WEGVERKEERSVERORDENING
1288 WEGVERKEERSVERORDENING. WEGVERKEERSVERORDENING. Nieuwe regelen ter uitvoering der W egverkeersord., S. 36-201.
(Regeeringsverord. van 15 Aug. 1936.) S. 36451. (iwg. 1 Jan. 1937.)
Hieronder is de tekst der Wegverkeersverordening Opgenomen, zoals gewijzigd bij S. 37-114, 497, 38714, 39289, 40—73, 49-290. De Wvv. is voorts gewijzigd en aangevuld bij Regeringsverord. v. d. President der Republ.. Indonesiëv. 1 Juli 1961 N°. 28, LN. 51—47, waarvan de volledige tekst met Ned. vertaling op bl. 2899v, is opgenomen. Aangezien de wijzigingen ingevolge deze regeringsverord. niet in de hieronder afgedrukte tekst zijn aangebracht, is vóór elk art. of gedeelte daarvan der Wvv., dat bij meergenoemde regeringsverord. gewijzigd of ingetrokken is, het teken 9 | geplaatst, ter verwijzing naar bl. 2899v. |
Bij Gb. 6876 zijn de artt. 85—96 Wov. voor Nw-Guinea buiten werking gesteld.
Bij art. I der verord. in 8. 36-451 is de Wegverkeersverord. in S. 33-108 ingetrokken en zijn nieuwe bepalingen vastgesteld, inge- volge art. 117 eveneens als Wegverkeersverordening aan te halen.
Verder bevat de verordening enige overgangsbepalingen :
Art. VI. Op den voet van de vóór het inwerking treden van deze verord. geldende bepalingen plaats gehad hebbende indeelingen van wegen in klassen en aanwijzingen van hoofdwegen blijven van kracht tot dat op den voet van deze verord. daarin is voorzien.
Art. VII. (1) Geldige nummer-. en rijbewijzen, zoomede vergunningen | als bedoeld In de artt. 33 en 89 van de ingevolge art. I ingetrokken Weg- verkeek yaerognine. worden geacht te zijn uitgereikt op den voet van deze verord.
(2) Aan hem, wien op den voet van de vóór het inwerking treden van } deze verord. geldende bepalingen de bevoegdheid om motorrijtuigen te | besturen is ontzegd, wordt voor den nog resteerenden duur dier ontzeg- | ging geen rijbewijs krachtens deze verord. uitgereikt.
Art. VIII. Op den voet van de vóór het inwerking treden van deze ver- ord. geldende voorschriften plaats gehad hebbende aanwijzingen tot onbe- zoldigd politieambtenaar blijven van kracht.
_ Bij regeeringsverord. van 28 Dec. 1938, S. 38—714, zijn een aantal wijzi- | gingen in de Wegverkeersverordening gebracht en is o.a. bepaald : |
Art. II. Gedurende een jaar na het in werking treden van deze ver- | ordening mag van het bepaalde bij art. 24, lid (1) onder y van de Weg: verkeersverordening in zooverre worden afgeweken, dat het gebruik van een niet-automatischen ruitenwisscher is toegestaan voor motorrijtuigen, waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening reeds ten nummerbewijs is uitgereikt.
… Art. III. (1) In afwijking van het bepaalde bij art. 98, leden (1) en (2)
is het in de gewesten buiten Jaya en Madoera verboden met een motor-
rijtuig een weg te berijden dan wel te doen of te laten berijden, indien
de weg behoort tot een hooger genummerde klasse van wegen dan erop | het motorrijtuig blijkens het keuringsbowijs is toegelaten, tenzij bij beslui
van den wegbeheerder het bepaalde bij art. 98, leden (1) en (2) op den | weg toepasselijk is verklaard.
(2) De wegbeheerders zenden van hun in het vorige lid bedoelde besluiten | een uittreksel aan den Directeur van Verkeer en Waterstaat, die bepaal op welke wijze daaraan bekendheid wordt gegeven.
WEGVERKEERSVERORDENING. (Zie opgave Bijbladen onder opschr. WV O., bl: 2875.)
N.B. Lihatlah Peraturan Pemerintah Nr 28 th 1951 dimuat dalam
IN $1 747, tentang perubahan dan tambahan Wegverkeersverordening, dimuka ini, halaman 2899. i
Art. 1, (Gew. en aangev. S. 38—714.) (1) Onverminderd het bepaalde By art. 1 van de Wegverkeersordonnantie wordt in de bij of krachtens dez | verordening gegeven voorschriften verstaan onder: = Eracht | a. Tj tulg: een rij- of voertuig, bestemd om door dierlijke trekkra * | te worden voortbewogen, en dienende voor het vervoer van personen ; | |
Nn WEGVERKEERSVERORDED DENING. 1289
b. vrachtwaren: een ry- ot i
trekkracht te worden voortbe ) 5 ae bestemd om door dierlijke : wogen, en dienend
goederen. of dieren ; © voor het vervoer van
c.asbelasting:de som van de wi :
en een oe op den weg worden Seen die door de wielen
- parkeeren: het in stilstand hebber ij ; anders dan tot het onmiddellijk uit- of were Milt En, onmiddellijk laden of lossen van goederen ; Ee ee
e.standplaatsinnemen: het in sti t | : hef in stil
bare rij- of voertuigen, anders dan tot het omde En. iene ie i gen poe of a onmiddellijk laden of lossen van goederen ; ppen
„stoppen :hettotstilstand brengen van rij- of voertuigen of dieren;
g. halte: plaats, waar openbare rij- of voertuigen in stilstand mogen ie me en en gehouden voor het onmiddellijk uit- of instappen
zigers ;
h.wegbeheerder: degene, door wien
z : deg geheel of voor het grootste ln de kosten van herstel en onderhoud van een weg worden gedogen.
(2) (Toeg. S. 38-714.) Met betrekking tot wegen, welke in beheer zijn bij een openbare gemeenschap, wordt het dagelijksch bestuur dier ge- meenschap als wegbeheerder aangemerkt.
Algemeene verkeersregelen.
- (1) (Gew. S. 38—714; 40—73.) Het is verboden:
a. de rechterzijde van een verkeersstrook, geen voetpad zijnde, te hou- den, tenzij dit noodzakelijk is in verband met den toestand van den weg dan wel voor het voorbijgaan van andere weggebruikers of voorwerpen ; (Wvv. 108%, 109%, 114246.)
- op een verkeersstrook, geen voetpad zijnde, stil te staan of een rij- 0
b. of keer; k, g tpad zijnde, stil te st f ij- of voertuig dan wel een dier te doen of te laten stilstaan, indien het mogelijk is buiten de verkeersstrook stil te staan ; (Wvv. 1081, 109%, 114bt.)
ce. zonder noodzaak een rij- of voertuig dan wel een dier te doen of te laten stilstaan op een verkeersstrook in bochten, op veelsprongen of op bruggen ; (Wvv, 108%, 1091, 11464, 116.) 4
d. voort te gaan, indien dit blijkens een ter regeling van het verkeer ee door middel van een toestel gegeven teeken is verboden ; (Wvv. 1082, 1095, 116.) 5 :
e. indien het gebod om te stoppen is gegeven, met een rij- of voertuig dan wel een dier verder voort te gaan dan blijkens een daartoe op het wegdek aangebracht tecken is geoorloofd ; (Wvv. 108, 1098, 116.)
‚J. met zoovcel personen naast elkaar op een voetpad te loopen gt gp con rijwielpad te rijden, dat geen voldoende ruimte om voorbij te gaan Te, ee voetgangers onderscheidenlijk wielrijders overblijft; Art
Ost.) 3
@ gr ean rij- of voertuig in stilstand te hebben ofte brengen pir an pen de uiterste linkerzijde yan de verkeersstrook Bergeon’ Dee ke : strook Waarin het zich voortbeweegt, tenzij aan de linkerzijde in CAA en wel de baan is gelegen van een spoor- of tramweg of een industrie ee de bij besluit van het dagelijkseh bestuur eener openbare geome aaa Waar deze niet bestaat, in de gouvernementen Jogjekane A erken bij besluit van den betrokken gouverneur en elders van t omen (Wvrv. resident voor bepaalde wegen een andere regeling 1s getroken;
SL, 1091.) (2) ige wij
: : danige wijze
h. een rij- of voertuig op een zoodanige plaats y oe meen, dat geen val op een verkeersstrook in stilstand te hebben of te Seared en overblijft. faa ruimte om voorbij te gaan voor andere rij- of voertuig
vv. 1081, 1091.) nt A rijtuig zijnde, is as (2). De bestuurder van een rij. of zake Kd behalve verplicht de uiterste linkerzijde van een verke iat toelaat of het verlaten ™ de gevallen, dat de toestand van den weg di arbi aan van andere weg- van de linkerzijde noodzakelijk is voor het voorbijg gebruikers of voorwerpen. (Wvv. 108°, 14.)
1290 WEGVERKEERSVERORDENING. en |
(3) (Toeg. 8. 38-714.) Voor de toepassing van dit art. wordt een wee welke-door een scheidingsstrook in twee deelen is gesplitst, beschouwd als één weg, mits beide deelen van den weg denzelfden naam dragen. -
(4) (Toeg. S. 38—714.) Besluiten als bedoeld in lid (1) onder g worden met betrekking tot provinciale wegen uitsluitend vastgesteld door het college van gedeputeerden van de provincie. (Wvv. 8!, 572.)
- Een ieder is verplicht op een vorkeersstrook, geen voetpad zijnde tijdig uit te wijken :
a. zooveel mogelijk naar links bij het tegenkomen of ingehaald worden ;
b. voldoende naar rechts bij het inhalen. (Wvv. 81, 572; 108%, 1091, 1144.)
4, (1) (Gew. S$. 38—714; 40—73.) Een ieder is verplicht op een weg voorrang te geven:
1€. aan langs spoorstaven voortbewogen voertuigen, brandweervoer- tuigen, ziekenvoertuigen, voertuigen bestemd om hulp te verleenen bij verkeersongevallen, een begrafenisstoet, een militaire colonne, een troep van de politie, een optocht en’in behoorlijk verband loopende of wiel. rijdende colonnes van schoolkinderen onder geleide; |
2e.vaan het tegemoetkomend verkeer ter plaatse waar door een baken of teeken is aangeduid, dat aldaar aan het tegemoetkomend verkeer voorrang moet worden gegeven; (Wvv. 1042.)
® 3e bij het komen uit een zijweg op een hoofdweg aan het verkeer op den hoofdweg; als hoofdweg gelden de wegen, welke op Java en Madoera door den Directeur van Verkeer en Waterstaat en in de gouvernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost door den betrokken gouverneur in het belang van het doorgaande verkeér als hoofdweg zijn aangewezen, en binnen de grenzen van stadsgemeenten en gemeenten bovendien de wegen, welke bij besluit van het dagelijksch bestuur van die gemeen- schappen als zoodanig zijn aangewezen; (Wvv. 106!.) (2) PES
bij kruising van hoofdwegen aan het verkeer op den weg, waaraan blijkens een baken voorrang moet worden gegeven ; (Wvv. 1042.)
in alle overige gevallen, bij het ongeveer gelijktijdig bereiken van een veelsprong, aan het verkeer, dat van links komt. | — '
De verplichting tot het geven van voorrang geldt in de volgorde waarin de gevallen zijn opgesomd, terwijl een onder 1¢ later genoemde weggebrui- ker voorrang moet geven aan een cerdergenoemden.
_(2) Een ieder is verplicht op een weg uit te wijken voor personen en voor Ty; Cn voertuigen of andere voorwerpen, die in verband met een te ver richten arbeid kennelijk aan een plaats op den weg gebonden zijn, zoomede voor hulpbehoevenden en gebrekkigen. (Wvv. 8!, 572, 108%, 1091, 114 ) |
(1) ( Aangev. S. 88—714.) Het is verboden : rak _,,@ een zich in dezelfde richting bewegend rij- of voertuig voorbij, te rijden, indien het vrije uitzicht belemmerd is ; le
indien men ingehaald wordt, zijn snelheid te verhoogen, terwijl men voorbijgereden wordt; > 7 :
¢. een tramwagen, die op een verkeersstrook stilstaat voor het opnemen of uitlaten van reizigers, voorbij te rijden aan de zijde bestemd voor het i / en uitlaten, tenzij ter plaatse een vluchtheuvel, vluchttrottoir of op %° | wegverharding aangegeven veiligheidsstrook aanwezig is ;
_d. komende van een erf of een terrein aan een weg gelegen, Op den weg te gaan, indien deze niet vrij is ;
€. een verkeersheuvel aan de rechterzijde voorbij te gaan. h
9 (2) (Toeg. S. 38-714; gew. 8. 40—73.) Bij besluit van het dagelijken bestuur eener openbare gemeenschap, of waar deze niet bestaat in °° gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta van den betrokken gouver neur en elders van den betrokken resident kan in afwijking in zoover van het bepaalde bij het eerste lid onder e worden toegestaan, dat. Ei verkeersheuvel door motorrijtuigen aan beide zijden wordt voor ut
() Zie voor betekenis v.h. symbool @, geplaatst o.a. vóór art, 2 lid » | 9 de aantekening onder het opschr., bl. 2905. i
@) Voor hoofdwegen zie Bb, onder opschr. WVO. bl. 2875. |
NN
1291
erty (Wvv. 81, 57%, 106, 108%, 109.)
En 1) Het is den weggebruiker verboden zich
n op een andere verkeersstrook dan di zonder noodzaak te be.
is aangewezen dan wel kennelijk voor h le, welke bepaaldelijk voor hem
hen (Wvv. 1094, 114bt.) r hem is. bestemd, tenzij om deze
- Onverminderd het be ip oh aes
ker, die hulpbehoevend of peslde bi pet vorige lid, is het den weggebrui-
op een voor rij- of voertuigen bestand ME zich zonder noodzaak
dan met een geleider of voorzien van een E eersstrook te bevinden, anders
don dergelijk kentealean is actyeuteld free aan indien en voorzoover
- (1) Door den Directeur van Vorksse ee ean 7, 81, 572, 1082.)
a. voorschriften worden gegeven ove h poe anne en omtrent de teekens, welke door de met d et verkeer op kruispunten Relate ambtenaren daartoe worden en regeling van het verkeer
. de eischen wor " DEE ; Hed verkee ee eae waaraan toestellen tot regeling van
c. kenteekenen als bedoeld i i . +s | voor bepaalde groepen RN shee iat Seren
4 , | 7 fi 8 ‚E Sen gegeven omtrent het gebruik van die teekenen. (oder
By ex, S. dalle Het is verboden:
. op, langs of boven een weg een inrichtin waarmede teekens of seinen En worden Got Baike En as ta overeenkomst vertoonen met de teekens als bedoeld in lid (1) onder Er dat daardoor verwarring of misleiding kan ontstaan ; et La ene of Ren te voeren, indien men niet ot de groep van weggebruikers, w: ; i 0 steld. (Wee. ST, En meiden ae aarvoor het teeken is vastge
- (Gew. S. 38—714; 40—73.) 2 (1) Bij verordening van openbare ge- meenschappen en waar deze niet bestaan, bij reglementen en keuren van politie als bedoeld in art. 129 der Indische Staatsregeling kunnen, voor zoover bijzondere plaatselijke behoeften en omstandigheden daartoe aanleiding geven, voorschriften worden gegeven tor aanvulling van de in de artt. 2, 3, 4, 5 en 6 opgenomen verkeersregelen.
© (2) Bij besluit van het dagelijksch bestuur eener openbare gemeen- schap, of waar deze niet bestaat, in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta bij besluit van den gouverneur en elders van den resident: (Wvv. 106.)
a. kan voor zoover het doorgaande verkeer daardoor niet-zonder nood- zaak wordt belemmerd, in het belang van de veiligheid van het verkeer worden verboden bepaalde wegen hetzij te allen tijde of gedurende be- paalde uren of op bepaalde dagen te berijden in één of in beide richtingen, hetzij met alle rij- en voertuigen, hetzij met bepaalde soorten van ri- of voertuigen; (Wvv. 1095.) ~
b. kunnen parkeerplaatsen worden aangewezen en kunnen woget of plaatsen worden aangewezen, waar het parkeeren of het stoppen 18 verboden ; (Wvv. 109%.) u de re
c. kan het keeren van alle of van bepaalde soorten van rij- of voertuigen of dieren op bepaalde wegen of punten van verkeersstrooken worden verboden ; (Wvv. 104?, 109%.) ih d
d. kan het inhalen van zich voortbewegende motorr ijtuigen door andere motorrijtuigen worden verboden; (Wyv- 1042, 109 al
zen het inrijden van bepaalde wegen uit andere wegen worden verboden ; (Wvv. 104%, 109! :
f. kan a berijden van a: wegen met rolschaatsen, vliegende hollanders, autopeds, en dergelijke worden verboden ; 5 NoE = g. kunnen worden aangoweren verkeersstrooken, bestemd voor ee
eer groepen’ van weggebr ikers ; 5
h. kan ees Ne een van spelen op den weg worde Tere per
?. kan het rechts afslaan van rij. en voerbugen bob
1292 WEGVERKEERSVERORDENING.
a es "| zijwegen worden verboden. (Wvv. 104*.)
(3) Verordeningen of besluiten als bedoeld in de leden (1) en (2) worden met betrekking tot provinciale wegen uitsluitend vastgesteld onderschei. | denlijk door den provincialen raad of het college van gedeputeerden van den provincialen raad. (Wvv. 106, 108.)
Voorschriften betreffende voetgangers.
- (1) Het is den voetganger verboden een verkeersstrook, waarover ver- keer met rij- of voertuigen plaats vindt, over te steken anders dan langs den kortsten weg en nadat hij zich vergewist heeft of oversteken mogelijk is, zonder zichzelve of anderen in gevaar te brengen.
(2) (Toeg. S. 38-714.) Op wegen, waarlangs geen voetpaden aanwezig | zijn, zijn voetgangers verplicht om :
a. op den wegberm te loopen, indien deze goed begaanbaar is;
b. indien een zoodanige wegberm ontbreekt de uiterste linkerzijde van den weg te houden. (Wvv. 1081, 1141.)
- (1) Bi besluit van het dagelijksch bestuur eener stadsgemeente of gemeente kunnen bepaalde strooken van een rijweg worden aangewezen voor het oversteken door voetgangers gedurende bepaalde uren van den dag. (Wvv. 106.)
(2) Indien strooken als in het eerste lid bedoeld zijn aangewezen, is het
- voetgangers verboden een rijweg over te steken elders dan over de daar- voor aangewezen strooken. (Wvv. 108!.)
(3) De voorschriften van dit art. zijn niet toepasselijk op marcheerende
troepen van land- of zeemacht of van de politie. Voorschriften betreffende bestuurders.
- (1) De bestuurder, die tijdig bemerkt of redelijkerwijze kan ver- moeden, dat een voetganger voornemens is een voor rij- of voertuigen bestemde verkeersstrook over te steken, is verplicht zijn snelheid zoodanig te verminderen, dat het oversteken ongehinderd kan plaats vinden.
(2) De bestuurder is verplicht bij rijvorming met zijn rij- of voertuig zoover achter het voorgaande te blijven, als noodig is om te voorkomen, dat bij geringe snelheidsverandering een aanrijding plaats heeft.
(3) Het is aan bestuurders van rijtuigen, vrachtwagens en handkarren verboden zonder noodzaak op een weg een gesloten rij te vormen van meer dan 3 rij- of voertuigen, zonder tusschen elke 2 groepen van 3 rij- of voer- tuigen een tusschenruimte vrij te laten van tenminste 10 m in bebouwde kommen en 30 m op wegen buiten bebouwde kommen. (Wvv. 114!)
(4) (Gew. S. 38-714.) Het is den bestuurder verboden :
a. door geraas, verspreiding van damp of andere stoffen, dan wel op andere wijze zonder noodzaak gevaar, hinder of overlast te veroorzaken ;
b. zijn rij- of voertuig op zoodanige wijze te besturen, dat hij dit niet voldoende in zijn macht heeft;
¢. zijn motorrijtuig onbeheerd te laten zonder den motor af te zetten en de rem vast te zetten ;
d. zijn bespannen rijtuig of vrachtwagen onbeheerd te laten ;
€ zich op zijn rijdenden, volbeladen vrachtwagen te bevinden elders dan op de voor den bestuurder ingerichte zitplaats. f
(0) Het is den bestuurder van een rijwiel verboden daarmede een © meer andere personen te vervoeren tenzij het rijwiel is voorzien van een daarvoor geschikten bagagedrager dan wel op andere wijze daarvoor 18 Ingericht. e
(6) Onverminderd het bepaalde bij art. 2 lid (1) onder / is het rijden van meer dan twee wielrijders naast elkaar verboden. ;
(7) Het is wielrijders verboden zich door andere rij- of voertuigen te doen voorttrekken.
? (8) (Loeg. S. 38—714 ; gew. §. 40—73.) Bij verordening van openbare gemeenschappen of waar deze nict bestaan, bij reglementen en keuren van politie als bedoeld in art. 129 der Indische Staatsregeling, kan i het belang van de veiligheid van het verkeer het vervoer met rijwielen
WEGVERKEERSVER ORDENING. 1293 van een of meer andere Personen dan d ; Pedersen tt | en bestuurder verder wi beperkt of verboden en in lid (5) is bepaald. (Wvr. 57%, 1081, noon ‘aximum-snelheden ; ; 12. (1) Voor zoover niet krachtens h bi h f et ri
een andere maximum-snelheid is manne pu de volgende leden bestuurders van : oe ens Is het verboden aan
a. autobussen met een toelaatbaar totaal-gewicht v met een grootere snelheid over een wee te ie ae een 2000 kg
- vrachtauto’s met een toelaatbaar totaal -gewicht van nee dan 0 kg met een groot ere snelheid over een weg te rijden dan van 50 km per au
C. ee sree en eo met één aanhangwagen en van tractoren met een oplegger met een grootere snelheid over ij van 40 km per uur. (Wvv. 104?.) eee (la) (Ing. S. 40-73.) Op bepaalde wegen, voor zoover deze niet liggen in bebouwde kommen, kan worden voorgeschreven :
a. een maximumsnelheid van 70 km per uur voor autobussen en vrachtauto’s met een toelaatbaar totaalgewicht van meer dan 2000 kg;
b. een maximumsnelheid van 50 km per uur voor autobussen en vrachtauto's met één aanhangwagen en voor tractoren met één oplegger.
(2) In bebouwde kommen kan worden voorgeschreven :
een maximum-snelheid van 40 km per uur voor alle of voor bepaalde soorten van rij- en voertuigen;
een maximum-snelheid van 25 km per uur:
@. op wegen met een intensief verkeer gedurende bepaalde uren voor alle rij- en voertuigen ;
b. voor autobussen en vrachtauto's met één aanhangwagen en voor tractoren met een oplegger.
(3) Indien het belang van de instandhouding van een weg zulks bepaal- delijk eischt, kan een maximum-snelheid van 40 km per uur worden voor: geschreven buiten bebouwde kommen voor alle of voor bepaalde soorten van rij- en voertuigen en een maximumsnelheid van 25 km per uur, zoowel in als buiten bebouwde kommen voor autobussen en vrachtauto’s met een toelaatbaar totaal-gewicht van meer dan 2000 kg. od
(4) Overigens kunnen maximum-snelheden van 40 km per uur en 25 2 per uur, indien de plaatselijke omstandigheden dit eischen, voor eae voor bepaalde soorten van rij- en voertuigen worden voorgeschreven nabij en op bruggen, kruisingen en op voor het verkeer gevaarlijke weggedeelten. (Wvv. 572.)
Wegwedstriden en snelheidsritten 5 13. (1) Len vergunning als bedoeld in art. 3 van de Her eee ai a ae : indien de wedstrijd of de snelheidsrit za nantie wordt slechts verleend, indien de iet in ernstize mate plaats vinden op zoodanige wijze, dat het verkeer aap GEL Wordt belemmerd en de veiligheid van het verkeer niet in 5 gebracht. 7 nd, indien P (2) (Gew. S. 37—497 ; 40—73.) De vergunning gon ee go- alle wegen, waarop de wedstrijd of snclheidsrit zal pina legen zi 5 4 en zijn: iaka, f Soerakarta «) in één afdeeling van de gouvernementen Jogjakarta o Hoge het hoofd dier afdeeling; ident ) in één residentie door den resident ; doch in één €) in meer dan één onder a of b hel Provincie of gouvernement, door den gouv t den Directeur d) in meer ER één provincie of gouvernement, dok Yan Binnenlandsch Bestuur bonden ter Ì : ; i worden verbondé (3) Aan de vergunning kunnen gen en de veiligheid van nerzekering van de orde, zoomede van de vri) St verkeer Igemeen . 3 estuur kan een a. i (4) Door den Directeur van Binnenlandsch Peas vastgesteld, hou- Teglement voor wedstrijden en snelheidsritten
1294 WEGVERKEERSV ERORDENING.
a a ie ee ee See dende voorschriften omtrent het verleenen van de in dit art. bedoelde vergunningen.
Waarschuwen en verlichting; inrichting en
uitrusting.
14, (1) De weggebruiker is verplicht met geluid of teeken, dan wel — tusschen zonsondergang en zonsopgang — met licht voldoende te waar- schuwen, telkenmale inctsen dit in het belang vau de veiligheid van het verkeer noodig is.
(2) Een bij of krachtens deze verordening geboden verlichting of waar- schuwing wordt geacht alleen dan te hebben plaats gevonden, indien zij te bestemder plaatse en-door degenen, voor wie zij bestemd is, naar redelijk A vermoeden tijdig is kunnen worden gezien, gehoord of verstaan. (Wvv. 572, 1081, 1092.)
- (1) De bestuurder van een rij- of voertuig is verplicht:
a. ingeval hij voornemens is plotseling snelheid te verminderen, van dat voornemen tijdig te doen blijken, hetzij door een duidelijk zichtbaar teeken, gegeven door een op of aan het rij- of voertuig aangebracht toestel, hetzij door een arm, stok, zweep of ander voorwerp goed zichtbaar op en neer te bewegen terzijde van het rij- of voertuig; (Wvv. 114*.)
b, ingeval hij voornemens is stil te houden, van dat voornemen tijdig te doen blijken, hetzij door een duidelijk zichtbaar teeken, gegeven door een op of aan het rij- of voertuig aangebracht toestel, hetzij door een arm, stok, zweep of ander voorwerp goed zichtbaar in verticalen stand buiten het rij- of voertuig te doen uitsteken ; (Wvv. 1142.)
c. ingeval hij voornemens is van richting te veranderen van dat voor- nemen tijdig te doen blijken, hetzij door een duidelijk zichtbaar teeken, gegeven door een op of aan het rij- of voertuig aangebracht toestel, hetzij door een arm, stok, zweep of ander voorwerp goed zichtbaar uit te steken in de richting, waarin hij zich wil begeven ; (Wvv. 114%.)
d. in het algemeen, indien hij voornemens is van de redelijkerwijze te verwachten verkeersgedragingen af te wijken, door een goed zichtbaar teeken daarvan zoo duidelijk mogelijk te doen blijken.
(2) Het is aan een ieder verboden op een weg cenigerlei teeken te geven, beweging te maken of handeling te verrichten, waardoor verwarring voor het verkeer zou kunnen ontstaan.
(8) (Toeg. S, 88-714.) De bestuurder van een motorrijtuig, geen motor- rijwiel zijnde, is verplicht het voornemen om van richting te veranderen tussclien zonsondergang en zonsopgang te kennen te geven door middel van de in art. 24, lid (1) onder / bedoelde richtingaanwijzers. ;
(4) (Zoeg, S. 3814.) De bestuurder van een rijtuig is verplicht de in het eerste lid bedoelde voornemens te kennen te geven door middel van cen aan een stok bevestigde schijf, waarin aan weerszijden is aangebracht een roode reflector, als bij art. 17, lid (1) onder d, ten tweede voor rijwielen 1s voorgeschreven. (Wvv. 572, 1081, 1091.)
- (1) Behoudens het bepaalde bij het tweede lid moet een motor rijtuig tusschen zonsondergang en zonsopgang voorzien zijn van:
a. twee aan weerszijden aangebrachte lantaarns, die voorwaarts cen ongekleurd of geel licht uitstralen, dat voldoeude is om bij normale weers” gesteldheid op een onyerlichten weg personen op een afstand van 60 i duidelijk zichtbaar te doen zijn, waarbij de lichtbundels zoodanig gericht moeten zijn of kunnen worden, dat geen verblindende werking an
b. een rechts aan de achterzijde aangebrachte lantaarn, die achterwaë een helder rood licht uitstraalt; : king
e. een aan de achterzijde aangebrachte lantaarn, die bij het in wer ing brengen van de voetrem achterwaarts een helder rood of geel licht wi straalt dan wel een waarschuwingsteeken helder verlicht; ade
d. een lantaarn, die het in art. 47 lid (1) bedoelde aan de achterzi ae aangebrachte kenteeken helder verlicht, doch alleen, indien aan motorrijtuig geen aanhangwagen is gekoppeld. (Wbesl. VW. 7.) |
NN WEGV ä
(2) In afwijking van het be aalde bij ste lid; en op twee wielen slechts één heteen. Oerle Feo mielen voor dergelijke motorrijtuigen de lantaarn onder b be le Id Sn geld, terwijl zijde in het midden kan worden aangebracht en de ee aah ® achter. omschreven, niet vereischt is. (Wry. 19, 43y., 572, 7] Mase Th nee ¢ at Gee. B: en Tusschen zonsondergang en zonsopgang
a. een rijtuig, een vrachtwagen, een ricksha, een handkar en een drie- of mer prielig rijwiel voorzien zijn van twee aan weerszijden aangebrachte lantaarns, welke duidelijk zichtbaar voor. en zijwaarts helder ongekleurd of geel licht en achterwaarts duidelijk zichtbaar helder rood licht kietelen en welke zoodanig zijn aangebracht, dat zij door de van voren zoowel als van achteren naderende weggebruikers onder alle omstandigheden goed kunnen worden waargenomen ;
b. een voetganger, die aan een draagstok lasten met zich medevoert op een mede voor het verkeer met motorrijtuigen openstaanden weg, een helder brandend, ongekleurd of geel licht bij zich dragen, welke zijn aan wezigheid zoowel voor de voor als achter hem zich op den weg bevindende weggebruikers duidelijk kenbaar maakt: (Wer. 1081.)
c. Vervallen: S$. 38—7 1d.
d. een tweewielig rijwiel voorzien zijn:
ten eerste van een lantaarn, die voorwaarts een helder ongekleurd of geel licht uitstraalt, dat zoodanig benedenwaarts is gericht, dat de weg tot hoogstens 15 m voor het rijwiel verlicht wordt ;
ten tweede aan de achterzijde van een lantaarn, die achterwaarts een rood licht uitstraalt, dan wel van een verticaal geplaatsten reflector, die daarop vallende lichtstralen duidelijk zichtbaar rood terugkaatst, (Wry. 154, 191, 572, 1143, 115.)
(2) Vervallen: S$. 38—714. 4
18, (1) Een aanhangwagen, die rechtstreeks of door middel van een anderen aanhangwagen gekoppeld is aan een motorrijtuig, moet tusschen zonsondergang en zonsopgang voorzien zijn : 4 fi
@. van twee aan weerszijden aangebrachte lantaarns, die schuin voor- Waarts een helder ongekleurd of geel licht uitstralen ; .
b. van een rechts aan de ee aangebrachte lantaarn, die achter- Waarts een helder rood licht uitstraalt ; df 5
¢. van een an de achterzijde aangebrachte lantaarn, die bij het in werking brengen van de voetrem van het motorrijtuig de ro elder rood of geel licht uitstraalt, dan wel een waarschuwingsteoken
elder verlicht; ij
d. van een lantaarn, die het in art. 36 bedoelde ean, ce poner aangebrachte kenteeken elden verlicnt, doch Pont aS Aanhangwagen geen andere aanhangwagen is g :
(2) Ren aan SS motorrijwiel gekoppelde al pn le ae as dae Zonsondergang en zonsopgang voorzien zijn van Dende senlkatatissan Waarts een helder ongekleurd of geel licht wiippn a fateh de zijspan- de van het motorrijwiel afgekeerde zijde, eke — van een ter rechter- Wagen rechts yan het motorrijwiel is aangebrac Ten zijde aangebrachte lantaarn, die molten reste, vv 7.) uitstraalt. (Wvv. 191, 572, 71, 114%, 116; Wbesl. 4" of voertuig meer
18 a. (/ng. S. 38—714.) Indien de lading van Par ifateelt wordt het aa 2m buiten de achterzijde van het rij- of voertuig ul ’ achteruiteinde van de lading voorzien: ichtbare, roode
@. tusschen zonsopgang en zonsondergang Tan Pe EO a bedragen; doek, waarvan de lengte en de breedte n een goed zichtbare, naar
b. tusschen zonsondergang en zonsopgang We Vey, 572) alle zijden rood licht uitstralende a dragen:
- (1) De bestuurder is verplicht zorg even voorschriften wordt
@. dat aan de in de artt. 16, 17 en 18 geg voldaan -
1296 WEGVERKEERSVERORDENING, EE en
b. dat de op of aan zijn rij- of voertuig aanwezige lichtbronnen geen verblindende uitwerking hebben op bestuurders van tegemoetkomende rij- en voertuigen.
(2) De verplichting, vervat in het eerste lid onder a, is niet van kracht voor een stilstaand rij- of voertuig :
a. indien het door van buiten komend licht zoodanig verlicht wordt dat het op 60 m afstand duidelijk zichtbaar is ;
b. op parkeer- en standplaatsen.
(3) Het is den bestuurder verboden aan of bij zijn rij- of voertuig lichten te voeren boven die in het eerste lid onder a bedoeld op zoodanige wijze, dat daardoor verwarring zou kunnen ontstaan voor het verkeer op den weg.
(4) In afwijking van het bepaalde bij het eerste lid is het den bestuurder van een motorrijtuig toegestaan de in art. 16 lid (1) onder a bedoelde, voorwaarts licht uitstralende lampen minder helder te doen branden, dan wel lampen van minder lichtsterkte daarvoor te bezigen :
a. indien bij gebruik van zulke minder sterke lichten door van buiten komende verlichting de personen en voorwerpen op den weg zoodanig verlicht zijn, dat zij op een afstand van 60 m voor het motorrijtuig duidelijk zichtbaar zijn ;
b. bij een ontmoeting met een ander rij- of voertuig ;
e. indien het motorrijtuig stilstaat. (Wvv. 577, 108%, 109+.)
Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere voor- schriften worden gegeven omtrent de verlichting van rij- en voertuigen. (Wvv. 57%; Wbesl. VW. 7.)
(Gew. S. 38—714.) Het is verboden op, langs of boven een weg een inrichting aan te brengen of te hebben, welke licht uitstraalt dat een ver-
blindende of misleidende werking kan hebben op de bestuurders van zich op den weg bevindende rij- of voertuigen. (Wvv. 57%, 108*.)
22, Voor het geven van geluidsignalen moeten rij- of voertuigen voor- zien zijn van de volgende toestellen :
a. een motorrijtuig, geen wegwals zijnde, van een hoorn of claxon. op een afstand van 60 m duidelijk hoorbaar;
b. een rijwiel, van een rijwielbel ;
c. een rijtuig, van een voetbel ;
d. een brandweermotorrijtuig op weg naar een brand van een sirene of groote scheepsbel ; ;
- €. een wegwals van een fuit. (Wry. 23, t3y., 97%. ol) me
23, (1) De bestuurder van een motorrijtuig is verplicht by bet inhalen van motorrijtuigen, indien hij voornemens is voorbij te ryden. buiten bebouwde kommen met het in art. 22 voorgeschreven toestel geluid: signalen te geven.
(2) Het is verboden: a hat
a. in bebouwde kommen geluidsignalen te geven anders dan 0 0 belang van de veiligheid van het verkeer; n _ 5. geluidsignalen te geven tusschen zonsondergang en zonsope Te indien de noodige waarschuwing kan worden gegeven door de voort geworpen lichtstralen van de voorgeschreven lichtb: ennen i elke
c. geluidsignalen te geven anders dan met de bij art. 22 voor soort van rij- of voertuigen voorgeschreven toestellen. eener :
? (3) (Gew. 8. 49—73.) Bij besluit van het dagelijksch bestuur ene openbare gemeenschap, of waar deze niet bestaat, in de gouverne van Jogjakarta en Soerakarta bij besluit van den gouverneur en el bestuur: den resident kunnen wegen worden aangewezen, waarop het aon ide ders van rij- en voertuigen hetzij te allen tijde, hetzij gedurende Peron uren van den dag verboden is geluidsignalen te geven. (Wvv. 57»
106, 108, 109%.) ae erat
- (1) (Aang. S. 38—714.) Een motorrijtuig moet voorzien zij
a. een deugdelijk, nauwkeurig werkend stuurtoestel ; f bediend
b. een reminrichting, die van de zitplaats van den bestuurder ®
"Ol kan worden en waarmede het motorriituic tr Pe. bedoelde besluit te bepalen afstanden ee het in lid (2) motorrijtuig, geen tweewielig motorrijwiel Ban en gebracht ; het moet met de genoemde reminrichting met behulp vot wt een zijnde, bedieningsorgaan, dan wel met een afzonderlijke en icht Afzonderlijk belasting op de steilste helling, welke er mede baar ting bij volle stilstand kunnen worden gehouden ; nm Xan worden, in
c. een goed werkende geluiddempende inrichting, waardoor de afvew fe gassen van den motor in achterwaartsche richting worden ate a 3
d. luchtbanden, welke voldoen aan door den Directeur van Vetkes: Waterstaat te stellen eischen, dan wel banden, welke ter beoordeelin de den Directeur van Verkeeren Waterstaat ten aanzien van hun enke cc} den weg met luchtbanden gelijkgesteld kunnen worden; (Wvv BO 31%, 351, 114°; Bb. 14136, tabel .) wt
e. van een spiegel, waardoor de bestuurder of de persoon bedoeld in art. 28 van zijn zitplaats het rechts achterliggend weggedeelte te allen tijde kan overzien; (Wvv. 28.)
|. goed werkende richtingaanwijzers, welke voldoen aan door den Directeur van Verkeer en Waterstaat te stellen eischen en op door hem te bepalen wijze zijn aangebracht ; dit voorschrift geldt slechts voor motor- rijtuigen, geen motorrijwielen zijnde ; (Wvv. 15%.)
g. een goed werkenden, automatischen ruitenwisscher ; dit voorschrift geldt slechts voor motorrijtuigen, welke van een voorruit zijn voorzien.
(2) (Gew. 8. 38-714.) Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere voorschriften omtrent de technische inrichting en uitrus- ting van motorrijtuigen worden vastgesteld. (Wvv. 43v., 57%, 71, 1145; Wbesl. VW. 8-11.) :
- (1) Voor autobussen gelden de volgende voorschriften : (1)
a. autobussen of afdeelingen daarvan, bestemd voor het vervoer van ten hoogste 16 personen, het bedienend personeel inbegrepen, moeten voorzien zijn van tenminste één, in den achter- of linkerzijwand aange- brachten uitgang, welke over de volle hoogte van den wand tenminste 65 cm breed is ;
b. autobussen of afdeelingen daarvan, bestemd voor het vervoer ran meer dan 16 personen, het bedienend personeel inbegrepen, ge voorzien van tenminste twee uitgangen, waarvan de eene moet vo B aan het bepaalde onder a en de andere is aangebracht in den hee nabij de voorzijde en over de volle hoogte van den wand tenmins 55 em breed is; 4s ;
¢. eventueel aanwezige uitgangen in den rechterzijwand cE Ae als nooduitga ngen worden gebezigd ; indien de ulteanee in iy ee gesloten worden met portieren, moeten deze op betrouw iS a fetes baar zijn en zoowel van binnen als van buiten gemakke Meets ane kunnen worden ; afsluitingen, welke draaibaar zijn, moeten s uiten opendraaien : } rorden
d. de Sides a en b voorgeschreven uitgangen pee Tt Vrijgehouden en mogen niet door Te aelealge En pestapelen van goederen als anderszins geheel of ge stemming worden onttrokken ; vloer moet,
€, de hoogte van het dak van het koeten an em Ren op een afstand van 40 cm van de zijwanden, t Edragen ; : : autobus
/. hinderlijk uitstekende deelen mogen niet ean of in een ®anwezig zijn ; ‘ : r bij den grond „9. treden voor het in- en uitstappen mogen eere zóódanig An dan 35 em : indien zij opklapbaar zijn, mo ne UI lid 2 is bepaald : Art. 25 lid 1, en le slechte van toepassing op autobussen, waarvoor Smaal cen nummer: beden van deze verord. (J Jan. 1937) voor de eerste uitgereikt.
1298 WEGVERKEERSVERORDENING. ee zijn, dat bij geopend portier de treden steeds omlaag zijn. (Wvv. 342.)
(2) Het gedeelte van het onderstel en koetswerk, dat achter de achterste as uitsteekt, mag bij autobussen, vrachtauto's en meerassige aanhang. wagens niet langer zijn dan 0.475 gedeelte van den afstand van de vooras tot de achterste as, bij motorrijtuigen met een éénassigen aanhangwagen niet langer dan 0.475 gedeelte van den afstand van de achterste as van ee motorrijtuig tot de as van den aanhangwagen en bij tractors met oplegger niet langer dan 0.475 gedeelte van den afstand van het oplegpunt tot de achterste as.
(3) (Gew. S. 38-714.) De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan in bijzondere gevallen afwijking van de voorschriften omtrent de inrich: ting en uitrusting van motorrijtuigen toestaan, (Wvv. 57%, 71.)
Indien de ruimte, bestemd voor het vervoer van reizigers, geheel of gedeeltelijk is afgesloten van de zitplaats van den bestuurder, moet in de autobus een op gemakkelijke wijze voor den conducteur en de reizigers bereikbare signaalinrichting aanwezig zijn, waarmede den bestuurder het teeken om te stoppen kan worden gegeven. (Wvv. 342, 572, 71.)
De zitplaats voor den bestuurder van een vrachtauto of autobus moet zoodanig zijn ingericht, dat de bestuurder :
a. zich vrij en gemakkelijk kan bewegen en het motorrijtuig kan bestu: ren zonder dat hij in zijn bewegingen door reizigers of goederen kan worden belemmerd ;
b. een onbelemmerd uitzicht naar voren en een voldoende uitzicht op zijde heeft;
c. geen hinder heeft van licht uit het inwendige van het voertuig;
d. de noodige verkeersteekens kan geven;
e. de van buiten komende teekens behoorlijk kan waarnemen. (Wvv. 572, 71.)
_ 28. De eigenaar of houder en de bestuurder van een vrachtauto of auto- bus, waarvan de stuurinrichting aan de linkerzijde van het motorrijtuig is aangebracht, is verplicht zorg te dragen, dat buiten bebouwde kommen een persoon ter rechterzijde van den bestuurder plaats neemt, die door middel van den in art. 24 lid (1) onder e bedoelden spiegel achterop rijdende rij. of voertuigen kan waarnemen en hem waarschuwt, indien bestuurders dier rij- of voertuigen hun voornemen tot voorbijrijden te kennen geven. (Wvv. 24-1 sub e, 57°, 1084, 1143.) 7
29, (1) (Gew. S. 38-714.) Vrachtauto's en autobussen moeten zijn voorzien van door den Directeur van Verkeer en Waterstaat te bepalen, En lijken staat verkeerende gereedschappen en onderdeelen (Wbes!.
i ." a) 5
(2) Een autobus moet voorzien zijn van een verbandtrommel, die voldoet aan door den Directeur van Verkeer en Waterstaat te geven voorschriften. (Wvv. 342, 572, 71; Wbesl. VW. 12.)
- (1) Een rijwiel moet voorzien zijn van een goedwerkende ee
_(2) De wielen van rij- en voertuigen, geen motorrijtuigen of hd a zijnde, moeten, indien zij niet zijn voorzien van banden als bedoel art. 24 lid (1) onder d, voldoen aan de volgende eischen : ae
„4. onafhankelijk van elkaar om of binnen vaste draagassen draal zijn ; ;
b. bij het rijden geen waggelende of slingerende bewegingen maker
¢. voorzien zijn van banden van metaal of massief rubber ; puiten
d. de wielbanden mogen niet smaller zijn dan de velgen en geen het loopvlak uitstekende deelen hebben. F rien van
(24) (Ing. S. 88—714.) Indien de wielen van rijtuigen zijn gon wijze banden van massief rubber, moet de rubberband op behoorly nit zijn passen in de velg. Het gebruik van rubberbanden, welke 200 a Ben afgesleten, dat de velg in aanraking komt met het wegdek, 18 VO ten :
(3) Rij- en voertuigen, geen motorrijtuigen of rijwielen zijnde, a „voor
a. voldoende sterk zijn om te kunnen dienen voor het vervoer, W
_ zij, worden gebezigd ;
ee WEGVERKEERSVERORDENING. 1299
- geen voor het gebruik hinderlijke pebrek
(4) Rij- of voertuigen, geen nlotorey tuigen of elan cin : dan één as moeten voorzien zijn van een gemakkelijk deni Een
(5) Vrachtwagens moeten op hellend terrein bekt end behoorlijk werkend remtoestel dan wel van keggen, een en en Me Gel binnen het bereik van den bestuurder, dat Lenn 5 zoodanig gebruik kan maken. ; es ACO CINES
(6) Rijtuigen en vrachtwagens moeten voldoen aan de vol i
a. het tuig der bespanning moet deugdelijk zijn; eenn
b. de boomen moeten aan het uiteinde benedenwaarts zijn afgerond :
c. de dwarsboom mag niet buiten de uiterste einden der assen pera
2 (7) (Gew. S. 4073.) Van hot bepaalde bij lid (2) kan door het dage. hjksch bestuur van de betrokken openbare gemeenschap of, waar geen openbare gemeenschappen zijn, in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta door den gouverneur en elders door den resident ontheffing worden verleend onder zoodanige voorwaarden als in het belang van de vrijheid en de veiligheid van het verkeer raadzaam worden geacht.
2 (8) (Gew. S. 40-73.) Verdere voorschriften inzake de inrichting en uitrusting van rij- en voertuigen, met uitzondering van motorrijtuigen en rijwielen en geen betrekking hebbende op verlichten en waarschuwen, kunnen worden vastgesteld bij verordeningen van openbare gemeen- schappen en waar deze niet bestaan bij reglementen en keuren van politie als bedoeld in art. 129 der Indische Staatsregeling.
Afmeting en belading van riijjij- en voertuigen.
31, (1) Het is verboden met een rij- of voertuig op een weg te rijden : 8 a. indien de totale hoogte met inbegrip van de belading meer bedraagt
an 3.50 m;
b. (Gew. LN. 54—76.) indien de grootste breedte met inbegrip van de belading meer bedraagt dan 2.50 m; F
c. indien eenig deel van de belading over den weg sleept; _
d. indien de totale lengte met inbegrip van de belading grooter is dan tweemaal de grootste Stand en voor éénassige rij- of voertuigen grooter dan 5 m, zoomede, indien de lading meer dan 3 m buiten de achterzijde van het rij- of voertuig uitsteekt ; ‘ 4
€. indien eenig podeelts van het rij- of voertuig of van de belading zoodanig uitsteekt, dat daardoor gevaar of hinder kan worden veroorzaakt.
_ (La) (Ing. S. 40-73.) De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan in bijzondere gevallen afwijking van de in hot vorige lid onder a, b en E gestelde voorschriften omtrent de afmetingen van rij- en voertuigen
Oestaan.
B l
(2) Bij het vervoer van voorwerpen van groote lengte mag voor Zoovee noodig worden afgeweken van de voorschriften van BaN yonder Ven ae zoodanige maatregelen worden genomen, een Le vend Of ernstige overlast voor het verkeer ontstaat. .
_ (3) Het is verboden met een niet van banden als en es Wa lid ( 1) onder d voorzien rij- of voertuig over den yee es ee, eo donige belading, dat op den weg een grootere Gruk den es Wielbandbreedte wordt uitgeoefend.
P (4) (Gew. S. 10-73.) By 2 rerdoningen van openbare gemenen of waar deze niet bestaan, bij reglementen of Keune Asad yoor- bedoeld in art. 129 der Indische Staatsregeling keld van rij- Schriften worden gegeven betreffende afmetingen © (Wvv. 57%, 71; en voertuigen met uitzondering van motorrijtuigen.
*1€ noot art. 30 lid 7.)
- (1) Op een vrachtauto, autobus, oplegger en se: OP duidelijk zichtbare wijze zijn aangegeven ey fee maximum gewicht Opgenomen eigengewicht van het rij- of voertuig, Be
1300 ~ WEGVERKEERSVERORDENING.
i a der te vervoeren goederen en het maximum aantal te vervoeren Personen de beide laatste gegevens voorafgegaan door het woord »»Draagvermogen’” benevens de in het keuringsbewijs opgenomen hoogst genummerde Klasse van wegen, waarop het rij- of voertuig is toegelaten. =
(2) In een autobus moet duidelijk zijn aangegeven het aantal voor reizi. gers bestemde zit- en staanplaatsen. (Wvv. 33 sub d.)
(3) De Directeur van Verkeer en Waterstaat stelt regels vast omtrent de bepaling van het draagvermogen van motorrijtuigen ; hij geeft voor. schriften omtrent de wijze van beladen van motorrijtuigen en omtrent de afmetingen en inrichting van zit- en staanplaatsen in motorrijtuigen ; mede worden door hem voorschriften vastgesteld omtrent plaats, afme. tingen en wijze van aanbrengen van de in de leden (1) en (2) bedoelde opschriften. (Wbesl. VW. 13v., 22v.; Bb. 13699, modellen.)
(4) (Gew. S. 38—714,) Het is verboden meer personen of een grooter gewicht aan goederen te vervoeren :
a. met een vrachtauto, autobus, oplegger of aanhangwagen, dan blij- kens het keuringsbewijs is toegestaan ;
b, met een openbare personenauto, dan blijkens het goedkeurings. teeken is toegestaan; …
c. met een niet-openbare personenauto en een motorrijwiel, dan ingevol- ge krachtens het derde lid vastgestelde voorschriften is toegelaten. (Wvv. 572, 71.) uf Voorschriften voor reizigers en personeel van
„autobussen.
- Het is verboden:
a. in of uit een autobus te stappen, zoolang deze niet stilstaat ;
b. een autobus te verlaten aan de niet daarvoor aangewezen zijde;
c. het personeel van een autobus te hinderen in de uitoefening van zijn taak;
d. in een autobus dan wel een afdeeling daarvan te vertoeven, wanneer dit door het personeel wordt verboden, op grond van de omstandigheid, dat zich aldaar reeds het ingevolge art. 32 lid (2) aangegeven aantal reizigers bevindt :
e. tijdens het rijden eenig lichaamsdeel of voorwerp buiten de autobus te doen uitsteken. (Wvv. 83, 108.)
Koppeling van riij- of voertuigen.
34, (1) Het is verboden over een weg te rijden met eon motorrijtuig, waar aan een oplegger en/of een of meer aanhangwagens gekoppeld zijn A
a. anders dan met daartoe bestemde deugdelijke koppelingen, a mede het motorrijtuig, de oplegger en/of de aanhangwagens zoodanig AL gekoppeld, dat het breken of losraken van een der verbindende dee ir niet het losraken van den oplegger en/of een of meer aanhangwagens ee gevolge kan hebben en dat slingeren van den oplegger en van de hangwagen wordt voorkomen ; ~ wordt
b. op zoodanige wijze, dat het uitzicht voor den bestuurder belemmerd. hangwagens
(2) Op aan een motorrijtuig gekoppelde opleggers en aanbar, t. bestemd voor het vervoer ue DE zijn 6 Sobre briften van de art 25 lid (1), 26 en 29 lid (2) van overeenkomstige toepassing: adere
(3) Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat kuan “doelde voorschriften worden vastgesteld betreffende de in het eerste lid be koppelingen. (Wvv. 71; Wbesl. VW. 25.) jddel
À <3 of door MIC”
- (1) Opleggers en aanhangwagens, die rechtstreeks 0 torrijtuig, van een anderen aanhangwagen zijn gekoppeld aan een mote moeten voorzien zijn van: seltidig met de
a. een reminrichting, welke gelijktijdig of nagenoeg gelijkt! 6 | reminrichting van het motorrijtuig in werking wordt gesteld; |
nn
b. banden als bedoeld j i
(2) Het bepaalde bij lid (1 yonder a a é ; aanhangwagens, waarvan het toelaatba ete toepassing op éénassige draagt dan 1500 ke. at totaalgewicht niet meer bo-
(3) Door den Directeur van Verk hobriften vast geteld kes RR dee worden nadere voor- (Wvv. 71, 114°; Wbesl. VW. 95.) ste lid onder a gestelden eisch.
Het kenteeken, bedoeld in 4 wordt mede aangebracht op ien en Norden motorrijtuig gekoppelden arlie en van Den achtersten aan een 18-1 sub d, 1143,) swägen Overeenkomstig art. 47. (Wvv.
(1) Het is verboden zonde ine = een motorrijtuig, waaraan meer dani eae ‘Soha ones daaronder begrepen — is gekoppeld a OE
(2) De vergunning wordt door den ei enaar of schriftelij gevraagd met vermelding van de velen cea ES U
? (3) | oe S. 40—73.) De vergunning wordt voor het boride van er ewe en Madoera verleend, indien de aanvraag betrekking
Tes © 4 ;
a. bij één weg beheerder in beheer, door of namens dezen wegbeheerder ;
b. bij meer dan één wegbeheerder in beheer, doch liggende binnen één provincie, door het college van gedeputeerden der provincie;
c. bij meer dan één wegbeheerder in beheer, doch liggende binnen de gouvernementen Jogjakarta of Soerakarta, door den gouverneur;
d. gelegen in meer dan één provincie of gouvernement, door den Directeur van Verkeer en Waterstaat.
S (8 a) (Ing. 8. 40—73.) De vergunning wordt voor het berijden van wegen, liggende in de gouvernementen Sumatra, Borneo of Groote Oost, verleend, indien de aanvraag betrekking heeft op wegen:
a. bij één wegbeheerder in beheer, door of namens dezen wegbeheerder;
b. bij meer dan één wegbeheerder in beheer, doch liggende binnen een groepsgemeenschap, door het college van gecommitteerden der groepsgemeenschap ;
c. bij meer dan één wegbeheerder in beheer, doch niet of slechts gedeeltelijk liggende binnen een groopsgemeenschap, maar wel binnen een residentie, door den resident ;
d. gelegen in meer dan één residentie, door den gouverneur.
(4) De vergunning wordt geweigerd, indien dit met het oog op de vrij- heid en de veiligheid van het verkeer dan wel in het belang van de instand- houding van de wegen noodig wordt geacht
(5) Aan de vergunning worden voorwaarden verbonden met het oog op de vrijheid en de veiligheid van het verkeer op den weg en in het belang Van de instandhouding van de wegen, waarvoor de vergunning geldt. Daarbij zullen niet mogen ontbreken: — ~ ° ‘ein of
le. een voorschrift inzake de grootste totale lengte van den be ot het grootste aantal aanhangwagens, dat daarvan deel mag wens a 3
A en voorschrift, waarbij de grootste toegelaten geleid, wo 7 I Paald hetzij op 25 km per uur, hetzij op 15 km per uur; ease del .3®. het voorschrift, dat geen der aanhangwagens tijdens het ry aE ilingerend e bewegingen mag maken en dat de achterste wagen nie elangrijk mag afwijken van de baan van het motore ae unning k (6) Van de afwijzende beschikking op een aanvraag 0 V fon en Wat de aanvrager in beroep komen bij den Directeur van Ten
aterstaat. (Wvv. 38, 108.) E ten- ee (1) De vergunning bedoeld in art. 37 wordt verleend voor
8 één en ten hoogste vijf jaar. . : nen Bt Eger jon de EOL betrekking hebbend voorschift overtree to
Onden voorwaarden niet naleeft. ‘
1302 WEGVERKEERSVERORDENING. a =
(3) De voorwaarden der vergunning kunnen tusschentijds worden ge- wijzigd, indien dit in verband met de veiligheid van het verkeer of de instandhouding van de wegen noodig blijkt.
Dieren op den weg.
39, Het is verboden dieren, waarvan de aanwezigheid op den weg het verkeer in ernstige mate kan belemmeren, anders dan als rij-, trek- of lastdier daarop te doen of te laten zijn, indien het niet noodzakelijk is hen langs den weg te vervoeren. (Wvv. 1081.)
- (1) De geleider van rij-, trek- en lastdieren en groot vee is verplicht deze dieren te geleiden langs de verkeersstrooken bestemd voor ruiters en bij gebreke daarvan langs die voor vrachtwagens en rijtuigen. Indien deze verkeersstrooken ontbreken worden vorenbedoelde dieren geleid langs de voor alle rij- en voertuigen bestemde verkeersstrooken, dan wel langs de bermen van die verkeersstrooken, met dien verstande dat de geleider verplicht is de dieren aan den uitersten linkerkant van de verkeersstrook te doen loopen.
(2) De geleider van klein vee is verplicht deze dieren te geleiden langs de voor voetgangers bestemde verkeersstrook of bij gebreke daarvan langs de in het eerste lid bedoelde verkeersstrooken naar de daar gemaakte onderscheiding. hi
(3) Het is verboden dieren langs den weg te vervoeren dan wel te doen of te laten vervoeren tenzij met een zoodanig aantal geleiders, dat aan de verplichtingen van dit art. kan worden voldaan en het overige verkeer niet meer wordt belemmerd dan strikt noodzakelijk is. (Wvv. 1081.)
41, Indien een kudde-dieren tusschen zonsondergang en zonsopgang langs een weg wordt geleid, draagt de geleider zorg, dat bij de kudde één of meer duidelijk, zichtbare, helder brandende lampen, fakkels of flam- bouwen aanwezig zijn. (Wvv. 1081, 114)
Nummering van motorrijtuigen.
? 42, (1) (Gew. S. 38—714.) Behoudens het bepaalde bij art. 49 worden aanvragen tot het verkrijgen van nummer- en proefritbewijzen gesteld in de Nederlandsche of Maleische taal op formulieren volgens door den Directeur van Verkeer en Waterstaat, na overleg met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, vast te stellen modellen. (Bb. 13699.) _
(2) In de aanvraag tot het verkrijgen van een nummerbewijs wordt vermeld : ;
a. de naam en de voornamen van den eigenaar of houder en indien deze een rechtspersoon is, tevens de naam en de voornamen van dengene, die den rechtspersoon in dezen vertegenwoordigt ; Son
b. het adres van den eigenaar of houder of van den vertegenwoordiger;
c. het ambtsgebied, als bedoeld in art. 8 lid (2) van de Weg verkeers: ordonnantie, waarbinnen het motorrijtuig als regel verblijft;
d. de soortnaam van het motorrijtuig ;_ het
e. het fabrieksmerk, het jaar van constructie en het type van motorrijtuig ;
j. het fabrieksnummer van het onderstel of frame. ver:
(3) In de aanvraag tot het verkrijgen van proefritbewijzen neede 26.) meld de gegevens, bedoeld in het 2de lid onder a, b enc. (W besl. yi ‚nis _ 43. (1) De autoriteit, belast met het afgeven van nummerbew kg bevoegd te vorderen, dat het motorrijtuig, waarop de aanvraag Dee heeft, aan den daarvoor aangewezen ambtenaar op een door hem vens el len tijd en plaats, wordt getoond ten einde na te gaan of de SE ommen opgaven, vermeld in de aanvraag met de werkelijkheid overeen jgaan €n, voor zoover betreft personenauto's en motorrijwielen of wordt aan de voorschriften van de artt. 16, 22 en 24. k, kub:
(2) Naar aanleiding van een krachtens lid (1) gehouden onderz0%" 1 igd: | nen de in de aanvraag opgenomen gegevens en opgaven worden 8
44, Ken nummer- of proefritbewijs kan worden geweigerd : vermeld
a. indien blijkt, dat een of meer van de gegevens en opgaven,
EIS WEGVERKEERSVERORDENING. 1303 a in de aanvraag niet overeenstemmen met de werkelijkhei relic niet voldaan wordt aan de voorschriften van de tees op as ii )
b. indien het motorrijtuig in zoodanig onvoldoenden staat van onderh ( jh verkeert, dat daaruit gevaar voor het verkeer zou kunnen voorteineien
- (1) In het nummer- of proefritbewijs worden vermeld :
a: het nummer en de letter(s);
b. de gegevens en opgaven; vermeld in de aanvraag, voor zooveel noodig gewijzigd ingevolge een krachtens art. 43 ingesteld onderzoek
c. de datum van uitreiking; i
d. de datum van beëindiging van den geldigheidsduur.
(2) Het nummer- of proefritbewijs wordt voorzien van de handteeke- ning van dengene, die met de afgifte belast is.
(3) Het nummer- of proefritbewijs is niet geldig, voordat het door den aanvrager is onderteekend of indien deze zijn handteekening niet kan stellen, in tegenwoordigheid van den met de uitreiking belasten ambte- naar, van zijn rechterduimafdruk is voorzien. Bij het ontbreken van den rechterduim wordt de afdruk van een anderen vinger op het nummer- of proefritbewijs gesteld, waarvan op dat bewijs wordt melding gemaakt.
(4) De met de uitreiking belaste ambtenaar is bevoegd te vorderen, dat de in lid (3) bedoelde handteekening in zijn tegenwoordigheid wordt geplaatst, voordat het nummer- of proefritbewijs wordt uitgereikt.
' (5) Het model der nummer- en proefritbewijzen wordt vastgesteld door den Directeur van Verkeer en Waterstaat na overleg met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. (Wbesl. VW. 27; Bb. 13899, model.)
- Voor elk ambtsgebied, als bedoeld in art. 8 lid (2) van de Wegver- keersordonnantie, wordt door den Directeur van Verkeer en Waterstaat een letter of een lettercombinatie aangewezen, die voor alle nummer- en proefritbewijzen in het genoemde gebied uitgereikt, wordt opgegeven.
Whesl. VW. 28. fi 47. (1) a in oy 8 van de Wegverkeersordonnantie bloeide ae wordt op het motorrijtuig aangebracht hetzij op rechthoe 1° ee 4 fy
heels : [ no , platen, die in vasten verticalen stand aan het n Ne at hetzij op verticaal geplaatste rechthoekige velden, Me wan het motorrij- zijde en aan de voorzijde, evenwijdig aan de wielassen v tuig. (Wvv. 16-1 sub d.) eat of
(3) Nen en letters worden op de in lid (1) en, velden aangebracht in witte, onuitwischbare teekens rn te van ten-
(3) De letters en cijfers hebben bij motorrijwielen minste 50 mia. De minste 45 mm, bij alle andere motorrijtuigen van Aaneiein en voor het Overige afmetingen, de noodige modellen en verdere ae 2 aay dee den aan brengen van de kenteekens worden door A ; Bb. 13699, Waterstaat vastgesteld. (Wvv. 36; Wipes aa: ; : Modellen. nummer. 0:
- (1) (Gew. S. 38-714.) Binnen twee DE aft doniligudends ProefritLewijs zijn geldigheid heeft verloren, te maken bij onberroepelijke bevoegdheid om van proefritbewijzen gebru ruig is te niet gegaan dan rechterlij ke uitspraak is ontzegd of het EN bewyeen ingeleverd bij wel blijvend buiten gebruik is gesteld, worden de j de autoriteit, die deze heeft uitgereikt. alde bij het vorige lid heeft
® (2) In afwij king in zooverre van her boen bedoeld in art. 11 onder 6 de inlevering van het num merbewijs in nee met de afgifte van nummer- van de Wegverkeersordonnantie plaats bij 4 pestuursressort, naar waar en proefritbewijzen belaste autoriteit In a van het motorrijtuig is over- Wees: waarheen) de geregelde ver blijfp ve he t ingeleverde nummerbewijs
gebracht. Laatstbedoelde autoriteit zendt _ ereikt, onder opgave van
terug aan de autoriteit, die het heeft uitg mmerbewijs, dat aan den
dagteekening en nummer van hey niguwe HP
houder is verstrekt. (Wvv- 108 9), ita versleten dan wel geheel of ten 49. Indien een nummer: of proefritbewij de houder verplicht een Dieuw
deele onvoldoende leesbaar is geworden, 18
1304 WEUVEREEERSVERORDENING,
Se bewijs aan te vragen, dat hem wordt uitgereikt tegen inlevering, van het oude. De indiening van een schriftelijke aanvraag kan achterwege blijven indien het bewijs niet langer dan drie jaren vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag is uitgereikt. (Wvv. 108; Wbesl. VW. 298.) E
- (1) Ten kantore van de autoriteit, belast met de afgifte, worden registers of kaartsystemen aangelegd en bijgehouden van afgegeven en vervallen nummer- en proefritbewijzen volgens modellen door den Direc. teur van Verkeer en Waterstaat na overleg met den Directeur van Binnen. landsch Bestuur vast te stellen. (Wbesl. VW. 35v., 40; Bb. 13699. modellen.)
(2) Inlichtingen uit de registers van nummer- en proefritbewijzen wor. den aan anderen dan ambtelijke autoriteiten verstrekt tegen vergoeding van / 0.50 per nummer. De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan in bijzondere gevallen een andere vergoeding vaststellen. Deze ontvangsten worden gestort in 's Lands Kas.
(3) Door den houder van proefritbewijzen wordt een register aangelegd en bijgehouden, waarin wordt aangeteekend voor welk motorrijtuig een proefritnummer in gebruik is, een en ander overeenkomstig door den Directeur van Verkeer en Waterstaat te geven aanwijzingen en volgens door hem vast te stellen model. Dit register moet gedurende den werktijd van het bedrijf van den houder steeds ter inzage liggen voor degenen, die belast zijn met het opsporen van overtredingen van de bij of krachtens de Wegverkeersordonnantie gegeven voorschriften. (Wvv. 108%, 109% ; Wbesl. VW. 43; Bb. 13699, model.)
- (1) Het proefritbewijs is geldig voor geheel Indonesië.
(2) Het is den houder van een proefritbewijs verboden een motorrijtuig rijdende onder proefritnummer :
a. gedurende langer dan zeven dagen aan denzelfden persoon ter beproeving af te staan;
b. te bezigen voor het vervoer van goederen;
c. tegen vergoeding ten gebruike af te staan dan wel daarmede personen tegen vergoeding te vervoeren dan wel te doen of te laten vervoeren. (Wvv. 1031, 1092.) if
? (3) Het proefritbewijs verliest zijn geldigheid zoodra de houder zijn bedrijf niet meer uitoefent in het bestuursressort, waarin het is afgegeven.
- (1) Indien een motorrijtuig, voorzien van een proefritnummer. overgaat in handen van een houder, die niet gerechtigd is tot het gebruiken van proefritnummers, is deze verplicht onverwijld een aanvraag voor een nummerbewijs in te dienen en na verkregen opgave van nummer en letter(s) deze binnen 2 werkdagen na de afgifte van het nummerbewijs OP het motorrijtuig aan te brengen. (Wvv. 1081.) N
(2) Indien voldaan is aan het voorschrift van lid (1), is de nieuwe houder van het motorrijtuig bevoegd voor het gebruik daarvan een aan den vorigen houder uitgereikt proefritbewijs te bezigen tot het Gj, waarop ingevolge lid (1) het nieuwe kenteeken moet zijn aangebrac ie
_ (3) Van den overgang van een motorrijtuig als bedoeld in het babi lid wordt door den houder van het proefritbewijs binnen 24 uren kend gegeven aan de bevoegde autoriteit, belast met de afgifte van numme en proefritbewijzen. (Wvv. 1081, 1093.) Mi À eikin
(4) De nieuwe houder van het motorrijtuig is verplicht bij de uitr ee i van een nummerbewijs het door hem tijdelijk gebruikte proefritbew ving te leveren bij de in het vorige lid bedoelde autoriteit, die voor terugzen ais aan den houder van het bewijs zorg draagt. Indien een nummer He tot wordt geweigerd is de tijdelijke houder van het proefritbewijs yerp eae gelijke inlevering van dat bewijs binnen twee werkdagen nà ont’ 2 van een desbetreffende kennisgeving. (Wvv. 44, 103?.)
Nummering van andere rijj- en voertuig ons
53, Onverminderd het bepaalde bij art. 14 van de Wegverkeer voor
antie wordt een nummering als in dat art. bedoeld niet geélsc
WEGVER eN EL brancards, voor rij- of voertuigen grip van de belading niet meer bele eee rij- of voertuigen, voor militaire doeleindes one ce en voor bijzondere ofsvorm als zodanig: kenbat an md, die door hun aard SM i tot het besturenvan motorrijtuigen
js iew. S. 38—7 14.) Een rijbewij iet ui ne ar
met genoegzame selen koen rast cae eco ene
bereikt den leeftijd van 18 jaren v STEPPER ee
an ] oor groep A, 21 jaar voor de groepen BI en B If en 16 jaar voor de groepen C en D. De
(2) Tot het besturen van openbare motorrijtuigen zijn slechts bevoegd personen, die den leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, en van wier be- voegdheid uit een aanteekening op het hun uitgereikte rijbewijs blijkt
(3) Indien bijzondere omstandigheden daartoe — naar het oordeel van de in art. 16 lid (2) van de Wegverkeersordonnantie aangewezen autoriteit — aanleiding geven, kan in afwijking van het bepaalde bij de leden (1) en (2) een rijbewijs worden uitgereikt aan iemand, die den vereischten leeftijd nog niet heeft bereikt. (Wvv. 63.)
55, (Gew. S. 38-714.) Een rijbewijs kan worden geweigerd aan een aan- vrager, die door herhaalde veroordeeling wegens het in het wegverkeer begaan van een der bij de artt. 359, 360, 406, 408, 409, 410 of 492 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten, dan wel wegens over- treding van de bij of krachtens de Wegverkeersordonnantie gegeven voor- schriften blijk heeft gegeven niet geschikt te zijn om als bestuurder van een motorrijtuig op te treden.
- (1) Een rijbewijs wordt niet afgegeven, indien de aanvrager niet de lichamelijke of geestelijke geschiktheid heeft voor het besturen van een motorrijtuig van de groep, als in de aanvraag aangegeven.
? (2) Indien de ambtenaar, die aangewezen is om de aanvraag te beoor: deelen, dit ter verkrijging van de noodige zekerheid omtrent de in het eerste lid bedoelde geschiktheid noodig acht, kan hij eischen, dat de aan- vrager zich onderwerpt aan een onderzoek door een daarvoor aangewezen geneeskundige van den Dienst der Volksgezondheid. :
(3) Indien het geneeskundige onderzoek in lid (2) bedoeld er toe leidt, dat den aanvrager geen rijbewijs wordt uitgereikt, kan overeenkomstig de aanwijzing van den met het onderzoek belasten geneeskundige tevens een termijn van ten hoogste zes maanden worden opgegeven, waarbinnen een nieuwe aanvraag niet in behandeling wordt genomen: Vind ak Be
57, (1) Indien de aanvrager voldoet aan de voorschriften inza ke ee An en lichamelijke en geestelijke geschiktheid, wordt hij gudemna re a een onderzoek naar zijn kennis der verkeersregelen en zijn bekwaam i in het besturen. ' :
© (2) ( Aungev. 8. 38-714.) Het onderzoek naar de kennis der ver seers ® gelen omvat voor de rijbewijzen van alle groepen de Beaty BEN 54 en keersvoorschriften, opgenomen in de artt. 2, 4, 6, 8, 22, pe, hj yy EA 59 der Weaverkeersordonnantie, in de artt. 2 tot en maw, Tverse wet: tot en met 24 van deze verordening en in EA bedoeld tn art. 16 gevers, welke geldig zijn binnen het am btsgebie 5 Eek wordt ge- lid (1) van de Wegverkeersordonnantie — waar het Pa 3) vastgestelde houden, zoomede de kennis van de krachtens art. oe B je. B ir boven: bakens en teekens, en voor de rijbewijzen van en artt. 25 tot en met dien de kennis van de voorschriften opgenomen 1 t 2 (2) zoomede van 29, 31, 32, 97 leden (1) tot en met (3), en Balers 5 } an voorkomende in de voorschriften betreffende vrachtauto's en one hee de bovenbedoelde verordeningen van lagere Mea revende tot het be-
De aanvragers van een rijbewijs, de bevoret dien blijk geven voor sturen van op enbare motorrijtuigen, moeten boven Zoover betreft aanvragen van: A at yoornaamste wijken
a. het rijbewijs A, van kennis van ge este en a bovendien van en wegen der plaats, waar zij hun berOER Re
1306 WEQVEREEERSVERORDENING.
eN kennis van de artt. 25, lid (1), 28, 29, leden (1), (2) en (4), en 30 van de Wegverkeersordonnantie en van de artt. 67, 68, 73, lid (6), 77, 78, 79, 80 leden (2) en (5), en 81 van de Wegverkeersverordening ; :
b. de rijbewijzen B I en B II, van kennis van de artt. 25, lid (1), 28, 99 30, 31, lid (1), 32, lid (6), 35, 40, leden (1) en (4) van de Wegverkeers. ordonnantie en van de artt. 67, 68, 73, lid (6), 78, 79, 80, leden (1), (3) (5) en (6), 81, 82, 83, 9la, 94, lid (1) en 95 van de Wegverkeersverordening.
(3) Het onderzoek naar de bekwaamheid in het besturen omvat de noodige rijproeven onder verschillende verkeersomstandigheden met pas. sende snelheid, zoomede de bekwaamheid in het bedienen van de ver. schillende mechanismen.
(4) (Gew. S. 38—714.) Door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur worden na overleg met den Directeur van Verkeer en Waterstaat nadere voorschriften gegeven betreffende het in het derde lid bedoelde onderzoek voor elk der in art. 15, lid (2) van de Wegverkeersordonnantie bedoelde groepen van motorrijtuigen.
(5) Het onderzoek, bedoeld in lid (1) kan worden beperkt of nagelaten, indien den ambtenaar, die aangewezen is om de aanvraag te beoordeelen, bekend is of op andere wijze is gebleken, dat de aanvrager de vereischte kennis van de verkeersvoorschriften en de vereischte bekwaamheid in het besturen bezit.
(6) Indien het resultaat van het onderzoek niet bevredigend is, kan binnen 14 dagen een herhaald onderzoek plaats hebben. Indien ook dit er toe leidt, dat den aanvrager geen rijbewijs wordt uitgereikt, kan hem een termijn van ten hoogste twee maanden worden opgegeven, waarbinnen een nieuwe aanvraag niet in behandeling wordt genomen. t
9 58. (1)( Aangev. S. 38—714.) Tot het in art. 57 bedoelde onderzoek zijn slechts bevoegd de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur en de
algemeene politie, die in het bezit zijn van een rijbewijs voor de groep van motorrijtuigen, waarop de aanvraag betrekking heeft, met dien verstande, dat voor het onderzoek naar de bekwaamheid van den aanvrager van een rijbewijs B II, de ambtenaar slechts in het bezit behoeft te zijn van een rijbewijs BI.
(2) (Toeg. S. 388-714.) Waar geen ambtenaar, die aan den in lid (1) gestelden eisch voldoet, bescheiden is, kan de Directeur van Verkeer cn Waterstaat afwijking van dat voorschrift toestaan. d
© 59. (1) (Gew. S. 38—714.) Behoudens het bepaalde bij art. 65, lid (2) wordt de aanvraag tot het verkrijgen van een rijbewijs gesteld in de Nederlandsche of Maleische taal op een formulier, waarvan het model door den Directeur van Verkeer en Waterstaat na overleg met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur wordt vastgesteld. (Wbesl. VW. 40; Bb 13699, model.)
(2) De in het eerste lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van twee goed: gelijkende portretten van den aanvrager en bevat de volgende gegevens”
a. naam en voornamen, datum, jaar en plaats van geboorte, beroep, woonplaats of tijdelijke verblijfplaats van den aanvrager ; den
- mededeeling of de aanvrager reeds eerder een rijbewijs heeft aang vraagd, dan wel in het bezit is geweest van een geldig rijbewijs «16
_¢. opgave voor welke groep van motorrijtuigen als bedoeld in 87°: lid (2) der Wegverkeersordonnantie een rijbewijs verlangd worde
(3) De autoriteit, belast met de uitreiking van rijbewijzen kan eischen: dat de opgaven, bedoeld in het tweede lid onder a, gestaafd worden ne) schriftelijke bewijsstukken, of betrouwbare getuigenissen. (AAS iteit,
- (1) De aanvrager is verplicht op een door of namens de au vel- belast met de uitreiking van rijbewijzen, te bepalen plaats en er @ aan: schijnen, teneinde nadere inlichtingen te verstrekken omtrent onder- vraag, het bewijs te leveren als bedoeld in art. 59 lid (3) of zich te 0" 57. werpen aan een onderzoek, als bedoeld in art. 56 lid (2) of In hee een
(2) Indien de aanvrager zonder geldige reden niet voldoet der als oproeping om te verschijnen als in lid (1) bedoeld, wordt de aanv ingetrokken beschouwd.
WEG ——______ SV EBEEERSVERORDENING. ;
(3) Indien blijkt, dat ee
2 zi ’ een of me niet overeenstemmen m er gegevens, bed . rijbewijs worden peers werkelijkheid, kan ids ie 59 lid (2)
61, (1) In het rijbewijs ende ®lking van een
a. de gegevens, bedoeld in Avs vermeld ;
b. de datum van uitreiking; — 99 lid (2) onder a en ¢;
gd datum van beëindiginz won F
(2) Het rijbewijs wordt Joore n den geldigheidsduur. die met de afgifte belast is, t len van de handteekening tretten daarop wordt berei een der in art. 59 lid (2) ted See de autoriteit, die het rijbe EG wordt voorzien van een en
(3) Het rijbewijs wiene el laa stempel van heid van den met de uitreiki uitgereikt dan nadat het in t i onflarieciant actor i ambtenaar door dew avrg handteckenings nist Ean ire ile r yinafdeal is voorzien of, indien ue voorzien. Bij het ontbreken i di beet fore rechterduimafdruk “i een anderen vinger op het rijbewij en rechterduim wordt de afd 5 melding gemaakt op het rijbewijs gesteld, waarvan op dat beens ey
aakt. ijs wordt
(4) De modellen van de rijbewij teur van Verkeer en Waters ree oe rden vastgesteld door den Direc- landsch Bestuur. (Wbesl. VW. 46 Bb metiden Direoteur van Binnen.
62, (1) (Gew, S. 38-714.) Ten kanto Be eee peel) wijzen belaste autoriteit worden Sonica se aarde met de.afgitte yan ribe- de rijbewijzen afgegeven voor elk der in a aangelegd en bijgehouden van keersordonnantie bedoelde aren hen art 18; lid (2) van de Wegver-
(2) In de registers wordt aanteekenin Een, worden: EN ning gehouden van het ongeldi
kt van rijbewijzen en van alle bijzonderheden, di Cd NG) D identificatie van de houders Bide nese : oor den Directeur van Verkee W mee a ‘ : er en Waterstaat worden na overle lid (1) be :Direoseurs vans Biggenlandseh Bestuur de modellen van de ie | (Whesl. VW. 48; Bb, 14136, modellen.) Buligudacearven vals | : (4) Inlichtingen uit de registers van rijbewijzen worden aan anderen lan ambtelijke autoriteiten verstrekt tegen vergoeding van / 0,50 per ES De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan in bias : ae Boe, Sen andre vaststellen. Deze ontvangsten worden as. 63. (1) Indien vermoed wordt, dat de houder van een geldig rijbewijs nee voldoet aan de eischen, bedoeld in de artt. 54, 56 en 57, kan hij door e autoriteit, belast met de afgifte van rijbewijzen, worden opgeroepen om anaes daarbij te bepalen plaats en uur te verschijnen, teneinde de noodige al ichtingen te verstrekken en zich te onderwerpen aan con onderzoek
Feros in art. 56 lid (2) of in art. 67.
a ) Indien uit de verstrekte inlichtingen of de gehouden onderzoekingen
d ikt, dat de betrokkene niet voldoet aan de in de artt. 54, 56 en 57 be-
ande eischen, of indien hij zonder geldige reden niet heeft voldaan aan
Srl sebeorale lid bedoelde oproeping, kan zijn rijbewijs ongeldig worden aard.
- Indien tot ongeldig-verklaring wordt besloten, vindt het be- paalde bij art. 56 lid (3) of art. 57 lid (6) overeenkomstige toepassing. 8 64, Indien de houder van een rijbewijs zijn. woonplaats overbrengt naar
en nieuwe plaats van vestiging die gelegen is in het ressort van een andere met de uitgifte van rijbewijzen belaste autoriteit dan die, binnen pene ressort hij gevestigd was, is hij verplicht vóór zijn ver trek daarvan branis te geven aan Jaatstbedoelde autoriteit; tevens 2 hij verplicht pinnen veertien dagen na aankomst OP de nieuwe plaats van vestiging one aan hem uitgereikte rijbewijs te vertoont, aan de ter plaatse met de itgifte van rijbewijzen belaste autoriteit. (Wvv: 108; W besl. ae Xi 65. (1) Binnen twee weken nadat een rijbewijs zin. geldighei zitt erloren, is de houder verplicht het bewijs in te leveren bij de met de atgitte
1308 WEGVERKEEESVERORDENING. van rijbewijzen belaste autoriteit binnen wiens ressort hij is gevestigd
(2) (Aangev. S. 38714.) Indien een rijbewijs versleten is, dan wel geheel of ten deele onvoldoende leesbaar is geworden, is de houder verplicht een nieuw rijbewijs aan te vragen, dat hem wordt uitgereikt tegen inlevering van het oude. De indiening van een schriftelijke aanvraag kan achterwege blijven, indien het bewijs niet langer dan drie jaren vóór het tijdstip van indiening van de aanvraag is uitgereikt. (Wvv. 59, 1081.)
Dienst- en rusttijden van bestuurders van motorrijtuigen.
65 a. (Ing. 8. 38-714.) Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat kunnen voorschriften worden gegeven omtrent dienst- en rusttijden van bestuurders van motorrijtuigen. (Wvv. 108*; Whesl. VW. 64y.; Bb. 14136, model.)
Keuring van motorrijtuigen, aanhangwagens en opleggers.
© 66. (1) (Gew. S. 40—73.) De organisatie van den keuringsdienst wordt geregeld in een provincie in een groepsgemeenschap en in het Cultuur- gebied der Oostkust van Sumatra bij besluit van het dagelijksch bestuur van de betrokken openbare gemeenschap en elders door den Directeur van Verkeer en Waterstaat.
® (2) Het hoofd van den keuringsdienst wordt aangewezen door het dagelijksch bestuur van de betrokken openbare gemeenschap dan wel door den Directeur van Verkeer en Waterstaat, naar de in lid (1) gemaakte onderscheiding. Onder zijn leiding geschiedt de keuring door een of meer ambtelijke keurmeesters. Als zoodanig kunnen slechts worden aangesteld ambtenaren in dienst van de betrokken openbare gemeenschap, en — na daartoe verkregen instemming van de bevoegde autoriteiten — andere burgerlijke dan wel militaire overheidsdienaren. De keurmeesters zijn terzake van de uitoefening van hun taak uitsluitend ondergeschikt aan
het hoofd van den keuringsdienst. (Wbesl. VW.50; Bb. 14138, 14209.)
(3) De keurmeesters moeten voldoen aan de door den Directeur van Me = Waterstaat te stellen eischen van bekwaamheid. (Wbesl.
? (4) In provincies wordt in elke residentie en elders in elke afdeeling voor de keuring op een of meer plaatsen en op geregelde tijdstippen zitting gehouden. (Wvv. 67.)
„67. (1) (Gew. S. £0—73.) De aanvraag tot keuring van een motor rijtuig, aanhangwagen of oplegger wordt schriftelijk of mondeling inge diend ter, in het ressort van den keurmeester, waarbinnen het rij- of voertuig als regel verblijft, gelegen plaatse, als bepaald bij het in art. 66 lid (1) bedoelde besluit. Indien het rij- of voertuig geregeld verblijft in meer dan één ressort als vorenbedoeld wordt als geregelde verblijf plaats aangemerkt dàt ressort, waarin de met de dagelijksche leiding van het bedrijf belaste persoon is gevestigd.
_ (2) De aanvraag voor een tweede of volgende keuring moet worden ingediend ten minste één maand voor het verstrijken van den geldigheids- duur van het goedkeuringsteeken als bedoeld in art. 73. :
® (3) (Toeg. 8. 38-714.) Indien een motorrijtuig, aanhangwagen of Je legger zich op het in het tweede lid bedoelde tijdstip bevindt buiten Gr afdeeling waarbinnen het rij- of voertuig als regel verblijft, Ln ter schriftelijke aanvraag om keuring worden ingediend. bij den keurmee van de tijdelijke verblijfplaats van het rij- of voertuig. Deze keurme is: vraagt de noodige bescheiden op van den keurmeester van het Kn gebied, waar het rij- of voertuig is ingeschreven, verricht de kev | en zendt de bescheiden terug. elegd
- (Gew. S. 38—714.) Bij de aanvraag tot keuring wordt overs ryan een bewijs van storting van de in art. 70 bedoelde vergoeding, yi ealine) de ontvangst wordt aangeteekend op de bij art. 69 bedoelde mededé en wordt opgave gedaan van:
Ww
Mit... 2
a. het kenteeken als be ;
b-delen a art. 8 van de Wegverkeersord. i
A an den eige Connantie ;
een rechtspersoon is, tevens van de en de „houder en indien de die den rechtspersoon in dezen Ta tegenwec jj Cormamen van den ene,
c. het adres van den eigens of hor genwoordigt; gene,
d. de plaats, waar het rij- of v art ae vertegenwoordiger ;
e. het maximum-gewicht deri, oertuig als regel verblijft ; ; mantel Veeren een ln goederen en het maximum.
f. de soortnaam van het rij- of vote erPeetepen);
g- het contréle-nummer, voor oord
op een ree ds gekeurd rij. of Seti: ® aanvraag betrekking heeft „het al of niet openba ik. 8 se
ay gemaakt. Wrs. 572) gebruik, hetwelk van het rij- of voertuig
- (1) De eerste keurin : =
indienen van de rrd oe Core a wl spoedig mogelijk na het
mopquk voor het einde van den geldigheidsduur a Hetiprediee Kort
eeken. nh
(2) Tijd en plaats van i seg Te: medeeaiedla. Aver En at worden den aanvrager sohriftelijk
- (1) (Gew S. 49-220.) Behoud ij (1) en (3) is voor elke keuring He he Rete ak Ja he has bere / HE voor een autobus, vrachtauto of dota cee
angwagen of oplegger, en ä tui 3 pen hb,’ ER ie Be 50 voor elk ander motorrijtuig en voor
(2) Indien het rij- of voertuig zonder geldige reden niet op overeen- komstig art. 69 opgegeven tijd en plaats wordt voorgereden, kan opnieuw een vergoeding als in het eerste lid bedoeld worden gevorderd.
? (3) De vergoeding wordt in het gebied, waar ingevolge art. 25 lid (3) van de Wegverkeersordonnantie de keuring aan openbare gemeenschappen 18 opgedragen, gestort in de kas dier gemeenschappen en elders by de daartoe aangewezen landskantoren. (Wvv. 68, 745, 1147.)
„TL. (Aangev. S. 38-714.) (1) De keuring omvat een onderzoek naar de eischen, waaraan het rij- of voertuig moet voldoen ingevolge de voor- schriften van de artt. 16, 18, 22, 24, 25, 26, 27, 29, 31, 32, 34, 35 en 78 lid (2). Bij de tweede en volgende keuringen wordt bovendien onderzocht of het rij- of voertuig nog overeenkomt met de in het keuringsbewijs gegeven beschrijving. In geval een motorrijtuig afwijkt van de in het nummerbewijs gegeven beschrijving, wordt door den keurmeester van die afwijking kennis gegeven aan do betrokken autoriteit en wordt niet tot keuring overgegaan, alvorens de eigenaar of houder een nieuw nummer- bewijs vertoont, dat een juiste beschrijving van het motorrijtuig inhoudt.
(2) De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan verdero eischen Vaststellen, waaraan bij het in het vorige lid bedoelde onderzoek moet worden voldaan, en nadere voorschriften geven ten aanzien van de wijze Van onderzoeken. De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan de keuringsdiensten te allen tijde doen inspecteeren door porgerlike of a taire ambtenaren, die van een door hem gegeven opdracht zijn eind ; de hoofden der keuringsdiensten en de keurmeesters zijn verplicht aan 8 e ambtenaren inzage van hun registers te verleenen, hun alle gemaa lnlichtingen te verstrekken en de aanwijzingen op te volgen. mn : ve Met betrekking tot de wijze van keuren, de vaststelling van he dee 5 die
Deen en het voeren van de sdminstrn de en keuring door 4mbtenaren worden gegeven. (Wbesl. VW. 62-09) i
(3) De eigenaar ae fonder oe het rij- of oe Say is ees
reurmeester de noodige hulp bij de keuring aera
rleenen, (Wvv. 735.) chtauto, tractor,
a) By de earste goeding van a 5 la) van de
W gwagen of oplegger wordt uitge! bewijs, dat het rij- of voertuig gverkeersordonnantie bedoelde keuringsbewijk, ©
Volgt ongeacht wie daarvan de eigenaar of houder is.
- WEGVERKEERSVERORDENING. gn
(2) Indien het rij- of voertuig een wijziging heeft ondergaan, waardoor het afwijkt van de in het keuringsbewijs gegeven beschrijving wordt het keuringsbewijs op den eerstvolgenden dag, waarop door den keurmeester zitting wordt gehouden, ter wijziging aangeboden aan den keurmeester; binnen wiens ressort het rij- of voertuig als regel verblijft. (Wvv. 1081.)
(3) De eigenaar of houder is verplicht vóór dat de geregelde verblijf plaats van het rij- of voertuig wordt overgebracht naar het ressort van een anderen keurmeester, daarvan kennis te geven aan den keurmeester, binnen wiens ressort het motorrijtuig oorspronkelijk verbleef. Laatst- bedoelde keurmeester draagt zorg voor tijdige doorzending van de onder hem berustende bescheiden betreffende het rij- of voertuig. (Wvv. 1085.)
(4) Indien een keuringsbewijs versleten is dan wel geheel of ten deele ; onvoldoende leesbaar is geworden, is de houder verplicht een nieuw bewijs aan te vragen, dat hem wordt uitgereikt tegen inlevering van het oude. (Wvv. 1081) ‘
(5) Voor hetzelfde rij- of voertuig wordt slechts dan een nieuw keurings- bewijs uitgereikt, indien aannemelijk wordt gemaakt, dat het vorige ver- loren is. geraakt. Dit laatste verliest zijn geldigheid bij de uitreiking van het nieuwe bewijs.
(6) (Gew. S. 38-714.) Het keuringsbewijs wordt door den eigenaar of
houder van het rij- of voertuig bij den betrokken keurmeester ingeleverd binnen 14 dagen nadat:
a, het rij- of voertuig, waarvoor het is uitgereikt, is te niet gegaan dan wel blijvend buiten gebruik is gesteld ;
b. het bewijs zijn geldigheid heeft verloren. (Wvv. 1081.)
73, (1) Ten bewijze, dat het rij- of voertuig is goedgekeurd wordt het 7 door den keurmeester voorzien van een goedkeuringsteeken, terwijl van | de goedkeuring aanteekening wordt gehouden op het keuringsbewijs, indien een zoodanig bewijs is uitgereikt. |
(2) Het goedkeuringsteeken heeft, behoudens het bepaalde bij de leden | (3), (4), (5) en (6) een geldigheidsduur van zes maanden. ip |
(3) De geldigheidsduur kan door den keurmeester met ten hoogste een |
| maand worden verlengd, indien de aanvraag tot keuring tijdig is ingediend, \
| doch de keuring buiten de schuld van den eigenaar of houder niet voor het i eind van den geldigheidsduur kan plaats vinden. Deze verlenging wordt aangeteekend op de in art. 69 lid (2) bedoelde mededeeling.
(4) De geldigheidsduur kan door den keurmeester worden bepaald op minder dan 6 maanden, doch niet minder dan 3 maanden, indien dit in verband met de samenstelling of den toestand van het rij- of voertuig» het intensieve gebruik, dat er van gemaakt wordt, dan wel om andere redenen, met het oog op de veiligheid noodig is. (Wvv. 742.)
(5) Indien bij een onderzoek als bedoeld bij art. 54 van de Weg verkeers” ordonnantie, gehouden voordat de geldigheidstermyn van het goedkeu- ringsteeken is verloopen, blijkt, dat het rij- of voertuig niet voldoet aan de eischen bedoeld bij art. 71, kan de keurmeester het goedkeuringsteeken verwijderen ; daaromtrent wordt door hem een aanteekening Op bet keuringsbewijs gesteld. Het bepaalde bij art. 74 lid (1) vindt in dit geva overeenkomstige toepassing: : |
(6) Een goedkeuringsteeken is slechts geldig, indien het op de ingen” ie het achtste lid voorgeschreven wijze aan het rij- of voertuig is aangebrac™ (W oe het keuringsbewijs zijn geldigheid niet heeft verloren. )
vv. 577,
(7) Indien het rij- of voertuig bij een ongeval ernstig wordt leech | digd, verwijdert de met het onderzoek belaste ambtenaar. het es keuringsteeken en houdt daarvan aanteekening op het keuringsbew Ve
(7a) (Toeg. S. 38-714.) Indien een vrachtauto, autobus, opl Eeen | aanhangwagen gedurende langer dan drie maanden ne afloop ve ia geldigheidsduur van het goedkeuringsteeken niet wordt geëxplone cop de eigenaar of houder verplicht daarvan binnen veertien dagen nà seater: . van dien termijn kennis te geven aan den betrokken keurme j
Wvv. 1081)
(8) Door den Directeur van Vi
de modellen van het keurine erkeer en Waterstaat w
voorschriften gezeven dann ijs en het goedkouringstecken Ne et
ringsteeken aan het rij- of voe ae van aanbrengen van het sed en
13699, modellen.) reuIg. (W VV, 67; W besl. VW. Gv - Bb.
_ 74, (1) Indien het rij- of voertuig niet gt
eigenaar of houder terstond schrifteliik Silage edgekeurd, wordt den
verbeteringen, welke moeten worden JK volledige opgave gedaan van de voor de herkeuring worden vastge nl ‘waarbij tijd en plaats ondergeschikten aard zijn, kan dike eel de verbeteringen van korten’ termijn’ stellata virial: den eigenaar of houder een indien het rij- of voertuig binne hes : rerbeteringen aan te brengen ; en de verbeteringen ten genoegen eee ne termijn wordt voorgereden is Dt de herkeuring geen keurloon Parsons denn Pace pee ndien de eigena cohen: :
keurmeester, als badbelaiayctea nian ret met een beslissing van den kan hij zich wenden tot het hoofd van a 4 ker aa bien ee ien vorgraeen nén advieë van doh Eahientemesan tere a en die na ingewon- wel een herkeuring gelast door een arne Ean ee door een anderen keurmeester. ne eer gel
P (3) (Gew. S. 49-220.) Ten i
de in het vorige lid geadeld dere en ee Wel iste rel op de wijze als in dat lid bepaald, indien het rij- Soa or Ld ie herkeuring niet is goedgekeurd. Voor elke tweede of eblnehde, : A oe kp gelaste herkeuring is door den eigenaar of houder een vergoeding van f 100.— verschuldigd, ongeacht of het rij- of voertuig inmiddels van eigenaar of houder is veranderd. Tot een tweede of volgende herkeuring wordt niet overgegaan, alvorens de vergoeding ter plaatse en op de wijze als bedoeld in art. 70 lid (3) is gestort. (Wvv. 114’)
_(4) De ingevolge bet vorige lid gestorte vergoeding wordt aan den eigenaar of houder terugbetaald, indien het rij- of voertuig in den toestand, waarin het aanvankelijk werd afgekeurd, bij een herkeuring wordt goed: gekeurd. (Wvv. 70, 1147.)
- Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat worden voorschrif- ten gegeven omtrent de registratie van ter keuring voorgebrachte rij- en voertuigen. (Wbesl. VW. 62v.; Bb. 13699, 14136, model.)
Openbare rijj- en voertuigen.
- Vervallen : S. 38-714.
TT. De eigenaar of houder en de bestuurder van een openbare personen- auto, welke niet wordt geëxploiteerd op de wijze als bedoeld in art. og lid (4) van de Wegverkeersordonnantie, zijn verplicht het motorrijtuig, zoolang het in bedrijf is en daarmede geen reizigers worden Revere voorzien van een door den Directeur van Verkeêr en Waterstaat vast te stellen en op door hem te bepalen wijze aan te brengen Kn (Wvv. 572, 814, 1081; Wbes). VW. 68; Bb. 13699, model.)
- (1) Reizigers van openbare motorrijtuigen zijn verplicht de Ca btn op te volgen, welke door het personeel in het belang van orde
veiligheid worden gegeven.
(2) De eigenaar of Heutier en de leden van het personeel van nit atta baar motorrijtuig zijn verplicht ervoor te zorgen, dat het Ee en uitwendig voldoet aan redelijke eischen van netheid en zindelij ; (Wvv. 572, 71, 1081.) it. of voertuig kan den ae De eigenaar of houder van een Utara bestuursressort of
tuurder voorzien van een kaart, vermeldende ig wenscht te de trajecten, waartoe hij de exploitatie van het rij- of voertuig wrkarterkt geperken. Voor zoover betreft motorrijtuigen Se. 7, 81)
or de in art. 80 lid (4) bedoelde autoriteit. (1 VN OT draagt
- (1) De eigenaar monden van een openbare ty EE sbrief dat daarin op een voor de reizigers goed sneren
1812 WEGVERKEERSVERORDENING. EE een kaart bevattende de dienstregeling en de ingevolge art. 32 lid (1) onder 38 van de Weg verkeersordonnantie vastgestelde tarieven voor het vervoer van personen en goederen.
(2) De eigenaar of houder van een openbare personenauto en een openbaar rijtuig draagt zorg, dat de bestuurder in het bezit is van een kaart, bevattende de door hem zoomede de ingevolge art. 30, 34 of 39 van de Wegverkeersordonnantie vastgestelde tarieven voor het vervoer van personen.
(3) De houder van een vergunning als bedoeld in art. 40 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie draagt zorg, dat de bestuurder van het motor- rijtuig in het bezit is van een kaart, bevattende de in art. 42 van de Wegverkeersordonnantie bedoelde tarieven voor het vervoer van goederen.
(4) Dienstregeling en tarieven als in de vorige leden bedoeld warden voor zoover zij betrekking hebben op motorrijtuigen gesteld op kaarten, waarvan het model wordt vastgesteld door den Directeur van Verkeer en Waterstaat, en welke worden gewaarmerkt door of namens het gezag dat de dienstregeling of de tarieven heeft vastgesteld. Indien geen bindende tarieven. door eenigen gezaghebbende zijn vastgesteld geschiedt de waar-
merking door de in art. 8 van de Wegverkeersordonnantie bedoelde autoriteit.
(5) De bestuurders van de in dit art. bedoelde openbare motorrijtuigen en rijtuigen zijn verplicht de kaarten, vermeldende dienstregeling en tarieven, desverlangd aan een ieder te toonen.
(6) Op elke openbare autobus en vrachtauto moet duidelijk worden aangegeven de naam van de onderneming of een afkorting daarvan, dan wel indien de onderneming geen naam draagt, van den eigenaar of houder ; |
_ Op openbare autobussen moeten bovendien worden vermeld begin- en | eindpunt van den rit. (Wvv. 57?, 1081: Bb. 13699, 14136, modellen.) | © (7) (Toegev. 8. 40—73.) Bij besluit van het dagelijksch bestuur eener openbare gemeenschap, of waar deze niet bestaat, in de gouvernementen | Jogjakarta en Soerakarta bij besluit van den gouverneur en elders van den resident kunnen voorschriften worden gegeven omtrent het aanbrengen in een openbare personenauto op een voor de reizigers
goed zichtbare plaats van een plaat of geschrift, waarop of waarin de in Í
art. 8, lid (1) van de ,,Wegverkeersord.” bedoelde nummer en letter(s) | zijn vermeld, |
81, (1) De verplichting bedoeld in art. 29 lid (1) van de Wegverkeers- ordonnantie geldt : =
a. voor openbare rij- en voertuigen, welke zijn ingericht voor bijzonder vervoer, slechts voor dat vervoer ;
b. niet voor openbare personenauto's als bedoeld in art. 77, welke | buiten bedrijf zijn gesteld ;
¢. voor openbare rij- en voertuigen slechts voor het gebied tot hetwelk de exploitatie van het rij- of voertuig blijkens de in art. 79 pedoelde kaart blijft beperkt.
(2) Het is den exploitant en het personeel van een voor het vervoer van personen ingericht openbaar rij- of voertuig verboden : EN j
a. personen in kennelijk beschorken toestand of hen, die wegens ae of ongesteldheden dan wel om andere redenen voor andere reizigers | hinderlijk of gevaarlijk zijn, in het rij- of voertuig toe te laten ; ;
- vuurwapens, buskruit, munitie of vuurwerk ten vervoer Ce a nemen, tenzij op zoodanige wijze verpakt of opgeborgen dat de veiligbet van de reizigers en het personeel niet in gevaar wordt gebracht ; mi
c. vergiftige gassen of ontplofbare stoffen ten vervoer Aan geren
d. zieke of gevaarlijke dieren te vervoeren. (Wvv. 577, 83, 108 ay :
- (1) De reiziger, die desverlangd geen geldig plaatsbewijs Te en den verschuldigden vrachtprijs niet dadelijk betaalt, kan uit openbaar motorrijtuig worden verwijderd. st
(2) De betaling van de vrachtprijzen kan worden gevorderd in afgepe geld. (Wvv. 572, 83.) 4
WEGVERKEERSVERORDENING. 1313
- Onverminderd het bepaal ij ;
a. in een afdeeling van ee 33 is het verboden : te gaan, dan door het plaatsbewijs is ass van een openbare autobus noodige bijbetaling te doen ; aangegeven, zonder vooraf de
b. verder te reizen in een 0 enb zijn plaatsbewijs recht heeft, erie eee dan waarop men volgens
ag tegen e noodige bijbetaling te doen :
Pp e autobus te vertoeven, wanneer dit d. a | op grond van art. 81 lid (2) of 82 d ie cael
OEL en da 40-13) (1) neden, Wvv. 577, 1081.) gemeenschappen, of waar deze niet bestdan Supe Se
PRE 5 c euren cet aan als bedoeld in art. 129 der Indische Staatsregeling, kunnen rdere aanvullende voorschriften worden vastgesteld betreffend. bare rij- en voertuigen, geen motorrijtuig zijnde en bet of nid de bestuurders en trekdieren van die rij- en voertuigen. ae hc
(2) Bij besluit van het dagelijksch bestuur eener openbare gemeen- schap, of waar deze niet bestaat in de gouvernementen loen en SES bij besluit van den gouverneur en elderg van den resident,
a. na overleg met den betrokken wegbeheerder standplaatsen voor alle of bepaalde soorten van openbare rij- en voertuigen worden aangewezen ;
b. in bebouwde kommen halten voor openbare autobussen worden aangewezen. (Wvv. 106.)
(3) (Gew. S. 88-714.) Het is den bestuurder van cen openbaar rij- of voertuig op bij besluit van het in het vorige lid bedoelde gezag aange- wezen wegen verboden het rij- of voertuig buiten noodzaak :
a. standplaats te doen innemen elders dan op de aangewezen stand- pee voor rij- of voertuigen van de soort, waartoe het rij- of voertuig
ehoort ;
b. in stilstand te brengen of te hebben tot het uit- of instappen van reizigers elders dan op de aangewezen halten voor rij- of voertuigen van de soort, waartoe het rij- of voertuig behoort (Wvv. 108.)
Vervoer van personen met openbare autobussen en personenauto's.
( Artl. 85—06 buiten werking gesteld voor Nw-Guinea bij Gb. or Al
- (1) De aanvragen om vergunningen als bedoeld in de artt. 31 lid (1) en 33 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie worden ingericht overeen. komstig door den Directeur van Verkeer en Waterstaat vast te stellen modellen. (Bb. 13699, 14136, 14209.) : LA
(2) De aanvrager en de houders van vergunningen als bedoel st ht artt, 31 lid (1) en 33 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie aa 3 EER ich aan het gezag, dat bevoegd is de vergunning te verleenen, alle in le te verstrekken, welke noodig worden geacht om de ze ee oe deelen. Zij zijn bovendien verplicht aan dat gezag nibge ine hebbende de opihet doön Hen uitgeoefende vorvoersbedrijf betrekking heb boeken en bescheiden: : id (6) en 33 li
(3) De kere bnn bedoeld in de artt. 31 lid (1), 32 lid Ceo van de Wegverkeersordonnantie worden verleend overee ee eae lant den Directeur van Verkeer en Waterstaat vast to ste Bb. 1: 209. 5 ‘eur = 86. io oee rid ) De besluiten bedoeld in aen vaa AE keersordonnantie worden openbaar gem eat rl am Courant en in een of meer plaatselijke cag PACE cen vergunning als
- (Gew. S. 40-73.) (1) Voor de overdracht van antie is de goed. bedoeld in art. 31 lid (1) van de Wegverkeer estip van de aanvraag keuring vereischt van het gezag: aie a vorenbedoeld te verleenen. dier goedkeuring bevoegd is de deed edkeuring, kan de vergunning Indien zij heeft plaats gebad zonder die g0 j ae Worden ingetrokken. 3 : rige lid bedoelde g
(2) Heesbestnt tot weigering van jen keuring wordt met redenen omkleed.
1314 WEGVERKEERSVERORDENING. nnee © (3) Van een besluit tot weigering van de goedkeuring van de over- dracht kunnen belanghebbenden binnen drie maanden na den datum van verzending van het besluit in beroep komen bij een der in art. 37 4 lid (4) van de „Wegverkeersordonnantie”’ bedoelde autoriteiten in de in dat artikellid onderscheiden gevallen.
- (1) Bij overlijden van den houder van een vergunning als bedoeld in art. 31 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie gaat de vergunning over op diegenen van zijn erfgenamen, die binnen vier maanden na het tijdstip van overlijden de nalatenschap, al dan niet onder voorrecht van boedel- beschrijving, hebben aanvaard, en aan de autoriteit, die de vergunning heeft verleend, verklaard hebben, dat zij die vergunning wenschen te 5 behouden. (Bw. 1023v., 1032.)
(2) De wettelijke vertegenwoordiger van minderjarige erfgenamen wordt ten aanzien van de toepassing van de bij of krachtens de Wegver- keersordonnantie gegeven voorschriften en van de uitvoering van de vergunning als de vergunninghouder beschouwd.
(3) Indien er meer dan één erfgenaam is, kan de autoriteit, die de vergunning heeft verleend, vorderen, dat door of namens deze erfgenamen binnen een te stellen termijn een vertegenwoordiger wordt aangewezen, die alsdan als vergunninghouder zal gelden.
- (Gew. S. 38—714; 40—73.) (1) De openbaarmaking bedoeld in art. 37, lid (2) van de ,,Wegverkeersordonnantie” geschiedt voor zoover | betreft een aanvraag om, zoomede de verleening weigering of intrekking | van een vergunning door aankondiging in de Javasche Courant, dat de | aanvraag of de beschikking voor een ieder op de in de aankondiging vermelde kantoren ter inzage ligt.
© (2) Voor zoover betreft een verzoek om, of een ambtshalve voorge- nomen wijziging van de bij een vergunning als bedoeld in art. 31, lid (1) van de „Wegverkeersordonnantie” vastgestelde dienstregeling of tarieven
| zoomede een daarop genomen beschikking geschiedt de openbaarmaking : | a. op Java en Madoera op gelijke wijze als bij het vorige lid bepaald ;
b. in de gouvernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost door aanplakking en voor een ieder ter inzagelegging gedurende 30 dagen ten kantore van de autoriteit, die bevoegd is terzake een beschikking te nemen en van de hoofden van plaatselijk bestuur door wier ambtsgebied het traject loopt, waarop het verzoek, de voorgenomen dan wèl genomen beschikking betrekking heeft. |
? (3) Ter bestrijding van de kosten, verbonden aan de in de leden (1) en (2) sub a bedoelde openbaarmaking, is de aanvrager of houder van een vergunning verplicht vooraf een door den Directeur van Verkeer | en Waterstaat vast te stellen bedrag op de door dezen te bepalen wijze | aan de betrokken autoriteit te voldoen.
- (1) De houder van een vergunning als bedoeld in art. 31 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie, die niet zelf zijn onderneming beheert, draagt zorg, dat er een beheerder is, die het dagelijksch bestuur en de leiding van den dienst heeft en laat de exploitatie geen aanvang nemen, voordat | emand als zoodanig is aangesteld. De aanstelling geschiedt schriftelijk, | wordt door den aangestelde medeonderteekend en door den vergunnie” houder schriftelijk medegedeeld aan de autoriteit, die de vergunning heeft verleend. (Wvv. 1081.)
(2) De beheerder moet in Indonesië gevestigd zijn en verblijf houden | binnen het gedeelte van Indonesië, waar de onder zijn leiding staande dienst wordt uitgeoefend. (Wvv. 91, 108*; Wbesl. VW. 66%.) 3 _ 91. Houders van vergunningen als bedoeld in de artt. 31 lid (1) en oi lid (1) van de Wegverkeersordonnantie en beheerders als bedoeld in art: ; 90 zijn verplicht binnen acht dagen na verandering van adres daarvan ae cs, aan de autoriteit, die de vergunning heeft verleend:
vv. ? _ 91a. (Ing. S. 38—714.) (1) De houder van een vergunning als bedoeld in art. 31, lid (1) van de Wegverkeersordonnantie draagt 20T8, dat 4
WEGVERKEERSVERO
estuurders van de ae
namens de autoriteit, die ae eee te allen tijde kunnen toonen door of
kaarterl;:waaruit bijkedathe: oe heeft verleend, ondertekende
aangetroffen, met die motorrit: raject, waarop de motorrijtuigen worden
(2) Het model van de in hes ate aha worden bereden. (Wvv. 1081.) Directeur van Verkeer on Wato e lid bedoelde kaart wordt door den VW. 664.) erstaat Vastgesteld. (Wvv. 572; Wbes).
dann : 8. 40-73.
« (Gew. S. 38-714, i bedoeld in art. 31 lid (1) of were lid (1) vac get van cen vergunning al den in art. 90 bedoelden beheerder { ) van de W egverkeersordonnantie,
a. personen of goederen te Evo ne rast personeel verboden : voeren tegen andere vrachtprijzen dan die elk econ ofte laten. ver. onder 3e, 34 lid (1) of 39 van de We eene weke mgevolge art. 32 lid (1)
b. af te wijken dan wel te Hoan of Nee a eit bap
art. 32 lid (1) onder 2e van de Wegverk Re dienstregel ing, dan wel ever. eersordonnantie vastgestelde ea asl os deca Ihdenhidon ie Sees ormnden weg te rijden verkeersordonnantie dan wel art. 19 of 37 lid (5) ne a i yee Weg:
c. plaatskearten te verkoopen dan wel te On of te 7 abe
elders dan op standplaatsen en halten en in het en = eee andere personen dan den bestuurder of den abudhetear See bn Se rijtuig, tenzij op de standplaatsen en halten de verkoop van laat ie aa met instemming van het tot aanwijzing van sechiaive plan Seal re rd gezag aan een of meer andere personen is toevertrouwd dan wel in een ep den voet van art. 31, lid (1) van de Wegverkeersordonnantie verleende vergunning agentschappen zijn aangewezen, waar verkoop van plaats. kaarten bovendien mag plaats hebben; fi ä
d. reizigers, die op het vertrek van een autobus wachten, daartoe een | andere gelegenheid te bieden dan de op standplaatsen en halten aanwezige openbare wachtgelegenheid of de in een op den voet van art. 31, lid (1) van i Wegyerkeersordonhantis verleende vergunning aangewezen wacht-
okalen.
(2) (Toeg. S. 38-714.) Het is verboden op hinderlijke wijze te pogen reizigers te bewegen om van een bepaalde openbare autobus of personen- auto gebruik te maken. (Wvv. 108°.)
Vervoer van goederen met motorrijtuigen. (-drit. 85—96 buiten werking gesteld voor Nw-Guinea bij Gb. 63—75.) 93. (1) De aanwijzing van een traject ingevolge art. 40 of 43 van de
Wegverkeersordonnantie wordt openbaar gemaakt op de by art. 86 bepaalde wijze. é
(2) De aanvragen om vergunningen als bedoeld in de artt. 40 en 43 van de Wegverkeersordonnantie worden ingericht overeenkomstig door den Directeur van Verkeer en Waterstaat vast te stellen modellen. (Bb. 13699.)
(3) (Gew. S. 38—714.) Op de in de artt. 40 en 43 van de Wegverkeers- ordonnantie bedoelde vergunningen is van toepassing het bepaalde bij de artt. 85 lid (2), 87, $8, 89, 90, 91 en 91a, leden (1) en (2). Fe
(4) De in artt. 40 lid (4) en 43 lid (8) van de Wegverkeersordonnentie bedoelde vergunningen worden verleend overeenkomstig door de 136.) teur van Verkeer en Waterstaat vast te stellen modellen. (Bb. 14 age
94, (1) Het is den eigenaar of houder en den bestuurder van een motor: ces 5 doeld in art. 40 van de Wegver-
rijtuig, waarvoor een vergunning als bedoe te vervoeren keersordonnantie is verleend, verboden daarmede goeden ni t kan
dan wel te doen of te laten vervoeren, indien de nen Ike Eeten toonen den vrachtbrief of de vrachtbrieven, wea Pa as d
. aera ene htbrief moet voldoen aan door in het motorrijtuig zijn geladen. De vrac ischen. (Wvv. 57°, den Directeur van Verkeer en Wa ge atellenseizonen: ; | 031; Whesl. VW. 69; Bb. 14136, moder. ; oeld in de
(2) (Gew. 8. 88—714.) De houders van REEDE ee
Artt. 40 en 43 van de Wegverkeersordonnantie zijn verp
1316 WEGVERKEERSVERORDENING. ne,
te houden van de door hen vervoerde goederen en daarvan opgaven te verstrekken, een en ander op door den Directeur van Verkeer en Water.
staat te bepalen wijze en overeenkomstig door hem vast te stellen mo. ( dellen. (Wbesl. VW. 70; Bb. 14136, model.)
(3) De in art. 42 van de Wegverkeersordonnantie bedoelde tarieven worden ten kantore van den vergunninghouder op een in het oog vallende plaats aangeplakt en voor een ieder ter inzage gelegd op de, door de autoriteit, die de vergunning heeft verleend, te bepalen kantoren.
(4) (Toeg. S. 38—714.) De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan in bijzondere gevallen afwijking van de voorschriften van de leden (1) en (2) toestaan. |
- (1) Het is den houder van een vergunning als bedoeld in art. 40 { lid (1) of 43 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie verboden andere soorten van goederen te vervoeren dan wel te doen of te laten vervoeren dan ingevolge art. 41 lid (1) onder 4¢ of art. 43 lid (3) dier ordonnantie in de vergunning zijn vermeld.
(2) Het is den houder van een vergunning als bedoeld in art. 40 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie verboden goederen te vervoeren dan wel te doen of te laten vervoeren tegen andere vrachtprijzen dan op de in art. 80 lid (3) bedoelde kaart zijn vermeld, tenzij voor den aanvang van het vervoer anders is overeengekomen. (Wvv. 57% 108?.) |
- (Gew. S. 38—714.) (1) De vervoerscommissies bestaan uit een voor- zitter, een secretaris en ten minste vier leden. De leden worden, voor zoover het lidmaatschap niet aan een bepaalde functie wordt verbonden, |
benoemd voor den tijd van twee jaren.
(2) De voorzitters, de secretarissen en de leden van de vervoerscommis- | sies worden door den Directeur van Verkeer en Waterstaat benoemd en ontslagen.
(3) De aanvrager en de houders van vergunningen als bedoeld in de artt. 40 lid (1) en 43 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie zijn verplicht aan de vervoerscommissies alle inlichtingen te verstrekken, welke noodig worden geacht om de aanvraag te beoordeelen. Wie,
(4) De voorzitters, leden en secretarissen van de vervoerscom missies
zijn verplicht tot geheimhouding van de bedrijfsgegevens van vervoers oudlemp ingen waarvan zij in de uitoefening van hun functie kennis
ijgen. |
(5) De Directeur van Verkeer en Waterstaat kan voorschriften omtrent | de werkwijze van de vervoerscommissies vaststellen. (Wbesl. VW. 71v-)
Bepalingen met betrekking tot de wegen.
- (1) Er zijn zes klassen van wegen, aangeduid door de cijfers I. Il, II, IIa, IV en V.
(2) In de klassen I, II, III, IIIa en IV worden ingedeeld, die wegen, welke geschikt zijn voor motorrijtuigen op luchtbanden, met een asbelas- ting van ten hoogste respectievelijk 7000 kg, 5000 kg, 3500 kg, 2750 kg en 2000 kg bij een onderlingen afstand der assen van tenminste 3 m-
(3) De wegen, welke niet zijn ingedeeld in een der klassen J—IV, worden geacht niet geschikt te zijn voor motorrijtuigen op luchtbanden met een asbelasting van meer dan 1500 kg ; zij vormen de klasse V. (Wvv. 57%.)
(4) In afwijking van het bepaalde bij de vorige leden kan een weg 1D een hooger of lager genummerde klasse worden ingedeeld, indien zulks met het oog op het belang van het verkeer, de breedte of het profiel van den weg noodzakelijk wordt geacht. IV
? (5) (Gew. S. 40-73.) De indeeling van de wegen in de klassen I—1¥ geschiedt bij besluit van den wegbeheerder, waarvan een uittrek. i wordt gezonden aan den Directeur van Verkeer en Waterstaat fy behoeft op Java en Madoera — voor zoover zij betreft wegen, de fe niet in beheer zijn bij het Land of bij een provincie — in een EO de voorafgaande goedkeuring van het college van gedeputeerden ae provincie en in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta de v00
W ,
eres we
gaande goedkeuring y. i
de wegen in de voten betrokken gouverneur. De ; :
—_ voor zoover zij betreft enten Sumatra, Borneo en G © indeeling van
of bij een groepsgemeens hee welke niet in bareel Oost behoeft
gaande goedkeuri chap —, in een groe zijn bij het Land
ing van het college v Sroepsgemeenschap de v
gn of waar deze niet ee gecommitteerden der eae
enen re ita a betreft wegen, in beheen sent ata den
gaande goedkeurin vat maakt van een groeps Sen ARL) (6) Indien naar hot ern oes wordt ecient EO
ee de indeeling van een went eae aan wie de goedkeurin
wip ep bende indeeling tehertion oe a velijk GE een
er klassen I-IV is ine ’ el een weg te den wegbeheerder onde e me SP geeft zij ir kenni aM haar meening moet worden ingedeeld. 1 de klasse, waarin de weg naar drie maanden na de dagtaekeniicacs uden de wegbeheerder binnen dienovereenkomstig heeft fagedeeia ER oe kennisgeving den weg niet van de autoriteit, aan wier goedkeur nd t de weg ingedeeld bij besluit besluit blijft van kracht totdat de wack ie de ang is onderworpen. Dit op de wijze als door de goedkearentian pete r den weg heeft ingedeeld
? (7) (Gew. S. 4073.) Togen een ind eli EN er kan de wegbeheerder binnen dertig d Sore eer eno eldian het verige lid gebracht in beroep komen — ie se agen nadat zij te zijner kennis is Madoera — bij den Directeur van eS, ca a ween: op Jey cn 0 en he in de gouvdrnienten Sandee Yost bij den betrokken gouverneur, met di ; oe at ie indeeling is geschied door ee , jen verstande dat, indien de beheerder binnen gelijken oe Hanes Nga ere Tere van Verkeer en Weten ee aa ie
oor den Directeur van Verkeer en Wate j i 6 ies omtrent de bepaling van de beladen mede omtrent de wijze waarop de indeeling van de wegen in klassen wordt bekend gemaakt. (Wbesl. VW. 75v., 77.) : helt Bes 8. She, ; 4073.) (1) Het is verboden met cen motor- a 8, van de onderlinge afstand der assen ten minste 3 m bedraagt,
% weg te berijden, dan wel te doen of te laten berijden, indien een der as elastingen hooger is dan die, waarvoor de weg — blijkens de klasse waarin hij is ingedeeld dan wel blijkons een krachtens het vierde lid gegeven verbod — geschikt is. (Wvv. 57?.)
(2) Het is verboden met een motorrijtuig, waarvan de onderlinge afstand der assen minder dan 3 m bedraagt, een weg to berijden dan wel te doen of te laten berijden, indien een der asbelastingen hooger is dan blijkens bet keuringsbewijs op dien weg is toegelaten. (Wvv. 57%)
(3) Vervallen: S. 38—714.
? (4) (Gew. S. 40—73.) In het belang van de inptapdhouding van de wegen kan bij besluit van het dagelijksch bestuur eener openbare ge- meenschap, of waar deze niet bestaat, in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta bij besluit van den gouverneur en elders van den resident Worden verboden: . ;
a. het berijden van wegen met bepaalde soorten van rj- of voertuigen, geen motorrijtuigen zijnde, of met rij- of voertuigen, geen motorrijtuigen zijnde, welker asbelasting een bepaald maximum te boven gaat ;
b. het berijden van wegen van klasse V met motorrijtuigen, welker as- belasting een bepaald maximum te boven gaat. (Wry 106.) a
(5) Besluiten als bedoeld in het vous lid worden met beteken tot Kernel wegen uitsluitend vastgeste d bij besluit van het college van
eputeerden. (Wvv. 106.) q
(6) Indien ee een niet bij het Land of een openbare gemeende beheer zijnden weg vervoer van goederen met vraa 8 0 ARE wagens plaats vindt in zoodanige mate dat het onderhoud van g
1318 WEGVERKEERSVERORDENING.
a
dientengevolge aanmerkelijk wordt verzwaard, kan de weg door den
beheerder voor het verkeer met die rij- en voertuigen gesloten worden
verklaard.
© (7) De geslotenverklaring van een weg op den voet van het vorige lid
geschiedt niet dan na verkregen goedkeuring in het gebied eener provincie
van het college van gedeputeerden der provincie, in het gebied eener
groepsgemeenschap van het college van gecommitteerden der groeps-
gemeenschap, of waar deze niet bestaat, in het gebied eener residentie
in de gouvernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost van den resident
en in het gebied van de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta van
den betrokken gouverneur. i
? (8) Van een beschikking als bedoeld in het vorige lid kunnen belang- i
hebbenden binnen een maand na dagteekening van de desbetreffende
beschikking, indien deze genomen is door het college van gedeputeerden |
eener provincie of door den gouverneur van Jogjakarta of Soerakarta, |
in beroep komen bij den Directeur van Verkeer en Waterstaat en, indien |
deze genomen is door ‘het college van gecommitteerden eener groeps- |
gemeenschap of door een resident, bij den betrokken gouverneur.
99. (Gew. S. 38—714; 40—73.) (1) Op verzoek van den eigenaar of
houder kan de betrokken wegbeheerder vergunning verleenen, hetzij |
voor één of meer ritten hetzij voor een bepaalden tijdsduur van ten |
hoogste zes maanden, om met een rij- of voertuig al dan niet met cen
daaraan gekoppelden aanhangwagen te rijden over een weg, waarop
het rij- of voertuig blijkens de klasse waarin de weg is ingedeeld, dan
wel ingevolge een bij of krachtens de Wegverkcersordonnantie gegeven
voorschrift niet is toegelaten.
9 (2) Aan’ de schriftelijk te verleenen vergunning kunnen voorwaarden
worden verbonden ten aanzien van de toegelaten snelheid, de maximum-
asbelasting en anderszins, met dien verstande dat de verleening van
de vergunning voor zoover betreft motorrijtuigen slechts afhankelijk
mag worden gesteld van de betaling van een vergoeding, indien door
den Directeur van Verkeer en Waterstaat daartoe machtiging is ver-
leend. Aan de vergunning kan echter de voorwaarde worden verbon-
den, dat ingeval het berijden van den weg met het motorrijtuig, waar-
voor de vergunning is verleend, ernstige schade heeft veroorzaakt, de |
vergunninghouder verplicht is die schade te vergoeden. Indien blijkt, dat |
het berijden van den weg met het motorrijtuig, waarvoor de vergunning |
is verleend, tot zeer ernstige schade aanleiding geeft, kan de vergunning |
worden ingetrokken.
® (3) Van de vergunningen verleend door beheerders van niet bij het
Land of openbare gemeenschappen in beheer zijnde wegen wordt op |
Java en Madoera een afschrift gezonden aan het betrokken college Var |
gedeputeerden der provincie, dan wel in Jogjakarta en Soerakarta aan
den betrokken gouverneur en in de gouvernementen Sumatra, Borneo |
en Groote Oost aan het betrokken college van gecommittcerden der
groepsgemeenschap, of waar deze niet bestaat, aan den betrokken
resident. {
® (4) De in het vorige lid genoemde colleges en autoriteiten kunner, |
een vergunning als in het vorige lid bedoeld bij met redenen omkleed
besluit nietig verklaren.
? (5) Van de weigering, intrekking of nietigverklaring van een ver:
gunning staat den belanghebbende op Java en Madoera beroep Open
op den Directeur van Verkeer en Waterstaat en in de gouvernementen
Sumatra, Borneo en Groote Oost op den betrokken gouverneur:
® (6) Indien het beroep tegen de weigering of intrekking van een vr
gunning gegrond wordt bevonden, wordt de vergunning op Java en
Madoera door den Directeur van Verkeer en Waterstaat on in de gou-
vernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost door den betrokken
gouverneur verleend.
100. (1) (Gew. S. 38-714.) De aanwijzing van standplaatsen en halte?
WEGVERKEERSVER ORDENING, 1319 voor openbare rij- en voertui tuigen op stationspleinen Ren van parkeerplaatsen voor rij- of voer- ondernemingen geschiedt niet de BSwregen tot stations van spoorweg- stuurder bedoeld in art. 1 cae ene voorafgaand overleg met den be- Tramwegen (S. 1927 No. 258) e Algemeene Bepalingen Spoor- en
(2) Tegen een beslissing van ; NE de bestuurder binnen een Dae vorige lid bedoelde gezag kan beroep komen bij den Directeur van Vv en is gebracht, in
101, Het is verboden met g rere tants houder van de wegwals in Aa ese over een niet bij den eigenaar of of te laten rijden: yneen Weg te rijden dan wel te doen
a. met een grootere snelheid dan 6 k
b. op de wegen, ingedeeld in de k Ene de eigengewicht meer bedraagt dan See ae a 76000 ae 7500 kg en 10.000 kg, dan wel 6000 kg, 7500 kg, 9000 ke ee 12.000 se) voor walsen in tandemuitvoering ; , 5 5 5
c. 0 : :
B Ah behoorende tot klasse V, zonder vergunning van den
102, (1) Indien zulks in verband met werk i) weg noodzakelijk is, kan de pec hehecwiee Sen ES an telijk, tijdelijk gesloten verklaren voor het berijden in één of beide rich- tingen, hetzij met alle rij- en voertuigen, hetzij met bepaalde soorten van rij- en voertuigen.
P (2) (Gew. S. 40—73.) Voor wegen in beheer bij anderen dan het Land of openbare gemeenschappen geschiedt dit niet dan na verkregen goed- keuring, in een afdeeling van de gouvernementen Jogjakarta of Soera- karta van het hoofd dier afdeeling, elders op Java en Madoera van den resident en in de gouvernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost van het hoofd van plaatselijk bestuur.
(3) Aan de gesloten-verklaring op den voet van dit art. wordt bekend- heid gegeven door aankondiging in een of meer dagbladen.
(4) Het is den bestuurder van een rij- of voertuig verboden daarmede een weg te berijden, die krachtens de voorschriften van dit art. voor zijn rij- of voertuig is gesloten verklaard. ' |
103, (1) Indien de instandhouding of bruikbaarheid van een wegvak | zulks noodzakelijk vordert, kan voor den duur van ten hoogste zes maan- | den voor dat wegvak door den wegbeheerder de toelaatbare asbelasting lager worden gesteld dan voor de wegenklasse, waartoe het vak behoort, in art. 97 is voorgeschreven. 5
9 (2) (Gew. S. 40—73.) Voor wegen in beheer bij anderen dan hot Land of openbare gemeenschappen geschiedt dit op Java en a ie ae met dan na verkregen goedkeuring van het betrokken college van gedepu- teerden der provinoie, of indien het wegvak in de (SURG ann Jogjakarta en Soerakarta ligt, van den betrokken gouverneur, ent ie gouvernementen Sumatra, Borneo en Groote Oost niet dan aan i ‘3 a goedkeuring van het betrokken college van geoommitteerden ne a gemeenschap, of indien het wegvak niet in een groepsgemeensonap ligt, van den betrokken resident. 4 d
(8) Aan besluiten als petal in lid ee ae inant Es tijdige aankondiging in een of meer dagö'acen. 8
(4) Indien het bepaalde in lid (1) in een GI el peer den meer dan zes maanden is toegepast worden ne bracht naar een zooveel noodig de aangrenzende pa Ligon wegenklasse geschikt voor een lagere asbelasuing: bakens
104, (1) De inart. 47 van de Wegyerkeerso donne be eaine! en teekens worden onderscheiden in drie categorieën,
I. een gevaar aanduiden; N HL een verbod of gebod aanduiden ;
L. slechts een aanwijzing geven. ie LI worden
(2) (Gew. S. 38—714.) Door bakens of teekens van categorl
ter kennis van den weggebruiker gebracht:
1320 WEGVERKEERSVERORDENING. ee
a. de bestemming van een verkeersstrook voor een’ of meer groepen van weggebruikers, tenzij uit den aanleg of den aard van de verkeers. strook dan wel uit andere omstandigheden die bestemming kennelijk blijkt;
b. de gesloten-verklaring van wegen ; 4 (
c. de in acht te nemen snelheidsgrenzen voor zoover niet bedoeld in art. 34 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie en in de artt. 12 lid (1) en 37 lid (5) onder 26;
d. de aanwijzing van standplaatsen en halten voor openbare rij- en voertuigen en het verbod voor openbare rij- en voertuigen om op een bepaalde plaats standplaats in te nemen;
e. de verboden om te parkeeren en te stoppen; |
f. de verplichting bedoeld in art. 4 lid (1) onder 26 en 4e; }
g. de verboden bedoeld in art. 8 lid (2) onder c, d, e en i, en in art,
23 lid (3);
h. de verboden bedoeld in de artt. 40, lid (1) en 43, lid (1) van de Wegverkeersordonnantie. (Wvv. 106%.)
(3) De bakens en teekens hebben een vaste plaats op, naast of boven den weg.
(4) Voor de uitvoering van voorschriften en aanwijzingen, welke tijdelijk of slechts op bepaalde uren of dagen van kracht zijn, dan wel in andere gevallen, waarin zulks noodig is, kunnen verplaatsbare bakens of teekens worden gebezigd.
- (1) De wegbeheerder draagt zorg voor het plaatsen en onder- | houden van alle voor het verkeer noodige bakens en teekens op den weg, | voor zoover deze taak niet bij besluit van den Gouverneur-Generaal is opgedragen aan als rechtspersoon erkende, behartiging van verkeers- j belangen ten doel hebbende vereenigingen. (Bb. 13763.)
(2) De wegbeheerder is verplicht aan de vereenigingen kosteloos hulp en bijstand te verleenen bij het plaatsen en onderhouden van de bakens en teekens, waarvoor de zorg aan haar is opgedragen.
(3) Door den Directeur van Verkeer en Waterstaat worden de noodige voorschriften vastgesteld betreffende afmetingen, vorm, kleur, samen- stelling, wijze van plaatsing als anderszins van verkeersbakens. (Wvv.
57%; Wbesl. VW. 78-87; Bb. 13199, 14136, modellen, tabellen.) \ © 106. (1) (Gew. 8. 38—714.) De besluiten bedoeld in de artt. 5, lid (2), | 8 leden (2) en (3), 10 lid (1), 23 lid (3), 84 lid (2) en 98 leden (4) en (5) | | worden openbaar gemaakt voor zoover zij gelden binnen het gebied eener ; provincie in het provinciaal blad, en voor zoover zij elders gelden in de
Javasche Courant. De besluiten van de dagelijksche besturen van stads-
gemeenten en gemeenten, als bedoeld in art. 4, lid (1) onder 3, worden
openbaar gemaakt in het gemeenteblad van de betrokken stadsgemeente
of gemeente.
(2) De in het vorige lid bedoelde besluiten zoomede de indeeling van wegen in klassen hebben tegenover den weggebruiker geen rechtskracht zoolang de in het vorige lid en in art. 97 lid (8) voorgeschreven openbaar: making niet heeft plaats gehad en de in art. 104 lid (2) bedoelde bakens niet zijn geplaatst. /
107, Het is verboden op, langs of boven een weg een bord of teeken aan | te brengen of te hebben, dat een zoodanige overeenkomst met de krachten? art. 47 van de Wegverkeersordonnantie vastgestelde bakens of teekens vertoont, dat daardoor verwarring kan ontstaan. (Wvv. 108'.)
Strafbepalingen.
- (1) (Gew. S. 3 8—714.) Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft: f ;
a. hij, die zich schuldig maakt aan overtreding van het bepaalde. by 0 : krachtens de artt. 2 lid (1) onder b, e, /, g en h, en lid (2), 7, 8, 9, 10 lid Or 11, 14, 15, 17, lid (1) onder b, 21, 23, 28, 33, 37, 39, 40, 41, 48, 49, 60 5 | (3), 51 lid (2), 52 leden (1), (3) en (4), 64, 65, 72 leden (2), (3), (4) en (6): 78, lid (7 a), 77, 78, 80, 83, 84, 90 lid (1), 91, 91 a, lid (1), 94 en 107; |
|
b. hij, die de voorwaarde - art. 37 geheel of ten deele en iy een vergunning als bedoeld i c. de eigenaar of houder en de oe ; in mede de in art. 90 bedoelde behee ses van een motorrijtuig, zo wellnalnab-te zorgend sat die handelt in strijd met — ai art-654) Lepever andeld wordt in strijd met — rach Win (2) Met hechtenis van ten hoogste dri j hoogste vijfhonderd gulden are os maanden of geldboete yan ten overtreding van het bepaalde bij gene t hij, die zich schuldig maakt aan c a 3, 4, 5, 6, 19, SI lid (2) ee de artt. 2 lid (1) onder a . (1) By veroordeeling pn nt voren hon eae vanes ede van een motorrijtuig keersordonnantiovochreschrevnrint en krachtens art. 5 van de Wegver- ee van het be paalde bij of LachtaNgareOTa Gra a ns mht, en fi, , 4, 5, 6 lid it i = ee onder a, „cd, e, hem de bevoeg qian ke 4 ae en Pee ken niet geheel of ten deele samenvallende a eet a ee warden oled et een opgelegde vrijheidsstraf, (2) Bij herhaalde veroordeeling va itbewij werane overtreding van de teren FO Seat ae ao & er . i 7 bo! a ij E (3) 5 hem de bevoegdheid om van proefritbewijzen gebruik te db en yee hoogste één jaar worden ontzegd. a a Ge heen 40—73.) (1) Behalve de personen, die a A ijn me et opsporen van strafbare feiten, zijn et opsporen van de bij of krachtens de Wegverkeersordonnantie strafbaar gestelde feiten mede belast: A © Le. de ingenieurs, architecten en opzichters in dienst van den Lande en van openbare gemeenschappen, belast met het beheer van en het toezicht op de wegen, zoomede andere met die taak belaste ambtenaren, voorzoover zij daartoe in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta door den gouverneur en elders door den resident zijn aangewezen ; 2e, de verkeersinspecteurs, de inspecteurs bij de arbeidsinspectie, de arbeidscontroleurs, zoomede de yeeartsen in dienst van het Land of van openbare gemeenschappen ; | © 3e. de ambtenaren van provinciale verkeersinspecties ; 4e. de keurmeesters; © 5°. de in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta door den gouverneur on elders door den resident, — met inachtneming van door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur terzake te geven aanwijzingen — en de door dien Directeur tot onbezoldigd politieambtenaar aangestelde | personen. (Wvv. IL.) | (2) De politioneele bevoegdheid der in lid (1) genoemde ambtenaren strekt zich niet verder uit, voor zoover betreft : a. de onder 1e, 2e, 36 en 4° genoemde ambtenaren, dan tot hun ambtsressort ; . b. de onder 5e genoemde personen, dan tot het in hun acte van BAD: stelling omschreven ressort. i 9 (3) De in lid (1) genoemde ambtenaren en personen asa de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta door den ‚on van een elders door den resident voorzien van een legitimatt Ball model door den Directeur van Binnonlandsoh B a te stellen b waarin hun politioneele bevoegdheid is Ome eae i 7 ? (4) De in lid (1) onder 5° genoemde ane cate ines ee vernementen Jogjakarta en Soerakarta VAN, DEN van Binnenlandsoh van den resident ondersoheiden!i® van den Directout estuur een acte van aanstelling. sonen moeten De ingovolge id (1) aangewezen ambten voorzien zijn van eon bij de uitoefening van hun politioneele bevoes tgesteld herkennings- door den Directeur van Binnenlandsch Be oe B 54 van de Weg: teeken, dat zij moeten toonen, indien zij krachtens ©”
1322 WEGVERKEERSVERORDENING. | SE Oe ea | verkeersordonnantie willen vorderen, dat de bestuurder van een rij- of voertuig dit tot stilstand brengt. (Wbesl. BB. 10; Bb. 13700, model.)
© (6) De in lid (1) bedoelde personen staan voor zoover betreft de uitoefening van hun politioneele bevoegdheid onder het gezag van de { met de leiding der politie belaste ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur. Zij kunnen te allen tijde in de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta door den gouverneur en elders door den resident van hun politioneele bevoegdheid worden ontheven.
- De in art. 110 lid (1) bedoelde personen hebben, voor zooveel dat voor de uitoefening van hun taak noodig is, gedurende den werktijd van het bedrijf vrijen toegang tot alle werkplaatsen en andere inrichtingen | van houders van vergunningen als bedoeld in de artt. 31 lid (1), 38 lid (1), 40 lid (1) en 43 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie — voor zoover deze werkplaatsen en inrichtingen dienen voor de uitoefening van het vervoers- bedrijf van den vergunninghouder — zoomede tot de motorrijtuigen, waarmede eenig vervoersbedrijf wordt uitgeoefend.
U itzonderingsbepalingen.
Op het in art. 57 lid (1) van de Wegverkeersordonnantie bedoelde personeel en materieel van land- en zeemacht, politie, brandweer en andere openbare diensten zijn de bij of krachtens de Wegverkeersordon- nantie gegeven voorschriften van toepassing, behoudens het bepaalde bij de artt. 113—115.
(1) Art. 8 van de Wegverkeersordonnantie is niet van toepassing op wegwalsen en op bijzondere motorrijtuigen voor militaire doeleinden | bestemd, die door hun aard of vorm als zoodanig kenbaar zijn.
(2) De artt. 15 tot en met 23 van de Wegverkeersordonnantie zijn niet van toepassing op de bestuurders van wegwalsen.
(3) Militairen in uniform gekleed behoeven bij de uitoefening van den | militairen dienst als bestuurder van een militair motorrijtuig niet in het | bezit te zijn van een rijbewijs, als bedoeld in art. 16 van de Wegverkeers- ordonnantie, mits zij voorzien zijn van een verklaring, afgegeven door de | daartoe door den Legercommandant aangewezen militaire autoriteit, |
| waaruit blijkt, dat zij tot het besturen van het motorrijtuig gerechtigd zijn. | (4) Ambtenaren en beambten der algemeene politie behoeven bij de | | uitoefening van hun dienst als bestuurder van een dienstmotorrijtuig niet \ in het bezit te zijn van een rijbewijs, als bedoeld in art. 16 van de Weg- verkeersordonnantie, mits zij zijn voorzien van een verklaring, afgegeven | door een met het uitreiken van rijbewijzen belasten gezaghebbende, | waaruit blijkt, dat zij tot het besturen van een motorrijtuig gerechtigd | zijn. Deze verklaring wordt slechts afgegeven aan politieambtenaren of | beambten, die voldoen aan de in art. 16 van de Wegverkeersordonnantie bedoelde, voor het verkrijgen van een rijbewijs gestelde eischen. °
(5) Art. 21 onder c van de Wegverkeersordonnantie is niet van toe- passing op de militaire en politiebestuurders bedoeld in de leden (3) en (4).
(6) In afwijking van het bepaalde bij art. 22 van de Wegverkeersordon- nantie is het aan militairen in dienst, die niet in het bezit zijn van cen | daartoe geldig rijbewijs, veroorloofd een motorrijtuig te besturen, indien | dit plaats vindt met de uitsluitende bedoeling zich in het besturen te bekwamen, mits dit geschiedt onder het onmiddellijk toezicht van een militairen bestuurder, als bedoeld in lid (3).
(7) Art. 23 lid (4) van de Wegverkeersordonnantie is niet van toe- passing voor militaire bestuurders als bedoeld in lid (3). tie _ (8) (Ing. S. 37—114.) Art. 25 lid (1) van de Wegverkeersordonnan”?
18 nlet van toepassing op autobussen, vrachtauto’s, opleggers en aanhang: wagens van land- en zeemacht. é
(9) Art. 43 van de Wegverkeersordonnantie is niet van toepassing oy vrachtauto’s en autobussen van land- en zeemacht, politie, brandwe en andere openbare diensten. x an
(10) Behalve in geval van een aanrijding of ander ongeval zijn de i |
| WEGVERKEERSVERORDENING. 1323 art. 53 van de Wegverkeersord i ier onn van m ilitaire beatuundets vald bea edeslde personen niet bevoegd | rij- of voertuig tot stilstand brengen om id (3), te vorderen, dat zij hun in art. 54 van de W eere Tonen onderzoek te doen als bedoeld
(11) In afwijking van het bepaalde bij a, t ordonnentie zijn de in ast 6 dice a) art. 54 van de Wegverkeers- bevoegd te vorderen, dat de bestuurder vik eelde meenen niet tof stilstand brede ien S an een brandweervoertuig dit
114, (1) (Gew. 8 38-2714) De,
) ote Dd .) De artt. 2, lid (1) onder a, b i | 9, lid (2), 11, lid (3) en 41 zijn niet van toepassi 19 en c, 6, lid (1), | en Hdepen van de sales passing op militaire colonnes (2) Art. 15, lid (1) onder a, ben co : militaire colonnes en troepen on VE eee van het eerste en het laatste rij- of voertui ak
: > tuig der colonne of t.
(3) De artt. 16, 17, 18, 24, lid (1) onder d 28, 35 dvs toepassing op bijzondere rij- of aie ek midas ai en bestemd, die door hun aard of vorm als zoodani kenb is
- De artt. 2, lid Nd nt inane ‚It wD onder gat en c, 3, 4 en 6, lid (1) zijn niet van
ssing op wegwalsen, terwijl de fid ied v rerk ie eae pe ae ijl deze worden gebezigd voor werkzaam-
(5) De artt. 16 en 24 zijn niet van toepassing o
epassing op wegwalsen. Bly, Art. 2, leden (1) onder a en (2) is niet van toepassing op rij- en rtuigen van plaatselijke reinigingsdiensten in de gevallen dat afwijking | van deze bepaling voor de uitoefening van den dienst van belang is. © (7) (Toeg. 8. 88—714.) Art. 70 zoomede het bepaalde bij art. 74, leden (3) en (4) betreffende de vergoeding bij tweede of volgende herkeuring is niet toepasselijk op rij- en voertuigen, welke door het Land, openbare | gemeenschappen en zelfbesturen uitsluitend voor den openbaren dienst | worden gehouden.
- De artt. 16, 17 en 18 zijn niet van toepassing o militaire rij- en
De art passing op i voertuigen tijdens militaire oefeningen, mits door den leider dier oefe- | ningen de noodige maatregelen zijn getroffen ter voorkoming, dat de
veiligheid van het verkeer door de afwijking van genoemde voorschriften | in gevaar wordt gebracht, 5
- (Gew. S. 38-714.) De bij of krachtens de Wegverkeersordonnantie gegeven voorschriften zijn niet van toepassing op bestuur ders van rij of voertuigen van spoor- en tramwegen, behoudens de artt. 2 lid (0), en 8 leden (3) onder b en (4) onder a van de Wegverkeorsordonnantie, zoomede art. 2 lid (1) onder c, d en e, welke voorschriften toepasselijk zijn op bestuurders van rij- of voertuigen van spoor- en tramwegen, voor zoover betreft wegen, waarvan aan die spoor: en tramwegen het medegebruik is toegestaan. (Wbesl. VW. 88v., 89a, 896: Bb. 14136, modellen.)
Statistieken ä : t
116 a. (Ing. S. 38-714.) De Directeur van Verkeer en Waterstaat gee
na overleg met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur de uit anit omtrent de indiening van statistische gegevens door Ge shriften van de bij of krachtens de Wegverkeersordonnantie gegeven ge stale
belaste ambtenaren van het Land en openbare p sae oe
de modellen van de in te dienen opgaven van
Slotbepaling. Deze v erordening kan worden gangehaald onder den naam , „Wegverkeersverordening’ .
jos
