Indische Staatsreggeling (Isr)
ee ee A —q“ 143 INDISCHE STAATSREGELING. Wet op de Staatsinrichting van Ned.-Indië. (*) Wet van 2 Sept. 1854, Ned. S. 1854-2, S. 1855-2 jo. 1. ZEVENDE HOOFDSTUK.
Van de Justitie.
74 130. Overal waar de Inlandsche bevolking niet is gelaten in het genot harer eigene rechtspleging, wordt in Ned.-Indië recht gesproken in naam des Konings. (RO. 27; Ry. 435, 440: Sv. 416; IR, 382; RBe. 710.)
75 131. (1) Het burgerlijk- en handelsrecht en het, strafrecht, zoomede de burgerlijke rechtsvordering en de strafvordering worden, onverminderd de bij of krachtens deze wet aan anderen toegekende straäwetgevende bevoegdheid, geregeld bij ordonvantie, De regeling geschiedt hetzij voor alle of eenige bevolkingsgroepen of onderdeelen daarvan of gebiedsdeelen gezamenlijk, hctzij-veor-een-ofmeer-dier-groepen of-deelenafzonderiijk.
(2) In de ordonnianties regelende het burgerlijk-en handelsrecht. worden :
a. voor de Europeanen de in Nederland geldende wetten gevolgd, van welke wetten echter mag worden afgeweken zoowel wegens, de bijzondere toestanden in Ned-Indië, als om hen met een of meer der overige bevol- kingsgroepen of onderdeelen claarvansvan dezelfle voorschriften te kun- nen onderwerpen; :
b. de Inlanders, de Vreemde Oosterlingen en de onderdcelen, waarnit deze beide groepen der bevolking bestaan, voor zooverre de bij hen gebleken maatschappelijke behoeften dit eischen, hetzij aan de voor Kuropeaner geldende bepalingen, voor zooveel noodig gewijzigd, hetzij met de Euro- RR. peanen aan gemeenschappelijke voorschriften onderworpen, terwijl overi- gens de onder hen geldende, met hunne godsdiensten en gewoonten samen- hangende rechtsregelen worden geëerbiedigd, waarvan echter mag worden afgeweken, wanneer het algemeensbelang-of. de bij hen gebleken maat- schappelijke behoeften zulks. vorderen. (ISR163 ; S. 82—162* ; 17—129*, 130%, 24—556 *; 31-53 jo, WIX)
(3) In de ordonnanties regelende het strafrecht, de burgerlijke rechts- vordering en de strafvordering worden, wanneer zij uitsluitend op Euro- peanen toepasselijk zijn, de in Nederland geldende wetten gevolgd, echter met die wijzigingen, welke wegens de bijzondere toestanden in Ned.-Indië noodig zijn; gelden zij, tengevolge van toepasselijkverklaring of van onderwerping aan gemeenschappelijke voorschriften, ook voor andere bevolkingsgroepen of onderdeelen.daarvan, dan worden die wetten slechts in zooverre gevolgd als met deze.omstandigheid vereenigbaar is.
(4) Inlanders en Vreemde Oosterlingen zijn bevoegd om, voor zooverre zij niet reeds met de Europeanen aan gemeenschappelijke voorschriften zijn onderworpen, zich in het algemeen of voor eene bepaalde rechtshan- deling te onderwerpen aan niet op hen toepasselijke voorschriften van het burgerlijk en handelsrecht der Europeanen. Deze onderwerping cn hare gevolgen worden bij ordonnantie geregeld. (ISR. 163; S. 17—12, 528, jo. 26—360*.)
(5) De op dit art. berustende ordonnanties zijn in die gedeelten van Ned.-Indië, waar de Inlandsche bevolking gelaten is in het genot van hare en rechtspleging, in zooverre toepasselijk als hiermede bestaanbaar is.
. 32—80*,
(6) Het ee voor de Inlanders en Vreemde Oosterlingen geldende burgerlijk- en handelsrecht blijft van kracht zoolang en voor zooverre het niet door ordonnanties, als hierboven onder 2b bedoeld, is vervangen. (ISR. 134, 163; zie de tekst van het oude art. 76 Rit. achter ISR) .
- De militaire strafrechtspleging berust op ordonnanties, zooveel 76 mogelijk overeenkomende met de in Nederland bestaande wetten. (RO, 1; S. 32-75, 409, 410; 33-5, 33; 34-167 tot 174, 293, 295, 337; 45—112 jo. 46—57 5 :
nn EE
| 144 INDISCHE STAATSREGELING. | OOO |
- (1) Onteigening ten algemeenen nutte van cenig goed of recht kan _ niet plaats hebben dan na voorafgaande verklaring bij ordonnantie dat het algemeen nut onteigening vordert en tegen vooraf genoten of vooraf ver. } zekerde schadeloosstelling, een en ander volgens voorschriften bij ordon- | nantie vast te stellen. (S. 20—574; 21—595 ; 21-129 art. 7; 11-38; 12—480 art. 3.)
(2) De vereischten van voorafgaande verklaring bij ordonnantie en van voorafgaand genot of van voorafgaande verzekering van de verschul- digde schadeloosstelling gelden niet, wanneer oorlog, oorlogsgevaar, oproer, brand, watersnood, aardbeving, vulkanische uitbarsting of andere dringende omstandigheden eene onverwijlde inbezitneming: vorderen.
(3) Bij ordonnantie kunnen nog andere dan de in het vorige lid bedoelde gevallen worden aangewezen, waarin de voorafgaande verklaring bij ordon- nantie niet wordt vereischt. (S. 31—2388 art. 5.)
- (1) Alle twistgedingen over eigendom of daaruit voortspruitende _ rechten, over schuldvorderingen-of-andere-burgerlijke-rechten, behooren | bij uitsluiting tot de kennis van de rechterlijke macht. (G. 160; RO. 2.) |
(2) (Gew. S! 29—221 jo. 487.) Evenwel staan de burgerlijke rechtzaken | tusschen Mohamedanen, indien hun adatrecht dat medebrengt, ter ken- nisneming van den godsdienstigen rechter, voor zoover niet bij ordonnan- tie anders is bepaald, (RO-3.; ISR. 139, 163 ; S. 82—152, 153 ; 31-53 jo. 177; 11—638*; Bh. 1835, 3103 jo. 9407, 9217.)
De rechterlijke macht wordt alleen uitgeoefend door rechters. bij ik algemeene verordeningen aangewezen. (RO. 1; Rv. 615; ISR. 131, 134.) |
Niemand kan tegen zijn wil worden afgetrokken van den rechter, © ae algemeene verordeningen hent ‘toekennen. (I SR. 131, 134v.: |
v. 76.)
RR. 137. Alle tusschenkomst van-de Regeering in zaken van justitie, niet | 81 bij deze wet toegestaan, is verboden: (ISR. 42, 138 ; Bb. 3539.) 82 138. (1) De zaken, welke uit haren aard of krachtens algemeene veror- | deningen ter beslissing staan van het administratief gezag, blijven daar- aan onderworpen. (RO. 2.) a | (2) Geschillen: over bevoegdheid tusschen de rechterlijke en admini- | stratieve macht, worden door den Gouverneur-Generaal, in overeenstem- | ming met den Raad van Ned.-Indië, beslist volgens regels, bij ordonnantie vast te stellen. (RO. 2; S. 1849—61 ; Bb. 2192.) 83 139, (Gew. S. 29-221 jo. 487.) Geschillen over/bevoegdheid tusschen den wereldlijken en den godsdienstigen rechter, als ook tusschen den bur- gerlijken en militairen rechtér, worden op den voet en de wijze, by het | vorige art. bepaald, door den-Gouverneur-Generaal beslist. (RO. 3, 162; Bb. 31, 444, 1132, 2649.) | 84 140. (Gew. S.38—618 jo. 652.) Tot het instellen van burgerlijke rechts- vorderingen en van vervolgingen tot straf tegen Inlandscha vorsten en hoofden, bij ordonnantie aangeduid, is noodig het verlof van den |
Gouverneur-Generaal of van de bij ordonnantie aangewezen autoriteit:
(RO. 4; Ov. 5; S. 67—10* ; 69—27 en 101.) |
85 141. Buiten de gevallen, bij de artt. 33, 35 en 37 voorzien, mag niemand | in hechtenis worden genomen dan op bevel van het daartoe, ingevolge de | ordonnanties op de strafvordering, bevoegd gezag en op den voet en de wijze daarbij omschreven. (AB. 35v.) |
87 142, Het geheim der aan de post of andere instelling van vervoer toeven | trouwde brieven is onschendbaar, behalve op last des rechters, in de geval” | len bij ordonnantie omschreven. (S. 93—240* jo. 23-317; Sw. 430¥-3
Sv. 91; F. 18v.) |
88 143. Niemand mag tot straf vervolgd of daartoe veroordeeld worden | dan op de wijze en in de gevallen bij algemeene verordening voorziep: |
: (AB. 26 ; Sw. 1; Sv. 370; IR. 294; RBg. 661.) ] 89 144. Geenerlei straf heeft den burgerlijken dood of het verlies van alle burgerlijke rechten tengevolge. (Bw. 3.) 90 145. Op geen misdrijf of overtreding mag als straf gesteld worden
INDISCHE STAATSREGELING. 145 Î toene Ee eee | de ee ee der goederen, den schuldige toebehoorende. | ( a. 6 . /
91 146. (1) Alle vonnissen vermelden de gronden waarop zij rusten, en in | strafzaken, behalve het misdrijf of de overtreding, de stellige wetsbepa- | lingen, waarop zij zijn gegrond. (RO. 30; Rv. 61-4°, 633.) |
(2) Ordonnanties regelen, met betrekking tot den Inlandschen rechter, | de noodige wijzigingen van het voorschrift dat de vonnissen met redenen | moeten omkleed zijn. (RO. 31.) |
(3) De terechtzittingen zijn openbaar, behoudens de uitzonderingen bij | ordonnantie aangewezen. (Bw. 43; RO. 4, 29, 31, 131, 136; Rv. 22, 64, 209, 837v.; Sv. 126, 183.) f
(4) De vonnissen worden in het openbaar uitgesproken, behoudens de f uitzonderingen bij ordonnantie aangewezen. (RO. 29; Rv. 64, 837; Sv. | 171, 183, 323; IR. 179, 317; RBg. 190, 616.) 1
92 147. Het hoogste rechterlijk college in Ned.-Indië is gevestigd to Bata- | via en draagt den naam van Hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië. |
93 148, (1) De president-van het. Hooggerechtshof van Ned.-Indié wordt door den Koning benoemd en ontslagen.
(2) De president, de vice-presidenten en de leden van het Hooggerechts- | hof kunnen alleen met hunne toestemming in andere betrekkingen worden | overgeplaatst.
94 149. (1) De president, de vice-presidenten en de leden van het Hoog- gerechtshof worden uit hun ambt ontslagen :
a. wanneer zij den leeftijd van vijfenzestig jaren hebben bereikt ;
b. bij gebleken ongeschiktheid wegens aanhoudende ziels- of lichaams- | ziekte of wegens ouderdomsgebreken ;
c. wanneer zij onder curateele zijn gesteld. |
(2) In het geval sub 6 bedoeld, wordt aan de vice-presidenten en aan RR. de leden het ontslag door den Koning verleend. }
(3) In de gevallen sub a en & bedoeld, brengt het ontslag uit het ambt | eervol ontslag uit ’s Lands dienst)mede ; inhet geval sub e bedoeld, kan | ontslag uit ’s Lands dienst, mits eervol, daaraan worden verbonden. |
(4) Buiten de in dit art. genoemde gevallen kan alleen ontslag uit het i ambt worden verleend op eigen verzoek of wegens overplaatsing overeen- | komstig art. 148. |
- (1) De president, de vice-presidenten en de leden van het Hoog- 965) | gerechtshof kunnen door den Koning uit hun ambt worden ontzet : |
a. wanneer zij wegens bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen | strafbare feiten tot vrijheidsstraffen zijn veroordeeld ; (ISR. 91.) |
b. wanneer zij verklaard zijn in staat van faillissement of wegens schul- | den zijn gegijzeld ; |
c. wegens wangedrag of onzedelijkheid of bij voortdurende achteloos- | heid in de waarneming van hun ambt ; |
d. wegens overtreding der bij algemeenen maatregel van bestuur vast- | gestelde bepalingen, waarbij hun: |
1°. het bekleeden van een ambt of betrekking of de waarneming der } belangen van anderen wordt verboden ; |
2°. het uitoefenen van eenig beroep of het betrokken zijn bij handel of | onderneming wordt verboden ; |
3°. een vast en voortdurend verblijf wordt aangewezen ; (RO. 21.) |
4°. verboden wordt aan partijen of hare advocaten of procureurs raad | te geven of hulp te bieden ; (RO. 37.)
5°. de verplichting wordt opgelegd om het geheim der raadkamer te | bewaren. (ISR. 91; RO. 41.)
(2) Overtreding der bepalingen sub d bedoeld, kan ten aanzien van de vice-presidenten en de leden alleen dan grond tot ontzetting opleveren, wanneer zij reeds vooraf voor gelijke overtreding door den president zijn gewaarschuwd.
(3) In de gevallen sub a, b enc bedoeld, brengt de ontzetting uit het ambt ontslag uit ’s Lands dienst mede; in de gevallen sub d bedoeld, kan
_ 146 INDISCHE STAATSREGELING. | SE EE————————————— eee Hi É ontslag uit ’s Lands dienst, al dan niet eervol, door den Koni | worden verbonden. inden | 151. (1) Indien de Gouverneur-Generaal, den Raad van Ned -Indié | gehoord, oordeelt dat de president of een der vice-presidenten of ] nie om eene der redenen vermeld in art. 149 sub b en in art. 150 beh aaa ' worden ontslagen of ontzet, worden aan den betrokkene de te én i ee | bestaande bezwaren schriftelijk medegedeeld en wordt hij in dek Ì oe heid gesteld om zich binnen een door den Gouverneur-Generaal teha | termijn terzake schriftelijk te verantwoorden. Het bezwaarschrift En a | waneer, indien zij ontvangen is, worden door den Gouverneur- i eneraal bij zijne voordracht tot ontslag of ontzetting overgelegd | . (2) De betrokkene wordt in afwachting van ’s Konings beschikking | | oor oi Gouverneur-Generaal in zijn ambt geschorst. Hij wordt op zijn | verzoek door toekenning van verlof onder genot van verlofstractement en | TME na de gelegenheid gesteld om zich in Nederland te gaan | eae en kent u. aen zoodanig verzoek niet in, dan wordt hem in | voordracht eee ei ee ng wachtgeld-toegekend. Wordt de 1 i wordt de schorsing opgeheven en den betrok- ene uitbetaald het verschil tusschen het sedert de schorsi 1 verlofstractement of wachtgeld en hetgeen hij zond ‘He sche singel activiteitstraktement zou hebben genoten {| ee
- (1) Wanneer tege i i i | gevangenhouding, hetzij machtigi eee nett cis van be En | ( „ hetzij x iging tot opneming in een huis van bewa- ring of geneeskundig gesticht voor krankzinni i | lijfsdwang is ten uitvoer gelegd Ee lont | Wenn ge egd, wordt hy daardoor in zijn ambt geschorst. i manch rechteinben : ek x" in het vorige lid vermelde rechterlijke ambte- is verleend, kan fk hee eere md ee vereen | ‚ Kan d - aal, den Raa Ned.-Indië | cae hen Vag ant schorsen. Eron tai pe i L, aaa betrol lide eras — iS ee bedoeld, brengt mede i 153. (1) N i : i Ee AN ze a vervolging of na het ontslag uit het huis van | zing wen den prea g gesticht of de gijzeling, wordt, hetzij op vorde- | rechtshof, hetzij op See na ingewonnen advies van het Hoogge- i ne GRAN SEN ata den geschorsten rechterlijken ambtenaar | schorsing door den Gent Ge De ee een gehoor, e het voorschrift van het tw de. i eign eeN \ taald het verschil tussche oh econ bekende horden IR bariet a one de sae ei genoten py aclibe lea | Hence orsing als activiteitstraktement zou hebben (2) Oordeelt | eenen Generaal densBaad van. Ne, | he 150,’ ae a ee tot toepassing van art. 149 sub b, of | bevestigd en geldt van dap Rene door den Gouverneur-Generaal verstande, dat bij afwijzing AG stip het voorschrift van art. 151 met dien | betaald het verschil tussch a heee nn | schorsing genoten verlofstrakkt. ge | schorsing als activiteitstrak ement of wachtgeld en hetgeen hij zonder bo 154. ae itstraktement zou hebben genoten. | vice-presidenten ant Balen erlof buiten Ned.-Indië door den president, de | in het geval bedoeld bi en hee genau isos wordt, uitgezonderd | vn het verzoek om ond He ae ae 151, geacht tevens in te | Ged la un ambt, | nee RE Mesa en ook daarna, zoolang zij niet overeen. ERR dal atensbeversen onee ene zijn dengesteld, mogen
- oe toepassing der artt Ue on aa dan op eigen verzoek of ing° an verlof in Ned.-Indië : i | van het tijdstip hi ok Indië teruggekeerd, worden zij met inachtneming | jdstip hunner terugk i J | ‘ i gkomst, en, bij gelijktijdigen terugkeer. met |
ll” ze INDISCHE STAATSREGELING. 147 Se mz inachtneming van de dagteekening hunner oorspronkelijke benoeming in | het Hooggerechtshof, bij de eerste vacature in dat college weder in hun vorigen rang benoemd, wanneer zij niet reeds voor het ontstaan der vaca- ture met hunne toestemming in eene andere betrekking mochten zijn aan- | gesteld. | (4) Zij genieten inmiddels wachtgeld, tenzij zij tijdelijk met de waarne- | ming eener andere betrekkking worden belast. | 100 155. De vice-president en de leden van den Raad van Ned.-Indië en | zoodanige andere ambtenaren als algemeene verordeningen aanduiden, staan terecht «voor het Hooggerechtshof wegens misdrijven en over- } tredingen, gedurende den tijd hunner functién begaan. : 101 156. Met uitzondering van het geval van voorloopige aanhouding bij | ontdekking op heeterdaad, kan tegen de ambtenaren, in het vorig art. H bedoeld, geen bevel tot gevangenneming worden ten uitvoer gelegd, en, i in het geval van ambtsmisdrijf, geene vervolging plaats hebben dan i nadat daartoe door-den-Gouverneur-Gencraal.,-op-den-voet, en de wijze ! bij ordonnantie omschreven, machtiging is verleend. : 102 157. De Gouverneur-Generaal en de Luitenant-Gouverneur-Generaal | staan wegens misdrijven of overtredingen in Nederland terecht : wegens i ambtsmisdrijven voor den Hoogen. Raad der Nederlanden, wegens andere | misdrijven of overtredingen ster-plaatsey-waar-de zetel der Regeering in Nederland is gevestigd, voor den rechter, die naar de Nederlandsche ' wetgeving, bevoegd is over het onderwerp te oordeelen, 1038 158. (1) Het. Hooggerechtshof heeft het toezicht op den geregelden | loop en de afdoening van rechtsgedingen, alsmede op het nakomen der 3 wetten en andere algemeene verordeningen bij alle rechtbanken en ge- rechten. (RO. 157.) : | (2) Het kan’ rechterlijke handolingen, beschikkingen en vonnissen, RR. | wanneer die met de wetten en andere-algemeene verordeningen strijdig | zijn, vernietigen en buiten werking stellen, volgens de daaromtrent ge- stelde regelen. (RO. 171v.) 159. (1) Vonnissen, door den-rechterin Nederland gewezen, en bevelen 104 door hem uitgevaardigd, mitsgaders grossen van authentieke akten aldaar verleden, kunnen in Ned.-Indië worden ten uitvoer gelégd. (2) Zoo ook kunnen vonnissen en bevelen, door den rechter in Ned.- Indië gewezen of uitgevaardigd, alsmede grossen van authentieke akten, aldaar ten overstaan van Huropeesche openbare ambtenaren verleden, | aan welke gelijke kracht als aan de vonnissen is toegekend, in Nederland | ten uitvoer gelegd worden. (Rv. 435v., 440; IR. 224 ; RBg. 258.) | Rn | | | | | | | | :
