STOOMORDONNANTIE 1930
1450 STOOMORDONNANTIE 1930 be ‚ De werkgever is verplicht aan de ambtenaren van het Binnen- en Be en van de auhaldainspadtie onverwijld mzage te Ee van alle bij of krachtens deze ord. voorgeschreven bescheiden en ae inlichtingen te verstrekken, welke door bedoelde ambtenaren terzake van de naleving dezer ord. worden gevraagd. al a
- (1) (Gew. S. 47-208.) Met hechtenis van ten hoogste één maan of geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft de w erkgev er, dio het bepaalde in de artt. 4, 5 lid (1), (2), (3) en (5), 6 lid (1), 7 lid val 9 lid (1) en 10, zoomede de voorschriften door het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken gegeven krachtens het bepaalde in de artt. 5 lid (4) en (6), 8 en 9 lid (2), dan wel eenige voorwaarde verbonden aan een krachtens art. 6 lid (1) sub / gegeven vergunning niet nakomt. De hier strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. ; ?
(2) Ten aanzien van den werkgever, die rechtspersoon is, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de bestuurders,
(3) Is het bestuur van dien rechtspersoon opgedragen aan een anderen rechtspersoon, dan is het bepaalde bij het vorige lid van toepassing op de bestuurders van den besturenden rechtspersoon.
- (1) Behalve de ambtenaren en beambten, belast met het opsporen van overtredingen in het algemeen, zijn de ambtenaren van de arbeids- inspectie belast met de zorg voor de naleving van deze ord., met de medewerking aan de uitvoering daarvan en met het opsporen van de overtredingen.
(2) De in het vorige lid bedoelde ambtenaren, alsmede de hen ver- gezellende beambten, hebben steeds tocgang tot de plaatsen, waar de arbeiders zijn tewerkgesteld en tot de gebouwen, waar de arbeiders verblijf houden of verpleegd worden. Wordt hun de toegang geweigerd dan verschaffen zij zich dien desnoods met behulp van den sterken arm.
- Hetgeen nog verder in verband met de uitvoering en naleving van deze ord. regeling behoeft, wordt bij of krachtens regeeringsver- ordening vastgesteld.
14, Deze ord. en de ter uitvoering daarvan vast te stellen regelen zijn mede van toepassing op personen, behoorende tot de Indonesische bevolking in rechtstreeks bestuurd gebied, welke aan de rechtsmacht van den Inheemschen rechter is onderworpen.
(Gew. 8. 47—208.) De in de artt. 4, 5 lid (6), 8 en 9 lid (2) bedoelde voorschriften van het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken voorzoover betrekking hebbende op bedrijfstakken worden bekend gemaakt in de Javasche Courant.
(1) Deze ord. kan worden aangehaald onder den titel ,,Arbeids- regeling-Nijverheidsbedrijven”’.
(2) Zij treedt in werking met ingang van een door den Gouverneur- Generaal te bepalen tijdstip. (S. 48—163: 1 Aug. '48.)
hmmm STOOMORDONNANTIE 1930
S. 1930—225, zoals garecyuld need door S. 1931—168 en
(Besluit van den Gouverneur-Generaal van 19 Juni 1980 No. 44).
Art. 1. Met intrekking van het bij de ordonnantie van 4 Februari 1924 (Staatsblad No. 42) vastgesteld Stoomre m ‘ er aangevuld, te bepalen als volgt: Slement, zoals dat sedert is gewijzigd en
I. ALGEMEENE BEPALINGEN. Art, 1. (1) Onder stoomtoestel wordt in deze ordonnantie verstaan een stoom-
|
| STOOMORDONNANTIE 1930 1451 Shee EEE Et ketel el elk ander bij regeeringsverordening aan te wijzen toestel, direct of in-
| direct verbonden met een stoomketel en bestemd om onder een grootere drukking dan die van den dampkring te werken.
(2) Een stoomketel is een toestel, ingericht om stoom voort te brengen, welke buiten het toestel wordt gebruikt.
Onder toebehooren van een stoomtoestel worden in deze ordonnantie ver- staan alle toestellen, strekkende om het veilig gebruik van het toestel te verzekeren.
Onder gebruiker van een stoomtoestel wordt in deze ordonannantie verstaan:
a. bij uitsluitend huishoudelijk gebruik het hoofd van het gezin of het hoofd of de bestuurder van de inrichting waarin het toestel wordt gebruikt;
b. in alle andere gevallen het hoofd of de bestuurder van het bedrijf, de on- derneming of de inrichting, waarin het toestel wordt gebruikt.
- In deze ordonnantie worden verstaan onder vaste stoomtoestellen: alle in- gemetselde, en onder verplaatsbare stoomtoestellen: alle niet ingemetselde.
Il. VAN HET KEUREN VAN ONTWERPTEEKENINGEN VAN STOOMTOESTELLEN.
- (1) Hij, die een tot gebruik in Nederlandsch-Indië bestemd stoomtoestel heeft ontworpen, kan de ontwerp-teekening van het toestel ter goedkeuring aambie- den, in Indië bij den Chef van het Veiligheidstoezicht, in Nederland bij den Ge- committeerde van dien dienst bij het Departement van Koloniën.
(2) Bij regeerings-verordening wordt bepaald:
a. welke bescheiden bij het aanvragen van bovengenoemde goedkeuring moe- ten worden overgelegd?
b. welke kosten den Lande daarvoor verschuldigd zullen zijn, en
ce. door welke autoriteit die goedkeuring kan worden ingetrokken.
II. VAN DE VERGUNNING TOT HET IN WERKING BRENGEN VAN STOOMTOESTEL-
LEN,
- (1) Het is verboden een stoomtoestel in werking te brengen zonder in het bezit te zijn van een door den Chef van het Veiligheidstoezicht daartoe uitge- reikte akte van vergunning.
(2) Bij regeeringsverordening kunnen stoomtoestellen worden aangewezen, waarop het vorige lid met van toepassing is.
- (1) De akte van vergunning wordt verleend, wanneer het van Landswege te houden onderzoek en de beproeving van het stoomtoestel alsmede het onder- zoek van zijn toebehooren uitkomsten hebben opgeleverd, die voldoen aan de eischen bij en krachtens de in artikel 8 bedoelde regeeringsverordening te stellen.
(2) Voor de in vaartuigen, afkomstig van buiten Nederlandsch-Indië, geplaat- ste stoomtoestellen, die in Nederland zijn onderzocht en beproefd, is de in het vorig lid van dit artikel bedoelde beproeving geen vereischte, mits de toestellen zijn gebleven in hetzelfde vaartuig waarin zij bij het in Nederland ingesteld onderzoek waren opgesteld en bij het verzoekschrift wordt overgelegd het
, door den Minister van Arbied, Handel en Nijverheid in Nederland uitgereikte ; bewijs, dat het onderzoek en de beproeving aldaar met gunstig gevolg hebben plaats gehad. rab Id
- Bij regeeringsverordening wo epaald: ;
a. wale Soaaven de aanvrage tot het verkrijgen eener akte van vergunning moet bevatten en wat daarbij moet worden overgelegd, alsmede de opgaven en voorwaarden, welke de akte moet vermelden;
b. aan welke eischen de in artikel 6 bedoelde stoomtoestellen en hun toebe- hooren moeten voldoen; : fur
c. de wijze van het onderzoek en van de beproeving en de regelen daarbij in acht te nemen; holtes A .
d. in welke gevallen de Chef van het Veiligheidstoezicht geheel, gedeeltelijk of voorwaardelijk vrijstelling van de voorschriften der regeeringsverordening kan geven.
1452 STOOMORDONNANTIE 1830 ee eN ee
Voor het eerste onderzoek en de beproeving van een stoomtoestel van Landswege zoomede voor het verkrijgen van een nieuwe akte van vergunning in geval van verloren gaan der oorspronkelijke akte is een bij regeeringsveror- dening te bepalen bedrag verschuldigd. ‘
De aanvrager van een vergunning tot het gebruik van een stoomtoestel stelt zoowel de werklieden als de werktuigen, die voor de beproeving noodig zijn, ter beschikking van den ambtenaar of deskundige die het toestel beproeft.
(1) De nadeelige gevolgen eener beproeving zijn voor rekening van hem, die deze heeft verzocht, ten ware zij niet met het noodige beleid is bestuurd.
(2) In het laatste geval wordt de schade door het Land vergoed.
- (Gewijzigd door S. 1947—208.) (1) Kan naar de meening van den Chef van het Veiligheidstoezich met het oog op de eischen der veiligheid het gebruik van het toestel niet worden toegestaan, dan weigert hij de vergunning en geeft onder mededeeling der redenen daarvan kennis aan den aanvrager.
(2) Deze kan binnen veertien dagen na ontvangst dier kennisgeving daartegen zijn bezwaren inbrengen bij een commissie, bestaande uit het Hoofd van de Af- deling Arbeid van het Departement Sociale Zaken als voorzitter en twee jaar- lijks door den Directeur van Sociale Zaken aan te wijzen wertuigkundige ingenieurs als leden.
(3) Tenzij de bezwaren kennelijk ongegrond zijn, beveelt de commissie, dat het toestel door een anderen ambtenaar of deskundige opnieuw zal worden onder- zocht en zoo noodig beproefd. '
(4) Geeft het hernieuwde onderzoek aanleiding om de door belanghebbende ingebrachte bezwaren ongegrond te verklaren, dan geeft de commissie aan den belanghebbende kennis, dat bij de weigering wordt volhard.
IV. VAN HET TOEZICHT OP DE STOOMTOESTELLEN.
- (1) Alle in gebruik zijnde stoomtoestellen met toebehooren blijven aan een voortdurend toezicht van Landswege onderworpen. Het wordt uitgeoefend door de ambtenaren bij den dienst van het Veiligheidstoezicht naar regelen vast te stellen bij regeeringsverordening.
(2) Waar krachtens die regelen voor het onderzoek en de beproeving van stoom- toestellen andere deskundigen dan de betrokken ambtenaren van het Veilig- heidstoezicht worden aangewezen, bezitten zij dezelfde bevoegdheden als die ambtenaren en geldt te hunnen opzichte ook overigens hetgeen in deze ordon- nantie is bepaald met betrekking tot de genoemde verrichtingen door die ambtenaren.
14, (1) De in artikel 13 bedoelde ambtenaren en deskundigen hebben te allen tijde vrijen toegang tot de plaatsen, waar stoomtoestellen en hun toebehooren zich bevinden.
(2) Wordt hun de toegang geweigerd, dan verschaffen zij zich dien, desnoods met behulp van den sterken arm. 4
(3) Zijn stoomtoestellen of hun toebehooren slechts door een woning toegan- kelijk, dan treden die ambtenaren tegen den wil van den bewoner niet binnen aie van een bijzonderen schriftelijken last van het Hoofd van plaat-
(4) Van dit binnentreden wordt door hen proces-verbaal o 5 7
f ; pgemaakt; een af aoe wordt binnen tweemaal vier en twintig uren aan den bewoner
- De gebruiker van een stoomtoestel en zij, die het bedienen, zij i
A ; , zijn verplicht ane = pes a: eee enn en deskundigen alle verlangde inlich- betreffende. zaken en feiten, de naleving van deze ordonnantie
- (1) Elk stoomtoestel wordt, zoo dikwijls dit door den di :
Fi ’ n dienst van het Vei- ligheldstoezicht wordt noodig geacht, dan wel op verzoek van den gebruiker vanwege dien dienst onderzocht en zoo noodig opnieuw b fd
(2) Voor de in het vorige lid bedoelde onderzoekin Fee . ; gebruiker aan den Lande een bij regeerings See ee ne verschuldigd. verordening vast te stellen bedrag
|
| STOOMORDONNANTIE 1930 1453
nie ee
(3) In afwijking van het bepaalde in artikel 3 dezer ordonnantie wordt, uitslui-
| tend voor de toepassing van het vorige lid, als gebruiker van een stoomtoestel aangemerkt degene, op wiens naam de akte van vergunning is gesteld, zoolang hij niet schriftelijk aan den Chef van het Veiligheidstoezicht een verzoek tot in- trekking der akte heeft ingediend.
De gebruiker van het stoomtoestel stelt ter beschikking van dengene, die met het onderzoek en de beproeving is belast, zoowel de werklieden als de werktuigen, die voor het onderzoek en de beproeving noodig zijn.
Indien de gebruiker van een stoomtoestel in strijd met de meening hem door den betrokken ambtenaar medegedeeld, vermeent, dat er geen voldoende reden bestaat, hetzij voor eene binnen de bij regeeringsverordening.vast te stel- len normale termijnen in te stellen beproeving of onderzoek bij welke het stoom- toestel buiten werking moet worden gesteld, hetzij voor een door dezen gelasten maatregel om het in een voor onderzoek of beproeving geschikten toestand te brengen, geeft hij van zijne bezwaren binnen drie dagen na die mededeeling schriftelijk kennis aan dien ambtenaar. Deze laatste beslist of uitstel kan wor- den verleend. Indien zulks met de eischen van de veiligheid is overeen te bren- gen, wordt door hem zooveel mogelijk aan het verlangen van den gebruiker te- gemoet gekomen.
Bij regeeringsverordening wordt bepaald:
a. aan welke verplichtingen moet worden voldaan:
I. door den gebruiker:
in geval van verplaatsing van het stoomtoestel;
wanneer de toestand van het stoomtoestel en zijn toebehooren niet meer
2 beantwoordt aan de in de vergunning opgenomen omschrijving en voorwaarden;
wanneer de aanduiding van den houder der vergunning niet meer juist is;
in geval van een gebrek aan het stoomtoestel en zijn toebehooren;
in geval van herstelling van het stoomtoestel en zijn toebehooren;
ten aanzien van het-onderhoud en de bediening van het stoomtoestel en zijn toebehooren;
ten aanzien van de inrichting van bet ruim waarin de ketels van stoom- vaartuigen geplaatst zijn; '
E II. door den gebruiker en door hem, die tijdens de werking van het toestel dit bedient, zoowel wanneer het stoomtoestel en zijn toebehooren in werking zijn als wanneer zij buiten werking zijn: ten aanzien van de veilige werking van het stoomtoestel en zijn toebehooren; :
b. wat door den gebruiker van een stoomtoestel moet worden gedaan om het toezicht mogelijk, ongevaarlijk of gemakkelijk te maken, en wat te dien einde door de in artikel 13 bedoelde ambtenaren en deskundigen kan worden gelast;
c. in welke gevallen de akte van vergunning kan worden ingetrokken. Tevens worden bij de in lid 1 bedoelde regeeringsverordening de gevallen aan- gegeven, waarin de Chef van het Veiligheidstoeziht gedeeltelijk of voorwaar- delijk vrijstelling kan verleenen van hare bepalingen. i
- (1) De ambtenaren met het toezicht op de stoomtoestellen belast, zijn be- voegd de door hen ter verzekering van de veiligheid der toestellen en van de naleving der bepalingen van deze ordonnantie noodig geoordeelde maatregelen voor te schrijven. ‘
r (2) Blijkt kan dat de met de bediening belaste personen daar voor de poles geschiktheid missen, dan kunnen zij vorderen, dat deze van de bediening onthe- ven worden. 7 4
(3) In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit abel avon den gebruiker een termijn gesteld, binnen welken aan de daarin genoemde bes- lissingen moet, worden gevolg gegeven. a
(4) ache de gebruiker zich door zoodanige beslissing bezwaard, dan yan En nen veertien dagen nadat die te zijner kennis is gebracht zijne bezwaren inbren
gen bij den Chef van het Veiligheidstoezicht, die daarop een beslissing eset Kan de gebruiker zich ook met deze beslissing niet vereenigen, dan ‘kan hij ZICH,
ij i ien dagen na de ontvangst der kennisgeving van met zijne bezwaren binnen tien dagen bte edo die beslissing bij gezegeld verzoekschrift wenden tot de commissie 6
; : issi nader een termijn stelt binnen
artikel 12, die alsdan een einbeslissing neemt en.
1454 STOOMORDONNANTIE 1830 SA Ee
Iken daaraan moet zijn voldaan. :
MG Zoodra aan de gegeven voorschriften is voldaan, geeft de gebruiker daar- van schriftelijk kennis aan den Chef van het Veiligheidstoezicht, door tusschen- komst van den betrokken, ambtenaar van dien Dienst. :
- (1) Blijkt bij het onderzoek of de beproeving, dat een toestel niet meer de noodige waarborgen voor de veiligheid bij het gebruik biedt, dan verbiedt de betrokken ambtenaar het vorder gebruik ervan.
(2) Van zoodanig verbod geeft hij kennis aan het betrokken Hoofd van plaat- selijk bestuur, dat voor de naleving ervan zorg draagt, en aan den Chef van het Veiligheidstoezicht. x : Ie
(3) De gebruiker kan tegen het gegeven verbod zijn bezwaren inbrengen bij de in artikel 12 bedoelde commissie binnen den daar voorgeschreven termijn. Ten- zij de bezwaren kennelijk ongegrond zijn, neemt de commissie hierbij geen eindbeslissing, dan nadat het toestel door een anderen ambtenaar of deskun- dige opnieuw is onderzocht en zoo noodig beproefd. i
(4) Is het verbod door bevestiging in hooger beroep of door het verstrijken van den gestelden termijn, onberroepelijk geworden, dan trekt de Chef van het Vei- ligheidstoezicht de voor het toestel verleende vergunning in.
- (1) Indien de ambtenaar met het toezich belast bevindt, dat een stoom- toestel in werking is, zonder dat daartoe de vereischte vergunning is verleend, verbiedt hij het verder gebruik. Op dit verbod is het bepaalde in artikel 21 lid 2 van toepassing.
(2) Het stoomtoestel mag niet weder in gebruik worden genomen, dan nadat, naar aanleiding van een verzoekschrift, uit een onderzoek en beproeving ove- reenkomstig de artikelen 7 en 8 gebleken is, dat tegen dit gebruik geen bezwa- ren bestaan.
V. VAN ONTPLOFFINGEN,
- (1) Van de ontploffing van een stoomtoestel geeft de gebruiker onverwijld kennis aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, Hij zorgt, dat tot de komst van dit bestuurshoofd, ter plaatse van het ongeval alles in onveranderden toestand blijft, tenzij daaruit gevaar zou kunnen ontstaan.
(2) Van de ontploffing van een stoomtoestel, behoorende tot een stoomvaar- tuig of tot een voertuig te land, geschiedt de kennisgeving aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, waar het vaartuig ligt of het eerst binnenloopt, of waar het voertuig zich bevindt.
G) Het Hoofd van plaatselijk bestuur neemt, zoodra hij van de ontploffing ken- nis krijgt, de noodige maatregelen om te verzekeren, dat ter plaatse van het on- geval alles, voor zoover daaruit geen gevaar zou kunnen ontstaan, in onveranderden toestand blijft, totdat het nader te noemen onderzoek aanvangt. Hij doet van het gebeurde zoowel rechtstreeks als door tusschenkomst van het Hoofd van gewestelijk bestuur mededeeling aan den ambtenaar belast met het nt op de stoomtoestellen, die ten spoedigste een plaatselijk onderzoek instelt.
24, (1) Het plaatselijk onderzoek heeft voornamelijk ten doel te bepalen of de ontploffing het gevolg is:
le. van verzuim of nalatigheid, dan wel van verwaarloozing van voorschrif- ten omtrent het gebruik van stoomtoestellen van de zijde des gebruikers, of wan- neer deze bewijst het zijne te hebben gedaan om de naleving van die voorschrif- ereen van de zijde van den persoon met de bediening van het toestel
2e. van opzettelijke handelingen van derden.
(2) Van dit onderzoek wordt door den met het onderzoek belasten ambtenaar op zijn ambtseed een proces-verbaal in tweevoud opgemaakt, bevattende zoo ee eene duidelijke en bepaalde verklaring omtrent de oorzaak van het on- geval. Eén exemplaar daarvan wordt, indien het vermoeden bestaat dat er een strafbaar feit is gepleegd onverwijld ingediend aan den met. de vervolging be- ae ambtenaar en het andere aan den Chef van het Veiligheidstoezicht, die
elijk na ontvangst van dat stuk de voor het ontplofte toestel verleende ver-
| STOOMORDONNANTIE 1930 1455 nn gunning intrekt.
(3) De Chef van het Veiligheidstoezicht zendt den gebruiker afschrift van het proces-verbaal.
VI. VAN DE OPSPORINGSBEVOEGDHEID MET BETREKKING TOT DE NALEVING DER
BEPALINGEN VAN DEZE ORDONNANTIE.
- Behalve de ambtenaren, die met het opsporen van misdrijven en over- tredingen in het algemeen belast zijn, zijn de ambtenaren genoemd in artikel 13 bevoegd en verplicht tot het opsporen van overtredingen van deze ordon- nantie en van de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften.
VII. STRAFBEPALINGEN.
- De gebruiker van een stoomtoestel wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden:
a. indien dit toestel in werking is, voordat de daartoe vereischte vergunning is verkregen, of nadat die vergunning is ingetrokken, dan wel nadat het verder gebruik, ingevolge het eerste lid van artikel 21 of het eerste lid van artikel 22 is verboden:
b. indien hij niet voldoende zorg draagt voor het in werking zijn van de vei- ligheidsinrichtingen, zooals deze in de uitgereikte akte van vergunning zijn omschreven;
ce. indien hij toelaat, dat de veiligheidsinrichtingen worden gewijzigd buiten
‘ voorkennis van den met het toezicht belasten ambtenaar, of de goede en juiste werking van die inrichtingen wordt verhinderd;
d. indien hij niet voldoende zorg draagt, dat de bij het gebruik voorgeschre- ven bijzondere maatregelen of de aan de indienststelling verbonden bijzondere voorwaarden worden in acht genomen;
e. indien hij nadat een ontploffing heeft plaats gehad, daarvan niet onver- wijld kennis geeft aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.
- Met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste
driehonderd gulden wordt de met de bediening van een stoomtoestel belaste per- soon gestraft, die tijdens het gebruik niet aanwezig is.
28, De bij deze ordonnantie strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als ,overtredingen"’.
VII. UITZONDERINGEN EN OVERGANGSBEPALINGEN,
Deze ordonnantie is niet van toepassing op stoomtoestellen, behoorende tot schepen van de Koninklijke Marine, de Gouvernements Marine en den Dienst ter bestrijding van den opiumsluikhandel ter zee; en, behoudens de bij regee- ringsverordening aan te wijzen uitzonderingen, evenmin op stoomtoestellen be- hoorende tot de gewestelijke communicatie- en politie vaartuigen.
Bebondens het bepaalde in de artikelen 23 en 24 is deze ordonnantie mede niet van toepassing op stoomtoestellen:
4 a. behoorende tot schepen en vaartuigen, niet voorzien van een nog geldend
1 Nederlandsch-Indisch bewijs van nationaliteit of daarvoor in de plaats tredende vergunning, indien de gebruikers bewijzen, dat voldaan is aan de bepalingen om- trent het Stoomwezen van kracht in het land welks vlag zij voeren, dan wel deze schepen een nog geldig, door Nederlandsch-Indié erkend passagierscertificaat of een certificaat van deugdelijkheid met aanteekening omtrent passagiers vervoer van het eigen land kunnen overleggen, tenzij de eigenaar zijn verlan- gen kenbaar maakt om de stoomtoestellen onder toeziht van den Dienst van het Veiligheidstoezicht te stellen. : -
‘ De Chef van het Veiligheidstoezicht kan bepalen of en in welke gevallen, bij ge- klasseerde schepen, met het toezicht door het betrokken klassificatie-bureau ge- noegen kan worden genomen; ;
eee eten zijn en behooren aan in het buitenland gevestigde eige- naren, indien de gebruikers bewijzen, dat voldaan is aan de bepalingen omtrent
1456 STOOMORDONNANTIE 1930
ee EEE Ee iil het stoomwezen van kracht in het land, waar de eigenaren zijn gevestigd en dat bij minder dan zes achtereenvolgende maanden in Nederlandsch-Indie zijn gebruikt.
- Gebruikers van stoomtoestellen, die op het tijdstip van de in werkingtre- ding dezer ordonnantie in het bezit zijn van akten van vergunning, blijven de bevoegdheid behouden om hunne stoomtoestellen krachtens die akten en on- der de daarin vermelde voorwaarden te gebruiken.
De bevoegdheid om deze akten te gebruiken houdt op bij vernieuwing van ee- nig deel van het toastel of zijn toebehooren, zonder dat dit in overeenstemming wordt gebracht met de krachtens deze-ordonnantie uitgevaardigde voorschriften.
IX. SLOTBEPALING. 32. Deze ordonnantie kan worden aangehaald als ,,Stoomordonnantie 1930''. Uitgegeven den achtsten Juli 1930 door de Algemeene Secretaris.
