BINNENSCHEPEN-ORDONNANTIE
1398 BINNENSCHEPEN -ORDONNANTIE 1927 eg per van het gesleepte schip te zijn.
(8) Indien een schip in eigendom toebehoort van een naamlooze vennootschap, een coöperatieve of andere rechtpersoonlijkheid bezittende vereeniging of eene stichting, wordt voor de toepassing van artikel 15 (1) b als ligenaar volgen ver- beterblad aangemerkt het lid of de leden van het bestuur dat (die) het strafbare feit heeft (hebben) gepleegd.
De bij deze ordonnantie strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.
Behalve de ambtenaren ingevolge de wettelijke bepalingen daartoe be- voegd, zijn de havenmeesters on de loodsen belast met de opsporing van over- tredingen van deze ordonnantie.
Voor zoover in de betreffende artikelen niet anders is bepaald zijn alle tengevolge van deze ordonnantie en de uitvoeringsvoorschriften ervan op te ma- ken of over te leggen stukken, verzoeken, beschikkingen enz., vrij van het recht van zegel.
Deze ordonnantie kan worden aangehaald als , Petroleumvervoerordon- nantie-1927"".
Ten,tweede: Deze ordonnantie treedt in werking gelijktijdig met de Schepen- ordonnantie-1927 (Staatsblad No. 33).
Uitgegeven den veertienden Mei 1927 door de Algemeene Secretaris.
BINNENSCHEPEN-ORDONNANTIE 1927 (S. 1927—289).
(Besluit van den Gouverneur-Generaal van 12 Mei 1927 No. 10A).
Art. 1. (1) Waar toezicht op de schepen en vaantuigen, gebezigd voor het op reeden, rivieren en binnenwateren vervoeren van personen, goederen en/of die- ren door de in het volgende artikel bedoelde raden en hoofden van gewestelijk bestuur noodig wordt geoordeeld, wordt de uitgeoefend, op plaatsen waar een havenmeester is bescheiden: door dezen, en op de overige plaatsen: door een daartoe aangewezen ambtenaar; een en ander echter met dien verstande, dat op de standplaats van een dienstdoenden havenmeester, in stede van dezen, an ander ambtenaar met de uitoefening van dat toezicht kan worden belast. 5 oJ Een havenmeester doet zich voor zooveel noodig door een
ndige bijstaan.
PA. (1) de regelen, volgens welke het in het vorige artikel bedoeld toezicht, wordt uitgeoefend, en de in verband met dat toezicht aan de schepen en vaar- tuigen te stellen eischen met betrekking tot hunne deugdelijkheid, inrichting ee en bemanning, worden voor zoover door den Gouverneur-Generaal eae is of wordt voorzien, in een provincie door den provincialen raad
ressort van een localen raad door dezen vastgesteld: met dien verstande dat wanneer een gebied behoort tot het ressort van meer dan één localen raad hel NE: geschiedt door den raad van het grootste ressort. in gebiedsdeelen, niet behoorende tot die bedoeld in het vorige lid, ge- £ e regeling door het Hoofd van gewestelijk bestuur
- (1) Bij de in artikel 2 bedoelde regelen zal worden bepaald dat voor de sche- pen en vaartuigen welke aan de gestelde eisch rl een certificaat wordt uitgereikt. Ee caatyen:
(2) Voor elke in verband met een v:
Á Iv erzoek tot het bek ifi verrichte keuring is de eigenaar van het betrokken s ips: Pens ese eene vergoeding verschuldigd volgens d eee den Bade te stellen tener. gens een door den Gouverneur-Generaal vast
4, (1) Elke met het toezich
as elf t belaste ambtenaar h i a stan dplaats verleende certificaten, is belast mut her beent bre sche.
en vaartuigen uit : nee : : 7 headentult het te ate sere ener ep met de administratieve werkzaam- 's Lands kas storten van de in het tweede lid va Ree den Lande verschuldigde vergoedin van het vorige artikel bedoelde den
gen en bevordert dat een aangevraagde keuring
