PETROLEUMVERVOERORDONNANTIE
1394 PETROLEUMVERVOERORDONNANTIE 1927 Re ee PETROLEUMVERVOERORDONNANTIE 1927
S. 1927—214 ; (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 11 Mei 1927 No. 18). lL BEGRIPSVERKLARINGEN.
Art. 1. In deze ordonnantie en de op grond daarvan uit te vaardigen uitvoe-
ringsvoorschriften wordt verstaan onder:
, petroleum’: aardolie of een daaruit afgescheiden vloeistof;
haven’: elke haven, reede of gebruikelijke ankerplaats; voor een haven of reede waarvoor reedegrenzen zijn vastgesteld: het wateroppervlak binnen die grenzen en de ankerplaatsen daarbuiten op last of met vergunrung van den ha- venmeester ingenomen,
„havenmeester'': de beroepshavenmeester, de dienstdoende havenmeester of de dienstdoende onderhavenmeester;
, buitengaats’’ : alle zeegebied, met uitzondering van zeegebied behoorende tot een haven en van een betonde of bebakende toegang tot een rivier of binnenwater;
‚„binnengaats'’: niet buitengaats, J
„schipper’': de gezagvoerder of de persoon die hem vervangt;
„schip'': elk schip of vaartuig en elk ander vervoermiddel te water;
„„zeeschip'': een schip dat gebezigd wordt of zal worden voor de vaart buitengaats;
, binnenvaartuig’’: een schip dat gebezigd wordt of zal worden voor de vaart binnengaats, en niet is een drijvende petroleumopslagplaats,
„drijvende petroleumopslagplaats”’: een schip en elke andere inrichting be- stemd en gebezigd voor den opslag van meer verpakte petroleum, door inge- volge de bepalingen betreffende den opslag en het bezit van petroleum en soortgelijke licht ontvlambare vloeistoffen in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1927 No. 199) een klein handelaar in zijn winkel ten verkoop in voorraad heb- ben mag; ;
,,ketelschip’’: een zeeschip ingericht voor het als lading vervoeren van on- verpakte petroleum (niet verpakt in blikken, drums en dergelijke);
» ketelvaartuig’’: een binnenvaartuig ingericht voor het als lading vervoeren, of opslaan van onverpakte petroleum.
I]. TOEPASSELIJKHEID EN TOEZICHT.
- (1) Met in achtneming van het bepaalde in het vierde lid is deze ordonnan- tie van toepassing op elk schip dat in een haven petroleum lost, laadt, of aan boord heeft. :
(2) Met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 9, 11 (1) en 12 (1) (2), en opeen ketelvaartuig gebezigd voor den opslag van onverpakte petroleum, is de an ete ot Se one in een haven, als op een rivier of binnenwater, ee ze en of bebakenden toegang van uit zee tot eén rivier of | ie) In een provincie is de provinciale raad, in het ressort van een localen raad s deze, en overigens is het betrokken Hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd ie eos dat deze ordonnantie, hetzij geheel, dan wel slechts voor zoo- ees ee glen Baan wee poste wordt bepaald, van toepassing is op de door bebakende toegangen te wijzen rivieren en binnenwateren en betonde of deelte daarvan: an ENA en zee tot een rivier of binnenwater dan wel een ge- hoort tot het ressort van nee nee dien verstande dat wanneer een gebied be- ine van het grootste See één localen raad, de bevoegdheid berust bij
e Si
biedseclen EN 2 B SeNEDen van den Lande en van zelfstandige ge-
zulks d andsch-Indië wel van toepassing, indien, en voor zoover oor. den Gouverneur-Generaal zal zijn b 5) 1 or zoover niet van toepassing. zijn bepaald; op oorlogsbodems is zij
PETROLEUMVERVOERORDONNANTIE 1927 1395 ee 3 - (1) Petroleum verpakt in sterke, dikwandige, hermetisch gesloten metalen cylinders als bonbonnes enz., wordt voor de toepassing van de bepalingen dezer ordonnantie niet als petroleum aangemerkt.
(2) De voorschriften dezer ordonnantie zijn, voor zoover zulks door den Gouverneur-Generaal wordt bepaald, niet van toepassing op petroleum welke zich uitsluitend voor scheepsgebruik in de vaste petroleumbewaarplaatsen aan boord van een schip bevindt, noch op petroleum welke zich buiten de hiervoor bedoelde nog aan boord bevindt, tot een maximum hoeveelheid, als voor ver- schillende soorten petroleum en schepen door den Gouverneur-Generaal vast te stellen.
(3) Het zich in een haven verplaatsen van een zeeschip dat petroleum aan boord heeft, wordt voor de toepassing van de bepalingen dezer ordonnantie niet aan- gemerkt als het vervoeren van petroleum, '
De Gouverneur-Generaal is bevoegd de bepalingen dezer ordonnantie ge- heel of gedeeltelijk ook van toepassing te verklaren op door Hem aan te geven licht ontvlambare vloeistoffen, niet zijnde petroleum.
(1) Het toezicht ingevolge deze ordonnantie wordt in havens waar een ha- venmeester is bescheiden, uitgeoefend door dezen.
(2) Daar buiten wordt dat toezicht uitgeoefend door de ambtenaren, daartoe zoo noodig aangewezen door de raden en de Hoofden van gewestelijk bestuur, naar de onderscheiding gemaakt in-artikel 2 (3).
(3) De met het toezicht belaste ambtenaar is bevoegd een hem ondergeschikt landsdienaar namens hem te doen handelen.
Ill. ZEESCHEPEN EN BINNENVAARTUIGEN.
- (1) De schipper van een schip dat petroleum aan boord heeft is bij het aan- doen van een haven verplicht den met het toezicht belasten ambtenaar, op de door den Gouverneur-Generaal vast testellen wijze, mededeeling te:doen van de soort, verpakking en hoeveelheid der aan boord aanwezige petroleum.
(2) De schipper van een schip als in het vorige lid bedoeld is verplicht zijn schip de ligplaats te doen innemen, welke door of van wege den niet het toezicht be- lasten ambtenaar daarvoor is aangewezen.
- (1) Petroleum mag slechts op de door den Gouverneur-Generaal te bepalen wijze worden vervoerd en mag slechts met inachtneming van de voorschriften dienaangaande gegevan, worden geladen in en vervoerd met schepen, welke voldoen aan de door het vervoeren van petroleum gestelde eischeen.
- De schipper van een schip, aan boord waarvan zich petroleum bevindt, moet zorgen dat voor zoover zulks door den Gouverneur-Generaal wordt bepaald, zijn schip overdag kenbaar is aan een onderscheidingsvlag en des nachts aan een speciaal rood licht; zulk een schip mag zonder noodzaak niet komen in de nabij- heid van andere schepen, noch andere schepen in de nabijheid van zulk een schip. 1 g
(8) De Gouverneur-Generaal stelt voorschriften vast tot uitvoering van het be- paalde in het eerste en tweede lid. » i : :
(4) Een ketelvaartuig mag niet in gebruik zijn tenzij de eigenaar in het bezit is van een nog geldig certificaat, ten bewijze dat het vaartuig voldoet aan de door of namens den Gouverneur-Generaal met betrekking tot zulk een vaartuig gestelde eischen; voor zulk een certificaat is eene vergoeding aan den Lande verschuldigd, berekend naar een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen tarief. Alles wat verder het aanvragen en het eenen an zulk een certifi- Caat betreft wordt geregeld door den Gouverneur-Generaal. 5
(5) De meed kan voorschriften geven met hen ae Vervoeren van petroleum deklading en de grootste hoeveelheden Santini an vaststellen, welke aan boord van de verschillende schepen als deklading mog Worden vervoerd. A ©
(6) Door den Gouverneur-Generaal wordt bepaald in welke geven hee boden is dat passagiers zich bevinden op een binnenvaartuig hetwelk pe matt. aan boord heeft, of benedendeks heeft vervoerd en nog niet Bay in Kee
- (1) Door of namens den Gouverneur-Generaal worden de noodige v
1396 PETROLEUMVERVOERORDONNANTIE 1027
AAT EEE ee ten gegeven met betrekking tot het laden en het lossen van petroleum, en het laden Ek lossen in en uit aan schip dat petroleum aan boord heeft of heeft ge- had en nog niet gasvrij is gemaakt, zoomede met betrekking tot het rooken en het branden van vuur en licht aan boord en in de nabijheid van zulk een schip.
(2) De Gouverneur-Generaal kan voor havens waar naar zijn oordeel bijzon- dere voorzorgen noodig zijn, afhankelijk van de soort en hoeveelheid der aan boord aanwezige petroleum veiligheidsvoorschriften vaststellen welke in bet bi- zonder voor die havens gelden, zoomede bepalen dat door in zulk haven met het toezicht belasten ambtenaar nadere voorschriften kunnen worden gegeven op het branden van vuur en licht en het roken op een schip, dat petroleum aan boord heeft, of heeft gehad, en nog niet gasvrij is gemaakt.
(3) In de in het vorige lid bedoelde havens kan, volgens regelen vast te stellen door den Gouverneur-Generaal, de met het toezicht belaste ambtenaar worden gemachtigd om een wacht aan boord te plaatsen, ten einde te letten op de na- leving van den bij en krachtens deze ordonnantie gegeven voorschriften; voor zulk een wacht is door den schipper eene vergoeding verschuldigd, berekend naar een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen tarief.
Het is verboden petroleum weg te werpen, te laten wegvloeien, of over- boord te pompen op of in het water van een haven.
De schipper is verplicht te zorgen dat voldaan wordt aan de voorschrif- ten vastgesteld bij en krachtens de artikelen 7 (5) (6), 8 (1) (2) en 9, tenzij hij daartoe niet verplicht is blijkens deze ordonnantie of het betrokken uitvoerings- voorschrift.
IV. DRIJVENDE PETROLEUMOPSLAGPLAATSEN,
- (1) Een drijvende petroleumopslagplaats mag niet in gebruik zijn, tenzij de eigenaar in het bezit is van een nog geldig certificaat ten bewijze dat die opslagplaats voldoet aan de door of namens den Gouverneur-Generaal met be- trekking tot zulk een plaats gestelde eischen.
(2) Alles wat verder het aanvragen, verleenen, enz. van een certificaat als in het vorige lid bedoeld, betreft en wat daarbij door belanghebbenden moet wor- den in acht genomen, wordt geregeld door of namens den Gouverneur-Generaal.
(3) De eigenaar van een drijvende petroleumopslagplaats is verplicht ten allen tijde toegang te verleenen tot die opslagplaats aan den met het toezicht belas- ‘Se aes en aan de landsdienaren die in naam en op last van dezen
andelen.
(4) Het in het vorige lid bepaalde is mede van toepassing op een ketelvaartuig gebezigd voor den opslag van onverpakte petroleum.
V. DROOGZETTING KETELSCHEPEN, -VAARTUIGEN, ENZ.
- (1) Het is verboden een ketelschip, een ketelvaartuig, een schip in het bij- zonder ingericht en gebezigd voor het benedendeks vervoeren van verpakte ge- vaarlijke petroleum of een drijvende petroleumopslagplaats, droog te zetten of bij, dan wel door tusschenkomst van een werf of reparatie inrichting herstel- lingen te doen ondergaan, indien daartoe niet vóóraf schriftelijke vergunning is verleend door den betrokken, met het toezicht belasten ambtenaar.
_ @) Het in het vorige lid bepaalde met betrekking tot het uitvoeren van herstel- lingen aan en ketelschip of vaartuig, is, voor zoover zulks door den ge Wie eusoeneraal wordt bepaald, ook van toepassing op herstellingen aan ait Tete area @unkers) van\een\schipivoor onverpakte petro-
(8) Door of namens den Gouverneur-Generaal worden nad i Vastgesteld tot uitvoering van het in de vorige leden Bepeaides ENE
VI. KEURING VAN PETROLEUM. 13. (1) Een havenmeester is bevoegd om van alle : petroleum welke zich aan boord van een schip bevindt, monsters voor keuring te nemen of the doen nemen.
PETROLEUM VERVOERORDONNANTIE 1927 1397 NN ET (2) Door den eigenaar zoowel als door den schipper kan keuring van petroleum alsmede herkeuring van gekeurde petroleum worden aangevraagd; voor een keu- ring en voor een herkeuring is een vergoeding verschuldigd, vast te stellen door den Gouverneur-Generaal.
(3) Door of namens den Gouverneur-Generaal wordt bepaald welke ambtena- ren bevoegd zijn tot het keuren van petroleum en worden de voorschriften vast- gesteld volgens welke het keuren en herkeuring en het nemen van monsters moet geschieden.
(4) De eigenaar en de schipper zijn verplicht bij het nemen van monsters voor het keuren van petroleum allen mogelijken bijstand te verleenen; zij mogen daar- bij steeds tegenwoordig zijn. Bij het nemen van monsters in verband met een door den eigenaar of schipper gedaan verzoek tot keuring van petroleum, moet de aanvrager tegenwoordig zijn, of zich doen vertegenwoordigen, en het betrek- kelijk proces-verbaal mede onderteekenen of doen ondertekkenen.
(5) Alles wat verder het keuren en herkeuren van petroleum betreft en wat daarbij zoo door belanghebbenden als door de betrokken ambtenaren moet wor- den in acht genomen, wordt geregeld door of namens den Gouverneur-Generaal.
VII. STRAF- EN SLOTBEPALINGEN.
- (1) De met het toezicht belaste ambtenaar is bevoegd om, ten koste en gevare van de overtreders, indien mogelijk en raadzaam na voorafgaande waar- schuwing en desvereischt met geweld, onverminderd de tegen de overtreders bedreigde shaffen te doen waarnemen, beletten of verrichten wat in strijd met de bepalingen krachtens deze ordonnantie is tot stand gebrocht, wordt onder- nomen of nagelaten.
(2) Voor de betaling van de krachtens het vorige lid gemaakte kosten is het betrokken schip verbonden en executabel.
- (1) Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoog- ste vijf honderd gulden wordt gestraft:
a. de schipper die het bepaalde in artikel 6 (1), 6 (2) of 7 (1) overtreedt, of het bepaalde in artikel 10 met betrekking tot artikel 7 (5), 8 (1), 8 (2), of 9;
b. de eigenaar verbeteringen volgens verbeterblad uitgegeven 14 Juni 1927 die het bepaalde in artikel 7 (4) of 11 (1) overtreedt; f
€. de schipper van het schip, en de beheerder van de werf of de inrichting voor het droogzetten of repareeren van schepen waar, of door de tusschenkomst waarvan, een schip als bedoeld in de leden | en 2 van artikel 12 wordt droog: gezet of herstellingen ondergaat, vóórdat voldaan is aan het bepaalde in die leden.
(2) Met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste één honderd gulden wordt gestraft: : de schipper, die het bepaalde in artikel 7 (2) overtreedt of het bepaalde in ar- tikel 10 met betrekking tot artikel 7 (6). 1E
(3) Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt hij die de krachtens het bepaalde in artikel 8 (1) en (2) (gegeven voorschriften) met betrekking tot het rooken en het branden van vuur en light overtreedt, gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste één honderd gulden.
- (1) Bij ontdekking van overtreding van het bepaalde in artikel 7 (1) kan de in strijd met dat artikel vervoerde petroleum in beslag genomen en voor re- kening van den rechthebbende opgeslagen worden. ; .
(2) Door den Gouverneur-Generaal wordt bepaald hoe in een geval als in het vorige lid bedoeld moet worden gehandeld en op welke voorwaarden teruggave van de in beslag genomen petroleum kan plaats nebben. ; i
- (1) Met rion van het geval bedoeld in het tweede ue, wen a dien op een schip niet in dienst is een door den eigenaar aangestelde a :
i par FF htens deze ordonnantie den schip, ten aanzien van de verplichtingen bij en krac C AAI per opgelegd, en voor de toepassing van de strafbepalingen, de eig Schipper aangemerkt. : i
(2) Indien ee een gesleept schip geen door den eigenaar aagestelde schipper in di ? leepende schip beschouwd ook de schip- In dienst is, wordt de schipper van het sleepe:
