AANVULLENDE PLANTERSREGELING
AANVULLENDE PLANTERSREGELING, 1439 tele Seen Se staande regeling in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden dient ontnomen te worden, als volgt gewijzigd :
a. Ipv. Indonesië wordt gelezen : Nieuw-Guinea.
b. Aan art. 1, lid 2, wordt de volgende zin toegevoegd :
Onder gewichtige redenen als bedoeld in art. 1603 v van het Burgerlijk Wetboek wordt voor de toepassing van deze ord. niet verstaan een ver- betering in de vermogenstoestand van de arbeider.
c. Art. 8 wordt gelezen :
- (1) Van de bepalingen van de regeling afwijkende bedingen kunnen slechts gemaakt worden onder voorbehoud van nadere goedkeuring door de Gouverneur.
(2) Zodanige bedingen moeten schriftelijk worden aangegaan onder vermelding van het ingevolge lid 1 te maken voorbehoud.
(8) Zodanige bedingen zijn van rechtswege nietig :
a) indien binnen drie maanden na het sluiten van de arbeidsovereen- komst geen verzoek om goedkeuring is ingediend,
b) indien de goedkeuring niet wordt verleend.
(4) Indien de partij, op wier verzoek de goedkeuring is verleend, niet binnen drie maanden na de verlening haar wederpartij van de genomen beslissing. bij aangetekend schrijven in kennis stelt, wordt de goedkeuring geacht niet te zijn verleend.
d. In art. 9 wordt ipv. : residentierechter(s) gelezen : landrechter(s).
AANVULLENDE PLANTERSREGELING. (KB. van 17 Jan. 1938, Ned. S. 38-940.) S. 38-98 jo. 136. (iwg. 1 Juli 1938.) Uitvoeringsvoorschriften in S. 88—164* onder art. I en 3.
Gelet op art. 89, derde lid van de Indische Staatsregeling ;
Overwegende :
dat het noodzakelijk is om ter aanvulling van de voorschriften, ver- vat in den zevenden titel A van Boek III van het Ind. Burgerlijk Wetboek, en met gelijktijdige intrekking van de pessioconeoregeline. (LS. 1921 No. 334, zooals dit is gewijzigd en aangevuld, laatstelijk bij LS. 1931 No. 366), eenige bepalingen vast te stellen voor de arbcids- overeenkomsten van bepaalde groepen van planters en daarbij bepaalde onderdeclen van de bevolkingsgroepen der Indonesiërs en der Vreemde Oosterlingen, op grond van de bij hen gebleken maatschappelijke be- hoeften, met de Europeanen te onderwerpen aan eenige gemeenschap: pelijke voorschriften van privaatrecht;
dat omtrent een hiertoe door den Gouverneur-Generaal aan den Volks- raad gezonden ontwerp-ordonnantie ook bij hernieuwde behandeling op den voet van het bepaalde in het eerste lid van art. 89 der Indische Staatsregeling geen ovoreenstemming is verkregen ; ie
dat het derhalve noodzakelijk is de regeling te treffen bij Algemeenen Maatregel van Bestoi, enz. fi
Hebben goedgevonden en verstaan:
Ae Tact intrekking van de ,,Assistentenregeling” (LS. 1921 No. 334), zooals deze is gewijzigd en aangevuld, laatstelijk bij LS. 1931 No. 366, vast te stellen de volgende bepalingen :
Art. 1. Deze ordonnantie verstaat onder: i
(1) on derneming: de onderneming van landbouw, die vol. doet aan de bij of krachtens regeeringsyerordening gegeven omschrij- ving. (S. 38—164 art. 1 * hieronder.) wr '
(2) Werkgever: den eigenaar van een onderneming c an we den persoon, die geheel zelfstandig een aan een ander toebe. ggrn € onderneming drijft; in strafrechtelijken zin wordt ook als werkgever
beschouwd de vertegenwoordiger in Indonesië van den werkgever.
(3) Beheerder: den natuurlijken persoon, die belast is met de rechtstreeksche leiding van een onderneming.
(4) Arbeider: den beheerder eener onderneming, zoomede den- gene, die onder den beheerder belast is met deskundige leiding of des- kundig toezicht op den arbeid in’ veld, fabriek, werkplaats of kantoor.
Voor de toepassing van vorenstaande bepalingen zullen in elk geval arbeiders, in den zooeven omschreven zin, geacht worden te zijn zij, die zich verbonden hebben in dienst van een werkgever regelmatig arbeid op een onderneming te verrichten in veld, fabriek, werkplaats of kantoor tegen een geldloon van ten minste honderd gulden per maand, met uit- zondering van mandoers, tandils, toekangs en Indonesische schrijvers.
(5) Gezin: de echtgenoote, de minderjarige wettige kinderen en de minderjarige wettelijk erkende kinderen van den arbeider.
Bij S. 38—164 jis 40-458, 48—I1 is bepaald in
Art. 1. (1) Onder ,,onderneming” in den zin van art. 1 sub (Ll: der „Aanvullende Plantersregeling’’ (S. 1938 No. 98) wordt verstaan ; a. een onderneming van landbouw met een areaal van tenminste 75 hectare met inbegrip van de daarvan een onderdeel vormende bedrijven tot het verwerken of vervoeren van hoofdzakelijk eigen producten 7 b. (Toeg. S. 40—458.) de bedrijven tot het verwerken of vervoeren van
en eigen producten, welke een zelfstandig onderdeel van een
ot me spademnemingen van landbouw met een areaal van tenminste 75 (2) In gevallen van twijfel beslist de Directeur van Soci ociale Zaken. 2. Ongeacht de landaard of de bedoeling van partijen, ongeacht ook de plaats, waar de overeenkomst is gesloten, zijn op de arbeidsovereen- Kong tusschen werkgever en arbeiders de bepalingen van deze rege- ing van toepassing en, voor zoover daarvan bij of krachtens deze rege- ling niet is afgeweken, de bepalingen van den zevenden titel A van Bo k ae van het Ind. Burgerlijk Wetboek. : . (1) De arbeidsovereenkomsten i i lie WI oceans RE. met de arbeiders moeten schrif- (2) De akten van de onderhandsche ov i ereenko Pel oan ongemak De werkgever of Dre deck RE ne stan j 5 ESE (8) De oming Dek, one gen den betrokken arbeider uitreiken. van een authentiek afsohvitt. der ER rn die er notarieel aangegane o koms hebwall arden ennen \ geg vereenkomst, moet worden i are bi de onkosten, komen ten laste van de orient POT age (4) (Gew. 8. 47— ee : ae a Zip ae De mergers of beheerder is verplicht van elke mededeeling te doen aan de Afdeling Arboid 8 REDA ere TE : van het Dep. i Zaken overeenkomstig bij regeeringsverordening vast t i jen. eee Bas sete me 1 e stellen regelen. Art, 2, (1) De mededeeling en “ak Plantersregeling”, geschiedt: eee pee), Or vs envollende . ten aanzien van het aang komst vonvemenilligvotindika nena Os wijzigen van een arbeidsovereen- yan de „Aanvullende Plantersregeli al Het deva ernkbrecig zending ‘van een afschrift van de arbeidso zy blaate gevonden, door toe: b. bij het beëindi e arbeidsovereenkomst of de wijziging : maeiedéaing va Ge Tedere dpor on schril e in het vorige li reenkomst, deeling geschieden bij aangeteskend o tesending en schriftelijk mede. van het Departement van Sociale PAR CO On a. voor zoover betreft de op di ennen: „Aanvullende Plantersregelt Pp den datum van inwerkingtreding van de ore sores roente wijzigingen, ee ee econ. Sy oridscyercenkomsten eding ; on um i >
Meas vende gevancnv wii van die inwer
arbeidsovereenkomst is en 14 dagen na het tijdstip, waarop de
4, (1) De overeenk ENE A gewijzigd of bebindigd. Me
: eenkomst kan onbepaalden tijd, met dien ree een Lasts Ge ders, die door de werkgevers battens at de overeenkomst met arbei n Indonesië zijn aangenomen of
AANVULLENDE PLANTERSREGELING, 1441 NEN Se Fee aangeworven, geacht wordt voor den tijd van tenminste één jaar te zijn
gesloten. Een arbeider wordt geacht buiten Indonesië te zijn aange- worven, indien aldaar met hem door of namens den werkgever onder- handelingen, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling zijn gevoerd, dan wel toezeggingen zijn verstrekt, welke tot het sluiten van een arbeidsover- eenkomst in Indonesië hebben geleid.
Ten aanzien van de voor onbepaalden tijd met deze arbeiders aange: gane overeenkomsten telt voor de berekening van bedoelden minimum- duur van één jaar mede de te voren reeds in dienst van denzelfden werk: gever doorgebrachte tijd, de eventueele proeftijd niet inbegrepen, voor zoover de nieuwe overeenkomst daarbij onmiddellijk aansluit.
(2) Bij regeeringsverordening kan worden bepaald, dat de voor- schriften in het vorige lid betreffende den minimumcontractsduur van één jaar, ook zullen gelden voor in Indonesië aangenomen arbeiders van bepaalde groepen.
(3) (Gew. S. 39-546.) Indien een der partijen de voor bepaalden tijd gesloten overeenkomst bij het verstrijken van dien termijn wenscht te beëindigen, is deze verplicht deze overeenkomst op te zeggen met inachtneming van den opzeggingstermijn, bedoeld in art. 16032 van het Ind. Burgerlijk Wetboek, met dien verstande, dat deze verplichting niet bestaat ten aanzien van overeenkomsten, gesloten voor den tijd van één jaar of korter.
(4) (Gew. S. 39—6546.) De overeenkomst, met uitzondering van die, welke is aangegaan met arbeiders, die door de werkgevers buiten Indo- nesië zijn aangenomen of aangeworven, kan worden voorafgegaan door een overeenkomst voor een proeftijd. Op deze overeenkomst zijn de bepalingen van deze regeling, met uitzondering van het bepaalde bij de artt. 1, 3, 5, lid (1) sub a, b en c, 5, lid (2) tweeden zin, 7, 8, 15 en 16, niet toepasselijk.
(5) leder beding, strijdig met eenige bepalingen van dit art., is nietig.
- (1) (Gew. S. 39—546.) In de overeenkomst moet worden bepaald:
a. de soort van den bedongen arbeid;
b. de tijd, waarvoor de overeenkomst wordt aangegaan ;
c. het aan den arbeider verschuldigd geldloon per maand;
d. de aan den arbeider toe te kennen binnen en eventueel buiten Indonesië door te brengen verloven, zoomede het loon, dat hij gedu rende die verloven zal genieten ;
e. het aan den arbeider eventueel toekomend aandeel in de winst der onderneming of ondernemingen van den betrokken werkgever (tantième), en de wijze, waarop die winst wordt berekend ;
/. de wijze, waarop eventueel in cen pensioen of anderen vorm van ouderdomsvoorziening voor den arbeider. wordt voorzien ;
g- allo andere loonsbestanddeelen, waarop de arbeider krachtens de overeenkomst recht heeft; Me:
h. de plaats in of buiten Indonesié, waarheen na het eindigen van de overeenkomst anders dan wegens door den arbeider gegeven drin- gende reden de arbeider en zijn gezin alsmede hun lifgoederen op kosten van den werkgever zullen worden vervoerd. 1
(2) Voor zoover de overeenkomst ten aanzien van punt b, in het vorig lid bedoeld, geen bepaling inhoudt, wordt de arbeidsovereenkomst ge- acht voor onbepaalden tijd te zijn aangegaan. De in het vorige lid onder a en c bedoelde punten worden, voor zoover de overeenkomst ter zake geen regeling inhoudt, beheerscht door het plaatselijk gebruik en bij gebreke van zoodanig gebruik, naar billijkheid door den rechter geregeld.
- (1) Een wijziging in ongunstigen zin der arbeidsvoorwaarden, be- doeld in art. 5, lid (1) onder b, ¢, e en f, waarmede de arbeider heeft inge- stemd, kan eerst in werking treden na een termijn, welke in duur ten minste gelijk is aan den voor den werkgover op dat oogenblik gelden- den opzeggingstermijn. ;
(2) an DE ih ongunstigen zin van de arbeidsvoorwaarde, be-
1442 AANVULLENDE PLANTERSREGELING.
hmc eS eer emi doeld in art. 5, lid (1) onder d, kan eerst in werking treden nadat aan deze arbeidsvoorwaarde nog éénmaal is voldaan.
(3) leder beding, strijdig met dit art., is nietig.
7, (1) De arbeider heeft met behoud van het volle loon, recht op minstens vier vrije dagen per maand, waarvan twee Zondagen, en op een verlof van ten minste 14 dagen, telkens nadat hij een jaar, de eventueele proeftijd inbegrepen, bij denzelfden werkgever in dienst is geweest, met dien verstande, dat in de cultures, die campagne-periode hebben, dit verlof in geen geval tijdens de campagne behoeft te worden verleend.
(2) Ten aanzien van de vrije dagen kan van het bepaalde in het vorige lid worden afgeweken in de gevallen en op de wijze als omschreven in het tweede en derde lid van art. 1602v van het Ind. Burgerlijk Wetbook, met dien verstande, dat het aantal vrije dagen per jaar niet minder mag bedragen dan het aantal, dat krachtens het vorig lid van dit art. moet worden verleend.
(3) Het bepaalde in het vierde en vijfde lid van art. 1602v van het Ind. Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
(4) De dagen, benoodigd voor opkomst voor militairen dienst, mogen niet tot do vrije of verlofsdagen, bedoeld in lid (1), worden gerekend.
©) Op 5 vrije dagen mag de arbeider zich vrijelijk buiten de onder- neming begeven.
(6) leder beding, strijdig met cenige bepaling van dit art., is nietig.
- (1) De beheerder is verplicht te zorgen: d
a. dat het verlof en de vrije dagen, bedoeld in art. 7, op de voorge- schreven wijze aan den arbeider worden verleend;
pee tijdens dat verlof en op die vrije dagen door den arbeider geen arly : ieee a de eee direct of indirect wordt verricht ;
c. dat het door iederen arbeider genoten verlof d ij dagen, bedoeld in art. 7, worden in DE in Bad OP ie Eene aanwezig register, ingericht overeenkomstig een door het Hoofd van de A Arbeid van het Dep. van Sociale Zaken vast te stellen model ;
„dat in dit register mede wordt ingeschreven uit welken hoofde een strijking gan art. 7, lid (1) plaats heeft ;
_ € dat het onder c bedoelde registe i
inspectie en de ambtenaren beldst ee fat En get arbeids- in’ het elgemeen#op aanvrage ‘onverwijld tae van eyes een
f. dat binnen vijf dagen na den laatsten van Alke mien a de ole en d bedoelde inschrijvingen door zijn h i peng onder ¢
(2) Voor de eopaueine se SUE GSE NMS ala
art. wordt onder ,,arbeider’’ niet d beheerder begrepen. ” eider niet de
- (1) De arbeider, di P gedbaien of eaietwe poe oo cen HEEG buiten Indonesië is aan- van art. 4, alsmede de arbeider, die bert geld. schreven’ in” het eerste lid f 350 per maand, heeft telkens Sadat goidioon geniet van ten minste proeftijd inbegrepen, bij denzelfden ame ee yer Jaren, deveventuecle nesié heeft gediend, recht i Aree), onafgebroken in Indo-
; Op een in het buitenland d lof van zes maanden, met behoud van het voll oor te brengen ver- financieel niet ongunstiger edele denn pn
Dit E a gesteld, mot dien vorsteenn eg zondere omstandigheden worden uit werkgever geschiedt, het uitstel d ndien dit uitstel op verzoek van den schrijden, terwijl voor ieder uitstel en tijd van twee jaar niot mag over: Mae wordt verlengd yeuicen halfjaar het verlof mot twee
Wanneer de arbei l ct maken, moet hij ees eae op verlof wenscht gebruik te demasnvang van het Gorlot irc erkgever ten minste één maand vóór
(4) Ieder beding, strijdig met een Pe 5 ;
- (1) In poral van over eta epaling van dit art., is nietig. tegenwoordiger van Ver nilende 8 kee eonl suberlemidconeenl ver: naar een aan een anderen werk vane Site Memeo Ss Manat 3
gever toebehoorende onderneming, be-
AANVULLENDE PLANTERSREGELING. 1443 ee el houdt de arbeider zijn recht op verlof als bedoeld in art. 9, lid (1) en
wordt bij de berekening van zijn voor verlof vereischten diensttijd de gezamenlijke tijd, dien hij op die ondernemingen gewerkt heeft, in aan- merking gebracht.
(2) De uitkeering, bedoeld bij art. 1603s bis van het Ind. Bur- gerlijk Wetboek kan in haar geheel geëischt worden van den werkgever, bij wien de arbeider bij het eindigen van de laatste overeenkomst werk: zaam was.
(3) In geval van eigendomsovergang van de onderneming kan de arbeider, die door den nieuwen eigenaar in diens dienst wordt overge: nomen, bij de berekening van zijn voor verlof vereischten diensttijd in aanmerking brengen den reeds door hem bij den vorigen eigenaar doorgebrachten diensttijd, tenzij hij door den vorigen eigenaar ter ge- legenheid van den eigendomsovergang reeds is schadeloosgesteld op de wijze als bepaald in art. 1603s bis van het Ind. Burgerlijk Wetboek.
Elk beding, direct of indirect ten doel hebbende, den arbeider te beletten een huwelijk aan te gaan, is nietig.
Bij de toepassing van art. 1602w van het Ind. Burgerlijk Wet- boek wordt onder grove schuld van den arbeider mede verstaan diens handtastelijk optreden tegen op de onderneming werkzaam personeel.
(1) De werkgever is verplicht ingeval van ziekte of ongeval van den arbeider, tenzij deze op het oogenblik, waarop hij ziek wordt dan wel door het ongeval wordt getroffen met verlof buiten de onderneming vertoeft, zoolang de dienstbetrekking duurt doch uiterlijk tot een tijd van drie maanden, voor diens behoorlijke verpleging en geneeskundige behandeling zorg to dragen, voor zoover daarin niet uit anderen hoofde wettelijk is voorzien.
(2) Hij is gerechtigd de kosten op den arbeider te verhalen, doch voor zooveel betreft die der eerste twee maanden alleen dan, wanneer de ziekte of het ongeval door diens opzet, onzedelijkheid of grove schuld in den zin van art. 12 veroorzaakt of het gevolg is van cen lichaamsgebrek, waaromtrent de arbeider bij het aangaan der overeenkomst den werk- gever opzettelijk valsche inlichtingen heeft gegeven, dan wel wanneer de arbeider de voorschriften van den hem behandelenden geneesheer niet heeft opgevolgd.
(3) Gelijke verplichting als bedoeld in lid {1) bestaat voor den werk- gever ingeval van ziekte van het gezin van den arbeider, dat op de onder- neming verblijf houdt, met dien verstande, dat de daaruit voortvloeiende kosten voor ten hoogste de helft op den arbeider kunnen worden verhaald. Wanneer de helft van deze kosten in één kalenderjaar meer bedraagt dan driemaal het maandelijksch geldloon van den arbeider, kan de werk- gever ook dit meerdere op den arbeider verhalen. >
(4) Bi overlijden van den arbeider wordt aan diens gezin het door hem laatstelijk genoten geldloon per maand uitgekeerd over de loopende en de volgende maand. Ht RA
(5) Onder verpleging en genceskundige behandeling worden in dit art. niet verstaan medische bijstand en verpleging by bevallingen en tandheclkundige behandeling. Riles
(6) Elk beding, waardoor de in dit art. bedoelde verplichtingen van den werkgever zouden worden uitgosloten of beperkt, is nietig.
- (Gew. S. 38-591 met terugw. tot 1 Juli 1938.) Ton aanzien van de overeenkomsten, in deze ordonnantie bedoeld, worden de partyen geacht schriftelijk domicilie te hebben gekozen, voor zoover betreft gewesten op Java en Madoera, ter griffie van het residentiegerecht van de Hooriplnets der afdeeling en, voor zoover betreft de gewesten Sumatra, Borneo en Groote Oost, ter griffio van het residentiegerecht ter hoofdplaats van de residentie, binnen welke de onderneming geeen is en, bijaldien aldaar een raad van Justitie mocht zijn gevestisg , ter griffie van dien raad. De griffiers zijn verplicht de te hunnen anions gedane betoekeningen aan te nemen alsmede daarvan ten spoe igste
aan de belanghebbenden of aan hun vertegenwoordigers, voor ZOOven dezen in Indonesië wonen of aldaar verblijven en hun woonplaats of verblijfplaats aan den griffier bekend is, kennis te geven, zonder,dat dit laatste echter in rechten zal behoeven te blijken.
- (1) Overtreding door den werkgever of den beheerder van het bepaalde bij art. 3, lid (1), (2) en (4) en bij art. 5, lid (1) sub a, ben «ven overtreding door den beheerder van het bepaalde bij art. 8, lid (1), zoo- mede waarmerking door hem van cen onjuiste opgave van derd oorden arbeider genoten vrije dagen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden. Bij tweede of volgende herhaling telkens binnen twee jaren nadat de laatste ver- oorden Gs is geworden, kan hechtenis van ten hoogste
rie maanden worden opgelegd.
(2) Een afzonderlijke straf wordt opgelegd voor elko overtreding ten opzichte van iederen arbeider, met of ten aanzien van wien een over- treding is gepleegd van een of meer der in art. 3 lid (1), (2) en (4) en act. 8, lid (1) genoemde bepalingen, behoudens inachtneming van art. 70, lid (2) van het Ind. Wetboek van Strafrecht.
(3) De bij lid (1) en (2) van dit art. strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.
: (4) Met de opsporing van in lid (1) en (2) van dit art. strafbaar gestelde oe zijn, behalve de ambtenaren, belast met het opsporen van over- Pa in hetalgemeen, mede belastde ambtenaren der arbeidsinspectie.
- (1) Ten aanzien van den werkgever, die rechtspersoon is, wordt de rd ingesteld en de straf uitgesproken tegen de bestuurders.
(2) (Verbeterbl. 24 Juni °38.) Is het bestuur van dien rechtspersoon opgedragen aan een anderen rechtspersoon dan is het bepaalde bij het ae ge kie van toepassing op de bestuurders van den besturenden rechts-
- Deze bepalingen kunnen worden aangeh i „Aanvullende Plantersregeling”’. :. en ae web
Overganesbepalingen. 18. (1) Partijen, tusschen wie reeds ¢ i \ 5 7 edu ger vóór de inwerkingtreding van deze Gena eae ae medals i Ede Hens t bestaan, mogen geen overeenkomst voor een prostejalins a ane ON THAME pl ; : er sluiten.
(2) De diensttijd, die door den arbeider vóór de inwerkingtr vai Te Ge oie een werd doorgebracht bij denzelfden ee ro
denzelfden vertege i i a daad drenten Bersiadhtan dte en Gek e berekening van den voor verlof
(3) De arboider, die k sei ing’ tens de „Aanvullende makina ae » Assistentenregeling "wel doch krach- eu rsregeling’’ géén recht op buitenland 5
of heeft, behoudt nog voor éénmaal recht op bui 4 Sarees alae zes jaren dienst onder behoud h Re hae Grew van het volle geldloon dan wel een andere ligen van lid (2) F 5e Ee rogeling men Ge yaseente, dat de bepa- lof toepasselijk zij ep AVN ijn. P
(4) De arbeider, die i lof na zes jaren Stange meee Kel de De rates aon na zeven jaren dienst, behoudt an ni anvullende Plantersregeling”’ densnea onder Wehoudl vin hete i a op verlof na zes jaren nog voor Gieel miet ongunstiger zogeline 5 geldloon dan wel een andere finan: van lid (2), (3) en a vet 3 ee din verende, dat de bepalingen pesselike zin. : eze ordonnantie op dit verlof toe-
(5) Indien met een arbei
pete eid i : regeling’ een proeftijd van Sa ONE in afwijking van het be auld Fe el ge Wetboek ‘van kracht. paalde in art. 1603/ van het Ind. Burgerlijk
