VERORDENING OP DE TERUGZENDING VAN ACHTERGEBLEVEN SCHEPELINGEN
TERUGZENDING VAN AOHTERGEBLEVEN SCHEPELINGEN. 1429
ding als ‘bedoeld in art. 3 verschuldigd is ; 3 pa
b. ‘indien ‘voor de vergoeding bedoeld in art. 3 vrijstelling is verleend ; (S. 38-394 art, 6.)
¢, in gevallen van dringenden aard. Pe Neb
5, De kapitein van een Indonesisch schip, zoomede de kapitein van een niet-Indonesisch schip ten behoeve ‘waarvan een’ algemeene borg- stelling als bedoeld in het eerste lid van art. 4 is afgegeven, zijn verplicht volgens bij regeeringsverordening te stellen regelen kennis te geven van het achterblijven van een schepeling: (Art. 7; S. 38— 394 art. 3, 5.)
6, Bij regeeringsverordening kan worden bepaald in’ welke gevallen vóór het vertrek van een schip uiteen haven een onderzoek wordt ingesteld of alle schepelingen zich aan boord bevinden en, indien blijkt, dat zulks niet het geval is, het schip kan worden’ aangehouden, totdat de-ontbre- kende schepelingen zijn opgespoord en aan boord van bedoeld schip zijn teruggebracht, een en ander op bij regeeringsverordening te bepalen voet.
- (1) Overtreding van het bepaalde bij de artt:'4, lid 1 en'6’ wordt ge- straft met een geldboete van ten hoogste tweehonderd gulden voor elken schepeling, die in een’ haven is ‘achtergebleven: Po
(2) De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten worden’ beschouwd als overtredingen. — ’ ;
8, Behalve de ambtenaren en beambten belast met het opsporen ‘van misdrijven ‘en overtredingen in het algemeen zijt tot het opsporen van dein art. 7, lid 1 omschreven’ strafbare feiten mede bevoegd de beroepshaven: meesters en de ambtenaren, die’ bevoegd zijn namens hen te handelen.
9, Verdére voorschriften ‘omtrent de ‘uitvoering en de naleving dezer ordonnantie worden ’ bij of krachtens’ regeeringsverordening * gegeven. (S. 38—394 hierachter}
„10. Deze ordonnantie en de tot uitvoering daarvan vast te stellen regee- ringsverordeningen zijn mede van toepassing op ‘personen behoorende:tot de ‘Indonesische: bevolking in”rechtstreeks bestuurd gebied, welke aan de rechtsmacht van den’ Inheemschien rechter is! onderworpen.
„11. Het Wetb. van Strafrecht ondergaat “de ‘navolgende wijziging: invoeging art“ 472 bis,’ zie aldaar: NOY THO MSVSRIBIS Heal Prod olsa: ait toate aie i Sennen ere 1925” (S;1924 ‘No. 500), zooals:
ent“liats Ne ED : a Ys
(SING: aalten ee om opment ya el 1988
- Deze ‘ordonnantie ‘kan ‘\tordén aangehaald als';;Ordonnantie tot regeling van de terugzending van achtergebleven’ schepelingen en tot tegengang van het verstekelingeneuvel”-Zij treedt in werking met ingang Ke den dag na dien harer afkondiging. (Afgek. 6 Juli-1988je 22 0
: Verordening ‘op de‘ terugzending: van achtergebleven' schepelingen’ Besl. 3G. 5 Sunt 1938 No. 16.)'S: 38-804 jo. 303,0“ *'
okee (i, 6 ould 1938) Oer cie eerd. Det Hi, overwegende dat, ter, nitvosring. van de ,„Ordonnan- a ot regeling van de terugzending van achtergebleven schepelingen, nace begengang. van, het yerstekelingenouyel’”, (S,.1938..No, 393), het : het navolgend @-bepalen,; enz. sn ETEN
2 ae 1 In: deze! verordening wordt verstaan® onder sit iter oe s Ordennenvie eee regeling. van: de\iterugzending van re “schepelingen “em! tot <tegengang van ‘het “verstekelingen- Suvel 24 (S:038-3987 hiervóóriy.! 0 ze Oe ents Jbiow site ae 10 gover eambtenaar: op:l-plaatsen iiwaar: een beroepshavenmeester is: van Bd, ‘deze laatste en’ gp andere plaatsen in de gouvernementslanden gelijke, eneen en elders het Hoofd ‘van: plaat= bestuur, tloatzanobul-tein gaa maw devas afb din Horner ded 4 ser terugzending van. andswegeivan een achtergebleven: schepeling: “Pedoeld in arth3;-lid:luvan:de: ordonnantie: geschiedt naar de plaata
1430 TERUGZENDING VAN AOHTERGEBLEVEN SCHEPELINGEN.
van inscheping of indienstneming, of, zoo dit niet mogelijk is, naar een plaats gelegen in hot land, waar de betrokken schepeling thuis behoort of naar eenige andere plaats buiten Indonesië gelegen.
- (1) De kennisgeving, dat een schepeling is achtergebleven, bedoeld in de artt, 4 en 5 van de ordonnantie, moet worden gedaan aan den con- troleambtenaar ter plaatse, waar de schepeling is achtergebleven en moet behelzen den naam, den datum en de plaats van geboorte, de nationali- teit, den datum.en de plaats, waar de schepeling is ingescheept en/of in dienst is genomen, de kwaliteit waarin de schepeling aan boord heeft dienst gedaan, de reden van het achterblijven, en verdere gegevens, welke door den contrôleambtenaar betreffende den betrokken schepeling noodig worden geoordeeld. : ? x 2 R
(2) De in het eerste lid bedoelde kennisgeving moet geschieden vóór het vertrek uit de haven, waar de betrokken schepeling is achtergebleven, behoudens het bepaalde in het. volgende lid. 1 1
(3) Indien een schepeling, behoorende tot een schip als bedoeld in art, 5 van de ordonnantie, zich. van boord verwijdert of vandaar ver- wijderd blijft zonder toestemming of buiten voorkennis van den kapitein en bij het vertrek van het schip uit een haven de afwezigheid van dien schepeling nog niet is geconstateerd, mag de in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschieden, in de eerstvolgende haven, welke door bedoeld schip wordt aangedaan, mits die kennisgeving. uiterlijk binnen 24 uur na aankomst van het schip in laatst genoemde haven is afgezonden.
4, De contrôleambtenaar. stelt in havens, waar eene immigratie-com- migsie gevestigd is, onverwijld die commissie in kennis van het achter- blijven van een schepeling en, zoo de contréleambtenaar is een beroeps- havenmeester, tevens het hoofd van de politie ter plaatse.
(1) De,zekerheid bedoeld in art, 4 van de ordonnantie wordt gesteld in handen van den contrôleambtenaar.
(2) De te stellen zekerheid moet, behoudens het bepaalde in het vol-
gende lid, bestaan uit een geldelijke of personeele borgtocht, tot een be- drag door den contréleambtenaar begroot, voorzoover betreft een perso- neele borgtocht afgegeven door een te goeder naam en faam bekend staand ingezetene van Indonesië, of een in Indonesië gevestigd handelslichaam.
(3) Als voldoende zekerheid wordt steeds aangemerkt een schriftelijke verklaring van den consul der natie, waartoe de achterblijvende schepe- ling behoort, dat;hij zich voor de vergoeding van kosten bedoeld in art, 3 van de ordonnantie aansprakelijk stelt.
« (4), Indien. de achtergebleven schepeling verdwenen is en na verloop
van een jaar nadat mededecling van het achterblijven is gedaan, die
eee nog niet is opgespoord, wordt de gestelde zekerheid terug- even.
6,-(1):De-contrôleambtenaar beslist in de gevallen bedoeld i lid 2 onder a en b der ordonnantie of het allen van es, kan blijven ; voorzoover daartoe aanleiding is op grond van art. 4, lid 2 sub a juncto art, oF lid 2, sub a of b der ordonnantie, wordt ‘geen be- pete rd (GOA an bekomen: instemming van een immigratie-
(2) De Directeur van Scheepvaart, de Hoofden ijk’ en in de gouvernementelandent “ven Java ex! Midst: aen afdelingshoofd zijn,bevoegd:te gelasten, dat, het stellen van. zekerheid achterwege. zal iblijyen in gevallen van drin, van. zekerhei
II. Eene algemeene Bonate ais bedoeld. ae Gaia Seem wordt agen aan den Di ee moet) ‘voldoen, aan door die, autoritei :
#8..(1) Inselke door den Directeur “Fa Seem Se amie ef met den: Procureur.Generaal; daartoe. aangewezen haven! Ear
het vertrek uit die haven van een niet-Indonesi i
7 uit d. - esisch schip; „niet
elk op een of meer havens,.noch one ann genaar,’die:hier te lande gevestigd ofivertegenwoordigd is, aan boord
‘en 5 der reoteur van: Scheepvaart en
TERUGZENDING VAN AOHTERGEBLEVEN SOHEPELINGEN. 1431
van dat schip, zoo mogelijk aan de hand van den monsterrol of de bemanningslijst, door den contrôleambtenaar een telling gehouden van de bemanning. De plaatselijke politie is verplicht daarbij, voorzoover noodig, medewerking te verleenen.
(2) Indien de bemanning van het schip compleet wordt bevonden, wordt, voorzoover noodig in overleg met de plaatselijke politie, een wacht bij het schip geplaatst totdat het schip vertrekt
(3) Wanneer blijkt, dat niet alle leden van de bemanning aan boord zijn, mag het schip niet vergund worden te vertrekken alvorens het hoofd van de plaatselijke politie daartoe machtiging geeft.
9, Deze verordening kan worden aangehaald als „Verordening op de terugzending van achtergebleven schepelingen”.
Zij treedt in werking gelijktijdig met de „Ordonnantie tot regeling van de terugzending van achtergebleven schepelingen en tot tegengang van het verstekelingeneuvel”. (S. 38-393: 6 Jult 1938.)
