ARBEIDSREGELING NIJVERHEIDSBEDRIJVEN
ARBEIDSREGELING-NIJVERHEIDSBEDRIJVEN. 1447
Arbeidsregeling -Nijverheidsbedrijven. (Ord. v. 13 Oct. 1941.) S. 41—467 jo. 48—163. (iwg. 1 Aug. ’48.) (Bijl. Handel. Volksz.zittings}.’40— 41, onderw. 159 ;’41—’42, onderw. 21.)
Consid. Dat Hij, het wenschelijk achtende eenige regelen te stellen betreffende de arbeidstoestanden en de arbeidsvoorwaarden in bepaalde nijverheidsbedrijven.
Art. 1, Voor de toopassing van deze ord. en van de op grond daarvan vast te stellen uitvoeringsregelen wordt verstaan onder:
a. bedrijf: een al dan niet zelfstandig beheerd bedrijf van nijver- heid, behoorend tot een overeenkomstig art. 3 aangewezen bedrijfstak voor zoover niet in art. 2 uitgezonderd ;
- werkgever: de eigenaar, diens vortegenwoordiger en de be: heerder van het bedrijf ;
carbeider: de tot de Indonesiërs of Vreemde Oosterlingen behoo- rende persoon, die, niet vallende onder art. 1603x eerste alinea van het Burgerl. Wetb., in het bedrijf werkzaam is en niet als werkgever is aan te merken.
- De bepalingen van deze ord. zijn niet van toepassing op:
a. bedrijven in de Buitengewesten, waarin arbeiders werkzaam zijn op den voet van S. 1911 No. 540 sub Ten tweede;
b. landsbedrijven.
- (Gew. S. 47—208 ; 48—291.) (1) Door het Hoofd van het Dep. v. Sociale Zaken worden de bedrijfstakken aangewezen, waarop de voor- schriften van deze ord. ,,van toepassing zullen zijn.”
(2) Door het Hoofd van het’ Dep. v. Sociale Zaken kan worden be- paald, dat die toepasselijkverklaring al dan niet voor bepaald aan te wijzen gebiedsdeelen zich niet uitstrekt tot bedrijven beneden een bepaalden omvang, tenzij het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken ten aanzien van een of meer bepaalde bedrijven anders bepaalt. Bij de bepaling van den omvang van een bedrijf wordt een complex van in collectief verband werkende, tot denzelfden bedrijfstak behoorende bedrijven of bedrijfsonderdeelen als één bedrijf beschouwd.
Bij S. 48-162, Arbeidsverordening-Nijverheidsbedrijven, is ter uitvoe- ring van art. 3, lid 1 (hierboven), de Arbeidsregeling-Nijverheidsbedrijven van toepassing verklaard op de hieronder vermelde bedrijfstakken, welke aanwijzing krachtens S. 48—291 art. II geacht wordt door het Hoofd van het Dep. v. Sociale Zaken te zijn gedaan : (Toelichting : Bb. 15225.)
batikkerijen; biscuit- en beschuitfabrieken ; cassavemeelindustrie ; copradrogerijen ; drukkerijen ; gambirkokerijen ; kapokbedrijven; leer- bedrijven ; metaalbedrijven ; meubelindustrie ; mie- en miehoenmakerijen ; oliefabrieken, met uitzondering van bedrijven, welke aardolie verwerken ; rijstpellerijen ; sigaren- en cigarettenindustrie ; strootjesindustrie ; suiker- werk- en chocolade-industrie; tabakverwerkingsbedrijven; tegel- on kleiwarenindustrie ; theedrogerijen, -sorteerderijen en -pakkerijen, tenzij deze bedrijven onderdelen zijn van theefabrieken op landbouwonder- nemingen ; vuurwerkfabrieken ; ijsfabrieken ; weverijen ; brood- en ban- ketbakkerijen ; glasblazerijen ; ketjapmakerijen ; rubberwarenfabrieken.
4, (Gew. S. 47—208.) De werkgever is verplicht betreffende de afre- kening met zijn arbeiders betaal- of andere boeken aan te houden op door het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken voorgeschreven of goed te keuren wijze; de terzake te geven voorschriften kunnen voor bepaalde bedrijven of bedrijfstakken afzonderlijke be-
alingen bevatten. 5 5, En De werkgever is verplicht zorg te dragen, dat het geheele bedrag van het verschuldigde geldloon aan den arbeider geregeld en ten minste eenmaal per maand wordt uitbetaald. 5;
(2) (Gew. S. 47—208.) Op het geldloon van den arbeider mogen, boven de in art. 23 van de ordonnantic op de loonbelasting bedoelde inhouding, alleen inhoudingen plaats vinden wegens schulden aan de werkgever of door dezen opgelegde boeten en voor bijdragen aan fondsen, welke voldoen aan wettelijke voorschriften of welke door het Hoofd van
1448 ARBEIDSREGELING-NIJVERHEIDSBEDRIJVEN.
de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken zijn goedgekeurd.
(3) De in het vorige lid bedoelde inhoudingen mogen gezamenlijk niet meer bedragen dan een vierde gedeelte van het sedert de laatste
nbetaling verdiende geldloon. ï ep) (Ge 8. 47-208.) Het Hoofd van de Afd. Arbeid van ‚het Dep. v. Sociale Zaken is bevoegd voor bepaalde bedrijven of bedrijfstakken afwijking van het bepaalde in lid (3) toe te staan. — 3
(5) Het is den werkgever verboden aan den arbeider binnen een termijn van 7 dagen in totaal een hooger bedrag aan boeten op te leggen dan één tiende gedeelte van het gedurende dien termijn verdiende geld. loon. Deze boeten mogen noch onmiddellijk noch middellijk strekken tot persoonlijk voordeel van den werkgever. ;
(6) (Gew. S. 47—208.) Het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken is bevoegd voor bepaalde bedrijven of bedrijfstakken voorschriften te geven, waarbij wordt vastgesteld in welke gevallen en tot welke bedragen, met inachtneming van het in lid (5) genoemde maximum, boeten aan den arbeider mogen worden opgelegd.
- (1) (Gew. S. 47—208.) Het is den werkgever verboden direct of indireot : li
a. aan den arbeider rente in welken vorm ook in rekening te brengen wegens geleende gelden of verstrekte voorschotten ;
b. aan den arbeider heffingen op te leggen wegens het gebruik van tot het bedrijf behoorende materialen of gereedschappen of het onderhoud daarvan, dan wel als bijdrage in de bedrijfskosten ;
c. aan den arbeider goederen te verkoopen tegen prijzen, welke hooger zijn dan de geldende plaatselijke prijzen ;
d. den arbeider te verplichten zijn loon of een gedeelte daarvan op een bepaalde wijze te besteden, behoudens in het geval, dat de arbeider zich vrijwillig tot deelneming aan een fonds, als bedoeld in art. 5 lid (2), heeft verbonden ; §
e. een arbeider aansprakelijk te stellen voor verplichtingen van een anderen arbeider jegens den werkgever ;
f. het loon van den arbeider anders vast te stellen dan in geld, behou- dens bevoegdheid van het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. y.
Sociale Zaken om afwijking van dit voorschrift toe te staan onder door hem te stellen voorwaarden.
(2) Elk beding, in strijd met het bepaalde in het vorige lid, is nietig.
- (1) De werkgever is verplicht te zorgen, dat de arbeider gedurende een tijdsbestek van 24 achtereenvolgende uren niet langer dan 9 uur ten behoeve van het bedrijf arbeid verricht, alsmede, dat de arbeider een wekelijkschen rustdag geniet.
(2) By de berekening van het aantal arbeidsuren, als in het eerste lid
oeld, mogen slechts die rustpoozen in mindering worden gebracht, welke elk afzonderlijk ten minste een half uur hebben bedragen.
@ (Gew. 8. 47—208.) Het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. Tpouale, aken is baroeed voor ed bedrijven of bedrijfstakken, C © stellen voo ijstelli in Bet omi Dee re en, vrijstelling van het bepaalde
. (Gew. S. 47-208.) Het Hoofd van de Afd. Arbeid van het De 5 Sese Zaken is bevoegd voor bepaalde bedrijven of bedrijfstakken oorschriften vast te stellen betreffende de hygiënische eischen, waaraan
de lokalen en andere plaa i ij voldoen, alsmede Delen Ae orbs
wordt enten e omstandigheden waaronder de arbeid
9, (1) Indien de werkgever aan den arbei i ‘indi i ; _Werl ; eider direct of ind > Won we is hij verplicht zorg te dragen, die de, jn @ Ce As 41208.) Het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. „sociale Zaken is bevoegd voor bepaalde bedrijven of bedrijfstakken terzake bijzondere voorschriften te geven. 5
ARBEIDSREGELING-NIJVERHEIDSBEDRIJVEN. 1449
- De werkgever is verplicht aan de ambtenaren van het Binnen- landsch Bestuur en van de arbeidsinspectie onverwijld inzage te geven van alle bij of krachtens deze ord. voorgeschreven bescheiden en alle inlichtingen te verstrekken, welke door bedoelde ambtenaren terzake van de naleving dezer ord. worden gevraagd.
ii. (1) (Gew. S. 47—208.) Met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft de werkgever, die het bepaalde in de artt. 4, 5 lid (1), (2), (3) en (5), 6 lid (1), 7 lid (1), 9 lid (1) en 10, zoomede de voorschriften door het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken gegeven krachtens het bepaalde in de artt. 5 lid (4) en (6), 8 en 9 lid (2), dan wel eenige voorwaarde verbonden aan een krachtens art. 6 lid (1) sub / gegeven vergunning niet nakomt. De hier strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.
(2) Ten aanzien van den werkgever, die rechtspersoon is, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de bestuurders.
(3) {s het bestuur van dien rechtspersoon opgedragen aan een anderen rechtspersoon, dan is het bepaalde bij het vorige lid van toepassing op de bestuurders van den besturenden rechtspersoon.
- (1) Behalve de ambtenaren en beambten, belast met het opsporen van overtredingen in het algemeen, zijn de ambtenaren van de arbeids- inspectie belast met de zorg voor de naleving van deze ord., met de medewerking aan de uitvoering daarvan en met het opsporen van de overtredingen.
(2) De in het vorige lid bedoelde ambtenaren, alsmede de hen ver- gezellende beambten, hebben steeds toegang tot de plaatsen, waar de arbeiders zijn tewerkgesteld en tot de gebouwen, waar de arbeiders verblijf houden of verpleegd worden. Wordt hun de toegang geweigerd dan verschaffen zij zich dien desnoods met behulp van den sterken arm.
- Hetgeen nog verder in verband met de uitvoering en naleving van deze ord. regeling behoeft, wordt bij of krachtens regeeringsver- ordening vastgesteld.
14, Deze ord. en de ter uitvoering daarvan vast te stellen regelen
„zijn mede van toepassing op personen, behoorende tot de Indonesische bevolking in rechtstreeks bestuurd gebied, welke aan de rechtsmacht van den Inheemschen rechter is onderworpen, : :
(Gew. S. 47—208.) De in de artt. 4, 5 lid (6), 8 en 9 lid (2) bedoelde voorschriften van het Hoofd van de Afd. Arbeid van het Dep. v. Sociale Zaken voorzoover betrekking hebbende op bedrijfstakken worden bekend gemaakt in de Javasche Courant. :
(1) Deze ord.-kan worden aangebaald onder den titel ,,Arbeids- regeling-Nijverheidsbedrijven”.
(2) Zij treedt in werking met ingang van cen door den Gouverneur- Generaal te bepalen tijdstip. (S. 48-163: 1 Aug. '48.)
