Bijblad Op Het Staatsblad Van Nederlandsch Indie Deel XI No 4570-4866 (1891)
«5 te: ee ces Proyexk Peningvstan Pensugunan Peraturap Daetab Froetesi Tingkat | Jawa - Tengah
;
; | J
. I a ee ee
, if BOER Pea Ee A Pie ee ee A ee OM enen. Ps phy NE,
i fi nn ey og a NEE IN here en Ke oct Ate ate Maar et tage KRS al. ON OEE as ge Mine Pantene Liga EE EN TEN ee er EA sk! A nd nr Be at Ce a SEE oy ee En oeren U ber ares Mone. dn NE AAN ea gam EE Meert. ENE AEN Bee ae on herr all : er ele PEER
a? GE ni 7, } 7 rats te dr eni Ne lij SE EN Ths ee, a ue : “ig taste A eee Hid ‘4 a ee ae 7 ae 3 TN Chat’ ots : Hi he es 4 t " f k ze en Peet NN: ; ; rt = Bet at ae ee ae A ret: Ge [a | REN = ae a ree’ ore Ce. Seen ; : ; REN ee bets “ ag ? ‚ i le zen ngen: ad vien CE: ie
a ea - Pir jen Eer. : Ht ya ea py ( rei Ss j ej NeeL. af et, 4 ‘ . oo he as) A rey er “Ge if ri + i ae ok ee, (ies Y er obs his 3 Te : TA Pic sE LEE
ae ik . : “el clei
ys | BS a
he hi ‘ ; ht my! tt
thi 3, a. . : ‘ Kabe h in Je - BIUBLAD OP HET STAATSBLAD < ie ; fw , oh | ae 8 as See ‘ / é re ed Bit Ji VAN Ree) hoe! REN ik, : : : Rate: i j : EE “ht al ie a pe 1: sive r + c : 7] d hr
dee NEDERLANDSCH-INDIË. 1
Pe ; =<, 2 LOA 7)
ei F te HT J Net 12 a, i f = et TET Bo a Bs ai ‘ PTE Me csi ey oe : ' ed . | te: Ubi Ae
hg f gt yl
ea, J : : / 5 [ni
#5 ‘ t : ae “4 4
hj # = eu Ban ch IAN IN
Ki : 1 i j ae
is . y= |
en ; . ; ERE.
1 ; ï a :
- Nap dee " . 1 (a
i ol
ai Stan
TG ' Nn ien KE er ys : : ee eee MA ae ef ZN 7 AS Ene ES ms F ‘ We AR ren it
Wea ‘ i y, ee
ned, Ll d i Ls a ta pn ee a
i. = pop
“pes, is ni ie
Fea Le i 5d ak
ee ki REL,
SE „ sh
ae if. : L , zet Ta …Ahir a Shab j : ae
pats a Bias ‘ Pt ee we pi lide 7 4 ut hits le ate as i ns Fy ia. al - 3 oe ee 2 fart EE ee Ee d 4 / a k MW ; Tides
Aret EE : i ee Je: aa ran, Sey Ett: a
ln if : 1 1 iy if eee es
bse bis : wind jae 2 + ee
2 f i t et t rr le ¥ ke AE ea
Pe eS ae ORs oe ea
te A A, shih RR et aaa
7 He = nea 4 EEL wae EP tt ae JN k ale like
E et ie at Wi : 1 ‘ ise “ae ApS ie eh re des ad En MOD
ao {es Heat © ta ~ tee, a dd ee Ei En yo) if rt ER ran ee “se EE eG ike ey Sil A dn ll a ge 7 Ed y | ae ae an, el ty Me ep a ea: + Se eae
\ = i 3 BIJBLAD ‘ STAATSBLAD
of NEDERLANDSCH-INDIE,
| | aa a. DEEL XI, — No, 4570 — 4866 |
a
: ie 1909 | 2 «GG. Tv. Dorp. & Co ee | | Ryden Nee ty ieee ee pc Re
a
\ 4 , 8 4
. No. 4570. HEERENDIENSTEN, — Voorschriften ter uitvoering nan de
. B . Ordonnantie in Staatsblad 1890 no, 248 (zesde nij fjaarlijkd
Dd sche herziening der — op Java en Madoera, ji
. 7
a Vervallen door tijdsverloop. kp
é No. 4571. HEERENDIENSTEN, KEDOE, — Voorschriften ter uitvoering
| van de ordonnantie tot regeling der heerendiensten in de rest
« dentie Kedve (Staaishlad 1889 no, 267),
. |
- Vervallen door Staatsblad 1901 No. 204 en Bb. No. 5602. No. 4572. HEERENDIENSTEN, BAGELEN. — Woorschriften ter uitvoe 4 ring van de ordonnantie tot regeling der heerendiensten in dd A ‘ residentle Bagelen (Staatsblad 1890 no, 162). ii Vervallen door Staatsblad 1901 No. 204 en Bb. No. 5602. 4
- tS ; No. 4573. HEERENDIENSTEN. BANJOEMAS, — Voorschriften ter uit voering van de ordonnantie tot regeling der heerendiensten @# de residentie Banjoemus (Staatsblad 1891 no, 57), i : Vervallen door Staatsblad 1896 No. 199 en Bh. No, 5159. Ì e No. 4574. HEERENDIENST WATERLEIDINGEN — Voorschrift om- ‘ trent het aanleggen, herstellen en onderhouden van watertes! dingen in heerendienst, 3 BESLUIT. No 14 Buitenzorg, den 10den Juni 1891 Gelet op het besluit van 23 December 1885 no. Be, waarbij aan des Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java (de Residenten der Vorstenlande il uitgezenderd) is opgedragen om zorgvuldig toe te zien, dat geen nieuwe: irrigaticleidingen of ingrijpende verbeteringen of herstellingen aan bestaande ie leidingen in zoogenaamden dessa-dienst, of onder welke benaming ook, ond dernomen worden zonder voorkennis van en behoorlijke opname door de dienst der Burgerlijke Openbare Werken; Gelezen enz; , Overwegende: | dat ingevolge het hepaalde bij het aangehaald besluit van 23 Deceme| ber 1885 no. 3e geen waterleidingen hoegenaamd mogen worden aange. legd of op: ingrijpende wijze verbeterd of hersteld, zonder voorafgaande “opneming door den dienst der Burgerlijke Openbare Werken; dat die maatregel is genomen tot tegengang van de voortdurende ver meerdering van het aantal gebrekkige waterleidingen, welke te voren door de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur in de Gouyernements lan i , 1 en fa Ly i ~ Er:
He: é a
°° . ;
Ik
den op Java, met terzijdestelling van de voorschriften omtrent de heeren- »- Hiensien, in zoogenaamden dessadienst werden tot stand gebracht; . ‘dat echter, hoe nuttig opnemingen als de hooger hedoelde ook mogen zijn, de krachten van het daarvoor beschikbaar watersthatspersoneel® te kort schieten om binnen cen niet al te lang tijdsverloop alle vereischte « bpnemingen te verrichten, zoodat het streng vasthouden, aan het bij meer- gemeld besluit gegeven voorschrift onbillijk zou zijn met hel oog op de hadeelige gevolgen, welke daaruit voor de bevolking kunnen voortvloeien; dat het derhalve wenschelijk moet. worden geacht de” bemoeienis van len dienst der Burgerlijke Openbare Werken met den aanleg en def her-, stelling of verbetering van waterleidingen te beperken tot d& werken aan waterleidingen, welke ingevolge de bestaande bepalingen in heerendiensl moeten worden aangelegd en onderhouden, en zoodeende de belemmering bp te helfen, welke meergemeld besluit in den weg legt aan het tol +. tand brengen, herstellen en verbeteren van leidingen, welke de bevolking gewoon is bij onderling overleg van een of meer dessa’s tol. bevordering an haar eigen landbouw aan te leggen onder toezicht, maar buitgn tus-
chenkomst, van het Europeesch bestuur; f 5 De raad van Nederlandsch-Indië gehoord;
Is goedgevonden en verstaan:
Met wijziging in zoover van het besluit van 23 December 1885 no.
Be fe bepalen, dat geen werken aan waterleidingen, welke ingevolge He bestaande bepalingen in heerendienst moeten worden aangelegd, hersteld hn onderhouden, mogen worden ondernomen zonder voorafgaande opne- ming door den dienst der Burgerlijke Openbare Werken; i wordende voor het aanleggen of op ingrijpende wijze herstellen en ver- beteren van leidingen, welke door de bevolking onder toezicht, doch byerigens buiten tusschenkomst, van het Europeesch Bestuur, worden tot stand gebracht, slechts de voorkennis en toestemming van dat Bestuur vereischt: ; ‘ met opdracht aan <?° Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java (de Residenten der Vorstenlanden uitgezonderd) om zorgvuldig te waken tegen handelingen als die, welke tot den bij meergemeld besluit getroffen maat regel hebben aanleiding gegeven, en toe te zien dat geen werken aan waterleidingen als de eerstbedoelde in zoogenaamden dessadienst worden ondernomen.
No. 4575. WEGEN. SCHADUWBOOMEN, — Voorschrisien betreffende de ¥ beplanting der wegen met schaduwtboomen.
4 bi CIRCULAIRES aan de Residenten op Java en Madoera, uitgezonderd die van Batavia en de Vorstenlanden.
No. 5240. Batavia, den 25°" September 1889. Bij het kortelings beëindigde onderzoek naar de verplichte diensten, welke door de inlandsche bevolking in de residentie Kedoe worden ge- presteerd, heeft o. m. ook deze omstandigheid de aandacht getrokken, dat voor het planten van boomen langs de wegen en voor het aan-
KEE i j i : Pe ; u \ . 5 3 « : ze
- leggen en onderhouden van de daartoe noodige kweekbedden nog steeds gebruik wordt gemaakt van den arbeid van heerendienstplichtigen, ters wij! de materialen, benoodigd voor de omrastering der jonge plantjes als} anderszins, kost&loos door de bevolking plegen te worden geleverd. |
— « Dit misbruik, hetwelk ook elders op Java en Madoera wordl aange ___ troffen, mag, naar het oordeel der Regeering, niet worden bestendigd, en zal in de behoefte aan schaduw langs de wegen voortaan langs anderen „weg moeten worden voorzien. rl
Wat de wegen’ op hoofdplaatsen van gewesten en afdeelingen betreft, „rat voor de hierbedoelde werkzaamheden gevoegelijk gebruik worden ge: maakt van den arbeid van dwangarbeiders of van politioneel gestraften,| Buiten die hoofdplaatsen zal dat werk echter aan de zorg van de amb} tenaren by het Boschwezen moeten worden overgelaten, welke daartoe het
«… noodige in vrijen arbeid zullen behooren te doen verrichten, voor zooveil
- althans ‘de voor dit jaar uit deze regeling voortspruitende onkosten kund nen gevonden worden uit de bij artikel 190 der begrooting toegestane) fondsen, 4
Tèn einde omtrent dit laatste punt te kunnen beslissen gelieve UHEdG mij: mitsdien op te geven op welk bedrag de nog in 1889 uit dezen hoofde te makgn kosten moeten worden geraamd. Tevens zal het mij aangenaam Hw vernemen op welke som de jaarlijks voor dit doel vereischte uitgaven dienen te worden hegroot, opdat voor hel beschik, baagstellen van die fondsen, ook voor den yervolge, het noodige kunnd worden verricht of voorgesteld.
De Directeur van Binnenlandseh Bestuur, 4 / H. KUNEMAN, : "No. 336/B. Batavia, den t8ee Juli 1894]
Bij de regeling betreffeide het beplanten in vrijen arbeid der wegen, op Java en Madoera, bedoeld bij mijne cirenlaire yan 25 September 1889 mo. 5240, lag het volstrekt niet in de bedoeling om al dadelijk alle wegen tegelijk onderhanden te nemen, maar wel om geregeld jaarlijks één of meer wegen dan wel gedeelten daarvan te beplanten, zoodat het werk gemakkelijk is te overzien,
Daarvoor heeft men meer zekerheid dat wat geplant wordt ook slagen! zal, zoodat dan ook minder aanleiding tot mislukking en daardoor geld: verspilling bestaat. jk
Gevolg gevende aan den imperatieven last der Regeering, werd de lei-| ding der wegenbeplanting opgedragen aan de Houtvesters. Die ambtenaren! toch hebben zich gedurende hunne studie en geheelen diensttijd met cul tuurvakken bezig gehouden, zoodat het planten van schaduwboomen langs | de wegen ook meer tot hun eigenlijken. werkkring behoort. Het lag even wel geenszins in de bedoeling dat hun bij dat werk de hulp van be stuurszijde moest worden onthouden. 4
Evenal de Controleurs bij het Binnenlandsch Bestuur op aanwijzing en |
il 5 ot VRD dis td mik ke ige nt
DR ! ; : be
Bete. : j at
i; a 4 Sita / in:
2 :
8
pnder leiding. van de technische ambtenaren der Burgerlijke Openbare Wer ,
ken dikwijls hun bijstand verleenen voor het gewoon onderhoud van ’s lands ©:
werken, evenzoo kan er geen bezwaar in worden gezien die ambtenaren
de Houtvesters bij het beplanten der wegen behulpzaam te doen zijn, :
hetzij dat zij zelf onder leiding van den Houtvester zich met de uitvoe. j
fing belasten voor enkele wegen of gedeelten daarvan, of zorgen dat be-
hoorlijk toezicht wordt gehouden door de daarvoor aangewezen personen. we
n ieder geval kan hier onderlinge samenwerking reeds veel goeds tot
stand brengen. ki
Ten einde de beplanting en het onderhoud bovenbedoeld op de eninst ns
kostbare wijze te doen plaats hebben is bepaald dat op de hoofdplaatsen * ve
van gewesten en afdeelingen daarbij gebruik moet worden gemaakt van
de dwangarbeiders en politioneel veroordeelden en spreekt het van zelf :
lat de op die gestraften toezicht houdende mandoors daarbij tevens ter ..
beschikking van den Houtvester moeten worden gesteld. sf
_ Dit laatste heeft evenwel reeds in enkele afdeelingen aanleiding gegeven
ot onvruchtbare correspondentie tusschen de Hoofden van Plaatselijk Be-
tuur en de Houtvesters, voornamelijk omdat de eersten of verstrekking :
kan veroordeelden geheel weigerden of te weinig arbeidskrachten verstrek
en, dan wel niet de noodige toezicht houdende mandoors aanwezen. ;
Het kan daarom niet ondienstig zijn den door veroordeelden bij de be-
planting der wegen te presteeren arbeid nader te omschrijven. Zij worden
selast met het aanleggen en onderhouden van de zaadbeddingen, het ga
ken van plantgaten langs de wegen, het planten, begieten der boomen,
het maken van krandjangs of ompaggering, het onderhouden van een en
ander, het snoeien, der boomen enz, kortom alle werkzaamheden ten he-
hoeve der wegenbeplanting binnen de grens der hoofdplaatsen, of zooveel
verder als zij kunnen werkzaam gesteld worden.
; De uitgaven voor het beplanten der wegen, waarbij van den arbeid
der veroordeelden wordt gebruik gemaakt, bepalen zich dus slechts tot
inkoop van zaden of plantmateriaal en materiaal benoodigd voor ompaggering.
Paar waar buiten de hoofdplaatsen geen gebruik kan worden gemaakt
van dwangarbeiders of politioneel veroordeelden, behoort alles in vrijen
arbeid te geschieden. .
Het waken tegen beschadiging der aanplantingen door mensch en vee :
hehoort aan de dessa-politie te worden opgedragen. 5
In gewesten, alwaar de wegen in vrijen arbeid worden onderhouden,
zooals thans reeds plaats heeft in Kedoe, Bagelen en Banjoemas, behooren
if daarbij aangestelde mandoers, ieder voor zooveel zijn ressort betreft,
levens toezicht te houden op alles wat in verband staat met meerge-
noemde wegenbeplanting.
| tk heb mitsdien de eer UHEdG. beleefd. te verzoeken Uwe medewerking ..
te verleenen opdat aan het bovenstaande stipt de hand worde gehouden i
fen dat de betrokken ambtenaren, ieder voor zooveel hem aangaat, met }
den inhoud dezer in kennis worden gesteld, :
De Directeur van Binnenlandsch bestuur,
Sj H, KUNEMAN.
. ;
a ene ee en En ARE EEE ze ee en he ee Ee A ENE a IEN fer bah ae ae ay jd 2 Be, een . 5 q _. ° No. 4576. KADASTER: LANDRENTE, — Voorschriften tot seine a ” de details der Kadastrale metingen, bedoeld bij art, T, § TE ie f sub 2°, van Staatsblad 1879 no, 164, a oet ‘ BESLUIT. ‘ L A i No. 6. Buitenzorg, den 184" Juni 1890, . | a | Gelezen; p 4 « De* Raad van Nederlandsch-indië gehoord; : 4 Is goedgevonden en verstaan: A Eerstelijk: Mel intrekking der besluiten van 4 Augustus 1879 no, iyi
30 April 1883 no. 30 en 6 December 1884 no. 10 (Bijblad op het Staats.
*_ blad van Nederlandsch-Indië nos. 3431, 3881 en 4141), voor zooveel nod: dig goed te keuren de aan dit besluit gehechte Voorschriften tot regeling van de details der kadastrale metingen, bedoeld bij art. 1, 8 II, ten a8
van het besluit van 10 Mei 1879 no. 4 (Staatsblad no. 164); ‘oe
met bepaling, dat de Inspecteur, die met de landrenteregeling is belast, gehouden is de in die Voorschriften vermelde aanwijzing van ambtenaren
bij het binnenlandsch bestuur te doen met goedvinden van het betrokke t
Hoofd van Plaatselijk Bestuur of anders overeenkomstig de beslissing van]
het Hoofd van Gewestelijk Bestuur. 3
Ten tweede: enz. , ned Afschrift, enz. AL
VOORSCHRIFTEN TOT REGELING VAN DE DETAIUS DER
_ KADASTRALE METINGEN, BEDOELD BIT ART. I § by
Il TEN 2e VAN HET BESLUIT-VAN 10 MEI d
- No: 4 (STAATSBLAD No. 164), "4 ALGEMEENE BEPALINGEN. En
Deel. cm
Art 1. Het hoofddoel van de werkzaamheden, bedoeld bij IL sub 2e van Staatsblad 1879 no. 164, bestaat in de opmaking van een kadaster ten, behoeve van de landrente-regeling. : Leiding. ' 4
; Art. 2. Bij de opmaking van het landrente-kadaster hebben de daarme e. belaste ambtenaren, voor zoover het geene zaken betreft van zuiver tech nischen aard, te volgen de aanwijzingen en voorschriften hun dienaan- gaande te geven door den Inspecteur, die met de landrente-regeling is belast.)
Personeel,
Art, 3. De werkzaamheden worden verricht door die ambtenaren en
zn ~ 4 Sl ; A ; : a ca 5 : a oe sions nd 2 pra ; e hj 7 ie ress te of EE 6
beambten van den kadastralen dienst, welke, voor zoover het Europeesche personen betreft, daartoe door den Directeur van Binnenlandsch Bestuir en, voor zoover aangaat het Inlandsehe personeel, door den Ingenieur; | Chet van den kadastralen dienst, zullen worden aangewezen. = Art. 4. De Directeur van Binnenlandsch Bestuur wijst uit de hij hel Fyoorgaande artikel bedoelde ambtenaren dengene aan, die, behoudens het bepaalde bij artikel 2, rechtstreeks ondergeschikt aan den Ingenieur, Chef fvan den kadastralen dienst, belast is met de regeling van- en het toe- { zicht op alle werkzaamheden voor het landrentekadaster te verrichten, fingevolge de daartoe te geven aanwijzingen en voorschriften, (Chef der- } landrente-metingen). : :
in: Art. 5. Het overige personeel, in artikel 3 bedoeld, wordt verdeeld J over opnemingssectién. Het aanlal en het ressort dier seetiën, alsmede de }plaatsen waar de tecken-bureaux zullen zijn gevestigd en het personeel van ieder der sectién, worden aangewezen door den Directeur van Bin- | nenlandsch Bestuur op voorstel van den Ingenieur, Chef van den kadas- Jiralen dienst, die te voren overleg houdt met den Inspecteur. >
: 3 Art. 6. Voor iedere sectie wordt door den Directeur van Binnenlandsch | Bestuur een ambtenaar van het kadaster aangewezen om als hoofd der . | sectie op te treden,
5 a :
1 ; i Werkzaamheden. :
1 Art. 7. De werkzaamheden te verrichten voor het in artikel 1 omschre- {ven doel bestaan in: , : Pre. het opmaken van het landrente-kadaster van die districten of gedeel 1 ten daarvan, welker opneming door he kadaster of de statistieke op-
- name nog niet heeft plaats gehad;
“| 2°. het omwerken van het kadaster der reeds volgens de voorschriften Kk vastgesteld bij het besluit van 4 Augustus 1879 no, 7 (Bijblad no. é : 8481) voltooide districten of gedeelten daarvan, Len einde dit in over- } eenstemming te brengen met de voorschriften van deze instructie;
| 8°. de bijhouding van het landrente-kadaster volgens de daaromtrent nader 44 yast’ te stellen. voorschriften; .
4 de, het opmaken van het eigendoms-kadaster van de perceelen waarop du zakelijke rechten zijn gevestigd en die gelegen zijn binnen de districten, | waarvan het landrente-kadaster wordt opgemaakt;
bs, alle oyerige verrichtingen, welke aan het personeel door of van wege ia den Inspecteur in het belang der beoogde landrente-regeling zullen | worden opgedragen.
3 Toezicht.
a4 Art. 8 De Chef der landrente-metingen is verantwoordelijk voor den i Peeregelden gang, de goede verdecling en de deugdelijkheid in algemee- „bmen zin van het werk.
| _Hij is gehouden zoowel de bureaux als de opmetingsploegen der sectién | zoo dikwijls te inspecteeren als hij in het belang van het werk noodig ‘ acht of hem dit door den Inspecteur voornoemd word! opgedragen. ei
Ar eri a eren en a ie ee md tkn bn ee ARR OS NE en BAL nen EREN et B g . * ; ; \ ij i 7 pistes
- _ Behalve de opgaven omtrent het technische gedeelle der werkzaamhe
den die hij verplicht is, ingevolge de bestaande voorschriften, aan der
_ Inspecteur, Chef van den kadastralen dienst in te dienen, zendt hij vóó def tienden van iedere maand aan den Inspeeleur, benevens cen exemplaa
“des rapporten in het volgende artikel omschreven een afzonderlijk rapport
dat. bevat: |
a, eene opgave van de door hem verrichte inspectiën en van zijne he vinding omtrent de deugdelijkheid van het werk; EE
b. zijn oordeel Över den stand en den geregelden gang van het werk
« bif iedere sectie;
e. opmerkingen betreffende het personeel en bijzonderheden van verschil
_ lenden aard, >
Art. 9. De Sectiechefs zenden vóór den vijfden van iedere maand
- aan den Chef der landrente-metingen een rapport in duplo volgens he aan deze instrutie gehecht model. cee
Een exemplaar van dit rapport wordt tegelijk met het rapport in artikel
: § bedeeld aan den Inspecteur toegezonden. : Art. 10. De Chef der Jandrente-metingen houdt een register aan, waarin
omtrent ieder der Europeesche en Inlandsche ambtenaren en beambten worden geboekt die feiten en bijzonderheden bij zijne inspectiën waargeno-
men, waaruit hunne ijver, aanleg, bekwaamheid enz, kunnen worden beoordeeld.
Art. 11. De Sectie-chefs houden een zelfde register aan als in artikel
10e bedoeld en dragen zorg gedurende den loop van het jaar voldoende
feiten te verzamelen om aangaande hun ondergeschikt personeel aan den
: Chef der landrente-metingen de inlichtingen te kunnen verstrekken, “die hij : voor een juiste beoordeeling der hierbedoelde personen noodig heeft, Art. 12. Jaarlijks vóór den 20sten December zenden de Sectie-chefs aan
den Chef der landrente-metingen een conduite-staat in duplo, bevattende
van ieder der Europeesche en Inlandsche ambtenaren hunner sectiën uil
: voerige bijzonderheden on®®ent aanleg, ijver geschiktheid en «bekwaamheids De Chef der landrente-metingen zendt een exemplaar dezer bonton
voorzien van zijne beschouwingen, tegelijk met de door hem op le mas
. ken conduitestaten der Seetie-chefs, vóór den 10den Januari van het volgende
jaar fan den Ingenieur, belast met de leiding van den kadastralen dienst
in Nederlandsch-Indié. nd
Bi + Art 13. leder der Europeesche ambtenaren bij de sectiën an houdt een dagboek aan, waarin ‘omstandig, dag voor dag, wordt vermeld
het werk door hem verricht en de opmerkingen, door feiten gestaald, omtrent
het onder zijn. toezicht werkende personeel.
: Op den eersten van iedere mhand zenden de ondergeschikte “ambtenaren hunne dagboeken aan de Sectie-chefs, die ze, voorzien van hunne berend kingen, aan die ambtenaren terugzenden. ;
De Sectie-chefs zenden hunne daghoeken, tegelijk met het maandrap-
port, aan den Chef der landrente-metingen, die ze, eveneens voorzien var
‘ zijne bemerkingen, aan de afzenders retourneert. ; | Bij iedere inspectie wordt door den Chef der landrente-metingen rage gaan of de dagboeken der ondergeschikte ambtenaren met de vereischte
7 uitvoerigheid en accuratesse worden bijgehouden. 17 ES : ha
zg i Te i Te aen tegen mie or eee Cina ee tee ee FE: 5 | ‚Hij teekent ze onder den taatst ingevulden datum woor „gezien.” Ra 14. leder ambtenaar rapporteert onmiddellijk aan zijn directen chef de feiten, hewijzende gebrek aan ijver of belangstelling voor het werk, onbekwaamheid, onwil of andere voor ‘slands dienst schadelijke eigen- schappen van ieder zijner ondergeschikten. Ps Wanneer voor de eerste maal over een’ ambtenaar wordt geklaagd, worden de feiten onderzocht door den Chef der landrentesmetingen, die den schul- ige daarover onderhoudt, en hem de straffen oplegt, die binnen de gren- gen zijner bevoegdheid liggen, dan wel de zaak, voorzien van zijne be- schouwinger en voorstellen, ter kennis brengt van den Ingenieur, “belast met de leiding van den kadastralen dienst in Nederlandsch-Indië. Herhaalde klachten over een zelfden ambtenaar worden steeds ter ken- mis gebracht van dien Ingenieur, die daarop beschikking neemt of tot be- straffing der schuldigen de noodige voorstellen doet. =
_ Herhaaldelijk gebleken onbekwaamheid of herhaald plichtverzuim wordt ‘naar bevind van zaken gestraft met terugstelling in rang, ontslag uit de betrekking of ontslag uit ‘s Lands dienst. 2
ci Art. 15. Ieder ambtenaar is verantwoordelijk voor de nadeelen ontstaan uit de gebreken en tekortkomingen zijner ondergeschikten, wanneer daar- sop niet tijdig door hem de aandacht zijner meerderen is gevestigd. : Ber Werktijd.
Bett, 16. De uren, dagelijks door het personeel aan het terrein. of kantoorwerk te wijden, worden vastgesteld door den Chef der landrente- metingen, na gehouden overleg met den Inspecteur. i Wanneer de belangen van het werk dit eischen, kan ieder ambtenaar het aantal werkuren zijner ondergeschikten ten allen tijde vermeerderen. ' Van de gevallen, waarin dit heeft plaats gehad, wordt door hem aan- teekering gehouden in zijn dagboek.
yl Werkplan.
Art. 17. Het werkplan voor iedere opnemingssectie wordt vastgesteld door den Inspecteur, in overleg met den Chef der landrente-melingen. { De aanwijzing van het personeel voor ieder onderdeel van het werk ‘en de verplaatsing van het personeel binnen het ressort der sectie ge- schieden door den Chef der landrente-metingen, in overleg met den Sec- he-chef,
Art. 18. Het kadaster wordt districts. en dessa'sgewijze opgemaakt, —- met dien verstande dat voor de driehoeks- en de detaiimeting en voor de kaarteering steeds een of meer geheele districten worden bewerkt, zon- der deze werkzaamheden bij de dessagrenzen af te sluiten, en dat alle werkzaamheden dessa’sgewijze worden verricht.
: WERKZAAMHEDEN TE VELDE,
Grensbepaling der dessa's.
_ Art. 19. Aan de opmeing yatn ieder district gaat vooraf de afbakening
4 2 alae Er EN a UR PN ha ST ‘A ; d et A ve id ice y 4 ES il 5 ri . A RES huiken 2% Lats Whe ‘ “en omschrijving van de punten van he! gebied der verschillende dessa’s.” Die afbakening geschiedt door het hoofd van de betrokken dessa in | tegenwoordigheid van en in overeenstemming met de hoofden der aangren: | : zende dessa’s en ten overstaan yan een der amblenaren of beambten van het Ì : ‘kadaster, die van den loop der grenslijnen een proces-verbaal met daarbij, behoorend schetskaartje opmaakt. , id a! Ingeval bi de betrokken _dessahoofden verschil van gevoelen bestaat | i omtrent de grens, tusschen hun gebied, zoo geeft daarvan de Sectie-chef | | kennis aan den ambtenaar van het binnenlandsch bestuur, die door den | es Anspecteur voor die sectie is aangewezen. a i : De op het terrein aanwezige ambtenaar of beambte. van het kadaster dient. er wel op te letten dat de dessahoofden zelven komen en niet (slilweg) iemand in hun plaats zenden. Desnoodig moeten deze hoofden |
- zich doen vergezellen door andere ingezetenen der dessa, die in het : … bijzonder vertrouwd: zijn met het terrein. “4 Art. 20. Het proces-verbaal wordt in het Maleisch geschreven en ge | teekend= door de betrokken dessahoofden en den ambtenaar of beambte | | van het kadaster. ; si 33 Het wordt mede geteekend door het districtshoofd of onderdistricts- Ti hoofd voor de identiteit der personen, die de aanwijzing hebben verricht 5 Art. 21. Op plaatsen, waar de dessagrenzen door wildernis, moeras, | enz. loopen en derhalve ook door de dessahoofden slechts bij benadering ae zijn” aan te geven, moet, zoowel om de meting te vereenvoudigen als | om het behoud der grenzen gemakkelijk te maken, bij de afbakening er | 5 naar gestreefd worden, de grenzen zooveel mogelijk uit rechte lijnen te doen bestaan. a q k Driehoeksmeting. 2e “Art. 22, De detailmeting van het terrein moet worden voorafgegaan | _ door eene driehoeksmeting, die wordt verbonden aan de bestaande pri- ____maire- en secundaire drichoeksmetingen door alle verzekerde punten daar- BS van in eerstgenoemde op te nemen. a Bal Art. 23. Ingetrokken by Bijblad No, 5211. jam EE Art. 24, Gelijktijdig met de driehoeksmeting worden door de daarmede belaste ambtenaren cen groot aantal tusschenpunten op het terrein ge- | plaatst en door hoeksmeting aan de driehoeksmeting verbonden, waarbij | ia echter slechts, wanneer geen andere wijze van verbinding mogelijk isa Ee van de problemas van Snellins of Hansen mag worden gebruik gemaakt. HA Art, 25 De! tusschenpunten moeten met de driehoekspunten, voor zoo | ae ver die daarvoor geschikt zijn, dienen om daaraan de veelhoeken te verbinden. | BR Bij de keuze der eerstgenoemde moet dus uitsluitend. op het belang | der detailmeting worden gelet. a Kk Art. 26. Als algemeene regel wordt aangenomen, dat de zijden der _ driehoeken niet langer zullen zijn zijn dan + 1000 meter, waardoor de | afstanden tusschen alle berekende punten niet grooter worden dan + | Bete; 500. meter, ‘ae Art. 27. De hoeken der driehoeksmeting worden tweemaal met den | | Weer Boke,
a 10 ; á kijker in den gewonen stand en tweemaal: met doorgeslagen kijker gemeten. « . De hoeken om ieder punt worden alle gemeten; het is streng verboden den laatsten hoek door aftrekking der reeds gemeten hoeken van 360° 1 te vinden. th EN à Art. 28. Wanneer een tusschenpunt uit twee punten van drichdeks- meting is waargenomen, worden aan het punt zelf geen hoeken meer gemeten.
- Wanneer echter aan een tusschenpunt hoeken moeten, worden gemeten, geschiedt dit slechts eenmaal met den kijker in den gewonen stand en éénmaal met doorgeslagen kijker. : : ' Art. 29. De ambtenaar, die de hoekmeting verricht, leidt tevens uit de verkregen noniusaflezingen de waarde der hoeken af, maar brengt daarin geen enkele wijziging aan.
Art 30. De nommering der punten van driehoeksmeting geschiedt eerst '-na voltooiing van het geheele net.
Een punt, ongeveer in het midden van het net gelegen, krijgt no. 1 en de overige punten worden spiraalsgewijs daaromheen genommerd.
4 Bij de nommering der driehoeken wordt dezelfde richting gevolgd.
| Art. 31. Bij de vereffening der fouten en bij alle andere bewerkingen | wordt begonnen met den tour d'horizou om punt no. 1, daarna volgt die om punt no. 2, enz. ;
} Art.”32, De basis wordt afgeleid uit de bekende coördinaten, van twee der aansluitingspunten. :
8 Bij aansluiting aan meer dan drie punten worden voor de afleiding der basis de punten zoodanig gekozen dat de overige aansluitingspunten ter weêrszijden en zoo mogelijk op ongeveer gelijke afstanden zijn gelegen yan de lijn die eerstgenoemde twee punten vereenigt.
De aansluiting aan het derde en aan de overige aansluitingspunten
„geschiedt, voor iederen aansluitingsdriehoek afzonderlijk, volgens de gra ‚ phische methode van Gleuns.
Art. 33. De punten van de kadastrale driehoeksmeting worden ten | opzichte van hetzelfde assenstelsel berekend als dat hetwelk voor de __afsluitingspunten gebruikt is. 5
a Art. 84, Na voltooiing van de berekening der coördinaten der drie- | hoekspunten en na aansluiting dier punten aan de punten van hoogere | orde, worden alle stukken, op de driehoeksmeting betrekking hebbende,
- aan den Chef der landrente-metingen toegezonden, die zich overtuigt van ) de deugdelijkheid van alle onderdeelen van het werk en ten blijke zijner kb goedkeuring eene verklaring stelt op den staat of in het register, bevat PF {ende de coördinaten der punten zooals die na aansluiting aan de punten | van hoogere orde zijn gewijzigd.
} Art. 35. Na goedkeuring der berekening van de coördinaten der drie- _ hoekspunten en na de berekening der tusschenpunten, worden de volgende ) stukken vervaardigd als:
1e, een plan van driehoeksmeting;
| 2e, een register van driehoeksmeting.
) Art. 36. Dadelijk na voltooiing van het plan van driehoeksmeting We: 4 SVS os alld tel
— ig i el a dag | ie; 11 “a eu Bg “worden daarop uit de topographische kaart de districtsgrenzen zoo nauw ZIE keurig mogelijk overgebracht. Es: Bed ne Detailineting. ale ae Art. 37, De bebouwde gronden worden onderscheiden in sawah’s ten PR gadvelden, tuinen en erven. ong .. Art. 38: ‘Sawalis zijn terrasvormig aangelegde, ter ophouding van het. water afgedijkte bouwgronden, waarop als hoofdproduct rijst geteeld wordt, El + Zij worden bij de opmeting onderscheiden in de volgende soorten: fl ER le Sawahs van levend water voorzien, dat zijn sawahs, besproeid met oo water uit rivieren, meeren of bronnen afkomstig. i 2°. Sawahs van den regen afhankelijk, dat zijn sawahs, die geene andere pe. id besproeiing hebben dan van den regen. ea ~~ 3e, Sawahs rawa, dat zijn sawahs, aangelegd op laaggelegen terreinstroo- A: ken, waarheen het water der omliggende hoogere gronden verzakt, of aie waar het water op de sawahs zelve uit den grond opwelt en welke ree door de gesteldheid van den hodem, in den regel niet met ploegvee_ Kz bewerkt kunnen worden, 4 Ër Art. 39. Tegalvelden zijn alle niet onder de omschrijving van artikel 4 a 38 vallende bouwgronden, waarop gewassen worden geteeld, die door pe _— __ riodieke uitzaaiïng of uitplanting worden verkregen. 4 ee Zj worden onderscheiden in: a, +4 | « le. Tegalvelden in geregelde cultuur, hetzij die velden jaarlijks, dan wel | ae periodiek beplant worden. : EE 2e, Tegalvelden, die na éénmaal of eenige malen te zijn beplant geweest, aM: weder worden geabandonneerd. : : we Art. 40. Tuinen zijn gronden, uitsluitend beplant met vruchtboomen of andere gewassen, niet vallende onder de omschrijving der beide vorige 4 Y artikelen. ma ie Art. Al, Erven zijn gronden, uitsluitend bestemd voor bewoning. es, Art. 42, Door het kadaster worden alle bebouwde gronden perceels: HE gewijze opgemeten, behalve de tweede categorie der in artikel 39 vermelde — ____tegalvelden. 4 a4 De aanwijzing der tegalvelden heeft plaats door de eigenaren onder — 3 toezicht van het dessabestuur. : be Bijaldier op de in artikel 89 bedoelde velden hier en daar ook eenige — a3 vrucht- of andere boomen voorkomen, zoo worden ze bij de opmeting — toch onder de tegalvelden gerangschikt. Pe Wanneer tusschen erven en tegalvelden geene afscheiding hestaat, wor- , den ze te zamen opgemeten. 3 Evenzoo wordt gehandeld wahneer geene alscheiding bestaat tusschen erven en tuinen. 4 Vi Art. 43, Onder kadastraal perceel wordt verstaan zoodanig gedeelte van REL „het bebouwde terrein dat door vaste, natuurlijke grenzen, als: wegen, (an rivieren, walerleidingen, enz. is afgescheiden en over zijn geheele oppervlakte vin denzelfden cultuurtoestand verkeert. d BE Als perceelgrenzen worden mede beschouwd galengans of andere zicht-~ sah 4 ‘ ET rd ai er a
Ets b e : | cp eae re 4 23
a 12 hes
Bp:
F bare afscheidingen tusschen stukken land van denzelfden cultuurtoestand, -
| maar van verschillende productiviteit. Dergelijke grenzen worden echter
alleen opgemeten op aanwijzing van de ambtenaren met de verificatie in ~
loco belast. ' 4
a De onbeplantbare strooken grand langs de bovengenoemde scheidingen
“worden echter gerekend tot die scheidingen te behooren en dus daarmede
Bsbreenigd, zoodat de kadastrale perceelen alleen bevatten de werkelijk be-
plantbare gronden. _ :
‘a Art. 44, Wegen, rivieren, steenen palen, brughoofden en dergelijke ter-
_ reincbijzonderheden van blijvenden aard, die geschikt zijn om|als vaste —
punten te dienen voor de aanmeting van grondveranderingen, worden mede
opgemeten.
Art. 45, Van de tusschen de bebouwde gronden zich bevindende slo-
kans, dijkjes en dergelijken, die eene mindere gemiddelde breedte heb
ben dan vijf meter, wordt alleen het midden opgemeten en op de kaart
| met ééne lijn afgebeeld. Op de veldwerken wordt de gemiddelde breedte
daarbij aangeteekend, :
| _ Hebben zij eene mindere gemiddelde breedte dan één meter, 200 wor-
| den zij niet opgemeten en gerekend bij de bebouwde velden waartusschen
| zij gelegen zijn.
| De breedte in de beide voorgaande alinea's bedoeld wordt gerekend,
k ten aanzien der slokans, van den binnenkant der kruin van één der galen-
| gans tot die van de andere galengan. lj
Bi) Ten aanzien der dijken wordt als breedte beschouwd de breedte van
4 het ondervlak. ¥
_ Slokans, die districls- of dessagrenzen vormen, worden steeds met twee
| lijnen opgemeten en afgebeeld.
4 Art. 46. Behalve de leidingen, die ingevolge het bepaalde bij artikel
| 45 worden opgemeten, worden nog op de veldwerken geschetst alle overige
waterleidingen, ook die, welke gelegen zijn in het niet in details opge-
EP meten terrein, zoodat het geheele bevloeiïngsstelsel der dessa op de veld-
werken voorkomt.
| Bij ieder perceel sawah melt levend water moet worden aangeduid uit
| welke leiding of leidingen dat perceel water ontvangt.
(8 _ Die aanduiding geschiedt door binnen het perceel, op het punt waar
| de leiding dit bereikt, aan de lijn, die de leiding voorstelt, twee lijntjes
| in blauw te trekken in de richting van den stroom, makende ‚met de
| leiding een hoek van + 30».
Deze lijntjes worden ter lengte van + 5 m. m. getrokken op + tp
jm. m. afstand van elkander.
Art. 47. Bij de hoofdleidingen worden de namen vermeld en wordt de
stroomrichting door een pijltje aangegeven. Ì
| Waar twijfel bestaal, welke leiding de hoofdleiding is, worden inlichtin-
P gen gevraagd aan het dessa-bestuur.
(Bij bruggen of duikers worden mede de namen vermeld der rivieren
| of leidingen over welke die gelegd zijn. _ fi
Ee Art. 48. Op de veldwerken worden alle terrein-bijzonderheden zooveel
poset aangegeven door de teekens daarvoor voorgeschreven in de ,,Voor- el ek A fo ta ee. Si and een
Sen eee oe de ee En A re ATEN gh Re UNS ea ; ; : aie 2a Lon 18 “ag ria vaan eN EN schriften ter vervaardiging van topographische kaarten betreffende de Ne- | _derlandsche bezittingen in Oost-Indië,” a En Art. 49, De dammen in rivieren en hoofdleidingen, dienende tot aftap. | ____ pingevan het water, de aquaducten en bronnen, worden duidelijk aangegeven. — _ Art. 50. Wegen worden steeds in twee lijnen opgemeten, voetpaden ~ worden geschetst en met een stippellijn afgebeeld. 3 a j Art. 51. In dessa's, waar de op te meten bebouwde gronden in kleine a stukken tusschen uitgestrekte gronden verspreid liggen, worden ‘daarvan © _____blokkaarten gemaakt en de grenzen van de gemeten terreinen behoorlijk & cn] door merkteekenen of op andere wijze verzekerd. ; oe mS Waar de genoemde blokken niet te zeer verspreid liggen, worden ze _ door polygoonmeting of door verbinding aan triangulatiepalen (ook tertiaire) > in onderling verband gebracht. ay | . Eischt ook dit te veel werk en tijd, dan wordt ‚het verband in het | | belang der verkenning gevormd door wegen of rivieren van de topogra- 4 ____ phische kaart over te nemen. of Art. 52. De veldaanteekeningen worden met de grootst mogelijke dui- a delijkheid’ en zooveel mogelijk op schaal gemaakt en in zwarten inkt over- if getrokken. is / Art. 53. De perceelsgewijze meting geschiedt door polygonen, waarvan < de zijden mel den ketting en de hoeken met de boussole worden gemeten. — Ei Op ieder hoekpunt wordt het azimuth van de vorige en dat van dey volgende lijn gemeten. “ En £ Art. 54, Bij de perceelsgewijze meting kan, zoo noodig, het aantal a . * tusschenpunten onbepaald worden vermeerderd. ha fi De punten, tijdens de meting bepaald, worden bij voorkeur gekozen in ; de linen van driehoeksmeting. a ; Art. 55. Langs rechte scheidingen, die over hunne geheele of een yol- — doend gedeelte hunner lengte zichtbaar zijn, worden geen meetlijnen ge
_ plaatst, maar die scheidingen of hunne verlengden worden alleen aange- a E _ teekend in de polygoonlijnen die zij snijden of waarin zij zichtbaar zijn.
- Art. 56, Het aantal loodlijnen op de meetlijnen wordt zooveel moge- 2 ____lijk beperkt. E Nee a Art. 57, De namen van dessa’s, ‘kampongs en blokken (geblègans), als- « ie mede die van rivieren, leidingen, enz. worden met de meeste zorg opge- tt; nomen en met duidelijk en in het oogloopend schrift vermeld. ijk
: de Art, 58. De landmeters, adjunct-landmeters en mantri's aan het hoofd — fd van opmetingsploegen geplaatst, zijn verantwoordelijk voor den goeden gang — en de deugdelijkheid yan de meting. an Ik „Zij zijn gehouden zich zooveel mogelijk dagelijks naar het terrein te 3 fi begeven en te wonen ter plaatse waar hun dit door den Sectiechef — wordt gelast. ; aa Art. 59. Bi de driehoeksmetingen, die onder hunne leiding worden uit- | gevoerd, overtuigen zij zich of de driehoeks- en tusschenpunten met oor- — deel zijn gekozen, of de signalen goed zijn gebouwd en of vóór de hoek- — meting steeds het voetpunt der loodlijn uit het midden der korf met _ z er zorg is bepaald en voldoende verzekerd. | Zij controleeren de hoekmetingen door periodiek bij de hoekmeting op — ‘= d “ae i!
ie Es ee, oe ee dr aes eat ener we kee warn en ee et
| yen wi eN, ih hi PA: Ke a Paty aen Denk AVT Jani rai ek se | Ee i aan ge een der punten tegenwoordig te zijn, waarbij zij zich tevéns overtuigen, ; of het instrument steeds voldoct aan alle voorwaarden van opstelling
en regeling. : 3 "Art. 60. Met het aanleggen der veldwerken belasten zij een mantriy dies voor dit werk geschikt is en die bedreven moet zijn in het kaartegrer BT ken ook eenigszins in het teekenen, ; | Art. 61. Zij wijzen dien mantri voor ieder terreingedeelte ongeveer de | richting aan der polygonen, die voor grenzen van veldwerken zullen dienen. …— | De meting dier polygonen geschiedt met de theodoliethoussole of met ~
| de boussole-tranche montagne, tevens ingericht voor afstandmeter. ee | Art. 62. De lengten volgens den afstandmeter en de azimuthen dezer j polygonen worden ingeschreven in stalen en de nommers der veldwerken : _ daarbij vermeld. :
Art. 63. Na de kaarteering der omtrek-polygonen op het papier voor , | de veldwerken bestemd passen zij die na en doen eventueel gemaakte fouten
} opsporen en verbeteren. De lengten en azimuthen der omtrek-polygonen worden echter niet op de veldwerken vermeld, maar door hen buiten het bereik der mantri’s bewaard, ten einde daarmede het werk der mantri’s, met de detailmeting | belast, te kunnen vergelijken. Art, 64. Bij hunne inspectién in loco van het werk der mantri’s, met hk de detailmeting belast, overtuigen zij zich of alle bepalingen dezer instrue- a } tic door hen goed warden begrepen en uitgevoerd. | f__Door periodiek enkele lijnen in hunne tegenwoordigheid te doen meten | } overtuigen zij zich of de opvattingen der mantri's juist zijn en of deze ;
| Woldoende bekwaam zijn in het gebruik hunner instrumenten. | } Art. 65. De bij hen ingeleverde voltooide veldwerken worden met zorg
| door hen nagezien. Zij letten er op of aan alle bepalingen dezer instructie, | | voor zoover de meting en. het inschetsen van bijzonderheden betreft, is vol- | {daan en controleeren de meting door enkele der door de mantri’s gecon- a | strueerde veelhoeken nauwkeurig uit te zetten en na te passen. | 8 Art. 66. Omtrent de beschrijving, nommering en andere bijzonderheden, | ) die op de veldwerken moeten vermeld worden, gedragen zij zich naar | }) de voorschriften hun door de Sectie-chefs daaromtrent te geven. | | Art. 67. De Sectie-chefs bezoeken periodiek ieder der opmetingsploe- | } gen hunner sectie en overtuigen zich daarbij of alle voorschriften door | het personeel worden begrepen en opgevolgd. | } - De Chef der landrente-metingen doet hetzelfde hij zijne inspectién in loco. | i : Herziening in loco van reeds vroeger opgemeten districten. ‘ | _ Art. 68, De algemeene herziening in loco van reeds gemeten districten | | geschiedt dessa’sgewijze. | if De bestaande zakatlassen worden gebezigd voor de veldaanteekeningen. | af Art. 69. De opmeting van grondveranderingen geschiedt daor verbinding | ki der meetlijnen of, waar geen meetlijnen noodig zijn, door verbinding der | nieuwe scheidingen, aan de nog bestaande, die reeds vroeger in kaart
| zijn gebracht. |
De a ey ee Tate Tee Nee, he A, he te 5 nd er.
een Fe 15 ;
Ss Art. 70. De uitmeting van de gmalle strooken onbeplante grond al
B wegen, slokans, enz. geschiedt door uit de lijnen, die reeds op de pea
a3 voorkomen, naar weérszijden loodlijnen te meten. De plaatsen, waar deze i
— _toodijnen zijn gemeten, worden schetsmatig aangegeven. Waar het terrein
Bi Pee geaccidenteerd of de breedte der strooken te aanzienlijk is, geschiedt
in de uitmeling op dezelfde wijze als die der grondveranderingen.
‘ 5 _ Art. 71. Voor alle overige bijzonderheden, die moeten worden gemeten |
a te of geschetst, gelden de bepalingen der artikelen 37 t/m 57 dezer instructie,
8 * Art.” 72, Voor de herziening van ieder district wordt een zoo groot
‚+ aantal mantri’s aangewezen als daaraan kunnen arbeiden zonder dat ver
3 4 warring ontstaat. p
: Wanneer geen Europeesch personeel beschikbaar is, wordt een hoofdman- d
Jagd fri of een ander daarvoor geschikt mantri met de leiding belas.
Het werk der mantri’s wordt gecontroleerd door de kaarteering en door
de verificatie in loco in artikel 123 bedoeld, te
a WERKZAAMHEDEN TEN KANTORE, ay
5 Kaarteering van het minwutplan.
\ Art. 73. De bladen van het minuutplan worden alle ten wolle noord E
: gericht en geheel vol gekaarteerd, met uitzondering van die op welke
districtsgrenzen voorkomen: : ist
Deze bladen” worden slechts tot aan die grenzen gekaarteerd,
Bij de meting van een aangrenzend district wordt zorg gedragen, dat
de bladen op welke in beide districten de grens voorkomt elkander vol
komen bedekken.
Art. 74. De parallellen aan den meridiaan en perpendiculair van het
centraalpunt. worden op één decimeter afstand van elkaâr in blauwen —
inkt getrokken, 4
leder blad van het minuutplan bevat negen vierkanten in de lengte
| „en zes in de breedte. ae
De eerste parallellen van het district worden zoodanig gekozen, dat de —
3 afstanden dier lijnen tot het centraalpunt der residentie veelvouden zijn
van 500 meters.
a Art. 75. De afstanden tot den meridiaan en den perpendiculair van |
het centraalpunt worden hij ieder dier lijnen in rooden inkt aangeteekend, |
% De vierkanten worden op ieder blad van links naar rechts gemerkt
: met de letters A, B enz. en van boven naar beneden met de nommers
: bd ens.
Ari, 76. Na voltooiing van het plan van driehöeksmeting; worden daar- J
op de bladen van het geheele district aangegeven en genommerd, el
Art. 77. De nommering der bladen, voor ieder district beginnende met ©
% no. 1, vangt aan met de noordelijkste rij bladen. a:
Alle rijen worden in de richting van het westen naar het oosten ge,
] nommerd, ‘
x” Art. 78. Het minuulplan wordt gekaarteerd op de schaal van 1 à 5000,
P Art. 7. Van ieder veldwerk, dat ten bureele wordt ingeleverd, wordt 4
i i 16 Lieren 7
een staatje vervaardigd dat dessa’sgewijze gerangschikt alle namen. bevat, q ‘die op het veldwerk voorkomen, Deze staatjes worden ter correctie toege : gonden aan den ambtenaar van het binnenlandsch bestuur, die voor de sectie is aangewezen, die ze na verbelering aan den Seetie-chef terugzendt, j Art. 80. Naar gelang de veldwerken binnenkomen, worden de grenzen : daarvan op het plan van driehoeksmeting gebracht en met een onuit- — gewasschen kleur aangegeven. HEK a "Nog worden op het plan overgenomen het nommer van het veldwerk =~ en de dessagrenzen. ae : “4 a Art. St. Zoodra één of meer veldwerken gereed zijn, wordt inet de n Kaarteering aangevangen. EL: Art. 82. De snijpunten van driehoeks- en andere lijnen met de blad- ‘scheidingen worden steeds door berekening gevonden. : Art. 83, De kaarteering van de azimuthen geschiedt door middel van “ae
den transporteur. '
De beide aansluitingspunten van iederen polygoon worden met de rich- ting der noordlijn op een stuk dun papier van het minuutplan doorge- trokken. Daarna wordt op dat papier de polygoon gekaarteerd en langs — “graphischen weg aangesloten. Vervolgens worden de definitieve hoekpun- ‘ten op het minuutplan overgebracht. Art, 84. Wanneer het verschil tusschen het eindpunt der. polygoon en het aansluitingspunt aanleiding geeft tot het vermoeden dat een fout is gemaakt, ‚wordt deze opgespoord en verbeterd. | i f, Overbrengen der minuutplans van reeds vroeger | 3 gekaarteerde districten. f= 4 ‘Art, 85. Het overbrengen der minuutplans van reeds vroeger gekaar- | teerde districten, op de schaal van L à 5000 geschiedt uit de veldaan- f teekeningen door kaarteering, dan wel uit de oude minuutplans door mid-
del van den pantograaf. ‘ . ; : De Chef der Jandrente-metingen bepaalt, welke van deze twee wijzen | zal worden gevolgd, | Art. 86. Van ieder district, waarvan de minuutplans moeten worden overgebracht, wordt uit de bekende coördinaten der punten van driehoeks- | meting een nieuw plan van driehoeksmeting samengesteld. Op dit plan worden de bladen van het geheele district aangelegd, met a inachtneming van het bepaalde bij de artikelen 18 t/m. 77 van deze in- | _ structie. d | A Art. 87. Bij overbrenging met den pantograaf worden «eerst alle bere- | | kende punten op de nieuwe minuutplans gekaarteerd. k Bij de berekening voor de opstelling van den pantograaf wordt de uit- zetting of de inkrimping der beide bladen in rekening gebracht. |
De pantograaf wordt telkens op een berekend punt ingesfeld en tot
gen berekend punt voortbewogen. | Zijn de verschillen van het met den pantograaf verkregen eindpunt ì ‚met het gekaarteerde punt te groot, dan wordt de pantograaf or
Jee F hek ‘=. - : ‘a EA i a Je “ingesteld en dezelfde lijn opnieuw gevolgd totdat bruikbare resultaten ijn verkregen. Er Jae Art, 88. De verificatie der overgebrachte minuutplans geschiedt door A op ieder blad van het oude minuutplan minstens twee lijnen in verschil a Sende richtingen te trekken. Die lijnen worden door kaarteering uit de drie- Aa hoekszijden op het nieuwe minuutplan overgebracht en vervolgens op de beide plans, van hetzelfde punt uitgaande, nagepast. |
Deze verificatielijnen worden op het oude minuutplan in rooden inkt getrokken en daarbij vermeld de uitgepaste cijfers op de beide plans. Bij fet ontdekken van fouten wordt hunne uitgestrektheid met zorg ops Zi gespoord en worden ze verbeterd. # ‘aa Art. 89. De in potlood overgebrachte minuutplans worden niet verden _ afgewerk! dan nadat daarop zijn gekaarteerd alle wijzingen bij de algemeene _ * herziening in loco opgenomen. "Art. 90. Alle volgende artikelen dezer instructie zijn mede van toe en passing op de afwerking, vervaardiging en opmaking der kaarten en re B gisters van de reeds vroeger gekadastreerde districten. i e's, ae Leidingen verificatie van- en toezicht op de kaarteering. a
Art. 91. Alle berekeningen van driehoeks- en andere punten, benevens,
Jee Aan ieder van hen, die daarvoor de noodige bekwaamheid en ervaring | Europeesche ambtenaren ten kantore. ; ne ‘Aan ieder van hen, die daarvoor de noodige bekwaamheid en ervaring bezit, wordt een deel der mantri’s toegevoegd en aan iedere 20d JEN gevormde ploeg ambtenaren, zoo mogelijk, de kaarteering en afwerking | | _-¥an een geheel district als taak aangewezen. ; _ Art. 92. De berekende punten, alsmede de omtrekpolygonen der veld Et werken, worden door de Europeesche ambtenaren gekaarteerd of door hen | vóór de kaarteering van het veldwerk geheel nagepast. }
- Na de voltooiing der kaarteering van het veldwerk worden de voor Ee naaniste polygonen nagepast en de overige kaarteering nauwlettend geve _____rifieerd, yi if kr: De Europeesche ambtenaar, met het toezicht op de kaarteering belast, eg ‘teekent ieder veldwerk voor de verificatie der kaarteering en is verant woordelijk voor de juistheid daarvan. “4 | Art. 98. Ten kantore worden uitvoerige staten aangehouden voor alle < __onderdeelen van het werk, waaruit op ieder oogenblik de stand van het werk, alsmede-door wien ieder onderdeel is verricht, duidelijk moet blijken. ad Art. 94. De Sectie-chefs verleenen hunne hulp en voorlichting waar het ~ ij moodig is; zij controleeren zooveel mogelijk het werk der kaarteering en zijn mede verantwoordelijk voor de deugdelijkheid daarvan. a Kleuren en. afwerken van het minuutplan. a ay z 1 ey Art, 95. De grenzen der pereeelen worden op de kaart met volle lijnen (O. I. inkt) getrokken; slokans als perceelgrenzen in, blauw. ts Art. 96. Gebouwen, wateren en openbare wegen worden met een lichte 4 a, Zo 15 :
rt ene Po re rae EM yet ENE EN fe ve ea
ee eae Ke: dd ats. Ne PA JM
EN IE REE
EAN: 18 3 a
ee ee > i
5 ee ad we Ss ;
tint gekionra, te weten: gebouwen rood (karmijn), water blauw (Pruiss., blauw), wegen geelachtig bruin. Re
Ark. 97. Begraafplaatsen, sluizen, bruggen, kaden, enz. worden op de 4 kaarten aangeduid volgens de „Voorschriften" ter vervaardiging van dopo-
sgraphische kaarten betreffende ‚de Nederlandsche bezittingen in Oost-Indië",
| Art. 98. De dessagrenzen worden met verschillende kleuren aangewezen,
uitgenomen de paarsche (magenta), die woor districisgrens gebruikt wordt, }
en de donkergroene (sapgreen) waardoor de omtrek der kampongs wordt
aangeduid. De kleuren der dessagrenzen worden uitgewasschen en zoodanig gekozen, dat nimmer aan elkander grenzende dessa’s dezelfde kleur hebben.
tt Art. 99. De kamponggrenzen worden door een donkergroene kleur (sap-
green) aangegeven.
Daar waar de kamponggrens een slokan is, wordt de kampongkleur op
een geringen afstand van dien slokan, en niet onmiddellijk daartegen ge-
legd, ten einde den aard der scheiding duidelijk in het oog te doen vallen.
: Beschrijven en nommeren van het minuulplan.
Art: 100. De beschrijving der kaarten geschiedt met rondschrift van
verschillende grootte naar gelang van de belangrijkheid der te beschrijven $ onderwerpen, met uitzondering van het bepaalde bij het 2° lid van artikel 102.
q - Ook het gebruik van andere letters voor de details is geoorloofd, wanneer
door het rondschrift de duidelijkheid der kaart zou worden geschaad.
eS De namen der blokken worden alleen dan op de kaarten vermeld, als
dit kan geschieden zonder nadeel voor de duidelijkheid.
hr De nommering der perceelen, die ingevolge artikel 42 worden opgemeten, ‚geschied, dessa'sgewijze, voor elke dessa beginnende met no. 1.
_ Bij ieder nommer wordt op het minuutplan in potlood met een enkele letter de cultuurtoestand vermeld.
bt Sawah m. L w wordt aangeduid door 5}.
Sawah veer a jet Ge ve WSR ;
Sawah rawa i os Reel is
Es Tuin nk Ee Rn
EE Tegal De 5 pete a
‘Art. 101. De nommering van het minuutplan en de invulling van den
' cultuurtoestand, geschieden in potlood door den sectiechef, daarbij geassis-
| teerd door den ambtenaar, die de kaarteering en afwerking van het be- | trokken district leidt, en die tegelijkertijd de nommers met rooden inkt op het veldwerk. vermeldt.
8 Daarbij wordt ieder perceel met het veldwerk vergeleken en nauwkeurig |
| nagegaan of aan alle bepalingen is voldaan. 4
Ee Art. 102, Op ieder blad wordt cen hoofd geplaatst, luidende als volgt:
Bi Residentie. © - - 6 ee tte . 4 „ij RM EET ICL oe ae sede , Schaal 1 à 5000. | ~ et woord district” en de naam van het district worden met blok- | jetters geschreven, het overige met rondschrift. j
ME REE en
eee „48 É ok ie a
Es , i males ze oan
- Art. 103, in het midden van het blad, boven den herl die de ~bladgrens uitmaakt, wordt een rechthoek geplaatst, verdeeld in ‘negen klei
Ne nere, rechthoeken, waarvan de middelste met grijzen O.L. inkt dd gekleurd en het nommer van het blad bevat, terwijl in de overige recht Oe
/ _ ken “de nommers der aangrenzende bladen worden geplaatst. AN Art. 104, Aan de beneden linker- en rechterzijden van het blad war,
_ den de navolgende verklaringen geschreven: ve aan de linkerzijde: 4 Ee „Opgemeten en gekaarteerd door of onder toezicht van mij, landmeter
- der. . . . klasse van het kadaster. (a l= ‘ ig
| Me OP af AN ee eee oe a b. aan de rechterzijde: j 5 5 „Onderzocht en goedgekeurd door mij, Chef der landrente-metingen. = ; &: AR 4 en en Nn teek jj an Ln a Za apes Perceelsgewijze berekening. 4 ni a | a: et Art. 105. De perceelagewijze berekening geschiedt door middel van den | ___ polar-planimeter. ie E: De planimeter wordt steeds gesteld voor de schaal op welke de plans | zijn gekaarteerd. ha ' * De instrumenten worden dagelijks geverifieerd. gz _ Art. 106. Alle perceelen worden tweemaal berekend, a ____Nadat de eerste berekening van een blad is voltooid, wordt de berekening. ] staat buiten ‘het bereik der mantri’s opgeborgen en het blad voorde 8 tweede berekening aan eon anderen mantri uitgegeven. if _____ Tusscher de beide berekeningen mag geen grooter verschil bestaan dan | _ 2 maal de waarde der nonius-eenheid van den planimeter, voor perceelen — kleiner dan 400 maal de waarde dier eenheid. a _ Voor grootere perceelen mag het verschil niet meer bedragen dan Wang | van het gemiddelde der ‘beide berekeningen. “sta ar Art. 167. Na vergelijking der beide berekeningen wordt een staat opge- | maakt van perceelen, waarvan de beide berekeningen te veel verschillen, 4 en worden deze ter herberekening uitgegeven, totdat geen grooter verschil f en bestaan dan de toestane. : ia De gearresteerde grootten worden onmiddellijk in de daarvoor bestemde | staten met zwarten inkt ingeschreven. i 4 B Hr = Kopieën van het minuntplan. 2e en igi, ‘Art. 108. Van het minuutplan worden vier kopieën gemaakt, waarvan 4 twee doorloopend en twee dessa'sgewijze. : ‘ 4 _ ___ Een der doorloopende kopieën van het minuutplan wordt met de groot- | ste zorg afgetrokken en nagepast en dient voor bijblad. ET Het bijblad blijft in potlood en wordt niet verder afgewerkt. ae De andere doorloopende kopie en een der dessa’sgewijze kopieën zijn ' ft k ALS
é Ee 4 20 a
N bestemd ten gebruike der ambtenaren, belast met de landrente-regeling., 1
| Deze laatste draagt den naam van dessa-kaart.
Deze andere dessa'sgewijze kopie dient voor veldplan. Aer
4 Dessa-kaart en veldplan, “ qe
_ Art. 109. Zooveel mogelijk wordt een geheele dessa op één blad ver-
‘eenigd. Waar dit echter niet mogelijk is, worden wegen, rivieren of andere
i gemakkelijk te herkennen terrein-hijzonderheden voor bladscheidingen genomen.
_ Art. 110, De bladen worden voorzooveel dit met inachtneming van ar- q tikel 109 mogelijk is, ten volle noord gericht en voorzien van de vier- kanten van het minuutplan.
- De lijnen, die de vierkanten vormen, worden echter alleen buiten het
gebied der dessa getrokken.
Daar binnen worden de hoekpunten der vierkanten door een rechthoekig kruisje -+ aangegeven.
De richting van het noorden wordt door een pijl aangeduid en de
' evenbedoelde vierkanten voorzien van letters em nommers.
| Art. 111. Alle scheidingen en andere terrein-bijzonderheden worden ge-
' kleurd, in inkt getrokken en aangegeven evenals zulks voor de minuut- plans is voorgeschreven.
‚De dessagrenzen worden aan de binnenzijde uitgewasschen met de kleur, | waarmede de dessa op het minuutplan js aangeduid, en aan de buiten- zijde mel de kleuren der aangrenzende he:
Art. 112. Waar de scheidingen tusschen de wegen en de aangrenzende
} gronden gevormd worden door waterleidingen, worden de grenzen der we- “gen in zwart getrokken en daarneven op + Y2 m. m. afstand een blauwe
{lijn
4 Art. 113. Behalve de leidingen, die- op het minuutplan voorkomen, worden op de dessakaart schetsmatig uit de veldwerken overgenomen die waterleidingen, welker aanduiding noodzakelijk is ter verkrijging van een
} volledig overzicht van het bevloeiingstelsel. Deze leidingen worden door stippellijnen aangeduid. . }
4 Art. 114. Bij ieder perceel sawah met levend water wordt aangegeven
| unit welke leiding of leidingen dat perceel water ontvangt. >
| Die aanduiding geschiedt op dezelfde wijze als in artikel 46 voor de.
i veldwerken is voorgeschteven. — . A
NH Art. 115, Wanneer de bevloeiïng van een perceel sawah met levend
y) water ééno leiding is aangeduid, behoeven de kleinere leidingen, die hun
® water uit de eerste leiding ontvangen, alleen dan van de veldwerken te
worden overgenomen, wanneer zij dienen ter bevloeiïng van andere sa-
_ wahs, bij welke anders de bevloeiïng niet zou kunnen worden aangegeven.
| Art. 116. Wanneer sawahs water ontvangen uit een rivier, hoofdlei-
He ding, meer of bron, in eene andere dessa gelegen, dan de gronden zelve, ;
wordt daar, waar het water de dessagrens overschrijdt, de herkomst
| van het water vermeld. ; J |
- Art. 117. Omtrent de hoofdleidingen, bruggen, duikers en hunne na-
} men alsmede omtrent de aquaducten, bronnen, dammen, wegen en voelpa-
iH
nd TES oe cen 9 are den gelden voor de dessakaarten dezelfde bepalingen als in de artikelen EE: diet/m 50 voor de veldwerken zijn voorgeschreven. kt: ‘2 Art. 118. Op eene geschikte plaats wordt een hoofd ingesteld, luidende | Ki als wolgt: 5 a OSE he RN ROR Wada RN : a ROBBE fc keren at els ae ANDA ao ptagem ave) ’ 8 ‘Schaal 1 à 5000. : In den rechterbovenhoek worden de naam der dessa en het piagem. | ' nommer herhaald. À 3 ‚Wanneer de dessa'sgewijze kopie meer dan één blad beslaat, wordt maf q hoofd uitgebreid met de woorden: s SA ecm ase de at Paris Aen 5 RD Ca SELON Ene be a 7 . Bs en wordt ook het nommer van het blad in den rechterbovenhoek herhaald. — Aan den voet van ieder blad wordt de volgende verklaring gesteld: | & ° „Vaor kopie conform f a EAS OO df ta Rhee aya " q De landmeter der . . , klasse van het kadaster.” Na de bijwerking der veranderingen, bij de verificatie in loco noodig — gebleken, wordt op eene geschikte plaats eene verklaring gesteld, luidende: — „Bijgewerkt na de verificatie in loco. % Li : EE 1 Die verklaring wordt gedagteekend op den datum waarop de verificatie _ in loco is afgeloopen. ind | Art, 119, De nommering der dessakaart en de invulting van den cul- — | tuurtoestand geschieden uit het minuutplan door een der Europeesche 4 i ambtenaren. ‘= ip id Na de nommering der dessakaaft wordt deze door de beide in artikel : 101 genoemde ambtenaren gezamelijk met de veldwerken vergeleken, waar- bij wordt nagegaan of aan alle voorafgaande bepalingen -is voldaan, a h Art. 120, De herhaling in inkt der perceelnommers op het minuutplan | | en de dessakaart geschiedt door één der ambtenaren of mantri's, die _ daarvoor de noodige bekwaamheid bezit. a = 44 Art. 121. Het veldplan wordt naar de dessakaart gekopieerd en door — 4 een der Europeesche vamblenaren daarmede vergeleken, | ‘ - -Hulpregister. aq 3 ¥ & Art. 122, Na voltooiing “der dessakaart wordt ten behoeve van den g ambtenaar, belast met de verificalie in loco, van iedere dessa afzonder- — 3 lijk een register vervaardigd, bevattende: de nommers der perceelen, de 8 letters en nommers der vierkanten van de dessakaart, de plaatselijke be- — î naming en den cultuurtoestand der perceelen. i q Deze laatste wordt uit de veldaanteekeningen ingevuld en gecollation- | a . A zi
: ‘We are a ae a Gea ien Ale EEDE aS ha at ie zien eee a suai | a ak | | Er oe ES ’ 3 22 Cae Mert met de dessakaart De daarbij ontdekte fouten warden, zoo noodig | tevens op het minuntplan verbeterd. € q Verificatie in loco. ¢ Art. 128. Na vollodiing der dessakaart en van het hulpregister van eene dessa, worden deze stukken, benevens cen afschrift van het pro- 4 ces-verbaal der dessa,, met bijbehoorende schetskaart en cen blanco-regis- ; i ter yoor de aanteekeningen der veranderingen, terstond toegezonden aan den ambtenaar, door den Inspecteur yoor de sectie aangewezen, lie 200 ; spoedig mogelijk de verificatie in loco verricht. } Art. 124, De ambtenaar in het vorig artikel genoemd, geeft aan den | Sectie-chef tijdig kennis van den dag waarop met de verificatie zal | worden aangevangen. | Deze stelt tegen dien datum te zijner beschikking een mantri, bedreven I in de opmeting van grondveranderingen, om genoemden ambtenaar te ii vergezellen en alle veranderingen aan te teekenen en op te meten. | ; : Aanwijzend tableau. (Forms. Ne. la). in In Art. 125. Na afloop der inhoudsberekeningen wordt voor iedere dessa | i" gen aanwijzend tableau samengesteld. volgens het hieraan gehecht model. ‘Art. 126, De kolommen 1 t/m 5 worden uit het minuutplan en ko- | lom 6 uit de gearresteerde berekeningstaten ingevuld. | 14 Art. 127. Kolom 7 bevat de oppervlakte der slokans, dijkjes, enz, be- | i doeld bij de 1° alinca van artikel 45. | Die oppervlakte wordt berekend door uitpassing der lengten op het ia minuutplan en verder uit de gegevens op de veldaanteekeningen voorkomende. } De berekening geschiedt door één der Europeesche ambtenaren. nt Art. 128. Kolom 8 bevat het verschil der kolommen 6 en 7; kolom / 9 de tot bouws herleide grootte die in kolom 8 voorkomt, | HEE Bedraagt het overschot meer dan een halve [9 Rijol. roe, dan wordt | | dit voor een geheel gerekend; minder dan een halve TJ Rijnl. roe wordt |
- verwaarloosd.
Ke Art. 129. De kolommen 10 en 11 dienen om naar de toepassing van
ij opgemeten grondveranderingen te verwijzen: bij de vervallen nommers naar
| | de nieuwe nommers, waarin zij zijn opgenomen, en bij de nieuwe nommers
naar de vervallen nommers, waaruit zij zijn voortgekomen.
¥ Het register wordt zoodanig gecollationneerd en geverifieerd, dat de Sec-
| \ tie-chef voor de algemeene juistheid kan instaan.
| Bijwerking veranderingen, verificatie in loco.
| E: Art. 130, Na afloop der verificatie in loco eener dessa, ontvangt de | a: Sectie-chef van den ambtenaar, die de verificatie heeft verricht, de stuk- — ken en kaarten terug, bedoeld in art. 123. it |. Art. 131, Terstond na de terugoutvangst dier stukken worden in alle ° | reeds bestaande kaarten en registers der betrokken dessa de veranderingen IN Ri: ! 8 7
ode sram en Gee Te eh ti keen a er dr zt Dn eh A tee : re 3 at B. f ) aa x 23 ei aangebracht, die door den ambtenaar, in het vorig artikel bedoeld, „wor def noodig geacht. : 4 if. Art 132. Bij verschil van meening tusschen dien ambtenaar en den 5% Sectië-chef omtrent de noodzakelijkheid van een of meer der door eersl- genoemde gewenschte veranderingen, beslist de Inspecteur. ae Zij Art. 133. De veranderingen in de grenzen der perceelen worden op het bijblad gekaarteerd uit de veldaanteekeningen van den mantri, die a % heeft. opgenomen. zi 3 De betrokken perceelen worden in inkt getrokken, gekleurd en beschre-- ‘ yen vdlgens de voorschriften, daaromtrent voor de minuutplan gegeven, J De nieuwe perceelen worden zoodanig genommerd, dat het eerst ge € bruikte nieuwe nommer onmiddellijk volgt op het laatst gebruikte nommer van het minuutplan der dessa, |
d « Art. 134. De nieuwe nommers worden berekend en in het aa a lier no. la ingeschreven. ú De kolommen 1 t/m. 9 van dit formulier worden, voor zoover de nieuwe ____perceelen betreft, ingevuld op dezelfde wijze als voor de opmaking van a dit register is voorgeschreven, terwijl in kolom 11 worden vermeld de . yervallen nommers, waaruit de nieuwe zijn ontstaan. F ‘ Art, 135. De vervallen nommers worden op het minuutplan in rooden a inkt onderhaald. ’ 8 In het formulier no. ta worden de kolommen 1 t/m 9 der vervallen nommers doorgehaald en kolom 10 ingevuld. i i Art. 136. De bijwerking der dessakaarten en veldplans geschiedt uit 3 ‘de bijbladen en uit de veldaanteekeningen van den mantri, die bij de verl ficatie in loco is tegenwoordig geweest. A. Art. 137. Op de veldaanteekeningen, in het vorig artikel bedoeld, wor den de vervallen nommers met blauwen, en de nieuwe nommers met rooden inkt ingeschreven. Die veldaanteekeningen worden zorgvuldig opge borgen en in trommels bewaard. ' i
q : Dessa-register (Formr. No, 2), j Art. 138. Na afloop der bijwerking in de artikelen 130 t/m 137 bell doeld, of reeds vroeger, wanneer dit voor den voortgang van het werk —
3 wordt wenschelijk geacht, wordt het dessaregister (zie het hieraan gehecht model) ingevuld. a a Art. 139. Kolom 1 bevat een doorloopend volgnommer, voor iedere 4 dessa beginnende met no, 1, De kolommen 2 en 3 worden uit het formulier ne. 1a ingevuld, met
q dien verstande, dat de vervallen nommers niet in het formulier ne. 2 4 worden opgenomen. Kolom 4 wordt uit de dessakaart ingevuld. 7 Art. 140, Het register wordt dessa'sgewijze opgesteld en het totaal, in: .
4 geschreven op den eersten onbeschreven regel, met vermelding in koldia EE 8 van den datum waarop de verificatie in loco is geëindigd. 4 ate : Doerloopende kopie van hel minuutplan. | Art. 141, De districtsgewijze kopie van het minuutplan en bijblad wordt
:
oh m ae Ed ade Vr ET aaf 4 1 p : 4 | | : 24 : iy eerst vervaardigd na afloop der bijwerking, bedoeld in de artikelen 130 t/m 137. : e Echter kan, in het belang van de verdeeling van het werk, reeds vroe- „ger worden begonnen met het maken van kopiën der minuutplan in potlood. Voor het in inkt trekken, ‘klénren en afwerken dezer kaarten gelden dezelfde. voorschriften als voor de minuutplans, i - ze : i : . 4 : Verzametkaart. Ari. 142. Nadat het kadaster van een district is voltooid, word{ daar: van een districtskaart opgemaakt op de sehaal van 1 à 20000. ; Die kaart bevat den omtrek van het district, de dessagrenzen, wegen, rivieren, enz. 4 _ Art. 148. Aan de linkerbovenzijde van de verzamelkaart wordt een titel j geplaatst van den volgenden inhoud: ay ee Ree nears wan hete Gistrict: "plik EE maten dh ae pes at re AE : Bee os ehs rejdentie …— … gr jv oden ere opgemeten in de jaren . . . . . … . . door en onder „toedicht van — iden landmeter der. . . . klasse van het kadaster. . . .. +... . | Aan de rechlerbenedenzijde wordt geplaatst de volgende verklaring: „Onderzocht en goedgekeurd. : ain Fre ey Sen Let ORD et ts ee Pe em ln Een a ae De chef der landrente-metingen. 7 Art. 144. De verzamelkaart wordt niet voörzien van vierkanten. Alleen wordt ongeveer in het midden van het blad een noordlijn getrokken, voor- zien van een pijl. aa Overleg met ambtenaren van andere diensttakken. ) Art. 145. Wanneer de hulp of voorlichting van Europeesche of Inland- ) sche ambtenaren, beambten of hoofden, die ondergeschikt zijn aan het | Hoofd van Gewestelijk Bestuur, dan wel van ambtenaren van andere dienst. — takken, vereischt wordt, zoo wordt daarvan door den -Seectie-chef mede- | deeling gedaan aan den Inspecteur of aan den door dezen daarveor aan y le wijzen ambtenaar. RE Cd ! Boekhouding eigendomskadaster. ad { | Art, 146. Van alle perceelen, waarop zakelijke rechten zijn gevestigd, } geschiedt de samenstelling der kadastrale boekhouding en de bijhouding ) van het kadaster in overeenstemming met de instructie voor de Bewaar- ders van het kadaster, vastgesteld bij besluit dd. 8 Augustus 1880 no: ik 12 (Staatsblad no. 148) en de daarin reeds aangebrachte of nog aan te brengen wijzigingen. } | Hl if im
j ° : ee . VERSLAG der werkzaambeden voor de opmaki van het landrente-kadaster bij de kadastrale sectie..... So Residentie 2.02. ee = over desthaand ss TS 7 pet § a. Personeel. | Behoort bij art. 9. van de bij art. I van het besluit | 18 Juni 1890 N”. 6 goedgekeurde Voorschriften tot rege | van de details der kadastrale metingen.
Smet rc ht een ak EE PON ER ta ; 5 ey ere me TEE DEE Oe TE ee EEN ae bebe noe iad bie wat iy ia fig nl a hie oh ; vs uh een) ee 0 EN BEH zgeen hens eg Es es an vs LE ui, ON ern he etre ll wp en = PE dj oy ISR Te a shi: 5 rf yeaa the eos wt be: : je Nf, ht x peat acts eae aha tee vere = en ere | a , Bee Brendel Nt eT hs pe Na eC Heol Rag | i FBS t aa ie rte veen RE Ale 5 ERR
. Algemeene stand van het werk op UI. … B A 2 a z ay Fae = 3 ** 4 4 zi ei st Had Fi * 7 NT ile ime - i 5 \ ntt A EDE dia N ri ar ET panter : : 4 oe REE > 5 / Î | Vd ha : ros a i“, (eet! ft aS a Û T zi a k Aa 4 ‘ae ie ere 3 1 fi at EE A ae dt nn BT Rach ages dn im Bel | RE RMN GALT 0) oe, ERE 3 wea ae ed eel : a ; if . RS aur a fy E Rn he i | i = ae? : ‘ ere a) ais 2 4 ores 4 5 a ta Ps 4 4 ‘ sp 3 BR ey . 4 Sa ; f en t a zn SE A P ej RE : - € a Be i 5 foes : He vg { , 7 va ee : a q A ¥ . pels : ' : 5 Pee: 4 a ; Abts nj a 8 A } “a ER : : bbs? id Ek k ‘ 4 Ie} ' Eel 5 : : eK 8 TR hi ; a) ‘eae ayes VEE, : r | std) i ? ie ) AGE 4 3 Belde el oa WE i ' rE th Se ; yaa 7 Zen ; : eM ; je 4 iN : ( d AR i : ( ; F een 15 E 4 es,
ús | oe ; ; EEN nj | ] | ig ; | ny : J 2 i I j i : ed f Ad SADE f am =a 4 ; ; k RET 1 ve 5 _ i í t 4 } oe . +4 = j | > sa 1 j a Te | fi 5: eps? a : is Pi. : a ie Ek ; r 3 |) See - i re a er EEEN r ‘ a BREE Mc ee OREN EE ap. F 2 LiDE eo : hae er : ; é | Megat | ee Nak A NEA, a ig ; a = Fun = QE RER ait 1. AW ok ki neleke read SaaS Spa SS, ee Sheet Si grates ha poe a MEER ie PN a
es Abies br 4 : 9
- i ce Vervaardiging van kaarten en registers. ; ——— a ns $$ $$$ is HE Kes ij 3 BLI- DESSA- ELT . iy z ; a eae UTPLANS. BLAD.| KAARTEN. VELD-PLANS, | KOPIE MIN. PL. . = ae ET rant TA an eae ay | | | | | | | iS F | | ENE iE 8 2 lelela alate la Anta] | sle iP Slee |E 2). {lz ABS) 512) a1] Ele [8 alElEl ELLA oa ee BES = | a l=! IS els eld! ISielsl2le Al elast el ele eal EIER EIS EE AIEE ag gy ESES BIS SE <2 [ejsjos S| 5]4!alol8 ol Elz 18,8 als So} =| =|= AEEA ee oe eee an | | Ae et | | i | ; | a] oy ! | \ | ETR a | | ial | | | | | | el ee ja | | | | | a | | ‘ | | | : | | j li | | | | | | 4 | Gs | 1 | ia | | | | | ie Met RL i) | | | ‘ | | | | | | | | B Bae | i | F | By ttt | | | RA | | | | | | | MR | j 4 ry | Dey ha by | 4 BE ATE
- | | | | | | 4 | | |] I" | | | EEE | | | | | BEI 9 | | | | | 5 if “ant | | | | “a 4 UE on EE ond Aa nl EA SN
ee e En | KATTEN | IN HB SEHR | VA BT AAA | | | | | CH Hh | II
7 st hees ie a ke ne Ee eee ien Lin dod Kd Ay rh ea 7 Ftp, Se Po ea ee oe NPL ae oes ze cs et feet. ne HR PR en) Ct ge VO EO MOERS ge, ot helf Pe Petros ee pee ln teenth ke ah : Pat, BT. re Be EL rn a EN, NEEN EE Rnd re aan Vee i I ‘ 5 Eid Ee EERE ee ae Fehon ’ fet r > ae vre ae Bes £ Rr r ' oe, oe eae ate. : 2 : Aaa ee r he eee bn rt 5 : j Pa ? es ee ese | durende de verslagmaund =a Be Wes kcasianeitén verricht sedurdnde de veralaamnand em «$c. Werkzaamheden verricht ge : WR ne l { ¢ ‘ ' 3 1 En tn : ‘ LE ae rae | vb ik BE _ en NE : A a An ; Ave er AEN ; oS) isin et f : oo ie eg rs ‘ ee
- “i zin Pi) nj eel Ga die DA 4 t 4 «3 ip) A hat ei t Pi we Taig . aem a Zi 4 ' gem: Welie FE, „kl Binet ae £ ¥ J ® ie i ae MEE 1 ae ate es i i ia Rica? Es - 4 ‚5 ied 4 a * Pe Ten à 7 ies ee i Soe 3 ’ MER eee ia tea ae ; ee: MERS. 4 f Darr oe ae Kelt, a ME f Ras el Bahay : oa 7 A i , | F ita BE ty Ee Ne OR ps. fant ie . Ae Wives art, | FE: a a if eyes he Z A 7 1 a Plas 3 BE t En = 3 ot eet nen Ô i i } “ee ay: : : ies eee - 7 Re oa, 5 h zes B =f sodat DEE J 4 os KE ‚6 . a ge r oe ae . . EE eel 7 + ae Mg r 4 ok, pr : Faas 4 a . r oy ig le i a! re ; ’ 3a a ! ' iy en ; it a al i : i $ sit E : a Zan RE. } FS eee : / ' NN cn ie EEE Zn r ee i as ie RE er ; i ea aes Ee i ‘is ae si | ENT , i i 2 tc a ON ik 4 mee | ner AN ean te ee “4 ris Beary jn = ris Ai ie ek ‘ = , btm! re He t ‘ a , ; k Mel ads ie Hf i . rte ea: tine oe E À f ë ay 4) Ke Zen A ae Eb Cree NANA Redes peer cheng eee ye) Ten fe = ed = “ er: 4 obs, in tee kets RA A ala ee te jean Ee ee eet tet on eae Ay isa lf Firat os ot? i A TN PEET en Be OE een EL NRA Lo) AEEA EEEN ON AN
Bae Es ret CE er IM Le Ee EE TEE Ee ERE ye ji STS ES Sh Se TS MRE ny OC WOO, ae pee nn * ve i +) tiet, Ur oil het ie. geen tie He) oh ME fa. pp dine or Rees ke Sag i Err Fa - ES a vege A. vn ek OR ! a veh ue zE er * 1 = | Sa a ei ale ae Je at dies me > 2 ae iy t . it d 7 ote t rel Bie wy sae iS 2g r * “a Bir. ie Li t i . Bi za 2 q oid 7 4 =f ef a En Lr. IN , = te ee i AN cr ad zi BR in en Dj 2 : a za df EN HE ay = i - ey fe N Re Hal B. la = E be % A ae ‘ ; i EE ny Be EE. ‘ - aa = : i ig iJ Wie Ag ea F a Bist. * Ee Be a Bo a g x KE a wig Ke: a ey ig 3 a an -. SS 7 Bd WH “ - 8 ee ot 08 ke: wi . fi Mej p Ai q fj + Lee J ‘ 4 Kn : 2g ne in i ia 3 ae VW =e ei Jia - * et be ek: eel Bene: % fs ; ae?) a Fi > ae ety | : : ere! =. eS rl Ee : ‘i 5 dee En:
| boi ia Wider: eet Sn geet RUNEN BRE) : soe tds oke eh i dk Peete es pas gutta a NN Bless ned ik arn tn nde ENEN Rates ee PE Ed bi rde ee int WE Ee er rare To EN ot A KO . ; ' Sa Hy raid i ed Zi rmoedelijk te verrichten werkzaamheden geduren: didaten Ek + Eh hee ar iy ae 7 MY i “ee ee j | | a eee é 3 a Ns | a : : abt ate (i Mt 4 es 9 |: uy a | ak er il + ; ei 4 Ee of i … ees + a Ls 2 zi 4 * | EE a En er) fo. B ees : i NE a ae | ” pies a ad ‘oil A a ae | af Zg i enden aard. = a Se. Bijzonderheden van verschillenden a: il ME ; A x ny 4 F as, en a ‘ ak | i toe Gel grs =! = / | Pr | ; a ik 4 ni on + r aay EL ig N : iit a fy : a ns ig aan id f 1% wei . EK EN, Be Hie i 3 : a aa Poets ei \ AES a | | ee re : ik ML: k i 4 AR 4 (he. dant ie ay LNA u | j " Et - É = ei ; e nl : 5 ‚A a Di ih “a Ps at ds an \ 4 Loven CEG his: ee Ae : rc BER re ef iene . t Med 8 adel ra aS 3 : ; nat at i ie ae Mio = ti om Le b es fe thle ta ae RSE tn RDP! See Sate yee WE. PE omkleed TNT ee Pm EN,
3 ; : f a
Beschouwingen en mededeelingen van den Chef der landrente-meting ï
| i ee 3 i | a | ER | 4 i | a | 8 | i ae any |
FOR ULIER No. |. Kantoor van het Kadaste Mm KADASTER @ = | : ke Z : \ | EE nie Ca SN Sn eN $ Aanwijzend tableau.
i Behoort bij art. 125 van de bij art. I van het ee, sluit van 18 Juni 1890 No. 6 goedgekeurde Voorsch ; ten tot regeling van de details der kadastrale meting
tn. ee KEE raed eden in Valse BE hos nh dre NE,
Te el a sr ks AT A BRAL: ie ian En gE ett ae
Hali hk breed Baie ere aN tas Neel. gnl WERL so A ike CHER eee A en tiie me hated iede on Ratten er EO hr AE lon ety = ee ” een Sat AM Aard OM ONE Sigh fan Aan ME vi oh EE) RE Te ALAT oa Sele ie aten ae hee nier MEN Be TE TTE en ete ae a Suen Dae a en ae nat ' Ck: ed
KADASTRALE KAART, Ee ANRA EDA BEE RER Bn eee Boe om a. é a
PN 2 i bse Pe es nf 4 E ‘ HEELE _ Nummers 25 “ 3 c a! = ts = Bs = PERCEELE vn i a4 Sl El & me 1 > i EEE der Bl. £8 “a 4 mi Fa je ee ete 58 zl we Ll 5 ITE 4 Beet in ‘at PF El B is 4 fy „EE, E DARE perceelen, eg Ele EA = 5 21.) “leg, Zen Lae oS. Be Pe Se a Dat WP ‘ B se 7 bed e fe J F et zu TE EN tg ie 8 ES fey aoe et aha 5. gece) ts er a te a EAA mi —— So “a rd | a Ei : . , : zl a a AN ’ | ’ 8 Rage wail es ij aa MELA ; | > i ing ce ic BR re yy nee. \ if 4 “ae 3 | | ; i Beil. ’ / | } ‘ ine : . i Tee
a |
heal Fe En ts Hy ; val | | 4
- ray 3 d 4 ; H | e- Pee. 7 | Bee | | | A Bi ie tere ete f ee $ ey!) S| al Bx kl eu cal AE : a 04 i Ne ae | | BML E a hit i Et i 8 k rig Fo aye Soa 3 ag ER TEMEER EN U sen 1 A A ei Berne AT EE kend AT f ea gen: bets BSN
hd nae is oe H ine j Ki Meten F ar: 4 DE B VERWIJZING Z 4 re DF OPPERVLAKTE a ae BELASTBARE NAAR HET 5 there gronden f VAN KOL 8 aq m het perceel. ' OPPERVLAKTE | HERLEID TOT KEEN B ES Nieuwe) len ce — ZET: gn TTT a Bt; bin nommer,|nommer,| © AL | ©. Hi, | A, | Cc, | Bouws, | ORR, n - ee oe NE CEN EED T Ne : Ey / “4 GEE » : | % i a Bs ‘ ug . Â 15 : coe 3 x a ‘ s , 0 ‘Ss i | ; ml) ’ tj a 7 ‘ie | : ‘\ | | et 4 he | | a ME | | RE BE | | | 8 Be 3 | ll ie {aa ae ER a
Bae Es ret CE er IM Le Ee EE TEE Ee ERE ye ji STS ES Sh Se TS MRE ny OC WOO, ae pee nn * ve i +) tiet, Ur oil het ie. geen tie He) oh ME fa. pp dine or Rees ke Sag i Err Fa - ES a vege A. vn ek OR ! a veh ue zE er * 1 = | Sa a ei ale ae Je at dies me > 2 ae iy t . it d 7 ote t rel Bie wy sae iS 2g r * “a Bir. ie Li t i . Bi za 2 q oid 7 4 =f ef a En Lr. IN , = te ee i AN cr ad zi BR in en Dj 2 : a za df EN HE ay = i - ey fe N Re Hal B. la = E be % A ae ‘ ; i EE ny Be EE. ‘ - aa = : i ig iJ Wie Ag ea F a Bist. * Ee Be a Bo a g x KE a wig Ke: a ey ig 3 a an -. SS 7 Bd WH “ - 8 ee ot 08 ke: wi . fi Mej p Ai q fj + Lee J ‘ 4 Kn : 2g ne in i ia 3 ae VW =e ei Jia - * et be ek: eel Bene: % fs ; ae?) a Fi > ae ety | : : ere! =. eS rl Ee : ‘i 5 dee En:
Bs Te FORMULIER No. 2. Kantoor van het Kadaster 8 “3 LO eae cto a eae ee 7 _ Residentie j eet te ede 1 ik .
EE ea KADASTRAAL GRONDREGISTER © = Ef AANTOONENDE de uitgestrektheid der landrente-plichtige gronden % 4 ed nme : ye Behoort bij art. 138 van de bij art. I van het b ee van 18 Juni 1890 No. 6 goedgekeurde Voorschri a. tot regeling van de details der kadastrale meting ae
d atd 4 a Ses Trees ac : +s; be’ a et KE Rpg TEE & Ce Ee eee hin ‘ je - e 2 > 4 ae 7 hy s = - —-——- Se Bs 4 | Ligging UITGESTREKTHI ar sr | op de SS oT ; a z ae dessakaart. SAW ABS: ng
i El 1 2 ls Resets |S cme NEE he rae
oe ae na be cs El ‚|Van levend | Van den | Aftetrekken | Bis HAS 2/883] water regen Rawa. waor ier SE ela | £ 5 =~ =| voorzien. | afhankelijk. | HEREN EN Nene Bion zE eg RENE (OE eb Pel E|=c\esibes AS | slet le & & [bouws.[C pr, [houws. (CJ p.r, /bouws.|O r.r,|bouws. |) rv. r,. houw IAs 4 de Dr Pel MEREN 4 Ol ea ee EE hd | ate, | 3 re | | “a i | | . | . bei 1 a | | | pelo d dt | | | | ! | | 1 : | | ond ig | | 3 | EE a od | 2 . | | ‘ 4 tee } 5 | | | : | a 7 | le) | |
y | / | : :
f | | | i" | | } F 4 | | |
F | | | | { | : q 3 | TE ERE |
- i
- 4 a | |
a kes End ; DEE
BR Ya En OR ROE Je ee ee atthe rs B: =e NR TT Te Ie ei it jen i ae M4 Kk GkoNDEN. gs nh ’ ee Ze ee cy h e : fj B= En i ml den in geregelde coltuur, TUINEN BN ERVEN. [SSI en Ee the ~; Ce het |Ar te trokken Yoigons het |Af te tekken yore EN ZIS ale voor | Restant, | kadastrale voor | Restant. | a & a WO ey. RL, PU niee rele TiN EE A A ee ed CE TS TN ET Selen ai nat 7 Se) TM Ee [bouws | O nr. |bouws. | Orr. [bouws. | OD rv, [bouws. | O nr. [bouws | Oer) ¢ i! aa Re ate Es Zen en he werk eee nn Tea nRT OTN RO Der: Sl a s 3 BES i Mr 2 BE. : rae i ig i hi t Bt 4 i = : RBE El | : ey. et | | hg le hik * ‘aaa Ln 4E EN in RR ae Teich { se EE : \ pHs ey . i rill ea “Tt a A hl 4 a 4 | . ite aaa i ‘ a Tics 3 Wik 4: ne oles : | Nets as „ RENS | ee Se <a ‘ .. a i J ¢ 2 Pike oy tre tse SS SRS apt Ie olf, rary 4 Unt hie esl Soe aa
a 40 3 ; No. 4577. KOFFIE — Voorschriften betreffende de toepassing der regeling — Be omtrent de toelating van bijzondere. personen tot het bereiden der aan het Gouvernement te leveren—, ® Door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur is krachtens machtiging van den Gouverneur Generaal (1) vastgesteld de navolgende Instructie — ‘voor de Hoofden van Gewestelijk Bestuur nopens het doel en de toe- — ; passing der Ordonnantie van 20 April 1891 (Staatsblad no. 110). HN Het doel, waarmede de ordonnantie van 20 April 1891 (Staatsblad no. RL 2) ter vervanging van die van Staatsblad. 1873 no, 54 werd uitgevaar- » digd, is het verkrijgen van soliede en liefst op groote schaal gedreven oy ‘ondernemingen tot fabriekmatige bereiding van Gouvernements koffie, die “aan alle eischen voldoen, en het tegengaan van alle zoodanige, die, zon- der eene betere verwerking van het product en besparing daarbij van arbeidskrachten te waarborgen, slechts als middel worden aangewend, om zieh ten koste van den Inlandschen koffieplanter te verrijken. . De directe voordeelen voor den Lande en voor des bevolking bepalen zich daarbij tot die, verbonden aan het voorkomen van verlies -door zorg- _ gamer bereiding en aan het vrij komen van handen tot het volledig oog- _ sten van alles wat de tuinen produceeren. Tof het bereiken van dat doel werd in de nieuwe ordonnantie bepaald | _ dat alleen zij, die in het bezit zijn van eene door het Hoofd van Ge- ‚westelijk Bestuur afgegeven licentie, tot fabriekmatige bereiding van aan | „de verplichte levering onderworpen koffie gerechtigd zullen zijn {alinea 1 van artikel 1);
- dat de licentie zal moeten aangeven over welken kring van dessa's de vergunning tot opkoop en bereiding van koffie loopt, tegen welken _ minimumprijs de opkoop van beskoffie zal zijn toegestaan en verder alle zoodanige voorwaarden als voor elk geval noodig zullen worden geoordeeld { (alinea's 2 en 5 van artikel 1 en alinea 1 van arlikel 4); | dat de gewone inlandsche bereiding van het product alleen zal wor- — len geoorloofd aan de Inlandsche bezitters van tuinen en de aandeel- hebbers van Gowvernements tuinen, alsmede hunne hulpplukkers en dan alléén Snog voor zooverre de kolfie betreft, welke door hen van eigen _ „plantsoen of door het uitoefenen van het plukrecht in Govvernements — _ twinen (in tegenstelling dus met de vrijwillig aangelegde tuinen) dan wel „als hulpplukkers werd verkregen (alinea 4 van artikel 1); dat geen gebruik van de licentie zal mogen worden gemaakt, alvorens behoorlijk zal zijn geconstateerd, dat de inrichting van het établissement en de foestand der werktuigen eene deugdzame verwerking van het pro- _ duct en betere qualiteit dan bij Inlandsche bereiding waarborgen (alinea's 2 en 3 van artikel 4); dat ook na het verleenen van de vergunning om van de licentie ge- bruik te maken, de onderneming aan voortdurende contrôle van Gouverne- | (1) Missive 1° G. S. van 28 Mei 1891 no. 1179 jis. miss, le G. S.
- van 25 November en 26 December 1891 nos. 2927 en 3199,
- De bepalingen op dit stuk zijn samengevat in één ordonnantie bij sthld. _… 1899 No. 208, gewijzigd bij stbld. 1900 No. 329, ; NE EE ee el a fe AEP Ten
pe ï eb 5 2400 a ; ie me 44 A ig i ' mentswesc onderworpen blijft (alinea 6 van artikel 1, alinea’s 1 en Bj van” artikel 4, alinea's 4 en 6 van artikel 4); : ] dat daarentegen ook het geheele prijsverschil tusschen de op het par. ___ticuliere établissement op West-Indische wijze verwerkte koffie en die van 4 Talandsche bereiding ten bate wan den ondernemer zal worden verevend 5 _ (alinea 3 van artikel 6). a
- Bij de toepassing der bedoelde ordonnantie nu zal het volgende in ~ acht dienen te worden genomen: Ke 2 mJ. Alvorens tot het verleenen van licentién over te gaan, zal het 5 _ betrokken Hoofd yan Gewestelijk Bestuur, door tusschenkomst van deny Directeur van Binnenlandsch-Bestuur, de voorlichting hebben te vragen van het speciaal voor de Gouvernements koffiecultuur aangewezen perso- … meel en bij zijne beslissingen op aanvragen van zoodanige licentiën met 2 _ ie voorlichting rekening hebben te houden. 4 HI. Ofschoon uit alinea 2 van artikel 1 niet mag worden afgeleid, — dat binnen den kring, waarvoor de vergunning loopt, slechts aan één J ___ persoon mel uitsluiting van anderen de bevoegdheid tot opkoop en be — reiting van koffie mag worden toegekend, zal geen tweede licentie voor de tot dien kring behoorende dessa’s mogen worden verleend,—althans 4 niet wanneer de eerste houder eener licentie zich werkelijk een soliede — en vertrouwd persoon heeft betoond en zich onthoudt van woeker en _ andere kwade praktijken ten nadeele der bevolking, — indien de — zee capaciteit van de aldaar werkende onderneming voldoende is, om het pro. 4 _ duet, dat gerekend wordt door de bewolking te zullen worden aangeboden,» Zi té verwerken, dan wel de ondernemer aanneemt binnen een door den fe Resident gestelden termijn aan zijne onderneming de noodig geachte capa- citeit te geven. a. Nu door bepaling van den minimumprijs, waartegen koffie zal mogen worden opgekocht, de belangen der bevolking zijn gewaarborgd, zal er 4 _ toch op die wijze tegen dienen te worden gewaakt, dat door wilde concur- — rentie het beslaan van overigens soliede ondernemingen zoude kunnen — Ee: worden bedreigd en de bevolking aan den démoraliseerenden invloed van ss zoodanige concurrentie zou worden blootgesteld. a Ingeval van overlijden van den licentiehouder zal aan diens erfgena- men of rechtverkrijgenden gelegenheid moeten worden gegeven, om, ten genoegen van den Resident, binnen een door hem gestelden termijn, een | aa persoon aan fe wijzen, aan wien voor denzelfden kring van dessa’s en _ of ook overigens op dezelfde voorwaarden eene nieuwe licentie zal kunnen q Jil worden uitgereikt, waarmede deze voor rekening der erfgenamen of recht- i i JN verkrijgenden de onderneming zal kunnen voortzetten gedurende den verderen | duur van den termijn, waarvoor aan den overledene licentie werd verleend. _ ae IN, In verband met het voorkomende in de twee eerste alinea's sub _ Il hiervoren, verdient het aanbeveling den minimumprijs niet te laag te stellen. — Die prijs zal dienen te worden bepaald naar de verhouding, welke a in de streek, waar de onderneming gelegen is, bestaat tusschen beskoffie 4 (natte of gedroogde) en het bereid product, en naar den Gouvernements | inkoopprijs, na aftrek van hetgeen de bereiding of afwerking en het trans- port aan den Inlander zelven zoude kosten. OE,
zie + ‘ REE en at 5 3 + fo : R In de licentie zal onder de voorwaarden, bedoeld bij alinea 1 van ar: tikel 4, dienen te worden opgenomen, dat de minimumprijs opnieuw zal — worden bepaald, indien de Gouvernements inkoopsprijs van het bereide — product mocht worden verhoogd, en zulks alsdan naar dezelfde grondsla- —
- gen; als voor de berekening van den oorspronkelijken minimumprijs dienden. ie IV. De voorwaarden der vergunning zullen mede bepaaldelijk dienen te vermelden : d a, de plaats, waar het bereidingsêtablissement zal moeten worden op- _ gericht, en __ b, de capaciteit der onderneming. ole ' 0 Ten aanzien van de plaats zal er op zijn te letten, dat deze niet zoo- danig worden gekozen, Hat de onderneming aanleiding kan geven tot be _ nadeeling van de belangen van de schatkist. | E Zoo zal b. v. indien door de nabijheid van eene particuliere landbouw- — ‚onderneming gevaar bestaat voor onttrekking van koffie aan de verplichte | ‚levering, de licentie moeten worden geweigerd. | Het zal den ondernemer evenwel moeten worden vergund, binnen den — : kring bij de lieentie aangewezen, inleverplaatsen op te richten, waarheen de bevolking haar koffieproduct kan brengen, indien het établissement op — te grooten afstand van hare woonplaatsen gelegen is. 4 j Aan de inrichting van het établissement zullen zoodanige eischen moe- — ten worden gesteld, dat de goede verwerking van hel in de licentie als — capaciteit aangegeven aantal pikols verzekerd zal zijn, ook onder de on — gunstigste omstandigheden van weder, als anderzins. E J Bij de beoordeeling eener licentieaanvrage, zal tot het bereiken yan — het vooropgestelde doel der ordonnantie, wat betreft soliditeit der te ves — tigen onderneming, telkens speciaal moeten worden nagegaan, of de streek, waarvoor de licentie zal moeten dienen, genoegzaam aan de verplichte - : levering onderworpen koffie produceert, om niet het vermoeden te wettigen, — _ dat de licentiehouder, om aan de voor de inrichting van zijn établissement i gestelde vereischten te kunnen’ voldoen en blijven voldoen, zal moeten — __ vervallen in kwade praktijken ten nadeele van derden. | be Bestaat dat vermoeden wèl, dan zal geene licentie mogen worden uit- — _ gereikt (1). a | p Bij het vragen der voorlichting, bedoeld sub I hiervoren, zal het Hoofd — van Gewestelijk Bestuur mede te dier zake de noodige gegevens hebben — te verstrekken, | b (1) Bij circulaire van den Dir. van Binnenlandsch Bestuur van 25 Januari 1892 no. 497 is den Hoofden van Gewestelijk Bestuur o. a. ernstig | __ganbevolen om alleen aan volkomen eerlijke lieden licentiën op den voet van Staatsblad 1891 ho, 110 te verleenen, | i „De bedoeling,” zeide die circulaire, „der bij dat Staatsblad uilgevaar- | „digde ordonnantie om soliede ondernemingen tot fabriekmatige verwerking „van aan de verplichte levering aan den Lande onderworpen koffie te — „verkrijgen toch heeft niet alleen betrekking op de zaak, maar ook op „de personen, wat mede blijkt uit het bepaalde bij alinea 6 van artikel „6 der ordonnantie zelve.” : ; | ' En Se Ee: ieee if us ae eee
nn et an de EEN TED PN ie ge ey Tr eee ae] AE ed rt Gish i an a | OE Hick kieken ei RAR 3 a is Tg Se ea ze 1 | a ; By Govisies bij Bijblad No. 5203, dat reeds vervangen is door Bb. De REN : in streken, waar tijdens den pluk handen te kort komen, zal het ba Hoofd van Gewestelijk Bestuur vergunning mogen verleenen, het sorteeren _— van de bereide koffie onder behoorlijke contrôle elders te doen geschie- oa den, op een daarvoor door hem geschikt geachte plaats, 4 Wee VIL Aan de Regeering zal, door tusschenkomst van den Directeur van gn “Binnenlandsch Bestuur, telkens mededeeling moeten worden gedaan, niet — , alleen van de verleende, maar ook van de geweigerde licenlién, met ver- Ry 5 melding van de redenen van weigering. orig Ai ij EN o. 4578. KOFFIE — Berekening der vergoeding van onderwichten of 2 He AED minderheden op Koffie, onder het beheer der pakhuismeesters — Ei | van de binnenlandsche pakhuizen op Java, Sumatra en in de — E ai residentie Menatu, = } — Bij het besluit van 30 November 1887 no, 14 is bepaald dat de eerste — alinea van artikel 1 van het besluit van 27 Mei 1881 no. 20 (Bijblad op het Staatsblad van N. I. no. 3689) wordt aangevuld met de volgende __ zinsnede: 4: ula _,Zullende, wanneer dit den Gouverneur-Generaal wenschelijk voorkomt, 2 „de voor een bepaald jaar vastgestelde vergoedingsprijzen tusschentijds voor — _ aooveel noodig kunnen worden gewijzigd.” ’ ie Bijblad No. 4950. A Volgens Bijblad No. 6310 zal de vaststelling van die prijzen voortaan — ; _ geschieden door den Directeur van Landbouw. No. 4579. KOFFIE SPILLAGE — Vermindering van de spillage voor de — Ei: 5 Koffie, in de strandpakhuizen, | 3 i. BESLUIT. | No. 10° ’ Buitenzorg, Februari 1890. 5 Sg Gelet, enz. | Is goedgevonden en verstaan: a 4 _ Krachtens machtiging des Konings, met wijziging van artikel 21 van _ het Reglement op het berekenen, valideeren en afschrijven van spillages, mitsgaders op het vergoeden van onderwichten en minderheden voor en door de bewaarders en vervoerders van 'sLands goederen in Nederlandsch. — 3 Indië, gearresteerd bij besluit van den Commissaris-Generaal voor Neder
- landsch-Indi¢é van 14 Mei 1827 no. 18 (Bijblad op het Staatsblad van rs ~ Nederlandsch-Indié no. 1678), te bepalen, dat met ingang van 1 April a 1890 de spillage voor de koffie in de strandpakhuizen verminderd wordt tot ¥ percent, zoowel voor de binnen het jaar weder afgeleverde partijen — vals voor de overjarige ‘ : bi Afschrift, enz. ‘2 fai! |! d Pre ti = herd Pr
ES tt : No. 4580. ERFPACHT. ZEDELIJKE LICHAMEN, — Kunnen zedelijke AS lichamen als erfpachters worden toegelaten # + ae I Vermits zedelijke lichamen niet genoemd zijn in artikel 11 wan het Koninklijk besluit van 16 April 1872 no. 28 (Indisch Staatsblad no. 146), houdende bepaling wie als erfpachter kan worden toegelaten, is de vraag gerezen of zij wel als zoodanig kunnen ‚optreden. 4 t Deze vraag heeft aanleiding gegeven fol de volgende beschouwingen. a is Eene vereeniging van personen, welke tot een bepaald oogmerk, niek — strijdig met de wetten of met de goede zeden, is samengesteld en door — goedkeuring harer statuten rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, is, als ‚zoodanig, krachtens artikel 1654 van het Burgerlijk Wetboek, bevoegd om
evenals particuliere personen burgerlijke handelingen aan te gaan, voor” zoover zij in Nederland gevestigd is ook zonder voorafgaande erkenning in N. 1, zooals bij besluit van 3 September 1886 no. 3/c. (Bijblad no. 4892) is beslist. Wel zal in den regel het verkrijgen van erfpachtsrechten — niet het doel zijn, waarmede eene als zedelijk lichaam erkende vereeniging }
- is opgericht, daar zulks meer speciaal behoort tot den werkkring van de _ naamlooze vennootschap of de burgerlijke maatschap, doch dit verhin- dert niet dat eene bestaande vereeniging door legaat of aankoop in het bezit van een erfpachtsperceel kan komen, wijl zij uit zich zelve niet als ; erfpachter is uitgesloten, 5 Nl De omstandigheid toch, dat zedelijke lichamen in artikel 11 van boven ___ genoemd Koninklijk besluit niet zijn vermeld onder degenen, die als erf
pachter kunnen worden toegelaten, kan, naar het inzien der Regeering, — op zich zelve geen reden zijn om hen uit te sluiten, daar het zeer waar 8 schijnlijk is dat de wetgever hen evenmin als de burgerlijke maatschap — ___heefl opgenoemd, omdat erkende zedelijke lichamen, zooals gezegd, in het — algemeen ten opzichte van burgerlijke handelingen geljk staan met parti — culiere personen.
In de ministerieele depeche van 25 Juli 1870 La, A, no. 56/1028, tot toelichting van het eerste Agrarisch besluit, dat dezelfde: aanwijzing
- van de als erfpachters toe te laten personen bevatte als het {hans gel- dende, leest men:
„Onder de benaming van vennootschappen van koophandel zijn, krach- stens het wetboek, naamlooze vennootschappen begrepen. Van de burger- lijke maatschap behoefde geen gewag te worden gemaakt’ A. MIJER, „De agrarische verordeningen in Nederlandsch-Indié," 3de druk pag. 30). ze Moet op grond van een en ander de vraag of wettig erkende in Neder- land of in Nederlandsch-Indië gevestigde zedelijke lichamen als erfpachter kunnen worden toegelaten, in algemeenen zin bevestigend beantwoord wor- — den, dit neemt niet weg, dat aanvragen van dergelijke lichamen, welker doel, grondslagen, werkkring en verdere regelen, volgens de goedgekeurde — statuten, in strijd mochten zijn met het in cultuur brengen van woeste gronden, geweigerd kunnen worden. : : Zoo wiki een lees- of -muzickvereeniging, opgericht met het doel aan de leden ontspanning te geven door lectuur of muziekuilvoeringen, voor-
ee nee EE Bee ea tt as ee a 8 ei a zeker, van de goedgekeurde statuten af, indien zy zich op de exploitatie : Ek wan erfpachtSperceelen gaat toeleggen. ag _ Er zijn echter erkende vereenigingen, welker doel is om door ontgin- — ming van erfpachtsperceelen het pauperisme te bestrijden, zooals eg. de “bij ordonnantie van 6 Mei 1887 (Staatsblad no. 93) als rechtspersoon (erkende Indo-Europeesche , landbouwmaatschappij, en er zou, naar het oor “deel der Regeering, geen wettige reden zijn eene erfpachtsaanvraag van ‘een dergelijk zedelijk lichaam te weigeren. Hetzelfde geldt voor vereeni- — gingen, met welker doel de exploitatie van cen erfpachtsperceel niet On- ~ _ veroet We aar is, zooals b. v. een zendelinggenootschap, dat zich ten va doel stelt hel Evangelie te doen verkondigen aan Mohammedanen en heidener en het maatschappelijk en zedelijk welzijn der door zijne zende- lingen tot het Christendom bekeerden langs alle geoorloofde wegen te be- ‚vorderen : ie. (Missive van den 1sten Gouvernements-Secretaris van 6 Juni 1888 no. 966), — eee) ile ae _No. 4581, GRONDEN, ERFPACHT, BOSCHWEZEN. — Meserveering a Za es : van bosch rondom bronnen en langs waterstroomen bij uitgifte
- es: WG van gronden in erfpacht. ; a CIRCULAIRE aan de Residenten op Java en Madoera, uitgezonderd — die van Batavia en de Vorstenlanden. j EN 2 | eee ER TRACT. RE Bie: sie.’ { No. 6531. Batavia, 12 December 1890. { Ben Naar aanleiding van het bepaalde bij artikel 2 der ordonnancie van 2 ‘Juni 1890 (Staatsblad No. 115) en in verband met het voornemens om _ giet met bosch begroeide strooken grond rondom bronnen en langs rivieren en beken, welke in den oostmoesson in den regel waterhoudend zijn, te “doen reboiseeren, is de vraag ter sprake gekomen of in de voorwaarden, i waaronder voortaan woeste gronden in erfpacht zullen worden afgestaan, niet dient gestipuleerd te worden, dat van de erfpacht zullen blijven uit _geslote » de strooken grond, gelegen binnen een raijon van 100 meter 4 rondom bronnen en ter wéerszijden van rivieren en beken tot op een door den betrokken houtvester aan te geven afstand. j 4 Tegen een bepaling -van zoo algemeene strekking bestaan echter over — wegende bezwaren, die ik reeds bij mijne circulaire van 30 April 1889 | no. 2371 (1) ter Uwer kennis bracht en die toen geleid hebben tot het — voo schrif, om de door waterleidingen ingenomen strooken grond niet uit te meten doch in de met eenig zakelijk recht uit te geven perceelen te — doen begrijpen. ai Het ligt voor de hand dat voor erfpachtsperceelen de bezwaren, aan | nitmeting van die strooken grond verbonden, zich nog in meerdere mate zou. — 8 den doen gevoelen, zoodat een zoodanig voorschrilt ook bij het uitgeven van grond in erfpacht geen regel doch slechts uitzondering mag zijn. g. s 1) Bijblad no. 4528. | Bent 4 ee oder Ee en en a en AS al ee cn in ane hen enten en
7a [te apes SE tht tae or gt ee eer ne tr ee EE ET = 46 ; if 1 : ie In de meeste gevallen zal het doel, met die uitmeting beoogd, kunnen _ijworden bereikt door bij den afstand van den grond te bedingen dát het _— houtgewas binnen een raijon van 100 meters rondom bronnen en tot op _ een door den houtvester aan te geven afstand ter wêersrijden ven rivie- ren en beken niet worde weggekapt en, in de gevallen dat bedoeld hott gewas ontbreekt en herbewouding noodig geoordeeld wordt, — hetgeen ten aanzien van elke erfpachtsaanvraag uitdrukkelijk zou dienen te worden bekend gesteld, — den erfpachter de verplichting op te leggen om beplanting yan Gouvernementswege mel wildhout van de door den hontvester aan te geven strooken grond niet te verhinderen. £ in Be Wel kan daartegen worden aangevoerd het bezwaar dat de erfpachters -alsdan verplicht zullen zijn canon te betalen over zekere uitgestrektheid __ grond, waarop zij niet al hun rechten als erfpachters kunnen doen gel den, doch dat bezwaar is zeer goed te ontgaan door bij het schatten "yan den canon ook met deze omstandigheid rekening te houden. a 4 Dienvolgens heb ik de eer UHEdG. te verzoeken, om in den vervolge ten aanzien van elke erfpachtsaanvraag afzonderlijk door den houtves- ter te doen verklaren, of er al dan niet noodzakelijkheid bestaat, om de ingevolge artikel 2 der ordonnancie van 2 Juni j.l. (Staatsblad no, 115) te reserveerer strooken bosch van de erfpacht uit te sluiten en alzoo le doen uitmeten en, voor zoover de betrekkelijke strooken grond niet met bosch begroeid zijn, of herbewouding daarvan noodig geoordeeld wordt. De Directeur van -Binnenlandsch Bestuur, E H. KUNEMAN. i Zie Bijblad no. 4754. — No. 4582. BOSCHWEZEN, — Voorschriften betreffende het opmaken van
cultuurplannen en — overzichten. ’
aa Aan de Residenten op Java en Madoera met uitzondering van Batavia en Bantam. ; ; No. 204/B. Batavia, 19 Juli 1887. j Ik heh we eer UHEdG. te verzoeken den houtvester te willen mede _ deelen, dat voortaan bij het overzicht van de bevolen en ten uitvoer ge s__ brachte cultuur van djati- en wildhout een kaart moet worden overgelegd, geteekend op een schaal van 1.10000, waarop alle op dat overzicht be trekking hebbende cultures zijn aangegeven. : Daaruit blijkt reeds, dat het mijn verlangen is dat bij afsluiting van het eultuurjaar — Ulte. Juni van ieder jaar — de tot stand gebrachte cul- _ tuur wordt opgemeten om daardoor de juiste uitgestrektheid te kunnen weten. e 3 Zoogenaamd globaal taxeeren der gecultiveerde oppervlakte mag niet plaats hebben, van daar dat ik een nauwkeurige cultuurkaart bij de indie- ning van het overzicht verlang. 8 De culluurplannen, die steeds vóór Ulto. April moeten ingediend worden, _ zullen voortaan drie rubrieken moeten bevatten: ; 5 eS eee ie a
i Zn zis Ede pie tei baie a TRS an oe Pl lie CA ital Ue Rs KEE NEE er ; at E 8 Ar nije ï Ton mee AT Se a | ‘AL, Nieuwe cultuur; 7 a ‚B. Onderhoud der cultuur van het vorige cultuurjaar; Ae a €. Onderhoud van cultuur van vroegere jaren. BRAS \ Onder rubriek A komen voor: “ bs ie. uitgekapte jaarperceelen;. ; 5 = Be. terreinen bij de goedgekeurde grensregeling ingelijfd; —. ‘i eye Gedevasteerde hoschterreinen of open plekken in de bosschen, eee. " Betreffende sub. 1° moet in de kolom aanmerkingen behoorlijk worden 4 „omschre ven, of de perceelen door de respectieve aannemers der bosch ne “pereeelen zijn schoongemaakt dan wel of zulks van Staatswege zal ge- | -schied en en in het laatste geval of de contractant daarvoor schadevergoe- a ding betaalt en zoo ja hoeveel per baoe. a Tevens wordt vermeld of de cultuur door de bevolking bij aanneming 4 met tusschenbouw van landbouwgewassen zal geschieden, tegen welken ‘prijs, en hoeveel der aannemingssom in het betreffende cultuurjaar zal 4 „uitbetaald worden. ey ' Zijn dagronder begrepen de kosten van het, schoonmaken, dan moet — zulks evenzoo vermeld worden. ee ne Moet de eultuur op taak worden uitgevoerd, zoo behoort de reden om- A „schreven te worden waarom dit geschiedt. ' a Be In het laatste geval moeten nauwkeurig de geraamde kosten gespe- y
- cificeerd worden. ' an _ Als regel moet gelden dat iedere cultuur bij aanneming met tusschen- | bouw van landbouwgewassen worde tot stand gebracht. res Verder worden alle onkosten, die bovendien benoodigd zijn, behoorlijk — | gespecificeerd, als toezicht, enz, doch moet in het oog worden gehou- _ den dat zooveel mogelijk de cultuur niet meer dan hoogstens f 35.— per i hage mag kosten inclusive onderhoud van het volgend cultuurjaar. nik De cultuurplannen prijken gewoonlijk met groote uitgestrektheden, die | zullen moeten worden beplant, doch in een aantal residenties wordt daar. __van bitter weinig ten uitvoer gebracht, REEN _ Het gevolg daarvan is óf dat de toegestane gelden voor het grootste og gedeelte in ‘s lands kas terug gestort worden, óf dat zij worden aangewend 4 voor onderhoud van andere cultures, die niet op het plan voorkomen. Dit laatste mag in geen geval geschieden. EES _ Aan het cultuurplan moet stipte uitvoering gegeven worden en mogen 4 4 eden, die voor een zeker doel zijn toegestaan, niet voor een ander = © werk worden uitgegeven. Meer prijs wordt gesteld op weinig doch goed geslaagde cultuur, dan, — op groote uitgestrektheden, waarvan het slagen twijfelachtig is. a De terreinen bedoeld sub 2 behoeven niet nader omschreven te worden. | 4 Wat de open plekken of gedevasteerde boschterreinen bedoeld sub, 3 4 aanbelangt, wordt medegedeeld, dat het niet in de bedoeling, ligt om bo wig plekjes van Je, 1/4 baoe en nog minder oppervlakte te beplanten, maar | komen daarvoor in aanmerking grootere uitgestrektheden van 5 of meer baoe, — _ Verder moeten een aantal open plekken, die onderling ver van elkaar : verwijderd liggen, niet tegelijk onder handen genomen worden, omdat daar- R door de toezichtloonen onevenredig hoog worden. — : Aen is. oe a Ng Su fae ee he ed (ea ch is eo
q 48 : | Onder B., onderhoud der cultuur van het vorig jaar, wordt b.v, het — | volgende verstaan: f 4 i =! In het cultuurjaar 1886/1887 werd met uitstekend gevolg gecultiveerd, 4 bij aanneming à / 20.— per baoe, het perceel Pesalakan groot 100 hage ; Daarvoor is in dat jaar b, v. f. 15.—-per baoe of f 1500 uitbetaald. — i Rest dus ~( 5.— per baoe of f 500 voor het geheele perceel, zoodat : ) op het cultuurplan 1887/1888 niets anders voor Pesalakan wordt opge- ) bracht dan de resteerende f 500. q i Is de cultuur op taak (in koeliearbeid) tot stand gebracht, dan wordt 8 | het onderhoud gespecificeerd opgebracht en in de kolom aanmerkingen — | vermeld hoeveel die cultuur reeds heeft gekost aan aanlegkosten. 4 5 Onder C., onderhoud der cultures afkomstig van vroegere jaren, wordt / verstaan: fe. die cultuur, welke bij aanneming met tusschenbouw van landbouw- 7 gewassen is tot. stand gebracht en die in het tweede cultuurjaar nog niet F voldoende geslaagd van den inlandschen aannemer kon worden over genomen, zoodat hem eerst het derde jaar de restant betaling kan wor — den uitgekeerd. ' $ Dit laatste mag nog plaats hebben tot dat de cultuur hoogstens 215 jaar oud is. jk : Wa wet derde jaar mogen voor die aanplantingen geen gelden voor onderhoud meer worden opgebracht. ij Onderhoud van nog oudere cultures leidt tot niets en mogen onder ru- a briek C. daarvoor geen fondsen aangevraagd worden. ] ; Trouwens wanneer bij iedere nieuw aan te leggen cultuur gezorgd wordt — dat voortdurend polowidjo tusschen rijen wordt geplant, dan kan men er ) zeker van ‘zijn dat de laatste termijn in het tweede cultnurjaar aan de | aannemers kan worden uitbetaald en is dan ook verder onderhoud onnoodig. 5 En eindelijk worden als onderhoud onder rubriek C. op het cultuur plan gebracht de kosten voor het uitdunnen der oudere aanplantingen. — ie Deze cultuurmaatregel kan niet anders dan in koeliedienst plaats vinden, ; ‘omdat boom voor boom door den houtvester zelf moet wórden aange — wezen en bij het vellen en verwerken daarvan voortdurend technisch toezicht moet tegenwoordig zijn, hetgeen bij aanneming ondoenlijk zou zijn. ; J In de kolom aanmerkingen wordt dan vermeld op welke wijze de uil- — _dunning zal plaats hebben, hoe oud de aanplantingen zijn en in welk jaar de laatste uitdunning heeft plaats gehad, wat met het te verkrijgen ) houtmateriaal zal geschieden, enz. i In het betrekkelijk overzicht, dat bij het einde van het cultuurjaar moet — ) ingediend worden, moet omtrent de verkregen resultaten melding worden | gemaakt, n. 1, uitgaven, verkregen houtmassa sortimentsgewijze, op welke wijze dat hout is van de hand gezet en tegen welke prijzen, 4 Ten slotte wensch ik nog op te merken, dat de door cen enkelen hout _ vester soms nog opgebracht wordende sommen voor het maken van zoo genaamde vuurlijnen in het geheel niet meer mogen worden aangevraagd. ij De houtvester heeft slechts zorg te dragen, dat wat hij van cultuur En a # oa Pe BME
te orn arn a ree ee er A EN
Aen gE AE pects ini te a Pe aes IE
ek RE
. ae iu 49 ‘ a
. a ot stand brengt goed is, hetgeen hij kan verkrijgen door strenge loepas- — ne f 5 wd Singsder gecombineerde cultuurmethode; daardoor blijft het terrein de eerste — a aart van alang alang vrij, waardoor het gevaar van brand niet be- _ staat en een brand in 214 jarige en oudere aanplantingen, — vooral bij djati, — geen nadeel kan te weeg brengen. “> 4 Het zal mij aangenaam zijn dat bij het opmaken der eculluurplannen — en overzichten in den vervalge stipt de hand worde gehouden aan de boven- — vermelde voorschriften. a ae ‘ica
Á pe: AE De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, — B 2 VAN VLEUTEN. 5 » Im herinnering gebracht bij Bijblad 4583, $ No. 4583. BOSCHWEZEN, — Administratieve voorschriften betreffende het 4 ir it Boschwezen op Java en Madoera, ; (Aan de Residenten van Java en Madoera met uitzondering van Batavia E No. 222/B. Batavia, 28 Juli 188705 De, Inspecteur van het Boschwezen heeft mij de mededeeling gedaan, a “Wat het hem op zijn laatste inspectiereis is gebleken dat op administra. — tief gebiea bij sommige fhoutvesters op Java nog veel valt te verbeteren. i: _De bij mijn cireulaire dd. 3, Juli 1886 no. 4174 (1) gegeven administra- 4S lieve voorschriften worden: niet altijd behoorlijk opgevolgd of althans niel — #06, als een ordelijke administratie van 'slands gelden en materiaal vereischt. — __ Evenzoo bevond hij dat sommige houtvesters al zeer slecht voor het 7 a eh ief hadden zorg gedragen, Zn _ Met de meest mogelijke welwillendheid was het hem ja zelfs den hout — ‘Vester zelf, niet altijd mogelijk daaruit een stuk van eenigszins ouden da. — tom de vinden, bij enkelen waren zelfs belangrijke bescheiden geheel ver — dwenen, iy.
- Omtrent plaats gehad hebbende grensregelingen der bosschen waren ie te kaar en, noch grensregisters of processen-verbaal aanwezig, \ ig Gebrek aan eenvormigheid en het werken zonder eenig bepaald västge- y steld plan, zijn oorzaak van deze wanorde op het gebied van administra — fief beheer bij sommige houtvesters. Pan 6 _He duidelijkste bewijs hiervan is, dat op verschillende tijden des jaars ‘bij mijn departement aanvragen worden gedaan om beschikbaarstelling van — fondsen voor verschillende doeleinden. zin Re En: dien toestand wensch ik dat met den meesten spoed verandering worde “a gebracht. - : i In de eerste plaats moet ik wijzen op de noodzakelijkheid dat al de — bij bovenaangehaalde circulaire voorgeschreven boeken en registers behoor- EE lijk ingebonden, gefolieerd en door den resident geparafeerd zijn. a
- (4) Bijblad no. 4276. ae | “Sta ; f Rey) Se pes Saas (ae
| : 50 1 g | Het kashoek Lt. B moet niet alleen maandelijks worden afgesloten en het saldo op de volgende maand overgebracht, maar moet onder ïedere_ __maandelijksche afsluiting steeds een zoogenaamde recapitulatie-staat worden ‚geplaatst, waarin aan de linkerzijde alle ontvangsten, tot dato gesplitst vol ~ gens de hoofden in register Lt. A geplaatst, en aan de rechterzijde He uitgaven, gesplitst als de ontvangsten, benevens de saldo's, zoowel van de verschillende personen waarmede de houlvester in rekening staat, als van den houtvester zelf, ? k a De mandaten of ordonnantién van betaling, die den houtvester worden 2 uitgereikt, moeten onmiddellijk zoowel in het kasboek Lt. B als in het register Lt A worden geboekt. 4 | Daar van de veronderstelling wordt uitgegaan dat stipt de hand wordt gehouden aan den uitdrukkelijken last om den houtvester van de toege __ stane fondsen maandelijks geen meerdere gelden te verstrekken dan strikt | noodig zijn, zoo moet er op gewezen worden, dat bij maandelijksche af _ sluiting geen mandaten of ordonnantién in de kas van den houtvesters 5 mogen aanwezig zijn, waarvan het bedrag nog niet is ontvangen. 3 . Daardoor wordt het mogelijk om te waken dat geen al te groote soms | men geld door den houtvester behoeven te worden bewaard. : 3 Betreffende de materieele verantwoording, Register Lt. D, verlang ik dat dit met de meest mogelijke nauwkeurigheid wordt bijgehouden en ook maandelijks wordt afgesloten, | In dat register behoort niet alleen te worden opgenomen al het haut À materiaal, dal als restant uit de sedert gestaakte zuivering der djatibos- schen in eigen beheer is verkregen, maar ook dat hetgeen thans nog wordt verkregen door uitdunningen van djatiplantsoenen en bosschen, be-— _ doeld bij art. 13 van het boschreglement (Staatsblad 1874 no, 110). [Ver vangen door het reglement in staatsblad 1897 No. 61. ] Zelfs al worden die tuinen of bosschen uitgedund of gezuiverd door de bevolking tegen afstand van het op die wijze verkregen hout, dan nog moet ook dat hout behoorlijk in het betrekkelijk register worden ingeno- men en afgeschreven. ‘ Ook de op last (art. 14 van het boschreglement) (Vervangen door het — reglement in staatsblad 1897 No. 61} te kappen houtwerken moeten in © ' dat register verantwoordt worden. ‘Bij verstrekkingen van hout aan andere takken van dienst behooren de | voorschriften, vervat in Staatsblad 1866 no. 151, te worden opgevolgd. ~ In een enkele residentie was het gewoonte om uit den voorraad hout- — werken, liggende op een stapelplaats, enkele te verzagen tot b. v. wissel. — __ houten, dwarsliggers, enz. ten gerieve van het Staatsspoor. Een dergelijke kunstbewerking van houtwerken, die reeds in verantwoor. — ding zijn, is verboden. Dat geeft aanleiding tot onjuiste verantwoordingen omtrent den hout- voorraad. - | Het ligt daarenboven niet op den weg van het personeel van het bosch-” wezen om zich met dergelijk werk op te houden. | Heelt de een of andere tak van dienst hout uit bestaande voorraden noodig, zoo wordt alleen het hout verstrekt zooals het aanwezig is; voor —
a Bi | 4 = ees a a ie varder verwerking wordt door dien tak van dienst zelf zorg gedragen. À Het is vooral om onjuiste verantwoordingen van ’s lands houtvoorraad 4 “woorke men dat ik het wenschelijk acht dat: voortaan aan het register , D. links en rechts, nog een kolom worde toegevoegd, waarin de hout- jassa der houtwerken moet vermeld staan. Onder de materieele verantwoording behoort evenzoo de bij bovenbe- | gelde circulaire voorgeschreven Inventarisstaal Lt. C. if Onde de daarin op te nemen roerende goederen moeten in de eerste | plaats voprkomen de bestaande en jaarlijks nog te vervaardigen kaarten. Die Kaarien behooren onopgerold in trommels te worden bewaard, waarin een lijst moet aanwezig zijn, waarop elke kaart afzonderlijk is omschreven. i ij die trommels moet een gefolieerd boek gevoegd zijn, waarin de $rensregisters zijn geboekt van alle verrichte opmetingen, zoowel van die, WE welke reeds, als die, welke nog niet in kaart zijn gebracht. , Verder „wensch ik dat ook het archief van den houtvester behoorlijk in orde wordt gebracht. Zie de voorschriften in Bijblad No. 4585. _ Het moet? zoo ingericht zijn dat alle brieven of stukken, tot één onder: — werp behoorende, in bepaalde bundels worden vereenigd, b, v. 1° geldelijke veran woordingen, 2°. djati cultuur, 3e. wildhout eultuur, 4e, grensregelin- gen, de, inrichting der bosschen 6°. boschperceelen, enz. _ En wat eindelijk betreft het aanvragen om beschikbaarstelling van fond- sen voor verschillende doeleinden, zoo verzoek ik dat zulks op de val gende wijze gedaan wordt. : Voor Ut? April van ieder jaar worden aan mij de eultuurplannen — der djati- en wildhoutbosschen ingediend overeenkomstig de voorschriften gegeven bij mijn circulaire dd. 19 Juli 1887 no. 204/B (1), { 3 In die regeling wordt geen verandering gebracht, omdat de daarvoor be- 4 noodigde gelden na Ulte, Juni van ieder jaar beschikbaar moeten worden gesteld. Ten behoeve van andere uitgaven moeten de voor ieder jaar benoodigde fondsen op één begrooting worden aangevraagd. | _ Daarom wensch ik dat ieder jaar vóór Ulte. November door tusschen- | komst van den betrokken resident aan mij wordt ingediend een begrooting 4 poor het volgend jaar bevattende de geraamde kosten voor: î a, grensregeling, afbakening, opmeting en kaarteering, zoowel van de dja- | tibosschen in het algemeen als van in de naaste toekomst uit te a _ besteden boschpereeelen ; | b. taxatie der houtmassa en geldswaarde der uit te besteden boschperceelen; ; © aanleg van nieuwe wegen ten behoeve van het afvoeren van hout uit 5 geëxploiteerd wordende of in de naaste toekomst te exploiteeren bosch. d,_indeeling der djatibosschen door sleuven, paden en wegen: #, onderhoud van bestaande paden, wegen en bruggen; 3 f. cerneeren van de in de eerste drie jaar te kappen boomen: aa te. in boschperceclen; : M ks 2e in boomen staande in de sleuven en op getraceerde wegen; | (2) Bijblad no. 4582. : : a io sl ate de ee
: su ik Lee : a ra oe eee ere er a 73 Soe ae 52 Pause g. onkosten verbonden aan het in eigen beheer kappen van sleuven of afgebakende boschstrooken, waarvoor de uitbesteding is mislukt; je Ch diverse kleine uitgaven ten dienste van het Boschwezen,, welke op geen der bovenbedoelde hoofden kunnen worden gebracht. d F De voor elk der bovenbedoelde rubrieken benoodigde gelden moeten “af- |” zonderlijk gespecificeerd en nauwkeurig toegelicht worden, ik heb de eer UHEdG. te verzoeken aan het bovenstaande stipte uitvoe — ring te willen geven en doen geven. 7 De Directeur van Binnenlandsch Bestuûr, 5 VAN VLEUTEN, No, 4584. BOSCHWEZEN. — Verhouding tusschen de houtvesters en het ; boschpolitie-personeel, CIRCULAIRE. Aan de Residenten op Java en Madoera met uitzonde. ring van Batavia en Bantam. A Ne, 327/B. Batavia, 24 November 1887. ; | in weerwil van de mededeelingen en ophelderingen, voorkomende if mijn missive ddo, 14 Mei 1886 no. 122/B, is het mij gebleken, dat er 1 ) - nog steeds verschil van opvatting bestaat omtrent de verhouding tusschen de houtvesters en het boschpolitie-personeel, zoowel als onzekerheid. hoe ver de bemoeienis van genoemde ambtenaren in zake bosch-politie reikt. a Ik acht het derhalve noodig nogmaals op die aangelegenheid terug te komen om U nader duidelijk te maken welke in dat opzicht de verplich- : tingen der houlvesters zijn en hoe ik verlang, dat zij hun verhouding Lot |< het boschpolitie-personeel opvatten, opdat de belangen van ‘sldnds dienst in het algemeen en van het boschwezen in het bijzonder hel meest worden gebaat. Er is destijds afzonderlijk inlandsch boschpersoneel aangesteld omdat de ondervinding had geleerd, dat het gewone bestuurs- en politie-personeel niet f voldoende was, om ’s lands bosschen naar eisch te bewaken. i Dat personeel moet (lus worden beschouwd als te zijn toegevoegd aan de districts-hoofden binnen wier ressort het is geplaatst, doch op wie nog, evenzeer als vroeger, de volle verantwoordelijkheid voor de boschpolitie — binnen hun district rust. K Werd dat punt reeds bij Gouvernements besluit van den 26 Mei 1882 (Staatsblad 1882 no. 149) vervangen door atbld, 1897 No. 61, gewijzigd bij stbld. 1901 No. 208) geregeld, gedert is men hier en daar tot dit uiterste E overgeslagen: dat van toen af de houtvesters zich van boschpolitiezaken 4 niets hadden, — en volgens sommigen, — zicht zelfs niets mochten aan: trekken. ks ‘Dat is zoo mogelijk nog onjuister dan de opvatting, die vóór 1882 ft maar al te zeer heerschende was, dat namelijk baschpolitie geheel puiten den werkkring van. het bestuur, zoowel districts- als dessapolitie lag. I De titel van houtvester duidt reeds aan, dat zij, die dien titel voeren,
vh enden AR je Lede ei hed ch En
RE i ra aes. A Pe 58 | voor het behoud dèr bosschen hebben te zorgen, en daar nu dat behoud p zonder behoorlijke boschpolitie niet gewaarborgd kan worden, spreekt het ook van zelf dat de zorg voor en de controle over de boschpolitie even goed ben deel der taak van de houtvesters uitmaakt, als het zooge- patmde boschtechnische werk Dat alles is naar het mij voorkomt zoo duidelijk, dat ik het niet eens noodig zou hebben geacht daarop terug te komen, indien er niet een — A4 _ wloeiclijkheid bestond, die mij werkelijk is gebleken een bepaalde oplos- sing te vereischen. | Ik bedbel de ambtelijke verhouding tusschen de houlvesters venerzijds en de districtshoofden anderzijds en wel speciaal de vraag: of cerstge- noemden bevoegd zijn bepaalde bevelen en’ aanwijzingen aan de laatsten — in zake boschaangelegenheden te geven. Daarointrent merk ik nu het vol — B gende op. '
De districtshoofden zijn ondergeschikt aan de Europeesche bestuurs-amb- tenaren, de eenigen die bevoegd zijn hun bevelen te geven; daarin kan geen verandering worden gebracht. ; 7 Volgt daaruit dus dat van het geven van bevelen door de houtvesters aan de districtshoofden geen sprake kan zijn, zoo bestaat er loch tus- schen beide categoriën van landsdienaren een bepaalde ambtelijke betrekking, — _- fk kan die niet beter omschrijven dan dat, evenals de houtvesters de — hoschpolitie in het algemeen moeten controleeren, zij ook bevoegd en vér plicht zijn, contrôle uit te oefenen op dat gedeelte van eden werkkring — van de districishoofden, dat betrekking heeft op de baschpolitie; op de- zelfde wijze als op de controleurs van het Binnenlandsch-Bestuur de con. —
- trôle over den algemeenen gang van zaken in hun ressort rust. : | Ik vertrouw, dat door die omschrijving gedetailleerde voorschriften bee i treffende den ambtelijken omgang en de wijze van correspondentie tusschen _ houtvesters en districlshoofden overbodig zijn geworden, A } Er moet bij de zoozeer verschillende toestanden in dat opzicht veel _ aan het beleid en het inzicht der ambtenaren worden overgelaten. ; 4 In vele gevallen, vooral dáár, waar de boschdistricten niet al tegrook — zijn en djatibosschen een zeer belangrijk gedeelte van het geheele arcaal — uitmaken, b,y. Rembang-Blora, Toeban:Bodjonegoro, Ngawie-Zuidwest-Rem- — _ bang en Madioen, zal het verkieselijk zijn dat de houtvesters, na over — deg met het Bestuur, zich in den regel direct in verbinding stellen met 4 a de distrietshoofden, a : Op andere plaatsen zal dat moeielijk gaan en zullen zij zich dus meestal k _ van de tusschenkomst, hetzij van de direct in verbinding stellen met
regenten hebben te bedienen. : i 7 _ Ook wal betreft de kwestie of, en zoo ja, wanneer de districts- respec- — lievelijk de onderdistrictshoofden de houtvesters op hunne inspectiën heb. ben te vergezellen kan ik niets bepaalds voorschrijven. jd: ___Somtijds zal Gat gevoegelijk kunnen achterwege blijven; dikwijls echter bepaald noodig zijn. __ Bij een juiste opvatting van hun taak en eenige inschikkelijkheid en overleg van de zijde der verschillende ambtenaren, behoeven over dit punt _ nooit geschillen te ontstaan. ls
| 54 a g Bij twee eenige mogelijke verschipunten, die mijns- inziens. nog over- blijven, wensch ik verder dat het volgende als regel wordt aangenemen: —
Ten eerste behooren de houtvesters van alles wat op de boschpolitie
in hun ressort betrekking heeft op de hoogte te worden gehouden, en — ig Ten tweede mogen geen personeelsveranderingen bi het boschpolitie- personeel plaats hebben, zonder dat de houtvesters worden gehoord.
Zelfs wensch ik, dat bij benoemingen en bevorderingen bij dien tak van diensl zoo mogelijk aan de door laatstgenoemden voorgedragen persongn boven anderen de voorkeur wordt gegeven.
Ik heb de eer UHEd, te verzoeken, zoowel de houtvesters als de daarbij
_ betrokken Europeesche bestuursambtenaren met den inhoud van dit schrijven in kennis te stellen, De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, ‘ VAN VLEUTEN. | No. 4585. BOSCHWEZEN, — Voorschriften betreffende het bijhouden der archieven vun de boschdistricten. % CIRCULAIRE, Aan de betrokken Hoofden van Gewestelijk Bestuur. Ne, O1/B. Batavia, 15 Maart 1888, Tk heb de eer UHEdG. hierbij aan fe bieden eenige exemplaren van de door den inspecteur van het boschwezen ontworpen instructie voor het bijhouden der archieven van de boschdistricten op Java en Madoera, melt verzoek die aan de in uw gewest geplaatste houtvesters en aspirant-hout- westers te willen doen uitreiken, met last om onverwijld een ‘aanvang te doen maken met het volgens die voorschriften in ordelijken staat brengen — van het archief. :
- a4 oe * s 7 a ad ! Met zal mij verder aangenaam zijn indien UHEdG, hun onder het oog / zou willen brengen dat zij individueel aansprakelijk worden gesteld voor het in goeden staat houden daarvan en dat het mijn verlangen is, dat — bij eventueele overgave van den diens| van den eenen houtvester aan den — anderen, in het betrekkelijk proces-verbaal van overgave en overname be- hoorlijk wordt vermeld of het archief met daarbij behoorende kaarten „en administratieve bescheiden in behoorlijke orde, compleet en volgens de be- staande voorschriften zamengesteld is overgegeven en overgenomen. ; : De Direeteur van Binnenlandsch Bestuur, 3 By afwezen : De Seeretaris, : HORA SICCAMA. \ INSTRUCTIE voor het bijhouden der archieven van de boschdistricten | op Java en Madoera, Het archief van het Boschdistrict bestaat uit: } I, de ontvangen en de concepten der verzonden stukken; Il. de bij te houden registers en boeken; ce a = rar te, Lr —— ewe a ek
Tan ig brea Sachs inte Cala Tae pe il, ie ? ed ante ef dad Aen Kil 55 ER | Il, de op het beheer van het Boschdistrict betrekking hebbende kaar- fen, Profielen, grafische voorstellingen, enz. Ee Het ad I bedoelde gedeelte van het archief wordt verdeeld in: : _ A, hel archief van het loopende jaar; | b | %. het archief der afgeloopen jaren. a
1 A ARCHIEF VAN HET LOOPENDE JAAR. __ Het wordt verdeeld in vier categoriën: | pa, de Stukken, die geagendeerd worden en tevens in bundels vereenigd; 4 Ob. die wiet geagendeerd doch wel in bundels vereenigd worden; ' ¢, die enkel geagendeerd worden; 4 d. die noch geagendeerd noch tot bundels vereenigd worden, Onder a vallen alle niet ‘periodieke stukken, die een eenigszins belang — a rijke aangelegenheid behandelen, waarop waarschijnlijk later zal worden te- | __ruggekomen en voor zoover zij niel onder de categorie b vallen. 3 7 Onder } behooren: ten eerste alle ontvangen periodieke stukken, zooals, 9 | staten van verstrekte passen, staten van boschdelicten, dagboeken, onz 3 en verder die welke wegens hun eigenaardigen inhoud, als verantwoor- dingen, aanvragen van hout, enz. evenals de periodieke stukken gevoegelijk i __ afzonderlijk worden bewaard, i Q Onder ¢ vallen alle stukken, die het gewone loopende werk betreffon, — _ doch waavan het wenschelijk wordt geacht aanteckening te houden, Onder d vallen korte briefjes en nota's, waarvan het uit den aard der ' zaak niet noodig is aanteekening te ‘houden, verder ontvangen begeleide q brieven van periodieken, expedilie-lijsten, enz. 4 a Tot één bundel worden alle stukken vereenigd, die op één en dezelfde | zaak betrekking hebben. Er ontstaan dus in éen jaar evenveel bundels 4 als er gedurende dat jaar zaken zijn behandeld, Van de ad h bedoelde. periodieken, enz. wordt alleen het eerst ontvan- : _ gen stuk geagendeerd; alle volgende in den loop van een jaar inkomende — stukken worden eenvoudig gevoegd bij den bundel, die wordt aangeduid door het bundelnummer van het eerste stuk. is a De ad a bedoelde bundels worden op één stapel gelegd, zóó dat de — a bundel met het laagste nummer beneden komt, de volgende daarboven enz, i De. ad b bedoelde bundels worden afzonderlijk naar gelang van omstan digheden bewaard. : a Ook vervallen houtpassen en certificaten, worden behoorlijk gerang: — schikt afzonderlijk bewaard. 4 id De ad e en d bedoelde stukken worden te zamen op één stapel ge- legd, zij worden chronologisch gerangschikt, 266 dat het oudste stuk bene-
_ den komt, het jongste boven op en die daartusschen vallen volgens hun datum. Het agendanummer komt bij die schikking niet in aanmerking. : Ten einde hel opzoeken der bundels te vergemakkelijken kan cen klap- per worden aangelegd bestaande uit een staat die verdeeld wordt in zoo- 7 _ veel kolommen als noodig is; — djaticultuur, wildhoutcultuur, enz. — en p. waarin voorloopig de nummers der bundels in de kolommen worden geschre- 3 ven waar men denkt dal zij thuis hooren. a
MEEO a ee Je TE hee hj at ft ee ee 4 : . : by , * = 8 56 | | 4 Builendien is het werschelijk cen staat aan te houden, waarin de, bun: 7 | dels in volgorde voorkomen en waarachter in het kort de inhoud der q _ bundels wordt vermeld. fi 2 L B ARCHIEF DER AFGELOOPEN JAREN, % . 4 Op het einde van elk jaar gaat de houtvester na in welke rubrie- — | ken — pakketten — het noodig is de behandelde zaken te verdeelen, zoo — mogelijk houdt hij zich aan de indeeling der yroegere jaren. rc liet geheele archief wordt alsnu verdeeld in met Romeinsche cijfers | aangeduide paketten, ‘ : He! eerste pakket bevat de- stukken van diversen inhoud bedoeld! ad — Med cen A d. ; ‘ 8 Elk der volgende pakketten bevat zooveel van de ad A a en Ab be — doelde bundels als op één en dezelfde rubriek van zaken betrekking hebben. F. Er zal dus bv, zijn, een pakket djaticultuur, een idem wildhout; een — afbakening en inrichting; een houtcontracten, enz, enz. ' 4 Bij het archief van elk jaar wordt een index gevoegd, waarin na een — beknopte beschrijving der inrichting van het archief de verschillende pak- , ketten worden opgesomd benevens de bundel-nummers tot elk paket he- _ hoorende. . a Wenschelijk is het weder om van de voornaamste bundels kort den _ inhoud de vermelden. | q De archieven der verschillende jaren worden afzonderlijk bewaard, fe Il. BIJ TE HOUDEN BOEKEN EN REGISTERS. d él Voor de hij te houden boeken en registers wordt een afzonderlijke he- waarplaats ingericht; zij worden wanneer zij zijn- volgeschreven, gevoegd bij de pakketten, waarin zij volgens den aard van hun inhoud behooren. — " Bij de overgave van het beheer over een boschdistrict worden de aan- — wezige boeken en registers in het proces-verbaal van overgave vermeld. — II, OP HET BEHEER VAN HET BOSCHDISTRICT BETREKKING HEB. — Ü _ BENDE KAARTEN, PROFIELEN, GRAFISCHE VOORSTELLINGEN, ENZ, : Be hierop bedoelde documenten worden eveneens afzonderlijk en zorg- — vuldig bewaard; zij behooren steeds behoorlijk te worden geïnventariseerd. — ‘ De Inspecteur van het Boschwezen, { W. BUURMAN. No. 4586. BOSCHWEZEN, — Indiening van rapporten na overname van d den dienst duur houtvesters, belast met het. beheer over bosch- Rien, districten, ‘ CIRCULAIRE aan de betrokken Hoofden van Gewestelijk Bestuur, | Ne, 161/%, Batavia, 26 Mei 1888. — Het. is voorgekomen dat houtvesters, die met het heheer over eenig i boschdistrict werden belast, bij later door den Inspecteur voor hel Bosch-
ee dn el ld on enen ee yee AE:
es Re eel i ; Jer f ; Shs ai Fi ee ea BRE CHEN Sr 2 5 eat) er . ik 5 wezen » ontdekte. technische- of administratieve fouten, de schuld daarvan op hun voorgangers schoven, zonder zulks met behoorlijke bewijzen te kunnen staven, en verschuilt zich op die wijze de een achter den anderen. Om dat voor het gevolg te voorkomen en tevens den nieuw opgetre- 4 den houtvester te noodzaken zich spoedig op de hoogte van zijn bosch. district te stellen, heb ik de eer UHEdG. te verzoeken, om bij eventueele — plaatsingen van houtvesters, die met het beheer over eenig hoschdistriet ma worden belast, dezen op te dragen om binnen één maand na de overname 4 ‘der dienst door uw tusschenkomst aan mij een nauwkeurig uitgewerkt rapport in te dienen behelzende den toestand waarin het boschdistrict <A door ‚hen van hun voorganger is overgenomen. ee 3 Daarin moet o. m. vermeld staan, f 4 1, De toestand der bosschen en verschillende plantsoenen op het tijdstip van overname, 1 DD, Idem der aanwezige instrumenten en kaarten. id Be 3. Idem der boeken van het geldelijk en materjeel beheer. } 3 40 QOmsehtijving van de plaats gehad hebbende afbakening on inrichting der bosschen en daarmeé in verband staande opmeting en kaarteering. 5 “5°. De stand van de in uitvoering zijnde werken betreffende afbakening, inrichting, opmeting en kaarteering der bosschen, evenals cultuurplan- of nen; enz. ; 4 6! De stand der boschperceelen, die in werking of nog in behandeling F i zijn, enz, a Ee: J 4 ii : : De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, à VAN VLEUTEN: _No. 4587. LIJFWACHTEN DRAGON DERS. SCHEEPSSOLDIJ, — dan- i fe. vulling van art LL wan het reglement voor de lijfwachten a ‘Via dragouders van den Soesnehoenen van Soerckarta en den a Sultan van Djokjakarta met eene bepaling betreffende scheeps- 4 i: F soldij, A a BESLUIT. > Ne, 28 Buitenzorg, den 18 Augustus 1890. Be Gelezen, enz; r ; De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; | Js goedgevonden en verstaan: | ‘Met intrekking van art. 1 van het besluit van 2 December 1887 no. # 4/c (1) te bepalen dat aan art, 11 van het bij besluit van 9 Septem- 4 i Zeh Bij dit artikel was aan de lijfwachten dragonders, die binnen één ai maand na hun pasporteering of gageering naar Nederland vertrokken, het “4 zecht verzekerd op de stheepskleeding, bij § 22 van afdeeling E. van a het militair tarief no, 24 (Staatsblad 1872 no. 80), zooals die § gewij- 5 zigd is hij besluit van 23 November 1884 no. 17 (Staatsblad no. 210); — met dien verstande, dat die kleeding niet in’ natura verstrekt, doch dat de volle waarde daarvan volgens prijslijst uitgekeerd, zou worden, f
i 58 : | ber 1882 n°. 38 vastgesteld reglement voor de lijfwachten dragonders van — den Soesoehoenan van Soerakarta en den Sultan van Djokdjakarta Topge- nomen in het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié onder no 3833), de volgende alinea wordt toegevoegd: „De scheepssoldij gedurende de reis naar Nederland is dezelfde — en het verleenen van voorschot daarop aan gelijke voorschriften onderwor 5 pen als voor militairen by het leger.” Afschrift, enz.; E : 4 No. 1588. RANGREGELING, ADSPIRANT-CONTROLEURS, Bij het besluit van 15 December 1890 no, 33 is met aanvulling van § Il van het besluit van 9 Mei 1885 no, 1/e. (Bijblad no. 4124) be- _ paald dat door loting de onderlinge rangschikking voor eene benoeming p tot Adspirant-Controleur wordt bepaald van hen, die bij het grootambte- — ' naarsexamen in Nederlandsch-Indië gelijke eindeijfers hebben behaald. No. 4589. REISKOSTEN. LANDSDIENAREN, — Vergoeiling van de } kosten van reizen door landsdienaren of kunne gezinnen on- — dernomen op een vogenblik dat het recht op overtocht voor re — kening van den lande nog niet bestond, . BESLUIT. | No. t/c. ; Buitenzorg, 25 Maart 1888, > : Gelezen, enz.; | 4 De Raad van Nederlandsech-Indië gehoord; : Is goedgevonden en verstaan: : _ Onder verklaring, dat voor zooveel noodig wordt teruggekomen van het — beginsel, neergelegd in het besluit van 81 Januari 1868 no, 39 (Bijblad — op het Staatsblad van N.-Z, no. 2108), aan den Directeur van Binnen- _ ' landsch-Bestuur te kennen te geven, dat de omstandigheid, dat door een _ landsdienaar. of zijn gezin eene reis is ondernomen in Nederlandsech-Indië — op een oogenblik, dat hij, of wel het gezin, het recht op overtocht voor rekening van den lande niet op eenige bepaling of beschikking der Regee- ring „kon gronden,” geen beletsel behoeft te zijn om, in die gevallen, . ‚waarin zoodanig recht wel zou bestaan hebben, indien de reis op een _ later tijdstip ware aangevangen, en eene nadere vergoeding van’ de kosten — der reis over land of te water van landswege billijk wordt geoordeeld, tot de | __uitkeering van zoodanige vergoeding een voorstel aan de Regeering te doen; © gullende elk geval op zich zelf moeten worden beoordeeld, en wijders niet meer worden terugbetaald dan, blijkens zooveel mogelijk over te leg- |< gen quitantieën, door belanghebbenden werkelijk is uitgegeven, terwijl al- |< mede in geen geval meer zal worden gerestitueerd voor overtochtsgelden over zee dan hetgeen ter zake bij overtocht voor landsrekening zou zijn betaald. — Afschrift, enz.; 8 Bij de missive van den Gouvernements secretaris van 17 Augustus 1889 no 1981 6. werd aan bovenstaand ‘besluit eene nadere uitlegging gegeven. — fi | AR Ú ae d
NE ; ie 59 ; De te Batavia geplaatste ambtenaar W. werd, terwijl hij met verlof _ wegerts gewichtige redenen te Soerabaja vertoefde, wegens ziekte eervol wil zijne betrekking ontslagen en in het genot van wachtgeld gesteld, dat _ te Soerabaja betaalbaar werd gesteld. | _ @p grond dat hi voor zich en zijne echtgenoote, die hemr naar Soera- _ baj had vergezeld, recht op vrijen overtocht van Batavia naar Soerabaja _had gehad, indien hij vóór zijn vertrek naar laatstgenoemde plaats op _ wachtgeld gesteld en zijn wachtgeld daar betaalbaar gesteld was, ver- _ 20 cht W. om restitutie van de kosten van zijn overtocht naar Soerabaja @n dien giijner echtgenoote, en de vraag deed zich voor of dit verzoek op grond van het besluit van 25 Maart 1888 no. l/e behoorde te wor- _ den ingewilligd, Die vraag werd verschillend beantwoord voor zooveel de reiskosten van _ W. zelven en van zijne echtgenoote betrof. ak In het besluit van 31 Januari 1868 no. 39, dat onder no. 2108 in het 3 Bijblad is opgenomen, was sprake van een verzoek yan een ambtenaar, om restitutie van voor den overvoer van zijn gezin betaalde gelden, Blijkbaar "is dan ook, toen bij dat besluit het beginsel werd” gesteld, dat het recht op overtocht voor rekening van den lande moet verkregen zijn vóór het aanvaarden der reis, zoo niet uitsluitend, dan toch hoofd. _ zakelijk, aan de reis van het gezin van een ambtenaar gedacht. Bi _Evenzeer waren het gevallen, waarin reizen door de gezinnen van amb- _ tenaren waren gedaan, die de aandacht deden vallen op het onbillijke em ‘soms onmogelijke van een streng vasthouden aan bedoeld beginsel en __ het denkbeeld in overweging deden nemen om daarvan terug te komen. — en Toch zijn er ook gevallen denkbaar, waarin het beginsel op de reizen van de ambtenaren zelven toepasselijk kan zijn, maar daaronder behoor- F de niel dat van den ambtenaar W. 4 ‘ _ W. naar Soerabaja gegaan zijnde met binnenlandsch verlof wegens ge- _ Wichlige redenen, was gehouden zijne passage zelf te betalen en de om- standigheid, dat hij te dier plaalse was; toen hy uit zijne betrekking E: werd ontslagen, heeft hem de kosten zijner naar zijne standplaats Bata via bespaard. Het beginsel in Bijblad no. 2108 hier dus niet van toepassing zijnde, Bis “evenmin toepasselijk het besluit van 25 Maart 1888 no, L/e, waarbij voor zooveel noodig van dat beginsel werd teruggekomen. Het geldt hier veenvoudig de regel, dat ambtenaren, die binnenlandsch ‚verlof wegens gewichtige redenen hebben gekregen, hunne passagekosten zelf hetalen en er is geen reden om die kosten lerug te geven, als de ambtenaar later in een anderen toestand komt. Dat zoodoende de toepassing van het besluit van 25 Maart 1888 no. Ife moeilijkheden zou opleveren is niet te vreezen. 5 Een ambtenaar, die uit zijne betrekking of uit 's Lands. dienst ontslagen 48, mag op 'slands kosten reizen naar de plaats, waar hij zich vestigen wil, wanneer hem maar wachtgeld of pensioen wordt toegekend. Noodzaken de omstandigheden hem de reis te aanvaarden voordat de ‚toekenning van het wachtgeld of het pensioen heeft plaats gehad en daar - mede zijn recht op vrijen overtocht officieel erkend is, dan is het niet S4OR eee - i Ee
B gale be > ee Jen ALV Ket rn Mie A ble SEE oy ee 60 7 : ; | billijk bem de Kosten der reis te laten dragen als later de toekenning van wachtgeld of pensioen volgt. : Geheel anders is het mel een ambtenaar, die mel binnenlandsch ver- — lof gaat wegens gewichtige redenen; de reis, die hij gedaan heelt, kwam — per se voor zijne rekening en geen latere beschikking kon het karakter a van die reis veranderen, Hier is ook niel van toepassing, dat hel recht op overtocht voor rekenjng van den lande wel zou bestaan hebben, in- — dien de reis op edn later tijdstip ware aangevangen. Wanneer de reis 7 met binnenlandsch verlof ook worde aangevangen, steeds blijven de kos ten voor rekening van den verlofganger. f . | Die vraag hoe te beslissen is altijd gemakkelijk te beantwoorden, als maar op de aanleiding der reis gelet wordt. Heeft men b. vy. te doen | met sene reis naar de plaats van vestiging na ontslag, dan behooren de _… kosten voor ‘s Lands rekening te komen, onverschillig of het ontslag mel | wachtgeld, dan wel de pensionneering wat vroeger of later geschiedt. Is binnenlandsch verlof de aanleiding der reis, dan moet de betrokkene — altijd betalen, ook al wordt door die reis later een andere — dat is die naar de plaats van vestiging — overbodig. | In het eerste geval mag de ambtenaar geen schade lijden door de vertraging der Regeeringsbeschikking; in het tweede mag hij uit eene Re- f gceringsbeschikking, die zijne positie geheel verandert, geen voordeel trekken.
: Op grond van vorenstaande. beschouwingen werd aan W. te kennen gegeven, dat zijn verzoek voor zooveel hem, aanging niet voor inwilliging vatbaar was, maar werd hem het bedrag gerestitueerd, dat van Lands- wege voor de reis zijner echtgenoole zou zijn betaald. :
; (Besluiten van 17 Augustus 1889 no. 36 en 13 November 1889 no. 14). } No. 4590, MODEL. CONDUITESTATEN, EUROPEESCHE AMBTE- : NAREN, — Vaststelling van een nieuw model voor de con- | duitestaien der Kuropeesche cmbtenaren, :
; i) BESLU IT.
BNS 7. : Buitenzorg, den 30 Maart 1891. . Gelet, enz; t De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; ; Is goedgevonden en verstaan: 4 Rerstelijk: Vast te stellen het wan dit besluit geheëht model voor de conduitestaten der Europeesche ambtenaren, ter vervanging van het mo- : del, bedoeld in de nos. 410, 1959, 2302, 3297, 3565, 4153 en 4255 van f het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié ; : met bepaling dat dit nieuw model het eerst gevolgd zal worden bij de eonduitestaten over 1891,
Ten Tweede: Te bepalen dat de Chefs, die tot beoordeeling van amb- tenaren in conduitestaten zijn geroepen, verplicht zijn afzonderlijk te rap- porteeren, indien hunne laatste beoordeeling, betrekking hebbende op een
ambtenaar, die wegens aneienniteit voor bevordering in aanmerking komt of daarvoor geschikt is geacht, door feiten of omstandigheden is gewijzigd,
Afschrift enz,
hea ad “Ss aie =). oe ae ee ee ee — hte ;
UE keen cea in IE (re zi A ra gat ee at Wey en EAN MEREN Ei rae i! ales re ge pn we Bj vg et 4 nal Bi 3 fs 2 Di PARTEMENT HON eee he A sera EN Ee JAAR 189 . Hespe ne me : CONDUITE-STAAT act Tin ‘ ‘ 4 Ed ¥ ¥ ae 1 . . . . . . . = . . ae . - et * . . eit a3 4 ee Be ar kon os.) ote Mt welke gal.) eg A aaa as aca att slat a) an ia ‘ a Saharioe benoemd. bij besluit vane . … hui, ee ee We ee 4 os i 4 i d By fractement / . . . 'smaands (emolumenten f . . . , 'S jaars). ; . 2 Geboren LIS PRE bert ute GLE ak ZALEN ON se fe cee ee “a heeft . + . . . kinderen te zijnen laste. 2 DS i In 18 ‘te Word geachl ee ee voldaan bg het de bedoeld bij artikel 4e “van het „Koninklijk besluit van 10 September 1864 no. 47 (Staatsblad — ite te . i Pgs a ‘no, 194). ae: { Kennis van de Inlandsche talen: B a Ya ‘kane met het- volk spreken het. … aa: mar utd Ee son ete 4 Be - . \ er EN ie BEAN » de hoofden i SOEREN ade ee aI re 7 Ree) a 8 De alleen ‘verstaan shet (6 4. vant dent vete te And Et ars d. legt zich toe op heb GOE pe WE en Jo ke Aldus naar waarheid opgemaakt, Pe a Seles IA den eS eS ee 8 je . (4) eh WE * je = cet rae On : 5 : 5 ia it zi nt, i = a 0) ‘Naam en voornamen (voluit) alsmede betrekking. ‘ À 5 (2) Gehuwd, ongehuwd of weduwnaar. « ba) =a (8) Deze kolom alleen op te nemen in de staten betreffende ambtenaren, die mel Inlandsche hoofden en bevolking omgang hebben. ___ B (4) Deze bladzijde, door den betrokken ambtenaar zelf in te vullen, moet hier door hem onderteekend worden, — EE is | | Et Ee ET TE Se EELT An, ec! af tales Tr ENEN MERA prs) 74}
| | ey ie 5 62 ‘a Be. BEOORDEELING VAN DEN AAN DE OMMEZIJDE ° ij
VERMELDEN AMBTENAAR.
Kir ; | Andere bijzonder Bekwaamheid voor Omgang met In- heden, welke te vers _ [Gedrag en algemee- melden zijn o.a, be. het tegenwoordig landsche hoofden [treffende aanspraak fj ne of speciale ka- | op bevordering, ge | ambt en dienst- en bevolking, | schiktheid voor raktertrekken, | andere betrek- ijver. jee ef | kingen enz, | | | (0) ER Se i ee toe EED a repels — ger San eee | L | | | | : | | : { | KS | | | | | Pe SEE ee Lbs ier at ra Oa edad ie 7 Vastgesteld bij artikel 1 van het besluit van den Gouverneur-Generaal — van Nederlandsch-Indié van 30 Maart 1891 no. 7. d Mij bekend: ; ; De Gouvernements-Secretaris, (a) Deze kolom alleen op te nemen in de stalen betreffende ambtenaren die mel Inlandsche hoofden en bevolking omgang hebben. 3 (b) Deze noot alleen te plaatsen op de blanco-staten, te verstrekken aan de Residenten voor de Europeesche ambtenaren bij het binnenlandsch bestuur. ad Omtrent de oudste helft der Controleurs te klasse en der Assistent — Residenten moet in deze kolom speciaal nauwkeurig gerapporteerd wor- — den betreffende zelfstandigheid, initiatief tot het aanbrengen van verbe- : teringen, vaardigheid om belangrijke aangelegenheden in goed uitgewerkte 4 voorstellen te behandelen, algemeene ontwikkeling, vormen en eigenschap- pen voor de samenleving en voor het ophouden van rang en stand,
re aaa eat Ie ae or z ; a. 591. RECHT VAN VERBLIJF. OOSTERSCHE VREEMDELIN- — NE GEN, PASSEN. — Op de Oostersche vreemdelingen uit te ER: verken passen moet steeds worden aangetekend of de houder RR: al dan niet in het bezit is ran eene vergunning tot vestiging. _CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur (met uilzonde- Hig yan den Resident der Oostkust van Sumatra). me No, 2230. : Buitenzorg, 14 September 1890, Ingevolge het bepaalde ‘bij artikel 2 der ordonnantie van 12 Maart — 1872 (Staatsblad no. 40) 1) mogen Oostersche vreemdelingén, die geen ver- 4 gunning fot vestiging hebben bekomen, doeh slechts in het bezit zijn van — een pe toelatingskaart, alleen zich ophouden in de voor den algemeenen handel geopende havens en op de plaatsen of in de streken, op de loe- latingsk aart uitdrukkelijk vermeld. ‘ 5 Het is den Gouverneur-Generaal gebleken dat dit voorschrift —in weer wil van hei bij dezerzijdsche circulaire van 6 Augustus 1877 no. 1740 © (Bijblad op,” het Staatsblad van Nederlandsch-Indié nos. 3218 en 3219) gedaar verzoek om op de naleving daarvan nauwlettend toe te zien — meer- malen ontdoken wordt, waartoe de betrokkenen van de plaats van aan- / komst in Nederlandsch-Indië, waar hun een toelatingskaart is uitgereikt, zich begeven naar eene in een ander gewest gelegen voor den algemee- / nen handel geopende haven, ten einde aldaar, gebruik makende van de “Onbekendheid van het plaatselijk bestuur met de omstandigheid of zij al r an niet vergunning tot vestiging verkregen hebben, hun pas te laten af- | teekenen voor eene reis naar plaatsen, waar het hun niet geoorloofd is verblijf te houden. Aan dit misbruik kan, naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal, : op eenvoudige wijze een eind gemaakt worden, door op de aan Oostersche Vreemdelingen uit te reiken passen steeds eene aanteckening te plaatsen, waaruit blijkt of de houder al dan niet in het bezit is van eene vergun- ‘ning tot vestiging en Zijne Exellentie heeft mij mitsdien opgedragen UHEdG, te verzoeken in den vervolge in dien geest te willen handelen en doen _ Van die opdracht heb ik de eer mij mits deze te kwijten, i B: ; De ste Gouvernemenis Secretaris, d zn SWEERTS. a A8 ‘
- Tusschen de iv en 2° alinea van dit artikel is eene nieuwe alinea : ingelascht bij stbld. 1891 No, 214. : No. 4502. STRAFVORDERING. OVERWIJZING, BESCHULDIGING. Sk DAGVAARDING, — Voorschriften om de akten van be- pe schuldiging en de dagvaardingen in te richten in overeenstem Jel ming met de akten van overwijzing. : CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in Neder. andsch-Indië. Pr Ee ’ 7
2 es oke is ee Mok Pa ef ufo a pee NN le AY Se te A
6 eng
: Ee
Ee }
j No, 609. Batavia, 19 Maart 1890,
‘ Lj ; Het Hoog-Gerechtshof van Nederlandsch-Indié heeft bij de. onlangs gewe zen arresten in de overtredingszaken van WONG Kl SAM en OEI KOK YONG, % te vinden in het Indisch Weekblad van het Recht no. 1382 en 1392 beslist, dat de akten van overwijzing, welke de Presidenten der Landruden 8 en van andere Inlandsche rechtbanken, zoowel in de residentiën op Java
als buiten Java, moeten opmaken, den grondslag vormen van het straf. | geding.
Die regel geldt niet alleen voor misdrijfzaken, maar ook voor overtre | dingzaken. : Om die reden zal de akte van overwijzing eene nauwkeurige opgave : î moeten bevatten der strafbare feiten. |
Elk verzuim in de omschrijving van de bestanddeelen der overtreding |
: of misdaad zal‘ dus noodzakelijk de nictigheid van het strafgeding in revisie of hooger beroep ten gevolge hebben tot groote schade zoowel vóór de
_ rechtspraak als voor den Staat, 4 1 < Met de akten van overwijzing moeten de akten van beschuldiging en hi de dagvaardingen in overtredingszaken overeenkomen.
De Inlandsche ambtenaren van het Openbaar Ministerie mogen daarin
4 geene andere of meerdere feiten opnemen, dan in de akten van overwij— 5 zing zijn vermeld. ; Doen zij dit echter, verzuimen zij de akte van overwijzing nauwkeurig. te volgen in hunne Maleische vertaling, dan worden zij altijd met hunne
akten, van’ beschuldiging of dagvaarding niet ontvankelijk verklaard, zooals
if bij lezing der aangehaalde arresten duidelijk kan blijken. ä
Het behoeft niet gezegd te worden, hoe belemmerend die menigvuldige
i niet ontvankelijk verklaringen voor eene snelle en bekoorlijke bestraffing der schuldigen zijn en hoe zelfs mogelijk is, dat de nalatigheid van den i Inlandschen ambtenaar van het Openbaar Ministerie of van den Presi:
dent van den Landraad ten gevolge kan hebben, dat gewichtige overtre
4 dingen of misdrijven ongestraft blijven.
4 Ook dit gevaar blijkt uit de arresten, waarop ik- Uwe aandacht
‘vestigde.
Ik meen dus UHEdG, te moeten verzoeken de in Uw gewest dienende Inlandsche ambtenaren van het Openbaâr Ministerie ten ernstigste te wij zen op de door het HoogGerechtshof na rijpe beraadslaging aangenomen
jurisprudentie. : :
i Hun moet door den Europeeschen bestuursambtenaar duidelijk worden onder het oog gebracht, dat voortaan de akten van beschuldiging en dag:
vaarding slechts de weerklank mogen zijn der akten van verwijzing en dat bij de opmaking daarvan die akten, van verwijzing nauwkeurig moe- ten worden gevolgd, behoudens hunne verplichting om in. de akten van dagvaarding en beschuldiging de feiten, welke? in het kort in de akten
“van verwijzing voorkomen, nader te ontwikkelen en te omschrijven.
; Mocht bij behandeling der misdrijf- of overtredingszaken in revisie of in hooger beroep blijken, dat de Inlandsche ambtenaren van het Openbaar Ministerie ten deze hunnen plicht hebben verzuimd, dan vordert het he-
’ zE K nt MEE
te ye eee dn ee Ae IT ER rn re te ii «i a „ad J * NEE 65 i ee f ? pes fang eener behoorlijke strafvordering, dat aan die nalatigheid ‚zoo spoe- _ dig mogelijk een einde worde gemaakt. : zin De Procureur-Generaal bij het Hoog-Gerechtshof van Ned.-Indië. A | W. DE GELDER. BEL, No. 4593. STRAFVORDERING. GETUIGEN. — Voorschrijt beireffende 7 ij f de oproeping van getuigen in strafzaken bij één en hetzelfde a bevel van dagvaarding, | CIREULAIRE, Aan de Officieren van Justitie in Nederlandsch-Indié — No? 2640, Batavia, 24 December 1889. — 5 De Algemeene Rekenkamer heeft de aandacht der Regeering gevestigd op de verschillende toepassing, welke aan art. 8 van Staatsblad 1885 no, 72 gegeven wordt. , Sommige deurwaarders brengen voor elken getuige, dien zij op last der — B: Rechters-commissarissen van strafzaken dagvaarden, één gulden in reke- ming voor het origineel van ieder gedaan exploit. | Anderen beschouwen het bevel tol dagvaarding van meerdere personen, — die op dezelfde plaats wonen, als één origineel. De oorzaak dezer ongelijkmatige berekening van salaris is hierin gelegen, _ dat de rechters-commissarissen van strafzaken dan eens voor elken getuige gen afzonderlijk origineel bevelschrift uitgeven, dan weder op hetzelfde __ bevelschrift de namen schrijven van alle getuigen, die in dezelfde plaats q woonachtig zijn. : | _ In het belang der beklaagden is het wenschelijk, dat de proceskosten | 400 weinig mogelijk worden opgedreven en ik heb dus de eer, hiertoe __ door de Regeering uitgenoodigd (1), UWEdG. te verzoeken over dit on- — _ derwerp met de rechters-commissarissen in overleg te treden, opdat zoo. — 3 veel mogelijk de namen der getuigen, die in dezelfde plaats woonachtig * zijn of «verblijf houden, op “één en hetzelfde originele bevel van dag- _ vaarding worden gesteld. ¥ De Procureur-Generaal bij het -Hoog-Gerechtshof van Nel, B W. DE GELDER. (1) Miss. G. 5. van 1 December 1889 no. 2925. | Kk: _ No. 4594. RECHTSWEZEN. SEMARANG, — Verdeling der werkzaam: — : heden bij den Raad van Justitie te Semaraag, _ B. 9 April 1890 No. 19. Buiten werking gesteld bij Bb. No, 5607, in | _ verband met Stb. 1901 No. 126. a No. 4595. WEES. EN BOEDELKAMER, — Jn de boeken de vorspronke- — i ! lijke bedragen van nalatenschappen te vermelien. uy — CIRCULAIRE, Aan de Wees- en Boedelkamers in Nederlandsch-Indië. _ No. 8055. Batavia, 6 November 1890. | Bij het onderzoek der boeken van de Wees- en Boedelkamers is geble- cee! en a 3 a a = n A oe OO Ee a
66 ken, dat daarin niet altijd worden vermeld de aanvankelijke bedragen der _ _ nalatenschappen, die onder haar beheer komen, doch slechts de bij de Kamers feitelijk overgebrachte geldsommen, Daardoor is de juistheid van de berekening der verschuldigde beheer- joonen moeilijk na te gaan; die loonen toch zijn verschuldigd niet alleen over de feitelijk overgebrachte bedragen van de nalatenschappen, maar ook over de voor het College gemaakte kosten van invordering, enz. Ik heb mitsdien de eer Uwer Kamer te verzoeken, voortaan in de boe- ken steeds de oorspronkelijke bedragen der nalatenschappen te vermelden. ey De Directeur van Justitië, 4 L. A. P. F. BUIJN. i No. 4596. KORTINGEN, — Vermindering van kortingen wegens schulden 2 op de bezoldigingen en pensioenen van Indische landsdienaren, | Beschikking op verzoeken om korting tot een minder bedrag | dan waarop de crediteur recht kan doen gelden. | Miss. Gouv. Seer. 2 Dec. 1887 No, 483/c. | Vervallen door Stb, 1898 No. 208. | Ne. 4597. COMPTABILITEIT. TRAKTEMENTSTATEN, ORDONNAN- J TIEN MANDATEN. — Vaststelling van formulieren compla-, | ’ biliteit nos. 25, 26 en 27, ze ‘ BESLUIT. . : bo No. 26, Batavia, den 20. September 1888. Gelezen, enz.; Is goedgevonden en verstaan: Ten vervolge van de voorschriften, vastgesteld bij art. 1 van het be- — d sluit van 10 December 1873 no. 6 en art. 4 van het besluit van 19: Jan < nuari 1875 no, 9 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié nos. — 2718 en 2814), te bepalen, dat de traktementstaten van Europeesche en Inlandsche ambtenaren en geëmploieerden, alsmede de ordonnantiën en — mandaten — nadat de voorhanden voorraden van de daartoe thans gebe- zigd wordende gedrukte modellen zullen zijn verbruikt — worden opge- — ‘maakt overeenkomstig de aan dit bestuit gehechte formulieren (Compta- — _ piliteit nos. 25, 26 en 27), wat de mandaten betreft met dien verstande, — dat in het formulier no. 27 het woord „ Departement” wordt vervangen — door: ,,@ouvernement,” „Residentie, „Gewestelijke Intendance,” enz. en dat het — onderschrift omtrent de onderteekening naar omstandigheden wordt gewijzigd; — behoorende de origineele ordonnantiën en mandaten (behoudens het bezigen — yan het witte zegelpapier voor de venduacceptatiën) te worden gedrukt — op blauw papier in zwarten, en de duplicaten op blauw papier in rooden inkt, — Afschrifl, enz. Zie omtrent de invulling der tractementstaten Bijblad No. 4598,
BOMPTABILITEIT No. 2, | oh ort bij besluit van den Gouverneur-Generaal van Ne-
_ derlandsch-Indié van 20 September 1888 no. 26. | ’ | | ;
tf Et a edn ofnie a bn in are dk 5 Ken DE ae ee EEO ee een AN VTE Fe oe Teco ERD See ae a ett eat} Rinne : Ore yeaa 68 3 : as rs Th Resid i f 4 STAAT der traktementen, toekomende aan de onderstaande ambten BE ; BE eel — 7 | a x At 4 a lL EN ——— SS = oe, Gehuwd va . GENOTEN VOORSCHOT, | + i tle lijksol Login dat NAAM. | Qualiteit. of Peal ES A de q i 2 ; trakte- | | oy D 4 eet sania (ME in vorige pensioen ME 3 a = | dienst a pct. 3 5 a i | | | dienstjaur. jaren. | a i ————————— eee SS ——————— pm rad a er be ú i ; a - | f | i st : | q 4 ; és MORA eh ä 4 | | B + a se | 7 Jij iF wi : . a 4 el , . ; 2 ; tes ad de 4 et
| e Br | | 69 Eea DIENST 18 , Bieerden bij …. … over de maand. vi 8 5 EN VOOR: Geza- | 4 CIVIEL WEDUWEN- EN WEEZENFONDS. 3 A J 4 | bedrag 4 | TOELIGHTINGEN!
4 Buitengewone contributie bedoeld bij artikel: . der i en ee ; “a 48. voor inhou- | 13. AMA. 16. |aeen3el 19. belee- dD 3 alinea. BIABRD: tan, 5 | | ; ; 3 | E a cae i | | 4 4 | - 4 | $ | | ‘ sj E | : | | |
8 { : 4 den 18% ,
| . voor de opmaking, . a Ol
Bae Es ret CE er IM Le Ee EE TEE Ee ERE ye ji STS ES Sh Se TS MRE ny OC WOO, ae pee nn * ve i +) tiet, Ur oil het ie. geen tie He) oh ME fa. pp dine or Rees ke Sag i Err Fa - ES a vege A. vn ek OR ! a veh ue zE er * 1 = | Sa a ei ale ae Je at dies me > 2 ae iy t . it d 7 ote t rel Bie wy sae iS 2g r * “a Bir. ie Li t i . Bi za 2 q oid 7 4 =f ef a En Lr. IN , = te ee i AN cr ad zi BR in en Dj 2 : a za df EN HE ay = i - ey fe N Re Hal B. la = E be % A ae ‘ ; i EE ny Be EE. ‘ - aa = : i ig iJ Wie Ag ea F a Bist. * Ee Be a Bo a g x KE a wig Ke: a ey ig 3 a an -. SS 7 Bd WH “ - 8 ee ot 08 ke: wi . fi Mej p Ai q fj + Lee J ‘ 4 Kn : 2g ne in i ia 3 ae VW =e ei Jia - * et be ek: eel Bene: % fs ; ae?) a Fi > ae ety | : : ere! =. eS rl Ee : ‘i 5 dee En:
ent ey Rae Se Se ee ee, | ie i - . a ä a E i Ig EE. = FOMPTABILITEIT No. 26. 8 E Pertierra ae x air 4 a hoort bij besluit van den Gouverneur-Generaal van Ne- 5 _ derlandsch-Indië van 20 September 1888 no. 26. 3 Ë: 5 : a 4g 5 : a Zee | 2 Kaj: ve ro: Ed Fi a DUEL se, ee EEND REANE MANE D= nde
edge WE ENE ne ien tijen joek ge ett enne bi ed rs Ph i ae 12 DE el / 8 \ P tv. ol _ STAAT der traktementen, toekomende aan de onderstaande Inlandsche ambten | Maandelijkech trak- Schadelooss | NAAM Qualiteit. voor gemis | | | tement. dienstplicht Ee mmm ES ah TS WEEST Sil — 2 . un pr ; 4 ik ‘ dt MANE ADD ES | NB In de kolom toelichting behoort te worden bekend gesteld | : E hij welke besluiten de nieuw in betalingkomenden zijn be- i i! noemd, overgeplaatst, eng; tevens moet daarin ook melding i worden gemaakt van de besluiten, houdende toekenning van Î ‘g » traktementsverhooging, enz, en eene specificatie der inhou- ; dingen worden opgenomen. u « / ’ ne fi = r El a .
ha were te eye ee eh derheden PE nn EN an BATS WING erat ee mt. ve: tes See ee Ne ike oa ai ; ‘“ i zet i Kanada, ee TE orkanen al ag RE aida ds ee DIRE re ie DPA Life? rde ten ok fs : i ij i = net | zal 4: ts pes] wre) ; ie : 13 il: „u ea, c i = Dae. ul Be oee D I E N Ss i 18 - Ma zen JE a 4 ï es i BENEN Ge Maand … on enne 18, inde afd, oe mn ENE eed ans EE im oh ae … + } s tig = a ___Persaneele d | é ery |: Te zamen. Inhoudingen, TOELICHTINGEN, Ki if | toelage. À Ui a en ee eee eer, VE at EN By Et el 7 Tiina ith Ria ole oS a, | 5 E 5 ! A BE: , a ay = as hi DE: ; pa | El Et 4 4 ree ‘ id us ERS i : + Si is [se RASS ET) VEEN EVR EREN EMBA Mf oe | Tl ea 1 Pal zi a es: den 16 | ‘ld BRT. fi fis RE | : Voor de opmaking: ee a De { uy 4 | } « n a ag ze : oa ek) ‘ : 7 ’ if ag * x ae . : a ad « | RE AR f ‘ ‘4 a of 2 ‘ ; i 4d lid Se : r : ie
Bae Es ret CE er IM Le Ee EE TEE Ee ERE ye ji STS ES Sh Se TS MRE ny OC WOO, ae pee nn * ve i +) tiet, Ur oil het ie. geen tie He) oh ME fa. pp dine or Rees ke Sag i Err Fa - ES a vege A. vn ek OR ! a veh ue zE er * 1 = | Sa a ei ale ae Je at dies me > 2 ae iy t . it d 7 ote t rel Bie wy sae iS 2g r * “a Bir. ie Li t i . Bi za 2 q oid 7 4 =f ef a En Lr. IN , = te ee i AN cr ad zi BR in en Dj 2 : a za df EN HE ay = i - ey fe N Re Hal B. la = E be % A ae ‘ ; i EE ny Be EE. ‘ - aa = : i ig iJ Wie Ag ea F a Bist. * Ee Be a Bo a g x KE a wig Ke: a ey ig 3 a an -. SS 7 Bd WH “ - 8 ee ot 08 ke: wi . fi Mej p Ai q fj + Lee J ‘ 4 Kn : 2g ne in i ia 3 ae VW =e ei Jia - * et be ek: eel Bene: % fs ; ae?) a Fi > ae ety | : : ere! =. eS rl Ee : ‘i 5 dee En:
PUOMPTABILITEIT No. 27 | B hoort bij besluit van den Gouverneur-Generaal van Ne- : ___derlandsch-Indië van 20 September 1888 no. 26.
eed + oe Be aS CE: GH Ren aC el EE dd Rigi a "4 i Á i i ‘ E i a B DIENST 18 | DEPARTEMENT | a No. VAN HET REGISTER | AFDEELING 4 AUTORISATIE VAN BETALING. | ONDERAFDEELING E BE. | | | ARTIKEL 3 De Algemeene Ontvanger tenn a betale BON a a ee i ae aa ua de SOM OON fee een EERENS eegens ape fhe RR ee A ERE Tae eee ery ereen eten aaa fn Ste REE _ Inhoudingen: : | DATERTA dem bite eN 3 MAMeCNS GEM | inn TN Voldaan: a
dee rn DE dee nk KOR ONE ABs) |
; a rt ee F D ke, 4 i iz ' ! Me Be
a fe : 5 i ‘ al 4 mes ; ‘ a aaa DIENST 18 © 2 ‘ ¥ . ; i : a BE NENT. oon Su ee No. VAN HET REGISTER | AFDEELING — - 4 WUTORISATIE VAN BETALING. | ONDERAFDEELING Re RE | ARTIKEL a SSE EEE SSS . 7 me Algemeene Ontvanger te a … Ex: 5 \ x 4 inh udingen : \ F — PATAVIA, don tan eN 4 natens den... dee ie a : DEAL Peeidnereecderbeatys OENE ¥ (Getd,). is a voor afschrift a B ij lagen: 5 B ORE Ln
Ve eN aired ers. seren EEN Mat a A et od a Sat ah NL eN Erg BERET Co No. 4598. __ COMPTABILATEIT. TRAKTEMENTSTATEN, — Voorsckrif gren ten betreffende de invulling der —, LLT: 4 ce BESLUIT. 2 Nen Ls Buitenzorg, den 18 November 1890, Ee Gelezen, enz. ; 4 = Is goedgevonden en verstaan: ‘ É __Te bepalen: :
- enz, (zie Staatsblad no. 228). d TL dat de traktementstaten, waarvan het model is vastgesteld bij besluit, je van 20 September 1888 no, 26 (1), worden ingevuld overeenkomstig, het aan dit besluit gehecht bewerkt model; rt zullende, indien de betaling ‘van traktement, enz. op afzonder ijke _ ordonnantién of mandaten geschiedt, daarop gelijke toelichtende aantee ken __ ningen worden gesteld als in het bewerkt model aangegeven. a | Afschrift, enz. ‘ig _____Aangehaald in Bijblad ‘No, 4937. a 3 : { è 1 q q \ he \ 1 (1) Bijblad no. 4597 | .
Te IN Be” ye 3 . a as : oy = Lj si B BE: a EEE a a a Ais 8 bij S Il van het besluit van 18 November 1890 No. 17. 4 pe À 4 ae 4 ag : 4 Mij bekend: : Ee. De Gouvernements Secretaris, 5 4 4 Ren. d i : aa B : "
Ee. ri Vale ede ef et ¥ et, re a Ld EBEN fet. em | fe ee i a itis En ak di zien huig Midi ie: RO > : ee | COMPT. No. 25. | 8 Res Ed j ig 1 : . al | STAAT DER TRAKTEMENTEN, toekomende aan de onderstaande ambit 4 ; ’ | “a " ES en ET a — =—_ TE T q | Gehuwa | Maande- at vaor- 7 q 4 lijkseh a Burger- Deleg NAAM | Qualiteit, of Wd meses YeREs i. on ee i akte : 4 b Bi | 2 a vee in dit | in varie sioen 2 | (ocht dere ee ‘ ; eon ment. | dienst- |. Asie pet. gies aun, ¥ ‘ | | jaar. | jaren. q Ee ee a ba En KEES e= Th RP dd & ey) oer Seay 20 | | haf | 3 a | | EJ Langenbach. | Resident. | Gehuwd. | f 1500 }— | f 30 le i. Representatie- 1 = KOELEN. 2 Sw » 500 }— | | | Reiskosten. . | : | » 100 |— : | & ) | | | f PC: Reijnet. . . |Ass-Residt. i Ln GU [= | 43 | ‘ __Traktements- | | | verhooging . » 5 1 ae | Reiskosten. | » 60 = | | | \ | i at, Kuijk . … … | Seeretaris, | Gehuwd op Lu 500 )— | | p40 |— | Ì ie ye 29 April | { | ni 8 a | ao a | | | | f ia 5 | i à | | | D | | ij | | | 7: is | ' Fi | i | 4 a PP. Van Ham. |Hoofdeomm,| Gehuwd. |» 450 |— » 2 |- ij | | | PJ Til. . . . | 2e comm, |Weduwnaar.| » 200 |— » bi | i: f fy i” ¥ ‘ “ah i E | u a | | ‘|| eee E | | | | } | k a Id ; | edi Het iz Transporteeren. … … . | f 3950 |— | f 66 | | Á 4 $ rn u f | 1e „di
Re ? ie __ DIENST 1890, —
ZE 7 é pe te
En Peed É jeerden bij het Gewestelijk Bestuur ter hoofdplaats over Mei 1890, EEN ook —— ma rita - ————— - Je EN- EN WEEZENFONDS, | Greza- . BAEeWone vontributie hedneld bij art. | Rents clea dl S| bedrag: | TOELICHTINGEN, ET WT der veld ee : ‘ ‘ Ass helee- inkiou= ie: uu, 416, 2e en de 10 ningen. dingen. : lk Rd alinea. | g _ = ee ~ ae mm ee —$$__—___ je ——— —— a zi 7 SS TT ON a Cea Riv ANS ee : p20 4 } f 355)—! Benoemd bij G, B. & April 1800 BR mo, 13; was het laatst in betaling itr { j te Cheribon, (Zie certificaat van op= tid | hounding van betaling). ; a | alee Retedigd oP. 26 April en op dien. fg : | datum betrekking aanvaard, Ü hor 80) | : | | yn bo). | Eerste traktementsverhooging toes; iy | fee | | gekend bij besluit van den Directeur Ae | it 4 p | van Binn. Bestuur ddo, 8 April 1800 BI: : | | | | | | no. 1807 met ingang van Mei, ni fa 5 fu ao termijn. | 0 428 \G63| Benoemd hij G.B. dde, 25 Maart ia | | | 1800 no. 85, i im I Heeft te Batavia ingev.Staatshlud | ‘lig | { ) 1822/3 over April het traktement | ‘i | | | | | genoten verbonden aan zijne vorige | | | | | betrekking van hoofdeommies hij het a | | Dept. van Bin, Bestuur, (Zie vertifie an | Jad caat van ophouding van betaling). it | | Retedigd ale secretaris op den 15 ie | April en op dien datum zijne bee | ie | | | trekking aanvaard, wT \ % | | | | q if | | | B L | i ah] — ran a + | . ie Hl | | : sli (an | | | | b 46) — Op den 28 April 1800 Wath ane ‘a = | komen van het hem bij besluit van | Ps: | | den Resident ddo. 40 April 1890 n0. > i: 1672 met ingang van den 12.4, 4,4 ' v. voor den tijd van veortien dagen | F. ; verleend binnenlandseh verlof naar { { | Ro. wegens pewichlige redenen. i Op ritmen datum zijne he= ik trekking weder aanvaard. HE. a In de oversehrijding van het verlof | 5 / | met 2 dagen berust bij besluit van | if - | | den Resident ddo. April 1890 — | | | | | no. 1002, , | | | | |— DE aed SES rates mi sd el = é | RBO ft ve | | f 48 LH | | f Gea des a ss ; 6 zij 4 Er EE. di : | in il
fap EE = INGO a re ae es ci | Gehuwd Maande- | Genoten voor- 3 | Tad lijkseh schot. Barkers Delega- | f. NAAM. Qualiteit. of ee nen. | Bore | ti Gen ' i} trakte= | iy git | Mi verie lijk Bee : a ne ol | ongehuwd. P ge sinen? | tocht. oe EN in > ment. | dienst- N pct land. | * i] i dienst- i J
- jaar. : " in jaren. ; ee Ng, ———— en if Per transport . - - 4 | E aal |— [a H | Fik J. P. Veerman. | 3e comm. Ongehuwd. | » 150 }— > Blf 4 1 I E ] A. M. Hoog. . | He comm. » » 150 |— ON Pen 1 } | | | BRE i ieee Be | i} P. J. Branden- | ; 4 burg. . - . [ie klerk, Gehuwd. |» 120 |— » 2 40 é i | W. Dammers . | te klerk. » » 40 ” » 240 , > sl : 3 | A. Van Kolman. | te klerk, | onsen | » 10 — |» 2/40 » ia | : ia : j } In } _F. H. Van Dap- | MEE Klerk. u LA a » 1 [70 F Li 4 i In | j if | BG Kalf. 3) ; Klerk. r » 65 | n_1 30 L ij j u | } J.M. Beer... Klerk. Fi "hl | | » 4 | it | r W. van Vliet. Klerk. Ongehuwd. |» 50 | ste a 4 mj mies |! | | | mammae 5 q Transporteeren. ©... + + yf 4805 |— | | | f 34 [ao : t . 4 k i. Ps { if i ; 7
a. Ji. ce ee ae a ee aak ; cn 32 83
Moon ke sn = DUWEN- EN WERZENFONDS. | Geza- i | | Rent ii HBuitengewone contributie bedoeld bij art. | oe ne e ec zi Tl voor ij jd TOELICHTINGEN. 08 ae aa A ie | beler- iphowe | . it ke. q4. 16. Ze en de 19. li | ae sae: ) ningen, | dihgen. y a EE of EET EN NE 3 i ay nn Ed EE a ee ie. | if 850 lr 4 166s, 118 f 852 (Gos , / „12 | a
- | „ 4 | » 12/—| Is thans nog met verlof hetwelk hem hij besluit van den Resident ddo. 45 q April 1890 no. 1100 met ingang van ' den 47 April wegens ziekte voor den 4 tijd van 4 maand naar 8. . is verleend, Heeft betaalbaarstelling van | : zijn ee vorzoeht en machtiging i | verleen tot de ontvangst, k . » 8] 60 . ä » 0150 | ; E | » 28 MOF Bevorderd bij besluit van den Mesie je: 20 ; dent dd. 26 April 4890 no, 1912 tot 4 7 klerk; had te voren een traktement van a f 100. . ig i is | | : » 6 180 Benoemd hij besluit van den Resi-. i | dent ddv, 26 April 1890 no, 4912, Heeft oh | ‘ | [Mine betrekking aanvaard op den 28 EN | April. 7 fi | Is gegageerd adj. onderofficier, Op het di | .|#4gement van dien persoon ad {480 iy ‘sjaars is ingey, art. 25 van Bthld. hi 1876/44 eene korting gelegd van f 365, | id ‘ | Ml 4 Ee El » 520 fa i Kk | » 4/40) Terugyesteld op eon traktement van, al 7 55.— bij besluit van den Resident aq | ddo. 21 April 1890 no. 4809, a ‘dj 6 Had te voren een traktement van [ia ij: ! | Ë @ ‘t= | | | é | | ce ee ba oes Ml eas a £810 Ilf 44 (aes | 18 f Th [aas ial a | £6 a + .
3 ee Tas : ae PE TE ee a) eed 2! Pe hy EE ne ey ä : * ; ery: a mmm j ————— TE =——— == En nn kee Ere ee ge aa 1 7 ts IN HO | enen ea oe Gehuwd Maande- Genoten voor- | fee Á | lijkseh schot. Rurger- | Delega- ‘ + pid , en Mareen cok. “IL Borg- f NAAM. | Qualiteit, | of - | (lijk pen= OTe” Tije Nex | Gew os h trakle- ; : In vori-| *- d ie ae in dit _ jsioen 2 der- | cont E ‚ongehuwd. |_ ment. | dienst- „Be pet. toeht. | tana, | buti : 4 dienst- 2 ]
- f | Pat jaren. | Pg Per transport. . - + + > | f A865 {| | | | | AL laa! | f 230 | | Bs Henk A. S, Broekman.| Klerk. ee » 40 ]— | | ly 0 [80 . ee 3 | fee eee. | ee Hardjodiprodjo ‚| Sehrijver. | | OE | | | | | | | | da “Atmodiwerio. .| Sehrijver. | » 20 |—) | | | : : 4 Mandaor. . . 6 15 |— 10 Oppassers | | | ; } Ae a 100 |— | | CH. Van Weel- | | | | | | | don... .jGontr. dekl.| Ongehuwd. | » 400 |— eS ‘ | wt Beiskosten . | » 60 |— | | | 5 | | | | | Djoinkoesoemo . Sehrijver. ‘ #20 ih } | Ë | | | 4 j | | \ | j Een boodsehap- ' | | ee se ay a 40 | | | | | | Er. Kruger. . Contr, 2ek1.) Ongehuwd.| » 300 | ie el | lp Beiskosten, . » 60 |— | . | | 4 | ‘Sastrodjoio . „| Sehrijver. a 20 \— | | _Een boodsehap- | | Nie Per = » 40)— | i Toraan. 1. ..-| f 5985 1 | f_o IK | / r . Do ondervolgende personen, dic op den vorigen traktementstaal voorkwamen, zijn hier niet genoe achter hunne namen vermelde redenen + B. Van den Dool. fe commies. Rij G. B. 2 April 1890 no. 14 benoemd tot de enmmies bij het Dept, van “ en, Haeflsijne betrekking op 19°April neergelegd. ‘ AW Kast. Klerk op f 60.— ‘s maands, werd bij besluit van den Resident ddo.48 April 4890 no, 1773 (niet _uil bes betrekking ontslagen. r Hel ontslag 6 officieele wie ter zijner kennisse gekomen op den 49en April, Het in verband me
ay hal en 1883)208 ten onrechte genoten traktement ad / Hi bij kAA La ae teruggevorderd (
op 30 April.) Gh Hiken, Klerk op f 65.— 's maands is op den Gen April overleden. — _W. Van Loon, Klerk ap f 100 's maands, zijnde hem bij hestuit van den Resident ddo. 28 April 1890 amet Ei je op dien datum wegens ziekte een binnenl. verlof naar A, verleend voor den tijd van 1 maan gijn traktement over deze maand nog niet aangevraagd en geen maehtiging tot de ontvangst verleend. © 1 1 ä
A neh ir hinde nt ee eer El Ee Ap cg api Re oo) NK ri Sen a AE len 8 ang emir ye fh moe TOWN. ae ú | nn NGEN VOOR: he ee | Gti Ee EN- EN WEEZENFONDS, | 4 i a | menlijk ; i Inge wand vontributie bedoeld hij art. Rente- bedrag’ lb, , GE, ¢ —— eenma | rOELIGHTINGEN. | ‘ der 5 i | 18, belee- : | ; dh. | 16 | Qe en Be 49, |ningen, | inheu- | ‘ @ ie | ‚alinea. | HEADER | ro |, u co yp ts | |p zus leas! Grea : Peke, ae i | | Re ie! | 1 | | 1 ja "80 Benoemd bij besluit van den Resi- Li | hh dent ddo, 26 fg 1890 no. THR. pe oa | al | | Heeft zijne betrekking aanvaard oe
- | | ‚28 April, Was vóór de beooeming ni i | | | | in gen landshetrekking werkzaam. i | | | 4 | | | i | ei. Keen j | ba] | | ut | | | / | | : i i | pl 4 Roo ees aga hee El | | B | | fall | ; : | EL, 100 | | » 120 |—| Benoemd bij G- Bes April 1890 ne, vile ki | | 2. Was het laatst als eontroleur der 26 kei | | | kl. te Madioen in betaling. (Zie verlifie ? | j caat van ophouding van betaling), Is i | | | | | | | beëedigd op 48 April. ze | | 8 \ | i | 4 4 | : | | | : | | | » fj ; a | | i, | | | } | ia | | | B | Ë | | , ai Rees EEE dd ae be fee EN EN FE, +4 4 | | | " ‘ | i/t f M eal fee Ea f 897 ban „ | 4 Sn den Zen Mei 1890, 3 ee. Voor de opmaking : jet pera es tenes ld Bij de invulling van de traktementstaten overeenkomstig dit bewerkt model is rekening te houden met het beginsel, dat elke staat al de verschillen, welke hij bij vergelijking met den vorigen staat En volledig moet toelichten in dier vorige a. a. dat: te van alle nieuw opgetreden ambtenaren vaar zooveel noodig alles wordt vermeld wal aan hunne optreding is voorafgegaan (vorige betrekking. ecdsaflegging, vaarding, borgstelling enz.; 2e elke verandering in de*hetaling of inhouding worde toegelicht; de van le aftredende ambtenaren de reden der aftrekding en ¢. q. de plaats wadrheen de titularis vertrokken vermeld wordt. ye a] ‘ i : 3) q \ 4 a “
alt Fd oe Set cha aA ee! FE af Rd ERR TE pe En : ‘cate ; CRA a ere art ee A ae ’ 7 a 86 No, 4599. VERJARING van VORDERINGEN ten laste van den Lande, 7 a COMPTABILITEIT, — De termijn van verjaring. eenmaal i verstreken, kan niet worden verlengd, Voor verjaarde vorde- ringen kunnen geen credieten worden aangevraagd. 3 Daar eene reeds “ingetreden verjaring niet kan worden te niet gedaan, kan van de bij art. 68, tweede alinea. der wet van 23 April 1864 (In- disch Staatsblad no, 106) aan den Gouverneur-Generaal verleende bevoegd ' heid om in bijzondere omstandigheden en om redenen van noodzakelijk heid den bij de eerste alinea van dat artikel bepaalden verjaringstermijn te verlengen, alleen worden gebruik gemaakt wanneer deze termijn nog , | niet is verstreken. (Besluit van 21 December 1870 no. 3). : De voormelde wet geeft geen bevoegdheid tot het aanvragen van door de wel te verleenen nieuwe eredieten voor de betaling van vorderingen, ‘welke door verjaring zijn getroffen. (Besluit van 5 Juni 1870 no, D). { No. 4600. BELASTINGEN. ZEGELRECHT. PENSIOENEN, — Vrijsiel- ling van zegelrecht van verzoekschrirten ter erlanging van pen- i A stven, 4 Bij de missive van den len Gouvts. Secretaris van 23 Mei 1890 no, „1207 is uitgemaakt dat verzoekschriften, strekkende ter erlanging van toe- , kenning van pensioen, geacht kunnen worden te vallen onder no. 29 van de lijst der vrijstellingen, bedoeld bij artikel 13 der zegelordonnantie, | No. 4601. BELASTINGEN. ZEGELRECHI. WERKCONTRACTEN, — ao Zoowel ran de grossen en afschriften als van de minuten der oy notarieel verleden zoogenaamde werkeontrakten ts geen zegel 7 recht verschuldigd, Blijkens de missive van den ten Gouvernements Secretaris van 18 No- { vember 1888 no. 2189 zijn zoowel de grossen en afschriften als de mi- | puten der notarieel verleden zoogenaamde werkcontracten, bedoeld bij artikel 2 der ordonnantie van 29 April 1888 (Staatsblad no. 76) en — vóór de 4 5 inwerkingtreding dier verordening — bij artikel 2 der ordonnantie van 26 “1 Februari 188! (Staatsblad no. 28a), van zegelrecht vrijgesteld. a | No. 4602. BELASTINGEN. ZEGELRECHT, EXAMENDIPLOMA, GOU- a. VERNEMENTSMARINE. — De aan het personeel der Gou- \ rernementsmarine uit te reiken eramendiploma ’s behooren ge 4 zegeid te zijn. 4 Aan den Commandant der Zeemacht en Chef van het Departement der 3 Marine in Nederlandsch-Indié. No, 148, Buitenzorg, 18 Januari 1890, De Gouverneur-Generaal kan de juistheid niet erkennen van Uwe bij by missive van 2 November jl. no: 9820 ingebrachte bezwaren tegen de aan H | 5 Bes j
87 $ het slot van mijn schrijven van 24 October le voren no, 2178 gemaakte — opmerking, dat de aan stuurlieden, machinisten en machinistleerlingen der Gouvernements-marine uit te reiken diploma’s van met gunstigen uitslag afgelegd examen gezegeld behooren te zijn.
UHEdG. tracht aan te toonen, dat de ambtenaren der Gouvernements- J marine tot de zeemacht behooren om daaruit af te leiden, dat de hooger — bedoelde diploma's, met uitzondering van die voor machinistleerling der Ye klassa, onder no, 31 der lijst van vrijstellingen, behoorende bij de zegelordonnantie (Staatsblad 1885. no. 131), vallen.
Deze stelling schijnt echter niet wel vol te houden. De voorwaarden, overeenkomstig welke thans ingevolge Staatsblad 1889 no. 218, examen zal moeten worden afgelegd, vervangen die, welke. ge- voegd waren bij. de Koninklijke besluiten van 13 April 1865 no. 59 (Im — disch Staatsblad no. 81) en 28 Januari 1869 no. 17 (Indisch Staatsblad — no, 32), Beide besluiten waren blijkens de considerans een uitvloeisel van — het bepaalde bij artikel 7 van het Koninklijk besluit van 10 September _ 1864 no, 47 (Indisch Staatsblad no. 194), waarbij aan den Koning werd — voorbehouden de regeling der bijzondere voorwaarden voor de benoem baarheid tot bepaalde ambten of bedieningen hij den burgerlijken dienst — in Nederlandsch-Indié. Naar, het inzien van den Gouverneur-Generaal moe- ten derhalve de gezaghebbers enz. bij de Gouvernements-marine gerekend worden te behooren tot den burgerlijken dienst en niet tot de zeemacht, — waarom zij dan ook gepensionneerd worden overeenkomstig het reglement | op Hee “verleenen van pensioenen aan burgerlijke ambtenaren in Neder | landsch-Indië (Staatsblad 1881 no. 142).
En staat hel nu eenmaal vast, dat het aan meergenoemde personen — uit te reiken bewijs van voldoend afgelegd examen niet valt onder een — der uitzonderingen in artikel 18 der zegelordonnantie bedoeld, dan zal daarvan ingevolge artikel 1 dier ordonnantie zegelrechts betaald moeten — worden en wel, in verband met artikel 12, een recht van .f 1:50.
Door de mededeeling van het vorenstaande, heb ik de eer aan ontvan- gen bevelen te voldoen, el
De le Gouvernements Secretaris,
‘ SWEERTS, j
No. 1605. BURGERLIJKE STAND. ZEGELRECHT, LEGALISATIE, SALARIS, — Zegelrecht en salaris, verschuldigd voor aj-
schriften en uittreksels van akten van den. Burgerlijken Stand,
‘ Legalisatie dier stukken, hi
CIRCULAIRE. Aan de Ambtenaren van den Burgerlijkken Stand in Nederlandsch-Indié.
No, 1157, #7 Batavia, 3 Juni 1890,
Daar de in 1885 afgekondigde nieuwe Zegelordonnantie (Staatsblad 1885 no, 131) op andere grondslagen berust, dan de ordonnantie op de heffing
| E per tee er nee
| 88 | | ; | x van klein zegel van 1817, behoort de circulaire van den Procureur Gene: . fp an ; | raal dd. 21 Juli 1871 no. a (1) eenige wijziging te ondergaan, het- | , geen te meer noodzakelijk is, omdat uit een aantal aan den Procureur- | Generaal gerichte brieven blijkt, dat verscheidene ambtenaren van den Bur- | gerlijken Stand nog steeds in twijfel verkeeren, in hoeverre de afschriften | of uittreksels uit de registers van den Burgerlijken Stand op zegel moeten | geschreven worden, of cenig salaris voor de afgifte dier afschriften en uit- ' treksels mag berekend worden-en of legalisatie der handteckening van | den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand noodig is, ; Het is om die reden, dat ik met voorkennis der Regeering (2) de cer } heb U het navolgende mede te deelen. _ Blijkens no. 23 en 24 der lijst van vrijstellingen van het zegelrecht, bedoeld bij artikel 18 der Zegelordonnantie van 1885, zijn van zegelrecht | | vrijgesteld de minuten van hetgeen ingevolge wettelijke bepalingen in een | register geschreven wordt, benevens de afschriften of uittreksels van ge- schriften van landsdienaren, uitgezonderd die, welke worden uitgereikt aan bijzondere personen in hun persoonlijk belang. ' Hieruit volgt, dat de akten van huwelijksaangifte en afkondiging, welke de Ambtenaar van den Burgerlijken Stand krachtens artikel 51 en 52 van | het Burgerlijk Wetboek moet opmaken, vrij zijn van zegel, omdat zij mi- nuten zijn, die ingevolge wettelijke bepalingen in het register moelen op- genomen worden, terwijl eveneens vrij van zegel zijn de uittreksels der akten van afkondiging, die volgens artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek moe- ten aangeplakt worden aan de deur van het gebouw, waar de akten van Ì den Burgerlijken Stand worden opgemaakt, omdat deze uittreksels aan nie- mand worden uitgereikt, doch door de Regeering of Hare ambtenaren wor- den gebezigd ter voldoening aan cen wettelijk voorschrift. ‚Geen zegel wordt verder volgens no 47 der lijst van vrijstellingen vereischt voor de afschriften of uittreksels uit de scheepsdagregisters, bedoeld bij | de artikelen 47 — 52 en 77 — 81 van het Reglement op den Burger- lijken Stand en voor de verdere in no. 47 voornoemd bedoelde afschrif- ten en uittreksels en ook niet voor afschriften der akten bedoeld bij ar- tikel 45, 52, 65, gewijzigd bij Staatsblad 1852 no. 6, artikel 73 en 74 van het Reglement op het houden der registers van den Burgerlijken Stand (Staatsblad 1849 no, 25). p Ook is het wenschelijk de aandacht te vestigen op de algemeene vrij- stelling in artikel 13 der Zegelordonnantie verleend voor alle geschriften, waarvoor vrijstelling van zegelrecht is gegeven bij bepalingen deel witma- kende van bestaande algemeene verordeningen tot regeling van eenig onder. werp. — tengevolge waarvan o, a. vrij van zegel zijn alle geschriften, welke zijn vrijgestedl bij het Reglement op het houden der registers van den Burgerlijken Stand, terwijl tevens wordt herinnerd aan de vrijstel- lingen onder no, 46 en 48 van meergemelde lijst bedoeld. } a a om (1) Bijblad no. 2486, Rye (2) Missive van den ‘le Gouyernements Secretaris van 12 Mei 1890 no, 1093. ; : } se : OSES aga hoast olden neee San PI a zaate det ES Ee slacht Bt ad en
| Ì a9 :
Daargntegen zullen op zegel moeten gesteld worden de bewijzen, dat
| de huwelijksafkondigingen zonder stuiling zijn afgeloopen (artikel 71 no. | 6 van het Burgerlijk Wetboek), en de overige akten in artikel 71 van het Burgerlijk Wethoek vermeld, benevens de verklaring bedoeld bij ar- | likel 72, 73, 74 van het Burgerlijk Wetboek, als zijnde geschriften, af , komstig van belanghebbenden en bestemd om bewijs op te leveren, (Ar- | | tikel 1 der Zegelordonnantie). | Voor het opmaken van alle minuten in het algemeen en voor afschrif- | ten en uittreksels, die ten behoeve van den Staat aan landsdienaren of | autoriteiten ambtshalve moeten worden uitgereikt, reeds boven in alinea |
V aangeduid, kan mede geen salaris door den ambtenaar van den Burger lijken Stand worden in rekening gebracht, omdat volgens artikel 33 van
het Reglement op den Burgerlijken Stand alleen salaris mag worden bere- : kend, worden afgegeven. |
| Eindelijk heeft de Regeering, in afwijking van het besluit van 26 Juni 1871 mo. 31 (1) én der bovenbedoelde circulaire, bij Besluit van 18 No- | vember 1889 no. 1 bepaald, dat de handteekeningen der ambtenaren van | den Burgerlijken Stand op de uittreksels uit de registers van den Burger- lijken Stand, welke in voldoening aan artikel 65 alinea 2 en volgende | van het Reglement op het houden der registers van den Burgerlijken Stand (Staatsblad 1849 no. 25), aangevuld bij publicatie van 19 Januari | 1852 Staatsblad no. 6), kosteloos worden uitgereikt, gelegaliseerd moeten warden op de wijze in artikel 25 van gemeld Reglement bepaald (8).
: Ik verzoek U het bovenstaande in acht te willen nemen. | De Procureur-Generaal bij het |
ij Hoog-Gerechtshof van Ned Indië, |
W. DE GELDER. ;
deet oo.
(1) Mede opgenomen in no. 248¢ean het Bijblad.
(2) Deze beslissing berustte op de overweging dat nopens de vraag of Len uittreksels als de daarbij bedoelde al dan niet behooren gelegaliseerd te worden, ook in Nederland, waar de wet ten aanzien van dit onderwerp. gelijkluidend is, bij bevoegde beoordeelaars verschil van gevoelen bestaat, en dat het onder deze omstandigheid de voorkeur verdient om — gelijk "ook sedert vele jaren gebruikelijk is — die stukken te doen legaliseeren, — wat in dit geval kosteloos geschiedt, B
No. 4604. PERSONEELE BELASTING. PATENTRECHT, AANSLAG- : _ BILJETTEN, — Uitreiking van aanslagbiljetten voor de per- : soneele belasting en het patentrecht voor het ondergeschikt per- | in soneel op ondernemingen. E: ‘ De vraag heeft zich voorgedaan of het in zekere residentie bestaand ze gebruik, om de aanslagbiljetten voor de personeele belasting en hel patent- u recht voor het ondergeschikt personeel op de verschillende ondernemin- 4 gen uil te reiken aan de administrateurs, wel in overeenstemming is met ie & letter der bepalingen. SE ° Ke
tr rn et tE Ee EEN A CE nen, EEEN Pr
Ek ul i ja PT Ten 5 4 Begicghs Pay ea eae eer "a elke 7
co J 4 e + 4,
See st .
2a Die vraag is blijkens de missive van den len Gouvernements secretaris q
5 van 20 Augustus 1890 no, 2005 toestemmend beantwoord op grond van
— de volgende beschouwingen.
ae Volgens de tweede alinea van de artikelen 28 en 25 respectievelijk der
__ordonnantiën in Staatsblad 1878 no, 349 en 350 is de regeling der wijze —
van verstrekking der aanslagbiljetten geheel aan de hoofden van geweste- lijk bestuur overgelaten.
I In-de toelichting dier artikelen wordt verwezen naar die van artikel
12 der laatstgenoemde ordonnantie, handelende over de verstrekking van
aangiftebiljetten. Daar wordt o. a. het volgende opgemerkt: '
„Daar, waar dit zonder te groot bezwaar kan geschieden, is het wen-
Sthelijk ze (de biljellen) aan de huizen der belastingschuldigen te doen
bezorgen . . . . . waar dit niet noodig wordt geacht, zal bijv. eene
„toezending per post . . . . . in aanmerking moeten komen” (Zie blz,
62 van Bijblad no, 3382). ;
| Men heeft dus bepaaldelijk rekening willen houden met de omstandig- —
| heid, dat de uitreiking der biljetten aan de belastingschuldigen persoonlijk
| in enkele gevallen te veel bezwaar met zich zou brengen, en daarom in de wijze van verstrekking aan de hoofden van gewestelijk bestuur ge-
_ heel de vrije hand gelaten,
$ Tet verdient zeker aanbeveling, in verband met den termijn van dolean-
tie en de termijnen van betaling, om de aanslagbiljetten aan de belasting- —
___sehuldigen persoonlijk te doen uitreiken — alleen in dat geval toch be- staat er zekerheid omtrent den dag van verstrekking en die wijze van
„verstrekking wordt dan ook in de meeste gevallen, gevolgd. Dit neemt in- tusschen niet weg, dat tegen eene regeling als de bovenbedoelde ten aan- zien van het Ciseegeschikt personeel op ondernemingen niet het minste
_ wettelijk bezwaar beslaat en dat zulk eene regeling geacht kan worden
| ook met de bedoeling der wet in overeenstemming te zijn, indien de uil- reiking der aanslagbiljetten aan de betrokken belastingschuldigen persoon- — soonlijk te veel moeilijkheden zou, opleveren.
Dat het tengevolge van die regeling gebeuren kan, dat een aanslagbiljet niet bezorgd wordt, is zeker een inconvenient.
Maar ook bij toezending per post is het mogelijk dal het biljet ver- loren raakt en het bezwaar is bovendien niet overwegend, daar de be- lasting zelve toch verschuldigd blijft en des noods eene nadere verstrek
_ king van een aanslagbiljet kan plaats hebben. ' No. 4605. BELASTINGEN, PATENTRECHT, — Schutterijen. Patentrecht verschuldigd van toelagen, uit schutterskassen genoten,
Nopens de vraag of van toelagen, uit Schutterskassen genoten, patent recht verschuldigd is, vindt men in eene missive van den le Gouverne-
;* ments Secretaris van 26 Juli 1890 no. 1801 het volgende aangeteekend. Ce Voorzoover de officieren en minderen van de Schufterij, die in het genot van zoodanige toelagen zijn, voor de uitoefening hunner betrekking p __ uitgaven moeten doen, hebben zij het recht deze van de toelagen af te trekken. Wegen de uitgaven op tegen de toelagen, dan is van zelf geen ET VE PE eee a ee ee r dn dl
ive dende dT De lien se an ee, on nn LE A ol EA ei ee | 7 : 4 patentrecht verschuldigd, terwijl wanneer geen uitgaven te doen zijn of daarvoor slechts een deel der toelagen benoodigd is, bedoelde officieren en minderen feitelijk een belooning genieten voor de door hen gepresteerde diensten, waarover geen vrijstelling van de betaling van het patentrecht : kan worden toegestaan. Á ' 5 No. 1606. BELASTINGEN, PATENTRECHT, NAAMLOOZE VENNOOT. | : SCHAPPEN. — oni in het patentrecht van in Nederland 7 gevestigde naamlooze v@inovlschappen, Ag CIRCULAIRE Aan de Hoofden van gewestelijk bestuur in Neder- ____landsch-Indië, | | Ne, 5180. Batavia, 10 April 1890. Het is mij gebleken, dat jal van naamlooze vennootschappen niet in, het patentrecht hier te lande zijn aangeslagen, op grond dat hare hoofdzetels in Nederland gevestigd zijn. Naar aanleiding daarvan breng ik onder Uwe aandacht, dat laatstbe- | doelde omstandigheid op zich zelve geen voldoenden grond oplevert voor | vrijstelling. | | Niet alle in Nederland gevestigde naamlooze vennootschappen toch zijn aldaar aan het patentrecht onderworpen — vrijgesteld zijn bijv. degene, ; welke de uitoefening van den landbouw ten doel hebben, voor zoover 5 ‚ daarbij de producten niet anders dan in natura worden verkocht —, en | alleen in geval zij wel aan die belasting zijn onderworpen, hebben zij recht op vrijstelling in Indië (referte aan de laatste zinsnede van art. 2 der ordonnantie in ‘Staatsblad 1878 no, 350). f De commissién van aanslag behooren dus slechts dan den aanslag van naamlooze vennootschappen achterwege te laten, wanneer zij zich overtuigd hebben, dat die wennootschappen in Nederland inderdaad door het patent- recht worden getroffen. Ik heb de eer UwHldG, te verzoeken, voor zooveel noodig de commis- siën van aanslag in het gowest onder Uw beheer met het vorenstaande in kennis te stellen en haar uit te noodigen eventueel daarmede rekening le houden. : 4 k De Directeur van Financiën, / ROVERS. No. 1607. BEDRIJFSBELASTING, — De in de Residentien Soerakarta en Djokjakarta gevestigde Inlanders, die in het omliggend | Gouvernements grondgebied handel kumen drijven vallen bui- ten het bereik der. | Aan den Directeur van Financiën. : 8 | No. 2393, Buitenzorg, 14 October 1889. Naar aanleiding van Uwe missive van 12 Augustus jl no. 11918, waar- q En i i" ri,
Atte § cls It MEET
3 Er | |
2
92 :
| bij aan de beslissing der Regeering de vraag wordt onderworpen, of de
in de residentiën Soerakarta en Djokjakarta gevestigde Inlanders, die in — het omliggend Gouvernements grondgebied handel komen drijven, in de —
_ __bedrijfsbelasting behooren te worden aangeslagen, zooals in de afdeeling —
__ Salatiga overs het loopende jaar is geschied, heb ik de eer, op bekomen —
last, UHEdG. het navolgende mede te deelen.
Bij de toepassing van de ordonnantie in Staatsblad 1878 no. 12, (gewij- — zigd en aangevuld bij Stb. 1878 No. 351, 1879 No. 338, 1883 No. 244, 1885 No. 24 en 117, 1892 No. 98 en 275, 1894 No. 131 en 1900 No. 5%), betreffende de belasting op het bedrijf, geldt als regel, dat het criterium — van belastingplichligheid ligt in het feit dat een belastingplichtig bedrijf —
‚wordt uitgeoefend, maar hieromtrent mag geen zoodanige overdreven op- vatting gehuldigd worden, dat personen, die niet in den regel, maar slechts — nu en dan een belastingplichtig bedrijf uitoefenen, als belastingschuldig. aangemerkt worden (Bijblad no. 3415, deel XVII, bl. . 166),
Aan eene dergelijke overdrijving maakt men zich naar het oordeel der Regeering schuldig, jndien men Inlanders, die in de residentiën Soera- karta en Djokjakarta lun hoofdbedrijf uitoefenen en daarvoor aan het Gou- nement geen bhedrijfbelasting verschuldigd zijn, toch elders als belasting plichtig aanmerkt, omdáh zij eens in de vijf dagen hun bedrijf buiten de — genoemde residentién gaan uitoefenen. Worden bovendien in aanmerking genomen de moeielijkheden, welke zich bij de invordering van de belasting in de bedoelde gevallen zullen voordoen, tot opheffing waarvan het door UHEdG.* bij Uw bovengenoemd schrijven aangegeven, doch niet aanbevolen — middel om eene bepaling in het leven te roepen in den geest van art, 31 der ordonnantie op het patentrecht (Staatsblad 1878 no. 350), bezwaarlijk - kan worden toegepast, dan meent. de Regeering dat zoowel een billijke —
_ uitlegging van — als eene praktische zienswijze omtrent het bepaalde in) de tweede alinea van artikel 1 der ordonnantie van 7 Januari 1878 (Staâls- blad no. 12) alleszins'de verklaring rechtvaardigen, dat de in de residen- liën Soerakarta en Djokjakarta gevestigde Inlanders, die in het omliggzend Gouvernements grondgebied handel komen drijven, buiten het bereik van de bedrijlsbelasting vallen,
De le Gouvernements Secretaris,
SWEERTS,
No. 4608. BELASTINGEN. ACCIJNS, GEDISTILLEERD. — * Voors 4 schriften betreffende de toepassing der bepalingen omtrent den coves of het Iniandsch gedistilleerd op Java en Madoera.
CIRCULAIRE. Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera. q Ne. 12416. Batavia, 14 Augustus 1890, ~ Bij de ordonnantie van 16 Juli jl (Staatsblad no. 151) vervangen door stb. 1898 Nr. 90, zijn in de bepalingen omtrent den accijns op het In- landsch gedistilleerd op Java en Madoera (Staatsbladen van 1873, 1874 en —
ed *
_ 1882 nos, 240, 197 en 295) eenige wijzigingen en aanvullingen gebracht,
4 welke blijkens de considerans dier verordening, o. a. strekking ~ hebben om
eene proef le nemen met het brengen onder toezicht van de neringen
é in inlandsch gedistilleerd in het brengen onder toezicht van de artikelen
‘i 29 30 en 31 van de ordonnantie in Staatsblad 1873 no, 240 door drie
4 nieuwe artikelen vervangen, die aan de houders van neringen, onder welke
® benaming ook gedreven, waarin inlandsche gedistilleerd drank verkocht wordt
anders dan hij hoeveelheden van minstens 10 liters tegelijk, verschillende
i verplichtingen opleggen.
‘ Van al de zoowel tot den eigenlijken verkoop, als tot de nederlegging van voorraden geheel of gedeeltelijk gebezigde gebouwen, zoomede van
. daarmede gemeenschap hebbende panden en erven moet door de betrok- ker neringdoenden aangifte gedaan worden ten kantore van den naastbij-
; zijnden ontvanger of ambtenaar, door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur aangewezen. De aangifte moet schriftelijk worden ingediend en de lig- ging en belending der aan te geven gebouwen, enz. nauwkeurig vermelden.
Wie 30 dagen na de inwerkingtreding der ordonnantie — te beginnen
dus met 21 September a. s. — eenig niet behoorlijk aangegeven gebouw,
i erf of gedeelte daarvan tot het drijven eener nering, als hierbedoeld, — bezigt is in overtreding en blijkens § IV der onderwerpelijke ordonnantie
A strafbaar met eene boete van f 200.
De neringdoenden moeten voorts zorgen, dat al het gedistilleerd in de ~ aangegeven ruimten voorhanden steeds gedekt zij door nog geldige do-
___cumenten, Als zoodanig komen in de eerste plaats in aanmerkingede con-
senten, waarop de voorraden ingeslagen zijn, en daarnevens de bij het
nieuwe artikel 81 mede genoemde peilbewijzen.
7 De consenten waren “lot dusver gedurende een jaar na de afgifte gel-
: dig. Door de nieuwe bepalingen wordt die termijn ,in verband met artikel
| 34 in Staatsblad 1882 no. 295 van zelf tot wf maanden verkort, val- lende de erven, waarin neringen als hierbedoc¥t gedreven worden, voor-
_, taan onder letter a in stede van onder letter b van dat artikel,
Is, blijkens de laatste alinea van dat artikel, verlenging van den termijn van geldigheid, mits bijtijds aangevraagd, niet uitgesloten, daarvan zal in het onderwerpelijk geval” niet dan hoogst zeldzaam sprake behoeven te nf
, Zijn. In den regel toch wordt de tot verkoop in het klein bestemde arak. niet bij zulke groote hoeveelheden tegelijk ingeslagen, dat in de betrokken neringen de aanwezigheid verwacht kan worden van restant-voorraden, die ouder dan drie maanden zijn. Voor zooveel noodig zij er dan ook aan herinnerd, dat verlenging geweigerd kan worden indien tegen den aanvrager | vermoedens van kwade trouw bestaan. Onoordeelkundig gebruikt, zou de | bevoegdheid tot verlenging den weg openen om documenten machtig te | worden tot dekking van voorraden, waarvan de inslag op onweltige wijze heeft plaats gehad. |
Peilbewijzen zijn de documenten, welke bij aanpeiling van voorraden | door de daarmede belaste ambtenaren als bewijs van hunne bevinding aan belanghebbenden worden afgegeven. Zij treden in de plaats van de tijdens de aanpeiling voorhanden documenten, welke bij die gelegenheid worden
i ingetrokken, en blijven eveneens drie maanden geldig tot dekking van den | daarin bekend gestelden voorraad. ’ Ee Eindelijk zijn de neringdoenden verplicht aanpeiling van hunne voorra- den te gedoogen en bij die gelegenheid al het voorhanden gedistilleerd aan | “te wijzen en de vereischte documenten tot het dekken van den voorraad — | te vertoonen. Wordt hij aanpeiling overmaat bevonden en overtreft de over- | maat de toegestane boetevrije speling van 1%, dan wordt de straf beloopen, — bedoeld bij no, 12 van artikel 43 der ordonnantie in Staatsblad 1873 no, — 240, zooals dat nummer bij § V der onderwerpelijke ordonnantie gewijzigd is. } Blijkens het vorenstaande verschillen de verplichtingen der betrokken 5 | neringdoenden, volgens de nieuwe bepalingen, in substantie niet van die, — | waarvan sprake was in de thans vervallen artikelen 29 en 30 der ordon- % nantie in Staatsblad 1873 no. 240, welke (nooit in werking gebrachte) artikelen mede een toezicht op de neringen beoogden, maar een loezicht binnen bepaaldelijk aan te wijzen kringen op alle neringen in gedistilleerd, — | ___ hetzij inlandsch of buitenlandsch, onverschillig of de verkoop in het klein — _ of in het groot geschiedde. Daarenetgen beperken de nieuwe bepalingen | i hare werking tot de neringen in het klein van inlandsch gedistilleerd — en wel meer bepaaldelijk van inlandschen gedistilleerden drank. Werd deze — beperking vereischt om sommige van de bezwaren te ontgaan, waarop het — y inwerking brengen van het bij de bepalingen van 1873 beoogde toezicht ~ d afstuitte, nog eene andere klip was bij de onderwerpelijke proef te ontzei- len n, 1 de oneigenaardigheid van het kringenstelsel voor de toestanden — | hier te lande. Het is daarom dat de onderwerpelijke bepalingen van geene — Á kringen gewagen; de verplichtingen daarbij aan de betrokken neringdoenden — b opgelegd gelden dus voor zoodanige neringdoenden op geheel Java en — ___ Madoera. \ Intusschen worde uit het zooeven gezegde niet afgeleid, dat het de — q bedoeling zijn zou alle verkoopplaatsen van arak in het klein over geheel — il Java en Madoera geregeld bij tusschenpoozen te doen aanpeilen, Dit ware — | alleen reeds daarom een onmogelijke eisch, wijl een overgroot getal ver — ij koopplaatsen veel te ver gelegen is van plaatsen, waar douaneambtenaren — ; gevesligd zijn, om te kunnen worden aangepeild. Bovendien zouden, ook — waar douanepersoneel beschikbaar is, de krachten van dat personeel te — kort schieten om alle binnen zijn bereik gelegen neringen, die bij de ad- — : ministratie bekend moeten zijn, nu en dan aan te peilen. Niets dergelijks — wordt dan ook geeischt. Het gebruik maken van de bevoegdheid tot aan. peiling is facultatief en eigenlijke aanpeilingen kunnen uit den aard der — | zaak slechts door deskundig personeel verricht worden, dat niet overal ; beschikbaar is. Waar nu over zoodanig personeel niet beschikt kan worden, — daar blijft niets anders over dan de aanpeilingen achterwege te laten, | behalve voorzoover een enkele maal zonder bezwaar van elders deskun- — dige hulp gerequiréerd zal kunnen worden, evenals nu en dan reeds pleegt | te geschieden vóor het bepalen van den inhoud van aangehaalde werk- — | tuigen en het opnemen van de sterkte van aangehaald gedistilleerd. Doch, — | ook waar tot dit middel (hel welk natuurlijk voor eene uitgebreide toepas- | sing niet vatbaar zou zijn) de toevlucht niet genomen behoeft te worden, | dienen, om van de beschikbare krachten niet te veel en vooral geen on- — q
ee eT ete La ee SA eer ee lk Nn NE a Hen
‘¥é@ ; u I x i 6 a 95 :
noodig werk te vergen, takt en beleid bij het gebruik maken van de be- _
Er. yoegdheld lot aanpeiling den weg te wijzen.
KE In. verband daarmede maakt dan ook het nieuwe artikel 31 het plaats
hebben van aanpeilingen ‘afhankelijk van de schriftelijke machtiging daar- -
ee foe van den Controleur of, waar geen Controleur is, van het Hoofd van
il a Plaatselijk Bestuur.
a. Ik vertrouw overigens, dat de verplichting tot het aangeven der daar- —
toe in de termen vallende neringen, wannaar zij behoorlijk gehandhaafd
wordt, op zich zelf reeds zal blijken nut te kunnen stichten ook dáár,
ec waar de omstandigheden het doen van aanpeilingen in den regel niet
Ja verooflooven zullen; dal n. 1. van de nauwere aanraking, welke die ver-
Te plichting op zich zelf reeds met de betrokken neringdoenden geelt, door
i _ de gewone politie in de binnenlanden partij getrokken zal kunnen worden _
ci om meer dan tot dusver in het belang van den accijns werkzaam te
zijn. Bepaalde wenken daaromtrent zouden overbodig zijn. Alles komt in
deze aan op de belangstelling, welke de Hoofden van Bestuur ten deze
aan den dag zullen leggen. Voldoet die belangstelling aan de verwach- —
tingen, welke ik daarvan koester, dan twijfel ik er niet aan, dat de nieuwe
_ bepalingen aan haar doel — bemoeilijking van den afzet van gedistilleerd van clandestienen oorsprong — beantwoorden zullen en zulks niet alleen
dáár, waar voor het aanpeilen der neringen douaneambtenaren heschik-
_ baar zijn, maar ook elders binnen de grenzen van het bereikbare. Men
q hedenke daarbij, dat ook hetgeen in die richting gedaan wordt in gewesten,
_ Waar geen wettige stokerijen bestaan, aan de opbrengst der belasting ten goede moet komen omdat door bemoeilijking van den afzet van gedistil-
__ leerd van clandestienen oorsprong de consumenten gedwongen worden zich
le voorzien van gedistilleerd, waarvoor de belasting is betaald.
Het denkbeeld om den afzet van gedistilleerd van clandestienen oorsprong
| zooveel mogelijk, ook dáár waar de personeele middelen er minder goed
| op ingericht zijn, te bemoeilijken ligt mede ten grondslag aan de alinea, welke bij § II der omderwerpelijke ordonnantie is toegevoegd aan arti- kel 33 in Staatsblad 1882 no. 295. (Vervangen. door Stb. 1898 No. 90).
Door die alinea worden de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in staat
| gesteld de bepalingen op het vervoer van gedistilleerd zoo noodig op ver- schillende wijzen te verscherpen,
Aan het wijs beleid dier Bestuurshoofden moet worden overgelaten van
- hunne bevoegdheid in deze een zoodanig gebruik te maken, dat te groote belemmeringen van het verkeer vermeden worden.
Eindelijk is nog te vermelden, dat ingevolge het bepaalde bij § VI der Onderwerpelijke ordonnantie de meest voorkomende overtredingen der ac- cijnsbepalingen — zijnde het clandestien stoken en onwettig vervoeren van gedistilleerd, — bedreven wordende door Inlanders en daarmede gelijkge- stelde personen, voortaan zoo goed als zónder uitzonderingen zullen kun- nen worden berecht ter politierol. |
Onder mededeeling van het vorenstaande heb ik de eer UwHEdG. te verzoeken, om zooveel in uwe macht ligt te willen medewerken en door de onder U gestelde Assistent-Residenten te doen medewerken tot eene goede en beleidvolle toepassing der bepalingen van de ordonnantie van 16
E: 96 Ken me Juli jl (Staatsblad no. 151, vervangen door Sib. 180 No, .90) in den geest van het hierboven gezegde. Bij deze gelegenheid beveel ik “ook de ; aangelegenheden van den accijns op het inlandsch gedistilleerd in het al. Me gemeen op nieuw in uwe belangstelling aan, ft | iq ï BE
: i De Directeur van Financiën, © eol
de ROVERS, a | No. 4609. BELASTINGEN, VERPONDING, — Wenken Shen effende de Es uitvoering der nieuwe regeling van de verponding, ;
a CIRCULAIRE, Aan’ de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java | en Madoera (met uitzondering van de Residenten van Soerakarta en Djok- | jakarta), 9
vi
No, 14885 : Batavia, den 6 October 1890,
4 Nu voor de meeste gewesten de kohieren der verponding voor het vijf. — Jarig tijdvak 1890 — 1894 zijn gearresleerd en verzonden, neem ik de — vrijheid de aandacht van UwHEdG. te vestigen op enkele punten de nieuwe _ 3 regeling dier belasting betreffende. ‘ A i In de eerste plaats breng ik in herinnering de bij artikel 24 ') der — | ordonnantie in Staatsblad 1886 no. 75 aan de Hoofden van Gewestelijk
_ Bestuur opgelegde verplichting om twee maal ‘sjaars de kohieren in over-
P eenstemming met de openbare registers te wijzigen in geval van zaadanige _
: splitsing van perceelen, als ingevolge artikel 19 eene splitsing van den —
3 aanslag noodig maakt, en in geval van verandering van belastingschuldige.
| Het geval van bloote verandering van belastingschuldige vordert weinig
f omslag. Bij splitsing der aanslagen zal het aanbeveling verdienen de nieuwe 5
| aanslagen achteraan in het kohier op te nemen, met verwijzing in de kolom „Aanteekeningen” naar den oorspronkelijken aanslag, waaruit zij zijn
onistaan, terwijl ook bij den oorspronkelijken aanslag verwezen zou kun-_ nen worden naar de nieuwe aanslagen.
| Er dient voorts op gelet te worden, dat voor zooveel het jaar betreft, — waarin de splitsing is geschied, de nieuwe aanslagen tot in maanden nauw- 3 keurig berekend behooren te worden. 2)
Ten overvloede wijs ik er op, dat er zorg voor zal moeten worden” gedragen, dat aan de betrokken belastingschuldigen tijdig kennis gegeven — wordt van de plaats gegrepen veranderingen.
Een ander punt betreft de aanteekening in de kohieren van veranderin- _ gen in de aanslagen, welke het gevolg ‘zijn van doleantie op den voet van artikel 16 3) der boven aangehaalde ordonnantie of van verminde ringen en opheffingen, welke door den Directeur van Winanciën ‚5 Sedert aangevuld bij Stbl. 1891 No. 169.
Vergelijk Bijblad No, 4984, :
Sedert gewijzigd bij S(bld. 1891 No. 169, waarbij tevens een artikel 16a is ingelascht. te
ne
ee be dl
i ingevolge artikel 23 worden verleend. Voor dergelijke aanteekeningen, welke 4 door de met de invordering belaste ambtenaren behooren te geschieden, biedt de laatste kolom van het kohier ruimte aan.
(Wanneer in den loop van het vijfjarig lijdvak een reeds aangeslagen peregel door toevoeging van een nieuw perceel wordt uitgebreid, moet volgens artikel 20 1) de verpondingswaarde daarvan opnieuw worden vast-
ba gesteld. Alsdan vervalt echter van zelf de oude aanslag. : Ook (van het vervallen van dien ouden aanslag zal in het kohier, waarin hij voorkomt, door de met de invordering belaste ambtenaren aan- P teekening dienen te worden gehouden. De Directeur van Financiën, — ROVERS,
- Gewijzigd by Stbld. 1893 No. 157 en 1896 No, 42, ‚No. 4610. OPIUM, — danwijzing van de ambtenaren, te wier beschikking, | desgevorderd, moeten worden gesteld de boeken van opium — pachters en onderpachters, zoomede optumslijters, | No, 18655. Batavia, den 12 December 1890. — De Directeur van Financiën, | Gelel op artikel 10 van het reglement voor de opiumpacht op Java | en Madoera, vastgesteld bij de ordonnantie in Staatsblad 1890 no. 149 | en bij die in Staatsblad 1890 no, 155 gewijzigd van toepassing verklaard ; binnen de gewesten Sumatra's Westkust, Palembang, Benkoelen en Lam- j Pongsche districten, de nederzettingen van het Nederlandsch-Indisch Gou-' 9 vernement te Djambi en te Moeara Saba in het rijk Djambi en onder- hoorigheden en de rechtstreeks aan het Nederlandsch gezag onderwor- pen gedeelten der residentie Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo; 3 Heeft besloten: :
Als ambtenaren, te ‘wier beschikking, des gevorderd, behooren te wor-
den gesteld de boeken bedoeld in artikel 10 voornoemd, aan te wijzen
den Hoofdinspecteur voor de opiumaangelegenheden en de Inspecteurs en
Adjunetinspecteurs van Financiën, :
Extract, enz. ; ‚No. 4611. BELASTINGEN. LANDRENTE, — Verbod tot verhooging van den dessa-aanslag in de landrente gedurende de jaren 1890 — 1893, CIRCULAIRE Dir. BB. 21 Mei 1891 No, 2542. Vervallen door tijds- verloop,
No. 4612. OPENBARE VERKOOPINGEN, HANDELSGOEDEREN. — Tegengang van onregelmatigheden bij openbare verkoopingen van handelsgoederen,
CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java en Madoera, d i a
el ei in he 23 hae iene ad Me eM arte dar We )
| | s 98 »
HN : No. 896. , Batavia, 18 Januari 1890,
i} ‘a . i t
I 4 Het is mij gebleken, dat op sommige plaatsen, waar door rondreizende
i, kooplieden eene publieke verkooping van handelsgoederen was aangevraagd,
i! 2 op den dag der vendutie in het proces-verbaal van verkooping mede wer-
_ den ingeschreven de namen der personen, aan wie, tegen afgifte van iW) bons, reeds dagen te voren goederen ondershands waren verkocht, en
_ de prijzen, waartegen hun die goederen waren geleverd geworden.
| Het behoeft geen betoog dat zoodanige handelwijze in strijd is met de
{bepalingen van het reglement op de openbare verkoopingen (Staatsblad | 1889 no. 190), volgens welke in het proces-verbaal van verkooping alleen | sprake mag zijn van die „goederen, welke inderdaad in het openbaar zijn | opgeveild geworden. :
t Ik heb mitsdien de cer UwHEdG. te verzoeken uwe medewerking te Ik willen verleenen om aan bedoelde onregelmatigheid, waar zij in het gewest } onder uw beheer mocht voorkomen, een einde te maken en, ‘waar zij \ on
zich nog niet heeft vertoond, te willen zorg dragen dat zij niet voorkome.
De Directeur van Financiën, :
i
3 , ROVERS. 3
Ne. 4613. HAZARDSPELEN. — Wegens — in besloten kring is belasting ~ verschuldigd. | CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java _ en Madoera (uitgezonderd Batavia, Semarang en Soerabaja). No, 6266. Batavia, 30 April 1890. De vraag is gedaan of voor het geval bij Chineesche feesten, zooals bruiloften en dergelijke, in besloten kring hazard gespeeld wordt, voor « _ het houden van die hazardspelen verschuldigd is de retributie, bedoeld _ sub I der ordonnantie van 4 Maart 1880 (Staatsblad no, 53), dan wel of deze alleen verschuldigd is zoo het hazardspelen geschiedt met vrije toelating van het publiek. 4 Met het oog daarop acht ik het niet ondienstig UwllEdG, er op te . Wijzen, dat geen hazardspelen — wat daaronder te verstaan is blijkt uit de voorlaatste alinea der circulaire van den ten Gouvernements Secretaris van 4 Maart 1880 no, 389, opgenomen in no. 3573 van het Bijblad op het Staatsblad — mogen gehouden worden zonder vergunning van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, onverschillig of de deelnemers tot het spelen daar- — van uitgenoodigd zijn, dan wel iedereen daarbij vrijen toegang heeft. F Voor de te verleenen vergunning is steeds de belasting verschuldigd, _ sub I van evengemelde ordonnantie genoemd. 4 De Directeur van Financiën, ij: ROVERS,
ria ln EA natie anche ik AET, BEATS ee Oe On
sk ik = Vis EE SRT ve KE : ' oes Ce
i al 5 bs ui zi
An 99
ZAR
be No. 4614. MUNT. — Onttrekking aan de circulatie van dorklinkende munt-
a 4 : stukken,
a) F
ak CIRCULAIRE, Aan de Algemeene Ontvangers van ‘s Lands kassen
4 op en buiten Java en Madoera, met uitzondering van dien te Batavia
5: Ne, 18444. : Batavia, 9 December 1890.
Uit enkele gewesten kwamen in den laatsten tijd berichten in, dat vooral
de Chineesche en de Inlandsche bevolking zich afkeering betoont yan alle
zilveren munt, die, hoewel overigens goed en gaaf, tengevolge van een iy barst, eene spleet of eene holte, welke niet allijd zichtbaar is, geen
4 helderen klank heeft, en dat zij de ontvangst daarvan weigert,
Blijkbaar is die waakzaamheid tegen muntstukken, welker klank niet de gewone helderheid heeft, een gevolg van de maatregelen van Regeerings- wege genomen tot wering van valsche munt. Immers een doffe klank wekt altijd het vermoeden dat een muntstuk valsch is, en vooral minder ont- wikkelden zullen niet gemakkelijk van het tegendeel te overtuigen zijn.
Ten einde het heilzaam werkend wantrouwen legen ondeugdzame munt niet te doen verflauwen is het raadzaam voortekomen om de dof klin- kende muntstukken definitief aan de circulatie te onttrekken.
De “Regeering heeft mij mitsdien gemachtigd bedoelde muntstukken te doen verzamelen en Haar eenmaal 'sjaars aan te bieden ter verzending
naar het Ministerie van Koloniën.
Naar aanleiding daarvan heb ik de eer UwHEdG, te verzoeken de onder Uwen geldvoorraad voorkomende en nader door U ontvangen wordende muntspeciën, welke, ofschoon niet in de termen vallende am krachtens artikel 13 der Muntwet in Staatsblad 1854 no, 62 te worden geweigerd, een, doffen klank hebben, niet meer uit te geven, van het aantal en de soort der op die wijze in de door U beheerde landskas voorhanden dof klinkende muntspeciën jaarlijks en wel op ultimo Maart van elk jaar, aan mij eene opgaaf te doen toekomen en voorts de in die opgaaf ver- melde muntspecién op te zenden aan den Algemeenen Ontvanger van 's Lands kas te Batavia.
Zijn er op het tijdstip der indiening van bedoelde opgave geene dof klinkende muntstukken in Uwe kas voorhanden, dan zie ik daaromtrent
- bericht te gemoet,
De Directeur van Financiën, | ROVERS. | No. 4615. EISCHEN. GOEDEREN. — Geen suppletoire eischen in te die-
: nen voor geringe tekorten, die eerst in het volgend jaar worden
: verwacht. , :
BESLUIT, | Ne, 7. Buitenzorg, 29 Augustus 1890. Gelezen de missives: É
B, 100 f _ “I, van den Minister van Koloniën van 16 Augustus 1889, Lett. F. no. ; _ 20/1446, daarbij o. a. mededeelende dat het aanbeveling verdient om voor _ geringe tekorten op door tusschenkomst van het Ministerie van Koloniën aangeschaft wordende artikelen, die niet voor het loopende, maar eerst
_ voor het volgende jaar te wachten zijn, geen suppletoire eischen in te
_ dienen, doch de gelijktijdig ingediend wordende gewone eischen, waaraan —
_ toch voldaan wordt in het begin’ van het jaar, waarin het tekort ver- wacht wordt, eenvoudig met die tekort komende hoeveelheden te verhoo. gen, waartoe de berekening, die in den eisch gevolgd wordt, zich van zelf leent; ;
By TE. ‘enz. pices
Is goedgevonden en verstaan: ; f
Eerstelijk. Van vorenstaande mededeeling aanteekening te houden, met
_ wuitnoodiging aan de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur om E
_ bovenbedoelde aanwijzing in acht te nemen. ; :
f Ten tweede, enz. 3
“Afschrift, enz. |
4 Vergelijk Bijblad No. 4775,
_ No. 4616. PAARDENPOSTERIJ, — Wijziging in de opgaaf der wegen.
3 waarop eene binnenlandsche — wordt onderhouden. ‘
Opheffing der binnenlandsche — in de residentién Tegal, Banjoe- ,
| mas en Bagelen en intrekking van de daarvoor toegestane 5
SOMAEN Se \
| BESLULT, 7 | | 4 _ No, 49. Buitenzorg, 11 April 1889. 8
i
Gelezen, enz. 2
De Raad, van Nederlandseh-Indië gehoord: ke,
Is goedgevonden en verstaan: -
Herstelijk: Te bepalen dat no. 52 van den bij art. Il $B van het besluit van 19 October 1883 no, 15 (1) vastgestelden en o. m. bij het besluit van 19 Augustus 1884 no, 4 (2) gewijzigden staat, aanwijzende de wegen, waarop eene binnenlandsche paardenposterij wordt onderhouden, voorlaan wordt gelezen als volgt:
Van Toeloeng Agoeng naar Trengalek, terwijl bovendien te Kerlosono vier, te ‘Paree acht, te Blitar zes, te Bentjé twee en te Wlingi twee paarden zullen gestationneerd zijn,
Ten tweede: Aan te teekenen. dat met ingang van 1 Januari 1888:
a. de binnenlandsche paardenposterij op de wegen van Tegal naar Mar-
_ gasari (residentie Tegal), van de grens van Tegal over Poerwokerto naar Banjoemas, van Banjoemas naar Bandjarnegara en van Banjoemas over q Soekaradja naar Poerbolinggo (residentie Banjoemas); en van Maron naar
(1) Byblad no, 3961,
(2: Biyblad no 4277, |
eee
or Ae Er An er MER kan Td LE = 101 5 _____Womosobo (residentie Bagelen), bedoeld onder de nummers 12, 42, 43, |
dt ef 45 van den staat Lt. A, vasigesteld bij art. Ill § B van het in et art 1 hiervoren gemeld besluit van 19 October 1883 no. 15, is opge- Me heven; = a ia b. zijn ingetrokken de sommen van f 2972, f 7000, en f 4500 per ; jaar, bij den staat Lt B vasfgesteld bij art. IV van datzelfde besluit, — ° voor de residentiën Tegal, Banjoemas en Bagelen toegestaan ter bestrij- B ding van de kosten van onderhoud der binnenlandsche paardenposterij, — met uitzondering van die van het gras. a Afschrift, enz. | No. 4617. PAARDENPOSTERIJ, — Wijziging in de opgaaf der wegen, i; waarop eene binnenlandsche — wordt onderhouden, en vermin- a dering van de voor dat doel ten behoeve der residentie Preanger 4 Regenischappen toegestane som. : Ingevolge de besluiten van 24 September 1889 no. 13, 27 Maart 1890 ; 3 no. 11 en 28 Mei 1890 no, 1 worden de nos, 4,5 en 6 van den bij arti- kel Wl $ B van het besluit van 19 October 1883 no, 15 (Bijblad no. a 3961) vastgestelden staat Letter A, aanwijzende de wegen, waarop eene 4 F binnenlandsche paardenposterij wordt onderhouden, voortaan gelezen als volgt: : 4. Van Garoet naar Mangoenredja; ; 5 5, Soemedang naar Tjipakoe:
- Da. „ Melangbong over Tasikmalaja en Manondjaja naar Bandjar; i ; 6 Van Tasikmalaja naar Mangoenredja, terwijl bovendien te Bandoeng — in vier, te Tjitjalengka zes en te Trogong vier paarden en te Leuweungti-is — 8 vier en te Waroengpeuteij twee buffels zullen gestationneerd zijn. 3 In verband met het bovenstaande is, met wijziging van den bij artikel 4 IV van besluit van 19 October 1883 no, 15 (Bijblad no. 3961) vastgestel- 1 den Staat Letter B der voor elke residentie jaarlijks toegestane som ter hi bestrijding der kosten voor onderhoud der binnenlandsche paardenposterij, met uitzondering van die van het gras, de voor de residentie Preanger | Regentschappen voor dat doel toegestane som teruggebracht tot f 9500 (negen duizend vijt honderd gulden) ‘s jaars. No. AGIS. BURGERLIJKE OPENBARE WERKEN, — Bij ontwerpen voor : gebouwen te rekenen op maatregelen ter voorkoming van het optrekken van vocht door de muren. —~ CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. No, 12200/A, Batavia, den 1 October 1890. Ik acht het van belang het groote nadeel, dat in vele gebouwen van vochtige muren wordt ondervonden, zooveel mogelijk te bestrijden. Het optrekken van vocht kan worden tegengegaan door het plint van ; de beste minst poreuze steenen in portlandeement op te metselen en met diezelfde specie te pleisteren. B el
av) fee td det a ent Se ee Oi oe tee tat eae ie at Bat ‘ - neee ee = a | 102 " 4 In de meeste gevallen kan echter volstaan worden met de eerste en — ook de laatste laag steenen van het plint in die specie te metselen, zoodut beide — lagen geheel van die specie omringd zijn en verder het geheele plint — 3 daarmede te pleisteren, 5 De specie kan bestaan uit gelijke volume deelen -zand en cement. 3 ot Ik heb de eer UHEdG. fe verzoeken om bij het opmaken van de ont- > À werpen voor de meer belangrijke gebouwen op de toepassing van het | bovenaangegeven middel te rekenen. 3 De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, ¥ | VAN BOSSE, 7 No. 1619. BURGERLIJKE OPENBARE WERKEN, — IJenstreizen van q Ingenieurs. gedetacheerd bij het Departement der—, i | Bij het besluit van 23 Juli 1889 no, 28 is de Directeur der Burger-— lijke Openbare Werken gemachtigd om, wanneer zulks door hem noodig — ___woral geoordeeld, aan de Ingenieurs van den Waterstaat en de Burgerlijke — Openbare Werken, bij zijn departement gedetacheerd, dienstreizen op te dragen. ; jd 3 Ziv uitbreiding in Bijblad No. 5435. ‘y No. 4620. AANBESTEDINGEN, Voor verschillende perceeien eener aans 4 a besteding kan met de overlegging van één verklaring van ge= ! goedheid worden volstaan, indien de perceelen yelijktijdig war — i den cumnbesteed, 4 CIRCULAIRE. Aan de Chefs der Bepartementen van Algemeen Bestuur. — No, 1934. Buitenzorg, den 18 Augustus 1889, — Ten einde den twijfel op te heffen, die, zooals der Regeering: is geble- — ken, bestaat ten aanzien van de vraag of artikel 7 alinea 4 van het — Reglement op het houden van aanbestedingen ten behoeve van ‘s lands — _ dienst vordert dat bij eene in perceelen gesplitste aanbesteding voor elk | perceel, waarvoor afzonderlijk wordt ingeschreven, eene afzonderlijke ver klaring, als bedoeld bij de laatste alinea van artikel 6 van dat reglement, ” moet worden overgelegd, is mij opgedragen, het volgende onder Uwe aan- _ __ dacht te brengen. 4 Ofschoon kan worden beweerd dat volgens de letter der bepalingen — van voorschreven reglement bovenstaande vraag bevestigend moet worden beantwoord, acht de Regeering het nict aannemelijk dat zulks met de bedoeling dier bepalingen zou strooken. ‘ Het meerdere toch sluit het mindere in zich, zoodat er geen bedenking — _ tegen kan bestaan, dat het aanwezen van voldoende. waarborgen ten aan zien van den inschrijver en de gegoedheid zijner borgen voor meerdere» _ perceelen bij één verklaring geconstateerd worden, mits ‘slechts van al die perceelen de aanbesteding op hetzelfde tijdstip plaats hebbe, daar « hy Ee ee a EE ea rs ace des. P tines, = - rt jk * Pe:
; a 103 :
| anders niet zou kunnen worden voldaan aan het in de aangehaalde alinea : van Artikel 7 van het reglement gesteld voorschrift, dat de inschrijvings — biljetten van de bedoelde verklaringen „vergezeld gaan.” ; 3
Tegen goodanige uitlegging kan door belanghebbenden geen bezwaar war — den gemaakt, omdat de certificaten van soliditeit en gegoedheid niet ter — kennisse van het publiek komen, zijnde bij artikel 12 van het reglement —
- alleen de voorlezing der inschrijvingsbiljetten voorgeschreven. Aan de hooger bedoelde opdracht heb ik de eer mits deze te voldoen, 8 De Gouvernements Secretaris,
‘ 0. v. d. WHCK, aid No. 4621. AANBESTEDINGEN. — Aaneuiling der ambtelijke voorschrif- ‘ ten, In Nederland woonachtige tnschrijvers kunnen aldaar wo-
nende personen als borgen stellen, B: BESLUIT, if No 1, Buitenzorg, den 8 December 1889, —
Gelezen, enz. .
De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; ,
Is goedgevonden en verstaan: ;
Kerstelijk: Artikel 4 der ambtelijke voorschriften, in acht te remen bij de toepassing van het Reglement op het houden van aanbestedingen ten behoeve ‘sLands dienst in Nederlandsch-Indië, vastgesteld by “artikel 2 var het besluit van 23 Maart 1870 no, 4 (Bijblad op het Staatsblad — van N-f. no. 2300) en sedert bij verschillende besluiten gewijzigd en aan- — gevuld, tusschen de letters m en m aan te vullen met het volgend voor- schrift:
„mt ten opzichte van aanbestedingen, waarvan de voorwaarden in Neder- d „land worden bekend gemaakt, dat de in Nederland woonachtige inschrij — „vers als borgen kunnen stellen personen, die in Nederland woonachtig | zijn.” : J
Ten tweede: enz. |
Afschrift, enz. i,
|
- No, 4622. OPNEMING. WERKEN. AANBESTEDING, — Voorschrift | betreffende de spoedige opneming van werken, uitgevoerd bij
contract van aanbesteding. .
CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. “| No, 12700/C. Batavia, 19 October 1889. |
Het is meermalen voorgekomen, dat de opneming.van werken, die bij ; contract van aanbesteding waren uitgevoerd, eerst geruimen tijd na de voltooiing plaats had. |
Behalve dat de aannemers hierdoor onnoodig lang op de kwijting der , hun aankomende gelden moeten wachten, omdat de uitbetaling van den —
a |
ed 104 laatsten termijn der aannemingssom, ingevolge artikel 3 van het model- | __ bestek van aanbesteding, afhankelijk wordt gesteld van het proces-verbaal,” bedoeld bij artikel 37, Ge alinea, van het reglement in Staatsblad 1889 no. 39, zou het kunnen gebeuren, dat door het niet spoedig opnemen der voltooide werken de vorderingen der aannemers niet meer kunnen — worden voldaan ten laste van het dienstjaar, waarin de werken voltooid zijn. 5 Ten einde een en ander te voorkomen is het noodzakelijk dat de bij ‘ aanneming uitgevoerde werken na de vollooiing zoo spoedig mogelijk wor- den opgenomen. In verband daarmede en met het oog op de kabinetscireulaive van 7 Mei 1888 no. 39 — opgenomen in het bijblad op het Staatsblad onder ~ no. 3880 — heb ik de eer UHEdG. uit te noodigen, ten aanzien van de — _ opneming, van werken als de bovenvermelde steeds de meeste voortvarend- _ heid te willen betrachten en te doen betrachten en in de gevallen, als bedoeld bij het 2, 3 en 5 lid van het aangehaald artikel van het regle- _ ment in Staatsblad 1889 no. 39 met spoed de noodige. voorstellen te doen. É De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, VAN BOSSE. No. 4623. SPOORWEGEN, TOEGANGSWEGEN, KUNST WERKEN, — Onderhoud der toegangswegen. naar stations en halten ran — ; particuliere spoorwegen, Onderhoud der kunstwerken, voorko- | mende in de toegangswegen naar stations en hatten van Staats- _— i en particuliere spoorwegen, Herstellingen en vernieuwingen der bedvelde toegangswegen en kunstwerken, By het besluit van 30 Seplember 1889 no, 12 is ten vervolge van de _ besluiten van 12 December 1880 no. 20 en 21 November 1881 no. 2 _ (Bijbladen nos. 3648 en 3785) bepaald dat de toegangswegen naar stations en halten der particuliere spoorwegen, daaronder niet gerekend de pleinen — en de gedeelten dier wegen, welke op de tot den spoorweg behoorende _ terreinen zijn aangelegd, voortaan behooren ‘tot de wegen, welke op den bestaanden voet door de zorg van het Departement van Binnenlandsch ME Bestuu: of van dat der Burgerlijke Openbare Werken worden onderhouden. — Het besluit van 9 November 1889 no, 5 bepaalt dat in het onderhoud — der toegangswegen, bedoeld in de besluiten van 12 December 1880 no, „20 (Bijblad no. 3648) en 30 September 1889 no. 12, ook begrepen zijn het onderhoud van daarin voorkomende kunstwerken, zoomede herstellin- — gen en vernieuwingen. a No. 4624. STAATSSPOORWEGEN, VERVOER, — danoulliny en wijzi ging der bijzondere bepalingen betreffende het vervoer van — 7 's Lands reizigers en goederen op de Staatsspoorwegen, q BESLUIT. No, 1 Buitenzorg, den 25 November 1889. Gelezen, enz,
RE tide de ER ee ee PPE 105 3
Is goedgevonden en verstaan:
Herstelijk. Met aanvulling van artikel 12 der Bijzondere bepalingen be- treffende het vervoer van 'sLands reizigers en goederen op de Staats- spoorwegen in ,,Nederlandsch-Indié,” goedgekeurd bij hesluit van 16 Juni 1886 no, 1/e. (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandseh-Indië no. 4292), ‘ te bepalen dat de chefs der exploitatie van de Staatsspoorwegen en de door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken aan de Algemeene _ Rekenkamer aan te wijzen ambtenaren van den exploitatie-dienst bevoegd zijn tol het verzenden van Landsgoederen, bestemd voor de uitbreiding van Staatsspoorwegen en voor de exploitatie van andere lijnen dan de door *hen beheerde.
Len tweede: De voorschriften van Hoofdstuk VI van de bij artikel 1
| van dit besluit bedoelde Bijzondere bepalingen te vervangen door de na- | volgende:
VL BEPALINGEN BETREFFENDE HET VERVOER VAN GOEDEREN -
TEN BEHOEVE VAN DE STAATSSPOORWEGEN,
Art. 20. Gewijzigd bij Bijblad No, 4820.
BESCHIKKING OVER WAGENS, VERGOEDING,
Ari. 21. Wagens, voor meer dan de helft van het draagvermogen „ be- vracht met goederen als bedoeld sub 5 van het voorgaand artikel, kun- nen ten behoeve van de werken in het belang van den dienst worden aangehouden. Zijn dergelijke wagens bestemd voor den aanleg of de ex- ploitatie van een anderen spoorweg, dan kunner zij naar de plaats, voor welke de goederen bestemd zijn, worden doorgevoerd.
Voor het gebruik der wagens na de aflevering op het aansluitingssla- — lion word an den vervoerenden dienst per wagen vergoed: voor het eerste etmaal wiets, i voor elk volgend ingetreden @tmaal f 3.—
Afschrift, enz.
No. 4625. AFSTAND EN VERKOOP VAN LANDSGOEDEREN, — i Y Regelen in acht te nemen bij.
Blijkens de missive van den len Gouvernements Secretaris van 1 Mei 1889 no. 968 heeft de Regeering het noodig geacht voor den vervolge te verklaren: dat de dringende redenen, op grond waarvan, volgens de tweede | alinea van artikel 16 der Comptabiliteitswet, bruikbare goederen, voor ‘sLands dienst bestemd, aan derden kunnen worden verkocht, worden geacht aanwezig te zijn, wanneer zulke goederen uit 's Lands voorraad zonder eenig bezwaar voor 's Lands dienst gemist kunnen worden, niet in den handel verkrijgbaar zijn, en aangevraagd worden ter voorziening in eenig zoo dringende behoefte dat niet zonder ernstig nadeel op hun | aanmaak of ontbieding kan worden gewacht.
Hoewel ook aan bederl onderhevige artikelen, als eetwaren en vochten,
ft. ao | TERE eT Arr Cele Eeen Oe : 106 | z waarvan de voorhanden hoeveelheid te groot was in verhouding tot de Ee vermoedelijke consumlie in de naaste toekomst, meermalen op den voet van het aangehaald wetsartikel zijn verkocht en onder zulke vmstamlig- 4 heden tegen den verkoop natuurlijk geen bezwaar bestaat, komt het der 7 Regecring voor dat in dergelijke gevallen niet artikel 16 der Comptabiiiteits- _ wet toepasselijk is, maar artikel 17 handelende over andere dan bruik- bare goederen, waarvan de verkaap wenschelijk is in 'sLands belang. —
Immers, mochten deze eetwaren of vochten ook al op het oogenblik dat —
| zij verkocht worden voor anderen niet onbruikbaar zijn, ten behoeve “van —
‘sLands dienst kunnen zij voorshands niet worden benut, en daar te ver-_
| wachten is dat zij onbruikbaar zouden zijn tegen den tijd dat voor “Lands |
_ dienst daarvan partij zou moeten worden getrakken, kan tegen. de rang- — schikking onder „andere dan bruikbare roerende goederen” geen bezwaar — worden aangevoerd,
No. 1626. INLANDSCHE AMBTENAREN, ONDERSTAAND bij wijze | van WACHTGELD, — Hegel om geen onderstand bij wijze van wachtgeld twe te kennen aan Inlandsche landsdienaren, — hezoldigd met minder dan f 20 's maands,
Bij circulaire van den ten Gouvernements Sccretaris van 4 Januari 1890 — no. 27 is aan de Chefs der Departementen van Algemeen en de Hoofden van Geweslelijk Bestuur medegedeeld, dat door de Regeering als regel is aangenomen om voortaan geen ondersland bij wijze van wachtgeld toe te — kennen aan Inlandsche landsdienaren, aan wier ‘betrekking niet eene be- zoldiging van minstens f 20 — (twintig gulden) ‘smaands ten laste der begrooting van Nederlandsch-Indië verbonden is, maar dat zij zich voor behoudt van dezen regel om bijzondere redenen af te wijken. No. 4627. PENSIOENEN, GAGEMENTEN, ONDERSTANDEN. WEDU- |
2 d WEN EN WEEZEN, — Beleening van akten van toekenning — van pensioen, gagement of onderstand bij naamlooze vennoot- schappen. i i
Ingevolge | : :
art 46 van het reglement voor het Civiel Weduwen- en Weezenfonds
(Staatsblad 1854 no. 93), a
art, 26 van het reglement op het toekennen van gagement aan de —
Evropeesche militairen, beneden den rang van officier, van de landmacht —
in Nederlandsch-Indié (Staatsblad 1876 no. 44),
art. 26 van het reglement op het toekennen van pensioen en onderstand aan de Europeesche en aan de daarmede gelijkgestelde officieren van de 7 landmacht (Staatsblad 1880 no. 22), en art, 1% van het reglement op het verleenen van pensioenen aan burger- lijke, ambtenaren in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1881 no. 142), kan over de daarbij bedoelde pensioenen of onderstanden door de recht- hebbenden op geenerlei wijze worden beschikt, ook niet door verpanding © of beleening; behoudens:
ermede derde le kenden de ee ‘ 107 ; } dat voorschotten op uitkeeringen fen laste van het Civiel Weduwen- en _ Weezenfonds, door liefdadige instellingen en andere door het cpenbaar ge- | zag al: zedelijke lichamen erkende of als geoorloofd toegelaten vereeni- — gingen, hetzij renteloos, hetzij tegen eene matige rente gegeven en tot. iq zekerheid van welke de akte van pensioen in pand gegeven is, niet onder 3 de verboden beleeningen begrepen zijn, mils de bepalingen, naar welke die, voorschotten geschieden, in Nederland door de daartoe bevoegde macht | | — en in Nederlandsch-Indié door den Gouverneur-Generaal goedgekeurd zijn; | j en dat almede niet onder de verboden beleeningen worden begrepen de __ voorschotten, door gemeente besturen, liefdadige of tot algemeen nut wer- kende instellingen, hetzij renteloos, hetzij tegen eene matige rente op f Landspensioenen verstrekt, tegen tijdelijke afgifte van het authentieke be- wijsstuk, mils de bepalingen, volgens welke die voorschotten worden uitge- keerd, zijn goedgekeurd, in Nederland door de Gedeputeerde Staten der — provincie, in Nederlandsch-Indië door de autoriteiten daartoe aan te wij- ! zen door den Gouverneur-Generaal, dan wel, voorzooveel de pen- — siocuen van burgerlijke ambtenaren betreft, door de Hoofden van Gewes- 1 d telijk Bestuur. | Met het oog op voorschreven bepalingen werd door het bestuur eener in Nederlandsch-Indié opgerichte hulpbank aan den Gouverneur-(ieneraal verzocht: | lo. goed le keuren de voorwaarden, opgenomen in eene door dat be- ; ‚stuur aangeboden concept-schuldbekentenis, waarop de hulpbank voorschot. | ten wenschte te verleenen op pensioenen, gagementen en onderstanden; j 20, toe te staan dat ten aanzien dier beleeningen de kennisgeving, be- — doeld bij art. 1153 van het Burgerlijk Wetboek, zou worden gericht aan | i den algemeenen ontvanger van ‘sands kas ter plaatse, waar de hulp- Ì bank gevestigd is, met machtiging aan dezen ambtenaar om van elke zoo- 4 danige kennisgeving le doen blijken bij brief; do. dien algemeenen ontvanger van instructién te voorzien opdat aan | de hulpbank, de richtige uitbetaling zou worden verzekerd van alle pen- | sioenen, gagementen en onderstanden, waarop zij met toepassing van de | | sub Lo. bedoelde voorwaarden voorschotten zou hebben verleend. Het drieledig verzoek is door den Gouverneur-Generaal afgewezen, daar naamlooze vennootschappen, waartoe bovengenoemde hulpbank behoort, niet “vallen in de omschrijving van de zedelijke lichamen, vereenigingen en instellingen, bedoeld bij de hoogervermelde bepalingen, met welke alle uit- sluitend zedelijke lichamen zijn bedoeld. Bij het betrekkelijk beslut van | 27 April 1888 no. 22 is overwogen dat uit den aard der zaak de bepalin- gen in dezen zin moeten worden opgevat: dat het aan een ieder vrijstaat geld voor te schieten op de nopens de toekenning van’ pensioen, gagement of onderstand aan de belanghebbenden uitgereikte akten; doch dat geen voldoende redenen bestaan om aan die handeling, zooals het verzoek van het bestuur van bovenbedoelde hulpbank beoogde, ten aanzien van de door die instelling te verleenen voorschotten, bij wijze van dispensatie op de meergemelde bepalingen, de wettelijke sanctie, dat is: eene rechtsvor-
- dering te schenken, welke daaraan om goede redenen tot dusver onthouden is.
RK, * bd he ed ts ag th kde.» gee 108 ; | No. 1628. ONDERSTAND, — Wijze van toekenning van — op den voet — ‚_ van Staatsblad 1875 no, 92, 5 Ee Het koninklijk besluit van 20 Januari 1875 no, 1 (Indisch Staatsblad — : no, 92), betreffende de toekenning van onderstand aan nagelaten betrek- E kingen van Europeesche landsdienaren, die in den strijd of bij en door _ ‘de uitvoering van gevorderde of bevolen dienstverrichtingen zijn gesneu- | veld of omgekomen, dan wel aan de onmiddellijke gevolgen van den strijd of van gemelde dienstverrichtingen binnen één jaar zijn overleden, is vroe- : | ger wel de.wijze toegepast, dat een op grond daarvan toegekende onder- — sland binnen het jaar op nieuw werd verleend. i | Blijkens het besluit van 29 Augustus 1889 no. 8 bestaat er geen be. zwaar tegen, dat zoodanige onderstand telkens voor een bepaald in het 3 besluit aan te wijzen kalenderjaar wordt toegekend, hetgeen in het voor- i deel is van de betrekkingen, nagelaten door iemand, die in het einde _ des jaars komt te vallen; maar wordt het vooral bij deze ruime opvatting — van de beteekenis van 's Konings aangehaald besluit noodig geacht hernieuw- — de toekenning van onderstand niet te doen plaats hebben binnen het jaar. ; No. 4629. LEGER, ONTSLAG, MILITAIREN, — Wijziging van het Al- gemeen voorschrift nopens het verlaten van den dienst van mi- : ltairen beneden den rang van officier, " G. B. 26 No. 1889 No. 12. Vervallen door Bijblad No. 5636, S No. 4630. OVERTOCHT. GEGAGEERDE MILITAIREN, — Voorschrift 5 : ter voorkoming dat aan de gezinnen van gegageerde militairen — fen onrechte vrije overtocht naar Nederland wordt verleend, 4 GIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, in wier — gewesten gelegenheid bestaat tot inscheping naar Nederland. : No, 1334, Buitenzorg, 24 Juli 1888. _— Het is voorgekomen dat aan het gezin van een gegageerd militair, die — repatrieerde, ten onrechte vrije overtocht naar Nederland is verleend, en dat de daardoor aan den Lande toegebrachte schade niet op den hetrok- — keu landsdienaar is kunnen worden verhaald. Ten einde eene herhaling hiervan te voorkomen, zal voor het. vervolg , in de laatste kolom of op de keerzijde van de extracten-slamboek, die ter — opvolging van Staatsblad. 1860 no. 71 van het Departement van Oorlog wor- den opgevraagd, door of van wege het Legerbestuur bepaaldelijk worden — aangeteekend (als de man gehuwd of als weduwnaar met kinderen den © dienst verlaten heeft) of zijn gezin al dan niet aanspraak heeft op over- — tocht naar Nederland voor Gouvernements rekening (krachtens artikel 1, — punt B $ 9 van het Reglement op de toekenning van overtocht, Staats- « blad 1882 no. 125). 1) !) Vervangen door art. 2 La k van het reglement in Staatsblad 1897 No. 163 zooals het is gewijzigd bij Stbld. 1900 No. 105. Zie over stamboekextracten Bijblad No. 3538.
if: 109 4 %
“a Ingevolge bekomen last, heb ik de eer UHEdG. het vorenstaande” mede te deelen met verzoek om bij voorkomende gelegenheid op bovenbedoelde _ aanteekeningen speciaal te willen letten,
a De le Gouvernements Secretaris, 5 SWEERTS, No. 4631. MILITAIRE AMBTENAREN, — Jnfrekking der voorschriften 4 betreffende het in aanmerking brengen van gepensionneerde Fi . officieren voor de betrekkingen van militair ambtenaar der g 1ste, 2de en 3ide klasse.
; Bij het besluit van 13 Juli 1888 no. 27 zijn ingetrokken de voorschrif- ten betreffende het in aanmerking brengen van gepensionneerde officieren voor de betrekkingen van militair ambtenaar der le, 2e en 3e klasse en | de regelin hunner inkomsten bij benoeming tot die betrekkingen, vervat. in de artikelen 9, 10 en 11 van de bij besluit van 30 April 1837 no.
39 (Bijblad op het Staatshlad no, 438) vastgestelde „Bepalingen omtrent de ambtenaren en geëmployeerden bij de onderscheidene diensten van het militair departement” No. 4632. MILITAIRE VERSTERKINGEN. INSPECTIEN, der ontruim- de en door de zorgen van het civiel bestuur onderhouden mi- litaire versterkingen, * q BESLUIT, 3 Ne 9. Buitenzorg, 14 Mei 1890. Gelet: 3 a, op den bij het besluit van 17 Maart 1863 no. 11 (Staatsblad no, ; 31) vastgestelden staat van’ rangschikking van de versterkingen in Neder- landsch-Indié en de sedert daarin bij verschillende besluiten en ordonnan- liën gebrachte wijzigingen; b. op het besluit van 25 Februari 1870 no. 30 (Bijblad op het Staats- blad van Nederlandsch-Indié no, 2292); , Gelezen, enz; . Nog gelet, enz.; De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord: Is goedgevonden en verstaan: Te bepalen: lo, dat de militaire versterkingen, die, hoewel ontruimd en oulwapend, met de daarom bestaande of nog daar te stellen verboden kringen door de zorgen van de betrokken Hoofden van Gewestelijk Bestuur steeds in zoodanigen staat behooren gehouden te worden, dat zij, in geval van op- sland of oorlog, ten allen tijde wederom naar eisch kunnen worden bezet en verdedigd, van tijd tot tijd door de gewestelijke eerstaanwezend genie officieren zullen worden geinspecteerd ; ; 20. dat de gewestelijke militaire Commandant, wanneer eene zoodanige
Reset 4 L’ ; bs | Kn yh ; i ay ms 7 Eelt: 4 110 ed i inspectie gehouden zal worden, daarvan vooraf kennis geefl aan het Hoofd
__ van Gewestelijk Bestuur, die daarop den betrokken Assistent-Resident of 9 Controleur aansehrijft om den genicofficier behulpzaam te zijn, en aanwij- zingen of inlichtingen van dezen te ontvangen ; : : 4 3o, dat, na afloop der inspectie, een verslag omtrent de bevinding aan 4 het Hoofd van Gewestelijk Bestuur zal worden gezonden. a i Afschrift, enz. | No. 4633. LOODSWEZEN, MAKASSER, — Gerekening van ‘het daggeld — Ki voor dienst aan boord van loodsen voor de wateren van Cele- bes en Onderhworigheden, i
BESLUIT,
BN». 16 Buitenzorg, 12 Juni 1890, Gelet op het besluit van 24 December 1879 no. 15 (Staatsblad no. 347), „waarbij bepaald is dat de loodsen voor de wateren van Celebes en Onder. — _ hocrigheden cen daggeld van f 2,50 genieten voor den tijd, gedurende
welken zij aan boord dienst doen; ’ F
Gelezen. enz.;
Is goedgevonden en verstaan: |
| Te bepalen dat voor de berekening van bovenbedoeld daggeld de tijd, | gedurende welken de loodsen aan boord dienst doen, wordt gerekend aan te vangen met den dag van inscheping en te eindigen mel, dien van ont- scheping te Makasser, mits zij aantoonen, dat zij in den terugkeer naar hunne standplaats diligent zijn geweest. _ Extract, enz. No. 4634. DEKPASSAGIERS, BOOTRUIMTE. STOOMSCHEPEN. — Voorschriften hetref fende de berekening van het aantal dekpas- sagiers, dat met stoomschepen may worden overgevoerd, en de — bootruumte, waarover op die vaartuigen beschikt moet kunnen worden, 4
CIRCULAIRE, Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur.
No. 376, Batavia, den 14 Januari 1891,
De vraag is gerezen of met stoomschepen, bedoeld bij artikel 1 der or- donnantie van 4 Augustus 1890 (Staatsblad no. 161) Hen geen tusschen- deks hebbende, dekpassagiers magen worden overgevoerd en zoo ja over welke ruimte deze passagiers op het dek moeten kunnen beschikken,
De 3e alinea van artikel 5 van genoemde ordonnantie sluit in, dat ook dekpassagiers mogen worden overgevoerd, die geen recht hebben op een verblijf tusschendeks, terwijl nergens is bepaald, dat stoomschepen zon- der tusschendeks van het vervoer van dekpassagiers zijn vitgesloten.
- Vervangen door Staatsblad 1894 No. 278,
Aid at sites She ae inet Pa 4 ¥ ot + Ey ar | : A zon ' 111) : Dekpassagiers, die geen recht hebben op verblijf tusschendeks, moeten / evenwel op het opperdek kunnen beschikken over eene ruimte van 0,84 a meter. Hoewel niet uitdrukkelijk bepaald, is zulks toch de hedoeling van den wetgever. a Het maximum over te voeren dekpassagiers wordt dus hepaald: ál a. op schepen zonder fusschendeks door de voor dekpassagiers heschik- bare oppervlakte van het dek Le deelen door 0.84 © meter; ; 4 b. op stoomschepen met tusschendeks door het getal dekpassagiers, dat — volgens de 3e en 5e alinea van artikel 5 der onderwerpelijke ordonnantie 4 mag worden overgevoerd, te vermeerderen met het getal, dat verkregen wordt door de nog voor dekpassagiers beschikbare oppervlakte op het op- — __ perdek te deelen door 0.84 Q meter. j N $ De Vice-Admiraal, Commandant der Zeemacht en 4 Chef van het Dept. der Marine in Nederl.-Indié, j P. TEN BOSCH. No. 1529. Batavia, den 16 Februari 1891. : Ten vervolge en ter aanvulling van mijne circulaire van 14 Januari jl, no, 376a, wordt nog het volgende onder de aandacht gebracht. | Bij het vaststellen van het getal dekpassagiers, dat met stoomschepen, _ bedoeld bij artikel 1 der ordonnantie van 4 Augustus 1890 (Staatsblad no. 161), mag worden overgevoerd, behoort voor opperdek te worden gen __ rekend alle dekken, die zijn ingericht om door middel van tenten tegen : regen en zon te worden beschut en die aan de zijden voorzien zijn van _ Yerschansingen of reelings. | ; De dekking der drekhuizen komt dus in den regel niet in aanmerking, | als niet voldoende aan de hierboven gestelde eischen. De rnimte op het opperdek, onmiddellijk boven de verblijven der hutpas- ; Sagiers beschikbaar, niet in aanmerking. Onder tusschendeks moet worden verstaan een vast dek, behoorlijk ge- | legd, bevestigd en gebreeuwd en mag een tijdelijke losse vloer op eenige dwarsbalken, op voldoende hoogte onder het opperdek gelegd, in geen “geval daarvoor worden gerekend. if : De reisgoederen der dekpassagiers behooren in het scheepsruim te wor- den geborgen; wanneer evenwel daarvoor een gedeelte van het tusschen- deks wordt hestemd, moet daarmede rekening gehouden worden bij het bepalen van het aantal dekpassagiers, die recht hebben op een verblijf tusschendeks. Voor de beoordeeling of een voldoend getal booten aanwezig is, dient de volgende tabel: :
3 112 F thes SCHEPEN VAN nn dn Minimum van den — Za booten onder | gezamenlijken inhoud q 8 (BRUTO TONNEN INHOUD’ #5 | davite gepleates,| in kub, voeten. | Bee Se 8750 en minder dan 4000 ton | 8 2700 4 5 3500, a ya vla 8 2600 q : 3250, = uF. 8500 en | 8 2500 fe, "8000, Ble SBg e | 8 | 2400 if BES 007500 MD | 6 2100, q 2500 * ner, 6 | 2050 a 2250 „ em | 6 2000 4 2000, Sie SOBER Is | 5 1900 1750 5 „ 2000 „ | 6 1800 : ; 1500 „ , Se: | 6 1700 ; 1250 „ eS ERO | 6- 1500 1000 ,, et ERD | 4 | - 1200 ot 200 4 A a. -1000 | + | 1000 Je 500 ,, f Se ag sh eae 4 800 = 250 „ Wie ORNE 2 400 i ROU oO Ta Ad Sie) tls 2 | 800 % (*) Registertonnen van 2.8 K, M.| 3 4 Wanneer de bootruimte voldoet aan den hierboven gestelden eisch, doch — het aantal booten geringer is dan het gestelde minimum» dan kan hier: — _ mede genoegen genomen worden. , 4 i Minstens één der hooten wordt gemakkelijk door den volgenden regel — _ berekend: ae k | Men meet de lengte- en breedte uitwendig en de holte inwendig, Het gedurig product van deze maten vermenigvuldigd met 0.6 geeft vrij nauw keurig den kubieken inhoud, es P Zoo heeft een boot van 80 voet lengte, 8 voet “breedte en 4 voet halte je eon inhoud van a } 30 X 8 X 4d x 06 — 576 kub. voeten. "a Het aantal personen, dat de booten mogen voeren, bedraagt het getal | verkregen door den inhoud in kubieke voeten te deelen door 8— Bij red- , _ dingbooten bedraagt laatstgenoemde factor 10— a | ; De Vice-Admiraal, Commandant der Zeemacht en | Chef van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indié, — P, TEN BOSCH. Deze circulaires zijn ook toepasselijk op artikel 21 van Stb. 1894 No. 278, — No. 4635. EXAMENS. GOUVERNEMENTS MARINE — Voorschriften omtrent het afnemen in Nederiandsch-Indié der eramens voor het personeel hij de Gouvernements marine. Bij artikel 8 van het besluit van 4 October 1889 no. 10 zijn vast- 3 gestell de navolgende: :
cl he dae push PT A TTE jo a Sts Arn i ¥ ke En: 113 ;
VOORSCHRIFTEN omtrent het afnemen in Nederlandsch-Indié der exa- mens voor de rangen van len, Zen en Zen stuurman, van Len en Zen machinist en van machinist-leerling der le en 2e klasse bij de Gouver- nementsmarine, volgens de bij Koninklijk besluit van 24 April 1889 no. 12 (Indisch Slaatsblad no, 218) vastgestelde programma's.
Art. 1. Hij, die, in dienst bij de Gouvernementsmarine in Nederlandsch-
| Indië, wenscht toegelaten te worden tot het afleggen van een der bij deze voorschriften bedoelde examens, geeft daarvan kennis aan den ge- S zaghebber, onder wiens bevelen hij dient, die het verzoek schriftelijk, en zoo noodig voorzien van bemerkingen, aan het Departement der Marine overbrengt! 5 leder ander wendt zich tot dat einde per request tot den Chef van het Departement der Marine in Nederlandsch-Indië, onder overlegging van eene geboorteakte en van een geneeskundig certificaat, constateerende de lichamelijke geschiktheid voor den dienst bij de Gouvernementsmarine.
Art. 2. Om tot het examen voor den rang van 3en stuurman bij de Gouvernementsmarine te worden toegelaten, mag de candidaat niet cuder zijn dan 20 jaren en moet hi minstens één jaar aan boord van een zeil- | of van een stoomschip als 3e stuurman gevaren en dienst gedaan hebben. _
Om tot het examen voor Zen en ten sluurman te worden toegelaten, | moet de candidaat minstens 2 jaren in den onmiddellijk voorafgaanden | rang bij de Gouvernementsmarine hebben gediend. |
Om tot het examen voor machinist leerling der 2e klasse te worden | toegelaten, moet de candidaat het 15e levensjaar hebben volbracht, doch | mag hi het 22e nog niet zijn ingetreden. ; * |
Art. 3. De commissiën voor het afnemen der by deze voorschriften bedoelde examen worden door den Chef van het Departement der Marine benoemd. — |
Ark, 4. De commissién bestaan: | a. „voor den rang ‘van len stuurman: uit een hoofdofficier en een luitenant ter zee der te klasse van de | Koninklijke Nederlandsche Marine en uil een gezaghebber van de Gouverne- mentsmarine of, bijaldien geen hoofdofficier beschikbaar is, uit twee luite- nants ter zee der le klasse van de Koninklijke Nederlandsche Marine en één gezaghebber van de Gouvernementsmarine; _ 6 voor den rang van 2en of Ben stuurman: | uit twee gezaghebbers en cen Len stuurman van de Gouvernementsmazine; wanneer slechts één gezaghebber beschikbaar is, kan de commissie be- | staan uit één gezaghebber en twee le stuurlieden of desnoods uit één gezaghebber en één len stuurman; 5d e. voor den rang van len machinist: |
uit een gezaghebber en één len machinist van de Gouvernementsmarine, benevens één len machinist van de Koninklijke Nederlandsche Marine; |
Wanneer deze laatste niet beschikbaar is, kan hij vervangen worden | door een len machinist van de Gouvernementsmarine; Ae d, voor den rang van 2en machinist, machinist-leerling der 1e klasse en | machinist-leerling der 2e klasse: |
t Bits |
aa 114 d uit een gezaghebber en twee machinisten der Gouvernementsmarine, van _ van welke laalsten één der te klasse moet zijn; ‘ | 8 voor het geval geen machinisten der Gouvernementsmarine beschikbaar „zijn, kunnen machinisten der Koninklijke Nederlandsche Marine van gelijke — klasse als de ontbrekenden in de sub e en d genoemde commissiën zit- ting nemen, 4 ly, Het personeel der Gouvernementsmarine, dat zitting neemt in eene exa- 4 Men-commissie, wordt bij voorkeur genomen van een ander schip dan dat, waarop de examinandus dient. 1) q Art. 5. De examens hebben plaats op onbepaalde tijden, naar gelang yan de daartoe strekkende aanvragen, naarmate van de behoefte en in _ verband met de gelegenheid die er voor bestaat. ; vl Het oudste lid der benoemde commissie bepaalt de plaats, waar het exa- __ men zal worden afgenomen, zoo deze reeds niet door den Chef van ket Departement der Marine is aangewezen, ‘ i Neemt een zee-officier in een der examen-commissies zitting, dan wordt deze steeds als het oudste lid beschouwd. : Art 6, Ter bepaling van de wijze, waarop aan een der bij deze voor- — _ eschriflen bedoelde examens wordt voldaan, geeft de commissie hij meer- 5 derheid van stemmen voor elk der vakken, waarover hel examen loopt, . het cijfer: 0 1 of 2 voor: onvoldoende, voldoende of zeer onvoldoende. | Indien bij een of meer van die stemmingen de stemmen staken, heeft — _ de beslissing plaatst en gunste van den examinandus, 4 x Om in het examen te slagen, moet voor elk vak minstens het cijfer — ° 1 worden behaald, d P Wordt) voor de helft of voor meer dan de helft der vakken het cijfer — 8 verkregen, en voor de overige het cijfer 1 behaald, dan is de uit- ___slag zeer voldoende, a Art. 7, Wanneer voor niet meer dan 3 vakken het cijfer 0 wordt ver- — _ kregen, kan aan den examinandus vergund worden om na 3 maan- — den het examen in die vakken opnieuw af te leggen en wordt in verband _ daarmede de uitslag van het examen in zijn geheel eerst daarna vastgesteld, Art, 8. Indien meeds vóór den afloop van het examen voor 4 vakken _ het cijfer O is verkregen, wordt het niet verder voortgezet, ‘ Art. 9. Hij, die niet geslaagd is zal zich tot het opnieuw afleggen van het examen eerst mogen aanmelden: na zes maanden voor dat voor . fen stuurman, len machinist of 2en machinist en na 3 maanden voor dat voor Zen stuurman, Sen stuurman en machinist-leerling der 1e of 2e klasse. Art. 10. Van ieder der afgenomen examens dienen de commissién aan _ den Chef van het Departement der Marine,— onder overlegging van het schrifte- lijk werk, — een proces-verbaal in duplo in, o. m. vermeldende de voor _ de verschillende vakken behaalde cijfers. Van den uitslag van eenig examen wordt den belanghebbende volledig kennis gegeven, onder uitreiking ¢. q. van een diploma wegens voldoend — of zeer voldoend afgelegd examen. EE NK | | 1) Zie Bijblad No, 4834, voor zooveel de examencommissie voor ma- » chinist-leerling betreft, -
115 : é
Het model van dit diploma wordt door den Chef van het Departement _ der Marine vastgesteld. : |
Art. 11 Voor nog niet bij de Gouvernementsmarine in dienst wijnde personen regelt, bij gelijktijdig voldoend afgelegd examen, het meerder aan- — tal behaalde punten de rangorde, volgens welke adspiranten met voor het —
overige gelijke aanspraken voor benoeming in aanmerking komen, | sa
Art. 12. Wanneer hef belang van den dienst zulks vordert, kunnen de in de artikelen 2, 7 en 9 gestelde termijnen door den Chef van het Departement der Marine worden verkort.
Art. 13. De examens voor de verschillende rangen mogen wel korter, doch niet langer duren dan hieronder is aangegeven, met dien verstande dat op elken examendag «minstens één uur pauze moet worden gegeven:
VOOR KEE “Stuurmagt, 28 os 8 dagen,
voor ler machinist, . . . . . . . 4 dagen,
voor 2en stuurman, d
den stuurman, | 2en machinist, i dagen, en machinist-leerling le klasse,
voor machinist-leerling 2e klasse, 2 dagen. j
De in artikel 7 bedoelde herexamens mogen niet langer duren dan. één dag. : 4 1 No. 4636. JAVASCHE COURANT, JAARVERSLAGEN, LIEFDADIGE |
INSTELLINGEN. — Uitgave der jaarverslagen van liefda- dige instellingen en opneming daarvan in de Javasche Courant,
Bij besluit van 16 April 1890 no, 20 is de Directeur van Onderwijs, eredienst en Nijverheid gemachtigd om aan instellingen van liefdadiaheid in Nederlandsch-Indië, aan welke rechtspersoonlijkheid is verleend, te ver- —~ gunnen hare jaarverslagen legen betaling van. het benoodigde papier, dach overigens kosteloos, tol een door haar op le geven aantal ter Lands- drukkerij te doen drukken en om, voor zoover zij zulks verlangen, die verslagen kosteloos in de Javasche Courant eenmaal te doen opnemen.
“Ne. 4637. GENEESKUNDIGE DIENST. EXAMENS VROEDVROU- WEN, — Aanwijziging van den 3en Stadsyeneesheer te Ba- tavia als plaatsvervangend lid der commissie voor het prac- tisch examen voor vroedvrouw, 1
Met aanvulling in zoover van art. 6 der bepalingen, vastgesteld bij besluit van 15 September 1882 no, 17 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië no, 3859), is bij art. 1 van het besluit yan 24 April 1890 no, 1 de 3e Stadsgeneesheer te Batavia aangewezen als plaatsver- vangend lid der commissie tot het afnemen van het practisch examen in de verloskunde als vroedvrouw, bedoeld bij art. 33 van het reglement op den burgerlijken geneeskundigen dienst. |
A a en 4 % 1 re. | wie ed od Et ET en | ae ao ' 116 4 a No. 4638. GENEESKUNDIGE DIENST, ZIEKENINRICHTINGEN. ME- | E, DICIJNEN, — Personen, die in aanmerking komen voor op- | neming tn Inlandsche burgerlijke ziekeninrichtingen, Gebruik: : ; van geneesmiddelen, van Landswege verstrekt, ij CIRCULAIRE van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nij @ _ verheid aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur van 6 October 1890 No. — 9592, Vervallen zie Bijblad No. 6036, | No. 4639. ONDERWIJS, NORMAALSCHOLEN, BATAVIA, SOERA- BAIA, — Oprichting eener normaalschool. te Soerabaja en vaststelling van een reglement voor die school en voor de nor- | maalschool te Batavia, ; BESLUIT, No. 8, Buitenzorg, den 20 December 1890. Gelet, enz; | De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; k Is goedgevonden en verstaan: | Derstelijk: Krachtens machtiging des Konings te bepalen, dat te Soera- baja eene normaalschool ter voorbereiding tot hel examen voor de akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer ol hoofdonderwijzeres hij het lager onderwijs wordt geopend, met opdracht aan den Directeur, van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, om daartoe het noodige te verrichten. Ten tweede: Met intrekking van de artikelen 1 en 2 van het besluit van 1 Januari 1871 no, 6 en van de besluiten van 26 Januari 1872 no. 10, 25 Januari 1878 no. 10 en 81 Augustus 1883 no. 4 (het verste en | derde besluit in het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié op- genomen onder no, 3300, hei laatste onder no. 3899), vast te stellen het aan dit besluit gehecht Reglement voor de normaalscholen te Batavia en Soerabaja, ter voorbereiding tot hel examen voor de akte van bekwaam- heid als hoofdonderwijzer of hoofdonderwijzeres bij het lager onderwijs. Afschrift, enz. In herinnering gebracht bij Bijblad No, 4990. 3 _ REGLEMENT voor de normaalscholen te Batavia en Soerabaja ler vaor- - bereiding tot het examen voor de akte van bekwaamheid als hoofdonder- wijzer of hoofdonderwijzeres bij het lager onderwijs. 3 Art. 1. De normaalscholen te Batavia en Soerabaja zijn bestemd om aan | hen, die in het bezit zijn der akte van bekwaamheid als hulponderwijzer of hulponderwijzeres bij het lager onderwijs, de gelegenheid te geven om zich voor te bereiden tol het examen ter verkrijging der akte van be- kwaamheid als hoofdonderwijzer of hoofdonderwijzeres. 4 Art. 2. Onder het toezicht van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid is de leiding van elke school opgedragen aan een bestuur, bestaande uit den Inspecteur van het lager onderwijs der afdeeling binnen
4 ’ 7
147 4
_ welke de school gevestigd is, als voorzitter, een seeretaris en een penning- meester. De beide laatsten worden in eene door den Inpecteur voorgeze- — ten vergadering van leeraren met volstrekte meerderheid van stemmen uit
him midden gekozen, À
: De gekozen hestuursleden treden na ommekomst van elken cursus af, doch zijn dadelijk herkiesbaar. 5
Bij afwezigheid van den voorziller treedt de secretaris tevens als waar- — nemend voorzitter op.
Het bestuur vergadert zoo dikwijls de voorzitter of de twee andere le- — den dit noodig achten.
: Art. 3. De secretaris is, behalve met de werkzaamheden in dit regle- ment vermeld of uit den aard zijner betrekking voortvloeiende, belast met het beheer van en de zorg voor den inventaris der school. De voorzit, ter is echter bevoegd hem in de zorg voor den inventaris of gedeelten
: daarvan door een of meer leeraren te doen bijstaan.
De secretaris geniet eene indemniteit voor schrijfbehoeften enz. van f,10
, ‘smaands, waaruit hij ook de kosten van een schoolbediende tevens bood-
‘ schapper ten dienste van het bestuur heeft te bestrijden, me. |
; Art. 4. Het onderwijs wordt gegeven door leeraren, ‘die op voordracht —
; van het bestuur der school door den Directeur van Onderwijs, Teredienst
en Nijverheid worden benoemd en ontslagen. 5
: Voor elke school wordt cen bedrag van f 240 ‘s maands 1!) beschikbaar —
gesteld om onder de leeraren naar gelang van hel hun opgedragen aan- —
| lal lessen volgens aanwijzing van den Directeur van Onderwijs, Eeredieust f
en Nijverheid in den vorm van toelagen te worden verdeeld, sd
Art 5, De leeraren vereenigen zich tol eene vergadering van leeraren, — voorgezeten door den voorzitter van het bestuur, zoo dikwijls dit noodig — is om te voldoen aan de voorschriften van dit reglement, wanneer de voor- — zitler dit wenschelijk acht, dan wel minstens drie leeraren met opgave van _ redenen hem daarom schriftelijk verzoeken.
Voor zoover in dit reglement of niet anders is vastgesteld, bepaalt de bevoegdheid der vergadering van leeraren zich tot het doen van voorstellen — en het geven van adviezen aan hel bestuur der school of aan den Direc- teur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid omtrent alles, wat op de school betrekking heeft.
Art. 6. (Gewijzigd bij Bijhlad No, 6170), Het onderwijs wordt ver- — deeld over een cursus van drie studiejaren,
Het schooljaar begint op den eersten Maandag in Juli en eindigt half Mei van het volgende jaar.
Er zijn drie vacantién, namelijk:
eene ingaande met 24 December en eindigende 2 Januari;
eene ingaande met Goeden Vrijdag en eindigende met den tweeden Paaschdag; _ eene van half Mei tot den eersten Maandag in Juli. ;
- Gebracht op / 340 ‘smaands, zie Bijblad No. 4723
mA np fF MH, a on 4 eM |
= 7 fs. Tri Pt Se PE TPN AE ET rl oe CEA TEE En Ei th denke e's 118 ist Bf Art. 7: (Gewijzigd bij Bijblad No, 6170). Het onderwijs wordt gegeven — ig in den vooravond gedurende 10 uren per week voor elk studiejaar. Het omvat al de vakken, waarin examen moet worden afgelegd ter ver- i krijging der akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer of hoofdonderwij:eres. ; Het leerplan, het rooster der lessen, de verdeeling daarvan onder de ver. ‚schillende leeraren en de bi het onderwijs te gebruiken boeken worden — door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid op voorstel _ der vergadering van leeraren vastgesteld. : Voor zoover de aard van eenig leervak dit zonder schade voor het Onderwijs toelaat, kan het aan de leerlingen der beide studiejaren tot ééne klasse vereenigd worden onderwezen, Art. 8, Wanneer een leeraar verhinderd is de hem toebedeelde lessen te geven, doet hij daarvan tijdig mededeeling aan den voorzitter van het __bestuur, die zooveel mogelijk in de lessen voorziet door ze aan andere __leeraren op te dragen of ze zelf te geven. Is zulk eene voorziening niet mogelijk dan zorgt hij, dat de teerlingen _ daarvan tijdig kennis krijgen. F Van deze verhinderingen en voorzieningen wordt door den voorzitter aan- Ie teekening gehouden. Art. 9. (Gewijzigd bij Bijblad No, 6170) Zij, die van de lessen ge- _ bruik wenschen te maken, geven hun verlangen schriftelijk te kennen aan het bestuur der school en nemen plaats in het studiejaar hun door dat bestuur aangewezen. | Zij zijn verplicht aan alle lessen deel te nemen, maar kunnen door het 4 bestuur, op voorstel van den belrokken leeraar, van het onderwijs in een | of meer vakken worden vrijgesteld. Omtrent den overgang der leerlingen naar een hooger studiejaar wordt door de vergadering van leeraren beslist, Leerlingen, die niet geschikt worden bevonden om naar een hooger stu- diejaar om te gaan of na het doorloopen van het hoogste studiejaar niet voldoende gevorderd geoordeeld worden om met kans op gunstigen uitslag ‚aan het examen voor de akte van hoofdonderwijzeres deel te nemen dan wel, daaraan deelnemende, niet slagen, worden door de vergadering van leeraren bij den Directeur van O. E. en N. voorgedragen voor verwij- | dering van de school, tenzij hun, indien zij overigens zich dit door vlijt waardig maken en voldoenden aanleg bezitten, door het bestuur, op voor- _ stel der genoemde vergadering, wordt vergund nog één jaar onderwijs in 3 hetzelfde studiejaar te volgen, q Artikel 9a (Bijblad No. 6170), Uiterlijk drie maanden na hunne _ toe- lating tot de school kunnen leerlingen, die blijken geven de lessen in het eerste studiejaar’ niet met vrucht te kunnen volgen, op voorstel van de vergadering van leeraren, door den Directeur van 0. E. en N, voor den — verderen duur van het schooljaar van de school verwijderd warden. Bij den aanvraag van het volgende schooljaar komen zij opnieuw woor tocla- ting in aanmerking mits bij een door de leeraren ingesteld onderzoek blijke, dat zij in staat zijn het onderwijs in het eerste studiejaar met vrucht bij te wonen. Í Art, 10 Wanneer cen leerling verhinderd is eene of meer lessen bij nen ee OO
ak eae ee aN edelen ade Shes de on ups Reh sne Mabe tac AN a
. ke 119 Pe
E ! é' ii
_ te wonen, geeft hij daarvan met vermelding der reden schriftelijk kennis aan den voorzitter van heb bestuur, |
; Van alle verzuimen wordt door den voorzitter aanteekening gehouden.
Wanneer een leerling doorgaand de lessen ongeregeld bijwoont, zich verzet
tegen de regelingen in het belang van orde en tucht getroffen, of gebrek
aan belangstelling in het onderwijs toont, kan hem door den Directeur
_ van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid op voorstel der vergadering van
‘ leeraren de deelneming aan de lessen worden ontzeed.
d Art. 11. De leerlingen betalen een schoolgeld van f 5 per maand, uiter-
lijk in de eerste week van elk kwartaal, over de maanden van dat kwar- —
Ì taal, dan wel in de eerste week van de maand, volgende op die waarin
zij zijn toegelaten, over de tijdens hun toelating nog niel ingetreden maand
of maanden van het kwartaal, te voldoen bi ’sLands kas ter plaatse
waar de school gevestigd is.
Ek Wie bij den aanvang der week, volgende op die waarin de betaling
| moet plaats hebben, de quitantie niet vertoond heeft aan den seerclaris
| van het bestuur, die daarvan aanteekening houdt, mag de lessen niet bij- wonen totdat hi aan deze verplichting heeft voldaan. ë
| Bij toelating tot de school is voor cen reeds ingetreden maand geene
| betaling verschuldigd; wie in den loop van een kwartaal de school ver- laat, heeft recht op restitutie van het schoolgeld over de op het tijdstip
| van verlaten nog niet ingetreden maand of maand en van het kwartaal.
| Art. 12, Zij, die reeds in het bezit zijn der akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer of hoofdonderwijzeres kunnen, na verkregen vergun- — ning van den voorzitter van het bestuur, enkele lessen dan wel die“van — een geheel studiejaar bijwonen. | ;
Zij zijn daarvoor geene betaling verschuldigd en de twee eerste alinea's yan artikel 10 zijn op hen niet van toepassing. |
Art. 13. Voor de aanschaffing van leermiddelen en boeken voor de hi- — bliotheek en de bestrijding der kosten van verlichting en andere uitgaven | wordt jaarlijks toegestaan eene som van f 600 tem behoeve der school te Batavia en van / 500 ten behoeve van die te Soerabaja. 5
Over deze gelden wordt zooveel noodig door den penningmeester beschikt | op aanwijzing van het bestuur, dat na ommekomst van het jaar eene | verantwoording aan den Directeur van Onderwijs, Beredienst en Nijverheid —
« indient.
Art. 14. Het bestuur en de vergadering van leeraren correspondecren met den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijveheid over de hun opgedragen belangen, door (usschenkomst van den Inspecteur van het la- ger onderwijs der afdeeling, binnen’ welke de school gevestigd is.
Jaarlijks vóór 1 Februari dient elk bestuur een verslag der school over
‚ het afgeloopen jaar in aan-den Directeur voornoemd, ingericht op de door dezen aangegeven wijze, ‘ No. 4640. BERI-BERI-REGLEMENT. — Vaststelling van een reglement J voor het beriberi gesticht te Buitenzorg, sl Bij het besluit van 23 Juni 1891 no. 14 is vastgesteld het navolgende: _
4 ; 120
REGLEMENT voor de inrichting tot verpleging van aan heri-beri _ lijdende gevangenen, veroordeelden en andere personen te Buitenzorg. ]
Ari. 1. De Directeur staat aan het hoofd der inrichting. Hij vaert de administratie; buiten noodzaak wordt de Opziener niet met administratieve — bezigheden belast.
Bij afwezigheid of ontstentenis van den Directeur treedt de Opziener in zijne plaats.
Art. 2. De Directeur is onmiddellijk ondergeschikt aan het Hoofd yan plaatselijk bestuur.
De Opziener en de Hoofdmandoers en Oppassers zijn aan den Directeur ondergeschikt en in hunne dienstverrichtingen verplicht zich nauwkeurig te houden aan zijne bevelen. ; á
De bij de inrichting geplaatste Dokters-djawa volgen de bevelen van 4 den behandelenden geneesheer en zijn tevens gehoorzaamheid verschuldigd aan den Directeur in alles wat niet tol hun eigenlijke ambtsplichten behoort. Bij verschillen beslist het Hoofd van plaatselijk bestuur, na overleg met den Eerstaanwezenden officier van gezondheid. !
Benoeming en onlslag van Hoofdmandoers, Mandoers en Oppassers ge- schieden door het Hoofd van plaatselijk bestuur, op eene door den Directeur of zijn vervanger in overleg met den behandelenden geneesheer gedane voordracht,
De Directeur houdt een register aan van het geheele personeel, van de uitbetaalde traktementen en de mutatiën, die plaats winden. — |
Arl. 3. In alles wat met de voeding en verpleging in verband staat, volgt de Directeur de voorschriften en aanwijzingen op van den Kerstaan- wezenden- of met den dienst belasten officier van gezondheid,
Indien hij bezwardn heeft tegen die voorschriften volgt hij ze niette- min op, maar is bevoegd zijne bedenkingen, voor gezien geleekend door den behandelenden geneesheer, schriftelijk in te dienen bij het Hoofd van ; plaatselijk bestuur, dat na overleg mel den Kerstaanwezenden officier van gezondheid beslist, dan wel de zaak aan het oordeel van den Resident onderwerpt.
Arlt. 4. Directeur en Opziener zijn verplicht, indien hun een landswoning is aangewezen, daarin verblijf te houden.
De Directeur heeft vergunning noodig van het Hoofd van plaatselijk bestuur om: zich verder dan 3 palen van de inrichting te verwijderen. |
Zonder vergunning van het Hoofd van plaatselijk bestuur mag de Op: Jl ziener niel buiten het gesticht overnachten.
Nimmer mogen Directeur en Opziener gelijktijdig afwezig zijn, |
Art. 5. De Directeur houd! gestadig loezicht op het aan hem onder- ‘ geschikt personeel. Hij zorgt dat dit personeel de strengste waakzaamheid ; in acht neemt en zich zonder zijn voorkennis niet van de inrichting ver- wijder. ij
Van verzuim of wangedrag rapporteert hij aan het Hoofd van plaatselijk. =~ bestuur. : Art. 6. De zorg voor behoorlijke bewaring der veroordeelden binnen de 7 inrichting en voor de handhaving van strenge tucht, stipte orde en onbe- rispelijke zindelijkheid aldaar is inzonderheid aan den Directeur toevertrouwd.
EE EN lk ¢ : } a : Hy zorgt dat alle vertrekken dagelijks worden gelucht en gereinigd, zoo- mede dat het terrein der inrichting dagelijks wordt aangeveegd en schoon. E gehouden. 4 Waar nachttonnen gebruikt worden doet hij deze ten minste tweemalen in de 24 uren ledigen en schoonmaken. E: Art. 7, Zooveel zulks met eene goede bewaking vereenigbaar is, moe- : 3 ten alle verpleegden niet alleen in de gelegenheid gesteld, maar ook, tenzij 4 naar het oordeel van den behandelenden geneesheer hun gezondheidstoe stand dit werhiedt, verplicht worden dagelijks zich te baden en eenigen — bi lijd in de open lucht te bewegen. ie De Directeur zorgt dat in alle lokalen steeds goed drinkwater in ruim Z voldoende hoeveelheid voorhanden is. | on Hij neemt voorts alle door den Eerstaanwezenden dan wel met den dienst belasten officier van gezondheid noodig geoordeelde of goedgekeurde maal- regelen en voorzorgen voor zoover hij zulks in zijne macht heeft, welke — KE kunnen strekken tot bevordering eener goede gezondheid der verpleegden. — ; Art. 8 De Directeur neemt de meest nauwgezette voorzorgsmaatregelen j tegen brand en voorziel het personeel van duidelijke instructiën omtrent _ ieders verplichtingen bij hel uitbreken van brand, opdat geen paniek ontsta 3 en dadelijk doeltreffende maatregelen verdere uitbreiding kunnen voorkomen. — Zi De daarvoor te maken regelingen onderwerpt hij aan de goedkeuring _ ql van, het Hoofd van plaatselijk bestuur. | 4 Art, 9. Niemand mag im het gestich! worden opgenomen of gehouden, | dan krachtens een schriftelijk bevel van het Hoofd van plaatselijk bestuur. — a Art. 10. De Directeur en het aan hem ondergeschikt personeel nfoeten : de veroordeelden met menschlievendheid, maar tevens met gepasten ernst
en gestrengheid behandelen en zieh buiten de belangen van ten dienst
: zoo weinig mogelijk met hen inlaten,
Art. 11. De Dirceteur is verplicht zorg le dragen dat nimmer in het
a bezit van de lijders worden gelaten of tijdens hun verblijf in het gesticht worden : gevonden: scherpe werktuigen, wapenen, vergif, opium, sterke dranken, pre-
E eiosa, geld en andere zaken, die in het belang van orde en tucht niet
kunnen worden toegelaten.
ä Art. 12 De Directeur waakt dat alle in de inrichting opgenomen per-
7 « sonen, zonder onderscheid, zich voortdurend ordelijk en rustig gedragen en
zich niet alleen onthouden van eigenlijke ongeregeldheden, maar ook van
: alle rumoer en gedruisch en van alles wat tot wanorde of aanstoot aan-
= leiding kan geven.
: Ari. 13, De Directeur is verplicht de veroordeelden, die iets onbehoor-
j lijks bedrijven of zich niet ordelijk en rustig gedragen, te vermanen, daar-
: na hen te waarschuwen en opmerkzaam le maken op de straffen, die hen
rn bij ongehoorzaamheid aan zijne bevelen.
p= Hij is echter niet bevoegd tot het opleggen van straffen, doch brengt
4 alle ongeregeldheden in zoowel als buiten het gesticht, zoo mogelijk on-
q verwijld, doch steeds binnen 24 uren ter kennis van het [oofd van plaat- selijk bestuur, :
î Vrije lieden onder de verpleegden, die zich ondanks herhaalde verma- —
ke 122 hing van den Directeur misdragen, kunnen op zijn voorstel door het Hoofd van plaatselijk bestuur uit de inrichting worden verwijderd.
, Art. 14. Ingeval van ongeregeldheden van ernstigen aard, van oproer en feitelijk verzet en van poging tot ontvluchting der veroordeelden, is de Directeur gerechtigd de daders of -belhamels op zijne verantwoordelijk. _ heid op te sluiten en des noods in de boeien te plaatsen.
KE Zoo de gelegenheid daartoe ontbreekt, kan hij hen aan den Cipier van
_ dle gevangenis overleveren; alles onder nadere goedkeuring van het Hoofd van plaatselijk bestuur, aan hetwelk onverwijld van een en ander bericht gezonden wordt,
ii Art. 15 Door persoonlijk bezoek, — zooveel mogelijk op ongeregelde tijd.
_ stippen doch niet tijdens de geneeskundige visite — binnen de verschillende | zalen, waarin het gesticht verdeeld is, overluigt de Direeteur zich minstens | eenmaal per dag dat alles daar behoorlijk toegaat en dat niels geschiedt ‘wat in strijd is met een strenge tucht en goede orde.
Art. 16. De Directeur dient dagelijks een rapport in aan het Hoofd | < van plaatselijk bestuur, betreffende alles wat den vorigen dag in de in- _ =< richting en daarbuiten, voor zoover veroordeelden buiten werkzaam waren, i belangrijks is voorgevallen. | Van gewichtige gebeurtenissen wordt steeds bericht gezonden dadelijk — __ nadat zij bekend zijn geworden. ) : Art. 17 De Directeur draagt zorg dat de veroordeelden steeds behoor- | _ lijk gekleed zijn in de voorgeschreven kleeding; dat zij die kleeding en
hunne ligging in ongeschonden en zindelijken staat houden en dat de
afgedragen of versleten stukken op den bepaalden tijd tegen nieuwe wor- —
den verwisseld. | Hij doet, zoo dikwijls hij dit noodig oordeelt, doch minstens eenmaal
‘sweeks, onderzoek of de verpleegden in het bezit zijn van de hun van _ landswege verstrekte voorwerpen,
Geen nieuwe kleeding of ligging mag worden verstrekt, dan na vooraf. gaande inlevering van de versletene of verantwoording van de vermiste. Art, 18, Geene bezoekers worden bij de veroordeelden toegelaten dan na ver- toon en afgifte aan den Directeur of zijn vervanger eener schriftelijke vergunning, van het Hoofd van plaatselijk bestuur. A Acht de behandelende geneesheer het op geneeskundige gronden niet’ ge- |
wenscht dat een lijder hezoek ontvangt, dan deelt hij dit mede aan den 3 _ Directeur, die daarvan bericht zendt aan het Hoofd van plaatselijk bestuur. —
De Directeur draagt zorg dat gewapende bezoekers bij den ingang van — het gesticht hunne wapens afleggen en is tevens bevoegd, desgeraden ach- tende, een onderzoek ‘aan den lijve te doen instellen of zij contrabande
bij zich hebben.
Hij doet de bezoekers steeds door den Opziener of een vertrouwd Man-
doer vergezellen, \ 4 _ Art. 19. Bezoekers worden alleen toegelaten van des voormiddags 8 tot —
11 ure en des namiddags tusschen 3 en 6 ure. ,
Behalve in geval van dringenden aard, zooals bij ernstige ongesteldheid, — mogen de veroordeelden alleen des Zondags bezoek ontvangen Art. 20, De Directeur waakt dat zonder zijne tusschenkomst geene voor —
RR rr AE PE TA td cr me y Ae i; “a : 123 4
¥ veroordeelden bestemde brieven of zaken de inrichting worden binaenge-
__ bracht, noch door of voor veroordeelden geschreven „brieven of van hen
_ afkomstige zaken de inrichting verlaten.
i Art. 21, Het is den Directeur en het overige personeel verboden, onder welk voorwendsel of welken naam ook, eenige betaling of geschenken te ont- _ vangen, of geld dan wel goederen in leen te nemen van in het gesticht ; opgenomen personen, hunne betrekkingen of vrienden, en evenmin van aannemers of levenanciers van henoodigdheden voor hel gesticht of van hunne gemachtigden.
| Art, 22. De Directeur geeft dagelijks, op aanvraag, aan den leveranzier … der voeding een schriftelijke opgave in duplo van het aantal personen, waar-
on voor het voedsel moet geleverd worden, en van de extra voeding, volgens opgave van den behandelenden geneesheer.
Van elke bon wordt een exemplaar door den Directeur bewaard en in
__ volgorde in maandelijksche bundels vereenigd.
Art. 23. De Directeur is gehouden mede toe te zien dat de voorwaar- den, waarop de voeding enz. der verpleegden, de verlichting der lokalen en de levering van andere benoodigdheden voor het gesticht, hetzij openbaar dan wel ondershands zijn uitbesteed, nauwgezel door de aannemers worden nagekomen.
| Bij niet nakoming der verplichtingen van de aannemers, doet hij daar- van mededeeling aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.
Een afschrift van bovenbedoelde voorwaarden wordt voor zoover zij betreffen den tijd, de hoeveelheid en hoedanigheid van de te leveren za- ken, de wijze van levering en de op verzuimen en nalatigheid van de aannemers gestelde straffen, aan den Directeur ter hand gesteld, en ligt steeds ter inzage van den behandelenden geneesheer,
Dg. behandelende geneesheer is te allen tijde bevoegd zich te over: tuigen van de hoedanigheid der voedingsmiddelen, zoowel rauw als toehe- teid. Ingeval hij meent daarop bemerking te moeten maken geeft hij hier- van kennis aan den Directeur en rapporteert aan den Eerstaanwezenden officier van gezondheid.
Art. 24. Bij de uitdeeling van het voedsel, de sirie of tabak en hij het leveren van alle benoodigdheden moet de Directeur tegenwoordig zijn.
Van de opmerkingen, die hij daarbij maakt, en van klachten over het sBeleverde, die hem ter vore komen, houdt hij aanteekening in zijn dag- rapport.
Art. 25. De Directeur zorgl voor goed toezicht op den arbeid der ver- oordeelden binnen het gesticht.
Hij doet alle werkzaamheden ten behoeve der inrichting zooveel moge- lijk verrichten door herstellende veroordeelden, daartoe door den behan- delenden geneesheer aangewezen,
Werkzaamheden, welke een gaan buiten het gesticht vorderen, als water- halen, reinigen van ‘nachttonnen en andere, doet hij onder toezicht ver- richten.
Art. 26. Veroordeelden, die naar het oordeel van den hehandelenden genees- heer hiertoe bekwaam zijn, kunnen voor tewerkstelling buiten de inrich- ling worden aangewezen. «
» ll hen een MD te eee ES en ee ee ek Cd LS rd TEN et ee oe er, ae En ERE: rs ea eijk. ta: Dn oR ; 124
| Art, 27. De werkuren en de aard van het te verrichten werk worden <
__deor het Hoofd van plaatselijk bestuur vastgesteld, in overleg met den —
Eerstaanwezenden officier van gezondheid,
“a Buiten dringende noodzakelijkheid mogen veroordeelden, behalve voor het
schoonhouden van het gesticht, niet tegen hunnen wil worden le werk ge- steld op Zondag, op den verjaardag der Koningin en den nieuwjaarsdag van hunnen landaard,
| Art. 28. De Directeur waakt. dat er goed toezicht is bij het vertrek der veroordeelden naar de plaatsen, waar zij arbeiden, en bij hunne lerug-
… komst van daar in het gesticht. :
Hij let er op dat zij op de vastgestelde uren verirekken en terugkeeren,
Telkens bij vertrek en terugkomst doet hij de Mandoers, nadat zij de veroordeelden in gelederen hebben geschaard, eene oproeping bij name hou-_ den van alle personen, die onder hun toezicht dien dag zullen arbeiden of gewerkt hebben, en houdt aanteekening van hun aantal.
Bij hunnen terugkeer worden zij, vóór zij zich naar hunne vertrekken begeven, aan den lijve onderzocht of zij verboden waren of zaken bij zich hebben.
Art. 29, De Directeur vestigt de aandacht van de Mandoers, met het toezicht op werkploegen belast, op hunne verplichting om te waken dat de veroordeelden gedurende den arbeid en terwijl zij naar het werk gaan of daarvan terugkeeren, zich stil en rustig gedragen en in geregelde orde gaan, zich niet van de arbeidsplaats verwijderen: den hun opgedragen arbeid zorgvuldig afwerken; voorts om zoo daartoe gelegenheid bestaat, van elke ontvluchting onmiddellijk kenuis te geven aan hel Hoofd van plaatselijk bestuur en in alles de hun gegeven bevelen stipt te gehoorzamen,
Hij wijst de Mandoers al verder op eene strenge inachtneming van rechl- — vaardigheid ten aanzien der verdeeling van de aan elken ploeg opgelegde — taak en ‘op de zorg die zij hebben te dragen dat iedere veroordeelde — zijn taak dagelijks afwerke. ;
Behalve in geval van overmacht zijn de Mandoers aansprakelijk voor ontvluchting en voor alle ongeregeldheden, welke door de veroordeelden, — zoolang deze onder hun toezicht staan, mochten worden gepleegd.
Art, 30. De Directeur ontvangt dagelijks van de Mandoers, met het toe- 7
: zicht op de te werk gestelde veroordeelden belast, na hunnen terugkeer — in het gesticht een mondeling rapport over het gedrag en de vlijt der,
_ veroordeelde arbeiders en over alle ongeregeldheden en bijzonderheden, welke dien dag zijn voorgevallen, en verneemt van hen welke veroor — „deelden de hun opgelegde taak niet of niet behoorlijk hebben afgewerkt.
Hij stell omtrent het medegedeelde een nader onderzoek in by de ar- beiders zelven en houdt van alles aanteekening in zijn dagrapport.
Wanneer na den dagelijkschen terugkeer in het gesticht, by de oproe- ping, bedoeld in artikel 28, een of meer hunner mocht blijken te ontbre- ken of hem bekend mocht worden dat één of meer’ hunner van het werk — is ontvlucht, doet de Directeur daarvan onverwijld mededeeling aan het
‚ Hoofd van plaatselijk bestuur, onverschillig of dit al dan niet reeds door de Mandoers heeft plaats gehad.
’ Art 31. De gereedschappen, benoodigd voor den arbeid, worden bij ver
125
trek uit het gesticht onder goed toezicht aan de veroordeelden ter hand |
gesteld en bij terugkomst weder ingeleverd, waarbij zij door of van wege
den Directeur in oogenschouw genomen worden.
; Van moedwillige beschadiging of vernieling of geheel ontbreken van cenig ;
gereedschap, houdt de Directeur aanteekening in zijn dagrapport, ten einde i
het Hoofd van plaatselijk bestuur zoo mogelijk aan den schuldige de ver- E goeding oplegge, onverminderd de hem wachtende straf.
Art. 32 De Directeur zorgt dat tegen ‘zonsondergang alle veroordeelden binnen de zalen zijn en de deuren alsdan behoudens buitengewone omstandig-
heden, tot den ochtend blijven gesloten. h
i Hij draagt bijzonder zorg dat geen andere lichten branden, dan die tot bewaking dienen.
: Art. 38. De Directeur houdt van de verpleegden nauwkeurige registers
Wi en dagelijksche sterktestaten aan volgens vastgestelde of nader vast te
; stellen modellen en houdt daarin aanteekening van alle mutatiën.
Hij draagt zorg voor de hem ter hand gestelde vonnissen van veroor deelden en waakt dat de opgaven in de registers daarmede geheel in over- eenstemming zijn,
Art, 34. De Directeur zorgt dat veroordeelden, wier straftijd is verstre- ken, op het bepaalde tijdstip in vrijheid worden gesteld. j
Hij waakt er voor dat de hem door den geneesheer als hersteld aan-
gewezen personen ten spoedigste het gesticht verlaten en de veroordeelden onder hen naar hunne nieuwe bestemming worden opgezonden.
; Dagelijks zendt hij aan het Hoofd van plaatselijk bestuur eene nomina- tieve opgave van de personen, die ontslagen moeten worden, cnder over- legging hunner papieren,
4 Komt door onvoorziene omstandigheden hierin verandering dan zendt hij
daarvan tusschentijds bericht.
Art. 35 Bij overlijden van in het gesticht opgenomen personen geeft de ~ | Directeur aanstonds kennis aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.
Lijken van. veroordeelden worden van bestuurswege ter aarde besteld,
Indien betrekkingen van eenen overleden veroordeelde hun verlangen te | kennen geven om diens lijk te begraven, kan het Hoofd van plaatselijk
bestuur dit hun daartoe afstaan, onder voorwaarde dat de begrafenis zon-
der eenige plechtigheid zal geschieden.
| Art 36. De Directeur is bewaarder van de gereedschappen „en goederen
| ten dienste van het gesticht of ten behoeve der verpleegden van lands-
| wege verstrekt.
| Hij houdt nauwkeurig boek van alle goederen, tot het gesticht hehoo- rende, welke onder de zoogenaamde inventaris goederen gerekend worden, met vermelding van afkeuringen en verstrekkingen.
. daarlijks dient hij van deze goederen en van den toestand, waarin zij _
3 zich bevinden, met vermelding van de plaats gehad hebbende rrutatiën
} een staal in aan het Hoofd van plaatselijk bestuur.
Zijn archief moet steeds in de beste orde zijn.
Art. 87. Eenmaal per maand zendt de Directeur door tusschenkomst
1 van het Hoofd van plaatselijk bestuur eene opgave ‘van noodig geoordeelde
ae ee Mer Dr rt BW a OP Se ag ae Ge ee PE EEN EL, | dan \ a herstellingen der gebouwen enz. aan den Eerstaanwezenden waterstuats-_ ambtenaar. : : Art. 38. In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, volgt de _ < Directeur de bevelen op van het Hoofd van plaatselijk bestuur. r | _ No. 4641. PLANTENTUIN, REGLEMENT, — Vaststelling van een nieuw | : reglement voor ‘s Lands Plantentuin te Buitenzorg, | Ter vervanging van het in Staatsblad 1868 no. 76a opgenomen regle- ment, dat hij artikel 1 van het besluit van 22 Mei 1890 no. 6 (Staats- blad no. 109) werd ingetrokken, is bij artikel 2 van hetzelfde besluit vastgesteld het navolgende: | REGLEMENT | voor | 'SLANDS PLANTENTUIN : te ; BUITENZORG. Art. 1. 'sLands Plantentuin te Buitenzorg is eene wetenschappelijke in- stelling, wier werkzaamheid ligt op kruidkundig gebied in den ruimsten omvang, in het belang van de Koloniën, van de botanische ‘nrichtingen in Nederland en van de wetenschap in het algemeen. — 3 | Art. 2. De inrichting bestaat uit de volgende Afdeelingen: I, Herbarium en Museum; I], Botanische Laboratoria: TM. Cultuurtuin en Agricultuur-Chemisch Laboratorium; IV. Pharmacologisch-Laboratorium (tijdelijk); V. Botanische tuin en bergluin (te Tjibodas): | VL Bureau, Bibliotheek en ‘Photographisch Atelier. | | Art, 3, Aan het hoofd van ‘sLands Plantentuin staat een directeur, | bij wien het beheer der inrichting en de leiding der zaken uitsluitend herus- ten, behoudens het administratief toezicht van het Departement van Onder- aq wijs, Eeredienst en Nijverheid, krachtens artikel 3 van het Koninklijk — besluit van 21 September 1866 no. 66 (Indisch Staatsblad no. 127). Hij waakt er voor dat de ontwikkeling der inrichting in hare verschil — lende afdeelingen gelijkmatig plaats hebbe en haar wetenschappelijk niveau steeds stijge. : Art. 4. De Directeur zorgt voor de uitbreiding der relatiën van de : inrichting, zoowel in als buiten den Oost-Indischen Archipel, bovenal door ruil van planten of plantaardige producten en door het verspreiden van zaden en stekken van nuttige gewassen binnen de Kolonie. : Hij waakt voor het nauwkeurig en geregeld verschijnen der verschil- lende van den tuin uitgaande publicaties, : ; Hij houdt in het oog dat 's Lands Plantentuin als wetenschappelijk mid. —
AT hete Uy A ae vee ch en A en eS oe ib a ee he Aid 127 a delpunl in Nederlandsch-Indië voor de kennis van het plantenrijk, de in- 4 richting dient te zijn, bij welke op dat gebied de Regeering en ook an- deren voorlichting kunnen inwinnen ten behoeve van de practijk.
- Hij streeft er naar, de inrichting eene eerste plaats te doen blijven __bekleeden onder de welenschappelijke stations voor het onderzoek der tro- ___pische flora. ° ® Het bezoeken van ‘s Lands Plantentuin door buiten de Kolonie gevestigde ___ natuuronderzoekers wordt derhalve zooveel mogelijk door hem aangewakkerd. — ä Art. 5. Is de Directeur om eenigerlei reden tijdelijk verhinderd de lei — ding der zaken hij de inrichting te voeren, zoo wordt hij daarin vervangen door den Adjunct-Directeur, 3 Art. 6 De Adjunet-Directeur is Chef der 1e afdeeling (Herbarium en Museum) en als zoodanig tevens belast met de determinatie der planten uit den botanischen tuin en uit den bergtuin. i" In het Herbarium dienen door zijne zorgen te worden geordend, bijge- houden en gedetermineerd: ‘ a a. een algemeen herbarium der Nederlandsch Oost-Indische Koloniën, te- — vens inhoudende het noodzakelijke vergelijkingsmateriaal uit andere landen; _ a 6, een tuin-herbarium. 4 Hel „algemeen herbarium” zal, behalve tot doorgaand wetenschappelijk nul voor ambtenaren en deskundige bezoekers van ‘s Lands Plantentuin, : dienen tot het leveren der grondslagen eener „Flora van Java", en, in een _ Meer verwijderd verschiet, ook van Flora's der Buitenbezittingen. 4 Het „tuin-herbarium” heeft te dienen, eensdeels als blijvend middel tot identificatie der namen van de aangekweekte planten, anderdeels als bron voor hei maken van een nieuwen catalogus der in 'sLands Plantentuin ___ aangewezige gewassen. a Hiertoe wordt één exemplaar van het ,,tuin-herbarium" afzonderlijk ge- __houden, terwijl een ander exemplaar in het „algemeen herbarium” wordt J vgeinsereerd, q Aan de zorgen van den Chef dezer afdeeling zijn tevens toevertrouwd: zi. een derde exemplaar van het „tuin-herbarium”, geplaatst in het groote ___ botanische laboratorium (het „botanisch station”), en een klein herbarium ___ der flora van Gedé en Pangerango, geplaatst in den bergtuin te Tjibodas. 4 In het museum worden bijgehouden en uitgebreid zorgvuldig cp naam 7 „gestelde botanische verzamelingen. a Deze technische verzamelingen bestaan uit monsters der prodnsten van a ‘in de Kolonie voorkomende, geculliveerde of te cultiveeren gewassen. 4 De Chef der afdeeling zal trachten zich op de hoogte te houden van > - 3 bijzonderheden, deze producten betreffende, ten einde gegevens voor het : verstrekken van nuttige inlichtingen te kunnen verschaffen. Eventueel dienen Europeesche volontairs ter assistentie van den Afdee- ; lings-chef, 5 Art. 7. De 2e afdeeling (Botanische Laboratoria) bestaat uit: ; ; a. de localiteit of localiteiten, waarin de wetenschappelijke bezoekers van den tuin tijdelijk werkzaam zijn (het „botanisch station”); 4 b. het laboratorium van den Chef der afdeeling, ° De werkzaamheden van den Afdeelings-chef bestaan in het onderzoek
EE „en : £ = Id 128 EN i! EE van levensvoorwaarden, bouw en ziekten der tropische cultuurgewassen. | Nem is de zorg opgedragen voor instrumenten, glaswerk en chemicaliën, i} … zieh in de localiteiten sub a en & genoemd bevindend. E Ii Voor zooverre hij daarbij met de bezoekers van het „botanisch station” }; in aanraking komt, wordt op zijne hulpvaardigheid ten aanzien van die — || bezoekers gerekend. ba | tf Art. 8 De Chef der Ille afdeeling (Cultuurtuin en agricultuurchemiseh | } 5 Laboratorium) is belast met het doen van agricultuur-chemische onder- — || zoekingen in den ruimsten zin, waartoe dus ook gerekend worden: __ 1 le. chemische onderzoekingen over den invloed van verbeteringen in de — i culluur en in de bereidingswijze der producten van reeds bekende tropische — | culluurgewassen ; il 20, onderzoekingen over producten en belangrijke zelfstandigheden uit i nieuwe cultuurplanten met uitzondering van geneeskrachtige gewassen. | | In den cultuurtuin worden in voldoende hoeveelheid die gewassen aan. — ‘gekweekt, van welke reeds bekend is, of met reden vermoed kan worden, | dat zij als tropische cultuurplanten belangrijk zijn, | Het doel dier aanplantingen is tweeledig: eensdeels om zooveel. moge- '} lijk zaden en stekken verkrijgbaar te stellen tot uitbreiding der teelt van i” nuttige gewassen in de Kolonie, anderdeels om gegevens over behande } lingswijze dier planten en harer producten te verstrekken. ; | Het terrein van den culluurtuin dient tevens tot het doen van cultuur _ i proeven in verband met de agricultuur-chemische onderzoekingen. Art. 9. Den Chef van het Pharmacologisch Laboratorium (een tijdelijke | afdeeling der inrichting uitmakende) is opgedragen: het doen van che- | Misch-pharmacologische onderzoekingen over de plantenstoffen van Neder- | landsch-Indië, in het bijzonder met het oog op hare beteekenis voor de geneeskunde, Bij zijn onderzoekingen staan hem de planten, in de verschillende tuinen — 4 gekweekt, zooveel mogelijk ten dienste, 3 4 Hij geeft den Chef der in artikel 8 vermelde Afdeeling alle sewenschte inlichtingen len bate der verzameling van pharmaceutische gewassen, in den cultuurtuin gekweekt. ef. q Telken jare wordt door dezen afdeelings-chef een omstandig rapport over zijne werkzaamheden opgemaakt. % Dit rapport wordt tijdig genoeg in het begin van elk jaar bij den Direc. teur ingediend, opdat deze het tegelijk met het jaarverslag over de ge- heele inrichting zal kunnen aanbieden, “= j Art. 10. De Hortulanus is Chef der Vae afdeeling (Botanische tuin en Bergtuin), = Als zoodanig is hij belast met de zorg voor de aanplantingen in beide | tuinen. F „Hoewel het wetenschappelijk karakter dezer afdeeling steeds geheel op _ den voorgrond moet treden, zal een zorgvuldig onderhoud van den Bota- ‘nischen tuin, met het Oog op zijne ligging te Buitenzorg, niet uit het __geg mogen worden verloren. Onder geen beding mag echter worden afgeweken van het aanplanten — der gewassen volgens hunne natuurlijke familiën, : ia EE ee ON PR ps Fp ene
129 ;
In de kweekerijen wordt ook rekening gehouden {met de inkomende aanvra- gen om sierheesters en boomen voor erven van Gouvernements gebouwen en an- dere openbare instellingen. :
Op grond der algemeene bepalingen, gemaakt bij artikel 13 van dit Regle- ment, mogen aan ‚particulieren geen sierplanten, van welken aard ook, worden verstrekt anders dan in ruil, na verkregen toestemming van den Directeur,
‘Bij de etiquetteering der planten jheeft de Chef dezer afdeeling zich geheel te gedragen naar de wenken, hem door den Chef der afdeeling „Herbarium en Museum” gegeven,
Met de grootste zorg zal er door hem voor worden gewaakt met alle daartoe aangewezen middelen, dat de planten hare juiste naamsaanwijzingen behouden.
Daar deze afdeeling in nauw en dagelijksch verband met alle| andere afdee- lingen der inrichting staat, wordt er op gerekend, dat vooral deze afdeelings-chef; door voortdurende samen- en medewerking met het overig personeel, zooveel mogelijk den bloei van 's Lands Plantentuin zal helpen bevorderen,
Art, 11, De drie onderdeelen der Vide Afdeeling, het Bureau, de Bibliotheek en het Photographisch Atelier (met de teekenkamers), staan onmiddellijk onder den Directeur,
In het Bureau is de administratie en correspondentie betreffende ’s Lands Plan- teutuin geheel gecentraliseerd,
Tevens worden er de Archieven bewaard en bijgehouden.
Alle brieven, ’s Lands Plantentuin en zijn werkkring, zoomede de werkzaam- heden bij de inrichting, op eenigerlei wijze rakende, zoowel de niet- officieele als de officieele, worden uitsluitend geteekend en verzonden door den Directeur,
Bij korte afwezigheid van den Directeur en van diens plaatsvervanger, kan de Commies-Bibliothecaris eenvoudige zaken van zuiver administratieven aard, door den Directeur te bepalen, behandelen,
In de Bihliotheek, welke geheel op de hoogte der wetenschap gehouden dient te worden, wordt bijzondere zorg aan de serién tijdschriften gewijd,
Het uitleenen van boeken buiten Buitenzorg is nadrukkelijk verboden,
f Alleen wordt den Directeur toegelaten hierop eene uitzondering te maken voor genootschappen of instellingen ter hoofdplaats Batavia,
| ee Teekenaar-photograaf heeft tot taak de reproductie van planten en planten-
_ deelen, zoomede andere bezigheden tot zijn vak behoorende, hem in het belang
, der inriehting door den Directeur opgedragen,
- Hij is bovendien belast met de opleiding van Inlandsche teekenaars en met het
toezicht op hun werk,
: Art, 12, In hijzondere gevallen kunnen andere werkzaamheden, dan die in de arti- kelen 6 tot en met 10 bedoeld, en strookende met het wetenschappelijk en maatschap- pelijk standpunt der afdeelings-chefs, dezen door den Directeur worden opgedragen.
Art, 13, Zonder toestemming van den Directeur mogen de ambtenaren en be- ambten, aan ’s Lands Plantentuin verbonden, geene planten, plantendeelen of voorwerpen, tot de verschillende collecties behoorende, afgeven zoomede geen ge- schriften uitgeven over den tuin of over zaken daarmede in verband staande, .
Verhandelingen of mededeelingen, de resultaten inhoudend van onderzoekingen, ingesteld door de ambtenaren, blijvend of tijdelijk aan de inriehting verbonden, worden in den regel openbaar gemaakt in de publicaties, van den tuin uitgaande,
i 9
. i 1807 4 ; _ Voor afwijkingen van dezen regel is in elk bijzonder geval de toestemming — van den Directeur noodig,
Art, 14, In het begin van elk kwartaal wordt door ieder afdeelings-chef den — “Directeur een beknopt rapport aangeboden over de werkzaamheden in de afge- loopen drie maanden in zijn afdeeling verricht, 3
Deze kwartaal-rapporten dienen den Directeur bij de samenstelling van het be-
__redeneerd jaarverslag over den staat der inrichting, in den aanvang van elk jaar _ door hem te dienen.
Art, 15, De Directeur van ’s. Lands Plantentuin dient alle verslagen en voor- stellen betreffende de inrichting in aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, Ten aanzien van andere onderwerpen is hij bevoegd rechtstreeks _
_ adviezen uit te brengen of in correspondentie te treden, -
- Art. 16, De Directeur bepaalt welke deelen der inriehting voor het publiek
toegankelijk zijn en treft daarbij de maatregelen voor het behoud van planten en —
andere collecties gewenscht.
No. 4642. EEREDIENST, — Beperking der bevoegdheid van Inlandseche — ambtenaren en hoofden ten opzichte van bemoeienis met uit- — oefening en verkondiging van eenigen godsdienst, dien zij niet zelf belijden, Gevallen waarin de bijzondere toelating, bedoeld — bij art, 123 van het Regeerings-Reglement, niet noodig is, — Kerbiediging van ieders recht op vrije belijdends zijner gods- dienstige gevoelens, *
BESLUIT,
No. 19, Buitenzorg, den 1 November 1889, :
Gelezen enz, ;
De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord:
Is goedgevonden en verstaan:
Eerstelijk, Te bepalen dat, wanneer de Inlandsche ambtenaren en hoofden ten —
„opzichte van de Inlandsche bevolking ter zake van uitoefening en verkondiging, 7
‚van eenigen godsdienst bemoeienis van het Bestuur noodig achten, zij, voor zoo- — ver zij niet zelf dien godsdienst belijden, niet bevoegd zijn zelfstandig maatre- — gelen te nemen of onderzoek in te stellen, maar zich hebben te bepalen tot ken- nisgeving en tot het vragen van bevelen aan het Europeesch Bestuur; "q
met dien verstande evenwel dat deze beperking alleen’ geldt voor de nitoefening — en verkondiging van den godsdienst, en zich niet(uitstrekt tot straf bare hande- lingen, in verband daarmede of ter gelegenheid daarvan begaan, noch tot de
_ gevallen dat de openbare rust en orde dreigen verstoord te worden, \
Ten tweede: Ten vervolge van artikel 3 van het besluit van 26 April 1886 no, 4/c (4), aan de hoofden van Gewestelijk Bestuur mede te deelen: dat de hij- zondere toelating, bedoeld bij artikel 123 van het Regeeringsreglement, niet noodig —
is voor in dienst der zending zijnde personen, die uitsluitend schoolonderwijs geven, ook al gaat dit gepaard met onderwijs in den godsdienst; noch voor hen, _
(!) Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Jndié no, 4225.
In herinnering gebracht bij Bb, no, 5604,
Pe 181 : q 4 die als leden der gemeente, bij ontstentenis van ecnen geestelijke, bij godsdienst Er oefeningen voorgaan, dan wel van hun geloof bij passende gelegenheden opeehig- : erlei wijze getuigenis willen geven, onafhankelijk van den zendeling: zoodat 6 deze personen dan ook niet, wegens hunne belijdenis, om het gemis eener he $ paalde toelating mogen worden lastig gevallen; : ; j met. opdracht niet alleen hiertegen te waken, maar ook te zorgen dat tot het A Christendom overgegane Inlanders niet deswege door hunne hoofden of dorps- F genoten worden gekweld; moetende eens ieders recht op de vrije belijdenis zijner godsdienstige gevoelens ten volle blijven geéerbiedigd, CIRCULAIRE Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera, No, 2540, , Buitenzorg, den 1 November 1889, ‘ Hoewel de bewoordingen van het besluit yan heden no, 19, waaruit ik de eer heb het voor Uw archief bestemd extract hiernevens ‘aan te bieden, bij aan- _. dachtige lezing geen twijfel omtrent de bedoeling toelaten, is het der Regeering | niet overbodig voorgekomen deze door het ondervolgende toe te lichten nu uit | Uwe aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur uitgebrachte adviezen nopens het denkbeeld om de bevoegdheid der Inlandsche hoofden met opzicht tot hunne ___ bemoeienis met de uitoefening en de verkondiging onder de Inlandsche bevolking | van den Christelijken godsdienst te beperken, blijkt dat aangaande de daarmede beoogde bescherming van andersdenkenden tegen plagerijen of kwellingen van | inlandsche hoofden niet geheel juiste opvattingen zijn ontstaan. Dit denkbeeld toeh, met uitbreiding tot alle godsdiensten, welke niet door de hoofden zelven worden beleden, en ter verduidelijking eenigszins nader omschreven, heeft zijne | uitdrukking gevonden in artikel 1 van het aangehaald besluit van heden, Wetwelk evenzeer gericht is tegen ongewenschte inmenging van Mohammedaansche In- landsche ambtenaren en hoofden met de Evangelie-prediking onder hunne onder- hoorigen, als van Christelijke hoofden, zooals b.v, in de residentie Amboina ge- vonden worden, met de verbreiding van den Islam. ij Het is bekend dat de Christelijke leer niet alleen door opzettelijke prediking van zendelingen, priesters en hunne helpers wordt verbreid, maar ook, en in be- langrijke mate, door leeken, leden der gemeente, die in kleineren kring gesprekken _ over den godsdienst houden, voorgaan bij oefeningen, die soms ook door volge- … lingen van een anderen eeredienst worden bijgewoond, godsdienstige boeken ver- spreiden, onderwijs geven, enz, En nagenoeg uitsluitend op deze wijze is het dat de Islam bij voortduring het getal zijner belijders in den Indischen Archipel ziet — toenemen. Met de hierbedoelde handelingen nu heeft het Bestuur, zoolang niets gebeurt in strijd met de wettelijke verordeningen of wel de openbare orde niet in gevaar wordt gebracht als hoofd van de potitie zich niet in te laten, Wel is aan het Bestuur uit anderen hoofde zekere bemoeienis met de verkondiging van den godsdienst opgedragen, maar blijkens de artikelen 123 en 124 van het Regeerings reglement is de niet twijfelachtige bedoeling van den wetgever dat deze bemoeienis aan de Inlandsche vorsten, regenten en hoofden slechts toekomt voor zooveel be- treft den godsdienst, dien elk hunner belijdt; terwijl de uitoefening van het Chris- tendom alleen aan het oppertoezicht van het Europeesch Bestuur is onderworpen, _ in zoover dit te beoordeelen heeft of de wijze, waarop de ChristenJeeraars, pries- — : i
8 182 t ters en zendelingen hun dienstwerk verrichten, voor de belangen van den staat, _ deshandhaving van rust en orde dus, schadelijk moet worden geacht.
Al moet worden erkend dat. althans in het laatstverloopen tijdperk, over het algemeen door het Europeesch en het Inlandsch Bestuur geene met deze begin- selen strijdige gedragslijn wordt gevolgd, toch is het herhaaldelijk voorgekomen dat Inlanders, die tot het Christendom waren overgegaan of daartoe neiging aan den dag legden, door Inlandsche hoofden werden opgeroepen om daarover inlieh- tingen te geven en zich zoodoende niet geringen overlast op den hals zagen ge- haald, Een paar bijzondere gevallen zullen hetgeen als zoodanige ongeoorloofde _ inmenging is aan te merken nader kenschetsen, Enkele jaren geleden begaf een zendeling zich naar eene op eenigen afstand van zijne woonplaats gelegen dessa — en hield met sommige bewoners gesprekken over de Christelijke leer, terwijl hij bij zijn vertrek een godsdienstig boekje achterliet, Hierin vonden de Inlandsche hoofden termen om een voorloopig onderzoek in de dessa in te stellen naar het- geen de zendeling verteld had en het boekje met den Inlander, in wiens bezit het gevonden was, aun den wedono op te zenden, waarop de zaak aan het hoofd j van Plaatselijk Bestuur gerapporteerd werd. In hoever dit laatste goed handelde met een nader onderzoek te gelasten, waardoor op de bevolking opnieuw een voor de Evangelieverkondiging ver van gunstige indruk werd teweeg gebracht, kan hier buiten bespreking blijven, als niet tot de bemoeienis van Inlandsche hoofden met de verkondiging eener niet door hen beleden leer betrekking hebbende,
Een andermaal gebeurde het dat een Christen-Inlander in een naburige dessa een nacht doorbracht en des avonds in het huis, waar hij logeerde, met een kleinen kring gesprekken hield over Christendom. Het Inlandsch Bestuur meende zieh daarmede te moeten bemoeien en het gevolg was, dat het geheele gezelschap naar de hoofdplaats werd opgezonden en eerst na verhoord te zijn door verschil- lende Inlandsche ambtenaren, waarvan één zich veroorloofde den man om zijne overtuiging te bespotten, en na kennisneming van de zaak door den politierechter, vergunning kreeg om naar huis te gaan, Hadden de hierbedoelde Inlanders ge- — handeld tegen eenige bepaling b.v. op het reizen of op het herbergen van yreem- delingen, dan zouden natuurlijk de hoofden, als belast met de handhaving der politie, volkomen gerechtigd zijn geweest tot het door hen ingesteld onderzoek; maar enkel de omstandigheid dat de Christelijke leer het onderwerp van hunne — gesprekken was geweest, had aan de Inlandsche hoofden geen reden mogen geven — om hen door oproeping te kwellen. 4
Een ander Inlandseh Christen eindelijk, die eene school had geopend, werd tot, drie malen toe genoodzaakt zijn werk cenige dagen te verzuimen om aan het districtshoofd over zijne bedoelingen inlichting te geven, Had deze man voorge. — schreven formaliteiten verwaarloosd, dan had het Inlandsch Bestuur hem daarvoor — moeten bestraffen of vervolgen, maar aangezien hiervan in het onderwerpelijk ge- — val niet blijkt, kan in de herhaalde oproepingen slechts eene ambtelijke plagerij — worden gezien, die in geenen deele mag worden geduld,
Ten einde de bij artikel 1 van het besluit van heden no, 19 genomen beschik- — king naar behooren te doen naleven, en tevens te voorkomen dat zij aanleiding geve tot verkeerde opvattingen omtrent de bedoelingen, welke bij hare uitvaardi- ging hebben voorgezeten, wenscht de Regeering dat de Residenten en de Assistent- residenten op een der maandelijksche bijeenkomsten met den Regent en de In- landsche ambtenaren, en de Controleurs bij het Binnenlandsch Bestuur op een
j ed J rs 4 133 3 | , der maandelijksche bijeenkomsten met de ambtenaren van het distrietsbestuur en ; de dessähoofden, daarvan mededeeling doen, onder omstandige toelichting van den | zin der bepaling en van hetgeen de Regeering bewoog haar vast te stellen. ; Ingevolge eene daartoe van den Gouverneur-Generaal ontvangen opdracht heb ik mitsdien de eer UHEdG, te verzoeken, voor een en ander het noodige te wil- len verrichten, e De 1e Gouvernements Secretaris, SWEERTS. No. 4643, EEREDIENST, PROTESTANTSCHE KERK. — Wijziging der % standplaats van den Hulpprediker op de Aroe-eilanden, Bij besluit van 12 Juli 1889 no, 63 is. met wijziging in zoover van het besluit van 20 Maart 1888 no. 10 (Bijblad no, 4283), bepaald dat in de residentie : Amboina in plaats van te Wanggil de Hulpprediker ten dienste der Inlandsche Christengemeente op de Aroe-cilanden zal gevestigd zijn te Doerdjela, : 4 No. 1644. EEREDIENST. — Wijziging in de standplaatsen der Predikan- | ; ten in Nederlandsch-Indié, G. B, 27 Juli 1889 No, 17 art. 1, Vervallen door Bijblad no. 5000, gewijzigd ? bij Bijblad no, 5299, No. 4645. EEREDIENST, — Dienstwerk van den predikant bij de pro- | festantsche gemeente te Meester-Cornelis, | 1 ' s Met wijziging in zoover van § II van het besluit van 27 April no, 2/¢ (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië no, 4395), is bij besluit van4Juli1g90 no, 9 bepaald dat tot het dienstwerk van den predikant bij de protestantsche ge- | meente te Meester-Cornelis, boven en behalve de herderlijke zorg voor die ge- i, meente, behoort de dienst in de gemeente Tangerang (residentie Batavia) en in de | gemeenten der residentién Bantam en Krawang vier malen ’s jaars, | No. 4646. VACCINE. — Wijzigingen in de regel der vaccine, Opdrachten | aan de vaccinateurs, welke met hunnen werkkring nietin recht. streeksch verband staan. i}
- CIRCULAIRE aan de Hoofden van gewestelijk bestuur in Nederlandsch-Indié, | uitgezonderd die van Soerakarta en Djokjakarta, | No. 4596, Batavia, 6 Mei 1891, | Het is meermalen voorgekomen, dat een Hoofd van Gewestelijk Bestuur, zon- | der daartoe vooraf machtiging gevraagd en verkregen te hebben, wijziging bracht | in de regeling der vaccine binnen zijn gewest. | Aangezien dit een richtige contrôle op de vaccine zeer bemoeielijkt, heb ikde | eer UHEdG, te verzoeken alle voorstellen betreffende de regeling der vaccine ‘ binnen Uw gewest ingevolge het bepaalde bij de artikelen 9 en 10 yan Bijblad 1 no. 3860 aan mij te willen doen toekomen door-tusschenkomst van den Chef | over den Geneeskundigen Dienst, vergezeld van den betrokken Dirigeerenden of | MEA
ee:
\ 134
_Ferstaanwezenden Officier van Gezondheid en zoo mogelijk ook van kampoengsta-
_ ten en straalkaarten (Bijblad no, 1230), be
___Van deze gelegenheid maak ik gebruik UHEdG, wit te noodigen toe te zien, dat
_ aan de in Uw gewest bescheiden vaceinateurs geen andere opdrachten worden ge-
_ aan, dan die, welke met hunnen werkkring in rechistreeksch verband staan.
4 Onlangs heeft namelijk een Resident aan een vaceinateur bevoegdheid verleend
om in zijn vrijen tijd opiumdelicten op te sporen en die aan te geven, ; ;
Het ligt voor de hand, dat zulke bezigheden tot verwaarloozing van de belan- gen der vaccine aanleiding geven. : t
" De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, :
: VAN DER KEMP. ;
No. 4647. ONDERWIJS, — Opgaaf Betreffende het onderwijzend perso. — neel hij Europeesche en Inlandsche lagere scholen,
Bij circulaire van den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid van 11 December 1890 no, 11808 is aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in Nederlandsch-Indié, als voorzitters der Europeesche en Inlandsche schooleommis- _ siën in hunne gewesten, verzocht, den hoofdonderwijzers der openbare lagere schoten op te dragen, voortaan in de kolom Toelichtingen van den Leerlingen- staat (La B) te vermelden, hoe groot het onderwijzend personeel hunner school is en, voor zooverre Inlandsche scholen betreft, of de hoofdonderwijzer wordt bijgestaan door candidaaat-onderwijzers dan wel gewone hulponderwijzers,
No. 4648. EXAMENS. MIJNWEZEN, — Gelegenheid tot het afleggen van het eramen voor opziener der eerste of tweede klasse van de mijnen en voor boormeester der eerste klasse bij het grondpeil-
‘ wezen, f
BESLUIT. —
No, 5. Buitenzorg, den 7 Augustus 1890, ;
Gelezen, enz,:
De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; ;
Is goedgevonden en verstaan : i :
Te bepalen dat artikel 2 der „Bepalingen omtrent het afnemen der examens voor de betrekkingen van opziener der eerste en tweede klasse van de mijnen en van boormeester der eerste klasse bij het grondpeilwezen”, vastgesteld bij ar- tikel 1 van het besluit van 9 Maart 1880 no. 9 (Bijblad op het Staatsblad van — NT. no, 3536), wordt gelezen als volgt:
„Tot het afleggen der in dit reglement bedoelde examens wordt door den Direc- teur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid naar gelang van behoefte, te Ba- tavia gelegenheid gegeven.” ;
»Deze examens kunnen ook elders dan te Batavia worden afgenomen, mits er de samenstelling der commissie van examinatie mogelijk zij.”
Afschrift, enz, 4
hae a SULA LER We ee ONE eee MEER | Eee Tei ee ee de ly Bark >. aa ; 135 : ee af ; NE «No. 4649. GEZONDHEIDS-ETABLISSEMENTEN. BINNENLANDSCHE ie 52 VERLOVEN. — Opneming van landsdienaren als Gouvers — os nements lijders in de van Gouvernementswege gesubsidieerde ak gezondheidsetablissementen, ' = : ; Ke: Ingetrokken bij Bijblad no. 6254, ___No. 4650. ZOUTTRANSPORT, FORCE MAJEURE, — Onderzoek naar — i het bestaan van force majeure, ingeval aannemers van zoul- ;. transporten zich daarop beroepen, E: CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, ‘ No, 429, Batavia, 16 Januari 1890, ] 3 In de meeste gevallen dat aannemers van zee- of reedetransport van zout zich 8 op force-majeure beroepen, moet dezerzijds een nader onderzoek worden uitgelokt, : omdat de voorgebrachte stukken geen bewijzen opleveren dat het verlies der B: lading of een gedeelte daarvan aan overmacht is toe te schrijven. ‘ if Naar aanleiding daarvan zij het mij vergund het volgende onder de aandacht — Ee te brengen. Ì Vrij algemeen schijnt men van oordeel, dat zeerampen volkomen bewezen wor- / den door verklarigen onder eede afgelegd voor eenen havenmeester door de — : bernanning van prauwen, welke gezegd worden door storm te gronde gegaan of 4 althans in meerdere of mindere mate beschadigd te zijn, a 7 7 Men verliest hierbij uit het oog, dat de voorschriften omtrent zeeverklaringen — q in art, 384 in verband met art, 386 W. v. K, volgens art, 748 ibid, niet toepas- ; selijk zijn op Inlandsche schepen en vaartuigen van welken aard ook, nietopde — Europeesche wijze getuigd en enkel van jaarpassen voorzien, en evenmin op an- 4 dere sehepen en vaartuigen, welke uitsluitend de rivieren en binnenwateren j
- bevaren.
Men heeft hier te doen met een exceptioneel bewijsmiddel waardoor tegenover derden het belang gestaafd wordt van hem, in wiens dienst de verklaring-afleg- gende personen zieh bevinden. |
Alleen te verdedigen uit een oogpunt van noodzakelijkheid, daar men zich van voorvallen op zee uiterst zelden op andere wijze bewijs kan verschaffen dan door
: verklaringen van hen die zich aan boord van het betrokken schip bevinden | vermag aan zeeverklaringen geen gewicht te worden gehecht buiten de grenzen _ door de wet gesteld, :
Hoewel administratieve beslissingen als die betreffende force-majeure niet noodzakelijk beheerscht worden door het Wetboek van Koophandel, is het toch wenschelijk met voormelde wetsbepaling rekening te houden omdat de korte — afstand van de kust waarop gewoonlijk de zoutprauwen door storm overvallen — worden het mogelijk maakt de aangerichte schade op andere wijze te consta-
] teeren,
De betrekkelijk geringe waarde van. prauwen na langdurig gebruik in aan- — merking genomen, tegenover de zeer belangrijke verkoopwaarde van zout, is de _ mogelijkheid niet uitgesloten, dat van de omstandigheid dat de zee onstuimig is
= ad sete EE MEE 7 186 gebruik wordt gemaakt om het ingeladen zont geheel of gedeeltelijk ten eigen — date over te brengen in een ander vaartuig en de geledigde prauw ver volgens _ te doen zinken of na beschadiging aan land te brengen, dan wel voor te geven — dat het zout door de overslaande golven geslonken of weggespoeld is, Om dergelijke praktijken te verijdelen behoort naar het bestaan der feiten, — waarop de beweerde force-majeure gegrond wordt, telkens zoo spoedig en zoo — _ hauwkeurig mogelijk onderzoek te worden gedaan, 8 Tal van omstandigheden, welke niet alle te voorzien zijn, verdienen hierbij de aandacht, Zoo komen bijvoorbeeld in aanmerking het afzonderlijk hooren der — _ bemanning, het inwinnen van bericht bij de aan zee wonende personen, die ge- — _ tuigen kunnen zijn geweest van hetgeen gezegd wordt op zee te zijn voorgeval- len of de landing mochten hebben bijgewoond, het nauwkeurig constateeren van de wijze waarop de pranw beschadigd is, alsmede van den toestand der zout- _ _ zakken, het nagaan of ter plaatse dan wel elders clandestien zout is aangebracht, _ enz, 4 | Voor eerlijke transport-aannemers levert dergelijk nauwgezet onderzoek geen | bezwaar op, terwijl zij zeker ook in eigen belang zullen willen medewerken door zorg te dragen dat bij voorkomende beschadiging of verlies ten gevolge van | zeerampen, oumiddelijk nadat daartoe de mogelijkheid bestaat, mededeeling wordt _ gedaan aan de Europeesche of Inlandsche autoriteit die het spoedigst te bereiken is, Aan deze ware dan 'de verplichting op té leggen het bericht onverwijld ter ; kennis te doen komen van het hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur, 4 Wordt hierop het onderzoek door laatstgenoemde ambtenaren zooveel mogelijk _ Persoonlijk gehouden, dan is de veronderstelling niet gewaagd, dat de mogelijk. heid om fraude té plegen belangrijk verminderd wordt, Ik heb de eer UHEAG, te verzoeken de noodige bevelen te willen geven op- 1 dat bij voorkomende gelegenheid de gegeven wenken in acht genomen worden. De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, VAN DER KEMP, No. 4651. ZOUTTRANSPORT. — Uiteenzetting van de verplichtigen der aan- : nemers in zake de ontvangst of aflevering van zout en de ; wijze van meting, CIRCULAIRE aan de hoofden van gewestelijk bestuur, No, 909, Batavia, 30 Januari 1890, Bij het zouttransport ontstaat nu en dan verschil van gevoelen over de ver- plichtingen van aannemers in zake de ontvangst of aflevering van zout en de wijze van meting. Ik heb de eer hieronder eenige aanwijzingen te doen volgen, als toelichting van hetgeen in de bestaande overeenkomsten of in de voorschriften tot twijfel aanleiding zou kunnen geven. $ 1, Wijze van ontvangst en aflevering. Als regel bepalen de gesloten overeen- komsten, dat de aannemer het zout binnen de pakhuizen ter plaatse van afzen- ding in de maat ontvangt en dat het hem wordt toegemeten met pikolmaten, waarvan er dertig in één koijang gaan,
5 . . ; r * _____Behoudens de toegestane spillagepercenten, is de aannemer verplicht het aldus
- ten vervoer ontvangen zout ook op dezelfde wijze, tot dezelfde maat en in den- __zelfden staat ter plaatse van bestemming af te leveren,
§ 2, Opschuring, Met het opschuren van zout in de vakken of pakhuizen heb-
ben aannemers geenerlei bemoeienis: slechts in zeer enkele gevallen worden ook
x _ die werkzaamheden in de bedingen der overeenkomst begrepen:
4 : a, voor rekening van de pakhuismeesters, wanneer deze overeenkomstig art, 1
- in Staatsblad 1857 no, 2 of volgens Staatsblad 1857 no, 45 hezoldigd worden
door uitkeering van pikolgelden voor verkocht en doorgevoerd zout, Die inkom-
sten strekken namelijk tevens ter bestrijding van uitgaven voor ondergeschikt
personeel; 9
| b, voor rekening van den lande, op al die plaatsen, waar aan de pakhuismees- ters vaste inkomsten zijn toegekend. Daar, wordt de arbeid van het opschuren verricht, hetzij door de bij het pakhuis aangestelde vaste bedienden, hetzij door aanwerving van koelies telkens bij ontvangst van groote hoeveelheden zout. Het laatste geschiedt krachtens Staatsblad 1888 no, 106 bij voorkeur in eigen beheer van wege de pakhuisadministratie, die uit ’s lands kas voorschotten voor koelie- loonen ontvangt, :
§ 3. dard der werkzaamheden bij de aflevering. Uit het aangeteekend onder § 1 vloeit voort dat de aannemer het ten vervoer ontvangen zout binnen het pakhuis moet afleveren en dat hij het ook daar weder met pikolmaten doet uitmeten, De werkzaamheden zijn derhalve eerst dan beëindigd, wanneer al het zout op die wijze in de maten van het pakhuis is afgeleverd,
De plaats van aflevering zal zich moeten regelen naar de beschikbare ruimte in het pakhuis, waar de maten kunnen worden geplaatst, Bij voorkeur geschiede
_ het meten in of nabij de vakken, die gevuld worden, De aannemer is gehéuden zich dienaangaande naar de aanwijzingen van den pakhuismeester te schikken,
In sommige transportovereenkomsten is sprake van het verrichten der „verdere met de ontvangst van zout in direct verband staande werkzaamheden,” Die be- woordingen hebben niet bepaaldelijk de strekking om de verplichtingen van den Aannemer uit te breiden; ook hier blijft het opschuren van afgeleverd zout uit- gesloten. De bedoeling is slechts, bij voorkomende gevallen zekere latirude tot handelen tegen,
S 4, Meting, Voorschriften omtrent het meten van zout zijn opgenomen in het Staatsblad 1829 no, 77 en onder no, 1622 van het Bijblad,
In het bijzonder zij de aandacht gevestigd op de regelen voor het vullen van ‘maten, inhoudende dat het zout rechtstandig over de brug in het midden van de — maat wordt gestort, Daarvan pleegt men wel eens af te wijken, in dien zin dat maten die nagenoeg vol zijn, verder langs den binnenwand cirkelvormig worden Aangevuld, Waar zulks ten onrechte nog gebruikelijk macht zijn, verwacht ik dat in het vervolg de voorgeschreven wijze van meting stipt zal worden nage- komen.
Ten slotte breng ik nog in herinnering dat zoutverkooppakhuismeesters ver- plicht zijn, bet zout van de transportaannemers in ontvangst te nemen, zoolang de pakhuizen geopend zijn (zie Bijblad no. 4025), Dit zelfde zal uit den aard der zaak ook moeten gelden ten danzien van doorvoerpakhuismeesters.
De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en N ijverheid, VAN DER KEMP. -
| 138 ; No. 4652. SPILLAGIEN, — Aanvulling van artikel 1 van het besluit van L j 12 November 1882 no, 3, houdende wijziging van het regle- ment op de — (Tin), BESLUIT, ; No, 18. : Buitenzorg, 26 Juni 1889, — Gelezen, enz.; ; | De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; , Gelet, enz; : k Is goedgevonden en verstaan: 4 Te bepalen dat de eerste alinea van artikel 1 van het besluit van 12 Novem- — ber 1882 no, 3 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié no. 3872) wordt — _ aangevuld met de volgende zinsnede: : „Zullende, wanneer dit den Gouverneur-Generaal wenschelijk voorkomt, de — voor een bepaald jaar vastgestelde prijs tusschentijds kunnen worden gewijzigd,” — Afschrilt, enz. Volgens Bijblad no, 6267 zal de vaststelling van dien prijs voortaan geschieden door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, No. 4653. HEERENDIENSTEN. REMBANG,—Bij artikel 2 van het besluit van 10 December 1891 no. 3 zijn vastgesteld de navolgende, — VOORSCHRIFTEN ter uitvoering yan de ordonnantie tot regeling der hee- rendiensten in de residentie Rembang (Staatsblad 1891 no. 247). P : Vervallen door Staatsblad 1896 No. 260 en Bijblad no, 5165. No. 4654. HEERENDIENSTEN, KRAWANG,—JBjj artikel 2 van het besluit van 15 December 1891 no. 6 zijn vastgesteld de navolgende: _ VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ‘ordonnantie tot regeling der hee- rendiensten in de residentie Krawang (Staatsblad 1891 no. 249). Vervallen door Staatsblad 1896 No. 261 en Bijblad no. 5197. No. 4655. HEERENDIENSTEN, PREANGER-REGENTSCHAPPEN, — Bij artikel 2 van ket besluit van 24 December 1891 no. 3 zijn vastgesteld de navolgende. VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heeren-. diensten in de residentie Preanger-Regentschappen (Staatsblad 1891 no. 268). Vervallen door Staatsblad 1896 No. 264 en Bijblad no. 5199. No. 4656. HEERENDIENSTEN, PREANGER-REGENTSCHAPPEN. — WERKREGELING,— Aan de Inlandsche hoofden in de Preanger — Regentschappen, ook de dessahoofden, is eene in de Sven- z dasche taal opgestelde Werkregeling betreffende de Heeren- diensten uitgereikt ('), waarvan de vertaling hieronder volgt, WERKREGELING voor den Heerendienst in de Preanger-Regentschappen. j Art. 1. Met het doel om den heerendienst zoo min mogelijk drukkend te doen (1) Vgl. het besluit van 17 Februari 1892 no. 8. :
j 3 139 a zijn voor de heerendienstplichtigen; om verder eene billijke verdeeling der diensten __ te doen plaats vinden en de heerendienstplichtigen zooveel doenlijk zekerheid — k te geven wat betreft de taak, die op ieder hunner rust en den tijd, waarin het — _ werk moet of kan gedaan worden, om zóo schikkingen onder de heerendienst-
: plichtingen onderling en dienstvervanging gemakkelijk te maken, — wordt eene
____mieuwe regeling van het werk ingevoerd, welke hieronder is beschreven. ;
. Art. 2. Elke heerendienstplichtige krijgt naar gelang van den graad van zijn
___heerendienstplichtigheid een vast aandeel aan weg of waterleiding (dibandakeun)
dat hij in orde moet houden.
Is dit aandeel in orde, dan behoeft hij niet uit te komen.
Art. 3, Elke heerendienstplichtige krijgt verder. zoo dit maar eenigszins mo-
_ gelijk is, slechts één soort heerendienst (misahgawe).
Art. 4. Onder toezicht van het bestuur wordt door het dessabestunr, in overleg met de heerendienstplichtigen, bepaald de verdeeling in klassen, in verband”
_ met de uitgestrektheid en soort van ieders grondbezit en wordt van den aange- nomen maatstaf aanteekening gehouden.
Art. 5, Daarna wordt in iedere dessa opgemaakt een register van de grond-
_ bezitters overeenkomstig model letter C., waarin tevens wordt bekend gesteld in welke klasse men wordt aangeslagen en verder de vrijstellingen met vermel- ding van de reden.
Art. 6. Nadat is nitgemaakt hoeveel heerendienstplichtigen er beschikbaar zijn,
wordt door het dessabestuur in overleg met de heerendienstplichtigen uitgemaakt hoeveel heerendienstplichtigen voor ieder soort werk zullen worden anngewezen, ©
| Art. 7. Wijders wordt mede in, overleg met de heerendienstplichtigen door ~
- het dessa bestuur uitgemaakt hoe groot het aandeel in weg of slokan gal zijn voor elke soort of klasse van heerendienstplichtigen en als dit geschied is, wordt overgegaan tot de individueele indeeling en ieders aandeel aangeduid door een | riviersteen, die in den dijk wordt vastgezet en waarop het doorloopend num- mer in teer, register DI,
Art. 8. Bij Buitengewoon onderhoud (begrinden) komt elke heerendienstplichtige uit voor zijn aandeel, dan wel diens plaatsvervanger (boedjang, koeli).
Art. 9. Om het den heerendienstplichtigen gemakkelijk té maken en te voor- komen, dat telkens alle heerendienstplichtigen uitkomen, al is het slechts voor een uur of minder of tot herstel van eene onbelangrijke schade, wordt aan de | heerendienstplichtigen toegestaan, om voor elke kampong of zoo zij dit verkie- |
„ Zen voor enkele kampongs een groep (golongan) te wormen en verder elke groep i te verdeelen in zooveel gilirans, als zij het doelmatigst vinden, welke: gilirans naar beurtregeling uitkomen voor het gewone onderhoud (kleine herstellingen) van de aandeelen van de heele groep. |
Zoodoende behoeft men niet telkens uit te komen als er iets aan zijn aandeel niet in orde is en houden de lieden meer tijd over om hun velden te bewerken of op andere wijze wat geld te gaan verdienen.
Art. 10. Elke giliran is voor één maand verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van al de aandeelen der geheele grocp. Zij geeft het werk in goeden staat over aan de volgende giliran en ontstaat hierover kwestie, dan beslist het dessahoofd,
Bij het maken der gilirans wordt, zoo de heerendienstplichtigen dit verlangen, | rekening gehouden met de klassen, ;
7
Fi q
; 140
Art. 11, Is men in de dessa, wat betreft de groepen en gilirans, tot overeen- stemming gekomen, dan legt de loerah een register aan volgens model La Dit, —
Art. 12. Ten einde het aan het dessabestuur en de heerendienstplichtigen ge-
makkelijk te maken, wordt slechts eens in de maand gerapporteerd en wel wan-
neer het gewoon onderhoud betreft, alleen door degenen, wier giliran aan de beurt — is; en om verder juiste opgaven te verkrijgen van de heerendienstplichtigen heeft elk een bamboezen kerfstokje (girik), waarop zijn nummer is gekrast,
Elke keer dat: hij uitkomt, krast hij daarop een dwarsstreepje en aan het
einde der maand rapporteert hij aan den dessaschrijver of het onderdessahoofd,
_ die na aanteekening in het register DU de geboekte schrapjes doorhaalt. Wordt — een heerendienstplichtige door ziekte of dringend werk verhinderd zelf te rap- —
_ porteeren, dan kan hij zijn kerfstok aan een zijner makkers medegeven.
| Art. 13. Eens in de maand rapporteert de Loerah aan den Wedana of Tjamat het totaal keeren van opkomst voor elke soort heerendienst en de Wedana ver- der aan den Regent.
Art. 14, Op door het bestaur vast te stellen dagen, b.v, eens in dé week of om de twee, drie, vier weken en verder wanneer zij denken dat dit noodig is, b.v. na bijzonder hevigen regen of bandjir, gaat het dessahoofd of wie der leden
van het dessabestuur er verder voor zijn aangewezen, na of wegen en waterlei- dingen in orde zijn,
Vinden zij dat er gewone herstellingen noodig zijn, dan geven zij daarvan ken-
_ his aan de betrokken aandeelhebbers of aan hen, die de beurt hebben en over-
i) tuigen zich, zoo noodig, of het werk goed is uitgevoerd,
Kxpresselijk wordt hier aangeteekend, dat het op vaste tijden nazien van weg — of waterleiding niet moet ten gevolge hebben, dat men op die dagen volk laat
_ Witkomen, noodig of niet, en evenmin mogen de hoofden, als er een hoog amb- _ tenaar of hoofd komt inspecteeren of zal passeeren, volk oproepen, om aan den weg te werken, als zulks niet bepaald noodig is en dus alleen maar om van hun ijver te doen blijken.
Door een en ander toeh worden de bedoelingen der Regeering om de heeren- diensten tot een minimum terug te brengen, verijdeld en wordt de bevolking
__noodeloós van haar eigen werk afgehouden. ; | Art, 15, De Wedana's en Tjamat's zorgen dat de hiervoren genoemde regelin- gen behoorlijk tot uitvoering-komen, Zij gaan daarbij met bezadigdheid te werk en maken den kleinen man in de * eerste plaats goed duidelijk, dat het streven van het bestuur geen ander is, dan ,— _ oor goede en practische regeling van het heerendienstwerk een billijke verdee- 5 ' ling der diensten te bevorderen en wijders die diensten zoo min drukkend mo- 4 gelijk te doen zijn, opdat de tjatjah's veel tijd overhonden om hun bouwvelden : goed te kunnen bewerken of wel op andere wijze geld te verdienen.
Art. 16. Zij zorgen ook, dat sommige loerahs niet uit sleurgeest eene goede regeling, door de tjatjahs te maken, tegenwerken: en mocht terechtwijzing in : deze niet helpen, dan berichten zij aan den Regent.
Art, 17. Zij overtuigen zich van tijd tot tijd of de wegen en leidingen goed in orde zijn en ook de wachtdiensten goed marcheeren en waken er voor, dat toch vooral geen onnoodig werk van de heerendienstplichtigen wordt gevorderd. —
_ Waar nog misverstand heerscht, trachten zij dit door leering uit den weg te ruimen en om goed op de hoogte te komen, vragen zij nu en dan, op tournée SS ie edele TEER = 2
ä
444 zijnde, aan de tjatjahs, waarmede zij in contact komen en zonder bepaald de lieden daarvoor op te roepen en van hun werk aftehouden, -hoe het heerendienst- werk gaat of de lieden met de bestaande regeling tevreden zijn,
| Art, 18. Zij richten nu en dan hun tournées zóo in, dat zij nu in deze dan in gene desa komen tijdens de maandelijksche desakoempoelan aldaar, als wan-
y neer zij een zeer geschikte gelegenheid hebben om zich te overtuigen of alles
» goed gaat, of de heerendienstplichtigen behoorlijk aanteekening houden van elke
_ keer dat zij uitkomen en daarvan behoorlijk wordt boekgehouden in regis-
ter DIE,
Art. 19, Zij houden in een afzonderlijk boekje aanteekening van al hetgeen hun belangrijks in zake heerendienst op hun tournée is gebieken; niet alleen om op de koempoelan ter hoofdplaats verslag te doen, maar ook met het doel dat zij zelve goed op de hoogte komen en blijven van den toestand, zooals hij in de verschillende desa’s is.
Art. 20, Opdat de heerendienstplichtigen weten wat bij gewoon onderhoud van hen gevorderd wordt en zij dit zooveel mogelijk uit eigen beweging en niet steeds op vermaning der hoofden doen, wordt hier aangeteekend, dat daaronder wordt verstaan :
I. bij de wegen: a, het diehten met behoorlijk materiaal (toemboel-tambal) van oneffenheden of _
gaten in den weg;
b. het inorde maken van verstopte goten langs den weg; ?
€, het korthouden van het gras op die gedeelten, welke groen worden gehou- 4 den; echter zonder dat hierin door de hoofden worde overdreven;
d. het in orde houden der dijkjes langs den wey, waarbij de hoofden zich —
: mede voor overdrijving moeten hoeden;
Il. bij de leidingen: 3 |
Het uit den weg ruimen van kleine versperringen en het in orde maken van lekken of gaten in dammen of dijken, ‘ia
Art, 21. Onder /uitengewoon onderhoud wordt verstaan het begrinden der wegen, waartoe, zoo het noodig is, last wordt gegeven door het bestuur en ’ waarbij evenzoo in het oog moet worden gehouden, dat geen zwaarder werk gevorderd wordt, dan voor het behoorlijk bruikbaar zijn van den weg bepaald _ noodig is, ul |
Op zoogenaamde graswegen wordt alleen dáár begrind, waar zulks op —
. modderige of steile gedeelten bepaald noodig is om den weg in begaanbaren of — in berijdbaren staat te houden, .
Art, 22, Als er bijzonder groote beschadiging van weg of waterleiding plaats _ heeft door bandjir, door aurdafschuiving of aardstorting en de herstelling spoed | vereischt, kunnen (met voorkennis en op last van het bestuur) zooveel heeren- — diensiplichtigen worden opgeroepen als noodig zijn om de schade te herstellen; ook zelfs de menoempangs, als de heerendienstplichtigen niet voldoende zijn om de schade met den vereischten spoed weer in orde te maken en kunnen de lieden bij een of meer ploegen worden te werk gesteld onder toezicht der hoofden. £
Art. 23. Daar, waar hijzondere plaatselijke toestanden zulks noodig maken, staat het bestuur de vereischte afwijkingen van deze regeling toe.
Zoo o, a. om de Zuid, waar minder volk is en het geven van individueele im
A Ee ee so a eee er tE
,
$ 449 - :
=
. taken minder uitvoerbaar is, omdat men uithoofde van het verscheurend gedierte
i liever bij ploegen gaat werken, ; $
d Daar kan men volstaan, door éen of meer gehuchten (kampoeng, lëmboer) —
_ als éen aandeel te beschouwen, al naar dat de heerendienstplichtigen zulks —
verlangen. ,
; Art. 24, Om te weten welke lieden bouwgrond of erf koopen of in bezit —
_ krijgen in een andere dessa dan die van inwoning en om daarmede rekening — te kunnen houden voor de heerendienstplichtigheid in de dessa van inwoning, zullen de loerahs op de koempoelan bij den Wedana of Tjamat elkander daar- — van opgave doen. :
Art. 25. Om te voorkomen, dat er te dikwerf in registers C. en D. moet
_ worden veranderd, zullen zij, die bij het begin van het jaar in den heerendienst zijn aangeslagen, als zij hun grond verkoopen aan iemand anders, het loopende — Jaar verantwoordelijk blijven voor het op dien grond rustende heerendienstwerk.
Daarom is het goed, dat zij met den kooper daaromtrent overeenkomen. ;
Na afloop van het jaar heeft overschrijving op naam des koopers plaats.
Alleen als er verandering in grondbezit komt door overlijden, zal als dit noodig is, dadelijk overschrijving plaats hebben op naam van dengeen, diede — diensten verder zal presteeren. an
| Bandoeng, 20 Januari 1892. À
De Resident der Preanger-Regentschappen, 4
(w. g.) J. D. HARDERS. 8
Zie Bijblad no. 5199. _No. 4657. HEERENDIENSTEN. GORONTALO, — Bij artikel 1 8 Bran het besluit van 30 November 1889 no, 2 zijn vastgesteld de — navolgende: F VOORSCHRIFTEN tot uitvoering van de ordonnantie van 30 November 1889 _ (Staatsblad no. 250), regelende de persoonlijke diensten, waartoe de manne- lijke Inlandsche bevolking van het rechtstreeksch Gouvernementsgebied in de afdeeling Gorontalo (residentie Menado) verplicht is. } Vervallen door Stbl, 1900 No, 152 en Bijblad no. 5498. ; No. 4658. HEERENDIENSTEN. CELEBES EN ONDERHOORIGHEDEN. _ — Bij artikel 1 § H van het besluit van 21 April 1891 no. 10 2 zijn vastgesteld de navolgende: i ' VOORSCHRIFTEN tot uitvoering van de ordonnantie van 21 April 1891 (Staatsblad 113). 4 Vervallen door Staatsblad 1900 No. 55 en Bijblad no. 5477, voor zooveel betreft Celebes en Onderhoorigheden, met uitzondering van Makassar. | De. werkbare mannen van de onderafdeeling Makasser zijn bij Stbld. 1891 No. 111, tegen betaling van eene belasting van f 5 ’s jaars, vrijgesteld van alle heerendiensten, behoudens hunne verplichting tot het verleenen van hulp bij rampen van hoogerhand dan wel tot afwending van algemeen gevaar,
; : a fd r | A 4
j 143 : ie | No. 4859. HEERENDIENSTEN, BENKOELEN,— Bij artikel 1 § IT van 4 : het besluit van 9 Juli 1891 no. 6 zijn vastgesteld de navolgende: — A VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie van 5 Febrnari 1892 _ (Staatsblad no. 39). | 4 Vervallen door Stbid. 1896 No. 262, gewijzigd bij Stb. 1898 No. 188 en e Bijblad no. 5198. & Op de hoofdplaats Benkoelen wordt eene belasting van 2 gld. per hoofd en per jaar geheven van de Inlandsehe en daarmede gelijkgestelde bevolking, doch deze is alsdan vrijgesteld van de diensten ten behoeve van het aanleggen van | wegen en bruggen, zie Stb. 1874 No. 276. a P No. 4660. HEERENDIENSTEN, BANKA EN ONDERHOORIGHEDEN, d — Bij artikel 1 $ IJ van het hesluit van 9 Juli 1891 no, 7 zijn vastgesteld de navolgende: VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie van 9 Juli 1891 (Staats- | blad no. 171). q Vervallen door Stb. 1902 No. 241. | No. 4661. HEERENDIENSTEN, LAMPONGSCHE DISTRICTEN, — Bij : artikel 1 § II van het besluit van 5 Februari 1892 no, 13 zijn vastgesteld de navolgende: VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie van 5 Februari 1892 (Staatsblad no. 39). Vervallen door Bijblad no. 5230. Het boven aangehaald Staatsblad is gewij- zigd bij Stbld. 1897 no. 93. No. 4662. HEERENDIENSTEN, AMBOINA, — Bij artikel 1 $ JT van het besluit van 3 Maart 1892 no, 4 zijn vastgesteld de navolgende: VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie van 3 Maart 1892 | (Staatsblad no. 67). Art 4, Bij de regeling der heerendiensten in de residentie Amboina (de eilan- | den, behoorende tot de Banda-groep uitgezonderd) wordt het volgende in acht _ genomen: A. DIENSTEN VOOR HET HERSTELLEN EN- ONDERHOUDEN VAN ~ { DE WEGEN EN VAN DE DAARIN GELEGEN BRUGGEN EN DUIKERS, le. Deze diensten worden zooveel mogelijk gevorderd en uitgevoerd op vaste tijden van het jaar, niet samentreffende met die, waarin de heerendienstplich- tigen zich aan hunne cultures en daarmede samenhangende werkzaamheden moeten wijden, 2e, De diensten, waarbij overnachting volstrekt onvermijdelijk is, worden als dubbele diensten in rekening gebracht, de, Bij het vragen der machtiging, bedoeld in § 7 van artikel 1 der ordonnantie van heden (Staatsblad no. 67), moet voor ieder voorkomend geval worden — aangetoond dat, ook door de uitvoering van het werk over een langer tijd-
144 ; vak te verdeelen, het onmogelijk [is zich aan den maximum-afstand van & a Palen teghouden. ~~~ A Aan den Resident wordt vrijgelaten om, wanneer in zoodanig geval geen- erlei billijke regeling te treffen is, tot de uitvoering van het werk in vrijen arbeid het voorstel te doen. 4 4e. Onder den arbeid, door de heerendienstplichtigen te verrichten, worden in geen geval verstaan de werkzaamheden, waarvoor de bijzondere ervaring — van den ambachtsman vereicht wordt. EE be. In buitengewone omstandigheden, als: het bezwarende van het werk, des spoed waarmede het verricht moet worden, het samentreffen met vele andere, — in het belang van de landbouw der bevolking vereischte werkzaamheden kan, doch telkens voor elk geval in het bijzonder, tot toekenning eener _ tegemoetkoming voor voeding den Gouverneur-Generaal een voorstel wor- _ den gedaan. 3 _ 6e. Het bakken van metselsteenen, het branden van kalk, het stampen van met selsteenen tot cement, het halen van grind, koraal of andere steenen en zand, — zoomede van ruw bekapt bout uit de tot het Staatsdomein behoorende bos- schen, kunnen, voor zooveel de plaataelijke omstandigheden dit toelaten, voor — de hierbedoelde werken geschieden in heerendienst. 5 ‘ De bevolking mag echter niet gedwongen worden tot de levering van zulke — gereedschappen ter verwerking dier materialen, als zij zich daartoe opzettelijk — zon moeten aanschaffen. De werkzaamheden voor het verkrijgen van deze materialen worden tus- — _ schen de betrokken kampongs zoo billijk mogelijk verdeeld. 8 Te, Geen heerendienst wordt gevorderd voor eersten aanleg, vernieuwing, (zware) reparatie, noch voor verfraaiing van werken als hierbedoeld. 3 Voor de vordering van diensten ten behoeve van herstellingen, anders dan tot gewoon onderhoud, aan bestaande werken wordt in elk afzonderlijk — geval de machtiging vereischt van den Resident, die de: gevraagde machti- 3 ging niet verleent dan na zich vooraf overtuigd te hebben dat daardoor het maximam jaarlijks vorderbaar aantal dagdiensten der betrokken negorijen — of kampongs niet zal worden overschreden. F; Se. Bij het regelen van de hierbedoelde diensten moet nog up het volgende — worden gelet: Z a Het onderhouden en herstellen yan: "a a. Wegen. Ti Onder de wegen, wélker herstelling en onderhoud in heerendienst geschie deu, worden verstaan die, welke hoofdplaatsen van afdeelingen, negorijen — en burgerkampongs of wijken onderling verbinden. ‘ Voor zooveel wegen betreft op de hoofdplaats der residentie of op andere — beiangrijke plastsen, wijstde Resident aan welke van die wegen in heeren- — dienst behooren te worden onderhouden. ; 3 Andere dan de bij de beide alinea's bedoelde wegen komen ten laste van ; ' de betrokken negorij- of kampongbewoners. Bij het onderhoud der wegen wordt er naar gestreefd om geleidelijk te ‘komen tot verharding, daar waar de aard van den bodem of de gesteld= heid van het terrein zulks het meest noodzakelijk maakt. 8 7 Voor het gewoon onderhoud, waarouder verstaan wordt het aanbrengen
Jl 145 q Jo van alle voorzieningen, die geen uitstel gedoogen, zooals het dichten van : 4 gaten, het verzekeren van een onbelemmerden waterafvoer, a afkrabben — van moskorsten, het korthouden van gras, het wegruimen van hindernis — | sen, die het verkeer kunnen belemmeren, enz. komen, al naar gelang van omstandigheden, op gezette tijden of, zoo moodig, dagelijks dienstplichtigen y uit van de naastbij gelegen negorijen of kampongs. De negorij- of kam-
ponghoofden zijn gehouden op de goede vervulling van deze werkzaamhe- 2 den voortdurend toezicht te houden. De diensten voor herstellingen, anders dan tot gewoon onderhoud, wor- 3 den zooveel mogelijk slechts eens of enkele malen in het jaar gevorderd. ie 7 b. Bruggen en duikers. : De bruggen en duikers, die in heerendienst moeten worden hersteld en onderhouden, zijn die, gelegen in de in heerendienst te onderhouden wegen. Elders gelegen bruggen en duikers vallen ‘onder de zorg van de betrokken negorij- of kampongbewoners. Voor zooveel de heerendienstplichtige arbeid ten behoeve van bruggen en duikers niet geregeld wordt bij de ramingen der geldelijke uitgaven van | E de uitte voeren werken, heeft de vordering van dien arbeid zooveel doen- | lijk plaats op dezelfde wijze als voor het onderhouden en herstellen van N wegen is aangegeven. | B. DIENSTEN VOOR HET VERVOER VAN PERSONEN EN TROEPEN “a OP MARSCH EN HUNNE GOEDEREN, _ Voor het vervoeren van personen en troepen op marsch en hunne goederen | worden eenige negorijen of kampongs aangewezen, doch alleen dan, wanneer daartoe voor de bij de reglementen vastgestelde loonen geene vrijwillige koelies te bekomen zijn. | De verstrekking van heerendienstplichtigen voor dit vervoer heeft alleen | plaats in de bij de reglementen bepaalde gevallen, en tot het daarbij vast- | gesteld aantal als maximum. | Voor dezen dienst wordt aan de heerendienstplichtigen betaald hetgeen bij — de reglementen is bepaald. / Met de negorijen of kampongs, aan welke het vervoer van troepen of perso- nen op marsch en hunne goederen is opgedragen, wordt overeengekomen om= | trent de voorziening in het vereischte materieel, _ Art. 2. De Resident zal: | a, van de te maken regelingen afdeelingsgewijze registers doen samenstellen j volgens het hierbij behoorende model A, en de aan zijne goedkeuring doen _ onderwerpen; zullende eene samentrekking van die registers, door tusschen- komst van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, zoodra mogelijk aan — den Gouverueur-Generaal moeten ingediend; | b. na afloop van de sub a bedoelde regeling, aan de negorij- en kamponghoof- den verstrekken een exemplaar van de in de Maleische taal overgebrachte voorschriften, naar welke de vordering der heerendiensten geschiedt; ©. bij het jaarlijksch verslag der heerendiensten een staat overleggen, ingericht naar het hierbij gevoegd model B, waaruit afdeelingsgewijs moet blijken welke heerendiensten zijn verricht; zullende de Resident daartoe maande. — t : “10 | 4 :
A i sah Ss ’ er ies r aS ae 8 Ù En Ee RD a hd IN 8 Een Pee tall 5 Teen a pak Are Se ee gn 8 mee fe 1 Ee ori tsk ele an E # „es Sen af (Dies NE 3 a es __lijks eene opgave doen indienen van de in de laatst verloopen maand in _ elke afdeeling verrichte heerendiensten. cars Fae cen a De Art, 8. Bij voorstellen tot uitvoering van werken in heerendienst moet steeds — eene door het Hoofd van Plaatselijk Bestuur afgegeven verklaring worden over- — gelegd, dat de voor het werk benoodigde heerendienstplichtigen beschikbaar zijn. — B ' it SHAUL ee „he i a en d i . - 3 ke. { AN 7 ’ DE. B j | a A RER. . Ee Rij E t ih A his. Sc en Bh) ee. oe En “ a Bh, a : Ks 2 i. ee + J Td 5 2 Ze i if , it ONG d A , + ra i oe ' + Br, =
4 | 147 |
. Mopen A. ©
B
___ Residentie AMBOINA.
| IEEE
o
| |
| REGISTER
| VAN DE }
_ VERDEELING DER HEERENDIENSTEN. Behoort bij artikel 2 § a van de Voorschriften, vastgesteld bij artikel 1 § II ; van het besluit van 3 Maart 1892 no. 4,
Mij bekend: - De Gouvernements Secretaris,
ME: 148 4 5 z ee _ DIENSTEN VOOR QNDERE 3 5 Ee 433 e B E 5 = |24 z 2 Bel & ES Á ‘ P dll | & 4 2 | Sees. pee Bet es. 5g [Seal ¢ at 5 Bd Srl Î es bo 3 Se = s2S| § ae 5 $s helt Et 4 ee | EES |ges| . | SEI es | 28 een ee | be} ae (age) S| 49) S| SE oe | eee ae a as a e a Lel oe 2 Reo ' Re ao 2 las Ee eae sl ge So | f° se 8
hee 5 a El 8 oO zl a & ay sae [8 i Ea ee ssl = cS a aS ai os [8 k ® 5 = ae E 8 eB ee 5 sa 6 : eo lee |g) Ole roken ; 2 8 IE 5 B 3 5 a 88 E den Ng S: ; : zi (a) (b) (2) (8) (e) 3
- 2, | 3. aes ee 6. 7 8. 9. 10, : . | fs, .
- | 1 | Z | | 7 | | | 5 | | | | Ì | ve | ee | : eel ; a a (a) Het in kolom 4 verlangde getal is dat van de vorige kolom vermenigvuldigd (6) Op te geven in meters O M. of M3, (©) » » » » palen, î | E a, ig .
ze 149 / dd
—— me A — ake —— PE ' IN WEGEN. [Diensten voor onder- | <* ; ii a fag van verhar- houd van bruggen [2382 |BE | FBLs
en! o |. en duikers. Bes = gle pe
mail. aes 1 AAE Bo cokes al oe oe ee ee a ae oa Holy
% oe ESES Folk! &
re WE aon a A Rae So. adi Mice. ERA A: q Sed es 4318 SOE EEN ec] 2 & IE3EaslaglSSEEEE | me | 53 | ER | & © (85E T2285] a % “al ees = ie 2 . En = =") | - zE 883 SS u = Es) Segegelgic|E heals | EEEN NR ed laf eed 88 fe B5 i = a» re ao = slee # El | EE Eos Soi 4 =a ro BEES sex SAE 5 5 ee) oS | eS tes B ISESS ale | kate) Og =e ES: @ 5 b 7 = EAB Ee = zet ar jn = o LS i os ese oh Se | E a |BPa8S lag e8eg& a >So B we 3 © a's PS SE Seas iy) wera | 7 (©) GS le oH” ISS
‘oes AES 14. 15, | 16. | 17. 18 19, 20, 21. a eS eee 5 | | | . 1 | j 4 1 | 4 : | | | 1 |
et) CF ty Qe ee ee [ET ac = At r Ee ee dS IEEE AE er de Bd ee 3 7 kot PEEN A a0 aj 4 GaP) ok ke en TRG Mt < 1 i} | Ea gd Ree VE ne dt LY to ope aint act Mey Bay En sees ear De apa A ee NE AE EG OT ARE OENE DLA ERN A EEE TRAD ek Tai UAE Ei AOT brt = J + eth ‘ oe = a “ies ee . : pi rk zdf OA alae ee er f : t BEN i. Feeds ay ey GK ro Ps, died Z el a fe “in 6 ie al ce tS : on 4 ‘ : Po Be eg ieee Ce ae i) i 3 sik x ï EN 5 ide i OEE See rr \ aah bee. a! lh a ae 3 : elias ee ‘ fi ; te hie pan, ae = TD á zi i Yo SC De oe Bae ns INGE VA ae "i ESTEN a . Beers Ot ; foo gy eae ae Wines ek net 4 ath i ¥ c i 4 een OM = | y vR 5 der “2 ¢ A iben Des. | ee). Sie ae Br. presen st Bier Lota al - fe fi ri
- ae r Faia TE : ‘ une) me : ve BE NN a Ee Ten aaa NE oy i 8 kl er Rik’ Mie ee A : ee or iat ae de. : ery ety i Pe tt 7 Tr Sone i ps habe M ; LI Mi hat NAS 5 Wa a Sas is den 4 2 ri 21 AN oe oe SAP ij 4 | j dn «SRE „8 oA NN 4 : Sap ae ay » : "et Bl oom BEL Ù ‘ = _ A . al fe f ca es 4 ; a Bi: ‘ Beh ae om ale 8 an
- , ae | a ; me Re! arg ia . a vaji HET 7 ; “gy ae f 1 “hes | tt PA + % sld i : ee Ei zand 4 . PD cd EE MEC je Al Bn i Tl ES” El oes a: ( va ane | . a. f : SUE „ik : el ae vay = r / “ a} a Reig: zen En MA : LT en 7 ' ' t + KEEN ARTE EE En f a ae ett B. j Mee es i \ ’ hae oats 1E d ‘ > ii : is aa “ ae hie i " td nee el lekt we, ee ed Er ED tet | it, ch zn | at ee 4 Ë pit ser me aes } ee ORATEN ee BED ey MEE aia = Be RE JA Airsal one ol ae KNS ra ai NN PSAP Pt eden Le ate Dg AE rbe ble Ces
4 151 „More: B. ' ‘ _ Residentie AMBOINA. =: VAN DE gedurende het jaar 18 __ j i Behoort bij artikel 2 § e der Voorschriften. vastgesteld bij artikel 1 § IT van — het besluit van 3 Maart 1892 no. 4. | Mij bekend : De Gouvernements Secretaris, A 4
Be he 5 169 af a ' R a Aantal gedurende 18, . . « WÒ kelijk slr |/-— BEE 3 2 „58 gewoon onderhoud van: a Sl Des VT a [as | E48 : 3 |E al jz) - = = re a Se Ser iy a 3 7 Eu iel el © ú s 4 < = Ese 2 ee a $ x KEE 2 9 Be E a > = as = | iz
- 2, 3. ds Me See OE ] | | : ; : ] i F
- Ld
ee RE he ii ne ae, Sp on dn RAE ae Sr ng ee Heg de 4 EE ES | 158 4 Eee Mie Wan mine il ‘dagdienster. ter zake van: : 8 GEA : i‘ 3 apes Ssoe., z EE Viger ee Kh. Eads el . as ioe 3 i gen aan: Te ae Sn : aes 5 es Seg 2 " q Sand 27 © 555 = | 3 a a 8 NEE td ne: us Seee = = eae ve o | A Hij a > hd ap ¢ En = 2 “ bel a rf ie Aa ie we Bs | aa „Ji © * 2 5 2 ™ = = fea 1 4 a PERS 8 § ZEER = ' 4g eas Ss 5 a KS A 3 eel Eg A Ba S oe < | El 4 0. Aere ede ee À | a ; fs ‘ ir o> | aq j 4
- ou a ::
+, Ji Ze ke _ ek : je 7 No. 1663. SPILLAGE, — Aanvulling van het tarief in Bijblad no, 1678, — E Bij artikel 1 van het besluit van 15 October 1890 no. 2 is bepaald dat het — tarief van spillage, behoorende bij art. 21 van het Reglement op het berekenen, _ valideeren en afschrijven van spillages, mitsgaders op het vergoeden van onder- — wichten en minderheden, voor en door de bewaarders en vervoerders van . ?s Lands goederen in Nederlandsch-Indië, gearresteerd ‘bij besluit van den Com- f missaris-Generaal voor Nederlandseh-Indië van 14 Mei 1827 no, 18 (Bijblad no. 1678), wordt aangevuld in dier voege dat in de eerste rubriek na »Specerijen” wordt opgenomen „spek, gezouten, gerookt’ en daarachter in de Je, 3e, de en 5e rubrie- ken, respectievelijk (,) „5”, „5" en ,,212”, No. 4664, SPILLAGE,—Aanvulling van het Reglement in Bijblad no. 1678 en van het daarbij behoorend tarief van —, Ä F BESLUIT. No. 1, Buitenzorg, den 14den Maart 1892, | Gelezen enz.: Bid De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord $ 3 Nog gelezen enz: ‘ Is goedgevonden en verstaan: Te bevalen: t N I. met aanvulling: : a. van het farief van spillage, behoorend bij artikel 21 van het Reglement op het berekenen, valideeren en afschrijven van spillages, mitsgaders op het vergoeden van onderwichten en minderheden, voor en door de bewaarders van ‘s Lands goederen in Nederlandseh-Indié, gearresteerd bij besluit van den } Commissaris-Generaal voor Nederlandsch-Indië van 14 Mei 1827 no. 18 (Bij- blad op het Staatsblad van Nederlandsch«Indié no. 1678); : hb, enz.: | dat de spillage van de artikelen, genoemd in den aan dit besluit gehechten staat, wordt berekend op de almede in dien staat aangegeven wijze; AP IL dat: : a. aan voorschreven reglement, als artikel 23; & enz: _ wordt toegevoegd het volgende voorsehrift: »Voor artikelen, welke ongeémballeerd worden „verzonden en waar- „van de uitlevering per stuk „geschiedt, wordt de toegestane spillage ala „gebroken of beschadigde eenheden uitgeleverd”, / Afschrift enz. : Ter ordonnantie van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indié ; De Algemeene Secretaris, : SWEERTS.
en ord ed ard att rd de at be en ee a re ed dd B eee tende ii . SS : 155 : Pts = STAAT behoorende bij § I van het besluit van den Gonverneur-Generaal van 4 8 Nederlandsch-Indië van 14 Maart 1892 no. 1. Voor de a BENAMING a beheerders der = 5 2 | bewaarplaatsen. 5 E ab 0 DER ene EN a ie EN ht a | aes a GOEDEREN SEIES .)} Bei | BE] 2 ; a®/ESE/EGR Sel 8 Bx ENEN: 8 Sel rea | es 5 ARTIKELEN. = ESS | 3°5 a 4 = Sas | Boe | Ea F E | | So oe EE oe nee AMEN A ee INS cee RB Ey) Metselsteenen, Inlandsche . . . . . | proct. 5 5 10 105) tre BOrGneesehe |<) ud = 2 3 5 | Dakpannen, Inlandsche . . .... " i] Pal eae EL ; | | id. , Europeesche. i Saken 4 2 2 5 * Gebakken tegels, Inlandsche . . . . # A 4 8 | Tegels, Europeesch fabrikaat . . . … Zi 2 bs jeg eet ia Hardsteenen tegels, zerken, plinten, enz. 4 2 2 4 Glasruiten. . gon eh NT Nabe a 2 pi ge 10 | 4 | s Chloormagnesium . . . . . . . 8 2 = 1 ‘ Zinkvitriool of klamei. . . . . . se 2 — 1 ‘yo foutzuur in flesscheh. 4 aA 2 2 | 2 £ EER tar RAE RDE Mij bekend; De Algemeene Secretaris, SWEERTS. ; i :
= : Pee ee eer ed Seren hi en: : ae 156 4 No. 4665. OPENBARE VERKOOPINGEN, VENDUSALARIS. MEUBRI- _ ¢ LAIR. — Bepalingen van het vendusalaris bij verkoop van een hotel met menbilair, beide bij hijpotheekacte verbonden. ) CIRCULATRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. No, 2536. Batavia, 23 Februari 1892. ; Bij den openbaren verkoop van een hotel met het daarin aanwezige meubilair, welke verkoop geschiedde ten verzoeke van den verbandhouder krachtens de & onherroepelijke volmacht hem verleend bij de hypotheekacte, is in de veileondi- % tién bepaald, dat terzake het vendusalaris verschuldigd is, bedoeld bij artikel _ 11 van het reglement op de openhare verkoopingen in Staatsblad 1889 no, 190, 3 en zulks in verband met de omstandigheid, dat in de hypotheekacte nietslechts | het hotel verbonden was, maar ook het tot het hotel behoorend meubilair, het- | welk daarbij dus werd aangemerkt als door bestemming deel uit te maken van | het onroerend goed, 4 Door de Regeering is beslist (D, dat bovenbedoeld meubilair als roerend goed _ had moeten worden aangemerkt en dus, daar het met het onroerend goedtezamen in ‚ééne kaveling werd opgeveild, het vendusalaris had moeten zijn bepaald volgens | de laatste alinea van artikel 10 van genoemd reglement, | Ik heb de eer UwHEAG, te verzoeken de vendumeesters in het gewest onder | uw beheer met deze beslissing in wetenschap te willen stellen, - | De Directeur van Financiën, Û | ROVERS. 4 Re: 4666. PERSONEELE BELASTING. — Voorschrift nopens het in- | richten der kennisgevingen van vermindering van aanslag in de—. ; CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java (met uitzondering van den Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden) en verder aan 4 de Residenten der Padangsche Bovenlanden en van Tapanoelie en de Assistent- Residenten van Bengkalis, Gorontalo en Banda. : ; No. 3666, Batavia, 15 Maart 1892. iq _ Ingevolge de voorlaatste alinea van art. 28 der ordonnantie in Staatsblad 1878 no, 349 is de geheele aanslag in de personeele belasting in het geval van art, il #4 no, 1 dier ordonnantie dadelijk vorderbaar, m. a. w. indien de huishonding 7 wordt opgebroken of overgebracht naar een ander gewest, kan de verminderde 4 aanslag, na aftrek van de afbetalingen, dadelijk worden ingevorderd, Blijkens het voorkomende in no, 4148 van het Bijblad op het Staatsblad is q de Regeering van oordeel, dat de boete wegens niet tijdige betaling van dadelijk vorderbare belasting, zoolang de invordering niet heeft plaats gehad, is verschul- q digd over een of meer der verschenen termijnen van den primitieven aanslag, { Ingeval echter van vermindering van een aanslag anders dan in het geval van a artikel 34 no. 1, wordt hetgeen op den aanslag over het geheele jaar nog ver- schuldigd is na de gedane afbetalingen, overeenkomstig de 7de alinea van het aange- 3 haald art. 28, verdeeld over zooveel termijnen als er noe verschijndagen overblijven. ¥ Indien in de bovenbedoelde gevallen boete verschuldigd is, geschiedt dus de be- 4 rekening daarvan in het eene geval niet op dezelfde wijze als in het andere geval. d (!) Missive le Gouv, Seeretaris van 12 November 1891 no, 2874,
4 147 * 4 4 De Algemeene Ontvangers dragen van de verminderingen kennis middels for-
mulier E, behoorende bij de dezerzijdsehe beschikking van 24 Maart 1879 no. 4919 . (Bijblad no, 3731). Naar die kennisgeving berekent hij de verschuldigde boete. i Het is in verband met het vorenstaande duidelijk, dat in die berekening abui- : zen mogelijk zijn wanneer uit de kenuisgeving niet blijkt op grond waarvan de a vermindering is toegestaan. ; 8 Naar aanleiding van een en ander, heb ik de eer UwHEdG. te verzoeken voort- — ; aan in de door U aan de Algemeene Ontvangers te zenden kennisgevingen for- mulier E, achter den datum en het nummer van het betrekkelijk besluit en vóór de woorden: „verminderd met” te vermelden: „op grond van art. 34 no. der ] ordonnantie’. 4 , De Direeteur van Financiën, ROVERS, . No. 4667. PATENTRECHT, ONDERWIJZERS, a 5 De vraag of onderwijzers aan de Gouvernementsscholen, die kostkinderen ver- 4 plegen, wegens de inkomsten, welke zij daarvoor genieten, pateutrecht verschul- . digd zijn, is bij de missive van den 1en Gouvernements Secretaris van 14 Juli 1891 no. 1663 ontkennend beantwoord voor het geval aan die kinderen aanvullings- 7 onderwijs gegeven wordt, dat als schoolonderwijs moet worden aangemerkt. (1) Deze beslissing houdt verband met die omtrent de vrijstelling van de patent- belasting van kostschoolhouders en — houderessen, opgenomen in no, 3448 van het Bijblad, : No. 4668. KOLONIAADVERSLAG. STATISTIEK. PATENTRECHT. ; PERSONEELE BELASTING, VERPONDING, — Voor- © schriften betreffende het verstrekken van gegevens voor het Koloniaal Verslag met betrekking tot Patentrecht, Personeele belasting en Verponding, CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java en Madoera, met uitzondering van den Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden. No. 11666, , _ Batavia, 8 Augustus 1891. a Tot nog toe bestond de in het Koloniaal Verslag verschijnende jaarstatistiek : betreffende het patentrecht alleen uit de volgende kolommen: „Gewesten”, „Aanslag”, „Vermindering in den aanslag ontstaan” en „Werkelijk te heffen be- drag’, en die betreffende de personeele belasting uit dezelfde kolommen benevens 4 nog eene kolom „Te verhalen kosten van schatting”, Het is de wensch van den Minister van Koloniën, dat voortaan aan die statis. 4 tieken meerdere uitbreiding wordt gegeven. (3) : Ten aanzien van beide belastingen zal in den vervolge ook het aantal belas- = tingschuldigen moeten worden opgegeven, wat de personecle belasting betreft 9 afzonderlijk voor de Europeanen en de Vreemde Oosterlingen,
Voorts zal met betrekking tot de opbrengst der personeele belasting eene splitsing moeten worden gemaakt naar de twee genoemde groepen van belasting- — schuldigen, en bovendien eene splitsing naar de verschillende grondslagen.
(1) Vgl, 3704 van het Bijblad, age q (2) Missive le Gouvernements Secretaris van 14 Juli 1891 no, 1661, 5
4 Fi ni (Be, Re, EP einstein Mt : wg k 158 NE Tot verduidelijking van de bedoeling worden hierbij overgelegd twee modellen _ __d en B, waarvan het eerstgenoemde aangeeft de inrichting van de nieuwe statis- tiek betreffende het, patentrecht en het tweede die betreffende de personeele belasting. ' ; 1 De gegevens zullen dienen te worden verstrekt door de gewestelijke bureaux, — _ zoodat voortaan behalve de gewone bijdragen voor het Koloniaal Verslag ook die _ aangaande het patentrecht en de personeele belasting in den vorm van de even- — bedoelde model-staten worden tegemoet gezien.
Omtrent de verzameling der gegevens volgen hier eenige opmerkingen, ___Het aantal aangeslagenen in beide belastingen zal kuimen blijken uit eene op- $ telling van de cijfers voorkomende in de kolommen „Aantal aanslagen’ der for- - _ mulieren # en G (zie Bijblad no. 3731), zoodat het zaak zal zijn die kolommen _ steeds nauwkeurig te doen invullen. Ten aanzien van de personeele belasting is _ met het oog op de splitsing van het aantal belastingschuldigen in Europeanen en Vreemde Oosterlingen eene andere voorziening noodig. Uit de eijfers in de $ kolom „Aantal aanslagen” van het formulier F is de onderscheiding niet te ma- _ E ken, daar zeer dikwijls Europeanen en Vreemde Oosterlingen gezamenlijk in één _ kohier voorkomen. Dit nu zal voortaan vermeden moeten worden, en UHEdG,
gelieve er dus zorg voor te dragen, dat te beginnen met het jaar 1892 steeds _ voor Europeanen en Vreemde Oosterlingen afzonderlijke kohieren der personeele . belasting worden vastgesteld, en dat uit de formulieren F duidelijk blijke, op _ welke groep van belustingschuidigen de vastgestelde kohieren betrekking hebben, _ Zoo doende zal de verzameling der hierbedoelde gegevens op het einde van het jaar slechts weinig werk vereischen, ë __ Wat de rubriek „Aanslag” van den overgelegden staat model B betreft, welke rubriek de splitsing van de opbrengst naar de verschillende grondslagen moet be- _ vatten, zij opgemerkt, dat de bedragen der kolommen „naar den Isten grondslag” en ‚maar den Iden grondslag” eenvoudig het totaal uitmaken: der bedragen van de overeenkomstige kolommen der formulieren F, n.l, de kolommen „Huurwaar- | 1 de” en „Waarde van mobilair ten rijtuigen”. De vierde kolom van deze rubriek 3 _ moet het bedrag vermelden, waartoe de in de voorafgaande, evenbedoelde kolom- men opgenomen bedragen van de eerste twee grondslagen door de toepassing van ; artikel 8, laatste lid, der ordonnautie op de personeele belasting (Staatsblad 1878 __no0,.849) ten slotte zijn verminderd. Dat bedrag vlijkt niet recutstreeks uit de 4 formulieren 7’, doch kan dour eene zeer eenvoudige becijfering worden verkregen. Men behoeft toch slechts het totaal bedrag van den aanslag te verminderen — met het totaal bedrag, wat de Europeanen betreft, van den derden, en wat de : Vreemde Oosterlingen aangaat, van den derden en vierden grondslag. De laatste vier kolommen van den staat model B bevatten dezelfde gegevens, 5 als welke tot nog toe in het Koloniaal Verslag werden verstrekt, behoudens dat f de bedragen in alle vier kolommen gesplitst zullen moeten worden naar de twee categorieën van belastingschuldigen, : Ook ten opzichte van de verponding wenscht de Minister, dat uitvoeriger ge- gevens in het Koloniaal Verslag worden opgenomen. _ Behalve de thans in het Verslag voorkomende, nl, het totaal bedrag van den _Banslag en-dg splitsing van den aanslag naar den aard van het zakelijk recht, zul- len voortaan, doch slechts ééns om de vijf jaren, ook vermeld moeten worden het
EA 169 aantal aangeslagenen, verdeeld naar de rubrieken „Europeanen'', „Chineezen” „Andere Vreemde Oosterlingen” en „Inlanders’’, benevens het aandeel, dat elk van die groe- 4 pen van belastingschuldigen heeft in het totaal bedrag van den aanslag, De statistiek ; zal dus behooren te worden ingericht op de wijze, als aangegeven in het hierbij } overgelegd model C, Zij zal moeten worden ingediend om de vijf jaren en dan 4 moeten aangeven den aanslag, vastgesteld bij de kohieren over het volle vijfjarig 8 tijdvak, zooals deze door den Directeur van Financiën zijn gearresteerd, 4 De gegevens voor die statistiek kunnen voor het grootste gedeelte alleen uit de kohieren zelve getrokken worden, zoodat ook te dezen opzichte de geweste- lijke bureaux de bijdragen zullen moeten leveren,’ De bijdragen voor de nieuwe statistiek betreffende het patentrecht kunnen zon- _ der bezwaar reeds over het loopende jaar worden verstrekt, en ik zie hen der- halve voor het eerst tegemoet in den aanvang van 1892, Die voor de personeele belasting kunnen eerst over 1892 en mitsdien niet __-vroeger dan in het begin van 1893 worden verschaft. Wat de verponding aangaat, zullen de eerste bijdragen voor de nieuwe statis. a tiek al dadelijk moeten worden ingezonden, Daar voor het gewest onder Uw be- f heer de nieuwe verpondings-ordonnantie eerst op 1 Januari 1892 in werking treedt (Staatsblad 1891 no, 22) en met de indiening van de vijijaarlijksche bij- dragen eerst na de vaststelling van de nieuwe verpondingskohieren een aanvang | zal behooren te worden gemaakt, kan voorloopig volstaan worden met het vere zamelen van de gegevens uit den op den voet der oude ordonnantie vastgestel- den aanslag over 1890, Op eene zeer spoedige inzending van deze bijdragen wordt veel prijs gesteld, aangezien van de daarin vervatte gegevens partij zal ; zijn te trekken bij het overwegen van de invoering eener belasting op den over- | gang door overlijden van hypothecaire schitdvorderingen Been aan mijne cir- cularie van 6 Juni 1891 no, 8367), | De Directeur van Financiën, ROVERS,
a ‘bach ee Zz 1S FP en a fot ns TPE TR Î 4 TP ] i ae . Be fF: |
ae .
0 | 5 ; : | bE 8 | 7
om. | 8 |
nu
OO ESA Done eres eon BE
BEI; | . ‘| 3 &
ey it
= nee,
" |
a 8 3 ‘ F
oe
diie ela vrt aa ie OT nn 8 En Ee 161 : | “Surieyos uva uoysoy uepeysaa az, | ee Ee | ‘Bespoq uageuy 9} yfyaytoqy . ; Ae : han = en | a : “ULE ISIUO ; a | Sepsure wap ur uvesurapurma, ts = an 4 PETE Sir Re St + E se ‘Bejsurg Uap ut Serpoq peejoy, | | Rit = ~ i ’ | (uaäurorso0 apwoarg UvA Hodm li) : 3 5 uap/ : : ejspuods wapAT uop eeu Ie 4 = | en ay : = ‘\nepared ) ; : Cc Suspueis map wap zeeu | a en ad es ’ En | ; 40} padpurmuaa an Ö | Seapeq pusouas moroy : < | dq @PUREDIV0OA op ur jay | = . SI SuLuaplOIOA Bunser fx] 0 & | -aq Jap pil eisyee] gyre Sa al Sp ua Suissedeoi ap 1090p Ss, = te, a Reg fon ie = dq 5 ‘Uousz af, . a d Eb ha * ih: ; = | | Pere ao cae oa ae oa Ea) = | (rergou yoyue uasury Zi = | 49180 opuledtA 100A : C S | woarn ua mergow : sf) | | Uouredoing 100) dejs a fae } a “puols Uap] ep Jeeu RS ms he El Ee Me OE ms “(opeegaaunug) | Bejspuoud uajsr vop avuu | | Ss = in) ‘uauodejseduure jejuuy bs Ee ENE MEE | 3 5 1 8 eo | _‘uohoönjsoster dop preepuer’y 5 E 5 ‘ 5 e tc E | 2 : 7 A B sl zi E a | gl ae gi | 3 IE: | 8 | 5 id # ; ‘ |: as U = a i ee u EE LETTER BEAC PT AEN Pen NN ETE EN EDE ETE Vid
ideen er ee ee Dn ee ie ali deeg een eee « 4 : 169 4 ks! 8 ‘s1apuR[uy | abs . Tan 3 is z | ~ 0 3 eae E | -uoSurzorsog | E ; Pal Spor) a : 4 re adapuy | ~ % | |) or an ee ee eee - 4 4 2 -uazBou UD a i wa 3 an = et Bd El See! RE Seg EEE q 1s A ad | a E, | =x uaussdor nn +5 + : | “Bupsuve | wap ea Tee 8 | = : d = ES WEEREENS S = i ee “En Ee bi gs -anyyonia |) - ä bef |E Sjo mpedjao ur a va fe rhe keke | hs Netty at a NER Mime ea ä iM gE *Teisdo | 4 ag iat wea yes yant || À Lj | Ee | es 7 T 4 [<4 =| wopacsia m gs ai SS ¥ “UL | OR 4 Ml = , a in E “optre wr 5 Pd | \ a Ee | Sf Ep |'uosurjdoIs0g) re
5 apwaars i Dek ‘aaapuy | a “Sal ke | EET vn EA RET RN A BEE | - | < | wazeonug | 7 Je | ‘ fe: $ | SS RSL a Le le Er ‘mangedoaug | 4 je |, . wi | § ’ ee | if 4 ees | 4 E 5 eg. 3 a | ot eee : je a a ; | À ki nt lide a ee 7 Mica. dd Sire A EEN IIS bai zel
ogg ge ae ie ot WE kt og A LL. 200 ee a = 168 | | No. 4669. RECHTS BEDEELING, STATISTIEK, DOODSTRAF. — Sta- |} tistiek betreffende de toepassing der doodstraf. 4
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in de Bezittingen bui-| ten Java en Madoera, de Officieren van Justitie bij de Raden van Justitie op en}
3 buiten Java en de fungeerende omgaande rechters. ii No. 7028. Batavia, 17 September 1891. |
De commissie voor het ontwerpen van een nieuw Strafwetboek voor Europea-} nen in Nederlandsch-Indié, heeft de aandacht gevestigd op de omstandigheid dat} de officiéele statistieke gegevens betrekkelijk de toepassing van de doodstraf in} Indië onbetrouwbaar zijn. |
Naar aanleiding hiervan is den Directeur van Justitie door de Regeering opge-| dragen, in den vervolge bij de statistieke opgaven betreffende de rechtsbedeeling|| in Nederlandsch-Indië, die jaarlijks aan den Gouverneur-Generaal worden inge-| diend, een afzonderlijke statistiek omtrent de doodstraf te voegen,
Ten einde aan deze opdracht te kunnen voldoen, behoort door U met ingang. van 1 Januari jl. een register te worden aangelegd betreffende de toepassing vanj} gemelde straf op Inlanders en met dezen gelijkgestelden in Uw gewest, die ter zake van halsmisdrijven hebben terechtgestaan. | |
Dit register behoort ingericht te zijn volgens het hierbij gevoegd model. y
Tot toelichting van dit model doe ik het volgende strekken: ail Kolom 1. De bedoeling is, dat, met inachtneming van het onder kolom 3 aange-|}
teekende, alle gevallen worden vermeld waarin gedurende het afgeloo- |} pen jaar personen zijn terechtgesteld terzake van misdrijven, waartegen (| de doodstraf is bedreigd. i „ 2. ‘Betreffende militairen, door den niet-militairen rechter veroordeeld ter |} zake van communedelicten, waartegen de doodstraf is bedreigd, word U een afzonderlijk uittreksel ingewacht. | „ 8. Terechtgesteld ter zake van: n. 1, terzake van misdrijven waarop def doodstraf is gesteld, Er wordt hier niet gesproken van vervolging, maar} bepaaldelijk van terechtstelling. Vermelding van den datum van terecht. stelling is wenschelijk. i „ 4, De qualificatie van het misdrijf behoort nauwkeurig te worden omschreven » ben, Er zal worden vermeld tot welke straf de beklaagde in eersten ‘aanleg | en in hoogste instantie is veroordeeld; in beide gevallen met opgave vanf den datum van het vonnis of het arrest, ZA » % In deze kolom worde aanteekening gehouden van de Gouvernements If besluiten waarbij gratie, ¢,q. met verandering der doodstraf in ecneif andere straf, is verleend, | „ 8, Vereischt geen toelichting. 1
Ik heb de eer UHEd, Gestr, te verzoeken voor het aanleggen en aanhouden van) vorenbedoeld register te willen zorg dragen on daarvan jaarlijks in de maand Februar een volledig uittreksel aan het Departement van Justitie toe te zenden. a
Die toezending behoort te geschieden nadat de behandeling der zaak geheel is afgeloopen en dus alle kolommen kunnen worden ingevuld. |
Eene nauwkeurige invulling der registers wordt op prijs gesteld. De Directeur van Justitie, W. A. ENGELBRECHT, In herinnering gebracht bij Bijblad no. 4991, |
de en ee DE A je ey OE reld a rd
- tak kn ee pat hen en A ea cay Praia ia bashed See aes He Salat Tes fis URE rere re di ng saree MEA Se Den ee ne EN ae oe ee ind ie ee fs i= ke eh tt WK iew Et ee EA Ste sen WE UE a Cet Ate ee te eo 4 GEN , t a eer Tis vo EE, ' ? . noe Rhee: ae ee ee Bette : p 1A RON rae a De Ke et rt le t hi 3 ah Ee 7 meat ? ; rn rr Ce eS ae Roka” k : : ‘ 3 enon EC i . 2 ht Sata warty " ve ene ae Rs tie a MEE kli a | BREI : ò RORE = Sits | EE Et 2 7 , SS ‘ ar 8 2 4 EE EE 35h “i ea as) - i . IN © ; | Ey k me) 4 hy 1) ME ' ae eae wat ce. a at AR ‘, . 4 ore 3 . lars a ET: ‘ a ra tl A = x i 3 4 er :
- dl ice ; x fe ZA rn El 5 iw # 1 Bk ; ij pe: “ee : : An ij ig etn : . a Ek < Là ME Ee [ ' vin MEE k en a KE = t x J P DE: : es Ne En ‘ De: run. ï es ae: Gen ; og es. ‘ ' een St + - df: KE: % Ls wer 4 a F Pay -! he ¥ ‘, i oe eos: 1 ? z i 7 ; ; € 4 Re iy : ; ERE 74 r L 5 k fl Be aig gen ze meas ran! |! : te a ee eae v Pada Ls x q 3 “15 AEN : = ef. ‘to ee : iy ae nd _ A . Me eg ip eae: Pld ES el id . RE ZA , : on Te , Ten ae : . Pr E ae re) | + 7 . An ia An a ae : ; by uil N BERN - Wat : ur de a es 2 ie ‘ i ae Ni a rt 8 © An neen jt eN en . é kit dà i DEE | Baer ad ay aol: Aida EE. ; ' ; 4 af NE ae GE ii Airy ie : ads RENEE eee SNE, ki BE : d eR GUE AEE ei seh NN + d Ä fe EERE NET | i a! Were ; si 2 ma ‘ i rid Na EN eis: =. Se: rs Bh ee “A pate ir AF PD ir elk A
- iy rare te > re: Ber ala hk 1 Me ey yes Pela ee ae wh Kadel ged en EEn EN hans EE Ee EE en
E ere aa 4 ____ MODEL-REGISTER. ; ; STAAT DE behoorende bij Circulaire van den Directeur van Just i ~ ddo, 17 September 1891 No. 7028, , 7 | EE ie j ; 5 NE
ae 166 & 4 2 E ° 5 3 © Ve 82 5 FE zl KRS 5 5 ; eet NAAM EN LANDAARD. Ss ee ae ee 5 8 ap Bn ee 2 x Bs 2 : Sa ¥ & : 2 ia f fad, 2, 3. 4, ä : 2 “fl .
ag : k r 5 f 167 4 eld tot: i . | : “ jk Gratie verleend van de | / 5 Ter dood gebracht | B 5 doodstraf en de dood 5 | AANMERKINGEN. i 3 straf veranderd in de op: 2 | Ee 2 straf van: 4 ta | 2 | BG. 7. 8, 9, |
ni |
| | | : ; | |
A le a ie Ge a cdi re B ae ein U 9 * ay 4 i 1.68 ia No. 4670.: = BEVOLKINGSTATISTIEK, JAVA EN MADOERA, — Aan- _ PY: vulling der voorschrijten betreffende de bevolkingstatistiek van — A Java en Madoera, : E. | Circulaire Dir. B.B. 29 Mei 1890 No. 2864a. q Vervallen door Stb. 1900 No. 126 en artikel 2 van het Gouv. besluit dd. _ | 6 April 1900 No. 42. 4 : 4 No. 4671. __ BEVOLKINGSTATISTIEK, BUITENBEZITTINGEN, — dan- 5 vulling der voorschrifien betreffende de bevolkingstatistiek van : É de Buitenbezittingen, (1) a 1 CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuar op de Buitenbezittingen, No. 2864a. Batavia, 26 Mei 1890. Naar aanleiding van een van de Regeering ontvangen opdracht met betrekking tot de samenstelling der bevolkingstatistiek van Nederlandseh-Indië, heb ik de sl eer UHEAG. te verzoeken voortaan in de in te dienen bevolkingstabellen, behalve Ja de tot dusver geleverde cijfers, ook op te nemen het aantal inwoners, Europeanen, | Chineezen, andere Vreemde Oosterlingen en Inlanders afzonderlijk, van de hoofd- plaats van Uw gewest, 4 : De Directeur van Binnenl, Bestuur F ' . Bij afwezen: 3 = De Secretaris, A 7 VAN RAVENSWAAIJ, No. 4672. JAARSTATISTIEKEN. PARTICULIERE LANDERIJEN. _ a LANDBOUW, : ‘ L ah BESLUIT. 4 No. 19, Buitenzorg, 4 October 1889. : i Gelezen enz. | Gelet enz, 4 B Is goedgevonden en verstaan: | | Serstelijk: Te bepalen dat het model XV voor de opgaven omtrent de uitkom- (sten van den landbouw op particuliere landerijen, welke de Residenten van Ban- (tam, Batavia, Krawang, Cheribon, Tegal, Semarang, Japara, Soerabaja en Pasoe- }roean, ingevolge artikel 1 la, e van het besluit van 21 Januari 1881 no. 12 (Bijblad op het Staatsblad van N. 1. no. 3873) jaarlijks vóór 1 Februari aan den | | Directeur van Binnenlandseh, Bestuur hebben in te dienen voortaan zal worden ingericht overeenkomstig het aan dit besluit gehecht schema. an | Ten tweede: enz, ; q | _ Afschrift enz. ; 4 | (Q) Vgl. Bijblad no, 3873. qq el i
a XV. fe yes | | 4 4 | a a AANTOONING 4 ] UITKOMSTEN VAN DEN LANDBOUW OP PARTICULIERE LANDERIJEN. a „over het jaar 18......... ; : 4
ie ENE EN
en ven 470 ay, ys
ge 4 EF EE a eee ya EE — 8 NAMEN DER * “4 5e A TUe AAE | 4 3 Afdeeling, District. huurders | et : . ie U
iets landerijen. eigenaars. Me “ie 8 » : administrate po Me : DE:
Bi % 3 By ; % 4
4 2 ; a Be : : Bi zi g 3 * ‘ ! Lp ¢ : d HE 4 on 1
EE hj Es ! ee , a a
he re ne nd it ee Lee ee Le a | Ae ; fi + is : ik oe : 171 zs 4 dn GETAL BOUWS IN 18.... BEPLANT GEWEST MET : Zl Dien Er Andere gewassen met _ JR a padi. suikerriet. tabak. _ koffie. thee. maen ni 8 =f
a
7 ‘
an ef : T SORE 3 Sed. "| = 172 B BEL — — a a Productie in 18... van * a i - a = E | zi ; ; B ; DE: 5 a 3 | 7 B a | i a 5) ae es 5 Sn cols. cos | AP. pct | ASP. | AP, | AP. | rat Viol. A. P. | Kattis. E aen De den ee = 5
7 i 8 7 4 % Fe ; ‘ q (a) Zoowel voor de consumptie der opgezetenen als voor uitvoer bestemd, %
aes ar ye PS sy a! é - ty d 473 “No. 4673. GEWESTELIJKE VERSLAGEN. — Jn de — berichten op te EO, nemen nopens weinig bekende streken der Buitenbezittingen. 4 CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur buiten Java en Madoera, B No. 2426, Buitenzorg, 18 October 1889, — 4 Bij de samenstelling der in Hoofdstuk C van het Koloniaal Verslag opgenomen gewestelijke overzichten stuit men dikwijls op het gemis aan berichten in de algemeene jaarverslagen nopens weinig bekende streken, niettegenstaande er ver- _ tegenwoordigers van het Bestuur gevestigd zijn; waarbij is te denken aan be- __stuursafdeelingen als Nias, Gorontalo, Sangi- en Talauer-eilanden, Boeroe, Batjan enz. Ook blijkt in den regel zeer weinig van de bezoeken, door plaatselijk bestu- rende ambtenaren in de Buitenbezittingen aan afgelegen of schaars bevolkte on- % derhoorigheden hunner afdeelingen gebracht. Aangenaam zal het der HKegeering zijn, indien ten deze voor den vervolge meer volledigheid worde betracht, terwijl het wijders, met het oog op streken als de zooeven bedoelde, nuttig is te achten, 4 dat meer bekend worde gesteld, waar door Gouvernements stoomschepen de vlag 5 is vertoond, Daartoe gelast heb ik de eer UHEdG. te verzoeken met het vorenstaande bij de opmaking van het algemeen verslag rekening te willen houden, te beginnen * _ met het eerstvolgende, : De ie Gouvernements Secretaris, É, SWEERTS, No. 4674. GOUVERNEMENTS MARINE, VERSLAGEN, KWARTAAL- STATEN. 4 CIRCULAIKE, No, 2676, Buitenzorg, 18 November 1889, _ Met het oog op het voornemen om in den vervolge driemaandelijks reba verslag te publiceeren van de verrichtingen en bewegingen der stoomschepen van de _ Gouvernements Marine, wenscht de Gouverneur-Generaal dat- de kwartaalstaten, “i welke ingevolge artikel 4 van het bestnit ddo, 15 Augustus 1868 no, 24 (bijblad __ Ro, 2151 aan het Departement der Marine moeten worden ingediend, doch daar Zeer ongeregeld ontvangen worden, voortaan steeds met de eerste postgelegenheid _ Yan elk kwartaal worden ingezonden, Bovendien zal de kolom: „korte omschrij- „ving van de redenen, ten welken govolge de reizen zijn bevolen” niet langer, behooren te worden ingevuld met den gebruikelijken term, dat de reis gedaan 4 is voor den overvoer van besturende ambtenaren, „ter afdoening van dienstaange- er slegenheden,”’ maar daarbij zijn te omschrijven welke dienstaangelegenheden dat _ F 4ijn, ten einde het aandeel, dat het personeel der Gouvernements Marine in som- _ thige gevallen daarin heeft, te kunnen verklaren. , Ingevolge een van den Gouverneur-Generaal ontvangen last, heb ik de eer _ UHEUG, te verzoeken aan het hiervoren medegedeeld verlangen uitvoering te 5 Willen geven, ' . De le Gouvernements Secretaris, id s SWEERTS,
174 : No. 4675. WEESKAMERS, NALATENSCHAPPEN, RENTE, — Bereke- ning van rente bij het opmaken der saldo's van onbeheer civiele en particuliere nalatenschappen, CIRCULAIRE aan de Weeskamers in Nederlandsch-Indié, 5 No, 6741, Batavia, 5 September 1891, Bij het opmaken der saldo's van onbeheerde militaire nalatenschappen, die krach- tens Staatsblad 1845 no, 8 door tusschenkomst van het Departement van Kolomén worden uitgekeerd, moet slechts rente worden berekend tot en met het kwartaal, voorafgaande aan den dag, waarop de Weeskamer, na afsluiting der rekening, de nalatenschap en het saldo brengt op de staten, bedoeld bij art, 2 $ 1 van gemeld ‚ Staatsblad | Bijblad no, 3514), : ; De Regeering heeft beslist (4) dat hetzelfde beginsel behoort te worden toegepast bij het opmaken der saldo's van onbeheerde civiele en particuliere nalatenschappen van jf 250,— en minder, welke ter beschikking van rechthebbenden worden ge- steld door tusschenkomst van het Departement van Koloniën, zoodat ook daarbij slechts rente wordt berekend tot en met het kwartaal, voorafgaande aan den dag, waarop de Weeskamer, na afsluiting der rekening, de nalatenschap en het saldo brengt op de daartoe bestemde siaten. 4 Ik heb de eer de Kamer te verzoeken voor de stipte toepassing van dit voor- schrift zorg te dragen, ri ; / De Directeur van Justitie, ; W, A, ENGELBRECHT, . No, 4676. WEEKAMERS, RENTE. — Herstel in geval aan eenigen boe- 5 del te weinig rente ts te goed gedaan, CIRCULAIRE aan de Weeskamers in Nederlandsch-Indié, 3 No, 1029, Batavia, 13 Februari 1886. Het komt nu en dan voor, dat aan eenigen boedel te weinig rente is te goed : gedaan’ hetzij door foutieve berekening hetzij doordien verzuimd is hem te brengen — op den staat, bedoeld bij art, 30 alinea 2 der Weeskamer-instructie (Staatsbladen — 1872 no. 166 en 1881 no, 420), (2, : Betreft de nagelaten rentenvalideering een zeer luttel bedrag—het stellen der juiste grens kan aan het beleid der betrokken Kamer worden overgelaten—et — bestaat bij de Kamer tegelijkertijd een daartegen opwegend klein overschot, door- dien een hooger rentenbedrag te harer beschikking is gesteld dan noodig blijkt — te zijn, zoo kan zij uit eigen beweging het vereischt redres aanbrengen. Deze bevoegdheid strekt zich echter niet uit—het ligt in den aard der zaak—-tot be- heerjaren, over welker overschotten is beschikt. | In elk ander geval daarentegen behourt de Kamer, alvorens tot de valideering — over te gaan, bij den Directeur van Justitie de noodige gelden aan te vragen. Overigens verdient het aanbeveling, dat door de Weeskamers, tegelijk met den | (!) Missive Gouv, Secretaris van 21 Augustus 1891 no, 2021, 5 (2). Zie stb, 1897 No, 231. z
4 I ‘ u 4 116 hierboven vermelden staat en de daarbij te voegen rentenopgave, nauwkeurige op- _< gaven worden ingezonden van alle rentenvalideeringen tot hoogere of lagere be- dragen dan waartoe blijkens meergenoemden staat, het vorig beheerjaar betreffende, reden bestond, Het Departement van Justitie wordt daardoor in staat gesteld het — noodige te verrichten tot beschikbaarstelling— voor zooveel nog noodig— van gel- den ten behoeve van die Kamers, welke tot een hooger bedrag dan het haar reeds » verstrekte renten hebben te valideeren, en tot het overbrengen in ’s Lands kas van hetgeen van de beschikbaar gestelde renten is overgebleven,
Op deze wijze wordt dan tevens — in overeenstemming met het verlangen der Regeering (1) — voorkomen, dat eene doorloopende rekening van interessen ont staat, welker saldo voortspruit uit de terugschrijving van ten onrechte gevali- deerde renten, À
Ik heb de eer Uwer Kamer beleefd te verzoeken het bovenstaande stiptelijk in acht te willen nemen.
: De Directeur vau Justite, L,; A, P. F. BULIN, No. 467%. OVERTOCHT. GOUVERNEMENTS-PASSAGIERS — dn de | schriftelijke opdrachten tot vertrek, in Indië uit te reiken aan Gouvernements-passagiers der Ze en 3e klasse moet geen gewag, worden gemaakt van de vergunning om zich onderweg te ont- Ä schepen, | GROU L A IRE. 4 | Aan a. den Commandant van het Leger en Chef van het Departement van Oorlog RS ; b. den Commandant der Zeemacht en Chef van het Departement der Marine in N, 1, fj c‚ den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, ‘ ; No. 1985, Buitenzorg, 18 Augustus 1890, | Meermalen komt het voor dat de schriftelijke opdrachten tot vertrek, in Jndië | uitgereikt aan Gouvernementspassagiers der 2e en 3e klasse (4, die vergunning | bekomen om zich onderweg (bijv. te Genua of Marseille) te ontschepen, — van deze vergunning gewag maken, met andere woorden, dat de zooeven bedoelde opdrachten, die de Stoomvaartmaatschappijen ten grondslag moeten leggen aan | hare declaratiën, slechts veroorloven de kosten van vervoer tot de speciaal aan- gewezen ontschepingsplaats in rekening te brengen,
Voor zoodanig vervoer bestaat evenwel geen tarief en de maatschappijen moe- ten dan ook, overeenkomstig de artikelen 11 en 19 van het met haar gesloten contract, overeenkomende met artikel 9 van het bij ’s Konings besluit van 19 Februari 1882 No, 14 vastgestelde Reglement op de toekenning van overtocht, (Indisch Staatsblad 1882 no. 125), zoouls dit artikel is gewijzigd bij Koninklijk
besluit van 2 December 1882 no. 26 (Indisch Staatsblad 1883 no, 63), (5) steeds
(1) Missive le Gouvernements Secretaris van 27 Januari 1887 no, 84e.
| (2) Missive iste Gouvernements Secretaris van 26 October 1890 nos, 2590 en 2091, (3) Vervangen door het reglemeut in St, 1597 No. 163,
ite lidl negen GN eene En in Sekel ed BAT Z i * 5 ? > 4 ¥ : 8 176 ; declareeren voor de geheele reis van het schip. onder gehoudenheid harerzijds om nan den passagier, die gebruik maakte van de vergunning tot ontscheping vóór — de haven van bestemming van het schip, eene zekere som uit te betalen, 4 he Ten einde voortaan de declaratién te doen overeenstemmen met de daarbij ‘door de maatschappijen over te leggen schriftelijke ,opdrachten”, heeft de Mi- _ nister van Koloniën verzocht deze altijd alleen te doen gewagen van vervoer naar — de eindhaven (Amsterdam of Rotterdam), Eene schriftelijke vergunning om het f _ sehip vroeger te verlaten, zal er dan afzonderlijk bijgevoegd moeten worden, Op last van den Gonverneur-Generaal heb ik de eer i | ee ane met het vorenstaande in kennis te stellen met verzoek om 4 a, en 6, bij het uitreiken van opdrachten als bovenbedoeld daarmede rekening A te „willen houden ‘en te willen zorg dragen dat dit ook geschiedt door — de onder Uw Departement ressorteerende autoriteiten, die krachtens Staats — blad 1882 no, 179 mede met het afgeven van zulke opdrachten belast zijn, e, de onder Uw Departement ressorteerende autoriteiten, die krachtens Staats- — blad 1882 no. 179 met het afgeven der bovenbedoelde opdrachten belast — zijn, uit te noodigen daarmede rekening te willen houden a De 1e Gouvernements Secretaris, es SWEERTS. Ei Ee, No. 4678. GETUIGEN, REISKOSTEN. — Berekening van reiskosten van 4 | Snlandsche getuigen, : | Aan artikel 2 alinea 1 van het bij de ordonnantie van 7 September 1884 3 __ (Staatsblad no, 143) vastgesteld tarief tot regeling der schadeloosstelling voor In- 4 larders of met dezen gelijkgestelde personen in strafzaken als getuigen of des- kundigen verschenen, is blijkens de missive van den ten Gouvernements Seere- — taris van 17 December 1890 no, 3002 de volgende uitlegging gegeven, ï De bedoelde alinea luidt: „De schadeloosstelling „wegens reiskosten bestaat, „bij reizen over land of langs binnenwateren, mits zonder stoomkracht, in een „bedrag van vijf cent voor elken paal, dien de getuige verder woont of verblijf „houdt dan acht paal van de plaats waar zijne verschijning wordt gevorderd; bij : | „reizen over zee of met stoomvermogen in het kostende der vracht.” 4 | Als uitgangspunt voor de berekening der reiskosten is dus naar de duidelijke __ bewoordingen der wet bepaald de plaats van verschijning, terwijl als het traject, 5 waarvoor geen paalgeld mag worden te goed gedaan, is aangewezen de afstand | van die plaats tot aan den achtsten paal, ; _ * Stel in de volgende figuur 9 4 | tt b ‘ es 4 a | af dat a de plaats van verschijning is en a b de afstand van acht paal, dan hebben 4 getuigen, die wonen op plaatsen aan den cirkelomtrek of daarbinnen gelegen, geen 4 _ aanspraak op paal—of spoorgeld (art, 1 al. 1 van genoemd voorschrift), a
E | | id 177 i 2 Doch is de woning van den getuige gelegen buiten den cirkelomtrek, d, i, ver- Be der dan acht paal van de plaats van verschijning, b. v. op punt d h d | a 3 dan wordt hem, wanneer de reis over den geheelen afstand zonder stoomvermo-
- gen wordt ondernomen, alleen uitbetaald vijf cent voor elken paaltusschen bend, — | terwijl, indien de plaatsen a en d met elkander verbanden zijn door een spoor- — weg, over het geheele traject spoorkosten mogen worden vergoed (art, 2 al,1 van a | bedoeld voorschrift). a | Wordt eindelijk de reis gedeeltelijk met(..........), gedeeltelijk zonder stoom- — kracht afgelegd dan worden over den afstand a d wanneer van a tot ¢ zonder en van c tot d met stoomkracht wordt gereisd van a tot b geen paalgeld, van b tote vijf cent | per paal en van ce tot d spoorkosten te goed gedaan, terwijl in het geval dat L | Ee ee | * de reis van a tot ¢ met en van ¢ tot d zonder stoomvermogen wordt afgelegd, van a tot c spoorvracht en van ¢ tot d paalgeld wordt toegekend. No. 4679. REISKOSTEN, GEESTELIJKEN. — Vergoeding van reis- ver- | blijf- en transportkosten van Christengeestelijken wegens kerke- lijke dienstreizen, BESLUIT. j No. 10. Batavia, den 6den November 1890, Gelezen enz, De Raad van Nederlandseh-Indié gehoord; Gelet op het Reglement op het reizen in Nederlandsch-Indië van Europeesche | burgerlijke landsdienaren en andere personen (Staatsblad 1890 no. 209); Is goedgevonden en verstaan: 5 i Met intrekking van artikel 1 der resolutie van 6 September 1835 no. 24, van ie | i 12 4
d : 178 ‘
artikel 1 van het besluit van 16 Maart 1838 no. 10, van artikel 1 van, het be
stuit van 9 Decemper 1854 no, 4 (Staatsblad no. 92) en van het besluit van 3 | Maart 1858 no. 22 (Staatsblad no. 26), te bepalen als volgt:
Bij verevening der declaratién van Christengeestelijken der onderscheidene — gezindten wegens kerkelijke dienstreizen beslist de Directeur van Onderwijs, Eere- ‘dienst en Nijverheid in hoeverre tegen de in rekening gebrachte reis-, verblijf.
en transportkosten, dan wel tegen het bezoeken voor ’s Lands rekening van kleinere gemeenten, niet met name genoemd in de bestaande regelingen van kerke- lijke dienstreizen, al dan niet bedenking bestaat, t
Vergoeding voor réis-, verblijf-en transportkosten wordt slechts toegekend, voor dl goover tegen de ingediende vorderingen bij dien Departementschef geen bezwaren
- gerezen zijn. ‘
De Directeur kan zich zoo noodig doen voorlichten door de Hoofden van Ge- 8 westelijk Bestuur, die ook bevoegd zijn hem ongevraagd hunne opmerkingen me- IN de te deelen, en door de in dienst reizende geestelijken, welke laatste gehouden gijn des verlangd de noodzakelijkheid hunner kerkelijke bezoeken en van het t
aantal verblijfdagen in de gemeenten nader toe te lichten. 4 | Van de beslissing van meergemelden Departementschef wordt door dezen aan- 4
teekening gehouden aan den yoet der declaratién. Afschrift enz. Ô No. 4680. KOFFIE. VEILINGEN, — Voorwaarden voor de veilingen van f Gouvernements koffie te Batavia en Padang, * : a
B. 11 April 1891 no, 1, Vervallen door Bijblad no, 4897. No. 4681. AANBESTEDINGEN. INSCHRIJVINGSBILJETTEN, — Een . inschrijvingsbiljet, dat een onjuisten datum draagt, is daarom | df niet ongeldig. 2
MISSIVE aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. : : _ No. 339. : Buitenzorg, 10 Februari 1890. | pr. F ‘Ten vervolge van mijn schrijven van 30 November jl. no. 2776 heb ik de eer, _ op last van den Gouverneur-Generaal, UHEdG. mede te deelen, dat dein Uwe missive _ van 17 October te voren no, 5673 besproken vraag of een inschrijvingsbiljet dat : § eene blijkbaar onjuiste dagteekening draagt, als geldig kan worden aangenomen, : i naar het oordeel van Zijne Excellentie bevestigend moet worden beantwoord. ; ‚Wit het onderling verband tusschen de artikelen 7 en 8 van het aanbestedings- d : reglement (Stuatsblad 1870 no. 39a) mag namelijk, naar het oordeel van Zijne Excel- ;
: lentie, wel worden opgemaakt, dat de verwaarloozing van het in artikel 7 opge- ; nomen voorschrift omtrent de dagteekening door den wetgever niet beschouwd is als 7 eene reden tot nietigverklaring van het inschrijvingsbiljet, Anders zoude artikel 8, hetwelk de niet-nakoming van andere met name vermelde vorschiiften van artikel gf wel als zoodanig aanwijst, ook dat omtrent de invulling der dagteekening ou- | getwijfeld genoemd hebben, om niet het gevaar te doen ontstaan, dat het verzuim daarvan zou kunnen worden opgevat als „eene geringe afwijking van den vorm ‘ van het biljet, waardoor het wezen der aan te gane verbintenis niet wordt aau- | gerand of onzeker gemaakt.” 8 | 3
q : i79 : i 4 Zijne Excellentie kan trouwens niet inzien, in welk opzicht eene onjuistheid in — ï de dagteekening het wezen der verbintenis zou kunnen aanranden of onzeker — 8 maken, daar de invulling dier dagteekening door den inschrijver zelven huiten | eenige contrôle hoegenaamd in geen geval tegen het Gouvernement de juistheid daarvan bewijst en het ook niets ter zake doet, wanneer of waar het biljet inge- — 5 vuld, onderteekend en verzonden is, a “8 Het bedenkelijke van een geval, als bij Uwe vorenaangehaalde missive veron- dersteld,—namelijk, dat een contract gegund wordt aan een gegadigde, die overleden | is vóór den in zijn biljet vermelden datum,—is naar de meening van den Gouver- neur-Generaal uitsluitend gelegen in het feit, dat de inschrijver overleden is vóór dat het contract hem gegund is. Er zou dan verschil van gevoelen kunnen ontstaan 3 over de vraag, of het aanbod van den inschrijver niet vervallen is door zijn dood, — Maar de datum van het biljet blijft hierbij geheel buiten de quaestie, Het biljet kan — im elk geval niet zijn ingevuld en aangeboden door een doode, welke datum der- — | halve in het biljet vermeld moge staan—een posthume of niet—, het feit alleen, — | dat bij de aanbesteding een biljet van den inschrijver is ontvangen, bewijst dat — het biljet dateeren moet van vóór zijn dood en van vóór het tijdstip, bedoeld bij artikel 12a van het aanbestedingsreglement. De iste Gouvernements Secretaris, SWEERTS. fj Gewijzigd en aangevuld bij Stbld, 1877 No, 168 en 1885 no, 46, pe No. 4682. AANBESTEDINGEN, INSCHRIJVINGSBILJETTEN, DOMI- CILIE, — Een inschrijvingsbiljet voor eene openbare aanbesteding, waarbij door den in- ; schrij vér en zijne borgen elders domicilie is gekozen dan in de vastgestelde voor- waarden is bepaald, behoort als ongeldig ter zijde te worden gelegd, h Missive van den len Gonvernements Secretaris van 4 April 1892 no. 820, | No. 4683. VACCINE-REGELING, — Vaststelling van nieuwe modellen / der door de Vaeccinateurs en Opzieners der Vaccine in te | dienen bescheiden. D De in no, 1230 yan het Bijblad opgenomen modellen zijn vervangen door de . navolgende: (1) : | Zie de modellen in Bijblad no, 4772, ; | | | (!) Missive len Gouvernements Secretaris van 26 Mei 1891 no. 1168,
nk Ere SE EET ENE Ri ED oere akker er me ocd gap nr nl ld nn
ze his mapas EN 5 Peel SE 7 en Nn be Wel 0 Mk sth Sari a Nae ;
; oe) en ell EPA mas aan TSM ical ZR Se PEN rt SRS Zeh TEE ETD AE RN oo racamncie Slices oe Reeser omnia tte nj ee En ET a heen: ER ol aie a Se NE Sry a a Pett By Tage i} or a E =f {ae raten yee Piet, i We it et ~ Eee re UL f 5 >i : oe a EE
- Ae 4 Te. i wat ei o he ft jars = 3 UNE
‘eeu Sie Ere ch 5 i oe, sn ze as) wees - ¥ F : ae oe Piece ; DARE ES
1 4 : 1 En
ae % rae Sey vl Ln : r : f oer
Be east ors > A eae
‘ha 7 a t a:
or em
nn i : a+ pea
rn i, a
OS ‘ ae
aan : ! es i
ae is: ’ .
REL &, > = ¥
nie il H ‘ Zen ae.) a! En zal
BEA |.“ + : MAS:
lier: { Id 4 r riä
rd r e € 2 Tan ien 5 eels
. : : 4 : oa
“ane = ? ea er a
i] Es 3
zi aa hi ; a
ik bere.
: zink -. a 5 zac
Bkr : 3 dh
RDE de 1% j y i ; Bea?
ae, . ‘A
aes a ra / an
RE : a
ER, Re Fase é L É 3 TIN
MPO vt = ke > È
Be ol. k " ' at ae
Bight’. rh J tE
RE ä ly be ‘
Bee bors ae
oa A fs : ein
8 a ‘ “a
ior “J ' wa i ees, BN
aires a : . 210m a
Ie : (oe
RT ‘ ae
a : F ee ls ' = cr
Bte * “ ic
ER . ' q J oi:
eae F 4 ; F : a
ee, r "en
“eN : A 8 : ' di
ee ig fi Wet iy Za
Tre eik ci at A de fs Pis] : > Eo Se el ik * i es | ces
eo 5 5 hee : eres | ea Ë Ne ; Dies 15. OT) Shae
Ey ER 2 : Rig aay : oe ue
_ ee a etal gt El A ihe f hele WM |
st. AT eal oe ¥ i ‚pl \ i: a.
= han ee at he : dr bet Hen edes ie sh pope
ET EN ae Tre ne i " ANA ae ae en
ed es Ee Pe RE te EENES Nn Ae MIK en Jt soy en
a OA a ed oen HOT a LISE We ia, eee a A ee a DE DS rk ER
j 181 | ; IAF oo | | DAFTAR KAMPOENG. | Daftar aken menjataken segala desa atau kampoen jang masok bilangan dalam satoe satoe tempat |
menjoentik tjatjar. |
B 182 EERE Tae = \ A é # lle ot a —— ia soo| BERAPA PAAL tn Ak 58 | DJAOEHNJA, — i _ Tempat Nama 2 B. : 3 Et = oe : 4 ' menjoentik desa atau gs. | ES Ss £3 Keterangan. — El EE S 3 ge = Ss : , "9 that} k Salden |, _ tjatjar. ampoengnja. enen 2 bs a RE ze 3 ä 8 lag 4 a a pe ee 4 ¥ Benen. a. | A. b. q EE: « €. a a 4 | | 7 yy is =
7 he a
- te i 7 Ee | 8 8 _Selasa I a. | | = = b | | | Ei oi B al . d. : 4
ij # | E
- i. | , Membawa bibit ee 2. | \ ke, joel! oe Pi el SD Redes | | (Selasa I). —
| | | SN 4 _ Rebo iz a. q ay C. b. EL 0 CA Ss 4 ¥ El | * 8 3 | @ 4 a zi Membawa bibit — We . £6 er ae oe om E, Ad A ERS (Rebo ID. Selasa TL. a. Aj 4 Dy; b, ‘ “a g c. y on # 4 ie 4 DE | Membawa bibit _ a 2, kbs. os oe hi (Selasa IH). ‘a ; | | Ee
ii eN een rset hail OAN E Wen i al heg BEMAPL EAK: ES En : | gs DJAOEHNJA. “oy | Tempt Nama ceo bees BE __menjoentik desa atau ae FA re = Bo Keterangan. § 5 248 (38 s SD a | Re = “2 B Es | Kr: uh: kad . a | Been | meen |l || | B = 2 2 8 Me 8 SE by § ; = eee OT ik NRE TNT EEE Te = ; Rebo Il. | a. eo a Eg. S a a “ie : ei ‘ : | 4 yy i. | Membawa bibit ‘= Br Ee: Oats + 3 | en li t | (Rebo Ny, A ä E | 4 _ Selasa Ill. a. . a ) 6. | a a " d. | { 8 caer | | | ” Membawa bibi Ae | | | KO. se eee r ij | (Selasa IV). ; | | a Rebo LIL. a. | | : 3 & b. 4 oe ‚ En ; 2) ; 2 } c i. Membawa bibi Zz - ke. eds val (Rebo IV). q ; Tertoclis dineren vere er eee 3 ’ bao eta Ea eth 4 fi Boepati, i | : i
5 IK Ì E JOURNAAL. ZE EN OE in
El Bs BERAPA BANJAK ANAK JANG DI SOENTIK ie 5% TJATJAR. AC ON meenen meer = EE 4 S 8 El Sekali di soentik, Kedoewa kalinja di soentik.| ee Beel Terer tee Teen Brees | SSS dla |. la lals |. taten Pig?) 3.) <2 |2/2./3 |3.|2/28,\2 13.1 @ | a 2 Swe 8 ni EJ i on 5 B | kei: st yest} ~ | Ses | & ee 8 alsd zl i Eel 5: a =. ae SE sE 2 at Ears Ao ' Bice | |S oS a|/SBal(Pae | oo) EIN SRI Se | ae ci as 8 28 ne bt rn B po i Mee he bee Laie ie fs |e) eh ts len oe |e | a i a aoe ica ae eg ied Oe ; | |
: | .
- 2 | ; a | | | 3
x : 185 : £ f En e ed : Pa i ze, : Tournée-Rapport. Jen Residentie “__Kaboepaten____S 4 DISTRICT: TIATIAR: 20:00 Eeen | a > . Daftar akan menjataken banjaknja anak-anak jang di soentik tjatjar, Perdjalanan (tournée) No, lari hari boelan tanggal tahon sampei hari boelan tanggal tahon Z ie _ | BERAPA BANJAK JANG DI SOENTIK TJATJAR. |
Nama | __ sekali di soentik, | Kedoea kalinja di soentik. | ea
_ Nama district | : ale la |S |al[e |e les onderdistrict | atoeran = 8 Fn cs 3. | 31s4a\2 ZS | Keteranga' S$) Se a8/78]| 8/22 22152 tjatjar. |Gouverne-!| @ | 25 | RE | S48 | ah |EE|SE | la be SS) 5 ao Sa leo) i E ment, al ed | 2 we tel eo | B | bee | Pelee le LA NELIS ya |E | je el dp me pe CN Ee el Ee : 1 EE: | AE me I 4 EE ET SS eae: _— —. j | | “ i] | | | | | | 4 | | 3 . | i | r Tertouhig: dl Sin eh sacs 6 se ee loge eee ; pide Agha boelan. Ates ai elec ese Oe Mantri tjatjar. 3 ;
Kler enn Er a fe ee AE Cn EE „Java. | Burgerlijke Geneeskundige Dienst. Residentie , i. | INSPECTIE-VERSLAG van het vaccine district ‚ vaccinatour | Dit district bevat kringen, alwaar des ‚ des ‚en des 7 a gevaccineerd wordt, terwijl iedere tournée weken duurt. E: 3 Geinspecteerd werd straal k a op Maandag, den te B 4 3 op Dinsdag, den te | x en op Woensdag te 5 x _ De kringen zijn het laatst geinspecteerd op ; ‘ i Het aantal ter inspectie aangeboden kinderen met versche vaccine-stof, bedroeg De te ‘g : te A rs en te mn x De kwaliteit der vaccine-stof was ‘a ey, te si ae Kk en te : ; 4 5 Het aantal vaccinandi bedroeg te : 3 @ te 7 r ; ze / en te : dl Afgewezen wegens ziekte werden kinderen ; a De vaccinandi waren afkomstig is 3 te uit de desa’s 4 : te nit de desa’s a q en te uit de desa’s © i ig Kinderen met oude vaccine-lidteekena werden geinspecteerd E 2 te ten getale van : % te ten getale van ; i en te ten getale van ) a Van deze kinderen bleek de vaecinatie te zijn geslaagd d Bei te goed hij en voldoende hij U al te goed bij en voldoende bij. E en te goed bij en voldoende bij () en terwijl wegens pokdaligheid werden afgewezen a | te a RE dl 4 5 en te : : en wegens chronische huidziekten die de contrôle onmogelijk maakten i j te ; a bh en te / : a a A In zijn journaal had de vaccinatenr op de dagen der inspectie 4 in het volle resultaat der inentingen van de buitenkringen ingebockt tot en met den ____{) Zie circulaire van den Chef over den Geneeskundigen Dienst in Neder- — 5 landsch-Indië aan de Gewestelijk Eerstaanwezende Officieren van Gezond- 4 \ heid ddo, no, 12 November 1890 No, 2340, a Le N a
ie kh en de Pe ea eee A TE ai 4 : a ‘ i 187 4 eae 7 „TE BEANTWOORDEN VRAGEN, 4, Wat is uw oordeel over de vlijt en geschiktheid van den vaccinateur? Dient — k hij zijne rapporten in op de juiste dagen? Geschiedt zijne contrôle op het a 5 of niet geslaagd zijn der inentingen, op de voorgeschreven wijze? 2, In welken staat zijn de vaccine-lancetten aangetroffen, en hoe groot was ä hun aantal? Worden zij vóór het gebruik gedesinfecteerd en na het gebruik : rein gehouden, en worden de overige voorschriften tot desinfectie opge- volgd ? . _ 3, Hoe is het toezicht op de vaceine van de zijde der ambtenaren van het bin: 4 nenlandsch-bestuur? Blijkt dit uit aanteekeningen in het journaal van den | vaccinateur ? ‘ | 8 4. Is een afschrift of een uittreksel van den vaccine-kampongstaat aanwezig bij a de districts- en onderdistrictshoofden ? 5. Worden in den loop van het jaar alle jongens en meisjes van 7—8 jarigen , “leeftijd in de verschillende vaccine-onderdistricten gerevaccineerd ? Zoo niet, ; wat is hiervan de reden? : 6, Wat is de oorzaak van het wegblijven der gevaccineerden en gerevaccineer- ii den, ter contrôle van het al of niet geslaagd zijn der operatie? 7. Wanneer is de vaccine het laatst ververscht geworden? i if B j 8. Komen variolae of varioloiden voor in het vaecine-district en is dit door U dg of door inlandsche hoofden geconstateerd geworden? i
- = zin GAN 1 Pe nl nd i tin EEn 2
Day |e treat een de AID ee rl DIE eee eee Re ten AGENT ie ae a in DE 4 BNE tie ie Vert Sear zien iis aah eet AEN EN Be Lt: ed rel: EE Nel. : EE jn te | Me Tn a ia ey ed AT keg Ee re La oT Kn en rien ap eee ENE en PAT, denkt ME liae bed pd red pire NG es, EEN He tesa ice eae inane - ones Mees its Pte Sy ha ie en Ze NU ee et RN rd et) EY darlene) Slee oe aj Oy oe tel te cee BER ee eR ak eee fe ee Ne eee ee TENS a A ie ° Tl Ao. Se ee i raze STS Cae a { ed car a z s | e EEDE PE en ween naalden i VEEN PR WEE U Art ENGR Pe et er NE REEN TE AA heren: Pe ART ih Sl ARNE one TE ee Eene EN ellen E Be: ie ne pales see i co EA | Lj : eae 3 si En se A a ate + oF , - i 4 ret Nid ri ae Sint er 0 eig het nent La aeons en Ne ap DA E Ponts : net ae iy lee ms Wiid Ka ete BE er EEE Gir, = eee p : oe ie eto. TL MRG ze llen t Tae EE kg ee, i , - ie ee “a hs EENS : Br : need et eg art a eo : : : ee er ly: di Aya, < Bie? et: 0: ae Alaina a aaa pm i : ij se et JEN NEE ek j : EPN IE en SNe 7 . # 5 +: * Py tae NEN 5 ‘ 2 ad d in "Se nae | ? ke nmi Se as. i el = t Is E > ot oe i d i ps 7 EE BREI pe a Sa ; ; ’ 2 ae a of His rij TEN Weeen 3 : : eS = ries ‘ dst i Pee 7 2 ae gel ; tiie P a a Fees 2) ae tt big 3 5 ten EN k » +s antes. “ies : as Et Bees. => - 2 rt a: at ite ‘ a a bo “ 2 „ 4 a En sed 4 : Len } ik ke ; : 3 | REE EG ; : 5 ator EA 5 - El A oe a. IEP ‘ KET An En, Kk ri EN dn RAA ps : Nu? : ite ere ‘ sf ere ee : : itt) sy WET ï ;: ‘ th ie WEN 7 b : > ee ‘ et BNS 7" ; , : ME ed . : nek be ae bn Pr Bes. mead Nee A ; We } : i a eee a oan ei oy fae n # jk RE 1a mele 1 . . 5 jk 7 See OS Ror ee at et i. i : : ze oS ee: aes aa" i A 5 : | B ee nel “ = 9 7 7 fact a. RE : 5 a Ee a : ‘ee Î 4 4 * » RAE zr ei) be EET Zi en MEE ee . ia _ ar ENC NAE : : . pe ar ¢ ies ; a f ee Ee en 3 2 d J EN Sa Pi Sah acy ft A if > ek yA ie ¥ EE Ben 7 4 : Fi WET. MER “Sky rr Ë ‘ ied f 5 . 0 ee en. fee I aA. Are: : B rr Arade wi nig et Ae AS dbs re DER nee ener ie SNE, Ba Bn Be eG; ‘ aga SF 8 eae eS zr NODEN te TA End A ears He eee Hr Er: EE Ul Hiss eg af = i a jn rte he le Wiehe 3 te va ae i d Ä at en A NEPA a eN corsa oN AE Dn ROOD a Mee IO i eS AO En SEEN re te sepia tl Sr Pah, “FA, f ah ate tele A eta ce sre et ea tar | fae: ey: golden. ad Wh Ar See ea en nt ere IC de Ot ke: ri pe ar ai a a bar oe ce MAL ER ee TU A EN BN ek IDE er a hee ae en ton chs kee ee an tte eee zp ab TER ie thee! ieee Toth ee AG dr En JAE Ars ee ree AE Mt tse vee =) Bie cn EEC te Atel set Soar Care aco nae Se pleas aes
| wate Hs | a yr a 189 | __No. 4684. EXAMENS. VROUWEN. — Met zoogenaamd klein-ambtenaars- examen behoort niet van vrouwen. te worden afgenomen, Missive Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid van 6 Februari 1892 No, 1247. Vervallen door Bb. no. 5608. 4 No. 4685. EXAMENS. REGLEMENTEN, LANDMETERS, — | | Bij het besluit van 13 November 1891 no, 11 is bepaald: zin A, dat de artikelen 4, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 17 en 20 van het bij besluit van 24 December 1888 no. 17 vastgestelde reglement voor het examen voor adjunet- landmeter der 3de klasse bij het kadaster in Nederlandsch-Indié (Bijblad op | het Staatsblad van N. 1. no. 4446) worden gewijzigd en aangevuld als volgt: I. De eerste alinea van artikel 4 wordt gelezen: „De commissie voor het afnemen van het examen bestaat uit 7 leden, waarvan één —en wel een ambtenaar van het kadaster — uitsluitend voor het efamen in het schrift en teekenen.” Il. Aan artikel 7 wordt eene nieuwe alinea toegevoegd luidende: „In dezelfde vergadering wordt, met inachtneming van het in de artikelen 8 en 9 voorgeschrevene, de duur zoowel van het mondeling als van het schriftelijk examen in elk vak vastgesteld.” Ill. De artikelen 8 tot en met 12 luiden: : „Artikel 8. Het examen wordt in alle vakken van het programma, vast- gesteld bij het Koninklijk besluit in Staatsblad 1883 no. 121, behalve in het vak h zoowel mondeling als schriftelijk afgenomen. 4 „‚Het schriftelijk examen in de vakken a tot en met g duurt hoogstens 16 uren, verdeeld over vier dagen, en wordt door alle eandidaten, of, bij toe- passing van artikel 8a, door alle candidaten eener afdeeling, tegelijkertijd ì afgelegd. : : „Voor het schriftelijk examen in het vak h wordt tijdens het mondeling examen voor elken candidaat hoogstens een gelijk aantal uren, verdeeld over een zelfde getal dagen, beschikbaar gesteld, „Het schriftelijk examen geschiedt steeds onder toezicht van een lid der commissie, en wel, voorzooveel het vak h betreft, onder toezicht van het lid voor het examen in het schrift en teekenen. „Artikel 8a. Indien het aantal candidaten meer dan 20 bedraagt heeft de ; commissie de bevoegdheid om hen in twee afdeelingen te splitsen. „Het schriftelijk examen der tweede afdeeling neemt voor zooveel mogelijk ' reeds tijdens het mondeling examen der eerste afdeeling een aanvang en 4 geschiedt in dat geval onder toezicht van het lid der commissie, belast met het examen in het schrift en teekenen, „Het werk mag niet hetzelfde zijn, maar moet zooveel doenlijk van gelij- 3 ken omvang en van gelijke beteekenis zijn. | „Artikel 9. Voor het mondeling onderzoek, dat aanvangt op den dag, vol- gende op dien, waarop het schriftelijk examen in de vakken a tot en met } gq is geëindigd, wanneer die dag geen zon- of feestdag is, worden de candi- ’ daten door den voorzitter verdeeld in ploegen, elk van zooveel candidaten — als met een goeden gang der werkzaamheden is overeen te breugen, rp bake pek Pete REESE WER AE Ee
~_ a ORE € rit Br “To Se as ld ir rent ee EEn achet nee Pe 3 at 190 ee ; „Elke candidaat wordt afzonderlijk ondervraagd, . 7 „Bij het mondeling examen in elk vak zijn steeds heide examinatoren in _ dat vak tegenwoordig. | a F „Het mondeiing examen duurt voor elken candidaat niet langer dan 6uren _ en loopt voor elke ploeg in twee dagen af. 3 „De candidaten die, bniten Batavia wonen, worden zoaveel mogelijk bij — de eerste ploegen ingedeeld, S „Artikel 10. Overeenkomstig hetgeen in de eerste vergadering omtrent den Ek is duur van het examen in elk vak is vastgesteld, maakt de Secretaris in over- E leg met den Voorzitter roosters op voor het schriftelijk en mondeling examen — if en regeli de Voorzitter verder in overleg met den Secretaris zoowel de orde 3 der werkzaamheden van de geheele commissie als van de sub-commissién. é: „Artikel 11. De opgaven voor het schriftelijk werk zijn voor alle candida. ten dezelfde, behoudens in het geval van artikel 8a, en worden vooraf in 4 ; overleg met den Voorzitter vastgesteld, ‘ . „Voor de vakken, waarin een opstel gevorderd wordt, heeft de eandidaat 4 : de kens tusschen drie onderwerpen. 3 i „Bij het schriftelijk werk is het gebrnik van boeken, behalve de door de % commissie te verstrekken tafelen, verboden. q 4 „Artikel 12, Bij tijdelijke ontstentenis van een der leden wijst de Voor- zitter een ander lid aan om hem te vervangen of vervult hij persoonlijk diens plaats.” A IV. Aan artikel 17 wordt cene nieuwe alinea toegevoegd, luidende: j ; . _ „Bij de beoordeeling van het vak A kunnen mede vroegere door den candi- daat vervaardigde teekeningen in aanmerking genomen worden, mits tijdig ingeleverd en naar het oordeel der commissie voldoende waarborgen opleve | rende van door den inzender zelven te zijn vervaardigd.” ‘3 | V, Artikel 20 wordt gelezen: fi | „De candidaat, die over alle vakken van het programma berekend gemiddeld aa Á het cijfer 6 of hooger behaalt, wordt geacht aan het examen te hebben vol- 5 daan, met dien verstande nochtans dat, wanneer in verband tot het in artikel 15 omschreven stelsel van cijfers bij het examen in één vak slecht, in twee q | vakken onvoldoende, of in de vakken ¢, d,e en A van het programma gemid- E | deld minder dan het cijfer 6 behaald mocht worden, de candidaat geacht q wordt niet te zijn geslaagd,” _ B, dat de artikelen 7 en 11 van het bij hetzelfde besluit gearresteerde reglement _ ; voor het overgangs-examen van adjunct-landmeter der 3de klasse bij het 7 ; kadaster in Nederlandsch-Indé worden gewijzigd en aangevuld als volgt: 4 I. Artikel 7 wordt gelezen: . „De Voorzitter regelt in overleg met den Secretaris het aantal afdeelingen, | waarin de candidaten, in verband met den goeden gang van den dienst, wor- i i den gesplitst, alsmede de orde der werkzaamheden van“de geheele commissie _ 3 én van de sub-commissién en wel zoodanig dat alle candidaten van dezelfde ae afdeeling tegelijkertijd het sehriftelijk gedeelte voor hetzelfde vak verrichten en dat het geheele schriftelijk werk, waaraan 28 uren besteed worden, uiter- lijk in vijf dagen afloopt.” U, In artikel 11 wordt tusschen de iste en 2de alinea eene nieuwe alinea inges | voegd, luidende ; % i a: er ME ADE Et en, EEM ot PER EN Eet MANET Te ee racer oo
Iek ee ee ee TPN ted | er an HE : etre ae “ el nM ' p * \ si : J i 191 Bee
„Het schriftelijk werk mag voor de verschillende afdeelingen niet hetzelfde”
zijn, maar moet zooveel mogelijk van gelijken omvang en van gelijke betee- kenis zijn.” .
De 4de alinea van dit artikel wordt gelezen :
. „Bij het schriftelijk onderzoek worden aan alle candidaten van dezelfde af-
8 deeling dezelfde vragen gesteld, Ook de “mondelinge vragen worden zooveel mogelijk gekozen van dezelfde soort en een gelijke mate van kennis van het onderwerp ter beantwoording vorderend,”
No. 4686. COMPTABILITEIT, JAARREKENINGEN, ONDERCOLLEC- F TEURS, — Vaststelling van een model voor de jaarrekeniugen der Ondercoilecteurs, CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera, uitgezonderd de Vorstenlanden,
No. 4454. Batavia, 20 Augustus 1891.
3 Ik heb de eer UHEdG. te verzoeken de in Uw gewest bescheiden ondercol-
___lecteurs en huipondercollecteurs belast met de inning van landrente en andere
belastingen te willen aanschrijven om te beginnen met het jaar 1892 hunne aan
; de Algemeene Rekenkamer in te dienen jaarrekening, waarvan het model is
vastgesteld bij haar besluit ddo, 31 Mei 1875 No. 4398 (Bijblad op het Staats-
; blad van Nederlandsch-Indié No. 4016), in te richten overeenkomstig het bewerkt
model gemerkt A, waarvan U hierbij... „exemplaren ter verdeeling worden aangeboden. Voor het gebruik bij mijn Departement en dat van Financiën is het voldoende,
( dat uit de aldus opgemaakte jaarrekening aan elk Departement een extract wordt
: ingediend, bevattende de tot elk daarvan behoorende belastingen.
In het belang eener gewenschte inkrimping van het aantal collectestaten ge- lieve U tevens het daarheen te leiden dat door genoemde comptabelen bij elke overstorting, niet meer dan één overstortingsbewijs voor elk middel wordt over-
; gelegd,
In het geval dat het overgestorte bedrag betreft belasting over verschillende
jaren, worde, gelijk tegenwoordig o.a. door den ondereollecteur te Soerabaja ge-
: daan wordt, het overstortingsbewijs aan de ommezijde voorzien van een specificatie
vermeldende het overgestorte bedrag yan elk belasting jaar op de wijze als is
aangegeven bij het model gemerkt B, waarvan U hierbij mede. „...- exempla- ren worden aangeboden,
Er behoeft dan voor elk middel afzonderlijk ook slechta één collectestaat te
worden opgemaakt ‘met aanduiding van de verschillende jaren, waarover de be-
é lasting loopt. 4
De Directeur van Binnenlandsch Bestuur. , H. KUNEMAN. 8 In herinnering gebracht bij Bijblad no. 4692, /
5 _… 192 q ij 7 4
- Comptabiliteit «JAA at No. 20. pe a SEES ee ondercollecte Nummer : a _ of letter zal yan het A ARD ee _ middel bij der de ramin fen i a pide: ONTVANGSTEN. ontvang wezen, — EE dd A aaa LE : Be ae Belasting op het bedrijf... ossen. f 1085 a ; E DEUS tree ee ve CN a ee 27 ATEA EPD NEN AEO 80a BEMIND SF, enden are eea os hi den ok ide | 5 ] 2 bil: zj 305 WABGH VARY OIA. Tl aaa ee Tals eN 7241) ze saal Totaal........... |f 108937 }
‘ 193 ENING, Jaar 18. | STORTINGEN IN 'SLANDS KAS EN BETAALD q el COLLECTELOON. EK: Bedrijfs- z |
MAAND, Hootdgeld, Landrente. | Vischvijvers, Totaal. pe: belasting. :
sg | Overstortingen, | | : penuari pe « f on == ef — Ts if — = fe — re of cat —! euebruari....:| * 154 | 15 91) — 629 | 52 912 | 50 1187: | ae Baart ......| > 68 | 74 —|— —}— 80 | — 148 | 74, rl 68 | 305 —|— —|— —|— 68 | 30 Eeen 15 | 63 —|= =e =| =| 15 | 68 MOL. . e 16 | 695| 1259 | 50 —|-— —|— 1276 | 19 ee > lee. 56 | 645) 32999 | — —|— BO 3365 | 548 Augustus .... 10 | 455) 1677 | 50 —}—| 100 | — 1787 | 958 oe. Ais —|— 4065 | — 1466 | 50 464 | — 5995 | 50] ‘October... . 19 | — 3359 | — 5684 | — 643 | 50 | 9765 | 50 ‘November... . 618 | 23 1253 | — | 21085 | — | 450 | — | 23406 | 23) December....| 1879) —| 1042 150 | 25404 11) 899 | — | 28724 | 61] Januari 18... . 4658 | 25 757 | 50 | 18567 | 87 3612 | — | 27595 | 624 B Totaal... | f 7125 | — | 16734 | — | f 12837 | — | f TRA | — |f103937 | —
w.o. f 39.— boete. Fi Oe 2 og ve
: Afgegeven voor Origineel. De Ondercollecteur, J
N. B. BETAALD COLLECTELOON,
Elf el aan FO ae ee ee | —|f — | ; | Februari. oe 9 | 21 7 | 28 50 | 36 13 | — 134 | 85 Mart, and 5 | 50 ees en 6 | 40 11 | 90 Ae 5 | 465 —|— ‘_—|— |} —-|-— 5 | 46 Peete gs Te, 1 | 25 —|— —|— —|— 1} 25 RN 1 | 335; 100 | 76 = | — a 102 | 09 BREA ore ost, 4 525) 258 | 32 =a 6 | 40 269 | 24! Augustus, ... . | 0 | 835 134 | 20 —|- 8 — 143 | 03 September, . . . bs | — | 326 |20| 4127 | 32 37|12| 479 | 64 “October... G|32| 68) 72| 454 | 72 51|48| 781 | 24 November... . 49 | 46 100 | 24 1686 | 80 36 | — 1872 | 50 December. . . . 110 | 32 83 | 40 2032 | 33 Ti | 92 2297-| 94 Januari 18, . . + 372 | 66 60 | 60 1485 | 43 288 | 96 | 2207 | 6 Total... | 7 566 | 88 | f4338 | 72 | f 5826 | 96 | fs 579 | 28 | f-8311 | BA
| , 13
A fats ee ryan) Me cee VERRE DD El Cat de ai a en,
- EP Ee AE No. Ie a AFSCHRIFT. ; el Re, a DEPARTEMENT VAN FINANCIEN, _ a is Pei eS ena 2 a esidentie Soerabaja. — Dienstjaar 1891. yh BELASTING OP HET BEDRIJF. 4 ia
a Stortingstaat van de ontvangsten van den ten tot en met den 10en Maart 1891. a oF Ondereollecte Soerabaja. ‘ Je By | Chineezen Bt, i en andere ‘ A | ; Inlanders. vreemde … Totaal. BE . oosterlingen, 4 iG i = 1 7 Lands kas overgebracht: : 4 belasting RESO cle te en la rete pope eb Ed AAB Ul 2 eye, Je joete wegens niet tijdige betaling . . .. —.|— ,» 4/20 | 4 | 20 a OEE ES CRT rn DE q ; Te zamen. . . . , Vv a | See We akk | 20 E 76 | 2 7 Zegge: Zes en zeventig gulden, twintig cents. A laatste storting heeft. plaatst Soerabaja, den J1en Maart 1891. | op den acht en twintigsten Afgegeven voor Origineel; — jari 1891, ä De Ondercollecteur van Soeraba ju, | De Ondercollecteur, ' (w.g.) Mas Naapem Porrso SÉPOETRO ) Mas Naasrar Porno SePoerro, y : re iy Sl fis HE ke : Voor de ontvangst van voormeld bedrag ad J 76.20, ze a (Zes en zeventig gulden, twintig cents.) ‘3 . 7 q a Soersbaja, den t1en Maart 1891 2 De Algemeene Onivanger, a KS. (w. g.) HONIG. i 8 8 iM (a ; : ’ A CNE N i. i AGN
ie, dike Wien Del eden dl eol rn jo a a mae diie oe A zhe pan gl ed get ARD era ark ee ni en Vet at nt ER
dd GEER mM TOWNE EM cay he ee ns ELEN sen ON BREE EO Fag Td PS en ae ea ede oren Ae en PA end An el ita nb cuvezen, | ANDERE vee | ony gE Bee rek ae sig 8. ’ : i OOSTERLINGEN, : spat DIENST, Er EENES hs OP Se EE EER? he Bel 7] Bee ned Bela- _ Belas- Belas- | ree Me ANB ving. | Boete, | ting, ‘ | Boete, ting. pee: ting. ; | ke gt: —— DE = == ZEN f MES ME ff 30|—|¢ BT == SO SA pe oe 4 : * “ Meee fray | (| Be fl 20|— pe eee fp] eS |S} sett: a) 20] ae yen I fhe ee =| 460 yy 3|— Faal |f 1/20) 772|—|F A Ja : f i BE
L ’ : ae EE | ee ze i ss i #8 al 2 a ME - f : len ch Ba hj { ag ie a i zl MR rsa i: : % . p ; 2 a za ZA oen EEE NE a B, a! 4 : is B Wi } oN eee ae il | sd aaa aah fat \ ta! AL ' ste ee Pe z x ri Be i ii rf ata ree me ’ ne e
7 aS ; , en iks i u ET
ee er AREN 8 u me ihe hr ta et i pea |
se ari ee he ene tn EE En rn EE Us 8 t 4 5 zeg ; ee. KE No, 4685. COMPTABILITEIT, ONDERWIJS, JAARREKENINGEN, — —
Ds Tnrichting van de toelichtende staten der door de hoofden van
& Europeesche scholen in te dienen jaarrekeningen. 4 k CIKCULAIRE aan de Europeesche en Inlandsche sehooleommissiën. a No. 589. Batavia, 19 Januari 1892.0 Door de hoofden van de Europeesche en Inlandsche scholen worden tot dusver — 3 in de aan mijn Departement ingevolge artikel 7 der bepalingen in Staatsblad — 1875 No. 23 ingediende toelichtende staten hunner jaarrekeningen de sehoolgel- _ den over December, door hen in Januari d.a.v. ontvangen, over het algemeen — = geboekt als in December van het voorgaande jaar ontvangen. 7 Omgekeerd gebeurt het ook zeer dikwijls, dat zij de schoolgelden over De- — __gember, door hen in Januari d.a.v, in ’s Lands kas overgestort, in die toelichtin- — _ gen boekten als achterstand op het einde van het voorgaande jaar, niettegen- — _ staande die schoolgelden door hen reeds in December van dat jaar ontvangen — — waren. a | Zulks is niet alleen in strijd met $ ¢ van voormeld voorschrift, maar oefent — tevens invloed uit op de begrootingsrekeningen van ontvangsten en uitgaven, 7 aangezien de schoolgelden, als vallende in de termen van het tweede lid van á _ artikel 10 § a der Comptabiliteitswet (Staatsblad 1864 No. 106), moeten komen q ten bate der begrooting van ontvangsten over het jaar, waarin zij door de comp- tabelen (hoofden der scholen) zijn ontvangen, terwijl het hun daarin aankomend _ aandeel ingevolge artikel 10 § b van voormelde wet, behoudens de uitzondering . vermeld bij artikel 11 dier wet, moet worden gebracht ten laste der begrooting — van uitgaven over hetzelfde jaar, | Ter verkrijging van de noodige eenvormigheid in de inrichting dier toelichtin= — gen, zoomede van het vereischte verband tusschen de cijfers der ontvangsten en uitgaven, betrekkelijk het Europeesch lager- en Inlandsch onderwijs, heb ik de — eer Uwe Commissie te verzoeken de hoofden der onder haar toezicht staande _ scholen op een en ander te wijzen em de toelichtingen hunner jaarrekeningen — __ voortaan te doen opmaken overeenkomstig de toelichtingen in het hierbij gevoegd uitgewerkt madel, ii Tevens gelieve Uwe Commissie zorg te dragen, dat die toelichtingen in duplo fh worden ingediend, vermits een exemplaar na verificatie bij mijn Departement aan de Algemeene Rekenkamer moet: worden doorgezonden. b De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid } VAN DER KEMP, 4 ; zi “iy f F 3
= 197 4 Residentie Bagelen._ Es | i , _ Uitgewerkt model. _ | TOELICHTING : VAN DE JA ARREEE ENIN G van den Hoofdonderwijzer (a) ‘ | te (5) WONOSOBO. over (c) 1891. BEHEER GEVOERD DOOR: P. van Vliet van 1 Januari tot en met 18 Mei 1891; D. Koekoek van 18 Mei tot en met 12 Juni 1891; en
- Hoogenboom van 13 Juni tot en met 31 December 1891. 7
Ee REM at ul en ce he dn RG RR es gt MEE NEEN ie fe ke att EEA Bc, PK DEUI EE = B 7 EE é | a ae B
ae : 198 8
zl { ; ace :
: en = nn ann _—— re r = = — "7
i ; Ven VORDERBAAR B. EDR
' RUBRIEK AANWIJZING | 4 | ie ' oe schijndag) Achter- | Vorder- | —
4 ° 4 stallig | baar |
REKENING. VORDERING. op ultimo [geworden | 4 be ; tijdvak, | December in 4 18 | | 1890. „| 1891. | | am
“a EEn . a -. ieee mm AN EE - es ie = E: Schoolgelden van de Schoolgelden van.de| 41888 |7 30 | — ‘ @ Gouvernements lagere openbare lagere school | - 4
: ag - scholen. » te Wonosobo, ~ a i ‘ ‘ iq 8: 1889 |, 25 |— 3
a i k 4 i 3 4 ig a É: ; 1890 |, 45 |— Be 2 g hs s ” se Fan im ‘1901 |, — |—| ¢ 550) — | a ' a a B: “ e ll : | | |
“TMG. Lacan aes 1
: ws ’ | "Potdal sie E 100 |r 0 — f tek = a ie 5 ER " Voor het geval de schoolgelden over de maand December 1891 reeds in die n geïnd, behooren zij te worden gebracht in de kolommen I en IL (Aangegi ay drag) en (Totaal bedrag, al worden zij ook eerst in Januari 1892 in ‘aE _overgestort, : 8 a f ; f A : ie en
RE nr oi EL ee be hf Toe elden nei jl. di, 5 mm << a es te : AANZUIVERING. Achter- | :
ee stand | ;
ONTVANGEN. __ |Vernietiga “op ultimo | Aanmerkingen |
Art Sedo of Totaal. | December ARE afgeschre- |- 1891. : Dafteekening. Benes: ven. | : sad en ER Ae eee | MENE z a, | b. | f | fasl—lf 10/—|f 2% —|f 5|—| a. Bij besluit van. a | ddo. .... 1891 No, .… | afgeschreven. dj q | : b. Voor de invordering het | , j noodige verricht. | | | €. | | E 1I8DI |, 20/—/, Bin 25/—|, —|—| ec Geind en overgestort bui | } | | ten tusschenkomst van | | | den onderwijzer door... | d. | a
25/—|_, —|—], jn 20|—| d. Geïnd in de maand Janu- ari 1892, À | Cc s « BOO} —|,°> —}— | , 500) —|, 50|—| e. De schoolgelden over De- | cember 1891 geïnd in Ja- g Ar nuari 1893, (*) «| | | | | | | ees ag i ib lias ee 15 | — WONOSOBO, den Januari 1892. 3 De Hoofdonderwijzer, | H. HOOGENBOOM. 9 J ti ra
Bae Es ret CE er IM Le Ee EE TEE Ee ERE ye ji STS ES Sh Se TS MRE ny OC WOO, ae pee nn * ve i +) tiet, Ur oil het ie. geen tie He) oh ME fa. pp dine or Rees ke Sag i Err Fa - ES a vege A. vn ek OR ! a veh ue zE er * 1 = | Sa a ei ale ae Je at dies me > 2 ae iy t . it d 7 ote t rel Bie wy sae iS 2g r * “a Bir. ie Li t i . Bi za 2 q oid 7 4 =f ef a En Lr. IN , = te ee i AN cr ad zi BR in en Dj 2 : a za df EN HE ay = i - ey fe N Re Hal B. la = E be % A ae ‘ ; i EE ny Be EE. ‘ - aa = : i ig iJ Wie Ag ea F a Bist. * Ee Be a Bo a g x KE a wig Ke: a ey ig 3 a an -. SS 7 Bd WH “ - 8 ee ot 08 ke: wi . fi Mej p Ai q fj + Lee J ‘ 4 Kn : 2g ne in i ia 3 ae VW =e ei Jia - * et be ek: eel Bene: % fs ; ae?) a Fi > ae ety | : : ere! =. eS rl Ee : ‘i 5 dee En:
| kaaPO1 | | Residentie Semarang. À Tjonto jang soedah diselesaikan dengan sampoernanja. KETERANGAN ia. r T A8 | PERHITOENGAN OEWANG SEKOLA _ JANG ADA DALAM TANGGOENGAN GOEROE BESAR DI OENGARAN Sepandjang tahoen 1891. JANG DITERIMA OLEN: Mas Atmodiprodjo moelai dari 1 Januari hingga 18 Mei 1891, Raden Kertdsari moelai dari 19 Mei hingga 12 Juni 1891, Mas Sastradipoero moelai dari 13 Juni hingga 31 December 1891, 1
“7 in t te ree et ate 4 gert set ie oe EN ‘nates. ait ik BEE oy AE PE je Eis i, Beyer? mai is RE TN Ze : 202 itd ns ‘a. ie i ——————— ee es ; mer wie. ie Oewang jun; Se Waktoe |, boleh ditagil NAMA OEWANG ASALNJA OEWANG Jane |. eee eed ri a “ai oewang | Jang ter- | Jang sah} ee: - dori A djadi hoetang | ditagih Dd OIPERHITOENGKEN.| =TERHOETANG. terhoe- |Padaachir| dalem | = 4 boelan tahon | s tang. | Dee. 1890,| 1891. | © 4 Sh EL aeons ee ——_—— fi E 3 | Oewang sekola anak, Oewang sekola anak 1888 J 80) == q negri negri di | | EN | 5 Zn : | a ie ‘ | q a : 1889 |, 25 | | ki ; | | ly Ee oe 1830 |, 45 — BAP ee as 1891 |, —|—/f 550) —| f Gol og : 5 1 a): \ | if <a Bist a ig J EE. zi | | d bi | Djoemlah. . . . . | | / 109 | f 550 |— | f af Es | 4 +) Djikalau oewang sekola dari boelan December 1891 diterima oleh manteri goer _ lam boelan itoe djoega, maka oewang jang diterimanja itoe haroes diseboetsan | _ ‘kolom I (Banjaknja oewang) dan kolom II (Djoemlah), maskipoen oewang itoe { __ soekkan kedalam 's Lands kas dalam boelan Januari 1892. | q en eee Aisi ie RN
RE i 203 4 3 4 ee E 5 =. “Hostang — = — — a5 doeetang jang didjelasken. jang be- ke 3 Moe à : ac kin lom ter- : zi 3 ' bajar pa- ie DENGAN BAIJARAN, | Dengan | pjoem- | da achir Keterangan. © — Bantam | dibapoes- |_ igh | penn a ME boelan dan anjaknja an. December ag =i Bor oewang. ken. 1891, | “ nen. HEEL HARD te ake! |S rie 8 Ti i EE iden Zp jf ee. oe oe irk a. | | hb. a ¥ If 13} —-|f 10 —|f 25)}—|f 5|—|a,Telah dihapoesken me os f noeroet besluitnja....... Z ; | ddo........4891 No... q ‚ne
- ‘ ia hb, Manteri goeroe telah me- | | nagih dengan saboleh- | | bolehnja, : r ú 4 aes va a 1891 Nij 20)—|y Oje 25)—|, —|— |C. Dipoengoet dan ‚dima An | 4 soek kan kadalam 's Landa KE , kas oleh toewan......’ 3 karana manteri goeroe : H i soedah menagih, tetapi 2 d tiada dapat oewang itoe.: a Tle 25)—lr — ln 25 | — |, 20|—| d. Diterima dalam boelan EE Januari 1892, ditg a hi | | rl il ‘ A . | | | on Le. ee: 4 jy 500) — |t —|—]|, 500|— |, 50|—| e. Oewang sekola darie boe- 5 | lan December 1891 telah) i i | } 7 diterima oleh man eri, 3 | | goeroe dalam boelan Ja- an | | nuari 1892, (*) ‘a zl | t 5 BE den de et Fe 8 i id jase ly sj „sos | Ji EE a Ny 38 al a EINE a Ne ieee ie 14 oo OENGARAN, pada Januari 1892. | 4 Manteri Goeroe, En A8 Ms, SASTRADIPOERO. a 3 hoa a ee Tg he | il ik $ er ' ‘aa
Y ib 1 I ee ei. ir i ee. 204 = _No. 4688. COMPTABILITEIT, AFSCHRIJVING. GERECHTSKOSTEN, ‘ Afschrijving ran sommen verschuldigd wegens gerechtskosten i toi invordering van belastingen, begrepen in kohieren of a fie : : dere registers, . 5 MISSIVE aan den Directeur van Financiën. on No, 94. ; Buitenzorg, 14 Januari 4892, © Bij rapport van 13 Juli no. 682 geeft UIEdG. in overweging om machtiging te verleenen tot afschrijving op den voet van de artikelen 1 en 6 der bepalingen, — bedoeld bij Staatsblad 1876 no. 169 en gewijzigd bij Staatsblad 1890 no. 264, 5 Van eene som van f 22.80, zijnde gerechtskosten tot invordering van door den chinees T. T. G. verschuldigde bedrijfsbelasting te 7’, (residentie M.) over het — jaar 1884. an Vermits echter, in ‘verband met artikel 207, laatste alinea, van het Inlandsch Reglement, naar het inzien van den Gouverneur-Generaal, voor verhaal dezer kos ten geen gijzeling is toegelaten, is Zijne Exeelluntie van oordeel dat voor de on ‘
- derwerpelijk bedoelde afschrijving Mare tusschenkomst kan worden ontbeerd en 5 dat mitsdien de Resident van M, bij zijn besluit van 15 November 1890 no. 2092/4, hetwelk op Uwe uitnoodiging bij dat van 26 Juni 1891 no, 159a/4 is ingetrok- — ee daartoe was overgegaan, a a ‘Genoemd bestuurshoofd was daartoe naar het oordeel van Zijne Excellentie —
_ bovendien bevoegd omdat onder de vorderingen, voortspruitende uit belastingen, 7
‚begrepen in kohieren of andere registers, bedoeld in den aanhef van het besluit —
van 25 Maart 1887 no. 2 (Staatsblad no, 64), ook te verstaan zijn de gerechtskos=
ten voor de invordering dier belastingen, zoodat ten aanzien dezer vorderingen a
het criterium van afschrijving. niet meer is of lijfsdwang kan plaats hebben, —
maar of de toepassing daarvan door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur al dan —
niet wenschelijk wordt geacht. 5
_ Door het vorenstaande onder Uwe aandacht te brengen heb ik de eer van een zij
_ van den Gouverneur-Generaal ontvangen opdracht mij te kwijten. 3
De iste Gouvernements Secretaris,
VAN DER WIJCK. ä
No. 4689. COMPTABILITEIT. — Verhaal van aan de Lande toege Ee brachte schade, a
CIRCULAIRE aan de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur. E
No. 2531 Buitenzorg, 15 October 1891, © _ Zooals bij de dezerzijdsche circulaire van 1 November 1880 no, 1803h (Bijblad — no. 3795) aan de Chefs der Departementen vap Algemeen Bestuur werd opgemerkt, — is hun bij artikel 2 van het besluit van dien datum no, 1 de verplichting opgelegd a om telkens wanneer blijkt dat aan den Lande schade islberokkend door de amb- hb, tenaren, bedoeld bij het Koninklijk besluit van 27 Augustus 1880 no, 19 {In- 3 disch Staatsblad no. 198), (') zulks ter kennisse van de Regeering te brengen en a ‘Haar met betrekking tot de toepassing van die Koninklijke beschikking met raad B
te dienen in elk bijzonder geval waarin de toerekenbaarheid der veroorzaakte EE.
schade niet onbetwistbaar voorkomt. 5 4
(@) Aangevuld bij Stb, 1896 No, 100, 3
7 205 q } In zylke gevallen plegen verschillende Departements-chefs, zooals den Gouver- 4 neur-Generaal gebleken is, te beginnen met het onverschuldigd betaalde terug L te vorderen van dengeen, die het ten onrechte genoten heeft, en blijft mededee- ne ling van de zaak aan de Regeering achterwege, indien de |terugstorting onmiddel- a lijk plaats heeft, of indien door de Departementschefs binnen de grenzen hunner = bevoegdheid terugbetaling wordt toegestaan bij zoodanige termijnen dat de ge- i ? heele afdoening binnen twee jaren kan plaats hebben.
Met deze wijze van handelen, waardoor in de meeste gevallen de omslag , eener behandeling op den voet van Staatsblad 1880 no. 198 overbodig wordt ge- ’ maakt, kan de Gouverneur-Generaal zich wel vereenigen en Zijne Excellentie É acht het wenschelijk zulks onder Uwe aandacht te brengen, omdat art, 2 van het besluit van 1 November 1880 no. 4 en de bovenaangehaalde circulaire wel- 4 lieht tot twijfel omtrent dit punt sanleiding zouden kunnen geven. vig Blijkt terugvordering van den eigenlijken schuldenaar onmogelijk of worden daarbij zwarigheden ondervonden, dan behoort de betrokken Departementschef, evenals tot dusverre placht te geschieden, van de zaak mededeeling te doen aan de Regeering | tenzij zoodanige mededeeling reeds door de Algemeene Rekenkamer is gedaan. he Worden in zoodanig geval termen gevonden om den ambtenaar, door wiens i verzuim de schade is toegebracht, daarvoor aansprakelijk te stellen, dan wordt E met toepassing van hooger vermeld Koninklijk besluit in Staatsblad 1880 no, A 198 de vergoeding dier schade opgelegd tot het bedrag, dat ten onrechte betaald is en door den eigenlijken schuldenaar niet teruggegeven wordt. ae Daar de vordering op dien schuldenaar, welke op de artikelen 1359 en volgende | van het Burgerlijk Wetboek gegrond is, evenals alle landsvorderingen alleen door | betaling, kwijtschelding of verjaring kan worden opgeheven, , moet intusschen ¥ worden voortgegaan met het ten onrechte betaalde van hem in te vorderen. Hetgeen door hem wordt teruggestort moet c.q. gebracht worden in het credit van den landsdienaar, wien de vergoeding is opgelegd, en aan dezen behoort 7 ook het eventueel te veel betaalde te worden teruggegeven. Door de mededeeling van het vorenstaande met verzoek om daarmede voor. | zooveel noodig (en voor zoover deze circulaire toepassing kan vinden ten aanzien van vorderingen van het Departement van Oorlog) (!) rekening te willen houden, | heb ik de eer aan een last van den Gouverneur-Generaal te voldoen, De iste Gouvernements Secretaris, VAN DER WICK. | (‘) Dit alleen voor den Legercommandant. On No. 4690. COMPTABILITEIT, OPENBARE VERKOOPINGEN, VER- HURINGEN EN VERPACHTINGEN. VENDUKANTO- REN. — Bepalingen tot uitvoering van het Koninklijk besluit regelende de wijze, waarop uitvoering is te geven aan de aan- sprakelijkheid der ambtenaren, belast met de toepassing van het vendureglement en van de bepalingen’ omtrent het houden van openbare verhuringen en verpachtingen, BESLUIT, No. 32 Buitenzorg, den 7den September 1889 , Herlezen enz. De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; ‘a 7 ;
Tant. laa etheen. See Tye, A Serri ie APE ger a ee "4 ok fi . ¢ ee: 8 in 206 E Is goedgevonden en verstaan: ‘ fi —Ferstelijk: enz. ‘Ten tweede: Te bepalen als volgt: Art. 1, Het onderzoek naar de personen, die ingevolge het Reglement op de open- bare verkoopingen en de bepalingen omtrent het houden van openbare verhu- ringen en verpachtingen aansprakelijk zijn, bedeeld bij artikel 2 wan het Konink- lijk besluit van 26 Mei 1889 no. 31 (Indisch Staatsblad no, 192), wordt ingesteld door de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. | Is ter zake van eene vordering van het Gouvernement ten laste van koopers, voortvloeiende uit ten overstaan van een vendumeester gehouden openbare verkoo- _ pingen, korting verleend op de inkomsten van den debiteur of met de gerechtelijke invordering een aanvang gemaakt, dan wordt, tenzij dadelijke behandeling in ’s Lands belang noodzakelijk is, met dat onderzoek gewacht totdat de uitslag _ der genomen maatregelen bekend is. |__Art. 2. Behalve in het geval, voorzien bij artikel 33, derde lid, van het bij de or- _ donnantie van heden (Staatsblad no. 190) vastgesteld Reglement op de Openbare ; Verkoopingen, waarbij de vordering van het Gouvernement tegen de koopers moet worden verhaald op een vendumeester der tweede klasse. die alleen bij de in- vordering betrokken is geweest, stelt het hoofd van Gewestelijk Bestuur aan k ieder der betrokken venduambtenaren, zijne erfgenamen of rechtverkrijgenden, of, & bij ontstentenis van dezen, aan den beheerder der nalatenschap, — onder mede- deeling van het bedrag der-op te leggen vergoeding en van de gronden, waarop zij rust, —een bekwamen termijn, binnen welken eene schriftelijke verdediging kan worden voorgedragen. __ Indien de betrokken personen zieh buiten N. J. bevinden, roept het hoofd van Gewestelijk Bestuur de tusschenkomst der Regeering in, (1) « Ari, 3, Nadat eene schriftelijke verdediging ontvangen of de gestelde termijn verstreken is, — in het geval, voorzien bij artikel 33, derde lid, van het Regle- “Ment op de Openbare Verkoopingen, dadelijk na afloop van het ingesteld onder- _ zoek, — zendt het hoofd van Gewestelijk Bestuur de stukken met zijne voorstel- len, door tusschenkomst van den Directeur van Financiën, aan de Regeering, Art. 4. Met inachtneming van de bepaling der derde alinea van artikel 5 van het Koninklijk besluit van 26 Mei 1889 no, 31 ({Indiseh Staatsblad ‚no, 192), neemt het hoofd van Gewestelijk Bestuur de noodige maatregelen tot spoedige invordering der opgelegde vergoedingen. _ Indien die maatregelen niet leiden tot dadelijke betaling en de vergoeding is ; opgelegd wegens eene onvoldaan gebleven vordering ten laste van de koopers, voortvloeiende uit ten overstaan van een vendumeester der verste klasse gehou- is openbare verkooping, reikt het hoofd van Gewestelijk Bestuur voor het be- drag, dat niet dadelijk wordt betaald, ten name van den algemeenen ontvanger van _’s Lands kas, waaronder de venduadministratie ressorteert, een mandaat uit ten | (4) De Hoofden van Gewestelijk Bestuur of in het geval, bedoeld bij artikel 6: de Directeur van Financiën, behooren zelf de betrokken personen ter verant- _woording te roepen. De tusschenkomst der Regeering beperkt zich tot het ver- leenen van adres, De termijn voor het indienen der verantwoording voor in Ne- derland aanwezige personen kan gevoegelijk op 6 maanden worden gesteld, (Mis- Sive le Gouvernements Secretaris van 7 Februari’ 1891 no, 289). Î ; t > ri MEE |
aa a si i be Lh tit Siar leah Sere ete ese = be uy mig EE Wa PETE Bi: oe de ri ss
- 207 : % laste van het betrokken artikel der begrooting van uitgaven en tegen wederinname 2 van’ den Koopprijs, het vendusalaris en het één per mille voor de armen, res- a pectievelijk ten voordeele yan de hoofden: gy rekening van derden (vendufonds), ‘ a recht op de openbare verkoopingen en a ; rekening van derden (één . per mille voor de armen). Een afschrift van zijn _« betrekkelijk besluit zendt het hoofd van Gewestelijk Bestuur aan den boekhouder of, zoo bij de venduadministratie geen afzonderlijke boekhouder is, aan den _ ‚ vendumeester, : Tegelijkertijd reikt het hoofd van Gewestelijk Bestuur aan den betrokken al- _ gemeenen ontvanger van 's Lands kas eene opdracht tot invordering van bedoeld bedrag uit, k. Betreft de vergoeding cene ten overstaan van een vendumeester der tweede — klasse aangegane schuld, dan wordt het bedrag der vergoeding, voor zooveel mogelijk, verrekend met het den belaste nog toekomend aandeel in het vendu- i salaris en in de vergoedingen wegens aangevraagde, doch niet plaats gehad heb- bende verkoopingen, door middel van een ten name van den betrokken algemee- . wen ontvanger uit te reiken mandaat ten laste van de rekening van derden (rekening met vendumeesters) en tegen wederinname van den koopprijs, van het 3 Landsaandeel in het vendusalaris, van het aandeel van den vendumeester daarin en van het één per mille voor de armen, respectievelijk ten voordeele van de 4 hoofden: rekening van derden (vendufonds), En | recht op de openbare verkoopingen, d rekening van derden (rekening met vendumeesters) en rekening van derden (één per mille voor de armen). Een afschrift van zijn be- / trekkelijk besinit zendt het hoofd van Gewestelijk Bestuur aan den vendumeester. Indien het op deze wijze niet te verrekenen bedrag niet dadelijk wordt be- — taald, wordt gehandeld zooals is aangegeven in de tweede en derde alinea’s van dit artikel; met dien verstande: ii dat de wederinname, voorzooveel het aandeel in. het vendusalaris van den vendumeester betreft, geschiedt ten voordeele van het hoofd: rekening van der- den (rekening met vendumeesters), àl dat ten name van den betrokken algemeenen ontvanger tot het bedrag van dat — Ek aandeel een tweede mandaat wordt uitgereikt ten laste van de evengenoemde i rekening en tegen wederinname onder het hoofd contraposten, afdeeling financitn, en q dat het op deze laatste wijze verrekend bedrag niet in de opdracht tot invor- _ dering wordt opgenomen, Art, 5. Indien*door den Gouverneur-Generaal is beslist dat ter zake eener vor- dering ten laste van de koopers geen vergoeding zal worden opgelegd, doet het q hoofd yan Gewestelijk Bestuur, zoodraer geen uitzicht op betaling meer is, door __ tussehenkomst van den Directeur van Financiën aan de Regeering het voorstel om B de hopelooze vordering voor rekening van den Lande te nemen, i Nadat dienovereenkomstig is beschikt, wordt gehandeld als in de tweede alinea van artikel 4 is aangegeven, ER By Art, 6. De verplichtingen voor de hoofden van Gewestelijk Bestuur voortvloei- 5 ende uit de vorenstaande vijf artikelen worden, voor zooveel de residentie Batavia ’ betreft, vervuld door den Directeur van Finauciën. j ie
Nite dte ak in 4 ‘ Pa 208 a pf : a 4 Mede worden door dien Departementschef nagekomen de verplichtingen, om a à schreven in de artikelen 2 en 3, indien een hoofd van Gewestelijk Bestuur ala ____guperintendent aansprakelijk is voor de aan den Lande berokkende gehade. Afschrift euz. ‘a | a Tot toelichting voor zoover nog noodig der vorenstaande bepalingen dient le volgende: : j el k CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java en: :
- Madoera, a No. 18074. Batavia, 30 November ci A . , | Bij artikel 1 van het gouvernements-besluit van 7 September jl, no. 32 is de : afkondiging bevolen van het Koninklijk besluit van 26 Mei 1889 no. 31 (Indisch Staatsblad 1889 no. 192), waarbij is geregeld de wijze waarop uitvoering is te ge | ven aan de aansprakelijkheid der ambtenaren, belast met de toepassing van het vendureglement en van de bepalingen omtrent het houden van openbare verhu- ringen en verpachtingen, terwijl bij „Ten tweede" van eerstgemeld beslnit o. a. bepalingen zijn vastgesteld tot uitvoering van artikel 2 van 's Konings verordening. | Tot toelichting voor zoover nog noodig van die bepalingen moge hierbij het volgende dienen, 5 re | _ Uit artikel 1 dier voorschriften blijkt, dat het onderzoek, bedoeld in artikel Jl van ’s Konings besluit wordt ingesteld door de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, aan wie blijkens artikel 2 tovens is overgelaten de bepaling van den termijn, bin 7 nen welken door de aan te spreken venduambtenaren eene schriftelijke verdediging kan worden voorgedragen, \ a | In verband met de tijdstippen waarop blijkens het eerste lid van artikel 33 van „het reglement in Staatsblad 1889 no. 190 verhaal behoort plaats te hebben van on= ____aangezuiverd gebleven vorderingen van het Gouvernement ten laste van koopers, uit openbare verkoopingen voortvloeiend, zal bedoeld underzoek, wat de overjarige. „ posten aangaat, nl. die, welke niet zijn betaald bij het eind des jaars, volgend op dat, waarin zij zijn ontstaan, door UwHEdG. behooren te worden ingesteld in het begin van elk jaar, waarbij, met inachtneming van het voorgeschrevene bij het tweede lid van artikel 1 der bepalingen sub „Ten tweede” van het aangehaald — gouvernements-besluit, alle dergelijke posten over het jaar, dat aan de orde is” tegelijk in beschouwing zullen moeten worden genomen, A Daarentegen zal ten aanzien van die vorderingen, welke reeds vroeger, n. dy vóór het einde des jaars, volgend op dat, waarin ze zijn ontstaan, als hopeloos — moeten worden aangemerkt, zoodra daarvan blijkt moeten worden onderzocht — wie te dier zake behoort te worden aangesproken en daarmede niet mogen wor den gewacht totdat het vorenbedoelde jaarlijksch onderzoek wordt ingesteld. — Naar de Regeering vertrouwt, zal het in den regel mogelijk zijn Uwe betrek- _ kelijke voorstellen aangaande de overjarige posten behoorlijk toegelieht door — mijne tusschenkomst vóór 1 Juli van elk jaar in te zenden, met dien verstande — echter dat de stukken en de voorstellen in de gevallen voorzien bij het derde lid _ van het meergemeld artikel 33 van het reglement in Staatblad 1889 no. 190, dadelijk — na afloop van het boven bedoeld onderzoek worden tegemoet gezien. In die geval Ì : 4 _ a f= Tt ER See pa.” Saas Wa
En NE Ne RE 209 = Pee len blijft namelijk— Uwe aandacht zij er hierbij uitdrukkelijk op gevestigd— blijkens den aanhef van artikel 2 der tot uitvoering van 's Konings besluit gegeven bepalingen, het openen der gelegenheid tot het indienen eener verde- diging achterwege en is het enkele feit dat een venduschuld niet is aangezui- 6 verd bij het eind van het jaar, volgende op dat, waarin ze is ontstaan of reeds a vroeger als hopeloos moet worden aangemerkt, voldoende om den vendumees- a ter met de vergoeding te belasten.
vid De voorstellen, betreffende de vorenbedoelde hopelooze vorderingen zullen— met _ SC __imachtneming van het voorgeschrevene bij artikel 3 der evenbedoelde bepalingen— steeds zoo spoedig mogelijk behooren te worden ingediend. | Ki 1 De Regeering verlangt verder dat, in verband met de bepaling bij „Een E tweede” van de ordonnantie in Staatsblad 1889 no. 190, ten aauzien van vor a deringen, voortspruitende uit de verkoopingen, sedert 1 Juli 1886 gehouden waarvan de in het eerste lid van artikel 33 van het daarbij vastgesteld regle- B ment genoemde termijn bij de inwerkingtreding dier ordonnantie reeds mocht | r zijn verstreken of die nu reeds als hopeloos zijn aan te merken, al dadelijk het _ :. vereischte onderzoek worde ingesteld en de stukken met de voorstellen te dier | A zake 400 spoedig mogelijk door mijne tusschenkomst aan Haar worden ingediend E ter voorkoming zooveel doenlijk, dat op de aansprakelijke ambtenarem geen ver- — haal meer mogelijk zal zijn. | 3 Is door den Lande op andere wijze dan door het onbetaald blijven der vendu- 3 schulden sehade geleden, dan behoort uit den aard der zaak steeds handelend a te worden opgetreden zoodra van de schade blijkt. 4 Wat betreft de verrekening van de aan den vendumeesters der tweede klasse — Op te leggen vergoedingen met het hun toekomend aandeel in het vendusalaris — a en in de vergoedingen wegens aangevraagde doch niet plaats gehad hebbende ver- koopingen (artikel 4 der bepalingen sub „Ten tweede” van het aangehaald _ gouvernementsbesluit) zij nog het volgende onder Uwe aandacht gebracht. _ ; Hetgeen op die wijze verrekend wordt behoort in de eerste plaats te strekken in mindering van de koopsom, daarna van het landsaandeel in het vendusalaris, — vervolgens van het aandeel van den vendumeester in dat salaris en ten slotte _ van het armengeld. Verder zal het, ook in het belang eener richtige opmaking van de kwartaalverantwoordingen van den vendumeester, noodig zijn, dat, bijal- — dien het met het hem toekomend aandeel in het vendusalaris, enz., niet te verreke- nen bedrag dadelijk wordt betaald, van die storting afzonderlijk melding worde ge- maakt in den eerstvolgenden door den vendumeester in te dienen stortingstaat, — zoomede op folio 2 der verantwoording. Bij de inname van de gestorte sommen _ onder de betrokken hoofden zal dan door den vendumeester rekening dienen te worden gehouden met het hem, ingevolge het vierde lid van het laatstgemeld — artikel 4 te verleenen afschrift van het daarbij bedoeld besluit. ma Omtrent hetgeen bij de opmaking van de kwartaalverantwoordingen ten deze 2 verder zal behooren te worden inachtgenomen, bevat § 17 van de bij mijne eirculaire van heden no, 18073 overgelegde toelichting der in Staatsblad’ 1889
- no, 194 opgenomen modellen, behoorende bij de instructie voor de ambtenaren, — belast met de toepassing van het verdureglement, de noodige wenken. Onder aanteekening, dat met het artikel der begrooting, waarvan sprake is in —
_ artikel 4 van „Ten tweede” van het meergemeld besluit van 7 September jl. no.
zo: PEA
riten Br Bladen ae
Eb: OMe Ho a 82 bedoeld wordt dat, overeenkomende met artikel 78 der begrooting voor 1889, |
‚heb ik de eer het vorenstaande te Uwer kennis te brengen, met verzoek in dien
zin te willen handelen en tevens de betrokken vendukantoren in Uw gewest in
4 verband daarmede te zijner tijd van de vereischte bevelen te willen voorzien,
SR De Directeur van Finaneiën, —
q ; : ROVERS, 4
et Jin
| No. 4691. OPENBARE VERKOOPINGEN. VENDUSALARIS bij toewijs —
a zing van eenig goed op eene openbare verkooping aan een der
medeeigenaren. 3 A
| CIRCULATRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. i
| “No. 9999, Batavia, 17 Febroari 1892,
b Bij de onder no. 2937 van het Bijblad op het Staatsblad opgenomen dezerzijd-
| sche circulaire van 9 November 1875 no, 14548 is, in verband met de daarin
| vermelde Regeerings-beslissing, o, a, medegedeeld dat wannter bij den open
7 baren verkoop van eenig aan meer dan één persoon toekomend goed, dit goed
| aan een der mede-eigenaren wordt toegewezen, alleen over de vóór de toewijzing, 1
aan dezen niet toebehoorende aandeelen vendusalaris moest worden gevorderd ig en over het hem reeds toebehooreude aandeel alleen ophoudsalaris verschuldigd —
was, 8 i.
| Deze beslissing was gegrond op de overweging dat ingevolge de toenmaals —
' van kracht zijnde vendubepalingen het vendusalaris verschuldigd was over het —
rendement der verkooping en dat, om eene verkooping te doen rendeeren,, moet
| zijn verkocht geworden. Waar dus niet verkocht was kon ook geen rendement —
van een plaats gehad hebbenden verkoop wezen, : “3
' In verband met de bewoordingen van de artikelen 10 tot en met 13 van het er =
4 thans vigeerend vendureglement in Staatsblad 1889 no, 190 welke de heffing
van het vendusalaris voorschrijven van het bedrag waarvoor toegewezen is, moet by
echter — ook naar het inzien der Regeering (4j—de vorenbedoelde beslissing als vervallen worden beschouwd. f KA Ik heb de eer UWHEAG. te verzoeken de vendumeesters in het gewest onder —
Uw beheer met de thans door de Regeering aangenomen opvatting in weten- Ien
schap te willen stellen, re
a À “De Direeteur van Financiën, ; Er i: ROVERS, =
Be (h Missive le Gouv. Secretaris van 18 November 1891 no, 2835. ian
gy r 4 vi Ne. 4692. ONDERCOLLECTEURS.— Jaarlijksche opgave van het bedrag
kt } der door de — ontvangen belastingen, it _ CIRCULAIRE aan de Residenten op Java en Madoera, uitgezonderd de Vor-
stenlanden, ;
No, 4754. Batavia, 10 Augustus 1892. ~
ag Ten einde behoorlijk contrôle te kunnen uitoefenen op de richtige betaling
Diet de tractementen | der ondereolleeteurs is het noodig te weten hoeveel door ha, jeder hunner gedurende het betrekkelijk dienstjaar aan verschillende belastin- gen is ontvangen. PER: In ae N de 5)
Sy eae ae ‘ jit aides: Booty See
deale. ae} DN if eet Sad i aL CN . by RE ar
2 be,
Ee { 7 Voor zooveel betreft de belastingen waarvan het beheer aan die comptabelen —
is opgedragen, blijkt de pereeptie daarvan uit de extracten hunner jaarrekeningen, — welke ingevolge de dezerzijdsche cireulaire van 20 Augustus 1891 No, 4454 B aan dit Departement en aan dat van Finaneién worden ingediend, aaa Voorziening is nog slechts moodig ten aanzien van de personeele belasting, de rijtuigenbelasting, het patentrecht en de verponding voor zoover de ontvangst —
- daarvan op den voet van Staatsblad 1881 No. 195a aan de ondercolleeteurs is | opgedragen. ' sy De perceptie van evenbedoelde belastingen op den voet van gemeld Staatsblad —
kan alleen blijken uit de quitantiën welke door de algemeene ontvangers aan
de ondercollecteurs wegens de door hen ter zake gedane stortingen worden af gegeven. ci
Ik heb de eer UHEdG. te verzoeken het daarheen te leiden dat voortaan aan
het duplicaat van Uw mandaat, krachtens hetwelk surplus tractement aan een ondercolleeteur wordt uitbetaald e, q, de origineelen van bedoeide quitantién wor-
den vastgehecht, : Be
De Directeur van Binnenl, Bestuur, 4
: Bij ontstentenis: a
De Secretaris, Er
VAN RAVENSWAAIJ, a
No. 4693. EISCHEN, — Aanwijzing van de middelen tot dekking wd
aan — verbonden uitgaven, ‘ 4
BESLUIT. oe
No. 25. ‘Buitenzorg, 29 Juli 1883. Gelet enz. . ? Sh
Gelezen enz. p mt
Is goedverstaan en verstaan: ; NG Hersteljk: enz. ‘ 4 | :
Ten tweede: De Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur uit te neo
digen om, bij het aanvragen van artikelen uit Europa tot een eenigszins bebee- kenend bedrag, waarmede bij het ramen der loopende begrooting geen rekerling
kon gehouden zijn, tevens aan te geven de wijze, waarop de voor de voldoeining
aan die aanvraag vereischt wordende gelden gevonden zullen moeten worden,
| hetzij door overschrijving nit het Ide op het Iste Hoofdstuk, hetzij — in zeer | urgente gevallen — door verhooging der begrooting. BE Extract enz, F en
Aan de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur, i “i
No. 872, Buitenzorg, 20 April 1889,
Naar aanleiding van de door den Minister van Koloniën gemaakte opmerking,
dat in den laatsten tijd herhaaldelijk buitengewone-eischen zijn ontvangen waarop,
bij het samenstellen der begrooting niet kon worden gerekend, heb ik de eer, op bekomen last v. z, n. te verzoeken voortaan tijdig — des vereischt ter
p B re
| (}) Bijblad no, 4686, BE ae ee M NET Br A he VTE TT EN en OA 5 B
Ei age pee wijl de ontwerpen gemaakt worden—de noodige voorstellen te willen indienen om "de vereischte fondsen op het Iste Hoofdstuk der begrooting uit te trekken, dan wel, indien daarvoor geen gelegenheid meer macht bestaan, bij de indiening der eischen rekening te willen houden met de uitnoodiging, vervat in art. 2 van het | besluit van 29 Juli 1883 no, 25. . F De iste Gouvernements Secretaris, SWEERTS, | BESLUIT, Peo; 27. Batavia, 24 Juni 1890, Gelet op art. 2 van het besluit van 29 Juli 1883 no, 25 en op de missive van den Eersten Gouvernements-Secrctaris van 20 April 1889 no, 872; ‚Gelezen: | a, de missive van den Minister van Koloniën van 6 Maart 1890 letter F, no, 61/487, f daarbij den wensch te kennen gevende dat algemeen als regel worde aangenomen, om bij de indiening van de jaarlijksche eischen of bij de mededeeling van het cijfer, dat die eischen zullen beloopen, tevens zooveel mogelijk op te ge- ven of nog suppletoire aanvragen ten laste vande begrooting van het aanstaande "jaar te wachten zijn en op welk bedrag daarvoor gerekend moet worden en dat, : indien onverhoopt meer moet worden aangevraagd dan het opgegeven bedrag be-
- __ loopt, bij de indiening van den suppletoiren eisch tevens de middelen zullen wor- in den aangewezen, waardoor overschrijding der begrooting voorkomen of verme- den kan worden; jb. enz. , Is goedgevonden en verstaan: \ &erstelij: Van voorschreven verlangen van den Minister van Koloniën aanteekening ‘te houden, met uitnoodiging aan de Chefs der Departementen van Algemeen Be- “stuur om dienovereenkomstig te handelen, \ Ten tweede: enz. Extract enz. No. 4694. STAATSSPOORWEGEN. AANLEG, PERSONEEL, BEZOL- ee | DIGING. Krachtens artikel 1 van het besluit van 31 Juli 1891 no. 12, gewijzigd bij het E besluit van 30 September 1891 no. 45, worden bij benoeming van personeel bij q den agqnleg van Staatsspoorwegen op Java en Sumatra, binnen de grenzen bij de _ begrooting aangewezen, de bezoldigingen en traktementsverhoogingen geregeld als i is aangegeven in den navolgenden staat: 3 . x ql _ q ri VET EE ETA EE NAE EN
a 2138 ee À . “BEZOLDIGING | VERHOG a : PER MAAND. GINGE! Ee BETREKKINGEN, FI d : q ti =I i=] = i ol a 5 i & zl = = Hoofdingenieur, chef van den dienst der Staatsspoor- ! "wegen ter Sumatra's Westkust, . . . - . . ; f 1500 | f1500 |, — |2aq Mueofdingenieur se ee „1100 | „1250 | „ 75 _Ingeuieur abe AET oo oth habe Aw eel ee … 800 3 950 ss TOEN ann i ge Se SOME es „625 | 700. | 5. Bn Bouwkundig ambtenaar iste klagse . . … . + = 5. „ 650 5; GOTE Adjunet-ingenieur Iste klasse . … - 6 eee , ze 400: |, 450" [BON _ Bouwkundig ambtenaar 2de klasse . 2... . „0850 PABO 5 DON Ta Adjunet-ingenieur 2de klasse . . . + 1 es » 2604) 300, GO en Mpzichter iste Klasse. . .- 4 un ee „800 | „300 Je, —— ae re ear ee ee „250 |, 860-1 See teen wees en Te „800 |, 200°], ee HOnderopzichter iste klasse . . . . … + +s «i [oy 150 | „ 150 | — | | 5 CTE go) Od ape er G6 oe ADB ay! or Ca en B. 3de en Rear ER py 100°} 5,5, A00 se PI ngenieur-werktuigkundige Iste klasse. . . . . wr BOO Tai BO Nie aes
- 8 Oene crn verh AO ee | Werktuigkundig ambtenaar iste klasse, . . . - 550 | "650: | 4 50 UR _ Adjunet-ingenieur-werkiuigkundige Iste klasse … » 400 » 450 is OD air Á zi Biles nas ieee 250 | „ 800°) „AOT Baas van de draaierij en van den stelwinkel. . . gy BOO | a BOO eae ‘Onderbaas van : idem, Bea 1500} 43°, 2000) been Baas van de smederij, kopergieterij en ketelmakerij. » 200 | 5, 300 | 4, 25 Ì _ Onderbaas van idem. 5 150 fs BOO get Be Baas van de wagenmakerij en houtbewerking . . 45 0G Ps BOO! ai eeoee _ Onderbaas van idem. aa so DBO! | a2 OO f rn oe Opzichter-machinist iste klasse. . . . . . 3 BODE | OO. Slee ae ots ; — Pad Baucus her tee kok mil | „250 |, 250.) 4. — bag Enropeesch machinist iste klasse, . . . .) , 200 | , 200 |, — a Et Mics wh cascus ye oo Te goa. |, 100 | ee NC » ” 3de ” aid ties a = \ ” 125 ” 125 fg he _ Europeesch Teerling MAACHIAISt «sy Gee we 3 (1) 50 (1) 80 = = | | as “ (}) Deze traktementen gelden voor Europeanen. Aan Inlanders en Vreemde Oost t wordt de helft tot één derde minder toegekend, _ (*) Opzichters-machinisten en Enropeesche machinisten worden bij den aanleg niet b F maar verkregen door detacheering uit het personeel der in exploitatie zijnde lijnen (1) Deze bedragen stellen de grenzen van hetgeen naar gelang van geschiktheid, die enz, kan worden toegekend. | : 3 ; ind
zld 7 B 3 rk ee ' " re | ME ld eed a RE. ES fed | 214 ORE an “2 BEZOLDIGING | ‘ VERHOO. es : ! ER PER MAAND, GINGEN, AR fay ares OC OBETREKKINGEN. EE » | a ei, vf a g ; wo :: 3 8 4 A a = de en ndsehe Machinist Jete blag |. tf 650 Fe siemens oo zi Es is dentist ren: dete. se nase ni 56 la) 65). — > Ee: OE ee PE EEE et En len 50 | … — a ndsche eee fate ETRE ks cin oe ess Ne Lbs 40 ee EE 2de ER EEN LE oe ee a 9 35 at Bas) RE = es oe, SAS yy Babies Bedenk 4 30 | ,, 80 |) EN i ay 4de “+ arke alae ae a TOL De a oe Cg * 26 8 25 by — mpeerien lithograaf, … 2. 2°40: doel B00] 5 320 4 On peesche teekenaar iste klasse, . . . . …. | se 120:] ,, 150.| ,, 15 | ae ae i: Bé. te aen MODE en a DN eT TN a ndsche ¥ iste ay these shee ew tue die „ (2a) 60] ,, {2a) 7h HET a E 5 Bde a snee et In (28) 95 |, est eN BB ata aeta eos et olies OO.) 0 EO fers bij de drukkerij (3). 2... 2 «ss 820], (3) on MERE een ent mn sr 6001 BON oe er djawa . Meee Hite aoe edie ce Liets rf 50], 50]. = TEE EE ag CABO bat RO ae + ke commies Dy en Ar Te 9) BOO 4 act IOO ) Gye a METEOR re bee oo eRe S| a Ene BON Jer AL ED | ee — EEE ‘ a BO: |e AERON — Heommies iste klasse, ©... ..... Ie 195], 125] 4 — ln aS RHN Bme ey tte oo Ly 100 gto 100 ke a, LG MRS Le eee oe ara 801,, « 80). — a BOAR tee ee ee EN W400), 5 mepnmectters ee Jm 800 ],, 408), 35 EEE i ie pee es a Lr ira hit APB (aah ee 2 TE EE a A00 |e, vet 2205-78 2 fie klerk Me PN ged Mitch le SNS Gah a a jede ia DT BA 7 50 | ,,, BO) y= a Deze bedragen stellen de grenzen van hetgeen aan Europeesche teekenaars 2de klag ‘jnaa: gelang van geschiktheid, diensttijd enz. kan worden toegekend. : : q [Deze bedragen stellen de grenzen van hetgeen nan Inlandseche teekenaars iste en 2de kli ‘ise, naar gelang van geschiktheid, diensttijd enz, kan worden toegekend, an voo deze betrekking worden Inlanders aangesteld op een traktement tusschen de aang wezen grenzen, i ‘a |}Voor de aanstelling van tijdelijk, boven de for- > ae {matie benoodigd personeel, voor buitengewoon wordt beschikt over den post jaat lij ech rijf- en teekenloonen en voor bezoldiging | daarvoor bij de begrooting uitge rokke van bureau oppassers ~ | rd
de eee ed vage dike Bank at ee ee eee RN 3 215 EE “Wo. 4695. SPOORWEGEN. DIRECTEUR BURGERLIJKE OPENBARE _ / WERKEN. PREMIEN. BELOONINGEN. BOETEN. — Toe kenning van premién en belooningen en oplegging van boeten a aan ambtenaren en beambten der Staatsspoorwegen door den . 7 Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, wt a BESLUIT. — ; B No, 6. CE, Buitenzorg, 25 Mei 1890, — q Gelezen ens, ij E De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; 4 Is goedgevonden en verstaan: 4 Herstelijk: In aansluiting aan de regeling, vastgesteld bij artikel 5 van het be ’ sluit van 18 Februari 1888 no, 1 (1), te bepalen: t 7 te, de Direeteur der Burgerlijke Openbare Werken is binnen de grenzen der kredie. ten, daartoe bij de spoorwegbegrooling aangewezen, bevoegd om aan ambte- naren en beambten der Staatsspoorwegen premiën of buitengewone beloonin- gen toe te kennen tot een bedrag van ten hoogste f:250. — (twee honderd . vijftig gelden) voor buitengewonen ijver, voor arbeid buiten de werkuren, voor goed onderhoud en het daardoor voorkomen van herstellingen, voor zui- : nige uitvoering van werk, voor betoonde onverschrokkenheid in gevaar of | ] bij ongevallen en voor alle andere bijzondere aan den Lande bewezen diensten,
waardoor tijd en geld gewonnen of uitgaven voorkomen worden, a, 7 Geldelijke belooningen tot een hooger bedrag worden niet verleend dan na. 4 verkregen machtiging van den Gouverneur-Generaal. A 2e. De Direeteur der Burgelijke Openbare Werken kan de hem sub le hierhoven | j toegekende bevoegdheid geheel of gedeeltelijk overdragen op de Chefs van ¥ lijnen der Staatsspoorwegen in aanleg of exploitatie, | Ï k Ten tweede: Aan artikel 5 § d van het besluit van 18 Februari 1888 no, 1 3 worden toegevoegd de woorden : ; | „Hoogere boeten dan hierboven aangegeven worden niet opgelegd dan na ver- „kregen machtiging van den Gouverneur-Generaal,” ‘ea ’ Afsehrift enz, Î No. 4696. SPOORWEGEN. DIRECTEUR BURGERLIJKE OPENBARE WERKEN. PERSONEEL. DAGGELD. — Bevoegdheid van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken om tijdelijk personeel op daggeld aan te stellen. | | Bij het besluit van 4 September 1891 no, 18 is artikel 5§ a van het besluit van 18 Februari 1888 no, 1 (Bijblad no. 4495) aangevuld met het volgende: } „De Directeur is bevoegd, mits daardoor de grenzen der begrooting niet wor „den overschreden, tijdelijk werkbazen, eopiisten en ander personeel op daggeld „aan te stellen. Jij „Aan de copiisten wordt geen hooger daggeld dan f 3.— en aan de werkbazen, „en ander personeel geen hooger daggeld dan f 6.— toegekend. ns | „Indien de omstandigheden het toekennen van hoogere bedragen vorderen, wordt | „hierop de goedkeuring van den Gouverneur-Generaal gevraagd.” (5 Bijblad no, 4495, ; a d
ed 2 a eas 216 jk No. 4697. TRANSPORT VAN ’S LANDS PRODUCTEN, MATERIA- 8 LEN EN ANDERE GOEDEREN. — Bepalingen betreffende | het — over de Staats-Spoorwegen, a BESLUIT. ‚No. 8, Batavia, den 4den Maart 1891, 5 Gelet enz. : : 5 Gelezen enz, : | | De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; | Is goedgevonden eh verstaan: __ Herstelijk: Te bepalen dat in plaats van het woord goederen, voorkomende in §1, alinea 1, § II la A, § TV la C en 8 VII van het besluit van 19 Maart 1886 | no. 1 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié no. 4291), warden ge- | | lezen de woorden materialen en andere goederen, 5 _ (Nader gewijzigd bij Bijblad no. 5175). : | | Ten tweede: Voor zooveel noodig onder nadere Koninklijke goedkeuring, vast te stellen de volgende __ Bepalingen betreffende de verzending van Land’s producten, materialen en an- : _ dere goederen over de Staatsspoorwegen in Nederlandsch-Indië door Gouverne- | ments-ambtenaren zonder tusschenkomst van aannemers, ingevolge de voorschrif- _ fen der paragrafen I en Il van het besluit van 19 Maart 1886 no. 1 (Bijblad op ; | het Staatsblad van Nederlandseh-Indië no. 4291), £ _ Art. 1. Voor het vervoer der materialen en andere goederen van de plaats, waar deze zich bevinden, naar de stations en halten van de spoorwegen, overeenkomstig | § Il la A van het besluit van 19 Maart 1886 no. 1, worden als afzenders aan- (gemerkt de beheerders der voorraden of zij die de materialen en andere goederen ] onder hunne berusting hebben, Daartoe worden hun z00 noodig en voor zoover zij het vervoer niet met eigen transportmiddelen of met eigen personeel bewerkstelligen kunnen, op hunne | aanvrage door het hoofd van Plaatselijk Bestuur dwangarbeiders of gestraften verstrekt: waar deze niet aanwezig zijn, worden tot betaling var vrije koelie’s of tot inhuur van transportmiddelen, welden te hunner beschikking gesteld. is _ Art. 2, De materialen en andere goederen worden bij het vervoer naar het station 3 of de halte door den afzender of door een hem ondergeschikt vertrouwd beambte of mandoor vergezeld, Deze waakt gedurende het vervoer tegen ontvreemding of beschadiging en is tevens belast met de overgave aan den spoorwegdienst, Art. 3. Kleine kisten, pakken, enz, van een gewicht van 20 kilogram of min- der kunnen als bestelgoed verzonden worden, Alle andere goederen worden als vrachigoed ten vervoer aangeboden, | De afzender voegt bij elke verzending een vrachtbrief ‘met daaraan gehechte uitgewerkte factuur, beide in duplo, _ Fen triplicaat van de factuur wordt door hem nadat hij daarop het tijdstip van af- | zending heeft aangeteekend, rechtstreeks per post aan den geadresseerde gezonden, —_ Op het vervoer der materialen en andere goederen van den Lande zijn de bepalingen van hoofdstuk XI van het Algemeen Reglement voor de spoorweg- diensten in Nederlandsch-Indié (Staatsblad 1885 no, 184) (4 ten volle van toepassing. = (') Vervangen door het reglement in Stb, 1895 No. 300, 3
: 217 |
Het dyplicaat van den in alinea 3 van dit artikel bedoelden vrachtbrief wordt door den spvorwegdienst afgestempeld en aan den afzender teruggegeven, wien het als bewijs der gedane verzending dient,
| Art, 4. De afzenders zijn verplicht door het behoorlijk verpakken, merken, enz, _ der goederen en materialen te zorgen, dat het 2e lid van artikel 200 van het Alge- meen Reglement voorde spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1885
- no. 184) bij de verzending van ’s Lands goederen nimmer toepassing vinde.
Art. 5, De afzender moet de kisten, pakken, enz, waarin de goederen en materialen besloten zijn, zooveel doenlijk en als in het belang der verzekering van den in- houd noodigen nuttig is, verzegelen en is verplicht om, wanneer dit tot vermin- dering van den vrachtprijs leidt, voor de verzending van groote hoeveelheden wa- — gens af tehuren, Afgehuurde wagens moeten door den atzender verzegeld of ge- plombeerd worden,
Art. 6. De afzender is aansprakelijk voor liggelden, magazijn- of wagenhuur, die _ verschuldigd moehten zijn volgens de eerste vier alinea's van artikel 216 van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten (Staatsblad 1885 no. 184), (4) zoomede voor de kosten, die een gevolg zijn van toepassing van artikel 217 van dat Reglement, voor zoover die te wijten zijn aan verzuim zijnerzijds,
Behoudens de verantwoordelijkheid van geadresseerde, zooals die volgt uit de laatste alinea van artikel 7, is de afzender, behalve in de gevallen waarin de schade — _op den spoorwegdienst kan verhaald worden, mede aansprakelijk voor alle tekor- | teu of beschadigingen der goederen en materialen, die bij de aflevering bevonden worden. 5 |
Hij blijft derhalve voor den inhoud der kisten, enz. in verband met de vorige alinea en met artikel 4 verantwoordelijk totdat hij, ten bewijze, van de behoor- lijke ontvangst, van de bestelgoederen een schriftelijk bericht en van de vrachi- —
: goederen de voor de ontvangst geteekende factuur van den geadresséerde terug ‘ p ontvangen geeft, : &
Art. 7. De materialen en andere goederen worden geadresseerd aan den amb- tenaar die ze moet ontvangen,
De geadresseerde is verplicht de goederen en materialen zoo spoedig mogelijk na ontvangst van de kennisgeving van aankomst, van het station of de halte te doen afhalen, op dezelfde wijze als in artikel 1 voor het vervoer naar het sta- — tion of de halte is voorgeschreven, |
| Hij is aansprakelijk voor liggelden, magazijn- of wagenhuur, die versehuldigd — mochten zijn volgens alinea 7 en volgende van artikel 216 van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten (Staatsblad 1885 no. 184), zoomede voor de | kosten, die een gevolg zijn van toepassing van artikel 217 van dat Reglement, | ‘oor zoover die te wijten zijn aan verzuim zijnerzijds, f
d Hij is mede verantwoordelijk, wanneer door verzuim zijnerzijds schade niet — 2 op den spoorwegdienst is te verhalen, of wanneer ten gevolge van het niet tijdig : constateeren van den inhoud der colli tekorten of beschadizingen blijken, die na | | de ontvangst kunnen zijn veroorzaakt. Art 8, Worden de kisten, pakken, enz. op het station of de halten beschadigd — ; bevonden, blijken er te korten te bestaan of de leveringstijd overschreden te zijn, . 3 dan moeten de goederen en materialen door den geadresseerde zooveel mogelijk | i Ene i @) Vervangen door het reglement in Stb, 1895 No, 300. |
ORN EEDE ROAD ls oat iis ag Erne oe ik | ate | 7 persoonlijk in ontvangst genomen worden, en deze gaat hiertoe nief over, dan — } nadat de verantwoordelijkheid van den spoorwegdienst en de verschuldigde — @ schadevergoeding volgens de artikelen 220 tot en met 226 van het Algemeen Re- ~ i _ glement voor de spoorwegdiensten (Staatsblad 1885 no, 184) met den spoorweg- 4 | dienst geregeld is, a a, Art, 9. De kisten, pakken, enz, worden, nadat zij ter bestemder plaats zijn over- g i F gebracht, ontpakt door eene commissie van twee personen, die den inhoud der ‘| | colli met de ontvangen factuur vergelijkt, a a Deze commissie, die hare taak onmiddellijk aanvaardt en volbrengt, wordt be-— 4 , noemd naar de bestaande regelen of naar regelen, daarvoor door of van wege — _ de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur voor de verschillende diensttak- — | ken te stellen, of bij gebreke van dien door de Hoofden van Plaatselijk Bestuur, — a” _ ten verzoeke van geadresseerde, 4 7 “ Blijken er beschadigingen, tekorten. of andere afwijkingen te bestaan, dan wordt daarvan door haar proces-verbaal in drievoud opgemaakt, a . Voorzoover daartoe volgens de bepalingen van hoofdstuk XIII van het Alge Ke. / meen Reglement voor de spoorwegdiensten (Staatsblad 1885 no. 184) ()aanleiding — bestaat, wordt deze schade door den geadresseerde op den spoorwegdienst verhaald. i 8 Blijkt voor zoodanig verhaal geen aanleiding te bestaan, dan wordt het origineel — | yan dit proces-verbaal met de in artikel 6 bedoelde ceteekende factuur, nadat daar- Ee if op de noodige aanteekening omtrent de beschadigingen is gesteld, aan den afzen- 53 i der en het duplicaat aan den Chef van het betrokken Departement gezonden, ter- a ' wijl het derde exemplaar bij den geadresseerde blijft berusten om bij zijne verant- — | woording te dienen, de i De geadresseerde zendt de factuur en het hierboven bedoelde proces-verbaal — Steeds zoo spoedig mogelijk aan den afzender; beletten de omstandigheden zulks k te doen binnen drie dagen, nadat de goederen op het station of de halte van bestem-
ming zijn aangekomen, dan zendt hij den afzender een voorloopig bericht van — ontvangst, vermeldende de reden der vertraging. (1) i | _ Art. 10. Het vervoer van producten, bedoeld in § II la B van het bestuit van | | 19 Maart 1886 no. 1, geschiedt altijd in afgehuurde en verzegelde of geplombeerde _ gesloten goederenwagens en zooveel mogelijk bij volle wagenladingen. az | Op het verzenden en het in ontvangst nemen der producten zijn de artikelen 3, — | 6, 7, 8 en 9 van deze bapalingen van toepassing. 4
_' Art. 11, Deze bepalingen zijn niet van toepassing op vervoer langs de Staats — ‘sh spoorwegen van 's Lands gelden en van eigen goederen van dien dienst, Je SO Ten derde: enz. 3 eae ‘ Afschrift enz, BE In herinnering gebracht bij Bijblad no. 6327, Jd EE. Tuan No. 4698. INSTRUCTIE voor den Hoofdingenieur, Chef van den die nst es der Staatsspoorwegen en der Kolenoniginning ter Sumatra's ZA Westkust a De bedoelde instructie is, met intrekking van de in Bijblad no, 4494 opgenomen _ _ Instructie voor den Hoofdingenieur, Chef van den dienst der Staatsspoorwegen ter ie _ Sumatra's Westkust, vastgesteld bij artikel 2 van het besluit van 29 Augustus 1892 cre no, 12 en Inidt als volgt: Ac 4 () Vervangen door het reglement in Stb. 1895 No, 300, d RAE EE p - 5 En Ms
F eee ee ee ee ee ee ee ee ee ee Et Subs Rake as va Bs | 219 4 4 Art. 1, De Hoofdingenieur Chef van den dienst der Staatsspoorwegen ter Sumatra's 4 ', Westkust, beheert de opnemingen voor en den aanleg, de uitrusting en de ex- 4 _ -ploitatie van de Staatsspoorwegen ter Sumatra’s Westkust, benevens de ontginning, | . het transport en den verkoop der Ombiliénkolen, een en ander volgens de bepa- _ lingen dezer instructie en de bijzondere bevelen, hem door of namens den Gou- 8 verneur-Generaal gegeven. . : q Zijne standplaats is Fort de Kock (Padangsche Bovenlanden), ¥ 5 Art. 2. In verband met de in de Indische begrooting uitgetrokken formatie : van het persdneel voor de Staatsspoorwegen en den mijnbouw worden door hem — 7 de ambtenaren aangesteld, bevorderd eu ontslagen, die geene hoogere bezoldi- | _ ging genieten dan f 220 's maands, voor zoover die niet door den Gouverneur-, 2 Generaal aangewezen of te zijner beschikking gesteld worden. 4 De andere ambtenaren worden door den Gouverneur-Generaal aangesteld, be- — vorderd en ontslagen. jk 4 | De Hoofdingenieur is echter bevoegd deze ambtenaren, indien zulks in 's Lands, “belang wordt vereischt, in hunne betrekking te schorsen, mits daarvan onmid dellijk kennis gevende, met bekendstelling der redenen. : uk
Hij is voorts bevoegd om aan al die ambtenaren binnenlandseh verlof te ver- —
leenen wegens ziekte en om andere gewichtige en dringende redenen voor hoog- | stens drie maanden, met inbegrip van verlengingen, met inachtneming, voor zoo- veel noodig van het reglement op de binnenlandsche verloven, opgenomen in Staatsblad 1881 no, 174. (1) PE.
Art. 3. De Hoofdingenieur bepaalt en- wijziet naar behoefte den werkkring en —
de standplaats van alle hem toegevoegde ambtenaren, en kan deze in eommissie zenden, ter bespreking van dienstaangelegenheden oproepen, en hun alle voor — den dienst gevorderde opdrachten geven.
Maandelijks dient hij aan de Directeuren der Burgerlijke Opdhbare Werken , en van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid een staat in van al de mutatiën, die zich bij het personeel hebben voorgedaan, :
| Art. 4. Hij geeft aan de’ambtenaren de noodige technische en administratie- — | ve voorschriften betreffende de uitvoering der hun opgedragen taak en is daar-” —
bij niet gebonden. aan de voor de gewone openbare werken en het mijnwezen
: uitgevaardigde regelingen, voor zoover die niet in alremeene verordeningen | vervat zijn, : : 5
- Art, 5, De ontwerpen der uit te voeren werken, tijdelijke gebouwen en ande-— Ere tijdelijke werken uitgezonderd, zullen door hem aan de goedkeuring van den | 5 Gouverneur-Generaal onderworpen worden, vergezeld van eene raming der ver- — ____moedelijke kosten en van een gemotiveerd voorstel betreffende het bij de nit- — voering al of niet gebruik maken van het middel van openbare aanbesteding, _ Nn hetzij voor het geheele werk en bloe, of per eenheid of voor elk der onderdee- — Ten afzonderlijk, En i Het opmaken der bestekken en de regeling der aanbesteding is verder geheel — aan hem overgelaten, behoudens de inachtneming der ter zake door den Gouver- — ____meur-Generaal vastgestelde Algemeene voorschriften. Ln 4 ‘De beslissing omtrent het al of niet bestaan van overmacht of toeval, bedoeld — bij art. 4 litt, N der ambtelijke voorschriften in acht te nemén bij detoepassing _ ; (4 Aangevuld bij Stbld, 1897 No, 151, — BE. RE ab ha : ; ep fiat isd, 2 ME
ve a, Js Er et F a . cae 220 F ) van het Reglement op het honden van aanbestedingen ten behoeve van ’s Lands — dienst in Nederlandsch-Indié (Bijblad op het Staatsblad no. 2300) is voor zoover 4 | den spoorweg en de mijnontginning ter Sumatra's Westkust betreft, mede aan | hem opgedragen, behoudens verplichting om van elke beslissing, waarbij het 8 _ bestaan van overmacht of. toeval wordt aangenomen, kennis te geven aan den | Directeur van het betrokken Departement, 4 Art. 6. Hij kan alle werken doen uitvoeren, waarvan de ontwerpen door de © _ Regeering zijn goedgekeurd, zoomede tijdelijke gebouwen en andere tijdelijke werken, Kleine afwijkingen van de goedgekeurde ontwerpen, die gedurende de _ constructie der werken noodig mochten blijken, zijn hem vrijgelaten, a Tot de uitvoering van nog niet door de Regeering goedgekeurde ontwerpen, ande- re dan tijdelijke, mag hij niet overgaan, dan in geval zeer dringende omstandigheden __ het onmogelijk maken de bevelen van den Gouverneur-Generaal te vragen of af _ te wachten, zonder gevaar voor de publieke veiligheid of van ’s Lands belang. In 4 zoodanig geval onderwerpt hij zijne handelingen, zoo spoedig mogelijk aan de _ goedkeuring van den Gouverneur-Generaal onder overlegging der betrekkelijke onte _… werpen, q Hij is echter bevoegd om zonder voorafgaande machtiging of nadere goedkeuring der Regeering op destations en halte emplacementen aan den ijzeren bovenbouw ie en de daartoe behoorende inrichtingen en toestellen (draaischijven, gezonken sporen en dergelijken) benevens aan de niet overdekte laad- en losinrichtingen alle werken te doen uitvoeren, welke uitbreidingen of afwijkingen daarstellen van de vastge- 2 stelde ontwerpen, wanneer deze noodig zijn om tegemoet te komen aan de eischen der exploitatie. : Art. 7. De hoofdingenieur zal bij het ontwerpen en de uitvoering van alle. werken “¢ elke niet volstrekt noodige uitgaaf vermijden, doeh daarbij de eischen eener goede 7 en doelmatige constructie niet uit het oog verliezen. = : Art, 8. Hij zorgt dat door de betrokken ingenieurs worden vervaardigd en bij- © — gehouden nauwkeurige plannen van de werken, zooals zij onder of boven den grond zijn uitgevoerd en later verbeterd of uitgebreid mochten worden, met daarbij be- hoorende registers, aanwijzende de ligging en den toestand der werken en inge- richt tot aanteekening van latere verbeteringen, belangrijke herstellingen en andere _ — wetenswaardige bijzonderheden, 2 Hij zal een der ambtenaren op zijn bureau belasten met. en verantwoordelijk — stellen voor de goede bewaring en registratie van alle plannen, kaarten, teekenin- gen en memoriën (copieën ten gebruike op de werken en werkteekeningen uitge- a zonderd), die betrekking hebben op den spoorweg en de mijnontginning ter Suma- tra’s Westkust, cae : Art. 9. Hij dient jaarlijks vóór 15 December aan den betrokken Directeureene ‚begrooting in van’de gelden, welke in het jaar volgende op het nieuwe dienstjaar — „voor de werken benoodigd zijn, Die begrootingen worden ingericht volgens door oe de Regeering goed te keuren modellen en voorzien van nauwkeurige toelich- — tingen, i ae Art, 10. Hij dient op dén 15en Januari van ieder jaar eene aanvraag in van de — «goederen, die in het volgend jaar uit Europa benoodied zijn. Hij onthoudt zich daar- =. _ bij zorgvuldig van eischen, die in verband met de ruimte om de goederen te bergen — of met de gelegenheid om ze spoedig te gebruiken overdreven zijn te achten, in — _ aanmerking nemende dat het hem vrij staat suppletoire aanvragen te doen, 4
E : 221
i - Van vgor ‘slands dienst onbruikbaar of overtollig geworden goederen stelt hij: a de afschrijving of opruiming voor aan den betrokken Directeur, . Hij kan echter op eigen gezag den openbaren verkoop bevelen van overtollige ____gaederen, welker gezamenlijke waarde de som van f 500 niet te boven gaat. 4 Het resultaat van dezen openbaren verkoop wordt aan den betrokken Directeur 3 medegedeeld door toezending van een extract uit de vendurol, a Art. 11. Maandelijks dient hij een zoo beknopt mogelijk ingericht verslag in 1 betreffende den loop der werkzaamheden, welk verslag in de Javasche-Courant É zal worden geplaatst, Bovendien dient hij na het einde van elk jaar een over- ‘ zicht in van hetgeen in het afgeloopen jaar verricht is, daarbij tevens vermel- p dende, wat vermoedelijk in het volgende jaar verricht zal worden, | Art, 12. Hij correspondeert over alle zaken den onder zijn beheer staanden : dienst betreffende, rechtstreeks met de betrokken civiele en militaire autoriteiten, tenzij de Regeering daarin dadelijk gemoeid moet worden, in welk geval hij
zijne brieven richt tot den Gouverneur-Generaal, doch inzendt door tusschen-
komst van den Directeur van het betrokken Departement,
Art, 13, Hij delegeert zooveel noodig op den ingenieur-direeteur der ontgin- ning van het kolenveld, de sectiechefs van den aanleg, den chef en de afdee- lingschefs der exploitatie van de spoorwegen zijne bevoegdheid:
a, tot het verleenen van binnenlandsch verlof; . 6, tot ontneming van den dienst aan ambtenaren en beambten, die door hen tot schorsing worden voorgedragen.
Art, 14, Voorschotten kunnen op den voet van het lantste lid van art, 49 der wet van 23 April 1864 (Indisch Staatsblad no. 106), worden verstrekt aan den hoofdingenieur en aan de hem ondergeschikte ingenieurs en andere ambtenaren, voor zoover deze aan het hoofd staan van een, magazijn, sectie, werktuigkundige afdeeling, werkplaats, zoo mede aan den chef der exploitatie en de afdeelings- chefs der exploitatie van den spoorweg en aan den ingenieur-directeur der ont- ginning van het kolenveld, Die voorschotten dienen tot het doen van betalingen voor werken in daghuur verricht, voor gronden, perceelen of andere onroerende
| of roerende zaken ten behoeve van den dienst onteigend of aangekocht, voor in- huur van gebouwen of lokalen voor bureaux en magazijnen voor aankoop of in- huur van meubilair, bureau- en teekenbehoeften, materialen, gereedschappen en andere benoodigdheden en voor kosten van transport en bewaking, schrijf- en drukloonen en andere kleine uitgaven.
De verantwoording der voorschotten geschiedt driemaandelijks, |
De bewijzen van gedane betalingen worden aan het betrokken Departement
- gezonden,
$
‘ No. 1699. POST. EN TELEGRAAFDIENST. SPOORWEGEN,
el
3 Met intrekking van het besluit van 19 Juni 1879 no, 44 (Bijblad no. 3463) — : zijn bij het besluit van 17 Januari 1892 no, 9 vastgesteld de ondervolgende: — an
‘ BEPALINGEN omtrent den aanleg en de bewaking van—en het toezicht op— en het verrichten van de noodige herstellingen aan de telegraaf-lijnen van den — post- en telegraafdienst, voor zoover deze langs spoorwegen in Nederlandsch-In- — : dit zijn of worden aangelegd. pe
: # Dg ‘ : ee iy 4 en a ; Art, 1. De telegraaflijnen van den Post- en Telegraafdienst in Nederlandseh- — __Imdië worden zooveel mogelijk langs de bestaande en nog te bouwen spoorwe- — gen aangelegd of daarheen overgebracht, terwijl de steunpunten dier lijnen mede dl _ voor de draden van den telegraaf der Staatsspoorwegen kunnen worden gebruikt, _ By voor zoover de omstandigheden dit gedoogen, ies Art. 2, Aan particuliere spoorweg-maatschappijen kan door den Directeur der _ ] _ Burgerlijke Openbare Werken worden vergund voor hare telegraafdraden van de | Ri steunpunten der telecraaflijnen van den Post- en Telegraafdienst gebruik te ma- _ ken op door de Regeering vastgestelde of vast te stellen voorwaarden, 3 4 Art. 3. Voor de telegraaflijnen van den Post- en Telegraafdienst, welke langs in 4 Aanbouw zijnde Staatsspoorwegen worden aangelegd, worden de materialen door hj _ &erstgenoemden dienst verstrekt; de aanleg heeft plaats door en voor rekening van — den Dienst der Staatsspoorwegen, ten ware de Directeur der Burgerlijke Openbare _ ’ _ Werken om bijzondere redenen aanleg door en. ten koste van den Post- en Tele __graafdienst mocht bevelen. a _ Bij aanleg door den Post- en Telegraafdienst heeft deze voor de plaatsing der ; palen de aanwijzingen te volgen van de sectiechefs bij den aanleg der Staatsspoor- "wegen; bij aanleg door den Spoorwegdienst volgt deze de aanwijzingen van den E _ Chef der betrokken afdeeling van den Post- en Telegraafdienst, ; Vervoer en verdeeling per trein of lowry van de voor den aanleg van telegraaf- | lijnen gevorderde materialen heeft, voor zoover dat vervoer mogelijk is kosteloos d plaats, van wege den dienst der Staatsspoorwegen, lanes de in aanbouw zijnde spoorweglijn, os Art. 4, De overbrenging van telegraatlijnen van den Post- en Telegraafdienst naar reeds in exploitatie zijnde Staatsspoorwegen geschiedt daor personeel en ten | _ koste van den Post- en Telegraafdienst, welke ten nanzien van de plaatsing der _ palen de aanwijzingen van den chef der afdeeling „Wee en werken?’ van den = spoorweg heeft te volgen, : 4 a Het bijspannen der draden voor den spoorwegdienst geschiedt door personeel, met materiaal en ten koste van dien dienst, naar de aanwijzingen van den Chef a _ der betrokken afdeeling van den Post- en Telegraafdienst, dan wel onder toezicht il van eenen door den Hoofdinspecteur, Chef van den Post- en Telegraafdienst, daartoe aan te wijzen ambtenaar, a Art, 5. Voor het aanleggen van spoorwegtelegraallijnen langs spoorwegen, waarheen de lijnen van den- Post- en Telegraafdienst eerst later kunnen worden Be overgebracht, kunnen de noodige steunpunten, voor zooveel zij kunnen worden Ee _ beschikbaar gesteld, bij voorbaat worden verstrekt en geplaatst. a k, De kosten van die plaatsing komen ten laste van den betrokken spoorwegdienst, a _ terwijl de plaatsing zelve geschiedt naar aanwijzing of onder toezicht als bedoeld — ‘4 aan het slot van het vorig artikel, / ill _ Art. 6, De telegraaflijnen van den Post- en Telegraafdienst, geplaatst langs _ Staatsspoorwegen in exploitatie, worden, onverschillig of voor de draden van — den spoorwegdienst van dezelfde Steunpunten wordt gebruik gemaakt, naar de — _ voorschriften, daartoe door den Directeur der Bargerlijke Openbare, Werken te geven, door en ten koste van den spoorwegdienst bewaakt, onderhouden en hersteld; de voor dit onderhoud noodige materialen worden door en ten laste Puiden Post. en Telegraafdienst verstrekt, ih ON KS Art. 7. Wet vervoer van de voor onderhoud en herstel van de langs Staats — Ei a hee Geta. Martes Save sees ora Siig hi aa ey eae A ae den AT i bt a
ik enk ke del B te lt edn ie | a ies Vi ==. aha ; ? in j 3 kt 4 ' 293 ; spoorwegen geplaatste telegraaflijnen van den Post-en Telegraafdienst noodige mate- tialen heeft kosteloos plaats over den spoorweg, waarlangs die lijnen zijn aangelegd. Art. 8. Vervoer van materialen, bestemd voor den aanleg van telegraaflijnen — : langs Staatsspoorwegen in exploitatie, heeft plaats maar de bijzondere bepalingen __ betreffende ‘het vervoer van ’s Lands reizigers en goederen op de Staatsspoorwegen a in Nederlandsch-Indié, el Voor vervoer en verdeeling dezer materialen per lowry langs de lijn wordt. met __ inbegrip van de kosten van laden en lossen, aan den Post- en Telegraafdienstin rekening gebracht f 0,25 (wijf en twintig cent) per 1000 kilogram en per kilometer, met een minimum per vracht van f 2,50 (twee gulden vijftig cent). Bis: Gedeelten van 100 kilogram en van kilometers worden elk afzonderlijk als een geheel berekend, No. 4700. VREEMDELINGEN, — Toelating in Nederlandsch-Indié, : CIRCULATRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, : _ No. 1705. Buitenzorg, 22 Juli 1889. ; Hoewel de in mijne cireulaire van 9 Maart 1887 no. 99/e (1) gegeven wenken omtrent de toepassing der bepalingen op de toelating en de vestiging van vreem- delingen op de beoogde werking niet te hebben gemist, is het niettemin een feit dat nog steeds een groot aantal dezer personen zich zonder toelatingskaart of vergunning tot inwoning in Nederlandsch-Indië ophoudt. Daar er wel nauwelijks op gewezen behoeft te worden van hoeveel belang het is om, voor zooveel de beschik- bare politiemiddelen toelaten, de vestiging tegen te gaan van zoodanige vreemde- lingen, wier verblijf voor de handhaving der openbare rust en orde moeielijkheden kan opleveren, heeft de Regeering mij opgedragen UHEdG. nogmaals aan te beve- len geen middelen onbenut te laten om op pas aangekomenen een scherp toezicht uit te oefenen. Om dit te kunnen doen zal in de eerste plaats nauwlettend het oog zijn te honden bij de aankomst van schepen, die van buiten Nederlandsch-Indië in de groote kustplaatsen ten anker komen, Het plaatselijk bestuur moet zorgen op ; de hoogte te zijn van de namen der aangekomen vreemdelingen, ten einde uit de _ daarvan gehouden aanteekeningen, na ommekomst van den gestelden termijn van drie dagen, te kunnen nagaan wie in gebreke zijn gebleven de vereischte aangifte te doen en de nalatigen, door toepassing der voorgeschreven ‚straf bepalingen, tot nakoming der op hen als nieuw aangekomenen rustende verplichtingen te dwin- gen. Zoodoende zal verhinderd worden dat personen, door zich buiten voorken- nis van het Bestuur onder de Inlandsche bevolking of in de talrijke vestigingen van vreemde oosterlingen neder te zetten, zich onttrekken aan het politie toe- zicht, waaraan vreemdelingen luidens mijne aangehaalde circulaire in den eersten tijd moeten worden onderworpen, Melden deze zich, na den in de toelatingskaart — vermelden tijd om eene vergunning tot vestiging aan, dan behooren de hoofs den van Gewestelijk Bestuur zich grondig te overtuigen of de immigranten — werkelijk voldoende middelen van bestaan hebben, dat wil zeggen: op eerlijke — wijze in hun onderhoud kunnen voorzien; zoodat b. vy, geen genoegen mag wor- _ den genomen met de ongemotiveerde verklaring van een onbekenden rasgenoot Pe. _(}_Bijblad no, 4399. EA 4
els F ER AET Bae TEEN ie NEE be rt : : 7 ee Et \ DN EE 224 ; 5 a i + os i UG hd 8 dat die middelen aanwezig zijn. Is de vreemdeling niet in staat een befer bewijs — _ te leveren en vindt het betrokken bestuurshoofd geen noodzakelijkheid om hem _ al dadelijk het land uit te zetten, dan kan volstaan worden met verlenging van den termijn, waarvoor de toelatingskaart geldig is, 4 Door UHEdG. te verzoeken aan het vorenstaande de vereischte uitvoering te willen verzekeren, heb ik de eer mij van den mij verstrekten last te kwijten, 4 De 1e Gouvernements Secretaris, > i SWEERTS. 4 Zie het volgende no. 4701. 8 | No. 4701. VREEMDELINGEN, BORGSTELLING, — Geen borgstelling te — 4 vorderen van vreemdelingen die in Nederlandsch-Indié wen- schen te worden toegelaten. “ij CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, a ) No, 1316, Buitenzorg, 9 Juni 1891, 4 p= ‘ : Het is den Gouverneur-Generaal gebleken, dat in eene residentie op Java het Hoofd van Bestuur als regel had aangenomen om geen toelatingskaart aan Vreemde Ee _ Oosterlingen uit te reiken, wanneer deze niet twee gegoede ingezetenen aanwe- | zen, die voor hen instonden en bereid waren de later voor hen te maken kosten _ te dragen, terwijl in een ander gewest de Resident geen verzoeken van vreemde pe _ Oosterlingen tot vestiging in Nederlandsch-Indië placht te ondersteunen, indien a _ de adressanten niet vooraf een naar zijn cordeel voldoenden persoonlijken borg= > tocht hadden gesteld, 5 | Ofschoon Zijne Excellentie vertrouwt dat zoodanige opvatting door U niet ge- __huldigd wordt, heeft de Gouverneur-Generaal het toch wenschelijk geacht mij op bete dragen, zij het ook ten overvloede, onder Uwe aandacht te brengen dat de in Staatsblad 1872 nos, 40 en 41 vervatte voorschriften het vorderen van borg- __ tochten niet toelaten, en UHEdG, te verzoeken, zoolang die voorschriften nog van kracht zijn, U te willen bepalen tot strenge en oordeelkundige toepassing _ daarvan, met inachtneming van de wenken, gegeven in de dezerzijdsche cireulai- _ res van 9 Maart 1887 no, 99/e (1) en 22 Juli 1889 no. 1705 (2). Be Aan bedoelde opdracht heb ik de eer bij deze te voldoen, | De le Gouvernements Seeretaris, o VAN DER WIJCK. No. 4702. INGEZETENSCHAP. — Voor het — van Nederlandsch-Indië is — : : vestiging daar te lande een vereischte. -
- CIRCULATRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. 3 ; No. 2484, Buitenzorg, 25 October AR <A NE EN ____Bij de behandeling eener aanvraag om concessie van gronden in een der leensta bet ‘ot 3 op de Buitenbezittingen voor de vestiging eener landbouwonderneming, werd on= EERE Kit i Ty (1) Bijblad no, 4399. = Ee. as () Id. no, 4700, BER Kek RE
ents ed Wee ee MLR sd j a
3 |
. eae 225 ;
: e í |
; langs hij de Regeering de vraag aanhangig gemaakt: of personen, die de in art, 5
En 105 van het Regeeringsreglement bedoelde schriftelijke vergunning verkregen,
8 doch feitelijk niet in Nederlandseh-Indié zieh gevestigd hebben, als ingezetenen _
5 van Nederlandsch-Indié zijn te beschouwen: Het komt den Gouverneur-Generaal —
5 „ wenschelijk voor de betrokken autoriteiten van de dienaangaande door Hem ge-
: nomen beslissing kennis te doen dragen en Zijne Excellentie heeft mij mitsdien |
gelast ter zake het volgende onder Uwe aandacht te brengen. |
4 Artikel 106 van het Regeeringsreglement noemt ingezetenen de personen, die
: hun verblijf binnen Nederlandsch-Indié gevestigd hebben, Die vestiging moet ge-
schied zijn op den voet, bij artikel 105 bepaald; dat wil zeggen: aan die vesti-
: ging moet eene vergunning zijn voorafgegaan, Opdat men ingezetene worde is de —
: vergunning op zieh zelve dus niet voldoende: zij moet door vestiging gevolgd
zijn. In overeenstemming daarmede is ook artikel 4 der Algemeene Bepalingen |
‘ van wetgeving voor Nederlandsch-Indié,
Of iemand geacht kan worden ergens gevestigd te zijn, is eene quaestie van |
feitelijken aard, welke voor elk bijzonder geval, naar gelang der omstandigheden,
moet worden beantwoord, en derhalve het best ter plaatse beoordeeld kan worden.
| Uit het vorenstaande volgt niet alleen dat men, om ingezetene van Nerer-
3 landsch-Indié te worden, na verkregen vergunning, zich in Nederlandsch-Indié
4 gevestigd moet hebben, maar ook dat die vestiging moet voortduren opdat men
| ingezetene blijve, Uit den aard der zaak moet dit niet aldus worden opgevat dat
men, door tijdelijk Nederlandsch-Indié te verlaten, zijn ingezetenschap zoude ver-
4 liezen; maar wel is dat het geval met iemand, die ophoudt hier te lande zijn
domicilie te hebben, Deze zienswijze komt overeen met de door het Hoog-Ge- |
rechtshof van Nederlandsch-Indié gegeven beslissing: dat een Chinees, die vergun-
ning verkregen heeft tot vestiging in Nederlandsch-Indié en na een jaar naar
| China terugkeert, niet als ingezetene van Nederlandsch-[ndië kan worden be-
schouwd (Vgl. Mr, J. H. Abendanon, Ned, Indische Rechtspraak blz, 247),
Ik heb de eer bij deze aan den mij verstrekten last gevolg te geven,
| De 1e Gouvernements Secretaris,
k SWEERTS.
| No. 4703. ONTSLAG VAN INLANDSCHE AMBTENAREN UIT 'S LANDS —
é DIENST, — Intrekking van het in Bijblad no, 4087 opgenomen —
: voorschrift betreffende het—.
| CIRCULAIRES aan de antoriteiten en Colleges, bevoegd tot het benoemen en
: ontslaan van Inlandsche burgerlijke landsdienaren op Java en Madoera (uitge-
: » zonderd de Commandanten van Land- en Zeemacht). (5) |
ee No. 28. Buitenzorg, 4 Januari 1889.
z Blijkens de dezerzijdsche missive van 26 Juni 1884 no, 1196, opgenomen on-
4 der no, 4087 van het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié is ten
. opzichte van ambtenaren en beambten van lageren rang in het algemeen als re
bs gel aangenomen, dat niet tot het verleenen van ontslag uit den dienst wordt —
: © overgegaan, dan in de gevallen dat daarom door den betrokken persoon gevraagd —
3 _ @) Aan dezen is bij de missive 1en Gouvernements Secretaris van denzelfden _
3 datum no. 25 verzocht om de Circulaire als ook aan hen gericht te beschouwen. —
4 i : 150008
ie ‘ =e ee oy Pe a
a rie ki
, 226 a
E: wordt, dan wel dat er termen zijn tot het verleenen van een niet-eervol ontslag
_ Die regel was gegrond op de omstandigheid, dat de zijne betrekking verloren heb-
bende beambte, in genoemde missive bedoeld, geen inkomsten ten laste van's Lands
kas geniet en dus ook ten opzichte van eventueele aanspraken op pensioen in de-
zelfde conditie blijft. PE
Is dit waar voor Huropeesche ambtenaren, aangezien ingevolge artikel 3 lett, a :
alinea 2 van het Reglement in Staatsblad 1881 no, 142 (1 de tijd na eervol ontslag uit EE
de betrekking telkens tot een maximum van één jaar, slechts dan voor pensioen als
diensttijd in aanmerking komt, indien gedurende dien tijd non-activiteifstraktement
‚of wachtgeld genoten is—sedert de inwerkingtreding van het reglement op het }
verleenen van pensioenen aan Inlandsche burgerlijke landsdienaren (Staatsblad
1887 no. 192) is zulks niet meer het geval voor de Inlandsche landsdienaren op
_Java en Madoera. 5
Volgens de tweede alinea van artikel 3 van laatstgenoemd reglement toch, wordt =
_ voor hen de tijd na eervol ontslag uit de betrekking steeds, telkens tot hoogstens .
één jaar, als diensttijd voor pensioen in rekening gebracht, onverschillig of die a
tijd mêt of zonder genot van onderstand is doorgebracht. ; a
_ Thans zou zich dus het geval kunnen voordoen, dat een op grond van den in ¥
hoofde genoemden regel alleen uit zijne betrekking ontslagen Inlandsehe ambte- Ee
naar, die eenige jaren daarna het verzoek doet om eervol ontslag uit den dienst ‘2
en dan in de termen valt om krachtens de vóórlaatste alinea van artikel 1 van pe
het reglement in Staatsblad 1887 no. 192 in het genot van pensioen te worden og
gesteld, één jaar meer diensttijd zal kunnen doen gelden en dus een hooger pen- a
‚ Sioen zal erlangen, dan in het geval zijn ontslag uit den dienst dadelijk op dat q
uit de betrekking gevolgd of in de plaats daarvan getreden ware. i
_ Deze gunstige omstandigheid voor de Inlandsehe landsdiënaren te bestendigen A
| acht de Regeering niet noodig en het is daarom Haar verlangen datde in Bijblad 9
no. 4087 aangenomen regel in het vervolg ten aanzien van de Inlandsche ambte- |
naren en beambten op Java en Madoera niet meer gevolgd worde.
_ Door de mededeeling van het vorenstaande, met verzoek U bij voorkomende
gelegenheid daarnaar te willen gedragen, heb ik de eer mij van een ontvangen :
last te kwijten. en
: : De 1e Gouvernements Seeretaris, 3
SWEERTS, a
Aan de autoriteiten en Colleges, bevoegd tot het benoemen en ontslaan van In-
_landsche burgerlijke landsdienaren op de bezittingen buiten Java en Madoera
(uitgezonderd de Commandanten van Land-en Zeemacht). (2), 4
No, 2297. Buitenzorg, den 23sten Sept. 1891. _ «
_Bijde ordonnantie van heden (Indisch Staatsblad no. 208) is het in Staatsblad
oss no, 192 opgenomen Reglement op het verleenen van pensioenen aan Ín- —
landsche burgerlijke landsdienaren op de bezittingen buiten Java en Madoera —
van toepassing verklaard. wd
_ (D (Vervangen door Stb. 1892 No. 175 sub V.) re
WR (2) Aan dezen is bij de missive 1e Gouvernements Seeretaris van denzelfden da- —
ig no. 2298 verzoeht om de Cireulaire als ook aan hen gericht te beschouwen, —
ee Neen lelie ei ai bide din Ae en _ be 3 : 227
In vemband daarmede zijn ook op die bezittingen toepasselijk geworden de be- schouwingen, vervat in de in afschrift hierbij aangeboden dezerzijdsche circulaire van 4 Januari 1889 no, 23, waarbij aan de autoriteiten en Colleges, bevoegd tot het benoemen en ontslaan van Inlandsche burgerlijke landsdienaren op Java en Madoera, te kennen is gegeven dat de Gouverreur-Generaal den in no, 4087 van het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië aangenomen regel ten op-
' gichte van het verleenen van ontslag uit 's Lands dienst aan ambtenaren en be- ambten van lageren rang voortaan niet meer wenscht te zien gevolgd. voor de Inlandsche landsdienaren op Java en Madoera. Mitsdien heb ik de eer op last van Zijne Excellentie ook U te verzoeken met voorschreven verlangen bij voorkomende gelegenheid rekening te willen houden. De te Gouvernements Secretaris, VAN DER WIJCK,
- Vergelijk Bijblad No 5052, No. 4704. AMBTENAREN. ONTSLAG. — Verschil tusschen ondslag uit de betrekking en uit ’s Lands dienst,
MISSIVE Aan den Direeteur van Binnenlandsch Bestuur, ? No, 3056. Buitenzorg, 23 December 1890,
Uit Uwe missive van 23 Januari jl. no. 434 blijkt dat de overwegingen, wel- ke den Resident van Soerabaja er toe hebben geleid om het door zijnen ambts- voorganger aan den gewezen mantri bij de waterleidingen Mas Neabehi Ds, W, en den gewezen assistent wedana Mas Bei P, K., den eerste wegens ouderdom en ongeschiktheid, den tweede wegens ongeschiktheid en onbetrouwbaarheid ver: leend eenvoudig ontslag uit hunne betrekking in een eervol te veranderen, door | UHEdG, worden gedeeld. De Gouverueur-Generaal acht het daarom niet overbodig het onderstaande onder Uwe aandacht te doen brengen,
De Resident grondde zijne beschikkingen op het geval van den wegens kneve- larij uit zijne betrekking ontslagen mantri bij de waterleidingen Mas 'T, T, W., die later bij besluit van 17 Maart 1887 no 21 een eervol ontslag uit ’s Lands dienst heeft bekomen, Ten onrechte wordt hieruit evenwel afgeleid dat een landsdienaar, die aan knevelarij wordt schuldig geacht, door den Resident eervol uit zijne betrek- king moet worden ontslagen, Het eervol ontslag uit 's Lands dienst is gevolgd na afloop der tegen Mas T, T. W‚ ingestelde strafrechterlijke vervolging, uit overweging dat hij, hoewel door den rechter van het hem ten laste gelegde vrij- |
„gesproken, als ambtenaar nochtans geen vertrouwen verdiende, Deze toelichting ‚maakt het reeds duidelijk dat geen noodwendig verband bestaat tusschen de wijze, _ _ Waarrop cen ontslag uit de betrekking en een daarop gevolgd ontslag uit ’s Lands dienst wordt verleend. Deze handelingen verschillen niet alleen in aard, maar — __ook in administratieve rechtsgevolgen. Met het oog hierop kunnen gevallen zich —
voordoen, waarin terecht niet— eervol ontslag uit de betrekking en vervolgens even- _ _zeer terecht eervol ‘ontslag uit ’s Lands dienst wordt verleend; het eerste toch heeft, op zich zelf, alleen verlies van traktement over enkele dagen en, voorzoo- veel de Inlandsche ambtenaren betreft, van aanspraak op de hun nog aankomende — kultuurprocenten ten gevolge, niet eervol ontslag uit 's Lands dienst daarentegen, = benadeelt de belangen van den landsdienaar veel ernstiger, omdat het onder meer —
Alle aanspraak op pensioen doet verloren gaan. 4 a Gan a
“a 228 Met betrekking tot de twee bovengenoemde Inlandsche ambtenarer zij nog — _ opgemerkt: dat de verandering van het eenvoudig ontslag van Ds, W. in een eer- “vol terecht heeft plaats gehad, omdatouderdom en ongeschiktheid geene motieven zijn om een landsdienaar niet-eervol te ontslaan; maar dat onbetrouwbaarheid wel _ — _ zoodanig motief kan opleveren, wanneer hieronder namelijk opzet en kwade trouw _ moeten worden verstaan, en het dus voor de Regeering niet mogelijk iste beoor- deelen of de verandering van het aan P, K. verleend eenvoudig ontslag in een eervol ten rechte is geschied, aangezien dit afhangt van de feiten, waaruit door _— ’s Residents voorganger de onbetrouwbaarheid werd afgeleid. | | Bij deze gevolg gevende aan den mij door Zijne Excellentie verstrekten last F tot mededeeling van het vorenstaande, heb ik de eer UHEdG. hiernevens aan te bieden het voor Uw archief bestemd extract uit het besluit van heden no, 4. ; | ‘ De le Gouvernements Secretaris, i | SWEERTS. , _ No. 4705. AMBTENAREN, ANCIENNITEIT, — Ambtenaren, uitgezonden | krachtens eene suppletoire aanvraag, worden voorgegaan door | hen, die in het bezit van een diploma van het groot ambtenaars- i | eramen, reeds in dienst zijn tn betrekkingen, waarvoor dat di- | s ploma geen vereischte is. | BESLUIT, _No, 14, Buitenzorg, 10 April 1891, Gelet op het besluit van 27 November 1890 no. 4, houdende vaststelling van _ den Indischen brief van dien dag no, 2229/4, waarbij aan den Minister van Ko- lonién is medegedeeld, dat de Gouverneur-Generaal zich kon nederleggen bij de door 's Ministers ambtsvoorganger in diens dépeches van 1 October 1888, 25 _ April en 11 November 1889, Lett, D, nos, 14/1747, 30/703 en 21/-045, —de beide eerste verhandeld bij de besluiten van 13 Maart en 30 Augustus 1889 nos, 2 en 25, | de laatste bij de in hoofde vermelde beschikking — voorgestane opvatting vol- q | gens welke zij, die ingevolge de suppletoire aanvraag van ambtenaren voor den _administratieven dienst van het jaar 1889 uit Nederland zijn uitgezonden, bij : | ‚benoeming tot adspirant-controleur en andere ambtelijke betrekkingen behoorden 5 _ voorgegaan te worden door hen, die, in het bezit van een diploma van het groot — : ambtenaarsexamen, destijds reeds in dienst waren in betrekkingen, waarvoor dat _ diploma geen vereischte is, doch dat tegen eene toepassing dier opvatting op de 5 __intusschen reeds bij het Binnenlandsch Bestuur geplaatste ambtenaren groot be- | zwaar bestond, vermits daardoor in hunne positie met opzicht zoowel tot hunne — _ancienniteit als tot hunne plaatsing op Java en Madoera dan wel op de Buiten- — bezittingen zeer ingrijpende wijzigingen zouden worden gebracht, en dat het in ver- jp: band daarmede raadzaam voorkwam eerst in de toekomst aan bedoelde opvatting — 3 gevolg te geven; ER Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 31 Januari 1891 Lett, i D no, 9/210, daarbij te kennen gevende tegen de even uiteengezette wijze van . __ handelen geen bedenking te hebben; ; Is goedgevonden en verstaan: ‘ 3 ; Van het vorenstaande aanteekening te houden, 5 __Afschrift enz, wel
3 229 ~ 7 zr No. 4706. INLANDSCHE RECHTBANKEN, ONDERDISTRICTSHOOF- — DEN. BENOEMING, ONTSLAG,
8 Circulaire Dir, van Justitie 23 Maart 1892 No, 2205, Vervallen door intrekking ‘ der klassen van de onderdistrictshoofden bij Stb. 1900 No. 3, f q No. 4707. BENOEMING. ONTSLAG. — Geen afschrift aan de Algemeene : Rekenkanmer te zenden van beschikkingen houdende benoeming q of ontslag van het zoogenaamd bediendenpersoneel, / | Het voorschrift, vervat in § 1 van het Gouvernements besluit van 18 November ; 1890 no, 17 (Staatsblad no. 228), wordt door verscheidene Hoofden van Gewestelijk | en Plaatselijk Bestuur in dien zin opgevat, dat zij o. a, ook van elke door hen geno- men beschikking, houdende benoeming of ontslag van het zoogenaamd bedienden- E personeel, zooals oppassers, mandoers, enz, een volledig afschrift behooren in te zenden aan de Algmeene Rekenkamer, | Hoewel voor die opvatting pleiten zon de algemeenheid van het aangehaald voorschrift, waar zonder eenige restrictie gesproken wordt van ambtenaren en | beambten, dus zoowel Europeesche als Inlandsche, ligt het echter niet in de he- ] doeling van genoemd College om van besluiten als de onderwerpelijke afschriften g te ontvangen, Om het doellooze daarvan aan te toonen, werd door de Kamer gewezen op de | omstandigheid, dat de vermelde categorie van personen niet nominatief is opge- k nomen in den bij artikel 2 van genoemde Gouvernements beschikking behoorenden model tractementsstaat. Bij Circulaire van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur van 8 Maart 1892 | no, 1888 zijn daarom de Hoofden van Gewestelijk Bestuur aangeschreven om het inzenden van afschriften van beschikkingen, als waarvan hier de fede is, in den | } vervolge te willen nalaten en dat verzoek tevens ter kennisse te brengen van de | | in hun gewest bescheiden Hoofden van Plaatselijk Bestuur, | No. 4708. INLANDSCHE HOOFDEN. RECHTSPRAAK, — Deelneming der | ; Regenten aan de rechtspraak, | 4 CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera | met uitzondering van de Residenten van Batavia en de Vorstenlanden. : No. 2796. Buitenzorg, 14 Nov. 1891. a Het is den Gouverneur-Generaal gebleken dat aan de bij dezerzijdsche Circu- _ : laire van 9 April 1881 no, 735e (no, 4037 van het Bijblad op het Staatsblad van — Nederlandsch-Indië) aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera _ i: overgebrachte opdracht om toe te zien dat door de Regenten in den regel één maal ’s weeks de zittingen van den Landraad worden bijgewoond geen of slechts — M onvoldoende gevolg wordt geceven. : Zijne Excellentie kan zulks niet goedkeuren en moet het van gewicht achten, _ : dat door bedoelde Inlandsche Hoofdambtenaren, voor zooveel zulks met hunne — 4 overige werkzaamheden is overeen te brengen, aande zittingen van den Landraad en van de Rechtbank van Omgang zoo zij daarvan lid zijn, worde deelgenomen, — mede omdat daardoor de rechtspraak in de oogen van den Inlander in beteeke- d nis slechts zal kunnen winnen, | i x J dl Pa Ms ee * pail sh Se ae —
Uda Bae ie ea enh at ln MA neler Re LC an Bobine zn 230 Jm 8 z ‘ a a as _Aannemende dat in vele gevallen hunne overige ambtsbezigheden vap Z0ov eel _ omvattenden aard zijn, dat hun de gelegenheid ontbreekt om wekelijks zitti ng | te nemen,—is de Gouverneur-Generaal van oordeel dat het inderdaad geen overs | dreven eisch kan worden geacht, wanneer van de Regenten yerlangd wordt dat zij Bc althans twee malen ‘s maands bij de zittingen tegenwoordig zijn — en Zijne Excel a -lentie moet er dan ook prijs op stellen dat aan dien eisch worde vastgehouden, — î a Door de mededeeling van het vorenstaande met verzoek aan het daarbij uitge a “drukt verlangen van den Gouverneur-Generaal het noodige gevolg te willen ge- ven, heb ik de eer van een van Zijne Excellentie ontvangen last mij te kwijten. fe De le Gouvernements Secretaris, — Bn VAN DER WIJCK, ig a ia No. 1709. AMBTENAREN. WAARNEMING. ZEGELRECHT, — Moeten — aan de extracten uit besluiten waarhiy ambtenaren met de waarneming RE eener betrekking worden belast, al dan niet op een evenredig eH AL: zegel worden geschreven? 3 a Aan den Directeur van Financiën. oi No, 2907. Buitenzorg, 6 December 1890. > In verband met de omstandigheid dat de ambtenaar M. bij zijne definitieve benoe _ ming tot aspirant-controlenr bij het Binnenlandsch Bestuur op de Buitenbezittingen — _ eene op een zegel van f 25 geschreven akte van aanstelling ‘is uitgereikt, do ef 7 _ UHEG. bij missive van 18 Maart jl, no. 3998 het voorstel om het aan hem ver _ leend, op een zegel van gelijke waarde gesteld extract nit het besluit van 28 _ December 1888 no, 17, waarbij hij met de waarneming van genoemde betrek _ king werd belast, terug te nemen tegen uitreiking van een op een zeg®l van 1.50 ; geschreven extract uit dat besluit, ij : Dit voorstel is gegrond op de overweging dat het laatste lid van artikel 2 der zegel _ ordonnantie (Stbl. 1885 no. 131) met opzicht tot de heffing van zegelrecht van akten — _ Yan aanstelling of bewijzen van verhooging van bezoldiging, onder burgerlijke amb _ tenaren en onder bezoldiging verstaat wie en wat als zoodanig wordt beschouwd _ volgens de bepalingen op het verleenen van pensioenen, zoodat het bij dat artikel — q bedoeld evenredig zegelrecht naar Uwe meening niet mag worden gevorderd van hen, die belast worden met de waarneming van eenig burgerlijk ambt, daar aan dergelij ke i waarneming op zich zelf de staat van burgerlijk ambtenaar niet wordt ontleend. — i Evenbedoeld betoog komt den Gouverneur-Generaal echter minder juist voor, 3 5 Een. burgerlijk ambtenaar, die belast wordt met de waarneming eener organieke — _ betrekking onder het genot eener bezoldiging ten laste van de begrooting van Neder- ia a Jandsch-Indié staat, ten opzichte van pensioen, volkomen gelijk met den burgerlijken it ambtenaar, die definitief tot een dergelijk ambt is geroepen, in dien zin dat hij, na — Ke eervol ontslag uit de betrekking waarvan hem de waarneming was opgedragen, bij a ik volbrachten diensttijd en den vereischten ouderdom van 45 jaren, even goed recht heeft op pensioen als ware hem eene definitieve benoeming te beurt gevallen, © Naar het Zijner, Excellentie toesehijnt is door UHEdG. het verschil tusschen de — benoeming tot een tijdelijk ambt (zie Staatsblad 1881 no. 142, artikel 2 en artikel fr 8 lit, b) (Den het belasten van een burgerlijk ambtenaar met de waarneming q eener organieke betrekking nit het oog verloren, a ——() Gewijzigd bij Stb. 1892 po, 175 gg III, IV en V. Ae e a
/ ¢ AE | 4
Het „hooger bedoeld extract uit het besluit van 28 December 1888 no, 17 moet | derhalve aangemerkt worden te recht op het evenredig zegel geschreven te zijn, omdat dit extract, nu het niet de gewoonte is bij dergelijke beschikkingen af. zonderlijke akten van aanstelling uit te reiken, tevens als akte van aanstelling moest dienen, zooals ook het geval is bij benoemingen, welke aan de Hoofden der _ Departementen van algemeen bestuur en andere autoriteiten en colleges zijn over-_
ad gelaten. Daarentegen is bij de uitreiking der akte van aanstelling bij de definitieve benoeming van M, vd. tot adspirant controleur, over het hoofd gezien dat belang- —
hebbende het evenredig zegelrecht over eene jaarlijksche bezoldiging van f 2700
reeds had voldaan. Die akte had, als zijnde bestemd om bewijs op te leveren, ©
al is zij een geschrift genoemd in artikel 2 der zegelordonnantie, hetwelk in den i
regel aan evenredig zegelrecht is onderworpen, in casu op een zegel van j 1,50 |
moeten zijn geschreven. 4
Ten overvloede zij er nog op gewezen dat wanneer de extracten uit besluiten, waarbij ambtenaren met de waarneming eener betrekking worden belast, niet langer op een evenredig zegel geschreven zouden mogen worden, in vele gevallen | de bedoeling van den ontwerper der zegelordonnantie om door een ambtenaar voor al zijne benoemingen, bevorderingen en verhoogingen te zamen te doen betalen het bedrag voor de hoogste bezoldiging, die hij ten slotte geniet, niet tot haar recht komen.
- Onder wederaanbieding der bijlagen van Uw in hoofde genoemd schrijven, vergezeld van eene nieuwe op éen zegel van / 1.50 gestelde akte van aanstelling | voor den ambtenaar M. heb ik de eer, op last van den Gouverneur-Generaal, UHEAG. te verzoeken voor het verder redres alsnu het noodige te willen verrichten.
De fe Gouvernements Secretaris, : SWEERTS.
No. 4710. GENEESKUNDIGE DIENST. DOKTERS DJAWA,
Bij het besluit van 9 October 1890 no. 7 is de Directeur van Onderwijs, Eere- dienst en Nijverheid gemachtigd om bij ontstentenis van Europeesche genees kundigen, belast met den civiel geneesku ndigen dienst en het opzicht over de vaccine op plaatsen, waar een dokter djawa bescheiden is, deze dienstverrich- tingen tijdelijk op te dragen aan dien dokter djawa, onder genot eener maan- delijksche toelage van f 25 (wijf en twintig gulden).
Zie vervolg in Bb. no, 5658 en 6015, |
/
No. 4711. CONTROLEURS BIJ [HET BINNENLANDSCH BESTUUR,
TRAKTEMENTSVERHOOGING.
B. 2 Juli 1892 No, 20, Kan als vervallen worden beschouwd in verband met de nieuwe bepalingen omtrent de tractementsverhoogingen der Controleurs, bij Stb. 1900 No, 3.
No. 4712. INSTRUCTIE voor den Ambtenaar voor de beoefening van Indische talen Mr, Dr, J. C, G. Jonker (Vastgesteld bij be- sluit van 16 Juni 1887 no. dic),
Art, 1. Deze ambtenaar behoort tot het Departement van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid en is aan het hoofd van dat Departement rechtstreeks ondergeschikt.
Ps 239
Art, 2. Gewijzigd bij Bijblad no. 5474. :
_ Art. 3. In aangelegenheden, welke verband houden met zijne studiën, geeft hij 5
inlichtingen of brengt hij advies uit, telkens wanneer hem dit gevraagd wordt
_door de Regeering, den Direeteur van Onderwijs, Heredienst en Nijverheid of
den Gouverneur van Celebes en Onderhoorigheden, dan wel door andere autori-
teiten of colleges door tusschenkomst van genoemden Gouverneur of Directeur,
Gewijzigd bij Bijblad no. 5474. Art. 4, Omtrent dezelfde aangelegengeden als in hetoverig artikel bedoeld, kan hij voorstellen of vertoogen indienen aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst ‘ en Nijverheid of den Gouverneur van Celebes en Onderhoorigheden, dan wel door ' hunne tusschenkomst aan andere autoriteiten, a Gewijzigd bij Bijblad no, 5474. | Art. 5, Wanneer er personen zijn, die zich krachtens speciale opdracht der Re- d geering in de door hem beoefende vakken hebben te bekwamen, kan hij met _
de leiding hunner studiën worden belast. En Jl
Art, 6, De Gouverneur van Celebes en Onderhoorigheden (!) is bevoegd hem in het _belane van ’s Lands dienst of van zijne studiën commissiën buiten zijne stand- ‚plaats op te dragen en hem voor dezelfde doeleinden toe te staan zich tijdelijk op eene andere standplaats dan Makasser (1) te vestigen, we
Telkens wanneer van deze laatste bevoegdheid wordt gebruikt gemaakt, wordt daarvan door den Gouverneur aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid kennisgegeven. Py
Q) Gewijzigd bij Bijblad no, 5474, Art, 7. Gewijzigd bij Bijblad no, 5392, Aan het einde van elk jaar dient hij F door tusschenkomst van den Direeteur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid aan de Regeeting een verslag in omtrent hetgeen door hem op het gebied zijner studiën en in het belang der wetenschap is verricht, Rida No. 4713. INSTRUCTIE voor den Adviseur voor Oostersche talen en
Mohammedaansch recht, Dr, C. Snouck Hurgronje (Vastge- : steld bij besluit van 6 Mei 1891 no. 3). j
Art. 4. De adviseur voor Oostersche talen en Mohammedaänsch recht behoort tot het Departement van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid en is aan het hoofd van dat Departement rechtstreeks ondergeschikt.
Art. 3. Hij legt zieh toe op de studie der Arabische en Maleische talen en der instellingen van den Islam, in het bijzonder zooals die in Nederlandsch- Indië toepassing vinden.
Art. 3. Zijne standplaats is Batavia,
Art. 4. Over zaken, die verband houden met zijne studiën, geeft hij inlieb- ting of advies, telkens wanneer hem dit gevraagd wordt, hetzij door de Re- — geering, hetzij door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid dan 4 wel door andere autoriteiten of colleges door tusschenkomst van voornoemden | Directeur,
Art, 5. Omtrent de in het vorige artikel bedoelde zaken kan hij voorstellen of vertoonen indienen aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijver- heid of door diens tnsschenkomst aan andere autoriteiten. r
Art. 6. Wanneer er personen zijn, die krachtens speciale opdracht der Re- ij i \
| 233 4 geering jn de door hem beoefende vakken zich hebben te bekwamen, kan hij met de leiding hunner studiën worden belast, ú Art. 7. De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid is bevoegd 3 hem in het belang van ’s Lands dienst of van zijne studiën commissiën buiten | zijne standplaats op te dragen en kan hem toestaan zich tijdelijk buiten Ba- ___tavia te vestigen, ° Art. 8, Aan het einde van elk jaar dient hij door tusschenkomst van den __ Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid een verslag in omtrent het- geen door hem op het gebied zijner studiën is verricht. . No. 4714. RECHTERLIJKE ORGANISATIE, INSTRUCTIE DER HOOF-. ze 4 DEN VAN GEWESTELIJK BESTUUR. INLANDSCHE me OFFICIEREN VAN JUSTITIE.— Bevoegdheid van de Hoof- 4 den van Gewestelijk Bestuur bij artikel 36 hunner Instructie : 8: verleend om in de vervulling der functiën van Inlandsch Of- ficier van Justitie bij ontstentenis van den titularis te voorzien win Uitlegging van artikel 62 van het Reglement op de Rechter- ranke lijke Organisatie. | te CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, a, „op Java en Madoera. a b. op de bezittingen buiten Java en Madoera. Ee, No, Lijk Buitenzorg, 27 Juni 1892. U ck Bij. verschillende gelegenheden heeft zich de vraag voorgedaan op welke wij- ze de bevoegdheid, die de Hoofden van Gewestelijk Bestuur aan artikel 36 hun- een instructie (Staatsblad 1867 no. 114) ontleenen om in de vervulling der fune- s tién van Inlandseh Officier van Justitie bij ontstentenis van den titularis te ‘ voorzien, behoort te worden opgevat in verband met de laatste alinea van ar- tikel 62 van het reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der Jus- : titie in Nederlandsch-Indié, krachtens welke bij afwezigheid, belet of ontstente- i nis van een Officier bij eene Indische rechtbank en van den onmiddelijk in raug : volgenden Inlandschen Officier, de funetién van het Openbaar Ministerie tijdelijk | door den President aan een Lid van het College worden opgedragen. 4 Blijkens de dezerzijdsche cireulaire van a. 16 Augustus 1889 no. «Te $3 ; b. 29 b, 2015 : meende de Regeering destijds bedoelde vraag in dien zin te moeten beantwoor- ; den dat de bevoegdheid der Gewestelijke Bestuurders ten deze zich bepaalt tot E het treffen van maatregelen met betrekking tot de waarneming van het openbaar 3 ministerie buiten de terechtzittingen, en dat zij geen bemoeienis hebben met de ___wijze van voorziening in de vervulling dier tunctiën op de terechtzitting, ten aan- gien waarvan werd verwezen naar het bepaalde bij het hooger aangehaald (in de es verschillende regelingen van het rechtswezen op de Buitenbezittingen gehandhaafd) F (1) artikel 62 van het reglement op de rechterlijke reorganisatie, gelijk dit nader ì is toegelicht bij no. 750 van Bijblad op het Stautsblad van Nederlandsch-Indié, 2 Deze uitlegging is evenwel niet overeen te brengen met het in de ordonnantie in jn 3 (!) Het tusschen () staande alleen voor b.
el a Eh la ie Ed € AE 1 Dt POPE PVU NT EE ea 234 = de a Ker 1 ke van 1 Mei 1877 (Staatsblad no. 94) uitgesproken beginsel dat de waarneming van _ eenig ambt, hetzij krachtens eene opdracht door de daartoe bevoegde autoriteit, 1 _ hetzij krachtens wettelijke bepalingen, in zich sluit de bevoegdheid tot uitoefening — van alle aan dat ambt verbonden zoo administratieve als rechterlijke functiën, Krachtens dit beginsel is hij, die door het betrokken Hoofd van Gewestelijk — | Bestuur wordt aangewezen om bij ontstentenis, afwezigheid of belet van den ti- — __tularis de functiën van Inlandsch Officier van Justitie waar te nemen, bevoerd die fuuetiën ook op de terechtzitting te vervullen, De vraag of ook hij, wien | ingevolge de Ade alinea van het meer aangehaald artikel 62 van het reglement op de rechterlijke orzanisatie de functién van ambtenaar van het openbaar mi- __‚Risterie zijn opgedragen, ingevolge meergemeld beginsel die functién in haren _ vollen omvang, dus ook buiten de terechtzitting, behoort nit te oefenen, moet — naar het inzien van den Gouverneur-Generaal ontkennend worden beantwoord op- grond van de volgende beschouwing voorkomende onder de praemissen van het — __ besluit van 17 Mei 1856 no. 13 (opgenomen in het hooger aangehaald no. 750 __van het Bijblad op het Staatsblad) en ontleend aan het bij die beschikking ver- _ handeld advies van het Hoog-Gerechishof van Nederlandsch-Indié van 15 Maart _ te voren no. 467, tw. „dat de verplichting tot vervulling der werkzaamheden „buiten de terechtzitting, bij art, 55 en volgende van het Inlandsch Reglement naan de Inlandsche Offieieren van Justitie opgedragen, niet het gevolg is, zooals — „bij de Europeesche Officieren van Justitie, van hunne aanstelling tot Offieier bij pêene rechtbank, maar juist het omgekeerde plaats heeft, daar zij bij de In- — __slendsche rechtbanken het openbaar ministerie vertegenwoordigen, omdatzij in de — MS „afdeeling, waarin die rechtbank zitting houdt, tot Officier van Justitie zijn „aangesteld,” , Volgens het oordeel van Zijne Excellentie is dan ook de bedoeling waarmede ’ _ de 4de alinea van artikel 62 van het reglement op de rechterlijke organisatie R in het leven is geroepen, geene andere dan om den Voorzitter van de betrokken : Inlandsche rechtbank in staat te stellen om de terechtzitting tot het houden waarvan ingevolge de artikelen 92 en 101 van meergemeld reglement o.m. ook | de aanwezigheid vereischt wordt-van den Inlandschen Officier van Justitie, — wanneer deze om eenige reden niet beschikbaar mocht zijn, toch voorteang te doen hebhen, in verband waarmede van eene toepassing van bedoelde wets- bepaling alleen dan sprake kan zijn wanneer, ingeval van afwezighèid, belet of ontstentenis van den Inlandschen Officier en van den in rang op dezen volgen- — den Officier, niemand wettig — dat is door het betrokken Hoofd van Gewestelijk Bestuur —met de waarneming hunner functiën belast is dan wel de wettig — daarmede belaste persoon afwezig of belet is te fungeeren.
De thans, door den Gouverneur-Genoraal ten deze gehuldigde opvatting laat derhalve aldus zich formuleeren : 7 a. De bevoegdheid der Hootden van Gewestelijk Bestuur, om tijdelijk in de
vervulling van vaceereride funetién te voorzien, bedoeld in artikel 36 van | hunne instructie in Staatsblad 1867 no, 114, sterkt zich ook uit tot de In- landsche Olfieieren van Justitie, 1 b. De met gebruikmaking dier bevoegdheid aangewezen tijdelijke titularissen | vervullen het door hen waargenomen ambt in zijn vollen omvang en nemen dus ook de functién van ‘het openbaar ministerie op de terechtzittingen der: 4 Inlandsehe rechtbanken waar. j nd lr rl be ee
ETS lan dede ndi andel ent ae ae 4 235 ng € Alinea 4 van artikel 62 van het reglement op de rechterlijke organisatie 3 houdt geen verband met het sub a bedoelde voorsebrift. Van de bevoegd je, heid om de functién van het openbaar ministerie tijdelijk aan een Lid van 5 it het College op te dragen, maakt de Voorzitter der betrokken Inlandsche _ g rechtbank gebruik, wanneer de Inlandsche Officier van Justitie, onverschillig : of deze definitief of tijdelijk titularis van dat ambt is, voor eenige terecht- — a zitting niet beschikbaar mocht zijn, { g d, De bemoeiingen van het aldus met de functién van het openbaar ministerie — y belaste Lid der rechtbank bepalen zich uit den aard der opdracht tot de za- — : ken, welke ter terechtzittingen behandeld zijn, en houden op, zoodra de _ d Inlandsehe Officier van Justitie weder beschikbaar is. El 4 Ingevolge een van Zijne Exeellentie ontvangen opdracht heb ik de cer het | i vorenstaande te uwer kennisse te brengen en UHEdG. te verzoeken bij voorko- fj mende gelegenheden daarmede rekening te willen houden. De 1e Gouvernements Secretaris, VAN DER WIJK. y No. 4715. ERFPACHT, — Teruggave van erfpachtsperceelen nadat eene vor- | dering is ingesteld tot vervallen verklaring van het er fpachtsrecht, ; } Een erfpachter, tegen wien op grond van art, 133 van het Burgerlijk Wet- boek een rechtsvordering tot vervallen verklaring van zijn erfpachtsrecht aan- | hangig werd gemaakt wegens wanbetaling van den canon gedurende vijf ach- — tereenvolgende jaren, deed hangende het proces der Regeering het verzoek om 4 het perceel in der minne aan het Gouvernement te mogen teruggeven, :
Uit overweging dat de erfpachter in weinige gunstige financieele omstandig- —
heden verkeerde en bij eventueele veroordeeling ook zelfs de kosten van het geding niet zou kunnen voldoen, verleende de Regeering naar aanleiding van — dat verzoek machtiging aan den betrokken Resident om het perceel bij gerech- telijke acte ten name van het Gouvernement terug te ontvangen.
Van die machtiging maakte de erfpachter echter niet terstond doch eerst ge- | ruimen tijd daarna gebruik, De wederoverschrijving van het perceel ten name van het Gouvernement geschiedde toch eerst den 24en Januari 1891, terwijl de bedoelde machtiging reeds den 23en September 1889 verleend werd, oy
Intusschen kon de ingestelde vordering tot vervallen verklaring van het erfpachts- recht niet worden ingetrokken, met het oog op de mogelijkheid dat de tegenpartij geen gevolg zou geven aan hare toezegging tot teruggave van haar erfpachtsper- ceel, in welk geval het proces op nieuw had moeten worden aanhangig gemaakt,
Aan het telkens ter rolle van den rechter uitstel vragen van de verdere behan- deling van het rechtsgeding zijn evenwel praktizijnskosten verbonden, en daarom dient dergelijke wijze van handelen zooveel mogelijk te worden vermeden,
Uit dien hoofde zijn de Hoofden van Gewestelijk Bestuur door den Directeur —
\ van Binnenlandseh Bestuur bij eirenlaire van 6 Februari 1892 no, 754 aange- schreven om, wanneer machtiging wordt verleend tot terugneming van een erf- pachtsperceel, nadat met betrekking tot dat perceel eene rechtsvordering is ingesteld tot vervallen verklaring van het erfpachtrecht, den erfpachter uit te noodigen bin- nen ééne maand mede te werken tot de wederoverschrijving van zijn recht ten name van het Gouvernement, waartoe ter rolle van den rechter uitstel gevraagd
4 eo e
BE, : 236 kan worden van de verdere behandeling van het rechtsgeding, zullende. bij ge-
_ breke daarvan het proces tot vervallen-verklaring onmiddellijk moeten worden voort- gezet en teneinde gebracht, (!)
No. 4716. ONTGINNING, — Toepassing der ordonnantie in Staatsblad
1874 no, 79.
… CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera © met uitzondering van de Vorstenlanden van 12 Juni 1888 No, 3306. Vervallen : door Stb. 1896 No. 44 en Bijblad No. 5086, q No. 4717. GEWESTELIJKE EN PLAATSELIJKE KEUREN EN RE-
GLEMENTEN VAN POLITIE, — Wenken in achtte nemen |
bij de opmaking en indiening van—.
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in Nederlandsch-Indië, { No. 8587. Batavia, 16 December 1889. '
: In verband met den steeds toenemenden stroom van gewestelijke en plaatselijke 7
_ keuren en reglementen van politie, welke mij ingevolge art. 1 van Staatsblad 1858 . No, 18, zooals dat gelezen wordt volgens Staatsblad 1862 No, 146 jeto. Staatsblad E
_ 1870 No, 189, in concept worden toegezonden, acht ik ’ ter bevordering eener 4 richtige en spoedige behandeling, wenschelijk ter zake de aandacht der Hoofden van a
_ Gewestelijk Bestuur op het navolgende te vestigen. q
In de eerste plaats wijs ik er op, dat de Hoofden van Gewestelijk Bestuur zich 3 bij de aanbieding ven concepten van verordeningen, als bovenbedoeld, in den re- a
gel van alle toelichting plegen te onthouden. Niettemin ligt ’t voor de hand, dat i
in vele gevallen ecne volledige toelichting der vast te stellen bepalingen onmis- 4 baar is, daar dezerzijds bij gemis aan voldoende kennis van plaatselijke toestanden 4 of om andere redenen, de Strekking en doelmatigheid der gewenschte bepalingen
_ vaak bezwaarlijk kunnen worden beoordeeld, Doch ook de urgentie eener keur vereischt in vele gevallen behoorlijke toelieh-
ting, Er zijn b, y, verordeningen, die voor plaatsen van cenige beteekenis reden 3
van bestaan kunnen hebben, doch welker nut voor kleinere plaatsen met grond _ betwijfeld mag worden, Voorts worden soms keuren ontworpen betreffende onder. ; . werpen, welke op het gebied der gewestelijke of plaatselijke wetgeving geheel 4
nieuw zijn of althans zelden worden aangetroffen, In dergelijke gevallen nu stel 3
ik er prijs op, dat de urgentie der voorgestelde regeling omstandig worde aange- 4
toond, In het bizonder mag worden verlangd, dat bij het vervangen van bestaande
_ verordeningen door nieuwe keuren omtrent hetzelfde onderwerp en het brengen van q wijzigingen in bestaande verordeningen, de noodzakelijkheid der vervanging en
wijzigingen in het licht worde gesteld, Het gedurig wijzigen of vervangen van be- 4
staande verordeningen levert toch voor de ingezetenen geen gering bezwaar op (2),
Intusschen gebeurt ’t thans niet zelden, dat keuren, welke eerst sedert kort in 4
werking zijn getreden, door nieuwe verordeningen van dezelfde strekking worden a
vervangen dan wel worden gewijzigd, zonder dat dezerzijds uit eenige toelichting a
van het betrokken Hoofd van Gewestelijk Bestuur de noodzakelijkheid of wensche- B |
lijkheid der vervanging of wijziging kan worden afgeleid, = () Missive 1e Gouvernements Secretaris van 16 Januari 1892 no. 127, 9 (?) Er gelden thans in Nederlandsch-Indié, blijkens het daarvan aan mijn de-
partement aangehouden register, 783 politiekeuren. ;
3 23%
De bagwaren intussehen, bij de behandeling van concepten van reglementen van
: politie ondervonden, vloeien grootendeels voort uit hunne veelal gebrekkige samen-
3 stelling en redactie, Toch zouden die bezwaren voor een goed deel kunnen worden — : vermeden, wanneer men zich bij de samenstelling dier concepten steeds rekenschap
‘ gaf van hetgeen eene keur moet inhouden, n. 1. een samenstel van duidelijk om- d schreven gebods — of verbodsbepalingen met de daaraan verbonden poenale sanctie, ® zonder daarbij in uitvoerige details te treden,
Ook kan de gewestelijke wetgever zijne en mijne taak vergemakkelijken door zooveel mogelijk partij te trekken van verordeningen, waarbij het betrekkelijk
: onderwerp voor andere gewesten is geregeld. Wel is waar mag niet de vraag _
wat reeds in vroegere verordeningen voorkomt den doorslag geven, en moet in
| elk bizonder geval worden overwogen welke voorschriften aangaande het te re-
gelen onderwerp in het algemeen onmisbaar zijn, maar toch kan vooral de raad-
pleging van verordeningen van jongen datum dikwerf nuttig zijn.
| In elk geval dient steeds in het oog te worden gehouden — hetgeen herhaal-
delijk wordt verzuimd bij de samenstelling van de hier besproken concepten —dat ;
| de reglementen en keuren van politie zich niet mogen uitstrekken tot onderwer-
{ pen van algemeen strafrecht, noch iets inhouden strijdig met verordeningen, door
een hooger gezag binnen den kring zijner bevoegdheid uitgevaardigd (art. 2 van
: Staatsblad 1858 No. 17.)
Ook mag niet uit het oog worden verloren, dat het formulier van afkondiging,
voorgeschreven bij art, 4 van Staatsblad 1858 no. 17, letterlijk moet worden ge-
volgd, aangezien de afkondiging in dien vorm de eenige voorwaarde der verbind- baarheid van de keur is, Het is opvallend, dat zelden een coneept— keur door
mij wordt ontvangen, waarin het evenbedoeld eenvoudig voorschrift is opgevolgd.
Voorts verdient het aanbeveling de strafbepalingen zooveel mogelijk in over-
eenstemming te brengen met het strafstelsel der beide Algemeene Politiestrafre-
| glementen,
Overigens zij hier nog opgemerkt, dat ik de geamendeerde concept—verorde-
| ningen, welke door mij na examinatie weder aan het betrokken Hoofd van Geweste- lijk Bestuur worden teruggezonden, later steeds gaarne terug ontvang, terwijl ik mij voor de stipte naleving van Bijblad no. 2444 evenzeer beleefd aanbevolen houd, Door aan dit tweeledig verzoek geregeld te voldoen zal ik niet meer, ge- lijk tot dusverre, verplicht zijn telkens daaraan te herinneren, hetgeen slechts onnoodig tot vertraging in de afdoening der zaak aanleiding geeft.
Ten slotte teeken ik hierbij aan, dat door de Regeering onlangs is beslist, dat vertalingen in de Maleische of landstaal van gewestelijke of plaatselijke keuren op de residentiebureaux behooren te worden vervaardigd, Daarentegen kan voor de vertaling van zoodanige keuren in de Chineesche taal desvereischt mijne tus- schenkomst worden ingeroepen.
Onder aanteekening, dat de Regeering mij gemachtigd heeft (1) het boven- staande te Uwer kennisse te brengen, heb ik de eer UHEdG: beleefd te verzoe- ken bij de samenstelling en indiening van ontwerp — verordeningen van politie met de bovengegeven wenken rekening te willen houden.
; De Directeur van Justitie, L. A. P. F, BUIJN, ag
() Missive le Gouv. Secretaris van 6 December 1889 no. 2829,
238 : oe | No. 4718. CHOLERA. WONINGEN, VERBRANDING, Geene boningen ' van choleralijders te verbranden, z 4 i CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java en _ Madoera. No, 123. ‘ Batavia, 6 Januari 1890, ‘ _ Door enkele Hoofden van bestuur zijn tot tegengang der verspreiding van — _ Aziatische Cholera inlandsehe woningen, waarin lijders aan die ziekte waren over- _ deden, op geneeskundig advies verbrand, terwijl de eigenaars dier woningen werden ; schadeloosgesteld, | let verbranden van besmette huizen is nergens voorgeschreven, Het nut er
_ van wordt ernstig betwijfeld en niet evenredig geacht aan de zeer belangrijke _ uitgaven die van de algemeene toepassing van den maatregel het gevolg zouden : _ kunnen zijn, 4 _ De Regeering heeft mij daarom opgedragen ( UHEdG. mede te deelen, dat _ zij het eigener autoriteit toepassen van dien maatregel niet kan goedkeuren en : derhalve daarvoor gedane uitgaven niet uit ’slands kas zullen worden vergoed.
Wordt te ceniger tijd de noodzakelijkheid gevoeld om besmette huizen te ver- 4
_ branden, dan gelieve UHEdG, hiertoe een voorstel, gesteund door eene gemoti- , veerde verklaring van den geneesheer, te doen, ‚_ Overigens behoef ik we! niet in Uwe aandacht aan te bevelen, dat in voorko- mende gevallen zooveel mogelijk gestreefd wordt naar behoorlijke ontsmetting van huizen en losse goederen, : Ik heb de eer U te verzoeken het vorenstaande mede ter kennis te brengen van de hoofden van plaatselijk bestuur in Uw gewest, waartoe exemplaren dezer cireu- laire hierbij gaan. b De Directeur van 4 ; Ondérwijs, Eeredienst en Nijverheid, | VAN DER KEMP. | No. 4719. REGLEMENTEN, LIJFWACHTEN DRAGONDERS, — Ver- antwoording van paarden enz, in gebruik bij de lijfwachten dra- gonders van den Soesoehoenan van Soerakarta en den Sultan , 7 van Djokjakarta, BESLUIT. |
No, 17. Buitenzorg, 3 Juli 1891.
Gelezen enz,
Is goedgevonden en verstaan: |
Te bepalen dat artikel 58 van het bij besluit van 9 September 1882 no, 38 vastgesteld, in no, 3883 van het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié 4
opgenomen Reglement voor de lijfwachten dragonders van den Soesoehoenan van i Soerakarta en den Sultan van Djokjakarta wordt gelezen als volgt:
„De Residenten zenden jaarlijks aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur „tene verantwoording van paarden, harnachement- en poetsgereedschappen, ka- ; ,zermeering en stalbehoeften, vergezeld van de noodige bewijzen.” Á
() Missive 1e Gouvernements Seeretaris van 26 Nov. 1889 no, 2754,
ors ed tte RE jen 1 ES rs te ; eee dl a
| 239 | ‘i
x 2
No. 4720. GOUVERNEMENTS MARINE. COSTUUM.— Vaststelling van _
4 \ ; het Costuum der 3e machinisten van de Gouvernements Marine. _
Er Bij artikel 2 $ II van het besluit van 19 Januari 1892 no. 9 is, met aanvul- —
4 ling van het besluit van 7 Januari 1880 no, 2 (Bijblad no. 3525), bepaald dat
het Costuum voor de 3e machinisten der Gouvernements Marine wordt vastge-
q steld als voor de 2e machinisten, doch zonder het eikenloof om de gekroonde W ;
"vóór de pet en, in plaats van het galon van 4 m. M, breedte, een koord van
a zilverdraad rond de mouwen. i
No. 4721. ZOUT. Waarneming der functién van Zoutverkooppakhuismeester
| en Zoutdoorvoerpakhuismeester bij tijdelijke verhindering van
den titularis.
B, 15 Juli 1887 No. Sje. Vervallen door Bijblad No. 5503,
No, 4722. OOSTKUST VAN SUMATRA-GEVANGENEN. PROSTITUEES,
HOSPITALEN. PERSONEEL. SPOORKOSTEN, — Verdee- ling tusschen de hospitalen voor zieke gevangenen en zieke
¥ prostitudes te Medan en Laboean Delt van het voor die in- richtingen in dienst gesteld personeel, en vergoeding van spoor- kosten van dat personeel bij overplaatsing,
BESLUIT. No. 24. Buitenzorg, 22 November 1890,
Gelet enz.
Gelezen enz,
Is goedgevonden en verstaan:
Krachtens machtiging des Konings: J 1°, met wijziging in zooverre van § A van het besluit van 31 December 1886
no, 28 (Bijblad op bet Staatsblad van A, T, no. 4358) te bepalen, dat het
daarbij ten behoeve der hospitalen voor zieke gevangenen en zicke prostituées
te Medan en Laboean Deli (residentie Oostkust van Sumatra) toegestaan vast
personeel naar gelang der behoefte tusschen die inrichtingen verdeeld kan worden ;
2°, te bepalen dat aan de tot gemeld personeel behoorende beambten, wanneer
zij krachtens de sub 1° bedoelde regeling worden overgeplaatst, de kosten der
reis van Medan naar Labaean Deli en omgekeerd in de 3de klasse van den
spoorweg voor hen zelven en hun wettig gezin van Landswege worden vergoed,
Afschrift enz.
No. 4723. ONDERWIJS. — Verhooging der som, toegestaan voor leeraren bij de Normaalscholen te Batavia en Soerabaia,
De som van f 240,— ’s maands, bij artikel 4 alinea 2 van het Reglement voor de normaalscholen te Batavia en Soerabaja, opgenomen in Bijblad no, 4639, toe- ' gestaan voor toelagen aan de leeraren bij die scholen, is bij het besluit van 12 Januari 1892 no, 9 krachtens Koninklijke machtiging gebracht op f 346.— ’s maands,
In herinnering gebracht bij Bijblad no. 4990,
Bovenbedoeld bedrag is bij Bijblad no, 6170 gebracht op / 790.—
No. 4724. HOUTWERKEN. MARINE. — Verstrekking aan particulieren van — : " houtwerken uil den voorraad van het Departement der ‘Marine, — nú Bij het besluit van 5 Mei 1892 no. 26 is, met wijziging in zoover van het — besluit van 9 December 1865 no. 4 (Bijblad no. 1757), bepaald dat houtwerken — _ uit den voorraad van het Departement der Marine aan particulieren kunnen wor- — den verstrekt in dezelfde omstandigheden en op dezelfde voorwaarden als voor — _ andere artikelen is vastgesteld, met dien verstande dat bij verstrekking van dja- E tihout de geldelijke berekening plaats heeft overeenkomstig het bepaalde sub d van artikel 1 van het besluit van 8 December 1882 no, 14 (Staatsblad no, 303), — Ne. 4725. BEHOEFTIGEN EN SCHIPBREUKELINGEN. — Terugvorde ring van uitgaven, gedaan ten behoeve van behoeftigen en : schipbreukelingen. ; CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in Nederlandseh-Indië, 3 ~ No, 6261. Batavia, 26 November 1890. ; Ten einde de voorschriften betreffende de terugvordering van in Nederlandsch- — Indië gedane uitgaven ten behoeve van behoeftigen en schipbreukelingen, die de a kolonie verlaten, in overeenstemming te brengen met de ter zake door Zijne Ex- _ gellentie den Minister van Koloniën gegeven wenken, ben ik door de Regeering uitgenoodigd (') om, met intrekking van de dezerzijdsche circulaires van 11 Juli 4 __ 1871 No, 4102/G, 22 September 1875 No. 9534 en 7 Mei 1886 No, 2953), opge- 3 nomen respectievelijk in Nos. 2536, 2947 en 4400 van het Bijblad op het Staats- — blad van Nederlandsch-Indié), 11 Augustus 1887 No, 4592 en 27 Juli 1888 — No. 3589, de navolgende regelen vast te stellen, voor welker nauwgezette toe- $ _ passing ik de eer heb mij mits deze bij UHEdG. aan te bevelen. . Van behoeftigen, die krachtens artikel 3 alinea 3 letter a, van het in Staats — blad 1882 No. 125 opgenomen reglement (2) op ’s Lands kosten maar Nederland — worden opgezonden, worden geene schuldbekentenissen gevorderd voor het bedrag — der passagekosten en voor de uitgaven te hunnen behoeve gedaan wegens voe- — ding als anderszins. E Dit voorschrift is ook toepasselijk op schipbreukelingen, afkomstig van Neder- — landsehe schepen, die op grond der bovenaangehaalde bepaling naar Nederland — worden overgevoerd, onverschillig of het schip, waarvan zij afkomstig zijn, in — de Indische wateren dan wel elders is verongelukt, vi De uitgaven in Nederlandsch-Indië gedaan ten behoeve van schipbreukelingen, — die op eigen kosten de kolonie wenschen te verlaten of op buiten Nederlandseh- — | Indië te huis behoorende vaartuigen zijn aangemonsterd, behooren echter, terwijl — de betrokken personen nog in Indië vertoeven, zooveel mogelijk van hen tewor- — den teruggevorderd. 4 Indien de daartoe aangewende pogingen het gewenschte gevolg niet hebben, q behoeven yan de betrokken personen geene schuldbekentenissen gevorderd te (1) Missives le Gouvernements Secretaris van 5 September en 26 Oetober1890 — Nos, 2159 en 2592, P (3) Vervangen door art. 5 al. 3 le a van het reglement in Stb. 1897 No. 163, — aangevuld bij Stb. 1899 No, 196, 4 a
4 241 ; I r worden, tenzij in bijzondere gevallen, met het oog op de persoonlijkheid der Ë sehipbrenkelingen, goede redenen mochten bestaan om te verwachten dat verde- re pogingen tot invordering zullen slagen. 4 _ In dat geval behoort door hen eene schuldbekentenis afgegeven te worden, zi waarbij zij verklaren de voor hen uitgegeven sommen aan het Nederl, Indisch — _ Gouvernement sehuldig te zijn en zich verbinden die door tusschenkomst van — het Departement van Koloniën in Nederland te zullen betalen. 4 +4 De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, a H. KUNEMAN. - No. 4726. DISPENSATIE. SUCCESSIERECHT, — Pegel te volgen bijhet — 4 : verleenen van dispensate van de verplichting tot aangifte van i nalatenschappen ten kantore van den ontvanger van het recht 4 van successie en overgang. ; Nadat aan de erfgenamen van een in Nederland overleden persoon bij besluit wan 2 Juli 1888 No. 6, met dispensatie onder nadere goedkeuring des Konings "van artikel 7 der in Staatsblad 1836 No. 17 opgenomen ordonnantie op het recht yan successie en overgang in N, /., (’) een uitstel van zes maanden was ver- 4 B leend boven den bij de wet gestelden termijn voor het doen van aangifte der ‘ _ halatenschap van den overledene ten kantore van den ontvanger van voormeld | j recht, werd hun bij besluit van 26 December 1888 No, 5, wederom met dispen- A | satie onder gelijk voorbehoud van dezelfde wetsbepaling, een nader uitstel van — E gelijken duur voor die aangifte toegestaan. f j Het verleenen der Koninklijke goedkeuring op laatstgenoemd besluit werd ech- nt ter onnoodig geoordeeld, omdat de dispensatie, volgens de redactie van het eerste — . besluit zonder eenige beperking verleend zijnde, geacht werd voor goed te blijven _ 5 gelden en in verband daarmede vermeend werd dat bij de tweede beschikking ; k alleen de termijn van aangifte had behoeven verlengd te worden, waartoe de : mogelijkheid bestond tengevolge van de vroeger verleende dispensatie. : Ten einde evenwel voor het vervolg te voorkomen dat op deze wijze het vetlengen ’ van den termijn in artikel 7 der bovenaangehaalde ordonuantie van het verleenen van dispensatie van dat artikel wordt losgemaakt, zullen besluiten als het bo- venbedoelde voortaan zóó geredigeerd dienen te worden. dat daaruit de bedoe- _ ling blijkt om de dispensatie slechts voor zekeren tijd te verleenen, hetgeen duidelijk zal uitkomen, indien instede van de uitdrukking „met dispensatie van” ‘daarin gebruikt wordt de uitdrukking „met dispensatie in zooverre van”, (Besluit , van 29 Maart 1890 No. 50), No, 4727. MILITAIREN. REENGAGEMENT. — Wijze, waarop gehandeld moet worden ten aanzien van militairen, die zich wenschen te reëngageeren, doch niet tot cen reëngagement kunnen worden a toegelaten, omdat zij tijdelijk physiek ongeschikt worden geacht “a voor den militairen dienst. if Wordt een militair bij het einde zijner dienstverbintenis physiek ongeschikt bevon- 4 den voor den dienst, zoodat hem op dien grond een reéngagement moet worden ee * IN q (@) (Vervangen door Stbld. 1901 No, 471). | Dal i 16
f 243 4q geweigerd, en wordt die ongeschiktheid geacht hem niet voortdurend uit tg sluiten van eene nieuwe dienstverbintenis, dan moet hem de keuze worden gelaten om: of met paspoort den dienst te verlaten (waarna hij dan, desverkiezende, nader ; zijne eventueele rechten op voortdurend gagement krachtens art, 2 punt a van het : gagementsreglement (1) kan doen gelden), 4
of wel met tijdelijk paspoort naar Nederland te vertrekken (e‚q, overeenkomstig
_ de 2e alinea van art. 3 van het gagementsreglement (!) in Indië te verblijven), ten einde nader in eene militaire ziekeninrichting te worden opgenomen en zoodoende uitgemaakt te zien of hij tijdelijk of voortdurend gagement kan verkrijgen.
Omtrent de in deze door den militair zelf te nemen beslissing moet hij zich telkens schriftelijk verklaren, welke verklaring — als de man naar Nederland wordt i opgezonden — telkens behoort te worden ingesloten bij den inschepingsstaat en daar-
_ op vermeld, E
| Hij die het eerste alternatief kiest, behoudt — vermits hij toch geacht moet worden } den dienst te verlaten wegens lichaamsgebreken — zijne aanspraken op de gratificatie, >
vastgesteld bij artikel 1 van het Koninklijk besluit van 5 Maart 1888 No, 17 (Ind.
Staatsblad No. 81). (2) :
Er moet echter op gelet worden dat de mutatie, waarbij de militairen uit betle- —
‚ger worden afgevoerd, in het stamboek (en dus ook in het hun uit te reiken pas-
__poort) zóó gesteld worde, dat geconstateerd zij, dat het paspoort wordt uitgereikt
_ „bij expiratie van dienst, wegens ziels- of lichaamsgebreken, niet het gevolg van
eigen moedwillige handelingen of ongeregeld gedrag” (art, 1 van bovenaangehaald |
_ Koninklijk besluit). f
(Gouvernements besluit van 8 Augustus 1888 No. 8). i
No. 4728. KAARTEN. TOPOGRAPHIE.-Kostelooze verstrekking van op het |
: topographisch bureau te Batavia vervaardigde kaarten. (3) 3
Met aanvulling of wijziging van het besluit yan 6 Februari 1880 No, 29 (Bijblad No. 3772) is bepaald: :
| bij het besluit van 17 November 1889 No. 19, dat voor zoover de voorraad
_ strekt — van de door het topographisch bureau te Batavia reeds vervaardigde en
alsnog te vervaardigen en in het licht te geven kaarten aan de Controleurs bij ;
het Binnenlandsch Bestuur op en buiten Java en Madoera, niet gevestigd op ge-
_ westelijke of afdeelingshoofdplaatsen, ten behoeve van hun archief kosteloos zal worden verstrekt één exemplaar van de op hunne contrôle-afdeeling of onderaf deeling betrekking hebbende detailkaarten;
bij artikel 1 van het besluit van 13 Mei 1891 No. 3, dat in den vervolge, in-
‚stede van aan de in hooger bedoeld besluit van 6 Februari 1880 No, 29 bij r genoemde, sedert opgeheven gemeente-inrichting voor de opleiding van Oost-Indi-
sche ambtenaren te Leiden, van alle bij het topographisch bureau te Batavia te vervaardigen en in het licht te geven overzichtskaarten één exemplaar kosteloos zal worden verstrekt aan het Koloniaal Museum te Haarlem;
(1) Ind. Staatsblad 1876 no. 44, gewijzigd en aangevuld bij Stb. 1880 No, 24, 1882 No, 163, 1883 No. 266, 1886 No. 166, 1892 No, 116 en 1896 No. 90, (?) Geamplieërd bij Stb. 1890 No. 219. (3) Vel, Bijblad No. 4518, ye
Re , ; ; i If . 243 E | 4 bij agtikel 1 van het besluit van 30 September 1891 No, 11 dat van alle bij het BI } topographisch bureau te Batavia te vervaardigen en in het licht te geven over- | i 5 ziehtskaarten der topographische opneming in Nederlandsch-Indié één exemplaar IE E kosteloos zal worden verstrekt aan de Rijks universiteit te Leiden, i
Zie vervolg in Bijblad nos, 4821 en 4891. : | iË 4 No. 4729. CONSULS, STRAFFEN. — Tenuitvoerlegging van door Consuls | = opgelegde straffen. i 1 a Blijkens de missive van den Len Gouvernements Secretaris van 26 Februari i ; 1891 No. 445 kunnen de in Nederlandseh-Indië gevestigde Consuls van vreemde jj mogendheden niet vorderen dat de Indische autoriteiten uitvoering geven aan | . door hen gewezen vonnissen en zijn de plaatselijke autoriteiten in verband daar- §} mede ook niet bevoegd tot ten uitvoerlegging van door Consuls opgelegde straffen — | hare tusschenkomst te verleenen, | | No. 4730. EEREDIENST. — Wijziging in de standplaats en het dienstwerk | I 2 der predikanten. | 4 Bij het besluit van 29 Februari 1892 No, 23 is met wijziging in zoover van | | het besluit van 27 April 1887 No, 2/e (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandseh Indië No. 4395) bepaald: | | L dat instede van te Benkoelen te Tandjong Pinang (Riouw) een predikant Jf zal zijn geplaatst; | IL dat tot het dienstwerk der predikanten te Batavia, Palembang, Tandjong Pinang en Medan, boven en behalve de herderlijke zorg voor de gemeente J te hunner standplaats, behoort: | van de predikauten te Batavia: de dienst bij de gemeente te Telok Betong | : (Lampongsche Districten) vier malen ‘s jaars, en bij gemeenten, waar tijde- | | lijk de predikant ontbreekt, zoo dikwijls hun dit door het Bêstuur over de Protestantsche Kerken in Nederlandsch-Indië wordt opgedragen: ' 4 van den predikant te Palembang: de dienst in de gemeenten te Lahat, Te- bing Tinggi, Bandar en Benkoelen, drie malen, in de gemeente te Djambi, ; : twee malen, en in de kleinere gemeenten der residentiën Palembang en Ben-_ koelen, één maal ’s jaars; : 7 van den predikant te Tandjong Pinang: de dienst in de gemeenten van het 3 gewest Riouw en Onderhoorigheden, één maal, in de gemeente Muntok
: (Banka en Onderhoorigheden), vier malen, en in de overige gemeenten van | het eiland Banka, één maal 's jaars; van den predikant te Medan: de dienst 7, : in de gemeenten der residentie Oostkust van Sumatra, twee malen 's jaars. | No. 4581. REISPASSEN VAN CHINEEZEN, — Vermelding in Chineesche _
karakters van de namen der houders op de —, : . Ten vervolge van de Circulaire van den jeu Gouvernements Secretaris van. 17 Juni 1889 No. 1353 (Bijblad No. 4509) zijn de Hoofden van Gewestelijk Be- | i, stuur bij de Circulaire van den 168 Gouvernements Secretaris van 27 April 1891 8 |
ln nj EP) ", : ’ : | ij ; zn id ¥ ie ie: 7 ' “digs: ns À No. 929 uitgenoodigd op de reispassen van Chineezen, die zich naar hetgbuiten- 3 land wenschen te begeven, voortaan den naam van den houder van den pas oek in Chineesche karakters te doen stellen, indien daartoe over een vertrouwbaar q persoon kan worden beschikt, q No. 4732. BOUWWERKEN, WONINGEN. — Verbod tot verfraaiing, wij ‘ ziging of uitbreiding van Gouvernements woningen uit defond- | ag sen voor gewoon onderhoud. 4 ‘ ‘4 _ CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. ; No. 3200b, . ‘ Buitenzorg, 26 December 1891, 4 Door eene toevallige omstandigheid heeft de Gouverneur-Generaal kennis ge- | _ kregen van het feit, dat een der Residenten eigener autoriteit eenige gaanderijen 4 aan de door hem bewoonde Gouvernements woning heeft doen bijbouwen en de 5 _kosten van deze werkzaamheden uit de voor het gewoon onderhoud van 's Lands 7 werken toegestane fondsen bestreden heeft. ; Naar Zijner Excellentie is medegedeeld zou dit feit niet geheel op zich — zelf staan, maar het meer voorkomen dat op dergelijke wijze in de inrichting 4 / van Gouvernements woningen veranderingen worden gebracht, q Zijn zoodanige handelingen in het algemeen niet geoorloofd, met nadruk wenscht 4 de Gouverneur-Generaal er op gewezen te zien, dat voor zulke werkzaamheden d ' niet mag beschikt worden, over de voor gewoon onderhoud toegestane fondsen, 4 waardoor deze voor een deel aan hunue bestemming zouden worden onttrokken, 3 | Reeds in de onder No. 4121 in het Bijblad op het Staatsblad opgenomen Cir- } | eulaire van den Direeteur der Burgerlijke Openbare Werken werd voorgeschre- F 4 ven, dat verfraaiing, wijziging in de inrichting of uitbreiding van woningen voor | — | Bestuurs ambtenaren achterwege moet blijven, omdat ten deze alles afhangt van den bijzonderen smaak of de leefwijze van den tijdelijken bewoner. | Aan dit voorschrift wenscht de Gouvernenr-Generaal streng de hand te doen : houden en ik heb mitsdien de eer, ingevolge opdracht van Zijne Exeellentie, Y _UHEdG. te verzoeken voor eene behoorlijke naleving van dit Voorschrift te : willen waken en doen waken. ’ ‘ : De Algemeene Secretaris, 5 q SWEERTS. : No. 4733. _ REGLEMENT VOOR HET PARC VACCINOGENE te Welie ‘u vreden, : : Bij het besluit van 4 April 1881 No. 16 is vastgesteld het navolgende : Reglement voor het prac-vaccinogène te Weltevreden, | Art, 1, Het prac-vaccinogène te Weltevreden (Batavia) is bestemd: ; | a. tot het aankweeken en verstrekken van animale vaccine-stof; ’ 3 b. tot inrichting voor koepokinenting (vaccinatie-bureau), | Art. 3. Het hoofd der inrichting voert den titel van Directeur, f [ Het toezicht wordt uitgeoefend door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid en onder dezen door den Chef over den geneeskundigen dienst. : | Art, 3. De werkzaamheden in het pare worden geregeld door den Directeur 3 in overleg met den Chef over den geneeskundigen dienst, : | Art. 4. Gewijzigd bij Bijblad no, 5530, : z a x a
nlet ee SE Bee ded ee) ee, ra or Oel Det OEE oe 245 a Art.©. De aanvragen tot verstrekking worden rechtstreeks ingediend aan den . Directeur van het parc, in het geval sub a van het vorige artikel door de be- trokken geneesheeren,
Art. 6, Aan het pare wordt op afzonderlijke uren, of dagen gelegenheid ge-_ geven tot de volgende vaccinatién of revaccinatiën : § a. kosteloos voor Europeanen en met hen gelijkgestelden: B b. kosteloos voor Inlanders en met hen gelijkgestelden; 5 ec, tegen betaling van f 1 voor ieder die zich aanmeldt; j d. tegen betaling van f 2,50 voor ieder die zich aanmeldt, EE
Art. 7. Voor elke der in het vorig artikel bedoelde categorieën van vaccina- tiën of revaccinatiën wordt zooveel mogelijk wekelijks gelegenheid gegeven, op dagen of uren door den Directeur te regelen en bekend te maken. 4
Art. 8, Voor elke aan het pare gedane vaccinatie (revaccinatie) wordt des- verlangd door den Direeteur der inrichting kosteloos een schriftelijk bewijs af gegeven, mits de gevaccineerde (gerevaccineerde) — wettige redenen van verhin- dering uitgezonderd — den achtsten dag na de inenting ten diens bureele ver schijne of daar aan hem worde vertoond. "
Art, 9. De Directeur der inrichting is belast met het beheer van den inventaris — en met het ontvangen der volgens dit reglement geheven inkomsten, 4
Hij doet de uitgaven voor het huishoudelijk beheer, waartoe de Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid hem, met inachtneming van het bepaalde bij de artikelen 8 en 9 der voorschriften vervat in het besluit van 10 December 1873 No, 6 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandseh-Indië No. 2718), voor schotten kan verleenen, -
De geheven inkomsten worden driemaandelijks en wel in de eerste week vol gende op het afgeloopen kwartaal in ’s lands kas te Batavia gestort, 4 Art. 10. In de maand Februari van ieder jaar dient de Directeur van het parc aan den Chef over den geneeskundigen dienst een verslag in van zijne verrich
tingen gedurende het afgeloopen jaar, .
De artt, 2, 3, 9, en 10 zijn m, m, ook van toepassing op het toezicht, ete. van het instituut Pasteur, zie Bijblad no. 5186, No. 4734. CHINEESCH HOSPITAAL. BEDELAARSGESTICHT, SEMA-
RANG — Wijzigingen van de Reglementen voor het Chineesch_ Hospitaal te Semarang en Bedelaarsgesticht te Petjerongan (Se marani).
APOSTILLAIRE DISPOSITIE. |
No, XXIII. 11 Mei 1854.
Op de missive van den Directeur-Generaal van Financién van 1 Mei 1854 No. 30738; ‘
Is, do. Enz. / 20. Machtiging verleend, om, met wijziging van art: 4 en 5 van het Reglement voor het Chineesche Hospitaal te Semarang, gearresteerd bij besluit van 18 Februari 1848 No, 6, (!) van af primo April 1854, het personeel bij bedoeld gesticht te brengen, als volgt: , (1) Bijblad No, 241, |
fag hi . Preys hi .. = oe Di ; ; - : ‘ 246
1 hoofdmandoor of opziener op ......... f 25.— ’ maands. hi 3
1 inlandseche mandoor OPE itt cat St eo id, en ; __ § koelies 4 / 6.—- 's maands ieder 4
EED AN U aaa NN 2 Te zamen ..,, f 88.— (achtentachtig gulden) *s maands, - en dit bedrag af te schrijven ten laste van hét fonds van genoemd hospitaal.
Extract enz.
BESLUIT. | No. 21. Buitenzorg, 29 Januari 1889, | _ Gelezen enz.
Is goedgevonden en werstaan :
Met wijziging van artikel 4 van het Reglement voor het Chineesch Hospitaal | te Semarang, gearresteerd bij besluit van 18 Februari 1848 No, 6 (Bijblad op
het Staatsblad van N, /, No, 241), zooals dat artikel is gewijzigd bij de apos- | tillaire dispositie van 11 Mei 1854 No. XXIII, en van artikel 5 van het Regle- | ment voor het Bedelaarsgesticht te Petjerongan (Semarang), vastgesteld bij het besluit van 2 Mei 1860 No, 22 (Bijblad op het Staatsblad No, 971), te bepalen
dat de bij genoemde inrichtingen geplaatste opzieners zullen genieten eene be- zoldiging van f 50.— (wijftig gulden) ’s maands ieder, benevens vrije woning in het gesticht. (
Extract enz. Á No. 4735. ONDERWIJS. — Berekening van den diensttijd van onderwijzers & der derde klasse voor de toekenning van” traktementsverhoo- ging.
/ BESLUIT, No, 8, Buitenzorg, 31 Maart 1878, . Gelezen enz. | Is goedgevonden en verstaan: ‘ _ Eerstelijk: Te bepalen dat de tijd, gedurende welken iemand tijdelijk als onder- wijzer der derde klasse bij het openbaar lager onderwijs is werkzaam geweest, | bij eene onmiddellijk daarop volgende definitieve benoeming als diensttijd wordt in rekening gebracht voor de toekenning der traktementsverhoogingen, ‘Ten tweede: enz. . __Afschrift enz. | No. 4736. GRONDBEZIT, VERSLAG. — Voorschriften betreffende het tegen- gaan van onwettig grondbezit en het indienen van hal fjaarlijksche | verslagen daaromtrent. | j _ CIRCULAIRES aan de, Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera, ì met uitzondering van die der Vorstenlanden. No. 2816. Batavia, 80 April 1885, | Niettegenstaande reeds bij artikel 3 van het Gouvernements besluit van 11 4 Februari 1872 No. 19 in beginsel werd bepaald, dat de bezitters van gronden,
E Soe Pee i! Bess oe, Tr A TETE IN re rt 247 kt i als bedweld bij Staatsblad 1861 No. 45, tot ontruiming van den door hen bezeten _ grond zouden worden gedwongen, indien zij niet binnen één jaar na de dagtee- … “kening van dat besluit overgingen tot het aanvragen van cen titel, en bij dezer zijdsche Circulaire van 6 October 1881 No. 7552, namens de Kegeering, op Eene nauwgezette toepassing van bedoeld beginsel werd aangedrongen, zijn toch de — x voorbeelden van onwettig grondbezit nog zeer talrijk gebleven. Ms: } De Regeering heeft hierin aanleiding gevonden mij op te dragen (1) om UHEdG. y andermaal mede te deelen, dat het Haar uitdrukkelijk en ernstig verlangen is, dat alsnog met den meesten spoed en de meeste consequentie aan de in voren- | aangehaalde beschikking vervatte aanschrijving worde uitvoering gegeven en om ;
- U tevens te verzoeken er met de meeste zorg voor te willen waken en doen wa- ken, dat niet-inlanders zich, op welke wijze ook, niet meer wederrechtelijk van — gronden meester maken. | Van die opdracht mij mits deze kwijtende, voldoe ik mede aan ontvangen be-_ | velen door U te kennen te geven dat voortaan geen eigendomsinschrijving meer ten koste van den Lande mag plaats hebben, zoodat in elk bijzonder geval zal moeten worden nagegaan, of de verkrijger van den grond in staat is om den f koopprijs en de verdere overgangskosten (waaronder die van den meetbrief) te betalen, terwijl ik voorts nog aanteeken, dat door de Regeering in den vervolge, | aanvangende met 1 Januari 1886, halfjaarlijks een verslag wordt verwacht, door ‘ mijne tusschenkomst in te dienen, omtrent den stand der hier verhandelde aange- legenheid, ook van hetgeen te dien opzichte van bestuurswege is verricht. | De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, 4 WEGENER. | f No. 1026. Batavia, 16 Februari 1887. | Ten vervolge van mijn Cireulaire van 30 April 1885 No, 2816, heb ik de eer UHRAG, te verzoeken bij Uwe rapporten omtrent het onwettig grondbezit steeds te willen voeren cen staat opgemaakt overeenkomstig het hierbijgaand model, ter vergemakkelijking van een vergelijkend overzicht van den stand van het onwettig bezit bij het begin en op het tijdvak, waarover het rapport loopt. Ook over het 2e halfjaar 1886 ontving ik alsnog gaarne dien staat. De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, VAN VLEUTEN, Bij Bijblad no, 5039 is een ander model voorgeschreven. Zie verder Bijblad no, 5458. No. 4737. KOFFIECULTUUR.—Bepalingen betreffende de Gouverne- ments kof fiecultuur, : BESLUIT. No, 36. Buitenzorg, 28 Juli 1887, Gelet enz, Gelezen enz, k De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord: p / Is goedgevonden en verstaan: ; Met intrekking van de besluiten van 29 Januari 1872 No 14, 31 Mei 1878 (1) Missive 1e Gouvernements Secrctaris van 10 April 1885 no. 301/e. ke :
ee ANR AT el EE dl Sn | eee SP WR ey eet, et ee ee ase En h Î : . Bu: ; = 4 i RE age E 248 a | No. 32, 26 Mei 1875 No, 28, 23 Augustus 1876 No, 15, 23 September 187@ No. 16 | en 8 Maart 1885 No, 23 (Bijblad op het Staatsblad van N. I, Nos. 2738, 3084, — P 4 3182, 3233 en 4132), zoomede van alle overige bepalingen, welke met dit be- 4 | sluit in strijd moehten zijn, met betrekking tot de op hoog gezag ingevoerde | koffiecultuur op Java, N | |. Eerstelijk. Te bepalen als, volgt: ' q A, De cultuur omvat het aanleggen en onderhouden van koffieaanplantingen, het 3 i plukken en bereiden der koffievruchten, met dien verstande, dat ieder cul- : q tuurplichtige zijn eigen boomen aanplant en verzorgt en de vruchten daar- f
van oogst, :
I B. In de streken op Java, waar de Gouvernements koffiecultuur gedreven wordt, 4 zijn cultuurdienstplichtig alle inlanders van: = a bouwgronden, onverschillig van welken aard en van welke uitgestrekt- 4 : heid; / : 4 4 6. erven, tuinen, boomgaarden en vischvijvers, grooter dan 1/4 bouw. t ; Vrijgesteld van cultuurdienst zijn alleen: 5 2 a, in dienst zijnde hoofden. ambtenaren, beambten en leden der dessabe- Rs: ; sturen, deze laatste voor zoover en tot het aantal dat zij in functie zijn met 3 5 voorkennis en goedkeuring van het plaatselijk bestuur; yg E 4. hoofd- en distrietspenghoeloes en dorpspriesters, alsmede het erkende per- y 7 soneel bij de missigits op de hoofdplaatsen der afdeelingen en districten 4 en verder de kiais van groote pesantrens ; a €. eervol ontslagen ambtenaren, beambten. dessahoofden, hoofd- en districts q penghoeloes ; of | d, alle zoodanige personen, die krachtens bijzondere beschikkingen van cul- a . tuurdienst zijn vrijgesteld of door het Hoofd van Gewestelijk Bestuar daar- : van worden uitgezonderd, wegens hunne werkzaamheid op het gebied van i . onderwijs of godsdienst, Als cultuurdienstplichtig worden mede aangemerkt a : alle personen, die wonen in dessa’s, niet ingedeeld bij de cultuur, doch 7 js gronden bezittende in dessa’s, die wél daarbij zijn ingedeeld: P 6. Voor de verplichte bijplantingen worden de noodige tot het Staatsdomein a : behoorende terreinen aangewezen, zooveel doenlijk in de naaste omgeving EE | der dessa’s,en kampongs binnen een kring van zes palen. a | Worden gronden aangewezen op grootere afstanden, welke afstanden echter / | nimmer meer dan twaalf palen mogen bedragen, dan zal bepaaldelijk moeten 4 ___ blijken dat de belangen der bevolking daardoor niet geschaad worden en 4 js deze in den aanplant van koffieboomen op zoodanige afstanden een middel ; vinden om haar bestaan te verbeteren, , D, Van de bij de koffiecultnur ingedeelde bevolking mag niet meer worden 3 gevorderd dan een jaarlijksche aanplant van vijftig boomen, gemiddeld voor # iederen koffieplanter, en dat slechts wanncer de afstand van de dessa tot de EE te beplanten terreinen minder dan vier palen bedraagt. a E. Gewijzigd bij Bb. no, 6033, 8 F. Eigener beweging door de bevolking aangelegde koffieaanplantingen blijven aangemerkt als vrije cultuur, behoudens levering van het product aan den | lande tegen den door het Gouvernement vastgestelden prijs en zonder ande- ay re bemoeiing van het bestaur dan aanmoediging, leiding en sleariig, 3 is fe TE SEE GEEN
Bs pe Vs gn nach es. Cale id a lid led. hann aire B, ee ies ee | + G. In de Gouvernements koffietuinen mogen geene proeven genomen worden | : zonder uitdrukkelijke toestemming van den Directeur van Binnenlandsch _ Bestuur. j Ten tweede: enz, Afschrift enz. : » No. 4738. PERDIKAN-, PAKOENTJEN- EN MIDJEN DESA’S, — Vrij- } stellingen, genoten door de bevolking der—en diensten en leve- | ) ringen, waartoe zij verplicht is, ' ; BESLUIT. , ‘ No. 3. Buitenzorg, 13 September 1887, | Gelet op de missive van den Gouvernements Secretaris van 15 Mei 1885 _ | : No, 754, blijkens welke de Directeur van Binnenlandseh Bestuur is gemachtigd | \ om den inhoud der bij de besluiten van 26 en 29 September 1874 Nos, 27 4 en 9 gearresteerde registers (1) en der van de Hoofden van Gewestelijk Be- — E stuur ontvangen processen-verbaal, betreffende het ingevolge missive van den 1sten / Gouvernements Secretaris van 16 December 1882 No, 2873b in de perdikan-desa’s q ingesteld onderzoek omtrent de diensten en leveringen, waartoe de bevolking dier J] | desa’s ten behoeve harer hoofden en der desabestuurders verplicht is, door den — 3 Controleur der iste klasse bij het Binnenlandsch Bestuur op Java en Madoera, _ 4 F. Fokkens Jr. te doen verwerken en opnemen in een nieuw register; ä Gelezen enz; ; Is goedgevonden en verstaan: | Herstelijk: Te arresteeren het aan dit besluit gehecht register (2 betreffende de vrijstellingen, welke door de bevolkingen der perdikan-, pakoentjén- en midjen- desa’s worden genoten en de diensten en leveringen, waartoe zij verplieht zijn, Ten tweede: Te bepalen dat het bij artikel I van dit besluit bedoeld register zal worden gedrukt tot eene oplaag van 125 (één honderd vijf-en-twintig) exemplaren; met uitnoodiging aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur om daarvan aan ieder der betrokken Europeesche bestuursambtenaren ten behoeve van zijn archief 4 één exemplaar te doen uitreiken en de overige exemplaren ter nadere verdeeling aan de Regeering te doen toekomen; en onder aanteckening dat enz, Ten derde: enz, : Afschrift enz, No. 4739. SPLITSING VAN ERVEN. — De bepalingen tot beperking der — kunnen voortaan buiten toepassing blijven. : CIRCULAIRE aan de Residenten op Java, No, 6400, Batavia, 1 November 1887, Bij het Gouvernements besluit van 27 April 1842 No. 13, gedeeltelijk opgeno- men in het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié onder No, 525 en voor een ander deel in het Staatsblad van dat jaar onder No. 17, zijn bepalingen (1 Nos, 4027 en 4028 van het bijblad. : (?) Dit register kan wegens den grooten omvang niet worden opgenomen,
a 250 a gemaakt op de splitsing van erven, hoofdzakelijk met het doel om, in varband tot het bepaalde bij het besluit van 4 October 1837 No, 4 (Staatsblad No. 49) te voor- — _ komen dat erven worden gesplitst in zoodanige kleine perceelen, dat zij worden _ teruggebracht tot een mindere waarde dan f 400,— en zoodoende onttrokken worden a aan de verpondingsbelasting. ;
- Sedert is eehter de verpondings-ordonnantie van 1823 (Staatsblad No. 5) metalle, — daarin gebrachte wijzigingen en aanvullingen ingetrokken en vervangen door die ‘ _ afgekondigd in Staatsblad 1886 No, 78, (1) die eerlang in werking zal treden. q __ Daardoor komt ook het besluit van 4 Oetober 1837 No, 4 (Staatsblad No. 49) te vervallen en daar de nieuwe verpondings-ordonnantie de vrijstelling uitdrukkelijk _ beperkt tot die omschreven bij art, 2; zal voortaan geen minimum-waarde meer __ als maatstaf van belastbaarheid gelden, maar elk perceel, dat in de termen valt van art, 1, hoe klein en van welke waarde ook, voortaan door de verponding worden getroffen, De voornaamste reden voor de beperking der splitsing van erven is derhalve _ vervallen. 4 : En, voor zoover de overschrijvings-ordonnantie, opgenomen in Staatsblad 1834 Ns, 27 moet worden geraadpleegd, valt op te merken, dat art. 7 daarvan bij de ordon- __nantie voorkomende in Staatsblad 1885 no, 103 () geheel is ingetrokken en vervan- 4 gen door andere bepalingen op de vrijstelling van het overschrijvingsreckt, waar- voor de waarde van het goed mede niet meer in aanmerking komt, zooals dat vroeger wel het geval was, overeenkomstig § g van het vervangen artikel. 4 Voor ontduiking van het overschrijvingsrecht behoeft dan ook geen vrees meer te bestaan, terwijl het voorts overbodig is de onderwerpelijke bepalingen te doen 4 blijven voortbestaan, om te beletten, dat erven worden gesplitst in zoodanige klei- ne perceelen, dat daardoor het goede aanzien der buurten wordt benadeeld. daar _ de zorg voor het behoud daarvan sedert de ordonnantie van 7 April 1882 (Staats- y blad No. 104) geheel is overgelaten aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. : Namens de Regeering (2) heb ik de eer er Uwe aandacht op te vestigen, dat ; in verband tot het vorenstaande, de bovenbedoclde bepalingen geen toepassing meer behoeven te vinden, : De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, 7 VAN VLEUTEN, 4 () Gewijzigd bij Stb, 1900 no, 80. : No. 4740. . PATENTRECHT, — Aanslag van buitenlandsche reederijen, die in Nedertandsch-Indié door agenten worden vertegenwoordigd. — Aan den Directeur van Financiën. a No. 157. Batavia, 29 Januari 1886. à Met referte aan Uwe missive van 23 dezer No. 1204, handelende over de vraag, of buitenlandsche Stoomvaartmaatschappijen, die hier door agenten verte- À genwoordigd worden, al dan niet aan de patentbelasting onderworpen zijn, heb 4 () Gewijzigd en aangevuld bij Stb. 1889 No. 187, 1890 Nos. 436 en 260, 1891 No. 169, 1892 No. 266, 1893 No. 157, 1896 No. 42, 1897 No. 171 en 1899 No, 117. 3 (2) Missive van den len Gouvern. Secr. van 22 Oct. 1887 No, 1617. ;
Ee EG ARNE EE eee a ot ee oa @ nee tere he a ae zt ea F gat Te dt út HED at a: iS
961 ni
ik de eër, op bekomen last, UHEdG, mede te deelen, dat de Regeering Uwe d 3 meening en die van den Minister van Kolonién voor eene ontkennende beant- 4 woording van die vraag geheel deelt, 2 8 UNEdG. gelieve mitsdien den Resident van B, zijne dwaling ten deze onder het oog te brengen. 3 > De ie Gouvernements Secretaris, og VAN DER WEIDE. fuse 4 No. 4741. PATENTRECHT. — Over uitkeeringen wegens aangehaald opium 7 | is geen — verschuldigd, Le Aan den Directeur van Financiën. als No. 365. Batavia, 9 Maart 1888, F In antwoord op Uw schrijven van 22 Februari jl. No, 2883, en onder weder- | aanbieding van de daarbij overgelegde bijlagen, heb ik de eer, op bekomen last, : UHEAG. mede te deelen, dat, aangezien de uitkeeringen wegens aangehaald opium | ten laste komen van de begrooting (art. 63 van die van het loopende jaar), de — inkomsten, welke daaruit voor de opiumjagers, zoowel als voor ieder ander voort- | vloeien, niet patentplichtig kunnen zijn en U te verzoeken zulks als de beslissing der Regeering aan de commissie voor den aanslag in het patentrecht te 5. te . : willen mededeelen, De te Gouvernements Secretaris, ; | SWEERTS. ; . No. 4742. ONDERCOLLECTEURS. PERCEPTIE — Regelingen met betrek- | king tot de ining van eenige belastingen, | | Ten vervolge van No. 66 van het Staatsblad van 1884 en van de Nos, 4105 en 4118 van het Bijblad volgen hieronder eenige beschikkingen omtrent de in- ning van enkele belastingen. = | i | | BESLUIT van 27 Juni 1888 No, 2. Vervallen door Bijblad nos. 5340 en 5544. IE i BESLUIT van 5 Januari 1889 No, 21. : wT Pie. ‘ Gelet enz,; | Gelezen enz.; De Raad van Nederlandséch-Indi gehoord; | Is goedgevonden en verstaan: Eerstelijk: Met wijziging in zoover van artikel I $ Il sub 6 van het besluit van | 9 September 1884 No. 35 (1) de perceptie en het overmaken der landrente en an- dere grondlasten, der bedrijfsbelasting en van het hoofdgeld als equivalent voor de afschaffing van eenige verplichte persoonlijke diensten, in het district Poer- | woredjo, regentschap en residentie Banjoemas, op te dragen aan den wedono van dat district, onder genot eener toelage van f 15 (vijftien gulden) 's maands; (}) Bijblad No. 4118, 2
Ss : 252 a Eje e q met bepaling dat hij de ontvangen belastinggelden om de tien dagew zal heb- _ ben over te storten bij den Algemeenen Ontvanger van ’s lands kas te Banjoemas, 4 4 Ten tweede: enz, E be Afschrift enz, ‘ ; a mL, q bar BESLUIT van Januari 1890 No. 31. a Gelezen enz.; 4 _ De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; E a Is goedgevonden en verstaan: 3 ‚___ Eerstelijk: Ingaande met 1 Maart 1890: i be 16, In te trekken de betrekkingen van ondercollecteur in het regentschap (Lebak 4 residentie Bantam) en van schrijver bij dien ondercollecteur; Kk _ 2e. Vervallen door Bijblad No, 5275, i | Ten tweede: enz, i: 4 Afschrift enz, } a r . IV. ‘ 4 b BESLUIT van 6 April 1890 No, 15, ; ee E “ Gelezen enz. a Is goedgevonden en verstaan: Met wijziging in zoover van artikel 2 van het besluit van 5 Februari 1885 No, 4fe (1) te bepalen, dat, gelijk reeds sedert 1 Januari 1880 heeft plaats gevon- _ den, de pereeptie en het overmaken der landrente en andere grondlasten, der be- drijfsbelasting en van het hoofdgeld als aequivalent voor de afschaffing van eenige verplichte persoonlijke diensten in het onderdistrict Pisangsambo van het district 4 _Tjabangboengin, residentie Krawang, geschieden door den ondercollecteur te Kra- a wang. ; Afschrift enz. = i Yv. : sE BESLUIT van 15 Februari 1891 No, 5, 4 Zie hierachter sub XI. Se 4 ___ Gelet enz; q _ Is goedgevonden en verstaan: a __Herstelijk: Met buitenwerkingstelling van artikel I § 5 van het besluit van 10 Januari 1882 No. 6 en van artikel I § 6 van\dat van 18 Februari 1887 No. 2e on krachtens Koninklijke machtiging voor zooveel de toekenning van de na te noe- 4 men toelagen betreft, in de residentie Preanger-Regentschappen te belasten: q a. met het ontvangen, voorloopig bewaren en overbrengen bij den betrokken a ondercollecteur van de landrente en andere grondlasten, de hedrijfsbelas- ting en het hoofdgeld als equivalent voor 'afgeschatte heerendiensten: a (*) Bijblad No. 4118. ; a Zie verder Bb. no. 5580, a : in ANN Be ere ae) 8 A
rt ad Re Len ee ET on E‚n Bie! 3 253 a A io, fn de afdeeling Bandong: ; voor de districten Bandjaran, Kopo, Tjisondari, Rongga en Radjaman- : É dala, respeetievelijk de koffieinkooppakhuismeesters te Bandjaran, Soreang, Tjiwedeij, Tjisandawoet en Tjipendeij; 20, in de afdeeling Tjitjalengka: : vaor de districten Madjalaja, Tjipedjeh, Timbanganten, Tjikemboelan i \ en Bloebverlimbangan, respectievelijk de koffie-inkooppakhuismeesters te Bodjong, Tjiparaij, Ngontong, Leles en Bloeboerlimbangan; 3°, in de afdeeling Tjiandjoer: a voor de districten Tjipoetrie en Djampang-wetan, respectievelijk de ; koffie-inkooppakhuismeesters te Patjet en Soekanegara; (') ; ] 40, in de afdeeling Soekaboemi: i voor de dessa’s Tjitjoekang, Bantarpandjang, Tjibaregbeg, Tjibetong, Sagaranten, Tjikarang, Tjipamengkis, Rambag en Bangbajang van het district Djampang-tengah, en de dessa’s Bantarsari, Paboearan en Tji- | walat van het distriet Djampangkoelon, den koffie-inkooppakhuismeesters te Sagaranten; voor de overige dessa’s van het district Djampang-koelon den koflie- inkooppakhuismeester te Tjitjoeroeg ; | voor de dessa’s Boemiwangi, Tjidadap, Kalideres, Tandjong, Lemoes- noenggal, Tjihowe, Tjikidang, Tjikiraij, Tjisalak, Tjikelat en Tjikakak van het district Plaboean, den koffie-inkooppakhuismeester te Plaboean; Be. in de afdeeling Tassikmalaja: voor de districten Melangbong en Singaparna, respectievelijk de koffie- : inkooppakhuismeesters te Melangbong en Singaparna ; Go, in de afdeeling Soekapoera:
r voor het district Bandjar en voor de dessa’s Tjisaän, Tjigajam, Tji- kaso, Bodjong en Sindanghajoe van het district Kawasen, den algemee- nen pakhuismeester, tevens algemeen ontvanger van 's lands kas te Bandjar;
voor het district Kalipoetjang en de dessa’s Mangoendjaja, Padaherang, Tjipitjoeng, Kedoengwoeloeh, Tjibogo, Tjitjapar eu Peledah van het dis- , trict Kawasen, den zoutverkooppakhuismeester te Kalipoetjang;
voor de districten Parigie, Tjidjoelang, en Tjikemboelan, den zoutver- kooppakhuismeester te Parigie;
voor het district Mandala, met uitzondering van de dessa’s Moehara, Garoengang, Tjikoppo, Bengkok en Telegong, den zoutverkooppakhuis-. meester te Tjikatomas; |
70, in de afdeeling Soekapoera-kollot :
voor de dessa’s Serang, Malongpong, Paserangin, Boendawenong, Tan- djong, Prakankawoeng, Tjaringin en Panendjawan van het district Pa- _ njeredan, en de dessa’s Djahijang en Poespahijang van het district Tra- djoe, den koffie-inkooppakhuismeester te Pamojanan;
voor het district Soekaradja, met uitzondering van de ‚dessa’s Tjisaät- hilir en Girang en voor de dessa Tjirapih van het district Paroeng, den koffie-inkooppakhuismeester te Selatjaoe;
(1) Gewijzigd bij bijblad no, 5010.
ad = 5 on 3 pee neat Po ae 45 A: d voor de overige dessa’s van het district Paroeng en voor hat district — : Karang, den zoutverkooppakhuismeester te Djompong; ; | voor de dessa’s Pasir, Tjikadjang en Tjikideng van het district Batoe- — | wangie, den koflie-inkooppakhuismeester te Tjikadjang; E voor de overige dessa’s van het district Batoewangie, den koflie-inkoop- — tevens zoutverkooppakhnismeester te Singadjaja ; 5
- voor de dessa’s Padengdeng, Pais, Bangbajang, Matjagahar, Bodjong, | 3 Tjikoppo, Rantjuberang, Kalong en Maroka van het district Negara, en _ = voor de dessa’s Tjidjambe, Tjigadag en Pamelajan van het district Kan- dangwesie, den koflie-inkoop-tevens zoutverkooppakhuismeester te Pa-_ 4 : mengpek ; Be voor de dessa’s Lewinanggoeng, Penjendangan, Tjisompet, Singatoe- — : woeh, Depak en Tjikandang van het district Negara, den koffie-inkoop- pakhuismeester te Tjisompet ; q Buy voor de dessa’s Boengboelang, Tjitalahap, Tjihiken, Bodjong, Tjilam- passan, Depak en Panjendangan van het district Kandangwesie, den 7 | koffie-inkoop- tevens zoutverkooppakhuismeester te Boengboelang; 4 [3 voor de dessa’s Tjilinggar en Goenoeng mesigit van het distriet Kan- dangwesie, den koffie-inkooppakhuismeester te Tjisondaiin ; j 2 : voor de dessa’s Dedel, Mandalasari, Tjikoebang, Nanggerang, Tjirojom, Bodjongganibie en Bodjongkapal van het district Tradjoe, den koflie- 4 f inkooppakhuismeester te Tjidjaloe ; a voor de dessa’s Sepatnoenggal, Pangroemassan, Moentjang, Moehara, Tjikalong en Tjoekangkawoeng van het district Tradjoe, den koffie- : inkooppakhuismeester te Bodonghilir ; q onder toekenning, voor zooveel de bovengenoemde Inlandsche pakhuis- | meesters betreft, van eene toelage van f 15,— (vijftien gulden)'s maands ' aan ieder; 4 _ #, met het ontvangen en voorloopig bewaren van de landrente en andere grond- : lasten, de bedrijfshelasting en het hoofdgeld als equivalent voor afgeschafte | heerendiensten: q 10, in het district Tjihea, afdeeling Bandong, den wedana; 3 20, in de distrieten Tjidamar en Tjikalong, afdeeling Tjiandjoer,eveneensde respectieve wedana's; E ouder toekenning van eene toelage van f 5,— (wijf gulden) 's maands aan K ieder, en met bepaling dat de administratie der gelden en de overbren- ging naar den betrokken ondercolleeteur geschiedt door de respectieve districtsschrijvers, die voor een en ander eene toelage genieten van f 10— (tien gulden) 's maands ieder. , Ten tweede: Te bepalen als volgt: a De belastinggelden, ontvangen door den wedana van Tjihea (afdeeling Bandong) a worden overgestort bij den algemeenen ontvanger van ‘slands kas tevens fun- À geerend ondercollecteur te Tjiandjoer (1) (afdeeling van dien naam), de belasting- a gelden, ontvangen door de koftie-inkooppakhuismeesters te Ngontong (afdeeling 4 Tjitjalengka) en te Tjikadjang, Boengboelang en Tjisondaär (afdeeling Soekapoera- ! kollot) bij den ondercolleeteur te Garoet (afdeeling Limbangan) en de belastinggel- B (5) Gewijzigd bij Bijblad no. 5298. a
Er EE Ra an Er EE a ea ee NE j 255 | 3 den, ontsangen door den koffie-inkooppakhuismeester te Singaparna (afdeeling Tas-
q sikmalaja) bij den ondercollectenr te Mangoenredja (afdeeling Soekapoera-kollot) |
4 wordende in verband hiermede met de perceptie der voorgeschreven belastingen,
| in de streken, van waar volgens deze bepalingen, die belastingen aan hen worden 4
: afgedragen, belast respectievelijk de fungeerende ondercollecteur te Tjiandjoer en 4
de ondercollecteurs te Garoet en te Mangoenredja. - F
‘a De door de in artikel | genoemde wedana’s en pakhuismeesters ontvangen 4
belastingen worden bij de betrokken ondercollecteurs overgestort op tijdstippen, |
: vast te stellen door den Resident der Preanger-Regentschappen, onder nadere goed- |
d keuring van den Directeur van Binnenlandseh Bestuur,
: De hierbedoelde hulpondercollecteurs, die comptabelen zijn, bewaren de ontvan- ]
/ gen gelden bij de andere gelden, bij hen als comptabelen in bewaring.
3 Voor de andere hulpondercollecteurs regelt de Resident de bewaring der gelden |
3 en doet daarop op ongezeite tijden contrôle uitoefenen. |
: Ten derde: enz. :
Afschrift enz. |
ie
i BESLUIT van 21 Mei 1891 No. 4,
: Gelezen enz; 4
De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; :
. Is goedgevonden en verstaan: Ee
‘ Berstelijk: In te trekken met ultimo Juni 1891 de betrekking van ondercollecteur te Margasari (afdeeling Brebes, residentie Tegal), zoomede de betrekking van schrij- ver bij dien ondercollecteur. ;
Ten tweede: Te belasten met de perceptie en het overmaken der landrente en |
| andere grondlasten, der bedrijfsbelasting en van het hoofdgeld als aequivalent voor — de afschatling van eenige verplichte persoonlijke diensten, op denzelfden voet als waarop die werkzaamheden elders aan den ondercollecteur zijn opgedragen: in de districten Boemiajoe en Salem (afdeeling Brebes, residentie Tegal), den _ zoutverkooppakhuismeester te Boemiajoe en in de distrieten Balapoelang en Boemidjawa, van genoemde afdeeling, den koffie- inkooppakhuismeester te Lebaksioe, in die afdeeling,
ieder op eene toelage van f 25 (vijf-en-twintiy guiden) *s maands,
Ten derde: Aan den zoutverkooppakhuismeester te Boemiajoe en den koffie-in- kooppakhuismeester te Lebaksioe, ten behoeve der hun bij artikel 2 van dit be- sluit opgedragen administratie, jeder toe te voegen een Inlandschen schrijver op eene maandelijksche bezoldiging van / 15 (vijftien gulden), benevens f 5 wijf gulden) als vergoeding voor het gemis van heerendienstplichtigen.
Ten vierde: enz.
; Afsehrift enz, m # VI: BESLUIT van 23 November 1891 No. 12.
Gelezen enz;
Is goedgevonden en verstaan: 5
Met wijziging in zoover van artikel 1 $ a ten 3e en van artikel 2 van het be- sluit van 15 Februari 1891 No, 5, te bepalen als volgt:
Ee EAA = eae eee ee F
BIE ‘a eres ay © — i rae En 7 dred a Tai el ld u iN ee: & | 256 : _ 1e, Het ontvangen, voorloopig bewaren en overbrengen bij den betrokkén onder. E collecteur van de landrente en andere grondlasten, de bedrijfsbelasting en het § hoofdgeld als sequivalent voor afgeschafte heerendiensten in de afdeeling | 2 Tjiandjoer, residentie Preanger Regentschappen geschieden : : q voor het district Tjipoetri, met uitzondering van de dessa’s Babakan, Na- ' grog, Panembong, Tangkil, Baros en Tjidjedil door den koffie-inkooppakhuis- 4 } meester te Patjet: 4 p voor het district Djampang wetan en de dessa’s Tjibangala en Tjidadap q : van het district Tjikondang door den koffie-inkooppakhuismeester te Soekanegara, — | 2e. De belastinggelden, ontvangen door den katfie-inkooppakhuismeester te Sin- 3 ii. gaparna- (afdeeling Tasikmalaja) worden overgestort bij den ondercollecteur — 4 te Tassikmalaja, ‘ if Afschrift enz. Gewijzigd bij Bijblad no, 5351 sub AL ee 4 VIII, BESLUIT van 12 Januari 1892 No, 5. : q (De laatste alinea van § a ingetrokken, zie Bijblad no, 6279). | ___ Gelet enz; 4 Is goedgevonden en verstaan: : : 3 Krachtens Koninklijke machtiging te bepalen: a, dat miet de perceptie en het overmaken van de landrente en andere grond- — lasten, de bedrijfsbelasting en het hoofdgeld, als equivalent voor de afschaffing van eenige persoonlijke diensten, op denzelfden voet, als waarop die werk- — f zaamheden elders aan den ondercolleeteur zijn opgedragen, worden belast: ‘ * in de districten Karanglo, Penanggoengan, Senggoro, Toeren en Pakis {af- « deeling Malang, residentie Pasoeroean), de op de hoofdplaatsen dier distrie- ‘ ' ten: Singosari, Sisir, Kepandjen, Toeren en Toempang geplaatste zoutver- kooppakhuismeester en ‘ 6. dat aan ieder der sub a genoemde hulpondercollecteurs, zoomede aan den — | als hulpondercolleeteur voor het district Neantang fungeerenden zoutverkoop- _ 5 pakhuismeester aldaar, wordt toegevoegd een Inlandsche schrijver, op eene maandelijksche bezoldiging van f 20 (twintig gulden). J ! Afschrift enz. ] | ; BESLUIT van 17 Januari 1892 No. 13. , Gelezen enz. ; | _ + De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; | is goedgevonden en verstaan: : ; Eerstelijk: Met wijziging in zooverre van artikel 1 § a, ten Ge van het besluit — van 15 Februari 1891 No, 5, te bepalen dat met het ontvangen, voorloopig be- — waren en overbrengen bij den betrokken ondercollecteur van de landrente en . | andere grondlasten, de bedrijfsbelasting en het hoofdgeld als aequivalent voor | _ afgeschafte heerendiensten voor het district Bandjar en voor de dessa’s Tjisaär — | Tjigajam, Tjikaso, Bodjong en Sidanghajoe van het district Kawasen (afdeeling 3 _ Soekapoera, residentie Preanger Regentschappen) wordt belast de zoutverkoop- ; ae
207 , | pakhuistacester te Bandjar, en dat hem eene toelage vaa f 15 (vijftien gulden) *s maands wordt toegekend.
Ten tweede: enz,
Afschrift enz,
Xx. BESLUIT van 10 Maart 1892 No. 1.
Gelezen enz.;
De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; ‘
Is goedgevonden en verstaan:
Eerstelijk: enz.
Ten vierde: Te bepalen dat de Ondercollecteur bij de landelijke inkomsten en cultures te Karanganjar (distriet Kadjen, regentschap en residentie Pekalongan) belast is met de perceptie van de landrente en andere belastingen in de distric- ten Kadjen, Doro en Paninggaran.
Ten vijfde: enz.
Afschrift enz.
AT,
BESLUIT van 23 September 1892 No, 7.
Gelezen enz. :
De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord;
Is goedgevonden en verstaan:
Fertelijk: enz. E
Ten tweede: Ten vervolge van het besluit van 15 Februari 1891 No. 5 (1) te belasten : a, de bij artikel 1 $ a van dat besluit, zooals dat artikel is gewijzigd bij de be-
sluiten van 23 November 1891 No. 12 en 17 Januari 1892 No, 13, genoemde
pakhuismeesters voor de mede aldaar omschreven ressorten met het ontvangen,
voorloopig bewaren en overbrengen bij den betrokken ondercollecteur of fun-
geerend ondereollecteur van de ontvangen gelden wegens belasting op het
slachten van buffels, runderen, paarden en veulens; ke
6, de wedana’s van de distrieten Tjihea (afdeeling Bandoeng) en Tjidamar en
Tjikalong (afdeeling Tjiandjoer), met het ontvangen en voorloopig bewaren
| van de ontvangen gelden wegens de bovenbedoelde belasting, ieder voor zoo=
- veel zijn district betreft;
) met bepaling dat de administratie der gelden en de overbrenging naar den fungeerend ondereollecteur te Tjiandjoer (2) (afdeeling van dien naam), ge- schiedt door de respectieve districtsschrijvers;
¢, de wedana’s van de districten Maleber, Pesser, Bajabang, Tjiblagoeng, Tjikon- dang en Tjipoetri afdeeling Tjiandjoer), met het ontvangen, voorloopig be-
| waren en overbrengen bij den betrokken fungeerend ondercollecteur van de ontvangen gelden wegens de bovenbedoelde belasting, ieder voor zooveel zijn district betreft en voorzoover de bemoeienis daarmede niet aan de sub a
wey genoemde pakhuismeesters is opgedragen, (3)
(') Zie hiervoren sub V. Gewijzigd bij Bijblad no, 5351 sub I,
(2) Gewijzigd bij Bijblad no, 5010.
(3) Gewijzigd bij Bijblad no. 5298,
d Te
Ten derde: Te bepalen dat”de regelingen, bedoeld bij artikel 2 van het besluit
| van 15 Februari 1891 No. 5, zooals dat artikel is gewijzigd bij het beslut
van 23 November 1891 No. 12, onderwerpelijk van toepassing zijn, met dien
‚verstande nochtans, dat de vaststelling door den Resident der Preanger-Regent-_
schappen van de tijdstippen van overstorting der ontvangen gelden geschiedt
onder nadere goedkeuring van den Direeteur van Financién. 2
Fen vierde: enz. k
Afschrift enz. |
XI. zn : BESLUIT van 19 Januari 1893 No. 8,
Gelezen enz; ; ‘
Is goedgevonden en verstaan : Te a. Met de perceptie en het overmaken van de landrente en andere grondlasten,
de bedrijfsbelasting en het hoofdgeld, als sequivalent voor de afschaffing van | eenige persoonlijke diensten in het distriet Tengger (afdeeling en residentie | Pasoeroean) te belasten den koffie-inkooppakhuismeester te Poespu, op den- zelfden voet als waarop die werkzaamheden elders zijn opgedragen aan den
; ondercollecteur, en zulks onder genot eener toelage van f 25 (vijf en twin-
| tig gulden) ’s maands;
b. aan dien koffie-inkooppakhuismeester ten behoeve zijner bovenbedoelde admi nistratie toe te voegen een Inlandschen sehrijver, op eene maandelijksche
bezoldiging van f 20 (twintig gulden);
4 , onder aanteekening dat de uit dit besluit voortvloeiende uitgaven, voor zooveel betreft het dienstjaar 1893, komen ten laste van artikel 155 der be- grooting van dat jaar.
_ Extract enz. :
XII,
E BESLUIT. van 19 April 1893 No. 6. ;
Gelezen enz.; 4
Is goedgevonden en verstaan : __Herstelijk: Met de perceptie en het overmaken naar ’slands kas te Seraug (residentie Bantam) van de landrente en andere grondlasten, de bedrijfshelasting _ en het hoofdgeld, als sequivalent voor de afschaffing van eenige persoonlijke _
\ diensten in het district Tanara en in de in den aan dit besluit gehechten staat
‚genoemde dessa's, behoorende tot het district Tjiroeas (afdeeling Serang) te belas-
ten den zoutverkooppakhuismeester te Tanara, op denzelfden voet als waarop die werkzaamheden elders zijn opgedragen aan den ondercolleeteur,
Zie wijziging in Bijblad no, 5546. ;
Ten tweede: Aan dien zoutverkooppakhuismeester ten behoeve van zijne boyen- bedoelde administratie toe te voegen een Inlandschen schrijver op een maande- lijksche bezoldiging van f 10 (tien gulden);
onder aanteekening dat de uit deze beschikking voortvloeiende uitgaaf, voor zooveel betreft het dienstjaar 1893, komt ten laste van artikel 155 der begrooting van dat jaar.
Extract enz, i
Zie nopens de toelage van den zoutverkooppakhuismeester in de bezoldiging
| van zijn schrijver, Bijblad no. 5275.
ees ke Tie ande de A EN EE. ï | zn behoorende bij artikel 1 van het besluit van 19 April 1893 No. 6. _ Ei WE Gl DISTRICT. DESSA’S. a : | Wanajasa. 4 5 Sampang. “i q Kesabilan. BEES j : Poedji. : ag a Pamong ir. > a E a 2 Panetjekan. x _ TJIROEAS. Singaradjan. ; 4 Et © | Sombeng. oe 4 Patjakoer. 5 4 4 "4 a y 3 4 ! Kalepian, 1 ig Pengandikan itr, & EE: id. oedik. =, be i - . _ Babangkir. — ST i i Bolang. or alg : Mij bekend, i ; Ke. ; " De Gouvernements Secretaris, : 3 COHEN STUART.
ed ie : a . ,
eS gh aa EREN EE De No. 4743. ZEGELRECHT. — Nazegeling {is niet toegelaten zonder betaling der casu quo verbeurde boete, ook al is de daarvoor gubin- — bi treerende vrijheidsstraf ondergaan. : BESLUIT. q No. 32, Buitenzorg, den 7 September 1888. a Gelet op den Indischen brief van 2 Juni 1888 No, 701/11 (besluit van dien dag No. 11), waarbij aan de beslissing van het Opperbestuur de vraag is onder- 7 worpen of, in geval het bepaalde bij het eerste lid van art. 15 der zegelordon- nantie (Staatsblad 1885 No. 131) overtreden is, de bij het vóórlaatste lid van dat artikel bedoelde nazegeling kan plaats vinden zonder betaling der op de over- =~ treding gestelde boete, wanneer, ingevolge het Koninklijk besluit van 3 Augustus 1874 No. 32 (Indisch Staatsblad No. 251) de daarvoor subintreerende wrijheids- — straf is ondergaan; q Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 20 Juli 1888, lett. A? 9 No, ‘17/1211, daarbij te kennen gevende dat bovenbedoelde vraag ontkennend moet worden beantwoord, vermits het bepaalde bij het voorlaatste lid van art.15 der zegelordonnantie uitdrukkelijk het betalen van de boeten eischt om een stuk, waarmede eene overtreding is begaan, alsnog te doen zegelen en daaraan rechts- # geldigheid te geven, en niet spreekt van het ondergaan van de vrijheidsstraf, ; latende dit zich gereedelijk hieruit verklaren dat de zegelordonnantie niet zoozeer ‘strafwet als belastingwet is en zij de boeten in het onderwerpelijke geval als verhooging van het zegelrecht beschouwt. 2. Is goedgevonden en verstaan: 3 _ Van het vorenstaande aanteekening te houden. 3 Afschrift enz, 4 No. 4744. TELEGRAFIE,—Aanvullingen en wijzigingen der concessie voor i by a de telegrafische verbinding van Java met de Engelsche neder- 3 zettingen in de Straat van Malakka en Australië, N i _ Aan de Nederlandsche Staatscourant zijn de volgende berichten ontleend omtrent 4 de aanvullingen en wijzigingen, welke de concessie voor de telegratische verbin- ding van Java met de Engelsche nederzettingen in de Straat van Malakka en ; „Australië heeft ondergaan, na de aanvulling bedoeld bij No, 4148 van het Bijblad, | 4 I. | BESLUIT van 5 December 1888 No. 10, : De Minister van Koloniën, daartoe gemachtigd door den Koning, heeft op het door de „Eastern Extension Australasia and China Telegraph Company, Limited,” te Londen, gedaan verzoek tot nadere uitbreiding harer concessie voor telegra- _phische verbindingen in Nederlandsch-Indië (zie de Nederlandsche Staatscourant van 15/16 Mei 1870 No. 115, van 15 Juli 1879 No, 161 en van 16 April 1885 | No. 89), bij beschikking van den 17den October 1888, litt. A%, No. 13, het na- | volgende bepaald: 81. Met nadere uitbreiding der concessie, welke voor de telegraafverbindingen tusschen Batavia en Singapore en tusschen Banjoewangi en Port Darwin (in de kolonie Zuid-Australië), bij resolutie van den Minister van Koloniën van 3 Mei
a 4870, diit. Aaz. No, 19 aan de „British Australian Telegraph Company, Limited”, _ verleend en in 1873 aan de ,,Mastern Extension Australasia and China Telegraph — Company Limited", overgedragen is, en bij resolutie van den’ Minister van Kolo- — nién van 12 Juli 1879, litt. A%, No. 22, werd uitgebreid tot eene tweede tele- graphische verbinding. van Banjoewangi met Port Darwin en eene telegraphische — 6 verbinding van Banjoewangi met Singapore, wordt thans aan de laatstbedoelde i maatschappij vergunning verleend voor eene derde telegraphische verbinding van Java met Australië, en wel van Banjoewangi naar de Roebuck-baai (in de kolo- 1 nie West-Australië), met bepaling dat deze nieuwe verbinding moet voltooid en in werking gebracht zijn binnen één jaar nà de dagteekening dezer nadere vergunning. © 8 2, Alle voorwaarden der genoemde concessie, met de wijzigingen daarin ge- brachf en nog te brengen, gelden voor de nieuwe verbinding evenzeer als voor de oude verbindingen, 1 ’s Gravenhage, deu 17den October 1888, ; De Minister voornoemd, KEUCHENIUS, Nederlandsche Staatscourant van 19 October 1888, No, 248. Nl, BESLUIT van 7 Augustus 1890 No. 21. De Minister van Kolonién heeft, in overeenstemming met de „Eastern Exten- sion Australasia and China Telegraph Company, Limited” te Londen, de derde alinea : van art. 12 harer concessie voor de telegraphische verbinding van Java met Sin- gapore en Australië. (zie de Nederlandsche Staatscourant van 15/16 Mei 1870, No. 115, 15 Juli 1879 No. 161, 16 April 1885, No. 89 en 19 October 1888 No. 248), bij beschikking van 12 Juni 1890. lett, A3 No, 17, vervangen door: de heide volgende alinea's: Ee „Voor telegrammen, die door of ten heoeve van dagbladen verzonden worden, kan echter deze tariefsprijs door den Gouvernenr-Generaal van Nederlandseh- Indië worden verlaagd tot uiterlijk f 0.02 (twee cent) per woord. Zij worden alleen „dan overgebracht wanneer geen telegrammen, waarvoor de volle tariefsprijs be 7 taald wordt, meer ter overseining voorhanden zijn. | „Zijn de voormelde dagbladtelegrammen niet bestemd voor, noch afkomstig ; uit Nederlandssh-Indié, dan is de verlaagde tariefsprijs slechts toepasselijk wanneer | ; zij uitsluitend over de lijnen der ondernemers verzonden worden,” a | ‘gs Gravenhage, den 12den Juni 1890. 74 = : De Minister voornoemd, 4 : MACKAY { 5 Nederlandsche Staatscourant van 14 Juni 1890 No. 137, | Til. BESLUIT van 19 Juni. 1891 No, 17. . De Minister van Koloniën heeft, in overeenstemming met de Eastern Extenston | Australasia and China Telegraph Company Limited, te Londen, de tweede alinea van artikel 12 harer concessie voor de telegraphische verbinding van Java met Sin- gapore en Australië, — luidende: „Met Gouvernement van Nederlandsch-Indié geniet een tariefprijs van f 0,072 (zeven en een halven cent) per woord voor alle teler Ki
én PS ae a i ak. neen sat Et ae nn er ER a ha gic A A L s . a | 262 ; zn grammen die een of meer der in deze concessie bedoelde lijnen. des ondernemers 7 _ moeten doorloopen,”— bij beschikking van 17 April 1891, letter A3, No, 37, met _ : ingang van 1 Juli a, s, vervangen door de volgende nieuwe alinea: ae P „Het Gouvernement van Nederlandsch-Indié geniet voor alle telegrammen, die | een of meer der in deze concessie bedoelde lijnen des ondernemers moeten door- __ loopen, den volgenden tariefprijs (eind- of transit-taks) voor ieder woord: a »1°, voor een telegram, bestemd voor of af komstig van het eiland Java, eene eindtaks van f 0,072 (zeven en een halven cent): . _. 20, voor een telegram, bestemd voor of afkomstig van een der andere eilanden KE van de lijnen, Nederlandsch-Indié, eene cindtaks van J 0,40 (veertig cent), en 5
“36, voor een telegram dat te Banjoewangi van kabel op kabel overgaat, of dat, 8 van de lijnen des ondernemers komende, over de Gouvernements-telegrafen op ; Java weder op de lijnen des ondernemers wordt overgebracht, eene transittaks van _ ï J 0,07Ua2 (zeven en een halven cent)” : = q *sGravenhage, den 17den April 1891. : Nl 3 De Minister voornoemd, MACKAY, ‘a 2 Nederlandsche Staatscourant van 19 en 20 Aprli 1891, No. 91, a | BESLUIT van 29 Juli 1891 No. 3, 3 De Minister van Koloniën, daartoe gemachtigd door de Koningin-Weduwe Re- 4 _ gentes, heeft op het door de „Eastern Extension Australasia and China Telegraph ; Company Limited’ te Londen gedaan verzoek tot nadere uitbreiding harer conces- ? bie voor telegraphische verbindingen in Nederlandsch-Indië (zie de Nederlandsche Staatscourant van 15/16 Mei 1870, 15 Juli 1879, 16 April 1885, 19 October 1888, 14 Juni 1890 en 19/20 April 1891) bij beschikking van den 10den Juni 1891 lit. 3 A3, LO, 41, het navolgende bepaald : a P. § 1. Met nadere uitbreiding der concessie, welke voor de telegraafverbindingen d tusschen Batavia en Singapore en tusschen Banjoewangi en Australië (Port-Dar- win) op 3 Mei 1870 aan de „British Australian Telegraph Company Limited; ver- eend ‚en in 1873 aan de Eastern Extension Australasia and China Telegraph Company Limited,” overgedragen is, en in 1879 en 1888 werd uitgebreid tot eene telegraphische verbinding van Banjoewangi met Singapore en tot eene tweede ") en derde telegraphische verbinding van Banjoewangi met Australië (respectie- velijk met Port-Darwin en de Roebuck-baai), wordt thans aan de laatstgenoemde 5 maatschappij vergunning verleend tot het leggen van eene telegraphische verbin- ; ding, tusschen Laboean-Deli (Oostkust van Sumatra) en het eiland Pinang (Straits Settlements), met bepaling dat deze nieuwe verbinding moet voltooid en in wer- king gebracht zijn binnen één jaar na de dagteekening dezer nadere vergunning.
§ 2, Alle voorwaarden der genoemde concessie, met de wijzigingen daarin ge- bracht en nog te brengen, gelden voor de nieuwe verbinding evenzeer als voor de oude verbindingen. ‘ _ § 3. De laatste alinea van artikel 2 van die concessie (gewijzigd bij de minis- : terieele resolatie van 12 Juli 1879, lit. A8, No, 22) zal voortaan als volgt luiden:
„De geleidingen van de kabels des ondernemers worden door hem en op zijne
kosten verlengd van het landingspunt tot in het Gouvernements-telegraaf kantoor Á
E
B .. 263 P he
th te Weltevreden, voor zooveel de lijn van Batavia naar Singapore betreft; tot in
an het Gouvernements-telegraafkantoor te Banjoewangi, voor zooveel de overige lij- _
Ji nen op Java aangaat, en tot in het Gouvernements-telegraaf kantoor Laboean Deli
{voor zooveel de lijn tusschen Sumatra en Pinang betreft” a
a § 4. Van het oogenblik af dat de verbinding tusschen Laboean-Deli en Pinang, |
— hierboven bedoeld, in werking gebracht zal zijn, treedt in de plaats van de twee
EJ de alinea van artikel 12 (laatstelijk gewijzigd bij de ministerieele resolutie van —
Á 17 April 1891, lit, AS, No. 87) de volgende bepaling: |
: „Het Gouvernement van Nederlandsch-Indié geniet voor alle telegrammen, die
- gen of meer der in deze concessie bedoelde lijnen des ondernemers moeten toor
loopen, den volgende tariefprijs (eind- of transittaks voor ieder woord: ; 5
E „a bij verzending over Batavia of over Banjoewangi: „16. voor een telegram, bestemd voor — of afkomstig van — het eiland Java, E eene eindtaks van f 0,071/2 (zeven en een halven cent); q 4 „20, voor een telegram, bestemd voor— of afkomstig van — een der andere — ss. eilanden van Nederlandsch-Indië, eene eindtaks van f 0,40 (veertig cent); en | 4 »3°. voor een telegram, dat te Banjoewangi van kabel op kabel overgaat, of, | dat, van de lijnen des ondernemers komende, over de Gouvernements-telegrafen _ 4 op Java weder op de lijnen des ondernemers wordt overgebracht, eene transit. 4 taks van f 0,072 (zeven en een halven cent); : 4b. bij verzending over Laboean-Deli, voor een telegram bestemd voor — of af- . komstig van — een der eilanden van Nederlandsch-Indië, eene eindtaks boo k f 0,40 (veertig cent); : : ; c. bij verzending over Laboean-Deli en over Batavia of Banjoewangi; 5 X „1e. voor een telegram dat, van een der eilanden van Nederlandsch-Indié ko- E mende, over de lijnen des ondernemêrs naar een der andere eilanden van Neder , landsch-Indié wordt overgebracht eene gezamenlijke eindtaks van j 0,20 (twintig | ' cent); en | 3 „do, voor een telegram dat, van de lijnen des ondernemers komende, over de a Gouvernements-telegrafen op Java en Sumatra weder op de lijnen des onderne- ____ mers wordt overgebracht, eene transit-taks van f 0,40 (veertig cent). 'sCravenhage, den 40den Juni 1891, | De Minister voornoemd, © — À MACKAY. | Nederlandsche Staatscourant van 13 Juni 1891, No, 36, | v‚ | BESLUIT van 12 Februari 1892 No, 14. ze De Minister van Koloniën heeft in overeenstemming met het verzoek der „Has-
tern Extension Australasia and China Telegraph Company, Limited”, te Londen, om «nadere aanvulling en wijziging harer concessie voor telegraphische verbindingen in Nederlandsch-Indië (zie laatstelijk de Staatscourant van 19/20 April en 18 Ju- 4 ni 1891 Nos. 91 en 186), bij beschikking van den 24sten December 1891, lit. A3, No, 14, het navolgende bepaald: a $ 4. Tusschen de artikelen 2 en 3 der voormelde concessie wordt een nieuw ; artikel (2bis) opgenomen, luidende: : Se . „Art, 2bis, De Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indié kan, ten behoeve 4 ; 4 a EL
Df4 * | * van het verkeer met Australië, aan den ondernemer de ‘beschikking geven over _ een door diens eigen personeel en met diens eigen toestellen te bedienen afzon- derlijken draad der gouvernements-telegraaflijn op Java. van Batavia naar Banjoe- _ wang” | $ 2 De eerste alinea van art. 12 dier concessie, luidende: ; „Voor het overbrengen van de telegrammen, bestemd voor of afkomstig van de lijnen des ondernemers en die bestemd zijn voor of afkomstig van een der . gouvernements-telegraaf kantoren in Nederlandseh-Indië, alsmede de telegrammen afkomstig van en bestemd voor de lijnen des ondernemers en die de gouverne- ments-telegraaflijnen moeten doorloopen tot bereiking hunner bestemming, zorgt, _voor zoover dit deze lijnen betreft, het Gouvernement van Nederlandsch-Indié”, zal voortaan als volgt luiden: „Voor het overbrengen van de telegrammen, die de gouvernements-telegraallij= nen (met uitzondering van den in art, 2bis bedoelden telegraafdraad) moeten door- _ loopen, zorgt, voor zoover dit deze lijnen betreft, het Gouvernement van Neder- _ landsch-Indié,”” $8. De wierde en vijfde alinea’s van. voormeld artikel 12, luidende: : | „Zijn de voormelde dagbladtelegrammen niet bestemd voor, noch afkomstig uit . Nederlandseh-Indië, dan is de verlaagde tariefprijs slechts toepasselijk wanneer Zij uitsluitend over de lijnen des ondernemers verzonden worden, „De telegrammen van den ondernemer, die de strekking hebben om de gere- gelde correspondentie op zijne lijnen te bevorderen of in gebreken daarin te voor- zien, ter beoordeeling van den chef van het Nederlandsch-Indisehe telegraaf be- “stuur, worden kosteloos’ geseind over de gouvernements-telegrafen in Nederlandsch- j Indië,” zullen voortaan als volgt luiden: „Zijn de voormelde dagblad-telegrammen niet bestemd voor, noch afkomstig uit Nederlandsch-Indié, dan is de verlaagde tariefprijs (transit-taks) slechts toe- passclijk, wanneer zij uitsluitend over de lijnen des ondernemers of over den in art. 2his bedoelden telegraafdraad verzonden worden. ; „De telegrammen van den ondernemer, die de strekking hebben om de gere- | gelde correspondentie op zijne lijnen of op den in art. Qbis bedoelden telegraaf- draad te bevorderen, of in gebreken daarin te voorzien, ter beoordeeling van den chef van het Nederlandsch-Indisch telegraafbestuur, worden kosteloos geseind over de gouvernements-telegrafen in Nederlandsch-Indië.” __’s Gravenhage, den 24sten December 1891. j De Minister voornoemd, VAN DEDEM, _ Nederlandsche Staatscourant van 30 December 1891, No, 305, | VI, ‘ | BESLUIT van 20 Maart 1892 No. 7. De Minister van Koloniën heeft in overeenstemming met het verzoek der ‚„Eas- tern Extension Australasia and China Telegraph Company, Limited”, te Londen,— om Medan (Oostkust van Sumatra) in plaats van Laboean-Deli aan te wijzen voor de vestiging van haar eindkantoor voor de telegraphische verbinding van Suma- tra met Pinang (zie de Staatscourant van 13 Juni 1891 No, 136)—bij beschikking van den isten Februari 1892, lit. A3 No. 20, het navolgende bepaald:
q 265 : | a | x § 1. Am de eerste paragraaf der ministerieele resolutie van 10 Juni 1891, litt. A3 No. 41, wordt in plaats van: | ka „eene telegraphische verbinding tusschen Laboean-Deli (Oostkust van Sumatra) en het eiland Pinang (Straits-Settlements)”’, ; : het volgende gelezen: . a „eenen telegraafkabel tusschen de Oostkust van Sumatra, nabij Laboean-Deli, en het eiland Pinang (Straits-Settlements)”, | § 2. In de derde paragraaf der voormelde resolutie van 10 Juni 1891 — bepa- | E lende dat, voor zooveel de lijn tusschen Sumatra en Pinang betreft, de gelei- | dingen van den kabel des ondernemers door hem en op zijne kosten van het lan- dingspunt op Sumatra tot in het gouvernements-telegraaf kantoor te Laboean-Deli moeten worden verlengd —wordt in plaats van ,,Laboean-Deli” gelezen: ,,Medan”. Hf $ 3, In de vierde paragraaf der voormelde resolutie worden de woorden: | „de verbinding tusschen Laboean-Deli en Pinang’, ; vervangen door: „de verbinding tusschen Sumatra en Pinang”, : $ 4, In dezelfde paragraaf worden de tweemaal voorkomende woorden: | „bij verzending over Laboean-Deli”’, | | vervangen door: ; „bij verzending ever Medan”, ; | s Gravenhage, den isten Februari 1892, De Minister voornoemd, V, DEDEM, Nederlandsche Staatscourant van 4 Februari 1892, No, 29, f Gelet op de wijziging, bedoeld sub II hierboven, is voorts bij artikel Ivanhet | besluit van 5 Maart 1893 No, 10 bepaald dat het aandeel van Nederlandsch-Indié in het tarief der dagbladtelegrammen, die op den voet van het bepaalde bij arti- | kel 12a van het Reglement voor den Telegraafdienst in Nederlandsch-Indié (Staats- blad 1886 No. 99, gewijzigd bij Staatsblad 1890 No, 131) tusschen Nederlandsch- | Indië en Groot-Brittannië worden gewisseld, wordt vastgesteld op 21/2 (twee en een halven) cent per woord. | Zie nadere aanvullingen en wijzigingen in Bijblad nos, 5274 sub II en 5409 en den geheelen tekst der concessie in Bijblad no. 5576, | No. 4745. UITZETTING EN INTERNEERING, — Aanvulling der voor- schriften betreffende de oproeping en het verhoor van personen, » . tegen wie de toepassing tn overweging wordt genomen van de oes! 3 artikelen 45, 46 of 47 van het Regeerings reglement. : CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. 1 No. 2182, Buitenzorg, 20 September 1889, Mijne onder nummer 4453 in het Bijblad op het Staatsblad opgenomen cireu- 5 ‘ laire van 16 Februari jl. No, 328, welke aan UHEdG, het verlangen der Regee- ring overbracht, dat bij het ingevolge artikel 48 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indié af te nemen verhoor aan personen, op wie de toepassing van een der 45, 46 of 47 van dat Reglement in overweging is, tot den
EE ee ke eend le en te! Di Oe ; 268 . ae 4 a betrokkene tevens bepaaldelijk de vraag wordt gericht op hij zich nader schrif telijk wenscht te verdedigen, laat in het midden hoedanig behoort te worden pes _ handeld indien op deze vraag een bevestigend antwoord volgt. Zoowel ter voorkoming van het noodeloos heen- en weder zenden der stukken als in het belang der uniformiteit, acht de Regeering het evenwel wenschelijk dat hieromtrent geen onzekerheid besta en in het gestelde geval een vaste egel _ ‚gevolgd worde, Zij wenscht derhalve dat, indien bij een verhoor als hierbedoel L door den betrokkene het verlangen te kennen gegeven wordt zich nader schrifte. lijk te verdedigen, hij, die het verhoor afneemt, daartoe dadelijk eene tijdruimte van zeven dagen zal toestaan en hiervan in het proces-verbaal melding zal ma ken. Is die termijn verstreken, dan zullen de stukken zonder verder verwijl aan _ de Regeering moeten worden opgezonden, vergezeld van de schriftelijke verdedie ging als zij ingekomen is, en anders zonder dat verweerschrift, 4 d Tevens zij onder Uwe aandacht gebracht dat eene aanduiding in de processen= verbaal van verhoor van de bezwarende brieven en andere stukken van ambte naren en spionnen, met vermelding der namen van hen, van wie zij afkomstig > zijn, niet gewenscht is, ook omdat zoodanige voorhouding aan den eventueel te verwijderen of te interneeren persoon niet tot deze procedure behoort, doch dat _ bedoelde processen-verbaal sleehts behooren te behelzen een duidelijk relaas van de feiten, uit de ingekomen brieven en verdere bescheiden te trekken, “@ fq Door de mededeeling van het vorenstaande, met verzoek bij voorkomende ge-_ legenheid in dien zin te willen handelen, heb ik de eer aan ontvangen hevelen — te voldoen, 3 De 1e Gouvernements Secretaris, i ; SWEERTS. ke No. 4746. AANBESTEDINGEN, — Waarmerking van bijvoegingen en doorhalingen in authentieke afschriften van processen-verbaal — van gehouden—. a | Blijkens artikel 2 van de besluiten van 30 November en 1 December 1880 — _ Nos. 2 en 16 is het onnoodig dat bijvoegingen en doorhalingen, voorkomende in ‚authentieke afschriften, als bedoeld in het voorlaatste lid van artikel 15 van het — _ reglement op het honden van aanbestedingen (Staatsblad 1870 No, 39), behalve — door den ambtenaar, die de aanbesteding gehouden heeft, nog door anderen wor- — den gewaarmerkt. 4 No. 4747. AANBESTEDINGEN,—Toépassing van het voorschrijt omtrent de — _ loting, bedoeld bij artikel 14 van het Aanbesiedingsreglement, — | De loting, voorgeschreven in het geval, bedoeld in de eerste alinea van artikel 14 — __ van het Reglement op het houden van aanbestedingen ten behoeve van ’s lands — dienst in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1870 No, 39), wordt bewerkstelligd door — _ den ambtenaar aanbesteder, onverschillig of de betrokken inschrijvers of hunne — gemachtigden al of niet bij de aanbestedingen tegenwoordig zijn. Sl Zijn zij of een hunner gemachtigden tegenwoordig, en wordt eenig bezwaar — van een of meer hunner geopperd tegen eene loting, dan heeft er geene loting — plaats, maar dan beslist de officier, die de aanbesteding houdt, of een aan wien — _ de aanneming wordt gegund, of dat tot eene heruitbesteding wordt overgegaan. —
Re. ; in ag J En. p 267 ; ie = y 1 aa Deze matstgemelde keuze wordt alzoo geheel overgelaten aan het beleid van _ den ambtenaar uitbesteder en het bepaalde bij de derde alinea van artikel13 van — het Aanbestedingsreglement, zooals het sedert is aangevuld en gewijzigd, heeft À hiermede niets te maken, ; # Van reclames van afwezig gebleven inschrijvers tegen de loting, kan natuur- jé lijk geen sprake zijn. Zij worden geacht de wet te kennen; zij weten alzoo dat 4 a de toewijzing en easu quo de loting staande de aanbesteding plaats heeft, en Mi worden alzoo geacht met de eventuéele loting te hebben genoegen genomen, i . (Missive van den Asten Gouvernements Secretaris van 26 November 1889 — = No. 2750). q = No. 4748. VENDUREGLEMENT. — Betalingen in mindering van vendu- . ‘ 4 : schulden. Toelichting der modellen in Staatsblad 1889 Vo, 191, _ ___ CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op en buiten Java en R ___ Madoera, met uitzondering van den Resident van Batavia. : d Be No. 18073, ~ Batavia, 30 November 1889. " Tot het noodig gebruik bij uw bureau en de vendukantoren in het gewest — onder uw beheer, zoomede bij de bureanx der ambtenaren, welke—krachtens het ; tweede lid van artikel 4 der regelen voor het administratief beheer— door UwHEdG, bevoegd zijn verklaard tot het teekenen van mandaten, heb ik de eer UwHEdG, — aan te bieden exemplaren van de toelichting der in Staatsblad 1889 No, 191 — 7 opgenomen modellen, behoorende bij de instructie voor de ambtenaren, belast. 7 — met de toepassing van het op 1 Januari a, 5, in werking tredende nieuwe regle- ment op de openbare verkoopingen in Nederlandsch-Indié, zullende in verband — daarmede de bij de dezerzijdsche circulaire van 11 Mei 1886 No. 7172 aangebo- — den toelichting voor zooveel aangaat de na 1 Januari as, te houden verkoopingen — 3 als vervallen moeten worden beschouwd, ‘ Zil Ik maak van deze gelegenheid tevens gebruik UwHEdG. te wijzen op eene — minder juiste opvatting, waartoe de bepalingen op de openbare verkoopingen aan- — leiding hebben gegeven. ; ae a E Sommige vendumeesters verkeeren namelijk in de: onjuiste meening, dat beta- Hngen in mindering van venduschulden niet kunnen worden aangenomen. Het — ss, aannemen van dergelijke betalingen is echter, noch bij het bestaande, noch bij _ het thans uitgevaardigde nieuwe reglement verboden, waartoe ook geen enkele reden zou bestaan. ; 7 De bij artikel 22 van het oud, artikel 23 van het nieuw reglement bedoelde boete — 4 kan dan slechts worden berekend over het gedeelte van de schuld, in de betaling } __-waarvan de debiteur in verzuim is en niet ook over de sommen, die hij ter ge- iD _ deeltelijke voldoening der pretentie tijdig heeft betaald, » a Omtrent de wijze, waarop afbetalingen in mindering bebooren te worden ge- in bracht van het deber van de koopers, bêvat § 9 van de bovenbedoelde toelichting de noodige wenken, Be 7 4 Ik heb de eer UwHEdG, het vorenstaande mede te deelen met verzoek zulks ter «kennis van de betrokken vendukantoren te willen brengen. ei De Directeur van Financién, fe ROVERS. i bi r -
268 4 TOELICHTING van de modellen, behoorende bij de in Staatsblad 1989 No. 191 — opgenomen instructie voor de ambtenaren, belast met de toepas :
sing van het reglement op de openbare verkoopingen. :
_ 8 1, De modellen A, B, C, D,E, F, G, H, J gelden voor de vendumeesters — ; der eerste, de modellen Ar, BI, Cl, DI El, FI, Gl, HI, JI, voor de vendu- — meesters der tweede klasse, q
§ 2. Waar in de modellen gesproken wordt van vendusalaris, is daaronder be-— grepen de vergoeding bedoeld in artikel 17 van het reglement op de open- —
bare verkoopingen. K:
| Mope: A of Al, é § 8. Het ten laste van de koopers komende vendusalaris en een per mille voor | de armen, behoort berekend te worden niet over het totaal van het toegewezen — . bedrag, maar over het door iederen kooper gekochte afzonderlijk. De kolommen _ i . 10, 11 en 12 kunnen dus eerst ingevuld worden nadat de boeking in het re-_ | gister van debiteuren (Model B of Bi) heeft plaats gehad. K _ 8 4. Bij verkoopingen van pandgoederen wordt, ook wanneer de pandhuishou- — der zelf goederen koopt, in kolom 9 alleen geboekt het bedrag van het ven- — dusalaris, dat hij als verkooper verschuldigd is, q In de kolommen 10 en 11 worden mede opgenomen het vendusalaris en ar- — mengeld, door den pandhuishouder bij verkooping van pandgoederen ver- schuldigd voor goederen, die hij zelf gekocht heeft, “a 7 Ten aanzien van de verkoopingen, vermeld onder No. 513, model A, en — ‘ 63, model Al, is verondersteld, dat ze niet tegen contante betaling zijn ge- — i houden. 3 as = as | Moper A, i a § 5, Het verschil tusschen de kolommen 8 en 9 moet gelijk zijn aan kolom 13. _ het totaal van de kolommen 8, 10 en 11 aan kolom 12. = Mover AL Be _ § 6, Het verschil tusschen kolom 8 en kolom 9 moet gelijk zijn aan kolom 13, 4 | het totaal van de kolommen 8, 10 en 11 aan kolom 12 en het totaal van — | de kolommen 9 en 10 aan het totaal van de kolommen 15 en 16, a Mover B of BI. ¥ | § 7. De totalen voor iedere verkooping van kolom 4, van kolom 5, van kolom ‚ | 6, en van kolom 7 moeten respectievelijk gelijk zijn aan de overeenkom- — | stige cijfers in de kolommen 8, 10, 11 en 12 van het register der open- | bare verkoopingen (model A of Al), , a be Bij verkooping No, 508 model B, No. 58 model B! is aangenomen, dat — de afbetaling van het debet bij gedeelten geschiedt. M4
§ 8. Het voorbeeld, gesteld onder No. 6060, model B, No, 410, model BI, dient — om duidelijk te doen uitkomen, dat hetgeen door een pandhuishouder op —
| eene op crediet gehouden verkooping van pandgoederen meer schuldig is
d 269: ey. getworden dan het hem als verkooper toekomend zuiver rendement bedraagt a kan worden betaald binnen drie maanden na den dag der verkooping. J : Mops: C of Cl, Ee g 9, Gedeeltelijke betalingen behooren te strekken tot dekking eerst van de x koopsom, daarna van het vendusalaris en ten slotte van het armengeld, Het door een pandhuishouder bij te passen bedrag behoort steeds te worden verantwoord als koopsom in fe nemen onder „rekening van der | den (vendufonds)"’. : Move GL Ë § 10, Stortingstaten komen natuurlijk riet te pas waar de vendumeester tevens algemeen ontvanger is, , Move. H of HI, ~
- § 11. De folio's 1 en 2 worden bewerkt door den vendumeester, die verder op folio 8 invult de bedragen, welke uit de verantwoording over het vorig kwartaal moeten worden overgenomen. a Monet H. ; i] 3 § 12. De boeten wegens te late betaling, alsmede de kosten van afschriften Ì enz, worden in het credit van de yenduadministratie (folio 1) niet opgenomen. B Als bijgekomen in het loopend kwartaal wordt dus op folio 1 vermeld a het totaal van kolom 12 van het register van openbare, verkoopingen (mo- del A), terwijl als betaald alleen opgebracht mag worden wat ontvangen : is aan koopsommen, vendusalaris en een per mille voor de armen; het " totaal van het betaalde in het loopend kwartaal over vroegere dienstjaren : en over het loopend dienstjaar, moet dus gelijk zijn aan hetgeen op folio | 2 als ontvangen in het loopend kwartaal vermeld is in de kolommen i, 2 en 3. a De saldo's op folio 1 worden overgenomen uit de verantwoording over k het vorig kwartaal. 5 ss De betalingen in het loopend kwartaal op folio 1 worden berekend uit a de posten in het kasboek, : Bovendien moet als verminderende het credit op folio 1 opgebracht worden, ss a. het bedrag der vorderingen ten laste van koopers, tot afvoering waar-* 4 van machtiging is verleend bij besluit van den Resident, genomen naar Sl aanleiding van de Regeeringsbeschikking, waarbij vergoeding aan den a - yendumeester is opgelegd of de vordering voor rekening van den Lan- Bt : de wordt genomen; : ‘Sy b. wat van het rendement van pandgoederen wordt ingehouden wegens 5 door den pandhuishouder gekochte goederen (kolom 14 van het regis- 3 ; ter, model A). ai Het totaal van het eredit op het einde van het jaar (folio 1) moet over- eenstemmen met het totaal der vorderingen, die op het einde van het jaar : nog open stonden volgens de lijst, die moet overgelegd worden bij de ver=
“eae * pe re a) ee Se 5, ‘ Fa i Pett 270 Ee i: | 4 ¥ antwoording over het laatste kwartaal (artikel 21, laatste alinea,* van de _ ie) Instructie). zij § 13, De ontvangsten in het afgeloopen kwartaal op folio 2 worden gekend uit 4 _ de recapitulatie in het kasboek, : a : Verder moeten op folio 2 de ontvangsten gelijk zijn aan het totaal van ) de overstortingen, ‘ if _ § 14. De saldo’s op folio 8 worden overgenomen uit de verantwoording over — het vorig kwartaal. EB Pi Wat in het loopend kwartaal is bijgekomen blijkt uit het register der 4 r openbare verkoopingen (model A) kolom 12, gelijk aan het totaal van de B kolommen 9, 10, 11 en 13. q a Tot het indienen van de opgave model N, aantoonende de in het loopend © _ kwartaal uitgekeerde rendementen, zijn de algemeene ontvangers aange- i schreven bij de circulaire van den directeur van financiën van 11 Mei 1886 a No, 7172, id : Het vendusalaris en het een per mille voor de armen, dat in het loopend ~ in kwartaal bij ‘slands kas onder de daarvoor aangewezen hoofden is inge- 4 nomen, blijkt uit de overstortingen, vermeld op folio 2, 4 ; Bovendien moet, als verminderende het debet, opgebracht worden: f 3 a. wat van het rendement van pandgoederen wordt ingehouden, wegens — ie door den pandhuishonder gekochte goederen (kolom 14 van het register, Al cs model A); ki | 4, het vendusalaris, dat bij de uitkeeriug van de rendementen ingehou- — X den wordt (kolom 9 van het register, model A); 4 5 ec. het vendusalaris en het armengeld door den pandhuishouder als kooper 18 verschuldigd (kolom aanmerkingen model A); i d, het vendusalaris en armengeld, begrepen onder het bij § 12, suba — | bedoeld bedrag. ‘ = Gemakshalve zullen de sommen, welke wegens vendusalaris en een per ri mille voor de armen in de sub a, ben c bedoelde bedragen begrepen zijn, a na afloop van het jaar door de zorg van het departement van financiën — van het hoofd „rekening van derden (vendufonds)”, waaronder zij bij ’s lands kas zijn ingenomen, afgeschreven en gebracht worden ten voordeele van de ; hoofden waaronder zij thuis behooren. : . 7 EE \ Moper, HI, 3 § 15. De saldo's op folio 1 worden overgenomen uit de verantwoording over het . vorig kwartaal, Kk: Als bijgekomen in het loopend kwartaal wordt op folio 1 vermeld het to- taal van kolom 12 van het register van openbare verkoopingen (model Al), — De betalingen in het loopend kwartaal op folio 1 worden berekend uit de posten in het kasboek. q ae Bovendien moet als verminderende het credit op folio 4 opgebracht ai worden: i a. hetgeen van het bedrag, waarvoor vergoeding is opgelegd, wordt ver-_ .. rekend met het den vendumeester toekomend vendusalaris ; a _- 0. het met dat vendusalaris niet te verrekenen bedrag der vorderingen ten _— ï al ii
kk >) | , 2 By. * laste van koopers, tot afvoering waarvan machtiging is verleend bij , i, besluit van den Resident, genomen naar aanleiding van de Regee- bg ringsbeschikking, waarbij vergoeding aan den verdumeester is op- x gelegd; ae ¢. wat van het rendement van pandgoederen wordt ingehouden wegens . door den pandhuishouder gekochte goederen (kolom 14 van het regis- By) ter, model AD. ke Het totaal van het eredit op het einde van het jaar (folio 1) moetover- 4 eenstemmen met het totaal der vorderingen, die op het einde van het jaar a nog open stonden volgens de lijst, die moet overgelegd worden bij de td verantwoording over het laatste kwartaal (artikel 21, laatste alinea, van 4 de Instructie). 7 § 16, De ontvangsten in het loopend kwartaal op folio 2 worden gekend uit de JI recapitulatie in het kasboek, a: Die ontvangsten meeten overeenstemmen met het totaal van de beta- ali lingen in het loopend kwartaal en over het loopend dienstjaar op folio 1. & Verder moeten op folio 2 de ontvangsten gelijk zijn aan het totaal van â de overstortingen, ; $17. De saldo’s op folio 3 worden overgenomen uit de verantwoording over aaa het vorig kwartaal, À Wat in het loopeud kwartaal is bijgekomen blijkt uit het register der KS openbare verkoopingen (model Al, kolom 12, gelijk aan het totaal van ji de kolommen 14, 13, 15 en 16. Be: Tot het indienen van de opgave model N, aantoonende de in het loo- ae pend kwartaal uitgekeerde rendementen, zijn de algemeene ontvangers kn aangeschreven bij de circulaire van den directeur van financiën van 11 Mei 1886 No, 7172. ip Hoeveel vendusalaris is uitgekeerd aan den vendumeester wijzen de a rekeningen, model M, aan, a Het vendusalaris (waarvan op folio 3 het landsaandeel wordt vermeld) 8 en het een per mille voor de armen, in het loopend kwartaal onder de fi daarvoor aangewezen hoofden ingenomen, blijkt uit de ovorstortingen, ver- ú meld op folio 2, A Bovendien moet, als verminderende het debet, opgebracht worden: Jed @. wat van het rendement van pandgoederen wordt ingehouden, wegens „ iS doof den pandhuishouder gekochte goederen (kolom 14 van het regis- B: ter, model Al); KS. hb. Het landsaandeel in het vendusalaris, dat bij de uitkeering van de ren- a dementen ingehouden wordt (2/5 van het bedrag in kolom 9 van het ib register, model Al); i t isa c, het landsaandeel in het vendusalaris en het armengeld, door den pand- ie 3 ; huishouder als kooper verschuldigd (kolom aanmerkingen, model Al); as d. het landsaandeel in het vendusalaris en het armengeld, begrepen onder het bedrag, ter zake waarvan bij gouvernements-besluit vergoeding is 5 -. opgelegd. : on Indien het bedrag dier vergoeding, hetwelk niet te verrekenen is met ad 4 het vendusalaris, toekomend aan den vendumeester aan wien ze is op- gelegd, dadelijk wordt betaald, zal het landsaandeel in het vendusalaris
272 a en het armengeld, te zamen uitmakende de som van / 12,60, moêten wor- 3 ' den verminderd met hetgeen daarvan op folio 2 der verantwoording reeds — mocht zijn verantwoord als landsaandeel of als armengeld, RE Gemakshalve zullen de sommen, welke wegens vendusalaris en een — per mille voor de armen begrepen zijn in de bij ’s Lands kas onder — „rekening van derden (vendufonds)” ingenomen bedragen, ua afloop van — het jaar door de zorg van den directeur van financiën van dat hoofd — afgeschreven en gebracht worden ten voordeele van de hoofden waaronder — zij thuis behooren, ve 5 Move L. B: § 18, De dagteekening van de betaling van het accept of van het mandaat blijkt — uit de opgave model N. zi No. 4749. KOLONIALE RESERVE Oprichting van eene Koloniale reserve. Voorlopige regeling betreffende de oprichting en het beheer — der Koloniale reserve. ES Wijziging der voorloopige regeling, (oa Uitvoering van artikel I, § 13 der voorloopige regeling, Regeling van de gagements vooruitzichten der mindere mi- — litatren bij de Koloniale reserve, Zi BESLULT. a No, 38, Buitenzorg, 28 October 1890, 4 Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 11 September 1890, lett. C, No. 20/1752, daarbij ter kennisneming in afschrift aanbiedende het _ Koninklijk besluit van 24 Augustus 1890 No. 18, luidende als volgt: = as 3 24 Aug. 1890 Wu WILLEM Ill, Bij De Gratie Gods, Koning der Neder- — No. 18. landen, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxem- — — - burg, enz,, enz, enz, ; Gezien de wet van 31 December 1889 (Saatsblad No. 229); a Overwegende, dat thans nader maatregelen noodig zijn om te geraken tot de 4 oprichting van een korps, bestemd om de wegens tijdelijke ongeschiktheid uit % Indië terngkeerende militairen op te nemen en om hier te lande te dienen als a kern voor de uitzending van suppletietroepen, en dat vooralsnog slechts eene voorloopige regeling wenschelijk is ; 2 Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Koloniën en van — ‚Oorlog dd, 13 Augustus 1890, Kabinet letter UIS en 20 Augustus 1890, Kabinet — litt, ESL; a Hebben goedgevonden en verstaan: = A. in te trekken Ons besluit van 9 Maart 1874 No, 32, betreffende de oprieh- — ting eener Indische brigade; 3 _ B. met afwijking, in zooverre, van de beginselen neergelegd in deartikelen2 — _€n 10 van het Koninklijk besluit van 19 October 1843 No, 64, de bij dit besluit — aoe
a a
_____gevoegde voorloopige regeling vast te stellen voor de oprichting van eene kolo- nile: reserve; We: C, te bepalen als volgt:
Er lo. de voorloopige regeling sub B genoemd treedt geleidelijk in werking, over- Je eenkomstig de-te dier zake door Onze Ministers van Koloniën en van Oorlog, En voor zooveel noodig gemeenschappelijk te nemen beschikkingen;
Sk 20. Onze Minister van Koloniën wordt gemachtigd om, zoolang de hoofdadmi- a4 nistratie van het korps niet is aangewezen, den commandant van de noodige a fondsen te voorzien, onder gehoudenheid die te beheeren zooveel mogelijk in 4 overeenstemming met hetgeen bij of krachtens de „voorloopige regeling” voor- En meld is of wordt bepaald en onder verplichting omtrent zijn beheer rekening en : yerantwoording te doen aan de Algemeene Rekenkamer;
3 30, alle uitgaven, krachtens dit Ons besluit, te doen komen ten laste van het Ke __1ste hoofdstuk der begrooting van Nederlandsch-Indië;
ie do. de sub B genoemde „voorloopige regeling’'treedt buiten werking op 1 Ja- f nuari 1894, x
cE Onze Ministers van Koloniën en van Oorlog zijn, ieder voor zooveel hem aan- ‚ § gaat, belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezondep 4 aan de Algemeene Rekenkamer.
; Het Loo, den 24sten Augutus 1890.
4 WILLEM.
- De Minister van Kolonién,
3 MACKAY,
4 De Minister van Oorlog,
vi J. W. BERGANSIUS, 3 “_VOORLOOPIGE REGELING (°) betreffende de oprichting en het beheer a der koloniale reserve,
Hi 4
Ek Artikel I,
% Vorming en samenstelling van de koloniale reserve, benevens algemeene
EE dienstregeling.
5 § 1, De koloniale reserve, efsehoon deel uitmakende van het leger in Neder- i landseh-Indië, staat, behoudens hare in deze regeling omschreven aanrakingen met EN het Departement van Koloniën, rechtstreeks onder de bevelen van den Minister A van Oorlog.
= § 2. Zij wordt gevestigd te Nijmegen en te Zutphen en samengesteld uit een : staf en vijf compagnieën, waaronder ten minste ééne reconvalescenten-compagnie, a : een en ander geleidelijk op te richten.
fs Het korps behoort tot het wapen der infanterie, tenzij het nader mag blijken \ mogelijk te zijn daarbij ook artilleristen in te deelen en te oefenen, in welk geval . ééne der compagnieén tot dit doeleinde kan worden bestemd.
| § 3. Bij den staf kunnen worden ingedeeld: — - i (1) Zie wijziging in Bijblad no, 5333 en verder no, 5492,
q l 18
q 274° q wr 1 luitenant-kolonel of majoor, commandant van het korps; ê « Ke { | 1 kapitein of luitenant-adjudant; : - 1 officier van gezondheid der iste of 2de klasse; : ; 3 1 kapitein of luitenant-kwartiermeester; 1 adjudant-onderofficier ; ’ 4 ‘ 1 korporaal-tamboer; = ¥ 1 kleermaker a ki kb aika | geassimileerd met den graad van korporaal; 4 1 mr, geweermaker, en : , 4 1 schrijver. k SL Bij eene reconvalescenten-compagnie kunnen worden ingedeeld: a 1 kapitein; : 3 1 officier van gezondheid iste of 2de klasse, en | 3 luitenants; ‚en voorts: d a, vast personeel: 7 1 adjudant-onderofficier-kwartiermeester ; a 1 militair apothekersbediende; 1 sergeant-majoor ; 3 | 1 fourier ; x 4 sergeanten ; 4 | 8 korporaals; | qj 2 tamboers, en 4 | 20 soldaten; i _ b, reconvaleseenten: JN 25 onderoflicieren (adjudanten-onderoffieier, sergeanten-majoor, sergeanten of fouriers) ; : \ j 20 korporaals, en 152 soldaten, tamboers en hoornblazers. 4 85, Bij elk der overige compagnieën kunnen worden ingedeeld: : 1 kapitein; 4 5 luitenants; j | 1 sergeant-majoor; 8 1 fourier; 4 10 sergeanten; k 16 korporaals ; 212 soldaten; 4 2 tamboers of hoornblazers, : % § 6, Bij de koloniale reserve kunnen worden ingedeeld de volgende categorieën — van officieren: 8
- a, officieren, behoorende tot de troepen in Oost- of West-Indië, die in Nederland 4 vertoeven, met verlof of wel in afwachting van hun vertrek naar de koloniën; 4 b. officieren van het leger hier te lande, geschikten genegen om gedetacheerd — _ te worden bij de troepen in Oost- of West-Indië; 3 €, gepensionneerde oflicieren van het leger in Nederlandsch-Indië, door den Ks Koning voor een bepaalden tijd van ten hoogsten vijf jaar in activiteit hersteld, — De sub e genoemde officieren worden in den regel alleen bij een reconva- zi , lescenten-compagnie geplaatst. 4
EE ele ee PE al ee i "ie fo et ke: ie a ‘ . ‘ ay oi 275 . 8 %.* Behoudens het bepaalde bij $ 8 en bij art, IV, § 1, kunnen bij de kolo= ___piale reserve worden opgenomen: 4 = a. “bij de reconvalescenten-compagnieén : Ma , lo. als reconvalescenten, ongehuwde gewezen militairen, gediend hebbende bj 4 de troepen in Oost-of West-Indië, die wegens ziekte van daar zijn teruggekeerd oa naar Nederland en omtrent wie de-uitslag van een militair geneeskundig onderzoek 7 | doet verwachten, dat zij, bij eene reconvalescenten-compagnie verpleegd, binnen — wi twee jaar de geschiktheid voor den actieven militairen dienst zullen herwinuen. kie: 90. als vast personeel, zooveel mogelijk gepensionneerde of gegageerde mili- — ‘ _ tairen (ook niet-Nederlanders) van het Jeger hier te lande of ook wel gediend — a ‘ hebbende bij de troepen in Oost- of West-Indië, van wie de commandant van het — korps, na kennisneming van den uitslag van een militair geneeskundig onderzoek, — nag goede diensten verwacht gedurende een door hem te bepalen tijdsverloop, ix overeenkomstig hetwelk de duur der verbintenis wordt bepaald tot een maximum — je. van zes jaar; 4 za b, bij de valide compagnieën: 3 Nederlanders, die bij een militair geneeskundig onderzoek geschikt bevonden — zijn voor den actieven militairen dienst, : : F Niet-Nederlanders kunnen,—doch alleen nadat in elk speciaal geval daartoe eene — 5 bijzondere machtiging is verleend door den Minister van Oorlog — ook bij de va- a lide compagnieën worden ingedeeld, voor zooveel zij zijn ingezetene van het Rijk © ii of van zijne koloniën en bezittingen in andere werelddeelen. JE $ 8. Ongerekend de reconvalescenten wordt niemand beneden den rang van ; officier in de koloniale reserve opgenomen dan nadat hij zich schriftelijk heeft a verbonden om den Staat der Nederlanden gedurende ten minste zes achtereenvol- | ___gende jaren als militair, zoowel in als buiten Europa, te dienen, 3 . Voor de werving tot aanvulling van de koloniale reserve gelden overigensy 7 voor zooveel deze „voorloopige regeling” niet anders bepaalt, de voorschriften die "van kracht zijn of zullen zijn voor de werving bij het leger hier te lande. : ‘a § 9, Bij het aangaan der verbintenis in § 8 bedoeld, wordt den geworvene
- eene premie toegelegd van ten hoogste driehonderd gulden, waarvan hem echter 4 niet meer dan vijftig gulden wordt uitgekeerd, terwijl het overige, overeenkom- | stig regelen daarvoor vast te stellen, bij gemeenschappelijke beschikking van de q Ministers van Koloniën en van Oorlog wordt beheerd, na ten name van den eige gy naar te zijn ingelegd in ’s Rijks Postspaarbank, onder zoodanig verband als de ____ genoemde Ministers zullen bepalen, . EE 8 10. Het aanbrenggeld bedraagt ten hoogste tien gulden per hoofd, doch wordt es - niet. toegekend voor reconvalescenten, noch ook voor het vaste personeel bij de is reconvalescenten-compagnieén. | ä a: § 11. De commandant der koloniale reserve wordt door den Koning benoemd “Ss op de gemeenschappelijke voordracht van de Ministers van Koloniën en van Oorlog. A De overige officieren worden aangewezen bij eene gemeenschappelijke beschik 2 king van de genoemde Ministers, 4 § 12, De officieren van het leger hier te lande, die bij de koloniale reserve ie: worden ingedeeld, worden boven de formatie van het genoemde leger gevoerd Er en kunnen door den Koning, op gemeenschappelijke voordracht van de Ministers ae van Koloniën en van Oorlog, worden gedetacheerd voor den tijd van ten hoogste
in 276 a vijf jaar bij de troepen in Oost- of West-Indië, zijnde in het genoemde tijdsver- 4 loop de tijd begrepen voor de reis heen en terug. %
| § 13, Geen officier of minder militair van de koloniale reserve wordt aange- —
_ wezen tot vertrek naar Oost- of West-Indië, dan nadat bij een militair genees —
_ kundig onderzoek is gebleken, dat hij op het oogenblik dier aanwijzing physiek — geschikt is voor den actieven militairen dienst aldaar.
De militair beneden den rang van officier, aldus uitgezonden, kan in de kolo- —
itn niet anders dan na eene speciale machtiging van den Minister van Koloniën — den dienst verlaten. j
Hij kan zich daar te lande zonder zoodanige machtiging wel reengageeren, maar alleen om te dienen zoowel in als buiten Europa en met dien verstande, dat hij — in geen geval langer dan zes jaar onafgebroken in de kolonie verblijve; — naar —
i Nederland terugkeerende wordt hij weder opgenomen in de koloniale reserve, cen 4
en ander overeenkomstig regelen, nader door ‘den Minister van Koloniën en van — ‘Oorlog bij gemeenschappelijke beschikking vast te stellen. 3
8 14, De koloniale reserve is, zoolang dienaangaande bij gemeenschappelijke — beschikking van de Ministers van Oorlog en van Koloniën niet anders is bepaald, — | vrijgesteld van het verrichten van garnizoensdienst; de inwendige dienst wordt 4
_ zooveel in dit voorschrift niet anders is bepaald, zooveel mogelijk geregeld in —
… overeenstemming met de bepalingen geldende voor het wapen der infanterie bij |
het leger hier te lande, van welke bepalingen — behoudens het vorenstaande — É
niet mag worden afgeweken dan na bekomen machtiging van den Minister van 5
_ Oorlog. 3
| § 15. De oefeningen worden geleid en gehouden in overeenstemming met de
_ reglementen, geldende voor het leger hier te lande. ;
Z Artikel II,
8 De huisvesting, kleeding, voeding, uitrusting, bewapening en ziekenverpleging
en voorts van de administratie, ; | § 1. Voor zooveel in deze regeling niet anders is bepaald, wordt de koloniale fj
reserve gehuisvest en gevoed overeenkomstig de bepalingen vastgesteld of nog j
vast te stellen voor de korpsen van het leger hier te lande, :
- § 2. Officieren en minderen van de koloniale reserve dragen de uniform van E
_ de infanterie van het leger in Oost-Indië, behoudens de volgende verschillen: ,
a, het personeel beneden den graad van adjudantonderofficier draagt op den 1 linker-bovenarm een hoorn, voor de onderofficieren van geborduurd gouddraad, : voor de overigen van geel kemelsgaren ; z
b, de kraag en de opslagen der mouwen van de kapotjas zijn van lichtblauw E
_ laken met gelen bies; 7
| c. de distinetieven van het kader worden aangebracht overeenkomstig de mo- 8
_ dellen daarbij geldende voor de infanterie van het leger hier te lande. :
| § 3. De koloniale reserve wordt gewapend en van ledergoed alsmede van :
munitie voorzien door de zorg van het Departement van Oorlog.
Wordt overgegaan tot de oprichting van eene artilleriecompagnie, dan worden
_ dienaangaande met betrekking tot de wapenen en het ledergoed door den Koning :
nadere bevelen gegeven, $ 4 De administratie van de koloniale reserve wordt, voor zooveel in deze re- É : ‘i :
=
% F ‘ 217
Es fF fe + geling *niet anders is bepaald, geheel gevoerd overeenkomstig het Reglement, : Bs vastgesteld bij Koninklijk besluit van 7 Februari 1886 No. 14, en overeenkom- 4 Bey stig de voorschriften tot uitvoering van dat Reglement gegeven of nog te geven — a door of vanwege den Minister van Oorlog, een en ander met inachtneming van es het volgende: a
a, bij toepassing van de artikelen 60, 61, 65, 66, 84, punt e, 91, punt c, 99,
- 117, 129, 130, 133, 134, 135, 149, 163, 172, 173, 175, 179, 209, punt a, ben g, a 278, 307 en 309 van het administratiereglement treedt de Minister van Koloniën _ a op in stede van den Minister van Oorlog; 1% b. met betrekking tot de koloniale reserve zijn de tweede alinea van art, 151 2 en voorts art, 304 van het Reglement niet toepasselijk; aA ce. de rekening en verantwoording van het korps wordt bij het Departement em van Koloniën onderzocht, waarbij, mutatis mutandis de regelen gelden vastge- oF steld in het zesde hoofdstuk van het meergenoemde Reglement, met dien verstande, a dat de Minister van Kolonién, dit noodig oordeelende, overleg met het Departe- | eB van Oorlog van de verevening doet voorafgaan; } ; d, de opgaven benoodigd tot het aanhouden der stamboeken (art. 320 van k: het reglement) worden bij het einde van elke drie maanden ook gezonden aan a het Departement van Kolonién. > | ; § 6, Bijaldien de menagerekening slechts eene uitdeeling gedoogt van minder — : dan vijftien cents per man en per dag, dan wordt hetgeen aan dat bedrag ont" Ee breekt bijgepast ten laste van den lande. ti § 6, De gewone vergoedingen voor aanschaffing, vernieuwing wijziging, en 3 onderhoud van kleeding en uitrusting, door onderofficieren en soldaten te genie- Ez ten, worden bepaald als volgt; Ë- | fh Toelage voor 4 eerste Dagelijksche toelage, « — 4 uitrusting, (in centen).
(in guldens). 8 ; GRADEN. . | En =| F d : fs Ef : ao E 5 2e 8 _ 5 = = 2 2 | EU SEE EEn | 2) 7 1781 ee r © te]
3 NN ee VO ’ BOUFJVOER a ea ane 25 20 — 13 11
j mr. werklieden . … … s+ > — — — 13 12 De overigen … - … + + + + | 32 26 35 15 13 § 7, De schadeloosstelling voor uniformyerandering voor een officier van het leger j hier te lande, die overgaat naar de koloniale reserve, wordt bepaald op tweehon- ja derd gulden, RN is
BA 278 WE oi ia Peed. De kosten van bureaubehoeften worden vergoed naar reden vant _ voor den commandeerenden officier J 300 ‘sjaars; e voor den commandant eener reconvalescenten-compagnie f 200 's jaars; r voor de commandanten van elk der overige compagnieën, per compagnie f 75 'sjaars; q _ voor den kapitein- of Initenant-adjudant f 30 ’s jaars; 2 i: voor den kapitein- of luitenant-kwartiermeester f 750 jaars. a A -— er Artikel II, = Bi De traktementen, twelagen, soldijen en gratificatiën, . 5 : N Tee __{ 1. De officieren der koloniale reserve genieten traktement als volgt: “~ __ lnitenant-kolonel f 3400 (drie duizend vierhonderd gulden) ’s jaars; '9 ___majoor f 3000 (drie duizend gulden) ’s jaars: _ ‚kapitein if 2200 (twee duizend tweehonderd gulden; ’s jaars; 7 eerste-luitenant f 1400 (veertienhonderd gulden) ’s jaars: . _ tweede-lnitenart f 1050 (duizend vijftig gulden) °s jaars; a kapitein-kwartiermeester f 2200 (twee duizend tweehonderd gulden) ‘s jaars; 4 -_ eeste-luitenant-kwartiermeester f 1400 (veertienhonderd gulden) ’s jaars; i officier van gezondheid te klasse f 2400 (twee duizend vierhonderd gulden 16 jaars; _ offieier van gezondheid 2e klasse f 1600 ¢zestienhonderd gulden) 's jaars; 4 De inkomsten van den militairen apothekersbediende worden, behoudens het _ bepaalde aan het slot van § 2, geregeld geheel in overeenstemming met hetgeen — voor dergelijke apothekersbedienden bij het leger hier te lande geldt, » 5 3 $ 2. Zij genieten bovendien toelagen naar den volgenden maatstaf: 3 de commandeerende officier J 1000 {duizend gulden) 's jaars; \ i
de kapitein-adjudant f 800 (achthonderd gulden) ’s jaars; i
de luitenant-adjudant f 500 (vijfhonderd gulden) 's jaars; K de kapitein f 600 (zeshonderd gulden) ’s jaars; _ fle eerste-luitenant f 400 (vierhonderd gulden) ’ jaars; ‘ de tweede-luitenant J 200 (tweehonderd gulden) ‘s jaars; ; _, de kapitein-kwartiermeester f 800 (achthonderd gulden) ’s jaars; if _ de eerste-luitenant-kwartiermeester f 500 (vijfhonderd gulden) 's jaars: E _ de officier van gezondheid 1e klasse f 600 (zeshonderd gulden) 's jaars; a % de officier van gezondheid 2e klasse / 400 (vierhonderd gulden) ’s jaars; - i De militaire apothekersbediende geniet eene toelage naar reden van f 100 (honderd gulden) ’s jaars. A _ § 3, Aan den commandeerenden officier en aan den kapitein-adjudant kan bij _gemeenschappelijke beschikking van de Ministers van Oorlog en van Koloniën 4 de verplichting opgelegd worden een dienstpaard te houden, onder genot van fourage-geld. 2 _ $ 4. Uitgenomen het vaste personeel .bij de reconvalescenten-compagnieén, ende Been valioenten, geniet het personeel beneden den rang van officier soldij als volgt: ve 4 i ae
À 279 . is Et GRADEN. | per dag in centen, : a ; i Adjudant-onderofficier … … - + + + 225
Sergeant-majoor Ah ats pe CA 115
Sergeant of ee Goan eae 100 5 Korporaal-tamboer … . + + - | 80 eel 50 :
BE Mr. geweermaker … . + + + 90 is a Schoenmaker/. . ne 40 ' Meee Kicermaker. 5. + 6 ee 40 Meee oldest. eee 40 ; a chen eo 42 : ‘ en mm ned i Aangevuld bij Bb, no, 5701. Er $ 5. In verband met de tweede alinea van art. 1, § 13, is het Koninklijk be- as sluit van 5 Maart 1888, No. 17, niet van toepassing op militairen verbonden om — 2. den Staat der Nederlanden te dienen in of buiten Europa. d a Artikel IV. B: Van de reconvalescenten in het bijzonder. : $1, Alleen zij worden als reconvalescenten opgenomen, die zich schriftelijk E verbinden ; BY a, voor zooveel betreft Nederlanders — om den Staat der Nederlanden, zoo- bs dra zij physiek geschikt bevonden worden voor den actieven militairen diens, ib gedurende ten minste vier jaar, of indien nog militieplichten op ben rusten, ge- a durende «zes jaar te zullen dienen als militair, zoowel in—als buiten Europa; i aA bh, voor zooveel de overigen aangaat om den Staat der Nederlanden, zoodra 4 zij physiek geschikt bevonden worden voor den actieven dienst in Oost-jof West-Indië, q aldaar, als militair te zullen dienen, gedurende fen minste vier jaar, gerekend van _ : en met den dag, waarop zij zich bij vertrek uit Nederland inschepen, sh Voor niet Nederlanders geldt ook hier het bepaalde bij art. 1,57 punt b, laat- 5 ste alinea. | zi § 2. Bij het aangaan van de verbintenis in § 1 bedoeld, wordt den reconvales- ze cent eere premie uitbetaald van / 20 (twintig gulden). | 8 §3. De reconvalescent wordt, telkens na verloop van drie maanden, genees- a kundig onderzocht, ten einde zekerheid te verkrijgen aangaande zijne al of niet geschiktheid voor den actieven militairen dienst, Blijkt bij zoodanige keuring, | dat van zijne verdere verpleging geen voldoende verbetering van zijnen toestand is te verwachten, dan wordt hij van de verbintenis ontheven en geacht voortdurend ongeschikt te zijn voor den activen militairen dienst. Wijst de keuring uit dat de reconvalescent geschikt is om den actieven militairen dienst te hervatten, dan gaat hij, - naar gelang hij de verbintenis aanging om- | schreven sub a, dan wel die omschreven sub b van art. IV, $ 1,—over bij eene
- der valide compagnieën van het korps of bij het koloniaal werfdepot, t d
3 280 a 5 % : § 4. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel I, § 7, punt a, Álsmed 7 " _ de keuringen bedoeld in art. IV, § 3, worden verricht door den bij de recon= _valescenteneompagnie ingedeelden officier van gezondheid, in gemeenschap met — een door den Minister van Oorlog aan te wijzen officier van gezondheid van het _ leger hier te lande, Bestaat er verschil van meening tusschen deze beide genees ; kundigen, dan beslist de inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht, — na, #00 noodig, eene herkeuring te hebben bevolen, Kr _ °§ 5. Kan een reconvalescent, na twee jaren bij de daartoe bestemde coms — _ pagnie te zijn verpleegd, niet overgaan naar een der andere compaenieën van het korps of naar het koloniaal werfdepot, overeenkomstig de slot-alinea van §3, dan wordt hij geacht voortdurend ongeschikt te zijn voor den actieven militairen — diensten van de verbintenis ontheven, a ) § 6. Bij overgang overeenkomstig de slot-alinea van § 3, ontvangt de militair — : eene premie van / 30 (dertig gulden), uit te betalen volgens regelen nader: door — de Ministers van Koloniën en van Oorlog, bij gemeenschappelijke beschikking _ vast te stellen. an ___ Bovendien wordt bij dien overgang te zijnen name een bedrag van f 150 — (honderd vijftig gulden) ingelegd in 's Rijks postspaarbank, welke som verder — wordt beheerd overeenkomstig regelen, door de Ministers van Koloniën en van — Oorlog bij gemeenschappelijke beslissing vast te stellen. De inleg geschiedt onder — 8 zoodanig verband als de genoemde Ministers zullen bepalen. a . § 7. In verband met § 10 hierna, worden de gagementen en pensioenen van Ke _ de reconvalescenten en van het vaste personeel eener reconvalescenten-compagnie, met uitzondering van den adjudant-onderofficier-kwartiermeester, ten voordeele | van den lande ingehouden, 8 _ Behoudens toepassing van § 9 hierna, geniet het vaste personeel: 4°, uitgezonderd den adjudant-onderofficier-kwartiermeester, eene bezoldiging, — gelijk aan het normale gagements-bedrag voor elken graad vastgesteld bij art, 12 a van het gagements-reglement, gearresteerd bij Koninklijk besluit van 24 Augus- — tus 1875 No. 42 (Indisch Staatsblad 1876 No, 44); en . A 20. daggeld als volet: : a de adjudant-onderofficier-kwartiermeester J 2 (twee gulden) daags: KE de sergeant-majoor f 1 (een gulden) daags; by _ de sergeant of fourier f 0,60 (zestig cents) daags: 3 _ de korporaal / 0,25 (vijf en twintig cents) daags; É __ de soldaat of tamboer f 0,18 (achtien cents) daags; EE § 8, De reconvalescenten genieten daggeld als volgt: z een adjudant-onderofficier / 0,50 (vijftig cents) daags: : a _ en sergeant-majoor / 0,35 (vijf en dertig cents) daags; _ een sergeant of fourier f 0,25 (vijf en twintig cents) daags: . _ een korporaal f 0,15 (vijftien cents) daags: a : een soldaat of tamboer f 0,10 (tien cents) daags; 5 _ 89. Wordt het vaste personeel, bij uitzondering, aangevuld door daarin per Ee sonen op te nemen, die niet in het genot zijn van pensioen of gagement, wat a alleen onder nadere goedkeuring van de Ministers van Oorlog en van Koloniën “mag geschieden, dan worden hunne inkomsten door den Minister van Koloniën a speciaal geregeld, E a § 10. Zoowel het vaste personeel bij de reconvalescenten-compagnieén uitgeno- a
= 281 "men den*adjudant-onderofficier-kwartiermeester, als de reconvalescenten zelve, wor- den gevoed overeenkomstig regelen nader door den Minister van Koloniën vast te stellen, en zulks geheel ten laste van den lande. EE $11. De officier van gezondheid, ingedeeld bij eene reconvalescenten-compag- — = nie, is belast met den geneeskundigen dienst bij die compagnie in zijn geheelen — omvang, en is dienaangaande rechtstreeks verantwoording schuldig aan den com- ___mandant van het korps en aan den inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht. S 812. In de kazerne, bestemd tot huisvesting der reconvalescenten-compagnie, wordt eene ziekenkamer ingericht en beheerd overeenkomstig regelen vaat te = x ‘stelien bij gemeenschappelijke beschikking van de Ministers van Oorlog en van __ Koloniën, derwijze, dat de officier van gezondheid bij de recon valescenten-com- ___pagnie bevoegd zij, om op zijne verantwoordelijkheid kwartierzieken in de zie- _ kenkamer te verplegen zoolang hij dit nuttig oordeelt, el § 18. Overeenkomstig regelen, nader vast te stellen bij gemeenschappelijke beschikking van de Ministers van Oorlog en van Koloniën, wordt de gelegenheid 3g geopend om de reconvalescenten, zooveel doenlijk, te verplegen in het herstel _ lingsoord voor zieke militairen te Millingen. 5 8 14, De inwendige dienst hij de reconvalescenten-compagnie wordt — behoudens nadere goedkeuring door de Ministers van Oorlog en van Koloniën — door den Commandant van het korps geregeld, voor zooveel noodig in overleg met de bij die compagnieën ingedeelde officieren van gezondheid. 3 Behoort bij Koninklijke besluit van 24 Augustus 1890 No, 18, a : 3 Ons bekend, a De Minister van Koloniën, 8 (Get) MACKAY. = De Minister van Oorlog, a (Get.) J. W. BERGANSIUS. * lea + ie Is goedgevonden en verstaan: : Je Van deze Koninklijke beschikking aanteckening te houden. Fe Afschrift enz. 3 BESLUIT. 4 No, 15, Buitenzorg, 4 October 1892, Gelet op het besluit van 28 October 1890 No. 38: AN he pr RE Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 29 Juli 4892, Lett, C, BE. No. 39/1568, daarbij ter kennisneming in afschrift aanbiedende het Koninklijk KEE besluit van den 21sten dier maand No, 26, luidende als volgt: ma No, 26. In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, on Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz, ia enz., enz. ie Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk; q ey. Gezien de voorloopige regeling betreffende de oprichting en het beheer der aM Koloniale-Reserve, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 24 Augustus 1890 No. 18;
282 a Op de gemeenschappelijke voordracht van de Ministers van Koloniën’ en van __Oorlog, dd, 7 Juli 1892 C No. 14 en van 16 Juli 1892, IIIe afdeeling No, 63; _ 4 Hebben goedgevonden en verstaan: ; : Met wijziging in zooverre van de hooger genoemde voorloopige regeling, te — _ bepalen als volgt: " =
- bij den staf van het korps kan nog worden ingedeeld een sergeant-majoor — of sergeant gymnastiek- en schermmeester; j _ 2. bij dien staf kunnen twee schrijvers ingedeeld worden; ! _ 3. bij het vaste personeel eener reconvalescenten-compagnie kunnen slechts zes korporaals ingedeeld worden; a _ 4. als reconvalescenten kunnen, bij wijze van uitzondering met speciale machti- 4 3 ging van den Minister van Oorlog — na overleg met den Minister van Kolo- — nién — ook gehuwden worden ingelijfd; zl 6, de soldij wordt vastgesteld: voor een sergeant-majoor, gymnastiek-enscherm- d meester, op een gulden zestig cent daags; voor een sergeant gymnastiek- q ; en schermmeester. op een gulden vijf en dertig cent daags; : __ 6, voor de aan scherpschutters toe te kennen geldelijke voordeelen en onder- — | scheidingsteekenen gelden bij de Koloniale Reserve de voorschriften, die ter zake van kracht zijn of worden bij het leger in Nederlandsch-Indië, echter — ‘ met dien verstande, dat het onderscheidingsteeken door den man zelf bekos= P tigd wordt, r De Ministers van Koloniën en van Oorlog zijn — ieder voor zooveel hem aan- — gaat, belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden ge- — __zonden aan de Algemeene Rekenkamer, a Soestdijk, den 2isten Juli 1892, i EMMA, | De Minister van Koloniën, 4 8 VAN DEDEN. N q De Minister van Oorlog, ; B SEIJFFARDT, 4 | Accordeert met het origineel: 8 | De Secretaris Generaal q | bij het Departement van Koloniën, Ee ä ll, VAN DER WIJCK. 'y | Is goedgevonden en verstaan: ER. Van deze Koninklijke beschikking aanteekening te houden, 4 | Afschrift enz, iy Ë Zie aanvulling in Bijblad no, 5402, g tn | BESLUIT, j wil
- No, 4, Buitenzorg, 19 October 1892, Eb | Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 27 Juli 1892, lett, C, 4 _ No. 44/1546, daarbij ter uitvoering in afschrift aanbiedende zijne gemeenschap- a pelijk met den Minister van Oorlog genomen beschikking van ai Juni t. vl , Litt, ©, No, 45, inet 4 ‚Te afdeeling, “No. 68, strekkende tot uitvoering van artikel 1§ 13 der Voor- 4 ; \
) Jl
u t Ee
c VE. de vert = 7 a d 283 ae 7 loopige fegeling betreffende de oprichting en het beheer der Koloniale Reserve, | 5 vastgesteld bij Koninklijk besluit van 24 Augustus 1890 No, 18 (Indisch besluit van 28 October 1890 No. 38), luidende die ministerieele beschikking als volgt: | i
Litt. C De Ministers van Koloniën en van Oorlog;
he No. 45. Gezien art. 1 § 13 der Voorloopige regeling betreffende de fi Ed oprichting en het beheer der Koloniale Reserve, vastgesteld bij 7 IIe afdeeling Koninklijk Besluit van 24 Augustus 1890 no. 18; | No, 68. t
me En Hebben goedgevonden te bepalen als volgt: le § 1. Indien een militair, verbonden bij de Koloniale Reserve op den voet’ van artikel 1, § 7, punt a. 1, of punt b der hooger genoemde ,,Voorloopige Regeling” naar Oost- of West-Indië wordt uitgezonden, dan wordt hij bij het korps ge- voerd als gedetacheerd naar Oost- of West-Indië, en omtrent hem, op den dag, | ___ waarop hij het korps verlaat, de volgende mutatie in het stamboek van het — korps aangeteekend: | a, voor hem, die overgaat naar het Koloniaal Werfdepét, ingevolge art. IV, __& 3, 2e alinea, der Voorloopige Regeling, —het volgende: 4 ! send se we als! Peter gedetmchterd naar wor Indié en op dato, ter ‘ uitzending overgegaan naar het Koloniaal Werfdepôt''; 3 b. voor hem, die van de valide compagnieën rechtstreeks wordt uitgezonden, 5 het volgende: = Oost. 5 „den. . , . . . . « «gedetacheerd naar [7 Indië en op dato te PON er overgegaan aan boord van het stoomschip: ‚40 Her een É § 2. De in $ 1 bedoelde militairen bekomen in Oost- of West-Indië een al, 7 gemeen stamboekuommer; doch daarachter wordt het stamboeknommer hij de Ko- ; __ loniale Reserve vermeld, bijv. als volgt: 31957/28 Kol, Reserve. 7 § 3. Door de zorg van het Departement van Kolonién worden kwartaalsge- 8 wijze aan de Koloniale Reserve opgaven verstrekt: i a, van de data waarop en de schepen waarmede de in § 1 sub a genoemde 4 militairen hunne bestemming volgen, waarna omtrent hen de mutatie in het stam- hoek wordt gesteld: Li Baers eeen tagesehebpt: te ye lugs late ef Geet EAR HOOR E Wan Not Btoomsonip. te Ut CR oie ei a ; ; b, van de algemeene stamboeknommers, in Oost- of West-Indië gegeven, over- _ eenkomstig § 2. _ § 4. De algemeene stamboeknommers, bedoeld in § 3, sub 6, worden bij de _ Koloniale Reserve in het stamboek vermeld achter het stamboeknommer bij het korps, bijv, als volgt: | Leger in O. I. me SIT — Landmacht in W. . § 5, Keert de militair bij de Koloniale Reserve terug, dan worden in het stamboek bij dit korps de mutatiën overgenomen van het uit Oost- of West-Indië _ | met hem terugkomend stamboekextract, en daarna wordt de mutatie ingeschre- i ven, hierna bedoeld in § 13.
i 284 EEL § 6, Door de zorg van het Legerbestuur in Nederlandsch-Indié, en van de | Commandanten der troepen in Suriname en Curacao worden kwartaalsgewijze aan het Departement van Kolonién opgaven gezonden van de algemeene stam- boeknommers daar te lande, ingevolge § 2 gegeven. : $ 7. Door de zorg van het Legerbestuur in Nederlandsch-Indië en van de Commandanten der troepen in Suriname en Curacao worden kwartaalsgewijze _ aan het Departement van Kolonién ingediend nominatieve opgaven, overeenkom- > stig model A hierachter, van de militairen tot de Koloniale Reserve behoorende, — diein den Joop van het kwartaal: ä {0, op reis naar de Kolonie zijn overleden of vermits; = 20. aldaar zijn aangekomen; or 39. in de Kolonie zijn overleden of on tslagen, in het laatste geval met aanwijzing — van den Minister van Koloniën, krachtens welke het ontslag werd verleend; a 40, van daar zijn vertrokken; zl 50. zich aldaar, overeenkomstig art. I § 13 der Voorloopige Regeling hebben Te gereéngageerd. = Ten aanzien van de sub 3° en 5, aangeduide militairen bevatten de hooger be- “doelde nominatieve opgaven ook alle mutatiën betreffende bevordering, terngstel- ¥ ling, veroordeeling ete, EE: _ § 8, De opgaven in § 7 omschreven worden door de zorg van het Departe- 3 ment van Koloniën ter kennis gebracht van de Koloniale Reserve, alwaar de “y noodige mutatiën in het stamboek worden ingeschreven, aangaande de in de$ 1 “4 en 2 vermelde categorieën van militairen. 3 Omtrent de in § 7 punt 5 vermelde categorie wordt bij de Koloniale Reserve — in het stamboek in de 5e kolom ingeschreven de datum van het aangaan van het a _ ‘reëngagement, en wel in de volgende bewoordingen: 4 pden.....-.+...+.4..+.. gereëngageerd voor den tijd van..,,...,....jaren”, 4 _ § 9, Indien een militair, behoorende tot de Koloniale Reserve, herhaaldelijk 4 wordt uitgezonden naar Oost- of West Indië, dan wordt hem aldaar telkens een — nieuw algemeen stamboeknommer gegeven. k: Bij de Koloniale Reserve wordt telkens het vorige nummer, hem ingevolge § 4 — gegeven, zoodanig doorgeslagen, dat het leesbaar blijft, en vervolgens het nieuwe a nummer daaronder gesteld op de wijze, als in genoemde $ is aangegeven. i § 10, Uit Oost-.of West Indië wordt de militair, behoorende tot de Koloniale — Reserve, naar Nederland teruggezonden: : a, bijaldien zijn gezondheidstoestand dit noodig maakt; : _ b. met inachtneming van het bepaalde bij § 12, bij aldien zijn diensttijd expireert — en hij niet genegen is zich te reéngageeren ; ce, bij aldien hij, gerekend van en met den dag van inscheping naar de Ko- — lonie, zes jaar onafgebroken buiten Nederland vertoefde; 4 d, bij aldien hij zich zoodanig misdraagt, dat het Legerbestuur in Nederlandsch — Indië, — of de Commandant der troepen in Suriname of Curagao — het noodig oor- | deelt hem met een briefje van ontslag uit de gelederen te doen verwijderen; e. bij aldien hij ingevolge rechterlijk vonnis is vervallen van den militairen stand of wel het recht mist om gedurende een bepaalden tijd bij de gewapende macht of als militair geémploijeerde te dienen, = § 11. Bijaldien een militair, behoorende tot de Koloniale Reserve, zich in Oost- of West-Indië bevindt vier maanden voor het expineeren van zijne dienstverbintenis, —
4 4 2 285 ic a ‘ | ; dan wordt hij naar Nederland teruggezonden, tenzij hem vergund wordt zich te
- reéngageeren en hij zich hiertoe genegen verklaart, } É Ingeval van reëngagement blijft hij in geen geval langer dan zes jaar onafge- broken in de Kolonie, gerekend van eu met den dag zijner inscheping tot vertrek ___derwaurts. S | a Reëngageert hij zich niet, dan keert hij naar Nederland terug uiterlijk twee S maanden vóór de expiratie van het dienstverband. § 12. Bij terugzending naar Nederland worden de militairen, behoorende tot : de Koloniale Reserve, door de Subsistenten kaders steeds vermeld op een afzon- = derlijken inschepingsstaat, die op de eerste bladzijde in den rechter bovenhoek …— hetsopschrift draagt „Koloniale Reserve!’ en vergezeld gaat:
16, voor zooveel de in § 10 sub a genoemde militairen aangaat, van het ge- — neeskundig attest der keurings-commissie, en i
go, voor alle daarop voorkomende militairen bovendien, van
a. een extract stamboek;
b, een extract-strafregister ; |
c, alle den man eventueel toebehoorende partieuliere bescheiden,
§ 13. In Nederland teruggekeerd, wordt de militair behoorende tot de Kolo- niale Reserve, tenzij hij terugkeere op grond van artikel 10 punt e, ingevolge telkens door of van wege den Minister van Kolonien aan den Commissaris van afmonstering ter plaatse van aankomst te geven bevelen, door dezen gedirigeerd op een der onderdeclen van de Koloniale Reserve, welker Commandant tevens door of van wege den Minister van Koloniën — voor zooveel noodig na overleg met den Minister van Oorlog, van instructiën wordt voorzien,
De mutatie in het stamboek luidt als volgt:
„Den. . . - . « „ontscheept te. a ee On op dato terug 12 de sterkte van het korps.”
Keert de militair terug uit Oost- of West-Indië op grond van § 10 punt e dan
| wordt hij bij aankomst in Nederland door de zorg van het Departement vant Koloniën overgegeven aan de Justitie of wel door bemiddeling van den Com- missaris van afmonstering gedirigeerd op cen der onderdeelen van de Koloniale Reserve, ten einde aldaar ingevolge telkens door of van wege den Minister van Koloniën, voor zooveel noodig in overleg met den Minister van Oorlog te geven instructiën, uit den dienst verwijderd te worden, ’g Gravenhage, den nos Juni 1892 i 2len # : De Minister van Koloniën, VAN DEDEM. De Minister van Oorlog, SEIJFFARDT. : Mover A.
(behoorende bij de gemeenschappelijke
beschikking van de Minister van Kolo-
niën en van Oorlog dd, sun 1892
il ed Nas ALAS nae DD be AS nn Ed ee tee a oe eN EC Ede UE Aen / HEUS An i B 286 a ¥ ‘ ; S Litt. C No. 45 noe a ile afd. No. 68 °* uitvoering van art. I ? a § 413 der Voorloopige Regeling, betref- a __ fende de oprichting en het beheer der Opgave van mutatiën, voorgekomen _ Koloniale Reserve, vastgesteld bij Ko- in het. .... kwartaal 18 EN on= NÀ ninklijk besluit van 24 Augustus 1890 der het personeel der Koloniale Reser No 18). ve, gedetacheerd naar... STAMBOEENOMMERS, 5 Ee oe NAMEN a : kad t a ; zi 5 os EN Graden. Mutatiën. = os 2 : Ji f 2a | as | VOORLETTERS, EE ze ag I 4 is | | DN ki : ‘ Lin ‘ b : 7 ‘ <== et —— en ; oy BESLUIT. y No. 16, ; Buitenzorg, 1 December 1892. Gelet op het besluit van 28 October 1890 No. 38, waarbij o. m, aanteekening — _ is gehouden van het Koninklijk besluit van 24 Augustus t, v. No. 18, tot vast. — _ stelling van eene voorloopige regeling betreffende de oprichting en het beheer van — _ eene Koloniale reserve; 4 ; Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 14 Januari 1891, lett. Can _ No, 23/89 daarbij — onder aanbieding van leen afschrift van het Koninklijk be- — sluit van 30 December 1890 No, 21 tot regeling van de gagementsvooruitzichten — _ der mindere militairen bij de Koloniale reserve, — verzoekende aan deze Konink- _ lijke beschikking de in Indië vereischte uitvoering te geven, nadat bij gemeenschap- _ pelijke beschikking van de Ministers van Koloniën eu van Oorlog de regelen — _ zouden zijn vastgesteld betreffende het beheer dat in Indië zal zijn te voeren over a _ aldaar in de sterkte gebracht personeel der Koloniale reserve ; a Nog gelet op het besluit van 19 October 1892 No, 4, waaruit blijkt dat hooger- — bedoelde gemeenschappelijke beschikking genomen, — en daarvan aanteekening __ gehouden is; i
ä a A 287 ; De Read van Nederlandsch-Indië gehoord; i Is goedgevonden en verstaan: F 5 fl Van hoogerbedoeld Koninklijk besluit van 30 December 1890 No. 21 aanteeke- ping te houden; ‘ luidende deze beschikking als volgt: No, 21. In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, Ko- 4 ningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau @nz., enz., enz, q if Wu EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk. a = Gezien het Koninklijk besluit van 24 Augustus 1890 No. 18, tot vaststelling i yar eene voorloopige regeling, betreffende de oprichting en het beheer van cene — i Koloniale reserve. ‘ L i Nog gezien artikel 1 van het Koninklijk besluit dd, 24 Augustus 1875, No, i
42 (Indisch Staatsblad 1876 No. 44) tot vaststelling van een reglement op het | toekennen van gagement aan de Europeesche militairen beneden den rang van — ‘ offieier bij de landmacht in Nederlandsch-Indië en aan de hun gelijkgestelde mi- _ ___litaire personen, 8 Op de gemeenschappelijke voordracht van de Ministers van Koloniën en van — 10 October Litt: © «52 Oorlog dd. Det Oeser 1890, Tit afd. No455 if : Den Raad van State gehoord, advies van den 9den December 1890 No. 9; Gezien het nader gemeenschappelijke rapport van de voormelde Ministers dd, 17 December Litt. C 18 B December 1% Tir afd. 8° 233 3 Hebben goedgevonden en verstaan; met afwijking van artikel 1 voormeld te — À bepalen als volgt: (1) 4 Art, 1. Op de militairen beneden den rang van officier, behoorende tot de Koloniale reserve, zijn niet toepasselijk de artikelen 3 en 5, noch de slotalinea 4 van artikel 4 van het hooger aangehaalde gagementsreglement, ‘ Zij, die tijdelijk physiek ongeschikt bevonden worden voor alle militaire diensten d worden geplaatst als reconvalescent bij eene reconvalescentencompagnie, en behan- 7 deld op den voet van $ 8 en 5 van artikel IV der voorloopige regeling, betreflen- de de oprichting en het beheer der Koloniale reserve. Bs Art 2, Behoudens de uitzonderingen, hierna in artikel 3, 4 en 5 gesteld, bedraagt © het gagement, toe te leggen aan een militair beneden den rang van officier, be- hoorende tot de Koloniale reserve, tien ten honderd meer, dan hem zou kunnen E ten deel vallen door eenvoudige toepassing van het hooger genoemde gagementsre- 4 glement, doch alleen: }s a, als hij den dienst verlaat wegens ziels- of lichaamsgebreken ; of wel: 3 b, op andere gronden rechthebbende op gagement, den vollen ouderdom van zes 4 en veertig jaren heeft bereikt en dertig of meer voor gagement geldende dienst- ä jaren kan in rekening brengen. : a Art 3. Bijaldien een militair beneden den rang van officier, behoorende tot de 5 Koloniale reserve, door toepassing van de bepalingen omtrent het verleenen van pensioenen aan de militairen van het Leger hier te lande, voortdurend een hooger (l) Zie nadere regelen betreffende het aangaan van reëngagementen, in Bijblad No. 5333, t By,
288 a jaarlijksch inkomen zou genieten, den hem zou ten deel vallen door tbepassing ‘van artikel 2 van ons tegenwoordig besluit dan wordt zijn gagement op dat hoo gere bedrag vastgesteld, ‘ @
Art. 4. De artikelen 2 en 3 van dit Ons besluit zijn niet toepasselijk op recon- valescenten, die alleen als zoodanig tot de Koloniale reserve hebben behoord. — Art 5, Ons tegenwoordig besluit is mede van toepassing op het vaste perso neel der reconvalescentencompagnieén, echter met dien verstande, dat de gunstige bepa- ‘lingen van artikel 2 en 3 alleen gelden voor militairen die minstens zes juar onafgebroken tot dat personeel hebben behoord, = Art. 6, Alle uitgaven krachtens dit Ons besluit te doen, worden gebracht ten laste van de begrooting van MNederlandsch-Indië. EE De Minister van Koloniën is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan — afschrift zal worden gezonden aan den Minister van,Oorlog en aan de Algemee- _ ne Rekenkamer. E: _ ’s Gravenhage, den 30sten December 1890, 3 : EMMA, © „ De Minister van Koloniën, a MACKAY, am De Minister van Oorlog, a J. W. BERGANSIUS, a Aeccordeert met het origineel: — De Seeretaris-Generaal ‘ mes? bij het Departement van Koloniën, — H. VAN DER WYOK. a Afschrift enz. 5 4 _ No. 4750. SCHUTTERIJEN. — Beenbekleeding van de officieren bij de—. — B, 11 October 1890 No. 3, Buiten werking gesteld bij Bijblad no. 5284, ' No. 4751. VERPONDING.— Aanvulling der voorschriften omtrent den vorm, | waarin de verpondingscommissie hare beslissing aangaande het, — bedrag der verpondingswaarde ter kennis brengt van den Direc — teur van Financiën: : _ __Met aanvulling in zooverre van artikel 2 van het besluit van 9 Februari 1887 — No, 18 (Bijblad No, 4413), is bij artikel 2 van het besluit van 28 December — 1890 No, 9 bepaald dat de commissie voor de vaststelling der verpondingswaarde — “van onroerende goederen in Nederlandsch-Indië hare beslissing omtrent het be- — drag der verpondingswaarde in de gevallen, dat de belasting in den loop van een vijfjarig tijdvak voor het eerst verschuldigd wordt of een reeds aangeslagen perceel — wordt uitgebreid door toevoeging van een perceel, dat te voren niet was aange- — _ slagen, ter kennis brengt van den Directeur van Financiën door aanbieding van een kohier, opgemaakt volgens het hierachter volgend model, waarvan dekolom- — men I tot en met IV door haar zijn ingevuld, 4
waged eee rr ee ka Mie den RG mi ER ie oes RK 2 a as: aq 4 rf , te EE. MODEL. | | = we Se ae Tre : B A = = es 5 ad tect ids \ . zen 4 IR DER VERPONDING ~ KOHIER | j zen a 5 ae | OVER DE JAREN ? ze q al i F 7 18 tot en met 18 a ¢ ENT i ge teld tot een totaal bedrag van É f a en ter invordering gezonden aan 4 , 5 Batavia, den Dies 4 : ' De Directeur van Financië a ; Bt
3 . 290 B BE II, | IL. EE vn = ES =<" o a Z 3 aS = Re >| [88 is & _ & | Plaatselijke benaming Naam E z | <a — Be = a. ma 4 F 5 2 3 = od ; EN 3 der & Wijk, Buurt, Plein, voornamen B EE =| betaalde 8 5 = 5 5. | E = belasting | 8 Straat, Gang of van den oy he 53183 2 ed = = = a 2 Gracht. belastingschuldige, : Z| we |" g/2s| 84 2 | fae 5 ss 3 : a 4 " ; iy ; | | ;
a 291 . | on , vo. VII
- —— ee mn mn ETALINGEN. | 18 18 18 18 | ~* eS eee a ts : —— = il | Bedrag Bedrag Bedrag Bedrag ke | | der pe der 5 der si der | | betaalde =| betaalde =| betaalde EB] betaalde | 8 | pelasting.| | EE belasting. ¢| £%| belasting. 3] 55) belasting. [2 Ë
— el |———_| 2 | 4 El Mmmm amen 9 6 Tepe EE o ; ARE IEEE A AIEN Talen | REE e|$s/o8 zE: «| 28/88
5 ge Fi fgglag "| Sela g| | £ 28a!
tp
fi
a
| pace
aa
a | aa | ie | ee ER fe
292 a
No. 4752. REISREGLEMENT. — Voorloopige voorziening in de “behoefte —
aan regelingen, noodig in verband met hel nieuwe reisregle- —
ment in Staatsblad 1890 No, 209. raf ‘
BESLUIT, Ne.
No, 43. . Buitenzorg, 20 Februari 1891,
Gelezen enz. ; “
De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; ‘es
Is goedgevonden en verstaan: “4
Te bepalen dat alle bestaande voorschriften betreffende verstrekking van trans- portmiddelen en tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten aan burgerlijke lands- a dienaren in deze gewesten, voor zoover die niet bepaald in strijd zijn met het — i
bij Koninklijk besluit van 27 Augustus 1890 No. 99 (Indisch Staatsblad No. 209) — vastgesteld nieuw Reglement op het reizen in Nederlandsch-Indië van Europeesche 2 burgerlijke landsdienaren en andere personen, vooploopig van kracht blijven,
« Afschrift enz, 4 No. 4753. BARISAN. MADOERA. — Regeling der positie van de kapiteins. © instructeur bij de korpsen barisan op Madoera, aj
| BESLUIT, 3 No. 14. Buitenzorg, 28 Febroari 1891. 0 Gelezen enz.; i
Is goedgevonden en verstaan : * Te bepalen: ' 4
I, dat de kapiteins-instructeur bij de korpsen Barisan te Bangkalan, Pame- kasan en Soemenep tevens als plaatselijk militaire commandanten worden aan- —
gemerkt; ‘
IL, enz, 4 Extract enz. r No. 4754. GRONDEN. ERFPACHT, BOSCHWEZEN,— Reserveering van hosch rondom bronnen en langs waterstraomen bij uitgifte van —
gronden in erfpacht, d CIRCULAIRE aan de Residenten op Java. 4 No. 1689. Batavia, 3 April 1891, 1 ; Bij de examinatie van verschillende aanvragen om afstand in erfpacht van ; woeste gronden bleken de adviezen van den betrokken Houtvester, opgemaakt — _ ‘paar aanleiding van de in het slot van de dezerzijdsche Cirenlaire van 12 Decem- 4 ber ao, po. No, 6531 (') vervatte uitnoodiging steeds alleen betrekking te hebben — op de in de stukken van het onderzoek genoemde bronnen en rivieren. J 4 Vermits evenwel de mogelijkheid niet is uitgesloten dat nog andere wateren, A __behalve die welke aan de Commissie en aan den Houtvester bekend zijn, op de 8 | gronden voorkomen, hetgeen vooral bij uitgestrekte perceelen in afgelegen streken __(® Bijblad No, 4581. :
F 293 | a, hs 5 5 E 3 welke met zwaar bosch zijn begroeid, het geval zou kunnen zijn, behoort door den __petrokken anbtenaren van het boschwezen in het algemeen te worden verklaard: _ ‘to, of er al dan niet noodzakelijkheid bestaat om de, ingevolge artikel 2 van a „Staatsblad 1890 No, 115 te reserveeren boschstrooken, van de erfpacht nit ; te sluiten; | 20, of, voor zoover de betrekkelijke strooken grond van bosch ontbloot zijn, re- A boisatie dier strooken wenschelijk wordt geacht. i a Blijkt uit het voorafgaande de bedoeling, om in de verklaring van den Hout- p vester miet'alleen te doen begrijpen alle bronnen en rivieren welke op het aange- vraagd complex voorkomen, maar ook tevens die welke daarlangs stroomen, zulks pele natuurlijk niet om, wegens bijzondere redenen, met name te noemen bron- pen en rivieren van dien maatregel des noodig te doen uitzonderen. E Ten overvloede merk ik op dat het bedoeld onderzoek voor zoover dat nog niet a heeft plaats gehad eveneens behoort te geschieden ten aanzien van aanvragen ú waarop reeds eene voorloopige beschikking van de Regeering werd verkregen. d Wat aangaat de perceelen waarvan toezegging in erfpacht heeft plaats gehad onder voorwaarde van uitsluiting der daarover of daarlangs stroomende bronnen ‘ of rivieren vestig ik er Uwe aandacht op dat daarvan kan worden afgeweken bijaldien die uitsluiting door den Hontvester onnoodig wordt geoordeeld. ; Aan den definitieven afstand zal evenwel het beding worden verbonden, dat 4 niet worde weggekapt het houtgewas, vallende in de termen van artikel 2 van Staatsblad 1890 No, 115, De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, 7 tah ; Bij afwezen: om ’ De Secretaris, VAN RAVENSWAAIJ, No, 4755. BARISAN. MADOERA, — Reglement voor de korpsen Barisan h van Madoera, 4 Bij artikel IT, § I, van het besluit van 4 April 1891 No, 12 is, met buiten- L werkingstelling van alle voor de korpsen Barisan van Madoera geldende voor- schriften, een reglement voor die korpsen vastgesteld, dat, na de daarin bij artikel, Ivan het besluit van 22 September 1892 No. 2 en bij artikel IT van het besluit van 18 Maart 1893 No, 14 gebrachte wijzigingen, luidt als volgt: i REGLEMENT voor de korpsen barisan van Madoera. : : HOOFDSTUK I. i Formatie, bestemming, toezicht en inspectiën, : 7 Art. 1, Op het eiland Madoera worden drie korpsen Infanterie Barisan in stand gehouden, waarvan: één gelegerd, te Bangkalan, 8 | „ # „ Pamekasan en Re ; El En » Soemenep. : 3. Het korps te Bangkalan bestaat uit den staf en vier compagnieën, die te Pamekasan en te Soemenep elk uit den staf en twee compagnieën,
204 3 De samenstelling dier korpsen is aangegeven-op den aan dit reglement gehechten — formatiestaat (bijlage La. A). B: Art, 2, De korpsen Barisan zijn bestemd: E in de eerste plaats tot handhaving van orde en rust op het eiland Madoera, — indien de gewone middelen van politie te kort schieten; 4 in de tweede plaats om bij oorlogen of expeditiën hetzij zelfstandig, hetzij in vereeniging met korpsen van het Leger voor militaire doeleinden te worden aan- — gewend, . In gewone tijden is aan de korpsen Barisan opgedragen het bewaken der lands- — kassen, gevangenissen en Gouvernements pakhuizen op hunne standplaatsen en 4 het escorteeren van gevangenen en transporten, waarbij militair geleide noodig is. 4 Drie nieuwe alineas toegevoegd bij Bijblad no, 5087 Il. Art, 3. De Resident van Madoera heeft het toezicht over de korpsen Barisan in a zijn gewest. : “a Dit toezicht strekt zich niet uit tot die gedeelten der korpsen, waarover bij mo- bilisatie buiten het gewest wordt beschikt. A Art. 4, Gewijzigd bij Bijblad no, 5406, a HOOFDSTUK II, q Leiding en bevelvoering. i Art, 5. Gewijzigd bij Bijblad No. 5087. 4 Art, 6, De korpsen worden door hunne eigene officieren gecommandeerd, _ Ke In alles wat den dienst in het algemeen, de oefeningen en het opleggen van straffen betreft, handelen de commandanten van de korpsen in overleg met de — Kapiteins-Instructeurs. ; 3 De compagniescommandanten zijn voor alles wat hunne compagnieën betreft 3 en de luitenants-adjudanten voor alles wat de staven der korpsen aangaat verant. — woordelijk aan de korpscommandanten. P HOOFDSTUK III. \ ; Aanstelling, bevordering, op non-activiteitstelling én ontslag van officieren. 4 Art. 7. De officieren worden benoemd, op non-activiteit gesteld en ontslagen — door den Gouverneur-Generaal. 4 De commandeerende officieren der korpsen doen daartoe in overleg met de — Kapiteins-Instructeurs eene voordracht aan den Resident van Madoera, die, door — tusschenkomst van den Commandant der 3de Militaire Afdeeling op Java, den Commandant van het Leger en den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, een 4 gemotiveerd voorstel doet aan de Regeering. ik: De voordracht van den korpscommandant geschiedt bij een staat in duplo, waarbij worden overgelegd extracten stam-en straf boek van den betrokken persoon, Z00- — mede in geval van benoeming of bevordering een vacature-staat, en bij benoeming _ ook het proces-verbaal bedoeld in art. 10, 4 Art. 8. Bij de voordracht tot benoeming moet gelet worden op gedrag, karakter, — vakkeunis, intellectueele ontwikkeling en levenswandel, | = : 8 Art, 9, Om voor benoeming tot 2en luitenant in aanmerking te komen, moet 4 aan de volgende eischen worden voldaan: drij ‘ 3 x ig Bi ie a B hk ek
205 :
a. uitmuntend gedrag, onbesproken levenswandel en onthouding van het gebruik — maken van opium;
ph, in den regel een diensttijd bij het korps van minstens vier jaren, waarvan
minstens twee jaren als onderofficier ;
c, theoretische kennis van de recruten- en compagnieschool, het voorschrift be-
treffende de wapening en de munitie en het schietvoorschrift voor het Wapen
der Infanterie; |
d, praktische toepassing van voornoemde reglementen, zoomede van het regle- —
ment op den inwendigen- en dat op den garnizoensdienst, en van het voor- :
schrift op den velddienst; ; |
e het spreken van de Maleische taal; het lezen en schrijven dier taal met latijn- |
sche karakters;
j, de vier hoofdbewerkingen der cijferkunst met geheele getallen.
Art, 10. Het onderzoek naar de bekwaamheid van onderofficieren, die voor eene | benoeming tot 2en luitenant in’ aanmerking komen, geschiedt door eene commissie, | bestaande uit den Kapitein-Instructeur als voorzitter en twee door den korpscom- « mandant aan te wijzen kapiteins als leden:
De commissie maakt van hare bevinding proces-verbaal op en zendt dit stuk ter kennisneming aan den korpscommandant, .
Art, 41. De bevordering van officieren tot een hoogeren rang geschiedt naar rang | en ancienniteit. A
Bij vacature in een hoogeren rang komt de oudste officier in rang van den rang, naast voorgaande aan dien waarin de vacature is ontstaan, voor bevordering in aanmerking, indien hij bij een onberispelijk gedrag, genoegzamen dienstijver, de vereischte kunde en de volkomen geschiktheid voor den hoogeren rang bezit,
Art, 12. Voor den kapiteinsrang wordt vereischt, behalve hetgeen vermeld is in art, 9, voldoende theoretische en practische kennis van de bataljonschool om bij exercitiën in die school als compagniescommandant te kunnen optreden, en van de aanvoering van eene compagnie in het gevecht,
Voor den hoofdofficiersrang, voldoende theoretische en practische kennis van de bataljonsschool en van de aanvoering van het bataljon in het gevecht,
Art, 18 Van af de benoeming tot 2en luitenant dienen de officieren zonder verband.
Art, 14. Bij benoeming tot 2en luitenant wordt de voor de officieren der land- macht vastgestelde eed, op de voor Inlandsche officieren gebruikelijke wijze, in de Maleische of Madoereesche taal afgelegd, en daarvan proces-verbaal opgemaakt in duplo, waarvan één exemplaar wordt gezonden aan het Departement van Oor- log en één bij het korps blijft berusten.
Art, t5. Officieren worden op nonactiviteit gesteld; 1e, bij tijdelijke ongesteldheid welke hen langer dan zes maanden ongeschikt
maakt om dienst te doen;
30, na veroordeeling tot wegzending naar een oord van ballingschap of gevan- genisstraf voor langer dan twee maanden, indien geen ontslag uit den dienst wordt verleend ;
3e, bij terugkomst uit krijgsgevangenschap; wanncer geene vacatures in den door hen bekleeden rang bestaan; A
48, op verzoek, kek { " In de sub 1 en 3 -bedoelde gevallen en na terugkomst uit balling- of gevangensehap indien geene vacatures bestaan, wordt het nonactiviteitstraktement voor niet langer ; de) RE i
| ik
Be 296
dan één jaar genoten; in het súb 4 bedoelde geval wordt nonactiviteit alleen ver-
leend buiten bezwaar van den lande,
_ Art. 16. Aan officieren kano. m. in de navolgende gevallen ontslag worden ver-
leend:, :
a. op verzoek, behoudens het bepaalde bij artikel 95;
6, wegens lichamelijke ongeschiktheid voor den actieven dienst te velde, blijkende
uit een geneeskundig onderzoek van den betrokken geneesheer ;
€. wegens meer dan twintigjarigen dienst; ’
d- wegens ongeschiktheid;
e‚ wegens handelingen, verrichtingen of gedragingen welke een ontslag wenschelijk
maken. :
_ Het ontslag kan zijn eervol of oneervol ter beslissing van den Gouverneur-Generaal,
HOOFDSTUK IV.
Aanneming en ontslag van onderofficieren en minderen,
Art, 17. Bij de korpsen Barisan worden slechts Madoereezen, die zich vrijwil-
lig aanmelden, tot dienstneming toegelaten,
De aanneming geschiedt door den korpscommandant, 4
De vereischten voor aanneming zijn:
a, goed gedrag;
6. liebamelijke geschiktheid voor den actieven dienst te velde ;
| Ë. lengte van minstens 1.55 M.;
d. leeftijd van 18 tot 30 jaren.
| Art, 18. Het onderzoek naar de liehamelijke geschiktheid voor den actieven
| dienst te velde geschiedt door den geneesheer, aan wien de geneeskundige behan-
deling bij het korps is opgedragen (art, 62), overeenkomstig hetgeen ter zake
voor het Leger is voorgeschreven.
Ee Art 19, Bij goedkeuring wordt eene verbintenis aangegaan voor den tijd van
vijf jaren, en daarvoor eene premie uitbetaald van J 10 (ten gulden),
| Art, 20, Reéngagementen kunnen, na gebleken physieke geschiktheid voor den
, actieven dienst te velde, aangegaan worden voor den tijd van vijf of twee jaren
‚en in bijzondere gevallen, ter beoordeeling van den korpscommandant, ook voor
één jaar,
_ De reëngagementspremie bedraagt f 2 (twee gulden) voor elk jaar waarvoor een
verband wordt gesloten,
Art, 21. Bij het aangaan van een engagement of reëngagement wordt eene akte
Opgemaakt, volgens het model in bijlage La, B, i
Art. 22. Indien Barisans in actieven dienst zich verbinden bij het Leger, wordt
de hun toekomende premie verminderd met j 2 voor ieder jaar, dat zij nog als
Barisan dienstplichtig zijn, :
| Art. 23, Bij overgang naar of dienstneming bij het Leger worden de dienstjaren, .
‘onder de werking van dit reglement, als Barisan doorgebracht, in rekening ge-
bracht voor de toekenning van militair gagement, overeenkomstig de dienaangaande
bestaande of nader vast te stellen bepalingen,
Art. 24, Ontslag uit het korps wordt gegeven:
a, wegens expiratie van het aangegaan verband, indien een reëngagement niet
verlangd of wenschelijk geacht wordt;
rf 297 el <2 wegens lichamelijke ongeschiktheid. voor den actieven dienst te velde, blijken- de uit een geneeskundig onderzoek van den betrokken geneesheer; le aan Barisans, die onwillig of onhandelbaar zijn, of zich aan aanhoudend wan- | gedrag schuldig maken en op wie alle middelen van correctie zonder goed gevolg zijn toegepast: ‘ | dd, bij veroordeeling door den rechter, indien naar het oordeel van den korpscom- | d mandant en den Kapitein-Instructeur het gepleegde feit en de opgelegde straf he ‘van dien aard zijn, dat de delinquent na ommekomst der straf niet als Bari- a san kan blijven dienen. | ____Het ontslag wordt verleênd door den korpscommandant. | Art. 25. Gewijzigd bij Bijblad uo. 5252, 4 HOOFDSTUK V. | 4 “Aanstelling en bevordering van kader. , | Art. 26. De aanstelling tot korporaal en de bevordering tot eenigen graad van — onderofficier, geschiedt, binnen de grenzen der formatie, door den korpscomman- dant, in overleg met den Kapitein-Instructeur, op voordracht van den betrokken
_ ¢ompagnies-commandant, a Art. 21. Voor den graad van korporaal wordt vereischt :
a, goed gedrag; hb. exercitie-reglementen ;
4 theoretische en practische kennis van de te en 2e afdeeling en het 3e arti-
kel der 4e ufdeeling van de recutenschool, van de verplichtingen van den
is groepscommandant en van den guide:
-¢ inwendige- en garnizoensdienst:
a practische kennis van de verplichtingen van den groepscommandant, den 1 korporaal van de week, van den schildwaeht en den commandant eener kam-
4 pements- en garnizoenswacht;
A d. eenige kennis van de Maleische taal. | 4 Voor den graad van sergeant:
a, zeer goed gedrag;
4 td. exercitie-reglementen :
a theoretische en practische kennis van de le, 2e en 3e afdeeling en het 3e
; artikel der 4e afdeeling van de recrutenschool, van de verplichtingen van 4 den sectiecommandant en van den guide; ¢, inwendige- en garnizoensdienst: ;
: j practische kennis van de verplichtingen van den sectiecommandant, den ser- zi geant van de week, en van den Commandant eener kampements- en garni-
d zoenswacht ; ;
Id d. het voldoende spreken van de Maleische taal en eenige kennis van het schrij 4 ven en lezen dier taal met Latijnsche karakters; B a e, eenige kennis van de vier hoofdbewerkingen met geheele getallen. ze Voor de graden van fourier, sergeant-majoor en adjudant-onderoffieier : En als voor sergeant, benevens practische kennis van het aanhouden van de regis- fers bij de compagnieën en het korps in gebruik, en het opmaken van admini- 4 stratieve bescheiden,
i
208 a HOOFDSTUK VI. ee if Betaling 4 Art. 28, De maandelijksehe traktementen voor de officieren, onderofficieren en 4 minderen, bedragen : ‘ ‘a vont en Majoor 6 ae ee : gapen ek or TL Cae Ain ah ey „ 100— = : en enotita eej apart SN nied cle est 60.— bet Ge Adem. on ne eo a ee de A im , Adjndant-onderofficier. , . 2050. 6 ae ee Se 20.— opt iRerreant-majoor zor as ea ee ‘oo pine ts Sergeant of Fourier, 2.0. [05965 War sie) la Bees 10,8 RON AR OEDOPaAN ze tan varen dee td RR eae 6—= » » Barisan, Tamboer en Hoornblazer. - . . + + s+ + + 4% 4— Het non-activiteitstraktement bedraagt twee derden van het activiteitstraktement. Het activiteitstraktement der officieren gaat in:
- bij benoeming, van en met de dagteekening van het betrekkelijk besluit;
- bij bevordering, van en met de | mies migeen 2. | Bevorderingen : ain aan en be- | met rappel van trekkelijk besluitge- ancionnitelt, ge. | dagteekend is; ven geen recht op | 3. bij idem, tijdens verlof, van en met de | rappel van inkom- maand volgende op sten; die van terugkomst; i E 4, bij herstel in activiteit, non-actief van en met de maand volgende op die, of gepensioneerd zijnde, waarin het betrekkelijk besluit gedag- teekend is;
- bij terugkomst van verlof, voor van en met de maand volgende op die langer dan 3 maanden, van terugkomst, | Het activiteitstraktement der officieren wordt genoten: Ì 6. bij overlijden, tot en met de maand van overlijden; | 7. bij ontslag of pensionneering, dan tot en met de maand, waarin de be- < en wel op non-activiteit gesteld wor- trokkeue op officieele wijze van zijn on- | dende, middelijken chef kennis bekomt van het | betrekkelijk besluit of de betrekkelijke beschikking ; : | 8, bij verlof, tot en met de derde maand van verlof, gerekend van de maand volgende op die van vertrek, Het non-activiteitstraktement der officieren gaat in:
- bij het stellen op non-activiteit, van en met de maand volgende op die, x waarin de belanghebbende op officieele wijze van zijn onmiddelijken chef ken- nis bekomt van het betrekkelijk besluit;
Led ze a : ze ie ; a 299 on Neg) 3 . 10. bij bevordering tijdens non-activi- = van en met de maand volgende op die, J teit, . waarin het betrekkelijk beslnit gedag- a teekend is. i" C E Het non-activiteitstraktement der officieren wordt genoten : ; 41. bij herstel in activiteit, tot en met de maand waarin het be- = trekkelijk besluit gedagteekend is; 12, in gevallen hierboven niet omschre- tot gelijk tijdstip als bij het activiteits- ‘ ven, traktement aangegeven. 4 . Het traktement der onderofficieren en minderen gaat in: 4 1. bij aanneming, van en met den dag van ingang van a het verband: 3 2. bij vordering, van en met de maand volgende op die : waarin de betrekkelijke beschikking is
gedagteekend;
A 3, bij wederaanneming gegageerd van en met de maand volgende op die
i “zijnde, waarin het nieuwe verband is aangegaan;
i 4. bij terugkomst van verlof voor van en met den dag van terugkomst;
a4 langer dan 15 dagen,
a 5. bij idem voor den rechter of na van en met den dag van terugkomst
Be: ondergane straf (lijfsdwang, gevan- bij het korps;
a genis of dwangarbeid),
3 6. bij idem van vermist, van en met den dag van aanmelden
B of opvatten; ‘
i 7. bij idem uit de ziekeninrichting, van en met den dag van het verlaten
5 ; yan de ziekeninrichting.
a Het traktement der onderofficieren en minderen wordt genoten :
a 8. bij overlijden, tot en met de maand van overlijden;
3 9. bij ontslag of gagement, tot en met de maand waarin ontslag
& verleend of de gagementsakte uitgereikt
3 wordt; :
10, bij degradatie, tot en met den dag vóór dien van be-
A kendwording der betrekkelijke beschik-
y king, order, enz.; ‘
a 11, bij benoeming tot officier, tot en met den dag vóór dien der dag-
5 : teekening van bet betrekkelijk besluit; —
Ee 12. bij verlof voor langer dan 15 dagen, tot en met den dag van vertrek ; |
gy 13, voor den rechter geroepen wor- tot en met den dag vóór dien der op-
Z dende, name in de gevangenis; |
a 14. bij vermissing, tot en met den dag der vermissing; |
4 15. bij opneming in een ziekeninrich- tot en met den dag vóór dien der
4 ting, opneming. |
3 Over hetzelfde tijdvak wordt in geen geval meer dan eens traktement genoten.
a Het traktement bedraagt het '/s65 van het twaalfvoudig maandelijksch inkomen.
. Art, 29. Op de dagen dat zij voor den dienst opkomen, ontvangen de onder-
En officieren en minderen bovendien eene toelage (zoogenaamde belandja) bedragende:
d B00 Á | ;
voor een Adjudant-onderofficier. | ‘ ia » +» Sergeant-majoor . . . .., : 5 Rpt. OLPAANE iets ien ee eta AY | J 0.80,
TE OMRIOT sees ee at Uf J :
Pere U orparBalen oer oe se LS A … 0.25, : EERDERE ee et : a El Er Heprabbakae Sinte od 00 indien aj reeds geectent; j RE „… 0.20, indien zij nog recrunt zijn. {
De belandja wordt dagelijks betaald. Î Bovendien ontvangen de korporaals-hospitaalbedienden en de Batisans-zieken- appassers eene toelage, respectievelijk van f 0.10 en f 0.08 per dag. :
Art, 80, De korpscommandanten en de luitenants-adjudanten zijn bereden.
Voor het onderhoud van een dienstpaard genieten zij indemniteit voor fourage
tot een bedrag van f 15.— ’s maands.
mi De indemniteit voor fourage gaat in: ‘
- bij aanvaarding eener betrekking van en met de maand volgende op die |
daarop rechtgevende, der aanvaarding; | 2. bij herkrijging van activiteitstrak- van en met de maand waarin het ac- tement, : ; tiviteitstraktement ingaat. De indemniteit voor fourage wordt genoten:
- bij nederlegging eener betrekking tot en met de maand van nederleg-
daarop rechtgevende, ging der betrekking;
- bij overlijden, ontslag of verlies tot em met de maand waarover het laatst
van activiteitstrakiement, activiteitstraktement wordt genoten. Art, 31. De uitbetalingen van de traktementen en toelagen aan onderofficieren
en minderen geschieden door de compagniescommandanten; van de traktementen |
aan officieren door de korpscommandanten; een en ander in tegenwoordigheid van
den Kapitein-Instrueteur,
HOOFDSTUK VI. mn Kleeding, } Art. 32, De kleeding van de officieren, onderofficieren en minderen van de korpsen Barisan, 1s als die van de officieren, onderofficieren en minderen van het Wapen der Infanterie van het Leger. | _ (Een nieuwe alinea ingelascht bij Bijblad no. 5284). _ De bepalingen betreffende de tenue vervat in het Reglement op den Inwendigen dienst zijn ook van toepassing bij de korpsen Barisan, a ‘
- Art. 33, Bij benoeming tot 2en luitenant en bij bevordering tot adjudant- onderofheier wordt voor de aanschaffing van kleeding eene gratificatie toegekend | respectievelijk van f 250.— en 7 200,—. Adjudant-onderofficieren, die tot 2en lui- tenant worden benoemd, ontvangen slechts / 50.—. Art, 34. Voor vernieuwing van kleeding wordt jaarlijks als gratificatie toegekend aan: : | BROS MRIOOR eg ent ae As i PO | | ee a Mp Te Pee a ils LE | | Te nnen ee ee a Sa » Adjudani-onderofficier . . . . . 4, 45,— | |
301 5 Deze egratificatie wordt jaarlijks uitbetaald op den fen April, doch niet aan officieren en adjudant-onderofficieren, die na 1 November te voren werden benoemd of aangesteld, ; | Art, 35. Gewijzigd bij Bb. No. 5971. Art. 36, Gewijzigd bij Bb. no. 5971, : | Art. 37, ‘Ten gebruike op wacht, transport, enz. worden per compagnie dertig | stuks kapotjassen voor onbereden troepen in bruikleen ‘verstrekt. : Art. 38, De verstrekking van kleeding heeft plaats tegen regularisatie van het kostende uit het Afdeelingskleedingsmagazijn te Soerabaja, waar ook verwisseling en ¢, q. inlevering plaats vindt. De daarvoor vereischte bescheiden worden opge- 3 maakt door den Kapitein-Instruecteur en geviseerd door den Resident, door detus- — schenkomst van den Commandant der 8° Militaire Afdeeling op Java, aan den Gewestelijken Intendant in die Afdeeling toegezonden. k Art, 39, Herstellingen aan kleeding geschieden bij de korpsen. y Bij elk korps worden door den korpscommandant een of meer Barisans aangewezen als kleermaker. , | De herstellingen geschieden volgens een tarief door den korpscommandant in — overleg met den Kapitein-Instructeur vast té stellen. Ld Herstellingen aan door schuld van den man defect geraakte kleedingstukken worden door dezen zelf bekostigd. Andere reparatiën komen voor rekening van den lande, Indien kleedingstukken door de schuld van den gebruiker verloren gaan of on- bruikbaar worden, worden voor zijne rekening nieuwe verstrekt. De kosten van herstellingen en vernieuwingen, welke ten laste komen van den man, worden op dezen verhaald door kortingen op zijn traktement, welke een vierde | van het traktement niet mogen overschrijden. HOOFDSTUK VIII. Wapening en munitie. + | Art, 40. Eerste alinea gewijzigd bij Bb, no. 5966. De draagbare wapening (in welke algemeene benaming niet alleen de vuur- én blanke wapenen, maar ook de daarbij behoorende lederwerken. zoomede de slag- | en blaas-instrumenten begrepen zijn) welke aan de korpsen Barisan in gebruik wordt . afgestaan, blijft in verantwoording bij bet garnizoenswapeumagazijn te Soerabaja. | De wapening wordt volgens organieke sterkte verstrekt en moet steeds compleet | gehouden worden. De voorwerpen, tot de wapening behoorende, worden bij indienststelling voor- | zien vam de letter Z gevolgd door eene: "A, voor de Barisan te Bangkalan E 1 ee F » Pamekasan be gc 33 „ Soemenep | en van het wapennummer,— voor ieder korps met 1 aanvangende, — de vuur- wapenen bovendien van het jaartal van indienststelling. Het merken van de wapening geschiedt bij het garnizoensgeweermakersatelier te | Soerabaja volgens de daaromtrent aan het Leger bekend gemaakte voorschriften, Art. 41. Verwisseling van niet door toedoen ‚van den gebruiker onbekwaam a geworden wapening geschiedt bij het in artikel 40 vermeld garnizoenswapenma-
- — gazijn, op de wijze als voor het Leger yoorgeschreven. cl
5 Bij verlies van wapening voor den vijand of tengevolge van desertie, brand, — overstrooming, dan wel eenig ander onvoorzien toeval, wordt dit bij proces-verbaal geconstateerd als bij het Leger, 4 De vervanging heeft rechtstreeks uit het hierboven genoemd garnizoenswapen- magazijn plaats. 4 | Indien geen proces-verbaal kan worden opgemaakt, worden verklaringen over — gelegd van de politie, dan wel zoodanige andere stukken, waaruit blijken kan — _ dat door hen, aan wie de zorg en verantwoordelijkheid was opgedragen alles is verricht wat in ’s lands belang noodig en wenschelijk was. Indien voorwerpen van wapening in het ongereede raken door de schuld / _ van gebruikers of bewaarders, worden vergoedingsrapporten opgemaakt als voor- het Leger voorgeschreven. ‘ Ten aanzien van de op te leggen vergoedingen is het bepaalde bij de laatste alinea van artikel 39 toepasselijk, De vervanging geschiedt rechtstreeks uit het hierboven genoemd garnizoenswa- __penmagazijn tegen regularisatie van het kostende met het Departement van Binnen- _ landsch Bestuur, dat voor de inning der vergoeding van de betrokken gebruikers _ of befwaarders zorgt. | | Reparatiën aan herstelbare wapening geschieden bij het garnizoensgeweermakers- atelier te Soerabaja tegen regularisatie der kosten met het Departement van Bin- _nenlandsch Bestuur, Art. 42, Het onderhoud der wapening geschiedt naar de regelen voor het Leger _ voorgeschreven, | De smeersels voor het zwart maken der lederwerken en tot het onderhoud der wapening, zoomede de ingrediénten tot bruineeren, vernissen en grijzen der geweren ‚ worden tegen regularisatie verstrekt uit het naastbijgelegen oorlogsmagazijn, | Art. 43. Kleine herstellingen aan lederwerken geschieden zoo mogelijk bij de korpsen, door daarvoor door den korpscommandant aangewezen personen, volgens een tarief door den korpscommandant in overleg met den Kapitein-Instructeur vast te stellen, : _ Art. 44. De officier van wapening, beheerder van het garnizoenswapenmagazijn | te Soerabaja, ontvangt van den Kapitein-Instructeur van ieder der korpsen Barisan een bruikleenstaat in tweevoud \volgens het model in bijlage lett, C) betreffende de wapening bij het aan diens leiding toevertrouwde korps aanwezig, en zendt een „exemplaar van dien staat door hem geteekend aan den Kapitein-Instructeur terug, _ Bij vervanging van den Kapitein-Instructeur bij een der korpsen Barisan, waar- van door den Kommandant der 3e Militaire Afdeeling op Java aan den voornoem- den officier van wapening wordt kennis gegeven, neemt de nieuw optredende _Kapitein-Instructeur de wapening volgens den in zijn archief aanwezigen bruik- leenstaat over, teekent bij accoordbevinding evengenoemden staat ,,voor overna- me”, maakt vervolgens overeenkomstig dien staat een nieuwen bruikleenstaat in tweevoud op en zendt dien aan den officier van wapening voornoemd, die een door hem geteekend exemplaar van dezen staat, aan den Kapitein-Instructeur terugzendt, _ Art. 45, Eerste alinea gewijzigd bij Bb. no, 5966. Voor de munitie, bij de korpsen Barisan aanwezig, zijn de Kapiteins-[nstruc- teurs persoonlijk verantwoordelijk. Zij hebben de sleutels van de lokalen, waarin de munitiën zijn opgelegd te allen tijde onder hunne berusting en mogen deze aan niemand afstaan, :
4 303 oe
ei HOOFDSTUK IX, | Logies en kazerneering.
7 Art, 46, De onderofficieren en minderen der korpsen Barisan zijn niet gekazer-
; neerd; zij wonen in de kampongs, binnen een afstand van 4 palen van de kam-
___ pementen,
4 Art, 47, De wapening en de kleeding van de onderofficieren en minderen — die van de adjudant-onderofficieren uitgezonderd — worden in tot de kampementen
4 pehoorende magazijnen opbewaard,
Voor de bewaking van deze magazijnen en van de overige gebouwen in de kampementen wordt dagelijks eene kampementswacht gecommandeerd, Voor deze wacht is een wachtlokaal aanwezig, waarbij de arrestlokalen, een munitiemaga-
zijn en de noodzakelijke accessoires. Art. 48. In de kampementen zijn voorts aanwezig: ; een lokaal dienende tot korpsbureau ; een wachtkamer tevens theoriezaal voor de officieren; | een schoollokaal voor de onderofficieren en minderen ; loodsen tot verblijf van de onderofficieren en minderen gedurende de rustu- ren en tot het houden van theorien, enz. indien deze niet in de open lucht kun- nen plaats vinden; eenige gymnastiek toestellen ; a een lokaal, voorzien van het strikt noodige, voor observatie, isoleering of be- . handeling van zieke Barisans. 3 Art, 49. Kazerneeringseffecten, hospitaalmeubilair en hospitaal goederen worden, : zoo noodig en na bekomen machtiging van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, tegen regularisatie van het kostende, aangevraagd uit het Gewestelijk Kleedingmagazijn te Soerabaja. Herstellingen aan — of afkeuring van — die artikelen geschieden zooveel muge- lijk op de wijze als voor het Leger is bepaald, | HOOFDSTUK X, | Oefeningen en school. Art, 60, De oefeningen hebben van 1 Mei tot 1 November dagelijks plaats, . met nitzondering van de erkende Christelijke en Mohamedaansche Zon- en feest- | dagen. Van 1 November tot 1 Mei hebben de oefeningen tweemalen ‘sg weeks plaats, | Reeruten, worden, totdat zij zijn afgericht, ook tusschen 1 November en 1 Mei dagelijks geoefend. E De theorieën en exercitiën voor het kader worden gedurende het geheele jaar , gehouden,
De schietoefeningen vangen aan 200 mogelijk op den Jen Februari uiterlijk op den ten Maart, in verband met den toestand van het schietterrein en de weêrs- gesteldheid.
Art, 51, De oefeningen zijn dezelfde als bij de Infanterie-korpsen van het
- Leger, . De voor het Leger vastgestelde of nog vast te stellen reglementen en voor- schriften worden daarbij zooveel mogelijk opgevolgd. ”
304 \
Voor de regeling der oefeningen en diensten wordt door de korpscommandan- ten in overleg met de Kapiteins-Instructeurs een tableau vastgesteld. „ BE
Art, 52, Bij elk korps is eene school, waarop onderofficieren, korporaals eni minderen yan het korps, die zich vrijwillig aanmelden, onderwijs kunnen ont- vangen in het lezen en schrijven der Maleische taal met Latijnsche karakters, en de vier hoofdbewerkingen der cijferkunst met geheele getallen, a
Het onderwijs wordt gegeven door een luitenant, te Bangkalan bijgestaan door twee onderofficieren, te Pamekasan en te Soemenep door één onderofficier, aan welke onderofficieren een halfjaarlijksche toelage van f 10 (tien gulden) door den — korpscommannant kan worden toegekend, 4
Voor de aanschaffing van leermiddelen, het uitkeeren van de vorenbedoelde — toelagen enz, kan jaarlijks worden te goed gedaan: f :
te Bangkalan 2. +.» f 90.— 7 9 Pamekasan ast sp 50— oo er BOCIRODOD ay" Je ne leg) Pe : HOOFDSTUK XI. q Muziek en feesten,
Art, 53. Elk der korpsen Barisan heeft een muziekkorps, bestaande uit een bur- gerkapelmeester en hoogstens 15 muzikanten,
De muzikanten rekenen in de sterkte der korpsen, Naar gelang hanner be- kwaamheid worden zij onderscheiden in muzikanten der le, 2e of 3e klasse, 4 Aan de muzikanten der le en 2e klasse kan de titulaire graad respectievelijk van sergeant en korporaal worden toegekend. F E De kapelmeester geniet een maandelijksch traktement van f 100.—. EE
Art, 54, Gewijzigd bij Bb. no. 5687, }
: HOOFDSTUK XI,
’ Straffen en belooningen. :
Atr, 55. (1) Overtredingen tegen de krijgstucht bij de korpsen Barisan worden — gestraft overeenkomstig de bepalingen van het Reglement van krijgstucht of discipline voor het krijgsvolk te lande, voor zooveel de omstandigheden en de — localiteit de toepassing van dat Reglement toelaten. \
Art, 56, (2) Officieren, onderofficieren en minderen van de Barisan, die zich — schuldig maken uan.een strafbaar feit, waarvan de civiele rechter behoort kennis te nemen, worden aan dezen overgegeven.
De straffen van dwangarbeid in- en buiten den ketting worden met opzicht tot de officieren van de Marisan in werkelijken dienst, vervangen door wegzending — naar een oord van ballingschap. 4
Zoo deze straf wordt opgelegd ter vervanging van dwangarbeid in den ketting, verklaart de rechter dit uitdrukkelijk bij zijn vonnis. :
Waar aan den gewonen [nlander tenarbeidstelling aan de publieke werken voor — den kost zonder loon zou worden opgelegd, wordt op de officieren van de Barisan gevangenisstraf van een gelijken duur toegepast.
() Ordonnantie van 4 Aprii 1891 (Staatsblad No. 96), gewijzigd bij Stb, 1897 No. 48,
(2) Ordonnantie van 4 April 1891 (Staatsblad No. 96).
2 "305 | je: d 4 Art. 57. () Een mindere in rang, die eenen meerdere in rang van den Barisan
in of buiten dienst door woorden, gebaren of bedreigingen beleedigt, dezen,zelfs ie ongewapend en zonder dat er verwonding uit ontstaat, een slag toebrengt of te- gen dezen dergelijke gewelddadigheden pleegt, bloedstorting, kwetsing of ziekte 5 veroorzakende, wordt naar gelang van den aard van het feit gestraft, ais ware — : het feit gepleegd tegen een magistraatspersoon in of ter gelegenheid van de waar- A: : neming zijner bediening (artikelen 157, 158, 163, 166 en 167 Strafwetboek voor P Inlanders). ss Art, 58, (') Gewijzigd bij Bijblad no. 5252, | f Art, 59. Op de officieren, onderofficieren en minderen van de korpsen Barisan | is van toepassing het Koninklijk besluit van 9 Januari 1852 No. 17 (Indisch ; Staâtsblad No. 27) waarbij op de schutterijen in Nederlandsch-Indië mutatis mu- | 3 tandis toepasselijk is verklaard Zijner Majesteits besluit van 5 December 1851 _ ; (Nederlandsch Staatsblad No. 149), houdende instelling vaneeneereteekeu wegens | J eervollen, langdurigen werkelijken dienst bij de schutterijen, (*) 3 Art. 60, Wanneer officieren, onderofficieren en minderen deelnemen aan oor- logen of expeditiën, zijn op hen dezelfde bepalingen van toepassing, welke vaar de officieren, onderofficieren en minderen van het Leger gelden voorhet verkrij- gen van het eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven, het onderscheidingsteeken yoor eervol vermelden, de bronzen- en de zilveren medaille voor moed en trouw en de Militaire Willemsorde, Art, 61. Zeer dringende gevallen uitgezonderd als groote rampen en algemeen
ts gevaar, waarbij tijdelijke hulp noodig kan zijn, zijn de officieren, onderofficieren
en minderen in werkelijken dienst vrijgesteld van heeren- en gemeentediensten. : Dit geldt ook voor hen, die den dienst met pensioen, gagement of onderstand ke hebben verlaten, versierd zijn met de Militaire Willemsorde of met de bronzen
of zilveren medaille voor moed en trouw of met het eereteeken of de medaille
voor langdurigen dienst of met het onderscheidingsteeken voor eervol vermelden,
zoomede voor hen, die in, en door den dienst voor handenarbeid ongeschikt zijn . geworden.
HOOFDSTUK XIII,
: Geneeskundige behandeling. Art, 62, De geneesheeren belast met den civielen geneeskundigen dienst te Bang- _ _kalan, te Pamekasan en te Soemenep, zijn tevens belast met de geneeskundige _ behandeling bij de korpsen Barisan. | a Zij genieten daarvoor eene maandelijksche toelage: Í ‘ te Bangkalan van . . . . f 300.— 4 yj Pamekasan, (u. Ser ves in ABO Re ER ere ; | 4 en regelen hunnen dienst in overleg met de korpscommandanten en de Kapiteins Instructeurs, : () Ordonnantie van 4 April 1891 Staatsblad No, 96, _____{?) Indisch Staatsblad 1864 No, 105 en Gouvernementg besluit van 24 Juni 1889 ; No. 11. | ; i 20 |
306 4
De officieren- en onderofficieren-instructeurs en de officieren, onderoffigieren en minderen van de korpsen Barisan hebben,met hunne gezinnen recht op vrije geneeskundige behandeling — verloskundige hulp uitgezonderd — en _kostelooze verstrekking van geneesmiddelen,
De met den geneeskundigen dienst bij de verschillende korpsen belaste genees- heeren kunnen opneming in de ziekeninrichting van het korps, en evacuatie naar eene militaire ziekeninrichting bevelen, terwijl zij, ten behoeve der verpleging van zieken, bij elk korps beschikken over één korporaal en twee minderen der Barisan.
Dit personeel vormt den hospitaaldienst van het korps, is ingedeeld bij den staf en mag niet dan bij gebleken noodzakelijkheid met ander personeel van het korps verwisseld worden. :
Artikel 63a ingelascht bij Bijblad 50871.
Art, 64, Officieren, onderofficieren en minderen in een militaire ziekeninrich- ting opgenomen, worden yerpleegd:
de officieren tegen stilstand van het een vierde gedeelte van het traktement;
de onderofficieren en minderen tegen stilstand van het volle traktement, doch onder genot van eene hospitaaltoelage als voor Inlandsehe onderofficieren en min- deren van het Leger is vastgesteld,
Begrafeniskosten zijn alleen door officieren verschuldigd.
De klasse of afdeeling van verpleging is dezelfde als voor de officieren en de Inlandsche onderofficieren en minderen van het Leger aangegeven,
, HOOFDSTUK XIV, Pensioenen, gagementen, onderstanden en weduwen-pensioenen.
Art, 65, Officieren, onderofficieren en minderen, aan wie na een volbrachten diensttijd van twintig of meer volle jaren ontslag wordt verleend, hebben, behou- dens het bepaalde bij artikel 71, recht op pensioen of gagement,
| Bij interruptie van dienst van één jaar of langer, niet het gevolg zijnde van ziekte, wordt bij de berekening van het aantal dienstjaren de diensttijd vóór die interruptie slechts voor de hel{t in rekening gebracht,
De tijd van een ondergane, door den rechter opgelegde straf wordt niet als diensttijd in rekening gebracht,
Art, 66, Het peusioen of gagement bedraagt de helft van het traktement door belanghebbende op het tijdstip der pensionneering of gageering genoten, mits de rang of graad, waaraan dat traktement is verbonden, gedurende minstens twee jaren werkelijk is bekleed, ;
Is aan dezen eisch niet voldaan, dan wordt het pensioen of gagement berekend naar het traktement van den onmiddellijk voorafgaanden rang of graad,
Voor 2e luitenant wordt het pensioen altijd berekend naar het traktement aan
‚dien rang verbonden, ook al is in dien rang geen volle twee jaren gediend.
Art. 67, Aan officieren, onderofficieren en minderen, aan wie ontslag wordt ge- geven wegens voortdurende ongeschiktheid voor den actieven dienst, tengevolge van verwonding, verminking, ziels- of liehaamsgebreken im en door den dienst ontstaan, wordt een pensioen of gagement toegelegd tot een bedrag van de helft van het traktement, op het tijdstip van het verlaten van den dienst genoten, en zulks
i _ onafhapkelijk van het aantal dienstjaren en van het aantal jaren dat in dien graad of rang is gediend,
, Art. 68. Wordt het ontslag verleend wegens voortdurende ongeschiktheid voor
_ den actieven dienst tengevolge van verwonding, verminking, ziels- of lichaams-
_ gebreken niet in- en door den dienst ontstaan, en niet het gevolg van eigen moed-
; willige handelingen of van ongeregeld gedrag, dan wordt, indien de ontslagene 10
of meer voor pensioen of gagement geldende volle dienstjaren heeft, een pensioen
of gagement toegekend volgens den maatstaf in artikel 66 aangegeven.
3 Het bedrag van het pensioen wordt dan per jaar, dat van het gagement per
__ maand berekend en afhankelijk van het aantal dienstjaren, wordende voor elk
_ jaar het Mio gedeelte van het volle pensioen of gagement in rekening gebracht, doch met dien verstande, dat nimmer meer dan de helft van het laatstelijk ge-
__ noten traktement wordt toegelegd,
Bij de berekening worden 6 volle maanden en daarboven voor een jaar gere
_ kend; de tijd beneden de 6 maanden wordt niet in aanmerking genomen.
Art, 69, Gaan in de gevallen bij de twee vorige artikelen bedoeld de verwon- ding, verminking of lichaamsgebreken gepaard met het verlies of het gemis van het noodzakelijk gebruik van een der ledematen of met het volkomen onherstel- baar verlies van het gezichtsvermogen in één der beide oogen, dan wordt het pensioen of gagement met een vierde gedeelte verhoogd; en met de helft, indien zij gepaard gaan met het verlies of het gemis van het noodzakelijk gebruik van twee of meer ledematen of met het volkomen onherstelbaar verlies van het gezichts- vermogen in beide oogen,
Indien het volkomen onherstelbaar verlies van het gezichtsvermogen in beide oogen gepaard gaat met het verlies of het gemis van het noodzakelijk gebruik van een of meer ledematen, dan komen voor de berekening der verhooging elk dezer oorzaken van toekenning afzonderlijk in aanmerking. : :
' Art. 70. Wordt aan officieren, onderolficieren en minderen ontslag verleend in
het geval bedoeld bij artikel 68, en heeft de ontslagene geene 10 volle dienstjaren,
| welke ‘voor pensioen of gagement kunnen gelden, dan wordt een onderstand voor eens uitgekeerd,
Deze onderstand bedraagt het pensioen of gagement volgens art, 66 over een vol jaar, en het dubbele indien de ontslagene niet in staat is door handenarbeid in zijn levensonderhoud te voorzien.
Art. 71. Officieren, die niet eervol- en onderofficieren en minderen, die wegens wangedrag, onwilligheid of onhandelbaarheid of wegens veroordeeling worden ontslagen, hebben geen recht op pensioen, gagement of onderstand.
Art, 72. Het pensioen of gagement vervalt bij overlijden of bij veroordeeling tot de doodstraf, tot de straf van dwangarbeid in den ketting, of tot de straf van dwang-
arbeid buiten den ketting wegens opiumdelicten opgelegd.
Wordt de veroordeeling door geheele kwijtschelding van straf gevolgd dan vervalt het pensioen of gagement niet,
Art. 73, De weduwen en kinderen beneden de 18 jaren van volgens de Mohame - daansche instellingen wettie gehuwde officieren, onderofficieren en minderen, wier
_ eehtgenooten of vaders sneuvelden of binnen een jaar na het bekomen van in en
door den dienst ontstane ziels- of lichaamsgebreken aan de rechtstreeksche gevol-
gen dier gebreken overleden, hebben recht op pensioen, mits het huwelijk vóór het ontstaan der gemelde omstandigheden is voltrokken,
308 ; 6 3 Laat de overledene meer dan eene vrouw of kinderen bij meerderé vrouwen _ verwekt na, dan wordt dit pensioen alleen uitbetaald aan de oudste of eerste dier _ | wettige vrouwen of hare kinderen, i Art, 74, Het pensioen van weduwen en kinderen bedraagt de helft van het volle — _ pensioen of gagement voor den overleden echtgenoot bepaald. , } Art. 75. Het pensioen der weduwen vervalt bij overlijden, bij het sluiten van een nieuw huwelijksen behoudens het bepaalde bij de slotalinea van artikel 72 _ _ bij veroordeeling tot de doodstraf of dwangarbeid buiten den ketting, strekkende _ ter vervanging van dwangarbeid in den ketting, ‘ Zijn er kinderen aanwezig, die den leeftijd van 18 jaren nog niet hebben be- reikt, dan gaat het pensioen der moeder op de kinderen over. : | Art. 76, Pensioenen, gagementen en onderstanden, zoomede pensioenen aan wedu- _ _ wen en kinderen worden in volle guldens bepaald, waarbij de overschietende onder. _ deelen als één gulden worden berekend, gaan, — mits binnen het jaar aange- — vraagd — in met de maand volgende op die waarover het laatst traktement dan — wel, voor zooveel weduwen en weezen betreft, waarover door den echtgenoot of _ vader het laatst traktement, pensioen of gagement is genoten, zijn betaalbaar na afloop van elke maand en worden toegekend door den Gouverneur-Generaal, op _ voorstel van den Resident van Madoeru, aan wien daartoe eene voordracht wordt gedaan door den korpscommandant, in overleg met den Kapitein-Instructeur. - 3 E Art. 768, De krachtens dit reglement verleende pensioenen en gagementen kun- _ hen,—tenzij de Gouverneur-Generaal daartoe uitdrukkelijk vergunning mocht heb- ; ben verleend,—niet gelijktijdig genoten worden met andere inkorfisten ten laste van den Lande en zijn voorts onvervreembaar, | De belanghebbende kan daarover op geenerlei wijze beschikken, ook niet door _ verponding of beleening. Lastgeving tot het in ontvangst nemen van pensioen of | gagement kan altijd worden herroepen. Alle overeenkomsten hiermede strijdig zijn nietig. Deze bepaling wordt uitgedrukt in het authentiek bewijsstuk, dat aan be. langhebbende wordt uitgereikt ten blijke dat pensioen ot gagement istoegekend. Onder de hierbedoelde verboden beleeningen zijn niet begrepen de voorschotten § door liefdadige of tot algemeen nut werkende instellingen, hetzij renteloos, hetzij tegen een matige rente verstrekt tegen tijdelijke afgifte van het voormeld au- thentiek bewijsstuk, mits de bepalingen, volgens welke die voorschotten worden ‘ uitgekeerd, door den Resident van Madoera zijn goedgekeurd, * a . HOOFDSTUK XV. ; ; Administratieve stukken, ; _ Art, 77. Bij ieder korps wordt aangehouden een korpsstamboek, waarin voor jeder man, de detail-aanteekeningen en mutatiën worden opgenomen, zooals bijhet _ — Leger gebruikelijk is, ° j Art, 78, Bij de compagnieén worden aangehouden: 4 @, strafboeken, waarin de opgelegde straffen nauwkeurig omschreven worden 4 opgeteekend, op- de wijze en volgens de bepalingen voor het Leger voerge- schreven; (6, uithetalingsboeken, waarin worden opgeteekend de uitbetaalde traktementen en ; toelagen aan onderofficieren en minderen, en de mutatién voor ieder man, welke op die uitbetalingen van invloed zijn;
3 : 309
; | registers, van bij de compagnieën in gebruik zijnde wapening en kazerneering; dd. sechietregisters, zooals bij het Leger.
j Voor de aan te houden boeken en registers worden de modellen van het a Leger zooveel doenlijk gevolgd. Waar dit niet mogelijk is, worden de modellen ____ vastgesteld door den Resident van Madoera in overleg met de Kapiteins-Instructeurs. i Art, 79. Maandelijks wordt door elk korps door tusschenkomst van den Resi- 5 dent van Madoera en den Commandant der 3de Militaire Afdeeling op Java, een Ee sterkte- en emplacementstaat ingediend aan het Departement van Oorlog, als voor . de korpsen van het Leger voorgeschreven,
2 Op den ien van elk kwartaal wordt door de compagniescommandanten ter ver- 3 dere behandeling en doorzending aan den korpscommandant ingediend een voor i de Algemeene Rekenkamer bestemde staat als voor het Leger voorgeschreven, aan- gevende, de offi¢ieren, onderofficieren en minderen, die op den laatsten van het : vorig kwartaal tot de compagnieén behoorden, met vermelding van hunnen rang of graad, hunne bijzondere inkomsten, en de laatste mutatie der absenten, ; HOOFDSTUK XVI. 5 Officieren- en onderofficieren-instructeurs, Art. 80. De Kapiteins-Instructeurs staan onder de rechtstreeksche bevelen van x den Resident van Madoera, ‘ Betreffende de leiding en oefening van de korpsen Barisan zijn zij verantwoor- delijk aan den Commandant der 3de Militaire Afdeeling op Java. ; Art. 81. In overleg met de korpscommandanten regelen de Kapiteins-Instructeurs ; de oefeningen bij het korps, waaraan zij zijn toegevoegd. De oefeningen hebben onder hun persoonlijk toezicht plaats,
Zij regelen ook het schoolonderwijs en overtuigen zich dat dit onderwijs met
dien ernst en toewijding worde gegeven, welke onmisbaar zijn om het goede vruchten te doen dragen,
Bij het opleggen van straffen staan zij de korpseommandanten met hunnen raad bij.
Onder het bijzonder toezicht van de Kapiteins-Instructeurs worden de korpsstam- boeken en de boeken en registers bij de compagnieën en staven aangehouden.
Art, 82. De Kapiteins-Instructeurs zijn de verantwoordelijke administrateurs | van de korpsen, waaraan zij zijn toegevoegd, zoowel wat het geldelijk als het | materieel beheer betreft. 8
Zij ontvangen eene maandelijksche toelage van f 40,— benevens indemniteit
voor schrijf behoeften: 7 te Bangkalan. . . « … . van f 12.— » Pamekasän. . … oe oe a Be VA RODERBHOR Ie it LER eee )s maands, ‘
Voor het doen van betalingen ontvangen de Kapiteins-Instructeurs van den be- heerder van ’s lands kas op hunne standplaats een door den Resident van Madoe- ra te bepalen doorloopend voorschot, ruim voldoende voor de behoefte van ééne maand. Dit voorschot, waarvoor ontvangstbewijs wordt afgegeven, wordt niet dan, om bijzondere redenen, ter beoordeeling van den Resident van Madoera, verhoogd
| of gedeeltelijk teruggestort, _ De bewijzen van gedane betalingen worden na ommekomst van elke maand i Lj
E 310 : den Resident van Madoera ter mandateering en verdere behandeling aangboden,
Uit de bewijzen moet de wettigheid der uitgaven en de juistheid der bereke- ningen blijken,
Op de origineele mandaten ontvangen de Kapiteins-Instructeurs aan 's lands kas op hunne standplaats het daarop vermelde bedrag, waarmede het restant voorschot op het oorspronkelijke montant wordt teruggebracht,
| Art. 84, De Kapiteins-Instructeurs houden aan een kasboek, en een uitbetalings- boek voor de officieren van het korps.
’ De modellen voor deze boeken en voor de bewijzen van uitgaven enz. — Art. _ 83— worden vastgesteld door den Kesident van Madoera in overleg met de Kapiteins- Instrueteurs. :
Het kasboek wordt maandelijks aan den Resident van Madoera ter goedken-
_ ring toegezonden.
Voorts houden de Kapiteins-Instructeurs een magazijnsboek aan, waarin alle Ontvangsten en verstrekkingen der ten behoeve van hun korps ontvangen wor- | dende kleeding, wapening, kazerneering, hospitaalmeubilair, hospitaalgoederen enz, worden geboekt: na afloop van het jaar wordt een afschrift van dat magazijns- boek met de daarop betrekking hebbende bewijzen van inname en afschrijving ter verdere behandeling ingediend aan den Resident van Madoera, ;
| Art. 85, De aanvragen voor ontvangst van kleeding, wapening, munitie en ka- _ zerneering worden opgemaakt door de Kapiteins-Instructeur en door den Resident
van Madoera geviseerd.
Art, 86, De Kapiteins-Instructeurs voeren de correspondentie ‚bij de korpsen. Alle voorstellen worden door hen gericht aan den Resident van Madoera en aan dezen toegezonden door tusschenkomst van den Assistent-Resident op de stand- |
plaats, die er zoo noodig zijn advies bijvoegt,
Art. 87, De Kapiteins-Instructeurs genieten traktement en bij gemis van eene | Gouvernementswoning indemniteit voor huishuur als hunne ranggenooten bij de | Infanterie van het Leger, voorts indemniteit voor fourage, ten bedrage van Ff 20.— *s maands. .
Zij zijn verplicht tot het houden ven een dienstrijpaard, |
Art. 88. De onderofficieren instructeurs genieten maandelijksch traktement ten ’ bedrage van: i
Aangevuld bij Bijblad no, 5087 II. \
voor een Sergeant-majoor . . . f 60.— ij er VOORBAK etn 2». 90,— aij hebben aanspraak op huisvesting of bij gemis daarvan op indemnitiet ten be- k drage van f 20,—’s maands; zij ontvangen kleeding als hunne graadgenooten 3 bij de Infanterie van het Leger. :
Zij staan onder de rechtstreeksche bevelen van de Kapitein-Instructeurs, aan : wie zij zijn toegevoegd; zij zijn hen behulpzaam in alles wat de instructie en de : administratie van het korps betreft, p
Hunne diensten worden geregeld in overleg met de korpscommandanten, .
Art. 89, Voor overtredingen tegen de krijgstucht worden de onderofficieren- ; instructeurs gestraft door de Kapiteins-Instructeurs,
Indien onderofficieren-instructeurs „moeten worden ternggesteld of voor den
krijgsraad moeten terecht staan, wordt daartoe door den Resident van Madoera aan den Commandant der 8de Militaire Afdeeling op Java het noodige voorgesteld. i
E i i = 311 8 HOOFDSTUK XVII, : M obilisatie.
Art. 90, Indien de Regeering bij oorlogen of expeditién over de korpsen Bari- san wenscht te beschikken, om hetzij zelfstandig, hetzij in vereeniging met het Leger voor militaire doeleinden te worden aangewend, worden die korpsen ge- heel of gedeeltelijk mobiel verklaard, :
Art, 91, De Gouverneur-Generaal geeft het bevel tot mobilisatie en bepaalt het tijdstip, waarop deze zal aanvangen.
Art. 92, Op den dag, waarop de mobilisatie aanvangt, worden aan de geza- menlijke officieren, onderofficieren en minderen van het korps de krijgsartikelen voorgelezen in de Madoereesche taal, en de inhoud en strekking er van zooveel noodig duidelijk gemaakt en toegelicht,
Ten blijke dat zij deze artikelen hebben verstaan en begrepen, en zij zich ver- binden zieh daarnaar te gedragen, worden de voor het Leger vastgestelde verkla- ringen in het krijgswettenbgek door de officieren, onderofficieren en minderen geteekend,
Van af dat oogenblik zijn dezen onderworpen aan de militaire rechtspleging en het Crimineel Wetboek voor het krijgsvolk te lande.
Art, 93, Wanneer een korps Barisan in zijn geheel wordt gemobiliseerd, wordt daarbij een depét opgericht, dat bij het te velde gaan van het korps op de stand- plaats achter blijft, en waarbij alle officieren, onderofficieren en minderen van het korps overgaan, die tijdelijk niet geschikt zijn om het korps te volgen.
Bij dit depôt, dat onder de bevelen wordt gesteld van een officier van het Leger, door den Commandant van het Leger te wijzen, kunnen gepensionneerde officieren en gegageerd kader van de Barisan korpsen, zoo noodig tijdelijk worden in dienst gesteld en worden de zich voor dienstneming aanmeldende reeruten aangenomen _ en geoefend en alle van het tooneel des oorlogs teruggezonden officieren en min- deren van het korps opgenomen, *
Het depôt dient dus om het korps te ontlasten van de tijdelijk voor den dienst te vel- — de niet geschikten, en het zooveel mogelijk met nieuwe krachten aan te vollen, |
Art, 94, De onderofficieren en minderen worden van den aanvang tot de ophef- fing van de mobilisatie betaald, gevoed en verpleegd als hunne ranggenooten bij de Infanterie van het Leger,
De 2e en 3e alineas gewijzigd bij Bijblad no, 5087 II
Art, 95, Een verzoek om ontslag uit den dienst van een officier, behoorende tot een geheel of gedeeltelijk mobiel verklaard korps, kan worden afgewezen,
Vastgesteld bij art. 2 8 1 van het besluit van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indié van 4 Aprril 1891 No, 12,
Mij bekend: © De Gouvernements Secretaris, |
=H ‘ a ac 312 ; nN ; ot | ÊSERT | | : sesas a 288 : o : : „ZES en A sPsSaaks FA ve 5 8 oO ne 5 SAuSnde 5 | setae ee = aosee™ es &e j eS | Sese o-5 | ij ee ee 5 § 5 o ide ae 3 ERE: a RAPESE SS Li. | = a en . *[BR}O | eee eee . AE ‘uee a & ; Ë Pf S > > 5 i ZILA en Pee PE ee PE | coke Gay en "ej x to oo [> 3) u 5 2 …_‘2ozerquIooH En ile “LIQUE | + a ca cg N= en Ee oh Je = 2 € ki ä TEezodaoy ee a 5 RE EE Pe EE Ze ORE rare a. | a *yUvadiag eid . Le = | = “TaTIN0 aa ge | < 2] = |———— MOET Dein is E gy “1oofeu 18108 |+ a | ~~ fe =| | 5 5 = da0qmie} [vrsodi0y | ace 8 align Rep iad hh 3 Elz “tezerqusooygeg | © © © a © “yr i han hal nl 3 | MOLDOHES | a ow ow i Ei 8 : ‘uaaotonjodepuo (py aon — | 3 Kn - eek CPS, E PLS Ae | < Sie i ieee | 3 5 “eum ag || ev kn Als ised Sa Fro £ | ope “reuen at +N oa = zuepnfpe amy] SS LS | el | _ = A | Pres worden || & a gs | ‘ | “zool | en Ee | | | A | ‘ 3 | hel | Res cA : : : é || | > ey : : H rm i | _ | | fe $ 8 el | 5 oi Beal 5 | Z 3 4 8 | Lei ‘| | = al | 3 | 8 | u Ler] iss) |
. jn. . je ve ae 7 313 : <9 Buidce La, B. | (Behoort bij Art. 21). No. op net KorPssTAMBOEK. : ENGAGEMENT (REENGAGEMENT) STAAT, É Preconiorsateekende. oi 4 Na tea ee vid dn Se La 5 eee | ___bekent voor den tijd van wijf jaren dienst genomen te hebben bij het Korps Ba- — | risan te. . . . . « . « en daarvoor eene premie te hebben genoten van f f 10.— (tien gulden), : : (handteekening), ~ SIGNALEMENT: Vader Moeder Voor legalisatie, FE Geboren te Residentie In eli Mae ele Die dode at BARN oben ne gare oc Laatst gewoond te : Residentie Voor de visitatie en goedkeuring voor den 8 Aangezicht dienst als Barisan. j Voorhoofd De Geneesheer, é Oogen ; | Neus : Mond j Kin | Haar Goedgekeurd: 5 Wenkbrauwen De Commandant van het korps, _ Merkbare teekenen | Lengte .... meter : Gezien: : i De Kapitein-Instructeur,
Tee ee RE dd ee ene Re Ot a ia ERE OE IE Re ; Brace La. Cc. 5 eaten di 3 = (Behoort bij Art, 44), : ee Korps Barisan. bns <a. i iy ; 2 S Wapenen, Ledergoed en Slag- en Blaasinstrumenten. a Ng BENAMING vs 3 ee DER Aanmerkingen. RE b VOORWERPEN. oe 4 3 3 oe - = Te 3 4 . ‘ 4 q 5 SS z ¥ Conform : ; Phe ha tye oy den 18 am
- 4 id De officier van Wapening, De Kapitein-Instructeur, a re Origineel. : Sj voor Duplicaat. 5 in = a 7 tr qq 4 i
ji w 5 BS i 2 2 ? a iy Bij artikel Il, 8 IL van het hooger genoemd besluit van 22 September 1892 No. 2 is verder vastgesteld onderstaand model voor het authentiek bewijsstuk ten blijke dat aan de officieren of minderen van de korpsen Barisan van Ma- % doera pensioen of gagement wordt toegekend. Model. RE: Dit certificaat dient tot bewijs, dat aan... et et te ee ; hastit gediend hebbende AR etn aoe eh Sake et eee vene ee 8 bijhet korps Bärisan te. 6. 2 2 bee een elke dre soie Bij Deslute ü van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië van... ee ee eere volgens Hoofdstuk XIV van het reglement voor de korpsen Barisan van Madoera, F vastgesteld bij besluit van 4 April 1891 No. 12 is toegekend een ......... ten bedrage van f .........’s jaars, en zulks uithoofde van, ,.....«. 4 Mij bekend: De Gouvernements Secretaris, Bij het korps BARS te. za aen oan cen aes : AE töf enmet de-maand ji. „a ua ooren orn TBE ; traktement genoten. : Baks Se cis eis exes ala « oe tekent dis in te | CRED, dens telen enen een eee eren hield me = i De Kapitein-Instructeur, Z. 0, Be
2 + 8 if r Pi ya 1e ‚816 $ AANWIJZING. han EET ECE ree a je f ¥ | EXTRACT uit het reglement voor de korpsen Barisan van Madoera (vide besluit 22 September 1892 No. 2). . ARTIKEL 76a, De krachtens dit reglement verleende pensioenen en gagementen 7 _ kunnen, ~ tenzij de Gouverneur-Generaal daartoe uitdrukkelijk vergunning mocht E hebben verleend, — niet gelijktijdig genoten worden met andere geregelde inkom- 3 sten ten laste van den Lande, en zijn voorts onvervreemdbaar. : ; | De belanghebbende kan daarover op geenerlei wijze beschikken, ook niet door ] verpanding of beleening. Lastgeving tot het in ontvangst nemen van pensioen of — | gagement kan altijd worden herroepen. Alle overeenkomsten hiermede strijdig, zijn _ nietig, Deze bepaling wordt uitgedrukt in het authentiek bewijsstuk, dat aan be- — __langhebbende wordt uitgereikt ten blijke dat pensioen of gagement is toegekend. — Onder de hierbedoelde verboden beleeningen zijn niet begrepen de voorschot- d ten door liefdadige of tot algemeen nut werkende instellingen, hetzij renteloos, hetzij tegen een matige rente verstrekt tegen tijdelijke afgifte van het voormeld authentiek bewijsstuk, mits de bepalingen, volgens welke die voorschotten wor- 3 den uitgekeerd, door den Resident van Madoera zijn goedgekeurd, 4 No. 4756. ONDERWIJS, EXAMENS voor hulponderwijzer aan de Depok- : sche school en de school speciaal voor kinderen van Ambonsche — burgers te Amboina, q BESLUIT, d No, 11. Buitenzorg, den 2dsten April 1891, | Gelet op het besluit van 24 Januari 1873 No. 25 (Staatsblad No, 26); a Gelezen enz,; | De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; ] Is goedgevonden en verstaan: Eerstelijk; Vast te stellen het aan dit besluit gehecht programma voor hetexa- _ men voor hulponderwijzer aan de Depoksche school en de sehool speciaal waor kinderen van Ambonsche burgers te Amboina. | Ten tweede: Te bepalen dat het in art, 1 van dit besluit bedoeld examen door _ den Inspecteur of den betrokken Adjunct-Inspecteur van het Inlandsch onderwijs, ten overstaan der betrokken schoolcommissie zal worden afgenomen op zoodani- ge tijdstippen als door die inspeeteerende ambtenaren noodig zal worden geoordeeld, — _ Afschrift enz, Herinnerd bij Bijblad no. 4990. : PROGRAMMA voor het examen voor hulponderwijzer aan de Depoksche school en de school speciaal voor kinderen van Ambonsche burgers te Amboina, De vereischten zijn: ; lo, nauwkeurig lezen, zoowel Nederlandsch als Maleisch met Latijnsch karakter, — ~ De candidaat moet daarbij blijken geven dat hij het gelezene verstaat; i 4
rie er al a ef abel en en ed ee RN EE 4 Nn zi 317 : ; :
- : 4 het wervaardigen’ van een ‘schoonschrift — groot, middelsoort en klein; het a laatste zoowel met een: loopende als staande hand; Ha go, vuardigheid om zich in de Nederlandsche taal zoowel mondeling als schrif: Ee telijk behoorlijk uit te drukken; Ees a Zij wordt beoordeeld: : tt a, naar de wijze waarop de vragen, in den loop van het examen gedaan, ‘ ‘zijn beantwoord; en ze bs; naar een of twee opstellen over onderwerpen, die verondersteld mogen
i “worden aan de candidaten bekend te zijn; BREN
40, bedrevenheid in de vier hoofdbewerkingen der rekenkunst, zoowel met gewone
‚en tiendeelige breuken, als met geheele getallen, en daarenboven vaardigheid
{in de toepassing der hoofdregels hij de schriftelijke oplossing van vraagstuk
i ken en bij het rekenen uit het hoofd.
EE Bekendheid met het tegenwoordige stelsel van munten, maten en gewichten _
en met die maten en gewichten zelve; tg go, eenige kennis van de aardrijkskunde van Nederlandsch-Indië en meer in bij- B zonderheden van het gewest en het eiland, waar de school is gevestigd, waar- voor de candidaat in geval van slagen bestemd is; 6°, duidelijke begrippen: i a, van classicaal onderwijs; 4 bh, van de gepaste middelen, waardoor orde en tucht in de school worden gehandhaafd. ; No. 4757. ZEGELRECHT. — Schriftelijke huwelijksaangijten zijn aan het | zegelrecht onderworpen, ; :
Op grond van de volgende overwegingen is beslist dat voor schriftelijke huwe- lijksaangiften zegelrecht is verschuldigd,
Personen, die met elkander een huwelijk willen aangaan, hebben de keus de | aangifte in persoon of in geschrifte te doen (artikel 51 van het Burgerlijk Wet- | boek). Indien zij in persoon voor den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand ver-
schijnen, maakt deze, overeenkomstig artikel 54 van het reglement op het bouden
4 der registers van den Burgerlijken Stand (Staatsblad 1849 No, 25) van de aangifte
eene akte op in het daarvoor bestemd register en die akte wordt door de compa-
ranten mede onderteekend, Die authentieke akte levert dan het bewijs van de handeling.
Bij schriftelijke aangifte schrijft de Ambtenaar van den Burgerlijken Stand haar over in hetzelfde register en teekent hij de akte alleen, Voor de handteekenin- gen van den aangever en de aangeefster in het register treedt het schriftelijk door hen onderteekend stuk in de plaats. Dat aan het register gehecht stuk levert, in verband met de akte in het register, het bewijs dat de aangifte werkelijk is gedaan, Aldus beschouwd, is het moeielijk aan te nemen dat de schriftelijke aan- gifte een stak zou zijn, niet bestemd om bewijs op te leveren. Zij heeft dezeltde kracht ten aanzien van de handeling als de schriftelijke aangiften van geboorten of sterfgevallen, die op meer dan tien palen afstands van het gebouw, waar de akten van den: Burgerlijken Stand worden opgemaakt, hebben plaats gehad. Die stukken zijn in artikel 15 van het reglement op het houden der registers van den Burgerlijken Stand op voor de hand liggende gronden uitdrukkelijk van zegel vrijgesteld,
318 _ -De schriftelijke huwelijksaangifte is niet vrijgesteld en terecht, daar alleen de aan- 4 staande echtgenooten belang hebben bij de volvoering van hun voornemen en zij | zich daartoe gaarne de kosten van een zegel willen getroosten, tenzij zij door een — | certificaat van onvermogen kunnen aantoonen die kosten niet te kunnen dragen, i ) (Beslnit 26 April 1891 No, 14) 3 _NO. 4758. VENDUREGLEMENT. — Toepassing van artikel 33 van het — | Reglement op de openbare verkoopingen in Nederlandsch-Indië, — | Blijkens de missive van den isten Gouvernements-Secretaris van 16 Mei 1891 ‘ No, 1082 behoeven bij de toepassing van artikel 33 van het Reglement op de i u | openbare verkoopingen in Nederlandsch-Indié (Staatsblad 1889 No, 190) personen, — | die met de invordering der onaangezuiverde vorderingen belast zijn geweest, doch niet als vendumeester de betrekkelijke verkooping hebben gehouden, niet in de gelegenheid te worden gesteld om ingevolge artikel 2 van het Koninklijk | besluit van 26 Mei 1889 No, 31 (Indisch Staatsblad No, 192) eene schriftelijke verdediging voor te dragen, indien het vaststaat dat zij in de invordering niet nalatig zijn geweest. EE No. 4759. VOORSCHOTTEN. — Onderwerpen van huishoudelijk beheer, BESLUIT, No, 27, Buitenzorg, 1 Juni 1891. d
Gelezen enz; | Is goedgevonden en verstaan:
Te bepalen dat de aan het besluit van 25 Januari 1875 No, 8 (Bijblad op het
Staatsblad van Nederlandsch-Indië No, 3085) gehechte en bij het besluit van 1 October 1888 No. 9 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié No. 4478) aangevulde staat van onderwerpen van huishoudelijk beheer, waarvoor door den Directeur van Binnenlandseh Bestuur, met inachtneming van de betrekkelijke be- palingen, voorschotten kunnen worden verleend, aangevuld wordt met het volgend nummer:
17, Onderzoek van het lichtgas,
Extract enz. | | No. 4760. OVERSCHRiJVINGSRECHT, — Berekening van het overschrij- vingsrecht in het geval dat twee of meer vastigheden bij eene : openbare verkooping te zamen in eene kaveling zijn opgeveild
en toegewezen. f f
Aan den Resident van Pekalongan,
No. 8353, Batavia, 5 Juni 1891,
Ten vervolge van de dezerzijdsche missive van 15 Mei jl, No. 7254 en onder —
wederaanbieding van het bij Uw schrijven van 11 Maart t‚v. No, 661 overgelegd authentiek extract uit het proces-verbaal van verkooping van de in het gewest onder Uw beheer gelegen kofficonderneming Djolotigo, heb ik de eer UHEdG, _ mede te deelen, dat volgens het oordeel der Regeering (1), in gevallen, dat twee (1) Missive van den te Gouvernements Secretaris van 27 Mei 1891 No. 1176,
a of. mees vastigheden bij eene openbare verkooping te zamen in eene kaveling zijn opgeveild en toegewezen, de berekening van het recht van overschrijving moet _ geschieden op den voet van artikel 6b (1) der bepalingen in Staatsblad 1885 5 No, 103 in dier voege, dat de koopsom (of wat als zoodanig moet worden aan- — gemerkt) gesplitst worde naar verhouding van de verpondingswaarde der vastig- — : heden en het recht van overschrijving geheven worde over de deelen, waarin op — } die wijze de koopsom zal zijn gesplitst, 5 Overeenkomstig deze opvatting is derhalve in het in Uwe aangehaalde missive : bedoeld geval met betrekking tot de koffieonderneming Djolotigo geen recht van | overschrijving verschuldigd over het volle bedrag van de koopsom van f 1000— | doch alleen over het gedeelte daarvan ad f 129,49, uitmakende het bedrag van den verkoopprijs der tot die onderneming behoorende eigendomsperceelen in ver- — | houding tot hunne verpondingswaarde. | De Directeur van Financiën, | ROVERS. | ? | 3 No. 4761. VEROORDEELDE MILITAIREN, — Toepassing der voorschrij- | ten omtrent de opzending naar Nederland van —. | BESLUIT. Mr No 2B. Buitenzorg, 7 Juni 1891, | Gelet : a, Op artikel 8 van het Koninklijk besluit van 19 December 1889 No, 35 (Indisch Staatsblad 1890 No, 58), bij de vierde alinea waarvan bepaald is datde _ | bijkomende straf van vervallen — verklaring van den militairen stand of van de betrekking van militair geëmploieerde niet aan de militaire gevangenisstraf voor den tijd van vijf jaren of langer verbonden is, indien deze ingeval van gratie of bij toepassing van verzachtende omstandigheden, wordt opgelegd terzake van een misdrijf, waartegen de doodstraf met den kogel is bedreigd; b. Op artikel 3 van het besluit van 20 October 1890 No. 3, waarbij den Minister | van Koloniën in overweging is gegeven eene wijziging te provoceeren van de bij 1 Koninklijk besluit van 25 Mei 1886 No, 51 (Indisch Staatsblad No, 147) vastgestelde | bepalingen nopens de opzending naar Nederland van in Nederlandsch-Indië ver- _ oordeelde militairen, in dien zin: dat zij, die tot militaire gevangenisstraf voor den tijd van vijf jaren of langer zijn veroordeeld, doch met toepassing van de in hoofde aangehaalde bepaling niet tevens vervallen zijn verklaard van den mili- tairen stand, voortaan hun straf in Indie, in stede van in Nederland, kunnen on- dergaan; Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 7 April 1891, lett, Ar No. 49/677, houdende mededeeling dat geen termen zijn gevonden tot wijziging | van de bepalingen van het Koninklijk besluit van 25 Mei 1886 No. 51 vermits indien een militair tot militaire gevangenisstraf voor den tijd van vijf jaren of langer wordt veroordeeld zonder tegelijkertijd van den militairen stand vervallen te zijn verklaard, reeds krachtens de bij artikel 2 van dat Koninklijk besluit verleende, aan geenerlei restrictie onderworpen bevoegdheid om in bijzondere ge- (1) (Aangevuld bij Stb. 1899 No, 142).
re di 1 ; 320 vallen van de gestelde regelen af te wijken, door den Gouverneur-Generaal kan _ worden bepaald dat de veroordeelde zijn straf in Indië, instede van in Nederland zal ondergaan; : a Is goedgevonden en verstaan: Van het vorenstaande aanteekening te houden, ‘= Afschrift enz. i 3 No. 4762. INLANDSCHE AMBTENAREN, MAGANGS, — Bij opneming _ BR in 'slands dienst moet de voorkeur worden gegeven aan oud- — ir, leerlingen der zoogenaamde hooydenscholen met een diploma — van afgelegd eindexamen, a ; Vereischte voor de aanstelling tot magang, EN CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera, 4 No, 1559, Buitenzorg, 2 Juli 1891, 3 Het heeft de aandacht van den Gouverneur-Generaal getrokken, dat bijde ver- vulling der voor Inlanders bestemde landsbetrekkingen niet in die mate gelet wordt 4 op de aanspraken der van de scholen voor zonen van Inlandsche hoofden en andere 4 _ sanzienlijke Inlanders afkomstige jongelieden, als gevorderd wordt door het belang — _ van den Staat om kundige en ontwikkelde ambtenaren in dienst te hebben en‚in verband met de geldelijke offers, welke de opleiding dier jongelieden aan hunne familieleden kost, ook door de billijkheid tegenover dezen. | Meermalen komt het voor, dat Inlandsche jongelieden, die slechts de gewone la- gere inlandsehe school bezocht of die gedurende korteren of langeren tijd als magang — | gefungeerd hebben, in 'slands dienst worden opgenomen, terwijl oud-leerlingen a … der zoogenaamde hoofdenscholen met een diploma van afgelegd eindexamen, be- __schikbaar zijn, En waar men wel genegen is van deze laatsten partij tetrekken, laat men hen vóór hunne plaatsing soms gedurende eenige jaren op proef werken, a waardoor zij na eene kostbare opleiding nog gernimen tijd ten laste hunner familie blijven, ' De Gouverneur-Generaal acht het wenschelijk dat jongelieden, die in het bezit _ zijn van een diploma van met goed gevolg afgelegd eindexamen eener school voor _ zonen van inlandsehe hoofden en andere aanzienlijke inlanders, zoo spoedig mogelijk __op bezoldiging werkzaam gesteld worden. E Daartoe behooren zij bij voorkomende vacatures in voor hen passende betrekkin= gen — waaronder uit den aard der zaak niet die te rekenen zijn, waarvoor eene spe- _ ciale opleiding noodig is— vóór te gaan aan anderen, van welken regel alleen afgeweken mag worden ten aanzien van hen, die reeds jaren dienst verrichten zonder iF bezoldiging en bijzondere geschiktheid bezitten of nopens wie door den Gouver- — 4 neur-Generaal uitzondering mocht worden toegelaten. x Ten einde UHEG. gelegenheid te geven bij benoemingen op meerbedaelde jon- gelieden te letten, zal U jaarlijks na afloop der eindexamens aan de vaakgenoemde scholen door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid opgave worden gedaan van de uit Uw gewest afkomstige jongelieden, die in die examems ge- slaagd zijn, van wie alsdan, ter beoordeeling hunner onderlinge aanspraken, op __ Uw bureau ranglijsten behooren te worden aangelegd. 4 Voorts verlangt de Gouvernenr-Generaal, dat uit de door UHEG. genomen be- sluiten van eerste benoemingen in 's lands dienst blijke, dat de benoemden in het a cr
<p ile HE re ise her, oR ed en ed 5 is So eet a 321 bezit zijn van een diploma van goed afgelegd eindexamen eener hoofdenschooljof, — = goo dit niet het geval mocht zijn, waarom zoodanig gediplomeerde niet is benoemd. a a Eindelijk wenscht Zijne Excellentie jaarlijks eene opgave) van UHEG, te ont- | K vangen van de in Uw gewest verblijfhoudende jongelieden, die bedoeld examen 4 El met gunstig gevolg hebben afgelegd, waarin tevens vermeld is hoeveel van hen | gene plaatsing in ’s lands dienst erlangd hebben en waarom de overigen nog met zijn: geplaatst. ‘ f ál Terwijl ik door de mededeeling van het vorenstaande, met uiinoodiging daaraan _ 4 het vereischte gevolg te willen geven, de eer heb van een last van den Gouverneur- ___Gemeraal mij te kwijten, voldoe ik mede aan eene opdracht van Zijne Excellentie _ _ door UHEG, tevens te verzoeken, op Uw bureau geen magangs aan te nemen, die _ niet in het bezit zijn van een bewijs dat zij de lessen aan eene lagere inlandsche _ ____sehool met vrueht hebben gevolgd, en toe te zien dat door de aan UHEG, onder- B geschikte Europeesche en Inlandsche ambtenaren in gelijken zin worde gehandeld, | a ‘ De te Gouvernements Secretaris, | 3 : VAN DER WIJCK. | : Ee. No. 4763. STAATSSPOORWEGEN. — Aanvulling van artikel 2 der bijzon- — i dere bepalingen betreffende het vervoer van ’s Lands reizigers — : en goederen op de Staatsspoorwegen in Nederlandsch-indié, | me 4 BESLUIT, 3 No, 14. Buitenzorg, 18 Augustus 1891, Bey Gelet enz.; | ä Gelezen enz; : | 8 De Raad van Nederlandseh-Indië gehoord ; * = Is goedgevonden en verstaan: | q Herstelijk: enz. | 4 4 Ten tweede: Goed te keuren dat artikel 2 der bij besluit van 16 Juni 1886 | ba No. Ile goedgekeurde „Bijzondere „bepalingen betreffende het vervoer van 's Lands A reizigers ,en goederen op de Staatsspoorwegen in Nederlandsch-Indie” (Bijblad op 5 _ het Staatsblad van Nederlandseh-Indié No, 4292), wordt aangevuld als volgt: § » „Reisaanvragen volgens hoogervedoeld model kunnen mede worden afgegeven _ : „door den Resident van Soerakarta voor het lijnvak Soerakarta—Madioen van de — À „Oosterlijnen der Staatsspoorwegen ten behoeve van den Soesochoenan van Soera- se „kartasen het Hoofd van het Mangkoe Negorosche Huis, en door den Resident van zn „Djokjakarta voor het lijnvak Djokjakarta Poerworedjo van de lijn Djokjakarta — * „Tjilatjap ten behoeve van den Sultan van Djokjakarta en het Hoofd van het 5 „Pakoe Alamsche Huis en zulks voor reizen van die Vorsten en Prinsen met hun F ‘ „gevolg, alsmede te hunnen hehoeve ten gebruike van andere personen bij buiten- „gewone gelegenheden, zooals door ben te geven feesten of optochten bij besnij- | „denissen, huwelijken of begrafenissen van na verwante familieleden, en dergelijke,” | ) Afschrift enz. 1 (1) Hiervoor is een model vastgesteld bij Bijblad no. 4946, hetwelk weder is k vervangen door dat in Bijblad no, 5556. Zie vervolg van dit laatste in Bb, no. 5693, ’ 1 ' 21
322 z
No. 4764. PATENTRECHT:-— Betaling van — over door geémpieyeerden
genoten aandeelen in de winst van ondernemingen, welke in Nederland patentplichtig zijn, : | « Aan: den Resident fan 6.0... sn oN ey oren le No. 15677, Batavia, 6 October 1891.
__Met referte aan Uwe missive van 17 Augustus jl, No. 17361E, heb ik de eer —
UHEdG. mede te deelen, dat de regel, volgens welke de geémploijeerden eener onderneming over de door hen genoten aandeelen in de winst niet persoonlijk 3 in het patentrecht mogen worden aangeslagen, geen toepassing vindt in geval de — onderneming toebehoort aan eene naamlooze vennootschap, welke op grond van — de laatste vrijstelling in artikel 2 der ordonnantie in Staatsblad 1878 No, 350 — niet voor een aanslag hier te lande in aanmerking komt, en indien tevens de — vennootschap over bedoelde aandeelen in de winst in Nederlaud geen patentrecht #
betaalt, In dat geval moeten n. 1, de bedoelde geémploijeerden persoonlijk over —
de door hen genoten tantiëmes worden aangeslagen. Betaalt daarentegen de k
_ vennootschap in Nederland wel pateutrecht over die tanti¢mes, dan blijft de aan- | slag in Indië geheel achterwege (referte aan bijblad No, 3600), Of de geémploy- — eerden hier te lande in verband met het vorenstaande aanspraak hebben op — vrijstelling voor de door hen genoten tantièmes, moet door hen zelf worden aan- getoond, Zoolang door hen het bewijs niet geleverd is, dat de vennootschap in _
Nederland inderdaad ook over de in Indië uitgekeerde tantièmes belasting be-
_ taal behooren de commissién de geëmploijeerden alhier aan te slaan, Ieder — toch, die zich op eene vrijstelling beroept, moet dat beroep door bewijzen weten
te staven, : |
Ik doe u hierbij voorts nog opmerken, dat overigens aan den boven vermel- den regel strikt behoort te worden vastgehouden, zoodat ondernemingen, welke — aan het patentrecht hier te lande onderworpen zijn, steeds over de geheele winst, derhalve ook over de aan de geëmploijeerden toekomende aandeelen, moeten wor- _
den aangeslagen. De Directeur van Financiën, ; ROVERS,
No. 4765. PAKETVAART, — De machtiging der Reyeering wordt niet ver- eischt voor de uitbetaling van kosten wegens vervoer met niet tot de vloot der Koninklijke Paketvaartmaatschappij behoorende stoomschepen langs contractuéele lijnen, ‘
Blijkens de missive van den Asten Gouvernements Secretaris van 11 October 1891 No. 2496 is, met het oog op artikel XV, 2de alinea, § b, der voorwaarden van de overeenkomst met de Koninklijke Paketvaartmaatschappij voor de bedie- ning van de paketvaart in den Nederlandsch-Indischen Archipel gedurende de jaren 1891 t/m. 1905 (Bijblad No, 4569) en het voorkomende in de nummers 3039 en 3040 van het Bijblad, voor de uitbetaling van kosten wegens vervoer van landsdienaren en Gouvernements goederen enz, met niet tot de vloot van ge- noemde maatschappij behoorende stoomschepen, langs contractuëele lijnen geen —
| Regeeringsbeschikking noodig.
A 323 x 2 No. 4766. POSTDIENST. — Postverkeer met kleine plaatsen, welke door de — 3 stoomschepen der Koninklijke Paketvaartmaatschappij worden 4 aangedaan. . : ____Bij de missive van den isten Gouvernements Secretaris van 9 November 1891 5 No, 2754 is den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken medegedeeld dat 2 hij, ter voorziening in de behoofte aan middelen tot postverkeer met kleine plaat- sen, zich gemachtigd kan beschouwen om, in overleg met den Hoofdagent der
f Koninklijke Paketvaartmaatschappij, aan een der stuurlieden van de stoomsche-
q 5 pen dier maatschappij, welke die plaatsen aandoen, op te dragen voor deafgifte en de aanneming van poststukken te zorgen en dien stuurman tevens te voorzien y van*een voorraad postwaarden om op aanvraag te worden verstrekt.
No. 4767. ERFPACHT. — Voorschrift voor de Commissién van onderzoek
BS naar de vatbaarheid tot uitgifte in- van woeste gronden, 4 CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur,
No, 6243, Batavia, den 20en November 1891,
a Herhaaldelijk komen in den laatsten tijd in de processen-verbaal der Commissiën van onderzoek naar de vatbaarheid tot uitgifte in erfpacht van woeste gronden
__ beschouwingen en mededeelingen voor, die afwijken van het bij dezerzijdsche Circulaire van 4 Januari 1883 No, 53 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch- Indië No, 3864) voorgeschreven model, en die, hoewel niet dienende ter zake van het bij Staatsblad 1872 No, 237b bepaalde onderzoek aanleiding geven tot het ___menigvuldig terugzenden der betrekkelijke stukken met verzoek om inlichting.
a Ten einde de hierdoor ontstane vertraging in de behandeling van erfpachtsaan-
8 vragen voor den vervolge zooveel mogelijk te voorkomen, verdient het, ook ter
_ besparing van veel schrijfwerk, aanbeveling, door voornoemde commissién de voor- — 3 geschreven modellen, die gedrukt te bekomen zijn bij 's Landsdrukkerij, te doen
___ bezigen, en met inachtneming der daarin voorkomende toelichtingen, geheel op den voet te doen volgen; kunnende, ingeval er meerdere bijzonderheden te ver- melden zijn, deze in een afzonderlijk schrijven worden medegedeeld,
3 Ik heb mitsdien de eer UHEdG, uit te noodigen het noodige te willen verrichten tot erlanging dier imprimés en bij de behandeling van erfpachtsaanvragen op het ___vorenstagnde te willen letten en doen letten,
De Direeteur van Binnenlandsch Bestuur, 3 ; H, KUNEMAN. 5 No. 4768. PAKETVAART,— Wijzigingen in het vaarplan der contractuéele diensten, ; DIENST No. 2. Op den voet van artikel VII, alinea 3, der voorwaarden van | de overeenkomst voor de bediening van de paketvaart in den Nederlandsch-Indi- sehen Archipel gedurende de jaren 1891 t/m, 1905 :Bijblad No, 4569) is bij het besluit van 20 October 1891 No. 16 vergunning verleend om het vertrek der stoom- | schepen van Padang te vervroegen tot 8 uur ’s morgens, :
i ara MEAG handen drie ta ER PT Pe ee ee kiel. rd cil in NN nat fk, a ee oe bil tet at Meri Aan FE If bem a | mh 324 - lij a A DIENST No. 7, Op den voet van de aangehaalde bepaling is bij het besl uit van 4 November 1891 No, 11 vergunning verleend om het vertrek van Batavia | der stoomschepen, bestemd voor hét doen der rechtstreeksche reizen op dezen, |__ dienst, te vervroegen tot 8 uur ’s morgens. E ie Met wijziging van Bijlage A van voorschreven overeenkomst is bij het besl it } van 17 December 1892 No. 2 de duur van het verplicht oponthoud vastgesteld. : 2 te Cheribon op 6 uren; pi e a : „ Tegal ned ems, ry a a » Pekalongan , 4 „ en is in verband daarmede de a termijn, binnen welken de heen- en terugreizen op dezen dienst, waarop de gen | noemde plaatsen worden aangedaan, moeten worden volbracht, verlengd met een” [ half etmaal, a : 5 4 F DIENST No. 8. Bij het besluit van 5 December 1892 No, 14 is bepaald dun _ deze dienst instede van eenmaal in de vier weken, eenmaal 's maands zal wor-_ den bevaren. a ‚ DIENST No, 11, Met toepassing van het bepaalde bij artikel VIII, alinea 188 van hooger bedoelde voorwaarden is bij het besluit van 14 October 1892 No, 1 de termijn, binnen welken de reizen op dezen dienst moeten worden volbracht, — 3 tot wederopzeggens verlengd met drie etmalen en zulks ten einde de Koninklijke à Paketvaartmaatschappij in de gelegenheid te stellen daarop, doeh uitsluitend in het belang dier maatschappij, ook Timor-Dilly te bezoeken, 8 DIENST No, 12. Met wijziging in zooverre van Bijlage A der hoogergemelde overeenkomst is bij het besluit van 7 September 1892 No, 14 de duur van het _ | _-verplicht oponthoud vastgesteld: a te Gisser op 12 uren; ‘ 9 „ Skroë GD be ik „ Toeal Ae ares on 1 „ Dobo ni " EB ä „ Serwaroe , 12 „en oa 1 „ Banda, de tweede maal dat deze plaats wordtaan- — gedaan, op 24 uren, en is, m verband hiermede, de tvermijn, binnen welken de reizen moeten worden volbracht, verlengd met vier en een half etmaal, ; No. 4769. MIJNCONCESSIEN, MIJN BOUWKUNDIGE ONDERZOEKIN- — S GEN EN OPSPORINGEN, — Modelcontracten voor het uit — 3 ‘ geven van mijnconcessiën door de Vorsten en Rijksgrooten van — leenrijken in Nederlandsch-Indié en voor het verleenen van — vergunningen tot hel doen van mijnbouwkundige onderzoekingen — en opsporingen, p CIRCULAIRES aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur van die Gewesten, a waar zelfbestuur bestaat, a No. 6695, Betavia, den 29en Juni 1889. Krachtens machtiging der Regeering (1) heb ik de eer UHEG. hiernevens aan » (1) Missives len Gouvernements Secretaris van 28 April en 22 Mei 1889 Nos. a 44 en 1121. . 4 i@ 8 Jk :
ee rt es ae derd es hee ade ns FE ln eN 4 , kek : d 325 i É i ; : i je bieden een model-contract voor het uitgeven van mijnconcessitn door de Vor sten en Rijksgrooten van leenrijken in Nederlandsch-Indié met eene Nota van Toe Jiehting, en een model-contract voor het verleenen van vergunningen tot hetdoen van mijnbouwkundige onderzoekingen en opsporingen. De modellen zijn bestemd om te dienen tot leiddraad voor de contracteerende a partijen en behooren, behondens waar plaatselijke toestanden afwijkingen onver- 3 mijdelijk maken, zoo getrouw mogelijk te worden gevolgd, hebbende de Regeering reeds aan contracten, volgens dit model gesloten, Hare goedkeuring verleend en . zich vereenigd met de daarin uitgedrukte beginselen, ; Gemakshalve zijn in de modellen de woorden ,Sultan en Rijk” gebruikt, wel- ke “zooveel noodig door andere gebruikelijke benamingen behooren te worden __ vervangen. , 4 Verder merk ik op, dat voor artikel 11 van het concessiecontract twee redac- - tién zijn aangegeven om naar gelang van omstandigheden te worden gebezigd. { Het additioneele artikel aan het slot beeft alleen betrekking op de leenstaten, | waarin het heffen van in- en uitvoerrechten aan het Inlandsch zelf bestuur is __ overgelaten en behoort te vervallen. waar de heffing dezer rechten in handen _ der Regeering berust, kr Ingeval het artikel behouden moet blijven, zal daarvoor dan tevens eene ge- schikte plaats, bij voorbeeld tussehen de artikelen 10 en 1! dienen te worden aangewezen, % Voorts is de Regeering gewoon vóór de goedkeuring van dergelijke contracten ~ te vorderen, dat de contractant zich bij- authentieke akte verbindt: | te, tot vergoeding der kosten van zoodanige bescherming ten beboeve der krach- ¢ tens de gesloten avereenkomst in het leven te roepen onderneming als waar- . toe door ot namens henr het verzoek mocht worden gedaan, verminderd met : het bedrag door den ondernemer én de geëmployeerden ¢, q, aan ’s Lands : kas voldaan ter zake van belastingen aan de Lande; (1) 2e, tot vergoeding van de kosten voor de zending van ambtenaren, deskundigen * of commissiën ter plaatselijke opname in al die gevallen, waarin bij de ; gesloten overeenkomst de beslissing aan het Hoofd van gewestelijk bestuur | of aan den Gouverneur-Generaal is gelaten. 3e, om geene bij de mijnen op Banka behoorende Chineesche mijnwerkers in dienst te nemen, zonder speciale vergunning van den Gouverneur-Generaal, onder verplichting om zoodanige Chineezen, ingeval zij in dienst vande on- — | defneming mochten worden aangetroffen, op kosten der onderneming naar Banka terug te zenden, :
Ter voorkoming van tijdverlies zal het daarom aanbeveling verdienen, dat bij het verzoek om goedkeuring van voorloopig gesloten contracten reeds dadelijk eene authentieke akte als bovenbedoeld worde. overgelegd.
In verband met de circulaire van den Gouvernements-Seeretaris van 8 Decem-
(1) Bij besluit van 2 December 1889 No, 17 is in beginsel aangenomen om be- doelde verbintenis slechts dan van concessionarissen te vorderen, waar het geldt uitgebreide ondernemingen in afgelegen streken, waar het Nederlandsch gezag zich slechts weinig doet gelden, ;
3
326 a
‘ * ee
_ ber 1885 No, 1865, (1) zal de gevraagde goedkeuring niet door UHEG. mogen |
_ worden verleend, maar de zaak bij de Regeering behooren te worden voorgebracht.
Bij goedkeuring door-of namens de Regeering wordt voor zoover noodig nog
tot voorwaarde gesteld, dat het overeengekomene bij het additioneele artikel (eq. artikel...) de Regeering niet zal kunnen verhinderen in de uitvoering van —
plannen Harerzijds ten opzichte van de overname der heffing van in- en uitvoer-_
_ rechten in het Rijk, waarin de concessie verleend is.
Hierop waren casu quo gegadigden voor mijnontginning tevens door U opmerk- | zaam te maken, 5 Omtrent de aanvragen om vergunning voor het sluiten van contracten voor mijn-
ontginning worde hier nog opgemerkt, dat zij dikwijls niet berusten op vooraf- : gaand grondig onderzoek, 4
Dientengevolge worden dan veel te groote uitgestrektheden aangevraagd, waar-
van het nog onzeker is of zij de delfstoften, welker winning wordt beoogd, bevatten, 4
‘ Met de artikelen 11 en 13 van het model-contract is getracht het aanvragen van te groote concessién te breidelen, Hiermede wordt echter niet beoogd het voor- — afgaand onderzoek van terreinen te beperken. Slechts zoodanige opsporingen zul- len kunnen aantoonen welke gedeelten voor mijnconcessién in aanmerking komen, — welke niet. Om dergelijke onderzoekingen te bevorderen is het wenschelijk, dat — deze kunnen plaats vinden zonder betaling van cijns of andere retributién door — den onderzoeker te voldoen, evenals in de landen onder direct bestuur van het — Gouvernement, en dat hem zekerheid wordt gegeven’ de vruchten van zijn arbeid Ee te kunnen plukken, indien hij winbare delfstoffen ontdekt. a Uitgaande van deze beginselen zijn in de Westerafdeeling van Borneo meerdere a
_ vergunningen tot onderzoek uitgegeven en door de Regeering goedgekeurd vol- — gens het aan den aanhef dezer genoemde model, k
Ten slotte meen ik onder Uwe aandacht te moeten brengen, dat het aanvra- gen van concessiën tot mijnontginning zonder voorafgaand onderzoek niet voor _ eene ernstige opvatting der aanvragers pleit. i Zooveel mogelijk zal daarom door U het vooraf sluiten van overeenkomsten,
_ heudende vergunning tot het doen van mijnbouwkundige onderzoekingen en op- 5 sporingen, in de hand te werken zijn. : a Ook dergelijke overeenkomsten zullen echter, evenmin als die tot mijnontgin- (1) In meerdere der met Inlandache worsten gesloten contracten dan wel inde a door hen afgelegde verklaringen wordt onder de eene of andere redactie de be- paling aangetroffen, dat het Inlandsch zelfbestuur geene concessién tot mijnont- ginning zal uitgeven dan na verkregen toestemming hetzij van het betrokken Hoofd _ van Gewestelijk Bestuur, als vertegenwoordiger van het Gouvernement, dan wel in een enkel geval van den betrokken Assistent-Resident. Het niet wenschelijk achtende dat die toestemming verleend worde buiten Hare voorkennis, heeft de Regeering bij de Circulaire van den Gouv, Secretaris van 8 December 1885 No. 4 1865 de betrokken Hoofden van Gewestelijk Bestuur doen verzoeken de bedoelde q bepaling, voortaan zóó op te vatten dat in het uitgeven van mijnconeessiën zoo- mede in het verleenen van vergunningen tot het doen van mijnbouwkundige op- a sporigen in de tot hun gewest behoorende Inlandsche Siaten door het bestuur niet 4 worde toegestemd, zonder dat telkenmale vooraf de zienswijze der Regeering is ingewonnen, 4
Ki 327 _ ning, in verband met de reeds aangehaalde Gouvernements-cireulaire, door UHEG. Á mogen worden goedgekeurd zonder daarop vooraf de zienswijze der Regeering ; te hebben ingewonnen. A E De Direeteur van | Ki Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, | VAN DER KEMP. | 3 . j Vergelijk Bijblad no. 5206. Zie verder ook Bijblad no. 5555 en 5614, 4 De modellen zijn bij Bijblad no, 5450 door andere vervangen. | | Na. 1933. Batavia, den 3en Maart 1890. E: Ten vervolge op dezerzijdsche circulaire van den 29sten Juni 1889 No. 6695, — 3 heb ik, krachtens machtiging der Regeering, (1) de eer het volgende onder de 3 aandacht van UHEG. te brengen. | | Tegen het additioneel artikel, gelijk het is geredigeerd in het bij vorengenoem- ; de circulaire gegeven model-eontract voor het uitgeven van mijnconcessién, is de 7 bedenking gerezen, dat de uitdrukking „vivres en andere benoodigdheden” te rek- | baar is, waardoor aanleiding gegeven zou kunnen worden tot misbruik van de zijde van den concessionaris of diens ondergeschikt personeel, $ Aan de andere zijde moet worden erkend, dat indien het betrokken Rijk geene voedingsmiddelen genoeg levert gm ook in de behoefte van het personeel eener Ë groote onderneming te voorzien en dientengevolge invoer daarvan door den con- cessionaris op groote schaal noodig zal worden, het voor dezen van groot belang — is te weten dat van dien invoer geene rechten zullen worden geheven, daar hij | door het toelaten van zoodanige heffing in te afhankelijke positie van het Inlandsch E zelfbestuur zou geraken, 4 Doet bedoelde omstandigheid zich echter niet voor, 200 zal het aanbeveling : verdienen de strekking van het additioneel artikel te beperken. : ; In beide gevallen echter kan de vrijstelling worden uitgestrekt tot andere rech- ten van welken aard ook, Hieruit vloeien voor bedoeld artikel twee redactiën voort, welke hieronder wor- den aangegeven en waartusschen UHEG, ter zijner tijd met inachtneming der plaatselijke omstandigheden gelieve te kiezen. kt Eerste redactie. : „De contractanten ten eenre verbinden zich geene invoer- of andere reehten, | van, welken aard ook, te zullen heffen of laten heffen van de vivres of andere Gy benoodigdheden, die ten behoeve van de onderneming door den concessionaris | worden ingevoerd, noch eenig uitvoer- of ander recht van de te winnen delfstof | fen te zullen vorderen. | Tweede redactie. | De contractanten ten eenre verbinden zich geene invoer- of andere rechten, : _ van welken aard ook, te zullen heffen of laten heffen van de machinerién, | gereedschappen en materialen, die ten behoeve van de onderneming door den | (1) Missive van den fen Gouv, Secr, van 22 Februari 1889 No, 333. i 3
328 Ee 1
. 9
concessionaris worden ingevoerd, noch eenig uitvoer- of ander recht van de te winnen delfstoffen te zullen vorderen, ‘
Voorts verdient het aanbeveling in die gevallen, waarin de contracten behal. ve in het Nederlandsch ook in het Maleisch of eenige andere taal worden opge- | maakt, daarin een slotartikel te-doen opnemen van den volgenden inhoud: |
ZN 1 15 ete ak ne | Bij de toepassing en verklaring der bepalingen van deze overeenkomst is de Nederlandsche tekst alleen bindend. Onder mededeeling van het vorenstaande heb ik de eer UHEG. te verzoeken zich te zijner tijd daarnaar te gedragen, | De Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, _ VAN DER KEMP, No. 10920. Batavia, den 12en November 1890.
Ten vervolge mijner circulaire van den Sen Maart 1890 No. 1933 heb ik, krach- tens machtiging der Regeering, (A) de eer het volgende onder de aandacht yan UHEdG. te brengen. |
Ten. eerste wenscht Zijne Excellentie de Gouverneur-Generaal dat van alle over- eenkomsten tot mijnontginning, gesloten in rijken met inlandsch zelfbestuur, steeds | drie gelijkluidende exemplaren ter goedkeuring worden aangeboden, elk exem- plaar vergezeld van de daarbij behoorende schetskaart van het concessieterrein.
Ten tweede, Bij dezerzijdsche circulaire van 29 Juni 1889 No, 6695 werd tevens aangeboden een model contract voor het verleenen van vergunningen tot het doen van mijnbouwkundige opsporingen, Dit dient alsnog te worden aangevuld met : een artikel van den volgenden inhoud:
„Bij geschillen omtrent het beloop der grenzen van het onderzoekingsterrein „blijft de beslissing aan het Hoofd van Gewestelijk Bestuur in het hoogste ressort „voorbehouden.
Onder mededeeling van het vorenstaande heb ik de eer UHEdG, te verzoeken zich te zijner tijd daarnaar te gedragen.
De Direeteur van ' i Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, VAN DER KEMP. No. 4770. CONCESSIEN voor LANDBOUWONDERNEMINGEN in zelf- besturende Inlandsche landschappen, BESLUIT, ‚No. 2, Buitenzorg, den 3en November 1892, ~
Gelet enz.;
Gelezen enz,; N
De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; |
Is goedgevonden en verstaan:
Herstelijk: De Hoofden van GeweStelijk Bestuur in de bezittingen buiten Java |
(1) Missive 1e Gouv, Secretaris van 29 October 1890 No, 2606, |
ee b
329
en Madoera, in wier gewesten zelfbesturende Inlandsche landschappen worden — aangetroffen, te machtigen om econcessiën voor landbouwondernemingen, welke door de Inlandsehe zelfbesturen, op den voet van de aan dit besluit gehechte — model akte, worden uitgegeven, namens het Gouvernement van Nederlandsch- Indié goed te keuren, onder voorbehoud dat daarbij nauwgezet rekening. gehou- ‚den worde met het voorkomende in de mede aan dit besluit gehechte instructie,
| Ten tweede: enz. ‘ 4q Afschrift enz. | _ Zie omtrent uitsluiting van vreemdelingen en vennootschappen Bijblad no, | . 4954 en omtrent het goedkeuren van overdrachten Bijblad no. 4985. | 5 Yie verder Bb. no. 5707. ° a AKTE VAN CONCESSIE. © |
De radja (2) van, .... u. eee ee es OM zijne betrokken rijksgrooten ver- i] Biernen aan; . 0. ae mn et oe met uitsluiting van alle anderen, — concessie tot het drijven van eene landbouwonderneming op de gronden, blijkens de bij deze akte behoorende schetskaart, begrensd als volgt: ... 2... 226455 tot eene nominale uitgestrektheid van ongeveer. +. 6- ++ settee en zulks onder de voorwaarden en bedingen, die hieronder zijn aangegeven. | Art. 1, (1) Deze concessie wordt verleend voor den: tijd: vam 27 yok le scene q ...... (3) achtereenvolgende jaren, ingsande met den dag, waarop zij door | het Hoofde van Gewestelijk Bestuur zal zijn goedgekeurd. | i, (2) Bij overlijden van den concessionaris vóór het eindigen van deze concessie, — | gaan zijne rechten en verplichtingen over op zijne erfgenamen en rechtverkrijgenden, | Art, 2, Deze concessie maakt geen inbreuk op de bevoegdheid van het Neder- — jandsch-Indisch Gouvernement, zooals die in het politiek contract met...» B. es eis, of in nader te sluiten contracten zal worden omschreven.
4 Art. 8, (1) De concessionaris zal, binnen één jaar na de goedkeuring van deze — S coneessie. ten genoegen van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur het eoncessie-terrein behoorlijk afbakenen door plaatsing op de snijpunten der grenzen onderling of met rivieren en wegen, van duurzame, goed zichtbare merkteekenen, zooveel mogelijk voldoende aan de eischen, gesteld bij de ordonnantie van 16 December | 4882 (Staatsblad No, 311); zullende bij gebreke van dien deze concessie door den — | radja (4) Wale ey Gal Een acetate eae (es er Ce are kunnen worden — { verklaard, : a (2) De eoncessionaris verbindt zich om, bij voorkomende grensgeschillen, onvoor — __waardelijk zich te onderwerpen aan de uitspraak van het Hoofd van Gewestelijk _ (2) Sultan, Panembaban, Soetan, enz, iN (A) Deze akte moet als eene overeenkomst warden aangemerkt, in den zin der __zegelwet, zie Bijblad no. 4920. fe 3 (3) De concessie mag hoogstens voor 75 jaren worden verleend, : (4) Sultan, Panembahan, Soetan, enz,
330 i
of, op machtiging van dezen, van het Plaatselijk Bestuur, na overleg ‘met het — __Inlandsech Bestuur, q : Art. 4. (1) Binnen de grenzen van het concessie-terrein gelegen gronden, welke — bij leden van de bevolking voor eigen cultuur in gebruik of voor wisselbouw bestemd _
zijn, blijven, desverlangd, ter’ beschikking van de oceupanten, 4
(2) In geval die oceupanten buiten de grenzen van het concessieterrein niet kunnen _ beschikken over eene voor gemeld doel, naar het oordeel van het Hoofd van Plaat
selijk Bestuur, voldoende uitgestrektheid grond, zal de concessionaris bovendien a
zooveel binnen die grenzen gelegen gronden, te hunner beschikking laten, dat de
_ voor elk huisgezin gereserveerde oppervlakte eene uitgestrektheid hebbe van ’À (3) Het Aantal huisgezinnen, dat daarvoor in aanmerking komt, wordt om de vijf jaren op nieuw vastgesteld. 3
| (4) Het is den coneessionaris niet geoorloofd deze door de bevolking reeds geoe- Cupeerde gronden in gebruik te nemen, zelfs niet met toestemmiug der occupan-
_ ten, dan met vergunning van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur. a,
(5) Die vergunning wordt mede vereischt voor elke overdracht van de hooger- bedoelde voor wisselbouw gereserveerde gronden op personen, die niet tot de in- — landsche bevolking behooren, 4
| Art. 5. (1) Binnen de grenzen van het concessie-terrein voorkomende vruchtboo- men — waaronder wordt verstaan alle overjarig plantsoen, waarop eigendomsrech- 7
_ ten worden uitgeoetend, dus ook bamboe, dadap en dergelijke — zoomede boomen, waarop bijennesten voorkomen, mogen door den concessionaris niet worden gekapt dan. met toestemming van de daarop rechthebbenden en na dezen te hunnen genoegen te hebben schadeloosgesteld; voor zoover die boomen staan op door de bevolking geoecupeerde gronden, wordt daartoe bovendien vergunning vereischt van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur.
(2) De concessionaris is jegens de rechthebbenden op die boomen mede gehouden ~~ tot vergoeding van de eventueel daaraan door hem of het in zijn dienstzijnd per- soneel toe te brengen schade, welke vergoeding in het hoogste ressort zal worden a bepaald door het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, ; 4
Art, 6, Mochten binnen de grenzen van het coneessie-terrein mijuwerken vanin- landers of van andere personen voorkomen, dan is de concessionaris niet bevoegd — over de daarvoor gebruikte gronden en de daarbij behoorende waterwerken te beschikken, tenzij na verkregen toestemming van rechthebbenden en nadat deze s te hunnen genoegen daarvoor zijn schadeloos gesteld, 4
Art 7 (1) Rondom de kampongs, waarvan de gronden, huizen enz, nietovereen- ‘komstig de vierde alinea van artikel 4 door den concessionaris in gebruik zijn geno- 4 men, zal behalve de in de alinea’s ten 2 van dat artikel bedoelde reserve gronden, een strook grond tot een minimum breedte van twee honderd meters bij een mini- mum oppervlakte, gelijk aan ongeveer drie malen die der eigenlijke kampong, met al hetgeen daarop staat, ter beschikking van de bevolking gelaten worden als speciale kamponggrond, 7 a
(2) Deze grond is onvervreemdbaar. Elke overeenkomst die daarop inbreuk maakt, is nietig. Alleen kan daarop, met toestemming van de bevolking en van het Z Hoofd van Plaatselijk Bestuur, uitzondering worden toegelaten wanneer dat — 4
(1) Deze uitgestrektheid voor elke concessie afzonderlijk vast te stellen, 4
5 ‘ y
EE. 331
onvermijdelijk is voor werken zooals waterleidingen, wegen enz., ten behoeve
__— van den concessionaris.
| Art &, Het zal aan de daarop volgens de landsinstellingen rechthebbende be-
volking te allen tijde vrij staan om in het nog niet ontgonnen gedeelte van het concessie-terrein natuurlijke producten in te zamelen, ook brand- en timmerhout, doeh dit laatste alleen voor haar eigen gebruik en met voorkennis van den con-
___ gessionaris.
5 Art 9, (1) De concessionaris zal boven en behalve de in de artikelen vier en zeven bedoelde, voor de bevolking gereserveerde bouw- en kamponggronden, de door hem bebouwd geweest zijnde gronden, die hij gedurende het eerstvolgende jaar niet wenscht te beplanten, voor een gedeelte ter beschikking stellen van de binnen de grenzen van zijn concessie-terrein gevestigde bevolking om daarop voor één oogst rijst of djagoeng. dan wel gelijktijdig beide gewassen te plan- ten, en zulks zonder dat het hem vergund zal wezen daarvoor eenige retributie te vorderen, ! ;
(2) Het in de vorige alinea bedoelde gedeelte zal niet meer behoeven te bedra- gen dan de helft van de beschikbare gronden. ; (3) De hier bedoelde gronden mogen door de rechthebbenden niet worden over- gedragen op personen, die niet tot de inlandsche bevolking behooren, dan met vergunning van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur. j
Ei Art 10 (1) De binnen de grenzen van het concessie-terrein bestaande of nader aan te leggen begraafplaatsen of graven, zoomede alle daarin aanwezige plaatsen, welke om andere redenen maar de instellingen der Inlandsche bevolking als gewijde worden beschouwd, zullen door den concessionaris ten strengste worden geëerbiedigd. :
(2) Waar naar het oordeel van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur behoefte bestaat aan uitbreiding van bestaande dan wel aan aanleg van nieuwe begraaf plaatsen, zal de concessionaris den daarvoor noodig geachten grond, voor zoover deze niet door landbouwétablissementen of woningen of ten behoeve der cultuur van overjarige gewassen is ingenomen, zonder eenige schadevergoeding of ver mindering van cijns beschikbaar stellen, 7 |
Art 11, (1) Langs alle in den drogen moesson gewoonlijk waterhoudende rivieren
en beken (kunstmatige waterleidingen uitgezonderd) mag het houtgewas tot op een afstand van 50 (vijftig) meters ter weérszijden (gemeten van af den normalen oeverrand), en rondom de in den drogen moesson gewoonlijk waterhoudende_ bronnen tot op een afstand van 100 (éénhonderd) meters niet gekapt worden dan | met Vergunning van het Hoofd van Plaatselijk Bestuur. 4
(2) De concessionaris is verplicht het kappen van boomen in die strooken toe te laten, wanneer dit door het Hoofd van Plaatselijk Bestuur in het algemeen belang noodig wordt geoordeeld,
Art 12, (1) De concessionaris zal, op vordering van den radja (1) vam. .... -....+, vaa het bij deze akte bedoelde concessie-terrein, voor zoover het niet door landbouw-établissementen of woningen of ten behoeve der cultuur van over- jarige gewassen is ingenomen, eene voldoende uitgestrektheid, ter keuze van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, beschikbaar stellen voor de vestiging van Gou- vernements- of bestuursétablissementen, dan wel voor uitbreiding van de bestaande,
(1) Als voren, ;
% 332 3 (2) Hij zal voor de beschikbaarstelling van die gronden geenerlei schadever: goeding of vermindering van cijns kunnen vorderen. a _ -Art*13, De concessionaris is bevoegd tot het winnen voor eigen gebruik van klei, grind, zand, kalk- of bouwsteen en dergelijke niet metaalaardige stoffen, Art, 14, De concessionaris zal op het concessie-terrein geen papaver planten telen, — Art. 15, (1) Voor de, ingevolge deze akte, ter beschikking van den concessionarig Staande gronden, wordt door dezen cen jaarlijksche cijns voldaan van fe (2) De cijns wordt gerekend in te gaan met den dag waarop deze concessie ; zal zijn goedgekeurd, met dien verstande, dat over het eerste concessie-jaar één/vijfde gedeelte van den geheelen cijns verschuldigd is, over het tweede jaar twee/vijfden { ‚én verder over elk jaar één/vijfde meer, zoodat over het vijfde en de volgende jaren de wolle cijns betaald wordt, 4 (8) De cijns is verschuldigd zoodra het concessie-jaar is ingetreden en moet _ uiterlijk drie maanden na afloop daarvan worden voldaan, 7
(4) Komt de concessionaris deze verplichting niet na, ook niet na eene daarop gevolgde gerechtelijke aanmaning, dan zal drie maanden na de beteekening dier Ì aanmaning de concessie van rechtswege vervallen zijn, onverminderd de ver- : ‚ plichting van den concessionaris tot vergoeding van kosten, schaden en interessen.
(5) Vooruitbetaling van den cijns voor langer dan één jaar mag niet plaats vinden; alle hiermede strijdige bedingen zijn nietig. ir | Art, 16. (1) In deze concessie is, behoudens het hierboven in artikel 13 bepaalde, niet begrepen de ontginning van delfstoffen, aardoliebronnen en dergelijke. _ (2) De concessionaris is verplicht op het concessie-terrein mijnbouwkundige on- derzoekingen en mijnontginningen door het Gouvernement en krachtens door het ; Gouvernement verleende of goedgekeurde vergunningen en coneessic's toe te laten, en de daarvoor benoodigde terreinen beschikbaar te stellen tegen vergoe- ding van de daardoor veroorzaakte schade,
(3) Kan omtrent het bedrag dier vergoeding tusschen de betrokken belang- hebbenden geene overeenstemming verkregen worden, dan zal zij worden bepaald door drie scheidsliëden, (1) |
(4) Bij geschil omtrent de noodzakelijkheid van de beschikking over de voor mijnbouwkundige onderzoekingen en mijnontginningen verlangde gronden, beslist het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, na partijen te hebben gehoord, in hoogste ressort. (4)
_ (5) Wanneer de ingevolge dit artikel ter beschikking van anderen gestelde gronden vóór het eindigen dezer concessie niet meer voor mijnbouwkundige onder- zoekingen of ontginningen benoodigd zijn, komen ze desverlangd weder ter beschikking van den coneessionaris, behoudens hetgeen bij de voorwaarden van mijnontginning mocht zijn bepaald omtrent het verwijderen van gebouwen en inrichtingen, op die gronden gemaakt of geplaatst,
Art. 17. (1) De concessionaris zal op het concessieterrein al zoodanige gebou- wen en inrichtingen mogen plaatsen of aanbrengen, wegen en waterleidingen aan- leggen. die hij voor zijne onderneming nuttig of noodig acht. _ (2) Over het water uit stroomen of rivieren mag de concessionaris door middel : van aftapping en waterleidingen niet beschikken dan na vooraf verkregen toe- stemming van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, en onder de daaraan verbonden voorwaarden,
(1) Zie Bijblad No, 5206. :
333 : 1 Art”18, (1) De concessionaris is verplicht bestaande land- en waterwegen, voor ni zoover zij over zijn concessieterrein loopen, ten genoegen van het Hoofd van — _ < Pjaatselijk Bestuur in goeden staat en voor het openbaar verkeer geopend te houden; bij gebreke waarvan bedoeld bestuur bevoegd zal zijn, op kosten van — ; den concessionaris, in het onderhoud dier wegen te doen voorzien. : 4 4 (2) De concessionaris is gehouden den aanleg door of met vergunning van het — 4 Hoofd van Gewestelijk Bestuur van spoor-, tram-, rij- en karrenwegen, voetpaden en eleetriciteits-geleidingen, zoomede den aanleg van waterleidingen en drainee- ringsgrachten of slooten van hooger gelegen gronden over zijn concessieterrein te _ | gedoogen en de daarvoor benoodigde strooken grond op eerste aanzegging van wege het Hoofd van Gewestelijk Bestuur definitief beschikbaar te stellen, en zulks zonder aanspraak op eenige vergoeding voor het gemis van den grond, doeh met | recht van vergoeding door belanghebbenden van de aan gebouwen, plantsoenen, 3 draineeringswerken of wegen en waterleidingen toe te brengen schade, welke vergoeding bij minnelijke schikking tussehen belanghebbenden of, zoo daaromtrent — ; geen overeenstemming kan worden verkregen, door drie scheidslieden zal worden — | bepaald, Art, 19, (1) De wegen, die door den concessionaris binnen zijn concessieterrein — ‘ worden aangelegd, en evenzoo de bruggen, die door hem gebouwd worden, aul ien, voorzoover zij, naar het oordeel van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, voor het algemeen verkeer van belang zijn, te allen tijde daarvoor geopend wezen, j (2) Ter tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van die wegen en bruggen, zal de concessionaris, zoolang zij ten genoegen van het Hoofd van rea gelijk Bestuur door hem worden onderhouden, voor het gebruik daarvan tol mo gen heffen, volgens een door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur vast te stellen tarief, ij Art. 20, (1) Deze concessie mag noch voor het geheel, noch voor een deel, aan anderen overgedragen worden, dan met goedkeuring van het Hoofd van Gewestelijke Bestuur en met kennisgeving aan den radja (1) van. +. -e see. (2) De concessionaris zal echter de bevoegdheid hebben om kosteloos ian ; stukken van de te zijner beschikking zijnde gronden tijdelijk ter beplanting of ter bewoning in gebruik te geven aan de op de onderneming verblijf houdende winkeliers, groenteplanters, schuurbouwers, ambachtslieden en dergelijken, wier nering of beroep, ofschoon voor eigen rekening uitgeoefend, met de exploitatie der onderneming in verband staat, en evenzoo aan het eigen personeel der onderneming. Zie Bb. No. 5627 nopens het verhuren der ondernemingen. | j Art. 21. (1) De concessionaris zal bij persoonlijk afwezen steeds in Nederlandsche 4 Indië behoorlijk vertegenwoordigd moeten zijn. : ' ; (2) ‘Ter zake dezer concessie kiest hij en c. q. zijn vertegenwoordiger of gemach- tigde onveranderlijk domicilie ten kantore van het Hoofd van Plaatselijk of Ge- westelijk Bestuur te..,......++5. Art, 22 (1) Hoogstens vijf en minstens twee jaren vóór het tijdstip van expi- ratie yan deze concessie zal, op verlangen van den concessionaris, door den radja U) van... .... en zijne berrokken rijksgrooten, in overleg met het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, in overweging genomen worden of tegen de vernieuwing van deze concessie, hetzij op de tegenwoordige, hetzij op gewijzigde voorwaar- den, al dan niet bezwaren bestaan. (1) Als voren,
ee “— 334 | (2) Zoo die niet bestaan, zal de tegenwoordige concessionaris bij yoorkéur bo- _ ven anderen op die vernieuwde concessie aanspraak hebben, Art. 28, (1) Bij expiratie van deze concessie zullen, indien zij niet wordt ver- _mieuwd, alle gebouwen en inrichtingen, door den concessionaris opgetrokken, bin- nen één jaar door hem verwijderd worden, De radja (UJ wan A cere (en zijne betrokken rijksgrooten) hebben echter het recht die gebouwen en in- | richtingen desverkiezende van den concessionaris over te nemen tegen een onder- ling overeen te komen prijs. _ (2) Kunnen partijen het daarover niet eens worden, dan zullen die gebouwen | en inrichtingen getaxeerd worden door drie scheidslieden, (8) De rechten, die de concessionaris op die gebouwen en inrichtingen kan doer gelden, vervallen door het verloop van één jaar nadat bij expiratie der concessie ‚de radja (1) van, ..,..,.... (en zijne betrokken rijksgrooten verklaard | zullen hebben niet tot overname genegen te zijn, | (4) De voorschriften van de drie vorige alinea's van dit artikel zijn ook van toepassing indien de concessie overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 van rechtswege komt te vervallen, | Art, 24, (1) De geschillen, die naar aanleiding der bepalingen van de artikelen 4, 7 en 9 dezer akte mochten ontstaan, zullen in hoogste ressort worden beslist door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur. (2) Alle andere geschillen, die naar aanleiding van deze concessieakte mochten ontstaan, zullen worden onderworpen san de beslissing van drie scheidslieden, waarvan één aan te wijzen door ieder der belanghebbenden en de derde door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur. (8) Indien een der belanghebbenden in gebreke blijft een seheidsman aan te wijzen, en een daartoe door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur te stellen termijn ongebruikt laat voorbijgaan, zal de aanwijzing van dien scheidsman mede door genoemd Bestuurshoofd geschieden. 4 (4) De scheidslieden zullen bij meerderheid van stemmen beslissen en huune uitspraak zal niet aan hooger beroep onderhevig zijn. (5) Zij bepalen tevens wie der belanghebbenden de kosten der arbitrage of welk aandeel ieder van dezen daarin zal dragen.
Art. £5, Bij geschillen omtrent de uitlegging van de in deze akte voorkomende bepalingen is de Nederlandsche tekst voor alle partijen verbindend,
Art, 26, De kosten voor het zenden van ambtenaren, deskundigen of commissien ter plaatselijke opname, in verband met de bepalingen dezer concessie, komen ge- heel of ten deele ten laste van den concessionaris, ter beslissing van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.
Art. 27. Deze akte moet op straffe van nietigheid, binnen één jaar na hare
dagteekening, aan de goedkeuring van het Hoofd van Gewestelijk Bestuur onder-
worpen worden.
| RESORT AE AO a ys ate ne DTE A ah a4" gol RST wee: ar AEH ae) aac ES es
: (Handteekeningen en zegels van den radja (1) en de betrokken | rijksgrooten.)
(1) Als voren,
J 2 pea
- 3
= De omderwatdekende. ua wia ye eRe ee HE |
verklaart de in deze akte omschreven concessie onder de daarbij gestelde voor-
waarden te aanvaarden.
(Handteekening van den concessionaris.)
É Behoort bij artikel 1 van het besluit van 3 November 1892 No. 2, |
j INSTRUCTIE, behoorende bij het algemeen model voor de uitgifte van conces-
k siën tot oprichting van landbouw-ondernemingen in de zelfbestuur bezittende
landschappen op de Buitenbezittingen, bedoeld bij artikel 1 van het besluit
van 3 November 1892 No. 2,
| Bijlaag: één nota.
De bij gemeld besluit bedoelde model-akte van concessie treedt in de plaats
van de bij artikel 1 van het besluit van 27 Januari 1877 No, 4 vastgestelde en bij artikel 1 van de besluiten van 19 October 1878 No. 1 en 19 September 1884 No, 1fe (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié Nos. 3381 en 4350)
| gewijzigde en aangevulde model overeenkomst voor de door het Inlandsch zelf- bestuur van Siak Sri Indrapoera uit te geven laudbouweoncessiën.
| Door de vaststelling van een algemeen geldend model zijn voorts de motieven vervallen, welke, blijkens artikel 2 van het besluit van 18 October 1877 Na. 20 (Bijblad No, 3383), de Regeering er toe geleid hebben om niet toe te laten dat
5 in de streken, waar destijds nog geen regelen omtrent de uitgifte van gronden
’ voor den landbouw waren vastgesteld, door partieulieren met de Inlandsche gel{besturen contracten tot vestiging van landbouw-ondernemingen gesloten wer- den, voordat zij van Hare inzichten zou hebben doen blijken. Bijgevolg zullen eventueele verzoeken van particulieren om van de Inlandsche zelfbesturen gronden ter exploitatie te erlangen in den regel niet meer bij den Gouverneur-Generaal behoeven te werden voorgebracht. In den regel, want, ingeval omstandigheden van politieken of anderen aard zieh mochten voordoen, welke de uitgifte eener
landbouw-concessie onraadzaam doen achten, blijft Z. E. er prijs op stellen van
het voornemen om eene nieuwe onderneming op te richten vooraf kennis te bekomen, terwijl nopens zoodanig voornemen mede het welnemen var den Gouverneur-Generaal behoort te worden gevraagd, wanneer de gesteldheid van het begeerd terrein of de aard van de daarop te drijven cultuur de beschikking
noodig.maakt over een grootere uitgestrektheid dan + 5000 bouws of 15 vier-
kante palen.
Uit den aard der zaak zal, alvorens cenige concessie wordt goedgekeurd, in elk bijzonder geval door het Bestuur nauwgezet moeten worden nagegaan of daor de uitgifte der aangevraagde gronden rechten van de bevolking of van par- tieulieren in gevaar komen, zoomede of ondergeschikte Hootden rechten op den grond kunnen doen gelden, in welk geval alle belanghebbende partijen moeten worden gekend en in de concessie het noodige behoort te worden opgenomen om eventueele moeielijkheden te voorkomen, Daartoe zou wellicht in sommige gevallen een eenvoudig middel gevonden kunnen worden in de uitsluiting van de grondstukken, waarop anderen rechten blijken te hebben, In andere gevallen zou met de rechthebbende hoofden en bevolking ter verzekering van hunne
rechten eene bijzondere schikking moeten worden getroffen, waarvan aan den — voet der concessie zoude kunnen blijken. a
Met het oog op het in sommige streken bestaand gebruik om, behalve de —
__pachtsom, aan den Radja en de Rijksgrooten, die bij het verleenen eener con: |
; _ cessie betrokken zijn, een zoogenaamde „persen tanah" of „bekti” uit te keeren, —
in verband waarmede vaak, ten prejudiee van de opvolgers dier Inlandsche a
E bestuurders met een lageren cijns tegenover een hoogere bekti wordt genoegen —
genomen, is het denkbeeld in overweging genomen om in de model akte van
4 concessie een minimum cijns te vermelden. Van dat denkbeeld is echter afgezien, —
3 niet alleen omdat het voorschrijven van een minimum cijns waarschijnlijk niet _
_ overal even passend zoude blijken, maar ook omdat het Bestuur het in de hand E
heeft om zijne goedkeuring aan handelingen, als de hooger bedoelde, te onthouden,
Evenmin is het wenschelijk geoordeeld om de voorwaarden aan te geven, waar-
$ onder iemand van zijne concessie afstand zoude kuanen doen, vermits ook dit i
_ punt niet voor uniforme regeling vatbaur schijnt. Het zal dus aan partijen moeten
worden overgelaten om te dezer zake zich te verstaan en, zoo noodig, in de akte van
_ concessie eene bepaling op te nemen, waarbij dan tevens de overname zoude kun-
_ hen worden geregeld van de door den concessionaris opgerichte gebouwen en
inrichtingen, ingeval, op zijn verzoek, de concessie wordt ingetrokken. _
| Vermits verder in de model akte is omschreven tot hoever het recht van be
_ Schikking van den concessionaris op de hem toegewezen gronden en het daarop-
. staand houtgewas zich zal mogen uitstrekken, is het onnoodig geacht nog iets —
_ Omtrent de natuurproducten te bepalen. Het is toch duidelijk dat hij, binnen —
_ de grenzen zijner concessie, over die producten ten eigen behoeve zal kunnen _
__ beschikken, voor zoover daardoor geen aan de bevolking bij de akte van conces- Sie voorbehouden rechten worden benadeeld, 2
t Dat voorts wijzigingen, aanvulling of buitenwerking stelling van een of meerder —
voorwaarden, waaronder de concessie is verleend, geen gevolg kunnen nemen, 200 oe
zij niet goedgekeurd worden door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur, aan wien
_ blijkens artikel 1 der model akte de goedkeuring van de concessie zelve is over- ._ gelaten, spreekt zoozeer van zelf, dat ook daaromtrent eene voorziening in het A model overbodig is geoordeeld, 4
De bij deze instructie behoorende nota eindelijk bevat eenige voorschriften en ‘3 aanwijzingen, welke ontleend zijn aan de practijk in de residentië Oostkust van —
_ Sumatra, waar tot dus ver de meeste landeontracten gesloten zijn, en waarmede — bij de behandeling van landbouw-concessiën zorgvuldig rekening zal zijn te a houden, ; “ 4
Behoort bij artikel 1 van het besluit van 3 November 1892 No, 2, | NOTA: ‚0 jn Aantal exemplaren, $ BE
_ De akten behooren in viervoud te worden opgemaakt, bezegeld, onderteekend 2 en ingezonden, a
_ Na de goedkeuring wordt daarvan op elk exemplaar aanteekening gehouden, # met vermelding van het besluit waarbij zij verleend is, . 4
Daarna wordt één exemplaar daarvan uitgereikt aan den betrokken radja, het Z
tweede aan den concessionaris, het derde wordt gedeponeerd in het archief van K den betrokken plaatselijk besturenden ambtenaar en het vierde in hetarchief van ~
het residentie-kantoor.
nl v i 337 | : De bestemming van elk exemplaar wordt vooraf op de eerste bladzijde daarvan met duidelijk en in het oogvallend schrift in rooden of blauwen inkt aangeteekend, 5 Deze maatregel is noodig omdat in de practijk het voor den concessionaris bestemde exemplaar, maar ook alleen dit, bij consignatie transactie’s als papier aan toonder _ wordt beschouwd, dat in pand gegeven en genomen wordt voor zekerheid van schuld, i En dit gebruik is het landbouwerediet zeer te stade gekomen, | Schetskaartjes, : | ; Aan elk exemplaar der akte moet een zoo nauwkeurig mogelijk schetskaartje op de schaal van 1:1000,000 gehecht zijn, waarop het beloop van alle rivieren en soengei’s, en de ligging van alle kampongs en andere terreindetails of grens- punten, die in de grensomschrijving van het betrokken perceel in de akte ver- | meld worden, duidelijk en zoo nauwkeurig mogelijk aangegeven en met hunne | namen aangeduid zijn. (Aangehaald en herhaald bij Bijblad No, 5218). Grensomschrijvingen (de eerste 10 alineas), De grensomschrijvingen moeten met de meeste zorg voor duidelijkheid, nanw- _ keurigheid en juistheid worden geredigeerd, | Tallooze moeilijk op te lossen grenskwestie’s zijn het gevolg geweest van | je slordigheid en onvolledigheid te dien aanzien, ; Worden de grenzen gevormd door rivieren of soengei’s, dan moet in de grens- omschrijving de oever daarvan (en wel de naastliggende) genoemd worden, Ee Worden lijnen als grenzen aangegeven, dan moeten deze van uit ongeveer mathematische punten getrokken worden, hetzij naar andere bekende en bepaalde punten, hetzij in bepaald aan te geven astronomisch azimuth. Bij de veranderlijkheid der magnetische declinatie behoort het gebruik van | magnetische azimuth's verworpen te worden. ft Eene kampong, een heuvel, een moeras of dergelijke terrein-bijzonderheden van _ eenige uitgestrektheid als uitgangspunt van eene grenslijn aan te nemen, zooals in oude landbouweontracten zoo vaak geschied is, wat dan later tot lastige | __ grenskwestie’s aanleiding gaf, mag niet worden toegelaten, *
- Evenzoo kan eene samenvloeiing van twee soengei’s alleen dan als grenspunt ___worden aangenomen, wanneer het zeker is dat de ligging daarvan met zekerheid op het terrein kan worden bepaald, wat in luge streken, waar die samen- vioeiingen vaak een breed moeras vormen, volstrekt niet altijd het geval is. Indien het betrokken concessie perceel eene gemeenschappelijke grens heelt met een ander, waarvoor reeds concessie werd verleend, dan moet de omschrijving dier grens ook volmaakt gelijkluidend wezen met die, welke in de reeds goed- gekeurde concessie akte is opgenomen, , In geen geval worde toegelaten, dat die omschrijving zich bepale tot de ver- melding dat de bijvoorbeeld: noordelijke grens van het betrokken perceel gelijk is aan de zuidelijke van het andere vroeger geconcedeerde, en evenmin mag — worden geaccepteerd, dat cenige perceelgrens zonder nadere omschrijving gezegd wordt identiek te zijn of samen te vallen met de grens tusschen het betrokken landschap en het daaraangrenzende, In het kort gezegd, moet de grensomschrijving van elk perceel op zich zelve voldoende gegevens bevatten om daaruit, zonder raadpleging van andere bronnen of documenten, den vorm en de ligging van het perceel duidelijk en nauwkeurig te kunnen construeeren,
- 22
338 Ten gevolge van onvoldoende bekendheid met den inhoud en de strekking der bepalingen, waarbij de rechten der inheemsche bevolking in de akte gewaarbo ed zijn, vertoonen de radja's en zelfs soms de besturende ambtenaren vaak eene neiging om de perceel grenzen zoodanig te traceeren, dat de kampongs en ver dere woonplaatsen en geoceupeerde gronden der inheemsche bevolking daarbuiten … gesloten worden. 4 Dit moet in het algemeen worden tegengegaan, omdat die bevolking daardoo: a hare bij de akte gewaarborgde rechten en aanspraken verliest ten aanzien van de gronden, die binnen de perceelgrenzen vallen; maar mocht het in bijzondere gevallen in het belang der bevolking wezen om zulks wel te doen, dan mag dit toch niet geschieden door, zooals men gemakshalve vaak tracht te doen, eene grenslijn aan te nemen, die op een bepaalden afstand evenwijdig aan den rivieroe= ver getrokken wordt, omdat reeds bij geringe kroukelingen van de rivier de traceering van die lijn eene onmogelijkheid blijkt. — - 5; : Eene dergelijke gebroken lijn, die de oeverstreek van het perceel afsnijdt, moet dus in azimnth’s en lengten van hare samenstellende deelen omschreven worden, : Wijziging in de bepalingen der concessieakte, 4 Het is hoogst wenschelijk geene wijzigingen in den tekst der vastgestelde mo- delakte toe te laten, i Brengen loeale omstandigheden en belangen mede dat enkele bepalingen aan- gevuld of gewijzigd worden, dan behoort dit te geschieden door bijvoeging van suppletoire artikelen, die onmiddellijk na het laatste van de modelakte worden _ -ingelascht, 4 Laat men de wijzigingen in den tekst zelven toe en wordt een dergelijk stuk later, zooals vaak voorkomt, tot model voor eene nieuwe akte gebruikt, dan gebeurt het allicht dat die wijzigingen gedachteloos ook in deze laatste worden over genomen, zonder dat daartoe grond bestaat. en ¥ Het behoeft wel geen betoog dat de wijzigingen in de akte aan te brengen in — „geen geval inbreuk mogen maken op de rechten en aanspraken, die der bevolking — in de modelakte gewaarborgd zijn, E 7 Gedrukte modelakten. ‘ K. Het verdient aanbeveling om de modelakten, voorzien van de noodige open ruim- _ ten voor de invulling van alles wat moet worden bijgeschreven, gedrukt verkrijg- | baar te stellen. 2 : Regeling van de cijnsbetaling, a Wanneer de radja niet de eenige rechthebbende is op den jaarlijkschen cijns, ¥ die voor de concessie betaald moet worden, kan men gewoonlijk de uitkeering van — het aan andere rechthebbenden toekomende aandeel niet aan hem overlaten, en dan verdient eene regeling aanbeveling, zooals die in de residentie Oostkust van * Sumatra bestaat en waardoor elk belanghebbende verzekerd is het zijne te krijgen. — De concessionarissen betalen in dat gewest den cijns in twee halfjaarlijksehe ; termijnen aan den Controleur van de afdeeling uf orderafdeeling, waarbinnende concessie gelegen is, | 4 Die betalingen worden door den Controleur geboekt in een register, waarin elke k concessie baar eigen hoofd heeft, y In de eerste dagen van de maanden Juli en Januari wordt een algemeeue vers — j
ad 4 E 339 | __deelingstaat opgemaakt en in een ander register ingeboekt, waarin na de uitkee- “4 a ringen van ieders aandeel door elk der deelgerechtigden voor ontvangst geteekend B wordt. 4 ‘ Registreering en bewaring van de concessie-akten, | F Een gemakkelijk en nauwkeurig overzicht van de uitgegeven concessiën is on- | misbaar voor den goeden gang van zaken. | £ Om dit te verkrijgen behoortelke concessie, volgens den datum vanharegoed- Kk keuring, van een volgnummer te worden voorzien en onder dat nummer te 4 worden ingeschreven in een register met vermelding van haren naam en dien van | den concessionaris, de grootte van het perceel, den datum van goedkeuring en deh duur der concessie, .
: Voor de aanteekening van latere overdrachten als anderzins wordt de noodige |
F ruimte opengelaten, opdat later de geschiedenis van elke concessie gemakkelijk kan
j worden nageslagen.
: Elk landschap of elke afdeeling kan eene afzonderlijke serie van volgnummers
: hebben,
; Van dit algemeen register, dat ten residentiekantore wordt aangelegd en bijge- |
houden, worden extracten aan de plaatselijk besturende ambtenaren gezonden, |
| De in de ambtelijke archieven berustende exemplaren van de concessieakten
| worden met de meeste zorgvuldigheid, en landschaps- of afdeelings-gewijze
| gerangschikt, in blikken trommels bewaard. i
| Op eene kaart van het gewest wordt elk perceel volgens zijne grenzen en
overige gegevens ingeteekend en met het register-nummer aangeduid,
Die kaart berust op het residentie-kantoor,
No. 4771. NATURALISATIE,
| s
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk en Plaatselijk Bestuur in Ne-
derlandsch-Indië, ey:
| No. 4660, Batavia, den 27sten Juni 1893.
De wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 12 December 1892 (Nederlandsch Staatsblad No. 268) waardoor de wet van 28 Juli 1850 (Neder- landsch Staatsblad No. 44) vervalt, en die op 1 Juli a, s, in werking treedt,
bevat een van de vroegere afwijkende regeling der naturalisatie,
De Regeering heeft mij opgedragen daarop de aandacht te vestigen,
In voldoening aan die opdracht heb ik de eer, met intrekking van mijn cireu-
laire yan-3 Mei i877 No, 2431 (Bijblad No. 3212), het volgende mede te deelen,
i Artikel 3 der wet vangt aan met de verklaring dat Nederlanderschap door naturalisatie, verkregen wordt door het in werking treden der wet waarbij zij verleend wordt. Het genot der rechten, door de natularisatie verkregen, vangt dus
| aan zoodra de wet, waarbij zij verleend is, van verbindende kracht is geworden. Brieven van naturalisatie worden niet meer uitgereikt, Aan den belanghebbende wordt eenvoudig het nummer van het staatsblad toegezonden, waarin de hem
' betreffende naturalisatiewet is opgenomen.
Volgens het aangehaald artikel behoort bij een verzoek om naturalisatie te wor-
den overgelegd:
| 1°, het bewijs dat de verzoeker meerderjarig is in den zin der Nederlandsche wet,
. .
340 ' Het bereikt hebben van den vollen ouderdom van drie en twintig jaren wordt dus niet meer vereischt, indien de verzoeker vroeger in den echtis ge- treden (artikel 385 alinea 1 en 2 Ned, Burg, Wetb,;artikel 830 alinea 1 en 2 Ind. Burg. Wetb), of handlichting door brieven van meerderjarigverklaring verkregen heeft (artt, 474 en 478 alinea 1 Ned, Burg, Wetb.; artt. 420 en 424 alinea 1 Ind, Burg. Wetb,)
In den regel zal voor het bewijs dat de ouderdom van drie en twintig jaren bereikt is, moeten overgelegd worden een geboorteacte of zoodanige andere acte, welke volgens het recht van het land, waartoe de verzoeker be- hoort, daarvoor in de plaats treedt; voor het bewijs van het huwelijk, de acte van huwelijkvoltrekking, De verkregen handlichting wordt bewezen door overlegging van de brieven van meerderjarigverklaring, ;
20, het bewijs dat de verzoeker gedurende de laatste vijf jaren zijn woonplaats of zijn hoofdverblijf in het Rijk of in zijn koloniën of bezittingen in andere _ werelddeelen heeft gehad, j
7 De verklaring van het voornemen om in het Rijk of zijn koloniën of be- zittingen gevestigd te blijven, wordt niet meer gevorderd,
De ,laatste vijf jaren” zijn de jaren tot op het oogenblik dat het verzoek wordt gedaan, De uitdrukking „woonplaats” is gebezigd in den zin van artikel 74 van het Nederlandsche Burgerlijk Wetboek (= artikel 17 Ind, Burg. Wetb.) Min- _ derjarigen volgen de woonplaats van hun ouders of voogden (art. 21 Ind,
Burg. Wetb.).
Een meerderjarig gewordene, naar Nederlandsch-Indië teruggekeerd, kan dus, niettegenstaande hij de laatste vijf jaren zijner minderjarigheid in het bui- _ tenland doorbracht, verzoek om naturalisatie doen, indien maar zijn ouders of gewezen voogd hier te lande woonachtig waren, 1
Daarentegen kan een meerderjarig gewordene, wiens ouders of gewezen — voogd in het buitenland woonden, naturalisatie vragen, indien hij zelf de _ laatste vijf jaren zijner minderjarigheid hier te lande doorbracht. Dit wordt — uitgedrukt met het woord „hoofd verblijf”,
Het bewijs van een vijfjarige woonplaats (of van een vijfjarig hoofdverblijf) — moet in den regel worden afgegeven door de hoofden van gewestelijk of plaatselijk bestuur en niet door andere ambtenaren of particuliere personen.
Tevens moet daarin de woonplaats van den belanghebbende worden vermeld.
Indien de verzoeker, oorspronkelijk, Nederlander, dien-staatechter verloren 4 heeft, dan vervalt de eisch van een vijfjarige woonplaats, doch treedt daarvoor — in de plaats het bewijs dat hij het Nederlanderschap verloren heeft,
8°. het bewijs dat de verzoeker bij een ontvanger der registratie een som van honderd gulden heeft gestort.
Ingezetenen van Nederlandsch-Indië, aan wie de opvolging van dit voorschrift bezwaarlijk moeht vallen, kunnen volstaan met de storting van gemelde som bij een algemeen ontvanger van ’s lands kas en de overlegging van het be- wijs daarvan bij het verzoeksehritt, zooals tot dusverre geschiedde, ,
Ook kan de belanghebbende de verschuldigde som van 100 rechtstreeks aan het Departement van Koloniën b. v. per postwissel overmaken, in welk —
geval het regu van den wissel eveneens bij het verzoekschrift behoort te wor- — den overgelegd. 1
341
- a |
Aan het Departement van Koloniën zal dan in beide gevallen worden ver- zocht om de overstorting bij een ontvanger der registratie in Nederland te doen plaats hebben,
4o. Het artikel houdt verder de bepaling in dat indien de verzoeker tot een ander land behoort, van hem de overlegging gevorderd kan worden van een bewijs, dat de wetgeving van dat land geen beletsel tegen zijn naturalisatie in Neder- land oplevert,
De bepaling strekt om dubbele nationaliteit te vermijden.
Voor zooveel dus hen betreft, die volgens het recht van hun geboorteland, het in hun keuze hebben hun nationaliteit te behouden of daarvan afstand te
. * doen, behoort een document te worden overgelegd, waaruit blijkt dat zij van hun vroegere nationaliteit zijn ontslagen,
Op verzoeken van hen, die van hun nationaliteit geen afstand kunnen doen, d, i. hun eigen nationaliteit zouden blijven behouden al werden zij als Ne- derlanders genaturaliseerd, wordt afwijzend beschikt,
Bo, Zal een verzoek om naturalisatie voor inwilliging vatbaar zijn, dan behoort ook een verklaring te worden overgelegd van het Hoofd van Gewestelijk Be- stuur, dat des verzoekers gedrag onberispelijk is en dat op zijn handel en wandel niets valt aan te merken, in welke verklaring mede de woonplaats van den adressant behoort te worden vermeld,
Gefailleerden, die nog niet zijn gerehabiliteerd, kunnen niet worden gena- turaliseerd.
Het verzoek om naturalisatie moet gericht worden aan de Koningin en aan den Gouverneur-Generaal bij gezegeld request worden aangeboden, met verzoek om het aan de Koningin aan te bieden.
Het verzoekschrift aan de Koningin en de daarbij over te leggen stukken moeten zijn gedagteekend, gelegaliseerd eu op zegel geschreven. ;
Het verzoekschrift moet worden ingediend door tusschenkomst van het Hoofd
: van Gewestelijk Bestuur. dat het, door tusschenkomst van den Directeur van Justitie, doorzendt met zijn consideratien en advies en alle inlichtingen ver- schaft, welke van het Gewestelijk Bestuur mogen worden verwacht,
Ten slotte wordt er de aandacht op gevestigd dat de wet het beginsel hul- digt, dat de vrouw den staat volgt van haar man, Een verzoek om naturalisatie kan derhalve niet door een gehuwde vrouw worden gedaan (Artikel 5), Verder : dat de naturalisatie niet meer individueel is, doch zich tot de echtgenoote en: de kinderen uitstrekt (artt. 5, 6, 9,
E De Directeur van Justitie,
i STIBBE. Zie Bijblad No. 5001. No. 4772. VACCINE, — Voorschriften voor de vaccine-regeling op Java en Madoera en voor het opzicht over de vaccine aldaar. CIRCULAIRE, Be 4316. Batavia, den 10den April 1893. Bijlagen: 5.
De circulaire van den Chef over den geneeskundigen dienst dd, 15 Mei 1856 No, 515, opgenomen onder No, 1230 van het Bijblad op het Staatsblad van Ned. - Indië, is vervangen door de volgende:
B nn
| 342 -
| 7.
Voorschriften voor de vaccine-regeling op Java en Madoera en 3
voor het opzicht over de vaccine aldaar, a
_ § 1. De in deze voorschriften aangegeven regeling der vaccine. op Java en Madoera berust op de toepassing van het zoogenaamd centraal-kringenslelsel en heeft tot doel: de werkzaamheden der vaccinateurs regelmatig in te deelen, de contrôle op hunne verrichtingen nauwkeurig en eenvoudig te doen zijn, en daar
bij de bevolking zoo min mogelijk te bezwaren a
§ 2. De vereischten voor eene benoeming tot vaccinateur zijn omschreven in —
het Bijblad op het Staatsblad van Ned.-Indië No, 4359. Pe
- De bezoldiging is geregeld bij het besluit dd, 30 Januari 1875 No. 14° (Staatsblad No, 41). 4
§ 4, Iedere vaccinateur bedient één vaccinedistrict. a
§ 5. 1) Zulk een district zal de grenzen van een regentschap niet oversehrij- — den, terwijl de stralen, van het centrum uit getrokken, niet grooter mogen zijn dan 25 palen. i 4a
- Is een regentschap te groot voor Gén vaceinedistrict, dan zal het in twee —
of meer districten verdeeld mogen zijn. y
§ 6. Elk vaecinedistriet is verdeeld in drie elkander enclaveerende kringen — met een bepaald getal inentingsplaatsen, ;
§ 7. De binnenkring heeft slechts één inentingsplaats, zooveel mogelijk in het _ midden gelegen, die tevens de woonplaats van den vaccinateur moet zijn. Is daor plaatselijke gesteldheid de vorming van een binnenkring niet mogelijk, dan zal — de vaccinateur op eene der andere inentingsplaatsen van zijn district gevestigd q zijn. |
§ 8, Het getal inentingsplantsen in den tweeden én in den derden of buiten- kring regelt zich naar gelang der uitgestrektheid van het terrein; in beide _ kringen wordt een gelijk aantal aangewezen, onderling zooveel mogelijk op — evenwijdigen afstand gelegen, ä
§ 9, Onder elke inentingsplaats sorteert een bepaald getal desa's of kam-
‚ pongs, waarvan het gezamenlijke grondgebied één onder-vaccinedistrict vormt. — De afstand, in dit onder-vaccinedistrict door de desa-bewoners naar de inentings- — plaats af te leggen, zal hoogstens 5 palen mogen bedragen. 4
§ 10, De dagen, waarop ingeënt wordt, zijn: voor den binnenkring Maandag, voor den tweeden kring Dinsdag en voor den buitenkring Woensdag. 3
§ 11. 1) In den binnenkring wordt elke week op de standplaats van den vac cinateur ingeënt. In den tweeden en in den buitenkring geschieden de inen- tingen wekelijks op één der daarvoor bestemde plaatsen, die langs den kring in eenzelfde richting achtereenvolgens bezocht worden. Eene tournée van den vac- Ä cinateur duurt dus evenveel weken als het aantal inentingsplaatsen, voor elken kring met ambulante vaccine aangewezen, a
- Tot verkrijging van levende entstof (bibit) in den tweeden en derden i
kring, wordt telkens van de naastbijgelegen desa’s of kampongs uit het aangren- zende ondervaccinedistriet, waarin de voorafgegane week gevaccineerd is, een i voldoend aantal vaccinepuisten dragende kinderen gezonden, 4
§ 12. 1) Van de regeling binnen elk vaccinedistrict wordt een kampongstaat : en eene straalkaart vervaardigd, -
- De kampongstaat (model [) vermeldt de hoofdinentingsplaats in den bin- Ä
F 4
b | 343 , neukring, de inentingsplaatsen in de beide andere kringen, de desa’s, kampongs |
en perceelen, die onder elke inentingsplaats ressorteeren, de desa’s, die hibit-kin-
deren zullen leveren aan de opvolgende inentingsplaats, benevens de volgorde
Er van de tournées, :
™ 8) De straalkaart (model II) geeft een schematisch overzicht van de indeeling ;
4 van het vaceinedistrict, wat betreft de inentingsplaatsen en de volgorde in ‚de
ss tournées. F
x 4) De vaccinedistricten ontleenen in den regel hun naam aan de standplaats |
yan den vaccinateur, :
; $18. Zie aanteekening aan den voet.
„$°14, Overeenkomstig de aanwijzingen in den kampongstaat, doet de vaccina-
_ teur elken Donderdag, na afloop van zijne excursie, aan de Inlandsche hoofden
opgave van de inentingsplaatsen der volgende week en van de namen der desa’s
kampongs of perceelen, welke kinderen ter inenting zullen zenden,
3 § 15, Zie aanteekening aan den voet.
2 $ 16, Tijdens de vaccinatiën, die elken Dinsdag en Woensdag plaats hebben,
geeft de vaccinateur aan de aanwezige desa-hoofden of hunne plaatsvervangers
. de kampongs op, welke in de volgende week bibit zullen leveren, met aanwij- - zing van de inentingsplaats waarheen deze vervoerd moet worden.
3 § 17, Zie aanteekening aan den voet.
3 § 18, Zie aanteekening aan den voet,
/ § 19, Zie aanteekening aan den voet,
me $ 20.1) De inenting op de door het bestuur aangewezen plaatsen geschiedt
kosteloos; voor het verrichten van inentingen, op verzoek in eigen woning, kan
eene billijke vergoeding gevraagd worden,
- Bewijzen van vaccinatie of revaccinatie worden kosteloos uitgereikt.
4 § 21, Na afloop van elke tournée maakt de vaceinateur een rapport in duplo ,
op (model IV), loopende over de voorafgegane tournée, waarvan de resultaten eerst
dan ten volle bekend zijn. Het origineel wordt het Hoofd van gewestelijk bestuur
aangeboden, dat het onverwijld doorzendt aan den Inspeetenr van den burgerlijken
geneeskundigen dienst: het duplicaat wordt den opziener der vaccine toegezonden,
: § 22. 1) Op het einde des jaars wordt het rapport der voorlaatste tournée slechts
__ over dat gedeelte ingediend, waarvan de vaccinatiën en revaccinatiën den 3len
3 December op hare resultaten onderzoeht zijn, Het andere gedeelte van het aldus
gesplitste tournée: rapport wordt eerst in het volgende jaar ingediend,
‘ 2) De straal van inentingsplaatsen, die in één week door den vaceinateur bezocht
_ worden, “dient bij de splitsing der tournée-rapporten steeds als eenheid te worden
beschouwd: Wanneer dus 31 December op een Maandag of Dinsdag valt, dan zal
het tournée-rapport slechts worden bijgewerkt tot dat gedeelte van de vóórlaatste
__ tournée, waarvan de contrôle op den laatsten Woensdag van het jaar beëindigd is,
§ 23. In de hulp-vaccinedistricten op de eilanden, onder de residentie Madoera
_ ressorteerende, wordt het in deze voorschriften aangegeven kringenstelsel niet toe- gepast; ter vervanging der tournée-rapporten, dienen de hulpvaccinateurs aan het Hoofd. van gewestelijk bestuur en aan den opziener der vaccine maandelijksche
k opgaven in der vaccinatiën en revaccinatién,
| § 24, 1) Met toezicht op de vaccine en den geregelden gang der vaccine-aan- gelegenheden is opgedragen aan de Hoofden van gewestelijk bestuur.
3 2) Als opziener der vaccine fungeeren: de stadsgeneesheeren op de drie hoofd-
1
q
; 344 fn ’ plaatsen van Java, de plaatselijke geneesheeren en de officieren van gezondheid belast met den civiel geneeskundigen dienst. 7
- Bij ontstentenis van Europeesche geneesheeren, kan het opzicht over de vac
cine worden opgedragen aan geschikte dokters-djawa. ;
- Ondergeschiktheid van den eenen opziener der vaccine aan den anderen > ___bestaat niet. ‘a § 25. Zie aanteekening aan den voet. :
§ 26. Bij het voorkomen van pokkengevallen onder de bevolking, overtuigt zich —
de opziener der vaccine persoonlijk van den aard en de verspreiding der ziekte
en bepaalt, naar gelang van het epidemisch of sporadisch karakter, of er al dan —
_ niet in het groot eene revaccinatie in het vaccinedistrict of onder-vaccinedistrict moet plaats hebben, Hij geeft van zijne bevinding en van de voorgestelde maatre gelen onmiddellijk kennis aan het Hoofd van gewestelijk bestuur en aan den — gewestelijk eerstaanwezenden officier van gezondheid, :
§ 27, Zie aanteekening aan den voet, 7
§ 28. De gewestelijk eerstaanwezende officieren van gezondheid zenden het ® jaarwerk der opzieners van de vaccine en hunne inspeetie-rapporten aan den Chef — over den geneeskundigen dienst, die ze den Inspecteur van den burgerlijken ge- — neeskundigen dienst doet toekomen, p § 29, De Inspecteur van den burgerlijken geneeskundigen dienst, aan wien het
- hooger toezicht op de vaccine voor Java en Madoera is opgedragen, maakt met — behulp van het jaarwerk der opzieners een Jaar-rapport op van den toestand der — vaccine op Java en Madoera en zendt dit aan den Chef over den geneeskundi- — gen dienst, i 4 § 30. Rapporten van zelf gehouden inspectién worden door den Inspecteur voor- _
‚ noemd ingediend aan den Chef over den geneeskundigen dienst, die ze doorzendt > aan den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, a
§ 31, Aan den Inspecteur is de herziening der bestaande vaccinedistricten op
Java en Madoera opgedragen, voor zooverre dit noodig mocht blijken. :
§ 32. Alleen in bijzondere en wel gemotiveerde gevallen kan van deze alge: — meene regeling worden afgeweken. 4 : De Directeur van ; Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, VAN DER KEMP. 4 Bij besluit van den Direeteur van ©. E‚N. dd, 6 October 1900 No, 13149a _ zijn de §§ 13, 16, 17, 18; 19, 25 en 27 door andere vervangen en nieuwe mo- 8 dellen II, IV en V vastgesteld. F Er Het opzicht over de vaccine op Java en Madoera is nader geregeld bij Bijblad — No, 5451, e 4 : zl 4 } : i |
4 ; Be bo ae q (Mover L) : —_— DAFTAR KAMPONG DISTRICT TJATJAR eer q OPPO LE LE lat g Daftar akan menjatakan segala Desa atau Kampong jang masok hilangan ; dalam satoe satoe tempat menjoentik Tjatjar. a BERAPA PAAL = : Brapa | DJAOEHNJA. Nama de ania ee | TEMPAT MENJOEN. or Ln, AES ¢ ‘ atau et ed els Boe, IS | KETERANG: : TIK TJATJAR. _ | isi desa aos Ee SEs \ kampongnja.| atau (85822: es Avele |gae kampong.| # = s |S : SENEN a Ip es hrs Ae b 1 ” ” R Tempatnja c 11/2 ” ” ze " mantri tjatjar. | rs ” EE ” . | o> | Spee Oe ene | : z 4 PE ” $ | k | e 7 SELASA I a | = A 6 | 4 B. b 1 EE ” (Eerste inentingsplaats € 1/2 Se ji | van den d 2 4 is Membáwa bibi __ Dinsdagschen kring). e 3 3 ” Idem. 4 f | 31/2 | 3lal ,, Idem. 3 | = j REBO 1 a 5 »| 9 3 C. b 21 ” ” aed _ (Eerste inentingsplaais | c | 38 NDE im van den d | | 2 ” | ” _ Woensdagsghen kring, | € 242 »| » | Membawa bibi Ki J + 4/2 nm Idem. , g | | 5 4 Er | zel ; SELASA II | a 45 ae DD. b 2 ” 9 (Tweede inentingsplaats | ¢ 21g 5| ,, | Membawa bibi : van den d 3 BM se ____ Dinsdagschen kring). , : A Es | | | | | q
a et eee en i ke Ee : ‘ ‘ 9 gy i | ï a a _ | BERAPA PAAL ME Brapa DJAOEHNJA. Be Nama desa | banjaknja |} ——HWH——. EL MPAT MENJOEN- sed f : a: atau > OER Pace = aaa KETERANGAN, TIK TJATJAR. _ | isi dea | Be) 22/32 8 a 4 kampongnja.| atau ES | as 4 3 = a mi o de P E kampong. |” & alë [2 4 if REBO Ms a . LE) 2 12 — ars b sene an ee de inentingsplaats ¢ 32 EE ” 4 van den d 4 5 fe a ensdagschen kring). | ¢ 5 4 dy Membawa bibitka G, : sf 5 4 3 Idem. : g | 4l/z | 5 y | sh a | SELASA III a ze 4 8 5 br F. b 142 n ” A rde inentingsplaats | ¢ Bi a } 3 4 van den ld 21 ” n = sdagschen kring). € 23/4 4 * Membawa bibit ka El fi | 2 3 Ee Idem. a . g 2 | Bile | rl Idem. a _ REBO III . a | RI, | EE q | G&. b 2 hi : 4 de inentingsplaats c 2 1/p a eae ; ; van den d 4 1 | " 3 msdagschen kring). € 3 is as ‘ Bey fe 934 zel he . A q 9 aa! se | ” | Membawa bibit kak : h | 5 ais 4 ; 4 a 4 ? 4 Hgekeurd bij dispositie van den Diree- " ‘De Assistent-Resident van ...00... 0 4 ran Onderwijs, Eeredienst en Nijver- ri enne een | Erdee detentie rib ahnseeatd hemden wets =e (Handteekening), Ld q i) : | Hi | & Mt EE: Ie In 4 ie : i Ien 4
Bios DRT ne A Kat bena ele ee DE ee te , i eat a on aie ed Bi airs re He 2: mata er ete iat! fa aces, Weare ack ok, = rr CALE my alate. 1 ee et el Ee RL, BAT at oe ee eres eee ist rate rde UE en sat een Ree oa ATSR, Heap #4 ear fe An at? San Eelt ht. el fea oo ae ehs cn Bed mia SP tad die ot nd els, Jen Ar EEE AE Beute Le lele KEEN DEN hea RT abate pitas Ene em Fa Saree el Pa saat ed sete eo Pea, pa aye 3 - hes, te Lee ke Jes Al Rieten oper Tl). BE rn eee EN een 7 Pe lena a ti Nah rut tE ia ANKER bemin sc 4 Sien Pend a wy HNE hot 4 Bd Es det Erg re AE EP Berita eed emd ej VERT Tele RN EEA en LALKAART. A Var ee eg = br de rh “Le ee | nh A ates Ah AN ee ee Pt ee Beat Eat | RENEE Lt ake Ba Ne ge ces ee ae ee En Silene = al ike Tk st al Ae, ig Ee ry Pate iat vree ta EEP er th, tate eee aa ge ere, READ bid: di Ei A rue td SA 3 en el rn - ate Was sae Db BE OME Arlen oe den Me een 2 Roem Reicha Nl ? ERA ik aad Sei Ge 1 5, as : F M5 tw y Th ae a ate aes eee i Pr SP ES rn ee A cate lini: rete pa Ee ; tr BEENS = iat ee ie ij aie ie gee SS As BR i Ah Re 4 ves xy che wie, rr Ee ERE dens : gens Eells eee OE Se tolanam ES yi mee ace Tae elt thal Spe Sy | verkee AL AAN RE stroet ee Bi oe rae Be jade 5 Gries AE ie is BEND En LAN er Bece lid yh te ae ese hice thea a eee are Riese atl “Sh, CO aa ea Best Aye Rot Maat 7 BAREN 2 4 a E My Vas eae ag Sa Se rie Ls ay oD ole = a Sy ped 3 pese BUT: pa ‘ Buken ae Le ee Rae Rakin sae BE RE es ge Hite Ok Son ts Pies ne en Teen a “nl ae ak k A ; nn Pe aA o> y Por it EA y Mels , 4 ek A ae, AAT 19th, Se. eat | th Reda ssc: Kl wee eS PERE ore ae Mijn editen Reut Riet DIENEN Nd eas \ itt dd Heil nn OE NANA Pee ap ea EE „eren ST ae Nie Sie aaa ; ap RS inca reer ed te SiN Aad oe 2a Te MEE on ak : ene zes: amet “es cere tit nee 1e ir hek Renn 13 7 MS ee ne ER BAE AAE kde ee ; Mt ; Ht Li r meee | ij Oy KOS Fae 4 =A “4 « ie ne sf En, pe Dt Rid A 4 j ah, ba 5! end: + : = 24) 2 len ees ATL Ae? “he RENATE Wass rare EE Ce F i, EE ae a RE bakeri HE: be ch nie ae pci ae sul den Mee ii State . E Hae ER, inte “ae Ll a ten :" : . ‘ 4 de ‘ + r on a knee ae ae ace cat a Vak et ed WEE En EP oA a, EE ZT BN ig) pea ras ing D t stig) fe his Ates ee een ; c ree eea (agree hy: eters Dn | SSM A RE: acne sah hy ) RE Rd er AAN Ten RENE, LER LRE REE EE ie ASTEN wd AEN eet ue 5. ¥ sd nly te i, =O A URS ae TSA 2th Rit in tek Ei LE ae Sen : BEA iz) 4 i uy a eee | et A t bs \ dae 3 ; rl Fils. BA BOR BEAT Ane ayers “4 ee = ae cee AA at i ae ; sie r oye ®t a Jae aa ont oar 5 es sh a Ea 5: ME 4 iif ij ES 4 r ' hy) Seg ae it Er ele REE SPS pik: Nek eek J ae 1 ae 3 ' Erk * fre Ply aoe rie mee hy De Noe eae j ' fone ee 7% en ee | fore AT Su! ‘ 4 ENE RED, qe es aes bt BUS ea fo aera i ‘ | 1 Eek Tem, cle das iy eT eN BES al perp thl eren pak i L ‘ == RL Bu Fal ES ell So etn dies Rare toe i ae Ë En a eee pe ON : t | le tt Nn en Aen - Keun i aes Eee |g ae We Mike ting i i puien UE Me at ais ae ‘ee Lr aes Wees ieee : : ei eet, EN est DE jn ee no tare Ta ee es ee aie een ER et
Notes or ar ae Set aa ik, dies : \ ts Saran yb PAS
= eae by hee Eng ditt Ne, Ee he Sne WER nae ne Heb, lr 6 ee sa Desi ge) cared su age 5 MEE A: A ae ery fai el, Wte Wie je se wa lege te ae Oa: (ashi. Seer ey Se Paani Tema aa al ie Se DAE: op = A ; sh ep se ee ase AN hands aen ih alpin, hete Ee Dad eee Tae oe Bact Bet ah eee EE ths hint had Te cha pees lid ee ik <i, 5 bore Se ae ae eS des Rie pee hik ANNE We En Enden pes ee ia ah on Se eet tabi he . RRT IN led Te DAR aa? itty es ij il gly? 7 i. Bl, ae i ate oth * ? J a 5 ¢ ated f el ik spare na ae faa ; ASR ks niee PE Te UAE | dane eo Ee, Be OR Eef CRS apa Si ed ie we eters rilate ©)! aaah Nn en ERR | © oe et Ed PM Se Ea dE fe 2 Sai Pr A i: igen nd SE SR ea fe ed Pijn nea eee ee Se re ae es gta VL Sa dad LAC Pe AEA Hei oe eet ENDE hc Poe eat ND tion be SOA Sh eho Tee ev wate We atc. 3 naa tity EN denk Pt The tig i EEn Je Ee aa ar a te, el IED hea EA ea ee TER pede Uli RE rj LR Sin En TE NN Ke A NEE AN Ef Sas tee fis, Ann ii Hek LE roe vic vafiatany fl bs neh Phe ee EEE. BR) pale Pen eee on ele tre parton, ibe Se Errik APE Oi te Kid ae Ee | Maat Se ee | eae eat tae NE te ise see Ie oes ets har pape eee RE DA Aas Ser RK OCR Pat 8 duets Sea ae TREE GANS SM OEE ae
348 (Moper III). a Komt overeen met het model opgenomen onder No. 4683 van het Bijblad (Deel 4 _NXVIL, pag. 196), behoudens dat in de eerste kolom het woord „waktoe” is ver- 4 vallen, : bi (Moper IV), q Komt overeen met het model opgenomen onder No, 4683 van het Bijblad (Deel q _ XXVII, pag. 197). c , (Mover, V). | Komt overeen met het model opgenomen onder No. 4683 van het Bijblad (Deel : 4 XXVII, pagina's 199 en 200) met dien verstande nochtans dat No, 3derte beant- _ woorden vragen is vervallen en de vragen 4, 5, 6, 7 en 8 dientengevolge de nummers 3, 4, 5, 6 en 7 hebben gekregen, terwijl in een noot de volgende aan- _ teekening voorkomt: : j „Bij de beantwoording der vragen is het voldoende „het nummer daarvan te _ vermelden, met het opschrift ,, ,Antwoorden””’, 8 _ Bovendien moet in vraag 5, thans vraag 4, voor „Worden” gelezen worden _ ,,Werden”. j No. 4773. AANBESTEDINGEN, — Regelen voor de aankondiging van aan- ; bestedingen, waarbij mededinging van in Nederland gevestigde | gegadigden wordt verwacht of wenschelijk geacht, a | 4 ik BESLUIT. i No, 38. Buitenzorg, 11 October 1892, Gelet enz.; ___Gelezen enz, ; i Is goedgevonden en verstaan: : Met intrekking van de aanschrijving, vervat in artikel 2 van het besluit van 2 ng April 1883 No, 17, (1) te bepalen, dat de aankondiging van aanbestedingen, waar- 2 bij mededinging van in Nederland gevestigde gegadigden wordt verwacht of wen- schelijk geacht, voor het vervolg zal geschieden met inachtneming van de vol- — _ gende regelen: I, Zoo spoedig mogelijk nadat is besloten tot het houden eener aanbesteding, . ; waarbij mededinging van in Nederland gevestigde gegadigden wordt verwacht ; | of wenschelijk geacht, wordt door den betrokken departementschef, onder 7 . overlegging van een afschrift der advertentie, welke ter zake in de Javasche 4
- . Courant verschijnen zal, aan den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan î | om die aanbesteding ook in Nederland te doen aankondigen. , ~ IL. Het sub 1 bedoeld verzoek wordt zoo tijdig ingediend dat de Gouverneur (1) Bijblad No. 4433, : | |
a . | Á 349 ; E Generaal het miinstens vijf maanden vóór den datum van aanbesteding aan | den Minister van Koloniën kan overbrergen. 7 | IIL. Van de voorwaarden der aanbestedingen, ter zake waarvan een verzoek als _ = bedoeld sub I is ingediend, worden zonder begeleidend schrijven door het — betrokken Departement van Algemeen Bestuur 25 exemplaren toegezonden . aan het Ministerie van Koloniën te ’s Gravenhage. IV. Op de naar Nederland te zenden exemplaren van aanbestedingsvoorwaarden, — welke hier te lande tegen betaling verkrijgbaar zijn gesteld, wordt de debiet- — | prijs — bij voorkeur gedrukt — aangegeven, = Afschritt enz, No. 4774. BELASTINGEN, — Bevoegdheid der Indische Regeering tot wij- ziging van belastingregelingen. BESLUIT, No. 7. Buitenzorg, 12 Juni 1893. Gelet op: het besluit van 4 Maart 1893 No, 24; Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 21 April 1893, lett. A?, | No. 53/813, houdende mededeeling dat de Koningin-weduwe-Regentes, blijkens een Kabinetsrescript van den 19en dier maand No, 10 de Indische Regeering in het algemeen heeft gemachtigd tot het aanbrengen in belasting-regelingen van wijzigingen van ondergeschikt belang, waardoor het sijsteem der belasting niet wordt aangetast en de opbrengst geen belangrijke vermindering ondergaat; Is goedgevonden en verstaan: Van het vorenstaande aanteekening te houden, 1 Afschrift enz.
No. 4885. EISCHEN. GOEDEREN, — Toelichting van het voorschrift em- trent de indiening van suppletoire eischen voor geringe tekorten, die eerst in het volgend jaar worden verwacht, BESLUIT, No. 30. Buitenzorg, 10 Januari 1892, Gelet op artikel 1 van het besluit van 29 Augustus 1890 No. 7 (1), waarbij aanteekening is gehouden van de in de depéche van den Minister van Koloniën ddo, 16 Augustus 1889, Lett. F, No, 20/1446 voorkomende mededeeling: dat het aanbeveling verdient om voor geringe tekorten op door tusschenkomst van het Ministerle. van Koloniën aangeschaft wordende artikelen, die niet voor het loo- pende maar eerst voor het volgende jaar te wachten zijn, geen suppletoire eischen in te dienen, doch de gelijktijdig ingediend wordende gewone eischen, waaraan toch voldaan wordt in het begin van het jaar, waarin het tekort ver- wacht wordt, eenvoudig met die te kort komende hoeveelheden te verhoogen, waartoe de berekening, die in den eisch gevolgd wordt, zich van zelf leent; met uitnoodiging aan de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur om deze aanwijzing in acht te nemen ; (1) Bijblad No. 4615, :
350 ä Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 9 November 1891, Lett, _ F, No. 38/2142, daarbij o, a. te kennen gevende dat voorschreven mededeeling _ geen algemeene strekking had, maar enkel doelde op de eischen, welke 1% jaar 8 voor den aanvang van het eisch jaar in Nederland worden ontvangen en dus — __b, v. niet op de eischen van magazijnsgoederen en artillerie behoeften vaar de i _ Marine, die veel later inkomen; : 4 Is goedgevonden en verstaan: a Van het vorenstaande aanteekening te houden, met uitnoodiging aan de Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur om daarmede v. zn. rekening te _ houden, 3
- Extract enz. f i | No. 4776. DOKTERS DJAWA,— Bijzonderheden omtrent de school tot f opleiding van Inlandsche geneeskundigen. : | CIRCULAIRE aan de Hoofdondef wijzers der openbare lagere scholen in Neder- landsech-Indié, : | No. 9382a, Batavia, den 2isten September 1891, 4 Als kweekeling gan de Dokter-djawaschool kunnen jaarlijks minstens een vijftiental Inlandsche jongelieden, leerlingen van Europeesche lagere scholen, ‚worden aangenomen, Ik roep Uwe gewaardeerde medewerking in om het daar _ heen te leiden, dat zieh ieder jaar een voldoend aantal candidaten aanmelden, _ welke aanleg genoeg bezitten om de vrij mvweilijke en omvangrijke studie aan i genoemde instelling te kunnen volgen, Daartoe is het noodig dat deze inrichting _ wat meer bekend worde dan tot nu toe het geval is, ~ | Hieronder volgt een korte beschrijving van de inrichting, de voordeelen aau | eene plaatsing aan de school verbonden en de vereischten, waaraan decandidaten moeten voldoen, U zal daaruit de gegevens kunnen putten om dengenen onder | Uwe Inlandsche leerlingen, welke voor plaatsing aan de Dokter-djawaschocl in aanmerking wenschen te komen, de noodige inlichtingen te verschaffen. a | Korte beschrijving van de inrichting, enz, a | De Dokter-djawaschool bestaat uit eene Voorbereidende en eene Geneeskundige E afdeeling wier doel en werkplan genoegzaam door den naam worden aangeduid, r Vroeger werden tot de Voorbereidende afdeeling ‘jongelingen toegelaten, die , slechts eene Inlandsche school hadden doorloopen, De resultaten, die men met zulke ql kweekelingen verkreeg, waren bedroevend, eensdeels omdat men bij hunne aan- neming geen maatstaf had om hun aanleg juist te beoordeelen, anderdeels omdat __ zoo weinig ontwikkelde leerlingen in den daartoe gestelden tijd niet woldoende ‘a konden worden voorbereid, De meesten konden in drie, uiterlijk vier jaren niet a genoegzaam Hollandsch leeren om de lessen in de Geneeskundige afdeeling met ij vrucht te volgen. f Hierin is eene verandering ten goede gebracht, sedert alleen die leerlingen wor- a den toegelaten, welke eene Europeesche school bezocht en de middelste klasse 5 geheel doorloopen hebben. Er behoefde daardoor minder tijd aan het Nederlandsch te worden besteed, zoodat meer tijd overbleef voor andere vakken; in de Voor- a bereidende afdeeling wordt dan ook sedert hetzelfde onderwezen als in de hoogste klasse eener Europeesche lagere school, behalve de Geschiedenis des Vaderlands, 4 maar vermeerderd met de beginselen der Wiskunde en Piysika, 4
j 351
" Als een nieuw aangenomen leerling de middelste klasse {ste afdeeling eener
{ Enropeesche school heeft gepasseerd, kan hij in twee jaren de Voorbereidende af-
deeling doorloopen en gaat hij daarna over in de Geneeskundige afdeeling, verdeeld
q in vijf studiejaren, welker duur loopt van de eene naar de andere poeasa. b
- Met het intreden der poeasa begint de vacantie, welke zes weken duurt en gedu-
; rende welke de kweekelingen vrijheid hebben om zich te begeven, waarheen zij
a willen, Daarvan wordt door de meesten gebruik gemaakt tot het bezoeken hunner
: familie, Hunne toelage gaat gedurende dien tijd door en wordt hun desverlangd
ook naar elders toegezonden. : fp:
| De voordeelen aan eene plaatsing aan de school verbonden.
- De leerlingen genieten gratis logies in de inrichting en ontvangen cene toelage
| van f18,— ’smaands in de Voorbereidende en van f 20.— in de Geneeskundige afdeeling, ter voorziening in hunne kleeding en voeding, ed |
Dit laatste wordt gemakkelijk gemaakt door het samen eten van eenige kweeke-
i, lingen, dikwijls bij landslieden, die te Batavia de eene of andere betrekking
; bekleeden, |
; Voor hunne gezondheid wordt zorg gedragen, daar zij, ziek zijnde, op Gouver-
| nementskosten in het Groot Militair Hospitaal als lijders 2de klasse eene uitsteken-
de verpleging vinden en zelfs tot herstel van gezondheid naar Soekaboemi of
Sindanglaija kunnen worden gezonden, mede voor rekening van den Lande,
| Uitgezonderd de uren voor de lessen en vrije oefeningen bestemd, mogen de
kweekelingen zich over dag buiten de inrichting ophouden, doeh moeten ’s nachts in hun logies present zijn, Alleen van Zaterdagmiddag 12!/2 uur tot Londagavond
10 nur zijn zij geheel vrij en mogen ook den nacht van Zaterdag op Zondag
| buiten de inrichting doorbrengen.
| Alle leermiddelen, zooals papier, boeken, ete, worden den leerlingen gratis vér-
; schaft, terwijl bij het verlaten der inrichtng de nieuwbenoemde Dokter-djawa
E zijne studieboeken niet alleen behoudt, maar hem ook nog eeu zaketui met chirur- gische- en een met tandheelkundige instrumenten wordt gegeven.
Wanneer een kweekeling op eigen verzoek of wegens gebrek aan aanleg zijn ontslag krijgt, wordt hij op Gouvernementskosten naar zijne woonplaats terug-
gevoerd,
Na alle klassen en studiejaren doorloopen te hebben, wordt de kweekeling toe- gelaten tot het eindexamen, dat elk jaar vóór de poeasa afgenomen wordt, Slaagt hij, dan wordt hem een diploma als Dokter-djawa uitgereikt, terwijl hij dadelijk
als zoodanig geplaatst wordt op een traktement van 7 50,—’s maands, dat door
periodigke verhoogingen opklimt tot f 90,—’s maands, Bovendien zijn aan deze be-
: trekking dikwijls nog privaat-inkomsten verbonden, zooals voor de eventueele
| waarneming van den Civiel geneeskundigen dienst onder genot eener extratoelage van f 25,— 's maands en voor het behandelen van particuliere zieken,
J De Dokter-djawa is gerechtigd tot het dragen van het costuum voor Inlandsche ambtenaren en tot het voeren van den pajoeng vastgesteld bij Gouvernements be- sluit ddo, 3 November 1882 No, 2 (Bijblad No. 3861), [
JA Resumeerende, zal men tot het besluit komen, dat eene plaatsing aan de Dok- ter-djawaschool voor een flinken jongen zeer gewenscht is, Er dient echter reke. ning mede gehouden te worden, dat de studie aan genoemde inrichting niet gemak»
: kelijk is en dat alleen vlugge en ijverige leerlingen kans van slagen hebben,
iH
352 4 Vereischten waaraan de candidaten moeten voldoen, 7 Wanneer een jongeling, die den vereischten leeftijd van 12—16 jaar heeft bereikt, in aanmerking wenscht te komen voor eene plaatsing als kweekeling aan de Dokter-djawaschool, heeft hij zich daartoe tijdig tot het Hoofd van plaatselijk ‚ bestuur te wenden, voorzien van eene verklaring van zijn hoofdonderwijzer, dat Á hij voldoenden aanleg voor de studie bezit. 3 Alle aanvragen worden door de Residenten opgezonden aan den Chef over den Geneeskundigen Dienst en behooren minstens drie maanden vóór het begin der poeasa (ditmaal vóór medio Januari 1892) te zijn binnengekomen. De laatstgenoemde autoriteit beslist over de plaatsingen en geeft daarvan kennis aan de Hoofden van j gewestelijk bestuur. an ___Wanneer een jongeling als kweekeling is aangenomen, moet hij zich van de vereischte stukken voorzien en zorgdragen op den vastgestelden tijd op de plaats van bestemming te zijn, Hij reist voor Gouvernementsrekening. | De bedoelde stukken zijn: Î 7 1°, Verklaring van een geneesheer, dat hij een gezond gestel heeft, zonder , lichaamsgebreken en met succes ingeënt is, 20. Het bewijs, dat hij van een onbesproken zedelijk gedrag en ongehowd is, d af te geven door het Hoofd van gewestelijk bestuur, a 39, Eene gelegaliseerde verklaring van het Hoofd van plaatselijk bestuur (op Y gezegeld papier van f 1.50), waarbij de candidaat verklaart, als Dokter-djawa iedere hem van Gouvernementswege aangewezen bestemming te zullen volgen, Nadere inlichtingen verstrekt het Hoofd van plavtselijk bestuur. i _ De voornaamste bepalingen voor de kweekelingen aan de Dokter-djawaschool zijn omschreven in Staatsblad van 1875 No, 264 artikel 2 (gewijzigd) eu artikel 3 en 1 No, 265 artikelen 3, 4, 5, 8, 10, 11, 17, 18 20, en 21. 4 | De Directeur van ,, | Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid, i | VAN DER KEMP. . No. 47773. VOORSCHOTTEN.— Bevoegdheid van den Resident van Amboina tot fet verleenen van voorschotten aan inlandsche onderwijzers, E _ Bi schrijven van den Eersten Gouvernements-Secretaria van 28 Mei 1885 No, 4 449/c is den Resident van Amboina medegedeeld dat hij zich als gemachtigd kan beschouwen om aan de inlandsche onderwijzers in het onder zijn beheer staand 7 gewest, doch alleen in, gevallen van dringende noodzakelijkheid, bij eerste aan- stelling dan wel bij overplaatsing, onder nadere goedkeuring der Regeering, een voorschot van ten hoogste drie maanden, op hun te verdienen traktement; uit te 1 betalen. a Nopens Inlandsche godsdienstleeraars zie men Bijblad no, 5370, a No. 4778. REISKOSTEN, SOERAKARTA, — Vergoeding der kosten van de 3 dienstreizen der Assistent-Hestdenten in de residentie Soerakarta. a Ree ; ' BESLUIT, — ; a No, 17 Batavia, 7 Mei 1888, Gelet op de besluiten: 4 I, van 21 Juli 1879 No, 4, bij $ a waarvan verklaard is dat op vertoon der be- a : ia
: : Ì 353 trekkelijke quitantiën aan den Assistent-Resident van Bojolali (residentie Soe- -rakarta) de kosten zullen worden vergoed van door hein gebruikte particuliere
ij postpaarden voor reizen binnen zijne afdeeling; |
E I. van 8 Juni 1876 No, 40 en 24 November 1878 No. 52 (Bijblad op het Staats-_
: blad Nos, 3364 en 3342), waarbij aan de Assistent-Residenten van Klaten .
; em Wonogiri (residentie Soerakarta) vergund is om over de trajecten, welke zij op hun gewone dienstreizen buiten hun afdeeling moeten afleggen, te declareeren op den voet van het reglement op de reis- en verblijfkosten van burgerlijke ambtenaren in Nederlandsch-Indié;
Gelezen enz,; |
, Pe Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; -
Is goedgevonden en verstaan: |
Met intrekking van de hooger aangehaalde besluiten van 3 Juni 1878 en 24
| November 1878 Nos, 40 en 52 (Bijblad op het Staatsblad Nos. 3364 en 3342) en . | van 24 Juli 1879 No. 4 te bepalen dat aan de Assistent-Residenten in de residentie, Soerakarta de kosten van de voor hun dienstreizen in dat gewest gehuurde par- ticuliere paarden op vertoon der betrekkelijke quitantiën worden vergoed;
- Zullende zij op deze wijze buiten hun afdeeling reizende, verder worden zet
froijeerd alsof zij met postpaarden hadden gereisd. | Afschrift enz. : Zie wijziging in Bijblad no, 5511 en aanvulling in Bijblad no. 5551. ? No. 4779. REISKOSTEN. DJOKJAKARTA, SOERAKARTA, — an ding van reiskosten aan de Residenten van Djokjakarta en Soerakarta. BESLUIT, | No. 10. Buitenzorg, 3 December 1889, — Gelezen enz; A | De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; a Is goedgevonden en verstaan: [ Te bepalen dat aan de Residenten van Soerakarta en Djokjakarta de kosten van de voor hun dienstreizen in het gewest onder hun beheer gehuurde particuliere paarden op vertoon der betrekkelijke quitantiën worden vergoed, mits de reis zich verder uitstrekt dan zes palen van hun standplaats, ug Afschrift enz, No. 4780. HEEREN DIENSTEN. HOOFDGELD, OMSLAG, REPARTITIE,
j Bij artikel 2 van het besluit van 26 Februari 1893 No. 1 zijn vastgesteld de
navolgende: |
VOORSCHRIFTEN ter verzekering van eene behoorlijke uitvoering der ordon-
nantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No, 68), houdende nieuwe bepalingen op de heffing van het hoofdgeld op Java en Madoera ter vervanging van die, vast- gesteld bij de ordonnantie van 17 Mei 1882 (Staatsblad No, 137). | I, In de eerste helft der maand Januari van elk jaar wordt in elke dessa door geene commissie, bestaande uit het dessahoofd en twee leden van het deasa- l £ : 23 . i :
nf yr 3 : pen ba, an 5 ji 884 “a É bestuur, eene opneming gedaan van de heerendienstplichtigen, op den eers; : van genoemde maand krachtens de vigeerende heerendienstregeling als zooda te boek staande, Et Dn aa : Ti, De resultaten dier opneming worden onder toezicht van het districtsbestm __ ingeschreven in opgaven, ingericht volgens het aan deze voorschriften eeh Br model A. a q Ill. De sub Il bedoelde opgaven worden, na door de betrokken commissié _ behoorlijk onderteekend of gewaarmerkt en door de districts- en onderdis riet _ hoofden voor gezien onderteekend en, zoo noodig, van hunne bemerkingen voor zien te zijn, door eerstgenoemde hoofden, vóór het einde der maand Januari _ ingediend aan den controleerenden ambtenaar, tot wiens ressort zij behooren welke ambtenaar, tot waarborg dat geen belastingplichtigen verzwegen en gee _ persopen ten onrechte als belastingplichtigen in rekening gebracht worden gezi __ menlijk met het districts- of onderdistriets-hoofd, van minstens vijf procent d __dessa’s de ontvangen opgaven plaatselijk verifieert, . “a : IV. De met de contrôle eener afdeeling belaste ambtenaar maakt ver volgen _voor elk district een kohier op, volgens het aan deze voorschriften gehecht mé del ©, x a i In deze kohieren worden voorshands alleen de voorloopige aanslagen der d aas _ ingevuld, Deze voorloopige aanslagen worden berekend naar het in de sub I bedoel _ de opgaven vermelde aantal heerendienstplichtigen, en het bij ordonnantie vo _ het gewest of de afdeeling als maatstaf voor den aanslag in het hoofdgeld vaal gesteld, dan wel, in verband met de vastgestelde grondslag voor een nade en OL ; slag, voor elke dessa nader aangenomen uniform bedrag per belastingplichtig Bij het inwerkingtreden van eene nieuwe heerendienstregeling worden de vac | ‘loopige dessa, aanslagen weder berekend naar het bij ordonnantie vastgestelde _ uniform bedrag per heerendienstplichtige, tot tijd en wijle e. q. is ‘beslist of ae _ bestaande grondslag voor een naderen omslag zullen blijven bestendigd, dan we _ door andere worden vervangen, se V. De sub IV bedoelde kohieren worden voorts ingediend aan den Assistent Resident, die na den Regent of, waar geen Regent gevestigd is, den Patih te he ben gehoord, de kohieren van alle districten zijner afdeeling tegelijkertijd do orzent aan den Resident, De onder de directe bevelen van den Resident werkzaam zijnd _ Controleerende ambtenaren dienen hunne kohieren rechtstreeks aan den Reside! _ in, die aangaande den inhoud dier kohieren persoonlijk den Regent hoort VI. In het eerste jaar, waarin voor een gewest of gedeelte van een gewest 0 gedeelte van een gewest eene afzonderlijke heerendienstregeling in wer king i getreden, wordt bij de doorzending. der sub IV bedoelde kohieren door den A _ istent-Resident — den Regent of Patih gehoord — tevens. bekend gesteld of, em ja, op welken voet hij een naderen omslag van den voorloopigen aanslag 1 net hoofdgeld wenschelijk acht, ES, ge 4 Voor zooveel de onder het rechtstreeksch bestuur van den Resident s aan es deeling betreft, wordt ter zake door den Resident te rade gegaan met den Regen en de in de afdeeling geplaatste controleerende ambtenaren. « Bij het inwerkingtreden van elke nieuwe heeredienstregeling wordt in 2 gies _voege gehandeld. Desgelijks wanneer tusschentijds eene wijziging van de bestaan de grondslagen voor een omslag noodig wordt geacht. ‚CN Voor zooveel betreft de gewesten of gedeelten van gewesten, waar bij he
be naad vals hen meet tL) We ee tf ah ee el 855 5 Et - onse a inwerkingtreden der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No. 68) reeds if gene afzonderlijke heerendienstregeling van kracht is, wordt ten aanzien van de i al of niet wenschelijkheid van een naderen omslag alsnog onverwijld door den — esi dent, de onder hem dienende besturende ambtenaren gehoord, eene beslissing — 4 Be lomen. i : : De Resident, het denkbeeld om een naderen omslag te doen plaats vinden wil- g Jes 1de verwezenlijken, dient met in achtneming van het bepaalde in de iste alinea — & 9 artikel 5 der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No. 68) een voor- stel in triplo in, overeenkomstig het aan deze voorschriften gehecht model B, van — ‘welk voorstel. na goedkeuring, één exemplaar blijft berusten bij de Regeering, één . exemplaar wordt aangehouden bij het Departement-van Binnenlandsch Bestuur, ‘en het derde exemplaar aan den Resident wordt terug gezonden. 4 _ De in dat voorstel aangegeven groepeering der dessa’s dient behoorlijk te wor- _ den toegelicht en gemotiveerd, Zoodra op het in de vorige alinea bedoelde voorstel de goedkeuring der Regee- _ / ‘ring is ontvangen, doet de Resident in opvolging van het bepaalde bij de 2de alinea ‘yan artikel 4 der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No, 68) de defi. _ nitieve aanslagen der dessa’s onverwijld berekenen, naar het voor elke dessana- — der als maatstaf aangenomen uniform bedrag per belastingplichtige, bedoeld in ko- 3 Jom 9 van model B, en invullen in de sub IV vermelde districtskohieren. § Die definitieve aanslagen worden voorts met den meesten spoed door den Resi- _ dent geärresteerd. | evil, Het arresteeren der definitieve dessa-aanslagen, berekend overeenkomstig — artikel 3, dan wel overeenkomstig artikel 4 der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No, 68), geschiedt bij een besluit, waarin tevens het gezamenlijk bedrag dier aanslagen voor elk district vermeld wordt, Van deze handeling wordt aan- fs eekening gehouden op de sub IV bedoelde kohieren, die daarop naar de afdee- lingen worden teruggezonden, | KE Ben extract van evenbedoeld besluit wordt aan den Directeur van Binnenlandseh . Bes uur ingediend, vergezeld van eene beknopte toelichting van de stijging of _ daling van den totaal-aanslag van het gewest, vergeleken met dien van het laatst voo afgegane jaar. Van de wijzigingen, die meerbedoeld besluit ondergaat door toepassing van het bepaalde bij de 2de alinea van artikel 5 der ordonnantie van” 2 Februari 1893 (Staatsblad No. 68), wordt evenzoo kennis gegeven aan voor- noemden Departementschef. “ VIIL Onmiddellijk na terugontvangst van de geiirresteerde districtskohieren wor- den deor de controleerende ambtenaren, ingevolge het bepaalde bij de 2de alinea Yan artikel 6 der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No, 68) door tus- _schenkomst van het districtsbestuur, aan de dessahoofden in hun ressort aanslag 4 hilletten uitgereikt, ingericht naar het aan deze voorschriften gehecht model D, — Tezelfder tijd worden door hen langs denzelfden weg teruggezonden de opga- _ ven model A bedoeld sub IT, na vooraf op de achterzijde te zijn voorzien van de E opgave der factoren, waarnaar de aanslag is berekend en vastgesteld, ke IX, De controleerende ambtenaren stellen voorts, in opvolging van artikel 7 der ordonnantie van 26 Februari 1893 Staatsblad No, 68) gedurende eene maand de gelegenheid open om het bedrag van den dessa-aanslag, door middel van re- K partitie, nader over de belastingplichtigen in de dessa te verdeelen. | Be Waar zoodanige repartitie plaats vindt, worden hare grondslagen door de zorg
356 q van het districtsbestuur op de achterzijde van de opgave, model A, bekend ge- __steld, waarna deze opgave alsnog ter nadere viseering aan den controleerenden „ambtenaar wordt voorgelegd. : a X. De opgaven, model A, worden door de dessahoofden tevens aangewend voor de bij artikel 8 der ordonnantie van 26 Februari 1893 (Staatsblad No, 68) voorgeschreven aauteekening der door hen geinde bedragen, 4 XI. De controleerende ambtenaaren zien toe op de behoorlijke invulling der kolommen 3 en 4 van de opgaven, tevens registers model A, onderzoeken op hunne tournées of de belastingplichtigen met de door hen te betalen bedragen bekend zijn, en vergelijken de in voormelde registers aangeteekende afbetalingen met de kwitantiën, die de belastingschuldigen kunnen vertoonen, of met dezer mondelinge verklaringen, 3 _ Zij hauden mede het oog op de stipte opvolging van het bepaalde bij arti cel 6 der ordonnantie van 36 Februari 1893 (Staatsblad No, 68), nopens de af betaling van het hoofdgeld door de dessahoofden, 4 XII, Bij de in deze voorschriften bedoelde verrichtingen behoort aan de uit- drukking „omslag van het hvofdgeld” geene andere beteekenis te worden gegeven dan die van eene nadere verdeeling van den totsal aanslag van een gewest, of gedeelte van een gewest, over de desga’s, daartoe in categorieën verdeeld naar- 4 mate van hare meerdere of mindere welvarendheid; en onder ,,repartitie’ niets anders verstaan te worden dan eene verdeeling van den aanslag der dessa ov er de hoofdgeldplichtigen in de dessa, daartoe in een zoo gering mogelijk aantal _ klassen verdeeld. Ee : x
4 rae 867 i Residentio District | Ajde ling _Onderdistriet E: T AR va nj | 4 NOMINATIEVE OPGAVE E der personen op 1 Januari 18... . heerendienstplichtig : q TEVENS REGISTER ; an de verdeeling in klassen van die heerendienstplichtigen en van _ repartitie en de-afbetaling over 18... van het hoofdgeld, bedoeld _ bij Staatsblad 18... No.... in de dessa........ 01. soe E . a |
GRONDSLAG DER KLASSENVERDEELING. i RER wale Meren mined ve eed EE za Ss eee ee In de 3e klasse ballet: : | f f : é we | De pcchonding jes canis en dee leasen is jp ‘ ; ? : : : : p : . A 68 oe EE es ei 1 Behoort bij § Il der Voorschriften, vastgesteld bij art. 2 van het besluit van 26 Febru 893 No, 1,
AED a “iN eT et ee Eje te E ent nn en kt ee ae En var” en En, de à | en ET oen om 358 a a $ eee IL. MIL. Iv, on id may ee Redenen der plaatsing in de klasse, - waarin % : men is opgenomen. a Ki NAMEN Gehucht Peds eee : F | der ingezetenen, of SIO Sie sl ct hana (2) = | 5 | die heerendienst- Grondbezit, in bahoes en O roeden. — 8 = | plichtig en van hen,| complex |- Visch: BE | aie van heeren- an Sawah.} Tegal. | Tuin, | Erf, Ma, EL A“ | dienst vrijgesteld | - ; zijn. (1) gehuchten.| | R.| B. |= B, | R. | B | rin. | RB ee 4 4 4 _ Gezien, onder aanteekening dat tegen deze opgave ed bedenkingen best: an, : chew la a rele BER te a (le Veraden VE: Lone en De Assistent. Wedono van... en 8 fl) De volgorde, waarin de ingezetenen in rubriek IL worden opgenoemd, behoort de te zijn als die, in de opgave van het laatst voorafgegane jaar gebruikt. Zij die uitvalle gens vertrek, overlijden, enz. moeten in rubriek IX worden opgenoemd, met vermeldin de reden van hun uitvallen, KE _ (2) Waar grondbezit en huisbezit beide tot grondslag der verdeeling in klaasen ¢ worden eerst achter elkaar alle grondbezitters en daarna achter elkaar alle bezitters ya kel huizen in den staat opgenomen. il _ Achter de namen der grondbezitters worden ingevuld de soort van bezit (sawah, tegn en bovendien de uitgestrektheid daarvan, wanneer de verdeeling in klassen met die | strektheid reeds verband houdt of wanneer zij op wensch der bevolking voor het ¥ daarmede verband zal houden, a zi ï J : In
d ig ‘4 A 2 : ; 4 - | Ie ’ . S68 on 3 NV. VI. Vil. ix. pn DENN en mm asse AFBETALINGEN - ot Redenen Te heren. | Yan vrijstel- b ee el liel enen siplichti- ling van het etalen 5 2 plicht \ verrichten van| bedrag je | 2e | Be | 4e | be | Ge | Te | Se | de | Oe) À valt C.M. | neerendien- keer {keer |keer |keer keer (keer [keer keer [keer | keer | 5 3 klasse wen : ue sten en het | pooea- od betalen van c a el a hoofdgeld, (3) geld, | 5 3 | | a , | | Je \ | i. | a ———— eee Se ns naar waarheid opgemaakt door ons, ondergeteekenden, hoofd en leden van het be- a x ET EE aaa |e ae r bezi it van grond huiten de dessa van inwoning ook heerendienstplichtigheid mede in de dessa. van inwoning worden de soort en cast quo ook de uitgestrektheid var ld bezit mede in den staat achter ieders naam vermeld, 4 iter de namen dergenen, die enkel huizer bezitten, wordt dit vermeld. Waar noch grond och huisbezit den grondslag der verdeeling in klassen vormt, worden achter de namer pstandigheden (vermogenheid, behoeftigheid, eng.) vermeld, op grond waarvan men it jer klassen is geplaatst, . Onder de vrijstellingen worden vermeld zoowel die krachtens de heerendienstordonnan Is die, welke aan enkelen krachtens wensch der overige heerendienstplichtigen worde A i zi
Be A aak errr, ey ties Pe Nepal ee iret: Wh ae on Ware or Taber g ity eer Trees SOR oe fe ol 360 3 Ja it} ; E taal aantal heerendienstplichtigen. 2.2. 0. 04. .e pe eas 7a form bedrag per heerendienstplichtige, dienende als maatstaf voor de ; 7 … het gewest 3 pe ekening van den aanslag in het hoofdgeld inFear afdeeling «++ °° q VEE ad aN bi e Staatsblad 18, ... No... BREE NDL Pamerrrremenia MONO RAN 7) oe er eens AN q is bedoeld bedrag ten behoeve van een naderen omslag van het hoofd- À ie 5 verhoogd 4 x 4 Zil voor de Vn arend” VREE ett ete reis eN kaal aanslag der dessa (vide het door den Resident gearresteerd kohier a de EN oa eS tele Od ge Pn eg ak eee Voor dit totaal heeft repartitie plaats gehad op de volgende wijze: B: 8 Aantal Verhouding Bedrag Totaal bedra- ; ioe der cijfers voor : cen door elke q ¥ hoofdgeld- | qe perekening | aan hoofdgeld |“ Klasse van nc B lichtigen in |Yän het in elke in elke klasse| hoofdgeld- Aanmerkingen. : Ls 8 klasse te betalen plichtigen op IE. j elke klasse, bedrag, | te betalen. | te brengen. Ee & 4 E | | | A de opgave van Gezien voor de plaats gehad hebbende reparti ie. taal aanslag der dessa. .......... eden es AO 2 9 rr PM des ik Se! De Assistent-Resident ; 5 ce ek 8 me Merratent Heat Aspirant- Controleur Zi i, ‘Aspirant-Controleur Pt LARS
ae ZE Eet OMe ee ae hi ne a PLC AREN zi _ é nj ze sidentie 2% a | A = pies jaren 18. 1. A e af ; VOORSTEL Be 3 “i a vaststelling der grondslagen voor een naderen omslag va r den aanslag in het hoofdgeld | 3 4 | ‘ Behoort bij § VI der Voorschriften, vastgesteld bij art, 2 van het besluit van 26 Febru
penta: 1893 No, 1, 4 x | 1.0.2
ee Py eS BE eg ay! Ee eet die TE A ans LN er re cee ee pee he EG
1 ‘862 an
My ‘ Ien.
OE —
3 AANTAL, BEN 7 : GRONDSLAG VOOR
: = Pas fee oa Si ie a
nom eee: cae EES =.
is ; SSR: a ‘2
Bi L Se az Savi r Ed 5 AA Ne
Bes. ae Be2sae: | 385 8 o
bale gan seÂd8: 235 = EE
B 8 EE | SEsess, | 33h | ES | dees ee
aera 5 3 ASS Bic 8 =
h Eee © o ES 2 net —
5 N Ees len EEF = 5, Ag 8 a in elke. cat
Bet 2 3 4 5 B £ q
y : si 4
Fons a
i ; I 200 | 60.0
400 | 100,000 Deen 120,000 I 150 30. a 30,
Zl UI 50 20,
a} 5 El
KS | fi ¥
4 | 400 100
re Vy oe |
É TOEL!
% (1) Het aantal van deze categorieën dient zoo beperkt mo- a
IA gelijk te zijn en in geen geval meer dan 4 te bedragen, ¥
as a
a £ A - 2
hein ci
É EN en nn EE ous BREN OMSLAG, ne k ERR, > — EE 2 SE | / wo: 5. ; < i Y So hq to 4 4 mse. fs ses ae 3 = 5 ae 3 & „88 5 LEE: AANTEEKENINGEN. 4 BEERS 297 28e a Beecee= | ge? | dass | | Peo tes Els a | 22 2 a A: aye = 3 SG 10 11 ss 4 2 7 0.83 f 41,500,— Bij besluit van... \ aldus gearresteerd, met bepaling $ dat de in kolom 6 vermelde en 5 3 J 1.24 7 34.200. hieronder nader toegelichte ver- a deeling der dessa’s in categorieën, en de in kolom 9 aangegeven a 5 Jj 2.07 f 41400.— bedragen op gelijke wijze als in f dit voorstel heeft plaats gehad, ih | ook voor den verderen duur van 2 het tijdvak 18..../,... zullen E : f 120,100.— dienen als grondslagen voor de é berekening van den aanslag in g | het hoofdgeld. sed Mij bekend: a De Gouvernements-Secretaris, ‘ a 4 | | pee WEEER tas Se INGEN. |
Sues eat pS dae ite ibe OP ene tn ec Sag reat Pepe ete elie dE ee ay NE eae Fa nr B ae bkr DEL KE ne sere Tae ee Ne Fale Bee, Shar ae ie Co ene Pada: Wows oee bar rn Ko, eh Lee en Eje Al Deet ha eee ie Pins elapse ei Pits, ete ee er A a Betis = GES anal Sy ay ie De a “Toten eset nh Fede RS tt fy ‘4 ele = iF Vs za bedel Vun re WISE Hilda oi EE AE jj & AE Ae wt be es AA AD ed Maeve sh arcs eh Wey he wee a wey oe dp ener ay Nede enne at ho EEE a oy ee In eN EN A Me heal aaah ai (IM ey Pe ENS Pa La cd ces UA rs Sag Ns ae hed Nerd aes at oe Sans eh ge ay ee es VA rd senile pce mel a Dest ares arc AE eh A Nera eae OTe es Rn ee onal MEE Beet Tr Zon: GEE Reap ies NeR Ai arden. Ns Age AED RE ee Re tet aay PEA iam = il Ee ee EN Pye Miles zi EET ee nabs BEEN: ir a RA as mg? that Ri as iat lg Leer ats oe Pipl eh ne AN yet) a ESR eds ah ae hae Sas bre ERE EE REE Bay Sac» boe is ee Me a! Liet See : rer p WE js Te x : ir 4 a: Sees a: Ten ns is ef ze HR dE p evel Mele aes oe hee bate ee eee ot Pa 5 t ota Mere hae gS ae Eee, Leen % gsi We heen: leen Alno osha en le grea are th hale cay mht ey A fe Bete fe Aaa Meee eek: us has Se sage a NAE Aen dd I y, creme rated lle Send She fing | ae ae at i ae er Aa ag rl hm: Asp wi Ane rs re IE Nie ‘) RAN [ie Mere Hee Aid hy et aes : id a Wb UE a) Hede A LR BAS dal SoMa! Ne PER ane Kle Prue acy met, errata ee dan i hig | Beis: ee pote aN, 0 Ce OA 7 En DER oi Te eee en eg ae” =e: Cp a ees Me AE): Tg ted A Wea GENT i eile EED rees Re eg : : ‘ EEE A Nr fj A bte eee ee al REE Ain ne. sha tps Oi ye tear naer ieee 4 “ Alt. Kr Hi Tera ee een T° ee am Ser GE Meet RA en ; Mince hats TN eles eae g's hs. oP kat Pe re aU ae: ee : Wyte Als ic st 2 ES een tee ein tate TUE sn YE see Bes Ske Bet DAE eee oa Rie: a eae te dd a hy tes! os.) tor te bo ved WS, et ae itt eee SOMME, ee Bead ie aie ae Bose 2 Ba ie i a er are: ele cm pane, a eet Ti pire Ee ti ela en PA ain EE Ly Soet ee a k fl Sener: Re je SRE atl eet ae oe Ee eae rie AAN ENG UST aA AS soa en Rena ah be arte ‘ En EE 2 at . : 4 f fi ke eer ll cae ET: lee: aera re : vt sa i : lees eae 7 ieee ; Cogan 7 de an k Eke 4; a Bie Eeen : hd “4 hs Beto acta pay \ ee. Ae i * eee? aa rc) ie od Tea: MASS ENA ee a feel Est ; ( Wi sagt SS vm EN Bi. Bete EE OET ee k i Sh ee e= BER ee 5 Se EE a ee Sh Re 4 ‘ ‘ rn at ot u er EEE, 4 . ‘ r ee lere tr ae EE we i ee) Sia al * as : RTE vi: . ee % Ee ct an ares ie he : ; eo LE ie, RE, 4 ° ‘ a Es MN tE : “un 5e UE, lox Fe i : a ep hi Eee = eet EN HEL, f : AA i el 4 i Lee ie En BEW ‘ Raia = a Z r ee eet TAN er tule : : : ie Eh A Ti He res
zes dn Jel Ve Hide ene: na enal Bee seed En Padi a en eee i Bese ies See NY are ED Een eee ee as we oe Sais aS Pah x 58 ig 1 EE Kine pr ij ue ee ‘ = SG MEARS hag eee En RAe ay te aes Sl Suh nn i fe a ay anaes seo ote Wide. nd Bis BEAN Seret Eide Ree Ue val a beat eet Stier EN ence ‘ a fal Xs, ; eee De Fs Ad Teens ae its oy lat cain selle oun 0 eo i teehee nh tie ee Er ak Ie ind nen en en Ene 5, ae TE ST me set ah. sii play Senta voet eS AIDA B hagers ed i seg ee of ca cect a Sere Ly pe kee a ae ESS eal tthe Siete ee Ac a = Picci ecient yoke: ier | Mella DRT en EA Etant Te EN AE NE NY Me Beate Cw egret he UNS RDE Sy eats TN ee tE Me vhn 1s a gee i aleen kien 20 oeh peti 4. aes dt ae fae nes ‘ y ! rd epe MM ruse le AEN NEET Al EEND St Somat eet ye he Gee ts ett Te ofall in ey aE iis ys ee Penn voe Pee ot. wk
j 365
3 MopeL C. te i
Residentie Jaar VU
E Afdeeling , ,
Ene
van den aanslag in het hoofdgeld, bedoeld b
’
| St....... No....... van de dessa’s
| in het district... …
4 Uniform bedrag per heerendienstplichtige, dienende. als maatstaf
a fi : _ het gewest
_ voor de berekening vau den aanslag in het hoofdgeld in de afdeeling
Eet ie
ä Bij Gouvernements besluit van ..,,.... eenen
is bedoeld bedrag ten behoeve van een naderen omslag van het hoofdgeld,
RE, 4 ; verhoogd
oor de dessa's Nos,....t/m,... Bekina ed fot. ss Age teres oe raal
4 * - 7 " 7 srate ee hice ete ecto ER n ne El " " Got ee Wie a Oe Ae
; Behoort bij § IV der Voorschriften, vastgesteld bij art, 2 van het besluit van
26 Februari 1893 No, 1,
7 ; y
ienke ii Ragre HE ies
| oe it. pies r : Ly Y ha py eet dt HEN Ne tents ih oS ee ay , : S Se ay NAMEN Aantal op Bedrag | 1 Bearer ae 4 8 I Januari 18.. Vices den a en 8 DER aanwezige : ed Aankhon is & ew was heerendienst- voorloopigen defimitieven Sp voeg ce ESSA’S. plichtigen. aanslag. aanslag. i a LE 8 de drs. NE a |
4 Li A x : +. 4 ee 4 Br, : x " | ss ' | df ze | 3 bY | 2 Beet et Seg | | ESE a Gearresteerd tot een gezamenlijk bedrag van f 22... 1 ee ee een Ed ee sne eeen JA bk an. aa ee a a i ie ES Mer SGA Teg ene Tee ee § . De Resident om)... ee y | rt é sc cae " : ME el, É A a ie Et 5 en +i ‘ ; pk; ag
o. ri As Zi Ee ¢ oe | . el id f “s En 7 Ee rn eee ERG Te
- uit + | NAMEN |, Aantal op Bedrag “Bedrag ‘a : gt 1 Jannari 18.. van den van den : Ee zi DER aanwezige AES i ey, Aanteekeningen, — D f heèrendienst voorloopigen definitieven Tan BD ESS A’S, plichtigen, aanslag. aanslag, 4 ES 8. 4, ‘ee: 6. ul nl Seat a ee i 4 | E. 4 “ a 4 : Pe il 3 4 ke Na he iS : : À i i: at q B , ra 4 4 ee ia =, ; À 7 ; ‘ re ae Di Assistent Resident * bns naar waarheid opgemaakt door den Aspirant Controleur ant Gentle VA. senen : - = cate otk genoa deat Ue eo 4 i “ag . , i EL - f
EN, Ft tai san on EEEN el n ee Chr etn tne tei ee RE ERR Set aw Atal ew fz ess Port es pet i ee near ne A Erie Suita ney es Ee Takel Ln? ee ‘ ENE f ei HO at es ee Es Er En Ee an PE NNS epa Ent Ga td WE Etten claer. RT ig a RE On Gee sewn CE eee sae EE Gear ps AE Miki BEA = 5 er ae. pe ota Meth pike Ed ETE en ve ee de ANNE Ne Rone at nete. eT pier nine TER VD RE: eee gate TE ca ORDENEN pep Er, TEE ntt ban Mae yt AE ERE Lh Citak a oi te Maia yee ec EEE DM Tesi eae ae oe Ronee: Wit the jee rn En fn ne eh BE Let Bij EE EL Lire a a eae Laisa oe ieee ake Sree Sy ae Rea Speed ane eee ee zr EN ne an DR ee rae os ayers ER ee Mee Ten 5 hiph ip ENE rue Sars Sah eet ar SNe MR RT ve DEN,
- oes 8 ed Deh ce a raga 3 iste eo eee ws gea OE Paes re AIEE gt el a eee B oli Been a REE EN eS ie et Menen a ee ia ABE STN? ei PI he ia IE rete eee reen Bere enen Me: 1th let RN Wok REE soak Vea ik ten eva NAG Pe ES. OA RONG Sah eee aes ae BAS ahaa nase AS hs ha eae pray ctr AY “oS eer areola coat Ge ees ede haet O hae Rates EP Ad MEN Ped en Eed te Seay Alec eee Nay Poe SS aye nt it Kien VENS PE RE rra tex keke BSE TRA eee ger aot ae Oe ee ge ee i Re Stee agate Mike ee bal le TE HAA nn Ra ae en ty a LUN 9 rl PEAR INE rt ee ita en ae EZLN eee ao ry rite Nee eames: Ses Lee Ne Sepeean es ba VEER TENEN DET Med rig aioe ae ane tas Rie BEETA nt eed de ks af ot ck eee | Re! entre a ge eN is Si DEST ARS Eagar nea ese aos Walon, Res RE Wee per sc) er gr ze nue ee ih a pe hag Mg ay or ae Wk eik | Riga bl Tigers, Ee t ek hen ears nd vette on OME Tae REE ere ee Een É er re RE Ti Mee ae Vtg ars ren ne k HRE Siza dre ee as SEG te 23 Praca se eae Ed lee sil, ates Beeler hic ogee! <i DY at aN ei Ba aad oe Sorat deer ty Gee ee en Ne ea 4 Meee ig Mn Va hiaten Ee nele bape tek Ad ae tn GRS EN Rn reen ee Po NER hen AN ee ee Saat I See a sa ee Mains dhe tat ad hd Eris Oger ea Dot Soa ra cea 4 Ee ae aia sere rata RET OBE eure tay Wie see ea EEN Ca MET. af zn ben) BT en gt af Fae 5 Seber re, HH ota Hey: Le eur 4 Sue pe ts aa Barges bees: Fu Pace rep a AE a “age en Ait ek EA al ethos eN oe En LES Ee pyle Brede Ens) i ry Et a af Beet; Saget aia Spe sab it 7 Bo] et ese ag nit: ay te Ve este CNE a VEN Pre AO D ‘ Su ree KOE Ste ae tis oe eN kn Alette 5 As RP ites Ae 7 Ens PER a e Date Hie Path te Boys nae ieee de ie BET nee ee Cary GRE ie A er SE EP Sn en, BAERT 4) der Hee ee Ee: RE Te er Sacer WEE EN HE Re A Ee ij, TME eren * of hbe Ee botghricge Petia a as WN ar ss pe, EE Peren ar kie eae Wad? u nee Menta make Hee SS RE Ende ‘i one soe ee a Nake el Aten PME ek vee Ie EN ob MN ee hea RON En Semele ada EN: td er den A Nige mal Sed EST Weke en i hoy Pea NCA NE en = Be tf Nae En UR ZE de pr Eeen rs eve Sip aoe inal nn eae WSs saa a Pee esr? eta AE ent fit eet ae ae vaca MENEMERUS Fea re seyret nae: Ae Wael Doha A pale Pe ene ee ee STOND aen cry Ny aw abst we i) eee zet gy Was ete if im ioe rte “sa bree Oe ML ane i AD ee ee Bae ere Ns) Eiken cakes aa | oma Regine re Tle. hes Ta oh cee AES ether eS ae: Be de | nn Se Ro i 4e iow a | “hago ey lt ae mo Ap ie EI Se ee SE aber RP nel Be NE Ee Ne re ea 1 PRS apes EE : “Egle ; Ge Ot Le SE pile fa eae REN ER TERNI be Ad Zen Nee Sh ge ee Peasy Mera Rae etal Yael ri ae phi see be ae E Ee Pd af ie tet An sb ls Pa wk 4 5 * re deerd Ne Eide ba EDER tend enk, Hinte ay Jeg pons pen em a Re vs tein 5 bed sd * x = 4 NEON Veeren GHT tb Ce zi de EA a he Eeen ed NNS hl ed ‘ hoist ee ieee Anal Ne epoch ben Ere ee Veo EAN Ee En he Papes A En a nae mie BN De Aa en he sere reden ee ae ee 5 LY 7 7 : Ent Ali hee An rt ee ie IE VELA: OE NE te Be se ay Dee en age eo iz Ni Fifer, 4 y as Peas ET re er heal mn , f ns 4 Le TN re HE eae a! | vin Obee . eN : ; a Sater de eae eas oe Breet Ee Spee et ie ae ee ty et ; Magee Sig he ak Bi? cen Meer Gy ; BAE EDEN id a EPE he ete Apis | Vows alae ae GENE en EES Cie ir ci is aay = Ee ENT i" J ae en cee Alie hen Le HC pate Beh s- ate 1 RO eR os En rice erred ier ani Aah ee aes Bake i Me i EE, me 1 ates, ae Niet a Eni 5 Soe ae 5 ed erate = er i Fae 5 sat d ¢ a pon Eet dee de et ee dirs 7 8 nf _ ia eee Say 0 B Me Ree er NT | EN dente Pare iiaes ES NE SSD ED efi ; MINAS tel pee his ET ee Ee RNA Ob RE ne te a MRB eo hace Sheree is Oa ee : Cin Sra Wha ie a (ote ARS eeN RAD AN Ee co ys ehh, BL SE ‘Peat ie MATE A BT NRE, BE SSN RE Ch oe ee EE BEE Pee tere a ek He ees Ee Ge Ae en id BE tS a te Fes ve Deak at NE EE Ae tania a) Se al a Bets he ans DR MS eee AN fe Ore as ies ek or me bct or En Teta ep a pea asi tra Mipsis MES Et ZR aL Eig DEL AEN Sok Se ee SEP. TA NN nd ge era ME ge vain ih gent rh ee. eden CE ee Bee DE A art bre eae Ie fap eo ie AEEA Re Perse VERRE PNB A U BEA Betyg eef den Rie Tie hr oane me En eed 9) Cal gt RSE eet A DAE NARE) ge EE ear eet Ee Ge ei yy aed en TEM kij RLA SF og EN etait es ‘ dn at Er 7 sf Tee beken fe baton ity ee rem fins Nis BOR ee rok en eh es orca ce gs nd RK MRE Soa ae bites ere twig Siar a ei EN Ne ANDEREN Se EN phe heal eat Paras, ea 2 ee the ae MGS Us ays Menage eee ee a ah VERTE Re Le EET Maat eet ao Pasta EE Ma de RE DR Sat Mn Eend ee uu Hy SEAL es thi ob Re edn! Bn met a ige eda TAG ARNE | eRe EUWE, aal be itr i Tie an) Sek dee Ei
| 369 Mover D. in het hoofdgeld, bedoeld bij St......No.... Residentie District Afdeeling Dessa Jaar 18... | Bedrag van den aanslag, vide hot door den Resident 7 bij besluit van... ae i. gearresteerde districtskohier f . . ... Uitoereikf den 65 si, os ae ee De Assistent- Resident pieces tah dein Shaan nh Cg =" SE ea eg RT Sy Aspirant-Controleur ; é BEDRAG DER AFBETALINGEN, Handteekening voor ontvan ed van den ondercollecteur den ambtenaar, die in letters. | in cijfers, hem vervangt, page 2 “lj ' ; :
a =a 370 ae EE A _ BEDRAG DER AFBETALINGEN. Handteekening voor ontvan os van den ondercollecteur o = den ambtenaar, die — are, in letters, | in cijfers. … hem vervangt, is a Pe i. ' : ne a | tn ‘2 ie ‘a a 2 B. zi : ae | ehoort bij $ VIII der Voorschriften, vastgesteld bij art, 2 van het besluit van 26 Bs _ Februari 1893 No. 1. ; 4 ae? ee) ale * p i Nad MEE on: >
\ 871 : : d ; No. 4781. RIJSTCULTUUR. — Bemoeienis der ambtenaren van het binnen- |
landsch bestuur met de rijstcultuur, __ CIRCULAIRE aan de Residenten op Java en Madoera. | | No. 5733. Batavia, den Gen October 1887. |
Bij dezerzijdsche circulaire van 28 October 1875 No. 11027, opgenomen in het |
| Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié No, 2950, zijn verschillende | wenken gegeven tot bevordering der rijsteultuur door de ambtenaren van het Bin- | nenlandsch Bestuur. | Is daarin met nadruk gewezen op het kwaad van overijling en overdrijving bij | dé opvolging van die wenken, die circulaire doet daarnevens uitkomen het nut — van leiden en leeren en hoe de bevolking alleen met geduld en beleid moet wor- den gebracht tot meer ordelijken en redelijken arbeid,
Het is mij gebleken, dat die circulaire al meer en meer in vergetelheid ge- — raakt en dat vooral door jeugdige ambtenaren maar al te vaak in strijd daarme- de wordt gehandeld, .
Zoo zag men in een afdeeling, dat daar, uit overdreven vrijheids-begrippen, door hen het zaaien met aren (ngoerit, tebar) werd in de hand gewerkt, omdat naar hun meening de inlander in dat opzicht volle vrijheid moest hebben, Elders vermeende men alles gedaan te hebben door de bevolking van een geheel district in eens te laten planten, waarvan vermeerdering van plant- en vóóral van snij- foon het gevolg was, waardoor wel eens de helft van den oogst aan snijloon moest worden betaald, terwijl men bovendien de velden niet spoedig genoeg geoogst kon krijgen en veel padi bedierf door regen als anderszins,
Naar aanleiding van het vorenstaande, acht ik het niet ondienstig bovenaange- haalde circulaire bij UHEdG. in herinnering te brengen en U een opvolging van de daarin voorkomende zeer nuttige wenken aan te bevelen,
De Directeur van 6 Binnenlandsch Bestuur, VAN VLEUTEN, No. 4782. HEERENDIENSTEN, BANTAM,
Bij artikel 2 van het besluit van 19 April 1893 No, 9 zijn vastgesteld de na- volgende:
VOORSCHRIFTEN tot uitvoering van de ordonnantie van 19 April 1893 (Staats- blad No. 108) tot regeling van de heerendiensten in de Residentie Bantam,
Vervallen door Bijblad no, 5293, No. 4783. AANBESTEDINGEN. BOETEN. — Toepassing van het besluit von 15 Maart 1873 No, 8 (Bijblad No, 2658), Aan de Algemeene Rekenkamer.
No, 2040. Batavia, 28 December 1887,
Bij hare missive van 28 September jl. No, 7635 worden door de Algemeene
Rekenkamer, met verzoek om ter zake de beslissing der Regeering te mogen
372 vernemen, andermaal bezwaren ingebracht tegen het niet stellen, bij de in den laatsten tijd gearresteerde voorwaarden van aanbesteding, van maxima voor de boete, die per dag verbeurd wordt voor elke pikolmaat zout, welke ontbreekt aan de voorraden, die in de zoutpakhuizen steeds aanwezig moeten zijn, en voor % die, gesteld op vertraging in het vervoer van gelden, goederen en materialen, it
Naar het oordeel der Kamer is het stellen van een maximum in deze gevallen 3 noodig, omdat artikel 1307 van het Burgerlijk Wetboek voorschrijft dat de bepa- a ling van straf strekt in plaats van vergoeding van kosten, schaden en interessen, * welke de schuldeischer lijdt uit hoofde van het niet nakomen der hoofdverbin- 8 tenis en op grond van het op dat wetsartikel gebaseerd besluit van 15 Maart :. 1873 No. 8 (Bijblad No, 2658), waarbij in eerstelijk o. a. als voorschrift is vast- àl gesteld dat bij het bepalen van boeten moet worden acht gegeven dat zij niet tg onbepaald doorloopen, maar tot zekeren termijn van wanlevering beperkt worden. 8
De Regeering meent echter te mogen betwijfelen of door de Algemeene Re- Fe kenkamer in deze wel juist geoordeeld wordt.
Zij neemt namelijk niet in aanmerking dat onvoldoende aanvulling der zout- | pakhuizen een zoutnood kan doen ontstaan, welke eene ware volksramp zou zijn — en dat evenzeer het niet tijdig vervoeren van gelden en materialen hoogst nadee- x lige gevolgen kan hebben. Wanneer b.v. bij een werk het werkvolk niet betaald kan worden, zal het waarschijnlijk verloopen en het niet bijtijds aanvoeren van En de noodige materialen bij het leggen van een brug kan oorzaak zijn dat het | gunstige seizoen verloopt en een volgend jaar moet worden afgewacht om het | aangevangen werk te voltooien, terwijl het publiek verkeer intusschen gestremd blijft.
Het gaat daarom niet aan om b, v. nalatigheid in de levering van brood, ; vleesch en dergelijke zaken, waarin om zoo te zeggen door inkoop bij anderen f of het verstrekken van andere artikelen dadelijk voorzien kan worden, op eene lijn te stellen met de hoogergenoemde gevallen en dit te minder omdat b. v. bij ; nalatigheid in den opvoer van zout, de gevolgen verergeren naarmate de aannemer langer in verzuim is,
Strikt genomen zou de boete, om haar in verhouding te doen blijven met de kwade gevolgen van het verzuim van den aannemer, proportionneel moeten stijgen | en er kan dus geen sprake van zijn om, terwijl door langer tijdsverloop het nadeel grooter wordt, de op het verzuim gestelde straf binnen enge grenzen te beperken,
Bovendien is dit geheel onnoodig. | __ Gebrek aan zout in een of andere streek is eene omstandigheid, waarin steeds zoo spoedig mogelijk van bestuurswege voorzien zal worden en hetzelfde kar ge- zegd worden van geldgebrek en van die gevallen waarin gevaar bestaat dat door niet tijdigen aanvoer van materialen de bouw van een of ander werk gestaakt zou moeten worden, Uit den aard der zaak zelve zullen dus de onderwerpelijk bedoelde boeten nimmer onbepaald doorloopen,
Door de mededeeling van het vorenstaande, waarmede ook het aan het slot van Js Kamers missive gedaan verzoek om eenige aanwijzing te mogen ontvangen ‚omtrent de toepassing van het bovengenoemd besluit van 16 Maart 1873 No. 8 (Bijblad No. 2658), beantwoord kan worden geacht, heb ik de eer aan ontvangen bevelen te voldoen. De 1ste Gouvernements Secretaris, SWEERTS,
4 373 No. 4284. VOORSCHOTTEN. Betreffende het verleenen van voorschotten — aan inlandsche ambtenaren en tijdelijk in ’s Lands dienst geplaat- Ei ste Europeanen. | Blijkens de missives van den 1sten Gouvernements Secretaris van 30 Maart / 1888 Nos, 498, 499 en 500 heeft de Regeering er geen bezwaar tegen dat, bij z gebleken noodzakelijkheid, aan inlandsche ambtenaren een matig voorschot bij- voorbeeld van één maand traktement wordt uitbetaald, met dien verstande dat de e gevallen elk op zich zelf moeten worden beoordeeld, doch komt Haar het verlee- nen van voorschotten aan tijdelijk in 'sLands dienst geplaatste Europeanen niet | floodig en daarom niet gewenscht voor, Dit laatste beginsel moet, in verband met de missive van evengenoemden hoofd- t ambtenaar van 13 ‘Januari 1893 No. 99, ook van toepassing worden beschouwd Á op Europeanen, die als burgerlijk schrijver bij een der militaire bureelen tijdelijk in ‘sLands dienst worden geplaatst. | No. 4785. VEEARTSENIJDIENST. — Aanwijzing der „standplaatsen van | de Europeesche Gouvernements veeartsen, | BESLUIT. | | No. 23. Buitenzorg, 24 Mei 1890, Gelet op artikel 1 van het besluit van 4 Februari 1890 No, 24 (Staatsblad No. 44) | Gelezen de missive van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur van 10 April 1890 No, 1999, in voldoening aan de opdracht, vervat in artikel 2 van boven= aangehaald besluit van 4 Februari 1890 No. 24; Is goedgevonden en verstaan: d Met intrekking van artikel 2 $ a van het besluit van 31 December 1876 Not 2 (Staatsblad No, 348), zooals die $ gewijzigd is bij artikel t van het besluit van 18 Maart 1885 No. 2 (Bijblad op het Staatsblad No. 4154) te bepalen datde Europeesche Gouvernements veeartsen zullen gevestigd zijn: één ter hoofdplaats Buitenzorg, zullende zijn werkkring zich uitstrekken over de residentiën Bantam, Batavia (met uitzondering der afdeeling Stad en Voor- steden van Batavia) en Krawang;! één te Soekaboemi, voor de residentie Preanger-Regentschappen; (Ì) één ter hootdplaats Tegal, voor de residentiën Cheribon, Tegal en Pekalongan; één ttr hoofdplaats Semarang, voor de residentiën Semarang en Kedoe; één ter*hoofdplaats Rembang, voor de residentiën Japara en Rembang; één ter hoofdplaats Soerabaja, voor de residentién Soerabaja en Madoera; één ter hoofdplaats Probolinggo, voor de residentién Pasoeroean, Probolinggo en Besoeki; één ter hoofdplaats Poerworedjo, voor de residentiën Banjoemas en Bagelen; één ter hoofdplaats Soerakarta, voor de residentién Soerakarta en Djokjakarta; één ter hoofdplaats Kediri voor de residentiën Madioen en Kediri; één ter hoofdplaats Padang; één ter hoofdplaats Fort de Kock (1) Gewijzigd bij Bijblad nos. 5018 en 5334,
ariel 374 ; 4 zullende de ambtsressorten van heide laatstgenoemde veeartsen nader door den Gouverneur van Sumatra's Westkust worden bepaald; : één ter hoofdplaats Palembang, voor het gewest van dien naam; ie i één ter hoofdplaats Makasser, voor het gouvernement Celebes en Onderhoorigheden ; „één ter hoofdplaats Batavia, ter beschikking van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, tevens voor den veterinairen dienst in de afdeeling Stad en Voorsteden van Batavia. : 4 Afschrift enz, ki No. 4786. RECHTSWEZEN. BATAVIA, — Verdeeling der werkzaamheden — © 4 tusschen de beide kamers van den Raad van Justitie te Batavia, “4 B. 5 Januari 1891 No. 29, Buiten werking gesteld bij Bb, no. 5607, in verband 4 met Stb. 1901 No, 126, pee y No. 4787. OPPASSERS, JUSTITIE. PREANGER-REGENTSCHAPPEN. 1 — fegeling van het oppassers personeel ten dienste van de Iniandsche Officieren van Justitie in de residentie Preanger- Regenischappen, is. BESLUIT, RE No. 27 Buitenzorg, 7 Juni1891, ‘sf Gelet enz; 4 | Gelezen enz; 8 Is goedgevonden en verstaan: a Met intrekking van het thans ten dienste van de Inlandsche Officieren van Justitie in de residentie Preanger-Regentschappen toegestaan oppasserspersoneel tot een getal van 54 (vier-en-vijftig), te bepalen dat in genoemd gewest zullen worden ‚in dienst gesteld ten behoeve van: x den Hoofddjaksa en den Adjunct-Hoofddjaksa ay fea) ERUHODDE SRG Sy (ale igi hie vaten ete br sels anal sen et OOR DRAEEN ts den Djaksa en den Adjunct-Djaksa te Tjiandjoer..,..........5 5 a den Djaksa en den Adjunet-Djaksa te Soekaboemi............6 ‘ ! Bens tec Tntengka Tian a? ks vee Header tie eee ty 9 Las JA Eer OOM EORAD ei ae ee ea re ene e aereee N 4 ae as AAO eel sir tin aan diets ec huis 4) asa eth ata ee tan a 3 3 cl A EEE RE lesen 5 tet ee Hg RMIADONG) OIA art dee ae cE ae ended ede AD ar 4 | 8 & gy) MAMLBQCHPOAIE He seat he coh ele a oh! dl ee Se : : 32 oppassers, ieder op eene jaarlijksche bezoldiging van f120 (een honderd twintig gulen) of te a zamen f 3840 (drie duizend acht honderd veertig gulden) ’s jaars. 4 Extract enz, ; à No. 4788. GEVANGENEN, — Maatregelen in het belang van de gezondheid F der gevangenen, 7: __ CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. a No, 1415. Buitenzorg, 18 Juni 1891, 4 | Het is gebleken, dat zelfs op plaatsen, welke bekend staan wegens hun voor de | EE
| 875 : gezondheid gunstig klimaat, in de gevangenissen gevallen van beri-beri voorko= men, vooral onder de preventief gevangenen of onder de veroordeelden, die geruimen | tijd in preventieve hechtenis hebben doorgebracht, en zulks in weerwil der nauw- — lettendste zorgen voor reinheid van gebouwen en pewoners en voor goed drinkwater. —
Aangezien zoowel de voeding als de kleeding van gevangenen over het algemeen beter zijn dan die van den inlander in het dagelijksche leven, kan de oorzaak der ziekte niet daarin worden gezocht, doch ligt deze waarschijnlijk voor een groot deel in hunne veranderde levenswijze.
Mocht voor hen, die van hunne vroegste jeugd gewoon zijn geweest aan bewe- ging in de open lucht, het ontnemen van gelegenheid tot zoodanige beweging al niet rechtstreeks aanleiding geven tot ziek worden, het is in elk geval waarschijn. lijk dat daardoor, evenals door al wat deprimeerend op het individu werkt, de vatbaarheid voor ziekten wordt verhoogd, in verband ‘waarmede het wenschelijk moet worden geacht de levenswijze der preventief gevangenen niet meer.dan noo- dig is te doen afwijken van die, welke zij van jongs af aan geleid hebben,
De Regeering verlangt derhalve dat bedoelde gevangenen in staat worden gesteld althans gedurende eenige uren van den dagzich matig te vermoeien, door vaor zoover zij niet vrijwillig aan den arbeid der overige gevangenen deelnemen of ander doelmatig werk verrichten, hen onder behoorlijk escorte flinke wandelin- gen te doen maken, zooals reeds op enkele plaatsen onder geleide van pradjoerits of politie-oppassers pleegt te geschieden.
Op bekomen last heb ik de eer UHEAG, het vorenstaande mede te deelen, met verzock aan gemeld verlangen der Regeering te willen voldoen,
De Gouvernements Secretaris, D, F. UHLENBECK, |
Aan den Gouverneur van Celebes en Onderhoorigheden, | No, 2164 Buitenzorg, 8 September 1891.” |
Met referte aan Uwe missive van 20 Juli jl. No. 360517, heb ik de eer, op last. van den Gouverneur-Generaal, UHEdG, mede te deelen dat het niet in de bedoe- ling heeft gelegen van de dezerzijdsche Circulaire van 18 Juni t. v. No. 1415 om de gevangenen op de daarbij bedoelde wandelingen door militairen te doen escor- teeren.
Wanneer de voorhanden middelen niet toelaten om de veroordeelden, die daar- voor in aanmerking komen, te gelijk beweging te doen nemen, dan behaoren zij bij gedeelten te worden aangewezen, terwijl overigens de wijze van uitvoering van den maatregel aan het beleid der Hoofden van Gewestelijk Bestuur wordt overgélaten,
De 1e Gouvernements Secretaris, —
J: VAN DER WIJCK,
No. 4789. HEERENDIENSTEN. PROBOLINGGO. Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No. 12 zijn vastgesteld de ; navolgende: 5
VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heerendien.
sten in de residentie Probolinggo (Staatsblad 1893 No. 472). Vervallen door Bijblad No. 5359, t
876 4 No. 4790. BURGERLIJKE OPENBARE WERKEN, — Algemeene voor- waarden voor de uitvoering bij aanneming van werken onder beheer van het Departement der Burgerlijke Openbare Werken, 7 Model bestel: voor de aanbestedingen. za Met intrekking van de bij besluit van 20 Juni 1871 No. 14 (1) goedgekeurde a en bij besluit van 23 September’1875 No. 8 gewijzigde „Algemeene voorwaarden, es „bevattende voorschriften en bepalingen voor de uitvoering en het onderhoud bij ks „aanneming der werken onder beheer van het Departement der Burgerlijke Open- a „bare Werken in Nederlandsch-Indié” zijn bij artikel | van het besluit van 2 Januari 1892 No, 11 goedgekeurd „Algemeene „voorwaarden voor de uitvuering „bij aanneming der werken onder beheer van het Departement der Burgerlijke 4 „Openbare Werken in Nederlandsch-Indië” (2) alsmede onderstaand Model-bestek, = waarnaar de tot dat Departement behoorende werken zullen worden aanbesteed. E Departement der Burgerlijke Openbare Werken, ; 3 BESTEK, waarnaar door. . 4 oon le vene dete eed bea ln Ol rek Se ea eit a HARTE Men ote Are arran U wi dieet ee Ese OD Le nr lee u GOV Nee eed ee et tre cee ae in het openbaar zal worden aanbesteed: (5 EE Beer EN Be ij Art. 1. a Aantal perceelen, De aanbesteding geschiedt in .,..... perceelen 3 Het eerste perceel omvat de deelen vermeld onder d a, b, (3) het tweede die onder,......., 2 Art. 2, Algemeene Voorwaarden. De Algemeene Voorwaarden voor de uitvoering bij “aanneming der werken onder beheer van het Depar- : ; tement der Burgerlijke Openbare Werken vastgesteld #2 bij Gouvernements besluit van ..........+.55 +++ eee « Zijn van kracht alsof zij in dit bestek woordelijk waren opgenomen, voor zoover zij daarop van toepassing en daarin niet gewijzigd zijn. ~ Deze Algemeene Voorwaarden worden in het bestek door de letters A. V. aangeduid. : (1) Zie bijblad No, 2494, | (2) Deze zijn wegens den omvang niet opgenomen. Afzonderlijke exemplaren zijn verkrijgbaar bij het Depôt van leermiddelen te Batavia, tegen den prijs van f f 0.30 (dertig cent). (3) Verschillende werken mits tot één zelfde artikel der begrooting behooren- | de, kunnen tot één perceel gebracht worden, | F ' 7
j 377 | 3 Art, 3. Beschrijving van het werk. 4 N Art. 4, _- Materialen van den Lande. Van landswege worden aan den aannemer ten be- « (A. V. artikel 40), hoeve van het werk verstrekt: ; De verstrekking geschiedt ery eee har ate | Art, 5, ' djati Hout uit 's lands bosschen. Het voor het werk benoodigde =e os hout moet | (A. V. artikel 41). worden gekapt in het bosch... 2... --- ese eee | en het gekapte ter aan te wijzen.plaats worden ver- zameld binnen......... , + dagen nadat met het : 2 kappen een aauvang is gemaakt, Art, 6, | Peil. Als peil wordt aangenomen: 3 F Art. 7. | Eeuheidsprijzen. De eenheidsprijzen voor de berekening van meer cr (A. V. artikel 32). minder werk bedragen ........ Art, 8. _ Kosten van toezicht. De door den aannemer te betalen kosten van toe- ‘ (A. V. artikel 69). zicht bedragen per dag: Voor het Iste, 2de. ...... perceel respectievelijk i Fee «en voor de sub a, b genoemde 4 deelen respectievelijk f..-+--.+++++ (D | : Art, 9. Tijd van oplevering, De oplevering van het werk moet geschieden: : (A. V. artikel 27). Voor het Iste, 2de..... - perceel, respectievelijk in. ....... dagen, en de oplevering van de sub a, i b...... genoemde deelen respectievelijk in,.... dagen. é (4) Naar omstandigheden kunnen de toezichtskosten worden bepaald of voor elk perceel of voor elk onderdeel van het werk,
878 a
Art, 10, j Verantwoordelijkheid van De aannemer is gedurende een tijdvak...... - 4
den aannemer. jaren verantwoordelijk voor alle schaden en gebreken, — (A. V, artikel 7). welke tengevolge van het bezigen van slechte mate- i rialen of van slechte uitvoering aan het werk mochten _ ontstaan, { ‘q Art. 11. 5 a Boete. De door den aannemer te betalen boete in geval E (A. V. artikel 29), van te late oplevering bedraagt per dag: FE Voor het iste, 2de....., .. perceel respectievelijk — Foes Neca nds Ghee wll 6 4 OR UVOOT CGO oa genoemde deelen respectievelijk fe... 00 e eee 0 De boete zal in geen geval meer dan een (1)... „os «de van de aannemingssom bedragen. Art, 12, a Betaling, De betaling van de aannemingssom geschiedt in, . . a (A. V. artikel 16). RN asad CoM NEN fs: De rekeningen moeten worden ingediend op her — kantoor van het Hoofd van Gewestelijk Bestuu — No. 4701. EEREDIENST. PADANG.— Bezoeken van het hospitaal te Oeloe — Limou Manis door den Predikant te Padang. a
Met uitbreiding in zoover van § II van het besluit van 27 April 1887 No 2le : (Bijblad No, 4895) is bij het besluit van 3 Januari 1892 No, 15 bepaald dat het k hospitaal te Oeloe Limou Manis (Padangsche Benedenlanden) op ‘s Lands kosten — eenmaal ’s weeks door den Predikant te Padang kan worden bezocht; met dien — verstande dat voor die bezoeken slechts zullen worden vergoed de transportkos- — ten per kar heen en terug, ten bedrage van f 8.— (acht gulden) per bezoek,
' a
No. 4792. PAKETVAART, — Fervoer over zee van landsdienaren met,an-
dere dan tot de vloot der Koninklijke Paketvaartmaatschappy be
hoorende stoomschepen. f ;
Aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. No 210. i Buitenzorg, 23 Januari 1892.
Bij schrijven van 27 November 1891 No. 6433 verzoekt UHEdG, het welmee- ~ nen van den Gouverneur-Generaal aangaande de vraag of voor reizen van landadie-
(1) De boete wordt ten hoogste op één tiende bepaald. Dit bedrag en het be- — drag der boete per dag voor te late oplevering moeten verband houden, opdat binnen redelijken tijd de Regeering het recht verkrijge om een werk, waarmede — geen voortgang wordt gemaakt, tot zich te trekken, ‘
310 | naren tusschen Belawan en Rivuw mag gebruik worden gemaakt van andere 4 gelegenheden dan de booten der Koninklijke Paketvaartmaatschappij. 7 | Naar het inzien van Zijne Excellentie zijn op deze vraag geheel van toepassing de | pesehouwingen, door Uw toenmaligen ambtsvoorganger ontwikkeld in zijne misi- ve van 5 Februari 1877 No, 1300, waarmede. blijkens het besluit van 1 Maart d. | a. y. No, 45 (1) de Regeering zich heeft vereenigd. Zooals ook de woorden „behoudens de na te melden „uitzonderingen’’, voorko- — mende in artikel XV, alinea 1 der in Bijblad 4569 opgenomen voorwaarden van — de overeenkomst voor de bediening van de paketvaart gedurende de jaren 1891 | t/m, 1905 aangeven, bevatten de verdere bepalingen van het artikel wel uitzon- — deringen op — doch geen uitbreidingen van de verbintenis der Regeering, bedoeld | in gemelde alinea, om op de in artikel I genoemde en later overeenkomstig artikel LIL | | eventutel gewijzigde of bijgevoegde lijnen van de schepen vande Koninklijke Pa- _ | ketvaartmaatschappij gebruik te maken tot het doen overvoeren van passagiersjenz. : In artikel I nu vindt men geen lijn, waarop Belawan en Riouw liggen, zoodat — voor vervoer tusschen die plaatsen de verbintenis miet geldt, tenzij de route wordt — genomen over Batavia want dan — doch ook in dat geval alleen — wordt over- — gevoerd eerst op de lijn Belawan — Batavia (dienst No. 5) en vervolgens op de lijn Batavia — Muntok — Riouw enz, (dienst No, 3). 4 | Overigens brengt, naar het inzien van den Gouverneur-Generaal, de verhouding. tot de Koninklijke Paketvaarfmaatschappij mede dat, evenals bij het hoogerge- meld besluit van 1 Maart 1877 No, 45 ten aanzien van de Nederlandseh-Indische — | Stoomvaartmaatschappij is voorgeschreven, in gevallen als het onderwerpelijke slechts buiten de contractuele lijnen gereisd worde, wanneer dit tot besparing 3 van tijd en uitgaven leidt,
4 Onder wederaanbieding der bijlagen Uwer in hoofde genoemde missive, heb ik de eer de mededeeling van het vorenstaande te doen strekken in voldoening aan ontvangen bevelen. £
De fe Gouvernements Secretaris, VAN DER WICK. No. 4793. MUNITIËN. — Te goeddoening voor oud metaal, afkomstig van verbruikte munitién bij schietoefeningen. BESLUIT, : No. 114 Buitenzorg, 29 Februari 1892. ~ Gelezen enz, ; : | Is goedgevonden en verstaan: ee bepalen dat bij inlevering in ide magazijnen van Oorlog van oud metaal, afkomstig van verbruikte munitiën bij de schietoefeningen van de schutterijen en van de korpsen barisan, pradjoerits en gewapende politiedienaren, zoomede van de legioenen van Mangkoe Negoro en Pakoe Alam, wordt te goed gedaan :. voor elk kilogram lood Re eer ahd neden Me naa ane : TY iN Aaa a Gover ari er Mi HN a OE Oe ERE en zulks gerekend van af 1 Januari 1891. Extract enz. F (1) Zie Bijblad No. 3160, i
aan B
No. 4794. GEVANGENISWEZEN. VEROORDEELDE INLANDSCHE _
SCHEPELINGEN, — Tot dwangarbeid veroordeelde Inland- _
sche schepelingen der oorlogsmarine, die niet wit den zeedienst —
zijn weggezonden, moeten binnen de muren der gevangenis te —
werk worden gesteld. Ee
ee
. CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, 4 No, 1966, 3 Batavia, 15 Maart 1892, 4 Bij circulaire van den Directeur van Justitie ddo, 22 April 1872 No, 1069/1624, welker korte inhoud onder No. 4265 is vermeld in ket Bijblad op het Staatsblad a van Nederlandsch-Indié, is het verlangen der Regeering medegedeeld om tot dwangarbeid veroordeelde militairen, die niet uit het leger zijn verwijderd, niet dan binnen en ten behoeve van de gevangenis werkzaam te stellen, 7 Dezen regel wenscht de Regeering (1) voortaan ook te zien gevolgd ten opzichte van Inlandsche schepelingen der oorlogsmarine, die, bij het plegen van commune _ delicten aan den wal en in gemeenschap met burgers, door den burgerlijken rechter tot dwangarbeid of tot tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost “_zonder loon zijn veroordeeld en niet krachtens artikel 12 al,8 van het reglement in Staatsblad 1884 No, 229a (2) uit den zeedienst zijn weggezonden. A Ten aanzien van Inlandsche schepelingen der oorlogsmarine, die door een zee- krijgsraad in Nederlandsch-Indië zijn veroordeeld en niet op de eene of andere wijze =
uit den zeedienst zijn ontslagen, verwijzende naar art. 9 der voorschriften in Staatsblad 1889 No, 124, heb ik, daartoe gemachtigd door den Gouverneur-Gene- raal, de eer UHEAG. te verzoeken er zorg voor te willen dragen dat in het door U bestuurd gewest aan bovenstaanden wensch der Regeering wordt voldaan, x De Directeur van Justitie, a W. A. ENGELBRECHT, d (1) M, g. 8, van 28 Februari 1892 No. 462. ä (2) Aangevuld bij Stb. 1885 no. 182, if No. 4795. RECHT VAN OVERSCHRIJVING, — Verplichting tot hethetalen van overschrijvingsrecht bij vergrooting van aandeelen in een ; onverdeelden etgendom, i Met intrekking van de beslissing, bedoeld bij het schrijven van den 1sten : Gouvernements Secretaris van 23 November 1885 No. 867/e (Bijblad op het 7 Staatsblad van Nederlandsch-Indié No, 4198, is bij het besluit van 2 April 1892 No, 190, a, als regel aangenomen dat bij vergrooting van aandeelen in een onver- 5 deelden eigendom door overeenkomst, steeds recht van overschrijving verschuldigd : is, ten ware de vergrooting het gevolg zij van scheiding (behoudens de uitzon- 4 deringen, genoemd in artikel 7, No, 2, der ordonnantie in Staatsblad 1885 No. z. 103) of van aankoop, bedoeld in artikel 1076, alinea 2, van het Burgerlijk Wet- | boek, en dat dit reeht mede verschuldigd is bij vergrooting van aandeelen in een
onverdeelden eigendom door overlijden, indien de aandeelen worden nagelaten door : Inlanders en met dezen gelijkgestelden; met dien verstande dat de belasting door 1 eigenlijk gezegde Inlanders niet verschuldigd is bij erfopvolging in de rechte lijn.
881 No. 4796. UNIFORM. — Uitbreiding der vergunning aan gegageerde adju- 7 dantonderofjicieren om de activiteitsunijorm te blijven dragen. BESLUIT, No, 6 Buitenzorg, 7 April 1892. Gelezen de missive van den Minister van Kolonién van 22 Februari 1892, Let- ter C.; No, 49/397, daarbij naar aanleiding van den Indischen brief van 7 Decem- ber 1891 No, 2109/5 mededeelende: dat de Koningin-Weduwe, Regentes, bij Kabinetsrescript van 15 Februari 1892 No, 35 machtiging heeft verleend om de krachtens de Koninklijke Kabinetsrescripten van 28 October 4866, 3 Mei en 3 Augustus 1867 Nos. 2, 85 en 38 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié Nos, 1999, 2026 en 2059) verleende vergunningen tot het blijven dragen van de activiteits-uniform na het verlaten van den dienst derwijze uit te breiden dat zij voortaan mede ten deel vallen aan alle gegageerde adjudant-onderofficieren en met hen gelijkgestelde militairen (van de verschillende koloniale troepen), die haar vragen, voor zooveel namelijk hun bedrag zich niet daartegen verzet, of wel later aanleiding mocht geven de reeds verleende vergunning in te trekken ; Is goedgevonden en verstaan: Van het vorenstaande aanteekening te houden, Extract enz. Zie verder Bb. No, 5349 en 5709, “De bevoegdheid van den Gouv.-Generaal tot het verleenen der vergunningen is bij Bijblad No. 6268 overgedragen op den Legercommandant. Ne. 4707. HEFRENDIENSTEN, SEMARANG. : Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No. 13 zijn vastgesteld de s navolgende: VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie tot regeling der heeren- diensten in de residentie Semarang (Staatsblad 1893 No, 173), Vervallen door Bijblad No, 5874. No. 4798. INSTRUCTIËN.— Instructie voor den waterschout voor de Hmma- — haven (gouvernement Sumatra's Westkust). Bij artikel 2 van het besluit van 22 Mei 1892 No, 5 is gearresteerd de volgende: INSTRUCTIE voor den waterschout voor de Emmahaven. i Buiten werking gesteld bij Bijblad No. 5126. No. 4799. ZEGELRECHT, — Berekening van het — van hypotheekakten, Volgens artikel 3 der zegelordonnantie (Staatsblad 1885 No. 181) bedraagt het zegelrecht van de minuten der akten van hypotheekstelling of van verband van schepen, verleden voor commissarissen uit de raden van justitie, presidenten van landraden of andere daarvoor aangewezen ambtenaren één half percent van het bedrag of de geschatte waarde, waarvoor de hypotheek of het verband wordt gevestigd. Wordt de hypotheek uitdrukkelijk gevestigd ook voor interesten of ren- ten, dan komen die interesten of renten mede in aanmerking voor de berekening van het recht (zie de toelichting op gemeld artikel der zegelordonnantie in bijblad No. 4206),
- 4 Ten einde nu te voorkomen dat de interesten of renten, waarvoor, behalve de hoofdsom, eene hypotheek werd gevestigd, in aanmerking zonden worden gebracht 7 voor de berekening van het zegelrecht, werd in zeker geval bij het opmaken — der betrekkelijke akte eene redactie gevolgd, waardoor de zekerheid niet uitdrukkelijk voor de in de akte mede bedongen rente van één percent 's maands werd gesteld, Desniettemin werd het zegelrecht ook over de rente berekend, op grond van het verder in de akte opgenomen beding: „dat bij niet betaling de schuldeischer on- „herroepelijk, gemachtigd wordt het verbonden perceel in het openbaar volgens 4 „plaatselijke gebruiken te doen verkoopen, ten einde al het hem ter zake toeko- „mende uit de opbrengst te verhalen”. d Op een verzoek van belanghebbende om terugbetaling van het over de ronde 3 gevorderd zegelrecht werd afwijzend beschikt bij het besluit van 23 Juni 1892 No. 43, uit overweging dat de schuldeischer uit kracht der hypotheekakte niet E alleen de hoofdschuld, maar ook het overige hem ter zake toekomende, in casu de rente, op het verbonden perceel kon verhalen en het zegelrecht van bedoelde akte dus juist was berekend. : No. 4800. STATISTIEK, — Wijziging der voorschriften omtrent de opma- { king en inrichting der — van den handel, de scheepvaart en de in- en uitvoerrechten in Nederlandsch-Indië, BESLUIT, E No. 25. Tjipanas, 27 Juni 1892, ’ Gelet enz.; il Is goedgevonden en verstaan : Met wijziging in zooverre der bij artikel 1 van het besluit van 25 Augustus 4 1879 No, 4 (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No, 3558) vast- gestelde „Voorschriften omtrent de opmaking en inrichting der statistiek van den d „handel, de scheepvaart en de in- en uitvoerrechten in Nederlandsch-Indié” en 3 de daarbij behoorende modellen I—XX en A—D te bepalen als volgt: 3 I, aan model XIV (jaarstatistiek), bedoeld bij § 4 van genoemde voorschriften, 3 worden twee kolommen toegevoegd, te weten: ééne kolom, met het opschrift ] „Land van herkomst”, onder „Algemeene Invoer”, tusschen de kolommen ; _ „Benaming der goederen” en ,Eenheid” en eene kolom met het opschrift „Land van bestemming”, op dezelfde plaats onder „Algemeene Uitvoer”, | Il, aan de bij $ 5 bedoelde overzichten (jaarstatistiek) over de laatst verloopen vijf jaren wordt toegevoegd een overzicht, volgens het hieraan gehecht model XAVila, van de waarde van den algemeenen in- en uitvoer in de laatste 5 ja- ren voor ieder gewest der bezittingen buiten Java en Madoera of oaderdeel daarvan afzonderlijk. HI, In verband met het sub Il hiervoren bepaalde worden aan het hoofd van het bij § 5 bedoelde overzicht (jaarstatistiek) volgens model XVIL toegevoegd de tus- af schen haakjes geplaatste woorden (,,Java en Madoera en Buitenbezittingen’”), IV, Ter vervanging van model B (maandstatistiek), bedoeld bij § 8 der onderwer- © ; pelijke voorschriften, wordt het hieraan gehecht gelijknamig model vastgesteld. V; Het bovenbepaalde wordt voor het eerst toegepast op de jaarstatistiek over 4892 en de maandelijksche statistieken over 1893, Afschrift enz, . Zie vervolg in Bijblad no. 5496,
Et * ER 4 383 , 4 Move, B. i Invoer der voornaamste katoenen en wollen manufacturen te Batavia, Semarang en Soerabaja, gedurende de maand.......%--..+-em de vorige maanden van 18... te zamen, In de maand In de maand Benaming | 5 beenen deleten de Vooraad in
der B | Kantoor vorige maanden | vorige maanden | entrepôt op den
, goederen, E “| van 18... oan van 18, is aan-| laatsten der s gegeven ten | gegeven ten op- (1) verbruik, slag in entrepôt, maand. Í a ET Ee mmm ; 2 . 4 7 | he | Ì : 4 | | Zn 4 * ; | (1) Met vermelding der herkomst en voor zooveel noodig der breedten, op deze : wijze bijv. madapollams, Holl, 4/4, ’ Behoort bij § IV van het besluit van den-Gouverneur-Generaal van Neder- — | landsch-Indié van 27 Juni 1892 No, 25, by
884 } : Mover, XVITa. : ; Vergelijkend overzicht van de waarde van den algemeenen in- en uitvoerdoor particulieren over de laatst verloopen vijf jaren (de Buitenbezittingen gesplitst naar de gewesten of onderdeelen daarvan), 3 nn Ai 1888 1889 1890 1891 1892 r 3 A Algemeene invoer. P 4 Algemeene uitvoer, ; SEN SSS Ae A DE bere NEE ES 7 | Behoort bij § IT van het besluit van den Gonverneur-Generaal van Neder- | landsch-Indië van 27 Juni 1892 No. 25. No. 4801. POSTERIJEN, — Bepalingen betreffende de districtspost. | | BESLUIT. | No. 9. Tjipanas, den 28sten Juni 1892. | | Gelet enz, : Gelezen enz, . K: De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord: 4 Is goedgevonden en verstaan: a Herstelijk; De §§ IV en VI van artikel 4 van het besluit van 5 Mei 1883 No. ; i (Bijblad op het Staatsblad yan Nederlandsch-Indié No, 8875) in dier voege te 4 wijzigen, dat de bemoeiingen van den Directeur van Binnenlandseh Bestuur ter zake van de districtspost op Java en Madoera overgaan op zijnen ‘ambtgenoot der Burgerlijke Openbare Werken. Ten tweede: Te bepalen: lo, dat de distrietspost op Java en Madoera mede dienstbaar wordt gemaakt aan | een geregeld particulier postverkeer: 20. dat op plaatsen, waar post- of hulppostkantoren zijn gevestigd, deze met het verzenden en ontvangen der stukken van de districtspost worden belast; 30. dat op de overige stations der districtspost bestelhuizen worden opengesteld, | met het beheer waarvan plaatselijke ambtenaren worden belast, aan wie de : verzameling en doorzending zaowel van particuliere als van dienststukken ambtshalve is opgedragen, terwijl zij de ontvangen stukken ter beschikking | Man de geadresseerden houden ; 40, dát de sub 30 bedoelde bestelhuishouders een kleinen voorraad der meest ge- | bruikelijke frankeerzegels ter beschikking van het publiek-, en van portze- | gels voor de ontvangen ongefrankeerde of onvoldoende gefrankeerde stukken | voorbanden zuilen hebben;
S af Ei Hk x * : a ke q 385 5o. dat de bestelhuishouders eene maandelijksche opgaaf van de door hen ver- zonden stukken aan het naburig postkantoor zullen indienen, volgens hun 4 daartoe te verstrekken gedrukte modellen, : 4 Ten derde: enz, : Afschrift enz, No. 4802. SCHUTTERIJEN, — Termijn voor de indiening van bezwaren a over te hoogen aanslag in de schutterlijke contributie, Ee Blijkens de missive van den 1sten Gouvernements Secretaris van 4 Juli 1892 No. y 1642 moet de termijn van drie maanden, binnen welken volgens het bepaalde bij — ; Staatsblad 1839 No, 25 de bezwaren over te hoogen aanslag in de schutterlijke contributie behooren te worden ingediend, gerekend worden aan te vangen met 4 den datum, waarop het aanslagbiljet is uitgereikt, No. 4805. STOOMTRAMWEGEN, ATJEH. — Formatie van het personeel bij den dienst der exploitatie van den stoomtramweg in Atjeh, Nadat met buitenwerkingstelling van het besluit van 31 December 1886 No, 25— Bijblad No. 4406 — bij artikel II van het besluit van 14 December 1890 No, 1 eene tijdelijke voorziening was getroffen met betrekking tot de formatie ; yan het personeel bij den dienst der exploitatie van den stoomtramweg in Atjeh, is bij artikel [ van het besluit van 7 Juli 1892 No, 14, krachtens machtiging van z de Koningin-Weduwe, Regentes, die formatie definitief vastgesteld, zooals zij is : aangeduid op onderstaanden staat, terwijl bij artikel IL van laatstgenoemd besluit ig bepaald dat het in dezen staat bedoelde personeel vrije geneeskundige behan- deling geniet en, desverlangd, kosteloos in de tot den stoomtramwegdienst behoo- : rende gebouwen gehuisvest zal worden, voor zoover daartoe gelegenheid zal, ì bestaan. ? 5 j Lj | | a : r 25
Me
- 386 a Paks FORMATIESTAAT van het personeel bij den dienst der exploitatie van 4 Q den stoomtramweg in Atjeh. i EE mm = = ni % TRAKTEMENT PER PERSOON — Ee ze = BETREKKINGEN, Eer 3 MAANDS, "3 JAARS. 4 = K ; = | zi a “| Minimum, (Maximum. Minimum. Maxima f der Wrploitatie. «ut aad 1 Pro memorie (is Genieofficier). of der contrôle, tevens betaalmeester, met | | a ng van burgerlijk schrijver le klasse. 1 f 140 | f 1400)| f 1680 | ,, 1680) ichter-machinist, tevens belast met het a bezicht op de werkplaats...-....-. 1 „ 175 | 275(2)| „ 2100 | „ 3308 je: opziener in de werkplaats, met rang | a an machinist le klasse, ....+.+---. 1 … 425 | » 175(8)| ,, 1500 | ,, 2100) konschef te Kota-Radja...-.-..-- 1 120 | 140(4)| 5, 1440 | ,, 1680 Idem teha Open eee ea 1 > 100 |; 120(4)] 4, 1200 | ,, 1440 gerlijke schrijvers 5e of de Klasse . . . 3 i BBY Asay, (BE GD bas DSO Ie BOL Idem de Eben Rt Nek = 1 „56 |» 75(5)| „ 850 | „Ul Idem 2e ED 1 Oh 38008 „1080 | ,, 108 Mmeontroleurs.. -<. 4 +--+ 5+ * 4+ +4 2 zee Thar T20(4) | > SOD Behera ee TR ales we Dols cet 4-4 100 „ 900 | „120 ndsehe machinisten de klasse ..... Bn 1001.00 5, 1200 | ,, 1206 "Ider Beale, lg wel Pe ary SRO ae, » 960 | „ 98 , Idem Sat ans a eae, 2 ri 60° | + 60 sie ate … 120 Nee Ydem -stokers A18 a ro 2 hels BO 0 „ 600 | „ 60 Idem, SAR RO es ds Pe edet ll a OD » 480 | „ 480 Idem EE ETA De „ 360 | „ 360 genmandoer , ...- ++. e+e sees 1 | 80 |} Told 600 | ,, oe RN wn 4 wees gel 86 15, 404) ss BOO HN indache conducteurs,.....-+-+:- | 3 sr RD 2A0 (E195; SOD 480 L) Geniet renumeratiegelden volgens militair tarief No. 46e. 4
- Dit maximum wordt bereikt ‘door periodieke traktementsverhooging van f 5b,— 's maant de 2 jaren. 1 sl
- Dit maximum wordt bereikt door periodieke traktementsverhooging van f 20,— 's maan de twee jaren, E.
- Deze bedragen stellen de grenzen voor van hetgeen naar gelang van geschikthek sttijd, enz, door den Eerstaanwezend Genieoflicier in het gouvernement Atjeh en nder sheden kan worden toegekend, : a
- rte voor de burgerlijke schrijvers twee klassen zijn aangegeven, aanvaarden # ne betrekking in de laagste van die klassen, vi De chef der exploitatie en de stationschef te Kota-Radja en te Oleb-leh genieten per maak smuiteit voor schrijf behoeften tot een bedrag van respect: f 25,— (wijf en twintig gulden, = (vijf gulden) en f 5.— (wf gulden). . 4
Í st 7 Voorts is bij artikel I, § A, van het besluit van 6 September 1892 No. 4, met aanvulling van bovenstaanden staat, bepaald dat de daarin sub (4) voorkomende 5 toelichting ook betrekking heeft op het maximum-traktement van den wegopzich- ter en dat dit maximum alzoo eveneens de grens voorstelt van hetgeen naar ge- lang van geschiktheid, diensttijd, enz, door den Eerstaanwezend Genieoffieier in : het Gouvernement Atjeh en Onderhoorigheden kan worden toegekend. No. 4804. PATENTRECHT, BEDRIJFSBELASTING, — Ondernemingen a: van tandbouw enz, mogen, als geen rechtspersoonlijkheid bezittende, } niet worden opgenomen in de kohieren van het patentrecht en de E bedrijfsbelasting. CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, de Residenten van Ta- | panoeli en de Padangsche Bovenlanden, de Assistent-Residenten van Bengkalis, | Gorontalo en Banda, | No. 9682. „Batavia, 7 Juli 1892, Het is meer dan eens voorgekomen, dat bij den aanslag in het patentrecht van ondernemingen van landbouw niet, zooals uitdrukkelijk voorgeschreven is bij het eerste lid van artikel 8 der ordonnantie in Staatsblad 1878 No, 350, de vennoot- | schap of, indien de onderneming niet aan eene vennootschap toebehoort, doeh de “onderneming zelve als belastingschuldige in de kohieren werd opgenomen, Op dezelfde wijze is ook wel gehandeld bij de vaststelling van den aanslag in de bedrijfsbelasting, ofschoon die handelwijze ook voor zooveel deze belasting betreft | in strijd is met de bepalingen, Immers artikel 1 der ordonnantién in Staatsblad — 1878 Nos, 12 en 86 verklaart uitdrukkelijk dat „onder den naam van belasting, 3 op het bedrijf eene belasting wordt geheven van alle personen,. 2. 64s ees 4 die een beroep, bedrijf enz. uitoefenen”, 3 Daar eene onderneming zonder rechtspersounlijkheid op zich zelve bloot eene zaak ‚ is, en het van zelf spreekt, dat alleen personen en geen zaken belastingschuldigen kunnen zijn, is het duidelijk, dat bij eene dergelijke wijze van aanslag licht moei- lijkheden geboren kunnen worden, indien de belasting langs gerechtelijken jweg moet worden ingevorderd, _ In verband daarmede heb ik de eer voor zooveel noodig UwHEdG. te verzoeken de Cqmmissién voor den aanslag in het patentrecht en die voor den aanslag in de bedrijfshelasting eene nauwgezette opvolging, de eersten van de bepaling in alinea | { van artikel 8 der ordonnantie in Staatsblad 1878 No. 350, de laatsten van het bepaalde bij artikel 1 van de ordonnantién in Staatsblad 1878 Nos, 12 (1) en 86 aan | te bevelen, en in ieder geval er voor te willen zorg dragen, dat nooit eene onder- neming, die geen rechtspersoonlijkheid bezit, als belastingschuldige in de kohieren ; wordt opgenomen, De Directeur van Financiën, ROVERS. ’ (1) Gewijzigd bij Stb. 1879 No. 338, 1883 No, 244 en 1885 No, 147, ’ /
388 4
No. 4805. RECHT VAN OVERGANG, — Heffing van het — over onver-
deelde aandeelen in den eigendom van in Nederlandsch-Indié
gelegen onroerende goederen. ä
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, fe
No. 10877. Batavia 28 Juli 1892, 4
Bij het besluit van 21 dezer No, 29 is door de Regeering als revel aangenomen,
dat aan het recht van overgang, geheven krachtens de ordonnantie in Staatsblad
1836 No, 17, (1) ook onderworpen zijn de onverdeelde aandeelen in den —
eigendom van in Nederlandsch-Indié gelegen onroerende goederen, welke geërfd wor-
den van een nietingezetene van Nederlandsch-Indié in het geval datde verkrijger
reeds vóór het overlijden van den ertlater mede-eigenaar was van het goed, i
Ik heb de eer UwHEdG, te verzoeken den ontvanger van hetrecht van sueces-
sie en overgang in het gewest onder Uw beheer met deze beslissing in kennis ;
_ te willen stellen, wordende U daartoe cen tal exemplaren van deze
circulaire hierbij aangeboden,
De Directeur van Financiën, a
ROVERS, :
(1) Vervangen door Stb. 1901 No, 471, ;
No. 4806, VENDUKANTOREN, — Heffing van het minimum vendu-salaris j
van verschillende op eenzelfden dag en op eenzelfde plaats |
gehouden veilingen.
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. 4
No, 11022, Batavia, 30 Juli 1892, 4
Ik heb de eer UwHEdG, mede te deelen dat, wanneer ten verzoeke van één en 4
denzelfden persoon, op denzelfden dag en op dezelfde plaats verschillende goe-
deren worden verkocht, die veilingen, ten aanzien van het minimumvendusalaris,
naar het inzien der Regeering moeten worden beschouwd als ééne openbare ver-
kooping, maar dat daarentegen verkoopingen op denzelfden dag,ten verzoeke van
verschillende belanghebbenden gehouden, naar Haar oordeel niet als ééne voort-
gezette verkooping mogen worden aangemerkt, omdat er geen band is ‚tusschen
de verkoapers, die ieder voor zich, in den vorm van vendu-salaris, de diensten van 3
het vendupersoneel hebben te betalen, 4
Van deze beslissing gelieve UwllEdG, kennis te geven aan den vendumeester 4
in het gewest onder uw beheer, met. opdracht om zich daarnaar te gedragen. 3
De Directeur van Finauciën, 7
ROVERS, :
Zie vervolg in Bijblad no. 5355. - ;
No. 4807. HEERENDIENSTEN, MADOERA,
Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No, 14 zijn vastgesteld de ;
navolgende: .
VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heerendiensten
in de residentie Madoera (Staatsblad 1893 No, 174). : 4
Vervallen door Bijblad no, 5363, ;
5
4
i : 389 ; ;
: No. 4808. VERTALINGEN, CORRESPONDENTIE. — Wijziging vanhet 7 voorschrift omtrent de bijvoeging eener Nederlandsche vertaling
| van in eene Inlandsche taal geschreven stukken, welke aan de | Regeering worden overgelegd. é BESLUIT. | , No, 16, Buitenzorg, 2 September 1892, : | ‚Gelezen enz; . |
Gelet enz,; ;
8 goedgevonden en verstaan:
Met wijziging in zoover van artikel 4 van het besluit van 7 Januari 1860 No. —
34 (Bijblad ep het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No, 793) te bepalen dat bij
de overlegging aan de Regeering van requesten of andere stukken, welke geschre-
ven zijn in eene Inlandsche taal, deze steeds vergezeld moeten gaan van verta-
lingen in het Nederlandseh, uitgezonderd wanneer van de Maleische taal is ge- bruik gemaakt en de strekking van de in die taal geschreven bescheiden duide-
lijk blijkt, |
Afschrift enz.
No. 4809. RECHTSWEZEN. MARINE, — Tereciitstelling van schepelingen _ der Nederlandsche Koninklijke Marine wegens misdrijven of overtredingen, door hen aan wal gepleegd,
CIRCULAIRE aan de Ambtenaren van het Openbaar Ministerie,
No. 1651. Batavia, 14 September 1892. »
Reeds bij de Cireulaires van 23 Juni 1876 No. 1201 (1) en 23 Januari 1879
| No, 139 (1) vestigde de Procureur-Generaal er de aandacht op, dat schepelingen” der Nederlandsche Koninklijke Marine, van welken landaard ook, behooren terecht te staan wegens misdrijven of overtredingen, door hen aan wal gepleegd, voor
‚den Zeekrijgsraad of den bevoegden disciplinairen rechter aan boord van het oorlogsvaartuig, waarop zij geplaatst zijn.
In weerwil van die herhaalde kennisgave heeft zich in den laatsten tijd weder het geval voorgedaan, dat deze schepelingen door de politie opgevat, niet naar boord van hunne schepen gezonden, maar in de gevangenis aangehouden en
| voor den burgerlijken rechter zijn terechtgesteld.
Vooral is het noodig de Hoofddjaksa’s omtrent dit punt in te lichten, daar zij gewoonlijk de Intandsche schepelingen der Nederlandsche Koninklijke Marine niet als oorlogsmatrozen beschouwen, maar hen wegens politieovertredingen op de rol brengen of wegens misdrijven op dezelfde wijze vervolgen, als Inlanders, welke tot de burgermaatschappij behooren, |
Slechts ingeval de schepelingen der Nederlandsche Koninklijke Marine aan wal _ gezamenlijk met burgers een commun delict, dat is een niet militair deliet, ple-
f gen of de bepalingen op 's Lands middelen overtreden, moeten zij voor den bur- gerlijken rechter terecht te staan, doch zal in allen gevalle kennis van hunne aanhouding moeten gegeven worden aan den Kommandant van het Oorlogschip, © waartoe zij behooren.
(1) Bijblad No, 3376,
890 ; si
ES In alle andere gevallen heeft de politië wel het recht de rustverstoorders aan- 3
f tehouden en is zij zelfs verplicht proces-verbaal op te maken van hare bevinding, 3
_ doch behooren de schepelingen der Marine met het ‚proces-verbaal overgeleverd —
te worden aan hunnen Kommandant. 3
i Op last der Regeering (1) deel ik U het bovenstaande mede, met verzoek voor F
de nakoming dezer circulaire het noodige te willen verrichten, 3
: : “De Procureur-Generaal ee
: bij het Hoog-Gerechtshof van Ned.-Indië, —
8 W, DE GELDER, An
(1) Missive 1e Gouv. Secretaris van 20 Augustus 1892 No, 2055a. "Ve
No. 4810. REISKOSTEN. — Bepaling van den tijd, waarover de vaste scha-
E deloosstelling wordt genoten voor — aun ambtenaren bij den Wa-
terstaat en 's Lands Burgerlijke Openbare Werken, toegekend
} j gedurende hunne detacheering bij speciale werken, waarvoor
Et zoodanige indemniteit is vastgesteld, DE
A BESLUIT, zi
| No. 34. Buitenzorg, 24 September 1892, _
Gelezen enz. ij
Is goedgevonden en’ verstaan: ‘ a
| _ Te bepalen dat de vaste schadeloosstelling voor reiskosten, aan de ambtenaren A
_ bij den Waterstaat en ‘s Lands Burgerlijke Openbare Werken toegekend „gedu- a
rende hunne detacheering bij speciale werken, waarvoor zoodanige indemniteit —
vastgesteld is, door hen genoten wordt ingaande met den dag, waarop de dienst F
__ bij die werken aanvaard — en eindigende op den dag, waarop die dienst neder- —
gelegd wordt, doch met stilstand gedurende de dagen, waarop wegens verlof of a
_ om andere redenen (ziekte nitgezonderd) geen dienst verricht of waarover Op.
eene andere wijze gedeclareerd wordt, 1
Extract enz, oe
No. 4811, COMPTABILITEIT, — Berekening der betaling bij verstrekkingen —
i i van Landsgoed aan derden en van de aan comptabelen en
aannemers, wegens tekorlkomsten, op te leggen vergoedingen, a
Bij artikel I van het besluit van 28 September 1892 No. 27, gewijzigd bijdat
van 7 December d. a. v. No, 3, is bepaald dat bij verstrekking van Landsgoed aa
aan derden op den voet van artikel 16 der Wet van 23 April 1864 (Indisch
_ Staatsblad No. 106) en bij het opleggen van vergoedingen aan aannemers wegens.
_ tekortkomsten, de in de prijslijsten voorkomende prijzen der goederen met 25 % 3
_ worden verhoogd, welke verhooging echter niet in rekening werdt gebracht bij
het opleggen van vergoedingen aan comptabele landsdienaren wegens in hun
materieel beheer bevonden tekorten, terwijl bij artikel II van eerstgemeld-besluit
den Chefs der Departementen van Algemeen Bestuur, voor zooveel hoodig, is
opgedragen de bij hunne Departementen in gebruik zijnde prijslijsten zoo dikwijls
als noodig blijkt en ten minste eens in de drie jaren te herzien, ;
; 391 5e
A No. 4812. HEERENDIENSTEN, CHERIBON,
4 Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No. 15 zijn vastgesteld de
navolgende :
| VOORSCHRIFTEN: ter uitvoering van de ordonnantie tot regeling der heeren-
| diensten in de residentie Cheribon (Staatsblad 1893 No, 175),
Vervallen door Bijblad no. 5372. No. 4818. RECHTSWEZEN, BILLITON. — Wenken ter verzekering eener —
goede werking van de nieuwe regeling van het rechtswezen in ë | de assistent-residentie Billiton,
B No, 7210, : Batavia, 30 September 1892.
‘ ‘Aan den krachtens het reglement op het rechtswezen in de assistent-residentie Billiton met politie en rechtspraak in dat gewest belasten Europeeschen ambtenaar.
Op den Isten October e. k. treedt in werking het onder nadere Koninklijke —
| goedkeuring bij ordonnantie van 23 Augustus 1892 No, 2 (Staatsblad No, 183)
; (1) vastgesteld Reglement op het rechtswezen in de Assistent-Residentie Billiton.
pe Bij artikel twee van Haar besluit van evenvermelden datum heeft de Regeering mij opgedragen om aan iederen krachtens genoemd Reglement met de uitoefening
| van politie of rechtspraak belasten Europeeschen ambtenaar in het gewest Billiton
| te verstrekken een exemplaar (der 2e uitgave) van het Formulierboek voor de Inlandsche rechtspraak in het gouvernement Sumatra's Westkust, met uitnoodi- ging om deze verstrekking schriftelijk te doen vergezeld gaan van zoodanige wenken en voorlichtingen, als mij ter verzekering cener goede werking der nieuwe, regeling nuttig en noodzakelijk zullen voorkomen.
Gevolg gevende aan deze opdracht heb ik, onder aanbieding, van een exemplaar, van het Formulierboek, de eer het volgende aan te teekenen, :
L In artikel 4 worden de verschillende rechtbanken en rechters opgesomd, waaronder thans nog niet bestaande, welke in het gewest Billiton rechtspraak
2 zullen uitoefenen, zonder dat er eenig voorbehoud, zooals in het bestaande regle ment (1858 No, 101a) gemaakt wordt voor de eigenlijk gezegde inheemsche bevolking. ;
Door het gemis van dit voorbehond zal die bevolking op grond van art, 480 in verband met artikel 1 op denzelfden voet als de overige bevolking van het gewest onderworpen zijn aan de rechtsmacht der in laatstgemeld artikel genoemde rechters, in alle zaken zonder onderscheid, ook indien zij alleen terechtstaan of gedagvaard worden,
TI. Billiton behoort thans tot het rechtsgebied van den Raad van Justitie te Batavia, Dit blijft onder de nieuwe regeling evenzeer het geval (Staatsblad 1892 No, 184) doch de bezwaren veroorzaakt door den grooten afstand tot Batavia zijn. zooveel mogelijk verminderd door uitbreiding der rechtsbevoegdheid van het. Residentie-gerecht, dat in de plaats komt van het hoofd van gewestelijk bestuur als alleen sprekend rechter, en opdracht van eenige bevoegdheden des voorzitters van den Raad van Justitie aan het hoofd van gewestelijk bestuur.
Zoo is voor zooveel burgerlijke zaken betreft, de competentie van het Residentie
“gerecht niet meer beperkt tot die vorderingen tegen Europeanen en daarmede
(1) Gewijzigd bij Stb, 1902 No. 84, |
302 Zij gelijkrestelden, welke persoonlijk, tot roerende zaken hetrekkelijk en niet hooger ; ‚ dan f 200.— zijn zoo zij worden ingesteld door een Inlander en daarmede gelijk- : gestelde, doch zullen voortaan Europeanen en daarmede gelijkgestelden in àlle zaken van niet meer dan f 500.— door iedereen voor het Residentie-gerecht f gedaagd worden (art. 27), Voorts zijn de werkzaamheden en rechterlijke functien, { bedoeld in de artikelen 299 tm. 303, 500, 508, 520, 521, 527, 530, 531, 538, ; P59 al. 8, 594 al, 2, 653 No. 2, 655 No. 3, 659, 668, 676, 682, 688, de eerste | drie afdeelingen van den 4en titel van het derde boek en de artikelen 761, $93, 894 en 895 van het reglement op de burgerlijke rechtsvordering opgedragen aan , het hoofd van gewestelijk bestuur (art. 456), __ UI, Door de vervallenverklaring van de thans bestaande rechtsregeling (art, 480} heeft de bijzondere rechtsmacht der administrateurs van de tinmijnen opge- houden te bestaan. Hun rechtsmacht is overgegaan gedeeltelijk op de districts- gerechten, gedeeltelijk op den magistraat, ‘ | Artikel 486 voorziet in de verdere behandeling der zaken welke op den isten October a, s, bij hen, de bedoelde administrateurs, aangebracht doch niet afgedaan zijn. Zij zullen evenals waren zij nog in het geheel niet aanhangig geweest op | nieuw moeten worden aangebracht bij den volgens de nieuwe voorschriften ter ~ zake bevoegden rechter, k IV, Omtrent de bij den landraad en bij den assistent-resident als alleen spre- kend rechter bij de inwerkingtreding van het reglement aanhangige zaken zegt | artikel 481 in verband met artikel 485 dat zij door den landraad en het residentie= ; gerecht zullen worden afgedaan zelfs indien die rechtbanken volgens het nienwe Reglement eigenlijk niet bevoegd zouden zijn. De behandeling van en de beslis- p singen in deze zaken zullen geschieden volgens de thans nog vigeerende bepalin- gen (artt, 481, 482 en 483), Welke zaken als reeds voor de inwerkingtreding van het reglement aanhangi- ge beschouwd moeten worden is door artikel 485 duidelijk aangegeven, V. Voor de toepassing der overgangsbepaling van artikel 487 van het reglement 5 wordt de aandacht gevestigd op de voorschriften van de artikelen 269, 283 en . 284 betrekkelijk de preventieve hechtenis, ; VI. Ook zal bij het inwerkingtreden van het Reglement met nauwgezetheid moeten worden gelet op de overgangsbepalingen vervat in de artikelen 488 en | 489 betrekkelijk de ten uitvoerlegging van voor de invoering van het reglement | in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen zoomede van vonnissen an na die invoering doch nog volgens de vormen der vorige wetgeving uitgesproken, 7 en betrekkelijk den lijfsdwang kraèhtens vonnissen voor 1 October e, k. gewe- zen maar na 30 September a,s. ten uitvoer gelegd, ° ¢ VII. Omdat de competentie van het Residentie-gerecht is uitgebreid moest wij- a” ziging gebracht worden in de artikelen 124 en 130 van de Rechterlijke Organi- satie, zooals is gesehied in artikel 2 ten le, terwijl ten aanzien der arbitrale von- Ee nissen een opdracht aan het Hoog-Gerechtshof noodig was, om dit opperrechter- F lijk college de bevoegdheid te geven in appel over die vonnissen te oordeelen, 8 Billiton tach wordt niet genoemd in artikel 163 Rechterlijke Organisatie noch in : het voor Billiton vervallen artikel 149 Rechterlijke Organisatie, : Ook artikel 169 Rechterlijke Organisatie behoefde aanvulling met het oog op î de revisie welke steunt op voorschriften welke op 1 October a, s, buiten werking 4 gesteld worden.
5 393
Deze aanvulling geschiedde bij No, 3 waarvan No. 4 de toepasselijkheid van het middel van cassatie en de grenzen er van regelt,
VILL. In titel III van het Eerste hoofdstuk wordt omschreven wie magistraat is in Billiton en welke zijn bevoegdheid is als rechter.
Met het oog op de geringe uitgestrektheid van het gewest en de vereeniging — van magistraatsambt presidentschap van den landraad en het residentie-gerecht _ in handen van den assistent-resident is in afwijking van de Reglementen der overige Buitenbezittingen aan den magistraat slechts rechtspraak in strafzaken, de zoogenaamde politierol opgedragen, Een deel dezer zaken n.l. die waarin de be- — dreigde straf niet zwaarder is dan f 15,— boete of 6 dagen gevangenis en de beklaagden eigenlijk gezegd Inlanders zijn, dus alle tot de inheemsche bevolking van Nederlandsch«Indié behoorende personen, is ter kennisneming van de districts- gerechten. [gebracht (art, 5 ten 1e), Geschiedde dit ter verlichting eenigszins der
‚ taak van den magistraat, hij kan evenwel eenig toezicht uitoefenen op de recht- sptaak van den laagsten Inlandsehen rechter daar hooger beroep toegelaten is in zaken van overtreding, wanneer op de overtreding gevangenisstraf gesteld is of een boete van meer dan f 3— (Zie art, 6 jo. art. 11).
Bij de rechtspraak van den magistraut is de Inlandsche Officier van Justitie steeds tegenwoordig (art, 12), Zie verder artikel 293 volgg. |
Vooral zal in het oog gehouden moeten worden dat de voorschriften omtrent het bewijs (artikel 418 volgg.) niet alleen’ voor den landraad maar ook voor het Magis- traatsgerecht verbindend zijn. | .
De beslissingen van den Magistraat worden door hem eigenhandig in een regis- — ter gesteld (art. 301) met een korte overweging omtrent de gronden er van,
Van dit register wordt in het Formulierboek onder No, 100 een model aange- geven dat gevolgd kan worden, Een extract er van moet maandelijks den Raad van Justitie te Batavia worden aangeboden. pe
De Raad is bevoegd aanmerkingen te maken (art, 304 en 305) welke echter slechts op toekomstige beslissingen in gelijksoortige gevallen invloed mogen uitoe- _ fenen, daar de gedane uitspraken aan geenerlei voorziening onderworpen zijù en dadelijk moeten worden ten uitvoergelegd (art. 302).
IX. Behalve met rechtspraak is de magistraat belast met het opsporen van mis- drijven en overtredingen en met de uitoefening der politie (art. 204 en 263 volgg).
X, In hoever de in artikel 205 van het reglement bedoelde door of namens het — Gouvernement aangestelde hoofden en wijkmeesters bij de opsporing van misdrij-
: ven en overtredingen de bij het reglement ten aanzien van de dorpshoofden en de
| hoofden van districten (Hoofdstuk IL, Titel If en III) gegeven voorschriften kun- nen in*zcht nemen, zal krachtens artikel 263 van het Reglement, de Magistraat, d. i, de assistent-resident hebben te beoordeelen.
In den regel zullen de wijkmeesters wel de verplichtingen kunnen vervullen, opgelegd aan de dorpshoufden en de zoogenaamde officieren der vreemde natien, die van de hoofden van districten,
XI. Volgens artikel 207 is, ingeval van ontdekking van een misdrijf of overtre- ding op heeter daad, een ieder bevoegd den verdachte aan te houden en te bren- gen voor een met de uitoefening van politie belasten persoon, Z
Deze bevoegdheid is vooral van zeer groot nut op plaatsen die gelegen zijn op verren afstand van den zetel van eenig politiehoofd ot politiestation, en om het ont-— snappen van den misdadiger te voorkomen,
5 ! 0
394 3
AT, Wat aangaat het voorloopig onderzoek in strafzaken zijn den Magistraat bij
het Reglement (Hoofdstuk III, titel V) zeer gewichtige verplichtingen opgelegd. fs
q Aan de vervulling dezer belangrijke taak zal door hem de meest mogelijke zorg —
moeten worden gewijd, opdat het plaatselijk gehouden onderzoek zoo nauwken- 2.
_ Tig en volledig mogelijk zij en de verklaringen der voorloopig gehoorde getuigen,
des noods met toepassing van artikel 312 van het Reglement, als wettig bewijs
kunnen dienen bij de behandeling der zaak voor den landraad, ingeval, wegens
den grooten afstand of om andere redenen de persoonlijke verschijning van som-
migen dier getuigen wellicht aan bezwaar onderhevig mocht zijn. %
| _ Andien het te voorzien is, datdit ten aanzien van een of meer getuigen het ge-
val zal wezen, verdient het aanbeveling, om zoodanige getuigen, met toepassing
| van het bepaalde bij het 2e lid van artikel 279 van het Reglement, reeds dade- J
_ lijk onder eede te hooren, 3
| XIII, Het voorschrift van de laatste alinea van artikel 281 van het Reglement
vindt men in andere Reglementen op het rechtswezen in de Buitenbezittingen, E
buiten dat voor Sumatra's Westkust niet,
Het heeft zijn ontstaan te danken aan het verlangen om ten overvloede duide- ;
lijk te maken dat de Magistraat binnen zijn ressort ook zelf plaatselijk kan in- 3
strueeren, : 3
Het scheen noodig Ait in herinnering te brengen,
XIV. Van de bij het voorloopig onderzoek te pas komende bevelschriften en
_ akten worden in het formulierboek, onder No. 80 tot 98, de noudige modellen aan-
getroffen die ook door den Magistraat in het gewest Billiton met vrucht zullen q
kunnen worden geraadpleegd, met inachtneming evenwel dat ten aanzien der prae-
ventieve hechtenis in overtredingzaken bij de redactie van het Reglement niet,
zooals bij de samenstelling van het formulierboek, zijn gevolgd de voorschriften van 3
het Reglement op het rechtswezen in het Gouvernement Sumatra’s Westkust, ge-
lijk dat oorspronkelijk Inidde, maar gelijk het sedert op dit punt is gewijzied bij _ ;
_ de ordonnantie van 8 Augustus 1877 (Staatsblad No, 149), Á
Ten aanzien van formulier No, 96 wordt nog in het bijzonder opgemerkt dat E
de verwijzing naar den landraad volgens het Reglement, anders dan op Sumatra's
_ Westkust, terstond door den Magistraat zelf, geschiedt. Hij zal dus formulier :
No, 96 slechts gedeeltelijk kunnen volgen en het voor een deel moeten wijzigen 4
paar het voorbeeld van formulier No, 105. 4
XV. Het register, waarin, volgens artikel 285 van het Reglement vandedoorden
Magistraat na afloop van het voorloopig onderzoek genomen beslissingen aanteeke-
ning moet worden gehouden, kan geheel worden ingericht volgens model No, 98 /
van het Formulierboek, ‘ $
_ Ter voorkoming van vertraging zal dit register voor 1 Oetober e. k. het tijd-
‘stip der inwerking treding van het Reglement, moeten zijn aangelegd, . ;
XVI. De districtsgerechten spreken ook recht over burgerlijke vorderingen (art. zi
5) van niet meer dan f 50.— indien de gedaagde tot de eigenlijk gezegde Inland-
sche bevolking behoort en de eischer een Inlander of met dezen gelijkgestelde ij
is. Een Europeaan dus zal niet als eischer voor het districtsgerecht kunnen optre- 4
den, Daar het voorgekomen is dat Europeanen getracht hebben dit voorschrift te '
_ontduiken door een Inlander tot het instellen der vordering te machtigen, is het
niet overbodig op de onwettigheid daarvan opmerkzaam te maken, Niet de last- E
hebber is de eischer, maar de lastgever namens wien de vordering wordt ingesteld, :
2 .
À 895 | de landaard van den lasthebber of gemachtigde doet derhalve niets af waar sprake — is van den landaard van den eischer. | XVII. Het tarief bedoeld’ in artikel 41 van het Reglement is dat vervat in Staatsblad 1851 No. 23 (zie ook Staatsblad 1874 No. 157 en 169). (1) De publicatie van 10 Mei 1851 (Staatsblad No, 23) is toch blijkens § 4 van de | ordonnantie van 7 September 1884 (Staatsblad No. 143) (2) alleen ingetrokken voor zoover betreft strafzaken, ;
Bij de rechtspraak in zaken van overtreding door den Magistraat en het dis- trictsgerecht is echter voor Inlandsche getuigen toepasselijk de laatstgenoemde or- donnantie en voor Europeesche die vervat in Staatsblad 1884 No. 142, (3) beide ‘aangevuld bij Staatsblad 1885 No, 190,
XVII. Volgens artikel 52 van het Reglement geschiedt de rechtsbedeeling in burgerlijke zaken door het distrietsgerecht kosteloos, behalve voor zoover de vergoe- dingen van getuigen betreft.
Het gevolg hiervan is dat, als bij de rechtsbedeeling de medewerking van pries- ters, deskundigen of tolken noodzakelijk geacht wordt en deze krachtens wettelijke bepaling recht op vergoeding voor hun diensten hebben, de daardoor veroorzaakte. kosten doer het Land zullen moeten gedragen worden. ‘
XIX. Luidens artikel 11 van het Reglement in verband met artikel 45 van het_ Reglement op de Rechterlijke Organisatie zullen door den Landraad vaste dagen voor zijn gewone terechizittingen moeten worden bepaald.
Bekendmaking. van dien dag of dagen, alsmede van het uur, waarop de te- rechtzitting zal aanvangen, is uit den aard der zaak noodig, opdat ieder belang- hebbend justicabele daarmede bekend kunne zijn. Voor de Europeesche recht- | banken is bij het aangehaald artikel, Reglement Rechterlijke Organisatie de wijze voorgeschreven, waarop die bekendmaking moet geschieden, maar voor de in- landsche rechtbanken behelzen de wettelijke bepalingen daaromtrent geen voolg schrift; dientengevolge zal de inlandsehe rechtbank zelve, daarbij te rade gaande met plaatselijke toestanden en gebruiken, moeten bepalen, op welke wijze dag en uur zullen worden bekend gemaakt, en zij zal dit gevoegelijk kunnen doen bij het besluit, waarbij zij den dag vaststelt. ‘
XX, In artikel 17 van het Reglement voor te schrijven, hoeveel leden voor den Landraad moeten worden benoemd, kan niet aangaan, omdat dit afhankelijk
| is van plaatselijke omstandigheden en van de behoefte, |
XXI. Bij de toepassing van artikel 18 alinea 1 van het Reglement zal er op moeten worden gelet, dat, hoewel de tegenwoordigheid van twee leden, buiten den’ voorzitter, voldoende is tot het wettelijk houden der rechtbank, toch allen het recht hebben om, behalve in de bij de wettelijke bepalingen uitdrukkelijk voorziene gevallen van verschooning of uitsluiting (artikel 44 Reglement ‘Rech- terlijke Organisatie), van alle zaken kennis en aan alle beraadslagingen deel te nemen. ;
Echter kunnen alleen degenen, die van den aanvang aan de behandeling der zaak hebben deel genomen, tot de beslissing medewerken. Ditzelfde geldt van de adviseerende leden. Slechts zij die de behandeling van (1) Zie Stb, 1885 No, 190. (2) Gewijzigd en aangevuld bij Stb, 1887 No. 109 en 1898 No, 343, (8) Aangevuld bij Stb. 1894 No, 60. Ef
fi : 396 1 den aanvang af bijwoonden zijn in staat met de vereischte kennis over een zaak hun advies uit te brengen. 3 Dat adviseerende leden zitting moeten nemen kan veelal voorkomen worden door zooveel mogelijk die leden van den landraad zitting te doen nemen die a tevens hoofd zijn van de natie waartoe partijen behooren (Een luitenant-titulair 7 b.v. der Chineezen wordt niet onder de hoofden dier natie gerekend’, :
XXII. De adviseerende leden, in artikel 18 van het Reglement bedoeld, moe- ; ten, alvorens als zoodanig zitting te nemen, overeenkomstig artikel 8, der R. O. 4 worden beeedigd en uit het proces-verbaal van beeediging behoort te blijken, dat : de eed is afgenomen door den President der rechtbank als zoodanig, en niet in zijn 7 hoedanigheid als besturend ambtenaar, als namelijk de resident een zoodanige ise
Voor zooveel priesters of hoofden betreft, die als blijvende adviseurs bij de 5
rechtbank zijn aangesteld of aangewezen, wordt slechts een enkele beeediging tevorderd voor het gansche tijdverloop, gedurende hetwelk zij als zoodanig zit- ting zullen hebben. , : :
Van het proces-verbaal dezer beeediging moeten afschriften gezonden worden aan het Hoog-Gerechtshof- en aan den Raad van Justitie te Batavia, terwijl, in- dien de adviseur slechts voor een bepaalde zaak is aangewezen, kan worden |
volstaan met het proces-verbaal der beeediging te voegen bij de stukken.
XXI. In arfikel 33 is alleen de eed bepaald voor de leden van den land- raad en den Inlandschen Officier van Justitie, aangezien de overige rechtspre- kende ambtenaren allen krachtens hun administratieve betrekking het rechters- ambt vervullende ingevolge art. 6 der wet op de invoering en overgang (Staats- blad 1848 No, 10) geen afzonderlijken eed behoeven af te leggen.
XXIV. Op den Voorzitter der Rechtbank rust het toezicht op de handelingen van den bij de rechtbank aangestelden Griffier (artikel 52 van het Reglement
op de Rechterlijke Organisatie). 4
- Hij zal daarom goed doen door te zorgen, dat de Griffier tijdig de noodige registers aanlegee, inzonderheid die, bedoeld bij artikel 469 van het Reglement,
waarvan de modellen te vinden zijn in Nos. 126, 127 en 128 van het Formulierboek.
Niet alleen op het aanleggen, maar ook op het richtig bijhouden dier registers gal de President nauwlettend moeten toezien. F “
XXV. Voor de wettigheid der vonnissen is een voornaam vereischte de ge-
trouwe opvolging van het voorschrift van artikel 29 Reglement R, O. betreffende de openbaarheid der te houden terechtzittingen.
_ Die openbaarheid moet steeds uitdrukkelijk uit het verbaal der zitting blijken, XXVIL Ook schijnt het, met het oog op artikel 31 ‘Reglement R, O, niet Over- ‚ bodig, hoezeer dit ook wordt voorgeschreven in de artikelen 193 en 353 van het Reglement, waarop deze circulaire betrekking heeft, wel nadrukkelijk de Presi- denten te wijzen op artikel 30 van eerstgenoemd Reglement, volgens hetwelk in de vonnissen de gronden moeten zijn vermeld, waarop zij berusten, en de stellige wettelijke bepalingen, waarop zij zijn gegrond en, zoo het een strafzaak geldt, het misdrijf. of de ovêrtreding moet worden uitgedrukt.
ne “Bij de aanhaling der artikelen wordt het aanhalen van een geheelen titel niet geheel voldoende geacht, Ieder artikel hetwelk op de veroordeeling en op de straftoemeting invloed heeft uitgeoefend b, v. artikel 25 of 37 van het Strafwet- boek voor Inlanders of 347 dan wel 348, of 871 van het Reglement, moet be- paaldelijk in het vonnis worden genoemd.
6
Er 397 | XXVII De in artikel 101 van het Reglement bedoelde verordeningen en ta- | rieven worden gevonden in Staatsblad 1885 No, 131, 1819 No, 79, 1851 No. 23, 1853 No, 1, 1863 No, 39, 1866 No, 108, 1874 No. 206. XXVIII. Niet overbodig schijnt het mij, de aandacht van den Landraad-yoor- — zitter er op te vestigen dat, tengevolge van het voorschrift van artikel 60 Regle- — ment R, O., de Inlandsche Officier van Justitie zich na zijn gevoelen te hebben | “gezegd en voordat de zaak bij de leden in omvraag wordt gebracht (artikelen 96, 98 en 344 van het Reglement), moet verwijderen. | XXIX. Evenmin als het op Java eu Madoera vigeerend Inlandsch Reglement — en de Reglementen op het rechtswezen in de bezittingen buiten Java en Madoera, — bevat dit Reglement voorschriften voor het geval iemand krachtens rechterlijk vonnis in het bezit of den eigendom moet worden gesteld van een onroerend goed en de onrechtmatige bezitter of gebruiker weigert het te verlaten.
In zoodanig geval zal alleen de sterke arm bij machte zijn de rechtstoornis te — doen ophouden, om het in naam der Koningin gewezen vonnis volkomen effect te doen hebben, en de uitvoerende macht is bevoegd, ja verplicht haar gewenschte hulp te verleenen,
XXX. Volgens artikel 258 alinea 5 van het Reglement is de Inlandsche Offi- cier van Justitie bevoegd, bij zijn onderzoek, de getuigen onder eede te hooren, | Desniettemin moeten die reeds beeedigde getuigen, op grond van de artikelen 315, 317 en 319, ter terechtzitting andermaal den eed afleggen. Tkn Daarom schijnt het, ter vermijding van herhaalde beeedigingen, wenschelijk, dat van de hun gegeven bevoegdheid door den Inlandschen Officier van Justitie slechts gebruik worde gemaakt in de gevallen, waarin daartoe een bepaalde aan- leiding bestaat, zooals: indien de getuige ernstig verwond of ziek is, zoodat er gegronde vrees bestaat, dat hij weldra sterven zal, of indien hij wegens den ver- ren afstand of om andere redenen wellicht niet ter terechtzitting zal kunnen, verschijnen, of wel een zaak alleen door het onder eede hooren der getuigen tot
klaarheid is te brengen,
XXX[. Ik vestig er de aandacht op, dat volgens artikel 312 van het Regle- ment ook de verklaringen van de getuigen, die uithoofde van te verre verwijde- ring van woonplaats of verblijf niet zijn opgeroepen geworden, ter terechtzitting kunnen worden voorgelezen en, als zij onder eede waren afgelegd, met mondeling beeedigde verklaringen worden gelijkgesteld.
Vroeger stond in het Reglement op de Strafvordering (artikel 132 alinea 1), in het Inlandsch Reglement (artikel 249 alinea 1) en in de concordante artikelen van*de Reglementen op het Rechtswezen in de Buitenbezittingen „niet hebben kunnen worden opgeroepen”, dit is echter bij het Koninklijk besfuit van 15 Augustus 1886 No. 24 (Indisch Staatsblad No. 213) en de ordonnantie van 20 November 1886 (Staatsblad No. 214) veranderd in „niet zijn opgeroepen gewor- den”, ten einde duidelijk te maken dat de bedoeling van den wetgever niet is dat er, zooals de uitdrukking dikwerf is opgevat, onmogelijkheid moet: bestaan van oproeping, maar dat de oproeping niet is geschied, omdat de getuige, hoewel bereikbaar, op verren afstand van den zetel der rechtbank woont of verblijf. houdt, zoodat zijn opkomen naar dien zetel zeer bezwarend zou zijn. 2
Zoo zal b, v. de oproeping wegens te verren afstand kunnen achterwege blij- ven als de getuige, die zou moeten verklaren voor den Landraad te Tandjong Pandan woont te Muntok of te Batavia enz, i ia
. Pm a
598 Rater ‘
In verband met de voorschriften van artikel 283 alinea's 3 en 4 en artikel 376 4
alinea 2 van het Reglement komt het mij voor, dat de Magistraat of de Land-
raadspresident bij de daar bedoelde beschikkingen, opgevende welke getuigen
moeten worden opgeroepen, de autoriteit is, die beoordeelt of een voorlaopig —
gehoorde getuige al of niet te ver af woont of verblijf houdt, :
XXXII. Artikel 371 alinea 2 van het Reglement geeft de keus tusschen ge-
vangenis en dwangarbeid. j
Het zal wenschelijk zijn, bij het doen der keus te rade te gaan met de om- 4
standigheden en zoo b. v, gevangenis als lijfsdwang op te leggen in al die ge- =
yallen, waarin dwangarbeid wegens stand, kunne, leeftijd, enz. der veroordeelden a
voor hen bijzonder bezwarend zoude zijn (vergelijk artikel 303 alinea 3). :
XXXII. In het geval, voorzien bij artikel 382 van het Reglement, is de Recht- À
bank bevoegd, niet verplicht tenuitvoerlegging bij voorraad toe te staan.
Het gebruik maken van die bevoegdheid zal vooral dan te pas komen, als er 4
‘aanleiding bestaat voor het vermoeden, dat de veroordeelde zal trachten zijn goe-
deren te verduisteren, ten einde de gevolgen der veroordeeling te ontgaan, 4
_ XXXIV. De aandacht wordt gevestigd op de derde alinea van artikel 422
van het Reglement, waarvan de strekking is, het bezwaar weg te nemen, dat |
door velen wordt gemaakt, tegen het veelvuldig beeedigen van politie-beambten =
of politiedienaren als deze getuigenis moeten afleggen, waarvan, naar veler be- |
weren, het gevolg is dat menig feit door hoofden of politiebeambten niet wordt
aangebracht uit weerzin tegen het gedurig afleggen van den eed,
Dewijl de getuigenis van het politiepersoneel juist tot het constateeren van
overtredingen die vallen binnen de rechtsbevoegdheid der magistraten, het veel )
vuldigst wordt gevorderd en dus juist voor die zaken een van de gewone regelen
afwijkende bepaling het dringendst noodig moet worden geacht, heeft de wetgever |
geen bezwaar gemaakt om hier te bepalen dat, voor zooverre die overtredingen
_ betreft, mondelinge verklaringen kunnen worden afgelegd op den eed, jbij den ;
aanvang der bediening gedaan, zooals krachtens artikel 428 alinea 1 daarmede ’
ook kan worden volstaan bij schriftelijke verklaring, proces-verbaal of relaas,
De betrokken ambtenaren zullen dus nu hebben te zorgen dat het bedoelde
_politiepersoneel zij beeedigd en van die beeediging bij proces-verbaal ten allen
tijde kunne blijken, |
XXXV. Bij artikel 467 van het Reglement is bepaald, dat in strafzaken alle. ©
_ vonnissen en rechterlijke bevelschriften aan het hoofd moeten voeren de woorden
„In Naam des Konings (der Koningin)”. Hoezeer in Nederlandsch-Indié alom door
de rechtbanken en rechters van het Gouvernement wordt rechtgesproken In Naam
des Konings (thans sedert 1 September 1891 moet dit wezen „In Naam der Ko-
ningin” krachtens Staatsblad 1391 No, 188) behoeven toch de minuten der von-
nissen in burgerlijke zaken die woorden niet aan het hoofd te dragen,
Boven de grossen moeten echter die woorden wel degelijk worden geplaatst,
i) Wel is waar is het voorschrift, gegeven bij het mede voor het gewest Billiton
| toepasselijk artikel 435 Reglement Burg. Rechtsvordering, niet ook uitdrukkelijk
_ vastgesteld voor de Burgerlijke vonnissen der Inlandsche rechtbanken, maarjnaar
de in dit opzicht aangenomen regelen is de executoire vorm noodig om execu-
toriale kracht aan het stuk te geven,
| Alle grossen van vonnissen of van bevelschriften b. v. tot inbeslagneming van
| goederen of tot ingijzelingstelling, welke tenuitvoer moeten worden gelegd, zullen
] ‘ sili a Gri alie aika oe de ds en a
j 4 : 399 ‘3 derhalve in zoogenaamd executorialen vorm d. i, met de woorden ‚In Naam der — | Koningin” aan hoofd uitgegeven worden. : | j Bevelen als bedoeld in No. 7 en 9 van het Formulierboek, waarvan ook geen afschriften beteekend beboeven te worden, behoeven deze sacramentele woorden — | ' niet te voeren. | XXXVI Artikel 474 van het Reglement verklaart tot het doen van dagvaar- — dingen, beteekeningen en aanzeggingen en alle andere exploiten ook bevoegdde ~ dienaren der openbare macht, terwijl verder, bij ontstentenìs van deze en van bij — rechterlijke colleges aangestelde deurwaarders en boden, de President der recht- — bank een geschikt en vertrouwd persoon moet aanwijzen. | » Ter vermijding van proceskosten is het zeer wenschelijk, dat vooral bij verre | afstanden van de bevoegdheid om dienaren van de openbare macht te gebruiken. of andere personen aan te wijzen een ruim en verstandig gebruik worde gemaakt,
XXXVIL Aan het Residentiegerecht is bij het Reglement {artikel 27) in bur- gerlijke zaken een veel uitgebreider rechtsbevoegdheid geschonken dan thans aan
| den Assistent-Resident is verleend bij artikel 10 van Staatsblad 1858 No. 1014
in verband met de daar aangehaalde wetsbepalingen, Dit is zoowel in burgerlijke _ als in strafzaken het geval om, zooals sub I reeds is aangeteekend, te gemoet te _ komen aan de bezwaren gelegen in den grooten afstand van Batavia,
XXXVIIL Ten aanzien van de voor hooger beroep vatbare vonnissen der ver- schillende rechtbanken zij opgemerkt dat in artikel 21 ten 1o is gevolgd het be- ginsel van Staatsblad 1887 No, 153, doch niet in artikel 31, In het geval van ’% laatstaangehaalde artikel zal dus moeten blijken dat de waarde meer isdan f 75.
| — om de zaak appellabel te maken, in dat van artikel 21 is het voldoende dat
: niet blijkt dat de waarde minder is dan y 500.—
XXXIX. Voor de behandeling der burgerlijke vorderingen in het bijzonder ver- dient de aandacht er op te worden gevestigd dat een kruisje nimmer in de plaatí
van een naamteekening kan worden aangenomen, Lieden die niet kunnen schrijven zullen steeds zelf moeten verschijneu of anders een notarieel stuk dienen op te ma- ken. Een zoogenaamde legalisatie is niet voldoende, zij kan alleen meer waarde geven aan een werkelijke handteekening,
| XL. Voordat het eigenlijk onderzoek begint, moet een poging aangewend worden om partijen tot een vergelijk te brengen. Het is wenschelijk deze poging en haar uitslag ook te vermelden in de uiteenzetting der feiten; de modellen van het Formulierboek missen ten onrechte die opgave.
Een vonnis waarbij de rechter zich onbevoegd verklaart is een eindvonnis (arti- kel 108. niet echter dat waarbij een exceptie van onbevoegdheid wordt verworpen zoodat*van dit laatste een aanteekening in het proces verbaal in den vorm van formulier No. 24 voldoende is, Formulier No, 17 zoude op een dwaalspoor kunnen
| Voeren,
f XLI, Het is beter formulier No, 25 niet te volgen, De rechter een suppletoiren eed opleggende of een litisdecisoiren eed toelatende wijst geen eindvonnis doch bepaalt slechts dat nog een bewijs middel zal worden voorgebracht; eerst indien de eed is afgelegd of geweigerd of teruggewezen kan de rechter op de hoofdzaak definitief beslissen. Alternative vonnissen zijn steeds af te keuren.
In geval van eedopdracht zal derhalve bij interlocutoir vonnis hetafleggen van den eed bevolen worden en cerst nadat dit is geschied een afzonderlijk op te maken eindvonnis worden gewezen. :
' ; . Meare
Ee f F
| 400 Î
De suppletoire eed mag evenals de litis decisoire alleen loopen over zulkefei-
_ ten en omstandigheden die de persoon wien de eed wordt opgedragen zelf ver-
__ richtte (artikel 91), 3
XLII, De griffier van den landraad zoowel als die van het Residentie-gerecht
: zal bij het ontvangen van verklaringen yan hooger beroep nauwkeurig moeten
< toezien dat indien de veroordeelde niet zelf verschijnt, de volmacht van denlast-
5 hebber aan de wet voldoet, ;
Het geval toch heeft zich voorgedaan dat, tot onherstelbaar nadeel van den veroordeelde, de ter terechtzitting mondeling gegeven volmacht als voldoende 4
aangenomen werd, / /
XLIII. Het in het Inlandsch Reglement niet bekende arrest onder derden (arti:
_ kel 119) moet afzonderlijk worden aangevraagd op de wijze bij artikel 147 voor-
geschreven. De beslaglegging geschiedt op dezelfde wijze; uit formulier No, 40
blijkt dit niet jvoldoende, ie _ XLIV, Ter herinnering zij opgemerkt dat in geval van verzet door een derde (art. 137) zoowel de beslaglegger als de beslagene als verweerders opgeroepen
‚moeten worden, rn nt
___ XLV, Artikel 144 van het Reglement schrijft in alinea 3 voor dat de Inland- sche Oflieier van Justitie het bevel tot ontslag uit de gijzeling tenuitvoerlegt; om aan dien last te kunnen voldoen zal hem een grosse van het bevelschrift toege-
_ gonden moeten worden, |
XLVI. De redaetie van artikel 154 van het Reglement heeft een einde ge- maakt aan den strijd die op grond der bewoordingen van de overige reglementen nog steeds gevoerd wordt, of conservatoir beslag op onroerend goed toegelaten is, Voor Billiton is met ronde woorden gezegd dat alleen op roerende goederen con- |
_ servaloir arrest vergund is, Ook is in dit artikel uitdrukkelijk verwezen naar
_ artikel 117 waardoor alle vormen en formaliteiten voor het executoriaal arrest
_ ten deze toepasselijk worden. Het formulier No. 63 kan dus niet gevolgd worden,
Er bestaat — dit zij nog ter loops opgemerkt — geen enkel bezwaar dat het ver- zoek om conservatoir beslag tegelijk met de vordering bij één rekest wordt gedaan,
: Bij de rechtsbedeeling kunnen de volgende werken geraadpleegd worden,
; Mr, J, W. 5. van der Aa, De leer van het bewijs in strafzaken.
Dezelfde, Het civiel proces voor de landraden en rapats,
Mr. A. J, Immink, De rechtspleging voor de Inlandsche rechtbanken,
Mr, W. A. P, F, L. Winckel. De rechtsbedeeling onder de Inlanders en daar-
-mede gelijkgestelden op Java en de Buitenbezittingen, Eerste gedeelte.
Mr. T, H. der Kinderen, De Algemeene verordeningen tot regeling van het | Rechtswezen in het Gouvernement Sumatra's Westkust, toegelicht uit officieele | bescheiden.
Mr, A. A. de Pinto, Wetboek van Strafrecht voor Nederlandsch-Indië (Wetboek voor de Europeanen) gevolgd door de memorie van toelichting,
_ Mr, T. H. der Kinderen. Wetboek van Strafrecht voor Inlanders in Nederlandseh-
_ Indië, gevolgd door eene toelichtende memorie,
Dezelfde, De Algemeene politiestrafreglementen voor de Europeanen en voor de Inlanders in Nederlandsch-Indië, gevolgd door eene toelichtende memorie,
Mr, A, J, van Deinse, De Algemeene beginselen van Strafrecht, |
Mr, M, Schooneveld Pan, Het Wetboek van Strafrecht, met aanteekeningen, .
Mr. W. de Gelder, Het Strafrecht in Nederlandsch-Indië,
eo . . El 401
- Verder almede het Tijdschrift „Het Recht in Nederlandsch-Indié” en het ,,In- disch Weekblad van het Recht,” , Bios
Aangezien het Reglement voor een groot deel overeenstemt met het Javaasch - Inlandsch Reglement en met dat voor Sumatra’s Westkust, zal de raadpleging van de eerstzenoemde vijf werken gemakkelijk vallen, indien men zich de moeite geeft
| in zijn exemplaar van de regeling voor het gewest Billiton bij de verschillende voorschriften de nummers der concordante artikelen uit die beide Reglementenop _ te teekenen. ;
: De Directeur van Justitie, —
W, A, ENGELBRECHT, No. 4814, EISCHEN, — Wijziging der bestaande voorschriften betreffende het opmaken en indienen van eischen, BESLUIT,
No. 1. + Buitenzorg, 30 December 1893,
Gelezen enz: Ag ae
Is goedgevonden en verstaan: mer Ee
Eerstelijk: Met wijziging in zoover van de bestaande voorschriften betreffende het opmaken en indienen der eischen van de ten behoeve van 's Lands dienst uit Nederland benoodigde goederen, tebepalen als volet: ii Fi:
I. Met uitzondering van de sub II hieronder bedoelde, hebben de eisehen voor-
taan betrekking op een tijdvak van 12 maanden, loopende van October tot 3 ultimo September ; ‘ : Tl, Voor zooveel betreft de eischen van benoodigdheden ten behoeve van de Lands- drukkerij, van bovenbouwen van bruggen en van kleedingstukken en stoffen voor de Marine, blijit als tijdperk, waarop zij betrekking hebben, het , burgerlijk jaar gehandhaafd; (1)
UI, Met uitzondering van dien van bovenbouwen van bruggen, welke uiterlijk op 1 Augustus moet zijn ingezonden, worden alle eischen ingediend vóór of op 15 Februari. (1)
Ten tweede: Den Direeteur der Burgerlijke Openbare Werken uit te noodigen om bij de indiening vau den eisch voor materialen en instrumenten tevens op te geven het geraamde eindcijfer van den eisch van bovenbouwen van bruggen.
Ten derde: enz.
Afschrift enz,
(1) Gewijzigd en aangevuld bij Bijblad no, 5072. ae No. 4815. KOLONIAAL VERSLAG, MIJNWEZEN, — Uiterste termijn van
indiening van Hoofdstuk O, afdeeling I] (Mijnbouw) van het — Koloniaal Verslag.
Met wijziging in zooverre van het bepaalde bij besluit van 31 Juli 1883 No, 44 (Bij- blad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No. 3890) is bij het besluit van 13 Augustus 1893 No, 27 als uiterste termijn van indiening der door den Diree- teur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid te leveren bijdrage ten behoeve van het verslag, bedoeld bij artikel 62 der Grondwet, voor zooveel betreft hoofdstuk 0. afdeeling II (Mijnbouw) vastgesteld 15 Juli van elk jaar,
d 26
402 © | t No. 4816. EEREDIENST, SUBSIDIEN, KERKGEBOUWEN. — Regelen — voor het verleenen van geldelijke ondersteuning adn kerkelijke — gemeenten voor het bouwen, verbouwen en onderhoud harer kerken. Blijkens de besluiten van 14 Maart 1870 en 1 December 1871 Nos, 1 en 6 _ wordt het verleenen van geldelijke ondersteuning aan kerkelijke gemeenten voor i het bouwen, verbouwen en onderhoud harer kerken beheerscht door de volgende 3 regelen, in verband waarmede het ter zake voorkomende in Bijblad No, 145 niet — 3 meer van kracht kan worden geacht. Uitgaande van het beginsel van onthouding zooveel mogelijk geldt als eisch voor _ de inwilliging van een verzoek om ondersteuning de aanwezigheid der volgende 5 _ omstandigheden: Ee le, het alterum tantum van het gevraagde moet reeds aanwezig zijn, evenwel zonder noodzakelijke gevolgtrekking dat waar de gemeente de helft bijeen- brengt, de staat de andere helft zou bijdragen ; | de, er moet getracht zijn het benoodigde bijeen te krijgen middels algemeene inschrijving ; | Be. de behoefte aan het gebouw moet overtuigend bewezen zijn; | de. het onvermogen der gemeente moet blijken, 4 De ondersteuning wordt verleend in den vorm van eene subsidie en slechts bij uitzondering in dien van een voorschot, terwijl ook geen subsidiën plegen | te worden toegekend, voordat er bij de begrooting op is gerekend. No. 4817. INVOERRECHTEN. GOUD, Bij het besluit van 7 Juli 1887 No, 29 is beslist dat van goud in bladen ge- plet — niet te verwarren met bladgoud — geen invoerrecht verschuldigd is, : No. 4818. INSTRUCTIEN, KOFFIECULTUUR, — Instructie voor den We- 3 tenschappelijken Adviseur voor de Koffiecuttuur. Bij het besluit van 1 December 1893 No. 11 is vastgesteld de onderstaande: 3 Instructie voor den Wetenschappelijken Adviseur voor de Koffiecultuur, | Art. 1. De Wetenschappelijke Adviseur voor de Koffiecnltunr is rechtstreeks ondergeschikt aan den Directeur van Binnenlaudsch Bestuur, — Art. 2. Zijne standplaats en die van den hem toegevoegden Adjunct is Buitenzorg. Art. 3. Hij regelt de werkzaamheden van den hem toegevoëgden Adjunct in overleg met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. e Art, 4. Over de zaken, betrekking hebbende op de Koffiecultuur, geeft hij adviezen of inlichtingen aan de Regeering en aan den Directeur van Binnen- landsch Bestuur, telkens wanneer dit van hem verlangd wordt. Worden zulke adviezen door Hoofden van Gewestelijk Bestuur of andere auto- riteiten gevraagd, dan voldoet hij daaraan door tusschenkomst van meergenoem- den Departementschef. d Voor het vragen en geven van inlichtingen kunnen de Wetenschappelijke Ad- | viseur en de hem toegevoegde Adjunct, zoomede de Hoofden van Gewestelijk en Plaatselijk Bestuur zieh over en weer rechtstreeks met elkander in verbinding stellen. ag Art, 5, Omtrent zaken, betrekking hebbende op de Koffiecultuur, kan hij door
En 403 5 tusschenkomst van den Directeur van Binnenlandsch Bestuur aan de Regeering — of aan andere autoriteiten voorstellen doen dan wel vertoogen indienen.
Art, 6, Hij regelt den algemeenen loop zijner dienstreizen en van die van _ den hem toegevoegden Adjunct in overeenstemming met den meergenoemden Direeteur, doch kan in details van de gemaakte regeling afwijken, wanneer dit onderweg, na overleg met de betrokken Hoofden van Gewestelijk of Plaatselijk Bestuur, in het belang van den dienst wordt geacht.
Art. 7. Aan het einde van elk jaar dient hij door tusschenkomst van den Di- — recteur een verslag in over den toestand van de Gouvernements Koffie-cultuur, waarin de gegevens zijn vervat, benoodigd voor de samenstelling van het betrek- kelijk onderdeel van het Koloniaal verslag. ; | No. 4819. AANBESTEDINGEN. BORGEN. — Vermelding van naam, qua- —
liteit en woonplaais, in precessen-verbaal van aanbesteding, van borgen, ook indien zij tegenwoordig zijn.
Bij missive van den Isten Gouvernements Secretaris van 9 Januari 1888 No.47 _ is den Directeur van Binnenlandsch Bestuur medegedeeld dat het der Regeering — wenschelijk voorkomt dat het voorschrift om bij afwezigheid der borgen van | den minsten inschrijver bij eene aanbesteding toch hunne namen, qualiteiten en plaats, waar zij domicilie gekozen hebben, in het proces-verbaal te doen ver- — melden (Bijblad No, 2602), ook worde opgevolgd wanneer bij eene aanbesteding — beide borgen tegenwoordig zijn, omdat: jl le, er dan minder gevaar bestaat voor verzuimde naleving in gevallen dat het
toepassing moet vinden en 2e. de namen der borgen dan steeds op eene bepaalde plaats in het proces- _ verbaal te vinden zijn. | No. 4820. STAATSSPOORWEGEN: VERVOER. — Aanvulling en wijzi ging der bijzondere bepalingen betreffende het vervoer van | Js Lands reizigers en goederen op de Staatsspoorwegen,
B BESLUIT, |
No. 2,: 4 r Buitenzorg, 1 December 1888.
Gelezen enz; 6 ì |
De Raad van Nederlandsch-Indië gehoord; 1a
Is goedgevonden en verstaan:
Eerstelyk: De Bijzondere bepalingen betreffende het vervoer van 's Lands rei-. zigers en goederen op de Staatsspoorwegen in Nederlandsch-Indië, goedgekeurd _ bij besluit van 16 Juni 1886 No, l/e (Bijblad op het Staatsblad No, 4292), aante — vullen met een artikel 4a, luidende als volgt:
Art. 4a. Indien landsreizigers volgens bestaande bepalingen slechts eene bepaalde
- hoeveelheid bagage mogen medenemen, wordt de hoeveelheid die voor rekening | van den Lande kan worden vervoerd, door de autoriteit, die de reisaanvrage — afgeeft, ingevuld.
Wordt door die reizigers meer bagage ten vervoer aangeboden, dan wordt de |
| |
2 : 404 ‘ ‘ vracht van het meerdere door den spoorwegdienst van de reizigers ingevorderd. — Indien die vracht niet voldaan wordt, is de spoorwegdienst bevoegd het ver- — __ voer van de in de vorige zinsnede bedoelde meerdere bagage, welke daartoe door ;
- den geleider of door den detachementscommandant wordt aangewezen, te weigeren. _ Is op de reis-aanvrage de voor landsrekening te vervoeren bagage niet ingevuld, 4 dan wordt de geheele hoeveelheid vervoerd en in rekening gebracht, ’ Ten tweede; Te bepalen dat in het eerste lid van artikel 5 der bij artikel 4 van dit besluit bedoelde Bijzondere bepalingen, voor de woorden „het vorig arti- _ kel”, worden gelezen de woorden „artikel 4,” j Afschrift enz, 4 . 0, 4 BESLUIT. No, 43, Buitenzorg, 21 Februari 1893, Gelezen enz,; j Is goedgevonden en verstaan : a Te bepalen dat artikel 20 van de „Bijzondere bepalingen betreffende het ver- „voer van 's Lands reizigers en goederen op de Staatsspoorwegen in Neder- „landsch-Indië'’, goedgekeurd bij het besluit van 16 Juni 1886 No, 1e en gewijzigd bij dat van 25 November 1889 No, 1 (Bijblad op het Staatsblad van _ Nederlandsch-Indié Nos, 4292 en 4624) wordt gelezen als volgt: 4 Wijze van vervoer. Vrachtberekening. ‘ | Het vervoer van goederen ten behoeve der Staatsspoorwegen geschiedt: a. voor den eigen dienst der exploitatie als dienstgoed zonder betaling of ver- rekening ; b. voor den aanleg van nieuwe Staatsspoorwegen, voor uitbreiding van Staats- spoorwegen en voor de exploitatie van andere Staatsspoorwegen als Lands- __goed, doch tegen verrekening der kosten, naar regelen daarvoor te stellen door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken. Afschrift enz, : No. 4821. KAARTEN, TOPOGRAPHIE, — Verstrekking van op het topo- i graphisch bureel te Batavia vervaardigde kaarten, 4 4 P BESLUIT. No, 29, Buitenzorg, 1 November 1889, Gelezen enz. ; _ Is goedgevonden en verstaan: ! ' Den Commandant van het Leger en Chef van het Departement van Oorlog _ in Nederlandsch-Indié te machtigen tot verstrekking, ten behoeve van den betrok- _ ken controleur, van de topografische kaart in bladen, schaal 1:26,000 van de con- tréle-afdeeling Goenoeng Kentjana, afdeeling Lebak, residentie Bantam. Extract enz, =)
Bt
| BESLUIT,
5 No, 10, Buitenzorg, 2 October 1892, __
Gelezen enz.; {
! Is goedgevonden en verstaan:
fen vervolge van de besluiten van 16 October 1887 No, 3 (Bijblad op het |
Staatsblad van Nederlandsch-Indië No. 4518), 1 en 17 November 1889 Nos. 29
| en 19, (1) 13 Mei en 30 September 1891 Nos, 3 (1) en 11, (1) en met nadere aan- vulling van dat van 6 Februari 1880 No, 29 (Bijblad op het Staatsblad van Ne- derlandsch-Indié No, 3772) te bepalen dat— voor zoover de voorraad strekt — van de door het topographisch burean te Batavia reeds vervaardigde en alsnog te vervaardigen en in het licht te geven kaarten aan de Assistent-Residenten en de Controleurs bij het Binnenlandsch Bestuur in de residentie Westerafdeeling van Borneo, die met het bestuur van eene afdeeling of onderafdeling zijn belast, ten behoeve van hun archief kosteloos ook zal worden verstrekt één exemplaar van de op hunne afdeeling of onderafdeeling betrekking hebbende overzichtskaarten,
Extract enz.
(1) Bijblad No. 4728.
Zie verder vervolg en Bijblad No, 4891,
- No. 4822. STOOMTRAM WEGEN. VOORWAARDEN, waarop hij besluit van den Gouverneur-Generaal van 81 Maart 1890 No. 19 aan de Nederlandsch-Indische Tramweg Maatschappij vergunning ts verleend tot den aanleg en de erplottatie van eenen stoomtram. weg van de benedenstad Batavia, over Molenvliet, Kramat ens Meester-Cornelis naar Kampong Malajoe (Meester-Cornelis.) ‘Art, 1, Op dezen tramweg zijn van toepassing de artikel 4 tot en met 14 van de voorwaarden, vastgesteld bij artikel twee van het besluit van 13 Juni 1885 No, 16 (Staatsblad No, 114), (1) _ Art. 2. De tramweg zal bestemd zijn voor het vervoer van personen en goederen. —
Art. 3, De spoorwijdte zal 1.188 Meter bedragen, :
Art. 4, Over het gedeelte Batavia— Kramat bestaat de lijn uit dubbel spoor en voor het gedeelte Kramat — Kampong Malajoe uit enkel spoor met uitwijksporen.
Art, 5. Het waarborgkapitaal, bedoeld in artikel 4 der voorwaarden in Staats- blad 1885 No. 114, (1) wordt bepaald op f 20.000.—
Art, 6, De tramweg moet geheel gereed en in exploitatie gebracht zijn binnen _ één jaar nadt de vergunning overeenkomstig artikel 5 sub 1 der voorwaarden in Staatsblad 1885 No, 114 zal zijn aanyaard,
‘ Art. 7, De vergunning wordt verleend tot 1 Juli 1971,
Indien de ondernemers bij het eindigen der vergunning deze wenschen ver- lengd te zien, doen zij daartoe minstens één jaar vóór het einde der vergunning — het verzoek, onder vermelding van de voorwaarden, waarop zij de verlenging wenschen, : a
(1) Vervangen door Stb. 1890 No, 191, gewijzigd bij Stb. 1895 No. 202 en 260, — 1896 No, 244 en 1897 No, 284, ; |
| 406 : 4 ; Komt dergelijk verzoek niet of niet tijdig in, kan geen overeenstemming om- — trent de voorwaarden van verlenging verkregen worden, of wenscht de Regeering geen verlenging toe te staan, dan wordt de vergunning gerekend op 1 Juli1971 — te zijn ingetrokken. : a _ Art. 8, De onderneming kan van Gouvernementswege worden genaast, zoodra a de tramweg gedurende een tijdsverloop van twintig jaren of langer in zijn geheel is geexploiteerd. i De naasting geschiedt tegen den prijs, die aldus wordt gevonden: a Men berekent de zuivere winst op de exploitatie van elk der zeven laatste jaren, trekt daarvan de twee ongunstigste jaren af, neemt het gemiddeld hedrag _ der na de aftrekking overblijvende vijf jaren en brengt de alzoo verkregen som, door die met vijf en twintig te vermenigvuldigen, tot kapitaal. 3 Van het voornemen em den tramweg te naasten wordt ten minste één jaar te voren aan de ondernemers kennis geveven. Art, 9, De betaling geschiedt in geval van naasting binnen zes maanden na den a dag der inbezitneming door den Staat, of, zoo de prijs, waartegen de naasting 4 _ geschiedt, eerst later is kunnen worden vastgesteld, binnen zes maanden na de 4 vaststelling. De tramweg en alles wat daartoe behoort moeten ingeval van naasting in be- A hoorlijken staat van onderhoud verkeeren. 4 Is dit niet het geval, dan worden de kosten voor het in zoodanigen staat bren- is gen voor de in bezitneming door den Staat geschat door drie deskundigen, waar- van één te benoemen door den Gouverneur-Generaal, een door de ondernemers ‚ én de derde te kiezen door deze heiden of bij gebrek aan overeenstemming, ten verzoeke van de meest gereede partij, door den Raad van Justitie te Batavia, De 3 door deze deskundigen geraamde kosten worden van de som, waartegen de naas- a ting geschiedt, afgehouden. ig Tegelijk met de uitkeering van den prijs voor de naasting wordt aan de on- zi dernemers het waarborgkapitaal, voor zoover daarover overeenkomstig het bepaal- de in artikel 4 der voorwaarden in Staatsblad 1885 No. 114 niet is beschikt, Ee teruggegeven, d a Art. 10, De concessionaris is ontheven van de verplichtingen, vervat in de q artikelen 7 en 23 van het Aleemeen Reglement op den aanleg en de exploitatie E. van stoomtramwegen voor algemeen verkeer in Nederlandsch-Indié (Staatsblad i 1885 No. 113), (1) ; Art. 11, De concessie, verleend bij besluit van 30 Maart 1881 No.38(2), wordt gerekend te zijn vervallen ten dage, dat de onderwerpelijke concessie wordt ; aanvaard. (3) k (1) Vervangen door Stb, 1893 No, 190, gewijzigd bij Stb. 1894 No, 29 en 101 | en 1900 No. 107, (2) Bijblad No. 3718. : (3) Bij het besluit van 20 September 1890 No. 22 is aangeteckend dat blijkens k de missive van den Administrateur der Nederlandsch-Indische Tramweg Maat- 8 schappij van 31 Juli 1890 No, 145/25 K en zijne daarbij overgelegde gezegelde ’ _ verklaring van gelijken datum, de onderwerpelijk bedoelde concessie is aanvaard,
a
3 ; : 407 .
No. 4823. HEERENDIENSTEN, KEDIRI. 4
Bij artikel 2 van ket besluit van 4 Augustus 1893 No. 16 zijn vastgesteld de _
navolgende: , : : 4
VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heerendien- —
sten in de Residentie Kediri (Staatsblad 1893 No. 176.)
Vervallen door Bijblad No, 5375, 4
No. 4824. WEESKAMERS. — Bestemming der winsten, welke worden ge
a maakt bij het verkoopen van tot geidbelegging gestrekt heb- bende fondsen. a Aan den Directeur van Justitie. ' No, 3050, Buitenzorg, den 22sten December 1890,
De Gouverneur-Generaal heeft zich niet kunnen vereenigen met het bij Uwe | missives van 1 Maart 1889 en 19 Maart 1890 Nos, 1300 en 1917, de laatste ge- | richt aan de Algemeene Rekenkamer, gedaan voorstel betreffende de bestemming _ te geven aan de sommen / 46682,645, als winst door de Weeskamer te Sema- rang in 1887 behaald bij. den verkoop van hare inschrijvingen op het Grootboek | der Nationale werkelijke schuld, en van f 344,85, zijnde winst mede in dat jaar | verkregen bij het te gelde maken van het aan de Weeskamer te Makasser toe- behoorende één heel en één half aandeel in de Javasche Bank,
Volgens dat voorstel zouden die overwinsten strekken tot goedmaking van alle | gewone verliezen, hoe klein ook, welke in de eerstvolgende jaren voor rekening : van de gezamenlijke geadministreerden komen, hetgeen, naar de meening van Zijne Exeellentie, met het buitengewone karakter van bedoelde overwinsten niet overeen te brengen zou zijn. Het ligt voor de hand dat waar millioenen rente gevend worden uitgezet af en toe kleine verliezen voorkomen; regel behoort te zijn, dat die verliezen, welke bij het meest zorgvuldig beheer en onder normale omstaudigheden schier onvermijdelijk zijn, komen ten laste van de gekweekte | renten. Soms echter kunnen buitengewone omstandigheden zich voordoen, als
4 bijvoorbeeld een achteruitgang in de waarde van landerijen, eene locale vermin- dering der waarde van huizen en dergelijken, die leiden tot verliezen, welke niet als een gewoon gevolg van het uitzetten der kapitalen kunnen worden be- | schouwd en ook daarom een buitengewoon karakter dragen, wijl zij veelal fei- telijk reeds sedert lang geleden zijn, voordat zij in cijfers geconstateerd worden bij den dikwijls zoolang mogelijk uitgestelden verkoop der verbonden vastig- heden. :
Naar het oordeel van den Gonverneur-Generaal zal in beginsel behooren te worden aangenomen dat de onderwerpelijke overwinsten geheel of gedeeltelijk zullen strekken tot compensatie van buitengewone verliezen als bovenomschreven, wanneer door het bestrijden dier verliezen uit de verkregen inkomsten het ren- tecijfer van eenig jaar belangrijk lager zou worden dan in het voorafgaande jaar het geval was. x .
Op last van Zijne Excellentie heb ik de eer het vorenstaande te Uwer kennis te brengen, met verzoek de Weeskamers te Semarang en te Makasser mede te dee- len, dat de meerbedoelde: gelden afzonderlijk geboekt moeten worden, maar zij
7 f f + aoe | ™ | q niet in de kas behooren te worden afgezonderd van de andere gelden en dus casu 4 quo niet van rentegevende uitzetting moeten worden uitgesloten, doch dat daaraan a in de boeken geen rente moet worden gevalideerd. Ik teeken hierbij tevens aan dat door Zijne Excellentie genoegen wordt geno- 4 men met de bij Uwe bovenaangehaalde missive 1 Maart 1889 No, 1300 gegeven ; _ toelichting yan de gronden, waarop de Weeskamer te Semarang in 1887 is over- À gegaan tot het doen losmaken van hare in Nederland op het Grootboek inge- ; schreven gelden, terwijl voor die gelden in Indië geen dadelijke plaatsing kan a worden gevonden, a De le Gouvernemenis Secretaris, ' SWEERTS. = No. 4825. COMPTABILITEIT, BOEDELKAMER. De door boedelka- $
- mers beheerde kapitalen zijn geen landsyondsen. q BESLUIT, No, 9. ! Buitenzorg, 20 Maart 1891, Re _ Gelet op den Indischen brief van 11 October 1890 No, 1933/27 (besluit van dien = dag No, 27), waarbij den Minister van Kolonién is verzocht zijn gevoelen te wil- len mededeelen nopens de vraag of de kapitalen, welke door het college van B Boedelkamers van hunne geadministreerden ontvangen en op naam van die col- leges uitgezet worden, zoolang zij door hen worden beheerd, al dan niet te be- ie schouwen zijn als landsfondsen; met dien verstande dat op dadingen wegens of 5 kwijtscheldingen van vorderingen, welke de genoemde colleges ter zake van de 5 uitgezette kapitalen tegen derden hebben, de voorschriften der Comptabiliteitswet ; van toepassing zijn; i Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 15 Januari 1891 La, Aj, No. 34/99, houdende mededeeling, dat naar zijne meening voorschreven vraag ont- 4 kennend moet worden beantwoord; met andere woorden, dat bovenbedoelde P kapitalen zijn gelden van derden, niet behoorende tot de Nederlandsch-Indische geld- 4 „middelen. „5 _ Is goedgevonden en verstaan; d _ Van het vorenstaande aanteekening te houden, a Afschrift enz, ; , ; No. 4826. TELEGRAAF, — Beperking van het gebruik van de telegraaf Ek: voor dienstaangelegenheden, ‘ q CIRCULAIRE aan de ambtenaren, bevoegd tot het verzenden van Regeerings- q telegrammen. 5 No, 946, Buitenzorg, den 19den April 1892, 7 Het is den Gouverneur-Generaal gebleken dat bij de behandeling van dienst- aangelegenheden nog steeds een veel te ruim gebruik gemaakt wordt van de j Gouvernementstelegraaf, d Worden dikwijls door middel van de telegraaf zaken behandeld, die gevoege- lijk per post hadden kunnen worden afgedaan, de beknoptheid der diensttele- a grammen laat ook veelal te wenschen over, zooals o.a. de Statistiek over 1890 4
Ee wi
Ld
| 4o9
| nopens dit onderwerp leert, volgens welke het gemiddeld woordental dier tele-
| grammen over dat jaar 32,4 bedroeg, tegen 12.15 dat der bijzondere telegrammen.
| Dit was o, a, oorzaak dat hoewel het aantal telegrammen van de eerstbedoelde soort slechts !/io van dat der bijzondere telegrammer beliep, het aantal woorden
| der gezamenlijke diensttelegrammen nochtans 4 bedroeg van dat der bijzondere telegrammen. En aangezien de eerstbedoelde bij het overseinen voorrang genieten
ä boven de bijzondere, is derhalve de overbrenging der laatste door de dienstcor-
respondentie aanzienlijk vertraagd,
| De Gouverneur-Generaal heeft hierin aanleiding gevonden mij op te dragen in
Uwe herinnering te brengen de voorschriften nopens het verzenden van dienst- telegrammen, opgenomen in de Nos, 591, 1636 en 2241 van het Bijblad op het
Staatsblad van Nederlandsch-Indié, van welke opdracht ik de eer heb mits deze
mij te kwijten,
| De te Gouvernements Secretaris, VAN DER WIJCK.
No. 4827. COMPTABILITEIT. — Overdracht van bezwaar bij verstrekking door het eene Departement aan het andere van goederen, welke - in den regel uit Nederland worden ontvangen.
Bij schrijven van den {sten Gouvernements Secretaris van 16 September 1892
No, 2275 is aan de verschillende Departementschefs medegedeeld dat, naar het
inzien van den Gouvernenr-Generaal, bij verstrekking door het eene Departement
aan het andere van goederen, waarvan in den regel aanvulling uit Nederland moet plaats hebben, overdracht van bezwaar, op den voet van artikel 15 der regelen en voorschriften voor het materieel beheer en bij materieele verstrekkingen
(Staatsblad 1866 No, 151), maet geschieden op het 1ste Hoofdstuk der begrooting,
indien voorede verstrekking dier goederen door beide Departementen bij dat
Hootdstuk posten zijn geraamd, terwijl, met toepassing van artikel 13 van ge-#
noemd Staatsblad, een artikel van het 2de Hoofdstuk met de geldswaarde der
verstrekte artikelen te goed geschreven dient te worden, indien voor de kosten | der aanvulling een artikel op het iste Hoofdstuk voorkomt, maar het Departement, . waaraan verstrekt is, op dat Hoofdstuk geen artikel heeft, dat de uitgaaf kan dragen, No. 4828. BANJOEMAS. BELASTINGEN, PERCEPTIE, KOFFIE —he- gelingen met betrekking tot den inkoop van Koffie te Madje-
- nang en de perceptie van eenige belastingen in de districten $ Madjenang, Dajaloehoer en Pegadingan (afdeeling Tjilatjap, residentie Banjoemas), BESLUIT. No. 23, Buitenzorg, 26 September 1892, Gelezen enz,; Is goedgevonden en verstaan: Herstelijk: enz. Ten tweede: In te trekken de betrekking van Koffie-inkooppakhuismeester bij het Koffieinkooppakhuis te Madjenang (afdeeling Tjilatjap residentie Banjoemas) ;
410 met bepaling: : : “4 dat de te dier plaatse in dienst te stellen zoutverkooppakhuismeester wordt 4 belast met den inkoop van de aldaar ingeleverd wordende Koffie, onder genot eener — toelage van f 0.30 (dertig cènt) per pikol ingekochte Koffie, , dat hem tevens worden opgedragen de bij § a van het besluit van 4 Januari — 1883 No, 13 (Staatsblad No, 9) bedoelde werkzaamheden, onder genot van de bij artikel 2 van het besluit van 9 September 1884 No, 35 (1) vastgestelde toelage van f 25,— (vijf en twintig gulden) ’s maands en § dat hem wordt toegevoegd de bij § h van evengenoemd besluit van 4 Januari 1883 No, 13 (Staatsblad No. 9) bedoelde Inlandsche schrijver, op eene bezoldi- ging van f 20,— (twintig gulden) ’s maands, ie Ten derde: enz. 4 Extract enz. 4 _ (A) Bijblad No, 4118, 4 4 No. 4829. SPOORWEGEN,— Aanvulling der overeenkomst met het Comité : van bestuur der N. I. Spoorwegmaatschappyj, ter zake van de aansluiting der Staatsspoorwegen Buitenzorg Tjitjalengka en Batavia Tandjong Priok aan de lijn Batavia — Buitenzorg, | Aan § i van artikel 5 der overeenkomst, bedoeld bij het besluit van 9 April 1879 No, 11 (Bijblad No, 3425) is de volgende slotalinea toegevoegd: „Het geldelijk beheer, verbonden aan het sub & bedoeld vervoer, geschiedt door „evengenoemden stationschef onder algeheele verantwoordelijkheid van den dienst „der Staatsspoorwegen, met dien verstande dat, indien bij gebleken onregelmatig- „heid in dat beheer kan worden aangetoond dat zulks een gevolg ig vannalatig- „heid van het personeel der maatschappij, die verantwoordelijkheid ophoudt te „bestaan.” (Besluit van 6 October 1892 No, 42, § 1). No. 1830. INVOERRECHTEN, SCHRIJFBEHOEFTEN voor Gouverne- | ments-bureaux zijn onderworpen aan de betaling van invoerrecht. ‚Aan den Directeur van Financiën, No, 2523, Buitenzorg, 11 Oetober 1892, | Naar aanleiding van Uw schrijven van 23 Mei jl. No. 7430, hetreffende de vraag of schrijfbehoeften voor de Gouvernements-bureaux, welke door of namens den betrokken bureelchef uit het buitenland worden ontboden, aan de betaling van invoerrecht zijn onderworpen, heb ik de cer, op last van den Gouverneur-Gene- raal, UHEdG. mede te deelen, dat naar het inzien van ZE, handhaving van het beginsel, bedoeld bij het besluit van 9 Augustus1865 No. 5 (Bijblad op het Staats- blad van A.J. No, 1705) in ’s Lands belang aanbeveling verdient en met het oog op de bewoordingen der tariefwet in Indisch Staatsblad 1873 No, 35 wel te verdedigen is. De iste Gouvernements Secretaris, VAN DER WIJCK,
; 4
411
No. 4831. HEERENDIENSTEN. SOERABAJA. SIDOARDJO. MODJO- KERTO, DJOMBANG,
Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No. 17 zijn vastgesteld de | navolgende: |
VOORSCHRIFTEN ter uitvoering van de ordonnantie tot regeling der heeren- | diensten in de afdeelingen Soerabaja, Sidoardjo, Modjokerto en Djombang der _ residentie Soerabaja (Staatsblad 1893 No, 177), |
Vervallen door Bijblad no. 5360, | No. 4832. HEERENDIENSTEN, SOERABAJA. GRISEE. LAMONGAN. |
SIDAJOE. |
Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No, 17 zijn vastgesteld de | navolgende:
VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heeren- | diensten in de afdeelingen Grisee, Lamongan en Sidajoe der residentie Soerabaja (Staatsblad 1893 No. 178). |
Vervallen door Bijblad no. 5461.
No. 4835. HEERENDIENSTEN. SOERABAJA, BAWEAN.
Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No, 17 zijn vastgesteld de navolgende: | _ VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heeren- diensten in de afdeeling Bawean der residentie Soerabaja (Staatsblad 1893 No. 179).
Vervallen door Bijblad no, 5462, ud No. 4834. EXAMENS, GOUVERNEMENTSMARINE. — Samenstelling van
de commissie te Batavia voor het afnemen van examen voor de betrekking van leerling-machinist by de Gouvernementsmariné,
Met wijziging in zoover van artikel 4, sub d, van de bij artikel 3 van het besluit
- van 4 October 1889 No. 10 (Bijblad op het Staatsblad van NV. J. No. 4635) vastge- stelde voorschriften omtrent het afnemen in Nederlandsch-Indié der examens voor de verschillende rangen van stuurman en machinist bij de Gouvernementsmarine — volgens de bij Koninklijk besluit van 24 April 1889 No, 12 (Indiseh Staatsblad No. 218) gearresteerde programma’s, is bij het besluit van 18 October 1892 No, 2 bepaald dat, ‘vaór zooveel Batavia betreft, de commissie voor het afnemen van examen voor de betrekking van leerlingmachinist bij genoemden tak van dienst, bij ontstentenis van de daarvoor in voormeld artikel 4, sub d, aangewezen leden, ook kan bestaan-uit een der Luitenants ter zee en den Officier-machinist, dienende aan boord van Hr. Ms. wachtschip te Tandjong-Priok,
ded No. 4835. SPOORWEGEN. — Voorwaarden, waarop bij artikel 1 van het : heshat van den Gouverneur-Generaal van 11 Mei 1889 No. 9, concessie is verleend. voor den aanleg en de exploitatie van een spoorweg loopende van Batavia over Passar-Senin (Webteure- den), Meester-Cornelis en Bekassi naar Kedoeng-Gede.
zn
412 3
<1. Van den aan te leggen weg en het materieel, .
Artikel 1. 4
Riehting. De concessie betreft den reeds in exploitatie zijnden spoor weg Batavia—Bekassi, waarvoor bij Gouvernements-besluit
| f van 19 Februari 1884 No, la concessie is verleend, met de fl eo” verlenging van dezen spoorweg tot Kedoeng-Gede.
| Artikel 2,
Verplichting tot ver- De Gouverneur-Generaal behoudt zich het recht voor om, | lenging der lijn. indien binnen vijf jaren nadat de spoorweg voltooid en in
exploitatie gebracht is, aan de Batavia’sche Oosterspoorweg
E Maatschappij geene concessie is verleend voor eene verlen- |
ging der lijn in Oostelijke richting, te allen tijde te bevelen,
| dat de lijn binnen een tijdsverloop van twee jaren tot Kra- P.
| wang op den rechteroever der Tjitaroem zal moeten zijn
doorgetrokken, ; | Artikel 3, Aansluiting. Tot of nabij Batavia moet de spoorweg met de bestaande spoorwegen aansluiten en daarmede in verbinding worden gebracht, zoodanig dat de wagens der onderscheidene onder- nemingen ongehinderd van den eenen spoorweg op den an- deren kunnen doorloopen en de reizigers en koopmansgoede- : ren, wanneer de inrichting van den dienst het eischt, zonder | overlading van den eenen spoorweg op den anderen kunnen k overgaan, Artikel 4. | Spoor wijdte, De spoorwijdte van den spoorweg zal bedragen 1.067 M. ' tusschen de koppen der spoorstaven gemeten.
Artikel 5, “a Afmetingen van de De kruinsbreedte van de aarden baan onder den ballast- ; aarden baan, waterpas ter hoogte van de kanten van den weg gemeten,
moet voor enkel spoor minstens 4.60 M., voor dubbel spoor minstens 7,85 M, bedragen, À De afstand tusschen de assen bij dubbel spoor bedraagt . niet minder dan 3,25 M. i Artikel 6. Enkel spoor; plaats De onteigening voor den spoorweg geschiedt voor enkel 4 van stations en hal- spoor, behalve op die plaatsen, waar voor het oprichten van ten. stations, halten of uitwijkplaatsen eene meerdere breedte noo- dig is,
De concessionarisse doet de voorstellen voor het plaatsen | dezer stations, halten en uitwijkplaatsen en onderwerpt die aan de goedkeuring van den Directeur der Burgerlijke Open- bare Werken.
t
4 418 : Artikel 7.
Termijn voor in te De coneessionarisse onderwerpt aan de goedkeuring van den
dienen stukken. Direeteur der Burgerlijke Openbare Werken: f binnen één jaar, nadat de concessie definitief is aanvaard:
a, eene algemeene richtingskaart in drievoud van het tus-
1 schen Bekassi en Kedoeng-Gede gelegen gedeelte van den Ein | spoorweg op de schaal van 1:20000 of grooter. Hiervoor kan worden gebruik gemaakt van de detail bladen van de topographische kaart; |
b. een lengteprofiel in drievoud van hetzelfde gedeelte van
, den spoorweg op een schaal van 1:5000 voor de lengten
en van 1:200 voor de hoogten;
ce. een normaalprofiel in drievoud van de aarden baan bij ophooging en bij ingraving;
d. eene teekening in drievoud op '/10 van de ware grootte van de inrichting en samenstelling van den bovenbouw met de verdeeling der dwarsleggers, het ballastbed, ban- ketten, enz,;
e. eene teekening in drievoud op de ware grootte van de toe te passen spoorstaaf met laschverbindingen en be- vestigingsmiddelen en alles wat daartoe behoort,
Na goedkeuring van de bovengenoemde ontwerpen bieden de concessionarissen achtereenvolgens in drievoud ter goed- keuring aan de volledig uitgewerkte plannen van alle ten be- hoeve van het gedeelte tusschen Bekassi en Kedoeng-Gede van den spoorweg met de daartoe behoorende stations, hals ten, enz, uit te voeren werken en verdere inrichtingen en van de veranderingen aan de bestaande werken, gebouwen euz,
. De plannen van de in Europa uit te voeren werken of onder-
deelen van werken kunnen aan de goedkeuring van den Mi-
nister van Koloniën worden onderworpen.
De grondkaarten in drievoud en de verdere bescheiden ten
f behoeve van de onteigening moeten zijn ingediend binnen twee jaren na den dag, waarop de concessie definitief aan- vaard is,
x Artikel 8,
Wijziging in ter De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken kan, na de goedkeuring ont- concessionarisse te hebben gehoord, in de ter goedkeuring vangen plannen, ontvangen plannen en ontwerpen de noodig geachte verande-
ringen voorschrijven, mits deze niet in strijd zijn met de
voorwaarden dezer concessie, 4 Artikel 9,
Bouwmaterialen. De te gebruiken materialen moeten, elk in hunne soort van goede hoedanigheid zijn en vrij van gebreken, die de hechtheid of den duur der werken in de waagschaal kunnen stellen.
444 e
Artikel 10, Ei __ Deugdelijkenitvoe- Alle werken worden overeenkomstig de regelen der kunst ring volgens goed- uitgevoerd en met alle zorg behandeld om goed en deugd 2 gekeurde plannen. zaam werk te erlangen, desnoods overeenkomstig hetgeen de | ; Directeur der Burgerlijke Openbare Werken daaromtrent zal : : voorschrijven, : De uitvoering geschiedt door de concessionarisse volgens 4 de door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken goed- : gekeurde ontwerpen, plannen en bestekken, 3 Met geen werk mag worden aangevangen alvorens die ne: goedkeuring is verkregen. £
Artikel 11, “ | Voorwerpen, belang- Bijaldien bij de ontgraving voor den aanleg van den spoor- _ rijk voor kunst, weg eenig voorwerp wordt gevonden, belangrijk voor kunst,
enz. oudheid-, penuingkunde of natuurlijke geschiedenis, moet het ; . desverlangd tegen schadeloosstelling aan den Staat worden : afgestaan, | Artikel 12, Maatregelen bij on- Wordt gedurende de uitvoering der werken bevonden, dat | voldoende uitvoe- zij niet overeenkomstig de regelen der kunst en de gestelde F ring, voorwaarden of goedgekeurde ontwerpen worden gemaakt, ; | dan kan de Gouverneur-Generaal bevelen, dat de werken | geheel of gedeeltelijk worden afgebroken, of zulks ten koste £ [ van de concessionarisse laten doen, indien zij na de eerste L | aanzegging in gebreke blijft de deswege ontvangen bevelen — :
- op te volgen. Ly | | In dit geval is de Gouverneur-Generaal bevoegd zich in het bezit te stellen van hetgeen voor de uitvoering voorhan- den is, De kosten van hetgeen van Regeeringswege wordt 3 | verricht, zullen op de waarborgsom, voor zoover zij niet is _— | teruggegeven, worden verhaald, of worden, zoo het bedrag daarvan niet voldoende mocht zijn, door de concessionarisse op eerste aanzegging terugbetaald. | % Artikel 13. <a Storingen van het De concessionarisse is gehouden gedurende den bouw van | verkeer en van de den weg alle middelen in het werk te stellen om eene storing __waterloozing gedu- in het vrije verkeer op de bestaande wegen of in den gere- rende den bouw. gelden afvoer van het water te voorkomen. | Zoo noodig kan de Gouverneur-Generaal het daartoe be- noodigde werk ten koste van de concessionarisse doen uit- voeren, indien zij deswege in gebreke blijft, : | Ten aanzien van de daarvoor van Regeeringswege gemaakte | kosten. is het laatste lid van het voorgaand artikel van toepassing, 4 ot
E- 415 Artikel 14, Aanlegpleatsen, zij- Een ieder zal langs den spoorweg en in de nabijheid der
takken. stations pakhuizen mogen oprichten of aanlegplaatsen maken met werktuigen, kranen of andere toestellen voor het laden
| en lossen van goederen geschikt, en die door zijsporen met den spoorweg verbinden, zoodanig echter dat de te laden en _ te lossen wagens het vrije verkeer op den spoorweg niet hinderen,
De ontwerpen der aanlegplaatsen worden door de conces- — sionarisse aan de goedkeuring van den Directeur der Bur-
| “ gerlijke Openbare Werken onderworpen. | De wissels der zijsporen worden door de concessionarisse ten koste van de belanghebbenden bediend. Artikel 15,
Onteigening. De benoodigde Gouvernementsgronden worden na de beta- line der schadeloosstellingen in het volgende lid bedoeld, der coneessionarisse kosteloos in recht van opstal afgestaan voor
, den tijd van duur der concessie.
De aankoop van gronden of eigendommen, aan bijzondere personen of vereenigingen toebehoorende, en de schadeloos- stellingen aan de rechthebbenden op of vruchtgebruikers van
< den Gouvernementsgrond, geschieden ten koste en door de zorg van concessionarisse, op de wijze als bij algemeene verordening, regelende de onteigening ten algemeene nutte in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1864 No. 6), is bepaald. Artikel 16, Termijn van vol- De spoorweg moet geheel voltooid en in exploitatie ge-* tooiing, bracht zijn binnen den tijd van drie jaren na den dag waarop deze concessie definitief zal zijn aanvaard, of, ingeval ge- rechtelijke onteigening noodig is, binnen twee jaren nadat het besluit van den Gouverneur-Generaal betreffende de eindaan- 4 wijzing der te onteigenen perceelen, in opvolging van de artikelen 11 en 12 der bepalingen, regelende de onteigening ten algemeene nutte in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1864 No, 6), in de Javasche Courant is openbaar gemaakt. . : I, Van de exploitatie, : Artikel 17.
Exploitatie, Het vervoer op den spoorweg moet door stoomkracht ge- schieden,
De. persoon, met de leiding van de exploitatie te belasten, moet Nederlander zijn.
Artikel 18. ; Bij herstelling niet Bij herstelling der werken van den spoorweg, gedurende afwijken van goed- de exploitatie mag van de goedgekeurde ontwerpen niet wor- gekeurde ontwer- den afgeweken, dan na vooraf verkregen goedkeuring van pen. de daartoe strekkende ontwerpen, :
| 416 : a Gelijke goedkeuring is noodig voor het tot stand brengen en oprichten van nieuwe werken en gebouwen. ! Artikel 19, a Dienst voor aanleg- De concessionarisse is verplicht de wagens, bestemd voor plaatsen. of staande op de in artikel 14 bedoelde aanlegplaatsen van de EE voorbijgaande goederen- en gemengde treinen af te spannén of daarin op te nemen. 4 : Door den belanghebbende zal voor het vervoer van en naar © i die aanlegplaatsen worden betaald volgens het gewone tarief a naar den werkelijken afstand, waarop de plaats van aanslui- | ting gelegen is. “An Artikel 20. (1) 1 _ Tarieven, De concessionarisse heeft het recht gedurende het tijdvak : voor de concessie toegestaan te haren bate te doeninnenalle rechten en gelden uit de exploitatie van den spagrweg voort- vloeiende, al Bi DS 4 (1) Nadat eerst bij het beslnit van 24 April 1890 No. 18 : was bepaald dat de laatste alinea van artikel 20 verviel, is : bij het besluit van 5 Augustus d, a,v. No, 24 yoordat artikel de volgende nieuwe redactie vastgesteld: ; : „De concessionarisse heeft het recht, gedurende het tijdvak j „voor de concessie toegestaan, te haren bate te doen innen 4 pille rechten en gelden uit de exploitatie van den spoorweg { „ voortvloeiende.” ¢ „De tarieven voor het vervoer van personen en goéderen „worden door de concessionarisse vastgesteld met inachtneming 4 „van het volgende: dl i „De vracht voor reizigers zal per kilometer niet meer mo- : „gen bedragen dan : „voor de 1ste'klasse f 0,08, | Gore ane ORS pa 04E EE: nere ORE ORs ; ; „met dien verstande, dat de vracht niet over kleinere afstan- 8 „den dan 5 kilometers behoeft te worden berekend, en dat „de berekende vracht naar boven kan worden afgerond, tot B: „het naast hoogere veelvoud van vijf centen.” ; o „Voor vrachtgoederen zal in maximum kunnen worden ge- if „heven eene vracht berekend naar een vast recht van f 1.29 „per ton, en voorts f 0.12 per ton en per kilometer, met be- 4 „voegdheid om de vracht te berekenen over geen kleineren 5 „afstand dan 10 kilometers, met een minimum van 50 centen 4 „per zending, minimum berekend gewicht 50 kilogrammen „berekening der vracht bij hoeveelheden van 50 kilogrammen, 5 : „en afronding der vracht naar boven tot het naast hoogere } ' „veelvoud van vijf centen,” , | a
= 417 De tarieven voor het vervoer van personen en goederen worden door de concessionarisse vastgesteld, Zij zullen zonder goedkeuring van den Gouverneur-Generaal nimmer hooger mogen zijn dan de tarieven op 31 Maart 1887 op de lijn Batavia — Bekassie ingevoerd, De bijzondere voorwaarden betrekkelijk het vervoer moeten vóór hare toepassing aan de goedkeuring van den Gouverneur- : Generaal worden onderworpen, a | HI, Van het aanvaarden en vervallen der concessie. ® Artikel 21. Aanvaardine der De concessie wordt definitief aanvaard door het storten bin- “coneessic, nen één jaar na de dagteekening van het besluit, waarbij de concessie verleend is, van het in artikel 39 omschreven waarborgkapitaal, ; Artikel 22, Verbeurte der waar- Nadat de Gouverneur-Generaal zal hebben verklaard, dat borgsom. de concessie definitief aanvaard is, heeft de concessionarisse — wanneer zij aan de aangegane verbintenissen niet voldoet 5 geen aanspraak op teruggave van het gestorte waarborgka- pitaal, dat in dit geval tot het volle bedrag aan den staat vervalt, HE ; ' Artikel 28. Vervallen verklaren De concessionarisse kan van alle rechten door deze econ- “der concessie. cessie verkregen, worden vervallen verklaard: le indien zij de plannen, kaarten, profielen, ontwerpen, enz’ …__niet binnen de bepaalde termijnen aan de goedkeuring van den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken onderwerpt: 2e indien zij niet voldoet aan de bepaling van artikel 16 dezer concessie, ht Zij kan buitendien te allen tijde van hare rechten vervallen worden verklaard, wanneer zij in gebreke blijft te voldoen aan de bevelen van den Gouverneur-Generaal, nadat artikel ‘ 31 van het Algemeen Reglement op de spoorwegdiensten — é reeds eenmaal op haar is toegepast, dan wel, indien zij wei- gerachtig is te voldoen of niet binnen den gestèlden termijn voldoet aan het bevel, bedoeld in artikel 2 dezer concessie, De vervallenverklaring geschiedt door den Gouverneur-Gene- raal. Artikel 24, Intrekking der con- In geval van vervallenverklaring wordt de concessie inge- cessie, trokken, De Gouvernenr-Generaal is gedurende één jaar na de vervallenverklaring bevoegd zich ten behoeve van den d . 27 | \
i 418 a Staat in het bezit te stellen van den weg, van het materieel _ | en van alles wat daartoe behoort tegen betaling van eenesom, die ten hoogste vijf en zestig ten honderd kan bedragen van a de waarde naar de schatting van drie deskundigen, van wel- aa : ke een te benoemen door den Gouverneur-Generaal, een door al de concessionarisse en de derde door het Hooggerechtshof van — Nederlandsch-Indië. - Deze deskundigen doen uitspraak in het hoogste ressort Be, Met de vervallenverklaring vervalt het bedrag, dat van de waarborgsom nog niet mocht ternggegeven zijn, aan den = Staat. ee Artikel 25. ee Overmacht. De bepalingen van de artikelen 23 en 24 zijn niet toepas- a selijk, indien de concessionarisse aantoont dat de vertraging of de staking der werken het gevolg is van een behoorlijk | bewezen geval van overmacht, ¥ De Gouverneur-Generaal is bevoegd in geval van onver- < mijdelijke noodzakelijkheid de in de vorige artikelen vast- gestelde termijnen te verlengen. ; 3 De vervallenverklaring heeft dan plaats bij het einde van : : den verlengden termijn. G 4 ; Artikel 26, . Ee: Gevallen waarin De concessionarisse is niet ontvankelg®, om welke reden a overmacht ingeroe- ook, zich op overmacht te beroepen, tenzij zij binnen dertig oa : pen kan worden, dagen na de gebeurtenissen of omstandigheden, waaruit de > overmacht ontstaat, aan den Gouverneur-Generaal heeft ‘doen — 4 blijken, dat die gebeurtenissen of omstandigheden werkelijk fi bestaan en welken invloed zij hebben uitgeoefend. 4 Gelijke regel geldt bij daden, die de concessionarisse aan ’s Lands ambtenaren meent te kunnen wijten. Ee Zij zal er geen beklag op mogen gronden, tenzij zij het “ bestaan en den invloed bij het plegen der daad of binnen — aay hoogstens dertig dagen daarna heeft doen blijken. In geen a “geval zal zij eenige vordering op, mondelinge lastgeving a mogen gronden. j ; 8 . x es Pl , , = ~*~ Artikel 27, % Niet nakomen der De concessionarisse wordt beschouwd in de volbrenging verplichtingen, harer verplichtingen in gebreke te zijn gebleven door het | eenvoudig doen verstrijken der verschillende daartoe gestelde al termijnen en zonder dat het noodig is daarvan door eenige “akte te doen blijken, ahi : De concessionarisse wordt geacht niet in gebreke te zijn a wanneer de vertraging aan daden van publieke ambtenaren is toe te schrijven. oe
es 419 IV. Van het toezicht. i 2 Artikel 28, Toezicht op de uit- Van Regeeringswege wordt toezicht cehonden op de uit- voering voering van alle werken van eersten aanleg. | Artikel 29.
Geene verplichting Het volgens het voorgaande artikel te houden staatstoezicht
voor het staats- kan tot geene verplichting, hoe ook genaamd, ten laste van
- toezicht. den Staat aanleiding geven.
Artikel 30. ;
Openbaarmaking der Van de maandstaten der exploitatie wordt maandelijks en
uitkomsten van de van de algemeene balans jaarlijks openbaarheid gegeven door exploitatie. bekendmaking in de Javasche Courant, V. Algemeene bepalingen. 5 Artikel 31,
Telegraaf, De Gouverneur-Generaal is bevoegd langs den spoorweg alle bebouwingen te doen en alle toestellen te doen plaatsen, welke voor de inrichting van eene telegraatlijn noodig zijn.
Hij behoudt zich voor op de spoorwegterreinen alle her
; stellingen te doen verrichten en alle maatregelen te nemen, die vereischt worden om den dienst yan den Gouvernements- telegraaf te verzekeren, zonder echter den dienst van den spoorweg te hinderen. 3
‘ Bij stoornis in de werking van den Gouvernementstelegraaf hebben de ambtenaren van den Gouvernementstelegraafdienst de bevoegdheid om voorzoover dit kan geschieden zonder den dienst op den spoorweg hinderlijk te zijn, van den telegraaf
e van concessionarisse gebruik te maken. ; 8 De concessionarisse is verplicht de draden van de Gouver- nementstelegraaflijn kosteloos door hare onderhoorigen te doen bewaken en daaraan de gewone herstellingen te doen ver- 7 richten, £
- Zij doet aan de beambten van den Gouvernementstelegraaf steeds onmiddellijk mededeeling van de ongevallen, die tat storing van den dienst op de Gouvernementstelegraaflijn kun- nen aanleiding geven en zoo mogelijk van hunne oorzaken, 2 Bij belangrijke storingen op de Gouvernementstelegraaflijn : wordt op het daartoe gedaan verzoek kosteloos eene locomo- tief met de benoodigde wagens ter beschikking van de amb- tenaren van den Gouvernementstelegraafdienst gesteld, en wor- den daarmede de voor de herstelling noodige werklieden en materialen, ten koste van de concessionarisse ter plaatse aan- gevoerd, 7
Br Liane) mene AR ian Cpe ee ee a ee we : d as: 4 . 420 a : Artikel 32. a ek 7 ' Schadevergoedingen. Alle schadevergoedingen en alle kosten ten behoeve van 4 a wien het ook zij, waartoe de aanleg; de exploitatie, het on-
- derhoud en de herstelling van den spoorweg en van al het 4 5 geen er toebehoort aanleiding geven, komen ten laste van de 4 u concessionarisse, die daarmede alleen en uitsluitend belast blijft, | Artikel 33. g i Kosten en risicoder De concessionarisge wordt-gehouden te haren koste en ri- onderneming. sico te ondernemen alle onteigeningen en werken, voorzien of » of niet voorzien, zonder eenige uitzondering, zoomede alle leve- 3 ringen, onderhoud en vernieuwing van materieel waarvan de 3 : noodzakelijkheid zal blijken voor de volledige voltooiing, het i | onderhoud en de exploitatie tijdens den geheelen duur der con- a j cessie, D a Fi Deze bepaling wordt als grondslag der concessie beschouwd, 8 Uitdrukkelijk wordt bedongen dat zij in de gevallen, die = zich kunnen voordoen, in den ruimsten zin wordt toegepast, a | Artikel 34, of 5 De Staat niet ver- De concessionarisse verklaart de gegevens en berekeningen, 5 __autwoordelijk voor op welke de onderneming gegrond is, genoegzaam te hebben & __ fouten in bereke- getoetst, de waarheid te hebben erkend van al de daarbij ver- ä ningen en ontwer- melde feiten en zich te hebben overtuigd van de uitvoerbaar- ze pen, heid van al de vereischte werken. Dientengevolge kan de ee Ps 7 Staat nooit, in welk geval ook, verantwoordelijk worden 4 . gesteld voor de fouten en leemten, die in plannen en ontwer- > pen kunnen voorkomen, noch voor de moeielijkheden, die zich i r ; . tijdens de uitvoering en de exploitatie kunnen voordoen. : Artkel 35. EE ag Aanspraak op scha- De concessionarisse kan in geen geval aanspraak maken op a _ devergoeding we- vergoeding van schade en winstderving, in geval van Staats- : gens maatregelen wege wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om wijzi- Je yan algemeen be- gingen te brengen in het tarief van in-en uitvoerrechtén of : lang. ten gevolge van maatregelen van algemeen belang, die van | Staatswege genomen of bevolen worden. zi ae Artikel 36, ; 4 _ Deur der concessie. De concessie eindigt den 19den Februari 1974, a 4 De Staat heeft het recht, mits van het voornemen daartoe E . _ minstens twee jaren voor het einde der concessie kennis ge- a vende, om den weg met het materieel en alles wat tot een eS 3 en ander behoort, vrij en onbezwaard over te nemen op den En: voet als voor het" geval van naasting is bepaald bijartikel22
- . . i | ä 491 ‘ í van het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten in ‘ Nederlandsch-Indié (Staatsblad 1885 No. 184), (1)
Wenscht de concessionarisse eene verlenging der concessie dan moet zij zieh minstens achttien maanden vóór het eindigen-der concessie onder mededeeling der voorwaarden, die zij zoude
wenschen te zien gesteld, tot de Regeering wenden.
De bepalingen omtrent het overnemen en’ het verlengen der concessie gelden ook bij het eindigen der verlengde concessie,
\ Artikel 37. ‘Staat van onderhoud. Bij het eindigen der concessie moet de spoorweg, het ma- E terieel en alles, wat tot een en ander behoort, zich in volko. men staat van onderhoud bevinden.
Zoo de concessionarisse gedurende de vijf jaren, welke dat
: tijdstip vooraf gaan, niet zorgt behoorlijk aan deze verplich- ting te voldoen, kan de Gouverneur-Generaal vorderen dat de ontvangsten san den staat worden verantwoord en desnoods
, nan anderen die ontvangsten opdragen, ten einde den spoor-— weg, het materieel en al wat tot een en ander behoort in_ goeden staat te brengen.
“Artikel 38, Kosten der concessie. Alle kosten en rechten op het verleenen, verkrijgen en ex-_ ploiteeren van de concessie vallende, zijn ten laste van de con-_ ; cessionarisse, VI. Bijzondere bepalingen, hs : Artikel 39.
Waarborgkapitaal. Tot waarborg voor het naleven dezer voorwaarden wordt door de eoncessionarisse in 's Lands kas te Batavia een waar- borgkapitaal groot dertig duizend gulden gestort,
zi De storting geschiedt in Nederlandsche munt of in Neder- F landsche staatseffecten, berekend tegen den door den Gou- verneur-Generaal aan te wijzen koers, Van het geld wordt geen interest betaald.
‘ : De coupons der staatseffecten worden op het daartoe ge- i daan verzoek op de verschijndagen tegen ontvangstbewijs aan
de concessionarisse ter hand gesteld,
Artikel 40 Teruggave van het Drie vijfde gedeelten van Het in artikel 39 bedoelde waar- waarborgkapitaal. borgkapitaal worden voor zoover over dat kapitaal niet naar | de bepalingen dezer concessie is beschikt op daartoe gedaan (1) Vervangen door Stb. 1895 No. 300 juncto Stb. 1896 No. 19, gewijzigd bij Stb. 1896 Nos. 33, 242, en 248, 1897 Nos, 116 en 264, 1898 No. 229 1899 No. 118, 1900 No, 107 ; en 1901 No. 370. ? /
a = 429 = zie verzoek aan de concessionarisse teruggegeven, wauncer ge- 5 BE bleken is, dat de voor den spoorweg benoodigde gronden Bi zijn verkregen en aan het gedeelte Bekassi — Kedoeng-Gede 7 ke werken zijn uitgevoerd voor eene waarde van ten minstedrie Rc vierde gedeelten van het voor dat doel benoodigd aanlegka- AE pitaal, De resteerende twee vijfde gedeelten worden ingehou- 5 “den om te strekken tot waarborg der uitvoering van alle op s Ee de concessionarisse rustende verplichtingen en om daaruit ; eventueel te betalen de uitgaven ambtshalve voor hare reke- a | ning te doen. i ® a Het ingehouden deel wordt, voor zoover daarover niet naar * a 5 de bepalingen dezer concessie beschikt is, teruggegeven, zoo- a dra voldoende is gebleken dat al de werken van eersten aanleg Fe & geheel voltooid en uitgevoerd zijn, overeenkomstig de bepa- „8 8 lingen en voorwaarden van deze concessie, (1) Ri: A | Artikel 41. j Toepasselijkheid van Het Algemeen Reglement voor de spoorwegdiensten in 4 wetten en verorde- Nederlandsch-Indié (Staatsblad 1885 No. 184) met alle daarin a ningen, later te maken wijzigingen of andere te maken algemeene 3 q verordeningen omtrent het gebruik der spoorwegen zijn, voor “4 . zoover zij met de voorwaarden dezer concessie niet in strijd a 3 zijn, op dezen spoorweg van toepassing. j Artikel 42, Zetel der vennoot- De concessionarisse (Bataviasche Oosterspoorwegmaatschap- a schap, vertegen- pij) moet in Nederland of in Nederlandsch-Indié gevestigd en 4 -woordiging, haar bestuur ten minste voor de helft uit Nederlanders sa- es: „mengesteld zijn. a ; In geval zij haren zetel in Nederland heeft, zal door het 2 Fe bestuur voor de uitvoering der zaken in Nederlandsch-indië RU
een plaatselijk bestuur worden benoemd, voorzien van de te a
noodige volmacht om in alles, wat de uitvoering der conces_ a sie dangaat, steeds dadelijk te kunnen handelen, al E De leden van dit plaatselijk bestuur moeten Nederlanders a 3 zijn. ‘ a 4 De coneessionarisse is bevoegd om dadelijk of latef met É 5 : "eene bestaande of op te richten onderneming omtrent de i 7 exploitatie van den spoorweg overeen te komen onder ver- a plichting dezer laatste tot stipte uitvoering van al de bepa- 7 lingen dezer concessie. : De kenze van de exploitanten en de deswege te sluiten B overeenkomst behoeven de goedkeuring van den Gouverneur- B x Generaal, ae De Be (1) Het geheele gestorte waarborgkapitaal is teruggegeven a . ingevolge het besluit van 3 Juli 1891 No. 18, ig 2) AS
Bi 423 2 t Slotbepaling. Artikel 43, i ; Op den dag dat deze concessie door den Gouverneur- | : Generaal overeenkomstig artikel 22 definitief aanvaard zal worden verklaard (1), vervalt de concessie voor den aanleg en de exploitatie van eenen spoorweg, loopende van de be- nedenstad Batavia over Passar-Senin (Weltevreden) en Meester. Cornelis naar Bekassi, zooals die bij Gouvernements besluit van 9 Januari 1882 No, 4 (2), gewijzigd bij dat van 19 a Februari 1884 No, 1a, verleend is. No. 4836. BOUWWERKEN, MATERIALEN, — Regelingen met betrekking tot het transporteeren, aanvragen, inkoopen enz. van de voor p bouwwerken bestemde materialen. CIRCULAIRES aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. L : = No, 1381 7/c. Batavia, den 2isten October 1892. j In de begrootingen van kosten en voorloopige voorstellen voor de uitvoering. ‘ van werken worden tot nog toe gelden uitgetrokken voor het transport van ma- terialen, pe 5 Ter bevordering van een ordelijk beheer en vermijding van administratieven omslag is het wenschelijk gebleken de kosten van vervoer der landsmaterialen niet meet ten laste van de werken, waarvoor zij benoodigd zijn, te brengen, doch ; uit een onder een afzonderlijk artikel der begrooting uit te trekken post te ï bestrijden, : . In verband daarmede heb ik de eer UHEdG. te verzoeken om, te beginnen ; _ met 1894 in de begrootingen van kosten of voorloopige voorstellen der werken geen post voor het transport van materialen meer uit te trekken, | De Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, | ek G, VAN HOUTEN. | : Il. 3 ee Aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur op Java en Madoera en de Buiten- bezittin gen, = . No, 1800/d. Batavia, den 2den Februari 1894, 1, Alseen vervolg op — en ter toelichting voor zooveel noodig van mijne circulaire van 21 October 1892 No, 13817/c, heb ik de eer UHEdG, het volgende mede te deelen. : 2. Zullen, te beginnen met 1894, de transportkosten van de voor de uitvoering van ‘slands Burgerlijke Openbare Werken benoodigde materialen uit ‘slands voorraad | el in de begrootingen van kosten en voorloopige voorstellen niet meer mogen. worden opgebracht, omdat die kosten uit een afzonderlijk artikel van de IVe . (1) Bij besluit van 1 April 1890 No, 11 is verklaard dat de onderwerpelijke | concessie definitief is aanvaard, (2) Bijblad No. 8897, |
4 , 424 en ; begrootingsafdeeling zullen worden bestreden, de verzending der materialen, voor zoover deze niet in de gewestelijke pakhuizen voorradig zijn en dus ix van elders moeten worden aangevoerd, zal ter besparing van kosten niet eerst _ 5 naar de pakhuizen, maar in der regel rechtstreeks naar het werk (de plaats ¥ 7 van verbrnik) geschieden. 7 Erg: Uitzondering hierop maken de materialen, die vooraf elders bewerkt moeten 4 worden (b.v. ijzer, dat versmeed moet’ worden) in welk geval de verzending ag | geschiedt naar de daarvoor in de aanvrage aan te wijzen plaats, ia oes Aanvragen van goederen van elders ter aanvulling van den gewestelijken voor- A | raad, zullen derhalve weinig meer voorkomen, waardoor de oplegging van 4 groote voorraden in de gewestelijke pakhuizen zooveel mogelijk zal worden’ vermeden, iets waarheen ook, gelijk U bekend is, in de laatste jaren het # | streven is gericht geweest, ; d 4 5. Alleen in de gevallen, dat voor het gewoon onderhoud van lands-werken ma- ig | terialen noodig zijn, alsmede wanneer voor eenig werk behoefte bestaat aan 4 j kleinere hoeveelheden teer, welke bij vaten, en lijnolie, welke bij voorkeur Zi Ô in blikken van 25 liter inhoud verstrekt worden, kunnen nog aanvragen ter Jen | _ adnvulling van den voorraad worden ingediend. 5 4 Deze aanvragen mogen echter in geen geval artikelen vermelden, welke niet 4 met de meeste waarschijnlijkheid verwacht worden binnen een jaar na de is ; indiening der aanvraag, althans voor het grootste gedeelte, te zullen worden a verbruikt. gy 7. De ter aanvulling van den voorraad ontvangen goederen behooren in de ge- 4 3 westelijke pakhuisverantwoording en in de restantstaten te worden opgenomen, B. 8. De overige artikelen worden onmiddellijk ten laste van het betrokken werk ‘ss gebracht, zullende het triplicaatexemplaar det gefiatteerd terngontvangen aan- z 4 vraag bij de verantwoording van het werk (specificatie) moeten overgelegd q worden. d 3 9. Ten einde de voor de werken toegestane fondsen met de waarde der ver- * EE } strekte materialen te kunnen bezwaren, is het noodig, dat op de aanvraag de a waarde der benoodigde materialen wordt vermeld. 5 od 10, Bij het opmaken der aanvraag moet rekening gehouden worden met den Ei: _____beschikbaren gewestelijken voorraad. “ag 11. Ofschoon reeds bij herhaling hierop gewezen is, wordt evenwel nogmaals je 5 uitdrukkelijk de aandacht daarop gevestigd, -& 12, Ingetrokken bij Bijblad No, 5388. : x 13, Ingetrokken bij Bijblad no, 5388, 7 14. Worden de materialen ingekocht in plaats van uit ’s lands voorraad verstrekt, 4 dan worden de kosten daarvan en van het vervoer dadelijk ten laste van a | de fondsen van het betrokken werk gebracht. zi 15, Waar een Gouvernements transportaannemer is, die volgens zijn contract recht a heeft op het vervoer, geschiedt dit door zijn tusschenkomst, Bee. 16. Bij verstrekking van materialen aan den aannemer van een bij Openbare Ln aanbesteding aangenomen werk geschiedt de verstrekking kosteloos op het = | werk en komt het vervoer tot op het werk ten laste van het betrokken ar- lj _ tikel der VIe begrootingsafdeeling (van de begrooting van 1894 artikel 367). a 17, In verband hiermede zal het laatste lid van artikel 4 van het bestek van. Er | aanbesteding moeten luiden: : 5 5. 4 : Ll
495 „In afwijking van het bepaalde bij artikel 40 der A. V. geschiedt de ver- strekking op het werk”. 3
‘ 18, Hoewel de transportkosten niet meer bij de begrootingen worden uitgetrok- ken, moet het bedrag daarvan altijd binnenslijns daarin worden vermeld, ten einde bij het departement te kunnen beoordeelen of eene constructie, waarbij
f veel lands materialen gebezigd worden, werkelijk goedkooper is, dan een waarbij dit niet het geval is, d
19, Dit zal bij bruggen in het gebergte of overigens ver in de binnenlanden ge- legen zeer noodig zijn om bijvoorbeeld eene keus te doen tusschen eene ge- metselde boogbrug of een met ijzeren liggers, enz,
“20, Ten slotte wordt ter vervanging van de bij de dezerzijdsche circulaire van 14 September 1888 No, 10500/d (1) gevoerde model-aanvraag hierbij een nieuwe model-aanvraag overgelegd,
- Hetgeen in die circulaire omtrent de opmaking en indiening der aanvraag 5 is voorgeschreven, blijft van toepassing ; gullende eehter de aanvraag instede van in drievoud voortaan in viervoud moeten worden ingediend.
_ 22, Ter verdeeling onder de Waterstaatsambtenaren en pakhuismeesters in Uw gewest worden van deze eirculaire een ...,.. tal gedrukte exemplaren aangeboden,
‘ De Directeur der
, Burgerlijke Openbare Werken, G. VAN HOUTEN, É
“ EN
a
pe 1 ‘ (1) Bijblad No, 4448. . ee! ty
a 4% | - = . . = Ee | PS 8 2 23 3 4 8 Joo ae pe ee BG ee ee eee | eesti a 0] = Ke Pa ea cet oe ee ee, as | ag deters all | zE 5 8 8 8 Ee EE ERN | Bn BEE EE) Re 5 el oD Zi Ee Ee Ta 2 | a : HDs “ik B = @ N= er: Ber di E Ei = ea ryt a= 5 ‘a ero | ET a Ed } DES zn | Ee: EN REA: Le ISES SRE 2 e828 BF HEE et ee \ ay a a ara : de i is = me ee ee ae 8 IDE ee n= Dn be 2 ka ae ue See. eae sE ag a : El = = Sate hae | Ss of A a Bert B ap 3 ze ey 2 2 3 wos Ei = Z cee Bis 4 FI 5 | De Gan Betis © a a=) s 3 & P= a aos 2 = ad a „in ‘su | a ea di, SS EE |e AS SEN d q eee 1 3 o> 4 5 5 mof BES gaa > = fe e ene oe see = 5 DE: i zi gi 5 as fos aes 4 5 ne 1E || MM Sas Aes. 2 = 2 fog FE By! SS S32 EER Ses Ees iy |e Bar eM BO Mrs Up 8 a CUTE: nl | see RH pitas rR: fort ih el | al Pag a Bo : £38 Ji Kai = fa ZEER ore a page “ae a oa a 6 SS A ye: oS Bee ae zelf Se 5 4 a he | Pa aa 4 Poe OD re . pe a || 582853 223525 esas ¥ TA HHS KE i) ag OE | Sot Heb aps ee Li? SS apg ok EEK LT EE EN ER EN rin / Es Bd He md | | B a PSS {ss 3 | sr ES 3 5 En se | Er 3 ë 4 if = } ri) ese ce | geo P= Ad | WPT ARI PE el DME a ST 3 “a Bl SS lary : 2 | = FT WENSEN ES | Cuoöura SAT 8 cy Ze || A vauunyazop apsvLsAssuRE op UPA uayorg nan di ‘yl = ie -J00 Jay Aq erp ‘Ua;eyNAe op wapyauiaa ar) = | 2 Z = oe, bo ; led NE ie ee EEEN © EREN ou en 5 iy ; 5 bg ep Casftjeltad op attu puayaraa * 5 3 é i a} EE seated. Op pusyeseq Jean 2 Bog o£ 3 aS IB [A UBA APIEBM e[e}O) op uaads a7 dQ) a 3c 3 8 cam rte ; — 4 5 ra x et Shane “(peviioos noyfioisaa || zi A4 8 2 5 -35 Uap gew uopnoy o7 Surueyor (qa) — $ S a hel Pe Sa ae ee a 3 a 5 5 2 | „__Ca Aone] zoop Supp 3 é _ | oe -uee ap spares aPMaLOOTAq prRL00A-l0'R] ios 5 = q qi 8 . | 897 Uap 303 Gjarjeq Merape0d joy zaouueM) i a gs 8 re nn vaneen nen BE ag | B iSASS ol . sE ¥ Te) (a z Nera: le) a osje 8 AR (SE <a 2 == A 6 » 2 be àl rays | 328 | & ‘j 4 = 5 i EE ge a | ee oe | 2 8 na = i oO : 5 = x A | IN ne | ee a i Bey
B 427 7 : : No. 4837. ONDERWIJS, — Schoolgeld van leerlingen aan de Hoogere Bur- gerschool voor meisjes te Batavia, die slechts enkele lessen volgen,
B. 26 October 1892 No. 1. Vervallen door de opheffing der school met ultimo Juni 1902, ingevolge Sth. 1902 No. 198.
No. 4838. ONDERWIJS. — Definitieve indienststelling van het ntetonder- wijzend personeel bij het Gijmnasium Willen [1] en beschik- ? baarstelling van fondsen ten behoeve van die inrichting. BESLUIT, No. 33, Buitenzorg, 2 November 1892,
Gelet op § Il van het besluit van 19 December 1867 No, 42 (Staatsblad No, 168: ;
Gelezen enz,; :
Is goedgevonden en verstaan:
Eerstelijk: Vervallen door Bijblad ro. 5548,
a, ten behoeve van genoemde inrichting beschikbaar te stellen de volgende
| bedragen; :
voor schoolbedienden en tuinlieden / 1920,— (een duizend negen honderd twintig gulden) ’sjaars; Verminderd met f 156 bij Bijblad no, 6306, voor bibliotheek en verzamelingen 1800.— (een duizend acht honderd gulden) *s jaars, Verhoogd bij Bijblad no. 5201 en weer verminderd bij Bijblad no, 6300 tot f 4153. voor meubilair en schoolbehoeften f 900,— (negen honderd guéden) 's jaars, Verhoogd bij Bijblad no, 5201 en weer verminderd bij Bijblad no, 6300 tot f 4163,
Ten tweede: Te bepalen dat de bij art, 1 bedoelde instrumentmaker, ook indien voor die betrekking een Inlander wordt aangewezen, wordt benoemd en ontslagen door den Directeur van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid.
Extract enz. ’ ¥ No. 4839. , PATENTRECHT. — Toepassing van het beginsel dat geémplo- yeerden op ondernemingen niel persoonlijk in het — worden : aangeslagen,
CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur, de Residenten van de Padangsche Bovenlanden en Tapanoeli, en de Assistent-Residenten van Banda, Gorontalo en Bengkalis, ; No, 15982. Batavia, 31 October 1892,
Zooals bekend eischt een der beginselen van de ordonnantie op het patentrecht (Staatsblad 1878 No. 350), dat geëmployeerden van ondernemingen, van welken aard deze ook mogen zijn, niet persoonlijk in die belasting worden aangeslagen voor de door hen genoten wordende aandeelen in de winst, doeh dat de winsten der ondernemingen in haar geheel, met inbegrip van die aandeelen, worden ge-
: troffen (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No. 3382 blz. 54).
aren ids ue Moan ne ed abn ee te nae er pr Spee neo rag ne Ne 7 Oe . ; pe “Sp ee = i pec ; oe 498 ke _ Het is mij gebleken dat bedoeld beginsel in meer dan één opzicht niet juist _ wordt tocgepast. lg % In de gevallen, dat verschillende ondernemingen aan één persoon, firma of | Ë maatschappij toebehooren, wordt vaak het bedoelde beginsel ook dan toepasselijk ; geacht, wanneer de geémployeerden een aandeel genieten in de winst, niet wel- _ ke door de verschillende ondernemingen gezamenlijk als één geheel wordt afge- ‚worpen en volgens het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indié No. 8457 ; aangemerkt moet worden als het patentplichtig inkomen van den eigenaar dier ondernemingen, doeh welke door de onderneming, waarbij de betrokken geëm- = ployeerden werkzaam zijn, afzonderlijk is behaald, Het gevolg daarvan is. dat ‘ _ bijaldien de winst van eene of meer der ondernemingen geheel of gedeeltelijk geabsorbeerd wordt door het verlies der andere, waardoor de aanslag van het geheele complex der ondernemingen achterwege blijft, de aandeelen in de winst der voordeelig gewerkt hebbende ondernemingen, welke aan de geémployeerden worden uitgekeerd, geheel of gedeeltelijk aan de patentbelasting ontsnappen, : Er behoort daarom wel acht op te worden gegeven, dat het beginsel waarvan BE hier sprake alleen toepasselijk is wanneer de geémployeerden een aandeel in de 4 winst der geheele zaak genieten, en het is duidelijk dat in het even bedoelde E geval van het in ééne hand zijn van verschillende ondernemingen onder de „winst : der geheele zaak” alleen verstaan kan worden die van alle ondernemingen te 3 ‚zamen als één geheel beschouwd. Wanneer dus in het bedoeld geval een geém- ¥ r ployeerde slechts een aandeel geniet in de winst der onderneming waarbij hij ; ‚werkzaam is, dan is het beginsel waarvan hier sprake niet toepasselijk, en be- 3 hoort hij persoonlijk over zijn aandeel in de winst te worden aangeslagen. E _ Ook buiten het geval van het in ééne hand zijn van verschillende onderne-’ 7 mingen is het nog mogelijk, dat een geémployeerde over zijne aandeclen in de | winst zelf moet worden aangeslagen. Wanneer nl. eene naamlooze vennootschap ééne onderneming exploiteert, en de geëmployeerden een aandeel bekomen in de : exploitatiewinst der onderneming, di. de winst, bij de bepaling waarvan nog ceen 3 rekening is gehouden met de kosten van het hoofdbeheer, dan kan ook in dat geval niet gezegd worden, dat zij een aandeel genieten in „de winst der geheele zaak”, Deze toch, zooals zij door het patentrecht moet worden getroffen, wordt ; zoo berekend, dat ook de kosten van het hoofdbeheer als uitgaven in aanmer- " king komen. : ; 8 __Eenige eommissiën van aanslag begaan voorts de fout om de geëmployeerden van landbouwondernemingen niet aan te slaan over de zoogenaamde pikol-gelden. N Daar dergelijke uitkeeringen in het geheel niet als een aandeel in „de winst” kunnen worden aangemerkt, is hier het beginsel waarvan boven sprake in: geen 8 ‚geval van toepassing, en behooren de geëmployeerden daarover persoonlijk te : worden aangeslagen. Ten aanzien van gratificatiën en emolumenten behoort in het a algemeen nauwkeurig te worden nagegaan, of zij al dan niet als een aandeel in ; lea winst zijn te beschouwen, Zijn ze dat niet dan moeten de geëmployeerden er 4 persoonlijk voor worden getroffen, ‘ _ Ik heb de eer UwHEAG, te verzoeken de commissién van aanslag in Uw ge- ‘ | west met het vorenstaande in kennis te willen stellen, en haar uit te noodigen | daarmede voortaan steeds rekening te houden, oan De Directeur van Financiën, i ROVERS, = ' :
- 429 ‘Sa No. 4840. STAATSSPOORWEGEN, — Regelingen betreffende het verrichten 4 van werkzaamheden in de werkplaatsen der —op Java en
‘ ter Sumatra's Westkust ten behoeve van particulieren en van
andere takken van 's Lands dienst, : BESLUIT,
No, 6, Buitenzorg, 2 November 1892. Gelezen enz; : De Raad van Nederlandsch-Indié gehoord; “ Is goedgevonden en verstaan: E
. Eersteiijk: Met intrekking van de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit van 30
Juni 1885 No, Bie en van artikel 1 van het besluit van 13 Augustus 1889 No.
1, de Chefs der exploitatie van de Staatsspoorwegen op Java en ter Sumatra's
Westkust te machtigen om: |
I. in de werkplaatsen dier exploitatie werk voor particulieren te verrichten,
wanneer dit zonder stremming der werkzaamheden ten eigen behoeve kan geschieden, en overigens op de volgende voorwaarden : |
a, de aanvragen tot het verrichten van werk geschieden schriftelijk aan de
Chefs der exploitatie van de betrokken lijnen,
Zij moeten eene duidelijke omschrijving van den aard der werkzaamheden of bestellingen inhouden en vergezeld gaan van eene verklaring, dat de par- ticuliere nijverheid ter plaatse of in de nabijheid niet in staat is het ver langde werk of de bestelling uit te voeren, welke verklaring moet afgegeven worden door de Kamer van Koophandel en Nijverheid of door de Handels- vereeniging der hoofdplaatsen, welke het meest in de nabijheid der betrokken werkplaatsen gelegen zijn; i
b. voor de verrichte werkzaamheden worden in rekening gebracht de uitgaven
in gereed geld en de waarde der verbruikte materialen, vermeerderd meteen bedrag, uitgedrukt in door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken | jaarlijks vast te stellen percenten, als aandeel in de algemeene uitgaven der werkplaatsen, terwijl bovendien de boekwaarde der uit de magazijnen der Staatsspoorwegen verstrekte goederen verhoogd wordt met 21 Vs (1) wane) ie neer die goederen uit Nederland afkomstig, en met 15 %, (1) indien ze in “ Indië aangeschaft zijn; en zulks als aandeel in de op die goederen gevallen algemeene kosten; | zullende het bedrag der aldus berekende kosten van de bestellingen verder „met 40 % gewijzigd bij Bb. no. 6032 worden verhoogd, al welke kosten, zonder onderscheid, als toevallige baten der Staatsspoorwegen zullen worden geboekt, A :
Il, Wanneer daartoe gelegenheid bestaat in bovenbedoelde werkplaatsen ook
werk ten behoeve van andere takken van 's Lands dienst dan de Spoorwegen uit te voeren ; r gullende daarvoor in rekening worden gebracht de uitgaven in gereed geld en de boekwaarde der verbruikte materialen uit ’s Lands voorraad, ver= hoogd als aandeel in de algemeene kosten der magazijnen met 21 % of 15 %, (1) al naar gelang de materialen uit Nederland afkomstig dan wel in Indië, aangeschaft zijn; ; . (1) Gewijzigd bij Bijblad no, 5022. { wd z
Bis 430 a ta onder aanteekening dat de aldus berekende kosten zullen worden geboekt : swat de uitgaven in gereed geld betreft, als contrapost ten bate van het 3 ___ artikel der begrooting; waaruit die uitgaven bestreden zijn, en voor zoover a de boekwaarde der verbruikte materialen en de daarop berekende verhoo- + __-Singen aangaat, ten voordeele van het artikel der begrooting, bestemd voor “4 de aanschaffing van gelijksoortige goederen. | fe. Ten tweede: Te bepalen dat de Chefs der exploitatie van de Staatsspoorwegen si op Java en ter Sumatra's Westkust jaarlijks vóór den 1sten Februari aan den “9 5 Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, volgens door hem vast te stellen a 3 modellen, opgaven zullen indienen van in de werkplaatsen ten behoeve van par- 3 _ tienlieren verrichte werkzaamheden en van het bedrag, dat daarvoor in rekening“ is gebracht alsmede van de aanvragen tot het verrichten van werk, waarvan de In _ gitvoering is moeten worden geweigerd, E _ Ten derde: Al verder te bepalen dat de bij dit besluit getroffen regelingen a F voor het eerst worden toegepast op den dienst van het jaar 1893. 4 Afschrift enz, 4 Vergelijk het volgend no, 4841, 3 Zie vervolg Bijblad no. 6032. “a No. 4841. STAATSSPOORWEGEN, — Megeling der prijzen van goederen —_— g van den dienst der Staatsspoorwegen bij verstrekkingen en ver- goedingen. x rs BESLUIT. q No. 14, Buitenzorg, 28 April 1893. fe Gelet enz; . q Is goedgevonden en verstaan: 4 E: Te bepalen: \ = “I, dat het besluit van 9 December 1873 No. 20 (Bijblad op het Staatsblâd van E N. I. No, 2736), voor zoover daarbij de invoering van afzonderlijke prijs- a pe lijsten is voorgeschreven. op de goederen van den dienst der Staatsspoorwef 4 gen niet van toepassing is; a Ti dat door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken worden vastgesteld el | de prijzen, welke moeten worden gevolgd bij de verstrekking van de sub I RE: ____bedoelde goederen zoowel binnen als buiten den kring van den dienst der Staats- a spoorwegen en bij het opleggen van vergoedingen voor het verlies of bederf ¥ van goederen, en dat bij de berekening dier prijzen moeten worden genomen: on voor artikelen, die uit Nederland zijn aangevoerd, de faetuursprijzer ver- 4 : hoogd met de noodige percenten voor onkosten van uitzending, verliezen door = beschadiging of bederf, administratiekosten enz, en a oF voor goederen, die in Indié zijn aangeschaft, de contracts- of inkoopsprij-
| zen, vermeerderd met de kosten van het voeren der administratie enz, ii 3 zullende — behoudens het bepaalde bij artikel 1 § T van het besluit van BE 2 November 1892 No, 6 (1) — de aldus berekende prijzen bij verstrekkingen = ä aan derden en bij oplegging van vergoeding aan aannemers met 25 % wor- ms den verhoogd. a Extract enz, a „(13 Bijblad No, 4840, RE
= : } TGA : No. 4842. HEERENDIENSTEN, TEGAL. Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No, 18 zijn vastgesteld de navolgende: : - VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heerendien- . sten in de residentie Tegal, (Staatsblad 1893 No, 180). | Vervallen door Bijblad No. 5361. | No. 4843. VENDUKANTOREN. — Voor de ter invordering van vendu- schulden uitgegeven grossen der processen verbaal van openbare ö verkoopingen mogen geen kosten in rekening worden gebracht en is geen zegelrecht verschuldigd, : | Aan den Directeur van Financiën, No. 2703. Buitenzorg, 2 November 1892, | Onder wederaanbieding van de bijlagen Uwer missive van 6 October jl No, j 14515, heb ik de eer, op last van den Gouverneur-Generaal, UHEdG, mede te deelen dat de beide daarin besproken vragen: ; of een vendumeester bevoegd is voor de ter invordering van venduschulden uit | gegeven grossen der processen-verbaal van openbare verkoopingen kosten in re kening te brengen, en 0 of voor die grossen zegelrecht verschuldigd is, : | naar het inzien van Zijne Exeellentie ontkennend moeten worden beantwoord, de eerste op grond van artikel 42, laatste alinea, van het Reglement op de open bare verkoopingen in Nederlandsch-Indié in Staatsblad 1889 No, 190, de tweede zoowel opgrond van No, 24 (der lijst van vrijstellingen van het zegelrecht in_ Nederlandsch-Indié, bedoeld bij artikel 18 der ordonnantie van 11 Augustus 1885 (Staatsblad No, 131), als krachtens de laatste alinea van artikel 42 van het ven- | dureglement, waarbij tegenover de in de eerste drie alinea’s van het artikel gevor® derde betaling van zegelgeld benevens f 2,50 (leges) is bepaald dat voor afschriften, uittreksels en grossen, ten dienste van het Gouvernement uitgereikt, niets in re kening wordt gebracht. En De le Gouvernements Secretaris, a VAN DER WIJCK, 4 (1) Gewijzigd bij Stb, 1901 No, 244. | 7 No. 4844. AANBESTEDINGEN.—Jn de door een waarnemend hoofd van : gewestelijk af plaatselijk bestuur afgegeven verklaringen van ge schiktheid en gegoedheid, behoeft de reden, waarom het bestuurs hoofd verhinderd was de verklaringen zelf af te geven, niel te worden vermeld, Aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur. - No, 2722, Buitenzorg, 3 November 1892. — Blijkens de bij Uwe missive van 15 October jl. No, 6136, waarop is beschikt bij het besluit van den 24sten dier maand No, 11, overgelegde authentieke afschrif- ten van het proces-verbaal der op den 10en dier zelfde maand te Uwen bureele gehouden openbare aanbesteding voor de Gouvernements transporten in de residen-
= zl + Seg q 438 a i : 4 3 tie gedurende de jaren 1893 tot en met 1897, is het inschrijvingsbiljet van den 3 „Chinees Tan Hwar Yona ter zijde. gelega, omdat de daarbij gevoegde verklaring is : van soliditeit en gegoedheid in strijd met het voorschrift, bedoeld in nummer 2374 f t ; van het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië, was onderteekend door a den Secretaris der residentie bij verhindering (van den Resident), zonder nadere omschrijving van de reden der verhindering. u _ Naar het inzien van den Gouverneur-Generaal had dit biljet echter zonder Be: ‚bezwaar kunnen worden aangenomen, daar het voorschrift in gemeld nummer van a het Bijblad niet vordert dat de reden der verhindering worde omschreven en slechts ; _ de strekking heeft dat geene verklaringen namens den Resident zullen worden af: 5 gegeven, maar dat dit uitsluitend zal geschieden hetzij door den Resident zelven, « f hetzij door den tijdelijken waarnemer zijner functiën. ; { _ Onder wederaanbieding voor zooveel noodig der bijlagen van Uw in hoofde aan- ig gehaald schrijven en van Uwe bij het besluit van 24 October jl. No, 11 verhan- i delde missive van den 2isten dier maand No, 6237, heb ik de eer door de me- 4 dedeeling van het vorenstaande aan eene opdracht van den Gouverneur-Generaal : te voldoen. 8 TA : De 1e Gouvernements Secretaris, ' VAN DER WICK, 8 Ne. 4845. VERPONDING,— Wijze van kennisgeving van den aanslag in de : : — van door samenvoeging of splitsing gevormde perceelen, : 5. Op deze kennisgevingen zijn de voorschriften betreffende het | _ dolgeren tegen aanslagen in de — niet van toepassing. ; poe dem Rendent van Baie. el elo dicen genie is ene eee No. 16708, _ Batavia, 12 November 1892. 4 __ Blijkens het UHEdG, van Regeeringswege verleend extract uit het besluit van 5 25 Augustus jl. No, 10 is wegens niet tijdige indiening afwijzend beschikt op het N request, gedagteekend 8, 15 April 1892, van R. E‚ R,, houdende doleantie tegen : den aanslag in de verponding over het tijdvak 1890—1894 van de hem toebehoo- __ rende, sedert onder het verpondingsnummer $939 samengetrokken perceelen recht : van eigendom, verpondingsnummers 3661, 3863 en 3865, zijnde de betrekkelijke . 8 aanslagbiljetten aan den adressant uitgereikt op 21 October 1890 voor het perceel ; No, 3661 en op 8 Februari 1891 voor de perceelen Nos, 3863 en 3865 te zamen, KE Wel is, nadat de perceelen onder één verpondingsnummer waren samenge- . trokken en U ingevolge artikel 21, ten 3e der ordonnantie in Staatsblad 1886 ‘ No, 78 (zooals dit artikel is aangevuld bij de ordonnantie in Staatsblad 1891 À No. 169) de aanslageijfers bijeen had gevoegd, door UHEdG. op 8 April jl. een nieuw aanslagbiljet uitgereikt voor het nieuw verpondingsnummer 3939, maar : met dezen datum kon naar het oordeel der Regeering niet worden geacht een : nieuwe termijn te zijn aangevangen, waarbinnen de heer R. vnd. tegen de be- z ‘slissing der Algemeene verpondingscommissie kon opkomen. Het voorschrift in sn artikel 16 slaat toeh alleen op de overeenkomstig de beslissingen dier commissie 3 door mij vastgestelde aanslageijfers en niet op de aanslagen, die ingevolge het if (sedert aangevuld) artikel 21 door het betrokken Hoofd van Gewestelijk Bestuur worden gesplitst of samengevoegd. «a In verband hiermede is dan ook door UHEAG, ten onrechte voor het nieuw _ j
atd 433
ontstane verpondingsnummer 3939 een nieuw aanslagbiljet uitgereikt, Met eene PS kennisgeving aan den betrokken belastingschuldige —zij het ook in den vorm pr van een aanslagbiljet (waarop echter eenige nadere aanduiding van den aard van __ het biljet niet mocht ontbreken)—had in het onderwerpelijk geval (evenals ook in het geval van splitsing van den aanslag) door UHEdG, kunnen zijn volstaan, re Met het hiervoren opgemerkte gelieve UHEdG. in voorkomende gevallen re- kening te houden. ; i Tevens heb ik de eer UHEdG, hierbij te doen toekomen het voor Uw bureau bestemd extract uit mijne beschikking van heden, nummer als deze, waarbij op grond van gebleken en door de Commissie erkende dwaling in de feiten, de © verpondingswaarde voor 1890—1894 van de hooger genoemde perceelen door mij
is vernietigd en nader is vastgesteld op f 7200.—
Voor de restitutie van het door R. in verband daarmede c.q. wegens verpon- ding over de jaren 1890 tot en met 1892 te veel betaalde zal door UHHdG, het noodige kunnen worden verricht; af te schrijven onder het hoofd Verponding (Teruggaven).
De Directeur van Financiën, a ROVERS. - No. 4846. TRAKTEMENTENS — Toepassing van het besluit in Staats blad 1892 No, “98, betreffende de verhooging der bezoldiging : _ van het oudst in rang zijnde derde deel van de Controleurs L der iste klasse bij het Binnenlandsch Bestuur op de Butten= beziltingen. '
Missive len G, 5, 20 Nov, 1892 No, 2873. Vervallen door de nieuwe regelen nopens de bezoldiging der Controleurs, vastgesteld bij Stb. 1900 No. 3. A : No. 4847. DOKTERS DJAWA, — Kostuum, |
In verband met de rangregeling, vastgesteld bij artikel I van het besluit van
- 22 November 1892 No. 20 (Staatsblad No. 251) en met wijziging in zooverre van sub XII van het besluit van 2 April 1870 No. 9 (Bijblad No. 2308) is bij artikel II van eerstgemeld besluit den dokters djawa in Nederlandsch-Indié vergunning “ verleend om bij officieele gelegenheden het kostuum te dragen, bij het besluit van, ‘ 25 Januari 1879 No, 18 (Bijblad No, 3347) vastgesteld voor onderwijzers der. eerste klasse aan de openbare Inlandsche scholen op Java en Madoera, met dien “verstande dat aan weerskanten van den kraag van de sikeppan-gadé zal worden aangebracht een liggende aesculaapstal en dat ook de knoopen van hetzelfde : embleem zullen zijn voorzien. | No. 4848. AANNEMERS-BORTEN, OVEREENKOMSTEN, — Op de reke= ningen van aafinemers moet melding worden gemaaki van zn
tuëel door hen wetens tekortkomingen betaalde boeten en vergoe:
| dingen. :
_CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur in Nederlandsch-Indië Na. 8425, Batavia, den 22sten November 1892,
Meermalen gebeurt het dat aan aannemers wegens wanlevering boeten en ver-
1 ì 28
: 434 ° E _ goedingen zijn opgelegd en door hen voldaan zonder dat daarvan uit de betrek- | „kelijke rekening blijkt, of van het feit dat de aannemer in de nakoming van zijn 3 | verplichtingen is te kort geschoten, _ dn het belang eener goede contrôle komt het wenschelijk voor dat in elk 4 ‚ voortkomend geval, waarin de aannemer in gebreke is gebleven om aan zijne verplichtingen te voldoen, op diens rekening het volgende worde gecertificeerd : 8 „De ondergeteekende verklaart dat op grond van het hiernevens in original Ë „overgelegd proces-verbaal duor den aannemer in verband met artikel. ..... . E: „van het contract is verbeurd eene boete van f....... en dat dit bedrag „zoomede de door hem verschuldigde vergoeding van 7 ...... wegens (bij „mandaat ddo, ..,........... No,......) voor zijne rekening inge-, ejkochteartikelen op den... -.....-.-...in’s Lands kas te... .... „zijn gestort”, j | Het Hoofd van Plaatselijk Bestuur, ie 4 5 Ik heb de eer UHEdG, beleefd te verzoeken zorg te willen dragen dat aan het, i ‚vorenstaande de hand worde gehouden. E | De Directeur van Justitie, : & W. A. ENGELBRECHT. | No. 4849. KOPEREN DUITEN.—Versmelting van verbeurd verklaarde —, 3 Bij het besluit van 27 November 1892 No, 18 is o, a. bepaald dat verbeurd verklaarde koperen duiten alvorens deze ten behoeve van den Lande in het openbaar te doen verkoopen in de fabriek voor de Marine en het Stoomwezen te Soerabaja worden versmolten, : i No. 4850. HEERENDIENSTEN, PEKALONGAN, ; r i Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 no, 19 zijn vastgesteld de ; navolgende: _ VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heeren. , diensten in de Residentie Pekalongan (Staatsblad 1893 No. 181). . _ Vervallen door Bijblad no, 5371, No. 48514. VENDUREGLEMENT. — Onroerende goederen uit een sterfboe- del kunnen in het openbaar worden verkocht vóór de overschrij- | ving op naam der erfgenamen, _ Het geval heeft zich voorgedaan dat een vendumeester weigerde een tot een sterfboedel behoorend onroerend goed in het openbaar te verkoopen, omdat het | ~ nog niet op naam van de erfgenamen was overgeschreven. _ Deze weigering geschiedde echter ten onrechte. 5 Ingevolge artikel 584 van het Burgerlijk Wetboek is erfopvolging (wettelijke of testamentaire) een middel van eigendomsverkrijging. Al wordt nu ingevolge de ordonnantie in Staatsblad 1834 No, 27 (1) ingeval van overgang door overlijden
(1) Gewijzigd bij § 1 van Stb. 1895 No. 179, “2 a : ER
a 435 overschrijving gevorderd, — voor het overgaan van den eigendom op de erfgena- men is die overschrijving niet onmisbaar, Waar dus artikel 20, vierde lid, van het Reglement op de openbare verkoopingen in Staatshlad 1889 No. 190 den vendumeester opdraagt zich vóór den verkoop der bij artikel 11 van dat regle- ment bedoelde zaken, waaronder onroerende goederen, er van te overtuigen dat de verkooper tot den verkoop gerechtigd is, kan hij dus in gevallen als het on- derwerpelijke volstaan met de grosse der eigendomsakte ten name van den over- : leden eigenaar en van cen bewijs dat de werkooper of universeel erfgenaam is “dar wel bevoegd is om namens de gezamenlijke erfgenamen te handelen. (Mes van 8 Januari 1893 No. 17). No. 1852. AMBTENAREN. ONTSLAG. Alleen wegens ziekte kan aan , Europeesche ambtenaren ontslag worden verleend uit de betrek- king. Ambtenaren en beambten, die vijf jaar of tanger buiten werketijken dienst zijn geweest, moeten voor ontstag uit 's Lands dienst in aanmerking worden gebracht, : CIRCULAIRE aan de Autoriteiten en Colleges, bevoegd tot het benoemen en ontslaan van Europeesche burgerlijke landsdienaren, i "No, 12, Buitenzorg, 3 Januari 1893, _ Blijkens het in No. 4087 van het Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch- Indié opgenomen dezerzijdsch schrijven van 26 Juni 1884 No, 1196 is destijds ten opzichte van beambten en ambtenaren van lageren rang als regel aangenomen dat niet tot het verleenen van ontslag uit ’s Lands dienst wordt overgegaan dan in de gevallen dat daarom door den betrokken persoon gevraagd wordt, dan wel wanneer er termen zijn tot het verleenen van een niet eervol ontslag. Dien regel, welke blijkens de dezerzijdsche circulaires van 4 Januari 1889 em 23 September 1891 Nos, 23 (1) en 2297 (2) voor Inlandsche ambtenaren niet meer geldt, wenscht de Gouverneur-Generaal ook voor Europeesche landsdienaren niet langer gevolgd te zien, omdat het aantal Europeesche landsdienaren buiten betrekking zoo hoog gestegen is, dat daaruit in verband met de bepalingen omtrent het Civiel Weduwen-en Weezenfonds voor dat fonds ernstige nadeelen voortspruiten, Ten aan- ; zien dezer categorie van personen wenscht Zijne Exeellentie mitsdien als beginsel te zien aangenomen: dat aanvragen om ontslag uit de betrekking wegens andere redenen dan ziekte niet worden ingewilligd, maar bij de Regeering voorgebracht, met voorstel om den betrokken persoon uit ’s Lands dienst te ontslaan, terwijl Zijne Excellentie voorts verlangt dat Enropeesche ambtenaren en beambten, die langer. dan vijf jaren buiten werkelijken dienst van den Lande zijn, voor ontslag uit den dienst in aanmerking worden gebracht. ‘ Door de mededeeling van [het vorenstaande met verzoek om U voor het ver- | volg daarnaar te willen gedragen, heb ik de eer aan een opdracht van den Gou-_ verneur-Generaal te voldoen, : De le Gouvernements Secretaris, O. VAN DER WIJCK, : Zie vervolg in Bijblad No. 4956 en interpretatie in het daarop volgend No, 4957. - Zie verder Bijblad Nos. 4958 en 4959. * (1) Bijblad No. 4703, ; cr it I cate Na (:
a3 ei ee ee ® a eect jen SEE a eee on ee d 436 sc _No. 4853. MILITAIR ONDERWIJS — Maatregelen ter uitvoering van de | Wet tot regeling van het Militair Onderwijs hij de Landmacht, a voor zoover daarbij de opleiding voor den officiersrang en de 4 hoogere vorming van den officier zijn betrokken (Indisch Staats- a Ei blad 191 No. 7D, c zand Reglementaire Voorschriften enz. betreffende den Hoofd- ‘ te cursus in Nederland voor de opleiding tot Officier bij de In- if , Janterie en de Militaire Administratie, i Bepalingen nopens de kleeding van het militair personeel van 2 den Hoo fdeursus, q ~ pe 7 a BESLUIT, 7 No. 12, Buitenzorg, 4 Januari 1893. A Gelet op het besInit van 6 December 1892 No, 18; (1) a | Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 2 November 1892, j. _ Letter C, No. 9/2294; z __ Is goedgevonden en verstaan: 5 ___Berstelijk: Aan te teekenen: en 4 , a. dat bij Koninklijk besluit van 22 September 1892 (Nederlandsch Staatsblad 7 : No. 221) is vastgesteld een Reclement voor den Hoofdeursus in Nederland: 3 6, dat bij Koninklijk besluit van 29 September 1892 No. 51 zijn vastgesteld | overgangsmaatregelen in verband met de regeling van den Hoofdeursus ; a €, dat bij Koninklijk besluit van 1 October 1892 No, 51 zijn vastgesteld de DA traktementen, de toelagen en de verdere verstrekkingen en vergoedingen, toe | ; te kennen aan het personeel, hetwelk aan den Hoofdcursus is (verbonden of | daarbij is gedetacheerd: | d. dat door de Ministers van Oorlog en Koloniën onder dagteekening van 23 September 1892, Ide afdeeling, No, 57 en 26 September 1892, Letter C, No, z i 18, is vastgesteld een Voorschrift voor den Hoofdenrsus. ' y Ten tweede: enz. i : Afschrift enz. : ; _ Bovenbedoelde regelingen zijn opgenomen onder de Algemeene Orders voor het a Indisch Leger, Jaargang 1893 No. 5, en in een extra bijvoegsel der Javasche ‘ Courant van 31 Maart 1893 No, 26 d Bij Stb, 1893 No, 306 zijn de bepalingen vastgesteld omtrent de toelating van f onderofficieren van het N. I, leger tot den Hoofdeursus te Kampen. h i | BESLUIT. i No. 8, Buitenzorg, 12 Februari 1893, E ‘ Gelezen de missive van den Minister van Koloniën van 9 December 1892, Letter C, No, 1012554; jk Is goedgevonden en verstaan: . __-Eerstelijk: Ten vervolge van artikel 1 van het besluit van 4 Januari 1893 No. | 12 aan te teekenen dat bij Koninklijk besluit van 5 November 1892 No, 38 de | \ P th (1) Zie Algemeene Orders voor het Indisch Leger 1892 No. 55. /
ET | : 437 i kleeding is vastgesteld van het aan den Hoofdcursus in Nederland verbonden of daarbij gedetacheerd personeel. 5 4 Ten tweede: enz, Extract enz. aE Bovenvermeld Koninklijk besluit is opgenomen onder No, 20 van de Algemeené Orders voor het Indisch Leger, jaargang 1893, en in de Javasche Courant van 21 April van dat jaar No, 32, pag. 322, ~ a Zie verder Bijblad no. 5332; nader gewijzigd en aangevuld bij Bijblad no, 5987, » No. 4854. PENSIOENEN, AMBTENAREN, — Bij de berekening van hel pensioen van burgerlijke landsdienaren -wordt alleen werkelijk genoten traktement tn aanmerking genomen, ij Aan den Directeur van Binnenlandsch Bestuur, | No, 23, Buitenzorg, 4 Januari 1893, | Blijkens Uwe missive van 28 October 1892 No. 6401 is UHEdG. van oordeel , dat de gewezen hoofdmantri bij het kadaster, Mas S, P., moet geacht worden gedurende 19 maanden de aan gemelde betrekking verbonden bezoldiging te heb- ben genoten in den zin van art. 6 van het reglement op het verleenen van pensi- ‚ Genen aan inlandsche burgerlijke landsdienaren (Staatsblad 1887 No, 192), hoe- wel hij in werkelijkheid die bezoldiging slechts over 17 maanden ontvangen heeft, daar hem in verband met een binnenlandseh verlof over 2 maanden slechts half} traktement is uitgekeerd. pj De Gouverneur-Generaal kan zich met die zienswijze niet vereenigen en acht Uw gevoelen dat bij art. 11, eerste alinea, van het reglement op het verleenen van pensioenen aan Europeesche burgerlijke landsdienaren (Staatsblad 1881 No, 142) eene gelijke opvatting zou worden gehuldigd minder juist, Gemeld artikels waarvoor blijkens § V[i van Staatsblad 1892 No. 175 (!) eene nieuwe lezing i é vastgesteld, geeft (evenals art. 7 van het reglement in Staatsblad 1887 No, 192 aan wat in het betrekkelijk reglement onder bezoldiging wordt verstaan, doch kan i‘ niet strekken tot uitlegging van het in art, 10 (2) van het pensioensreglemen’ voor Europeesche — en art, 6 van dat voor inlandsehe burgerlijke landsdienaren gebezigd woord genoten. Evengenoemd art. 10 wordt in de praktijk in dien zin toegepast, dat alleen werkelijk genoten traktement in rekening wordt gebracht en aldus zal derhalve naan het oordeel van den Gouverneur-Generaal, ook de toepassing van art. 6 vag het reglement in Staatsblad 1887 No, 192 moeten zijn. - Door de mededeeling van het vorenstaande ter toelichting van het hiernevent aangeboden extract uit het besluit van heden No. 8, houdende regeling van he pensioen van hoogergenoemden Mas S, P., heb ik de eer aan een van den Gou verneur-Generaal ontvangen last te voldoen, 4 De te Gouvernements Secretaris, r : VAN DER WIJCK, | (*) Juneto Stb. 1896 No, 36, + (2) Aangevuld bij Sth, 1892 No, 175 § VI en gewijzigd bij Stb, 1895 No, 131
ae d an 438 : : A No. 4855. CONSULS, LEGES, — Ter zake van de besluiten hunner erken- | 4 nf ning zijn daor consuls geen gelden voor leges meer verschuldigd. ; i : Blijkens eene mededeeling van den Minister van Kolonién, waarvan aanteeke- ning is gehouden bij het besluit van 7 Januari 1893 No. 26, is de bij No. 848 | van het Bijblad bedoelde heffing van leges ter zake van de besluiten tot erken- ning als consul van vreemde mogendheden in Nederland en de Nederlandsche : Kolonién, van Nederlandsche onderdanen of handeldrijvende vreemdelingen, welke e. ‚gegrond was op Nummer 4 van het tarief, vastgesteld bij besluit van den Sou- vereinen Vorst van 18 Januari 1814 No, 6, afgeschaft bij alinea 1 van artikel 1 der Wet van 9 Mei 1890 (Nederlandsch Staatsblad No, 80). — 4 f
No. 4856. HEERENDIENSTEN. BESOEKI, en Bij artikel 2 van het besluit van 4 Augustus 1893 No. 20 zijn vastgesteld de ‘navolgende: \ | q VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heerendien- | sten in de afdeelingen Resocki, Panaroekan, Bondowoso en Djember der resi- | dentie Besoeki (Staatsblad 1893 No. 182.) ; Vervallen door Bijblad No. 5376, an N io. 4857. HEERENDIENSTEN, BESOEKL BANJOEWANGL| Bij artikel 2 van het besliit van 4 Augustus 1893 No, 20 zijn vastgesteld de I avolgende: ' VOORSCHRIFTEN ter uitvoering der ordonnantie tot regeling der heeren- : diensten in de afdeelingen Banjoewangi der residentie Besveki (Staatsblad 1893 No. 183). : ; Vervallen door Bijblad no, 5463. h o. 4858. ZEGELRECHT. — Voer accoord geteekende rekeningen zijn aan Lt zegelrecht onderworpen, CIRCULAIRE aan de Hoofden van Gewestelijk Bestuur. No, 1232, Batavia, 26 Januari 1893. - : | Het is gebleken, dat vrij algemeen de meening gekoesterd wordt, dat voor ac- s coord geteekende rekeningen niet aan zegelrecht onderworpen zijn, in verband waarmede voor de bedoelde rekeningen veelal ongezegeld papier wordt gebezigd. | Dat die meening onjuist is blijkt ten duidelijkste uit het voorkomende onder No. 10 van de lijst van vrijstellingen, behoorende bij de zegelordonnantie (Staats- blad 1885 No. 131), waar uitdrukkelijk bepaald is, dat van de vrijstelling zijn uitgesloten rekeningen „welke voorzien worden van eene goedkeuring of erken- - ning door den schuldenaar”. Daar overigens op de hierbedoelde rekeningen geen der bepalingen omtrent het evenredig zegelrecht van toepassing is, is in verband met artikel 12 der zegelordonnantie voor die rekeningen een zegelrecht van f 1,50 verschuldigd. | Tk heb de eer UHEAG. te verzoeken den handel voor zooveelnoodig onder het _ oog te brengen, dat de bedoelde geschriften aan het evengenoemde zegelrecht onder- worpen zijn en dat overtreding van de zegelwet ook in dit opzicht strafbaar is. De Direeteur van Financiën, ROVERS,
er teid ie MT Uhn er a dijk EEn oe ra a mn ; ie 439 i
No. 4859. ZEGELRECHT. — Verzoekschriften ter bekoming van | eeretee- kenen zijn niel aan zegelrecht onderworpen. x
Aan den Civielen en Militairen Gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden.
No. 426, Buitenzorg, 13 Februari 1893. 1
1
_In antwoord op Uwe missive van 9 November 1892 No, 1111/17, heb ik de eer, ingevolge bekomen last, UHEGG. mede te deelen dat de Gouverneur-Generaal
bij nader inzien met U van oordeel is dat verzoekschriften ter bekoming van
© gereteekenen geacht kunnen worden te vallen onder No, 34 van de lijst der vrij- stellingen, behoorende bij artikel 13 der zegelordonnantie (Staatsblad 1885 No, 131),
De te Gouvernements Secretaris, 7
i VAN DER WICK. :
No. 4860. OVERSCHRIJVING VAN VASTE GOEDEREN, — Salaris
5 van de ambtenaren, die hij de overschrijving assisteeren,
4 Aan den Resident van Banjoemas, 1 No, 1046. ; Batavia, 9 Februari 1893. | Naar aanleiding van Uw missive aan mijn ambtgenoot van Financiën dd, 4 October 1892 No. 4729/27, welke door dezen aan mij werd doorgezonden, hel
ik daartoe gemachtigd (1) de eer UHEdG, het volgende mede te deelen. 4 Naar het oordeel van de Regeering is het in Staatsblad 1822 No, 11 opgenof
men tarief voor het minuteeren en grosseeren van obligatiéu door notarissen krachtens Staatsblad 1830 No. 29 jo, art. 46 der ordonnantie in Staatsblad, 183:
No. 27 ook verbindend voor de Griffiers bij de Raden van Justitie alsmede voor g gecretarissen der residentién en andere ambtenaren dte bij de overschrijving as gisteeren (zooals de commiezen, zie art. 1 der ordonnantie in Staatsblad 1834 Ne
5 27), voor het opmaken en uitgeven van transporten van vaste goederen ci e dit opzicht door geen latere bepalingen buiten werking gesteld. a Wel is waar is reeds bij Staatsblad 1851 No, 27, „met intrekking van id dienaangaande bestaande yerordeningen, voor zoover tot dezelve niet uitdrukkelijk wordt verwezen,” o, a, een nieuw tarief van het honorarium en de verschotter
der notarissen vastgesteld, en bij Staatsblad 1885 No, 72 de resolutie van ‘ Maart 1822 No, 8 (Staatsblad No. 11), zonder eenige restrictie (gelijk bij Staats:
blad 1851 No. 27 voorkwam), ingetrokken; doch deze intrekking doet niet fi
« kort aan de verbindende kracht der in Staatsblad 1830 No, 29 voorkomende ei tot dusver nog niet vervallen of vervangen verwijzing naar het tarief in Staats
blad 1822 No. 11, hetwelk krachtens deze verwijzing naar het oordeel van u Rekeering geacht moet worden een deel uit te maken van den inhoud aq resolutie in Staatsblad 1830 No. 29, ; 7
De Directeur van Justitie,
W. A. ENGELBRECHT.
(1) Mgs, van 30 Januari 1893 No, 283. :
1 ,
bey | f. A i = a ‘the th Ti = 4 440 “en by, No. 4861. MUNITIEN, — Opzameling enz, van ledige hulzen bij het hou- ] Ei) : den van schietoefeningen. : oe BESLUIT. ‘ No. 16, : Buitenzorg, 12 Februari 1898. 4 Gelezen enz; : _ Is goedgevonden en verstaan: Te bepalen dat de ledige hulzen, afkomstig van de bij de schietoefeningen der schutterijen en der korpsen barisans, pradjoerits en gewapende politiedienaren zoomede van het legioen van Mangkoe-Negoro verschoten patronen scherpe en „ losse tot achierlaadgeweren klein kaliber en achterlaadkarabijnen, en die tot re- B zorgvuldig zullen: worden verzameld en opbewaard, en wanneer daarvan : ec e voldoende hoeveelheid aanwezig is, in de naastbij zijnde oorlogsmagazijnen ie artillerie zullen worden ingeleverd, Extract enz. No. 4862. STOOMTRAMWEG, ATJEH, — Benoeming enz, van ambtena 7 ren en beambten bij den Stoomtramweg in Atjeh, die geen d hoagere bezoldiging kunnen genieten dan van f 175. 's maands. #
BESLUIT, i
No. 7. Buitenzorg, 15 Februari 1893. ‚Gelezen enz. — Gelet enz. : _ Is goedgevonden en verstaan: } { Berstelijk:: enz, ; . Ten tweede: Te bepalen dat voortaan aan den Commandant van het Leger er Chef van het Departement van Oorlog in Nederlandsch-Indié zal zijn overgelaten de benoeming, bevordering. en ontslag van alle ambtenaren en beambten bij den > dienst der exploitatie van den Stoomtramweg in Atjeh, die geen hoogere bezoldiging . dan f 175.— ’s maands kunnen genieten. a jk Extract enz. , aid No. 4863. STAATSSPOORWEGEN TER SUMATRA'S WESTKUST, — ; = Oprichting langs de Staatsspoorwegen ter Sumatra's Westkust : g : of in de nabijheid daarvan van magazijnen of aanlegplaat- F sen met werktuigen en toesteden voor het laden en lossen van 4 goederen tn- en uit de wagens, en tot het aanleggen van 2ij- B: - sporen of zijtakken om die aanlegplaatsen of magazijnen enz.
, met den Staatsspoorweg te verbinden, | Bij het besluit van 9 Januari 1893 No. 7 is de Chef van deu dienst der Staats- | spoorwegen en der Kolenontginning ter Sumatra's Westkust gemachtigd om te beschikken op alle aanvragen —en de voorwaarden vast te stellen, waarap ver- \ganning kan worden verleend tot het oprichten langs of in de nabijheid van de Staatsspoorwegen ter Sumatra's Westkust, van magazijnen of aanlegplaatsen, met lwerktuigen en toestellen voor het laden en lossen van goederen in- en uit de wagens en tot het aanleggen van zijsporen of zijtakken, om die aanlegplaatsen
ne sene Vide Acsi re a lt dine le , ze aat of magazijnen dan wel den zetel van landbouw- of nijverheidsonderneming é met den Staatsspoorweg te verbinden, en zulks met inachtneming van de U palingen, bedoeld sub a,b,c en d van artikel 1 van het besluit van 30 Ju t° 1879 No. 8 (Bijblad No. 3477). = No. 4864. STAATSSPOORWEG TER SUMATRA’S WESTKUST, — | geling van het vrij vervoer van landsdienaren op de trazecl a, Padang-Emmahaven en Poeloe-Ajer-Emmahaven. BESLUIT. 5 No. 12, Buitenzorg, 18 Februari 1893A Gelezen enz; | Is goedgevonden en verstaan : ' Te bepalen: a, dat het vervoer langs de trajecten Padang-Emmahaven en Poeloe-Ajer-Emm haven van den Staatsspoorweg ter Sumatra's Westkust van landsdiena die te Padang woonachtig te Emmahaven worden werkzaam gesteld, 7 7 geschieden zonder betaling, op persoonlijke vrijkaarten, die op aanvrage ¥ of van wege de betrokken dienstchefs ter Sumatra's Westkust door d De Hoofdingenieur, Chef van den dienst der Staatsspoorwegen en der Koleno ginning ter Sumatra’s Westkust, worden afgegeven;
| 6, dat het reglement op het reizen in Nederlandsch-Indië van Europees¢he b
| gerlijke landsdienaren en andere personen {Staatsblad 1890 No, hop ;
Fs van toepassing is op de te Padang geplaatste landsdienaren, wanner zij 2 cy
: ; voor het verrichten van werkzaamheden naar Emmahaven moeten begeven
e‚ dat het vervoer langs de sub a hiervoren genoemde trajecten vin vero! deelden, die te Emmahaven ten arbeid worden gesteld, zonder betaling geschieden.
Afschrift enz, | ne No. 4865. STAATSSPOORWEGEN, — Vervoer van kinderen, -rérzadeg “ opneming in een weeshuis.
A in BESLUIT.
No. 7, 7 Buitenzorg, 20 Februari 1853 Gelezen enz. ; ey goedgevonden en verstaan:
: Te bepalen dat kinderen, reizende ter opname in een weeshuis, in de der klasse der Staatsspoorwegen op Java en in de tweede klasse van den Staal
spoorweg ter Sumatra's Westkust kosteloos kunnen worden vervoerd, op reisd a
Aa vragen, af te geven door het betrokken Hoofd van Gewestelijk of Plaatse
a Bestuur of hunnen wettigen vervanger, volgens het model, behoorende bij
| „Bijzondere bepalingen betreffende het vervoer van *s Lands reizigers en goeder
„op de Staatsspoorwegen in Nederlandsch-Indië,” goedgekeurd bij besluit van Juni 1886 No, 1/e (Bijblad op het Staatsblad van Nederlandsch-Indië No, 429) met dien verstande evenwel dat daarop door voornoemde autoriteiten worde ag
’ geteekend: „Kosteloos ingevolge hesluit van den Gouverneur-Generaal van 20 Feérs
i 1893 No, 7°” (
4 Afschrift enz. k
Ke | | |
vin amet: eon
ie = TO ae eee aes AEEA
449 i =e : ip 5
i ar i ë De
o. 4866. PENSIOENEN, INLANDSCHE AMBTENAREN. — Een een- ive
maal toegekend pensioen kan niet worden ingetrokken. i ue <
: 4
y Aan den Resident van Madioen, Sore
i ae
0. 1328, Batavia, 8 Maart 1893, fl
7 Met referte aan Uw schrijven van 19 Augustus jl, No: 5657/10, heb ik de eer Sala
HEdG. mede te deelen, dat, hoewel van eervol ontslag en pensionneering van ee
as T, pr A, waarschijnlijk geen sprake zou zijn geweest, indien het tekort in det ty
5 ac 5
oeger door hem beheerd koffieinkooppakhuis te P, aan den Gouverneur-Ge- 7 %
raal ware bekend geworder, vóór dat hij eervol uit ‘5 lands dienst werd ont- - i hi
agen onder loekenning van pensioen, intrekking van het pensioen, nu het een- iy
aal is toegekend, naar het oordeel van Zijne Excellentie niet geoorloofd is. :
Wanneer aan een gewezen Inlandsch burgerlijk ambtenaar pensioen is verleend,
jn de artikelen 10 tot en met 12 van het in Staatsblad 1887 No. 192 opgeno-
en pensioensreglement van toepassing en kan er, naar het inzien van Zijne
cellentie, geen sprake meer zijn van intrekking van het verleend cervol ontslag :
Fs lands dienst, met de bedoeling om dan dientengevolge het pensioen niet meer .
t te betalen. (1)
i De Directeur van Binnenlandsch Bestuur, #4 :
A. C, ULJEE. :
(1) Mes,-van 14 Februari 1893 No, 447, |
a |
i . -
j x
fi EA
AS A .
i ij Re 7
EPE SK
Ke :
i
4 vrien i etme
