DWANGPOVOEDING-REGELING
n__n DWANGOPVOEDING- G-REGELING, 1267 DWANGOPVOEDING-REGELING. (Ord. van 21 Dec. 1917.) S. 17-74). Consid. : Dat Hij, voorschriften will F het eerste lid van art. 46 v.h. Wetb. PSE Te OES “hes Art. 1. Vast te stellen de bij d Hsrenden eed : J deze ord. behoorende „Voorschrift verdere regeling van de dwangopvoeding van" ter be hikki en tot Regeering gestelde minderjarige personen’”’ = oe eee Zij kunne En Re ei: worden aangehaald onder den titel : „Dwangopvoeding- 2. Deze ord. treedt in werking met ingang v. 1 Jan. 1918. HOOFDSTUK Tf. Algemeene bepalingen. ; Art. 1. (1) ( Gew. S. 26-278.) Zoodra de uitspraak, waarbij een minder- Jarigo ter beschikking van de Regeering is gesteld, ten uitvoer kan worden gelegd, doet de met de uitvoering van het vonnis belaste ambtenaar den Directeur van Justitie een uittreksel uit het vonnis toekomen onder bijvoe- ging van de processtukken zoomede van een foto en signalementstaat met vingerafdrukken in tweevoud van den ter beschikking gestelde en desge- wenscht onder mededeeling van zijn raad omtrent de wijze, waarop ten aanzien van den minderjarige ware te handelen. _ (2) Genoemde ambtenaar kan de ouders of voogden van den minder- 4 Jarige uitnoodigen hem van hun gevoelen daaromtrent te doen blijken en deelt, indien de ouders of voogden daartoe zijn uitgenoodigd, bij de toe- zending van de processtukken mede, welk gevolg die uitnoodiging heeft gehad “2. Onder terugzending van de in het vorige art. bedoelde processtukken brengt de Directeur van Justitie zijn beslissing ter kennis van den in dat art. bedoelden ambtenaar, door wiens zorg de minderjarige naar de plaats zijner bestemming wordt overgebracht. ec ;
Indien het wenschelijk is om, hangende de beslissing, vermeld in het vorige art., maatregelen te nemen omtrent de voorloopige onderbrenging van den minderjarige, kan de in art. 1 bedoelde ambtenaar onder nadere goedkeuring vanden Directeur van Justitie daartoe het noodige verrichten.
Bij de overbrenging van de ter beschikking van de Regeering gestelde minderjarigen worden slechts beambten in burgerkleeding sle. ware bijzondere omstandigheden afwijking van dien regel noodig maken
HOOFDSTUK LL. Landsopvoedingsgestichten. (') TITEL 1 INRICHTING EN BEHEER
\ § 1. Inrichting. if , ? tr zijn in Indonesië Landsopvoedingsge-
- (Gew. S. 26—278.) (1) Er zijn a oa en oppertoezicht van den
stichten gevestigd onder het algemeen
Lirecteur van Justitic. : Ee t Hoofd van
(2) Hij wordt in dat beheer en toezicht bijgestaan door he het tucht-, opvoedings- en armwezen. zijn onder
ng ings- en armwezen zijn on
{3) De inspecteurs van het tucht-, ORY Onn Pen en opvoedings:
de bevelen van het Hoofd van dien, dienst, wat he dingsgestichten icht op de Landsopvoe ingeet 5 ‘ Wezen betreft, belast met het toezicht op en, waaraan ter beschikking der | En op de particuliere inrichtingen en ore ee toevertrouwd. Zij waken voor Regecring gestelde minderjarigen wo stelde inrichtingen en gezinnen de naleving in de onder hun toezicht ges ———— ©) Opsechr. gew. 3. 26-275.
1268 DWANGOPVOEDING-REGELING, en
van de bepalingen van dit regleme i ;
Uauligde woomahtitton, Pementinidevtobalpresring daavan uitge.
(4) Het Hoofd van het tucht-, opvoedings- e ze
gestichten en gezinnen onder el ena. ae je ien velke
(5) Hunne standplaatsen worden aangewezen door het Hoof oden
tucht-, opvoedings- en armwezen. oofd van het
(6) De instructies van het Hoofd en de inspecteurs van
ACen. 5 2 8 van het tucht- B en armwezen worden door den Gouverneur-Generaal vast. (7) Met inachtneming van het bepaalde in deze i door den Directeur van Justitie eee de fauieieronnae: Mit huishoudelijke reglementen vastgesteld. Bevestiohien
- (Gew. S. 26—278 29—3.) (1) De Landsopvoedingsgestichten zullen behalve tot opneming van jeugdige personen, die door den strafrecht krachtens art. 46 van het Wetb. van Strafrecht ter beschikking Bn de Regeering zijn gesteld, mede bestemd kunnen worden tot opneming va de minderjarigen, bedoeld bij de artt. 302 en 384 van het Bureeriik Wetboek, en van de personen, bedoeld bij art. 134 van het Belmont, de rechterlijke organisatie en bij het eerste lid van art. 234 van het Indonesisch Reglement en van art. 269 van het Rechtsreglement Buiten- gewesten, met dien verstande, dat in deze gevallen de verpleging in het gesticht een einde neemt uiterlijk bij het bereiken van den leeftijd van een en twintig jaren.
(2) De Landsopvoedingsgestichten zullen eveneens ter beoordeeling vanden Directeur van Justitie, bestemd kunnen worden tot voorloopige opneming van jeugdige personen als in het 1¢ lid van dit art. bedoeld, indien het gedurende de behandeling van hun zaak door den rechter dringend noodig blijkt hen uit de omgeving, waarin zij verkeeren, reeds dadelijk te verwijderen. t
6a. (Ing. S. 29-5.) (1) Op schriftelijk verzoek van het bestuur van eene in Indonesië gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende vereenì- gingen van een aldaar gevestigde stichting of instelling van weldadigheid, waaraan overeenkomstig het bepaalde in art. 365 van het Burgerlijk Wet- boek door den rechter voogdijen zijn opgedragen en die blijkens schrif- telijke verklaring zich onderwerpen aan van Regeeringswege gestelde voorwaarden en het op de naleving daarvan gehouden toezicht, kunnen bij die vereeniging, stichting of instelling in verzorging zijnde voogdijkinderen in een Landsopvoedingsgesticht worden opgenomen, indien zij door hun gedrag van een verdorven of weerbarstig karakter doen
ijken.
(2) Zoodanige minderjarigen kunnen ten allen tijde uit de Gouvert™ mentsinrichting worden ontslagen, wanneer de oorzaak van hunne Op ming blijkt te zijn opgeheven of hun lichamelijke of geestelijke toe hen voor een verblijf aldaar ongeschikt blijkt te maken. nde
(2) Het genot van de toegekende subsidie wordt geschorst ged et den tijd, waarin bedoelde minderjarigen in een Landsopvoedingsges blijven opgenomen. laste van
(4) De kosten van overbrenging en terugvoering komen fen den Lande. ontslag
6b. (Ing. S. 29-5.) Het bevel tot opneming in en het boven petaling uit een Landsopvoedingsgesticht zoomede de beschikkingen 5 van den van kosten van Regecringswege, bedoeld in art. 6a, Ae Directeur van Justitie, gehoord zooveel noodig de voe art. 64
6e. (Ing. 8. 29-5.) (1) Het schriftelijk verzoek eee + verdorven vermeldt de feiten en omstandigheden, waaruit blijkt van O° of weerbarstig karakter van den minderjarige | den pirecteuf
(2) Het verzoek wordt ingericht overeenkomstig cen door van Justitie vastgesteld model. 7 Jaring petreffend? |
; (3) Daarbij wordt overgelegd een geneeskundige ver k EE den geestelijken en lichamelijken toestand van den minder) |
DWANGOPVOEDING-REGELING, 1269 verplicht te dier zake ate den Die 5 Moai heeft gedaan, is tingen te verstrekken. ustitie alle vereischte inlich-
6e. (Ing. S. 29-5.) (1) De ove i é an een Landsopvoe dimen keen den minderjarige naar van Overheidsweg i se ae Bs eze moet plaats hebben e1dswege, middellijk of onmiddellijk door de zorg van het Hoofd Sere an be ia () van de plaats waar de minderjarige verblijft of : ijven. (2) Het bepaalde bij art. 4 der ing- noid : bedoelde petidine van edel regeling is op de bier 6f, ( Ing. Ss. 29—5.) De directeur van het Landsopvoedingsgesticht, waarin de minderjarige wordt opgenomen, geeft van het tijdstip der opneming kennis aan den Directeur van Justitie. 6g. (Ing. 8. 29-5.) (1) Indien de directeur van het Landsopvoedings- gesticht van oordeel is, dat de oorzaak der opneming is opgeheven of de lichamelijke of geestelijke toestand van den minderjarige dezen voor een verblijf in dat gesticht ongeschikt maakt, stelt hij, in de laatstvermelde gevallen onder overlegging van de geneeskundige verklaring waaruit genoemde toestand blijkt, aan den Directeur van Justitie voor den minder- Jarige uit het Landsopvoedingsgesticht te ontslaan. (2) Ontslag anders dan op zijn voorstel heeft niet plaats dan nadat de directeur daaromtrent is gehoord. 6h. (Ing. S. 29—5.) Van het tijdstip waarop de minderjarige uit het Landsopvoedingsgesticht is ontslagen, geeft de directeur van dat gesticht kennis aan den Directeur van Justitie. ; 7. (1) (Gew. S. 26—278.) De Landsopvoedingsgestichten zijn, voor zoover de ruimte en indeeling der gebouwen dit toelaat, verdeeld in 4 afdeclingen. De Directeur van Justitie is bevoegd te bevelen, dat in bepaalde Lands- opvoedingsgestichten slechts Regeeringskinderen van de door hem aan te wijzen categorieën zullen worden opgenomen. | é (2) De eerste afdeeling is bestemd voor aanvankelijke opneming van alle ter beschikking van de Regeering gestelde jeugdige personen met uit- zondering van hen, die naar het oordeel van den Directeur van Justitie al dadelijk na hun ter beschikking stelling van de Regeering aan een bijzonderen persoon of aan een vereeniging, stichting of WK en weldadigheid als bedoeld bij art. 46 van het Wetboek van Strafrec kunnen worden overgedragen. ‘ se (3) De tweede Mdenling is bestemd voor hen, die gelande Be elit in de eerste afdeeling zich hebben doen kennen als ad spat he en normalen aanleg en voor wie met het oog op hun vakoplei oat instelling dracht aan een bijzonderen persoon, vereeniging, en ete eeoaht niet van weldadigheid als bedoeld bi art. 46 van het Wetb. ues A mich inde’ wenschelijk wordt geoordeeld of voor wie zulk een overdrac lijk is. . t verblijf (4) De derde afdeeling is bestemd voor hen, die gedurendo ist or in de eerste afdeeling zich hebben doen kennen ce gel Pce stich- malen aanleg, en die niet aan een beende Pe rt. 46 van het Wetboek ting of instelling van weldadigheid als bedoeld bij art. van Strafrecht kunnen mori i amis a : 5) De vierde afdeeling is bestem ed: : 5 ite zich aan een Tooneel wangedrag et ee Sedna ot instelling b. die aan een bijzonderen persoon, eeen van Strafrecht van weldadigheid als bedoeld bij art. 4 A ingen daarvoor ongeschikt overgedragen zijnde, op grond van hun gedrag ns zijn gebleken ; Nn Lan ; os ier voorwaardelijk ontslag 16 neee is de artt. 302 en 384 d. (Gew. S. 26-278 ; 27-227 art. V.) n het Reglement op ( ‘achtens art. 134 va eg van het Burgerlijk Wetboek of krachte Sis a ae Mad. ,,den ass.-Tes.”” | () S, 31-168 jo. 423: in de gvtsl. v. Jav. Ms
1270 DWANGOPVOEDING-REGELING,
de rechterlijke organisatie of krachtens het eerste lid van art. 239 va Indonesisch Reglement of van de daarmede overeenkomstige artt et Rechtsreglement Buitengewesten ineen Landsopvoedingsgesticht eee : geplaatst. u
- (Gew. S. 26-278.) (1) De verpleegden in een Land 5 gesticht onder den leeftijd van veertien jaar worden in elke afd era. mogelijk afgezonderd gehouden van die van bovengenoemde.
(2) De indeeling der verpleegden geschiedt met inachtneming van het in het vorige art. bepaalde door den directeur van een Landsopvoedings. gesticht na overleg met den geneesheer van het gesticht met dien worstete dat de onder 6, c en d van het 5e lid van het vorige art. genoemde groepen van verpleegden, indien daartoe aanleiding bestaat, in stede van in de vierde afdeeling, kunnen worden opgenomen in de tweede of in de derde afdeeling.
$ 2. Personeel. a. Algemeene bepalingen. (!)
(Gew. S. 26—278.) Aan het hoofd van een Landsopvoedingsgesticht staat een directeur, die het beheer voert onder toezicht van het Hoofd van het tucht-, opvoedings- en armwezen. i
(Gew. S. 26—278.) Voor de(n) directeur, onder-directeur, onder- directrice, assistenten en opvoedende ambtenaren van een Landsopvoe- dingsgesticht wordt een instructie vastgesteld door den Directeur van Justitie, voor het overige personeel voor zooveel noodig door den gestichts- directeur onder goedkeuring van den Directeur van Justitie.
(Gew. S. 26-278.) (1) Bij belet, ontstentenis of afwezen. van den directeur van een Landsopvoedingsgesticht treedt de onderdirecteur of
| onderdirectrice als zoodanig op en oefent alle bevoegdheden uit, welke aan den directeur van een Landsopvocdingsgesticht zijn toegekend.
(2) Voor gestichten, waarbij geen onderdirecteur of onderdirectrice, is bescheiden, of in de gevallen, dat een zoodanig ambtenaar niet beschik- baar is, treft het Hoofd van gewestelijk bestuur (?) bij ontstentenis, belet of afwezigheid van het hoofd van een Landsopvoedingsgesticht de noone: voorzieningen onder nadere goedkeuring van den Directeur van Jus ti Ee
11a. (Ing. 9. 26—278.) (1) De directeuren der Landsopvoedingsges ej, ten zijn bevoegd om het personeel bij de onder hun bebeer staande, aes ten beneden den rang van onderdirecteur(trice) wegens kleine dien el fon grijpen en tekortkomingen te straffen met geldboeten telkens vai ie hoogste een dertigste van het maandelijksch bedrag hunner berge Peder met dien verstande, dat deze geldboeten te zamen maandelijks vo niet te heb één vierde van het maandelijksch bedrag dier bezoldiging
oven gaat. se in
(2) De in het vorige lid bedoelde geldboeten worden en ’s Lands kas gestort. Zij mogen in geen geval voor andere worden aangewend. n het person
12, (1) Ten aanzien van het dragen der van Landswege Ei oding geeft neel te verstrekken onderscheidingsteekenen en uniforms de Directeur van Justitie de noodige voorschriften. ptspersoneel ver
(2) (Toeg. S. 26-278.) In dienst zijnde is het gestic plicht de voorgeschreven dienstkleeding te dragen. toegestane fond:
Binnen de grenzen der daarvoor bij de begrooting oo de in art. de gen wordt door den directeur van het gesticht, in overleg aes een op Pe bedoelde commissie van bijstand, voor het geatichtsper bende poekerd gebied van opvoedkunde en vakonderricht betrekking : aangelegd. Landsopvoedis”
(Gew. S. 26-278.) Bij het bezoeken van een jandswerm
() Artt. 10—51 zijn ran overcenkomstige toepassing op 403: inrichtingen krachtens S. 36—160 art. 3* (hieruchter’ srgents 5. | a hae a gvtsl. v. Jav. Mad. en de buitengew. 0°
ed i. oe
DWANGOPVOEDING- gesticht door het Hoofd van het : inspecteerende ambtenaren van dees ioe A cedings- en armwezen, de Commissie van bijstand is her ee at en door de leden yan de verlangde inlichtingen. verplicht tot het geven van alle
- (1) De leden van het Tsor DEE beroep uitoefenen zonder mieten ne andere bediening of
(2) Zi Hoen middellijk noch onmiddellijk naer ede
(3) (Gew. S. 26-278.) Deze bepali ijn ni pe wier betrekking san ez Lang ee niet van toepassing op hen, van een bijbetrekking. gsgesticht het karakter draagt
15 a. (Ing. 8. 26-278.) (1) Het gesti ht : mogelijk bij het gesticht te eN arn pasar pote £00 dicht
(2) Waar voor dit personeel dienstwoningen beschi ijn. i ieder verplicht de hem ‘aangewezen Re A egen EP ee
(3) In bijzondere gevallen kan door het Hoofd van het tucht-, opvoe- dings- en armwezen afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit art. worden toegestaan.
15 b. (Ing. 8, 26—278.) In de huishoudelijke reglementen voor de Landsopvoedingsgestichten, welke door den Directeur van Justitie worden vastgesteld, kunnen de bevoegdheden, de verplichtingen en de werkkring van het gestichtspersoncel nader worden omschreven,
b. Bepalingen ne enetionds dien directeur in het J zonder, (3) 16. (Gew. S. 26-278.) De directeur is ondergeschikt aan het Hoofd ; van het tucht-, opvoedings- en armwezen en verplicht de bevelen, die door hem of namens hem door de inspecteurs voor het tucht-, opvoedings- en armwezen worden gegeven op te volgen.
- (1) De directeur is verantwoordelijk voor den goeden gang van zaken in het gesticht. Hij waakt voor de naleving van de wettelijke en administratieve voorschriften, bd} A
(2) (Gew. S. 26-278.) In geval van noodzakelijkheid treft hij onder nadere goedkeuring van het Hoofd van het tucht-, opvoedings- en arm-
‘ wezen zoodanige maatregelen als door de omstandigheden geboden zijn.
- (1) De directeur regelt den dienst van het aan het gesticht ver- bonden personeel, dat aan hem ondergeschikt is en verplicht is zijne bevelen op te volgen. ¥ soheid
(2) (Gew. S, 26-278.) In geval van ontstentenis, belet of afwezighei van het aan hem ondergeschikte personcel doet de directeur zoo noodig
aan het Hoofd van het tucht-, opvoedings- en armwezen de noodige voor- stellen tot het treffen van de vereischte voorzieningen. i x
- (1) De directeur doet jaarlijks verslag omtrent het gp rie 8 voerde beheer en den toestand van Dak gesticht naar bepalingen doo den Directeur van Justitie vastgesteld. -
(2) (Gew, S. 26-278.) Buitengewone voorvallen heee dineke Onverwijld ter kennig van het Hoofd van het tucht-, opvoeding wezen 5 :
: ; t, welke } 20. (Gew. S. 26-278.) De directeur stelt eon re arm- Ran de goedkeuring van het Hoofd van het tucht-, op Wezen onde en is, ings- 20a. (Toeg, S 26-278) (1) De Directeur van en ans gesticht is verplicht de uiterste zorg te dragen, dat PE ts verstreken is, de tijd, gedurende welken zij in het gesticht geplaa h f Vgdatip waarop in vrijheid worden gesteld, en bijaldien os eel ieee zich tijdig de invrijheidstelling moet geschieden, cenige my cht-, opvoedings- en 1 dienaangaande te wenden tot het Hoofd van het tucht-, ®rmwezen, jjs uitgereikt, | (2) Bij ontslag uit het gesticht wordt een ontslagbewijs uitg () reonkomstige toepassing op laudswerk: ie 10-51 z ove se (hi : | lorichtingen Termont S. BR=160 art. 8° (hierachter)
1272 DWANGOPVOEDING-REGELING. | Nn TITEL Il. VERPLEEGDEN. § 1. Algemeene bepalingen. (3) {
- (Gew. S. 26-278.) Bij aankomst in een Landsopvoedingsgesticht worden de verpleegden in ontvangst genomen door den directeur, die de voor hunne opneming noodige maatregelen treft.
22, De verpleegden mogen niet in het bezit van de op hen aangetroffen pocevestden of van de door hen medegebrachte goederen worden ge- aten.
- (1) In het daarvoor bestemde register wordt aanteekening gehou- den van de in bewaring genomen gelden en goederen der verpleegden '
(2) Goederen, welke niet geschikt zijn om bewaard te blijven, worden aan de ouders of familieleden van den verpleegde door tusschenkomst van het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur afgegeven,
‘ (3) Bi zeer enge waande kunnen deze goederen op last aan den direc- eur ook worden vernietigd.
(4) Van de afgifte of vernietiging van goederen wordt in het betrekke- lijke register eveneens aanteekening gehouden.
(5) De in bewaring genomen gelden worden in de uitgaanskas gestort,
(Krachtens S. 31—168 jo. 423 wordt voor de gutsl. v. Jav. Mad, in art.
23 (2) tusschen ,,verpleegde” en ,,door’’ ingevoegd : „zoo noodig”, en
voorts in artt, 23 (2), 26 en 33 (3) ipv. „het Hoofd v. pl. best.” gelezen „den ass.-res., dan wel het districtshoofd”.)
_24. Bij vermoeden, dat een verpleegde aan een besmettelijke ziekte lijdendeis, wordt hij, inafwachting van geneeskundig onderzoek, o n mid- ; dellijk afgezonderd in een daarvoor bestemd lokaal. |
25, (1) Omtrent iederen verpleogde worden gehouden alle aanteeke- ningen, die van beteekenis zijn voor de kennis van zijn persoonlijkheid ; daarbij behoort een zoo uitvoerig en nauwkeurig mogelijke beschrijving van zijn afkomst en verleden, zijn lichamelijken en geestelijken toestand.
(2) Omtrent de inrichting van die aanteekeningen en van de persoons- beschrijving geeft de Directeur van Justitie voorschriften.
26, De directeur doet een week na de opneming en verder zo0 vaak 4 hem zulke wenschelijk voorkomt berichten betreffende de verpleegden toekomen aan hun ouders of voorgden, zoo noodig door tusschenkomst van het Hoofd van plaatselijk bestuur van de plaats, waar de ouders of voogden woonachtig zijn. (Zie aant. onder art. 23.)
In buitengewone gevallen, ter beoordeeling van den Directeur van Justitie, kan aan verpleegden met machtiging van dien Departements- chef, onder de door dezen te bepalen waarborgen, worden vergund tijde lijk het gesticht te verlaten. Er den re van of met verpleegden staat onder toezicht v8?
Op tijden in het huishoudelij kan aan ver: pleegden worden Kak Ee cr alice Ee betrek: angen te ontvangen, Omtrent de toelating van de zich aanmeldende Pe | Coo Baebes directeur, behoudens beroep opden Directeur rae Je Ì eae goed gedrag kan aan verpleegden naar regelen in h 4
eudsiik reglement te stellen de beschikking worden toegestaan oxen ree ij Sao hun voor hun arbeid krachtens art. 48 toegekende 8°
- In gevallen van krankzinnighei i uwlijden, YES poke of lichamelijke En Gane DE besmettelij ziekten kunnen de daaraan lijdende verpleegden naar krankzinn’6” An es ziekenhuizen of andere inrichtingen, bostemd tot behandelin os: ien ea enon overgebracht en aldaar tijdelijk oP Lan:
C) Artt, 10—51 zijn van ovc k ti t ti op jandewerk inrichtingen krachtens S, 36160 Babe ern en
nn | DWANGOPVOEDING-R $ 2. Stoffelijke verzorging. (2) 32. (1) De directeur treft — igi Alle’ maatregelen: die in’ he Zoo noodig in overleg met den geneesheer — : t belang der lichamel inhet pleegden noodig zijn. amelijke reinheid van de ver- (2) Alle verpleegden nemen dagelij : beweging in de open lucht, De be winneer het weder dit toelaat, lijk bevorderd. Beers Pordyzoovsel TROBE:
- (1) De verpleegden word i
(2) (dew. 8. 26-278 ; 27-207 art, V) Toren er ee gekleed. sing krachtens de artt. 302 of 384 van het Burgerlijk Were wier plaat- art. 134 van het Reglement op de rechterlijke. dai ee Se eerste lid van art, 230 van het Tide dese Reon ene Het overeenkomstige artt. van het ed Bute Evan de daermede Landsopvoedingsgesticht voor niet langer dan ea en Had wipe verblijf aldaar om andere redenen vermoedelijk van iet Toe tice
t je : :
Wa en den directeur van het gesticht van dezen regel (3) De eigen kleeren van verpleegden, die ni i en niet tot het einde van den tid alee VEE Lutte Me laa ; worden door den directeur aan de ouders of voogden zoo noodig door tus- schenkomst van het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur terugge-
zonden, (Zie aant. onder art, 23.)
(4) Indien deze kleeren een zeer geringe waarde hebben, kunnen zij ook op last van den directeur worden vernietigd.
(5) Van de bewaring, afgifte of vernietiging van de eigen kleeren der rep pecarn wordt in het in art, 23 bedoeld register aanteekening gehou-
34, De Gouverneur-Generaal bepaalt welke kleedingstukken, hoeveel stuks per jaar en per hoofd van Landswege aan de verpleegden ten ge- bruike worden gegeven.
- (1) De gestichtskleeding blijft het eigendom van den Lande en wordt bij ontslag van de verpleegden weder teruggenomen.
À @) Vermaken, ruilen of weggeven van kleeding is ten strengste ver- | oden,
(3) Voorzoover daarin niet op andere wijze is voorzien, houden de verpleegden de hun in gebruik gegeven kleeding zelf in goeden en zinde- lijken staat,
(4) Voor het wasschen van de kleeding der verpleegden wordt van Landswege de noodige zeep verstrekt. !
- (1) De Gouverneur-Generaal bepaalt welke artikelen en elks hoeveelheden per hoofd en per dag ten behoove van de voeding van Landswege worden vorstrokt. .
(2) In het huishoudelijk reglement worden voorschriften ODE omtrent de wijze van bereiding der spijzen, van de dagelijksche verstrek: ae der maaltijden, van deuren, waarop deze plaats Ge en drinkgerei dat ten gebruike wordt gegeven: i
- (1) De toebere die der spijzen geschiedt zooveel mE gebruikmaking van de diensten der verpleegden binnen hee oe cht.
(2) De directeur draagt zorg, dat die bereiding op bone He en voor iederen maaltijd afzonderlijk plaats vindt en daarbij de groo mogelijke zindelijkheid wordt betracht. F
- (1) De Gouverneur Generaal bepaalt welke oee beets alt. de ligging der verpleegden van Landswege per pools woe ae 5 A p'ec5 fete @ binnen de grenzen der daar-
(2) De Directeur van Justitie is bevoegd Dinner | ichten voor
Voor bij de begrooting toegestane fondsen het noodige a delijke artike- re aanschaffing en het onderhoud van huisraad en huishoucely) en, benoodigd voor de huisvesting der verp. leggen, TO
landswerk- , () Artt, 10-51 z reenkomstige toepassing OP inrichtingen eee 3. 36-160 art. &* (hierachter).
1274 DWANGOPVOEDING-REGELING. | EE § 3. Van de zorg voor de gezondheid der verpleegden. (1) 39. (Gew. S. 26-278.) Voor elk Landsopvoedingsgesticht wordt door den Directeur van Justitie een geneeskundige aangewezen, die belast is met de geneeskundige zorg voor de verpleegden. | 40. (1) De directeur van het gesticht draagt zorg dat in het gesticht de grootst mogelijke reinheid heerscht.
(2) Elken ochtend zoo spoedig mogelijk na het opstaan wordt naar de gezondheid der verpleegden een onderzoek ingesteld
(3) Verpleegden, die ziek worden bevonden of zich ziek melden, wor- den ingeschreven in een ziekenboekje volgens model door den Directeur van Justitie vast te stellen. |
(4) Zij, die zich niet in staat gevoelen tot arbeiden, worden in afwach- ting van het onderzoek van den geneeskundige in een daarvoor bestemd vertrek van het gesticht opgenomen. .
(5) Op het uur van het ziekenrapport worden de in het tweede en derde lid bedoelde verpleegden voor den geneeskundige gebracht, die zijne bevinding in het ziekenboekje aanteekent.
(6) Op dat uur moeten tevens voor den geneeskundige verschijnen de nieuw opgenomen verpleegden, zoomede de verpleegden, die ingevolge art. 73 dezer Voorschriften vóór hun opzending naar elders geneeskundig onder zocht moeten worden. Dit onderzoek omvat ook hun geestelijken toestand,
(7) Wanneer na het houden van het ziekenrapport verpleegden ziekte- verschijnselen vertoonen van ernstigen aard, geeft de directeur van het gesticht hiervan onmiddellijk kennis van den geneeskundige, belast met den dienst in het gesticht. /
(8) Alle verpleegden worden eenmaal ’s weeks aan een geneeskundig | onderzoek onderworpen. |
- (1) Zieke verpleegden worden zooveel mogelijk in het gesticht be- handeld,
(2) Indien de geneeskundige belast met den dienst in het gesticht dit noodig oordeelt, kunnen zieke verpleegden in een ziekeninrichting ter plaatse worden opgenomen. 2
(2) In bijzondere gevallen kan de Directeur van Justitie machtiging verleenen zieke verpleegden, voor wie zulks door den geneeskundige . belast met den dienst in het gesticht dringend noodig wordt geoordeeld, in een ziekeninrichting elders te doen opnemen. jk
(3) In de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid van dit art. blij- ven de verpleegden in administratie bij het gesticht. _
(Gew. S. 26-278 ; 27-227 art. V.) Zieke verpleegden, die wegens het verkrijgen van den 18-jarigen leeftijd of wegens het verkrijgen van onvoorwaardelijk of voorwaardelijk ontslag, of van het verstrijken, van den termijn, gedurende welken op grond van de artt. 302 en 384 van het Burgerlijk Wetboek of van art. 134 van het reglement op de rechterlijke organisatie of van het eerste lid van art. 230 van het Indonesisch Regle- ment of van de daarmede overeenkomstige artt. van het Rechtsreglement Buitengewesten door den rechter hun plaatsing in een Landsopvoedings- gesticht is gelast, zouden moeten worden ontslagen, kunnen, oee / zulks door den geneeskundige noodig wordt geoordeeld, tot hun volledig herstel in de ziekeninrichting van het gesticht verblijven. di
In het huishoudelijk reglement van het gesticht worden 200 noo 8 nadere voorschriften opgenomen omtrent den dienst van den genen, kundige en het verplegingspersoneel zoomede voor de behandeling zieke verpleegden.
§ 4. Onderwijs, handenarbeid en vakonderricht. (*) = _ 44. De Directeur van Justitie bepaalt in welke vakken aan de Been ’ in aanmerking komende verpleegden gewoon lager onderwijs zal WO | gegeven.
() Artt. 10—51 zin van overeenkomstige toepassing OP landswerk inrichtingen krachtens S. 36—160 art. 8* (hierachter).
DWANGOPVOEDING R NG-REGELIN g 1275 45. De handenarbeid wo 6 rdt overeenk ; 5 het gesticht vast te stellen Heres aomate door den directeur van Directeur van Justitie onderworpen zijn aN de goedkeuring van den algemeene ontwikkeling van elken rele met het oog op de gemaakt aan de voorbereiding tot konden kan worden dienstbaar 46. (1) Het vakonderricht wordt gegeven j oe afzonderlijk. Bn in de onderscheidene vakken 47. Bij de indeeling bij Ll. DI 3 Jeen bepaald v 5 Ee ning gehouden met keuze en ale don ere eel mogelijk reke. 48. (1) Voor den arbeid wordt. i Scan. ahs 2 t, tenz ne : aard, zich daartegen verzetten, a ralen van opvoedkundigen bedrag toegekend. = UES) Desooning, tot een matig (2) Het bedrag daarvan wordt naa E c ly r maatst: fr a band met gedrag en vlijt bepaald overeenko ao an Been in ver- Justitie vast te stellen regelen. Eg oorden; Directeur van (3) De toegekende belooning is het oiee eef t=) tral and 7 blijft. alssrewel. inde meere pee om van den verpleegde ; zij 4) (Toeg. S, 23— ; i eee siens 4 &2 |. Douasbeid van dan verpleegden wordt zooveel EL : SboDive 4akt aan de behoeften v + verschi - konivigs's Tanna en an de verschillende tak. me ade a De vervaardigde voorwerpen, die daartoo niet a » worden op de voor den Lande meest voordeelige wijze 5 (6) (Toeg. S. 23-183.) De opbrengst van den arbeid der verpleegden he | ten bate van den Lande en wordt, voor zoover geen regularisatie plaats heeft, in ’s Lands kas gestort. 4 49. (Gew. S. 23] $3.) Binnen de grenzen der daarvoor bij de begrooting oeges tane fondsen wijst de Directeur van Justitie zoo noodig in overleg Met den Directeur van Onderwijs en Eeredienst, het onderwijzend perso- ie aan en worden door eerstgenoemd Departementshoofd gelden beschik- JAA gesteld tot het aanschaffen van de voor den handenarbeid en het vakonderrieht benoodigde werktuigen, gereedschappen en grondstoffen. | 50. In het huishoudelijk reglement van het gesticht worden omtrent | den duur van het onderwijs, de-uren, waarop dit zal worden gegeven, z00- mede omtrent de verplichting tot het volgen van onderwijs door de p ta t=} yj verpleegden nadere voorschriften gegoven. f 51. Voor de samenstelling van de boekerij van het gesticht, verricht de directeur binnen de grenzen der daarvoor toegestane fondsen het noodige in overleg met de commissie van bijstand. ; § 5. Godsdienstige verzorging. 52. (1) Na verkregen toestemming van den Directeur van Justitie Wordt aan de verpleegden van het gesticht gelegenheid gegeven om godsdienstonderwijs te ontvangen en godsdienstoefoningen bij te wonen Overeenkomstig het door hen beleden geloof. ) justi _(2) Behoudens uitdrukkelijke vrijstelling door den Directeur van Jus : tie op verzoek van de wettelijke verzorgers of om gewichtige pedann f ietleenen nemen de verpleegden aan de in het vorige lid bedoelde gods: “lenstocfeningen en godsdienstonderwijs deel. : , 53. Het is aan geestelijken en godsdienstlecraars verboden zich Zande emg van den directeur in beter mine te Aelen LOUT eegden, &t godslienstige verzorging aan anderen 18 OPSeErre 54. Met wenschen, welke door ouders of voogden warden ken baa semaukt, omtrent de godsdienstige verzorging van verpleegden, 200veel mogelij i d gelijk rekening gehouden. re n wordt aS Ci Op Zon- en alzemeen erkende Christelijke feestdage “CN arbeid verricht 2) T Deen ; ie de or hen beleden (2) De verpleegden zijn op de overeenkomstig co Fe n yan arbeid Sedsdienst als rustdag te vieren godsdienstige feestdage
1276 DWANGOPVOEDING-REGELING, | — TE a vrijgesteld. ( Art. 55 is van toepassing op landswerkinrichtingen, 8. see
160 art. 9*.)
- In het hnishoudclijk reglement van het gesticht worden omtrent de in art. 52 bedoclde godsdienstige verzorging nadere voorschriften } opgenomen.
§ 6. Van de handhaving der tucht.
- (1) De directeur van het gesticht is verantwoordelijk voor de handhaving van de tucht in het gesticht ; bijgestaan door het hem onder. geschikt gestichtspersoncel waakt hij tegen ontvluchtingen en doet al het mogelijke om wanordelijkheden onder de verpleegden te voorkomen of te onderdrukken. ,
Hij draagt zorg dat het gestichtspersoneel zich onthoudt van hande- lingen, welke het ontzag der verpleegden voor dat personeel zouden kun- nen schaden of gevoelens van wraak of haat bij de verpleegden zouden kunnen opwekken.
(2) Personeel, dat zich aan handelingen als in bet vorige lid bedoeld schuldig maakt, wordt door den direeteur van het gesticht ontslagen, dan wel, zoo hij de bevoegdheid daartoe niet bezit, door hem van dienst ontheven en voor ontslag voorgedragen.
58, (1) De directeur van het gesticht is bevoegd elke inbreuk op orde en tucht, regelen van zindelijkheid, arbeidzaamheid en gezondheid en alle moedwillige beschadiging van goederen te straffen met een of meer der volgende disciplinaire straffen :
a. onthouding van het schrijven of ontvangen van brieven, van bezoek ] of van andere krachtens deze Voorschriften of het huishoudelijk regle- } ment van het gesticht verleende voorrechten of gunsten, gedurende een | door den directeur voor elk geval te bepalen termijn ;
b. verstrekking van water en rijst in plaats van het gewone voedsel ;
ec. eenzame opsluiting ;
d. eenzame opsluiting en gesloten in de ijzeren boeien.
(2) (Gew. S. 20-278.) De straf onder b wordt opgelegd aan verpleegden, die nog niet den leeftijd van veertien jaar hebben bereikt. voor ten hoog- ste 7 dagen, aan verpleegden, die den leeftijd van veertien jaar hebben { bereikt, voor ten hoogste 14 dagen.
Zij wordt in geval zij langer dan 2 dagen duurt slechts om den anderen dag toegepast,
(3) (Gew. S. 26-278.) De straf onder ¢ wordt opgelegd aan verpleeg: den die den leeftijd van veertien jaar niet hebben bereikt voor ten hoogste 4 dagen, aan verpleegden, die den leeftijd van veertien jaar hebben be- reikt voor ten hoogste 8 dagen.
(4) (Gew. S. 26278.) De straf onder d wordt niet toegepast op Ver pleeeden, die den leeftijd van veertien jaar nog niet hebben bereikt, En wordt opgelegd aan verpleegden, die den leeftijd van veertien jaar heb: ben bereikt, voor ten hoogste 4 dagen. dt
(5) Over de oplegging van de straffen genoemd onder h, ¢ en d WE 5 de geneesheer gehoord, dic zich bovendien dagelijks vergewist VAA” werking dier straffen op het gestel der verpleegden en zoo noodig tot O} } heffing of omzetting raadt. in een
- (1) Van elke strafoplegging wordt aanteekening gehouden !E den ee waarvan het model wordt vastgesteld door den Directeur
ustitie.
(2) Een afschrift van dit register wordt maandelijks door den directeur aan den Directeur van Justitie toegezonden. A n den _ (3) De Directeur van Justitie is bevoegd om naar aanleiding Mor 55 inhoud van dit register aan den directeur de noodige opmerking | maken of hem van voorschriften te voorzien. in dier
- (1) De straffen kunnen voorwaardelijk worden uitgesproken lecgde voege, dat bepaalde verplichtingen worden gesteld, waaraan de verp i heeft te voldoen. |
|
| DWANGOPVOEDING-R
(2) In geval van voldoening d
nbr £ daaraan wordt de straf beschouwd als niet 61. De opgelegde straffen kunn i
pleegde daadwerkelijk berouw san AGE, wanneer de ver- or Bij OE van briefwisseling of Boe worden de oud, f
n zoo i B uders
ee ss zoo noodig door de zorg van den directeur daarmede in Manis
- (1) De eenzame opsluitin rd i waarin aan den voren in ate ron Kannen bede Cee) verrichten van arbeid. 5 Beoneld wordt gegeven tot het
(2) Tot hem hebben alleen toegan ij i de directeur en de beambte met beh ene set Em
Ieder met cenzame opsluiting gestrafte verplee as is rdt ite. keeren daags gedurende een uur in de gelegenheid besteld Sn Ber aes te baden en in de open lucht te bewegen. Tu
De sluiting in de boeien wordt slecht |
der vierde afdeeling en zij wordt ten nitroer pelzen todo cure handboeien alleen, hetzij door middel van hand: en voetboeien.
Gedurende den tijd dat de in art. 58 onderb, cen d vermelde straffen worden ondergaan, is de verpleegde tevens verstoken van alle voorrechten en gunsten, welke hij anders zoude genieten.
(1) Iedere verpleegde, die de hem verstrekte kleeding, ligging, gereedschappen of wel hout of ijzer- of metselwerk van het gesticht of andere hem niet toebehoorende goederen moedwillig beschadigt, vernielt of zoekmaakt, is onverminderd de hem op te leggen straf, tot vergoeding gehouden. ‘
‘ (2) Hiertoe kunnen de door hem bij aankomst in het gesticht in bewa- ring gegeven gelden dan wel de krachtens art. 48 toegekende geldelijke belooning worden aangewend.
TITEL II. ONTSLAG.
„68. (1) Aan do verpleegden, wier ter beschikking stelling van de Regee: ring onherroepelijk is geëindigd, wordt de uitgaanskas hetzij ineens, hetzij in termijnen uitgekeerd. Er Heg
(2) Bij ontslag tengevolge van het voorwaardelijk eindigen van dojter beschikking stelling van de Regeering kan de directeur een deel der uit- gaanskas doch ten hoogste de helft aan den verpleegde, uitkeeren, hetzij meens, hetzij in termijnen. ze
- (1) De directeur van het gesticht draagt zorg dat bij het SRY OOR: Waardelijk of voorwaardelijk ontslag van verpleegden alle hun gehe a rende gelden en goederen, bedoeld. bij art. 23, Worden terueeegoy Oy AOEN
leens, hetzij bij gedeelten. REE
(2) Aan den verpleegde wordt een bewijs uitgereikt, anton de hem
toebehoorende goederen en gelden. gespecificeerd staan verme/d. heb feet
De verpleegden kunnen bij hun ontslag worden eo takken ae door den Directeur van Justitie te bepalen Landsk'eedings €n Landsuitrustingsstukken. ae ei Re
Bij hun ata worden de es Sea indien zige foes en ves hun wettelijke verzorgers worden & pn oem
Serkleeding naar de plaats hunner bestemming : i
- Wee panier dan wordt bij hun ontslag van annen Ee of reisgelegenheid. verstrekt, indien de stand hunner bis itgaven wor: mogelijk of niet wenschelijk maakt, dat daaruit zoodanige uitg
en bestreden hetzij aan
. 5 + raoon, hetzij aan
A 13. (1) Verpleegden, die hetzij DE EA als bedoeld bij On vereeniging, stichting of instelling van toevertrouwd, worden art. 46 van het Wetb. van Strafr. kunnen worden toe ’ Vóór hun vertrek geneeskundig onderzocht.
1278 DWANGOPVOEDING-REGELING. en
(2) Hun uitgaanskas, alsmede alle op hen betrekking hebbende beschei. den en alle hun toebehoorende gelden en goederen, bedoeld bij art. 23 worden in dit geval in bewaring overgegeven aan den bijzonderen persoon | of aan het bestuur der vereeniging, stichting of instelling: van weldadig: | heid, die voortaan in hun opvoeding zal voorzien.
TITEL IV. : ; COMMISSIE VAN BIJSTAND. , :
- (1) (Gew. S. 26—278.) Aan elk Landsopvoedingsgesticht is een Commissie van bijstand verbonden. |
(2) (Gew. S. 23-183.) De Directeur van Justitie regelt de samenstelling
en den werkkring van de commissie en benoemt de leden, voor zoover zij
niet, ingevolge het derde lid, ambtshalve van de commissie deel uitmaken.
(3) Ambtshalve maken van de commissie deel uit het Hoofd van plaat- selijk bestuur, die tevens als haar voorzitter optreedt, de directeur van het Landsopvoedingsgesticht, (en) de geneeskundige belast met den dienst in het gesticht. ( Voor de gvisl. v. Jav. Mad. wordt in lid 3 ipv. „het Hoofd v. pl. best” gelezen j,de regent’’ en na,,optreedt’’ ingevoegd „de ass.-resident’’ ;
S. 31-168, 423.) «
- (1) De commissie vergadert ten minste tweemaal ’s jaars en voorts zoo dikwijls als de voorzitter dit noodig acht.
(2) Ter vergadering worden alle aangelegenheden behandeld, welke kunnen. strekken in het belang van het Landsopvoedingsgesticht en de | daarin opgenomen verpleegden. - i |
(3) De commissie maakt door tusschenkomst van het Hoofd van gewes- | telijk bestuur (1) bij den Directeur van Justitie alle zoodanige voorstellen | aanhangig als zij dienstig zal oordeelen.
(4) De leden der commissie hebben te allen tijde toegang tot het Lands- | opvoedingsgesticht.
- De commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast en onderwerpt | dat aan de goedkeuring van den Directeur van Justitie.
ii “PITEL MV, | BEPALINGEN VAN VERSOHILLENDEN AARD. |
(Krachtens S. 36~160 art. 15 zijn artt. 77-80 op landswerkinrichtingen van overeenkomstige toepassing.)
TT. (Gew. 8. 26278) De Directeur van Justitie stelt de modellen vast van de boeken, registers en staten, welke in de Landsopvoedingsgestichten | moeten worden aangehouden én bepaalt welke verslagen, verantwoordinge | en opgaven en staten moeten worden ingediend, zoomede op welk0 | ydstippen. : ee |
(Gew. S. 26—278.) De inspecteurs van het tucht-, opvoeden Fe | urmwezen doen zich de in het vorige lid bedoelde registers enz- by 4s | bezoeken aan de Landsopvoedingsgestichten voorleggen, ten einde na | gaan of zij behoorlijk zijn aangehouden. i. sen |
Van het overlijden van verpleegden wordt door den directeur Ye het gesticht onder verstrekking van de noodige gegevens rechtstre kennis gegeven aan : 0 i oe jeden
a. den ambtenaar yan den burgerlijken stand, indien de over eland behoort tot een categorie van personen, waarvoor een burgerlijke 1s ingesteld ; jstrictë: |
b. het Hoofd van plaatsclijk bestuur (?) (den ass.-resident of het dist deze hoofd) van de plaats van herkomst van den overledene (naar gelang ————— d.en
() S. 25-433 jo. 39—283.en" | 264 :in'dogvtsl. v. Jav, Mad: 2) de buitengew, den reaction doende S 2g — 241. Ct. Dh Ao
() Voor de gvtsl. v‚ Jay.. Mad. wordt ipv. „het Hoofd v. Pl. de inge: cursiet gedrukte gelezen en na ,,overledene” de cursieve zinsne voegd. (S. 31-168, 423.)
a Mt DWANGOPYOR 5 Pa. le niel-Indonesiér, dan wel J ndonesiér ¢ : gebreice r 2 idévalnatreen ace mastering aan de ouders of bij ce. den Directeur van Justitie ingen king van de Regeering gestelde bes aoe 5 Het op do ter beschik. : 5 neerjarigen betrekking hebbend pede van Justitie aan te houden register De . De lijken van verpleegden wor =. ili : van den overledene niet: zelf voor ete renallebetrekkkingen gestichtswege op Landskosten ter aarde besteld. we: we zorgen, van HOOFDSTUK 1m. … Verpleging in particuliere zorg. / TITEL 1. OPDRACUT AAN PARTICULIERE ZORG.
- (1) Eenin Indonesië gevestigde bijzondere Tsoon, een aldaar : tigde rechtspersoonlijkheid bezittende vereeniging of een aldaar gevectinde stichting of instelling van weldadigheid, die blijkens schriftelijke verklaring zich aan van Regeeringswege gestelde voorwaarden. met betrekking tot de verpleging van ter beschikking van de Regcering gestelde minderjari- gen onderwerpt, kan, wanneer hij/zij zich tot het aanvaarden van 200- danige opdracht bereid verklaart, desverlangd met toekenning van een tegemoetkoming van Landswege tot wederopzeggens toe met de verplegigg van ter beschikking der Regeering gesteldo jeugdige personen worden belast.
(2) Zoodanige opdracht wordt met inachtneming van het bepaalde bij art. 7 hetzij na verzoek der ouders of voogden, hetzij ale van Regeeringswege verleend.
(3) De kosten van overbrenging en van terugzending komen ten laste van den Lande. |
- (1) De bijzondere persoon, de vereoniging, stichting of instelling van weldadigheid, die zich overeenkomstig hot bij hot vorige art. bepaalde bereid verklaart tot verpleging van ter beschikking van de Regeering | gestelde minderjarigen, deelt daarbij voor zoover het een vereeniging, | Stichting of instelling van weldadigheid betreft, onder overlegging van haar statuten, stichtingsbrieven of reglementen, hetzij in hun geheel, hetzij in uittreksel, den Directeur van Justitie mede, tot welke soort en tot welk aantal van zoodanige minderjarigen deze bereidverklaring zich uitstrekt. F
(2) Verandering in de soort of in het aantal wordt ten minste een Maand van te voren gebracht ter kennis van den Directeur van Justitie.
- De bereidverklaring tot verpleging, de opgave voor welke soort en voor welk aantal, alsmede de duur der bereidverklaring egen or Me
Zoover het een vereeniging, stichting of instelling van we Galera betraft — zooveel mogelijk in een schriftelijke overeenkomst canna 84. Indien bij de in het vorige art. bedoelde overeen ae oon 6 es regeling is getroffen, kan de bereid verklaring te allen tijde wo ee pge zegd, met inachtneming van een opzeggingstermijn van 6 SOA aan 85. (1) Goschiedt de verpleging in ‘cen gesticht of Balasdovell moses Ik Fea gelijktijdig met de mededeeling in art. 82 bedoeld, zo os JK overgelegd : : i a. een plat tee ron van die deelen van het gesticht on van geeen van de terreinen, welke voor de verpleging of de opv ding Gebruikt of bestemd worden; _
„ Cen staat, houdende opgave van: = ; ie ver-
ter leertijd Bealkelt en soort der in het gesticht of kolonie ver Picegde en te verplegen minderjarigen: _ _ ;
2e, de wijze vn afzondering dier minderjarigen ed of wel de ‚38. de wijze van nachtelijke afzondering dier en Jane at a Inrichting der gemeenschappelijke slaapzalen en het toe as aa gedurende den nacht sn wordt ;
1280 DW ANGOPVOEDING-REGELING, SS a 4e, het personeel, aan gesticht of kolonie verbonden ; 5e. het aan die minderjarigen te verstrekken onderwijs en vakonderricht (2) Wijziging der inrichting van de in het eerste lid bedoelde deelen van het gesticht of de koloniën en van de terreinen zoomede veranderin g van de regelingen zooals die in evenbedoelden staat zijn opgegeven, vin. den tijdens den duur der verpleging niet plaats, voordat door of van wege de betrokken vereeniging, stichting of instelling aan den Directeur van Justitie daarvan is kennis gegeven. Deze gehoudenheid tot kennisgeving bestaat niet ten opzichte van wijzigingen of veranderingen van geringen of dagelijkschen aard, welke niet van belang zijn voor het wezen der opvoeding van de minderjaren.
De opdracht tot verpleging, heeft zoo mogelijk slechts plaats aan den bijzonderen persoon, de vereeniging, stichting of instelling van wel- dadigheid, die waarborg geeft voor een opvoeding in de godsdienstige gezindte, waartoe de minderjarige behoort.
Bij de opdracht wordt met de door ouders of voogden kenbaar gemaakte wenschen rekening gehouden, voor zoover die bestaanbaar zijn met de belangen van de minderjarigen en met het algemeen belang.
(Gew. S. 26—278.) (1) Omtrent de vatbaarheid voor overdracht aan particuliere zorg van verpleegden. opgenomen in een Landsopvoedings- gesticht, brengt de directeur van dat gesticht zoodra. mogelijk zijn met redenen omkleed advies uit.
(2) Overdracht anders dan op zoodanig voorstel heeft niet plaats dan nadat de directeur van dat Landsopvoedingsgesticht daaromtrent is | gehoord. |
- (Gew.S. 26—278.) Bij opdracht van een minderjarige aan een bijzon- deren persoon, vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid doet | de Directeur van Justitie aan dien bijzonderen persoon of aan het bestuur
| der vereeniging, stichting of instelling toekomen een uittreksel uit de | processtukken, benevens indien de opdracht plaats heoft na een verblijf in een Landsopvoedingsgesticht een verslag omtrent het verblijf aldaar en j indien een persoonsbeschrijving als bedoeld in art. 25 reeds is opge maakt, | / een afschrift daarvan. : | 90. (1) (Gew. S. 26-278.) Verpleegden in een Landsopvoedingsgesticht, ] | die in het bezit zijn van Landskleeding of van Landsuitrusting, kunnen by | overdracht aan particuliere zorg in het bezit daarvan of van een deel daar- | van worden gelaten. ;
(2) Bij deze overdracht wordt de uitgaanskas overgemaakt aan den betrokken bijzonderen persoon, de vereeniging, stichting of instelling:
91, (1) (Gew. S. 26-278.) Bij overdracht van verpleegden van sn Landsopvoedingsgesticht aan particuliere zorg geeft de directeur Ven ee gesticht onverwijld kennis aan den Directeur van Justitie van het ais waarop de overbrenging heeft plaats gehad onder overlegging van a | gedagteekend bewijs van overneming, afgegeven door den bijzondere | persoon, door het bestuur der vereeniging, stichting of instelling YS | weldadigheid. fon
(2) Geschiedt de opdracht aan particuliere zorg terstond na gen sn
beschikking stelling van de Regeering, dan is de ambtenaar bedoel an
art. d gat de mededeeling en de overlegging, in het eerste lid bedoeld,
verplicht.
De overneming, vermeld bij het vorige art., kan slechts wond geweigerd, indien de minderjarige niet behoort tot de soort, ae De | bereid verklaring zich bepaalt of door zijn opneming het aantal, W de bereidverklaring zich uitstrekt, zou worden overschreden. (en)
Zoowel van Regeeringswege als op daartoe strekkend, met rede gof | omkleed verzoek van den bijzonderen, persoon, de vereeniging; Sao instelling van weldadigheid kan de opdracht worden geschorst of en e of ken, indien de eigenschappen of de toestand van den minderjarig bijzondere zakelijke omstandigheden daartoe aanleiding gever. den, var
(1) In gevallen van krankzinnigheid of ernstig zenuwlijder, |
d Nn eestelijke of lichamelijke gebrek . is ziekten, kan op schriftelijk vorzoe vague yee, of besmettelijk | eeniging, stichting of instelling de daaraan lijdende ve eender Jeen krankzinnigengesticht, ziekenhuis of andere inricht ratte aa ot behandeling van zoodanig lijden, worden overgebracht pe valde pe d ae op Landskosten worden verpleegd. pk (2) Het genot van de toegekende tegemoetkomin d se : t geschorst gedurende den tijd, waarin de ve leegde in ad inrichtingen blijft opgenomen, abten eben pebisane (3) (Toeg. S. 26-278.) Het genot van de in het vorige lid bedoelde | tegemoetkoming wordt eveneens geschorst gedurende den tijd, waarin de verpleegde zich door ontyluchting aan de verpleging onttrokken heeft.
95, (1) Intrekking der opdracht Op grond van het niet naleven der gestelde voorwaarden heeft in den regel niet plaats, zonder dat vooraf aan den bijzonderen persoon, de vereeniging, stichting of instelling een termijn is gegund om alsnog aan die voorwaarden te voldoen.
(2) Is de bereidverklaring bij overeenkomst geregeld, dan wordt de niet naleving der gestelde voorwaarden beheerscht door de daarop betrek- king hebbende voorschriften.
- In geval van intrekking der opdracht worden de gelden en eigen- dommen van den verpleegde, die onder den bijzonderen persoon, de ver: eeniging, stichting of instelling van weldadigheid berusten, overgemaakt aan den directeur van het Landsopvoedingagesticht of in geval van krank- zinnigheid aan den directeur van het krankzinnigengesticht, of aan den
| bijzonderen persoon, of het bestuur der vereeniging, stichting of instelling | tot opneming van dien verpleegde aangewezen. TITEL II, VOORWAARDEN EN TOEZICHT OP DE NALEVING DAARVAN, § 1. Voorwaarden.
| a. Verpleging bij bijzondere personen, aan wie | reohtetreebs does den Directeur van Justitie ter beschikking van de Regeering gestelde minder | jarigen worden toevertrouwd.
- (1) De bijzondere personen, bij wie de verpleegden worden uitbe- steed en de inwonende verdere leden van hun gezinnen moeten zijn van goed zedelijk gedrag en van voldoende beschaving. :
(2) Aangaande de personen, genoemd in het vorig lid, moet een genees- kundige verklaring worden overgelegd, dat hun gezondheid „een gevaar oplevert voor hun huisgenooten. / :
- De woningen der betrokken bijzondere Rn Ce ver pleegden worden opgenomen, moeten gezond gelegen en Bes al ona voldoende ruimte bevatten voor het daarin te huisvesten aanta. Lap zijn
99, Voor de reinheid der verpleegden en dee woning, waarin zij zij Opgenomen, moet nauwgezet zorg worden gedragen. ‘
- (1) yee HG verplanten en verschaft worden gezond, eenvoudig Voedsel in voldoende hoeveelheid en behoorlijke st slaapplaats
(2) Aan iederen verpleegde moet voorts een behoorlijke PP worden verstrekt. id, di :
De verpleegden mogen slechts worden belast met arbeid, die even Tedig is aan hun krachten. sali ig-
De verpleegden mogen niet in meerdere ee pet hoe bezig heden worden belast dan het belang hunner opvoecing n heelkundige b Me De verpleegden moeten de vereischte genees- © Shandeling kosteloos genieten. ; ;
104, 1) De verpleseden moeren sten ee: ae end leeftijd van vijftien jaar het gewone schoolon ora ] te nemen aan het
(2) Aan verpleegden, die ongeschikt zijn om dee
1282 DWANGOPVOEDING-REGELING. Se onderwijs, bedoeld in het vorige lid, moet, afzonderlijk onderwijs worden gegeven. a3 153
(3) In bijzondere omstandigheden kan door den Directeur van J ustitie vrijstelling verleend worden van het in het eerste en tweede lid van dit art. bepaalde.
- (1) Zoodra verpleegden den daartoe vereischten leeftijd hebben bereikt, moet hun doelmatig vakonderricht worden gegeven. |
(2) De verpleegden moeten, indien daartoe gelegenheid bestaat, de | lessen van ambachts-, teeken- of industriescholen en van landbouwcur- sussen volgen.
- Bij de keuze van een vak moet in elk geval zooveel mogelijk reke: ning worden gehouden met aanleg en neigingen van de verpleegden, alsmede, indien zulks met hun belangen is overeen te brengen, met het daaromtrent door ouders of voogden kenbaar gemaakt verlangen.
b. Verpleging in gestichten en kolonies.
(1) De gestichten en kolonies moeten gezond gelegen en ingericht zijn en voldoende ruimte bieden voor het daarin te huisvesten aantal verpleegden.
(1) Het bestuur der vereeniging, stichting of instelling draagt zorg dat de verpleegden dagelijks, wanneer het weder dit toelaat, beweging in de open lucht nemen en op gezette tijden geregelde lichaamsoefeningen | verrichten. :
(2) De verpleegden mogen slechts worden belast met arbeid, die even- redig is aan hun krachten.
Van de aan de verpleegden opgelegde disciplinaire straffen moet aanteekening worden gehouden in een daartoe bestemd register.
(1) De verpleegden moeten worden onderworpen aan een geregeld geneeskundig toezicht.
(2) Zij moeten de vereischte genees- en heelkundige behandeling koste- loos genieten.
- (1) In hetzelfde gesticht mogen geen verpleegden van verschillend geslacht worden opgenomen, tenzij in geheel van elkander gescheiden | afdeelingen. ; f
(2) Deze bepaling is niet toepasselijk op gestichten of afdeelingen van gestichten, waarin uitsluitend kinderen beneden den leef tijd van tien jaar worden verpleegd.
- In de gestichten moeten zooveel mogelijk de jongere verpleegden van de oudere afgezonderd worden gehouden.
113, Waar de verpleegden gedurende den nacht niet onderling a derd worden, moeten de voor hen gebezigde gemeenschappelijke slapen zijn ingericht en moet daarop gedurende den nacht toezicht wor Ee gehouden overeenkomstig de regelingen voor elk gesticht te dien aanzle door den Directeur van Justitie goed te keuren. re ed
114, Het personeel aan de gestichten verbonden moet zijn van 8° zedelijk gedrag. a de
- (1) Do verpleegden moeten ten minste tot het bereiken van def leeftijd van vijftien jaar het gewone schoolonderwijs volgen. _ wijs
(2) Indien de gelegenheid ontbreekt tot het bijwonen van digonden as moet aan de verpleegden een daarmede gelijk te stellen-onderwijs yarns verstrekt. Dit onderwijs moet gegeven worden overeenkomstig eae en elk gesticht te dien aanzien door den Directeur van Justitie goed te Xe leerplan. heten
116, (1) Aan verpleegden, die ongeschikt zijn om deel te ne iis het onderwijs, bedoeld bi het ere art., moet afzonderlijk onderw? worden gegeven. Justitie
(2) In bijzondere omstandigheden kan door den Directeur van art. vrijstelling verleend worden van het in het eerste lid van bepaalde. iid hebber
117, Zoodra de verpleegden den daartoe vereischten leeftij bereikt, moet hun doelmatig vakonderricht worden gegeven.
nn DW ANGOPVOEDING-REGELING. 1283 118. Voor zoover den ver 7 d pleegde 7 : :
geven in het gesticht, moeten ae indies ne enderrient niet wordt ge-
Jessen van ambachts-, teeken-, hanin, ce gelegenheid bestaat de
volgen. 3 Scholen en landbouw-cursussen
‚ Indien de verpleegden vak i 1 .
tee hee beans ha en buiten de gestich-
zorg voor hen is belast, verplicht daarop t AS instelling, die met de
eee Oey hut vorderden Ee veo eae ae houden en zich met
troons in de leer gedaan, dan moet daary pe verpleegden bi) pa-
komst worden opgemaakt, an Sen schirittelyke overeen- 120. De artt. 99, 100, 101 en 126 zij t i
pleging in gestichten toepasselijk, Zn mede ten aanzien, van de ver- ce. Verplegi i j : :
| * ing der verpleegden tot ing bui i
door tusschenkomst van een versen dik Rene oe mbmeee ree
dadigheid, blijft ‘eeniging, stichting of instel Elk
ao oren nek stichting of instelling verantwoordelijk
122, De in het vorige art. bedoelde uith i i ij schriftelijke overeenkomst. beat Cae oa ares PD
Bi deze ibm se moeten bepalingen worden getroffen, die een verpleging overeenkomstig de artt. 98, 9 2 10 105 en 106 waarborgen. : eae vee ae
De vereeniging, stichting of instelling is verplicht afdoende maat- regelen te nemen ten einde de stipte naleving der bij het vorige art. bedoel- de bepalingen te verzekeren.
125, (1) Zij, bij wie de verpleegden worden uitbesteed en de inwonende verdere leden van hun gezinnen, moeten zijn van goed zedelijk gedrag en van voldoende beschaving.
(2) Voor het aangaan der overeenkomst tot uitbesteding moet aan- gaande de personen, genoemd in het vorige lid, een geneeskundige ver- klaring worden overgelegd dat hun gezondheidstoestand geen gevaar oplevert voor hun huisgenooten.
Toezicht, : a. Algemeene bepalingen.
De bijzondere persoon, de vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid is verplicht omtrent de minderjarigen, die hun van Regecringswege worden toevertrouwd, aanteekeningen te houden naar een door den Directeur van Justitie voorgeschreven model, is
Omtrent de aan haar toovertrouwde minderjarigen doet de bijzon- dere persoon, vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid jaar- lijks vóór 1 Maart over het afgeloopen kalenderjaar verslag aan den Direc- teur van Justitie. Het verslag wordt ingericht overeenkomstig een door den Directeur van Justitie vastgesteld model.
(1) Van buitengewone voorvallen, do minderjarigen betreffende, geeft de bijzondere persoon of het bestuur der vereeniging, stichting of Wstelling van weldadigheid onverwijld kennis aan den ORS LE eh ee
ustitie,
(2) Indien een minderjarige zich heeft onttrokken aan het over hem gestelde gezag, geeft de bijzondere persoon of het bestuur der vereeni- Bing, stichting of instelling hiervan tevens kennis aan het Hoofd van plaatselijk bestuur (+) van de plaats, waar hij behoort te verblij ven, welk bestuurshoofd terstond het noodige voor zijn opsporing zal hebben te verrichten, ef ichti „129. De bijzondere persoon, het bestuur der vereeniging, ee of instelling verstrekt aan den Directeur van Justitie desvereischt alle ver- Angde inlichtingen de minderjarigen betreffende.
LE iad sey ee 0) S. 3l—lfi8, 423 jie. 39-288, 40—3 : in de gvtsl. vy. dav. Mad. „den --resident”’,
1284 DWANGOPVOEDING-REGELING | a ae En 6. Toezicht op verpleging door bijzondere per sonen, aan wie door den Directeur van Justi- tie rechtstreeks ter beschikking van de | Regeering gestelde minderjarigen wo r- | den toevertrouwd,
130, Na ontvangst van de verklaring dat een bijzondere persoon zich | onderwerpt aan de voorwaarden gesteld onder §1 onder a van dezen | titel, doet de Directeur van Justitie een onderzoek instellen naar den | bijzonderen persoon, zijn gezin en zijn woning.
- Indien de Directeur van Justitie naar aanleiding van dit onder- zoek beslist dat de bijzondere persoon niet voldoet aan de gestelde eischen, | stelt hij den betrokken persoon daarmede in kennis,
132, le beslissing dat een bijzondere persoon wel voldoet aan voor- melde eischen kan genomen worden onder voorbehoud, dat binnen een | daarbij te stellen termijn bepaalde eischen worden ingewilligd of bepaalde | verbeteringen worden aangebracht.
- (Gew. S. 26-278.) De bijzondere personen zijn verplicht aan het Houfd van het tucht-, opvoedings- en armwezen, de inspecteurs van dezen dienst of een anderen, daartoe door hem aangewezen ambtenaar toegang tot hun woning te verleenen en omtrent de verpleging der bij hen uitbestede minderjarigen alle gewenschte inlichtingen te verschatfen.
c. Toezicht bij verpleging in gestichten on kolonies.
Na ontvangst van de verklaring dat een vereeniging, stichting of instelling zich onderwerpt aan de voorwaarden gesteld onder § 1 onder b van dezen titel, doet de Directeur van Justitie een onderzoek instellen omtrent de daarbij opgegeven gestichten of kolonies.
Indien de Directeur van Justitie naar aanleiding van dit onder- zoek beslist dat cen gesticht of kolonie niet voldoet aan de gestelde eischen, stelt hij de vereeniging, stichting of instelling in kennis met de gronden ier beslissing, —
De beslissing dat een gesticht of kolonie wel voldoet aan voor-
‘ melde eischen kan genomen worden onder voorbehoud dat binnen een | \ daarbij te stellen termijn bepaalde verbeteringen worden aangebracht. 137, (Gew. S. 26—278.) Het Hoofd van het tucht-, opvoedings- en arm-
wezen, de inspecteurs van dezen dienst of een andere, daartoe door hem | aangewezen ambtenaar moet ten allen tijde in de gestichten en kolonies
worden toegelaten. Hun worden alle verlangde inlichtingen verstrekt. |
d. Toezicht bi verpleging buiten gestichten of
: kolonies.
138, Van iedere overeenkomst als bedoeld bij art. 122 zendt het bestuur der vereeniging, stichting of instelling een gewaarmerkt afschrift aan den | Directeur van Justitie onder mededeeling van het tijdstip, waarop verpleging in uitbesteding is aangevangen. eG |
139, (1) Op de personen, bij wie ter beschikking van de Regeering ie | Belle ede aen zijn uitbesteed, is mede van toepassing de in art. | omschreven verplichting. : .
(2) Deze verplichting er vermeld in deovereenkomst tot uitbesteding. |
| TITEL III. | WIJZE VAN BEPALING EN TOEKENNING DER TEGEMOETKOMING. |
- (1) De tegemoetkoming wordt verleend in verband met den lee | is ming : verstrekte tijd der verpleegden, de wijze hunner verpleging en het hun lager onderwijs en vakonderricht. 4 bedrag |
(2) De Directeur van Justitie is gemachtigd voor elk geval he n vast der tegemoetkoming met inachtneming der volgende bepalinge
te stellen, |
nnn | DWANGOPVOEDING-REGELING. 1285 ne
- (Gew. S. 26-278 jo. 522, 5 bedraagt per hoofd voor en an tegemoetkoming
__hoogste / 32,50 indien de verpleging geschiedt bij boon er deer ten ier IBA BGO Rath > : Dl) bijzondere personen :
bij verpleging in gesticht of kolonie ten hoogste f 22,50. 3 boven den genoemden leeftijd ten hoogste f 37,50 indi Mae verpleegden geschiedt bij bijzondere personen, bij verpleging in ne pie ss hoogste f 27,50; met dien verstande, dat Gede den of Kolonie ten volle maanden worden gerekend. ‘ Bee COR COOL
- In geval van verpleging door bijz : 3 tengewone gevallen tar sbessrdesliae an en Dear Ween ane Shea har aan het. door de verpleegden ontvangen ndecwinren vakonderricht, vergoed worden, alsmede de ko 5 kundige behandeling. de kosten voor. genees: on heel
143, (1) (Gew. S, 26-278.) In geval van verzorging in gestichten en kolo- nies van de tegemoetkoming ontvangende vereeniging, stichting of instel- ling kunnen de in art. 141 genoemde bedragen ten volle slechts worden tvegestaan voor de verpleegden der eerste groep, indien zoowel hun ver- pleging als het hun te verstrekken lager onderwijs komt ten laste van die vereeniging, stichting of instelling, voorde verpleegden der tweede groep indien zulks het geval is met de verpleging en het vakonderricht.
(2) (Gew. S. 26278 jo. 522.) De in de voorgaande artt. genoemde bedragen kunnen niet ten volle worden uitgekeerd voor verpleegden voor wier verzorging de bijzondere personen, vereeniging, stichting of instel- ling van weldadigheid reeds uit anderen hoofde, hetzij uit de kassen van een publiekrechtelijk lichaam, hetzij van particuliere zijde eenige bijzon- dere tegemoetkoming ontvangt.
(Gew. S. 26-278.) Bij de bepaling van het bedrag der tegemoet- koming, kunnen verpleegden der eene groep gelijkgesteld worden met dio der andere, indien de wijze van hun verzorging daartoe aanleiding geeft.
(Gew. S. 26—278.) Voor verpleegden, wier verzorging wegens hunne ziekelijke gesteldheid, het hun te verstrekken onderwijs of vakonderricht, of andere bijzondere omstandigheden voor de vereeniging, stichting of
“instelling van weldadigheid buitengewone kosten medebrengt kan het bedrag der tegemoetkoming worden bepaald op ten hoogste / 37,5U per | hoofd en per maand. :
146, (1) In verband met de omstandigheden omschreven in de voor- | afgaande artt, kan het vastgestelde bedrag der tegemoetkoming worden gewijzigd. \ . zt
(2) De bijzondere persoon, vereeniging, stichting of nele de aie rechtigd en gehouden de omstandigheden, die tot wijziging aan eloing kunnen geven, ter kennis te brengen van den Directeur van Ee
- (1) De aanvrage tot toekenning van eene vagemoelkonne De ae nadat de bijzondere persoon, de vereeniging, stichting ion ee en zorg voor den verpleogde heeft aanvaard, gebracht ter Kennis anitahootd Directeur van Justitie overeenkomstig een door dat Departen vastgesteld formulier. Nt : Serene
(2) De bijzondere persoon, vereeniging, stichting gt en den Directeur van Justitie desgevraagd alle gee De
eoordeeling van zijn aanspraak op eene tegemo : i
148, (Gea as 26278) (1) De uitbetaung van de tegemoetkoming geschiedt als regel maandelijks.
(2) De Dien van J aunt is bevoegd Sa a aE Voor zoover ten behoeve van de door hen be hose d ite enoten is, bij Voorafgaande jaar reeds ondersteuning uit 8 yan atioming uit te jen ee eben datover het voor- betalen van ten hoogste tachtig procent De nde dat bij het verleenen
Afgaande jaar is uitgekeerd, met dien ve ] esteld worden, dat de reeds van die tegemoetkoming de voorwaarde if orsteuningebedrag, waarop genoten gelden na de toekenning van het on a edurende het nieuwe die inrichtingen volgens de ter zake geldende regelen 6
1286 DWANGOPVOEDING-REGELING. ss Kalenderjaar aanspraak hebben, hiermede zullen worden verrekend, en dat zij zullen worden terugbetaald, indien ‘blijkt, dat een inrichting niet langer aan de ondersteuningsvoorwaarden voldoet, | : TITEL IV.
ONTSLAG,
149, De artt. 68, 71 en 72 zijn mede ten aanzien van het ontslag van t aan particuliere zorg toevertrouwde verpleegden toepasselijk. :
HOOFDSTUK IV, Vervroegde beëindiging. ;
De voorziening van wege de Regeering in de opvoeding van te | harer beschikking gestelde minderjarigen kan te allen tijde door den Direc- | teur van Justitie worden beëindigd, indien het doel der voorziening be- } reikt is of beter op een andere wijze kan worden bereikt, ' |
Deze beëindiging geschiedt in den regel niet dan voorwaardelijk. | De beschikking, dat de voorziening onvoorwaardelijk is geëindigd, wordt | slechts genomen, indien buitengewone omstandigheden daartoe aanlei- | ding geven.
De voorwaarden aan de ‘beschikking tot beëindiging, te ver- binden, houden behalve hetgeen in ieder bijzonder geval gewenscht is, in =
a, dat de voorwaardelijk ontslagene zich gedraagt overeenkomstig de aanwijzingen van dengene, die met het toezicht over hem wordt belast ;
b. dat hij hem, die met het toezicht wordt belast, alle verlangde inlichtingen verschaft;
c. dat hij zonder vergunning van hem, die met het toezicht belast wordt, niet verandert van betrekking of woonplaats. ke, |
- De verpleegde verbindt zich schriftelijk tot het nakomen der bij | het vorige art. bedoelde voorwaarden. “154, (1) Aan den voorwaardelijk ontslagene doet de Directeur van Justitie een ontslagbrief uitreiken; waarin de voorwaarden, verbonden aan het ontslag, zijn uitgedrukt. :
| (2) Verandering in die voorwaarden worden op den ontslagbrief aan-
geteokend. 8
; 155. (Gew. S. 26-278.) (1) De beschikking tot vervroegde befindi-
ging der voorziening wordt genomen, hetzij op met redenen omkleed. voor-
stel van den directeur van een Landsopvoedingsgesticht, indien de minder-
jarige aldaar wordt verpleegd, of van den bijzonderen persoon of van het
bestuur der vereeniging, stichting of instelling van weldadigheid, aan
welke de minderjarige is toevertrouwd, hetzij «ambtshalve door den Directeur van Justitie. |
(2) Bij bet voorstel, bedoeld in het vorige lid, wordt tevens een voor | stel gedaan omtrent het op den minderjarige te houden toezicht.
(3) Ambtshalve wordt de beschikking niet genomen, dan nadat voor- | noemde directeur, de bijzondere persoon of het bestuur der vereenigmg, stichting of instelling van weldadigheid daaromtrent is gehoord. 4 |
156 Het toezicht over den voorwaardelijk ontslagene wordt KOS | mogelijk opgedragen aan daartoe geschikte bijzondere personen of bijzo dere instellingen. jin |
- Degene, die met het toezicht wordt belast, ontvangt mededeeling van de voorwaarden, waaronder het ontslag is verleend. ‚ den
158, (1) Degene, die met het toezicht is*belast, doet omtren den voorwaardelijk ontslagene om de drie maanden overeenkomstig va direc: den’ Directeur van Justitie vastgesteld formulier verslag aan den ersoun teur van het Landsopvoedingsgesticht of aan den bijzonderen ie vóór | of het bestuur der vereenigung, stichting of instelling aan welke Wi}
Zijn ontslag was toevertrouwd. of dat |
(2) Bovendien ontvangt de directeur of die bijzondere persoon °°
TN | DWANGOPVOEDING-REGELIN zE in EGBEING, 1287 bestuur onverwijld mededeeli : den voorwaardelijk ontsla, cling van alle buitengewone voorvallen (3) Omtrent e Aen betreffende. 4 en en ander f i ri BE het bestuuride: venous - fo cares one of de bijzondere persoon zicht aan den Directeur ao Justitie 8 of instelling Jaarlijks een over- | 159. (1) Indien de voorwaardelijk | nv suri: handele mek enV tee zich slecht gedraagt of degene, die met het toezicht is bela: eren gerief uitgedrukt, doet 2, it 18 belast, door tusschenkomst van den di teur of van den bijzonderen persoon of an den direc- vara aen Dieet aa sane bestuur, genoemd in het herroeping van het voorwaardelijk ontslag ie een voorstel omtrent do
(2) Over herroeping, anders dan’ op zijn a niet bestaanbaar is met nnee ae See BY zicht is belast, gehoord. EO
160: (Gew, S. 26-278.) De voorwaardelijk ontsla ri is herroepen, wordt overeenkomstig het bendald haart 7 ate: opgenomen in de.vierde afdeeling van een Landsopvoedingsgesticht.
HOOFDSTUK V (Toeg S. 26-56.) Pie:
Verhaal van de ne van ter beschikkingstellingen van jeugdige personen. f 161. (Toeg, 5, 2666.) (1) De kosten, welke de terbeschikkingstel- ing van een jeugdig persoon overeenkomstig art, 45 van het Wetbuck van Strafrecht oplevert voor het Land of een bijzonderen persoon, ver- eeniging, stichting of instelling van weldadigheid als bedoeld in art. 81, kunnen door deze op de goederen en inkomsten van den ter beschikking gestelde en bij onvermogen van dezen op die van zijn ouders worden verhaald ; de laatsten zijn hoofdelijk voor voldoening dier kosten aan- sprakelijk.
(2) Het verhaal geschiedt uit kracht van een bevelschrift van tenuit- voerlegging, gesteld op aan den rechter overgelegde, behoorlijk gesplitste en zooveel mogelijk door bewijsstukken gerechtvaardigde staten van kosten.
(3) Het bevelschrift wordt verleend, indien de ter beschikking westelde een Europeaan is, door den Residentierechter, en indien hy cen Indonesiër of Vreemde Oosterling is, door den Voorzitter van den Landraad der woonplaats van den ter beschikking gestelde of diens ouders. (Bw. liv.)
(4) Bij gebreke van zoodanige woonplaats binnen Indonesië wordt bedoeld bevelschrift verleend door deu Residentierechter dan wel door den Voorzitter van den Landraad te Diakarta, ‘
(5) Het verleenen van bevelschrift kan „et meer geschieden na ver- loop van een jaar nadat de voorziening van Regéeringswoge in de opvoe- ding onvoorwaardelijk is geëindigd.
(6) Tegen het bevelschrift van den Rosidentierechter wordt Soest Oe gelaten bij den Residentierechter of, indien het gevorderde b uated bevoegdheid overschrijdt, bij den Raad van Justitie. igen Hee ie ee
Schrift van den Voorzitter van den Landraad wordt verzet toegelaten bij den Landraad. Oos 527-227 or, 7.) Art 2 yan bet RE rechtsvordering en het derde lid van art. 204 (thane 206) van het Bechtere- reglement en de daarmede overeenkomstige bepalingen van 991
= = a ais toepassing (RBg. 227, 321, 322 )
glement Buitengewesten zijn daarbij van toepassing. inheem- ; schikkingstelling is uitgesproken door een inneem
(8) Indien de ter beschikkingste : ‘aden de vorige leden van achen rechter in rechtatreeks bestuurd gebied, vinden de vorig dit art. overeenkomstige toepassing. kt ter voldoe-
162, Slotbepaling. (Toeg. S. 295.) Do stub ket TEE zijn vrij van zegel ning aan de voorschriften der dwangop voeding-rege "né, ‘
- 3 a
