REGLEMENT OP HET HOUDEN VAN DE REGISTERS VAN DEN BURGERLIJKEN STAND INDONESISCHE BEVOLKING 1
REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS, 723
Reglement op het houden van de registers van den
BURGERLIJKEN STAND
yoor eenige groepen van de niet tot de onde: Zelfbestuur behoorende
INDONESISCHE BEVOLKING van Java en Madoera.
(Ord. van 15 Oct. 1920.) S. 20-751 jo, 27-664, (iwg. 1 Jan. 1928.)
Bij S. 27—564, ten vijfde (iwg. I Jan. '28) is met wijzi v. h.
in B 3526, bepaald, dat de a. d. hoofden v. gewestel. A Deci ene bevoegdh. tot het verleenen vy. vergunning tot naamsverandering en tot het onderteekenen der daarvan nit te reiken acten aan in ’s lands dienst zijnde of gepensionneerde In:lonesische ambtenaren en beambten in Indonesië zich niet uitstrekt tot die Ind. landsdienaren, die een in een acte van naams- aanneming dan wel een in een geboorteacte vermelden geslachtsnnam voeren.
thoorigen van een
Bolooning ambtenaren B.S. voor de Ind. bevolking en voor Chr.-Indonesiërs,
Bij S. 32—461 gewijzigd bij S. 36—608, wg. 1 Jan. ’37, is bepaald :
I. Aan de gewone en buitengewone ambtenaren van den burgerlijken stand voor eenige groepen van de niet tot de onderhoorigen van een Zelt- bestuur behoovende Indonesische bevolking van Java en Madoera en van dien voor Christen-Indonesiérs op Java en Madoera, in het gedeelte der residentie Manado bekend onder den naam de Minahassa en in de onder- afdeelingen Amboina, Saparoea en Banda zonder de eilanden Teoen, Nila en Seroea der afdecling Amboina van de residentie Molukken wordt een belooning uit ’s Land: toegekend van /1.— (één gulden) voor elke door hen krachtens de ordonnantie van 15 October 1920 (S. No. 751) en die van 15 Februari 1933 (Ss. . 15) opgemaakte of ingeschreven akte, met dien verstande, dat voor de in den loop van een jaar op één kantoor opgemaakte of ingeschreven akten niet meer zal worden uitgekeerd dan een bedrag van f50.— (vijftig gulden) voor huwelijksakten van Christen- Indonesiërs en van f 250.— (twee honderd eu vijftig gulden) voor alle andere akten tezamen.
IL, De uitbetaling van do onder 1 bedoelde belooningen zal jaarlijks geschieden nadat de registers van den burgerlijken stand overeenkomstig art. 15 lid 1 van de ordonnantie in S$. 1920 No, 751 of art. 17 lid 1 van die in S. 1933 No. 75 zullen zijn afgesloten.
Instructie voor den Inspecteur y. d. Ind, Burgerl. Stand in Bb. 11545.
EERSTE AFDEELING. Van de registers van den burgerlijken stand in het algemeen.
Art. 1. (1) (Gew. S, 38-76 jo. 36-607.) Op Java en Madoera, be- staan registers voor de inschrijving van geboorten en van overlijden voor de volgende groepen van eigenlijk gezegde Indonesiërs voor zoover 2) niet den Christelijken godsdienst belijden:
_%. de personen, die recht hebben op het voeren van een der erkende titels en praedicaten van Indonesischen adeldom, met uitzondering van hen die slechts het praedicaat ,,Mas’’ voeren ; r
burgerlijke landsdienaren met eene bezoldiging van minstens f 100.— he nee ook na hunne pensionnapaei . Ee
„ Ollicieren van het Leger, ook na hunne pensionneering ;
d. allen, die krachtens fet Kon. beal. v. 15 Sept. 1916 No. 26 (LS. 1917 No. 12) gedeeltelijk zijn of zich hebben onderworpen aan het privaat- recht der Europeanen ; (bl. 384.) inl meade nakomelingen van de onder a, b, c en d genoemde personen in de
elke lijn, 5
(2) Indien deze dit verlangt, moeten de personen in het eerste lid onder @ genoemd hun beweerd recht op een adellijken titel of praedicaat ten Senoegen van den ambtenaar van den burgerlijken stand aantoonen.
- (1) (Gew. S. 27-563.) De registers worden gehouden door ambte-
Baren van di 7 ig in de Gouvernementslan- din optrede oa burgerlijken stand, als hoedanig 1
en
724 REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS
a. in de regentschappen, waar een regentschapssecretaris besc] de regentschapssccretarissen ; en b. in de regentschappen, waar nog geen regentschaps i den is, de mantri’s kaboepaten. . TS a
(2) (Gew. S. 27-563.) Het ambtsgebied van de ambt burgerlijken stand in de Gouvernementslanden omvat, hehongen gn bepaalde bij art. 3, het geheele regentschap waarin zij bescheide: ens het
(3) In de Vorstenlanden worden door het Hoofd van gewestelijk te landsdienaren tot ambtenaren van den burgerlijken stand aan: a EE hunne ressorten bepaald met inachtneming, zooveel de Berre En toelaten, van de beginselen van dit en het volgend art. (S. 28—241 bl a
- (1) (Gew. S. 27-563.) Indien naar het oordeel van het Hoot) gewestelijk bestuur (1) de behoefte van eenige bevolkingsgroep het Me! maakt, wijst dit Hoofd bij besluit naast de in art. 2 bedoelde nog pane! landsdienaren aan als ambtenaar van den burgerlijken stand ¢ ae hunne ambtsgebieden vast. pee
(2) De in het vorige lid bedoelde ambtenaren van den b ijk doen in hun ambtsgebied als zoodanig dienst voor alle pe Sa Tada nesische bevolking, die een burgerlijken stand hebben en met Uitsloitin, : vinne bevose hele van de ambtenaren van den burgerlijken stand ne
4, De Hoofden van gewestelijk bestuur (+) zullen bij i
b le „gewestelijk ij besluit de lands- dienaren aanwijzen, die bij tijdelijke ontstentenis of opkoriehds seni. dering van de bij de vorige twee artt. aangeduide ambtenaren als buiten. gewone ambtenaren van den burgerlijken stand zullen optreden.
5, De Hoofden van gewestelijk bestuur (t) zullen afschriften van de ind voorgaande artt. bedoelde beschikkingen, alsmede de hanagedkening ; der gewone en buitengewone ambtenaren, doen toekomen aan de grifie k's den landraad binnen wiens rechtsgebied de standplaats van den tetioke
en ambtenaar of buitengewoon ambtenaar van den burgerlijken stand oer is, ten einde daar te worden nedergelegd en bewaard. eee eke zn tan registers van den burgerlijken stand
1: een register van geboorten ;
- een register van naamsaanneming ;
À ojee van overlijden. (Bb. 11432, modellen.) wandkraan, zl in
9 . ede . . a il fe ee de akten geschiedt door het invullen, overeenkomstig dienende getale fort ne van de open vakken van daartoc ordenen ulieren, In de gevallen bedoeld bij de artt. 44 en 47 oh Ges Eas tans WG mogelijk ingevuld en wordt op den kant trike Hs Pe: a en welke bescheiden als anderszins de in het
3D r egevens berusten. : a ear worden voorzien van gedrukte blanco formulieren
(d) Onder a van Justitie vast te stellen modellen.
gerlijken stand voor yen den regent zorgen de ambtenaren van den bur
- (Gew. S OOo igen aanmaak der benoodigde registers.
loomed genuine -) Het eerste en het laatste blad van de doon ambtgebied de Aa registers moeten door den regent binnen Wer met zijne handteekening ge: Eon tah Pinder door hem moeten orde eee worden, terwijl alle overige bla
De akte, n gepara eerd. é taal met Tain ee stand worden verleden in de Maleische
(1) De TS geschreven. 6
formulieren Ee a den burgerlijken stand zijn verplicht de
(2) Al hetgeen bij de opmiakin de doorge:
haald, tusschen beid ee der akte daarin mocht worden (6 ‚dge-
- S. 25-133 | ae op den kant geschreven, moet worden 6 ac
resi p 0. 39—288, ee „den
dent. Voor de VEER ye ain de eel v. Jay. Mad. d
eiden is,
8 beschei.
')
—
REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS, 725
—
<eurd, en, evenals de akte zelve, worden onderteekend, met dien vers ne niets bij verkorting of met cijfers mag worden uitgedrukt. (BS. 9) 3) Na de voltooiing der akte mag daarin geenerhande verandering Jaats hebben dan tengevolge van een daartoe strekkend vonnis.
11, De ambtenaren v. d. burgerlijken stand mogen in de door hen op te maken akten, noch in het lichaam dier akten, noch bij wijze van kanttee- kening of inlassching, iets vermelden buiten hetgeen door de verschijnende
artijen, overeenkomstig deze ord. moet worden verklaard. (BS. 70.)
12, (1) In de akten van den burgerlijken stand worden uitgedrukt het jaar, de maand en de dag harer inschrijving, mitsgaders zoo mogelijk de geslachtsnamen, de voornamen, de ouderdom, het beroep en de woonplaats zoowel der verschijnende partijen als der getuigen. (BS. 77.)
(2) (Ing. 33-76 jo. 36—607.) Indien de ouderdom niet nauwkeurig bekend is, wordt hij zoo goed mogelijk geschat en wordt hiervan in de akte melding gemaakt.
- (1) (Gew. S. 3242 ; 33-76 jo. 36—607.) De getuigen, die bij het opmaken van de akten van den burgerlijken stand verschijnen, worden door belanghebbenden zelve gekozen :zij moeten zijn: ingezetenen van Indonesië en naar het oordeel van den ambtenaar van den burgerlijken stand den vollen ouderdom van twintig jaren hebben bereikt. (BS. 13.)
(2) Ook nabestaanden worden als getuigen toegelaten.
14, (1) De ambtenaren van den burgerlijken stand lezen aan de verschij- nende partijen, mitsgaders aan de getuigen, de akten voor.
(2) Wanneer een of meer der verschijnende partijen of der getuigen do Maleische taal niet verstaan, wordt hun eene vertolking der akte door den ambtenaar van den burgerlijken stand voorgehouden. Indien die ambte- naar daartoe niet in staat is, geschiedt de voorhouding, zoo noodig, door een tolk.
(3) Elke akte moet door den ambtenaar v. d. burgerlijken stand. de verschijnende partijen en de getuigen worden geteekend. Wanneer de eene of andere der partijen of der getuigen niet mocht kunnen teekenen, moet van de oorzaak daarvan in de akte melding worden gemaakt. (BS. 14.)
- (1) De registers worden door den ambtenaar van den burgerlijken stand op het einde van ieder jaar afgesloten.
(2) Een der dubbelen van de registers, welke in dubbel worden aange- houden, wordt, binnen ééne maand na die afsluiting, tegen afgifte van een schriftelijk bewijs van ontvangst, ter bewaring overgebracht naar de griffie van den landraad, terwijl het andere dubbel ten kantore van den ambte- naar van den burgerlijken stand onder diens bewaring blijft berusten.
(3) Het register van naamsaanneming blijft eveneens ten kantore van den ambtenaar van den burgerlijken stand onder diens bewaring berusten.
(4) Op die plaatsen, waar de griffie van den landraad en het kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken stand zich in hetzelfde gebouw bevinden, worden de overeenkomstig het vorig lid te dier griffie ingekomen registers, dadelijk na de opmaking van het proces-verbaal, bedoeld bij art. 28, overgebracht naar eene andere, buiten dat gebouw, door het Hoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen bewaarplaats. Zie noot art. 3.
Wanneer bij het einde van het jaar in eenig register geene akten mochten zijn ingeschreven, wordt met zoodanig register niettemin gehan- deld overeenkomstig het voorgaande art. (BS. 19.) 5
(1) Behoudens de voorschriften van de vorige twee artikelen, mogen oe ae van den burgerlijken stand zonder rechterlijk bevel niet worden
erplaatst. A . (2) Wanneer de rechter de verplaatsing der loopende registers gelast, is de ambtenaar van den burgerlijken stand, na de beteekening van het evel, verplicht zich onmiddellijk van vervolg-registers te voorzien. Een)
18, (1) (Gew. S. 30-221.) Nadat de ambtenaar van den burgerlijken Stand de vervolgregisters in gevolge art. 8 heeft doen waarmerken SA Parafeeren, sluit hij de registers, waarvan de verplaatsing is gelast, af, met vermelding van de reden, waarom dio afsluiting vóór het einde des Jaars is geschied, om daarna onverwijld aan het rechterlijk bevelte voldoen.
Nn ——
726 REGL. B „ BURGERL IJKE STAND INDON ESIËRS
(2) De verw geheel olgregisters er lniting et de registers, ten steeds in all Ge ng aan het einde rvan zij het le opzich gister bestond van het jaa} vervolg zij ten besch Nd bet eval mal oopen, zullen d ‚ waarin di : ook alsof or tt we nen S22) ores in thea Fors A tes 30-221.) racht in de, bewearpia ‘ ee peaneieenoege 291.) Indien het de bewsacniee is van di pende jaar no, ame ruimte aanbi te voorzien i Aatsen in He icra bama, aaa east dat de 1 weed. ere nr ren amar te este ae png (8 eed lid ery ape § ane — si ube „ De volmac ; ook op di woners fl Gas en reren ore en andere stukk iT aanmerken en pain, Sol van den med blijven a welke bij d rs van toe. Er (1) Een ieder i worden An echt aan d e akten van Me Diberlijkont bevoegd gebracht. (B orgie. Rola akten zijn der volm reksels uit di ewaard ens De uittrek achten en ap. Bicieisn | der registers hee cay, ell sels verdi dere te doe zij lange di „geloof tot erdienen stukken n geve bepalin en weg Vv! op het of , wanneer zij welke et, SRS ae an strafvorde ogenblik, dat oe eld ronte de b egalisatie de meee ae ring, hetzij o e-valschheid registers . urgerlijken star "ad ndteekenin esrecht voorg' p de wijze bij ae daarvan indien zi ae ee vn sie eel Be, wet r van de oor bel oodani: en er der regi eweerd ideas wor elanghobbende ti beceren delend angeren acini jo 838.) verhang wordt doo geschied, 23 ten gehechte a van en uittre ten behoev: ‘ee . (1) Wi stukken, zij reksels ui e van den worden m anneer 0) » zijn vrij vi uit de volm, openbaren di i Re me k an zegel achten Ene RIE eee Soria ifs A ep andere aan wordt zulke ged daarop eenige eene andere reeds ingeschreven ak BRE En alta Knee burgerljken ae (2) D andraad in die, w Satire bemande den bi moet, worden gesteld lijken eze aanteek ie, welke te: ewaarde regi urgerlijken stand i ‘ fa anin r griffie zij egister d in de dag by nd of do gen word e zijn 0 s, en door d ; , waarop zij oor d : en di vergeb: en griffie npe en pe gat pees ambient an F il an 5 en: len burger Elsa nan phe a een met vermelding Rt lijken stand of de lijk bestuur ge inschrijving i nge) (4) Gee dar eenen ing is opgedragen 3 den a ieee keel woordeljkafscheitt abe! van den nne welke zich op den Ì bana ge ioe adhe dp sats ac (DM DI ea kkn ele) EE den ae art. 8.) zin registers van de Srl Ee akte ee gevoegd de AR ae mogen ed of on burgerlij or getuigen en. (BS. 26.) Ge of ) In geval wel dat ec jken tandin: als door beschei Ay verd van ne in nooit hi scheiden, bewijzen: waard. onkering eren k ebben bestaan, of n ardoor vai Enea g, vera akte antes. „0: verloren te di n het misdrii van den is ering, versch 5 ontbreekt. ijf blijkt, een urgerlijken heee Tees vernietiging wettelijk verm „levert het vonnis, oeden van de vers”
sching » Verse. 5 (B.S, 27.) heuring, vernietigi ging of verdonkeri ring op. (Bw. 1918, 19219.1 welke
De akt 3 25. De an den burg lij en stand en de aanteekeningen: ‚ver.
in d A (Bsr gi raisters_ moete pA n geschieden word en kosteloos im gesc
2%. (G Kea . 88-327 jo. 3: jo. 8 88.) (1) Voor de uitgi uitgifte van uittreksels B
registers en zeventig dende burgerii : rlijken stand is vel hj rschuldigd een recht V9"
BEGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS, 727
(2) De uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand worden kosteloos uitgereikt :
a. ten behoeve van den openbaren dienst ;
b. aan onvermogenden, mits van het onvermogen blijkt door een ver- klaring, in de buitengewesten van het hoofd van het plaatselijk bestuur en op Java en Madoera van den regent, of van een door hen voor het afge- ven van zoodanige verklaringen aan te wijzen ambtenaar en van het onvermogen op de stukken melding is gemaakt, (BS. 33.)
TWEEDE AFDEELING,
Van de aansprakelijkheid der ambtenaren en andere bewaarders van den burgerlijken stand.
27, De ambtenaar van den burgerlijken stand en andere bewaarders zijn, ieder voor zooveel hem aangaat, voor het richtig houden en bewaren der registers aansprakelijk. Elke verandering, elke vervalsching in de akten, elke inschrijving op een los blad, mitsgaders alle overtreding tegen de voorschriften van dit reglement begaan, kunnen aan de partijen grond ones om tegen de genoemde personen schadevergoeding te eischen.
BS. 28.)
: 28. (1) De Hoofddjaksa’s bij de landraden zijn verplicht, de ter griffie overgebrachte registers en de daaraan gehechte stukken te onderzoeken, en van hunne bevinding, binnen de eerste zes maanden van elk jaar, proces-verbaal op te maken. Zij zijn bevoegd om inzage te nemen van de dubbelen, welke niet ter griffie berusten, doch zonder deze te mogen verplaatsen of doen verplaatsen.
(2) Gewaarmerkte afschriften der in dit art. bedoelde processen-verbaal worden binnen acht dagen na de opmaking door de verbalisanten ingezon- den aan het Hoofd van gewestelijk bestuur. (BS. 29.) Zie noot art. 3.
DERDE AFDEELING. Van de akten van geboorten.
- (Gew. S. 38—76 jo. 36-607.) (1) Behoudens het bepaalde bij art. 37 moet de aangifte van geboorte uiterlijk op den tienden dag na dien der bevalling, Zondagen en daarmede gelijkgestelde dagen niet medegerekend, in tegenwoordigheid van twee getuigen worden gedaan aan den ambtenaar van den burgerlijken stand binnen wiens ambtsgebied het kind is geboren.
_(2) Met den Zondag worden ten deze gelijkgesteld de Europeesche Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de Christelijke Hemelvaartsdag, de Hemelvaartsdag van Mohammed, twee dagen ter gelegenheid van het begin der maand Sjawal volgens den Arabischen kalender (Idoe’l Fitri, Garebeg Poeasa, Lebaran ae de Garebeg Besar (Lebaran hadji), de Asjoeradag en de Garebeg
auloed.
(3) Wanneer de plaats der geboorte door de zee is gescheiden van het Kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken stand kan de aangifte OOK later geschieden. (BS. 37.
Warnes bij Be ese ue de gemeenschap tusschen de plaats der geboorte en het kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken san A de aangifte binnen den in het vorige artikel gestelden termijn aan het ere onmogelijk is, wordt die termijn gerekend te loopen van he oogenblik dat de gemeenschap hersteld is. 3
(1) De Rena zal Bo de hem sedans ee, ook al is de
Aarvoor gestelde termijn verstreken, eene Op
(2) Indien echter de eee te plaats heeft na verloop van fe ae na a geboorte, wordt, onverschillig of voor de gt al of nie
paalde termijn is vastgesteld, geene akte opgemaakt. z
(3) De arian is forel alvorens tot de Spmaeine der ate Over te gaan, zich ter plaatse der geboorte te begeven, en te vorderen, het kind aan hem worde vertoond.
728 REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS,
|. (Gew. S. 26-518.) (1) De aangifte der geboorte van een ki ni Ae vader worden gedaan, of, bij gebreke of verhindering eas ae door de geneesheeren, heelmeesters, vroedmeesters, vroedvrouwen of andere personen, die bij de bevalling zijn tegenwoordig geweest, of wel wanneer de moeder buiten hare woning bevallen is, door den Persoon te wiens huize het kind is geboren. J 7
(2) Indien de bevalling heeft plaats gehad in een ziekenhuis of in eene gevangenis, moet de aangifte, bij gebreke van den vader, of bij diens ver. hindering, worden gedaan door het Hoofd of door een der bedienden van zoodanige inrichting. (BS. 39.)
33, (1) De akte van geboorte vermeldt :
1°. het jaar, de maand, den dag, het uur en de plaats der geboorte
ge. de kunne van het kind en de voornamen, welke aan hetzelve worden
egeven ; 8 Bo, de geslachtsnamen, de voornamen, het beroep en de woonplaats der ouders ;
4°, de geslachtsnamen, de voornamen, den ouderdom, het beroep en de woonplaats des aangevers en der getuigen ;
5°. de vermelding of het kind al dan niet uit een wettig huwelijk is geboren,
(2) Bij de aanduiding van jaar, maand en dag wordt de Europeesche kalender (Gregoriaansche tijdrekening) gevolgd. (BS. 40.)
34, (1) Wanneer het kind buiten echt geboren is, mag de naam des vaders niet in de akte worden vermeld, ten ware hij, wanneer het voor hem geldende recht eene erkenning van natuurlijke kinderen kent, het kind overeenkomstig dat recht erkent.
(2) De aangifte door den vader wordt voor erkenning gehouden, indien dit in overeenstemming is met het voor hem geldende recht. (BS. 41.)
Wanneer de erkenning van een natuurlijk kind geschiedt na de opmaking van deszelfs geboorte-akte, maakt de ambtenaar van den bur- gerlijken stand, zoo hem mededeeling wordt gedaan van de erkenning, daarvan dadelijk melding op den kant der geboorte-akte. (BS. 53.)
Indien eene wettiging van een natuurlijk kind heeft plaats gehad overeenkomstig het voor de ouders geldende recht, wordt op verzoek van belanghebbenden van die wettiging melding gemaakt, op den kant van de geboorte-akte. (BS. 53.) pi
(Gew. S. 33-76 jo, 36-607.) Van de geboorte buiten het gebied waarvoor deze ordonnantie geldt van een kind, waarvan de ouders binnen genoemd gebied wonen, moet binnen twee maanden aangifte gedaan wor- den aan den ambtenaar van den burgerlijken stand binnen wiens ambts- gebied de ouders wonen.
VIERDE AFDEELING. Van namen. (*)
nn (S. 17-12, artt. 3, 10v.* bl. 385.) ä i ndien de vader, of — indien het betreft cen niet door den vader erkend natuurlijk kind — de moeder van het kind van welks geboorte ec? akte moet worden opgemaakt geen vasten geslachtsnaam voert, 2 4 eee dan wel de moeder voor de aangifte zoodanigen naam EE Brae a het register van naamsaanneming wordt ingeschreven. ijken a ) an de naamsaanneming wordt den ambtenaar van den burger ‘n i aD pededesting gedaan door dengene, die de geboorte aangeeft, i À Sor igheid van dezelfde getuigen als bij de geboorte-aang : ae De ambtenaar van den burgerlijken stand overtuigt zich conde 40. : pesseyen naam de door den vader of de moeder gewilde is: asi. ( ye Gouverneur-Generaal is bevoegd de inschrijving van vi aar
en of geslachtsnamen te verbieden, hetzij op grond dat den
( Zie ook moot Bw. 6y. ; 8, 27-564 ten vijfde, onder opsehrev. dil FL
a
REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS, 729
Indonesische begrippen een rang of titel aanduiden, of met een rang of titel verband houden, dan wel om andere gewichtige redenen.
(2) Indien de ambtenaar van den burgerlijken stand oordeelt, dat er aanleiding is tot toepassing van de bepaling van het vorig lid, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan den regent, die bevoegd is den ambtenaar te gelasten het opmaken van de akte van naamsaanneming of van de geboorte-akte na te laten totdat ter zake door den Gouverneur-Generaal zal zijn beslist.
(3) Hij doet in dit geval de stukken toekomen aan het Hoofd van gewes- telijk bestuur dat de beslissing van den Gouverneur-Generaal inroept. (Zie noot art. 3.)
(4) Regenten mogen geen geslachtsnamen aannemen zonder toestem- ming van den Gouverneur-Generaal.
- (1) Geslachtsnamen vermeld in een akte van naamsaanneming dan wel in een geboorte-akte, mogen niet worden veranderd dan uit krachte van een schriftelijke beschikking van den Gouverneur-Generaal. (Bb. 13421.)
(2) De verandering wordt zoonoodig in het naamregister en in de akten van geboorte van den aanvrager en van zijne minderjarige kinderen aangeteekend.
(3) Verandering van geslachtsnaam wordt niet verleend op aanvrage van minderjarigen, noch enkel ten behoeve van minderjarigen.
(4) Verandering van voornaam wordt door den betrokkene, indien deze minderjarig is daartoe bijgestaan door zijn wettelijken vertegen- woordiger, aan den ambtenaar van den burgerlijken stand medegedeeld en onder gelijk voorbehoud als is aangegeven in de eerste drie leden van het vorig artikel op den kant van de akte van geboorte van den betrok- kene vermeld. (S. 27—564, ten vijfde, onder opschr. v. dit regl.)
VIJFDE AFDEELING. Van de akten van overlijden.
- (1) De aangifte van overlijden moet uiterlijk op den tienden dag na het sterfgeval, Zondagen en daarmede gelijkgestelde dagen niet mede- gerekend, worden gedaan aan den ambtenaar van den burgerlijken stand binnen wiens ambtsgebied de persoon is overleden.
Het tweede lid van art. 29 is ten deze toepasselijk. De ambtenaar zal op de verklaring van den aangever en van een getuige de akte van over- lijden opmaken ; hij is bevoegd, indien hij zulks noodig acht, zich te voren van het overlijden te overtuigen.
(2) Het derde lid van art. 29, art. 30 en de eerste en tweede leden van art. 31 vinden overeenkomstige toepassing. (BS. 65.) y
- (Gew. S, 26-513.) Tot de aangifte van overlijden zijn verplicht de meerderjarige bewoners van het huis waar de overledene is gestorven en bij gebreke of verhindering van dezen zoomede indien het overlijden niet in een huis heeft plaats gehad, het dorps- of kamponghoofd dan wel, waar geen kamponghoofd bescheiden is, de wijkmeester.
44, ( Aangev, S. 33-76 jo. 36-607.) Wanneer blijkt, dat de over- ledene elders binnen het gebied, waarvoor deze ordonnantie geldt, zijn woonplaats heeft gehad, doet de ambtenaar van den burgerlijken stand, die de aangifte heeft ontvangen, een uittreksel uit het register, houdende akte van overlijden, toekomen aan dien van de laatste bekende woonplaats van den overledene van dat gebied, ten einde insgelijks in de reen aldaar te worden ingeschreven. De aldus ingeschreven akte wordt al vet door den ambtenaar van den burgerlijken stand onderteekend. Het het ontvangen uittreksel wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij art. 21. (BS. 65.)
45, (1) De akten van overlijden bevatten :
1°. den geslachtsnaam, de voornamen, den le woonplaats van den overledene, zoomede den dag en het uur lijden ;
2°, den geslachtsnaam en de voornamen van
ouderdom, het beroep en van over-
den echtgenoot of echt-
730 REGL. BURGERLIJKE STAND INDONESIËRS,
genooten, indien de overledene getrouwd, dan wel weduwnaar of Weduwe Mos den geslachtsnaam, de voornamen, den „ouderdom, het ber
en de woonplaats van den aangever, en den getuige alsmede, wanneer > bloed- of aanverwanten zijn, den graad van verwantschap, Zij
(2) De akten van overlijden bevatten daarenboven, voor zoover moge. lijk, de geslachtsnamen, de voornamen, het beroep en de woonplaat der ouders van den overledene, zoomede diens geboorteplaats. (BS 67)
- (1) De ambtenaar van den burgerlijken stand mag geene akte al overlijden van een kind, dat nog geen drie volle dagen heeft geleefd opmaken, dan voor zooverre hem is gebleken, dat van de geboorte van het kind eene akte is opgemaakt,
(2) Indien dit niet blijkt, mag de ambtenaar van den burgerlijken stand, aan wien de aangifte wordt gedaan, niet in eene akte vermelden dat het kind overleden is, maar alleen dat het als levenloos is aangegeven. De ambtenaar van den burgerlijken stand kan in een zoodanig geval, bij twijfel omtrent de deugdelijkheid der aangifte, vorderen dat het kind aan hem worde vertoond, Hij zal daarenboven de verklaring van den aan- gever en den getuige ontvangen ten aanzien van de geslachtsnamen, voor- namen, het beroep en de woonplaats van de ouders van het kind, met aanduiding van het jaar en de maand, waarin, en den dag en het uur, waarop het kind is ter wereld gebracht.
(8) De akte zal, overeenkomstig hare dagteekening, in de sterfregisters worden ingeschreven, zonder dat daardoor eenigermate zal zijn beslist, of het kind levend dan wel dood is ter wereld gekomen. (BS. 68.)
- (Gew. S. 33-76 jo. 36-607.) Wanneer een sterfgeval heeft plaats gehad in eene burgerlijke of militaire ziekeninrichting, dan wel een lijk in zulk een inrichting is opgenomen vóór de teraarde bestelling, is het hoofd of de bestuurder benevens een der dienstdoende geneesheeren of officieren van gezondheid, in de gevallen dat deze naast het hoofd aan de zieken- inrichting verbonden zijn, verplicht daarvan binnen vier en twintig uren eene schriftelijke aangifte, ingericht naar een bepaald formulier, aan den ambtenaar van den burgerlijken stand te doen, welke eene akte van over- lijden zal opmaken, De akte wordt alleen door den ambtenaar van den burgerlijken stand onderteekend. Met de ontvangen aangifte wordt gehan- deld overeenkomstig: het bepaalde bij art. 21. (BS. 71; Bb. 11432, model.)
48, In geval van een gowelddadigen dood; van het ter dood brengen van een veroordeelde, of van het overlijden in gevangenissen, wordt van die omstandigheden door den ambtenaar van den burgerlijken stand in de akte geen melding gemaakt. (BS. 75.)
48 a, (Ing. 8. 46—136.) Wanneer het bewezen is, dat registers van overlijden nooit hebben bestaan, dat die zijn verloren geraakt, dat een ingeschreven acte daaraan ontbreekt, of dat bijzondere omstandigheden de inschrijving der acte van overlijden hebben verhinderd, zal dat over. lijden zoowel door getuigen als door bescheiden kunnen worden bewezen.
ZESDE AFDEELING. Van de verbetering der akten van den burgerlijken stand en van hare aan- ARS vulling. ee ~,_yvanneer binnen het gebied waarvoor deze ordonnantie geldt 8 ed hebben bestaan, of dezelve zijn verloren geraakt, vervelend, en erd, verscheurd, vernietigd, verdonkerd, of verminkt, ran Akten daaraan ontbreken, of wanneer in de ingeschrevene akten dwa! £ om Weglatingen of andere fouten hebben plaats gehad, geeft zulks gro! Aanvulling of tot verbetering der registers. (Bw. 13.) draad aire et verzoek daartoe kan alleen worden gedaan aan den EE Beb on rechtsgebied de registers zijn of hadden behooren te W Bin manta en Een zonder hooger beroep, en, wanneer daarto® on oet: (B ES a oor van de belanghebbende partijen, deswege uitspra®
i 0 51. Deze uitspraak is alleen geldig tusschen de partijen, welke dezelv
à
in
BEGL, BURGERLIJKE STAND INDONESIERS. GEMENGDE HUWELIJKEN. 731
hebben verzocht, of te dier gelegenheid zijn opgeroepen. (Bw. 15.) 52. Alle uitspraken tot verbetering of tot aanvulling van akten worden door den ambtenaar van den burgerlijken stand, dadelijk na derzelver vertoon, in de loopende registers ingeschreven en, in geval van verbete- ring, wordt daarvan melding gemaakt op den kant der verbeterde akte, overeenkomstig de bepalingen van dit reglement. (Bw. 16.)
Slotbepalingen.
- Onder leiding van het Hoofd van gewestelijk bestuur zijn de regen- ten belast met het toezicht op de ambtenaren van den burgerlijken stand binnen hun ambtsgebied. (Zie noot art. 3.)
54, (Gew. S. 27-663.) Waar in dit reglement bevoegdheden zijn toe- gekend of verplichtingen zijn opgelegd aan den regent, worden deze in de Vorstenlanden uitgeoefend of nagekomen door het Hoofd van plaatse- lijk bestuur.
Indien naar de bepalingen van dit reglement in een akte geslachts- en voornamen moeten worden vermeld van eenig persoon en deze zoo- danige namen niet heeft, wordt vermeld de naam waaronder hij bekend staat.
Dit reglement treedt in werking op een door den G.-G. te bepalen tijdstip. (S. 27-564: 1 Jan. ’28.)
Reglement op het houden der registers van den
BURGERLIJKEN STAND VOOR EUROPEANEN
r Indonesiërs en met hen gelijkgestelden, die krachtens eet algeheel zijn of zich vrijwillig hebben onderworpen het voor Europeanen vastgestelde burgerlijk en handelsrecht. ()
( Afgekondigd bij Publicatie van 10 Mei 1849, 8. No. 25.)
(Zie de buitengewone regelingen en voorzieningen achter in deze verzam.) EERSTE AFDEELING,
Van de registers van den burgerlijken stand in het algemeen,
- (Gew. S. 06-179; 16-339 jo, 17-18; 17-531; g7~2 en jo. RT 37-696.) Er bestaan in Indonesië voor 7 deed alsmede voor Indonesiërs en met hen gelijkgestelden, die krachtens wette- lijke bepalingen algeheel zijn of zich vrijwillig hebben onderworpen aan het voor Europeanen vastgestelde burgerlijk en handelsrecht, registers voor de inschrijving van geboorten, van huwelijksaangiften (), van toe- stemmingen tot het huwelijk, van huwelijken en echtscheidingen en van overlijden. (Rv. 867v.) |
(Gew. S. 05-342 ; 25-435 ; 28-224.) Deze registers worden gehouden door ambtenaren van den burgerlijken stand, welke betrekking, tenzij de Gouverneur-Generaal daartoe bij wijze van uitzondering op deze of gene plaats een afzonderlijken of een anderen (2) ambtenaar aanwijze, op Java en Madoera wordt vervuld door de afdeelingshoofden voorzoover betreft het regentschap waarin de afdeelingshoofdplaats ie gelegen en voor elk der overige regentschappen door den aasistent-resident bescheiden ter hoofdplaats van het regentschap. Indien op een regentschapshoofd- plaats meer dan een assistent-resident bescheiden is, wijst het betrokken afdeelingshoofd aan, wie van hen de functiën van ambtenaar van den burgerlijken stand zal uitoefenen.
(8) Krachtens S. 31-168, 423 jo. 39-288 wordt dit 2e lid voor de guts). v. Jav. Mad. na het nootteeken (8) achter ,,anderen” gelezen. „beambte aanwijze of bereids hebbe aangewezen, vervuld zal worden door de assistent-residenten gevestigd buiten de residentiehoofdplaatsen, ieder voor hun ressort; en overal elders door den ambtenaar of beambte, die op het bureau y. d, resident het hoogst in rang is”. (BS. 2v., 5, 28, 33, 87; Bw. 4v.; Bb. 5295.) 4
(Toeg. 8. 67—24 ; gew, 25-666 ; 28-224.) Behoudens de bevoegdheid van den Gouverneur-Generaal om bij wijze van uitzondering op deze of
() Opschr. gew. S. 17531 en 07-205 art. 3* jo. 19-816. 31 roeger Reglement : Staatsblud 1828 No. 50 (S. 1So9—35 on Be Ee isddcsgy 1881-3, 38, 44 em 61; 183543; 183715 en 37 ; 1839-35: Voor de negorijbevolking in de Molukken: S, 1824—19a art. 46. gg uwelijken Indonesische Christenen in de Molukken : S. 185110; 61 Gow. 97-113; 98-159, 226: 1900208; 02-444; 04-328; 11-448; db 666, ; dem Timor: S, 7T4—63 ; 98—159. Voor Indonesische Christenen te ‘Toegoe en Depok: S, 1840—2.
son doopregisters : S. 1836—16 en 46 ; 1837—10 ; 1832—50 ; 1817—
Nd Y: vaste geslachtsnamen door alle christenen en joden:
- 8annomen en vermelden v. adellijke titels, S. 1853—64. pe Ugerlijke stand voor Indonesische eurie. S. 64142; ike OEE 5 en: S. 1904—279* jo. 1905344 © 3 evoegdheid 5 t 2a Beet an sda eration ese fot tet opm op r Nargerl. Stand Chineezen, en BS. Indonesiërs, zie hierachter: 6 jo. 27 aba erandering van Indonesische ambtenaren zie S. 1923-52 ay eee. 787 „opschrift. Zie ook noot onder Iw. 6a. »en afkondigingen” vervallen ingaande 1 Jan. 1939-
XN By 13
EE
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN. 733
ene plaatsen een afzonderlijken of een anderen ambtenaar van den bur- gerlijken stand aan te wijzen, wordt in de gewesten buiten Java en Madoe- ra de betrekking van ambtenaar van den burgerlijken stand vervuld op de gewestelijke hoofdplaatsen (krachtens S. 38-370 jo. 264 thans resi- dentie hoofdplaatsen) door den ambtenaar, die op het bureau van den ge- westelijken bestuurder (thans : van den resident) het boogst in rang is op de afdeelingshoofdplaatsen door de hoofden der afdeelingen en elders door alle ambtenaren, die met het dagelijksch burgerlijk gezag in eenige pes belast zijn, ieder voor zooverre zijn onderatdeeling zich uitstrekt.
De gouverneurs en andere hoogste gezaghebbers (+) in de bezittingen buiten Java en Madura, zijn bevoegd om, in geval van daartoe bestaande noodzakelijkheid, onder nadere goedkeuring van den Gouverneur-gene- raal, op bepaalde plaatsen, het houden der registers van den burgerlijken stand, aan andere dan de hiervoren vermelde, daarmede uit kracht van hunne ambtsbetrekking belaste personen, op te dragen.
2, (Gew. S. 05—342.) De residenten en andere hoofden van gewestelijk bestuur (!) zullen, bij acte waarvan afschrift zal worden gezonden aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij den raad van justitie, ten einde ter griffie van dat collegie te worden nedergelegd en bewaard, de beambten aanwijzen, welke, bij tijdelijke ontstentenis, of opkomende verhindering van de bij het vorige art, aangeduide ambtenaren, als buiten- gewone ambtenaren van den burgerlijken stand zullen optreden. (BS. 4, 29; Ov. 103; Bb. 810, 1706.)
De ontstentenis, of de oorzaak der verhindering zal in elke acte, welke door den aldus aangewezen ambtenaar wordt opgemaakt, bepaaldelijk vermeld worden.
(Toeg. S. 69-13.) Met opzigt tot de onderafdeelingen, in welke ten gevolge van ontstentenis van geschikt personeel, geen buitengewoon ambtenaar aangesteld is kunnen worden, is de ambtenaar van den burger- lijken stand ter hoofdplaats van de afdeeling (*) bevoegd om, bij tijdelijke ontstentenis of verhindering van den ambtenaar, die in de onderafdeeling de functien van ambtenaar van den burgerlijken stand uitoefent, de acten te verlijden, die anders zouden behooren tot het ressort van den ambte- naar in de onderafdeeling.
(Toeg. S. 69—13.) Hij moet van de ontstentenis of de oorzaak der ver- hindering in zijne acte melding maken.
3, Behalve de hiervoren aangeduide beambten, worden met de betrek- king van ambtenaar van den burgerlijken stand, ter plaatse waar zij ge- vestigd zijn, belast het opperhoofd van den Japanschen handel en de consul in China. (BS. 32.) (?)
(Gew, S. 05—342.) De residenten en andere hoofden van geweste- lijk bestuur (+) zullen. de handteekeningen der ambtenaren van den burger- lijken stand, zoowel buitengewone als gewone, binnen den kring van hun bestuur gevestigd, doen toekomen aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij den raad van justitie, die dezelve ter griffie van dat collegie zal nederleggen, om aldaar te worden bewaard. (BS. 2 ; Not. 19; Bb. )
Geen ambtenaar yan den burgerlijken stand vermag te staan aes acten, welke hem zelven, zijne vrouw, zijne ouders of zijne
Inderen betreffen. (BS. 2. FA
- (Gew. S. 16-336 jo. T}-18 ; 37-695) Br worden vijf afzonderlijke registers van den burgerlijken stand gehouden, bestemd tot inschrij ving
der acten van: Te. 8 Jav. Mad. () S. 25—433* jo 39-288 en 38-3710 Jo 264: in de gvtsl. Vo fn in de Bte worden de bevoegdheden, bemoeiingen 2 verniohtingen bij dit regl. opgedragen a.d. hoofden v. gewestel. best., an ge Fee Hie Meenas jeder voor zijn residentie. Voor de Vorstenl. zie 5. é S 0 ja’ ” (a) S. rue bl. 233: in de gvtsl. v. Jav. Mad. ‚„residentis erv ogg) Als vervallen te beschouwen en vervangen door art. . 269, consul. rechtsmacht.
734 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN
geboorte,
huwelijks-aangifte, (*)
toestemming tot het huwelijk,
huwelijk en echtscheiding, en
overlijden. (BS. 1, 7.)
(Gew. S. 30-221.) Voor de inschrijving der schriftelij . geboorten en sterfgevallen, in de heven waarin reaps angen yan worden toegelaten, en van andere acten, die in vorm eni reglement gewoonlijk voorkomende verschillen, kunnen bijregisters w‚ a Vaude houden, mits die, gelijktijdig met de gewone, ter eis ge feering, worden ter hand gesteld aan den met deze WER De beambte, die gehouden zal zijn van het bestaan van elk mn belasten ie es meting maen op het titelblad van het eee waarbij het behoort. (BS. 8.) eet
7, (1) (Gew, S. 16-339 jo. 17-18 ; 87-59. i ken ine, pe der kenden eye bees ot het huwelijk alleen uitgezonderd, z a En (BS, 6, 8, I7v. RO. 143; Cry. 40, be llen dubbel worden gehouden,
ij S. 32639, iwg, 1-1-1933, zijn leden 2—5 toegevoegd :
(2) Zij zullen van landswege kosteloos aan ps Mens van d burgerlijken stand worden verstrekt. Met uitzondering di a van huwelijken en echtscheidingen en van die, bedoeld in he pia van het vorige art., zullen zij worden voorzien van rde it 1 Hae volgens door den Directeur van Justitie vast te . Lh aa En blanco akten door de ambtenaren van den burgerlij Ee stoan ee a de proorechritien van dit reglement zullen worden in- en aangevuld. ai gong der registers aan de ambtenaren van den burgerlijken de 8 ne iedt jaarlijks door de hoofden van gewestelijk bestuur, door
nkomst van de in het eerste lid van art. 8 bedoelde residentierech- esn en evengenoemde bestuurshoofden zelve dan wel door hen aange- DELE ee ed in ne bepaling vermelde werkzaamheden zijn
Tin eee oezending rechtstreeks geschiedt. ( Zie noot art. 2.) Ie aces ng heeft plaats op zoodanig tijdstip, dat de registers den EE en Januari van het nieuwe jaar door de ambtenaren van
(5) De BIE pane kunnen worden ontvangen. ocaidevimsaninbe Sic ayaa ea geie 7
- (Gew g REE der tn s 30221.) Het eerste en het laatste bad ter planta Mrantie Sane © registers moeten door den residentierechter mst eijne Herten enaar van den burgerlijken stand gevestigd is, den door hem. moeten gewaarmerkt worden, terwijl alle overige bla-
Indien aldaar geen n Wen geparafeerd. (BS: 6, 23; Civ. ál.) … Wanlambtenaarvan mh en entierechter bescheiden is, dan wel de functién plaatse door ETE urgerlijken stand en die van residentiorechter tet Stn uae ambtenaar worden vervuld, geschieden de in het telijk bestuur (3) dan noes en parafeering door het Hoofd van gewe” zijn burean, die in hy ve door een door dezen aan te wijzen ambtenaar van functién van ambtersa crt, waarvoor de registers zullen dienen, niet de stand uitoefent, (BS on Ge bettngsyoon ambtenaar van den burger
. De acte Sess oot art. 2.) zonder dat ee, <n er elkander in de registers worden ingeschreven,
Al hetgeen Bila ak tusschen beide mag worden opengelaten. d tusschen beide of o some ne der acte daarin mogt worden doorgehaalts en, even als de Pais ae ant geschreven, zal moeten worden goedgekeu of met cijfers mogen w Ee geteekend worden ; zullende niets bij verkort
Na de voltooijing dee oen Witgedrukt. (BS. 11, 14; Civ. 42) … 5 ee acten mag daarin geenerhande verandering plee
()_Ingaande Bn tone Bonder 9 isin art. 6 , huwelijks:atkondigins” ae ngaande op 1 pa fy vervangen door: ,,vijt”’. ervallen
‘3 Fone: ” €) In de gvtsl, y, Dae Manna ld oe eon v
Bw.
17
18
19
20
21
BEGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN. 735
hebben, dan ten gevolge van een daartoe strekkend vonnis, hetwelk van gewijsde heeft bekomen. (Bw. 13v. ; S. 1854—40* onder BS. rie
De ambtenaren van den burgerlijken stand zullen in de door hen op te maken acten, het zij in derzelver ligchaam, het zij bij wijze van kant- teekening of inlassching, niets mogen vermelden buiten hetgeen door de verschijnende partijen, overeenkomstig de wet, moet worden verklaard, (BS. 28, 40v. 55, 60v., 64, 67v., 71v., 74v., 84; Civ. 35; S. 1853-64)
(Gew. S. 32-539 ; 37—595.) Bij de acten van den burgerlijken stand zullen worden uitgedrukt het jaar, de maand en de dag harer inschrijving, mitsgaders, de namen, de voornamen, (‘) de ouderdom, het beroep en de woonplaats, zoo wel der verschijnende partijen als der getuigen. Rij de huwelijksacten zal bovendien worden vermeld de dag der week, alamede het uur, waarop de huwelijksvoltrekking heeft plaats gehad. (BS. 40, 55, 61, 64, 67, 71, 74, 84; Bb. 1232.)
(Toeg. S. 37—695, iwtr. 1 Jan. ’89.) In de akten van den burgerlijken stand worden steeds de namen geplaatst voor de voornamen. De namen worden door een komma van de voornamen afgescheiden.
- In alle de gevallen waarin de belanghebbende partijen niet verpligt zijn in persoon te verschijnen, zullen zij zich mogen laten vertegenwoor- digen door eenen gemagtigde, bepaaldelijk tot die verrigting bij authen- tieke acte aangesteld.
De magtiging zal evenwel. bij ondernandsche, op ongezegeld papier geschrevene acte kunnen geschieden, wanneer de woning des lastgevers meer dan tien palen verwijderd is van de plaats, waar de naast bij wonende notaris gevestigd is ; doch zal in dat geval de volmagt door een Buropeesch beambte voor gezien moeten zijn geteekend. (BS. 24v., 39, 62; Bw. 51, 79; Civ. 36.) .
- (Gew. S. 04-328 jo. 05—552 ; 17-531 ; 07-208 art. 3* jo, 19-816 ; 8242.) De getuigen, van wie men bij de acten van den burgerlijken stand gebruik maakt, zullen daartoe door de belanghebbenden, en wel, behalve wanneer de acten Indonesiërs en met hen gelijkgestelden betreffen, bij voor- keur uit de Europeanen worden gekozen ; dezelve moeten zijn ingezetenen van Indonesië, en den vollen ouderdom van een en twintig jaren bereikt hebben. (Bw. 330.)
Ook nabestaanden zullen als getuigen worden toegelaten. (Bw. 1910, 1914; Civ. 37.) ent beval
Indien de getuigen tot de Indonesische of daarmede NL an d king behooren, en den ambtenaar van den burgerlijken stand niet en zijn, zal deze kunnen vorderen dat derzelver bevoegdheid bevestigd sor on de verklaring van den wijkmeester der wijk, of het hoofd van he
orp, waarin zij wonen. (BS. 14; ISR. 163.) 7
14, De ambiente a den burgerlijken stand zullen aan de bea nende pean, mitsgaders aan de getuigen, de acten voorlezen, en vermelden, dat aan die formaliteit is voldaan. _ A
Wanneer een of meer der verschijnende partijen of der [eet ee Nederlandsche taal niet verstaan, zal hun eene vertolking de REN Ae den ambtenaar van den burgerlijken stand worden voorge ait Bese indien die ambtenaar daartoe nict in staat is, zal de v' geren a elijks meld tolk geachieden. Van het vervullen dier formaliteit zal insg' melding worden gemaakt. #
as acte oep door den ambtenaar van den burgerliker ar verschijnende partijen, de getuigen en, in het bij het vorige £ andere der geval, door den tolk worden getekend. Wanneer de Ee ere ees Partijen of der getuigen, of de tolk niet mogt kunnen tee ee (BS. 9; Civ 8 gion des beletsels in de acte melding worden gemaa.
7}
15, Wanneer eene geboorte of een sterfgeval heeft psa genen eenen afstand van meer dan, tien palen van het gebouw, waar
5 2? acher ©) Ingaande 1 Jan.1939 is tn art, 11 eerste lid „de voornamen „de namen” geplaatst.
736 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
yan den burgerlijken stand worden opgemaakt, kan de ifte van geboorte of van overlijden, binnen de daartoe gestelde termijnen, schrif. telijk op ongezegeld papier geschieden, mits tot dat einde worde gevolgd het formulier hetwelk algemeen zal worden bekend gemaakt, en tevens bij de ambtenaren van den burgerlijken stand verkrijgbaar zal zijn. (BS 37v., 65v. Ni
Deze nen zullen die aangiften dadelijk overschrijven, alleen op het register teekenen, en met de stukken handelen overeenkomstig het bepaalde bij art. 24, n
(Gew. S, 05—342.) Wanneer zij evenwel aan de echtheid der aungifte twijfelen, zullen zij daarvan kennis geven aan het hoofd van het geweste- lijk bestuur, ten einde daaromtrent onderzoek te doen, en de overschrij vi zal in dat geval geen plaats hebben, voor dat van de deugdelijkheid der aangifte zal zijn gebleken.
- Bij aankomst van een Indonesisch of ander schip in eene plaats van Indonesië, waar zich een havenmeester of ander daartoe gesteld beambte bevirdt, is deze verpligt aan den scheepskapitein of gezagvoerder af te vragen, of hij eenige opzendingen of aangiften betrekkelijk den bur- gerlijken stand te doen heeft, en, dit het geval zijnde, te zorgen dat daar- aan worde voldaan. (BS. 46v., 76v.; K. 341, 341d.)
17, De registers zullen door den ambtenaar van den burgerlijken stand op het einde van ieder jaar worden afgesloten.
(Gew, 8. 05342 ; 35-100.) In de maand Januarij daaraanvolgende zal een der dubbelen van de registers van geboorten, van huwelijken en echt- scheidingen, en van overlijden, tegen afgifte van een schriftelijk bewijs van ontvangst, ter bewaring worden overgebragt ter griffie van den raad van justitie, terwijl het andere dubbel ten kantore van den ambtenaar van den burgerlijken stand, onder diens bewaring zal blij ven berusten ; alles behou- dens het bepaalde bij art 30. (BS. 7, 18v., 24, 26, 29, 35; Civ. 34, 63; Bb. 2692 ; Zeg. 31, Il no. 39,)
18, (Gew. S. 16-339 jo, 17—18 ; 37-595.) De registers van huwelijks- aangiften (1) en van toestemmingen tot het huwelijk alsmede de geschrif- ten der huwelijksafkondigingen zullen op gelijke wijze ter griffie van den raad van justitie worden overgebragt. (BS. 17.)
Wauneer dezelve evenwel behelzen aangiften en afkondigingen van-, dan wel toestemmingen tot. huwelijken, welke op het tijdstip dier over- brenging nog niet zijn voltrokken, zullen deze registers en geschriften ten kantore van den ambtenaar van den burgerlijken stand blijven berusten ie i ae de voltrekking van die huwelijken, BS in geen geval langer mogen Zeg, Gi Whe se dan één jaar na derzelver afsluiting. (Bb. 26925
. Wanneer bij het ei Ad . d acten mogten zijn ingeschreven, zal oog ete nie Et vermelding bide re „omstandigheid, worden afgesloten en opgezorden, in voege &
Beh voorgaande artt. is bepaald. (BS. 20 ; Zeg. 31, II No. 39.) registers condone de voorschriften van de drie vorige artt., sro
verplaatst. (BS. 21) den stand zonder regterlijk bevel niet wo S. 32-639.) Wanneer de rechter de verplaatsing der loopende
ew, registers gelast, zal de ambtenaar van den burgerlijken stand, na de betee-
kening y; a vi ì Sadet (ss verplicht zijn onmiddellijk vervolgregisters aan
- (Gew. S. 30-297 ne ijken Ver s 32-539.) Nadat de ambtenaar van den burg a verso tangevraagde, ingevolge art 8 gewaarmerkte en gepere verplaatsing ig aie heeft ontvangen, zal hij de registers, waarvan die ae g » Afsluiten, met vermelding der reden, waarom () In art, 1 7 „Alsmede heen GR „en afkondigingen” vervallen en
geschriften’ uw.afk.”: 4; acta Get ten”. (S. 37-595, innit 7 an toa inet tweede lid is ing
d ingevoed' joegd „en
22
22
— ie
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN 737
iting vóór het einde des jaars is geschied, en daarna rij arti k bevel voldoen. onverwijld aan het
De vervolgregisters zullen steeds in alle opzigten worden beschouwd
één gal en ed red an zi het vervolg zijn, uit te maken, en dus ook de afsluiting aan het einde van het jaar i 6 zal die één register bestond. (BS. 17, 20.) iben xaOREr
- de a veer de registers hebben moeten dienen, is
eloopen, zullen dezelve worden overgebragt in de vf
eet) en 18 aangewezen. (BS, Sv) e hide
23, (Gew. S. 30-221 ; 32-539.) Indien het te voorzien is, dat de loo-
pende registers geene genoegzame ruimte aanbieden om de acten, die gedurende het loopende jaar nog te verwachten zijn, in te schrijven, is de ambtenaar van den burgerlijken stand verplicht in tijds vervolgregisters aan te vragen, welke overeenkomstig art. 8 zullen worden gewaarmerkt en geparafeerd. (BS. 17.)
Het tweede lid van art. 21 is ook op deze vervolgregisters van toepassing.
23 24, De volmagten en andere stukken, welke bij de acten van den burger- lijken stand gevorderd worden, zullen aangehecht blij ven aan de registers, welke ter griffie van den raad van justitie moeten worden overgebragt. (BS. 12, 15, 17, 25, 29, 55, 59, 62 ; Not. 30; Civ. 44.)
24 25. (Gew. S. 16-339 jo. 17—18.) Een ieder is bevoegd om zich door de bewaarders der registers van den burgerlijken stand uittreksels uit die registers te doen afgeven, alsmede afschriften der volmachten en andere stukken, welke aan de acten zijn gehecht. Die uittreksels zullen, wanneer zij met de registers overeenstemmen, geloof verdieren tot op het oogenblik, dat de valschheid daarvan, hetzij langs den weg van strafvordering, hetzij op de wijze bij de wettelijke bepalingen op de burgerlijke regtsvordering voorgeschreven, zal zijn beweerd. De legalisatie der handteekening van den bewaarder der registers van den burgerlijken stand op door her als zooda- nig uitgegeven stukken geschiedt, indien zij vereischt of door belangheb. benden verlangt wordt, door den president van den raad van justitie, of door den rechter die dezen vervangt. (BS. 17, 35 ; Bw. 1888v. ; Rv. 148v., 853 ; Sv. 23lv. ; Civ. 45 ; zie bep. legalisatie bl, 664v.)
(Gew. S. 05-342 ; 25-666.) In de gewesten buiten Java en Madoera, binnen welke geen Raad van Justitie is, kan de legalisatie geschieden door het Hoofd van gewestelijk bestuur. ( Krachtens S. 38-370 jo. 264 van 1 Juli 1938 af door den resident.) B
Bij S. 387-595 (iwg. 1 Jan. 1939) is bepaald, achter het tweede lid van art, 25 worden ingevoegd een nieuw 86, 46 en 6° lid: Ates
Van de akten van geboorten worden door de bewaarders slechts uittrek- sels overeenkomstig het volgende lid afgegeven, tenzij de aanvrager uit- drukkelijk een uittreksel uit het register verzoekt, gelijk bedoeld in het.
| laatste lid van art. 26. ” 5 al
| Het uittreksel, bedoeld in het vorige lid, vermeldt: jaar en dag der | geboorte, alsmede de plaats waar zij is geschied, kunne, naam en Jeen | namen, alsmede naam en voornamen van vader en moeder ; een en ance! :
|
N. By.
ij i i ittreksel zooals het blijkt uit de akte of uit latere kantmeldingen. Het uittreks moet vermelden, dat het overeenstemt met den toestand op het oogenblik
van de afgifte. llc uitt i , geschiedt de vermel- a ieee a hoe Soe in het register zelf
h ae van naam en voornamen op dezelfde wijz eeft plaats gehad. : ies d Bij S. 33-327 jo. 338 is aan art. 25 een nieuw lid — oorspronkelijk als erde lid — toegevoegd, luidende : ‘
„De ten Baise, A den openbaren dienst afgegeven a en uittreksels uit de volmachten en andere aan de akten gehechte s I;
5 ZUN vrij van zegel. 26. Wanneer op den kant van eene reeds ingeschreven. melding gemaakt van eene andere acte, tot den burgerlijk kelijk, wordt zulks gedaan door den ambtenaar van den burge
reven acte moet worden ken stand betrek- rlijken stanp
738 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
in de loopende of in de te zijnen kantore bewaard wordende reg! door den griffier van den raad van justitie in die welke ter griffie gebragt. 7 :
(Ing. S. 09-538.) Deze aanteekeningen worden door den a; van den burgerlijken stand of door den griffier onderteekend m ding van den dag waarop zij zijn gesteld, 3
De zorg voor de eenvormige inschrijving is opgedragen aan het openbaar ministerie bij den raad van justitie, aan hetwelk de ambtenaar van den burgerlijken stand of de griffier van den raad van justitie, op Madura binnen tien dagen na de aanteekening, en in de buitenbe: zoodra mogelijk, daarvan een woordelijk afschrift zendt,
(Gew. S. 37—595.) Geene uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand mogen worden afgegeven, ten zij daarbij worden Bevoegd de aan- teekeningen, welke zich op den kant van de acte bevinden ; alles behou- dens het bepaalde in het vierde lid van het, vorige art. (1) (BS, 7, 9, 17, 26, 29, 53, 59, 64; Bw. 9, 12, 16, 281 ; Civ. 49.) ;
- Men kan, zoo wel door getuigen, als door bescheiden bewijzen, dat registers van den burgerlijken stand nooit hebben hestaan, of verloren zijn geraakt, of wel dat eene ingeschrevene acte daaraan ontbreekt.
In geval van vervalsching, verandering, verscheuring, vernietiging of verdonkering eener acte van den burgerlijken stand, zal het vonnis waar- door van het misdrijf blijkt, de kracht hebben, welke aan gewijsden in strafzaken, ten aanzien van burgerlijke regtsgedingen bij het Burgerlijk Wetboek is toegekend. (BS. 28v. ; Bw. 13, 101, 26lv., 264v., 268, 1018, 1921v.; Rv. 148; Civ. 46.)
- De ambtenaar van den burgerlijken stand en andere bewaarders zijn, ieder voor zoo veel hem aangaat, aansprakelijk voor het rigtig houden en bewaren der registers. Elke verandering, elke vervalsching in de acten, elke inschrij ving op een los blad, mitsgaders alle overtreding tegen de voor- schriften van dit reglement, begaan, kunnen aan de partijen grond opleve- ren, om tegen die ambtenaren of bewaarders schadevergoeding te eischen.
2 alinea vervallen ingevolge Inv, Sw.
Bij de wettelijke bepalingen op de burgerlijke regtsvordering, wordt de proces-orde op dat stuk voorgeschreven. (AB, 28; BS. 27, 29, 86; Bw. 82, 1919 ; Rv. 867v., Sw. 263v., £17, 436, 556v. ; Civ. 50v.) Bies a „29. (Gew. 8. 37-595.) Het openbaar ministerie bij de raden van justitie i verpligt, de ter griffie overgebragte registers en geschriften (?) en de daaraan gehechte stukken te onderzoeken, en van deszelfa bevinding,
mmnen de zes eerste maanden van elk jaar, proces-verbaal op te maken. Het 5 bevoegd om inzage te nemen van de dubbelen welke niet ter griffie aten ic ee Gas ic te mogen verplaatsen of doen vee ambtshalve vervol ing of misdrijf, zullen zij de daaraan sc en geauthentiseerd afschrift van het bovengemeld proces-verbaal van Fado’ Wordt door hen, binnen acht dagen a de opaan ingezonden
aan de: : Pe 8; RO. AOR en bij het hoog-geregtshof. (BS. 7, 17v., 20, 28:
- (Gew. 8. 05-245 ; 37595) Op die plaatsen, waar de griffie van den
ken
ee toor van den ambtenaar van den burgerij
an a at hetzelfde gebouw bevinden, zullen de, overeenkomstig art. a +6 ier griffie ingekomen registers en geschriften (2), dadelijk va
opmaking van het Proces-y, ij 5 hoofd van he erbaal bij het vori loel Á hetg' : g art. bedoeld, ewes’ ge bragt naar eeno andere, buiten dat gebouw, door het
en bewaarplaats. (Zie noot art. 2.) i de krite ven den burgerlijken eN en de aanteekeningen vl moeten geschieden, zullen kosteloos worden ingeschre
sters, en Zin over.
mbtenaar et vermel.
Java en zittingen
DT } a Bij 8 0,1 J8B. 1939 ie do slotzinsnede aan art. 26, lid 4 toegevore™ twtr. 1-139 ingevoegd + ,,en geschriften”.
i
2
En en
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN, 739
—
32, Ingetrokken : S. 73—L6, cf. BS. 3.
33, (Gew. S. 16-339 ; 17-18 ; 23-345 ; 32-539 ; 33-327, 338 ; 37— 595; 41-293.) Voor de uitgifte van uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand is verschuldigd een recht van / 4.50.
De uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand worden kosteloos uitgereikt :
a. ten behoeve van den openbaren dienst;
b. aan onvermogenden, mits van het onvermogen blijkt door een verklaring, in de buitengewesten van het hoofd van plaatselijk bestu en op Java en Madoera van den assistent-resident, of van een door hen voor het afgeven van zoodanige verklaringen aan te wijzen Europeeschen ambtenaar en van het onvermogen op de stukken melding is gemaakt (BS. 31; Zeg. 31, IL No. 61; Bb. 2367, 2486.)
33a. (Ing. S. 95—9 ; gew. 82—589.) (1) Te Djakarta, Semarang, Soera- baja, Padang en Makassar wordt iederen Woensdag en Donderdag, overal elders iederen Woensdag, van negen uur vóór- tot drie uur namiddags gelegenheid gegeven tot kostelooze huwelijksvoltrekking.
(2) (Toeg. S. 32-539.) Voor elke huwelijksvoltrekking op een dag of uur niet voor kostelooze huwelijksvoltrekking bestemd, is een bedrag verschuldigd overeenkomstig het hieronder volgende tarief :
voor eene huwelijksvoltrekking
op een Zaterdag, { 200.—;
op een Maandag, f 15
op iederen anderen dag, niet ingevolge het vorige lid voor kostelooze huwelijksvoltrekking bestemd, zoomede op een dag, waarop de huwelijks- voltrekking wel kosteloos geschiedt, doch op een uur, daarvoor niet be- stemd / 10.—. . ,
- (Ing. S. 95-9; gew. 32-539.) Voor elke huwelijksvoltrekking buiten het gebouw, waar de acten van den burgerlijken stand opgemaakt worden, is boven hetgeen ingevolge het vorige art. gevorderd kan wor- den, een bedrag van / 25.— verschuldigd. 5
(Gew. S. 25-485.) Indien evenwel van het onvermogen van partijen blijkt, door eene verklaring van het Hoofd van plaatselijk bestuur ¢) of van een door dezen voor het afgeven van zoodanige verklaringen aan te wijzen Europeeschen ambtenaar, geschiedt de, huwelijksvoltrekking buiten het gebouw, waar de acten van den burgerlijken stand opgemaakt worden, eveneens kosteloos. 2 a
33 c. (Ing. S. 32-539.) (1) De ambtenaar van den burgerlijken denn 5 dan wel diens vervanger, brengt op den voet van het Algemeen id U reglement (S. 1921 No. 422), (2) en wel overeenkomstig hetgeen fel en voor commissiereizen is bepaald, de kosten in rekening (dag- en tafel SE zoo noodig daaronder begrepen), welke hem vergoed moeton wor Rat indien hij zich voor een huwelijksvoltrekking moet werner nd gebouw, waar de acten van den burgerlijken stand opgemaakt er met dien verstande echter; dat de vergoeding is verschuldigd, Ae welken afstand van bedoeld gebouw de huwelijksvoltrekking plaa aa
(2) De in het vorige lid bedoeldo kosten komen ten laste ee Ee ae ee die, indien zulks van haar gevorderd wordt, tot vooruitbetaling doe verplicht zijn. 2
(3) ender evenwel op de wijze in het tweede lid van ai, db bad, van het onvermogen van partijen blijkt, komen de kosten Hes sane 8, 32-539.) (1) BY weigering of verzuim van weldoende der ingevolge het vorige art. aan de ambtenaren van den bgg aie stand verschuldigde gelden, of wel op het verlangen van ae ie zij worden gevorderd, onderwerpt de ambtenaar ge en stand zijne rekening ter begrooting san den reMC
—168.) ©) In de gvtsl. v. Jav. Mad. : den ass.-res, (S. 31-168.) 37364 poe do evtsl. Vv. Jav. Metvioi1, 12; Rels-besl. 48906, 5
740 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND BUROPEANEN,
- Indien de persoon van den ambtenaar van den bur erlijk, a den Genideatierechtar dezelfde is, wordt do rekening ter bene overgelegd aan den president van den raad van justitie, 8
(3) De rechter stelt onder de rekening zijne begrooting en een bevel. schrift van ten uitvoerlegging.
(4) Dit bevelschrift kan op de minuut ten uitvoer worden gelegd.
(5) Ingeval de kosten komen ten laste van het Land, geschiedt de inzending en verdere behandeling der reisrekening van den ambtenaar van den burgerlijken stand op den voet van het Algemcen Reisreglement (S. 1921 No. 422). (Of. noot BS. 33 c.)
33e. (Ing. 8. 32-539 ; gew. 33-327 jo. 838.) (1) In geval van een huwelijksvoltrekking ingevolge het bepaalde bij de artt. 33a en 33d rechten zijn verschuldigd, wordt het bedrag daarvan in ’s Lands kas gestort.
(2) De ambtenaar van den burgerlijken stand zal niet tot de voltrek- king van het huwelijk overgaan, voordat aan hem is overgelegd het bewijs dat het recht is gekweten, welk bewijs door hem aan de betrekkelijke huwelijksakte wordt gehecht.
(3) De ambtenaar van den burgerlijken stand, die tot de voltrekking van het huwelijk overgaat, voordat het verschuldigde recht is gekweten, is voor de betaling daarvan aansprakelijk.
34, Toschrijvingen en aanteekeningen van geboorten, huwelijken en sterfgevallen, vóór de invoering van de registers van den burgerlijken stand, ingevolge de destijds bestaan hebbende wetten of vaste gebruiken gedaan, blijven, ten aanzien van derzelver bewijskracht, met de inschrij- vee a a aoe den burgerlijken stand gelijkgesteld. (BS. 35.
v. 55; - 2; Bw. 100v., 261.)
- (Gew. S. 0766.) De boeken, registers en andere bescheiden, waarin de bij het vorige art. vermelde inschrijvingen en aanteckeningen van geboorten, huwelijken en sterfgevallen vervat zijn, worden bewaard in ’s Lands Archief te Djakarta.
De Landsarchivaris zal uitsluitend bevoegd zijn, tegen betaling van het verschuldigd zegelrecht en vergoeding van schrijfloon, uittreksels uit ae EL ere registers en andere bescheiden af te geven. (BS.
36, De wettelijke bepalingen omtrent de verbetering van de acten van den burgerlijken stand zullen mede toepasselijk zijn ten aanzien van baa at singen HA organ wi Alten BG be us met dien verstande, dat die verbeteringen a
EN pe len tot werkelijke bestaande inschrijvingen en ze aan ne 2) en alzoo geenszins zullen mogen worden uitgestrekt tot de
Svan ontbrekende acten. (Bw. 13v.; S. 1854—40* onder BS. 67.)
TWEEDE AFDEELING. Van de acten van geboorten.
Zie de regeling betr. Inschrijving t.d. registers v.d. BS. v. geboorten en sterfgevallen in S. 46— 137* Ul. 692.)
dre de geboorte heeft plaats gehad op on den burgerlij en palen van het gebouw waar de register mide Deed worden gehouden, uiterlijk op den tienden dag gelijkgesteld d Vé 8 moeten worden gedaan, Zondagen en daarmede van den bi erly het medegerekend, aan den plaatselijken ambtenaar onde en Stand. (BS. 5, '13v., 39, 46v.; Civ. 55.) @) 4, Christelijke tweede perden ten deze gelijkgesteld de Nieuwjaarsdag, 4 (Hemelvaartsdag « Paasch. en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de De ambtenaar mute Verjaardag des Konings. (S. 91188.) gelijk een acte opmaken,» Pürgerlijken stand zal van de aangifte dade!
By,
29 1718; 37-595.) De aangifte van geboorte
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN. 741
jd Hij is bevoegd om zich naar de plaats der geboo;
Be see dat het kind aan hem worde martoonde ee dn
38, Wanneer de geboorte heeft plaats gehad Op een ander eiland, dan dat op hetwelk de ambtenaar van den burgerlijken stand is gevestigd gelijk mede wanneer het gebrek aan middelen van gemeenschap tusschen de plaats der geboorte en die waar de aangifte moet geschieden, ofschoon beide op hetzelfde eiland gelegen zijn, de opvolging der in het vorige art. vervatte bepalingen onmogelijk maakt, zullen de betrokkene personen kunnen volstaan met de toezending der bij art. 15 bedoelde schriftelijke aangifte bij de eerste zich daartoe voordoende gelegenheid.
Deze aangifte moet echter uiterlijk op den tienden dag na dien der bevalling in geschrifte zijn gesteld. (BS. 66.)
298 38a. (Ing. S. 387-595, twtr. 1-1-39.) Na de in de artt. 37 en 38 ge- noemde termijnen kan de aangifte slechts geschieden met de machtiging van het openbaar ministerie bij den raad van justitie. zi
30 39. (Gew. S. 26—513.) De aangifte der geboorte van een kind zal door den vader moeten worden gedaan of, bij gebreke of verhindering van dien, door de geneesheeren, heelmeesters, vroedmeesters, vroedvrouwen of andere personen, welke bij de bevalling zijn tegenwoordig geweest, of wel, | wanneer de moeder buiten hare woning bevallen is, door den persoor te wiens huize het kind is geboren. (BS. 12v., 37, 86 ; Sw. 529 ; Civ. 56.)
Indien de bevalling heeft plaats gehad in een gasthuis of in eene ge- vangenis, zal de aangifte, bij gebreke van den vader, of bij diens verhin- dering, gedaan worden door het hoofd of door een der bedienden van zoodanig gesticht. (BS. 71.)
31 40. (Gew. S. 37-595.) De acte van geboorte zal vermelden :
1°, het jaar, de maand, den dag, het uur en de plaats der geboorte;
2°, de kunne van het kind, en de voornamen, welke aan hetzelve zul. len worden gegeven ;
3°. de namen, voornamen, het beroep en de woonplaats der ouders; (Bb. 2242.)
4°. den naam, de voornamen, den ouderdom, het beroep en de woon- plaats des aangevers. (£)
Geene namen van bestaande geslachten zullen als voornamen aan het kind mogen gegeven worden, ten ware die geslachtsnamen tevens ee voornamen mogten zijn. (BS. 11, 13v., 43; Bw. 6; Civ. 57;
b 8.)
(Loeg. S. 07-253 ; gew. 07-205 art. 3* jo. 19-816.) Ingeval krachtens het aan Christen-Indonesiërs voorbehouden recht om zich aan de voor: schriften omtrent het houden der registers van den Burgerlijken Stand voor Europeanen in Indonesié te onderwerpen, aangifte van de geboorte van een kind wordt gedaan, wordt in de acte tevens vermeld dat de ouders zijn Christen-Indonesiérs. (Cf. BSCI.* hierachter.) res
(Toeg. S. 17-531.) In de geboorteacte van een kind, dat kracl a de bij art. III van het Koninklijk besluit van 15 September 1916 No. (Ind. S. 1917 No. 12) vastgestelde Bepalingen algeheel is endemtorpet aan het voor Europeanen vastgestelde heeg en handelsrecht, wor van deze omstandigheid melding gemaakt.
32 41. Wanneer healt buiten ake geboren is, mag de naam ‚des vaders niet bij de acte worden vermeld, ten ware hij het kind, het zij Ets het zij door eenen gemagtigde, bijzonderlijk daartoe bij authentieke ac aangesteld, erkenne. (BS. 12, 53, 86; Bw. 272, 280v., 287, Faia Be- 42. (°) (Gew. S. 96-109 ; 17-531 ; 07-205 art. 3* jo. 1 :
C) Inga is art. 37 slotzinsnede vervallen : „in tegen- woordigheld of, Hae faa A ooeed bij art. 15, op schriftelijke beves
ng van twee getuigen”.
a8) In art. £0,°3° en 4° stond: „de ogre gamen. sent auer Ges aangevers” is vervallen: ,,en der getuigen - i 5 y
C) Bij S. 18673 is, met buitenwerkingstelling van BS. 85, beveeld dat art. 42 in werking treedt.
742 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
houdens in het geval, bedoeld bij het vierde lid van art. 40, za] de b van een natrargk kind, waarvan de moeder tot de Indonesische onde” mede gelijkgestelde bevolking behoort, slechts dan door de ambtenaren van den burgerlijken stand worden aangenomen, wanneer zoodanig kind eenen Europeaan tot vader heeft en de aangifte door dezen, met gelijk. tijdige erkenning van het kind, geschiedt. :
Deze aangifte kan op elken leeftijd van het kind gedaan worden, doch dezelve zal in geen geval mogen plaats hebben in strijd met het bepaalde bij de artt. 282, eerste lid, 283 en 284, eerste lid, van het Burgerlijk Wet. boek. (Bw. 284; Ov. 61; S. 1830—31; Bb. 3216.) v
42 a. (Ing. S. 05—342.) De ambtenaren van den Burgerlijken Stand zijn verplicht om van elke aangifte van geboorte van natuurlijke kinderen en van elko erkenning binnen vier en twintig uren mededeeling te doen aan de Weeskamer binnen welker gebied zij gevestigd zijn, zoomede om in gevallen van erkenning op te geven of de vader of de moeder, die de erkenning gedaan heeft, al dan niet minderjarig is en of de door den vader gedane erkenning al dan niet vóór het overlijden van de moeder heeft plaats gehad,
(Toeg. S. 16-339 jo. 17-18.) Indien de aangifte of erkenning ter kennis van den ambtenaar komt op een Zondag of een der in het tweede lid van art. 37 daarmede gelijkgestelde dagen, of op den daaraan voorafgaanden dag, kan de mededeeling geschieden uiterlijk in den loop van den eerst- volgenden werkdag.
- Die een pas geboren kind gevonden heeft, is gehouden daarvan zoodra mogelijk aangifte te doen aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der plaats, alwaar hetzelve is ontdekt, mitsgaders de kleederen en andere voorwerpen aan te duiden en te vertoonen, welke nevens het kind mogten zijn gevonden, en eindelijk op te geven alle de omstandigheden opzigtelijk den tijd wanneer en de plaats waar het kind gevonden is.
(Gew. S. 37595 ; iwir, 1 Jan. *39.) De daarvan door den ambtenaar van den burgerlijken stand op te maken akte moet een nauwkeurige omschrijving behelzen van de in het vorige lid bedoelde omstandigheden en voorwerpen, en daarenboven vermelden den vermoedelijken ouderdom des kinds, zijne kunne, de bijzondere kenteekenen welke hetzelve mogt hebben, de namen, welke men, behoudens de bij art. 6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde toestemming van den Gouverneur-Generaal aan het- zelve zal geven, mitsgaders het gesticht waarin, of den persoon bij wien, hetzelve is verbleven.
(Ing. 8. 37-595, iwtr. 4-1-39.) De ambtenaar van den burgerlijken stand zal het bij art. 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verzoek aan
en Gouverneur-Generaal indienen.
Aan het to vondeling gelegde kind zal geen zoodanige naam worden Begeven, welke aan die omstandigheid is ontleend, of die anderszins tot es vernedering zoude kunnen strekken. _ ” if Zi en sema 70. 1718.) Het bepaalde bij het voorlaatste lid Sen
Waneczen toepasselijk, (BS. 10v., 37, 40, 45, 86 ; Sw. 529 ; Civ. 58.) „44, Wanneer het kind dadelijk in een gesticht is x omen, zal de in het bovenstaande art, v va eee Bestichinis jopgen den ‘gedaan door het hoofd of een der beater Ee ame
(Gew..8. 37-695 r bedienden van dat gesticht. Ar -) De ingevolge art. 43 op te maken akte (2) »
in de registers van geboorte worden ingeschreven ; cen afschrift daarvan mbtenaar van d, ‘
5 et dag-regis en, door den kapitein of ezagvoerder in 3f = - ter van het sc P worden ingeechiavent a tegenwoordighel n i a 9) Zie voor keet Sterre: proces-verbaal”; ttr. 1-1'3% pp. 2436 jo. 1609 ooze uitgitte en legalisatio v. uittreksels BS:
X. By,
33
34
33
|
|
———— OS a
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN, 743
den vader, wanneer deze aan boord is, en van twee getuigen zi
Np einden fee Deze inschrijving zal geschieden volgens zoodanig formulier als door
den havenmeester of anderen. daartoe gestelden ambtenaar, tegelijk met
de monsterrol aan den scheepskapitein of gezagvoerder zal worden. ter hand gesteld. (BS. 11, 13, 37, 40, 47v., 76v.; Bw. 947; K. 341, 341d,
348 ; Civ. 59.)
36: 47, In de eerste haven welke het schip zal aandoen, wanneer die bin- nen Indonesië gelegen is, zal de scheepskapitein of gezagvoerder verpligt zijn twee uittreksels uit het dag-register van het schip, bevattende de aanteekening der geboorte, aan het hoofd van het plaatselijk bestuur @) te overhandigen.
Deze ambtenaar zal van den dag dier terhandstelling melding maken aan den voet dier uittreksels en, na dezelve te hebben gelegaliseerd, het eene in zijn archief bewaren, en het andere ter inschrijving in de registers toezenden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der woon- plaats van den vader, of van de moeder, indien de vader onbekend is, mits die woonplaats binnen Indonesië gelegen zij. (b)
Wanneer die woonplaats buiten Indonesië gelegen is, zal het tweede uittreksel worden opgezonden aan den Gouverneur-Generaal, die het- zelve aan den Minister van Overzeese Rijksdelen zal doen toekomen.
Indien de vader, of, die onbekend zijnde, de moeder geene bekende woonplaats heeft, zal het tweede uittreksel worden toegezonden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand te Djakarta, die hetzelve op de loopende geboorteregisters zal overschrijven. (BS. 16, 77; Civ. 60.)
‚ 36° 48, Wanneer het vaartuig is ingeloopen, het zij in eene Nederlandsche haven, het zij in eene haven van eene der overzeesche bezittingen vanhet rijk buiten Indonesië, zullen de hierboven vermelde uittreksels worden toegezonden, in het eerste geval aan het departement van Ovorzeese Rijksdelen, en in het laatste geval aan het hoofd der Nederlandsche regering in de overzeesche bezitting. f
Indien het vaartuig in eene vreemde haven is ingeloopen, geschiedt de toezending aan den consul, in die haven of in de naastbij gelegeno plaats gevestigd.
„Dien onverminderd blijft de scheepskapitein of gezagvoerder gehouden, bij de terugkomst van het vaartuig binnen Indonesië, te handelen zoo als bij het eerste lid van het vorige art. is bepaald. (BS. 46v., 77; Civ. 60.)
Wanneer op eene zeereis, uit ouders die ingezetenen zijn van igo nesié, een kind geboren is aan boord van een. Nederlandsch schip, hetw daarna eene Indonesische haven aandoet, wordt van wege, den Gauten neur-generaal, een tweede, door hem of op zijnen last gelegaliseord re te van het, ingevolge art. 36 van het Nederlandsch Burgerlijk Wet aa aan hem toegezonden. uittreksel uit het dag-register van het schip, a“ inschrijving in de registers, toegezonden aan den ambtenaar 7 an burgerlijken stand der woonplaats van den vader des kinds, BD. 960) moeder, indien de vader onbekend is. (BS. 46v., 78; Bw. 21; EN
(Gew. S. 07-205 art. 3* jo. 19-816.) Wanneer eon kind gedurene eene zeereis geboren is aan boord van een Indonesisch vaariike w AE: van noch de gezagvoerder, noch een der officieren. tot Ce Een bevolking behoort, zal de aangifte der geboorte door den vader, arden deze zich aan boord bevindt, en, indien zulks niet het geval i oi den gezagvoerder gedaan worden aan den ambtenaar van dank urge! Stand van de eerste plaats, welke hij in Indonesië zal aandoe | de
Deze ambtenaar zal een uittreksel uit zijne registers, bove btenaar sete van geboorte, ter inschrijving doen toekomen aan den bs Beem pe ae burgerlijken stand der woonplaats van den vader, 0:
oeder, indien de vader onbekend is. a .
(Gew, S, 05—342.) In de gevallen voorzien bij het derde en En van art. 47, zal het uittreksel door den betrokken ambtenaar v Te
() In de gvtal. v. Jav. Mad.: den ass.-res. (S. 31-168 fo. 423.)
(B) Zie noot b vorige bi.
744 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
burgerlijken stand worden ter hand gesteld aan het hoofd van hi telijk sd en zullen wijders de aldaar gegeven voorschriften” eons opgevolgd. (BS. 46v., 79; zie noot art. 2.) (b) ie
- Indien eene bevalling plaats heeft na een geleden Schipbreuk al de aangifte kunnen gedaan worden aan den ambtenaar van den burger lijken stand van de eerste plaats van Indonesië, welke door de schip. breukelingen bereikt wordt. .
Het tweede en derde lid van het vorige art, zijn te dezen toepasselijk BS. 80.) (b) : : 52. Teale een kind geboren wordt aan boord van een Indonesisch schip, hetwelk in eene haven of op eene reede van Indonesië ligt, zal de aangifte van zoodanige geboorte op de gewone wijze geschieden aan den plaatselijken ambtenaar van den burgerlijken stand, ten zij er geene mogelijkheid mogt bestaan om het schip tot het doen der aangifte te ver- laten, in welk geval gehandeld zal worden in voege bij de artt. 46, 47 en 48 is bepaald.
De plaatselijke ambtenaren van den burgerlijken stand zullen voorts verpligt zijn om, daartoe aangezocht wordende, ook de aangifte te ont- vangen en acten op te maken van geboorten, aan boord van andere dan Indonesische schepen voorvallende, terwijl deze in eene haven of op eene reede van Indonesië liggen. (BS. 81 ; AB. 3.) (b)
52a. (Ing. S. 33-327 jo. 338.) De uittreksels uit de scheepsdagregis- ters, bedoeld in de artt. 47 tot en met 52, zijn vrij van zegel. ~
- (Gew. S. 37-595.) Wanneer de erkenning van een natuurlijk kind, na de opmaking van deszelfs geboorte-acte, ten overstaan van den ambte: naar van den burgerlijken stand geschiedt, zal deze daarvan eene acte opmaken (!), en wijders handelen overeenkomstig het voorgeschrevene bij art. 281 van het Burgerlijk Wetboek. (BS. 1, 26, 4lv. ; Civ. 62.) 1
53 a. (Ing. 9. 23-562.) Ingeval ter zake van het misdrijf omschreven in art. 278 van het wetboek van strafrecht een veroordeelend vonnis is gewe- zen, dan wel anderszins door een vonnis de valschheid van een erkenning van een kind is komen vast te staan, is de griffier van de Europeesche of Indonesische rechtbank, die het vonnis heeft gewezen, verplicht daarvan binnen één maand, nadat het kracht van gewijsde zal hebben bekomen, een afschrift toe te zenden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, de viens registers de geboorte is ingeschreven, en ingeval de akte waarbij de erkenning heeft plaats gehad, is verleden voor eenen anderen ambtenaar van den burgerlijken stand, ook aan dezen. Van de rechterlijke ple voor zoover zij op de erkenning betrekking heeft, houden zij aanteekening op den kant van de geboorte-akte en van de akte waarbij de erkenning ae gehad.
(Toeg. 8. 09-538 ; gew. 23-562, Indien eene wettiging van een natuurlijk kind heeft plaats shad. hetzij Pe ape ara Laval van ae ae hetzij door brieven van wettiging verleend krachtens art. 274 0
75 van het Burgerlijk Wetboek, zal op verzoek van belanghebbenden va?
“Hor psing melding worden gemaakt op den kant van de geboorte-akte.
Het besluit Waarbij brieven van wettigi ij Jeend, zal worden overgeschreven © a ging zijn verleend, zal Won de end lane ein de loopende registers van huwelijk en echtscheiding
eq Fraate van dengene, op wiens verzoek de brieven werden verleend,
en de datum en het nu beg che A 4 rate lid doelde kantmelding singed ete og tec
5 as DERDE AFDEELIN a . Van de huwelijks-aangijten en afkondigingen en van de toestemmingen to! 54. De Ei het huwelijk. (2). a best ister een van den burgerlijk d zullen in het desrto stemde register de huwelijks-aangi en mike overeenkomstig
erval 9 r. jhe a Ne len te: „in tegenwoordigheid van twee getuigen”; i S. 16— A van
de toestemmingen 3, Jo, 1718 is aan het opschrift toegevoegd : +"
ot het huwelijk”
Ì B,
38
38!
3
EO en
RFGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN 745
, de artt. 50 en 51 van het Burgerlijk Wetboek gedaan worden.
: a 55. (Gew. S. 37-595.) Die aangifte zal verneldan de Ses ue
“40 namen, (') deo ouderdom, het beroep en de woonplaats der aanstaande eohtgenooten, mitsgaders hun voornemen om met elkander in den echt te treden ; en of zij bevorens al of niet, en, zoo ja, met wien zij het laatst zijn gehuwd geweest. É
(Gew. S. 16—339 jo. 17-18.) Wanneer die aangifte in geschrifte is gedaan, zal de ambtenaar van den burgerlijken stand in de door hem op te maken acte van dat geschrift melding maken, alleen op het register teeke- nen en het stuk daaraan vasthechten. (BS. 1, 11, 24, 61; Bb. 2249.)
41 56, (Gew. S. 16-339 jo. 17-18.) Wanneer aan den ambtenaar van den burgerlijken stand niet blijkt dat voor de aangevende personen eenig wettig beletsel bestaat om met elkaar in den echt te treden, zal hij dadelijk de vereischte afkondiging doen. Indien, ingevolge de artt. 53 en 54 van het Burgerlijk Wetboek ook andere ambtenaren van den burgerlijken stand de afkondiging moeten verrichten, zendt hij hun te dien einde onverwijld de daarvoor vereischte gegevens. (BS. 57; Bw. 27v., 82; Civ. 63; Bb. 2242, 2486, 4603, 7430.)
Art. 56, lid 2 en art. 57 vervallen : S. 87—595, iwtr. 1-1-1939. (2)
- Vervallen: S. 16-339 jo. 17-18.
43 59. (Gew. S. 37—595, twtr. 1-1-'39.) De akte van stuiting des huwelijks moet worden beteekend aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, waar de huwelijksaangifte is gedaan. Deze geeft van de stuiting kennis aan de ambtenaren van den burgerlijken stand, waar het huwelijk is afge- kondigd. Van de stuiting wordt een aanteekening gesteld op den kant der akte van aangifte. Hetzelfde zal plaats hebben ten opzichte van vonnissen of akten, waarbij de stuiting wordt opgeheven. (BS. 26 ; Bw. 59v., 70, 71-6°, 82; Rv. Sl6v. ; Civ. 66v.) (*)
Ten aanzien van de acten en vonnissen betrekking hebbende tot de stuiting cles huwelijks, zal gehandeld worden overeenkomstig het bepaalde bij art. 24. (BS. 61-7°.)
43a 59 a. (Ing. S. 16-339 jo. 17-18.) De acte van toestemming van de ouders, van de grootouders, of van de voogden en de Weeskamer, door
| den ambtenaar van den burgerlijken stand opgemaakt, moet volgens de orde harer dagteekening in het register worden ingeschreven.
(Gew. S. 37—595.) Onverminderd de vereischten in het algemeen door dit reglement aan den inhoud van acten van den burgerlijken stand gesteld, zal de acte van toestemming bevatten :
1°, de namen, voornamen, (#) den ouderdom, het beroep en de woon- plaats der aanstaande echtgenooten ; A 5
2°. de hoedanigheid, waarin de verschijnende partijen hare toestemming geven. aa ns
De ambtenaar is bevoegd om te vorderen dat de identiteit der verschij-
, de namen”. Jwtr. wiiziging
1 En stond in art. 56 „de voornamen, aan den ambtenaar van den
() Art. 56, lid 2 luidde: Wanneer het burgerlijken stand blijkt, dat er eenig wettig ‘beletsel beatants! sale acte opmaken, inhoudende de redenen om het doen der & ete fe weigeren; van welke acte aan de aangevende personen een & 5
7 afgegeven. den vorm van uittreksel uit het register, Een dat de afkondiging
Art. 57 lwidde: De acte, waaruit zal moe À overeenkomstig art. 52, 53 en 54 van het Burg, Wetb. Heat plate er a zal in het register, volgens de orde harer dagteekening, tend worden. door den ambtenaar van den burgerlijken stand naer, Han tu is, a ae ee Had xocrpant gs inl AO jen ambtenaar van n de acten van stuiting des huwe 5 - diel burgerlijken stand beteokend zijn, zel ‘op den kant der acte van atkon: ng eene aanteekening worden gesteld. b ee zal plaats Hebben ten opzigte van vonnissen of acten, waar 8 uiting wordt opgeheven. (®) Krachtens S. 57-595, twtr, 1-1-1939, achter , namen” geplaatst.
is in art. 59a » Yoornamen”
746 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
nende personen verklaard worde door twee hem bekende getuigen. Hij van evenlang in de acte melding maken. ‘ 1) zal
VIERDE AFDEELING.
Van de acten van huwelijk, van echtscheiding en van ontbinding des hurelj; na de scheiding van tafel en bed. (+) (Cf. S. 45—14* en 46-24%, by, rea
Nadat bij den ambtenaar van den burgerlijken stand zal zijn afge. legd de verklaring der partijen, waarvan bij art. 80 van het Burgerlijk Wetboek gesproken wordt, zal hij in naam der wet verklaren, dat dezelve door den echt aan elkander verbonden zijn, en daarvan dadelijk in het daartoe bestemde register eene acte opmaken. (BS. 1; Bw. 52, 76, 92, 99; Civ. 75; Bb. 1231, 1232.) 5
(Gew. S. 37-595.) De huwelijks-acte zal vermelden : (BS. lov.)
1°. de namen, de voornamen, den ouderdom, de geboorteplaats, het beroep en de woonplaats der echtgenooten, en, wanneer zij te voren gehuwd waren, de namen en voornamen van de vroegere echtgenooten ; (BS. 11, 55 ; Bb. 2242.)
2°. hunnen staat van meerderjarigheid of minderjarigheid ; (Bw. 330, 420y., 424.)
3°. de namen en voornamen, het beroep en de woonplaats hunner ouders ; 2
5
N. By,
45
4°. de toestemming van de ouders, van de grootouders of van de Voog- 45-4°
den en de weeskamer, of wel het verlof van den regter, in de gevallen waarin hetzelve gevorderd wordt ; (Bw. 35v., 40v., 452, 494.)
oud
5°. de tusschenspraak van den regter, zoo die heeft plaats gehad; 45-5°
(Bw. 38v., 42v., 59v., 70.)
6°. de verleende dispensatiën ; (Bw. 29, 31, 48, 54, 56, 79.)
7°. (Gew. S. 16-339 jo. 17-18.) de gedane huwelijksafkondiging, ter plaatse alwaar die vereischt wordt, en, in geval van stuiting, de opheffing daarvan ; (BS. 54y., 59; Bw. 52v; Bb. 7430.)
8°. de verklaring der partijen om elkander tot echtgenooten te nemen, en de uitspraak van hunne echtverceniging door den openbaren ambte- naar; (BS. 55; Bw. 80.)
9°. de erkenning van natuurlijke kinderen, zoo die plaats heeft ; (Bw. 274, 280v.) 10°. de toestemming voor officieren en militairen van minderen rang, tot het Aangaan van cen huwelijk vereischt ; (Bb. 2594.) 1°. de namen, de voornamen (%), den ouderdom, het beroep en de woonplaats der getuigen, mitsgaders de graden van bloedverwantschap of aanhuwelijking, welke tusschen hen en de partijen mogten bestaan. (BS. 13, 60; Bw. 76v., 272, 281 ; Civ. 76.) _(Toeg. 8. 28—546.) Indien het betreft cen huwelijk tusschen personen, Slenk dn hertrouwen, nadat hun vorig huwelijk is ontbonden, zal elijksac: pd ing van Ocean ae © vermelden den dag en de plaats der voltrekking ey enmeer een huwelijk bij gevolmagtigde, of wel in een bijzonder huis yoltrokken wordt, zal van die omstandigherd uitdrukkelijk melding in de worden gemaakt. (BS, 12, 24; Bw, 77, 79, 99.) eenkomstig ang raving van de acten van huwelijk buiten ’s lands, over: gegaan, zal in qe palingen van art. 83 van het Burgerlijk Wetboek aan- plaats hebben append ere van de woonplaats der echtgenooten 5 "eon Bw. 84; Civ. 171. ae 8, 16632; 37-595.) De Lee van inschrijving eener echt- ae ie ie eener Ontbinding des huwelijks na de scheiding van t ° de nen : (BS. 10.; S. 4694 artt.2, 3* achter in deze Ge Benooten, met vermo gerne men (9), het beroep en de woonplaats der e¢ er de inschrijving vordert ;
95, ye Hen „voor namen” achter » Damen” ee a i 1-°39, is in art, 61 en 64 telkens»
oud
46
47
— ae at
N. { Bw.
50
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN 747
9°. de vermelding van het vonnis waarbij de echtscheidi i ding des huwelijks na de scheiding van tafel en bed radia oo hetwelk een afschrift aan het register zal blijven gehecht ; 5
3°. de vermelding van het getuigschrift van den griffier, bewijs dat tegen het vonnis door geen wettig middel kan men. (Bw. 221.)
Die acte zal, volgens hare dagteekening, in het huwelijksregister worden ingeschreven, en zal daarenboven de partij die de echtscheiding of de ontbinding des huwelijks na de scheiding van tafel en bed heeft verkregen verpligt zijn te zorgen, en de andere bevoegd zijn te vorderen, dat daarvan aanteekening worde gedaan op den kant der huwelijksacte. (BS. 11, 14 24, 26; Bw. 205, 221; Rv. 83v., 336, 385v., 402v., 831v.) i
strekkende tot worden opgeko-
VIJFDE AFDEELING. Van de acten van overlijden. (+) :C'í. 46—137*, bl. 683.)
- (Gew. S. 16-339 ; 17—18 ; 37—595.) De aangifte van overlijden zal worden gedaan aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der plaats, alwaar de persoon overleden is, binnen drie dagen of, wanneer het over- lijden heeft plaats gehad op een afstand van meer dan tien palen van het gebouw, waar de registers van den burgerlijken stand worden gehouden, uiterlijk op den tienden dag na het sterfgeval, Zondagen en daarmede gelijkgestelde dagen niet medegerekend. Het tweede lid van art. 37 van dit Reglement is toepasselijk. De ambtenaar zal op de mondelinge of in het geval van art. 15, schriftelijke verklaring van den aangever de akte van overlijden opmaken. Tot de aangifte is bevoegd wie van het overlijden uit eigen wetenschap kennis draagt. (2)
Wanneer het blijkt dat de overledene elders zijne woonplaats heeft gehad, zal de ambtenaar van den burgerlijken stand een uittreksel uit het register, houdende de acte van overlijden, doen toekomen aan dien van de laatst bekende woonplaats van den overledene, ten einde insgelijks in de registers aldaar te worden ingeschreven. a
(Gew. S. 05-342.) Indien het blijkt, dat de overledene zijne woonplaats buiten Indonesië had gevestigd, zal het uittreksel, door tusschenkomst van het hoofd van het gewestelijk bestuur, worden ‘opgezonden aan den Gouverneur-Generaal, door wien hetzelve zal worden overgemaakt Gat den Minister van Overzeese Rijksdelen. (Bb. 1436, 2912, 4977 jo. 5426; zie noot BS. 2.)
Indien de overledene geene bekende woonplaats gehad heeft, zal het uittreksel worden toegezonden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand te Djakarta, die het in de loopende registers zal overschrijven. (BS ge 67v., 7lv.; Civ. 78; Succ. 32; ee onder BS. 67; 25—09 art. 32 jo. 30-3 ; Bb. 2, 214, 2486 jo. 4603.
(Toes, S. 18526.) Indien de overledene behoorde tot het Nederlandsche zeewezen, zal de ambtenaar van den burgerlijken stand een uittreksel uik het register, houdende de acte van overlijden, doen toekomen ea marine-departement te Djakarta, en Fete zal voor de doorzending tan het ministerie van marine in Nederland. -
- Wanneer het overlijden heeft plaats gehad op een ander iio dat op hetwelk de ambtenaar van den burgerlijken gend Ees ace gelijk mede wanneer gebrek aan middelen van gemeenschap sepa aint plaats van het overlijden en die waar de aangifte moet geschieden, Be ee beide op hetzelfde eiland gelegen, de opvolging der in het vori ek ene vatte bepalingen onmogelijk maakt, zullen de TE aan. nen volstaan met de toezending der bij art. 15 bedoelde se biedendetze Bifte te doen plaats hebben bij de eerste zich daartoe aanbi 3
legenheid. Bb. 6326. ied 26. () Voor overlijdensacten v. schepelingen Een ins de verklaring C) Art. 65, le lid, laatste zin luidde: REEDE van twee getuigen,
of in het geval van art. 15, op schriftelijk wijziging 1-1-1939.
© acte van overlijden opmaken. Zwér. der
748 | REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
Deze aangifte moet echter uiterlijk op den tienden dag na ai overlijden in geschrifte zijn gesteld. (BS. 38.) 5 ne dien van bet 66a. (Ing. S. 28-458 ; gew. 8. 26513 5 87-595.) Tot aangifte y overlijden zijn onverminderd de bij dit Reglement aan anderen daatin opgelegde verplichting (4) en den bij het eerste lid van art, 65 gestelden eisch van bevoegdheid (2) gehouden : 2
a. alle meerderjarige inwonende leden van het gezin, Waartoe de over ledene behoorde ; ; à
b. bij gebreke of verhindering van personen als onder a bedoeld de geneesheer, die den dood constateerde ss
c. bij gebreke of verhindering van personen als onder a en 5 bedoeld de meerderjarige bedienden van den overledene en de meerderjarige mede. bewoners van het huis waarin, of van het erf waarop hij woonde ;
d. ingeval het overlijden plaats greep in een hotel, pension of dergelijke inrichting, is de bestuurder dier inrichting mede tot aangifte verplicht; (S. 25—59 jo. 30-3, art. 32.)
e. bij gebreke of verhindering van personen onder a, 5, cen d Benoemd, ig tot de aangifte verplicht degene die de maatregelen tot begraving trof.
- (Gew. 8. 37-595.) De acten van overlijden zullen bevatten : (+) (2)
1°. den naam, de voornamen, den ouderdom, het beroep en de woon. plaats van den overledene, mitsgaders den dag en het uur des overlijdens ;
2°. den naam en de voornamen van den anderen echtgenoot, indien de overledene getrouwd, of getrouwd geweest was, en, indien de overledene meermalen was getrouwd, namen en voornamen van de andere echtge- nooten ;
3°. den naam, de voornamen, den ouderdom, het beroep en de woon- plaats van den aangever.
e acten van overlijden zullen daarenboven bevatten, voor zoo verre men zulks kan te weten komen, de namen, voornamen, het beroep en de woonplaats der ouders van den overledene, mitsgaders deszelfs geboorte- plaats. (BS. 10v., 14; Civ. 79; Bb. 3754.)
„68. De ambtenaar van den burgerlijken stand zal geene acte van over- lijden van een pas geboren kind mogen opmaken, dan voor zoo verre aan hem zal zijn gebleken, dat de geboorte van het kind in het daartoe be- stemde register is ingeschreven.
1] ontstentenis van dien, zal die ambtenaar niet vermogen. uit te druk:
en dat het kind overleden is, maar alleen dat hetzelve als levenloosis Sangegeven. Hij kan in een zoodanig geval, bij twijfeling omtrent de deug-
delijkheid der aangifte, vorderen dat het kind aan hem worde vertoond. (Gew. S. 37-595.) Hij
wearin, en den dag en het uur waarop het kind is ter wereld gebragt. en atte zal, Overeenkomstig hare dagteekening, in de sterfregisters
ingeschreven, zond. ijn beslist, 0 hetis nea nder dat daardoor eenigermate zal zij
rowel dood is ter wereld gekomen. (BS. 10, 37, 43; ord 18 §. 2559 jo Ben 32.) A ae - ionen den afstand van tien palen van het gebouw waar de acte geschiede urgerlijken stand worden opgemaakt, mag geene bearers @ DTe zonder het verlof, vrij van zegel en kosteloos, door den ambte- S. 1854-40 is p ; ee hebbeng e iere, CCPaald, dat, bij gebreke van aanwezige à kende of a3 de Oflicieren van Justitie able de opname van oe: Yan overlijden in En ne on verbetering van onvolledige of onjuiste aans hs 214.) registers van den burgerlijken stand mogen verz i ” depluat oe $7 is telkens voornamen” achter „naam? of „namen zij ans f rea Soe ea reep: de luidden: „getrouwd dan leer zÜ bloed. of Weduwre mus” en ae woonplaats der aangevers, en, wanne, esting 1-1-1939, wanten zijn, den graad van verwantschap? Nn art, 68 stond: a. » Jutr, woijziging zj ggerklering der getuigen” en „voorne
By
öl
EO en
REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN 749
n den burgerlijken stand af te geven, nadat hij zich. indian hi: mai ach at oven al ate vna enh : ten het geval, dat eene vroegere begravin fen
} sip soogelaten of bevolen, zal a werldf dear: den pti See
ken stand niet vroeger worden verleend dan twaalf s Mien Cs. oe (Oe oe 71) : WERL Toeg. S. 07—236.) Op de plaatsen aangewezen door den
acenkundigen dienst krachtens art. 46, alinea 1, van het See a den burgerlijken geneeskundigen dienst in Indonesië (S. 1882 No. 97.) zooals dat art. luidt ingevolge art. 1 der ordonnantie van 3 Mei 1907 (S. No. 236.) wordt het in het eerste lid van dit art. bedoeld verlof tot begraven door den ambtenaar van den burgerlijken stand niet gegeven dan nadat door hem zijn ontvangen de doodsverklaring, vermeld in het eerste lid van het vorengenoemd art. 46, en het couvert, waarin ingevolge het achtste lid, letter a, van dat art. de bij het eerste lid daarvan bedoelde doodsoorzaakverklaring is besloten.
(Toeg. S. 07-236.) De ambtenaar van den burgerlijken stand voegt de doodsverklaring bij het door hem verleend verlof tot begraven.
(Toeg. S. 07—236, 14—606.) Alle door den ambtenaar van den burger- lijken stand ontvangen couverten, waarin de doodsoorzaakverklaringen zijn besloten, worden door hem van een doorloopend nummer voorzien en op de door den Hoofdinspecteur, Chef van den Burgerlijken Geneeskundi- gen Dienst, te bepalen tijdstippen, aan dezen hoofdambtenaar toegezonden.
(Toeg. S. 17497.) Overtreding van de voorschriften van dit art, begaan door ambtenaren van den burgerlijken stand, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste honderd gulden. (Bb. 11814 ; 11931 ; 8354.) (*)
- (Gew. S. 37—595.) Wanneer de plaats waar de begraving moet geschieden, meer dan tien palen verwijderd is van het gebouw waar de acten van den burgerlijken stand worden opgemaakt, zal de begraving zonder verlof, doch niet vroeger dan vier-en-twintig uren na het overlijden, en niet anders dan in tegenwoordigheid van een getuige, aan wien het lijk zal zijn vertoond, mogen bewerkstelligd worden.
Bij het doen der aangifte van overlijden zal moeten worden overgelegd eene door dien getuige geteekende verklaring, op ongezegeld papier geschre- ve, ten oe dat de begraving volgens de bepalingen van dit artikel heeft plaats gehad. ‘
De overlegging van zoodanigo verklaring is onnoodig, wanneer de aan- gifte geschiedt door denzelfden persoon, die als getuige bij de begraving is tegenwoordig geweest; mits zulks uit de akte blijke. 4 t
Indien bij schriftelijke aangifte van overlijden, de begraving tevens mo® a hebben op den in het eerste lid bee gan oe zal de aangever ook getuige der begraving moeten zijn. (BS. 69.
71, ( Ges. Ss. 64-98 ; 37-595) Led een sterfgeval heeft Nias gehad in een burgerlijk of militair gasthuis, dan wel eon lijk in 24 OA Besticht ter begraving is opgenomen, is het hoofd of de bee a are
) een der dienstdoende geneesheeren of officieren van. geen Ls ee Pligt, daarvan binnen vier-en-twintig uren eone schriftelij = anne 2 a, ingerigt naar een bepaald formulier, aan den ambtenaar van Ke -
ken stand te doen, welke ambtenaar die aangifte zal en 3, art. 32.) Wijze, in het tweede lid van art. 15 vermeld. (S. 25-59 70. in dl
TT
‚ waar vo) In Bb. 8354, 8516, 10203, 11838 zijn de plaatsen SENA” ingediend oor Europeanen’ kosteloos doodsverkl. en doodsoorzet ST. Volgens Bp, oet worden aan ambt. BS. Zie ook circulaire in Bb. Nejstiek te Weltovr. opett moeten ambt, BS. aan Centraalkantoor voor ge fae etc. van Furo- Bene indienen van alle acten van geboorten, Over ij :
aen en Indon. Christenen. » apy, „twee getuigen” gesteld, met aut Grt, 70 eerste lid is ,,66n getuige” WV en egactiewijzigingen in
het art renging der daardoor "noodzakelijk geworden Te 1-139
8 Talens ” ‚dede LD
() In art. yi thee „„benevens”” vervangen door „aangel On
nn ’
750 REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN,
In een zoodanig geval is geen verlof tot begraving of eene-d, kende verklaring noodig. (BS. 39,69 ; Civ. 80, 84 TIL 3341, GZ Strek. 72. Wanneer er teekenen of aanduidingen van eenen geweldi oa aanwezig zijn, of andere omstandigheden bestaan, die reden goven om ed te, vermoeden, zal de begraving niet mogen geschieden, dan nadat het in geregtelijk zal zijn geschouwd. (BS. 69 ; Sv. 36y.) ijk
(Gew. S. 37-595.) Bij het verbaal der schouwing zullen, zoo veel mo lijk, worden opgegeven de naam, de voornamen, (1): de Ouderdom, ae geboorteplaats, het beroep en de woonplaats van den overledene. (BS. 67 73; Civ. 81.) 5 ?
- (Gew, S..37—595.) De ambtenaar die het verbaal van schouwing zal hebben opgemaakt, is verpligt (2) aan dien van den burgerlijken stand dadelijk na de schouwing, aangifte te doen van al hetgeen vereischt zal worden om de acte van overlijden op te maken,
Het tweede, derde en vierde lid van art. 65 zijn te dezen toepasselijk, (Civ. 82; Bb. 2486 jo. 4603.)
74, (Gew. S. 37—695.) De griffiers bij de regtbanken, of de ambtenaren die dezelve vervangen, zijn verpligt, (@) binnen vier-en-twintig uren na het ten uitvoer leggen van een doodvonnis, aan den ambtenaar van den bur- gerlijken stand der plaats, alwaar het vonnis is ten uitvoer gelegd, van het overlijden aangifte te doen, en alle aanduidingen op te geven, welke ver- eischt worden om de acte overeenkomstig art. 67 te kunnen opmaken, (BS. 75; Sv. 340; Civ. 83.) ’ i
anneer een sterfgeval heeft plaats gehad in gevangenhuizen of andere gestichten van dien aard, zijn de cipiers of gezagvoerders tot eene gelijke aangifte verpligt. : fi
(Ing. S. 16-339 jo. 17-18.) Indien de terechtstelling of het sterfgeval in dit art. bedoeld he : i
Het tweede, derde en vierde lid van art. 65 zijn hier mede van toepassing. (Bb. 2496 jo. 4603.)
In geval van eenen geweldigen dood, van het ter dood brengen van senen veroordeelde, of van het overlijden in gevangenhuizen, zal van die omstandigheden in de registers geene melding worden gemaakt, en de acte van overlijden eenvoudig worden ingerigt naar den vorm bij art, 67 voor- geschreven, (BS. 10, 74); Á
Wanneer een Sterfgeval gedurende eene zeereis heeft plaats gehad, tan boord van een in Indonesië te huis behoorend schip, moet de acte van overlijden binnen Vier-en-twintig uren door den kapitein of gezagyoerder in het dagregister van het schip. worden ingeschreven, in tegenwoordigheid van twee Betuigen zich aan boord van het schip bevindende. u
p deze inschrijving jg toepasselijk het tweede lid van art. 46. (BS. 11,
ie 6, 65, 77 3 K, 34], 841d, 348 ; Civ, 86.) ral en Sanzien der bij het vorige art. bedoelde sterfgevallen, ae er act PBovolgd de Voorschriften, welke bij de artt, 47 en 48 ten RE r Be en van geboorte zijn Begeven, met dien verstande, dat het al re Be © met opzigt tot de Woonplaats der ouders van hét kind, zal a )
gepast op de Woonplaats van den overledene. (Civ. 87 ; Bb. 2486 jo. 4603. el hence OP eene zeereis, een ingezeten van Indonesië is overdoen Indonesig: Van een Nederlandsch schip, hetwelk daarna eene mare verstande, ae Wordt gehandeld overeenkomstig art; 49, met n- a ks or pot en ne tweede afschrift zal rene dele 8
n ar van den ij peli van den Overledene, (Bw. 23 ; Bb, Neots yee ar
() In art. 72 ;
- (@) In art, 73°,2?¥90ramen” Achter , naam” geplaatst. Iwtr. 1-1
Van eenen tweege 7 { is ter plaatse v.h. nootteck vervallen : ‚‚ve op ‘ott, Tgp eden Persoon alg medegetuige”™ Recher, Canta als boven
N
iW
5
a
60
‘REGLEMENT BURGERLIJKE STAND EUROPEANEN, 751
"i 79. (Gew. S. 07205 art. 3* jo. 19-816.) Wanneer cen g a rende eene zeereis heeft plaats gehad aan boord van Pe et i vaartuig, waarvan noch de gezagvoerder noch een der officieren tot de i Europesche bevolking behoort,.zal de aangifte van het overlijden op de gewone wijze geschieden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand van de eerste plaats, welke het schip in Indonesié zal aandoen. (BS. 50, 65; Bb. 2486 jo. 4603.) i ee
- Wanneer cen sterfgeval na geleden schipbreuk heeft plaats gehad zal de aangifte van overlijden kunnen gedaan worden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand van de eerste plaats van Indonesië welke door de schipbreukelingen bereikt wordt. ‘
} Het tweede, derde en vierde lid van art. 65 zijnin de bij dit en het vorig art, voorziene gevallen van toepassing. (BS, 51 ; Bb. 2486 jo. 4603.)
- Indien een sterfgeval plaats heeft aan boord van een Indonesisch schip, hetwelk in eene haven of op eene reede van Indonesié ligt, zal de aangifte van zoodanig sterfgeval op de gewone wijze geschieden aan den plaatselijken ambtenaar van den burgerlijken stand, ten zij er geene moge- lijkheid mogt bestaan om het schip tot het doen der aangifte te verlaten, in welk geval gehandeld zal worden zoo als bij art. 76 en 77 is bepaald.
De plaatselijke ambtenaren van den burgerlijken stand zullen voorts verpligt zijn om, daartoe aangezocht wordende, ook de aangiften’ te ont- vangen en acten op te maken van sterfgevallen aan boord van andere dan Indonesische schepen voorvallende, terwijl deze in eene haven of op eene reede van Indonesië liggen. (BS. 52; Bb. 2486 jo. 4603.)
81a. ( ing. S. 33-327 jo. 338.) De uittreksels uit de scheepsdagregisters, bedoeld in de artt. 77 tot en met 81, zijn vrij van zegel. 7
82, De uit Nederland van regeringswege aan den Gouverneur-Generaal toegezonden afschriften van overlijdensacten, van aan boord van Neder- landsche schepen of in Nederland overledene ingezetenen van Indonesië, zullen van wege den Gouverneur-Generaal, ter inschrij vingin de loopende registers, worden toegezonden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand der laatste woonplaats van den overledene,
„83. (Gew. S. 70-110.) De bij het laatste lid van art. 360 van het Burger-
| lijk Wetboek voorgeschreven kennisgeving geschiedt binnen vier-en-twin- tig uren na de aangifte van het overlijden en de voltrekking van het tweede en volgend huwelijk. (Bb. 2322.) 2
(Toeg. S. 16—339 jo. 17—18.) Indien de aangifte ter kennis van den amb- tenaar komt of de voltrekking van het huwelijk plaats heeft op een Zon- dag of een der daarmede ingevolge het bepaalde bij het tweede lid van art. 37 van dit Reglement gelijkgestelde dagen of op den daaraan voorafgaan- den deg kan de kennisgeving geschieden uiterlijk in den loop van den
61 eerstvolgenden werkdag. 2s d
- De inschrijving in de gewone registers van den burgerlijken stand, van het overlijden van krijgslieden, welke op marsch, te velde, in den slag, bij het over zee reizen van troepen, of in’s lands dienst buiten Indonesië zijn gestorven, geschiedt overeenkomstig de afzonderlijke, daaromtrent reeds bestaande, of later uit te vaardigen bepalingen. (Civ. 86v.)
84a. (Ing. S. 46—136.) Wanneer het bewezen is, dat registers van Overlijden nooit hebben bestaan, dat die zijn verloren Benet ace ingeschreven acte daaraan ontbreekt, of dat bijzondere omstan ine len de inschrijving der acte van overlijden hebben verhinderd, gel en: lijden zoowel door getuigen als door bescheiden kunnen worden .
f Slotbepalingen. “85, Bij S. 67-3 buiten werking gesteld. (BS. 42.) ; Vervalien bij de invoering van het oude Welb.v. Strafr. (8. 186655) 87. (Toeg. S. 1851—64 ; gew. 17—497.) Overtreding van de voorsc nen, van de artt. 69 en 70 van dit reglement, begaan door bijzondere eae d Wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste honderd gulden.
752 REGL. BURGERLIJKE sTAND OHRISTEN-INDONESIiRg.
Reglement Burgerlijke Stand Christen-Indonesiërg, Reglement op het houden van de registers van den burgerlijken sta: Christen-Indonesiérs op Java en Madoera, tn het gedeelte der mee 3 Manado bekend onder den naam de M inahasa en in de onderaf deels ntie Amboina, Saparoea en Banda, zonder de eilanden Teoen, Nila e ngen
i 5 Len Se afdeeling Amboina van de residentie Molukken. (2) ™ Seroea der
(Ord. v. 15 Febr. 1933.) S. 33-75 jo. 36-607,
Krachtens S. 86—607 iwg. op 1 Jan. 1937 voor alle gebiedsdeelen in boven. staand opschrift vermeld. ; Afkorting voor bovengenoemd regl. (S. 33-75): BSCI. Idem voor de Huwelijksord, Chr.-Ind. (S. 33—74): HCI, Belooning ambtenaren B.S. Christen-Ind., Ss. 32-461 jo, 36-608 ie i
. 73 ma EERSTE AFDEELING.
Van de registers van den burgerlijken stand in het algemeen.
Art. 1. (Gew. S. 34—621, 622 ; 36247, 607 ; 38-370, 264.) Op Java en Madoera, in het gedeelte der residentie Manado bekend onder den naam de Minahasa en in de onderafdeelingen Amboina, Saparoea en Banda zonder de eilanden Teoen, Nila en Seroea der afdeeling Amboina van de residentie Molukken bestaan voor de Christen-Indonesiérs registers voor de in- schrijving van geboorten, van huwelijken, van echtscheidingen en van overlijden. (BS, Ind. 1.)
(Gew. S. 86-247, 607.) De volgende omstandigheden kunnen tot bewijs strekken, dat iemand Christen is in den zin van deze ordonnantie :
dat hij lid is van een christelijk kerkgenootschap, van cen bepaalde Christelijke kerkelijke of zendingsgemeente, of van een christelijke gods- dienstige vereeniging ;
2°. dat hij den christelijken doop heeft ontvangen ;
3°. dat hij uit christen-ouders geboren is ; se
4°. dat een godsdienstvoorganger verklaart, dat hij den christelijken godsdienst belijdt ; 5°. dat hij algemeen als Christen bekend staat. (HCI. 76.)
- (Gew. 8. 36-247 jo. 607; 38-370 jo. 264.) De registers worden eerden door ambtenaren van den burgerlijken stand, als hoedanig optreden :
a. op Java en Madoera de landsdienaren die op grond van het reglement vastgesteld bij de ordonnantie van 15 October 1920 (S. No. 751) belast zijn met het houden van de registers van den burgerlijken stand voor eenige fcr ae de Indonesische bevolking van Java en Madoera; (BS. ind. 2;
«bv, ‘
b. inde Minahassa en in de tesidentie Molukken de door het Hoofd Mg) Gewestelijk bestuur (2) aangewezen landsdienaren, locale ambtenaren en/0 negorijhoofden, elk your het door dit hoofd vastgestelde ressort. (BSCI. 5y.)
- (1) (Gew. 8. 36-247 jo, 607; 39-288.) Indien de omstandigheden | der Christen-Indonesiërs op Jaya en Madoera het noodig maken, wijstin telij Seyernementslanden de resident en elders het Hoofd van es | deen bestuur el Taube de in art. 3 bedoelde ambtenaren nog andere lan is-
elast met het aanhouden van de in art. 1 genoemde reg ters en stelt buy ressort vast, vi lijken oer ret vorige lid bedoelde ambten van den burger) Stand doen in hun ambtsgebied als aa mente met uitsluiting 7"
bi i i D wt Gr gp? do amana van den gerjan sand ede Gou-
- (Gew. §. 36—p4y « ‘dent in d nden 5, 22: 607; 39288.) (1) De resident in de Ai beata entalanden ‚van Java en Madoera hek het Hoofd van gowesteli® | &r8 () wijst de personen aan, die bij ontstentenis of verhinderme () Opschr, ew. S. 3469)
(Ops » 622; 36—247, 607; 38— © buitengew. de(n) resident: S. 38-000 in ae ae
ENE _
BEGL. BURGERLIJKE STAND OIUAT:
FE nn
HN-INDON Karling 75e Hú 758 ni = as oe ae krachtens de je 3 sub 6 en 4 WMgewezen ambte argerlijken stand als buitengewone ambtenaren van Berri Ma es n burgerlijken
stand zullen En (BSCI. 61.) 2) De personen, die ingevolge de artt. 3 en 4 ¢ ae his ambtenaren van den burgerlijken renee he corste lid van dit et Ten ze aera | van hun alszoodanig, opereert tn en 8 „5. 7, 607 ; gew. 38— De 8 3 k at indien de aanstaande cane 5-370, 246.) In de residentie Moluk. derafdeelingshoofd bevoegd or ante ten daartoe het verzoek doen het Geval van ontstentenis of Gertie heel en ook buiten. het bd sage in art. 3 sub b bedoelde ambtenaren van den burgerlijken stand elk van he i loelde ambtenaar van den burgerlijken stand te vacrniben, YORE de verrichtingen bij de aangifte en de voltrekki AN ak opmaken van akten daarvan in het daartoe bestiride de en het Het Den functie uitoefonen, te Rider bios Pe = Ss Bs ne etrekkelijke register tijdelijk wordt overgebracht. kn a ha ag = Te gewestelijk bestuur (!) kunnen een of meer gods- Gen saga! ie Christen-Indonesiérs, officieren van het Loger des po Sa r begrepen, aanwijzen als bevoegd tot het opmaken yan (2) Bij die aanwijzing volgen de Hoofden van g: xg sa 5 4 ewestelijk bestuur ( sre ogelak de aanbeveling van de organen der betrokken one NY ae EN elijke corporaties en vereenigingen, of van de door deze tot het oad pies pecs aangewezen autoriteiten, indien zulk een aanbe- Mesa oS et indienen waarvan te voren gelegenheid wordt gegeven, is (3) Het ressort van den aan i is velit 5 gewezen godsdienstvoorganger is gelijk aan Te van den ambtenaar van den burgerlijken stand, itn wiens Sob gevestigd is, tenzij de aanwijzing voor méér dan cen ressort is Es 4 (4) (Gew. S. 36-247 j : rend +S. jo. 607.) De aangewezen godsdienstvoorgangers tee al den term : ambtenaar van den burgerlijken stand begrepen. canker ee de volgende artt. van dit reglement van godsdienstvoor- het ho Ae t gesproken is daarmede bedoeld een krachtens dit art. door 7. ( Ce van gewestelijk bestuur (!) aangewezen godsdienstvoorganger. zullen Bah S. 36-247 jo. 607.) (1) De in art. 5 en 6 genoemde autoriteiten men beat eee van hun krachtens het bepaalde in dit reglement geno- ambien uiten alsmede de handteekeningen der gewone en buitengewone ae toeken van den burgerlijken stand en die der godsdienstvoorgangers de bet ekomen aan de griffiers van de landraden binnen wier rechtsgebied einde aotkeoen hun op dit reglement berustende functie uitoefenen, ten- 1 te worden neergelegd en bewaard. (BS. 2.) (2) Afschrif; Ki opvolgin chriften van de besluiten, waarbij godsdienstvoorgangers 1n fa van het bepaalde bij art. 6 zijn aangewezen en de hand- van EE dier voorgangers worden mede gezonden aan de ambtenaren uitoefenen, urgerlijken stand ‘binnen wier ambtsgebied zij hun functio 8, : as 1 ge aa orien vijf afzonderlijke registers van den burgerlijken stand 1e, one weten : eeen eee van geboorten ; Res Se van naamsaanneming ; GEE gister van huwelijken ; 5° een poeister van echtscheidingen ; 9. (1) Doeister van overlijden. (BS. 6; BS. Ind.6.) iat} dubbel eeh: behalve dat van naamsaanneming, worden In (2 uden. (BS. 7.) 2 EARS inter bestaan uit gedrukte blanco formulieren van akten vol-
C) In = buitengew, de(n) resident: S. 38-870 jo. 204-
an
754 9 BEGL, BURGERLIJKE STAND OHRISTEN-INDONES ERS
gens door den Directeur van Justitie vast (3) Het opmaken der akten vere eg modellen. (Bb, 137 de terzijde aangegeven bestemming, van de o; et invullen, Overeenk, 20.) In de gevallen bedoeld bij de artt. 56, 58, 63 en ee formaline voor zooveel mogelijk ingevuld en wordt oj on 66 srordt hek fo ie teekend op welke bescheiden als pepe sd de kant van da akte aang gegevens berusten. (BS. Ind. 7.) ine Ce in het formulier vermelde _ (4) De regenten op Java en Madoera buiten de V, al lingshoofden in de Vorstenlanden op Java e: i orstenlanden, de afd elders, zien toe, dat de ambtenaren van ge aS onderafdeelingshoofden gen aanmaak der benoodigde registers zorg. d urgerlijken stand voor tja 10. Het eerste en het laatste blad ae ah Pes io registers moeten op Java en Madoera Duiken a corleopend genummerde regent, in de Vorstenlanden op Java door hi © vorstenlanden door de, dep et gep ppeshootd binnen Ri pd maare} en elders van den burgerlijken stand i i ii gebied de amb merkt worden, Ee alle. aen sr ged handtekening pi feerd. (BS. 8; BS. Ind. 8) ge bladen door hem moeten worden pee 11, De akten van den bur erlij v rlijk i sche En oe re Pere pele Oe i ae in de malei. . (1) De ambtenare ah ere, tongen in volgorde s Bs i a lijken stand zijn verplicht do etgeen bij de opmakin, : A gehaald, tusschenbeide of ns hog oe 7 wee Sein soir: keurd en evenals de akte zelve word etter le si 2 goede dat niets bij verkorting of met cijfe sed nd, ok kad Ee de voltooiing der Ae ghee og uitgedrukt. B a ei dan tengevolge van jen day Darang iin 13: De ambtenaren van Evi a ~ op te maken akten, noch ee ene mogen in de door hen aanteckening of inlassching iets v aam dier akten, noch bij wijze van nende partijen overeenkomsti raken buiten hetgeen docs parese: ate [oement is ren ‘ ask by genden of overigens in 4 n de aki ù ‚10; BS. Ind. 11. Ps iio de akten van den burgerlijken stand ae itgedrukt het en de dag hare vi B Varen geslachtsnamen, de voornam x nscbrgying, mitsgaders zoo mogelijk de zoowel der verschijnende pa Es le ouderdom, het beroep en de woonplaats, (2) Indien de cuter: ab cer GER (Bose mogeijk geschat en wordt hier et nauwkeurig bekend is, wordt hij zoo goed _19(1) De getuigen. dic gy enn ce akte melding gemaakt. (BS: Ind. 2) Lijkenstand verdohtinen 0 det opmaken van de akten van den burger: ij moen zijn ingezetenon ee ee belanghebbenden zelve gekozen Anbiengar van den burgerlijk ndonesië, en naar het oordeel van; den J 3} aad bank, (ISR. heo) ee den vollen ouderdom van twintig estaanden worden als set: Kr De ambtenaren pn a cous toegelaten. (BS. 13; BS. Ind. 13.) (2) We len, mitsgaders aan d gerlijken stand lezen aan de verschij- mie een of meer der id getuigen, de akten voor. ambte taal niet verstaan verschijnende partijen of der getuigen de maar van den Reet hun eene vertolking der akte door den (5 oet in taat in geachiodt de von ee ouden, Indien de ene verschijne, arte moet door den a a Combauding, zoo noodig, door een to of andere dav Pärtijen en de mbtenaar van den burgerlijken stand, ge a aan det partijen of arses gen worden geteekend. Wanneer de een? BS, Ind. 14), (@2r¥an in de Egon. alef mooht kunnen toeken moet eee (tag ear 24 melding worden gemaakt. (BS. 14 plante ear mee! J0- 6 gebouw oe gehad op oe Ree Wanneer een geboorte of sterfgers! (ARS deiakien waniden he daa tien kilomenn van het urgerlijken stand worden opgemae"
n__n
BEGL. “BURGERLIJKE STAND CHRISTEN-INDONEsrËRs en NES . 755
n de aangifte van geboorte of overlijden binne: ae mijnen schriftelijk op ongezegeld papier poached Cran bail (2) Die aangifte geschiedt door de inzending yan een door den Dire: teur van Justitie vastgesteld formulier, nadat daarin Overeenkomsti; cs terzijde aangegeven bestemming de open vakken zijn ingevuld. De Dn formulieren zijn bij den. ambtenaar van den burgerlijken stand verkrijg. baar en van diens ambtsstempel voorzien. (Bb. 13720 ) ues
- Indien de aangever niet kan schrijven mag eon aangi si as lid bedoeld worden opgemaakt ae het sommes kant Seen hoofd dan wel waar zoodanig hoofd niet bescheiden is, door den ae ter. In dat geval voorziet de aangever de aangifte van zijn vingerafdruk. Degene, die de aangifte opmaakt stelt met vermelding van zijn naam en hoedanigheid onder den vingerafdruk de verklaring, dat deze door den aangever in zijn tegenwoordigheid is gesteld. Dit laatste ia mede van toe. passing, indien de getuigen of een van hen niet kunnen schrijven.
(4) De ambtenaren van den burgerlijken stand zullen de schriftelijke aangiften dadelijk overschrijven, de aldus opgemaakte akten alleen onder- teekenen en de ingediende stukken bij de akten voegen.
(5) Wanneer zij evenwel aan de echtheid van de aangifte twijfelen, zullen zij daarvan kennis geven aan het afdeelingshoofd (1), teneinde daarom- trent onderzoek te doen, en de overschrijving zal in dat geval geen plaats hebben voordat van de deugdelijkheid van de aangifte zal zijn gebleken.
- (1) De registers worden door den ambtenaar van den burgerlijken stand op het einde van ieder jaar afgesloten. (BS. 17%.)
(2) Een der dubbelen van de registers, welke in dubbel worden aange- houden, wordt, binnen eene maand na die afsluiting, tegen afgifte van een schriftelijk bewijs van ontvangst, ter bewaring overgebracht naar de griffie van den landraad terwijl het andere dubbel ten kantore van den ambtenaar van den burgerlijken stand onder diens bewaring blijft berusten.
(3) Het register van naamsaanneming blijft eveneens ten kantore van den ambtenaar van den burgerlijken stand onder diens bewaring berusten
(4) Op die plaatsen, waar de griffie van den landraad en het kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken stand zich in hetzelfde gebouw bevinden, worden de overeenkomstig het vorig lid te dier griffie ingekomen registers, dadelijk na de opmaking van het proces-verbaal, bedoeld bij art. 33, overgebracht naar eene andere, buiten dat gebouw, door het afdee- lingshoofd aan te wijzen bewaarplaats. (BS. Ind. 15.) _
- Wanneer bij het einde van het jaar in eenig register geene akten mochten zijn ingeschreven, wordt met zoodanig register niettemin gehan- deld overeenkomstig het voorgaande art. (BS. 19; BS.Ind. 16.) À
18, (1) (Gew. S. 36-247, 607.) Behoudens de voorschriften van de Vorige twee artt. en van art. 5 a, mogen de registers van den burgerlijken stand zonder rechterlijk bevel niet worden verplaatst. ;
. (2) Wanneer de rechter de verplaatsing der loopende registers gelast, 18 de ambtenaar van den burgerlijken stand, na de beteckening van ge iy al verplicht zich onmiddellijk van vervolgregisters te voorzien. (BS. 20; „ind. 17, Ei
20, (1) Nadat de ambtenaar van den burgerlijken stand de rere glares:
TS ingevolge art. 10 heeft doen waarmerken en. parafeeren sluit a ie registers, waarvan de verplaatsing is gelast, af, met vermelding pare onse aarom die afsluiting vóór het einde des jaars is geschied, om
Wald aan het rlijk bevel te voldoen. __ „d éé
- De vervelg-ropiotens A js steeds in alle opzichten enen geheel met de registers, waarvan zij het vervolg zijn, uit 0 ar Jee i ‘uting aan het einde van het jaar geschiedt dus ook alsof er 3
Br er bestond. (BS, 21; BS.Ind. 18.) afgelo anneer de zaak, waarin de registers heb
open, zullen deze, worden overgebracht in
ben moeten dienen, is de bewaarplaatsen in
S. 39-288 : in de gvtsl. v. Java en Mad. aan den resident.
756 REGL. BURGERLIJKE STAND CHRISTEN-INDONESIERs
art. 17 aangewezen. (BS. 22 eg Hales De 4
22, (1) Indien te voorzien is, dat de loopende registers ge, satis deitaden om de akten, die gedurende het loopende ina ezame verwachten zijn, in te schrijven, is de ambtenaar van den bur se stand verplicht zich in tijds van vervolgregisters te voorzien He he overeenkomstig art. 10 te doen en parafeeren. ri ne
- Het tweede lid van art. 20 is ook op deze vervolgregisters Pee (BS. 23 ; BS.Ind. 20.) xh Muss
- De volmachten en andere stukken, welke bij de akten gevoegd zijn blijven gehecht aan de registers, welke ter griffie van den landraad one overgebracht (BS. 24 ; BS.Ind. 21 ; BSCI. 24, 30v., 342, 46v.)
24, (1) Een ieder is bevoegd om zich door de bewaarders der registers van den burgerlijken stand uittreksels uit die registers te doen geven alsmede afschriften der volmachten en andere stukken, welke aan de akten zijn gehecht. De uittreksels verdienen, wanneer zij met de registers overeenstemmen, geloof tot op het oogenblik, dat de valschheid daarvan hetzij langs den weg van strafvordering, hetzij op de wijze bij de wettelijke bepalingen van burgerlijk procesrecht voorgeschreven, wordt beweerd. De legalisatie van de handteekening van den bewaarder der registers vai, den burgerlijken stand op door hem als zoodanig uitgegeven stukken ge. schiedt, indien zij vereischt of door belanghebbende verlangd wordt, door den voorzitter van den landraad. (BS. 25; BS. Ind. 22; Bw. 1888v. ; Sy. 28lv. ; IR. 165, 246v., 252v., 288; Rv. 148v., 853.)
(2) (Toeg. S. 33-327 jo. 36—607.) De ten behoeve van den openbaren dienst afgegeven afschriften van en uittreksels uit de volmachten en andere aan de akten gehechte stukken; zijn vrij van zegel.
- (1) Wanneer op den kant van een reeds ingeschreven akte moet worden melding gemaakt van een andere akte, tot den burgerlijken stand betrekkelijk of daarop eenige andere aanteekening moet worden gesteld, wordt zulks gedaan door den ambtenaar van den burgerlijken stand in de loopende of in de te zijnen kantore bewaarde registers, en door den griffier van den landraad in die welke ter griffie zijn overgebracht.
(2) Deze aanteekeningen worden door den ambtenaar van den burger- lijken stand of den griffier onderteekend met vermelding van den dag, waarop zij zijn gesteld.
(3) De zorg voor de eenvormige inschrijving is opgedragen aan het afdelingshoofd (!), aan wien de ambtenaar van den burgerlijken stan of de griffier van den landraad, binnen tien dagen na de aanteekening daarvan een woordelijk afschrift zendt.
(4) Geen uittreksels uit de registers van den burgerlijken stand mogen worden afgegeven, tenzij daarbij worden gevoegd de aanteekeningen, welke zich op den kant van de akte bevinden. (BS. 26 ; BS.Ind. ay tit
- De akten van den burgerlijken stand en de aanteckeningen, ae 25 )
eregisters moeten geschieden, worden kosteloos ingeschreven. (BS-In NZ
stay (Ge, 8: 33-327 jo. 36-607.) (1) Voor de uitgifte van uittreksel gs de registers van den burgerlijken stand is verschuldigd een recht v4 if en zeventig cent.
b (2) (Gew. S. 36-247 jo, 607.) De uittreksels uit de registers van de
ee worden kosteloos uitgereikt :
ho ehoeve van den openbaren dienst ; ver:
Aen nde mogenden, mits van het onvermogen blijkt door eae Java at Madore engevestn van et hoo van plaatselijk betta landen van het ERA © Yorstenlanden van den regent en in geven zodanige v -celingshoofd of van een door hen voor het afg mogen op de Een ah aan te wijzen ambtenaar en van het onver
- (1) Men kar we is gemaakt. (BS. 33; BS.Ind. 26.) [den bewilze® dat registers van dà oowel door getuigen als door bescheiden f verlo
den burgerlijken stand nooit hebben bestaan © re
Os. 39
JSS: 258: in de gvtsl. V. Java Mad. aan den resident.
—
= a
REGL. BURGERLIJKE STAND OHRISTEN-INDONESIËRS 757
zijn geraakt, of wel dat een ingeschreven akte daaraan ontbreekt.
(2) Ingeval van vervalsching, verandering, verscheuring, vernietiging of wegmaking ecner akte van den burgerlijken stand, levert het vonnis waardoor van het misdrijf blijkt, een wettelijk vermoeden van de verval.
sching, verscheuring, vernietiging of wegmaking op. (Bw. 1918, 1921v.;
BS. 27; BS.Ind. 24.) TWEEDE AFDEELING.
Van de verbotering der akten van den burgerlijken stand en van hare aanvulling.
Wanneer geene registers hebben bestaan, of dezelve zijn verloren geraakt, vervalscht, veranderd, verscheurd, vernietigd, weggemaakt of verminkt, wanneer akten daaraan ontbreken, of wanneer in de ingeschre- ven akten dwalingen, weglatingen of andere fouten hebben plaats gehad, geeft zulks grond tot aanvulling of tot verbetering der registers. (Bw. 13; BS.Ind. 49.)
(1) Het verzoek daartoe kan alleen worden gedaan aan den land- raad binnen wiens rechtsgebied de registers zijn of hadden behooren te worden gehouden, dewelke, zonder hooger beroep, en, wanneer daartoe gronden zijn, na verhoor van belanghebbende partijen, deswege uit- spraak doet. (Bw. 14; BS, Ind, 50.)
(2) Deze uitspraak is alleen geldig tusschen de partijen welke dezelve hebben verzocht of te dier gelegenheid zijn opgeroepen. (Bw. 15; BS. Ind. 51.)
- Alle uitspraken tot verbetering of tot aanvulling van akten worden door den ambtenaar van den burgerlijken stand, dadelijk na derzelver vertoon, in de loopende registers ingeschreven en, in geval van verbetering, wordt daarvan melding gemaakt op den kant der verbeterde akte over- eenkomstig de bepalingen van dit reglement. (Bw. 16; BS. Ind, 52.)
DERDE AFDEELING. Van het toezicht op en de aansprakelijkheid van de ambtenaren en andere bewaarders van den burgorlijken stand.
Het toezicht op de binnen hun ambtsgebied bescheiden ambtenaren van den burgerlijken stand wordt uitgeoefend op Java en Madoera buiten de Vorstenlanden door de regenten onder leiding van de afdeelingshoof- den (*), in de Vorstenlanden op Java door de afdelingshoofden en elders door de onderafdeelingshoofden onder leiding van de afdelingshoofden.
(1) De hoofddjaksa’s zijn verplicht de ter griflie overgebrachte registers en de daaraan gehechte stukken te onderzoeken en van hunne bevinding binnen de eerste zes maanden yan elk jaar, proces-verbaal op te maken. Zij zijn bevoegd om inzage ‘e nemen van de dubbelen, welke niet ter griffie berusten, doch zonder deze te mogen verplaatsen of doen verplaatsen.
(2) Gewaarmerkte afschriften der in dit art. bedoelde processen- verbaal worden binnen acht dagen na de opmaking door de verbalisan- ten ingezonden, in de Vorstenlanden op Java aan den gouverneur en elders aan het afdelingshoofd. (+) (BS. 29; BS. Ind. 28.)
34, (1) De ambtenaren van den burgerlijken stand en andere bewaar ders zijn, ieder voor zooveel hem aangaat, voor het richtig houden en
ewaren der registers aansprakelijk. 4 RR _ (2) (Gew. S. 36-247, 607.) Ten aanzien van de inschrijving van de ingevolge het bepaalde bij art. 16a en lid 2 van art. 55 ontvangen akten ls de ambtenaar van den burgerlijken stand slechts aansprakelijk voor de ordelijke en woordelijk gelijkluidende inschrijving. ©. ie
(3) Elke verandering, elke vervalsching in de akten, elke inschrij ving op een los blad, mitsgaders alle overtredingen tegen de voorschriften van
t reglement begaan, kunnen aan de partijen grond opleveren om tegen de genoemde personen schadevergoeding te eischen. (BS. 28; BS. Ind. 27.)
(OS. 39=28s : in de gvtsl. v. Java en Mad. den(de) resident(en).
758 REGL. BURGERLIJKE STAND OHRISTEN-INDONEsrËrg
VIERDE AFDEELING. Van de akte van geboorten.
- (1) Behoudens het bepaalde bij art. 43 moet de aangi Beal uiterlijk op den tienden dag na dien der bevalling, “ge vaa en daarmede gelijkgestelde dagen niet medegerekend, in tegenwoord heid van twee getuigen worden gedaan aan den ambtenaar van den eae gerlijken stand binnen wiens ambtsgebied het kind is geboren, a
(2) Met den Zondag worden ten deze gelijkgesteld de Europeesche Nieuwjaarsdag, de christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de christelijke Hemelvaartsdag, de Hemelvaartsdag van Mohammad, twee dagen ter gelegenheid van het begin der maand Sjawal volgens den Arabischen kalender (Idoel Fitri, Garebeg Poeasa, Lebaran Poeasa) de Garebeg Besar (Lebaran Hadji), de Asjoeradag en de Garebeg Mauloed.
(3) Wanneer de plaats der geboorte door de zee is gescheiden van het kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken stand kan de aangifte ook later geschieden. (BS. 37; BS, Ind. 29.)
Wanneer bij verstoring van de gemeenschap tusschen de plaats der geboorte en het kantoor van den ambtenaar van den burgerlijken stand, de aangifte binnen den in het vorige art. gestelden termijn aan dien ambtenaar onmogelijk is, wordt die termijn gerekend te loopen van het oogenblik dat de gemeenschap hersteld is. (BS. 38; BS. Ind. 30,)
(1) De ambtenaar zal van de hem gedane aangifte, ook al is de daarvoor gestelde termijn verstreken, eene akte opmaken.
(2) Indien echter de aangifte plaats heeft na verloop van twee maan- den na de geboorte wordt, onverschillig of voor de aangifte al of niet een bepaalde termijn is vastgesteld, geene akte opgemaakt.
(3) De ambtenaar is bevoegd om, alvorens tot de opmaking der akte over te gaan, zich ter plaatse der geboorte te begeven, en te vorderen, dat het kind aan hem worde vertoond. (BS. Ind. 31.)
- (1) De aangifte der geboorte van een kind moet door den vader worden gedaan, of bij gebreke of verhindering van dien, door de genees- heeren, vroedmeesters, vroedvrouwen of andere personen, die bij de bevalling. zijn tegenwoordig geweest, of wel, wanneer de moeder buiten haar woning bevallen is, door den persoon te wiens huize het kind ia geboren.
(2) Indien de bevalling heeft plaats gehad in een ziekenhuis of in een gevangenis, moet de aangifte, bij gebreke van den vader of bij diens ver- hindering worden gedaan door het hoofd of door een der bedienden van zoodanige inrichting. (BS. 39 ; BS, Ind, 32.)
39, (1) De akte van geboorte vermeldt : :
- het jaar, de maand, den dag, het uur en de plaats der geboorte;
2*. de kunne van het kind en de voornamen, welke aan hetzelve Wor den gegeven ; z
de geslachtsnamen, de voornamen het beroep en de woonplasts der ouders ; z ste geslachtenamen, de voornamen, den ouderdom, het beroep °°
Bs P'aats des aangevers en der getuigen ; se is
ee vermelding of het kind al dan niet uit een wettig huweli
6°. (Gew. S. 36-247, 607 2 identie Molukken Ren s 38370, 264. de residentie a Petaling of. bij het aangaan van het eren ouders is overeen
n et geslacht van den man, doch dat van ©?
% che n jaar, maand en dag wordt de Buropeetss
a EE
BURGERLIJKE STAND CHRISTEN-IND ONESIERS. 759
yv) De aangifte door den vader wordt voor erkenni ae dit in overeenstemming is met het voor hem elden binen 41; BS. Ind. oe — soe
41, Wanneer de erkenning van een natuurlijk kind geschi opmaking van deszelfs geboorteakte, maakt de en burgerlijken stand, zoo hem mededeeling wordt gedaan van de erkenning, daarvan dadelijk melding op den kant der geboorteakte, (BS. 53; BS. Ind. 35.) 'l
42, Indien een wettiging van een natuurlijk kind heeft plaats gehad overeenkomstig het voor de ouders geldende recht, wordt op verzoek van belanghebbenden van die wettiging melding gemaakt op den kant van de geboorteakte. (BS, 53b ; BS. Ind. 36.)
43, Van de geboorte buiten het gebied waarvoor dit reglement geldt van een kind waarvan de ouders binnen genoemd gebied wonen, moet binnen twee maanden aangifte gedaan worden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand binnen wiens ambtsgebied de ouders wonen. (BS. Ind. 37.)
VIJFDE AFDEELING, Van namen.
44, (1) Indien de vader, of — indien het betreft een niet door den vader erkend natuurlijk kind — de moeder van het kind van welks geboorte een akte moet worden opgemaakt geen vasten geslachtsnaam voert, zal de vader dan wel de moeder vóór de aangifte zoodanigen naam aannemen, welke in het register van naamsaanneming wordt ingeschreven.
(2) Van de naamsaanneming wordt den ambtenaar van den burgerlij- ken stand mededeeling gedaan door dengene, die de geboorte aangeeft, in tegenwoordigheid van dezelfde getuigen als bij de geboorteaangifte optreden. (BS. Ind, 38.)
- De ambtenaar van den burgerlijken stand overtuigt zich zoo noodig oe fe opgegeven naam de door den vader of de moeder gewilde is, (BS.
nd, 39.)
- (1) De Gouverneur-Generaal is bevoegd. de inschrijving van voor- namen of geslachtsnamen te verbieden hetzij op grond dat deze naar Indonesische begrippen een rang of titel aanduiden, of met een rang of titel verband houden, dan wel andere gewichtige redenen.
(2) Indien de ambtenaar van den burgerlijken stand oordeelt, dat er aanleiding is tot toepassing van de bepaling van het vorig lid, geeft hij daarvan onverwijld kennis op Java en Madoera buiten de Vorstenlanden aan den regent, in de Vorstenlanden op Java aan het afdeelingshoofd en elders aan het onderafdeelingshoofd. Genoemde ambtenaren zijn bevoegd den ambtenaar van den burgerlijken stand te gelasten het opmaken van de akte van naamsaanneming of van de geboorteakte na te laten, totdat ter zake door den Gouverneur-Generaal zal zijn beslist. a
(3) De ambtenaar van den burgerlijken stand doet in ‘dit sores Stukken toekomen aan het hoofd van gewestelijk bestuur (1) dat de Slissing van den Gouverneur-Generaal inroept.
(4) Regenten mogen geen geslachtsnamen aannemen zonder toestem- ming van den Gouverneur-Generaal. (BS. Inl. 40.) 7
- (1) Geslachtsnamen vermeld in een akte van naamsaanneming dan wel in een geboorteakte, mogen niet worden veranderd dan uit kracht van een schriftelijke beschikking van den Gouverneur-Generaal. dt
(2) De verandering wordt bij de akte van naamsaanneming en bij die Ze fF pbente van den aanvrager en van zijn minderjarige kinderen aan-
eekend. indi
(3) Verandering van voornaam wordt door den betrokkene, indien Se minderjarig is daartoe bijgestaan door zijn wettelijken vertegen-
Tee SS {) In de buitengew. aan den resident : S. 38-370 Jo. 264.
760 REGL. BURGERLIJKE STAND CHRISTEN-INDONEsrËrg
woordiger, aan den ambtenaar van den burgerlijken stand me
en onder gelijk voorbehoud als is aangegeven in de eerste drie recedes het vorig art. op den kant van de akte van geboorte van den betrok? vermeld. (Bw. 6v.; BS. Ind. 41.) ene
ZESDE AFDEELING. Van de huwelijksakten.
48, (Gew. S. 36-247, 607.) Nadat de ambtenaar van den bur stand of de godsdienstvoorganger overeenkomstig het bepaald, vweede lid van art. 33 van de ordonnantie op het huwelijksrecht der Christen-Indonesiërs in naam der wet verklaard heeft, dat de aanstaande echtgenooten door den echt verbonden zijn, zal hij daarvan dadelijk een akte opmaken eerstgenoemde in het daartoe bestemde register, laatst genoemde op een daartoe bestemd formulier. (BS. 60 ; HCL. 30, 33v)
49, De huwelijksakte zal vermelden: (BS. 61.)
1°. de geslachtsnamen, de voornamen, den leeftijd, de geboorteplaats, het beroep en de woonplaats der echtgenooten, en, indien zij te voren ge- huwd waren, de namen der vroegere echtgenooten ;
2°. de geslachtsnamen, de voornamen, het beroep en de woonplaats hunner ouders;
3°. de toestemming van de ouders, adoptiefouders, grootouders of van de voogden of verzorgers, dan wel het verlof van den landraad, in de gevallen waarin hetzelve gevorderd wordt ;
4°. de verleende dispensatiën ;
5°. de verklaring der partijen om elkander vrijwillig tot echtgenooten te nemen en de uitspraak van hunne echtvereeniging door den openbaren ambtenaar ;
6°. de geslachtsnamen, de voornamen, den leeftijd, het beroep en de woonplaats der getuigen, mitsgaders de graden van bloedverwantschap of aanhuwelijking, welke tusschen hen en de partijen mochten bestaan;
7’. de toestemming voor officieren en militairen van minderen rang tot het aangaan van een huwelijk vereischt ; Ni
8°. de in de artt. 49 en 50 van de ordonnantie op het huwelijksrecht der Christen-Indonesiërs bedoelde bedingen, zoo die zijn gemaakt, alsmede de namen en leeftijden van buiten echt geboren kinderen, indien die krach- tens het bepaalde in art, 47 van die ordonnantie worden opgegeven;
9°. indien het huwelijk bij volmacht wordt aangegaan : a
een ea, de voornamen, den leeftijd, het beroep en de woon Plaats van den gemachtigde. (BS, 62; BSCI. 68.) eis:
- (Gew, S, 36-247, 607) (1) Het opmaken der huwelijksakten door den godsdienstvoorganger geschiedt door het invullen, overeen komstig de terzijde aangegeven bestemming van de open vakken ue Bedrukte blanco formulieren van cen door den Directeur van Justi d vastgesteld model, welke bij den ambtenaar van den burgerlijken stane
innen wiens ressort het huwelijk wordt gesloten, verkrijgbaar Al a my) a pel zijn voorzien. Deze h uwelijksacten zijn Se cH
‘ten worden in tweevoud opgemaakt door het invù tie en mueren, welke op hetzelfde vel papier gedrukt en door polo oe eas (Bb. 13720.) Lid 3 en 4 vervallen krachtens S. SO teken an as El e door de Bodsdienstvoorgangers op te maken huwe if motie toepassing” U, 12 lid 2 en 3, 13, 14, 15, 16 en 49 van overeenko
52, 5 i jjen inge- vens eae Sear » 607.) (1) De bescheiden, die door partijen } 8
En P isten-Indonesiërs Ja¥% ahassa en A huwelijksordonnantie Christen-Indo worden Overgel
gerlijken le bij het
d EK eten mboina voor de voltrekking van hun huwelijk at egd, worden voorzoover deze kunnen worden v
door een ambten, de oe dar van den burgerlijken stand desverlang' gi De someanger opgevraagd. de
Fx; a ins ven van den burgerlijken stand zijn onver™
het € - et bepaalde in art. 27 verplicht de door een godsdienstvoorganser 4
:
REGL. BURGERLIJKE STAND OHRISTEN-INDONESIËRS, 761
evraagde uittreksels uit de registers aan hem toe te z 53. (Gew. S. 36—247, 607.) De godedienstvoorgangers aint aans rake- lijk voor het niet tijdig inzenden van en voor iedere opzettelijk dee hen verrichte onregelmatigheid bij het opmaken van een huwelijksakte Partijen kunnen op dien grond van hen schadevergoeding eischen (Bw. 1352, sched 5 ‘ i Se
54, De godsdienstvoorgangers zijn, behoudens het bepaalde in li van art. 55 niet bevoegd uittreksels of afschriften te erm hen opgemaakte huwelijksakten.
- (1) De godsdienstvoorgangers bewaren het eerste exemplaar der in tweevoud opgemaakte huwelijksakten,
(2) (Gew. S. 36247, 607.) Het tweede exemplaar wordt door hen van het eerste gescheiden en met de ingevolge het bepaalde bij de ordonnan- tieop het huwelijksrecht der Christen-Indonesiërs bij de voltrekking van het huwelijk over te leggen stukken met bekwamen spoed gezonden aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, binnen wiens ressort het huwelijk is gesloten.
(3) Ingeval het afgezonden exemplaar van de akte voor de in art. 56 geregelde overschrijving in het daartoe bestemde register verloren gaat, zendt de godsdienstvoorganger, die de akte heeft opgemaakt, den ambte- naar van den burgerlijken stand zoo spoedig mogelijk een door hem gewaarmerkt afschrift van de huwelijksakte toe,
- (1) (Gew. S. 36-247, 607.) De ambtenaar van den burgerlijken stand schrijft de ingevolge het bepaalde bij lid 2 van art, 55, door hem van een godsdienstvoorganger ontvangen huwelijksakte onmiddellijk na de ontvangst in het huvwelijksregister in.
(2) De aldus ingeschreven akten worden alleen d- den ambteaar van den burgerlijken stand ,,voor de inschrijving” ona _ekend, De van de godsdienstvoorgangers ontvangen akten worden bij ingeschreven akten gevoegd.
- (1) (Gew. S. 36-247, 607.) Indien door den ambtenaar van den burgerlijken stand ontvangen akten niet binnen een bekwamen termijn zijn verzonden of indien een of meer der stukken, die bij de akte ingevolge het bepaalde bij de huwelijksordonnantie Christen-Indonesiérs Java, Mina- hassa en Amboina gevoegd moeten zijn, ontbreken, zal hij daarvan onmid- dellijk proces-verbaal opmaken.
(2) Een gewaarmerkt afschrift van dat proces-verbaal zendt de ambte- naar van den burgerlijken stand binnen acht dagen na de opmaking aanhet afdeelingshoofd, dat zoonoodig zorgt, dat de gemaakte fout wordt hersteld,
- (1) De ambtenaar van den burgerlijken stand schrijft dadelijk na ontvangst van het in lid 3 van art. 73 van de ordonnantie op het huwelijks- recht der Christen-Indonesiérs genoemde afschrift-vonnis, het huwelijk van een man die tot het christendom is overgegaan in het huwelijksregistér 8
(2) De akte zal bovatten de geslachtsnamen, de voornamen, het be- roep en de woonplaats der echtgenooten, voorzoover uit het vonnis op te maken en de vermelding van het vonnis, waarbij het huwelijk tot een Christelijk huwelijk is verklaard. lik
(3) De akte wordt alleen door den ambtenaar van den burgerlijken stand onderteekend.
(4) Het afschrift van het vonnis wordt bij de akte gevoegd.
ZEVENDE AFDEELING. Van de akten van echtscheiding. _ 59. (1) Op den dag van de ontvangst van het krachtens het bepaalde pa a Ol van de aa op het ir welijkereckt der Christen-Indonesiérs hem toegezonden afachrift-vonnia, schrijft de ambtenaar van den burgerlij en stand de uitgesproken echtscheiding in het register van echtscheidingen in. (2) Indien het huwelijk van de gewezen echtgenooten in de den ambtenaar van den burgerlijken stand gehouden registers is ingeschreven,
762 REGL. BURGERLIJKE STAND OHRISTEN-INDONESIËRrs,
wordt van de echtscheiding aanteekening gedaan op den kant der huwe: lijkeakte. (BS. Gsm wits a 60. (1) De akte van inschrijving eener echtscheiding zal bevatten .
BS. 64 q ( 1°. de jgeslacttanamen; de voornamen, het beroep en de woonplaats der echtgenooten ; (BSCI. 68.) _ r
9°. de vermelding van het vonnis, waarbij de echtscheiding is uitge- sproken ; j . :
Ee) de vermelding van het getuigschrift van den griffier, strekkende tot bewijs, dat tegen het vonnis door geen wettig middel kan worden opge- komen.
(2) De akte wordt alleen door den ambtenaar van den burgerlijken stand onderteekend. ’
(3) Het toegezonden atschrift van het vonnis en het getuigschrift van den griffier worden bij de akte gevoegd.
ACHTSTE AFDEELING. Van de akten van overlijden.
- (1) De aangifte van overlijden moet uiterlijk op den tienden dag na het sterfgeval, Zondagen en daarmede gelijkgestelde dagen niet mede- gerekend, worden gedaan aan den ambtenaar van den burgerlijken stand binnen wiens ambtagebied de persoon is overleden. Het tweede lid van art. 35 is ten deze toepasselijk.
(2) De ambtenaar zal op de verklaring van den aangever en van een getuige de akte van overlijden opmaken ; hij is bevoegd, indien hij zulks noodig acht, zich te voren van het overlijden te overtuigen.
(3) Het derde lid van art. 35, art. 36 en het eerste en tweede lid van art. 37 vinden overeenkomstige toepassing. (BS. 651; BS. Ind. 42.)
Tot de aangifte van overlijden zijn verplicht de meerderjarige be- woners van het huis waar de overledene is gestorven en bij gebreke of verhindering van dezen zoomede indien het overlijden niet in een huis heeft plaats gehad, het dorps-, kampong- of negorijhoofd dan wel waar zoodanig hoofd niet bescheiden is, de wijkmeester. (BS. 66a; BS. Ind. 43.)
Wanneer blijkt, dat de overledene elders binnen het gebied, waar- voor dit reglement geldt, zijn woonplaats heeft gehad, doet de ambte- naar van den burgerlijken stand, die de aangifte heeft ontvangen, een uittreksel uit het register, houdende akte van overlijden, toekomen aan dien van de laatstbekende woonplaats van den overledene binnen det gebied, ten einde insgelijks in de registers aldaar te worden ingeschreven. De aldus ingeschreven akte wordt alleen door den ambtenaar van den burgerlijken stand onderteekend. Het ontvangen uittreksel wordt bij de akte van overlijden gevoegd. (BS. 652; BS. Ind. 44.)
64, (1) De akten van overlijden bevatten:
1°. den geslachtsnaam, de voornamen, den ouderdom, het beroep 60 fend van den overledene, zoomede den dag en het uur van Over”
2°. den geslachtsnaam en de voornamen van de echtgenoote of den echt” Sangh, indien de overledene getrouwd dan wel EEE of weduwe was; cad den geslachtsnaam, de voornamen, den ouderdom, het beet
peonplsts van den aangever, en den getuige alsmede, wann 68.) 5 ” of aanverwanten zijn, den graad van verwantschap. (BSCI. a af ) gip delen van overlijden bevatten daarenboven voorzoover mogelij geslachtsnamen, de voornamen, het beroep en de woonplaats
Sen, eran den overledene, zoomede diens geboorteplaats. (BS.
63, (1) De ambtenaar van den burgerlijken stand mag geene akte van
overlijden van een kind, dat nog geen drie volle dagen heeft, geleefd, one
ken, dan voorzooy 4 he eens akte is Seen pens gebleken, dat van de geboorte van
5
REGL. BURGERLIJKE STAND CHRISTEN-INDONESIERS. 763
(2) Indien dit niet blijkt, mag de ambtenaar van den burgerlijken stand, aan wien de aangifte wordt gedaan, niet in een akte vermelden, dat het kind overleden is, maar alleen dat het als levenloos is aangegeven. De ambtenaar van den_burgerlijken stand kan in zoodanig geval, bij twijfel omtrent de deugdelijkheid der aangifte, vorderen dat het kind aan hem worde vertoond. Hij zal daarentegen de verklaring van den aangever en den getuige ontvangen ten aanzien van de geslachtsnamen, voornamen, het beroep en de woonplaats van de ouders van het kind, met aanduiding van het jaar en de maand, waarin, en den dag en het uur waarop het kind is ter wereld gebracht.
(3) De akte zal, overeenkomstig hare dagteekening, in de sterfregisters worden ingeschreven, zonder dat daardoor eenigermate zal zijn belist, of het kind levend dan wel dood ter wereld is gekomen. (BS. 68; BS. Ind. 46.)
66, Wanneer een sterfgeval heeft plaats gehad in eene burgerlijke of militaire ziekeninrichting, dan wel een lijk in zulk een inrichting is opge- nomen vóór de teraardebestelling, is het hoofd of de bestuurder benevens een der dienstdoende geneesheeren of officieren van gezondheid, in de gevallen dat deze naast het hoofd aan de ziekeninrichting verbonden zijn, verplicht daarvan binnen vier en twintig uren eene schriftelijke aangifte, ingericht naar een bepaald formulier, aan den ambtenaar van den bur- gerlijken stand te doen, welke eene akte van overlijden zal opmaken, De akte wordt alleen door den ambtenaar van den burgerlijken stand onder- teekend. De ontvangen aangifte wordt bij de akte van overlijden gevoegd. (BS. 71; BS. Ind. 47; Bb. 13720.)
- In geval van een gewelddadigen dood, van het ter dood brengen van een veroordeelde, of van het overlijden in gevangenissen, wordt van die omstandigheden door den ambtenaar van den burgrelijken stand in de akte geen melding gemaakt. (BS. 75 ; BS. Ind. 48.)
SLOTBEPALINGEN.
Indien naar de bepalingen van dit reglement in een akte geslachts- en voornamen moeten worden vermeld van eenig, persoon en deze zoo- danige namen niet heeft, worden vermeld de naam of namen waaronder hij bekend staat.
Het besluit van den Gouverneur-Generaal van 4 October 1864 No. 13 (S. No. 142), zooals het is aangevuld bij het besluit van 5 Nov. 1885 No. 1c (S. No. 185) is niet van toepassing in het gebied, waarvoor dit reglement geldt.
Dit reglement treedt voor de door den G te wijzen gebiedsdeelen in werking met ingang Vv! bepalen. tijdstippen. (Krachtens S. 30607 alle in het opschrift v. h. regl. vermelde gebiedsdeelen.)
