrijfbehoeften, 84, 149, 447, 534, 585, 636. -fout. 34, 289 -kantoor, 86, 276. -papier, 24, 165, 713. -pen, 713.
-werk, 24, 82, 138,188.337, 365. Schryyen (Javaansch), 716. Schrijver, 25, 29, 134. 149, 187, 191, 434, 447, 722. (Javaansch), 560. Schuilhoek, 46.
-plaats, 238, 415. Schuit, 426, 692.
Schuld, 37, 73, 74. 76, 90, 215, 251, 297, 338. 341. 342, 354, 355, 357, 361, 367, 369, 377, 385, 386, 585.
(publieke), 577. -oekenlenis, 209. -bewijs, 75. . -brief 75, 353, 354. Schuldenaar, 285. Schuldkennis, 343, 353, 354, 364, 370.(Landsj, 253.
< Schuldverbintenis, 387. , Schutter, 622. 751.
. -teri), 166, 622, 751. Scriba, 104, 106, 107, 109, 110, 196, 197, 202, 273-276, 352- 354, 377, 378, 380, 418, 468, 551, 560. Scribent, 138. Scriptis (in), 352. Secluderen (weeskamer, enz.), 365. Secreet, 381-383, 531
houden, 363, Secretarie (generale), 48, 101, 103, 1X15, 138, 273, 274, 277, 430, 454, 685, 721. • van den Gouverneur Gene- raal, 84.
van Schepenen, 259. S€crelaris,51. 52. 77, 104. 105, 301, 418. 448, 560.
(adjunct), 104. . (Chin -^ -
(Chineesch), 515.
(particulier), 305.
bank van leening, 273.
Boedelmeesteren, 93. 94,
99, 103. 275, 368. 370,
371, 375, 377, 580, 381,
commissaris-generaal der
marine, 104, 273, 528
drossaard, 102.
-generaal, 49, 67, 270,
570, 572, 574, 609, 685.
-ffeneraal (10, 127.
üouvemeur-(jenenial, 270.
Hooge Regering, 67—69,
84, 100, 127. 138. 270,
277, 570-572, 574.
houtbosschen, 523.
huwelijksche zaken, 108,
275
van justitie, 107, 275, 357.
koOu-cuItuur, 523.
landdrost. 207, 274.
Rekenkamer. 66, 272.
Schepenen. 10. 101, 121,
143, 272, 275, 448.
Weesmeesleren,274. 337 -
340,344,352-354.358-
360, 361. 362, 364. 365.
Wees- en Boedelmeesteren, 103. Secreteren, 97, 595, 665. Seeureren, 126, 669.
806
ZAAK-REQISTER
Securiteil, 358. Sein (geheiin), 47.
-post, 425. Senaat, 576.. Sententie (civiele), 138.
definitief, 671. Sententiëren (andermaal), 699. Sequester, 338, 339, 370, 376.
-tratie, 244. Sergeant, 164, 324. 325, 432, 520- 622, 622 669. 677, 751 . -majoor, 668, 677. • der wacht, 323. Senet, 311, 465, 466. Servituut, 31, 33, 128, 589, 629. Sexe, 321, 349, 371. Sieraad, 372. Signalement, 653. Signatuur, 691. Sik^p, 519, 562. Sirih-geld. 644. • -tuin, 215. Sisteeren (zich), 720. Situatie, 227.
Sjahhandar, 7, 101, 102, 109. 173. 213, 214, 240, 242. 271, 495, 725. -darij, 397-400, 468, 472, 498, 528. Sjerp, 316.
Slaaf, 4, 39, 88, 94, 164, 181, 214. 316, 320, 321, 325 341, 373, 450, 487, 533, 645, 725.
• (galroste), 232, 414, 415.
• (gouverneraents), 248, 413, 492 493
Slachten. 11. 397--400, 402, 477. 479, 481, 482, 506. . -ter, 333.
• -terij, 481. Slagveld, 705, 709. Slaper, 266, 335. Slaven-handelaar, 4. Slavin, 304. 368, 373. Sleep-weg, 406.
Sleutel, 27. 323, 324, 358. Sloep, 51. Sloping, 183. Slopkous, 697. Slot, 358. Sluik (ter), 474.
• » verkoopen, 31. Sluikerij, 473. Sluikhandel, 208, 458. Sluis, 150, 154. 155.
Sluiten (suiker-fabriek), 59. . (boeken). 93, 356. Sluiting van een weg. 129. Smeden (ijzer, enz.), 198. Smeed-vcrlies, 186. 193, 198. 201. Smeer. 26
■ -kaars. 84. Smelten. 20, 198 Smeltcrij. 262. Smelt-oven, 19.
-verlies, 201, 563.
Smid, 18, 24, 191. 599.
. fChineeMïhe), 144, 596. Smids-uaas, 534 Smokkelhandel. 113. 204. 242. Snaphaan-kogel. 563. Sociëteit, 59—61. Soep. 305—308.
Soe.soehoenan, 41. 131. 132, 400 Sohlaat, 50. 164, 178. 262. m^ 612, 648, 650.651.677- 681, 697. 714. • (inlandse!)], 125. 207, 4]::
- Solderen (blik), 25. Soldij, 621, 680. Solemniieit. 536. Solidum (in), 352. 469. Soraah, 398-400 Sommatie, 94, 241, 428. 467.
-cedul. 96. 98. Sommeren. 347.
Sous-lieulenant, 287, B27. 667. 7(i. 704. 706, 708 der marine, 258 Soutien, 78. 502. Solvent. 369. Souverein, 702. Spaarzaamheid. 510. Specerijen. 58, 113, 131, 132. 3<^U
639, 671. Specie, 218, 230. 243. 264. 297
(harde), 706.Specificatie, 153. 173, IM. 191
200, 202. 237, 419. S|)eculateur, 133. Speelbal, 579. Spek, 115, 333. Spelen met weezen, enz., 347. Spillage, 20. 23. 24. 30, 205, 4^.
- 588, 631 Splitsing, 43, 301, 503. Spoed, 724.
Spoliëren (sterfhuizen), 367. Spruit, 397, 398, 472.
ZAAK-REGISTER.
807
Spiiker, 185—187. 189. 190, 192,
193 198. Spijzigen, 408. 485, 680, 681.
• -ging, 638. SUal 30, 198, 200. Slaat (kerkelijke), 69.
(noroinatieve), 423.
-rekeoing, 356. 376.
. van beleg, 211.213,283,611, 612, 614. 615, 723, 727, 751
Slaalsie, 372.
Staatsraad, 576, 578.
-recht, 672. Stad, 222. SUds-apotheek, 569.
• -apotheker, 102. 274
• -binnen-gracht, 141.
• -boeijen, 126. 145.
• -chirurgijn, 102. 274. 602.
• -docter, 102, 273. 602.
• -gracht, 140.
. -kas, 7. 10. 78, 143, 147, 149, 150, 154, 318.319,321-323, 326. 327, 457, 511, 551, 554. 555, 598
• -muur, 61. 143
• -rekening, 145.
• -vracht 446.
• -vroedmeester, 108.
• -vroedvrouw, 108.
-wacht, 622.
Staf rgenerale), 418. 570, 574, 581,
• (plaatselijke), 85.
• -officier, 229, 703. Stagnatie, 250.
sul, 514. 516, 519. 562.
• -len (werkwoord), 212, 514, 724.
-liog, 599.
Stam, 406, 616, 617, 662. . -boek, 103- 105, 232, 233, 652.
• -pen, 417. Stand, 599.
(militaire), 702. -gewicht 335.
-plaats, 640
Stapel (op) sUan, 185, 190.
. -plaats, 35, 144, 176, 177, 190.
528, 535. 640. Slalen-Generaal, 162, 362. Sution, 45, 46, 170, 216. 486. Stationeren, 45, 47. Statistiek, 645. Stedehouder, 576, 578. Steel, 19.
Steen, 15, 79, 108, 245, 292, 483. . -bakker, 331, 332, 334, 483.
• -bakkerij. 334.
Steenigen (hooge Jav. beambten), 12. Stek, 616.
Stelen op scheeps-timmerwerf, 193. Stem (an viserende). 418.
. -pel, 394, 595, 596.
. -pelen, 56, 84, 120, 177, 596.
• -pel -machine, 261. Ster, 255.
Sterf boedel, 554, 558.
-geval. 89, 95, 366, 367, 378, 379
• -huis. 51, 90, 91, 96. 338,360. 364, 360. 367. 378. 379.
Sterven, 93, 227. 367. Stoel, 570. Stoflage, 229. Stok, 325.
Stoppen (waterleiding), 292. StortVn (geld), 297. Straat. 214, 315-318, 320. Straf (diffamerende). 698, 700.
• naast den dood, 63.
• -bedreiging, 165.
. -fen. 207. 225, 233. Strand, 211, 212, 236—238, 409, 546. 723. 724.
-gelden, 399.
-kantoor, 450, 675. Strikniitcr, 234 Stroo-mat, 3. 411.
. -zak, 546, 547. Stuiten (vijand), 211. Stuiver. 255. 256, 746. 747. Stijl. 671. Submissie, 658 Subsidie, 456.
Substitueren (voogden of executeu- ren), 346. . -tuut, 105. 214, 725. Succederen in de goederen zijner
kinderen, 349. Successie, 350.
(collaterale). 87, 89. 92, 121. 122, 352, 374, 427. ab intestato. 362, 369. Suffisant. 337—339.
-santie, 370.
Suiker, 57. 58, 124. 130-132, 306-310, 400, 416, 417. 476. 479, 497-499,538, 539, 633. • -cultuur, 417.
808
ZAAK-REQISTER.
Saiker-rabrikanl, hl, 59, 224.
- -molen, 276, 280, 497, 533, 590, 630.
• -molenaar, 292, 333, 416, 417.
• -riet-iuin, 641.
Salun, 16. 17, 41, 111, 131, 132, 222, 236, 239, 278, 299, 409, 455
Superabundanti (ex), 671.
• -carga, 273.
• -intendenüe, 70, 148, 151.
• -numerair, 82. Suppleren, 46, 53.
Suppoost, 66. 381, 430, 531, 567,
(1«), 103, 104, 108, 273.
(2*V 105, 106, 275.
(3«), 166. Supprimeren (regenlschappeiO, 591. Surehéance van üetaling, 470. Sureheren, 391, 666, 700. Surplus, 559, 684. Surveillance, 22, 81, 147, 433, 615, 640, 684.
• -leren, 162, 195, 228. Suspect, 374.
Suspensie, 64. Suspitie, 640.
Taal (Ghineesche), 428.
- (Engelsche), 107.
. (Fransche), 107. 715-717. . (Hollandsche). 715-717. . (JaTaanschel 104. 715-717.
• (Maleische). 104, 392. 428, 717.
• (Portugeesche), 392. Tabak, 221, 475. 496, 499.
-planter, 223. Tabel, 1, 280. 410 Tafelgeld, 171, 286. 423, 424. Tahi madat, 294, 295. Tak, 616, 617, 645. Tales-tuin, 641. Talk, 24, 26, 83. Tamarinde, 130—132. Tamboer, 4, 166, 677. Tandak-ffelden, 454. 456. Tante, 304. Tantum, 115. Taphuis, 397. Tappen, 398, 402. Tappers-neerinff, 404. Taner, 23, 25, 81, 100, 130, 144,
203, 310, 312, 425, 456. 463- 465, 539, 565, 588, 644. 651. Tarra, 20. Tarwe, 684. Taxateur. 78. 94. 97.106.106,460.
532, 533. 551. 554-557. Taxatie, 78, 90. 94. 95. 98. 295. 304. 374, 471, 473. 533. 553. 554. 557. 558. 599. 600. 614. 660, 664, 671 bUlet. 554. 558. -lüsL 600. Taxeren, 95, 352, 494. 533. Teeken, 316, 325. Teekenen, 171, 172. 182, 389.
-ning, 152. 185, 191. Teeken-papier, 713. Teen, 603.
Tegemoetkoming. 24. 80, 477. Tekort, 6.
• -koming, 185. Tekst 362
Tellen (in kas), 123. 265. 390. Teller. 21& 264. Telling, 219, 243. Tempel. 299. Teng. 372. Termineren zonder vorm van procr>.
- Termijn, 49, 75. 95. 96, 139, 160 161, 241, 251, 259, 260. 267.
- 415, 469, 503-505.
- 516, 656, 658-661. 710 Territoir (gou vernemen ts), II. TesUment. 87, 92, 95, 337, 340. 342, 343, 349, 365, 368. 369.
- 381, 428, 467.
- -teur, 87—89, 94. 175. 34J.
345, 346. 374. • -trioe, 89. 94. Thee-water. 305-309. Timmerman, 24. 179.185. 187. 18». 190, 191, 193, 238. 247. 264. 325, 534. 549 599.
(Ghineesdie),144,596. 700. Timmerwert 523. Timpang. 11. Tin, 3^. Titel. 264. 311. 495. 583.486.606.
620, 661, 662, 667, 668. 6fö Titulatuur. 587, 594. Tjamat, 134. Tjap, 439, 440, 564.
ZAAK-REGISTER.
809
Tjaljah, 398. Tneaw, 397. 402. Tjoekë, 519. 618. 641. Tjoenia. 212. 263. 264, 391. 434. 436-441. 444-448. 498, 559. 563. 567. 691. 692. 724.
-Teer. 433. 563. 692. -voerder, 391. TjoeUk. 134, 593. . 4ioord, 641. Tocht, 436. Toeak-azijn. 131. 133. Toe-huia. 599. Toelage. 50, 77, 82, 167, 288.289,
- 430, 622. Toemenggoeng, 163. 278. Toestemmiiiff. 703. Toevoer, 461.
Toezicht, 61. 147. 150, 185. Tol, 31, 124. 397.401-403,472-
- 498, 641.
- -brug, 444, 604.
- -gerechtigheid, 523. 524. • -heffing, 524.
-huis, 588. Tolk, 110. Tolpoort, 472. 543. ToDg-tODg, 321. Ton-plank. 298. Topbaan. 397-402. 431. 479,482.
. -UfeL 402. 506. Toaw, 333, 423, 439. 564. 615. 693.
-slager. 284, 324. ■ -werk 244
' (inlandsch). 192, 284. Traagheid, 220. TracUat, 239.
Tractement, 4. 14, 18. 24, 28, 30. 40. 43. 51, 53, 62, 64. 66. 72. 76, 82. 83. 111. 117. 140. 144. 146. 148, 162. 166-168. 172. 173. 178. 188, 192, 216. 229. 230. 234, 239. 246, 248, 258. 259, 261, 264. 276. 285-289. 380. 381. 392. 393. 408, 409. 412.1417, 420. 423. 424. 427. 429. 430. 450. 451, 458, 499, 511. 520, 523, 527-529, 534. 538, 558. 562, 620. 623, 630. 631. 636. 640. 644, 649. 667, 668. 681. 683-685, 688, 701, 705. 716, 717. 722. TractemeDts-boekhouder, 107, 116. 173, 276, 568.
I Traktemenls-kantoor, 84. I • • (generaal), 166,
273, 275.
-kassa-rekening. 116. -rol 212.
-verhooging. 167. 228. 229, 287. 534. Trafiek. 280. Traite. 283 Traject.. 451. 489. Transacüe. 157, 283. 658.
• -laal-kantoor, 568.
' -lat«ur. 84, 103. 104, 107, 110,
273, 275.
-port, 58. 59, 80, 81. 91, 95, 96,
m. 224, 257. 260. 361, 420.
430, 485-489. 523. 539. 666,
724-726, 752.
• -porteren. 91, 211. 252, 506, 514.
-port-geld, 52. • -kosten, 370, 453. . . -middel. 211, 214. Trasi, 478. Trekmolen, 261.
• -net, 496.
• -08, 487
• -paard, 317, 511-513, 584. Trepaneren, 6(K2.
Trompet, 372. Trouw. 13, 726.
(goede), 63. 339. . (kwade). 27. 205. . -brief. 38, 371. Trouwen. 77, 277. 375, 454, 702,
- Tronw-maand, 77. Tuchthuis jfvrouwen), 108. Tuigage, 425. Tuin, 43. 251. 443, 554. 557, 599,
650, 695. Tumult, 327. Tusschenplanting. 15. I Twaalfponder, 585. Twist, 322. Tijdverlies, 531. Tydverzuim, 176. 491, 560.
Uitbesteden, 112. 245.
-ding, 113.
Uilbeuling. 228. Uitdeeliug, 709. Uitgaven (kleine), 464, 466. Uitgeven (valschecredit-brieveu). 594. Uitgifte, 501.
810
ZAAK.REQISTER.
Uitkappen (bossclien), 639. • i
• -ping, 407. '
Uitkeeren, 338. 352. Uilkoops-pnjs, 64. üillandig. 4-6, 243, 297.337,358,
387, 390. 391, 632, 634. I
Uitleveren, 208, 414, 415. Uillolen (creüil-brieven), 507. |
Uitniondinff. 592. UitplunderiDg. 672. Uitroeijen (wortels van boomen), 616. j
. -jing, 14. I
Uilschieteii van boomen. 407. Uitschot, 237. |
Uitsluiten, 337, 378. ;
Uitspraak, 35. 471. Uiutel. 355, 380. !
Uitvoer, 113. 180, 231. 386-388. [ 402,403,449,462.473- 476. 497, 523 Hier, 473. i
Uitvoeren. 404, 472. 474, 497. 498. >
(^eld), 241. Uitzetten, 176, 212. 1
Uniform, 124, 232, 418, 419. 519,
- Uniformiteit, 231, 233, 519. i
Usantie, 50, 671, 672. '
! Vaandrig, 515. !
(Chineesche), 515. i
Vaanligheid, 724. '
VaarU 113. 133, 212.276,091.724. i (particuliere), 461. . '
Vaartuig (inlandsch), 235, 236. , (Lands), 31, 33. |
Vaarwater, 181, 611. 669. Vaatwerk, 7, 334. 472, 473, 611. Vacantie, 660. Vacatie. 176, 217, 360.
• -gelden, 370. I
Vacature, 152, 234. 299, 392. '
Vaceren, 10, 117. 118, 153, 331,
Vader. 87. 341 , 342, 344. 345, 347 - '
372, 705, 707, 709. Vagebond, 414, 415. Valbrug. 695. Valeur, 353.
Varen (naar Europa). 302. Varken. 80, 397-400. 40'i. 479,
482, 506. Varkens-reuzel. 311. i
• -vleesch, 79, 80. 402. 598. i Vastigheid, 554, 557. 558, 561. |
Vat, 27, 669. Vechten. 322. Vee, 477, 481. 482, 619.
• -pasar, 481.
Veer, 563, 564. 566. 567. 692-
694, 696. Vegen (straat). 317. Veiligheid. 42, 68. 78. 224. 315.
- Veiling, 58. Veld-afluil, 198, 200, 248.
- -schans, 482. Vellen. 406, 617. Vendu-afslager. 110, 381.
• -cering, 338.
• .kantoor. 94. 101. 105. 108 -loon. 353
• -meester, 32. 101, 105. 109. 273, 274. 353,368,385.386. 591.
^nningen, 339, 359, 368.
-rol, 360.
. -salaris. 339. 380, 381, 569
• -schryver. 109.
Vendutie, 10, 52. 244, 304. 359. 368, 381.
(publieke), 353, 356, 378. 569. Venia aeUtis, 346. Ventileren voor eene rechtbank, 1G9 Verachtering, 183. Veraliêneren, 91, 370. Veranderen (zonen naam). 115. Verantwoorden. 21. 200, 202. 'lU
-ding, 7. 262. Verbaal. 113.
Verband. 61, 354, 370. 385. 38r>, 591, 602. 603, 650. (legaalï 470. -bnef. 354. Verbannen. 165. 387.
• -ning, 413. Verbergen (deserteurs). 8, Verbetering. 20.
Verbeurd verklaren (scliip en ladini; •
- Verblgfplaais, 639. Verbouwing, 199.
Verbranden, 267, 268, 508, &:)5. 604. 616, 687. (levend), 81. Verdediging. 238, 415, 725. 726 Verdenking, 204. Verderf, 380.
ZAAK-REQfSTER.
811
Verdiensten, 653. Verdubbeling, 72. . Venluisteren (boedels), 340
• -ring, 63. Vereeniging, 234, 492. Verevenen, 159, 416.
• -ning, 360, 386, 439. Verfkwast, 25, 83.
• -stof, 84. Vergadering (Chineesche), 371. Vergader-kamer, 374.
Vergifleuis, 720. Vergoeden, 236, 664. . -ding. 62, 64. 125, 277. 363,-zaal. 570, 574.
- Vergunning, 218. Verhindering (wettige), 207. Verhooging, 218. Verhuizen, 227, 318.
• -zing, 138, 348. Verhuren, 435. 437. 438.563.564.
566, 618, 692. 693. 696. Verhypothekeren (Lands domeinen),
• -ring, 547.
Verificatie, 153, 601, 657,658.690. . -ceren, 19, 414, 419, 455, 555 Verjaardag, 295.
Verkanasseren (reslanl-suiker), 417. Verklaring (beëedigde), 354
(eerloos), 63. Verkleefdheid. 726. Verknochtheid, 295, 502 Verkoop, 138. 240, 457. (publieke), 241. in het klein, 384. Verkoopen, 177. 179-181. Verkooping. 359, 569.
(publieke). 33. 35, 502 Verkoop-prijs, 282. 553, 557.
• -voorwaarden, 588. Verkorten, 228, 345. Verkwikking, 309.
Verleggen (hoofd-negorijen). 210. Verlies, 20, 26. 30, 186, 201. 352,
- 423, 494. Verlof, 676.
Verloopen van koffij- planters, 227. Verloren gaan van een credit-brief.
- Verlossing, 602, 603. Vermaagschapt, 87. Vermeerdering, 226. Vermindering, 226.
I Vermilliocn, 84. Vernielen, 179. 212. Vernietigen. 56, 394. 462.
. -tiging. 182. 535, 622. Vernieuwing. 323
Veroncelukken van prauwen, 664. Verouderen van wees-brieven, 347. Veroveren, 38, 669. 672, 673. Verpachten. 431. 457. 458. 469. . -ting. 179. 240. 457, 468, 469. 471, 477, 495, 511. 524, 525, 616, 721 • rJavasche), 396. Verplaatsing. 210. Verplegings-kosten. 450. , Verrader, 208. 214, 500. 745. Verrekenen met visschers. 526. Verruilen (koopmanschappen), 471.
• -ling. 3, 196. 412. Verschil, 337. 473. 533. 557. Verschooning (wettige^, 364. Verschuilen (zich), 125.
I Verslag. 69.
Versmeden (oud ijzer), 201. , Verspanning. 294i 488.
Verspillen, 198. 200. , Verstek. 658, 659. Versterf, 92. 369. I . -recht 366. I Versterking, 215. Verstopping, 484. ' Verstrekken, 240. 449. 713. 714. ' . -king, 1, 3, 23, 24. 26, 83. I 130. 196. 199, 204.
- 412, 413, 419, 422, 424. 456.
- 612,
(extra-). 665, 666, 688.
I Vertaling. 560. ' Vertimmerinpr. 440. , VertoUen. 472. Vertragen, 260, 699.
• -ging, 303.
! Vervallen-verklaring. 73.
• -schen (stuivers). 256. Vervanger, 228.
Vervoer, 281. 312. 523. • -der, 282.
Vervoeren, 203, 260.
Vervolgen in rechten, 745. I Vervreemden, 343, 347. , Verwarring, 224.
812
ZAAK-REQISTER.
Verweerder, 658, 650.
Verwisselen, 486, 489, 693.
Verwijdering, 640
Verzegelen, 58, 338. 364, 378
Verzending. 412.
Verzetten (goederen van weezen],
Verzoek, 218. Verzuim, 3, 16. 62, 64.93,94,312»
552, 620. Verzwijgen (goederen van weezen),
341 Vest, 418, 421, 677, 678, 697. Vexatie, 74, 537. Vexeren, 225, 472. Vioe-president Boedelroeesleren, 53. huweiyt&sche en kleine gerechtszaken, 491, Baad van justitie, 100, 270.
Weesmeesteren, 336, 337. 360. Victualie, 423. Vieren (geboortedag van Napoleon).
- Viering, 295.
Vierschaar (miliUire). 85. 105, 108, 161, 182, 168--170, 275, 302, 303 Vigilantie. 125. Vindicatie, 222. Vinger, 603. Visie, 94, 630. Visitatie, 8, 9. 21, 29, 120. 157,
473, 516. Visite, 602. 603 Visiteren, 155. 334, 447.. 494, 514.
660,661. Visch, 130-132. 163, 306. 308- 310. 427. 464-466. 478. 526,677. Visscher, 37. 163, 491, 496, 526. Visscherij. 32. 35. 469, 478. Vischmarkt, 106, 491, 496, 499, 526.
• -vangst, 526.
Vivres, 298 408, 421. 424, 450,
522, 610, 621 Vlag, 285, 296, 372, 572, 575, 580-582. 672, 719.
• -geman. 427.
• -gestok, 427. Vlam, 725.
Vleesch. 80, 297, 305-310. 333, 464, 465, 539. (zout), 714. -hal, 9.
1 Vlie^ (Spaanschc). 603. Vloei-papier, 84. Vloot, 253, 585. 665.
• (vüandelijke), 213, 727. Vlucht, 639.
Vochtig. 412. Voeding, 305, 680. Voegen (zich), 516. Voeren (paarden). 519. Voertuig, 204.
■ -wagen, 488. Voet (te), 317.
. -pad, 406.
• van oorlog. 613.
. -volk, 432, 433. Vogelnestje, 41, 399.
• -nest-klip, 501. Voldingen (proces), 659. Volk (gewapend), 489.
. (kwaad), 187. Volken-recht, 672. Volks-verhttizing, 257.
• -verzameling. 726. Volmachtschap, 350.
Voltallig houden (het tegpr). 163. Vohigeur, 668, 669, 697. Vonk, 316.
Vonnis, 13, 303. 339, 357, 359, 660. 661, 673, 698-700, 706
• (crimineel), 207.
• -scn (zeeroovers), 672. Voogd, 90, 173-175. 341, 345-
347, 349-352, 357, 35& 365. 703, 709. Voogdesse, 350. I Voogdü* 346, 347.
. -schap, 349-351. Voorbidding. 573. 574, 584.
• -dracht. 50.
. -ler^r, 51. 456. 558.
• -looper. 452, 453.
• -plein, 574.
. -raad, 242. 386, 388, 485. 713. . fsUnds), 54, 56. 115.
149, 204. 430. • -schuur. 470.
• -schieten, 60, 61, 526.
. -schot. 37. 39, 57, 58, 146, 416, 496, 643, 649.
• -waarde (huwelnkscbe), 92.
-wendsel. 471. 472
Vorm, 19, 332, 334, 335, 563
Vormen-maker, 262. : Vorst (inJandsch), 130. ; . (Javaansch), 571, 579. 622.
2AAK-^QI8TER.
81S
Vorsten-bosch, 236. Vracht, 436, 445, 487, 488, 663, 664.
- (opl 133, 692.
. -ffSd, 300, 446, 447, 449,
. -loon, 203, 437. 445, 488, 489, 539, 540, 565, 566. -penningen, 449, 453. Vrede, 181, 219, 243, 265. Vreemde, 87-89.
. -ling, 92. 237, 319. 414, 415. 524. Vreugdebedrjir. 296, 719.
» -gejaicli, 674. Vnend. 341—343, 346, 348, 349,
357, 358, 369. Vrolijkheid (nationale). 72. Vrouw, 77. 87, 92, m 322, 340, 350, 369, 370, 375, 460, 493, 617, 650, 651, 702, 703. 707, 708.
• (Ghineesche), 304. Vracht, 91, 464, 4S6, 602.
(gestoofde). 309.
-baarheid. 501.
Vrijdom. 88. 373. Vrggeven, 38, 368, 373. Vryheid, 492. 493. Vrijspraak, 742. Vrijspreken (comptabelen), 65. Vrustelling, 416. Vuilois, 328, 697.
Vuur, 484.-bak, 148.
• -steen, 31. 32, 34, 510.
• -werk, 17. 22.
Vijand 211, 254, 283, 461, 462,
484, 493, 608-611, 613, 621.
637-640, 664, 666, 669, 679,
- 723, 726. 726, 736. 737.
- 745, 750.
Vyver, 478.
Waag, 495, 496, 499, 679.
• -meester, 108.
Waarde, 352. 494. 496. 553, 554. 557, 558, 599.
• -deeren, 32, 554, 557, 558.
• -difffaeid, 50.
• -scnuwing. 473.
Wacht. 166, 315, 321. 327. 434, 564, 693. 695, 751. (inlandsche), 443. (militaire), 325, 326, 328.
Wachter, 11, 472. Wachthonden op een ttmmerwerf, 187. » -huis, 321.
. -meester, 134, 420, 432, 519, 520, 562.
-schip, 426.
Wagen, 3d, 129,511,512,515,516.
-huur, 166.
' • -meester, 615.
• -pacht, 323, 511.
• -park, 614, 615.
-verhuurder, 166, 512, 516.
• -verhuurderij. 404, 514, 516, 533.
. -vracht, 51, 94, 370. Waken (nacht-), 603. Wal. 474. Wanbedraf, 492,
• -tafing, 52.
• -daad, 745.
• -delptaats (publieke), 460, 461.
• -gedraff. 225.
• -orde. ol5.
Wapen, 11. 29, 124. 125, 166, 197, 325, 414. 519, 520, 545, 560, 573, 586, 587, 620, 621. I Wapening, 232, 518. ' Wapen-kamer, 21, 29, 82, 83. • -ffoederen, 197.
• -stuk, 82.
Waroeng, 76, 252. 276, 481, 482,
590, 599, 630. Was 84.
Waschloón, 311, 465, 466. i Water, 156, 308, 316, 317, 321,
(vlot), 187. 192. -dragen, 248. -Bscalaat, 529. -leiding, 150, 291, 292. -loop, 70, 150. -lozmg, 155, 156. -molen, 271. -pot, 610, 615, 724. -zucht, 603. Weddingschap, 384. Weduwe, 129, 130, 350, 366, 375. 420,428.429, 467,705. 707-- 710.
- ^militaire), 44.
Weduwen (militair) en Weezen fonds,
705, 706, 709, 710. Woér of wind, 441. 446. Weeren (Chinezen). 222.
814
ZAAK-REGISTER.
Wees, 51, 278, 341.343,345-347,
351, 352. 354, 357, 358,
360, 361. '368, 705, 707,
709, 710.
(onbekende), 356.
-boek, 341, 343, 345-347.
-Iiuis. 108, 278.
-iougen, 507.
-kamer, 42, 43, 53. 59—61, 104, 108. 159, 278, 293, 341,343-346, 363-365.373,376- 381, 385, 386, 427, 547. 548, 560, 561, 650. 681, 682. (Ëiiropeescbe). 39. (inlaiulsche). 38. 39.
• -meesteren, 36, 44, 51, 104, 107-109, 218. 273. 276, 337—358, 361-365, 370, 376-381, 384. 389, 491, 561, 590, 591, 611, 630. 631.
• -meesicr-kennis, 353, 382 Wee, 9, 31, 60, 61, 69. 70, 79.
129, 147-151, 154-156, 162, 203. 210. 220, 221, 228, 252, 258, 290. 291, 299, 317, 318, 321, 322, 487. 506, 511. 516. 598, 629, 647, 683, 697. . (groote), 41, 127, 216, 245. 257, 260. 294, 299. 301, 409, 419, 460. 523, 686. . ('s Heerenj, 291. 372. . (Üosled 77-79.
(publieKe), 589. . (Wesler), 79. Wepen (werkwoord). 27, 331. Weiden (vee in bos.schen), 619. Welvaart, 221. 222. Wendii)??, 602
Werf, 140. 176. 237.238.323.528. . ('s Lands), 112, 184, 185, 187,
188, 191-193. . -boek, 190. Werk (particulier), 200. . .hout, 619. . -man. 190, 197-200, 203,
246—249, 261, 262. « -loon, 61, 153.
• -uur, 156.
. -volk. 79, 156. 157, 178. 244, 483, 691, 713. Werp-gesclmt. 128.
Wel, 90, 157. 242, 414, 488, 529. 533. 656. 657, 672. 698. 701. 702, 720.
• (Javaaosche), 418 ■ (organieke). 49.
Wetanger, 589. 629. Wetboek (crimineel), 303.
(militair), 161, 162, 168. 169. 700, 701. Weigever, 169. Wetgeving, 68, 69.
(lijfslralTelijke), 62. Wiel. 248, 260. Wielenmaker, 324, 325, 534. Wil (goede). 220.
(uiterste). 360. 366, 368. Willekeur, 435. 694. 696. Wimpel, 296, 719.
Wind, 446.
Winkel, 334, 599.
Winkelier. 331-334.
Winsl (op halve). 355.
Winzucht. 74.
Wissel, 218. 243, 251. 264, 283.
(gou vernemen Is), 585. 586 Wisselen van stukkeu. 659. Wiuebrood. 307, 310. Woeker. 75.
• -7.uchl. 388. WoesU 221. Wond, 709.
Woning (vrije), 149, 559. Woonhuis, 152
-plaats. 156, 708.
• -stefie, 340.
Wortel, 406, 407, 616, 662. Wurgen (hooge Jav. beambten). 12 Wijf, 304.
Wijk, 314—321, 329, 330. 428, 467 . -meester, 136, 140, 143, 315—
317, 329. 330. 427, 428, 467,
• -plaats, 238. Wijn, 295. 585.
• -azijn, 28.
IJk, 333. 335.
IJken, 10. 180. 331. 332, 3:^.
335 IJkgeld, 332, 335. . -meester, 7, 108, 331, 333—335 IJver. 220. IJzer, 19. 20. 30, 54, 115, 185-
- 189, 192-194, 198. 200-
202, 388. 439, 588.
ZAAK-REQISTER.
815
Ijzerwerk. 23. 186, 190, 192, 193, 201.
Zaailand. 460, 461.
Zaak (civleleX 10, 609, 736.
(crimineele). 206, 700.
(miliUire), 68, 609. Zadelmaker, 534.
Zak, 59.
Zaken (huweliiksche), 274.
(marin^, 68. Zamenhang, 225.
-levin(? (burgerlijke), 277.
• -rotten van slaven. 320.
• -smeking. 138, 209.
• -woning. 708 Zandkoker. 84. Zedeleer, 739.
Zee, 212, 257, 423, 446, 454, 498. 616, 618. 669, 672, 714, 724. (in) werpen. 168. -madil, 162, 170. -man, 450. •nood, 474.
-oflïcier, 158. 161. 285, 286, 527. 582, 586. -rantsoen, 425, 426. -roover. 45. 46. 66, 664. 673. -rooverij, 672. -strand, 478, 540. Zeet,405.
Zeevarende. 46. 66, 178, 324, 425, 426. • -volk, 672. I -vvflLcr 34 Zegel. 77,'l00, 110,111.120-122, 300. 335. 378.473.553.554, 558, 586. 711.
• (groot). 364. 365
• (klein), 103. 275. 569.
Zegel-bewaarder. 276. » -ordonnantie, 711.
• -recht, 517.
• -rekening, 121. Zeil. 423, 439, 447.
Zeilen (werkwooni). 172. 494.
Zendeling. 622.
Zesponder, 585.
Zelel. 750.
Zet-stok. 439. 496. 564. 693.
Zieke, 258. 305. 307,309.310.440.
- Zieken-oppasser, 310.
• -vader, 310, 324, 408. Ziekte, 154. 207. 307, 309, 433,
435, 436. 459. 477, 530, 713 Ziels-beschrijving, 280.
• -vermogen. 716. Zilver, 108. 341. 670.
• -draad, 220.
Zinken (schepen in de Tji-liwoeng),
- Zitplaats, 138, 530. Zitting hebben, 51. Zon. 294.
Zoon. 347, 372. 677. Zorg, 701.
Zout, 24, 29, 36. 76.83, 130-133, 179, 180, 276, 332, 399. 427, 456. 522. 608. 677.
• -handel, 180.
- -pacht. 468.
. -pan. 32. 34. 36, 179. Zuinigheid, 40, 200, 447. Zuiveren, 616, 617, 662. Zuster (halve), 87. Zwaarte, 15. Zwalk, 65. Zwavel. 26—28. Zijde. 220. 232. 475.
'\
/
B'D."^^<l?!Slï)
r
