TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN
1412 TEBOEESTELLING VAN SCHEPEN. En TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN.
Regeling van de teboekstelling van schepen en wijziging van daarmede samen: hangende wettelijke voorschriften.
(Ord. v. 4 Febr. 1933.) S. 33-48 jo. 38—2. (tg 1 April 1938.) Afkorting: Tbs. voor : Regeling van de teboekstelling van schepen. Consid. Dat Hij, een voor alle bevolkingsgroepen geldende nieuwe
regeling voor de teboekstelling van schepen, en voor de vestiging en overdracht van hypotheken en andere zakelijke rechten op schepen, wil- lende vaststellen en de daarmede samenhangende bepalingen in andere algemeene verordeningen willende herzien.
Artikel I.
De teboekstelling van schepen in het scheepsregister, de overdracht van teboekgestelde schepen alsmede de vestiging en overdracht van hypotheken en andere zakelijke rechten op teboekgestelde schepen geschie- den overeenkomstig de volgende
REGELING VAN DE TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN.
Art. 1, In deze regeling wordt verstaan onder :
schip: een vaartuig als bedoeld in art. 309 van het Wetboek van Koophandel, ter grootte van ten minste 20 m? bruto-inhoud ;
overschrijvingsambtenaar: de autoriteit krachtens wet- telijk voorschrift belast met het verlijden van de in art. 1 der Overschrij- vingsond, DR A 27) bedoelde acten, zoomede de autoriteit, aange- wezen krachtens art. 2;
griffier: de ambtenaar, die overeenkomstig de wettelijke bepalin- gen den overschrijvingsambtenaar bijstaat.
- (1) De Gouverneur-Gencraal is bevoegd op door Hem aan te wijzen plaatsen en voor door Hem vast te stellen ressorten bepaalde ambtenaren aan te wijzen als de autoriteiten voor wie de in deze regeling bedoelde acten worden verleden. (S. 36—153, bl. 811; S. 46-135 art. 4e)
(2) (Toeg. 9. 38—1 jo. 2.) De in het vorige lid bedoelde overschrijvings- ambtenaren worden bijgestaan door een door of namens den Gouverneur- Generaal aan te wijzen ambtenaar of beambte, met dien verstande even- ve det op de Baaicen wear sen gosidentiezeohtor als overschrijvingsamb-
ar optreedt, deze zal worden bijgestaan door den griffier van het resi-
dentiegerecht. i
- (1) De teboekstelling van schepen, de overdracht van teboekgestelde schepen of schepen in aanbouw en aandeelen in zoodanige schepen of schepen in aanbouw en van zakelijke rechten op Eed aniee beheren of scheepsaandeelen, de vestiging van hypotheken en andere ns rech- ten op tebockgestelde schepen of schepen in aanbouw en aondeclen in zoodanige schepen of schepen in aanbouw alsmede de cessic ah door hypotheek op schepen of schepen in aanbouw en aandeclen i oodanige schepen of schepen in aanbouw verzekerde vorderingen lar bij een acte ten overstaan van den Ean Bereden Hee Oe Oe die het aangaat. (Bw. 613, 117lv., 1179 ; Ov. 24;
chr. 1; S. 38-48 art. III hi ‘ Td, Qlv., 24, 29;
- en bl Gil. Ss. FSR eae enol 24) 285
- De minuten dezer acten worden in eos
opgemaakt, opgenomen in een ES a gigorde nar ra worden
den overschrijvingsambtenaar en den grif. en,
281; Overschr, 22, 24y.) griffier onderteckend. (Tbs. 7v.,
(3) Indien de partij of partijen niet k :
Dee Ge te ee niet kunnen schrijven, wordt daarvan » (Gew. S. 381 jo. 2.) (1) De overschrijvi ;
lid 4) rschrij vingsambtenaar is tot het ver-
ijden van de acte verplicht, wanneer uit de overgelegde stukken zelve
TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN, 1413 menne 9 RSL? blijkt, dat partijen gerechtigd zijn de rechtshandeling in de acte vervat te verrichten, (Tbs. 1, 13.)
(2) De overschrijvingsambtenaar kan van de voor hem verschijnende partijen eischen, dat zij naar zijn genoegen hun identiteit aantoonen. De schriftelijke bewijzen van identiteit zijn vrij van zegel.
_ (3) Bij weigering van den overschrijvingsambtenaar om de acte te ver-
lijden, kan de raad van justitie, binnen wiens ressort de overschrij vings- ambtenaar gevestigd is, op verzoek van belanghebbenden, het verlijden van de acte bevelen.
(4) De overschrijvingsambtenaren zijn persoonlijk aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het overtreden of niet nakomen van eenige bepaling in deze regeling voor zoover de overtreding of niet nakoming te wijten is aan hun schuld. of nalatigheid. (Bw. 1365v.)
- (1) De acte moet bevatten de namen en voornamen en de woonplaats der partijen voluit, de vermelding van de stukken, waaruit het recht der partijen tot het verlijden van de acte is afgeleid, een omschrijving van het schip overeenkomstig het bepaalde in art. 11 benevens de koopsom of de waarde van het schip dan wel de waarde van het recht op het schip, of ingeval van hypotheek de op het schip geleende kapitalen in letters (Tbs. 3%, 12, 22, 29.)
(2) Acten van cessie van door hypotheek gedekte vorderingen moeten daarenboven bevatten den prijs, waarvoor de cessie is geschied in letters. (Tbs. 24; Bw. 613, 1172, 1465.)
(3) De acten mogen niet geheel of gedeeltelijk onleesbaar worden ge- maakt; doorhalingen geschieden door een streep, die het doorgehaalde leesbaar laat, met aanteekening in margine van het aantal doorgehaalde woorden ; veranderingen of bijvoegingen geschieden in margine of vóór de afsluiting van de acte aan het einde, Alle mededeelingen van door- haling van woorden, van veranderingen of bijvoegingen worden door alle onderteekenaren der acte geparafeerd, voor zoover zij in margine gesteld zijn. (Overschr. 29; Ths. 33.)
(4) Voor het opmaken van de acten is een vast loon verschuldigd aan den griffier, berekend naar de te dezer zake voor den griffier van den raad van justitie geldende tarieven. (S. 49—282* bl. 830.)
- (1) De partijen zijn verplicht vooraf bij den griffier de stukken in te dienen onder mededeeling van de acte, welke zij wenschen te verlijden. (Tbs. 1, 29.)
Lid 2 en 3 vervallen krachtens S. 38—1 jo. 2. ;
- (1) Door den griffier wordt een hoofdregister gehouden, waarin voor elk schip onder een afzonderlijk hoofd wordt aangeteekend de zakelijke inhoud van alle acten, die in het dagregister, genoemd in art. 3 zijn opge- nomen. (Tbs. 1, 8v.) i
(2) De aanteekening geschiedt binnen 24 uur na het verlijden van de acte. F
(3) Op verzoek van belanghebbenden worden door den griffier in het hoofdregister opgenomen alle aanteekeningen betreffende den rechtstoe- stand van een teboekgesteldschip, welke eenige wettelijke bepaling voor-
; schrijft of mogelijk maakt. (Tbs. 9, 125, 15, 19v., 27!, 28; K.322, 329v. ; Ry. 562,
(4) DEE van een teboekstelling, van een hypotheek, of van eenig ander recht, geschiedt door doorhaling van de desbetreffende aan- teekeningen in het hoofdregister. (K. 3l5c; Bw. 1195v.; S. 33-48 art. III hierachter ; Overschr. 31; Tbs. 33.) ;
- (1) De griffier is belast met de bewaring van de in de artt. 3 en 7 genoemde registers. (Tbs. 1.) a
I (2) De bewaarder is persoonlijk aansprakelijk voor de schade, welke
het gevolg is van onvoldoende bijhouding of onvoldoende bewaring van de registers, alsook voor dic, welke het gevolg is van onvolledigheid van of onjuistheid in de beantwoording van een gevraagde opgave aangaande den inhoud der registers. (Bw. 1365v., 13802; Tbs. 33.)
if
(3) Hij is verplicht op den voet van de bestaande tarieven aan een ieder inzage en afschrift te geven van het hoofdregister en van de minuten der daarin aangeteekende acten, zoomede van de daarbij behoorende door hem bewaarde bescheiden. (Tbs. 33.)
Aan het hoofdkantoor van scheepvaart wordt een centraal register gehouden van alle teboekstellingen van schepen en van de verdere aan- teekeningen, die ten aanzien van deze schepen in de hoofdregisters heb- ben plaats gehad. Van alle aanteekeningen zendt de bewaarder van het betreffende hoofdregister onmiddellijk een afschrift aan het hoofdkantoor van scheepvaart. (Tbs. 10, 125, 15, 19v., 28, 33.)
(1) Bijaldien uit het certraal register blijkt, dat hetzelfde schip op verschillende plaatsen is: teboekgesteld, zal de ambtenaar, die door den hoofdinspecteur van scheepvaart belast is met de bewaring van ge- noemd register, daarvan aan de bewaarders der registers, waarin het schip is teboekgesteld, opgave doen; laatstgemelden zijn verplicht van die opgave aanteekening in het hoofdregister te houden.
(2) De hoofdinspecteur van scheepvaart beslist onverwijld, welke te- boekstelling gehandhaafd blijft. Hij draagt zorg, dat met den meesten spoed bij de gehandhaafde teboekstelling wordt vermeld al hetgeen bij
de vervallen teboekstellingen is vermeld, en de vervallen teboekstellingen worden doorgehaald met verwijzing naar de door hem genomen beslissing.
(3) De bewaarder van het centraal register is verplicht tegen een door den hoofdinspecteur van scheepvaart vast te stellen vergoeding aan den lande aan een ieder mededeeling te doen of en zoo ja op welke plaats Sia schip ue ge hoofdregisters te boek staat. deelt @oondea eigeaact Gan het schip. (Tbs!.12v., 14.) CEL en
(2) De omschrijving van het schip bedoeld in art. 5 houdtin : d k : den naam, de soort en de bestemming van het schip, datum, nummer en plaats van gifte van den meetbrief, plaats en jaar van aanbouw, de hoofdafmetin- gen, oe bruto-inhoud in m® en het brandmerk, een en ander nader over- (DEE REN de desbetreffende gegevens voorkomende in den meetbrief. 12. (1) Het i : ae AA DE REE tot teboekstelling gaat behalve in het geval van Eer den meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelij ke voorschrif- seas bijlbrief of koopbrief, dan wel eenig ander bant van (2) De teboekstelli : : a ar ee nee eons wordt gevraagd als zeeschip, als zeevisschersschip (3) Wordt de teboekstelling gevraagd als i shin d : gevraagd als zeeschip of als zeevisschers- Beleen. en behalve de bescheiden genoemd in het eerste lid worden a. een verklaring van den ; : pt ig den zin van art. Ney ates Peels a ae
b. de bescheiden, welke bi i : core
Pat anthetacnia Saar acne RE Pevordenling yan de nationali- (4) Wanneer van de benoodigde stukken zin
daaruit de identiteit van het schip, het eigend eo
en voor zoover noodig de nationaliteit Ke h ee ee
wordt de teboekstelling geweigerd bij et schip niet voldoende blijkt,
hoz g aj een met redenen omkleede beschik- (5) De teboekstelling geschiedt «
Rn als ee en
M vergang van de 5 ine
DEL en Ee andere categorie geschiedt slechts
ED overschrij vingsambtenaar nennen
e acte wordt sl i slechts verleden, wanneer aan den overschrijvings-
TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN. 1415 en ambtenaar blijkt, dat aan de voorschriften voor teboekstelling in de gevraagde categorie is voldaan. De weigering om de acte te verlijden wordt gegeven bij met redenen omkleede beschikking. (Tbs, 23.)
- (1) De acte van teboekstelling kan worden verleden ten overstaan van elken overschrij vingsambtenaar ter keuze van den eigenaar. (Tbs. 4, 1lv.)
(2) Overboeking van een eenmaal teboekgesteld schip naar een register, hetwelk in een andere plaats dan die der eerste teboekstelling wordt gehouden, is niet mogelijk.
14, (1) Elk schip in Indonesië in aanbouw kan door den eigenaar voorloopig worden teboekgesteld door een akte verleden ten overstaan van den overschrijvingsambtenaar, binnen wiens ressort de plaats gelegen is, waar het schip gebouwd wordt.
(2) De voorloopige teboekstelling verliest haar waarde bij ingebruik- neming van het schip. De eigenaar is verplicht de doorhaling van de voorloopige teboekstelling te vragen. (Tbs. 12, 19°, 20, 33.)
Bij de afgifte van een nieuwen meetbrief is de eigenaar van het schip verplicht daarvan aangifte te doen bij den griffier van het kantoor, waar het schip is teboekgesteld. De griffier teekent den inhoud van den nieuwen meetbrief in het hoofdregister aan. (Tbs. 7, 9, 33; S. 27—210 art. 5; S. 27-212 art. 40 jis. 35v.)
(1) Zoodra een schip, dat hier te lande in aanbouw is, of een reeds bestaand schip is teboekgesteld, moeten het jaartal, een aanduiding van den naam der plaats van teboekstelling en het nummer, waaronder het vaartuig in het register is ingeschreven op een van buiten in het oog val- lende plaats en op onuitwischbare wijze door een bevoegden scheepsmeter
; in het schip worden ingebrand of daaraan worden aangebracht. Van deze inbranding of aanbrenging zal door een getuigschrift van dien scheeps- meter moeten blijken.
(2) Zoolang die aanbrenging aan het schip niet mogelijk is, geschiedt zij aan de bouwplaats van het schip.
(3) Zijn de scheepsdeelen, waarin de in het eerste lid genoemde merken zijn ingebrand of waaraan zij zijn aangebracht, door nieuwe vervangen of zijn die merken geheel of gedeeltelijk onleesbaar geworden, dan zal op
het verzoek, daartoe gedaan aan een bevoegden scheepsmeter, nieuwe inbranding of aanbrenging plaats vinden en daarvan door dien scheeps- meter een getuigschrift worden afgegeven. Bij het verzoek moet een ver- klaring worden overgelegd van den bewaarder, in wiens register het schip is teboekgesteld, houdende opgaaf van de in te branden of aan te brengen merken.
(4) Indien na de toepassing van het tweede lid de bouw van een schip zoover is gevorderd, dat de inbranding of aanbrenging in- of aan het schip zelf kan geschieden, kan toepassing van het vorige lid worden ge- vraagd.
(5) Indien bij herstelling of verbouwing van een schip de in het eerste lid genoemde merken zijn verwijderd of beschadigd, zal de hersteller of verbouwer het schip niet mogen afgeven, voordat deze merken volledig zijn aangebracht, (Tbs. 17v., 33.) ’ |
\ 17. Aan het Land zal voor iedere inbranding of aanbrenging van de | merken in het vorig art. bedoeld een recht verschuldigd zijn, waarvan het | bedrag door den Gouverneur-Generaal zal worden bepaald, en bovendien een bedrag voor vergoeding van reis- en verblijfkosten van den me Ee eh belasten scheepsmeter overeenkomstig de daarvoor geldende epalingen. 4 PB besl. v.d. GG. v, 6 Jan, 1938 No. 33, ten eerste, S. 38-5, iug. 1 April 1938 18 bepaald + : | Tien recht bedoeld in art. 17 van de Regeling van de teboekstelling | van schepen bedraagt, behoudens het bepaalde onder Il, voor igders | inbranding of aanbrenging van merken of voor iedere verie e en branding of aanbrenging van merken, de kosten van het af te gev getuigschrift daaronder begrepen, vijf gulden.
IL. Geen recht is verschuldigd :
a. voor schepen, welker bruto inhoud minder dan honderd kubieken meter bedraagt;
b. in de gevallen bedoeld in art. 2 van de Overgangsbepalingen in de ordonnantie van 4 Februari 1933 (S. No. 48). ( Zie hierachter.)
III, Indien de betrokken scheepsmeter zich voor de inbranding of aanbrenging van merken buiten zijn woon- of standplaats heeft begeven, worden reis- en verblijfkosten in rekening gebracht volgens het Alge- meene Reisreglement naar den maatstaf, vastgesteld voor burgerlijke landsdienaren bij commissiereizen.
- De grosse van de acte van teboekstelling wordt niet afgegeven noch worden de ten behoeve van de teboekstelling ingediende stukken teruggegeven alvorens wordt overgelegd een door den bevoegden scheeps- meter onderteekend getuigschrift, dat de merken overeenkomstig art.
16 zijn aangebracht. (Tbs. 30, 33.)
- (1) De teboekstelling wordt doorgehaald : (Zeebr. 9.) N.K.
1€, als het schip is vergaan of door zeeroovers of vijanden is genomen; 316!
ae als peu der in art. 667 wetboek van koophandel genoemde gevallen zich voortdoet ;
3e. als het schip wordt gesloopt ;
4e als een zeeschip of een zeevisschersschip de hoedanigheid van Indonesisch schip heeft verloren. (K. 309-312.)
(2) De doorhaling geschiedt op schriftelijke aangifte, of, na machtiging 3163 van den raad van justitie, ambtshalve door den griffier.
(3) De verplichting tot aangifte rust op den eigenaar, op iederen mede- 317! eigenaar, op den boekhouder, op iederen beheerenden vennoot of op iede- ren bestuurder, naar gelang het schip toebehoort aan een persoon, aan meer personen, aan een reederij, waarin een boekhouder is aangesteld
aan een vennootschap onder firma of bij wijze van geldschieting, aan een naamlooze vennootschap, vereeniging of stichting. (Tbs, 33.)
Ale ed van justitie verleent zijn machtiging niet dan na verhoor 317? o oorlijke oproeping van dengene, die als eigenaar in het hoofdregister te boek staat. Deze oproeping geschiedt bij aangeteekenden brief door den griffier van den raad van justitie.
(5) De inspecteerende ambtenaren van het hoofdkantoor van scheep- 317° vaart en de havenmeesters zijn verplicht van alle te hunner kennis komen- de gevallen, waarin doorhaling van de teboekstelling behoort te geschie- ae kennis te geven aan den bewaarder van het centraal register, dic : se Pas en aan den bewaarder van het betreffende hoofd-
(6) De griffier vordert wanneer zulk jk i i afschriften der bescheiden, aan de En dane peins en deze. Indien de bescheiden authentieke acten Bane erate, a ie overlegging van een authentiek afschrift ee dn
- D 5 E inn
Fa es anna de teboekstelling laat alle rechten op het schip
(1) De voorloopi e teboekstelli het schip, na te zijn acchoural: eens giant wre a een dan wel wanneer de afbouw niet wordt voltooid part.gourecnt, suis deze doorhaling zijn de bepalingen van het vorige art. toe-
2 E
(1) De overdracht van eigend ee euch eceteld schip of schip ee ee on a
anig schip of schip in aanbouw geschiedt d Seven bij de levering verleden ten en
t eee a poe waar de eeens En Ee pee reneer
(2) Wanneer de leveri ee ping of wanneer zij Oe i krochten een openbare verkoo- zij geschieden door een acte verleden dee. : peels: ‘en word tho veroel ° ¢ erkrijger alleen, indien
rgelegd een authentiek afschrift van het proces-verbaal der
TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN, 1417 de ae verkooping vergezeld van een bewijs, dat de koopsom is voldaan of van het vonnis vergezeld van een bewijs, dat het in kracht van gewijsde is gegaan,
(3) Ingeval van onteigening kan de levering geschieden door een acte verleden door den verkrijger alleen, indien wordt overgelegd een authentiek afschrift van het vonnis, waarbij de onteigening is uitgesproken, van een bewijs dat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en van een dupli- caat der kwitantie van betaalde schadeloosstelling.
(4) De acte van overdracht van een zeeschip of een zeevisschersschip of van een aandeel daarin wérdt niet verleden, zoo niet uit een verklaring en bescheiden als bedoeld in het derde lid van art. 12 blijkt, dat het schip ook na de overdracht een Indonesisch schip in den zin van art. 311 van
het wetboek van koophandel blijft. De weigering om de acte te verlijden wordt PERES bij met redenen omkleede beschikking. (Tbs. 23; Sw. 45lter,
- Bij overgang van eigendom of een ander zakelijk recht op teboek- gestelde schepen of schepen in aanbouw en van aandeelen in zoodanige schepen of schepen in aanbouw in andere gevallen dan bedoeld bij het vorige art. is de verkrijger gehouden ten overstaan van den overschrij- vingsambtenaar ter plaatse waar het schip is teboekgesteld een acte te verlijden, waarbij wordt medegedeeld welk recht hij op het schip of scheepsaandeel heeft verkregen en op welke wijze de verkrijging heeft plaats gehad. (Tbs. 5, 33.)
Cif 23, (1) Wanneer bij onherroepelijk vonnis een vordering tot opeisching N.K. van eigendom of tot erkenning van een zakelijk recht op een teboekgesteld 318% schip of schip in aanbouw of een aandeel in zoodanig schip of schip in aanbouw is toegewezen, kan de eischer ten overstaan van den overschrij- \ vingsambtenaar te wiens kantore het schip is teboekgesteld een acte verlijden, waarbij wordt vastgesteld, dat zijn eigendomsrecht of zijn zake- lijk recht bij vonnis is erkend, De acte vermeldt behalve het vermelde in art. 5, nommer en datum van het vonnis, den rechter, die het vonnis
heeft gewezen en den zakelijken inhoud van het vonnis.
(2) Indien de acte een zeeschip of een zeevisschersschip betreft, wordt zij niet verleden, zoo niet uit een verklaring en bescheiden. als bedoeld in het derde lid van art. 12 blijkt, dat het schip ondanks het vonnis een Ned Indisch schip is in den zin van art. $11 van het wetboek van koop- handel. De weigering om de acte te verlijden geschiedt bij met redenen omkleede beschikking. (Tbs. 21, 27.) sn
Cf. 24, De vestiging van hypotheken of andere zakelij ke rechten op teboek-
NK. gestelde schepen of schepen in aanbouw en aandeelen in zoodanige schepen
3181 of schepen in aanbouw en de cessie van vorderingen verzekerd door hypo- theken op zoodanige schepen of schepen in aanbouw en aandeelen in zoo- danige schepen of schepen in aanbouw geschiedt door een acte door de betrokken partijen verleden ten overstaan van den overschrij vingsambte- naar ter plaatse waar de teboekstelling van het schip heeft plaats gehad (K. 314%, 315, 315c; Tbs. 3, 25, 29.)
- Het is mogelijk acten van borgtocht te verlijden ten overstaan van den overschrijvingsambtenaar, wanneer zij strekken tot versterking van reeds bestaande hypotheken op schepen of schepen in aanbouw en aan-
| deelen in zoodanige schepen of schepen in aanbouw. (Tbs. 29.) d
| 26. (1) Hypotheken worden doorgehaald door den griffier op schri - telijk verzoek van den belanghebbende op vertoon door den verzoeker van de voor voldaan geteekende grosse van schuldbekentenis met hypo- theek of van een verklaring van den hypotheekhouder, dat hij in de door- haling toestemt.
(2) De doorheling van andere zakelijke rechten en van borgtocht ge schiedt op overeenkomstige wijze op Gn van een verklaring van den
erechtigde, dat het recht is tenietgeguan, ; | : (3) Daorheling geschiedt mede, wanneer in plaats van de peschelden, in het eerste en tweede lid vermeld, wordt vertoond een onherroepelij | vonnis, waarbij de doorhaling wordt bevolen.
1418 TEBOEKSTELLING VAN SCHEPEN, pee nd been (4) De griffier vordert in alle gevallen overlegging van afschriften der bescheiden, waarop de doorhaling is geschied en bewaart de afschriften. Indien de bescheiden authentieke acten zijn, vordert de griffier overleg- ging van een authentiek afschrift. (K. 315¢; Bw. 1195v. ; S, 3348 art, II hierachter; Tbs. 29, 32.) Cf. 27. (1) Een aanteekening, dat een vordering tot levering van het N.K. teboekgestelde schip is ingesteld, wordt door den griffier op verzoek van 318a* den eischer op vertoon van het origineel der dagvaarding in het hoofd- register gesteld. (Tbs. 7.) (2) De acte van levering verleden op grond van het vonnis, waarbij de vordering werd toegewezen, werkt terug tot op den dag der in het vorige lid bedoelde aanteekening. (Tbs. 23.) CH.
- (1) Aanteekeningen in het hoofdregister gesteld, welke niet het ge- N.K. volg zijn van acten opgenomen in het dagregister, worden door den grif- 318a* fier doorgehaald op schriftelijk verzoek van dengene, die de aanteekening deed stellen, of op verzoek van dengene, die bij de doorhaling belang heeft, op vertoon van een verklaring van dengene die de aanteekening deed stellen, dat hij tegen de doorhaling geen bezwaar heeft. (Tbs, 3°.)
(2) De doorhaling op verzoek van den belanghebbende geschiedt mede, wanneer in plaats van de verklaring bedoeld in het vorige lid wordt ver- toond een onherroepelijk vonnis, waarin de doorhaling wordt bevolen, of waaruit noodwendig de doorhaling volgt.
(3) De griffier vordert in alle gevallen overlegging van afschriften der bescheiden, waarop de doorhaling is geschied, en bewaart deze afschriften. Indien de bescheiden authentieke acten zijn, vordert de griffier overleg- ging van een authentiek afschrift.
- (1) Partijen kunnen zich in alle gevallen in deze regeling bedoeld doen vertegenwoordigen. ar
(2) De bevoegdheid van den vertegenwoordiger moet blijken uit een Cf. schriftelijke acte ; in geval van vestiging van hypotheken moet de volmacht N.K.
van dengene, die het schip verbindt, blijken uit een authentieke acte. 31812
(3) De volmacht, waaruit de bevoegdheid van den vertegenwoordiger blijkt, moet in de acte duidelijk worden omschreven ; indien de Each een onderhandsche is, wordt zij door den griffier bewaard. (Overschr. 28.)
5 () a hee of andere ambtenaren of beambten, werkzaam ten kan- a hed nn ene aaa worden niet toegelaten als vertegen- 3 ; jj zij als executeur testamentair ot als alge-
a Nen verschijnen. (Overschr. 282; Tbs. 33.) ; “ p verzoek van partijen wordt aan elk hunner uitgegeven één ezen elke acte, die ten overstaan van den overschrij te
(2) Verdere grossen kunnen slechts w i ij bere in net reglement op de ie aa, a ie primes
- Ten behoeve van den dienst lasti ‘wort ij door den griffier een staat van alle tee, es eee van inhoud ingezonden bij den i A nee kantoor van tebosketalling. elon (Ths aye aa
_382. (1) De presidenten der raden et KN op Ge regipiers in deze regeling Mee gon belasbmet het tos;
yj zijn gehouden de regist ijd tot tij i i van te vergewissen, dat de belen ae en ok EA 4 ee de registers na onderzoek voor mate sealers peselees Zi) zijn bevoegd het ond F raad van justitie, dat nict ee he presen aan cen lid van den brengt van zijn bevindingen een schriftel Emer, Dr
WORDe red Ens dock nie : ag aan den president uit. gen als anr zijn ae ae en verbeteringen in de registers aanbren- VE Ak L n aanteekeningen in overeenstemmin
33 (6 a se Voort en dezer regeling 2
- (Gew. 8. 381 jo. 2.) (1) Overtredi 5,7 4, 30 en 31 wordt ng van de artt. 5, 7, 8, 9, 18, 29 lid
gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
