Regelen Tot Opheffing Van Belemmeringen Welke Bij De Uitvoering Van Werken Van Openbaar Belang Mochten Voortspruiten Uit Bepalingen Van Besluiten Van Openbare Lichamen
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 79
§ 23. Van de regterlijke ambtenaren. 98. Als vervallen te beschouwen. HOOFDSTUK y,
Bepalingen omtrent eenige onderwerpen, welker regeling in verband staat met de invoering der nieuwe wetgeving.
99, Vervallen ; S. 191642, 46, opgenomen achter Bw.
- Met het doen van verzegelingen, in de gevallen waarin de verrig- ting, volgens de bepaling der nieuwe wetgeving, moet of kan geschieden, worden behoudens eene nadere regeling, van dit onderwerp, belast ;
ter plaatse waar een raad van justitie gevestigd is, de griffier bijdat collegie, of wel, doch alleen in geval van ontstentenis of wettige ver- hindering van den griffier, de substituutgriffier ;
(Gew. S. 25435 jo. 26—495.) overal elders de secretaris van het gewest of, waar deze bescheiden is, de secretaris van de afdeeling en bij hun ont- stentenis of wettige verhindering, elk ander Europeesch beambte, daartoe onderscheidenlijk door het koofd van het gewest of van de afdeeling aan'te wijzen. (Voor |de buitenger. residentie ipv. gewest, voor de gvisl. v. Jav., Mad. residentie ipv. afdeeling, zie S. 38-370 jo. 264, 39-288, bl. 2320.)
De beambte, die de verzegeling doet, zal daarbij, gelijk mede bij de ontzegeling, worden bijgestaan door twee getuigen. (Bw. 386, 464, 1009, 1041 ; F. 90; Rv. 55-1°, 652v. ; Weesk. 61 en 64; Bb, 2639.)
101, De ambtenaar door wien de verzegeling is geschied, zal, indien hij buitendien met de waarneming van de functiën van notaris belast is, ook als zoodanig in den boedel werkzaam kunnen zijn, en met name ook de acte van boedelbeschrij ving, waar zulks vereischt wordt, kunnen opmaken.
- De benamingen Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Koophandel, waar die in de nieuwe wetgeving voorkomen, duiden steeds aan het Bur- gerlijk Wetboek en het Wetbool van Koophandel voor Indonesië.
103, Onder de benaming van resident en hoofd van het plaatselijk bestuur (1), worden in de nieuwe wetgeving, mede verstaan de aan geenen resident ondergeschikte assistent-residenten,-en andere Europeesche gezag- hebbers, beklecd met een gelijkgezag als aan de residenten is toegekend. (Bb. 810, 1706, 3808 sub XIII, 10217, 12642; S. 1925—497, art. 1 bl. 283 ; 31-168, 373, 423.) J
104, Onder de benaming van notaris, waar die in de nieuwe wetgeving gebezigd wordt, zijn begrepen alle ambtenaren door of van wege den Gou- verneur-Generaal gemagtigd, om aan de bediening van notaris verbonden werkzaamheden te verrigten (Not. 2.) PS ‘
- Onder de benaming van officieel nieuwsblad, waar die in de nieuwe wetgeving voorkomt, wordt verstaan de Javasche Courant, (S, 1832—39; 1859-99 ; 71-105 ; Bb. 1180, 2311, 3976; Cf LN. 50—32, bl. 171. 174.)
Regelen tot opheffing van belemmeringen, welke bij de uitvoering van werken van openbaar belang mochten voortspruiten uit bepalingen van besluiten van openbare lichamen.
(Ord. v. 24 Maart 1931.) S. 31-125. (iwg. 11-431.)
Act. 1, (1) Wanneer ter uitvoering van openbare werken:
a.die door of vanwege den Gouverneur-Generaal zijn bevolen ;
b. die door eenig openbaar lichaam zijn bevolen en waarvan het openbaar belang door den Gouv.-Gencraal is erkend ;
„6: die ingevolge eene door het openbaar gezag verleende concessie of vergunning worden tot stand gebracht en waarvan het openbaar belang door den Gouv.-Gen. is erkend ;
d. ten behoeve waarvan bij ord. is verklaard, dat het algemeen nut onteigening vordert;
80 OPHEFF. BELEMM. BIJ UITVOER. WERKEN V. OPENB. BELANG.
een werk, of eene handeling noodig is, in strijd met de bepaling van een besluit, genomen door een daartoe bevoegd orgaan :
le. van een provincie,
2e. van een als zelfstandige gemeenschap aangewezen deel eener provincie,
3e. van het gewestelijk gezag,
4e, van een locaal ressort,
de. van een Indonesische gemeente, of
6e. van een waterschap,
dan wordt voor dat geval door het gezag, dat het besluit vaststelde, op aanvraag van belanghebbende, van die bepaling ontheffing verleend,
(2) Aan die ontheffing mogen geen andere voorwaarden worden verbonden dan die, welke op grond van die ontheffing in het belang van het daarbij betrokken openbaar lichaam moeten worden gesteld.
(3) Onder besluiten worden in dit art. begrepen verordeningen en andere beslissingen, onder welke benaming ook, genomen.
2, (1) Wordt voor-eenig werk of eenige handeling, in het vorig art. bedoeld, de, vergunning of de goedkeuring eener vergunning gevorderd van een der daargenoomde openbare lichamen of zijne organen, dan wordt deze door het bevoegd gezag verleend.
(2) Het tweerle lid van art. Lis op het verleenen der vergunning van overeenkomstige toepassing.
(3) Onder ‘vergunning wordt in deze ord. mede begrepen een als ontheffing, (ispensatie, afwijking, uitzondering of onder andere bena- ming van dien aard te nemen beschikking.
- (Gew. S. 38371 jo. 264.) (1) Indien het bevoegde gezag :
2 a veicor om de ontheffing, de vergunning of de goedkeuring te erleenen ; :
b. in gebreke blijft op de-aanvraag van den belanghebbende te be- slissen, binnen een termijn, op-diens verzoek door hooger gezag te stellen ;
c. voorwaarden stelt, in strijd met de voorafgaande artikelen,
dan kan op aanvraag van.den belanghebbende door hooger gezag de ontheffing, de vergunning of de goedkeuring alsnog worden verleend, nadat het in eersten aanleg bevoegde gezag is gehoord en zoo noodig onder voorwaarden, overeenkomstig de voorgaande artikelen te stellen.
(2) Het hoogere gezag, in het vorige lid bedoeld, is voor binnen'eene provincie gelegen openbare lichamen het college van gedeputeerden, voor de provincie de Gony.-Gen. en in alle andere gevallen de Gouverneur: De beslissing van het/hoogere gezag wordt genomen binnen twee maanden na de indiening der inhet vorigerlid bedoelde aanvraag, ten ware zij vooraf bij afzonderlijk besluit. mocht zijn verdaagd. * @ (3) Van het besluit van het college van gedeputeerden of van den
ouverneur kunnen het betrokken gezag en de belanghebbende sohrif- telijk in beroep komen bij den Gouv.-Gen Tnet d na de publicatie van dat besluit. De beslissing. van den Bomen A wordt binnen drie maanden na ontvangst.van het schriftelijk beroe : enomen ten ware zij vooraf bij afzonderlijk besluit Sijn nd d ,
(4) De werking van de krachtens het eerste lid one b Alecia en van het college van gedeputeerden of van don Gane 5 dt her Beleen de termijn van beroep is verstreken, of, ef aa ie ae <a) oe deon den Gouverneur-Generaal op dat beroep is beslist.
: SP de besluiten, door den Gouverneur-Generaal ingevolge het Wes rae ue Fees de Raad van Indonesië Pek ooed: ‘ uiten,
Gedeputeerden of Le ee een SR gevolge het vorige art. te nemen, a en Re greed en openbaar gemaakt - : d
b zi inci ae oat ina be pote ago oo mariana sees „in alle andere gevallen in de Javasche Courant.
REGL VOOR H. ADMINISTRATIEF BEHEER 81
5, Art. 59 der Locale raden-ord. (S. 1905 No. 181) wordt ingetrokken. 6. Deze ord. treedt in werking met ingang van den dag na dien harer afkondiging. (Afgek. 10-431.)
REGELEN VOOR HET ADMINISTRATIEF BEHEER
4 S. 1933—381. (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 25 October 1933 No. 34).
Art. 1. De Hoofden der departementen van algemeen bestuur en andere ge- zaghebbenden, die, hetzij krachtens algemeene of bijzondere regelen, hetzij krachtens bevelen of machtigingen van den Gouverneur-Generaal, als diens ge- delegeerden, bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen, die uitgaven ten laste van den Lande ten gevolge hebben, zijn, zoo niet het tegendeel uit die re- gelingen of machtigingen voortvloeit, bij de uitoefening van die bevoegdheid ge- houden te blijven-binnen de grenzen-van-de in de-besluiten; bedoeld in het laat- ste lid van artikel 2 der Indonesisch Comptabiliteitswet 1925 (Nederlandsch Staatsblad No. 328; Indonesisch Staatsblad No. 448), bij de subartikelen aan- gegeven geraamde bedragen, waarop bij de, voor den desbetreffenden begroo- tingspost toegestane kredieten is gerekend.
- (1) Behoudens de gevallen, waarin húnne bevoegdheid voortvloeit uit al- gemeene of bijzondere regelingen of uit bevelen of machtigingen van den Gouverneur-Generaal, zijn de Hoofden der departementen van algemeen be- stuur, als gedelegeerden van den Gouverneur-Generaal en onder Zijne nadere goedkeuring, bevoegd tot handelingen die uitgaven ten laste van den Lande ten gevolge hebben: Ù
a. ingeval de uitgaaf wordt geraamd niet meer dan vijf duizend gulden te zullen bedragen en niet komt ten laste van-een begrootingspost voor, onvoor- ziene uitgaven, en de bevoegdheid-niet bijeen speciale regeling door den Gou- verneur-Generaal is beperkt;
b. indien de tijd of de omstandigheden het vragen van de machtiging van den Gouverneur-Generaal niet toelaten. -
(2) Op de handelingen, sub a bedoeld, wordt bij maandelijksche staten, op die, sub b bedoeld, wordt dadelijk goedkeuring gevraagd. In het laatste geval wordt, bijaldien de uitgaaf komt ten laste van een begrootingspost voor ’’onvoorziene uitgaven ”’, tevens de aanwijzing op dien post voorgesteld.
- (1) Behoudens desgevallen waarin hunne bevoegdheid voortvloeit uit al- gemeene of bijzondere regelingen of uit bevelen ofsmachtigingen van den Gouverneur-Generaal of van de Hoofden der departementen van algemeen be- stuur, zijn de Hoofden van gewestelijk bestuur, als gedelegeerden van den Gouverneur-Generaal en onder Zijne nadere goedkeuring, bevoegd tot hande- lingen die uitgaven ten laste van den Lande ten gevolge hebben, wanneer die handelingen zoo weinig uitstel goedkeuring, bevoegd tot handelingen die uit- gaven ten laste van den Lande ten gevolge hebben, wanneer die handelingen zoo weinig uitstel gedoogen, dat een landsbelang met benadeeling wordt bedreigd door het uitstel, noodzakelijk voortvloeiende uit het vragen van machtiging.
(2) Deze bevoegdheid is beperkt tot maatregelen, welke dadelijk voorziening aanbrengen.
(3) Ingeval van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt, wordt onverwijld aan het betrokken departement van algemeen bestuur een bericht gezonden, be- vattende o.a. de mededeeling, welk Landsbelang bij de zaak betrokken was en in welk opzicht benadeeling dreigde, zoomede het geraamd bedrag der uitgaaf.
(4) De op de zaak betrekking hebbende stukken, of afschriften daarvan, wor- den overgelegd.
(5) De goedkeuring wordt door het Hoofd van het betrokken departement ge- vraagd bij maandelijksche staten of dadelijk op de wijze en overeenkomstig de onderscheiding als aangegeven in het 2e lid van het vorig artikel.
(6) Het Hoofd van het betrokken departement beveelt, voor zooveel dit mo- gelijk is de schorsing van den genomen maatregel wanneer uit het ontvangen
