54 LOODSDIENSTORDONNANTIE
1404 LOODSDIENSTORDONNANTIE des
(2) Dit voorschrift is niet van toepassing op vaartuigen van minder dan 2.83 kubieke meter bruto inhoud en op vaartuigen, die aan of op eigen emplacement bewaakt worden. E
- Het geven van geluidsignalen in andere gevallen dan waar zulks wettelijk is voorgeschreven of toegelaten, is verboden.
; HOOFDSTUK IV. STRAFBEPALINGEN.
- (1) Onverminderd de vergoeding, door den rechter op te leggen wegens eventueel gemaakte averij, wordt overtreding van eenig voorschrift van dit re- glement gestraft met eene boete van ten hoogste één honderd gulden, dan wel voor Europeanen en met dezen gelijkgestelden met gevangenisstraf van ten hoog- ste acht dagen en voor Indonesiers en met dezen gelijkgestelden met ten ar- beidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden. ‘ mgt
(2) Indien de overtreding tengevolge heeft dat eenig vaartuig zinkt of strandt, vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd wordt en dat levensgevaar voor een ander ontstaat, kan in plaats van de in het vorig bedoelde vrijheidsstraffen worden opgelegd: aan Europeanen of met dezen gelijkgestelden gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden, aan Indonesiers of met dezen gelijkgestelden dwangarbeid buiten den ketting van gelijken duur.
(3) Indien de overtreding iemands dood tengevolge heeft, wordt naar gelang van den landaard der overtreders gevangenisstraf of dwangarbeid buiten den ketting van ten hoogste twee jaren opgelegd.
- (1) De gezagvoerder of die dezen vervangt is niet strafbaar indien blijkt dat hij het mogelijke deed, zoowel om de voorschriften van dit reglement te doen naleven als om de gevolgen van de overtreding dier voorschriften te voorkomen.
(2) De ondergeschikte, die, de bevelen van den gezagvoerder of van hem, die dezen vervangt, niet opvolgende, de overtreding veroorzaakt, wordt met de straffen en naar de onderscheidingen van het vorig artikel gestraft.
Slotbepalingen.
De inhoud van dit reglement belet niet de handhaving van bijzondere be- palingen, met betrekking tot de vaart in havens, op rivieren en binnenwateren of ea daarvan door ter plaatse bevoegde autoriteiten gemaakt of nog te maken,
Dit reglement kan worden aangehaald onder den titel van „Binnenaan- varingsreglement’’. :
en LOODSDIENSTORDONNANTIE ‘ S. 1927—62. (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 27 Februari 1927 No, 25).
Niemann ot ean onder
” ater : een vaarwater waarvoor krach i artikel 2 cal hve ds diens is ingesteld: chtens het bepaalde in
„„Juiténgewoon loodsmansvaarwater”': : gebruik maken van loodshulp niet Verpl aE OEE EUS waarin het
»Bezagvoerder”’: de gezagvoerder of de pers: i :
,,Schip": elk schip of Waatiiig, persoon, die hem vervangt;
afzonderlijke beweging’': 7 haven of nn reede Gan eene oe zonderlijke beweging van een schip in de : an eene plaats waar een loodsdienst gevestigd is. voor- zoover de beweging plaats heef gevestigd is, vo
„loods''; ieder die, van La as Ne ada evearwater, danlg'ts bananen ndswege, als loods Is aangesteld of tijdelijk als zoo-
loodsvaartuig”’: : ;
n B : een voor den loodsdienst gebezigd vaartuig, met uitzonde-
LOODSDIENSTORDONNANTIE 1405 rr ee ring van de loodslichtschepen;
» loodsdienstvlag’’: een blauwe vlag met witte ster in het midden;
i »inhoud”’ (van een schip): de bruto inhound;
» Hoofdinspecteur’’: de Hoofdinspecteur, Hoofd van den Dienst van | Scheepvaart;
,,Superintendent”’; de havenmeester, die met het beheer van een loodsdienst
belast is.
- Door of namens den Gouverneur-Generaal worden de vaarwaters aange- | wezen waar een loodsdienst zal zijn ingesteld en wordt bepaald welke van deze | vaarwaters „buitengewoon loodsmansvaarwater"’ zijn.
} 3. Bij het bevaren van een loodsmansvaarwater, dat niet is een „buitengewoon
2 loodsmansvaarwater’’, en eveneens bij afzonderlijke bewegingen, zijn de gezag- voerders van schepen verplicht zich van een loods te bedienen, uitgezonderd ingeval: :
a. de superintendent vergunning heeft verleend tot het zonder loods bevaren van het loodsmansvaarwater of uitvoeren der afzonderlijke beweging;
b. geen loods beschikbaar is;
c. het betreft 's Lands schepen of oorlogsschepen, voerende de vlag eener bev- riende mogendheid, met dien verstande evenwel, dat de superintendent bevoegd is voor deze schepen loodshulp verplicht te stellen voor het varen naar of van aanlegsteigers of kaden en voor afzonderlijke bewegingen:
d, het betreft schepen waarvan de inhoud minder bedraagt dan de door of namens den Gouverneur-Generaal als grens van loodsplichtigheid vast te stel- len inhoud;
e. door of namens den Gouverneur-Generaal vrijstelling verleend is.
- (1) De loods is verplicht alle aanwijzingen te geven, welke noodig zijn voor veilig varen en voor de goede orde van het verkeer; de gezagvoerder is gehou- den hem toe te laten op de plaats welke de loods voor de uitoefening van zijn dienst noodig acht.
(2) Op verzoek van de gezagvoerder neemt de loods de besturing van het schip op zich, doch ook in dat geval blijft de gezagvoerder verantwoordelijk.
- (1) Tot de uitoefening van den loodsdienst zijn bevoegd:
a. de superintendent en de dezen toegevoegde havenmeesters en onderha- venmeesters, op welke ambtenaren bij die uitoefening de bepalingen dezer or- donnantie betreffende loodsen van toepassing zijn;
b. de loodsen. ,
(2) De gezagvoerder moet zorgdragen dat, zoolang de loods aan boord is, het schip de hem door den loods verschafte loodsdienstvlag toont.
(3) Het is aan niet tot de in het eerste lid bedoelde en niet tot de bemanning behoorende personen verboden binnen de grenzen van een loodsmansvaarwa- ter op eenig schip loodsdienst te verrichten, tenzij het vaarwater is een „buitengewoon loodsmansvaarwater'' en een loods is aangevraagd overeenkom- stig de voor het aanvragen daarvan vast te stellen voorschriften, doch deze niet beschikbaar gesteld is. +
- (1) De gezagvoerder moet in de loodsmansvaarwaters bij en op de drem- pels en elders waar de loods dit noodig acht, de diepte doen opnemen en den uitslag aan den loods bekend stellen. Pets
| (2) Hij moet den loods alle door dezen noodig geachte inlichtingen verstrek- | ken omtrent diepgang, manoeuvreervaardigheid, hoedanigheden en gebreken | van het schip en de miswijzing van het kompas.
- De gezagvoerder is verplicht den loods, zoolang deze aan boord is, koste- | loos op de gebruikelijke tijden van behoorlijke voeding en zoo noodig van eene | behoorlijke slaapplaats te voorzien. 6 | 8. (1) Op hunne standplaatsen, bij de loodslichtschepen en op andere eindpun- | ten der loodsmansvaarwaters, worden de loodsen aan boord gebracht en van ! boord afgehaald van wege den loodsdienst. . nok
(2) Voor naar zee bestemde schepen wordt de loodsreis als geëindigd be- schouwd, wanneeer de zeegrens van het loodsmansvaarwater is bereikt, en voor andere schepen wanneer zijn veilig ten anker zijn gebracht of veilig gemeerd zijn binnen de grenzen der reede of in de haven, of op de plaats van bestem.
1406 LOODSDIENSTORDONNANTIE dn ming, voor zoover deze gelegen is binnen de grenzen van het loodsmansvaar- water, of, die plaats daarbuiten gelegen zijnde, als de betrekkelijke grens van het loodsmansvaarwater bereikt is. is 5
(3) In onvoorziene gevallen, als de loodsdienst geen middelen beschikbaar heeft, of als de plaats van vertrek of bestemming der schepen niet gelegen is op een der eindpunten van het betrokken loodsmansvaarwater of gelegen is op een eindpunt van een „buitengewoon loodsmansvaarwater’’, moet de gezagvoer- der, op zijne kosten, den loods naar of van een dier eindpunten, vooraf door den superintendent aan te wijzen, op het door dezen bepaald tijdstip, doen overvoeren.
- (1) De gezagvoerder mag den loods niet aan boord houden nadat deze het
schip zoover gebracht heeft als hij verplicht is te doen. (2) De gezagvoerder is verplicht de noodige manoeuvres met het schip te maken en de vaart te stoppen, of het schip slechts een zeer matige vaart te doen loo- pen, om den loods, zoomede andere ambtenaren of beambten wier aanwezig- heid aan boord voor de uitoefening hunner functie wordt vereischt, gelegenheid te geven op eene veilige wijze aan of van boord te gaan.
(3) Wanneer de loods zulks verzoekt, moet de gezagvoerder het loodsvaartuig op sleep nemen, waarbij hij, met inachtneming van de aanwijzingen van den loods, zoodanig moet navigeeren, dat voor dit vaartuig geen gevaar ontstaat.
Alle schepen zijn verplicht bij dag hunne natievlag te toonen in het zicht van loodslichtschepen en binnen de grenzen van de loodsmansvaarwaters.
(1) De gezagvoerder moet zorg dragen, dat in loodsmansvaarwaters geen olie en, waar deze vaarwaters minder dan 20 meter diep zijn, geen asch, of an- dere afval, of zinkende ballast buiten boord gezet wordt.
(2) De loodsen moeten waken tegen overtreding van het bepaalde in het voor- gaand lid.
(3) Worden in het loodsmansvaarwater ankers, trossen of kettingen verloren, dan zijn de gezagvoerders verplicht te zorgen, dat zoo spoedig mogelijk goede peilingen genomen en opgegeven worden aan den superintendent of den loods.
(4) Indien de eigenaar of diens gemachtigde de verloren ankers, trossen en ket- tingen niet binnen veertien dagen gelicht heeft, kan de superintendent zulks voor rekening van den eigenaar doen geschieden.
(5) Mocht de vaart in het loodsmansvaarwater naar het oordeel van den su- perintendent door zoodanige ankers, trossen en kettingen aan gevaar of belem- mering blootstaan, dan kan hij desnoods dadelijk na het verloren gaan tot de lichting overgaan. : -
(6) Voor het door of namens den superintendent doen visschen, lichten en ber- gen of het doen verrichten van pogingen tot het visschen, lichten en bergen van in loodsmansvaarwaters verloren ankers, trossen en kettingen, is door de ei- genaars dier goederen of hunne gemachtigden aan den Lande vergoeding ver- schuldigd; zoo noodig wordt door of namens den Gouverneur-Generaal vastgesteld op welke wijze de vergoeding berekend wordt.
(7) De superintendent stelt de geborgen goederen onverwijld tegen betaling van het bedrag der vergoeding ter beschikking van den eigenaar of diens gemachtigde. '
(8) Is de eigenaar of diens gemachtigde niet aanwezig of worden de geborgen porn niet binnen drie maanden, nadat de eigenaar of zijn gemachtigde door of namens den superintendent is in kennis gesteld met het bedrag der vergoe- ding, tegen betaling van het verschuldigde door hem in ontvangst genomen, dan worden de goederen ter beschikking gesteld van den strandvonder.
- (1) Na volbrachte loodsreis is de gezagvoerder verplicht onverwijld het hem door den loods aangeboden loodscertificaat, ten bewijze dat het schip is geloodst, volledig in te vullen, te onderteekenen en aan den loods te overhan- digen; het model van het loodscertificaat wordt vastgesteld door den Hoofdinspec- en den dienst van Scheepvaart.
indien het schip niet naar behooren is geloodst, moet de gezagvoerder daar- Neg reine es maken: klachten kunnen bovendien nog mon-
- (1) De bepalin 4) Gen superintendent worden voorgebracht.
0 palingen betreffende het aanvragen van loodsen worden vast-
LOODSDIENSTORDONNANTIE 1407 ee a AS gesteld door of namens den Gouverneur-Generaal.
(2) De gezagvoerder moet zorg dragen, dat aan boord van het schip geen mis- bruik gemaakt wordt van een voor het aanvragen van een loods vastgesteld sein dat voorrang geeft.
- (1) Overeenkomstig de ter zake door of namens den Gouverneur-Generaal vast te stellen tarieven en bepalingen is loodsgeld verschuldigd:
a. voor schepen, welke een loodsmansvaarwater bevaren;
b. ingeval loodshulp wordt verleend bij afzonderlijke bewegingen, zullende deze loodshulp kosteloos verleend worden in de gevallen waarvoor geen tarief is vastgesteld.
(2) Als vergoeding wegens het niet tijdig indienen, wijzigen of intrekken van loodsaanvragen is extra loodsgeld verschuldigd overeenkomstig tarieven en be- palingen, vast te stellen door of namens den Gouverneur-Generaal. :
- (1) Het is verboden in loodsmansvaarwaters op door of namens den Gouverneur-Generaal aan te wijzen plaatsen visschersstaken of andere scheep- vaarthindernissen te plaatsen. .
Door of namens den Gouverneur-Generaal wordt bepaald wie bevoegd is deze voorwerpen ten koste en gevare van de overtreders op te ruimen.
(2) De gezagvoerders moeten zorg dragen, dat op door of namens den Gouverneur-Generaal aan te wijzen, een deel van een loodsmansvaarwater uit- makende, reeden hun schepen vertuid liggen.
- (1) Met geldboete van ten hoogste:
a. vijf en twintig gulden wordt gestraft elke overtreding van het bepaalde in artikel 7, 12(1) of 15(1);
b. vijftig gulden wordt gestraft de gezagvoerder, die het bepaalde in artikel 4(1) of 5(2) overtreedt of niet zorgdraagt, dat het bepaalde in artikel 10 wordt nagekomen;
c. één honderd gulden wordt gestraft elke overtreding van het bepaalde in artikel 6 of 13(2). :
d. twee honderd gulden wordt gestraft elke overtreding van het bepaalde in artikel 3, 8(3), 9 of 15(2);
e. twee gulden voor elken kubieken meter inhoud van het schip tot een ma- ximum van vijf honderd gulden wordt gestraft de gezagvoerder, die het bepaalde in artikel 11 (1) overtreedt. it
(2) Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden wordt gestraft elke overtreding van artikel 5(3).
(3) De bij deze ordonnantie strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. Te
| 17. Met de opsporing van overtredingen van deze ordonnantie zijn behalve de ambtenaren en beambten der politie mede, belast de havenmeesters en de door dezen daarmede belaste aan hen ondergeschikte landsdienaren, mede zijn daartoe bevoegd de inspecteerende ambtenaren van den Dienst van Scheepvaart.
Voor de betaling van de krachtens deze ordonnantie verschuldigde loodsgelden en andere vergoedingen is het betrokken schip verbonden en executabel. ; fie
Al hetgeen verder ter uitvoering van deze ordonnantie noodig is, wordt
k geregeld door of namens den Gouverneur-Generaal.
Ten tweede: Deze ordonnantie kan worden aangehaald als ,,Loodsdienstordonnantie’’ en treedt in werking met ingang van 1 Juli 1927.
Uitgegeven den achttienden Maart 1927 door de Algemeene Secretaris.
