SCHEEPVAARTVERORDENING 1936
1410 SCHEEPVAARTVERORDENING 1936 Ss vere den aangehaald als „Indische Scheepvaartwet’’, met ver- seca ay Be ae Seance Staatsblad van Nederlandsch-Indié, waarin i t. 2 nde eenendertigsten December 1936 door de Algemeene Secretaris. SCHEEPVAARTVERORDENING 1936 S. 1936—703. (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 28 December 1936 No. 3). Art. 1. Als zeehaven worden aangewezen: —
Batavia met Tandjoengpriok, Cheribon, Indramajoe, Tegal, Pekalongan, Se- marang, Tjilatjap, Soerabaja, Pasoeroean, Probolinggo, Besoeki, Panaroekan, Banjoewangi, Lhok Seumawé, Sabang, Emmahaven, Oosthaven, Palembang, Djambi, Moearasabak, Toengkal, Tandjong Pinang, Samboe, Tandjong Oeban, Soengei Kolak (Str. Kidjang), Litong, Kramat, Maras, Tarempa, Midai, Genting, Poelau Pandjang, Serassan, Groot Tembelan, Penoeba, Dabo (k), Rengat, Poe- laupalas, Tembilahan, Sepat, Perigiradja, Koeala Gaoeng, Koeala Mandah, Soe- ngeigoentoeng, Poelaukidjang, Penjalai, Tandjoeng Samah, Tandjoengkedaboe, Selatpandjang, Teloekbeletoeng, Soengeikemboeng, Koedap, Ketam Poetih, Bengkalis, Pakning, Siak Sri Indrapoera, Pakanbaroe, Batoe Pandjang, Tandjoeng Medang, Sineboi, Bagansiapiapi, Panipahan, Laboehanbilik, Soengaibrombang, Koealoe (Tandjoeng Mengeidar), Ledoeng, Tandjoengbalai met Teloek Niboeng, Tandjoengtiram, Pangkalan Dode, Bandarchalifah, Tandjoengberingin, Belawan, Tandjoengpoera, Pangkalanbrandan, Poelau Koempai, Pangkalansoesoeh, Mun- tok, Belinjoe, Soengeiliat, Pangkalbalem, Koba, Djeboes, Toboali, Tandjoengpan- dan, Pontianak, Sambas, Pemangkat, Singkawang, Bandjermasin, Balikpapan,
Lingkas (Tarakan), Makasasser, Manado, Atapoepoe.
- Aangewezen worden als kustplaatsen, welke openstaan voor den buiten- landschen handel voor de daarbij aangegeven categorieën van zeeschepen:
a. Manokwari voor zeeschepen met een bruto-inhoud kleiner dan 750 m°;
b, Benoa, Paloh, Ketapang, Soekamara, Pangkalanboeoen, Tandjoengredeb, Tandjoengselor, Noenoekan, Sangkapoera (Bawean) en Langsa voor zeilsche- pen zonder hulpvermogen, ongeacht de grootte;
c. de door den Resident van Riouw en Onderhoorigheden in zijn gewest, voor zoover buiten het tolgebied gelegen, aan te wijzen kustplaatsen, voor zeesche- pen met een bruto- inhoud kleiner dan 750 m°. .
- (1) Aangewezen worden als kustplaatsen, waar de zeeschepen varende on- der de vlag van Staten, met welke het Koninkrijk der Nederlanden in vriendschap is, gerechtigd zijn tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de „Indische Scheepvaartwet 1936":
A.
Amboina, Merauke, Hollandia, Koepang, Dobo, Saumlakki en Djoengkat (monding Kleine Kapoeasrivier);
B. '
De kustplaatsen, welke, in afwijking van het voorschrift dat de inlevering van rans inkomt Ee schepen ten kantore van den ontvanger bij den Dienst nt dee Re jee ania Manip geschiedt, krachtens het eerste lid van Bi ieilerepiewented mee o en 5 ae lid van artikel 1 van het Reglement 47) aen gehecht aan de Rechtenordonnantie (Staatsblad 1931 No.
: gewezen voor de inlevering dier stukken, echter uitsluitend t.a.v. de zeeschepen, welke aldaar stukken als vorenbedoeld inleveren
(2) Aangewezen worden als kustplaats itslui : kend als ,,touristensch 3 Pp. en, waar uitsluitend de zeeschepen, er-
” schepen ”’, varende onder de vlag van Staten, met welke het
SCHEEPVAARTVERORDENING 1936 1411 ET Koninkrijk der Nederlanden in vriendschap is, gerechtigd zijn tot het verrich- ten van handelingen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de „Indische Scheep- vaartwet 1936'':
Sibolga, Telokdalam, Boeleleng, Padangbaai, Bima, Endeh, Waingapoe, Kala- bahi en Bandaneira.
- (1) Tot het opsporen van de in artikel 5 der Indische Scheepvaartwet 1936 omschreven strafbare feiten zijn mede bevoegd de commandanten van Hare Ma- jesteits oorlogsschepen, de gezaghebbers van de schepen der Gouvernements Marine en de gezagvoerders der schepen van de Bebakening en Kustverlichting, de onder de bevelen van deze commandanten, gezaghebbers en gezagvoerders
| gestelde personen, die daartoe door hen van een opdracht zijn voorzien, de lood- sen, alsmede voor zoover betreft vaartuigen van minder dan 20 m° bruto-inhoud en zeevisschersvaartuigen, de djoeragans der gewestelijke vaartuigen.
(2) Tot de uitoefening van de bevoegdheid bedoeld in het vijfde lid van artikel 5 der „Indische Scheepvaartwet 1936'' worden aangewezen de havenmeesters en de ambtenaren der in- en uitvoerrechten en accijnzen.
(3) Tot het in schikking treden met verdachten ter voorkoming van strafver- volging wegens overtredingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 5 der In- dische Scheepvaartwet 1936 worden aangewezen voor Java en Madoera de Directeur van Financiën en voor de buitengewesten de Hoofden van geweste- lijk bestuur.
- Deze verordening kan worden aangehaald als ,, Scheepvaartverordening”’, met vermelding van den jaargang van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst, en treedt in werking op hetzelfde tijdstip als de ‚Indische Scheepvaartwet 1936''.
Uitgegeven den eenendertigsten December 1936 door de Algemeene Secretaris.
|
