TERUGZENDINGSREGELING ARBEIDERS 1939
TERUGZENDINGSREGELING ARBEIDERS 1939. 1437
Terugzendingsregeling arbeiders 1939.
Regeling van de terugzending van arbeiders, die buiten Indonesië in dienst zijn genomen of aangeworven.
(Ord. v. 11 Sept. 1939.) S. 39-545. (iwg. 16 Sept. 1939.) (Cf. bijlagen handelingen Volksr. zittingsj. 1938/39 onderw. 141, 1939/40 onderw. 12.)
Consid. Dat Hij, het wenschelijk achtende de bij de ordonnantie van 9 Maart 1932 (S. No. 97) getroffen tijdelijke voorziening nopens de terugzending van arbeiders, die buiten Indonesië in dienst zijn genomen of aangeworven, welke voorziening ingevolge de ordonnantie van 8 Maart 1939 (S. No, 98) een einde neemt met ingang van 16 Sept. 1939, te vervangen door een definitieve regeling en in verband daarmede tevens art. 1149, ten 4e van het Burgerlijk Wetboek willende wijzigen.
Bij lis de onderstaande regeling vastgesteld, bij II is Bw. 1149-4° gewijzigd (zie aldaar), bij IL is de inwerkingtreding op 16 Sept. 1939 gesteld. Art. 1, (1) De arbeider, in dienst van een werkgever, die hem buiten
Indonesië in dienst heeft genomen of aangeworven, heeft bij beëin- diging van de dienstbetrekking door den werkgever vóór het einde van het derde in Indonesië doorgebrachte dienstjaar, anders dan in- geval van dringende reden, recht op onmiddellijke terugzending op kosten van den werkgever, voor zich en zijn gezin, zooals dat op het oogenblik van het einde der dienstbetrekking is samengesteld en voor zoover het hem op de reis zal vergezellen, naar het land van indienst- neming of aanwerving.
(2) Hetzelfde geldt, indien de arbeider de dienstbetrekking doet eindigen wegens een dringende reden als bedoeld in art. 1603p van het Burgerlijk Wetboek, dan wel indien de rechter de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige, niet dringende redenen, als bedoeld in art. 1603v van het Burgerlijk Wetboek of wegens een door den werkgever gegeven dringende reden, of ingevolge art. 1267 van het Burgerlijk Wetboek, omdat de werkgever aan zijn verplichtingen niet voldoet, ontbonden verklaart.
- (1) Arbeider in den zin van deze ordonnantie is hij, wiens arbeids- overeenkomst wordt beheerscht door de bepalingen van den zevenden titel A van het derde boek van het Burgerlijk Wetboek.
(2) Een arbeider wordt geacht buiten Indonesië te zijn aangeworven, indien aldaar met hem door of namens den werkgever onderhandelingen, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling zijn gevoerd, dan wel toezeggingen zijn verstrekt, welke tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst in Indonesië hebben geleid. A
(3) Indien de plaats, bedoeld in art. 5, lid 1 sub 4 van de ,,Aanvul- lende Plantersregeling”, niet ligt in het land van indienstneming of aanwerving, bedoeld in art. 1, lid (1) van deze regeling, heef t de arbeider, die zoowel op grond van de „Aanvullende Plantersregeling”” als krachtens deze regeling recht op terugzending heeft, de keuze, of de terugzending naar evenbedoelde plaats, dan wel naar het land van indienstneming of aanwerving zal geschieden. : ;
(4) Onder gezin van den arbeider wordt in deze ordonnantie verstaan zijn echtgenoote, zijn minderjarige wettige kinderen en zijn minder- jarige wettelijk erkende kinderen. ay Bs
- (1) Tenzij een gunstiger regeling tusschen partijen is overeen- gekomen, heeft de terugzending naar Huropa plaats ten minste in de derde klasse der mailbooten van de stoomvaart maatschappij ,,Neder- land” of ,,Rotterdamsche Lloyd”, dan wel in een daarmede overeen- komende klasse eener andere scheepvaartmaatschappij.
(2) De terugzending naar landen buiten Europa geschiedt op over- eenkomstige wijze als bedoeld in het vorige lid. mon
- (1) Het recht van den arbeider, bedoeld in art. 1, vervalt, indien de arbeider niet om terugzending vraagt binnen een termijn van drie
1438 TERUGZENDINGSREGELING ARBEIDERS 1939.
maanden, gerekend van den dag, waarop de dienstbetrekking is gesindigd.: 5 8 A
(2) Het bepaalde in het vorige lid lijdt uitzondering, indien de arbeider bij het eindigen van den in het eerste lid genoemden termijn niet in de gelegenheid is de reis te aanvaarden, hetzij tengevolge van ziekte van zichzelf of zijn gezin, hetzij tengevolge van andere buiten zijn schuld ontstane oorzaken, en hij na het ophouden van bedoelde belemmeringen alsnog zonder onnoodig verwijl om terugzending vraagt.
(3) Een verzoek om terugzending wordt geacht niet te zijn gedaan, indien de arbeider na dat verzoek van de hem geboden gelegenheid de reis te aanvaarden anders dan om dringende redenen geen gebruik maakt.
(4) Tedere rechtsvordering gegrond op art. 1 vervalt, indien zij niet is ingesteld binnen drie maanden na den dag, waarop de arbeider om terugzending heeft gevraagd.
(5) Het recht van den arbeider, bedoeld in art. 1, vervalt mede, indien de arbeider een schadevergoeding of uitkeering heeft ontvangen krachtens art, 1603s bis van het Burgerlijk Wetboek. Indien de arbeider binnen drie maanden, nadat de dienstbetrekking is geëindigd, een vor- dering op grond van laatstgemeld artikel heeft ingesteld, wordt de termijn van drie maanden, vermeld in lid (1) zoo noodig verlengd tot het einde der tweede maand volgende op die, waarin het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
5, Indien op grond van het bepaalde in art. 1 een rechtsvordering is ingesteld, kan de rechter in verband met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de vermogenstoestand van den werkgever en van den arbeider, bepalen, dat in de plaats van de op den werkgever rustende verplichting tot terugzending zal treden het betalen van een door den rechter vast te stellen gedeelte van de kosten van de terugreis van den arbeider en zijn gezin naar het land van indienstneming of aanwerving.
Tot voldoening van eenig bedrag, tot betaling waarvan de werk- gever is veroordeeld terzake van een op grond van deze regeling tegen hem ingestelde vordering, is deze eerst verplicht, nadat ‘de arbeider hem mededeeling heeft gedaan van het schip, waarmede hij vóór het einde der tweede maand volgende op die, waarin het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, de reis naar het land van indienstneming of aanwerving zal aanvaarden. Betaling van het verschuldigde bedra, kan rechtsgeldig worden gedaan aan de scheepvaartmaatscha nd bij welke de arbeider passage heeft geboekt. Ey
De bedragen, tot betaling waarvan de werkgever is veroordeeld terzake van een op grond van deze regeling tegen hem ingestelde vor- dering, zijn niet vatbaar voor schuldvergelijking met vorderingen, welk: de werkgever op den arbeider mocht hebben, noch voor besl 2 AS : handen van den werkgever te leggen door een schuldeisch ae wat a arbeider en zij blijven buiten het failli oa
IJ an | issement van den arbeider.
- Elk beding strijdig met de bepalingen dezer re, cling sisinieti
9, (1) De residentierechters nemen in eersten ae ol ee Sian etn deze regeling, onverschillig re elkse
n en ongeacht den land: ij ‘ 5 zona ingediend bij den reahdentioroclter eenn Ee near ebr i se is » ee Aah pe ae het werkelijk verblijf van een der partijen ter keuze
(2) De vonnissen van de residenti ij Le eae ena zijn vatbaar voor hooger
- Deze i arbeiders ip kan worden aangehaald als ,,Terugzendingsregeling
Bovenstaande ord. is voor Nw-Guin ij a 8 „Guinea bij Gb 64—22, art. 1, iwg- Pope os onder meer op grond der ed dat So ee Ppeliike toestanden het dwingend karakter aan de hierboven-
