Nederlandsch Ondeerdaanschap Van Niet-Nederlanders
NEDERLANDSCH ONDERDAANSCHAP VAN NIET-NEDERLANDERS. 55
NEDERLANDSCH ONDERDAANSCHAP VAN NIET-NEDERLANDERS.
Wet van den 10den Februari 1910, houdende regeling van het Nederlandsch owlerdaanschap van niet- Nederlanders. ()
N.S. 1910-55 jo. 27-175 ; Ind. S. 1910-296 jo. 27--418.
N.B. Bij de wet van 10 Juni 1927, N.S. 1927—175, IS. 27—418, is de po EUS dezer wet uitgebreid tot de bevolking van Suriname en
Bij de wet nadere regelen omtrent nationaliteit en ingezetenschap, N.S. 51—593, is met terugwerkin g tot 27 Deo. 1949, datum der souverei- niteitsoverdracht, de werking van onderstaande wet beperkt tot de inwoners van Nieuw-Guinea,
Consid. Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, de kenmerken vast te stellen van het Nederlandsch Onderdaanschap van niet-Nederlanders ; enz.
Art. 1. (Gew. 8. 27418 ; 37—389 jo. 392.) Van degenen, die den staat van Nederlander niet bezitten ingevolge-de-wet. op-het-Nederlanderschap en het ingezetenschap, zijn Nederlandsche onderdanen ¢
1°. zij, die in Ned.-Indië, Suriname of Curagao zijn geboren uit ouders aldaar gevestigd, of is de vader niet bekend, uit cene aldaar gevestigde moeder, met dien verstande, dat deze bepaling nict geldt voor kinderen van beroepsconsuls van vreemde mogendheden of van ambtenaren van vreemde staten, door hun regeering met cen officieele Opdracht belast, indien die kinderen krachtens geboorte een vreemde nationaliteit bezitten 3
2°. de in Ned.-Indië, in Suriname of in Curagao geborenen :
a. wier ouders niet bekend zijn ;
b. wier ouders aldaar niet gevestigd en zonder nationaliteit zijn ;
c. wier ouders aldaar niet gevestigd zijn en van onbekende nationaliteit zijn, zoolang die onbekendheid duurt ;
d. wier vader — hoewel niet in. Ned:-Indié, Suriname of in Curacao gevestigd — onderdaan is, als in ditart. bedoeld ;
e. wier moeder — hoewel niet in Ned.-Indië, Suriname of in Curagao gevestigd — onderdaan is, alsin dit art, bedoeld :
wanneer de vader zonder nationaliteit is ;
wanneer de vader onbekend is of van onbekende nationaliteit, zoo- lang die onbekendheid duurt.
Een in Ned.-Indië, in Suriname of in Curagao te yondeling gelegd kind wordt, totdat het bewijs van het tegendeel is geleverd, verondersteld te zijn geboren op het grondgebied waar het is gevonden.
3°. de echtgenoote van een onderdaan als bedoeld onder 1° of 2°;
de vrouw, die door of ten-gevolge van haat huwelijk haar nationaliteit verloren en het Nederlandsch onderdaanschap verkregen heeft, verliest dit laatste nà de ontbinding des huwelijks, indien zij op haar verzoek voor- schreven nationaliteit terugkrijgt.
4°. de buiten Ned.-Indië, Suriname of Curacao geboren ongehuwde kinderen van een onderdaan als bedoeld in dit artikel, zoolang die nog geen achttien jaar oud zijn ; i
5°. de buiten Ned.-Indié, Suriname of Curagao uit ouders, die onder- danen zijn volgens dit artikel, geboren kinderen, wanneer zij na hun huwe- lijk of na het bereiken van hun achttiende jaar in het Koninkrijk gevestigd zijn of zich aldaar vestigen, benevens hunne vrouw en hunne ongehuwde kinderen, die nog geen achttien jaar oud zijn, indien zij zich mede in het Koninkrijk tigen.
- (den. 8372389 jo. 392.) Het in art. 1 bedoelde Nederlandsch onder-
aanschap wordt verloren : 4
1°. door naturalisatie van een man of ongehuwde vrouw in een vreemd land.
Dat verlies strekt zich uit: & dee
a. tot de met den genaturaliseerde gehuwde vrouw, tenzij zij door natu- ne
() Opschrift aldus gelezen krachtens art. VII van S. 37—389 jo. 392
56 NEDERLANDSCH ONDERDAANSCHAP VAN NIET-NEDERLANDERS.
ralisatie van baren man een vreemde nationaliteit niet deelachtig wordt worden ; 9 Ee
EREN ongehuwde kinderen, die nog geen 18 jaar oud zijn, indien deze door de naturalisatie van den vader, of — is deze onbekend of overleden = van de moeder, in een vreemd land een vreemde nationaliteit deelachtig es te huwen met een man, die niet valt in de termen van art. 1, onder 1°, 2° of 5°, tenzij de vrouw bij het aangaan van het huwelijk met een vreemdeling diens vreemde nationaliteit niet deelachtig wordt noch kan worden; 8 Le
3°. (Gew. S. 27—418.) door zonder verlof van den Koning of in Ned.. Indië, Suriname of Curacao van hem, die aldaar in ’s Konings naam het algemeen bestuur uitoefent, zich te begeven in vreemden krijgs- of Staats- dienst; (Cf. KB. 28 Deo. ’51, N.S. 51-603 onder Nedsch.)
4°. (Gew. S. 29-294.) voor zoover het betreft personen, niet behoorende tot de inheemsche bevolking van Ned.-Indië, door in geval van verblijf in een vreemd land, na te-laten zich binnen drie-maanden na aankomst aan te geven bij een Nederlandschen consulairen ambtenaar in dat land en door bij voortgezet verblijf na te laten dic aangifte binnen de eerste drie maanden van elk kalenderjaar te herhalen ; (Voor Chineezen zie Bb. 7489.)
5°. (Toeg. §. 37-389 jo. 392.) door de vrouw, die in de gevallen bedoeld onder 1° en, 2° van dit art. het-Nederlandsch onderdaanschap heeft penouden, zoodra zij alsnog de vreemde nationaliteit yan haar man ver-
Tet ;
6°. (Toeg. 8. 37-389 jo. 392.) door vervallenverklaring, welke naar gelang do betrokkene buiten Ned.:Indië, Suriname en Curacao, dan wel binnen een dezer gebiedsdeclen var het Koninkrijk der Nederlanden geboren is, wordt uitgesproken door Ons dan wel Onzen Gouverneur- Generaal, onderscheidenlijk Onzen Gouverneur, ten verzoeke van den meerderjarige, man of ongehuwde vrouw,-die naast het Nederlandsch onderdaanschap een vreemde nationaliteit bezit, beide heeft verkregen zonder den wil daartoe kenbaar te hebben gemaakt en gedurende de laatste vijf jaren gewoon- en hoofdverblijf buitenslands heeft.
(Gew. S. 37-889 jo. 392.) De onder 4° bedoelde aangifte door den man of vader voor zijne vrouw of kinderen en door de’ weduwe voor hare kinderen geldt voor eigen aangifte van dezen.
(Ing. 8. 37389 jo, 392) De vrouw, dic doorof tengevolge van haar huwelijk het Nederlandsch Onderdaanschap verloren heeft, bekomt dat
goenplas an Ned.-Indié, in Suriname of in neur-Generaal, onderschoidenlijk Onzen Gouverneur aangewezen ambte- naar of aan den Nederlandschen ezant of een Ned a in icons ES het Land, waar Bn Pee eee oman ew. S. 27418; 37-389, 392.) Wi
het Nederlandsch onderdaanscha seat leat ht ee eee digheden is komen te verkeere het door vestiging in het Koninkrijk,
- (Gew. S. 21418.) Deze wet is ook verb;
Suriname en Chan. indend voor Ned.-Indië,
(Zie aant. onder opschrift.)
