Dierenbeschermingsordonanntie 1931
DIERENBESCHERMINGSORDONNANTIE 1931 109
DIERENBESCHERMINGSORDONNANTIE 1931
S. 1931—184, (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 27 Maart 1931 No. 36).
Hiermee ingetrokken: ordonnanties van 14 October 1909 (Staatsblad No. 497), 16 Agustus 1911 (Staatsblad No. 473), 28 October 1919 (Staatsblad No. 726), 13 Maart 1924 (Staatsblad No. 105) en 10 October 1924 (Staatsblad No. 460).
Art. 1. Het is verboden om:
a. op bij regeeringsverordening aan te wijzen diersoorten, welke met uitroei- ing bedreigd worden en wier voortbestaan in het belang der wetenschap dan wel om andere redenen van algemeen belang gewenscht wordt geacht, te ja- gen, de tot die diersoorten behoorende dieren te vangen, te dooden, dood of levend te verhandelen, of wel onder zich te hebben;
b. dieren van bij regeeringsverordening aan te wijzen soorten uit eenige haven van Nederlandsch-Indië-naar-een-plaats-binnen-of-buiten-Nederlandsch-Indië uit te voeren;
c. bij regeeringsverordening aan te wijzen huiden, veeren en andere li- chaamsdeelen van dieren zoomede de daaruit vervaardigde producten te ver- handelen of onder zich te hebben, dan wel uit eenige haven van Nederlandsch Indië naar een plaats binnen of buiten Nederlandsch-Indië uit te voeren;
d. eieren of nesten van bij regeeringsverordening aan te wijzen diersoorten weg te nemen, te vernietigen, te verhandelen, onder zich te hebben of uit te voeren.
De in het vorig artikel bedoelde uitvoer wordt geacht voltooid te zijn, zoo- dra de dieren of de voorwerpen, waarvan de uitvoer verboden is, zich met be- stemming voor een plaats binnen of buiten.Nederlandsch-Indië niet langer op den vasten wal bevinden. 3
(1) De in artikel 1 vervatte verbodsbepalingen zijn niet van toepassing:
a. ten aanzien van het jagen, vangen of dooden van dieren en t.a.v. het weg- nemen of vernietigen van eieren of nesten, die zich bevinden op, aan of in een woning of op door muren, omheiningen of grachten geheel gesloten erven of terreinen;
b. ten aanzien vanhet verhandelen, onder zich hebben of uitvoeren vangloode of levende dieren, eieren, nesten, huiden, veeren of andere lichaamsdeelen, dan wel daaruit vervaardigde producten, ten aanzien waarvan de houder aanne: melijk kan maken, dat deze dieren of voorwerpen, hetzij door hem zelf, hetzij door een vroegeren houder; vóór. de inwerkingtreding van deze ordonnantie op rechtmatige wijze zijn verkregen; Es
¢. op door den Directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel aan te wijzen personen, voorzoover deze onder door dien Directeur te stellen voorwaarden in het belang van wetenschappelijke of onderwijsdoeleinden en overigens in naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komende gevallen een of meer der in ge- noemd artikel bedoelde handelingen verrichten ten aanzien van tot bepaalde- lijk door hen aangewezen diersoorten behoorende dieren; ‘ $
d. op personen, die in het bezit zijn van een nog geldige vergunning zooals in de volgende twee leden bedoeld. :
_ (2)Indien dieren behoorende tot de bij deze ordonnantie beschermde soorten in eenig gebied schade blijken te veroorzaken, kan de Directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel een door hem aan te wijzen gezaghebbende machtigen tot
et afgeven van vergunningen voor het verrichten van een of meer der door dien Directeur aan te geven in artikel 1 genoemde handelingen t.a.v. dieren be- hoorende tot bovenbedoelde soorten. Deze vergunningen zijn slechts geldig voor
SE OOn genoemd Departementschoofd aan te wijzen gebied en gedurende den mede door dat Depa hoofd te bepalen termijn. 3 i
(3)In de WEL ee ee en Madoera, waar de , Jachtordonnantie-1931 Nog niet in werking is getreden, kan het Hoofd van gewestelijk bestuur onder door hem te stellen voorwaarden vergunningen afgeven voor het verrichten van Sen of meer der in artikel 1 genoemde handelingen t.a.v. dieren behoorende tot
110 JACHTORDONNANTIE 1931
de bij deze ordonnantie beschermde soorten, voor zoover die soorten daartoe uitdrukkelijk bij regeeringsverordening zijn aangewezen, met dien verstande, dat de in artikel 1 sub b, c en d bedoelde uitvoer onder de handelingen niet be. grepen is. Bedoelde vergunningen zijn slechts geldig voor het door het hoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen gebied en gedurende de bij regeeringsver- ordening te bepalen termijnen.
Aan den houder van dieren of voorwerpen als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b, die ten genoegen van een door het hoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen gezaghebbende aannemelijk kan maken, dat deze dieren of voorwer- pen hetzij door hemzelf, hetzij door een vroegeren houder vóór de inwerkingtre- ding van deze ordonnantie op rechtmatige wijze verkregen zijn, wordt op zijn verzoek door dien gezaghebbende een schriftelijke verklaring afgegeven, waar- uit van een en ander blijkt en waarin die dieren of voorwerpen nauwkeurig zijn aangeduid.
De Gouverneur-Generaal kan in bijzondere gevallen dispensatie verleenen van de bepalingen dezer ordonnantie.
(1) Overtreding-varveenig;irartikel 1 gesteld verbod wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijf hon- derd gulden. i
(2) De voorwerpen, waarmede een der in het vorig lid bedoelde strafbare fei- ten is gepleegd, of die door middel daarvan zijn verkregen, kunnen voorzoover ze den veroordeelde toebehooren, worden verbeurd verklaard.
(8) De in lid Ivan dit artikel bedoelde strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen.
(4) De in lid 1 van dit artikel bedreigde straffen kunnen worden verdubbeld, indien tijdens het plegen van'het feit nog geen twee jaren zijn verloopen sedert een vroegere veroordeeling van den schuldige wegens overtreding van eenig in dat lid, dan wel in artikel 11 lid 1 der jachtordonnantie-1931 of in de krachtens die ordonnantie vastgestelde voorschriften, strafbaar gesteld feit onherroepe- lijk is geworden. J
(5) De ingevolge het tweede lid van dit artikel verbeurd verklaarde levende dieren worden in vrijheid gesteld, tenzij hetuit een oogpunt van humaniteit be- ter wordt geacht ze af te maken. De door verbeurdverklaring aan den Lande behoorende doode dieren, huiden, veeren en andere lichaamsdeelen, eieren en nesten worden ter beschikking gesteld van het zoölogisch museum van 's Lands plantentuin te Buitenzorg, voorzoover zij voor spoedig bederf zijn te vrijwaren; indien dit niet mogelijk is, worden ze vernietigd.
Met het opsporen. van overtredingen dezer ordonnantie zijn, behalve de ambtenaren, die in hetalgemeen belast zijn met het opsporen van strafbare fei- ten, mede belast, ieder binnen zijnvambtsgebied, de door het betrokken hoofd van gewestelijk bestuur aan te wijzen ambtenaren bij het binnenlandsch bestuur, die niet uit anderen hoofde opsporingsbevoegdheid hebben, de betrokken bosch: beheerders en door hen aan te wijzen ambtenaren en beambten van het boschwe- zen, de leden van de in de J: achtordonnantie-1931 bedoelde jachtcommissies en de ambtenaren van den dienst der in-/en uitvoerrechten en accijnzen.
(1) Deze ordonnantie kan worden aangehaald als „„Dierenbeschermings: ordonnantie-1931°’.
(2) Zij treedt in werking met ingang van 1 Juli 1981. Uitgegeven den veertienden April 1931 door de Algemeene Secretaris.
JACHTORDONNANTIE 1931
S. 1931—133.
(Besluit van den Gouverneur-Generaal van 27 Maart 1931 No. 36).
Art. 1. (1) Het is verboden om met een vuurw: i jagen OP in het wild levende dieren. EE ati
(2) Onder jagen wordt versta:
an het opsporen, bemachti en of dooden van die: ren en alle pogingen daartoe. 5
