INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS IN INDONESIE
A. ON
INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS IN INDONESIË.
(Ord. v. 5 Oct. 1872.) S. 72-166. (iwg. 1 Juli 73.)
HOOFDSTUK I. Algemeene bepalingen.
Art, 1, De weeskamers zijn kollegiën van staatswege ingesteld, wier bemoeijenissen bij deze instruktie en andere wettelijke bepalingen zijn geregeld. (Bw. 332, 338, 348, 360, 366, 422v., 449, 452, 463, 937, 942, T1027; F. 13 enz; Ov. 4lv.; S. 72-208 art. 6; 86-131 ; 1900-127, 201 jo. Bb. 10117 ; 05—347 ; Bb. 5048.) a
Het getal, het ressort en de zamenstelling der weeskamers en alle daarmede in verband staande onderwerpen worden bij afzonderlijke veror- deningen geregeld. (S. 34—28.) (*)
De kosten der weeskamers komen ten laste, hare inkomsten ten bate yan den staat.
4, (Gew. S. 81-220 ; 85—201.) Bloed- of aanverwanten tot den derden graad ingesloten, kunnen zonder dispensatie van den Gouverneur-Generaal niet te zamen zijn president, vice-president, leden, sekretaris, adjunct- sekretaris, kassier en boekhouder,
Indien de zwagerschap na de benoeming ontstaat, kan hij, die haar heeft aangegaan, zijn ambt niet behouden zonder vergunning van den Gouverneur-Generaal.
- (Gew. S. 81-220 ; 85-201 ; 86-243.) Alvorens hunne bedieningen te aanvaarden, leggen de presidenten, de vice-presidenten, de leden, de sekretarissen, adjunct-secretarissen, de kassiers, de boekhouders, de agen- ten en de tijdelijk waarnemende agenten den volgenden eed af:
Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk, noch onmiddellijk, onder welken naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen mijner aanstelling aan iemand wie hij ook zij, iets heb gegeven. of beloofd noch zal geven. |
Ik zweer (beloof), dat ik houw en getrouw zal zijn aan den Koning en den Gouverneur-Generaal van Indonesié als des Konings vertegen- woordiger ; 2
dat ik geheim zal houden wat uit den aard der zaak en overeenkomstig, de mij deswege gegeven bevelen geheim behoort te blijven ; en eindelijk
() Bij S. 34-28, ten cerste, is krachtens Bw. 415, tweede lid, aan de Wek. te Medan opgedragen de uitoefening on verrichting der RARE, heden en bemoeienissen van de Wsk. te Padang, en aan de We t se Soerabaja die van de Wsk. to Makassar; de laatstgenoemde Ones iS krachtens S. 48—35 vervallen, aangezien bij S. van Oost-Indonest Ee 4-28 voor het gebied van die staat een weeskamer is ingesteld. Bij S. ; do bij ten tweedo, (gew. bij S. 48—35) is met intrekking van het epee ees S. 26—41, art. 2 (zie hieronder) de formatie der vier weeskamers te Dj D Semarang, Soerabaja on Medan nader vastgesteld. westigd te
‘Krachtens S. 26—41 (art. 2) jo. 127 waren weeskamors De Sees Djakarta, Soerabaja, Semarang, Padang, Makassar DT M cala 91515 kamers te Bandoeng, Djokjakarta en Malang, dngesteld t. 1) Jo 127, zijn op 1 Juni 1926 weder opgeheven ingevolge S. 2 rts, Soerabaja en waarbij tevens bepaald is, dat de weeskamers te Djakarta, behandeling Semarang ieder in haar ressort, belast zijn met de Va motieven van zaken, welke behoord hebben tot den werkkring Vay vot beheer en Weeskamers te Bandoeng, Malang en Djokjakarta on rete apieren St P ewaring yan alle bij die Kamers perust hebbende boeken, P 3 gelden en goederen. 19,
Een huishoudelijke regeling, dienstreglement, is te vinden In Bbrootd: 6017, 7511, 8794, 10674, 11152, 12344. Voor de instruct: Ord rechtswezen Seger vy. d. Weesk, dienst, dat eene lasmebiete:
+h. Dep. v. t. zie Bb. 10463 jo. Ao ey r
Krachtens der ddedee jo. 34422 zijn as moeskamens (Se ere begrepen de gedelegeerde leden) evenals het collet TRE Tv cogaiir. 6)
evoegd tot het verzenden van regeeringstelegrammen. Aaa ‘gegeven om,
Bij Bb, 7030 is aan de wees- on boedelkamers ODS gere inkomsten, indien verlangd, voor de belasting OP de bedrijfs ers harer geadmi- en voor de inkomstonbolasting, opgate van den Ristreerden to doen.
790 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS,
dat ik den mij aanbetrouwden post met al mijn vermogen overeenk, stig de bestaande of later uitte vaardigen wetten en instruktiën det en ijverig zal waarnemen, zonder om lief of leed, vriend- of vijandschay gunst of ongunst, of eenige andere reden daarvan af te wijken. P, Zoo waarlijk helpe mij God almagtig (dat verklaar en beloof ik) (Zi {hans S. 34-159, 160, bl. 390.) "ie
- Vervallen : S. 07-510. 4
7, (Gew. S. 81-220 ; 85201.) De presidenten, vice-presidenten, leden gekretarissen, adjunct-sckretarissen, kassiers en boekhouders der wees. kamers mogen geen handel drijven, noch aandeel hebben in dien ao anderen. Zij mogen niet zijn zaakgelastigden of gemagtigden, noch ook uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen van personen, die hun verder dan in den derden graad van bloed- of aanverwantschap bestaan,
Zij mogen ook, behoudens het bepaalde bij het tweede en derde lid van art. 1469 en het vierde lid van art. 1470 van het Burgerlijk Wetboek, door henzelven of door tusschenkomende personen geene zaken koopen of huren, die door hen of te hunnen overstaan, hetzij in het openbaar of onder ’s hands, worden verkocht, verpacht of verhuurd.
Zij mogen noch regtstreeks noch zijdelings eenige giften of geschenken aannemen van eenig persoon, met wien zij uit hoofde hunner ambtsbetrek- king eenige uitstaande zaken hebben of vermoedelijk krijgen zullen.
De verbodsbepalingen van het eerste lid van dit art. zijn niet toepasse- lijk op de daarbij genoemde ambtenaren, wanneer zij slechts eene bezol- diging of toelage genieten, die de som van f 1800 ’s jaars niet te boven gaat.
- Aan de beambten der weeskamers mogen geene beleeningen gedaan worden uit de bij die kollegiën berustende of onder hun beheer staande gelden. (Bb. 1608.) :
Zij mogen ook niet zijn borgen ten behoeve der kamers.
- Een iegelijk, die tot eene bediening bij eene weeskamer wordt be- noemd en in eenige betrekking staat, welke strijdt met de bepalingen van de beide voorgaande artt., moet zich daarvan vóór het aanvaarden zijner bediening ontdoen. (Ov. 69 ; Bb. 1608, 2314.)
10, De presidenten, vice-presidenten en leden der weeskamers mogen niet beraadslagen over, noch eenige werkzaamheid verrigten in eene zaak hen zelven of hunne naastbestaanden in of binnen den derden graad van bloed- of aanverwantschap betreffende.
11, De inkomsten der weeskamers bestaan uit : ; 4
ae et bij de wettelijke bepalingen vastgestelde beheerloon ; (S. 24— 523,* bl. 806 ; Bb. 3169, 3171, 4244, 5863, 5991 ; I, 69.)
b. leges, zijnde betalingen voor zekere verrigtingen, in de gevallen en tot het bedrag als afzonderlijk zal worden bepaald. (Bb. 6620.)
(Gew. 8. 81-220; gehandh. Inv. Sw. 6-37°.) De sekretarissen 1 adjunct-sekretarissen zijn verpligt om bij het berekenen van leges het bedrag van het daarvoor verschuldigde, zoomede de zegel- en gade regten èn dorso van alle door hen afgegevene stukken afzonderlijk ee EE op straffe eener boete van f 5.— tot f 25.— voor ieder peat
T zoodanige aanteekening is afgegeven en waarvoor niet te Hun ontvangen of gevorderd zijn, 5 La Een vergaderen minstens eenmaal in de week 0 astgestelden dag en buitengewoon zoo dikwijls dit noodig is. (*) © president heeft het beleid der vergaderingen. men
_julle zaken worden afgedaan bij volstrekte meerderheid van stemy Wanner de vergadering uit cen oneven getal stemgeregtigden, bes inr
Anneer die uit een even getal stemgeregtigden bestaat, wordt by st?
pet beat opgemaakt naar het gevoelen, waarbij de president zich ge\0
8 5 B u Geen besluit heeft kracht dan wanneer het in de vergadering, 1? tege _—
() Een huishoudel. regeli i i pp. 6849 18 6017, 1610, 8794, 10074. 105 ase ee ee :
p eenen
‘
eee A
INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS 79 7 1
woordigheid van ten minste drie led i 7 genomen is. eden met inbegrip van den president, Aan de stemming hebben alleen deel . eden, die steeds verpligt zijn hunne staid tbe eae De besluiten worden door den president en den seks i Van het ter vergadering verhandelde wordt ee door den sekretaris, die het daarvan opgemaakt en in de eerstvolgende vergadering ter resumtie aanbied eee en de leden onderteekent. en met den president, Jeder lid is bevoegd te vorderen, d. i notulen wordt opgenomen. Akker goede ONE Bij ontstentenis van het i ik We et vereischte getal leden neemt de sekretaris als (Gew. S. 81-220.) De president wordt i ighei of ontstentenis, vervangen door den Se ieee del oat eee dn cme het oudst benoemd lid. ue ae i Ac t de weeskamer, bijaldien de ambten i i i of lid openvallen, of de bekleeders dier vous peat venete Bae pete 5 bd eene onmiddellijke tijdelijke voordeding odig, dan is te Djakarta de directeur van justitie, eld shed LS ee () ae in gel dit hoofd a een er alanis bele: tigd, oofd van plaatselijk bestuur, (*) bevoegd Updored Jk be! > svoegd op voordragt der eee ae igs van de tijdelijke waarneming van het ambt, in den Van deze beschikki x ij i Loe rl a ae wordt onverwijld kennis gegeven aan den Gou- De president verdeelt de werkzaamheden onder de leden en verdere ambte- Pas en zorgt voor de geregelde en spoedige afdoening van zaken, voor et behoorlijk houden der boeken, en dat het archief in goede orde blijve 13-17. Ingetrokken : S. 97-231". 3 13. (Ing. S. 33-564.) Wanncer de Gouverneur-Generaal heeft gebruik Or van de hem bij het tweede lid van art. 415 van het Burgerlijk } etboek toegekende bevoegdheid, kunnen, behoudens het bepaalde in de we volgende leden van dit art., alle zaken der weeskamer, welker func- HER aan eene andere weeskamer zijn opgedragen, worden afgedaan door re plaatse kantoor houdend gedelegeerd lid van laatstgenoemd college. 5 it gedelegeerd lid is — behalve in spoedeischende gevallen — niet evoegd te besluiten : d tot het instellen eener rechtsvordering ; tot het voeren van verweer tegen, het berusten in of het zich refereeren aan ’s rechters oordeel ten aanzien van eene ingestelde vordering ; tot het onderwerpen van een geschilaan de uitspraak yan scheidsmannen ; tot het aangaan van eene dading ; De het verleenen van eene machtiging als bedoeld bij de artt. 403 en van het Burgerlijk Wetboek ; tot het verzoeken van ontzetting van voogdij of curateele. ee ve in het vorig lid bedoelde besluiten worden op een ae van het gedelegeerd lid genomen in eene vergadering aie waartoe dat lid behoort. fies ij de uitoefening van zijne taak gedraagt het gedelegeerd lid zich voor- zoover deze hem zijn verstrekt — naar de aanwijzingen der weeskamer, waartoe dat lid behoort. ‘ Zoo noodig worden door het Hoofd van den weeska Hee gegeven betreffende de verhouding waarin EOE college, waarvan dat lid deel uitmaakt. @ S. 25-433 jo. 39-28 370 jo. 264: in de gvtsl. v. Jav- Mad. en in de Brite de En NS ‘Vorstenl. S. 28—241°. Zie bl.
227-233, ; €) S. 31-168 Jo. 423: In do gvtsl. v- Jav- Mad. de ass:
voogden of curators uit hunne
gemotiveerd voor- van de wees-
merdienst nadere het gedelegeerd
792 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS,
- (1) (Gew. S. 81-220.) De sekretaris wordt, in geval van afw belet of ontstentenis, vervangen door den adj unct-sekretaris,
(Gew. S. 11—114.) Bij gebreke, dan wel bij afwezigheid, belt of ontat tenis van dezen, is de president bevoegd de tijdelijke waarneming van he : gecretariaat op te dragen aan een der andere ambtenaren der kamer. et
De overname en weder overgave van de kas door den vervanger geschi den ten overstaan van de commissie, bedoeld in het derde lid van art ie welke van den staat der kas en van de gedane overdragt een Proces verbaal opmaakt. ( Zie thans S. 97—231, art. 5, al. 6*, bl. 801.)
(2) (Gew. S. 85—201.) Bij belet of ontstentenis van den boekhouder of van den kassier, draagt de president de tijdelijke waarneming van diens funktiën op aan een van de mindere beambten der kamer,
19, In de laatste vergadering van elke maand wordt een der leden benoemd tot kommissaris van de loopende werkzaamheden van de vol- gende maand.
Tot de verpligtingen van den kommissaris behoort om, des noodig bijge- staan door den sekretaris, alle voorloopige voorzieningen te nemen omtrent, onbeheerde nalatenschappen, voogdijen en kuratelen, welke aan de kamer worden opgedragen, totdat in het beheer door de definitieve benoeming van kommissarissen zal zijn voorzien.
Bij het doen van boedelbeschrijvingen in de gevallen, waarin die onder- hands kunnen worden opgemaakt, wordt de kommissaris steeds door aen sekretaris bijgestaan.
- De benoeming van kommissarissen geschiedt uoor aen president volgens één of meer daarvan te houden roosters, van welke hij evenwel kan afwijken, indien hij zulks in bijzondere gevallen nuttig of noodig acht.
De president kan zich zelven tot kommissaris benoemen, doch is daartoe slechts dan verpligt, wanneer zulks noodig is om, in geval van verhinde- ring der leden of van eene buitengewone ophooping van werkzaamheden, den geregelden gang van zaken te verzekeren.
21, 22. Ingetrokken : S. 97—231*.
23, (Gew, S. 91-21.) Het bij het vorig art. bedoelde onderzoek maakt, evenmin als de goedkeuring van eenige rekening door de weeskamer zelve, inbreuk op het regt van belanghebbenden, om de rekening der weeskamers even als die van elken anderen rekenpligtige te onderzoeken en, des geraden vindende, daartegen op te komen. 4
De eisch moet tegen de weeskamer worden ingesteld. De staat voldoet onverwijld aan het vonnis, maar heeft zijn verhaal op de schuldige of nalatige weeskamer-ambtenaren. (S. 89—41.)
- Ingetrokken bij S. 91-21, waarbij is bepaald :
Art. I. De presidenten, vice-presidenten en leden der wees- en ood kamers zijn hoofdelijk, de secretarissen, adjunct-secretarissen en boe ie houders dier colleges persoonlijk jegens den staat aansprakelijk voor le schade door plichtverzuim toegebracht.
De aansprakelijkheid van een president, vice-president of lid houdt op pene het bewijs wordt geleverd dat hij niet heeft deelgenomen Se Rd of het verzuim, waaruit de verplichting tot schadever80
Art, II. Voor zooveel de aard hunnér verrichtingen dit toelaat, is het
8 gen Ds 2 aan het eerste lid van het vorig art. op de agenten der weeskame® 25-31, 31a en 32. Ingetrokken : S. 97—231* y „Ss, 97— 5 se k „93, Behoudens het bepaalde bij art. 413 van het Burgerlijk Werben zijn de weeskamers in de gevallen, waarin dat artikel op haar kan wor toegepast, op hare verantwoordelijkheid verpligt te waken, dat het ce an rekening, aan gewezen intenet aan regtheb 5 de oorzaar, Orden uitgekeerd, uiterlijk zes maanden na het tijdstip ™ van het bestaan der voogdij heeft opgehouden. 5. ngetrokken : S. 97-231 bie és » (Gew. S. 06-103.) Buiten de gevallen, waarin de wettelijk
ezigheid,
e beper
|
INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS, 793
Jingen het verkrijgen van een rechterlijk verlof voorschrijven, al i Sancta de wet die colleges uitdrukkelijk bevoegd of diegene 2 om in rechte op te treden, zonder daarbij tevens melding te maken van het noodig zijn van eene machtiging, mogen de weeskamers geene rechts- vordering instellen, noch zich als gedaagde tegen een ingestelde rechtsvor- dering verweren of daarin berusten, dan wel zich ten aanzien van zooda- nige rechtsvordering refereeren aan ’s rechters oordeel, noch eindelijk eenig geschil onderwerpen aan scheidsmannen, zonder daartoe door den directeur van justitie gemachtigd te zijn. (Bw. 464, 1128, 1852 ; F. 67 jo 65, 70, 75, S2v.) Aes ;
Behoudens de gevallen, waarin de wettelijke bepalingen daartoe eene rechterlijke machtiging mochten vorderen, mogen zij geene dading aan- gaan zonder vergunning van den directeur van justitie. (Bw. 407, 452 jo. 449, 1851v.)
- Wanneer de weeskamers in de bij de wet voorziene gevallen door den regter moeten worden gehoord, deelen zij, op daartoe bekomene schrif- telijke uitnoodiging, haar gevoelen, met redenen omkleed, schriftelijk aan den regter mede.
37, Geroepen wordende om gelijktijdig beheer of toezigt uit te oefenen ten behoeve van onderscheidene minderjarigen of andere personen, of ook van boedels, die tegenstrijdige belangen hebben, nemen de weeskamers de striktste onpartijdigheid in acht en zorgen door aller belangen gelijkelijk te behartigen, dat niet de een ten koste van den andere bevoordeeld worde,
- De weeskamers kunnen vaste taxateurs benoemen, die, nu door het hoofd van het plaatselijk bestuur (1) beëedigd te zijn, bevoegd zijn tot het doen van waardering in de bij art. 390 van het Burgerlijk Wet- boek bedoelde en alle soortgelijke gevallen. De aanstelling van vaste taxateurs beneemt aan de weeskamers geenszins de bevoegdheid, om, indien zij dit nuttig of noodig mogten achten voor het doen van deze of gene schatting, afzonderlijke personen te benoemen en door het hoofd van het plaatselijk bestuur (*) te doen beéedigen. Y
De taxateurs regelen zich in de berekening hunner verdiensten naar de voor hen vastgestelde tarieven. (Onr. goed, S. 16-517 art. OF; ; roer. goed en schepen, S. 1854—2 jo. 26—122, Bb. 2847.)
Wanneer de weeskamers boeken en bescheiden willen onderzoeken, raadplegen, afsluiten of bijwerken, die niet in de Nederlandsche taal zijn gehouden of opgemaakt, kunnen zij zich daarbij door een of meer, op hare voordragt, daartoe door den raad van justitie te benoemen des- kundigen doen bijstaan en voorlichten. (S. 1851-27 art. 49v*.)
(Gew. laatslel. 8. 32-393 jo. 508.) De weeskamers worden op de plaatsen door den Directeur van Justitie aan te wijzen, vertegenwoordigd door vertegenwoordigers, agenten of fungeerende agenten, die in alle gevallen, waarin de bemoeienis der Kamer vereischt wordt, onverwijld het noodige overeenkomstig de wettelijke bepalingen verrichten De terstond van den staat van zaken en van hunno verrichtingen. verslng geven aan de kamer.
De tot vertegenwoordigers of agenten benoemde ambtenaren hee tot het personeel der weeskamers ; als fungeerende agenten bie p hoofden van plaatselijk bestuur en griffiers van residentiegerec 5 dd
De Directeur van Justitie bepaalt op welke plaatsen vertegenw, 3 fe Snare „elke plaatsen de hoofden van plaat gers of agenten bescheiden zijn en op welke plaa’ f manda Selijk bestuur of de griffiers van residentiegerechten fee ae pete agenten optreden. Hij stelt voor ieder der PE a ‚48 en fungeerende agenten het ressort vast. (Bb. jk en worden als een onderdeel hunner normale ambtstaak bestond Deen = agenten kunnen zich evenwel op eigen verantwoordelijk hel ‘ Yangen door aan hen ondergeschikte ambtenaren.
() $. $1108 Jo. 428 : in de gvtsl, T: EE den At 13007, 13203, Is 4 n ev. 5 Set eer 261. 18305, 15499 1111, zo 4340019576, 18749, 14106, 14158, 19214, 1926)
794 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS,
De residentierechters zien toe, dat de griffiers, als fungeerende age optredende, de hun opgelegde verplichtingen met den meesten gn en nauwgezet nakomen. poed
De ambtenaren van het binnenlandsch bestuur zijn verplicht de y tegenwoordigers, agenten en fungeerende agenten door. het verlenen desnoodig en verlangd, van bijstand in staat te stellen om zich van hanes verplichtingen te kwijten. L ej
In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van een vertegenwoor. diger, een agent of een fungeerend agent is op Java en Madoera de assistent. resident en in de buitengewesten het hoofd van plaatselijk bestuur, binne wiens ressort de werkzaamheden moeten worden verricht, bevoegd dee opdracht van de tijdelijke waarneming van het ambt in den dienst te voorzien. 4
Indien in de gevallen, in het vorige lid bedoeld, een voorziening moet worden getroffen voor het verrichten van werkzaamheden in de ressor. ten van meer dan één assistent-resident of hoofd van plaatselijk bestuur, geschiedt de opdracht door den assistent-resident of het hoofd van plaat: selijk bestuur ter standplaats van den vertegenwoordiger, agent of fun- geerend agent.
Waar in wettelijke bepalingen sprake is van agenten der weeskamers, worden daaronder mede de vertegenwoordigers en fungeerende agenten verstaan,
41, Telken halfjare doen de agenten rekening en verantwoording aan de weeskamer door tusschenkomst van het hoofd van het plaatselijk be- stuur (*) die de stukken, des noodig vergezeld van zijne aanmerkingen, aan de weeskamer zendt, bij wel ij onder cen afzonderlijk hoofddeel, verhandeld worden. ‘Al. 2 ingetr. bij S. 91—21 cf. Wek. 24.
42, De gelden, welke de agenten aan de weeskamers moeten verant- woorden, worden in ’s lands kas gestort en door de weeskamers op stor: tings-bewijzen (+), geviseerd door het hoofd van het plaatselijk bestuur (4) uit de kas der hoofdplaats ontvangen.
In gelijker voege kunnen de weeskamers onderling en aan hare agenten gelden overmaken op stortings-bewijzen (*), geviseerd door den ontvanger van ’s lands kas ter hoofdplaats. 5
- De weeskamers en hare agenten zijn verpligt elkander onderling alle verlangde inlichtingen te geven en, waar zulks noodig is, behulpzaatt te zijn in de vervulling der op haar rustende verpligtingen, daaronder begrepen het uitzetten van gelden. (Bb. 416.)
HOOFDSTUK U. Van de kuratele over eene ongeborene vrucht.
- De vrouw, die de verklarin , bedoeld bij art. 348 van het Burgerlijk Wetboek, voor de weeskamer wenscht af te leggen, kan daartoe niet met worden toegelaten, zoodra er drie honderd dagen na den dood van heren man zijn verloopen, a
De weeskamer zal tot de bij dat art. bedoelde oproeping kunnen fet gaan, hetzij uit eigen beweging, hetzij ten verzoeke van belanghebor™ den. De oproeping kan niet meer plaats hebben, zoodra na het overl van den man drie honderd dagen verloopen zijn. (Bw. 255.) en
- Van de verklaring of erkenning van bestaande zwangeren en de daaruit voortvloeijende aanvaarding der kuratelo over de onge?? vrucht, wordt door de weeskamer akte opgemaakt en kennis gegev’ den officier van justitie. u
der Het beheer der weeskamer als kuratrice over eene ongeboren vrucht loopt over de goederen, die aan het kind zullen toebehooren: E het
Heer ‘hetilevend ter wereld komt. Het bepaalt zich overee omst
en aan
a — fy eget 168 Jo. 423: in de gvtsl. v. Jav. Mad. den 88 Te over
needs Besch. Dir. v. Fin, dd. 8 Juni 1911 No. 162
wr
a
INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS, 795
gangehaalde art. 348 tot de volstrekt noodige en dringende verrigti je Bi het eindigen der kuratele doet de weeskamer deken eek woording, aan wien zulks behoort.
HOOFDSTUK III.
Voorschriften betreffende de bemoeijenissen der weeskamers bij ij en kuratele en bij de uitoefening der toeziende En voel en toeziende kuratele.
- Overal, waar in het Burgerlijk Wetboek sprake is van de bemoeije- nissen der weeskamer ten aanzien van voogdij en toeziende voogdij, wordt bedoeld de weeskamer, binnen wier ressort het sterfhuis (art. 23 van het Burgerlijk Wetboek) gelegen en dus de voogdij opengevallen is,
Bijaldien uithoofde van plaatselijke redenen die bemoeijenissen meer gevoegelijk door eene andere weeskamer kunnen worden uitgeoefend, kan de hulp van deze, in den geest van art. 43, door de bij het vorige lid bedoelde kamer worden ingeroepen, in het bijzonder ook ten aanzien van het toezigt, door haar als toeziende voogdesse te houden.
Ingeval de gedelegeerde weeskamer bezwaar maakt de haar gedane opdragt aan te nemen, beslist de Gouverneur-Generaal.
Het tweede en derde lid van dit art. zijn ook toepasselijk ten aanzien van den werkkring der weeskamers bij kuratele (Bw. 452 jo. 449.)
- In het geval, voorzien bij art. 127 van het Burgerlijk Wetboek, herinnert de weeskamer den langstlevende der echtgenooten schriftelijk aan de verpligting, om binnen den aldaar bepaalden tijd eene boedelbe- schrijving van de goederen der gemeenschap te doen ‘opmaken.
49, (Gew. S. 25-435.) Van de beéediging der geregtelijk benoemde voogden, voorgeschreven bij art. 362 van het Burgerlijk Wetboek, wordt eene acte opgemaakt en in afschrift aan den betedigde uitgereikt. Indien de eedsaflegging heeft plaats gehad overeenkomstig art. 21 der bepalingen op de invoering van- en den overgang tot de nieuwe wetgeving, wordt het oorspronkelijk proces-verbaal van beëediging door de autoriteit, die den eed heeft afgenomen, aan de weeskamer toegezonden, die een afschrift daarvan aan den beéedigde doct toekomen. A
- De beéediging van boedelbeschrijvingen, voorgeschreven bij art. 386 van het Burgerlijk Wetboek en art. 672 van het reglement op de burgerlijke regtsvordering voor de raden van justitie op Java en het hoog- geregtshof van Indonesië, geschiedt in handen van de kommissarissen, die de weeskamer bij de boedelbeschrijving vertegenwoordigen. i
Van die beéediging wordt melding gemaakt aan den voet der akte.
- De weeskamers herinneren de voogden tijdig aan de verpligting, welke hun bij art. 335 van het Burgerlijk Wetboek is opslag: ‘kel
Tn de beoordeeling van het beloop der zekerheid, welke dat arti re den voogden oplegt te stellen, slaan de weeskamers acht op de oe a der bezittingen van den minderjarige, op den aard en de oa St gl roerende goederen en op de verantwoordelijkheid, welke ten a a den voogd uit het beheer van alles wat den minderjarige toebehoort, zoude kunnen voortvloeijen. 2 5
Zooveel in haar veered is, nemen zij ter bepaling van de ook die goederen en regten in aanmerking, welker gard en keerd Eet verantwoordelijkheid van den voogd nog niet juist en LEERS kend zijn, Jooft en de bij
Zij maken zich tot dat einde, zooveel de wet het A bekend art. 335 van het Burgerlijk Wetboek gestelde termijn he seal baa met die goederen en regten, en stellen den voogd in de ges Serre cnet ie bern deswege bekend is of aannemelijk schijnt, mede evoelen omtrent het beloop te uiten.
Zoe ome en hor a met
. Wanneer later mogt blijken Cres beneden het beloop van en eh des minderjarige is gebleven, cie
796 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS
de gegoedheid van dezen gedurende den 1 a en dragen de lms) epe dij merkelijk ig bij het tweede lid van het vorige artikel en betibudäns de Ree bepaalde van art. 335, 336, 337 en 338 van het Burgerlijk Wetb voorschriften zekerheid worde vergroot met eene door haar te b em, Zorg, dat d 53, Wanneer ten gevolge van het in aks ie : om aan zijne verpligting tot het stellen van genoegza’ n den voo d, voldoen, door de weeskamer de bij art. 336 van het Bares Zekerheid bedoelde hypothekaire inschrijving is genomen, maakt ee Wetboek voogd onverwijld daarmede bekend. Zi) den nalatigen ‚ Bij d ing d d oid bospaden weeames vag Movocvasien of a over diens belangen te worden geraadpleegd aia eee Bevallen opgevolgd van art. 333 en 334 van dat wetboek. ns pronkte itsdien worden slechts die bl welke wonen in het eest (a), aca aed ny a genomes Ber oppen, Wanneer de weeskamer het dienstig mogt achte acy a woonachtige bloedverwanten en aangehuwden ke 5 ole Benet) zulks, op schriftelijke uitnoodiging der kamer, di ne peel are plaatselijk bestuur () hunner woonplaats, welke Edle el Ea ee Aah SH aan de kamer doet toekomen. (Ov. 103; Toeg. 8. 13-655.) E daad. eer
- elijk in de wet voorziene EM es bloedverwanten of aangehuwden van een minder- ka e personen over diens belangen te hooren of te doen : 4 Lid Bij de oproeping wordt het onderwerp der bespre: 55, Wanneer zich het 1 ij geval voordoet, omschreven bij art. 359 en het ain bi kern ka aH van het Burgerlijk Wetboek, voorziet de weeskamer, Bieler. “on a li at laatstgenoemd art. (1) met de voorloopige waar- ab ceria a y elast, des noodig, voorloopig in de huisvesting en dln” teert re minderjarige, overeenkomstig diens stand en mid- ais Alan ae » ‘ n aanzien van de goederen van den minderjarige al (Gew. 8. 2 EMBED verrigt, welke geen uitstel gedoogen. belaalde bi nn -) zoodra de benoemde voogd, in voldoening aan het Wethosk in roes eee e (thans eerste) lid van art. 362 van het Burgerlijk vaneen kn met art. 21 van de bepalingen omtrent de invoering heeft afgelegd cael tot de nieuwe wetgeving (thans vervallen), den voogdij over, cae gieter hema; de „bidelijk, door Dae Aaen ding van haar beheer. ne, summiere rekening en verantwoor: 56, De ifter : opeen ae Soe in het laatste lid van art. 55, worden me achtig is geweest pg ee at door eenen voogd, die aanvankelijk velen an de voogdij ene mags ebleren zijne betrekking uit te oefenen a. Ing. bij 8. 06—98, ingetr. bij 8. 07
- Bij opneming van ee end | ee i Idadig: heid, wordt daarvan 4 een minderjarige in eenig gesticht van we ais gegeven aan de weesk: oor de regenten van dat gesticht schriftelijk ed van den minderjarig ae onder overlegging van een staat der goede Indien den ne: of met berigt, dat hij geene goederen heels oa opkomen, hetzij door seh gedurende zijn verblijf in het gesticht Bor tens uiterste wilsi ij door schenking, hetzij door erfopvolging, © ole dier wilsbeschikking, wordt zulk i enen staa goederen aan do weeskamer m me OEREEDE van 5 er medegedeeld. a ,Krachtons S. 31-168 jo. 423 Sai : tal, v. Jay. mney a „het Hoofd Zen 3, ipv. „gewest” gelezen woonde En d. ass.-res.”” 2 es men residentie plaatsel. bestuur” „den ass/zres,”” Voor de buitengel: 4 () Dit slaat op BES 28-310 jo. 264, bl. 232, „360, lid 2 vóór de wijziging bij S. 27-9)
INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS 797
Bij het eindigen der voogdij over minderjarigen, die eenige goederen bezitten, zenden de regenten van het gesticht de aan den regthebbende te doene rekening en verantwoording vooraf aan de weeskamer.
Deze deelt de aanmerkingen, welke bij haar daarop mogten vallen, schrif. telijk mede aan de regenten en aan den regthebbende ; terwijl zij, sporen van in het beheer gepleegde ontrouw ontdekkende, daarvan kennis geeft aan den officier van justitie. (Bw. 365.)
- De weeskamers houden een register aan van alle minderjarigen over welke zij de toeziende voogdij uitoefenen. 8
Dit register, waarbij een alphabetische bladwijzer gevoegd wordt, be- helst het navolgende : ‘i
de namen, de voornamen, den dag van geboorte der minderjarigen, de plaats der geboorte en der inschrijving in de registers van den bur- gerlijken stand ;
of deze wettige dan wel natuurlijke kinderen zijn en, in het laatste geval, of zij aldan niet wettelijk door hunne ouders of door één hunner zijn erkend ;
op hoedanige wijze in de voogdij is voorzien, met vermelding van de namen, voornamen en woonplaatsen der voogden en van den dag, waarop deze de voogdij hebben aanvaard ; onder bijvoeging, voor zooveel de door den raad van justitie benoemde voogden betreft, van den dag, waarop zij beëedigd zijn ;
ten aanzien van alle voogden zonder onderscheid, wanneer en op hoedanige wijze door hen is voldaan aan hunne verpligting tot het stellen van zekerheid, of, indien deze niet gesteld is, de maatregelen, welke dien ten gevolge met opzigt tot de uitoefening van het beheer genomen zijn ;
hoeveel het vermogen der minderjarigen bij den aanvang der voogdij bedroeg en de slotsommen der jaarlijks, ingevolge art. 372 van het Bur- gerlijk Wetboek, door de weeskamers ingenomen rekeningen en verant- woordingen ;
de verandering, welke, ten gevolge van het overlijden, ontzetten of zich verschoonen van voogden, in de waarneming der voogdij hebben plaats gehad ; ® EN.
het cindigen der voogdij ten gevolge van het huwelijk, de meerderjarig- heid of het overlijden van den minderjarige. 4
- Jaarlijks na ultimo April, doch vóór 1° Julij, benoemen de raden van justitie, als belast met het oppertoezigt over de weeskamers en de voogdijen, kommiasarissen uit hun midden, die na zich het bij art. 58 omschreven register te hebben doen voorleggen, onderzoeken of de wet- telijke bepalingen aangaande de voogdijen behoorlijk worden. nageleefd.
Dit onderzoek heeft plaats in het lokaal van den raad van justitie, De weeskamers moeten op de eerste aanvrage van de benoemde kommissa- rissen het bedoelde register daar ter plaatse beschikbaar stellen.
. De kommissarissen moeten het register uiterlijk binnen tien degen aan le weeskamer terugzenden. i
Zij doen van Tana bevinding binnen eene maand na de getngeensing van het register verslag aan den raad. yan justitie, die zijne aanmer” Senn op. dehandelieen der weeskamer schriftelijk aan den direkteur van justiti inzendt 2
. der
- De voorschriften van dit hoofdstuk gelden mede ten aanzien kuratele, voor zoover ze in verband staan tot bepalingen van het Burger- lijk Wetboek, die op dat onderwerp mede toepasselijk zijn.
60a. Ing. S. 13-655, afgeschaft ingevolge Inv. Sw.
HOOFDSTUK IV. Voorschriften aangaande het beheer van goederen van afwezigen.
- Het bepaalde bij het tweede, derde en vierde lidivan wt en ie geel toepasselijk in geval van opdragt aan de weeskamer achat Dahees en
goederen van afwezigen, bedoeld in den XVIllden ti boek van het Burgerlijk Wetboek:
798 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS.
HOOFDSTUK V. Voorschriften aangaande uiterste willen.
- De weeskamers brengen, met inachtneming, voor zoovee dan of geheimen uitersten wil en dien bedoeld bij art. 937 van pen besl. lijk Wetboek betreft, van het bepaalde bij art. 942 van dat wetboek zj akten van uitersten wil naar volgorde over in een daartoe bestemd ka le en doen ze binnen veertien dagen na de ontvangst aan hen, die pe registratie hebben aangeboden, weder toekomen met de daarop gestelde aanteekening van gedane registratie. le
De afschriften van uiterste willen, welke ingevolge art. 41 van de be; lingen op de invoering van en den overgang tot de nieuwe wetgeving door de notarissen aan de weeskamer worden ingezonden, moeten jaarlijks in eenen bundel vereenigd worden. (Ov. 42 ; Not. 37.) ;
- Indien eene ter weeskamer geregistreerde akte van uitersten wil beschikkingen behelst, waarbij eenige openbare instelling of; gesticht geacht kan worden belang te hebben, geeft zij daarvan ten spoedigste schriftelijk kennis aan de bestuurders van zoodanige instelling of gesticht.
HOOFDSTUK VI. Voorschriften aangaande onbeheerde nalatenschappen. (Zie de aanteekening boven Bw. 1126 en de noot bij Bw. 1128.)
64, Zoodra de weeskamer kennis krijgt van het openvallen eener nala- tenschap, op welke niemand aanspraak maakt, of die door de bekende erfgenamen wordt verworpen, begeeft een van de leden, vergezeld van den sekretaris, zich naar het sterfhuis, ten einde aldaar naar bevind van zaken het noodige te verrigten. (Bw. 1126v.)
Indien de weeskamer de verzegeling noodig acht, wordt daartoe op hare vordering, overeenkomstig de bepalingen van het reglement op de burger- lijke regtsvordering voor de raden van justitie en het hoog geregtshof van Indonesië, overgegaan door den met het doen van verzegelingen belasten ambtenaar. (Ov. 100 ; Bw. 1127 ; Rv. 6G52r.)
De boedelbeschrijving, zoo wel na als zonder plaats gehad hebbende verzegeling, kan onder ’s hands door de weeskamer worden opgemaakt. (Zee. 31, 11-39°.)
De akte van boedelbeschrijving wordt zoo spoedig mogelijk met alle verdere tot de nalatenschap betrekkelijke bescheiden, gelden en gelds- waarde hebbende papieren ter weeskamer overgebragt. A
- In geval de nalatenschap van geenen grooten omvang is, wordt het doorgaand beheer er van door den president opgedragen aan het lid, het- welk ingevolge art. 19 met de loopende werkzaamheden dermaand belastis.
De kommissarissen brengen de nalatenschap tot effenheid en zn daar: enboven belast met de nakoming der verordeningen betrekkelijk het doen van aangiften voor de regten van successie en overgang en het beeedigen daarvan. (Bb. 4381, 4382.) r ed
- De roerende goederen worden verkocht, wanneer zij aan ae a onderhevig (zijn) of niet gevoegelijk op de wijze bepaald bij art. 29 CAS instruktie (thans S. 97-231 art. 10* bl. 802) in natura bewaard ua blijven, gelijk mede, wanneer en voor zooveel zulks tot vereffening ve den boedel noodig is ; de onroerende goederen alleen in het laatste geva HAns het belang van den boedel zulks vordert.
Ee ie verkoop geschiedt volgens het voorschrift van art. 698 siement op de burgerlijke regtsvordering voor de raden van} et hoog geregtshof van Indonesié. a i 1036 in
Eee oproeping der schuldeischers, voorgeschreven bij ee pinnen
dee ee net art. 1130 van het Burgerlijk Wetboek, heeft plaats © de
Pean drove den dag, waarop het beheer der nalatense a
vergegaan.
Zij geschiedt tegen eenen bekwamen termijn, welke door
g van het ustitie en
de weeskamer
an INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS, 799
bepaald wordt, naar gelang van den vermoedelijken afstand van de woon- of verblijfplaatsen der belanghebbenden en met inachtneming der ter zake betrekkelijke bepalingen van de procesorde.
- Indien de nalatenschap ontoereikend is om alle schuldeischers te voldoen, wordt hare opbrengst onder hen verdeeld, overeenkomstig de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek omtrent den voorrang tusschen achuldeischers.
De weeskamer legt den door haar op te maken staat van verdeeling gedurende eenen in het officieel nieuwsblad bekend te maken termijn, ten haren kantore ter inzage van de belanghebbenden neder.
Indien binnen een maand na het verstrijken van dien termijn geen ver- zet tegen den staat van verdeeling heeft plaats gehad, heeft de uitdeeling dienovereenkomstig plaats.
In geval van verzet, verwijst de weeskamer de belanghebbenden naar den bevoegden regter, ten einde door dezen op verzoek van den opposant of anderen meest gereeden belanghebbende tot de rangregeling worde overgegaan. (Bw. 1130v.)
De weeskamer komt voor de belangen der afwezige schuldeischers of legatarissen op, overeenkomstig de voorschriften van art. 463 en vol- gende van het Burgerlijk Wetboek.
Ten aanzien van de vereffening van nalatenschappen van niet in Indonesië te huis behoorende, doch aldaar aan boord van Nederlandsche schepen overleden schepelingen en passagiers, worden de bestaande of nader vast te stellen voorschriften opgevolgd. (S. 86—131 jo. S. 31—53 art. III.)
71, 72. Vervallen : S. 81-220.
73, (Gew. S. 81-220.) De weeskamers doen jaarlijks onder overlegging der betrekkelijke verifikatoire bescheiden aan de algemeene rekenkamer slotrekening van het beheer, dat zij over de onbeheerde nalatenschappen, na wier openvalling drie jaren zijn verloopen, zonder dat zich erfgenamen hebben opgedaan, gevoerd hebben. (Bw. 1129; Bb. 1820, 4379.) 4
- Wanneer die slotrekening door de algemeene rekenkamer is goed. gekeurd en op den daartoe strekkenden eisch het land door den regter bij voorraad in het bezit der nagelatene goederen gesteld is (welke in bezitstel- ling kosteloos geschiedt), geven de weeakamers, op daartoe door den directeur van justitie gedane uitnoodiging, de nagelaten goederen aan den lande over en brengen ze, voor zoover zij uit gereede penningen bestaan, bij ’s lands kas over. (S. 1836—56 ; 18503, cf. noot Bw. 1128.)
HOOFDSTUK VII.
Voorschriften aangaande faillissement, den staat van kennelijk onver- mogen en geregtelijken boedelafstand. 4 75. (Gew. S. 06—348.) In de vergadering bedoeld in art. 19 wijst de weeskamer de leden aan die in de faillissementen, waarvan zij de EN maand de in art. 13 derde lid der Faillissementsverordening jen : kennisgeving zal ontvangen, de tot de in art. 89 bedoelde maatrege) a, E in ontvangstnemingen, de verzegeling, 200 die noodig va spn outa de boedelbeschrijving, de oproeping der schuldeischers Rn elise van hunne bijeenkomsten en die der vergaderingen eG EO) uit de schuldeischers (waarin zij tevens voorzitten en den ee joes de tot het dagelijksch beheer des boedels betrekkelijke wer! eden zullen verrichten. üki De president der weeskamer is bevoegd om, met afrijking van de ged pn aanwijzing in het vorig lid bedoeld, wegens bijzondere 2e OAT vom mis- 8 epaald faillissement zich zelf of een ander lid der kamer i aris aan te wijzen. Revi i Na omer der in het eerste lid bedoelde kennisgeving of, 200 NOORS; na de benoeming in het tweede lid bedoeld, deelt de wees kare Sia der pehter-commisearis in het faillissement srt ee i amer als lid- issaris in het faillissement 23° OPT idi 16. (Oez. ae 06-348.) In pags regter-kommissaris near aanleiding
800 INSTRUKTIE VOOR DE WEESKAMERS,
van het bepaalde bij art. 91 der Faillissementsverordening heef! dat de oenelbesolrij ving plaats hebbe bij onderhandsohs aha, deze in duplo opgemaakt. { » wordt Het cene dubbel wordt overeenkomstig gemeld art. ter griffie ee raad van justitie nedergelegd, het andere blijft onder de weeskamer ene 77. (Gew. S. 06348.) De weeskamer is met bewilliging van den n, kommissaris, bevoegd, om voor rekening van den boedel deg gefailleed bewaarplaatsen in te huren voor de tot den boedel behoorende goede, len en daarover bewaarders aan te stellen, totdat met de schuldeischers ee” akkoord zal getroffen zijn, of, bij gebreke daarvan, de goederen ten don van insolventie des boedels verkocht worden. ge 78. (Gew. S. 06—348.) De opbrengst van de verkoopingen, die krachtens de artt. 98 en 168 der Faillissementsverordening plaats hadden, benevens de gereede penningen en alle ontvangsten ten behoeve van den boedel worden in de kas van de weeskamer gestort en de rekening van den gefail. leerde wordt daarvoor te goed-geschreven. (Bb. 4888.) 79. Vervallen: S. 06—348.
HOOFDSTUK VIII.
Voorschriften (*) aangaande het doen van rekening en verantwoording.
79a. (Toeg. S. 86—243.) De voorschritten van den vijfden titel (van het doen van rekening en verantwoording) van het derde boek van het regle- ment op de burgerlijke rechtsvordering voor de raden van justitie op Java EK het hoog-gerechtshof van Indonesië zijn van toepassing op de wees-
amers.
- (Gew. S. 81-220.) Indien de weeskamer, tot het doen van rekening en verantwoording veroordeeld, in gebreke blijft om op den bepaalden dag te verschijnen of om rekening te doen, kunnen, indien zulks geeischt is, de eigendommen van den staat in beslag genomen en verkocht worden tot zoodanig bedrag als bij het vonnis bepaald wordt, en zulks met inacht- neming van het bepaalde bij de artt. 72 en 73 der comptabiliteitswet (S. 1864 No. 106), en alles behoudens verhaal van den staat op de nalatige ambtenaren der weeskamer. (Rv. 787 ; Compt. 65v.;S. 89-41.)
81, De in de nader te omschrijven gevallen door militaire kommissaris: sen ten aanzien van onbeheerde militaire nalatenschappen te nemen VE zieningen worden door afzonderlijke bepalingen geregeld. (Zie ataateb. aangehaald in aant. boven Bw. 1126.)
- Vervallen: S. 81-220.
Overgangsbepaling.
83, Het getal, het ressort en do zamenstelling der weeskamers CD A daarmede in verband staande onderwerpen worden op den bestase bee voet gehandhaafd tot dat daarin bij de afzonderlijke verordeningen, doeld bij art. 2, nader zal zijn voorzien.
IT, Deze ordonnantie treedt in werking op 1 Julij 1873.
1 ° ©) Voorschriften i.p.v. Poorschrift krachtens S. 86-243.
REGLEMENT OP DE VOOGDIJRADEN, 801
Reglement op de voogdijraden. (Besl. v. d. G. G.v. 25 Juli 1927 No. 8.) S. 27-382. (1)
Art. 1, (Gew. S. 34—29.) Het aantal der in het eerste i art. 416) van het Burgerlijk Wetboek bedoelde leden beras vennen voogdijraad ten minste drie en ten hoogste zeven.
Deze leden genieten als zoodanig geenerlei bezoldiging.
La. (Ing. S. 84-29.) De voogdijraad wordt voorgezeten door den presi- dent van de ter plaatse gevestigde weeskamer of, wanneer de Gouverneur- Generaal heeft gebruik gemaakt van de hem bij het tweede lid van art. 415 van het Burgerlijk Wetboek toegekende bevoegdheid, door het ter plaatse kantoor houdend gedelegeerd lid eener elders gevestigde weeskamer.
Als secretaris van den voogdijraad treedt op de secretaris van de ter plaatse gevestigde weeskamer of, wanneer de Gouverneur-Generaal heeft gebruik gemaakt van de hem bij het tweede lid van art. 415 van het Burger- lijk Wetboek toegekende bevoegdheid, een door den Directeur van Jus- titie aan te wijzen ambtenaar. (S. 34—28, ten eerste, zie noot Wek. 2.)
- Alle voor de weeskamers geldende voorschriften, voorzoover zij administratieve bepalingen inhouden, vinden ten aanzien der voogdijraden overeenkomstige toepassing.
8, De onbezoldigde leden hebben hun woonplaats binnen het ressort waarin de voogdijraad is gevestigd.
Zij worden door den Directeur van Justitie benoemd en ontslagen.
Alle onbezoldigde leden treden gezamenlijk om de drie jaren af, voor het eerst op ultimo December 1930 ; zij zijn terstond herbenoembaar.
Bij tusschentijdsche vacatures of uitbreiding van het aantal onbezol- digde leden, geschiedt de benoeming tot het tijdstip der eerstvolgende periodieke aftreding.
- De president van den voogdijraad kan aan de onbezoldigde leden dienstreizen opdragen.
Deze leden ontvangen voor het bijwonen der vergaderingen en de hun door den president opgedragen dienstreizen vergoeding voor reis- en ver- blijfkosten op den voet zooals in het Algemeen Reisreglement voor de tweede klasse van landsdienaren is vermeld. Indien echter deze leden als bezoldigd landsdienaar aanspraak kunnen maken op vergoeding voor reis- en verblijfkosten, zooals vastgesteld is voor de eerste ‚klasse van lands- dienaren, kunnen zij declareeren zooals voor deze landsdienaren is bepaald. (S. 34-211, 212 ; 36—666 jis, 37-364, 3920.) 1
- De voogdijraad kan op elke plaats, binnen zijn ressort, onder goed- keuring van den Directeur van Justitie, onbezoldigde agenten Baoan
„Deze agenten — voorzoover zij niet tevens commies-agent der weeskamer zijn — ontvangen vergoeding voor reis- en verblijfkosten op den voet als in art. 4 is bepaald. je
De vboeie da is bevoegd tot het verzenden van Regecringstele- grammen in het binnenlandsch verkeer. 7
De voogdijraad is verplicht aan den presic Justitie desverlangd alle inlichtingen te verstre geven van alle bescheiden. a ERIN
De voogdijraden gedragen zich bij de uitoefening van hont a door den Directeur van Justitie of namens Cee het Hoofd
en Weeskamerdienst gegeven aanwijzingen eninstructies. 9. Iedere dte zendt jaarlijks voor 1 Februari aan den Directeur ae Sey verkzaambeden in het van Justitie een beredeneerd verslag van zijne We Justitie, aan vorige jaar en deelt dit in afschrift mede aan den Raad van ke AE aie het Hoofd van den Weeskamerdienst en aan het ue Eisen: Tucht-, Opvoedings- en Armwezen bij het Departement v
TT
lent van den Raad van kken en hem inzage te
5 $ in werking treedt tegelijk @) Bi dit S. is tevens bepaald dat dit regl. in werking treect 0 3 met de Buse ie Ce (Sn krachtens 5. 27-800 Jo
421 op 1 Oct, 1927 geschied is. Zie ook pay. 9
802 REGLEMENT OP DE VOOGDIJRADEN
Het verslag wordt ingericht ov! R i DE van Justitie. Be overeenkomstig voorschriften , De voogdijraden bepal Bap ringen welke ten minste ate hn aoe, op poor Sunn eam) Zij houden daarenboven zoo velo b it s worden gehouden werkzaamheden vereischen. uieneewone;vergaderin 1, (Gew. 8. 34-29.) Behoudens het b ot de Directeur van Justitie bij elken vo ern in het volgende li die als commissaris bij voortduring ie raad een lidider wee a til wijt en van den voogdijraad en che en a de dagelijische 5 ah of voorlichting welke k: pele salie Sijraad end fer ace bd wettelijke voorsehivtet te (Toeg. 8. 34-29.) Wanneer d marit -) Wi er de Gouvel 7m fe at tote WE Ek divan AAE Ee ror de allante é urgerlifk aren 4(8) 34 , Iders tot de taak v: 2 len voog- 12. tn reen noot Wsk.2.) sie lid-commissaris Te i overlegt ap e eischende zaken kunnen door het li re anal g pepennenican tusschentijds worde et lid-commis. ring verslag. g edt doet hij daarvan in de ec ae 13. Zoodra de voogdij re See kunnen leiden tot ogdijraad mededeeling van fei ei bathetang v Evan feiten ontvangt Se opinion > -commissari brands a erp az a hin co mga lop oe a 4, naam = jarige; , voornamen, leeftijd, woon- en geb: ee geboorteplaats van den minder- OR en, in vaste dan wel tijdelij gden, alsmede van de i jari meerdere of eg is; naam en re d, vermogen en inkomen “aa, vervanger, jaarwedde of loon ; te €. namen der in leven zij Pole A j. naam van het hoot Gos RET ip ie at ae % on ee den huisdokter ; ool door den minderjarige bezocht 8 ni ; 14, Het ae lanen naam van den geestelijken leid het gebouw zij issaris vertegenwoordi a EE ; ouw zijner werkz gt den voogdijraad buiten Th Hi zorgt voor de ne Sok zonder schriftelijke machtiging: . Hy . e ing burgerlijk cap ee ee eileen, saat: oath 17, Hij zor, oe plaats hebben, regel sien Chile ge es Ee waarin alle Le voor de geregelde bijh es en tijdig geschie raad bemoei ijzonderheden en a Ha end eee el 18. De in heeft, worden eee dig? mh ios de A den Di n ontvangen En RE ere ur van Tiere oar goseupre henner benoeming Zij Lg waarin. rr PO pensen en are or Oden Ak n zich zoodra doeniiic s hun ressort is omschreven. In opdracht dienen schriftelijke ae pom den voogdijraad verstrekte Roelieh anke vensgenypresid RS en ter vergaderi ent kunnen zij h 19. Zij h gadering van den 1 zij hunne vers de en een afzonderlij mpadiraed: aten en ui erlijk boek aa: B AR tot dag ü oe en uitgaven n waarin zij van dag t0 eee gelden Reeken, PA a entswissel ov, zij terstond aan den voO dijraad Pet IJ terstond er en alle ter ui 8 ren zi pana tt r uitbetaling ontvangen gelden kee! Slotarti geen kas onder zi TAN Verdere sae nt a angelegenheden, waarin bij dit regle!
voorzien, word © n door den Directeur van Justitie geregeld.
one vergade.
Jagen mondeling
ment niet
CENTRAAL TESTAMENTENREGISTER. 803
Ordonnantie op het CENTRAAL TESTAMENTENREGISTER. (Ord. v.15 Apr. 1920.) S. 20-305 jo. 21-568. (iwg. 1 Jan.'22.)
Art. 1, Er wordt ingesteld een testamentenregister van alle akten, bevat- tende uiterste wilsbeschikkingen en schenkingen van de geheele of gedeel- telijke nalatenschap van den schenker, alsmede van alle akten, waarbij uiterste wilsbeschikkingen worden herroepen of olographische testamenten worden teruggenomen.
Onder akten bevattende uiterste wilsbeschikkingen worden verstaan : uiterste willen bij openbare akte, akten van bewaargeving van uitersten wil, akten van superscriptie, onderhandsche stukken, als bedoeld bij art. 935 van het Burgerlijk Wetboek, voor zoover deze na het overlijden van den erflater aan eene weeskamer zijn aangeboden, en akten van benoe- ming ingaande bij overlijden.
2, (Gew. S. 23—356 jo. 618.) De Directeur van Justitie draagt zorg voor de inrichting en het bijhouden van het in art. 1 bedoelde register, hetwelk zal berusten aan zijn Departement. (Bb. 9960.)
De hiertoe benoodigde gegevens worden op de wijze en met gebruik- making van de formulieren, daartoe door den Directeur van Justitie vast- gesteld, door de Weeskamers aan hem verstrekt. (Bb. 9960.)
- In het register wordt, voor zoover daarvan uit de gegevens blijkt, aanteekening gehouden van :
den aard der akte en het jaar, de maand en den dag, waarop zij is ver- leden ;
de voornamen en dea naam der personen, die eenige beschikking maken als bedoeld in art. 1;
hun beroep of hunne maatschappelijke betrekking ;
hunne woonplaats, alsmede de plaats, het jaar, de maand en den dag hunner geboorte ;
de voornamen, den naam en de standplaats van den notaris, die de akte heeft verleden ; 2 is
wanneer het betreft een onderhandsch stuk, als bedoeld bij art. 935 van het Burgerlijk Wetboek, de weeskamer aan welke het is aangeboden.
- (Gew. 8. 23-856 jo. 618.) Inlichtingen uit het register worden, op aanvrage, na overlijden of verklaring van vermoedelijk overlijden van den erflater of schenker, tegen vergoeding van een bedrag van / 2.50 van wege den Directeur van Justitie aan een ieder verstrekt. i
De indiening der aanvragen en het verstrekken der inlichtingen geschie- den op de wijze en met gebruikmaking van do formulieren, dns deon den Directeur van Justitie vastgesteld. (Krachtens art. 4 v. A. besl. v. 5 Dir. v. Just. in Bb. 9960 worden de hierboven Ee ee door
‘eeskamer verstrekt tegen ontvangst van zegelkosten en ges, , 5 „5, Hierbij is art. 36. van het Reglement op het N ‘otaris-ambt in Indonesië ingevoegd, zie aldaar. 5 4 „6. De bij S. 283-356 jo. 618 gewijzigde tekst van dit art. is opgenomen im de noot op Not. 36a.
T. Ingetrokken : S. 23-356, 618.
- Inwerkingtreding en naam.
Mime
