Bepalingen Omtrent De Invoering Van-En Den Overgang Tot De Niewu Wet-Geving
68 INVOERING EN OVERGANG TOT DE NIEUWE WETGEVING
Bepalingen omtrent de INVOERING VAN- EN DEN OVERGANG tot de nieuwe wetgeving. (t) (afgekondigd bij Publicatie van 3 Maart 1848, S. No. 10.) HOOFDSTUK 1. Afschaffing van vroegere wetten en verordeningen.
- Op het tijdstip der invoering van de nieuwe wetgeving wordt afgeschaft het wettelijk gezag van het oud-Hollandsch en van het Romeinsch regt.
Voorts zullen op hetzelfde tijdstip, ten aanzien van het burgerlijk. en het handelsregt en van de overige onderwerpen welke bij de nieuwe wetgeving zijn geregeld, voor zooveel hen betreft op wie die wetgeving van toepassing is, vervallen alle verordeningen, reglementen, publi- catiën, ordonnangiën, instructien, plakkatens-statuten, costumen en in het algemeen alle geschreven en ongeschreven regten, waaraan thans in Zmdoncsië kracht van wet wordt toegekend. voor zoo ver die nict uitdrukkelijk voor geheel Indonesié of cen gedeelte daarvan worden in stand gehouden.
- Het bepaalde bij het eerste lid van het vorig art. is nict van toe- passing ten ‘aanzien der bestaande strafwetgeving, welke voorloopig wordt in stand gehouden, overeenkomstig art. 1 van de bepalingen ter regeling van eenige onderwerpen. van strafwetgeving, welke cen dadelijke voorziening yereischen, (Inv. Sw. 3)
HOOFDSTUK IL Bepalingen uit de wettelijke verordeningen, vastgesteld bij Koninklijk
besluit van den 16den Mei_1846-No. 1, welke voorloopig buiten werking gelaten of-gewijzigd worden;
§ 1. Algemeene bepalingen van wetgeving.
- Naar aanleiding van art. 10 der algemeene bepalingen van wet- Beving voor Jndonesié, wordt bij dezen vastgesteld dat, tot dat dien- aangaande nader zal zijn voorzien, de tot de Indonesische bevolking be- i ver geheel Indonesië, met opzigt tot het burger-
in het algemeen, geheel enal zullen blijvenin hunnen tegenwoordigen reglstoestand, en zulks. met”dien gevolge, dat, voor zoover zij thans met eee zijn gelijkgesteld, alledé in de nieuwe wetgeving omtrent ae oe Dt epepalingen ook op hen zullen toepasselijk zijn.
- In de gevallen voorzien bij art. 11 en het eerste lid van art. 12 der algemeene bepalingen van wetgeving, zal de regter, bij de beoor- deeling en beslissing van zaken, die niet geregeld zijn door de gods- dienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken, naar welke by die artt. wordt verwezen, de algemeene beginselen van de Europesche wetgeving tot rigtsnoer nemen. USR. 131; T. XIII—320.)
§ 2. Reglement op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie.
- Het bij ut. € van het Reglement op de regterlijke organisatie en het beleid der Justitie (thuns art. 1 van S. 67—10) bedoelde verlof, zal mede vooraf moeten verkregen worden door hem, die tegen de aldaar
() Deze Bepalingen zijn gedeeltelijk toe selijk 5 ij Ms
1g passelijk verklaard, bij S. 17—129 *.
on ron mop Cliineezen de artt. 14, 17—39, 41—46, 48, 50-58 00-101, en
Bt an” Art. 1, C, voor Vreemide Oost, oib 5 A hi » artt. 2834) 36-39, 41-44, 46, 48, 50-53, 100 Loge, “dere dun Chin., de ar
INVOERING EN OVERGANG TOT DE NiEuwr WETGEVING 69
gemelde personen notariële schuldbrieven of andere authentieke acten wil ten uitvoer leggen, aan welke door de wet gelijke kracht als aan vonnissen wordt toegekend. (ISR. 140; Rv. 440; IR. 112; Bb. 479 1374, 2088; S. 67-10.)
Ingetrokken bij S. 01-278.
Buiten werking gesteld bij S. 56—69.
Vervallen krachtens S. 74—194b: 80-33 ; 8181.
9, Als vervallen te beschouwen: ISR. 131; Overg. 103.
10, Uit het eerste lid van art. 130 van laatstgemeld reglement (op de Rechterl. Org.) zullen wegvallen de woorden: op welker overtreding geldboeten zijn gesteld. (T. X111—332.)
Ingetrokken bij S. 97—5
Vervallen: S. 74—33; 82—84.
Vervallen: S. 19-10 jo. 20-498.
§ 3. Burgerlijk Wetbock.
Ten aanzien der acte van afstand, bedoeld in art: 133, 134, 138 en 153 van het Burgerlijk Wetboek, zal van toepassing zijn hetgeen bij het tweede lid van art. 1023 van dat wetbovk, ten aanzien van de aldaar bedoelde verklaring is bepaald. (T. XILI—355.)
Ingetrokken bij 8. 98—158. (4)
16, (?) Het blijft den Gouverneur-Generaal voorbehouden om, over- eenkomstig het tot dusverre alhier ‘bestaande regt, te beschikken op verzoeken om brieven van legitimatie, voor zoover de daartoe strekkende verzoekschriften zullen blijken te zijn ingediend binnen den termijn van één jaar, na de uitvoering der nieuwe wetgeving. (Bw. 274v.)
Deze verzoekschriften zullen, behalvt op de gewone wijze, ook kunnen worden ingediend door tusschenkomst. der hoofden van plaatselijk bestuur, die dezelve dadelijk aan den Gouverncur-Generaal zullen opzenden, voorzien van eene daarop—door hen gestelde aanteekening van den dag, waarop de indiening heeft plaats gehad. (Ov. 103.)
Op de afwijzende beschikking, welke op de ingevolge dit artikel gedane verzoeken om brieven van legitimatie mogten-vallen, zal later niet mogen worden teruggekomen. (7. XIII—340.)
17-23. Vervallen: S. 1927—31 jis. 390, 421. (9)
—
Dit art. luidde \ Personen behoorende tot de inlandsche of daarmede gelijkgestelde bevolkin „zullen met Europeanen of daarmede gelijkgestelde personen in het huwelijk mogen treden, mits zij ziehsvooraf hebbeu onder- Worpen aan de geheele nropesche wetgeving aangaande het burgerlijk- en handelsregt, 7
ie onderwerping zal geschieden-bij authentieke acte, waarvan een geau- thentiseerd afschrift zal worden ter hand gesteld aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, die van deze overgave melding zal maken in de Iuwelijksacte, en het afschrift als bijlage bij die acte zal overleggen. S a Voor de gvtslanden v. Jav. en Mad. is art. 16 vervullen krachtens S. 188 jo. 423 . 4 ©) De urtt. 17~93 vervallen bij de invoering der Kinderwetgeving, luidden:
- In het geval voorzien bij art. 338 van het Burgerlijk Wetboek zal de Yoogil alleen belust blijven met voogdij over de persoon des minderjarigen, pb de wijze en den voet door den raad van justitie, op het voorstel der wees
Amers, en de conclusie van het openbaar ministerie, te bepalen. inden
Echter kan, wanneer het beheer der onroerende goederen van den min a Jarigo een d Corgaand toezigt vereischt, door den raad van justitie, at ad peein der weeskamer en nadat het openbaar ministerie zal zijn gel oe >
ep aald worden, dat ook dit beheer aan den voogd zal verblijven, mits wae er Weeskamer overbrenge alle gelden, kostbaarheden, Rehn bueven en rullgre Eeldswaarde hebbende papieren, den minderjarige toebelecrendes worse in dat geval door de weeskamer aan den voogd de aodgehgelden pardon Uitgekeerd, om zoo wel in het onderhoud en de opvoeding Sno ziekderjarige, als in het dagelijksch beheer der onroerende goederen alten aa nner verpligting aan de zijde van den voogd, om Re der wane kening en verantwoording te doen overeenkomst a ae
18, Met wijziging j 1 van het Burgerlijk Wetboek, Ww } Uziging in zooverre van art. 37 lethal
ordt bepaald, dat de weeskamer, op straffe aldaar omschreven, verpligt z
70 INVOERING EN OVERGANG
- De voorschriften omtrent de wijze van levering of opdragt van onroerende zaken door openbaarmaking der acten, vervat in art. 616 en volgende tot en met art. 620 van het Burgerlijk Wetboek, en de bepalingen van dat wetboek betrekkelijk de wijze van vestiging en opheffing van hypothecaire verbanden, en van doorhaling van hypothe- caire inschrijvingen, zullen voorloopig buiten werking blijven. (Ov. 25v., 50.
De Bas aangaande die onderwerpen bestaande verordeningen blijven in stand, totdat daaromtrent anders zal zijn bepaald. (Overschr.)
25, In overeenstemming hiermede, en als gevolg daarvan, worden de in de veertien naastvolgende artt. vervatte bepalingen vastgesteld, om van kracht te zijn tot aan de invoering der wettelijke voorschriften, bij het eerste lid van het voorgaande art. vermeld.
De openbaarmaking bedoeld in art. 696, 713, 720, 737, 760, 1459, 1686 en 1690 van het Burgerlijk Wetboek, zal worden vervangen door de opmaking eener geregtelijke acte in den vorm, omschreven bij de Ordonnantie~op~den overgang van-den-eigendom-van, vaste goederen, en het inschrijven van hypotheken op dezelve in Indonesië, van 21 April 1834 (S. No. 27).
In het geval voorzien bij artt. 622 en 623 van meergemeld wetboek, zal de openbaarmaking worden vervangen door de opmaking eener dergelijke geregtelijke acte, waaruit blijkt van de overlegging van een afschrift van het vonnis van toewijzing, hetwelk aan de deswege op te maken geregtelijke acte zal blijven vastgehecht.
zijn de bij de wet voorgeschreven maatregelen te nemen, teneinde door den voogd, ook zonder dat zullks door den regter gelast zij, de vereischte zekerheid worde gesteld, of, bij gebreke daarvan, in het beheer worde voorzien op de wijze bij de wet bepaald.
19, De voogd die voornemens-is Ned, Indië te verlaten, zal zich bij ver- zoekschrift kunnen wenden tot den raad van justitie, om de opheffing te verkrijgen van de door hem gegeven, of te zijnen laste genomen hypotheek.
Dit verzoek moet worden voorafgegaan door eene volledige aan de wees- kamer gedane rekening en-verantwoording, op de wijze bij art. 372 van het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven, en bij het verzoekschrift moet worden overgelegd eene schriftelijke verklaring der weeskamer, dat zij de aan haar gedane rekening en verantwoording heeft goedgekeurd.
De raad van justitie zal op het verzoek beschikken, na de weeskamer en de bloedverwanten te hebben gehoord, en op de conclusie van het openbaar ministerie.
Het verzoek zal. worden toegestaan, wanneer het blijkt, dat de voogd aan zijne verplichtingenals zoodanig heeft voldaan.
Wanneer dien ten gevolge de opheffing der hypotheek wordt toegestaan, zal dezelve vervangen worden door het stellen van borgtogt; indien deze niet kan worden gesteld, zal-gehandeld worden overeenkomstig art. 338 van het Burgerlijk Wetb.
- Indien de voogd, in het geval bij het vorig art. voorzien ot ook zonder dat door hem ophetfing van hypotheek is gevraagd of bekomen, uit Ned.- Indië vertrokken is met achterlating van den minderjarige, en het aan de weeskamer blijkt, dat de afwezigheid van den voogd niet is overeen te bren- a de belangen van den minderjarige, zal zij zich tot den raad van de pene yanen! wenden met verzoek, dat de voogd van de voogdij worde
De raad van justitie zal op het verzoek beschikken, na de bloedverwanten te hebben gehoord, en op de conclusie van het openbaar ministerie.
Indien het verzoek wordt toegestaan, zal de raad van justitie eenen nieu- wen voogd benoemen.
De ontslagen voogd blijft niettemi kelij eehowien Nese ij in aansprakelijk voor het door he
„(Gew.S. 25—435 jo. 26—496.) De eed voorgeschreven bij art. 362 van
het Burgerlijk Wetboek, zal, indien ter woonplaats van den ob of bin-
nen vijftien palen afstands van dezelve, geene weeskamer noch een agent-
Bchap der zoodanige gevestigd is, kunnen worden afgelegd voor den resi-
eeen dan wel het hoofd van het bestuur der woonplaats van den
De weeskamer, als voogdes optredend ieten als in het algemeen voor voogden is Beal, gd heszelfdosalepie genieten,
De bepalingen van de voo ij rgaande artt. aa; ede van toepassing ten aanzien der curatele, EA
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 71
28, (Gew. S. 26435 jo. 26495.) In de gevallen bedoeld bij e 987 en 988 van het Burgerlijk Wetboek, ony de Gn mae vangen door de woordelijke omschrijving der erfstelling over de hand aan den voet der geregtelijke acte van eigendom der onder dezelve begrepen onroerende goederen, op de schriftelijke aanvrage van belang- hebbenden te bewerkstelligen door den betrokken griffier of anderen dezen vervangenden beambte, naar de onderscheidingen in de artt. 1 en la der in art. 26 genoemde ordonnantie gemaakt.
De inschrijving op de verbonden goederen en de vermelding ter zijde van reeds bestaande inschrijvingen, zullen ‘respectievelijk worden ver- vangen, de eerste door eene aanteekening aan den voet der geregtelijke acte van eigendom van de goederen, welke voor de gehypothekeerde schuldvordering verbonden zijn, de laatste door eene aantcekening aan den voet der geregtelijke acten van de reeds bestaande hypotheken.
Deze aanteekeningen zullen geschieden door den betrokken ambtenaar, bij het eerste lid van dit art. bedoeld, die daartoe schriftelijk zal worden aangezocht, onder overlegging van een afschrift der acte van uiterste wilsbeschikking, „waarbij-de-erfstelling-is-gemaakt:
- De inschrijving van den eisch tot afscheiding vermeld bij art. 1108 en 1188 van het Burgerlijk Wetboek, wordt vervangen door de overschrijving van dien eisch aan den voet der geregtolijke acte van eigen- dom van elk stuk onroerend goed, tot de nalatenschap behoorende.
De overschrijving wordt bewerkstelligd door den bij het voorgaande art. aangeduiden ambtenaar op de schriftelijke aanvrage der schuld- eischers of legatarissen, die daarbij moeten overleggen de onder nommer 1 en 2 van art. 1188 van het Burgerlijk Wetboek genoemde bescheiden.
(a) Onder de bij art. 1164 van het Burgerlijk Wetboek vermelde, voor hypotheek vatbare goederen, worden: mede gerangschikt de schepen en vaartuigen, eene grootte hebbende van vier lasten of koïjangs en daarboven, met derzelver toebehooren en inventaris; blijvende overigens de bepaling van art. 1167 van dat wetboek in-haar-geheel.
De verleening van hypotheek, bedoeld, bij het eerste lid van art. 1171 van het Burgerlijk Wetboek kan, uitgezonderd in de gevallen bij de wet uitdrukkelijk aangewezen, alleen geschieden bij geregtelijke acte, opgemaakt overeenkomstig art. 26. J
Ook de verkoop, cessie en toedecling eener hypothecaire schuld bedoeld in art. 1172 van hetzelfde wetboek, kunnen alleen bij geregtelijke acte Beschieden. (S. 80—147*,) ze
32, De bedingen bedoeld bij art. 1178 en 1210 van het Burgerlijk Wetboek, zullen moeten vermeld»worder in de geregtelijke acten van hypotheek, welke vermelding"in de plaats“zal treden van de bij die artikelen gevorderde inschrijving. A a
De artt. 1182 en 1183 van het Burgerlijk Wetboek blijven voor- loopig buiten werking. ie
De wijze van inschrijving van hypotheken, omschreven bij art. 1186 en 1187 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, voor zooveel betreft le hypotheken die vrijwillig worden toegestaan, vervangen door diegene, Welke bij de in art. 26 genoemde ordonnancie is vastgesteld; zulks Svenwel met dien verstande, dat de geregtelijke acten van hypotheek- Stelling zullen mocten bevatten keuze van woonplaats binnen den kring van de ambtenaren, door wie de acten van hypotheekstelling worden Opgemaakt. (S. 80—147 *. a ss
De me eon bedoeld bij art. 335 van het Burgerlijk Wetboek, zullen worden vervangen door geregtelijke acten,
oudende vestiging der hypotheek. (Weesk. 51 en 52; Bb. 416.) ns
(Gew. 9. 25435 jo. 26-495.) Die acten zullen worden opgemaak
Sor de autoriteiten daartoe bij de in art. 26 peed enone Leïgewezen, en zulks op eene daartoe strekkende aanvrage der wees:
Amers, behelzende : (a) Zie noot Ov. 50.
72 INVOERING EN OVERGANG
1°. de namen en de woonplaats van den voogd, en de aanduiding der minderjarigen te wier behoeve de hypotheek zal worden gevestigd;
2°. de begrooting der regten welke verzekerd moeten worden ;
3°. de aanduiding van deu aard en de ligging der goederen, waarop de hypotheek zal worden gevestigd zoo veel mogelijk naar aanleiding der opmetingen op gezag der regering gedaan ;
4°. de keuze van woonplaats binnen den kring van de ambtenaren, door wie de geregtelijke acte moet worden opgemaakt, indien namelijk noch de weeskamer, noch een harer agenten binnen dien kring is geves- tigd. Indien de weeskamer, of een harer agenten, binnen dien kring gevestigd is, wordt zij geacht woonplaats te hebben gekozen te haren kantore of bij haren agent. (Ov. 37; Bw. 24, 1186.)
- De krachtens vonnis te nemen hypothecaire inschrijvingen zullen mede vervangen worden door eene geregtelijke acte, in voege als bij het voorgaande art. is omschreven op te maken op de daartoe strekkende schriftelijke aanvrage van den belanghebbende, en behelzende :
1°. de namen en woonplaatsen van den schuldeischer en van den schuldenaar, ven-de-opgaverder-woonplaats-doorveerstgemelde binnen den kring van den betrokken ambtenaar gekozen ;
2°. de vermelding van het vonnis, krachtens hetwelk de hypotheek zal gevestigd worden ;
3°. het beloop der inschuld,.op de begrooting der voorwaardelijke en onbepaalde regten, welke verzekerd moeten worden, mitsgaders den tijd waarop de schuld opeischbaar is;
4°. de aanduiding van den aard en de ligging der goederen waarop de hypotheek zal worden gevestigd, zoo veel mogelijks naar aanleiding Ar op gezag van,de Regering gedaan, (Bw. 335v., 452,
- De bepalingen der nieuwe wetgeving, betrekking hebbende tot de bij de inschrijving gestelde woonplaats, zijn toepasselijk op die, welke tengevolge der “voorgaande _artt. wordt gekozen, (Ov. 78; Bw. 24v., 1186, 1192, 1194, 1211.)
De verandering der gekozenwoonplaats; vermeld in art. 1189 van het Burgerlijk Wetboek, zal geschieden door middel van éene aanteekening, door den betrokken ambtenaar testellen aan den voet der acte van hypotheek.
38, De uittreksels uit de registers der hypotheken, volgens de voor- schriften der nieuwe wetgeving af te geven door de ambtenaren met de bewaring belast, zullen worden vervangen door schriftelijke opgave van de bestaande hypotliekenpaf tc geven door de ambtenaren in het cerste lid van art. 28 vermeld»(Bw. 1221v.)
- De inschrijving vermeld-aan-het slot van art. 1203 van het Bur- gerlijk Wetboek, zal vervangen worden door cene aanteekening, welke ten verzoeke van den gesubrogeerden schuldeischer, door den betrokken ambtenaar op vertoon van de authentieke acte, waaruit de subrogatie ie gesteld zal worden aan den voet der geregtelijke acte van eigen
om der goederen, waarop hij de hypothecaire regten wil doen gelden.
40, De artt. 837 en 910 van het Burgerlijk Wetboek zullen buiten werking blijven, (1)
: BL parerminderd het bepaalde bij art. 943 van het Burgerlijk Wet- dei © notaris, die openbare acten van uitersten wil onder zijne Are heeft, daarvan, na den dood der erflaters, volledige afschriften os ae rie de eea binnen wier ressort de erfenis is ORS eene Mov Not. 37; Woes
42, Behoudens de verzegeling na schikkir
de inachtneming der wettelijke bepalingen omtrent na overlijden, zullen de uitvoerders van uiterste wilsbe- ngen, mitsgaders de erfgenamen van eenen overledene, en der-
() Art. 837 en 910 B.W, zijn bij S. 72—11 afgeschaft.
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 73
zelver voogden, gemagtigden of andere vertegenwoordigers, verpligt zijn, binnen veertien dagen na het overlijden, iedere acte van uitersten wil welke zij in den boedel mogten vinden, ter registratie aan de weeskamer aan te bieden. (Ov. 41; Bw. 931, 935v., 942; Weesk. 62; S. 1823-35. Not. 39; T. XIUI—347.) 2
- De raad van justitie is bevoegd om, op het daartoe strekkende verzoekschrift van de uitvoerders eener uiterste wilsbeschikking, den bij art. 1007 van het Burgerlijk Wetboek gestelden termijn van bezit, voor eenen bepaalden tijd, doch niet langer dan één Jaar, te verlengen, (T. XIIT—347.)
De aanvrage zal worden gedaan bij cen met redenen omkleed ver- zoekschrift na verhoor of behoorlijke oproeping van de binnen het res- sort van den raad van justitie woonachtige erfgenamen, of dezelver ge- magtigde, en op de conclusie van het openbaar ministerie (S. 6452")
44, De bij art. 1012 van het Burgerlijk Wetbock aan de uitvoerders ecner uiterste wilsbeschikking toegekende bevoegdheid tot het verkoopen van roerende goederen, wordt uitgestrekt tot den. verkoop, van alle zoo- danige roerende goederen, die-aan-bederf onderhevig zijn, of uit anderen hoofde niet zonder schade voor den boedel kunnen worden aangehouden. (T. XIII—347.)
48, Wanneer (partijen, of cone derzelve, op plaatsen wonen als dic, welke bij het tweede lid van-art. 1023 van het Burgerlijk Wetboek zijn omschreven, zal de regter, bij het doen der uitspraken bedoeld in art. 204 en 241 van dat wetboek, den termijn bepalen, binnen welken de voor- ziening in hoogdr beroep zal moeten plaats hebben. (I. NIII-347.)
- (Gew, S, 26435 jo. 26495.) Inde gevallen waarin door de nieuwe wetgeving de persoonlijke verschijning „voor den regter in burgerlijke zaken wordt bevolen. zal dic verschijning, op de plaatsen bedoeld bij het tweede lid van art. 1023 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen geschieden bij den residentierechter, of bij afwezigheid, helet of ontstentenis van dezen voor het Hoofd van het plaatsclijk=bestuur (1) der woonplaats van den betrokkên persoon, en zaldie ambtenaar cen authentiek afschrift van het d ege door hem óp-te maken proces-verbaal, met de daartoe
elivkkelijke stukken, zoo die er zijn, zoodra mogelijk toezenden aan den regter bij wien de zaak behoort. (Ov. 103; Bw. 133v., 138, 153, 202, 333, 359, 384. 388v., 393, 400, 408, 423, 127, 431, 439v., 445, 452, 1028, 1044 ; XIII 848.) ‘ ie
- De voorschriften, der nieuwe wetgeving omtrent de verjaring, Maken geene inbreuk op.de bestaande of later uit #6 vaardigen verorde- ningen, aangaande den duùr der verantwoórdelijkheid van rekenpligtige Ambtenaren en hunne erfgenamen of regöverkrijgenden, voor de door eerstgenoemden gehouden administratie. (Bw. 1946v.; Cpt. SS.)
S 4. Wetboek van Koophandel,
- (a) De voorschriften’ omtrent de wijze van eigendomsovergang en levering van Schepen en vaartuigen. de grootte hebbende van tien of meerdere lasten bedoeld in art. 809 van het Wetboek van Koophandel, en die aangaande ue Önschrijving van verbanden op schepen en vaartuigen, bedoeld in art, 315 van dat wetboek, zullen voorloopig niet in werking worden gebragt.
e thans van kracht zijnde verordeningen omtrent de overdragt van, en de vestiging van verbanden op schepen en vaartuigen van de grootte van vier ee of lasten en daarboven, blijven in deugden ee ee anders ay gd”. bepaald. (Ov. 30; 8, 1831—27* + 5103. ves Ee
i (2) "Fat esl het tijdstip van de invoering der voorschriften bij, het Cerste lid van het vorige art. bedoeld zullen de bepalingen van art. S43 en EL van het Wetboek van Koophandel mede worden opgevolgd, ten aanzien van ichepen en vaartuigen van de grootte van vier koijangs of lasten en daarboven.
(@) lid GET vt. Jar. Mad.: den ass.-res. (S. 81-168 jo. £23.) i) Zie noot Ov, 50, ) Art. 49 is thans als vervallen te beschouwen.
74 INVOERING EN OVERGANG
HOOFDSTUK III.
Tijdelijke bepalingen, betreffende het Reglement op de Burgerlijke Regts- vordering van de Raden van Justitie op Java en het Hoog-geregtshot van Indonesië.
50, (Gew. S. 25—435 jo. 26—495 ; 48—S4 jo. 140.) Tot aan het tijdstip van de in werking brenging der voorschriften omtrent de wijze van leve- ring en opdragt van onroerende zaken, door de open baarmaking der acten, vervat in art. 616 en volgende tot en met art. 620 van het Burgerlijk Wetboek, (a) en vun die aangaands den eigendomsovergang van schepen en vaartuigen, en de op deze te nemen inschrijvingen, vervat in art. 309 en 315, in verband met art. 748 van het Wetboek van Koophand 1, mitsgaders van de bepalingen van eerstgemeld wetboek, betrekkelijk de wijze van vestiging en van doorhaling van hypothecaire verbanden, zal de openbaarmaking van het proces-verbaal van inbeslagneming, bedoeld bij art. 507, 510, 515, 516, 517, 519 en 562 van het Reglement op de burgerlijke regtsvordering voor de raden van justitie op Java en het hoog-geregtshof van Indonesië, vervangen worden-door-deroverschrijving=van-dat-proeces-verbaal in een afzonderlijk (daartoe aan te leggen register, hetwelk gehouden zal worden door den griffier van den raad van justitie, door den griffier van het residentiegetecht, door den secretaris der residentie, den kommies van het residentiekantoor, of den ambtenaar van bijstand, naar de onder- scheidingen in de artt. 1 en la der in art. 26 vermelde ordonnantie. (S. 48—54 jo. 140*.)
De overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming van onroe- rende goederen zal geschieden ten kantore van den kring binnen welken die goederen gelegen zijn. (a) Voor zoo veel de schepen en vaartuigen be- treft, zal de overschrijving plaats: hebben ten kantore van den kring, binnen welken de inbeslagneming heeft plaats gehad.
De in het derde lid van art. 507 van genoemd reglement bedoelde ver-’ melding, en de overige bij hetzelve aan de bewaarders van hypotheken opgedragen verrigtingen, zullen,geschieden door de beambten, welke bij het eerste lid van het tegenwoordige art»zijn aangewezen.
(b) De bepalingen van den vierden: titel van het tweede boek van gemeld reglement, betrekkelijk het executoriaal beslag op schepen van meer dan tien lasten, zullen tot aan genoemd tijdstip toepasselijk zijn op alle schepen en vaartuigen van de grootte van vier lasten of kotjangs en daarboven. (Rv. 559.)
Tot aan gemeld tijdstip zal voor de openbaarmaking, bedoeld in het laatste lid van art. 507 (), im art. 508, 526, 532 en 579 van gemeld reglement, in de plaats treden de geregtelijke overschrijving van het gekochte ten name van.den Kooper, op de bij gemelde ordonnancie om- schreven wijze te bewerkstelligen, krachtens het extract uit de vendu- rol. en op vertoon van het schriftelijk bewijs in genoemd art. 526 vermeld.
33, Naardien, volgens het daaromtrent bepaalde bij het tegenwoordig besluit, de vestiging van hypotheken op onroerende goederen (b) en van verbanden op schepen en vaartuigen, tot aan het meergemelde tijdstip zul- len geschieden op den voet en de wijze, omschreven bij de in art. 26 ver- melde ordonnancie, met dien verstande, dat de deswege op te maken geregtelijke acten moeten bevatten de keuze van woonplaats binnen den kring van de ambtenaren door wie de acten worden opgemaakt, z00 zullen de in art. 510, 550, 566 en elders in gemeld reglement voorkomende bepalingen. betrekkelijk de bij de inschrijving gekozen woonplaats, toer passelijk zijn op het bij de geregtelijke acte gestelde domicilie.
(a) Ingevolge S. 3348, art. III, jo. S. 38—2, i i jn de bepalingen van Ov. 30 en 48 de Hache’ mir 5 d oe re BA gesteld voor zoover deze betrekking hebben op den eigendoms- On renng en inschrijving van en de vestiging en doorhaling van hypotheken op schepen, mitsgaders op de inbeslagneming van schepen. De buiten wer-
king gestolde gedeelten zijn ief (b) Zie noot Ov. 50. ijn cursief gedrukt.
„ @) Dit laatste lid van Rv. 507 is gewi — : Si in de noot onder ed oro bij S. 06—348. De oude redactie
nn Nn
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 75
HOOFDSTUK Iv.
Transitoire bepalingen, en voorloopige instandhoudin van eenige biizon- dere wettelijke verordeningen. ge bijzon
§1. Algemeene transitoire bepalingen,
54, De veranderingen, welke ten gevolge van het Burgerlijk van het Wetboek van Koophandel en van andere mais Been palingen in de burgerlijke wetgeving zijn te weeg gebragt, hebben geenen invloed op de regten welke onder de vroegere wetgeving zijn verkregen (Ov. 57, 60v., 66; AB. 2; Bw. 755, 1993.) i
55, De geldigheid der handelingen, wat derzelver vorm betreft, wordt beoordeeld naar de wettelijke bepalingen, welke van kracht waren op het tijdstip, waarop die handelingen hebben plaats gehad. (Ov. 57, 73.)
- De regten uit overeenkomsten voortvloeijende, worden geregeld door de wettelijke bepalingen, welke in werking waren toen die overeen- komsten zijn gesloten. (Ov. 62, 81; Bw. 1993.)
57, De regten-uit-uiterste wilsbeschikkingen voortvlogijende, welke vóór de invoering van het Burgerlijk Wetboek zijn gemaakt, worden naar dat wetboek geregeld, indien na deszelfs in werking brenging de erflater is overleden. (Ov. 55, 73; Bw. 874v.)
§2. Vanden burgerlijken stand,
58, Vervallen door afkondiging B.S.: S. 1849—25* achter Bw. 59, Vervallen): BS.28; Rv. 867;
$3. Van venia aetatis, handligting, adoptie, enz,
- De regten van minderjarigen; ‘die onder de vroegere wetgeving venia aetatis of handligting hebben ‘verkregen, worden naar die wetgeving Beregeld. (Ov. 54; Bw. 409v.)
61, De gevolgen der hier aldus genaamde adoptie, tot stand gebragt vóór de invoering der nieuwe wetgeving, worden naar de voorschriften der vroegere geregeld. (T. XIII-374, zie Resolutie van 9 Mei 1769 hier- achter bl. 245.)
Hetzelfde geldt ten aanzien der inschrijvingen in de registers van den burgerlijken stand, gedaan krachtens het bepaalde bij resolutie van den 3leten Julij 1830, No. 8 (S. No. 31).
Alinea 3 en 4 van dit artikel zijn vervallen door S. 67—3.
$ 4. Van de regten van echtelieden, voor de invoering van het Burgerlijk Wetboek. getrouwd.
62, De regten van echtelieden;v66r derinvoering van het Burgerlijk Wetboek getrouwd, worden, ten aanzien van hunne goederen, geregeld volgens de wet, welke op het oogenblik van het huwelijk in werking was, of volgens hunne niet bij die wet verboden huwelijksche voorwaarden, om het even op welk tijdstip het huwelijk is ontbonden. (Ov. 54, 56; Bw. 119, 139v.; Civ. 1387v.)
§5. Van echtscheiding, van scheiding van tafel en bed, en van ontbinding van huwelijk. =i 63, Daden, welke volgens het Burgerlijk Wetboek eene bepaalde oor- Zaak tot echtscheiding of tot Re van tafel en bed opleveren, doch 28 zoodanig onder de vorige wetgeving onbekend waren, zullen geene echtscheiding of scheiding van tafel en bed tengevolge kunnen hebben, indien zij vóór de invoering van het Burgerlijk Wetboek hebben plaats gehad. (Bw. 209, 233.) . Ee
- De bepalingen vervat in de tweede afdeeling van den tien end d des eersten boeks van het Burgerlijk Wetboek, zijn mede toepaaselij a Beval van scheiding van tafel en bed, vóór de invoering, der ene, wel faving uitgesproken ; met dien verstande, dat de ontbinding des are Tks geeno inbreuk maakt op de gevolgen door de vroegere wet aan de
Ned. Ov. 48
49
76 INVOERING EN OVERGANG
scheiding van tafel en bed verbonden, noch op de voorwaarden ter gele- genheid dier scheiding wettiglijk door partijen vastgesteld. (Bw. 200v.)
- De bepalingen der artt, 493. 494 en 495 van het Burgerlijk Wet- boek, betreffende de ontbinding des huwelijks tengevolge van afwezig- heid, zijn ook toepasselijk op het geval dat de afwezigheid reeds geheel of ten deele onder de werking der vroegere wetgeving heeft plaats gehad. (Bw. 493v.)
§ 6. Van voogdijen.
66, De bepaling van art. 331 van het Burgerlijk Wetboek brengt geene verandering te weeg in de vóór het tijdstip der invoering van de nieuwe wetgeving aanvaarde voogdijen, waarin twee of meer voogden zijn.
Ov. 54.
67, ae bij eene uiterste wilsbeschikking, welke vóór de invoering der nieuwe wetgeving opgemaakt, doch eerst na die invoering met den dood bekrachtigd is, door den langstlevenden der ouders meer dan één voogd over zijne-minderjarige-kinderen-is-benoemd,zal, de voogdij door den eerstbenoemden worden waargenomen; «Bij diens ontstcentenis ver- valt de voogdij van regtswege aan hem die de tweede genoemd is, en zoo vervolgens. (Ov. 57; Bw. 381, 355.)
Voogden die voor de invoering der nieuwe wetgeving zijn aangesteld, en de hun opgedragenvoogdij hebben aanvaard, zullen niet onderworpen zijn aan de bepalingen omtrent het stellen van zekerheid, in het Burgerlijk Wetb> vervat. (Ov. 54; Bw. 335.)
De verbodsbepalingen vervat in art. 9 van het Reglement op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie en in het laatste lid van art. 379 van het Burgerlijk Wetboek, zullen niet van toepassing zijn op de voogdijen, welke vóór de invoering der nieuwe wetgeving wettiglijk zijn opgedragen en aanvaard. (Oy, 54.)
§7. Van het beheerder weeskamiers en boedelmeesters.
70, Als vervallen te beschouwen tengevolge der afkondiging der Instr. Weesk.: S. 72—-166*.
- Het toezigt en beheer over personen en goederen, uit welken hoofde ook, vóór de invoering der nieuwe wetgeving, door de weeskamers aanvaard, worden voortgezet en teneinde gebragt naar de voorschriften der vroegere wetgeving.
De bestaande voorschriften betrekkelijk het beheer en de verevening van nalatenschappensvan personen, behoorende tot de land- en zeemacht. worden voorloopig gehandhaafd. (S.-72=208% 74-147; 76-91; 79-219 en 220; 1919-298)
- De bestaande verordeningenbetreffende het beheer der weeska- mers, boedelmeesters, of andere daartoe gestelde ambtenaren of agenten, te voeren over boedels van Indonesiérs en daarmede gelijkgestelde perso- nen, blijven mede in stand totdat daaromtrent nadere bepalingen. zullen zijn vastgesteld. (S. 1818—72: 1819—20 art. '34: 1825-37. 1828—46: 1832—76 ; 1845—15; 1924 516%; 1924—556*, art. I, A, sub c, 20.)
§ 8. Van muluele en nuncupatieve testamenten, onderhandsche beschikkingen van uitersten wil of codicillen, en erfstellingen over de hand.
- Testamenten eenc vaste dagteekening hebbende en door twee of meerdere personen in dezelfde acte, onder de vroegere wetgeving, wettige De genen na ee invocring der nicuwe wetgeving met den clam
ekrachtigd, blijven ten aanzien y. i 55, BT; Bw, $30; ae 968.) van dien vorm van kracht. (Ov.
74, De vóór het tijdstip derinvoering van denieuwe wetgeving gemaakte nuncupatieve testamenten houden slechts in zoo ver stand, als zij vóór
dat tijdstip met den dood zijn bekrachtigd. (T. XI1I—377.)
- Allen die, overeenkomstig de bepalingen der vroegere wetgeving,
onderhandsche beschikkingen van uitersten wil of codicillen hebben ge
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 77
maakt vóór de invoering van het Burgerlijk Wetboek, en mogten ver- langen, dat dezelve van kracht blijven, zijn verplicht dezelve, binnen het jaar na de invoering der nieuwe wetgeving, aan eenen notaris in be- waring te geven, met inachtneming der bepalingen bij het Burgerlijk Wetboek omtrent, de bewaargeving van olographische testamenten voorgeschreven. Bij gebreke van dien zullen zoodanige beschikkingen alleen van kracht zijn, indien de erflater overleden is binnen het jaar na die invoering.
Zoodanige onderhandsche beschikkingen van uitersten wil of codi- cillen, welke onder de vroegere wetgeving gemaakt, doch niet op de voor- schreven wijze onder bewaring gesteld zijn, zullen daardoor nogtans niet krachteloos.worden wanneer de personen door welke dezelve zijn, gemaakt bij de invoering der nieuwe wetgeving, of binnen het jaar na die uit- voering, door krankzinnigheid of andere overmagt, tot de vereischte bewaargeving buiten staat geraakt zijn,
Van deze bepalingen zijn uitgezonderd de beschikkingen vermeld bij art. 935 van het-Burgerlijk-Wetboek(Bw--932v-7 Civ, 970.)
76, De op het tijdstip van de invoering der nieuwe wetgeving met den dood bekrachtigde erfstellingen over de hand, van den aard dergene, welke bij het Burgerlijk Wetboek zijn verboden, zullen stand houden en afloopen overeenkomstig de vroegere wetgeving en de daarmede niet in strijd zijnde acten van, derzelver instelling.
(Toeg. S. 39-58.) In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de Gouverneur-Generaal bepalen, dat een erfstelling over de hand als in dat lid bedoeld een einde neemt op een door hem te bepalen tijdstip. Op dat tijdstip eindigt de werking van zoodanige erfstelling en zal de bezwaar- de erfgenaam of legataris niet langer’ verplicht zijn het vermaakte voor den verwachter te bewaren. (Bw. 819v:; Civ. 896v.; T. XITI—378.)
§ 9. Van bevoorregte schulden.
TT. De bepalingen vervat inden-negeatienden titel van het tweede boek van het Burgerlijk Wetboek. malten “geene inbreuk op de regten van die schuldeischers, wier privilegiën gehecht zijn aan schulden, welke reeds vóór de invoering der nieuwe wetgeving bestonden.
De voorrang dier privilegiën, zoowel onderling als tegenover pand en hypotheek, wordt naar de vroegere wetgeving geregeld. (Bw. 113lv.)
$ 10. Van hypotheken,
- De aanzeggingen, beteekeningen en alle andere exploiten, welke volgens de bepalingen dernieuwe wetgeving moeten’ of kunnen geschieden aan de door de hypothecaire.schuldeischers, ter zake hunner hypotheek, gekozen woonplaats zullen, ten @anzien der vóór de invoering der nieuwe wetgeving gevestigde hypotheken, moeten of kunnen gedaan worden aan de hypothecaire schuldeischers in persoon, of te hunner werkelijke woon- Plaats. (Ov. 37 ; Bw, 1194, 1211.)
§ 11, Van tenietdoening in zaken van benadeeling.
- De regtsvordering tot tenietdoening ter zake van benadeeling in fenen verkoop, welke vóór de invoering der nieuwe wetgeving heeft Plaats gehad, zal worden beoordeeld overeenkomstig de wettelijke bepa- lingen, welke van kracht waren op het tijdstip waarop de koop gesloten is. (Bw, 1450 ; Civ. 1674v.) $12. Van het loon toekomende aan de weeskamers, voogden, witvoerders
van uiterste wilsbeschikkingen en lasigevers, ;
- De weeskamers, voogden, uitvoerders van uiterste wilsbeschik-
ngen en lasthebbers zullen, ter zake van de voortzetting van het vóór
© mvoering der nieuwe wetgeving door hen aanvaard beheer, geen ander of meerder loon wegens de na het tijdstip dier invoering verrigte werk- Zaamheden, mogen in rekening brengen, dan hun bij de nieuwe wetgeving Wordt toegekend; behoudens, voor zooveel de particuliere voogden, Xecuteuren en gemagtigden betreft, het geval dat hun bij de acte hunner
Ned. Ov.
78 INVOERING EN OVERGANG
nstelling uitdrukkelijk eene hoogere belooning mogt zijn toegezegd, (Ov. 22, 05; Bw. 411, 466, 1021, 1794 ; F. 69.)
§ 13. Van het bewijs in burgerlijke zaken.
- De bewijsmiddelen in burgerlijke zaken zullen worden aangenomen of niet toegelaten, naarmate der bepalingen welke van kracht waren 6 het tijdstip, dat de regten en verpligtingen zouden zijn ontstaan. (Ov. 56; Bw. 1865v. ; Civ. 1315v.)
§ 14. Van vennootschappen van koophandel.
- De vennootschappen van koophandel onder eene firma en de naam- looze vennootschappen van koophandel in Jndonesië, op het tijdstip der invoering van het Wetboek van Koophandel bestaande, zullen, voor zoover derzelver acten van oprigting niet reeds van regeringswege zijn openbaar gemaakt, verpligt zijn om, binnen den tijd van zes maanden na die invoering, te voldoen aan de bepalingen van gemeld wetboek ten aan- zien van de inschrijving in de daartoe bestemde registers, en de bekend- making van-de.acten-van-vennootschap ;-en-zulks op straffe der gevolgen, door de wettelijke bepalingen aan het niet doen inschrijven en bekend maken van Zoodanige acten van vennootschap gehecht.
Wanneer deze acten op ongezegeld of niet behoorlijk gezegeld papier mogten geschreven zijn, zal dit verzuim alsnog, bij uitzondering op de daartegen bestaande bepalingen, kunnen worden hersteld, door het omslaan van een zegel, ter grootte van dat waarop de oorspronkelijke acte had behooren geschreven te zijn ; en zal deswege geene boete gevorderd worden, noch geregtelijke vervolging plaats hebben, (K. 23y., 29, 31, 38v.)
§ 15. Van) de invordering van ’s lands middelen en pachten, van parate executie, van prijzen en buit, en ‘van onteigening ten algemeene nutte.
- Ingelrokken bij 8. 189012.
§ 16, Vande. aanhangige twistgedingen, 84-89, Als vervallen te-beechouwen.
$ 17. Van de arresten van het hoog-geregtshof, onderworpen aan hooger beroep aan, den hoogen raad der Nederlanden.
- Vervallen; 8. 18514 jo. 72-12 ; 87162 ; 1901-319.
_ $ 18. Van de tenuitvoerlegging van geregtelijke en notariële acten.
- De bepalingen"der nieuwe wetgeving, waarbij aan de grossen van acten van hypotheek en van notariële schuldbrieven, aan het hoofd voerende de woorden ; In naam des Konings, gelijke kracht wordt toege- kend als aan die der vonnissen, zullen mede toepasselijk zijn op dusdanige acten, vóór de invoering der nieuwe wetgeving verleden. (Ry. 440; IR. 224.)
§ 19. Van lijfsdwang. 92. Als vervallen te beschouwen.
-$ 20. Van de vendukantoren, 93. Vervallen: §, 1908—-189*. ;
821, Van het toezigt op het notariaat, en van salarissen en schadeloosstel-
lingen. 94. Vervallen: Not. 60, : 95, Vervallen; zie Tarieven 8. 185127; 74—9 (thans S. 31—498) enz
§ 22, Van het regt van zegel, van dat van successie en overgang, en van dé ze Procents-geunjze belasting op de regtsgedingen,
je Vervallen : S. 85—131v, ; ej
- 7 : ; 181v.; 1901—471.
TOT DE NIEUWE WETGEVING. 79
§ 23. Van de regterlijke ambtenaren. 98. Als vervallen te beschouwen. HOOFDSTUK y,
Bepalingen omtrent eenige onderwerpen, welker regeling in verband staat met de invoering der nieuwe wetgeving.
99, Vervallen ; S. 191642, 46, opgenomen achter Bw.
- Met het doen van verzegelingen, in de gevallen waarin de verrig- ting, volgens de bepaling der nieuwe wetgeving, moet of kan geschieden, worden behoudens eene nadere regeling, van dit onderwerp, belast ;
ter plaatse waar een raad van justitie gevestigd is, de griffier bijdat collegie, of wel, doch alleen in geval van ontstentenis of wettige ver- hindering van den griffier, de substituutgriffier ;
(Gew. S. 25435 jo. 26—495.) overal elders de secretaris van het gewest of, waar deze bescheiden is, de secretaris van de afdeeling en bij hun ont- stentenis of wettige verhindering, elk ander Europeesch beambte, daartoe onderscheidenlijk door het koofd van het gewest of van de afdeeling aan'te wijzen. (Voor |de buitenger. residentie ipv. gewest, voor de gvisl. v. Jav., Mad. residentie ipv. afdeeling, zie S. 38-370 jo. 264, 39-288, bl. 2320.)
De beambte, die de verzegeling doet, zal daarbij, gelijk mede bij de ontzegeling, worden bijgestaan door twee getuigen. (Bw. 386, 464, 1009, 1041 ; F. 90; Rv. 55-1°, 652v. ; Weesk. 61 en 64; Bb, 2639.)
101, De ambtenaar door wien de verzegeling is geschied, zal, indien hij buitendien met de waarneming van de functiën van notaris belast is, ook als zoodanig in den boedel werkzaam kunnen zijn, en met name ook de acte van boedelbeschrij ving, waar zulks vereischt wordt, kunnen opmaken.
- De benamingen Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Koophandel, waar die in de nieuwe wetgeving voorkomen, duiden steeds aan het Bur- gerlijk Wetboek en het Wetbool van Koophandel voor Indonesië.
103, Onder de benaming van resident en hoofd van het plaatselijk bestuur (1), worden in de nieuwe wetgeving, mede verstaan de aan geenen resident ondergeschikte assistent-residenten,-en andere Europeesche gezag- hebbers, beklecd met een gelijkgezag als aan de residenten is toegekend. (Bb. 810, 1706, 3808 sub XIII, 10217, 12642; S. 1925—497, art. 1 bl. 283 ; 31-168, 373, 423.) J
104, Onder de benaming van notaris, waar die in de nieuwe wetgeving gebezigd wordt, zijn begrepen alle ambtenaren door of van wege den Gou- verneur-Generaal gemagtigd, om aan de bediening van notaris verbonden werkzaamheden te verrigten (Not. 2.) PS ‘
- Onder de benaming van officieel nieuwsblad, waar die in de nieuwe wetgeving voorkomt, wordt verstaan de Javasche Courant, (S, 1832—39; 1859-99 ; 71-105 ; Bb. 1180, 2311, 3976; Cf LN. 50—32, bl. 171. 174.)
Regelen tot opheffing van belemmeringen, welke bij de uitvoering van werken van openbaar belang mochten voortspruiten uit bepalingen van besluiten van openbare lichamen.
(Ord. v. 24 Maart 1931.) S. 31-125. (iwg. 11-431.)
Act. 1, (1) Wanneer ter uitvoering van openbare werken:
a.die door of vanwege den Gouverneur-Generaal zijn bevolen ;
b. die door eenig openbaar lichaam zijn bevolen en waarvan het openbaar belang door den Gouv.-Gencraal is erkend ;
„6: die ingevolge eene door het openbaar gezag verleende concessie of vergunning worden tot stand gebracht en waarvan het openbaar belang door den Gouv.-Gen. is erkend ;
d. ten behoeve waarvan bij ord. is verklaard, dat het algemeen nut onteigening vordert;
